Enraf-Nonius Radarmed 650+ Handleiding

Type
Handleiding
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 1 van 23
INHOUDSOPGAVE
1 VOORWOORD ................................................................................................................................................ 2
1.1 OVER DEZE HANDLEIDING ..................................................................................................................................... 2
1.2 PRODUCTAANSPRAKELIJKHEID ............................................................................................................................... 2
2 PRODUCTBESCHRIJVING ................................................................................................................................. 3
2.1 VEILIGHEID ........................................................................................................................................................ 3
3 SYMBOLEN ..................................................................................................................................................... 4
4 WAARSCHUWINGEN ...................................................................................................................................... 5
5 VOORZORGSVOORSCHRIFTEN ........................................................................................................................ 7
5.1 VOORBEREIDEN VAN HET APPARAAT EN HET BEHANDELEND PERSONEEL ......................................................................... 7
5.2 VOORBEREIDEN VAN DE PATIËNT ........................................................................................................................... 7
5.3 DOSERING ......................................................................................................................................................... 8
5.4 NA DE BEHANDELING ........................................................................................................................................... 8
6 BEDOELD GEBRUIK ......................................................................................................................................... 9
6.1 INDICATIES ........................................................................................................................................................ 9
6.2 CONTRA-INDICATIES ............................................................................................................................................ 9
7 BESTELGEGEVENS ......................................................................................................................................... 10
8 INSTALLATIE ................................................................................................................................................. 11
8.1 INSTALLATIE VAN HET APPARAAT .......................................................................................................................... 11
8.2 AANSLUITEN .................................................................................................................................................... 11
8.3 VERPLAATSEN EN TRANSPORTEREN ...................................................................................................................... 11
8.4 ELEKTROMAGNETISCHE INTERFERENTIE ................................................................................................................. 11
8.5 AANSLUITEN NETSNOER ..................................................................................................................................... 11
8.6 MONTAGE STRALERARM .................................................................................................................................... 11
8.7 BIJSTELLEN STRALERARM .................................................................................................................................... 11
8.8 AANSLUITEN HF-KABEL...................................................................................................................................... 14
8.9 AANSCHAKELEN EN ZELFTEST ............................................................................................................................... 15
9 BEDIENINGSORGANEN ................................................................................................................................. 16
9.1 BEDIENINGSPANEEL .......................................................................................................................................... 16
9.2 BEDIENING ...................................................................................................................................................... 17
10 REINIGING EN ONDERHOUD ..................................................................................................................... 18
10.1 REINIGING ....................................................................................................................................................... 18
10.2 AANWIJZINGEN BIJ STORINGEN ............................................................................................................................ 18
10.3 TECHNISCH ONDERHOUD.................................................................................................................................... 19
10.4 VERWACHTE LEVENSDUUR .................................................................................................................................. 19
10.5 EINDE LEVENSDUUR .......................................................................................................................................... 19
11 SPECIFICATIES ........................................................................................................................................... 20
11.1 MICROGOLFTHERAPIE ........................................................................................................................................ 20
11.2 TECHNISCHE SPECIFICATIES.................................................................................................................................. 20
11.3 EMC-GEGEVENS .............................................................................................................................................. 21
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 2 van 23
1 Voorwoord
1.1 Over deze handleiding
Deze handleiding is geschreven voor de eigenaars en bedieners van de Radarmed 650+. De handleiding
bevat algemene voorschriften voor bediening, voorzorgsmaatregelen en onderhoud, alsmede informatie
over onderdelen. Om het gebruik, de efficiëntie en de levensduur van uw unit te optimaliseren dient u
deze handleiding zorgvuldig door te lezen en vertrouwd te raken met de bedieningsorganen en de
accessoires voordat u de unit bedient.
Dit apparaat is uistluitend bedoeld voor gebruik door vakkundig personeel in de fysiotherapie, revalidatie
en aangrenzende gebieden.
WAARSCHUWING (alleen voor de VS):
De Radarmed 650+ mag alleen worden gebruikt onder continue supervisie van een arts of een
geregistreerde behandelaar.
De in deze handleiding gegeven specificaties waren geldig op het moment van publicatie. Omdat Enraf-
Nonius BV een beleid van continue verbetering hanteert, kunnen deze specificaties echter op elk moment
zonder verplichtingen voor Enraf-Nonius BV worden gewijzigd.
Volg de instructies in de gebruikershandleiding.
Lees de veiligheidsinstructies en gebruiksinstructies aandachtig door en pas ze
toe.
1.2 Productaansprakelijkheid
In veel landen is inmiddels een wet op de productaansprakelijkheid van kracht. Deze wet houdt onder
meer in dat de fabrikant 10 jaar nadat een product in omloop is gebracht niet langer aansprakelijk kan
worden gesteld voor mogelijke gebreken aan het product.
Voor zover toegestaan door de van toepassing zijnde wetgeving zullen Enraf-Nonius of haar leveranciers
of verkopers in geen geval aansprakelijk zijn voor indirecte, uitzonderlijke, incidentele of gevolgschade
voortvloeiend uit het gebruik van dan wel de onmogelijkheid van het gebruik van het product, met
inbegrip van maar niet beperkt tot schade als gevolg van verlies aan goodwill, werkonderbreking,
computerdefecten of -storingen, of andere commerciële schade of verliezen, zelfs indien Enraf-Nonius op
de hoogte is gesteld van de mogelijkheid daarvan en ongeacht de rechts- of billijkheidstheorie (contract,
onrechtmatige daad of anderszins) waarop de claim is gebaseerd. Enraf-Nonius zal op grond van de
bepalingen van deze overeenkomst in geen geval aansprakelijk zijn voor schade die meer bedraagt dan
het bedrag dat Enraf-Nonius voor dit product van u heeft ontvangen en eventuele vergoedingen voor
ondersteuning van het product die door Enraf-Nonius op grond van een afzonderlijke ondersteunings-
overeenkomst zijn ontvangen. In geval van overlijden of lichamelijk letsel voortvloeiend uit de nalatigheid
van Enraf-Nonius geldt deze bepaling niet voor zover de toepasselijke wetgeving een dergelijke
beperking verbiedt.
De wederpartij (productgebruiker of vertegenwoordiger daarvan) is gehouden Enraf-Nonius te vrijwaren
voor alle claims van derden, van welke aard en met welke relatie tot de wederpartij dan ook.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 3 van 23
2 Productbeschrijving
De Radarmed 650+ is een apparaat voor continu en pulserende microgolftherapie met een frequentie van
2450 MHz (12 cm golven). De veilige doseringsmogelijkheid op basis van het warmtegevoel van de patiënt
is een groot voordeel van microgolftherapie. Microgolftherapie is eenvoudig toe te passen dank zij de
unipolaire applicatie. Met de drie verschillende stralers kunnen alle in de praktijk benodigde applicaties
worden uitgevoerd.
Stralers
Rondveldstraler
Met de rondveldstraler kan men in kleinere gebieden een grote dieptewerking bereiken. Het is de meest
universele en daardoor de meest gebruikte straler.
Langveldstraler
Met de langveldstraler kunnen de extremiteiten worden behandeld.
Grootveldstraler
De grootveldstraler dient voor behandeling van grote lichaamsvlakken. De vorm van de straler is aan de
lichaamscontouren aangepast. Geïsoleerde gebieden zoals het schouder of kniegewricht kunnen met deze
straler goed behandeld worden evenals grotere spierbundels in het rug en schoudergebied.
2.1 Veiligheid
Een ingebouwde microprocessor controleert alle belangrijke functies van het apparaat en waarborgt de
veiligheid. Wordt tijdens een behandeling abusievelijk de HF-kabel uitgetrokken (van apparaat of straler)
dan schakelt het apparaat onmiddellijk het HF-vermogen uit en klinkt 3 maal een beep van 1 seconde
lang. Voor het vervolgen van de behandeling dient het vermogen opnieuw ingesteld te worden nadat de
verbinding hersteld is.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 4 van 23
3 Symbolen
Symbolen
Beschrijving
Volg de instructies in de handleiding.
Het is belangrijk dat u de preventieve veiligheids- en gebruiksinstructies
aandachtig doorleest en toepast.
Waarschuwing of Let op:
Geeft een gevaarlijke situatie aan welke, indien deze niet voorkomen wordt,
kan leiden tot:
a. Overlijden of ernstig letsel van de patiënt (of)
b. Klein tot middelgroot letsel van de patiënt (of)
c. Schade aan de apparatuur
Type B toegepast onderdeel dat voldoet aan de gespecificeerde vereisten om
bescherming te bieden tegen elektrische schokken, met name wat betreft
toelaatbare lekstroom van de patiënt en hulpstroom van de patiënt.
Geeft de temperatuurlimieten aan waaraan het medische hulpmiddel veilig kan
worden blootgesteld.
Geeft de luchtvochtigheid aan waaraan het medische hulpmiddel veilig kan
worden blootgesteld.
Geeft de luchtdruk aan waaraan het medische hulpmiddel veilig kan worden
blootgesteld.
Elektronisch afval kan worden hergebruikt.
Geeft de elektrische en elektronische onderdelen van het apparaat aan die
kunnen worden gerecycled en die apart moeten worden afgevoerd.
Zorg dat het apparaat droog blijft.
Naam en adres van fabrikant en de productiedatum.
Referentie- of modelnummer.
Serienummer, gebruikt voor identificatie van het apparaat.
Geeft aan dat dit apparaat niet-ioniserende straling genereert.
Zekering
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 5 van 23
4 Waarschuwingen
De Radarmed 650+ is uitsluitend bedoeld voor gebruik door bekwaam personeel bij fysiotherapie,
revalidatie of aangrenzende vakgebieden.
De Radarmed 650+ mag alleen worden gebruikt onder constant toezicht door een arts (alleen VS).
Zorg ervoor dat u op de hoogte blijft van de contra-indicaties (zie hoofdstuk 6).
Het apparaat mag niet in de buurt (d.w.z. op minder dan 2 meter) van kortegolfapparatuur worden
gebruikt.
Het apparaat mag niet worden gebruikt in kamers voor hydrotherapie.
Er geldt een contra-indicatie voor patiënten met een pacemaker of hartelektroden. Zij moeten uit de
buurt worden gehouden van alle kamers waarin de microgolfeenheden worden gebruikt.
Personen die niet worden behandeld moeten minimaal 1,5 meter afstand houden van de straler
wanneer de eenheid in gebruik is.
Het apparaat mag niet worden gebruikt bij aanwezigheid van ontvlambare anesthetica.
Tijdens de behandeling is er een hoogfrequentieveld aanwezig in de stralingsrichting van de straler
dat metalen voorwerpen kan verwarmen en storingen in elektronische apparaten kan veroorzaken.
Personen die zich in deze zone bevinden, moeten daarom metalen voorwerpen (zoals pagers,
gehoorapparaten, horloges, sieraden en piercings) afdoen of wegleggen.
De straler mag alleen worden uitgelijnd wanneer er geen energieafgifte plaatsvindt. Een dosis mag
in alle gevallen alleen worden ingesteld wanneer er een patiënt zich vóór de straler bevindt. Dit
zorgt ervoor dat het grootste gedeelte van de microgolfenergie door de patiënt wordt
geabsorbeerd, waardoor de mate van interferentie tot een minimum wordt beperkt.
Er mogen alleen originele accessoires worden gebruikt. Behandeling met beschadigde stralers of
kabels (zoals vervorming aan de buitenzijde) is niet toegestaan.
Behandel de stralers voorzichtig. Onzorgvuldige behandeling kan het elektromagnetische veld van
de straler beïnvloeden.
Behandelstoelen, -tafels of -bedden die zich binnen de stralingszone bevinden, mogen niet van
metaal zijn gemaakt of metalen onderdelen of halfgeleidende bedekkingsmaterialen bevatten,
omdat deze heet kunnen worden. Het wordt aanbevolen stoelen of banken van hout met textiel of
kunststof bedekking te gebruiken.
Test de warmtegevoeligheid van het te behandelen deel voordat u de behandeling start.
Voorafgaand aan de behandeling moet de patiënt alle kledingstukken die metaal (Lurex) bevatten
uitdoen en metalen voorwerpen uit de zakken wegleggen, omdat deze anders aan de straling
zouden kunnen worden blootgesteld. Dergelijke voorwerpen kunnen ringen, kettingen, klemmen,
armbanden, sieraden, horloges, piercings, kledingstukken met metalen onderdelen zoals bh's,
bretels en korsetten, gehoorapparaten en metalen en elektronische prothesen omvatten.
Opeenhopingen van vocht worden sneller heet in de behandelzone van de straler. In lederen of
synthetische kleding transpireert men sneller. Het wordt daarom aanbevolen om de te behandelen
lichaamsdelen te ontbloten en, in het geval van sterke transpiratie, de lichaamsdelen (huidplooien)
af te drogen. Droog verband kan zonder gevaar worden bestraald. Diathermie mag niet worden
toegepast op delen die zijn bedekt met vochtig verband of klevende tape.
Lichaamsdelen die metalen endoprothesen bevatten, zoals medullaire pennen, metalen splinters,
metalen gewrichten, pennen, spiralen, schedelplaten, vullingen en kronen in tanden, draden,
enzovoort mogen niet of slechts met een zeer lage dosis worden behandeld.
Bij het behandelen van smalle lichaamsdelen (zoals een pols), moet de straler zodanig worden
ingesteld dat gevoelige onderdelen van het lichaam (zoals ogen, testikels) zich niet in het
stralingsgebied bevinden. In deze gevallen wordt aanbevolen om een kleinere straler te gebruiken.
De patiënt moet een ontspannen en comfortabele houding aan kunnen nemen gedurende de
gehele behandeling.
Baby's kunnen het beste helemaal worden uitgekleed voor de behandeling. Hun lichaamsvolume
vraagt om speciale nauwkeurigheid bij het berekenen de dosis en de huidtemperatuur moet
regelmatig met de hand worden gecontroleerd.
Stel de dosis altijd in op basis van de afzonderlijke patiënt en nooit volgens een vast schema.
Iedere patiënt heeft een andere gevoeligheid voor warmte en die gevoeligheid blijft doorgaans pas
na 5 minuten stabiel.
De warmtegevoeligheid van de patiënt kan in de loop van de behandeling wisselen (aanpassing).
De patiënt moet worden gevraagd aan te geven wanneer de warmte toeneemt. De dosis moet dan
worden verminderd.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 6 van 23
De dosis mag nooit worden verhoogd omdat de waargenomen warmte tijdens de behandeling
afneemt.
Wanneer een gevoelsstoornis wordt vermoed, moet de subjectieve warmtewaarneming van de
patiënt worden gecontroleerd aan de hand van de huidtemperatuur. Om oververhitting in dergelijke
gevallen te voorkomen, moet de dosis zeer zorgvuldig worden aangepast. Pas uitsluitend lage
doses gedurende korten periode toe op het te behandelen gebied.
Microgolftherapie mag nooit worden toegepast op lichaamsdelen die lokaal zijn verdoofd,
omdat dit kan leiden tot plaatselijke brandwonden.
De verwachte effecten worden gecontroleerd.
De patiënt wordt gevraagd eventuele reacties die optreden duidelijk te omschrijven.
Volg de instructies in de gebruikershandleiding.
Lees de veiligheidsinstructies en gebruiksinstructies aandachtig door en pas ze toe.
Plaats de eenheid niet in de buurt van een warmtebron, zoals een verwarming.
Voorkom blootstelling aan direct zonlicht, regen, overmatige hoeveelheden stof, vocht,
mechanische trillingen en schokken.
Elektronische apparaten, zoals draadloze telefoons, mogen niet in de buurt van de eenheid worden
gebruikt.
De eenheid moet op zo'n manier worden geplaatst dat binnendringen van vocht niet mogelijk is.
Gebruik altijd de originele accessoires die door Enraf-Nonius voor deze eenheid zijn
voorgeschreven.
Dek de ventilatieopeningen niet af.
Indien vloeistof de behuizing van dit apparaat is binnengedrongen, haalt u de stekker van de
eenheid los uit het stopcontact (indien aangesloten) en laat u het apparaat controleren door een
bevoegd expert.
Netvoedingsaansluitingen moeten voldoen aan de landelijke vereisten voor medische ruimten.
Voordat u dit apparaat aansluit op netspanning, moet u controleren of het voltage en de frequentie
die zijn vermeld op het typeplaatje overeenkomen met de beschikbare netspanning.
De remmen op de wielen van de eenheid moeten uit veiligheidsoogpunt aan het begin van een
behandeling worden vergrendeld.
Bij het verplaatsen of transporteren van de Radarmed 650+ mag u nooit aan de straler of
stralerarm trekken om te voorkomen dat de eenheid kantelt.
Gebruik van het apparaat in de buurt van (d.w.z. dichterbij dan 2 meter) kortegolfapparatuur kan
leiden tot instabiliteit in het vermogen van de Radarmed.
Om interferentie te voorkomen, mogen kortegolfeenheden in dezelfde kamer of in een
aangrenzende kamer niet naar de microgolfeenheden zijn gericht.
Om elektromagnetische interferentie te voorkomen, raden we u ten zeerste aan aparte
netvoedingsgroepen (fasen) te gebruiken voor de Radarmed en de kortegolfapparaten. Zorg ervoor
dat het netsnoer van de kortegolfeenheid niet in de buurt van de Radarmed of de patiënt komt.
Elektroakoestische apparaten (zoals radio's, intercomsystemen, telefoonsystemen, enzovoort)
moeten worden getest op gebruik bij microgolfstraling wanneer interferentie optreedt. Het kan
voldoende zijn om de richting van de straler aan te passen.
Plaats de apparatuur volgens de installatie-instructies.
De lengte van de HF-kabel is zeer belangrijk. Gebruik daarom uitsluitend de kabel die door Enraf-
Nonius is geleverd.
De stralers en HF-kabel moeten regelmatig worden geïnspecteerd op schade en defecte
contacten.
Beschadigde stralers en HF-kabels mogen niet worden gebruikt.
Laat de eenheid jaarlijks door uw leverancier of door een andere, door Enraf-Nonius aangewezen
instantie controleren.
Onderhoud en reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een bevoegde instantie.
Het openen van de apparatuur door onbevoegde personen is niet toegestaan en leidt tot het
vervallen van de garantie.
Zorg ervoor dat u goed op de hoogte bent van lokale regels en regelgeving betreffende het
afvoeren van de apparaten en accessoires.
De eenheid is uitgerust met een veiligheidsaarding en moet worden aangesloten op een geaard
stopcontact.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 7 van 23
5 Voorzorgsvoorschriften
Het is belangrijk dat u, voor het in gebruik nemen van de Radarmed 650+, deze handleiding goed doorleest.
Zorgt u er vooral voor dat deze handleiding altijd beschikbaar is voor al het betrokken personeel.
Let bij het gebruik van de Radarmed 650+ met name op het volgende:
1. dient zich op de hoogte te stellen van de contra-indicaties (zie hoofdstuk 6).
2. Het apparaat mag niet gebruikt worden in de nabijheid (d.w.z. op minder dan 2 meter afstand) van
een kortegolfapparaat.
3. Het apparaat mag niet gebruikt worden in zogeheten “natte ruimten” (hydrotherapieruimten).
4. patiënten bij wie een pacemaker of electrode is ingeplant zich niet in ruimten bevinden waar een
microgolfapparaat gebruikt wordt, aangezien voor hen een behandeling ten strengste verboden is;
5. personen die niet behandeld worden zich niet binnen een straal van 1,5 meter van een werkend
apparaat bevinden.
6. Het apparaat mag niet worden gebruikt bij aanwezigheid van ontvlambare anesthetica.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor de gevolgen van gebruik van het apparaat anders dan beschreven
in deze handleiding.
5.1 Voorbereiden van het apparaat en het behandelend personeel
Tijdens de behandeling zendt de straler een hoogfrequent elektromagnetisch veld uit dat
oververhitting van metalen voorwerpen en storing op elektronische apparatuur kan veroorzaken.
Personen die zich binnen dit veld bevinden dienen dan ook dergelijke voorwerpen (zoals oproep
of gehoorapparaten, horloges, sieraden, piercings e.d.) af te doen.
Het richten van de straler mag alleen plaatsvinden als het apparaat geen straling afgeeft.
Principieel mag een vermogen alleen ingesteld worden als er een patiënt voor de straler geplaatst
is. Zo absorbeert de patiënt het grootste gedeelte van de microgolfenergie en wordt ongewenste
staling tot een minimum beperkt.
Alleen de originele toebehoren mogen gebruikt worden. Een behandeling met beschadigde
stralers of kabels (b.v. vervorming) is niet toegestaan.
Hanteer de stralers met zorg. Wild gebruik kan het elektromagnetisch veld van de stralers
beïnvloeden.
Apparatuur en accessoires zoals behandelstoelen, -tafels of bedden die zich binnen het bereik van
de straler bevinden mogen niet van metaal zijn of metalen onderdelen bevatten (bijv. spiraalveren
in een matras), of met een geleidende stof bekleed zijn, daar dit materiaal verhit zou kunnen raken.
Het is aan te bevelen houten meubels met een stoffen of niet geleidende kunststoffen bekleding te
gebruiken
5.2 Voorbereiden van de patiënt
Test de warmtegevoeligheid van het te behandelen deel voordat u de behandeling start.
Voor het begin van de behandeling moeten metaalhoudende kledingstukken (Lurex) en
kledingstukken met metalen sluitingen uitgetrokken worden. Ook moeten alle metalen of
metaalhoudende voorwerpen die zich binnen het bereik van de straler bevinden, afgelegd worden.
Ook de zakken in de kledingstukken dienen te worden geleegd (sleutels, zakmessen). Juwelen
dienen afgedaan te worden (vergeet oorbellen, kettingen en piercings niet). Horloges en
metaalhoudende protheses kunnen tot verbrandingen leiden. Elektronische apparaten kunnen
gestoord worden of bij hoge veldsterktes zelfs beschadigd worden (gehoorapparatuur,
zakrekenmachines, digitale horloges).
In het behandelgebied van de straler worden vochtplekken intensiever verhit. Met name in lederen
en kunststoffen (nylon, perlon) kleding treedt gemakkelijk transpiratie op. Daarom verdient het de
voorkeur de te behandelen lichaamsdelen te ontkleden, en eventueel, bij sterk transpirerende
patiënten, af te drogen (huidplooien). Droog verband wordt probleemloos doorstraald.
Behandelgebieden die met vochtig verband of kleefband bedekt zijn, kunnen niet met
microgolftherapie behandeld worden.
Lichaamsdelen met metalen endoprothesen, zoals mergpennen, metalen gewrichten, stiften,
spiralen, schedelplaten, tandvullingen en kronen, draden e.d. mogen niet of slechts in zeer geringe
mate behandeld worden.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 8 van 23
Men dient ervoor te zorgen dat de straler bij de behandeling van smalle lichaamsdelen (bijv. het
handgewricht), zodanig gericht staat, dat gevoelige lichaamsdelen (bijv. ogen, testikels) zich niet
onbedoeld in het stralingsgebied bevinden. In dergelijke gevallen is het beter een kleinere straler
(b.v. de rondveldstraler) te gebruiken.
Tijdens de behandeling dient de patiënt een ontspannen en rustige lichaamshouding aan te kunnen
nemen.
Baby's kunnen het beste helemaal worden uitgekleed voor de behandeling. Hun lichaamsvolume
vraagt om speciale nauwkeurigheid bij het berekenen de dosis en de huidtemperatuur moet
regelmatig met de hand worden gecontroleerd.
5.3 Dosering
Indien men de bedieningsvoorschriften nauwkeurig opvolgt, dan zal de patiënt geen schade van de
microgolfbehandeling ondervinden. Door de sterke toename van de bloedcirculatie wordt de opkomende
warmte snel verder geleid zodat er geen hittestuwing kan plaatsvinden. Door grove behandelfouten
(sterke overdosis) kan schade veroorzaakt worden, zoals dat met iedere andere fysieke of
medicamenteuze behandelmethode het geval is.
In de praktijk kunnen vier niveaus van warmtegevoeligheid worden onderscheiden:
Onwaarneembare warmte: de huid is tot net onder de warmtegevoeligheidsdrempel opgewarmd.
Stel de dosis zo in dat de warmte net waarneembaar is, en verminder de dosis vervolgens een
paar stappen.
Enige warmte: net waarneembare warmte
Comfortabele warmte: aangename, goed verdraagbare warmte
Heet: een nog net verdraagbaar, bijna brandend gevoel van warmte
De subjectieve warmtesensatie van de patiënt moet altijd maatgevend zijn voor de dosering. Daarom
moet men bij de eerste behandeling altijd enige tijd uittrekken om zorgvuldig naar de subjectieve
waarneming van de patiënt te vragen.
De instelling van het vermogen geschiedt nooit volgens een schema, maar altijd individueel.
De warmtegevoeligheid is bij elke patiënt verschillend en stabiliseert zich pas na ongeveer vijf
minuten.
De warmtegevoeligheid van de patiënt kan gedurende de behandeling variëren (adaptatie).
Vraag de patiënt om een toenemende warmtesensatie te melden. Het vermogen kan dan worden
verlaagd.
Bij het uitblijven van een warmtesensatie mag men er in geen geval toe over gaan het vermogen
te verhogen.
Vermoedt men sensibiliteitsstoornissen dan kan men de subjectieve warmtewaarneming van de
patiënt aan de hand van de huidtemperatuur controleren. In een dergelijk geval dient men uiterst
voorzichtig te doseren en uitsluitend met lage vermogens en korte behandeltijden te werk te
gaan.
Tot slot wijzen wij er nadrukkelijk op, dat toepassing van microgolf op een plaatselijk
verdoofd behandelgebied ten strengste af te raden is; het kan daarbij tot ernstige
verbranding komen!
5.4 Na de behandeling
De verwachte effecten worden gecontroleerd.
De patiënt wordt gevraagd eventuele reacties die optreden duidelijk te omschrijven.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 9 van 23
6 Bedoeld gebruik
De Radarmed 650+ is een apparaat voor continu en pulserende microgolftherapie met een frequentie van
2450 MHz (12 cm golven). De veilige doseringsmogelijkheid op basis van het warmtegevoel van de
patiënt is een groot voordeel van microgolftherapie. Microgolftherapie is eenvoudig toe te passen dank zij
de unipolaire applicatie. Met de drie verschillende stralers kunnen alle in de praktijk benodigde applicaties
worden uitgevoerd.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik door vakkundig personeel in de fysiotherapie, revalidatie en
aangrenzende gebieden.
6.1 Indicaties
De Radarmed 650+ is een apparaat voor continue en pulserende microgolftherapie met een frequentie
van 2450 MHz (golflengte van 12 cm).
Het doel van microgolftherapie is het leveren van warmte binnen bepaalde volumes van het lichaam om
herstel te bevorderen en pijn te verlichten.
Bedoeld gebruik:
De Radarmed-apparaten kunnen worden gebruikt wanneer warmtetherapie is geïndiceerd voor de
behandeling van een patiënt.
Hieronder volgt een lijst met klachten waarvoor warmtebehandeling vaak wordt aangeraden:
Stijve spieren en gewrichten
Osteoartrose (van de knie)
Tendinitis van de supraspinatus
Chronische onderrugpijn
Oedeem bij patiënten met enkelletsel
Myofasciale triggerpunten
6.2 Contra-indicaties
Delen die zijn gecontra-indiceerd voor behandeling met Radarmed:
Ogen (wanneer blootstelling waarschijnlijk is, dient de patiënt een beschermbril te dragen)
Hersenen
Oren (het hoofd mag niet direct worden bestraald)
Voortplantingsorganen
Genitaliën
Groeischijven van ontwikkelende botten
Verdoofde delen of delen waarvan de huid weinig gevoel heeft
Vochtige of met vloeistof gevulde delen
Synovitis met gewrichtseffusie
Vochtig verband of klevende tape
Verband of kleding (moet van het te behandelen deel worden verwijderd)
Transpiratie (onderbreek de behandeling als transpiratie op de huid van de patiënt verschijnt)
Weefsel met beperkte bloedtoevoer
Recente of actieve bloeding
De buik of het bekken tijdens menstruatie
Metaal dat in contact staat met de huid (zorg ervoor dat horloges, gehoorapparaten, brillen,
riemgespen, sieraden, enzovoort worden verwijderd)
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 10 van 23
De behandeling is ook gecontra-indiceerd voor patiënten met:
Metaalhoudende voorwerpen:
o Metalen implantaten
o Diepe-hersenstimulators
o Ruggenmergstimulators
o Metaalhoudende, intra-uteriene apparaten (anticonceptiva)
o Pacemakers
o Metalen chirurgische clips
(Zorg er ook voor dat geïmplanteerde afleidingen van stimulators worden verwijderd, want deze
kunnen ernstig gevaar opleveren)
Kanker
Perifere vaatziekte
Bloedingsstoornissen
Verstoorde bloedstolling
Open wonden
Niet-genezen botbreuken
Ernstige hart-, lever- of nieraandoeningen
Ischemie, arteriosclerose, trombose en aanverwante aandoeningen
Actieve tuberculose
Acute ontsteking
Patiënten die niet in staat zijn de gegeven instructies te begrijpen of die niet kunnen voldoen aan
de eisen van de behandeling.
Gebruik microgolfdiathermie niet voor patiënten met borstimplantaten, omdat bij deze patiënten
melding is gemaakt van weefselnecrose, huidafbraak en uitdrijving van implantaten.
Zwangerschap is een contra-indicatie voor microgolftherapie.
Opmerking: Het vaakst voorkomende probleem bij kortegolfdiathermie is het ontstaan van brandwonden,
die door een aantal factoren kunnen worden veroorzaakt, waaronder:
Defecte apparaten
Onjuiste techniek
Onvoldoende toezicht op patiënt
Onjuiste positionering van de patiënt
7 Bestelgegevens
1435901 Radarmed 650+, Apparaat voor continue en gepulseerde microgolftherapie
1435750 Bedieningshandleiding Radarmed 650+
3444298 Netsnoer 230V-EUR
1409813 HF-kabel 250 Watt voor de Radarmed
1462560 Elektrodearm Radarmed
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 11 van 23
8 Installatie
8.1 Installatie van het apparaat
Zet het apparaat niet in de buurt van een warmtebron zoals een radiator.
Voorkom blootstelling aan direct zonlicht, veel stof, vocht, trillingen en stoten.
Het gebruik van elektronische apparatuur zoals een draadloze telefoon in de nabijheid van het
apparaat wordt afgeraden.
Het is niet toegestaan dit apparaat in zogeheten “natte ruimten” (hydrotherapieruimten) te
gebruiken.
Het apparaat moet zodanig opgesteld worden dat er geen vloeistof in terecht kan komen.
Gebruik altijd de door Enraf-Nonius voor dit apparaat voorgeschreven originele toebehoren.
De ventilatiesleuven van het apparaat mogen niet worden afgedekt.
Mocht er vloeistof in de behuizing terechtkomen, trek dan het netsnoer/netstekker (indien aangesloten) uit
de contactdoos. Laat het apparaat door een geautoriseerde deskundige controleren.
8.2 Aansluiten
De netaansluiting moet voldoen aan de plaatselijke eisen voor medisch gebruikte ruimten.
Controleer eerst of de netspanning en netfrequentie, vermeld op het typeplaatje overeenkomen
met die van het lichtnet.
Uit veiligheidsoverwegingen moeten de remmen op de wielen van het apparaat voor het begin van
de behandeling vastgezet worden.
8.3 Verplaatsen en transporteren
Bij het verplaatsen en transporteren van de Radarmed 650+ is het niet toegestaan het apparaat aan de
stralers of stralerarm te trekken, om kantelen van het apparaat te voorkomen.
8.4 Elektromagnetische interferentie
Bij gebruik in de onmiddellijke nabijheid (d.w.z. op 2 meter afstand of minder) van in gebruik zijnde
kortegolfapparatuur kan instabiliteit in het afgegeven signaal van de Radarmed ontstaan.
Om beïnvloeding te vermijden mag kortegolf apparatuur noch in dezelfde, noch in ruimte ernaast in
de richting van het microgolfapparaat straling afgeven.
Om elektromagnetische beïnvloeding te voorkomen, adviseren wij de Radarmed en de
kortegolfapparatuur elk op een verschillende groep van het lichtnet aan te sluiten. Zorg ervoor dat
het netsnoer van het kortegolfapparaat niet in de nabijheid van de Radarmed of van de patiënt
komt.
Elektronische geluidsapparatuur (zoals b.v. radio's, intercoms, telefooninstallaties etc.) dienen, in
het geval dat er bij deze apparaten storing optreedt, afgeschermd te worden tegen microgolven.
Vaak helpt het al als de straler van richting wordt veranderd.
Bij blijvende storing, veroorzaakt door elektromagnetische interferentie, dient u contact op te nemen met
uw leverancier.
8.5 Aansluiten netsnoer
Sluit het bijgeleverde netsnoer aan op de netentree [13].
Sluit het netsnoer aan op een wandcontactdoos met randaarde.
8.6 Montage stralerarm
8.7 Bijstellen stralerarm
Zie de onderstaande afbeeldingen voor het bijstellen van de stralerarm. Gebruik hiervoor de geleverde
pijpsleutels. Voor bijstelling verdient het aanbeveling uw zwaarste straler aan de arm te monteren. De
drie fixatiepunten gelijkmatig aandraaien.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 12 van 23
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 13 van 23
8.7.1 Samenstelling fixatiesysteem
Zie onderstaande afbeelding. De fixatieknop zit standaard aan de voorzijde, maar kan indien gewenst ook
aan de achterzijde worden gemonteerd.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 14 van 23
8.7.2 Bediening fixatieknop
8.8 Aansluiten HF-kabel
8.8.1 Aansluiting aan het apparaat
De HF-kabel wordt via aansluitpunt [12] op het apparaat aangesloten door middel van een schroefdraad
bevestiging.
De lengte van de HF-kabel is kritisch. Gebruik daarom uitsluitend de door Enraf-Nonius geleverde kabel.
8.8.2 Aansluiting aan de straler
De HF-kabel wordt door middel van een snelkoppeling aan de straler bevestigd.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 15 van 23
Stekkerverbinding vastmaken
Stekker opsteken en aandrukken
Controleer of de stekker vastzit
Stekkerverbinding losmaken
Ring terugtrekken
Stekker lostrekken
8.9 Aanschakelen en zelftest
Schakel het apparaat aan met de netschakelaar [8].
Bij het inschakelen voert het apparaat een zelftest uit.
Controleer of:
alle pixels in het LCD-scherm kortstondig oplichten;
aan het eind van de test een pieptoon hoorbaar is.
Neem contact op met uw leverancier indien dit niet het geval is.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 16 van 23
9 Bedieningsorganen
9.1 Bedieningspaneel
[1] Indicatie LED therapievorm
Het oplichtend LED geeft de geselecteerde therapievorm aan; continu of pulserend.
[2] Keuzetoets therapievorm: continu [symbool] of pulserende microgolf [symbool]
Na het inschakelen en na afloop van de behandeling schakelt het apparaat automatisch naar continu
bedrijf. Omschakelen van continu naar pulserend bedrijf en omgekeerd is ook tijdens de
behandelingmogelijk.
[3] Display behandeltijd
Het display geeft de ingestelde c.q. resterende behandeltijd in minuten aan. Na het verstrijken van de
behandeltijd verschijnt een nul op het display, klinkt een geluidssignaal en wordt het HF-vermogen
uitgeschakeld. Een knipperend puntje in het display geeft aan dat de klok loopt en de behandeling gestart
is.
[4] Insteltoetsen behandeltijd
Met deze toetsen wordt de behandeltijd ingesteld.
[5] Vermogen display
Het display geeft de ingestelde vermogen aan. Een knipperende nul in het display geeft aan dat er geen
behandeltijd is ingesteld. Het instellen van het vermogen is in dit geval niet mogelijk.
[6] Insteltoetsen vermogen
Met deze toetsen wordt het vermogen ingesteld. Het
instellen van het vermogen is pas mogelijk indien een
behandeltijd is ingesteld.
[7] Stop toets
Toets om de behandeling voortijdig te beëindigen. Na
bediening van deze toets loopt de behandeltijd terug
naar nul, klinkt een geluidssignaal en wordt het HF-
vermogen uitgeschakeld.
[8] Aan-/uit schakelaar
Met deze schakelaar wordt de Radarmed aan/uit
geschakeld.
[9] Ventilatieopeningen
Deze openingen niet afdekken.
[10] Aansluitpunten stralerarm
U kunt de arm naar keuze aan de linker of rechterkant
van het apparaat monteren (zie paragraaf 8.6 van deze
handleiding).
[11] Ophanghaak
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 17 van 23
Wanneer het apparaat buiten gebruik is kan het netsnoer hieraan worden opgehangen.
[12] HF-aansluiting
Aansluitpunt voor de HF-kabel (zie paragraaf 8.8 van deze handleiding).
[13] Aansluiting netsnoer
Apparaat aansluiten aan een wandcontactdoos met de op het typeplaatje vermelde netspanning.
[14] Aansluiting potentiaalvereffeningskabel
Voor gebruik in ruimten waar een potentiaalvereffeningskabel is voorgeschreven kan een speciale
potentiaalvereffeningskabel worden geleverd.
[15] Typeplaatje
Hierop vindt u alle gegevens van het apparaat zoals type-, serie- en volgnummer (voor service, garantie
e.d.) alsook de aansluitgegevens zoals netspanning en opgenomen stroom.
9.2 Bediening
9.2.1 Instellen van de Radarmed 650+
Aanschakelen
Monteer de straler.
Sluit de HF-kabel aan op de straler.
Schakel het apparaat aan met de aan/uit schakelaar.
Bij het inschakelen voert het apparaat een zelftest uit.
Therapiekeuze
Selecteer continu of gepulseerd
Het oplichtend LED geeft de ingestelde therapievorm weer.
Plaatsen van de straler
Richt de straler op het te behandelen oppervlak. Richt de
straler zo, dat andere delen van het lichaam minimaal
belast worden.
Informeer de patiënt.
Voor de stralers moet de volgende afstand tot het lichaam in
acht worden genomen:
Rondveldstraler ca. 10 cm.
Langveldstraler ca. 5 cm.
Grootveldstraler 1 cm.
Behandeltijd
Stel een behandeltijd in.
Het display geeft aan welke tijd ingesteld is.
Intensiteit instellen
Stel de intensiteit in.
Het display geeft aan welke intensiteit ingesteld is. Na het
verstrijken van de behandeltijd klinkt een geluidssignaal en
wordt het HF-vermogen uitgeschakeld.
De behandeltijd loopt terug zodra een intensiteit is
ingesteld. Een knipperend puntje in de behandeltijd
display geeft aan dat de klok loopt.
Een korte pieptoon elke 5 seconden geeft aan dat
microgolfenergie wordt opgewekt
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 18 van 23
De behandeling start zodra de intensiteit insteltoets wordt
bediend.
Bijstellen therapie
Omschakelen van continu naar pulserend en omgekeerd
is tijdens de behandeling mogelijk.
Het verhogen en verlagen van de intensiteit is tijdens de
behandeling mogelijk.
De warmtegevoeligheid is bij elke patiënt verschillend en
stabiliseert zich pas na ongeveer vijf minuten. Het tussentijds
bijstellen van de intensiteit is dus noodzakelijk.
Behandeling voortijdig beëindigen
Dit kan door bediening van de stop toets. De behandeling stopt
automatisch wanneer de behandeltijd verstreken is.
10 Reiniging en onderhoud
10.1 Reiniging
10.1.1 Reiniging van het apparaat
Schakel eerst het apparaat uit en verwijder de stekker uit de wandcontactdoos.
Het apparaat kan gereinigd worden met een vochtige doek. Gebruik hiervoor lauw water en eventueel
een huishoudelijk schoonmaakmiddel (geen schuurmiddel en geen alcohol oplossing).
10.1.2 Reinigen van de stralers en HF-kabel
De stralers kunnen gedesinfecteerd worden met een met 70% alcohol bevochtigde doek. De stralers en
HF-kabel mogen niet met stoom of met gas gesteriliseerd worden. De stralers dienen na gebruik
gereinigd te worden.
Controleer de stralers en HF-kabel regelmatig op beschadigingen en slechte contacten. Beschadigde
stralers en een beschadigde HF-kabel mogen niet gebruikt worden.
10.2 aanwijzingen bij storingen
10.2.1 Displays lichten niet op
Controleer of het netsnoer is aangesloten op een wandcontactdoos.
Controleer de wandcontactdoos (stroomvoorziening) met bijvoorbeeld een lamp.
Als de lamp donker blijft, controleer dan de smeltveiligheden van het net.
Als de lamp gaat branden, controleer dan de smeltveiligheden van het apparaat.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 19 van 23
10.2.2 Code Er XXX* op het display
Het apparaat heeft tijdens de zelftest een fout gevonden. Zet het apparaat opnieuw aan. Neem contact
op met uw leverancier als de code opnieuw verschijnt. Het apparaat is vermoedelijk defect.
*Er XXX: op de positie X staat een getal
10.2.3 Intensiteit kan niet ingesteld worden
HF-kabel is niet aangesloten.
Er is geen straler aangesloten.
Er is geen behandeltijd ingesteld.
10.2.4 Tijdens een behandeling wordt het vermogen uitgeschakeld en klinkt een geluidssignaal
( 3 beepjes van 1 sec.)
De HF-kabel is abusievelijk los getrokken van straler of apparaat.
De HF-kabel is beschadigd en moet vervangen worden.
Er is slecht contact opgetreden bij de verbinding van de HF-kabel met het apparaat en/of straler.
10.3 Technisch onderhoud
Wij adviseren dit apparaat jaarlijks te laten controleren. U kunt dit laten doen door uw leverancier of
andere, door Enraf-Nonius geautoriseerde instantie.
Het is tevens raadzaam een dossier bij te houden van alle uitgevoerde onderhoudsactiviteiten. In
sommige landen is dit zelfs verplicht.
Onderhoud en reparaties dienen uitsluitend te worden verricht door een geautoriseerde instantie. Enraf-
Nonius is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onderhoud of reparaties door onbevoegden.
Het openen van het apparaat door andere dan geautoriseerde instanties is niet toegestaan en doet de
aanspraak op garantie vervallen.
10.4 Verwachte levensduur
Dit apparaat blijft geschikt voor het beoogde gebruik, mits het jaarlijks wordt onderhouden door een
gekwalificeerde onderhoudsmonteur van Enraf-Nonius B.V. of door een officiële distributeur zoals
beschreven in de servicehandleiding en de onderhoudsmonteur van mening is dat het apparaat geschikt
is voor gebruik volgens de specificaties.
10.5 Einde levensduur
De Radarmed bevat materialen die kunnen worden hergebruikt en/of schadelijk zijn
voor het milieu. Gespecialiseerde bedrijven kunnen de unit demonteren en deze
materialen eruit halen. Wanneer u het apparaat afvoert, dient u zich te informeren over
de plaatselijke regels m.b.t. afvalbeheer.
Zorg er voor dat u goed op de hoogte bent van de lokale regels en voorschriften
met betrekking tot de verwijdering van apparatuur en accessoires.
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 20 van 23
11 Specificaties
11.1 Microgolftherapie
Frequentie : 2450 MHz +/- 50 MHz
HF continu vermogen : 0 - 250 Watt +/- 20% bij 50 Ohm
HF puls vermogen: : 0 - 250 Watt +/- 20% met een vast piekvermogen van 1500 Watt
Therapievormen: : continu en pulserend
Klok: : 0 - 30 minuten
11.2 technische specificaties
Netspanning : 220-240 Volt
Frequentie : 50 / 60 Hz
Opgenomen vermogen : 1100 VA
Veiligheidsklasse : 1 type B
Gewicht : 45 kg (inclusief arm)
Afmeting : 93x39x49 cm (hxbxd inclusief wielen)
Omgevingscondities voor transport en opslag
Omgevingstemperatuur : -20° tot +70° C
Relatieve luchtvochtigheid : 10 tot 90 %
Atmosferische druk : 700 tot 1060 hPa
Omgevingscondities voor normaal gebruik
Omgevingstemperatuur : 10° tot 40° C
Relatieve luchtvochtigheid : 30 tot 75 %
Atmosferische druk : 700 tot1060 hPa
Classificatie
Internationale veiligheidsklasse IEC 60601-1
Niet-ioniserende straling
Veiligheidsklasse 1
Het apparaat dient aangesloten te worden aan een randgeaarde wandcontactdoos.
Type B
Technische wijzigingen voorbehouden
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 21 van 23
11.3 EMC-gegevens
Medische elektrische apparaten zoals de RADARMED zijn onderworpen aan speciale
voorzorgsmaatregelen met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit (EMC) en moet worden
geïnstalleerd en in gebruik gesteld volgens de EMC aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing en de
bijbehorende documenten.
Draagbare en mobiele RF-communicatie-systemen (bijv mobiele telefoons) kunnen interfereren met
medische elektrische apparaten
De RADARMED mag alleen worden gebruikt met het originele netsnoer vermeld op de lijst van de
inhoud. Bediening van het apparaat met een ander netsnoer kan leiden tot hogere emissies of
verminderde immuniteit van het apparaat.
Richtlijn en verklaring van de fabrikant elektromagnetische interference
De RADARMED is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder
aangegeven. De klant of gebruiker van de RADARMED moet ervoor zorgen dat het wordt
gebruikt in een dergelijke omgeving.
Interference test
Conform
Elektromagnetische omgeving-
richtlijn
RF emissie volgens CISPR 11
Groep 1
De RADARMED gebruikt RF-energie
uitsluitend voor zijn interne werking.
De RF-emissie is dus zeer laag en is
het onwaarschijnlijk dat deze
interferentie met naburige
elektronische apparaten veroorzaken.
RF emissie volgens CISPR 11
Klasse B
De RADARMED is geschikt voor
gebruik in alle instituties, ook in een
woonomgeving en die rechtstreeks
aangesloten op het openbare net zijn.
Harmonische emissie volgens IEC
61000-3-2
Klasse A
Voltage fluctuatie emissie en
flikkering volgens IEC 61000-3-3
Conform
WAARSCHUWINGEN
Het apparaat mag niet worden gebruikt direct geplaatst naast, of bovenop andere apparaten. Als het
apparaat moet worden gebruikt direct naast of bovenop andere apparaten, moet het apparaat worden
gecontroleerd om ervoor te zorgen dat het zoals beschreven functioneert.
Richtlijn en verklaring van de fabrikant elektromagnetische immuniteit
De RADARMED is bedoeld voor gebruik in de hieronder beschreven elektromagnetische omgeving. De
klant of de gebruiker van de RADARMED dient te verzekeren dat deze wordt gebruikt in een dergelijke
omgeving.
Immuniteitstest
IEC 60601
testniveau
Compliantieniveau
Elektromagnetische
omgeving
richtlijn
Elektrostatische
ontlading (ESD)
IEC 61000-4-2
6 kV contact
8 kV lucht
6 kV contact
8 kV lucht
Vloeren dienen van hout,
beton of
keramische tegels te zijn
gemaakt. Als vloeren zijn
bedekt met
synthetisch materiaal,
dient de relatieve
vochtigheid
tenminste 30% te zijn.
Elektrische snelle
transiënt/burst
IEC 61000-4-4
2 kV voor stroom
toevoerkabels
1 kV voor stroom
toevoerkabels
niet van toepassing
Netvoedingskwaliteit moet
overeenkomen met die
van een
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 22 van 23
1 kV voor
invoer/uitvoer
kabels
typische computerruimte.
Zwelling
IEC 61000-4-5
1 kV lijn/lijn
2 kV lijn/aarde
1 kV lijn/lijn
2 kV lijn/aarde
Netvoedingskwaliteit moet
overeenkomen met die
van een
typische computerruimte.
Spanningsdalingen,
korte
onderbrekingen en
spanningsverande-
ringen bij
invoerlijnen
IEC 61000-4-11
<5 %U T
(>95 %daling in U T)
gedurende 0,5 cyclus
40 %U T
(60 %daling in U T)
gedurende 5 cycli
70 % U T
(30 %daling in U T)
gedurende 25 cycli
<5 % U T
(>95 %daling in U T)
gedurende 5 sec
< 5% UT
(>95 %daling in U T)
gedurende 0,5 cyclus
40% UT
(60 %daling in U T)
gedurende 5 cycli
70% UT
(30 %daling in U T)
gedurende 25 cycli
< 5% UT
(>95 %daling in U T)
Gedurende 5 sec.
Netvoedingskwaliteit moet
overeenkomen met die
van een
typische computerruimte.
Als de gebruiker van de
RADARMED
gegarandeerd
ononderbroken gebruik
nodig heeft tijdens een
stroomonderbrekingen,
wordt aanbevolen
de RADARMED te
voeden met een
ononderbreekbare
voeding of een accu.
Stroomfrequentie
(50/60 Hz)
magnetisch veld
IEC 61000-4-8
3 A/m
3A / m
Stroomfrequentie
magnetische velden moet
niveau hebben dat
karakteristiek is voor een
typische lokatie in een
typische computerruimte.
N.B U T is de gelijkspanning van het net voordat het testniveau werd toegepast.
Richtlijn en verklaring van de fabrikant elektromagnetische immuniteit
De RADARMED is bedoeld voor gebruik in de hieronder beschreven elektromagnetische omgeving. De
klant of de gebruiker van de RADARMED dient te verzekeren dat deze wordt gebruikt in een dergelijke
omgeving.
Immuniteitstest
IEC 60601
testniveau
Compliantie
niveau
Elektromagnetische omgeving
richtlijn
Geleide RF
IEC 61000-4-6
Uitgestraalde RF
IEC 61000-4-3
3 Vrms
150 kHz tot 80 MHz
3 V/ m
80 MHz tot 2,5 GHz
3 Vrms
3 V/m
Draagbare en mobiele hoge frequentie
communicatieapparatuur mag niet
dichterbij een onderdeel van de
RADARMED (inclusief kabels) worden
gebruikt dan de aanbevolen
separatieafstand berekend uit de
vergelijking die van toepassing is op de
frequentie van de zender.
Aanbevolen separatieafstand
d = 1,17 P
d = 1,17P 80 MHz tot 800 MHz
d = 2,33 P 800 MHz tot 2,5 GHz
waarbij P het maximale nominale
uitgangsvermogen van de zender in
watt (W) is volgens de fabrikant van de
zender en d de aanbevolen
separatieafstand in meters (m).
Veldsterktes van vaste hoge
frequentiezenders, zoals bepaald door
een elektromagnetisch onderzoek ter
plaatse,a dienen minder te zijn dan het
compliantieniveau in elk
frequentiebereik.b Inferentie kan
NEDERLANDS
NL109-1435750-4B Pagina 23 van 23
optreden in de buurt van apparatuur
gemarkeerd met het volgende symbool:
OPMERKING 1 Bij 80 MHz en 800 MHz geldt het hogere frequentiebereik.
OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn mogelijk niet op alle situaties van toepassing. Elektromagnetische
voortplanting wordt beïnvloed door absorptie en reflectie van constructies, voorwerpen en personen.
A Veldsterktes van vaste zenders, zoals basisstations voor radiotelefonie (cellulair/snoerloos) en
mobiele radio's (land), amateurradio, AM en FM radio-uitzending en TV-uitzending kunnen theoretisch
niet nauwkeurig worden voorspeld. Om de elektromagnetische omgeving veroorzaakt door vaste hoge
frequentie zenders te beoordelen, moet een elektromagnetisch onderzoek ter plaatse worden overwogen.
Als de gemeten veldsterkte op de locatie waar de RADARMED wordt gebruikt het betreffende
hoogfrequente compliantieniveau overschrijdt, moet worden gecontroleerd of de RADARMED normaal
werkt. Als een abnormale werking wordt waargenomen, kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn,
zoals het in een andere richting zetten of verplaatsen van de RADARMED.
B In het frequentiebereik 15 kHz tot 8 MHz dienen de veldsterktes minder dan 3 V / m te zijn.
AANBEVOLEN SEPARATIE-AFSTAND TUSSEN DRAAGBARE EN MOBIELE HOGE- FREQUENTIE COMMUNICATIE-
APPARATUUR EN DE RADARMED
De RADARMED is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin uitgestraalde
hoogfrequente storingen onder controle zijn. De klant of de gebruiker van de RADARMED kan helpen om
elektromagnetische interferentie te voorkomen door een minimumafstand tussen draagbare en mobiele
hoogfrequentie communicatieapparatuur (zenders) en de RADARMED aan te houden (zie hieronder) op
basis van het maximale uitgangsvermogen van de communicatieapparatuur.
Nomimale
maximale
uitgangsver-
mogen
van zender
[ W ]
Separatieafstand op basis van frequentie van zender
[ m ]
150 kHz tot 80 MHz
d = 1,17P
80 MHz tot 800
MHz
d = 1,17P
800 MHz tot 2,5 GHz
d =2,33P
0,01
0.12
0.12
0.23
0,1
0.37
0.37
0.74
1
1.17
1.17
2.33
10
3.70
3.70
7.37
100
11.70
11.70
23.33
Voor zenders met een nominaal maximaal uitgangsvermogen van dat hierboven niet is vermeld, kan de
aanbevolen separatieafstand d in meters (m) worden berekend met de vergelijking die geldt voor de
frequentie van de zender, waarbij P het maximale nominale uitgangsvermogen van de zender in watt
(W) is volgens de fabrikant van de zender.
OPMERKING 1 Bij 80 MHz en 800 MHz geldt de separatieafstand voor het hogere frequentiebereik.
OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn mogelijk niet op alle situaties van toepassing. Elektromagnetische
voortplanting wordt beïnvloed door absorptie en reflectie van constructies, voorwerpen en personen.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23

Enraf-Nonius Radarmed 650+ Handleiding

Type
Handleiding