Panasonic KXTD1232NE Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Model
KX-TD816NE/KX-TD1232NE
Digitaal Super Hybridesysteem
BEDIENINGSHANDLEIDING
Lees deze handleiding zorgvuldig door
voordat u het Digitaal Super
Hybridesysteem gebruikt
D1232
DIGITAL SUPER HYBRID SYSTEM
Panasonic
Panasonic
D816
DIGITAL SUPER HYBRID SYSTEM
KX-TD816
KX-TD1232
2
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Panasonic Telefoonsysteem.
Systeemcomponenten
Model nummer
KX-TD816NE
KX-TD1232NE
KX-T7230NE
KX-T7235NE
KX-T7250NE
KX-T7240NE
Beschrijving
Digitaal Super Hybridesysteem (hoofdeenheid)
Digitaal Super Hybridesysteem (hoofdeenheid)
Digitaal systeemtoestel met display
Digitaal systeemtoestel met groot display
Digitaal systeemtoestel met scherm
Digitale DSS-Console (toestel met verkorte
nummers)
OPMERKING: In deze handleiding worden de letters “NE” achter elk modelnummer weggelaten.
Centrale eenheid
Telefoon
Opties
Door de gebruiker
aan te sluiten
2-draadstelefoon
73/23/EEC
89/336/EEC
92/31/EEC
93/68/EEC
91/263/EEC
3
Als er storingen optreden, trek dan de stekker van het toestel uit en sluit een telefoontoestel aan
waarvan u weet dat het goed functioneert. Indien het nieuw aangesloten toestel geen problemen
oplevert, laat het defecte toestel dan herstellen bij een Panasonic dealer. Blijft het probleem
echter ook met het nieuw aangesloten toestel bestaan, controleer dan de bekabeling van het
Digitaal Super Hybridesysteem en van de binnentoestellen.
Gebruik het toestel nooit in de buurt van verwarmingstoestellen en elektrische “ruisbronnen”
zoals fluorescerende lampen en motoren.
Het toestel mag in geen geval worden blootgesteld aan stof, vochtigheid en hevige trillingen.
Vermijd rechtstreeks zonlicht.
Maak het toestel nooit schoon met benzine, verfverdunners of andere oplosmiddelen. Gebruik
geen schuurmiddelen om het omhulsel schoon te maken. Schoonmaken met een zacht doekje.
Gebruik alleen een hoorn die gemaakt is voor Panasonic telefoontoestellen.
OPGELET:
STEL DIT TOESTEL NIET BLOOT AAN REGEN OF ANDER VOCHT. DIT KAN
LEIDEN TOT BRAND OF ELEKTROKUTIE.
Aandacht
Vul vooreerst deze gegevens in:
Serienummer ________________ Aankoopdatum _______________
(vindt u onderaan het toestel)
Naam verkoper ______________________________________________
Adres verkoper ______________________________________________
4
Voor wie is deze handleiding bedoeld
Deze handleiding is geschreven voor gebruikers van het Digitaal Super Hybridesysteem KX-
TD816 en KX-TD1232. Zij kan worden geraadpleegd nadat het systeem werd geïnstalleerd en
geprogrammeerd. De bedieningsinstructies en de functies betreffen de Digitale
Systeemtoestellen (DPT’s): KX-T7230/KX-T7235/KX-T7250 digitale DSS-Console; KX-
T7240, 2-draadstelefoontoestellen, ISDN-telefoontoestellen (enkel voor gebruikers van het KX-
TD1232 systeem) en hun functies. De procedurestappen die vereist zijn om elke functie te
activeren worden in detail besproken. Meer informatie over de layout van het KX-TD816 en
KX-TD1232 systeem en de vereiste systeemprogrammering vindt u in de Installatiehandleiding.
Het gebruik van deze handleiding
Deze handleiding bestaat uit de volgende delen:
(Deel 1) Overzicht Digitaal Systeemtoestel
Verschaft informatie over de configuratie van de digitale systeemtoestellen (DST). U vindt een
afbeelding van elke telefoon met de locaties en een verklaring van de functietoetsen en geeft de
oorspronkelijke instellingen.
(Deel 2) Toestelprogrammering
Geeft stap voor stap de procedures voor het programmeren van de flexibele toetsen van het
systeemtoestel en van het DST-systeem.
(Deel 3) Programmering door gebruiker
Geeft stap voor stap de procedures voor het toekennen van bepaalde functies aan het systeem.
(Deel 4) Functies Systeemtoestel
Geeft de verschillende DST-functies. U krijgt achtergrondinformatie over elke functie en de
stapsgewijze procedures voor het activeren van elke functie. Geeft tevens de functies voor het
toestel van de telefonist(e). Via het toestel van de telefonist(e) kunt u speciale functies
toekennen.
(Deel 5) Functies DSS-console
Geeft informatie omtrent de DSS-console. Dit deel verschaft achtergrondinformatie over de
functies van de DSS-console en geeft de stapsgewijze procedures om deze functies te activeren.
(Deel 6) 2-draadstelefoon en kenmerken van ISDN telefoons
Geeft achtergrondinformatie over de 2-draadstelefoon en kenmerken van de ISDN telefoons. Dit
deel verschaft stapsgewijze procedures om deze functies te activeren.
(Deel 7) Opstartprocedure
Beschrijft op eenvoudige wijze hoe u de systeemfuncties moet gebruiken.
(Deel 8) Appendix
Bevat voorbeelden van informatie op het display, een functienummerlijst, informatie over LED-
indicaties, toonsignalen, enz.
Inleiding
5
Functies en mogelijkheden
KX-TD816 en KX-TD1232 zijn geavanceerde systemen met vele mogelijkheden, die
beantwoorden aan de huidige eisen voor bedrijfscommunicatie. Hierna vindt u enkele van de
bijzondere systeemfuncties. De functies met een asterisk “*” zijn enkel beschikbaar op de
KX-T7235.
Automatisch terugbellen (Camp-on) laat u weten wanneer een eerder gebeld toestel niet meer
in gesprek is.
Naam gesprekspartner en registratie oproepgegevens (call log) (binnenkomend
gesprek)
geeft op het display het telefoonnummer, de naam, de dag en het uur van de
externe gesprekspartner als u de oproep niet beantwoordt. U kunt het in het geheugen
geregistreerde nummer bekijken, wijzigen en terugbellen. Het systeem kan maximaal 15
oproepen registreren.
Registratie oproepgevens (buitengaand gesprek)* kiest opnieuw het laatst gevormde
buitenlijngesprek dat u heeft gevoerd volgens de gegevens op het display. Uw KX-T7235 kan
deze gegevens automatisch in het systeem opslaan.
Wijzigen kostenreferentie laat u wijzigingen zien, afdrukken en wissen. De gesprekskosten
kunnen worden getoond per toestel, buitenlijn en gespreksduurcode.
Deurintercom (optioneel) maakt het mogelijk met het bezoek aan de deur te spreken. U kunt de
deur enkele seconden vanop afstand openen, zonder dat u naar de deur hoeft te lopen.
Tussenkomst in gesprek stelt u in staat om in een intern of extern gesprek tussen te komen.
Kiezen met ÉÉN-DRUK-toets stelt u in staat om met één enkele toets een toestelnummer of
een systeemfunctie te kiezen.
Hotelfunctie* stelt de telefonist(e) in staat om receptietaken uit te voeren zoals inchecken,
uitchecken, wekkerfunctie.
Wachtend bericht stelt u in staat een bericht voor een ander toestel achter te laten. Als het toestel
van de ontvanger een lampje voor wachtende berichten heeft, zal dit beginnen branden. Ook
als u een toestel zonder lampje heeft, zult u een speciale beltoon horen (beltoon 4*) die
aangeeft dat een bericht binnengekomen is.
Parallelle telefoonverbinding stelt u in staat uw DST parallel te schakelen met een 2-
draadstelefoon. Elke telefoon heeft hetzelfde toestelnummer zodat u gelijk welk toestel kunt
gebruiken. Als u via de systeemprogrammering over de eXtra Device Port (XDP -
uitbreidingspoort) kunt beschikken, kan elk toestel aan dezelfde telefoonstekker worden
aangesloten en toch zijn eigen toestelnummer behouden. Zij functioneren dus als
verschillende toestellen.
Toegangsmenu systeemfuncties* stelt u in staat om met behulp van de informatie op het
display op eenvoudige wijze verscheidene functies te gebruiken.
Voice Mail Integratie (optioneel) schakelt alle inkomende gesprekken door naar de
Voice Mail. U kunt de boodschap(pen) ook opnemen of beluisteren. Om van deze
functie gebruik te kunnen maken, moet eerst het VPS-systeem (Voice Processing
System) worden geïnstalleerd.
Inleiding
6
Gebruikte termen
Functienummers
Een functienummer is een toegangscode voor verschillende functies wanneer u programmeert
of functies gebruikt op systeem-, 2-draads- of ISDN-telefoontoestellen die op het systeem
zijn aangesloten. U kunt gebruik maken van een beschikbare functie door het bijhorende
functienummer (en zo nodig het toegevoegde nummer) te kiezen.
Er zijn twee soorten functienummers:
• Flexibele functienummers
Vaste functienummers
Vaste functienummers kunt u niet wijzigen, de flexibele daarentegen wel. Raadpleeg de
Installatiehandleiding voor meer informatie hieromtrent. In deze handleiding worden in de
procedures en voorbeelden de nummers gebruikt die vooraf in het toestel werden
geprogrammeerd. U kunt het nieuw geprogrammeerde nummer gebruiken als u het flexibele
functienummer hebt gewijzigd. In de Appendix (Deel 8) vindt u een lijst met de vaste en de
flexibele (vooraf geprogrammeerde) functienummers.
Als u gebruik maakt van pulskiezen op 2-draadstelefoons:
U kunt geen gebruik maken van de functies met “ ” of “#” in het functienummer.
Voorbeeld
De KX-T7235 wordt gebruikt als voorbeeld in de stapsgewijze procedures van het digitale
systeemtoestel.
Toonsignalen
De verschillende toonsignalen, zoals bevestigingstoon, kiestoon, gesprekswachttoon, enz.
worden uitgelegd in de Appendix.
Display
Zo nodig wordt de informatie op het display bij elke stap in de procedure getoond. U kunt de
meldingen op het display gemakkelijk opzoeken in het overzicht in de Appendix.
Programmeerverwijzing
Alle bijbehorende en vereiste porgrammeerverwijzingen werden in deze handleiding
opgenomen.
Systeemprogrammering dient te geschieden op het toestel dat is aangesloten op plug nummer
01 of op “System Manager” (systeembeheer). U kunt de KX-T7230 en KX-T7235 voor
systeemprogrammering gebruiken. Toestelprogrammering geschiedt op uw eigen
systeemtelefoon. U kunt het toestel naar uw eigen wens programmeren, ongeacht het
modelnummer.
Functieverwijzing
In deze handleiding wordt steeds naar de betreffende functietitels verwezen.
Inleiding
Deel 1
Overzicht DST
Inhoud
1.1 Configuratie.................................................................... 1-2
Plaats van de bedieningstoetsen...................................... 1-3
Functietoetsen ................................................................. 1-9
Basisinstellingen............................................................ 1-15
Indicaties ....................................................................... 1-17
<Opmerking>
Voor de voorbeelden bij de basisinstellingen is gebruik gemaakt van de
KX-T7235.
1-2 Overzicht DST
1.1 Configuratie
Met de Digitale Systeemtoestellen van Panasonic (DST) kunt u de verschillende functies van
het KX-TD816 en het KX-TD1232 systeem evenals de basisfuncties van een telefoontoestel
(een gesprek beginnen en beantwoorden) gebruiken.
Er zijn drie Systeemtoestellen:
Display
Handenvrij
functie
Buitenlijn toetsen
Vaste
functietoetsen
Zie “Vaste toetsen”
(1.1/Configuratie).
KX-T7230
16 tekens per regel,
2 regels in totaal,
3 “Soft”-toetsen
Ja
24
KX-T7235
Opklapbaar,
24 tekens per regel,
6 regels in totaal,
3 “Soft”-toetsen
Ja
12
KX-T7250
geen
Alleen Monitor-
functie
6
Overzicht DST 1-3
1.1 Configuratie
SHIFT
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
INTERCOM
PROGRAM
Plaats van de bedieningstoetsen
KX-T7230 (Systeemtoestel met display)
“Soft”-toetsen
(S1 t/m S3)
SHIFT-toets
HOLD (Doorverbind)-toets
Flexibele CO-toetsen
(buitenlijn-toetsen)
(CO 01 t/m CO 24)
INTERCOM-toets
CONFERENTIE-toets
DSN/NS-toets
(Doorschakelen/Niet Storen)
BOODSCHAP-toets
PAUZE-toets
PROGRAMMEER-toets
Display (LCD)
met 2 regels van 16 tekens:
toont datum, tijd, gekozen nummer
of naam, gespreksduur, enz. In de
programmeermodus kunt u hierop
programmeerinformatie aflezen
.
1-4 Overzicht DST
1.1 Configuratie
PROGRAM
SHIFT
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
INTERCOM
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
Aansluitbus voor uitbreidingspoort* of parallelaansluiting
met een 2-draadstelefoon, een antwoordapparaat of een fax.
Aansluitbus voor aansluiting op het KX-TD816 en KX-TD1232 systeem.
* De uitbreidingspoort (XDP — eXtra Device Port) maakt het mogelijk het systeem met een extra intern toestel
uit te breiden. Raadpleeg hiervoor de Installatiehandleiding.
KX-T7230 (Systeemtoestel met display)
(Achterzijde)
— Zie onderstaande
afbeelding.
VOLUME-toets
AUTO DIAL/OPSLAG-toets
AUTO ANSWER/MUTE-toets
HANDENVRIJ-toets
TO
TEL
TO
EMSS
<Achterzijde>
REDIAL-toets
FLASH-toets
DVB-toets
Microfoon
Overzicht DST 1-5
1.1 Configuratie
PROGRAM
SHIFT
1
2
3
4
5
7
8
9
10
INTERCOM
6
12
11
KX-T7235 (Systeemtoestel met display)
SHIFT-toets
“Soft”-toetsen (S1 t/m S3)
Flexibele CO-toetsen
(buitenlijn-toetsen)
(CO 01 t/m CO 12)
Display (LCD)
met 6 regels van 24 tekens:
toont datum, tijd, gekozen nummer
of naam, gespreksduur, enz. In de
programmeermodus kunt u hierop
programmeerinformatie aflezen.
Functie-toetsen
(F6 tot F10)
Functietoetsen
(F1 tot F5)
PROGRAMMEER-toets
INTERCOM-toets
CONFERENTIE-toets
DSN/NS-toets
(Doorschakelen/Niet Storen)
BOODSCHAP-toets
PAUZE-toets
HOLD-toets
1-6 Overzicht DST
1.1 Configuratie
KX-T7235 (Systeemtoestel met display)
PROGRAM
SHIFT
1
2
3
4
5
7
8
9
10
INTERCOM
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
6
12
11
(Achterzijde)
— Zie afbeelding
op p.1-7.
VOLUME-toets
AUTO DIAL/OPSLAG-toets
AUTO ANSWER/MUTE-toets
HANDENVRIJ-toets
REDIAL-toets
FLASH-toets
DVB-toets
Microfoon
Overzicht DST 1-7
1.1 Configuratie
ZUM
TELEFON
ZUR
ZENTRALE
Het display omhoog zetten of neerklappen:
ZUM
TELEFON
ZUR
ZENTRALE
Aansluitbus voor uitbreidingspoort* of parallelaansluiting
met een 2-draadstelefoon, een antwoordapparaat of een
fax.
Aansluitbus voor aansluiting op het KX-TD816 en KX-TD1232 systeem.
* De uitbreidingspoort (XDP — eXtra Device Port) maakt het mogelijk het systeem met een extra intern
toestel uit te breiden. Raadpleeg hiervoor de Installatiehandleiding.
<Achterzijde>
Druk op deze knop. Omhoog zetten of
neerklappen
<Achterzijde>
1-8 Overzicht DST
1.1 Configuratie
ZUR
ZENTRALE
ZUM
TELEFON
CODE NAME CODE NAME CODE NAME
1 2 3 4 5 6
INTERCOM
PROGRAM
1
2
3
4
5
6
7
8
0
9
RINGER
OFF
•••
HIGH
LOW
REDIAL-toets
FLASH-toets
DVB-toets
MONITOR-toets
KX-T7250
Geheugenregister
Verwijder het register om namen
of de automatische snelkiesnummers
te noteren.
(Achterzijde)
— Zie onderstaande
afbeelding.
BELVOLUME-schakelaar
Voor de volume-instelling van
het belsignaal.
PROGRAMMEER-toets
VOLUME-toets
AUTO DIAL/OPSLAG-toets
HOLD-toets
Aansluitbus voor uitbreidingspoort* of parallelaansluiting
met een 2-draadstelefoon, een antwoordapparaat of een
fax.
Aansluitbus voor aansluiting op het KX-TD816 en KX-TD1232 systeem.
*
De uitbreidingspoort (XDP — eXtra Device Port) maakt het mogelijk het systeem met een extra
intern toestel uit te breiden. Raadpleeg hiervoor de Installatiehandleiding.
<Achterzijde>
Flexibele CO-toetsen
(buitenlijn-toetsen)
(CO 01 t/m CO 06)
INTERCOM-toets
Overzicht DST 1-9
1.1 Configuratie
Functietoetsen
De systeemtoestellen hebben de volgende functietoetsen:
Vaste toetsen
Flexibele toetsen
Vaste toetsen
Vaste functietoetsen zijn toetsen waaraan een permanente functie werd toegewezen. De
functie van de vaste toets kan niet worden gewijzigd. De onderstaande lijst geeft een
overzicht van de vaste toetsen op de verschillende systeemtoestellen.
T7235
T7230
Functietoets
AUTO ANSWER/MUTE
AUTO DIAL/OPSLAG
CONF
FLASH
Functie
DSN/NS
HOLD
INTERCOM
BOODSCHAP
MONITOR
PAUZE
PROGRAM
REDIAL
SHIFT
Soft
HANDENVRIJ
DVB
VOLUME
T7250
In het bovenstaande overzicht geeft “” aan dat de toets aanwezig is.
†: geeft aan dat deze toets LED (indicatielampje) heeft.
1-10 Overzicht DST
1.1 Configuratie
Gebruik
AUTO ANSWER/MUTE-toets
Voor het automatisch beantwoorden van een intern toestel. Schakelt tijdens het gesprek de
microfoon uit.
AUTO DIAL/OPSLAG-toets
Voor snelkiezen via het systeemgeheugen en voor het opslaan van wijzigingen in de
toestelprogrammering.
CONF (Conferentie)-toets
Voor een conferentiegesprek met drie partijen.
FLASH-toets
Stuurt een extern toegangssignaal naar het centrale bureau of naar het leidend PBX-
systeem om gebruik te maken van de functies.
Functie (F1 tot F10)-toets
Voor het uitvoeren van de op het display getoonde functie of procedure.
DSN/NS-toets (Doorverbinden/Niet storen)
Verbindt een gesprek door naar een ander intern toestel of zet de Niet-Storen-functie aan
te zetten.
HOLD-toets
Plaatst een oproep in de wachtstand.
INTERCOM-toets
Voor het maken en beantwoorden van interne gesprekken.
BOODSCHAP-toets
Voor het terugbellen van wie een boodschap heeft achtergelaten.
MONITOR-toets
Wordt gebruikt bij handenvrij telefoneren.
PAUZE-toets
Voegt een pauze in tussen Snelkiesnummer of andere (telefoon) nummers.
PROGRAM-toets
Voor het activeren of weer verlaten van de modus “toestelprogrammering”.
REDIAL-toets
Voor het opnieuw kiezen van het laatste nummer of automatisch opnieuw kiezen.
Overzicht DST 1-11
1.1 Configuratie
SHIFT-toets
Kiest de tweede geheugenplaats voor de “Soft”-toetsen.
Soft-toets (S1 tot S3)
Worden gebruikt om de functie of de procedure te activeren die op de onderste regel van het
display wordt getoond.
HANDENVRIJ-toets
Voor het handenvrij telefoneren.
DVB-toets
Schakelt een oproep door naar een ander toestel of naar een buitenlijn.
VOLUME-toets
Regelt het volume van het belsignaal en de luidspreker. Regelt ook de contrastinstelling van
het display. Raadpleeg ook “Basis-instellingen” (Deel 1.1/Configuratie).
1-12 Overzicht DST
1.1 Configuratie
DSS
CO
PF
Flexibele toetsen
Flexibele toetsen zijn toetsen zonder vaste functietoewijzing. U kunt door systeem- of
toestelprogrammering zelf een functie onder een toets toewijzen. U vindt de instructies voor
“Toewijzing Flexibele Toetsen” in Deel 2 (Toestelprogrammering).
Er zijn drie soorten flexibele toetsen:
flexibele CO-toetsen (buitenlijn-toetsen) (alleen op systeemtoestellen)
flexibele DSS-toetsen (alleen op DSS-Console)
programmeerbare functietoetsen (PF) (alleen op DSS-Console)
De onderstaande tabel geeft een voorbeeld van welke functies aan de flexibele toetsen
kunnen worden toegewezen:
Functietoets
Enkele CO-lijn (E-CO)
Groep CO-lijnen (G-CO)
Lus CO-lijn (L-CO)
Signaal
Hurry-Up
Log-in/Log-Out
DSS (Direct Station Selection —
directe toestelkeuze)
Wachtend Bericht (BOODSCHAP)
Gespreksduur
Conferentie (CONF)
DSN/NS
ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
SAVE
Beëindigen
Voice Mail (VM) Transfer
In de bovenstaande tabel geeft “” aan dat de functie aan de flexibele toets kan
worden toegewezen.
Overzicht DST 1-13
1.1 Configuratie
Buitenlijn-toetsen
Er zijn drie soorten buitenlijn (CO)-toetsen die kunnen worden gebruikt om een
buitenlijngesprek te kiezen of te beantwoorden:
Groep-CO-toets (G-CO)
• Lus-CO-toets (L-CO)
Enkele CO-toets (E-CO)
Voorwaarden
Een flexibele CO-toets kan door systeem- of toestelprogrammering als buitenlijntoets (G-
CO, L-CO of E-CO) dienst doen. De indicator van de flexibele toets zal de lijnstatus dan
met een lichtje en verschillende kleuren weergeven. Raadpleeg ook “Indicaties” in Deel 1
en “LED-indicaties” in de Appendix (Deel 8).
Het is mogelijk dat een zelfde G-CO of L-CO-toets meerdere malen voorkomt op één
toestel. Inkomende en uitgaande gesprekken worden op de toets als volgt in volgorde
getoond:
E-CO > G-CO > L-CO
Groep-CO (G-CO)-toets
Om een efficiënte werking van de CO-lijnen te ondersteunen, kan een groep CO-lijnen aan
één CO-toets worden toegewezen. Deze toets heet dan Groep-CO (G-CO). Ieder inkomend
gesprek van “buiten” wordt dan doorgechakeld naar de G-CO-toets. Wilt u een extern
gesprek voeren, druk dan op de toegekende G-CO-toets voor een vrije buitenlijn.
Voorwaarden
Het is mogelijk om één en hetzelfde CO-nummer aan zowel een E-CO, een G-CO als een
L-CO toe te wijzen.
Toestelprogrammering is nodig om te kunnen opbellen en/of gesprekken te beantwoorden
binnen de Groep-CO-lijnen.
Wanneer uw toestel bestemd is voor het beantwoorden van een bepaalde CO-lijn, kunt u de
oproepen alleen beantwoorden indien de CO-lijn aan één van de buitenlijntoetsen (E-CO,
G-CO of L-CO) is toegewezen.
Programmering
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Groep-CO (G-CO)-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden toegepast.)
Functies
Flexibele toetsen (Deel 1.1/Configuratie)
Toegang tot buitenlijn (CO) — Toegang tot buitenlijn binnen CO-groep
1-14 Overzicht DST
1.1 Configuratie
Lus-CO (L-CO)-toets
Alle buitenlijnen kunnen aan een flexibele CO-toets op een systeemtoestel worden
toegewezen. De flexibele toets heet dan L-CO-toets. Ongeacht op welke buitenlijn een
gesprek binnenkomt, loopt dit gesprek via de L-CO-toets, tenzij E-CO- of G-CO-toetsen aan
de buitenlijn werden toegewezen of tenzij de L-CO-toets al in gebruik is. Om een CO-lijn te
kiezen drukt u op de betreffende L-CO-toets. Het indrukken van de L-CO-toets is gelijk aan
het gebruiken van de code voor automatische toegang tot een CO-lijn.
Programmering
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Lus-CO (L-CO)-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden toegepast.)
Functies
Flexibele toetsen (Deel 1.1/Configuratie)
Toegang tot buitenlijn (CO) — Toegang tot buitenlijn, automatisch
Enkele-CO (E-CO)-toets
Een E-CO-toets wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een specifieke buitenlijn. Toegang
krijgt u door op de betreffende E-CO-toets te drukken. Een inkomend gesprek kan dus
worden beantwoord met behulp van de E-CO-toets.
Voorwaarden
Er kan maar één E-CO-toets aan een CO-lijn worden toegewezen.
Het is mogelijk om één en dezelfde buitenlijn toe te wijzen aan een E-CO-toets, een G-CO-
toets en een L-CO-toets.
Programmering
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Enkele-CO (E-CO)-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden toegepast.)
Functies
Flexibele toetsen (Deel 1.1/Configuratie)
Toegang tot buitenlijn (CO) — Toegang tot buitenlijn, individueel
Overzicht DST 1-15
1.1 Configuratie
1
Basisinstellingen
Contrastinstelling van het display (alleen voor KX-T7230 en KX-T7235)
Voor het instellen van het contrast gebruikt u een “Soft”-toets en de VOLUME-toets. De
sterkte van het contrast wordt op het display getoond. U kunt het contrast instellen:
1) als de hoorn ingehaakt is
2) tijdens een buitenlijn- of intern gesprek
1. Druk op de CONT-toets (S1).
2. Druk op de VOLUME-toets (HOOG /LAAG ).
• Op het display verschijnt:
<Voorbeeld>
Contrast: 3 (— d.w.z. contrastvolume 3)
Bij gebruik van een hoofdtelefoon
Bij de systeemtoestellen van het Panasonic Digitale Super Hybridesysteem kunt u een
hoofdtelefoon gebruiken. Voor de hoofdtelefoon (in optie) dient u eerst de keuzeschakelaar
om te zetten. Hoe u dit moet doen, vindt un Deel 2 (Toestelprogrammering — “Hoorn/
Hoofdtelefoon keuze”).
Wijzigen van de hoofdtelefoon-modus
Druk op: [PROGRAM] [9] [9] [8] [2] [OPSLAG] [PROGRAM]
Wanneer u het belsignaal van een CO-toets wijzigt
Voor elke CO-toets (Groep-CO, Lus-CO, Enkele-CO) zijn er acht belsignalen beschikbaar.
Als u het belsignaal wilt wijzigen, raadpleeg dan “Keuze belsignaal voor buitenlijn (CO)-
toetsen” in Deel 2 (Toestelprogrammering).
S 1
S 2
S 3
CONT
2
1-16 Overzicht DST
1.1 Configuratie
1
1
2
S 1
S 2
S 3
BEL
1
2
1
of
Volumeregeling — Belsignaal/Luidspreker
Stelt u in staat om het volume als volgt in te stellen:
— Volume belsignaal (niveau 0 t/m 3)
— Volume luidspreker (niveau 1 t/m 12)
Als uw systeemtoestel een display heeft, wordt het volumeniveau op het display getoond.
Voor het belsignaal op de KX-T7250 kunt u kiezen uit drie niveaus: OFF/LOW/HIGH (UIT/
LAAG/HOOG).
Instellen volume van het belsignaal
— KX-T7230 en KX-T7235
Wanneer het belsignaal klinkt:
1. Druk op de VOLUME-toets (HOOG /LAAG ).
Op het display verschijnt:
<Voorbeeld>
Belsignaal: 3 (— volume niveau 3)
Wanneer het toestel niet in gebruik en ingehaakt is:
1. Druk op de BEL-toets (S2).
U hoort het belsignaal.
2. Druk op de VOLUME-toets (HOOG /LAAG ).
Wanneer het volume niveau 0 is, toont het display “RINGOFF”
(“GEEN BELSIGNAAL”).
KX-T7250
1. Zet de schakelaar in de gewenste positie (OFF/LOW/HIGH).
: OFF
: LOW
: HIGH
Instellen van het luidsprekervolume
1. Druk op de HANDENVRIJ- of MONITOR-toets.
2. Druk op de VOLUME-toets (HOOG /LAAG ).
Op het display verschijnt:
<Voorbeeld>
SP: 12 (— volume niveau 12)
U kunt het luidsprekervolume ook wijzigen terwijl u naar de
achtergrondmuziek (AGM-modus AAN) luistert, een (spraak)
oproep krijgt, of als u opgepiept wordt.
Overzicht DST 1-17
1.1 Configuratie
Indicaties
Op de systeemtoestellen en de DSS-Console wordt de status van een lijn aangegeven
aan de hand van een lijn met een LED-indicator. Een groen licht wijst erop dat uw
toestel actief is. Een rood licht wijst erop dat andere toestellen actief zijn.
U ziet de volgende indicaties:
• AAN
Een constant brandende LED geeft aan dat de lijn bezet is. Wanneer een LED groen
brandt, dan heeft u zelf een lijn gekozen. Brand het licht rood, dan heeft iemand anders
de lijn gekozen.
• UIT
Een LED die uit is, geeft aan dat de lijn vrij is.
• Knippert langzaam
(60 maal per minuut)
• Knippert snel
(120 maal per minuut)
• Knippert zeer snel
(240 maal per minuut)
1 sec.
1-18 Overzicht DST
Deel 2
Toestelprogrammering
Inhoud
2.1 Programmeringsinstructies............................................ 2-2
2.2 Programmeren................................................................ 2-6
<Opmerking>
Voor de voorbeelden in deze bedieningsinstructies is gebruik gemaakt van
de KX-T7235.
2.1 Programmeringsinstructies
2-2 Toestelprogrammering
(— basis-programmeermodus
op display)
Toestelprogrammering stelt u in staat om functies op uw systeemtoestel te programmeren, die
bestemd zijn voor eigen gebruik. Om te kunnen programmeren moet u het toestel in de
programmeermodus zetten. Wanneer het toestel in deze modus staat, kunt u niet worden
gebeld. Als u zelf wilt telefoneren, dan moet u eerst de programmeermodus beëindigen.
Programmeermodus
Als u de modus toestelprogrammering activeert, toont het display de volgende boodschap:
ST-Prog Stand
Het display geeft ook handige informatie tijdens het programmeren. In dit deel wordt bij de
stappen die u moet uitvoeren, een voorbeeld van de informatie op het display gegeven. U
kunt ook “Voorbeelden display-informatie” (Deel 8/Appendix) raadplegen.
Activeren programmeermodus
Voorwaarde: hoorn op de haak/toestel vrij.
1. Druk op de PROGRAM-toets.
2. Kies 99.
U moet binnen de 5 seconden nadat u op de PROGRAM-toets hebt
gedrukt “99” kiezen. Anders wordt de programmeermodus
geannuleerd.
Het display toont:
ST-Prog modus
De OPSLAG-indicator brandt.
Voert u binnen 1 minuut geen programmeringsfunctie uit, dan
wordt de programmeermodus beëindigd en kunt u weer
telefoneren.
Verlaten programmeermodus
Wanneer de programmeermodus op het display verschijnt:
1. Druk op de PROGRAM-toets of neem de hoorn op.
De programmeermodus is beëindigd en u kunt weer telefoneren.
Als u tijdens het programmeren de hoorn opneemt, wordt de
modus beëindigd en u kunt weer telefoneren.
2
1
PROGRAM
9 9
1
of
PROGRAM
2.1 Programmeringsinstructies
Toestelprogrammering 2-3
1
2
toegangsnummer
Bevestigen programmering van een functie
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Voer het toegangsnummer* in (0 t/m 9, 01, 02, 03,
1 en #).
De nummers staan voor de volgende functies:
- 01: Toestelblokkering op afstand (alleen voor telefonist(e))
- 1: Toewijzing voorkeur lijn — Uitgaand
- 2: Toewijzing voorkeur lijn — Inkomend
- 3: Toewijzing volledig ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
- 4: Toewijzing signaal intern gesprek
- 5: Toewijzing signaal “Wachtend Gesprek”
- 6: Bevestiging eigen toestelnummer
- 7: Toewijzen kliktoon aan toets aan/uit
- 8: Toewijzen hoorn/hoofdtelefoon
- 9: Kostenoverzicht
- 02: Inkomend gesprek buitenlijn — Opheffen blokkering
gesprekslog (alleen voor telefonist(e))
- #: Standaardinstellingen toestelprogrammering
Het display toont de geprogrammeerde gegevens.
<Voorbeeld>
Wanneer u op [5] drukt, toont het display:
Wachttoon 1
(— Het signaal voor “Er wacht een gesprek” is
geprogrammeerd als toonsignaal 1.)
2. Druk op de HOLD (END)-toets.
Het display toont basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
— Als u programmeergegevens wilt wijzigen, lees dan de programmerings procedure in dit
deel.
* Het programmeren van een toegangsnummer is nodig om de toestel programmering te bevestigen.
2.1 Programmeringsinstructies
2-4 Toestelprogrammering
Bevestigen programmering van een Flexibele toets
— Controleer of u in de programmeermodus bent: Druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF) toets.
Het display toont de huidige status.
2. Druk op de HOLD (END)-toets.
Het display toont basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
— Als u programmeergegevens wilt wijzigen, lees dan de programmerings procedure in dit
deel.
Wissen gegevens onder Flexibele toets
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets waarvan u de
gegevens wilt wissen.
2. Kies 2.
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
— De volgende lijst geeft een overzicht van de toetsen en toegangsnummers voor Toestelprogrammering.
Gedetailleerde bedieningsinstructies vindt u op elke bladzijde in dit deel.
1
2
3
2
1
...
2
2.1 Programmeringsinstructies
Toestelprogrammering 2-5
Overzicht toestelprogrammering
PROGRAM 9 9
CO
DSS
PF
CO CO
Functie
(F1 - F10)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
01
02
#
PROGRAM (Verlaten)
(Toestelprogrammering)
1 DSS (Direct Station Selectie)-toets
2 ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
3 BOODSCHAP-toets
4 DSN/NS-toets
5 SAVE-toets
6 Gespreksduur
7 CONF (Conferentie)-toets
80 Log-in/Log-out-toets
81 Spoed-toets
82 Voice Mail (VM) Transfer-toets
9 Einde
0 Enkele-CO (E-CO)-toets
Lus-CO (L-CO)-toets
# Groep-CO (G-CO)-toets
(Keuze belsignaal voor buitenlijn (CO)-toetsen)
(Toewijzing Snelkiezen — nummers/naam)
(Toewijzing voorkeur lijn — Uitgaand)
(Toewijzing voorkeur lijn — Inkomend)
(Toewijzing volledig ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen)
(Toewijzing signaal intern toestel)
(Toewijzing signaal “Wachtend Gesprek”)
(Bevestiging eigen toestelnummer)
(
Toewijzen toonhoogte aan toetsen aan/uit)
(Keuze hoorn/hoofdtelefoon)
(Referentie gesprekskosten)
(Controle blokkeren ander toestel)
— zie “Servicefuncties voor de telefonist(e)” (Deel 4.3)
(Controle blokkeren inkomend oproepregister”
— zie “Servicefuncties voor de telefonist(e)” (Deel 4.3)
(Standaardinstellingen toestelprogrammering)
2.2 Programmeren
2-6 Toestelprogrammering
1
5
of
2
3
...
2
1
Toewijzing signaal “Wachtend Gesprek”
Deze mogelijkheid stelt u in staat om het signaal voor “Wachtend Gesprek” te kiezen (Toon 1
of Toon 2).
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 5.
Het display toont het huidige signaaltype.
2. Kies 1 of 2.
— 1: Toonsignaal 1
— 2: Toonsignaal 2
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem
de hoorn op.
Voorwaarden
De soorten van toonsignalen vindt u in de Appendix (Deel 8).
De standaardinstelling is “Tone 1”.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-7
Gesprekskosten - overzicht
Met deze functie kunt u de gesprekskosten bekijken, uitprinten en wissen. De gesprekskosten
worden getoond per toestel, buitenlijn, gespreksduurcode, afdelingscode. U kunt ook het
totaal van elke code afzonderlijk tonen. U kunt de volgende twaalf functies selecteren:
1) Toestel — Kostenoverzicht
2) Wissen gesprekskosten toestel
3) Buitenlijn (CO) — Kostenoverzicht
4) Gesprekskosten totaal
5) Gesprekskosten volgens gespreksduurcode
6) Wissen gesprekskosten volgens gespreksduurcode
7) Instellen nieuw tarief
8) Alles wissen
9) Afdrukken gesprekskosten
10) Instellen gespreksduurcode
11) Gesprekskosten afdelingscode
12) Wissen gesprekskosten afdelingscode
Voorwaarden
Met systeemprogrammering bepaalt u het toestel waarop u de gesprekskosten kunt
bekijken.
U dient over een identificatiecode (geheim codenummer) te beschikken om de
gesprekskosten te kunnen opvragen. Deze code wordt ingesteld via systeemprogrammering.
Het eerste display – gesprekstijdmeter of tarief – wordt bepaald via systeemprogrammering.
De weergave kan handmatig op ieder toestel worden ingesteld.
De munteenheid kan worden geprogrammeerd in systeemprogrammering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[117] Selectie kosten op display
[118] Toewijzen kostenverificatie
[119] Instellen geheim codenummer kostenverificatie
[125] Bepalen munteenheid
2.2 Programmeren
2-8 Toestelprogrammering
1
9
2
6
of
geheime codenummer
3
1
4
5
toestelnummer
S 1
S 2
S 3
SEL
Toestel — Kostenoverzicht
Hiermee kunt u de tariefkosten per buitenlijn weergeven (telefoontarief).
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 1.
4. Druk het toestelnummer of druk op de VOLG (S3)-toets tot het
toestelnummer verschijnt.
Op het display verschijnt de gesprekstijdteller.
<Voorbeeld> U voert toestelnummer 201 in.
201: 00005
SEL WIS VOLG
5. Druk op de SEL (S1)-toets
Op het display verschijnen de gesprekskosten.
<Voorbeeld>
201: 0001.15 FR
SEL WIS VOLG
Drukt u op de VOLG (S3)-toets dan verschijnt het volgende
aansluitingsnummer binnen het systeem.
6. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-9
1
2
9
7
of
geheime codenummer
4
5
3
1
toestelnummer
S 1
S 2
S 3
WIS
6
...
Wissen gesprekskosten toestel
De gesprekskosten van elk toestel (telefoonkosten) kunnen worden gewist.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 1.
4. Druk het toestelnummer of druk op de VOLG (S3)-toets tot het
toestelnummer verschijnt.
Op het display verschijnt de kostenteller.
<Voorbeeld> U voert toestelnummer 2013 in.
2013: 00005
SEL WIS VOLG
5. Druk op de WIS (S2)-toets.
Het display van de kostenteller verdwijnt.
6. Druk op de OPSLAG-toets.
Drukt u op de VOLG (S3)-toets dan verschijnt het volgende
toestelnummer.
7. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
2-10 Toestelprogrammering
1
2
9
geheime codenummer
4
3
2
5
S 1
S 2
S 3
SEL
6
of
buitenlijn nummer
Buitenlijn (CO) — Kostenoverzicht
Hiermee kunt u per buitenlijn de tariefkosten bekijken (telefoontarief).
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 2.
4. Druk het nummer van de buitenlijn (01 t/m 08) of (01 t/m 24) of
druk op de VOLG (S3)-toets tot het nummer van de buitenlijn
verschijnt.
- 01 t/m 08: u bent aangesloten op de KX-TD816.
- 01 t/m 24: u bent aangesloten op de KX-TD1232.
Op het display verschijnt de kostenteller.
<Voorbeeld> U voert buitenlijn nummer 08 in.
CO08: 00005
SEL VOLG
5. Druk op de SEL (S1)-toets
Op het display verschijnen de gesprekskosten.
<Voorbeeld>
CO08:00001.15FR
SEL VOLG
Drukt u op de VOLG (S3)-toets dan verschijnt het nummer van
de volgende buitenlijn.
6. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-11
1
2
9
geheime codenummer
3
3
4
S 1
S 2
S 3
SEL
of
5
Gesprekskosten totaal
Hiermee kunt u de totale gesprekskosten van een toestel weergeven.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 3.
• Op het display verschijnt de totaalstand van de gesprekskosten.
<Voorbeeld>
Totaal: 00450
SEL
4. Druk op de SEL (S1)-toets.
Op het display verschijnen de totale kosten.
<Voorbeeld>
Totaal:00099.99FR
SEL
5. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
2-12 Toestelprogrammering
1
2
9
geheime codenummer
3
4
4
5
of
6
geheugentabelnummer
S 1
S 2
S 3
SEL
Gesprekskosten volgens gespreksduurcode
Hiermee kunt u de ingestelde gespreksduurcodes weergeven (telefoontarief).
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 4.
4. Druk het geheugentabelnummer in (01 t/m 40) of druk op de
VOLG (S3)-toets tot het gewenste geheugennummer verschijnt.
Op het display verschijnt de kostenteller.
<Voorbeeld>
aaaaa:00005 (— aaaaa: gespreksduurcode)
SEL WIS VOLG
5. Druk op de SEL (S1)-toets.
Op het display verschijnen de gesprekskosten.
<Voorbeeld>
aaaaa:00001.15FR (— aaaaa: gespreksduurcode)
SEL WIS VOLG
Drukt u op de VOLG (S3)-toets dan verschijnt het nummer van
het volgende geheugennummer.
6. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-13
1
2
9
geheime codenummer
3
4
4
5
6
7
of
...
geheugennummer
S 1
S 2
S 3
WIS
Wissen gesprekskosten volgens gespreksduurcode
De gesprekskosten van elke gespreksduurcode (telefoonkosten) kunnen worden gewist.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 4.
4. Druk het geheugennummer (01 t/m 40) of druk op de VOLG
(S3)-toets tot het gewenste geheugennummer verschijnt.
Op het display verschijnt de kostenteller.
<Voorbeeld>
aaaaa: 00005 (— aaaaa: gespreksduurcode)
SEL WIS VOLG
5. Druk op de WIS (S2)-toets.
Het display van de kostenteller verdwijnt.
6. Druk op de OPSLAG-toets.
Drukt u op de VOLG (S3)-toets dan verschijnt het nummer van
het volgende geheugennummer.
7. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
2-14 Toestelprogrammering
1
9
2
geheime codenummer
4
3
5
nieuw tarief
5
...
of
6
Instellen nieuw tarief
Hiermee kunt u het tarief per eenheid instellen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 5.
Op het display verschijnt de kostenteller.
Tarief: 0.1 (— xx: knippert)
4. Voer het nieuwe tarief in (gebruik twee cijfers)
Op het display verschijnt het nieuwe gesprekstarief.
<Voorbeeld>
Tarief: 0.2 5
5. Druk op de OPSLAG-toets.
6. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 3.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-15
1
2
9
6
of
geheime codenummer
3
of
5
6
4
...
S 1
S 2
S 3
VOLG
S 1
S 2
S 3
WIS
(— Totaal: gesprekskosten voor
buitenlijn, totaal,
gespreksduurcode en
afdelingscode)
(— Toestel: Gesprekskosten
toestel)
Alles wissen
Hiermee kunt u alle kosten in het geheugen wissen en een nieuwe starttijd voor het bijhouden
van de gesprekskosten instellen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 6.
Op het display verschijnt de kostenteller.
TLR TOT WIS?
WIS VOLG
4. Druk op de VOLG (S3)-toets of op de WIS (S2)-toets.
VOLG: toont de boodschap op de kostenteller van het gewiste
toestel.
TLR TOT WIS?
WIS VOLG
WIS: toont wanneer deze informatie voor het laatst werd gewist.
5. Druk op de OPSLAG-toets.
Alle kosteninformatie in het geheugen wordt gewist. Datum en
uur verschijnt op het display.
<Voorbeeld>
1 Jan, 16:50
6. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END ( ) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
2-16 Toestelprogrammering
1
2
9
3
4
of
of
5
7
of
geheime codenummer
1
3
2
Afdrukken gesprekskosten
Hiermee kunt het totaal van de gesprekskosten (totaal van alle buitenlijnen,
gespreksduurcodes of afdelingscodes), het totaal voor alle toestellen of voor elk toestel apart
afdrukken.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 7.
4. Druk het nummer (1 t/m 3).
Elk nummer komt overeen met de volgende gegevens:
1: afdrukken van de totale gesprekskosten (alle buitenlijnen,
gespreksduurcodes en afdelingscodes)
Totaal CHG Print
2: afdrukken alle toestellen
TOESTEL CHG Print
3 + toestelnummer: afdrukken voor elk toestel apart
1232: CHG Print (— xxxx: toestelnummer)
5. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-17
1
9
geheime codenummer
2
3
4
8
5
geheugennummer
...
S 1
S 2
S 3
WIS
6
7
8
of
gespreksduurcode
Instellen gespreksduurcode
Hiermee kunt u de gespreksduurcode instellen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 8.
4. Druk het geheugennummer (01 t/m 40) of druk op de VOLG
(S3)-toets tot het gewenste geheugennummer verschijnt.
Als de gespreksduurcode niet werd toegekend, verschijnt op het
display de boodschap “niet opgeslagen”.
5. Druk op de WIS (S2)-toets.
De boodschap op het display verdwijnt.
6. Vorm de nieuwe gespreksduurcode.
Vorm de nieuwe gespreksduurcode van 5 cijfers.
xx: aaaaa: 00005 (— xx geheugennummer)
WIS VOLG (— aaaaa: gespreksduurcode)
Om een verkeerd ingegeven nummer te wissen, drukt u op de
WIS (S2)-toets.
7. Druk op de OPSLAG-toets.
De nieuwe gespreksduurcode verschijnt op het display.
8. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
Gespreksduurcode (01) van het geheugennummer wordt gebruikt voor privégesprekken.
In deze code kunt u het gevormde telefoonnummer niet afdrukken.
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
2-18 Toestelprogrammering
1
2
geheime codenummer
3
9
afdelingscode
5
4
of
6
9
S 1
S 2
S 3
SEL
Gesprekskosten afdelingscode
Hiermee kunt u het display met de gesprekskosten van elke afdelingscode zien
(telefoonkosten).
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 9.
4. Druk de afdelingscode of druk op de VOLG (S3)-toets tot het
nummer van de afdelingscode verschijnt.
Op het display verschijnt de kostenteller.
<Voorbeeld>
ddddd: 00005 (— ddddd: afdelingscode)
SEL WIS VOLG
5. Druk op de SEL (S1)-toets.
De gesprekskosten verschijnen op het display.
<Voorbeeld>
ddddd:00005 (— ddddd: afdelingscode)
SEL WIS VOLG
Als u op de VOLG (S3)-toets drukt, verschijnt de volgende
afdelingscode.
6. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-19
1
2
9
geheime codenummer
3
4
9
5
7
of
...
6
afdelingscode
S 1
S 2
S 3
WIS
Wissen gesprekskosten afdelingscode
De gesprekskosten van elke afdelingscode (telefoonkosten) kunnen worden gewist.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 9.
2. Voer het geheime codenummer in (4 cijfers).
Op het display verschijnt:
KOSTENTELLER
Om een verkeerd ingegeven cijfer te wissen, drukt u op de WIS
(S2)-toets.
3. Druk 9.
4. Druk de afdelingscode of druk op de VOLG (S3)-toets tot de
afdelingscode verschijnt.
Op het display verschijnt de kostenteller.
<Voorbeeld>
ddddd: 00005 (— ddddd: afdelingscode)
SEL WIS VOLG
5. Druk op de WIS (S2)-toets.
Het display van de kostenteller verdwijnt.
6. Druk op de OPSLAG-toets.
Drukt u op de VOLG (S3)-toets dan verschijnt de volgende
afdelingscode.
7. Druk op de VORIG (
)- of END ( )-toets.
VORIG (
) — u keert terug naar stap 4.
END (
) — u keert terug naar de basis programmeringsmodus.
— De modus toestelprogrammering verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Voorwaarden
U moet het geheime codenummer via toestelprogrammeren toewijzen.
2.2 Programmeren
2-20 Toestelprogrammering
1
1
2
6
3
...
8
7
3
...
2
Toewijzing flexibele toetsen
Alle flexibele toetsen (CO, DSS, PF)-toetsen op uw toestel of op de console, kunnen worden
geprogrammeerd als verschillende functietoetsen, zoals bijvoorbeeld Gesprekkosten-toets,
DSS-toets, DSN/NS-toets, enz. De mogelijkheid om een functie toe te wijzen, is afhankelijk
van het soort toets (zie Deel 1.1, “Functietoetsen”). In de systeemprogrammering kan
“Toewijzing flexibele buitenlijn (CO)-toets” (geheugenplaats [005]) worden gebruikt.
Gespreksduur-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO, DSS, PF)-toets als Gespreksduur-toets programmeren.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets, die u als
Gespreksduur-toets wilt gaan gebruiken.
2. Kies 6.
Het display toont:
Gespreksduur
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Signaal-toets (Toewijzing)
U kunt een flexibele (CO)-toets als Signaal-toets programmeren.
— Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets die u als
Signaal-toets wilt gaan gebruiken.
2. Kies 87.
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Op het display verschijnt de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-21
1
2
3
...
7
Conferentie (CONF)-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO, DSS, PF)-toets als Conferentie (CONF)-toets programmeren.
— Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets, die u als
Conferentie (CONF)-toets wilt gaan gebruiken.
2. Kies 7.
Het display toont:
Conferentie
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem
de hoorn op.
2.2 Programmeren
2-22 Toestelprogrammering
DSS (Direct Station Selectie)-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO of DSS)-toets als DSS-toets programmeren.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO of DSS)-toets, die u als DSS-
toets wilt gaan gebruiken.
2. Kies 1.
Het display toont:
TST-
WIS
3. Kies het intern toestelnummer.
Het display toont:
TST-xxxx (— xxxx: toestelnummer)
WIS
Om het ingevoerde nummer te wissen drukt u op de WIS (S2)-
toets of op de DVB (CLEAR)-toets.
(Als u het masker op het toestel legt, wordt de DVB ( ) toets namelijk de
CLEAR (WISSEN)-toets.)
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem
de hoorn op.
Voorwaarden
De DSS-toetsen op de DSS-Console of op het systeemtoestel hebben alle een
standaardinstelling. U kunt deze standaardinstellingen wijzigen via het toestel, dat op de
DSS-Console is aangesloten.
Het in te voeren interne toestelnummer moet een bestaand nummer zijn.
1
2
3
4
1
intern toestelnummer
...
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-23
1
2
3
1
2
3
4
...
nummer Groep-CO lijn
4
...
DSN/NS (Doorschakelen/Niet Storen)-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO, DSS, PF)-toets als DSN/NS-toets programmeren.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets, die u als DSS/
NS-toets wilt gaan gebruiken.
2. Kies 4.
Het display toont:
DSN/NS
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem
de hoorn op.
Groep-CO (G-CO)-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO)-toets als Groep-CO toets programmeren.
— Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO)-toets, die u als G-CO toets
wilt gaan gebruiken.
2. Druk op #.
Het display toont:
TRK GRP-
WIS
3. Voer het nummer (1–8) van de Groep-CO lijn in.
Om een verkeerd ingevoerd nummer te wissen drukt u op WIS
(S2) of op de DVB-toets.
(Als u het masker op het toestel legt, wordt de DVB ( ) toets namelijk de
CLEAR (WISSEN)-toets.)
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem
de hoorn op.
2.2 Programmeren
2-24 Toestelprogrammering
1
2
3
toestelnummer
4
8 1
...
Spoed-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO)-toets als Spoed-toets programmeren.
Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO)-toets, die u als Spoed-toets
wilt gaan gebruiken.
2. Druk 81.
Op het display verschijnt:
Spoed naar -
WIS
3. Voer het toestelnummer in (2 t/m 4 cijfers).
Op het display verschijnt:
Spoed naar -xxxx (— xxxx: toestelnummer)
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Op het display verschijnt de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorwaarden
Het in te voeren interne toestelnummer moet een bestaand nummer zijn.
Enkel de telefonist(e) kan de Spoed-toets gebruiken.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-25
Log-in/Log-out-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO)-toets als Log-In/Log-out-toets programmeren.
Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO)-toets, die u als Log-In/Log-
out-toets wilt gaan gebruiken.
2. Druk 80.
Op het display verschijnt:
Log-In/Log-out
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Op het display verschijnt de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
1
3
...
2
8
0
2.2 Programmeren
2-26 Toestelprogrammering
1
1
2
3
2
3
...
...
3
Lus-CO (L-CO)-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO)-toets als Lus-CO toets programmeren.
— Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO)-toets, die u als Lus-CO toets
wilt gaan gebruiken.
2. Druk op
.
Het display toont:
Lus-CO
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
BOODSCHAP-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO of DSS)-toets als BOODSCHAP-toets programmeren.
— Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO of DSS)-toets, die u als
BOODSCHAP-toets wilt gaan gebruiken.
2. Druk op 3.
Het display toont:
Boodschap Wacht
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-27
1
2
4
3
2
gewenste nummer
ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO, DSS, PF)-toets als ÉÉN-DRUK-toets voor nummerkiezen
programmeren.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets, die u als
ÉÉN-DRUK-toets wilt gaan gebruiken.
2. Kies 2.
Het display toont:
WIS
3. Kies het gewenste nummer (toestelnummer, telefoonnummer,
e.d.).
U kunt per nummer maximaal 16 cijfers invoeren.
Om een verkeerd ingevoerd nummer te wissen drukt u op de
WIS (S2)-toets of op de DVB-toets.
(Als u het masker op het toestel legt, wordt de DVB ( ) toets namelijk de
CLEAR (WISSEN)-toets.)
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorwaarden
Onder een ÉÉN-DRUK-toets kunt u een nummer (toestelnummer, telefoonnummer,
functienummer) opslaan van maximaal 16 cijfers.
Voor het opslaan van een extern telefoonnummer, dient u eerst de CO-lijn toegangscode (0,
of 81 t/m 88) in te voeren, en daarna pas het telefoonnummer.
Het is mogelijk om een nummer op te slaan dat uit 17 of meer cijfers bestaat. U splitst het
volledige nummer hiervoor in twee aparte nummers, en slaat elk nummer op onder een
ÉÉN-DRUK-toets. U moet in dit geval de CO-lijn toegangscode bij het eerste nummer
invoeren.
Voor het invoeren van een pauze enz. kunt u de toetsen 0–9,
, #, PAUZE ( ), FLASH
(
), CONF ( ) en INTERCOM gebruiken:
# : omschakelen van de kiestoon (puls of toon)
FLASH (
) : flash
PAUZE (
) : pauze
CONF (
) : - (liggend streepje)
INTERCOM (INT) : Geheim nummer kiezen
...
2.2 Programmeren
2-28 Toestelprogrammering
SAVE-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO, DSS, PF)-toets als SAVE-toets programmeren.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets, die u als
SAVE-toets wilt gaan gebruiken.
2. Druk op 5.
Het display toont:
Opslaan
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Enkele-CO (E-CO)-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO)-toets als Enkele-CO toets programmeren.
— Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO)-toets, die u als Enkele-CO
toets wilt gaan gebruiken.
2. Kies 0.
Het display toont:
CO—
WIS
3. Voer het nummer van de CO-lijn in (01–08) of (01–24) in.
— 01–08: als u bent aangesloten op de KX-TD816
— 01–24: als u bent aangesloten op de KX-TD1232
Het display toont:
CO—xx (— xx: nummer CO-lijn)
WIS
Om een verkeerd ingevoerd nummer te wissen drukt u op de
WIS (S2)-toets of op de DVB-toets.
(Als u het masker op het toestel legt, wordt de DVB ( )toets namelijk de
CLEAR(WISSEN)-toets.)
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
1
3
2
5
1
4
3
nummer CO-lijn
2
0
...
...
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-29
2
1
...
9
3
Voorwaarden
Op een systeemtoestel is het niet mogelijk om een CO-lijn aan meer dan één Enkele-CO-
toets toe te wijzen.
Het is mogelijk om een CO-lijn zowel aan een Enkele-CO toets als aan een Groep-CO-toets
toe te wijzen.
Verbrekings-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO, DSS, PF)-toets als Verbrekings-toets programmeren.
Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets, die u als
Verbrekings-toets wilt gaan gebruiken.
2. Druk 9.
Op het display verschijnt:
Verbreken
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Op het display verschijnt de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
2.2 Programmeren
2-30 Toestelprogrammering
†: Beschikbaar wanneer het Digitaal Super Hybridesysteem aangesloten is
op een Systeemtoestel met het Panasonic Voice Processing System (een
toestel dat het systeemtoestel ondersteunt, b.v. KX-TVP100).
