Makita 6015DWE Handleiding

Categorie
Boormachines
Type
Handleiding
GB
Cordless Drill Instruction Manual
F
Perceuse à batterie Manuel d’instructions
D
Akku-Bohrschrauber Betriebsanleitung
I
Trapano a batteria Istruzioni d’uso
NL
Snoerloze boormachine Gebruiksaanwijzing
E
Taladro a batería Manual de instrucciones
P
Berbequim a bateria Manual de instruço˜es
DK
Akku bore-skruemaskine Brugsanvisning
S
Sladdlös borr Bruksanvisning
N
Bätteridrevent boremaskine Bruksanvisning
SF
Akkuporakone Käyttöohje
GR
∆Ú‡·ÓÔ Ì Ì·Ù·Ú›· √‰ËÁ›Â˜ ¯Ú‹Ûˆ˜
10 mm 6015DWE
With battery charger Met acculader Inkl. batteriladdar
Avec chargeur Con cargador de batería Med batterilader
Mit Ladegerät Com carregador de bateria Akkulataaja
Con carica batteria Med akku-ladeaggregat ªÂ ˇÔÚÙÈÛÙ‹˜ Ì·Ù·Ú›·˜
6015DWE (cover) (’100. 3. 15)
NEDERLANDS
Verklaring van algemene gegevens
1 Batterijpak
2 Stelplaat
3 Oplaadlampje
4 Bus
5 Vastzetten
6 Ring
7 Omkeerschakelaar
8 Trekschakelaar
9 Pijltje
0 600 tpm
q Toerentalregelknop
w 250 tpm
e Herstartknop
TECHNISCHE GEGEVENS
Model 6015D
Capaciteit
Staal ............................................................ 10 mm
Hout ............................................................. 15 mm
Houtschroeven ............................ 5,1 mm x 35 mm
Toerental. onbelast/tpm. (min
-1
) ................... 600/250
Totale lengte ................................................ 235 mm
Netto gewicht .................................................. 1,2 kg
Nominale spanning ........................................... 7,2 V
In verband met ononderbroken research en ontwik-
keling behouden wij ons het recht voor boven-
staande technische gegevens te wijzigen zonder
voorafgaande kennisgeving.
Opmerking: De technische gegevens kunnen van
land tot land verschillen.
Veiligheidswenken
Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheids-
voorschriften nauwkeurig op te volgen.
BELANGRIJKE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR
GEBRUIK VAN DE BATTERIJLADER EN
HET BATTERIJPAK
1. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN In deze
gebruiksaanwijzing staan belangrijke
veiligheids- en bedieningsvoorschriften
betreffende de batterijlader (snellader).
2. Lees alle voorschriften en waarschuwingen
betreffende (1) de batterijlader, (2) het batter-
ijpak en (3) het gereedschap aandachtig door
alvorens de batterijlader in gebruik te nemen.
3. LET OP Om het gevaar voor ongelukken te
verminderen, dient u met de snellader uitslui-
tend MAKITA oplaadbare batterijen te laden.
Batterijen van andere merken kunnen gaan
barsten en hierdoor verwondingen of schade
veroorzaken.
4. Stel de batterijlader niet bloot aan regen of
sneeuw.
5. Het gebruik van accessoires die niet door de
fabrikant van de batterijlader worden verkocht
of aanbevolen, kan brandgevaar, elektrische
schok of verwondingen veroorzaken.
6. Om de stekker en het netsnoer niet te bescha-
digen, trekt u het netsnoer uit het stopkontakt
door de stekker vast te pakken.
7. Let op dat het snoer zodanig op de grond ligt,
dat niemand erop kan stappen of erover kan
struikelen en dat er niets op het snoer
geplaatst wordt.
8. Gebruik in geen geval de batterijlader als het
netsnoer of de stekker beschadigd is. Vervang
deze onmiddellijk.
9. Gebruik de batterijlader ook niet als deze
gevallen is, aan een zware stoot heeft blootge-
staan, of als u vermoedt dat hij beschadigd is.
Laat in deze gevallen de batterijlader eerst
nakijken.
10. Haal de batterijlader of het batterijpak niet uit
elkaar; laat eventuele servicebeurten of repa-
raties uitsluitend vakkundig uitvoeren. Het
onjuist opnieuw in elkaar zetten kan namelijk
elektrische schok of brandgevaar opleveren.
11. Om gevaar voor elektrische schok te vermin-
deren, trekt u de stekker uit het stopkontakt
alvorens de batterijlader te reinigen of een
onderhoudsbeurt te geven. Door de batterijla-
der alleen maar uit te schakelen, vermindert u
dit gevaar niet.
BIJGEVOEGDE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR
GEBRUIK VAN DE BATTERIJLADER EN
HET BATTERIJPAK
1. Laad het batterijpak niet op als de temperatuur
LAGER is dan 10°C of HOGER dan 40°C.
2. Gebruik voor het laden nooit een step-up
transformator, een dynamo of een
gelijkstroombron.
3. Zorg dat de ventilatiegaten van de batterijlader
niet afgesloten worden of verstopt raken.
4. Bedek altijd de polen van de accu met het
accudeksel wanneer u de accu niet gebruikt.
5. Voorkom kortsluiting van het batterijpak:
(1) Raak de aansluitklemmen nooit aan met
geleidend materiaal.
(2) Bewaar het batterijpak niet op een plaats
waar ook andere metalen voorwerpen
zoals spijkers, munten e.d. worden
bewaard.
(3) Stel het batterijpak niet bloot aan water of
regen.
Kortsluiting van het batterijpak kan leiden tot
een grote stroomafgifte, oververhitting, brand-
wonden of zelfs tot defecten.
6. Bewaar de batterijlader en het batterijpak niet
in plaatsen waar de temperatuur tot 50°C of
hoger kan op lopen.
7. Werp zwaar beschadigde of volledig uitge-
putte batterijpakken niet in het vuur, omdat
een gevaarlijke explosie er het gevolg van kan
zijn.
18
6015D (Nl) (’100. 3. 7)
8. Wees voorzichtig dat u het batterijpak niet laat
vallen en het niet aan schokken of stoten
blootstelt.
9. Laad het batterijpak niet op in een kist, een
container e.d. Om het batterijpak op te laden,
dient u dit in een goed geventileerde ruimte te
plaatsen.
BIJGEVOEGDE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
VOOR HET GEREEDSCHAP
1. Houd er rekening mee dat dit gereedschap
altijd in gebruiksklare conditie verkeert, aan-
gezien het niet op een stopkontakt hoeft te
worden aangesloten.
2. Zorg altijd dat u stevig op uw voeten staat.
Zorg dat wanneer u op hooggelegen plaatsen
werkt, niemand onder u staat.
3. Houd het gereedschap stevig vast.
4. Houd uw handen uit de buurt van de draaiende
delen.
5. Bij het slopen van muren, vloeren en derge-
lijke bestaat de mogelijkheid op elektrische
kabels te stoten, die onder spanning staan.
KOM DERHALVE ONDER HET WERKEN NIET
AAN DE METALEN DELEN VAN HET GEREED-
SCHAP! Pak het gereedschap uitsluitend bij
de geïsoleerde plastic grepen vast, om het van
een elektrische schok te vermijden.
6. Schakel het gereedschap onmiddellijk uit wan-
neer u het niet meer gebruikt. Schakel slechts
in als u het vast houdt.
7. Raak het boorkop of het werkstuk onmiddellijk
na het boren niet aan, aangezien ze nog gloe-
iend heet zijn en derhalve brandwonden kun-
nen veroorzaken.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN
Plaatsen en uithalen van batterij (Fig. 1)
Schakel het gereedschap altijd uit voordat een
batterij geplaatst of verwijdert wordt.
Om het batterijpak te verwijderen, trek eerst de
sluitplaat uit het gereedschap, pak dan het batterij-
pak aan beide zijden vast en verwijder het uit het
gereedschap.
Voor het plaatsen van de batterij zorgt u ervoor dat
de rug op de batterij in de groef van het batterijkom-
partiment komt, waarna u de batterij naar binnen
schuift. Klap alvorens het gereedschap te gebruiken
de stelplaat oftewel deksel weer dicht, kontroleer of
de stelplaat goed vast geklemd zit en niet gemak-
kelijk opengaat.
Als het batterijpak moeilijk in de houder komt,
probeer het dan niet met geweld in te duwen. Indien
het batterijpak er niet gemakkelijk ingaat, dan houdt
u het verkeerd.
Opladen (Fig. 2)
1. Sluit de oplader aan op een stopcontact.
2. Plaats de batterij in de oplader zodat de plus en
min klemmen van de batterij overeenkomen met
de plus en min markeringen op de oplader. Schuif
de batterij zo ver mogelijk in de opening, zodat
deze op de bodem van de laderopening rust.
3. Eens de batterij erin zit, zal het oplaadlampje rood
knipperen en zal het opladen beginnen.
4. Nadat het opladen is voltooid, zal het oplaad-
lampje uitgaan. De oplaadtijd is als volgt:
Batterij 7000, 7100, 7120, 9000, 9100, 9100A,
9120: ca. 60 minuten
5. Indien u de batterij in de oplader laat zitten nadat
het opladen is voltooid, zal de oplader over-
schakelen naar de ‘‘bijladen (handhaven van de
lading)’’ stand.
6. Verwijder de batterij van de oplader en trek de
stekker van de oplader uit het stopcontact nadat
het opladen is voltooid.
Accu-model
Capaciteit
(mAH)
Aantal cellen
7000 1 300 6
LET OP:
De oplader is uitsluitend bestemd voor het laden
van Makita batterijen. Gebruik deze nooit voor
andere doeleinden of voor het laden van batterijen
van andere fabrikanten.
Een nieuwe batterij of een batterij die gedurende
lange tijd niet werd gebruikt, kan soms niet volledig
worden geladen. Dit is normaal en wijst niet op een
defect. Nadat de batterij een paar keer volledig is
ontladen en herladen, kunt u deze weer volledig
laden.
Wanneer u de batterij van een zojuist gebruikt
gereedschap wilt laden, of een batterij die voor
langere tijd aan direct zonlicht of hitte werd bloot-
gesteld, moet u deze eerst laten afkoelen. Steek
daarna de batterij erin en laad hem op.
Bij het laden van een nieuwe batterij of een batterij
die gedurende lange tijd niet werd gebruikt, gebeurt
het soms dat het oplaadlampje na korte tijd uitgaat.
Neem in zo’n geval de batterij eruit en steek deze
weer erin. Indien het oplaadlampje binnen één
minuut uitgaat zelfs nadat deze procedure een paar
malen werd herhaald, is de batterij versleten. Ver-
vang deze door een nieuwe.
Bijladen (Handhaven van de lading)
Wanneer u een volledig opgeladen batterij in de
oplader laat zitten om spontaan ontladen te voorko-
men, zal de oplader overschakelen naar de ‘‘Bijladen
(Handhaven van de lading)’’ stand waardoor de bat-
terij vers en in volledig opgeladen toestand wordt
gehouden.
6015D (Nl) (’100. 3. 15)
19
Wenken om een maximale levensduur van de
batterij te handhaven
1. Laad de batterij op alvorens deze volledig is
ontladen.
Stop het gebruik van het gereedschap en laad de
batterij op telkens wanneer u vaststelt dat het
vermogen van het gereedschap verminderd is.
2. Laad een volledig opgeladen batterij nooit
opnieuw op.
Wanneer u de batterij te veel oplaadt, zal deze
minder lang meegaan.
3. Laad de batterij op bij een kamertemperatuur
tussen 10°C en 40°C.
Laat een warme batterij afkoelen alvorens deze
op te laden.
Installeren of verwijderen van de boor (Fig. 3)
Belangrijk:
Vergeet niet het gereedschap uit te schakelen en het
batterijpak te verwijderen, alvorens de boor te install-
eren of te verwijderen.
Houdt de ring vast en draai de bus om naar links voor
het openen van de spanklauwen. Steek vervolgens
het bit of boor zo ver mogelijk in de boorkop. Houdt
daarna de ring weer stevig vast en draai de bus om
naar rechts voor het vastzetten van de boor. Voor het
verwijderen van de boor, de ring vasthouden en de
bus naar links omdraaien.
Werking van de schakelaar (Fig. 4)
Beweeg de omkeerschakelaar naar de positie
voor rechtse draairichting, of naar de
positie voor
linkse draairichting. Om het gereedschap te starten,
drukt u gewoon de trekschakelaar in. Laat de trek-
schakelaar los om het gereedschap te stoppen. Wan-
neer de omkeerschakelaar in de neutrale positie
staat, zal het gereedschap niet starten zelfs indien u
de trekschakelaar indrukt.
LET OP:
Alvorens het batterijpak in het gereedschap te
plaatsen, moet u altijd eerst controleren of de
trekschakelaar behoorlijk werkt en bij het loslaten
naar de ‘‘OFF’’ positie terugkeert.
Controleer altijd de draairichting alvorens met het
boren te beginnen.
Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen
nadat het gereedschap volledig tot stilstand is geko-
men. Indien u de draairichting verandert terwijl het
gereedschap nog draait, kan het gereedschap
zwaar beschadigd raken.
Laat de omkeerschakelaar in de neutrale positie
staan wanneer u het gereedschap niet gebruikt.
Regeling van het toerental (Fig. 5)
Om het toerental van het gereedschap te veranderen,
draait u de toerentalregelknop zodat het pijltje dat
wijst naar het gewenste toerental op de knop
overeenkomt met het referentiepijltje op het lichaam
van het gereedschap. Indien de toerentalregelknop
moeilijk draait, schakelt u het gereedschap in en
probeert u nogmaals om de knop te draaien terwijl het
gereedschap onbelast draait.
Boren
Boren in hout
Voor boren in hout worden de beste resultaten
verkregen met houtboren die voorzien zijn van een
geleideschroef. Het boren wordt dan verge-
makkelijkt aangezien de geleideschroef de boor in
het hout trekt.
Boren in metaal
Wanneer u begint te boren, gebeurt het dikwijls dat
de boor slipt. Om dit te voorkomen slaat u tevoren
met een drevel een deukje in het metaal op de
plaats waar u wilt boren. Plaats vervolgens de boor
in het deukje en start het boren.
Gebruik altijd boorolie wanneer u in metaal boort.
De enige uitzonderingen zijn ijzer en koper die
‘‘droog’ geboord dienen te worden.
LET OP:
Door teveel druk op het gereedschap uit te oefenen
verloopt het boren niet sneller. Integendeel, teveel
druk op het gereedschap zal alleen maar de boor
beschadigen, de prestatie van het gereedschap
verminderen en de gebruiksduur verkorten.
Er ontstaan enorme spanningen op het ogenblik dat
de boor uit het gaatje tevoorschijn komt. Houd
derhalve het gereedschap stevig vast en wees op
uw hoede.
Wanneer de boor klemraakt, keert u met de
omkeerschakelaar de draairichting om, om de boor
uit het gaatje te krijgen. Pas echter op en houd het
gereedschap stevig vast, aangezien het anders uit
het gaatje weg kan schieten.
Kleine werkstukken dient u altijd eerst vast te zetten
met een klemschroef of iets dergelijks.
Indraaien van schroeven (Fig. 6)
Plaats de schroefbit op de schroefkop en oefen druk
op het gereedschap uit. Start eerst met lage snelheid
en voer deze vervolgens geleidelijk op. Laat de
trekschakelaar los, zodra de motor ontkoppeld wordt.
OPMERKING:
Zorg dat u de schroefbit recht op de schroefkop
plaatst, aangezien anders de schroef en/of de
schroefbit beschadigd kan worden.
Wanneer u houtschroeven indraait, maak tevoren
een gaatje in het hout. Dit vergemakkelijkt het
vastschroeven en voorkomt dat het hout splijt. Zie
de tabel.
Nominale diameter
van houtschroef (mm)
Aanbevolen diameter
van het gaatje (mm)
3,1 2,0 2,2
3,5 2,2 2,5
3,8 2,5 2,8
4,5 2,9 3,2
4,8 3,1 3,4
5,1 3,3 3,6
20
6015D (Nl) (’100. 3. 8)
Beveiliging tegen overbelasting
De beveiliging tegen overbelasting verbreekt het
spanningscircuit en de knop springt omhoog telkens
wanneer u het gereedschap langdurig zwaar werk
laat doen. Wacht in zo’n geval 20 tot 30 seconden en
druk dan de herstartknop in om de bediening voort te
zetten. Plaats echter uw vinger niet op de trekscha-
kelaar wanneer u de herstartknop indrukt.
ONDERHOUD
LET OP:
Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
en de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit
te voeren aan de machine.
Opdat het gereedschap veilig en betrouwbaar blijft,
dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te
worden uitgevoerd bij een erkend Makita service
centrum.
6015D (Nl) (’100. 3. 8)
21
GB
ACCESSORIES
CAUTION:
These accessories or attachments are recommended for use with your Makita machine specified in this
manual. The use of any other accessories or attachments might present a risk of injury to persons. The
accessories or attachments should be used only in the proper and intended manner.
F
ACCESSOIRES
ATTENTION :
Ces accessoires ou ces fixations sont recommandés pour l’utilisation de l’outil Makita spécifié dans ce manuel.
L’utilisation d’autres accessoires ou fixations peut présenter un risque de blessures. Les accessoires ou les
fixations ne devront être utilisés que dans le but et de la manière prévus.
D
ZUBEHÖR
VORSICHT:
Das mitgelieferte Zubehör ist speziell für den Gebrauch mit dem in dieser Betriebsanleitung angegebenen
Makita-Elektrowerkzeug vorgesehen. Bei Verwendung von Fremdzubehör in Verbindung mit dieser Maschine
besteht Verletzungsgefahr.
I
ACCESSORI
ATTENZIONE:
Gli accessori o raccordi seguenti sono raccomandati per l’uso con l’utensile Makita specificato in questo
manuale. L’uso di qualsiasi altro accessorio o raccordo potrebbe causare pericoli di ferite alle persone. Gli
accessori o raccordi devono essere usati soltanto nel modo corretto e specificato.
NL
ACCESSOIRES
LET OP:
Deze accessoires of hulpstukken zijn aanbevolen voor gebruik met uw Makita gereedschap dat in deze
gebruiksaanwijzing is beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor
persoonlijke verwondingen opleveren. De accessoires of hulpstukken dienen alleen op de juiste en voorge-
schreven manier te worden gebruikt.
E
ACCESORIOS
PRECAUCIÓN:
Estos accesorios o acoplamientos están recomendados para usar con la herramienta Makita especificada en
este manual. Con el uso de cualquier otro accesorio o acoplamiento se podría correr el riesgo de producir
heridas a personas. Los accesorios o acoplamientosdeberán usarse solamente dela manera apropiada ypara
la que ha sido designados.
6015DWE (Accessories) (’100. 3. 15)
47
Phillips bit
Foret Phillips
Phillips Doppelkreuzschlitzeinsatz
Punta a croce
Phillips schroefbit
Punta Phillips
Broca Phillips
Skruebit
Korsmejsel
Phillips bits
Ristipääterä
∞ȯ̋ º›ÏÈ˜
Bit
No.
L (mm)
No. 1 65
No. 2 45 65 110 150 250
No. 3 45 65 110
Bit No.
L
(mm)
D
(mm)
d
(mm)
No.2 82 6 5
Note:
Use bit No. 1 when fastening machine screws M3, or wood screws 2.1 mm 2.7 mm.
Use bit No. 2 when fastening machine screws M4 M5, or wood screws 3.1 mm 4.8 mm.
Use bit No. 3 when fastening machine screws M6 M8, or wood screws 5.1 mm 6.4 mm.
Note :
Utilisez un foret No. 1 avec des vis à métaux M3, ou des vis en bois de 2,1 mm 2,7 mm.
Utilisez un foret No. 2 avec des vis à métaux M4 M5, ou des vis en bois de 3,1 mm 4,8 mm.
Utilisez un foret No. 3 avec des vis à métaux M6 M8, ou des vis en bois de 5,1 mm 6,4 mm.
Hinweise:
Einsatz Nr. 1 zum Eindrehen von Maschinenschrauben M3 oder Holzschrauben von 2,1 2,7 mm ver-
wenden.
Einsatz Nr. 2 zum Eindrehen von Maschinenschrauben M4 M5 oder Holzschrauben von
3,1 4,8 mm verwenden.
Einsatz Nr. 3 zum Eindrehen von Maschinenschrauben M6 M8 oder Holzschrauben von
5,1 6,4 mm verwenden.
Note:
Usare la punta No. 1 per il serraggio delle viti a ferro M3 o viti per legno di 2,1 mm 2,7 mm.
Usare la punta No. 2 per il serraggio delle viti a ferro M4 M5 o viti per legno di 3,1 mm 4,8 mm.
Usare la punta No. 3 per il serraggio delle viti a ferro M6 M8 o viti per legno di 5,1 mm 6,4 mm.
Opmerking:
Gebruik bit Nr. 1 voor het vastdraaien van kolomschroeven M3, of houtschroeven 2,1 mm 2,7 mm.
Gebruik bit Nr. 2 voor het vastdraaien van kolomschroeven M4 M5, of houtschroeven
3,1 mm 4,8 mm.
Gebruik bit Nr. 3 voor het vastdraaien van kolomschroeven M6 M8, of houtschroeven
5,1 mm 6,4 mm.
6015DWE (Accessories) (’100. 3. 15)
49

Documenttranscriptie

6015DWE (cover) (’100. 3. 15) Cordless Drill Instruction Manual F Perceuse à batterie Manuel d’instructions D Akku-Bohrschrauber Betriebsanleitung I Trapano a batteria Istruzioni d’uso Snoerloze boormachine Gebruiksaanwijzing E Taladro a batería Manual de instrucciones P Berbequim a bateria Manual de instruções Akku bore-skruemaskine Brugsanvisning S Sladdlös borr Bruksanvisning N Bätteridrevent boremaskine Bruksanvisning SF Akkuporakone Käyttöohje GR ∆Ú‡·ÓÔ Ì Ì·Ù·Ú›· √‰ËÁ›Â˜ ¯Ú‹Ûˆ˜ GB NL DK 10 mm With battery charger Avec chargeur Mit Ladegerät Con carica batteria 6015DWE Met acculader Con cargador de batería Com carregador de bateria Med akku-ladeaggregat Inkl. batteriladdar Med batterilader Akkulataaja ªÂ ˇÔÚÙÈÛÙ‹˜ Ì·Ù·Ú›·˜ 6015D (Nl) (’100. 3. 7) NEDERLANDS 1 2 3 4 5 Batterijpak Stelplaat Oplaadlampje Bus Vastzetten Verklaring van algemene gegevens 6 7 8 9 Ring Omkeerschakelaar Trekschakelaar Pijltje TECHNISCHE GEGEVENS Model 6015D Capaciteit Staal ............................................................ 10 mm Hout ............................................................. 15 mm Houtschroeven ............................ 5,1 mm x 35 mm Toerental. onbelast/tpm. (min-1) ................... 600/250 Totale lengte ................................................ 235 mm Netto gewicht .................................................. 1,2 kg Nominale spanning ........................................... 7,2 V • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. • Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op te volgen. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEBRUIK VAN DE BATTERIJLADER EN HET BATTERIJPAK 1. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN — In deze gebruiksaanwijzing staan belangrijke veiligheidsen bedieningsvoorschriften betreffende de batterijlader (snellader). 2. Lees alle voorschriften en waarschuwingen betreffende (1) de batterijlader, (2) het batterijpak en (3) het gereedschap aandachtig door alvorens de batterijlader in gebruik te nemen. 3. LET OP — Om het gevaar voor ongelukken te verminderen, dient u met de snellader uitsluitend MAKITA oplaadbare batterijen te laden. Batterijen van andere merken kunnen gaan barsten en hierdoor verwondingen of schade veroorzaken. 4. Stel de batterijlader niet bloot aan regen of sneeuw. 5. Het gebruik van accessoires die niet door de fabrikant van de batterijlader worden verkocht of aanbevolen, kan brandgevaar, elektrische schok of verwondingen veroorzaken. 6. Om de stekker en het netsnoer niet te beschadigen, trekt u het netsnoer uit het stopkontakt door de stekker vast te pakken. 7. Let op dat het snoer zodanig op de grond ligt, dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen en dat er niets op het snoer geplaatst wordt. 18 0 q w e 600 tpm Toerentalregelknop 250 tpm Herstartknop 8. Gebruik in geen geval de batterijlader als het netsnoer of de stekker beschadigd is. Vervang deze onmiddellijk. 9. Gebruik de batterijlader ook niet als deze gevallen is, aan een zware stoot heeft blootgestaan, of als u vermoedt dat hij beschadigd is. Laat in deze gevallen de batterijlader eerst nakijken. 10. Haal de batterijlader of het batterijpak niet uit elkaar; laat eventuele servicebeurten of reparaties uitsluitend vakkundig uitvoeren. Het onjuist opnieuw in elkaar zetten kan namelijk elektrische schok of brandgevaar opleveren. 11. Om gevaar voor elektrische schok te verminderen, trekt u de stekker uit het stopkontakt alvorens de batterijlader te reinigen of een onderhoudsbeurt te geven. Door de batterijlader alleen maar uit te schakelen, vermindert u dit gevaar niet. BIJGEVOEGDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GEBRUIK VAN DE BATTERIJLADER EN HET BATTERIJPAK 1. Laad het batterijpak niet op als de temperatuur LAGER is dan 10°C of HOGER dan 40°C. 2. Gebruik voor het laden nooit een step-up transformator, een dynamo of een gelijkstroombron. 3. Zorg dat de ventilatiegaten van de batterijlader niet afgesloten worden of verstopt raken. 4. Bedek altijd de polen van de accu met het accudeksel wanneer u de accu niet gebruikt. 5. Voorkom kortsluiting van het batterijpak: (1) Raak de aansluitklemmen nooit aan met geleidend materiaal. (2) Bewaar het batterijpak niet op een plaats waar ook andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel het batterijpak niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van het batterijpak kan leiden tot een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden of zelfs tot defecten. 6. Bewaar de batterijlader en het batterijpak niet in plaatsen waar de temperatuur tot 50°C of hoger kan op lopen. 7. Werp zwaar beschadigde of volledig uitgeputte batterijpakken niet in het vuur, omdat een gevaarlijke explosie er het gevolg van kan zijn. 6015D (Nl) (’100. 3. 15) 8. Wees voorzichtig dat u het batterijpak niet laat vallen en het niet aan schokken of stoten blootstelt. 9. Laad het batterijpak niet op in een kist, een container e.d. Om het batterijpak op te laden, dient u dit in een goed geventileerde ruimte te plaatsen. BIJGEVOEGDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET GEREEDSCHAP 1. Houd er rekening mee dat dit gereedschap altijd in gebruiksklare conditie verkeert, aangezien het niet op een stopkontakt hoeft te worden aangesloten. 2. Zorg altijd dat u stevig op uw voeten staat. Zorg dat wanneer u op hooggelegen plaatsen werkt, niemand onder u staat. 3. Houd het gereedschap stevig vast. 4. Houd uw handen uit de buurt van de draaiende delen. 5. Bij het slopen van muren, vloeren en dergelijke bestaat de mogelijkheid op elektrische kabels te stoten, die onder spanning staan. KOM DERHALVE ONDER HET WERKEN NIET AAN DE METALEN DELEN VAN HET GEREEDSCHAP! Pak het gereedschap uitsluitend bij de geïsoleerde plastic grepen vast, om het van een elektrische schok te vermijden. 6. Schakel het gereedschap onmiddellijk uit wanneer u het niet meer gebruikt. Schakel slechts in als u het vast houdt. 7. Raak het boorkop of het werkstuk onmiddellijk na het boren niet aan, aangezien ze nog gloeiend heet zijn en derhalve brandwonden kunnen veroorzaken. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Plaatsen en uithalen van batterij (Fig. 1) • Schakel het gereedschap altijd uit voordat een batterij geplaatst of verwijdert wordt. • Om het batterijpak te verwijderen, trek eerst de sluitplaat uit het gereedschap, pak dan het batterijpak aan beide zijden vast en verwijder het uit het gereedschap. • Voor het plaatsen van de batterij zorgt u ervoor dat de rug op de batterij in de groef van het batterijkompartiment komt, waarna u de batterij naar binnen schuift. Klap alvorens het gereedschap te gebruiken de stelplaat oftewel deksel weer dicht, kontroleer of de stelplaat goed vast geklemd zit en niet gemakkelijk opengaat. • Als het batterijpak moeilijk in de houder komt, probeer het dan niet met geweld in te duwen. Indien het batterijpak er niet gemakkelijk ingaat, dan houdt u het verkeerd. Opladen (Fig. 2) 1. Sluit de oplader aan op een stopcontact. 2. Plaats de batterij in de oplader zodat de plus en min klemmen van de batterij overeenkomen met de plus en min markeringen op de oplader. Schuif de batterij zo ver mogelijk in de opening, zodat deze op de bodem van de laderopening rust. 3. Eens de batterij erin zit, zal het oplaadlampje rood knipperen en zal het opladen beginnen. 4. Nadat het opladen is voltooid, zal het oplaadlampje uitgaan. De oplaadtijd is als volgt: Batterij 7000, 7100, 7120, 9000, 9100, 9100A, 9120: ca. 60 minuten 5. Indien u de batterij in de oplader laat zitten nadat het opladen is voltooid, zal de oplader overschakelen naar de ‘‘bijladen (handhaven van de lading)’’ stand. 6. Verwijder de batterij van de oplader en trek de stekker van de oplader uit het stopcontact nadat het opladen is voltooid. Accu-model 7000 Capaciteit (mAH) 1 300 Aantal cellen 6 LET OP: • De oplader is uitsluitend bestemd voor het laden van Makita batterijen. Gebruik deze nooit voor andere doeleinden of voor het laden van batterijen van andere fabrikanten. • Een nieuwe batterij of een batterij die gedurende lange tijd niet werd gebruikt, kan soms niet volledig worden geladen. Dit is normaal en wijst niet op een defect. Nadat de batterij een paar keer volledig is ontladen en herladen, kunt u deze weer volledig laden. • Wanneer u de batterij van een zojuist gebruikt gereedschap wilt laden, of een batterij die voor langere tijd aan direct zonlicht of hitte werd blootgesteld, moet u deze eerst laten afkoelen. Steek daarna de batterij erin en laad hem op. • Bij het laden van een nieuwe batterij of een batterij die gedurende lange tijd niet werd gebruikt, gebeurt het soms dat het oplaadlampje na korte tijd uitgaat. Neem in zo’n geval de batterij eruit en steek deze weer erin. Indien het oplaadlampje binnen één minuut uitgaat zelfs nadat deze procedure een paar malen werd herhaald, is de batterij versleten. Vervang deze door een nieuwe. Bijladen (Handhaven van de lading) Wanneer u een volledig opgeladen batterij in de oplader laat zitten om spontaan ontladen te voorkomen, zal de oplader overschakelen naar de ‘‘Bijladen (Handhaven van de lading)’’ stand waardoor de batterij vers en in volledig opgeladen toestand wordt gehouden. 19 6015D (Nl) (’100. 3. 8) Wenken om een maximale levensduur van de batterij te handhaven 1. Laad de batterij op alvorens deze volledig is ontladen. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de batterij op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap verminderd is. 2. Laad een volledig opgeladen batterij nooit opnieuw op. Wanneer u de batterij te veel oplaadt, zal deze minder lang meegaan. 3. Laad de batterij op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme batterij afkoelen alvorens deze op te laden. Installeren of verwijderen van de boor (Fig. 3) Belangrijk: Vergeet niet het gereedschap uit te schakelen en het batterijpak te verwijderen, alvorens de boor te installeren of te verwijderen. Houdt de ring vast en draai de bus om naar links voor het openen van de spanklauwen. Steek vervolgens het bit of boor zo ver mogelijk in de boorkop. Houdt daarna de ring weer stevig vast en draai de bus om naar rechts voor het vastzetten van de boor. Voor het verwijderen van de boor, de ring vasthouden en de bus naar links omdraaien. Werking van de schakelaar (Fig. 4) Beweeg de omkeerschakelaar naar de positie voor rechtse draairichting, of naar de positie voor linkse draairichting. Om het gereedschap te starten, drukt u gewoon de trekschakelaar in. Laat de trekschakelaar los om het gereedschap te stoppen. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale positie staat, zal het gereedschap niet starten zelfs indien u de trekschakelaar indrukt. LET OP: • Alvorens het batterijpak in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd eerst controleren of de trekschakelaar behoorlijk werkt en bij het loslaten naar de ‘‘OFF’’ positie terugkeert. • Controleer altijd de draairichting alvorens met het boren te beginnen. • Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Indien u de draairichting verandert terwijl het gereedschap nog draait, kan het gereedschap zwaar beschadigd raken. • Laat de omkeerschakelaar in de neutrale positie staan wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Regeling van het toerental (Fig. 5) Om het toerental van het gereedschap te veranderen, draait u de toerentalregelknop zodat het pijltje dat wijst naar het gewenste toerental op de knop overeenkomt met het referentiepijltje op het lichaam van het gereedschap. Indien de toerentalregelknop moeilijk draait, schakelt u het gereedschap in en probeert u nogmaals om de knop te draaien terwijl het gereedschap onbelast draait. 20 Boren • Boren in hout Voor boren in hout worden de beste resultaten verkregen met houtboren die voorzien zijn van een geleideschroef. Het boren wordt dan vergemakkelijkt aangezien de geleideschroef de boor in het hout trekt. • Boren in metaal Wanneer u begint te boren, gebeurt het dikwijls dat de boor slipt. Om dit te voorkomen slaat u tevoren met een drevel een deukje in het metaal op de plaats waar u wilt boren. Plaats vervolgens de boor in het deukje en start het boren. Gebruik altijd boorolie wanneer u in metaal boort. De enige uitzonderingen zijn ijzer en koper die ‘‘droog’’ geboord dienen te worden. LET OP: • Door teveel druk op het gereedschap uit te oefenen verloopt het boren niet sneller. Integendeel, teveel druk op het gereedschap zal alleen maar de boor beschadigen, de prestatie van het gereedschap verminderen en de gebruiksduur verkorten. • Er ontstaan enorme spanningen op het ogenblik dat de boor uit het gaatje tevoorschijn komt. Houd derhalve het gereedschap stevig vast en wees op uw hoede. • Wanneer de boor klemraakt, keert u met de omkeerschakelaar de draairichting om, om de boor uit het gaatje te krijgen. Pas echter op en houd het gereedschap stevig vast, aangezien het anders uit het gaatje weg kan schieten. • Kleine werkstukken dient u altijd eerst vast te zetten met een klemschroef of iets dergelijks. Indraaien van schroeven (Fig. 6) Plaats de schroefbit op de schroefkop en oefen druk op het gereedschap uit. Start eerst met lage snelheid en voer deze vervolgens geleidelijk op. Laat de trekschakelaar los, zodra de motor ontkoppeld wordt. OPMERKING: • Zorg dat u de schroefbit recht op de schroefkop plaatst, aangezien anders de schroef en/of de schroefbit beschadigd kan worden. • Wanneer u houtschroeven indraait, maak tevoren een gaatje in het hout. Dit vergemakkelijkt het vastschroeven en voorkomt dat het hout splijt. Zie de tabel. Nominale diameter van houtschroef (mm) 3,1 3,5 3,8 4,5 4,8 5,1 Aanbevolen diameter van het gaatje (mm) 2,0 – 2,2 2,2 – 2,5 2,5 – 2,8 2,9 – 3,2 3,1 – 3,4 3,3 – 3,6 6015D (Nl) (’100. 3. 8) Beveiliging tegen overbelasting ONDERHOUD De beveiliging tegen overbelasting verbreekt het spanningscircuit en de knop springt omhoog telkens wanneer u het gereedschap langdurig zwaar werk laat doen. Wacht in zo’n geval 20 tot 30 seconden en druk dan de herstartknop in om de bediening voort te zetten. Plaats echter uw vinger niet op de trekschakelaar wanneer u de herstartknop indrukt. LET OP: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit te voeren aan de machine. Opdat het gereedschap veilig en betrouwbaar blijft, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita service centrum. 21 6015DWE (Accessories) (’100. 3. 15) GB ACCESSORIES CAUTION: These accessories or attachments are recommended for use with your Makita machine specified in this manual. The use of any other accessories or attachments might present a risk of injury to persons. The accessories or attachments should be used only in the proper and intended manner. F ACCESSOIRES ATTENTION : Ces accessoires ou ces fixations sont recommandés pour l’utilisation de l’outil Makita spécifié dans ce manuel. L’utilisation d’autres accessoires ou fixations peut présenter un risque de blessures. Les accessoires ou les fixations ne devront être utilisés que dans le but et de la manière prévus. D ZUBEHÖR VORSICHT: Das mitgelieferte Zubehör ist speziell für den Gebrauch mit dem in dieser Betriebsanleitung angegebenen Makita-Elektrowerkzeug vorgesehen. Bei Verwendung von Fremdzubehör in Verbindung mit dieser Maschine besteht Verletzungsgefahr. I ACCESSORI ATTENZIONE: Gli accessori o raccordi seguenti sono raccomandati per l’uso con l’utensile Makita specificato in questo manuale. L’uso di qualsiasi altro accessorio o raccordo potrebbe causare pericoli di ferite alle persone. Gli accessori o raccordi devono essere usati soltanto nel modo corretto e specificato. NL ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken zijn aanbevolen voor gebruik met uw Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwondingen opleveren. De accessoires of hulpstukken dienen alleen op de juiste en voorgeschreven manier te worden gebruikt. E ACCESORIOS PRECAUCIÓN: Estos accesorios o acoplamientos están recomendados para usar con la herramienta Makita especificada en este manual. Con el uso de cualquier otro accesorio o acoplamiento se podría correr el riesgo de producir heridas a personas. Los accesorios o acoplamientos deberán usarse solamente de la manera apropiada y para la que ha sido designados. 47 6015DWE (Accessories) (’100. 3. 15) • • • • • • • • • • • • Phillips bit Foret Phillips Phillips Doppelkreuzschlitzeinsatz Punta a croce Phillips schroefbit Punta Phillips Broca Phillips Skruebit Korsmejsel Phillips bits Ristipääterä ∞ȯ̋ º›ÏÈ˜ Bit No. L (mm) No. 1 65 No. 2 45 65 110 No. 3 45 65 110 150 250 Bit No. L (mm) D (mm) d (mm) No.2 82 6 5 Note: • Use bit No. 1 when fastening machine screws M3, or wood screws 2.1 mm – 2.7 mm. • Use bit No. 2 when fastening machine screws M4 – M5, or wood screws 3.1 mm – 4.8 mm. • Use bit No. 3 when fastening machine screws M6 – M8, or wood screws 5.1 mm – 6.4 mm. Note : • Utilisez un foret No. 1 avec des vis à métaux M3, ou des vis en bois de 2,1 mm – 2,7 mm. • Utilisez un foret No. 2 avec des vis à métaux M4 – M5, ou des vis en bois de 3,1 mm – 4,8 mm. • Utilisez un foret No. 3 avec des vis à métaux M6 – M8, ou des vis en bois de 5,1 mm – 6,4 mm. Hinweise: • Einsatz Nr. 1 zum Eindrehen von Maschinenschrauben M3 oder Holzschrauben von 2,1 – 2,7 mm verwenden. • Einsatz Nr. 2 zum Eindrehen von Maschinenschrauben M4 – M5 oder Holzschrauben von 3,1 – 4,8 mm verwenden. • Einsatz Nr. 3 zum Eindrehen von Maschinenschrauben M6 – M8 oder Holzschrauben von 5,1 – 6,4 mm verwenden. Note: • Usare la punta No. 1 per il serraggio delle viti a ferro M3 o viti per legno di 2,1 mm – 2,7 mm. • Usare la punta No. 2 per il serraggio delle viti a ferro M4 – M5 o viti per legno di 3,1 mm – 4,8 mm. • Usare la punta No. 3 per il serraggio delle viti a ferro M6 – M8 o viti per legno di 5,1 mm – 6,4 mm. Opmerking: • Gebruik bit Nr. 1 voor het vastdraaien van kolomschroeven M3, of houtschroeven 2,1 mm – 2,7 mm. • Gebruik bit Nr. 2 voor het vastdraaien van kolomschroeven M4 – M5, of houtschroeven 3,1 mm – 4,8 mm. • Gebruik bit Nr. 3 voor het vastdraaien van kolomschroeven M6 – M8, of houtschroeven 5,1 mm – 6,4 mm. 49
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60

Makita 6015DWE Handleiding

Categorie
Boormachines
Type
Handleiding