Microlife BP A3 Plus Handleiding

Categorie
Bloeddruk eenheden
Type
Handleiding
56
Weergave
Lees alvorens dit apparaat te gebruiken de instructies
aandachtig door.
Geleverd onderdeel type BF
Het bedoelde gebruik:
Deze oscillometrische bloeddrukmonitor is bedoeld voor het non-
invasief meten van bloeddruk bij personen van 12 jaar of ouder.
Dit apparaat is klinisch gevalideerd voor patiënten met hyper-
tensie, hypotensie, diabetes, zwangerschap, pre-eclampsie, athe-
rosclerose, end-stage renal disease, obesitas en voor ouderen.
Geachte klant,
Deze bloeddrukmonitor is in samenwerking met artsen ontwikkeld
en klinische validatiestudies hebben aangetoond dat de meet-
nauwkeurigheid bijzonder hoog is.*
Mocht u vragen hebben of wanneer u reserveonderdelen wilt
bestellen, neemt u dan contact op met uw Microlife importeur. De
verkoper zal u het adres van de Microlife importeur in uw land geven.
Natuurlijk kunt u ook de website www.microlife.nl raadplegen, waar
u waardevolle informatie kunt vinden over onze producten.
Blijf gezond – Microlife AG!
* Dit apparaat gebruikt o.a. dezelfde meettechnologie als het geva-
lideerde model «BP 3BTO-A» getest conform het British and Irish
Hypertension Society (BIHS) protocol.
Microlife BP A3 Plus
NL
1
AAN/UIT knop
2
Display
3
Manchetaansluiting
4
Batterijcompartiment
5
Adapteraansluiting
6
Manchet
7
Manchetconnector
8
MAM Schakelaar
9
Gebruikersschakelaar
AT
M-knop (geheugen)
AK
Tijdknop
AL
Gebruikersindicator
AM
Batterijweergave
AN
Datum/tijd
AO
Systolische waarde
AP
Diastolische waarde
AQ
Hartslagfrequentie
AR
Verkeerslichtweergave indicator
AS
MAM Intervaltijd
BT
Hartslag
BK
Manchetcontrole indicator
BL
MAM Modus
BM
Onregelmatige hartslag (IHB) symbool
BN
Armbeweging indicator
BO
Opgeslagen waarden
Droog houden
57BP A3 Plus
NL
Inhoudsopgave
1. Belangrijke feiten over bloeddruk en het zelf meten
hiervan
Hoe meet ik mijn bloeddruk?
2. Eerste gebruik van het apparaat
Plaatsen van de batterijen
Instellen van datum en tijd
Selecteer de juiste manchet
Selecteren van de gebruiker
Selecteren van de standaardmodus of MAM modus
MAM modus (sterk aanbevolen)
3. Bloeddruk meten
Een meting uitvoeren zonder deze op te slaan
4. Uiterlijk van het symbool voor onregelmatige hartslag
(IHB)
5. Verkeerslichtindicatie in de weergave
6. Geheugenopslag
Bekijken van de opgeslagen waarden
Geheugen vol
Wis alle waarden
7. Batterij-indicator en batterijvervanging
Batterijen bijna leeg
Batterijen leeg – vervanging
Welke batterijen en welke werkwijze?
Gebruik van oplaadbare batterijen
8. Gebruik van een netadapter
9. Foutmeldingen
10. Veiligheid, onderhoud, nauwkeurigheidstest en verwi-
jdering
Veiligheid en bescherming
Apparaatonderhoud
Reinig de manchet
Nauwkeurigheidstest
Verwijdering
11. Garantie
12. Technische specificaties
Garantiebon (zie achterzijde)
1. Belangrijke feiten over bloeddruk en het zelf meten
hiervan
Bloeddruk is de druk waarmee het bloed door de aderen
stroomt veroorzaakt door het pompen van het hart. Twee
waarden, de systolische (boven) waarde en de diastolische
(onder) waarde worden altijd gemeten.
Het apparaat geeft ook de hartslagfrequentie (het aantal
keren dat het hart per minuut slaat) aan.
Constante hoge bloeddruk kan nadelig zijn voor uw
gezondheid en moet door uw arts worden behandeld!
Bespreek altijd uw waarden met uw arts en vertel hem/haar
wanneer u iets ongebruikelijks heeft opgemerkt of onzeker
bent. Vertrouw nooit op een enkele bloeddrukwaarde.
Er zijn verschillende oorzaken voor hoge bloeddrukwaarden.
Uw arts kan de gemeten waarden met u doornemen en indien
nodig een behandeling voorstellen. Naast medicatie kan een
gezondere levensstijl ook leiden tot verlaging van de bloeddruk
(bijv. dieet en meer beweging).
In geen enkel geval zou u de dosering van uw medicatie
moeten aanpassen of een behandeling starten zonder een
arts te raadplegen.
Afhankelijk van lichamelijke inspanning en conditie, is bloeddruk
onderhevig aan brede schommelingen gedurende de dag.
U
dient daarom de bloeddruk steeds onder dezelfde rustige
omstandigheden te meten en wanneer u zich ontspannen
voelt!
Meet tenminste twee keer 's morgens en twee keer 's
avonds en Neem het gemiddelde van alle metingen.
Het is vrij normaal wanneer twee metingen vlak na elkaar
genomen opvallend verschillende resultaten opleveren.
Daarom bevelen wij de MAM-technologie aan.
Afwijkingen tussen metingen genomen door uw arts of de
apotheek en die thuis zijn opgenomen zijn vrij normaal, omdat
deze situaties volledig verschillend zijn.
Verschillende metingen geven een veel duidelijker beeld van
uw bloeddruk dan slechts één enkele meting. Daarom bevelen
wij de MAM-technologie aan.
Neem een korte rustpauze van minimaal 15 seconden tussen
twee metingen.
Raadpleeg uw arts voordat u het apparaat gebruikt als u hartrit-
mestoornissen heeft. Zie ook hoofdstuk «Uiterlijk van het
symbool voor onregelmatige hartslag (IHB)» van deze gebrui-
kershandleiding.
58
De hartslagfrequentie is niet geschikt voor het controleren
van patiënten met een pacemaker!
Indien u zwanger bent adviseren wij u regelmatige uw bloed-
druk te meten, omdat uw bloeddruk drastisch kan veranderen
gedurende deze periode.
Deze meter is speciaal getest voor gebruik tijdens zwanger-
schap en pre-eclampsie. Wanneer u ongewoon hoge
metingen registreert, zou u de meting een tijd later moeten
herhalen (bijv. 1 uur). Indien de meting nog steeds te hoog
is, raadpleeg dan uw arts of gynaecoloog.
Hoe meet ik mijn bloeddruk?
De evaluatie van de waarden zijn conform de tabel. Bijvoorbeeld:
een waarde van de bloeddruk van 140/80 mmHg of een waarde
van 130/90 mmHg toont «bloeddruk te hoog».
2. Eerste gebruik van het apparaat
Plaatsen van de batterijen
Nadat u het apparaat heeft uitgepakt, plaatst u eerst de batterijen.
Het batterijcompartiment 4 bevindt zich aan de onderzijde van
het apparaat. Plaats de batterijen (4 x 1.5 V, grootte AA), let hierbij
op de aangegeven polariteit.
Instellen van datum en tijd
1. Nadat de batterijen zijn geplaatst knippert het jaartal in het scherm.
U kunt het jaar instellen door op de M-knop
AT
te drukken. Om te
bevestigen en vervolgens de maand in te stellen, drukt u op de tijd-
knop
AK
.
2. Nu kunt u de maand instellen met de M-knop. Druk op de tijd-
knop om te bevestigen en stel dan de dag in.
3. Volg de bovenstaande instructies om dag, uur en minuten in te
stellen.
4. Zodra u de minuten heeft ingesteld en de tijdknop indrukt, zijn
de datum en tijd ingesteld en wordt de tijd weergegeven.
5. Als u de datum en de tijd wilt veranderen, houdt u de tijdknop
ingedrukt gedurende ca. 3 seconden totdat het jaartal begint te
knipperen. Nu kunt u nieuwe waarden invoeren zoals hierboven
beschreven.
Selecteer de juiste manchet
Microlife heeft manchetten in verschillende maten. Selecteer de
manchetgrootte die overeenkomt met de omtrek van uw bovenarm
(de gemeten omtrek rond het midden van de bovenarm).
Voorgevormde «Easy» manchetten zijn optioneel verkrijg-
baar voor een eenvoudige bevestiging en meer comfort.
Gebruik alleen Microlife manchetten!
Neem contact op met uw Microlife importeur, als de bijgesloten
manchet 6 niet past.
Bevestig de manchet aan het apparaat middels de manchet-
connector 7 duw de connector 3 zo ver als mogelijk in het
apparaat.
Selecteren van de gebruiker
Met dit apparaat kunt u de resultaten van 2 gebruikers opslaan.
Stel, ór elke meting, de gebruikersschakelaar 9 in voor de
juiste gebruiker: gebruiker 1 of 2.
Gebruiker 1: schuif de schakelaar 9 omhoog zodat deze bij
gebruikersicoon 1 staat.
Gebruiker 2: schuif de schakelaar 9 omlaag zodat deze bij
gebruikersicoon 2 staat.
De eerste persoon die meet dient gebruiker 1 te selecteren.
Selecteren van de standaardmodus of MAM modus
Dit apparaat laat u kiezen tussen of standaard (standaard enkel-
voudige meting) of modus MAM (automatische drievoudige
meting). Om standaard modus te selecteren, schuift u de MAM
schakelaar 8 aan de zijkant van het apparaat in stand «1» en om
MAM modus te selecteren, schuift u deze schakelaar in stand «3».
Tabel voor de classificatie van thuis bloeddruk meetwaarden bij
volwassenen in overeenstemming met de internationale richtlijnen
(ESH, ESC, JSH). Data in mmHg.
Bereik
Systo-
lisch
Diasto-
lisch Advies
1. bloeddruk normaal < 120 < 74 Zelfcontrole
2.
bloeddruk optimaal
120 - 129 74 - 79 Zelfcontrole
3. bloeddruk
verhoogd
130 - 134 80 - 84 Zelfcontrole
4. bloeddruk te hoog 135 - 159 85 - 99 Win medisch
advies in
5. bloeddruk gevaar-
lijk hoog
160 100
Win dringend
medisch advies in!
Manchetgrootte voor omtrek van de bovenarm
S 17 - 22 cm
M 22 - 32 cm
M - L 22 - 42 cm
L 32 - 42 cm
L - XL 32 - 52 cm
59BP A3 Plus
NL
MAM modus (sterk aanbevolen)
In MAM modus, 3 metingen worden automatisch genomen in
volgorde en het resultaat wordt dan automatisch geanalyseerd
en weergegeven. Omdat de bloeddruk constant schommelt, is
een op deze manier bepaald resultaat betrouwbaarder dan een
die is verkregen door een enkele meting.
Wanneer u de MAM stand selecteert, verschijnt het MAM-
symbool BL in het display.
Het gedeelte rechtsonder in het display toont een 1, 2 of 3 om aan
te geven welke van de 3 metingen momenteel genomen wordt.
Tussen de metingen wordt een rusttijd van 15 seconden aange-
houden. Het aftellen wordt weergegeven in het scherm.
De individuele resultaten worden niet weergegeven. Uw bloeddruk
zal alleen worden getoond nadat alle 3 de metingen zijn verricht.
Verwijder de manchet niet tussen de metingen.
Als een van de afzonderlijke metingen twijfelachtig was, dan
wordt een vierde automatisch genomen.
3. Bloeddruk meten
Stappenplan voor een betrouwbare bloeddrukmeting
1. Vermijd activiteit, eten of roken vlak vóór een meting.
2. Ga zitten op een stoel met rugsteun en ontspan voor 5 minuten.
Houd uw voeten naast elkaar op de grond en zit niet met de
benen over elkaar.
3. Meet altijd aan dezelfde arm (normaal links). Het wordt
aanbevolen dat artsen bij een eerste bezoek van een patiënt
beide armen meet om de te meten arm te bepalen. Aan de arm
met de hogere bloeddruk moet worden gemeten.
4. Verwijder de kleding die de bovenarm bedekt, mouwen moeten
niet worden opgerold om afklemmen te voorkomen.
5. Zorg er altijd voor dat de juiste manchetmaat wordt gebruikt
(markering arm omtrek staat vermeld op het manchet).
Bevestig de manchet om de arm, maar niet te strak.
Zorg ervoor dat de manchet
1-2
cm boven uw elleboog is
geplaatst.
De artery mark op de manchet (ca. 3 cm lange bar) dient op
de ader van de arm (binnenkant) te worden gelegd.
Ondersteun uw arm zodat deze ontspannen is.
Zorg dat de manchet op dezelfde hoogte is als uw hart.
6. Druk op de AAN/UIT knop 1 om de meting te starten.
7. De manchet wordt nu automatisch opgeblazen. Ontspan,
beweeg niet en span uw armspieren niet totdat het meetresul-
taat wordt getoond. Adem normaal en praat niet.
8. Wanneer de juiste druk is bereikt, stopt het pompen en daalt de
druk langzaam. Als de gewenste druk niet werd bereikt, zal het
apparaat automatisch meer lucht in de manchet pompen.
9. Tijdens de meting knippert het hartslag symbool
BT
op het scherm.
10.Het resultaat, inclusief de systolische AO en de diastolische AP
bloeddruk en de hartslagfrequentie AQ wordt weergegeven.
Raadpleeg ook deze handleiding voor uitleg van de overige
weergaven.
11.Indien de meting klaar is, verwijder de manchet.
12.Schakel het apparaat uit. (De monitor gaat automatisch uit na
ongeveer. 1 min.).
Een meting uitvoeren zonder deze op te slaan
Zodra de meting is uitgevoerd en het resultaat wordt weergegeven in
het display houdt u de AAN/UIT knop
1
ingedrukt totdat de «
M
»
BO
in het display knippert. Druk dan vervolgens op de M-knop
AT
, dan
wordt de meting verwijderd en niet opgeslagen in het geheugen.
U kunt de meting op elk gewenst moment beëindigen door
op de AAN/UIT knop te drukken (bijv. wanneer u een onge-
makkelijke of een onplezierige druk voelt).
Als bekend is dat de systolische bloeddruk heel
hoog is, kan het gunstig zijn de druk individueel in te
stellen. Druk op de AAN/UIT knop nadat de monitor is opge-
pompt tot een niveau van ca. 30 mmHg (weergegeven in de
display). Hou de knop ingedrukt totdat de druk ca 40 mmHg
boven de verwachte waarde – laat dan de knop los.
4. Uiterlijk van het symbool voor onregelmatige hart-
slag (IHB)
Dit symboo BM geeft aan dat er een onregelmatige hartslag is
gedetecteerd. In dit geval kan de gemeten bloeddruk afwijken van
uw werkelijke bloeddrukwaarden. Het wordt aanbevolen om de
meting te herhalen.
5. Verkeerslichtindicatie in de weergave
De balken aan de linkerkant van het display AR toont de range
waarin de gemeten waarden liggen. Afhankelijk van de uitgelezen
waarde optimaal (groen), verhoogd (geel), te hoog (oranje) of
Informatie voor de arts in geval van het herhaaldelijk
verschijnen van het IHB-symbool
Dit apparaat is een oscillometrische bloeddrukmeter die ook de
pols meet tijdens bloeddrukmeting en aangeeft wanneer de hart-
slag onregelmatig is.
60
gevaarlijke hoog (rood) geeft het de overeenkomende kleur aan.
Deze classificaties zijn gebaseerd op internationale richtlijnen
(aan ESH, ESC, JSH), zoals beschreven in «sectie 1.».
6. Geheugenopslag
Dit apparaat heeft ruimte voor 99 metingen voor elk van de 2
gebruikers. De metingen worden automatisch opgeslagen.
Bekijken van de opgeslagen waarden
Selecteer gebruiker 1 of 2 met de gebruikersschakelaar 9.
Druk op de M-knop
AT
, wanneer het apparaat is uitgeschakeld. De
weergave toont eerst «
M
»
BO
en «
A
», wat staat voor het gemiddelde
van alle opgeslagen waarden.
Wederom op de M-knop drukken toont de vorige waarde. Door
nogmaals op de M-knop te drukken, kunt u door de meetresultaten
heen bladeren.
Geheugen vol
Let op dat de maximale geheugencapaciteit van 99 metingen
per gebruiker niet wordt overschreden.
Wanneer de 99 geheu-
genplaasten vol zijn, wordt de oudste meting automatisch
overschreven met de 100e meting.
Om gegevensverlies te
voorkomen, kunnen de meetwaarden worden geëvalueerd door
uw arts voordat de maximale geheugencapaciteit is bereikt.
Wis alle waarden
Controleer of u de juiste gebruiker heeft geselecteerd.
1. Selecteer gebruiker 1 of 2 met de gebruikersschakelaar 9 als
het apparaat uit staat.
2. Houd de M-knop AT ingedrukt totdat «CL» verschijnt en laat de
knop dan los.
3. Wanneer «CL» knippert druk dan op de M-knop om alle meet-
waarden permanent te verwijderen.
Om verwijdering te annuleren
druk op de AAN/UIT knop
1
wanneer «
CL
» knippert.
Losse meetwaarden kunnen niet worden gewist.
7. Batterij-indicator en batterijvervanging
Batterijen bijna leeg
Wanneer de batterijen ongeveer ¾ verbruikt zijn zal het batterij-
symbool AM knipperen zodra het apparaat ingeschakeld is
(gedeeltelijk geladen batterij wordt weergegeven). Alhoewel het
apparaat door zal gaan met betrouwbaar meten moet u batterijen
weldra vervangen.
Batterijen leeg – vervanging
Wanneer de batterijen leeg zijn, zal het batterijsymbool
AM
knipperen
zodra het apparaat ingeschakeld is (lege batterij weergegeven). U
kunt niet verder meten en moet de batterijen vervangen.
1. Maak het batterijcompartiment open 4 aan de onderzijde van
het apparaat.
2. Vervang de batterijen – controleer de juiste polariteit zoals
getoond door de symbolen in het compartiment.
3. Om de datum en de tijd in te stellen volg de procedure zoals
beschreven in «Paragraaf 2.».
Het geheugen bevat alle waarden alhoewel datum en tijd
gereset moeten worden – het jaartal knippert daarom auto-
matisch nadat de batterijen zijn vervangen.
Welke batterijen en welke werkwijze?
Gebruik
4
nieuwe, long-life 1,5V, type
AA
alkaline batterijen.
Gebruik ge en batterijen waarvan de uiterste verkoopdatum
is verstreken.
Verwijder de batterijen als het apparaat voor een langere
tijd niet gebruikt gaat worden.
Gebruik van oplaadbare batterijen
U kunt voor dit apparaat ook oplaadbare batterijen gebruiken.
Gebruik a.u.b. alleen type «NiMH» oplaadbare batterijen!
De batterijen moeten worden verwijderd en opgeladen, als
het batterijsymbool (batterij leeg) verschijnt! Ze moeten niet
in het apparaat blijven, omdat ze beschadigd kunnen raken
(volledige ontlading tengevolge van een minimaal gebruik
van het apparaat, zelfs wanneer het uitstaat).
Verwijder altijd de oplaadbare batterijen, als u niet van plan
bent het apparaat voor een week of langer te gebruiken!
De batterijen kunnen NIET worden opgeladen in de bloed-
drukmonitor! Laad deze batterijen op in een externe
oplader en houdt u aan de informatie met betrekking tot het
opladen, onderhoud en duurzaamheid!
8. Gebruik van een netadapter
U kunt dit apparaat met de Microlife netadapter (DC 6V, 600 mA)
gebruiken.
Gebruik alleen de origineel beschikbare
Microlife
netadapter
voor uw voedingsspanning.
Controleer dat zowel de netadapter als de kabel niet
beschadigd zijn.
1. Steek de adapter kabel in de netadapteraansluiting 5 van de
bloeddrukmonitor.
61BP A3 Plus
NL
2. Steek de netadapterstekker in de wandcontactdoos.
Wanneer de netadapter is aangesloten, wordt er geen batterij-
stroom gebruikt.
9. Foutmeldingen
Als er een fout optreedt, wordt de meting onderbroken en wordt
een foutmelding, b.v. «ERR 3», weergegeven.
* Neem a.u.b. onmiddelijk contact op met uw arts wanneer dit of
enig ander probleem vaker optreedt.
Als u denkt dat de resultaten ongebruikelijk zijn, leest u dan
a.u.b. zorgvuldig de informatie in «Paragraaf 1.».
10.Veiligheid, onderhoud, nauwkeurigheidstest en
verwijdering
Veiligheid en bescherming
Volg de instructies voor correct gebruik. Deze documentatie
voorziet u van belangrijke bedienings- en veiligheidsvoor-
schriften betreffende dit apparaat. Lees de documentatie zorg-
vuldig door vóór ingebruikname van het apparaat en bewaar
het voor latere raadpleging.
Dit apparaat mag uitsluitend worden gebruikt voor het doel
zoals in de gebruiksaanwijzing beschreven. De fabrikant kan
niet aansprakelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt
door onjuist gebruik.
Dit apparaat bevat gevoelige componenten en moet met voor-
zichtigheid worden behandeld. Neem de bewaar- en bedie-
ningsvoorschriften in acht beschreven in het hoofdstuk «Tech-
nische specificaties»!
Bescherm het tegen:
- water en vochtigheid
- extreme temperaturen
- schokken en laten vallen
- vervuiling en stof
- direct zonlicht
- warmte en kou
De manchet is kwetsbaar en moet met zorgvuldigheid worden
behandeld.
Gebruik geen andere manchetten en/of manchetconnectors
dan geleverd bij het apparaat.
Alleen de manchet oppompen wanneer het aan de arm is
aangebracht.
Gebruik het apparaat niet dicht in de buurt van sterke elektro-
magnetische velden zoals mobiele telefoons of radioinstalla-
ties. Zorg voor een afstand van minimaal 3,3 meter van dit soort
apparaten, wanneer u dit apparaat in gebruik neemt.
Gebruik het apparaat niet wanneer u vermoedt dat het bescha-
digd is of wanneer u tijdens het gebruik iets ongebruikelijks
constateert.
Open het apparaat nooit.
Wanneer het apparaat voor een langere tijd niet gebruikt gaat
worden moeten de batterijen worden verwijderd.
Fout Beschrijving Mogelijke oorzaak en oplossing
«ERR 1» Signaal te
zwak
De polsslag wordt onvoldoende doorge-
geven door de manchet. Plaats de
manchet opnieuw en herhaal de meting.*
«ERR 2»
BN
Foutmelding
Tijdens het meten zijn er fouten ontstaan,
door bijvoorbeeld een beweging of
samentrekking van een spier. Herhaal de
meting terwijl u uw arm stil houdt.
«ERR 3»
BK
Geen juiste
drukopbouw
in de
manchet
Een adequate druk kan niet in de
manchet worden geproduceerd. Er kan
een lek in het manchet zijn. Controleer of
de manchet goed is aangesloten en niet
te los om de arm zit. Vervang de batte-
rijen indien nodig. Herhaal de meting.
«ERR 5» Abnormaal
resultaat
De meetsignalen zijn onbetrouwbaar en
daarom kan geen resultaat worden
weergegeven. Neem het stappenplan
door voor een betrouwbare meting en
herhaal dan de metingen.
«ERR 6» MAM Modus
Er waren teveel fouten tijdens het meten
in
MAM
mode, wat het onmogelijk maakt
om een betrouwbaar resultaat weer te
geven. Lees de controlelijst door voordat
u betrouwbare metingen verricht en
herhaal dan de metingen.
«HI» Hartslag of
manchet-
druk te hoog
De druk in de manchet is te hoog
(boven 299 mmHg) OF de hartslagfre-
quentie is te hoog (boven 200 slagen
per minuut). Ontspan gedurende
5 minuten en herhaal de meting.*
«LO» Polsslag te
laag
De hartslagfrequentie is te laag (minder
dan 40 slagen per minuut). Herhaal de
meting.*
62
Lees de verdere veiligheidsinstructies in de afzonderlijke para-
grafen van dit boekje.
De gemeten resultaten met dit apparaat stellen geen diagnose.
Het vervangt geen conslutatie van een arts, zeker niet wanneer
symptomen niet overeenkomen. Vertouw niet enkel op het
meetresultaat, neem altijd de overige symptomen in beschou-
wing, evenals de terugkoppling van de patient. Bij twijfel altijd
contact opnemen met uw arts.
Laat kinderen het apparaat alleen onder toezicht van een
volwassene gebruiken. Kleine onderdelen kunnen worden
ingeslikt. Wees alert op het gevaar van verstrengeling,
indien het apparaat is voorzien van kabels of slangen.
Apparaatonderhoud
Reinig het apparaat alleen met een zachte droge doek.
Reinig de manchet
Verwijder vlekken op de manchet met een vochtige doek en een
mild reinigingsmiddel.
WAARSCHUWING: Was de manchet nooit in de wasma-
chine en/of afwasmachine!
Nauwkeurigheidstest
Wij adviseren om dit apparaat elke 2 jaar op nauwkeurigheid te
laten testen of na mechanische schok (bijv. na een val). Neem
a.u.b. contact op met uw Microlife importeur om een algemene
functiecontrole aan te vragen (zie voorwoord).
Verwijdering
Batterijen en elektronische instrumenten moeten volgens
de plaatselijke regelgeving worden verwijderd, niet bij het
huishoudelijke afval.
11.Garantie
Dit apparaat heeft een garantie van 5 jaar vanaf aankoopdatum.
Tijdens deze garantieperiode zal Microlife het defecte product
gratis repareren of vervangen.
Opening van of wijzigingen aan het apparaat maken de garantie
ongeldig.
De volgende items zijn uitgesloten van garantie:
Transportkosten en transportrisico's.
Schade veroorzaakt door onjuist gebruik of niet-naleving van
de gebruiksaanwijzing.
Schade veroorzaakt door lekkende batterijen.
Schade veroorzaakt door vallen of verkeerd gebruik.
Verpakkings- / opslagmateriaal en gebruiksaanwijzing.
Regelmatige controles en onderhoud (kalibratie).
Accessoires en verbruiksmaterialen: Batterijen, voedings-
adapter (optioneel).
De manchet is gedekt door een functionele garantie (strakheid van
de blaas) gedurende 2 jaar.
Als garantie nodig is, neem dan contact op met de dealer waar u
het product hebt gekocht, of met uw lokale Microlife service. Ukan
via onze website contact opnemen met uw lokale Microlife dealer:
www.microlife.com/support
De vergoeding is beperkt tot de waarde van het product. De
garantie wordt verleend als het volledige product wordt geretour-
neerd met de originele factuur. Reparatie of vervanging binnen de
garantie verlengt of verlengt de garantieperiode niet. De wettelijke
claims en rechten van consumenten zijn nietbeperkt door deze
garantie.
12.Technische specificaties
Werkings-
condities:
10 - 40 °C / 50 - 104 °F
15 - 95 % maximale relatieve vochtigheid
Bewaarcondities: -20 - +55 °C / -4 - +131 °F
15 - 95 % maximale relatieve vochtigheid
Gewicht: 368 g (inclusief batterijen)
Afmetingen: 143 x 85 x 58 mm
Meetprocedure:
oscillometrisch, volgens de Korotkoff
methode: Fase I systolisch Fase V diastolisch
Meetbereik: 20 - 280 mmHg – bloeddruk
40 - 200 slagen per minuut – polsslag
Manchetdruk
weergave bereik: 0 - 299 mmHg
Resolutie: 1 mmHg
Statische
nauwkeurigheid: druk binnen ± 3 mmHg
Hartslagnauwkeu-
righeid: ±5 % van de weergegeven waarde
Spanningsbron:
4 x 1,5V alkaline batterijen; type AA
Netadapter DC 6V, 600 mA (optioneel)
Levensduur batterij:
ongeveer 920 metingen (met nieuwe batterijen)
IP Klasse: IP20
63BP A3 Plus
NL
Dit apparaat komt overeen met de normen van de richtlijn medische
hulpmiddelen 93/42/EEC.
Technische wijzigingen voorbehouden.
Verwijzing naar
normen:
EN 1060-1 /-3 /-4; IEC 60601-1;
IEC 60601-1-2 (EMC); IEC 60601-1-11
Verwachte
levensduur:
Apparaat: 5 jaar of 10000 metingen
Accessoires: 2 jaar

Documenttranscriptie

Microlife BP A3 Plus 1 2 3 4 5 6 7 8 9 AT AK AAN/UIT knop Display Manchetaansluiting Batterijcompartiment Adapteraansluiting Manchet Manchetconnector MAM Schakelaar Gebruikersschakelaar M-knop (geheugen) Tijdknop Weergave AL Gebruikersindicator AM Batterijweergave AN Datum/tijd AO Systolische waarde AP Diastolische waarde AQ Hartslagfrequentie AR Verkeerslichtweergave indicator AS MAM Intervaltijd BT Hartslag BK Manchetcontrole indicator BL MAM Modus BM Onregelmatige hartslag (IHB) symbool BN Armbeweging indicator BO Opgeslagen waarden Lees alvorens dit apparaat te gebruiken de instructies aandachtig door. Geleverd onderdeel type BF Droog houden 56 NL Het bedoelde gebruik: Deze oscillometrische bloeddrukmonitor is bedoeld voor het noninvasief meten van bloeddruk bij personen van 12 jaar of ouder. Dit apparaat is klinisch gevalideerd voor patiënten met hypertensie, hypotensie, diabetes, zwangerschap, pre-eclampsie, atherosclerose, end-stage renal disease, obesitas en voor ouderen. Geachte klant, Deze bloeddrukmonitor is in samenwerking met artsen ontwikkeld en klinische validatiestudies hebben aangetoond dat de meetnauwkeurigheid bijzonder hoog is.* Mocht u vragen hebben of wanneer u reserveonderdelen wilt bestellen, neemt u dan contact op met uw Microlife importeur. De verkoper zal u het adres van de Microlife importeur in uw land geven. Natuurlijk kunt u ook de website www.microlife.nl raadplegen, waar u waardevolle informatie kunt vinden over onze producten. Blijf gezond – Microlife AG! * Dit apparaat gebruikt o.a. dezelfde meettechnologie als het gevalideerde model «BP 3BTO-A» getest conform het British and Irish Hypertension Society (BIHS) protocol. Inhoudsopgave 1. Belangrijke feiten over bloeddruk en het zelf meten hiervan • Hoe meet ik mijn bloeddruk? 2. Eerste gebruik van het apparaat • Plaatsen van de batterijen • Instellen van datum en tijd • Selecteer de juiste manchet • Selecteren van de gebruiker • Selecteren van de standaardmodus of MAM modus • MAM modus (sterk aanbevolen) 3. Bloeddruk meten • Een meting uitvoeren zonder deze op te slaan 4. Uiterlijk van het symbool voor onregelmatige hartslag (IHB) 5. Verkeerslichtindicatie in de weergave 6. Geheugenopslag • Bekijken van de opgeslagen waarden • Geheugen vol • Wis alle waarden 7. Batterij-indicator en batterijvervanging • Batterijen bijna leeg • Batterijen leeg – vervanging • Welke batterijen en welke werkwijze? • Gebruik van oplaadbare batterijen 8. Gebruik van een netadapter 9. Foutmeldingen 10. Veiligheid, onderhoud, nauwkeurigheidstest en verwijdering • Veiligheid en bescherming • Apparaatonderhoud • Reinig de manchet • Nauwkeurigheidstest • Verwijdering 11. Garantie 12. Technische specificaties Garantiebon (zie achterzijde) BP A3 Plus 1. Belangrijke feiten over bloeddruk en het zelf meten hiervan  Bloeddruk is de druk waarmee het bloed door de aderen stroomt veroorzaakt door het pompen van het hart. Twee waarden, de systolische (boven) waarde en de diastolische (onder) waarde worden altijd gemeten.  Het apparaat geeft ook de hartslagfrequentie (het aantal keren dat het hart per minuut slaat) aan.  Constante hoge bloeddruk kan nadelig zijn voor uw gezondheid en moet door uw arts worden behandeld!  Bespreek altijd uw waarden met uw arts en vertel hem/haar wanneer u iets ongebruikelijks heeft opgemerkt of onzeker bent. Vertrouw nooit op een enkele bloeddrukwaarde.  Er zijn verschillende oorzaken voor hoge bloeddrukwaarden. Uw arts kan de gemeten waarden met u doornemen en indien nodig een behandeling voorstellen. Naast medicatie kan een gezondere levensstijl ook leiden tot verlaging van de bloeddruk (bijv. dieet en meer beweging).  In geen enkel geval zou u de dosering van uw medicatie moeten aanpassen of een behandeling starten zonder een arts te raadplegen.  Afhankelijk van lichamelijke inspanning en conditie, is bloeddruk onderhevig aan brede schommelingen gedurende de dag. U dient daarom de bloeddruk steeds onder dezelfde rustige omstandigheden te meten en wanneer u zich ontspannen voelt! Meet tenminste twee keer 's morgens en twee keer 's avonds en Neem het gemiddelde van alle metingen.  Het is vrij normaal wanneer twee metingen vlak na elkaar genomen opvallend verschillende resultaten opleveren. Daarom bevelen wij de MAM-technologie aan.  Afwijkingen tussen metingen genomen door uw arts of de apotheek en die thuis zijn opgenomen zijn vrij normaal, omdat deze situaties volledig verschillend zijn.  Verschillende metingen geven een veel duidelijker beeld van uw bloeddruk dan slechts één enkele meting. Daarom bevelen wij de MAM-technologie aan.  Neem een korte rustpauze van minimaal 15 seconden tussen twee metingen.  Raadpleeg uw arts voordat u het apparaat gebruikt als u hartritmestoornissen heeft. Zie ook hoofdstuk «Uiterlijk van het symbool voor onregelmatige hartslag (IHB)» van deze gebruikershandleiding. 57 NL  De hartslagfrequentie is niet geschikt voor het controleren van patiënten met een pacemaker!  Indien u zwanger bent adviseren wij u regelmatige uw bloeddruk te meten, omdat uw bloeddruk drastisch kan veranderen gedurende deze periode. Deze meter is speciaal getest voor gebruik tijdens zwangerschap en pre-eclampsie. Wanneer u ongewoon hoge metingen registreert, zou u de meting een tijd later moeten herhalen (bijv. 1 uur). Indien de meting nog steeds te hoog is, raadpleeg dan uw arts of gynaecoloog.  Hoe meet ik mijn bloeddruk? Tabel voor de classificatie van thuis bloeddruk meetwaarden bij volwassenen in overeenstemming met de internationale richtlijnen (ESH, ESC, JSH). Data in mmHg. Bereik 1. bloeddruk normaal 2. bloeddruk optimaal 3. bloeddruk verhoogd 4. bloeddruk te hoog Systolisch < 120 120 - 129 130 - 134 Diastolisch < 74 74 - 79 80 - 84 135 - 159 85 - 99 5. bloeddruk gevaar- ≥ 160 lijk hoog ≥ 100 Advies Zelfcontrole Zelfcontrole Zelfcontrole Win medisch advies in Win dringend medisch advies in! De evaluatie van de waarden zijn conform de tabel. Bijvoorbeeld: een waarde van de bloeddruk van 140/80 mmHg of een waarde van 130/90 mmHg toont «bloeddruk te hoog». 2. Eerste gebruik van het apparaat Plaatsen van de batterijen Nadat u het apparaat heeft uitgepakt, plaatst u eerst de batterijen. Het batterijcompartiment 4 bevindt zich aan de onderzijde van het apparaat. Plaats de batterijen (4 x 1.5 V, grootte AA), let hierbij op de aangegeven polariteit. Instellen van datum en tijd 1. Nadat de batterijen zijn geplaatst knippert het jaartal in het scherm. U kunt het jaar instellen door op de M-knop AT te drukken. Om te bevestigen en vervolgens de maand in te stellen, drukt u op de tijdknop AK. 2. Nu kunt u de maand instellen met de M-knop. Druk op de tijdknop om te bevestigen en stel dan de dag in. 58 3. Volg de bovenstaande instructies om dag, uur en minuten in te stellen. 4. Zodra u de minuten heeft ingesteld en de tijdknop indrukt, zijn de datum en tijd ingesteld en wordt de tijd weergegeven. 5. Als u de datum en de tijd wilt veranderen, houdt u de tijdknop ingedrukt gedurende ca. 3 seconden totdat het jaartal begint te knipperen. Nu kunt u nieuwe waarden invoeren zoals hierboven beschreven. Selecteer de juiste manchet Microlife heeft manchetten in verschillende maten. Selecteer de manchetgrootte die overeenkomt met de omtrek van uw bovenarm (de gemeten omtrek rond het midden van de bovenarm). Manchetgrootte voor omtrek van de bovenarm S 17 - 22 cm M 22 - 32 cm M-L 22 - 42 cm L 32 - 42 cm L - XL 32 - 52 cm Voorgevormde «Easy» manchetten zijn optioneel verkrijgbaar voor een eenvoudige bevestiging en meer comfort. Gebruik alleen Microlife manchetten!  Neem contact op met uw Microlife importeur, als de bijgesloten manchet 6 niet past.  Bevestig de manchet aan het apparaat middels de manchetconnector 7 duw de connector 3 zo ver als mogelijk in het apparaat. Selecteren van de gebruiker Met dit apparaat kunt u de resultaten van 2 gebruikers opslaan.  Stel, vóór elke meting, de gebruikersschakelaar 9 in voor de juiste gebruiker: gebruiker 1 of 2.  Gebruiker 1: schuif de schakelaar 9 omhoog zodat deze bij gebruikersicoon 1 staat.  Gebruiker 2: schuif de schakelaar 9 omlaag zodat deze bij gebruikersicoon 2 staat. De eerste persoon die meet dient gebruiker 1 te selecteren. Selecteren van de standaardmodus of MAM modus Dit apparaat laat u kiezen tussen of standaard (standaard enkelvoudige meting) of modus MAM (automatische drievoudige meting). Om standaard modus te selecteren, schuift u de MAM schakelaar 8 aan de zijkant van het apparaat in stand «1» en om MAM modus te selecteren, schuift u deze schakelaar in stand «3».    MAM modus (sterk aanbevolen)  In MAM modus, 3 metingen worden automatisch genomen in volgorde en het resultaat wordt dan automatisch geanalyseerd en weergegeven. Omdat de bloeddruk constant schommelt, is een op deze manier bepaald resultaat betrouwbaarder dan een die is verkregen door een enkele meting.  Wanneer u de MAM stand selecteert, verschijnt het MAMsymbool BL in het display.  Het gedeelte rechtsonder in het display toont een 1, 2 of 3 om aan te geven welke van de 3 metingen momenteel genomen wordt.  Tussen de metingen wordt een rusttijd van 15 seconden aangehouden. Het aftellen wordt weergegeven in het scherm.  De individuele resultaten worden niet weergegeven. Uw bloeddruk zal alleen worden getoond nadat alle 3 de metingen zijn verricht.  Verwijder de manchet niet tussen de metingen.  Als een van de afzonderlijke metingen twijfelachtig was, dan wordt een vierde automatisch genomen. 3. Bloeddruk meten Stappenplan voor een betrouwbare bloeddrukmeting 1. Vermijd activiteit, eten of roken vlak vóór een meting. 2. Ga zitten op een stoel met rugsteun en ontspan voor 5 minuten. Houd uw voeten naast elkaar op de grond en zit niet met de benen over elkaar. 3. Meet altijd aan dezelfde arm (normaal links). Het wordt aanbevolen dat artsen bij een eerste bezoek van een patiënt beide armen meet om de te meten arm te bepalen. Aan de arm met de hogere bloeddruk moet worden gemeten. 4. Verwijder de kleding die de bovenarm bedekt, mouwen moeten niet worden opgerold om afklemmen te voorkomen. 5. Zorg er altijd voor dat de juiste manchetmaat wordt gebruikt (markering arm omtrek staat vermeld op het manchet).  Bevestig de manchet om de arm, maar niet te strak.  Zorg ervoor dat de manchet 1-2 cm boven uw elleboog is geplaatst.  De artery mark op de manchet (ca. 3 cm lange bar) dient op de ader van de arm (binnenkant) te worden gelegd.  Ondersteun uw arm zodat deze ontspannen is.  Zorg dat de manchet op dezelfde hoogte is als uw hart. 6. Druk op de AAN/UIT knop 1 om de meting te starten. 7. De manchet wordt nu automatisch opgeblazen. Ontspan, beweeg niet en span uw armspieren niet totdat het meetresultaat wordt getoond. Adem normaal en praat niet. BP A3 Plus 8. Wanneer de juiste druk is bereikt, stopt het pompen en daalt de druk langzaam. Als de gewenste druk niet werd bereikt, zal het apparaat automatisch meer lucht in de manchet pompen. 9. Tijdens de meting knippert het hartslag symbool BT op het scherm. 10.Het resultaat, inclusief de systolische AO en de diastolische AP bloeddruk en de hartslagfrequentie AQ wordt weergegeven. Raadpleeg ook deze handleiding voor uitleg van de overige weergaven. 11.Indien de meting klaar is, verwijder de manchet. 12.Schakel het apparaat uit. (De monitor gaat automatisch uit na ongeveer. 1 min.). Een meting uitvoeren zonder deze op te slaan Zodra de meting is uitgevoerd en het resultaat wordt weergegeven in het display houdt u de AAN/UIT knop 1 ingedrukt totdat de «M» BO in het display knippert. Druk dan vervolgens op de M-knop AT, dan wordt de meting verwijderd en niet opgeslagen in het geheugen. U kunt de meting op elk gewenst moment beëindigen door op de AAN/UIT knop te drukken (bijv. wanneer u een ongemakkelijke of een onplezierige druk voelt). Als bekend is dat de systolische bloeddruk heel hoog is, kan het gunstig zijn de druk individueel in te stellen. Druk op de AAN/UIT knop nadat de monitor is opgepompt tot een niveau van ca. 30 mmHg (weergegeven in de display). Hou de knop ingedrukt totdat de druk ca 40 mmHg boven de verwachte waarde – laat dan de knop los.   4. Uiterlijk van het symbool voor onregelmatige hartslag (IHB) Dit symboo BM geeft aan dat er een onregelmatige hartslag is gedetecteerd. In dit geval kan de gemeten bloeddruk afwijken van uw werkelijke bloeddrukwaarden. Het wordt aanbevolen om de meting te herhalen. Informatie voor de arts in geval van het herhaaldelijk verschijnen van het IHB-symbool Dit apparaat is een oscillometrische bloeddrukmeter die ook de pols meet tijdens bloeddrukmeting en aangeeft wanneer de hartslag onregelmatig is. 5. Verkeerslichtindicatie in de weergave De balken aan de linkerkant van het display AR toont de range waarin de gemeten waarden liggen. Afhankelijk van de uitgelezen waarde optimaal (groen), verhoogd (geel), te hoog (oranje) of 59 NL gevaarlijke hoog (rood) geeft het de overeenkomende kleur aan. Deze classificaties zijn gebaseerd op internationale richtlijnen (aan ESH, ESC, JSH), zoals beschreven in «sectie 1.». 6. Geheugenopslag Dit apparaat heeft ruimte voor 99 metingen voor elk van de 2 gebruikers. De metingen worden automatisch opgeslagen. Bekijken van de opgeslagen waarden Selecteer gebruiker 1 of 2 met de gebruikersschakelaar 9. Druk op de M-knop AT, wanneer het apparaat is uitgeschakeld. De weergave toont eerst «M» BO en «A», wat staat voor het gemiddelde van alle opgeslagen waarden. Wederom op de M-knop drukken toont de vorige waarde. Door nogmaals op de M-knop te drukken, kunt u door de meetresultaten heen bladeren. Geheugen vol Let op dat de maximale geheugencapaciteit van 99 metingen per gebruiker niet wordt overschreden. Wanneer de 99 geheugenplaasten vol zijn, wordt de oudste meting automatisch overschreven met de 100e meting. Om gegevensverlies te voorkomen, kunnen de meetwaarden worden geëvalueerd door uw arts voordat de maximale geheugencapaciteit is bereikt. Wis alle waarden Controleer of u de juiste gebruiker heeft geselecteerd. 1. Selecteer gebruiker 1 of 2 met de gebruikersschakelaar 9 als het apparaat uit staat. 2. Houd de M-knop AT ingedrukt totdat «CL» verschijnt en laat de knop dan los. 3. Wanneer «CL» knippert druk dan op de M-knop om alle meetwaarden permanent te verwijderen. Om verwijdering te annuleren druk op de AAN/UIT knop 1 wanneer «CL» knippert. Losse meetwaarden kunnen niet worden gewist.    7. Batterij-indicator en batterijvervanging Batterijen bijna leeg Wanneer de batterijen ongeveer ¾ verbruikt zijn zal het batterijsymbool AM knipperen zodra het apparaat ingeschakeld is (gedeeltelijk geladen batterij wordt weergegeven). Alhoewel het apparaat door zal gaan met betrouwbaar meten moet u batterijen weldra vervangen. 60 Batterijen leeg – vervanging Wanneer de batterijen leeg zijn, zal het batterijsymbool AM knipperen zodra het apparaat ingeschakeld is (lege batterij weergegeven). U kunt niet verder meten en moet de batterijen vervangen. 1. Maak het batterijcompartiment open 4 aan de onderzijde van het apparaat. 2. Vervang de batterijen – controleer de juiste polariteit zoals getoond door de symbolen in het compartiment. 3. Om de datum en de tijd in te stellen volg de procedure zoals beschreven in «Paragraaf 2.». Het geheugen bevat alle waarden alhoewel datum en tijd gereset moeten worden – het jaartal knippert daarom automatisch nadat de batterijen zijn vervangen. Welke batterijen en welke werkwijze? Gebruik 4 nieuwe, long-life 1,5V, type AA alkaline batterijen. Gebruik ge en batterijen waarvan de uiterste verkoopdatum is verstreken. Verwijder de batterijen als het apparaat voor een langere tijd niet gebruikt gaat worden. Gebruik van oplaadbare batterijen U kunt voor dit apparaat ook oplaadbare batterijen gebruiken. Gebruik a.u.b. alleen type «NiMH» oplaadbare batterijen! De batterijen moeten worden verwijderd en opgeladen, als het batterijsymbool (batterij leeg) verschijnt! Ze moeten niet in het apparaat blijven, omdat ze beschadigd kunnen raken (volledige ontlading tengevolge van een minimaal gebruik van het apparaat, zelfs wanneer het uitstaat). Verwijder altijd de oplaadbare batterijen, als u niet van plan bent het apparaat voor een week of langer te gebruiken! De batterijen kunnen NIET worden opgeladen in de bloeddrukmonitor! Laad deze batterijen op in een externe oplader en houdt u aan de informatie met betrekking tot het opladen, onderhoud en duurzaamheid!         8. Gebruik van een netadapter U kunt dit apparaat met de Microlife netadapter (DC 6V, 600 mA) gebruiken. Gebruik alleen de origineel beschikbare Microlife netadapter voor uw voedingsspanning. Controleer dat zowel de netadapter als de kabel niet beschadigd zijn. 1. Steek de adapter kabel in de netadapteraansluiting 5 van de bloeddrukmonitor.   2. Steek de netadapterstekker in de wandcontactdoos. Wanneer de netadapter is aangesloten, wordt er geen batterijstroom gebruikt. 9. Foutmeldingen Als er een fout optreedt, wordt de meting onderbroken en wordt een foutmelding, b.v. «ERR 3», weergegeven. Fout Beschrijving Mogelijke oorzaak en oplossing «ERR 1» Signaal te De polsslag wordt onvoldoende doorgezwak geven door de manchet. Plaats de manchet opnieuw en herhaal de meting.* «ERR 2» Foutmelding Tijdens het meten zijn er fouten ontstaan, BN door bijvoorbeeld een beweging of samentrekking van een spier. Herhaal de meting terwijl u uw arm stil houdt. «ERR 3» Geen juiste Een adequate druk kan niet in de BK drukopbouw manchet worden geproduceerd. Er kan in de een lek in het manchet zijn. Controleer of manchet de manchet goed is aangesloten en niet te los om de arm zit. Vervang de batterijen indien nodig. Herhaal de meting. «ERR 5» Abnormaal De meetsignalen zijn onbetrouwbaar en resultaat daarom kan geen resultaat worden weergegeven. Neem het stappenplan door voor een betrouwbare meting en herhaal dan de metingen. «ERR 6» MAM Modus Er waren teveel fouten tijdens het meten in MAM mode, wat het onmogelijk maakt om een betrouwbaar resultaat weer te geven. Lees de controlelijst door voordat u betrouwbare metingen verricht en herhaal dan de metingen. «HI» Hartslag of De druk in de manchet is te hoog manchet(boven 299 mmHg) OF de hartslagfredruk te hoog quentie is te hoog (boven 200 slagen per minuut). Ontspan gedurende 5 minuten en herhaal de meting.* «LO» Polsslag te De hartslagfrequentie is te laag (minder laag dan 40 slagen per minuut). Herhaal de meting.* * Neem a.u.b. onmiddelijk contact op met uw arts wanneer dit of enig ander probleem vaker optreedt. BP A3 Plus  Als u denkt dat de resultaten ongebruikelijk zijn, leest u dan a.u.b. zorgvuldig de informatie in «Paragraaf 1.». 10. Veiligheid, onderhoud, nauwkeurigheidstest en verwijdering  Veiligheid en bescherming  Volg de instructies voor correct gebruik. Deze documentatie voorziet u van belangrijke bedienings- en veiligheidsvoorschriften betreffende dit apparaat. Lees de documentatie zorgvuldig door vóór ingebruikname van het apparaat en bewaar het voor latere raadpleging.  Dit apparaat mag uitsluitend worden gebruikt voor het doel zoals in de gebruiksaanwijzing beschreven. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt door onjuist gebruik.  Dit apparaat bevat gevoelige componenten en moet met voorzichtigheid worden behandeld. Neem de bewaar- en bedieningsvoorschriften in acht beschreven in het hoofdstuk «Technische specificaties»!  Bescherm het tegen: - water en vochtigheid - extreme temperaturen - schokken en laten vallen - vervuiling en stof - direct zonlicht - warmte en kou  De manchet is kwetsbaar en moet met zorgvuldigheid worden behandeld.  Gebruik geen andere manchetten en/of manchetconnectors dan geleverd bij het apparaat.  Alleen de manchet oppompen wanneer het aan de arm is aangebracht.  Gebruik het apparaat niet dicht in de buurt van sterke elektromagnetische velden zoals mobiele telefoons of radioinstallaties. Zorg voor een afstand van minimaal 3,3 meter van dit soort apparaten, wanneer u dit apparaat in gebruik neemt.  Gebruik het apparaat niet wanneer u vermoedt dat het beschadigd is of wanneer u tijdens het gebruik iets ongebruikelijks constateert.  Open het apparaat nooit.  Wanneer het apparaat voor een langere tijd niet gebruikt gaat worden moeten de batterijen worden verwijderd. 61 NL  Lees de verdere veiligheidsinstructies in de afzonderlijke paragrafen van dit boekje.  De gemeten resultaten met dit apparaat stellen geen diagnose. Het vervangt geen conslutatie van een arts, zeker niet wanneer symptomen niet overeenkomen. Vertouw niet enkel op het meetresultaat, neem altijd de overige symptomen in beschouwing, evenals de terugkoppling van de patient. Bij twijfel altijd contact opnemen met uw arts. Laat kinderen het apparaat alleen onder toezicht van een volwassene gebruiken. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt. Wees alert op het gevaar van verstrengeling, indien het apparaat is voorzien van kabels of slangen. Apparaatonderhoud Reinig het apparaat alleen met een zachte droge doek. Reinig de manchet Verwijder vlekken op de manchet met een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel. WAARSCHUWING: Was de manchet nooit in de wasmachine en/of afwasmachine!  Nauwkeurigheidstest Wij adviseren om dit apparaat elke 2 jaar op nauwkeurigheid te laten testen of na mechanische schok (bijv. na een val). Neem a.u.b. contact op met uw Microlife importeur om een algemene functiecontrole aan te vragen (zie voorwoord). Verwijdering Batterijen en elektronische instrumenten moeten volgens de plaatselijke regelgeving worden verwijderd, niet bij het huishoudelijke afval. 11. Garantie Dit apparaat heeft een garantie van 5 jaar vanaf aankoopdatum. Tijdens deze garantieperiode zal Microlife het defecte product gratis repareren of vervangen. Opening van of wijzigingen aan het apparaat maken de garantie ongeldig. De volgende items zijn uitgesloten van garantie:  Transportkosten en transportrisico's.  Schade veroorzaakt door onjuist gebruik of niet-naleving van de gebruiksaanwijzing.  Schade veroorzaakt door lekkende batterijen.  Schade veroorzaakt door vallen of verkeerd gebruik. 62  Verpakkings- / opslagmateriaal en gebruiksaanwijzing.  Regelmatige controles en onderhoud (kalibratie).  Accessoires en verbruiksmaterialen: Batterijen, voedingsadapter (optioneel). De manchet is gedekt door een functionele garantie (strakheid van de blaas) gedurende 2 jaar. Als garantie nodig is, neem dan contact op met de dealer waar u het product hebt gekocht, of met uw lokale Microlife service. Ukan via onze website contact opnemen met uw lokale Microlife dealer: www.microlife.com/support De vergoeding is beperkt tot de waarde van het product. De garantie wordt verleend als het volledige product wordt geretourneerd met de originele factuur. Reparatie of vervanging binnen de garantie verlengt of verlengt de garantieperiode niet. De wettelijke claims en rechten van consumenten zijn nietbeperkt door deze garantie. 12. Technische specificaties Werkings10 - 40 °C / 50 - 104 °F condities: 15 - 95 % maximale relatieve vochtigheid Bewaarcondities: -20 - +55 °C / -4 - +131 °F 15 - 95 % maximale relatieve vochtigheid Gewicht: 368 g (inclusief batterijen) Afmetingen: 143 x 85 x 58 mm oscillometrisch, volgens de Korotkoff Meetprocedure: methode: Fase I systolisch Fase V diastolisch Meetbereik: 20 - 280 mmHg – bloeddruk 40 - 200 slagen per minuut – polsslag Manchetdruk weergave bereik: 0 - 299 mmHg Resolutie: 1 mmHg Statische nauwkeurigheid: druk binnen ± 3 mmHg Hartslagnauwkeurigheid: ±5 % van de weergegeven waarde Spanningsbron: 4 x 1,5V alkaline batterijen; type AA Netadapter DC 6V, 600 mA (optioneel) Levensduur batterij: ongeveer 920 metingen (met nieuwe batterijen) IP Klasse: IP20 Verwijzing naar normen: Verwachte levensduur: EN 1060-1 /-3 /-4; IEC 60601-1; IEC 60601-1-2 (EMC); IEC 60601-1-11 Apparaat: 5 jaar of 10000 metingen Accessoires: 2 jaar Dit apparaat komt overeen met de normen van de richtlijn medische hulpmiddelen 93/42/EEC. Technische wijzigingen voorbehouden. BP A3 Plus 63 NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81

Microlife BP A3 Plus Handleiding

Categorie
Bloeddruk eenheden
Type
Handleiding