1
2
4
3
VM intern toestelnummer
2
8
...
(— xxxx: VM intern
toestelnummer)
Voice Mail (VM) Transfer-toets (Toewijzing)
U kunt een Flexibele (CO, DSS, PF)-toets als VM Transfer-toets programmeren.
— Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste Flexibele (CO, DSS, PF)-toets, die u als VM
Transfer-toets wilt gaan gebruiken.
2. Kies 82.
Het display toont:
VTR-
WIS
3. Kies het intern toestelnummer van de Voice Mail.
Het display toont:
VTR-xxxx
WIS
Om een verkeerd ingevoerd nummer te wissen drukt u op de
WIS (S2)-toets of op de DVB-toets.
(Als u het masker op het toestel legt, wordt de DVB ( ) toets namelijk de
CLEAR (WISSEN)-toets.)
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorwaarden
Het is onmogelijk om een niet bestaand intern toestelnummer, en een Zwevend
Toestelnummer* in te voeren.
* Een Zwevend Toestelnummer (Floating Number) is een nummer dat wordt toegewezen aan andere
communicatieapparatuur dan telefoontoestellen, waardoor die apparatuur door de centrale toch als
telefoontoestel wordt geidentificeerd. Zie voor meer informatie de Installatiehandleiding.
Programmeren
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[106] Station hunting type
[114] VM commmando DTMF-toestel
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-31
1
8
3
...
2
1
of
2
Toewijzing volledig ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
Deze toewijzing stelt u in staat om deze functie aan of uit te zetten. De “Handenvrij” modus
wordt automatisch geactiveerd wanneer u op een ÉÉN-DRUK-toets, een DSS-toets, de
REDIAL-toets of op de SAVE-toets drukt.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 3.
De OPSLAG-indicator gaat uit.
Op het display verschijnt de huidige status.
<Voorbeeld>
Handenvrij: Uit (— Indien Uit)
2. Kies 1 of 2.
— 1: Handenvrij modus UIT
— 2: Handenvrij modus AAN
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorwaarden
De standaardinstelling is “AAN”.
Keuze hoorn/hoofdtelefoon
U heeft twee mogelijkheden: telefoneren met gebruik van de hoorn (handset) of met een
hoofdtelefoon (headset).
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 8.
Op het display verschijnt de huidige status.
2. Kies 1 of 2.
— 1: Hoorn
— 2: Hoofdtelefoon
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorwaarden
De standaardinstelling is “Hoorn”.
1
3
3
...
1
of
2
2
2.2 Programmeren
2-32 Toestelprogrammering
1
...
4
2
1
2
of
3
Toewijzing signaal intern gesprek
Deze toewijzing stelt u in staat, om het signaal (toon/spraak) voor een inkomend intern
gesprek te kiezen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 4.
Op het display verschijnt de huidige status.
Toon oproep
Stem Oproep
2. Kies 1 of 2.
— 1: belsignaal
— 2: spraak
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorwaarden
De standaardinstelling is “belsignaal” (toonoproep-modus).
(— De belsignaal-modus is
ingesteld.)
(— De spraak-modus is ingesteld.)
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-33
1
2
21
of
7
3
...
Toewijzen toonhoogte aan toetsen aan/uit (enkel voor KX-T7230 en
KX-T7235)
U kunt aan de toetsen een toonhoogte toekennen als erop gedrukt wordt (aan/uit).
Controleer of u in de programmeermodus bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk 7.
De licht van de OPSLAG-indicator gaat uit.
Op het display verschijnt de huidige status.
Toonhoogte aan
2. Druk 1 of 2.
— 1: u zet de toonhoogte-modus AAN
— 2: u zet de toonhoogte-modus UIT
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Op het display verschijnt de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorwaarden
De basisinstelling voor de toonhoogte-modus is “AAN”.
2.2 Programmeren
2-34 Toestelprogrammering
Toewijzing Voorkeur Lijn — Inkomend
U kunt uit de onderstaande drie mogelijkheden kiezen welke voorkeur u geeft bij het
beantwoorden van een inkomend gesprek.
1) Geen voorkeur voor een lijn
2) Voorkeur voor alle bellende lijnen (— basisinstelling)
3) Voorkeur voor de “Prime”-lijn (buitenlijn met voorrang)
Volg de juiste programmeer procedure voor uw selectie.
Geen voorkeur voor lijn — Inkomend (Toewijzing)
Wanneer u de hoorn opneemt wordt niet automatisch een lijn gekozen. U moet eerst een
interne of externe lijn kiezen om een gesprek te kunnen beantwoorden.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 2.
Op het display verschijnt de huidige status.
2. Kies 1.
Het display toont:
Pref In :Nee
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorkeur voor bellende lijn — Inkomend (Toewijzing)
Wanneer u de hoorn opneemt kunt u alle lijngesprekken beantwoorden.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 2.
Op het display verschijnt de huidige status.
2. Kies 2.
Het display toont:
Pref In :Bel
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
1
2
2
1
3
...
1
2
2
2
3
...
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-35
1
2
3
2
3
nummer CO-lijn
4
...
(— xx: gekozen nummer
buitenlijn)
Voorkeur voor “Prime”-buitenlijn — Inkomend (Toewijzing)
Wanneer u de hoorn opneemt, beantwoordt u een gesprek op een buitenlijn dat als “Prime”-
lijn (met urgentie) is toegewezen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 2.
Op het display verschijnt de huidige status.
2. Kies 3.
3. Voer het nummer van de CO-lijn in (01–08) of (01–24) in.
— 01–08: als u bent aangesloten op de KX-TD816
— 01–24: als u bent aangesloten op de KX-TD1232
Het display toont:
Pref In :CO-xx
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
2.2 Programmeren
2-36 Toestelprogrammering
1
1
2
1
...
3
1
2
1
2
Toewijzing Voorkeur Lijn — Uitgaand
U kunt uit de onderstaande vier mogelijkheden kiezen welke voorkeur u geeft bij het kiezen
van een lijn.
1) Geen voorkeur voor een lijn
2) Voorkeur voor een vrije lijn
3) Voorkeur voor de Voorrang (Prime)-buitenlijn
4) Voorkeur voor de interne Voorrang “Prime”-lijn (— basisinstelling)
Volg de programmeringsprocedure voor uw selectie.
<Opmerking>
Indien u programmeert “Voorkeur voor een vrije lijn,” “Geen voorkeur voor een lijn” of
“Voorkeur voor de Voorkeur Buitenlijn,” heeft u geen enkele toegang tot functies van een
digitaal systeemtoestel, nadat u de hoorn van de haak heeft genomen. Om deze functies van
een digitaal systeemtoestel toch te activeren, dient u op de INTERCOM toets te drukken,
nadat u de hoorn heeft opgenomen of u drukt op de INTERCOM toets voordat u de hoorn
opneemt.
Geen voorkeur voor een lijn — Uitgaand (Toewijzing)
Wanneer u de hoorn opneemt kunt u niet direct een nummer kiezen. U moet eerst zelf een
interne of externe lijn kiezen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 1.
Op het display verschijnt de huidige status.
2. Kies 1.
Het display toont:
Pref Uit:Nee
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorkeur voor vrije lijn — Uitgaand (Toewijzing)
Wanneer u de hoorn opneemt bent u verbonden met een vrije lijn.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 1.
Op het display verschijnt de huidige status.
2. Kies 2.
Het display toont:
Pref Uit:Uit
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-37
3
...
1
1
2
1
INTERCOM
(— xx: door u gekozen nummer
buitenlijn)
3
...
1
2
3
3
nummer-COlijn
4
...
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorkeur Voorrang (Prime)-buitenlijn — Uitgaand (Toewijzing)
Wanneer u de hoorn opneemt bent u verbonden met een buitenlijn die als Voorrang-buitenlijn
is toegewezen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 1.
Op het display verschijnt de huidige status.
2. Kies 3.
3. Voer het nummer van de CO-lijn in (01–08) of (01–24) in.
— 01–08: als u bent aangesloten op de KX-TD816
— 01–24: als u bent aangesloten op de KX-TD1232
Het display toont:
Pref Uit:CO-xx
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorkeur voor interne (Prime) lijn — Uitgaand (Toewijzing)
Wanneer u de hoorn opneemt bent u verbonden met een interne lijn die als “Prime”-lijn (met
urgentie) is toegewezen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 1.
Op het display verschijnt de huidige status.
2. Druk op de INTERCOM-toets.
Het display toont:
Pref Uit:IKB
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
2.2 Programmeren
2-38 Toestelprogrammering
(— x: nummer type belsignaal)
Keuze belsignaal voor buitenlijntoetsen
Voor de buitenlijn (CO)-toetsen kunt u het gewenste belsignaal kiezen.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de buitenlijntoets waarvan u het belsignaal wilt wijzigen.
2. Druk nogmaals op de eerder gekozen buitenlijntoets.
Op het display verschijnt de huidige status.
3. Voer het nummer (1–8) van het type belsignaal in.
Het display toont het gekozen nummer. U hoort een belsignaal,
totdat u op de OPSLAG-toets drukt.
Toon Type-x
Indien u het belsignaal wilt wijzigen, voer dan een ander
nummer in.
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Voorwaarden
Het type belsignaal is standaard ingesteld op toontype 2.
1
CO
4
...
2
CO
3
nummer type belsignaal
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-39
Bevestiging eigen toestelnummer (alleen voor KX-T7230 en 7235)
U kunt op uw toestel de display-weergave van uw eigen toestelnummer programmeren.
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Kies 6.
Het display toont uw eigen aansluitings- en toestelnummer.
<Voorbeeld>
Plug01<=>TST101
2. Druk op de HOLD (END)-toets.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Standaardinstellingen toestelprogrammering
Door gebruik te maken van deze functie kunt u de volgende functiemogelijkheden terugzetten
naar de standaardinstellingen.
a) Toewijzing signaal “Wachtend Gesprek” (standaard: Toon 1)
b) Toewijzing volledig ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen (standaard: Aan)
c) Hoorn/Hoofdtelefoon keuze (standaard: Hoorn)
d) Toewijzing signaal intern gesprek (standaard: belsignaal)
e) Toewijzing toonhoogte toetsen (standaard: toonhoogte toetsen: Aan)
f) Toewijzing voorkeur lijn — Inkomend (standaard: bellende lijn)
g) Toewijzing voorkeur lijn — Uitgaand (standaard: interne lijn)
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op #.
Het display toont:
Wissen Gereed?
2. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
1
2
6
1
2
...
2.2 Programmeren
2-40 Toestelprogrammering
1
2
gewenste nummer
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S1
S2
S3
PT-PGM Modus
3
...
Toewijzing Snelkiezen nummers/naam (alleen op KX-T7235)
U kunt nummers en namen die u vaak belt onder elke Functietoets programmeren.
Een nummer opslaan
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op een Functietoets (F1–F10).
De OPSLAG-indicator gaat uit.
Het display toont de huidige status.
<Voorbeeld>
0-431-2111
SEL WIS VOLG
2. Voor het gewenste nummer in (max. 16 cijfers).
Te gebruiken toetsen: 0–9,
, #, FLASH ( ), PAUZE ( ),
INTERCOM (“[”of “]”: geheimcode), en CONF ( ) (-: liggend
streepje).
Om een nummer te wissen drukt u op de WIS (S2)-toets.
Om een naam op te slaan drukt u op de VOLG (S3)-toets en ga
verder met stap 3 van “een naam opslaan”.
3. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Een naam opslaan
— Controleer of u in de modus toestelprogrammering bent: druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de Functietoes (F1–F10).
De OPSLAG-indicator gaat uit.
Het display toont de huidige status.
2. Druk op de VOLG (S3)-toets.
Het display toont de huidige status.
<Voorbeeld>
Kees Janssen
WIS VOLG
(— een eerder ingevoerd nummer
van een buitenlijn)
(—Naam is nu geprogrammeeerd)
1
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S1
S2
S3
PT-PGM Modus
S 1
S 2
S 3
NEXT
2
2.2 Programmeren
Toestelprogrammering 2-41
3
Toetsen
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
#
Combinatie
SHIFT&Softtoets
S1 S2 SHIFT +S2 SHIFT +S3
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
#
1
Q
A
D
G
J
M
P
T
W
/
$
2
q
a
d
g
j
m
p
t
w
.
+
%
3
Z
B
E
H
K
N
R
U
X
,
-
&
4
z
b
e
h
k
n
r
u
x
'
=
@
5
!
C
F
I
L
O
S
V
Y
:
<
(
6
?
c
f
i
l
o
s
v
y
;
>
)
SHIFT +S1 S3
Karaktertabel
Druk op
SELECT
(KEUZE)
(X maal)
naam
4
...
3. Voer de gewenste naam in.
Raadpleeg hierbij de onderstaande karaktertabel.
4. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator brandt.
Het display toont de basis-programmeermodus.
— Indien u de modus toestelprogrammering wilt verlaten: druk op [PROGRAM] of neem de
hoorn op.
Karaktertabel
U kunt een naam invoeren met behulp van de cijfertoetsen, en enkele speciaal daarvoor
bestemde toetsen. Elke cijfertoets heeft in totaal zeven karakters.
De onderstaande tabel toont u welke cijfertoets met een speciale toets moet worden
gecombineerd; het aantal keren dat u op de AUTO ANSWER/MUTE-toets moet drukken; de
combinatie van de cijfertoetsen met de SHIFT- en Softtoetsen. (
Let op: wanneer een masker op het
toestel wordt gelegd, krijgt de AUTO ANSWER/MUTE-toets de naam SELECT (KEUZE)-toets.)
Om een karakter te kiezen kijkt u dus welke cijfertoets nodig is, daarna het aantal keren dat u
de AUTO ANSWER/MUTE-toets moet indrukken (of u combineert de SHIFT-toets met de
gewenste Softtoets (S1 t/m S3).
2.2 Programmeren
2-42 Toestelprogrammering
<Voorbeeld>
— Invoeren van de naam “Mike” met behulp van de SELECT (KEUZE)-toets:
1. Voor de “M” drukt u op 6 en daarna eenmaal op de SELECT (KEUZE)-toets.
2. Voor de “i” drukt u op 4 en daarna zesmaal op de SELECT (KEUZE)-toets.
3. Voor de “k” drukt u op 5 en daarna viermaal op de SELECT (KEUZE)-toets.
4. Voor de “e” drukt u op 3 en daarna viermaal op de SELECT (KEUZE)-toets.
— Invoeren van de naam “Mike” met behulp van de SHIFT- en Soft-toets:
1. Voor de “M” drukt u op 6 en daarna op S1.
2. Voor de “i” drukt u op 4 en daarna op SHIFT en S3.
3. Voor de “k” drukt u op 5 en daarna op S2.
4. Voor de “e” drukt u op 3 en daarna op S2.
• Door het indrukken van de SHIFT-toets schakelt u tussen hoofdletters en kleine letters. Na
het indrukken van de SHIFT-toets, blijft deze in de SHIFT-modus totdat u de toets nog eens
indrukt.
Om het laatste woord te verwijderen drukt u op de CONF (
) toets. (De CONF ( )
toets wordt een backspace zodra u het masker gebruikt.)
Om alle data te verwijderen drukt u op de WIS (S2)-toets.
Voowaarden
De standaardinstelling is “Niet Opgeslagen” (geen naam opgeslagen).
U kunt max. 10 kiesnummers en namen opslaan. Elk nummer kan uit max. zestien cijfers
bestaan, en elke naam uit max. tien karakters.
Deel 3
Programmering voor de gebruiker
Inhoud
3.1 Algemene programmeerinstructies ................................ 3-2
3.1.1 Bediening van de Systeemtelefoon....................... 3-3
3.1.2 Programmering..................................................... 3-5
3.2 Programmering voor de gebruiker
(Programmering voor de systeembeheerder)................. 3-7
(Programmering voor de systeembeheerder)
3-2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
De gebruiker (systeembeheerder) van de systeemtelefoon kan de volgende systeemfuncties
vanaf het eigen telefoontoestel programmeren.
• Instellen datum en uur
• Instellen nummers voor Snelkiezen via Systeemgeheugen
• Instellen namen voor Snelkiezen via Systeemgeheugen
• Instellen toestelnummer
• Instellen toestelnaam
• Toewijzen flexibele CO-toets
• Toewijzen toestel telefonist(e)/systeembeheerder — Dag/Nacht
• Toewijzen DSS-Console Poort en toestel dat op DSS-Console is aangesloten
• Afwezigheidsberichten
• Instellen Noodnummers
• Budget Management
• Limiet Gesprekskosten en Gesprekstarief
• Instellen ISDN-toestelnummer
• Instellen ISDN-toestelnaam
• Budget Management via ISDN-poort
Om te kunnen programmeren dient u uw telefoontoestel eerst om te schakelen naar de
programmeermodus voor de gebruiker. In de programmeermodus is uw toestel bezet voor
wie u probeert op te bellen. Als u uw toestel weer normaal wilt gebruiken, moet u de
programmeermodus eerst verlaten.
Standaardinstellingen
Het systeem heeft standaardinstellingen meegekregen. Schrijf de veranderingen die u eraan
aanbrengt op de “Programmeertabellen”.
Vereist telefoontoestel
De gebruiker (systeembeheerder) heeft één van de volgende telefoontoestellen nodig om te
kunnen programmeren:
• Systeemtelefoon: KX-T7235, KX-T7230
Soft-toetsen en SHIFT-toets op display Systeemtelefoon
Net onder het display van de Systeemtelefoons staan drie soft-toetsen. De functies van deze
soft-toets wijzigen overeenkomstig de stappen in de programmeerprocedures. De functies die
in een bepaalde stap aan de soft-toetsen toegewezen zijn, ziet u op de onderste lijn van het
display. Als de SHIFT-indicator aanstaat, zijn aan elke soft-toets twee functies toegewezen.
Om te wisselen tussen de twee functies moet u op de SHIFT-toets (rechts van het display)
drukken.
3.1 Algemene programmeerinstructies
Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder) 3-3
Gebruik van het masker
Een programeermasker wordt samen met de hoofdeenheid geleverd.
Vermits de functies van de telefoontoetsen de programmeer-modus veranderen, is het aan te
raden dat u dit masker steeds gebruikt tijdens het programmeren.
Plaats bedieningstoetsen op masker
Op de volgende tekeningen ziet u de functies van de toetsen in de programmeermodus op de
KX-T7235 en de KX-T7230.
UP
1
4
4GHI
7
7PRS
5
5JKL
8
8TUV
0
2
2ABC
6
6MNO
9
9WXY
3
3DEF
RECALLPREV CLEAR
DOWN
STORE
SELECT
NEXT
SECRET PAUSE END
1QZ!?
ä/ö+ü– 0.,’:; #$%&=( )
KX-T7230 KX-T7235
UP
1
4
4GHI
7
7PRS
5
5JKL
8
8TUV
0
2
2ABC
6
6MNO
9
9WXY
3
3DEF
RECALLPREV CLEAR
DOWN
STORE
SELECT
NEXT
SECRET PAUSE END
1QZ!?
ä/ö+ü– 0.,’:; #$%&=( )
3.1.1 Bediening van de Systeemtelefoon
3-4 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
Aandachtspunten vóór het programmeren
Controleer voordat u de programmeermodus activeert dat:
• uw hoorn ingelegd is.
• er geen oproepen in wachtstand op uw telefoontoestel staan.
Invoeren programmeermodus
Dit is de programmeermodus voor de gebruiker (systeembeheerder):
PROGRAM + 0 + 0
• Op het display verschijnt het basisbericht: MNG-PGM NO? ->
Opmerkingen:
• De programmeermodus wordt geannuleerd als u niets heeft ingevoerd binnen de vijf
seconden nadat u op de PROGRAM-toets heeft gedrukt.
• Voor andere toestellen lijkt uw toestel tijdens de programmeermodus bezet te zijn.
• Op geen enkel ogenblik kan meer dan één systeemtelefoon in de programmeermodus staan.
3.1.1 Bediening van de Systeemtelefoon
Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder) 3-5
Naar de volgende stap
Als “MNG-PGM NO? ->” op het display staat, kunt u één van de volgende stappen kiezen:
• Druk op de VOLG-toets om naar programma [000] te gaan.
• Voer een geheugenplaats met 3 cijfers in om naar een ander programma te gaan.
Rotatie plugnummer
Elke plug op het Digitaal Super Hybridesysteem ondersteunt de verbinding met een
systeemtelefoon en een analoog toestel met verschillende toestelnummers (eXtra Device Port:
XDP-functie).
Als u deze functie wilt programmeren, moet u voor elke plug twee toewijzingen verrichten.
Wijs eerst 01-1 toe voor plug één. De tweede toewijzing voor plug één is 01-2. De eerste
toewijzing voor plug twee is 02-1, enz.
Gebruik de VOLG- en VORIG-toetsen om naar de verschillende pluggen te bewegen.
Voorbeeld:
Opmerking:
De eerste toewijzing van een plug is bestemd voor een systeemtelefoon van een aan een XDP
toegewezen plug. De tweede toewijzing is voor een 2-draadstoestel. Programma [600] “EXtra
Device Port” bepaalt welke pluggen XDP-kenmerken hebben.
Karakters invoeren
U kunt karakters invoeren om namen voor snelkiesnummers, toestelnummers, enz. te
bewaren. Gebruik hiertoe de cijfertoetsen en de andere toetsen.
Aan elk van de 12 cijfertoetsen zijn 7 karakters toegewezen. Zie “Snelkiezen via
toestelgeheugen/Toewijzen Naam (alleen voor KX-T7235)” in Deel 2.2 (Programmeren).
Uw gegevens bewaren
Druk op OPSLAG om uw gegevens te bewaren.
• De OPSLAG-indicator gaat rood branden en u hoort de bevestigingstoon.
*Bevestigingstoon (één pieptoon)
U hoort de pieptoon nadat u op OPSLAG heeft gedrukt. U weet nu dat uw
bewaarprocedure afgewerkt is.
*Alarmtoon (drie pieptonen)
Controleer of u een geldige invoer heeft verricht als u deze alarmtoon hoort.
Een andere selectie maken binnen dezelfde geheugenplaats
• Voor de eerstvolgende selectie: druk op VOLG.
• Voor de vorige selectie: druk op VORIG.
• Voor een bepaalde selectie: druk op SELECT en voer dan het nummer in.
VOLG
#01-1
VORIG
VOLG
#01-2
VORIG
VOLG
#02-1
VORIG
#02-2.....
3.1.2 Programmering
3-6 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
Naar een andere geheugenplaats gaan
Druk op OPSLAG. U kunt op de volgende 2 manieren naar een ander programma gaan:
(1) • Naar de volgende grotere geheugenplaats:
(1) • Druk Soft 1 (SKP+) of VOLUME (lager).
(1) • Naar de volgende kleinere geheugenplaats:
(1) • Druk SHIFT + Soft 1 (SKP+) of VOLUME (hoger).
(2) Naar een specifieke geheugenplaats:
(1) • Druk op END en voer dan de geheugenplaats in.
Terug naar de bedieningsmodus
U kunt op twee manieren terugkeren naar de bedieningsmodus:
(1) Neem de hoorn op tijdens de programmeermodus.
(2) Druk op de PROGRAM-toets als het basisbericht: MNG-PGM NO? -> op het display
verschijnt.
(Druk op END en het basisbericht verschijnt op het display.)
3.1.2 Programmering
Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder) 3-7
OPMERKING
Er wordt van uitgegaan dat u Deel 3.1 “Algemene Programmeerinstructies” gelezen heeft. Het gebruik
van Soft-toetsen is in dat deel besproken. In de volgende instructies zal er niet naar verwezen worden. In
plaats van de maskertoetsen kunt u evenwel steeds gebruik maken van de Soft-toetsen.
Beschrijving Instellen datum en uur.
Instelling • Dag: 1 – 31
Maand: Jan – Dec
Jaar: 00 – 99
Weekdag: ZON / MAA / DIN / WOE / DON / VRIJ / ZAT
Uur: 00 – 23
Minuut: 00 – 59
Standaardinstelling 1 Jan 94 ZAT 00:00
Programmeren 1. Voer 000 in.
Display: Day/Time Set
2. Druk op VOLG.
Voorbeeld op display: 1 Jan 94 ZAT
3. Voer de dag in.
Druk op CLEAR en voer de nieuwe dag in om de actuele instelling te
veranderen.
4. Druk op -->.
5. Blijf op SELECT drukken tot de gewenste maand op het display verschijnt.
6. Druk op -->.
7. Voer het jaar in.
Druk op CLEAR en voer het nieuwe jaar in om de actuele instelling te
veranderen.
8. Druk op -->.
9. Blijf op SELECT drukken tot de gewenste weekdag op het display
verschijnt.
10. Druk op OPSLAG.
11. Druk op VOLG.
Voorbeeld op display: 00:00
3.2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de
systeembeheerder) Instellen datum en uur
000
3-8 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
12. Voer het uur in.
Druk op CLEAR en voer het nieuwe uur in om de actuele instelling te
veranderen.
13. Druk op -->.
14. Voer de minuut in.
Druk op CLEAR en voer de nieuwe minuut in om de actuele instelling te
veranderen.
15. Druk op OPSLAG.
16. Druk op END.
Voorwaarden • Na elke invoer kunt u ook op OPSLAG drukken. U hoeft de andere stappen
dan niet uit te voeren.
• Druk op <-- in stap 4–9 en stap 13–14 om naar het vorige veld terug te keren.
• Hoort u de alarmtoon als u op OPSLAG drukt, controleer dan of de datum
correct is.
• De klok loopt van zodra u op de OPSLAG-toets heeft gedrukt.
• U moet steeds iets invoeren.
• De tijd wordt automatisch aangepast als de eerst uitgaande oproep na 3 uur’s
ochtends wordt gemaakt.
Functieverwijzing Installatiehandleiding, Deel 3, Functies,
Display, Tijd en Datum
3.2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de
systeembeheerder) Instellen datum en uur (vervolg)
000
Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder) 3-9
Beschrijving U kunt Snelkiesnummers voor het Systeemgeheugen programmeren. Alle
toestelgebruikers kunnen over deze nummers beschikken. De
geprogrammeerde nummers worden tevens gebruikt in de functies Naam
Gesprekspartner en Gesprekslog, Inkomende Functies.
Selectie • Nummers Snelkiezen: 000 – 499
• Telefoonnummer: (maximaal) 24 cijfers
Standaardinstelling Alle Nummers Snelkiezen — Niet Bewaard
Programmeren 1. Voer 001 in.
Display: SPD Number Set
2. Druk op VOLG.
Display: SPD Code?
3. Voer een Snelkiesnummer in.
Om Snelkiesnummer 000 in te voeren zou u ook op VOLG kunnen drukken.
Voorbeeld op display: 000: Niet bewaard
4. Voer een telefoonnummer in.
Druk op CLEAR om de huidige invoer te wissen.
Druk op CLEAR en het nieuwe nummer om de huidige invoer te wijzigen.
5. Druk op OPSLAG.
6. Druk op VOLG of VORIG of SELECT en het gewenste Snelkiesnummer
om een volgend Snelkiesnummer te programmeren.
7. Herhaal stappen 4–6.
8. Druk op END.
Voorwaarden U kunt maximaal 500 Snelkiesnummers invoeren. Elk snelkiesnummer mag
uit maximaal 24 cijfers bestaan. Geldige karakters zijn: 0 tot 9,
, en #,
SECRET en - (liggend streepje).
Druk op de “-”toets om een liggend streepje te bewaren.
Druk op SECRET voor en na de confidentiële delen van het
nummer en ze verschijnen niet op het display. U moet altijd twee
maal op de SECRET-toets drukken of uw invoer wordt niet
bewaard. (Zie Installatiehandleiding, Deel 3 “Geheim Bellen”.)
3.2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de
systeembeheerder) Instellen nummers voor Snelkiezen via Systeemgeheugen
001
3-10 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
• Voer vóór het nummer ook de lijntoegangscode in als u een extern nummer wilt
bewaren (standaard = 0, 81–88). Naam Gesprekspartner en Gesprekslog,
Inkomende functie; Als - (liggend streepje) voor het telefoonnummer staat,
begint Verifiren Naam Gesprekspartner bij het telefoonnummer. Voorbeeld:
0 - 12345678
• Voer een gespreksduur-code in voordat u de lijntoegangscode invoert.
Voorbeeld: 49 12345#0 - 12345678
(Zie Installatiehandleiding, Deel 3 “Invoeren Gespreksduurcode”.)
• U kunt een nummer met meer dan 25 cijfers onder twee Snelkiesnummers
bewaren. In het tweede Snelkiesnummer moet u dan de lijntoegangscode niet
bewaren.
• Druk op --> of <-- om de delen die niet op het display staan te kunnen bekijken.
• Met Programma [002] “Instellen Naam Snelkiezen” wijst u een naam toe aan de
Snelkiesnummers.
Functieverwijzing Installatiehandleiding, Deel 3, Functies,
Gesprekslog, inkomend
Naam Gesprekspartner
Speciale functies voor KX-T7235 — Snelkiezen via Systeemgeheugen
Snelkiezen via Systeemgeheugen
Kiesrestrictie voor Snelkiezen via Systeemgeheugen
3.2
Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
Instellen nummers voor Snelkiezen via Systeemgeheugen
(vervolg)
001
Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder) 3-11
Beschrijving Via Programma [001] “Instellen namen voor Snelkiezen via
Systeemgeheugen” wijst u een naam toe aan een snelkiesnummer. De
bewaarde naam verschijnt op het display van de KX-T7235 tijdens de functie
Snelkiezen via Systeemgeheugen. De bewaarde namen worden gebruikt in de
functies Naam Gesprekspartner en Gesprekslog bij inkomende gesprekken.
Selectie • Snelkiesnummer: 000 – 499
• Naam: (maximaal) 10 karakters
Standaardinstelling Alle Snelkiesnummers — Niet bewaard
Programmeren 1. Voer 002 in.
Display: SPD Name Set
2. Druk op VOLG.
Display: SPD Code? ->
3. Voer een Snelkiesnummer in.
Om Snelkiesnummer 000 in te voeren zou u ook op VOLG kunnen
drukken.
Voorbeeld op display: 000: Niet bewaard
4. Voer een naam in.
Voor het invoeren van karakters, zie Deel 2.2 “Programmeren”.
Druk op CLEAR om de actuele invoer te wissen.
Druk op CLEAR en de voer de nieuwe naam in om de actuele invoer te wijzigen.
5. Druk op OPSLAG.
6. Druk op VOLG of VORIG of SELECT en het gewenste
Snelkiesnummer om een volgend Snelkiesnummer te programmeren.
7. Herhaal stappen 4–6.
8. Druk op END.
Voorwaarden Snelkiesnummers worden geprogrammeerd via Programma [001] “Instellen
Nummers voor Snelkiezen via Systeemgeheugen”.
U kunt maximaal 500 Snelkiesnummers invoeren. Elke naam mag uit maximaal
10 karakters bestaan.
Functieverwijzing Installatiehandleiding, Deel 3, Functies,
Gesprekslog, inkomend
Naam Gesprekspartner
Speciale functies voor KX-T7235 — Snelkiezen via Systeemgeheugen
Snelkiezen via Systeemgeheugen
3.2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de
systeembeheerder) Instellen namen voor Snelkiezen via Systeemgeheugen
002
3-12 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
Beschrijving Elk intern toestel krijgt een toestelnummer.
Selectie • Plugnummer: KX-TD816 — 01 tot 16 (-1 / -2)
KX-TD1232 — 01 tot 64 (-1 / -2)
(-1 = eerste toewijzing, -2 = tweede toewijzing)
• Toestelnummer: 2 – 4 cijfers
Standaardinstelling KX-TD816 — Plug 01-1 tot 16-1 = 201 tot 216
Plug 01-2 tot 16-2 = 301 tot 316
KX-TD1232 —Plug 01-1 tot 64-1 = 201 tot 264
Plug 01-2 tot 64-2 = 301 tot 364
Programmeren 1. Voer 003 in.
Display: EXT Number Set
2. Druk op VOLG.
Display: Jack NO? ->
3. Voer een Plugnummer in.
Om Plugnummer 01 in te voeren zou u ook op VOLG kunnen drukken.
Druk op VOLG nadat u de plugnummer ingevoerd heeft om de tweede
toewijzing te selecteren.
Voorbeeld op display:#01-1:EXT201
4. Voer het toestelnummer in.
Druk op CLEAR en voer het nieuwe nummer in om de actuele invoer te
wijzigen.
5. Druk op OPSLAG.
6. Druk op VOLG of VORIG of SELECT en het gewenste Plugnummer om
een andere plug te programmeren.
7. Herhaal stappen 4–6.
8. Druk op END.
Voorwaarden Op de KX-TD816 kunt u maximaal 32 toestelnummers invoeren. Op de KX-
TD1232 kunt u maximaal 128 toestelnummers invoeren. Elk toestelnummer
kan uit twee, drie of vier cijfers tussen 0 – 9 bestaan.
en # kunt u niet
gebruiken.
Bij de KX-TD1232 zijn plugnummers 01 tot 32 voor het hoofdsysteem en 33
tot 64 voor het bijsysteem (als dit beschikbaar is).
3.2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de
systeembeheerder) Instellen toestelnummer
003
Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder) 3-13
• Een toestelnummer is niet geldig als het eerste of tweede cijfer niet
overeenstemt met de instelling van het programma [100] “Flexible numbering,
1st through 16th hundred extension blocks”. Als u één cijfer als eerste cijfer
toewijst, dan bestaan sommige toestelnummers uit twee en andere uit drie
cijfers. Als u twee cijfers als eerste cijfer toewijst, dan bestaan sommige
toestelnummers uit drie en sommige uit vier cijfers.
• U kunt per plug twee toestelnummers toewijzen. Als XDP uitstaat voor de plug
in Programma [600] “EXtra Device Port”, dan is het toestelnummer van de
tweede toewijzing (XX-2) niet beschikbaar. (XX=plugnummer).
• Voor een uitvoeriger verklaring van de plugnummers, zie “Rotatie van
plugnummers” op pagina 3-5.
• Dubbele of niet compatibele invoeren zijn ongeldig. Dit geldt ook voor het
toewijzen van programma’s [012] “ISDN Toestelnummer”, [127] “Toewijzen
Voice Mail Toestelnummer”, en [813] “Toewijzen Zwevend Nummer”.
Voorbeelden van geldige invoeren: 10 en 11; 10 en 110. Voorbeelden ongeldige
invoeren: 10 en 106; 210 en 21.
• Met Programma [004] “Instellen toestelnaam” geeft u namen aan de
toestelnummers.
Functieverwijzing Installatiehandleiding, Deel 3, Functies,
EXtra Device Port (XDP)
Intern nummer kiezen
Speciale functies voor KX-T7235 — Intern nummer kiezen
3.2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de
systeembeheerder) Instellen Toestelnummer (vervolg)
003
3-14 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
Beschrijving In Programma [003] “Instellen Toestelnaam” krijgt elk toestelnummer een
toestelnaam.
Selectie • Plugnummer:KX-TD816 — 01 tot 16 (-1 / -2)
KX-TD1232 — 01 tot 64 (-1 / -2)
(-1 = eerste toewijzing, -2 = tweede toewijzing)
• Toestelnaam: maximaal 10 cijfers
Standaardinstelling Alle pluggen — niet bewaard
Programmeren 1. Voer 004 in.
Display EXT Name Set
2. Druk op VOLG.
Display: Jack NO? ->
3. Voer een Plugnummer in.
Om Plugnummer 01 in te voeren zou u ook op VOLG kunnen drukken.
Druk op VOLG nadat u de plugnummer ingevoerd heeft om de tweede
toewijzing (-2) te selecteren.
Voorbeeld op display: #01-1: Niet bewaard
4. Voer het toestelnaam in.
Druk op CLEAR en voer het nieuwe naam in om de actuele invoer te wissen.
Druk op CLEAR en voer de nieuwe naam in om de actuele invoer te wijzigen.
5. Druk op OPSLAG.
6. Druk op VOLG of VORIG of SELECT en het gewenste Plugnummer om
een andere plug te programmeren.
7. Herhaal stappen 4–6.
8. Druk op END.
Voorwaarden Op de KX-TD816 kunt u maximaal 32 toestelnamen invoeren. Op de KX-
TD1232 kunt u maximaal 128 toestelnamen invoeren. Elk toestelnummer
mag uit maximaal 10 karakters bestaan.
Programma [003] “Instellen toestelnummer”wordt gebruikt om
Toestelnummers toe te wijzen.
Bij de KX-TD1232 zijn plugnummers 01 tot 32 voor het hoofdsysteem en
33 tot 64 voor het bijsysteem (als dit beschikbaar is).
Voor een uitvoeriger verklaring van de plugnummers, zie “Rotatie van
plugnummers” op pagina 3-5.
3.2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de
systeembeheerder) Instellen Toestelnaam
004
Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder) 3-15
Functieverwijzing Installatiehandleiding, Deel 3, Functies,
Intern nummer kiezen
Speciale functies voor KX-T7235 — Intern nummer kiezen
3.2 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de
systeembeheerder) Instellen Toestelnaam (vervolg)
004
3-16 Programmering voor de gebruiker (Programmering voor de systeembeheerder)
Raadpleeg de Installatiehandleiding of contacteer uw verkoper als u de volgende
programma’s moet veranderen:
• [005] Toewijzing flexibele CO-toets
• [006] Toewijzen toestel telefonist(s)/systeembeheerder-toestel – Dag/Nacht
• [007] Toewijzen Poort DSS-Console en toestel dat op DSS-Console is aangesloten
• [008] Afwezigheidsberichten
• [009] Instellen Noodnummers
• [010] Budget Management
• [011] Limiet gesprekskosten en Gesprekstarief
• [012] Instellen ISDN-toestelnummer
• [013] Instellen ISDN-toestelnaam
• [014] Budget Management via ISDN poort
3.2 Programmering voor de gebruiker
(Programmering voor de systeembeheerder)
Deel 4
Functies Systeemtoestellen
Inhoud
4.1 Basisbediening..........................................................4-2
Opbellen ....................................................................4-2
Een gesprek beantwoorden .......................................4-3
4.2 Functies Systeemtoestellen (A-Z).............................4-4
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
(— alleen voor de Telefonist(e)) ..........................4-130
4.4 Speciale Displayfuncties
(— voor de KX-T7235) .........................................4-146
<Opmerking>
Wanneer u gebruik maakt van “Voorkeur voor vrije lijn — Uitgaand”,
“Geen voorkeur voor lijn — Uitgaand”, of van “Voorkeur voorrang
(Prime)- buitenlijn”, dan kunt u, als u de hoorn opneemt, geen gebruik
maken van de Systeemtoestel-functies. Om toegang te krijgen tot deze
functies moet u de hoorn opnemen en op INTERCOM-toets drukken
of op de INTERCOM-toets drukken zonder de hoorn op te nemen.
In de instructies en afbeeldingen in deel 4 worden de
standaardinstellingen als datavoorbeelden gebruikt. Indien u de
systeemprogrammering heeft gewijzigd, moet u niet de data in de
voorbeelden, maar de door u geprogrammeerde data gebruiken.
De in dit deel gebruikte afbeeldingen hebben betrekking op de KX-
T7235.
4-2 Functies Systeemtoestellen
4.1 Basisbediening
Opbellen
Een intern nummer kiezen
U kunt als volgt een intern toestelnummer kiezen:
1. Neem de hoorn van de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
2. Kies het intern toestelnummer of druk op de DSS-toets.
Een extern nummer kiezen
Om een extern nummer te kiezen moet eerst een buitenlijn (CO) gekozen worden, dit kan op
drie manieren:
1) Toegang tot CO-lijn, automatisch
2) Toegang tot CO-lijn, binnen CO-groep (centrale)
3) Toegang tot CO-lijn, individueel
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies een buitenlijn-toegangscode (0 of 81–88) of druk op een CO-
toets.
— 0 : Toegang tot CO-lijn, automatisch
— 81–88: Toegang tot CO-lijn, binnen CO-groep (centrale)
— CO : Toegang tot CO-lijn, individueel
3. Kies het telefoonnummer.
Voorwaarden
Er zijn vier voorkeurstoewijzingen voor toegang tot een buitenlijn (— Vrije buitenlijn/Geen
buitenlijn/Urgentie (Prime)-buitenlijn/Interne Prime-lijn). U kunt via toestelprogrammering
een van deze voorkeuren toewijzen.
Voor handige tips bij Handenvrij kiezen, kunt u de informatie onder “Handenvrij
beantwoorden/kiezen” raadplegen.
1
2
intern toestelnummer
1
2
telefoonnummer
toegangscode buitenlijn
3
Functies Systeem Toestellen 4-3
4.1 Basisbediening
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing voorkeur Lijn — Uitgaand
Functieverwijzing
Intern telefoneren (4.4/Speciale Displayfuncties)
Handenvrij kiezen
Intern toestel kiezen
Toegang tot buitenlijn (CO)
Een gesprek beantwoorden
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
of
1. Druk op een knipperende CO- of INTERCOM-toets.
De CO- of INTERCOM-indicator blijft groen branden.
Voorwaarden
Er zijn drie voorkeurstoewijzingen voor inkomende gesprekken (— Geen voorkeur/
Prime(urgentie)-buitenlijn/Bellende lijn). U kunt via toestelprogrammering een van deze
voorkeuren toewijzen.
Voor handige tips bij Handenvrij telefoneren, kunt u de informatie onder “Handenvrij
kiezen” raadplegen.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing voorkeur Lijn — Inkomend
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[400] Toewijzing CO-lijn Verbinding
[603]–[604] DIL 1:N Intern toestel en Uitgesteld Belsignaal — Dag/Nacht
Functieverwijzing
Direct beantwoorden van een buitenlijn (CO)
Handenvrij kiezen
1
1
of
CO
INTERCOM
of
4-4 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Boodschapfunctie “Afwezig”op display
Wanneer deze functie is ingesteld, verschijnt op het display van het toestel dat belt, de reden
van uw afwezigheid. Voor elk toestel met display zijn negen boodschappen beschikbaar. Zes
boodschappen zijn reeds voorgeprogrammeerd. Instellen of opheffen van de
boodschapfunctie geschiedt individueel, dus per toestel, maar enkel gebruikers met een
display op hun toestel kunnen een boodschap ontvangen. Desgewenst kunt u via
Systeemprogrammering Boodschap 7, 8 en 9 programmeren.
Instellen
Boodschap 1. “Komt Snel Terug”
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en 1.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Boodschap nr.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Boodschap
Komt Snel Terug
Afwezig
Op TST %%%
Intern toestelnummer
Terug Om %%:%%
Minuten
Uur
Weg Tot %%/%%
Dag (of maand)
Maand (of dag)
In Bespreking
Opmerking: % geeft de positie aan waar u een cijfer/getal moet invoeren.
1
2
3
7 5 0
1
Functies Systeemtoestellen 4-5
4.2 Functies Systeemtoestellen
Boodschap 2. “Afwezig”
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en 2.
U hoort de hevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Boodschap 3. “Op TST %%%”
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en 3.
3. Kies het intern toestelnummer waarop u te bereiken bent.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Boodschap 4. “Terug om %%:%%” (tijd)
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en daarna 4.
3. Voer het uur in (00–23) en daarna de minuten s(00–59).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
1
2
2
7 5 0
3
1
3
2
4
intern toestelnummer
7 5 0
3
1
2
uur en minuten
4
3
7 5 0
4
4-6 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Boodschap 5. “Weg tot %%/%%” (maand/dag) of (dag/maand)
1. Neem de hoorn op of de druk de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en 5.
3. Voer de dag (01–31) en daarna de maand in (01–12).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDEN-VRIJ/
MONITOR-toets.
Boodschap 6. “In Bespreking”
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en 6.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Boodschap 7, 8 en 9. (voor eigen tekst)
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en het gewenste
boodschapnummer (7–9).
3. Voer de gewenste boodschap in.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
1
2
3
7 5 0
6
1
2
(X: 7–9)
3
boodschap invoeren
7 5 0
X
1
2
7 5 0
5
3
dag en maand
4
Functies Systeemtoestellen 4-7
4.2 Functies Systeemtoestellen
4
1
3
2
7 5 0
0
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Boodschap Gewist
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
Telkens wanneer u de hoorn opneemt verschijnt de boodschap op het display.
• Voor wat betreft Boodschap 3;
1) Als het toestelnummer uit meer dan 4 cijfers bestaat, raadpleeg dan de systeem-
programmeerlijst om de instelling te wijzigen.
2) Als het toestelnummer uit minder dan 3 cijfers bestaat, druk dan op “*” of op “#” om
de blanco posities in te vullen.
Op een KX-T7235 kunt u deze functie via de bediening voor het display uitvoeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[008] Boodschappenfunctie “Afwezig”
[100] Flexibele nummers, Boodschap Afwezig
[990] Randinformatie over systeem, Veld (41)
Functieverwijzing
Toegangsmenu systeemfuncties — Boodschapfunctie “Afwezig” op display
(4.4/Speciale Displayfuncties)
4-8 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
gespreksduurcode en #
4
3
S 1
S 2
S 3
ACCNT
CO
Invoeren Gespreksduurcode
Met de Gespreksduur-Code kunt u de gespreksduur van inkomende en uitgaande buitenlijn
(CO)-gesprekken controleren. De Gespreksduur-Code is verbonden met het toestel voor
gegevensregistratie (SMDR – Station Message Detail Recording). Voor inkomende
buitenlijngesprekken zijn geen Gespreksduur-Codes vereist. U kunt de Gespreksduur-Code in
de volgende drie modi invoeren: Check (controleer) - alle gesprekken; Check - Tussenkomen
in kiesrestrictie; Optie-modus. Op basis van de “Service Klasse
*1
” waartoe het toestel
behoort, wordt een modus voor het toestel gekozen.
Invoeren met Softtoetsen
Gespreksduurcodes invoeren vóór een gesprek
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de Gespreksduurtoets (S3).
U hoort een regelmatig onderbroken toonsignaal*
2
.
Het display toont:
Voer TIJDCode In
3. Voer de Gespreksduurcode in en druk op #.
U hoort de kiestoon.
4. Druk op een CO-toets of kies de toegangscode voor een
buitenlijn (0, of tussen 81–88). Kies daarna het telefoonnummer.
Gespreksduurcodes invoeren tijdens of na een gesprek
Invoeren van de Gespreksduurcode gedurende een gesprek, of zodra u de
kiestoon hoort (invoeren binnen 15 sec.):
1. Druk op de Gespreksduurtoets (S3).
U kun het gesprek gewoon voortzetten.
2. Voer de Gespreksduurcode in en druk op #.
2
gespreksduurcode en #
1
S 1
S 2
S 3
ACCNT
Functies Systeemtoestellen 4-9
4.2 Functies Systeemtoestellen
Basisbediening
Basisbediening Invoeren Gespreksduurcode
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (49), of druk op de Flexibele toets die als
Tijdtoets is toegewezen.
Als u het functienummer intoetst hoort u geen toonsignaal.
Als u op de Tijdtoets drukt hoort u een regelmatig onderbroken
toonsignaal*
2
.
De indicator van de Tijdtoets zal gaan branden, zodra deze toets
is ingedrukt.
3. Voer de Gespreksduurcode in en druk op #.
De indicator van de Tijdtoets gaat uit, zodra deze toets is
ingedrukt.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Druk op een CO-toets of kies de toegangscode voor een buitenlijn
(0, of tussen 81–88). Kies daarna het telefoonnummer.
Invoeren van de Gespreksduurcode gedurende of na een gesprek
Invoeren van de Gespreksduurcode gedurende een gesprek, of zodra u de
kiestoon hoort (invoeren binnen 15 sec.) doet u als volgt:
1. Druk op de Flexibele toets die als Gespreksduur-toets is
toegewezen.
De bijbehorende indicator zal gaan branden.
U kunt het gesprek gewoon voortzetten.
2. Voer de Gespreksduurcode in en druk op #.
De indicator van de Tijdtoets gaat uit, zodra deze toets wordt
ingedrukt.
1
2
4
3
gespreksduurcode en #
4
9
CO
1
2
gespreksduurcode en #
4-10 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voorwaarden
In de modus “Check - All” (controleer alle gesprekken)
In de volgende gevallen dient u altijd een vooraf toegewezen Gespreksduurcode in te
voeren, behalve wanneer deze reeds in het geheugen is opgeslagen.
a) Gesprekken doorschakelen naar een buitenlijn (CO)
b) Handmatig kiezen van een buitenlijn
c) Notebook-functie
d) ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
e) Automatisch kiezen (Hot Line)
f) Opnieuw kiezen van het laatst gekozen nummer
g) Opnieuw kiezen van een geheugennummer
h) Snelkiezen op intern toestel
i) Snelkiezen via systeemgeheugen
In de modus “Check - Rester” (controleer tussenkomen in kiesrestrictie)
In dit geval kunt u alleen een vooraf toegewezen Gespreksduur-code invoeren wanneer u
moet tussenkomen in een kiesrestrictie (zie: Tussenkomen in kiesrestrictie met
Gespreksduur-Code).
In de modus “Opties”
In dit geval kunt u een willekeurige Gespreksduurcode invoeren. Het is mogelijk om de
Gespreksduurcode tijdens inkomende of uitgaande gesprekken naar de SMDR (toestel
gegevensregistratie) te sturen, of binnen 15 seconden nadat uw gesprekspartner de hoorn op
de haak heeft gelegd.
Algemeen
Bij inkomende gesprekken hoeft u geen Gespreksduurcode in te voeren.
Om een verkeerd ingevoerde Gespreksduurcode te wissen drukt u op “*”.
Om de invoer te annuleren drukt u tijdens het invoeren van de Gespreksduurcode op de
Tijdtoets (Flexibele toets).
De Gespreksduur-Code kan bestaan uit max. 10 cijfers (0–9). Het gebruik van de FLASH-
toets en de PAUZE-toets, enz. is niet toegestaan. Nadat de Gespreksduurcode is ingevoerd,
moet u “#” of “99” invoeren.
Een Gespreksduur-Code kan als geheugennummer worden opgeslagen (“Notebook-
functie”, “ÉÉN-DRUK-toets-functie”, “Automatisch kiezen (Hot Line)”,“Snelkiezen
toestel-/systeemgeheugen”, en “Doorschakelen gesprekken naar CO-lijn”). Het invoeren
van een Gespreksduurcode doet u volgens de onderstaande volgorde:
[Functienummer] [Gespreksduurcode] [#] [Toegangscode buitenlijn] [Telefoonnr.]
of
[Functienummer] [Gespreksduurcode] [99] [Toegangscode buitenlijn]
[Telefoonnr.]
Functies Systeemtoestellen 4-11
4.2 Functies Systeemtoestellen
Als een ingevoerde Gespreksduurcode niet overeenkomt met een in het geheugen
opgeslagen Gespreksduurcode:
1) Hoort u de herkiestoon wanneer u een buitenlijngesprek kiest.
2) Wordt, tijdens een gesprek, de invoer van de code geaccepteerd en het gesprek kan
gewoon worden voortgezet (Optie-modus).
De kosten van de Gespreksduur-Code worden opgeteld als de ingevoerde gespreksduur
tijdens een gesprek op een buitenlijn overeenkomt met een vooraf opgegeven Gespreksduur-
Code.
Het telefoonnummer van de bestemmeling wordt niet geregistreerd op de SMDR als u een
Gespreksduur-Code voor een privé-gesprek gebruikt.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Gesprekskosten — Gesprekskosten referentie
— Gesprekskosten wissen
— Gesprekskosten instellen
Toewijzing flexibele toets — Gespreksduur-toets
(Voor de toewijzing kunt u systeemprogrammering — [005] gebruiken Raadpleeg de Installatiehandleiding.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Invoeren Gesprekskosten-Code
[105] Gespreksduurcodes
[508] Modus “Invoeren Gespreksduurcode”
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
SMDR (Station Message Detail Recording) (zie: Installatiehandleiding)
Negeren kiesrestrictie — Tussenkomen in kiesrestrictie met de Gespreksduur-code
*
1
“Service Klasse” wordt gebruikt voor de functietoewijzing aan een groep interne toestellen. Raadpleeg voor
meer informatie de Installatiehandleiding.
*
2
Een bepaalde kiestoon. Raadpleeg “Overzicht toonsignalen” in de Appendix (deel 8).
4-12 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Keuze Bel/Stem
U kunt een interne oproep plaatsen met gebruik van uw stem of door middel van een
belsignaal. In de modus “Stem” kunt u na de bevestigingstoon beginnen te spreken.
Invoeren met Softtoetsen
Oproepen met stem
Als het toestel dat u belt is ingesteld op “Belsignaal”, hoort u een
terugbeltoon.
1. Druk op de Stem (S3)-toets.
Het gebelde toestel schakelt om naar “Stem”, en u hoort de
bevestigingstoon.
Oproepen met belsignaal
Als het toestel dat u belt is ingesteld op“Stem”, hoort u een
bevestigingssignaal.
1. Druk op de Toon (S2)-toets.
Het gebelde toestel schakelt om naar “Belsignaal”, en u hoort
een terugbeltoon.
Basisbediening
Oproepen met stem
Als het toestel dat u belt is ingesteld op “Belsignaal”, hoort u een
terugbeltoon.
1. Druk op
.
Het gebelde toestel schakelt om naar “Stem”, en u hoort de
bevestigingstoon.
Oproepen met belsignaal
Als het toestel dat u belt is ingesteld op “Stem”, hoort u een
bevestigingssignaal.
1. Druk op
.
Het gebelde toestel schakelt om naar “Belsignaal”, en u hoort
een terugbeltoon.
1
S 1
S 2
S 3
Stem
1
S 1
S 2
S 3
Toon
1
1
Functies Systeemtoestellen 4-13
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voorwaarden
• De standaardinstelling is: Belsignaal.
U kunt alleen tijdens een gesprek naar “Stem” of “Belsignaal” omschakelen.
Als u een 2-draadstelefoon oproept, is alleen “Belsignaal” beschikbaar.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing signaal intern toestel
Functieverwijzing
Handenvrij beantwoorden
Direct beantwoorden van een buitenlijn (CO)
Door te drukken op een CO-toets kunt u een buitenlijngesprek beantwoorden: u hoeft daarbij
niet de hoorn of de HANDENVRIJ/MONITOR-toets te gebruiken.
Beantwoorden inkomend CO-gesprek
1. Druk op de snel rood knipperende CO-toets.
Het groene lampje van de indicator gaat branden, en u kunt nu
Handenvrij telefoneren.
Voorwaarden
Wanneer u meerdere CO-gesprekken gelijktijdig ontvangt, drukt u op de gewenste CO-
toets.
Er zijn drie soorten CO-toetsen: Groep-CO (G-CO), Lus-CO (L-CO) en Enkele-CO (E-CO)
toetsen. U kunt deze CO-toetsfuncties aan een Flexibele toets toewijzen (Raadpleeg
hiervoor deel 2 (Toestelprogrammering)).
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Groep-CO (G-CO), Lus-CO (L-CO) en Enkele-CO (E-
CO) toets
(Voor toewijzing kunt u systeemprogrammering — [005] gebruiken (Raadpleeg de Installatiehandleiding).)
Toewijzing voorkeurlijn — Inkomend
Functieverwijzing
Handenvrij kiezen
CO
1
4-14 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Automatisch Terugbellen (Camp-On)
Wanneer een door u gekozen buitenlijn of interne lijn bezet is, toets dan de code voor
Automatisch Terugbellen in (Camp-On), en leg vervolgens de hoorn op de haak. U wordt
door een belsignaal gewaarschuwd zodra het andere toestel vrij is.
Bediening met Softtoets
Instellen
Het toestel is bezet;
1. Druk op de B.TRG (S3)-toets.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de herkiestoon.
2. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Wacht tot u wordt teruggebeld.
Basisbediening
Instellen
Het toestel is bezet;
1. Kies 6.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de herkiestoon.
Het display toont:
<Voorbeeld>
Bel Terug: Txxxx
intern toestelnr.
2. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Wacht tot u wordt teruggebeld.
Beantwoorden van Terugbelsignaal — interne lijn:
U hoort het Terugbelsignaal;
• Het display toont:
<Voorbeeld>
xxxx: Vrij
intern toestelnr.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
U hoort de terugbeltoon en het eerder door u gebelde toestel
wordt automatisch opnieuw gebeld.
1
2
S 1
S 2
S 3
B.TRG
1
2
1
6
Functies Systeemtoestellen 4-15
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
telefoonnummer
1
2
3
4
6
Beantwoorden van Terugbelsignaal — buitenlijn (CO)
Belsignaal op uw toestel;
Het display toont:
<Voorbeeld>
COxx: Vrij
buitenlijnnummer
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
U hoort de kiestoon.
2. Kies het gewenste externe telefoonnummer.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (46).
3. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
Voorwaarden
Als u het Terugbelsignaal niet binnen 10 seconden (vier maal een belsignaal) beantwoordt,
wordt deze functie automatisch opgeheven.
