Miele KWT 6322 UG de handleiding

Type
de handleiding
Gebruiks- en montageaanwijzing
Wijnkoelkast
Lees absoluut de gebruiks- en montageaanwijzing voor u het toestel
opstelt, installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan het toestel.
M.-Nr. 09 876 000nl-BE
Beschrijving van het toestel .........................................5
Openingshulp van de deur ..........................................8
Deur openen ....................................................8
Deur sluiten.....................................................8
Toebehoren ......................................................9
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu ..........................10
Opmerkingen omtrent uw veiligheid .................................11
Hoe kunt u energie besparen? ......................................19
Toestel in- en uitschakelen .........................................21
Vóór het eerste gebruik .............................................21
Het toestel bedienen ...............................................21
Het toestel inschakelen .............................................21
Het toestel uitschakelen.............................................22
Bij langdurige afwezigheid ..........................................22
Andere instellingen wijzigen........................................23
Vergrendeling 0 ..................................................23
Akoestische signalen ) ............................................24
Lichtsterkte van het display s........................................25
Temperatuur en luchtkwaliteit ......................................26
Temperatuur .....................................................26
Temperaturen instellen ...........................................27
Mogelijke instelwaarden voor de temperatuur .........................28
Temperatuurindicator ..............................................28
Luchtkwaliteit en -vochtigheid ........................................29
DynaCool (constante luchtvochtigheid) m...........................29
Luchtverversing via actieve-koolfilter ................................30
Temperatuur- en deuralarm ........................................31
Presenteerverlichting .............................................33
Presenteerverlichting in- en uitschakelen ...............................33
Lichtsterkte van de presenteerverlichting instellen .....................33
Verlichtingsduur van de presenteerverlichting instellen..................34
Wijnflessen bewaren ..............................................35
Houten roosters ...................................................35
Houten roosters verplaatsen.......................................36
Houten roosters aanpassen .......................................37
Schrijven op de voorkant van de houten roosters ......................37
Decoratief rooster ...............................................38
Inhoud
Maximuminhoud ..................................................38
Automatisch ontdooien............................................39
Reiniging en onderhoud ...........................................40
Binnenruimte, toebehoren en toesteldeur ...............................41
Luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen ................................42
Deurdichting .....................................................42
Luchtfilter ........................................................42
Actievekoolstoffilter ..............................................43
Actievekoolstoffilter vervangen .......................................43
Storingen verhelpen ..............................................45
Waar bepaalde geluiden vandaan komen .............................52
Miele|home .....................................................53
Service After Sales/garantie ........................................55
Duur en voorwaarden van de garantie ...............................55
Gegevens voor testinstellingen .....................................56
Informatie voor de handelaar .......................................57
Demofunctie r ....................................................57
Elektrische aansluiting ............................................59
Montagerichtlijnen ................................................60
Side-by-side-opstelling .............................................60
Opstelplaats......................................................60
Klimaatklasse ..................................................61
Luchttoevoer en -afvoer.............................................61
Voor u het toestel inbouwt ...........................................62
Openingsbegrenzer van de deur .....................................62
Afmetingen van het toestel .........................................63
Het veranderen van de draairichting van de deur ......................64
Toestel onder een werkvlak inbouwen ...............................68
Het toestel voorbereiden ............................................68
Toestel uitlijnen ten opzichte van hogere meubeldeuren ...................71
Toestel in de nis schuiven ...........................................72
Het toestel in de nis bevestigen ......................................73
De zijdelingse uitlijning van de toesteldeur instellen ....................74
Adressen .......................................................79
Inhoud
a Het complete toestel
in-/uitschakelen
b Optische interface
(alleen voor de dienst Herstellingen
aan huis van Miele)
c De bovenste of onderste
wijnklimaatzone selecteren
d De functie DynaCool
(constante luchtvochtigheid)
in-/uitschakelen
e De presenteerverlichting
in-/uitschakelen
f De temperatuur instellen
(X voor kouder)
g Een keuze bevestigen (OK-toets)
h De temperatuur instellen
(Y voor warmer)
i Het toestel in de instelmodus
zetten of eruit halen
j Het temperatuur- of deuralarm
uitschakelen
k Display met temperatuuraanduiding
en symbolen (symbolen alleen
zichtbaar in de instelmodus; zie tabel
voor uitleg over de symbolen)
Beschrijving van het toestel
4
Symbolen in de instelmodus:
Symbool Betekenis Functie
0 Vergrendeling Beveiliging tegen ongewenste
uitschakeling en wijziging van instellingen
) Akoestische signalen Toetsgeluid en akoestisch
waarschuwingssignaal bij een deuralarm
in- en uitschakelen
< Miele|home Alleen zichtbaar als de
Miele|home-communicatiemodule
gemonteerd en aangemeld is (zie
"Miele|home").
r Demofunctie
(alleen zichtbaar wanneer
de demofunctie
ingeschakeld is)
De demofunctie uitschakelen
s Lichtsterkte van het
display
De lichtsterkte van het display instellen
Actievekoolstoffilter Brandt wanneer de actievekoolstoffilters
moeten worden vervangen
t Netaansluiting
(alleen zichtbaar wanneer
het toestel uitgeschakeld
is en na een
stroomonderbreking)
Bevestigt dat het toestel op het
elektriciteitsnet aangesloten is; knippert
na een stroomonderbreking
; Alarm
(brandt wanneer het
temperatuur- of
deuralarm actief is)
Geeft aan dat het temperatuur- of
deuralarm geactiveerd is
Beschrijving van het toestel
5
a Deuropener Push2open
b Verlichtingslijst
(in beide wijnklimaatzones)
c Actievekoolstoffilter
d Bedieningspaneel voor de bovenste
en onderste
wijnklimaatzones/Isolatieplaat
voor de thermische scheiding van de
temperatuurzones
e Isolatielijsten om de
temperatuurzones thermisch van
elkaar te scheiden
f Houten roosters (FlexiFrames) met
beschrijfbare stroken (NoteBoard) op
de voorkant
g Decoratief rooster
h Glazen deur van veiligheidsglas
met uv-filter
i Ventilatierooster met luchtfilter
Beschrijving van het toestel
6
Het Push2open-systeem van uw
koeltoestel vereenvoudigt het openen
van de deur.
De deur van uw koeltoestel is
drukgevoelig.
Deur openen
^
Druk even tegen de deur.
^
Laat de deur dan los.
De deur opent automatisch tot op
een kier.
^
Trek de deur wijd open om er bijv.
wijnflessen uit te nemen.
Beschermingen tegen onbedoeld
openen:
Wanneer u de deur niet opentrekt,
sluit de deur na ca. 3 seconden weer
vanzelf.
Deur sluiten
^ Duw de deur dicht.
Om beschadiging van de
openingshulp van de deur te
voorkomen:
- moet u ervoor zorgen dat u de
deur tijdens het openen niet
blokkeert.
- mag u de deuropener tijdens het
sluiten niet indrukken of vasthouden.
Openingshulp van de deur
7
Bijgeleverd toebehoren
Actievekoolstoffilter
De actievekoolstoffilter in het
bedieningspaneel zorgt voor een
optimale luchtverversing en dus voor
een hoge luchtkwaliteit in het toestel.
luchtfilter
De luchtfilter achter het ventilatierooster
voorkomt dat de koelcapaciteit door
afzettingen van stof wordt verminderd.
Krijt
Gebruik het bijgeleverde krijt om te
schrijven op de magnetische strook op
de voorkant van de houten roosters. Zo
krijgt u een goed overzicht van de
voorradige wijnsoorten.
Mits toeslag verkrijgbaar
toebehoren
Actievekoolstoffilter
(Zie "Bijgeleverd toebehoren" voor de
beschrijving.)
luchtfilter
(Zie "Bijgeleverd toebehoren" voor de
beschrijving.)
Krijt
(Zie "Bijgeleverd toebehoren" voor de
beschrijving.)
Multifunctionele microvezeldoek
De microvezeldoek helpt om
vingerafdrukken en normaal vuil te
verwijderen op
roestvrijstalen fronten,
bedieningspanelen van toestellen,
vensters, meubels, autoruiten enz.
Het mits toeslag verkrijgbaar
toebehoren is verkrijgbaar via de
Technische Dienst van Miele, bij uw
Miele-handelaar of in de Miele Online
Shop.
Toebehoren
8
Recycleerbare verpakking
De verpakking behoedt het toestel voor
transportschade. Er werd materiaal
gekozen dat door het milieu wordt
verdragen en opnieuw kan worden
benut.
Door de verpakking weer in kringloop
te brengen, wordt er grondstof
gespaard en verkleint de afvalberg.
Geef deze stoffen dus niet met het
gewone vuilnis mee. Breng ze liever
naar het dichtstbijzijnde gemeentelijk
containerpark. Waar u dat vindt, komt u
zeker bij uw gemeentebestuur aan de
weet.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische
apparaten bevatten vaak nog
waardevolle materialen. Ze bevatten
echter ook schadelijke stoffen die voor
het functioneren en de veiligheid van
het apparaat nodig waren. Als u het
apparaat bij het gewone afval doet of
bij verkeerde behandeling kunnen deze
stoffen schadelijk zijn voor de
gezondheid en het milieu. Verwijder het
afgedankte apparaat dan ook nooit met
het gewone afval.
Bij de aankoop van uw nieuw toestel
heeft u een bijdrage betaald. Die wordt
volledig gebruikt voor de toekomstige
recyclage van dat toestel. Dat bevat
trouwens nog waardevol materiaal.
Door te recycleren wordt er dan ook
minder verspild en vervuild.
Als u vragen heeft omtrent het
afdanken van uw oud toestel, neem
dan contact op met
de handelaar bij wie u het kocht
of
de firma Recupel,
telefoon 02 706 86 10,
website: www.recupel.be
of
uw gemeentebestuur als u uw toestel
naar een containerpark brengt.
Zorg er ook voor dat het toestel
intussen kindveilig wordt bewaard voor
u het laat wegbrengen.
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu
9
Dit toestel voldoet aan de voorgeschreven
veiligheidsvoorschriften. Door ondeskundig gebruik kunnen
gebruikers echter letsel oplopen en kan er schade optreden aan
het toestel.
Lees deze gebruiks- en montageaanwijzing daarom eerst
aandachtig door voordat u het toestel in gebruik neemt. U vindt er
belangrijke opmerkingen omtrent opstelling, veiligheid, gebruik
en onderhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade
aan het toestel.
Miele is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is doordat
deze opmerkingen niet in acht werden genomen.
Bewaar de gebruiks- en montageaanwijzing en geef ze door aan
wie het toestel eventueel na u gebruikt.
,
Gevaar voor verwonding!
Als de opstelplaats zich op een hoogte van meer dan 1500 m
bevindt, kan het glas van de toesteldeur breken door
veranderingen in de luchtdrukomstandigheden.
Glasscherven kunnen zware verwondingen tot gevolg hebben!
Juist gebruik
~
Dit toestel is bedoeld voor gebruik in het huishouden en in
gelijkaardige omgevingen.
Dit toestel is niet bestemd voor gebruik buiten.
~
Gebruik het toestel uitsluitend in huishoudelijke context voor het
bewaren van wijn.
Gebruik voor andere doeleinden is niet toegelaten.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
10
~
Het toestel is niet geschikt voor het bewaren en koelen van
geneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten of
dergelijke stoffen of producten. Verkeerd gebruik van het toestel kan
leiden tot aantasting of bederf van de bewaarde producten.
Bovendien is het toestel niet geschikt voor gebruik in
explosiegevaarlijke omgevingen.
Miele is niet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt
door een ander gebruik dan wat hier wordt vermeld of door foutieve
bediening.
~
Personen die door hun fysieke, zintuiglijke of geestelijke
mogelijkheden of hun onervarenheid of gebrek aan kennis niet in
staat zijn dit toestel veilig te bedienen, moeten bij de bediening in
het oog worden gehouden.
Deze personen mogen het toestel zonder toezicht bedienen, maar
alleen wanneer hun de bediening van het toestel zo uitgelegd is dat
ze het veilig kunnen bedienen. Ze moeten de eventuele risico's van
een foutieve bediening kunnen beseffen en begrijpen.
Kinderen in het huishouden
~
Kinderen jonger dan acht jaar moeten uit de buurt van het toestel
worden gehouden, tenzij ze constant in het oog worden gehouden.
~
Kinderen vanaf acht jaar mogen het toestel zonder toezicht
bedienen, maar alleen wanneer hun de bediening ervan zo
uitgelegd is dat ze het toestel veilig kunnen bedienen. Ze moeten de
eventuele risico's van een foutieve bediening kunnen beseffen en
begrijpen.
~
Kinderen mogen het toestel niet zonder toezicht reinigen of
onderhouden.
~
Hou kinderen die in de buurt van het toestel komen in het oog.
Laat kinderen nooit met het toestel spelen.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
11
~
Gevaar voor verstikking! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen
in verpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken
en daardoor verstikken. Hou kinderen uit de buurt van
verpakkingsmateriaal.
Technische veiligheid
~
Het koelmiddelcircuit heeft een controle op lekkage doorstaan.
Het toestel voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften en de
relevante EU-richtlijnen.
~
Dit toestel bevat het koelmiddel isobutaan (R600a), een natuurlijk
gas dat het milieu weinig belast maar wel brandbaar is. Het is niet
schadelijk voor de ozonlaag en draagt niet bij tot het broeikaseffect.
Het gebruik van dit milieuvriendelijke koelmiddel veroorzaakt wel
een lichte verhoging van de werkingsgeluiden. Naast
werkingsgeluiden van de compressor kunnen er ook
stromingsgeluiden te horen zijn die afkomstig zijn van het
koelcircuit. Dat is jammer genoeg niet te vermijden, maar heeft geen
invloed op de prestaties van het toestel.
Let er bij het transporteren en het inbouwen/opstellen van het toestel
op dat geen enkel onderdeel van het koelcircuit beschadigd raakt.
Wegspattend koelmiddel kan tot oogletsels leiden!
Bij beschadiging:
Vermijd open vuur of ontstekingsbronnen,
Koppel het toestel los van het elektriciteitsnet,
Verlucht gedurende enkele minuten het vertrek waarin het toestel
staat
Neem contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
12
~
Hoe meer koelmiddel er in een toestel zit, hoe groter de ruimte
moet zijn waarin het toestel wordt opgesteld. Bij een eventueel lek
kan er in een te kleine ruimte een brandbaar mengsel van gas en
lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m
3
groot zijn. De
hoeveelheid koelmiddel is aangegeven op het typeplaatje in het
toestel.
~
De aansluitgegevens (zekering, frequentie en spanning) op het
typeplaatje van het toestel moeten absoluut overeenstemmen met
deze van het elektriciteitsnet. Zo voorkomt u schade aan uw toestel.
Vergelijk deze gegevens voordat u het toestel aansluit. Vraag bij
twijfel inlichtingen aan een elektricien.
~
De elektrische veiligheid van dit toestel wordt enkel gewaarborgd
als het wordt aangesloten op een volgens de voorschriften
geïnstalleerd aardsysteem. Het is heel belangrijk dat aan deze
fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de elektrische
installatie bij twijfel door een elektricien controleren.
~
Is de aansluitkabel beschadigd, laat dan een nieuwe installeren
door een vakman of vakvrouw die door Miele erkend is. Zo vermijdt
u risico's voor wie het toestel gebruikt.
~
Stopcontactenblokken of verlengkabels bieden niet voldoende
veiligheidsgaranties (gevaar voor brand). Gebruik deze niet om het
toestel aan te sluiten op het elektriciteitsnet.
~
Wanneer er vocht in aanraking komt met onderdelen van het
toestel die onder spanning staan of de netaansluiting, kan dat een
kortsluiting veroorzaken.
Gebruik het toestel daarom niet in een ruimte die wordt blootgesteld
aan vocht of waterspatten (bijv. garage, washok enz.).
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
13
~
Dit toestel mag niet op niet-vaste plaatsen (bijv. op een schip)
worden gebruikt.
~
Een beschadigd toestel kan uw veiligheid in gevaar brengen.
Controleer of het toestel zichtbaar beschadigd is. Een beschadigd
toestel mag u nooit in gebruik nemen.
~
Gebruik het toestel enkel in ingebouwde toestand. Enkel dan is
een veilige werking gegarandeerd.
~
Tijdens installatie-, onderhouds- en herstellingswerken moet het
toestel van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Het toestel is pas
van het elektriciteitsnet losgekoppeld wanneer aan een van deze
voorwaarden is voldaan:
De zekeringen in uw zekeringkast zijn uitgeschakeld of
De schroefzekeringen in uw zekeringkast zijn helemaal
uitgedraaid of
De stekker is uit het stopcontact getrokken.
Trek bij aansluitkabels met een stekker niet aan de kabel maar
aan de stekker om het toestel los te koppelen van het
elektriciteitsnet.
~
Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of
herstellingswerken kunnen er voor de gebruiker aanzienlijke risico's
ontstaan. Installatie-, onderhouds- of herstellingswerken mogen
alleen door vakmensen worden uitgevoerd die door Miele erkend
zijn.
~
Het recht op garantie vervalt wanneer het toestel door een
klantendienst wordt hersteld die niet door Miele is erkend.
~
Enkel met originele Miele-wisselstukken bent u zeker dat ze ten
volle voldoen aan de eisen qua veiligheid. Defecte onderdelen
mogen enkel worden vervangen door originele Miele-wisselstukken.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
14
Veilig gebruik
~
Het toestel is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse
(bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en
bovengrens moeten worden gerespecteerd.
De klimaatklasse is vermeld op het typeplaatje aan de binnenzijde
van het toestel. Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat
de compressor gedurende een lange tijd stilstaat, zodat het toestel
de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.
~
De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden
afgedekt of afgesloten.
Als deze openingen afgedekt zijn, kan er geen goede luchtcirculatie
plaatsvinden. Het energieverbruik stijgt en schade aan onderdelen
kan niet worden uitgesloten.
~
Als u in het toestel vet- of oliehoudende levensmiddelen bewaart,
dient u ervoor te zorgen dat eventueel uitlopend vet of uitlopende
olie niet in contact komt met de kunststofonderdelen van het toestel.
Er kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaan, zodat die
barst of scheurt.
~
Bewaar geen explosieve stoffen en geen producten met
brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) in het toestel.
Ontvlambare gasmengsels kunnen worden ontstoken door
elektrische componenten.
Gevaar voor brand en ontploffing!
~
Gebruik geen elektrische toestellen in het toestel (bijv. om softijs
te maken). Er kunnen vonken ontstaan.
Gevaar voor ontploffing!
~
Gebruik alleen origineel Miele-toebehoren. Worden er andere
onderdelen gemonteerd of ingebouwd, dan vervalt het recht op ga
-
rantie en/of de productaansprakelijkheid.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
15
Reiniging en onderhoud
~
Behandel de deurdichting niet met olie of vet.
Daardoor wordt de deurdichting na verloop van tijd poreus.
~
De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op
onderdelen die onder spanning staan en een kortsluiting
veroorzaken.
Gebruik voor het reinigen en ontdooien van het toestel nooit een
stoomreiniger.
~
Gebruik geen voorwerpen met scherpe punt of rand om
rijm- en ijslagen te verwijderen,
vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.
Als u dat doet, beschadigt u de koelelementen en functioneert het
toestel niet meer correct.
~
Plaats nooit elektrische verwarmingstoestellen of kaarsen in het
toestel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken.
~
Gebruik geen ontdooisprays of producten om ijs te verwijderen.
Die kunnen immers explosieve gassen vormen, ze kunnen
oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die de kunststof aantasten of
ze kunnen de gezondheid schaden.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
16
Transport
~
Transporteer het toestel altijd terwijl het verticaal staat en terwijl
het zich in de transportverpakking bevindt. Zo voorkomt u schade.
~
Transporteer het toestel met zijn tweeën. Het toestel is immers
zwaar. Gevaar voor verwonding en beschadiging!
Wat met een afgedankt toestel?
~
Vernietig het deurslot van uw toestel als u het afdankt.
Op die manier voorkomt u dat spelende kinderen zich in het toestel
opsluiten, wat levensgevaarlijk kan zijn.
~
Beschadig geen onderdelen van het koelcircuit, bijv. door
koelmiddelkanalen van het verdampsysteem open te prikken,
buizen te knikken,
oppervlaktecoatings weg te krabben.
Wegspattend koelmiddel kan tot oogletsels leiden!
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
17
Normaal
energieverbruik
Verhoogd
energieverbruik
Opstellen/wachten In een verluchte ruimte. In een gesloten,
niet-verluchte ruimte.
Beschermd tegen
rechtstreekse zonnestralen.
Bij rechtstreekse
zonnestralen.
Niet naast een warmtebron
(verwarmingselement,
fornuis).
Naast een warmtebron
(verwarmingselement,
fornuis).
Bij een ideale
kamertemperatuur van
ongeveer 20 °C.
Bij een hoge
kamertemperatuur.
Dek de
luchttoevoeropeningen niet
af. Verwijder regelmatig het
stof van de
luchttoevoeropeningen.
