ProForm PETL99717 de handleiding

Type
de handleiding
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Modelnr. PETL99717.1
Serienr.
Schrijf het serienummer hierboven
voor verdere raadpleging.
OPGELET
Lees voor gebruik van dit
apparaat alle instructies en
voorzorgsmaatregelen in deze
handleiding. Bewaar deze hand-
leiding voor verdere raadpleging.
Sticker met
Serienummer
iconeurope.com
KLANTENDIENST
Neem contact op met de Klanten-
dienst (zie informatie hieronder) of
neem contact op met de winkel waar
u dit product gekocht heeft wanneer
u nog vragen heeft of wanneer er
onderdelen ontbreken of beschadigd
zijn.
4021 529 7186
Maandag–Vrijdag 08:00–20:00
GMT; Zaterdag 09:00–13:00 GMT
Website:
iconsupport.eu
Email:
2
PLAATSING WAARSCHUWINGSSTICKER. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
VOORDAT U BEGINT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
ONDERDEEL IDENFICATIESCHEMA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
MONTAGE. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7
HOE DE LOOPBAND TE GEBRUIKEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16
HOE DE LOOPBAND IN TE KLAPPEN EN TE VERPLAATSEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
ONDERHOUD EN OPLOSSEN VAN PROBLEMEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25
RICHTLIJNEN VOOR HET OEFENEN. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
LIJST MET ONDERDELEN. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30
GEDETAILLEERDE TEKENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .32
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Achterzijde
RECYCLING INFORMATIE. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Achterzijde
De hier afgebeelde waarschuwingsstickers
worden meegeleverd bij dit product. Bevestig
de waarschuwingsstickers bovenop de Engelse
waarschuwingen op de aangegeven locatie. De
stickers met waarschuwing hier getoond zijn op
de aangegeven plaatsen geplakt. Bel, wanneer
een sticker ontbreekt of niet leesbaar is, het
nummer op de voorkant van deze handleiding
en vraag om een gratis vervangende sticker.
Plak de sticker op de aangegeven plaats. Let
op: De stickers worden mogelijk niet op ware
grootte weergegeven.
PLAATSING WAARSCHUWINGSSTICKER
INHOUDSOPGAVE
PROFORM en IFIT zijn gedeponeerd handelsmerken van ICON Health & Fitness, Inc. App store is een handels-
merk van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen. Android en Google Play zijn handelsmerken van
Google LLC. Het woordmerk BLUETOOTH
®
en de logo’s zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG,
Inc. en in licentie worden gebruikt. IOS is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van Cisco in de VS en
in andere landen en worden in licentie gebruikt.
3
1. Het is de verantwoordelijkheid van de eige-
naar om zich ervan te vergewissen dat alle
gebruikers van de loopband voldoende op de
hoogte zijn van alle waarschuwingen en alle
voorzorgsmaatregelen.
2. Raadpleeg uw huisarts voordat u met dit
of enig ander oefenprogramma begint. Dit
is vooral belangrijk voor personen boven
de 35 jaar, of personen met bestaande
gezondheidsproblemen.
3. Het is niet de bedoeling dat de loopband
wordt gebruikt door mensen met mentale,
sensitieve of fysieke beperkingen of gebrek
aan ervaring en kennis, tenzij zij onder
supervisie of instructie staan betreffende het
gebruik van de loopband door iemand die
verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
4. Gebruik de loopband alleen zoals beschreven
in deze handleiding.
5. De loopband is alleen voor gebruik in huis
bedoeld. Gebruik de loopband niet commer-
cieel, niet voor verhuur of in een instelling.
6. Gebruik de loopband uitsluitend binnenshuis
en uit de buurt van vocht en stof. Plaats de
loopband niet in een garage, op een overdekt
terras of bij water.
7. Plaats de loopband op een vlakke onder-
grond met minstens 2,4 m ruimte rondom,
ruimte achter de loopband en 0,6 m ruimte
aan iedere kant van de loopband. Zorg ervoor
dat de loopband geen enkele luchtopening
blokkeert. Leg een matje onder de loop-
band om de vloer of de vloerbedekking te
beschermen.
8. Gebruik de loopband niet daar waar spuit-
bussen gebruikt worden of waar zuurstof
beheerd wordt.
9. Houd te allen tijde kinderen jonger dan 13
jaar en huisdieren bij de loopband vandaan.
10. De loopband kan alleen door mensen die niet
meer dan 150 kg wegen gebruikt worden.
11. Laat nooit meer dan één persoon tegelijker-
tijd op de loopband.
12. Draag juiste kleding bij gebruik van de
loopband. Draag geen losse kleding die in
de loopband verstrikt kan raken. Atletische
ondersteunende kleding wordt zowel voor
mannen als voor vrouwen aanbevolen. Draag
altijd sportschoenen. Gebruik de loopband
nooit op blote voeten, nooit op sokken, of
met sandalen.
13. Steek de stekker alleen in een geaard stop-
contact (zie bladzijde 16). Geen enkel ander
apparaat mag op dezelfde groep aangesloten
zijn. Plaats een ASTA-goedgekeurde BS1362,
13-ampère zekering in de zekeringshouder bij
het vervangen van een zekering in de adapter
van het stroomsnoer.
14. Mocht een verlengsnoer nodig zijn gebruik
dan alleen een 3-dradige geleider: snoer maat
14 (2 mm
2
) van 1,5 m of korter.
15. Houd het stroomsnoer uit de buurt van hete
oppervlakken. Beweeg de loopband nooit
als het apparaat uit staat. Gebruik de loop-
band niet wanneer het elektrische snoer of
de stekker beschadigd is. Gebruik de loop-
band niet wanneer deze niet goed werkt.
(Zie ONDERHOUD EN OPLOSSEN VAN
PROBLEMEN op bladzijde 25 als de loopband
niet goed werkt.)
16. Lees de noodstop procedure grondig door
en test deze voordat u de loopband gaat
gebruiken (raadpleeg HET APPARAAT
INSCHAKELEN op bladzijde 18). Draag altijd
de clip tijdens het gebruik van de loopband.
17. Staan altijd op de voetleuningen wanneer de
loopband wordt gestart of gestopt. Houd bij
gebruik van de loopband de handleuningen
altijd vast.
WAARSCHUWING: Lees alle belangrijke voorzorgsmaatregelen en instructies in
deze handleiding en alle waarschuwingen op uw loopband voordat u deze gebruikt om het risico op
brandwonden, brand, elektrische schok of ernstig letsel aan personen te verminderen. ICON is niet
verantwoordelijk voor persoonlijk letsel of schade door het gebruik van dit product.
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN
4
18. Als een persoon op de loopband loopt,
zal het geluidsniveau van de loopband
toenemen.
19. Houd vingers, haar en kleding weg van de
bewegende band.
20. De loopband kan hoge snelheden bereiken.
Stel de snelheid geleidelijk af om schokkende
versnellingen te voorkomen.
21. De hartslagmonitor is geen medisch instru-
ment. Verschillende factoren, waaronder
bewegingen van de gebruiker, kunnen de
nauwkeurigheid van de hartslagmetingen
beïnvloeden. De hartslagmonitor dient
slechts om de hartslag globaal te meten, als
hulpmiddel bij het oefenen.
22. Laat de loopband nooit zonder toezicht rond-
draaien. Verwijder altijd de sleutel, zet de aan/
uitschakelaar in de stand Off (uit) (zie teke-
ning op bladzijde 5 voor de locatie van de
aan/uitschakelaar), en haal het stroomsnoer
uit het stopcontact als de loopband niet
wordt gebruikt.
23. Voltooi eerst de montage van de loopband
voordat u hem verplaatst. (Zie MONTAGE op
bladzijde 7 en DE LOOPBAND INKLAPPEN
EN VERPLAATSEN op bladzijde 24). U moet
in staat zijn om 20 kg veilig op te kunnen
tillen om de loopband te verplaatsen.
24. Zorg ervoor dat de opbergvergrendeling het
onderstel stevig in de opbergstand houdt tij-
dens het inklappen of het verplaatsen van de
loopband. Gebruik de loopband niet als deze
is ingevouwen.
25. Verander de helling van de loopband niet
door voorwerpen onder de loopband te
plaatsen.
26. Steek geen enkel voorwerp in welke opening
van de loopband dan ook.
27. Controleer steeds bij gebruik alle onderdelen
van de loopband en draai ze goed vast.
28. GEVAAR: Trek de stekker altijd direct
na gebruik van de loopband uit het stopcon-
tact. Doe dit ook bij het schoonmaken van
de loopband, voor het plegen van onderhoud
en voor het afstellen zoals staat beschre-
ven in deze handleiding. Verwijder nooit de
motorkap tenzij een technicus dat aangeeft.
Onderhoud, anders dan de procedures in
deze handleiding, dient uitsluitend door een
erkende onderhoudsmonteur uitgevoerd te
worden.
29. Te veel oefeningen doen kan leiden tot
ernstig letsel of de dood. Stop onmiddellijk
en begin met af te koelen als u tijdens het
oefenen uitgeput raakt, kortademig wordt of
pijn voelt.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
5
Dank u dat u heeft gekozen voor de nieuwe
PROFORM
®
705 CST-loopband. De 705 CST-loopband
biedt een aantal indrukwekkende functies die zijn
ontwikkeld om uw trainingen thuis effectiever en leuker
te maken.
Lees, voor uw welzijn, deze handleiding zorg-
vuldig door voordat u de loopband begint te
gebruiken. Raadpleeg de kaft van deze handleiding
mocht u nog vragen hebben nadat u de handleiding
hebt doorgelezen. Noteer het productmodelnum-
mer en het serienummer voordat u contact met ons
opneemt, zodat wij u beter van dienst kunnen zijn.
De plaats waar u de sticker van het modelnummer en
het serienummer kunt vinden wordt op de kaft van de
handleiding aangegeven.
Voordat u verder leest, bekijk eerst aandachtig de teke-
ning hieronder en de verschillende onderdelen.
VOORDAT U BEGINT
Handleuning
Tablethouder
Sleutel/Clip
Stroomschakelaar
Band
Motorkap
Wiel
Voetleuning
Afstelschroeven
van de Spanrol
Kussens van het Loopvlak
Hartslagmonitor
Lengte: 201 cm
Breedte: 94 cm
Gewicht: 87 kg
Bedieningspaneel
6
ONDERDEEL IDENFICATIESCHEMA
Gebruik de onderstaande tekeningen om kleine onderdelen te herkennen. Het getal tussen haakjes onder iedere
tekening is het nummer van het onderdeel van de LIJST MET ONDERDELEN aan het eind van deze handleiding.
Het nummer naast het sleutelnummer is de hoeveelheid die nodig is voor de montage. Let op: Als een onder-
deel zich niet in de hardwareset bevindt, controleert u of deze al vooraf is gemonteerd. Er kunnen extra
onderdelen zijn meegeleverd.
#10 x 3/4"
Schroef (9)–4
5/16" x 2 1/4" Schroef (28)–4
1/4" Sterring
(26)–8
#8 x 3/4"
Schroef (4)–8
3/8" Sterring
(13)–8
5/16" Sterring
(11)–6
#8 x 1/2"
Aardingsschroef
(18)–1
#8 x 1/2"
Schroef (1)–8
#8 x 1/2"
Machineschroef
(99)–4
3/8" x 2 3/8" Schroef (7)–4
3/8" x 1 3/4" Schroef (62)–2
3/8" x 1 1/4"
Schroef (51)–2
7
De montage moet door twee personen uitgevoerd
worden.
Leg alle onderdelen op een open plek en ver-
wijder het verpakkingsmateriaal. Gooi het
verpakkingsmateriaal niet weg tot u volledig klaar
bent met de montage.
Er kan na verzending een vettige substantie
op de buitenkant van de loopband zitten. Dit is
normaal. Mocht er wat vet op de bovenkant van
de loopband bevinden, veeg dit dan weg met
een zachte doek en een mild, niet-schurend
reinigingsmiddel.
Linker onderdelen worden met “L” of “Left” aan-
gegeven en rechter onderdelen worden met “R”
of “Right” aangegeven.
Voor het vaststellen van de kleine onderdelen,
kijkt u op bladzijde 6.
Voor de montage heeft u het volgende gereed-
schap nodig:
de meegeleverde inbussleutels
één instelbare sleutel
één Philips schroevendraaier
Om schade aan de onderdelen te vermij-
den, dient u nooit elektrisch gereedschap te
gebruiken.
MONTAGE
1. Ga naar iconsupport.eu op uw computer en
registreer uw product.
activeert uw garantie
bespaart u tijd als u ooit contact moet
opnemen met de Klantendienst
hiermee kunnen wij u op de hoogte stellen van
upgrades en aanbiedingen
Let op: Indien u geen internettoegang heeft, belt
u met de Klantendienst (zie de voorkant van
deze handleiding) om uw product te registreren.
1
8
85
90
81
90
A
2
81
2. Zorg dat het stroomsnoer niet op het stop-
contact is aangesloten.
Verwijder de draadband die de Draad van de
Staander (81) aan de voorkant van de Basis (85)
bevestigd.
Zoek vervolgens naar de Rechterstaander (90).
Laat een tweede persoon de Rechterstaander bij
de Basis (85) houden.
Zie de inzet-tekening. Maak de draadband
(A) in de Rechterstaander (90) stevig rond het
uiteinde van de Draad van de Staander (81)
vast. Steek dan de Draad van de Staander in het
onderste uiteinde van de Rechterstaander terwijl
u het andere uiteinde van de draadband door de
Rechterstaander trekt.
A
3
3. Leg de Rechterstaander (90) bij de Basis (85).
Druk de Doorvoerhuls (77) in het vierkante gat
(B) in de Rechterstaander. Zorg ervoor dat de
aardingsdraad (C) niet bekneld raakt.
Verwijder en gooi de aangegeven schroef (D)
weg.
Bevestig vervolgens de aardingsdraad aan
de Rechterstaander (90) met een #8 x 1/2"
Aardingsschroef (18).
85
90
D
C
B
18
77
9
5. Zoek de Linker- en de Rechterbasiskap (82, 83).
Schuif de Linker- en de Rechterbasiskap op de
Linker- en de Rechterstaander (89, 90) zoals
afgebeeld.
83
90
82
89
5
4
51
62
13
85
13
90
7
13
81
4. Houd de Rechterstaander (90) tegen de Basis
(85). Zorg ervoor dat de Draad van de
Staander (81) niet bekneld raakt.
Bevestig de Rechterstaander (90) met twee
3/8" x 2 3/8" Schroeven (7), een 3/8" x 1 1/4"
Schroef (51), een 3/8" x 1 3/4" Schroef (62), en
vier 3/8" Sterringen (13) zoals afgebeeld; draai
de Schroeven nog niet volledig vast.
Maak de Linkerstaander (niet afgebeeld) op
dezelfde manier vast. Let op: Er zijn geen dra-
den aan de linkerkant.
10
6. Plaats een Handleuning (84) op de
Rechterstaander (90). Zorg dat de Draad van
de Staander (81) niet bekneld raakt.
Bevestig de Handleuning (84) met twee 5/16" x
2 1/4" Schroeven (28) en twee 5/16" Sterringen
(11). Draai beide Schroeven aan om maak ze
vast.
Maak de andere Handleuning (niet afgebeeld)
op dezelfde manier vast. Let op: Er is geen
draad aan de linkerkant.
Verwijder vervolgens de twee aangegeven
schroeven (A) uit beide Handleuningen (84)
(slechts één kant is weergegeven). Gooi de
Schroeven weg.
11
81
84
28
6
90
7. Plaats de bedieningspaneelmodule (F) met de
voorkant naar beneden gericht op een zachte
ondergrond zodat het bedieningspaneel niet
bekrast wordt. Verwijder de vier 1/4" x 1/2"
Schroeven (2) en bewaar ze.
Zoek naar de Linkerhouder (36). Bevestig de
Linkerhouder met vier #8 x 1/2" Schroeven (1);
draai alle vier schroeven vast. Zorg dat u de
Schroeven niet te vast draait.
Maak de Rechterhouder (27) op dezelfde
manier vast.
7
1
F
1
2
36
27
1
2
1
E
11
8
F
81
A
G
81
84
9. Zet de bedieningspaneelmodule (F) op de
Handleuningen (84). Zorg ervoor dat de
draden niet bekneld raken. Steek het over-
schot aan Draad van de Staander (81) in de
Rechterstaander (90).
Maak de bedieningspaneelmodule (F) met vier
1/4" x 1/2" Schroeven (2) die u heeft verwijderd
in stap 7 en vier 1/4" Sterringen (26) vast. Draai
de Schroeven nog niet vast.
9
90
F
2
2
81
84
84
26
26
G
8. Houd, met hulp van een tweede persoon, het
bedieningspaneel (F) bij de rechter Handleuning
(84) en de linker Handleuning (niet afgebeeld)
vast.
Zie de inzet-tekening. Verbind de Draad van
de Staander (81) met de draad van het bedie-
ningspaneel (G). De connectoren zouden
makkelijk samen moeten glijden en op hun
plaats moeten klikken. Draai aan een van de
connectoren en probeer het opnieuw als dit niet
gebeurt. ALS U DE VERBINDINGSSTUKKEN
NIET GOED VERBINDT, KAN HET
BEDIENINGSPANEEL BESCHADIGD RAKEN
ALS DE STROOM WORDT AANGEZET.
Verwijder de draadband (A) uit de Draad van de
Staander.
12
10. BELANGRIJK: Gebruik geen groot gereed-
schap en draai de #10 x 3/4" Schroeven (9)
niet te vast, om de Hartslagdwarsstang (5)
niet te beschadigen.
Draai vier #10 x 3/4" Schroeven (9) vast met vier
1/4" Sterringen (26) in de Hartslagdwarsstang
(5) en in de linker- en rechter handleuningen
(84); draai alle vier Schroeven aan en draai ze
vast.
Zie stap 9. Draai de vier 1/4" x 1/2" Schroeven
(2) aan.
10
9
9
84
5
84
26
26
11. Zoek de Inzetstukken van de Linker- en
Rechterhandleuning (79, 31).
Maak het Inzetstuk van de Linkerhandleuning
(79) aan de linker Handleuning (84) vast met
drie #8 x 3/4" Schroeven (4). Let op: Schuif het
Inzetstuk van de Linkerhandleuning tegen
de bedieningspaneelmodule (F) voordat u de
Schroeven vastmaakt.
Maak het Inzetstuk van de
Rechterhandleuning (31) op dezelfde manier
vast.
11
84
31
79
84
4
4
F
13
12. Zoek de Kappen van de Linker- en
Rechterhandleuning (87, 98).
Schuif de Kap van de Linkerhandleuning (87)
tegen de bedieningspaneelmodule (F) en maak
een #8 x 3/4" Schroef (4) vast in de onderkant
van de Kap van de Linkerhandleuning. Zorg
ervoor dat u de Schroeven niet te vast draait.
Maak de Kap van de Rechterhandleuning (98)
op dezelfde manier vast.
12
4
4
98
87
F
13. Let op: Indien de loopband is gemonteerd op
een glad oppervlak, kan het tijdens deze stap
naar voren rollen.
Til het Onderstel (56) rechtop. Laat een tweede
persoon het Onderstel vasthouden totdat
stap 16 voltooid is.
Verwijder de twee 5/16" x 3/4" Schroeven (8) uit
de Vergrendelingsdwarsstang (23).
Draai de Vergrendelingsdwarsstang (23) zoals
afgebeeld. Zorg ervoor dat de sticker “This
side toward belt” (deze kant naar de band)
(H) naar de loopband toe wijst. Bevestig de
Vergrendelingsdwarsstang op de beugels (I)
op het Onderstel (56) met twee 5/16" x 3/4"
Schroeven (8) die u net heeft verwijderd en twee
5/16" Sterringen (11).
56
23
H
I
13
I
11
11
8
8
14
14. Verwijder de 5/16" Moer (34) en de 5/16" x 1 3/4"
Bout (6) uit de beugel van de Basis (85).
Draai vervolgens de Opbergvergrendeling (41)
zoals afgebeeld.
Maak het onderste uiteinde van de Opbergver-
grendeling (41) aan de beugel op de Basis (85)
vast met de 5/16" x 1 3/4" Bout (6) en de 5/16"
Moer (34).
Til de Opbergvergrendeling (41) vervolgens
naar een verticale stand en verwijder de draad-
band (J).
85
41
6
34
14
J
23
K
3
56
34
41
15
15. Verwijder de 5/16" Moer (34) en de 5/16"
x 2 1/4" Bout (3) uit de beugel van de
Vergrendelingsdwarsstang (23).
Breng het bovenste uiteinde van de
Opbergvergrendeling (41) op gelijke lijn met de
beugel op de Vergrendelingsdwarsstang (23) en
steek de 5/16" x 2 1/4" Bout (3) door de beugel
en door de Opbergvergrendeling. Hierdoor
wordt een tussenstuk (K) uit het andere uit-
einde geduwd; gooi het tussenstuk weg.
Draai vervolgens de 5/16" Moer (34) op de 5/16"
x 2 1/4" Bout (3) vast; draai de Moer nog niet te
vast; de Opbergvergrendeling (41) moet vrij
kunnen draaien.
Breng het Onderstel (56) omlaag (zie HOE DE
LOOPBAND NEER TE LATEN VOOR GEBRUIK
op bladzijde 24).
15
18. Zorg dat alle delen goed vastzitten voordat u de loopband gebruikt. Als er velletjes plastic op de stickers
van de loopband zitten, verwijder die dan. Plaats een mat onder de loopband om de vloer of het vloerkleed te
beschermen. Houd de loopband weg uit direct zonlicht om schade aan de loopband te voorkomen. Berg de
meegeleverde inbussleutel veilig op; de inbussleutel wordt gebruikt om de loopband bij te stellen (zie blad-
zijde 26 en 27). Let op: Er kunnen kan extra hardware meegeleverd zijn.
17
100
F
99
99
17. Bevestig de Tablethouder (100) aan de
bedieningspaneelmodule (F) met vier #8 x
1/2" Machineschroeven (99); draai alle vier
Machineschroeven aan en zet ze dan vast.
Draai de Machineschroeven niet te vast aan.
16. Draai de vier 3/8" x 2 3/8" Schroeven (7), de
twee 3/8" x 1 3/4" Schroeven (62), en de twee
3/8" x 1 1/4" Schroeven (51) stevig vast.
Plaats vervolgens de Linkerbinnenkap van
de Basis (97) op het onderste uiteinde van
de Linkerstaander (89). Schuif vervolgens de
Linkerbasiskap (82) omlaag en duw deze op de
Linkerbinnenkap van de Basis.
Plaats vervolgens de Rechterbinnenkap van
de Basis (96) op het onderste uiteinde van de
Rechterstaander (90). Schuif vervolgens de
Rechterbasiskap (83) omlaag en duw deze op
het Rechterbinnenkap van de Basis.
97
83
82
62
89
7
7
51
62
96
51
16
90
16
HOE DE LOOPBAND TE GEBRUIKEN
HOE DE SNOER IN STOPCONTACT TE STEKEN
De snoer moet geaard zijn. Als het niet goed functio-
neert geeft de aarding de laagste weerstandspad voor
de elektriciteit om zodoende het risico van elektrische
schok te verminderen. Een snoer en een geaarde
stekker zijn bijgeleverd. BELANGRIJK: Als het snoer
beschadigd is moet u het vervangen voor een door
de fabrikant aanbevolen snoer.
Volg deze stappen om de snoer in stopcontact te
steken.
1. Steek het aangegeven uiteinde van het snoer in
het stopcontact van de onderstel.
2. Steek het snoer in een goed geinstalleerd en
geaard stopcontact die overeenkomt met alle plaat-
selijke regelingen.
Stopcontact van
de Onderstel
Snoer
Stopcontact
GEVAAR: Een verkeerd stopcon-
tact (zonder aarde) kan tot een elektrische
schok leiden. Laat een elektriciën de aarding
nakijken als u niet zeker weet of het stopcon-
tact goed geaard is. Breng geen wijzigingen
aan de stekker van het apparaat aan. Laat een
elektriciën een nieuwe stekker monteren als
de stekker niet in het stopcontact past.
17
DE WAARSCHUWINGSSTICKER OPPLAKKEN
Zoek de Engelse waarschuwingen op het
bedieningspaneel. U vindt dezelfde waarschuwingen
in andere talen op het meegeleverde stickervel.
Plak de Nederlandse waarschuwingssticker op het
bedieningspaneel.
FUNCTIES VAN HET BEDIENINGSPANEEL
Het bedieningspaneel van de loopband biedt een
reeks functies die zijn ontwikkeld om uw oefeningen
effectiever te maken. U kunt wanneer u de handma-
tige instelling gebruikt de snelheid en de hellingstand
van de loopband veranderen door een druk op een
toets. Het bedieningspaneel zal tijdens het oefenen
direct feedback over de oefening geven. U kunt zelfs
uw hartslag meten door gebruik te maken van de
ingebouwde handgreep met hartslagmonitor of door
middel van de bijbehorende hartslagmonitor. Zie blad-
zijde 23 voor informatie over het kopen van een
borstkas-hartslagmonitor.
Daarnaast biedt het bedieningspaneel een grote keuze
aan vooraf ingestelde oefeningen. Elke oefening regelt
automatisch de snelheid en de helling van de loopband
terwijl u door een effectieve oefensessie geleid wordt.
U kunt uw tablet ook aansluiten op het bedie-
ningspaneel en de iFit
®
–Smart Cardio Equipment
app gebruiken voor het opnemen en volgen van uw
oefeninginformatie.
U kunt zelfs, tijdens het oefenen, via het geluidssys-
teem van het bedieningspaneel naar uw favoriete
oefening muziek of audioboeken luisteren.
Om het apparaat aan te zetten, zie bladzijde 18.
Zie bladzijde 18 om de handmatige instelling te
gebruiken. Voor gebruik van een vooraf ingestelde
oefening, zie bladzijde 20. Om uw tablet aan te slui-
ten op het bedieningspaneel, zie bladzijde 22. Om
uw hartslagmonitor aan te sluiten op het bedie-
ningspaneel, zie bladzijde 22. Voor gebruik van de
instellingenmodus, zie bladzijde 23. Voor gebruik
van het geluidssysteem, zie bladzijde 23.
Let op: Het bedieningspaneel kan de snelheid en de
afstand in kilometers of mijlen weergeven. Druk op de
toets Standard/Metric (standaard/metrisch) om te wijzi-
gen welke meeteenheid is gekozen. Om het eenvoudig
te houden, verwijzen alle instructies in dit gedeelte van
de handleiding naar kilometers.
BELANGRIJK: Als er een stuk plastic op het
bedieningspaneel ligt, verwijder dan het plastic.
Draag alleen schone trainingsschoenen wanneer
u de loopband gebruikt om beschadiging aan het
loopvlak te voorkomen. Bekijk bij de eerste keer
dat u de loopband gebruikt, de uitlijning van de
band en leg, indien nodig, de band in het midden
(zie bladzijde 27).
DIAGRAM VAN HET BEDIENINGSPANEEL
18
HET APPARAAT INSCHAKELEN
BELANGRIJK: Laat, wanneer de loopband aan
koude temperaturen blootgesteld is geweest, de
loopband tot kamertemperatuur komen voordat u
de elektriciteit inschakelt. Als u dit niet doet, kunt u
het bedieningspaneel of andere elektrische compo-
nenten beschadigen.
Steek de stekker van het
stroomsnoer in het stop-
contact (zie bladzijde 16).
Zoek vervolgens naar de
stroomschakelaar op het
onderstel van de loopband
bij het stroomsnoer. Druk de
stroomschakelaar in de Reset-stand.
Ga vervolgens op
de voetleuningen
van de loopband
staan. Zoek naar
de clip die aan de
sleutel vastzit en
schuif de clip op
de tailleband van
uw kleding. Plaats
de sleutel in het
bedieningspaneel.
Kort daarna zal de display oplichten. BELANGRIJK:
Bij een noodsituatie kunt u aan de sleutel van
het bedieningspaneel trekken, zodat de loop-
band vertraagt en tot stilstand komt. Test de clip
door voorzichtig een paar stappen achteruit te
zetten totdat de sleutel uit het bedieningspaneel
wordt getrokken. Als de sleutel niet uit het bedie-
ningspaneel komt, stel dan de lengte van de clip
bij.
BELANGRIJK: Volg voordat u de loopband gaat
gebruiken, de volgende stappen om er voor
te zorgen dat het bedieningspaneel het juiste
hellingniveau van de loopband aangeeft: Druk
eerst eenmaal op de toenametoets Incline (helling).
Druk vervolgens op de afnametoets Incline of de
onderste toets Quick Incline (snelle helling) om de
loopband in de laagste stand te zetten. Wanneer
het onderstel niet meer beweegt is de loopband
klaar voor gebruik.
DE HANDMATIGE INSTELLING GEBRUIKEN
1. Plaats de sleutel in het bedieningspaneel.
Zie HET APPARAAT INSCHAKELEN aan de
linkerkant.
2. Kies de handmatige instelling.
Indien de handmatige modus niet is geselecteerd,
drukt u op de toets Manual Control (handmatige
bediening) op het bedieningspaneel.
3. Start de loopband.
Om de loopband te starten drukt u op de toets Start
of op een van de toetsen Quick Speed (directe
snelheid).
Indien u drukt op de toets Start, zal de loopband
beginnen te bewegen met een snelheid van 2
km/u. U kunt tijdens het oefenen de snelheid van
de band naar wens veranderen door op de toe-
nametoets of afnametoets Speed (snelheid) te
drukken. Steeds als u een van de toetsen indrukt
zal de snelheidsinstelling met kleine stapjes veran-
deren; indien u de toets ingedrukt houdt, verandert
de snelheidsinstelling steeds sneller. Let op: Na het
drukken op de toets kan het even duren voordat
de loopband de geselecteerde snelheidsinstelling
bereikt.
Indien u drukt op de toets Quick Speed (directe
snelheid), zal de snelheid van de loopband gelei-
delijk aangepast worden tot het de gewenste
snelheidsinstelling bereikt.
Om de loopband te stoppen, druk op de toets Stop.
De tijd zal op de display knipperen. Druk op de
toets Start om de band opnieuw te starten.
Resetten
Clip
Sleutel
19
4. De hellingstand van de loopband veranderen
zoals gewenst.
Druk om de helling van de loopband te veranderen,
op de toename- of afnametoetsen Incline (helling)
of op een van de toetsen Quick Incline (snelle hel-
ling). Elke keer als u op een van de toetsen drukt,
zal de helling van de loopband geleidelijk verande-
ren tot de gekozen hellinginstelling bereikt wordt.
5. Volg uw voortgang op de schermen.
De display zal de volgende oefeninginformatie
tonen als u op de loopband loopt of rent:
De verstreken tijd
De afstand die u hebt gewandeld of hardgelopen
De intensiteitsbalk van de oefening
Het geschatte aantal calorieën dat u heeft
verbrand
De hellingstand van de loopband
Het aantal verticale meters (VM) dat u heeft
geklommen
De snelheid van de loopband
Uw hartslag (zie stap 6 op bladzijde 20)
De matrix
Het scherm heeft meerdere display keuzes.
Druk op de toets Display Mode (weergeven)
tot de gewenste aangepaste oefening wordt
weergegeven.
Het tabblad Incline zal een pro el van de hellings-
instellingen van de oefening aangeven. Aan het
einde van iedere minuut zal een nieuw segment
verschijnen. Het tabblad Speed zal een pro el
van de snelheidsinstellingen van de oefening
aangeven.
Het tabblad My Trail (mijn pad) zal een route van
400 meter aangeven. De knipperende rechthoek
zal uw vorderingen tijdens het oefenen aangeven.
Het tabblad My Trail (mijn pad) zal ook het aantal
afgelegde rondjes aangeven.
Het tabblad Calorie (calorieën) zal het geschatte
aantal calorieën dat u verbrand heeft aangeven.
De hoogte van ieder segment geeft het aantal
verbrande calorieën aan dat tijdens dat segment
verbrand is. De caloriedisplay zal bij benadering
het aantal verbrande calorieën per uur aangeven
wanneer het tabblad Calorie (calorieën) gekozen
is.
Als u oefeningen doet, zal de oefeningintensiteit-
sniveaubalk het geschatte intensiteitsniveau van
uw oefening aangeven.
Druk op de toets Home (thuis) om naar het
standaardmenu terug te keren (raadpleeg DE
INSTELLINGENMODUS op bladzijde 23 om het
standaardmenu in te stellen). Druk, indien nodig,
nogmaals op de toets Home.
Druk herhaaldelijk op de toets Stop om de displays
te resetten.
20
6. Meet desgewenst uw hartslag.
U kunt uw hartslag meten door gebruik te maken
van de ingebouwde handgreep-hartslagmonitor of
door middel van de bijbehorende borstkas-hart-
slagmonitor. Zie bladzijde 23 voor informatie
over het kopen van een optionele borst-
kas-hartslagmonitor.
Het bedieningspaneel is compatibel met alle
BLUETOOTH
®
Smart hartslagmonitoren. Om
uw hartslagmonitor aan te sluiten op het bedie-
ningspaneel, zie bladzijde 22.
Let op: Wanneer u beide hartslagmonitoren
tegelijkertijd gebruikt dan zal de BLUETOOTH
Smart hartslagmonitor prioriteit krijgen.
Voordat u de
handgreep-hart-
slagmonitor
gebruikt,
verwijdert u het
plastic laagje
van de metalen
contactpunten
op de sensor-
stang. Zorg er
ook voor dat uw
handen schoon
zijn.
Om uw hartslag te meten, gaat u op de voet-
leuning staan en houdt u de sensorstang met
de metalen contactpunten op uw handpalmen
vast – beweeg uw handen niet en pak de con-
tactpunten niet stevig beet. Uw hartslag zal
worden weergegeven wanneer uw pols gemeten
kan worden. Voor de meest nauwkeurige hart-
slagwaarde, dient u de metalen contactpunten
gedurende 15 seconden vast te houden.
7. Zet de ventilator indien gewenst aan.
De ventilator heeft
verschillende
snelheidsinstel-
lingen. Druk
herhaaldelijik op de
ventilatortoetsen om
een ventilatorsnelheid te kiezen of om de ventilator
uit te zetten.
8. Verwijder de sleutel uit het bedieningspaneel
wanneer u klaar bent met oefenen.
Ga op de voetleuningen staan, druk op de toets
Stop en stel de helling van de loopband in op
nul. De helling van de loopband moet op nul
staan wanneer u de loopband opvouwt in de
opbergstand anders kan de loopband bescha-
digd raken. Trek vervolgens de sleutel uit het
bedieningspaneel en berg deze veilig op.
Druk eerst de stroomschakelaar op de stand
off (uit) en trek de stekker uit het stopcontact.
BELANGRIJK: Als u dit niet doet, kunnen de
elektrische onderdelen van de loopband voortij-
dig slijten.
EEN VOORAF INGESTELDE OEFENING
GEBRUIKEN
1. Plaats de sleutel in het bedieningspaneel.
Zie HET APPARAAT INSCHAKELEN op bladzijde
18.
2. Kies een vooraf ingestelde oefening.
Om een vooraf ingestelde oefening te selecteren
drukt u herhaaldelijk op de toets Calorie, Incline
(helling), Intensity (intensiteit) of Speed (snel-
heid) totdat de gewenste oefening op het scherm
verschijnt.
De display zal, wanneer u een oefening kiest, de
tijdsduur van de oefening en de naam van de oefe-
ning aangeven. Bovendien zal er een pro el van
de snelheidsinstellingen van de oefening op het
scherm verschijnen. Wanneer u voor een calorie-
enoefening kiest, dan zal bij benadering het aantal
calorieën dat u zult verbranden op het calorieven-
ster verschijnen.
3. Start de oefening.
Druk op de toets Start om de oefening te laten
beginnen. Kort nadat u op de toets heeft gedrukt,
zal de loopband zich automatisch aanpassen aan
de eerste snelheid- en hellingsinstelling van de
oefening. Houd de handleuningen vast en begin te
lopen.
Contactpunten
21
Elke oefening is in onderdelen ingedeeld. Er is één
snelheidsinstelling en één hellinginstelling voor
elk segment geprogrammeerd. Let op: Dezelfde
snelheids- en/of hellinginstelling kan/kunnen voor
opeenvolgende segmenten geprogrammeerd
worden.
Tijdens de
oefening
wordt uw
pro el op de
snelheid en de
helling keuze
aangegeven
zodat u uw
vordering kunt volgen. Het knipperend segment
van het pro el stelt het huidige segment van de
oefening voor. De hoogte van het knipperende
segment geeft de weerstandsinstellingen van
het huidige segment aan. Aan het einde van elk
segment, zal een serie tonen te horen zijn en zal
het volgende segment van het pro el beginnen
op te ikkeren. Als een andere snelheids- en/
of hellinginstelling voor het volgende segment
geprogrammeerd is, dan zal de snelheids- en/
of hellinginstelling een paar seconden lang in de
display op ikkeren om u te waarschuwen en zal
de loopband zich automatisch aanpassen aan de
nieuwe snelheids- en hellinginstelling.
De oefening zal zo doorgaan tot het laatste seg-
ment van het pro el in de display knippert en het
laatste segment eindigt. De band zal dan langzaam
tot stilstand komen.
Let op: Het na te streven calorieën doel is
een schatting van het aantal calorieën dat u
tijdens de oefening zult verbranden. Het feite-
lijke aantal calorieën dat u verbrandt hangt af
van verschillende factoren zoals uw gewicht.
Daarnaast, heeft een handmatige wijziging
van de snelheid of de helling van de loopband
tijdens de oefening invloed op het aantal calo-
rieën dat u zult verbranden.
Indien de snelheids- of hellingsinstelling tijdens de
oefening te hoog of te laag staat, dan kunt u de
instelling handmatig overschrijven door te drukken
op de toetsen Speed en Incline, als het volgende
segment van de oefening begint, dan zal de
loopband zich automatisch aanpassen aan de
snelheid en hellinginstellingen voor het vol-
gende segment.
Druk op de toets Stop om de oefening op enig
moment te stoppen. De tijd zal op de display knip-
peren. Druk op de toets Start om de oefening te
hervatten. De loopband zal met een snelheid van 2
km/u beginnen te draaien. Echter, als het volgende
onderdeel van de oefening begint, zal de loopband
zich automatisch aanpassen aan de snelheid- en
hellinginstellingen voor het volgende onderdeel.
4. Volg uw voortgang op de schermen.
Zie stap 5 op bladzijde 19. De display zal, wanneer
u een vooraf ingestelde oefening kiest, de reste-
rende tijd of de resterende calorieën in plaats van
de verstreken tijd aangeven.
5. Meet desgewenst uw hartslag.
Zie stap 6 op bladzijde 20.
6. Zet de ventilator indien gewenst aan.
Zie stap 7 op bladzijde 20.
7. Verwijder de sleutel uit het bedieningspaneel
wanneer u klaar bent met oefenen.
Zie stap 8 op bladzijde 20.
Huidige segment
22
UW TABLET OP HET BEDIENINGSPANEEL
AANSLUITEN
Het bedieningspaneel ondersteunt BLUETOOTH-
verbindingen naar tablets via de iFit–Smart Cardio
Equipment app en naar compatibele hartslagmonito-
ren. Let op: Andere BLUETOOTH-verbindingen worden
niet ondersteund.
1. Download en installeer de iFit–Smart Cardio
Equipment app op uw tablet.
Open op uw iOS
®
of Android™ tablet, de App
Store of de Google Play™ store, zoek naar
de gratis iFit–Smart Cardio Equipment app, en
installeer dan de app op uw tablet. Zorg ervoor
dat de optie BLUETOOTH op uw tablet is
ingeschakeld.
Open dan de iFit–Smart Cardio Equipment app
en volg de instructies om een iFit-account aan te
maken en instellingen aan te passen.
2. Sluit uw hartslagmonitor indien gewenst aan op
het bedieningspaneel.
Indien u zowel uw hartslagmonitor en uw tablet
aansluit op het bedieningspaneel, dient u de
hartslagmonitor eerder dan de tablet aan te
sluiten. Zie rechts UW HARTSLAGMONITOR
AANSLUITEN OP HET BEDIENINGSPANEEL.
3. Uw tablet aansluiten op het bedieningspaneel.
Druk op de toets iFit Sync op het bedie-
ningspaneel; het koppelingsnummer van het
bedieningspaneel zal in de display verschijnen.
Volg vervolgens de instructies op de iFit–Smart
Cardio Equipment app om uw tablet op het bedie-
ningspaneel aan te sluiten.
Als er een verbinding tot stand is gekomen dan zal
de LED verlichting op het bedieningspaneel blauw
branden.
4. Uw oefeninginformatie opslaan en volgen.
Volg de instructies op de iFit–Smart Cardio
Equipment app om uw oefeninginformatie vast te
leggen en bij te houden.
5. Ontkoppel desgewenst uw tablet van het
bedieningspaneel.
Om uw tablet te ontkoppelen van het bedie-
ningspaneel, dient u eerst de ontkoppelingsoptie in
de iFit–Smart Cardio Equipment app te selecteren.
Houd vervolgens de toets iFit Sync op het bedie-
ningspaneel ingedrukt tot de LED-verlichting op het
bedieningspaneel groen brandt.
Let op: Alle BLUETOOTH-verbindingen tussen het
bedieningspaneel en andere toestellen (inclusief
tablets, hartslagmonitoren etc.) zullen losgekoppeld
worden.
UW HARTSLAGMONITOR AANSLUITEN OP HET
BEDIENINGSPANEEL
Het bedieningspaneel is geschikt voor alle
BLUETOOTH Smart hartslagmonitoren.
Druk op de toets iFit Sync op het bedieningspaneel
om uw BLUETOOTH Smart hartslagmonitor met het
bedieningspaneel te verbinden; het koppelingsnummer
van het bedieningspaneel zal in het display verschij-
nen. Wanneer een verbinding tot stand is gekomen zal
de LED verlichting op het bedieningspaneel tweemaal
rood knipperen.
Let op: Indien er meer dan één geschikte hartslagmo-
nitor in de buurt is van het bedieningspaneel, zal het
bedieningspaneel verbinding maken met de hartslag-
monitor met het sterkste signaal.
Om uw hartslagmonitor los te koppelen van het
bedieningspaneel, houdt u de toets iFit Sync op het
bedieningspaneel ingedrukt tot de LED-verlichting
groen gaat branden.
Let op: Alle BLUETOOTH-verbindingen tussen het
bedieningspaneel en andere toestellen (inclusief
tablets, hartslagmonitoren etc.) zullen losgekoppeld
worden.
23
DE INSTELLINGENMODUS
Het bedieningspaneel heeft een informatiemodus die
de informatie van de loopband bijhoudt en u uw eigen
bedieningspaneel-instellingen laat invoeren.
1. Selecteer de informatiemodus.
Druk op de toets Settings (instellingen) om de
instellingen te kiezen. Als u de instellingenmodus
selecteert, toont het display het totaal aantal uren
dat de loopband is gebruikt, en het totaal aan-
tal mijlen (of kilometers) dat de loopband heeft
afgelegd.
2. Kies de optionele schermen.
De display zal verschillende optionele schermen
aangeven terwijl de informatiemodus gekozen
wordt. Druk op de toenametoets naast de toets
Enter (invoeren) om elk van de volgende schermen
te kiezen:
INCLINE CALIBRATION (helling, kalibratie): Om
de helling van de loopband aan te passen, drukt u
op de toename- en afnametoetsen Incline (helling).
De loopband zal automatisch naar het maximum
hellingniveau stijgen en dan naar het minimumni-
veau terugkeren.
UNITS (eenheden): Druk op de toename- en afna-
metoetsen voor het wijzigen van de meeteenheid
die wordt weergegeven op het bedieningspaneel.
CONTRAST LVL (contrastniveau): Druk op de
toename- en afnametoets Incline om het contrast-
niveau van de display aan te passen.
Druk herhaaldelijk op de toenametoets naast de
toets Enter om terug te keren naar het vorige
scherm.
3. Verlaat de instellingenmodus.
Om de instellingenmodus te verlaten, dient u de
sleutel uit het bedieningspaneel te halen.
HET GELUIDSSYSTEEM GEBRUIKEN
Om muziek of ingesproken boeken met de geluidsin-
stallatie van het bedieningspaneel te beluisteren, sluit
u een 3,5 mm mannetje tot mannetje audiokabel (niet
inbegrepen) in de aansluiting op het bedieningspaneel
en uw persoonlijke audio-speler; zorg ervoor dat de
audiokabel goed aangesloten is. Let op: Ga naar
uw plaatselijke elektronicawinkel om een audioka-
bel aan te schaffen.
Druk dan op de play-
toets van uw eigen
audio-speler. Pas het
volume aan met de
volume-toenametoets
en -afnametoets op het
bedieningspaneel of met de volumeregelknop op uw
eigen audiospeler.
DE OPTIONELE BORSTKAS HARTSLAGMONITOR
Of uw doel is om
vet te verbran-
den of om uw
cardiovasculair
systeem te
verbeteren, de
sleutel tot het
bereiken van de
beste resultaten
is het behouden
van de juiste
hartslagwaarde tijdens uw oefening. De optionele
hartslagmonitor stelt u in staat om tijdens het oefenen
voortdurend uw hartslag te meten, en dat zal u helpen
om uw persoonlijke tnessdoelen te behalen. Zie de
kaft van deze handleiding om een optionele borst-
kas-hartslagmonitor aan te schaffen.
Let op: Het bedieningspaneel is geschikt voor alle
BLUETOOTH Smart hartslagmonitoren.
24
DE LOOPBAND INKLAPPEN
Stel de helling in op nul voordat u de loopband
inklapt om te voorkomen dat de loopband bescha-
dig raakt. Verwijder dan de sleutel en haal de
stekker van het stroomsnoer uit het stopcontact.
OPGELET: U moet in staat zijn om 20 kg veilig op
te kunnen tillen om de loopband in te klappen, te
laten zakken of te verplaatsen.
1. Houd het metalen onderstel stevig vast op de
plaats die door de onderstaande pijl wordt aange-
geven. OPGELET: Houd het onderstel niet bij de
plastic voetleuningen vast. Buig uw benen en
houd uw rug recht als u het onderstel omhoog
houdt, halverwege tot de verticale stand.
2. Til het onderstel omhoog tot de opbergvergrende-
ling in de opbergstand vastklikt. OPGELET: Zorg
ervoor dat de opbergvergrendeling vastzit.
Plaats een mat onder de loopband om de vloer of het
vloerkleed te beschermen. Houd de loopband weg
uit direct zonlicht. Berg de loopband nooit op in een
omgeving waar de temperatuur hoger is dan 30°C.
DE LOOPBAND VERPLAATSEN
Als u de loopband wilt verplaatsen, dient u deze eerst
in te klappen zoals aan de linkerkant staat beschre-
ven. OPGELET: Zorg dat de vergrendelknop in de
opslagpositie is vergrendeld. Er kunnen twee men-
sen nodig zijn om de loopband te verplaatsen.
1. Houd een
van de hand-
leuningen en
het onderstel
vast en zet
een voet
tegen een
wiel.
2. Trek de
handleuning
naar achte-
ren totdat de
loopband op
de wielen
rolt; verplaats
de loopband dan voorzichtig naar de gewenste
plaats. OPGELET: Verplaats de loopband niet
zonder deze naar achter te laten kantelen, trek
niet aan het onderstel en verplaats de loopband
niet over een oneffen ondergrond.
3. Plaats een voet tegen een van de wielen en laat de
loopband voorzichtig zakken.
HOE DE LOOPBAND NEER TE LATEN VOOR
GEBRUIK
1. Druk het bovenste uit-
einde van het onderstel
naar voren en druk tege-
lijkertijd voorzichtig het
bovenste gedeelte van
de opbergvergrendeling.
2. Trek het bovenste
uiteinde van het onder-
stel naar u toe terwijl u
met uw voet drukt op de
opbergvergrendeling.
3. Zet een stap terug en
laat het onderstel op de
vloer zakken.
Onderstel
1
2
Onderstel
Vergrendeling
HOE DE LOOPBAND IN TE KLAPPEN EN TE
VERPLAATSEN
1
2
Handleuning
Onderstel
Wiel
1
25
ONDERHOUD
Regelmatig onderhoud is belangrijk voor een optimale
werking en om slijtage te verminderen. Controleer
steeds bij gebruik alle onderdelen van de loopband
en draai ze goed vast. Vervang versleten onderdelen
direct.
Maak de loopband regelmatig schoon en houd de band
schoon en droog. Druk eerst de stroomschakelaar in
de stand Off (uit) en trek de stroomkabel uit. Veeg
de buitenkant van de loopband met een vochtige doek
en een klein beetje zachte zeep af. BELANGRIJK:
Spuit geen vloeistoffen rechtstreeks op de
loopband. Houd vloeistoffen weg van het bedie-
ningspaneel om schade aan het bedieningspaneel
te voorkomen. Maak de loopband vervolgens met een
zachte doek goed droog.
PROBLEMEN OPLOSSEN
SYMPTOOM: Het apparaat gaat niet aan
a. Zorg ervoor dat de stekker goed is aangesloten op
een geaard stopcontact (zie bladzijde 16). Mocht
een verlengsnoer nodig zijn gebruik dan alleen
een 3-dradige geleider: snoer maat 14 (2 mm
2
) van
1,5 m of korter.
b. Steek de sleutel in het bedieningspaneel nadat u
het snoer in het stopcontact heeft gestoken.
c. Controleer de stroomschakelaar bij de stroomkabel
op het onderstel van de loopband. De schakelaar
is doorgeslagen wanneer de schakelaar uitsteekt
zoals afgebeeld. Wacht vijf minuten en druk dan
de schakelaar weer in om de stroomschakelaar te
resetten.
SYMPTOOM: De stroom gaat uit tijdens gebruik
a. Controleer de stroomschakelaar (zie tekening c
links). Als de schakelaar doorgeslagen is, wacht
dan vijf minuten en druk de schakelaar weer in.
b. Zorg ervoor dat de stroomkabel ingestoken is. Als
de stroomkabel ingestoken is, trek deze dan uit,
wacht vijf minuten en steek hem dan weer in.
c. Verwijder de sleutel uit het bedieningspaneel en
steek hem er weer in.
d. Zie de kaft van deze handleiding als de loopband
nog steeds niet werkt.
SYMPTOOM: Het scherm van het bedieningspaneel
blijft verlicht als u de sleutel uit het
bedieningspaneel haalt
a. Het bedieningspaneel beschikt over een demo
instelling voor de display die ontwikkeld is voor
als de loopband in een winkel geëtaleerd wordt.
De demo instelling staat aan als de displays blij-
ven branden wanneer u de sleutel uittrekt. Houd
de toets Stop enkele lang seconden ingedrukt
om de demo instelling uit te schakelen. Zie DE
INSTELLINGENMODUS op bladzijde 23 om de
demo instelling uit te schakelen als de displays nog
steeds branden.
SYMPTOOM: De displays van het bedieningspaneel
werken niet goed
a. Trek de sleutel uit het bedieningspaneel en TREK
HET STROOMSNOER UIT HET STOPCONTACT.
Verwijder vervolgens de vijf #8 x 3/4" Schroeven
(4), en draai nauwkeurig de Motorkap (65) eraf.
Resetten
Doorgeslagen
c
65
4
4
4
4
a
ONDERHOUD EN OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
26
Zoek de Snelheidssensor (103) en de Magneet
(104) aan de linkerkant van de Katrol (49). Draai
de Katrol tot de Magneet is uitgelijnd met de
Snelheidssensor. Zorg dat het gat tussen de
Magneet en de Snelheidssensor ongeveer 3 mm
is. Draai indien nodig de #8 x 3/4" Trusskopschroef
(14), beweeg de Snelheidssensor iets, en draai
de Trusskopschroef weer vast. Maak de Motorkap
(niet afgebeeld) weer vast met de #8 x 3/4"
Schroeven (niet afgebeeld) en laat de loopband
een paar minuten draaien om de snelheidsmeting
na te kijken.
SYMPTOOM: De helling van de loopband verandert
niet juist
a. Houd de toets Stop en de toenametoets Speed
(snelheid) ingedrukt, steek de sleutel in het
bedieningspaneel en laat dan de toets Stop en
de toenametoets Speed los. Druk vervolgens op
de toets Stop en druk dan op de toenametoets
of afnametoets Incline (helling). De loopband zal
automatisch naar het maximum hellingniveau
stijgen en dan naar het minimumniveau terugke-
ren. Hierdoor zal het hellingsysteem opnieuw geijkt
worden. Als het hellingsysteem niet kalibreert, druk
dan opnieuw op de toets Stop en druk opnieuw op
de toenametoets of de afnametoets Incline. Trek de
sleutel uit het bedieningspaneel als het hellingsys-
teem geijkt is.
SYMPTOOM: De loopband vertraagt als u erop
loopt
a. Mocht een verlengsnoer nodig zijn gebruik dan
alleen een 3 conductor, maat 14 (2 mm
2
) snoer van
1,5 m of korter.
b. Als de loopband te strak staat draait de loopband
langzamer en kan het loopvlak zelfs beschadigd
worden. Verwijder de sleutel en HAALT U DE
STEKKER UIT HET STOPCONTACT. Draai beide
schroeven van de spanrol met de inbussleutel een
kwartslag tegen de klok in. Als de loopband goed
vastligt moet u elke rand van de loopband 5 tot 7
cm van het loopoppervlak kunnen optillen. Zorg
ervoor dat de band in het midden blijft liggen. Steek
dan de stekker in het stopcontact, plaats de sleutel
en loop een paar minuten op de loopband. Herhaal
tot de loopband goed vastzit.
c. Uw loopband is voorzien van een band die al
met een hoogwaardig smeermiddel is behandeld.
BELANGRIJK: Behandel de loopband of het
loopvlak nooit met siliconenspray of enig ander
substantie tenzij dit door een erkende onder-
houdsmonteur wordt aangegeven. Dergelijke
substanties kunnen de kwaliteit van de loop-
band verslechteren en leiden tot overmatige
slijtage. Zie de kaft van deze handleiding als u
vermoedt dat de loopband aanvullende smering
nodig heeft.
d. Zie de kaft van deze handleiding als de loopband
nog steeds vertraagt als erop gelopen wordt.
104
14
103
3 mm
49
Bovenaanzicht
5–7 cm
b
Schroeven van de Spanrol
27
SYMPTOOM: De loopband loopt uit het midden
a. BELANGRIJK: De loopband moet in het mid-
den liggen tussen de voetleuningen; als de
loopband tegen de voetleuningen wrijft, kan
de loopband beschadigd raken. Allereerst,
verwijdert u de sleutel en vervolgens HAALT U
DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT. Als de
loopband naar links is verschoven, kunt u de
inbussleutel gebruiken om de linker schroef van de
ruststandrol een halve slag naar rechts te draaien;
als de loopband naar rechts is verschoven kunt
u de linkerschroef van de ruststandrol een halve
slag naar links draaien. Zorg dat u de loopband niet
te strak draait. Steek dan de stekker in het stop-
contact, plaats de sleutel en loop een paar minuten
op de loopband. Herhaal deze procedure tot de
band goed in het midden ligt.
SYMPTOOM: De loopband slipt als u erop loopt
a. Als eerste, verwijder de sleutel en HAALT U DE
STEKKER UIT HET STOPCONTACT. Draai met
de inbussleutel beide schroeven van de spanrol
een kwartslag met de klok mee. Als de loopband
goed vastligt moet u elke rand van de loopband
5 tot 7 cm van het loopvlak kunnen optillen. Zorg
ervoor dat de band in het midden blijft liggen. Steek
dan de stekker in het stopcontact, plaats de sleutel
en loop een paar minuten op de loopband. Herhaal
tot de loopband goed vastzit.
a
Voetleuningen
a
28
RICHTLIJNEN VOOR HET OEFENEN
Deze richtlijnen helpen u bij het plannen van uw
oefeningenprogramma. Voor meer gedetailleerde
oefeninginformatie, dient u een erkend boek te kopen
of uw arts te consulteren. Onthoud dat goede voeding
en voldoende rust essentieel zijn voor succesvolle
resultaten.
INTENSITEIT VAN OEFENINGEN
Of het nu uw doel is om vet te verbranden of om uw
hart en vaatsysteem te versterken, het uitvoeren
van oefeningen met de juiste intensiteit is de sleutel
voor het bereiken van resultaten. U kunt uw hartslag
gebruiken als gids voor het vinden van het juiste
intensiteitniveau. De grafiek hieronder toont de aan-
bevolen hartslagen voor het verbranden van vet en
voor een aerobic-oefening.
Voor het vinden van het juiste intensiteitniveau, zoekt
u uw leeftijd onderaan de grafiek (leeftijden worden
afgerond naar het dichtstbijzijnde tiental). De drie get-
allen boven uw leeftijd bepalen uw “trainingszone”. Het
laagste nummer is uw hartslag voor het verbranden
van vet, het middelste nummer is uw hartslag voor het
maximaal verbranden van vet en het hoogste nummer
is de hartslag voor de aerobic-oefening.
Vet Verbranden—Om op doeltreffende wijze vet te
verbranden, moet u gedurende een aanhoudende
periode oefeningen doen op een laag intensiteitniveau.
Tijdens de eerste minuten van de oefening gebruikt
uw lichaam koolhydraatcalorieën voor de energie. Pas
na de eerste minuten van de oefening gebruikt uw
lichaam opgeslagen vetcalorieën voor de energie. Als
het uw doel is om vet te verbranden dient u de intensit-
eit van de oefening aan te passen tot uw hartslag zich
bij het laagste nummer in uw trainingszone bevindt.
Voor maximale vetverbranding, dient u te oefenen
met uw hartslag in het middelste nummer van uw
trainingszone.
Aerobic-oefening—Als het uw doel is om uw hart en
vaatsysteem te versterken dan moet u een aerobic-
oefening uitvoeren die zorgt voor activiteit die grote
hoeveelheden zuurstof vereist gedurende langere peri-
oden. Voor een aerobic-oefening past u de intensiteit
van uw oefening aan tot uw hartslag in de buurt is van
het hoogste nummer van uw trainingszone.
RICHTLIJNEN VOOR EEN TRAINING
Warming Up—Start met strekken en lichte oefeningen
gedurende 5 tot 10 minuten. Een warming-up zorgt dat
u uw lichaamstemperatuur, hartslag en bloeddoorstro-
ming verhoogt in voorbereiding op de training.
Trainingszone-oefening—Oefen gedurende 20 tot
30 minuten met uw hartslag in uw trainingszone.
(Gedurende de eerste weken van uw oefeningen-
programma, dient u uw hartslag niet langer dan 20
minuten in uw trainingszone te houden.) Adem regel-
matig en diep bij het uitvoeren van de oefening; houd
uw adem niet in.
Afkoelen—Eindig met 5 tot 10 minuten strekken.
Strekken verhoogt de flexibiliteit van de spieren en
helpt problemen na de oefening voorkomen.
FREQUENTIE VAN DE OEFENINGEN
Om uw conditie te behouden of te verbeteren, dient u
drie trainingen per week te doen, met ten minste één
rustdag tussen de trainingen. Na een aantal maanden
regelmatig oefeningen doen, kunt u desgewenst maxi-
maal vijf trainingen per week doen. Onthoud dat het
dagelijks regelmatig en met plezier doen van oefenin-
gen de sleutel tot uw succes is.
WAARSCHUWING:
Voordat u begint met dit of een ander
oefeningenprogramma, dient u een arts te
consulteren. Dit is vooral belangrijk voor
personen boven de 35 jaar of personen met
bestaande gezondheidsproblemen.
De hartslagmonitor is geen medisch appa-
raat. Diverse factoren kunnen invloed hebben
op nauwkeurigheid van de hartslagwaarden.
De hartslagmonitor is alleen bedoeld als hulp-
middel bij de oefening voor het bepalen van
de hartslag over het algemeen.
29
AANBEVOLEN STREKOEFENINGEN
De juiste manier voor verschillende basisstrekoefeningen wordt rechts getoond. Beweeg langzaam bij het strek-
ken–spring nooit op.
1. Teen Aanraken Strekoefening
Sta met lichtgebogen knieën en buig langzaam vanuit uw heupen
naar voren. Houd uw rug en schouders ontspannen als u zover
mogelijk naar beneden reikt, richting uw tenen. Houd deze positie
gedurende 15 seconden aan en ontspan dan weer. Herhaal dit drie
keer. Strekken: Achillespees, achterkant van de knieën en rug.
2. Strekken van de Achillespees
Ga zitten met één uitgestrekt been. Breng de zool van de andere
voet naar u toe en laat deze rusten tegen de binnenkant van de
dij van uw uitgestrekte been. Probeer zover mogelijk naar uw
teen te reiken. Houd deze positie gedurende 15 seconden aan en
ontspan dan weer. Herhaal dit drie keer voor elk been. Strekken:
Achillespezen, onderrug en liezen.
3. Strekken van Kuiten/Achillespees
Reik naar voren met het ene been voor de ander en plaats uw
handen tegen een muur. Houd uw achterbeen gestrekt en uw achter-
voet plat op de vloer. Buig uw voorbeen, leun naar voren en beweeg
uw heupen in de richting van de muur. Houd deze positie gedurende
15 seconden aan en ontspan dan weer. Herhaal dit drie keer voor elk
been. Voor het nog verder strekken van de achillespezen, kunt u ook
uw achterbeen buigen. Strekken: Kuiten, achillespezen en enkels.
4. Strekken van de Dijbeenspier
Leun met een hand tegen de muur voor balans en reik met de
andere hand naar achteren en grijp uw voet. Breng uw hiel zo dicht
mogelijk bij uw billen. Houd deze positie gedurende 15 seconden
aan en ontspan dan weer. Herhaal dit drie keer voor elk been.
Strekken: Dijbeenspier en heupspieren.
5. Strekken Binnenkant Dijbeen
Zit met de zolen van uw voeten tegen elkaar aan en uw knieën naar
buiten gericht. Trek uw voeten zover mogelijk naar uw liezen. Houd
deze positie gedurende 15 seconden aan en ontspan dan weer.
Herhaal dit drie keer. Strekken: Dijbeenspier en heupspieren.
1
2
3
4
5
30
Nr. Aant. Beschrijving Nr. Aant. Beschrijving
LIJST MET ONDERDELEN
Modelnr. PETL99717.1 R0318A
1 8 #8 x 1/2" Schroef
2 4 1/4" x 1/2" Schroef
3 1 5/16" x 2 1/4" Bout
4 45 #8 x 3/4" Schroef
5 1 Hartslagdwarsstang
6 5 5/16" x 1 3/4" Bout
7 4 3/8" x 2 3/8" Schroef
8 2 5/16" x 3/4" Schroef
9 4 #10 x 3/4" Schroef
10 9 #8 x 1/2" Machineschroef
11 6 5/16" Sterring
12 4 #8 x 1" Tekschroef
13 8 3/8" Sterring
14 13 #8 x 3/4" Trusskopschroef
15 3 1/4" x 2 1/2" Schroef
16 1 3/8" x 1 1/2" Bout
17 2 3/8" x 1 1/2" Wielbout
18 1 #8 x 1/2" Aardingsschroef
19 4 #8 x 7/16" Schroef
20 2 5/16" Motorschroef
21 2 3/8" Pen
22 2 3/8" x 1 1/8" Bout
23 1 Vergrendelingsdwarsstang
24 2 #8 Sterring
25 1 Onderstel van het Bedieningspaneel
26 8 1/4" Sterring
27 1 Rechterhouder
28 4 5/16" x 2 1/4" Schroef
29 1 3/8" x 1 3/4" Bout met Inbuskop
30 4 5/16" Platte Tussenring
31 1 Inzetstuk van de
Rechterhandleuning
32 2 Tussenstuk van de Hellingmotor
33 6 3/8" Klemmoer
34 6 5/16" Moer
35 6 1/4" x 1 1/4" Schroef
36 1 Linkerhouder
37 8 #8 x 5/8" Schroef
38 2 Wiel
39 6 Isolator
40 2 Achterpoot
41 1 Opbergvergrendeling
42 1 Linkervoetleuning
43 1 Waarschuwingssticker
44 1 Loopvlak
45 1 Loopband
46 2 Riemgeleider
47 1 Rechterachtervoet
48 4 Draadband
49 1 Aandrijfrol/Katrol
50 8 3/16" Tussenring
51 2 3/8" x 1 1/4" Schroef
52 2 3/8" Tussenring
53 2 1/4" x 1 1/4" Patchschroef
54 1 Aandrijfmotor
55 1 Riem van de Motor
56 1 Onderstel
57 1 Linkerachtervoet
58 1 Aardingsdraad van het
Bedieningspaneel
59 4 Rubberkussen
60 1 Rechtervoetleuning
61 1 Spanrol
62 2 3/8" x 1 3/4" Schroef
63 4 3/8" Plastic Bus
64 1 Basis van het Bedieningspaneel
65 1 Motorkap
66 6 Onderkant van het Kussen
67 2 Tussenstuk van het Onderstel van
het Hellingsysteem
68 5 Kapklem
69 1 Hellingmotor
70 1 Onderstel van het Hellingsysteem
71 2 Tussenstuk van het Onderstel
72 1 Controller
73 1 Controllerbeugel
74 2 Inzetstuk van het Basiskussen
75 1 Stroomschakelaar
76 1 Stroomsnoer
77 2 Doorvoerhuls
78 1 Onderpan
79 1 Inzetstuk van de Linkerhandleuning
80 1 Bedieningspaneel
81 1 Draad van de Staander
82 1 Linkerbasiskap
83 1 Rechterbasiskap
84 2 Handleuning
85 1 Basis
86 2 Draadband
87 1 Kap van de Linkerhandleuning
88 1 Sleutel/Klem
89 1 Linkerstaander
90 1 Rechterstaander
91 2 Waarschuwingssticker
92 2 Klem van het Bedieningspaneel
93 12 M5 Platte Tussenring
94 1 1/4" Moer
95 1 Controllerklem
96 1 Rechterbinnenkap van de Basis
97 1 Linkerbinnenkap van de Basis
98 1 Kap van de Rechterhandleuning
99 4 #8 x 1/2" Machineschroef
100 1 Tablethouder
31
Nr. Aant. Beschrijving Nr. Aant. Beschrijving
101 2 Kussen van de Basis
102 2 9/32" Plastic Bus
103 1 Snelheidssensor
104 1 Magneet
105 1 Klem
106 2 Huls van de Motor
107 1 Filter
108 1 Motorisolator
109 1 Kap van het Voorkap
110 1 Aansluiting
111 2 Motortussenstuk
* Gebruikershandleiding
Let op: Deze technische gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden. Zie de achter-
kant van deze handleiding voor informatie over het bestellen van vervang onderdelen. *Deze onderdelen worden
niet afgebeeld.
32
50
37
37
50
37
50
50
37
50
37
50
37
50
37
50
10
95
107
10
10
10
73
24
102
53
94
15
10
60
6
15
15
42
6
10
49
56
6
21
45
61
30
34
59
6
43
44
21
53
102
19
46
34
30
59
34
30
59
37
40
40
47
4
4
4
57
4
4
8
11
35
35
35
66
39
14
93
66
39
14
93
66
39
14
93
35
35
35
93
66
66
14
93
14
66
93
14
3
34
41
34
6
54
108
55
34
30
59
48
46
19
8
11
23
39
39
39
14
103
105
104
106
111
20
GEDETAILLEERDE TEKENING A
Modelnr. PETL99717.1 R0318A
33
68
75
65
109
72
78
4
4
4
68
68
68
68
4
4
4
4
4
4
4
4
4
71
70
71
67
67
63
63
52
52
33
33
33
29
69
16
33
32
110
76
GEDETAILLEERDE TEKENING B
Modelnr. PETL99717.1 R0318A
34
26
84
11
28
84
87
79
26
2
2
11
28
98
31
4
4
4
4
17
17
33
77
77
81
33
85
13
22
22
62
13
62
18
51
82
91
38
83
90
38
91
96
97
63
74
13
7
13
51
7
13
13
7
13
12
12
101
101
74
89
63
81
GEDETAILLEERDE TEKENING C
Modelnr. PETL99717.1 R0318A
35
36
80
86
4
27
4
92
92
4
58
10
64
1
4
4
4
4
4
1
1
1
1
1
1
1
88
26
5
9
26
4
4
4
4
4
4
9
100
25
99
99
GEDETAILLEERDE TEKENING D
Modelnr. PETL99717.1 R0318A
Onderdeelnr. 394055 R0318A Gedrukt in China © 2018 ICON Health & Fitness, Inc.
Dit elektronische product mag niet bij het gemeentelijk afval worden gegooid.
Om het milieu te beschermen, moet dit product volgens de wet worden gere-
cycleerd aan het einde van de levenscyclus.
Maak gebruik van installaties voor hergebruik die bevoegd zijn voor het ver-
werken van dit soort afval in uw streek. Zo helpt u het milieu te beschermen en de
Europese normen voor milieubescherming te verbeteren. Als u meer informatie
nodig hebt over veilige en correcte afvalverwijdering, neem dan contact op met uw
plaatselijke gemeentedienst of de winkel waar u dit product hebt gekocht.
RECYCLING INFORMATIE
Bekijk de omslag van deze handleiding voor het bestellen van vervangende onderdelen. Zorg ervoor dat u de vol-
gende informatie bij de hand hebt wanneer u contact met ons opneemt:
• het modelnummer en het serienummer van het apparaat (raadpleeg de omslag van deze handleiding)
• de naam van het apparaat (raadpleeg de omslag van deze handleiding)
het nummer van het onderdeel en de beschrijving (zie LIJST MET ONDERDELEN en GEDETAILLEERDE
TEKENING aan het eind van deze handleiding)
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36

ProForm PETL99717 de handleiding

Type
de handleiding