Als u het Terugbelsignaal ontvangt, terwijl de tegenpartij weer een gesprek begint, stopt het
terugbelsignaal en begint weer opnieuw zodra het toestel vrij is.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, CAMP-ON opheffen
4-16 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
S 1
S 2
S 3
AGM
1
Achtergrondmuziek (AGM)
Uw toestel heeft de mogelijkheid om achtergrondmuziek via de ingebouwde luidspreker te
laten horen.
Bediening met Softtoets
De hoorn ligt op de haak en de HANDENVRIJ-functie is uit;
1. Druk op de AGM (S3)-toets.
Druk nogmaals op de toets om de AGM-functie uit te zetten.
Basisbediening
Instellen/Opheffen
De hoorn ligt op de haak en de HANDENVRIJ/MONITOR-functie is uit;
1. Druk op de HOLD-toets.
• Het display toont gedurende 5 seconden:
AGM Aan — (AGM-functie is ingesteld.)
of
AGM Uit — (AGM-functie is uitgezet.)
Voorwaarden
U moet een externe muziekbron (bijvoorbeeld een radio) aansluiten.
De AGM wordt beëindigd als een oproep binnenkomt of als u de hoorn opneemt.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[803] Gebruik van muziekbron
[990] Randinformatie systeem, veld (20)
Functies Systeemtoestellen 4-17
4.2 Functies Systeemtoestellen
Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)
Wanneer u een bezet toestel belt, hoort degene die in gesprek is drie pieptonen ter indicatie
dat u wacht.
Bediening met Softtoets
Als u een intern toestel belt en de bezettoon hoort;
1. Druk op de BSS (S1)-toets.
Wacht op beantwoording en begin te spreken.
Basisbediening
Als u een intern toestel belt en de bezettoon hoort;
1. Kies 2.
Wacht op beantwoording en begin te spreken.
Voorwaarden
Voor degene die een BSS moet beantwoorden: zie in deze handleiding — Toonsignaal
“Wachtend Gesprek”.
Deze functie is alleen beschikbaar voor de toestellen waaraan het toonsignaal “Wachtend
Gesprek” is toegewezen.
Functieverwijzing
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
1
2
1
S 1
S 2
S 3
BSS
4-18 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Gesprek doorschakelen — SAMENVATTING
Met deze functie worden inkomende gesprekken automatisch naar een ander intern toestel of
naar een externe buitenlijn doorgeschakeld. U kunt op de volgende manieren een gesprek
doorschakelen:
Doorschakelen
— Alle
Doorschakelen
— Bezet
Doorschakelen
— Geen antwoord
Doorschakelen
— Bezet/Geen
antwoord
Doorschakelen
— naar buitenlijn
Doorschakelen
— Follow Me
Alle inkomende gesprekken worden naar een ander toestel
doorgeschakeld.
Alle inkomende gesprekken worden doorgeschakeld naar
een ander toestel wanneer uw toestel bezet is.
Alle inkomende gesprekken worden doorgeschakeld naar een
ander toestel wanneer u deze niet beantwoordt.
Alle inkomende gesprekken worden doorgeschakeld naar
een ander toestel wanneer u ze niet beantwoordt of uw
toestel bezet is.
Inkomende gesprekken worden doorgeschakeld naar een
buitenlijn (CO).
Biedt de mogelijkheid om de functie “Doorschakelen — alle
gesprekken” op een ander toestel dan uw toestel in te stellen.
Manier
Omschrijving
Opmerking : U kunt de “Voice Mail (VM)” of Radio Oproepsystemen ook instellen op het
toestel waar een gesprek naar doorgeschakeld wordt. Raadpleeg in deze
handleiding ook “Voice Mail Integratie”.
Voorwaarden
Raadpleeg in deze handleiding “Gesprek doorschakelen — OPHEFFEN” als u een
Doorschakelfunctie wilt opheffen.
Een inkomend gesprek kan slechts éénmaal worden doorgeschakeld. Als toestel A een
gesprek reeds heeft doorgeschakeld naar toestel B en toestel B wil het gesprek op zijn beurt
naar toestel C doorschakelen, dan zal toestel B een herkiestoon te horen krijgen. Als toestel
C het gesprek wil doorschakelen naar toestel A, zal toestel C eveneens een herkiestoon te
horen krijgen.
U kunt niet doorschakelen naar een zwevend intern toestel (bijvoorbeeld een Modem of een
externe pieper).
(Ja)
(Nee)
Toest. A
Toest. B Toest. C
(Neen)
Functies Systeemtoestellen 4-19
4.2 Functies Systeemtoestellen
Een Systeemtoestel dat wordt gebeld en over geen overeenkomstige CO-toets beschikt kan
geen gesprekken ontvangen.
Bevestigingstoon 2 (2 pieptonen) wordt uitgezonden wanneer de eerder geprogrammeerde
gegevens gelijk zijn aan de nieuwe gegevens. Is dit niet het geval, dan wordt
bevestigingstoon 1 (1 pieptoon) uitgezonden. Raadpleeg “Overzicht toonsignalen” in de
Appendix (Deel 8).
Op de KX-T7250 (niet voorzien van een DSN/NS-toets) kan een Flexibele toets als DSN/
NS-toets worden geprogrammeerd.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — DSN/NS-toets
(Voor de toewijzing kunt u systeemprogrammering — [005] gebruiken (Raadpleeg de
Installatiehandleiding).)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Gesprek doorschakelen/Niet Storen
Functieverwijzing
Gesprek doorschakelen — OPHEFFEN
Niet Storen (NS)
Voice Mail Integratie
Gesprek doorschakelen — alle gesprekken
U kunt alle inkomende gesprekken naar een ander toestel doorschakelen.
Display (— voor de KX-T7235)
Instellen
1. Neem de hoorn op druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de DSN-Alle Gesprk (F3)-toets.
1
2
3
F3
F4
F5
DSN-Alle Gesprk(tst)
4-20 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
4
intern toestelnummer
5
1
2
3
5
2
intern toestelnummer
4
4. Kies het intern toestelnummer waarnaar u het gesprek wilt
doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(All) Tstxxxx
toestelnr. waarnaar
wordt doorgeschakeld
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Basisbediening
Instellen
1. Neem de hoorn op druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
In plaats daarvan kunt u ook het functienummer (710) kiezen.
3. Kies 2.
4. Kies het intern toestelnummer waarnaar u wilt doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(All) Tstxxxx
toestelnr. waarnaar
wordt doorgeschakeld
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITER-toets.
Functies Systeemtoestellen 4-21
4.2 Functies Systeemtoestellen
2
3
1
4
intern toestelnummer
5
F4
F5
DSN-Bezet (tst)
Gesprek doorschakelen — bezet
U kunt alle inkomende gesprekken doorschakelen wanneer uw toestel bezet is.
Display (— voor de KX-T7235)
Instellen
1. Neem de hoorn op druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de DSN-Bezet (F4)-toets.
4. Kies het intern toestelnummer waarnaar u wilt doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(BZT) Tstxxxx
toestelnr. waarnaar
wordt doorgeschakeld
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Basisbediening
Instellen
1. Neem de hoorn op druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
In plaats daarvan kunt u ook het functienummer (710) kiezen.
3. Kies 3.
4. Kies het intern toestelnummer waarnaar u wilt doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(BZT) Tstxxxx
toestelnr. waarnaar
wordt doorgeschakeld
De DSN/NS-indicator knippert langzaam rood.
1
2
3
4
intern toestelnummer
3
4-22 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
5
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Gesprek doorschakelen — geen antwoord
Met deze functie worden de inkomende gesprekken naar een ander intern toestel
doorgeschakeld wanneer u niet binnen een bepaalde tijd beantwoordt.
Bediening display (— voor de KX-T7235)
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de toets DSN-Afwezig (F5)-toets.
4. Kies het intern toestelnummer waar u het gesprek naar wilt
doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(NO) Tstxxxx
Intern toestelnr. waarnaar
wordt doorgeschakeld
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Basisbediening
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
U kunt in plaats daarvan ook het functienummer (710) kiezen.
3. Kies 4.
1
2
3
4
intern toestelnummer
5
F5
DSN-Afwezig (tst)
1
2
3
4
Functies Systeemtoestellen 4-23
4.2 Functies Systeemtoestellen
5
4
intern toestenummer
4. Kies het intern toestelnummer waar het gesprek naar moet
worden doorgeschakeld.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN (NO) Tstxxxx
Intern toestelnr. waarnaar
wordt doorgeschakeld
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[202] Gesprekken doorschakelen — tijdlimiet “geen antwoord”
Gesprek doorschakelen — bezet/geen antwoord
U kunt gesprekken naar een ander intern toestel doorschakelen wanneer uw toestel
bezet is of wanneer u niet binnen een bepaalde tijd beantwoordt.
Bediening display (— voor de KX-T7235)
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de toets VOLG (S3)-toets.
4. Druk op de DSN-Bezet/Afwzg (F1)-toets.
1
2
3
4
S 1
S 2
S 3
VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
DSN-Bezet/Afwzg (tst)
4-24 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
5
intern toestelnummer
6
1
2
3
4
intern toestelnummer
5
5
5. Kies het intern toestelnummer waar u het gesprek naar wilt
doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(B/NO)Tstxxxx
Intern toestelnummer waarnaar
wordt doorgeschakeld
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
6. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Basisbediening
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
U kunt in plaats daarvan ook het functienummer (710) kiezen.
3. Kies 5.
4. Kies het intern toestelnummer waar het gesprek naar moet
worden doorgeschakeld.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(B/NO)Tstxxxx
Intern toestelnr. waarnaar
wordt doorgeschakeld
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[202] Gesprekken doorschakelen — tijdlimiet “geen antwoord”
Functies Systeemtoestellen 4-25
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
S 1
S 2
S 3
VOLG
8
7
6
telefoonnummer
5
toegangscode buitenlijn
4
Gesprek doorschakelen — naar buitenlijn (CO)
U kunt een intern gesprek naar een buitenlijn doorschakelen. Het externe telefoonnummer
moet hiervoor zijn voorgeprogrammeerd.
Bediening display (— voor de KX-T7235)
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de VOLG (S3)-toets.
4. Druk op de DSN-CO-lijn (F2)-toets.
5. Kies de toegangscode tot een buitenlijn (0, of tussen 81–88).
6. Kies het telefoonnummer waar het gesprek naar moet worden
doorgeschakeld.
7. Kies #.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
<Voorbeeld>
Wanneer u 2011234 intoetst in stap 6, toont het display:
DSN(CO) 02011234
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
8. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
F2
F3
F4
F5
DSN-CO-lijn (kies)
4-26 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
4
3
toegangscode buitenlijn
1
6
2
7
6
5
telefoonnummer
Basisbediening
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
U kunt in plaats daarvan ook het functienummer (710) kiezen.
3. Kies 6.
4. Kies de toegangscode tot een buitenlijn (0, of tussen 81–88).
5. Kies het telefoonnummer waar het gesprek naar moet worden
doorgeschakeld.
6. Kies #.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
<Voorbeeld>
Wanneer u 2011234 intoetst in stap 5, toont het display:
DSN(CO) 02011234
De DSN/NS-indicator knippert langzaam (rood).
7. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
Er kunnen maximaal zestien cijfers (inclusief de buitenlijncode) worden geprogrammeerd.
De programmering van “Service Klasse” bepaalt welk toestel van deze functie gebruik kan
maken.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[504] Gesprek doorschakelen naar buitenlijn
Functies Systeemtoestellen 4-27
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
S 1
S 2
S 3
VOLG
6
uw intern toestelnr.
Gesprek doorschakelen — Follow Me
U kunt de functie “Gesprek doorschakelen — Alle Gesprekken” ook instellen op het
bestemmingstoestel (toestel waar een gesprek naar moet worden doorgeschakeld).
Bediening display (— voor de KX-T7235)
Instellen
– op het bestemmingstoestel;
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de VOLG (S3)-toets.
4. Druk op de DSN-Van (F3)-toets.
5. Kies uw eigen intern toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(Van)Tstxxxx
Uw intern toestelnr.
De DSN/NS-indicator op uw toestel knippert langzaam (rood).
6. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
4
5
F3
F4
F5
DSN-Van (tst)
4-28 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
7
5
4
uw intern toestelnr.
Basisbediening
Instellen
– op het bestemmingstoestel;
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
U kunt in plaats daarvan ook het functienummer (710) kiezen.
3. Kies 7.
4. Kies uw eigen intern toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN(Van)Tstxxxx
Uw intern toestelnr.
De DSN/NS-indicator op uw toestel knippert langzaam (rood).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
• Deze functie kunt u opheffen op uw toestel of op het bestemmingstoestel.
Programmeerverwijzing
• Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[991] Randinformatie over Service Klasse
Functies Systeemtoestellen 4-29
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
F2
F1
F3
F4
F5
DSN/NS Opheffen
4
S 1
S 2
S 3
VOLG
3
1
2
4
F4
F5
DSN-Van Annulrn(tst)
uw intern toestelnr.
5
Gesprek doorschakelen — OPHEFFEN
Het doorschakelen van gesprekken kunt u op twee manieren opheffen. Welke manier u moet
toepassen, is afhankelijk van de doorschakelfunctie die aan uw toestel is toegewezen.
Bediening display (— voor de KX-T7235)
Opheffen gesprek doorschakelen — op uw toestel
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de DSN/NS Opheffen (F1)-toets.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN/NS Gewist
De DSN/NS-indicator gaat uit.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Opheffen gesprek doorschakelen naar bestemmingstoestel — alleen “Follow Me (alle gesprekken)”
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de VOLG (S3)-toets.
4. Druk op de DSN-Van Annulrn (F4)-toets.
5. Kies uw eigen intern toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN Annul T xxx — (xxx: eigen toestelnr.)
De DSN/NS-indicator op uw toestel gaat uit.
4-30 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
6
1
2
3
4
0
1
2
3
4
eigen toestelnr.
5
8
6. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Basisbediening
Opheffen gesprek doorschakelen — op uw toestel
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
U kunt in plaats daarvan ook het functienummer (710) kiezen of
op de Flexibele toets drukken, die als DSN/NS-toets is
toegewezen.
3. Kies 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN/NS Gewist
De DSN/NS-indicator gaat uit.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Opheffen gesprek doorschakelen naar bestemmingstoestel — alleen “Follow Me (alle
gesprekken)”
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
U kunt in plaats daarvan ook het functienummer (710) kiezen of
op de Flexibele toets drukken, die als DSN/NS-toets is
toegewezen.
3. Kies 8.
4. Kies uw eigen intern toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN Annul T xxx — (xxx: eigen toestelnr.)
De DSN/NS-indicator gaat uit.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Functies Systeemtoestellen 4-31
4.2 Functies Systeemtoestellen
Wachtstand
Met deze functie kunt u interne (INTERCOM (ICM)) of externe (CO) gesprekken in de
wachtstand zetten.
Gesprek in wachtstand zetten
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de HOLD-toets.
De indicator van de betreffende buitenlijn of interne lijn
knippert langzaam groen.
Dit gesprek wordt in exclusieve wachtstand geplaatst.
2. Druk opnieuw op de HOLD-toets.
De buitenlijn- of INTERCOM-indicator knippert langzaam
groen.
Dit gesprek wordt in wachtstand geplaatst.
Terugnemen van een gesprek in wachtstand
– op toestel dat de functie activeerde;
1. Druk op de CO- of INTERCOM-toets waarvan de indicator
langzaam groen knippert.
De betreffende indicator blijft nu groen branden.
Voorwaarden
Raadpleeg in deze handleiding “Overnemen van een gesprek in wachtstand” als u op een
ander toestel het gesprek in wachtstand wilt hervatten.
Als een gesprek in wachtstand niet binnen de vastgestelde tijd (standaard ingesteld op
60 seconden) wordt teruggenomen, hoort u het “terugbelsignaal wachtstand”.
Als een buitenlijn in wachtstand niet binnen 15 minuten wordt teruggenomen, wordt de
verbinding automatisch verbroken.
Buitenlijngesprekken en één intern gesprek kunnen gelijktijdig in de wachtstand worden
gezet.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[200] Terugbelsignaal Wachtstand
Functieverwijzing
Overnemen van een gesprek in wachtstand
Belsignaal Wachtstand (zie: Installatiehandleiding)
1
2
1
of
CO
INTERCOM
4-32 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Exclusieve Wachtstand
Met deze functie voorkomt u dat iemand anders een voor u bestemd gesprek in wachtstand
terugneemt. Het gesprek kan alleen worden teruggenomen door het toestel dat het in
wachtstand plaatste.
Een gesprek in exclusieve wachtstand zetten
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de HOLD-toets.
De indicator van de buitenlijn of interne lijn knippert langzaam
groen.
U hoort de bevestigingstoon.
U kunt de hoorn weer opleggen.
Terugnemen van een gesprek in exclusieve wachtstand
1. Druk op de CO- of INTERCOM-toets in exclusieve wachtstand.
De CO- of INTERCOM-indicator blijft groen branden.
Het gesprek kan worden hervat.
Voorwaarden
Als een gesprek in wachtstand niet binnen de vastgestelde tijd (standaard ingesteld op
60 seconden) wordt teruggenomen, hoort u het “Belsignaal Wachtstand”.
Als een buitenlijn in wachtstand niet binnen de 15 minuten wordt teruggenomen, wordt het
gesprek automatisch verbroken.
Buitenlijngesprekken en één intern gesprek kunnen gelijktijdig in de exclusieve wachtstand
worden gezet.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[200] Terugbelsignaal Wachtstand
Functieverwijzing
Wachtstand
Belsignaal Wachtstand (zie: Installatiehandleiding)
1
1
CO
INTERCOM
of
Functies Systeemtoestellen 4-33
4.2 Functies Systeemtoestellen
Overnemen van een gesprek in wachtstand
Wanneer een gesprek in de wachtstand is gezet, kunt u dit gesprek ook op een ander toestel
overnemen.
Overnemen van een buitenlijn (CO) gesprek in wachtstand
– op andere toestel;
1. Druk op de CO-toets waarvan de indicator langzaam rood knippert.
De CO-indicator blijft groen branden.
of
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (53).
3. Kies het nummer van de buitenlijn (01–08) of (01–24).
— 01– 08: u bent aangesloten op een KX-TD816.
— 01– 24: u bent aangesloten op een KX-TD1232.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Overnemen van een intern gesprek in wachtstand
– op andere toestel;
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (51).
3. Kies het intern toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Voorwaarden
• Wanneer het gesprek via het functienummer wordt overgenomen, hoort u een
bevestigingstoon. Deze toon kan uitgeschakeld worden door middel van programmering.
of
1
CO
1
2
3
CO-gesprek in wachtstand
5
3
1
2
3
intern lijn in wachtstand
5
1
4-34 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, overnemen van een gesprek in wachtstand – binnenlijn
[990] Randinformatie over systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Wachtstand
Functies Systeemtoestellen 4-35
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
4
5 1
1
2
3
4
5 0
Gesprekslog, inkomend (— enkel voor KX-T7230 en KX-T7235)
U kunt op het display telefoonnummer, naam, dag en uur van de externe oproep bevestigen
als u de oproep niet beantwoordt. U kunt het geregistreerde nummer ook wijzigen en
terugbellen. Elk toestel kan maximaal 15 oproepen registreren.
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Vorm het functienummer (54) en 1.
Het display toont:
Inkomend Log Aan
Werden er al 15 oproepen opgeslagen in het geheugen, dan
wordt het oudste geregistreerd gesprek vervangen door het
nieuwste.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Vorm het functienummer (54) en 0.
Het display toont:
Inkomend Log Uit
Werden er al 15 oproepen opgeslagen in het geheugen, dan
wordt de 16de oproep niet geregistreerd.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
4-36 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Bediening display (— voor de KX-T7235)
Er zijn onbeantwoorde oproepen als de LED of de SHIFT-toets rood
brandt:
1. Druk op de OLD- (S1) of NEW-toets (S2) om de gegevens over de
inkomende gesprekken te raadplegen.
— OLD: u heeft deze informatie reeds bevestigd door op de
NEW-toets (S2) te drukken.
— NEW:u heeft deze informatie nog niet bevestigd.
Druk op de SHIFT-toets en de CONT- (S1), RING- (S2), AGM-
toets (S3) verschijnt op het display.
2. Bevestig de informatie door op de VOLG-toets (S3) te drukken.
Het display toont buitenlijnnummer en buitenlijnnaam,
telefoonnummer, naam van de oproeper, datum en tijd,
sequentienummer en aantal oproepen van deze buitenlijn.
Neem de hoorn op en haak weer in of druk op de MENU-toets
(S1) om terug te keren naar het oorspronkelijke display.
De informatie op het scherm verdwijnt als u op de WIS-toets
(S2) drukt.
Drukt u op “*” dan worden de nummers vanaf het eerste getal
gewist.
3. U belt het nummer op het display terug als u de hoorn opneemt of
op de HANDENVRIJ-toets drukt.
U hoort de kiestoon.
U kunt eerst op de CO-toets drukken om een bepaalde buitenlijn
te kiezen.
4. Druk op de CALL-toets (S1).
Bediening display (— voor de KX-T7230)
Er zijn onbeantwoorde oproepen als de LED of de SHIFT-toets rood
branden:
1. Druk op de OLD- (S1) of NEW-toets (S2) om de gegevens over de
inkomende gesprekken te raadplegen.
— OLD: u heeft deze informatie reeds bevestigd door op de
NEW-toets (S2) te drukken.
— NEW:u heeft deze informatie nog niet bevestigd.
Druk op de SHIFT-toets en de CONT- (S1), RING- (S2), AGM-
toets (S3) verschijnt op het display.
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
OLD7 NEW5 VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
VORG
VOLG
MENU
A112:AB COMPANY
0102030405
BOB HANKS
30 15:00
Seq01 2Call
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
VORG
VOLG
MENU
A104:CD COMPANY
0011223344
Nancy Home
30 16:00
Seq05 3Call
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
CALL
A104:CD COMPANY
0011223344
Nancy Home
30 10:00
S2
S3
S1
OLD7 NEW5
1 Jan 12:00
Functies Systeemtoestellen 4-37
4.2 Functies Systeemtoestellen
2. Bevestig de informatie door op de VOLG-toets (S3) te drukken.
Het display toont verdere informatie over de oproeper. De
bovenste lijn van het display verandert op de volgende manier:
01: BOB HANKS
01:30 17:00 2
A112:AB COMPANY
Neem de hoorn op en haak weer in om terug te keren naar het
oorspronkelijke display.
Het nummer op het scherm verdwijnt als u op de WIS-toets (S1)
drukt.
Drukt u op “*” dan worden de nummers vanaf het eerste getal
gewist.
3. U belt het nummer op het display terug als u de hoorn opneemt of
op de HANDENVRIJ-toets drukt.
U hoort de kiestoon.
U kunt eerst op de CO-toets drukken om een bepaalde buitenlijn
te kiezen.
4. Druk op de CALL-toets (S1).
Voorwaarden
Deze functie is enkel beschikbaar op de KX-T7235 en KX-T7230.
Ook al beantwoordt u de oproep niet, dan nog zal uw toestel de gegevens van de oproeper
registreren.
Wanneer u het telefoonnummer op het display wijzigt, dan wordt het gewijzigde nummer
opgeslagen in het geheugen.
U kunt het display blokkeren zodat de gegevens van het gesprekslog niet op het display
verschijnten.
U moet de naam van de oproeper opnemen in de lijst van het Snelkiezen via
systeemgeheugen.
Programmeerverwijzing
Gebruikersprogrammering (programmeren door systeembeheerder) (Deel 3)
[001] Nummers Snelkiezen via systeemgeheugen
[002] Namen Snelkiezen via systeemgeheugen
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[001] Nummers Snelkiezen via systeemgeheugen
[002] Namen Snelkiezen via systeemgeheugen
[100] Flexibele nummers, inkomend gesprekslog, blokkeren inkomend gesprekslog
Functieverwijzing
Blokkeren inkomend gesprekslog
S2
S3
S1
INFO WIS VOLG
05:0011223344
S2
S3
S1
CALL
05:0011223344
(sequentienummer en een naam)
(sequentienummer, datum, uur en
aantal oproepen van deze buitenlijn)
(nummer buitenlijn en naam
buitenlijn)
S2
S3
S1
INFO WIS VOLG
01:0111111111
4-38 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
9
5
blokkeringscode
1
2
3
9
5
5
blokkeringscode
4
Blokkeren gesprekslog, inkomend (— enkel voor KX-T7230 en KX-T7235)
Hiermee kunt u vermijden dat de functie “Gesprekslog, inkomend” op het display verschijnt
als u niet wenst dat anderen deze informatie te zien krijgen.
Blokkeren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets
2. Vorm het functienummer (59).
3. Vorm de blokkeringscode (000–999).
4. Vorm nogmaals dezelfde blokkeringscode.
U hoort de bevestigingstoon en dan de kiestoon.
Op het display verschijnt:
Log Locked:xxx
Blokkeringscode
5. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Deblokkeren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Vorm het functienummer (59).
3. Vorm dezelfde blokkeringscode die u voor het blokkeren van het
toestel gebruikte.
U hoort de bevestigingstoon en dan de kiestoon.
Op het display verschijnt:
Unlocked
4. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ-toets.
blokkeringscode
3
Functies Systeemtoestellen 4-39
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voorwaarden
De telefonist(e) kan het display voor gesprekslog van elk toestel deblokkeren als u uw
blokkeringscode vergeten bent (inkomend gesprekslog blokkeren - op afstand).
In de blokkeringsstatus kunt u het display van uw toestel geen nieuwe blokkeringscode
geven. U moet dus eerst uw toestel deblokkeren alvorens u het met een nieuwe code kunt
blokkeren.
“*” en “#” kunt u niet als blokkeringscode gebruiken.
Deblokkeert u het toestel met een blokkeringscode die verschilt van de code die u voordien
heeft ingegeven, hoort u de herkiestoon. Drukt u in de blokkeringsstatus op de OLD- (S1)
of NEW-toets (S2) dan verschijnt er op het display: Restricted
Functieverwijzing
Gesprekslog, inkomend
Blokkeren gesprekslog, inkomend (4.3/Nuttige functies voor de telefonist(e))
4-40 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
perkeerzone-nummer
5 2
1
2
perkeerzone-nummer
5 2
3
Gesprek parkeren
U kunt een gesprek in wachtstand naar de “parkeerzone” van het systeem sturen. Dit is vooral
handig wanneer u andere functies wilt gaan gebruiken. Gesprekken die geparkeerd zijn,
kunnen op elk toestel worden teruggenomen. Het toestel voor Telefonist(e) kan deze functie
via bediening van het display uitvoeren.
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB-toets.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Kies het functienummer (52).
3. Kies het parkeerzone-nummer (tussen 0–9).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon, ter indicatie
dat het gesprek is geparkeerd.
Het display toont:
Gespr Park Op X
Parkeerzone-nummer (0–9)
Als een gekozen parkeerzone-nummer niet aanwezig is, hoort u
de bezettoon. Het display toont:
Park Op X G/A
Kies in dat geval geen ander parkeerzone-nummer, maar toets
het nummer opnieuw in terwijl u de bezettoon hoort.
Terugnemen van een geparkeerd gesprek
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (52).
3. Kies het parkeerzone-nummer (tussen 0–9) waar het gesprek
wacht.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel). U kunt beginnen te
spreken.
U hoort de herkiestoon als er geen gesprek geparkeerd is.
Het display toont:
Geen Wacht Gespr
Functies Systeemtoestellen 4-41
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voorwaarden
Er kunnen maximaal tien gesprekken worden geparkeerd.
Als een geparkeerd gesprek niet binnen de vastgestelde tijd wordt teruggenomen, wordt
automatisch omgeschakeld naar de functie “Terugbelsignaal geparkeerd gesprek”. Als het
geparkeerd gesprek een buitenlijn is, kunt u programmeren of het “Terugbelsignaal
geparkeerd gesprek” naar het eerste toestel of naar de telefonist(e) schakelt. Is het
geparkeerde gesprek een interne lijn, dan keert het “Terugbelsignaal geparkeerd gesprek”
terug naar het eerste toestel.
Wordt het “Terugbelsignaal geparkeerd gesprek” niet binnen de 15 minuten opgenomen,
dan wordt de verbinding automatisch verbroken.
• Als het geparkeerde gesprek wordt teruggenomen, hoort u de bevestigingstoon. Deze toon
kan uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Gesprek parkeren, opnemen geparkeerd gesprek
[201] Terugbeltijd doorverbinden
[990] Randinformatie, velden (11), (16)
Functieverwijzing
Toegangsmenu systeemfuncties — Gesprek Parkeren (4.4/Speciale Displayfuncties)
Gesprek overnemen, buitenlijn (CO)
Deze functie biedt de mogelijkheid om een inkomend buitenlijngesprek op een willekeurig
toestel te beantwoorden.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (4
).
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
U kunt beginnen te spreken.
Voorwaarden
Het is niet mogelijk om gesprekken te beantwoorden tijdens de functie “Wachtend
Gesprek”.
Als het gesprek wordt overgenomen, hoort u de bevestigingstoon. Deze toon kan
uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Gesprek overnemen, buitenlijn (CO)
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Gesprek overnemen, negeren
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
2
1
4
4-42 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Gesprek overnemen, gericht
Deze functie biedt de mogelijkheid om een inkomend gesprek op een willekeurig toestel te
beantwoorden.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (41).
3. Kies het nummer van het intern toestel waarop het belsignaal
gaat.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
U kunt beginnen te spreken.
of
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSS-toets waarvan de indicator knippert.
Voorwaarden
• Gesprekken via de deurintercom kunnen worden overgenomen op toestellen, die niet voor
deze functie zijn geprogrammeerd.
• Als het gesprek wordt overgenomen, hoort u de bevestigingstoon. Deze toon kan
uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Gesprek overnemen, gericht
[990] Randinformtaie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Gesprek overnemen, negeren
1
2
3
intern toestelnummer
4 1
Functies Systeemtoestellen 4-43
4.2 Functies Systeemtoestellen
Gesprek overnemen, groep
Deze functie stelt u in staat om een gesprek te beantwoorden op een ander toestel binnen uw
groep.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (40).
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
U kunt beginnen te spreken.
Voorwaarden
• U kunt een extern, intern of een deurintercom gesprek beantwoorden.
Het is niet mogelijk om gesprekken te beantwoorden tijdens de functie — Toonsignaal
“Wachtend Gesprek”.
• Als het gesprek wordt beantwoord, hoort u de bevestigingstoon. Deze toon kan
uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Gesprek overnemen, groep
[602] Toewijzing interne toestellen — groep
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Gesprek overnemen, negeren
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
Interne groep (zie: Installatiehandleiding)
1
2
0
4
4-44 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
7 2
0
1
3
2
1
7 2
0
0
3
2
Gesprek overnemen, negeren
Met deze functie voorkomt u dat iemand anders de voor u bestemde gesprekken overneemt.
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (720) en daarna 1.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon
Het display toont:
Gspr Ovrn Negrn
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (720) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Gspr Ovrn Toegs
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Gesprek overnemen, negeren
Functieverwijzing
Gesprek overnemen, buitenlijn
Gesprek overnemen, gericht
Gesprek overnemen, groep
Functies Systeemtoestellen 4-45
4.2 Functies Systeemtoestellen
Gesprek splitsen
Met deze functie kunt u omschakelen tussen twee gesprekspartners. Als u het gesprek dat u
voert in de wachtstand plaatst, kunt u een gesprek voeren met een tweede gesprekspartner.
Een gesprek voeren terwijl een ander gesprek in wachtstand is geplaatst
1. Druk op de CO- of INTERCOM-toets van het eerste gesprek dat
in wachtstand staat.
Druk telkens op deze toets om te wisselen tussen de
gesprekspartners.
Een gesprek voeren met een binnenlijn terwijl een andere binnen in wachtstand is geplaatst
1. Druk op de HOLD-toets.
Druk telkens op deze toets om te wisselen tussen de
gesprekspartners.
Voorwaarden
Deze functie is iet mogelijk tijdens: een deurintercom-gesprek of een interne oproep.
Functieverwijzing
Wachtstand
1
of
1
CO
INTERCOM
4-46 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Gesprek doorverbinden — naar buitenlijn (CO)
Met deze functie kunt u een intern gesprek naar een buitenlijn doorverbinden, en het gesprek
eerst aankondigen.
Aankondigen doorverbinden gesprek
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB-toets.
Het gesprek is in wachtstand.
• U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Druk op een CO-toets of kies de lijntoegangscode (0 of 81–88).
3. Kies het telefoonnummer waarnaar het gesprek moet worden
doorverbonden.
4. Wacht op beantwoording en kondig het gesprek aan.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Het gesprek is doorverbonden.
Voorwaarden
Druk op de verbrekingstoets als u tijdens het kiezen de verbinding wilt verbreken. Probeer
dan opnieuw.
Als u het gesprek in wachtstand wilt terugnemen, druk dan op de DVB-toets of op de
betreffende CO- of INTERCOM-toets voordat uw gesprekspartner antwoordt.
Met “Service Klasse” programmeert u welke toestellen deze functie kunnen gebruiken.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[503] Gesprek doorverbinden naar CO-lijn
[601] Service Klasse
[990] Randinformatie systeem, veld (1)
1
5
4
3
telefoonnummer
2
CO
Functies Systeemtoestellen 4-47
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
3
4
intern toestelnummer
2
Gesprek doorverbinden — naar intern toestel
Deze functie biedt de mogelijkheid om een gesprek, met of zonder aankondiging, naar een
intern toestel door te verbinden. U kunt hiervoor ook een DSS-toets gebruiken, mits deze is
voorgeprogrammeerd.
Met aankondiging
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB-toets.
Het gesprek is in wachtstand.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Kies het toestelnummer waarnaar het gesprek moet worden
doorverbonden.
U hoort een terugbelsignaal.
3. Wacht op beantwoording en kondig het gesprek aan.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Het gesprek is doorverbonden.
Zonder aankondiging
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB-toets.
Het gesprek is in wachtstand.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Kies het toestelnummer waarnaar het gesprek moet worden
doorverbonden.
U hoort een terugbelsignaal.
Op het andere toestel gaat het belsignaal.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
1
2
intern toestelnummer
3
4-48 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
1
CO
CO
Gesprek doorverbinden met een DSS-toets
Een gesprek kan met behulp van een DSS-toets, met of zonder aankondiging, worden
doorverbonden. Er zijn twee mogelijkheden, afhankelijk van het feit of de functie
Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets* wel of niet is ingesteld.
* Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets stelt u in staat om een buitenlijngesprek in de wachtstand te zetten, en
het naar een intern toestel door te verbinden met behulp van één toets. Met deze functie kunt u het gesprek
automatisch in wachtstand plaatsen en doorverbinden zonder eerst op de DVB-toets te drukken. U moet dit wel
eerst programmeren in het systeem.
De modus “Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets” is AAN:
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de gewenste Flexibele toets die als DSS-toets is
toegewezen.
Uw gesprekspartner wordt in wachtstand geplaatst en het toestel
van bestemming wordt meteen gebeld.
De modus “Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets” is UIT:
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB-toets.
2. Druk op de gewenste Flexibele toets die als DSS-toets is
toegewezen.
Voorwaarden
Druk op de verbrekingstoets als u tijdens het kiezen de verbinding wilt verbreken. Probeer
dan opnieuw.
Als u het gesprek in wachtstand wilt terugnemen, druk dan op de DVB-toets of op de
betreffende CO- of INTERCOM-toets voordat uw gesprekspartner antwoordt.
Als er niet na 12 belsignalen (standaard) wordt opgenomen, treedt “Doorverbinden
Terugbellen” in werking. Als het doorgeschakelde gesprek een buitenlijn is, kunt u via
programmeren kiezen of “Doorverbinden Terugbellen” naar het eerste toestel of naar de
telefonist(e) wordt doorgeschakeld.
Bij “Doorverbinden Terugbellen” verschijnt er op het display:
<Voorbeeld>
DVB: Tst 103
Als er na “Doorverbinden Terugbellen” niet binnen 15 minuten wordt opgenomen, wordt
de verbinding verbroken.
Een flexibele buitenlijntoets kan worden toegewezen als DSS-toets.
Doorverbinden met “ÉÉN-DRUK-toets” is mogelijk via systeemprogrammering.
Functies Systeemtoestellen 4-49
4.2 Functies Systeemtoestellen
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — DSS-toets
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[108] Doorverbinden met DSS-ÉÉN-DRUK-toets
[201] Doorverbinden Terugbeltijd
[990] Randinformatie systeem, veld (1), (11)
Functieverwijzing
Niet Storen (NS)
Doorverbinden Terugbeltijd (zie: Installatiehandleiding)
4-50 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
7 3
1
1
3
2
1
7 3
1
0
3
2
1
CO
INTERCOM
of
2
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
Tijdens een gesprek hoort u een toonsignaal ter indicatie dat er een ander gesprek op u wacht.
U kunt het wachtende gesprek beantwoorden door het huidige gesprek te beëindigen, of door
het huidige gesprek in de wachtstand te zetten.
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (731) en daarna 1.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Wacht Gespr Aan
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (731) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
• Het display toont:
Wacht Gespr Uit
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Wachtend gesprek beantwoorden via beëinding huidig gesprek
U hoort het toonsignaal voor “Wachtend Gesprek”:
1. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
De huidige verbinding wordt verbroken.
2. Druk op de knipperende CO- of INTERCOM-toets.
U kunt nu met de nieuwe oproeper spreken.
Functies Systeemtoestellen 4-51
4.2 Functies Systeemtoestellen
Wachtend gesprek beantwoorden via wachtstand huidig gesprek
U hoort het toonsignaal “Wachtend Gesprek” terwijl de CO- of
INTERCOM-indicator vlug knippert:
1. Druk op de CO- of INTERCOM-toets die vlug knippert.
U kunt nu met de nieuwe oproeper spreken.
Als zowel de huidige als de nieuwe gesprekken interne lijnen
zijn, kunt u ook op de HOLD-toets drukken.
Voorwaarden
Het toonsignaal voor “Wachtend Gesprek” geldt in de volgende gevallen:
1) Bij een inkomend buitenlijngesprek.
2) Bij een gesprek via de deurintercom.
3) Wanneer op een ander toestel de functie “Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)” wordt
gebruikt.
Deze functie wordt tijdelijk opgeheven wanneer “Data-lijn beveiliging” wordt ingesteld.
U kunt het toonsignaal “Wachtend Gesprek” wijzigen (Tone 1 of Tone 2).
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing toonsignaal “Wachtend Gesprek”
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Wachtend Gesprek
Functieverwijzing
Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)
1
of
CO INTERCOM
4-52 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
5 7
2
2
3
1
5 7
0
2
3
Vermijden Identificatie bij Bestemmeling
(CLIR — Calling Line Identification Restriction)
U kunt vermijden dat uw nummer op het andere toestel verschijnt als u het opbelt. U kunt
instellen dat uw nummer op het display van het andere toestel één enkele keer of permanent
verschijnt.
Uw nummer niet tonen aan de bestemmeling
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (57) en 2.
Op het display verschijnt:
CLIR ON
3. Leg de hoorn op de haak en druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Uw nummer tonen aan de bestemmeling
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (57) en 0.
Op het display verschijnt:
CLIR OFF
3. Leg de hoorn op de haak en druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
De huidige instelling wijzigen tijdens een gesprek
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (57) en 1.
3. Kies de lijntoegangscode (0 of 81–88), of druk op een CO-toets.
1
5 7
1
2
3
Functies Systeemtoestellen 4-53
4.2 Functies Systeemtoestellen
4. Kies het telefoonnummer.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, CLIR voortzetten/éénmaal/annuleren
[419] Toekenning abonneenummer
[516] Vermijden Identificatie bij Bestemmeling (CLIR)
Functieverwijzing
Naam gesprekspartner (zie: Installatiehandleiding)
4
4-54 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
5 8
1
2
3
Vermijden Identificatie bij Oproeper
(COLR — Connected Line Identification Restriction)
U kunt vermijden dat uw nummer bij uw correspondent verschijnt als deze u opbelt. U kunt
uw toestel zo instellen dat uw nummer niet op zijn display verschijnt. U kunt instellen dat uw
nummer niet op het display van het andere toestel verschijnt.
Uw nummer niet tonen aan de oproeper
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (58) en 1.
Op het display verschijnt:
COLR ON
3. Leg de hoorn op de haak en druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Uw nummer tonen aan de oproeper
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (58) en 0.
Op het display verschijnt:
COLR OFF
3. Leg de hoorn op de haak en druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering
— Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, COLR instellen/annuleren
[419] Toekenning abonneenummer
[517] Vermijden Identificatie bij Oproeper (COLR)
1
5 8
0
2
3
Functies Systeemtoestellen 4-55
4.2 Functies Systeemtoestellen
Conferentie
Met deze functie kunt u een derde partij aan een gesprek toevoegen: een
conferentieschakeling tussen drie personen. U kunt de drie volgende conferentieschakelingen
tot stand brengen: drie interne lijnen, een intern lijn en twee buitenlijnen, of twee interne
lijnen en een buitenlijn.
Conferentieschakeling
U voert een gesprek:
1. Druk op de CONF-toets.
De huidige partij wordt in de wachtstand gezet.
• De CONF-indicator knippert langzaam rood.
2. Kies het telefoonnummer van de derde partij.
3. Druk op de CONF-toets nadat de derde partij heeft beantwoordt.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
De CONF-indicator blijft nu rood branden.
De betreffende CO- of INTERCOM-indicator brandt groen.
De conferentie verlaten
1. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
De andere twee partijen kunnen het gesprek voortzetten.
De verbinding wordt verbroken als de andere twee partijen
buitenlijnen gebruiken.
Een partij uitsluiten en verder spreken met de andere — Beschikbaar voor 1 toestel en
2 buitenlijnen of 2 toestellen en 1 buitenlijn.
1. Druk op de CO- of INTERCOM-toets van de gewenste partij.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
U kunt verder spreken met de gewenste partij, en de verbinding
met de andere partij is verbroken.
De derde partij in wachtstand en verder spreken met de andere
1. Druk op de DVB-toets.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Als beide partijen interne lijnen gebruiken, dan knippert de
INTERCOM-indicator langzaam groen.
1
1
2
telefoonnummer
3
1
of
1
CO
INTERCOM
4-56 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Beide partijen in wachtstand zetten
1. Druk op de HOLD-toets.
Deze functie is alleen mogelijk wanneer minstens een partij een
buitenlijn gebruikt.
Voorwaarden
Als u een extern telefoonnummer kiest, dan moet u eerst de toegangscode van een
buitenlijn (0, of tussen 81–88) kiezen.
Er kunnen maximaal zes conferentieschakelingen gelijktijdig tot stand gebracht worden.
U kunt ook een conferentie-gesprek tot stand brengen door tussen te komen in een gesprek.
U kunt de conferentie verlaten door op een buitenlijn (CO)-toets te drukken. De andere
twee partijen kunnen de conferentie voortzetten, tenzij beide partijen een buitenlijn
gebruiken. In het laatste geval zal de verbinding worden verbroken.
Als u met de tweede partij wilt spreken nog vóórdat de derde partij wordt toegevoegd, druk
dan op de DVB-toets.
Op de KX-T7250 (heeft geen CONF-toets) kan een Flexibele toets als CONF-toets worden
toegewezen.
Wanneer een (2-partijen) gesprek wordt veranderd in een 3-partijen gesprek, en omgekeerd,
hoort iedere partij een bevestigingstoon. Het uitschakelen van deze toon geschiedt door
programmering.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Conferentie (CONF)-toets
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[990] Randinformatie systeem, veld (13)
Functieverwijzing
Tussenkomen in een gesprek — buitenlijn
Tussenkomen in een gesprek — binnenlijn
1
Functies Systeemtoestellen 4-57
4.2 Functies Systeemtoestellen
Conferentie, verlaten en weer deelnemen
U kunt een conferentiegesprek met drie verlaten terwijl de twee anderen hun gesprek
voortzetten. U kunt later weer deelnemen aan het conferentiegesprek.
Conferentiegesprek verlaten
Tijdens een conferentiegesprek met drie:
1. Met de CONF-toets verlaat u het conferentiegesprek.
Tussen de twee andere gesprekspartners wordt een verbinding
tussen buitenlijnen tot stand gebracht.
Weer deelnemen aan conferentiegesprek
1. Druk op de CO-toets die langzaam groen knippert.
Voorwaarden
De toekenning van de Service Klasse* bepaalt of een toestel een conferentiegesprek kan
verlaten en er later weer aan kan deelnemen.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[503] Gesprek doorverbinden naar buitenlijn
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Conferentie
Belsignaal wachtstand (zie: Installatiehandleiding)
* Met “Service Klasse” (COS - Class of Service) definieert u de functies die toegelaten zijn voor een groep
toestellen. Raadpleeg hiertoe de Installatiehandleiding.
1
1
CO
4-58 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
CO
2
CO
Gespreksinformatie op Display (enkel voor KX-T7230 en KX-T7235)
Drukt u tijdens een gesprek op een buitenlijn op de CO-toets, dan verschijnt op het display
achtereenvolgens het telefoonnummer, de gespreksduur, de teller en de gesprekskosten.
U belt met een buitenlijn:
Op het display verschijnt het telefoonnummer dat u opbelt.
U ontvangt een buitenlijn:
Op het display verschijnt de gespreksduur.
Na een signaal van de gesprekskosten:
Het display toont de teller.
<Voorbeeld>
CO 01:00001
1. Druk op de CO-toets.
Op het display verschijnen de gesprekskosten.
<Voorbeeld>
CO 01:0000.23FR
2. Druk nogmaals op de CO-toets.
Op het display verschijnt opnieuw het telefoonnummer waarmee
u belt of de gespreksduur.
Voorwaarden
Telkens u op de CO-toets drukt verschijnen de volgende boodschappen op het display in de
volgorde: telefoonnummer of gespreksduur, meter, gesprekskosten.
Dient u de gesprekskosten niet te betalen, dan wijzigt uw display niet, ook al drukt u op de
CO-toets.
Via systeemprogrammering kunt u de volgorde op het display, de meter en de
gesprekskosten wijzigen.
Raadpleeg de display-voorbeelden in Deel 8 van deze handleiding voor meer
Gespreksinformatie op display.
Bestaat de informatie op het display uit meer dan 16 cijfers, dan verschijnt “&” in de
rechterhoek.
Via systeemprogrammering kunt u het muntsymbool toewijzen.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Gesprekskosten — Instellen nieuw tarief
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[117] Gesprekskosten op display
[125] Toewijzing muntsymbool
Functies Systeemtoestellen 4-59
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
F2
F3
F4
F5
Niet Storen
4
intern toestelnummer
5
1
2
3
F2
F1
F3
F4
F5
DSN/NS Opheffen
4
Niet Storen (NS)
Gebruik deze functie als u niet telefonisch gestoord wilt worden. U kunt dan echter geen
interne of externe gesprekken ontvangen.
Bediening display (— alleen op de KX-T7235)
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de Niet Storen (F2)-toets.
4. Vorm uw intern toestelnummer of 0 (naar de telefonist(e)).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Intern TST-numm.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
De DSN/NS-indicator brandt.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Druk op de DSN/NS Opheffen (F1)-toets.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN/NS Gewist
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
De DSN/NS-indicator dooft.
4-60 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
4
1
5
intern toestelnummer
1
2
3
4
0
Basisbediening
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
U kunt in plaats daarvan ook het functienummer (710) kiezen.
3. Kies 1.
4. Vorm uw intern toestelnummer of 0 (naar de telefonist(e)).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Niet Storen
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
De DSN/NS-indicator brandt.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
U kunt in plaats daarvan ook het functienummer (710) kiezen.
3. Kies 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
DSN/NS Gewist
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
De DSN/NS-indicator dooft.
Functies Systeemtoestellen 4-61
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voorwaarden
Als het toestel reeds het toestel van bestemming is van de functies “Doorschakelen”, “Niet
storen” (NS) en “Niet storen voor Inkiezen in Gesprekken” kunt u deze functie niet
gebruiken. Als u toch deze functie probeert te programmeren, dan hoort u de herkiestoon.
Als u deze functie heeft ingesteld zal een inkomende buitenlijn (gestuurd door
Ondervangen Toestel of DIL 1:1 toestel) automatisch naar het vooraf bepaalde toestel
doorgeschakeld worden. Bij een inkomende binnenlijn hoort u de NS-toon op uw toestel.
Deze functie werkt niet bij deurintercom, belsignaal wachtstand, herinneren terugbellen.
U kunt deze functie niet instellen als uw toestel het toestel van de telefonist(e) is of als het
de bestemming is van de functies “Doorschakelen” en “Niet Storen”.
Een inkomende oproep wordt doorgeschakeld naar de telefonist(e) als deze de
bestemmeling van de functie “Niet storen” (NS) is, ook al gebruikt de telefonist(e) in dag-
en nachtmodus een ander toestel. Werd geen telefonist(e) toegewezen, dan wordt de
inkomende oproep doorgeschakeld naar de IRNA (zie Installatiehandleiding).
De functies “Doorschakelen” en “Niet Storen Inkiezen in Gesprekken”worden geannuleerd
als deze functie is ingesteld.
Een toestel met de functie “Tussenkomen in niet storen” zal toch bellen op een toestel
waarop de functie “Niet Storen” werd ingesteld.
Is de functie “Niet Storen”ingesteld, dan zal de corresponderende DSS-toets rood branden.
Dit betekent voor het systeemtoestel of de DSS-console dat het toestel van bestemming niet
beschikbaar is.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzen Flexibele Toets — DSN/NS-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan worden gebruikt om dit toe te kennen.)
Systeemprogrammering— Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Doorschakelen/Niet Storen
Functieverwijzing
Doorschakelen
Tussenkomen in niet storen
Niet Storen Inkiezen in Gesprekken
IRNA (zie: Installatiehandleiding)
4-62 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
1
S 1
S 2
S 3
Ngrn
2
Tussenkomen in niet storen (NS)
Als iemand de Niet Storen-functie heeft ingesteld, kunt u met deze functie tussenkomen bij
de Niet Storen-functie.
Bediening met Softtoets
U kiest een intern toestel en hoort de Niet Storen-toon;
• Het display toont:
<Voorbeeld>
123: NS
1. Druk op de Ngrn (S2)-toets.
Wacht op beantwoording.
Basisbediening
U kiest een intern toestel en hoort de Niet Storen-toon;
Het display toont:
<Voorbeeld>
123: NS
1. Kies 2.
Wacht op beantwoording.
Voorwaarden
Als u een herkiestoon hoort na 2 te hebben gekozen, is de functie “Inbreken op Niet Storen
(NS)” niet geactiveerd.
Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[507] Tussenkomen in niet storen
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Niet Storen (NS)
Functies Systeemtoestellen 4-63
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
5 6 1
1
2
3
5 6 0
Niet Storen bij Inkiezen in Gesprekken
U kunt de functie “Niet Storen”(NS) instellen bij “Inkiezen in Gesprekken” (DDI — Direct
Dial In). DDI-oproepen worden doorgeschakeld naar de telefonist(e). De telefonist(e) kan
deze functie niet instellen.
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (56) en daarna 1.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
NS-DDI Instellen
De DSN/NS-indicator begint te branden.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Annuleren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (56) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
NS-DDI Opheffen
De DSN/NS-indicator gaat uit.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
Als deze functie werd ingesteld kunt u een binnenkomende oproep (gestuurd door
Ondervangen Toestel of DIL 1:1, DIL 1:N) beantwoorden.
Ook al heeft u deze functie ingesteld, dan blijft de functie Inkiezen in Gesprekken op uw
toestel behouden als:
1) Het toestel van bestemming van DDI is UCD;
2) Het toestel van bestemming van DDI tot de Hunting-groep behoort die deze functie
heeft ingesteld.
4-64 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
De overeenkomstige DSS-toets zal rood beginnen te branden als de NS-functie aanstaat op
het toestel waarnaar u belt. Dit betekent voor de gebruiker van de systeemtelefoon of de
DSS-console dat het toestel van bestemming niet beschikbaar is.
Inkiezen in Gesprekken wordt doorgeschakeld naar de telefonist(e), ook al gebruikt de
telefonist(e) in dag- en nachtmodus een ander toestel. Werd geen telefonist(e) toegewezen,
dan wordt Inkiezen in Gesprekken doorgeschakeld naar de IRNA.
De functies “Doorschakelen” en “Niet Storen” worden geannuleerd als u deze functie
instelt.
Als u bij het instellen van deze functie de hoorn afhaakt, zult u een speciale kiestoon horen.
Functieverwijzing
Doorschakelen
Niet Storen (NS)
Tussenkomen in niet storen
Inkiezen (zie: Installatiehandleiding)
Functies Systeemtoestellen 4-65
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
1
3
1
2
8
6
1
2
of
5
5
1
2
Deurintercom gesprek
Deze functie stelt u in staat om te spreken met iemand bij de (ingangs) deur. U kunt de deur
vanaf uw toestel openen.
Een intern toestel oproepen via de deurintercom
1. Druk op de DEUR-toets.
U (de bezoeker) hoort een pieptoon.
Wacht op antwoord.
Gesprek beantwoorden via de deurintercom
U hoort de deurintercom op uw toestel bellen:
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Oproepen via de deurintercom
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (68).
3. Kies het deurintercom nummer (1) of (1–2)
— 1: als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–2: als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
Na de bevestigingstoon kunt u spreken.
Het display toont:
Deurpost x
Deurintercom nr.
Deur openen vanaf een toegewezen toestel
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (55).
4-66 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
3. Kies het deurintercom nummer (1) of (1–2).
— 1: als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–2: als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
U hoort de bevestigingstoon.
De deur blijft 5 seconden lang open.
Het display toont:
Deur 1 Open
4. Leg de hoorn op de haak of druk HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
De deur openen tijdens gesprek vanaf willekeurig toestel
1. Kies 5.
U hoort de bevestigingstoon.
De deur blijft 5 seconden lang open.
Het display toont:
Deur 1 Open
2. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Voorwaarden
Als u 5 kiest, terwijl de deur open is, blijft de deur 5 seconden langer geopend.
Als u een oproep via de deurintercom niet binnen 30 sec. beantwoordt, wordt de verbinding
verbroken.
U dient in de Dag- en Nacht modus te programmeren welke toestellen een deurintercom-
gesprek kunnen voeren.
Alle interne toestellen kunnen naar de deurintercom bellen.
Deur 1 en 2 kunnen met het functienummer worden geopend. Deuren aangesloten op
deurintercom 1 of 2 kunnen worden geopend terwijl u in gesprek bent met de deurintercom.
Deur 1 en deurintercom 1 zijn het hoofdtoestel. Deur 2 en deurintercom 2 zijn het
neventoestel.
Met “Service Klasse” bepaalt u het toestel dat de deur kan openen.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, openen deur
[122] Toewijzen Automatisch Openen Deur
[511] Toegang tot Deur Openen
[607]–[608] Toewijzen Belsignaal Deurintercom — Dag/Nacht
3
1
2
1
2
of
4
5
Functies Systeemtoestellen 4-67
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
blokkeercode
4
blokkeercode
7
7
5
1
2
3
4
7
7
blokkeercode
Elektronische toestelblokkering
Gebruik deze functie als u niet wilt dat anderen uw toestel gebruiken om externe gesprekken
te beginnen.
Blokkeren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (77).
3. Kies de blokkeercode (tussen 000–999).
4. Kies de zelfde blokkeercode nogmaals.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Blokk Nr. : xxx
Blokkeercode
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Deblokkeren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (77).
3. Kies de blokkeercode die u voor het blokkeren heeft gebruikt.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Gedeblokkeerd
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
4-68 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voorwaarden
Als iemand anders een buitenlijn kiest op een geblokkeerd toestel, hoort deze persoon een
herkiestoon en op het display verschijnt “Beperkt”.
Het toestel dat is toegewezen als “Telefonist(e)” kan, indien gewenst, deze functie instellen
en opheffen (Toestel blokkeren — op afstand).
Met de functie “Toestel blokkeren — op afstand” kunt u tussenkomen in deze functie. Als
de telefonist(e) een toestel blokkeert dat al eerder geblokkeerd was, dan kunt u dat toestel
niet deblokkeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Elektronische toestelblokkering
Functieverwijzing
Toestel blokkeren op afstand (4.3/Servicefuncties voor de telefonist(e))
Noodoproep
U kunt automatisch een noodoproep doen. U kunt ten hoogste acht noodoproepen instellen
via systeemprogrammering.
Kiezen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
U hoort de kiestoon.
2. Kies het gewenste noodnummer.
Deze functie zal automatisch een vrije buitenlijn kiezen.
Voorwaarden
Het niveau van de kiesrestrictie, de functie “Elektronische toestelblokkering” en de
gespreksduurcode modus “Gecontroleeerd — alle oproepen” of “Gecontroleerd —
Opheffen kiesrestrictie” worden door een noodoproep opgeheven.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[009] Instellen Noodnummers
[100] Flexibele nummers, noodoproep 1–8
2
1
noodnummer
Functies Systeemtoestellen 4-69
4.2 Functies Systeemtoestellen
Tussenkomen in een gesprek — buitenlijn (CO)
Gebruik deze functie als u wilt deelnemen aan een gesprek dat gaande is.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de gewenste CO-toets om aan het gesprek deel te nemen.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
De conferentie verlaten
1. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
De twee andere partijen kunnen de conferentie voortzetten.
Wisselen tussen de twee partijen
1. Druk op de CO- of INTERCOM-toets van de gewenste partij.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Voorwaarden
Deze functie is niet beschikbaar wanneer bij één van de partijen is ingesteld: “Data-lijn
beveiliging” of “Tussenkomen in een gesprek — negeren”.
Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
• Wanneer een (2-partijen) gesprek wordt veranderd in een 3-partijen gesprek, en
omgekeerd, hoort iedere partij een bevestigingstoon. Deze toon kan achterwege gelaten
worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Tussenkomen in gesprek — negeren
[505] Tussenkomen in gesprek
[506] Tussenkomen in gesprek — negeren
[601] Service Klasse
[612] Data-lijn beveiliging
[990] Randinformatie systeem, veld (13)
Functieverwijzing
Conferentie
Tussenkomen in een gesprek — negeren
1
2
1
of
1
CO
INTERCOM
CO
4-70 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Tussenkomen in een gesprek — intern toestel
Gebruik deze functie als u wilt deelnemen aan een intern gesprek (tussen twee binnenlijnen)
of tussen een buitenlijn en een binnenlijn. U vormt dus een conferentiegesprek met drie.
Bediening met Softtoets
U kiest een intern toestel, maar hoort de bezettoon;
1. Druk op de Ngrn (S2)-toets.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Conferentie tussen drie partijen is nu mogelijk.
Basisbediening
U kiest een intern toestel, maar hoort de bezettoon;
1. Kies 3.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Conferentie tussen drie partijen is nu mogelijk.
De conferentie verlaten
1. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
De twee andere partijen kunnen het gesprek voortzetten.
Voorwaarden
Deze functie is niet beschikbaar wanneer bij één van de partijen is ingesteld: “Data-lijn
beveiliging” of “Tussenkomen in een gesprek — negeren”.
Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
• Wanneer een (2-partijen) gesprek wordt veranderd in een 3-partijen gesprek, en
omgekeerd, hoort iedere partij een bevestigingstoon. Deze toon kan achterwege gelaten
worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Tussenkomen in gesprek — negeren
[505] Tussenkomen in gesprek
[506] Tussenkomen in gesprek — negeren
[601] Service Klasse
[612] Data-lijn beveiliging
[990] Randinformatie systeem, veld (13)
Functieverwijzing
Conferentie
Tussenkomen in een gesprek — negeren
1
1
3
1
S 1
S 2
S 3
Ngrn
Functies Systeemtoestellen 4-71
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
7
3
3
1
1
2
3
7
3
3
0
Tussenkomen in een gesprek — negeren
Gebruik deze functie als u niet wilt dat anderen uw gesprekken onderbreken.
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (733) en daarna 1.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Inbreken Negrn
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (733) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Inbreken Toegs
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
• Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[506] Tussenkomen in een gesprek — negeren
Functieverwijzing
Tussenkomen in een gesprek — buitenlijn (CO)
Tussenkomen in een gesprek — intern toestel
4-72 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
4
6
7
3
1
of
2
— (x = relaisnummer)
Controle Extern Relais
Een vooraf geprogrammeerd toestel kan overschakelen naar het relais dat is verbonden met
het systeem.
Relais aan
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (67).
3. Kies het relaisnummer (1) of (1–2).
— 1: 1 als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–2 als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
(1 = hoofdtoestel, 2 = neventoestel)
Relay Control x
4. Leg de hoorn op de haak of druk op druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
U kunt bepalen hoe lang het relais blijft aanstaan nadat u het relaisnummer heeft ingegeven.
Geeft u nul als tijd in, staat het relais aan terwijl uw hoorn opgenomen is.
Er kan één extern relais per systeem worden aangesloten.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Extern Relais Aan
[213] Aansluitingstijd Extern Relais
[512] Toegang tot Extern Relais
Functies Systeemtoestellen 4-73
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
4
3
1
of
2
7
3
0
1
2
3
7
3
0
0
— (x: nummer alarm)
Extern belsignaal
Bij binnenkomende externe of interne oproepen kunt u een extern belsignaal laten klinken. U
kunt het belsignaal met elk toestel beantwoorden.
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op het functienummer (730).
3. Druk op het nummer voor het extern belsignaal (1) of (1–2).
— 1: 1 als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–2 als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Ext.Belsignaal 1
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Annuleren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op het functienummer (730) en daarna op 0.
U hoort de bevestigingstoon.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
4-74 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Beantwoorden
U hoort het externe alarm:
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op het functienummer (47).
3. Druk op het nummer voor het extern belsignaal (1) of (1–2).
— 1: 1 als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–2 als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
U hoort de bevestigingstoon.
U wordt verbonden met de buiten- of binnenlijn en u kunt
spreken.
Voorwaarden
U kunt het externe belsignaal instellen bij de volgende functies:
a) buitenlijn — DIL, Inkiezing
b) binnenlijn — alle binnenkomende oproepen
c) TAFAS (CO-lijn beantwoorden op willekeurig toestel)
U kunt het extern belsignaal per toestel/buitenlijn AAN of UIT zetten.
Per systeem kunt u één belsignaal gebruiken.
Het belsignaal kan worden toegewezen aan een zwevend intern toestelnummer*.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Extern Belsignaal, Beantwoorden Extern Belsignaal
[418] Toewijzen extern belsignaal
[813] Toewijzen zwevend nummer
* Een “Zwevend intern toestelnummer” (Floating Number) is een nummer dat wordt toegewezen aan andere
communicatieapparatuur dan telefoontoestellen, waardoor die apparatuur door de centrale toch als
telefoontoestel wordt geïdentificeerd. Zie voor meer informatie de installatiehandleiding.
1
2
7
3
1
of
2
4
Functies Systeemtoestellen 4-75
4.2 Functies Systeemtoestellen
Volledig EEN-DRUK-toets nummerkiezen
De Handenvrij functie wordt automatisch geactiveerd. U kunt een telefoonnummer invoeren
of een systeemfunctie gebruiken door een toets in te drukken.
1. Druk op de Flexibele toets die is toegewezen als ÉÉN-DRUK-,
DSS-, REDIAL-, of SAVE-toets.
De HANDENVRIJ-indicator brandt rood.
De CO- of INTERCOM-indicator brandt groen.
Voorwaarden
U kunt deze functie ook activeren met de DSS-toetsen op een DSS-Console.
Deze functie moet op het toestel worden geprogrammeerd.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — DSS-toets, ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen, SAVE-
toets
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt.)
Toewijzing Volledig ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
1
4-76 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Handenvrij beantwoorden (enkel voor KX-T7230 en KX-T7235)
Gebruik deze functie om een intern gesprek te beantwoorden zonder de hoorn op te nemen.
Instellen
De HANDENVRIJ en de AUTO ANSWER/MUTE indicators zijn uit;
1. Druk u de AUTO ANSWER/MUTE-toets.
De AUTO ANSWER/MUTE indicator gaat branden.
Opheffen
De AUTO ANSWER/MUTE indicators branden;
1. Druk u op de AUTO ANSWER/MUTE-toets.
De AUTO ANSWER/MUTE indicator gaat uit.
Voorwaarden
Deze functie komt tussen in de functie “Keuze bel/stem”. Als u de bevestigingstoon hoort,
is de handenvrij functie geactiveerd.
Deze functie is niet mogelijk tijdens inkomende buitenlijngesprekken of deurintercom
gesprekken.
Functieverwijzing
Keuze Bel/Stem
1
1
Functies Systeemtoestellen 4-77
4.2 Functies Systeemtoestellen
Handenvrij kiezen
Gebruik deze functie als u wilt kiezen zonder de hoorn te gebruiken.
1. Druk op de HANDENVRIJ-toets.
De microfoon en de luidspreker zijn nu geactiveerd en
Handenvrij kiezen is nu mogelijk.
Overschakelen naar de functie “Handenvrij”;
1. Druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Leg de hoorn op de haak.
Leg de hoorn niet op de haak zonder op de HANDENVRIJ-toets
te drukken. Anders zal de verbinding worden verbroken.
Overschakelen van “Handenvrij” naar “Hoorn”
1. Neem de hoorn op.
Voorwaarden
Handige tips voor Handenvrij kiezen:
Voor een optimaal gebruik van deze functie dient u achtergrondgeluiden te voorkomen.
Zet het volume van de luidspreker zachter als u voor de tegenpartij moeilijk
verstaanbaar bent.
Als u en de tegenpartij gelijktijdig spreken, zullen delen van de gesprek wegvallen.
Voorkom dit door niet gelijktijdig te spreken.
De Handenvrij functie wordt opgeheven als u niet binnen 10 seconden een nummer kiest.
De KX-T7250 heeft een MONITOR-toets in plaats van een HANDENVRIJ-toets.
Deze toets kan worden gebruikt voor Handenvrij kiezen, enz., maar niet voor Handenvrij
spreken.
U kunt de Handenvrij functie inschakelen door op een CO- of INTERCOM-toets te
drukken.
Als de functie “Toewijzing Volledig ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen” is toegewezen,
kunt u een ÉÉN-DRUK-toets, DSS, REDIAL- of OPSLAG-toets gebruiken om de
handenvrij functie te activeren.
Functieverwijzing
Toewijzing Volledig ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
1
1
2
1
4-78 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Hotelfunctie
Toestand Kamer
U kunt informatie afdrukken over een hotelkamer (bijvoorbeeld: gepoetst JA/NEEN, het
verschuldigde bedrag voor de minibar) als elke kamer voorzien is van een telefoon. Berichten
6–9 kunnen worden afgedrukt.
<Voorbeeld> Bericht 7: “Gepoetst”
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en 7.
3. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
<Voorbeeld> Bericht 8: “Minibar FR %%%.%”
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (750) en 8.
3. Voer het verschuldigde bedrag voor de minibar in.
4. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
1
7
7
5
0
2
3
1
7
5
0
2
3
8
4
Functies Systeemtoestellen 4-79
4.2 Functies Systeemtoestellen
U krijgt ongeveer de volgende afdruk:
Datum Uur Toestel Departement Code Lijn Nummer Duur Bedrag Code CD
24.03.95 14:09 221 Gepoetst
24.03.95 10:23 230 Minibar FR 535.5
Voorwaarden
U moet de berichten via systeemprogrammering ingeven.
Deze procedure is dezelfde als die van Afwezigheidsbericht.
U moet van tevoren [990] “Randinformatie systeem, veld (41)” toewijzen via
systeemprogrammeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[008] Afwezigheidsbericht
[990] Randinformatie systeem, veld (14)
4-80 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Intern toestel kiezen
Stelt u in staat een intern toestelnummer te kiezen.
Kiezen met gebruik van de hoorn
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het intern toestelnummer.
3. Begin het gesprek.
4. Leg de hoorn op de haak nadat u het gesprek heeft beëindigd.
Handenvrij kiezen
1. Druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-toets of op de
INTERCOM- toets.
2. Kies het intern toestelnummer.
3. Begin het gesprek.
4. Druk op de HANDENVRIJ-toets nadat u het gesprek heeft
beëindigd.
1
2
intern toestelnummer
3
4
1
of
INTERCOM
2
intern toestelnummer
3
4
Functies Systeemtoestellen 4-81
4.2 Functies Systeemtoestellen
Kiezen met DSS (Direct Station Selectie)-toets
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de flexibele toets die is toegewezen als DSS-toets.
3. Begin het gesprek.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets
nadat u het gesprek heeft beëindigd.
Voorwaarden
• Tijdens een intern gesprek verschijnt op het display (Systeemtoestel) het interne
toestelnummer, en de naam (indien geprogrammeerd).
Op een Systeemtoestel, of een DSS-Console, kunt u door toestelprogrammering een DSS-
toets toewijzen.
• Nadat u een intern toestelnummer heeft gekozen, hoort u één van de volgende tonen:
Terugbelsignaal: Geeft aan dat het door u gebelde toestel reeds in gesprek is.
Bevestigingstoon: Geeft aan dat u kunt telefoneren met stemgebruik .
Bezettoon: Geeft aan dat het door u gebelde toestel bezet is.
Niet Storensignaal: Geeft aan dat het door u gebelde toestel de “Niet Storen (NS)”
functie heeft ingesteld.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — DSS-toets
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt.)
Gebruikersprogrammering (systeembeheerder) (Deel 3)
[003] Instellen intern toestelnummer
[004] Instellen interne toestelnaam
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[003] Instellen intern toestelnummer
[040] Instellen interne toestelnaam
[100] Flexible Numbering, 1st through 16th hundred extension blocks
1
3
2
4
4-82 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
3
2
1
2
3
4 1
5
Blokkeren
Als tijdens een gesprek één van beide partijen de hoorn op de haak legt, dan wordt het
gesprekspad automatisch uitgeschakeld. Voordat de modus wordt uitgeschakeld, hoort
degene die de hoorn niet heeft neergelegd een herkiestoon. U hoeft in dit geval geen
handeling te verrichten.
Log-In/Log-Out
U kunt de Log-In-modus of de Log-Out-modus toewijzen binnen de UCD-groep of de groep
waarnaar de oproepen normaal worden doorgeschakeld.
Bevindt u zich in de Log-Out-modus, dan kunt u de groep tijdelijk verlaten. De oproepen die
normaal worden doorgeschakeld worden dan niet naar uw toestel gestuurd.
De Log-In/Log-Out-toets gebruiken
Log-In/Log-Out
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de flexibele toets die als Log-In/Log-Out-toets werd
toegewezen.
— Log-In-modus: de indicator is uit.
— Log-Out-modus: de indicator brandt rood.
— Oproepen in de UCD-Queue:de indicator knippert langzaam
rood.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Het functienummer gebruiken
Log-In
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (45) en daarna 1.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Log-in
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Functies Systeemtoestellen 4-83
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
3
4
5
0
Log-Out
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (45) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Log-out
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
De Log-In/Log-Out-toets moet worden toegewezen aan een flexibele CO-toets.
De standaardinstelling is de “Log-In”-modus.
Minstens één toestel moet in de Log-In-modus staan. Als slechts één toestel in de Log-In-
modus staat, kunt u dit niet in de Log-Out-modus plaatsen.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Log-In/Log-Out-toets
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, UCD Log-In/Log-Out
Functieverwijzing
UCD — Uniform Call Distribution
Station Hunting (zie: Installatiehandleiding)
4-84 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Boodschap achterlaten
Indien een intern toestel bezet is of niet beantwoordt, kunt u een “boodschap” achterlaten; op
het betreffende toestel zal de BOODSCHAP-indicator gaan branden.
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (70) en daarna 1.
3. Kies het intern toestelnummer waarop u een boodschap wilt
achterlaten.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Als het door u gebelde interne toestel bezet is of niet beantwoordt;
1. Druk op de BOODSCHAP-toets.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (70) en daarna 0.
3. Kies het intern toestelnummer waarop de boodschap werd
achtergelaten.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
1
4
of
2
1
2
7 0 1
3
4
1
2
7 0
3
0
intern toestelnummer
intern toestelnummer
4
Functies Systeemtoestellen 4-85
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
1
2
uw intern toestelnr.
7
0 0
3
Een boodschap opvragen
Als iemand een boodschap heeft achtergelaten, brandt op uw toestel de
BOODSCHAP-indicator.
Als uw toestel vrij is, en de hoorn op de haak ligt;
1. Druk dan herhaaldelijk op de BOODSCHAP-toets totdat de
gewenste boodschap verschijnt.
Het display toont de boodschappen in volgorde van
binnenkomst.
<Voorbeeld>
Als “Tony”, met toestelnummer 123, een boodschap heeft
achtergelaten, toont het display:
123:Tony
De boodschap beantwoorden
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
U hoort kiestoon 4.*
2. Druk op de BOODSCHAP-toets of kies het functienummer (70)
en 2.
Als u meer dan één boodschap op uw intern toestel heeft, dan
wordt u verbonden met het toestel dat als eerste een boodschap
achterliet.
3. Begin het gesprek.
De boodschap wordt gewist na beëindiging van het gesprek.
Wissen van alle ontvangen boodschappen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
• U hoort kiestoon 4.*
2. Kies het functienummer (70) en 0.
3. Kies uw eigen intern toestelnummer.
• Alle ontvangen boodschappen zijn nu gewist.
Voorwaarden
Het systeem ondersteunt een gelijktijdige verwerking van maximaal 128 boodschappen. Bij
de 129ste boodschap hoort u de herkiestoon.
1
3
2
4-86 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Op de KX-T7250 (heeft geen BOODSCHAP-toets) kan een Flexibele toets als
BOODSCHAP-toets worden toegewezen.
Als uw toestel geen BOODSCHAP-toets of toegewezen Flexibele toets heeft, neem dan de
hoorn op en kies vervolgens kiestoon 4*. U krijgt dan informatie over achtergelaten
boodschappen.
Als er meerdere boodschappen op uw toestel zijn achtergelaten, kunt u deze beantwoorden
in volgorde van binnenkomst.
Als u een specifieke oproep wilt beantwoorden, begint de cyclische volgorde met de oproep
die u heeft geselecteerd.
Op de KX-T7235 kunt u deze functie instellen of annuleren met de bediening van het
display.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzen flexibele toetsen — Wachtend Bericht (BOODSCHAP-toets)
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Wachtend Bericht
[214] Pauze tussen terugbellen wachtend bericht
[990] Randinformatie systeem, veld (9)
Functieverwijzing
Toegangsmenu systeemfuncties — Boodschap achterlaten (4.4/Speciale Displayfuncties)
* Een van de kiestonen. Raadpleeg “Overzicht toonsignalen” in de Appendix (Deel 8).
Microfoon Uit-functie (Mute) (enkel voor KX-T7230 en KX-T7235)
Gebruik deze functie om de microfoon uit te zetten, zodat u ruggespraak kunt houden.
Instellen
Tijdens een handenvrij gesprek;
1. Drukt u op de AUTO ANSWER/MUTE-toets.
De AUTO ANSWER/MUTE-indicator knippert langzaam rood.
Opheffen
Tijdens de Microfoon Uit-functie;
1. Druk op de AUTO ANSWER/MUTE-toets.
De AUTO ANSWER/MUTE-indicator gaat uit.
Voorwaarden
Deze functie is alleen beschikbaar tijdens de Handenvrij functie.
1
1
Functies Systeemtoestellen 4-87
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
87
0
3
4
1
2
8
7
3
1
2
of
4
Nacht Service
Het systeem ondersteunt zowel de NACHT-stand als de DAG-stand. Er kan verschil zijn in
de bediening van de systeemfuncties tijdens de kantooruren (dag) en na de kantooruren
(nacht). U kunt gespreksbegrenzing programmeren om te voorkomen dat’s nachts niet
toegelaten begrensde gesprekken gevoerd worden. U kunt automatisch overschakelen van
DAG-stand naar NACHT-stand op een vooraf bepaald tijdstip. U kunt dit ook manueel
uitvoeren op het ogenblik dat u dit wenst. Is uw toestel een telefonist(e)-toestel, dan kunt u dit
vanaf het display uitvoeren.
Automatische Nacht Service: uw systeem zal elke dag overschakelen van DAG-modus
naar NACHT-modus op het geprogrammeerde tijdstip.
Manuele Nacht Service: U kunt overschakelen van DAG-modus naar NACHT-
modus wanneer u dit wenst.
Automatische Nacht Service
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (78).
3. Druk 0.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Auto Modus
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Manuele Nacht Service
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (78).
3. Druk 1 of 2.
— 1: Van NACHT-modus naar DAG-modus.
— 2: Van DAG-modus naar NACHT-modus.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Nacht-modus
of
Dag-modus
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
4-88 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
— (als de DAG-modus
manueel werd ingesteld)
— (als de NACHT-modus
manueel werd ingesteld)
— (als de DAG-modus
automatisch werd ingesteld)
— (als de NACHT-modus
automatisch werd ingesteld)
Bevestigen van huidige modus (enkel met display op systeemtoestel)
Het toestel is vrij:
1. Druk op #.
Het display laat 3 seconden lang de huidige modus zien.
DAG-modus
NACHT-modus
DAG (Auto)
NACHT (Auto)
Voorwaarden
De volgende functies worden tijdens de kantooruren en na de kantooruren verschillend
geprogrammeerd:
1) Toewijzen toegelaten uitgaande CO-lijn
2) Direct In Lines (DIL)
3) Toewijzen Alarmsignaal Deurintercom
4) Ondervang toestel
5) Uitgesteld Belsignaal
6) Niveau Kiesrestrictie
7) Kiesrestrictie en SSD
8) Toewijzen Telefonist(e)
Door het programmeren van de “Service Klasse” bepaalt u welke toestellen deze functie
kunnen uitvoeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Nacht Service modus
[102] Begin DAG/NACHT
[513] Toegang Nacht Service
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Toewijzen Aansluiting CO-lijn — uitgaand (—> zie Installatiehandleiding)
Direct In Calls (DIL) (—> zie Installatiehandleiding)
Deurintercom Gesprek
Ondervang Toestel (—> zie Installatiehandleiding)
Uitgesteld Belsignaal (—> zie Installatiehandleiding)
Toegangsmenu Systeemfuncties — Nacht Service (4.4/Speciale Display Functies)
Kiesrestrictie (—> zie Installatiehandleiding)
Functies Systeemtoestellen 4-89
4.2 Functies Systeemtoestellen
Notebook
U kunt een telefoonnummer in het geheugen noteren terwijl u telefoneert, maar ook als de
hoorn ingehaakt is. Het geheugennummer wordt automatisch gebeld.
Opslaan
Tijdens een gesprek of terwijl de hoorn ingehaakt is:
1. Druk op de AUTO DIAL/OPSLAG-toets.
De AUTO DIAL/OPSLAG-indicator begint rood te branden.
2. Druk opnieuw op de AUTO DIAL/OPSLAG-toets.
De AUTO DIAL/OPSLAG-indicator blijft rood branden.
3. Kies het gewenste telefoonnummer.
4. Druk op de flexibele toets die als SAVE-toets werd toegewezen.
Opbellen
U wilt het geheugennummer opbellen:
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de flexibele toets die als SAVE-toets werd toegewezen.
De CO-indicator begint groen te branden.
Voorwaarden
Bij het kiezen van het telefoonnummer van een extern nummer hoeft u niet eerst 0 of 81–88
te kiezen.
Kiest u hetzelfde nummer opnieuw, dan wordt dezelfde CO-lijn geselecteerd. Is deze lijn
bezet, dan hoort u de bezettoon.
Als u dit programmeert kunt u een pauze inlassen tussen het toegangsnummer voor de CO-
lijn en het volgende telefoonnummer (Inlassen Automatische Pauze).
U kunt maximaal 24 cijfers opslaan in het geheugen met de Notebook-functie.
“*” en “#” worden ook als één cijfer gerekend.
1
...
2
...
3
4
1
2
4-90 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Meeluisteren met opgenomen hoorn (enkel op KX-T7230 en KX-T7235)
Via de ingebouwde luidspreker kunt u laten meeluisteren naar uw gesprek terwijl u door de
hoorn spreekt.
Instellen
U spreekt door de hoorn:
1. Druk op de HANDENVRIJ-toets.
U kunt meeluisteren naar het gesprek.
U kunt het gesprek via de hoorn voortzetten.
Opheffen
1. Druk op de HANDENVRIJ-toets.
De luidspreker-functie gaat uit.
U kunt het gesprek via de hoorn voortzetten.
1
1
Functies Systeemtoestellen 4-91
4.2 Functies Systeemtoestellen
ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
Deze functie biedt u de mogelijkheid om een (intern) telefoonnummer of systeemfunctie te
kiezen met slechts één toets. U dient hiervoor eerst een intern-, extern- of functienummer
(van max. 16 cijfers) onder een ÉÉN-DRUK-toets op te slaan.
Kiezen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de flexibele toets die is toegewezen als ÉÉN-DRUK-
toets.
Voorwaarden
De (telefoon)nummers dienen op het toestel te worden geprogrammeerd.
Voor een buitenlijn drukt u op de gewenste CO-toets en daarna op de gewenste ÉÉN-
DRUK-toets.
• U kunt een combinatie gebruiken van “Snelkiezen”, “ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen”,
“Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer (Redial)/geheugennummer” en handmatig kiezen.
Het is mogelijk om een nummer op te slaan dat uit 17 of meer cijfers bestaat, door het te
splitsen en onder twee ÉÉN-DRUK-toetsen op te slaan.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing Flexibele toetsen — ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor de toewijzing worden gebruikt.)
1
2
4-92 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Telefonist(e) oproepen
Voer de onderstaande stappen uit als u met de Telefonist(e) wilt telefoneren. Voor de
Telefonist(en) kunnen twee toestellen (“Operator 1” en “Operator 2”) worden toegewezen.
Als er slechts één telefonist(e) is of als u de telefonist(e) niet specificeert, gebruik dan
“Algemeen”. Als u de telefonist(e) wilt specificeren, gebruik dan “Specifiek”
Algemeen
1. Neem de hoorn van de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
2. Kies het functienummer (9).
Specifiek
1. Neem de hoorn van de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
2. Kies het functienummer (61) voor telefonist(e) 1, of (62) voor
telefonist(e) 2.
Voorwaarden
Gebruikt u de functie “Algemeen”, dan wordt uw oproep naar telefonist(e) 2 gestuurd als
telefonist(e) 1 bezet is.
Als geen telefonist(e) werd toegewezen, dan is deze functie niet mogelijk. U hoort in dat
geval de herkiestoon.
1
1
9
2
2
6
1
of
6
2
Functies Systeemtoestellen 4-93
4.2 Functies Systeemtoestellen
Kies het functienummer (0)
of
Druk op de Lus-CO (L-CO)-toets.
Kies het functienummer (8) en een
CO-groepnummer (1–8)
of
Druk op een Groep-CO (G-CO)-toets.
Druk op een Enkele-CO (E-CO)-toets.
Toegang tot buitenlijn (CO) — SAMENVATTING
U kunt op de volgende manieren toegang tot een buitenlijn krijgen:
Toegang tot CO-lijn,
automatisch
Toegang tot CO-lijn,
binnen Co-groep (centrale)
Toegang tot CO -lijn,
individueel
Voorwaarden
• De toewijzing van de CO-toets (L-CO, G-CO, of E-CO) op uw toestel kan worden
gewijzigd. Raadpleeg hiervoor “Toewijzing Flexibele toetsen” in deel 2
(Toestelprogrammering).
Nadat u een functienummer heeft gekozen of op een CO-toets heeft gedrukt, hoort u één
van de volgende tonen:
Kiestoon: Geeft aan dat de CO-lijnverbinding tot stand is gebracht.
COxx — verschijnt op het display. (xx: nummer van CO-lijn)
Bezettoon: Geeft aan dat de gekozen CO-lijn bezet is.
CO Bezet — verschijnt op het display.
Herkiestoon:
1) Geeft aan dat de gekozen CO-lijn niet toegankelijk is.
CO Niet Geldig — verschijnt op het display.
2) Geeft aan dat toegang tot CO-lijnen geweigerd is.
Beperkt — verschijnt op het display.
Beperkt kan om de volgende redenen op het display verschijnen:
— Het interne toestel is door de Telefonist(e) (Toestel blokkeren — op afstand) of iemand
anders geblokkeerd (Elektronische toestelblokkering).
— Het interne toestel werd beperkt door activering van de functies “Gespreksduurcode”,
“Check — Alle Gesprekken” en “Check — Tussenkomen in Kiesrestrictie”.
— Voor het toestel geldt “Kiesrestrictie”.
4-94 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing Flexibele toetsen — Lus-CO (L-CO)-toets, Groep-CO (G-CO)-toets,
Enkele-CO (E-CO)-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[103] Toewijzing automatische toegang tot CO-groep (centrale)
— (Alleen te gebruiken voor “Automatische toegang tot CO-lijn”.)
[400] Toewijzing CO-lijnverbinding
[605]–[606] Toewijzing toegestane uitgaande CO-lijnen — Dag/Nacht
Functieverwijzing
Invoeren Gespreksduurcode
Elektronische toestelblokkering
Toestelblokkering op afstand (4.3/Servicefuncties voor de Telefonist(e))
Kiesrestrictie (zie: Installatiehandleiding)
Toegang tot CO-lijn, automatisch
Stelt u in staat om automatisch een vrije buitenlijn te kiezen.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (0).
U hoort de kiestoon.
De indicator van de gekozen CO-toets brandt groen.
3. Kies het telefoonnummer.
Het display toont het telefoonnummer.
4. Begin het gesprek.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets
nadat u het gesprek heeft beëindigd.
Voorwaarden
Door te drukken op de Lus-CO-toets kunt u de stappen 1 en 2 overslaan.
1
2
3
4
0
telefoonnummer
5
Functies Systeemtoestellen 4-95
4.2 Functies Systeemtoestellen
Toegang tot CO-lijn, binnen CO-groep (centrale)
Stelt u in staat om een vrije CO-lijn te kiezen binnen een groep CO-lijnen. De CO-lijnen
kunnen verdeeld zijn in acht groepen.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (8).
3. Kies het CO-lijn groepnummer (tussen 1–8).
U hoort de kiestoon.
De indicator van de gekozen CO-toets brandt groen.
4. Kies het telefoonnummer.
Het display toont het telefoonnummer.
5. Begin het gesprek.
6. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets
nadat u het gesprek beëindigd heeft.
Voorwaarden
Door te drukken op de G-CO-toets kunt u de stappen 1, 2 en 3 overslaan.
1
2
3
CO-lijn groepnummer
4
telefoonnummer
8
5
6
4-96 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Toegang tot CO-lijn, individueel
Stelt u in staat om de gewenste CO-lijn te kiezen zonder de toegangscode tot de CO-lijn
in te toetsen.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de gewenste CO-toets.
U hoort de kiestoon.
De indicator van de gekozen CO-toets brandt groen.
3. Kies het telefoonnummer.
Het display toont het telefoonnummer.
4. Begin het gesprek.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets
nadat u het gesprek heeft beëindigd.
Voorwaarden
U mag stap 1 ook overslaan en direct op de CO-toets drukken.
1
2
3
telefoonnummer
CO
4
5
Functies Systeemtoestellen 4-97
4.2 Functies Systeemtoestellen
Oproepen — SAMENVATTING
Deze functie stelt u in staat om binnen uw bedrijf een persoon, of meerdere, op te roepen. Uw
boodschap wordt omgeroepen door de ingebouwde luidsprekers van de Systeemtoestellen of
door een extern oproepsysteem (bijv. luidsprekerboxen). De opgeroepen persoon kan u dan
terugbellen. Er zijn drie verschillende typen van oproepen, die hieronder zijn beschreven.
Kies hieruit de gewenste oproep.
Voorwaarden
Raadpleeg par. 4.2 “Oproepen — BEANTWOORDEN” voor het beantwoorden van een
oproep.
Wilt u de oproep negeren, raadpleeg dan “Oproepen — NEGEREN”
De opgeroepen toestelgebruikers horen voordat u begint te spreken een bevestigingstoon.
Wie wordt opgeroepen hoort bij externe oproepen vóór de stemaankondiging een
bevestigingstoon (Bevestigingstoon externe oproepen). Via programmering kan deze toon
worden weggelaten.
Vóór de stemaankondiging hoort de oproeper een bevestigingstoon. Via programmering
kan deze toon worden weggelaten.
Op de KX-T7235 kunt u de “Oproepen”-functie via de bediening van het display uitvoeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers/Oproepen — extern, Oproepen — extern beantwoorden.
[602] Toewijzing interne toestelgroep —
(voor “Oproepen — groep”)
[805] Bevestigingstoon extern oproepsysteem
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Oproepen — BEANTWOORDEN
Oproepen — NEGEREN
Toegangsmenu systeemfuncties — Oproepen — Extern (4.4/Speciale Displayfuncties)
Toegangsmenu systeemfuncties — Oproepen — Groep (4.4/Speciale Displayfuncties)
Type
Alle toestellen
oproepen
Extern oproepen
Groep oproepen
Beschrijving
Iedereen oproepen via de ingebouwde luidsprekers en het
externe oproepsysteem.
Iedereen oproepen via het externe oproepsysteem.
Een specifieke zone oproepen via het externe
oproepsysteem.
Alle toestelgroepen oproepen.
Een specifieke groep oproepen via de ingebouwde
luidsprekers van de toestellen.
4-98 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
6
3
6
of
4
3
4
1
2
6
4
4
0
3
Oproepen — alle toestellen
Stelt u in staat om alle interne toestellen op te roepen via de ingebouwde luidsprekers van de
systeemtoestellen of via het externe oproepsysteem.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (63 of 64) en daarna .
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Het display toont:
Oproep Allen
3. U kunt beginnen met oproepen.
4. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Oproepen — extern
Stelt u in staat om alle toestellen op te roepen via het externe oproepsysteem.
Alle externe oproepsystemen aansturen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (64) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Het display toont:
Ext Oproep Allen
3. U kunt beginnen met oproepen.
4. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Functies Systeemtoestellen 4-99
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
3
externe oproepnummer
4
2
6 4
5
Een specifieke zone oproepen - extern
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (64).
3. Kies het gewenste externe oproepnummer (1–2) of (1–4).
— 1–2: als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–4: als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Het display toont:
Extrn Oproep X
Extern oproepnummer
4. U kunt beginnen met oproepen.
5. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Voorwaarden
Als de zone reeds door iemand anders wordt opgeroepen, hoort u de bezettoon.
Sommige oproepen hebben voorrang op andere, dit zijn in volgorde:
1) CO-lijn beantwoorden op willekeurig toestel
2) Oproepen — extern (oproepsysteem)
3) Achtergrondmuziek (AGM) — extern (oproepsysteem)
Bijvoorbeeld: AGM is geactiveerd, en u wordt opgeroepen om direct een CO-lijngesprek te
beantwoorden. AGM zal automatisch worden uitgeschakeld zodra u de CO-lijn
beantwoordt.
Functieverwijzing
Achtergrondmuziek (AGM) — Extern (4.3/Servicefuncties voor de Telefonist(e))
Co-lijn beantwoorden op willekeurig toestel
4-100 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
3
groepnummer
4
2
6
5
3
1
2
4
5
6
3
0
Oproepen — groep
Stelt u in staat om de toestelgebruikers binnen alle interne groepen, of een specifieke groep,
op te roepen. U kunt maximaal 8 groepen gelijktijdig oproepen. De aankondiging is alleen via
de ingebouwde luidsprekers van de toestellen te horen.
Oproepen — alle groepen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (63) en 0.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Het display toont:
Gr Oproep Allen
3. U kunt beginnen met oproepen.
4. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Oproepen — specifieke groep
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (63).
3. Kies het interne groepnummer (1–8).
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Het display toont:
Grp Oproep X
Groepnummer (1–8)
4. U kunt beginnen met oproepen.
5. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Functies Systeemtoestellen 4-101
4.2 Functies Systeemtoestellen
Oproepen — BEANTWOORDEN
U kunt een oproep beantwoorden op een willekeurig toestel binnen het systeem.
Oproep via de ingebouwde luidspreker beantwoorden
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (43).
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Beantwoord de oproep.
Oproep beantwoorden voor specifieke zone
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (44).
3. Kies het gewenste externe oproepnummer (1–2) of (1–4).
— 1–2: als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–4: als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Beantwoord de oproep.
Voorwaarden
U kunt een oproep, die bestemd is voor een specifieke groep, alleen beantwoorden op een
toestel binnen die groep.
Wanneer de oproep wordt beantwoord, is een bevestigingstoon hoorbaar. Deze toon kan
achterwege gelaten worden middels programmering.
Met de KX-T7235 kunt u de Oproep-functie vanuit het display uitvoeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Toegangsmenu systeemfuncties — Oproepen — BEANTWOORDEN (4.4/ Speciale
Displayfuncties)
Voorwaarden
Er zijn maximaal acht groepen. Verschillende groepen kunnen gelijktijdig worden
opgeroepen.
1
2
3
4
1
2
4
4
3
externe oproepnummer
4-102 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
1
7
2
1
1
3
2
7
2
1
3
0
Oproepen — NEGEREN
Elk toestel binnen het systeem kan een oproep die werd verstuurd naar een ingebouwde
luidspreker negeren.
Instellen
1. Neem de hoorn van de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
2. Kies het functienummer (721) en daarna 1.
Het display toont:
Oproep Ngr. Aan
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Annuleren
1. Neem de hoorn van de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
2. Kies het functienummer (721) en daarna 0.
Het display toont:
Oproep Ngr. Uir
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Oproepen — negeren
Functies Systeemtoestellen 4-103
4.2 Functies Systeemtoestellen
Oproepen en doorverbinden
U kunt een gesprek doorverbinden en daarbij gebruik maken van de oproepfunctie (Oproepen
— alle toestellen, Oproepen — extern, Oproepen — groep).
Oproepen — alle toestellen
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB (DOORVERBINDEN)-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (63 of 64) en
.
Dit kan het functienummer voor of een groep of het externe
oproepsysteem zijn.
3. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
4. Wacht op beantwoording.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
Oproepen — via extern oproepsysteem
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB (DOORVERBINDEN)-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (64) en 0.
3. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
4. Wacht op beantwoording.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
1
5
4
3
6
3
of
6
3
2
1
2
6
4
0
5
4
3
4-104 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Een specifieke zone oproepen — extern
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB (DOORVERBINDEN)-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (64).
3. Kies het gewenste externe oproepnummer (1–2) of (1–4).
— 1–2: als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–4: als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
4. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
5. Wacht op beantwoording.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
6. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
Oproepen — alle groepen
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB (DOORVERBINDEN)-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (63) en 0.
3. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
4. Wacht op beantwoording.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
1
2
3
4
1
2
3
externe oproepnummer
4
5
4
6
6
3
6
0
5
Functies Systeemtoestellen 4-105
4.2 Functies Systeemtoestellen
Oproepen — specifieke groep
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de DVB (DOORVERBINDEN)-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (63).
3. Kies het oproep-groepnummer (1–8).
4. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
5. Wacht op beantwoording.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
6. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
Voorwaarden
Voordat u met oproepen begint hoort u een bevestigingstoon. Deze toon kan achterwege
gelaten worden middels programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[602] Toewijzing toestellen voor interne groep
[805] Bevestigingstoon extern oproepsysteem
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
1
2
3
4
5
6
6
3
oproep-groepnummer
4-106 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Parallelle telefoonaansluiting
Een Systeemtoestel (hier DPT genoemd) kan parallel worden aangesloten op de lijn van een
2-draadstelefoon (hier SLT genoemd). U kunt dan beide toestellen gebruiken op één lijn.
Instellen
SLT-belsignaal AAN;
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (69) en 1.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Parallel Aan
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Opheffen
SLT-belsignaal UIT;
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (69) en 0.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
Parallel Uit
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
Het SLT-belsignaal is standaard ingesteld op “Parallel Uit”.
De functies op de DPT kunnen normaal worden gebruikt, ook al is het 2-draadstelefoon
aangesloten.
• Bij een inkomend gesprek:
— Als het SLT-belsignaal is ingesteld op AAN, gaat het belsignaal over op de DPT en de
SLT gelijktijdig, tenzij de DPT de functie “Handenvrij beantwoorden” gebruikt of is
ingesteld op Stem (“Keuze Bel/Stem”).
— Als het SLT-belsignaal is ingesteld op UIT, dan gaat het belsignaal alleen over op de
DPT. De 2-draadstelefoon kan de oproep evenwel beantwoorden.
1
2
3
1
6
9
1
2
3
6
9
0
Functies Systeemtoestellen 4-107
4.2 Functies Systeemtoestellen
Wanneer de SLT gebruikt wordt, funktioneren de indicatielampjes op normale wijze.
Als u de hoorn opneemt terwijl het parallelle aangesloten toestel gebruikt wordt, dan wordt de
verbinding naar uw toestel omgeschakeld, en omgekeerd.
De functie XDP* is mogelijk. Raadpleeg hiervoor de Installatiehandleiding.
Met de KX-T7235 kunt u de functie vanuit het display uitvoeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Parallelle telefoon-modus
Functieverwijzing
Keuze Bel/Stem
EXtra Device Port (XDP) (zie: Installatiehandleiding)
Handenvrij beantwoorden
Toegangsmenu systeemfuncties — Parallelle telefoonaansluiting (4.4/Speciale Displayfuncties)
* XDP (eXtra Device Port) biedt de mogelijkheid om twee toestellen op één lijn aan te sluiten.
4-108 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Automatisch kiezen (Hot Line)
De “Hot Line”-functie kiest een voorgeprogrammeerd telefoonnummer als u de hoorn
opneemt.
Het telefoonnummer programmeren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (74) en 2.
3. Toets het telefoonnummer in en daarna #.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Functie activeren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (74) en 1.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Functie opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (74) en 0.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
1
1
2
telefoonnr. en #
4
1
4
2
7
3
2
2
4
2
7
3
4
2
7
3
Functies Systeemtoestellen 4-109
4.2 Functies Systeemtoestellen
Kiezen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
Wacht op beantwoording en begin het gesprek.
Voorwaarden
Deze functie is niet mogelijk tijdens het beantwoorden van een inkomend gesprek of tijdens
het terugnemen van een gesprek in wachtstand.
Voor het te programmeren telefoonnummer (maximaal 16 cijfers) kunt u gebruik maken
van de cijfertoetsen “0–9” en “*”. U kunt geen gebruik maken van “#”.
In de wachttijd, d.w.z. de tijd voordat u het telefoonnummer kiest, kunt u een ander
telefoonnummer kiezen. U komt dan tussen in de “Hot Line”-functie. De wachttijd kunt u
middels systeemprogrammering wijzigen.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Programmeren automatisch kiezen
[204] Wachttijd Automatisch kiezen (Hot Line)
1
4-110 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
telefoonnummer
3
Voorbereiding kiezen (enkel voor KX-T7230 en KX-T7235)
U kunt het telefoonnummer op het display bevestigen voordat de lijn wordt verbonden.
1. Kies het telefoonnummer.
Op het display verschijnt het nummer dat u gevormd heeft.
<Voorbeeld>
012345678
U wilt een ander nummer kiezen:
2. Kies
en kies opnieuw.
Door op * te drukken, wist u het rechtse nummer.
<Voorbeeld>
01234567
Door op de FLASH-toets te drukken, wist u het hele nummer.
3. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets, of druk op
de CO-toets.
Het systeem gaat op zoek naar de CO-lijn en verstuurt het
gevormde nummer.
Voorwaarden
Deze functie wordt geannuleerd door op de CO-toets te drukken als het ingegeven nummer
geen lijn-toegangscode bezit (0 of 81–88).
Enkel beschikbaar op Systeemtoestellen met display.
Deze functie gaat niet als u als eerste cijfer van het telefoonnummer “*” of “#” ingeeft.
Deze functie wordt geannuleerd als u tijdens het ingeven van het telefoonnummer het
volgende doet:
a) op de FLASH-toets drukken;
b) de inkomende oproep beantwoorden (de hoorn opnemen of op een toets drukken);
c) het gesprek in wachtstand overnemen (de hoorn opnemen of op een toets drukken).
* en opnieuw
Functies Systeemtoestellen 4-111
4.2 Functies Systeemtoestellen
Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer, Automatisch (Redial)
(enkel voor KX-T7230 en KX-T7235)
U kunt het laatst gekozen nummer opnieuw kiezen. U kunt dit ook handenvrij doen met een
geheugennummer, “Gesprekslog, uitgaand”, “Gesprekslog, inkomend”, “Notebook functie”.
Het nummer wordt een geprogrammeerd aantal keren opnieuw gekozen totdat er wordt
geantwoord.
1. Druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de REDIAL-toets.
Voorwaarden
U kunt de herhaalprocedure veranderen (1–12) via systeemprogrammering.
Komt een oproep binnen tijdens de herhaalprocedure, dan wordt het opnieuw kiezen
uitgesteld totdat het inkomend gesprek beëindigd is.
Drukt u tijdens automatisch opnieuw kiezen van het laatst gekozen nummer op een toets,
dan wordt deze functie geannuleerd.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[209] Aantal herhalingen Automatisch opnieuw kiezen
[210] Pauze tussen Automatisch opnieuw kiezen
Functieverwijzing
Gesprekslog, inkomend
Gesprekslog, uitgaand (4.4/Speciale Displayfuncties)
Notebook functie
Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer
Opnieuw kiezen geheugennummer
1
2
4-112 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer (Redial)
U kunt het laatst gekozen externe nummer automatisch opnieuw kiezen (Redial).
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de REDIAL-toets.
Voorwaarden
Het externe nummer mag uit maximaal 24 cijfers bestaan, de toegangscode van de
buitenlijn is hierbij niet inbegrepen.
“*” ,“#” en “PAUZE” tellen als 1 cijfer.
Als u tijdens Redial de bezettoon hoort, kies dan een andere buitenlijn en druk op de
REDIAL-toets.
Zodra u het eerste cijfer van een nieuw extern nummer kiest, wordt het vorige
Redialnummer uit het geheugen gewist. Het Redialnummer wordt niet gewist als dat eerste
cijfer de toegangscode tot een buitenlijn is.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, opnieuw kiezen laatst gekozen nummer
Functieverwijzing
Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer, automatisch.
2
1
Functies Systeemtoestellen 4-113
4.2 Functies Systeemtoestellen
Opnieuw kiezen geheugennummer
Stelt u in staat een telefoonnummer op te slaan terwijl u bent verbonden met een CO-lijn. Dit
geheugennummer kunt u herkiezen totdat een nieuw geheugennummer wordt opgeslagen.
Opslaan
Tijdens een gesprek of de bezettoon;
1. Druk op de AUTO KIEZEN/OPSLAG-toets.
2. Druk op de Flexibele toets die als SAVE-toets is toegewezen.
Kiezen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de Flexibele toets die als SAVE-toets is toegewezen.
Voorwaarden
Het geheugennummer mag uit maximaal 24 cijfers bestaan, de toegangcode van de
buitenlijn is hierbij niet inbegrepen.
“*”, “#” en "PAUZE" tellen als 1 cijfer.
Een Flexibele toets kan als SAVE-toets worden toegewezen.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — SAVE-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden gebruikt.)
Functieverwijzing
Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer, automatisch.
1
1
...
2
2
4-114 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
Geheim nummer kiezen
Op het display verschijnt normaliter het te kiezen interne of externe nummer. Geheim kiezen
maakt het mogelijk om bepaalde nummers in hun geheel, of gedeeltelijk, niet op het display
te laten verschijnen. Dit kan voor nummers die aan een Flexibele toets van een
Systeemtoestel of DSS-Console zijn toegewezen als: Snelkiesnummers via systeemgeheugen
of ÉÉN-DRUK-toets nummers. Extra kunnen de KX-T7235 telefoons geheim kiezen met
verkorte kiesnummers van het toestel.
Wanneer u het telefoonnummer opslaat;
1. Druk op de INTERCOM-toets vóór en na het gedeelte dat u
geheim wilt houden.
Het display toont:
<Voorbeeld>
0-1-[201] 249••• ( — “201” wordt tijdens het kiezen
niet op het display getoond.)
Voorwaarden
De geheimcode “[” of “]” (bij indrukken van INTERCOM-toets), telt als één cijfer.
U kunt meerdere delen in een telefoonnummer geheim laten.
Als het telefoonnummer “0-1-[201]-431-2111” is opgeslagen, en u kiest het nummer, dan
toont het display:
-1-•••-431-2111
Via systeemprogrammering kunt u selecteren of het geheime deel wordt uitgeprint door het
SMDR.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[001] Instellen Snelkiesnummer (Systeemgeheugen)
[990] Randinformatie systeem, veld (26)
Functieverwijzing
ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
Snelkiezen via toestelgeheugen
Snelkiezen via systeemgeheugen
INTERCOM
Functies Systeemtoestellen 4-115
4.2 Functies Systeemtoestellen
Wissen toestelprogrammering
Biedt u de mogelijkheid om de volgende toestelprogrammeringen terug te stellen naar de
standaardinstellingen:
a) Boodschapfunctie “Afwezig” op display
b) Automatisch terugbellen (Camp-on)
c) Achtergrondmuziek (AGM)
d) Gesprek doorschakelen
e) Gesprekslog, inkomend
f) Gesprek overnemen, negeren
g) Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
h) Vermijden Identificatie bij bestemmeling (CLIR)
i) Vermijden Identificatie bij oproeper (COLR)
j) Niet Storen (NS)
k) Tussenkomen in Gesprek, negeren
l) Extern belsignaal
m) Log-in
n) Boodschap achterlaten — (alle boodschappen worden gewist)
o) Oproepen — NEGEREN
p) Parallelle telefoonaansluiting
q) Automatisch kiezen (Hot Line) — (het opgeslagen nummer wordt gewist)
r) Wekker herinneringssignaal
Een toestelprogrammering wissen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (790).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Tst Data Wissen
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
1
7 9
0
2
3
4-116 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
cijfertoets
1
2
2
6
0
3
4
Snelkiezen via toestelgeheugen
U kunt maximaal tien Snelkiesnummers opslaan. Deze nummers zijn alleen beschikbaar op
uw toestel.
Opslaan van telefoonnummer
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (60).
3. Druk op de cijfertoets (0–9) waaronder u het Snelkiesnummer wilt
opslaan.
4. Toets het gewenste nummer in en daarna #.
U hoort de bevestigingstoon.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Kiezen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (6*).
3. Druk op de cijfertoets (0–9) waaronder u het Snelkiesnummer had
opgeslagen.
gewenste nummer en #
5
6
3
cijfertoets
Functies Systeemtoestellen 4-117
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voorwaarden
U kunt opslaan: een intern nummer, een extern nummer of een functienummer van
maximaal 16 cijfers.
Om een extern nummer op te slaan, moet u eerst de toegangscode van de buitenlijn (0, of
81–88) intoetsen.
Voor de nummers kunt u gebruiken: de cijfertoetsen 0–9, “*” en “PAUZE”.
“Snelkiezen via toestelgeheugen” kan worden vervolgd door handmatig kiezen (als u
bijvoorbeeld een onvolledig nummer heeft opgeslagen).
Op de KX-T7235 kunt u deze functie uitvoeren met behulp van het display.
Functieverwijzing
Snelkiezen via toestelgeheugen (4.4/Speciale Displayfuncties)
4-118 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Snelkiezen via systeemgeheugen
Biedt u de mogelijkheid om buitenlijnnummers Snel te Kiezen met behulp van het
systeemgeheugen. Het systeem ondersteunt 500 verkorte kiesnummers welke voor elke
gebruiker toegankelijk zijn (000 tot 499).
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
De INTERCOM-indicator brandt groen.
2. Druk op de AUTO KIEZEN/OPSLAG-toets.
De AUTO KIEZEN/OPSLAG-indicator gaat branden.
U hoort geen enkele toon.
3. Kies het Systeem-geheugennummer (000–499).
De AUTO KIEZEN/OPSLAG-indicator gaat uit.
Voorwaarden
Systeem-geheugennummers moeten middels systeemprogrammering worden opgeslagen.
U kunt een combinatie maken van “Snelkiezen”, “ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen”,
“Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer (Redial)/geheugennummer” en handmatig kiezen.
Het is mogelijk dat een systeem-geheugennummer onder twee geheugenplaatsen is
verdeeld.
<Voorbeeld>
Als het nummer is verdeeld onder geheugenplaats 001 en 002;
Druk dan op: [AUTO KIEZEN/OPSLAG] [0] [0] [1] [AUTO KIEZEN/OPSLAG]
[0] [0] [2]
Het gekozen nummer verschijnt op het display.
Voordat u op de AUTO KIEZEN/OPSLAG-toets drukt kunt ook op een CO-toets drukken
om een buitenlijn te kiezen.
Op de KX-T7235 kunt u deze functie uitvoeren met behulp van het display.
U bepaalt welke toestellen over deze functie kunnen beschikken door de “Service Klasse”
van deze toestellen te programmeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[001] Instellen Snelkiesnummer via Systeem
[002] Instellen Snelkiesnaam via Systeem
[006] Toewijzing Programmeertoestel
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Snelkiezen via systeemgeheugen (4.4/Speciale Displayfuncties)
1
2
3
...
Systeem-geheugennummer
Functies Systeemtoestellen 4-119
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
7 9
4
3
1
2
4
of
Werkingsverslag Systeem
U kunt het in het systeem opgeslagen werkingsverslag afprinten. Enkel toestellen die als
programmeertoestel werden toegewezen kunnen van deze functie gebruik maken.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Vorm het functienummer (794).
3. Kies 1 of 0.
— 1: druk de gegevens af
— 0: wis de gegevens
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
SWR Print-out — (bij afprinten)
SWR CLEAR — (bij wissen)
4. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
Voorwaarden
•U moet een printer aansluiten op het systeem om de gegevens af te drukken.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Werkingsverslag Systeem afdrukken/wissen
[806]–[807] EIA (RS-232C) parameters — Poort 1/Poort 2
Functieverwijzing
•Werkingsverslag Systeem (-> zie Installatiehandleiding)
4-120 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Verbreken
U kunt de huidige CO-oproep verbreken en met een andere oproep beginnen zonder eerst in
te haken.
Bediening met Soft Button
Tijdens een gesprek:
1. Druk op de TRM-toets (S2).
U hoort de interne kiestoon.
2. Kies de toegangscode voor de buitenlijn (0 of 81–88), of druk op
een CO-toets.
3. Kies het telefoonnummer.
Basisbediening
U hoort een toon, u kiest of u voert een gesprek:
1. Druk op de flexibele toets die is toegewezen aan de
TERMINATE-toets (Verbrekingstoets).
U hoort de kiestoon.
2. Kies het telefoonnummer.
Voorwaarden
U moet eerst de toegangscode voor de buitenlijn (0 of 81–88) vormen voordat u een extern
nummer kiest.
Door op de Terminate-toets te drukken wordt het gesprek verbroken. Tegelijk worden de
gegevens over dat gesprek op de SMDR geregistreerd.
U kunt de Terminate-toets toewijzen aan een flexibele CO-toets.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzen flexibele toetsen — Verbrekingstoets
(Voor de toewijzing kan systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt).
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[414] Verbrekingstijd
1
2
S 1
S 2
S 3
TRM
CO
of
toegangscode
3
telefoonnummer
1
2
ttelefoonnummer
Functies Systeemtoestellen 4-121
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
5
3
2
7
6
1
0 1
of
uur en minuten
4
1
2
7
6
0
3
Wekker herinneringsignaal
Biedt u de mogelijkheid om op een vaste tijd, al of niet dagelijks, een herinneringsignaal in te
stellen. Neemt u de hoorn op terwijl het alarm afgaat, hoort u de tijdmelding of kiestoon 3.
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (76) en 1.
3. Toets het uur (01–12) in, en daarna de minuten (00–59).
4. Kies 0 als u een eenmalig herinneringsignaal*
1
wilt instellen, of
kies 1 voor een dagelijks herinneringsignaal*
2
.
U hoort de tijdmelding of de bevestigingstoon.
*
1
Op de ingestelde tijd klinkt het herinneringsignaal, en de ingestelde tijd wordt
daarna gewist.
*
2
U hoort iedere dag op de ingestelde tijd het herinneringsignaal, totdat de
ingestelde tijd wordt opgeheven of gewijzigd.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (76) en 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Wekker Uit
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
4-122 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
1
2
7
6
3
2
1
Controleren van de ingestelde tijd
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Kies het functienummer (76) en 2.
<Voorbeeld>
Als u heeft ingesteld “10:10”, toont het display:
Wekker 10:10 — slechts eenmalig
of
Wekker 10:10* — Iedere dag
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Het herinneringsignaal stoppen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
U hoort de tijdmelding of kiestoon 3.
Voorwaarden
De systeemklok moet allereerst zijn ingesteld.
Het herinneringsignaal duurt dertig seconden.
Als er geen tijd is ingesteld, toont het display:
Wekker Niet Act
Als u tijdens het herinneringsignaal een inkomend gesprek krijgt, gaat het belsignaal over
nadat het herinneringsignaal is gestopt.
Als u een gesprek voert, en het tijdstip van het herinneringsignaal nadert, begint het signaal
pas na beëindiging van het gesprek.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, instellen/annuleren/bevestigen herinneringssignaal
Functieverwijzing
Hotelfunctie — Herinneringssignaal, op afstand (4.3/Servicefuncties voor de telefonist(e)).
Functies Systeemtoestellen 4-123
4.2 Functies Systeemtoestellen
Negeren Kiesrestrictie door Invoeren Gespreksduurcode
U kunt de kiesrestrictie tijdelijk negeren (ook met een oproep vanuit “SSD”) op een begrensd
telefoontoestel. Voor deze functie moet u een geschikte gespreksduurcode invoeren voordat u
het telefoonnummer vormt. Voor de uitvoering hiervan verwijzen wij naar “Invoeren
Gespreksduurcode”.
Voorwaarden
Met deze functie wordt de kiesrestrictie ingesteld op klasse 2. Deze functie kan worden
gebruikt door toestelgebruikers die in de kiesrestrictie klasse 3 t/m 8 zijn toegewezen.
Toestellen in klasse 1 en 2 hoeven hoeven hun klasse niet te wijzigen.
Toestellen waaraan in de “Service Klasse” de functie “Invoeren Gespreksduurcode —
Check — Tussenkomen bij Kiesrestrictie” werd toegewezen, kunnen tussenkomen in hun
kiesrestricties.
In de modus “Check” kunt u maximaal veertig gespreksduurcodes programmeren.
Als u geen, of een verkeerde, Gespreksduurcode invoert, gelden voor uw toestel de
standaard kiesrestricties.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing Flexibele toetsen — Tijd-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Invoeren Gespreksduurcode
[105] Gespreksduurcodes
[500]–[501] Niveau Kiesrestrictie — Dag/Nacht
[508] Invoeren Gespreksduurcode modus
[509]–[510] Kiesrestrictie voor Snelkiezen via systeemgeheugen — Dag/Nacht
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Invoeren Gespreksduurcode
Snelkiezen via systeemgeheugen
Kiesrestrictie (zie: Installatiehandleiding)
4-124 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
CO-lijn beantwoorden op willekeurig toestel
Een inkomende buitenlijn (CO), die via het externe oproepsysteem wordt aangekondigd, kan
op een willekeurig toestel worden beantwoord.
Terwijl het externe oproepsysteem een toon laat horen:
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (44).
3. Kies het nummer van het externe oproepsysteem (1–2) of (1–4).
— 1–2: als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–4: als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
De CO-lijn wordt doorverbonden en u kunt het gesprek
beginnen.
Terwijl de externe bel een belsignaal laat horen:
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (47).
3. Kies het externe belnummer (1–2) of (1–4).
— 1–2: als u bent aangesloten op de KX-TD816.
— 1–4: als u bent aangesloten op de KX-TD1232.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
De CO-lijn wordt doorverbonden en u kunt het gesprek
beginnen.
Voorwaarden
Deze functie kan in de volgende gevallen worden gebruikt:
a) Als het Zwevend Nummer* is toegewezen als “DIL 1:1”. Alle inkomende gesprekken
worden in dit geval op een bepaalde buitenlijn gesignaleerd.
b) Als met behulp van DISA het Zwevend Nummer* van een extern oproepsysteem
wordt gekozen.
c) Als het Zwevend Nummer* van een extern oproepsysteem is toegewezen als
“Ondervang Toestel”. In dit geval worden inkomende gesprekken gesignaleerd, die
teruggeschakeld worden naar het Ondervang Toestel.
• Voordat u wordt doorverbonden hoort u de bevestigingstoon. Deze toon kan achterwege
gelaten worden middels programmering.
1
externe oproepnummer
2
4
4
3
1
2
4
7
3
1
of
2
Functies Systeemtoestellen 4-125
4.2 Functies Systeemtoestellen
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleding
[100] Flexibele nummers, Oproepen
[407]–[408] DIL 1:1 toestel — Dag/Nacht
[409]–[410] Ondervang Toestel — Dag/Nacht
[813] Toewijzing Zwevend Nummer
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Zwevend Toestel (zie: Installatiehandleiding)
* Een Zwevend Nummer (ZN) is in werkelijkheid een intern toestelnummer, dat niet aan een telefoontoestel is
toegewezen, maar aan een andere soort van communicatieapparatuur. Raadpleeg hiervoor de
Installatiehandleiding.
4-126 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Uniform Call Distribution (UCD)
U kunt inkomende oproepen (binnen- of buitenlijn) gelijkmatig verdelen naar een specifieke
groep (UCD-groep). Oproepen naar een UCD-groep wachten chronologisch. De eerste
oproep in de rij zoekt een vrij toestel.
Voorwaarden
U kunt UCD gebruiken in de volgende gevallen:
a) Het zwevend nummer* van de UCD is toegewezen als bestemming van DIL 1:1.
b) Het zwevend nummer* van de UCD is toegewezen als bestemming van Ondervang
Toestel.
c) Het zwevend nummer* van de UCD wordt gebeld vanaf het toestel.
d) Het zwevend nummer* van de UCD wordt gebeld als bestemming van DDI.
Het zwevend nummer* kan worden toegewezen aan een UCD-groep. Een UCD-groep is
een specifieke groep binnen alle interne groepen.
UCD-oproepen kunnen op het toestel binnen de UCD-groep binnenkomen in de log-in
modus. Zij kunnen niet binnenkomen op de toestellen in log-out modus.
U kunt de toestellen log-in of log-out modus toewijzen.
Het laatste toestel in log-in modus kan de log-out modus niet toewijzen.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, UCD log-in/log-out
[106] Station Hunting Type
[813] Toewijzen Zwevende nummers
Functieverwijzing
Log-in/Log-out
Functies Systeemtoestellen 4-127
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voice Mail Integratie
Biedt u de mogelijkheid om inkomende gesprekken naar de Voice Mail (VM) postbus door te
schakelen.
Instellen Doorschakelen naar Voice Mail
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de DSN/NS-toets.
3. Kies het Doorschakelnummer (2–5).
U kunt kiezen uit de volgende Doorschakelnummers:
— 2: Gesprek doorschakelen — Alle gesprekken
— 3: Gesprek doorschakelen — Bezet
— 4: Gesprek doorschakelen — Geen antwoord
— 5: Gesprek doorschakelen — Bezet/Geen antwoord
4. Kies het intern toestelnummer van de Voice Mail.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
De voor u inkomende gesprekken worden automatisch naar de
postbus doorgeschakeld.
De bellers kunnen hun boodschap inspreken volgens de Voice
Mail instrukties.
Beluisteren van een boodschap
U kunt heel eenvoudig de boodschappen in de postbus beluisteren. Er zijn hiervoor twee
mogelijkheden:
Met de BOODSCHAP-toets
Als er een boodschap in de postbus is, brandt de BOODSCHAP-indicator.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Druk op de BOODSCHAP-toets of op de daarvoor toegewezen
Flexibele toets.
U kunt de boodschap nu beluisteren.
1
2
3
5
4
VM intern toestelnr.
DSN nummer
1
2
of
4-128 Functies Systeemtoestellen
4.2 Functies Systeemtoestellen
Zonder BOODSCHAP-toets ( — handmatig kiezen)
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het intern toestelnummer van de Voice Mail.
U kunt de boodschappen beluisteren volgens de Voice Mail
instructies.
Voorwaarden
Externe bellers kunnen hun boodschap inspreken en in uw postbus achterlaten. Bij
inkomende buitenlijngesprekken beantwoordt de Telefonist(e) het gesprek en schakelt het
door naar uw toestel. En...
Als u een Doorschakelfunctie heeft ingesteld met de Voice Mail als bestemming;
dan wordt het gesprek automatisch naar de Voice Mail doorgeschakeld.
Als u geen Doorschakelfunctie heeft ingesteld;
dan wordt het gesprek teruggeschakeld naar de Telefonist(e), die het gesprek weer naar
u zal doorschakelen.
Een Flexibele toets is toegewezen als BOODSCHAP of DSN/NS-toets.
Een Voice Mail is toegewezen als bestemming voor het volgende:
a) Gesprek doorschakelen — alle gesprekken
b) Gesprek doorschakelen — Bezet
c) Gesprek doorschakelen — Geen antwoord
d) Gesprek doorschakelen — Bezet/Geen antwoord
e) Ondervang Toestel
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing Flexibele toets — DSN/NS-toets/Boodschap Wacht (BOODSCHAP)-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden gebruikt.)
Functieverwijzing
Gesprek doorschakelen — Alle gesprekken, Bezet, Bezet/Geen antwoord, Geen Antwoord
Ondervang Toestel (zie: Installatiehandleiding)
Voice Mail doorverbinden
1
2
VM intern toestelnr.
Functies Systeemtoestellen 4-129
4.2 Functies Systeemtoestellen
Voice Mail (VM) doorverbinden
U kunt inkomende buitenlijngesprekken doorverbinden naar de postbus (Voice Mail) van een
gewenst intern toestel, zodat men daar een boodschap kan achterlaten.Verbindt het toestel de
oproepen door naar een Voice Mail postbus, dan wordt de inkomende CO-oproep
automatisch doorverbonden. Heeft het toestel de doorschakelfunctie niet ingesteld dan wordt
de oproep naar u teruggeschakeld. U kunt de oproep naar de Voice Mail doorverbinden met
een ÉÉN-DRUK-toets.
Wanneer u deze functie gebruikt om eenbuitenlijngesprek naar een VM-postbus door te
schakelen:
Als het interne toestel een doorschakelfunctie heeft ingesteld, met als bestemming de
VM-postbus;
Het gesprek wordt doorgeschakeld naar de VM-postbus.
Als het interne toestel geen doorschakelfunctie heeft ingesteld;
Het gesprek wordt naar u teruggeschakeld. U kunt het gesprek doorschakelen met gebruik
van een toets.
Als het gesprek wordt teruggeschakeld;
1. Druk op de Flexibele toets die als Voice Mail (VM) Transfer-
toets is toegewezen.
2. Kies het intern toestelnummer.
Het gesprek wordt naar de VM-postbus doorgeschakeld.
Degene die belt kan met hulp van de Voice Mail instructies een
boodschap achterlaten.
Voorwaarden
Een Flexibele toets kan worden toegewezen als Voice Mail (VM) Transfer-toets.
Het VM-nummer, wachtwoord, enz. van de gebruiker kan worden toegewezen als een VM-
toegangscode.
“Voice Mail status DTMF instellen” en “Station Hunting Type” moeten via
systeemprogrammering worden ingesteld zodat zij met de functies van uw Voice Mail
Systeem overeenkomen.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Voice Mail (VM) Transfer-toets
(Systeemprogrammering — [005] (Installatiehandleiding) kan voor deze toewijzing worden gebruikt.)
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[106] Station Hunting (Automatisch vrij toestel zoeken)
[113] VM status DTMF instellen
[114] VM Commando DTMF instellen
[609] Voice mail toegangscode
Functieverwijzing
Voice Mail Integratie
1
intern toestelnummer
2
4-130 Functies Systeemtoestellen
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Maximaal twee Telefonisten(es) kunnen het systeem bedienen. Elk toestel kan aan de
Telefonist(e) worden toegewezen. Het toewijzen van een telefonist(e) gebeurt via
systeemprogrammering. Het toestel van de telefonist(e) kan de volgende functies uitvoeren:
1) Signaal indicatie
2) Automatisch overlopen en hurry-up doorverbinden
3) Achtergrondmuziek (AGM) — extern
4) Blokkeren inkomend gesprekslog
5) Omschakelen Service Klasse (COS - Class of Service)
6) Externe sensor
7) Hotelfunctie
8) Toestelblokkering op afstand
Voorwaarden
Oproepen voor toestellen die niet kunnen inkiezen in gesprekken (DDI) worden naar de
telefonist(e) doorgeschakeld.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[006] Toewijzing “Operator/Manager” toestel
Signaal Indicatie
Voordat het signaal klinkt verschijnt een boodschap op het display van telefonist(e) 1.
Bericht
System Data Err
Check Printer
* System Link Down
Betekenis
Het systeem krijgt foutieve
systeemgegevens vanuit het
RAM-geheugen
Het papier in de SMDR-
printer is op of de printer
staat uit.
Interne verbinding in het
systeem verbroken.
Tegenmaatregel
Pogrammer opnieuw.
Neem contact op met uw
verkoper.
Zet de printer aan of voeg
papier toe.
Neem contact op met uw
verkoper.
* Enkel beschikbaar op de KX-TD1232.
Functies Systeemtoestellen 4-131
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Automatisch overschakelen en hurry-up doorverbinden
Als het toestel van telefonist(e) 1 bezet is terwijl er een directe externe oproep voor dit toestel
binnenkomt, kan de inkomende oproep in de wachtstand geplaatst worden totdat er meer
wachtende oproepen zijn dan vooraf werd bepaald *. Als er meer inkomende oproepen dan
het toegewezen aantal zijn *, dan zal de laatste oproep automatisch doorgeschakeld worden
naar het toestel van telefonist(e) 2 (Automatisch overschakelen).
Telefonist(e) 1 kan via het display informatie over de wachtende gesprekken krijgen en het
eerste wachtende gesprek naar het vooraf toegewezen toestel doorverbinden. (Hurry-up
doorverbinden).
De Hurry-up-toets geeft de volgende mededelingen:
Er wacht geen oproep: de indicator is uit.
Er wacht meer dan één oproep: de indicator blijft rood branden.
Er wachten meer dan het toegewezen aantal oproepen: de indicator knippert snel rood.
Hurry-up doorverbinden
Tijdens een gesprek:
1. Druk op de flexibele toets die is toegewezen als Hurry-up-toets.
De eerste oproep wordt doorverbonden naar het vooraf
toegewezen toestel.
Voorwaarden
U kunt een flexibele toets als Hurry-up-toets toewijzen.
U moet Systeemprogrammering gebruiken om het toegewezen aantal * toe te kennen.
Functieverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Hurry-up-toets
(Voor de toewijzing kan Systeemprogrammering— [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt).
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[120] Operator Queue
1
4-132 Functies Systeemtoestellen
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Achtergrondmuziek (AGM) — extern
U kunt een externe muziekbron, bijvoorbeeld een radio, of een interne muziekbron op het
systeem aansluiten. Met het extern oproepsysteem kunt u de muziek als achtergrondmuziek
in uw kantoor gebruiken.
Bediening display ( — alleen voor de KX-T7235)
Instellen/Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de Functies (F4)-toets.
3. Druk op de VOLG (S3)-toets.
4. Druk nogmaals op de VOLG (S3)-toets.
5. Druk op de Externe AGM Aan/Uit (F3)-toets.
• Druk telkens op deze toets om te wisselen tussen Aan en Uit.
• Het display toont:
Externe AGM Aan — (AGM-extern is
ingesteld.)
Externe AGM Uit — (AGM-extern is
uitgeschakeld.)
• U hoort de bevestigingstoon, en de muziek begint of stopt
afhankelijk van de gekozen instelling.
6. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ-toets.
1
6
of
2
F4
F5
Functies
3
S 1
S 2
S 3
VOLG
4
S 1
S 2
S 3
VOLG
5
F3
F4
F5
Externe AGM Aan/Uit
S 1
S 2
S 3
Functies Systeemtoestellen 4-133
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
1
2
6 5
3
Basisbediening
Instellen/Opheffen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (65).
• Het display toont;
Externe AGM Aan — (AGM-extern is ingesteld.)
of
Externe AGM Uit — (AGM-extern is
uitgeschakeld.)
• U hoort de bevestigingstoon, en de muziek begint of stopt
afhankelijk van de gekozen instelling.
3. Leg de hoorn op de haak of druk op de HANDENVRIJ/
MONITOR-toets.
Voorwaarden
U kunt een interne of een externe muziekbron kiezen. Een externe muziekbron, zoals
bijvoorbeeld een radio, moet op het systeem zijn aangesloten.
De standaardinstelling is “Externe AGM Uit”.
De achtergrondmuziek klinkt alleen via het externe oproepsysteem.
De prioriteit voor externe AGM is: (1) Trunk CO-lijn beantwoorden; (2) Oproepen; (3)
AGM. Functies met een hogere prioriteit breken in op AGM.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Achtergrondmuziek - extern
[803] Muziekbron
[804] AGM via extern oproepsysteem
[990] Randinformatie systeem, veld (20)
4-134 Functies Systeemtoestellen
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
1
2
3
4
5
6
PROGRAM
9
9
0
2
...
PROGRAM
of
Blokkeren inkomend gesprekslog
De telefonist(e) kan de functie “Blokkeren inkomend gesprekslog” op ieder willekeurig
toestel opheffen.
Programmeren
1. Druk op de PROGRAM-toets.
2. Kies 99.
U bevindt zich nu in de modus Toestelprogrammering.
Op het display verschijnt:
ST-Prog Stand
3. Kies 02.
4. Kies het toestelnummer of
.
— toestelnummer: u heft de instelling op één toestel op.
— * : u heft de instelling van alle toestellen op.
Het display toont:
<Voorbeeld> U kiest toestelnummer 1234
1234: Clear OK?
5. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator zal gaan branden.
6. Druk op de PROGRAM-toets of nem de hoorn op om de modus
Toestelprogrammering te verlaten.
Functieverwijzing
Blokkeren Inkomend Gesprekslog
intern toestelnr. of *
Functies Systeemtoestellen 4-135
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
1
2
F4
F5
Functies
3
4
S 1
S 2
S 3
VOLG
S 1
S 2
S 3
VOLG
5
6
7
toestelnummer
1
Omschakelen Service Klasse (COS - Class of Service)
De telefonist(e) kan een hoofd- of bijstatus toewijzen aan de toestellen door de Service
Klasse ervan om te schakelen.
Bediening display (alleen voor KX-T7235)
Hoofdstatus
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
2. Druk op de Functie-toets (F4).
3. Druk op de VOLG-toets (S3).
4. Druk opnieuw op de VOLG-toets (S3).
5. Druk op de COS Primary-toets (F4) (Service Klasse: hoofdstatus)
6. Kies het toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
xxxx: Primary — (xxx: toestelnummer)
7. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Bijstatus
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ-toets.
F4
F5
COS Primary (tst)
S 1
S 2
S 3
4-136 Functies Systeemtoestellen
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
2. Druk op de Functie-toets (F4).
3. Druk op de VOLG-toets (S3).
4. Druk opnieuw op de VOLG-toets (S3).
5. Druk op de COS Secondary-toets (F4) (Service Klasse: bijstatus).
6. Kies het toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon.
Het display toont:
xxxx: Secondary — (xxx: toestelnummer)
7. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ-toets.
Basisbediening
Hoofdstatus
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (791).
3. Kies het toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
xxxx: Primary — (xxx: toestelnummer)
4. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2
F4
F5
Functies
3
S 1
S 2
S 3
VOLG
4
S 1
S 2
S 3
VOLG
5
6
toestelnummer
7
1
2
7
9
1
3
toestelnummer
4
F4
F5
COS Secondary (tst)
S 1
S 2
S 3
Functies Systeemtoestellen 4-137
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
1
2
7
9
3
3
toestelnummer
4
Bijstatus
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (793).
3. Kies het toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
xxxx: Secondary — (xxx: toestelnummer)
4. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering - Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Toewijzen COS Hoofdstatus, Toewijzen COS Bijstatus
[601] Service Klasse
[991] Randinformatie COS
Externe sensor
Als een apparaat dat met de externe sensor is verbonden geactiveerd wordt, krijgt
telefonist(e) 1 een alarmsignaal te horen.
U hoort het alarmsignaal:
Het display toont:
Ext. Sensor x — (x: Nummer Externe Sensor)
—Als u met een KX-TD1232 werkt, toont het display externe
sensor nr. 1 of 2.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
U hoort een speciale kiestoon (toon 3).
Voorwaarden
U kunt één externe sensor op het systeem aansluiten.
Het alarmsignaal stopt automatisch als u het niet binnen de 60 seconden beantwoordt.
Neemt u de hoorn op terwijl het alarmsignaal klinkt, dan hoort u een speciale kiestoon in
uw hoorn.
Als de lijn van telefonist(e) 1 bezet is terwijl de externe sensor een alarmsignaal stuurt, dan
zal het alarm pas afgaan als de lijn weer vrijgemaakt wordt.
1
4-138 Functies Systeemtoestellen
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Hotelfunctie
Deze functie biedt de mogelijkheid om met de KX-T7235 servicefuncties van de
Hoofdtelefonist(e) over te nemen, zoals Aanmelden/Afmelden en instellen van een wektijd-
signaal. De “Hotelfunctie” functie kan worden in- of uitgeschakeld via
systeemprogrammering van de KX-T7235.
Aanmelden/Afmelden
De modus “Aanmelden” activeert de omschakeling naar primaire CO-lijnen, en wist tevens
automatisch de gesprekstijdmeter. De modus “Afmelden” activeert de omschakeling naar
secundaire CO-lijnen, en print tevens de gemaakte kosten zoals telefoonkosten, minibar en
overige kosten.
Wanneer het toestel in de modus “Aanmelden” of “Afmelden” is, wordt de
status niet weergegeven door de indicator-toetsen (BLF, Busy Lamp Fields), maar door de
DSS-toets.
Bediening Display (— alleen voor de KX-T7235)
Check in
1. Druk op de Hotel (F10)-toets.
2. Druk op de Check in (F1)-toets.
In modus Aanmelden gaat de DSS-indicator rood branden.
3. Kies het intern toestelnummer of druk op de aan te melden DSS-
toets.
4. Druk op de VOLG-toets (S3).
Als het interne nummer reeds is aangemeld, wordt het
“Aanmelden” niet uitgevoerd.
Wenst u de modus te verlaten, druk dan op de END-toets (S1).
5. Druk op de JA (S1)-toets of de NEE (S3)-toets.
JA : Bij het aangemelde toestel wordt de gesprekstijdmeter
stopgezet. Het display keert terug naar de oorspronkelijke
stand.
NEE : Het display keert terug naar stap 3.
F9
F10
S1
S2
S3
Hotel
1
2
intern toestelnr.
3
of
4
5
F1
Check in
Check uit
S 1
S 2
S 3
END
Check in Kamer:2345
VOLG
S 1
S 2
S 3
JA
Check in Kamer:2345
Check-in OK?
NEE
Functies Systeemtoestellen 4-139
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Check uit
1. Druk op de Hotel (F10)-toets.
2. Druk op de Check uit (F2)-toets.
• De DSS-indicator brandt rood (modus “Check uit”).
3. Kies het intern toestelnummer of druk op de aan te melden DSS-
toets.
4. Druk op de EIND (S1)-toets.
Het display toont de gesprekskosten.
Wenst u de modus te verlaten, druk dan op de END-toets (S1).
U wilt de kosten voor minibar invoeren:
5. Voer Kosten Minibar in.
U wilt overige kosten invoeren:
6. Druk op de toets Andere (F4) en voer de overige kosten in.
U wilt het bedrag wijzigen:
Druk op de overeenkomstige toets (F2)-(F4) en voer het bedrag
in.
U wilt het bedrag afdrukken:
7. Druk op de PRINT-toets (S3).
8. Druk op de END-toets (S1).
9. Druk op de JA-toets (S1) of NEE-toets (S3).
JA: Bij het aangemelde toestel wordt de gesprekstijdmeter
stopgezet en de secundaire CO-lijnen worden geactiveerd.
Het display keert terug naar zijn oorspronkelijke stand.
NEE: Het display keert terug naar stap 3.
F6
F7
F8
F9
F10
Check uit Kamer:
2345
Telefoon 00100,40
Minibar 00000,00
Diversen 00000,00
EIND VORG PRINT
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F9
F10
S1
S2
S3
Hotel
1
2
3
of
intern toestelnr.
4
5
6
F4
F5
Andere
+
Overige kosten
7
S 1
S 2
S 3
PRINT
8
S 1
S 2
S 3
END
9
S 1
S 2
S 3
END
Check in Kamer:2345
VOLG
S 1
S 2
S 3
JA
Check uit Kamer:2345
Check uit OK?
NEE
Check in
Check uit
F2
4-140 Functies Systeemtoestellen
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Voorwaarden
De functie “Hotelfunctie” is alleen beschikbaar indien deze via systeemprogrammering aan
uw toestel is toegewezen.
Wanneer een intern toestel in de modus “Check-in” is, kunt u op dat toestel niet nogmaals
dezelfde modus activeren.
Op het display verschijnt het interne toestelnummer met de bijbehorende marginale kosten.
De ingevoerde minibar- en overige kosten worden uit het geheugen gewist als de afmelding
is voltooid.
Na de gegevens te hebben uitgeprint, zullen nieuwe gegevens weer op een nieuwe pagina
worden uitgeprint.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[010] Budget Management
[011] Marginale kosten
[123] Hotelfunctie
[990] Randinformatie Systeem, veld (40)
Wektijd-signaal, geen reactie (alleen voor KX-T7235)
Beantwoordt de gast het wektijd-signaal niet, dan begint de signaal-indicator te knipperen.
Door op de signaal-toets te drukken weet u welk toestel niet op het wektijd-signaal
gereageerd heeft.
1. Druk op de Signaal-toets.
Wilt u de Wektijd-signaal wissen;
2. Druk op de WIS-toets (S2).
Wilt u verdergaan naar het volgende toestel dat niet reageerde;
3. Druk op de VOLG-toets (S3).
Wilt u dit menu-scherm verlaten;
4. Druk op de MENU-toets (S1).
1
4
S 1
S 2
S 3
MENU
Wake up no answer
VOLG
Room: 2345
WIS
3
S 1
S 2
S 3
MENU
Wake up no answer
VOLG
Room: 2345
WIS
2
S 1
S 2
S 3
MENU
Wake up no answer
VOLG
Room: 2345
WIS
Functies Systeemtoestellen 4-141
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen - Signaal-toets
(Voor de toewijzing kan Systeemprogrammering - [005] (Installatiehandleiding) worden gebruikt).
Functieverwijzing
Hotelfunctie, Wektijd-signaal, Wekker-oproep - op afstand
Wektijd-signaal - op afstand (Wekkeroproep)
De telefonist(e) kan op afstand het wektijd-signaal van het gewenste toestel instellen of
annuleren.
Bediening display (alleen voor KX-T7235)
Instellen
1. Druk op de Hotel-toets (F10).
2. Druk op de Wekker-toets (F3) (Wake-up).
3. Kies het toestelnummer of druk op de gewenste DSS-toets om het
wektijd-signaal in te stellen.
•Wilt u dit scherm verlaten, druk dan op de END-toets (S1).
4. Druk op de VOLG-toets (S3).
Als het wektijd-signaal reeds ingesteld was, ziet u de tijd die de
systeemklok nu aangeeft. Was het signaal nog niet ingesteld,
dan wordt geen tijd aangegeven.
5. Voer het uur (00-23) en de minuten (00-59) in.
6. Kies 0 om de wekker één maal te laten afgaan. *
1
Kies 1 als u de
wekker dagelijks wilt laten afgaan. *
2
U hoort de tijdmelding of de bevestigingstoon.
*
1
Het weksignaal gaat af op de ingestelde tijd. Daarna wordt de instelling gewist.
*
2
Het weksignaal gaat dagelijks af op de ingestelde tijd totdat u de instelling
wijzigt of annuleert.
7. Druk op de PROG-toets (S3).
1
6
F9
F10
S1
S2
S3
Hotel
2
F3
Check in
Check uit
Wekker
3
of
toestelnummer
4
5
uur en de minuten
0
1
of
7
S 1
S 2
S 3
PROG
Wake up Room: 2345
Time : 07:00
Daily: 0
END
WIS
S 1
S 2
S 3
VOLG
Wake up Room: 2345
4-142 Functies Systeemtoestellen
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Annuleren
1. Druk op de Hotel-toets (F10).
2. Druk op de Wekker-toets (F3) (Wake-up).
3. Kies het toestelnummer of druk op de gewenste DSS-toets.
4. Druk op de VOLG-toets (S3).
5. Druk op de WIS-toets (S2).
Ingestelde tijd controleren
1. Druk op de Hotel-toets (F10).
2. Druk op de Wekker-toets (F3) (Wake-up).
3. Kies het toestelnummer of druk op de gewenste DSS-toets.
4. Druk op de VOLG-toets (S3).
Op het display verschijnt de ingestelde wektijd.
5. Druk op de END-toets (S1).
1
F9
F10
S1
S2
S3
Hotel
2
F3
Check in
Check uit
Wekker
3
of
toestelnummer
4
1
F9
F10
S1
S2
S3
Hotel
of
2
F3
Check in
Check uit
Wekker
3
toestelnummer
4
5
S 1
S 2
S 3
END
5
S 1
S 2
S 3
WIS
S 1
S 2
S 3
VOLG
Wake up Room: 2345
S 1
S 2
S 3
VOLG
Wake up Room: 2345
Functies Systeemtoestellen 4-143
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Basisbediening
Instellen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (7*) en 1.
3. Kies het toestelnummer of druk op de DSS-toets.
4. Voer het uur (00-23) en de minuten (00-59) in.
5. Kies 0 om de wekker één maal te laten afgaan.*
1
Kies 1 als u de
wekker dagelijks wilt laten afgaan.*
2
U hoort de tijdmelding of de bevestigingstoon.
*
1
Het weksignaal gaat af op de ingestelde tijd. Daarna wordt de instelling
gewist.
*
2
Het weksignaal gaat dagelijks af op de ingestelde tijd totdat u de instelling
wijzigt of annuleert.
6. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
Annuleren
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (7*) en 0.
3. Kies het toestelnummer of druk op de DSS-toets waaraan u het
wektijd-signaal heeft toegekend.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Het display toont:
Alarm Cancelled
4. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
1
2
7
1
3
of
toestelnummer
4
0
1
of
5
uur en de minuten
6
1
2
7
3
of
toestelnummer
4
0
4-144 Functies Systeemtoestellen
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Ingestelde tijd controleren (alleen op systeemtoestellen met display)
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
2. Kies het functienummer (7*) en 2.
3. Kies het toestelnummer of druk op de DSS-toets waaraan u het
wektijd-signaal heeft toegekend.
<Voorbeeld>
Als u "10:10" heeft ingesteld, ziet u op het display:
Alarm 10:10 — eenmalig
of
Alarm 10:10* — dagelijks
4. Haak de hoorn in of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets.
Voorwaarden
U moet eerst de interne klok van het systeem ingesteld hebben.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering - Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Wektijd-signaal — op afstand
Functieverwijzing
Wektijd-signaal
1
2
7
3
of
toestelnummer
4
2
Functies Systeemtoestellen 4-145
4.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e)
Toestelblokkering op afstand
Het toestel dat is toegewezen als “Operator” kan de functie “Elektronische toestelblokkering”
op elk toestel toepassen.
Programmeren
1. Druk op de PROGRAM-toets.
2. Kies 99.
U bent nu in de programmeermodus.
Het display toont:
ST-Prog Stand
3. Kies 01.
4. Kies het intern toestelnummer of
.
— toestelnummer: om een toestel te blokken of deblokkeren
— *: om alle toestellen te blokkeren of deblokkeren
5. Kies 1 of 2.
— 1: deblokkeren
— 2 : blokkeren
Het display toont:
<Voorbeeld> Als u toestelnummer 1234 kiest, en daarna 2,
TST:xxxx :Blokk
6. Druk op de OPSLAG-toets.
De OPSLAG-indicator gaat branden.
7. Druk op de PROGRAM-toets of neem de hoorn van de haak om
de programmeermodus te verlaten.
Voorwaarden
Als een toestelgebruiker de functie “Elektronische toestelblokkering” heeft ingesteld, dan
kan hij of zij deze niet opheffen. Alleen “Operator” kan het betreffende toestel
deblokkeren.
Functieverwijzing
Elektronische toestelblokkering
1
PROGRAM
2
PROGRAM
of
7
6
...
1
of
2
5
4
intern toestelnr. of *
3
1
0
9 9
4-146 Functies Systeemteostellen
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Het toestel KX-T7235 is voor het gebruiksgemak voorzien van een extra groot display, waarop
hulpinformatie wordt getoond tijdens het uitvoeren van speciale toestelfuncties.
Voorbeelden van deze speciale functies zijn:
1.) Gesprekslog
2.) Intern telefoneren
3.) Snelkiezen via telefoneren
4.) Toegangsmenu systeemfuncties*
5.) Snelkiezen via systeemgeheugen
* Bij het gebruik van “Toegangsmenu van de systeemfuncties”, verschijnen systeemfuncties
op het display. De volgende functies zijn beschikbaar:
1) Boodschapfunctie “Afwezig” op display
2) Beantwoorden oproepen — extern
3) Beantwoorden oproepen — groep
4) Achtergrondmuziek — Extern (alleen “Operator”)
5) Gesprek parkeren (alleen “Operator”)
6) Gesprek overnemen, groep
7) Service Klasse (COS) (alleen “Operator”)
8) Boodschap achterlaten
9) Nacht Service (alleen “Operator”)
10) Oproepen — extern
11) Oproepen — groep
12) Parallelle telefoonaansluiting
Voor het bovenstaande geldt: nadat de hoorn van de haak genomen is, en op de DSN/NS-toets
is gedrukt, verschijnt het volgende displaymenu. Met behulp van dat displaymenu kunt u de
volgende systeemfuncties gebruiken:
1.) Gesprek doorschakelen — Alle gesprekken, Bezet, Geen antwoord, Bezet/Geen
antwoord, naar CO-lijn, Follow Me
2.) Niet Storen (NS)
De displaytoetsen
Het display verschaft informatie over diverse functies.
Basis-display
S1-toets S2-toets S3-toets
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
CNTR BEL AGM
Functies Systeemteostellen 4-147
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Er zijn voor “Gesprek doorschakelen” en “Niet
Storen (NS)” nog twee andere displaymenu’s.
a) Het eerste displaymenu
— Verschijnt door te drukken op de DSN/NS-
toets na opnemen van de hoorn.
b) Het tweede displaymenu
— Verschijnt door te drukken op de VOLG (S3)-
toets.
— Raadpleeg paragraaf 3.2 (Functies
Systeemteostellen) voor de functies “Gesprek
doorschakelen” en “Niet Storen (NS)”.
Handige tips voor display-bediening
Druk op:
CNTR (S1): contrast instellen.
BEL (S2): belvolume instellen.
AGM (S3): AGM Aan/Uit.
MENU (S1): beginstand programmeren.
VORG (S2): naar vorige menu.
VOLG (S3): naar volgende menu.
ACCNT (S3): Gespreksduurcode invoeren.
Voor de “Functies” op het display zijn drie
displaymenu’s beschikbaar:
a) Het eerste displaymenu
— Verschijnt door te drukken op de Functies (F4)-
toets.
Indien de KX-T7235 is aangesloten op de KX-TD816
Indien de KX-T7235 is aangesloten op de KX-
TD1232
b) Het tweede displaymenu
— Verschijnt door te drukken op de VOLG (S3)-
toets.
c) Het derde displaymenu (voor Telefonist(e))
— Verschijnt door te drukken op deVOLG (S3)-
toets.
Raadpleeg voor de bediening van de functies
“Gesprek parkeren” en “Nacht Service” met de
displaytoetsen deze paragraaf. Raadpleeg voor de
andere functies (AGM-extern en Service Klasse
Omschakelen de “Servicefuncties voor de
telefonist(e)” (Deel 4.3).
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-4)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-4)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Parallel Aan/Uit (
1/0)
Boodschap Aan (
tst)
Boodschap Uit (
tst)
Afwezig BDS Aan (
1-9)
Afwezig BDS Uit
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Gesprek Parkeren (
0-9)
Nacht Aan/Uit (
1/0)
Externe AGM Aan/Uit
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
DSN/NS Opheffen
Niet Storen
DSN-Alle Gesprek (
tst)
DSN-Bezet (
tst)
DSN-Afwezig (
tst)
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
DSN-Bezet/Afwzg (
tst)
DSN-CO-lijn (
kies)
DSN-Van (
tst)
DSN-Van/Annulrn (
tst)
MENU VORG VOLG
4-148 Functies Systeemteostellen
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Gesprekslog
Kiest opnieuw het laatst gekozen externe
nummer.
1. Druk op de Gesprekslog (F5)-toets.
2. Druk op de gewenste Fx-toets.
<Voorbeeld> Druk voor nummer 111 op de F2-
toets.
— Na op Fx te hebben gedrukt;
Intern telefoneren
U kunt een toestel kiezen met behulp van
een naam.
1. Druk op de Toestel (F3)-toets.
2. Druk op de gewenste Fx-toets.
<Voorbeeld> Druk op F1 voor de beginletters AB.
3. Druk op de gewenste Fx-toets.
<Voorbeeld> Kiest u Billy Jane, druk dan op F5.
— Na op Fx te hebben gedrukt;
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
CNTR BEL AGM
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1234567890
111
0987654
000111222333
100200300400500
MENU WIS
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU TEF TIJD
111
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
CNTR BEL AGM
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Agness Bob
Alice Carol
Ann Margly Casey
Ben Johns Ched Ely
Billy Jane Chris
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
222: Billy Jane
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
CNTR
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
AB LMN
CD OPQ
EF RST
GHI UVW
JK XYZ
MENU
Functies Systeemteostellen 4-149
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Snelkiezen via
systeemgeheugen
Maakt het mogelijk een extern nummer te kiezen
aan de hand van een geselecteerde naam, welke
geprogrammeerd is in het systeem.
1. Druk op de SYSTEEM SK (F9)-toets.
2. Druk op de gewenste Fx-toets.
<Voorbeeld> Druk op de F5-toets voor “J”.
— Na op de Fx-toets te hebben gedrukt.
3. Druk op de gewenste Fx-toets.
<Voorbeeld> Druk op F1 voor “Jack”.
— Na op de Fx-toets te hebben gedrukt; wordt
het nummer van Jack gekozen.
Snelkiezen via toestelgeheugen
Maakt het mogelijk een verkort kiezen nummer te
kiezen aan de hand van een geselecteerde naam,
welke geprogrammeerd is op dit toestel.
1. Druk op de STATION SK (F8)-toets.
2. Druk op de gewenste Fx-toets.
<Voorbeeld> Druk op de F7-toets voor “Panasonic”.
Druk op de VOLG (S3)-toets voor
het volgende displaymenu.
— Na op Fx te hebben gedrukt (met de namenlijst
op het display);
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies STATION SK
Gesprekslog Hotel
CNTR BEL AGM
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Bob KME-soft
Jim Kopp Panasonic
Ronald Police
Zangril Louisa
Nancy Home
MENU VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
0-123-4567 0-987-6543
0111111 05555555
03333333 0-999
07777777 Niet Opslg
100 0-1000001
MENU VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
5555555
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU TEF TIJD
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Jack Ken
Janny Keth
Jimmy Kim
John K’s shop
Johes Kohji
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
3333333
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
CNTR TEF TIJD
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
AB LMN
CD OPQ
EF RST
GHI UVW
JK XYZ
MENU
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
4-150 Functies Systeemteostellen
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Opheffen (Uit)
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de VOLG (S3)-toets.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
3. Druk op de Absent BDS Off-toets (F5).
4. Leg de hoorn op de haak of druk op de
HANDENVRIJ-toets.
Toegangsmenu systeemfuncties
Boodschapfunctie “Afwezig” op display
Met behulp van de displaytoetsen kunt u een boodschap (1-9) op het display achterlaten.
Instellen (Aan)
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de VOLG (S3)-toets.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
3. Druk op de Afwezig BDS Aan (F4)-toets.
4. Kies het boodschapnummer (1-9).
5. Toets, indien gewenst, de tekst in.
6. Leg de hoorn op de haak neer of druk op de
HANDENVRIJ-toets.
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Parallel Aan/Uit (
1/0)
Boodschap Aan (
tst)
Boodschap Uit (
tst)
Afwezig BDS Aan (
1-9)
Afwezig BDS Uit
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Parallel Aan/Uit (
1/0)
Boodschap Aan (
tst)
Boodschap Uit (
tst)
Afwezig BDS Aan (
1-9)
Afwezig BDS Uit
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
Functies Systeemteostellen 4-151
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Beantwoorden,
Oproepen — groep
Beantwoord een voor uw geplaatste oproep als
volgt:
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de Beantw Groep Oproep (F5)-
groep.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
Beantwoorden,
Oproepen — extern
Beantwoord een externe oproep als volgt:
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de Beantw Ext-Opr (F4)-toets.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
3. Kies het externe oproepnummer (1-2) of (1-4).
— 1-2: indien de KX-T7235 aangesloten is op
de KX-TD816
— 1-4: Indien de KX-T7235 aangesloten is op
de KX-TD1232.
Toegangsmenu systeemfuncties (vervolg)
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-4)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-4)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
4-152 Functies Systeemteostellen
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
U parkeert een gesprek als volgt.
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk tweemaal op de VOLG-toets (S3).
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-TD1232.
3. Druk op de Gesprek Parkeren (F1)-toets.
4. Kies het parkeerzone-nummer (0-9).
<Voorbeeld> Als parkeerzone-nummer (5) niet
aanwezig is;
— Toets dan een ander parkeerzone-nummer in.
Het gesprek terugnemen
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de VOLG (S3)-toets.
3. Druk op de Gesprek Parkeren (F1)-toets.
4. Kies het gewenste parkeerzone-nummer.
Toegangsmenu systeemfuncties (vervolg)
Gesprek Parkeren (alleen voor “Operator”)
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Park op 5 G/A
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Gesprek Parkeren (
0-9)
Nacht Aan/Uit (
1/0)
Externe AGM Aan/Uit
UGB Weergave (
1-4)
UGB Opname (
1-4)
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU VORG VOLG
Functies Systeemteostellen 4-153
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Boodschap achterlaten
Voor het instellen of opheffen van de functie
“Boodschap achterlaten” als volgt in:
Instellen (Aan)
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de VOLG (S3)-toets.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
3. Druk op de Boodschap Aan (F2)-toets.
4. Kies het interne toestelnummer.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de
HANDENVRIJ-toets.
Toegangsmenu systeemfuncties (vervolg)
Gesprek overnemen, groep
Een gesprek overnemen binnen uw eigen groep,
doet u als volgt:
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de Aannemen In Groep (F3)-toets.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Parallel Aan/Uit (
1/0)
Boodschap Aan (
tst)
Boodschap Uit (
tst)
Afwezig BDS Aan (
1-9)
AFwezig BDS Uit
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Extere Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-4)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
4-154 Functies Systeemteostellen
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Toegangsmenu systeemfuncties (vervolg)
Opheffen (Uit)
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de VOLG (S3)-toets.
3. Druk op de Boodschap Uit (F3)-toets.
4. Kies het interne toestelnummer.
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de
HANDENVRIJ-toets.
Nacht Service (alleen operator)
De operator kan de Nacht Service als volgt
instellen:
1. Druk op de functie-toets (F4).
2. Druk tweemaal op de VOLG-toets (S3).
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
3. Druk op de Nacht Auto/Aan/Uit-toets (F2).
4. Kies 0, 1 of 2.
— 0: Auto-modus
— 1: manuele Dag-modus
— 2: manuele Nacht-modus
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de
HANDENVRIJ-toets.
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Gesprek Parkeren (
0-9)
Nacht Ann/Uit (
1/0)
Externe AGM Aan/Uit
UGB Weergave (
1-4)
UGB Opname (
1-4)
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU VORG VOLG
Functies Systeemteostellen 4-155
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Oproepen — extern
Een externe oproep voert u als volgt uit:
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de Externe Oproep (F1)-toets.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
3. Kies het externe oproepnummer (1 of 2) of (1-
4) of 0.
— 1 of 2 : een specifieke externe zone
(Indien de KX-T7235 aangesloten
is op de KX-TD816)
— 1-4 : een specifieke externe zone
(Indien de KX-T7235 aangesloten
is op de KX-TD1232)
— 0 : alle externe zones.
Toegangsmenu systeemfuncties (vervolg)
Oproepen — groep
U roept een groep, of meerdere, als volgt op:
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de Groep Oproep (F2)-toets.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
3. Kies het interne oproepnummer (1-8) of 0.
— 1-8 : een specifieke interne groep
— 0 : alle interne groepen gelijktijdig
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-4)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-4)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
4-156 Functies Systeemteostellen
4.4 Speciale Displayfuncties (— voor de KX-T7235)
Toegangsmenu systeemfuncties (vervolg)
Parallelle telefoonaansluiting
U zet de parallelle aansluiting als volgt aan of uit:
1. Druk op de Functies (F4)-toets.
2. Druk op de VOLG (S3)-toets.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD816.
Indien de KX-T7235 aangesloten is op de KX-
TD1232.
3. Druk op de Parallel Aan/Uit (F1)-toets.
4. Kies 1 of 0.
- 1 : Aan
- 0 : Uit
5. Leg de hoorn op de haak of druk op de
HANDENVRIJ-toets.
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Parallel Aan/Uit (
1/0)
Boodschap Aan (
tst)
Boodschap Uit (
tst)
Afwezig BDS Aan (
1-9)
Afwezig BDS Uit
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-4)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
Externe Oproep (
0-2)
Groep Oproep (
0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr (
1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
F2
F1
F3
F4
F5
F7
F6
F8
F9
F10
S2
S3
S1
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog Hotel
MENU BEL AGM
Deel 5
Functies DSS-Console
(KX-T7240)
Inhoud
5.1 Configuratie................................................................... 5-2
Plaats van de bedieningstoetsen...................................... 5-2
5.2 Functies DSS-Console................................................... 5-3
DSS (Direct Station Selectie)-toetsen............................. 5-3
PF (Programmeerbare Functie)-toetsen........................ 5-5
<Opmerking>
Voor de afbeeldingen in dit deel is gebruik gemaakt van het toestel
KX-T7235.
5-2 Functies DSS-Console
5.1 Configuratie
Met de DSS-Console, model KX-T7240, kunt u gesprekken doorverbinden en gebruik maken
van systeemfuncties, door te drukken op een toets. De DSS-Console dient te worden
aangesloten op het Panasonic Digitaal Hybride Systeem in combinatie met een digitaal
directietoestel (combi-toestel).
Raadpleeg de systeemprogrammering om de aansluitplug van de DSS-Console en het
directietoestel te bepalen.
Voorwaarden
Plaats de KX-T7240 en het digitale directietoestel naast elkaar.
Een 2-draadstelefoon kan niet met de KX-T7240 worden gecombineerd.
Raadpleeg voor aansluiting de Installatiehandleiding van het Digitaal Super Hybride
Systeem.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[007] DSS-Console Poort en Toewijzing combi-toestel
Plaats van de bedieningstoetsen
De DSS-Console heeft twee soorten toetsen: 32 Direct Station Selection (DSS) toetsen
met indicators (BLF, Busy Lamp Fields), en 16 Programmeerbare Functie (PF) toetsen.
PF (Programmeerbare Functie) toetsen:
Met deze toetsen, mits geprogrammeerd, kunt u
diverse functies gebruiken door simpelweg op
een toets te drukken.
DIGITAL
DSS toetsen met indicators (BLF):
Om een intern toestel te kiezen drukt u eenvoudigweg
op een toets. De indicator van een toets toont of een
toestel al of niet
in gesprek is, of niet gestoord mag
worden.
5.2 Functies DSS-Console
Functies DSS-Console 5-3
DSS (Direct Station Selectie)-toetsen
Met een druk op een toets (max. 32) kiest u direct een intern toestel, en ziet u of het toestel al
of niet in gesprek is, of niet gestoord mag worden. Op deze wijze kan ook een
buitenlijngesprek worden doorverbonden (Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets).
Intern toestel kiezen
Druk op de gewenste toets om een intern toestel op te bellen. De bijbehorende indicator toont
of het toestel in gesprek is. Alle DSS toetsen zijn als volgt standaard ingesteld op:
DSS 01–32 : toestelnummer 201–232.
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets van het combi-toestel.
2. Druk op de gewenste DSS-toets van de console.
Een gesprek Doorverbinden
Met een DSS-toets kan een buitenlijngesprek worden doorverbonden. Er zijn twee
bedieningsmogelijkheden: als de functie Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets* is
uitgeschakeld (UIT), en als deze functie is ingesteld (AAN).
* Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets stelt u in staat om een buitenlijngesprek in de wachtstand te zetten, en
het naar een intern toestel door te verbinden met behulp van één toets. U kunt het gesprek dus automatisch
zonder TRANSFER-toets in de wachtstand plaatsen en doorverbinden. Deze functie moet evenwel via
systeemprogrammering worden ingesteld.
“Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets” is AAN.
Terwijl u een gesprek heeft;
1. Druk op de gewenste DSS-toets van de console.
• Het gesprek wordt in de wachtstand gezet en het gewenste
interne toestel wordt onmiddellijk gebeld.
“Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets” is UIT.
Terwijl u een gesprek heeft;
1. Druk op de DVB-toets van het combi-toestel.
2. Druk op de gewenste DSS-toets van de console.
1
2
1
1
2
5.2 Functies DSS-Console
5-4 Functies DSS-Console
Voorwaarden
Alle DSS-toetsen kunnen, middels toestelprogrammering, als één van de volgende
functietoetsen, worden gebruikt:
a) Gespreksduur-toets
b) DSS-toets/Niveau 2 (per DSS-toets kunnen twee toestelnummers zijn opgeslagen)
c) Conferentie (CONF)-toets
d) DSN/NS-toets
e) Wachtend Bericht-toets (BOODSCHAP-toets)
f) ÉÉN-DRUK-kiestoets
g) SAVE-toets
h) Terminate-toets (verbrekingstoets)
i) Voice Mail Transfer-toets
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toets — ACCOUNT-toets, CONF-toets, DSS-toets, DSN/NS-toets,
Wachtend Bericht-toets (BOODSCHAP-toets), ÉÉN-DRUK-
kiestoets, SAVE-toets, Terminate-toets, Voice Mail Transfer-
toets
Toestelprogrammering — Installatiehandleiding
[007] DSS-Console poort en Toewijzing combi-toestel
[108] Doorverbinden met ÉÉN-DRUK-toets via DSS-toets
5.2 Functies DSS-Console
Functies DSS-Console 5-5
PF (Programmeerbare Functie)-toetsen
Door simpelweg op een PF-toets te drukken, mits geprogrammeerd, wordt een
systeemfunctie of kiesnummer geactiveerd.
ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
Het opgeslagen nummer wordt automatisch gekozen als u op een geprogrammeerde PF-toets
drukt. Op een iedere geheugenplaats kan een nummer van maximaal 16 cijfers worden
opgeslagen.
Programmeren
<Voorbeeld> Externe nummers opslaan
— Controleer of u in de modus Toestelprogrammering bent: Druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste PF-toets.
2. Kies 2.
3. Kies de toegangscode van de buitenlijn (0, of tussen 81–88).
4. Toets het telefoonnummer in.
Om een foutieve invoer te wissen, drukt u op de WIS-toets (S2)
of op de DVB (CLEAR)-toets.
(De DVB-toets (
) wordt CLEAR-toets.)
5. Druk op de OPSLAG-toets.
Herhaal de stappen 1 t/m 5 om de andere PF-toetsen te
programmeren.
— Verlaten van de modus toestelprogrammering: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Kiezen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets op het combi-toestel.
2. Druk op de gewenste PF-toets.
1
2
3
toegangscode buitenlijn
4
telefoonnummer
5
1
2
2
...
5.2 Functies DSS-Console
5-6 Functies DSS-Console
Toegang tot systeemfuncties met ÉÉN-DRUK-toets
U kunt de PF-toetsen ook gebruiken voor systeemfuncties.
Programmeren
— Controleer of u in de modus Toestelprogrammering bent: Druk op [PROGRAM] [9] [9].
1. Druk op de gewenste PF-toets.
2. Kies 2.
3. Toets het gewenste functienummer in.
<Voorbeeld>
Als u “Oproepen-alle toestellen” wilt programmeren, kies dan 630.
Als u het verkeerde functienummer intoetst, druk dan op de WIS
(S2)-toets of druk op de DVB (CLEAR)-toets, en toets het
correcte nummer in.
4. Druk op de OPSLAG-toets van het combi-toestel.
Herhaal de stappen 1 t/m 4 om de andere PF-toetsen te
programmeren.
— Verlaten van de modus Toestelprogrammering: druk op [PROGRAM] of neem de hoorn op.
Kiezen
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-
toets van het combi-toestel.
2. Druk op de gewenste PF-toets.
Een fout corrigeren tijdens het programmeren
1. Druk op de WIS (S2)-toets of op de DVB (CLEAR)-toets van het
combi-toestel, en programmeer de correcte gegevens.
1
3
functienummer
4
2
1
2
1
2
...
S 1
S 2
S 3
WIS
of
5.2 Functies DSS-Console
Functies DSS-Console 5-7
Een geprogrammeerd nummer wissen
1. Druk op de PF-toets die u wilt wissen.
2. Druk op 2.
3. Druk op de OPSLAG-toets van het combi- toestel.
Het nummer is gewist.
Een opgeslagen nummer controleren
1. Druk op de PF-toets.
Het opgeslagen nummer verschijnt op het display.
Voorwaarden
PF-toetsen zijn niet standaard ingesteld op een functie. Alle PF-toetsen kunnen, middels
programmering op het combi-toestel, als één van de volgende functietoetsen worden
gebruikt:
a) Gespreksduur-toets
b) Conferentie (CONF)-toets
c) DSN/NS-toets
d) Snelkiezen-toets
e) SAVE-toets
f) Terminate-toets
g) Voice Mail (VM) Transfer-toets
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering (Deel 2)
Toewijzing flexibele toetsen — Gespreksduur-, Conferentie (CONF)-, DSS-, DSN/NS-,
Snelkies-, SAVE-, Terminate-, en Voice Mail (VM)
Transfer-toets
1
2
3
2
...
1
5.2 Functies DSS-Console
5-8 Functies DSS-Console
Deel 6
Functies Enkelvoudige Toestellen
Inhoud
6.1 Basisbediening............................................................... 6-2
Opbellen ......................................................................... 6-2
Een gesprek beantwoorden ............................................ 6-3
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen ................. 6-4
6.3 Telefoonuncties voor ISDN......................................... 6-92
<
Opmerking>
Als u gebruik maakt van pulskiezen op een 2-draadstelefoon:
Het is niet mogelijk om gebruik te maken van functies waarin “
” of
“#” voorkomt.
Wanneer de functie “Automatisch kiezen (Hot Line)” is ingesteld,
dient u enige tijd te wachten (Wachttijd Automatisch kiezen —
standaard ingesteld op 1 sec.) alvorens u een nummer kiest.
Raadpleeg “Systeemprogrammering” in de Installatiehandleiding als u
deze tijd wilt wijzigen.
In de instrukties en afbeeldingen in deel 6 worden de
standaardinstellingen als datavoorbeelden gebruikt. Indien u de
systeemprogrammering heeft gewijzigd, moet u niet de data in de
voorbeelden, maar de door u geprogrammeerde data gebruiken.
6-2 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.1 Basisbediening
1
2
intern toestelnummer
1
2
3
telefoonnummer
toegangscode buitenlijn
Opbellen
Een intern nummer kiezen
U kunt als volgt een intern toestelnummer kiezen:
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het intern toestelnummer.
Een extern nummer kiezen
Om een extern nummer te kiezen moet eerst een buitenlijn (CO) gekozen worden, dit kan op
twee manieren:
1) Toegang tot CO-lijn, automatisch
2) Toegang tot CO-lijn, binnen CO-groep (centrale)
1. Neem de hoorn op.
2. Kies een buitenlijn-toegangscode (0 of 81-88).
- 0 : Toegang tot CO-lijn, automatisch
- 81-88 : Toegang tot CO-lijn, binnen CO-groep (centrale)
3. Kies het telefoonnummer.
Functieverwijzing
Intern toestel kiezen
Toegang tot buitenlijn
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-3
6.1 Basisbediening
Een gesprek beantwoorden
1. Neem de hoorn op.
1
6-4 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Boodschapfunctie “Afwezig” op display
Wanneer deze functie is ingesteld, verschijnt op het display van het toestel dat belt, de reden
van uw afwezigheid. Voor elk toestel met display zijn negen boodschappen beschikbaar.
Zes boodschappen zijn reeds voorgeprogrammeerd. Enkel telefoontoestellen met een display
kunnen evenwel de boodschap ontvangen. Wanneer u dit wenst, kunt u boodschap 7, 8 en 9
via systeemprogrammering instellen. Instellen of opheffen van de boodschapfunctie geschiedt
individueel, dus per toestel.
Opmerking: % geeft de positie aan waar u een cijfer/getal moet invoeren.
Instellen
Boodschap 1. “Komt Snel Terug”
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 1.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Komt Snel Terug
Afwezig
Op TST %%%
intern toestelnummer
Terug Om %%:%%
Minuten
Uur
Weg Tot %%/%%
Dag (of maand)
Maand (of dag)
In Bespreking
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Boodschap nr. Boodschap
1
2
3
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-5
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Boodschap 2. “Afwezig”
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 2.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Boodschap 3. “Op TST %%%” (intern toestelnummer)
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 3.
3. Kies het intern toestelnummer waarop u te bereiken bent.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Boodschap 4. “Terug om %%:%%” (tijd)
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 4.
3. Voer het uur in (00-23) en daarna de minuten (00-59).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
1
2
1
2
3
intern toestelnummer
4
1
2
uur en minuten
3
3
6-6 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
4. Leg de hoorn op de haak.
Boodschap 5. “Weg tot %%/%%” (maand/dag) of (dag/maand)
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 5.
3. Voer de dag (01-31) en daarna de maand in (01-12).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Boodschap 6. “In Bespreking”
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 6.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Boodschap 7, 8 en 9. (voor eigen tekst)
1. Neem de hoorn op.
4
1
3
dag en maand
4
2
1
3
2
1
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-7
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
2. Kies het functienummer (750) en het gewenste boodschapnummer
(7-9).
3. Voer de gewenste boodschap in.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Opheffen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
U kunt slechts één boodschap tegelijk kiezen.
Voor wat betreft Boodschap 3
1) Als het toestelnummer uit meer dan 3 cijfers bestaat, raadpleeg dan de systeem-
programmeerlijst om de instelling te wijzigen.
2) Als het toestelnummer uit minder dan 3 cijfers bestaat, druk dan op “
” of op “#” om de
blanco posities in te vullen.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[008] Boodschapfunctie “Afwezig”
[100] Flexibele nummers, boodschapfunctie “Afwezig”
3
boodschap invoeren
4
2
1
3
2
(X: 7 - 9)
6-8 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Invoeren Gespreksduurcode
U kunt inkomende en uitgaande CO-lijngesprekken controleren. Dit is een handige functie
voor de boekhouding en om gesprekskosten door te factureren. De gespreksduurcode kunt u
aflezen van de SMDR (Station Message Detail Recording). Voor inkomende CO-
lijngesprekken zijn de gespreksduurcodes optioneel. U kunt een gespreksduurcode tijdens een
uitgaand gesprek op drie manieren invoeren: Check - alle gesprekken; Check - Tussenkomen
in kiesrestrictie; en Optie-modus. Op basis van de “Service klasse*” waartoe het toestel
behoort wordt een modus voor het toestel gekozen.
Invoeren Gespreksduurcode
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (49).
Als u het functienummer intoetst hoort u geen toonsignaal.
3. Voer de Gespreksduurcode in en druk op #.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Kies de toegangscode voor een buitenlijn (0, of tussen 81-88), en
kies daarna het telefoonnummer.
Voorwaarden
In de modus “Check - Alle gesprekken”
In de volgende gevallen dient u altijd een vooraf toegewezen Gespreksduurcode in te
voeren, behalve wanneer deze reeds in het geheugen is opgeslagen.
a) Gesprek doorschakelen-naar buitenlijn (CO)
b) Handmatig kiezen van een buitenlijn
c) Automatisch kiezen (Hot Line)
d) Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer (Redial)
e) Snelkiezen via toestelgeheugen
f) Snelkiezen via systeemgeheugen
In de modus “Check - Rester” (controleer Tussenkomen in kiesrestrictie)
In dit geval kunt u alleen een vooraf toegewezen gespreksduurcode invoeren wanneer u
moet tussenkomen in de kiesrestrictie (zie: Tussenkomen in kiesrestrictie met
gespreksduurcode).
1
2
toegangscode buitenlijn
4
Gespreksduurcode en #
3
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-9
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
In de modus “Opties”
U kunt elke gespreksduurcode ingeven indien noodzakelijk. Het is mogelijk een
gespreksduurcode in te voeren ten behoeve van de SMDR binnen 15 seconden na het
einde van het gesprek.
Algemeen
Het is niet mogelijk een Gespreksduurcode in te voeren tijdens een gesprek of een
herkiestoon.
Voor inkomende gesprekken hoeft u geen Gespreksduurcode in te voeren.
Om een verkeerd ingevoerde Gespreksduurcode te wissen drukt u op “
”.
Om de invoer te annuleren drukt u tijdens het invoeren van de Gespreksduurcode even
op de haak.
De Gespreksduurcode kan bestaan uit maximum 5 cijfers (0-9). Nadat de
Gespreksduurcode is ingevoerd, moet u “#” of “99” invoeren (u mag voor de
Gespreksduurcode niet “99”, of als laatste cijfer “9”, invoeren).
Een Gespreksduurcode kan als geheugennummer worden opgeslagen (“Automatisch
kiezen (Hot Line)”, “Snelkiezen toestel-/systeemgeheugen”, en “Doorschakelen
gesprekken naar CO-lijn”). Het invoeren van een Gespreksduurcode doet u volgens de
onderstaande volgorde:
[Functienummer] [Gespreksduurcode] [#] [Toegangscode buitenlijn]
[Telefoonnr.]
of
[Functienummer] [Gespreksduurcode] [99] [Toegangscode buitenlijn]
[Telefoonnr.]
Gebruikt u een Gespreksduurcode voor een privé-gesprek, dan wordt het
telefoonnummer van de bestemmeling niet geregistreerd.
Als een ingevoerde Gespreksduurcode niet overeenkomt met een in het geheugen
opgeslagen Gespreksduurcode:
1) Hoort u de herkiestoon wanneer u een buitenlijngesprek kiest.
2) Wordt, tijdens een gesprek, de invoer van de code geaccepteerd en het gesprek kan
gewoon worden voortgezet (Optie-modus).
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[105] Gespreksduurcodes
[508] Modus “Invoeren Gespreksduurcode”
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Station Boodschap Detail Opname (SMDR) — Installatiehandleiding
Negeren kiesrestrictie — Tussenkomen in kiesrestrictie met de Gespreksduurcode
* “Service Klasse” wordt gebruikt voor de functietoewijzing aan een groep interne toestellen. Raadpleeg voor
meer informatie de Installatiehandleiding.
6-10 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Keuze Bel/Stem
U kunt een interne oproep plaatsen met gebruikvan uw stem of door middel van een
belsignaal. In de modus “Stem” kunt u na de bevestigingstoon beginnen te spreken.
Oproepen met stem
Als het toestel dat u belt is ingesteld op “Belsignaal”, hoort u een
terugbelsignaal.
1. Druk binnen de 10 seconden op
.
Het gebelde toestel schakelt om naar “Stem”, en u hoort de
bevestigingstoon.
Oproepen met belsignaal
Als het toestel dat u belt is ingesteld op “Stem”, hoort u een
bevestigingssignaal.
1. Druk binnen de 10 seconden op
.
Het gebelde toestel schakelt om naar “Belsignaal”, en u hoort
een terugbelsignaal.
Voorwaarden
• De standaardinstelling is : Belsignaal.
• U kunt alleen tijdens een gesprek naar “Stem” of “Belsignaal” omschakelen.
• Als u een 2-draadstelefoon oproept, is alleen “Belsignaal” beschikbaar.
Functieverwijzing
Intern Toestel
1
1
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-11
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Automatisch Terugbellen (Camp-On)
Wanneer u een door u gekozen buitenlijn of interne lijn bezet is, toets dan de code voor
Automatisch Terugbellen in (Camp-On), en leg vervolgens de hoorn op de haak. U wordt
door een belsignaal gewaarschuwd zodra het toestel vrij is.
Instellen
Het toestel is bezet;
1. Kies 6.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de herkiestoon.
2. Leg de hoorn op de haak.
Wacht tot u wordt teruggebeld.
Beantwoorden van Terugbelsignaal - interne lijn:
U hoort het terugbelsignaal;
1. Neem de hoorn op.
U hoort het terugbelsignaal en het door u eerder gebelde toestel
wordt opnieuw gebeld.
Beantwoorden van Terugbelsignaal - buitenlijn (CO)
Belsignaal op uw toestel;
1. Neem de hoorn op.
U hoort de kiestoon.
2. Kies het gewenste externe telefoonnummer.
Opheffen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (46).
1
2
1
1
2
telefoonnummer
1
2
6-12 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
3. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
Als u het terugbelsignaal niet binnen 10 seconden (vier maal een belsignaal) beantwoordt,
wordt deze functie automatisch opgeheven.
Als u het terugbelsignaal ontvangt, terwijl de tegenpartij weer een gesprek begint, stopt het
terugbelsignaal en begint de functie opnieuw zodra het toestel weer vrij is.
3
Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)
Wanneer u een bezet toestel belt, hoort degene die in gesprek is drie pieptonen ter indicatie
dat u wacht.
Als u een intern toestel belt en de bezettoon hoort;
1. Kies 2.
Wacht op beantwoording en begin te spreken.
Voorwaarden
Voor degene die een BSS moet beantwoorden: zie in deze handleiding - Toonsignaal
“Wachtend Gesprek”.
Deze functie is alleen beschikbaar voor de toestellen waaraan het toonsignaal “Wachtend
Gesprek” is toegewezen.
Functieverwijzing
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
1
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-13
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Toest. A
Toest. B Toest. C
U kunt niet doorschakelen naar een zwevend intern toestel (bijvoorbeeld een Modem of een
extern oproepsysteem).
Als het toestel van bestemming een systeemtelefoon is die geen overeenkomstige CO-toets
heeft, dan kan het geen oproepen ontvangen.
Gesprek doorschakelen — SAMENVATTING
Met deze functie worden inkomende gesprekken automatisch naar een ander intern toestel of
naar een externe buitenlijn doorgeschakeld. U kunt op de volgende manieren een gesprek
doorschakelen:
Doorschakelen
— Alle gesprekken
Doorschakelen
— Bezet
Doorschakelen
— Geen antwoord
Doorschakelen
Bezet/Geen antwoord
Doorschakelen
— naar buitenlijn
Doorschakelen
— Follow Me
Alle inkomende gesprekken worden naar een ander toestel
doorgeschakeld
Alle inkomende gesprekken worden doorgeschakeld naar
een ander toestel wanneer uw toestel bezet is.
Alle inkomende gesprekken worden doorgeschakeld naar een
ander toestel wanneer u deze niet beantwoordt.
Alle inkomende gesprekken worden doorgeschakeld naar een
ander toestel wanneer u ze niet beantwoord of uw toestel
bezet is.
Inkomende interne gesprekken worden doorgeschakeld naar
een buitenlijn (CO).
Biedt de mogelijkheid om de functie “Doorschakelen - alle
gesprekken” op een ander toestel dan uw toestel in te stellen.
Manier Omschrijving
(Ja)
(Nee)
(Nee)
Opmerking: U kunt de “Voice Mail (VM)” of Radio-Oproep systemen ook instellen op het
toestel waar een gesprek naar doorgeschakeld wordt. Raadpleeg in deze
handleiding ook “Voice Mail Integratie”.
Voorwaarden
Raadpleeg in deze handleiding “Gesprek doorschakelen — OPHEFFEN” als u een
Doorschakelfunctie wilt opheffen.
Een inkomend gesprek kan slechts éénmaal worden doorgeschakeld. Als toestel A een
gesprek reeds heeft doorgeschakeld naar toestel B en toestel B wil het gesprek op zijn beurt
naar toestel C doorschakelen, dan zal toestel B een herkiestoon te horen krijgen. Als toestel
C het gesprek wil doorschakelen naar toestel A, dan zal toestel C eveneens een herkiestoon
te horen krijgen.
6-14 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Bevestigingstoon 2 (2 pieptonen) wordt uitgezonden wanneer de eerder geprogrammeerde
gegevens gelijk zijn aan de nieuwe gegevens. Is dit niet het geval, dan wordt
bevestigingstoon 1 (1 pieptoon) uitgezonden. Raadpleeg “Overzicht toonsignalen” in de
Appendix (Deel 8).
Functieverwijzing
Gesprek doorschakelen — OPHEFFEN
Niet Storen (NS)
Voice Mail Integratie
Gesprek doorschakelen — alle gesprekken
U kunt alle inkomende gesprekken naar een ander toestel doorschakelen.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 2.
3. Kies het intern toestelnummer waarnaar u wilt doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
1
3
intern toestelnummer
4
2
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-15
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek doorschakelen — bezet
U kunt alle inkomende gesprekken doorschakelen wanneer uw toestel bezet is.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 3.
3. Kies het intern toestelnummer waarnaar u wilt doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Gesprek doorschakelen — geen antwoord
Met deze functie worden de inkomende gesprekken naar een ander intern toestel
doorgeschakeld wanneer u niet binnen een bepaalde tijd beantwoordt.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 4.
3. Kies het intern toestelnummer waarnaar u wilt doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
1
3
intern toestelnummer
4
2
1
3
intern toestelnummer
2
4
6-16 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[202] Gesprekken doorschakelen — tijdlimiet “geen antwoord”
Gesprek doorschakelen — bezet/geen antwoord
U kunt gesprekken naar een ander intern toestel doorschakelen wanneer uw toestel bezet is of
wanneer u niet binnen een bepaalde tijd beantwoordt.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 5.
3. Kies het intern toestelnummer waarnaar u wilt doorschakelen.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[202] Gesprekken doorschakelen — tijdlimiet “geen antwoord”
1
3
intern toestelnummer
2
4
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-17
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek doorschakelen — naar buitenlijn (CO)
U kunt een intern gesprek naar een buitenlijn doorschakelen. Het externe telefoonnummer
moet hiervoor zijn voorgeprogrammeerd.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 6.
3. Kies de toegangscode tot een buitenlijn (0, of tussen 81-88).
4. Kies het telefoonnummer waarnaar het gesprek moet worden
doorgeschakeld.
5. Kies #.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
6. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
• Er kunnen maximaal zestien cijfers (inclusief de buitenlijncode) worden geprogrammeerd.
• De programmering van “Service Klasse” bepaalt welk toestel van deze functie gebruik kan
maken.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[504] Gesprek doorschakelen naar buitenlijn
[601] Service Klasse
1
2
3
toegangscode buitenlijn
4
telefoonnummer
5
6
6-18 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek doorschakelen — Follow Me
U kunt de functie “Gesprek doorschakelen” ook instellen op het bestemmingstoestel (toestel
waarnaar een gesprek moet worden doorgeschakeld).
Instellen
– op het bestemmingstoestel;
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 7.
3. Kies uw eigen intern toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
Deze functie kunt u opheffen op uw eigen toestel of op het bestemmingstoestel.
Programmeerverwijzing
• Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[991] Randinformatie over Service Klasse
1
3
uw intern nummer
4
2
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-19
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek doorschakelen — OPHEFFEN
Het doorschakelen van gesprekken kunt u op twee manieren opheffen. Welke manier u moet
toepassen, is afhankelijk van de doorschakelfunctie die aan uw toestel is toegewezen.
Opheffen gesprek doorschakelen - op uw toestel
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Opheffen gesprek doorschakelen naar bestemmingstoestel - alleen “Follow Me (alle gesprekken)”
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 8.
3. Keis uw eigen intern toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
1
3
1
3
uw intern nummer
4
2
2
6-20 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Wachtstand
Met deze functie kunt u interne (INTERCOM (ICM)) of externe (CO-lijn) gesprekken in de
wachtstand zetten.
Gesprek in wachtstand zetten
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
2. Kies het functienummer (50).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
U kunt nu de hoorn op de haak leggen.
Terugnemen van een gesprek in wachtstand
– op toestel dat de functie aktiveerde;
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (50).
Voorwaarden
Als een gesprek in wachtstand niet binnen een bepaalde tijd wordt teruggenomen
(standaard ingesteld op 60 seconden), dan klinkt het wachtsignaal.
Als een buitenlijn in wachtstand wordt geplaatst en niet binnen 15 minuten wordt
teruggenomen, dan wordt de verbinding automatisch verbroken.
Buitenlijngesprekken en één intern gesprek kunnen gelijktijdig in de wachtstand worden
gezet.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[200] Terugbelsignaal Wachtstand
Functieverwijzing
Terugnemen van gesprek in wachtstand
Belsignaal Wachtstand (zie: Installatiehandleiding)
1
2
1
2
R
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-21
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Overnemen van een gesprek in wachtstand
Wanneer een gesprek in de wachtstand is gezet, kunt u dit gesprek ook op een ander toestel
overnemen.
Overnemen van een buitenlijn (CO) gesprek in wachtstand
– op andere toestel;
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (53).
3. Kies het nummer van de buitenlijn (01-08) of (01-24).
- 01-08 : u bent aangesloten op een KX-TD816
- 01-24 : u bent aangesloten op een KX-TD1232
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Overnemen van een intern gesprek in wachtstand
– op andere toestel;
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (51).
3. Kies het intern toestelnummer.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Voorwaarden
Een “Geparkeerd gesprek” kan niet op deze manier worden overgenomen.
Wanneer het gesprek via het functienummer wordt overgenomen, hoort u een
bevestigingstoon. Deze toon kan uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[990] Randinformatie over systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Wachtstand
1
2
3
CO-lijn in wachtstand
1
2
intern nummer in
wachtstand
3
6-22 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek parkeren
U kunt een gesprek in wachtstand naar de “parkeerzone” van het systeem sturen. Dit is vooral
handig wanneer u andere functies wilt gaan gebruiken. Gesprekken die geparkeerd zijn, kunnen
op elk toestel worden teruggenomen.
Tijdens een gesprek;
1 . Druk op de Recall-toets.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Kies het functienummer (52).
3. Kies het parkeerzone-nummer (tussen 0-9).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon, ter indicatie
dat het gesprek is geparkeerd.
Als een gekozen parkeerzone-nummer niet beschikbaar is, hoort
u de bezettoon.
Kies in het bovenstaande geval niet opnieuw het functienummer,
maar toets een ander parkeernummer in terwijl u de bezettoon
hoort.
Terugnemen van een geparkeerd gesprek
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (52).
3. Kies het parkeerzone-nummer (tussen 0-9) waar het wachtend
gesprek.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel). U kunt beginnen te
spreken.
U hoort de herkiestoon als er geen gesprek geparkeerd is.
Voorwaarden
Er kunnen maximaal tien gesprekken worden geparkeerd.
Als een geparkeerd gesprek niet binnen de vastgestelde tijd wordt teruggenomen, wordt
automatisch omgeschakeld naar de functie “Terugbelsignaal geparkeerd gesprek”. Als het
geparkeerd gesprek een buitenlijn is, kunt u programmeren of het “Terugbelsignaal
geparkeerd gesprek” naar het eerste toestel of naar de telefonist(e) schakelt. Is het
geparkeerde gesprek een interne lijn, dan keert het “Terugbelsignaal geparkeerd gesprek”
terug naar het eerste toestel.
1
3
parkeerzone-nummer
2
1
3
parkeerzone-nummer
2
R
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-23
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Wordt het “Terugbelsignaal geparkeerd gesprek” niet binnen de 15 minuten opgenomen,
dan wordt de verbinding automatisch verbroken.
Als het geparkeerde gesprek wordt teruggenomen, hoort u de bevestigingstoon. Deze toon
kan uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[201] Terugbeltijd doorverbinden
[990] Randinformatie, velden (11), (16)
Gesprek overnemen, buitenlijn (CO)
Deze functie biedt de mogelijkheid om een inkomend buitenlijngesprek op een willekeurig
toestel te beantwoorden.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (4
).
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
U kunt beginnen te spreken.
Voorwaarden
Het is niet mogelijk om gesprekken te beantwoorden tijdens de functie Toonsignaal
“Wachtend Gesprek”.
Als het gesprek wordt overgenomen, hoort u de bevestigingstoon. Deze toon kan
uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering, Installatiehandleiding
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Gesprek overnemen, negeren
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
1
2
6-24 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek overnemen, gericht
Deze functie biedt de mogelijkheid om een inkomend gesprek op een willekeurig toestel te
beantwoorden.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (41).
3. Kies het intern toestelnummer waarop het belsignaal gaat.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
U kunt beginnen te spreken.
Voorwaarden
• Gesprekken via de deurintercom kunnen worden overgenomen op toestellen, die niet voor
deze functie zijn geprogrammeerd.
• Als het gesprek wordt overgenomen, hoort u de bevestigingstoon. Deze toon kan
uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[990] Randinformtaie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Gesprek overnemen, negeren
1
2
3
intern toestelnummer
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-25
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek overnemen, groep
Deze functie stelt u in staat om een gesprek te beantwoorden op een ander toestel binnen uw
groep.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (40).
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
U kunt beginnen te spreken.
Voorwaarden
• U kunt een extern, intern of een deurintercom-gesprek beantwoorden.
• Het is niet mogelijk om gesprekken te beantwoorden tijdens de functie - Toonsignaal
“Wachtend Gesprek”.
• Als het gesprek wordt beantwoord, hoort u de bevestigingstoon. Deze toon kan
uitgeschakeld worden door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[602] Toewijzing interne toestellen - groep
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Gesprek overnemen, negeren
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
Interne groep (zie: Installatiehandleiding)
1
2
6-26 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek overnemen, negeren
Met deze functie voorkomt u dat iemand anders de voor u bestemde gesprekken overneemt.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (720) en daarna 1.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Opheffen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (720) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Functieverwijzing
Gesprek overnemen, buitenlijn
Gesprek overnemen, gericht
Gesprek overnemen, groep
1
3
1
3
2
2
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-27
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek splitsen
Deze functie maakt het mogelijk om, op de zelfde lijn, te zijn verbonden met twee andere
lijnen. U kunt daarbij bovendien omschakelen van de ene naar de andere gesprekspartner.
Een gesprek voeren tijdens “intern gesprek in tijdelijke wachtstand (Consult-wachtstand*)”
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
Uw gesprekspartner wordt in de wachtstand geplaatst.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Kies het toestelnummer waarnaar u het gesprek wilt
doorschakelen.
U hoort de terugbeltoon.
3. Wacht tot de lijn wordt opgenomen en kondig het gesprek aan.
4. Druk op de Recall-toets.
De eerste lijn in wachtstand wordt vrijgemaakt.
Door op deze toets te drukken kunt u tussen beide
gesprekspartners omschakelen.
Voorwaarden
• Deze functie is niet mogelijk tijdens: een deurintercom-gesprek of een interne/externe
oproep.
Functieverwijzing
Wachtstand
1
4
3
2
R
R
6-28 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Gesprek doorverbinden — naar intern toestel
Deze functie biedt de mogelijkheid om een gesprek, met of zonder aankondiging, naar een
intern toestel door te verbinden.
Met aankondiging
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
Het gesprek is nu in wachtstand.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Kies het toestelnummer waarnaar het gesprek moet worden
doorverbonden.
U hoort een terugbelsignaal.
3. Wacht op beantwoording en kondig het gesprek aan.
4. Leg de hoorn op de haak.
Het gesprek is doorverbonden.
Zonder aankondiging
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
Het gesprek is in wachtstand.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Kies het toestelnummer waarnaar het gesprek moet worden
doorverbonden.
U hoort een terugbelsignaal.
Op het andere toestel gaat het belsignaal.
3. Leg de hoorn op de haak.
1
4
2
intern toestelnummer
3
1
2
intern toestelnummer
3
R
R
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-29
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Voorwaarden
Als u het in wachtstand geplaatste gesprek wilt terugnemen, druk dan op de Recall-toets
voordat het andere toestel antwoordt.
Als er niet na 12 belsignalen (standaard) wordt opgenomen, treedt “Doorverbinden
Terugbellen” in werking. Is het doorverbonden gesprek een extern gesprek, dan kunt u met
systeemprogrammering bepalen of het doorverbonden gesprek wordt doorverbonden naar
het eerste toestel of naar de telefonist(e).
Als er na “Doorverbinden Terugbellen” niet binnen 30 minuten wordt opgenomen, wordt
de verbinding verbroken.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[201] Doorverbinden Terugbeltijd
[990] Randinformatie systeem, veld (11)
Functieverwijzing
Doorverbinden Terugbeltijd (zie: Installatiehandleiding)
6-30 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
Tijdens een gesprek hoort u een toonsignaal ter indicatie dat er een ander gesprek op u wacht.
U kunt het wachtende gesprek beantwoorden door het huidige gesprek te beëindigen, of door
het huidige gesprek in de wachtstand te zetten.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (731) en daarna 1.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Opheffen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (731) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Wachtend gesprek beantwoorden via beëindiging huidig gesprek
U hoort het toonsignaal voor “Wachtend Gesprek”;
1. Leg de hoorn op de haak.
De huidige verbinding wordt verbroken.
2. Neem de hoorn van de haak.
U kunt nu met de nieuwe partij spreken.
1
3
1
3
1
2
2
2
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-31
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Wachtend gesprek beantwoorden via wachtstand huidig gesprek
U hoort het toonsignaal voor “Wachtend Gesprek”;
1. Druk op de Recall-toets.
2. Kies het functienummer (50).
Het huidige gesprek staat nu in de wachtstand.
U hoort de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
4. Neem de hoorn van de haak.
U kunt nu met de nieuwe partij spreken.
Voorwaarden
Het toonsignaal voor “Wachtend Gesprek” geldt in de volgende gevallen:
1) Bij een inkomend buitenlijngesprek.
2) Wanneer op een ander toestel de functie “Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)” wordt
gebruikt.
• Deze functie wordt tijdelijk opgeheven wanneer “Data-lijn beveiliging” wordt ingesteld.
Functieverwijzing
Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)
3
1
R
2
4
6-32 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Vermijden Identificatie bij Bestemmeling (CLIR —
Calling Line Identification Restriction)
U kunt vermijden dat uw nummer op het andere toestel verschijnt als u het opbelt. U kunt
instellen dat uw nummer op het display van het andere toestel één enkele keer of verschillende
keren verschijnt.
Uw nummer niet tonen aan de bestemmeling
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (57) en 2.
3. Leg de hoorn op de haak.
Uw nummer tonen aan de bestemmeling
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (57) en 0.
3. Leg de hoorn op de haak.
1
2
3
1
2
3
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-33
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
De huidige instelling wijzigen tijdens een gesprek
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (57) en 1.
3. Kies de lijntoegangscode (0 of 81-88).
4. Kies het telefoonnummer.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, CLIR voortzetten/éénmaal/annuleren
[419] Toekenning abonneenummer
[516] Vermijden Identificatie bij Bestemmeling (CLIR)
1
2
3
4
toegangscode buitenlijn
telefoonnummer
6-34 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Vermijden Identificatie bij Oproeper (COLR —
Connected Line Identification Restriction)
U kunt vermijden dat uw nummer bij uw correspondent verschijnt als deze u opbelt. U kunt
uw toestel zo instellen dat uw nummer niet op zijn display verschijnt. U kunt instellen dat uw
nummer niet op het display van het andere toestel verschijnt.
Uw nummer niet tonen aan de oproeper
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (58) en 1.
3. Leg de hoorn op de haak.
Uw nummer tonen aan de oproeper
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (58) en 0.
3. Leg de hoorn op de haak.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, COLR instellen/annuleren
[419] Toekenning abonneenummer
[517] Vermijden Identificatie bij Oproeper (COLR)
1
2
3
1
2
3
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-35
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Conferentie
Met deze functie kunt u een derde partij aan een gesprek toevoegen: een conferentieschakeling
tussen drie personen. U kunt de drie volgende conferentieschakelingen tot stand brengen: drie
interne lijnen, een intern lijn en twee buitenlijnen, of twee interne lijnen en een buitenlijn.
Conferentieschakeling
U voert een gesprek met iemand;
1. Druk op de Recall-toets.
De huidige partij wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het telefoonnummer van de derde partij.
3. Druk kort op de haak nadat de derde partij heeft beantwoordt.
4. Kies 3.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
• Conferentie tussen 3 partijen is nu mogelijk.
De conferentie verlaten
1. Leg de hoorn op de haak.
De andere twee partijen kunnen het gesprek voortzetten.
De verbinding tussen de twee partijen wordt verbroken als zij
buitenlijnen gebruiken.
De derde partij in wachtstand en verder spreken met de andere
1. Druk op de Recall-toets.
• U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
• U kunt verder spreken met de andere partij, terwijl de derde partij
in de wachtstand staat.
1
2
telefoonnummer
3
4
1
1
R
R
6-36 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Voorwaarden
Wanneer u een extern nummer kiest, dient u eerst de toegangscode (0, of 81-88) tot de
buitenlijn te kiezen.
Als u met de eerst gebelde partij wilt spreken, nog voordat de derde partij de hoorn
opneemt, drukt dan op de Recall-toets.
Er kunnen maximaal zes conferentieschakelingen gelijktijdig plaatsvinden.
Conferentie-functie kan ook begonnen worden met behulp van de functie “Tussenkomen in
een gesprek”.
Als u een derde partij aan het gesprek wilt toevoegen, of de verbinding met deze wilt
verbreken, hoort u allen een bevestigingstoon. Deze toon kan achterwege gelaten worden
door middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[990] Randinformatie systeem, veld (13)
Functieverwijzing
Tussenkomen in een gesprek — intern toestel
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-37
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
NAKIEZEN (DISA)
DISA (Direct Inward System Access) maakt het mogelijk dat externe toestellen, die niet tot
het systeem behoren, informatie krijgen over de interne systeemfuncties (bijv: kiezen van een
intern toestelnummer). Deze functie is alleen mogelijk op het toestel dat is aangesloten op de
KX-TD1232.
Een intern toestel bellen
1. Kies het DISA-telefoonnummer.
U hoort een terugbelsignaal.
2. U hoort vervolgens DISA-informatie.
3. Kies het gewenste intern toestelnummer.
U hoort het terugbelsignaal.
Een extern toestel bellen
In de modus “Onbeveiligd”;
1. Kies het DISA-telefoonnummer.
U hoort een terugbelsignaal.
2. U krijgt vervolgens DISA-informatie.
3. Kies de toegangscode tot een buitenlijn (0, of 81-88).
4. Kies het externe telefoonnummer.
1
DISA-telefoonnr.
2
1
DISA-telefoonnr.
intern toestelnummer
3
2
toegangscode buitenlijn
telefoonnummer
4
3
6-38 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
In de modus “Beveiliging buitenlijn”;
1. Kies het DISA-telefoonnummer.
• U hoort een terugbelsignaal.
2. U hoort vervolgens DISA-informatie.
3. Kies de toegangscode tot een buitenlijn (0, of 81-88).
4. Toets uw DISA-gebruikerscode in.
5. Kies het externe telefoonnummer.
Overschrijden van de tijdlimiet tijdens buitenlijngesprek
Wanneer u een buitenlijn kiest met de DISA- functie, dan wordt de
verbinding na een bepaalde voorgeprogrammeerde tijd (standaard: 3 min.)
verbroken.
1. Druk op een willekeurige toets, behalve op “
, nadat u een
waarschuwingssignaal hoort.
Kies opnieuw
Het is mogelijk om nieuw extern nummer te kiezen tijdens: een gesprek, het
terugbelsignaal, herkiestoon, of bezettoon.
1. Kies
.
U hoort de kiestoon.
Als u op “
” drukt, tijdens de DISA-informatie, kiestoon, of na
de DISA-informatie, wordt de verbinding verbroken.
2. Kies het gewenste externe of interne nummer.
Voor een extern gesprek moet u eerst de toegangscode tot de
buitenlijn kiezen.
1
DISA-telefoonnr.
2
3
toegangscode buitenlijn
4
5
telefoonnummer
1
elke toets, behalve
1
2
gewenste nummer
DISA-gebruikerscode
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-39
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Voorwaarden
Na de DISA-informatie
Als er geen nummer gekozen wordt, start 5 seconden na verzending van de DISA-UGB de
functie “Ondervang routering”. De verbinding wordt verbroken als de instelling “Geen
Antwoord” wordt overschreden (standaard: 3 belsignalen), of wanneer er geen toestel is
toegewezen als “Ondervang Toestel”.
Een intern toestel kiezen
Wanneer u, binnen de tijdlimiet geen gehoor krijgt, wordt u of doorgeschakeld naar het
“Ondervang Toestel” of de verbinding wordt na 5 seconden
verbroken.
Een uitgaande buitenlijn kiezen
U kunt kiezen tussen wel of geen beveiliging van de buitenlijn. Kiest u voor “Beveiliging
buitenlijn” dan moet u eerst uw DISA-codenummer intoetsen.
U kunt maximaal 4 DISA-codenummers programmeren. Elke code kan uit maximaal 4
(verschillende!) cijfers bestaan. Aan elke code kan een “Service Klasse” worden
toegewezen. Afhankelijk van die “Service Klasse” wordt de “Kiesrestrictie” bepaald.
Wanneer de “CO-naar-CO” tijdlimiet (standaard: 3 min.) wordt overschreden, wordt de
verbinding tussen de beide netlijnen verbroken, tenzij één van de gebruikers herkiest of de
tijdlimiet verlengt (indien mogelijk). Vóór het verstrijken van de tijdlimiet hoort u vijf
seconden lang een waarschuwingssignaal (om de 15 seconden).
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[202] Gesprek doorschakelen — tijdlimiet “Geen antwoord”
[203] Ondervang tijdlimiet
[206] CO-naar-CO gesprekstijdduur
[214] DISA prolongatietijd
[407]–[408] DIL 1:1 intern toestel — Dag/Nacht
[409]–[410] Ondervang Toestel — Dag/Nacht
[809] Type DISA-beveiliging
[811] DISA-gebruikerscodes
[813] Toewijzing “Zwevend Nummer”
Functieverwijzing
Ondervang routering (zie: Installatiehandleiding)
Uitgaande Boodschap (UGB) (4.3/Servicefuncties voor de Telefonist(e))
6-40 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Niet Storen (NS)
Gebruik deze functie als u niet telefonisch gestoord wilt worden. U kunt dan echter geen
interne of externe gesprekken ontvangen.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 1.
3. Kies het toestelnummer of 0 (naar telefonist(e)).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Opheffen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
Als u deze functie heeft ingesteld, zal een inkomende buitenlijn automatisch naar het vooraf
bepaalde toestel doorgeschakeld worden.
Bij een inkomende binnenlijn hoort u de NS-toon op uw toestel.
De functies “Doorschakelen” en “Niet Storen Inkiezen in Gesprekken” worden geannuleerd
als deze functie is ingesteld.
Als uw toestel is ingesteld als de bestemmeling van de functies “Gesprek doorschakelen”,
“Niet Storen” (NS) en “Niet Storen voor Inkiezen op Gesprekken”, dan kunt u deze functie
niet instellen. Doet u dit toch, dan hoort u de herkiestoon.
1
3
1
3
2
2
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-41
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Tussenkomen in Niet Storen (NS)
Als iemand de Niet Storen-functie heeft ingesteld, kunt u met deze functie tussenkomen in de
Niet Storen-functie.
U kiest een intern toestel en hoort de Niet Storen-toon;
1. Kies 2.
Wacht op beantwoording.
Voorwaarden
Als u de herkiestoon hoort na “2” te hebben gekozen, is de functie “Tussenkomen in Niet
Storen (NS)” niet geactiveerd op uw toestel.
Zodra u de NS-toon hoort, moet u binnen de 10 seconden “2” kiezen.
Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[507] Tussenkomen in Niet Storen
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Niet Storen (NS)
1
Een inkomende oproep wordt doorgeschakeld naar de telefonist(e) als deze de
bestemmeling van de functie “Niet Storen” (NS) is, ook al gebruikt de telefonist in dag- en
nachtmodus een ander toestel. Werd geen telefonist(e) toegewezen, dan wordt de
inkomende oproep doorgeschakeld naar de IRNA.
Functieverwijzing
Doorschakelen
Tussenkomen in Niet Storen
Niet Storen Inkiezen in Gesprekken
6-42 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Niet Storen bij Inkiezen in Gesprekken
U kunt de functie “Niet Storen” (NS) instellen bij “Inkiezen in Gesprekken” (DDI - Direct
Dial In). DDI-oproepen worden doorgeschakeld naar de telefonist(e). De telefonist(e) kan
deze functie niet instellen.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (56) en daarna 1.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Annuleren
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (56) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
Als deze functie werd ingesteld, kunt u een binnenkomende oproep (gestuurd door
Ondervangen Toestel of DIL 1:1, DIL 1:N) beantwoorden.
Ook al heeft u deze functie ingesteld, dan blijft de functie Inkiezen in Gesprekken op uw
toestel behouden indien:
1) Het toestel van bestemming van DDI is UCD.
2) Het toestel van bestemming van DDI behoort tot de Hunting-groep die deze functie heeft
ingesteld.
1
3
1
3
2
2
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-43
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
De functies “Doorschakelen” en “Niet Storen” worden geannuleerd als u deze functie
instelt.
Als u bij het instellen van deze functie de hoorn afhaakt, zult u een speciale kiestoon horen.
Functieverwijzing
Doorschakelen
Niet Storen (NS)
Tussenkomen in Niet Storen
Inkiezen (zie Installatiehandleiding)
6-44 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Deurintercom gesprek
Deze functie stelt u in staat om te spreken met iemand bij de (ingangs) deur. U kunt de deur
vanaf uw toestel openen.
Een intern toestel oproepen via deurintercom
1. Druk op de Deurintercom-toets.
U (bezoeker) hoort een pieptoon.
Wacht op antwoord.
Gesprek beantwoorden via deurintercom
U hoort de deurintercom op uw toestel;
1. Neem de hoorn op.
Oproepen via deurintercom
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (68).
3. Kies het Deurintercom-nummer (1) of (1-2).
- 1 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
Na de bevestigingstoon kunt u spreken.
Deur openen vanaf een toegewezen toestel
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (55).
1
1
1
2
3
1
2
of
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-45
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
3. Kies het Deurintercom-nummer (1) of (1-2).
- 1 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
U hoort de bevestigingstoon.
De deur blijft 5 seconden lang open.
4. Leg de hoorn op de haak.
De deur openen tijdens gesprek vanaf willekeurig toestel
1. Druk op de Recall-toets.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
2. Kies 5.
U hoort de bevestigingstoon.
De deur blijft 5 seconden lang open.
3. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
Zodra u de Recall -toets heeft ingedrukt, moet u binnen de 5 seconden “5” kiezen.
Als u een oproep via de deurintercom niet binnen 30 sec. beantwoordt, wordt de verbinding
verbroken.
U dient in de Dag- en Nacht modus te programmeren welke toestellen een deurintercom
gesprek kunnen voeren.
Alle interne toestellen kunnen naar de deurintercom bellen.
Deur 1 en 2 kunnen met het functienummer worden geopend. Deuren aangesloten op
deurintercom 1 of 2 kunnen worden geopend terwijl u in gesprek bent met de deurintercom.
Deur 1 en deurintercom 1 zijn het hoofdtoestel. Deur 2 en deurintercom 2 zijn het
neventoestel.
Met “Service Klasse” bepaalt u het toestel dat de deur kan openen.
Programmeer Verwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[511] Toegang tot Deur Openen
[607]–[608] Toewijzen Belsignaal Deurintercom — Dag/Nacht
3
4
1
2
3
of
R
6-46 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Elektronische toestelblokkering
Gebruik deze functie als u niet wilt dat anderen uw toestel gebruiken om externe gesprekken
te beginnen.
Blokkeren
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (77).
3. Kies de blokkeercode (tussen 000-999).
4. Kies de zelfde blokkeercode nogmaals.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
5. Leg de hoorn op de haak.
Deblokkeren
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (77).
3. Kies de blokkeercode die u voor het blokkeren heeft gebruikt.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op.
1
2
3
blokkeercode
4
blokkeercode
5
1
2
3
blokkeercode
4
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-47
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Voorwaarden
Als iemand anders een buitenlijn kiest op een geblokkeerd toestel, hoort deze persoon een
herkiestoon.
Het toestel dat is toegewezen als “Telefonist(e)” kan, indien gewenst, deze functie instellen
en opheffen (Toestelblokkering op afstand).
Met de functie “Toestelblokkering op afstand” kunt u tussenkomen in deze functie. Als de
“Telefonist(e)” een toestel blokkeert dat al eerder geblokkeerd was, dan kunt u dat toestel
niet deblokkeren.
Functieverwijzing
Toestelblokkering op afstand (3.3 Servicefuncties voor de Telefonist(e))
Noodoproep
U kunt automatisch een noodoproep doen. U kunt ten hoogste acht noodoproepen instellen
via systeemprogrammering.
Kiezen
1. Neem de hoorn op.
• U hoort de kiestoon.
2. Kies het gewenste noodnummer.
• Deze functie zal automatisch een vrije buitenlijn kiezen.
Voorwaarden
Het niveau van de kiesrestrictie, de functie “Elektronische toestelblokkering” en de
gespreksduurcode modus “Gecontroleerd-alle oproepen” of “Gecontroleerd-Opheffen
kiesrestrictie” worden door een noodoproep opgeheven.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[009] Instellen Noodnummers
1
2
noodnummer
6-48 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Tussenkomen in een gesprek — intern toestel
Gebruik deze functie als u wilt deelnemen aan een intern gesprek dat gaande is.
U kiest een intern toestel, maar hoort de bezettoon;
1. Kies 3.
U hoort de bevestigingstoon.
Conferentie tussen drie partijen is nu mogelijk.
De conferentie verlaten
1. Leg de hoorn op de haak.
De twee andere partijen kunnen de conferentie voortzetten.
Voorwaarden
Zodra u de bezettoon hoort, dient u binnen tien seconden “3” te kiezen.
Deze functie is niet beschikbaar wanneer bij één van de partijen is ingesteld: “Data-lijn
beveiliging” of “Tussenkomen in een gesprek — negeren”.
Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
Wanneer een (2-partijen) gesprek wordt veranderd in een 3-partijen gesprek, en omgekeerd,
hoort iedere partij een bevestigingstoon. Deze toon kan achterwege gelaten worden door
middel van programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[505] Tussenkomen in gesprek
[601] Service Klasse
[612] Data-lijn beveiliging
[990] Randinformatie systeem, veld (13)
Functieverwijzing
Conferentie
Tussenkomen in een gesprek — negeren
1
1
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-49
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Tussenkomen in een gesprek — negeren
Gebruik deze functie als u niet wilt dat anderen uw gesprekken onderbreken.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (733) en daarna 1.
• U hoort de bevestigingstoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Opheffen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (733) en daarna 0.
• U hoort de bevestigingstoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[506] Tussenkomen in een gesprek — negeren
Functieverwijzing
Tussenkomen in een gesprek — intern toestel
1
2
3
1
2
3
6-50 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Controle Extern Relais
Een vooraf geprogrammeerd toestel kan overschakelen naar het relais dat is verbonden met
het systeem.
Relais aan
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (67).
3. Kies het relaisnummer (1) of (1-2).
- 1 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
(1 = hoofdtoestel, 2 = neventoestel)
4. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
Welke toestellen deze functie kunnen gebruiken is afhankelijk van de “Service Klasse”.
U kunt bepalen hoe lang het relais blijft aanstaan nadat u het relaisnummer heeft ingegeven.
Geeft u nul als tijd in, staat het relais aan terwijl uw hoorn opgenomen is.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Extern Relais Aan
[213] Aansluitingstijd Extern Relais
[512] Toegang tot Extern Relais
1
2
3
4
of
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-51
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Extern belsignaal
Bij binnenkomende externe of interne oproepen kunt u een extern belsignaal laten klinken. U
kunt het belsignaal met elk toestel beantwoorden.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Druk op het functienummer (730).
3. Druk op het nummer voor het extern belsignaal (1) of (1-2).
- 1 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
U hoort de bevestigingstoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Annuleren
1. Neem de hoorn op.
2. Druk op het functienummer (730) en daarna op 0.
3. Leg de hoorn op de haak.
1
2
3
4
of
1
2
3
6-52 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Beantwoorden
U hoort het externe alarm;
1. Neem de hoorn op.
2. Druk op het functienummer (47).
3. Druk op het nummer voor het extern belsignaal (1) of (1-2).
- 1 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
U hoort de bevestigingstoon.
U wordt verbonden met de buiten- of binnenlijn en u kunt
spreken.
Voorwaarden
U kunt het externe belsignaal instellen bij de volgende functies:
a) buitenlijn — DIL, Inkiezing
b) binnenlijn — alle binnenkomende oproepen
c) TAFAS
U kunt het extern belsignaal per toestel/buitenlijn AAN of UIT zetten.
Per systeem kunt u één belsignaal gebruiken.
Het belsignaal kan worden toegewezen aan een zwevend intern toestelnummer.*
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Extern Belsignaal, Beantwoorden Extern Belsignaal
[418] Toewijzen extern belsignaal
[813] Toewijzen zwevend nummer
* Een “Zwevend intern toestelnummer” (Floating Number) is een nummer dat wordt toegewezen aan andere
communicatieapparatuur dan telefoontoestellen, waardoor die apparatuur door de centrale toch als
telefoontoestel wordt geïdentificeerd. Zie voor meer informatie de installatiehandleiding.
1
2
3
of
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-53
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Hotelfunctie
Toestand Kamer
U kunt informatie afdrukken over een hotelkamer (bijvoorbeeld: gepoetst JA/NEEN, het
verschuldigde bedrag voor de minibar) als elke kamer voorzien is van een telefoon. Berichten
6-9 kunnen worden afgedrukt.
<Voorbeeld> Bericht 7: “Gepoetst”
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 7.
3. Haak de hoorn in.
<Voorbeeld> Bericht 8: “Minibar FR %%%.%”
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (750) en 8.
3. Voer het verschuldigde bedrag voor de minibar in.
4. Haak de hoorn in.
1
2
3
1
2
3
4
bedrag voor de minibar
6-54 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
U krijgt ongeveer de volgende afdruk:
Datum Uur Toestel Departement Code Lijn Nummer Duur Bedrag Code CD
24.03.95 14:09 221 Gepoetst
24.03.95 10:23 230 Minibar FR 535.5
Voorwaarden
U moet de berichten via systeemprogrammering ingeven.
Deze procedure is dezelfde als die van Afwezigheidsbericht.
U moet van tevoren [990] “Randinformatie systeem, veld (41)” toewijzen via
systeemprogrammeren.
Programmeerverwijzing
Gebruikersprogrammering (Programmeren door telefonist(e)) (Deel 3)
[008] Afwezigheidsbericht
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[008] Afwezigheidsbericht
[990] Randinformatie systeem, veld (41)
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-55
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Toegang tot externe functies
Gebruik deze functie om toegang te krijgen tot speciale functies (bijv. “Wachtend Gesprek”
ondersteund door een (hoofd) centrale of een PBX-centrale). Deze functie is alleen effectief
tijdens een buitenlijngesprek.
Tijdens een buitenlijngesprek;
1. Druk kort op de haak.
Het huidige gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (6).
3. Toets de benodigde servicecode in.
Voorwaarden
De tijdduur van “FLASH” moet overeenkomen met de tijdduur zoals die gebruikt wordt
door de (hoofd) centrale, PBX-centrale of buitenlijn.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[413] tijdduur “FLASH”
2
3
Servicecode
1
6-56 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Intern toestel kiezen
Stelt u in staat een intern toestelnummer te kiezen.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het intern toestelnummer.
3. Begin het gesprek.
4. Leg de hoorn op de haak nadat u het gesprek heeft beëindigd.
Voorwaarden
Nadat u een intern toestelnummer heeft gekozen, hoort u één van de volgende tonen:
Terugbelsignaal: Geeft aan dat het door u gebelde toestel reeds in gesprek is.
Bevestigingstoon: Geeft aan dat u kunt telefoneren met stemgebruik .
Bezettoon: Geeft aan dat het door u gebelde toestel bezet is.
Niet Storensignaal: Geeft aan dat het door u gebelde toestel de “Niet Storen (NS)” functie
heeft ingesteld.
Programmeerverwijzing
Gebruikersprogrammering (systeembeheerder) (Deel 3)
[003] Instellen intern toestelnummer
[004] Instellen interne toestelnaam
Systeemprogrammering — Installatie handleiding
[003] Instellen intern toestelnummer
[004] Instellen interne toestelnaam
Blokkering gespreksmodus
Als tijdens een gesprek een van de beide partijen de hoorn op de haak legt, wordt de
gespreksmodus automatisch uitgeschakeld. Voordat de modus wordt uitgeschakeld hoort
degene, die de hoorn niet heeft neergelegd, een herkiestoon. U hoeft in dit geval geen
handeling te verrichten.
1
2
intern toestelnummer
3
4
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-57
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Log-In / Log-Out
U kunt de Log-In-modus of de Log-Out-modus toewijzen binnen de UCD-groep of de groep
waarnaar de oproepen normaal worden doorgeschakeld.
Bevindt u zich in de Log-Out-modus, dan kunt u de groep tijdelijk verlaten. De oproepen die
normaal worden doorgeschakeld worden dan niet naar uw toestel gestuurd.
Log-In
1. Neem de hoorn op.
2. Druk op de functietoets (45) en op 1.
U hoort de bevestigingstoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Log-Out
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (45) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
De standaardinstelling is de “Log-In”-modus.
Minstens één toestel moet in de Log-In-modus staan. Als slechts één toestel in de Log-In-
modus staat, kunt u dit niet in de Log-Out-modus plaatsen.
Functieverwijzing
UCD — Uniform Call Distribution
Station Hunting (--> zie Installatiehandleiding)
1
2
3
1
2
3
6-58 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Boodschap achterlaten
Biedt u de mogelijkheid om een korte boodschap achter te laten op een ander intern toestel. Als
het betreffende toestel voorzien is van een Boodschap Wacht-indicator zal deze gaan branden.
Indien dat niet het geval is, zal het toestel een speciaal belsignaal en een kiestoon laten horen
(kiestoon 4*), ter indicatie dat het een boodschap heeft ontvangen.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het Functienummer (70) en 1.
3. Kies het intern toestelnummer waarop u een kort bericht wilt
achterlaten.
• U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Als het gebelde toestel in gesprek is:
1. Kies 4.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
Na het interne toestelnummer te hebben gekozen, dient u het
cijfer 4 binnen 5 seconden in te toetsen.
2. Leg de hoorn op de haak.
Opheffen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het Functienummer (70) en 0.
3. Kies het intern toestelnummer waarop u de boodschap heeft
achtergelaten.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
1
2
3
4
1
2
1
2
3
intern toestelnr.
intern toestelnr.
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-59
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
4. Leg de hoorn op de haak.
Boodschap beantwoorden
1. Neem de hoorn op en kies zo nodig het functienummer (70) en 2. *
Als u meerdere boodschappen moet beantwoorden, kiest uw
toestel automatisch de eerste die een bericht achterliet.
2. Begin het gesprek.
Na beëindiging van het gesprek wordt de boodschap gewist.
Wissen van alle ontvangen boodschappen
1. Neem de hoorn op.
U hoort kiestoon 4.
*
2. Kies het Functienummer (70) en 0.
3. Kies uw eigen toestelnummer.
Alle boodschappen worden gewist.
Voorwaarden
Als er meerdere boodschappen voor u zijn, belt uw toestel terug in volgorde van
binnenkomst.
Het systeem kan maximaal 128 boodschappen gelijktijdig verzenden. Mocht u de 129ste
zijn, dan hoort u een zogenaamde “nieuwe opdracht” signaal.
Het speciale belsignaal klinkt driemaal, met intervallen van 5 seconden. De duur van een
interval kan via systeemprogrammering worden ingesteld.
Als u de duur van een interval op 0 instelt, zal het speciale belsignaal niet klinken.
*1 Om deze functie te gebruiken moet ze eerst via systeemprogrammering worden ingesteld.
*2 Eén van de kiestonen. Raadpleeg
Overzicht toonsignalen in Deel 8 (Appendix).
4
1
2
1
2
3
eigen toestelnummer
1
2
6-60 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatie handleiding
[214] Pauze tussen terugbellen wachtend bericht
[990] Randinformatie systeem, veld (9), (38)
Nacht Service
Het systeem ondersteunt zowel de NACHT-stand als de DAG-stand. Er kan verschil zijn in
de bediening van de systeemfuncties tijdens de kantooruren (dag) en na de kantooruren
(nacht). “Nacht Service” kan alleen ingesteld worden op het toestel dat is toegewezen als
“Telefonist(e)”. U kunt gespreksbegrenzing programmeren om te voorkomen dat 's nachts
niet toegelaten begrensde gesprekken gevoerd worden. U kunt automatisch overschakelen
van DAG-stand naar NACHT-stand op een vooraf bepaald tijdstip. U kunt dit ook manueel
uitvoeren op het ogenblik dat u dit wenst. Is uw toestel een telefonist(e)-toestel, dan kunt u dit
vanaf het display uitvoeren.
Automatische Nacht Service: uw systeem zal elke dag overschakelen van DAG-modus
naar Nacht-modus op het geprogrammeerde tijdstip.
Manuele Nacht Service: u kunt overschakelen van DAG-modus naar Nacht-modus
wanneer u dit wenst.
Automatische Nacht Service
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (78).
3. Druk 0.
U hoort de bevestigingstoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
1
2
3
4
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-61
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Manuele Nacht Service
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (78).
3. Druk 1 of 2.
- 1 : Van NACHT-modus naar DAG-modus
- 2 : Van DAG-modus naar NACHT-modus
• U hoort de bevestigingstoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Voorwaarden
De volgende functies worden tijdens en na de kantooruren verschillend geprogrammeerd:
1) Toewijzen toegelaten uitgaande CO-lijn
2) Direct In Lines (DIL)
3) Toewijzen Alarmsignaal Deurintercom
4) Ondervang toestel
5) Uitgesteld Belsignaal
6) Niveau Kiesrestrictie
7) Kiesrestrictie en SSD
8) Toewijzen Telefonist(e)
Door het programmeren van de “Service Klasse” bepaalt u welke toestellen deze functie
kunnen uitvoeren.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatie handleiding
[102] Begin DAG/NACHT
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Toewijzen Aansluiting CO-lijn - uitgaand ( --> zie Installatiehandleiding)
Direct In Lines (DIL) ( --> zie Installatiehandleiding)
Deurintercom Gesprek
Ondervang Toestel ( --> zie Installatiehandleiding)
Uitgesteld Belsignaal (--> zie Installatiehandleiding)
Kiesrestrictie (--> zie Installatiehandleiding)
1
2
3
4
of
6-62 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
“Wachtend Gesprek” met stemaankondiging (OHCA)
Als een intern toestel in gesprek is, kunt u via de luidspreker van dat toestel aanmelden dat u
een gesprek wilt (OHCA, Off Hook Call Announcement). De door u gebelde persoon kan uw
gesprek beantwoorden door het huidige gesprek tijdelijk in de wachtstand zetten. Vervolgens
kan hij van het ene naar het andere gesprek omschakelen, mits de hoorn wordt gebruikt.
Instellen
U belt een intern toestel en hoort de bezettoon;
1. Kies 1.
Na de bevestigingstoon kunt u zich aanmelden.
Voorwaarden
OHCA wordt op de zelfde manier uitgevoerd als de functie “Waarschuwen lijn in gesprek
(BSS)”. Het is afhankelijk van het toestelmodel, van degene die belt, of BSS of OHCA
wordt geactiveerd. Op de KX-T7235 zal OHCA worden geactiveerd.
Deze functie is alleen beschikbaar op toestellen waarop de functie Toonsignaal “Wachtend
Gesprek” is ingesteld. Als deze niet is ingesteld, dan hoort men de herkiestoon.
Als het gebelde toestel de functie “Niet Storen (NS)” heeft ingesteld, activeer dan eerst de
functie “Tussenkomen in Niet Storen (NS)” voordat u OHCA gebruikt.
Functieverwijzing
Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
1
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-63
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Telefonist(e) oproepen
Voer de onderstaande stappen uit als u met de Telefonist(e) wilt telefoneren. Voor de
Telefonist(en) kunnen twee toestellen (“Operator 1” en “Operator 2”) worden toegewezen.
Als er slechts één telefonist(e) is of als u de telefonist(e) niet specificeert, gebruik dan
“Algemeen”. Als u de telefonist(e) wilt specificeren, gebruik dan “Specifiek”.
Algemeen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (9).
Specifiek
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (61) voor telefonist(e) 1, of (62) voor
telefonist(e) 2.
Voorwaarden
Gebruikt u de functie “Algemeen”, dan wordt uw oproep naar telefonist(e) 2 gestuurd als
telefonist(e) 1 bezet is.
Als geen telefonist(e) werd toegewezen, dan is deze functie niet mogelijk. U hoort in dat
geval de herkiestoon.
1
2
1
2
of
6-64 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Toegang tot buitenlijn (CO) — SAMENVATTING
U kunt op de volgende manieren toegang tot een buitenlijn krijgen:
Voorwaarden
Nadat u een functienummer heeft gekozen, hoort u één van de volgende tonen:
Kiestoon: Geeft aan dat de CO-lijnverbinding tot stand is gebracht.
Bezettoon: Geeft aan dat de gekozen CO-lijn bezet is.
Herkiestoon:
1) Geeft aan dat de gekozen CO-lijn niet toegankelijk is.
2) Geeft aan dat toegang tot CO-lijnen geweigerd is.
Als u de herkiestoon hoort, dan is uw poging om de volgende redenen geweigerd:
— Het interne toestel is geblokkeerd door de gebruiker (Elektronische toestelblokkering) of
door de Telefonist(e) (toestel blokkeren - op afstand).
— Het interne toestel werd beperkt door activering van de Gespreksduurcode “Check —
Alle gesprekken”, en “Check Tussenkomen in Kiesrestrictie”.
— Voor het toestel geldt “Kiesrestrictie”.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[103] Toewijzing automatische toegang tot CO-groep (centrale)
(Alleen te gebruiken voor “Automatische toegang tot CO-lijn”)
[400] Toewijzing CO-lijnverbinding
[605]–[606] Toewijzing toegestane uitgaande CO-lijnen — Dag/Nacht
Functieverwijzing
Invoeren Gespreksduurcode
Elektronische toestelblokkering
Toestelblokkering op afstand (4.3/Servicefuncties voor de Telefonist(e))
Kiesrestrictie (zie: Installatiehandleiding)
Kies het functienummer (0)
Kies het functienummer (8) en een
CO-groepnummer (1-8)
Toegang tot CO-lijn,
automatisch
Toegang tot CO-lijn, binnen
CO-groep (Trunk)
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-65
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Toegang tot CO-lijn, automatisch
Stelt u in staat om automatisch een vrije buitenlijn te kiezen.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (0).
U hoort de kiestoon.
3. Kies het telefoonnummer.
4. Begin het gesprek.
5. Leg de hoorn op de haak nadat u het gesprek heeft beëindigd.
Toegang tot CO-lijn, binnen CO-groep
Stelt u in staat om een vrije CO-lijn te kiezen binnen een groep CO-lijnen. De CO-lijnen
kunnen verdeeld zijn in acht groepen.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (8).
3. Kies het CO-lijn groepnummer (tussen 1-8).
U hoort de kiestoon.
1
2
3
CO-lijn groepnummer
1
2
3
telefoonnummer
4
5
6-66 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
4. Kies het telefoonnummer.
5. Begin het gesprek.
6. Leg de hoorn op de haak nadat u het gesprek heeft beëindigd.
4
telefoonnummer
5
6
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-67
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Beschrijving
Iedereen oproepen via de ingebouwde
luidsprekers en het externe oproepsysteem.
Iedereen oproepen via het externe
oproepsysteem.
Een specifieke zone oproepen via het
externe oproepsysteem.
Alle toestelgroepen oproepen.
Een specifieke groep oproepen via de
ingebouwde luidsprekers van de toestellen.
Oproepen — SAMENVATTING
Deze functie stelt u in staat om binnen uw bedrijf een persoon, of meerdere, op te roepen. Uw
boodschap wordt omgeroepen door de ingebouwde luidsprekers van de Systeemtoestellen of
door een extern oproepsysteem (bijv. luidsprekerboxen). De opgeroepen persoon kan u dan
terugbellen. Op een 2-draadstoestel kunt u niet opgeroepen worden, maar u kunt de oproep
die u hoort via een systeemtoestel in uw buurt of via het externe oproepsysteem wel vanaf uw
2-draadstoestel beantwoorden. Er zijn drie verschillende typen van oproepen, die hieronder
zijn beschreven. Kies hieruit de gewenste oproep.
Voorwaarden
Raadpleeg par. 4.2 “Oproepen — BEANTWOORDEN” voor het beantwoorden van een
oproep.
De opgeroepen toestelgebruikers horen voordat u begint te spreken een bevestigingstoon.
Wie wordt opgeroepen hoort bij externe oproepen vóór de stemaankondiging een
bevestigingstoon (Bevestigingstoon externe oproepen). Via programmering kan deze toon
worden weggelaten.
Vóór de stemaankondiging hoort men een bevestigingstoon. Via programmering kan deze
toon worden weggelaten.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers/Oproepen — extern, Oproepen — extern beantwoorden.
[602] Toewijzing interne toestelgroep —
(alleen voor “Oproepen — groep”)
[805] Bevestigingstoon extern oproepsysteem
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Oproepen — BEANTWOORDEN
Type
Alle toestellen
oproepen
Extern oproepen
Groep oproepen
6-68 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Oproepen — alle toestellen
Stelt u in staat om alle interne toestellen op te roepen via de ingebouwde luidsprekers van de
systeemtoestellen of via het externe oproepsysteem.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (63 of 64) en daarna .
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
3. U kunt beginnen met oproepen.
4. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Oproepen — extern
Stelt u in staat om alle toestellen op te roepen via het externe oproepsysteem.
Alle externe oproepsystemen aansturen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (64) en daarna 0.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
3. U kunt beginnen met oproepen.
1
2
of
3
4
1
2
3
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-69
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
4. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Een specifieke zone oproepen — extern
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (64).
3. Kies het gewenste externe oproepnummer (1-2) of (1-4).
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
4. U kunt beginnen met oproepen.
5. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Voorwaarden
Als de zone reeds door iemand anders wordt opgeroepen, hoort u de bezettoon.
Sommige oproepen hebben voorrang op andere, dit zijn in volgorde:
(1) CO-lijn beantwoorden op willekeurig toestel
(2) Oproepen — extern (oproepsysteem)
(3) Achtergrondmuziek (AGM) — extern (oproepsysteem)
Bijvoorbeeld: AGM is geactiveerd, en u wordt opgeroepen om direct een CO-lijngesprek te
beantwoorden. AGM zal automatisch worden uitgeschakeld zodra u de CO-lijn
beantwoordt.
Functieverwijzing
Achtergrondmuziek (AGM) — Extern (4.3/Servicefuncties voor de Telefonist(e))
CO-lijn beantwoorden op willekeurig toestel
4
1
2
3
externe oproepnummer
5
4
6-70 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Oproepen — groep
Stelt u in staat om de toestelgebruikers binnen alle interne groepen, of een specifieke groep,
op te roepen. U kunt maximaal 8 groepen gelijktijdig oproepen. De aankondiging is alleen via
de ingebouwde luidsprekers van de toestellen te horen.
Oproepen — alle groepen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (63) en 0.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
3. U kunt beginnen met oproepen.
4. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Oproepen — specifieke groep
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (63).
3. Kies het interne groepnummer (1-8).
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
4. U kunt beginnen met oproepen.
1
2
3
interne groepnummer
4
1
2
3
4
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-71
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
5. Wacht tot u teruggebeld wordt en begin het gesprek.
Voorwaarden
Er zijn maximaal acht groepen. Verschillende groepen kunnen gelijktijdig worden
opgeroepen.
5
6-72 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Oproepen — BEANTWOORDEN
U kunt een oproep via de ingebouwde luidsprekers van de systeemtelefoons of via het externe
oproepsysteem beantwoorden op een willekeurig toestel binnen het systeem.
Oproep beantwoorden via de ingebouwde luidspreker
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (43).
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Beantwoord de oproep.
Oproep beantwoorden voor specifieke zone
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (44).
3. Kies het gewenste externe oproepnummer (1-2) of (1-4).
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
Beantwoord de oproep.
Voorwaarden
U kunt een oproep, die bestemd is voor een specifieke groep, alleen beantwoorden op een
toestel binnen die groep.
Wanneer de oproep wordt beantwoord, is een bevestigingstoon hoorbaar. Deze toon kan
achterwege gelaten worden middels programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
1
2
1
2
3
externe oproepnummer
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-73
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Oproepen en doorverbinden
U kunt een gesprek doorverbinden en daarbij gebruik maken van de oproepfunctie (Oproepen
— alle toestellen, Oproepen — extern, of Oproepen — groep).
Oproepen — alle toestellen
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (63 of 64) en
.
Dit kan het functienummer voor ofwel een groep of het extern
oproepsysteem zijn.
3. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
4. Wacht op beantwoording.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
5. Leg de hoorn op de haak.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
Oproepen — via extern oproepsysteem
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (64) en 0.
1
2
3
4
5
1
2
R
of
R
6-74 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
3. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
4. Wacht op beantwoording.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
5. Leg de hoorn op de haak.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
Een specifieke zone oproepen — extern
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (64).
3. Kies het gewenste externe oproepnummer (1-2) of (1-4).
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
4. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
5. Wacht op beantwoording.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
6. Leg de hoorn op de haak.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
3
4
5
1
2
3
externe oproepnummer
4
5
6
R
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-75
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Oproepen — alle groepen
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (63) en 0.
3. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
4. Wacht op beantwoording.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
5. Leg de hoorn op de haak.
Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
Oproepen — specifieke groep
Tijdens een gesprek;
1. Druk op de Recall-toets.
U hoort de kiestoon.
Het gesprek wordt in de wachtstand gezet.
2. Kies het functienummer (63).
3. Kies het oproep-groepnummer (1-8).
4. Na de bevestigingstoon (optioneel) kunt u beginnen met oproepen.
5. Wacht op beantwoording.
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
1
2
3
4
5
1
2
3
oproep-groepnummer
4
5
R
R
6-76 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Parallelle telefoonaansluiting
Een Systeemtoestel (DPT) kan parallel worden aangesloten op de lijn van een enkelvoudig
toestel (SLT). U kunt dan beide toestellen gebruiken op één lijn.
Voorwaarden
• De standaardinstelling is “Parallel Uit” (geen parallelle aansluiting).
• Bij een inkomend gesprek:
— Als het SLT-belsignaal is ingesteld op AAN, gaat het belsignaal over op de DPT en de
SLT gelijktijdig, tenzij de DPT de functie “Handenvrij beantwoorden” gebruikt of is
ingesteld op Stem (“Keuze Bel/Stem”).
— Als het SLT-belsignaal is ingesteld op UIT, dan gaat het belsignaal alleen over op de
DPT. De 2-draadstelefoon kan de oproep evenwel beantwoorden.
Als u de hoorn opneemt terwijl het parallelle aangesloten toestel gebruikt wordt, dan wordt
de verbinding naar uw toestel omgeschakeld, en omgekeerd.
• De functie XDP* is mogelijk. Raadpleeg hiervoor de Installatiehandleiding.
Functieverwijzing
Keuze Bel/Stem
EXtra Device Port (XDP) (zie: Installatiehandleiding)
Handenvrij beantwoorden (4.2/Functies Digitaal Directietoestel)
* XDP (eXtra Device Port) biedt de mogelijkheid om twee toestellen op één lijn aan te sluiten.
6. Leg de hoorn op de haak.
• Het gesprek in wachtstand wordt nu doorverbonden.
Voorwaarden
• Voordat u met oproepen begint hoort u een bevestigingstoon. Deze toon kan achterwege gelaten
worden middels programmering.
Programmeerverwijzing
• Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
6
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-77
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Automatisch kiezen (Hot Line)
De “Hot Line”-functie kiest een voorgeprogrammeerd telefoonnummer als u de hoorn
opneemt.
Het telefoonnummer programmeren
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (74) en 2.
3. Toets het telefoonnummer in en daarna #.
• U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
Functie activeren
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (74) en 1.
• U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Functie opheffen
1. Neem de hoorn op.
1
2
3
telefoonnr. en #
4
1
2
3
1
6-78 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
2. Kies het functienummer (74) en 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
Kiezen
1. Neem de hoorn op.
Wacht op beantwoording en begin het gesprek.
Voorwaarden
Deze functie is niet mogelijk tijdens het beantwoorden van een inkomend gesprek of tijdens
het terugnemen van een gesprek in wachtstand.
Voor het te programmeren telefoonnummer (maximaal 16 cijfers) kunt u gebruik maken
van de cijfertoetsen 0-9 en “
”, U kunt geen gebruik maken van “#”.
In de wachttijd, d.w.z. de tijd voordat u het telefoonnummer kiest, kunt u een ander
telefoonnummer kiezen. U komt dan tussen in de “Hot Line”-functie. De wachttijd kunt u
middels systeemprogrammering wijzigen.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Programmeren automatisch kiezen
[204] Wachttijd Automatisch kiezen (Hot Line)
3
1
2
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-79
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
1
2
Opnieuw kiezen laatst gekozen nummer (Redial)
U kunt het laatst gekozen externe nummer automatisch opnieuw kiezen (Redial).
1. Neem de hoorn op.
2. Kies #.
Voorwaarden
Het externe nummer mag uit maximaal 24 cijfers bestaan, de toegangscode van de
buitenlijn is hierbij niet inbegrepen.
•“
” en “#”, tellen als 1 cijfer.
Zodra u het eerste cijfer van een nieuw extern nummer kiest, wordt het vorige
Redialnummer uit het geheugen gewist. Het Redialnummer wordt niet gewist als dat eerste
cijfer de toegangscode tot een buitenlijn is.
6-80 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Wissen toestelprogrammering
Biedt u de mogelijkheid om de volgende toestelprogrammeringen terug te stellen naar de
standaardinstellingen:
a) Boodschapfunctie “Afwezig” op display
b) automatisch terugbellen (Camp-on)
c) Gesprek doorschakelen
d) Gesprek overnemen, negeren
e) Toonsignaal “Wachtend gesprek”
f) Vermijden Identificatie bij bestemmeling (CLIR)
g) Vermijden Identificatie bij oproeper (COLR)
h) Niet Storen (NS)
i) Tussenkomen in Gesprek, negeren
j) Extern belsignaal
k) Log-in
l) Boodschap achterlaten — (alle boodschappen worden gewist)
m)Parallelle telefoonaansluiting
n) Automatisch kiezen (Hot Line) — (het opgeslagen nummer wordt gewist)
o) Wektijd-signaal
De toestelprogrammering wissen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (790).
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
1
2
3
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-81
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Snelkiezen via toestelgeheugen
U kunt maximaal tien Snelkiesnummers opslaan. Dit zijn dan Snelkiesnummers voor alleen
uw toestel.
Opslaan van telefoonnummer
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (60).
3. Druk op de cijfertoets (0-9) waaronder u het Snelkiesnummer wilt
opslaan.
4. Toets het gewenste nummer in en daarna #.
U hoort de bevestigingstoon.
5. Leg de hoorn op de haak.
Kiezen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (6
).
3. Druk op de cijfertoets (0-9) waaronder u het Snelkiesnummer had
opgeslagen.
1
2
3
cijfertoets
4
gewenste nummer en #
5
1
2
3
cijfertoets
6-82 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Voorwaarden
U kunt opslaan: een intern nummer, een extern nummer of een functienummer van
maximaal 16 cijfers.
Om een extern nummer op te slaan, moet u eerst de toegangscode van de buitenlijn (0, of
81-88) intoetsen.
Voor de nummers kunt u gebruiken: de cijfertoetsen 0-9 en “
”.
“Snelkiezen via toestelgeheugen” kan worden vervolgd door handmatig kiezen (als u
bijvoorbeeld een onvolledig nummer heeft opgeslagen).
Snelkiezen via systeemgeheugen
Biedt u de mogelijkheid om netlijnnummers Snel te Kiezen met behulp van het
systeemgeheugen. Het systeem ondersteunt 500 verkorte kiesnummers welke voor elke
gebruiker toegankelijk zijn (000 tot 499).
1. Neem de hoorn op.
2. Kies
.
U hoort geen enkele toon.
3. Kies het Systeem-geheugennummer (000-499).
Voorwaarden
Systeem-geheugennummers moeten middels systeemprogrammering worden opgeslagen.
Snelkiesnummers van het systeem kunnen worden aangevuld door handmatig gekozen
nummers.
U bepaalt welke toestellen over deze functie kunnen beschikken door de “Service Klasse”
van deze toestellen te programmeren.
Programmeerverwijzing
Gebruikersprogrammering (Systeemprogrammering) (Deel 3)
[001] Instellen Snelkiesnummer via Systeem
[002] Instellen Snelkiesnaam via Systeem
1
2
3
Systeem-geheugennummer
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-83
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Systeemprogrammering — Installatiehandleding
[001] Instellen Snelkiesnummer via Systeem
[002] Instellen Snelkiesnaam via Systeem
[006] Toewijzing Programmeertoestel
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Tussenkomen in Kiesrestrictie door invoeren gespreksduurcode
6-84 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Wekker herinneringsignaal
Biedt u de mogelijkheid om op een vaste tijd, al of niet dagelijks, een herinneringsignaal in te
stellen. Neemt u de hoorn op terwijl het alarm afgaat, hoort u de tijdmelding of kiestoon 3.
Instellen
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (76) en 1.
3. Toets het uur (00-23) in en daarna de minuten (00-59).
4. Kies 0 als u een eenmalig herinneringsignaal*
1
wilt instellen, of
kies 1 voor een dagelijks herinneringsignaal*
2
.
U hoort de tijdmelding of de bevestigingstoon.
*
1
Op de ingestelde tijd klinkt het herinneringsignaal, en de ingestelde tijd
wordt daarna gewist.
*
2
U hoort iedere dag op de ingestelde tijd het herinneringsignaal, totdat de
ingestelde tijd wordt opgeheven of gewijzigd.
5. Leg de hoorn op de haak.
Opheffen
1. Neem de hoorn op.
2 . Kies het functienummer (76) en 0.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
3. Leg de hoorn op de haak.
1
2
3
uur en minuten
4
of
1
2
3
5
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-85
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Het herinneringsignaal stoppen
1. Neem de hoorn op.
Voorwaarden
De systeemklok moet allereerst zijn ingesteld.
Het herinneringsignaal duurt dertig seconden.
Als u tijdens het herinneringsignaal een inkomend gesprek krijgt, gaat het belsignaal over
nadat het herinneringsignaal is gestopt.
Als u een gesprek voert, en het tijdstip van het herinneringsignaal nadert, begint het signaal
pas na beëindiging van het gesprek.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Wektijd-signaal herinneringssignaal instellen/annuleren/
bevestigen
Functieverwijzing
Hotelfunctie — Wektijd-signaal, op afstand (4.3/Servicefuncties voor de Telefonist(e))
1
6-86 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Negeren Kiesrestrictie door Invoeren Gespreksduurcode
U kunt de kiesrestrictie tijdelijk negeren (ook met een oproep vanuit “SSD”) op een begrensd
telefoontoestel. Voor deze functie moet u een geschikte gespreksduurcode invoeren voordat u
het telefoonnummer vormt. Voor de uitvoering hiervan verwijzen wij naar “Invoeren
Gespreksduurcode”.
Voorwaarden
Met deze functie wordt de kiesrestrictie ingesteld op klasse 2. Deze functie kan worden
gebruikt door toestelgebruikers die in de kiesrestrictie klasse 3 t/m 8 zijn toegewezen.
Toestellen in klasse 1 en 2 hoeven hoeven hun klasse niet te wijzigen.
Toestellen waaraan in de “Service Klasse” de functie “Invoeren Gespreksduurcode —
Check — Tussenkomen in Kiesrestrictie” werd toegewezen, kunnen tussenkomen in hun
kiesrestricties.
In de modus “Check” kunt u maximaal veertig gespreksduurcodes programmeren.
Als u geen, of een verkeerde, Gespreksduurcode invoert, gelden voor uw toestel de
standaard kiesrestricties.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Invoeren Gespreksduurcode
[105] Gespreksduurcodes
[500]–[501] Nivo Kiesrestrictie — Dag/Nacht
[509]–[510] Kiesrestrictie voor Snelkiezen via systeemgeheugen — Dag/Nacht
[508] Invoeren Gespreksduurcode modus
[601] Service Klasse
Functieverwijzing
Invoeren Gespreksduurcode
Snelkiezen via systeemgeheugen
Kiesrestrictie (zie: Installatiehandleiding)
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-87
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
CO-lijn beantwoorden op willekeurig toestel
Een inkomende buitenlijn (CO), die via het externe oproepsysteem wordt aangekondigd, kan
op een willekeurig toestel worden beantwoord.
Terwijl het oproepsysteem een toon laat horen;
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (44).
3. Kies het externe oproepnummer (1-2) of (1-4).
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
De CO-lijn wordt doorverbonden en u kunt het gesprek beginnen.
Terwijl het oproepsysteem een belsignaal laat horen;
1. Neem de hoorn op of druk op de HANDENVRIJ/MONITOR-toets.
2. Kies het functienummer (47).
3. Kies het externe oproepnummer (1-2) of (1-4).
- 1-2 : als u bent aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : als u bent aangesloten op de KX-TD1232
U hoort de bevestigingstoon (optioneel).
De CO-lijn wordt doorverbonden en u kunt het gesprek beginnen.
Voorwaarden
Deze functie kan in de volgende gevallen worden gebruikt:
a) Als het Zwevend Nummer* is toegewezen als “DIL 1:1”. Alle inkomende gesprekken
worden in dit geval op een bepaalde buitenlijn gesignaleerd.
b) Als met behulp van DISA het Zwevend Nummer* van een extern oproepsysteem wordt
gekozen.
1
2
3
extern oproepnummer
1
2
3
extern oproepnummer
6-88 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
c) Als het Zwevend Nummer* van een extern oproepsysteem is toegewezen als “Ondervang
Toestel”. In dit geval worden inkomende gesprekken gesignaleerd, die teruggeschakeld
worden naar het Ondervang Toestel.
Voordat u wordt doorverbonden hoort u de bevestigingstoon. Deze toon kan achterwege
gelaten worden middels programmering.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering — Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, Oproepen
[407]–[408] DIL 1:1 toestel — Dag/Nacht
[409]–[410] Ondervang Toestel — Dag/Nacht
[813] Toewijzing Zwevend Nummer
[990] Randinformatie systeem, veld (16)
Functieverwijzing
Zwevend Toestel (zie: Installatiehandleiding)
* Een Zwevend Nummer (ZN) is in werkelijkheid een intern toestelnummer, dat niet aan een telefoontoestel is
toegewezen, maar aan een andere soort van communicatieapparatuur. Raadpleeg hiervoor de
Installatiehandleiding.
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-89
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Uniform Call Distribution (UCD)
U kunt inkomende oproepen (binnen- of buitenlijn) gelijkmatig verdelen naar een specifieke
groep (UCD-groep). Oproepen naar een UCD-groep wachten chronologisch. De eerste
oproep in de rij zoekt een vrij toestel.
Voorwaarden
U kunt UCD gebruiken in de volgende gevallen:
a) Het zwevend nummer* van de UCD is toegewezen als bestemming van DIL 1:1.
b) Het zwevend nummer* van de UCD is toegewezen als bestemming van Ondervang
Toestel.
c) Het zwevend nummer* van de UCD wordt gebeld vanaf het toestel.
d) Het zwevend nummer* van de UCD wordt gebeld als bestemming van DDI.
Het zwevend nummer* kan worden toegewezen aan een UCD-groep. Een UCD-groep is
een specifieke groep binnen alle interne groepen.
UCD-oproepen kunnen op het toestel binnen de UCD-groep binnenkomen in de log-in
modus. Zij kunnen niet binnenkomen op de toestellen in log-out modus.
U kunt de toestellen log-in of log-out modus toewijzen.
Het laatste toestel in log-in modus kan de log-out modus niet toewijzen.
Programmeerverwijzing
Systeemprogrammering - Installatiehandleiding
[100] Flexibele nummers, UCD log-in/log-out
[106] Station Hunting Type
[813] Toewijzen Zwevende nummers
Functieverwijzing
Log-in/Log-out
* Een Zwevend Nummer (ZN) is in werkelijkheid een intern toestelnummer, dat niet aan een telefoontoestel is
toegewezen, maar aan een andere soort van communicatieapparatuur. Raadpleeg hiervoor de
Installatiehandleiding.
6-90 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Voice Mail Integratie
Biedt u de mogelijkheid om inkomende gesprekken naar de Voice Mail (VM) postbus door te
schakelen.
Instellen Doorschakelen naar Voice Mail
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het functienummer (710) en daarna het Doorschakelnummer
(2-5).
U kunt kiezen uit de volgende Doorschakelnummers:
-2 : Gesprek doorschakelen — Alle gesprekken
-3 : Gesprek doorschakelen — Bezet
-4 : Gesprek doorschakelen — Geen antwoord
-5 : Gesprek doorschakelen — Bezet/Geen antwoord
3. Kies het intern toestelnummer van de Voice Mail.
U hoort de bevestigingstoon en daarna de kiestoon.
4. Leg de hoorn op de haak.
De voor u inkomende gesprekken worden automatisch naar de
postbus doorgeschakeld.
De bellers kunnen hun boodschap inspreken volgens de Voice
Mail instructies.
Beluisteren van een boodschap
U kunt heel eenvoudig de boodschappen in de postbus beluisteren.
1. Neem de hoorn op.
2. Kies het intern toestelnummer van de Voice Mail.
U kunt de boodschappen beluisteren volgens de Voice Mail
instructies.
1
(x: 2-5)
3
VM intern toestelnr.
4
2
1
2
VM intern toestelnr.
Functies Enkelvoudige Toestellen 6-91
6.2 Functies Enkelvoudige en ISDN-toestellen
Voorwaarden
Externe bellers kunnen hun boodschap inspreken en in uw postbus achterlaten. Bij
inkomende buitenlijngesprekken beantwoordt de Telefonist(e) het gesprek en schakelt het
door naar uw toestel. En...
Als u een Doorschakelfunctie heeft ingesteld met de Voice Mail als bestemming;
dan wordt het gesprek automatisch naar de Voice Mail doorgeschakeld.
Als u geen Doorschakelfunctie heeft ingesteld;
dan wordt het gesprek teruggeschakeld naar de Telefonist(e), die het gesprek weer naar
u zal doorschakelen.
Een Voice Mail is toegewezen als bestemming voor volgende functies:
a) Gesprek doorschakelen — alle gesprekken
b) Gesprek doorschakelen — Bezet
c) Gesprek doorschakelen — Geen antwoord
d) Gesprek doorschakelen — Bezet/Geen antwoord
e) Ondervang Toestel
Functieverwijzing
Gesprek doorschakelen — Alle gesprekken, Bezet, Bezet/Geen antwoord, Geen antwoord
Ondervang Toestel (zie: Installatiehandleiding)
Voice Mail doorverbinden
6-92 Functies Enkelvoudige Toestellen
6.3 Telefoonfuncties voor ISDN
Gebruikers van de KX-TD1232 kunnen behalve systeemtelefoons en 2-draadstelefoons ook
ISDN-toestellen gebruiken. De functies ervan zijn nagenoeg dezelfde als voor 2-
draadstoestellen. De hierna opgesomde functies evenwel zijn voor ISDN-toestellen niet
beschikbaar. Voor de functies die wel beschikbaar zijn, verwijzen wij naar Deel 6.2 Functies
voor 2-draads- en ISDN-toestellen.
Niet beschikbaar voor ISDN-toestellen
• Invoer gespreksduurcode
Kies “99” in plaats van “#”, dan is deze functie wel beschikbaar.
• Keuze bel/stem
• Automatisch terugbellen (Camp-on)
• Gesprek doorschakelen
• Wachtend gesprek
• Gesprek overnemen, groep
• Wachtend gesprek
• Conferentie
• Niet Storen (NS)
• Tussenkomen in Niet Storen (NS)
• Deurintercom gesprek
– De deur openen tijdens gesprek via deurintercom
• Tussenkomen in gesprek, intern toestel
• Tussenkomen in gesprek, negeren
• Log-In/Log-Out
• Boodschap achterlaten
• Oproepen — ANTWOORDEN
– Een oproep via een ingebouwde luidspreker beantwoorden
• Parallelle telefoonaansluiting
• Automatisch kiezen (Hot Line)
• Snelkiezen via Toestelgeheugen
• Wektijd-signaal
Inhoud
Basisbediening .......................................................................... 7-2
Toestelprogrammering.............................................................. 7-2
Gebruikersprogrammering (Manager-programmering) .......... 7-7
DPT Functies ........................................................................... 7-8
Servicefuncties Telefonist(e) ................................................... 7-20
Speciale Displayfuncties ......................................................... 7-22
Functies DSS-console ............................................................. 7-25
Functies 2-draadstelefoon ...................................................... 7-26
Deel 7
Verkorte Opstartgids
7 Verkorte Opstartgids
7-2 Verkorte Opstartgids
De Korte Opstartgids bestaat uit 7 delen. Raadpleeg, indien nodig, de onderstaande delen:
1) Basisbediening
2) Toestelprogrammering
3) Gebruikersprogrammering (Manager -programmering)
4) DPT Functies
5) Servicefuncties Telefonist(e)
6) Speciale Displayfuncties
7) Functies DSS-console
8) Functies 2-draadstelefoon
• Wanneer op uw toestel de volgende functies zijn geactiveerd: Voorkeur voor vrije lijn — uitgaand, Geen
voorkeur een lijn — uitgaand, of Voorkeur (Prime) buitenlijn, dan zijn de onderstaande instrukties als volgt
toegankelijk: druk op de ICM-toets nadat u de hoorn van de haak heeft genomen. (Op de INTERCOM-
toets drukken zonder de hoorn op te nemen is ook mogelijk.)
2 Toestelprogrammering
Programmeermodus
(hoorn op de haak en toestel vrij)
Druk op : PROGRAM 9 9
Uit programmeermodus:
Druk op : PROGRAM of hoorn opnemen
Toew. Signaal “Wachtend Gesprek”
Programmeermodus.
Kies 5.
Kies 1 of 2.
- 1 : Tone 1
- 2 : Tone 2
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Kostendisplay
— Gesprekskosten intern toestel
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 1.
Kies toestelnummer.
Druk op SEL-toets (S1)
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
1 Basisbediening
Opnemen = Neem de hoorn op of druk op de
HANDENVRIJ/MONITOR-toets.
Opleggen = Leg de hoorn op de haak of druk op
de HANDENVRIJ/MONITOR-toets.
Toew. = Toewijzing
Flex. = Flexibele toets
Kiezen
— Intern
Opnemen.
Kies intern nummer, of druk op een DSS-toets.
— Extern
Opnemen.
Kies 0 of 81-88, of een CO-toets.
- 0 : Toegang tot CO-lijn, automatisch
- 81-88: Toegang tot CO-lijn, binnen CO-
groep (central)
- CO : Toegang tot CO-lijn, individueel
Kies telefoonnummer.
Beantwoorden
Neem de hoorn op of druk op de
HANDENVRIJ/MONITOR -toets.
OF
- Bij de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op knipperende CO-toets (Direct
beantwoorden buitenlijn), of op knipperende
ICM-toets.
<Opmerking>
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-3
— Wissen gesprekstijdmeter intern toestel
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 1.
Kies toestelnummer.
Druk op CLEAR-toets (S2).
Druk op OPSLAG-toets.
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Referentie gesprekskosten buitenlijn
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 2.
Kies nummer CO-lijn (1-8) of (1-24).
- 1-8 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-24 : indien aangesloten op de KX-TD1232
Druk op SEL-toets (S1).
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Referentie totale gesprekskosten
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 3.
Druk op SEL-toets (S2).
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Referentie gesprekskosten
Gespreksduurcode
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 4.
Kies geheugentabelnummer (01-40).
Druk op SEL-toets (S1).
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Wissen gesprekstijdmeter
Gespreksduurcode
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 4.
Kies geheugentabelnummer (01-40).
Druk op CLEAR-toets (S2).
Druk op OPSLAG-toets.
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Instellen nieuw gesprekstarief
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 5.
Voer nieuw gesprekstarief in.
Druk op OPSLAG-toets.
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Alles wissen
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 6.
Druk op VOLG-toets (S3) of CLEAR-toets
(S2).
Druk op OPSLAG-toets.
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Gesprekskosten afdrukken
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 7.
Kies 1 of 2 of 3 + toestelnummer.
- 1: afdrukken totale telefoonkosten.
- 2: afdrukken gesprekskosten alle interne
toestellen.
- 3 + toestelnummer: afdrukken gesprekskosten
afzonderlijk intern toestel.
7 Verkorte Opstartgids
7-4 Verkorte Opstartgids
— Instellen Gespreksduurcode
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 8.
Kies geheugentabelnummer (01-40).
Druk op CLEAR-toets (S2).
Voer nieuwe Gespreksduurcode in.
Druk op OPSLAG-toets.
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Referentie gesprekskosten afdeling
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 9.
Kies afdelingscode.
Druk op SEL-toets (S1).
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
Toew. Flexibele toetsen
— GESPREKSDUUR-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste Flex. toets.
Kies 6.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— Signaal-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste CO-toets.
Kies 81 + toestelnummer.
Druk op OPSLAG-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Conferentie (CONF)-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste Flex. toets.
Kies 7.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— DSS-toets
Programmeermodus.
Druk op de CO-of DSS-toets.
Kies 1 + intern nummer.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— Wissen gesprekstijdmeter intern toestel
Programmeermodus.
Druk op 9.
Voer geheim codenummer in.
Druk op 1.
Kies toestelnummer.
Druk op CLEAR-toets (S2).
Druk op OPSLAG-toets.
Druk op VORIG-toets of END-toets.
Ga uit programmeermodus.
— DSN/NS-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste Flex. toets.
Kies 4.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— Groep-CO (G-CO)-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste CO-toets.
Kies # + CO-groepnummer (1-8).
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— Hurry-up-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste CO-toets.
Kies 81 + toestelnummer.
Druk op OPSLAG-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Log-in/Log-out-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste CO-toets.
Kies 80 + toestelnummer.
Druk op OPSLAG-toets.
Ga uit programmeermodus.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-5
— Lus-CO (L-CO)-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste CO-toets.
Kies
.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— BOODSCHAP-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste CO- of DSS-toets.
Kies 3.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— ÉÉN-DRUK-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste Flex. toets.
Kies 2 + gewenste nummer.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— SAVE-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste Flex. toets.
Kies 5.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— Enkele-CO (E-CO)-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste CO-toets.
Kies 0.
Kies het nummer van de CO-lijn (01-08) of
(01-24).
- 01-08 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 01-24 : indien aangesloten op de KX-TD1232
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— Terminate-toets
Programmeermodus.
Druk op gewenste flex.-toets.
Kies 9.
Druk op OPSLAG-toets.
Ga uit programmeermodus.
— Voice Mail (VM) DVB-toets
Programmeermodus.
Druk op de gewenste Flex. toets.
Kies 82 + intern Voice Mail nummer.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Toew. Volledig ÉÉN-DRUK-toets
nummerkiezen
Programmeermodus.
Kies 3.
Kies 1 of 2.
- 1 : Uit
- 2 : Aan
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Keuze hoorn/Hoofdtelefoon
Programmeermodus.
Kies 8.
Kies 1 of 2.
- 1 : Hoorn
- 2 : Hoofdtelefoon
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Toew. Signaal intern gesprek
Programmeermodus.
Kies 4.
Kies 1 of 2.
- 1 : Belsignaal
- 2 : Stem
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Toewijzen Kliktoon aan/uit
(alleen KX-T7230 en KX-T7235)
Programmeermodus.
Kies 7.
Kies 1 of 2.
- 1 : Uit
- 2 : Aan
Druk op OPSLAG-toets.
Ga uit programmeermodus.
7 Verkorte Opstartgids
7-6 Verkorte Opstartgids
Toew. Voorkeur Lijn
— Inkomend
Programmeermodus.
Kies 2.
Kies 1, 2 of 3 + CO-lijnnummer.
- 1 : Geen voorkeur voor lijn
- 2 : Voorkeur voor bellende lijn
- 3 + CO-lijnnummer : Voorkeur (Prime)-
buitenlijn
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Toew. Voorkeur Lijn
— Uitgaand
Programmeermodus.
Kies 1.
Kies 1, 2, 3+ CO-lijnnummer, of druk op ICM.
- 1 : Geen voorkeur een lijn
- 2 : Voorkeur voor vrije lijn
- 3 + CO-lijnnummer : Voorkeur voorrang
(Prime)-buitenlijn
- ICM : Voorkeur voor interne (Prime) lijn
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Keuze belsignaal voor
buitenlijntoetsen
Programmeermodus.
Druk op gewenste CO-toets.
Druk nogmaals op CO-toets.
Kies een toontype (1-8).
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Bevestigen eigen toestelnummer
Programmeermodus.
Kies 6.
Druk op HOLD-toets (END-toets).
Ga uit programmeermodus.
Standaardinstellingen
toestelprogrammering
Programmeermodus.
Kies #.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
Toewijzen Snelkiezen - nummers/
naam (alleen voor KX-T7235)
— Nummer opslaan
Programmeermodus.
Druk op Functietoets (F1-F10).
Kies gewenste nummer.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
— Naam opslaan
Programmeermodus.
Druk op Functietoets (F1-F10).
Druk op VOLG (S3).
Toets de naam in.
— Raadpleeg karaktertabel.
Druk op OPSLAG.
Ga uit programmeermodus.
<Voorbeeld invoer karakters>
Voor de letter “K”.
Druk op : [5] + [SELECT][SELECT][SELECT]
OF
Druk op : [5] + [S2]
† : Deze toets is beschikbaar als het Digitaal
Super Hybridesysteem aangesloten is op een
systeemtelefoon waarop het Voice Process-
ing System van Panasonic werd geïnstalleerd
(dit is een toestel dat de systeemtelefoon
integratie ondersteunt, zoals bijvoorbeeld de
KX-TVP100).
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-7
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
#
1
Q
A
D
G
J
M
P
T
W
/
$
2
q
a
d
g
j
m
p
t
w
.
+
%
3
Z
B
E
H
K
N
R
U
X
,
-
&
4
z
b
e
h
k
n
r
u
x
=
@
5
!
C
F
I
L
O
S
V
Y
:
<
(
6
?
c
f
i
l
o
s
v
y
;
>
)
Toetsen
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
#
SHIFT
+
S1
S1
SHIFT
+
S2
S2
SHIFT
+
S3
S3
11. Druk op VOLG.
12. Voer uur in.
13. Druk op -->.
14. Voer minuut in.
15. Druk op OPSLAG.
16. Druk op END.
Instellen Snelkiesnummer
1. Voer 001 in.
2. Druk op VOLG.
3. Voer Snelkiesnummer in.
4. Voer telefoonnummer in.
5. Druk op OPSLAG.
6. Druk op VOLG., VORIG, of SELECT en
gewenst Snelkiesnummer.
7. Herhaal stappen 4-6.
8. Druk op END.
Instellen Snelkiesnaam
1. Voer 002 in.
2. Druk op VOLG.
3. Voer Snelkiesnummer in.
4. Voer naam in.
5. Druk op OPSLAG.
6. Druk op VOLG., VORIG, of SELECT en
gewenst Snelkiesnummer.
7. Herhaal stappen 4-6.
8. Druk op END.
Instellen nummer intern toestel
1. Voer 003 in.
2. Druk op VOLG.
3. Voer plugnummer in.
4. Voer nummer intern toestel in.
5. Druk op OPSLAG.
6. Druk op VOLG., VORIG, of SELECT en
gewenst nummer intern toestel.
7. Herhaal stappen 4-6.
8. Druk op END.
Karaktertabel
Combinatie
SHIFT
& Softtoets
Druk op
SELECT
(KEUZE)
(X Maal)
3 Gebruikersprogrammering
(Manager-programmering
Programmeermodus
(telefoon vrij en hoorn op de haak)
Druk op : PROGRAM 0 0
Programmeermodus verlaten
Druk op : PROGRAM of neem hoorn op
Instellen Datum en Uur
1. Voer 000 in.
2. Druk op VOLG.
3. Voer dag in.
4. Druk op -->.
5. Druk op SELECT tot gewenste dag op
display verschijnt.
6. Druk op -->.
7. Voer jaar in.
8. Druk op -->.
9. Druk op SELECT tot gewenste jaar op
display verschijnt.
10. Druk op OPSLAG.
7 Verkorte Opstartgids
7-8 Verkorte Opstartgids
Instellen naam intern toestel
1. Voer 004 in.
2. Druk op VOLG.
3. Voer plugnummer in.
4. Voer naam intern toestel in.
5. Druk op OPSLAG.
6. Druk op VOLG., VORIG, of SELECT en
gewenst nummer intern toestel.
7. Herhaal stappen 4-6.
8. Druk op END.
4 DPT Functies
Boodschapfunctie “Afwezig” op dis-
play
Instellen
Boodschap 1. “Komt Snel Terug”
Opnemen.
Kies 7501.
Opleggen.
Boodschap 2. “Afwezig”
Opnemen.
Kies 7502.
Opleggen.
Boodschap 3. “Op TST intern nummer
Opnemen.
Kies 7503 + intern nummer.
Opleggen.
Boodschap 4. “Terug Om tijd
Opnemen.
Kies 7504.
Uur invoeren (00-23).
Minuten invoeren (00-59).
Opleggen.
Boodschap 5. “Weg Tot datum
Opnemen.
Kies 7505.
Dag invoeren (01-31).
Maand invoeren (01-12).
Opleggen.
Boodschap 6. “In Bespreking”
Opnemen.
Kies 7506.
Opleggen.
Boodschap 7, 8 en 9 (eigen tekst)
Opnemen.
Kies getal tussen 7507-7509.
- 7507 : Boodschap 7
- 7508 : Boodschap 8
- 7509 : Boodschap 9
Gegevens invoeren (als nodig).
Opleggen.
Opheffen
Opnemen.
Kies 7500.
Opleggen.
OF
- Bij de KX-T7235;
Instellen
Druk op Functies (F4).
Druk op VOLG (S3) voor volgende.
Druk op Afwezig BDS Aan (F4).
Kies het boodschapnummer (1 tot en met 9).
Gegevens invoeren (als nodig).
Opleggen.
Opheffen
Druk op Functies (F4).
Druk op VOLG (S3) voor volgende.
Druk op Afwezig BDS Uit (F5).
Opleggen.
Invoeren Gespreksduurcode
Invoeren vóór een gesprek
Opnemen.
Tijd 49 (of Tijdtoets) + Gespreksduurcode
(max. 9 cijfers) + #.
OF
- Op de KX-T7230 of KX- T7235;
Opnemen.
Druk op Gespreksduur-toets (S3).
Gespreksduurcode invoeren + #.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-9
— Tijdens of na gesprek;
Tijdens gesprek of herkiestoon nadat andere
verbinding verbreekt;
Druk op Gespreksduur-toets.
Invoeren Gespreksduurcode + #.
OF
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op Gespreksduur-toets (S3).
Invoeren Gespreksduurcode + #.
Keuze Bel/Stem
— Gebelde toestel in “Belsignaal” modus;
Kies tijdens terugbelsignaal.
Bevestigingstoon hoorbaar.
(“Stem” geactiveerd)
OF
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op Stem (S3)-toets na terugbelsignaal.
— Gebelde toestel in “Stem” modus;
Kies tijdens bevestigingstoon.
Bevestigingstoon hoorbaar.
(“Belsignaal” geactiveerd)
OF
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op Toon (S2)-toets na bevestigingstoon.
Directe beantwoorden van een
buitenlijn (CO)
Druk op CO-toets (knippert snel rood).
Automatisch Terugbellen (Camp-On)
Instellen
Tijdens bezettoon;
Kies 6.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
OF
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op B.TRG (S3)-toets tijdens bezettoon.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Beantwoorden interne Camp-On
Opnemen.
Beantwoorden externe Camp-On
Opnemen.
Kies het telefoonnummer..
Opheffen
Opnemen.
Kies 46.
Opleggen.
Achtergrondmuziek (AGM)
Instellen / Opheffen
- Hoorn moet op haak liggen.
Kies 1.
OF
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op de AGM (S3)-toets.
Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)
Tijdens bezettoon;
Kies 2.
Wacht op beantwoording.
OF
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op BSS (S1) tijdens de bezettoon.
Gesprek doorschakelen
Instellen
— Alle gesprekken
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 2 + intern nummer.
Opleggen.
7 Verkorte Opstartgids
7-10 Verkorte Opstartgids
— Bezet
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 3 + intern nummer.
Opleggen.
— Geen antwoord
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 4 + intern nummer.
Opleggen.
— Bezet/Geen antwoord
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 5 + intern nummer.
Opleggen.
— naar Buitenlijn (CO)
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 6 + toegangscode (0, 81-88) +
telefoonnummer + #.
Opleggen.
— Follow Me
- op bestemmingstoestel;
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 7 + uw intern nummer.
Opleggen.
Opheffen
— Toestel waarop geactiveerd;
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 0.
Opleggen.
— Op bestemmingstoestel — alleen “Volg
Mij” (alle gesprekken)
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 8 + uw intern nummer.
Opleggen.
OF
- Op de KX-T7235;
Instellen
— Alle gesprekken
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op DSN-Alle Gesprk (F3).
Kies interne nummer.
Opleggen.
— Bezet
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op DSN-Bezet (F4).
Kies intern nummer.
Opleggen.
— Geen antwoord
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op DSN-Afwezig (F5).
Kies intern nummer.
Opleggen.
— Bezet/Geen antwoord
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op VOLG (S3).
Druk op DSN-Bezet/Afwzg (F1).
Kies intern nummer.
Opleggen.
— naar Buitenlijn (CO)
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op VOLG (S3).
Druk op DSN-CO-lijn (F2).
Kies toegangscode (0, 81-88)
+ telefoonnummer + #.
Opleggen.
— Follow Me
- op bestemmingstoestel;
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op VOLG (S3).
Druk op DSN-Van (F3).
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-11
Kies uw eigen interne nummer.
Opleggen.
Opheffen
— Toestel waarop geactiveerd;
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op DSN/NS Opheffen (F1).
Opleggen.
— Op bestemmingstoestel — alleen “Fol-
low Me” (alle gesprekken)
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op VOLG (S3).
Druk op DSN-Van Annulrn (F4).
Kies uw eigen interne nummer.
Opleggen.
Hold
Tijdens een gesprek;
Druk op HOLD.
Terugnemen Hold
- Toestel waarop geactiveerd;
Druk op CO- of ICM-toets
(knippert langzaam groen).
Exclusieve Hold
Tijdens een gesprek;
Druk op + HOLD.
Terugnemen
— Alleen toestel waarop geactiveerd
Druk op de CO- of ICM-toets
(knippert langzaam groen).
Overnemen van een gesprek in Hold
Wachtend CO-gesprek overnemen
- op ander toestel;
Druk op CO-toets (knippert langzaam rood).
Wachtend intern gesprek overnemen
- op ander toestel;
Opnemen.
Kies 51 + wachtend intern nummer.
Inkomend gesprekslog (alleen voor
KX-T7230 en KX-T7235)
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 54.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
Opleggen.
Terugbellen
- Op de KX-T7235;
Druk op OLD- (S1) of NEW-toets (S2).
Zoek gewenste correspondente door op
VOLG-toets (S3) te drukken.
Opleggen.
Druk op CALL-toets (S1).
- Op de KX-T7230;
Druk op OLD- (S1) of NEW-toets (S2).
Zoek gewenste correspondente door op
VOLG-toets (S3) of INFO-toets (S1) te
drukken.
Druk op CALL-toets (S1).
Blokkeren Inkomend gesprekslog
(alleen voor KX-T7230 en KX-T7235)
Blokkeren
Opnemen.
Kies 59 + blokkeercode (000-999).
Kies nogmaals dezelfde code.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Deblokkeren
Opnemen.
Kies 59 + blokkeercode.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
7 Verkorte Opstartgids
7-12 Verkorte Opstartgids
Gesprek parkeren
Instellen
Tijdens een gesprek;
Druk op DVB (DOORVERBINDEN).
Bevestigingstoon hoorbaar.
Kies 52 + zone-nummer (0-9).
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen of druk op de HANDENVRIJ-toets.
OF
- Op de KX-T7235 (alleen “Operator”);
Tijdens een gesprek;
Druk op Functies (F4).
Druk tweemaal op VOLG (S3) en ga naar de
exclusieve lijst.
Druk op Gesprek Parkeren (F1).
Kies het parkeerzone-nummer.
Terugnemen
Opnemen.
Kies 52 + parkeerzone-nummer.
OF
- Op de KX-T7235 (alleen “Operator”);
Druk op Functies (F4).
Druk tweemaal op VOLG (S3) en ga naar de
exclusieve lijst.
Druk op Gesprek Parkeren (F1).
Kies gewenste parkeerzone-nummer.
Gesprek overnemen
— Buitenlijn (CO)
Opnemen.
Kies 4
.
— Gericht
Opnemen.
Kies 41 + intern nummer.
— Groep
Opnemen.
Kies 40.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op Aannemen In Groep (F3).
Gesprek overnemen, negeren
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 720.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Gesprek splitsen
— Spreken terwijl ander wachtend gesprek
Druk op CO- of INTERCOM-toets
(knippert langzaam rood).
(om te wisselen tussen bellers).
— Spreken terwijl intern wachtend gesprek
Druk op HOLD-toets
(om te wisselen tussen beide bellers).
Gesprek doorverbinden — naar
buitenlijn (CO)
— Met aankondiging
Tijdens een gesprek;
Druk op DVB (DOORVERBINDEN).
Druk op CO-toets.
Kies het telefoonnummer.
Aankondigen na beantwoording.
Opleggen of op HANDENVRIJ-toets drukken.
Gesprek doorverbinden — naar
intern toestel
— Met aankondiging
Tijdens een gesprek;
Druk op DVB.
Kies het interne nummer.
Aankondigen na beantwoording.
Opleggen.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-13
— Zonder aankondiging
Tijdens een gesprek;
Druk op DVB.
Kies het interne nummer.
Opleggen.
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 731.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 2 : opheffen
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Vermijden Identificatie bij
bestemmeling (CLIR)
Uw nummer niet tonen aan bestemmeling
Opnemen.
Druk op 572.
Opleggen.
Uw nummer tonen aan bestemmeling
Opnemen.
Druk op 570.
Opleggen.
Huidige instelling wijzigen tijdens gesprek
Opnemen.
Druk op 571.
Kies 0 of 81-88.
Kies telefoonnummer.
Vermijden Identificatie bij oproeper
(COLR)
Uw nummer niet tonen aan oproeper
Opnemen.
Druk op 581.
Opleggen.
Uw nummer tonen aan oproeper
Opnemen.
Druk op 580.
Opleggen.
Conferentie
Tijdens een gesprek;
Druk op CONF.
Kies nummer derde partij.
Gesprek met derde partij.
Druk op CONF.
Gespreksinformatie op display
— Display wijzigen (Gesprekstijdmeter,
telefoonnummer, gesprekskosten)
Druk op CO-toets.
Niet Storen (NS)
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies 1 + toestelnummer of 0.
- 1 + toestelnummer : instellen
- 0 : opheffen
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
OF
- Op de KX-T7235;
Instellen
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op Niet Storen (F2).
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Opheffen
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Druk op DSN/NS Opheffen (F1).
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
7 Verkorte Opstartgids
7-14 Verkorte Opstartgids
Tussenkomen in Niet Storen (NS)
Kies 2 tijdens NS-toon.
OF
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op Ngrn (S2).
Niet Storen voor inkiezing in
gesprekken
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Druk op 56.
Druk op 1of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
Opleggen.
Deurintercom gesprek
Beantwoorden
Opnemen of op HANDENVRIJ-toets drukken.
Opbellen
Opnemen.
Kies 68.
Kies het deurintercom-nummer (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
Deur openen (alleen op daarvoor
geprogrammeerde toestellen)
Opnemen.
Kies 55 + deurintercom-nr (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Deur openen tijdens gesprek via
deurintercom
Kies 5.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Elektronische toestelblokkering
Opnemen.
Kies 77 + blokkeercode (000-999).
Kies de zelfde code nogmaals.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Deblokkeren
Opnemen.
Kies 77 + blokkeercode.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Noodoproep
Opnemen.
Kies gewenste noodnummer.
Tussenkomen in een gesprek
— Buitenlijn (CO)
Druk op gewenste CO-toets tijdens bezettoon.
— Intern toestel
Kies 2 tijdens bezettoon.
OF
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op Ngrn (S2) tijdens bezettoon.
Tussenkomen in een gesprek, negeren
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 733.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-15
Controle extern relais
Relais aan
Opnemen.
Kies 67.
Kies (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 0 : indien aangesloten op de KX-TD1232
Opleggen.
Extern belsignaal
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 730.
Kies (1) of (1-2) of (0).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
- 0 : opheffen
Een bevestigingstoon is hoorbaar.
Opleggen.
Beantwoorden
Opnemen.
Kies 47.
Kies (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
Een bevestigingstoon is hoorbaar.
Praten.
Volledig ÉÉN-DRUK-toets
nummerkiezen
Druk op ÉÉN-DRUK-, DSS-, REDAIL, of
SAVE-toets.
Handenvrij beantwoorden (alleen
KX-T7230 en KX-T7235)
Instellen / Opheffen
- De hoorn moet op de haak liggen.
Druk op AUTO ANSWER-toets.
Hotelfunctie
Toestand kamer
<Voorbeeld> Boodschap 7 : “Gepoetst”
Opnemen.
Kies 7507.
Opleggen.
<Voorbeeld> Boodschap 8 : “Minibar en
bedrag”
Opnemen.
Kies 7508.
Voer bedrag minibar in.
Kies (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
Opleggen.
Intern toestel kiezen
Opnemen.
Kies het interne nummer.
Log-In / Log-Out
Instellen
Gebruik Log-In/Log-Out-toets
Opnemen.
Druk op Log-In/Log-Out-toets.
- Log-In : de indicator is uit
- Log-Out : de indicator brandt rood
- Wachtende UCD-Oproepen : indicator
knippert rood
Opleggen.
Gebruik functienummer
Opnemen.
Kies 45.
Druk op (1) of (0).
- 1 : voor Log-In
- 0 : voor Log-Out
Opleggen.
7 Verkorte Opstartgids
7-16 Verkorte Opstartgids
Boodschap achterlaten
Instellen
Opnemen.
Kies 701 + interne nummer.
Opleggen.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op VOLG-toets (S3) voor volgende lijst.
Druk op Boodschap Aan (F2).
Kies het interne nummer.
— Bij “Bezet” of “Geen antwoord”;
Druk op BOODSCHAP.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Opheffen
Opnemen.
Kies 700 + interne nummer.
Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op VOLG-toets (S3) voor volgende lijst.
Druk op Boodschap Uit (F3).
Kies het interne nummer.
Opvragen/beluisteren van een ontvangen
boodschap
Druk telkens op BOODSCHAP tot gewenste
boodschap verschijnt.
Boodschapper terugbellen
Opnemen.
Druk op BOODSCHAP, of kies 702.
Ontvangen boodschappen wissen
Opnemen.
Kies 700 + eigen interne nummer.
Microfoon uit-functie (MUTE)
(alleen KX-T7230 en KX-T7235)
Instellen / Opheffen
Tijdens Handnvrijgesprek;
Druk op AUTO ANSWER-toets.
Nachtservice
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 78.
Druk op (0), (1) of (2).
- 0 : voor Auto-modus
- 1 : voor manuele dag-modus
- 2 : voor manuele nacht-modus
Opleggen.
OF
- Op de KX-T7235 (alleen telefonist(e));
Druk op functietoets (F4).
Druk tweemaal op VOLG-toets (S3) voor
exclusieve lijst.
Druk op Nacht Auto / Aan / Uit-toets (F2).
Druk op (0), (1) of (2).
- 0 : voor Auto-modus
- 1 : voor manuele dag-modus
- 2 : voor manuele nacht-modus
Opleggen.
Huidige modus bevestigen
- De telefoon moet ingelegd en vrij zijn.
Druk op #.
Notebook-functie
Bewaren
Tijdens gesprek of hoorn ingelegd;
Druk op AUTO DIAL/OPSLAG-toets.
Druk weer op AUTO DIAL/OPSLAG-toets.
Kies gewenste telefoonnummer.
Druk op SAVE-toets.
Kiezen
Opnemen.
Druk op SAVE-toets.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-17
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op Externe Oproep (F1) of Groep
Oproep (F2).
Kies
.
— Extern
Alle externe oproepzones
Opnemen.
Kies 640.
— Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op Externe Oproep (F1).
Kies 0.
Specifieke externe oproepzone
Opnemen.
Kies 64.
Kies (1-1) of (1-4).
- 1-2 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : indien aangesloten op de KX-TD1232
— Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op Externe Oproep (F1).
Kies het externe oproepnummer.
— Groep
Alle groepen oproepen
Opnemen.
Kies 630.
— Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op Groep Oproep (F2).
Kies 0.
Handenvrij meeluisteren (alleen KX-
T7230 en KX-T7235)
Instellen / Opheffen
Tijdens gesprek met hoorn ;
Druk op HANDENVRIJ-toets.
ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
Opnemen.
Druk op ÉÉN-DRUK-toets.
Telefonist(e) oproepen
Algemene oproep
Opnemen.
Kies 9.
Specifieke oproep
Opnemen.
Kies 61 of 62.
- 61 : Telefonist(e) 1
- 62 : Telefonist(e) 2
Toegang tot buitenlijn (CO)
— Automatische
Opnemen.
Kies 0 + telefoonnummer.
— Binnen CO-groep (centrale)
Opnemen.
Kies 8 + CO-lijn groepnummer (1-8).
Kies het telefoonnummer.
— Individueel
Opnemen.
Druk op een CO-toets.
Kies het telefoonnummer.
Oproepen
— Alle toestellen
Opnemen.
Kies 63 (of 64) +
.
Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
7 Verkorte Opstartgids
7-18 Verkorte Opstartgids
Oproepen en doorverbinden
Doorverbinden
Druk op TRANSFER alvorens het oproep-
functienummer te kiezen (63 of 64).
— Raadpleeg “Oproepen” voor het gewenste
functienummer.
Parallelle telefoonaansluiting
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 69.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Kondig aan.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op VOLG-toets (S3) voor volgende lijst.
Druk op Parallel Aan/Uit (F1).
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
Kondig aan.
Automatisch kiezen (Hot Line)
Telefoonnummer programmeren
Opnemen.
Kies 742 + telnr. + #.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 74.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Kiezen
Opnemen.
Specifieke interne groep
Opnemen.
Kies 63 + interne groepnummer (1-8).
— Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk op Groep Oproep (F2).
Kies het interne groepnummer.
Oproepen — BEANTWOORDEN
Kies 44 + externe oproepnummer, of 43.
- 44 + externe oproepnummer
: beantwoorden oproep via extern
oproepsysteem
- 43 : via ingebouwde luidspreker gezonden
oproep
OF
- Op de KX-T7235;
Beantwoorden “Externe oproepen”
Druk op Functies (F4).
Druk op Beantw Ext-Opr (F4) + externe
oproepnummer.
Beantwoorden “Groep oproepen”
Druk op Functies (F4).
Druk op Beantw Groep-Oproep (F5).
Oproepen-NEGEREN
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 721.
Druk op 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
— Een bevestigingstoon is hoorbaar.
Opleggen.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-19
Voorbereiding kiezen
- Op de KX-T7230 of KX-T7235;
Kies telefoonnummer.
— Wijzigen huidige invoer;
Druk op
en kies opnieuw.
Opleggen.
Opnieuw kiezen (Redial)
— Automatisch
Opnemen met HANDENVRIJ-toets.
— Laatst gekozen nummer
Opnemen.
Druk op REDAIL.
— Geheugennummer
Opslaan
Tijdens een gesprek of de bezettoon;
Druk op AUTO KIEZEN/OPSLAG.
Druk op SAVE (Flex. toets).
Kiezen
Opnemen.
Druk op SAVE (Flex. toets).
Wissen toestelprogrammering
Opnemen.
Kies 790.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Snelkiezen via toestelgeheugen
Telefoonnummer opslaan
Opnemen.
Kies 60 + cijfertoets (0-9) + telefoonnummer
+ #.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Kiezen
Opnemen.
Kies 6
+ Snelkiestoets (0-9).
OF
- op de KX-T7235;
Druk op STATION SK (F8).
Druk op gewenste Functietoets (F1-F10).
Snelkiezen via systeemgeheugen
Opnemen.
Druk op AUTO KIEZEN/OPSLAG.
Kies het Snelkiesnummer van het systeem
(000-499).
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op SYSTEEM SK (F9).
Druk op de gewenste Functietoets (F1-F10).
Werkingsverslag systeem
Opnemen.
Kies 794.
Druk op 1 of 0.
- 1 : gegevens afdrukken
- 0 : gegevens wissen
— Een bevestigingstoon is hoorbaar.
Opleggen.
Verbreken
Tijdens toon, kiezen of gesprek;
Druk op Terminate-toets.
— Een kiestoon is hoorbaar.
Kies telefoonnummer.
OF
- op de KX-T7230 of KX-T7235;
Druk op Terminate-toets tijdens gesprek.
— Een kiestoon is hoorbaar.
Kies 0 of 81-88, of druk op CO-toets.
Kies telefoonnummer.
Wekker herinneringsignaal
Instellen
Opnemen.
Kies 761.
Voer het uur in (00-23).
7 Verkorte Opstartgids
7-20 Verkorte Opstartgids
Voer de minuten in (00-59).
Kies 0 of 1.
- 0 : eenmalig signaal
- 1 : dagelijks signaal
— Tijdmelding of de bevestigingstoon is
hoorbaar.
Opleggen.
Opheffen
Opnemen.
Kies 760.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Ingestelde tijd controleren
Opnemen.
Kies 762.
CO-lijn beantwoorden op willekeurig
toestel
Beantwoorden extern oproepsysteem
Opnemen.
Kies 44 + nummer extern oproepsysteem (1-2)
of (1-4).
- 1-2 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : indien aangesloten op de KX-TD1232
Beantwoorden extern signaal
Opnemen.
Kies (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2 : indien aangesloten op de KX-TD1232
Een bevstigingstoon is hoorbaar.
Voer het gesprek.
Voice Mail Integratie
Doorschakelen naar Voice Mail instellen
Opnemen.
Druk op DSN/NS.
Kies het Doorschakelnummer (2-5).
- 2 : Gesprek doorschakelen — alle gesprekken
- 3 : Gesprek doorschakelen — bezet
- 4 : Gesprek doorschakelen — geen antwoord
- 5 : Gesprek doorschakelen — bezet/geen
antwoord
Kies het interne Voice Mail-nummer.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Voice Mail boodschap beluisteren
Opnemen.
Druk op BOODSCHAP of kies het interne
Voice Mail-nummer.
Doorverbinden Voice Mail
Het gesprek wordt naar u teruggeschakeld
Druk op Voice-Mail DVB-toets.
Kies toestelnummer.
5 Servicefuncties Telefonist(e)
De volgende functies zijn alleen mogelijk op het
toestel dat is toegewezen als “Operator”
(Telefonist(e)).
Automatische Overflow en Hurry-up
doorschakelen
Tijdens een gesprek
Druk op Hurry-up-toets.
Achtergrondmuziek (AGM) — extern
Instellen / Opheffen (Operator)
Opnemen.
Kies 65.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functies (F4).
Druk tweemaal op de VOLG-toets (S3) voor
exclusieve lijst.
Druk op Externe AGM Aan/Uit (F3).
Opleggen.
Blokkeren inkomend gesprekslog
Druk op PROGRAM + 99.
Kies 02.
Kies toestelnummer of
.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-21
- toestelnummer : om één toestelnummer te
wissen.
-
: om alle toestelnummer te wissen.
Druk op OPSLAG-toets.
Druk op PROGRAM-toets.
Omschakelen Service Klasse (COS)
Primaire omschakeling
Opnemen.
Kies 791 + toestelnummer.
Opleggen.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functie-toets (F4).
Druk tweemaal op VOLG-toets (S3) voor
exclusieve lijst.
Druk op Primaire Service Klasse-toets (F4).
Kies toestelnummer.
Opleggen.
Secundaire omschakeling
Opnemen.
Kies 793 + toestelnummer.
Opleggen.
OF
- Op de KX-T7235;
Druk op Functie-toets (F4).
Druk tweemaal op VOLG-toets (S3) voor
exclusieve lijst.
Druk op Secundaire Service Klasse-toets (F4).
Kies toestelnummer.
Opleggen.
Externe sensor
- U hoort het alarmsignaal;
Opnemen.
— Speciale kiestoon is hoorbaar.
Hotelfunctie (Operator)
- Allen voor de KX-T7235;
— Check in
Druk op Hotel (F10).
Druk op Check in (F1).
Kies het interne toestelnummer of druk op de
aan te melden DSS-toets.
Druk op VOLG-toets (S3).
Druk op JA (S1) of NEE (S3).
— Check uit
Druk op Hotel (F10).
Druk op Check uit (F2).
Kies het interne toestelnummer of druk op de
aan te melden DSS-toets.
Druk op VOLG-toets (S3).
Druk op de gewenste functietoets (F2-F4) en
toets de bedragen in.
Druk op EIND (S1).
Druk op JA (S1) of NEE (S3).
Wektijd-signaal-geen reactie (alleen
KX-T7235)
Druk op Signaal-toets.
Signaal wissen;
Druk op CLEAR-toets (S2).
Volgende toestel zonder reactie;
Druk op VOLG-toets (S3).
Verlaten;
Druk op MENU-toets (S1).
Wektijd-signaal op afstand
—Instellen
Opnemen.
Kies 7
1.
Kies het gewenste interne toestelnummer of
DSS-toets.
Voer het uur in (00-23).
Voer de minuten in (00-59)
Kies 0 of 1.
- 0 : eenmalig signaal
- 1 : dagelijks signaal
— Tijdmelding of de bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
—Opheffen
Opnemen.
Kies 7
0.
Kies het gewenste interne toestelnummer of
DSS-toets.
7 Verkorte Opstartgids
7-22 Verkorte Opstartgids
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
—Ingestelde tijd controleren (alleen KX-
T7230 en KX-T7235)
Opnemen.
Kies 7
2.
Kies gewenste toestelnummer of DSS-toets.
Opleggen.
—Instellen
Druk op Hotel-toets (F10).
Druk op wek-toets (F3).
Kies gewenste toestelnummer of DSS-toets.
Druk op VOLG-toets (S3).
Voer uur en minuten in.
Kies 0 of 1.
- 0 : één maal
- 1 : dagelijks
Druk op PROG-toets (S3).
—Opheffen
Druk op Hotel-toets (F10).
Druk op wek-toets (F3).
Kies gewenste toestelnummer of DSS-toets.
Druk op VOLG-toets (S3).
Druk op CLEAR-toets (S2).
—Controleren ingestelde tijd
Druk op Hotel-toets (F10).
Druk op wek-toets (F3).
Kies gewenste toestelnummer of DSS-toets.
Druk op VOLG-toets (S3).
Druk op END-toets (S1).
—Toestel blokkeren-op afstand
Druk op PROGRAM-toets + 99.
• Kies 01.
Kies toestelnummer of
.
- toestelnummer : één intern toestel blokkeren
of deblokkeren
-
: alle interne toestellen blokkeren of
deblokkeren
Kies 1 of 2.
- 1 : deblokkeren
- 2 : blokkeren
Druk op OPSLAG-toets.
Druk op PROGRAM-toets of afhaken.
6 Speciale Displayfuncties
Speciale Functies — KX-T7235
Gesprekslog / Intern telefoneren / Snelkiezen
via toestelgeheugen / Snelkiezen via
systeemgeheugen / Toegangsmenu
systeemfuncties / Hotel (alleen telefonist(e))
Volg de boodschappen op het display en druk
op de gewenste toets.
Het toegangsmenu systeemfuncties geeft de
functies die beschikbaar zijn en geeft toegang
tot de volgende functies:
1) Boodschapfunctie “Afwezig” op display
2) Oproepen — extern (toegang/antwoord)
3) Oproepen — groep (toegang/antwoord)
4) Achtergrondmuziek (AGM) — extern (alleen
telefonist(e))
5) Gesprek parkeren (alleen telefonist(e))
6) Gesprek overnemen, groep
7) Omschakelen Service Klasse (COS) (alleen
telefonist(e))
8) Wachtend bericht
9) Nachtservice (alleen telefonist(e))
10) Oproepen — extern
11) Oproepen — groep
12) Parallelle telefoonaansluiting
Een nieuwe functie verschijnt op het display als u
op de DSN/NS-toets drukt nadat u de hoorn heeft
afgenomen. Vanaf dit display kunt u de volgende
bijkomende syteemfuncties uitvoeren:
1) Gesprek doorschakelen
2) Niet storen (NS)
— Zie Deel 4.4, “Speciale displayfuncties”
Voor “AGM — Extern” en “Omschakelen
Service Klasse (COS)”, zie Deel 4.3
“Servicefuncties voor telefonist(e)”
Voor de functies “Gesprek doorschakelen” en
“Niet Storen” (NS), zie Deel 4.2 Functies
systeemtoestellen.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-23
Intern telefoneren
1. Druk op Toestel [F3].
2. Druk op de gewenste [Fx] toets.
<Voorbeeld> Voor AB drukt u op [F1].
3. Druk op de gewenste [Fx] toets.
<Voorbeeld> Voor Billy Jane drukt u op [F5].
Na op de [Fx] toets te hebben gedrukt:
Gesprekslog
1. Druk op Gesprekslog [F5].
2. Druk op de gewenste [Fx] toets.
<Voorbeeld> Voor 111 drukt u op [F2].
3. Na op de [Fx] toets te hebben gedrukt:
1234567890
111
0987654
000111222333
100200300400500
MENU WIS
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
S1 S2 S3
F6
F7
F8
F9
F10
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR BEL AGM
F1
F2
F3
F4
F5
111
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR TEF
TIJD
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR BEL AGM
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
AB LMN
CD OPQ
EF RST
GHI UVW
JK XYZ
MENU
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
Agness Bob
Alice Carol
Ann Margly Casey
Ben Johns Ched Ely
Billy Jane Chris
MENU VORG VOLG
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
222:Billy Jane
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
S1 S2 S3
S1 S2 S3
7 Verkorte Opstartgids
7-24 Verkorte Opstartgids
3333333
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR TEF TIJD
Snelkiezen via toestelgeheugen
1. Druk op STATION SK [F8].
2. Druk op de gewenste [Fx] toets.
<Voorbeeld> Voor Panasonic drukt u op [F7].
— Na op de [Fx] toets te hebben gedrukt, met
naamlijst op display:
5555555
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR TEF TIJD
Snelkiezen via systeemgeheugen
1. Druk op SYSTEEM SK [F9].
2. Druk op de gewenste [Fx] toets.
<Voorbeeld> Voor J drukt u op [F5].
3. Druk op de gewenste [Fx] toets.
<Voorbeeld> Voor Jack drukt u op [F1].
— Na op de [Fx] toets te hebben gedrukt, wordt
Jack’s nummer gekozen.
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR BEL AGM
S1 S2 S3
F6
F7
F8
F9
F10
F1
F2
F3
F4
F5
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
Bob KME-soft
Jim Kopp Panasonic
Ronald Police
Zangril Louisa
Nancy Home
MENU VOLG
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
0-123-4567 0-987-6543
0111111 05555555
03333333 0-999
07777777 Niet Opslg
100 0-1000001
MENU VOLG
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR BEL AGM
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
AB LMN
CD OPQ
EF RST
GHI UVW
JK XYZ
MENU
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
S1 S2 S3
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
Jack Ken
Janny Keth
Jimmy Kim
John K's shop
Johes Kohji
MENU VORIG VOLG
Druk op [S3] voor het volgende scherm.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-25
7 Functies DSS-console
Het DSS-Console moet minimaal geschakeld zijn
aan een analoog systeemtoestel om goed te kunnen
werken. Systeem programmering is vereist. Kijkt
u in de Installatiehandleiding voor programmeer-
instructies.
DSS (Direct Station Selection) toetsen
— Intern toestel kiezen
Opnemen (bij combi-toestel).
Druk op de DSS-toets op de console.
— Een gesprek doorverbinden
Tijdens een gesprek;
Druk op de DSS-toets op de console.
Haak in of druk op HANDENVRIJ-toets.
OF
Tijdens een gesprek;
Druk op DVB-toets + DSS-toets.
PF (Programmeerbare Functie)
toetsen
Programmeren
— ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen
<Voorbeeld> Een extern nummer:
Druk op PROGRAM + 99.
Druk op de gewenste PF-toets.
Kies 2.
Kies de toegangscode (0, 81-88) +
telefoonnummer.
Druk op OPSLAG.
Druk op PROGRAM.
— ÉÉN-DRUK-toets voor systeemfuncties
Druk op PROGRAM + 99.
Druk op de gewenste PF-toets.
Kies 2.
Kies het gewenste functienummer.
Druk op OPSLAG.
Druk op PROGRAM.
Toegangsmenu systeemfuncties
1. Druk op Functies [F4].
2. Druk op de gewenste [Fx] toets.
<Voorbeeld> Voor Extern toestel oproepen drukt
u op [F1] en kiest u het nummer (0-2) of (0-4).
- 0-2 : op de KX-TD816
- 0-4 : op de KX-TD1232
KX-T7235 aangesloten op KX-TD816
KX-T7235 aangesloten op KX-TD1232
— Druk op functietoets en kies 0 :
— Als u op [Fx] drukt en 0 kiest:
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
Externe Oproep
(0-2)
Groep Oproep (0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr
(1-2)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
1 Jan 15:00
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
CNTR BEL AGM
S1 S2 S3
S1 S2 S3
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
Extrnl Page All
Toestel STATION SK
Functies SYSTEEM SK
Gesprekslog
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
F10
Externe Oproep
(0-4)
Groep Oproep (0-8)
Aannemen In Groep
Beantw Ext-Opr
(1-4)
Beantw Groep-Oproep
MENU VORG VOLG
S1 S2 S3
7 Verkorte Opstartgids
7-26 Verkorte Opstartgids
Corrigeren tijdens programmeren
Druk op WIS (S2) of op DVB (WIS), en
herstel de fout.
Wissen na programmering
Druk op de te wissen PF-toets.
Druk op 2 + OPSLAG.
Kiezen
Opnemen (bij combi-toestel).
Druk op de gewenste DSS-toets op de console.
8 Functies 2-draadstelefoon
Als de functie “Automatisch kiezen (Hot Line)”
is ingesteld, dient te worden gekozen vóór de
Automatisch kiezen Wachttijd (standaard: 1 sec.).
Raadpleeg de Installatiehandleiding
(Systeemprogrammering) om de wachttijd te
wijzigen.
Sommige functies zijn niet beschikbaar op ISDN-
telefoontoestellen. Voor niet beschikbare functies,
zie Deel 6.3 “ISDN Telefoonfuncties”.
Boodschapfunctie “Afwezig” op dis-
play
Instellen
Boodschap 1. “Komt Snel Terug”
Opnemen.
Kies 7501.
Opleggen.
Boodschap 2. “Afwezig”
Opnemen.
Kies 7502.
Opleggen.
Boodschap 3. “Op TST intern nummer
Opnemen.
Kies 7503 + interne nummer.
Opleggen.
Boodschap 4. “Terug Om tijd
Opnemen.
Kies 7504.
Uur (00-23) invoeren.
Minuten (00-59) invoeren.
Opleggen.
Boodschap 5. “Weg Tot datum
Opnemen.
Kies 7505.
Dag (01-31) invoeren.
Maand (01-12) invoeren.
Opleggen.
Boodschap 6. “In Bespreking”
Opnemen.
Kies 7506.
Opleggen.
Boodschap 7, 8 en 9. (eigen tekst)
Opnemen.
Kies 7507-7509.
- 7507 : Boodschap 7
- 7508 : Boodschap 8
- 7509 : Boodschap 9
Gewenste gegevens invoeren.
Opleggen.
Opheffen
Opnemen.
Kies 7500.
Opleggen.
Invoeren Gespreksduurcode
Opnemen.
Kies 49 + Gespreksduurcode (max. 9 cijfers) +
#.
Keuze Bel/Stem
Omschakelen
— “Belsignaal” op gebelde toestel;
Kies , tijdens terugbelsignaal.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
(“Stem” is nu aktief.)
— “Stem” op gebelde toestel;
Kies , tijdens de bevestigingstoon.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
(“Belsignaal” is nu aktief.)
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-27
Automatisch Terugbellen (Camp-On)
Tijdens de bezettoon;
Kies 6.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Beantwoorden Camp-On interne lijn
Opnemen.
Beantwoorden Camp-On externe lijn
Opnemen.
Kies het telefoonnummer.
Waarschuwen lijn in gesprek (BBS)
Tijdens de bezettoon;
Kies 2.
Wacht op beantwoording.
Gesprek doorschakelen
Instellen
— Alle gesprekken
Opnemen.
Kies 7102 + interne nummer.
Opleggen.
— Bezet
Opnemen.
Kies 7103 + interne nummer.
Opleggen.
— Geen antwoord
Opnemen.
Kies 7104 + interne nummer.
Opleggen.
— Bezet/Geen antwoord
Opnemen.
Kies 7105 + interne nummer.
Opleggen.
— naar Buitenlijn (CO)
Opnemen.
Kies 7106 + toegangscode (0, 81-88) +
telefoonnummer + #.
Opleggen.
— Follow Me
- op bestemmingstoestel;
Opnemen.
Kies 7107 + eigen interne nummer.
Opleggen.
Opheffen
— Op toestel dat functie activeerde
Opnemen.
Kies 7100.
Opleggen.
— Op bestemmingstoestel — alleen “Volg
Mij” (alle gesprekken)
Opnemen.
Kies 7108 + eigen interne nummer.
Opleggen.
Wachtend gesprek
Tijdens een gesprek;
Druk op Recall-toets.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Terugnemen
- Op toestel dat de functie activeerde;
Opnemen.
Kies 50.
Overnemen van een wachtend gesprek
Wachtend buitenlijngesprek overnemen
- op een ander toestel;
Opnemen.
Kies 53 + wachtend buitenlijnnummer.
Wachtend intern gesprek overnemen
- op een ander toestel;
Opnemen.
Kies 51 + wachtend intern nummer.
Gesprek parkeren
Instellen
Tijdens een gesprek;
Druk op Recall-toets.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Kies 52 + parkeerzone-nummer (0-9).
7 Verkorte Opstartgids
7-28 Verkorte Opstartgids
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Terugnemen
Opnemen
Kies 52 + parkeerzone-nummer.
Gesprek overnemen
— Buitenlijn (CO)
Opnemen.
Kies 4
.
— Gericht
Opnemen.
Kies 41 + interne nummer.
— Groep
Opnemen.
Kies 40.
Gesprek overnemen, negeren
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 720.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Gesprek splitsen
Gesprek voeren terwijl ander gesprek
tijdelijk wacht
Druk herhaaldelijk op Recall-toets om te
wisselen tussen beide gesprekken.
Gesprek doorverbinden — naar
intern toestel
— Met aankondiging
Tijdens een gesprek;
Druk op Recall-toets.
Kies het interne nummer.
Na beantwoording, aankondigen.
Opleggen.
— Zonder aankondiging
Tijdens een gesprek;
Druk op Recall-toets.
Kies het interne nummer.
Opleggen.
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 731.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Vermijden Identificatie bij
bestemmeling (CLIR)
Uw nummer niet tonen aan bestemmeling
Opnemen.
Druk op 572.
Opleggen.
Uw nummer tonen aan bestemmeling
Opnemen.
Druk op 570.
Opleggen.
Huidige instelling wijzigen tijdens gesperk
Opnemen.
Druk op 571.
Kies 0 of 81-88.
Kies telefoonnummer.
Vermijden Identificatie bij oproeper
(COLR)
Uw nummer niet tonen aan oproeper
Opnemen.
Druk op 581.
Opleggen.
Uw nummer tonen aan oproeper
Opnemen.
Druk op 580.
Opleggen.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-29
Conferentie
Tijdens een gesprek;
Druk op Recall-toets.
Kies nummer van derde partij.
Spreek met de derde partij.
Druk kort op de haak.
Kies 3.
Niet Storen (NS)
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 710.
Kies 1 + toestelnummer of 0.
- 1 + toestelnummer : instellen
- 0 : opheffen
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Tussenkomen in Niet Storen (NS)
Kies 2 tijdens het NS-toonsignaal.
Niet Storen voor Inkiezen in
Gesprekken
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 56.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : annuleren
Opleggen.
Deurintercom gesprek
Beantwoorden
Opnemen.
Opbellen
Opnemen.
Kies 68.
Kies het deurintercom-nummer (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2 : indien aangesloten op de KX-TD1232
Deur openen (alleen op daarvoor
geprogrammeerde toestellen)
Opnemen.
Kies 55.
Kies het deurintercom-nummer (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Deur openen tijdens gesprek via
deurintercom
Druk op Recall-toets.
Kies 5.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Elektronische toestelblokkering
Blokkeren
Opnemen.
Kies 77 + blokkeercode (000-999).
Kies de zelfde code nogmaals.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Deblokkeren
Opnemen.
Kies 77 + blokkeercode.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Noodoproep
Opnemen.
Kies gewenste noodnummer.
Tussenkomen in een gesprek
— Intern toestel
Kies 2 tijdens bezettoon.
Tussenkomen in een gesprek, negeren
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 733.
Kies 1 of 0.
7 Verkorte Opstartgids
7-30 Verkorte Opstartgids
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Controle extern relais
Relais aan
Opnemen.
Kies 67.
Kies (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
Opleggen.
Extern belsignaal
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 730.
Kies (1) of (1-2) of (0).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
- 0 : opheffen
— Een bevestigingstoon is hoorbaar.
Opleggen.
Beantwoorden
Opnemen.
Kies 47.
Kies (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
— Een bevestigingstoon is hoorbaar.
Praten.
Hotelfunctie
Toestand kamer
<Voorbeeld> Boodschap 7 : “Gepoetst”
Opnemen.
Kies 7507.
Opleggen.
<Voorbeeld> Boodschap 8 : “Minibar en
bedrag”
Opnemen.
Kies 7508.
Voer bedrag minibar in.
Opleggen.
Intern nummer kiezen
Opnemen.
Kies toestelnummer.
Log-In / Log-Out
Instellen
Opnemen.
Kies 45.
Druk op 1 of 0.
- 1 : voor Log-In
- 0 : voor Log-Out
Opleggen.
Boodschap achterlaten
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 70.
Kies 1 of 0
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
Kies toestelnummer.
— Een bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Boodschap beantwoorden
Opnemen.
Kies 702.
Wissen van alle ontvangen boodschappen
Opnemen.
Kies 700 + eigen interne nummer.
Nachtservice
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 78.
Druk op 0, 1 of 2.
7 Verkorte Opstartgids
Verkorte Opstartgids 7-31
— Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
— Groep
Alle groepen oproepen
Opnemen.
Kies 630.
— Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
Specifieke interne groep
Opnemen.
Kies 63 + interne groepnummer (1-8).
— Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
Oproepen — BEANTWOORDEN
Opnemen.
Kies 44 + externe oproepnummer, of 43.
- externe oproepnummer
: via externe oproepsysteem gezonden
oproep
- 43 : via ingebouwde luidspreker gezonden
oproep
Oproepen en doorverbinden
Doorverbinden
Druk op Recall-toets alvorens het
oproepfunctienummer (63 of 64) te
kiezen.
— Raadpleeg “Oproepen” voor het gewenste
functienummer.
Automatisch kiezen (Hot Line)
Telefoonnummer programmeren
Opnemen.
Kies 742 + telefoonnummer + #.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Instellen / Opheffen
Opnemen.
Kies 74.
Kies 1 of 0.
- 1 : instellen
- 0 : opheffen
- 0 : voor Auto-modus
- 1 : voor manuele dag-modus
- 2 : voor manuele nacht-modus
Opleggen.
Telefonist(e) oproepen
Algemeen
Opnemen.
Kies 9.
Specifiek
Opnemen.
Kies 61 of 62.
- 61 : telefonist(e) 1
- 62 : telefonist(e) 2
Toegang tot buitenlijn (CO)
— Automatische
Opnemen.
Kies 9 + telefoonnummer.
— Binnen CO-groep (centrale)
Opnemen.
Kies 8 + CO-lijn groepnummer (1-8).
Kies het telefoonnummer.
Oproepen
— Alle toestellen
Opnemen.
Kies 63 (of 64) +
.
Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
— Extern
Alle externe oproepzones
Opnemen.
Kies 640.
— Bevestigingstoon (optioneel).
Kondig aan.
Specifieke externe oproepzone
Opnemen.
Kies 64 + nummer oproepgroep
(1-2) of (1-4).
- 1-2 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : indien aangesloten op de KX-TD1232
7 Verkorte Opstartgids
7-32 Verkorte Opstartgids
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Kiezen
Opnemen.
Opnieuw kiezen (Redial)
— Laatst gekozen nummer
Opnemen.
Kies #.
Wissen toestelprogrammering
Opnemen.
Kies 790.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Snelkiezen via toestelgeheugen
Telefoonnummer opslaan
Opnemen.
Kies 60 + snelkiestoets (0-9) +
telefoonnummer + #.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Kiezen
Opnemen.
Kies 6
+ snelkiestoets.
Snelkiezen via systeemgeheugen
Opnemen.
Kies
+ Snelkiesnummer van het systeem
(000-499).
Wekker herinneringsignaal
Instellen
Opnemen.
Kies 761.
Voer het uur in (00-23).
Voer de minuten in (00-59).
Kies 0 of 1.
- 0 : eenmalig signaal
- 1 : dagelijks signaal
— Tijdmelding of bevestigingstoon is hoorbaar.
Opleggen.
Opheffen
Opnemen.
Kies 760.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
CO-lijn beantwoorden op willekeurig
toestel
Externe oproepsysteem beantwoorden
Opnemen.
Kies 44.
- 1-2 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-4 : indien aangesloten op de KX-TD1232
Extern belsignaal beantwoorden
Opnemen.
Kies 47.
Kies extern oproepnummer (1) of (1-2).
- 1 : indien aangesloten op de KX-TD816
- 1-2: indien aangesloten op de KX-TD1232
— Een bevestigingstoon is hoorbaar.
Spreek.
Voice Mail Integratie
Doorschakelen naar Voice Mail instellen
Opnemen.
Kies 710 + het Doorschakelnummer (2-5).
- 2 : Gesprek doorschakelen — alle gesprekken
- 3 : Gesprek doorschakelen — bezet
- 4 : Gesprek doorschakelen — geen antwoord
- 5 : Gesprek doorschakelen — bezet/geen
antwoord
Kies het interne Voice Mail-nummer.
— Bevestigingstoon hoorbaar.
Opleggen.
Beluisteren Voice Mail boodschap
Opnemen.
Kies het interne Voice Mail nummer.
Deel 8
Appendix
Inhoud
Voorbeelden display-informatie .............................................. 8-2
Lijst met functienummers ...................................................... 8-14
LED-Indicaties....................................................................... 8-17
Overzicht toonsignalen .......................................................... 8-18
Probleemoplossing ................................................................
8-20
8 Appendix
8-2 Appendix
(1) Datum/Tijd Input
<knippert>
(2) 1 Jan 0:00
(3) 1 Jan. 1994 ZAT
(4) 1234:
(5) 12347:Tony Viola
(6) 2345: Bezet
(7) 4567: NS
(8) 5678: Vrij
(9) 3457: MDM Toegng
(10) 1234567890
(11) Panasonic
(12) 950-101PP1234&
(13)
1234:Tony Viola
Voorbeelden display-informatie
Voorbeelden
Fabrieksinstelling.
— Verschijnt alleen op display van de systeembeheerder.
U moet de actuele datum en tijd instellen (standaardinstelling).
U moet de actuele datum en tijd instellen (standaardinstelling).
— Als u op “
” drukt terwijl de hoorn nog op de haak ligt,
kunt u wisselen tussen voorbeeld (2) en (3).
Een intern gesprek voeren og ontvangen. Geen naam toegeweren.
Een intern gesprek voeren of ontvangen. Naam is wel
toegewezen.
Druk op de DSS- of BOODSCHAP-toets om de programmering
te bevestigen.
Het gekozen toestel is bezet.
Op het gekozen toestel is “Niet Storen (NS)” geactiveerd.
Gebeld door “Automatisch terugbellen”.
Kiesnummer voor een modem.
Gebeld door een inkomende CO-lijn met nummer gesprekspartner*.
• Gebeld door een ISDN-lijn met de CLIP*-functie (telefoonnummer).
Gebeld door inkomende CO-lijn met naam gesprekspartner.
Gebeld door de ISDN-lijn met CLIP*-functie (naam).
Druk op de REDAIL-, SAVE- of ÉÉN-DRUK-toets voor
bevestiging toetsprogrammering.
U wordt verbonden met een inkomend of uitgaand intern
toestelnummer waaraan een naam is toegewezen.
8 Appendix
Appendix 8-3
Conferentiegesprek met twee interne lijnen.
Geen wachtend gesprek
— Als wachtend gesprek of geparkeerd gesprek wordt
teruggenomen.
Geen inkomend gesprek.
— Als wordt geprobeerd het gesprek over te nemen.
Onvolledig om “Wachtend bericht” in te stellen.
Conferentiegesprek met interne lijn en buitenlijn.
Vrije CO-lijn beschikbaar.
Gebeld door inkomende CO-lijn zonder naam
gesprekspartner.
CO-lijn gesprekstijdmeter.
CO-lijn bedrag.
Duurtijd inkomend CO-gesprek.
Gebeld door “Camp-On” (terugbellen CO-lijn).
Gebeld door CO-lijn, zonder naam gesprekspartner en de
ISDN-lijn met CLIP*-functie nadat het gesprek is
doorgeschakeld.
* Naam Gesprekspartner en CLIP:
Geeft informatie over uw gesprekspartner (zijn/haar
naam en telefoonnummer) op de CO-lijn die is
toegekend om informatie over de gesprekspartner of
ISDN-service-oproepen te ontvangen. De lijn moet
ondersteund zijn door de service voor oproeper-
identificatie. Zie Installatiehandleiding.
De gewenste CO-lijn is bezet.
Het bestemmingstoestel staat in “Gesprek doorschakelen -
naar CO-lijn”.
(14) 1233 & 1235
(15) Gn wacht gsprk
(16) 1234 & CO 01
(17) CO 01
(18) CO 01: 00001
(19) CO 01:0000.26FR
(20) CO 01 0:01’15
(21) CO 03: Vrij
(22)
CO 02
(23) CO bezet
(24) DSN naar CO
8 Appendix
8-4 Appendix
Opheffen “Wachtend gesprek”.
“Wachtend Gesprek” ingesteld.
“Niet Storen” (NS) ingesteld.
Bevestig toetsprogrammering via DSN/NS-toets.
Het bestemmingstoestel voor NS wordt ingesteld door
telefonist(e).
Het bestemmingstoestel voor NS is ingesteld op gewenste toestel.
Opheffen “Tussenkomen in gesprek”.
“Tussenkomen in gesprek-negeren” ingesteld.
Opheffen “Wachtend bericht” van gewenst toestel.
Auto-mode ingesteld.
— “Nachtservice”.
Afwezigheidsbericht 2.
Toestel is bezet.
Afwezigheidsbericht 3.
Opheffen CLIR (Vermijden Identificatie bij bestemmeling).
CLIR ingesteld.
Opheffen COLR (Vermijden Identificatie bij oproeper).
COLR ingesteld.
(25) Wachtstand uit
(26) Wachtstand aan
(27) NS telefonist
(28) NS TST 1232
(29) Tskomen OK
(30) Tskomen ngr
(31) Wacht oph: E1234
(32) Auto modus
(33) Afwezig
(34) Bezet
(35) Op TST %%%
(36) CLIR UIT
(37) CLIR AAN
(38) COLR UIT
(39) COLR AAN
8 Appendix
Appendix 8-5
Signaal “Check Printer”.
Opheffen “Oproepen — NEGEREN”.
“Oproepen — NEGEREN” ingesteld.
Eigen “Wachtend Bericht” opheffen.
Opheffen “Elektronische toestelblokkering”.
Toegang tot “Extern oproepsysteem” (- naar een bepaald extern
oproepsysteem).
Toegang tot “Extern oproepsysteem” (- naar alle externe
oproepsystemen).
Stop AGM extern oproepsysteem.
— “Achtergrondmuziek (AGM) — extern”
Start AGM extern oproepsysteem.
— “Achtergrondmuziek (AGM) — extern”
Relais voor nummer (Hoofd) is toegewezen.
Toegang tot “Externe sensor” (- naar telefonist(e) 1).
• “Gesprek parkeren” ingesteld.
Afwezigheidsbericht 1.
Toegang tot “Oproepen — groep” (- tot specifieke groep).
Toegang tot “Oproepen — groep” (- alle groepen).
(40) Check Printer
(41) Paging NGR UIT
(42) Paging NGR AAN
(43) Wacht. opheffen
(44) TST-blokk. UIT
(45) Extrn. Page 2
(46) Extrn. Page All
(47) Extrn. AGM UIT
(48) Extrn. AGM AAN
(49) Relais controle
(50) Extrn. sensor 1
(51) Park op 1
(52) Komt snel terug
(53) Paging groep 3
(54) Paging groepAlle
8 Appendix
8-6 Appendix
(55) AGM UIT
(56) AGM AAN
(57) Hoorn:2
(58) Wacht.op TST1234
(59) In Bespreking
(60) OVER UW BUDGET
(61) Contrast 3
(62) Cont RNGOFF AGM
(63) Inkomend Log UIT
(64) Inkomend Log AAN
(65) Log-in
(66) Log-out
(67) Luidspreker:5
(68) Opheffen Afwezig
(69) Nachtmodus
Stop AGM.
Start AGM.
Volumeregeling — hoorn in hoorn-modus.
“Wachtend Bericht” ingesteld.
Afwezigheidsbericht 6.
Gesprekskosten toestel hebben limiet bereikt.
Contrastinstelling van display.
Belvolume uit.
• Opheffen “Gesprekslog, inkomend”.
“Gesprekslog, inkomend” ingesteld.
Log-In-modus.
Log-Out-modus.
Volumeregeling — luidspreker in handenvrij-functie.
Opheffen Afwezigheidsbericht.
Status manuele nachtmodus.
Manuele nachtmodus ingesteld.
— “Nachtservice”.
8 Appendix
Appendix 8-7
(70) Nacht(auto)
(71) Restrictie
(72) CONietToegewezen
(73) WisTST-programm.
(74) Parallel UIT
(75) Parallel AAN
(76) Park op 1 N/A
(77) 1234:Primair
(78) ACCOUNT
(79) InvoerACCNT-code
(80) Overnemen OK
(81) RCL
(82) Overnemen NGR
(83) Terugbel.TST1234
(84) Terugbellen CO
*
Status automatische nachtmodus.
— “Nachtmodus”.
Uitgaand gesprek is beperkt.
Gewenste CO-lijn is beperkt (niet toegewezen).
Uitvoeren “Wissen toestelprogrammering”.
Wissen “Parallelle telefoonaansluiting”.
“Parallelle telefoonaansluiting” ingesteld.
Niet klaar om “Gesprek parkeren” ingesteld.
Primaire status.
Bevestigen toetsprogrammering op Gespreksduurtoets.
Gedrukt op Gespreksduurtoets.
— “Invoeren Gespreksduurcode”
Opheffen “Gesprek overnemen, negeren”.
Gebeld door terugbellen doorverbinden, met naam.
— “Doorverbinden gesprek”
“Gesprek overnemen, negeren” ingesteld.
“Camp-on” (terugbellen ) ingesteld.
“Camp-on” (terugbellen) ingesteld.
— Als er geen vrije CO-lijn is.
8 Appendix
8-8 Appendix
(85) Terugbellen CO01
(86) Terugbellen TRG1
(87) DSN(CO)91201431
(88) DSN/NS opheffen
(89) DSN(B/NA)TST1234
(90) DSN(BEZET)TST1234
(91) DSNOpheffenE1234
(92) DSN(NA) TST1234
(93) DSN(All)TST1234
(94) DSN(Van)TST1234
(95) System Data Err1
(96) Page alle
(97) 1234:secundair
(98) Geblokkeerd
(99) Hoorn:2
“Camp-on” (terugbellen ingesteld).
“Camp-on” (terugbellen ingesteld).
“Gesprek doorschakelen, naar CO-lijn” ingesteld.
Bevestig toetsprogrammering via DSN/NS-toets.
Opheffen “Gesprek doorschakelen” of “Niet Storen” (NS).
“Gesprek doorschakelen — Bezet/Geen antwoord” ingesteld.
Bevestig toestelprogrammering via DSN/NS-toets.
“Gesprek doorschakelen — Bezet” ingesteld.
Bevestig toestelprogrammering via DSN/NS-toets.
Opheffen “Gesprek doorschakelen — Follow Me (alle
gesprekken)” op ander toestel.
“Gesprek doorschakelen — Geen antwoord” ingesteld.
Bevestig toestelprogrammering via DSN/NS-toets.
“Gesprek doorschakelen — alle gesprekken” ingesteld.
Bevestig toestelprogrammering via DSN/NS-toets.
“Gesprek doorschakelen — Follow Me” ingesteld.
Signaal “System Data Error”.
Toegang tot “Oproepen — alle”.
Secundaire status.
“Elektronische toestelblokkering” ingeschakelen.
Volumeregeling — Hoofdtelefoon in hoofdtelefoon-functie.
8 Appendix
Appendix 8-9
Signaal “System Link Down”.
* Enkel op KX-TD1232.
Status automatische dag-modus.
— “Nachtservice”.
Status manuele dag-modus.
Manuele dag-modus ingesteld.
— “Nachtservice”.
“Wektijd-signaal” ingesteld (eenmalig).
Bevestig “Wektijd-signaal” programmering.
“Wektijd-signaal” ingesteld (dagelijks).
Bevestig programmering “Wektijd-signaal”.
Opheffen “Wektijd-signaal”.
Bevestig programmering “Wektijd-signaal”, indien niet bewaard.
Volumeregeling — bel niet gebruikt.
Deur kan worden geopend.
Deurintercomgesprek.
Ongeldige handeling.
Opgeroepen door terugbeloproep, zonder naam.
— “Gesprek doorverbinden”
Afwezigheidsbericht 5.
Afwezigheidsbericht 4.
(100) System Link Down
(101) Dag(Auto)
(102) Dag-modus
(103) Alarm 10:15
(104) Alarm 10:15
*
(105) Alarm opheffen
(106) Alarmnietbewaard
(107) Volume:3
(108) Deur 1 Open
(109) Deurintercom 1
(110) Ongeldig
(111) RCL:TST 1234
(112) Weg tot %%/%%
(113) Terug om %%:%%
8 Appendix
8-10 Appendix
Voorbeelden — Toestelprogrammering
Enkele CO-toets (S-CO) is toegewezen.
Groep CO-toets (G-CO) is toegewezen.
Kiezen CO-nummer.
Afdrukken gesprekskosten alle toestellen.
Afdrukken “Totale gesprekskosten”.
Lus-CO-toets is toegewezen.
Wachtend-Bericht-toets (MESSAGE) is toegewezen.
Bevestigen plugnummer en toestelnummer.
Selecteren Wachtend Gesprek signaal.
Uitzetten “ÉÉN-DRUK-toets” modus.
Aanzetten “ÉÉN-DRUK-toets” modus.
Hurry-up-toets is toegewezen.
Selecteren “Print-modus”.
Kliktoets aan is toegewezen.
Invoeren nieuw tarief.
Toestel is niet geblokkeerd.
(1) CO-01
(2) TRK GRP-3
(3) CO Nr.?
(4) CHG Print Alle
(5) Total CHG Print
(6) Lus-CO
(7) Boodschap Wacht
(8) Jack02
TST202
(9) Wacht Toon 1
(10) Handenvrij:UIT
(11) Handenvrij:AAN
(12) Hurry-up nr.1234
(13) Print-modus?
(14) Kliktoets AAN
(15) Rate:0.23
(16) 1234: Deblokk.
8 Appendix
Appendix 8-11
(17) Charge meter
(18) ID Code?
(19) Conferentie
(20) Login/Logout
(21) Wissen OK?
(22) Niet bewaard
(23) TST
*
:
****
(24) TST-1234
(25) TST Nr?
(26) Meter TST Wis?
(27) Account
(28) Account code
(29) Toon type-2
(30) DSN/NS
(31) SAVE
(32) TST123:blokk.
Selecteren gesprekstijdmeter.
Invoeren ID-code.
Conferentie-toets is toegewezen.
Log-in-/Log-out-toets is toegewezen.
Wissen toestelprogrammering mogelijk.
Niet geprogrammeerd.
Alle toestellen zijn gedeblokkeerd.
DSS-toets is toegewezen.
Selecteren toestelnummer.
Wissen Toestelwissen mogelijk.
Gespreksduurtoets is toegewezen.
Selecteren Gespreksduurcode.
Selecteren belsignaal voor een CO-toets.
DSN/NS-toets is toegewezen.
SAVE-toets is toegewezen.
Uitvoeren “Toestel blokkeren — op afstand”.
8 Appendix
8-12 Appendix
Selecteren spraakoproep-modus.
Selecteren toonoproep-modus.
Terminate-toets is toegewezen.
Voice Mail (VM) transfer-toets is toegewezen.
Selecteren “Voorkeur ‘Prime’-buitenlijn — inkomend”.
Selecteren “Geen voorkeur lijn — inkomend”.
Selecteren “Voorkeur Belsignaal-lijn — inkomend”.
Selecteren “Voorkeur ‘Prime’-buitenlijn — uitgaand”.
Selecteren “Geen voorkeur lijn — uitgaand”.
Selecteren “Voorkeur vrije lijn — uitgaand”.
Selecteren “Voorkeur interne ‘Prime’-lijn — uitgaand”.
Wissen CO, totale of Gespreksduurcode gesprekskosten mogelijk.
Afdrukken gesprekskosten geselecteerd toestel.
ÉÉN-DRUK-toets is toegewezen.
(33) Spraakoproep
(34) Toonoproep
(35) Terminate
(36) VTR-1234
(37) Pref.In:CO 01
(38) Pref.In:NO
(39) Pref.In:Ring
(40) Pref.UIT:CO-01
(41) Pref.UIT:NO
(42) Pref.UIT:Vrij
(43) Pref.UIT.ICM
(44) Meter Tot Wis?
(45) 1234:CHG Print
(46) 092-555-2111
8 Appendix
Appendix 8-13
Voorwaarden
• Als de tekst meer dan 16 posities inneemt, verschijnt “&” als laatste karakter op het
display.
• De weergave van de tijdduur verschijnt alleen op het display wanneer u een
buitenlijngesprek voert of beantwoordt. De registratie van de gespreksduur kan ook
worden geprogrammeerd voor uitgaande gesprekken.
• Als u de programmering van een toets bevestigd, zorg dan dat de hoorn op de haak ligt.
Als de functie “Volledig ÉÉN-DRUK-toets nummerkiezen” is geactiveerd, dan kunt u
kiezen met behulp van de PF (Programmeerbare Functie)-, DSS, SAVE of REDAIL-
toets.
8 Appendix
8-14 Appendix
Lijst met functienummers
De nummers hieronder zijn de fabrieksinstellingen (standaardinstellingen). Er zijn flexibele
functienummers en vaste functienummers. Om de flexibele functienummers te wijzigen,
dient u de procedure te volgen zoals beschreven in het hoofdstuk “Systeemprogrammering”
in de Installatiehandleiding.
Flexibele Functienummers
Functie Benodigde aanvullende cijfers
Toestellen tot 100 blokkeren 2 0 tot 9, 00 tot 99
Toestellen tot 200 blokkeren 3 0 tot 9, 00 tot 99
Toestel 300 tot 1600 blokkeren 0 tot 9, 00 tot 99
Boodschapfunctie “Afwezig” op display
instellen/opheffen 750 1 - 9 / 0
Invoeren Gespreksduurcode 49 Gespreksduurcode + # (99)
Automatisch terugbellen (Camp-on) opheffen 46
Achtergrondmuziek (AGM) — extern uit/aan 65
Gesprek doorschakelen instellen/opheffen 710 2-6 + intern nummer / 0
Gesprek doorschakelen — Follow Me
instellen/opheffen 710 7 + intern nummer / 8 + intern nummer
Wachtstand 50
Wachtstand, overnemen CO-lijn/intern gesprek 53 / 51 CO-nummer / intern nummer
Gesprek parkeren/terugnemen geparkeerd gesprek
52 0 - 9
Gesprek overnemen, buitenlijn (CO) 4
Gesprek overnemen, gericht 41 EXT. (intern nummer)
Gesprek overnemen, groep 40
Gesprek overnemen, negeren
instellen/opheffen 720 1 / 0
Toonsignaal “Wachtend Gesprek”
instellen/opheffen
731 1 / 0
Gesprekslog — inkomend instellen/opheffen 54 1 / 0
Gesprekslog blokkeren — inkomend instellen/ 59 (000 - 999) 2x
opheffen 59 000 - 999
Service Klasse (COS) omschakelen — primair 791 intern nummer
Service Klasse (COS) omschakelen — secundair 793 intern nummer
CLIR eenmaal/continu/opheffen 57 1 / 2 / 0
COLR instellen/opheffen 58 1 / 0
Niet Storen (NS) instellen/opheffen 710 1 / 0
Niet storen voor Inkiezen instellen/opheffen 56 1 / 0
Deurintercom gesprek/deur openen 68 / 55 1 / 1 of 2
Elektronische toestelblokkering instellen/ 77 (000 - 999) 2x
opheffen 77 000 - 999
Standaard
8 Appendix
Appendix 8-15
Noodoproep 110, 112
Tussenkomen in gesprek — negeren
instellen/opheffen 733 1 / 0
Controle Extern relais ann 67 1 - 2
Extern belsignaal instellen/opheffen 730 1 of 2 / 0
Extern belsignaal beantwoorden/CO-lijn 47 1 - 2
beantwoorden op willekeurig toestel
Log-In/Log-Out 45 1 / 0
Wachtend bericht instellen/opheffen/beantwoorden 70 1 + intern nummer /
0 + intern nummer / 2
Nachtservice manueel/auto 78 1 of 2 / 0
Telefonist(e) oproepen — algemeen 9
Telefonist(e) oproepen — specifiek 61 of 62
Extern nummer kiezen — Lijntoegang, automatisch 0
Extern nummer kiezen — Lijntoegang, LO-lijn groep 8 1-8
Oproepen — alle 64 of 63
Oproepen — extern 64 0 / 1 / 1 - 2 / 1 - 4
Oproepen — extern beantwoorden/CO-lijn 44 1 / 1 - 2 / 1 - 4
beantwoorden op willekeurig toestel
Oproepen — groep 63 0 / 1 - 8
Oproepen — groep beantwoorden 43
Oproepen — negeren 721 1 / 0
Parallelle telefoonaansluiting instellen/opheffen 69 1 / 0
Automatisch kiezen (Hot Line)
bewaren/instellen/opheffen 74 2 + telefoonnummer + # / 1 / 0
Redial, laatst gekozen nummer #
(— voor 2-draadstelefoon)
Wissen toestelprogrammering 790
Snelkiezen via toestelgeheugen 6
0-9
Snelkiezen via toestelgeheugen bewaren 60 (0 - 9) + telefoonnummer + #
Snelkiezen via systeemgeheugen
000 - 499
(— voor 2-draadstelefoon)
Werkingsverslag systeem afdrukken/wissen gegevens 794 1 / 0
Wektijd-signaal instellen/ 76 1 + uumm* + (0 / 1)
opheffen/bevestigen 76 0 / 2
Wektijd-signaal, op afstand instellen/ 7
1 + intern nummer + uumm* + (0 / 1)
opheffen/bevestigen 7
0 / 2 + intern nummer
Functie Benodigde aanvullende cijfers
Standaard
* uumm
uu: uur (01-23)
mm: minuut (00-59)
8 Appendix
8-16 Appendix
Vaste Functienummers
Functie Standaard
Terwijl u de bezettoon hoort
Automatisch Terugbellen (Camp-On)
Waarschuwen lijn in gesprek (BSS)
Tussenkomen in gesprek
Wachtend gesprek
Terwijl u de Niet Storen-toon hoort
Tussenkomen in Niet Storen (NS)
Tijdens kiezen of gesprek
Gespreksduurcode begrenzen #/99
Keuze Bel/Stem
Conferentie 3
Deur open 5
Omschakelen puls/toon
Als de hoorn op de haak ligt
Dag/Nacht modus op display #
Wisselen tijd/datum op display
6
2
3
4
2
#
Voorwaarden
• Interne toestelnummers kunnen uit twee tot vier cijfers bestaan. Elk cijfer kan worden
gebruikt als eerste of tweede cijfer van een nummer. Raadpleeg de
Installatiehandleiding voor het toewijzen van interne toestelnummers.
• Flexibele functienummers kunnen alleen gekozen worden als u de kiestoon hoort.
• Als u gebruik maakt van pulskiezen, terwijl “
” of “#” in een functienummer
voorkomt, dan kan de gekozen functie niet worden gebruikt.
Programmeerverwijzing
Toestelprogrammering — Installatiehandleiding
[003] Instellen intern toestelnummer
[100] Flexibele nummering
8 Appendix
Appendix 8-17
LED-Indicaties
De indicatielampjes (LED’s) van de toetsen geven de lijnstatus aan. De LED’s kunnen
constant branden, uit zijn, knipperen enz. Hierdoor is het mogelijk om meteen te zien welke
lijnen inactief (vrij) of bezet zijn.
Soorten knipperpatronen
Langzaam knipperend
(60 x p/min.)
Snel knipperend
(120 x p/min.)
Zeer snel knipperend
(240 x p/min.)
LED indicatie op de (ICM) INTERCOM-toets
De onderstaande tabel verklaart de combinatie LED/status interne lijn.
ICM-toets Status interne lijn
Uit Inactief (vrij)
Brandt groen Gesprek / Conferentie
Knippert langzaam groen Gesprek in wachtstand
Knippert snel groen Gesprek in exclusieve wachtstand / Consult wachtstand
Knippert zeer snel groen Inkomend gesprek / deurtelefoon gesprek
LED indicatie op de CO-toets
De onderstaande tabel verklaart de combinatie LED/status buitenlijn (CO)
CO - toets Status CO-lijn
Uit Inactief (vrij)
Brandt groen Zelf in gebruik genomen
Knippert langzaam groen Zelf in wachtstand geplaatst
Knippert zeer snel groen Wachtstand
Terugbellen / Inkomend gesprek
Brandt rood Bezet door ander
Knippert langzaam roo Door ander in wachtstand geplaatst*
* Is alleen beschikbaar met een Enkele CO-toets.
BLF (Busy Lamp Field) op DSS-toets
BLF (Busy Lamp Field) geeft de status aan van de interne toestellen. De indicatielampjes
branden rood, of zijn uit. De bijbehorende BLF brandt rood: als het interne toestel bezet is,
tijdens de Niet-Storen-functie (NS) of tijdens de check-in-modus van de “Hotelfunctie”. Als
het interne toestel vrij is, dan is de bijbehorende BLF uit. BLF is beschikbaar voor DSS-
toetsen op DSS-consoles en voor flexibele CO-toetsen die als DSS-toetsen zijn aangewezen
op directietoestellen.
1 sec.
8-18 Appendix
8 Appendix
Overzicht toonsignalen
1 sec.
Bevestigingstoon 1
Bevestigingstoon 2
Bevestigingstoon 3
Bevestigingstoon 4
Kiestoon 1
Kiestoon 2
Kiestoon 4
Bezettoon
Terugbeltoon 1
Terugbeltoon 2
Niet Storen (NS) toon
Herkiestoon
Kiestoon 3
<TOON>
Waarschuwingstoon
Appendix 8-19
8 Appendix
<TOON>
Wachtend gesprek
Terugbellen wachtstand
<BELSIGNAAL>
1 sec
CO gesprekken/
CO wachtstand Terugbellen
Interne gesprekken/
Interne wachtstand
Terugbellen
Deurintercom gesprekken/
Wekker-herinneringsignaal
Terugbelsignaal
(Terugbellen Camp-on)
Toonsignaal 1 wachtend
gesprek
(extern/intern)
Toonsignaal 2 wachtend
gesprek
(extern)
Toonsignaal 2 wachtend
gesprek
(intern)
5 sec
15 sec
15 sec
8 Appendix
8-20 Appendix
Probleemoplossing
Waarschijnlijke oorzaak
“Hoofdtelefoon” is
ingesteld.
Het belsignaalvolume is
uit.
De interne systeemklok
functioneert niet goed.
Mogelijke oplossing
Als de “Hoofdtelefoon” niet
wordt gebruikt, stel dan de
“hoorn” in. Zie “Selecteren
Hoorn/Hoofdtelefoon” in
Toestelprogramering Deel 2) of
“Basisinstellingen” (Deel 1.1).
Zet het volume hoger.
Raadpleeg par. 2.1 (Basis-
instellingen)
Neem contact op met uw
Panasonic dealer.
Probleem
U hoort niets tijdens de
Handenvrij functie.
Geen belsignaal
Op het display knippert:
Datum/Tijd Input
1 Jan 14:00
1 Jan 1994 Wo
Printed in Japan PSQX1178ZA F0297R0
Matsushita Electric Industrial Co., Ltd.
Central P.O. Box 288, Osaka 530-91, Japan
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278
  • Page 279 279
  • Page 280 280
  • Page 281 281
  • Page 282 282
  • Page 283 283
  • Page 284 284
  • Page 285 285
  • Page 286 286
  • Page 287 287
  • Page 288 288
  • Page 289 289
  • Page 290 290
  • Page 291 291
  • Page 292 292
  • Page 293 293
  • Page 294 294
  • Page 295 295
  • Page 296 296
  • Page 297 297
  • Page 298 298
  • Page 299 299
  • Page 300 300
  • Page 301 301
  • Page 302 302
  • Page 303 303
  • Page 304 304
  • Page 305 305
  • Page 306 306
  • Page 307 307
  • Page 308 308
  • Page 309 309
  • Page 310 310
  • Page 311 311
  • Page 312 312
  • Page 313 313
  • Page 314 314
  • Page 315 315
  • Page 316 316
  • Page 317 317
  • Page 318 318
  • Page 319 319
  • Page 320 320
  • Page 321 321
  • Page 322 322
  • Page 323 323
  • Page 324 324
  • Page 325 325
  • Page 326 326
  • Page 327 327
  • Page 328 328
  • Page 329 329
  • Page 330 330
  • Page 331 331
  • Page 332 332
  • Page 333 333
  • Page 334 334
  • Page 335 335
  • Page 336 336
  • Page 337 337
  • Page 338 338
  • Page 339 339
  • Page 340 340
  • Page 341 341
  • Page 342 342
  • Page 343 343
  • Page 344 344
  • Page 345 345
  • Page 346 346
  • Page 347 347
  • Page 348 348
  • Page 349 349
  • Page 350 350
  • Page 351 351
  • Page 352 352
  • Page 353 353
  • Page 354 354
  • Page 355 355
  • Page 356 356
  • Page 357 357
  • Page 358 358
  • Page 359 359
  • Page 360 360
  • Page 361 361
  • Page 362 362
  • Page 363 363
  • Page 364 364
  • Page 365 365
  • Page 366 366
  • Page 367 367
  • Page 368 368
  • Page 369 369
  • Page 370 370
  • Page 371 371
  • Page 372 372
  • Page 373 373
  • Page 374 374
  • Page 375 375
  • Page 376 376
  • Page 377 377
  • Page 378 378
  • Page 379 379
  • Page 380 380
  • Page 381 381
  • Page 382 382
  • Page 383 383
  • Page 384 384
  • Page 385 385
  • Page 386 386
  • Page 387 387
  • Page 388 388
  • Page 389 389
  • Page 390 390
  • Page 391 391

Panasonic KXTD1232NE Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor