Pari eFlow rapid Instructions For Use Manual

Type
Instructions For Use Manual

Deze handleiding is ook geschikt voor

eFlow
®
rapid - 04/18 157
nl
GEBRUIKSAANWIJZING
Voor eFlow
®
rapid type 178G1005
Inhoudsopgave
1 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN ..............................................159
Vorm van de waarschuwingen .........................................................................159
Omgang met het inhalatiesysteem ..................................................................159
Behandeling van baby’s, kinderen en hulpbehoevende personen...............160
2 PRODUCTBESCHRIJVING ........................................................161
Gebruiksdoel......................................................................................................162
Beoogd gebruik .................................................................................................162
Beoogde patiëntengroepen ..............................................................................162
Medicamenten....................................................................................................162
Levensduur ........................................................................................................162
3 INHALATIE VOORBEREIDEN....................................................163
Informatie voor het eerste gebruik...................................................................163
Voorbereiding van de Controller......................................................................163
Werking op de geleverde batterijen of op gangbare accu’s.................................163
Werking op netvoeding ........................................................................................164
Voorbereiding van de vernevelaar ...................................................................164
4 INHALATIE UITVOEREN............................................................167
Pauze tijdens de inhalatie .................................................................................167
Displayweergaven tijdens de inhalatie ............................................................168
Einde van de inhalatie .......................................................................................168
5 REINIGING EN DESINFECTIE ...................................................169
Vernevelaar ........................................................................................................169
Voorbereiding ......................................................................................................169
Reiniging..............................................................................................................170
Desinfectie ...........................................................................................................170
Controller en vernevelaarsnoer........................................................................172
Opbergen............................................................................................................172
6 OPSPOREN VAN STORINGEN..................................................173
7 VERWIJDEREN...........................................................................177
8 ONDERDELEN EN TOEBEHOREN ...........................................177
nl
158 eFlow
®
rapid - 04/18
9 TECHNISCHE GEGEVENS ........................................................178
Algemeen ........................................................................................................... 178
Classificatie conform DIN EN 60601-1 ............................................................ 178
Gebruikte materialen ........................................................................................ 179
Omgevingsomstandigheden voor het gebruik............................................... 179
Opslag- en transportvoorwaarden .................................................................. 179
10 VERKLARING VAN TEKENS.....................................................180
11 GARANTIEVOORWAARDEN.....................................................181
Service en fabrikant .......................................................................................... 181
eFlow
®
rapid - 04/18 159
nl
1 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
Lees deze gebruiksaanwijzing en de
gebruiksaanwijzingen van het meegele-
verde toebehoren volledig door, voordat u
het apparaat gebruikt. Bewaar deze zo dat
u haar later nog eens kunt naslaan. Als de
gebruiksaanwijzing niet in acht wordt
genomen, kan letsel of schade aan het
product niet worden uitgesloten.
Voordat de aandoeningen worden behan-
deld, moet een onderzoek door een arts
plaatsvinden.
Vorm van de
waarschuwingen
Veiligheidsrelevante waarschuwingen zijn
in deze gebruiksaanwijzing verdeeld in de
volgende gevaarsniveaus:
- Met het signaalwoord VOORZICHTIG
zijn gevaren aangeduid, die zonder
voorzorgsmaatregelen tot licht tot matig
ernstig letsel kunnen leiden of afbreuk
kunnen doen aan de behandeling.
- Met het signaalwoord AANWIJZING zijn
algemene voorzorgsmaatregelen aan-
geduid, die bij het gebruik van het pro-
duct in acht genomen moeten worden
om schade aan het product te
voorkomen.
Omgang met het
inhalatiesysteem
Controleer het inhalatiesysteem vóór elk
gebruik. Vervang gebroken, vervormde en
sterk verkleurde onderdelen. Bescha-
digde onderdelen kunnen afbreuk doen
aan de werking van het inhalatiesysteem
en daarmee aan de behandeling.
Stel het inhalatiesysteem niet in werking
als er beschadigingen aan de netvoeding
te zien zijn, omdat er anders gevaar door
aanraking van stroomvoerende onderde-
len (bijv. een elektrische schok) bestaat.
Neem daarom de volgende aanwijzingen
in acht:
- Om het apparaat volledig los te koppe-
len van het stroomnet dient u altijd de
netvoeding uit het stopcontact te halen.
- Trek de netvoeding nooit met natte han-
den uit het stopcontact. Er kan gevaar
voor een elektrische schok bestaan.
- Houd de snoeren buiten bereik van
huisdieren (bijv. knaagdieren).
- Gebruik het inhalatiesysteem niet in
ruimten waar explosiegevaar bestaat of
in aanwezigheid van gassen die brand
in de hand werken (bijv. zuurstof, lach-
gas, ontvlambare anesthetica).
- Inhaleer niet terwijl u een motorvoertuig
bestuurt (gevaar voor ongelukken).
160 eFlow
®
rapid - 04/18
Behandeling van baby’s,
kinderen en hulpbehoevende
personen
- Kinderen en hulpbehoevende personen
mogen alleen onder permanent toezicht
van een volwassene inhaleren. Alleen
zo kan een veilige en doeltreffende the-
rapie worden gegarandeerd. Deze per-
sonen schatten gevaren (bijv. wurging
met het snoer) dikwijls verkeerd in,
waardoor er gevaar voor letsel kan
ontstaan.
- Het product bevat kleine onderdelen.
Kleine onderdelen kunnen de luchtwe-
gen blokkeren en tot verstikkingsgevaar
leiden. Let er daarom op dat u deze
steeds buiten bereik van kinderen
bewaart.
- De vernevelaars zijn alleen geschikt
voor patiënten die zelfstandig ademen
en bij bewustzijn zijn. Alleen zo is een
doeltreffende therapie mogelijk en
wordt verstikkingsgevaar voorkomen.
eFlow
®
rapid - 04/18 161
nl
2 PRODUCTBESCHRIJVING
Controleer of alle componenten bij de
levering aanwezig zijn. Neem anders
contact op met de lokale servicepartner
(zie “Service en fabrikant” op pagina 181).
*) TouchSpray
®
Technology made under licence from the Technology Partnership PLC
9
9a
4b
4a
3*
6
7a
7
5
2
8
1
5a
4
1 Controller
2 2 complete vernevelaars
(incl. aerosolproductie-eenheid):
3 Aerosolproductie-eenheid*
4 Medicamentendeksel
(voorgemonteerd), bestaande uit:
4a Dekseldichting
4b Afsluitkap
5 Medicamentenreservoir en
5a Vernevelkamer (voorgemonteerd)
6 Inademventiel
7 Mondstuk met
7a Uitademventiel (voorgemonteerd)
8 Vernevelaarsnoer (verbinding van de
Controller met de vernevelaar)
9 Netvoeding
9a Wisseladapters (3 stuks)
- Transporttas en vernevelaartas
- easycare reinigingshulp voor
aerosolproductie-eenheid
162 eFlow
®
rapid - 04/18
Gebruiksdoel
Het eFlow
®
rapid Inhalatiesysteem is
bedoeld voor de behandeling van aandoe-
ningen aan luchtwegen en longen.
Beoogd gebruik
Het inhalatiesysteem mag alleen voor het
hierboven aangegeven gebruiksdoel wor-
den gebruikt. Afhankelijk van het ziekte-
beeld en het gebruikte medicament kan
de frequentie van het gebruik variëren. De
vernevelaar is uitsluitend bedoeld voor
één patiënt.
Voor het gebruik van het apparaat mag
uitsluitend origineel PARI toebehoren
worden gebruikt:
PARI Pharma GmbH is niet aansprakelijk
voor schade die het gevolg is van een
verkeerd of niet beoogd gebruik.
Beoogde patiëntengroepen
Het inhalatiesysteem is alleen geschikt
voor patiënten die zelfstandig ademen en
bij bewustzijn zijn.
De inhalatie met het mondstuk is de meest
efficiënte vorm van inhalatie omdat hier-
mee het minste medicamentenverlies
tijdens de weg naar de longen optreedt.
Voor baby’s en peuters die niet met het
mondstuk kunnen inhaleren, biedt PARI
hiervoor als toebehoren maskers aan.
Medicamenten
Met het eFlow
®
rapid inhalatiesysteem
mogen alleen toegelaten inhalatieoplos-
singen en -suspensies worden gebruikt.
Deze medicamenten worden doorgaans
door de arts bepaald. Neem eventuele
restricties in acht die zijn aangegeven in
de gebruiksinformatie van het betreffende
medicament.
Levensduur
- Controller: 3 tot 5 jaar
- Vernevelaar (zonder
aerosolproductie-eenheid): 1 jaar
- Aerosolproductie-eenheid:
3 tot 6 maanden
De te verwachten levensduur van de
aerosolproductie-eenheid is afhankelijk
van de frequentie en de duur van het
gebruik. Met twee inhalatiebehandelin-
gen met een inhalatieduur van in totaal
30 minuten en één desinfectie per dag
valt een levensduur van maximaal
6 maanden te verwachten.
Info:
De eBase Controller kan ook voor een
geneesmiddelspecifieke vernevelaar
worden gebruikt. Neem bovendien de
gebruiksaanwijzing van de verneve-
laar in acht.
VOORZICHTIG:
Geneesmiddelen die voor de inhalatie met
een geneesmiddelspecifieke vernevelaar
zijn toegestaan, mogen niet met een
eFlow
®
rapid vernevelaar worden gebruikt
(gevaar voor een verkeerde dosering).
VOORZICHTIG:
Het gebruik van ander toebehoren (onder-
delen en snoeren) dat niet als onderdeel
door de fabrikant wordt aangeboden, kan
tot een verhoogde elektromagnetische
emissie of een verminderde elektromag-
netische immuniteit leiden en een defect
veroorzaken.
VOORZICHTIG:
Gebruik geen etherische oliën voor de
inhalatie, omdat irritatie van de luchtwe-
gen (sterke hoestprikkel) kan optreden.
eFlow
®
rapid - 04/18 163
nl
3 INHALATIE VOORBEREIDEN
Informatie voor het eerste
gebruik
- Gebruik geen medicamenten direct uit
de koelkast om eventuele irritaties bij de
inhalatie door te koude aerosol te
voorkomen.
- Reinig de vernevelaar en de aerosolpro-
ductie-eenheid vóór het eerste gebruik
(zie REINIGING EN DESINFECTIE,
pagina 169).
- De Controller kan op batterijen, op
accu’s of via de meegeleverde netvoe-
ding op het stroomnet werken.
Voorbereiding van de
Controller
Werking op de geleverde batterijen of
op gangbare accu’s
Maak de batterijhouder open door het
klepje op te lichten:
Plaats de batterijen volgens de
poolsymbolen:
Sluit de batterijhouder.
Info:
De accu’s kunnen niet in de Controller
worden opgeladen!
164 eFlow
®
rapid - 04/18
Werking op netvoeding
Controleer vóór elk gebruik of de netvoe-
ding vrij is van beschadigingen. Gebruik
geen beschadigde of defecte netvoeding.
Verwissel indien nodig de landspeci-
fieke adapter van de netvoeding. Druk
op het klepje om te ontgrendelen en
schuif de wisseladapter omhoog. Zorg
er bij het erop steken voor dat de
adapter (9a) vastklikt in de behuizing
van de netvoeding:
Sluit de netvoeding aan op de contact-
doos voor netaansluiting van de
Controller:
Wanneer de netvoeding is aangesloten op
een stopcontact, is de Controller
gebruiksklaar.
Voorbereiding van de
vernevelaar
Open de vernevelkamer (5a):
Info:
Wanneer het apparaat met een
netvoeding op het stroomnet werkt,
kunnen de batterijen of accu’s in de
Controller blijven zitten. De energiere-
serves van de batterijen of accu’s
worden daarbij niet verbruikt.
9a
VOORZICHTIG:
Controleer de onderdelen van uw verne-
velaar vóór elk gebruik. Vervang gebro-
ken, vervormde en sterk verkleurde
onderdelen. Beschadigde onderdelen en
verkeerd gemonteerde vernevelaars kun-
nen afbreuk doen aan de werking van de
vernevelaar en daarmee aan de
behandeling.
Info:
Het medicamentenreservoir en de
vernevelkamer zijn al
voorgemonteerd.
5a
eFlow
®
rapid - 04/18 165
nl
Plaats de aerosolproductie-eenheid (3)
erin.
Deze moet hoorbaar vastklikken.
Plaats het inademventiel (6) erin. Con-
troleer daarbij of de beide ventielklep-
pen goed zitten. Deze moeten netjes
tegen de zijkanten aansluiten.
Sluit de vernevelkamer:
Steek het mondstuk (7) op de
vernevelkamer.
AANWIJZING:
Raak het membraan (metalen onderdeel,
midden van de aerosolproductie-eenheid)
niet aan om beschadiging te voorkomen.
3
6
AANWIJZING:
Als de kliksluiting niet kan worden
gesloten, plaats het inademventiel dan
correct in de vernevelkamer. Het moet
mooi in de vernevelkamer passen.
Info:
Neem voor de inhalatie met masker
de gebruiksaanwijzing van het
gebruikte masker in acht.
7
166 eFlow
®
rapid - 04/18
Sluit het vernevelaarsnoer (8) aan op
Controller en vernevelaar.
Vul het medicamentenreservoir met de
door de arts voorgeschreven hoeveel-
heid medicament:
Sluit het medicamentenreservoir:
Ga na of alle onderdelen vast met
elkaar verbonden zijn en of het medica-
mentenreservoir gesloten is:
VOORZICHTIG:
Let erop dat er niet meer medicament in
wordt gedaan dan tot het bovenste
streepje van de schaalverdeling (6 ml).
Zorg ervoor dat er zeker niet teveel
medicament in het reservoir wordt
gedaan!
8
Info:
Als u meerdere medicamenten direct
na elkaar inhaleert, spoel alle onder-
delen van de vernevelaar dan grondig
met warm leidingwater voordat u hem
opnieuw vult.
eFlow
®
rapid - 04/18 167
nl
4 INHALATIE UITVOEREN
Ga ontspannen en rechtop zitten.
Dat maakt de inhalatie gemakkelijker en
verbetert de opname van het medica-
ment in de luchtwegen.
Neem de vernevelaar in de hand.
Neem het mondstuk tussen de tanden
en omsluit het met de lippen zonder het
blauwe uitademventiel te blokkeren:
Druk de toets ON/OFF op de Controller
in om met de inhalatie te beginnen:
Als alles correct werkt, gaat de groene
LED branden en klinkt er een eentonig
akoestisch signaal.
Adem zo diep en rustig mogelijk door
het mondstuk in en uit. Ook gedurende
de uitademfase kan het mondstuk in de
mond blijven.
Adem niet door de neus. In overleg met
uw arts mag u gebruik maken van een
neusklem.
Pauze tijdens de inhalatie
Als de noodzaak zich voordoet om de
inhalatie korte tijd te onderbreken, gebruik
dan de pauzefunctie:
Druk de toets ON/OFF ca. 1 seconde
lang in.
De pauzemodus is geactiveerd als de
LED groen knippert.
Druk de toets ON/OFF opnieuw
ca. 1 seconde lang in om verder te gaan
met de inhalatie.
Schakel bij een langere pauze de
Controller uit door de toets ON/OFF
ca. 2 seconden lang in te drukken.
Zolang er voldoende vloeistof in het
medicamentenreservoir aanwezig is,
kunt u de verneveling weer starten door
de ON/OFF-toets opnieuw in te drukken.
VOORZICHTIG:
Houd de vernevelaar tijdens de inhalatie
waterpas. In gekantelde stand kan er
een verkeerde dosering ontstaan.
Info:
Het is normaal dat tijdens het uit-
ademen aerosol via het uitadem-
ventiel in het mondstuk naar buiten
komt. Dit wijst niet op enig defect.
Info:
De pauzefunctie kan vanaf een wer-
kingsduur van 5 seconden worden
gebruikt.
168 eFlow
®
rapid - 04/18
Displayweergaven tijdens de
inhalatie
De volgende weergaven verschijnen
tijdens de inhalatie op het display:
Einde van de inhalatie
Zodra er geen aerosol meer wordt
geproduceerd, is de inhalatie voltooid en
verschijnt de volgende weergave op het
display:
De Controller schakelt zichzelf automa-
tisch uit.
Bij werking op netvoeding: trek de stek-
ker van de netvoeding uit het stopcon-
tact als de inhalatie is voltooid.
Start
Tijdens de
inhalatie
Geacti-
veerde
pauze-
functie
Verneveling bij werking op
batterijen
Verneveling bij werking op
netvoeding
Pauzefunctie bij werking op
batterijen
Pauzefunctie bij werking op
netvoeding
Info:
In de loop van het gebruik kan de ver-
nevelingstijd langer worden. Dit is
geen defect van de vernevelaar.
Info:
Let erop dat in het medicamentenre-
servoir een rest van ca. 1 ml van het
medicament achterblijft, die niet kan
worden verneveld en moet worden
weggegooid. Dit is nodig voor een
betrouwbare dosering van de
geneesmiddelen en vormt geen
defect:
ca. 1 ml
eFlow
®
rapid - 04/18 169
nl
5 REINIGING EN DESINFECTIE
Vernevelaar
De vernevelaar (incl. aerosolproductie-
eenheid) moet na ieder gebruik onmiddel-
lijk worden gereinigd en één keer per dag
worden gedesinfecteerd.
Voorbereiding
Demonteer het inhalatiesysteem volledig:
Trek het vernevelaarsnoer van de
vernevelaar af.
Verwijder het mondstuk van de
vernevelaar.
Trek het blauwe uitademventiel (7a)
van het mondstuk (7) voorzichtig uit de
gleuf.
Open het medicamentenreservoir en
schud resten van het medicament eruit.
Demonteer het medicamentendeksel.
Druk daarvoor de dekseldichting (4a)
naar beneden uit de afsluitkap (4b).
Open de vernevelkamer.
Haal de aerosolproductie-eenheid eruit.
Druk hiervoor de bevestigingshaken
van de aerosolproductie-eenheid aan
de zijkant licht naar elkaar toe:
Haal het inademventiel van de
vernevelkamer af.
Info:
Het uitademventiel wordt door een
smal verbindingsklepje vastgehou-
den, zodat het niet kan zoekraken.
Maak dit klepje niet los van het
mondstuk.
7a
7
4a
4b
170 eFlow
®
rapid - 04/18
Reiniging
Reinig de vernevelaar (incl. aerosolpro-
ductie-eenheid) onmiddellijk na elk
gebruik.
Leg alle onderdelen van de vernevelaar
en de aerosolproductie-eenheid ca.
5 minuten lang in warm leidingwater
met wat afwasmiddel. Beweeg de
onderdelen van de vernevelaar bij
sterke vervuiling licht heen en weer in
het afwaswater.
Spoel alle onderdelen van de verneve-
laar en de voor- en achterzijde van de
aerosolproductie-eenheid grondig af
onder stromend leidingwater.
Versnel het afdruipen van het water
door met de onderdelen te schudden.
Leg de onderdelen op een droge en
schone ondergrond en laat ze volledig
drogen:
Desinfectie
Desinfecteer de onderdelen van de verne-
velaar en de aerosolproductie-eenheid
minstens één keer per dag, bijvoorbeeld
aan het eind van de dag direct na de reini-
ging (alleen een gereinigde vernevelaar
kan effectief worden gedesinfecteerd).
Met een gangbaar desinfectieapparaat
voor babyflessen
Gebruik voor een effectieve desinfectie
een thermisch desinfectieapparaat met
een werkingstijd van minstens
6 minuten. Voor de uitvoering van de
desinfectie, voor de duur van het desin-
fectieproces en voor de vereiste water-
hoeveelheid dient u de
gebruiksaanwijzing van het gebruikte
desinfectieapparaat in acht te nemen.
VOORZICHTIG:
Vocht bevordert de groei van kiemen.
Let op een voldoende droging na elke
reiniging.
AANWIJZING:
Gebruik voor de desinfectie van de aero-
solproductie-eenheid geen magnetron,
omdat anders schade aan de bestandde-
len van het product niet kan worden
uitgesloten.
VOORZICHTIG:
Een onvoldoende desinfectie bevordert
de groei van kiemen en verhoogt daar-
mee het infectiegevaar. De desinfectie
is pas effectief uitgevoerd wanneer de
apparaatspecifieke desinfectietijd in
acht is genomen. Schakel het apparaat
daarom niet voortijdig uit. Zorg er
bovendien voor dat het apparaat
schoon is en controleer regelmatig of
het goed werkt.
eFlow
®
rapid - 04/18 171
nl
Haal de onderdelen onmiddellijk na
afloop van de desinfectie uit het desin-
fectieapparaat. Leg deze op een droge
en schone ondergrond en laat ze volle-
dig drogen.
Controleer de onderdelen van de verne-
velaar na elke desinfectie. Vervang
gebroken, vervormde en sterk ver-
kleurde onderdelen.
Mogelijk alternatief:
in gedestilleerd water uitkoken
Leg alle onderdelen minstens 5 minuten
in kokend water. Gebruik daarvoor een
schone kookpan en gedestilleerd water.
Haal de onderdelen uit de kookpan.
Versnel het afdruipen van het water
door met de onderdelen te schudden.
Leg de onderdelen op een droge en
schone ondergrond en laat ze volledig
drogen:
Controleer de onderdelen van de verne-
velaar na elke desinfectie. Vervang
gebroken, vervormde en sterk ver-
kleurde onderdelen.
AANWIJZING:
Kunststof smelt bij aanraking met de
hete bodem van de pan. Zorg daarom
voor een voldoende hoeveelheid water
in de pan. Daarmee voorkomt u bescha-
diging van de onderdelen.
VOORZICHTIG:
Vocht bevordert de groei van kiemen.
Let op een voldoende droging na elke
desinfectie.
172 eFlow
®
rapid - 04/18
Mogelijk alternatief:
chemische desinfectie
In principe zijn desinfectiemiddelen op
basis van quaternaire ammoniumverbin-
dingen geschikt voor de desinfectie van
de vernevelaar inclusief aerosolproductie-
eenheid.
Let er bij de keuze van de chemische stof
op dat deze geschikt is voor de desinfectie
van medische producten van de aangege-
ven materialen (zie “Gebruikte materialen”
op pagina 179).
Neem de gebruiksaanwijzing van het des-
infectiemiddel, met name de voorschriften
voor de dosering en het veilige gebruik, in
acht.
De doeltreffendheid van deze methode is
getest met een 2% oplossing van
Bomix
®
plus (Bode) voor een gebruiks-
duur van 5 minuten.
Controller en
vernevelaarsnoer
Maak het oppervlak van de behuizing van
de Controller en het snoer schoon met
een schone, vochtige doek.
Opbergen
Berg de vernevelaar tussen de behande-
lingen, vooral bij langere gebruikspauzes,
op een droge, stofvrije plaats op (bijv.
vernevelaartas).
Verpak de Controller, de netvoeding en
het vernevelaarsnoer in de daarvoor
bestemde opbergtas.
AANWIJZING:
Houd de Controller niet onder stromend
water en gebruik ook geen vloeibare reini-
gingsmiddelen. Wanneer er vloeistof in de
Controller binnendringt, kan de elektro-
nica beschadigd raken met defecten als
gevolg.
Als er toch vloeistof in de Controller komt,
neem dan meteen contact op met de
lokale servicepartner.
AANWIJZING:
Uitgelopen batterijen kunnen een bescha-
diging aan de Controller veroorzaken.
Verwijder de batterijen of accu’s daarom,
wanneer het inhalatiesysteem vermoede-
lijk langere tijd niet wordt gebruikt.
eFlow
®
rapid - 04/18 173
nl
6 OPSPOREN VAN STORINGEN
U kunt storingen die bij het dagelijks
gebruik kunnen optreden, zelf verhelpen.
De onderstaande tabellen helpen u de
oorzaken van een storing te vinden en te
verhelpen.
Displayweergave
(knippert alternerend)
Mogelijke oorzaak Oplossing
Aansluiting van het
snoer op de Controller
of van het snoer op de
vernevelaar
onderbroken.
Aansluiting van de
snoeren controleren.
Geen medicament erin
gedaan.
Medicament erin doen.
Inhalatie onderbroken. Inhalatie voortzetten
door het apparaat
opnieuw te starten (op
toets ON/OFF drukken).
De maximale werkings-
duur per toepassing
van 20 minuten is
overschreden.
Inhalatie voortzetten
door het apparaat
opnieuw te starten (op
toets ON/OFF drukken).
Batterij halfleeg. Nieuwe batterijen
gereed houden.
Batterij leeg. Nieuwe batterijen
plaatsen of het apparaat
laten werken op netvoe-
ding aan het
stopcontact.
174 eFlow
®
rapid - 04/18
Fout Mogelijke oorzaak/ oplossing
De Controller kan niet worden
ingeschakeld (geen geluidssignaal,
geen oranje of groen lichtsignaal).
- Om in te schakelen dient u gedurende
ca. 2 seconden de ON/OFF-toets inge-
drukt te houden.
- Zit (in geval van voeding via het stroomnet)
de netstekker in het stopcontact en in het
apparaat?
- Zijn de accu’s of de batterijen correct
geplaatst?
- Controleer of de batterijen of de accu’s nog
voldoende energie hebben!
- Controller de verbinding tussen de Control-
ler en de vernevelaar.
Na het inschakelen van de Controller
wordt geen aerosol geproduceerd,
respectievelijk gaat de Controller na
enkele seconden weer uit.
Is het medicamentenreservoir met medica-
ment gevuld?
De Controller gaat uit, hoewel er nog
medicament in het
medicamentenreservoir zit.
Als er meer dan 1 ml in het medicamentenre-
servoir zit:
- Controleer of de batterijen of de accu’s nog
voldoende energie hebben!
- De vernevelaar wordt niet waterpas
gehouden.
Houd de vernevelaar waterpas.
- Na 20 minuten schakelt de Controller
zichzelf automatisch uit.
Vervolg de behandeling door de toets
ON/OFF opnieuw in te drukken, zodat de
vereiste dosis van het medicament kan
worden geïnhaleerd.
Info:
Let erop dat in het
medicamentenreservoir een rest
van ca. 1 ml van het medicament
achterblijft, die niet kan worden
verneveld en moet worden
weggegooid. Dit is bedoeld en
wijst niet op een defect.
Het apparaat schakelt niet
automatisch uit, hoewel er geen
aerosol meer wordt geproduceerd
en in het medicamentenreservoir
niet meer dan ca. 1 ml
restmedicament aanwezig is.
De therapie is voltooid en het apparaat kan
worden uitgeschakeld door indrukken van de
toets ON/OFF.
eFlow
®
rapid - 04/18 175
nl
De vernevelingsduur is aanmerkelijk
langer geworden.
Bij regelmatig gebruik van het inhalatiesys-
teem, zal de duur van de verneveling langer
worden. Dit is geen gebrek. Als u echter con-
stateert dat de vernevelingsduur aanzienlijk
langer is geworden, kan dat de volgende
oorzaken hebben:
- U inhaleert een ander medicament.
- De hoeveelheid erin gedaan medicament
is groter geworden.
- Het deksel van het medicamentenreservoir
werd niet vast afgesloten.
- De aerosolproductie-eenheid is niet direct
na het laatste gebruik gereinigd of is zicht-
baar beschadigd.
- U gebruikt de aerosolproductie-eenheid
langer of vaker dan in de paragraaf
Levensduur is beschreven.
Als geen sprake is van een van de bovenge-
noemde oorzaken, voer dan de volgende
werkingstest voor de aerosolproductie-een-
heid uit:
Doe 2,5 ml isotonische zoutoplossing
(0,9%) in het medicamentenreservoir.
Schakel de Controller in en meet de verne-
velingsduur, zonder daarbij te inhaleren.
Als de vernevelingsduur langer dan
4 minuten is, gebruik dan de easycare rei-
nigingshulp. Neem de voorschriften voor
de frequentie van het gebruik van de
easycare reinigingshulp in de
gebruiksaanwijzing ervan in acht.
Als de vernevelingsduur na gebruik van de
easycare reinigingshulp nog steeds meer
dan 5 minuten bedraagt, moet de aerosol-
productie-eenheid worden vervangen.
Info:
De bovengenoemde tijdsindicatie geldt
alleen voor 2,5 ml isotonische
zoutoplossing (0,9%).
Fout Mogelijke oorzaak/ oplossing
176 eFlow
®
rapid - 04/18
Wanneer een storing mocht blijven bestaan, neem dan contact op met uw lokale
servicepartner.
Uit de gleuven van het medicamenten-
reservoir komt voortdurend een grote
hoeveelheid aerosol naar buiten.
Controleer of de vernevelaar correct is
gemonteerd.
Controleer daarbij of de beide ventielklep-
pen van het inademventiel goed zitten.
Deze moeten netjes tegen de zijkanten
aansluiten.
Na de inhalatiebehandeling kan het
medicamentendeksel niet van het
medicamentenreservoir worden
afgehaald.
De onderdruk in de medicamentenkamer is
te groot.
Open de vernevelkamer en trek licht aan
de aerosolproductie-eenheid om lucht bin-
nen te laten stromen.
Nu kan het deksel zonder enig probleem
worden verwijderd.
Fout Mogelijke oorzaak/ oplossing
eFlow
®
rapid - 04/18 177
nl
7 VERWIJDEREN
De stroomvoerende onderdelen (bijvoor-
beeld de Controller, het snoer, de netvoe-
ding en batterijen) en de aerosolproductie-
eenheid mogen niet samen met het huis-
houdelijk afval worden verwijderd.
De verwijdering van de componenten van
het apparaat dient te worden uitgevoerd
conform de regionale
verwijderingsvoorschriften.
8 ONDERDELEN EN TOEBEHOREN
Omschrijving Artikelnr.
Vernevelaar (incl. aerosolproductie-eenheid) 678G8222
Aerosolproductie-eenheid 678B2620
Mondstuk 078B3600
PARI mondstuk universeel (alternatief) 022E3050
Netvoeding (100 tot 240 V~, 50-60 Hz) 078B7114
Vernevelaarsnoer 178G6009
Draagtas 078E8005
PARI filter/ventielset 041G0500
PARI SMARTMASK
®
(volwassenen) 041G0730
SMARTMASK
®
Kids (kinderen vanaf 2 jaar) 078G5000
SMARTMASK
®
Baby (baby’s vanaf 2,5 kg) 078G5026
easycare reinigingshulp voor aerosolproductie-eenheid 078G6100
178 eFlow
®
rapid - 04/18
9 TECHNISCHE GEGEVENS
Algemeen
Technische gegevens over de elektromagnetische compatibiliteit in de vorm van een
tabel kunt u op aanvraag verkrijgen bij PARI Pharma GmbH of op internet onder
https://www.pari.com/fileadmin/Electromagnetic-compatibility-4.pdf.
Classificatie conform DIN EN 60601-1
Elektrische aansluiting Netvoeding (REF 078B7114,
type FW8002M/12):
Input: 100 tot 240 V~, 50-60 Hz
Output: 12 V
Batterijen 4 x 1,5 V mignon (AA LR6/alkaline)
Accu’s 4 x 1,2 V mignon
(AA rechargeable, min. 2100 mAh)
Gewicht van de vernevelaar ca. 55 g
Gewicht van de eFlow
®
rapid (incl. batterijen) ca. 300 g
Afmetingen van de vernevelaar (B x H x D) 5,0 cm x 6,3 cm x 14,5 cm
Afmetingen behuizing van Controller H 4,0 cm, Ø 11,6 cm
Minimaal vulvolume 2,0 ml
Maximaal vulvolume 6,0 ml
TOR (Total Output Rate)
a)
a) Meting met laserdiffractie (Helos Sympa-Tec) bij 23 °C en 50% relatieve vochtigheid.
Verneveld medium: 0,9% NaCl (4 ml). Inspiratoire flow: 20 l/min.
610 mg/min
b)
b) Kan variëren afhankelijk van het gebruikte medicament en de aerosolproductie-eenheid.
MMD (mediane massadiameter)
a)
4,1 μm
b)
RF (massafractie) < 5 μm
a)
69%
b)
Beschermingstype tegen elektrische schokken
(netvoeding)
Beschermingsklasse II
Beschermingsgraad tegen elektrische schokken van
het gebruiksgedeelte (vernevelaar)
Type BF
Beschermingsgraad tegen binnendringen van water
overeenkomstig NBN EN 60529 (IP-beschermingsgraad)
IP 21
Beschermingsgraad bij gebruik in aanwezigheid van
brandbare mengsels van anesthetica en lucht, zuurstof
of lachgas
Geen bescherming
Gebruikswijze Continubedrijf
eFlow
®
rapid - 04/18 179
nl
Gebruikte materialen
- Vernevelaar: polypropyleen,
thermoplastische elastomeren,
polyoxymethyleen
- Mondstuk: polypropyleen,
siliconenrubber
De eFlow
®
rapid bevat geen onderdelen
van natuurlijk rubber (latex).
Omgevingsomstandigheden
voor het gebruik
- Omgevingstemperatuur:
+5 °C tot +40 °C
- Relatieve vochtigheid van de
omgevingslucht:
15% tot 93% (niet condenserend)
- Luchtdruk: 700 hPa tot 1060 hPa
Het gebruik van het apparaat in professio-
nele zorginstellingen is beperkt tot de bed-
denafdeling en de intensivecareafdeling
van een ziekenhuis. Het is niet toegestaan
het apparaat te gebruiken in omgevingen
met een verhoogde magnetische of elek-
trische straling (bijv. in de buurt van een
kernspintomograaf).
Het apparaat is bedoeld voor gebruik thuis
en in openbare zorginstellingen. In treinen
en vliegtuigen mag het apparaat alleen in
de passagiersruimte worden gebruikt. In
een motorvoertuig mag het apparaat
alleen op batterijen werken.
Opslag- en
transportvoorwaarden
- Temperatuur: -25 °C tot +70 °C
- Relatieve vochtigheid van de
omgevingslucht:
0% tot 93% (niet condenserend)
- Luchtdruk: 500 hPa tot 1060 hPa
Als het apparaat waarschijnlijk gedurende
langere tijd niet wordt gebruikt, moeten de
batterijen of accu’s worden verwijderd.
VOORZICHTIG:
Houd bij het gebruik van draagbare draad-
loze communicatieapparatuur (inclusief
toebehoren ervan, zoals antennesnoeren
of externe antennes) een minimumaf-
stand van 30 cm tussen deze apparaten
en alle onderdelen van het inhalatiesy-
steem aan. Anders kan er een
verslechtering van de prestatie
van uw inhalatiesysteem optreden.
VOORZICHTIG:
Het apparaat mag niet direct naast of
gestapeld met andere apparaten worden
geplaatst. Wanneer het gebruik naast of
gestapeld met andere apparaten vereist
is, moet het medische elektrische appa-
raat worden geobserveerd om te garande-
ren dat het bij de gebruikte plaatsing
correct werkt.
AANWIJZING:
Condensatievocht kan afbreuk doen aan
de werking van de Controller. Vermijd
daarom extreme temperatuurschomme-
lingen. Wacht met de inhalatie tot de Con-
troller de omgevingstemperatuur heeft
aangenomen.
Info:
Afhankelijk van de kwaliteit kunnen
batterijen grote verschillen vertonen
wat betreft hun levensduur en hun
vermogen. De gebruiksduur van
ca. 90 minuten kan alleen met de
geleverde batterijen (4 stuks) worden
gehaald.
180 eFlow
®
rapid - 04/18
10 VERKLARING VAN TEKENS
Gebruiksaanwijzing in acht nemen
Wisselstroom
Gelijkstroom
Artikelnummer
Serienummer
Beschermingsgraad van het gebruiksgedeelte: type BF
Apparaat van beschermingsklasse II
Minimale en maximale omgevingstemperatuur
Minimale en maximale luchtvochtigheid
Minimale en maximale atmosferische druk
CE-markering: dit product voldoet aan de eisen van de richtlijnen 93/42/EEG
(medische hulpmiddelen) en 2011/65/EU (RoHS).
Dit medische product werd na 13 augustus 2005 in het handelsverkeer
gebracht. Het product mag niet samen met het gewone huishoudelijk
afval worden verwijderd. Het symbool met het kruis over de vuilnisbak
wijst erop dat het product met een afzonderlijke vuilnisophaling moet worden
meegegeven.
Fabrikant
eFlow
®
rapid - 04/18 181
nl
11 GARANTIEVOORWAARDEN
PARI garandeert u tijdens de garantiepe-
riode van twee jaar dat uw inhalatiesys-
teem bij gebruik volgens de voorschriften
geen door de productie veroorzaakte
materiaal- of fabricagefouten vertoont.
De garantie geldt niet voor slijtageonder-
delen, dus onderdelen van het apparaat
die aan normale slijtage onderhevig zijn,
zoals vernevelaar en aerosolproductie-
eenheid. De garantie wordt verder niet
verleend indien:
- het apparaat niet correct volgens de
voorschriften van de gebruiksaanwij-
zing in gebruik werd genomen of
gebruikt;
- er schade is opgetreden die te wijten is
aan uitwendige invloeden als water,
brand, blikseminslag e.d.;
- de schade is ontstaan door ondeskun-
dig transport of valschade;
- het apparaat ondeskundig werd behan-
deld of onderhouden;
- het serienummer op het apparaat werd
gewijzigd, verwijderd of onleesbaar
werd gemaakt;
- er reparaties, aanpassingen of verande-
ringen aan het apparaat werden uitge-
voerd door personen die daartoe niet
door PARI waren gemachtigd.
Als zich bij uitzondering een gebrek mocht
voordoen, zal de fabrikant het apparaat
vervangen. Hierbij kan het apparaat zowel
door hetzelfde model als door een model
met minstens een vergelijkbare uitrusting
worden vervangen. Vervanging van het
apparaat geeft geen recht op nieuwe
garantie. Alle vervangen afgedankte
apparaten of onderdelen worden eigen-
dom van PARI. Verdere aanspraken op
grond van de garantie zijn uitgesloten,
voorzover de wetgeving dat toelaat.
Neem bij een mogelijk geval van garantie
contact op met uw lokale servicepartner.
Als bewijs van garantie en eigendom moet
de originele aankoopbon van de distribu-
teur worden overlegd. De garantie geldt
uitsluitend voor de eerste koper van het
apparaat.
Service en fabrikant
Het apparaat mag alleen door
PARI Pharma GmbH of door een door
PARI Pharma GmbH gevolmachtigde
servicedienst worden hersteld.
Technische wijzigingen voorbehouden.
Stand van de informatie: februari 2018
Fabrikant PARI Pharma GmbH
Moosstr. 3
82319 Starnberg
Duitsland
Contactpersoon voor technische proble-
men of vragen in verband met het apparaat
Lokale servicepartner
Contact: www.eflowrapid.info

Documenttranscriptie

nl nl GEBRUIKSAANWIJZING Voor eFlow®rapid type 178G1005 Inhoudsopgave 1 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN ..............................................159 Vorm van de waarschuwingen .........................................................................159 Omgang met het inhalatiesysteem ..................................................................159 Behandeling van baby’s, kinderen en hulpbehoevende personen...............160 2 PRODUCTBESCHRIJVING ........................................................161 Gebruiksdoel......................................................................................................162 Beoogd gebruik .................................................................................................162 Beoogde patiëntengroepen ..............................................................................162 Medicamenten....................................................................................................162 Levensduur ........................................................................................................162 3 INHALATIE VOORBEREIDEN....................................................163 Informatie voor het eerste gebruik...................................................................163 Voorbereiding van de Controller ......................................................................163 Werking op de geleverde batterijen of op gangbare accu’s.................................163 Werking op netvoeding ........................................................................................164 Voorbereiding van de vernevelaar ...................................................................164 4 INHALATIE UITVOEREN............................................................167 Pauze tijdens de inhalatie .................................................................................167 Displayweergaven tijdens de inhalatie ............................................................168 Einde van de inhalatie .......................................................................................168 5 REINIGING EN DESINFECTIE ...................................................169 Vernevelaar ........................................................................................................169 Voorbereiding ......................................................................................................169 Reiniging..............................................................................................................170 Desinfectie ...........................................................................................................170 Controller en vernevelaarsnoer........................................................................172 Opbergen............................................................................................................172 6 OPSPOREN VAN STORINGEN..................................................173 7 VERWIJDEREN...........................................................................177 8 ONDERDELEN EN TOEBEHOREN ...........................................177 eFlow®rapid - 04/18 157 9 TECHNISCHE GEGEVENS ........................................................178 Algemeen ........................................................................................................... 178 Classificatie conform DIN EN 60601-1 ............................................................ 178 Gebruikte materialen ........................................................................................ 179 Omgevingsomstandigheden voor het gebruik............................................... 179 Opslag- en transportvoorwaarden .................................................................. 179 10 VERKLARING VAN TEKENS.....................................................180 11 GARANTIEVOORWAARDEN.....................................................181 Service en fabrikant .......................................................................................... 181 158 eFlow®rapid - 04/18 nl 1 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN Lees deze gebruiksaanwijzing en de gebruiksaanwijzingen van het meegeleverde toebehoren volledig door, voordat u het apparaat gebruikt. Bewaar deze zo dat u haar later nog eens kunt naslaan. Als de gebruiksaanwijzing niet in acht wordt genomen, kan letsel of schade aan het product niet worden uitgesloten. Voordat de aandoeningen worden behandeld, moet een onderzoek door een arts plaatsvinden. Vorm van de waarschuwingen Veiligheidsrelevante waarschuwingen zijn in deze gebruiksaanwijzing verdeeld in de volgende gevaarsniveaus: - Met het signaalwoord VOORZICHTIG zijn gevaren aangeduid, die zonder voorzorgsmaatregelen tot licht tot matig ernstig letsel kunnen leiden of afbreuk kunnen doen aan de behandeling. - Met het signaalwoord AANWIJZING zijn algemene voorzorgsmaatregelen aangeduid, die bij het gebruik van het product in acht genomen moeten worden om schade aan het product te voorkomen. eFlow®rapid - 04/18 Omgang met het inhalatiesysteem Controleer het inhalatiesysteem vóór elk gebruik. Vervang gebroken, vervormde en sterk verkleurde onderdelen. Beschadigde onderdelen kunnen afbreuk doen aan de werking van het inhalatiesysteem en daarmee aan de behandeling. Stel het inhalatiesysteem niet in werking als er beschadigingen aan de netvoeding te zien zijn, omdat er anders gevaar door aanraking van stroomvoerende onderdelen (bijv. een elektrische schok) bestaat. Neem daarom de volgende aanwijzingen in acht: - Om het apparaat volledig los te koppelen van het stroomnet dient u altijd de netvoeding uit het stopcontact te halen. - Trek de netvoeding nooit met natte handen uit het stopcontact. Er kan gevaar voor een elektrische schok bestaan. - Houd de snoeren buiten bereik van huisdieren (bijv. knaagdieren). - Gebruik het inhalatiesysteem niet in ruimten waar explosiegevaar bestaat of in aanwezigheid van gassen die brand in de hand werken (bijv. zuurstof, lachgas, ontvlambare anesthetica). - Inhaleer niet terwijl u een motorvoertuig bestuurt (gevaar voor ongelukken). 159 Behandeling van baby’s, kinderen en hulpbehoevende personen - Kinderen en hulpbehoevende personen mogen alleen onder permanent toezicht van een volwassene inhaleren. Alleen zo kan een veilige en doeltreffende therapie worden gegarandeerd. Deze personen schatten gevaren (bijv. wurging met het snoer) dikwijls verkeerd in, waardoor er gevaar voor letsel kan ontstaan. - Het product bevat kleine onderdelen. Kleine onderdelen kunnen de luchtwegen blokkeren en tot verstikkingsgevaar leiden. Let er daarom op dat u deze steeds buiten bereik van kinderen bewaart. - De vernevelaars zijn alleen geschikt voor patiënten die zelfstandig ademen en bij bewustzijn zijn. Alleen zo is een doeltreffende therapie mogelijk en wordt verstikkingsgevaar voorkomen. 160 eFlow®rapid - 04/18 nl 2 PRODUCTBESCHRIJVING 4 4a 4b 5 3* 1 6 9 7a 7 9a 5a 2 8 1 Controller 2 2 complete vernevelaars (incl. aerosolproductie-eenheid): 3 Aerosolproductie-eenheid* 4 Medicamentendeksel (voorgemonteerd), bestaande uit: 4a Dekseldichting 4b Afsluitkap 5 Medicamentenreservoir en 5a Vernevelkamer (voorgemonteerd) 6 Inademventiel 8 Vernevelaarsnoer (verbinding van de Controller met de vernevelaar) 9 Netvoeding 9a Wisseladapters (3 stuks) - Transporttas en vernevelaartas - easycare reinigingshulp voor aerosolproductie-eenheid Controleer of alle componenten bij de levering aanwezig zijn. Neem anders contact op met de lokale servicepartner (zie “Service en fabrikant” op pagina 181). 7 Mondstuk met 7a Uitademventiel (voorgemonteerd) *) TouchSpray® Technology made under licence from the Technology Partnership PLC eFlow®rapid - 04/18 161 Gebruiksdoel eFlow®rapid Het Inhalatiesysteem is bedoeld voor de behandeling van aandoeningen aan luchtwegen en longen. Beoogd gebruik Het inhalatiesysteem mag alleen voor het hierboven aangegeven gebruiksdoel worden gebruikt. Afhankelijk van het ziektebeeld en het gebruikte medicament kan de frequentie van het gebruik variëren. De vernevelaar is uitsluitend bedoeld voor één patiënt. Info: De eBase Controller kan ook voor een geneesmiddelspecifieke vernevelaar worden gebruikt. Neem bovendien de gebruiksaanwijzing van de vernevelaar in acht. VOORZICHTIG: Geneesmiddelen die voor de inhalatie met een geneesmiddelspecifieke vernevelaar zijn toegestaan, mogen niet met een eFlow®rapid vernevelaar worden gebruikt (gevaar voor een verkeerde dosering). Voor het gebruik van het apparaat mag uitsluitend origineel PARI toebehoren worden gebruikt: VOORZICHTIG: Het gebruik van ander toebehoren (onderdelen en snoeren) dat niet als onderdeel door de fabrikant wordt aangeboden, kan tot een verhoogde elektromagnetische emissie of een verminderde elektromagnetische immuniteit leiden en een defect veroorzaken. PARI Pharma GmbH is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van een verkeerd of niet beoogd gebruik. 162 Beoogde patiëntengroepen Het inhalatiesysteem is alleen geschikt voor patiënten die zelfstandig ademen en bij bewustzijn zijn. De inhalatie met het mondstuk is de meest efficiënte vorm van inhalatie omdat hiermee het minste medicamentenverlies tijdens de weg naar de longen optreedt. Voor baby’s en peuters die niet met het mondstuk kunnen inhaleren, biedt PARI hiervoor als toebehoren maskers aan. Medicamenten Met het eFlow®rapid inhalatiesysteem mogen alleen toegelaten inhalatieoplossingen en -suspensies worden gebruikt. Deze medicamenten worden doorgaans door de arts bepaald. Neem eventuele restricties in acht die zijn aangegeven in de gebruiksinformatie van het betreffende medicament. VOORZICHTIG: Gebruik geen etherische oliën voor de inhalatie, omdat irritatie van de luchtwegen (sterke hoestprikkel) kan optreden. Levensduur - Controller: 3 tot 5 jaar - Vernevelaar (zonder aerosolproductie-eenheid): 1 jaar - Aerosolproductie-eenheid: 3 tot 6 maanden De te verwachten levensduur van de aerosolproductie-eenheid is afhankelijk van de frequentie en de duur van het gebruik. Met twee inhalatiebehandelingen met een inhalatieduur van in totaal 30 minuten en één desinfectie per dag valt een levensduur van maximaal 6 maanden te verwachten. eFlow®rapid - 04/18 nl 3 INHALATIE VOORBEREIDEN Informatie voor het eerste gebruik - Gebruik geen medicamenten direct uit de koelkast om eventuele irritaties bij de inhalatie door te koude aerosol te voorkomen. - Reinig de vernevelaar en de aerosolproductie-eenheid vóór het eerste gebruik (zie REINIGING EN DESINFECTIE, pagina 169). - De Controller kan op batterijen, op accu’s of via de meegeleverde netvoeding op het stroomnet werken. • Plaats de batterijen volgens de poolsymbolen: • Sluit de batterijhouder. Voorbereiding van de Controller Werking op de geleverde batterijen of op gangbare accu’s Info: De accu’s kunnen niet in de Controller worden opgeladen! • Maak de batterijhouder open door het klepje op te lichten: eFlow®rapid - 04/18 163 Werking op netvoeding Controleer vóór elk gebruik of de netvoeding vrij is van beschadigingen. Gebruik geen beschadigde of defecte netvoeding. Info: Wanneer het apparaat met een netvoeding op het stroomnet werkt, kunnen de batterijen of accu’s in de Controller blijven zitten. De energiereserves van de batterijen of accu’s worden daarbij niet verbruikt. • Verwissel indien nodig de landspecifieke adapter van de netvoeding. Druk op het klepje om te ontgrendelen en schuif de wisseladapter omhoog. Zorg er bij het erop steken voor dat de adapter (9a) vastklikt in de behuizing van de netvoeding: 9a Voorbereiding van de vernevelaar VOORZICHTIG: Controleer de onderdelen van uw vernevelaar vóór elk gebruik. Vervang gebroken, vervormde en sterk verkleurde onderdelen. Beschadigde onderdelen en verkeerd gemonteerde vernevelaars kunnen afbreuk doen aan de werking van de vernevelaar en daarmee aan de behandeling. Info: Het medicamentenreservoir en de vernevelkamer zijn al voorgemonteerd. • Open de vernevelkamer (5a): 5a • Sluit de netvoeding aan op de contactdoos voor netaansluiting van de Controller: Wanneer de netvoeding is aangesloten op een stopcontact, is de Controller gebruiksklaar. 164 eFlow®rapid - 04/18 nl • Plaats de aerosolproductie-eenheid (3) erin. Deze moet hoorbaar vastklikken. • Sluit de vernevelkamer: AANWIJZING: Raak het membraan (metalen onderdeel, midden van de aerosolproductie-eenheid) niet aan om beschadiging te voorkomen. AANWIJZING: Als de kliksluiting niet kan worden gesloten, plaats het inademventiel dan correct in de vernevelkamer. Het moet mooi in de vernevelkamer passen. 3 • Plaats het inademventiel (6) erin. Controleer daarbij of de beide ventielkleppen goed zitten. Deze moeten netjes tegen de zijkanten aansluiten. • Steek het mondstuk (7) op de vernevelkamer. 7 6 Info: Neem voor de inhalatie met masker de gebruiksaanwijzing van het gebruikte masker in acht. eFlow®rapid - 04/18 165 • Sluit het vernevelaarsnoer (8) aan op Controller en vernevelaar. Info: Als u meerdere medicamenten direct na elkaar inhaleert, spoel alle onderdelen van de vernevelaar dan grondig met warm leidingwater voordat u hem opnieuw vult. • Sluit het medicamentenreservoir: 8 • Vul het medicamentenreservoir met de door de arts voorgeschreven hoeveelheid medicament: • Ga na of alle onderdelen vast met elkaar verbonden zijn en of het medicamentenreservoir gesloten is: VOORZICHTIG: Let erop dat er niet meer medicament in wordt gedaan dan tot het bovenste streepje van de schaalverdeling (6 ml). Zorg ervoor dat er zeker niet teveel medicament in het reservoir wordt gedaan! 166 eFlow®rapid - 04/18 nl 4 INHALATIE UITVOEREN • Ga ontspannen en rechtop zitten. Dat maakt de inhalatie gemakkelijker en verbetert de opname van het medicament in de luchtwegen. • Neem de vernevelaar in de hand. VOORZICHTIG: Houd de vernevelaar tijdens de inhalatie waterpas. In gekantelde stand kan er een verkeerde dosering ontstaan. • Neem het mondstuk tussen de tanden en omsluit het met de lippen zonder het blauwe uitademventiel te blokkeren: • Adem zo diep en rustig mogelijk door het mondstuk in en uit. Ook gedurende de uitademfase kan het mondstuk in de mond blijven. Adem niet door de neus. In overleg met uw arts mag u gebruik maken van een neusklem. Info: Het is normaal dat tijdens het uitademen aerosol via het uitademventiel in het mondstuk naar buiten komt. Dit wijst niet op enig defect. Pauze tijdens de inhalatie Als de noodzaak zich voordoet om de inhalatie korte tijd te onderbreken, gebruik dan de pauzefunctie: • Druk de toets ON/OFF ca. 1 seconde lang in. De pauzemodus is geactiveerd als de LED groen knippert. • Druk de toets ON/OFF opnieuw ca. 1 seconde lang in om verder te gaan met de inhalatie. • Druk de toets ON/OFF op de Controller in om met de inhalatie te beginnen: Info: De pauzefunctie kan vanaf een werkingsduur van 5 seconden worden gebruikt. Schakel bij een langere pauze de Controller uit door de toets ON/OFF ca. 2 seconden lang in te drukken. Zolang er voldoende vloeistof in het medicamentenreservoir aanwezig is, kunt u de verneveling weer starten door de ON/OFF-toets opnieuw in te drukken. Als alles correct werkt, gaat de groene LED branden en klinkt er een eentonig akoestisch signaal. eFlow®rapid - 04/18 167 Displayweergaven tijdens de inhalatie De volgende weergaven verschijnen tijdens de inhalatie op het display: Start Tijdens de inhalatie Einde van de inhalatie Zodra er geen aerosol meer wordt geproduceerd, is de inhalatie voltooid en verschijnt de volgende weergave op het display: De Controller schakelt zichzelf automatisch uit. Verneveling bij werking op batterijen Verneveling bij werking op netvoeding Geactiveerde pauzefunctie Pauzefunctie bij werking op batterijen Info: In de loop van het gebruik kan de vernevelingstijd langer worden. Dit is geen defect van de vernevelaar. Info: Let erop dat in het medicamentenreservoir een rest van ca. 1 ml van het medicament achterblijft, die niet kan worden verneveld en moet worden weggegooid. Dit is nodig voor een betrouwbare dosering van de geneesmiddelen en vormt geen defect: ca. 1 ml • Bij werking op netvoeding: trek de stekker van de netvoeding uit het stopcontact als de inhalatie is voltooid. Pauzefunctie bij werking op netvoeding 168 eFlow®rapid - 04/18 nl 5 REINIGING EN DESINFECTIE Vernevelaar De vernevelaar (incl. aerosolproductieeenheid) moet na ieder gebruik onmiddellijk worden gereinigd en één keer per dag worden gedesinfecteerd. Voorbereiding Demonteer het inhalatiesysteem volledig: • Trek het vernevelaarsnoer van de vernevelaar af. • Verwijder het mondstuk van de vernevelaar. • Trek het blauwe uitademventiel (7a) van het mondstuk (7) voorzichtig uit de gleuf. Info: Het uitademventiel wordt door een smal verbindingsklepje vastgehouden, zodat het niet kan zoekraken. Maak dit klepje niet los van het mondstuk. • Demonteer het medicamentendeksel. Druk daarvoor de dekseldichting (4a) naar beneden uit de afsluitkap (4b). 4b 4a • Open de vernevelkamer. • Haal de aerosolproductie-eenheid eruit. Druk hiervoor de bevestigingshaken van de aerosolproductie-eenheid aan de zijkant licht naar elkaar toe: 7 7a • Open het medicamentenreservoir en schud resten van het medicament eruit. • Haal het inademventiel van de vernevelkamer af. eFlow®rapid - 04/18 169 Reiniging Reinig de vernevelaar (incl. aerosolproductie-eenheid) onmiddellijk na elk gebruik. • Leg alle onderdelen van de vernevelaar en de aerosolproductie-eenheid ca. 5 minuten lang in warm leidingwater met wat afwasmiddel. Beweeg de onderdelen van de vernevelaar bij sterke vervuiling licht heen en weer in het afwaswater. • Spoel alle onderdelen van de vernevelaar en de voor- en achterzijde van de aerosolproductie-eenheid grondig af onder stromend leidingwater. • Versnel het afdruipen van het water door met de onderdelen te schudden. • Leg de onderdelen op een droge en schone ondergrond en laat ze volledig drogen: Desinfectie Desinfecteer de onderdelen van de vernevelaar en de aerosolproductie-eenheid minstens één keer per dag, bijvoorbeeld aan het eind van de dag direct na de reiniging (alleen een gereinigde vernevelaar kan effectief worden gedesinfecteerd). AANWIJZING: Gebruik voor de desinfectie van de aerosolproductie-eenheid geen magnetron, omdat anders schade aan de bestanddelen van het product niet kan worden uitgesloten. Met een gangbaar desinfectieapparaat voor babyflessen • Gebruik voor een effectieve desinfectie een thermisch desinfectieapparaat met een werkingstijd van minstens 6 minuten. Voor de uitvoering van de desinfectie, voor de duur van het desinfectieproces en voor de vereiste waterhoeveelheid dient u de gebruiksaanwijzing van het gebruikte desinfectieapparaat in acht te nemen. VOORZICHTIG: Een onvoldoende desinfectie bevordert de groei van kiemen en verhoogt daarmee het infectiegevaar. De desinfectie is pas effectief uitgevoerd wanneer de apparaatspecifieke desinfectietijd in acht is genomen. Schakel het apparaat daarom niet voortijdig uit. Zorg er bovendien voor dat het apparaat schoon is en controleer regelmatig of het goed werkt. VOORZICHTIG: Vocht bevordert de groei van kiemen. Let op een voldoende droging na elke reiniging. 170 eFlow®rapid - 04/18 nl Mogelijk alternatief: in gedestilleerd water uitkoken • Leg alle onderdelen minstens 5 minuten in kokend water. Gebruik daarvoor een schone kookpan en gedestilleerd water. AANWIJZING: Kunststof smelt bij aanraking met de hete bodem van de pan. Zorg daarom voor een voldoende hoeveelheid water in de pan. Daarmee voorkomt u beschadiging van de onderdelen. • Haal de onderdelen uit de kookpan. • Versnel het afdruipen van het water door met de onderdelen te schudden. • Leg de onderdelen op een droge en schone ondergrond en laat ze volledig drogen: • Haal de onderdelen onmiddellijk na afloop van de desinfectie uit het desinfectieapparaat. Leg deze op een droge en schone ondergrond en laat ze volledig drogen. • Controleer de onderdelen van de vernevelaar na elke desinfectie. Vervang gebroken, vervormde en sterk verkleurde onderdelen. VOORZICHTIG: Vocht bevordert de groei van kiemen. Let op een voldoende droging na elke desinfectie. • Controleer de onderdelen van de vernevelaar na elke desinfectie. Vervang gebroken, vervormde en sterk verkleurde onderdelen. eFlow®rapid - 04/18 171 Mogelijk alternatief: chemische desinfectie In principe zijn desinfectiemiddelen op basis van quaternaire ammoniumverbindingen geschikt voor de desinfectie van de vernevelaar inclusief aerosolproductieeenheid. Let er bij de keuze van de chemische stof op dat deze geschikt is voor de desinfectie van medische producten van de aangegeven materialen (zie “Gebruikte materialen” op pagina 179). Neem de gebruiksaanwijzing van het desinfectiemiddel, met name de voorschriften voor de dosering en het veilige gebruik, in acht. De doeltreffendheid van deze methode is getest met een 2% oplossing van Bomix® plus (Bode) voor een gebruiksduur van 5 minuten. Opbergen Berg de vernevelaar tussen de behandelingen, vooral bij langere gebruikspauzes, op een droge, stofvrije plaats op (bijv. vernevelaartas). Verpak de Controller, de netvoeding en het vernevelaarsnoer in de daarvoor bestemde opbergtas. AANWIJZING: Uitgelopen batterijen kunnen een beschadiging aan de Controller veroorzaken. Verwijder de batterijen of accu’s daarom, wanneer het inhalatiesysteem vermoedelijk langere tijd niet wordt gebruikt. Controller en vernevelaarsnoer Maak het oppervlak van de behuizing van de Controller en het snoer schoon met een schone, vochtige doek. AANWIJZING: Houd de Controller niet onder stromend water en gebruik ook geen vloeibare reinigingsmiddelen. Wanneer er vloeistof in de Controller binnendringt, kan de elektronica beschadigd raken met defecten als gevolg. Als er toch vloeistof in de Controller komt, neem dan meteen contact op met de lokale servicepartner. 172 eFlow®rapid - 04/18 nl 6 OPSPOREN VAN STORINGEN U kunt storingen die bij het dagelijks gebruik kunnen optreden, zelf verhelpen. De onderstaande tabellen helpen u de Displayweergave (knippert alternerend) oorzaken van een storing te vinden en te verhelpen. Mogelijke oorzaak Oplossing Aansluiting van het snoer op de Controller of van het snoer op de vernevelaar onderbroken. Aansluiting van de snoeren controleren. Geen medicament erin Medicament erin doen. gedaan. eFlow®rapid - 04/18 Inhalatie onderbroken. Inhalatie voortzetten door het apparaat opnieuw te starten (op toets ON/OFF drukken). De maximale werkingsduur per toepassing van 20 minuten is overschreden. Inhalatie voortzetten door het apparaat opnieuw te starten (op toets ON/OFF drukken). Batterij halfleeg. Nieuwe batterijen gereed houden. Batterij leeg. Nieuwe batterijen plaatsen of het apparaat laten werken op netvoeding aan het stopcontact. 173 Fout Mogelijke oorzaak/ oplossing De Controller kan niet worden ingeschakeld (geen geluidssignaal, geen oranje of groen lichtsignaal). - Om in te schakelen dient u gedurende ca. 2 seconden de ON/OFF-toets ingedrukt te houden. - Zit (in geval van voeding via het stroomnet) de netstekker in het stopcontact en in het apparaat? - Zijn de accu’s of de batterijen correct geplaatst? - Controleer of de batterijen of de accu’s nog voldoende energie hebben! - Controller de verbinding tussen de Controller en de vernevelaar. Na het inschakelen van de Controller wordt geen aerosol geproduceerd, respectievelijk gaat de Controller na enkele seconden weer uit. Is het medicamentenreservoir met medicament gevuld? De Controller gaat uit, hoewel er nog medicament in het medicamentenreservoir zit. Info: Let erop dat in het medicamentenreservoir een rest van ca. 1 ml van het medicament achterblijft, die niet kan worden verneveld en moet worden weggegooid. Dit is bedoeld en wijst niet op een defect. Als er meer dan 1 ml in het medicamentenreservoir zit: - Controleer of de batterijen of de accu’s nog voldoende energie hebben! - De vernevelaar wordt niet waterpas gehouden. Houd de vernevelaar waterpas. - Na 20 minuten schakelt de Controller zichzelf automatisch uit. Vervolg de behandeling door de toets ON/OFF opnieuw in te drukken, zodat de vereiste dosis van het medicament kan worden geïnhaleerd. Het apparaat schakelt niet automatisch uit, hoewel er geen aerosol meer wordt geproduceerd en in het medicamentenreservoir niet meer dan ca. 1 ml restmedicament aanwezig is. De therapie is voltooid en het apparaat kan worden uitgeschakeld door indrukken van de toets ON/OFF. 174 eFlow®rapid - 04/18 nl Fout Mogelijke oorzaak/ oplossing De vernevelingsduur is aanmerkelijk langer geworden. Bij regelmatig gebruik van het inhalatiesysteem, zal de duur van de verneveling langer worden. Dit is geen gebrek. Als u echter constateert dat de vernevelingsduur aanzienlijk langer is geworden, kan dat de volgende oorzaken hebben: - U inhaleert een ander medicament. - De hoeveelheid erin gedaan medicament is groter geworden. - Het deksel van het medicamentenreservoir werd niet vast afgesloten. - De aerosolproductie-eenheid is niet direct na het laatste gebruik gereinigd of is zichtbaar beschadigd. - U gebruikt de aerosolproductie-eenheid langer of vaker dan in de paragraaf Levensduur is beschreven. Als geen sprake is van een van de bovengenoemde oorzaken, voer dan de volgende werkingstest voor de aerosolproductie-eenheid uit: • Doe 2,5 ml isotonische zoutoplossing (0,9%) in het medicamentenreservoir. • Schakel de Controller in en meet de vernevelingsduur, zonder daarbij te inhaleren. Als de vernevelingsduur langer dan 4 minuten is, gebruik dan de easycare reinigingshulp. Neem de voorschriften voor de frequentie van het gebruik van de easycare reinigingshulp in de gebruiksaanwijzing ervan in acht. • Als de vernevelingsduur na gebruik van de easycare reinigingshulp nog steeds meer dan 5 minuten bedraagt, moet de aerosolproductie-eenheid worden vervangen. Info: De bovengenoemde tijdsindicatie geldt alleen voor 2,5 ml isotonische zoutoplossing (0,9%). eFlow®rapid - 04/18 175 Fout Mogelijke oorzaak/ oplossing Uit de gleuven van het medicamenten- • Controleer of de vernevelaar correct is gemonteerd. reservoir komt voortdurend een grote Controleer daarbij of de beide ventielklephoeveelheid aerosol naar buiten. pen van het inademventiel goed zitten. Deze moeten netjes tegen de zijkanten aansluiten. Na de inhalatiebehandeling kan het medicamentendeksel niet van het medicamentenreservoir worden afgehaald. De onderdruk in de medicamentenkamer is te groot. • Open de vernevelkamer en trek licht aan de aerosolproductie-eenheid om lucht binnen te laten stromen. Nu kan het deksel zonder enig probleem worden verwijderd. Wanneer een storing mocht blijven bestaan, neem dan contact op met uw lokale servicepartner. 176 eFlow®rapid - 04/18 nl 7 VERWIJDEREN De stroomvoerende onderdelen (bijvoorbeeld de Controller, het snoer, de netvoeding en batterijen) en de aerosolproductieeenheid mogen niet samen met het huishoudelijk afval worden verwijderd. 8 De verwijdering van de componenten van het apparaat dient te worden uitgevoerd conform de regionale verwijderingsvoorschriften. ONDERDELEN EN TOEBEHOREN Omschrijving Artikelnr. Vernevelaar (incl. aerosolproductie-eenheid) 678G8222 Aerosolproductie-eenheid 678B2620 Mondstuk 078B3600 PARI mondstuk universeel (alternatief) 022E3050 Netvoeding (100 tot 240 V~, 50-60 Hz) 078B7114 Vernevelaarsnoer 178G6009 Draagtas 078E8005 PARI filter/ventielset 041G0500 PARI SMARTMASK® (volwassenen) 041G0730 SMARTMASK® Kids (kinderen vanaf 2 jaar) 078G5000 SMARTMASK® Baby (baby’s vanaf 2,5 kg) 078G5026 easycare reinigingshulp voor aerosolproductie-eenheid eFlow®rapid - 04/18 078G6100 177 9 TECHNISCHE GEGEVENS Algemeen Elektrische aansluiting Netvoeding (REF 078B7114, type FW8002M/12): Input: 100 tot 240 V~, 50-60 Hz Output: 12 V Batterijen 4 x 1,5 V mignon (AA LR6/alkaline) Accu’s 4 x 1,2 V mignon (AA rechargeable, min. 2100 mAh) Gewicht van de vernevelaar ca. 55 g ® Gewicht van de eFlow rapid (incl. batterijen) ca. 300 g Afmetingen van de vernevelaar (B x H x D) 5,0 cm x 6,3 cm x 14,5 cm Afmetingen behuizing van Controller H 4,0 cm, Ø 11,6 cm Minimaal vulvolume 2,0 ml Maximaal vulvolume 6,0 ml TOR (Total Output Rate) a) 610 mg/min b) MMD (mediane massadiameter)a) 4,1 μmb) RF (massafractie) < 5 μm a) 69%b) a) Meting met laserdiffractie (Helos Sympa-Tec) bij 23 °C en 50% relatieve vochtigheid. Verneveld medium: 0,9% NaCl (4 ml). Inspiratoire flow: 20 l/min. b) Kan variëren afhankelijk van het gebruikte medicament en de aerosolproductie-eenheid. Technische gegevens over de elektromagnetische compatibiliteit in de vorm van een tabel kunt u op aanvraag verkrijgen bij PARI Pharma GmbH of op internet onder https://www.pari.com/fileadmin/Electromagnetic-compatibility-4.pdf. Classificatie conform DIN EN 60601-1 Beschermingstype tegen elektrische schokken (netvoeding) Beschermingsklasse II Beschermingsgraad tegen elektrische schokken van het gebruiksgedeelte (vernevelaar) Type BF Beschermingsgraad tegen binnendringen van water overeenkomstig NBN EN 60529 (IP-beschermingsgraad) IP 21 Beschermingsgraad bij gebruik in aanwezigheid van brandbare mengsels van anesthetica en lucht, zuurstof of lachgas Geen bescherming Gebruikswijze Continubedrijf 178 eFlow®rapid - 04/18 nl Gebruikte materialen - Vernevelaar: polypropyleen, thermoplastische elastomeren, polyoxymethyleen - Mondstuk: polypropyleen, siliconenrubber De eFlow®rapid bevat geen onderdelen van natuurlijk rubber (latex). Omgevingsomstandigheden voor het gebruik - Omgevingstemperatuur: +5 °C tot +40 °C - Relatieve vochtigheid van de omgevingslucht: 15% tot 93% (niet condenserend) - Luchtdruk: 700 hPa tot 1060 hPa Het gebruik van het apparaat in professionele zorginstellingen is beperkt tot de beddenafdeling en de intensivecareafdeling van een ziekenhuis. Het is niet toegestaan het apparaat te gebruiken in omgevingen met een verhoogde magnetische of elektrische straling (bijv. in de buurt van een kernspintomograaf). Het apparaat is bedoeld voor gebruik thuis en in openbare zorginstellingen. In treinen en vliegtuigen mag het apparaat alleen in de passagiersruimte worden gebruikt. In een motorvoertuig mag het apparaat alleen op batterijen werken. VOORZICHTIG: Houd bij het gebruik van draagbare draadloze communicatieapparatuur (inclusief toebehoren ervan, zoals antennesnoeren of externe antennes) een minimumafstand van 30 cm tussen deze apparaten en alle onderdelen van het inhalatiesysteem aan. Anders kan er een verslechtering van de prestatie van uw inhalatiesysteem optreden. eFlow®rapid - 04/18 VOORZICHTIG: Het apparaat mag niet direct naast of gestapeld met andere apparaten worden geplaatst. Wanneer het gebruik naast of gestapeld met andere apparaten vereist is, moet het medische elektrische apparaat worden geobserveerd om te garanderen dat het bij de gebruikte plaatsing correct werkt. Opslag- en transportvoorwaarden - Temperatuur: -25 °C tot +70 °C - Relatieve vochtigheid van de omgevingslucht: 0% tot 93% (niet condenserend) - Luchtdruk: 500 hPa tot 1060 hPa AANWIJZING: Condensatievocht kan afbreuk doen aan de werking van de Controller. Vermijd daarom extreme temperatuurschommelingen. Wacht met de inhalatie tot de Controller de omgevingstemperatuur heeft aangenomen. Als het apparaat waarschijnlijk gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moeten de batterijen of accu’s worden verwijderd. Info: Afhankelijk van de kwaliteit kunnen batterijen grote verschillen vertonen wat betreft hun levensduur en hun vermogen. De gebruiksduur van ca. 90 minuten kan alleen met de geleverde batterijen (4 stuks) worden gehaald. 179 10 VERKLARING VAN TEKENS Gebruiksaanwijzing in acht nemen Wisselstroom Gelijkstroom Artikelnummer Serienummer Beschermingsgraad van het gebruiksgedeelte: type BF Apparaat van beschermingsklasse II Minimale en maximale omgevingstemperatuur Minimale en maximale luchtvochtigheid Minimale en maximale atmosferische druk CE-markering: dit product voldoet aan de eisen van de richtlijnen 93/42/EEG (medische hulpmiddelen) en 2011/65/EU (RoHS). Dit medische product werd na 13 augustus 2005 in het handelsverkeer gebracht. Het product mag niet samen met het gewone huishoudelijk afval worden verwijderd. Het symbool met het kruis over de vuilnisbak wijst erop dat het product met een afzonderlijke vuilnisophaling moet worden meegegeven. Fabrikant 180 eFlow®rapid - 04/18 nl 11 GARANTIEVOORWAARDEN PARI garandeert u tijdens de garantieperiode van twee jaar dat uw inhalatiesysteem bij gebruik volgens de voorschriften geen door de productie veroorzaakte materiaal- of fabricagefouten vertoont. De garantie geldt niet voor slijtageonderdelen, dus onderdelen van het apparaat die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals vernevelaar en aerosolproductieeenheid. De garantie wordt verder niet verleend indien: - het apparaat niet correct volgens de voorschriften van de gebruiksaanwijzing in gebruik werd genomen of gebruikt; - er schade is opgetreden die te wijten is aan uitwendige invloeden als water, brand, blikseminslag e.d.; - de schade is ontstaan door ondeskundig transport of valschade; - het apparaat ondeskundig werd behandeld of onderhouden; - het serienummer op het apparaat werd gewijzigd, verwijderd of onleesbaar werd gemaakt; - er reparaties, aanpassingen of veranderingen aan het apparaat werden uitgevoerd door personen die daartoe niet door PARI waren gemachtigd. Als zich bij uitzondering een gebrek mocht voordoen, zal de fabrikant het apparaat vervangen. Hierbij kan het apparaat zowel door hetzelfde model als door een model met minstens een vergelijkbare uitrusting worden vervangen. Vervanging van het apparaat geeft geen recht op nieuwe garantie. Alle vervangen afgedankte apparaten of onderdelen worden eigendom van PARI. Verdere aanspraken op grond van de garantie zijn uitgesloten, voorzover de wetgeving dat toelaat. Neem bij een mogelijk geval van garantie contact op met uw lokale servicepartner. Als bewijs van garantie en eigendom moet de originele aankoopbon van de distributeur worden overlegd. De garantie geldt uitsluitend voor de eerste koper van het apparaat. Service en fabrikant Fabrikant PARI Pharma GmbH Moosstr. 3 82319 Starnberg Duitsland Contactpersoon voor technische proble- Lokale servicepartner men of vragen in verband met het apparaat Contact: www.eflowrapid.info Het apparaat mag alleen door PARI Pharma GmbH of door een door PARI Pharma GmbH gevolmachtigde servicedienst worden hersteld. Technische wijzigingen voorbehouden. Stand van de informatie: februari 2018 eFlow®rapid - 04/18 181
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260

Pari eFlow rapid Instructions For Use Manual

Type
Instructions For Use Manual
Deze handleiding is ook geschikt voor

in andere talen