Yamaha R-N500 Black Handleiding

Categorie
Ontvanger
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT.
i Nl
1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit
uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te
lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er
later nog eens iets in kunt opzoeken.
2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge,
schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van
warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg, ten
behoeve van voldoende ventilatie, minimaal voor de volgende
vrije ruimte.
Boven: 30 cm
Achter: 20 cm
Zijkanten: 20 cm
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische
apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te
voorkomen.
4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge
temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het
toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad
(bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te
voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat
zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan
dit toestel en/of persoonlijk letsel.
5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel
kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende
of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet
bovenop dit toestel:
Andere componenten, daar deze schade kunnen
veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen
doen verkleuren.
Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand,
schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen
veroorzaken.
Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische
schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel
kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het
toestel terecht komt.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz.
zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur
binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand,
schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle
aansluitingen gemaakt zijn.
8
Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst.
Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade.
9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen
en/of snoeren.
10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de
stekker zelf trekken, niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen;
dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone,
droge doek.
12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik
van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is
gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of
persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid
voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel
met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.
13 Om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen, dient
u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert.
14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of
het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha
servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie
behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken.
15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken
(bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
16 Lees het hoofdstuk “Foutopsporing” in de handleiding over
veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de
conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
17 Voor u dit toestel verplaatst, dient u A naar beneden te
drukken om dit toestel uit te schakelen, waarna u de stekker
uit het stopcontact dient te halen.
18 Er zal zich condens vormen wanneer de
omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekker
uit het stopcontact en laat het toestel met rust.
19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt wordt,
kan het warm worden. Schakel het toestel uit en laat het
afkoelen.
20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een
plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken.
21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals
door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. Gooi de batterijen
weg volgens de in uw regio geldende regelgeving.
22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of
hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade.
Dit etiket moet op het product worden aangebracht wanneer de
bovenkant heet kan worden tijdens gebruik.
Let op: Lees het volgende voor u dit toestel in gebruik neemt.
Zolang het toestel op de netvoeding is aangesloten, is het niet
losgekoppeld van de voeding, zelfs als het toestel uitgeschakeld is
met A of als u het in wachtstand hebt gezet met de A-toets op de
afstandsbediening. In deze toestand is het toestel ontworpen om
een uiterst kleine hoeveelheid stroom te verbruiken.
WAARSCHUWING
OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE
SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN
GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.
LET OP
Ontploffingsgevaar indien de batterij niet op de juiste manier
vervangen wordt. Vervang uitsluitend door een batterij van
hetzelfde of een vergelijkbaar type.
Nederlands
1 Nl
VOORBEREIDINGEN
INLEIDING
BASISBEDIENING
AANVULLENDE
INFORMATIE
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Nederlands
INLEIDING
Nuttige functies ........................................................... 2
Bijgeleverde accessoires ............................................. 3
Bedieningselementen en functies............................... 4
Voorpaneel..................................................................... 4
Voorpaneel..................................................................... 6
Achterpaneel.................................................................. 7
Afstandsbediening ......................................................... 8
De afstandsbediening gebruiken.................................... 9
VOORBEREIDINGEN
Aansluitingen ............................................................ 10
Luidsprekers en broncomponenten aansluiten............. 10
De luidsprekers aansluiten........................................... 11
De FM- en AM-antennes aansluiten............................ 12
Op een netwerk aansluiten........................................... 13
Het netsnoer aansluiten................................................ 13
BASISBEDIENING
Afspelen ..................................................................... 14
Een bron afspelen ........................................................ 14
De slaaptimer gebruiken.............................................. 16
Luisteren naar FM/AM-radio ................................. 17
FM/AM afstemmen ..................................................... 17
Automatische voorkeuze-afstemming
(alleen FM -stations) ............................................... 18
Handmatige voorkeuze voor afstemming.................... 18
Een voorkeuzestation terugroepen............................... 19
Een voorkeuzestation wissen....................................... 19
Radio Data System afstemmen.................................... 20
iPod-muziek weergeven............................................ 21
Een iPod aansluiten...................................................... 21
Afspelen van iPod-inhoud ........................................... 21
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat...... 23
Een USB-opslagapparaat aansluiten............................ 23
Weergeven van de inhoud
van een USB-opslagapparaat................................... 23
Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)...... 25
Het delen van muziekbestanden via media instellen ... 25
Afspelen van PC-muziekinhoud.................................. 26
Luisteren naar internetradio................................... 27
Afspelen van iTunes/iPod-muziek
via een netwerk (AirPlay) .................................... 28
Weergave van iTunes/iPod-muziekinhoud.................. 28
Informatie wisselen op het display van het
voorpaneel ............................................................. 29
GEAVANCEERDE BEDIENING
Afspeelinstellingen configureren voor verschillende
afspeelbronnen (menu OPTION).........................30
OPTION menu-items................................................... 30
Verschillende functies configureren
(menu SETUP).......................................................31
Onderdelen van het menu SETUP............................... 31
Network Setup ............................................................. 32
Max Volume ................................................................ 33
Initial Volume.............................................................. 33
AutoPowerStdby.......................................................... 33
ECO Mode................................................................... 33
DC OUT ...................................................................... 33
De systeeminstellingen configureren
(ADVANCED SETUP-menu) ..............................34
Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP ....... 34
De instelling van de luidsprekerimpedantie
(SP IMP.) wijzigen.................................................. 34
De afstandsbedienings-id selecteren (REMOTE ID) .. 34
De standaardinstellingen herstellen (INIT) ................. 35
De firmware bijwerken (UPDATE)............................. 35
De versie van de firmware controleren (VERSION)... 35
Externe apparaten besturen met de
afstandsbediening..................................................36
De afstandsbedieningscode van een tv instellen.......... 36
De afstandsbedieningscodes
van weergaveapparaten registreren ......................... 37
De afstandsbedieningscodes opnieuw instellen........... 38
De firmware van het toestel bijwerken
via het netwerk ......................................................39
AANVULLENDE INFORMATIE
Foutopsporing............................................................40
Foutindicaties op het voorpaneel.............................45
Handelsmerken..........................................................46
Technische gegevens..................................................47
Index...........................................................................48
(aan het einde van deze handleiding)
Informatie over software ........................................ i
LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES ....... v
Inhoud
Nuttige functies
2 Nl
Met dit toestel kunt u:
Eenvoudige bediening en draadloos muziek afspelen van iPhone of Android-
apparaat
Met de app “NP-controller” voor smartphones/tablets kunt u het toestel bedienen vanaf een iPhone, iPad, iPod Touch of
Android-apparaten.
Functies
Basishandelingen zoals in-/uitschakelen en het volume afstellen
De signaalbron wisselen
Informatie van de FM-tuner weergeven
Nummers selecteren en afspelen starten/stoppen
Muziek van het iPhone- of Android-toestel afspelen
Om de applicatie te downloaden of de nieuwste informatie te zien, gaat u naar de App Store of Google Play en zoekt u naar
“NP-controller”.
Ga voor details naar de website van Yamaha.
Nuttige functies
Muziek van uw iPod- en USB-apparaten afspelen
p.21, 23
Muziek van netwerkbronnen (PC/NAS, AirPlay) afspelen
p.25, 28
Naar netwerkstreaming diensten luisteren
p.27
Naar FM- en AM-radiostations luisteren
p.17
De lage tonen versterken door een subwoofer aan te sluiten
p.10
Luidsprekerimpedantie configureren
p.11
Andere componenten bedienen, zoals een cd-speler, een BD/dvd-
speler of tv, met de afstandsbediening van dit toestel
p.36
Dit toestel op eco-modus (energiebesparingsfunctie) gebruiken
p.33
y geeft een bedieningstip aan.
In deze handleiding wordt de bediening met de meegeleverde afstandsbediening uitgelegd.
In deze handleiding worden de “iPod”, “iPhone” en “iPad” allemaal aangeduid met “iPod”. “iPod” verwijst naar “iPod”, “iPhone”
en “iPad”, tenzij anderszins wordt aangegeven.
INLEIDING
Bijgeleverde accessoires
3 Nl
INLEIDING
Nederlands
Controleer of de volgende accessoires bij het product zijn geleverd.
Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen
Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
Laat de afstandsbediening niet vallen.
Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plaatsen:
zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een bad
zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis
zeer koude plaatsen
stoffige plaatsen
Plaats de batterijen in overeenstemming met de polariteitsmarkeringen (+ en -).
Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner wordt.
Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen.
Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte materiaal niet
aanraakt. Als het weggelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddellijk weg en
raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst.
Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of kunnen
de oude batterijen gaan lekken.
Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Lees de verpakking aandachtig
omdat deze verschillende types batterijen dezelfde vorm en kleur kunnen hebben.
Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen.
Bewaar de batterijen op een locatie buiten bereik van kinderen. Batterijen kunnen gevaarlijk zijn als een kind ze in zijn of haar mond
stopt.
Als de batterijen verouderen, zal het effectieve werkbereik van de afstandsbediening aanzienlijk verminderen. Als dit gebeurt, dient
u de batterijen zo spoedig mogelijk door nieuwe vervangen.
Als u van plan bent het toestel niet te gebruiken gedurende een lange periode, dient u de batterijen uit het toestel te verwijderen.
Anders zullen de batterijen verslijten wat mogelijk resulteert in lekkage van batterijvloeistof waardoor het toestel beschadigd kan
raken.
De batterijen niet met algemeen huishoudelijk afval wegwerpen. Werp ze juist weg, volgens de lokale reguleringen.
Bijgeleverde accessoires
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
TV INPUT
TV VOL TV CH
TV MUTE
TV
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
DISC SKIP
PRESET TUNING
MEMORY
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
1
2 3 4
5
6 7 8
9
0
10
ENT
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
USB
NET
DISPLAY
+
Afstandsbediening
FM-antenneAM-antenne
Batterijen (x2)
(AAA, R03, UM-4)
Bedieningselementen en functies
4 Nl
1 A (aan/uit)
Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by).
In de stand-bymodus verbruikt dit toestel een kleine hoeveelheid
voeding om van de afstandsbediening infraroodsignalen te
ontvangen.
2 Aan/uitlampje
Brandt als volgt:
Helder brandend: toestel staat aan
Gedempt: stand-bymodus
3 Afstandsbedieningssensor
Ontvangt infrarode signalen van de afstandsbediening.
Wissel het afstandsbedienings-id tussen ID1 en ID2 als u
meerdere ontvangers of versterkers van Yamaha gebruikt (p.34).
4 DIMMER
Wijzigt het helderheidsniveau van het voorpaneelscherm.
Kies de helderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op
deze toets te drukken.
y
Deze instelling wordt behouden, zelfs als u dit toestel uitschakelt.
5 DISPLAY
Selecteert de informatie die wordt weergegeven op de
display op het voorpaneel (p.29).
6 MEMORY
Slaat de huidige FM/AM-station als voorkeuze op als
TUNER als signaalbron wordt geselecteerd (p.18).
7 CLEAR
Wist een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als de
signaalbron is geselecteerd (p.19).
8 Voorpaneel
Geeft informatie weer over de bedrijfsstatus van het toestel.
9 PRESET j / i
Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als
de signaalbron is geselecteerd (p.19).
0 Toetsen FM en AM
Hiermee schakelt u tussen FM en AM (p.17).
A TUNING jj / ii
Selecteert de afstemmingsfrequentie als TUNER als de
signaalbron is geselecteerd (p.17).
B PURE DIRECT en -lampje
Hiermee kunt u met een zo zuiver mogelijk geluid naar
een bron luisteren (p.14). Het lampje erboven gaat
branden en het voorpaneelscherm gaat uit wanneer u deze
functie inschakelt.
C PHONES-aansluiting
Voert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u privé kunt
luisteren.
D SPEAKERS A/B
Schakelt, elke keer dat de overeenkomende toets wordt
ingedrukt, de luidsprekerset in of uit die is aangesloten op
de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op
het achterpaneel.
E USB-aansluiting
Om een USB-opslagapparaat (p.23) of een iPod aan te
sluiten (p.21).
Bedieningselementen en functies
Voorpaneel
MDFEGH JIKLC
12 3 4 5 6 7 8 9 : A B
Opmerking
Opmerking
Bedieningselementen en functies
5 Nl
INLEIDING
Nederlands
F INPUT-keuzeknop
Hiermee kiest u de signaalbron waar u naar wilt luisteren.
G BASS-regelaar
Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. De
middelste stand levert een vlakke klank op (p.15)
H TREBLE-regelaar
Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. De
middelste stand levert een vlakke klank op (p.15)
I BALANCE-regelaar
Stelt de geluidsbalans van de linker- en
rechterluidsprekers om onevenwichtig geluid te
compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van
de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar
er wordt geluisterd (p.15).
J LOUDNESS-regelaar
Behoudt het volledige klankspectrum bij alle
volumeniveaus, door het verlies aan gevoeligheid van het
menselijk oor voor hoge en lage frequenties bij een laag
volume te compenseren (p.15).
K SELECT/ENTER (stapgewijze keuzeknop)
Draai de keuzeknop om een numerieke waarde of
instelling te selecteren en druk vervolgens op de
keuzeknop om te bevestigen.
L RETURN
Keert terug naar de vorige indicatie op het
voorpaneelscherm.
M VOLUME-regelaar
Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau.
Bedieningselementen en functies
6 Nl
1 Informatieweergave
Geeft de huidige status weer (zoals naam van ingang en
naam van geluidsmodus).
U kunt de weergegeven informatie wisselen als u op
DISPLAY drukt (p.29).
2 STEREO
Gaat branden als het toestel een stereo FM-radiosignaal
ontvangt.
3 TUNED
Gaat branden als het toestel een signaal van een FM/AM-
station ontvangt.
4 Luidsprekerindicators
“SP A” gaat branden als de SPEAKERS A uitgang is
ingeschakeld en “SP B” brandt als de SPEAKERS B
uitgang is ingeschakeld.
5 SLEEP
Gaat branden als de slaaptimer is ingeschakeld.
6 MUTE
Knippert als de audio is gedempt.
7 Volume-indicator
Geeft het huidige volume aan.
8 Cursorindicators
Geeft aan welke cursortoetsen op de afstandsbediening
momenteel bediend worden.
y
U kunt het helderheidsniveau van het voorpaneel wijzigen door
op de afstandsbediening op DIMMER te drukken (p.8).
Voorpaneel
VOL.
MUTE
STEREO
TUNED
SLEEP
SP A
SP B
1
42 3567
8 8
Bedieningselementen en functies
7 Nl
INLEIDING
Bedieningselementen en functies
Nederlands
1 PHONO-aansluitingen
Voor de aansluiting op een platenspeler (p.10).
2 OPTICAL 1-2 aansluitingen
Voor de aansluiting op audiocomponenten die van
optische digitale uitgangen zijn voorzien (p.10).
3 ANTENNA-aansluitingen
Voor de aansluiting op FM- en AM-antennes (p.12).
4 COAXIAL 1-2 aansluitingen
Voor de aansluiting op audiocomponenten die van
coaxiale digitale uitgangen zijn voorzien (p.10).
5 SPEAKERS-aansluitingen
Gebruikt om luidsprekers aan te sluiten (p.11).
6 NETWORK-aansluiting
Voor het aansluiten op een netwerk (p.13).
7 DC OUT-aansluiting
Voor het voorzien van stroom van een Yamaha
AV accessoire. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het
AV-accessoire voor meer informatie over aansluitingen.
8 Netsnoer
Voor de aansluiting op een stopcontact (p.13).
9 LINE 1-3 aansluitingen
Voor de aansluiting op analoge audiocomponenten (p.10).
0 CD-aansluitingen
Voor de aansluiting op een cd-speler (p.10).
A SUBWOOFER PRE OUT-aansluiting
Voor de aansluiting op een subwoofer met ingebouwde
versterker (p.10).
B REMOTE IN/OUT-aansluitingen
Als u een andere Yamaha-component hebt die externe
aansluiting ondersteunt, zoals dit toestel doet, dan is geen
infrarode zender nodig. U kunt externe signalen verzenden
door een infrarode ontvanger en de REMOTE IN-
aansluiting van het andere component op de REMOTE
IN/OUT-aansluitingen van dit toestel aan te sluiten door
kabels met mono-ministekkers te gebruiken.
Er kunnen tot zes Yamaha-componenten (inclusief dit
toestel) worden aangesloten.
Achterpaneel
:BA9
123 4 6
5 78
REMOTE
IN OUT
Yamaha-component
(tot zes componente,
inclusief dit toestel)
Infrarode ontvanger
Afstandsbediening
Achterpaneel van R-N500
Bedieningselementen en functies
8 Nl
In dit gedeelte worden de functie van elke toets op de
afstandsbediening beschreven waarmee u het toestel of andere
componenten van Yamaha of andere fabrikanten bedient.
1 Infraroodsignaalzender
Verzendt infrarode signalen.
2 SLEEP
Stelt de slaaptimer in (p.16).
3 SOURCE A
Zet een extern apparaat aan/uit.
4 RECEIVER A
Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by).
5 DIMMER
Wijzigt het helderheidsniveau van het voorpaneelscherm. Kies de
helderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op deze toets te drukken.
6 ID
Verandert het afstandsbedienings-id (p.34).
7 Signaalkeuzetoetsen
Hiermee selecteert u een signaalbron voor weergave.
COAX 1-2 COAXIAL 1-2 aansluitingen
OPT 1-2 OPTICAL 1-2 aansluitingen
LINE 1-3 LINE 1-3 aansluitingen
PHONO PHONO-aansluitingen
TUNER FM/AM-tuner
CD CD-aansluitingen
USB USB-aansluiting
NET NETWORK-aansluiting (druk hier herhaaldelijk
op om de gewenste netwerkbron te selecteren)
8 Radiotoetsen
De FM/AM-radio bedienen (p.17).
FM Hiermee schakelt u naar FM-radio.
AM Hiermee schakelt u naar AM-radio.
MEMORY Hiermee stelt u FM/AM-radiostations in als
voorkeuzestations.
PRESET Hiermee selecteert u een voorkeuzestation.
TUNING Hiermee selecteert u de radiofrequentie.
9 Bevat bedieningstoetsen
SHUFFLE Schakelt tussen de shufflemodi.
REPEAT Schakelt tussen de herhalingsmodi.
HOME Toont menu op topniveau op het voorpaneel.
NOW PLAYING
Toont de afspeelinformatie op het voorpaneel.
0 SETUP
Geeft het menu “SETUP” weer (p.31).
A Menutoetsen
Cursortoetsen Hiermee selecteert u een menu of parameter.
ENTER Hiermee bevestigt u een geselecteerd item.
RETURN Keert terug naar de vorige status.
DISPLAY Schakelt tussen informatie die op het voorpaneel
wordt getoond.
B Bedieningstoetsen voor extern apparaat
Hiermee kunt u menu´s weergeven en selecteren en andere
handelingen uitvoeren voor externe apparaten (p.37).
C Nummertoetsen
Hiermee kunt u numerieke waarden invoeren, zoals radiofrequenties.
D Bedieningstoetsen tv
Hiermee kunt u de tv-invoer en het volume selecteren en andere
tv-handelingen uitvoeren (p.36).
E CODE SET
Registreert afstandsbedieningscodes van externe apparaten op de
afstandsbediening (p.36).
F SPEAKERS A/B
Schakelt de luidsprekers in en uit die zijn aangesloten op de
aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het
achterpaneel van het toestel wanneer u op de betreffende toets drukt.
G MODE
Hiermee schakelt u tussen “Stereo” en “Mono” voor de ontvangst van
FM-radio (p.17). Schakelt tussen de iPod-bedieningsmodi (p.22).
H OPTION
Geeft het menu “OPTION” weer (p.30).
I VOLUME-toetsen
Hiermee past u het volume aan.
J MUTE
Dempt de audioweergave.
y
Als u externe apparaten wilt bedienen met de afstandsbediening,
moet u voor het gebruik de afstandsbedieningscode voor elk
apparaat instellen (p.36
).
Afstandsbediening
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
TV INPUT
TV VOL TV CH
TV MUTE
TV
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
DISC SKIP
PRESET TUNING
MEMORY
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
1
2 3 4
5
6 7 8
9
0
10
ENT
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
USB
NET
DISPLAY
+
1
2
E
F
H
I
J
G
3
4
5
6
7
8
9
:
A
B
C
D
Bedieningselementen en functies
9 Nl
INLEIDING
Nederlands
Batterijen plaatsen
Werkingsbereik
De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal
uit.
Zorg dat u de afstandsbediening rechtstreeks op de
afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van dit toestel
richt.
De afstandsbediening gebruiken
AAA-, R03-, UM-4-batterijen
30° 30°
Afstandsbediening
Ongeveer
6 m
Aansluitingen
10 Nl
Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten zijn voltooid.
Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) naar L, R (rechts) naar R, “+” naar “+” en “–” naar “–”. Als de
aansluitingen niet kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de
luidsprekeraansluitingen niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de
gebruikershandleiding van elk van uw componenten.
Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor
kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.
y
De PHONO-aansluitingen zijn bedoeld voor een platenspeler met MM-cassette.
Verbind uw platenspeler met de GND-aansluiting om ruis in het signaal te verminderen. Bij sommige platenspelers hoort u juist
minder ruis zonder de GND-aansluiting.
Aansluitingen
Luidsprekers en broncomponenten aansluiten
LET OP
Opnameapparaten aansluiten
U kunt audio-opnameapparaten met de LINE 2-3 (REC)-aansluitingen verbinden. Deze aansluiting voert analoge audiosignalen uit
die als de invoer zijn geselecteerd.
Zorg dat de LINE 2-3 (REC)-aansluitingen alleen worden gebruikt om opnameapparatuur aan te sluiten.
Als u LINE2 als de invoerbron selecteert, wordt de audio-uitgang van de LINE 2 (REC)-aansluitingen gedempt. Als u LINE3 als
de invoerbron selecteert, wordt de audio-uitgang van de LINE 3 (REC)-aansluitingen gedempt.
O C
Platenspeler
Audio-uitgang
Cd-speler
Dvd-speler, enz.
GND
Luidsprekers A
Subwoofer
Audio-uitgang
(digitaal coaxiaal)
Audio-
ingang
Audio-
uitgang
Audio-
uitgang
Luidsprekers B
Cd-recorder, enz.
Audio-uitgang
(digitaal optisch)
cd-speler, enz.
Opmerking
VOORBEREIDINGEN
11 Nl
Aansluitingen
VOORBEREIDINGEN
Nederlands
De luidsprekerimpedantie instellen
Het toestel is standaard geconfigureerd voor luidsprekers
van 8 ohm. Als u luidsprekers van 4 tot 6-ohm aansluit, dient
u de luidsprekerimpedantie in te stellen op “4
MIN”.
1 Voordat u de luidsprekers aansluit, sluit u het
netsnoer aan op het stopcontact.
2 Houd RETURN op het voorpaneel ingedrukt
en druk op A (aan/uit).
3 Controleer of “SP IMP.” op het voorpaneel
wordt weergegeven.
4 Druk op SELECT/ENTER om “4 MIN” te
selecteren.
5
Druk op
A
(aan/uit) om het toestel uit te schakelen
en verwijder het netsnoer uit het AC-stopcontact.
Nu kunt u de luidsprekers aansluiten.
De luidsprekerkabels aansluiten
Luidsprekerkabels zijn voorzien van twee draadjes. Het
ene draadje dient voor de verbinding met de negatieve (-)
aansluiting van het toestel, het andere dient voor de
positieve (+) aansluiting. Als de draden zijn voorzien van
kleurmarkering om verwarring te voorkomen, verbindt u
het zwarte draden met de negatieve aansluiting en het
andere draden met de positieve aansluiting.
a Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van de uiteinden van de
luidsprekerkabel en draai de blootliggende draden van de kabel
stevig in elkaar.
b Maak de luidsprekeraansluiting los.
c Steek de blootliggende draadjes van de kabel in de opening aan de
zijkant (bovenaan rechts of onderaan links) van de aansluiting.
d Maak de aansluiting vast.
Dubbel bedrade aansluiting
Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer
(lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de
middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een
luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier
klemaansluitingen. Door twee sets van aansluitingen is de
luidsprekerkast in twee onafhankelijke delen gesplitst. Met
deze verbindingen wordt de reproductie van de midden- en
hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de
lage tonen via een andere set aansluitingen.
Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de
andere set aansluitingen.
Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de
kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen.
y
Om dubbel bedrade aansluitingen te gebruiken, drukt u op
SPEAKERS A en SPEAKERS B op het voorpaneel of op de
afstandsbediening zodat beide SP A en B op het voorpaneel
branden.
De luidsprekers aansluiten
A (aan/uit)
SELECT/ENTER
RETURN
SPIMP.8MIN
10 mm
(3/8")
aa
b
b
d
d
c
c
Opmerking
Dit toestel
Luidspreker
SPEAKERS A/B
SPEAKERS
A/B
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
12 Nl
Aansluitingen
Bij dit toestel zijn antennes meegeleverd voor FM- en AM-uitzendingen. Over het algemeen zouden deze antennes
voldoende signaalsterkte moeten leveren. Sluit de antennes aan op de daarvoor bedoelde aansluitingen.
Als u last heeft van een slechte ontvangst, kunt u een buitenantenne installeren. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende Yamaha-verkoper
of -servicecentrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.
De meegeleverde AM-antenne monteren De draden van de AM-antenne
aansluiten
De FM- en AM-antennes aansluiten
Opmerking
FM-antenne
(meegeleverd)
AM-buitenantenne
Gebruik 5 tot 10 meter met plastic
geïsoleerd draad dat u uit een raam
naar buiten spant.
FM-buitenantenne
De AM-antenne moet altijd
aangesloten blijven, zelfs als
er een AM-buitenantenne op
dit toestel is aangesloten.
De AM-antenne meot van
dit toestel af worden
geplaatst.
AM-antenne
(meegeleverd)
13 Nl
Aansluitingen
VOORBEREIDINGEN
Nederlands
U kunt op het toestel genieten van internetradio of muziekbestanden die zijn opgeslagen op mediaservers, zoals pc’s en
op netwerk aangesloten opslag (Network Attached Storage, NAS).
Sluit het toestel aan op de router met een in de handel verkrijgbare STP-netwerkkabel (rechte kabel van CAT-5 of hoger).
y
Als u een router gebruikt die de DHCP-functie ondersteunt,
hoeft u geen netwerkinstellingen voor het toestel te
configureren, omdat de netwerkparameters (zoals het IP-adres)
er automatisch aan worden toegewezen. U hoeft de
netwerkinstellingen alleen te configureren als uw router geen
DHCP ondersteunt of als u de netwerkparameters handmatig
wilt configureren (p.32).
In “Information” (p.32) in het menu “SETUP” kunt u
controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed
aan het toestel zijn toegewezen.
Bepaalde beveiligingssoftware die op uw pc is geïnstalleerd of
de firewallinstellingen van netwerkapparaten (bijvoorbeeld een
router) kunnen de toegang van het toestel tot de
netwerkapparaten of internet blokkeren. In deze gevallen dient
u de instellingen van de beveiligingssoftware of firewall op de
juiste wijze te configureren.
Elke server moet zijn aangesloten op hetzelfde subnetwerk als
het toestel.
Als u de service via internet wilt gebruiken, wordt een
breedbandverbinding ten zeerste aanbevolen.
Als u alle aansluitingen hebt uitgevoerd, sluit u het
netsnoer aan.
Op een netwerk aansluiten
Network Attached Storage
(NAS)
Internet
Modem
Router
Netwerkkabel
PC
Het toestel (achterzijde)
Mobiel apparaat
(zoals iPhone)
Opmerking
Het netsnoer aansluiten
Op een
wandstopcontact
Afspelen
14 Nl
Let heel goed op wanneer u cd's afspeelt die zijn opgenomen met DTS.
Als u een cd afspeelt die is gecodeerd met DTS in een cd-speler die DTS niet ondersteunt, hoort u alleen ruis en deze ruis
kan uw luidsprekers beschadigen. Controleer of uw cd-speler cd's ondersteunt die zijn gecodeerd met DTS. Controleer
ook het geluidsniveau van uw cd-speler voordat u een cd gaat afspelen die is gecodeerd met DTS.
1 Druk op A (aan/uit) op het voorpaneel (of
RECEIVER A op de afstandsbediening) om
dit toestel in te schakelen.
2 Draai aan de INPUT-keuzeknop op het
voorpaneel (of druk op een van de
invoerkeuzetoetsen op de
afstandsbediening) om de ingangsbron te
kiezen waarnaar u wilt luisteren.
3 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op
het voorpaneel of op de afstandsbediening
om luidsprekers A en/of B te kiezen.
Als luidsprekerset A of luidsprekerset B is
ingeschakeld,wordt overeenkomstig op het
voorpaneel SP A of SP B wergegeven (p.6).
Als één luidsprekerset met dubbel bedrade verbindingen is
aangesloten, of als gelijktijdig twee luidsprekersets (A en B)
worden gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat op het voorpaneel
SP A en SP B worden weergegeven.
Wanneer u luistert met een hoofdtelefoon, zet dan de
luidsprekers uit.
4 Speel de bron af.
5 Draai aan de VOLUME-regelaar op het
voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de
afstandsbediening) om het
geluidsuitvoerniveau te regelen.
y
U kunt de geluidskwaliteit aanpassen met de regelaars BASS
(lage tonen), TREBLE (hoge tonen), BALANCE (balans) en
LOUDNESS (hoog/laagverhouding) of met de schakelaar PURE
DIRECT op het voorpaneel.
6 Druk op het voorpaneel opnieuw op A (aan/
uit) (of op de afstandsbediening op
RECEIVER A) om het gebruik van dit toestel
te voltooien en het in stand-bymodus in te
stellen.
De PURE DIRECT-schakelaar gebruiken
Leidt ingangssignaal uit uw audiobronnen voorbij de
BASS-, TREBLE-, BALANCE- en LOUDNESS-
regelaars, waardoor het audiosignaal niet wordt beïnvloed
en het puurst mogelijke geluid wordt gecreëerd.
De PURE DIRECT-lamp gaat branden en het
voorpaneelscherm gaat na een paar seconden uit.
De regelaars BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS
werken niet als de functie PURE DIRECT is ingeschakeld.
Deze instelling blijft behouden, zelfs als u dit toestel
uitschakelt.
Afspelen
LET OP
Een bron afspelen
A (aan/uit)
SPEAKERS A/B INPUT-keuzeknop VOLUME
RECEIVER A
VOLUME
SPEAKERS
A/B
SETUP
OPTION
RETURN
ENTER
VOLUME
HOME
PLAYING
DISPLAY
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
LINE1 LINE2 LINE3
PHONO
TUNER
CD
FM AM
USB
NET
Signaalkeuzetoetsen
Opmerkingen
Opmerkingen
PURE DIRECT-schakelaar
BASISBEDIENING
15 Nl
Afspelen
BASISBEDIENING
Nederlands
De regelaars voor BASS en TREBLE
afstellen
De regelaars BASS en TREBLE stellen de hoge en lage
frequentieresponses af.
De middelste stand levert een vlakke klank op.
BASS
Wanneer u vindt dat er niet genoeg bas (geluid met lage
frequenties) is, dan draait u de knop naar rechts. Wanneer
u vindt dat er te veel bas is, dan draait u de knop naar
links.
Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB (20 Hz)
TREBLE
Wanneer u vindt dat er niet genoeg hoog (geluid met hoge
frequenties) is, dan draait u de knop naar rechts. Wanneer
u vindt dat er te veel hoog is, dan draait u de knop naar
links.
Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB (20 kHz)
De BALANCE-regelaar afstellen
Met de BALANCE-regelaar regelt u de geluidsbalans van
de linker en rechter luidsprekers om onevenwichtig geluid
te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing
van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer
waar er wordt geluisterd.
De LOUDNESS-regelaar afstellen
Behoud het volledige klankspectrum bij alle
volumeniveaus, door het verlies van het menselijk oor aan
gevoeligheid voor hoge en lage frequenties bij een laag
volume te compenseren.
Als de schakelaar PURE DIRECT is ingeschakeld terwijl de
LOUDNESS-regelaar op een bepaald niveau is ingesteld,
dan worden de invoersignalen niet langs de LOUDNESS-
regelaar geleid, wat in een plotselinge toename van het
geluidsuitvoerniveau resulteert. Om te voorkomen dat uw
gehoor of de luidsprekers worden beschadigd, dient u
ervoor te zorgen dat de schakelaar PURE DIRECT wordt
ingedrukt nadatu het geluidsuitvoerniveau hebt verlaagd of
nadat u hebt gecontroleerd dat de LOUDNESS-regelaar
juist is ingesteld.
1
Stel de LOUDNESS-regelaar in op de FLAT-stand.
2
Draai aan de VOLUME-regelaar op het
voorpaneel (of druk op VOLUME +/-op de
afstandsbediening) om het
geluidsuitvoerniveau in te stellen op het
luidste niveau waarnaar u zou willen luisteren.
3 Draai aan de LOUDNESS-regelaar tot het
gewenste volume is bereikt.
y
Nadat u de LOUDNESS-regelaar hebt ingesteld, kunt u genieten
van muziek op het volume naar uw keuze. Als het effect van de
instelling van de LOUDNESS-regelaar te sterk of te zwak is, stelt
u de LOUDNESS-regelaar opnieuw af.
BASS
TREBLE
BALANCE
LET OP
LOUDNESS VOLUME
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
VOLUME +/–
16 Nl
Afspelen
Gebruik deze functie om het toestel na een bepaalde
tijdsduur automatisch in stand-bymodus te zetten. De
slaaptimer is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel een
bron afspeelt of opneemt.
De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden
ingesteld.
1 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur
in te stellen voordat het toestel in stand-
bymodus gaat.
Elke keer dat u op SLEEP drukt, wijzigt het
voorpaneel zoals hieronder wordt getoond.
De SLEEP-lamp knippert terwijl u de tijdsduur voor
de slaaptimer instelt.
Als de slaaptimer is ingesteld, zal de SLEEP-lamp op
het voorpaneel branden.
y
Selecteer “Sleep Off” om de slaaptimer uit te schakelen.
De instelling van de slaaptimer kan ook worden geannuleerd
door op de afstandsbediening op RECEIVER A te drukken om
dit toestel in stand-bymodus in te stellen.
De slaaptimer gebruiken
Opmerking
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
LINE1 LINE2 LINE3
PHONO
TUNER
CD
USB
NET
RECEIVER A
SLEEP
SLEEP
S
LEE
P
SLEEP
VOL.
SW
L
R
SP A
Sleep120min.
Luisteren naar FM/AM-radio
17 Nl
BASISBEDIENING
Nederlands
1 Druk op TUNER om TUNER als de
signaalbron te selecteren.
2 Druk op FM of op AM om de ontvangstban
(FM of AM) te selecteren.
3 Houd TUNING H / I langer dan 1 seconde
ingedrukt om afstemmen te starten.
Druk op H om naar een hogere frequentie af te
stemmen.
Druk op I om naar een lagere frequentie af te
stemmen.
De frequentie van de ontvangen zender wordt op het
voorpaneel getoond.
Als een uitzending wordt ontvangen, brandt de
“TUNED”-lamp op het voorpaneel. Als een stereo-
uitzending wordt ontvangen, brandt ook de
“STEREO”-lamp.
Als de afstemmende zoekopdracht niet bij de
gewenste zender stopt omdat de signalen van de
zender te zwak zijn, gebruikt u de volgende toetsen
om een frequentie in te stellen.
TUNING H / I:
de frequentie verlagen/verhogen.
Nummertoetsen:
geef rechtstreeks een frequentie op. Om bijvoorbeeld
98.50 MHz te selecteren, drukt u op “9”, “8”, “5” en
“0” (of ENT).
Wanneer u op de nummertoetsen op de afstandsbediening drukt
terwijl u op een voorkeuzestation afstemt, wordt een
voorkeuzenummer geselecteerd. Stel de afstemmingsmodus in
op frequentie-afstemmingsmodus met behulp
van TUNING H / I, voordat u op de nummertoetsen drukt.
Als u een frequentie invoert die buien het ontvangbare bereik
ligt, dan wordt op het voorpaneel “Wrong Station!”
weergegeven. Let erop dat de ingevoerde frequentie correct is.
y
Als de signaalontvangst voor een FM-radiozender niet stabiel is,
kan het helpen om over te schakelen naar Mono.
FM-ontvangst verbeteren
Als het signaal van het station zwak is en de
geluidskwaliteit is niet goed, stel dan de FM-radio-
ontvangstmodus in op mono om de ontvangst te
verbeteren.
1 Druk herhaaldelijk op MODE om “Stereo”
(automatische stereomodus) of “Mono”
(mono-modus) te selecteren als dit toestel op
een FM-radiozender is afgestemd.
Wanneer u Mono selecteert, worden FM-
uitzendingen weergegeven in mono.
De STEREO-lamp gaat branden op het voorpaneel als u naar een
station in stereo luistert.
Luisteren naar FM/AM-radio
FM/AM afstemmen
TUNING H / I
FM
AM
TUNER
MODE
TV INPUT
TV VOL TV CH
TV
1
2 3 4
5
6 7 8
9
0
10
ENT
+
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
PRESET TUNING
MEMORY
HOME
NOW
PLAYING
USB
NET
Nummertoetsen
STEREO
TUNED
SW
C
L
SL SR
R
VOL .
SP A
FM98.50MHz
Frequentie
Opmerkingen
Opmerking
18 Nl
Luisteren naar FM/AM-radio
U kunt de automatische voorkeuze-afstemfunctie
gebruiken om automatisch FM-stations als
voorkeuzestations te registreren. Met deze functie kan het
toestel automatisch afstemmen op FM-stations met een
sterk signaal en 40 van dergelijke stations in volgorde
opslaan. U kunt dan gemakkelijk zo'n voorkeuzestation
terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren.
Als u een station naar een voorkeuzenummer registreert waarop
al een station is geregistreerd, wordt het eerder geregistreerde
station overgeschreven.
Als het station dat u wilt opslaan een zwak signaal heeft,
probeer dan de handmatige voorkeuze-afstemmethode.
y
FM-stations die met de automatische voorkeuzeregistratie als
voorkeuzestations zijn geregistreerd, klinken in stereo.
Alleen stations de met het Radio Data System worden
uitgezonden, worden automatisch door de functie Auto Preset
(automatische voorkeuze) opgeslagen.
1 Druk op TUNER om TUNER als de
signaalbron te selecteren.
2 Druk op de afstandsbediening op OPTION.
Het menu “OPTION” wordt weergegeven (p. 30).
3 Druk op B / C om “Auto Preset” te selecteren
en druk daarna op ENTER.
Het toestel zoekt ongeveer 5 seconden later de FM-
band af vanaf de laagste frequentie omhoog.
Om het scannen onmiddellijk te starten, houdt u de
toets ENTER ingedrukt.
y
Voor dat het scannen start, kunt u het eerste voorkeuzenummer
aangeven dat moet worden gebruikt. Hiervoor drukt u op PRESET
F
/
G
of op de cursortoets (
B
/
C
) op de afstandsbediening.
Om het scannen te annuleren, drukt u op FM, AM of op
RETURN.
Als het scannen is voltooid, wordt “FINISH”
weergegeven en daarna keert het display terug naar
de oorspronkelijke status.
U kunt handmatig 40 FM/AM-stations registreren
(40 in totaal). U kunt dan gemakkelijk zo'n
voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer
te selecteren.
Een radiosetation handmatig registreren
Selecteer handmatig een radiostation en registreer deze als
een voorkeuzenummer.
1 Volg “FM/AM afstemmen” (p.17) om op het
gewenste radiostation af te stemmen.
2 Houd MEMORY langer dan 2 seconden
ingedrukt.
Wanneer u voor het eerst een station registreert,
wordt het geselecteerde radiostation geregistreerd
met het voorkeuzenummer “01”. Daarna wordt elk
geregistreerd radiostation geregistreerd onder het
volgende lege voorkeuzenummer na het laatst
geregistreerde nummer.
y
Om voor registratie een voorkeuzenummer te selecteren, drukt u
één keer op MEMORY nadat u op het gewenste radiostation hebt
afgestemd. Druk op PRESET F / G om een voorkeuzenummer
te selecteren en druk dan opnieuw op MEMORY.
Automatische voorkeuze-
afstemming (alleen FM -stations)
Opmerkingen
TUNER
CD
FM AM
PRESET TUNING
MEMORY
USB
NET
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
PRESET F / G
RETURN
OPTION
TUNER
ENTER
FM
AM
Cursortoetsen
B
/
C
VOL.
SP A
AutoPreset
Handmatige voorkeuze voor
afstemming
VOL.
SP A
01:FM87.50MHz
Voorkeuzenummer Frequentie
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
PRESET TUNING
MEMORY
USB
NET
PRESET F / G
MEMORY
STEREO
TUNED
SW
C
L
SL SR
R
VOL .
01:FM98.50MHz
Voorkeuzenummer
SW
C
L
SL SR
R
STEREO
TUNED
VOL .
02:Empty
“Empty” (niet in gebruik) of de huidig geregistreerde frequentie
19 Nl
Luisteren naar FM/AM-radio
BASISBEDIENING
Nederlands
U kunt voorkeuzestations terugroepen die zijn
geregistreerd met de automatische of de handmatige
voorkeuzemethode.
1 Druk op TUNER om “TUNER” als de
signaalbron te selecteren.
2 Druk op PRESET F / G om een
voorkeuzenummer te selecteren.
y
Voorkeuzenummers waarvoor geen stations zijn geregistreerd,
worden overgeslagen.
“No Presets” wordt weergegeven als geen setations zijn
geregistreerd.
U kunt een voorkeuzenummer rechtstreeks selecteren door
tijdens het terugroepen van een voorkeuzestation op de
nummertoetsen op de afstandsbediening te drukken. “Empty”
wordt weergegeven op het display als u een voorkeuzenummer
invoert waarop geen station is geregistreerd. “Wrong Num.”
wordt weergegeven als u een ongeldig nummer invoert.
Wanneer u op de nummertoetsen op de afstandsbediening drukt
tijdens normaal afstemmen, wordt een frequentie ingevoerd.
Stel met PRESETF / G de afstemmingsmodus in op de vooraf
ingestelde afstemmingsmodus voordat u op nummertoetsen
drukt.
Wis radiostations die naar de voorkeuzenummers zijn
geregistreerd.
1 Druk op TUNER om “TUNER” als de
signaalbron te selecteren.
2 Druk op OPTION.
3 Gebruik de cursortoetsen om “Clear Preset”
te selecteren en druk op ENTER.
4 Gerbuik de cursortoetsen (B / C) om een
voorkeuzestation te selecteren die moet
worden gewist en druk op ENTER.
Als het voorkeuzestation is gewist, wordt “Cleared”
weergegeven en wordt het volgende gebruikte
voorkeuzenummer weergegeven.
5 Herhaal stap 4 tot alle gewenste
voorkeuzestations zijn gewist.
6 Druk op OPTION om het menu te sluiten.
y
U kunt vanaf het voorpaneel een voorkeuzestation wissen.
a
Druk op het voorpaneel op CLEAR.
b
Draai SELECT/ENTER om het voorkeuzestation te selecteren die u
wilt wissen.
c
Druk op SELECT/ENTER of op CLEAR om het voorkeuzestation
te wissen.
Een voorkeuzestation terugroepen
PRESET F / G
TUNER
TV INPUT
TV VOL TV CH
TV
1
2 3 4
5
6 7 8
9
0
10
ENT
+
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
PRESET TUNING
MEMORY
HOME
NOW
PLAYING
USB
NET
Nummertoetsen
Een voorkeuzestation wissen
TUNER
CD
FM AM
PRESET TUNING
MEMORY
USB
NET
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
OPTION
TUNER
ENTER
Cursortoetsen
B
/
C
VOL .
ClearPreset
STEREO
TUNED
VOL .
SW
L
SL
C
SR
R
SP A
01:FM98.50MHz
CLEAR
Voorkeurstation die u wilt wissen
VOL .
SW
L
SL
C
SR
R
SP A
01:Cleared
CLEAR
20 Nl
Luisteren naar FM/AM-radio
Radio Data System is een systeem voor
gegevensoverdracht dat door FM-stations in een groot
aantal landen wordt gebruikt. Het toestel kan diverse
soorten Radio Data System-gegevens ontvangen, zoals
“Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en
“Clock Time” wanneer het toestel is afgestemd op een
Radio Data System-zender.
De Radio Data System-informatie
weergeven
1 Stem af op de gewenste Radio Data System-
zender.
y
Wij raden u aan om “Auto Preset” te gebruiken om af te stemmen
op de Radio Data System-zenders (p.18).
2 Druk op DISPLAY.
Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander
onderdeel weergegeven.
Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie
voor het weergegeven onderdeel weergegeven.
“Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en “Clock
Time” worden niet weergegeven als het radiostation de Radio
Data System-service niet verstrekt.
Automatisch verkeersinformatie
ontvangen
Als “TUNER” als signaalbron is geselecteerd, ontvangt
het toestel automatisch verkeersinformatie. Als u deze
functie wilt inschakelen, volgt u de procedure hieronder
om het station met verkeersinformatie in te stellen.
1 Als “TUNER” als de signaalbron is
geselecteerd, drukt u op OPTION.
2 Gebruik de cursortoetsen om
“TrafficProgram” te selecteren en druk op
ENTER.
Het zoeken naar het station met verkeersinformatie
begint na ongeveer 5 seconden. Druk nogmaals op
ENTER als u direct met zoeken wilt beginnen.
y
Als u omhoog/omlaag wilt zoeken vanaf de huidige frequentie
drukt u op de cursortoetsen (q/w) terwijl “READY” wordt
weergegeven.
Druk op RETURN als u het zoeken wilt annuleren.
Met tekst tussen haakjes worden indicators op het display op het
voorpaneel aangegeven.
Het volgende scherm wordt ongeveer 3 seconden
weergegeven als het zoeken is voltooid.
“TP Not Found” wordt gedurende ongeveer 3 seconden
weergegeven als er geen stations met verkeersinformatie zijn
gevonden.
Radio Data System afstemmen
Program Service Naam programmaservice
Program Type Type van het huidige programma
Radio Text Informatie over het huidige programma
Clock Time Huidige tijd
Frequency Frequentie
Opmerking
DISPLAY
DISC SKIP
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
STEREO
VOL .
TUNED
ProgramType
INFO
SP A
Naam onderdeel
STEREO
VOL .
TUNED
CLASSICS
9850
SP A
Informatie
Opmerking
DISC SKIP
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
OPTION
RETURN
ENTER
Cursortoetsen
B
/
C
STEREO
VOL.
TUNED
TPFM101.30MHz
FINISH
SP A
Station met verkeersinformatie (frequentie)
iPod-muziek weergeven
21 Nl
BASISBEDIENING
Nederlands
U kunt iPod-muziek op het toestel weergeven met een USB-kabel die bij de iPod is geleverd.
Afhankelijk van het model of de softwareversie van een iPod is
het mogelijk dat een iPod niet wordt gedetecteerd door het toestel
of dat sommige functies niet compatibel zijn.
Sluit uw iPod op het toestel aan met de USB-kabel die bij
de iPod is geleverd.
1 Sluit de USB-kabel aan op de iPod.
2 Sluit de USB-kabel aan op de USB-
aansluiting.
y
De iPod wordt opgeladen terwijl deze op het toestel is
aangesloten. Als u het toestel in de stand-bymodus zet terwijl de
iPod wordt opgeladen, gaat het opladen van de iPod maximaal 4
uur gewoon door.
Als “NET Standby” (p.32) in het menu “SETUP” is ingesteld op
“On”, gaat het zonder limiet door met veranderen.
Koppel de iPod los van de USB-aansluiting wanneer de iPod niet
wordt gebruikt.
Volg de procedure hieronder om de inhoud van de iPod te
bedienen en de weergave te starten.
“_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het
toestel niet ondersteunt.
1 Druk op USB om “USB” als de signaalbron te
selecteren.
2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen
gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven.
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het
voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
Als u de iPod handmatig wilt bedienen om inhoud te selecteren
of het weergeven te bedienen, schakelt u naar de modus voor
eenvoudig afspelen (p.22).
iPod-muziek weergeven
Opmerking
Gemaakt voor
iPod touch (1ste, 2de, 3de, 4de en 5de generatie)
iPod nano (2de, 3de, 4de, 5de, 6de en 7de generatie)
iPhone 5, iPhone 4S, iPhone 4, iPhone 3GS, iPhone 3G,
iPhone
iPad (4de generatie), iPad mini, iPad (3de generatie),
iPad 2, iPad
(vanaf augustus 2013)
Een iPod aansluiten
Opmerking
Het toestel (voorzijde)
VOL .
SW
C
LR
SL SR
Connected
USB
SP A
Afspelen van iPod-inhoud
Opmerking
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
DISC SKIP
PRESET TUNING
MEMORY
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
1
2 3 4
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
USB
NET
DISPLAY
USB
SHUFFLE
REPEAT
MODE
HOME
NOW PLAYING
ENTER
RETURN
DISPLAY
Cursortoetsen
Bedieningstoetsen
voor extern apparaat
VOL.
SW
L
R
SP A
Music
VOL.
SW
L
R
SP A
Track#1
22 Nl
iPod-muziek weergeven
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om
de weergave te besturen.
De iPod zelf bedienen of met de
afstandsbediening (eenvoudig afspelen)
1 Druk op MODE om naar de modus voor
eenvoudig afspelen te schakelen.
Tussen de modus voor eenvoudig afspelen wordt op
het voorpaneel alleen de ingangsnaam weergegeven.
Als u de afspeelinformatie bevestigt, dient u het iPod-
scherm te raadplegen.
y
Als u de modus voor eenvoudig afspelen wilt afsluiten, drukt u
opnieuw op MODE.
2 Bedien de iPod zelf of de afstandsbediening
om het afspelen te starten.
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle van uw iPod
configureren.
1 Als de invoerbron “USB” is, drukt u
herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE om
de afspeelmethode te selecteren.
y
Herhalen/shuffle kan ook in het menu “OPTION” worden
aangegeven (p. 30).
De handeling of weergave van herhalen/shuffle kan verschillen.
Dit hangt af van het gebruikte type of de versie software van
iPod.
Bedieningstoetsen
voor extern
apparaat
Function
p
Hervat het afspelen na het pauzeren.
s
Stopt het afspelen.
e
Stopt het weergeven tijdelijk.
b
Gaat vooruit/terug.
a
w
Zoekt voorwaarts/achterwaarts (ingedrukt
houden).
f
HOME
Geeft het hoofdmenu van de iPod weer.
NOW PLAYING
Geeft informatie weer of het nummer dat
wordt afgespeeld.
Beschikbare
afstandsbedienings
toetsen
Functie
Cursortoetsen
Hiermee kunt u een item selecteren.
ENTER
Bevestigt de selectie.
RETURN
Keert terug naar de vorige status.
Bedienings
toetsen
voor extern
apparaat
p
Start of stopt het afspelen tijdelijk.
e
s
Stopt het afspelen.
b
Gaat vooruit/terug.
a
w
Zoekt voorwaarts/achterwaarts
(ingedrukt houden).
f
Item Instelling Functie
Repeat
Off Zet de functie herhalen uit.
One Speelt het huidige nummer
herhaaldelijk af.
All Speelt alle nummers herhaaldelijk af.
Shuffle
Off Zet de functie afspelen in willekeurige
volgorde uit.
Songs Speelt nummers in willekeurige
volgorde af.
Albums Speelt albums in willekeurige
volgorde af.
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat
23 Nl
BASISBEDIENING
Nederlands
U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op een USB-opslagapparaat weergeven op het toestel. Raadpleeg de
handleidingen bij het USB-opslagapparaat voor meer informatie.
Het toestel ondersteunt USB-apparaten voor massaopslag (FAT16- of FAT32-indeling).
Het toestel ondersteunt WAV (alleen PCM-indeling), MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC- en FLAC-bestanden (audio voor maar 1- of 2-
kanalen).
Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV- en FLAC-bestanden en 48 kHz voor andere bestanden.
Afhankelijk van het model of de fabrikant van het USB-opslagapparaat is het mogelijk dat sommige functies niet compatibel zijn.
DRM-inhoud (Digital Rights Management) kan niet worden afgespeeld.
1 Sluit het USB-opslagapparaat aan op de
USB-aansluiting.
y
Als een USB-opslagapparaat veel gegevensbestanden bevat, kan
het laden ervan lang duren. In dit geval wordt “Loading...” op de
display op het voorpaneel weergegeven.
Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-aansluiting
wanneer het niet wordt gebruikt.
Stop weergave van het USB-opslagapparaat voordat u het
loskoppelt van de USB-aansluiting.
U kunt de pc niet aansluiten op de USB-aansluiting van het
toestel.
Volg de procedure hieronder om de inhoud van het USB-
opslagapparaat te bedienen en het afspelen te starten.
“_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het
toestel niet ondersteunt.
1
Druk op USB om “USB” als de signaalbron te
selecteren.
2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen
gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven.
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat
Opmerkingen
Een USB-opslagapparaat
aansluiten
Opmerkingen
Het toestel (voorzijde)
USB-opslagapparaat
VOL .
SW
C
LR
SL SR
Connected
USB
SP A
Weergeven van de inhoud van een USB-
opslagapparaat
Opmerking
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
DISC SKIP
PRESET TUNING
MEMORY
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
1
2 3 4
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
USB
NET
DISPLAY
USB
SHUFFLE
REPEAT
HOME
NOW PLAYING
ENTER
RETURN
DISPLAY
Cursortoetsen
Bedieningstoetsen
voor extern apparaat
VOL.
SW
L
R
SP A
Blues
VOL.
SW
L
R
SP A
Track#3
24 Nl
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het
voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
Als u een bestand selecteert dat niet door dit toestel wordt
ondersteund, verschijnt boven de bestandsnaam.
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om
de weergave te besturen.
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor afspelen
van de inhoud van een USB-opslagapparaat configureren.
1 Als de invoerbron “USB” is, drukt u
herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE om
de afspeelmethode te selecteren.
y
Herhalen/shuffle kan ook in het menu “OPTION” worden
aangegeven (p. 30).
Bedieningstoetsen
voor extern
apparaat
Function
p
Hervat het afspelen na het pauzeren.
s
Stopt het afspelen.
e
Stopt het weergeven tijdelijk.
b
Gaat vooruit/terug.
a
HOME
Geeft het hoofdmenu van het USB-apparaat
weer.
NOW PLAYING
Geeft informatie weer of het nummer dat
wordt afgespeeld.
Item Instelling Functie
Repeat
Off Zet de functie herhalen uit.
One
Speelt het huidige nummer
herhaaldelijk af.
All
Speelt alle nummers in het huidige
album (map) herhaaldelijk af.
Shuffle
Off
Zet de functie afspelen in willekeurige
volgorde uit.
On
Speelt nummers in het huidige album
(map) in willekeurige volgorde af.
Muziek afspelen van mediaservers (pc’s/NAS)
25 Nl
BASISBEDIENING
Nederlands
U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op uw pc of met DLNA compatibele NAS afspelen op het toestel.
Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw pc op dezelfde router zijn aangesloten (p.13). In “Information” (p.32) in het
menu “SETUP” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen.
Het toestel ondersteunt het afspelen van WAV- (alleen PCM-indeling), MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC- en FLAC-bestanden.
Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV- en FLAC-bestanden en 48 kHz voor andere bestanden.
Als u FLAC-bestanden wilt afspelen, moet u serversoftware op uw pc installeren die het delen van FLAC-bestanden via DLNA
ondersteunt of een NAS gebruiken die FLAC-bestanden ondersteunt.
Om met dit toestel muziekbestanden in uw computer af te
spelen, moet u tussen het toestel en de computer delen van
media instellen (WIndows Media Player 11 of later). Hier
wordt het instellen van Windows Media Player in
Windows 7 as voorbeeld genomen.
1 Start Windows Media Player 12 op uw pc.
2 Selecteer “Streamen” en daarna
“Mediastreaming inschakelen.
Het venster van configuratiescherm van uw pc wordt
getoond.
3 Klik op “Mediastreaming inschakelen.
4 Selecteer “Toegestaan” van de
vervolgkeuzelijst naast “R-N500”.
5 Klik op “OK” om af te sluiten.
y
Raadpleeg Help van Windows Media Player voor details over
instellingen voor delen van media.
Voor Windows Media Player 11
a
Start de Windows Media Player 11 op uw pc.
b Selecteer “Mediabibliotheek” en daarna “Media delen.”
c Schakel het vak “Mijn media delen met” in, selecteer het
pictogram “R-N500” en klik daarna op “Toestaan”.
d Klik op “OK” om af te sluiten.
Voor een pc of een NAS waarop andere
DLNA-serversoftware is geïnstalleerd
Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw apparaat of de
software en configureer de instellingen voor delen van media.
Muziek afspelen van mediaservers (pc’s/NAS)
Opmerkingen
Het delen van muziekbestanden
via media instellen
(voorbeeld van Engelse versie)
26 Nl
Muziek afspelen van mediaservers (pc’s/NAS)
Volg de procedure hieronder om de muziek inhoud van de
pc te bedienen en het afspelen te starten.
“_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het
toestel niet ondersteunt.
1 Druk herhaaldelijk op NET om “SERVER” als
signaalbron te selecteren.
y
Als er op uw pc een muziekbestand wordt afgespeeld dat vanaf
het toestel is geselecteerd, wordt de afspeelinformatie
weergegeven.
2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een
muziekserver te selecteren en druk op
ENTER.
3 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen
gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven.
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het
voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
Als u een bestand selecteert dat niet door dit toestel wordt
ondersteund, verschijnt boven de bestandsnaam.
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om
de weergave te besturen.
y
U kunt ook een DLNA compatibele Digital Media Controller
(DMC) gebruiken voor het bedienen van het afspelen. Zie “DMC
Control” (p.32) voor details.
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor het
afspelen van de muziekinhoud van de pc configureren.
1 Als de signaalbron “SERVER” is, drukt u
herhaaldelijk op REPEAT of SHUFFLE om de
afspeelmethode te selecteren.
y
Herhalen/shuffle kan ook in het menu “OPTION” worden
aangegeven (p. 30).
Afspelen van PC-muziekinhoud
Opmerking
NET
OPTION
SHUFFLE
REPEAT
HOME
NOW PLAYING
ENTER
RETURN
DISPLAY
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
DISC SKIP
PRESET TUNING
MEMORY
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
1
2 3 4
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
USB
NET
DISPLAY
Cursortoetsen
Bedieningstoetsen
voor extern apparaat
VOL.
SW
L
R
SP A
NASA
Naam muziekserver
VOL.
SW
L
R
SP A
Song01
Bedieningstoetsen
voor extern
apparaat
Functie
p
Hervat het afspelen na het pauzeren.
s
Stopt het afspelen.
e
Stopt het afspelen tijdelijk.
b
Gaat vooruit/terug.
a
HOME
Geeft de hoofdmap van de muziekserver
weer.
NOW PLAYING
Geeft informatie weer of het nummer dat
wordt afgespeeld.
Item Instelling Functie
Repeat
Off Zet de functie herhalen uit.
One
Speelt het huidige nummer
herhaaldelijk af.
All
Speelt alle nummers in het huidige
album (map) herhaaldelijk af.
Shuffle
Off
Zet de functie afspelen in willekeurige
volgorde uit.
On
Speelt nummers in het huidige album
(map) in willekeurige volgorde af.
Luisteren naar internetradio
27 Nl
BASISBEDIENING
Nederlands
U kunt luisteren naar internetradiozenders uit de hele wereld.
Om deze functie te gebruiken, moet het toestel verbinding
hebben met internet (p.13). In “Information” (p.32) in het menu
“SETUP” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals
het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen.
U kunt sommige internetradiozenders mogelijk niet ontvangen.
Het toestel gebruikt de vTuner-databaseservice voor
internetradiozenders.
Deze service kan zonder kennisgeving worden gestopt.
1 Druk herhaaldelijk op NET om “NET RADIO”
als signaalbron te selecteren.
De zenderlijst verschijnt op het voorpaneel.
2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
Als er een internetradiozender is geselecteerd, wordt
de weergave gestart en wordt de afspeelinformatie
weergegeven.
Als u tijdens afspelen de zenderlijst wilt weergeven,
drukt u op HOME. Om naar de afspeelinformatie
terug te keren, drukt u op NOW PLAYING.
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het
voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
Door de volgende website vanaf de webbrowser van uw
computer te openen, kunt u uw favoriete internetradiozenders in
de map Bladwijzers registreren.
Voordat u een internetradiozender registreert, speelt u op dit
toestel een willekeurige internetradiozender af.
Om de account aan te maken die voor registratie wordt
vereist, hebt u het vTuner-id van dit toestel (het MAC-adres
van dit toestel) en een e-mailadres nodig. U kunt het vTuner-
id van dit toestel bevestigen in “Information” van het menu
“Network Setup (SETUP)” (p. 32).
http://yradio.vtuner.com/
Gebruik de bedieningstoets voor externe apparaten (s) om het
afspelen te stoppen.
Sommige informatie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijke
van de zender.
Luisteren naar internetradio
Opmerkingen
NET
HOME
NOW PLAYING
ENTER
RETURN
DISPLAY
LINE1 LINE2 LINE3
SHUFFLE
REPEAT
MODE
PHONO
TUNER
CD
FM AM
DISC SKIP
PRESET TUNING
MEMORY
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
1
2 3 4
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
USB
NET
DISPLAY
Cursortoetsen
Bedieningstoetsen
voor extern apparaat
VOL.
SW
L
R
SP A
Bookmarks
VOL.
SW
L
R
SP A
JazzST
Afspelen van iTunes/iPod-muziek via een netwerk (AirPlay)
28 Nl
Met de functie AirPlay kunt u iTunes/iPod-muziek via het
netwerk weergeven op het toestel.
Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw pc of iPod
op dezelfde router zijn aangesloten (p.13). In “Information” (p.32)
in het menu “SETUP” kunt u controleren of de netwerkparameters
(zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen.
Volg de procedure hieronder om iTunes/iPod-
muziekinhoud weer te geven op het toestel.
1
Schakel het toestel in en start iTunes op de pc
of geef het weergavescherm weer op de iPod.
Als de iTunes/iPod het toestel herkent, wordt het
pictogram AirPlay ( ) weergegeven.
Als het pictogram niet wordt weergegeven, controleert u of het
toestel en pc/iPod goed op de router zijn aangesloten.
2
Klik (tik) op de iTunes/iPod op het pictogram
AirPlay en selecteer het toestel (netwerknaam
van het toestel) als het audioweergaveapparaat.
3 Selecteer een nummer en start de weergave.
Het toestel selecteert automatisch “AirPlay” als de
signaalbron en start de weergave. De afspeelinformatie
wordt op het voorpaneel weergegeven.
y
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het
voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
U kunt het toestel automatisch inschakelen bij het starten van
het afspelen op iTunes of iPod door “NET Standby” (p.32) in
het menu SETUP in te stellen op “On”.
U kunt de netwerknaam (de naam van het toestel op het
netwerk) die op iTunes/iPod wordt weergegeven bewerken in
“Network Name” (p.33) in het menu “SETUP”.
Als u de andere signaalbron op het toestel selecteert tijdens de
weergave, stopt de weergave op de iTunes/iPod automatisch.
U kunt het volume van het toestel tijdens het afspelen aanpassen
vanaf de iTunes/iPod. Om de volumeregelaars vanaf iTunes/
iPod uit te schakelen, stelt u “Vol.Interlock” (p.30) in menu
“OPTION” in op “Off”.
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om
de weergave te besturen.
Als u de iTunes-weergave wilt bedienen met de
afstandsbediening van het toestel, moet u vooraf de iTunes-
voorkeuren zodanig configureren dat iTunes-besturing vanaf
externe luidsprekers is ingeschakeld.
Afspelen van iTunes/iPod-muziek via een netwerk (AirPlay)
Opmerking
AirPlay werkt met iPhone, iPad en iPod touch met iOS 4.3.3
of later, Mac met OS X Mountain Lion en Mac en pc met
iTunes 10.2.2 of later.
(vanaf augustus 2013)
Weergave van iTunes/iPod-muziekinhoud
Opmerking
PC
iTunes
Router
De weergave wordt
gestart
iPod
Start weergave
op iTunes
of iPod
Het toestel
iTunes (voorbeeld)
iPod (voorbeeld)
iTunes (voorbeeld) iPod (voorbeeld)
Netwerknaam van het toestel
Let op
Als u de iTunes/iPod-toetsen gebruikt om het volume te
regelen, kan het volume onverwachts hard klinken. Hierdoor
kunnen het toestel of de luidsprekers beschadigd raken. Als het
volume plotseling toeneemt tijdens weergave, stopt u
onmiddellijk de weergave op de iTunes/iPod.
Bedieningstoetsen
voor extern
apparaat
p
Hervat het afspelen na het pauzeren.
s
Stopt het afspelen.
e
Stopt het afspelen tijdelijk.
b
Gaat vooruit/terug.
a
Herhalen
Wijzigt de instellingen voor Herhalen
Shuffle Wijzigt de Shuffle-instellingen
Opmerking
iTunes (voorbeeld van Engelse versie)
Schakel dit
vakje in
Informatie wisselen op het display van het voorpaneel
29 Nl
BASISBEDIENING
Nederlands
Als u USB of een netwerkbron als de invoerbron selecteert, kunt u op het voorpaneel ook afspeelinformatie wisselen.
1 Druk op DISPLAY.
Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander
onderdeel weergegeven.
Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie
voor het weergegeven onderdeel weergegeven.
Informatie wisselen op het display van het voorpaneel
Invoerbron Item
USB (iPod)
SERVER
AirPlay
Song (titel van nummer), Artist (naam
artiest), Album (naam album), Time
NET RADIO
Song (titel nummer), Album (naam album),
Station (naam zender), Time
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
DISPLAY
VOL.
SP A
Song
Naam onderdeel
VOL.
SP A
Track#1
Informatie
Afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu OPTION)
30 Nl
U kunt afzonderlijke afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen. Met dit menu kunt u tijdens het
afspelen gemakkelijk instellingen configureren.
1 Druk op OPTION.
2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk tijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren
naar de vorige status.
3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om een
instelling te selecteren.
4 Druk op OPTION om het menu te sluiten.
y
Welke onderdelen beschikbaar zijn, is afhankelijk van de
geselecteerde signaalbron.
Volume Trim
Corrigeert volumeverschillen tussen signaalbronnen. Als
u hinder ondervindt van volumeverschillen bij het
schakelen tussen signaalbronnen, gebruikt u deze functie
om dat te corrigeren.
y
Deze instelling wordt afzonderlijk op elke signaalbron toegepast.
Instelbereik
-10,0 dB tot +10,0 dB (stappen van 0,5 dB)
Standaard
0,0 dB
Signal Info
Geeft informatie weer over audiosignalen.
Keuzes
y
Druk herhaaldelijk op de cursortoetsen (B/C) om de informatie
op het display op het voorpaneel te wisselen.
Vol.Interlock
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod via
AirPlay.
Instellingen
Afspeelinstellingen configureren voor verschillende
afspeelbronnen (menu OPTION)
OPTION menu-items
Item Functie
Pagina
Volume Trim
Corrigeert volumeverschillen tussen
signaalbronnen.
30
Signal Info
Geeft informatie weer over het
audiosignaal.
30
Auto Preset
Registreert automatisch FM-
radiostations met sterke signalen als
voorkeuzestations.
18
Clear Preset
Wist radiostations die naar
voorkeuzenummers zijn geregistreerd.
19
TrafficProgram
Zoekt automatisch naar een station met
verkeersinformatie.
20
Repeat
Configureert de herhaalinstelling voor de
iPod, het USB-opslagapparaat of de
mediaserver.
22, 24,
26
Shuffle
Configureert de shuffle-instelling voor de
iPod, het USB-opslagapparaat of de
mediaserver.
22, 24,
26
Vol.Interlock
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf
iTunes/iPod via AirPlay.
30
ENTER
RETURN
OPTION
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
Cursortoetsen
VOL.
SP A
VolumeTrim
FORMAT De audio-indeling van het ingangssignaal.
CHAN
Als andere dan twee-kanalige audio wordt
ingevoerd, is de indicatie “---”.
SAMPL
Het aantal samples per seconde van het digitale
ingangssignaal.
Off Schakelt volumeknoppen uit vanaf iTunes/iPod.
Ltd
(standaard)
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod
binnen het beperkte bereik (-80,0 dB tot 0,0 dB en
gedempt).
Full
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod
binnen het volledige bereik (-80,0 dB tot +16,5 dB
en gedempt).
GEAVANCEERDE BEDIENING
Verschillende functies configureren (menu SETUP)
31 Nl
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Nederlands
U kunt de verschillende functies van het toestel configureren.
1 Druk op SETUP.
2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een
menu te selecteren.
3 Druk op ENTER.
4 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om een
instelling te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk tijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren
naar de vorige status.
5 Sluit af vanuit het menu door op SETUP te
drukken.
Verschillende functies configureren (menu SETUP)
SETUP
ENTER
RETURN
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
Cursortoetsen
VOL.
SP A
NetworkSetup
VOL.
SP A
InitialVolume
VOL.
SP A
IniVol.+16.5dB
Onderdelen van het menu SETUP
Menu-item Functie
Pagina
Network
Setup
Information
Geeft de netwerkinformatie
van het toestel weer.
32
IP Address
Configureert de
netwerkparameters
(zoals IP-adres).
32
MAC Filter
Stelt het MAC-adresfilter in
om te verhinderen dat andere
netwerkapparaten toegang
krijgen tot het toestel.
32
DMC Control
Bepaalt of een DLNA-
compatibele Digital Media
Controller (DMC) het
afspelen mag besturen.
32
NET Standby
Bepaalt of de functie die het
toestel inschakelt vanaf
andere netwerkapparaten
moet worden ingeschakeld/
uitgeschakeld.
32
Network Name
Bewerkt de netwerknaam (de
naam van het toestel op het
netwerk) die andere
netwerkapparaten wordt
weergegeven.
33
Update
Werkt de firmware bij via het
netwerk.
33
Max Volume
Stelt het maximale volume in
om een extreem
geluidsvolume te voorkomen.
33
Initial Volume
Stelt het eerste volume in op
het moment dat het toestel
wordt ingeschakeld.
33
AutoPowerStdby
Stelt de hoeveelheid tijd in
voor de automatische stand-
byfunctie.
33
ECO Mode
Schakelt de eco-modus
(energiebesparingsmodus) in
of uit.
33
DC OUT
Bepaalt hoe er stroom wordt
toegevoerd via de DC OUT-
aansluiting.
33
32 Nl
Verschillende functies configureren (menu SETUP)
Configureert de netwerkinstellingen.
Information
Geeft de netwerkinformatie van het toestel weer.
IP Address
Configureert de netwerkparameters (zoals IP-adres).
DHCP
Bepaalt of een DHCP-server wordt gebruikt.
Handmatige netwerkinstellingen
1 Stel “DHCP” in op “Off”.
2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een
parametertype te selecteren.
3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om de
bewerkingspositie te selecteren.
(Voorbeeld: IP-adresinstelling)
Gebruik de cursortoetsen (
D
/
E
) om tussen segmenten
(Adres1, Adres2...) van het adres te schakelen.
4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) of
nummertoetsen om een waarde te wijzigen.
5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
MAC Filter
Stelt het MAC-adresfilter in om te verhinderen dat andere
netwerkapparaten toegang krijgen tot het toestel.
Filter
Schakelt het MAC-adresfilter in/uit.
Filterinstellingen MAC-adres
1 Stel “Filter” in op “On”.
2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een
MAC-adresnummer (01 tot 10) te selecteren.
3
Gebruik de cursortoetsen (
D
/
E
) om de
bewerkingspositie te verplaatsen en de
cursortoetsen (
B
/
C
) om een waarde te selecteren.
4 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
y
Als u “AirPlay” (p.28) en “DMC Control” (p.32) gebruikt, kunt
u, ondanks de MAC-adresfilter, niet de toegang beperken van
netwerkapparaten.
DMC Control
Bepaalt of een DLNA-compatibele Digital Media
Controller (DMC) het afspelen mag besturen.
y
Een Digital Media Controller (DMC) is een apparaat dat via het
netwerk andere netwerkapparaten kan bedienen. Als deze functie
is ingeschakeld, kunt u het afspelen van het toestel bedienen met
DMC’s (zoals Windiow Media Player 12) op hetzelfde netwerk.
NET Standby
Bepaalt of het toestel kan worden ingeschakeld vanaf
andere apparaten in het netwerk (netwerk stand-by).
Network Setup
NewFwAvailable
Verschijnt als voor de firmware van dit
toestel een updat beschikbaar is (p.39).
STATUS
De verbindingsstatus van de NETWORK-
aansluiting
MAC MAC address (MAC-adres)
IP IP address (IP-adres)
SUBNET Subnet mask (subnetmasker)
GTWY Het IP-adres van de standaardgateway
DNS P Het IP-adres van de primaire DNS-server
DNS S Het IP-adres van de secundaire DNS-server
VTUNER Het id van de internetradio (vTuner)
Off
Er wordt geen DHCP-server gebruikt. U moet de
netwerkparameters handmatig configureren. Zie
“Handmatige netwerkinstellingen” voor meer
informatie.
On
(standaard)
Er wordt een DHCP-server gebruikt om de
netwerkparameters (zoals IP-adres) van het toestel
automatisch te bepalen.
Address Hierin kunt u een IP-adres opgeven.
Subnet
Mask
Hierin kunt u een subnetmasker opgeven.
Default
Gateway
Geeft het IP-adres aan van de standaardgateway.
DNS
Server(P)
Hierin kunt u het IP-adres van de primaire DNS-
server opgeven.
DNS
Server(S)
Hierin kunt u het IP-adres van de secundaire
DNS-server opgeven.
VOL.
SP A
Address1192
Off
(standaard)
Schakelt het MAC-adresfilter uit.
On
Schakelt het MAC-adresfilter in. Geef in “MAC
Address 01–10” het MAC-adres aan van de
netwerkapparaten die toestemming hebben voor
toegang tot het toestel.
Disable Weergave kan niet worden bediend met DMCs.
Enable
(standaard)
Weergave kan worden bediend met DMC’s.
Off
(standaard)
Schakelt de netwerk stand-byfunctie uit.
On
Schakelt de netwerk stand-byfunctie in. (Het
toestel verbruikt meer stroom dan wanneer “Off”
is geselecteerd.)
33 Nl
Verschillende functies configureren (menu SETUP)
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Nederlands
Network Name
Bewerkt de netwerknaam (de naam van het toestel op het
netwerk) die andere netwerkapparaten wordt
weergegeven.
1 Selecteer “Network Name”.
2 Druk op ENTER om de weergave voor
naambewerking te openen.
3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om de
bewerkingspositie te verplaatsen en de
cursortoetsen (B / C) om een teken te
selecteren.
4 Druk op ENTER om de nieuwe naam te
bevestigen.
5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
Update
Werkt de firmware bij via het netwerk.
Stelt het maximale volume in om een extreem
geluidsvolume te voorkomen.
Instelbereik
-30,0 dB tot +15,0 dB (stappen van 5,0 dB), +16,5 dB
Standaard
+16,5 dB
Stelt het eerste volume in wanneer de ontvanger wordt
ingeschakeld.
Stelt de hoeveelheid tijd in voor de automatische stand-byfunctie.
Als u het toestel niet gebruikt gedurende een opgegeven tijd,
wordt het toestel automatisch in de stand-bymodus gezet.
y
Net voordat de stand-bymodus op het toestel wordt geactiveerd,
wordt “AutoPowerStdby” weergegeven en begint het aftellen op
de display van het voorpaneel.
Schakelt de eco-modus (energiebesparingsmodus) in of uit.
Als de eco-modus is ingeschakeld, kunt u het
stroomverbruik van het toestel verminderen.
Zorg dat u op ENTER drukt om het toestel opnieuw te starten
nadat u een instelling hebt geselecteerd. De nieuwe instelling
wordt van kracht nadat het toestel opnieuw is gestart.
Als “ECO Mode” is ingesteld op “On”, kan het display van het
voorpaneel donker worden.
Als u audio met een hoog volume wilt afspelen, stelt u “ECO
Mode” in op “Off”.
Configueert de DC OUT aansluiting.
Power Mode
Bepaalt hoe voeding naar de Yamaha AV-accessoire wordt
geleverd die metde DC OUT-aansluiting is verbonden.
Perform
Update
Start het proces voor het bijwerken van de
firmware van het toestel. Zie “De firmware van
het toestel bijwerken via het netwerk” (p.39) voor
details.
Version
Geeft de versie weer van de firmware die op het
toestel is geïnstalleerd.
ID Geeft het systeem-id-nummer weer.
Max Volume
VOL.
SP A
NetworkName
VOL.
SP A
R-N500XXXXXX
Network name (naam netwerk)
VOL.
SP A
R-N500XXXXXX
Initial Volume
Off (standaard)
Stelt het volume in op het niveau dat was
ingesteld op het moment dat dit toestel in de
stand-bymodus werd gezet.
Mute
Stelt het toestel zo in dat de audioweergave
wordt gedempt.
-80,0 dB tot
+16,5 dB
(stappen van 0,5 dB)
Stelt het niveau in op een opgegeven
volumeniveau.
AutoPowerStdby
Off
Het toestel wordt niet automatisch in de stand-
bymodus gezet.
2 hours,
4hours,
8hours
(standaard)
,
12 hours
Het toestel wordt in de stand-bymodus gezet als u
het toestel niet bedient gedurende de opgegeven
tijd. Als bijvoorbeeld “2 hours” is geselecteerd,
schakelt het toestel over naar de stand-bymodus
als u het twee uur niet hebt gebruikt.
ECO Mode
Off (standaard) Schakelt de eco-modus uit.
On Schakelt de eco-modus in.
Opmerkingen
DC OUT
Cont
(standaard)
Levert continu voeding via de DC OUT-
aansluiting, ongeacht de vermogenstatus (aan/
stand-by) van het toestel.
Sync
Levert alleen voeding via de DC OUT-aansluiting
als het toestel is ingeschakeld.
De systeeminstellingen configureren (ADVANCED SETUP-menu)
34 Nl
Configureer de systeeminstellingen van het toestel via het display op het voorpaneel.
1 Schakel het toestel uit.
2
Houd
RETURN
op het voorpaneel ingedrukt en
druk op
A (aan/uit).
3 Draai SELECT/ENTER om een onderdeel te
selecteren.
4 Druk op SELECT/ENTER om een instelling te
selecteren.
5 Druk op A (aan/uit) om het toestel uit te
schakelen en daarna weer in te schakelen.
De nieuwe instellingen worden van kracht.
Wijzig de instellingen van de luidsprekerimpedantie van
het toestel overeenkomstig de impedantie van de
aangesloten luidsprekers.
Instellingen
Wijzig de afstandsbedienings-ID van het toestel zodat deze
overeenstemt met de ID van de afstandsbediening (standaard:
ID2). Bij het gebruik van meerdere Yamaha AV-receivers
kunt u elke afstandsbediening instellen met een unieke
afstandsbedienings-ID voor de bijbehorende ontvanger.
Instellingen
ID1, ID2 (standaard)
De afstandsbedienings-ID van de
afstandsbediening wijzigen
1 Om ID1 te selecteren, houdt u nummertoets
“1” langer dan 3 seconden ingedrukt, terwijl
u de ID ingedrukt houdt.
Om ID2 te selecteren, houdt u nummertoets
“2” langer dan 3 seconden ingedrukt, terwijl
u de ID ingedrukt houdt.
Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is
geregistreerd, verschijnt op het display van het
voorpaneel “Rem: Success”.
Als “Rem: Fail” op het display van het voorpaneel
verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 1.
y
De geregistreerde afstandsbedieningscodes (p.36) worden niet
gewist als u de afstandsbedienings-ID wijzigt.
De systeeminstellingen configureren (ADVANCED SETUP-menu)
Onderdelen van het menu
ADVANCED SETUP
Item Functie Pagina
SP IMP.
Wijzigt de instelling van de
luidsprekerimpedantie.
34
REMOTE ID
Selecteert de afstandsbedienings-id
van het toestel.
34
INIT Herstelt de standaardinstellingen. 35
UPDATE Werkt de firmware bij. 35
VERSION
Controleert de versie van de firmware
die momenteel is geïnstalleerd op het
toestel.
35
A (aan/uit)
SELECT/ENTER
RETURN
De instelling van de
luidsprekerimpedantie (SP IMP.)
wijzigen
4 
Selecteer deze optie als u luidsprekers van 4 ohm
wilt aansluiten op het toestel.
8 
(standaard)
Selecteer deze optie als u luidsprekers van 8 ohm
wilt aansluiten op het toestel.
De afstandsbedienings-id
selecteren (REMOTE ID)
SPIMP.8MIN
REMOTEIDID2
35 Nl
De systeeminstellingen configureren (ADVANCED SETUP-menu)
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Nederlands
Herstelt de standaardinstellingen van het toestel.
Keuzes
Wanneer dit nodig, is verschijnt er nieuwe firmware die
extra eigenschappen of productverbeteringen bevat.
Updates kunnen worden gedownload van onze website.
Als het toestel is aangesloten op het internet, kunt u de
firmware bijwerken via het netwerk. Raadpleeg de
bijbehorende informatie bij de updates voor details.
Firmware updateprocedure
Voer deze procedure niet uit tenzij een update van de
firmware noodzakelijk is. Lees de bijbehorende informatie
bij de updates voordat u de firmware bijwerkt.
1 Druk herhaaldelijk op SELECT/ENTER om
“USB” of “NETWORK” te selecteren en druk
op DISPLAY om de update van de firmware te
starten.
Keuzes
y
Als het toestel via het netwerk nieuwere firmware detecteert,
verschijnt “NewFwAvailable” als het “Information” menu-item
in “Network Setup”. In dit geval kunt u ook de firmware van het
toestel bijwerken door de procedure te volgen in “De firmware
van het toestel bijwerken via het netwerk” (p.39).
Controleer de versie van de firmware die momenteel is
geïnstalleerd op het toestel.
y
U kunt de versie van de firmware eveneens controleren in
“Update” (p.33) in het menu “SETUP”.
Het kan enige tijd duren voordat de firmwareversie wordt
weergegeven.
De standaardinstellingen
herstellen (INIT)
ALL Herstelt de standaardinstellingen van het toestel.
CANCEL Er wordt geen initialisatie uitgevoerd.
De firmware bijwerken (UPDATE)
USB
De firmware bijwerken met een USB-
geheugenapparaat.
NETWORK De firmware bijwerken via het netwerk.
INITCANCEL
UPDATEUSB
De versie van de firmware
controleren (VERSION)
VERSIONxx.xx
Externe apparaten besturen met de afstandsbediening
36 Nl
U kunt de afstandsbediening van het toestel gebruiken voor het bedienen van externe apparaten (zoals cd-spelers), als u
de afstandsbedieningscode van het externe apparaat hebt geregistreerd.
Externe apparaten die niet zijn voorzien van een afstandsbedieningssensor kunnen niet bediend worden.
Controleer of de afstandsbedienings-id van het externe apparaat is ingesteld op “ID1”. Als er een andere id is geselecteerd, werken de
afstandsbedieningsfuncties mogelijk niet goed.
Als de afstandsbediening van het toestel langer dan 2 minuten geen batterijen bevat, kunnen de geregistreerde codes worden gewist.
Als dit gebeurt, plaatst u nieuwe batterijen en registreert u de codes opnieuw.
U kunt de afstandsbediening van het toestel gebruiken om
een tv te bedienen als u de afstandsbedieningscode van de
tv hebt geregistreerd.
y
U kunt de afstandsbedieningscode van uw tv ook toewijzen aan
de signaalkeuzetoetsen van het toestel (p.37). In dat geval kunt u
de tv bedienen met de cursortoetsen of de nummertoetsen (deze
functie is mogelijk niet op alle tv-modellen beschikbaar).
1 Raadpleeg Refer to “LIJST MET
AFSTANDSBEDIENINGSCODES” (einde van
deze handleiding) om de code van de
afstandbediening van uw tv te zoeken.
y
Als er meerdere afstandsbedieningscodes zijn, registreert u de
eerste code in de lijst. Als dat niet werkt, probeert u de andere
codes.
2 Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een
puntig voorwerp, zoals de punt van een
balpen.
Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuut
uit. Anders wordt het instellen geannuleerd. Als dit
gebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 2.
3 Druk op TV A.
4 Gebruik de nummertoetsen om de 4cijferige
afstandsbedieningscode in te voeren.
Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is
geregistreerd, verschijnt op het display van het
voorpaneel “Rem: Success”.
Als “Rem: Fail” op het display van het voorpaneel
verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf
stap 2.
De tv bedienen
Als u de afstandsbedieningscode van de tv hebt
geregistreerd, kunt u de tv bedienen met de
bedieningstoetsen voor de tv ongeacht de signaalbron die
u hebt geselecteerd op het toestel.
Externe apparaten besturen met de afstandsbediening
Opmerkingen
De afstandsbedieningscode van
een tv instellen
CODE SET
TV A
TV INPUT
TV VOL TV CH
TV MUTE
TV
1
2 3 4
5
6 7 8
9
0
10
ENT
+
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
Nummertoetsen
Bedieningstoetsen tv
Bedie-
nings-
toetsen
tv
INPUT Schakelt tussen de videosignaalbronnen
voor de tv.
MUTE Dempt de audioweergave van de tv.
TV VOL Regelt het volume van de tv.
TV CH Schakelt tussen tv-zenders
TV A Zet de tv aan/uit.
37 Nl
Externe apparaten besturen met de afstandsbediening
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Nederlands
U kunt de afstandsbediening van het toestel gebruiken om
een weergaveapparaten te bedienen als u de
afstandsbedieningscodes van de apparaten hebt
geregistreerd. U kunt ook de signaalkeuzetoetsen gebruiken
om te bepalen welk weergaveapparaat wordt bediend met de
afstandsbediening, omdat de afstandsbedieningscodes van
de apparaten zijn toegewezen aan de signaalkeuzetoetsen.
1 Raadpleeg “LIJST MET
AFSTANDSBEDIENINGSCODES” (einde van
deze handleiding) om de code van de
afstandsbediening voor uw afspeelapparaat
te zoeken.
y
Als er meerdere afstandsbedieningscodes zijn, registreert u de eerste
code in de lijst. Als dat niet werkt, probeert u de andere codes.
2
Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een
puntig voorwerp, zoals de punt van een balpen.
Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuut
uit. Anders wordt het instellen geannuleerd. Als dit
gebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 2.
3 Druk op de signaalkeuzetoets.
Druk bijvoorbeeld op cd om de afstandsbedieningscode
in te stellen van het weergaveapparaat dat is
aangesloten op de cd-aansluiting.
4 Gebruik de nummertoetsen om de 4cijferige
afstandsbedieningscode in te voeren.
Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is
geregistreerd, verschijnt op het display van het
voorpaneel “Rem: Success”.
Als “Rem: Fail” op het display van het voorpaneel
verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf
stap 2.
Een weergaveapparaat bedienen
Als u de afstandsbedieningscode van het
weergaveapparaat hebt ingesteld, kunt u het apparaat
bedienen met de volgende toetsen nadat u de signaalbron
of scene hebt geselecteerd.
Deze toetsen werken alleen als de overeenkomstige functie
beschikbaar is op het weergaveapparaat en het apparaat kan
worden bediend met een infrarood afstandsbediening.
De afstandsbedieningscodes van
weergaveapparaten registreren
TV INPUT
TV VOL TV CH
TV MUTE
TV
1
2 3 4
5
6 7 8
9
0
10
ENT
+
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
LINE1 LINE2 LINE3
PHONO
TUNER
CD
FM AM
PRESET TUNING
USB
NET
CODE SET
Nummertoetsen
Signaalkeuzetoetsen
SOURCE A Zet het weergaveapparaat aan/uit.
Menutoetsen
Cursortoetsen
Hiermee kunt u een item
selecteren.
ENTER
Hiermee bevestigt u een
geselecteerd item.
RETURN Keert terug naar de vorige status.
DISPLAY
Schakelt tussen de informatie op
het display.
Bedie-
ningstoet-
sen voor
extern
apparaat
TOP MENU Geeft het hoofdmenu weer.
POP-UP
MENU
Geeft het pop-upmenu weer.
s
Stopt het afspelen.
e
Stopt het afspelen tijdelijk.
h
Start het afspelen van het
geselecteerde nummer of de
geselecteerde video.
w
Zoekt voorwaarts/achterwaarts
(ingedrukt houden).
f
b
Gaat vooruit/terug.
a
Nummertoetsen
Hiermee kunt u numerieke
waarden invoeren.
Bedieningstoetsen tv
Hiermee kunt u de tv bedienen
(p.36).
Opmerking
SOURCE A
DISPLAY
TV INPUT
TV VOL TV CH
TV MUTE
TV
DISC SKIP
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
1
2 3 4
5
6 7 8
9
0
10
ENT
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
+
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
COAX1
COAX2
OPT1
OPT2
Nummertoetsen
Bedieningstoetsen
voor extern apparaat
Bedieningstoetsen
tv
Menutoetsen
38 Nl
Externe apparaten besturen met de afstandsbediening
U kunt de afstandsbedieningscodes die aan elke
signaalkeuzetoets zijn toegewezen naar de
fabriekswaarden resetten.
1 Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een
puntig voorwerp, zoals de punt van een
balpen.
Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuut
uit. Anders wordt het instellen geannuleerd. Als dit
gebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 1.
2 Druk op SETUP.
3 Gebruik de nummertoetsen om “9981” in te
voeren.
Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is
geregistreerd, verschijnt op het display van het
voorpaneel “Rem: Success”.
Als “Rem: Fail” op het display van het voorpaneel
verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf
stap 1.
De afstandsbedieningscodes
opnieuw instellen
TV INPUT
TV VOL TV CH
TV MUTE
TV
DISC SKIP
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
1
2 3 4
5
6 7 8
9
0
10
ENT
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
+
SOURCE
ID
RECEIVER
CODE SET
SLEEP
DIMMER
SPEAKERS
A B
CODE SET
SETUP
Numemrtoetsen
De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk
39 Nl
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Nederlands
Wanneer dit nodig, is verschijnt er nieuwe firmware die extra eigenschappen of productverbeteringen bevat. Als het
toestel is aangesloten op het internet, kunt u de firmware downloaden en bijwerken via het netwerk.
y
U kunt de firmware eveneens bijwerken met behulp van een
USB-geheugenapparaat via het menu “ADVANCED SETUP
(p.35).
1 Druk op SETUP.
2 Gebruik de cursortoetsen om “Network
Setup” te selecteren en druk op ENTER.
3 Gebruik de cursortoetsen om “Information”
te selecteren en druk op ENTER.
Als nieuwe firmware beschikbaar is, verschijnt
“NewFwAvailable” op het display van het
voorpaneel.
4 Druk op RETURN om naar de vorige status
terug te keren.
5 Gebruik de cursortoetsen om “Update” te
selecteren en druk op ENTER.
6 Druk op ENTER om de update van de
firmware te starten.
Het toestel start opnieuw en de update van de
firmware start.
y
Als u de bewerking wilt annuleren zonder de firmware bij te
werken, drukt u op SETUP.
7 Als “UPDATE SUCCESS” wordt weergegeven
op het display op het voorpaneel, drukt u op
A (aan/uit) op het voorpaneel.
De update van de firmware is voltooid.
De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk
Gebruik het toestel niet en koppel het netsnoer en de netwerkkabel niet los wanneer de firmware wordt bijgewerkt. Het bijwerken
van de firmware duurt ongeveer 20 minuten of meer (afhankelijk van de snelheid van uw internetverbinding).
Als het toestel via een draadloze netwerkadapter is aangesloten op het draadloze netwerk, kunnen netwerkupdates mogelijk niet
worden uitgevoerd, afhankelijk van de kwaliteit van de draadloze verbinding. Werd de firmware in dat geval bij met het USB-
geheugenapparaat (p.35).
Opmerkingen
SETUP
ENTER
SETUP
OPTION
RETURN
TOP
MENU
POP-UP
MENU
MUTE
ENTER
VOLUME
HOME
NOW
PLAYING
DISPLAY
Cursortoetsen
B
/
C
VOL.
SP A
NewFwAvailable
VOL.
SP A
PerformUpdate
Foutopsporing
40 Nl
Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem dat u ervaart, niet
hieronder in de lijst voorkomt, of als de instructies hieronder neit helpen, stelt u dit toestel in op de stand-bymodus,
verwijdert u het netsnoer en neemt u contact op met de dichtstbijzijnde bevoegde Yamaha-dealer of -servicecentrum.
Algemeen
Foutopsporing
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
Het toestel kan niet
worden ingeschakeld.
Het veiligheidscircuit werd 3 keer achter
elkaar geactiveerd. Als het toestel zich in
deze toestand bevindt, knippert de stand-
byindicator op het toestel als u probeert
het toestel in te schakelen.
Uit veiligheidsoverwegingen kan de stroom van dit
toestel niet worden ingeschakeld. Neem contact op
met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of -
servicecentrum om een reparatie aan te vragen.
Het netsnoer of de stekker is niet of niet
goed aangesloten.
Sluit het netsnoer stevig aan.
De impedantie is verkeerd ingesteld. Stel de impedantie in overeenstemming met uw
luidsprekers in.
11
De beveiliging is in werking getreden
door een kortsluiting, enz.
Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken
en zet dan het toestel opnieuw aan.
10
Het toestel heeft blootgestaan aan een
sterke, externe elektrische schok
(bijvoorbeeld een blikseminslag of een
ontlading van statische elektriciteit).
Stel dit toestel in de stand-bymodus, verwijder het
netsnoer en steek het na 30 seconden weer in en
gebruik het daarna zoals gewoonlijk.
Geen geluid Invoer- of uitvoerkabels verkeerd
aangesloten.
Verbind de kabels correct. Als het probleem
aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de
kabels.
10
Er is geen geschikte ingangsbron
geselecteerd.
Selecteer een geschikte ingangsbron met de INPUT-
keuzeknop op het voorpaneel (of een van de
invoerkeuzetoetsen op de afstandbediening).
14
De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn niet
correct ingesteld.
Zet de overeenkomende SPEAKERS A of
SPEAKERS B aan.
14
De luidsprekeraansluitingen zitten niet
goed vast.
Zet de aansluitingen goed vast.
10
Uitvoer is uitgeschakeld. Schakel de dempen uit.
8
De instelling voor maximaal volume of
initieel volume is te laag ingesteld.
Stel de instelling in op een hogere waarde.
33
Het component die overeenkomt met de
geselecteerde signaalbron is
uitgeschakeldof speelt niet af.
Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt.
De audio-uitgang van een apparaat dat op
een digitale audio-ingang (COAXIAL 1-
2/OPTICAL 1-2-aansluitingen) is
aangesloten, is op iets anders dan PCM
ingesteld.
Stel de audio-uitgang van het aangesloten apparaat in
op PCM,
Het geluid valt
plotseling weg.
De beveiliging is in werking getreden
door een kortsluiting, enz.
Stel de luidsprekerimpedantie in in overeenstemming
met de luidsprekers.
11
Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken
en zet dan het toestel opnieuw aan.
10
Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet
worden geblokkeerd.
De functie voor automatische stand-by
heeft dit toestel uitgeschakeld.
WIjzig de automatische stand-by (“AutoPowerStdby”
in het menu “SETUP”) naar een langere instelling of
schakel het uit.
34
AANVULLENDE INFORMATIE
41 Nl
Foutopsporing
AANVULLENDE
INFORMATIE
Nederlands
Er komt slechts aan
één kant geluid uit de
luidspreker.
Bedrading niet op de juiste manier
aangesloten.
Verbind de kabels correct. Als het probleem
aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de
kabels.
10
De BALANCE-regelaar is verkeerd
ingesteld.
Stel de BALANCE-regelaar in op de geschikte stand.
15
De lage tonen klinken
te zwak en de
weergave is
sfeerloos.
De plus- en min-kabels (+ en –) zijn
verkeer om aangesloten op de versterker
of de luidsprekers.
Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase + en –.
10
Er wordt een
“zoemend” geluid
gehoord.
Bedrading niet op de juiste manier
aangesloten.
Sluit de audiostekkers stevig aan. Als het probleem
aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de
kabels.
10
De platenspeler is niet verbonden met de
GND-aansluiting.
Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van
dit toestel.
10
Het volumeniveau is
laag bij het afspelen
van een plaat.
De plaat wordt afgespeeld op een
platenspeler met een MC-cassette.
De platenspeler moet aangesloten zijn op dit toestel
via de MC-voorversterker.
Het geluid is van
mindere kwaliteit
wanneer u luistert
met een
hoofdtelefoon
verbonden met de cd-
speler of het
cassettedeck die op
dit toestel zijn
aangesloten.
De stroom van het toestel is uitgeschakeld
of het toestel is in de stand-bymodus
ingesteld.
Schakel het toestel in.
14
Het geluidsniveau is
laag.
De volumeregelaarfunctie staat aan. Draai het volume omlaag, stel de LOUDNESS-
regelaar in op de FLAT-positie en stel dan opnieuw
het volume af.
15
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
42 Nl
Foutopsporing
Tuner
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
FM
Er is veel ruis
in de FM
stereo-
ontvangst.
De bijzondere eigenschppen van de
ontvangen FM-stereo-uitzendingen kan
dit probleem veroorzaken als de zender te
ver af staat of het ontvangstsignaal dat
binnenkomt via de antenne niet sterk
genoeg is.
Controleer de aansluitingen van de antenne.
Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-
antenne te gebruiken.
12
Schakel over op mono.
17
Er is
vervorming en
ook een betere
FM-antenne
zorgt niet voor
een betere
ontvangst.
U ondervindt interferentie doordat
hetzelfde signaal op verschillende
manieren wordt ontvangen.
Verander de opstelling van de antenne zodat u van
deze interferentie geen last meer hebt.
Er kan niet
automatisch
worden
afgestemd op
het gewenste
station.
Het signaal is te zwak. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-
antenne te gebruiken.
12
Stem handmatig af.
17
FM/
AM
NO PRESETS
wordt
weergegeven.
Er zijn geen voorkeuzestations
geregistreerd.
Registreer stations waarnaar u wilt luisteren als
voorkeuzestations.
18
WRONG
STATION wordt
weergegeven.
Er wordt een ongeldige FM/AM-
frequentie ingevoerd.
Voer een frequentie in die kan worden ontvangen.
17
AM
Er kan niet
automatisch
worden
afgestemd op
het gewenste
station.
Het signaal is te zwak of de antenne-
aansluitingen zitten los.
Zet de AM-antenne-aansluitingen vast en richt het
zodat het de beste ontvangst levert.
Stem handmatig af.
17
Automatische
voorkeuzestation
werkt niet.
Automatische voorkeuzestations zijn niet
beschikbaar voor AM.
Gebruik handmatige voorkeuzestations.
18
U hoort
doorlopend
gekraak en
gesis.
Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van
bliksem, tl-verlichting, motoren,
thermostaten en andere elektrische
apparatuur.
Probeer een buitenantenne en een goede aarding te
gebruiken.
Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het blijft
moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren.
U hoort
gezoem en
gefluit.
Er wordt in de buurt van het toestel een tv
gebruikt.
Zet het toestel verder bij de tv vandaan.
43 Nl
Foutopsporing
AANVULLENDE
INFORMATIE
Nederlands
USB en netwerk
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
Het toestel detecteert
het USB-apparaat
niet.
Het USB-apparaat is niet goed
aangesloten op de USB-aansluiting.
Zet het toestel uit, sluit het USB-apparaat opnieuw
aan en zet het toestel weer aan.
Het bestandssysteem van het USB-
apparaat is niet FAT16 of FAT32.
Gebruik een USB-apparaat met de FAT16- of FAT32-
indeling.
Mappen en bestanden
op het USB-apparaat
kunnen niet worden
weergegeven.
De gegevens op het USB-apparaat zijn
beveiligd met de codering.
Gebruik een USB-apparaat zonder coderingsfunctie.
De netwerkfunctie
werkt niet.
De netwerkparameters (IP-adres) zijn niet
correct verkregen.
Schakel de DHCP-serverfunctie in op uw router en
stel “DHCP” in het menu “SETUP” in op “Aan” op
het toestel. Als u de netwerkparameters handmatig
wilt configureren, gebruik dan een IP-adres dat niet
wordt gebruikt door andere netwerkapparaten in het
netwerk.
32
Het toestel detecteert
de pc niet.
De instelling voor het delen van media is
onjuist.
Configureer de instelling voor delen en selecteer het
toestel als een apparaat waarmee muziekinhoud
wordt gedeeld.
Bepaalde beveiligingssoftware op uw pc
blokkeert de toegang van het toestel tot de
pc.
Controleer de instellingen van de
beveiligingssoftware op uw pc.
Het toestel en de pc bevinden zich niet in
hetzelfde netwerk.
Controleer de netwerkverbindingen en de instellingen
van uw router en verbind vervolgens het toestel en de
pc met hetzelfde netwerk.
13
Het MAC-adresfilter is ingeschakeld op
het toestel.
Schakel in “MAC Filter” in het menu “SETUP” de
MAC-adresfilter uit of geef het MAC-adres van uw
pc aan om het toegang tot het toestel te geven.
32
De bestanden op de
pc kunnen niet
worden weergegeven
of geopend.
De bestanden worden niet ondersteund
door het toestel of de mediaserver.
Gebruik een bestandsindeling die wordt ondersteund
door het toestel en de mediaserver. Raadpleeg
“Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)”
voor meer informatie over de bestandsindelingen die
door het toestel worden ondersteund.
25
De internetradio kan
niet worden
afgespeeld.
Het geselecteerde internetradiostation is
tijdelijk niet beschikbaar.
Het radiostation kan een netwerkprobleem hebben of
de service kan zijn gestopt. Probeer het station later
opnieuw of selecteer een ander station.
Het geselecteerde internetradiostation
zendt momenteel stilte uit.
Sommige internetradiostations zenden op bepaalde
tijdstippen stilte uit. Probeer het station later opnieuw
of selecteer een ander station.
De toegang tot het netwerk wordt
verhinderd door de firewallinstellingen
van uw netwerkapparaten (zoals de
router).
Controleer de firewallinstellingen van de
netwerkapparaten. De internetradio kan alleen
worden afgespeeld als het de poort passeert waarop
het is aangewezen door elk radiostation. Het
poortnummer varieert afhankelijk van het
radiostation.
De applicatie voor
smartphone/tablet
“NP Controller”
detecteert het toestel
niet.
Het MAC-adresfilter is ingeschakeld op
het toestel.
Schakel in “MAC Filter” in het menu “Network
Setup” de MAC-adresfilter uit of geef het MAC-adres
van uw smartphone/tablet aan om het toegang tot het
toestel te geven.
32
Het toestel en de smartphone/tablet
bevinden zich niet in hetzelfde netwerk.
Controleer de netwerkverbindingen en de instellingen
van uw router en verbind vervolgens het toestel en de
smartphone/tablet met hetzelfde netwerk.
De update van de
firmware via het
netwerk is mislukt.
Afhankelijk van de toestand van het
netwerk, is het misschien niet mogelijk.
Werk de firmware opnieuw via het netwerk bij of
gebruik een USB-geheugenapparaat.
35
44 Nl
Foutopsporing
Afstandsbediening
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
De afstandsbediening
werkt niet correct.
Verkeerde afstand of hoek. De afstandbediening werkt binnen een maximaal
bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten
opzichte van het voorpaneel.
9
Direct zonlicht of sterke verlichting (van
fluorescentielampen met een
voorschakelapparaat, enz.) valt op de
afstandsbedieningssensor van dit toestel.
Verplaats het toestel.
De batterijen raken leeg. Vervang alle batterijen.
De afstandsbedienings-id en de id van het
toestel komen niet overeen.
Wissel de afstandsbedienings-id of het id van dit
toestel.
34
De afstandsbedieningscode is niet juist
ingesteld.
Probeer een andere code van dezelfde fabrikant en
gebruik hiervoor “LIJST MET
AFSTANDSBEDIENINGSCODES” aan het einde
van deze handleiding.
Zelfs als u de afstandsbedieningscode juist
hebt ingesteld, zijn er modellen die niet
reageren op de afstandsbediening.
Gebruik de afstandsbediening die is meegeleverd met
het component.
U hebt niet op de invoerkeuzetoets
gedrukt die hoort bij het component dat u
wilt bedienen.
Druk op de invoerkeuzeknop die overeenkomt met
het component dat u probeert te bedienen en druk
daarna op de gewenste toets(en) van de
afstandsbediening.
Foutindicaties op het voorpaneel
45 Nl
AANVULLENDE
INFORMATIE
Nederlands
Foutindicaties op het voorpaneel
Bericht Oorzaak Oplossing
Access denied Toegang tot de pc is niet toegestaan. Configureer de instelling voor delen en selecteer het toestel als een
apparaat waarmee muziekinhoud wordt gedeeld (p.25)
Access error Het toestel heeft geen toegang tot het
USB-apparaat.
Zet het toestel uit en sluit het USB-apparaat opnieuw aan. Als het
probleem aanhoudt, probeer dan een ander USB-apparaat.
Het toestel heeft geen toegang tot de iPod. Schakel de iPod uit en opnieuw in.
De aangesloten iPod wordt niet
ondersteund door het toestel.
Gebruik een iPod die door het toestel wordt ondersteund (p.21).
Er is een probleem met het signaalpad van
het netwerk naar het toestel.
Controleer of de router en modem zijn ingeschakeld.
Controleer de verbinding tussen het toestel en de router (of hub)
(p.13).
Check SP Wires De luidsprekerkabels geven kortsluiting. Draai de blootliggende draden van de kabels stevig in elkaar en
sluit ze correct aan op het toestel en de luidsprekers.
No content De geselecteerde map bevat geen
afspeelbare bestanden.
Selecteer een map met bestanden die door het toestel worden
ondersteund.
No device Het toestel kan het USB-apparaat niet
detecteren.
Zet het toestel uit en sluit het USB-apparaat opnieuw aan. Als het
probleem aanhoudt, probeer dan een ander USB-apparaat.
Het toestel kan de iPod niet detecteren. Schakel de iPod uit en opnieuw in.
Please wait Het toestel bereidt zich voor op
verbinding met het netwerk.
Wacht tot het bericht verdwijnt. Als het bericht langer dan 3
minuten blijft, schakelt u het toestel uit en weer in.
RemID Mismatch De afstandsbedienings-ID van het toestel
komt niet overeen met die van de
afstandsbediening.
Wijzig de afstandsbedienings-ID van het toestel of van de
afstandsbediening (p.34).
Unable to play Het toestel kan om onbekende reden de op
uw iPod opgeslagen nummers niet
weergeven.
Controleer de nummergegevens. Als de nummergegevens niet
kunnen worden weergegeven op de iPod, is het mogelijk dat de
nummergegevens of de opslagplaats defect zijn.
Het toestel kan om bepaalde redenen de
nummers die op de pc zijn opgeslagen niet
afspelen.
Controleer of de bestandsindeling van de bestanden die u probeert
af te spelen door het toestel wordt ondersteund. Zie “Muziek
afspelen van mediaservers (pc’s/NAS)” (p.25) voor informatie
over de indelingen die door het toestel worden ondersteund. Als
het toestel de bestandsindeling ondersteunt maar er toch helemaal
geen bestanden kunnen worden afgespeeld, is het mogelijk dat het
netwerk overbelast is door zwaar verkeer.
Version error Update firmware is mislukt. Werk de firmware opnieuw bij.
Handelsmerken
46 Nl
“Made for iPod”, “Made for iPhone” en “Made for iPad” betekenen dat een elektronisch accessoire specifiek is
ontwikkeld voor aansluiting op respectievelijk iPod, iPhone of iPad en door de ontwikkelaar is gecertificeerd en voldoet
aan de prestatienormen van Apple.
Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat of voor het voldoen aan veiligheidseisen en wettelijke
normen.
Het gebruik van dit accessoire met iPod, iPhone of iPad kan de prestatie van draadloze functies beïnvloeden.
AirPlay, iPad, iPhone, iPod, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en
andere landen.
MPEG Layer-3 audiocoderingstechnologie gelicentieerd van Fraunhofer IIS en Thomson.
DLNA™ en DLNA CERTIFIED™ zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Digital Living Network
Alliance. Alle rechten voorbehouden. Ongeautoriseerd gebruik is streng verboden.
Windows™
Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. en andere landen.
Internet Explorer, Windows Media Audio en Windows Media Player zijn handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Android™
Android is een handelsmerk van Google Inc.
Deze ontvanger ondersteunt netwerkverbindingen.
Handelsmerken
Technische gegevens
47 Nl
AANVULLENDE
INFORMATIE
Nederlands
AUDIOGEDEELTE
Minimaal RMS-uitvoervermogen
(20 Hz tot 20 kHz, 0,04% THD, 8 ) ........................80W + 80W
Dynamisch vermogen per kanaal (IHF)
(8/6/4/2 ) .......................................................105/125/150/178 W
Maximaal vermogen per kanaal [alleen Europees model]
(1 kHz, 0,7% THD, 4 ) ......................................................105 W
IEC-vermogen [alleen Europees model]
(1 kHz, 0,04% THD, 8 ) .........................................................84 W
Vermogenbandbreedte
(0,06% THD, 40W, 8 ) ..................................... 10 Hz tot 50 kHz
Dempfactor (SPEAKERS A)
1 kHz, 8 .................................................................... 150 of meer
Maximaal effectief uitgangsvermogen (JEITA)
[Uitsluitend Azië en de algemene modellen]
(1 kHz, 10% THD, 8 ) ................................................... 115 W
Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie
PHONO (MM) ........................................................ 3,5 mV/47 k
Cd, enz. ................................................................. 200 mV/47 k
Maximaal ingangssignaal
PHONO (MM) (1 kHz, 0,003% THD) .................. 60 mV of meer
Cd, enz. (1 kHz, 0,5% THD) .................................. 2,2 V of meer
Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie
Cd, enz. (Invoer 1 kHz, 200 mV)
REC OUT ........................................................... 200 mV/1,0 k
Subwoofer OUT ......................................................4,0 V/1,2 k
Frequentiebegrenzing .........................................................90 Hz
Cd enz. (Invoer 1 kHz, 200 mV, 8 )
PHONES ............................................................. 410 mV/470
Frequentierespons
Cd, enz. (20 Hz tot 20 kHz) .......................................... 0 ± 0,5 dB
Cd, enz., PURE DIRECT op (10 Hz tot 100 kHz) ........0 ± 1,0 dB
RIAA-egalisatie-afwijking
PHONO (MM) ..................................................................± 0,5 dB
Totale harmonische vervorming
PHONO (MM) tot REC
(20 Hz tot 20 kHz, 3 V) ..................................0,025% of minder
Cd, enz. tot SPEAKERS
(20 Hz tot 20 kHz, 40,0 W, 8 ) .....................0,015% of minder
Signaal-ruisverhouding (IHF-A-netwerk)
PHONO (MM) (5 mV ingang kortgesloten) ...........87 dB of meer
Cd, enz., PURE DIRECT op
(200 mV ingang kortgesloten) ............................100 dB of meer
Overblijvende ruis (IHF-A-netwerk) ..................................... 30 µV
Kanaalscheiding
Cd, enz.
(5,1 k ingang kortgesloten, 1/10 kHz) ..........65/50 dB of meer
Toonregelingskarakteristieken
BASS
Versterken/verzwakken (20 Hz) .....................................± 10 dB
Wisselfrequentie .............................................................. 350 Hz
TREBLE
Versterken/verzwakken (20 kHz) ...................................± 10 dB
Wisselfrequentie .............................................................3,5 kHz
Continue loudness-regeling
Demping (1 kHz) ................................................................ –30 dB
Versterkingsvolgfout (+16,5 tot -80 dB) ................ 0,5 dB of minder
Digitale ingang
OPTICAL
COAXIAL
Ondersteunt steekproeftempo ............................. 32 kHz tot 192 kHz
FM-GEDEELTE
Afstembereik
[Modellen voor de V.S. en Canada] .................87,5 tot 107,9 MHz
[Modellen voor Azië en algemene modellen]
.................................................87,5/87,50 tot 108,0/108,00 MHz
[Modellen voor V.K., Europa, Korea, Australië]
...................................................................87,50 tot 108,00 MHz
50 dB dempingsgevoeligheid (IHF, 1 kHz, 100% MOD.)
Mono ................................................................ 3,0 µV (20,8 dBf)
Signaal-ruisverhouding (IHF)
Mono/stereo ............................................................... 71 dB/69 dB
Harmonische vervorming (1 kHz)
Mono/stereo ................................................................. 0,3%/0,5%
Antenne-aansluiting ........................................75 onevenwichtig
AM-GEDEELTE
Afstembereik
[Modellen voor de V.S. en Canada] .................... 530 tot 1710 kHz
[Modellen voor Azië en algemene modellen]
.......................................................... 530/531 tot 1710/1611 kHz
[Modellen voor V.K., Europa, Korea, Australië]
.......................................................................... 531 tot 1611 kHz
ALGEMEEN
Voeding
[Modellen voor de V.S. en Canada] ..... 120 V, 60 Hz wisselstroom
[Algemeen model]
............................... 110-120/220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz
[Modellen voor Korea]............................................ AC220V 60Hz
[Modellen voor Australië].................... 240 V, 50 Hz wisselstroom
[Modellen voor het V.K. en Europa] ... 230 V, 50 Hz wisselstroom
[Modellen voor Azië]............................. AC 220-240 V, 50/60 Hz
Stroomverbruik ....................................................................... 190 W
Stroomgebruik tijdens stand-by ............................. 0,1 W of minder
Netwerkstand-by op .................................................... meestal 2,0 W
Maximaal stroomgebruik
[Alleen algemeen model] ........................................................ 380 W
Afmetingen (B H D) ................................. 435 151 387 mm
Gewichtt ................................................................................... 9,8 kg
* Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving worden
gewijzigd.
Technische gegevens
Index
48 Nl
A
Aan/uit-lampje (voorpaneel) ........................................... 4
Aansluiting afspeelapparaat........................................... 10
Aansluiting audioapparaten........................................... 10
Aansluiting netsnoer...................................................... 13
Aansluiting opnameapparaat ......................................... 10
Aansluiting USB-opslagapparaat .................................. 23
Achterpaneel (namen en functies van onderdelen) ......... 7
ADVANCED SETUP-menu ......................................... 34
Afspelen van inhoud van USB-opslagapparaat............. 23
Afspelen van iPod-inhoud............................................. 21
Afspeling van NAS-inhoud........................................... 25
Afspeling van pc-inhoud ............................................... 25
Afstandsbediening
(namen en functies van onderdelen)............................ 8
Afstemming van Radio Data System ............................ 20
AirPlay........................................................................... 28
AM-antenne-aansluiting................................................ 12
AUDIO-aansluiting ................................................... 7, 10
Audiobestandsindeling (pc/NAS).................................. 25
Audiobestandsindeling (USB-opslagapparaat) ............. 23
Auto Power Standby (SETUP-menu)............................ 33
Auto Preset (FM-radio, OPTION-menu) ...................... 18
Automatisch voorkeuzestation (FM-radio) ................... 18
AutoPowerStdby (SETUP-menu) ................................. 33
B
BALANCE (toonregelaar)............................................. 15
Basishandeling voor afspelen........................................ 14
BASS (toonregelaar) ..................................................... 15
Batterijen ......................................................................... 9
Bereik van afstandsbediening.......................................... 9
Bi-Amp (luidsprekeraansluiting)................................... 11
C
CAT-5-kabel.................................................................. 13
CHAN (Signal Info, OPTION-menu) ........................... 30
Clear Preset (FM/AM-radio, OPTION-menu) .............. 19
Clock Time (Radio Data System).................................. 20
COAXIAL-aansluiting .............................................. 7, 10
Coderegistratie afstandsbediening (afspeelapparaat) .... 36
Controle firmwareversie.......................................... 33, 35
D
DC OUT (SETUP-menu) .............................................. 33
DC OUT-aansluiting ....................................................... 7
Default Gateway (Information, SETUP-menu)............. 32
Default Gateway (IP Address, SETUP-menu) .............. 32
DHCP (IP Address, SETUP-menu)............................... 32
Digital Media Controller (DMC)................................... 32
Dimmer (voorpaneel) ...................................................... 6
DISPLAY-toets ..................................................... 4, 8, 29
DLNA............................................................................ 25
DMC Control (Network Setup, SETUP-menu)............. 32
DNS Server (Information, SETUP-menu) .................... 32
DNS Server (IP Address, SETUP-menu)...................... 32
Dubbele draad (Luidsprekeraansluiting) ....................... 11
E
ECO Mode (SETUP-menu)........................................... 33
Eenvoudig afspelen (iPod)............................................. 22
F
Filter (MAC Filter, SETUP-menu)................................ 32
Firmware bijwerken (netwerk) ................................ 35, 39
Firmware bijwerken (USB) ........................................... 35
Firmware-update............................................................ 39
FM/AM-radio afstemmen.............................................. 17
FM-antenne-aansluiting................................................. 12
FORMAT (Signal Info, OPTION-menu) ...................... 30
Foutindicatie .................................................................. 45
G
Gateway ......................................................................... 32
H
Handmatig voorkeuzestation (FM/AM-radio)............... 18
Herhalen (iPod).............................................................. 22
Herhalen (pc/NAS) ........................................................ 26
Herhalen (USB-opslagapparaat).................................... 24
Hernoemen (naam netwerk)........................................... 33
HOME-toets (internetradio)........................................... 27
HOME-toets (iPod)........................................................ 21
HOME-toets (pc/NAS) .................................................. 26
HOME-toets (USB-opslagapparaat).............................. 23
Hoofdtelefoon .................................................................. 4
I
ID (Network Setup, SETUP-menu)............................... 33
In.Trim (Volume Trim, OPTION-menu)....................... 30
Indicator (onderdeelnamen en functies) .......................... 6
Informatie wisselen (voorpaneel) .................................. 29
Informatieweergave (voorpaneel).................................... 6
Information (Network Setup, SETUP-menu) ................ 32
INIT (ADVANCED SETUP-menu).............................. 35
Initial Volume (SETUP-menu)...................................... 33
Input Trim (Volume Trim, OPTION-menu).................. 30
Instellingen voor het delen van media ........................... 25
IP Address (Information, SETUP-menu)....................... 32
IP Address (Network Setup, SETUP-menu).................. 32
iPod laden ...................................................................... 21
iPod-aansluiting ............................................................. 21
iPod-inhoud afspelen (AirPlay) ..................................... 28
iTunes-inhoud afspelen (AirPlay).................................. 28
L
LOUDNESS (toonregelaar)........................................... 15
Luidsprekerimpedantie ............................................ 11, 34
Luidsprekerindicator (voorpaneel) .................................. 6
Luidsprekerkabelverbinding .......................................... 11
Luisteren naar AM-radio ............................................... 17
Luisteren naar FM-radio ................................................ 17
Luisteren naar internetradio........................................... 27
Index
49 Nl
Index
Nederlands
AANVULLENDE
INFORMATIE
M
MAC Address (Information, SETUP-menu)................. 32
MAC Address (MAC Filter, SETUP-menu) ................. 32
MAC Filter (Network Setup, SETUP-menu) ................ 32
Max Volume (SETUP-menu) ........................................ 33
MODE-toets..................................................................... 8
Mono-ontvangst (FM-radio).......................................... 17
MUTE-toets ..................................................................... 8
N
NAS (Network Attached Storage)-aansluiting .............. 13
NET Standby (Network Setup, SETUP-menu) ............. 32
Netwerkinformatie......................................................... 32
Netwerkkabel ................................................................. 13
Netwerkverbinding ........................................................ 13
Network Name (Network Setup, SETUP-menu)........... 33
Network Setup (SETUP-menu) ..................................... 32
Network Update (Network Setup, SETUP-menu)......... 33
NewFwAvailable ........................................................... 39
NOW PLAYING-toets (internetradio) .......................... 27
NOW PLAYING-toets (iPod) ....................................... 21
NOW PLAYING-toets (pc/NAS).................................. 26
NOW PLAYING-toets (USB-opslagapparaat).............. 23
Nummertoets.................................................................... 8
O
OPTICAL-aansluiting...................................................... 7
OPTION-menu .............................................................. 30
OPTION-toets.................................................................. 8
P
Pc-aansluiting ................................................................ 13
Perform Update (Network Setup, SETUP-menu) ......... 33
PHONES-aansluiting....................................................... 4
Power Mode (DC OUT, SETUP-menu) ........................ 33
Program Service (Radio Data System) .......................... 20
Program Type (Radio Data System).............................. 20
PURE DIRECT.............................................................. 14
R
Radio Data System (FM-radio) ..................................... 20
Radio Data System-informatie ...................................... 20
Radio Text (Radio Data System)................................... 20
REC (REC OUT)-aansluiting ........................................ 10
Rechtstreeks afspelen..................................................... 14
REMOTE ID (ADVANCED SETUP-menu) ................ 34
Reset (afstandsbediening).............................................. 38
Routeraansluiting........................................................... 13
S
SAMPL (Signal Info, OPTION-menu).......................... 30
SETUP-menu................................................................. 31
SETUP-toets .................................................................... 8
Shuffle (iPod)................................................................. 22
Shuffle (pc/NAS) ........................................................... 26
Shuffle (USB-opslagapparaat)....................................... 24
Signaalinformatie........................................................... 30
Signaalkeuzetoets ............................................................ 8
Signaalzender van afstandsbediening
(afstandsbediening) ...................................................... 8
Signal Info (OPTION-menu) ......................................... 30
Slaaptimer ...................................................................... 16
SLEEP-toets ................................................................... 16
SP IMP. (ADVANCED SETUP-menu)......................... 34
Status (Information, SETUP-menu)............................... 32
STP-netwerkkabel.......................................................... 13
Subnet Mask (Information, SETUP-menu) ................... 32
Subnet Mask (IP Address, SETUP-menu)..................... 32
T
TONE CONTROL ......................................................... 15
TP (Traffic Program) ..................................................... 20
Traffic Program (FM-radio, OPTION-menu)................ 20
TREBLE (toonregelaar)................................................. 15
U
UPDATE (ADVANCED SETUP-menu) ...................... 35
Update (Network Setup, OPTION-menu) ..................... 33
USB-aansluiting............................................................... 4
USB-klasse voor massaopslag ....................................... 23
V
Verkeersinformatie (Radio Data System)...................... 20
VERSION (ADVANCED SETUP-menu)..................... 35
Version (Network Setup, SETUP-menu)....................... 33
Vol.Interlock (OPTION-menu)...................................... 30
Volume Interlock (OPTION-menu)............................... 30
Volume Trim (OPTION-menu) ..................................... 30
Voorkeurstation (FM/AM-radio) ................................... 18
Voorkeuzestation selecteren (FM/AM-radio)................ 19
vTuner ID (Information, SETUP-menu)........................ 32
W
Weergaveapparaat bedienen (afstandsbediening).......... 36
ii EEA
Informazioni per gli utenti sulla raccolta e lo
smaltimento di vecchia attrezzatura e batterie
usate
Questi simboli sui prodotti, sull’imballaggio, e/o sui
documenti che li accompagnano significano che i
prodotti e le batterie elettriche e elettroniche non
dovrebbero essere mischiati con i rifiuti domestici
generici.
Per il trattamento, recupero e riciclaggio appropriati di
vecchi prodotti e batterie usate, li porti, prego, ai punti
di raccolta appropriati, in accordo con la Sua
legislazione nazionale e le direttive 2002/96/CE e
2006/66/CE.
Smaltendo correttamente questi prodotti e batterie, Lei
aiuterà a salvare risorse preziose e a prevenire alcuni
potenziali effetti negativi sulla salute umana e
l’ambiente, che altrimenti potrebbero sorgere dal
trattamento improprio dei rifiuti.
Per ulteriori informazioni sulla raccolta e il riciclaggio
di vecchi prodotti e batterie, prego contatti la Sua
amministrazione comunale locale, il Suo servizio di
smaltimento dei rifiuti o il punto vendita dove Lei ha
acquistato gli articoli.
[Informazioni sullo smaltimento negli altri
Paesi al di fuori dell’Unione europea]
Questi simboli sono validi solamente nell’Unione
europea. Se Lei desidera disfarsi di questi articoli,
prego contatti le Sue autorità locali o il rivenditore e
richieda la corretta modalità di smaltimento.
Noti per il simbolo della batteria (sul fondo
due esempi di simbolo):
È probabile che questo simbolo sia usato in
combinazione con un simbolo chimico. In questo caso
è conforme al requisito stabilito dalla direttiva per gli
elementi chimici contenuti.
Información para usuarios sobre recolección y
disposición de equipamiento viejo y baterías
usadas
Estos símbolos en los productos, embalaje, y/o
documentación que se acompañe significan que los
productos electrónicos y eléctricos usados y las
baterías usadas no deben ser mezclados con desechos
domésticos corrientes.
Para el tratamiento, recuperación y reciclado
apropiado de los productos viejos y las baterías
usadas, por favor llévelos a puntos de recolección
aplicables, de acuerdo a su legislación nacional y las
directivas 2002/96/EC y 2006/66/EC.
Al disponer de estos productos y baterías
correctamente, ayudará a ahorrar recursos valiosos y a
prevenir cualquier potencial efecto negativo sobre la
salud humana y el medio ambiente, el cual podría
surgir de un inapropiado manejo de los desechos.
Para más información sobre recolección y reciclado de
productos viejos y baterías, por favor contacte a su
municipio local, su servicio de gestión de residuos o el
punto de venta en el cual usted adquirió los artículos.
[Información sobre la disposición en otros
países fuera de la Unión Europea]
Estos símbolos sólo son válidos en la Unión Europea.
Si desea deshacerse de estos artículos, por favor
contacte a sus autoridades locales y pregunte por el
método correcto de disposición.
Nota sobre el símbolo de la batería (ejemplos
de dos símbolos de la parte inferior):
Este símbolo podría ser utilizado en combinación con
un símbolo químico. En este caso el mismo obedece a
un requerimiento dispuesto por la Directiva para el
elemento químico involucrado.
Informatie voor gebruikers over inzameling en
verwijdering van oude apparaten en gebruikte
batterijen
Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of
bijgaande documenten betekenen dat gebruikte elektrische
en elektronische producten en batterijen niet mogen
worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval.
Breng alstublieft voor de juiste behandeling,
herwinning en hergebruik van oude producten en
gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde
verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale
wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC.
Door deze producten en batterijen correct te verwijderen,
helpt u natuurlijke rijkdommen te beschermen en
voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de
menselijke gezondheid en de omgeving, die zich zouden
kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking.
Voor meer informatie over het inzamelen en
hergebruik van oude producten en batterijen kunt u
contact opnemen met uw plaatselijke
gemeentebestuur, uw afvalverwerkingsbedrijf of het
verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht.
[Informatie over verwijdering in andere
landen buiten de Europese Unie]
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie.
Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan alstublieft
contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of
dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen.
Opmerking bij het batterijteken (onderste
twee voorbeelden):
Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met
een scheikundig symbool. In dat geval voldoet het aan
de eis en de richtlijn, die is opgesteld voor het
betreffende chemisch product.
Информация для пользователей по сбору
иутилизации старой аппаратуры и
использованных батареек
Эти знаки на аппаратуре, упаковках и в
сопроводительных документах указывают на то,
что подержанные электрические и электронные
приборы и батарейки не должны выбрасываться
вместе с обычным домашним мусором.
Для правильной обработки, хранения и
утилизации старой аппаратуры и использованных
батареек, пожалуйста сдавайте их в
соответствующие сборные пункты, согласно
вашему национальному законодательству и
директив 20
02
/96/EC и 2006/66/ EC.
При надлежащей утилизации этих товаров и
батареек, вы помогаете сохранять ценные ресурсы
и предотвращать вредное влияние на здоровье
людей и окружающую среду, которое может
возникнуть из-за несоответствующего обращения
с отходами.
За более подробной информацией о сборе и
утилизации старых товаров и батареек,
пожалуйста обращайтесь в вашу локальную
администрацию, в ва
ш при
ёмный пункт или в
магазин где вы приобрели эти товары.
[Информация по утилизации в других
странах за пределами Европейского Союза]
Эти знаки действительны только на территории
Европейского Союза. Если вы хотите избавиться
от этих предметов, пожалуйста обратитесь в вашу
локальную администрацию или продавцу и
спросите о правильном способе утилизации.
Обратите внимание на знак для батареек
(два знака на задней стороне):
Этот знак может использоваться в комбинации со
знаком указывающим о содержании химикалий. В
этом случае это удовлетворяет требованиям
установленными Директивой по испо
льзованию
хи
микалий.

Documenttranscriptie

Nederlands LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. Let op: Lees het volgende voor u dit toestel in gebruik neemt. 1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg, ten behoeve van voldoende ventilatie, minimaal voor de volgende vrije ruimte. Boven: 30 cm Achter: 20 cm Zijkanten: 20 cm 3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen. 4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel. 5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel: – Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren. – Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt. 6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. 7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. 8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade. 9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer. 11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek. 12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat. 13 Om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert. i Nl 14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken. 15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Lees het hoofdstuk “Foutopsporing” in de handleiding over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont. 17 Voor u dit toestel verplaatst, dient u A naar beneden te drukken om dit toestel uit te schakelen, waarna u de stekker uit het stopcontact dient te halen. 18 Er zal zich condens vormen wanneer de omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekker uit het stopcontact en laat het toestel met rust. 19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt wordt, kan het warm worden. Schakel het toestel uit en laat het afkoelen. 20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken. 21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. Gooi de batterijen weg volgens de in uw regio geldende regelgeving. 22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade. Zolang het toestel op de netvoeding is aangesloten, is het niet losgekoppeld van de voeding, zelfs als het toestel uitgeschakeld is met A of als u het in wachtstand hebt gezet met de A-toets op de afstandsbediening. In deze toestand is het toestel ontworpen om een uiterst kleine hoeveelheid stroom te verbruiken. WAARSCHUWING OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. LET OP Ontploffingsgevaar indien de batterij niet op de juiste manier vervangen wordt. Vervang uitsluitend door een batterij van hetzelfde of een vergelijkbaar type. Dit etiket moet op het product worden aangebracht wanneer de bovenkant heet kan worden tijdens gebruik. Inhoud INLEIDING GEAVANCEERDE BEDIENING Voorpaneel..................................................................... 4 Voorpaneel..................................................................... 6 Achterpaneel .................................................................. 7 Afstandsbediening ......................................................... 8 De afstandsbediening gebruiken.................................... 9 Verschillende functies configureren (menu SETUP).......................................................31 VOORBEREIDINGEN Aansluitingen ............................................................ 10 BASISBEDIENING Afspelen ..................................................................... 14 Een bron afspelen ........................................................ 14 De slaaptimer gebruiken .............................................. 16 Luisteren naar FM/AM-radio ................................. 17 iPod-muziek weergeven............................................ 21 Een iPod aansluiten...................................................... 21 Afspelen van iPod-inhoud ........................................... 21 Een USB-opslagapparaat aansluiten............................ 23 Weergeven van de inhoud van een USB-opslagapparaat................................... 23 Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)...... 25 Het delen van muziekbestanden via media instellen ... 25 Afspelen van PC-muziekinhoud .................................. 26 Luisteren naar internetradio ................................... 27 Afspelen van iTunes/iPod-muziek via een netwerk (AirPlay) .................................... 28 Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP ....... 34 De instelling van de luidsprekerimpedantie (SP IMP.) wijzigen .................................................. 34 De afstandsbedienings-id selecteren (REMOTE ID) .. 34 De standaardinstellingen herstellen (INIT) ................. 35 De firmware bijwerken (UPDATE)............................. 35 De versie van de firmware controleren (VERSION)... 35 Externe apparaten besturen met de afstandsbediening..................................................36 De afstandsbedieningscode van een tv instellen.......... 36 De afstandsbedieningscodes van weergaveapparaten registreren ......................... 37 De afstandsbedieningscodes opnieuw instellen........... 38 De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk ......................................................39 AANVULLENDE INFORMATIE Foutopsporing............................................................40 Foutindicaties op het voorpaneel .............................45 Handelsmerken..........................................................46 Technische gegevens..................................................47 Index ...........................................................................48 (aan het einde van deze handleiding) Informatie over software ........................................ i LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES ....... v AANVULLENDE INFORMATIE Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat...... 23 De systeeminstellingen configureren (ADVANCED SETUP-menu) ..............................34 GEAVANCEERDE BEDIENING FM/AM afstemmen ..................................................... 17 Automatische voorkeuze-afstemming (alleen FM -stations) ............................................... 18 Handmatige voorkeuze voor afstemming.................... 18 Een voorkeuzestation terugroepen............................... 19 Een voorkeuzestation wissen....................................... 19 Radio Data System afstemmen.................................... 20 Onderdelen van het menu SETUP............................... 31 Network Setup ............................................................. 32 Max Volume ................................................................ 33 Initial Volume.............................................................. 33 AutoPowerStdby.......................................................... 33 ECO Mode ................................................................... 33 DC OUT ...................................................................... 33 BASISBEDIENING Luidsprekers en broncomponenten aansluiten............. 10 De luidsprekers aansluiten........................................... 11 De FM- en AM-antennes aansluiten............................ 12 Op een netwerk aansluiten........................................... 13 Het netsnoer aansluiten................................................ 13 OPTION menu-items................................................... 30 VOORBEREIDINGEN Afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu OPTION).........................30 INLEIDING Nuttige functies ........................................................... 2 Bijgeleverde accessoires ............................................. 3 Bedieningselementen en functies............................... 4 Weergave van iTunes/iPod-muziekinhoud.................. 28 Informatie wisselen op het display van het voorpaneel ............................................................. 29 Nederlands 1 Nl INLEIDING Nuttige functies Nuttige functies Met dit toestel kunt u: Muziek van uw iPod- en USB-apparaten afspelen ➡ p.21, 23 Muziek van netwerkbronnen (PC/NAS, AirPlay) afspelen ➡ p.25, 28 Naar netwerkstreaming diensten luisteren ➡ p.27 Naar FM- en AM-radiostations luisteren ➡ p.17 De lage tonen versterken door een subwoofer aan te sluiten ➡ p.10 Luidsprekerimpedantie configureren ➡ p.11 Andere componenten bedienen, zoals een cd-speler, een BD/dvdspeler of tv, met de afstandsbediening van dit toestel ➡ p.36 Dit toestel op eco-modus (energiebesparingsfunctie) gebruiken ➡ p.33 • y geeft een bedieningstip aan. • In deze handleiding wordt de bediening met de meegeleverde afstandsbediening uitgelegd. • In deze handleiding worden de “iPod”, “iPhone” en “iPad” allemaal aangeduid met “iPod”. “iPod” verwijst naar “iPod”, “iPhone” en “iPad”, tenzij anderszins wordt aangegeven. Eenvoudige bediening en draadloos muziek afspelen van iPhone of Androidapparaat Met de app “NP-controller” voor smartphones/tablets kunt u het toestel bedienen vanaf een iPhone, iPad, iPod Touch of Android-apparaten. Functies • • • • • • Basishandelingen zoals in-/uitschakelen en het volume afstellen De signaalbron wisselen Informatie van de FM-tuner weergeven Nummers selecteren en afspelen starten/stoppen Muziek van het iPhone- of Android-toestel afspelen Om de applicatie te downloaden of de nieuwste informatie te zien, gaat u naar de App Store of Google Play en zoekt u naar “NP-controller”. Ga voor details naar de website van Yamaha. 2 Nl Bijgeleverde accessoires Bijgeleverde accessoires Controleer of de volgende accessoires bij het product zijn geleverd. AM-antenne FM-antenne Batterijen (x2) (AAA, R03, UM-4) INLEIDING Afstandsbediening CODE SET SOURCE RECEIVER SLEEP SPEAKERS ID DIMMER A B COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET PRESET TUNING FM AM MEMORY SHUFFLE REPEAT MODE HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER DISPLAY VOLUME RETURN TOP MENU POP-UP MENU MUTE DISC SKIP 1 2 5 6 7 8 9 0 +10 3 ENT 4 TV TV INPUT TV VOL TV CH TV MUTE ■ • • • • • • • • • • • • • • Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening. Laat de afstandsbediening niet vallen. Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plaatsen: – zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een bad – zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis – zeer koude plaatsen – stoffige plaatsen Plaats de batterijen in overeenstemming met de polariteitsmarkeringen (+ en -). Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner wordt. Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen. Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte materiaal niet aanraakt. Als het weggelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddellijk weg en raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of kunnen de oude batterijen gaan lekken. Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Lees de verpakking aandachtig omdat deze verschillende types batterijen dezelfde vorm en kleur kunnen hebben. Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen. Bewaar de batterijen op een locatie buiten bereik van kinderen. Batterijen kunnen gevaarlijk zijn als een kind ze in zijn of haar mond stopt. Als de batterijen verouderen, zal het effectieve werkbereik van de afstandsbediening aanzienlijk verminderen. Als dit gebeurt, dient u de batterijen zo spoedig mogelijk door nieuwe vervangen. Als u van plan bent het toestel niet te gebruiken gedurende een lange periode, dient u de batterijen uit het toestel te verwijderen. Anders zullen de batterijen verslijten wat mogelijk resulteert in lekkage van batterijvloeistof waardoor het toestel beschadigd kan raken. De batterijen niet met algemeen huishoudelijk afval wegwerpen. Werp ze juist weg, volgens de lokale reguleringen. Nederlands 3 Nl Bedieningselementen en functies Bedieningselementen en functies Voorpaneel 12 3 C D 4 5 6 7 8 9 E F G H 1 A (aan/uit) Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by). Opmerking In de stand-bymodus verbruikt dit toestel een kleine hoeveelheid voeding om van de afstandsbediening infraroodsignalen te ontvangen. 2 Aan/uitlampje Brandt als volgt: Helder brandend: toestel staat aan Gedempt: stand-bymodus 3 Afstandsbedieningssensor Ontvangt infrarode signalen van de afstandsbediening. Opmerking Wissel het afstandsbedienings-id tussen ID1 en ID2 als u meerdere ontvangers of versterkers van Yamaha gebruikt (p.34). 4 DIMMER Wijzigt het helderheidsniveau van het voorpaneelscherm. Kies de helderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op deze toets te drukken. y Deze instelling wordt behouden, zelfs als u dit toestel uitschakelt. 5 DISPLAY Selecteert de informatie die wordt weergegeven op de display op het voorpaneel (p.29). 6 MEMORY Slaat de huidige FM/AM-station als voorkeuze op als TUNER als signaalbron wordt geselecteerd (p.18). 4 Nl : I A J B K L M 7 CLEAR Wist een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p.19). 8 Voorpaneel Geeft informatie weer over de bedrijfsstatus van het toestel. 9 PRESET j / i Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p.19). 0 Toetsen FM en AM Hiermee schakelt u tussen FM en AM (p.17). A TUNING jj / ii Selecteert de afstemmingsfrequentie als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p.17). B PURE DIRECT en -lampje Hiermee kunt u met een zo zuiver mogelijk geluid naar een bron luisteren (p.14). Het lampje erboven gaat branden en het voorpaneelscherm gaat uit wanneer u deze functie inschakelt. C PHONES-aansluiting Voert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u privé kunt luisteren. D SPEAKERS A/B Schakelt, elke keer dat de overeenkomende toets wordt ingedrukt, de luidsprekerset in of uit die is aangesloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het achterpaneel. E USB-aansluiting Om een USB-opslagapparaat (p.23) of een iPod aan te sluiten (p.21). Bedieningselementen en functies F INPUT-keuzeknop Hiermee kiest u de signaalbron waar u naar wilt luisteren. INLEIDING G BASS-regelaar Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. De middelste stand levert een vlakke klank op (p.15) H TREBLE-regelaar Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. De middelste stand levert een vlakke klank op (p.15) I BALANCE-regelaar Stelt de geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er wordt geluisterd (p.15). J LOUDNESS-regelaar Behoudt het volledige klankspectrum bij alle volumeniveaus, door het verlies aan gevoeligheid van het menselijk oor voor hoge en lage frequenties bij een laag volume te compenseren (p.15). K SELECT/ENTER (stapgewijze keuzeknop) Draai de keuzeknop om een numerieke waarde of instelling te selecteren en druk vervolgens op de keuzeknop om te bevestigen. L RETURN Keert terug naar de vorige indicatie op het voorpaneelscherm. M VOLUME-regelaar Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau. Nederlands 5 Nl Bedieningselementen en functies Voorpaneel 1 2 3 4 5 SLEEP STEREO TUNED 8 1 Informatieweergave Geeft de huidige status weer (zoals naam van ingang en naam van geluidsmodus). U kunt de weergegeven informatie wisselen als u op DISPLAY drukt (p.29). 2 STEREO Gaat branden als het toestel een stereo FM-radiosignaal ontvangt. 3 TUNED Gaat branden als het toestel een signaal van een FM/AMstation ontvangt. 4 Luidsprekerindicators “SP A” gaat branden als de SPEAKERS A uitgang is ingeschakeld en “SP B” brandt als de SPEAKERS B uitgang is ingeschakeld. 5 SLEEP Gaat branden als de slaaptimer is ingeschakeld. 6 MUTE Knippert als de audio is gedempt. 7 Volume-indicator Geeft het huidige volume aan. 8 Cursorindicators Geeft aan welke cursortoetsen op de afstandsbediening momenteel bediend worden. y U kunt het helderheidsniveau van het voorpaneel wijzigen door op de afstandsbediening op DIMMER te drukken (p.8). 6 Nl SP A SP B 6 7 VOL. MUTE 8 Bedieningselementen en en functies functies Bedieningselementen Achterpaneel 1 2 3 4 5 6 7 8 INLEIDING 9 : A B 1 PHONO-aansluitingen Voor de aansluiting op een platenspeler (p.10). 2 OPTICAL 1-2 aansluitingen Voor de aansluiting op audiocomponenten die van optische digitale uitgangen zijn voorzien (p.10). 3 ANTENNA-aansluitingen Voor de aansluiting op FM- en AM-antennes (p.12). 4 COAXIAL 1-2 aansluitingen Voor de aansluiting op audiocomponenten die van coaxiale digitale uitgangen zijn voorzien (p.10). B REMOTE IN/OUT-aansluitingen Als u een andere Yamaha-component hebt die externe aansluiting ondersteunt, zoals dit toestel doet, dan is geen infrarode zender nodig. U kunt externe signalen verzenden door een infrarode ontvanger en de REMOTE INaansluiting van het andere component op de REMOTE IN/OUT-aansluitingen van dit toestel aan te sluiten door kabels met mono-ministekkers te gebruiken. Er kunnen tot zes Yamaha-componenten (inclusief dit toestel) worden aangesloten. Achterpaneel van R-N500 5 SPEAKERS-aansluitingen Gebruikt om luidsprekers aan te sluiten (p.11). 6 NETWORK-aansluiting Voor het aansluiten op een netwerk (p.13). 7 DC OUT-aansluiting Voor het voorzien van stroom van een Yamaha AV accessoire. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het AV-accessoire voor meer informatie over aansluitingen. 8 Netsnoer Voor de aansluiting op een stopcontact (p.13). Infrarode ontvanger REMOTE IN OUT 9 LINE 1-3 aansluitingen Voor de aansluiting op analoge audiocomponenten (p.10). 0 CD-aansluitingen Voor de aansluiting op een cd-speler (p.10). Afstandsbediening Yamaha-component (tot zes componente, inclusief dit toestel) Nederlands A SUBWOOFER PRE OUT-aansluiting Voor de aansluiting op een subwoofer met ingebouwde versterker (p.10). 7 Nl Bedieningselementen en functies Afstandsbediening In dit gedeelte worden de functie van elke toets op de afstandsbediening beschreven waarmee u het toestel of andere componenten van Yamaha of andere fabrikanten bedient. 1 2 3 4 5 6 7 8 CODE SET SOURCE RECEIVER E SLEEP SPEAKERS ID DIMMER A B COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET FM AM PRESET TUNING F MEMORY SHUFFLE 9 : A REPEAT HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER DISPLAY C H VOLUME I MUTE J RETURN TOP MENU B G MODE POP-UP MENU DISC SKIP 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 +10 ENT TV D TV INPUT TV VOL TV CH TV MUTE 1 Infraroodsignaalzender Verzendt infrarode signalen. 2 SLEEP Stelt de slaaptimer in (p.16). 3 SOURCE A Zet een extern apparaat aan/uit. 4 RECEIVER A Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by). 5 DIMMER Wijzigt het helderheidsniveau van het voorpaneelscherm. Kies de helderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op deze toets te drukken. 6 ID Verandert het afstandsbedienings-id (p.34). 8 Nl 7 Signaalkeuzetoetsen Hiermee selecteert u een signaalbron voor weergave. COAX 1-2 COAXIAL 1-2 aansluitingen OPT 1-2 OPTICAL 1-2 aansluitingen LINE 1-3 LINE 1-3 aansluitingen PHONO PHONO-aansluitingen TUNER FM/AM-tuner CD CD-aansluitingen USB USB-aansluiting NET NETWORK-aansluiting (druk hier herhaaldelijk op om de gewenste netwerkbron te selecteren) 8 Radiotoetsen De FM/AM-radio bedienen (p.17). FM Hiermee schakelt u naar FM-radio. AM Hiermee schakelt u naar AM-radio. MEMORY Hiermee stelt u FM/AM-radiostations in als voorkeuzestations. PRESET Hiermee selecteert u een voorkeuzestation. TUNING Hiermee selecteert u de radiofrequentie. 9 Bevat bedieningstoetsen SHUFFLE Schakelt tussen de shufflemodi. REPEAT Schakelt tussen de herhalingsmodi. HOME Toont menu op topniveau op het voorpaneel. NOW PLAYING Toont de afspeelinformatie op het voorpaneel. 0 SETUP Geeft het menu “SETUP” weer (p.31). A Menutoetsen Cursortoetsen ENTER RETURN DISPLAY Hiermee selecteert u een menu of parameter. Hiermee bevestigt u een geselecteerd item. Keert terug naar de vorige status. Schakelt tussen informatie die op het voorpaneel wordt getoond. B Bedieningstoetsen voor extern apparaat Hiermee kunt u menu´s weergeven en selecteren en andere handelingen uitvoeren voor externe apparaten (p.37). C Nummertoetsen Hiermee kunt u numerieke waarden invoeren, zoals radiofrequenties. D Bedieningstoetsen tv Hiermee kunt u de tv-invoer en het volume selecteren en andere tv-handelingen uitvoeren (p.36). E CODE SET Registreert afstandsbedieningscodes van externe apparaten op de afstandsbediening (p.36). F SPEAKERS A/B Schakelt de luidsprekers in en uit die zijn aangesloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het achterpaneel van het toestel wanneer u op de betreffende toets drukt. G MODE Hiermee schakelt u tussen “Stereo” en “Mono” voor de ontvangst van FM-radio (p.17). Schakelt tussen de iPod-bedieningsmodi (p.22). H OPTION Geeft het menu “OPTION” weer (p.30). I VOLUME-toetsen Hiermee past u het volume aan. J MUTE Dempt de audioweergave. y Als u externe apparaten wilt bedienen met de afstandsbediening, moet u voor het gebruik de afstandsbedieningscode voor elk apparaat instellen (p.36). Bedieningselementen en functies De afstandsbediening gebruiken ■ Batterijen plaatsen INLEIDING AAA-, R03-, UM-4-batterijen ■ Werkingsbereik De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit. Zorg dat u de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van dit toestel richt. Ongeveer 6m 30° 30° Afstandsbediening Nederlands 9 Nl VOORBEREIDINGEN Aansluitingen Aansluitingen Luidsprekers en broncomponenten aansluiten LET OP • Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten zijn voltooid. • Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) naar L, R (rechts) naar R, “+” naar “+” en “–” naar “–”. Als de aansluitingen niet kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidsprekeraansluitingen niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw componenten. • Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken. Luidsprekers A Platenspeler Dvd-speler, enz. Audio-uitgang Audioingang Audiouitgang Cd-recorder, enz. GND O Audio-uitgang (digitaal optisch) cd-speler, enz. C Audio-uitgang (digitaal coaxiaal) Audiouitgang Cd-speler Subwoofer Luidsprekers B y • De PHONO-aansluitingen zijn bedoeld voor een platenspeler met MM-cassette. • Verbind uw platenspeler met de GND-aansluiting om ruis in het signaal te verminderen. Bij sommige platenspelers hoort u juist minder ruis zonder de GND-aansluiting. Opnameapparaten aansluiten U kunt audio-opnameapparaten met de LINE 2-3 (REC)-aansluitingen verbinden. Deze aansluiting voert analoge audiosignalen uit die als de invoer zijn geselecteerd. Opmerking • Zorg dat de LINE 2-3 (REC)-aansluitingen alleen worden gebruikt om opnameapparatuur aan te sluiten. • Als u LINE2 als de invoerbron selecteert, wordt de audio-uitgang van de LINE 2 (REC)-aansluitingen gedempt. Als u LINE3 als de invoerbron selecteert, wordt de audio-uitgang van de LINE 3 (REC)-aansluitingen gedempt. 10 Nl Aansluitingen De luidsprekers aansluiten ■ De luidsprekerimpedantie instellen Het toestel is standaard geconfigureerd voor luidsprekers van 8 ohm. Als u luidsprekers van 4 tot 6-ohm aansluit, dient u de luidsprekerimpedantie in te stellen op “4  MIN”. Voordat u de luidsprekers aansluit, sluit u het netsnoer aan op het stopcontact. 2 Houd RETURN op het voorpaneel ingedrukt en druk op A (aan/uit). A (aan/uit) Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer (lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier klemaansluitingen. Door twee sets van aansluitingen is de luidsprekerkast in twee onafhankelijke delen gesplitst. Met deze verbindingen wordt de reproductie van de midden- en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen. Dit toestel VOORBEREIDINGEN 1 ■ Dubbel bedrade aansluiting Luidspreker RETURN SELECT/ENTER 3 Controleer of “SP IMP.” op het voorpaneel wordt weergegeven. Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de andere set aansluitingen. Opmerking SPIMP.8MIN 4 Druk op SELECT/ENTER om “4  MIN” te selecteren. 5 Druk op A (aan/uit) om het toestel uit te schakelen en verwijder het netsnoer uit het AC-stopcontact. Nu kunt u de luidsprekers aansluiten. Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen. y Om dubbel bedrade aansluitingen te gebruiken, drukt u op SPEAKERS A en SPEAKERS B op het voorpaneel of op de afstandsbediening zodat beide SP A en B op het voorpaneel branden. ■ De luidsprekerkabels aansluiten Luidsprekerkabels zijn voorzien van twee draadjes. Het ene draadje dient voor de verbinding met de negatieve (-) aansluiting van het toestel, het andere dient voor de positieve (+) aansluiting. Als de draden zijn voorzien van kleurmarkering om verwarring te voorkomen, verbindt u het zwarte draden met de negatieve aansluiting en het andere draden met de positieve aansluiting. a Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van de uiteinden van de luidsprekerkabel en draai de blootliggende draden van de kabel stevig in elkaar. b Maak de luidsprekeraansluiting los. c Steek de blootliggende draadjes van de kabel in de opening aan de zijkant (bovenaan rechts of onderaan links) van de aansluiting. d Maak de aansluiting vast. CODE SET SOURCE RECEIVER SLEEP SPEAKERS ID DIMMER A B COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 SPEAKERS A/B 10 mm (3/8") a Nederlands b SPEAKERS A/B c d 11 Nl Aansluitingen De FM- en AM-antennes aansluiten Bij dit toestel zijn antennes meegeleverd voor FM- en AM-uitzendingen. Over het algemeen zouden deze antennes voldoende signaalsterkte moeten leveren. Sluit de antennes aan op de daarvoor bedoelde aansluitingen. Opmerking Als u last heeft van een slechte ontvangst, kunt u een buitenantenne installeren. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende Yamaha-verkoper of -servicecentrum naar de mogelijkheden met buitenantennes. AM-antenne (meegeleverd) AM-buitenantenne Gebruik 5 tot 10 meter met plastic geïsoleerd draad dat u uit een raam naar buiten spant. • De AM-antenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een AM-buitenantenne op dit toestel is aangesloten. • De AM-antenne meot van dit toestel af worden geplaatst. ■ De meegeleverde AM-antenne monteren 12 Nl FM-antenne (meegeleverd) FM-buitenantenne ■ De draden van de AM-antenne aansluiten Aansluitingen Op een netwerk aansluiten U kunt op het toestel genieten van internetradio of muziekbestanden die zijn opgeslagen op mediaservers, zoals pc’s en op netwerk aangesloten opslag (Network Attached Storage, NAS). Sluit het toestel aan op de router met een in de handel verkrijgbare STP-netwerkkabel (rechte kabel van CAT-5 of hoger). Network Attached Storage (NAS) Internet WAN LAN VOORBEREIDINGEN Modem PC Router Netwerkkabel Mobiel apparaat (zoals iPhone) Het toestel (achterzijde) y • Als u een router gebruikt die de DHCP-functie ondersteunt, hoeft u geen netwerkinstellingen voor het toestel te configureren, omdat de netwerkparameters (zoals het IP-adres) er automatisch aan worden toegewezen. U hoeft de netwerkinstellingen alleen te configureren als uw router geen DHCP ondersteunt of als u de netwerkparameters handmatig wilt configureren (p.32). • In “Information” (p.32) in het menu “SETUP” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen. Het netsnoer aansluiten Als u alle aansluitingen hebt uitgevoerd, sluit u het netsnoer aan. Op een wandstopcontact Opmerking Nederlands • Bepaalde beveiligingssoftware die op uw pc is geïnstalleerd of de firewallinstellingen van netwerkapparaten (bijvoorbeeld een router) kunnen de toegang van het toestel tot de netwerkapparaten of internet blokkeren. In deze gevallen dient u de instellingen van de beveiligingssoftware of firewall op de juiste wijze te configureren. • Elke server moet zijn aangesloten op hetzelfde subnetwerk als het toestel. • Als u de service via internet wilt gebruiken, wordt een breedbandverbinding ten zeerste aanbevolen. 13 Nl BASISBEDIENING Afspelen Afspelen LET OP Let heel goed op wanneer u cd's afspeelt die zijn opgenomen met DTS. Als u een cd afspeelt die is gecodeerd met DTS in een cd-speler die DTS niet ondersteunt, hoort u alleen ruis en deze ruis kan uw luidsprekers beschadigen. Controleer of uw cd-speler cd's ondersteunt die zijn gecodeerd met DTS. Controleer ook het geluidsniveau van uw cd-speler voordat u een cd gaat afspelen die is gecodeerd met DTS. Opmerkingen Een bron afspelen • Als één luidsprekerset met dubbel bedrade verbindingen is aangesloten, of als gelijktijdig twee luidsprekersets (A en B) worden gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat op het voorpaneel SP A en SP B worden weergegeven. • Wanneer u luistert met een hoofdtelefoon, zet dan de luidsprekers uit. A (aan/uit) SPEAKERS A/B INPUT-keuzeknop 4 Speel de bron af. 5 Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau te regelen. VOLUME CODE SET SOURCE RECEIVER SLEEP RECEIVER A SPEAKERS ID DIMMER A B COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 SPEAKERS A/B LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET FM HOME AM 6 PLAYING SETUP OPTION ENTER DISPLAY Signaalkeuzetoetsen VOLUME y U kunt de geluidskwaliteit aanpassen met de regelaars BASS (lage tonen), TREBLE (hoge tonen), BALANCE (balans) en LOUDNESS (hoog/laagverhouding) of met de schakelaar PURE DIRECT op het voorpaneel. VOLUME RETURN Druk op het voorpaneel opnieuw op A (aan/ uit) (of op de afstandsbediening op RECEIVER A) om het gebruik van dit toestel te voltooien en het in stand-bymodus in te stellen. ■ De PURE DIRECT-schakelaar gebruiken 1 Druk op A (aan/uit) op het voorpaneel (of RECEIVER A op de afstandsbediening) om dit toestel in te schakelen. 2 Draai aan de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de invoerkeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de ingangsbron te kiezen waarnaar u wilt luisteren. 3 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het voorpaneel of op de afstandsbediening om luidsprekers A en/of B te kiezen. Als luidsprekerset A of luidsprekerset B is ingeschakeld,wordt overeenkomstig op het voorpaneel SP A of SP B wergegeven (p.6). 14 Nl Leidt ingangssignaal uit uw audiobronnen voorbij de BASS-, TREBLE-, BALANCE- en LOUDNESSregelaars, waardoor het audiosignaal niet wordt beïnvloed en het puurst mogelijke geluid wordt gecreëerd. De PURE DIRECT-lamp gaat branden en het voorpaneelscherm gaat na een paar seconden uit. PURE DIRECT-schakelaar Opmerkingen • De regelaars BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS werken niet als de functie PURE DIRECT is ingeschakeld. • Deze instelling blijft behouden, zelfs als u dit toestel uitschakelt. Afspelen ■ De regelaars voor BASS en TREBLE afstellen ■ De LOUDNESS-regelaar afstellen LOUDNESS TREBLE BASS De regelaars BASS en TREBLE stellen de hoge en lage frequentieresponses af. De middelste stand levert een vlakke klank op. NOW PLAYING OPTION ENTER DISPLAY TOP MENU VOLUME VOLUME +/– RETURN POP-UP MENU MUTE Behoud het volledige klankspectrum bij alle volumeniveaus, door het verlies van het menselijk oor aan gevoeligheid voor hoge en lage frequenties bij een laag volume te compenseren. LET OP TREBLE Wanneer u vindt dat er niet genoeg hoog (geluid met hoge frequenties) is, dan draait u de knop naar rechts. Wanneer u vindt dat er te veel hoog is, dan draait u de knop naar links. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB (20 kHz) Als de schakelaar PURE DIRECT is ingeschakeld terwijl de LOUDNESS-regelaar op een bepaald niveau is ingesteld, dan worden de invoersignalen niet langs de LOUDNESSregelaar geleid, wat in een plotselinge toename van het geluidsuitvoerniveau resulteert. Om te voorkomen dat uw gehoor of de luidsprekers worden beschadigd, dient u ervoor te zorgen dat de schakelaar PURE DIRECT wordt ingedrukt nadatu het geluidsuitvoerniveau hebt verlaagd of nadat u hebt gecontroleerd dat de LOUDNESS-regelaar juist is ingesteld. ■ De BALANCE-regelaar afstellen 1 Stel de LOUDNESS-regelaar in op de FLAT-stand. 2 Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/-op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau in te stellen op het luidste niveau waarnaar u zou willen luisteren. 3 Draai aan de LOUDNESS-regelaar tot het gewenste volume is bereikt. BALANCE Met de BALANCE-regelaar regelt u de geluidsbalans van de linker en rechter luidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er wordt geluisterd. Nadat u de LOUDNESS-regelaar hebt ingesteld, kunt u genieten van muziek op het volume naar uw keuze. Als het effect van de instelling van de LOUDNESS-regelaar te sterk of te zwak is, stelt u de LOUDNESS-regelaar opnieuw af. 15 Nl Nederlands y BASISBEDIENING BASS Wanneer u vindt dat er niet genoeg bas (geluid met lage frequenties) is, dan draait u de knop naar rechts. Wanneer u vindt dat er te veel bas is, dan draait u de knop naar links. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB (20 Hz) HOME SETUP VOLUME Afspelen De slaaptimer gebruiken Gebruik deze functie om het toestel na een bepaalde tijdsduur automatisch in stand-bymodus te zetten. De slaaptimer is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel een bron afspeelt of opneemt. CODE SET SOURCE RECEIVER RECEIVER A SLEEP SLEEP SPEAKERS ID DIMMER A B COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET Opmerking De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden ingesteld. 1 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur in te stellen voordat het toestel in standbymodus gaat. Elke keer dat u op SLEEP drukt, wijzigt het voorpaneel zoals hieronder wordt getoond. De SLEEP-lamp knippert terwijl u de tijdsduur voor de slaaptimer instelt. SLEEP VOL. SP A Sleep120min. SW L R Als de slaaptimer is ingesteld, zal de SLEEP-lamp op het voorpaneel branden. y • Selecteer “Sleep Off” om de slaaptimer uit te schakelen. • De instelling van de slaaptimer kan ook worden geannuleerd door op de afstandsbediening op RECEIVER A te drukken om dit toestel in stand-bymodus in te stellen. 16 Nl Luisteren naar FM/AM-radio Luisteren naar FM/AM-radio Opmerkingen FM/AM afstemmen TUNER LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET FM AM PRESET TUNING FM AM TUNING H / I MEMORY SHUFFLE REPEAT MODE MODE y NOW PLAYING HOME 1 2 3 5 6 7 8 9 0 +10 ENT Als de signaalontvangst voor een FM-radiozender niet stabiel is, kan het helpen om over te schakelen naar Mono. 4 Nummertoetsen TV INPUT TV CH Druk op TUNER om TUNER als de signaalbron te selecteren. 1 2 Druk op FM of op AM om de ontvangstban (FM of AM) te selecteren. 3 Houd TUNING H / I langer dan 1 seconde ingedrukt om afstemmen te starten. Druk op H om naar een hogere frequentie af te stemmen. Druk op I om naar een lagere frequentie af te stemmen. Druk herhaaldelijk op MODE om “Stereo” (automatische stereomodus) of “Mono” (mono-modus) te selecteren als dit toestel op een FM-radiozender is afgestemd. Wanneer u Mono selecteert, worden FMuitzendingen weergegeven in mono. BASISBEDIENING 1 ■ FM-ontvangst verbeteren Als het signaal van het station zwak is en de geluidskwaliteit is niet goed, stel dan de FM-radioontvangstmodus in op mono om de ontvangst te verbeteren. TV TV VOL • Wanneer u op de nummertoetsen op de afstandsbediening drukt terwijl u op een voorkeuzestation afstemt, wordt een voorkeuzenummer geselecteerd. Stel de afstemmingsmodus in op frequentie-afstemmingsmodus met behulp van TUNING H / I, voordat u op de nummertoetsen drukt. • Als u een frequentie invoert die buien het ontvangbare bereik ligt, dan wordt op het voorpaneel “Wrong Station!” weergegeven. Let erop dat de ingevoerde frequentie correct is. Opmerking De STEREO-lamp gaat branden op het voorpaneel als u naar een station in stereo luistert. De frequentie van de ontvangen zender wordt op het voorpaneel getoond. Als een uitzending wordt ontvangen, brandt de “TUNED”-lamp op het voorpaneel. Als een stereouitzending wordt ontvangen, brandt ook de “STEREO”-lamp. VOL. STEREO TUNED SP A FM98.50MHz L SL SW C R SR Frequentie Als de afstemmende zoekopdracht niet bij de gewenste zender stopt omdat de signalen van de zender te zwak zijn, gebruikt u de volgende toetsen om een frequentie in te stellen. TUNING H / I: de frequentie verlagen/verhogen. Nederlands Nummertoetsen: geef rechtstreeks een frequentie op. Om bijvoorbeeld 98.50 MHz te selecteren, drukt u op “9”, “8”, “5” en “0” (of ENT). 17 Nl Luisteren naar FM/AM-radio Automatische voorkeuzeafstemming (alleen FM -stations) U kunt de automatische voorkeuze-afstemfunctie gebruiken om automatisch FM-stations als voorkeuzestations te registreren. Met deze functie kan het toestel automatisch afstemmen op FM-stations met een sterk signaal en 40 van dergelijke stations in volgorde opslaan. U kunt dan gemakkelijk zo'n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren. Opmerkingen • Als u een station naar een voorkeuzenummer registreert waarop al een station is geregistreerd, wordt het eerder geregistreerde station overgeschreven. • Als het station dat u wilt opslaan een zwak signaal heeft, probeer dan de handmatige voorkeuze-afstemmethode. VOL. SP A 01:FM87.50MHz Voorkeuzenummer Als het scannen is voltooid, wordt “FINISH” weergegeven en daarna keert het display terug naar de oorspronkelijke status. Handmatige voorkeuze voor afstemming U kunt handmatig 40 FM/AM-stations registreren (40 in totaal). U kunt dan gemakkelijk zo'n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren. y • FM-stations die met de automatische voorkeuzeregistratie als voorkeuzestations zijn geregistreerd, klinken in stereo. • Alleen stations de met het Radio Data System worden uitgezonden, worden automatisch door de functie Auto Preset (automatische voorkeuze) opgeslagen. TUNER TUNER CD FM AM USB COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET FM AM PRESET TUNING MEMORY MEMORY PRESET PRESET F / G TUNING MEMORY HOME NOW PLAYING SETUP OPTION PRESET F / G NET SHUFFLE FM AM Frequentie REPEAT MODE ■ Een radiosetation handmatig registreren Selecteer handmatig een radiostation en registreer deze als een voorkeuzenummer. OPTION Cursortoetsen B / C ENTER ENTER DISPLAY VOLUME 1 Volg “FM/AM afstemmen” (p.17) om op het gewenste radiostation af te stemmen. 2 Houd MEMORY langer dan 2 seconden ingedrukt. Wanneer u voor het eerst een station registreert, wordt het geselecteerde radiostation geregistreerd met het voorkeuzenummer “01”. Daarna wordt elk geregistreerd radiostation geregistreerd onder het volgende lege voorkeuzenummer na het laatst geregistreerde nummer. RETURN RETURN TOP MENU POP-UP MENU MUTE 1 Druk op TUNER om TUNER als de signaalbron te selecteren. 2 Druk op de afstandsbediening op OPTION. Het menu “OPTION” wordt weergegeven (p. 30). 3 Druk op B / C om “Auto Preset” te selecteren en druk daarna op ENTER. VOL. STEREO TUNED 01:FM98.50MHz VOL. SP A AutoPreset Het toestel zoekt ongeveer 5 seconden later de FMband af vanaf de laagste frequentie omhoog. Om het scannen onmiddellijk te starten, houdt u de toets ENTER ingedrukt. 18 Nl SW C R SR Voorkeuzenummer y Om voor registratie een voorkeuzenummer te selecteren, drukt u één keer op MEMORY nadat u op het gewenste radiostation hebt afgestemd. Druk op PRESET F / G om een voorkeuzenummer te selecteren en druk dan opnieuw op MEMORY. y • Voor dat het scannen start, kunt u het eerste voorkeuzenummer aangeven dat moet worden gebruikt. Hiervoor drukt u op PRESET F/G of op de cursortoets (B/C) op de afstandsbediening. • Om het scannen te annuleren, drukt u op FM, AM of op RETURN. L SL VOL. STEREO TUNED 02:Empty L SL SW C R SR “Empty” (niet in gebruik) of de huidig geregistreerde frequentie Luisteren naar FM/AM-radio Een voorkeuzestation terugroepen U kunt voorkeuzestations terugroepen die zijn geregistreerd met de automatische of de handmatige voorkeuzemethode. Een voorkeuzestation wissen Wis radiostations die naar de voorkeuzenummers zijn geregistreerd. TUNER LINE1 TUNER LINE2 TUNER CD FM AM LINE3 USB TUNER CD FM AM USB NET PRESET TUNING PHONO NET MEMORY PRESET TUNING MEMORY PRESET F / G HOME NOW PLAYING SETUP OPTION OPTION SHUFFLE REPEAT Cursortoetsen B / C ENTER MODE NOW PLAYING HOME ENTER DISPLAY TOP MENU 1 2 3 5 6 7 8 9 0 +10 ENT TV VOL TV CH VOLUME RETURN POP-UP MENU MUTE 4 Nummertoetsen TV Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren. 1 Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren. 2 Druk op OPTION. 2 Druk op PRESET F / G om een voorkeuzenummer te selecteren. 3 Gebruik de cursortoetsen om “Clear Preset” te selecteren en druk op ENTER. VOL. y • Voorkeuzenummers waarvoor geen stations zijn geregistreerd, worden overgeslagen. • “No Presets” wordt weergegeven als geen setations zijn geregistreerd. • U kunt een voorkeuzenummer rechtstreeks selecteren door tijdens het terugroepen van een voorkeuzestation op de nummertoetsen op de afstandsbediening te drukken. “Empty” wordt weergegeven op het display als u een voorkeuzenummer invoert waarop geen station is geregistreerd. “Wrong Num.” wordt weergegeven als u een ongeldig nummer invoert. • Wanneer u op de nummertoetsen op de afstandsbediening drukt tijdens normaal afstemmen, wordt een frequentie ingevoerd. Stel met PRESETF / G de afstemmingsmodus in op de vooraf ingestelde afstemmingsmodus voordat u op nummertoetsen drukt. BASISBEDIENING 1 TV INPUT ClearPreset 4 Gerbuik de cursortoetsen (B / C) om een voorkeuzestation te selecteren die moet worden gewist en druk op ENTER. CLEAR VOL. STEREO TUNED SP A 01:FM98.50MHz SW C L SL R SR Voorkeurstation die u wilt wissen Als het voorkeuzestation is gewist, wordt “Cleared” weergegeven en wordt het volgende gebruikte voorkeuzenummer weergegeven. CLEAR VOL. SP A 01:Cleared SW C L SL 5 Herhaal stap 4 tot alle gewenste voorkeuzestations zijn gewist. 6 Druk op OPTION om het menu te sluiten. R SR y a Druk op het voorpaneel op CLEAR. b Draai SELECT/ENTER om het voorkeuzestation te selecteren die u wilt wissen. c Druk op SELECT/ENTER of op CLEAR om het voorkeuzestation te wissen. 19 Nl Nederlands U kunt vanaf het voorpaneel een voorkeuzestation wissen. Luisteren naar FM/AM-radio Radio Data System afstemmen Radio Data System is een systeem voor gegevensoverdracht dat door FM-stations in een groot aantal landen wordt gebruikt. Het toestel kan diverse soorten Radio Data System-gegevens ontvangen, zoals “Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en “Clock Time” wanneer het toestel is afgestemd op een Radio Data System-zender. ■ De Radio Data System-informatie weergeven ■ Automatisch verkeersinformatie ontvangen Als “TUNER” als signaalbron is geselecteerd, ontvangt het toestel automatisch verkeersinformatie. Als u deze functie wilt inschakelen, volgt u de procedure hieronder om het station met verkeersinformatie in te stellen. HOME NOW PLAYING SETUP OPTION OPTION Cursortoetsen B / C ENTER ENTER DISPLAY RETURN TOP MENU HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER DISPLAY VOLUME RETURN POP-UP MENU MUTE DISC SKIP VOLUME 1 Als “TUNER” als de signaalbron is geselecteerd, drukt u op OPTION. 2 Gebruik de cursortoetsen om “TrafficProgram” te selecteren en druk op ENTER. Het zoeken naar het station met verkeersinformatie begint na ongeveer 5 seconden. Druk nogmaals op ENTER als u direct met zoeken wilt beginnen. RETURN DISPLAY TOP MENU POP-UP MENU MUTE DISC SKIP 1 Stem af op de gewenste Radio Data Systemzender. y Wij raden u aan om “Auto Preset” te gebruiken om af te stemmen op de Radio Data System-zenders (p.18). 2 Druk op DISPLAY. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander onderdeel weergegeven. INFO VOL. STEREO TUNED SP A ProgramType Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie voor het weergegeven onderdeel weergegeven. VOL. STEREO TUNED SP A TPFM101.30MHz Station met verkeersinformatie (frequentie) VOL. STEREO TUNED SP A CLASSICS Informatie Program Service Naam programmaservice Program Type Type van het huidige programma Radio Text Informatie over het huidige programma Clock Time Huidige tijd Frequency Frequentie Opmerking “Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en “Clock Time” worden niet weergegeven als het radiostation de Radio Data System-service niet verstrekt. 20 Nl Het volgende scherm wordt ongeveer 3 seconden weergegeven als het zoeken is voltooid. FINISH Naam onderdeel 9850 y • Als u omhoog/omlaag wilt zoeken vanaf de huidige frequentie drukt u op de cursortoetsen (q/w) terwijl “READY” wordt weergegeven. • Druk op RETURN als u het zoeken wilt annuleren. • Met tekst tussen haakjes worden indicators op het display op het voorpaneel aangegeven. Opmerking “TP Not Found” wordt gedurende ongeveer 3 seconden weergegeven als er geen stations met verkeersinformatie zijn gevonden. iPod-muziek weergeven iPod-muziek weergeven U kunt iPod-muziek op het toestel weergeven met een USB-kabel die bij de iPod is geleverd. Opmerking Afhankelijk van het model of de softwareversie van een iPod is het mogelijk dat een iPod niet wordt gedetecteerd door het toestel of dat sommige functies niet compatibel zijn. Afspelen van iPod-inhoud Volg de procedure hieronder om de inhoud van de iPod te bedienen en de weergave te starten. Gemaakt voor Opmerking • iPod touch (1ste, 2de, 3de, 4de en 5de generatie) • iPod nano (2de, 3de, 4de, 5de, 6de en 7de generatie) • iPhone 5, iPhone 4S, iPhone 4, iPhone 3GS, iPhone 3G, iPhone • iPad (4de generatie), iPad mini, iPad (3de generatie), iPad 2, iPad (vanaf augustus 2013) “_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het toestel niet ondersteunt. LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET FM AM PRESET TUNING USB MEMORY SHUFFLE Sluit uw iPod op het toestel aan met de USB-kabel die bij de iPod is geleverd. 1 Cursortoetsen ENTER RETURN Sluit de USB-kabel aan op de iPod. DISPLAY 2 REPEAT SHUFFLE REPEAT MODE MODE HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER HOME NOW PLAYING VOLUME RETURN DISPLAY TOP MENU POP-UP MENU MUTE DISC SKIP Sluit de USB-kabel aan op de USBaansluiting. 1 Het toestel (voorzijde) 1 BASISBEDIENING Een iPod aansluiten Bedieningstoetsen voor extern apparaat 2 3 4 Druk op USB om “USB” als de signaalbron te selecteren. VOL. SP A SW Music 2 USB VOL. SP A Connected L SL SW C R SR Opmerking Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. VOL. SP A Track#1 y De iPod wordt opgeladen terwijl deze op het toestel is aangesloten. Als u het toestel in de stand-bymodus zet terwijl de iPod wordt opgeladen, gaat het opladen van de iPod maximaal 4 uur gewoon door. Als “NET Standby” (p.32) in het menu “SETUP” is ingesteld op “On”, gaat het zonder limiet door met veranderen. R L SW L R y • Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29). • Als u de iPod handmatig wilt bedienen om inhoud te selecteren of het weergeven te bedienen, schakelt u naar de modus voor eenvoudig afspelen (p.22). Nederlands Koppel de iPod los van de USB-aansluiting wanneer de iPod niet wordt gebruikt. 21 Nl iPod-muziek weergeven Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om de weergave te besturen. Bedieningstoetsen voor extern apparaat Function p Hervat het afspelen na het pauzeren. s Stopt het afspelen. e Stopt het weergeven tijdelijk. b Gaat vooruit/terug. a w HOME Geeft het hoofdmenu van de iPod weer. NOW PLAYING Geeft informatie weer of het nummer dat wordt afgespeeld. Druk op MODE om naar de modus voor eenvoudig afspelen te schakelen. Tussen de modus voor eenvoudig afspelen wordt op het voorpaneel alleen de ingangsnaam weergegeven. Als u de afspeelinformatie bevestigt, dient u het iPodscherm te raadplegen. y Als u de modus voor eenvoudig afspelen wilt afsluiten, drukt u opnieuw op MODE. Bedien de iPod zelf of de afstandsbediening om het afspelen te starten. Beschikbare afstandsbedienings toetsen Functie Cursortoetsen Hiermee kunt u een item selecteren. ENTER Bevestigt de selectie. RETURN Keert terug naar de vorige status. p e Bedienings toetsen voor extern apparaat s b a w f 22 Nl 1 Als de invoerbron “USB” is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE om de afspeelmethode te selecteren. Item Repeat ■ De iPod zelf bedienen of met de afstandsbediening (eenvoudig afspelen) 2 U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle van uw iPod configureren. Zoekt voorwaarts/achterwaarts (ingedrukt houden). f 1 ■ Instellingen voor herhalen/shuffle Start of stopt het afspelen tijdelijk. Stopt het afspelen. Gaat vooruit/terug. Zoekt voorwaarts/achterwaarts (ingedrukt houden). Shuffle Instelling Functie Off Zet de functie herhalen uit. One Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. All Speelt alle nummers herhaaldelijk af. Off Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. Songs Speelt nummers in willekeurige volgorde af. Albums Speelt albums in willekeurige volgorde af. y • Herhalen/shuffle kan ook in het menu “OPTION” worden aangegeven (p. 30). • De handeling of weergave van herhalen/shuffle kan verschillen. Dit hangt af van het gebruikte type of de versie software van iPod. Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op een USB-opslagapparaat weergeven op het toestel. Raadpleeg de handleidingen bij het USB-opslagapparaat voor meer informatie. Het toestel ondersteunt USB-apparaten voor massaopslag (FAT16- of FAT32-indeling). Opmerkingen • Het toestel ondersteunt WAV (alleen PCM-indeling), MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC- en FLAC-bestanden (audio voor maar 1- of 2kanalen). • Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV- en FLAC-bestanden en 48 kHz voor andere bestanden. • Afhankelijk van het model of de fabrikant van het USB-opslagapparaat is het mogelijk dat sommige functies niet compatibel zijn. • DRM-inhoud (Digital Rights Management) kan niet worden afgespeeld. Een USB-opslagapparaat aansluiten 1 Weergeven van de inhoud van een USBopslagapparaat Volg de procedure hieronder om de inhoud van het USBopslagapparaat te bedienen en het afspelen te starten. Opmerking Het toestel (voorzijde) “_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het toestel niet ondersteunt. LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET FM AM PRESET TUNING USB BASISBEDIENING Sluit het USB-opslagapparaat aan op de USB-aansluiting. MEMORY SHUFFLE USB-opslagapparaat Cursortoetsen ENTER RETURN USB VOL. DISPLAY SP A Connected L SL SW C SETUP OPTION ENTER HOME NOW PLAYING VOLUME RETURN DISPLAY TOP MENU 1 y 1 POP-UP MENU MUTE Bedieningstoetsen voor extern apparaat 2 3 4 Druk op USB om “USB” als de signaalbron te selecteren. Opmerkingen • Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-aansluiting wanneer het niet wordt gebruikt. • Stop weergave van het USB-opslagapparaat voordat u het loskoppelt van de USB-aansluiting. • U kunt de pc niet aansluiten op de USB-aansluiting van het toestel. SHUFFLE REPEAT MODE NOW PLAYING DISC SKIP R SR Als een USB-opslagapparaat veel gegevensbestanden bevat, kan het laden ervan lang duren. In dit geval wordt “Loading...” op de display op het voorpaneel weergegeven. REPEAT HOME VOL. SP A SW Blues 2 R L Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. Track#3 SW L R 23 Nl Nederlands VOL. SP A Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat y • Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29). • Als u een bestand selecteert dat niet door dit toestel wordt ondersteund, verschijnt boven de bestandsnaam. Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om de weergave te besturen. Bedieningstoetsen voor extern apparaat Function p Hervat het afspelen na het pauzeren. s Stopt het afspelen. e Stopt het weergeven tijdelijk. b Gaat vooruit/terug. a HOME NOW PLAYING Geeft het hoofdmenu van het USB-apparaat weer. Geeft informatie weer of het nummer dat wordt afgespeeld. ■ Instellingen voor herhalen/shuffle U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor afspelen van de inhoud van een USB-opslagapparaat configureren. 1 Als de invoerbron “USB” is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE om de afspeelmethode te selecteren. Item Repeat Instelling Functie Off Zet de functie herhalen uit. One Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. All Speelt alle nummers in het huidige album (map) herhaaldelijk af. Off Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. On Speelt nummers in het huidige album (map) in willekeurige volgorde af. Shuffle y Herhalen/shuffle kan ook in het menu “OPTION” worden aangegeven (p. 30). 24 Nl Muziek afspelen van mediaservers (pc’s/NAS) Muziek afspelen van mediaservers (pc’s/NAS) U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op uw pc of met DLNA compatibele NAS afspelen op het toestel. Opmerkingen • Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw pc op dezelfde router zijn aangesloten (p.13). In “Information” (p.32) in het menu “SETUP” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen. • Het toestel ondersteunt het afspelen van WAV- (alleen PCM-indeling), MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC- en FLAC-bestanden. • Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV- en FLAC-bestanden en 48 kHz voor andere bestanden. • Als u FLAC-bestanden wilt afspelen, moet u serversoftware op uw pc installeren die het delen van FLAC-bestanden via DLNA ondersteunt of een NAS gebruiken die FLAC-bestanden ondersteunt. Het delen van muziekbestanden via media instellen 4 Selecteer “Toegestaan” van de vervolgkeuzelijst naast “R-N500”. 5 Klik op “OK” om af te sluiten. 1 Start Windows Media Player 12 op uw pc. 2 Selecteer “Streamen” en daarna “Mediastreaming inschakelen.” Het venster van configuratiescherm van uw pc wordt getoond. BASISBEDIENING Om met dit toestel muziekbestanden in uw computer af te spelen, moet u tussen het toestel en de computer delen van media instellen (WIndows Media Player 11 of later). Hier wordt het instellen van Windows Media Player in Windows 7 as voorbeeld genomen. (voorbeeld van Engelse versie) y Raadpleeg Help van Windows Media Player voor details over instellingen voor delen van media. • Voor Windows Media Player 11 a Start de Windows Media Player 11 op uw pc. b Selecteer “Mediabibliotheek” en daarna “Media delen.” c Schakel het vak “Mijn media delen met” in, selecteer het pictogram “R-N500” en klik daarna op “Toestaan”. 3 Klik op “Mediastreaming inschakelen.” d Klik op “OK” om af te sluiten. • Voor een pc of een NAS waarop andere DLNA-serversoftware is geïnstalleerd Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw apparaat of de software en configureer de instellingen voor delen van media. Nederlands 25 Nl Muziek afspelen van mediaservers (pc’s/NAS) Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om de weergave te besturen. Afspelen van PC-muziekinhoud Volg de procedure hieronder om de muziek inhoud van de pc te bedienen en het afspelen te starten. Bedieningstoetsen voor extern apparaat Opmerking “_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het toestel niet ondersteunt. LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET FM AM PRESET TUNING p Hervat het afspelen na het pauzeren. s Stopt het afspelen. e Stopt het afspelen tijdelijk. b NET Functie Gaat vooruit/terug. a MEMORY SHUFFLE Cursortoetsen ENTER RETURN DISPLAY REPEAT MODE HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER HOME NOW PLAYING TOP MENU POP-UP MENU 1 Bedieningstoetsen voor extern apparaat 2 3 NOW PLAYING Geeft informatie weer of het nummer dat wordt afgespeeld. U kunt ook een DLNA compatibele Digital Media Controller (DMC) gebruiken voor het bedienen van het afspelen. Zie “DMC Control” (p.32) voor details. MUTE DISC SKIP 1 Geeft de hoofdmap van de muziekserver weer. y OPTION VOLUME RETURN DISPLAY HOME SHUFFLE REPEAT 4 Druk herhaaldelijk op NET om “SERVER” als signaalbron te selecteren. ■ Instellingen voor herhalen/shuffle U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor het afspelen van de muziekinhoud van de pc configureren. 1 VOL. Als de signaalbron “SERVER” is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of SHUFFLE om de afspeelmethode te selecteren. SP A SW NASA Item R L Instelling Off Zet de functie herhalen uit. One Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. All Speelt alle nummers in het huidige album (map) herhaaldelijk af. Off Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. On Speelt nummers in het huidige album (map) in willekeurige volgorde af. Naam muziekserver y Repeat Als er op uw pc een muziekbestand wordt afgespeeld dat vanaf het toestel is geselecteerd, wordt de afspeelinformatie weergegeven. 2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een muziekserver te selecteren en druk op ENTER. Functie Shuffle y 3 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. VOL. SP A Song01 SW L y • Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29). • Als u een bestand selecteert dat niet door dit toestel wordt ondersteund, verschijnt boven de bestandsnaam. 26 Nl R Herhalen/shuffle kan ook in het menu “OPTION” worden aangegeven (p. 30). Luisteren naar internetradio Luisteren naar internetradio U kunt luisteren naar internetradiozenders uit de hele wereld. y Opmerkingen • Om deze functie te gebruiken, moet het toestel verbinding hebben met internet (p.13). In “Information” (p.32) in het menu “SETUP” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen. • U kunt sommige internetradiozenders mogelijk niet ontvangen. • Het toestel gebruikt de vTuner-databaseservice voor internetradiozenders. • Deze service kan zonder kennisgeving worden gestopt. LINE1 LINE2 LINE3 PHONO TUNER CD USB NET FM AM PRESET TUNING NET http://yradio.vtuner.com/ MEMORY Cursortoetsen ENTER RETURN DISPLAY REPEAT MODE HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER HOME NOW PLAYING VOLUME RETURN DISPLAY TOP MENU POP-UP MENU MUTE DISC SKIP 1 1 • Gebruik de bedieningstoets voor externe apparaten (s) om het afspelen te stoppen. • Sommige informatie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijke van de zender. BASISBEDIENING SHUFFLE • Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29). • Door de volgende website vanaf de webbrowser van uw computer te openen, kunt u uw favoriete internetradiozenders in de map Bladwijzers registreren. – Voordat u een internetradiozender registreert, speelt u op dit toestel een willekeurige internetradiozender af. – Om de account aan te maken die voor registratie wordt vereist, hebt u het vTuner-id van dit toestel (het MAC-adres van dit toestel) en een e-mailadres nodig. U kunt het vTunerid van dit toestel bevestigen in “Information” van het menu “Network Setup (SETUP)” (p. 32). Bedieningstoetsen voor extern apparaat 2 3 4 Druk herhaaldelijk op NET om “NET RADIO” als signaalbron te selecteren. De zenderlijst verschijnt op het voorpaneel. VOL. SP A SW Bookmarks 2 R L Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een internetradiozender is geselecteerd, wordt de weergave gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. VOL. SP A JazzST SW L R Als u tijdens afspelen de zenderlijst wilt weergeven, drukt u op HOME. Om naar de afspeelinformatie terug te keren, drukt u op NOW PLAYING. Nederlands 27 Nl Afspelen van iTunes/iPod-muziek via een netwerk (AirPlay) Afspelen van iTunes/iPod-muziek via een netwerk (AirPlay) Met de functie AirPlay kunt u iTunes/iPod-muziek via het netwerk weergeven op het toestel. PC iTunes 3 Selecteer een nummer en start de weergave. Het toestel selecteert automatisch “AirPlay” als de signaalbron en start de weergave. De afspeelinformatie wordt op het voorpaneel weergegeven. y Het toestel Start weergave op iTunes of iPod Router De weergave wordt gestart iPod Opmerking Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw pc of iPod op dezelfde router zijn aangesloten (p.13). In “Information” (p.32) in het menu “SETUP” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen. AirPlay werkt met iPhone, iPad en iPod touch met iOS 4.3.3 of later, Mac met OS X Mountain Lion en Mac en pc met iTunes 10.2.2 of later. (vanaf augustus 2013) Weergave van iTunes/iPod-muziekinhoud Volg de procedure hieronder om iTunes/iPodmuziekinhoud weer te geven op het toestel. 1 Schakel het toestel in en start iTunes op de pc of geef het weergavescherm weer op de iPod. Als de iTunes/iPod het toestel herkent, wordt het pictogram AirPlay ( ) weergegeven. iTunes (voorbeeld) iPod (voorbeeld) • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt, kunt u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29). • U kunt het toestel automatisch inschakelen bij het starten van het afspelen op iTunes of iPod door “NET Standby” (p.32) in het menu SETUP in te stellen op “On”. • U kunt de netwerknaam (de naam van het toestel op het netwerk) die op iTunes/iPod wordt weergegeven bewerken in “Network Name” (p.33) in het menu “SETUP”. • Als u de andere signaalbron op het toestel selecteert tijdens de weergave, stopt de weergave op de iTunes/iPod automatisch. • U kunt het volume van het toestel tijdens het afspelen aanpassen vanaf de iTunes/iPod. Om de volumeregelaars vanaf iTunes/ iPod uit te schakelen, stelt u “Vol.Interlock” (p.30) in menu “OPTION” in op “Off”. Let op • Als u de iTunes/iPod-toetsen gebruikt om het volume te regelen, kan het volume onverwachts hard klinken. Hierdoor kunnen het toestel of de luidsprekers beschadigd raken. Als het volume plotseling toeneemt tijdens weergave, stopt u onmiddellijk de weergave op de iTunes/iPod. Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om de weergave te besturen. Bedieningstoetsen voor extern apparaat p Hervat het afspelen na het pauzeren. s Stopt het afspelen. e Stopt het afspelen tijdelijk. b a Gaat vooruit/terug. Herhalen Wijzigt de instellingen voor Herhalen Shuffle Wijzigt de Shuffle-instellingen Opmerking Als u de iTunes-weergave wilt bedienen met de afstandsbediening van het toestel, moet u vooraf de iTunesvoorkeuren zodanig configureren dat iTunes-besturing vanaf externe luidsprekers is ingeschakeld. Opmerking Als het pictogram niet wordt weergegeven, controleert u of het toestel en pc/iPod goed op de router zijn aangesloten. 2 iTunes (voorbeeld van Engelse versie) Klik (tik) op de iTunes/iPod op het pictogram AirPlay en selecteer het toestel (netwerknaam van het toestel) als het audioweergaveapparaat. iTunes (voorbeeld) iPod (voorbeeld) Schakel dit vakje in Netwerknaam van het toestel 28 Nl Informatie wisselen op het display van het voorpaneel Informatie wisselen op het display van het voorpaneel Als u USB of een netwerkbron als de invoerbron selecteert, kunt u op het voorpaneel ook afspeelinformatie wisselen. HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER DISPLAY VOLUME RETURN DISPLAY TOP MENU 1 POP-UP MENU MUTE Druk op DISPLAY. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander onderdeel weergegeven. VOL. SP A Song BASISBEDIENING Naam onderdeel Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie voor het weergegeven onderdeel weergegeven. VOL. SP A Track#1 Informatie Invoerbron Item USB (iPod) SERVER AirPlay Song (titel van nummer), Artist (naam artiest), Album (naam album), Time NET RADIO Song (titel nummer), Album (naam album), Station (naam zender), Time Nederlands 29 Nl GEAVANCEERDE BEDIENING Afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu OPTION) Afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu OPTION) U kunt afzonderlijke afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen. Met dit menu kunt u tijdens het afspelen gemakkelijk instellingen configureren. Cursortoetsen ENTER RETURN HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER DISPLAY TOP MENU ■ Volume Trim Corrigeert volumeverschillen tussen signaalbronnen. Als u hinder ondervindt van volumeverschillen bij het schakelen tussen signaalbronnen, gebruikt u deze functie om dat te corrigeren. OPTION VOLUME RETURN POP-UP MENU y MUTE Deze instelling wordt afzonderlijk op elke signaalbron toegepast. 1 Instelbereik -10,0 dB tot +10,0 dB (stappen van 0,5 dB) Druk op OPTION. VOL. SP A Standaard 0,0 dB VolumeTrim 2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. y Druk tijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren naar de vorige status. 3 4 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om een instelling te selecteren. Druk op OPTION om het menu te sluiten. FORMAT De audio-indeling van het ingangssignaal. CHAN Als andere dan twee-kanalige audio wordt ingevoerd, is de indicatie “---”. SAMPL Het aantal samples per seconde van het digitale ingangssignaal. ■ Vol.Interlock Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod via AirPlay. Welke onderdelen beschikbaar zijn, is afhankelijk van de geselecteerde signaalbron. Pagina Volume Trim Corrigeert volumeverschillen tussen signaalbronnen. 30 Signal Info Geeft informatie weer over het audiosignaal. 30 Auto Preset Registreert automatisch FMradiostations met sterke signalen als voorkeuzestations. 18 Clear Preset Wist radiostations die naar voorkeuzenummers zijn geregistreerd. 19 TrafficProgram Zoekt automatisch naar een station met verkeersinformatie. 20 Repeat Configureert de herhaalinstelling voor de 22, 24, iPod, het USB-opslagapparaat of de 26 mediaserver. Shuffle Configureert de shuffle-instelling voor de 22, 24, iPod, het USB-opslagapparaat of de 26 mediaserver. Vol.Interlock Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod via AirPlay. 30 Nl Keuzes Druk herhaaldelijk op de cursortoetsen (B/C) om de informatie op het display op het voorpaneel te wisselen. y Functie Geeft informatie weer over audiosignalen. y OPTION menu-items Item ■ Signal Info 30 Instellingen Off Schakelt volumeknoppen uit vanaf iTunes/iPod. Ltd (standaard) Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod binnen het beperkte bereik (-80,0 dB tot 0,0 dB en gedempt). Full Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod binnen het volledige bereik (-80,0 dB tot +16,5 dB en gedempt). Verschillende functies configureren (menu SETUP) Verschillende functies configureren (menu SETUP) U kunt de verschillende functies van het toestel configureren. HOME NOW PLAYING SETUP OPTION Onderdelen van het menu SETUP SETUP Cursortoetsen ENTER RETURN ENTER DISPLAY TOP MENU 1 Menu-item VOLUME Geeft de netwerkinformatie van het toestel weer. 32 IP Address Configureert de netwerkparameters (zoals IP-adres). 32 MAC Filter Stelt het MAC-adresfilter in om te verhinderen dat andere netwerkapparaten toegang krijgen tot het toestel. 32 DMC Control Bepaalt of een DLNAcompatibele Digital Media Controller (DMC) het afspelen mag besturen. 32 NET Standby Bepaalt of de functie die het toestel inschakelt vanaf andere netwerkapparaten moet worden ingeschakeld/ uitgeschakeld. 32 MUTE Druk op SETUP. VOL. SP A NetworkSetup 2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een menu te selecteren. Network Setup VOL. SP A InitialVolume 3 33 Werkt de firmware bij via het netwerk. 33 Max Volume Stelt het maximale volume in om een extreem geluidsvolume te voorkomen. 33 Initial Volume Stelt het eerste volume in op het moment dat het toestel wordt ingeschakeld. 33 AutoPowerStdby Stelt de hoeveelheid tijd in voor de automatische standbyfunctie. 33 ECO Mode Schakelt de eco-modus (energiebesparingsmodus) in of uit. 33 DC OUT Bepaalt hoe er stroom wordt toegevoerd via de DC OUTaansluiting. 33 VOL. IniVol.+16.5dB Update Gebruik de cursortoetsen (D / E) om een instelling te selecteren en druk op ENTER. y Druk tijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren naar de vorige status. 5 Sluit af vanuit het menu door op SETUP te drukken. GEAVANCEERDE BEDIENING Bewerkt de netwerknaam (de naam van het toestel op het Network Name netwerk) die andere netwerkapparaten wordt weergegeven. Druk op ENTER. SP A 4 Pagina Information RETURN POP-UP MENU Functie Nederlands 31 Nl Verschillende functies configureren (menu SETUP) Network Setup 4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) of nummertoetsen om een waarde te wijzigen. 5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten. Configureert de netwerkinstellingen. ■ Information Geeft de netwerkinformatie van het toestel weer. NewFwAvailable Verschijnt als voor de firmware van dit toestel een updat beschikbaar is (p.39). STATUS De verbindingsstatus van de NETWORKaansluiting MAC MAC address (MAC-adres) IP IP address (IP-adres) SUBNET Subnet mask (subnetmasker) GTWY Het IP-adres van de standaardgateway DNS P Het IP-adres van de primaire DNS-server DNS S Het IP-adres van de secundaire DNS-server VTUNER Het id van de internetradio (vTuner) ■ MAC Filter Stelt het MAC-adresfilter in om te verhinderen dat andere netwerkapparaten toegang krijgen tot het toestel. Filter Schakelt het MAC-adresfilter in/uit. Off (standaard) Schakelt het MAC-adresfilter uit. On Schakelt het MAC-adresfilter in. Geef in “MAC Address 01–10” het MAC-adres aan van de netwerkapparaten die toestemming hebben voor toegang tot het toestel. Filterinstellingen MAC-adres ■ IP Address Configureert de netwerkparameters (zoals IP-adres). 1 Stel “Filter” in op “On”. DHCP Bepaalt of een DHCP-server wordt gebruikt. 2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een MAC-adresnummer (01 tot 10) te selecteren. 3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om de bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen (B / C) om een waarde te selecteren. 4 Druk op SETUP om het menu af te sluiten. Off Er wordt geen DHCP-server gebruikt. U moet de netwerkparameters handmatig configureren. Zie “Handmatige netwerkinstellingen” voor meer informatie. On (standaard) Er wordt een DHCP-server gebruikt om de netwerkparameters (zoals IP-adres) van het toestel automatisch te bepalen. Handmatige netwerkinstellingen y 1 Stel “DHCP” in op “Off”. Als u “AirPlay” (p.28) en “DMC Control” (p.32) gebruikt, kunt u, ondanks de MAC-adresfilter, niet de toegang beperken van netwerkapparaten. 2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een parametertype te selecteren. ■ DMC Control Bepaalt of een DLNA-compatibele Digital Media Controller (DMC) het afspelen mag besturen. Address Hierin kunt u een IP-adres opgeven. Subnet Mask Hierin kunt u een subnetmasker opgeven. Disable Weergave kan niet worden bediend met DMC’s. Default Gateway Geeft het IP-adres aan van de standaardgateway. Enable (standaard) Weergave kan worden bediend met DMC’s. DNS Server(P) Hierin kunt u het IP-adres van de primaire DNSserver opgeven. DNS Server(S) Hierin kunt u het IP-adres van de secundaire DNS-server opgeven. 3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om de bewerkingspositie te selecteren. y Een Digital Media Controller (DMC) is een apparaat dat via het netwerk andere netwerkapparaten kan bedienen. Als deze functie is ingeschakeld, kunt u het afspelen van het toestel bedienen met DMC’s (zoals Windiow Media Player 12) op hetzelfde netwerk. ■ NET Standby Bepaalt of het toestel kan worden ingeschakeld vanaf andere apparaten in het netwerk (netwerk stand-by). VOL. SP A Address1192 Off (standaard) Schakelt de netwerk stand-byfunctie uit. On Schakelt de netwerk stand-byfunctie in. (Het toestel verbruikt meer stroom dan wanneer “Off” is geselecteerd.) (Voorbeeld: IP-adresinstelling) Gebruik de cursortoetsen (D / E) om tussen segmenten (Adres1, Adres2...) van het adres te schakelen. 32 Nl Verschillende functies configureren (menu SETUP) ■ Network Name Bewerkt de netwerknaam (de naam van het toestel op het netwerk) die andere netwerkapparaten wordt weergegeven. 1 Selecteer “Network Name”. Initial Volume Stelt het eerste volume in wanneer de ontvanger wordt ingeschakeld. Off (standaard) Stelt het volume in op het niveau dat was ingesteld op het moment dat dit toestel in de stand-bymodus werd gezet. Mute Stelt het toestel zo in dat de audioweergave wordt gedempt. -80,0 dB tot +16,5 dB (stappen van 0,5 dB) Stelt het niveau in op een opgegeven volumeniveau. VOL. SP A NetworkName 2 Druk op ENTER om de weergave voor naambewerking te openen. AutoPowerStdby VOL. SP A Stelt de hoeveelheid tijd in voor de automatische stand-byfunctie. Als u het toestel niet gebruikt gedurende een opgegeven tijd, wordt het toestel automatisch in de stand-bymodus gezet. R-N500XXXXXX Network name (naam netwerk) 3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om de bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen (B / C) om een teken te selecteren. VOL. SP A Het toestel wordt niet automatisch in de standbymodus gezet. 2 hours, 4 hours, 8 hours (standaard), 12 hours Het toestel wordt in de stand-bymodus gezet als u het toestel niet bedient gedurende de opgegeven tijd. Als bijvoorbeeld “2 hours” is geselecteerd, schakelt het toestel over naar de stand-bymodus als u het twee uur niet hebt gebruikt. y Net voordat de stand-bymodus op het toestel wordt geactiveerd, wordt “AutoPowerStdby” weergegeven en begint het aftellen op de display van het voorpaneel. ECO Mode 4 Druk op ENTER om de nieuwe naam te bevestigen. 5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten. ■ Update Schakelt de eco-modus (energiebesparingsmodus) in of uit. Als de eco-modus is ingeschakeld, kunt u het stroomverbruik van het toestel verminderen. Off (standaard) Schakelt de eco-modus uit. On Schakelt de eco-modus in. GEAVANCEERDE BEDIENING R-N500XXXXXX Off Werkt de firmware bij via het netwerk. Perform Update Start het proces voor het bijwerken van de firmware van het toestel. Zie “De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk” (p.39) voor details. Version Geeft de versie weer van de firmware die op het toestel is geïnstalleerd. ID Geeft het systeem-id-nummer weer. Opmerkingen • Zorg dat u op ENTER drukt om het toestel opnieuw te starten nadat u een instelling hebt geselecteerd. De nieuwe instelling wordt van kracht nadat het toestel opnieuw is gestart. • Als “ECO Mode” is ingesteld op “On”, kan het display van het voorpaneel donker worden. • Als u audio met een hoog volume wilt afspelen, stelt u “ECO Mode” in op “Off”. DC OUT Max Volume Stelt het maximale volume in om een extreem geluidsvolume te voorkomen. Standaard +16,5 dB Power Mode Bepaalt hoe voeding naar de Yamaha AV-accessoire wordt geleverd die metde DC OUT-aansluiting is verbonden. Cont (standaard) Levert continu voeding via de DC OUTaansluiting, ongeacht de vermogenstatus (aan/ stand-by) van het toestel. Sync Levert alleen voeding via de DC OUT-aansluiting als het toestel is ingeschakeld. 33 Nl Nederlands Instelbereik -30,0 dB tot +15,0 dB (stappen van 5,0 dB), +16,5 dB Configueert de DC OUT aansluiting. De systeeminstellingen configureren (ADVANCED SETUP-menu) De systeeminstellingen configureren (ADVANCED SETUP-menu) Configureer de systeeminstellingen van het toestel via het display op het voorpaneel. 1 Schakel het toestel uit. 2 Houd RETURN op het voorpaneel ingedrukt en druk op A (aan/uit). A (aan/uit) De instelling van de luidsprekerimpedantie (SP IMP.) wijzigen RETURN SPIMP.8MIN Wijzig de instellingen van de luidsprekerimpedantie van het toestel overeenkomstig de impedantie van de aangesloten luidsprekers. Instellingen SELECT/ENTER 4  Selecteer deze optie als u luidsprekers van 4 ohm wilt aansluiten op het toestel. Selecteer deze optie als u luidsprekers van 8 ohm wilt aansluiten op het toestel. 3 Draai SELECT/ENTER om een onderdeel te selecteren. 8  (standaard) 4 Druk op SELECT/ENTER om een instelling te selecteren. De afstandsbedienings-id selecteren (REMOTE ID) 5 Druk op A (aan/uit) om het toestel uit te schakelen en daarna weer in te schakelen. De nieuwe instellingen worden van kracht. Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP Item Functie Pagina SP IMP. Wijzigt de instelling van de luidsprekerimpedantie. 34 REMOTE ID Selecteert de afstandsbedienings-id van het toestel. 34 INIT Herstelt de standaardinstellingen. 35 UPDATE Werkt de firmware bij. 35 VERSION Controleert de versie van de firmware die momenteel is geïnstalleerd op het toestel. 35 REMOTEIDID2 Wijzig de afstandsbedienings-ID van het toestel zodat deze overeenstemt met de ID van de afstandsbediening (standaard: ID2). Bij het gebruik van meerdere Yamaha AV-receivers kunt u elke afstandsbediening instellen met een unieke afstandsbedienings-ID voor de bijbehorende ontvanger. Instellingen ID1, ID2 (standaard) ■ De afstandsbedienings-ID van de afstandsbediening wijzigen 1 Om ID1 te selecteren, houdt u nummertoets “1” langer dan 3 seconden ingedrukt, terwijl u de ID ingedrukt houdt. Om ID2 te selecteren, houdt u nummertoets “2” langer dan 3 seconden ingedrukt, terwijl u de ID ingedrukt houdt. Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is geregistreerd, verschijnt op het display van het voorpaneel “Rem: Success”. Als “Rem: Fail” op het display van het voorpaneel verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 1. y De geregistreerde afstandsbedieningscodes (p.36) worden niet gewist als u de afstandsbedienings-ID wijzigt. 34 Nl De systeeminstellingen configureren (ADVANCED SETUP-menu) De standaardinstellingen herstellen (INIT) De versie van de firmware controleren (VERSION) INITCANCEL Herstelt de standaardinstellingen van het toestel. Keuzes ALL Herstelt de standaardinstellingen van het toestel. CANCEL Er wordt geen initialisatie uitgevoerd. VERSIONxx.xx Controleer de versie van de firmware die momenteel is geïnstalleerd op het toestel. y • U kunt de versie van de firmware eveneens controleren in “Update” (p.33) in het menu “SETUP”. • Het kan enige tijd duren voordat de firmwareversie wordt weergegeven. De firmware bijwerken (UPDATE) UPDATEUSB Wanneer dit nodig, is verschijnt er nieuwe firmware die extra eigenschappen of productverbeteringen bevat. Updates kunnen worden gedownload van onze website. Als het toestel is aangesloten op het internet, kunt u de firmware bijwerken via het netwerk. Raadpleeg de bijbehorende informatie bij de updates voor details. GEAVANCEERDE BEDIENING ■ Firmware updateprocedure Voer deze procedure niet uit tenzij een update van de firmware noodzakelijk is. Lees de bijbehorende informatie bij de updates voordat u de firmware bijwerkt. 1 Druk herhaaldelijk op SELECT/ENTER om “USB” of “NETWORK” te selecteren en druk op DISPLAY om de update van de firmware te starten. Keuzes USB De firmware bijwerken met een USBgeheugenapparaat. NETWORK De firmware bijwerken via het netwerk. y Als het toestel via het netwerk nieuwere firmware detecteert, verschijnt “NewFwAvailable” als het “Information” menu-item in “Network Setup”. In dit geval kunt u ook de firmware van het toestel bijwerken door de procedure te volgen in “De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk” (p.39). Nederlands 35 Nl Externe apparaten besturen met de afstandsbediening Externe apparaten besturen met de afstandsbediening U kunt de afstandsbediening van het toestel gebruiken voor het bedienen van externe apparaten (zoals cd-spelers), als u de afstandsbedieningscode van het externe apparaat hebt geregistreerd. Opmerkingen • Externe apparaten die niet zijn voorzien van een afstandsbedieningssensor kunnen niet bediend worden. • Controleer of de afstandsbedienings-id van het externe apparaat is ingesteld op “ID1”. Als er een andere id is geselecteerd, werken de afstandsbedieningsfuncties mogelijk niet goed. • Als de afstandsbediening van het toestel langer dan 2 minuten geen batterijen bevat, kunnen de geregistreerde codes worden gewist. Als dit gebeurt, plaatst u nieuwe batterijen en registreert u de codes opnieuw. De afstandsbedieningscode van een tv instellen U kunt de afstandsbediening van het toestel gebruiken om een tv te bedienen als u de afstandsbedieningscode van de tv hebt geregistreerd. y U kunt de afstandsbedieningscode van uw tv ook toewijzen aan de signaalkeuzetoetsen van het toestel (p.37). In dat geval kunt u de tv bedienen met de cursortoetsen of de nummertoetsen (deze functie is mogelijk niet op alle tv-modellen beschikbaar). CODE SET CODE SET SOURCE RECEIVER SLEEP SPEAKERS ID DIMMER A B COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 +10 ENT Nummertoetsen TV TV INPUT TV VOL TV MUTE 1 TV CH Bedieningstoetsen tv TV A Raadpleeg Refer to “LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES” (einde van deze handleiding) om de code van de afstandbediening van uw tv te zoeken. y Als er meerdere afstandsbedieningscodes zijn, registreert u de eerste code in de lijst. Als dat niet werkt, probeert u de andere codes. 2 Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een puntig voorwerp, zoals de punt van een balpen. Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuut uit. Anders wordt het instellen geannuleerd. Als dit gebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 2. 36 Nl 3 Druk op TV A. 4 Gebruik de nummertoetsen om de 4cijferige afstandsbedieningscode in te voeren. Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is geregistreerd, verschijnt op het display van het voorpaneel “Rem: Success”. Als “Rem: Fail” op het display van het voorpaneel verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 2. ■ De tv bedienen Als u de afstandsbedieningscode van de tv hebt geregistreerd, kunt u de tv bedienen met de bedieningstoetsen voor de tv ongeacht de signaalbron die u hebt geselecteerd op het toestel. Bedieningstoetsen tv INPUT Schakelt tussen de videosignaalbronnen voor de tv. MUTE Dempt de audioweergave van de tv. TV VOL Regelt het volume van de tv. TV CH Schakelt tussen tv-zenders TV A Zet de tv aan/uit. Externe apparaten besturen met de afstandsbediening De afstandsbedieningscodes van weergaveapparaten registreren U kunt de afstandsbediening van het toestel gebruiken om een weergaveapparaten te bedienen als u de afstandsbedieningscodes van de apparaten hebt geregistreerd. U kunt ook de signaalkeuzetoetsen gebruiken om te bepalen welk weergaveapparaat wordt bediend met de afstandsbediening, omdat de afstandsbedieningscodes van de apparaten zijn toegewezen aan de signaalkeuzetoetsen. CODE SET SOURCE ■ Een weergaveapparaat bedienen Als u de afstandsbedieningscode van het weergaveapparaat hebt ingesteld, kunt u het apparaat bedienen met de volgende toetsen nadat u de signaalbron of scene hebt geselecteerd. CODE SET SOURCE SOURCE A RECEIVER SLEEP SPEAKERS CODE SET RECEIVER ID DIMMER A B COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 HOME NOW PLAYING SETUP OPTION SLEEP Menutoetsen SPEAKERS ID DIMMER A B COAX1 COAX2 OPT1 OPT2 LINE1 LINE2 LINE3 PHONO ENTER VOLUME RETURN DISPLAY DISPLAY TOP MENU Signaalkeuzetoetsen POP-UP MENU MUTE Bedieningstoetsen voor extern apparaat DISC SKIP TUNER CD FM AM USB NET PRESET TUNING 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 +10 ENT Nummertoetsen 1 2 3 5 6 7 4 8 9 0 +10 ENT TV VOL TV CH Nummertoetsen TV TV INPUT TV MUTE TV Bedieningstoetsen tv TV INPUT TV VOL TV CH TV MUTE 1 Raadpleeg “LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES” (einde van deze handleiding) om de code van de afstandsbediening voor uw afspeelapparaat te zoeken. Menutoetsen Als er meerdere afstandsbedieningscodes zijn, registreert u de eerste code in de lijst. Als dat niet werkt, probeert u de andere codes. 3 4 Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een puntig voorwerp, zoals de punt van een balpen. Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuut uit. Anders wordt het instellen geannuleerd. Als dit gebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 2. Hiermee kunt u een item selecteren. ENTER Hiermee bevestigt u een geselecteerd item. RETURN Keert terug naar de vorige status. Schakelt tussen de informatie op het display. DISPLAY y 2 Cursortoetsen Bedieningstoetsen voor extern apparaat TOP MENU Geeft het hoofdmenu weer. POP-UP MENU Geeft het pop-upmenu weer. s Stopt het afspelen. e Stopt het afspelen tijdelijk. h Start het afspelen van het geselecteerde nummer of de geselecteerde video. w Druk op de signaalkeuzetoets. Druk bijvoorbeeld op cd om de afstandsbedieningscode in te stellen van het weergaveapparaat dat is aangesloten op de cd-aansluiting. b a Zoekt voorwaarts/achterwaarts (ingedrukt houden). Gaat vooruit/terug. Nummertoetsen Hiermee kunt u numerieke waarden invoeren. Bedieningstoetsen tv Hiermee kunt u de tv bedienen (p.36). Opmerking Deze toetsen werken alleen als de overeenkomstige functie beschikbaar is op het weergaveapparaat en het apparaat kan worden bediend met een infrarood afstandsbediening. 37 Nl Nederlands Gebruik de nummertoetsen om de 4cijferige afstandsbedieningscode in te voeren. Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is geregistreerd, verschijnt op het display van het voorpaneel “Rem: Success”. Als “Rem: Fail” op het display van het voorpaneel verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 2. f GEAVANCEERDE BEDIENING Zet het weergaveapparaat aan/uit. SOURCE A Externe apparaten besturen met de afstandsbediening De afstandsbedieningscodes opnieuw instellen U kunt de afstandsbedieningscodes die aan elke signaalkeuzetoets zijn toegewezen naar de fabriekswaarden resetten. CODE SET SOURCE RECEIVER CODE SET SLEEP SPEAKERS ID DIMMER A HOME NOW PLAYING SETUP OPTION B SETUP ENTER VOLUME RETURN DISPLAY TOP MENU POP-UP MENU MUTE DISC SKIP 1 2 3 5 6 7 4 8 9 0 +10 ENT TV VOL TV CH Numemrtoetsen TV TV INPUT TV MUTE 1 Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een puntig voorwerp, zoals de punt van een balpen. Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuut uit. Anders wordt het instellen geannuleerd. Als dit gebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 1. 2 Druk op SETUP. 3 Gebruik de nummertoetsen om “9981” in te voeren. Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is geregistreerd, verschijnt op het display van het voorpaneel “Rem: Success”. Als “Rem: Fail” op het display van het voorpaneel verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 1. 38 Nl De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk Wanneer dit nodig, is verschijnt er nieuwe firmware die extra eigenschappen of productverbeteringen bevat. Als het toestel is aangesloten op het internet, kunt u de firmware downloaden en bijwerken via het netwerk. Opmerkingen • Gebruik het toestel niet en koppel het netsnoer en de netwerkkabel niet los wanneer de firmware wordt bijgewerkt. Het bijwerken van de firmware duurt ongeveer 20 minuten of meer (afhankelijk van de snelheid van uw internetverbinding). • Als het toestel via een draadloze netwerkadapter is aangesloten op het draadloze netwerk, kunnen netwerkupdates mogelijk niet worden uitgevoerd, afhankelijk van de kwaliteit van de draadloze verbinding. Werd de firmware in dat geval bij met het USBgeheugenapparaat (p.35). y U kunt de firmware eveneens bijwerken met behulp van een USB-geheugenapparaat via het menu “ADVANCED SETUP” (p.35). HOME NOW PLAYING SETUP OPTION ENTER DISPLAY TOP MENU Druk op ENTER om de update van de firmware te starten. Het toestel start opnieuw en de update van de firmware start. y SETUP Cursortoetsen B / C ENTER 6 Als u de bewerking wilt annuleren zonder de firmware bij te werken, drukt u op SETUP. VOLUME RETURN POP-UP MENU 7 MUTE 1 Druk op SETUP. 2 Gebruik de cursortoetsen om “Network Setup” te selecteren en druk op ENTER. 3 Gebruik de cursortoetsen om “Information” te selecteren en druk op ENTER. Als nieuwe firmware beschikbaar is, verschijnt “NewFwAvailable” op het display van het voorpaneel. Als “UPDATE SUCCESS” wordt weergegeven op het display op het voorpaneel, drukt u op A (aan/uit) op het voorpaneel. De update van de firmware is voltooid. GEAVANCEERDE BEDIENING VOL. SP A NewFwAvailable 4 Druk op RETURN om naar de vorige status terug te keren. 5 Gebruik de cursortoetsen om “Update” te selecteren en druk op ENTER. VOL. SP A PerformUpdate Nederlands 39 Nl AANVULLENDE INFORMATIE Foutopsporing Foutopsporing Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem dat u ervaart, niet hieronder in de lijst voorkomt, of als de instructies hieronder neit helpen, stelt u dit toestel in op de stand-bymodus, verwijdert u het netsnoer en neemt u contact op met de dichtstbijzijnde bevoegde Yamaha-dealer of -servicecentrum. ■ Algemeen Oorzaak Het toestel kan niet worden ingeschakeld. Het veiligheidscircuit werd 3 keer achter elkaar geactiveerd. Als het toestel zich in deze toestand bevindt, knippert de standbyindicator op het toestel als u probeert het toestel in te schakelen. Uit veiligheidsoverwegingen kan de stroom van dit toestel niet worden ingeschakeld. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of servicecentrum om een reparatie aan te vragen. Het netsnoer of de stekker is niet of niet goed aangesloten. Sluit het netsnoer stevig aan. De impedantie is verkeerd ingesteld. Stel de impedantie in overeenstemming met uw luidsprekers in. 11 De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. 10 Het toestel heeft blootgestaan aan een sterke, externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit). Stel dit toestel in de stand-bymodus, verwijder het netsnoer en steek het na 30 seconden weer in en gebruik het daarna zoals gewoonlijk. Invoer- of uitvoerkabels verkeerd aangesloten. Verbind de kabels correct. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. 10 Er is geen geschikte ingangsbron geselecteerd. Selecteer een geschikte ingangsbron met de INPUTkeuzeknop op het voorpaneel (of een van de invoerkeuzetoetsen op de afstandbediening). 14 De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn niet correct ingesteld. Zet de overeenkomende SPEAKERS A of SPEAKERS B aan. 14 De luidsprekeraansluitingen zitten niet goed vast. Zet de aansluitingen goed vast. Uitvoer is uitgeschakeld. Schakel de dempen uit. De instelling voor maximaal volume of initieel volume is te laag ingesteld. Stel de instelling in op een hogere waarde. Het component die overeenkomt met de geselecteerde signaalbron is uitgeschakeldof speelt niet af. Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt. De audio-uitgang van een apparaat dat op een digitale audio-ingang (COAXIAL 12/OPTICAL 1-2-aansluitingen) is aangesloten, is op iets anders dan PCM ingesteld. Stel de audio-uitgang van het aangesloten apparaat in op PCM, De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. Stel de luidsprekerimpedantie in in overeenstemming met de luidsprekers. 11 Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. 10 Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet worden geblokkeerd. — De functie voor automatische stand-by heeft dit toestel uitgeschakeld. WIjzig de automatische stand-by (“AutoPowerStdby” in het menu “SETUP”) naar een langere instelling of schakel het uit. 34 Geen geluid Het geluid valt plotseling weg. 40 Nl Oplossing Zie pagina Probleem — — — 10 8 33 — — Foutopsporing Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. Verbind de kabels correct. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. De BALANCE-regelaar is verkeerd ingesteld. Stel de BALANCE-regelaar in op de geschikte stand. De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos. De plus- en min-kabels (+ en –) zijn verkeer om aangesloten op de versterker of de luidsprekers. Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase + en –. Er wordt een “zoemend” geluid gehoord. Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. Sluit de audiostekkers stevig aan. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. 10 De platenspeler is niet verbonden met de GND-aansluiting. Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van dit toestel. 10 Het volumeniveau is laag bij het afspelen van een plaat. De plaat wordt afgespeeld op een platenspeler met een MC-cassette. De platenspeler moet aangesloten zijn op dit toestel via de MC-voorversterker. Het geluid is van mindere kwaliteit wanneer u luistert met een hoofdtelefoon verbonden met de cdspeler of het cassettedeck die op dit toestel zijn aangesloten. De stroom van het toestel is uitgeschakeld of het toestel is in de stand-bymodus ingesteld. Schakel het toestel in. Het geluidsniveau is laag. De volumeregelaarfunctie staat aan. Er komt slechts aan één kant geluid uit de luidspreker. 10 15 10 — 14 Draai het volume omlaag, stel de LOUDNESSregelaar in op de FLAT-positie en stel dan opnieuw het volume af. 15 AANVULLENDE INFORMATIE Nederlands 41 Nl Foutopsporing ■ Tuner Probleem FM/ AM AM 42 Nl Oplossing De bijzondere eigenschppen van de ontvangen FM-stereo-uitzendingen kan dit probleem veroorzaken als de zender te ver af staat of het ontvangstsignaal dat binnenkomt via de antenne niet sterk genoeg is. Controleer de aansluitingen van de antenne. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FMantenne te gebruiken. Er is vervorming en ook een betere FM-antenne zorgt niet voor een betere ontvangst. U ondervindt interferentie doordat hetzelfde signaal op verschillende manieren wordt ontvangen. Verander de opstelling van de antenne zodat u van deze interferentie geen last meer hebt. Er kan niet automatisch worden afgestemd op het gewenste station. Het signaal is te zwak. NO PRESETS wordt weergegeven. Er zijn geen voorkeuzestations geregistreerd. Registreer stations waarnaar u wilt luisteren als voorkeuzestations. WRONG STATION wordt weergegeven. Er wordt een ongeldige FM/AMfrequentie ingevoerd. Voer een frequentie in die kan worden ontvangen. Er kan niet automatisch worden afgestemd op het gewenste station. Het signaal is te zwak of de antenneaansluitingen zitten los. Zet de AM-antenne-aansluitingen vast en richt het zodat het de beste ontvangst levert. Er is veel ruis in de FM stereoontvangst. FM Oorzaak Schakel over op mono. Zie pagina 12 17 — Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FMantenne te gebruiken. 12 Stem handmatig af. 17 18 17 — Stem handmatig af. 17 Automatische Automatische voorkeuzestations zijn niet voorkeuzestation beschikbaar voor AM. werkt niet. Gebruik handmatige voorkeuzestations. 18 U hoort doorlopend gekraak en gesis. Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van bliksem, tl-verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. Probeer een buitenantenne en een goede aarding te gebruiken. Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het blijft moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren. U hoort gezoem en gefluit. Er wordt in de buurt van het toestel een tv gebruikt. Zet het toestel verder bij de tv vandaan. — — Foutopsporing ■ USB en netwerk Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina Het USB-apparaat is niet goed aangesloten op de USB-aansluiting. Zet het toestel uit, sluit het USB-apparaat opnieuw aan en zet het toestel weer aan. — Het bestandssysteem van het USBapparaat is niet FAT16 of FAT32. Gebruik een USB-apparaat met de FAT16- of FAT32indeling. — Mappen en bestanden op het USB-apparaat kunnen niet worden weergegeven. De gegevens op het USB-apparaat zijn beveiligd met de codering. Gebruik een USB-apparaat zonder coderingsfunctie. De netwerkfunctie werkt niet. De netwerkparameters (IP-adres) zijn niet correct verkregen. Schakel de DHCP-serverfunctie in op uw router en stel “DHCP” in het menu “SETUP” in op “Aan” op het toestel. Als u de netwerkparameters handmatig wilt configureren, gebruik dan een IP-adres dat niet wordt gebruikt door andere netwerkapparaten in het netwerk. 32 De instelling voor het delen van media is onjuist. Configureer de instelling voor delen en selecteer het toestel als een apparaat waarmee muziekinhoud wordt gedeeld. — Bepaalde beveiligingssoftware op uw pc blokkeert de toegang van het toestel tot de pc. Controleer de instellingen van de beveiligingssoftware op uw pc. Het toestel en de pc bevinden zich niet in hetzelfde netwerk. Controleer de netwerkverbindingen en de instellingen van uw router en verbind vervolgens het toestel en de pc met hetzelfde netwerk. 13 Het MAC-adresfilter is ingeschakeld op het toestel. Schakel in “MAC Filter” in het menu “SETUP” de MAC-adresfilter uit of geef het MAC-adres van uw pc aan om het toegang tot het toestel te geven. 32 De bestanden op de pc kunnen niet worden weergegeven of geopend. De bestanden worden niet ondersteund door het toestel of de mediaserver. Gebruik een bestandsindeling die wordt ondersteund door het toestel en de mediaserver. Raadpleeg “Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)” voor meer informatie over de bestandsindelingen die door het toestel worden ondersteund. 25 De internetradio kan niet worden afgespeeld. Het geselecteerde internetradiostation is tijdelijk niet beschikbaar. Het radiostation kan een netwerkprobleem hebben of de service kan zijn gestopt. Probeer het station later opnieuw of selecteer een ander station. — Het geselecteerde internetradiostation zendt momenteel stilte uit. Sommige internetradiostations zenden op bepaalde tijdstippen stilte uit. Probeer het station later opnieuw of selecteer een ander station. — De toegang tot het netwerk wordt verhinderd door de firewallinstellingen van uw netwerkapparaten (zoals de router). Controleer de firewallinstellingen van de netwerkapparaten. De internetradio kan alleen worden afgespeeld als het de poort passeert waarop het is aangewezen door elk radiostation. Het poortnummer varieert afhankelijk van het radiostation. — Het MAC-adresfilter is ingeschakeld op het toestel. Schakel in “MAC Filter” in het menu “Network Setup” de MAC-adresfilter uit of geef het MAC-adres van uw smartphone/tablet aan om het toegang tot het toestel te geven. 32 Het toestel en de smartphone/tablet bevinden zich niet in hetzelfde netwerk. Controleer de netwerkverbindingen en de instellingen van uw router en verbind vervolgens het toestel en de smartphone/tablet met hetzelfde netwerk. — Afhankelijk van de toestand van het netwerk, is het misschien niet mogelijk. Werk de firmware opnieuw via het netwerk bij of gebruik een USB-geheugenapparaat. Het toestel detecteert het USB-apparaat niet. Het toestel detecteert de pc niet. 35 43 Nl Nederlands De update van de firmware via het netwerk is mislukt. — AANVULLENDE INFORMATIE De applicatie voor smartphone/tablet “NP Controller” detecteert het toestel niet. — Foutopsporing ■ Afstandsbediening Probleem De afstandsbediening werkt niet correct. 44 Nl Oorzaak Verkeerde afstand of hoek. Oplossing Zie pagina De afstandbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van het voorpaneel. 9 Direct zonlicht of sterke verlichting (van fluorescentielampen met een voorschakelapparaat, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit toestel. Verplaats het toestel. De batterijen raken leeg. Vervang alle batterijen. — De afstandsbedienings-id en de id van het toestel komen niet overeen. Wissel de afstandsbedienings-id of het id van dit toestel. 34 De afstandsbedieningscode is niet juist ingesteld. Probeer een andere code van dezelfde fabrikant en gebruik hiervoor “LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES” aan het einde van deze handleiding. — Zelfs als u de afstandsbedieningscode juist hebt ingesteld, zijn er modellen die niet reageren op de afstandsbediening. Gebruik de afstandsbediening die is meegeleverd met het component. U hebt niet op de invoerkeuzetoets gedrukt die hoort bij het component dat u wilt bedienen. Druk op de invoerkeuzeknop die overeenkomt met het component dat u probeert te bedienen en druk daarna op de gewenste toets(en) van de afstandsbediening. — — — Foutindicaties op het voorpaneel Foutindicaties op het voorpaneel Bericht Oorzaak Oplossing Access denied Toegang tot de pc is niet toegestaan. Configureer de instelling voor delen en selecteer het toestel als een apparaat waarmee muziekinhoud wordt gedeeld (p.25) Access error Het toestel heeft geen toegang tot het USB-apparaat. Zet het toestel uit en sluit het USB-apparaat opnieuw aan. Als het probleem aanhoudt, probeer dan een ander USB-apparaat. Het toestel heeft geen toegang tot de iPod. Schakel de iPod uit en opnieuw in. De aangesloten iPod wordt niet ondersteund door het toestel. Gebruik een iPod die door het toestel wordt ondersteund (p.21). Er is een probleem met het signaalpad van het netwerk naar het toestel. Controleer of de router en modem zijn ingeschakeld. Check SP Wires De luidsprekerkabels geven kortsluiting. Draai de blootliggende draden van de kabels stevig in elkaar en sluit ze correct aan op het toestel en de luidsprekers. No content De geselecteerde map bevat geen afspeelbare bestanden. Selecteer een map met bestanden die door het toestel worden ondersteund. No device Het toestel kan het USB-apparaat niet detecteren. Zet het toestel uit en sluit het USB-apparaat opnieuw aan. Als het probleem aanhoudt, probeer dan een ander USB-apparaat. Het toestel kan de iPod niet detecteren. Schakel de iPod uit en opnieuw in. Please wait Het toestel bereidt zich voor op verbinding met het netwerk. Wacht tot het bericht verdwijnt. Als het bericht langer dan 3 minuten blijft, schakelt u het toestel uit en weer in. RemID Mismatch De afstandsbedienings-ID van het toestel komt niet overeen met die van de afstandsbediening. Wijzig de afstandsbedienings-ID van het toestel of van de afstandsbediening (p.34). Unable to play Het toestel kan om onbekende reden de op uw iPod opgeslagen nummers niet weergeven. Controleer de nummergegevens. Als de nummergegevens niet kunnen worden weergegeven op de iPod, is het mogelijk dat de nummergegevens of de opslagplaats defect zijn. Het toestel kan om bepaalde redenen de nummers die op de pc zijn opgeslagen niet afspelen. Controleer of de bestandsindeling van de bestanden die u probeert af te spelen door het toestel wordt ondersteund. Zie “Muziek afspelen van mediaservers (pc’s/NAS)” (p.25) voor informatie over de indelingen die door het toestel worden ondersteund. Als het toestel de bestandsindeling ondersteunt maar er toch helemaal geen bestanden kunnen worden afgespeeld, is het mogelijk dat het netwerk overbelast is door zwaar verkeer. Update firmware is mislukt. Werk de firmware opnieuw bij. AANVULLENDE INFORMATIE Version error Controleer de verbinding tussen het toestel en de router (of hub) (p.13). Nederlands 45 Nl Handelsmerken Handelsmerken “Made for iPod”, “Made for iPhone” en “Made for iPad” betekenen dat een elektronisch accessoire specifiek is ontwikkeld voor aansluiting op respectievelijk iPod, iPhone of iPad en door de ontwikkelaar is gecertificeerd en voldoet aan de prestatienormen van Apple. Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat of voor het voldoen aan veiligheidseisen en wettelijke normen. Het gebruik van dit accessoire met iPod, iPhone of iPad kan de prestatie van draadloze functies beïnvloeden. AirPlay, iPad, iPhone, iPod, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen. MPEG Layer-3 audiocoderingstechnologie gelicentieerd van Fraunhofer IIS en Thomson. DLNA™ en DLNA CERTIFIED™ zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Digital Living Network Alliance. Alle rechten voorbehouden. Ongeautoriseerd gebruik is streng verboden. Windows™ Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. en andere landen. Internet Explorer, Windows Media Audio en Windows Media Player zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Android™ Android is een handelsmerk van Google Inc. Deze ontvanger ondersteunt netwerkverbindingen. 46 Nl Technische gegevens Technische gegevens AUDIOGEDEELTE FM-GEDEELTE • Minimaal RMS-uitvoervermogen (20 Hz tot 20 kHz, 0,04% THD, 8 ) ........................80W + 80W • Dynamisch vermogen per kanaal (IHF) (8/6/4/2 ) .......................................................105/125/150/178 W • Maximaal vermogen per kanaal [alleen Europees model] (1 kHz, 0,7% THD, 4 ) ......................................................105 W • IEC-vermogen [alleen Europees model] (1 kHz, 0,04% THD, 8 ) .........................................................84 W • Vermogenbandbreedte (0,06% THD, 40W, 8 ) ..................................... 10 Hz tot 50 kHz • Dempfactor (SPEAKERS A) 1 kHz, 8 .................................................................... 150 of meer • Maximaal effectief uitgangsvermogen (JEITA) [Uitsluitend Azië en de algemene modellen] (1 kHz, 10% THD, 8 ) ................................................... 115 W • Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie PHONO (MM) ........................................................ 3,5 mV/47 k Cd, enz. ................................................................. 200 mV/47 k • Maximaal ingangssignaal PHONO (MM) (1 kHz, 0,003% THD) .................. 60 mV of meer Cd, enz. (1 kHz, 0,5% THD) .................................. 2,2 V of meer • Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie Cd, enz. (Invoer 1 kHz, 200 mV) REC OUT ........................................................... 200 mV/1,0 k Subwoofer OUT ......................................................4,0 V/1,2 k Frequentiebegrenzing ......................................................... 90 Hz Cd enz. (Invoer 1 kHz, 200 mV, 8 ) PHONES ............................................................. 410 mV/470  • Frequentierespons Cd, enz. (20 Hz tot 20 kHz) .......................................... 0 ± 0,5 dB Cd, enz., PURE DIRECT op (10 Hz tot 100 kHz) ........0 ± 1,0 dB • RIAA-egalisatie-afwijking PHONO (MM) ..................................................................± 0,5 dB • Totale harmonische vervorming PHONO (MM) tot REC (20 Hz tot 20 kHz, 3 V) ..................................0,025% of minder Cd, enz. tot SPEAKERS (20 Hz tot 20 kHz, 40,0 W, 8 ) .....................0,015% of minder • Signaal-ruisverhouding (IHF-A-netwerk) PHONO (MM) (5 mV ingang kortgesloten) ...........87 dB of meer Cd, enz., PURE DIRECT op (200 mV ingang kortgesloten) ............................100 dB of meer • Overblijvende ruis (IHF-A-netwerk) ..................................... 30 µV • Kanaalscheiding Cd, enz. (5,1 k ingang kortgesloten, 1/10 kHz) ..........65/50 dB of meer • Toonregelingskarakteristieken BASS Versterken/verzwakken (20 Hz) .....................................± 10 dB Wisselfrequentie .............................................................. 350 Hz TREBLE Versterken/verzwakken (20 kHz) ...................................± 10 dB Wisselfrequentie ............................................................. 3,5 kHz • Continue loudness-regeling Demping (1 kHz) ................................................................ –30 dB • Versterkingsvolgfout (+16,5 tot -80 dB) ................ 0,5 dB of minder • Digitale ingang OPTICAL COAXIAL Ondersteunt steekproeftempo ............................. 32 kHz tot 192 kHz • Afstembereik [Modellen voor de V.S. en Canada] .................87,5 tot 107,9 MHz [Modellen voor Azië en algemene modellen] .................................................87,5/87,50 tot 108,0/108,00 MHz [Modellen voor V.K., Europa, Korea, Australië] ...................................................................87,50 tot 108,00 MHz • 50 dB dempingsgevoeligheid (IHF, 1 kHz, 100% MOD.) Mono ................................................................ 3,0 µV (20,8 dBf) • Signaal-ruisverhouding (IHF) Mono/stereo ............................................................... 71 dB/69 dB • Harmonische vervorming (1 kHz) Mono/stereo ................................................................. 0,3%/0,5% Antenne-aansluiting ........................................75  onevenwichtig AM-GEDEELTE • Afstembereik [Modellen voor de V.S. en Canada] .................... 530 tot 1710 kHz [Modellen voor Azië en algemene modellen] .......................................................... 530/531 tot 1710/1611 kHz [Modellen voor V.K., Europa, Korea, Australië] .......................................................................... 531 tot 1611 kHz ALGEMEEN • Voeding [Modellen voor de V.S. en Canada] ..... 120 V, 60 Hz wisselstroom [Algemeen model] ............................... 110-120/220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz [Modellen voor Korea]............................................ AC220V 60Hz [Modellen voor Australië].................... 240 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor het V.K. en Europa] ... 230 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor Azië]............................. AC 220-240 V, 50/60 Hz • Stroomverbruik ....................................................................... 190 W • Stroomgebruik tijdens stand-by ............................. 0,1 W of minder Netwerkstand-by op .................................................... meestal 2,0 W • Maximaal stroomgebruik [Alleen algemeen model] ........................................................ 380 W • Afmetingen (B  H  D) ................................. 435  151  387 mm • Gewichtt ................................................................................... 9,8 kg * Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. AANVULLENDE INFORMATIE Nederlands 47 Nl Index Index A Dubbele draad (Luidsprekeraansluiting) ....................... 11 Aan/uit-lampje (voorpaneel) ........................................... 4 Aansluiting afspeelapparaat........................................... 10 Aansluiting audioapparaten ........................................... 10 Aansluiting netsnoer...................................................... 13 Aansluiting opnameapparaat ......................................... 10 Aansluiting USB-opslagapparaat .................................. 23 Achterpaneel (namen en functies van onderdelen) ......... 7 ADVANCED SETUP-menu ......................................... 34 Afspelen van inhoud van USB-opslagapparaat............. 23 Afspelen van iPod-inhoud ............................................. 21 Afspeling van NAS-inhoud ........................................... 25 Afspeling van pc-inhoud ............................................... 25 Afstandsbediening (namen en functies van onderdelen) ............................ 8 Afstemming van Radio Data System ............................ 20 AirPlay........................................................................... 28 AM-antenne-aansluiting ................................................ 12 AUDIO-aansluiting ................................................... 7, 10 Audiobestandsindeling (pc/NAS).................................. 25 Audiobestandsindeling (USB-opslagapparaat) ............. 23 Auto Power Standby (SETUP-menu)............................ 33 Auto Preset (FM-radio, OPTION-menu) ...................... 18 Automatisch voorkeuzestation (FM-radio) ................... 18 AutoPowerStdby (SETUP-menu) ................................. 33 E B BALANCE (toonregelaar)............................................. 15 Basishandeling voor afspelen ........................................ 14 BASS (toonregelaar) ..................................................... 15 Batterijen ......................................................................... 9 Bereik van afstandsbediening.......................................... 9 Bi-Amp (luidsprekeraansluiting)................................... 11 C CAT-5-kabel.................................................................. 13 CHAN (Signal Info, OPTION-menu) ........................... 30 Clear Preset (FM/AM-radio, OPTION-menu) .............. 19 Clock Time (Radio Data System).................................. 20 COAXIAL-aansluiting .............................................. 7, 10 Coderegistratie afstandsbediening (afspeelapparaat) .... 36 Controle firmwareversie.......................................... 33, 35 D DC OUT (SETUP-menu) .............................................. 33 DC OUT-aansluiting ....................................................... 7 Default Gateway (Information, SETUP-menu)............. 32 Default Gateway (IP Address, SETUP-menu) .............. 32 DHCP (IP Address, SETUP-menu)............................... 32 Digital Media Controller (DMC)................................... 32 Dimmer (voorpaneel) ...................................................... 6 DISPLAY-toets ..................................................... 4, 8, 29 DLNA ............................................................................ 25 DMC Control (Network Setup, SETUP-menu)............. 32 DNS Server (Information, SETUP-menu) .................... 32 DNS Server (IP Address, SETUP-menu)...................... 32 48 Nl ECO Mode (SETUP-menu) ........................................... 33 Eenvoudig afspelen (iPod)............................................. 22 F Filter (MAC Filter, SETUP-menu)................................ 32 Firmware bijwerken (netwerk) ................................ 35, 39 Firmware bijwerken (USB) ........................................... 35 Firmware-update............................................................ 39 FM/AM-radio afstemmen .............................................. 17 FM-antenne-aansluiting ................................................. 12 FORMAT (Signal Info, OPTION-menu) ...................... 30 Foutindicatie .................................................................. 45 G Gateway ......................................................................... 32 H Handmatig voorkeuzestation (FM/AM-radio)............... 18 Herhalen (iPod).............................................................. 22 Herhalen (pc/NAS) ........................................................ 26 Herhalen (USB-opslagapparaat) .................................... 24 Hernoemen (naam netwerk)........................................... 33 HOME-toets (internetradio)........................................... 27 HOME-toets (iPod)........................................................ 21 HOME-toets (pc/NAS) .................................................. 26 HOME-toets (USB-opslagapparaat) .............................. 23 Hoofdtelefoon .................................................................. 4 I ID (Network Setup, SETUP-menu) ............................... 33 In.Trim (Volume Trim, OPTION-menu)....................... 30 Indicator (onderdeelnamen en functies) .......................... 6 Informatie wisselen (voorpaneel) .................................. 29 Informatieweergave (voorpaneel).................................... 6 Information (Network Setup, SETUP-menu) ................ 32 INIT (ADVANCED SETUP-menu).............................. 35 Initial Volume (SETUP-menu)...................................... 33 Input Trim (Volume Trim, OPTION-menu).................. 30 Instellingen voor het delen van media ........................... 25 IP Address (Information, SETUP-menu)....................... 32 IP Address (Network Setup, SETUP-menu).................. 32 iPod laden ...................................................................... 21 iPod-aansluiting ............................................................. 21 iPod-inhoud afspelen (AirPlay) ..................................... 28 iTunes-inhoud afspelen (AirPlay).................................. 28 L LOUDNESS (toonregelaar)........................................... 15 Luidsprekerimpedantie ............................................ 11, 34 Luidsprekerindicator (voorpaneel) .................................. 6 Luidsprekerkabelverbinding .......................................... 11 Luisteren naar AM-radio ............................................... 17 Luisteren naar FM-radio ................................................ 17 Luisteren naar internetradio ........................................... 27 Index M MAC Address (Information, SETUP-menu) ................. 32 MAC Address (MAC Filter, SETUP-menu) ................. 32 MAC Filter (Network Setup, SETUP-menu) ................ 32 Max Volume (SETUP-menu) ........................................ 33 MODE-toets..................................................................... 8 Mono-ontvangst (FM-radio).......................................... 17 MUTE-toets ..................................................................... 8 N NAS (Network Attached Storage)-aansluiting .............. 13 NET Standby (Network Setup, SETUP-menu) ............. 32 Netwerkinformatie ......................................................... 32 Netwerkkabel ................................................................. 13 Netwerkverbinding ........................................................ 13 Network Name (Network Setup, SETUP-menu)........... 33 Network Setup (SETUP-menu) ..................................... 32 Network Update (Network Setup, SETUP-menu)......... 33 NewFwAvailable ........................................................... 39 NOW PLAYING-toets (internetradio) .......................... 27 NOW PLAYING-toets (iPod) ....................................... 21 NOW PLAYING-toets (pc/NAS).................................. 26 NOW PLAYING-toets (USB-opslagapparaat).............. 23 Nummertoets.................................................................... 8 O OPTICAL-aansluiting...................................................... 7 OPTION-menu .............................................................. 30 OPTION-toets.................................................................. 8 P T TONE CONTROL ......................................................... 15 TP (Traffic Program) ..................................................... 20 Traffic Program (FM-radio, OPTION-menu) ................ 20 TREBLE (toonregelaar) ................................................. 15 U UPDATE (ADVANCED SETUP-menu) ...................... 35 Update (Network Setup, OPTION-menu) ..................... 33 USB-aansluiting ............................................................... 4 USB-klasse voor massaopslag ....................................... 23 V Verkeersinformatie (Radio Data System) ...................... 20 VERSION (ADVANCED SETUP-menu)..................... 35 Version (Network Setup, SETUP-menu)....................... 33 Vol.Interlock (OPTION-menu)...................................... 30 Volume Interlock (OPTION-menu)............................... 30 Volume Trim (OPTION-menu) ..................................... 30 Voorkeurstation (FM/AM-radio) ................................... 18 Voorkeuzestation selecteren (FM/AM-radio) ................ 19 vTuner ID (Information, SETUP-menu)........................ 32 W Weergaveapparaat bedienen (afstandsbediening) .......... 36 AANVULLENDE INFORMATIE Pc-aansluiting ................................................................ 13 Perform Update (Network Setup, SETUP-menu) ......... 33 PHONES-aansluiting ....................................................... 4 Power Mode (DC OUT, SETUP-menu) ........................ 33 Program Service (Radio Data System) .......................... 20 Program Type (Radio Data System).............................. 20 PURE DIRECT.............................................................. 14 Signaalzender van afstandsbediening (afstandsbediening) ...................................................... 8 Signal Info (OPTION-menu) ......................................... 30 Slaaptimer ...................................................................... 16 SLEEP-toets ................................................................... 16 SP IMP. (ADVANCED SETUP-menu)......................... 34 Status (Information, SETUP-menu)............................... 32 STP-netwerkkabel .......................................................... 13 Subnet Mask (Information, SETUP-menu) ................... 32 Subnet Mask (IP Address, SETUP-menu) ..................... 32 R Radio Data System (FM-radio) ..................................... Radio Data System-informatie ...................................... Radio Text (Radio Data System) ................................... REC (REC OUT)-aansluiting ........................................ Rechtstreeks afspelen..................................................... REMOTE ID (ADVANCED SETUP-menu) ................ Reset (afstandsbediening) .............................................. Routeraansluiting........................................................... 20 20 20 10 14 34 38 13 S Nederlands SAMPL (Signal Info, OPTION-menu).......................... 30 SETUP-menu ................................................................. 31 SETUP-toets .................................................................... 8 Shuffle (iPod)................................................................. 22 Shuffle (pc/NAS) ........................................................... 26 Shuffle (USB-opslagapparaat)....................................... 24 Signaalinformatie........................................................... 30 Signaalkeuzetoets ............................................................ 8 49 Nl Informazioni per gli utenti sulla raccolta e lo smaltimento di vecchia attrezzatura e batterie usate Questi simboli sui prodotti, sull’imballaggio, e/o sui documenti che li accompagnano significano che i prodotti e le batterie elettriche e elettroniche non dovrebbero essere mischiati con i rifiuti domestici generici. Per il trattamento, recupero e riciclaggio appropriati di vecchi prodotti e batterie usate, li porti, prego, ai punti di raccolta appropriati, in accordo con la Sua legislazione nazionale e le direttive 2002/96/CE e 2006/66/CE. Smaltendo correttamente questi prodotti e batterie, Lei aiuterà a salvare risorse preziose e a prevenire alcuni potenziali effetti negativi sulla salute umana e l’ambiente, che altrimenti potrebbero sorgere dal trattamento improprio dei rifiuti. Per ulteriori informazioni sulla raccolta e il riciclaggio di vecchi prodotti e batterie, prego contatti la Sua amministrazione comunale locale, il Suo servizio di smaltimento dei rifiuti o il punto vendita dove Lei ha acquistato gli articoli. [Informazioni sullo smaltimento negli altri Paesi al di fuori dell’Unione europea] Questi simboli sono validi solamente nell’Unione europea. Se Lei desidera disfarsi di questi articoli, prego contatti le Sue autorità locali o il rivenditore e richieda la corretta modalità di smaltimento. Noti per il simbolo della batteria (sul fondo due esempi di simbolo): È probabile che questo simbolo sia usato in combinazione con un simbolo chimico. In questo caso è conforme al requisito stabilito dalla direttiva per gli elementi chimici contenuti. Información para usuarios sobre recolección y disposición de equipamiento viejo y baterías usadas Estos símbolos en los productos, embalaje, y/o documentación que se acompañe significan que los productos electrónicos y eléctricos usados y las baterías usadas no deben ser mezclados con desechos domésticos corrientes. Para el tratamiento, recuperación y reciclado apropiado de los productos viejos y las baterías usadas, por favor llévelos a puntos de recolección aplicables, de acuerdo a su legislación nacional y las directivas 2002/96/EC y 2006/66/EC. Al disponer de estos productos y baterías correctamente, ayudará a ahorrar recursos valiosos y a prevenir cualquier potencial efecto negativo sobre la salud humana y el medio ambiente, el cual podría surgir de un inapropiado manejo de los desechos. Para más información sobre recolección y reciclado de productos viejos y baterías, por favor contacte a su municipio local, su servicio de gestión de residuos o el punto de venta en el cual usted adquirió los artículos. [Información sobre la disposición en otros países fuera de la Unión Europea] Estos símbolos sólo son válidos en la Unión Europea. Si desea deshacerse de estos artículos, por favor contacte a sus autoridades locales y pregunte por el método correcto de disposición. Nota sobre el símbolo de la batería (ejemplos de dos símbolos de la parte inferior): Este símbolo podría ser utilizado en combinación con un símbolo químico. En este caso el mismo obedece a un requerimiento dispuesto por la Directiva para el elemento químico involucrado. ii EEA Informatie voor gebruikers over inzameling en verwijdering van oude apparaten en gebruikte batterijen Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval. Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC. Door deze producten en batterijen correct te verwijderen, helpt u natuurlijke rijkdommen te beschermen en voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, die zich zouden kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking. Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeentebestuur, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht. [Informatie over verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie] Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen. Opmerking bij het batterijteken (onderste twee voorbeelden): Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een scheikundig symbool. In dat geval voldoet het aan de eis en de richtlijn, die is opgesteld voor het betreffende chemisch product. Информация для пользователей по сбору иутилизации старой аппаратуры и использованных батареек Эти знаки на аппаратуре, упаковках и в сопроводительных документах указывают на то, что подержанные электрические и электронные приборы и батарейки не должны выбрасываться вместе с обычным домашним мусором. Для правильной обработки, хранения и утилизации старой аппаратуры и использованных батареек, пожалуйста сдавайте их в соответствующие сборные пункты, согласно вашему национальному законодательству и директив 2002/96/EC и 2006/66/ EC. При надлежащей утилизации этих товаров и батареек, вы помогаете сохранять ценные ресурсы и предотвращать вредное влияние на здоровье людей и окружающую среду, которое может возникнуть из-за несоответствующего обращения с отходами. За более подробной информацией о сборе и утилизации старых товаров и батареек, пожалуйста обращайтесь в вашу локальную администрацию, в ваш приёмный пункт или в магазин где вы приобрели эти товары. [Информация по утилизации в других странах за пределами Европейского Союза] Эти знаки действительны только на территории Европейского Союза. Если вы хотите избавиться от этих предметов, пожалуйста обратитесь в вашу локальную администрацию или продавцу и спросите о правильном способе утилизации. Обратите внимание на знак для батареек (два знака на задней стороне): Этот знак может использоваться в комбинации со знаком указывающим о содержании химикалий. В этом случае это удовлетворяет требованиям установленными Директивой по использованию химикалий.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278
  • Page 279 279
  • Page 280 280
  • Page 281 281
  • Page 282 282
  • Page 283 283
  • Page 284 284
  • Page 285 285
  • Page 286 286
  • Page 287 287
  • Page 288 288
  • Page 289 289
  • Page 290 290
  • Page 291 291
  • Page 292 292
  • Page 293 293
  • Page 294 294
  • Page 295 295
  • Page 296 296
  • Page 297 297
  • Page 298 298
  • Page 299 299
  • Page 300 300
  • Page 301 301
  • Page 302 302
  • Page 303 303
  • Page 304 304
  • Page 305 305
  • Page 306 306
  • Page 307 307
  • Page 308 308
  • Page 309 309
  • Page 310 310
  • Page 311 311
  • Page 312 312
  • Page 313 313
  • Page 314 314
  • Page 315 315
  • Page 316 316
  • Page 317 317
  • Page 318 318
  • Page 319 319
  • Page 320 320
  • Page 321 321
  • Page 322 322
  • Page 323 323
  • Page 324 324
  • Page 325 325
  • Page 326 326
  • Page 327 327
  • Page 328 328
  • Page 329 329
  • Page 330 330
  • Page 331 331
  • Page 332 332
  • Page 333 333
  • Page 334 334
  • Page 335 335
  • Page 336 336
  • Page 337 337
  • Page 338 338
  • Page 339 339
  • Page 340 340
  • Page 341 341
  • Page 342 342
  • Page 343 343
  • Page 344 344
  • Page 345 345
  • Page 346 346
  • Page 347 347
  • Page 348 348
  • Page 349 349
  • Page 350 350
  • Page 351 351
  • Page 352 352
  • Page 353 353
  • Page 354 354
  • Page 355 355
  • Page 356 356
  • Page 357 357
  • Page 358 358
  • Page 359 359
  • Page 360 360
  • Page 361 361
  • Page 362 362
  • Page 363 363
  • Page 364 364
  • Page 365 365
  • Page 366 366
  • Page 367 367
  • Page 368 368
  • Page 369 369
  • Page 370 370
  • Page 371 371
  • Page 372 372
  • Page 373 373
  • Page 374 374
  • Page 375 375
  • Page 376 376
  • Page 377 377
  • Page 378 378
  • Page 379 379
  • Page 380 380
  • Page 381 381
  • Page 382 382
  • Page 383 383
  • Page 384 384
  • Page 385 385
  • Page 386 386
  • Page 387 387
  • Page 388 388
  • Page 389 389
  • Page 390 390
  • Page 391 391
  • Page 392 392
  • Page 393 393
  • Page 394 394
  • Page 395 395
  • Page 396 396
  • Page 397 397
  • Page 398 398
  • Page 399 399
  • Page 400 400
  • Page 401 401
  • Page 402 402
  • Page 403 403
  • Page 404 404
  • Page 405 405
  • Page 406 406
  • Page 407 407
  • Page 408 408
  • Page 409 409
  • Page 410 410
  • Page 411 411
  • Page 412 412
  • Page 413 413
  • Page 414 414
  • Page 415 415
  • Page 416 416
  • Page 417 417
  • Page 418 418
  • Page 419 419
  • Page 420 420

Yamaha R-N500 Black Handleiding

Categorie
Ontvanger
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor