Castelgarden XK4 160 HD Handleiding

Merk
Castelgarden
Categorie
Tractor
Model
XK4 160 HD
Type
Handleiding
65
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
1 ALGEMEEN
Dit symbool geeft een WAARSCHU-
WING weer. Als de instructies niet
nauwkeurig worden opgevolgd, kan dit
leiden tot ernstige persoonlijke verwon-
dingen en/of schade.
Voordat u deze machine in gebruik
neemt, moet u de gebruiksaanwijzing
en de meegeleverde "VEILIGHEIDS-
VOORSCHRIFTEN" zorgvuldig
doornemen.
1.1 SYMBOLEN
Op de machine ziet u de volgende symbolen om u
eraan te herinneren dat voorzichtigheid en oplet-
tendheid bij gebruik en tijdens onderhoud geboden
is.
Betekenis van de symbolen:
Waarschuwing!
Lees vóór gebruik van de machine de ge-
bruikershandleiding en de veiligheids-
voorschriften.
Waarschuwing!
Kijk uit voor weggegooide voorwerpen.
Houd omstanders op afstand.
Waarschuwing!
Draag altijd gehoorbescherming.
Waarschuwing!
Deze machine is niet bedoeld voor rijden
op de openbare weg.
Waarschuwing!
U mag met de machine, uitgerust met de
originele accessoires, niet rijden op een
helling met een grotere hellingshoek dan
10º.
Waarschuwing!
Knelgevaar. Blijf met uw handen uit de
buurt van de middensturing.
Waarschuwing!
Kans op brandwonden. Raak de geluidd-
emper/katalysator niet aan.
1.2 VERWIJZINGEN
1.2.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding
zijn genummerd met 1, 2, 3 etc.
Onderdelen in afbeeldingen worden aangegeven
met A, B, C etc.
Een verwijzing naar onderdeel C in afbeelding 2
wordt als volgt weergegeven: “2:C”.
1.2.2 Titels
De titels in deze gebruikershandleiding zijn op de
volgende manier genummerd:
“1.3.1 Algemene veiligheidscontrole” is een subti-
tel van “1.3 Veiligheidscontrole” en wordt onder
deze titel vermeld.
Wanneer naar een titel wordt verwezen, wordt al-
leen het nummer van deze titel aangegeven. Bij-
voorbeeld “Zie 1.3.3”.
2 BESCHRIJVING
2.1 AANDRIJVING
2.1.1 HST
De machine heeft achterwielaandrijving.
De achteras is voorzien van een hydrostatische
transmissie met traploze transmissie voor- en ach-
teruit.
De achteras is eveneens voorzien van een differen-
tieel om het draaien te vergemakkelijken.
Het gereedschap dat aan de voorzijde is gemon-
teerd wordt aangedreven door aandrijfriemen.
2.1.2 4WD
De machine heeft vierwielaandrijving. Het vermo-
gen van de motor wordt hydraulisch op de wielen
overgebracht. De motor stuurt een oliepomp aan
die olie naar de achter- en voorassen pompt.
De voor- en achterassen zijn seriegeschakeld, wat
betekent dat de voor- en achterwielen op dezelfde
snelheid draaien.
Om het draaien te vergemakkelijken zijn beide as-
sen voorzien van een differentieel.
Gereedschap dat aan de voorzijde is gemonteerd
wordt aangestuurd door aandrijfriemen.
2.2 BESTURING
De machine is aangedreven. Dit betekent dat het
chassis is verdeeld in een voor- en een achterge-
deelte die ten opzichte van elkaar kunnen draaien.
Knikbesturing houdt in dat de machine langs bo-
men en andere obstakels kan rijden met een ext-
reem kleine draaicirkel.
2.3 BEVEILIGINGSSYSTEEM
De machine is uitgerust met een elektrisch beveili-
gingssysteem. Dit systeem onderbreekt bepaalde
activiteiten die door onjuiste handelingen gevaarli-
jke situaties kunnen veroorzaken.
De motor kan bijvoorbeeld alleen gestart worden
als het koppelings-/rempedaal is ingedrukt.
Controleer voor elk gebruik of het be-
veiligingssysteem werkt.
66
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
2.4 BEDIENING
2.4.1 Gereedschapslift, mechanisch (1:A)
U kunt als volgt schakelen tussen de werkpositie
en de transportpositie:
1. Trap het pedaal volledig in.
2. Laat het pedaal langzaam los.
2.4.2 Koppeling - parkeerrem (1:B)
Druk nooit op het pedaal tijdens het ri-
jden. De krachtoverbrenging kan dan
oververhit raken.
Het pedaal (3:B) heeft de
volgende drie standen:
Omhoog. De koppeling is niet
geactiveerd. De parkeerrem is
niet geactiveerd.
Voor de helft ingetrapt. Voorwaarts rijden uit-
geschakeld. De parkeerrem is niet geactiveerd.
Volledig ingetrapt. Voorwaarts rijden uitge-
schakeld. De parkeerrem is geactiveerd maar
niet vergrendeld. Deze stand wordt ook gebru-
ikt als noodrem.
2.4.3 Vergrendeling, parkeerrem (1:C)
De vergrendeling vergrendelt het koppe-
lings-/rempedaal in de ingetrapte stand.
Deze functie wordt gebruikt om de machi-
ne te vergrendelen op hellingen, tijdens
transport enz., als de motor niet draait.
Vergrendelen:
1. Trap het pedaal (1:B) volledig in.
2. Verplaats de vergrendeling (1:C) naar rechts.
3. Laat het pedaal (1:B) los.
4. Laat de vergrendeling (1:C) los.
Ontgrendelen:
Trap het pedaal (1:B) volledig in en laat het weer
los.
2.4.4 Rijden - bedrijfsrem (1:F)
Als de machine niet remt zoals ver-
wacht als het pedaal wordt losgelaten,
moet het linkerpedaal (1:B) worden ge-
bruikt als noodrem.
Het pedaal regelt de versnelling tussen de motor en
de wielen (= de snelheid). Wanneer het pedaal om-
hoog staat, wordt de bedrijfsrem geactiveerd.
1. Pedaal voorwaarts
– de machine gaat vooruit.
2. Pedaal onbelast
– de machine staat stil.
3. Pedaal achterwaarts
– de machine rijdt achteruit.
4. Minder druk op het pedaal
– de machine remt.
2.4.5 Gas- en chokehendel (1:D)
Hendel om de snelheid te regelen en om te choken
bij een koude start.
Als de motor onregelmatig loopt, be-
staat er een kans dat de hendel te ver
naar voren staat zodat de choke geac-
tiveerd wordt. Dit beschadigt de motor,
verhoogt het brandstofgebruik en is
schadelijk voor het milieu.
1. Choke - voor het starten van een koude
motor. De choke staat in de bovenste stand
in de groef.
Gebruik deze functie niet als de motor
warm is.
2. Vol gas - bij gebruik van de machine al-
tijd vol gas geven.
Om de gashendel op vol gas te zetten, zet
u de hendel ongeveer 2 cm achter de cho-
kestand.
3. Stationairloop.
2.4.6 Contactslot (1:E)
Laat de sleutel niet in stand 2 of 3 op de
machine zitten. Er is dan brandgevaar
omdat brandstof in de motor kan lopen
via de carburateur en de accu kan
ontladen en worden beschadigd.
Contactslot dat gebruikt wordt om de motor te
starten en uit te schakelen. Vier standen:
1. Stopstand - de motor is kortgesloten.
De sleutel kan verwijderd worden.
2/3. Rijstand.
4. Startstand - de elektrische startmotor
wordt geactiveerd op het
moment dat de
sleutel in de veerbelaste startstand wordt
gedraaid. Laat de sleutel teruggaan naar
rijstand 2/3 wanneer de motor gestart is.
2.4.7 Krachtafnemer (2:G)
De krachtafnemer mag nooit
ingeschakeld zijn wanneer het aan de
voorzijde gemonteerde gereedschap in
de transportstand staat. Dit beschadigt
de riemtransmissie.
Hendel voor in- en uitschakelen van de
krachtafnemer voor aandrijving van aan de
voorzijde gemonteerde accessoires. Twee standen:
1. Voorste stand - krachtafnemer
uitgeschakeld.
2. Achterste stand - krachtafnemer inge-
schakeld.
67
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
2.4.8 Ontkoppelingshefboom
Hendel om de traploze transmissie uit te schake-
len.
HST is voorzien van een hendel die op de achteras
is aangesloten. Zie (5:N).
4WD is voorzien van twee hendels die op de ach-
teras (6:O) en vooras (6:P) zijn aangesloten.
De ontkoppelingshendel mag nooit tus-
sen de binnenste en buitenste stand
staan. Dit leidt tot oververhitting en be-
schadiging van de transmissie.
Hiermee kunt u de machine handmatig verplaatsen
zonder de motor te gebruiken. Twee standen:
1. Hendel ingedrukt - transmis-
sie ingeschakeld voor normaal
gebruik.
2. Hendel in de buitenste stand
– transmissie uitgeschakeld. De
machine kan handmatig worden
verplaatst.
De machine mag niet over lange afstanden of met
hoge snelheid worden gesleept. Hierdoor kan de
versnellingsbak worden beschadigd.
De machine mag niet worden bediend
als de voorste hendel in de buitenste
stand staat, anders wordt de machine
beschadigd en bestaat de kans op lekka-
ge in de vooras.
2.4.9 Zitting (3:I)
De zitting kan worden opgeklapt en naar
voor of achter worden verschoven. De zit-
ting wordt met de greep (3:K) vergrendeld
in de opgeklapte positie en naar voor of
achter verschoven met de knoppen (3:J).
De zitting is voorzien van een beveiligingsschake-
laar die is aangesloten op het beveiligingssysteem
van de machine. Dit houdt in dat bepaalde gevaar-
lijke functies niet werken als er niemand op de zit-
ting zit.
2.4.10 Motorkap (4:L)
De machine heeft een motorkap die geo-
pend kan worden, zodat de benzinekraan,
accu en motor makkelijk bereikbaar zijn.
De motorkap is vergrendeld met een rub-
beren band.
De motorkap gaat als volgt open:
1. Maak aan de voorzijde van de kap de rubberen
band (4:M) los.
2. Til de motorkap omhoog.
Bevestig alles weer in omgekeerde volgorde.
De machine alleen gebruiken met geslo-
ten kap, anders bestaat er een kans op
brandwonden en kunt u bekneld raken.
2.4.11 Snelsluiting (19:H)
De snelsluitingen kunnen worden geschei-
den, waardoor er zeer eenvoudig van
hulpmiddel gewisseld kan worden.
De snelsluitingen zorgen ervoor dat het
maaidek gemakkelijk kan wisselen tussen
de twee standen:
Normale stand met volledig aangespannen
riem.
4 cm achter de normale stand met losse riem,
zodat het maaidek dichter bij de basismachine
komt.
Omdat de riemspanner loskomt van de riem, ver-
eenvoudigen de snelsluitingen de vervanging van
de riem en het maaidek en wordt het omschakelen
naar de reinigingsstand en de servicestanden gem-
akkelijker.
Spanning van riem halen:
1. Verwijder de borgpennen (19:G) aan beide zij-
den.
2. Open de snelsluitingen door de achterste ge-
deelten met uw hiel naar beneden te drukken.
Zie (19:F).
Als de snelsluitingen geopend zijn, rus-
ten de maaidekarmen losjes in de asge-
deelten. Het maaidek mag nooit in de
servicestand of reinigingsstand worden
gezet zonder de snelsluitingen na het
loshaken van de riem van het maaidek
weer te vergrendelen.
3. Voer de noodzakelijke aanpassingen uit, bijv.:
Haak de riem los.
Vervang het maaidek door de maaidekarmen los
te haken. Zie afb. 21.
Riem aanspannen:
Span de uiteinden afzonderli
jk aan volgens onder-
staande instructies.
Draai de hendel niet met uw handen. U
kunt bekneld raken!
1. Plaats uw voet op de hendel (20:J) en draai
voorzichtig een halve slag naar voren.
2. Plaats de borgpen (19:G).
3.Ga hetzelfde te werk aan de andere kant.
68
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
3 TOEPASSINGEN
De machine mag uitsluitend gebruikt worden bij
de volgende werkzaamheden met de aangegeven
originele GGP-accessoires:
Het trekmechanisme mag worden belast met een
verticale kracht van maximaal 100 N.
De duwkracht van getrokken accessoires op het
trekmechanisme mag niet groter zijn dan 500 N.
LET OP! Neem vóór het gebruik van een aanhan-
ger altijd contact op met uw verzekeringsmaats-
chappij.
LET OP! Deze machine is niet bedoeld voor rijden
op de openbare weg.
4 STARTEN EN RIJDEN
De machine alleen gebruiken met geslo-
ten en vergrendelde kap. Anders be-
staat er een kans op brandwonden en
kunt u bekneld raken.
4.1 BIJVULLEN MET BENZINE (7:Q)
Gebruik altijd loodvrije benzine. Gebruik nooit
brandstof voor tweetaktmotoren.
De tank heeft een inhoud van 6 liter. Door de trans-
parante tank is het brandstofniveau makkelijk af te
lezen.
LET OP! Gewone loodvrije benzine is beperkt
houdbaar en mag niet langer dan 30 dagen worden
bewaard.
U kunt ook milieuvriendelijke benzine gebruiken,
d.w.z. gealkyleerde benzine. Dit type benzine heeft
een samenstelling die minder schadelijk is voor
mens en milieu.
Benzine is uiterst brandbaar. Bewaar
brandstof altijd in een speciaal daar-
voor bestemde tank.
Vul alleen buitenshuis benzine bij en
rook niet tijdens het bijvullen. Vul de
tank voordat u de motor start. Verwij-
der nooit de vuldop en vul de machine
nooit met benzine wanneer de motor
loopt of nog warm is.
Vul de benzinetank nooit helemaal tot de rand.
Laat een zekere ruimte (ten minste de gehele vul-
buis plus 1-2 cm bovenin de tank) leeg, zodat de
benzine, wanneer deze warm wordt, kan uitzetten
zonder over te stromen. Zie afb. 7.
4.2 CONTROLEER HET OLIEPEIL
Het carter is bij aflevering altijd gevuld met olie
SAE 10W-30.
Controleer voor elk gebruik of het oliepeil cor-
rect is. De machine moet op een vlakke onder-
grond staan.
Zorg dat de omgeving rond de oliepeilstok
schoon is. Draai de oliepeilstok los en trek
hem omhoog. Veeg de oliepeilstok af.
Breng de stok weer aan en draai hem vast.
Draai hem daarna weer los en trek hem omhoog.
Lees het oliepeil af. Vul olie bij tot de “FULL”-
streep als het oliepeil onder deze markering ligt.
Zie afb. 8.
Het oliepeil mag nooit boven de “FULL”-streep
komen. Een te hoog oliepeil kan de motor overver-
hitten. Als het oliepeil boven de “FULL”-streep
komt, moet de olie worden afgetapt tot het juiste
niveau is bereikt.
4.3 OLIEPIEL VAN DE VERS-
NELLINGSBAK CONTROLEREN
Controleer voor elk gebruik of het oliepeil
correct is. De machine moet op een vlakke
ondergrond staan.
Lees het oliepeil af op het reservoir (9:R). Het peil
moet tussen MAX en MIN liggen. Vul indien no-
dig olie bij.10W-30
Type olie:
4.4 VEILIGHEIDSCONTROLE
Controleer of de machine voldoet aan de onder-
staande veiligheidscontrole.
De veiligheidscontrole moet voor ieder
gebruik worden uitgevoerd.
Als een van de onderdelen niet door de
test komt, moet u de machine niet ge-
bruiken! Breng de machine voor repa-
ratie naar een servicewerkplaats!
Gebruik Accessoires, origineel van
GGP
Gras maaien Maaidekken gebruiken:
XK 140: 95 C
XK 160: 95 C/105 C.
Sneeuwruimen Met sneeuwschuiver. Gebruik
van sneeuwkettingen en frame-
gewichten wordt aanbevolen.
Gras en bladeren
vegen
Uitgerust met getrokken op-
vangbak 38" of 42".
Gras- en blad-
transport
Uitgerust met transportkar.
Vegen Veegmachine gebruiken. Stofbe-
schermer aanbevolen.
Onkruidbestrij-
ding op grindpa-
den
Een aan de voorzijde gemon-
teerde onkruidschoffel gebruiken.
Type olie
4WD Synthetische olie 5W-50
HST SAE 10W-30 (20W-50)0
69
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
4.4.1 Algemene veiligheidscontrole
4.4.2 Elektrische veiligheidscontrole
Controleer voor elk gebruik of het be-
veiligingssysteem werkt..
4.5 STARTEN
1. Open de benzinekraan. Zie 10:U.
2. Controleer of the bougiekabel(s) op de bou-
gie(s) is/zijn geplaatst.
3. Controleer of de krachtafnemer uitgeschakeld
is.
4. Houd uw voet niet op het aandrijfpedaal.
5. Starten van een koude motor – zet de gashendel
helemaal in de chokestand.
Starten van een warme motor – zet de gashendel
op vol gas (ongeveer 2 cm achter de choke-
stand).
6. Trap het koppelings-/rempedaal volledig in.
7. Draai de contactsleutel om en start de motor.
8 Wanneer de motor is gestart, duwt u de gashen-
del geleidelijk naar vol gas (ongeveer 2 cm ach-
ter de chokestand) als u de choke gebruikt hebt.
9. Laat de machine na een koude start niet onmid-
dellijk belast werken, maar laat de motor eerst
een paar minuten warmdraaien. Op die manier
kan de olie eerst opwarmen.
Bij gebruik van de machine altijd vol gas geven.
4.6 BEDIENINGSTIPS
Controleer altijd of de juiste hoeveelheid olie in de
motor zit. Dit is met name belangrijk bij het wer-
ken op hellingen. Zie 4.2.
Wees voorzichtig bij het rijden op hel-
lingen. Start of stop niet plotseling wan-
neer u een helling op- of afrijdt. Rijd
nooit dwars over een helling. Rijd van
boven naar beneden en van beneden
naar boven.
Deze machine mag op een helling van
maximaal 10° rijden.
Verminder de snelheid op hellingen en
bij scherpe bochten om controle over de
machine te houden en het risico op kan-
telen te beperken.
Draai bij rijden in de hoogste vers-
nelling en bij vol gas het stuur niet vol-
ledig naar één kant. De machine kan
dan kantelen.
Blijf met uw handen uit de buurt van de
middensturing en de zittinghouder. An-
ders kunt u bekneld raken! Rijd nooit
met de machine als de motorkap open
is.
4.7 STOPPEN
Schakel de krachtafnemer uit. Trek de parkeerrem
aan.
Laat de motor 1-2 minuten stationair draaien. Zet
de motor af door de contactsleutel om te draaien.
Sluit de benzinekraan. Dit is vooral belangrijk als
de machine op bijv. een aanhanger vervoerd moet
worden.
Als u de machine zonder toezicht ach-
terlaat, moet u de bougiekabel(s) losma-
ken en de contactsleutel verwijderen.
Direct na gebruik kan de motor bijzon-
der heet zijn. Raak de demper, de cilin-
der of de koelribben niet aan. Dit kan
ernstige brandwonden veroorzaken.
4.8 REINIGING
Om het gevaar op brand te verkleinen
de motor, de demper, de accu en de
brandstoftank vrijhouden van gras,
bladeren en olie.
Om het gevaar op brand te verkleinen
regelmatig controleren of er sprake is
van olie- en/of brandstoflekkage.
Onderdeel Resultaat
Brandstofslangen
en aansluitingen.
Geen lekkages.
Elektrische kabels. Isolatie is intact.
Geen mechanische schade.
Uitlaatsysteem. Geen lekkages bij aanslui-
tingen.
Alle schroeven zijn vastged-
raaid.
Olieleidingen Geen lekkages. Geen schade.
Rijd de machine
voor- en achteruit
en laat het pedaal
van de bedrijfsrem
omhoog komen.
De machine stopt dan.
Testrit Geen abnormale trillingen.
Geen abnormale geluiden.
Status Actie Resultaat
Het koppelings-/
rempedaal is niet
ingetrapt.
Krachtafnemer niet
ingeschakeld.
Probeer te star-
ten.
De motor
mag niet star-
ten.
Lopende motor.
Krachtafnemer
ingeschakeld.
De bestuurder
staat op van de
zitting.
De krachtaf-
nemer moet
uitschakelen.
Lopende motor. Verwijder de
zekering.
Zie 9:S.
De motor
moet dan
stoppen.
70
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Spuit nooit water onder hoge druk op
de machine. Hierdoor kunnen asafdich-
tingen, elektrische onderdelen of hyd-
raulische kleppen beschadigd raken.
Spuit nooit lucht onder hoge druk tegen
de radiatorvinnen. Hierdoor zal de ra-
diator beschadigd raken.
Reinig de machine na gebruik. Voor het reinigen
gelden de volgende richtlijnen.
Sproei nooit rechtstreeks water op de motor.
Reinig de motor met een borstel en/of perslucht.
Reinig de luchtinlaat van de motor (9:T).
Start na het reinigen de machine en een eventu-
eel gemonteerd maaidek om water te verwij-
deren dat anders lagers zou kunnen
binnendringen en beschadigen.
5 ONDERHOUD
5.1 ONDERHOUDSPROGRAMMA
Om de machine voortdurend in goede staat te hou-
den en zo de betrouwbaarheid te bevorderen, ook
in verband met het milieu, moet het onder-
houdsprogramma van GGP worden gevolgd.
Onderhoud dat door een erkende servicewerk-
plaats wordt uitgevoerd geeft u de garantie dat uw
machine professioneel wordt onderhouden met
originele reserveonderdelen.
5.2 VOORBEREIDING
Alle service en onderhoud moet worden uitgevo-
erd op een stilstaande machine waarvan de motor
is uitgeschakeld.
Zorg dat de machine niet kan wegrol-
len. Gebruik daarom altijd de parkeer-
rem.
Zet de motor af.
Voorkom dat de motor onbedoeld start
door de bougiekabel(s) los te maken van
de bougie(s) en de contactsleutel te ver-
wijderen.
5.3 BANDENSPANNING
Pas de bandenspanning op de volgende manier
aan:
Voorzijde: 0,6 bar (9 psi).
Achter: 0,4 bar (6 psi).
5.4 MOTOROLIE VERVANGEN
Vervang de motorolie de eerste keer na 5 wer-
kuren, daarna na elke 50 werkuren of één keer per
seizoen.
Ververs de olie vaker, om de 25 draaiuren of mins-
tens één keer per seizoen, als de motor extra hard
of bij hoge omgevingstemperaturen moet werken.
Gebruik olie volgens de onderstaande tabel.
Gebruik olie zonder toevoegingen.
Vul niet te veel olie bij. Dit kan tot oververhitting
van de motor leiden.
Ververs de olie wanneer de motor warm is.
Direct na het stoppen van de machine
kan de motorolie erg heet zijn. Laat de
motor daarom een paar minuten afkoe-
len voordat u de olie aftapt.
1. Zet de klem op de afvoerslang. Gebruik een
slangenklem of iets vergelijkbaars. Zie afb.
10:V.
2. Verplaats de klem 3 tot 4 cm op de afvoerslang
en trek de bougie los.
3. Vang de olie op in een vat.
LET OP! Knoei geen olie op de aandrijfrie-
men.
4. Volg de lokale voorschriften voor het afvoeren
van afgewerkte olie op.
5. Breng de olieaftapplug weer aan en verplaats de
klem zodat deze zich boven de plug bevindt.
6.Verwijder de oliepeilstok en vul de machine met
nieuwe olie.
Olievolume: 1,4 liter
7. Na het bijvullen van olie start u de motor en laat
u deze 30 seconden stationair draaien.
8. Controleer of er een olielek is.
9. Zet de motor af. Wacht 30 seconden en contro-
leer dan of het oliepeil overeenkomt met 4.2.
5.5 TRANSMISSIE (4WD)
De olie in de hydraulische krachtoverbrenging
moeten regelmatig worden gecontroleerd/aange-
past of vervangen zoals aangegeven in onderstaan-
de tabel.
Type olie: Synthetische olie 5W-50.
Hoeveelheid olie bij verversen: ongeveer 3,5 liter.
5.5.1 Controleren - aanpassen
Zie “4.3”.
Olie SAE 10W-30
Serviceklasse SJ of hoger
Actie
1e keer
Vervol-
gens met
tussenpo-
zen van
Werkuren
Niveau controleren - aanpas-
sen.
-50
Olie verversen. 5 200
71
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
5.5.2 Aftappen
1. Laat de machine gedurende 10-20 minuten op
verschillende snelheden lopen om de transmis-
sieolie op te warmen.
2. Plaats de machine volledig horizontaal.
3. Demonteer beide ontkoppelingshefbomen zoals
aangegeven in afb. 6.
4. Plaats één opvangbak onder de achteras en één
onder de vooras.
5. Open het oliereservoir door de kap te verwij-
deren. Zie 9:R.
Gebruik uitsluitend een 3/8” dopsleutel
voor de olieaftapplug. Het gebruik van
ander gereedschap beschadigt de plug.
6. Verwijder de olieaftapplug van de achteras.
Reinig de opening en gebruik een 3/8” dopsleu-
tel. Zie afbeelding 11.
7. Verwijder 2 aftappluggen uit de vooras. Gebru-
ik hiervoor een 12 mm sleutel. Laat de olie uit
de vooras en de leidingen lopen. Zie afb. 12.
8. Controleer of de pakkingen op de 4 aftapplug-
gen van de vooras intact zijn. Zie afb. 12. Plaats
de pluggen terug. Aanhaalmoment: 15-17 Nm.
De olieaftapplug wordt beschadigd als
hij vaster dan 5 Nm wordt aangedraaid.
9. Controleer of de pakking op de olieaftapplug
van de achteras intact is. Zie afb. 11:Y. Plaats
het in de achteras. Draai de olieaftapplug aan tot
5 Nm.
10.Trek de olie uit het onderste deel van het reser-
voir met behulp van een olieafscheider. Zie afb.
13.
11.Voer de olie volgens lokale voorschriften af.
5.5.3 Vullen
De motor mag nooit draaien als de ach-
terste koppelingshendel naar binnen is
geduwd en de voorste koppelingshendel
uitgetrokken is. Dit beschadigt de as-
borging.
1. Vul het oliereservoir met de nieuwe olie.
Als de motor binnen moet draaien,
dient u ervoor te zorgen dat uitlaatgas-
sen kunnen worden afgevoerd.
2. Controleer of de koppelingshendel van de ach-
teras uitgetrokken is.
3. Start de motor. Als de motor is gestart, schuift
de koppelingshendel van de vooras automatisch
naar binnen.
4. Trek de koppelingshendel van de vooras naar
buiten.
LET OP! De olie wordt zeer snel het systeem
ingezogen. Zorg dat het reservoir altijd vol
is. Zorg dat er geen lucht wordt ingezogen.
5. Zet het gaspedaal in de voorste stand door het te
blokkeren met een houten wig. Zie afb. 14. Vul
het oliereservoir handmatig met nieuwe olie.
6. Laat de motor een minuut in de stand vooruit
draaien.
7. Verwijder de houten wig en zet het gaspedaal in
de stand achteruit. Ga door met het bijvullen
van de olie.
8. Laat de motor een minuut in de stand achteruit
draaien.
9. Verander de rijrichting elke minuut, zoals hier-
boven is aangegeven, en ga door met het bijvul-
len van de olie tot het borrelen in het reservoir
stopt.
10.Zet de motor uit, plaats het kapje van het oliere-
servoir en sluit de motorkap.
11.Maak een proefritje van enkele minuten en pas
zonodig het olieniveau aan.
5.6 RIEMTRANSMISSIES
Controleer na 5 werkuren of alle riemen intact en
onbeschadigd zijn.
5.7 BESTURING
De besturing moet na 5 werkuren worden ge-
controleerd/afgesteld en vervolgens na elke 100
werkuren.
5.7.1 Controles
Draai het stuur kort heen en weer. Er mag geen
speling in de stuurkettingen zitten.
5.7.2 Afstelling
Stel indien nodig de stuurkettingen als volgt af:
1. Zet de machine in de 'recht vooruit'-stand.
2. Stel de stuurkettingen af met de twee moeren
onder het middelpunt. Zie afb. 16.
3. Draai beide moeren evenveel tot er geen speling
meer is.
4. Rijd de machine recht vooruit en controleer of
het stuur recht staat.
5. Als het stuur verdraaid staat, maakt u de ene
moer losser en de andere vaster.
Span de stuurkettingen niet te strak aan. Daardoor
wordt het sturen zwaarder en neemt de slijtage van
de kabels toe.
72
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
5.8 ACCU
Als u het zuur in uw ogen of op uw huid
krijgt, kan dit ernstig letsel veroorza-
ken. Als er zuur op uw lichaam terecht-
komt, moet u het betreffende
lichaamsdeel onmiddellijk afspoelen
met een ruime hoeveelheid water en zo
snel mogelijk medische hulp zoeken.
De accu wordt gereguleerd door kleppen en geeft
een uitgangsspanning van 12 V. De accuvloeistof
kan en mag niet worden gecontroleerd of aange-
vuld. U hoeft de accu alleen maar op te laden, bij-
voorbeeld als u deze lang niet hebt gebruikt.
De accu moet volledig zijn opgeladen
voordat u deze voor de eerste keer gaat
gebruiken. De accu moet altijd volledig
opgeladen worden bewaard, anders
kan deze beschadigd raken.
5.8.1 Accu opladen met motor
De accu kan als volgt worden opgeladen met de
dynamo van de motor.
1. Plaats de accu in de machine zoals hieronder af-
gebeeld.
2. Zet de machine buiten of zorg dat de uitlaatgas-
sen kunnen worden afgevoerd.
3. Start de motor volgens de instructies in de hand-
leiding.
4. Laat de motor 45 minuten lopen.
5. Zet de motor af. De accu is nu volledig opgela-
den.
5.8.2 Accu opladen met oplader
Als de accu wordt opgeladen met een oplader,
dient deze een constante spanning te hebben.
Neem contact op met uw leverancier voor een der-
gelijke oplader.
De accu kan beschadigd raken als er een stan-
daard oplader wordt gebruikt.
5.8.3 Verwijderen/Plaatsen
De accu zit onder de motorkap. Bij het verwijderen
of plaatsen van de accu, dient u rekening te houden
met het volgende:
Bij het verwijderen. Maak eerst de zwarte kabel
los van de negatieve accuklem (-). Maak daarna
de rode kabel los van de positieve accuklem (+).
Bij het plaatsen. Sluit eerst de rode kabel aan op
de positieve accuklem (+). Sluit dan de zwarte
kabel aan op de negatieve accuklem (-).
Als u de kabels niet in de goede
volgorde aansluit of losmaakt, kan er
kortsluiting ontstaan en kan de accu be-
schadigd raken.
Als u de kabels verwisselt, raken de dy-
namo en de accu beschadigd.
Zet de kabels stevig vast. Losse kabels
kunnen brand veroorzaken.
De accu moet altijd aangesloten zijn als
u de motor wilt laten lopen. Anders
kunnen de dynamo en het elektrische
systeem beschadigd raken.
5.8.4 Reiniging
Indien de accupolen geoxideerd zijn, moeten deze
schoongemaakt worden. Reinig de accupolen met
een staalborstel en smeer ze in met vet.
5.9 LUCHTFILTER, MOTOR
Het luchtfilter (papierfilter) moet na 100 werkuren
worden gereinigd/vervangen.
LET OP! Reinig/vervang beide filters vaker indien
de machine in stoffige omstandigheden moet
werken.
Verwijder/installeer de luchtfilters als volgt:
1. Maak voorzichtig de behuizing van het luchtfil-
ter schoon.
2. Demonteer de luchtfilterkap (12:R) door de
twee schroeven te verwijderen.
3. Demonteer het papierfilter (12:S). Zorg ervoor
dat de carburateur niet vuil wordt. Maak het
luchtfilterhuis schoon.
4. Maak het papierfilter schoon door er zachtjes
mee tegen een plat oppervlak te tikken. Indien
het filter erg vuil is, moet het worden vervan-
gen.
5. Monteer alles weer in omgekeerde volgorde.
Bij het schoonmaken van de behuizing van het pa-
pierfilter mogen geen perslucht of oplosmiddelen
op basis van petroleum worden gebruikt. Hierdoor
raakt het filter beschadigd.
Gebruik geen perslucht bij het schoonmaken van
de behuizing van het papierfilter. Het
papierfilterhuis mag niet met olie worden
ingesmeerd.
5.10 BOUGIE
De bougie(s) moet(en) na elke 2000 werkuren
worden vervangen (=bij elke tweede basic ser-
vice).
Maak schoon rond de bevestiging van de bougie
voordat u deze losmaakt.
Bougie
: Champion RC12YC of gelijkwaardig.
Afstand elektroden
: 0,75 mm.
5.11 LUCHTINLAAT
Zie 9:T. De motor is luchtgekoeld. Door een ver-
stopt koelsysteem kan de motor beschadigd raken.
Reinig de luchtinlaat van de motor na elke 50 wer-
kuren. Het koelsysteem wordt bij elke basic ser-
vice nauwkeurig gereinigd.
73
NEDERLANDS
NL
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
5.12 SMEREN
Alle smeerpunten in onderstaande tabel moeten na
elke 50 werkuren en na elke wasbeurt worden ges-
meerd.
5.13 ZEKERING
Controleer of vervang de zekering van 20 A bij
elektrische problemen. Zie 9:S.
6 OCTROOI - ONTWERPREGIS-
TRATIE
Deze machine of onderdelen van deze machine
valt/vallen onder de volgende octrooi- en ontwerp-
registratie:
SE9901091-0, SE9901730-3, SE9401745-6,
US595 7497, FR772384, DE69520215.4,
GB772384, SE0301072-5, SE04/000239 (PCT),
SE0401554-1, SE0501599-5.
GGP behoudt zich het recht voor zonder voorafg-
aande aankondiging wijzigingen in het product
aan te brengen.
Onderdeel Actie Afb.
Middelpunt 4 smeernippels. Gebruik een
smeerpistool met universeel vet.
Pomp tot het vet eruit komt.
17
Stuurket-
tingen
Reinig de kettingen met een
staalborstel.
Smeer de kettingen met univer-
sele kettingspray.
-
Spannings-
armen
Smeer de lagerpunten met een
oliehouder terwijl alle regelaars
zijn geactiveerd.
Dit werkt het beste met twee
personen.
18
Bedie-
ningskabels
Smeer de uiteinden van de
kabels met een oliehouder ter-
wijl alle regelaars zijn geac-
tiveerd.
Dit moet worden gedaan door
twee personen.
18
EG-försäkran om överensstämmelse • EY-vaatimustenmukaisuusvakuutus • EU-overensstemmelseserklæring • EU-forsikring om overensstemmelse • EG-
Konformitätsbescheinigung • EC conformity declaration • Déclaration de conformité CE • EU-gelijkvormigheidsverklaring • Dichiarazione di conformità CE • Declaración de
conformidad CE • Declaração de conformidade da CE • Deklaracja zgodności EC • Декларация EC о соответствии • Deklarace shody s EU • EK megfelelőségi nyilatkozat • Izjava
ES o skladnosti • EÜ vastavusdeklaratsioon • EB atitikties deklaracija • EK atbilstības deklarācija
SV Tillverkare • FI Valmistaja • DA Producent • NO Produsent DE Hersteller • EN Manufacturer • FR Fabricant • NL Fabrikant • IT Produttore •
ES Fabricante • PT Fabricante • PL Producent • RU ИзготовительCS Výrobce • HU Gyártó • SL Proizvajalec • ET Tootja • LT Gamintojas •
LV Ražotājs • BG ПроизводителEL ΚατασκευαστήςRO Producător • SK Výrobca
GGP Sweden AB, Box 1006
SE-573 28 TRANÅS, SWEDEN
SV Fabrikat • FI Valmiste • DA Fabrikat • NO Fabrikat • DE Fabrikat • EN Make • FR Marque • NL Fabricage • IT Marca • ES Marca • PT Marca •
PL Marka • RU Торговая маркаCS Značka • HU Gyártmány • SL Znamka • ET Mark • LT MarkėLV Ražojums • BG МаркаEL Κατασκευή
RO Produs • SK Značka
Castelgarden
SV Gräsklippare med förbränningsmotor • FI Ruohonleikkuri polttomoottorilla • DA Plæneklipper med forbrændingsmotor • NO Planeklipper med forbrenningsmotor • DE Rasenmäher mit
Verbrennungsmotor • EN Lawnmower with combustion engine • FR Tondeuse avec moteur à combustion interne • NL Grasmaaiers met verbrandingsmotor • IT Trattorino tosaerba con motore a combustione
ES Cortadora de césped con motor de combustión • PT Máquina de cortar relva com motor de combustão • PL Kosiarka z silnikiem spalinowym • RU Газонокосилка с двигателем внутреннего сгорания
CS Sekačka se spalovacím motorem • HU Fűnyíró belsőégésű motorral • SL Kosilnica z motorjem z notranjim izgorevanjem • ET Sisepõlemismootoriga muruniiduk • LT Vejapjovė su vidaus degimo
varikliu • LV Zāles pļāvējs ar iekšdedzes dzinēju • BG Косачка с двигател с вътрешно горенеEL Χορτοκοπτική μηχανή με μηχανή εσωτερικής καύσηςRO Maşină d
e tuns iarbă cu motor cu ardere
internăSK Kosačka so spaľovacím motorom
SV Serienr - Se dekal på chassit • FI Valmistenumero - Katso tarra rungossa • DA Serienr. - Se mærkat på chassis • NO Serienr. - Se etikett på chassiset • DE Seriennummer - Siehe Schild am Chassis
• EN Serial number - See label on chassis • FR Numéro de série - Voir la plaque sur le châssis • NL Serienummer - Zie label op chassis • IT Numero di serie - Vedi etichetta sul telaio • ES Número de
serie - Véase la etiqueta en el chasis • PT Número de série - Ver etiqueta no chassis • PL Numer seryjny - Patrz etykieta na podwoziu • RU Заводской номер - См. табличку на шасси • CS Číslo série
- Viz štítek na podvozku • HU Sorozatszám - Lásd az alvázon lévő adattáblát! • SL Serijska številka - Glej nalepko na šasiji •
ET Seerianumber - Vt silti šassiil • LT Serijos numeris - Žr. etiketę ant važiuoklės • LV Sērijas numurs - Skatīt uzlīmi uz šasijasBG Сериен номер - Вижте табелката върху шасито
EL Σειριακός αριθμός - Δε
ίτε την ετικέτα στο σασσίRO Număr de serie - Vezi eticheta de pe şasiuSK Výrobné číslo - pozri štítok na podvozku
SV Typ • FI Tyyppi • DA Type • NO Type • DE Typ EN Type • FR Type • NL Type • IT Tipo • ES Tipo • PT Tipo • PL Typ RU ТипCS Typ
HU Típus • SL Tip • ET Tüüp • LT TipasLV Tips BG ТипEL ΤύποςRO Tip • SK Typ
P 901
V Art.nr. • FI Tuotenumero • DA Art.nr. • NO Art.nr. • DE Art.-Nr. • EN Item no • FR N° d'article • NL Itemnr. • IT Articolo n. • ES Nº de referencia •
PT Item nº • PL Pozycja nr • RU Поз. • CS Císlo položky • HU Tételszám • SL Izdelek, št. • ET Toote nr • LT Gaminio nr. • LV Preces Nr. • BG на елементEL
Αρ. αντικειμένουRO Nr. articol • SK Položka č
1. 13-6103+13-2964
2. 13-6103+13-2972
3. 13-6104+13-2964
4. 13-6104+13-2972
SV Motor • FI Moottori • DA Motor • NO Motor • DE Motor • EN Engine • FR Moteur • NL Motor • IT Motore • ES Motor • PT Motor • PL Silnik •
RU ДвигательCS Motor • HU MotorSL Motor • ET Mootor • LT Variklis •LV Dzinējs • BG ДвигателEL ΜηχανήRO Motor • SK Motor
B&S 31A607
<0,9 m/s
2
σ = 0,3 m/s
2
SV Vibration • FI Tärinä • DA Vibration • NO Vibrasjon • DE Vibration • EN Vibration • FR Vibration • NL
Vibratie • IT Vibrazioni • ES Vibración • PT Vibração • PL Wibracje • RU ВибрацияCS Vibrace • HU Vibráció
SL Tresljaji • ET Vibratsioon • LT Vibracija • LV Vibrācija • BG Вибрации
EL ΔόνησηRO Vibraţii • SK Vibrácie
<2,5 m/s
2
σ = 0,3 m/s
2
SV Uppmätt ljudeffektnivå • FI Mitattu äänitehotaso • DA Målt lydeffektniveau • NO Målt lydeffektnivå • DE Gemessener geräuschpegel • EN Measured sound power
level • FR Niveau de puissance acoustique mesuré • NL Gemeten geluidsniveau • IT Livello di potenza sonora misurato • ES Nivel de potencia de sonido medido •
PT Nível de potência sonora medido • PL Nieprzekraczalny poziom hałasu • RU Замеренный уровень шумаCS Naměřená úroveň hluku •
HU Mért hangteljesítményszint • SL Izmerjena raven zvočne jakosti • ET Mõõdetud müratase • LT Išmatuotas triukšmo lygis • LV Izmērītais trokšņa līmenis •
BG Измерено ниво на звуковата мощностEL Μετρημένο επίπεδο ισχύος ήχουRO Nivel putere acustică măsurat •
SK Nameraná úroveň akustického výkonu (LWA)
98,1 dB(A)
SV Garanterad ljudeffektnivå • FI Taattu äänitehotaso • DA Garanteret lydeffektniveau • NO Garantert lydeffektnivå • DE Garantierter Geräuschpegel •
EN Guaranteed sound power level • FR Niveau de puissance acoustique garanti • NL Gegarandeerd geluidsniveau • IT Livello di potenza sonora garantito • ES Nivel
de potencia de sonido garantizado • PT Nível de ruído garantido • PL Nieprzekraczalny poziom hałasu • RU Гарантированный предельный уровень шумаCS
Zaručená úroveň hluku • HU Garantált hangteljesítményszint • SL Zajamčena raven zvočne jakosti • ET Garanteeritud mürataseLT Garantuojamas triukšmo lygis •
LV Garantētais trokšņa līmenis • BG Гарантирано ниво на звуковата мощностEL Εγγυημένο επίπεδο ισχύος ήχουRO Nivel putere acustică garantat •
SK Zaručená úroveň akustického výkonu
100 dB(A)
SV Klippbredd • FI Leikkuuleveys • DA Klippebredde • NO Klippebredde DE Schnittbreite • EN Cutting width • FR Largeur de coupe • NL Snijwijdte • IT
Larghezza di taglio • ES Ancho de corte • PT Largura de corte • PL Szerokość koszenia • RU Рабочий захватCS Šířka sekání • HU Vágási szélesség • SL Širina
košnje • ET Niitmislaius • LT Pjovimo plotis • LV Pļaušanas joslas platums • BG Ширина на косенеEL Πλάτος κοπήςRO Lăţime de tăiere • SK Šírka záberu
1,3: 95cm
2,4: 105cm
SV Ljudtrycksnivå vid operatörens öra • FI Äänenpaine taso käyttäjän korvan tasolla • DA Lydtryksniveau ved brugerens øre • NO Lydtrykksnivå ved operatørens øre •
DE Schalldruckpegel am Ohr der Bedienungsperson • EN Sound pressure level at operator’s ear • FR Niveau sonore au niveau de l’oreille de l’opérateur • NL
Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker • IT Livello di pressione acustica all’orecchio dell’operatore • ES Nivel de presión acústica en el oído del operadorPT
Níveis de pressão do som no ouvido do operador • PL Poziom ciśnienia akustycznego w uchu operatora • RU Уровень звукового давления на месте оператораCS
Hladina akustického tlaku naměřená u ucha obsluhující osoby • HU Hangnyomás szint a gépkezelő fülénél • SL Raven zvočnega tlaka pri ušesu uporabnika • ET
Helirõhu tase kasutaja kõrva juures • LT Garso spaudimo lygis įrangos naudotojui • LV Skaņas spiediena līmenis pie operatora auss • BG Ниво на звуковото налягане
при ушите на оператораEL Επίπεδο πίεσης ήχου στο αυτί χειριστήRO Nivel putere acustică l
a urechea operatorului • SK Hladina zvukového tlaku pri uchu
obsluhy (LPA)
84 dB(A)
σ = 0,7 dB(A)
SV Anmält organ • FI Ilmoitettu laitos • DA Bemyndiget organ • NO Underrettet organ • DE AnmeldeorganisationEN Notified body • FR Organisme notifié • NL
Keuringsinstantie • IT Organismo notificato • ES Organismo notificadoPT Organismo notificado • PL Urząd zatwierdzający • RU Уполн омоченная организация
CS Oprávnený orgán • HU Az értesítés címzettje • SL Obveščeni organ • ET Teavitatud asutus • LT Notifikuotoji įstaigaLV Informētā iestāde • BG Нотифициран
органEL Κοινοποιημένος οργανισμόςRO Organ avizat• SK Notifikovaný orgán (2000/14/EC; 2005/88/EC)
ITS Testing & Certification Ltd
Notified Body representative 0359
SV Denna produkt är i överensstämmelse med • FI Tämä tuote täyttää seuraavien direktiivien vaatimukset • DA Dette produkt er i overensstemmelse med • NO Dette
produktet er i overensstemmelse med • DE Dieses Produkt ist in Übereinstimmung mit • EN This product conforms to • FR Ce produit est conforme à • NL Dit product
voldoet aan • IT Questo prodotto è conforme alla • ES Este producto respeta las siguientes normas • PT Este produto está em conformidade com • PL Ten produkt
odpowiada nastepujacym normom • RU Соответствует требованиям следующих директивCS Tento výrobek vyhovuje • HU Ez a termék megfelel • SL Ta izdelek
je v skladu z • ET Käesolev toode vastab • LT Šis gaminys atitinka • LV Šis produkts atbilst •
BG Този продукт съответства наEL Το παρόν προϊόν συμμορφώνεται μεRO Acest produs este în conformitate cu • SK Tento výrobok spĺňa požiadavky
2006/42/EC
2004/108/EC
2000/14/EC; 2005/88/EC
SV Produkten är utvecklad och tillverkad enligt följande standard • FI Tuote on kehitetty ja valmistettu seuraavien normien mukaisesti • DA Produktet er udviklet og
fremstillet i overensstemmelse med følgende normer • NO Produktet en utviklet og produsert i overensstemmelse med følgende normer • DE Das Erzeugnis ist in
Übereinstimmung mit folgenden Normen entwickelt und gefertig worden • EN This product has been developed and manufactured in conformance with the following
standards • FR Le produit en question a été mis au point et fabriqué conformément aux normes suivantes • NL Het product is in overeenstemming met volgende normen
ontwikkeld en vervaardigd • IT Riferimento alle norme armonizzate • ES Referente a standards armonizados • PT Referencias à normas harmonizadas • PL W
odniesieniu do norm harmonizujących • RU Этот продукт был разработан и изготовлен в соответствии со следующими стандартамиCS Použité harmonizova
normy • HU A termék fejlesztése és gyártása a következő szabványokkal összhangban történt • SL Hivatkozás a harmonizált szabványokra • ET Käesolev toode on
välja töötatud ja toodetud kooskõlas järgmiste standarditega • LT Šis gaminys yra suprojektuotas ir pagamintas pagal šiuos standartus • LV Šis izstrādājums ir izgatavots
un ražots saskaņā ar šādiem standartiem • BG Този продукт е разработен и произведен в съответствие със следните ст
андартиEL Το παρόν προϊόν σχεδιάστηκε
και κατασκευάστηκε σύμφωνα με τα ακόλουθα πρότυπαRO Acest produs a fost dezvoltat şi fabricat în conformitate cu următoarele standarde • SK Tento výrobok bol
vyvinutý a vyrobený v súlade s nasledujúcimi normami
EN 836
EN 1032 + A1:2008
EN ISO 12100
EN ISO 14982:2009
EN ISO 3767
SV Person behörig att samla teknisk dokumentation • FI Teknisen dokumentaation keräämisestä vastaava henkilö • DA Person ansvarlig for at samle teknisk
dokumentation • NO Person godkjent for innsamling av teknisk dokumentasjon • DE Person, die zum Sammeln technischer Informationen autorisiert ist • EN Person
authorised to collect the technical documentation • FR Personne chargée de conserver la documentation technique • NL Persoon bevoegd om technische documentatie
te verzamelen • IT Persona autorizzata alla raccolta della documentazione tecnica • ES Persona autorizada para recoger la documentación técnica • PT Pessoa
autorizada a recolher a documentação técnica • PL Osoba upoważniona do odbioru dokumentacji technicznej • RU Лицо, уполномоченное комплектовать
техническую документациюCS Osoba pověřená sestavením technické dokumentace • HU Műszaki dokumentáció összeállítására jogosult személy • SL Oseba,
pooblaščena za prevzem tehnične dokumentacije • ET Isik, kes on volitatud vastu võtma tehnilist dokumentatsiooni • LT Asmuo, įgaliotas rinkti techninius dokumentus
LV Persona, kura ir pilnvarota nodrošināt tehnisko dokumentācijuBG Лице, оторизирано да събира на техническа документацияEL Εξουσιοδοτημένο άτομο
για τη συλλογή τεχνικών εγγράφων τεκ
μηρίωσηςRO Persoana autorizată să colecteze documentaţia tehnicăSK Osoba oprávnená prevziať si technickú
dokumentáciu
GGP Sweden AB, Box 1006
SE-573 28 TRANÅS, SWEDEN
Sören Palmér
Tranås - SWEDEN 2011-12-20
Per-Olof Rydh
(MD & Op. Manager)

Document transcriptie

NEDERLANDS 1 ALGEMEEN Dit symbool geeft een WAARSCHUWING weer. Als de instructies niet nauwkeurig worden opgevolgd, kan dit leiden tot ernstige persoonlijke verwondingen en/of schade. Voordat u deze machine in gebruik neemt, moet u de gebruiksaanwijzing en de meegeleverde "VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN" zorgvuldig doornemen. 1.1 SYMBOLEN Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en oplettendheid bij gebruik en tijdens onderhoud geboden is. Betekenis van de symbolen: Waarschuwing! Lees vóór gebruik van de machine de gebruikershandleiding en de veiligheidsvoorschriften. Waarschuwing! Kijk uit voor weggegooide voorwerpen. Houd omstanders op afstand. Waarschuwing! Draag altijd gehoorbescherming. Waarschuwing! Deze machine is niet bedoeld voor rijden op de openbare weg. Waarschuwing! U mag met de machine, uitgerust met de originele accessoires, niet rijden op een helling met een grotere hellingshoek dan 10º. Waarschuwing! Knelgevaar. Blijf met uw handen uit de buurt van de middensturing. Waarschuwing! Kans op brandwonden. Raak de geluiddemper/katalysator niet aan. 1.2 VERWIJZINGEN 1.2.1 Afbeeldingen De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn genummerd met 1, 2, 3 etc. Onderdelen in afbeeldingen worden aangegeven met A, B, C etc. Een verwijzing naar onderdeel C in afbeelding 2 wordt als volgt weergegeven: “2:C”. NL 1.2.2 Titels De titels in deze gebruikershandleiding zijn op de volgende manier genummerd: “1.3.1 Algemene veiligheidscontrole” is een subtitel van “1.3 Veiligheidscontrole” en wordt onder deze titel vermeld. Wanneer naar een titel wordt verwezen, wordt alleen het nummer van deze titel aangegeven. Bijvoorbeeld “Zie 1.3.3”. 2 BESCHRIJVING 2.1 AANDRIJVING 2.1.1 HST De machine heeft achterwielaandrijving. De achteras is voorzien van een hydrostatische transmissie met traploze transmissie voor- en achteruit. De achteras is eveneens voorzien van een differentieel om het draaien te vergemakkelijken. Het gereedschap dat aan de voorzijde is gemonteerd wordt aangedreven door aandrijfriemen. 2.1.2 4WD De machine heeft vierwielaandrijving. Het vermogen van de motor wordt hydraulisch op de wielen overgebracht. De motor stuurt een oliepomp aan die olie naar de achter- en voorassen pompt. De voor- en achterassen zijn seriegeschakeld, wat betekent dat de voor- en achterwielen op dezelfde snelheid draaien. Om het draaien te vergemakkelijken zijn beide assen voorzien van een differentieel. Gereedschap dat aan de voorzijde is gemonteerd wordt aangestuurd door aandrijfriemen. 2.2 BESTURING De machine is aangedreven. Dit betekent dat het chassis is verdeeld in een voor- en een achtergedeelte die ten opzichte van elkaar kunnen draaien. Knikbesturing houdt in dat de machine langs bomen en andere obstakels kan rijden met een extreem kleine draaicirkel. 2.3 BEVEILIGINGSSYSTEEM De machine is uitgerust met een elektrisch beveiligingssysteem. Dit systeem onderbreekt bepaalde activiteiten die door onjuiste handelingen gevaarlijke situaties kunnen veroorzaken. De motor kan bijvoorbeeld alleen gestart worden als het koppelings-/rempedaal is ingedrukt. Controleer voor elk gebruik of het beveiligingssysteem werkt. Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 65 NL NEDERLANDS 2.4 BEDIENING 2.4.1 Gereedschapslift, mechanisch (1:A) U kunt als volgt schakelen tussen de werkpositie en de transportpositie: 1. Trap het pedaal volledig in. 2. Laat het pedaal langzaam los. 2.4.2 Koppeling - parkeerrem (1:B) Druk nooit op het pedaal tijdens het rijden. De krachtoverbrenging kan dan oververhit raken. Het pedaal (3:B) heeft de volgende drie standen: •Omhoog. De koppeling is niet geactiveerd. De parkeerrem is niet geactiveerd. • Voor de helft ingetrapt. Voorwaarts rijden uitgeschakeld. De parkeerrem is niet geactiveerd. • Volledig ingetrapt. Voorwaarts rijden uitgeschakeld. De parkeerrem is geactiveerd maar niet vergrendeld. Deze stand wordt ook gebruikt als noodrem. 2.4.3 Vergrendeling, parkeerrem (1:C) De vergrendeling vergrendelt het koppelings-/rempedaal in de ingetrapte stand. Deze functie wordt gebruikt om de machine te vergrendelen op hellingen, tijdens transport enz., als de motor niet draait. Vergrendelen: 1. Trap het pedaal (1:B) volledig in. 2. Verplaats de vergrendeling (1:C) naar rechts. 3. Laat het pedaal (1:B) los. 4. Laat de vergrendeling (1:C) los. Ontgrendelen: Trap het pedaal (1:B) volledig in en laat het weer los. 2.4.4 Rijden - bedrijfsrem (1:F) Als de machine niet remt zoals verwacht als het pedaal wordt losgelaten, moet het linkerpedaal (1:B) worden gebruikt als noodrem. Het pedaal regelt de versnelling tussen de motor en de wielen (= de snelheid). Wanneer het pedaal omhoog staat, wordt de bedrijfsrem geactiveerd. 1. Pedaal voorwaarts – de machine gaat vooruit. 2. Pedaal onbelast – de machine staat stil. 3. Pedaal achterwaarts – de machine rijdt achteruit. 4. Minder druk op het pedaal – de machine remt. 66 2.4.5 Gas- en chokehendel (1:D) Hendel om de snelheid te regelen en om te choken bij een koude start. Als de motor onregelmatig loopt, bestaat er een kans dat de hendel te ver naar voren staat zodat de choke geactiveerd wordt. Dit beschadigt de motor, verhoogt het brandstofgebruik en is schadelijk voor het milieu. 1. Choke - voor het starten van een koude motor. De choke staat in de bovenste stand in de groef. Gebruik deze functie niet als de motor warm is. 2. Vol gas - bij gebruik van de machine altijd vol gas geven. Om de gashendel op vol gas te zetten, zet u de hendel ongeveer 2 cm achter de chokestand. 3. Stationairloop. 2.4.6 Contactslot (1:E) Laat de sleutel niet in stand 2 of 3 op de machine zitten. Er is dan brandgevaar omdat brandstof in de motor kan lopen via de carburateur en de accu kan ontladen en worden beschadigd. Contactslot dat gebruikt wordt om de motor te starten en uit te schakelen. Vier standen: 1. Stopstand - de motor is kortgesloten. De sleutel kan verwijderd worden. 2/3. Rijstand. 4. Startstand - de elektrische startmotor wordt geactiveerd op het moment dat de sleutel in de veerbelaste startstand wordt gedraaid. Laat de sleutel teruggaan naar rijstand 2/3 wanneer de motor gestart is. 2.4.7 Krachtafnemer (2:G) De krachtafnemer mag nooit ingeschakeld zijn wanneer het aan de voorzijde gemonteerde gereedschap in de transportstand staat. Dit beschadigt de riemtransmissie. Hendel voor in- en uitschakelen van de krachtafnemer voor aandrijving van aan de voorzijde gemonteerde accessoires. Twee standen: 1. Voorste stand - krachtafnemer uitgeschakeld. 2. Achterste stand - krachtafnemer ingeschakeld. Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing NEDERLANDS 2.4.8 Ontkoppelingshefboom Hendel om de traploze transmissie uit te schakelen. HST is voorzien van een hendel die op de achteras is aangesloten. Zie (5:N). 4WD is voorzien van twee hendels die op de achteras (6:O) en vooras (6:P) zijn aangesloten. De ontkoppelingshendel mag nooit tussen de binnenste en buitenste stand staan. Dit leidt tot oververhitting en beschadiging van de transmissie. Hiermee kunt u de machine handmatig verplaatsen zonder de motor te gebruiken. Twee standen: 1. Hendel ingedrukt - transmissie ingeschakeld voor normaal gebruik. 2. Hendel in de buitenste stand – transmissie uitgeschakeld. De machine kan handmatig worden verplaatst. De machine mag niet over lange afstanden of met hoge snelheid worden gesleept. Hierdoor kan de versnellingsbak worden beschadigd. De machine mag niet worden bediend als de voorste hendel in de buitenste stand staat, anders wordt de machine beschadigd en bestaat de kans op lekkage in de vooras. 2.4.9 Zitting (3:I) De zitting kan worden opgeklapt en naar voor of achter worden verschoven. De zitting wordt met de greep (3:K) vergrendeld in de opgeklapte positie en naar voor of achter verschoven met de knoppen (3:J). De zitting is voorzien van een beveiligingsschakelaar die is aangesloten op het beveiligingssysteem van de machine. Dit houdt in dat bepaalde gevaarlijke functies niet werken als er niemand op de zitting zit. 2.4.10 Motorkap (4:L) De machine heeft een motorkap die geopend kan worden, zodat de benzinekraan, accu en motor makkelijk bereikbaar zijn. De motorkap is vergrendeld met een rubberen band. De motorkap gaat als volgt open: 1. Maak aan de voorzijde van de kap de rubberen band (4:M) los. 2. Til de motorkap omhoog. Bevestig alles weer in omgekeerde volgorde. De machine alleen gebruiken met gesloten kap, anders bestaat er een kans op brandwonden en kunt u bekneld raken. NL 2.4.11 Snelsluiting (19:H) De snelsluitingen kunnen worden gescheiden, waardoor er zeer eenvoudig van hulpmiddel gewisseld kan worden. De snelsluitingen zorgen ervoor dat het maaidek gemakkelijk kan wisselen tussen de twee standen: • Normale stand met volledig aangespannen riem. • 4 cm achter de normale stand met losse riem, zodat het maaidek dichter bij de basismachine komt. Omdat de riemspanner loskomt van de riem, vereenvoudigen de snelsluitingen de vervanging van de riem en het maaidek en wordt het omschakelen naar de reinigingsstand en de servicestanden gemakkelijker. Spanning van riem halen: 1. Verwijder de borgpennen (19:G) aan beide zijden. 2. Open de snelsluitingen door de achterste gedeelten met uw hiel naar beneden te drukken. Zie (19:F). Als de snelsluitingen geopend zijn, rusten de maaidekarmen losjes in de asgedeelten. Het maaidek mag nooit in de servicestand of reinigingsstand worden gezet zonder de snelsluitingen na het loshaken van de riem van het maaidek weer te vergrendelen. 3. Voer de noodzakelijke aanpassingen uit, bijv.: • Haak de riem los. • Vervang het maaidek door de maaidekarmen los te haken. Zie afb. 21. Riem aanspannen: Span de uiteinden afzonderlijk aan volgens onderstaande instructies. Draai de hendel niet met uw handen. U kunt bekneld raken! 1. Plaats uw voet op de hendel (20:J) en draai voorzichtig een halve slag naar voren. 2. Plaats de borgpen (19:G). 3.Ga hetzelfde te werk aan de andere kant. Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 67 NEDERLANDS NL 3 TOEPASSINGEN De machine mag uitsluitend gebruikt worden bij de volgende werkzaamheden met de aangegeven originele GGP-accessoires: Gebruik Accessoires, origineel van GGP Gras maaien Maaidekken gebruiken: XK 140: 95 C XK 160: 95 C/105 C. Sneeuwruimen Met sneeuwschuiver. Gebruik van sneeuwkettingen en framegewichten wordt aanbevolen. Gras en bladeren Uitgerust met getrokken opvegen vangbak 38" of 42". Gras- en blad- Uitgerust met transportkar. transport Vegen Veegmachine gebruiken. Stofbeschermer aanbevolen. Onkruidbestrij- Een aan de voorzijde gemonding op grindpa- teerde onkruidschoffel gebruiken. den Benzine is uiterst brandbaar. Bewaar brandstof altijd in een speciaal daarvoor bestemde tank. Vul alleen buitenshuis benzine bij en rook niet tijdens het bijvullen. Vul de tank voordat u de motor start. Verwijder nooit de vuldop en vul de machine nooit met benzine wanneer de motor loopt of nog warm is. Vul de benzinetank nooit helemaal tot de rand. Laat een zekere ruimte (ten minste de gehele vulbuis plus 1-2 cm bovenin de tank) leeg, zodat de benzine, wanneer deze warm wordt, kan uitzetten zonder over te stromen. Zie afb. 7. 4.2 CONTROLEER HET OLIEPEIL Het trekmechanisme mag worden belast met een verticale kracht van maximaal 100 N. De duwkracht van getrokken accessoires op het trekmechanisme mag niet groter zijn dan 500 N. LET OP! Neem vóór het gebruik van een aanhanger altijd contact op met uw verzekeringsmaatschappij. LET OP! Deze machine is niet bedoeld voor rijden op de openbare weg. Het carter is bij aflevering altijd gevuld met olie SAE 10W-30. Controleer voor elk gebruik of het oliepeil correct is. De machine moet op een vlakke ondergrond staan. Zorg dat de omgeving rond de oliepeilstok schoon is. Draai de oliepeilstok los en trek hem omhoog. Veeg de oliepeilstok af. Breng de stok weer aan en draai hem vast. Draai hem daarna weer los en trek hem omhoog. Lees het oliepeil af. Vul olie bij tot de “FULL”streep als het oliepeil onder deze markering ligt. Zie afb. 8. Het oliepeil mag nooit boven de “FULL”-streep komen. Een te hoog oliepeil kan de motor oververhitten. Als het oliepeil boven de “FULL”-streep komt, moet de olie worden afgetapt tot het juiste niveau is bereikt. 4 STARTEN EN RIJDEN 4.3 OLIEPIEL VAN DE VERSNELLINGSBAK CONTROLEREN De machine alleen gebruiken met gesloten en vergrendelde kap. Anders bestaat er een kans op brandwonden en kunt u bekneld raken. 4.1 BIJVULLEN MET BENZINE (7:Q) Gebruik altijd loodvrije benzine. Gebruik nooit brandstof voor tweetaktmotoren. De tank heeft een inhoud van 6 liter. Door de transparante tank is het brandstofniveau makkelijk af te lezen. LET OP! Gewone loodvrije benzine is beperkt houdbaar en mag niet langer dan 30 dagen worden bewaard. U kunt ook milieuvriendelijke benzine gebruiken, d.w.z. gealkyleerde benzine. Dit type benzine heeft een samenstelling die minder schadelijk is voor mens en milieu. 68 Controleer voor elk gebruik of het oliepeil correct is. De machine moet op een vlakke ondergrond staan. Lees het oliepeil af op het reservoir (9:R). Het peil moet tussen MAX en MIN liggen. Vul indien nodig olie bij.10W-30 Type olie: Type olie 4WD Synthetische olie 5W-50 HST SAE 10W-30 (20W-50)0 4.4 VEILIGHEIDSCONTROLE Controleer of de machine voldoet aan de onderstaande veiligheidscontrole. De veiligheidscontrole moet voor ieder gebruik worden uitgevoerd. Als een van de onderdelen niet door de test komt, moet u de machine niet gebruiken! Breng de machine voor reparatie naar een servicewerkplaats! Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing NEDERLANDS 4.4.1 Algemene veiligheidscontrole Onderdeel Resultaat Brandstofslangen Geen lekkages. en aansluitingen. Elektrische kabels. Isolatie is intact. Geen mechanische schade. Uitlaatsysteem. Geen lekkages bij aansluitingen. Alle schroeven zijn vastgedraaid. Olieleidingen Geen lekkages. Geen schade. Rijd de machine De machine stopt dan. voor- en achteruit en laat het pedaal van de bedrijfsrem omhoog komen. Testrit Geen abnormale trillingen. Geen abnormale geluiden. 4.4.2 Elektrische veiligheidscontrole Controleer voor elk gebruik of het beveiligingssysteem werkt.. Status Het koppelings-/ rempedaal is niet ingetrapt. Krachtafnemer niet ingeschakeld. Lopende motor. Krachtafnemer ingeschakeld. Lopende motor. Actie Resultaat Probeer te star- De motor ten. mag niet starten. De bestuurder staat op van de zitting. Verwijder de zekering. Zie 9:S. De krachtafnemer moet uitschakelen. De motor moet dan stoppen. 4.5 STARTEN 1. Open de benzinekraan. Zie 10:U. 2. Controleer of the bougiekabel(s) op de bougie(s) is/zijn geplaatst. 3. Controleer of de krachtafnemer uitgeschakeld is. 4. Houd uw voet niet op het aandrijfpedaal. 5. Starten van een koude motor – zet de gashendel helemaal in de chokestand. Starten van een warme motor – zet de gashendel op vol gas (ongeveer 2 cm achter de chokestand). 6. Trap het koppelings-/rempedaal volledig in. 7. Draai de contactsleutel om en start de motor. 8 Wanneer de motor is gestart, duwt u de gashendel geleidelijk naar vol gas (ongeveer 2 cm achter de chokestand) als u de choke gebruikt hebt. NL 9. Laat de machine na een koude start niet onmiddellijk belast werken, maar laat de motor eerst een paar minuten warmdraaien. Op die manier kan de olie eerst opwarmen. Bij gebruik van de machine altijd vol gas geven. 4.6 BEDIENINGSTIPS Controleer altijd of de juiste hoeveelheid olie in de motor zit. Dit is met name belangrijk bij het werken op hellingen. Zie 4.2. Wees voorzichtig bij het rijden op hellingen. Start of stop niet plotseling wanneer u een helling op- of afrijdt. Rijd nooit dwars over een helling. Rijd van boven naar beneden en van beneden naar boven. Deze machine mag op een helling van maximaal 10° rijden. Verminder de snelheid op hellingen en bij scherpe bochten om controle over de machine te houden en het risico op kantelen te beperken. Draai bij rijden in de hoogste versnelling en bij vol gas het stuur niet volledig naar één kant. De machine kan dan kantelen. Blijf met uw handen uit de buurt van de middensturing en de zittinghouder. Anders kunt u bekneld raken! Rijd nooit met de machine als de motorkap open is. 4.7 STOPPEN Schakel de krachtafnemer uit. Trek de parkeerrem aan. Laat de motor 1-2 minuten stationair draaien. Zet de motor af door de contactsleutel om te draaien. Sluit de benzinekraan. Dit is vooral belangrijk als de machine op bijv. een aanhanger vervoerd moet worden. Als u de machine zonder toezicht achterlaat, moet u de bougiekabel(s) losmaken en de contactsleutel verwijderen. Direct na gebruik kan de motor bijzonder heet zijn. Raak de demper, de cilinder of de koelribben niet aan. Dit kan ernstige brandwonden veroorzaken. 4.8 REINIGING Om het gevaar op brand te verkleinen de motor, de demper, de accu en de brandstoftank vrijhouden van gras, bladeren en olie. Om het gevaar op brand te verkleinen regelmatig controleren of er sprake is van olie- en/of brandstoflekkage. Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 69 NEDERLANDS NL Spuit nooit water onder hoge druk op de machine. Hierdoor kunnen asafdichtingen, elektrische onderdelen of hydraulische kleppen beschadigd raken. Spuit nooit lucht onder hoge druk tegen de radiatorvinnen. Hierdoor zal de radiator beschadigd raken. Reinig de machine na gebruik. Voor het reinigen gelden de volgende richtlijnen. • Sproei nooit rechtstreeks water op de motor. • Reinig de motor met een borstel en/of perslucht. • Reinig de luchtinlaat van de motor (9:T). • Start na het reinigen de machine en een eventueel gemonteerd maaidek om water te verwijderen dat anders lagers zou kunnen binnendringen en beschadigen. 5 ONDERHOUD 5.1 ONDERHOUDSPROGRAMMA Om de machine voortdurend in goede staat te houden en zo de betrouwbaarheid te bevorderen, ook in verband met het milieu, moet het onderhoudsprogramma van GGP worden gevolgd. Onderhoud dat door een erkende servicewerkplaats wordt uitgevoerd geeft u de garantie dat uw machine professioneel wordt onderhouden met originele reserveonderdelen. 5.2 VOORBEREIDING Alle service en onderhoud moet worden uitgevoerd op een stilstaande machine waarvan de motor is uitgeschakeld. Zorg dat de machine niet kan wegrollen. Gebruik daarom altijd de parkeerrem. Zet de motor af. Voorkom dat de motor onbedoeld start door de bougiekabel(s) los te maken van de bougie(s) en de contactsleutel te verwijderen. 5.3 BANDENSPANNING Pas de bandenspanning op de volgende manier aan: Voorzijde: 0,6 bar (9 psi). Achter: 0,4 bar (6 psi). 5.4 MOTOROLIE VERVANGEN Vervang de motorolie de eerste keer na 5 werkuren, daarna na elke 50 werkuren of één keer per seizoen. Ververs de olie vaker, om de 25 draaiuren of minstens één keer per seizoen, als de motor extra hard of bij hoge omgevingstemperaturen moet werken. 70 Gebruik olie volgens de onderstaande tabel. Olie SAE 10W-30 Serviceklasse SJ of hoger Gebruik olie zonder toevoegingen. Vul niet te veel olie bij. Dit kan tot oververhitting van de motor leiden. Ververs de olie wanneer de motor warm is. Direct na het stoppen van de machine kan de motorolie erg heet zijn. Laat de motor daarom een paar minuten afkoelen voordat u de olie aftapt. 1. Zet de klem op de afvoerslang. Gebruik een slangenklem of iets vergelijkbaars. Zie afb. 10:V. 2. Verplaats de klem 3 tot 4 cm op de afvoerslang en trek de bougie los. 3. Vang de olie op in een vat. LET OP! Knoei geen olie op de aandrijfriemen. 4. Volg de lokale voorschriften voor het afvoeren van afgewerkte olie op. 5. Breng de olieaftapplug weer aan en verplaats de klem zodat deze zich boven de plug bevindt. 6.Verwijder de oliepeilstok en vul de machine met nieuwe olie. Olievolume: 1,4 liter 7. Na het bijvullen van olie start u de motor en laat u deze 30 seconden stationair draaien. 8. Controleer of er een olielek is. 9. Zet de motor af. Wacht 30 seconden en controleer dan of het oliepeil overeenkomt met 4.2. 5.5 TRANSMISSIE (4WD) De olie in de hydraulische krachtoverbrenging moeten regelmatig worden gecontroleerd/aangepast of vervangen zoals aangegeven in onderstaande tabel. Vervolgens met 1e keer tussenpoActie zen van Werkuren Niveau controleren - aanpas50 sen. Olie verversen. 5 200 Type olie: Synthetische olie 5W-50. Hoeveelheid olie bij verversen: ongeveer 3,5 liter. 5.5.1 Controleren - aanpassen Zie “4.3”. Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing NEDERLANDS 5.5.2 Aftappen 1. Laat de machine gedurende 10-20 minuten op verschillende snelheden lopen om de transmissieolie op te warmen. 2. Plaats de machine volledig horizontaal. 3. Demonteer beide ontkoppelingshefbomen zoals aangegeven in afb. 6. 4. Plaats één opvangbak onder de achteras en één onder de vooras. 5. Open het oliereservoir door de kap te verwijderen. Zie 9:R. Gebruik uitsluitend een 3/8” dopsleutel voor de olieaftapplug. Het gebruik van ander gereedschap beschadigt de plug. 6. Verwijder de olieaftapplug van de achteras. Reinig de opening en gebruik een 3/8” dopsleutel. Zie afbeelding 11. 7. Verwijder 2 aftappluggen uit de vooras. Gebruik hiervoor een 12 mm sleutel. Laat de olie uit de vooras en de leidingen lopen. Zie afb. 12. 8. Controleer of de pakkingen op de 4 aftappluggen van de vooras intact zijn. Zie afb. 12. Plaats de pluggen terug. Aanhaalmoment: 15-17 Nm. De olieaftapplug wordt beschadigd als hij vaster dan 5 Nm wordt aangedraaid. 9. Controleer of de pakking op de olieaftapplug van de achteras intact is. Zie afb. 11:Y. Plaats het in de achteras. Draai de olieaftapplug aan tot 5 Nm. 10.Trek de olie uit het onderste deel van het reservoir met behulp van een olieafscheider. Zie afb. 13. 11.Voer de olie volgens lokale voorschriften af. 5.5.3 Vullen De motor mag nooit draaien als de achterste koppelingshendel naar binnen is geduwd en de voorste koppelingshendel uitgetrokken is. Dit beschadigt de asborging. 1. Vul het oliereservoir met de nieuwe olie. Als de motor binnen moet draaien, dient u ervoor te zorgen dat uitlaatgassen kunnen worden afgevoerd. 2. Controleer of de koppelingshendel van de achteras uitgetrokken is. 3. Start de motor. Als de motor is gestart, schuift de koppelingshendel van de vooras automatisch naar binnen. 4. Trek de koppelingshendel van de vooras naar buiten. LET OP! De olie wordt zeer snel het systeem ingezogen. Zorg dat het reservoir altijd vol is. Zorg dat er geen lucht wordt ingezogen. NL 5. Zet het gaspedaal in de voorste stand door het te blokkeren met een houten wig. Zie afb. 14. Vul het oliereservoir handmatig met nieuwe olie. 6. Laat de motor een minuut in de stand vooruit draaien. 7. Verwijder de houten wig en zet het gaspedaal in de stand achteruit. Ga door met het bijvullen van de olie. 8. Laat de motor een minuut in de stand achteruit draaien. 9. Verander de rijrichting elke minuut, zoals hierboven is aangegeven, en ga door met het bijvullen van de olie tot het borrelen in het reservoir stopt. 10.Zet de motor uit, plaats het kapje van het oliereservoir en sluit de motorkap. 11.Maak een proefritje van enkele minuten en pas zonodig het olieniveau aan. 5.6 RIEMTRANSMISSIES Controleer na 5 werkuren of alle riemen intact en onbeschadigd zijn. 5.7 BESTURING De besturing moet na 5 werkuren worden gecontroleerd/afgesteld en vervolgens na elke 100 werkuren. 5.7.1 Controles Draai het stuur kort heen en weer. Er mag geen speling in de stuurkettingen zitten. 5.7.2 Afstelling Stel indien nodig de stuurkettingen als volgt af: 1. Zet de machine in de 'recht vooruit'-stand. 2. Stel de stuurkettingen af met de twee moeren onder het middelpunt. Zie afb. 16. 3. Draai beide moeren evenveel tot er geen speling meer is. 4. Rijd de machine recht vooruit en controleer of het stuur recht staat. 5. Als het stuur verdraaid staat, maakt u de ene moer losser en de andere vaster. Span de stuurkettingen niet te strak aan. Daardoor wordt het sturen zwaarder en neemt de slijtage van de kabels toe. Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 71 NL NEDERLANDS 5.8 ACCU Als u het zuur in uw ogen of op uw huid krijgt, kan dit ernstig letsel veroorzaken. Als er zuur op uw lichaam terechtkomt, moet u het betreffende lichaamsdeel onmiddellijk afspoelen met een ruime hoeveelheid water en zo snel mogelijk medische hulp zoeken. De accu wordt gereguleerd door kleppen en geeft een uitgangsspanning van 12 V. De accuvloeistof kan en mag niet worden gecontroleerd of aangevuld. U hoeft de accu alleen maar op te laden, bijvoorbeeld als u deze lang niet hebt gebruikt. De accu moet volledig zijn opgeladen voordat u deze voor de eerste keer gaat gebruiken. De accu moet altijd volledig opgeladen worden bewaard, anders kan deze beschadigd raken. 5.8.1 Accu opladen met motor De accu kan als volgt worden opgeladen met de dynamo van de motor. 1. Plaats de accu in de machine zoals hieronder afgebeeld. 2. Zet de machine buiten of zorg dat de uitlaatgassen kunnen worden afgevoerd. 3. Start de motor volgens de instructies in de handleiding. 4. Laat de motor 45 minuten lopen. 5. Zet de motor af. De accu is nu volledig opgeladen. 5.8.2 Accu opladen met oplader Als de accu wordt opgeladen met een oplader, dient deze een constante spanning te hebben. Neem contact op met uw leverancier voor een dergelijke oplader. De accu kan beschadigd raken als er een standaard oplader wordt gebruikt. 5.8.3 Verwijderen/Plaatsen De accu zit onder de motorkap. Bij het verwijderen of plaatsen van de accu, dient u rekening te houden met het volgende: • Bij het verwijderen. Maak eerst de zwarte kabel los van de negatieve accuklem (-). Maak daarna de rode kabel los van de positieve accuklem (+). • Bij het plaatsen. Sluit eerst de rode kabel aan op de positieve accuklem (+). Sluit dan de zwarte kabel aan op de negatieve accuklem (-). Als u de kabels niet in de goede volgorde aansluit of losmaakt, kan er kortsluiting ontstaan en kan de accu beschadigd raken. Als u de kabels verwisselt, raken de dynamo en de accu beschadigd. 72 Zet de kabels stevig vast. Losse kabels kunnen brand veroorzaken. De accu moet altijd aangesloten zijn als u de motor wilt laten lopen. Anders kunnen de dynamo en het elektrische systeem beschadigd raken. 5.8.4 Reiniging Indien de accupolen geoxideerd zijn, moeten deze schoongemaakt worden. Reinig de accupolen met een staalborstel en smeer ze in met vet. 5.9 LUCHTFILTER, MOTOR Het luchtfilter (papierfilter) moet na 100 werkuren worden gereinigd/vervangen. LET OP! Reinig/vervang beide filters vaker indien de machine in stoffige omstandigheden moet werken. Verwijder/installeer de luchtfilters als volgt: 1. Maak voorzichtig de behuizing van het luchtfilter schoon. 2. Demonteer de luchtfilterkap (12:R) door de twee schroeven te verwijderen. 3. Demonteer het papierfilter (12:S). Zorg ervoor dat de carburateur niet vuil wordt. Maak het luchtfilterhuis schoon. 4. Maak het papierfilter schoon door er zachtjes mee tegen een plat oppervlak te tikken. Indien het filter erg vuil is, moet het worden vervangen. 5. Monteer alles weer in omgekeerde volgorde. Bij het schoonmaken van de behuizing van het papierfilter mogen geen perslucht of oplosmiddelen op basis van petroleum worden gebruikt. Hierdoor raakt het filter beschadigd. Gebruik geen perslucht bij het schoonmaken van de behuizing van het papierfilter. Het papierfilterhuis mag niet met olie worden ingesmeerd. 5.10 BOUGIE De bougie(s) moet(en) na elke 2000 werkuren worden vervangen (=bij elke tweede basic service). Maak schoon rond de bevestiging van de bougie voordat u deze losmaakt. Bougie: Champion RC12YC of gelijkwaardig. Afstand elektroden: 0,75 mm. 5.11 LUCHTINLAAT Zie 9:T. De motor is luchtgekoeld. Door een verstopt koelsysteem kan de motor beschadigd raken. Reinig de luchtinlaat van de motor na elke 50 werkuren. Het koelsysteem wordt bij elke basic service nauwkeurig gereinigd. Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing NEDERLANDS NL 5.12 SMEREN Alle smeerpunten in onderstaande tabel moeten na elke 50 werkuren en na elke wasbeurt worden gesmeerd. Onderdeel Actie Afb. Middelpunt 4 smeernippels. Gebruik een 17 smeerpistool met universeel vet. Pomp tot het vet eruit komt. Stuurket- Reinig de kettingen met een tingen staalborstel. Smeer de kettingen met universele kettingspray. Spannings- Smeer de lagerpunten met een 18 armen oliehouder terwijl alle regelaars zijn geactiveerd. Dit werkt het beste met twee personen. BedieSmeer de uiteinden van de 18 ningskabels kabels met een oliehouder terwijl alle regelaars zijn geactiveerd. Dit moet worden gedaan door twee personen. 5.13 ZEKERING Controleer of vervang de zekering van 20 A bij elektrische problemen. Zie 9:S. 6 OCTROOI - ONTWERPREGISTRATIE Deze machine of onderdelen van deze machine valt/vallen onder de volgende octrooi- en ontwerpregistratie: SE9901091-0, SE9901730-3, SE9401745-6, US595 7497, FR772384, DE69520215.4, GB772384, SE0301072-5, SE04/000239 (PCT), SE0401554-1, SE0501599-5. GGP behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande aankondiging wijzigingen in het product aan te brengen. Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 73 EG-försäkran om överensstämmelse • EY-vaatimustenmukaisuusvakuutus • EU-overensstemmelseserklæring • EU-forsikring om overensstemmelse • EGKonformitätsbescheinigung • EC conformity declaration • Déclaration de conformité CE • EU-gelijkvormigheidsverklaring • Dichiarazione di conformità CE • Declaración de conformidad CE • Declaração de conformidade da CE • Deklaracja zgodności EC • Декларация EC о соответствии • Deklarace shody s EU • EK megfelelőségi nyilatkozat • Izjava ES o skladnosti • EÜ vastavusdeklaratsioon • EB atitikties deklaracija • EK atbilstības deklarācija SV Tillverkare • FI Valmistaja • DA Producent • NO Produsent • DE Hersteller • EN Manufacturer • FR Fabricant • NL Fabrikant • IT Produttore • ES Fabricante • PT Fabricante • PL Producent • RU Изготовитель • CS Výrobce • HU Gyártó • SL Proizvajalec • ET Tootja • LT Gamintojas • LV Ražotājs • BG Производител • EL Κατασκευαστής • RO Producător • SK Výrobca GGP Sweden AB, Box 1006 SE-573 28 TRANÅS, SWEDEN SV Fabrikat • FI Valmiste • DA Fabrikat • NO Fabrikat • DE Fabrikat • EN Make • FR Marque • NL Fabricage • IT Marca • ES Marca • PT Marca • PL Marka • RU Торговая марка • CS Značka • HU Gyártmány • SL Znamka • ET Mark • LT Markė • LV Ražojums • BG Марка • EL Κατασκευή • RO Produs • SK Značka Castelgarden SV Gräsklippare med förbränningsmotor • FI Ruohonleikkuri polttomoottorilla • DA Plæneklipper med forbrændingsmotor • NO Planeklipper med forbrenningsmotor • DE Rasenmäher mit Verbrennungsmotor • EN Lawnmower with combustion engine • FR Tondeuse avec moteur à combustion interne • NL Grasmaaiers met verbrandingsmotor • IT Trattorino tosaerba con motore a combustione • ES Cortadora de césped con motor de combustión • PT Máquina de cortar relva com motor de combustão • PL Kosiarka z silnikiem spalinowym • RU Газонокосилка с двигателем внутреннего сгорания • CS Sekačka se spalovacím motorem • HU Fűnyíró belsőégésű motorral • SL Kosilnica z motorjem z notranjim izgorevanjem • ET Sisepõlemismootoriga muruniiduk • LT Vejapjovė su vidaus degimo varikliu • LV Zāles pļāvējs ar iekšdedzes dzinēju • BG Косачка с двигател с вътрешно горене • EL Χορτοκοπτική μηχανή με μηχανή εσωτερικής καύσης • RO Maşină de tuns iarbă cu motor cu ardere internă • SK Kosačka so spaľovacím motorom SV Serienr - Se dekal på chassit • FI Valmistenumero - Katso tarra rungossa • DA Serienr. - Se mærkat på chassis • NO Serienr. - Se etikett på chassiset • DE Seriennummer - Siehe Schild am Chassis • EN Serial number - See label on chassis • FR Numéro de série - Voir la plaque sur le châssis • NL Serienummer - Zie label op chassis • IT Numero di serie - Vedi etichetta sul telaio • ES Número de serie - Véase la etiqueta en el chasis • PT Número de série - Ver etiqueta no chassis • PL Numer seryjny - Patrz etykieta na podwoziu • RU Заводской номер - См. табличку на шасси • CS Číslo série - Viz štítek na podvozku • HU Sorozatszám - Lásd az alvázon lévő adattáblát! • SL Serijska številka - Glej nalepko na šasiji • ET Seerianumber - Vt silti šassiil • LT Serijos numeris - Žr. etiketę ant važiuoklės • LV Sērijas numurs - Skatīt uzlīmi uz šasijas • BG Сериен номер - Вижте табелката върху шасито • EL Σειριακός αριθμός - Δείτε την ετικέτα στο σασσί • RO Număr de serie - Vezi eticheta de pe şasiu • SK Výrobné číslo - pozri štítok na podvozku SV Typ • FI Tyyppi • DA Type • NO Type • DE Typ • EN Type • FR Type • NL Type • IT Tipo • ES Tipo • PT Tipo • PL Typ • RU Тип • CS Typ • HU Típus • SL Tip • ET Tüüp • LT Tipas • LV Tips • BG Тип • EL Τύπος • RO Tip • SK Typ P 901 1. 13-6103+13-2964 V Art.nr. • FI Tuotenumero • DA Art.nr. • NO Art.nr. • DE Art.-Nr. • EN Item no • FR N° d'article • NL Itemnr. • IT Articolo n. • ES Nº de referencia • PT Item nº • PL Pozycja nr • RU Поз. • CS Císlo položky • HU Tételszám • SL Izdelek, št. • ET Toote nr • LT Gaminio nr. • LV Preces Nr. • BG № на елемент • EL 2. 13-6103+13-2972 3. 13-6104+13-2964 Αρ. αντικειμένου • RO Nr. articol • SK Položka č 4. 13-6104+13-2972 SV Motor • FI Moottori • DA Motor • NO Motor • DE Motor • EN Engine • FR Moteur • NL Motor • IT Motore • ES Motor • PT Motor • PL Silnik • RU Двигатель • CS Motor • HU Motor • SL Motor • ET Mootor • LT Variklis •LV Dzinējs • BG Двигател • EL Μηχανή • RO Motor • SK Motor <0,9 m/s2 σ = 0,3 m/s2 B&S 31A607 SV Vibration • FI Tärinä • DA Vibration • NO Vibrasjon • DE Vibration • EN Vibration • FR Vibration • NL Vibratie • IT Vibrazioni • ES Vibración • PT Vibração • PL Wibracje • RU Вибрация • CS Vibrace • HU Vibráció • SL Tresljaji • ET Vibratsioon • LT Vibracija • LV Vibrācija • BG Вибрации • EL Δόνηση • RO Vibraţii • SK Vibrácie <2,5 m/s2 σ = 0,3 m/s2 SV Uppmätt ljudeffektnivå • FI Mitattu äänitehotaso • DA Målt lydeffektniveau • NO Målt lydeffektnivå • DE Gemessener geräuschpegel • EN Measured sound power 98,1 dB(A) level • FR Niveau de puissance acoustique mesuré • NL Gemeten geluidsniveau • IT Livello di potenza sonora misurato • ES Nivel de potencia de sonido medido • PT Nível de potência sonora medido • PL Nieprzekraczalny poziom hałasu • RU Замеренный уровень шума • CS Naměřená úroveň hluku • HU Mért hangteljesítményszint • SL Izmerjena raven zvočne jakosti • ET Mõõdetud müratase • LT Išmatuotas triukšmo lygis • LV Izmērītais trokšņa līmenis • BG Измерено ниво на звуковата мощност • EL Μετρημένο επίπεδο ισχύος ήχου • RO Nivel putere acustică măsurat • SK Nameraná úroveň akustického výkonu (LWA) SV Garanterad ljudeffektnivå • FI Taattu äänitehotaso • DA Garanteret lydeffektniveau • NO Garantert lydeffektnivå • DE Garantierter Geräuschpegel • EN Guaranteed sound power level • FR Niveau de puissance acoustique garanti • NL Gegarandeerd geluidsniveau • IT Livello di potenza sonora garantito • ES Nivel de potencia de sonido garantizado • PT Nível de ruído garantido • PL Nieprzekraczalny poziom hałasu • RU Гарантированный предельный уровень шума • CS Zaručená úroveň hluku • HU Garantált hangteljesítményszint • SL Zajamčena raven zvočne jakosti • ET Garanteeritud müratase • LT Garantuojamas triukšmo lygis • LV Garantētais trokšņa līmenis • BG Гарантирано ниво на звуковата мощност • EL Εγγυημένο επίπεδο ισχύος ήχου • RO Nivel putere acustică garantat • SK Zaručená úroveň akustického výkonu 100 dB(A) SV Klippbredd • FI Leikkuuleveys • DA Klippebredde • NO Klippebredde • DE Schnittbreite • EN Cutting width • FR Largeur de coupe • NL Snijwijdte • IT Larghezza di taglio • ES Ancho de corte • PT Largura de corte • PL Szerokość koszenia • RU Рабочий захват • CS Šířka sekání • HU Vágási szélesség • SL Širina košnje • ET Niitmislaius • LT Pjovimo plotis • LV Pļaušanas joslas platums • BG Ширина на косене • EL Πλάτος κοπής • RO Lăţime de tăiere • SK Šírka záberu 1,3: 95cm 2,4: 105cm SV Ljudtrycksnivå vid operatörens öra • FI Äänenpaine taso käyttäjän korvan tasolla • DA Lydtryksniveau ved brugerens øre • NO Lydtrykksnivå ved operatørens øre • 84 dB(A) σ = 0,7 dB(A) DE Schalldruckpegel am Ohr der Bedienungsperson • EN Sound pressure level at operator’s ear • FR Niveau sonore au niveau de l’oreille de l’opérateur • NL Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker • IT Livello di pressione acustica all’orecchio dell’operatore • ES Nivel de presión acústica en el oído del operador • PT Níveis de pressão do som no ouvido do operador • PL Poziom ciśnienia akustycznego w uchu operatora • RU Уровень звукового давления на месте оператора • CS Hladina akustického tlaku naměřená u ucha obsluhující osoby • HU Hangnyomás szint a gépkezelő fülénél • SL Raven zvočnega tlaka pri ušesu uporabnika • ET Helirõhu tase kasutaja kõrva juures • LT Garso spaudimo lygis įrangos naudotojui • LV Skaņas spiediena līmenis pie operatora auss • BG Ниво на звуковото налягане при ушите на оператора • EL Επίπεδο πίεσης ήχου στο αυτί χειριστή • RO Nivel putere acustică la urechea operatorului • SK Hladina zvukového tlaku pri uchu obsluhy (LPA) SV Anmält organ • FI Ilmoitettu laitos • DA Bemyndiget organ • NO Underrettet organ • DE Anmeldeorganisation • EN Notified body • FR Organisme notifié • NL ITS Testing & Certification Ltd Keuringsinstantie • IT Organismo notificato • ES Organismo notificado • PT Organismo notificado • PL Urząd zatwierdzający • RU Уполномоченная организация • CS Oprávnený orgán • HU Az értesítés címzettje • SL Obveščeni organ • ET Teavitatud asutus • LT Notifikuotoji įstaiga • LV Informētā iestāde • BG Нотифициран Notified Body representative 0359 орган • EL Κοινοποιημένος οργανισμός • RO Organ avizat• SK Notifikovaný orgán (2000/14/EC; 2005/88/EC) SV Denna produkt är i överensstämmelse med • FI Tämä tuote täyttää seuraavien direktiivien vaatimukset • DA Dette produkt er i overensstemmelse med • NO Dette 2006/42/EC produktet er i overensstemmelse med • DE Dieses Produkt ist in Übereinstimmung mit • EN This product conforms to • FR Ce produit est conforme à • NL Dit product 2004/108/EC voldoet aan • IT Questo prodotto è conforme alla • ES Este producto respeta las siguientes normas • PT Este produto está em conformidade com • PL Ten produkt 2000/14/EC; 2005/88/EC odpowiada nastepujacym normom • RU Соответствует требованиям следующих директив • CS Tento výrobek vyhovuje • HU Ez a termék megfelel • SL Ta izdelek je v skladu z • ET Käesolev toode vastab • LT Šis gaminys atitinka • LV Šis produkts atbilst • BG Този продукт съответства на • EL Το παρόν προϊόν συμμορφώνεται με • RO Acest produs este în conformitate cu • SK Tento výrobok spĺňa požiadavky SV Produkten är utvecklad och tillverkad enligt följande standard • FI Tuote on kehitetty ja valmistettu seuraavien normien mukaisesti • DA Produktet er udviklet og fremstillet i overensstemmelse med følgende normer • NO Produktet en utviklet og produsert i overensstemmelse med følgende normer • DE Das Erzeugnis ist in Übereinstimmung mit folgenden Normen entwickelt und gefertig worden • EN This product has been developed and manufactured in conformance with the following standards • FR Le produit en question a été mis au point et fabriqué conformément aux normes suivantes • NL Het product is in overeenstemming met volgende normen ontwikkeld en vervaardigd • IT Riferimento alle norme armonizzate • ES Referente a standards armonizados • PT Referencias à normas harmonizadas • PL W odniesieniu do norm harmonizujących • RU Этот продукт был разработан и изготовлен в соответствии со следующими стандартами • CS Použité harmonizované normy • HU A termék fejlesztése és gyártása a következő szabványokkal összhangban történt • SL Hivatkozás a harmonizált szabványokra • ET Käesolev toode on välja töötatud ja toodetud kooskõlas järgmiste standarditega • LT Šis gaminys yra suprojektuotas ir pagamintas pagal šiuos standartus • LV Šis izstrādājums ir izgatavots un ražots saskaņā ar šādiem standartiem • BG Този продукт е разработен и произведен в съответствие със следните стандарти • EL Το παρόν προϊόν σχεδιάστηκε και κατασκευάστηκε σύμφωνα με τα ακόλουθα πρότυπα • RO Acest produs a fost dezvoltat şi fabricat în conformitate cu următoarele standarde • SK Tento výrobok bol vyvinutý a vyrobený v súlade s nasledujúcimi normami EN 836 EN 1032 + A1:2008 EN ISO 12100 EN ISO 14982:2009 EN ISO 3767 GGP Sweden AB, Box 1006 SV Person behörig att samla teknisk dokumentation • FI Teknisen dokumentaation keräämisestä vastaava henkilö • DA Person ansvarlig for at samle teknisk dokumentation • NO Person godkjent for innsamling av teknisk dokumentasjon • DE Person, die zum Sammeln technischer Informationen autorisiert ist • EN Person SE-573 28 TRANÅS, SWEDEN authorised to collect the technical documentation • FR Personne chargée de conserver la documentation technique • NL Persoon bevoegd om technische documentatie te verzamelen • IT Persona autorizzata alla raccolta della documentazione tecnica • ES Persona autorizada para recoger la documentación técnica • PT Pessoa autorizada a recolher a documentação técnica • PL Osoba upoważniona do odbioru dokumentacji technicznej • RU Лицо, уполномоченное комплектовать техническую документацию • CS Osoba pověřená sestavením technické dokumentace • HU Műszaki dokumentáció összeállítására jogosult személy • SL Oseba, pooblaščena za prevzem tehnične dokumentacije • ET Isik, kes on volitatud vastu võtma tehnilist dokumentatsiooni • LT Asmuo, įgaliotas rinkti techninius dokumentus • LV Persona, kura ir pilnvarota nodrošināt tehnisko dokumentāciju • BG Лице, оторизирано да събира на техническа документация • EL Εξουσιοδοτημένο άτομο Sören Palmér για τη συλλογή τεχνικών εγγράφων τεκμηρίωσης • RO Persoana autorizată să colecteze documentaţia tehnică • SK Osoba oprávnená prevziať si technickú dokumentáciu Tranås - SWEDEN 2011-12-20 Per-Olof Rydh (MD & Op. Manager)
/