De Dietrich DRS914JE Handleiding

Categorie
Diepvriezers
Type
Handleiding
37
Instructies voor het gebruik van de gebruiksaanwijzing
Opmerkingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor de juiste werking van
het apparaat.
Aanvullende informatie met betrekking tot de bediening en praktische
toepassingen van het apparaat.
Nuttige tips voor het economisch en milieuvriendelijk verstandige gebruik van
het apparaat
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet
als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats
worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecy-
cled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd,
voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden
kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in
verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de
gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van
huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Inhoudsopgave
Veiligheidsinformatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .38
Afvalverwerking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39
Werking en gebruik / Voor de ingebruikneming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .40
Het apparaat starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .40
Het instellen van de temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .40
Interne onderdelen / Legplateaus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41
Deurplateaus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41
Nuttige tips / Energiebesparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41
Nuttige tips voor het koelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42
Tips voor het invriezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42
Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43
Uitleg van de symbolische tekens van het koude gebied . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43
Onderhoud / Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .44
Lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .45
Het oplossen van problemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .45
Klantenservice en reserveonderdelen / Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . .46
Deur omdraaien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .46
Deurdraairichting van het vriesvak omzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .47
Installatie / Opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .48
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .49
Inbouw / Afmetingen van de uitsparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .50
38
Deze informatie werd voorzien ten behoeve van uw veiligheid. Lees dit alvorens het
apparaat te installeren of te gebruiken. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekom-
stige raadpleging. Als het apparaat van eigenaar verandert, dient de gebruiksaanwijz-
ing meegeleverd te worden.
Algemene aanwijzingen m.b.t. de vei-
ligheid
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed en
geef hem door aan een evt. volgende
eigenaar van het apparaat.
Dit apparaat is alleen bedoeld voor
gebruik in het huishouden, voor het
bewaren van levensmiddelen en dient vol-
gens de voorschriften te worden gebruikt.
Reparaties aan dit apparaat, ook ver-
vangen van het aansluitsnoer, mogen
alleen door Service worden uitgevo-
erd. Daarbij mogen alleen originele
Service-onderdelen gebruikt worden.
Onvakkundige reparaties kunnen tot
aanzienlijke risico's voor de gebruiker lei-
den!
Verzeker u ervan dat de stekker bereik-
baar is nadat het apparaat geinstalleerd
is. Schakel het apparaat uit en trek de
stekker uit het stopcontact voordat u
onderhoudshandelingen verricht.
Het aansluitsnoer mag niet verlengd wor-
den.
Zorg ervoor dat de stekker niet wordt
platgedrukt of beschadigd door de
achterkant van het koel/vriesapparaat.
- Een beschadigde stekker kan oververhit
raken en brand veroorzaken.
Plaats geen zware voorwerpen of het
koel/vriesapparaat zelf op het
aansluitsnoer.
- Daardoor bestaat kans op kortsluiting en
brand.
Trek de stekker niet uit het stopcon-
tact door aan het snoer te trekken,
vooral niet als het koel/vriesapparaat
uit de nis wordt getrokken.
- Schade aan het snoer kan kortsluiting,
brand en/of een elektrische schok
veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
- Als het aansluitsnoer beschadigd is,
moet het worden vervangen door onze
service-afdeling of door een erkend
installateur.
Als het stopcontact los zit, steek de
stekker er dan niet in.
- Daardoor bestaat kans op een elek-
trische schok of brand.
Gebruik het apparaat niet zonder de
afdekking van de binnenverlichting.
Gebruik bij het schoonmaken, het ont-
dooien of het uitnemen van diepvriespro-
ducten of het ijsblokjesbakje geen
scherpe of puntige voorwerpen. Die kun-
nen het apparaat beschadigen.
Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen bij de
temperatuurregelaar en de verlichting
komen.
Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct uit
de vriesruimte in de mond stoppen. IJs
kan aan lippen of tong vastvriezen en ver-
wondingen veroorzaken.
Eenmaal ontdooide levensmiddelen
mogen niet opnieuw ingevroren worden,
maar moeten zo snel mogelijk gecon-
sumeerd worden.
Kant-en-klare diepvriesproducten volgens
de aanwijzingen van de fabrikant van deze
producten bewaren.
Probeer niet het ontdooiproces te ver-
snellen m.b.v. elektrische verwarm-
ingstoestellen of chemische stoffen.
Laat kunststof onderdelen niet met hete
voorwerpen in aanraking komen.
Geen bussen of flessen met brandbaar
gas of vloeistof in het apparaat bewaren.
Explosiegevaar!
Geen koolzuurhoudende dranken, flessen
en blikjes in de diepvriesruimte bewaren.
Het dooiwaterafvoergootje regelmatig con-
troleren en schoonmaken. Bij verstopping
kan het verzamelde dooiwater storingen
veroorzaken.
39
Veiligheid van kinderen
Houd de verpakking uit de buurt van
kinderen. Kunststof folie kan verstikkings-
gevaar opleveren.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik door
volwassenen. Laat kinderen niet met het
apparaat of de bedieningselementen spe-
len.
Als u het apparaat afdankt, trek dan de
stekker uit het stopcontact, snijd het
aansluitsnoer af (zo dicht mogelijk bij het
apparaat) en haal de deur eruit. U verhin-
dert daardoor, dat spelende kinderen een
elektrische schok krijgen of elkaar of
zichzelf in het apparaat opsluiten.
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik
door kinderen, personen met verminderde
lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke
capaciteiten of een gebrek aan kennis en
ervaring, tenzij er toezicht is ingesteld
door de persoon die verantwoordelijk is
voor hun veiligheid of tenzij zij van deze
persoon instructies hebben gekregen over
het gebruik.
Bescherming van het milieu
Dit apparaat bevat geen gassen die de
ozonlaag kunnen beschadigen, niet in het
koelcircuit en evenmin in de isolatiemate-
rialen.
Het apparaat mag niet worden wegge-
gooid bij het normale huishoudelijke afval.
Voorkom beschadiging aan de koeleen-
heid. Informatie over uw plaatselijke
afvalverwerkingslocaties kunt u bij de
gemeente opvragen.
Verwijder de stekker en zorg dat alle
sloten en grendels verwijderd zijn zodat
kinderen niet opgesloten kunnen raken in
het apparaat.
Afvalverwerking
Verpakkingsinformatie van het apparaat
De materialen met het symbool kunnen
gerecycled worden.
>PE< voor polyethyleen, bijv. inpakmateriaal
>PS< voor polystyreen, bijv. opvulmateriaal
(altijd CFC-vrij)
>POM< voor polyoxymethyleen, bijv. plastic
clips. Alle materialen zijn milieuvriendelijk!
Veiligheidsmaatregelen voor isobutaan
Waarschuwing
Het koelmiddel van het apparaat is isobu-
taan
(R 600a) dat in hoge mate brandbaar en
explosief is.
Houd ventilatie-openingen in het apparaat
of in het inbouwmeubel vrij.
Gebruik geen mechanische apparaten of
andere middelen om het ontdooiproces te
bespoedigen, die niet door de fabrikant
worden aangeraden.
Beschadig het koelcircuit niet.
Gebruik geen elektrische apparaten bin-
nenin het apparaat, tenzij ze door de fab-
rikant worden geadviseerd.
Als u zich niet aan deze aanwijzin-
gen houdt, kan de fabrikant niet
aansprakelijk worden gesteld voor
eventuele schade.
40
Voor de ingebruikneming
Wacht ten minste twee uur voordat u
het apparaat aansluit, dan kan de olie
terugvloeien in de compressor.
Voordat u het apparaat voor de eerste
keer gebruikt, wast u de binnenkant en
de interne accessoires met lauwwarm
Werking en gebruik
water en een beetje neutrale zeep om de
typische geur van een nieuw product weg
te nemen. Droog daarna grondig af.
Gebruik geen oplosmiddelen of
schuurpoeders. Deze beschadigen
de lak.
Verwijder de veiligheidselementen die
gebruikt worden bij het transport.
Het apparaat starten
Het instellen van de temperatuur
Steek de stekker in het stopcontact en
draai de thermostaatknop rechtsom voor-
bij de stand «O» (UIT).
De thermostaatregeling die zich aan de
binnenkant van de koelruimte bevindt,
regelt de temperatuur van het apparaat.
Draai de thermostaatregeling naar de
gewenste instelling.
De volgende omstandigheden zijn belan-
grijk met betrekking tot de temperatuur in
de koelkast:
Omgevingstemperatuur
Hoeveelheid en temperatuur van het
opgeslagen voedsel
Regelmaat waarmee de deur wordt
geopend en hoe lang de deur open blijft
staan
Plaatsing van het apparaat. De temperatu-
ur in de koelkast wordt automatisch
bijgesteld.
Instelling “1” = hoogste temperatuur,
warmste instelling
Instelling “6” = laagste temperatuur,
koudste instelling.
Instelling “0” = Uit
Een gemiddelde instelling is over het
algemeen het meest geschikt.
41
Interne onderdelen
Deurplateaus
Legplateaus
De legplateaus kunnen verwijderd worden
om ze te reinigen.
Om de opslag van voedselverpakkingen
van verschillende afmetingen te kunnen
ondersteunen, kunnen de legplateaus op
verschillende hoogten worden geplaatst.
Om een intern legplateau te verwijderen,
trekt u het naar voren totdat het kan wor-
den opgetild of gekanteld en worden ver-
wijderd.
Om het plateau op een andere hoogte
terug te plaatsen, doet u hetzelfde in
omgekeerde volgorde.
Het glazen legplateau boven de groen-
tenlades en het flessenrek moeten alti-
jd op dezelfde plaats blijven om een
goede luchtcirculatie te garanderen.
Om de opslag van voedselverpakkingen
van verschillende afmeting te kunnen
ondersteunen, kan het middelste deur-
plateau in hoogte versteld worden.
Trek het plateau geleidelijk in de richting
van de pijlen totdat het los komt en plaats
op een andere gewenste hoogte terug.
Voor een grondiger reiniging kunnen de
bovenste en onderste deurplateaus
gemakkelijk verwijderd worden en op hun
plek teruggezet worden.
Energiebesparing
Let op waar de koelkast wordt geplaatst. Zie
paragraaf “Installatie”. Zodra het juist geďn-
stalleerd is, verbruikt de koelkast minder
energie.
Probeer te voorkomen dat u de deur
lange tijd open houdt of dat u de deur te
vaak opent, aangezien warme lucht in de
koelkast komt en ervoor zorgt dat de
compressor onnodig vaak aan slaat.
Als de omgevingstemperatuur hoog is, de
thermostaatknop op de koudste instelling
Nuttige tips
(hogere cijfers) staat en het apparaat
volledig gevuld is, kan de compressor
continu aan staan waardoor er ijs op de
verdamper ontstaat. Als dit gebeurt, draait
u de knop naar een warmere instelling
(lagere cijfers) om de koelkast automa-
tisch te laten ontdooien en zo elek-
triciteitsverbruik te besparen.
Plaats geen warm voedsel in de koelkast.
Laat warm voedsel eerst afkoelen.
Houd de hitte-emissiecondensor, het met-
alen rooster aan de achterwand van de
koelkast, altijd schoon.
42
Bewaar geen warm voedsel of dampende
vloeistoffen in de koelkast en bedek het
voedsel, vooral als het een sterke geur
verspreidt.
Om de koelkast op de juiste manier te
gebruiken, zijn hier een aantal nuttige tips:
Rauw vlees (biefstuk, varkensvlees,
lam en gevogelte): stop dit in plastic
zakken en leg boven de saladeruimte. Dit
is het koudste punt in de koelkast. Vlees
kan alleen op deze manier veilig wor-
den opgeborgen voor ten hoogste een
of twee dagen.
Gekookt voedsel, koude stukken, pud-
ding, enz.: dit moet goed bedekt worden
Nuttige tips voor het koelen
Tips voor het invriezen
en kan op een van de glasplaten worden
gezet.
Fruit en groenten: dit moet goed
schoongemaakt worden en in de onderste
lade(n) bewaard worden.
Boter en kaas: dit moet in speciale lucht-
dichte bakjes gelegd of in aluminiumfolie
of plastic zakjes gewikkeld worden om
zoveel mogelijk lucht buiten te sluiten.
Melkflessen: deze moeten een afdekdop
hebben en opgeslagen worden in het
flessenrek in de deur.
Bananen, aardappelen, uien en knoflook,
indien niet verpakt, mogen niet in de
koelkast bewaard worden.
Om u te helpen om het beste van het
invriesproces te maken, volgen hier een paar
belangrijke tips:
de maximale hoeveelheid voedsel die in
24 uur ingevroren kan worden. is vermeld
op het typeplaatje;
het invriesproces duurt 24 uur. Voeg
gedurende deze periode niet meer in te
vriezen voedsel toe;
vries alleen vers en grondig schoonge-
maakte levensmiddelen van uitstekende
kwaliteit in;
bereid het voedsel in kleine porties voor,
zo kan het snel en volledig worden
ingevroren en zo kunt u later alleen die
hoeveelheid laten ontdooien die u nodig
heeft;
wikkel het voedsel in aluminiumfolie of
plastic en zorg ervoor dat de pakjes lucht-
dicht zijn;
leg vers, nog niet ingevroren voedsel niet
tegen het al ingevroren voedsel, om te
voorkomen dat dit laatste warm wordt;
smalle pakjes zijn makkelijker op te
bergen dan dikke; zout maakt voedsel
minder lang houdbaar;
water bevriest, als dit rechtstreeks uit het
vriesvak geconsumeerd wordt, kan het
aan de huid vastvriezen;
het is aan te bevelen de invriesdatum op
elk pakje te vermelden, dan kunt u zien
hoe lang het al bewaard is;
43
Uitleg van de symbolische tekens van het koude gebied
Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel
Het symbool hiernaast duidt de plaats
aan van het koudste gedeelte van
ijskast.
K
oudste gebied: lager of gelijk aan +4°C
Vlees, pluimvee, vis, vleeswaren, kant en
klare gerechten, gemengde salades, gerecht-
en en gebak gemaakt van eieren of slagroom,
verse pasta, taartdeeg, pizza/quiche, verse
producten en kaas gemaakt van verse melk,
groenten klaar voor gebruik verpakt in plastic
zakjes en meer in het algemeen alle verse
producten, waarvan de vervaldatum in ver-
band staat met een conserveringtemperatuur
die lager is dan of gelijk aan +4°C.
T
emperatuuraanduiding
Thermostaat die afgesteld moet worden
Goede temperatuur
De temperatuuraanduiding maakt het mogelijk
de goede werking van uw ijskast te control-
eren.
Op de aanduiding verschijnt het opschrift
"OK", wanneer het koudste gebied een tem-
peratuur bereikt die lager is dan, of gelijk aan
4°C.
Indien de temperatuur hoger is dan 4°C blijft
de aanduiding zwart. De gebruiker dient de
temperatuur van de ijskast in dit geval dus te
verlagen door de thermostaat af te stellen.
LET OP: Als de deur van de ijskast lang open
blijft staan, wordt de interne temperatuur ver-
hoogd. Om de temperatuur op de juiste
manier te meten, dient de aanduiding binnen
30 seconden afgelezen te worden.
Om de beste resultaten van dit apparaat te
verkrijgen, dient u:
er zich van te verzekeren dat de commer-
cieel ingevroren levensmiddelen op
geschikte wijze door de detailhandelaar
werden opgeslagen;
ervoor te zorgen dat de ingevroren levens-
middelen zo snel mogelijk van de winkel
naar uw vriezer gebracht worden;
de deur niet vaker te openen of open te
laten staan dan strikt noodzakelijk.
Als voedsel eenmaal ontdooid is, bederft
het snel en kan het niet opnieuw worden
ingevroren.
Bewaar het voedsel niet langer dan de
door de fabrikant aangegeven bewaarperi-
ode.
44
Onderhoud
Trek de stekker uit het stopcon-
tact voordat u een onderhoud-
shandeling gaat verrichten.
WAARSCHUWING
Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in
de koeleenheid. Onderhoud en her-
laden mag alleen uitgevoerd worden
door bevoegde technici.
Ontdooien
Een deel van het vocht uit de koelruimte
wordt tijdens het gebruik in de vorm van ijs of
rijp afgescheiden.
Dikke lagen ijs en rijp hebben een isolerend
effect. Het koelvermogen wordt minder, de
temperatuur stijgt, er is meer energie nodig
en als ijs of rijp te dik worden, kan de deur
van de vriesruimte niet meer open, de deur
kan zelfs kapotgaan.
Bij dit type apparaat gebeurt het ontdooien
van de koelruimte automatisch, zonder dat u
daaraan iets hoeft te doen.
De thermostaat onderbreekt regelmatig de
werking van de compressor. Het koelen
wordt dan onderbroken, de temperatuur in
de koelruimte stijgt en het ontdooien begint.
Na het ontdooien start de thermostaat het
koelen weer.
Het dooiwater loopt via het dooiwaterafvoer-
gootje in het condensbakje bovenop de
compressor en verdampt door de warmte.
Controleer regelmatig of het dooi-
waterafvoergootje niet verstopt is.
Als het afvoergootje verstopt is,
kan het dooiwater schade
veroorzaken aan de isolatie van
het apparaat.
Maak het gootje schoon m.b.v. het
meegeleverde krabbertje (zie afb.). Het krab-
bertje kunt u weer in het gootje opbergen.
Controleer regelmatig of het dooiwaterafvoer-
gootje niet verstopt is.
Meestal raakt het afvoergootje verstopt door
in papier verpakte levensmiddelen. Het papier
komt in aanraking met de achterzijde van de
koelruimte en vriest daaraan vast. Als u de
levensmiddelen uit de koelruimte haalt,
scheurt het papier en dat kan tot verstopping
van het afvoergootje leiden. Doe dus
voorzichtig met in papier verpakte levensmid-
delen.
Als erg veel koelvermogen nodig is,
bijv. tijdens een hittegolf, werkt de
koelkast soms continu. Er wordt dan
niet automatisch ontdooid.
Het is niet abnormaal als er na het ontdooien
kleine restjes ijs en rijp op de achterkant van
de koelruimte achterblijven.
De vriesruimte kan niet automatisch ontdooid
worden, omdat de diepvriesproducten geen
hogere temperaturen kunnen verdragen.
De laag ijs kan afgeschraapt en verwijderd
worden met een plastic schraper, mits de
laag niet te dik is.
Als de ijslaag zo dik is, dat hij niet met de
kunststof schraper verwijderd kan worden,
moet de vriesruimte ontdooid worden (in het
algemeen 2 tot 3 keer per jaar).
Neem de levensmiddelen uit de koel- en
vriesruimte en wikkel ze in enkele lagen kran-
tenpapier of dekens. Bewaar ze op een zo
koel mogelijke plaats.
Maak het apparaat spanningloos en laat de
deuren van vries- en koelruimte open.
Veeg het dooiwater aldoor met een zachte
doek of spons weg.
Na het ontdooien de binnenzijde van vries- en
koelruimte droog wrijven, de stekker weer in
het stopcontact steken en de levensmiddelen
weer in het apparaat leggen.
Zet na het ontdooien de temperatuurregelaar
op de hoogste stand, zodat het apparaat zo
snel mogelijk weer de geschikte bewaartem-
peratuur kan bereiken.
45
Reiniging
Gebruik nooit metalen voorwerpen
om uw apparaat schoon te maken,
het kan beschadigd raken. Gebruik
NOOIT reinigingsmiddelen, schuur-
poeders, zeer geparfumeerde
reinigingsproducten of waspolijst-
middelen om de binnenkant mee
te reinigen, aangezien deze midde-
len het oppervlak beschadigen en
een sterke geur achterlaten.
Reinig het interieur met warm water en bicar-
bonaat of soda. Spoel af en maak grondig
schoon.
Om een veilige bediening van de koelkast te
garanderen, dient u een keer per jaar het
ventilatierooster aan de onderkant te verwi-
jderen en de luchtkanalen met een stofzuiger
uit te zuigen.
Als het apparaat niet in gebruik is
Haal de stekker uit het stopcontact.
Haal al het voedsel eruit en maak het appa-
raat schoon, laat de deur op een kier staan
om geurtjes te voorkomen.
Lamp vervangen
Als de lamp kapot is, kunt u hem als volgt ver-
vangen:
Trek de stekker uit het stopcontact.
Schroef de afdekking los en trek hem in de
richting van de pijl. Nu kunt u de lamp vervan-
gen. (Type gloeilamp: Mignon 322, 230 V,
15 W, fitting E 14)
Zet daarna de afdekking weer terug, draai de
schroef vast en steek de stekker in het stop-
contact.
Als de lamp defect is, heeft dat geen
nadelige invloed op de werking van de koel-
ruimte.
46
Het oplossen van problemen
Sommige problemen kunnen gemakkelijk ver-
holpen worden voordat u de Technische
Service belt. Volg de onderstaande instruc-
ties:
PROBLEEM
De deur sluit niet
De koelkast is te warm
Het is te koud in de koelkast.
De compressor werkt continu.
Er ligt water in/buiten de koelkast.
Er ligt water op de vloer.
Geluiden
OPLOSSING
Zorg dat het apparaat vlak staat als dit niet het geval is. Het gewicht is
groter dan de opslaglimiet van de deur aan kan, dus verspreid het
gewicht gelijkmatiger of haal producten weg. Het apparaat is niet juist
geďnstalleerd. Raadpleeg paragraaf “Inbouwen”.
Stel een lagere temperatuur in. Verdeel de voedselproducten zodat
koude lucht eromheen kan circuleren. Zorg dat de deur goed ges-
loten is en dat de isoleerstrip volledig en schoon is. De temperatuur
op de plek van de koelkast is boven normale kamertemperatuur.
Draai de temperatuurregeling tijdelijk naar een warmere instelling.
Draai de thermostaatknop naar een lager cijfer. De temperatuur op de
plek van de koelkast is boven normale kamertemperatuur. Controleer
of de ventilatie voldoende is en of de ventilatieopeningen niet verstopt
zijn. De oorzaak kan liggen in de plaatsing van grote hoeveelheden
voedsel en/of het vaak openen/sluiten van de deur.
Dit kan normaal zijn. Tijdens de automatische ontdooifase kan ijs van
de koelplaat vallen.
Plaats de afvoerslang aan de achterkant van de koelkast net boven de
afvoerbak.
Dit kan normaal zijn. De temperatuurregeling kan klikgeluiden
veroorzaken wanneer het systeem in- of uitgeschakeld wordt. Het
geďnjecteerde koelgas kan een gorgelend geluid produceren als het
door de buizen stroomt. De motor kan een zoemend geluid en/of een
licht tikgeluid voortbrengen. Het gebruikte isolatiemateriaal heeft de
neiging de geluidsniveaus iets te verhogen, maar zorgt wel voor
betere isolatie en een lager energieverbruik.
47
Klantenservice en reserveonderdelen
Deur omdraaien
Als u geen oplossing kunt vinden voor een
storing in deze bedieningsinstructies, kunt u
contact opnemen met de vakhandelaar of de
klantenservice en raadpleeg uw
Garantiekaart.
Selectief bestellen van vervangingsonderde-
len kan onnodig portokosten besparen. Geeft
om deze reden altijd de volgende informatie
van het apparaat door:
Modelnaam
Modelnummer (PNC)
Serienummer (S-No.)
Deze informatie bevindt zich op het typeplaat-
je in de koelkast aan de linkerwand. We
raden u aan deze informatie hieronder op te
schrijven, zodat u het bij de hand heeft indien
nodig.
Technische gegevens
De technische gegevens staan op het type-
plaatje aan de linkerkant in het apparaat.
Het apparaat wordt geleverd met
een naar rechts openende deur.
Volg de instructies hieronder om een naar
links openende deur te installeren.
1. Draai de schroef van het bovenste
scharnier los en verwijder de afstand-
shouder.
2. Verwijder de deur.
3. Schroef de onderste pen los met een
sleutel en monteer hem op de tegen-
overliggende kant.
4. Plaats de deur terug en schroef het boven-
ste scharnier met afstandshouder aan de
tegenovergestelde zijde.
48
Deurdraairichting van het vriesvak omzetten
Nadat u de buitendeur hebt omgezet, moet
ook de deurdraairichting van het vriesvak
worden omgezet.
Ga te werk zoals in de afbeelding
aangegeven.
Duwt u met een schroevedraaier het lipje
van de sluiting in dat aan de binnenkant
van de onderste deurbeugel zit.
Kantelt u de onderbeugel samen met het
vriesvakdeurtje naar buiten en neem die
vervolgens van de pin van het vries-
vakdeurtje af.
Verwijdert u de vierkantige afdichting en
plaats die in de vrijgekomen opening aan
de tegenovergestelde zijde.
Plaatst u de onderbeugel, na het vries-
vakdeurtje over 180° gedraaid te hebben,
op de onderste pin van het vriesvakdeurt-
je.
Plaatst u de pin van de bovenbeugel van
het vriesvakdeurtje in de vrije opening en
duw vervolgens de onderbeugel samen
met het vriesvakdeurtje in tot aan de
aanslag.
49
Installatie
Behandel het apparaat uiterst
voorzichtig om geen schade aan
de koeleenheid te veroorzaken met
mogelijk vloeistoflekkage.
Tijdens normale bediening worden de
condensor en compressor aan de
achterkant van het apparaat erg heet.
Zorg er altijd voor dat er voldoende venti-
latie is, anders leidt dit tot uitval van
onderdelen en mogelijk verlies van voed-
sel. Raadpleeg de installatie-instructies.
Belangrijk: Als het netsnoer beschadigd
is, moet dit vervangen worden door een
speciale kabel of kabelsamenstel die
verkrijgbaar zijn bij de fabrikant of diens
servicevertegenwoordiger.
Opstelling
Pak de koelkast uit en controleer of hij in
goede conditie is en geen schade van het
transport heeft opgelopen.
Het apparaat mag niet vlakbij radiatoren of
kooktoestellen op gas geplaatst worden.
Stel het apparaat niet langdurig bloot aan
direct zonlicht.
Om veiligheidsredenen moet de minimale
ventilatie zijn zoals getoond in Afb.
Let op: Houd de ventilatie-openingen alti-
jd vrij van obstructies.
De nis moet voorzien worden van een ven-
tilatieleiding met de volgende afmetingen:
diepte 50 mm
Breedte 540 mm
De klimaatklassificatie bevindt zich op het
typeplaatje in de koelkast aan de linkerwand.
De volgende tabel toont welke omgeving-
stemperatuur juist is voor elke klimaatklassifi-
catie:
Klimaat- voor een
klassificatie omgevingstemperatuur
van
SN +10 tot +32 °C
N +16 tot +32 °C
ST +16 tot +38 °C
T +16 tot +43 °C
Elektrische aansluiting
Zorg er vóór het aansluiten voor dat het volt-
age en de frequentie op het typeplaatje
overeenkomen met de stroomtoevoer in uw
huis.
Het apparaat moet geaard zijn. De netsnoer-
stekker is voorzien van een contact voor dit
doel. Als het stopcontact niet geaard is, sluit
het apparaat dan aan op een afzonderlijk
aardepunt, in overeenstemming met de
geldende regels, raadpleeg hiervoor een
gekwalificeerd elektricien.
De fabrikant neemt geen verantwoordelijkheid
op zich als de bovenstaande veiligheidsmaa-
tregelen niet worden nageleefd.
Dit apparaat voldoet aan de EU. richtlijnen.
50
Inbouw
Afmetingen van de uitsparing
Hoogte van de behuizing (1)
880 1225 mm
Diepte van de behuizing (2)
550 550 mm
Breedte van de behuizing (3)
560 560 mm
A Il est De nis moet voorzien worden van een
ventilatieleiding met de volgende afmetingen:
Diepte 50 mm
Breedte 540 mm
Voor de juiste ventilatie volgt u de aanwijzin-
gen in de afbeelding.
1. Plaats het apparaat in de nis en zorg
ervoor dat het tegen het interne oppervlak
van de eenheid aan staat aan de kant waar
de deurscharnieren van het apparaat wor-
den geplaatst. Plaats het apparaat totdat
de bovenstrip tegen de eenheid (1) grenst
en zorg ervoor dat het onderste scharnier
in lijn is met het oppervlak van de eenheid
(2).
2. Open de deur en duw het apparaat tegen
de zijkant van het keukenkastje dat zich
tegenover de apparaatscharnieren bevin-
dt. Maak het apparaat met 4 schroeven (l)
vast die in de kit bij het apparaat zijn
meegeleverd.
51
3. Druk de gezamenlijke bedekking aan
tussen het apparaat en het keukenkastje.
4. U moet het gedeelte van het kunststof
deksel (E), dat gebruikt wordt om het
scharnier af te dekken, verwijderen, zoals
aangegeven op de tekening. Deze handel-
ing wordt vergemakkelijkt omdat er aan de
binnenkant van het scharnierdeksel een
groef is aangebracht, waardoor u dit
onderdeel makkelijker kunt verwijderen.
"Verwijder het onderdeel dat gemarkeerd
is met DX, als de scharnierpen in het
rechter scharnier is geplaatst, in het
tegenovergestelde geval het onderdeel
gemarkeerd met SX verwijderen."
Breng de afdichtstopsels (C-D) in de gaten
in de deklijsten aan. Bevestig het venti-
latierooster (B). Breng, onder lichte druk,
het dekseltje (E) aan.
5. Scheidt onderdelen Ha, Hb, Hc, Hd zoals
aangegeven in de afbeelding.
6. Plaats geleider (Ha) aan de binnenkant van
de keukenkastdeur op en neer zoals
getoond in de afbeelding en markeer de
positie van de externe gaten. Nadat u
52
gaten geboord heeft, plaatst u de geleider
met de geleverde schroeven.
7. Bevestig bedekking (Hc) op geleider (Ha)
totdat het op zijn plaats klikt.
8. Op de apparaatdeur en de kastdeur 90°.
Plaats het kleine vierkantje (Hb) in de
geleider (Ha). Voeg de apparaatdeur en
keukenkastdeur samen en markeer de
gaten zoals aangegeven in de afbeelding.
9. Verwijder de vierkantjes en markeer een
afstand van 8 mm vanaf de buitenrand van
de deur waar de nagel moet worden vast-
gemaakt (K).
10.Plaats het kleine vierkantje op de geleider
terug en maakt het goed met de
meegeleverde schroeven vast.
Mocht de uitlijning van de keukenkastdeur
nodig zijn, dan maakt u gebruik van de
speling van de gleuven.
Aan het einde van deze procedure moet u
controleren of de keukenkastdeur goed
sluit.
53
11. Plaats bedekking (Hd) op de smalle kant
(Hb) totdat het op zijn plaats klikt.

Documenttranscriptie

37 Instructies voor het gebruik van de gebruiksaanwijzing Opmerkingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor de juiste werking van het apparaat. Aanvullende informatie met betrekking tot de bediening en praktische toepassingen van het apparaat. Nuttige tips voor het economisch en milieuvriendelijk verstandige gebruik van het apparaat Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. Inhoudsopgave Veiligheidsinformatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .38 Afvalverwerking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39 Werking en gebruik / Voor de ingebruikneming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .40 Het apparaat starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .40 Het instellen van de temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .40 Interne onderdelen / Legplateaus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41 Deurplateaus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41 Nuttige tips / Energiebesparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41 Nuttige tips voor het koelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42 Tips voor het invriezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43 Uitleg van de symbolische tekens van het koude gebied . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43 Onderhoud / Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .44 Lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .45 Het oplossen van problemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .45 Klantenservice en reserveonderdelen / Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . .46 Deur omdraaien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .46 Deurdraairichting van het vriesvak omzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .47 Installatie / Opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .48 Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .49 Inbouw / Afmetingen van de uitsparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .50 38 Veiligheidsinformatie Deze informatie werd voorzien ten behoeve van uw veiligheid. Lees dit alvorens het apparaat te installeren of te gebruiken. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige raadpleging. Als het apparaat van eigenaar verandert, dient de gebruiksaanwijzing meegeleverd te worden. Algemene aanwijzingen m.b.t. de veiligheid Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed en geef hem door aan een evt. volgende eigenaar van het apparaat. Dit apparaat is alleen bedoeld voor gebruik in het huishouden, voor het bewaren van levensmiddelen en dient volgens de voorschriften te worden gebruikt. Reparaties aan dit apparaat, ook vervangen van het aansluitsnoer, mogen alleen door Service worden uitgevoerd. Daarbij mogen alleen originele Service-onderdelen gebruikt worden. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico's voor de gebruiker leiden! Verzeker u ervan dat de stekker bereikbaar is nadat het apparaat geinstalleerd is. Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht. Het aansluitsnoer mag niet verlengd worden. Zorg ervoor dat de stekker niet wordt platgedrukt of beschadigd door de achterkant van het koel/vriesapparaat. - Een beschadigde stekker kan oververhit raken en brand veroorzaken. Plaats geen zware voorwerpen of het koel/vriesapparaat zelf op het aansluitsnoer. - Daardoor bestaat kans op kortsluiting en brand. Trek de stekker niet uit het stopcontact door aan het snoer te trekken, vooral niet als het koel/vriesapparaat uit de nis wordt getrokken. - Schade aan het snoer kan kortsluiting, brand en/of een elektrische schok veroorzaken. - Als het aansluitsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door onze service-afdeling of door een erkend installateur. Als het stopcontact los zit, steek de stekker er dan niet in. - Daardoor bestaat kans op een elektrische schok of brand. Gebruik het apparaat niet zonder de afdekking van de binnenverlichting. Gebruik bij het schoonmaken, het ontdooien of het uitnemen van diepvriesproducten of het ijsblokjesbakje geen scherpe of puntige voorwerpen. Die kunnen het apparaat beschadigen. Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen bij de temperatuurregelaar en de verlichting komen. Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct uit de vriesruimte in de mond stoppen. IJs kan aan lippen of tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken. Eenmaal ontdooide levensmiddelen mogen niet opnieuw ingevroren worden, maar moeten zo snel mogelijk geconsumeerd worden. Kant-en-klare diepvriesproducten volgens de aanwijzingen van de fabrikant van deze producten bewaren. Probeer niet het ontdooiproces te versnellen m.b.v. elektrische verwarmingstoestellen of chemische stoffen. Laat kunststof onderdelen niet met hete voorwerpen in aanraking komen. Geen bussen of flessen met brandbaar gas of vloeistof in het apparaat bewaren. Explosiegevaar! Geen koolzuurhoudende dranken, flessen en blikjes in de diepvriesruimte bewaren. Het dooiwaterafvoergootje regelmatig controleren en schoonmaken. Bij verstopping kan het verzamelde dooiwater storingen veroorzaken. 39 Veiligheid van kinderen Houd de verpakking uit de buurt van kinderen. Kunststof folie kan verstikkingsgevaar opleveren. Het apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen. Laat kinderen niet met het apparaat of de bedieningselementen spelen. Als u het apparaat afdankt, trek dan de stekker uit het stopcontact, snijd het aansluitsnoer af (zo dicht mogelijk bij het apparaat) en haal de deur eruit. U verhindert daardoor, dat spelende kinderen een elektrische schok krijgen of elkaar of zichzelf in het apparaat opsluiten. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door kinderen, personen met verminderde lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke capaciteiten of een gebrek aan kennis en ervaring, tenzij er toezicht is ingesteld door de persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of tenzij zij van deze persoon instructies hebben gekregen over het gebruik. Bescherming van het milieu Dit apparaat bevat geen gassen die de ozonlaag kunnen beschadigen, niet in het koelcircuit en evenmin in de isolatiematerialen. Het apparaat mag niet worden weggegooid bij het normale huishoudelijke afval. Voorkom beschadiging aan de koeleenheid. Informatie over uw plaatselijke afvalverwerkingslocaties kunt u bij de gemeente opvragen. Verwijder de stekker en zorg dat alle sloten en grendels verwijderd zijn zodat kinderen niet opgesloten kunnen raken in het apparaat. Afvalverwerking Verpakkingsinformatie van het apparaat De materialen met het symbool kunnen gerecycled worden. >PE< voor polyethyleen, bijv. inpakmateriaal >PS< voor polystyreen, bijv. opvulmateriaal (altijd CFC-vrij) >POM< voor polyoxymethyleen, bijv. plastic clips. Alle materialen zijn milieuvriendelijk! Veiligheidsmaatregelen voor isobutaan Waarschuwing Het koelmiddel van het apparaat is isobutaan (R 600a) dat in hoge mate brandbaar en explosief is. Houd ventilatie-openingen in het apparaat of in het inbouwmeubel vrij. Gebruik geen mechanische apparaten of andere middelen om het ontdooiproces te bespoedigen, die niet door de fabrikant worden aangeraden. Beschadig het koelcircuit niet. Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat, tenzij ze door de fabrikant worden geadviseerd. Als u zich niet aan deze aanwijzingen houdt, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade. 40 Werking en gebruik Voor de ingebruikneming Wacht ten minste twee uur voordat u het apparaat aansluit, dan kan de olie terugvloeien in de compressor. Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, wast u de binnenkant en de interne accessoires met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een nieuw product weg te nemen. Droog daarna grondig af. Gebruik geen oplosmiddelen of schuurpoeders. Deze beschadigen de lak. Verwijder de veiligheidselementen die gebruikt worden bij het transport. Het apparaat starten Steek de stekker in het stopcontact en draai de thermostaatknop rechtsom voorbij de stand «O» (UIT). De thermostaatregeling die zich aan de binnenkant van de koelruimte bevindt, regelt de temperatuur van het apparaat. Draai de thermostaatregeling naar de gewenste instelling. Het instellen van de temperatuur De volgende omstandigheden zijn belangrijk met betrekking tot de temperatuur in de koelkast: Omgevingstemperatuur Hoeveelheid en temperatuur van het opgeslagen voedsel Regelmaat waarmee de deur wordt geopend en hoe lang de deur open blijft staan Plaatsing van het apparaat. De temperatuur in de koelkast wordt automatisch bijgesteld. Instelling “1” = hoogste temperatuur, warmste instelling Instelling “6” = laagste temperatuur, koudste instelling. Instelling “0” = Uit Een gemiddelde instelling is over het algemeen het meest geschikt. 41 Interne onderdelen Legplateaus De legplateaus kunnen verwijderd worden om ze te reinigen. Om de opslag van voedselverpakkingen van verschillende afmetingen te kunnen ondersteunen, kunnen de legplateaus op verschillende hoogten worden geplaatst. Om een intern legplateau te verwijderen, trekt u het naar voren totdat het kan worden opgetild of gekanteld en worden verwijderd. Om het plateau op een andere hoogte terug te plaatsen, doet u hetzelfde in omgekeerde volgorde. Het glazen legplateau boven de groentenlades en het flessenrek moeten altijd op dezelfde plaats blijven om een goede luchtcirculatie te garanderen. Deurplateaus Om de opslag van voedselverpakkingen van verschillende afmeting te kunnen ondersteunen, kan het middelste deurplateau in hoogte versteld worden. Trek het plateau geleidelijk in de richting van de pijlen totdat het los komt en plaats op een andere gewenste hoogte terug. Voor een grondiger reiniging kunnen de bovenste en onderste deurplateaus gemakkelijk verwijderd worden en op hun plek teruggezet worden. Nuttige tips Energiebesparing Let op waar de koelkast wordt geplaatst. Zie paragraaf “Installatie”. Zodra het juist geďnstalleerd is, verbruikt de koelkast minder energie. Probeer te voorkomen dat u de deur lange tijd open houdt of dat u de deur te vaak opent, aangezien warme lucht in de koelkast komt en ervoor zorgt dat de compressor onnodig vaak aan slaat. Als de omgevingstemperatuur hoog is, de thermostaatknop op de koudste instelling (hogere cijfers) staat en het apparaat volledig gevuld is, kan de compressor continu aan staan waardoor er ijs op de verdamper ontstaat. Als dit gebeurt, draait u de knop naar een warmere instelling (lagere cijfers) om de koelkast automatisch te laten ontdooien en zo elektriciteitsverbruik te besparen. Plaats geen warm voedsel in de koelkast. Laat warm voedsel eerst afkoelen. Houd de hitte-emissiecondensor, het metalen rooster aan de achterwand van de koelkast, altijd schoon. 42 Nuttige tips voor het koelen Bewaar geen warm voedsel of dampende vloeistoffen in de koelkast en bedek het voedsel, vooral als het een sterke geur verspreidt. Om de koelkast op de juiste manier te gebruiken, zijn hier een aantal nuttige tips: Rauw vlees (biefstuk, varkensvlees, lam en gevogelte): stop dit in plastic zakken en leg boven de saladeruimte. Dit is het koudste punt in de koelkast. Vlees kan alleen op deze manier veilig worden opgeborgen voor ten hoogste een of twee dagen. Gekookt voedsel, koude stukken, pudding, enz.: dit moet goed bedekt worden en kan op een van de glasplaten worden gezet. Fruit en groenten: dit moet goed schoongemaakt worden en in de onderste lade(n) bewaard worden. Boter en kaas: dit moet in speciale luchtdichte bakjes gelegd of in aluminiumfolie of plastic zakjes gewikkeld worden om zoveel mogelijk lucht buiten te sluiten. Melkflessen: deze moeten een afdekdop hebben en opgeslagen worden in het flessenrek in de deur. Bananen, aardappelen, uien en knoflook, indien niet verpakt, mogen niet in de koelkast bewaard worden. Tips voor het invriezen Om u te helpen om het beste van het invriesproces te maken, volgen hier een paar belangrijke tips: de maximale hoeveelheid voedsel die in 24 uur ingevroren kan worden. is vermeld op het typeplaatje; het invriesproces duurt 24 uur. Voeg gedurende deze periode niet meer in te vriezen voedsel toe; vries alleen vers en grondig schoongemaakte levensmiddelen van uitstekende kwaliteit in; bereid het voedsel in kleine porties voor, zo kan het snel en volledig worden ingevroren en zo kunt u later alleen die hoeveelheid laten ontdooien die u nodig heeft; wikkel het voedsel in aluminiumfolie of plastic en zorg ervoor dat de pakjes luchtdicht zijn; leg vers, nog niet ingevroren voedsel niet tegen het al ingevroren voedsel, om te voorkomen dat dit laatste warm wordt; smalle pakjes zijn makkelijker op te bergen dan dikke; zout maakt voedsel minder lang houdbaar; water bevriest, als dit rechtstreeks uit het vriesvak geconsumeerd wordt, kan het aan de huid vastvriezen; het is aan te bevelen de invriesdatum op elk pakje te vermelden, dan kunt u zien hoe lang het al bewaard is; 43 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel Om de beste resultaten van dit apparaat te verkrijgen, dient u: er zich van te verzekeren dat de commercieel ingevroren levensmiddelen op geschikte wijze door de detailhandelaar werden opgeslagen; ervoor te zorgen dat de ingevroren levensmiddelen zo snel mogelijk van de winkel naar uw vriezer gebracht worden; de deur niet vaker te openen of open te laten staan dan strikt noodzakelijk. Als voedsel eenmaal ontdooid is, bederft het snel en kan het niet opnieuw worden ingevroren. Bewaar het voedsel niet langer dan de door de fabrikant aangegeven bewaarperiode. Uitleg van de symbolische tekens van het koude gebied Het symbool hiernaast duidt de plaats aan van het koudste gedeelte van ijskast. Koudste gebied: lager of gelijk aan +4°C Vlees, pluimvee, vis, vleeswaren, kant en klare gerechten, gemengde salades, gerechten en gebak gemaakt van eieren of slagroom, verse pasta, taartdeeg, pizza/quiche, verse producten en kaas gemaakt van verse melk, groenten klaar voor gebruik verpakt in plastic zakjes en meer in het algemeen alle verse producten, waarvan de vervaldatum in verband staat met een conserveringtemperatuur die lager is dan of gelijk aan +4°C. Temperatuuraanduiding Thermostaat die afgesteld moet worden Goede temperatuur De temperatuuraanduiding maakt het mogelijk de goede werking van uw ijskast te controleren. Op de aanduiding verschijnt het opschrift "OK", wanneer het koudste gebied een temperatuur bereikt die lager is dan, of gelijk aan 4°C. Indien de temperatuur hoger is dan 4°C blijft de aanduiding zwart. De gebruiker dient de temperatuur van de ijskast in dit geval dus te verlagen door de thermostaat af te stellen. LET OP: Als de deur van de ijskast lang open blijft staan, wordt de interne temperatuur verhoogd. Om de temperatuur op de juiste manier te meten, dient de aanduiding binnen 30 seconden afgelezen te worden. 44 Onderhoud Trek de stekker uit het stopcontact voordat u een onderhoudshandeling gaat verrichten. WAARSCHUWING Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in de koeleenheid. Onderhoud en herladen mag alleen uitgevoerd worden door bevoegde technici. Ontdooien Een deel van het vocht uit de koelruimte wordt tijdens het gebruik in de vorm van ijs of rijp afgescheiden. Dikke lagen ijs en rijp hebben een isolerend effect. Het koelvermogen wordt minder, de temperatuur stijgt, er is meer energie nodig en als ijs of rijp te dik worden, kan de deur van de vriesruimte niet meer open, de deur kan zelfs kapotgaan. Bij dit type apparaat gebeurt het ontdooien van de koelruimte automatisch, zonder dat u daaraan iets hoeft te doen. De thermostaat onderbreekt regelmatig de werking van de compressor. Het koelen wordt dan onderbroken, de temperatuur in de koelruimte stijgt en het ontdooien begint. Na het ontdooien start de thermostaat het koelen weer. Het dooiwater loopt via het dooiwaterafvoergootje in het condensbakje bovenop de compressor en verdampt door de warmte. Controleer regelmatig of het dooiwaterafvoergootje niet verstopt is. Als het afvoergootje verstopt is, kan het dooiwater schade veroorzaken aan de isolatie van het apparaat. Maak het gootje schoon m.b.v. het meegeleverde krabbertje (zie afb.). Het krabbertje kunt u weer in het gootje opbergen. Controleer regelmatig of het dooiwaterafvoergootje niet verstopt is. Meestal raakt het afvoergootje verstopt door in papier verpakte levensmiddelen. Het papier komt in aanraking met de achterzijde van de koelruimte en vriest daaraan vast. Als u de levensmiddelen uit de koelruimte haalt, scheurt het papier en dat kan tot verstopping van het afvoergootje leiden. Doe dus voorzichtig met in papier verpakte levensmiddelen. Als erg veel koelvermogen nodig is, bijv. tijdens een hittegolf, werkt de koelkast soms continu. Er wordt dan niet automatisch ontdooid. Het is niet abnormaal als er na het ontdooien kleine restjes ijs en rijp op de achterkant van de koelruimte achterblijven. De vriesruimte kan niet automatisch ontdooid worden, omdat de diepvriesproducten geen hogere temperaturen kunnen verdragen. De laag ijs kan afgeschraapt en verwijderd worden met een plastic schraper, mits de laag niet te dik is. Als de ijslaag zo dik is, dat hij niet met de kunststof schraper verwijderd kan worden, moet de vriesruimte ontdooid worden (in het algemeen 2 tot 3 keer per jaar). Neem de levensmiddelen uit de koel- en vriesruimte en wikkel ze in enkele lagen krantenpapier of dekens. Bewaar ze op een zo koel mogelijke plaats. Maak het apparaat spanningloos en laat de deuren van vries- en koelruimte open. Veeg het dooiwater aldoor met een zachte doek of spons weg. Na het ontdooien de binnenzijde van vries- en koelruimte droog wrijven, de stekker weer in het stopcontact steken en de levensmiddelen weer in het apparaat leggen. Zet na het ontdooien de temperatuurregelaar op de hoogste stand, zodat het apparaat zo snel mogelijk weer de geschikte bewaartemperatuur kan bereiken. 45 Reiniging Gebruik nooit metalen voorwerpen om uw apparaat schoon te maken, het kan beschadigd raken. Gebruik NOOIT reinigingsmiddelen, schuurpoeders, zeer geparfumeerde reinigingsproducten of waspolijstmiddelen om de binnenkant mee te reinigen, aangezien deze middelen het oppervlak beschadigen en een sterke geur achterlaten. Reinig het interieur met warm water en bicarbonaat of soda. Spoel af en maak grondig schoon. Om een veilige bediening van de koelkast te garanderen, dient u een keer per jaar het ventilatierooster aan de onderkant te verwijderen en de luchtkanalen met een stofzuiger uit te zuigen. Als het apparaat niet in gebruik is Haal de stekker uit het stopcontact. Haal al het voedsel eruit en maak het apparaat schoon, laat de deur op een kier staan om geurtjes te voorkomen. Lamp vervangen Als de lamp kapot is, kunt u hem als volgt vervangen: Trek de stekker uit het stopcontact. Schroef de afdekking los en trek hem in de richting van de pijl. Nu kunt u de lamp vervangen. (Type gloeilamp: Mignon 322, 230 V, 15 W, fitting E 14) Zet daarna de afdekking weer terug, draai de schroef vast en steek de stekker in het stopcontact. Als de lamp defect is, heeft dat geen nadelige invloed op de werking van de koelruimte. 46 Het oplossen van problemen Sommige problemen kunnen gemakkelijk verholpen worden voordat u de Technische Service belt. Volg de onderstaande instructies: PROBLEEM De deur sluit niet De koelkast is te warm Het is te koud in de koelkast. OPLOSSING Zorg dat het apparaat vlak staat als dit niet het geval is. Het gewicht is groter dan de opslaglimiet van de deur aan kan, dus verspreid het gewicht gelijkmatiger of haal producten weg. Het apparaat is niet juist geďnstalleerd. Raadpleeg paragraaf “Inbouwen”. Stel een lagere temperatuur in. Verdeel de voedselproducten zodat koude lucht eromheen kan circuleren. Zorg dat de deur goed gesloten is en dat de isoleerstrip volledig en schoon is. De temperatuur op de plek van de koelkast is boven normale kamertemperatuur. Draai de temperatuurregeling tijdelijk naar een warmere instelling. Draai de thermostaatknop naar een lager cijfer. De temperatuur op de plek van de koelkast is boven normale kamertemperatuur. Controleer of de ventilatie voldoende is en of de ventilatieopeningen niet verstopt De compressor werkt continu. zijn. De oorzaak kan liggen in de plaatsing van grote hoeveelheden voedsel en/of het vaak openen/sluiten van de deur. Er ligt water in/buiten de koelkast. Dit kan normaal zijn. Tijdens de automatische ontdooifase kan ijs van de koelplaat vallen. Plaats de afvoerslang aan de achterkant van de koelkast net boven de Er ligt water op de vloer. afvoerbak. Dit kan normaal zijn. De temperatuurregeling kan klikgeluiden Geluiden veroorzaken wanneer het systeem in- of uitgeschakeld wordt. Het geďnjecteerde koelgas kan een gorgelend geluid produceren als het door de buizen stroomt. De motor kan een zoemend geluid en/of een licht tikgeluid voortbrengen. Het gebruikte isolatiemateriaal heeft de neiging de geluidsniveaus iets te verhogen, maar zorgt wel voor betere isolatie en een lager energieverbruik. 47 Klantenservice en reserveonderdelen Als u geen oplossing kunt vinden voor een storing in deze bedieningsinstructies, kunt u contact opnemen met de vakhandelaar of de klantenservice en raadpleeg uw Garantiekaart. Selectief bestellen van vervangingsonderdelen kan onnodig portokosten besparen. Geeft om deze reden altijd de volgende informatie van het apparaat door: Modelnaam Modelnummer (PNC) Serienummer (S-No.) Deur omdraaien Het apparaat wordt geleverd met een naar rechts openende deur. Volg de instructies hieronder om een naar links openende deur te installeren. 1. Draai de schroef van het bovenste scharnier los en verwijder de afstandshouder. 2. Verwijder de deur. 3. Schroef de onderste pen los met een sleutel en monteer hem op de tegenoverliggende kant. 4. Plaats de deur terug en schroef het bovenste scharnier met afstandshouder aan de tegenovergestelde zijde. Deze informatie bevindt zich op het typeplaatje in de koelkast aan de linkerwand. We raden u aan deze informatie hieronder op te schrijven, zodat u het bij de hand heeft indien nodig. Technische gegevens De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de linkerkant in het apparaat. 48 Deurdraairichting van het vriesvak omzetten Nadat u de buitendeur hebt omgezet, moet ook de deurdraairichting van het vriesvak worden omgezet. Ga te werk zoals in de afbeelding aangegeven. Duwt u met een schroevedraaier het lipje van de sluiting in dat aan de binnenkant van de onderste deurbeugel zit. Kantelt u de onderbeugel samen met het vriesvakdeurtje naar buiten en neem die vervolgens van de pin van het vriesvakdeurtje af. Verwijdert u de vierkantige afdichting en plaats die in de vrijgekomen opening aan de tegenovergestelde zijde. Plaatst u de onderbeugel, na het vriesvakdeurtje over 180° gedraaid te hebben, op de onderste pin van het vriesvakdeurtje. Plaatst u de pin van de bovenbeugel van het vriesvakdeurtje in de vrije opening en duw vervolgens de onderbeugel samen met het vriesvakdeurtje in tot aan de aanslag. 49 Installatie Behandel het apparaat uiterst voorzichtig om geen schade aan de koeleenheid te veroorzaken met mogelijk vloeistoflekkage. Tijdens normale bediening worden de condensor en compressor aan de achterkant van het apparaat erg heet. Zorg er altijd voor dat er voldoende ventilatie is, anders leidt dit tot uitval van onderdelen en mogelijk verlies van voedsel. Raadpleeg de installatie-instructies. Belangrijk: Als het netsnoer beschadigd is, moet dit vervangen worden door een speciale kabel of kabelsamenstel die verkrijgbaar zijn bij de fabrikant of diens servicevertegenwoordiger. Opstelling Pak de koelkast uit en controleer of hij in goede conditie is en geen schade van het transport heeft opgelopen. Het apparaat mag niet vlakbij radiatoren of kooktoestellen op gas geplaatst worden. Stel het apparaat niet langdurig bloot aan direct zonlicht. Om veiligheidsredenen moet de minimale ventilatie zijn zoals getoond in Afb. Let op: Houd de ventilatie-openingen altijd vrij van obstructies. De nis moet voorzien worden van een ventilatieleiding met de volgende afmetingen: diepte 50 mm Breedte 540 mm De klimaatklassificatie bevindt zich op het typeplaatje in de koelkast aan de linkerwand. De volgende tabel toont welke omgevingstemperatuur juist is voor elke klimaatklassificatie: Klimaatvoor een klassificatie omgevingstemperatuur van SN +10 tot +32 °C N +16 tot +32 °C ST +16 tot +38 °C T +16 tot +43 °C Elektrische aansluiting Zorg er vóór het aansluiten voor dat het voltage en de frequentie op het typeplaatje overeenkomen met de stroomtoevoer in uw huis. Het apparaat moet geaard zijn. De netsnoerstekker is voorzien van een contact voor dit doel. Als het stopcontact niet geaard is, sluit het apparaat dan aan op een afzonderlijk aardepunt, in overeenstemming met de geldende regels, raadpleeg hiervoor een gekwalificeerd elektricien. De fabrikant neemt geen verantwoordelijkheid op zich als de bovenstaande veiligheidsmaatregelen niet worden nageleefd. Dit apparaat voldoet aan de EU. richtlijnen. 50 Inbouw Afmetingen van de uitsparing Hoogte van de behuizing (1) 880 1225 mm Diepte van de behuizing (2) 550 550 mm Breedte van de behuizing (3) 560 560 mm 1. Plaats het apparaat in de nis en zorg ervoor dat het tegen het interne oppervlak van de eenheid aan staat aan de kant waar de deurscharnieren van het apparaat worden geplaatst. Plaats het apparaat totdat de bovenstrip tegen de eenheid (1) grenst en zorg ervoor dat het onderste scharnier in lijn is met het oppervlak van de eenheid (2). A Il est De nis moet voorzien worden van een ventilatieleiding met de volgende afmetingen: Diepte 50 mm Breedte 540 mm Voor de juiste ventilatie volgt u de aanwijzingen in de afbeelding. 2. Open de deur en duw het apparaat tegen de zijkant van het keukenkastje dat zich tegenover de apparaatscharnieren bevindt. Maak het apparaat met 4 schroeven (l) vast die in de kit bij het apparaat zijn meegeleverd. 51 binnenkant van het scharnierdeksel een groef is aangebracht, waardoor u dit onderdeel makkelijker kunt verwijderen. "Verwijder het onderdeel dat gemarkeerd is met DX, als de scharnierpen in het rechter scharnier is geplaatst, in het tegenovergestelde geval het onderdeel gemarkeerd met SX verwijderen." Breng de afdichtstopsels (C-D) in de gaten in de deklijsten aan. Bevestig het ventilatierooster (B). Breng, onder lichte druk, het dekseltje (E) aan. 3. Druk de gezamenlijke bedekking aan tussen het apparaat en het keukenkastje. 5. Scheidt onderdelen Ha, Hb, Hc, Hd zoals aangegeven in de afbeelding. 4. U moet het gedeelte van het kunststof deksel (E), dat gebruikt wordt om het scharnier af te dekken, verwijderen, zoals aangegeven op de tekening. Deze handeling wordt vergemakkelijkt omdat er aan de 6. Plaats geleider (Ha) aan de binnenkant van de keukenkastdeur op en neer zoals getoond in de afbeelding en markeer de positie van de externe gaten. Nadat u 52 gaten geboord heeft, plaatst u de geleider met de geleverde schroeven. 7. Bevestig bedekking (Hc) op geleider (Ha) totdat het op zijn plaats klikt. 8. Op de apparaatdeur en de kastdeur 90°. Plaats het kleine vierkantje (Hb) in de geleider (Ha). Voeg de apparaatdeur en keukenkastdeur samen en markeer de gaten zoals aangegeven in de afbeelding. 9. Verwijder de vierkantjes en markeer een afstand van 8 mm vanaf de buitenrand van de deur waar de nagel moet worden vastgemaakt (K). 10.Plaats het kleine vierkantje op de geleider terug en maakt het goed met de meegeleverde schroeven vast. Mocht de uitlijning van de keukenkastdeur nodig zijn, dan maakt u gebruik van de speling van de gleuven. Aan het einde van deze procedure moet u controleren of de keukenkastdeur goed sluit. 53 11. Plaats bedekking (Hd) op de smalle kant (Hb) totdat het op zijn plaats klikt.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72

De Dietrich DRS914JE Handleiding

Categorie
Diepvriezers
Type
Handleiding