Als de
luchttoevoeropeningen
afgedekt zijn of onder het
stof zitten.
Verwijder minstens 1 keer
per jaar het stof van de
compressor en het metalen
rooster (warmtewisselaar)
aan de achterzijde van het
toestel.
Wanneer er zich stof heeft
opgehoopt op de
compressor en het metalen
rooster (warmtewisselaar).
Temperatuur-
instelling
10 tot 12 °C Hoe lager of hoger de
ingestelde temperatuur, hoe
hoger het energieverbruik!
Hoe kunt u energie besparen?
18
Gebruik Laat de houten roosters
zoals ze waren toen het
toestel werd geleverd.
Open de toesteldeur alleen
indien nodig en altijd zo kort
mogelijk.
Schik de wijnflessen in het
toestel.
Als u de deur vaak en
langdurig opent, treedt er
koudeverlies op en stroomt
er warme kamerlucht naar
binnen. Het toestel probeert
te koelen en de compressor
werkt langdurig.
Doe de vakken niet te vol
zodat de lucht kan
circuleren.
Hoe kunt u energie besparen?
19
Vóór het eerste gebruik
Verpakkingsmaterialen
^
Verwijder alle verpakkingsmaterialen
uit de binnenruimte.
Beschermfolie
De roestvrijstalen gedeelten zijn van
een beschermfolie voorzien om ze bij
het transport te beschermen.
^
Trek de beschermfolie pas weg
nadat u het toestel op zijn plaats hebt
opgesteld.
Reiniging en onderhoud
Neem daartoe beslist de
desbetreffende opmerkingen in acht
in de rubriek "Reiniging en
onderhoud".
^ Reinig het inwendige van het toestel
en het toebehoren. Gebruik daarvoor
lauw water. Wrijf daarna alles droog
met een doek.
Het toestel bedienen
U kunt dit toestel bedienen door de
sensortoetsen aan te raken.
Elke aanraking wordt met een
toetsgeluid bevestigd. U kunt dat
toetsgeluid uitschakelen (zie "Andere
instellingen wijzigen – Akoestische
signalen").
Het toestel inschakelen
Zodra het toestel aangesloten is op het
elektriciteitsnet, verschijnt het
netaansluitingssymbool t op het
display.
^ Raak de aan-uittoets aan.
Het netaansluitingssymbool t gaat uit
en het toestel begint te koelen.
In het bedieningsveld verschijnen de
sensortoetsen van de twee
wijnklimaatzones. Deze zones bevinden
zich aan de bovenkant en aan de
onderkant. De toets van de gekozen
wijnklimaatzone licht geel op en in het
display verschijnt de temperatuur van
deze wijnklimaatzone. Wordt het toestel
voor het eerst in gebruik genomen,
knipperen de sensortoetsen van de
wijnklimaatzones en tevens
alarmsymbool ;, totdat de voor de
zones ingestelde temperatuur is
bereikt.
Toestel in- en uitschakelen
20
Zodra de voor de gekozen
wijnklimaatzone ingestelde temperatuur
is bereikt, brandt de sensortoets van
deze zone constant. Alarmsymbool ;
gaat uit, zodra de voor de zones
ingestelde temperatuur is bereikt.
De binnenverlichting gaat branden
wanneer de deur wordt geopend.
Voor elke koelzone kunt u de
instellingen afzonderlijk wijzigen.
^
Raak daartoe de sensortoets aan
voor de zone waarvoor u de
instellingen wilt wijzigen.
De gekozen sensortoets licht geel op.
U kunt nu
de temperatuur instellen,
de functie DynaCool inschakelen
Meer informatie vindt u in de rubrieken
in kwestie.
Kiest u na het aanpassen een andere
wijnklimaatzone, blijven de instellingen
van de eerder gekozen wijnklimaatzone
van kracht. Als vervolgens een andere
koelzone wordt geselecteerd, blijven de
instellingen voor de eerder
geselecteerde koelzone behouden.
Het toestel uitschakelen
^
Raak de aan-uittoets aan.
Is dat niet mogelijk, dan is de
vergrendeling 0 ingeschakeld.
In het bedieningsveld gaat de
sensortoetsen van de twee
wijnklimaatzones uit.In het display gaat
de temperatuuraanduiding uit en
verschijnt symbool t.
De binnenverlichting gaat uit. De
koeling is uitgeschakeld.
Bij langdurige afwezigheid
Wanneer u het toestel langere tijd niet
meer wilt gebruiken, doe dan het
volgende.
^ schakel het toestel uit,
^ trek de stekker uit of schakel de
desbetreffende zekering in uw
zekeringkast uit,
^
maak het toestel schoon en
^
laat de toesteldeur op een kier staan
om geurvorming te vermijden.
Als het toestel bij langdurige af
-
wezigheid wordt uitgeschakeld
maar niet gereinigd, bestaat er
gevaar voor schimmelvorming als
de deuren gesloten blijven.
Toestel in- en uitschakelen
21
Bepaalde instellingen van het toestel
kunt u alleen in de instelmodus
wijzigen.
Zit u in de instellingsmodus, wordt
het deuralarm automatisch
onderdrukt.
Vergrendeling 0
Met de vergrendeling kunt u het toestel
beveiligen tegen:
ongewenste uitschakeling,
ongewenste wijziging van de
temperatuur,
ongewenste inschakeling van
DynaCool
ongewenste inschakeling van de
presenteerverlichting
Vergrendeling in-/uitschakelen
^
Raak de toets voor de instellingen
aan.
Op het display verschijnen alle
selecteerbare symbolen. Het symbool
0 knippert.
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
Op het display knippert de laatst
gekozen instelling. Het symbool 0
brandt.
^
U kunt nu instellen of de
vergrendeling moet uitgeschakeld of
ingeschakeld zijn. Raak hiertoe de
toets X of Y aan:
0: vergrendeling is uitgeschakeld
1: vergrendeling is ingeschakeld.
^ Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
De gekozen instelling wordt
opgeslagen. Het symbool 0 knippert.
^ Raak de toets voor de instellingen
aan om de instelmodus te verlaten.
Doet u dat niet, dan haalt de
elektronische besturing na ca. één
minuut het toestel automatisch uit de
instelmodus.
Wanneer de vergrendeling
ingeschakeld is, brandt 0 op het
display.
Andere instellingen wijzigen
22
Akoestische signalen )
Het toestel is uitgerust met akoestische
signalen zoals het toetsgeluid en het
akoestische waarschuwingssignaal bij
een deur- en temperatuuralarm.
Het toetsgeluid en het akoestische
waarschuwingssignaal bij een
deuralarm kunt u in- of uitschakelen.
Het temperatuuralarm kan niet worden
uitgeschakeld.
U kunt kiezen tussen vier
instelmogelijkheden. In de fabriek is
mogelijkheid 3 ingesteld. Dat betekent
dat het toetsgeluid en het deuralarm
ingeschakeld zijn.
Akoestische signalen
in-/uitschakelen
^ Raak de toets voor de instellingen
aan.
Op het display verschijnen alle
selecteerbare symbolen. Het symbool
0 knippert.
^
Raak zo vaak de toetsen voor het
instellen van de temperatuur (X of Y)
aan totdat op het display het symbool
) knippert.
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
Op het display knippert de laatst
gekozen instelling. Het symbool )
brandt.
^ Door aanraken van de toetsen X of Y
kunt u nu kiezen:
0: toetsgeluid uit; deuralarm uit
1: toetsgeluid uit; deuralarm aan
(na 4 minuten)
2: toetsgeluid uit; deuralarm aan
(na 2 minuten)
3: toetsgeluid aan; deuralarm aan
(na 2 minuten)
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
De gekozen instelling wordt
opgeslagen. Het symbool ) knippert.
^
Raak de toets voor de instellingen
aan om de instelmodus te verlaten.
Doet u dat niet, dan haalt de
elektronische besturing na ca. één
minuut het toestel automatisch uit de
instelmodus.
Andere instellingen wijzigen
23
Lichtsterkte van het display s
U kunt de lichtsterkte van het display
aanpassen aan de
lichtomstandigheden van de omgeving.
De lichtsterkte van het display kunt u
stapsgewijs instellen op standen 1 tot 3.
In de fabriek is 3 ingesteld (maximale
lichtsterkte).
Lichtsterkte van het display wijzigen
^ Raak de toets voor de instellingen
aan.
Op het display verschijnen alle
selecteerbare symbolen. Het symbool
0 knippert.
^
Raak zo vaak de toetsen voor het
instellen van de temperatuur (X of Y)
aan totdat op het display het symbool
s knippert.
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
Op het display knippert de laatst
gekozen instelling. Het symbool s
brandt.
^
Door de toets X of Y aan te raken,
kunt u nu de lichtsterkte van het
display wijzigen:
1: minimale lichtsterkte
2: normale lichtsterkte
3: maximale lichtsterkte.
^ Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
De gekozen instelling wordt
opgeslagen. Het symbool s knippert.
^ Raak de toets voor de instellingen
aan om de instelmodus te verlaten.
Doet u dat niet, dan haalt de
elektronische besturing na ca. één
minuut het toestel automatisch uit de
instelmodus.
Andere instellingen wijzigen
24
Wijnen worden, afhankelijk van de
omgevingsvoorwaarden, steeds beter.
Zowel de temperatuur als de kwaliteit
van de lucht zijn van doorslaggevend
belang voor de houdbaarheid van de
wijn.
Dankzij een constante temperatuur, die
op de wijn is afgestemd, een
verhoogde luchtvochtigheid en een
geurvrije omgeving heersen in deze
wijnkoelkast optimale
bewaaromstandigheden voor uw wijn.
Bovendien garandeert de wijnkoelkast
een trillingsarme omgeving, zodat het
rijpingsproces van de wijn niet wordt
verstoord.
Temperatuur
Wijn kunt u bij een temperatuur tussen
6 en 18 °C bewaren. Wanneer u rode
en witte wijnen samen wilt bewaren,
kiest u een temperatuur tussen 12 en
14 °C. Deze is zowel voor witte als voor
rode wijnen geschikt.
Een te hoge bewaartemperatuur (meer
dan 22 °C) laat wijnen te snel rijpen,
zodat aroma's zich niet verder kunnen
ontplooien. Als de bewaartemperatuur
daarentegen te laag is (lager dan 5 °C)
kan de wijn niet optimaal rijpen.
Wijn zet uit bij warmte en trekt samen
bij koude. Temperatuurschommelingen
veroorzaken stress voor de wijn,
waardoor het rijpingsproces wordt
onderbroken. Daarom is het heel
belangrijk, voor een temperatuur te
zorgen die vrijwel niet schommelt.
Wijnsoort Aanbevolen
drinktemperatuu
r
Lichte, fruitige
rode wijnen:
+14 °C tot +16 °C
Zware
rode wijnen:
+18 °C
Roséwijnen: +8 °C tot +10 °C
Fijne aromatische
witte wijnen:
+8 °C tot +12 °C
Zware of zoete
witte wijnen:
+12 °C tot +14 °C
Champagne,
schuimwijn,
prosecco:
+6 °C tot +10 °C
Tip: Bewaar de wijn 1 tot 2 °C koeler
dan de desbetreffende aanbevolen
drinktemperatuur. Wijn wordt immers
warmer bij het uitschenken in een glas.
Zware rode wijnen moetu2tot3uur
voorafgaand aan het drinken geopend
laten staan, zodat de wijn zuurstof krijgt
en zijn aroma's kan ontplooien.
Temperatuur en luchtkwaliteit
25
Veiligheidsvoorziening bij te lage
omgevingstemperaturen
Om de wijn tegen lage temperaturen te
beschermen, zorgt een
veiligheidsthermostaat ervoor dat de
temperatuur in het toestel niet te laag
kan dalen. Mocht de
omgevingstemperatuur ooit lager zijn,
schakelt in het toestel automatisch een
verwarming in die de
binnentemperatuur constant houdt. Als
de omgevingstemperatuur nog verder
daalt, wordt het toestel uiteindelijk
automatisch uitgeschakeld.
Isolatieplaten voor een thermische
scheiding
Het toestel heeft een vaste isolatieplaat
die de binnenruimte in twee
verschillende temperatuurzones
verdeeld. Daardoor kunnen
tegelijkertijd verschillende wijnsoorten,
bijv. rode wijn en champagne worden
bewaard.
De isolatielijsten op de binnenkant van
de glazen deur voorkomen een
temperatuuruitwisseling tussen de
afzonderlijke zone.
Temperaturen instellen
U kunt de temperatuur voor de beide
temperatuurzones afzonderlijk instellen.
^
Raak de sensortoets aan voor de
temperatuurzone waarvoor u de
temperatuur wilt wijzigen, zodat deze
geel oplicht.
Op het display verschijnt de actuele
temperatuur van de geselecteerde
temperatuurzone.
^
Stel met de twee toetsen onder het
display de temperatuur in.
Door drukken op de toets
daalt de temperatuur
stijgt de temperatuur.
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen
of
^
wacht ongeveer 5 seconden nadat u
de laatste keer op de toets hebt
gedrukt.
Temperatuur en luchtkwaliteit
26
Tijdens het instellen van de
temperatuur wordt de
temperatuurwaarde knipperend
weergegeven.
Volgende wijzigingen zijn in de
temperatuurindicator merkbaar als u de
toetsen aanraakt:
De eerste keer dat u erop drukt:
de laatst ingestelde
temperatuurwaarde wordt
knipperend weergegeven.
Telkens wanneer u er opnieuw op
drukt:
de temperatuurwaarde verandert in
stappen van 1 °C.
Uw vinger op de toets laten rusten:
de temperatuurwaarde verandert
permanent.
Ongeveer 5 seconden nadat u de
laatste keer op de toets hebt gedrukt,
geeft de temperatuuraanduiding de
daadwerkelijke temperatuurwaarde
weer die momenteel in de
temperatuurzone heerst.
Wanneer u de temperatuur hebt
gewijzigd, duurt het enige tijd voordat
de gewenste temperatuur is bereikt.
De temperatuuraanduiding op het
display geeft altijd de
daadwerkelijke temperatuur weer.
Mogelijke instelwaarden voor de
temperatuur
In elk van de beide temperatuurzones
kunt u een temperatuur van 5 tot 20°C
instellen.
Temperatuurindicator
De temperatuuraanduiding op het
display geeft bij normale werking de
daadwerkelijke temperatuur in de
desbetreffende temperatuurzone weer.
Als de temperatuur in een zone niet
binnen het mogelijke temperatuurbereik
ligt, knipperen op het display alleen
streepjes.
Afhankelijk van de
omgevingstemperatuur en de instelling
kan het enkele uren duren voor de
gewenste temperatuur bereikt is en
permanent wordt weergegeven.
Temperatuur en luchtkwaliteit
27
Luchtkwaliteit en -vochtigheid
In een gewone koelkast is de
luchtvochtigheid voor wijn te laag.
Daarom is een koelkast niet geschikt
om wijn te bewaren. Voor het bewaren
van wijn is een hoge luchtvochtigheid
heel belangrijk om de kurk van de
buitenkant vochtig te houden. Een lage
luchtvochtigheid laat de kurk aan de
buitenkant uitdrogen zodat de fles niet
meer goed afgesloten is. Daarom
moeten wijnflessen ook liggend worden
bewaard, zodat de wijn de kurk aan de
binnenkant vochtig houdt. Als lucht in
de fles binnendringt, bederft iedere wijn
onvermijdelijk!
Bevochtig het klimaat in het toestel
niet nog extra door er bijv. een kom
met water in te zetten.
De luchtvochtigheid neemt dan toe
en condenseert in de binnenruimte.
Het condenswater kan schade
veroorzaken aan het toestel zoals
bijv. corrosie.
DynaCool (constante
luchtvochtigheid) m
Met DynaCool neemt de relatieve
luchtvochtigheid in het gehele toestel
toe.
Tevens worden luchtvochtigheid en
temperatuur gelijkmatig verdeeld, zodat
al uw wijnen onder even goede
omstandigheden worden bewaard.
Op die manier wordt in de binnenruimte
permanent voor een klimaat gezorgd
dat overeenkomt met het klimaat in een
wijnkelder.
DynaCool inschakelen
Als u de wijnkoelkast voor het langdurig
bewaren van wijn gebruikt, is het aan te
raden de functie DynaCool
ingeschakeld te laten.
^ Druk op de toets voor een constante
luchtvochtigheid, zodat die stralend
geel oplicht.
Ook als u DynaCool niet
ingeschakeld hebt, schakelt het
toestel altijd wanneer de koeling
aanslaat, automatisch de ventilatoren
in.
Daardoor wordt gewaarborgd dat
voor uw wijn het optimale klimaat
behouden blijft.
Als de toesteldeur wordt geopend,
worden de ventilatoren automatisch
tijdelijk uitgeschakeld!
Temperatuur en luchtkwaliteit
28
DynaCool uitschakelen
Omdat het energieverbruik en de
geluidsontwikkeling iets hoger zijn
wanneer DynaCool ingeschakeld is,
kunt u DynaCool tussendoor
uitschakelen.
^
Druk op de toets voor een constante
luchtvochtigheid, zodat die niet meer
stralend geel oplicht.
Luchtverversing via actieve-koolfilter
De actieve-koolfilter zorgt voor een
optimale luchtverversing en dus voor
een hoge luchtkwaliteit.
De verse buitenlucht komt via de
actieve-koolfilter in het toestel.
Deze wordt dan door ventilatoren
(functie DynaCool) gelijkmatig in de
binnenruimte verdeeld.
De filtering van de buitenlucht door de
actieve-koolfilter zorgt ervoor dat alleen
verse stof- en geurloze lucht in het
toestel geraakt.
Uw wijn is dan bovendien tegen een
mogelijke geuroverbrenging
beschermd, want geuren kunnen zich
via de kurk op de wijn overdragen.
De actieve-koolfilter moet regelmatig
worden vervangen. Een aanduiding op
het display herinnert u daaraan (zie
"Actieve-koolfilters").
Temperatuur en luchtkwaliteit
29
Deze wijnklimaatkast is uitgerust met
een waarschuwingssysteem in de vorm
van een akoestisch en optisch signaal.
Daarmee wordt voorkomen dat de
temperatuur in de twee
temperatuurzones ongemerkt stijgt of
daalt en de wijn daarmee zou kunnen
schaden.
Temperatuuralarm
Stijgt of daalt de temperatuur in een
van de wijnklimaatzones te veel, dan
gaat er een zoemer, begint in het
bedieningsveld de toets van de
desbetreffende wijnklimaatzone te
knipperen en begint in het display
tegelijk alarmsymbool ; te knipperen.
Het akoestische en optische signaal
wordt gegeven
als u het toestel inschakelt en de
temperatuur die op dat moment in
een temperatuurzone heerst te veel
verschilt van de temperatuur die u
heeft ingesteld;
als u flessen hersorteert of eruit haalt
en er daarbij te veel warme lucht in
de ruimte stroomt;
als u een vrij groot aantal flessen wijn
in het toestel legt;
na een stroomonderbreking,
Zodra de juiste temperatuur weer is
bereikt, houdt de zoemer op, gaat
alarmsymbool ; uit en brandt de toets
van de desbetreffende wijnklimaatzone
weer constant.
Waarschuwingssignaal vroegtijdig
uitschakelen
Als het waarschuwingssignaal u stoort,
kunt u het vroeger uitschakelen.
^
Tip daarvoor de toets voor het
uitschakelen van de zoemer bij
temperatuuralarm aan.
De zoemer houdt op.
De toets van de desbetreffende
wijnklimaatzone in het bedieningsveld
en alarmsymbool ; in het display
blijven knipperen totdat de juiste
temperatuur weer is bereikt.
Veiligheidsvoorziening bij te lage
omgevingstemperaturen
Om de wijn tegen lage temperaturen te
beschermen, zorgt een
veiligheidsthermostaat ervoor dat de
temperatuur in het toestel niet te laag
kan dalen. Mocht de
omgevingstemperatuur ooit lager zijn,
schakelt in het toestel automatisch een
verwarming in die de
binnentemperatuur constant houdt. Als
de omgevingstemperatuur nog verder
daalt, wordt het toestel uiteindelijk
automatisch uitgeschakeld.
Temperatuur- en deuralarm
30
Deuralarm
Wanneer de deur van het toestel langer
dan ca. twee minuten openstaat, gaat
er een zoemer, beginnen in het
bedieningsveld de twee sensortoetsen
van de wijnklimaatzones te knipperen
en begint in het display alarmsymbool
; te knipperen.
Nadat de deur is dichtgedaan, gaat de
zoemer uit en gaan de twee
sensortoetsen van de wijnklimaatzones
en alarmsymbool ; uit.
Deuralarm voortijdig uitschakelen
Als het waarschuwingssignaal u stoort,
kunt u het vroeger uitschakelen.
^ Tip daarvoor de toets voor het
uitschakelen van de zoemer bij
deuralarm aan.
De zoemer gaat uit; de twee
sensortoetsen van de wijnklimaatzones
blijven knipperen en alarmsymbool ;
blijft branden, totdat de deur weer is
gesloten.
Klinkt er geen zoemer, hoewel er wel
sprake is van een deuralarm, dan is
deze uitgeschakeld. Zie hoofdstuk
"Andere instellingen wijzigen -
Akoestische signalen".
Temperatuur- en deuralarm
31
Als u uw wijnflessen ook wanneer de
toesteldeur dicht is stijlvol wilt
presenteren, kunt u de
binnenverlichting zo instellen dat deze
ook ingeschakeld blijft wanneer de
toesteldeur dicht is.
Beide temperatuurzones zijn van een
eigen verlichtingslijst voorzien zodat de
beide zones verlicht worden.
Dankzij het gebruik van leds in de
verlichtingslijsten is aantasting van
de wijn door verwarming of uv-licht
uitgesloten.
Presenteerverlichting in- en
uitschakelen
^ Raak de toets voor het in- en
uitschakelen van de
presenteerverlichting aan, zodat
deze stralend geel oplicht.
De binnenverlichting is nu in beide
temperatuurzones ook ingeschakeld
wanneer de toesteldeur dicht is.
Om de presenteerverlichting weer uit
te schakelen,
^
raakt u de toets voor het in- en
uitschakelen van de
presenteerverlichting aan, zodat
deze niet langer een stralend gele
kleur heeft.
De binnenverlichting is nu
uitgeschakeld wanneer de toesteldeur
dicht is.
Lichtsterkte van de
presenteerverlichting instellen
U kunt de lichtsterkte van de
presenteerverlichting wijzigen.
^
Raak de toets voor het in- en
uitschakelen van de
presenteerverlichting aan, zodat
deze stralend geel oplicht.
^
Raak opnieuw de sensortoets voor
de presenteerverlichting aan en hou
uw vinger op de toets (ca.
4 seconden) totdat i knippert op het
display (na 2 seconden knippert ^).
^ Stel de lichtsterkte in met de toetsen
voor het instellen van de temperatuur
(X en Y). Daartoe moet u de toetsen
ingedrukt houden. De verstelling
verloopt direct en traploos.
Door drukken op de toets
wordt de verlichting zwakker
wordt de verlichting krachtiger.
^
Raak de toets OK aan om de
gekozen instelling te bevestigen.
Presenteerverlichting
32
De ingestelde lichtsterkte wordt voor
beide temperatuurzones opgeslagen.
Op het display verschijnt opnieuw de
temperatuuraanduiding.
Zodra de toesteldeur wordt gesloten,
brandt de presenteerverlichting met de
ingestelde lichtsterkte. Zodra de
toesteldeur wordt geopend, brandt
weer de normale binnenverlichting.
Verlichtingsduur van de
presenteerverlichting instellen
De verlichtingsduur van de
presenteerverlichting is bij levering van
het toestel op 30 minuten ingesteld.
U kunt de verlichtingsduur op 30, 60,
90 minuten tot 00 (oneindig) instellen.
De presenteerverlichting brandt dan
met de door u gekozen lichtsterkte.
^ Open de toesteldeur.
^
Raak de toets voor het in- en
uitschakelen van de
presenteerverlichting aan, zodat
deze stralend geel oplicht.
^
Raak opnieuw de sensortoets voor
de presenteerverlichting aan en hou
uw vinger op de toets (ca. 2
seconden) totdat ^ knippert op het
display.
^
Stel de verlichtingsduur in met de
toetsen voor het instellen van de
temperatuur (X en Y).
De tijden (in minuten) worden
knipperend weergegeven.
Door drukken op de toets
hiermee wordt de verlichtingsduur
met 30 minuten verlaagd,
hiermee wordt de verlichtingsduur
met 30 minuten verhoogd.
^ Raak de toets OK aan om de
gekozen instelling te bevestigen.
De ingestelde verlichtingsduur wordt
voor beide temperatuurzones
opgeslagen. Op het display verschijnt
opnieuw de temperatuuraanduiding.
Het aftellen van de ingestelde
verlichtingsduur begint opnieuw vanaf
het begin zodra u de toesteldeur opent
en weer sluit.
De lichtafdekkingen mogen niet
worden verwijderd! Als de
afdekkingen beschadigd zijn of door
beschadiging moesten worden
verwijderd - Wees voorzichtig!
Bekijk de verlichting (laserstralen
klasse 1M) niet met optische
instrumenten!
Presenteerverlichting
33
Trillingen en bewegingen hebben een
negatief effect op het rijpingsproces
van de wijn. Ze kunnen de smaak van
de wijn beïnvloeden.
Om bij het uitnemen van wijnflessen de
andere wijnflessen rustig te kunnen
laten liggen, moet u gelijkaardige
wijnsoorten zoveel mogelijk op
hetzelfde houten rooster naast elkaar
bewaren. Bovendien moet u wijnflessen
beter niet op het houten rooster
stapelen.
Wijnen moeten in het ideale geval altijd
liggend worden bewaard. Zo blijft de
kurk aan de binnenzijde vochtig en kan
er geen lucht in de fles binnendringen.
Houten roosters
De houten roosters bevinden zich op
drie telescopische geleiders, die ver
uittrekbaar zijn. Zo kunt u gemakkelijk
wijnflessen in het toestel leggen en eruit
nemen.
Wijnflessen bewaren
34
Houten roosters verplaatsen
De houten roosters kunt u uit het toestel
verwijderen en terugplaatsen.
^ Trek er het houten rooster tot aan de
aanslag uit a .
^ Haal het houten rooster achteraan uit
de vergrendeling. Hiertoe moet u het
houten rooster achteraan rechts en
links optillen b.
^ Neem er het houten rooster naar
voren toe uit.
^
Om het houten rooster opnieuw aan
te brengen plaatst u hem op de
uitgetrokken rails c.
De uitsparingen in het houten rooster
passen op de houdpennen. Daarbij
wijst de magnetische strook naar
voren.
^
Schuif het houten rooster tot aan de
aanslag in het toestel d
^
Druk het houten rooster volledig naar
achteren, zodat het aan de voorkant
vergrendelt.
^ Druk het houten rooster naar onder,
zodat het aan de achterkant
vergrendelt e.
Wijnflessen bewaren
35
Houten roosters aanpassen
De afzonderlijke spijlen van de houten
roosters kunnen worden verstoken om
de opening ertussen aan te passen aan
een specifieke flesgrootte. Elke fles kan
dus in een veilige positie worden
bewaard.
^ Als u afzonderlijke spijlen van het
houten rooster wilt versteken of
verwijderen, neemt u deze gewoon
langs boven weg. Het houten rooster
is nu perfect op de grootte van uw
wijnflessen afgestemd.
Schrijven op de voorkant van de
houten roosters
Om een goed overzicht te hebben van
de bewaarde wijnsoorten, vindt u op de
voorkant van elk houten rooster een
magnetische strook. Die is bekleed met
schoolbordverf, waardoor u erop kunt
schrijven.
Gebruik het bijgeleverde krijt om te
schrijven op de magnetische strook op
de voorkant van de houten roosters. Zo
krijgt u een goed overzicht van de
voorradige wijnsoorten.
^ Neem de magnetische strook links en
rechts vast en neem deze langs
voren weg. De magnetische stroken
worden door magneten op het
houten rooster gehouden.
^
Schrijf informatie op de magnetische
strook met het bijgeleverde krijt en
bevestig deze vervolgens weer op de
voorkant van het houten rooster.
^
Informatie die u wilt verwijderen, kunt
u met een vochtige doek wissen van
de magnetische strook.
Reinig de magnetische stroken niet
met een reinigingsmiddel, maar
alleen met helder water. De speciale
laag van tafellak kan anders worden
beschadigd!
Wijnflessen bewaren
36
Decoratief rooster
Plaats het decoratieve rooster helemaal
onderaan in het toestel (zie
"Beschrijving van het toestel").
Maximuminhoud
In totaal kunt u maximaal 34 flessen
(0,75 l; flesvorm: bordeauxfles) in het
toestel bewaren: 14 in de bovenste
zone en 20 in de onderste zone.
Het aantal van 34 flessen kan alleen
worden bereikt door gebruik te maken
van alle houten roosters.
Elk afzonderlijk houten rooster mag
maximaal met 25 kg worden
beladen!
Hou er wel rekening mee dat het
stapelen van wijnflessen op de
houten roosters niet aan te bevelen
is!
Wijnflessen bewaren
37
Terwijl de compressor werkt, kunnen er
rijm en waterpareltjes worden gevormd
op de achterwand van het toestel. U
hoeft dit niet te verwijderen, doordat het
toestel automatisch ontdooit.
Automatisch ontdooien
38
Zorg ervoor dat er geen water in de
elektronica, het ventilatierooster of in
de verlichting geraakt.
Gebruik geen hogedrukreiniger. De
stoom kan op onderdelen van het
toestel terechtkomen die onder
spanning staan. Zo kan er
kortsluiting optreden.
Het typeplaatje in het toestel mag
niet worden verwijderd. In geval van
een storing hebt u dat nodig!
Om schade aan de oppervlakken te
voorkomen, mogen de volgende
middelen niet worden gebruikt om de
oppervlakken te reinigen:
reinigingsmiddelen die soda,
ammoniak, zuur of chloor bevatten,
kalkoplossende reinigingsmiddelen,
schurende reinigingsmiddelen, zoals
schuurpoeder, schuurmelk,
poetsstenen,
reinigingsmiddelen met oplosmiddel,
reinigingsmiddelen voor roestvrij
staal,
vaatwas-reinigingsmiddelen,
ovensprays,
glasreiniger (behalve voor het glas in
de toesteldeur),
schurende harde sponsjes en
borstels, zoals bijv. schuursponsjes,
speciale "wondersponsen",
scherpe metaalschrapers!
Vóór het reinigen
^
Schakel het toestel uit.
^
Trek de stekker uit of schakel de
desbetreffende zekering in uw
zekeringkast uit.
^
Haal de wijnflessen uit het toestel en
bewaar ze op een koele plaats.
^
Neem alle onderdelen die uit het
toestel genomen kunnenworden uit
het toestel om ze te reinigen.
^
Alvorens de houten roosters te
reinigen, moet u de magnetische
stroken verwijderen (zie "Schrijven op
de voorkant van de houten roosters").
Reiniging en onderhoud
39
Binnenruimte, toebehoren en
toesteldeur
Reinig het toestel regelmatig,
minstens één keer per maand.
Verwijder vuil onmiddellijk en laat het
niet aandrogen.
^
Reinig de binnenruimte met lauw
water en wat handafwasmiddel.
^
Reinig alle onderdelen van hout met
een lichtjes vochtige doek. Deze
mogen niet nat worden.
^ Reinig de magnetische stroken
vooraan op de houten roosters niet
met een reinigingsmiddel, maar
alleen met helder water. De speciale
laag van tafellak kan anders worden
beschadigd!
^
Veeg de binnenruimte en het
toebehoren na de reiniging af met
schoon water en wrijf alles droog met
een doek. Laat de deur van het
toestel korte tijd open staan.
^
Gebruik voor reiniging en onderhoud
van roestvrijstalen oppervlakken aan
de binnen- en buitenkant van het
toestel het Miele onderhoudsmiddel
voor roestvrij staal (verkrijgbaar via
de Technische Dienst van Miele).
Het middel bevat, in tegenstelling tot
een reinigingsmiddel voor roestvrij
staal, geen schurende stoffen en
ontziet het materiaal. Daardoor wordt
vuil zacht verwijderd en vormt zich bij
elk gebruik een water- en
vuilafstotende beschermende film.
^ Wrijf de roestvrijstalen oppervlakken
in elk geval na elke reiniging voor
onderhoud in met het Miele
onderhoudsmiddel voor roestvrij
staal.
Daardoor vormt zich bij elk gebruik
een water- en vuilafstotende
beschermende film. Het roest
-
vrijstalen oppervlak wordt beschermd
en wordt niet meer zo snel opnieuw
vuil.
^
Reinig de toesteldeur met een
glasreiniger.
Reiniging en onderhoud
40
Luchttoevoer- en
luchtafvoeropeningen
^
Reinig alle luchttoevoer- en
luchtafvoeropeningen regelmatig met
een borsteltje of een stofzuiger.
Afzettingen van stof verhogen het
stroomverbruik.
Deurdichting
Behandel de deurdichting niet met
olie of vet. Daardoor wordt de
deurdichting na verloop van tijd
poreus.
^ Reinig de deurdichting regelmatig
uitsluitend met schoon water en wrijf
ze daarna grondig droog met een
doek.
Luchtfilter
^ Reinig de luchtfilter achter de
afdekking minstens één keer per jaar
met de stofzuiger.
Verwijder de luchtfilter en zuig hem
aan beide kanten schoon.
Door een vuile luchtfilter kan het
gebeuren dat het toestel
onvoldoende koelt.
Na het reinigen
^
Plaats alle onderdelen in het toestel.
^
Sluit het toestel weer aan en schakel
het in.
^
Leg de wijnflessen opnieuw in het
toestel en sluit de toesteldeur.
Reiniging en onderhoud
41
De verse buitenlucht komt via de
actievekoolstoffilter in het toestel.
De filtering van de buitenlucht door de
actievekoolstoffilter zorgt ervoor dat
alleen verse stof- en geurloze lucht in
het toestel geraakt.
Uiterlijk om de 12 maanden wordt u
gevraagd om de actievekoolstoffilter te
vervangen.
Als op het display het lampje voor de
actievekoolstoffilter rood oplicht,
moet de actievekoolstoffilter worden
vervangen.
Actievekoolstoffilter
vervangen
^ Druk er de filter in en laat de filter
weer los.
^
Trek de filter uit.
^
Trek het achterste gedeelte van de
filter van de afdekking.
^ Steek de nieuwe filter op de
afdekking.
^ Plaats de filter.
^
Druk er de filter in en laat de filter
weer los.
De filter wordt automatisch
vergrendeld, er is een klikgeluid te
horen.
De actievekoolstoffilters zijn
verkrijgbaar via de Service After
Sales van Miele, bij uw
Miele-handelaar of in de Miele Online
Shop.
Actievekoolstoffilter
42
Om te bevestigen dat u de filter hebt
vervangen,
^
Raak de toets voor de instellingen
aan.
Op het display verschijnen alle
selecteerbare symbolen. Het symbool
0 knippert.
^ Raak zo vaak de toetsen voor het
instellen van de temperatuur (X of Y)
aan totdat op het display het symbool
knippert.
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
Op het display knippert een 1
(betekenis: actievekoolstoffilter is
geïnstalleerd in het toestel). Het
symbool brandt.
^
Raak zo vaak de toetsen voor het
instellen van de temperatuur (X of Y)
aan totdat een 2 (betekenis: de teller
wordt teruggezet in zijn beginstand)
verschijnt op het display.
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
De gekozen instelling wordt
opgeslagen. Het symbool knippert.
^
Raak de toets voor de instellingen
aan om de instelmodus te verlaten.
Doet u dat niet, dan haalt de
elektronische besturing na ca. één
minuut het toestel automatisch uit de
instelmodus.
De aanduiding voor vervanging van de
actievekoolstoffilters gaat uit.
Actievekoolstoffilter
43
U kunt de meeste storingen en fouten die in het dagelijkse gebruik optreden zelf
verhelpen. Het volgende overzicht moet u daarbij helpen.
Kunt u daarmee de oorzaak van een storing niet vinden of verhelpen, neem dan
contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele.
Om het koudeverlies zo beperkt mogelijk te houden, opent u indien mogelijk de
deur van het toestel niet tot de storing verholpen is.
De installatie, onderhoudswerken en herstellingen mogen alleen door
gekwalificeerde vakmensen worden uitgevoerd.
Door ondeskundig uitgevoerde installaties, onderhoudswerken of herstellingen
kunnen er niet te onderschatten risico's ontstaan voor de gebruiker waarvoor
de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
Het toestel heeft geen koelvermogen.
Probleem Oorzaken Oplossing
De
binnenverlichting
werkt niet terwijl de
toesteldeur
geopend is en de
temperatuuraandui
ding brandt niet op
het display.
Het toestel is niet
ingeschakeld.
^ Schakel het toestel in. De
temperatuuraanduiding
moet branden op het
display.
De stekker steekt niet goed
in het stopcontact.
^ Steek de stekker in het
stopcontact. Wanneer het
toestel uitgeschakeld is,
verschijnt op het display
het
netaansluitingssymbool
t.
Controleer of de
desbetreffende zekering in
uw zekeringkast is
gesprongen, omdat er een
probleem is met de
wijnkoelkast, de elektrische
spanning in uw huis of een
ander toestel.
^
Als dat het geval is, doet u
een beroep op een
elektricien of de dienst
Herstellingen aan huis van
Miele.
Storingen verhelpen
44
Het toestel kan
worden bediend en
de
binnenverlichting
van het toestel
werkt.
De demofunctie is
ingeschakeld. Het symbool
r brandt op het display.
^
Schakel de demofunctie
uit (zie "Informatie voor
handelaars – Demofunctie
uitschakelen").
Storingen verhelpen
45
De compressor schakelt steeds vaker in en werkt steeds langer,
zodat de temperatuur in het toestel daalt.
Probleem Oorzaken Oplossing
De temperatuur in
het toestel is te
koud.
De temperatuur in het
toestel is te laag ingesteld.
^
Stel een andere
temperatuur in.
De toesteldeur sluit niet
goed.
^
Controleer of de
toesteldeur goed sluit.
De toesteldeur werd vaak
geopend.
^
Open de toesteldeur
alleen indien nodig en
altijd zo kort mogelijk.
De ventilatieopeningen zijn
afgedekt of zitten onder het
stof.
^
Dek de luchttoevoer- en
luchtafvoeropeningen niet
af en verwijder regelmatig
het stof van deze
openingen.
Er zit stof in de luchtfilter.
^ Reinig de luchtfilter (zie
"Reiniging en
onderhoud").
De kamertemperatuur is te
warm.
^ Zorg voor een lagere
kamertemperatuur.
Storingen verhelpen
46
Aanduidingen op het display
Probleem Oorzaken Oplossing
Het alarmsymbool
; brandt en op het
bedieningspaneel
knipperen de beide
sensortoetsen voor
de
temperatuurzones.
Er weerklinkt ook
een
waarschuwingssig
naal.
Het deuralarm werd
geactiveerd.
^
Sluit de toesteldeur. De
beide sensortoetsen voor
de temperatuurzones en
het alarmsymbool ; gaan
uit. Het akoestische
waarschuwingssignaal
stopt.
Het alarmsymbool
; en de
sensortoets voor
een
temperatuurzone
knipperen. Er
weerklinkt ook een
waarschuwingssig
naal.
De desbetreffende
wijntemperatuurzone is te
warm of te koud ten
opzichte van de ingestelde
temperatuur, omdat bijv .
de toesteldeur vaak
geopend werd,
de ventilatieroosters
afgedekt waren,
er zich een lange
stroomonderbreking heeft
voorgedaan.
^ Verhelp de alarmtoestand.
Het alarmsymbool ; gaat
uit en de sensortoets voor
de desbetreffende
temperatuurzone brandt
weer continu.
Het akoestische
waarschuwingssignaal
stopt.
De aanduiding voor
vervanging van de
actievekoolstof
-
filter brandt.
Dit betekent dat u de
actievekoolstoffilter moet
vervangen.
^
Vervang de
actievekoolstoffilter en
bevestig vervolgens in de
instelmodus dat u de filter
hebt vervangen (zie
"Actievekoolstoffilter").
In de
temperatuuraandui
ding brandt/
knippert een
streepje.
Er wordt slechts een
temperatuur aangegeven
als de temperatuur in het
toestel binnen het
weergeefbare bereik ligt.
Storingen verhelpen
47
Er verschijnt "F1"
tot "F3"of"S1" tot
"S9".
Er zit een storing in het
toestel.
^
Neem contact op met de
dienst Herstellingen aan
huis van Miele.
Storingen verhelpen
48
Binnenverlichting
Probleem Oorzaken Oplossing
De
binnenverlichting
werkt niet.
De binnenverlichting wordt
automatisch uitgeschakeld
als de toesteldeur ca. 15
minuten openstaat. Dat
voorkomt oververhitting.
Is dat niet het geval, dan zit
er een storing in het toestel.
^
Neem contact op met de
dienst Herstellingen aan
huis van Miele.
De lichtafdekkingen
mogen niet worden
verwijderd! Als de
afdekkingen beschadigd
zijn of door
beschadiging moesten
worden verwijderd -
Wees voorzichtig!
Bekijk de verlichting
(laserstralen klasse 1M)
niet met optische
instrumenten (een loep
of dergelijke)!
De
binnenverlichting
brandt ook
wanneer de
toesteldeur dicht
is.
De presenteerverlichting is
ingeschakeld.
^ Schakel de
presenteerverlichting uit
(zie
"Presenteerverlichting").
Storingen verhelpen
49
Overige storingen
Probleem Oorzaken Oplossing
Er weerklinkt geen
akoestische
waarschuwingssig
naal hoewel de
toesteldeur lang
openstaat.
Dit is geen storing! Het
akoestische alarmsignaal werd
uitgeschakeld in de
instelmodus (zie "Andere
instellingen wijzigen –
Akoestische signalen").
Het toestel kan niet
worden
uitgeschakeld.
De vergrendeling is
ingeschakeld. Op het display
brandt het symbool 0.
^
Schakel de
vergrendeling uit (zie
"Instellingen wijzigen –
Vergrendeling
in-/uitschakelen").
De spijlen van de
houten roosters
trekken krom.
De volumeverandering door
opgenomen vocht of drogen is
een typische eigenschap van
hout. Een hoge
luchtvochtigheid in het toestel
veroorzaakt het "werken" van
onderdelen van hout. Het kan
gebeuren dat onderdelen van
hout vervormen of scheuren
krijgen.
Noesten en nerven in het hout
behoren tot de karakteristieke
kenmerken van het hout.
Er ontstaat
schimmel op de
etiketten van de
wijnflessen.
Afhankelijk van de soort
etiketkleefstof kan er lichte
schimmelvorming op de
etiketten ontstaan.
^
Verwijder de schimmel
volledig. Reinig de
wijnflessen en verwijder
eventuele
kleefstofresten.
Storingen verhelpen
50
Heel normale
geluiden
Waar komen ze vandaan?
Brrrrr ... Gebrom komt van de motor (compressor). Dat kan even wat
harder worden terwijl de motor wordt ingeschakeld.
Blubb, blubb ... Geborrel, geklots of gezoem komt van het koelmiddel dat door
de buisjes vloeit.
Klik ... U hoort een klik telkens als de thermostaat de motor in- of
uitschakelt.
Sssrrrrr ... Bij toestellen met verschillende zones of bij NoFrost-modellen kunt
u een zacht geruis horen van de luchtstroming in de binnenruimte
van het toestel.
Krak ... Wanneer het materiaal in uw toestel uitzet, kunt u gekraak
horen.
Hou ermee rekening dat motor- en stromingsgeluiden in het koelcircuit niet te
vermijden zijn!
Geluiden die u
vlot kunt
verhelpen
Oorzaak Oplossing
Geklepper,
gerammel,
gerinkel
Het toestel staat niet
waterpas.
Stel het toestel waterpas.
Schroef de voetjes in of uit het
toestel of leg iets onder het
toestel.
Het toestel raakt andere
toestellen of meubels.
Schuif het toestel van de
meubels of andere toestellen
weg.
Laden, korven of legplaten
trillen of knellen.
Controleer de uitneembare
onderdelen en zet ze eventueel
opnieuw op hun plaats.
Flessen of recipiënten raken
elkaar.
Schuif de flessen of recipiënten
wat uit elkaar.
De kabelhouder hangt nog
tegen de achterwand van het
toestel.
Neem de kabelhouder weg.
Waar bepaalde geluiden vandaan komen
51
a Miele|home praktisch huishoudtoestel
b Miele{home communicatiemodule XKM3000Z
c Miele|home praktisch huishoudtoestel met SuperVision-functie
d Miele|home Gateway XGW3000
e WiFi-router
f Verbinding met homeautomation systemen
g Smartphone, tablet-pc, laptop
h Verbinding met het internet
Miele|home
52
Dit huishoudtoestel a/c beschikt over
communicatiemogelijkheden en kan via
een mits toeslag verkrijgbare
communicatiemodule b en een
eventueel benodigde extra
uitrustingsset worden aangesloten op
het Miele|home-systeem.
Via het systeem Miele|home
verzenden communicatiegeschikte
huishoudtoestellen informatie over hun
status en aanwijzingen voor het
programmaverloop naar een
displaytoestel c, bijv. een oven met
SuperVision-functie.
Informatie weergeven,
huishoudtoestellen besturen
SuperVision huishoudtoestel c
Op het display van sommige
communicatiegeschikte
huishoudtoestellen kan de status van
andere communicatiegeschikte
huishoudtoestellen worden
weergegeven.
Mobiele eindapparaten g/
Met de pc, notebook, tablet-pc of
een smartphone kunnen in het ebied
van het thuis-WLAN e
statusinformatie over de
huishoudtoestellen worden
weergegeven en sommige
besturingsopdrachten worden
uitgevoerd.
Thuisnetsysteem fMet de
systeemoplossing Miele|home is
een netwerkvorming thuis mogelijk.
Met de Miele|home Gateway d
kunnen de communicatiegeschikte
huishoudtoestellen in andere
thuisbussystemen worden
geïntegreerd.
In Duitsland kunnen de
communicatiegeschikte
huishoudtoestellen als alternatief
voor het Miele|home Gateway in het
QIVICON Smart Home platform
worden geïntegreerd
(www.qivicon.de).
SmartStart
Smart Grid-geschikte
huishoudtoestellen kunnen automatisch
op een bepaalde tijd worden gestart
wanneer de stroom goedkoop is of
wanneer er voldoende goedkope
stroom (bijv. van het fotovoltaïsch
zonnesysteem) beschikbaar is op het
net.
Vereist later aan te schaffen
toebehoren
Communicatiemodule XKM3000Z
Extra uitrustingsset voor de
communicatievoorbereiding XKV
(afhankelijk van het huishoudtoestel)
Miele|home Gateway XGW3000
Het toebehoren beschikt over
afzonderlijke installatie- en
gebruiksaanwijzingen.
Meer informatie
Meer informatie over Miele|home vindt
u op de website van Miele en in de
gebruiksaanwijzingen van de
afzonderlijke Miele|home
componenten.
Miele|home
53
Neem bij storingen die u niet zelf kunt
verhelpen contact op met
uw Miele-handelaar
of
de dienst Herstellingen aan huis van
Miele.
Het telefoonnummer van de dienst
Herstellingen aan huis van Miele
vindt u achter in deze gebruiks- en
montageaanwijzing.
Om u gericht te kunnen helpen, heeft
de dienst Herstellingen aan huis van
Miele het toesteltype en het
serienummer van uw toestel nodig.
Beide gegevens vindt u op het
typeplaatje in de binnenruimte van het
toestel.
Duur en voorwaarden van de
garantie
De duur van de garantie bedraagt
2 jaar.
Voor meer informatie over de
garantievoorwaarden in uw land neemt
u contact op via het telefoonnummer
van de dienst Consumentenbelangen
(Productinformatie voor particulieren)
van de N.V. Miele België.
Het telefoonnummer vindt u achter in
deze gebruiks- en
montageaanwijzing.
Service After Sales/garantie
54
De tests moeten volgens de van
toepassing zijnde normen en
richtlijnen worden uitgevoerd.
Bij het voorbereiden en uitvoeren van
de toesteltests moet ook rekening
worden gehouden met de volgende
gegevens van de fabrikant:
Beladingsplannen,
Opmerkingen in de gebruiks- en
montageaanwijzing.
Gegevens voor testinstellingen
55
Demofunctie r
Dit apparaat kan met de zogenaamde
"demofunctie" in de handel of in
showrooms worden gepresenteerd. Dat
houdt in dat de bediening en de
binnenverlichting wel werken, maar de
compressor uitgeschakeld blijft.
Demofunctie inschakelen
^ Schakel het toestel uit met de aan-
uittoets.
In het bedieningsveld gaat de
sensortoetsen van de twee
wijnklimaatzones uit. In het display gaat
de temperatuuraanduiding uit en
verschijnt symbool t.
^
Tip de X - toets aan en laat uw vinger
op de toets rusten.
^
Tip daarbij de aan-uittoets één keer
aan en laat de X - toets niet los!
^
Laat uw vinger op de X - toets
rusten, totdat in het display symbool
r verschijnt.
^
Laat de X - toets los.
De demofunctie is ingeschakeld. Het
symbool r brandt op het display.
De demofunctie uitschakelen
Symbool r brandt in het display.
^ Raak de toets voor de instellingen
aan.
Op het display verschijnen alle
selecteerbare symbolen. Het symbool
0 knippert.
^
Raak zo vaak de toetsen voor het
instellen van de temperatuur (X of Y)
aan totdat op het display het symbool
r knippert.
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
In het display knippert 1. Dit betekent
dat de demofunctie is ingeschakeld.
Symbool r brandt.
Informatie voor de handelaar
56
^
Tip de temperatuurtoetsen X of Y zo
vaak aan, totdat in het display 0
verschijnt.Dit betekent dat de
demofunctie is uitgeschakeld.
^
Raak de OK-toets aan om uw keuze
te bevestigen.
De gekozen instelling wordt
opgeslagen. Het symbool r knippert.
^ Raak de toets voor de instellingen
aan om de instelmodus te verlaten.
Doet u dat niet, dan haalt de
elektronische besturing na ca. één
minuut het toestel automatisch uit de
instelmodus.
De demofunctie is
uitgeschakeld.Symbool r gaat uit.
Informatie voor de handelaar
57
Het toestel wordt aansluitklaar geleverd
voor wisselstroom van 50 Hz,
220 – 240 V.
De zekering moet minstens 10 A
bedragen.
Het toestel moet worden aangesloten
op een geaard stopcontact dat volgens
de voorschriften is geïnstalleerd. De
elektrische installatie moet uitgevoerd
zijn overeenkomstig de plaatselijke
voorschriften.
Het toestel moet in geval van nood snel
kunnen worden losgekoppeld van het
elektriciteitsnet. Daarom moet het
stopcontact gemakkelijk toegankelijk
zijn. Het mag zich dus niet achter het
toestel bevinden.
Als het stopcontact na de inbouw niet
meer toegankelijk is, moet in de
installatie een scheidingsinrichting voor
elke pool voorhanden zijn. Als
stroomonderbrekers kunnen
schakelaars worden gebruikt met een
contactopening van minstens 3 mm.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan
LS-schakelaars, zekeringen en
contactsluiters (EN 60335).
De stekker en de aansluitkabel van het
toestel mogen niet de achterzijde van
het toestel raken. Anders kunnen de
stekker en de aansluitkabel
beschadigd raken door trillingen van
het toestel. Dat kan een kortsluiting
veroorzaken.
Ook andere toestellen mogen niet
worden aangesloten op stopcontacten
die zich bevinden achter het toestel.
Aansluiting via een verlengkabel is niet
toegestaan, aangezien verlengkabels
niet voldoende veiligheidsgaranties
bieden. Er bestaat onder andere
gevaar voor oververhitting.
Het toestel mag niet op
gelijkstroom-wisselstroommutators
worden aangesloten, die bijvoorbeeld
bij stroomvoorziening op
zonne-energie worden gebruikt.
In dat geval kunnen er zich bij het
inschakelen van het toestel
spanningspieken voordoen, die ertoe
kunnen leiden dat het toestel wordt
uitgeschakeld om veiligheidsredenen.
De elektronische besturing kan
beschadigd raken!
De stekker van de aansluitkabel van het
toestel mag niet worden vervangen
door een energiebesparende stekker
(bijv. van het merk SavaPlug). Hierdoor
wordt de energietoevoer naar het
toestel verminderd en wordt het toestel
te warm.
Als de aansluitkabel moet worden
vervangen, dan mag dat alleen worden
uitgevoerd door een erkende vakman
of vakvrouw die op de hoogte is van
elektriciteitsaansluitingen.
Elektrische aansluiting
58
Een niet-ingebouwd toestel kan
kantelen!
Side-by-side-opstelling
Principieel mogen koelkasten en
diepvriezers niet onmiddellijk naast
("side-by-side") andere modellen
worden opgesteld, om condenswater
en daaruit resulterende schade te
vermijden.
Dit wijntoestel kan echter onmiddellijk
naast ("side-by-side") bepaalde
modellen worden opgesteld!
Vraag aan uw vakhandelaar welke
combinaties met uw toestel mogelijk
zijn!
Opstelplaats
Kies geen plaats direct naast een
fornuis, een verwarming of in de buurt
van een raam waar de zon direct naar
binnen schijnt. Hoe hoger de
omgevingstemperatuur, hoe langer de
compressor werkt en er meer stroom
wordt verbruikt.
Geschikt is een ruimte die kan worden
verlucht.
Neem de volgende opmerkingen in
acht bij het opstellen van het toestel:
Het stopcontact moet gemakkelijk
toegankelijk zijn in geval van nood.
Het mag zich dus niet achter het
toestel bevinden.
De stekker en de aansluitkabel van
het toestel mogen niet de achterzijde
van het toestel raken. Anders kunnen
deze beschadigd raken door
trillingen van het toestel.
Ook andere toestellen mogen niet
worden aangesloten op
stopcontacten die zich bevinden
achter het toestel.
Montagerichtlijnen
59
Klimaatklasse
Het toestel is bestemd voor een
bepaalde klimaatklasse
(kamertemperatuur), waarvan de
grenzen moeten worden aangehouden.
De klimaatklasse is vermeld op het
typeplaatje in de binnenruimte van het
toestel.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
SN
N
ST
T
+10 °C tot +32 °C
+16 °C tot +32 °C
+16 °C tot +38 °C
+16 °C tot +43 °C
Een te lage kamertemperatuur heeft tot
gevolg dat de compressor gedurende
lange tijd niet werkt. Dit kan tot hogere
temperaturen in het toestel leiden,
waardoor schade kan ontstaan.
Luchttoevoer en -afvoer
De luchttoevoer en luchtafvoer van
het toestel verloopt via de sokkel
van het toestel.
De lucht in de sokkel van het toestel
wordt warm. Voor de koeling van het
toestel is het zeer belangrijk dat de nis
zo geconstrueerd is dat de luchtafvoer
en luchttoevoer niet worden gehinderd.
Het verluchtingsrooster in de sokkel
van het toestel mag niet afgedekt of
afgesloten worden.
Bovendien moeten de luchttoevoer-
en luchtafvoeropeningen regelmatig
van stof worden ontdaan.
Het bijgeleverde
verluchtingsrooster moet in ieder
geval worden ingebouwd en samen
met het bijgeleverde
schuimstofblok worden gebruikt.
Montagerichtlijnen
60
De uitsparing in het sokkelpaneel
moet ten overstaan van het toestel
gecentreerd zijn.
Voor u het toestel inbouwt
^
Verwijder de kabelhouder aan de
achterzijde van het toestel.
^
Controleer of de delen aan de
achterwand van het toestel nergens
tegenaan kunnen komen. Buig
eventueel in de weg zittende delen
voorzichtig weg.
Openingsbegrenzer van de
deur
Met behulp van de openingsbegrenzer
van de deur kunt u de openingshoek
van de toesteldeur tot 90° begrenzen.
Daardoor wordt bijv. verhinderd dat de
toesteldeur als ze wordt geopend tegen
een aangrenzende muur zou slaan en
wordt beschadigd.
Montagerichtlijnen
61
Zorg er voor de inbouw voor dat de inbouwnis precies de aangegeven
inbouwafmetingen heeft. De aangegeven dwarsdoorsneden voor de
luchttoevoer en luchtafvoer moeten beslist worden aangehouden. Bovendien
moet de uitsparing in het sokkelpaneel voor het bijgeleverde
verluchtingsrooster ten overstaan van het toestel gecentreerd zijn, om een
goede werking van het toestel te kunnen waarborgen.
Het bijgeleverde verluchtingsrooster moet in ieder geval worden ingebouwd en
samen met het bijgeleverde schuimstofblok worden gebruikt.
Afmetingen van het toestel
62
De draairichting mag alleen door
minstens 2 erkende vaklieden
worden veranderd.
Het toestel wordt geleverd met een
rechtsscharnierende deur.Moet de deur
linksscharnierend zijn, verander dan de
draairichting.
Bescherm de glazen deur door van
tevoren een dik karton op de grond
te leggen waar u de deur op kunt
leggen.
^
Neem de afdekplaatjes a
,
De tweede persoon moet de
deur vasthouden.
Wees voorzichtig! Zodra een
scharnier wordt losgeschroefd, staat
de deur niet meer stevig!
^ Draai de schroeven b eerst uit het
scharnier aan de onderkant.
^
Draai de schroeven c daarna uit het
scharnier aan de bovenkant.
^
Neem de deur d eraf.
Het veranderen van de draairichting van de deur
63
^
Leg de losse deur op een stabiele
ondergrond met de buitenkant naar
beneden.
Klap de scharnieren niet samen om
te voorkomen dat u zich bezeert!
^ Klik de afdekkingen e aan de
onderkant en de bovenkant eruit.
^ Trek de afstandhouder f uit de deur,
draai de afstandhouder 180° en
plaats deze op de andere kant van
de deur.
^ Draai schroeven g er uit.
^
Zet de scharnieren diagonaal weer
tegen de deur aan h.
Het veranderen van de draairichting van de deur
64
^ Draai de schroeven i er daarna
weer in.
^
Klik de afdekkingen j erop en let
daarbij op de positie van de
uitsparingen op de scharnieren.
^ Neem de afdekplaatjes k eraf.
^
Trek de montagehoek aan de
bovenkant uit het toestel en zet de
hoek er aan de andere kant weer op
l.
Het veranderen van de draairichting van de deur
65
^
Trek de montagehoek aan de
onderkant uit het apparaat en zet de
hoek er aan de andere kant weer op
m.
^
Plaats de deur n op de
montagehoeken.
,
De tweede persoon moet de
deur vasthouden.
^ Schroef het scharnier o aan de
bovenkant stevig vast.
^
Schroef het scharnier p aan de
onderkant stevig vast.
^
Bouw het toestel nu in.
Het veranderen van de draairichting van de deur
66
Plaats het toestel met zijn tweeën.
^
Bouw het toestel enkel in een
inbouwnis in waarvan de bodem
waterpas en effen is.
^
De inbouwnis moet horizontaal en
verticaal waterpas zijn.
^
De luchttoevoer- en
luchtafvoeropeningen moeten in elk
geval in acht worden genomen (zie
"Opmerkingen omtrent de montage –
Luchttoevoer en -afvoer";
"Inbouwafmetingen").
Voor de inbouw van het toestel hebt
u het volgende gereedschap nodig:
schroevendraaiers van verschillende
groottes
waterpas
meetband
Voor de inbouw in de nis hebt u de
bijgeleverde montage-elementen
nodig:
ventilatierooster
luchtfilter
schuimstofblok voor de
luchtgeleiding in de stokkel van het
toestel
schroeven voor de bevestiging in de
nis
sleutel voor het instellen van de
hoogte in de nis
Het toestel voorbereiden
De luchtfilter voorkomt dat vuil in de
compressorruimte binnendringt.
Daardoor wordt een storing van de
werking van het toestel vermeden.
^ Trek de beschermfolie van de
luchtfilter a.
^ Plaats de luchtfilter onderaan links in
de sokkel van het toestel.
^ Sluit het toestel met het elektrische
snoer aan op de stroomvoorziening
(zie "Elektrische aansluiting").
Toestel onder een werkvlak inbouwen
67
^
Schuif het toestel voor de inbouwnis.
^ Draai de regelvoetjes b met de
wijzers van de klok mee uit tot 4 mm
onder de nishoogte.
U kunt de regelvoetjes ofwel met de
bijgeleverde gaffelsleutel c of met een
inbussleutel d uitdraaien.
Toestel onder een werkvlak inbouwen
68
Plaats het toestel waterpas, zowel
horizontaal als verticaal. Een schuin
geplaatst toestel kan vervormen.
^
Ga na of de aangrenzende
meubeldeuren dezelfde hoogte
hebben als de voorkant van het
toestel.
Als de hoogte van de belendende
meubeldeuren verschillend is, lees
dan "Toestel aan hogere
meubeldeuren aanpassen".
Staan de belendende meubeldeuren
op gelijke hoogte met de hoogte van
het toestel:
^ Open de deur. Daarvoor drukt u
tegen de voorkant van de deur.
De deuropener e steekt vooruit.
^ Deactiveer de openingshulp van de
deur voorlopig door de deuropener
af te trekken.
Toestel onder een werkvlak inbouwen
69
Toestel uitlijnen ten opzichte
van hogere meubeldeuren
Als de deuren van de omringende
keukenmeubels a hoger zijn dan de
deur van de wijnklimaatkast, kan de
wijnklimaatkast op dezelfde hoogte van
de omringende deuren worden
ingebouwd en de ruimte eronder of
erboven met een opvulpaneel b
worden opgevuld.
Om het opvulpaneel te bevestigen,
hebt u het bevestigingshoekprofiel
nodig c. Dit is verkrijgbaar bij de Ser
-
vice After Sales van Miele of bij uw
Miele-handelaar.
U kunt het bevestigingsprofiel naar
wens op of onder het toestel monteren.
Het ventilatierooster moet exact voor
uitblaasopening aangebracht zijn,
om schade aan het toestel te
voorkomen. Wilt u het toestel
onderaan afdekken, dan moet u
absoluut de luchtaanvoer en -afvoer
waarborgen.
Het opvulpaneel moet op maat van de
inbouwsituatie worden gemaakt.
^
Bevestig het bevestigingshoekprofiel
c op de achterkant van het
opvulpaneel b.
^
Trek het toestel zo ver uit de
inbouwnis tot u het kunt kantelen.
Toestel onder een werkvlak inbouwen
70
^
Bevestig het bevestigingshoekprofiel
met het opvulpaneel aan het toestel
door de schroeven lichtjes in te
draaien.
^
Lijn via de langwerpige gaten het
opvulpaneel uit ten opzichte van de
deur van de wijnklimaatkast, zodat u
een effen front verkrijgt.
^
Draai de schroeven vast.
^
U kunt het toestel nu in de inbouwnis
schuiven.
Toestel in de nis schuiven
Let er bij het inschuiven op dat het
elektrisch snoer niet vastgeklemd
raakt of beschadigd wordt!
Als u het toestel op een delicate
vloer opstelt, schuift u het toestel
voorzichtig in de inbouwnis. Zo
voorkomt u dat de vloer beschadigd
raakt.
^ Schuif het toestel in de inbouwnis tot
het frontvlak van de toesteldeur op
één lijn ligt met de belendende
meubelvoorkanten.
^
Trek het toestel naar voren, zodat het
gelijkmatig 2 mm voor het
meubelfront uitsteekt.
Toestel onder een werkvlak inbouwen
71
Het toestel in de nis
bevestigen
^
Het toestel steekt gelijkmatig 2 mm
voor het meubelfront uit.
^
Open de toesteldeur.
^ Neem de afdekking a af en schroef
het toestel eerst bovenaan links b
vast aan de aangrenzende
meubelen.
Het toestel trekt zich links passend
in de inbouwnis.
De voorkant van de deur ligt in één
lijn met het meubelfront.
^
Zet de afdekking aterug.
^ Schroef het toestel onderaan rechts
en links c vast aan de
aangrenzende meubelen.
^ Indien dat nodig mocht zijn, kunt u
het toestel bovenaan rechts aan de
deurscharnier met een vierde schroef
vastdraaien.
U moet dan wel de deur losmaken
om de extra schroef aan te brengen.
Toestel onder een werkvlak inbouwen
72
^
Sluit de toesteldeur en controleer of
de zijkanten van de deur op één lijn
staan met de zijwanden van het
toestel.
De zijdelingse uitlijning van de
toesteldeur instellen
Als de toesteldeur niet op één lijn staat
met de zijwanden van de behuizing,
kunt u de toesteldeur uitlijnen via de
schroeven onder de scharnieren.
^
Draai de schroeven d los en
verschuif de deur.
^
Draai de schroeven d weer vast.
^ Plaats de afdekkingen.
^
Plaats het bijgeleverde
schuimstofblok f in de sokkel van
het toestel.
Als geen schuimstofblok wordt
geplaatst, kan het toestel niet de
volle koelcapaciteit bereiken.
Toestel onder een werkvlak inbouwen
73
^
Breng het sokkelpaneel g aan.
De uitsparing in het sokkelpaneel
moet ten overstaan van het toestel
gecentreerd zijn.
^ Breng het ventilatierooster h aan in
het sokkelpaneel.
Het schuimstofblok wordt naar
achteren geschoven.
Het schuimstofblok moet tegen het
ventilatierooster aanliggen om een
gescheiden luchtgeleiding te
garanderen.
^
Activeer de openingshulp van de
deur, door de deuropener i weer
aan te brengen.
Toestel onder een werkvlak inbouwen
74
75
Herstellingen aan huis en andere inlichtingen: 02/451.16.16
nv Miele België
Z.5 Mollem 480
1730 Mollem (Asse)
Internet: www.miele.be
Duitsland
Miele & Cie. KG
Carl-Miele-Straße 29
33332 Gütersloh
M.-Nr. 09 876 000 / 01nl-BE
KWT 6322 UG

Documenttranscriptie

Gebruiks- en montageaanwijzing Wijnkoelkast Lees absoluut de gebruiks- en montageaanwijzing voor u het toestel opstelt, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan het toestel. nl - BE M.-Nr. 09 876 000 Inhoud Beschrijving van het toestel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Openingshulp van de deur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Deur openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Deur sluiten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Toebehoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Opmerkingen omtrent uw veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 Hoe kunt u energie besparen? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 Toestel in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Vóór het eerste gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Het toestel bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Het toestel inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Het toestel uitschakelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Bij langdurige afwezigheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Andere instellingen wijzigen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 Vergrendeling 0 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 Akoestische signalen ) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24 Lichtsterkte van het display s. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Temperatuur en luchtkwaliteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 Temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 Temperaturen instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Mogelijke instelwaarden voor de temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 Temperatuurindicator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 Luchtkwaliteit en -vochtigheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 DynaCool (constante luchtvochtigheid) m. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 Luchtverversing via actieve-koolfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Temperatuur- en deuralarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Presenteerverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Presenteerverlichting in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Lichtsterkte van de presenteerverlichting instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Verlichtingsduur van de presenteerverlichting instellen. . . . . . . . . . . . . . . . . . 34 Wijnflessen bewaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 Houten roosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 Houten roosters verplaatsen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 Houten roosters aanpassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 Schrijven op de voorkant van de houten roosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 Decoratief rooster . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 Inhoud Maximuminhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 Automatisch ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40 Binnenruimte, toebehoren en toesteldeur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 Luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42 Deurdichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42 Luchtfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42 Actievekoolstoffilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43 Actievekoolstoffilter vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43 Storingen verhelpen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45 Waar bepaalde geluiden vandaan komen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52 Miele|home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53 Service After Sales/garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55 Duur en voorwaarden van de garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55 Gegevens voor testinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56 Informatie voor de handelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57 Demofunctie r . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57 Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 Montagerichtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60 Side-by-side-opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60 Opstelplaats. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60 Klimaatklasse . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61 Luchttoevoer en -afvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61 Voor u het toestel inbouwt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62 Openingsbegrenzer van de deur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62 Afmetingen van het toestel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63 Het veranderen van de draairichting van de deur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64 Toestel onder een werkvlak inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68 Het toestel voorbereiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68 Toestel uitlijnen ten opzichte van hogere meubeldeuren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 Toestel in de nis schuiven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72 Het toestel in de nis bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73 De zijdelingse uitlijning van de toesteldeur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74 Adressen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79 Beschrijving van het toestel a Het complete toestel in-/uitschakelen f De temperatuur instellen (X voor kouder) b Optische interface (alleen voor de dienst Herstellingen aan huis van Miele) g Een keuze bevestigen (OK-toets) c De bovenste of onderste wijnklimaatzone selecteren d De functie DynaCool (constante luchtvochtigheid) in-/uitschakelen e De presenteerverlichting in-/uitschakelen 4 h De temperatuur instellen (Y voor warmer) i Het toestel in de instelmodus zetten of eruit halen j Het temperatuur- of deuralarm uitschakelen k Display met temperatuuraanduiding en symbolen (symbolen alleen zichtbaar in de instelmodus; zie tabel voor uitleg over de symbolen) Beschrijving van het toestel Symbolen in de instelmodus: Symbool Betekenis Functie 0 Vergrendeling Beveiliging tegen ongewenste uitschakeling en wijziging van instellingen ) Akoestische signalen Toetsgeluid en akoestisch waarschuwingssignaal bij een deuralarm in- en uitschakelen < Miele|home Alleen zichtbaar als de Miele|home-communicatiemodule gemonteerd en aangemeld is (zie "Miele|home"). r De demofunctie uitschakelen Demofunctie (alleen zichtbaar wanneer de demofunctie ingeschakeld is) s Lichtsterkte van het display De lichtsterkte van het display instellen — Actievekoolstoffilter Brandt wanneer de actievekoolstoffilters moeten worden vervangen t Netaansluiting Bevestigt dat het toestel op het (alleen zichtbaar wanneer elektriciteitsnet aangesloten is; knippert het toestel uitgeschakeld na een stroomonderbreking is en na een stroomonderbreking) ; Alarm (brandt wanneer het temperatuur- of deuralarm actief is) Geeft aan dat het temperatuur- of deuralarm geactiveerd is 5 Beschrijving van het toestel a Deuropener Push2open b Verlichtingslijst (in beide wijnklimaatzones) c Actievekoolstoffilter d Bedieningspaneel voor de bovenste en onderste wijnklimaatzones/Isolatieplaat voor de thermische scheiding van de temperatuurzones e Isolatielijsten om de temperatuurzones thermisch van elkaar te scheiden f Houten roosters (FlexiFrames) met beschrijfbare stroken (NoteBoard) op de voorkant g Decoratief rooster h Glazen deur van veiligheidsglas met uv-filter i Ventilatierooster met luchtfilter 6 Openingshulp van de deur Het Push2open-systeem van uw koeltoestel vereenvoudigt het openen van de deur. De deur van uw koeltoestel is drukgevoelig. Deur openen ^ Druk even tegen de deur. ^ Laat de deur dan los. De deur opent automatisch tot op een kier. Om beschadiging van de openingshulp van de deur te voorkomen: - moet u ervoor zorgen dat u de deur tijdens het openen niet blokkeert. - mag u de deuropener tijdens het sluiten niet indrukken of vasthouden. ^ Trek de deur wijd open om er bijv. wijnflessen uit te nemen. Beschermingen tegen onbedoeld openen: Wanneer u de deur niet opentrekt, sluit de deur na ca. 3 seconden weer vanzelf. Deur sluiten ^ Duw de deur dicht. 7 Toebehoren Bijgeleverd toebehoren Actievekoolstoffilter De actievekoolstoffilter in het bedieningspaneel zorgt voor een optimale luchtverversing en dus voor een hoge luchtkwaliteit in het toestel. Mits toeslag verkrijgbaar toebehoren Actievekoolstoffilter (Zie "Bijgeleverd toebehoren" voor de beschrijving.) luchtfilter luchtfilter De luchtfilter achter het ventilatierooster voorkomt dat de koelcapaciteit door afzettingen van stof wordt verminderd. Krijt Gebruik het bijgeleverde krijt om te schrijven op de magnetische strook op de voorkant van de houten roosters. Zo krijgt u een goed overzicht van de voorradige wijnsoorten. (Zie "Bijgeleverd toebehoren" voor de beschrijving.) Krijt (Zie "Bijgeleverd toebehoren" voor de beschrijving.) Multifunctionele microvezeldoek De microvezeldoek helpt om vingerafdrukken en normaal vuil te verwijderen op roestvrijstalen fronten, bedieningspanelen van toestellen, vensters, meubels, autoruiten enz. Het mits toeslag verkrijgbaar toebehoren is verkrijgbaar via de Technische Dienst van Miele, bij uw Miele-handelaar of in de Miele Online Shop. 8 Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu Recycleerbare verpakking De verpakking behoedt het toestel voor transportschade. Er werd materiaal gekozen dat door het milieu wordt verdragen en opnieuw kan worden benut. Door de verpakking weer in kringloop te brengen, wordt er grondstof gespaard en verkleint de afvalberg. Geef deze stoffen dus niet met het gewone vuilnis mee. Breng ze liever naar het dichtstbijzijnde gemeentelijk containerpark. Waar u dat vindt, komt u zeker bij uw gemeentebestuur aan de weet. Het afdanken van het apparaat Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten vaak nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die voor het functioneren en de veiligheid van het apparaat nodig waren. Als u het apparaat bij het gewone afval doet of bij verkeerde behandeling kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Verwijder het afgedankte apparaat dan ook nooit met het gewone afval. Bij de aankoop van uw nieuw toestel heeft u een bijdrage betaald. Die wordt volledig gebruikt voor de toekomstige recyclage van dat toestel. Dat bevat trouwens nog waardevol materiaal. Door te recycleren wordt er dan ook minder verspild en vervuild. Als u vragen heeft omtrent het afdanken van uw oud toestel, neem dan contact op met – de handelaar bij wie u het kocht of – de firma Recupel, telefoon 02 706 86 10, website: www.recupel.be of – uw gemeentebestuur als u uw toestel naar een containerpark brengt. Zorg er ook voor dat het toestel intussen kindveilig wordt bewaard voor u het laat wegbrengen. 9 Opmerkingen omtrent uw veiligheid Dit toestel voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsvoorschriften. Door ondeskundig gebruik kunnen gebruikers echter letsel oplopen en kan er schade optreden aan het toestel. Lees deze gebruiks- en montageaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u het toestel in gebruik neemt. U vindt er belangrijke opmerkingen omtrent opstelling, veiligheid, gebruik en onderhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan het toestel. Miele is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is doordat deze opmerkingen niet in acht werden genomen. Bewaar de gebruiks- en montageaanwijzing en geef ze door aan wie het toestel eventueel na u gebruikt. , Gevaar voor verwonding! Als de opstelplaats zich op een hoogte van meer dan 1500 m bevindt, kan het glas van de toesteldeur breken door veranderingen in de luchtdrukomstandigheden. Glasscherven kunnen zware verwondingen tot gevolg hebben! Juist gebruik ~ Dit toestel is bedoeld voor gebruik in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen. Dit toestel is niet bestemd voor gebruik buiten. ~ Gebruik het toestel uitsluitend in huishoudelijke context voor het bewaren van wijn. Gebruik voor andere doeleinden is niet toegelaten. 10 Opmerkingen omtrent uw veiligheid ~ Het toestel is niet geschikt voor het bewaren en koelen van geneesmiddelen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten of dergelijke stoffen of producten. Verkeerd gebruik van het toestel kan leiden tot aantasting of bederf van de bewaarde producten. Bovendien is het toestel niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen. Miele is niet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander gebruik dan wat hier wordt vermeld of door foutieve bediening. ~ Personen die door hun fysieke, zintuiglijke of geestelijke mogelijkheden of hun onervarenheid of gebrek aan kennis niet in staat zijn dit toestel veilig te bedienen, moeten bij de bediening in het oog worden gehouden. Deze personen mogen het toestel zonder toezicht bedienen, maar alleen wanneer hun de bediening van het toestel zo uitgelegd is dat ze het veilig kunnen bedienen. Ze moeten de eventuele risico's van een foutieve bediening kunnen beseffen en begrijpen. Kinderen in het huishouden ~ Kinderen jonger dan acht jaar moeten uit de buurt van het toestel worden gehouden, tenzij ze constant in het oog worden gehouden. ~ Kinderen vanaf acht jaar mogen het toestel zonder toezicht bedienen, maar alleen wanneer hun de bediening ervan zo uitgelegd is dat ze het toestel veilig kunnen bedienen. Ze moeten de eventuele risico's van een foutieve bediening kunnen beseffen en begrijpen. ~ Kinderen mogen het toestel niet zonder toezicht reinigen of onderhouden. ~ Hou kinderen die in de buurt van het toestel komen in het oog. Laat kinderen nooit met het toestel spelen. 11 Opmerkingen omtrent uw veiligheid ~ Gevaar voor verstikking! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen in verpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken en daardoor verstikken. Hou kinderen uit de buurt van verpakkingsmateriaal. Technische veiligheid ~ Het koelmiddelcircuit heeft een controle op lekkage doorstaan. Het toestel voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften en de relevante EU-richtlijnen. ~ Dit toestel bevat het koelmiddel isobutaan (R600a), een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast maar wel brandbaar is. Het is niet schadelijk voor de ozonlaag en draagt niet bij tot het broeikaseffect. Het gebruik van dit milieuvriendelijke koelmiddel veroorzaakt wel een lichte verhoging van de werkingsgeluiden. Naast werkingsgeluiden van de compressor kunnen er ook stromingsgeluiden te horen zijn die afkomstig zijn van het koelcircuit. Dat is jammer genoeg niet te vermijden, maar heeft geen invloed op de prestaties van het toestel. Let er bij het transporteren en het inbouwen/opstellen van het toestel op dat geen enkel onderdeel van het koelcircuit beschadigd raakt. Wegspattend koelmiddel kan tot oogletsels leiden! Bij beschadiging: – Vermijd open vuur of ontstekingsbronnen, – Koppel het toestel los van het elektriciteitsnet, – Verlucht gedurende enkele minuten het vertrek waarin het toestel staat – Neem contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele. 12 Opmerkingen omtrent uw veiligheid ~ Hoe meer koelmiddel er in een toestel zit, hoe groter de ruimte moet zijn waarin het toestel wordt opgesteld. Bij een eventueel lek kan er in een te kleine ruimte een brandbaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel is aangegeven op het typeplaatje in het toestel. ~ De aansluitgegevens (zekering, frequentie en spanning) op het typeplaatje van het toestel moeten absoluut overeenstemmen met deze van het elektriciteitsnet. Zo voorkomt u schade aan uw toestel. Vergelijk deze gegevens voordat u het toestel aansluit. Vraag bij twijfel inlichtingen aan een elektricien. ~ De elektrische veiligheid van dit toestel wordt enkel gewaarborgd als het wordt aangesloten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd aardsysteem. Het is heel belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de elektrische installatie bij twijfel door een elektricien controleren. ~ Is de aansluitkabel beschadigd, laat dan een nieuwe installeren door een vakman of vakvrouw die door Miele erkend is. Zo vermijdt u risico's voor wie het toestel gebruikt. ~ Stopcontactenblokken of verlengkabels bieden niet voldoende veiligheidsgaranties (gevaar voor brand). Gebruik deze niet om het toestel aan te sluiten op het elektriciteitsnet. ~ Wanneer er vocht in aanraking komt met onderdelen van het toestel die onder spanning staan of de netaansluiting, kan dat een kortsluiting veroorzaken. Gebruik het toestel daarom niet in een ruimte die wordt blootgesteld aan vocht of waterspatten (bijv. garage, washok enz.). 13 Opmerkingen omtrent uw veiligheid ~ Dit toestel mag niet op niet-vaste plaatsen (bijv. op een schip) worden gebruikt. ~ Een beschadigd toestel kan uw veiligheid in gevaar brengen. Controleer of het toestel zichtbaar beschadigd is. Een beschadigd toestel mag u nooit in gebruik nemen. ~ Gebruik het toestel enkel in ingebouwde toestand. Enkel dan is een veilige werking gegarandeerd. ~ Tijdens installatie-, onderhouds- en herstellingswerken moet het toestel van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Het toestel is pas van het elektriciteitsnet losgekoppeld wanneer aan een van deze voorwaarden is voldaan: – De zekeringen in uw zekeringkast zijn uitgeschakeld of – De schroefzekeringen in uw zekeringkast zijn helemaal uitgedraaid of – De stekker is uit het stopcontact getrokken. Trek bij aansluitkabels met een stekker niet aan de kabel maar aan de stekker om het toestel los te koppelen van het elektriciteitsnet. ~ Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of herstellingswerken kunnen er voor de gebruiker aanzienlijke risico's ontstaan. Installatie-, onderhouds- of herstellingswerken mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd die door Miele erkend zijn. ~ Het recht op garantie vervalt wanneer het toestel door een klantendienst wordt hersteld die niet door Miele is erkend. ~ Enkel met originele Miele-wisselstukken bent u zeker dat ze ten volle voldoen aan de eisen qua veiligheid. Defecte onderdelen mogen enkel worden vervangen door originele Miele-wisselstukken. 14 Opmerkingen omtrent uw veiligheid Veilig gebruik ~ Het toestel is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en bovengrens moeten worden gerespecteerd. De klimaatklasse is vermeld op het typeplaatje aan de binnenzijde van het toestel. Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de compressor gedurende een lange tijd stilstaat, zodat het toestel de vereiste temperatuur niet kan aanhouden. ~ De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of afgesloten. Als deze openingen afgedekt zijn, kan er geen goede luchtcirculatie plaatsvinden. Het energieverbruik stijgt en schade aan onderdelen kan niet worden uitgesloten. ~ Als u in het toestel vet- of oliehoudende levensmiddelen bewaart, dient u ervoor te zorgen dat eventueel uitlopend vet of uitlopende olie niet in contact komt met de kunststofonderdelen van het toestel. Er kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaan, zodat die barst of scheurt. ~ Bewaar geen explosieve stoffen en geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) in het toestel. Ontvlambare gasmengsels kunnen worden ontstoken door elektrische componenten. Gevaar voor brand en ontploffing! ~ Gebruik geen elektrische toestellen in het toestel (bijv. om softijs te maken). Er kunnen vonken ontstaan. Gevaar voor ontploffing! ~ Gebruik alleen origineel Miele-toebehoren. Worden er andere onderdelen gemonteerd of ingebouwd, dan vervalt het recht op garantie en/of de productaansprakelijkheid. 15 Opmerkingen omtrent uw veiligheid Reiniging en onderhoud ~ Behandel de deurdichting niet met olie of vet. Daardoor wordt de deurdichting na verloop van tijd poreus. ~ De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelen die onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken. Gebruik voor het reinigen en ontdooien van het toestel nooit een stoomreiniger. ~ Gebruik geen voorwerpen met scherpe punt of rand om – rijm- en ijslagen te verwijderen, – vastgevroren levensmiddelen los te wrikken. Als u dat doet, beschadigt u de koelelementen en functioneert het toestel niet meer correct. ~ Plaats nooit elektrische verwarmingstoestellen of kaarsen in het toestel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken. ~ Gebruik geen ontdooisprays of producten om ijs te verwijderen. Die kunnen immers explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die de kunststof aantasten of ze kunnen de gezondheid schaden. 16 Opmerkingen omtrent uw veiligheid Transport ~ Transporteer het toestel altijd terwijl het verticaal staat en terwijl het zich in de transportverpakking bevindt. Zo voorkomt u schade. ~ Transporteer het toestel met zijn tweeën. Het toestel is immers zwaar. Gevaar voor verwonding en beschadiging! Wat met een afgedankt toestel? ~ Vernietig het deurslot van uw toestel als u het afdankt. Op die manier voorkomt u dat spelende kinderen zich in het toestel opsluiten, wat levensgevaarlijk kan zijn. ~ Beschadig geen onderdelen van het koelcircuit, bijv. door – koelmiddelkanalen van het verdampsysteem open te prikken, – buizen te knikken, – oppervlaktecoatings weg te krabben. Wegspattend koelmiddel kan tot oogletsels leiden! 17 Hoe kunt u energie besparen? Normaal energieverbruik Opstellen/wachten In een verluchte ruimte. Temperatuurinstelling 18 Verhoogd energieverbruik In een gesloten, niet-verluchte ruimte. Beschermd tegen rechtstreekse zonnestralen. Bij rechtstreekse zonnestralen. Niet naast een warmtebron (verwarmingselement, fornuis). Naast een warmtebron (verwarmingselement, fornuis). Bij een ideale kamertemperatuur van ongeveer 20 °C. Bij een hoge kamertemperatuur. Dek de luchttoevoeropeningen niet af. Verwijder regelmatig het stof van de luchttoevoeropeningen. Als de luchttoevoeropeningen afgedekt zijn of onder het stof zitten. Verwijder minstens 1 keer per jaar het stof van de compressor en het metalen rooster (warmtewisselaar) aan de achterzijde van het toestel. Wanneer er zich stof heeft opgehoopt op de compressor en het metalen rooster (warmtewisselaar). 10 tot 12 °C Hoe lager of hoger de ingestelde temperatuur, hoe hoger het energieverbruik! Hoe kunt u energie besparen? Gebruik Laat de houten roosters zoals ze waren toen het toestel werd geleverd. Open de toesteldeur alleen indien nodig en altijd zo kort mogelijk. Schik de wijnflessen in het toestel. Als u de deur vaak en langdurig opent, treedt er koudeverlies op en stroomt er warme kamerlucht naar binnen. Het toestel probeert te koelen en de compressor werkt langdurig. Doe de vakken niet te vol zodat de lucht kan circuleren. 19 Toestel in- en uitschakelen Vóór het eerste gebruik Het toestel bedienen Verpakkingsmaterialen U kunt dit toestel bedienen door de sensortoetsen aan te raken. ^ Verwijder alle verpakkingsmaterialen uit de binnenruimte. Beschermfolie De roestvrijstalen gedeelten zijn van een beschermfolie voorzien om ze bij het transport te beschermen. ^ Trek de beschermfolie pas weg nadat u het toestel op zijn plaats hebt opgesteld. Elke aanraking wordt met een toetsgeluid bevestigd. U kunt dat toetsgeluid uitschakelen (zie "Andere instellingen wijzigen – Akoestische signalen"). Het toestel inschakelen Zodra het toestel aangesloten is op het elektriciteitsnet, verschijnt het netaansluitingssymbool t op het display. Reiniging en onderhoud Neem daartoe beslist de desbetreffende opmerkingen in acht in de rubriek "Reiniging en onderhoud". ^ Reinig het inwendige van het toestel en het toebehoren. Gebruik daarvoor lauw water. Wrijf daarna alles droog met een doek. 20 ^ Raak de aan-uittoets aan. Het netaansluitingssymbool t gaat uit en het toestel begint te koelen. In het bedieningsveld verschijnen de sensortoetsen van de twee wijnklimaatzones. Deze zones bevinden zich aan de bovenkant en aan de onderkant. De toets van de gekozen wijnklimaatzone licht geel op en in het display verschijnt de temperatuur van deze wijnklimaatzone. Wordt het toestel voor het eerst in gebruik genomen, knipperen de sensortoetsen van de wijnklimaatzones en tevens alarmsymbool ;, totdat de voor de zones ingestelde temperatuur is bereikt. Toestel in- en uitschakelen Zodra de voor de gekozen wijnklimaatzone ingestelde temperatuur is bereikt, brandt de sensortoets van deze zone constant. Alarmsymbool ; gaat uit, zodra de voor de zones ingestelde temperatuur is bereikt. De binnenverlichting gaat branden wanneer de deur wordt geopend. Voor elke koelzone kunt u de instellingen afzonderlijk wijzigen. Het toestel uitschakelen ^ Raak de aan-uittoets aan. Is dat niet mogelijk, dan is de vergrendeling 0 ingeschakeld. ^ Raak daartoe de sensortoets aan voor de zone waarvoor u de instellingen wilt wijzigen. In het bedieningsveld gaat de sensortoetsen van de twee wijnklimaatzones uit.In het display gaat de temperatuuraanduiding uit en verschijnt symbool t. De gekozen sensortoets licht geel op. U kunt nu De binnenverlichting gaat uit. De koeling is uitgeschakeld. – de temperatuur instellen, – de functie DynaCool inschakelen Meer informatie vindt u in de rubrieken in kwestie. Kiest u na het aanpassen een andere wijnklimaatzone, blijven de instellingen van de eerder gekozen wijnklimaatzone van kracht. Als vervolgens een andere koelzone wordt geselecteerd, blijven de instellingen voor de eerder geselecteerde koelzone behouden. Bij langdurige afwezigheid Wanneer u het toestel langere tijd niet meer wilt gebruiken, doe dan het volgende. ^ schakel het toestel uit, ^ trek de stekker uit of schakel de desbetreffende zekering in uw zekeringkast uit, ^ maak het toestel schoon en ^ laat de toesteldeur op een kier staan om geurvorming te vermijden. Als het toestel bij langdurige afwezigheid wordt uitgeschakeld maar niet gereinigd, bestaat er gevaar voor schimmelvorming als de deuren gesloten blijven. 21 Andere instellingen wijzigen Bepaalde instellingen van het toestel kunt u alleen in de instelmodus wijzigen. Zit u in de instellingsmodus, wordt het deuralarm automatisch onderdrukt. Vergrendeling 0 Met de vergrendeling kunt u het toestel beveiligen tegen: – ongewenste uitschakeling, – ongewenste wijziging van de temperatuur, – ongewenste inschakeling van DynaCool – ongewenste inschakeling van de presenteerverlichting ^ U kunt nu instellen of de vergrendeling moet uitgeschakeld of ingeschakeld zijn. Raak hiertoe de toets X of Y aan: 0: vergrendeling is uitgeschakeld 1: vergrendeling is ingeschakeld. ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. De gekozen instelling wordt opgeslagen. Het symbool 0 knippert. Vergrendeling in-/uitschakelen ^ Raak de toets voor de instellingen aan. Op het display verschijnen alle selecteerbare symbolen. Het symbool 0 knippert. ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. Op het display knippert de laatst gekozen instelling. Het symbool 0 brandt. 22 ^ Raak de toets voor de instellingen aan om de instelmodus te verlaten. Doet u dat niet, dan haalt de elektronische besturing na ca. één minuut het toestel automatisch uit de instelmodus. Wanneer de vergrendeling ingeschakeld is, brandt 0 op het display. Andere instellingen wijzigen Akoestische signalen ) Het toestel is uitgerust met akoestische signalen zoals het toetsgeluid en het akoestische waarschuwingssignaal bij een deur- en temperatuuralarm. Het toetsgeluid en het akoestische waarschuwingssignaal bij een deuralarm kunt u in- of uitschakelen. Het temperatuuralarm kan niet worden uitgeschakeld. U kunt kiezen tussen vier instelmogelijkheden. In de fabriek is mogelijkheid 3 ingesteld. Dat betekent dat het toetsgeluid en het deuralarm ingeschakeld zijn. Akoestische signalen in-/uitschakelen ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. Op het display knippert de laatst gekozen instelling. Het symbool ) brandt. ^ Door aanraken van de toetsen X of Y kunt u nu kiezen: 0: toetsgeluid uit; deuralarm uit 1: toetsgeluid uit; deuralarm aan (na 4 minuten) 2: toetsgeluid uit; deuralarm aan (na 2 minuten) 3: toetsgeluid aan; deuralarm aan (na 2 minuten) ^ Raak de toets voor de instellingen aan. Op het display verschijnen alle selecteerbare symbolen. Het symbool 0 knippert. ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. De gekozen instelling wordt opgeslagen. Het symbool ) knippert. ^ Raak zo vaak de toetsen voor het instellen van de temperatuur (X of Y) aan totdat op het display het symbool ) knippert. ^ Raak de toets voor de instellingen aan om de instelmodus te verlaten. Doet u dat niet, dan haalt de elektronische besturing na ca. één minuut het toestel automatisch uit de instelmodus. 23 Andere instellingen wijzigen Lichtsterkte van het display s U kunt de lichtsterkte van het display aanpassen aan de lichtomstandigheden van de omgeving. De lichtsterkte van het display kunt u stapsgewijs instellen op standen 1 tot 3. In de fabriek is 3 ingesteld (maximale lichtsterkte). ^ Door de toets X of Y aan te raken, kunt u nu de lichtsterkte van het display wijzigen: 1: minimale lichtsterkte 2: normale lichtsterkte 3: maximale lichtsterkte. Lichtsterkte van het display wijzigen ^ Raak de toets voor de instellingen aan. Op het display verschijnen alle selecteerbare symbolen. Het symbool 0 knippert. ^ Raak zo vaak de toetsen voor het instellen van de temperatuur (X of Y) aan totdat op het display het symbool s knippert. ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. Op het display knippert de laatst gekozen instelling. Het symbool s brandt. 24 ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. De gekozen instelling wordt opgeslagen. Het symbool s knippert. ^ Raak de toets voor de instellingen aan om de instelmodus te verlaten. Doet u dat niet, dan haalt de elektronische besturing na ca. één minuut het toestel automatisch uit de instelmodus. Temperatuur en luchtkwaliteit Wijnen worden, afhankelijk van de omgevingsvoorwaarden, steeds beter. Zowel de temperatuur als de kwaliteit van de lucht zijn van doorslaggevend belang voor de houdbaarheid van de wijn. Dankzij een constante temperatuur, die op de wijn is afgestemd, een verhoogde luchtvochtigheid en een geurvrije omgeving heersen in deze wijnkoelkast optimale bewaaromstandigheden voor uw wijn. Bovendien garandeert de wijnkoelkast een trillingsarme omgeving, zodat het rijpingsproces van de wijn niet wordt verstoord. Temperatuur Wijn kunt u bij een temperatuur tussen 6 en 18 °C bewaren. Wanneer u rode en witte wijnen samen wilt bewaren, kiest u een temperatuur tussen 12 en 14 °C. Deze is zowel voor witte als voor rode wijnen geschikt. Een te hoge bewaartemperatuur (meer dan 22 °C) laat wijnen te snel rijpen, zodat aroma's zich niet verder kunnen ontplooien. Als de bewaartemperatuur daarentegen te laag is (lager dan 5 °C) kan de wijn niet optimaal rijpen. Wijnsoort Aanbevolen drinktemperatuu r Lichte, fruitige rode wijnen: +14 °C tot +16 °C Zware rode wijnen: +18 °C Roséwijnen: +8 °C tot +10 °C Fijne aromatische +8 °C tot +12 °C witte wijnen: Zware of zoete witte wijnen: +12 °C tot +14 °C Champagne, schuimwijn, prosecco: +6 °C tot +10 °C Tip: Bewaar de wijn 1 tot 2 °C koeler dan de desbetreffende aanbevolen drinktemperatuur. Wijn wordt immers warmer bij het uitschenken in een glas. Zware rode wijnen moet u 2 tot 3 uur voorafgaand aan het drinken geopend laten staan, zodat de wijn zuurstof krijgt en zijn aroma's kan ontplooien. Wijn zet uit bij warmte en trekt samen bij koude. Temperatuurschommelingen veroorzaken stress voor de wijn, waardoor het rijpingsproces wordt onderbroken. Daarom is het heel belangrijk, voor een temperatuur te zorgen die vrijwel niet schommelt. 25 Temperatuur en luchtkwaliteit Veiligheidsvoorziening bij te lage omgevingstemperaturen Om de wijn tegen lage temperaturen te beschermen, zorgt een veiligheidsthermostaat ervoor dat de temperatuur in het toestel niet te laag kan dalen. Mocht de omgevingstemperatuur ooit lager zijn, schakelt in het toestel automatisch een verwarming in die de binnentemperatuur constant houdt. Als de omgevingstemperatuur nog verder daalt, wordt het toestel uiteindelijk automatisch uitgeschakeld. Temperaturen instellen U kunt de temperatuur voor de beide temperatuurzones afzonderlijk instellen. ^ Raak de sensortoets aan voor de temperatuurzone waarvoor u de temperatuur wilt wijzigen, zodat deze geel oplicht. Op het display verschijnt de actuele temperatuur van de geselecteerde temperatuurzone. ^ Stel met de twee toetsen onder het display de temperatuur in. Door drukken op de toets Isolatieplaten voor een thermische scheiding Het toestel heeft een vaste isolatieplaat die de binnenruimte in twee verschillende temperatuurzones verdeeld. Daardoor kunnen tegelijkertijd verschillende wijnsoorten, bijv. rode wijn en champagne worden bewaard. De isolatielijsten op de binnenkant van de glazen deur voorkomen een temperatuuruitwisseling tussen de afzonderlijke zone. – daalt de temperatuur – stijgt de temperatuur. ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen of ^ wacht ongeveer 5 seconden nadat u de laatste keer op de toets hebt gedrukt. 26 Temperatuur en luchtkwaliteit Tijdens het instellen van de temperatuur wordt de temperatuurwaarde knipperend weergegeven. Mogelijke instelwaarden voor de temperatuur In elk van de beide temperatuurzones kunt u een temperatuur van 5 tot 20°C instellen. Volgende wijzigingen zijn in de temperatuurindicator merkbaar als u de toetsen aanraakt: Temperatuurindicator – De eerste keer dat u erop drukt: de laatst ingestelde temperatuurwaarde wordt knipperend weergegeven. De temperatuuraanduiding op het display geeft bij normale werking de daadwerkelijke temperatuur in de desbetreffende temperatuurzone weer. – Telkens wanneer u er opnieuw op drukt: de temperatuurwaarde verandert in stappen van 1 °C. Als de temperatuur in een zone niet binnen het mogelijke temperatuurbereik ligt, knipperen op het display alleen streepjes. – Uw vinger op de toets laten rusten: de temperatuurwaarde verandert permanent. Afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de instelling kan het enkele uren duren voor de gewenste temperatuur bereikt is en permanent wordt weergegeven. Ongeveer 5 seconden nadat u de laatste keer op de toets hebt gedrukt, geeft de temperatuuraanduiding de daadwerkelijke temperatuurwaarde weer die momenteel in de temperatuurzone heerst. Wanneer u de temperatuur hebt gewijzigd, duurt het enige tijd voordat de gewenste temperatuur is bereikt. De temperatuuraanduiding op het display geeft altijd de daadwerkelijke temperatuur weer. 27 Temperatuur en luchtkwaliteit Luchtkwaliteit en -vochtigheid In een gewone koelkast is de luchtvochtigheid voor wijn te laag. Daarom is een koelkast niet geschikt om wijn te bewaren. Voor het bewaren van wijn is een hoge luchtvochtigheid heel belangrijk om de kurk van de buitenkant vochtig te houden. Een lage luchtvochtigheid laat de kurk aan de buitenkant uitdrogen zodat de fles niet meer goed afgesloten is. Daarom moeten wijnflessen ook liggend worden bewaard, zodat de wijn de kurk aan de binnenkant vochtig houdt. Als lucht in de fles binnendringt, bederft iedere wijn onvermijdelijk! Bevochtig het klimaat in het toestel niet nog extra door er bijv. een kom met water in te zetten. De luchtvochtigheid neemt dan toe en condenseert in de binnenruimte. Het condenswater kan schade veroorzaken aan het toestel zoals bijv. corrosie. DynaCool (constante luchtvochtigheid) m Met DynaCool neemt de relatieve luchtvochtigheid in het gehele toestel toe. Tevens worden luchtvochtigheid en temperatuur gelijkmatig verdeeld, zodat al uw wijnen onder even goede omstandigheden worden bewaard. Op die manier wordt in de binnenruimte permanent voor een klimaat gezorgd dat overeenkomt met het klimaat in een wijnkelder. DynaCool inschakelen Als u de wijnkoelkast voor het langdurig bewaren van wijn gebruikt, is het aan te raden de functie DynaCool ingeschakeld te laten. ^ Druk op de toets voor een constante luchtvochtigheid, zodat die stralend geel oplicht. Ook als u DynaCool niet ingeschakeld hebt, schakelt het toestel altijd wanneer de koeling aanslaat, automatisch de ventilatoren in. Daardoor wordt gewaarborgd dat voor uw wijn het optimale klimaat behouden blijft. Als de toesteldeur wordt geopend, worden de ventilatoren automatisch tijdelijk uitgeschakeld! 28 Temperatuur en luchtkwaliteit DynaCool uitschakelen Omdat het energieverbruik en de geluidsontwikkeling iets hoger zijn wanneer DynaCool ingeschakeld is, kunt u DynaCool tussendoor uitschakelen. ^ Druk op de toets voor een constante luchtvochtigheid, zodat die niet meer stralend geel oplicht. Luchtverversing via actieve-koolfilter De actieve-koolfilter zorgt voor een optimale luchtverversing en dus voor een hoge luchtkwaliteit. De verse buitenlucht komt via de actieve-koolfilter in het toestel. Deze wordt dan door ventilatoren (functie DynaCool) gelijkmatig in de binnenruimte verdeeld. De filtering van de buitenlucht door de actieve-koolfilter zorgt ervoor dat alleen verse stof- en geurloze lucht in het toestel geraakt. Uw wijn is dan bovendien tegen een mogelijke geuroverbrenging beschermd, want geuren kunnen zich via de kurk op de wijn overdragen. De actieve-koolfilter moet regelmatig worden vervangen. Een aanduiding op het display — herinnert u daaraan (zie "Actieve-koolfilters"). 29 Temperatuur- en deuralarm Deze wijnklimaatkast is uitgerust met een waarschuwingssysteem in de vorm van een akoestisch en optisch signaal. Daarmee wordt voorkomen dat de temperatuur in de twee temperatuurzones ongemerkt stijgt of daalt en de wijn daarmee zou kunnen schaden. Waarschuwingssignaal vroegtijdig uitschakelen Temperatuuralarm ^ Tip daarvoor de toets voor het uitschakelen van de zoemer bij temperatuuralarm aan. Stijgt of daalt de temperatuur in een van de wijnklimaatzones te veel, dan gaat er een zoemer, begint in het bedieningsveld de toets van de desbetreffende wijnklimaatzone te knipperen en begint in het display tegelijk alarmsymbool ; te knipperen. Het akoestische en optische signaal wordt gegeven – als u het toestel inschakelt en de temperatuur die op dat moment in een temperatuurzone heerst te veel verschilt van de temperatuur die u heeft ingesteld; – als u flessen hersorteert of eruit haalt en er daarbij te veel warme lucht in de ruimte stroomt; – als u een vrij groot aantal flessen wijn in het toestel legt; – na een stroomonderbreking, Zodra de juiste temperatuur weer is bereikt, houdt de zoemer op, gaat alarmsymbool ; uit en brandt de toets van de desbetreffende wijnklimaatzone weer constant. 30 Als het waarschuwingssignaal u stoort, kunt u het vroeger uitschakelen. De zoemer houdt op. De toets van de desbetreffende wijnklimaatzone in het bedieningsveld en alarmsymbool ; in het display blijven knipperen totdat de juiste temperatuur weer is bereikt. Veiligheidsvoorziening bij te lage omgevingstemperaturen Om de wijn tegen lage temperaturen te beschermen, zorgt een veiligheidsthermostaat ervoor dat de temperatuur in het toestel niet te laag kan dalen. Mocht de omgevingstemperatuur ooit lager zijn, schakelt in het toestel automatisch een verwarming in die de binnentemperatuur constant houdt. Als de omgevingstemperatuur nog verder daalt, wordt het toestel uiteindelijk automatisch uitgeschakeld. Temperatuur- en deuralarm Deuralarm Wanneer de deur van het toestel langer dan ca. twee minuten openstaat, gaat er een zoemer, beginnen in het bedieningsveld de twee sensortoetsen van de wijnklimaatzones te knipperen en begint in het display alarmsymbool ; te knipperen. Nadat de deur is dichtgedaan, gaat de zoemer uit en gaan de twee sensortoetsen van de wijnklimaatzones en alarmsymbool ; uit. Deuralarm voortijdig uitschakelen Als het waarschuwingssignaal u stoort, kunt u het vroeger uitschakelen. ^ Tip daarvoor de toets voor het uitschakelen van de zoemer bij deuralarm aan. De zoemer gaat uit; de twee sensortoetsen van de wijnklimaatzones blijven knipperen en alarmsymbool ; blijft branden, totdat de deur weer is gesloten. Klinkt er geen zoemer, hoewel er wel sprake is van een deuralarm, dan is deze uitgeschakeld. Zie hoofdstuk "Andere instellingen wijzigen Akoestische signalen". 31 Presenteerverlichting Als u uw wijnflessen ook wanneer de toesteldeur dicht is stijlvol wilt presenteren, kunt u de binnenverlichting zo instellen dat deze ook ingeschakeld blijft wanneer de toesteldeur dicht is. Beide temperatuurzones zijn van een eigen verlichtingslijst voorzien zodat de beide zones verlicht worden. Dankzij het gebruik van leds in de verlichtingslijsten is aantasting van de wijn door verwarming of uv-licht uitgesloten. Presenteerverlichting in- en uitschakelen ^ Raak de toets voor het in- en uitschakelen van de presenteerverlichting aan, zodat deze stralend geel oplicht. De binnenverlichting is nu in beide temperatuurzones ook ingeschakeld wanneer de toesteldeur dicht is. Lichtsterkte van de presenteerverlichting instellen U kunt de lichtsterkte van de presenteerverlichting wijzigen. ^ Raak de toets voor het in- en uitschakelen van de presenteerverlichting aan, zodat deze stralend geel oplicht. ^ Raak opnieuw de sensortoets voor de presenteerverlichting aan en hou uw vinger op de toets (ca. 4 seconden) totdat i knippert op het display (na 2 seconden knippert ^). ^ Stel de lichtsterkte in met de toetsen voor het instellen van de temperatuur (X en Y). Daartoe moet u de toetsen ingedrukt houden. De verstelling verloopt direct en traploos. Door drukken op de toets – wordt de verlichting zwakker Om de presenteerverlichting weer uit te schakelen, ^ raakt u de toets voor het in- en uitschakelen van de presenteerverlichting aan, zodat deze niet langer een stralend gele kleur heeft. De binnenverlichting is nu uitgeschakeld wanneer de toesteldeur dicht is. 32 – wordt de verlichting krachtiger. ^ Raak de toets OK aan om de gekozen instelling te bevestigen. Presenteerverlichting De ingestelde lichtsterkte wordt voor beide temperatuurzones opgeslagen. Op het display verschijnt opnieuw de temperatuuraanduiding. Zodra de toesteldeur wordt gesloten, brandt de presenteerverlichting met de ingestelde lichtsterkte. Zodra de toesteldeur wordt geopend, brandt weer de normale binnenverlichting. Door drukken op de toets – hiermee wordt de verlichtingsduur met 30 minuten verlaagd, Verlichtingsduur van de presenteerverlichting instellen De verlichtingsduur van de presenteerverlichting is bij levering van het toestel op 30 minuten ingesteld. U kunt de verlichtingsduur op 30, 60, 90 minuten tot 00 (oneindig) instellen. De presenteerverlichting brandt dan met de door u gekozen lichtsterkte. ^ Open de toesteldeur. – hiermee wordt de verlichtingsduur met 30 minuten verhoogd. ^ Raak de toets OK aan om de gekozen instelling te bevestigen. De ingestelde verlichtingsduur wordt voor beide temperatuurzones opgeslagen. Op het display verschijnt opnieuw de temperatuuraanduiding. ^ Raak de toets voor het in- en uitschakelen van de presenteerverlichting aan, zodat deze stralend geel oplicht. ^ Raak opnieuw de sensortoets voor de presenteerverlichting aan en hou uw vinger op de toets (ca. 2 seconden) totdat ^ knippert op het display. ^ Stel de verlichtingsduur in met de toetsen voor het instellen van de temperatuur (X en Y). De tijden (in minuten) worden knipperend weergegeven. Het aftellen van de ingestelde verlichtingsduur begint opnieuw vanaf het begin zodra u de toesteldeur opent en weer sluit. De lichtafdekkingen mogen niet worden verwijderd! Als de afdekkingen beschadigd zijn of door beschadiging moesten worden verwijderd - Wees voorzichtig! Bekijk de verlichting (laserstralen klasse 1M) niet met optische instrumenten! 33 Wijnflessen bewaren Trillingen en bewegingen hebben een negatief effect op het rijpingsproces van de wijn. Ze kunnen de smaak van de wijn beïnvloeden. Om bij het uitnemen van wijnflessen de andere wijnflessen rustig te kunnen laten liggen, moet u gelijkaardige wijnsoorten zoveel mogelijk op hetzelfde houten rooster naast elkaar bewaren. Bovendien moet u wijnflessen beter niet op het houten rooster stapelen. Wijnen moeten in het ideale geval altijd liggend worden bewaard. Zo blijft de kurk aan de binnenzijde vochtig en kan er geen lucht in de fles binnendringen. 34 Houten roosters De houten roosters bevinden zich op drie telescopische geleiders, die ver uittrekbaar zijn. Zo kunt u gemakkelijk wijnflessen in het toestel leggen en eruit nemen. Wijnflessen bewaren Houten roosters verplaatsen De houten roosters kunt u uit het toestel verwijderen en terugplaatsen. ^ Schuif het houten rooster tot aan de aanslag in het toestel d ^ Druk het houten rooster volledig naar achteren, zodat het aan de voorkant vergrendelt. ^ Trek er het houten rooster tot aan de aanslag uit a . ^ Haal het houten rooster achteraan uit de vergrendeling. Hiertoe moet u het houten rooster achteraan rechts en links optillen b. ^ Druk het houten rooster naar onder, zodat het aan de achterkant vergrendelt e. ^ Neem er het houten rooster naar voren toe uit. ^ Om het houten rooster opnieuw aan te brengen plaatst u hem op de uitgetrokken rails c. De uitsparingen in het houten rooster passen op de houdpennen. Daarbij wijst de magnetische strook naar voren. 35 Wijnflessen bewaren Houten roosters aanpassen De afzonderlijke spijlen van de houten roosters kunnen worden verstoken om de opening ertussen aan te passen aan een specifieke flesgrootte. Elke fles kan dus in een veilige positie worden bewaard. ^ Als u afzonderlijke spijlen van het houten rooster wilt versteken of verwijderen, neemt u deze gewoon langs boven weg. Het houten rooster is nu perfect op de grootte van uw wijnflessen afgestemd. Schrijven op de voorkant van de houten roosters Om een goed overzicht te hebben van de bewaarde wijnsoorten, vindt u op de voorkant van elk houten rooster een magnetische strook. Die is bekleed met schoolbordverf, waardoor u erop kunt schrijven. Gebruik het bijgeleverde krijt om te schrijven op de magnetische strook op de voorkant van de houten roosters. Zo krijgt u een goed overzicht van de voorradige wijnsoorten. ^ Neem de magnetische strook links en rechts vast en neem deze langs voren weg. De magnetische stroken worden door magneten op het houten rooster gehouden. ^ Schrijf informatie op de magnetische strook met het bijgeleverde krijt en bevestig deze vervolgens weer op de voorkant van het houten rooster. ^ Informatie die u wilt verwijderen, kunt u met een vochtige doek wissen van de magnetische strook. Reinig de magnetische stroken niet met een reinigingsmiddel, maar alleen met helder water. De speciale laag van tafellak kan anders worden beschadigd! 36 Wijnflessen bewaren Decoratief rooster Maximuminhoud Plaats het decoratieve rooster helemaal onderaan in het toestel (zie "Beschrijving van het toestel"). In totaal kunt u maximaal 34 flessen (0,75 l; flesvorm: bordeauxfles) in het toestel bewaren: 14 in de bovenste zone en 20 in de onderste zone. Het aantal van 34 flessen kan alleen worden bereikt door gebruik te maken van alle houten roosters. Elk afzonderlijk houten rooster mag maximaal met 25 kg worden beladen! Hou er wel rekening mee dat het stapelen van wijnflessen op de houten roosters niet aan te bevelen is! 37 Automatisch ontdooien Terwijl de compressor werkt, kunnen er rijm en waterpareltjes worden gevormd op de achterwand van het toestel. U hoeft dit niet te verwijderen, doordat het toestel automatisch ontdooit. 38 Reiniging en onderhoud Vóór het reinigen Zorg ervoor dat er geen water in de elektronica, het ventilatierooster of in de verlichting geraakt. Gebruik geen hogedrukreiniger. De stoom kan op onderdelen van het toestel terechtkomen die onder spanning staan. Zo kan er kortsluiting optreden. Het typeplaatje in het toestel mag niet worden verwijderd. In geval van een storing hebt u dat nodig! Om schade aan de oppervlakken te voorkomen, mogen de volgende middelen niet worden gebruikt om de oppervlakken te reinigen: ^ Schakel het toestel uit. ^ Trek de stekker uit of schakel de desbetreffende zekering in uw zekeringkast uit. ^ Haal de wijnflessen uit het toestel en bewaar ze op een koele plaats. ^ Neem alle onderdelen die uit het toestel genomen kunnenworden uit het toestel om ze te reinigen. ^ Alvorens de houten roosters te reinigen, moet u de magnetische stroken verwijderen (zie "Schrijven op de voorkant van de houten roosters"). – reinigingsmiddelen die soda, ammoniak, zuur of chloor bevatten, – kalkoplossende reinigingsmiddelen, – schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, schuurmelk, poetsstenen, – reinigingsmiddelen met oplosmiddel, – reinigingsmiddelen voor roestvrij staal, – vaatwas-reinigingsmiddelen, – ovensprays, – glasreiniger (behalve voor het glas in de toesteldeur), – schurende harde sponsjes en borstels, zoals bijv. schuursponsjes, – speciale "wondersponsen", – scherpe metaalschrapers! 39 Reiniging en onderhoud Binnenruimte, toebehoren en toesteldeur Reinig het toestel regelmatig, minstens één keer per maand. Verwijder vuil onmiddellijk en laat het niet aandrogen. ^ Reinig de binnenruimte met lauw water en wat handafwasmiddel. ^ Reinig alle onderdelen van hout met een lichtjes vochtige doek. Deze mogen niet nat worden. ^ Reinig de magnetische stroken vooraan op de houten roosters niet met een reinigingsmiddel, maar alleen met helder water. De speciale laag van tafellak kan anders worden beschadigd! ^ Veeg de binnenruimte en het toebehoren na de reiniging af met schoon water en wrijf alles droog met een doek. Laat de deur van het toestel korte tijd open staan. ^ Gebruik voor reiniging en onderhoud van roestvrijstalen oppervlakken aan de binnen- en buitenkant van het toestel het Miele onderhoudsmiddel voor roestvrij staal (verkrijgbaar via de Technische Dienst van Miele). Het middel bevat, in tegenstelling tot een reinigingsmiddel voor roestvrij staal, geen schurende stoffen en ontziet het materiaal. Daardoor wordt vuil zacht verwijderd en vormt zich bij elk gebruik een water- en vuilafstotende beschermende film. ^ Wrijf de roestvrijstalen oppervlakken in elk geval na elke reiniging voor onderhoud in met het Miele onderhoudsmiddel voor roestvrij staal. Daardoor vormt zich bij elk gebruik een water- en vuilafstotende beschermende film. Het roestvrijstalen oppervlak wordt beschermd en wordt niet meer zo snel opnieuw vuil. ^ Reinig de toesteldeur met een glasreiniger. 40 Reiniging en onderhoud Luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen ^ Reinig alle luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen regelmatig met een borsteltje of een stofzuiger. Afzettingen van stof verhogen het stroomverbruik. Na het reinigen ^ Plaats alle onderdelen in het toestel. ^ Sluit het toestel weer aan en schakel het in. ^ Leg de wijnflessen opnieuw in het toestel en sluit de toesteldeur. Deurdichting Behandel de deurdichting niet met olie of vet. Daardoor wordt de deurdichting na verloop van tijd poreus. ^ Reinig de deurdichting regelmatig uitsluitend met schoon water en wrijf ze daarna grondig droog met een doek. Luchtfilter ^ Reinig de luchtfilter achter de afdekking minstens één keer per jaar met de stofzuiger. Verwijder de luchtfilter en zuig hem aan beide kanten schoon. Door een vuile luchtfilter kan het gebeuren dat het toestel onvoldoende koelt. 41 Actievekoolstoffilter De verse buitenlucht komt via de actievekoolstoffilter in het toestel. De filtering van de buitenlucht door de actievekoolstoffilter zorgt ervoor dat alleen verse stof- en geurloze lucht in het toestel geraakt. Uiterlijk om de 12 maanden wordt u gevraagd om de actievekoolstoffilter te vervangen. ^ Trek het achterste gedeelte van de filter van de afdekking. Als op het display het lampje voor de actievekoolstoffilter rood — oplicht, moet de actievekoolstoffilter worden vervangen. Actievekoolstoffilter vervangen ^ Steek de nieuwe filter op de afdekking. ^ Plaats de filter. ^ Druk er de filter in en laat de filter weer los. ^ Druk er de filter in en laat de filter weer los. De filter wordt automatisch vergrendeld, er is een klikgeluid te horen. ^ Trek de filter uit. 42 De actievekoolstoffilters zijn verkrijgbaar via de Service After Sales van Miele, bij uw Miele-handelaar of in de Miele Online Shop. Actievekoolstoffilter Om te bevestigen dat u de filter hebt vervangen, ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. ^ Raak de toets voor de instellingen aan. De gekozen instelling wordt opgeslagen. Het symbool — knippert. Op het display verschijnen alle selecteerbare symbolen. Het symbool 0 knippert. ^ Raak zo vaak de toetsen voor het instellen van de temperatuur (X of Y) aan totdat op het display het symbool — knippert. ^ Raak de toets voor de instellingen aan om de instelmodus te verlaten. Doet u dat niet, dan haalt de elektronische besturing na ca. één minuut het toestel automatisch uit de instelmodus. De aanduiding voor vervanging van de actievekoolstoffilters — gaat uit. ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. Op het display knippert een 1 (betekenis: actievekoolstoffilter is geïnstalleerd in het toestel). Het symbool — brandt. ^ Raak zo vaak de toetsen voor het instellen van de temperatuur (X of Y) aan totdat een 2 (betekenis: de teller wordt teruggezet in zijn beginstand) verschijnt op het display. 43 Storingen verhelpen U kunt de meeste storingen en fouten die in het dagelijkse gebruik optreden zelf verhelpen. Het volgende overzicht moet u daarbij helpen. Kunt u daarmee de oorzaak van een storing niet vinden of verhelpen, neem dan contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele. Om het koudeverlies zo beperkt mogelijk te houden, opent u indien mogelijk de deur van het toestel niet tot de storing verholpen is. De installatie, onderhoudswerken en herstellingen mogen alleen door gekwalificeerde vakmensen worden uitgevoerd. Door ondeskundig uitgevoerde installaties, onderhoudswerken of herstellingen kunnen er niet te onderschatten risico's ontstaan voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Het toestel heeft geen koelvermogen. Probleem Oorzaken Oplossing De binnenverlichting werkt niet terwijl de toesteldeur geopend is en de temperatuuraandui ding brandt niet op het display. Het toestel is niet ingeschakeld. ^ Schakel het toestel in. De temperatuuraanduiding moet branden op het display. De stekker steekt niet goed in het stopcontact. ^ Steek de stekker in het stopcontact. Wanneer het toestel uitgeschakeld is, verschijnt op het display het netaansluitingssymbool t. Controleer of de desbetreffende zekering in uw zekeringkast is gesprongen, omdat er een probleem is met de wijnkoelkast, de elektrische spanning in uw huis of een ander toestel. ^ Als dat het geval is, doet u een beroep op een elektricien of de dienst Herstellingen aan huis van Miele. 44 Storingen verhelpen Het toestel kan De demofunctie is worden bediend en ingeschakeld. Het symbool de r brandt op het display. binnenverlichting van het toestel werkt. ^ Schakel de demofunctie uit (zie "Informatie voor handelaars – Demofunctie uitschakelen"). 45 Storingen verhelpen De compressor schakelt steeds vaker in en werkt steeds langer, zodat de temperatuur in het toestel daalt. Probleem Oorzaken Oplossing De temperatuur in het toestel is te koud. De temperatuur in het toestel is te laag ingesteld. ^ Stel een andere temperatuur in. De toesteldeur sluit niet goed. ^ Controleer of de toesteldeur goed sluit. De toesteldeur werd vaak geopend. ^ Open de toesteldeur alleen indien nodig en altijd zo kort mogelijk. De ventilatieopeningen zijn ^ Dek de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen niet afgedekt of zitten onder het af en verwijder regelmatig stof. het stof van deze openingen. 46 Er zit stof in de luchtfilter. ^ Reinig de luchtfilter (zie "Reiniging en onderhoud"). De kamertemperatuur is te warm. ^ Zorg voor een lagere kamertemperatuur. Storingen verhelpen Aanduidingen op het display Probleem Oorzaken Het alarmsymbool Het deuralarm werd ; brandt en op het geactiveerd. bedieningspaneel knipperen de beide sensortoetsen voor de temperatuurzones. Er weerklinkt ook een waarschuwingssig naal. Het alarmsymbool ; en de sensortoets voor een temperatuurzone knipperen. Er weerklinkt ook een waarschuwingssig naal. De desbetreffende wijntemperatuurzone is te warm of te koud ten opzichte van de ingestelde temperatuur, omdat bijv . – de toesteldeur vaak geopend werd, – de ventilatieroosters afgedekt waren, Oplossing ^ Sluit de toesteldeur. De beide sensortoetsen voor de temperatuurzones en het alarmsymbool ; gaan uit. Het akoestische waarschuwingssignaal stopt. ^ Verhelp de alarmtoestand. Het alarmsymbool ; gaat uit en de sensortoets voor de desbetreffende temperatuurzone brandt weer continu. Het akoestische waarschuwingssignaal stopt. – er zich een lange stroomonderbreking heeft voorgedaan. De aanduiding voor Dit betekent dat u de vervanging van de actievekoolstoffilter moet actievekoolstofvervangen. filter — brandt. In de temperatuuraandui ding brandt/ knippert een streepje. ^ Vervang de actievekoolstoffilter en bevestig vervolgens in de instelmodus dat u de filter hebt vervangen (zie "Actievekoolstoffilter"). Er wordt slechts een temperatuur aangegeven als de temperatuur in het toestel binnen het weergeefbare bereik ligt. 47 Storingen verhelpen Er verschijnt "F1" tot "F3" of "S1" tot "S9". 48 Er zit een storing in het toestel. ^ Neem contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele. Storingen verhelpen Binnenverlichting Probleem Oorzaken Oplossing De binnenverlichting werkt niet. De binnenverlichting wordt automatisch uitgeschakeld als de toesteldeur ca. 15 minuten openstaat. Dat voorkomt oververhitting. Is dat niet het geval, dan zit er een storing in het toestel. ^ Neem contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele. De presenteerverlichting is ingeschakeld. ^ Schakel de presenteerverlichting uit (zie "Presenteerverlichting"). De binnenverlichting brandt ook wanneer de toesteldeur dicht is. De lichtafdekkingen mogen niet worden verwijderd! Als de afdekkingen beschadigd zijn of door beschadiging moesten worden verwijderd Wees voorzichtig! Bekijk de verlichting (laserstralen klasse 1M) niet met optische instrumenten (een loep of dergelijke)! 49 Storingen verhelpen Overige storingen Probleem Oorzaken Er weerklinkt geen akoestische waarschuwingssig naal hoewel de toesteldeur lang openstaat. Dit is geen storing! Het akoestische alarmsignaal werd uitgeschakeld in de instelmodus (zie "Andere instellingen wijzigen – Akoestische signalen"). Het toestel kan niet De vergrendeling is worden ingeschakeld. Op het display brandt het symbool 0. uitgeschakeld. De spijlen van de houten roosters trekken krom. De volumeverandering door opgenomen vocht of drogen is een typische eigenschap van hout. Een hoge luchtvochtigheid in het toestel veroorzaakt het "werken" van onderdelen van hout. Het kan gebeuren dat onderdelen van hout vervormen of scheuren krijgen. Noesten en nerven in het hout behoren tot de karakteristieke kenmerken van het hout. Er ontstaat schimmel op de etiketten van de wijnflessen. Afhankelijk van de soort etiketkleefstof kan er lichte schimmelvorming op de etiketten ontstaan. 50 Oplossing ^ Schakel de vergrendeling uit (zie "Instellingen wijzigen – Vergrendeling in-/uitschakelen"). ^ Verwijder de schimmel volledig. Reinig de wijnflessen en verwijder eventuele kleefstofresten. Waar bepaalde geluiden vandaan komen Heel normale geluiden Waar komen ze vandaan? Brrrrr ... Gebrom komt van de motor (compressor). Dat kan even wat harder worden terwijl de motor wordt ingeschakeld. Blubb, blubb ... Geborrel, geklots of gezoem komt van het koelmiddel dat door de buisjes vloeit. Klik ... U hoort een klik telkens als de thermostaat de motor in- of uitschakelt. Sssrrrrr ... Bij toestellen met verschillende zones of bij NoFrost-modellen kunt u een zacht geruis horen van de luchtstroming in de binnenruimte van het toestel. Krak ... Wanneer het materiaal in uw toestel uitzet, kunt u gekraak horen. Hou ermee rekening dat motor- en stromingsgeluiden in het koelcircuit niet te vermijden zijn! Geluiden die u vlot kunt verhelpen Oorzaak Oplossing Geklepper, gerammel, gerinkel Het toestel staat niet waterpas. Stel het toestel waterpas. Schroef de voetjes in of uit het toestel of leg iets onder het toestel. Het toestel raakt andere toestellen of meubels. Schuif het toestel van de meubels of andere toestellen weg. Laden, korven of legplaten trillen of knellen. Controleer de uitneembare onderdelen en zet ze eventueel opnieuw op hun plaats. Flessen of recipiënten raken elkaar. Schuif de flessen of recipiënten wat uit elkaar. De kabelhouder hangt nog Neem de kabelhouder weg. tegen de achterwand van het toestel. 51 Miele|home a Miele|home praktisch huishoudtoestel b Miele{home communicatiemodule XKM3000Z c Miele|home praktisch huishoudtoestel met SuperVision-functie d Miele|home Gateway XGW3000 e WiFi-router f Verbinding met homeautomation systemen g Smartphone, tablet-pc, laptop h Verbinding met het internet 52 Miele|home Dit huishoudtoestel a/c beschikt over communicatiemogelijkheden en kan via een mits toeslag verkrijgbare communicatiemodule b en een eventueel benodigde extra uitrustingsset worden aangesloten op het Miele|home-systeem. Via het systeem Miele|home verzenden communicatiegeschikte huishoudtoestellen informatie over hun status en aanwijzingen voor het programmaverloop naar een displaytoestel c, bijv. een oven met SuperVision-functie. Informatie weergeven, huishoudtoestellen besturen In Duitsland kunnen de communicatiegeschikte huishoudtoestellen als alternatief voor het Miele|home Gateway in het QIVICON Smart Home platform worden geïntegreerd (www.qivicon.de). SmartStart Smart Grid-geschikte huishoudtoestellen kunnen automatisch op een bepaalde tijd worden gestart wanneer de stroom goedkoop is of wanneer er voldoende goedkope stroom (bijv. van het fotovoltaïsch zonnesysteem) beschikbaar is op het net. – SuperVision huishoudtoestel c Op het display van sommige communicatiegeschikte huishoudtoestellen kan de status van andere communicatiegeschikte huishoudtoestellen worden weergegeven. Vereist later aan te schaffen toebehoren – Mobiele eindapparaten g/ Met de pc, notebook, tablet-pc of een smartphone kunnen in het ebied van het thuis-WLAN e statusinformatie over de huishoudtoestellen worden weergegeven en sommige besturingsopdrachten worden uitgevoerd. – Miele|home Gateway XGW3000 – Thuisnetsysteem fMet de systeemoplossing Miele|home is een netwerkvorming thuis mogelijk. Met de Miele|home Gateway d kunnen de communicatiegeschikte huishoudtoestellen in andere thuisbussystemen worden geïntegreerd. – Communicatiemodule XKM3000Z – Extra uitrustingsset voor de communicatievoorbereiding XKV (afhankelijk van het huishoudtoestel) Het toebehoren beschikt over afzonderlijke installatie- en gebruiksaanwijzingen. Meer informatie Meer informatie over Miele|home vindt u op de website van Miele en in de gebruiksaanwijzingen van de afzonderlijke Miele|home componenten. 53 Service After Sales/garantie Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met Duur en voorwaarden van de garantie – uw Miele-handelaar De duur van de garantie bedraagt 2 jaar. of – de dienst Herstellingen aan huis van Miele. Het telefoonnummer van de dienst Herstellingen aan huis van Miele vindt u achter in deze gebruiks- en montageaanwijzing. Om u gericht te kunnen helpen, heeft de dienst Herstellingen aan huis van Miele het toesteltype en het serienummer van uw toestel nodig. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje in de binnenruimte van het toestel. 54 Voor meer informatie over de garantievoorwaarden in uw land neemt u contact op via het telefoonnummer van de dienst Consumentenbelangen (Productinformatie voor particulieren) van de N.V. Miele België. Het telefoonnummer vindt u achter in deze gebruiks- en montageaanwijzing. Gegevens voor testinstellingen De tests moeten volgens de van toepassing zijnde normen en richtlijnen worden uitgevoerd. Bij het voorbereiden en uitvoeren van de toesteltests moet ook rekening worden gehouden met de volgende gegevens van de fabrikant: – Beladingsplannen, – Opmerkingen in de gebruiks- en montageaanwijzing. 55 Informatie voor de handelaar Demofunctie r Dit apparaat kan met de zogenaamde "demofunctie" in de handel of in showrooms worden gepresenteerd. Dat houdt in dat de bediening en de binnenverlichting wel werken, maar de compressor uitgeschakeld blijft. Demofunctie inschakelen ^ Laat uw vinger op de X - toets rusten, totdat in het display symbool r verschijnt. ^ Laat de X - toets los. De demofunctie is ingeschakeld. Het symbool r brandt op het display. De demofunctie uitschakelen ^ Schakel het toestel uit met de aanuittoets. In het bedieningsveld gaat de sensortoetsen van de twee wijnklimaatzones uit. In het display gaat de temperatuuraanduiding uit en verschijnt symbool t. ^ Tip de X - toets aan en laat uw vinger op de toets rusten. Symbool r brandt in het display. ^ Raak de toets voor de instellingen aan. Op het display verschijnen alle selecteerbare symbolen. Het symbool 0 knippert. ^ Raak zo vaak de toetsen voor het instellen van de temperatuur (X of Y) aan totdat op het display het symbool r knippert. ^ Tip daarbij de aan-uittoets één keer aan en laat de X - toets niet los! ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. In het display knippert 1. Dit betekent dat de demofunctie is ingeschakeld. Symbool r brandt. 56 Informatie voor de handelaar ^ Tip de temperatuurtoetsen X of Y zo vaak aan, totdat in het display 0 verschijnt.Dit betekent dat de demofunctie is uitgeschakeld. ^ Raak de OK-toets aan om uw keuze te bevestigen. De gekozen instelling wordt opgeslagen. Het symbool r knippert. ^ Raak de toets voor de instellingen aan om de instelmodus te verlaten. Doet u dat niet, dan haalt de elektronische besturing na ca. één minuut het toestel automatisch uit de instelmodus. De demofunctie is uitgeschakeld.Symbool r gaat uit. 57 Elektrische aansluiting Het toestel wordt aansluitklaar geleverd voor wisselstroom van 50 Hz, 220 – 240 V. De zekering moet minstens 10 A bedragen. Het toestel moet worden aangesloten op een geaard stopcontact dat volgens de voorschriften is geïnstalleerd. De elektrische installatie moet uitgevoerd zijn overeenkomstig de plaatselijke voorschriften. Het toestel moet in geval van nood snel kunnen worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet. Daarom moet het stopcontact gemakkelijk toegankelijk zijn. Het mag zich dus niet achter het toestel bevinden. Als het stopcontact na de inbouw niet meer toegankelijk is, moet in de installatie een scheidingsinrichting voor elke pool voorhanden zijn. Als stroomonderbrekers kunnen schakelaars worden gebruikt met een contactopening van minstens 3 mm. Denk hierbij bijvoorbeeld aan LS-schakelaars, zekeringen en contactsluiters (EN 60335). De stekker en de aansluitkabel van het toestel mogen niet de achterzijde van het toestel raken. Anders kunnen de stekker en de aansluitkabel beschadigd raken door trillingen van het toestel. Dat kan een kortsluiting veroorzaken. Ook andere toestellen mogen niet worden aangesloten op stopcontacten die zich bevinden achter het toestel. 58 Aansluiting via een verlengkabel is niet toegestaan, aangezien verlengkabels niet voldoende veiligheidsgaranties bieden. Er bestaat onder andere gevaar voor oververhitting. Het toestel mag niet op gelijkstroom-wisselstroommutators worden aangesloten, die bijvoorbeeld bij stroomvoorziening op zonne-energie worden gebruikt. In dat geval kunnen er zich bij het inschakelen van het toestel spanningspieken voordoen, die ertoe kunnen leiden dat het toestel wordt uitgeschakeld om veiligheidsredenen. De elektronische besturing kan beschadigd raken! De stekker van de aansluitkabel van het toestel mag niet worden vervangen door een energiebesparende stekker (bijv. van het merk SavaPlug). Hierdoor wordt de energietoevoer naar het toestel verminderd en wordt het toestel te warm. Als de aansluitkabel moet worden vervangen, dan mag dat alleen worden uitgevoerd door een erkende vakman of vakvrouw die op de hoogte is van elektriciteitsaansluitingen. Montagerichtlijnen Opstelplaats Een niet-ingebouwd toestel kan kantelen! Side-by-side-opstelling Principieel mogen koelkasten en diepvriezers niet onmiddellijk naast ("side-by-side") andere modellen worden opgesteld, om condenswater en daaruit resulterende schade te vermijden. Dit wijntoestel kan echter onmiddellijk naast ("side-by-side") bepaalde modellen worden opgesteld! Vraag aan uw vakhandelaar welke combinaties met uw toestel mogelijk zijn! Kies geen plaats direct naast een fornuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct naar binnen schijnt. Hoe hoger de omgevingstemperatuur, hoe langer de compressor werkt en er meer stroom wordt verbruikt. Geschikt is een ruimte die kan worden verlucht. Neem de volgende opmerkingen in acht bij het opstellen van het toestel: – Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn in geval van nood. Het mag zich dus niet achter het toestel bevinden. – De stekker en de aansluitkabel van het toestel mogen niet de achterzijde van het toestel raken. Anders kunnen deze beschadigd raken door trillingen van het toestel. – Ook andere toestellen mogen niet worden aangesloten op stopcontacten die zich bevinden achter het toestel. 59 Montagerichtlijnen Luchttoevoer en -afvoer Klimaatklasse Het toestel is bestemd voor een bepaalde klimaatklasse (kamertemperatuur), waarvan de grenzen moeten worden aangehouden. De klimaatklasse is vermeld op het typeplaatje in de binnenruimte van het toestel. Klimaatklasse Kamertemperatuur SN N ST T +10 °C tot +32 °C +16 °C tot +32 °C +16 °C tot +38 °C +16 °C tot +43 °C Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de compressor gedurende lange tijd niet werkt. Dit kan tot hogere temperaturen in het toestel leiden, waardoor schade kan ontstaan. De luchttoevoer en luchtafvoer van het toestel verloopt via de sokkel van het toestel. De lucht in de sokkel van het toestel wordt warm. Voor de koeling van het toestel is het zeer belangrijk dat de nis zo geconstrueerd is dat de luchtafvoer en luchttoevoer niet worden gehinderd. Het verluchtingsrooster in de sokkel van het toestel mag niet afgedekt of afgesloten worden. Bovendien moeten de luchttoevoeren luchtafvoeropeningen regelmatig van stof worden ontdaan. Het bijgeleverde verluchtingsrooster moet in ieder geval worden ingebouwd en samen met het bijgeleverde schuimstofblok worden gebruikt. 60 Montagerichtlijnen Voor u het toestel inbouwt De uitsparing in het sokkelpaneel moet ten overstaan van het toestel gecentreerd zijn. ^ Verwijder de kabelhouder aan de achterzijde van het toestel. ^ Controleer of de delen aan de achterwand van het toestel nergens tegenaan kunnen komen. Buig eventueel in de weg zittende delen voorzichtig weg. Openingsbegrenzer van de deur Met behulp van de openingsbegrenzer van de deur kunt u de openingshoek van de toesteldeur tot 90° begrenzen. Daardoor wordt bijv. verhinderd dat de toesteldeur als ze wordt geopend tegen een aangrenzende muur zou slaan en wordt beschadigd. 61 Afmetingen van het toestel Zorg er voor de inbouw voor dat de inbouwnis precies de aangegeven inbouwafmetingen heeft. De aangegeven dwarsdoorsneden voor de luchttoevoer en luchtafvoer moeten beslist worden aangehouden. Bovendien moet de uitsparing in het sokkelpaneel voor het bijgeleverde verluchtingsrooster ten overstaan van het toestel gecentreerd zijn, om een goede werking van het toestel te kunnen waarborgen. Het bijgeleverde verluchtingsrooster moet in ieder geval worden ingebouwd en samen met het bijgeleverde schuimstofblok worden gebruikt. 62 Het veranderen van de draairichting van de deur De draairichting mag alleen door minstens 2 erkende vaklieden worden veranderd. Het toestel wordt geleverd met een rechtsscharnierende deur.Moet de deur linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting. ,De tweede persoon moet de deur vasthouden. Wees voorzichtig! Zodra een scharnier wordt losgeschroefd, staat de deur niet meer stevig! Bescherm de glazen deur door van tevoren een dik karton op de grond te leggen waar u de deur op kunt leggen. ^ Draai de schroeven b eerst uit het scharnier aan de onderkant. ^ Neem de afdekplaatjes a ^ Draai de schroeven c daarna uit het scharnier aan de bovenkant. ^ Neem de deur d eraf. 63 Het veranderen van de draairichting van de deur ^ Leg de losse deur op een stabiele ondergrond met de buitenkant naar beneden. Klap de scharnieren niet samen om te voorkomen dat u zich bezeert! ^ Draai schroeven g er uit. ^ Klik de afdekkingen e aan de onderkant en de bovenkant eruit. ^ Trek de afstandhouder f uit de deur, draai de afstandhouder 180° en plaats deze op de andere kant van de deur. ^ Zet de scharnieren diagonaal weer tegen de deur aan h. 64 Het veranderen van de draairichting van de deur ^ Draai de schroeven i er daarna weer in. ^ Klik de afdekkingen j erop en let daarbij op de positie van de uitsparingen op de scharnieren. ^ Neem de afdekplaatjes k eraf. ^ Trek de montagehoek aan de bovenkant uit het toestel en zet de hoek er aan de andere kant weer op l. 65 Het veranderen van de draairichting van de deur ,De tweede persoon moet de deur vasthouden. ^ Trek de montagehoek aan de onderkant uit het apparaat en zet de ^ Schroef het scharnier o aan de bovenkant stevig vast. hoek er aan de andere kant weer op m. ^ Plaats de deur n op de montagehoeken. 66 ^ Schroef het scharnier p aan de onderkant stevig vast. ^ Bouw het toestel nu in. Toestel onder een werkvlak inbouwen Het toestel voorbereiden Plaats het toestel met zijn tweeën. ^ Bouw het toestel enkel in een inbouwnis in waarvan de bodem waterpas en effen is. De luchtfilter voorkomt dat vuil in de compressorruimte binnendringt. Daardoor wordt een storing van de werking van het toestel vermeden. ^ De inbouwnis moet horizontaal en verticaal waterpas zijn. ^ De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen moeten in elk geval in acht worden genomen (zie "Opmerkingen omtrent de montage – Luchttoevoer en -afvoer"; "Inbouwafmetingen"). Voor de inbouw van het toestel hebt u het volgende gereedschap nodig: ^ Trek de beschermfolie van de luchtfilter a. – schroevendraaiers van verschillende groottes ^ Plaats de luchtfilter onderaan links in de sokkel van het toestel. – waterpas ^ Sluit het toestel met het elektrische snoer aan op de stroomvoorziening (zie "Elektrische aansluiting"). – meetband Voor de inbouw in de nis hebt u de bijgeleverde montage-elementen nodig: – ventilatierooster – luchtfilter – schuimstofblok voor de luchtgeleiding in de stokkel van het toestel – schroeven voor de bevestiging in de nis – sleutel voor het instellen van de hoogte in de nis 67 Toestel onder een werkvlak inbouwen ^ Schuif het toestel voor de inbouwnis. ^ Draai de regelvoetjes b met de wijzers van de klok mee uit tot 4 mm onder de nishoogte. U kunt de regelvoetjes ofwel met de bijgeleverde gaffelsleutel c of met een inbussleutel d uitdraaien. 68 Toestel onder een werkvlak inbouwen ^ Ga na of de aangrenzende meubeldeuren dezelfde hoogte hebben als de voorkant van het toestel. Als de hoogte van de belendende meubeldeuren verschillend is, lees dan "Toestel aan hogere meubeldeuren aanpassen". Staan de belendende meubeldeuren op gelijke hoogte met de hoogte van het toestel: Plaats het toestel waterpas, zowel horizontaal als verticaal. Een schuin geplaatst toestel kan vervormen. ^ Open de deur. Daarvoor drukt u tegen de voorkant van de deur. De deuropener e steekt vooruit. ^ Deactiveer de openingshulp van de deur voorlopig door de deuropener af te trekken. 69 Toestel onder een werkvlak inbouwen Toestel uitlijnen ten opzichte van hogere meubeldeuren Het ventilatierooster moet exact voor uitblaasopening aangebracht zijn, om schade aan het toestel te voorkomen. Wilt u het toestel onderaan afdekken, dan moet u absoluut de luchtaanvoer en -afvoer waarborgen. Als de deuren van de omringende keukenmeubels a hoger zijn dan de deur van de wijnklimaatkast, kan de wijnklimaatkast op dezelfde hoogte van de omringende deuren worden ingebouwd en de ruimte eronder of erboven met een opvulpaneel b worden opgevuld. Het opvulpaneel moet op maat van de inbouwsituatie worden gemaakt. ^ Bevestig het bevestigingshoekprofiel c op de achterkant van het opvulpaneel b. Om het opvulpaneel te bevestigen, hebt u het bevestigingshoekprofiel nodig c. Dit is verkrijgbaar bij de Service After Sales van Miele of bij uw Miele-handelaar. U kunt het bevestigingsprofiel naar wens op of onder het toestel monteren. 70 ^ Trek het toestel zo ver uit de inbouwnis tot u het kunt kantelen. Toestel onder een werkvlak inbouwen ^ Bevestig het bevestigingshoekprofiel met het opvulpaneel aan het toestel door de schroeven lichtjes in te draaien. ^ Lijn via de langwerpige gaten het opvulpaneel uit ten opzichte van de deur van de wijnklimaatkast, zodat u een effen front verkrijgt. ^ Draai de schroeven vast. ^ U kunt het toestel nu in de inbouwnis schuiven. Toestel in de nis schuiven Let er bij het inschuiven op dat het elektrisch snoer niet vastgeklemd raakt of beschadigd wordt! Als u het toestel op een delicate vloer opstelt, schuift u het toestel voorzichtig in de inbouwnis. Zo voorkomt u dat de vloer beschadigd raakt. ^ Schuif het toestel in de inbouwnis tot het frontvlak van de toesteldeur op één lijn ligt met de belendende meubelvoorkanten. ^ Trek het toestel naar voren, zodat het gelijkmatig 2 mm voor het meubelfront uitsteekt. 71 Toestel onder een werkvlak inbouwen Het toestel in de nis bevestigen ^ Het toestel steekt gelijkmatig 2 mm voor het meubelfront uit. ^ Open de toesteldeur. ^ Neem de afdekking a af en schroef het toestel eerst bovenaan links b vast aan de aangrenzende meubelen. Het toestel trekt zich links passend in de inbouwnis. De voorkant van de deur ligt in één lijn met het meubelfront. ^ Zet de afdekking aterug. 72 ^ Schroef het toestel onderaan rechts en links c vast aan de aangrenzende meubelen. ^ Indien dat nodig mocht zijn, kunt u het toestel bovenaan rechts aan de deurscharnier met een vierde schroef vastdraaien. U moet dan wel de deur losmaken om de extra schroef aan te brengen. Toestel onder een werkvlak inbouwen ^ Sluit de toesteldeur en controleer of de zijkanten van de deur op één lijn staan met de zijwanden van het toestel. De zijdelingse uitlijning van de toesteldeur instellen Als de toesteldeur niet op één lijn staat met de zijwanden van de behuizing, kunt u de toesteldeur uitlijnen via de schroeven onder de scharnieren. ^ Plaats de afdekkingen. ^ Plaats het bijgeleverde schuimstofblok f in de sokkel van het toestel. Als geen schuimstofblok wordt geplaatst, kan het toestel niet de volle koelcapaciteit bereiken. ^ Draai de schroeven d los en verschuif de deur. ^ Draai de schroeven d weer vast. 73 Toestel onder een werkvlak inbouwen ^ Breng het sokkelpaneel g aan. De uitsparing in het sokkelpaneel moet ten overstaan van het toestel gecentreerd zijn. ^ Breng het ventilatierooster h aan in het sokkelpaneel. Het schuimstofblok wordt naar achteren geschoven. Het schuimstofblok moet tegen het ventilatierooster aanliggen om een gescheiden luchtgeleiding te garanderen. 74 ^ Activeer de openingshulp van de deur, door de deuropener i weer aan te brengen. nv Miele België Z.5 Mollem 480 1730 Mollem (Asse) Herstellingen aan huis en andere inlichtingen: 02/451.16.16 E-mail: [email protected] Internet: www.miele.be Duitsland Miele & Cie. KG Carl-Miele-Straße 29 33332 Gütersloh 75 KWT 6322 UG nl - BE M.-Nr. 09 876 000 / 01
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76

Miele KWT 6322 UG de handleiding

Type
de handleiding