Medisana BU 510 de handleiding

Type
de handleiding
NL
Ÿ Het instrument is enkel bedoeld voor particulier gebruik. Mocht u bedenkingen
voor de gezondheid hebben, consulteer uw dokter alvorens de bloed-
drukmeter te gebruiken.
Ÿ Gebruik het instrument alleen als bedoeld in deze handleiding. Als u het
instrument aan zijn eigenlijke bedoeling onttrekt vervalt uw recht op garantie.
Ÿ Indien u aan een ziekte lijdt zoals b.v. obliteratieve arteriële ziekte, raadpleegt
u best uw arts voordat u het instrument toepast.
Ÿ Het instrument mag niet worden gebruikt om de har frequentie van een
pacemaker te controleren.
Ÿ Zwangeren moeten de nodige voorzorgs maatregelen en hun individuele
belastbaarheid in acht nemen, raadpleeg, indien nodig, uw dokter.
Ÿ Vraag uw arts om meer inlichtingen over uw bloeddruk. Zelfdiagnose en op
eigen houtje behandelen op basis van de gemeten resultaten kan gevaarlijk
zijn. Volg steeds de aanwijzingen van uw arts op.
Ÿ Mocht u tijdens een meting last zoals b.v. pijn in de bovenarm of andere
ongemakken ondervinden, druk dan op de START/STOP-toets om de
manchet meteen te ontluchten. Maak de manchet los en neem hem af van de
bovenarm.
Ÿ Het apparaat werkt alleen correct met de passende manchet.
Ÿ Het apparaat is niet geschikt voor kinderen.
Ÿ Kinderen mogen het instrument niet gebruiken. Medische producten zijn geen
speelgoed!
Ÿ Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.
Ÿ Leg de luchtslang niet om de hals. Hierbij ontstaat verstikkingsgevaar.
Ÿ Het inslikken van kleine onderdelen, zoals verpakkingsmateriaal, batterijen,
het deksel van het batterijvak, enz. kan leiden tot verstikking.
Ÿ Voor het gebruik van het apparaat is de gebruiker verplicht te controleren of het
apparaat veilig en correct functioneert.
Ÿ Alleen de meegeleverde manchet kan worden gebruikt. Deze manchet kan
niet worden vervangen door andere manchetten. De manchet kan alleen
worden vervangen door een manchet van exact hetzelfde type.
Ÿ Het apparaat mag niet worden gebruikt in ruimtes met intensieve straling of in
de buurt van apparaten die intensieve straling afgeven, bijv. radiozenders,
mobiele telefoons of magnetrons. Daardoor kunnen functionele storingen of
onjuiste meetwaarden optreden.
Ÿ Gebruik het apparaat niet in de buurt van brandbaar gas (bijv. verdovingsgas,
zuurstof of waterstof) of brandbare vloeistof (bijv. alcohol).
Ÿ Voer geen wijzigingen aan het apparaat uit.
Ÿ In geval van storingen mag u het instrument niet zelf herstellen. Laat
herstellingen enkel door geautoriseerde serviceplaatsen uitvoeren.
Ÿ Bescherm het instrument tegen vocht. Mocht ooit vocht het instrument
binnendringen, dient u de batterijen onmiddellijk te verwijderen en verdere
toepassingen te vermijden. Stelt u zich in dit geval met uw gespecialiseerde
handelaar in verbinding of informeer ons rechtstreeks.
Ÿ Gebruik voor de reiniging van het apparaat in geen geval verdunners
(oplosmiddelen), alcohol of benzine.
Ÿ Bescherm het apparaat tegen harde klappen en laat het niet vallen.
Ÿ Gebruik geen mobiele telefoon in de nabijheid van het toestel. Dat kan tot
functiestoringen leiden.
Ÿ Verwijder de batterijen, als u het apparaat langere tijd niet gebruikt.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES BETREFFENDE DE BATTERIJEN
Het plaatsen/vervangen van de batterijen
Voor het Gebruik
Voordat u het instrument kunt gebruiken dient u de bijgaande batterijen in te
zetten. Aan de onderkant van het instrument bevindt zich het deksel van het
batterijvak . Maak het deksel open, verwijder het en leg er de 4 bijgeleverde 1,5
V batterijen type AA LR6 in. Neem daarbij de polariteit in acht (zoals in het
batterijvak gemerkt). Sluit het batterijvak opnieuw. Verwissel van batterijen als het
gelijknamige symbool op het display verschijnt of als het display na het
inschakelen van het instrument niets aangeeft.
6
8
r
WAARSCHUWING
Neem op grond van een zelfmeting geen therapeutische
maatregelen. Verander nooit de dosering van een door de
dokter voorgeschreven geneesmiddel.
Symbool Oorzaak Oplossing
Fouten en oplossingen
Foutmeldingen
Bij ongebruikelijke metingen verschijnen de volgende symbolen in het display:
E-1
E-2
E-3
E-5
Zwak signaal of
druk verandert
plotseling
Sterke externe
storing
Fout bij het
oppompen
Buitengewone
bloeddruk
Zwakke batterij
Doe de manchet correct om.
Herhaal de meting op de juiste wijze.
In de buurt van een mobiele telefoon of
een ander apparaat met hoge frequentie
kan de meting onjuist zijn.
Beweeg u niet en praat tijdens een
meting niet.
Doe de manchet correct om.
Controleer of de aansluiting correct in het
apparaat zit.
Meet opnieuw.
Herhaal de meting na een rustperiode
van 30 minuten. Wanneer u drie keer
achter elkaar een buitengewoon resultaat
heeft, dient u contact op te nemen met
uw arts.
De batterijen zijn te zwak of leeg. Ver-
vang alle vier de batterijen door nieuwe
1,5V-batterijen LR6 van het type AA.
Richtlijnen / normen
Deze bloeddrukmeter beantwoordt aan de eisen van de EU-norm voor
nietinvasieve bloeddrukmeetinstrumenten. Het is gecertificeerd volgens de
EGrichtlijnen en voorzien van het CE-merk (conformiteitsmerk) ”CE 0297”. De
bloeddrukmeter beantwoordt aan de Europese voorschriften EN 1060-3, EN
81060-1 en EN 81060-2. De voorschriften van de EU-richtlijn „93/42/EWG van de
Raad van 14 juni 1993 inzake medische producten“ zijn vervuld. De volledige
conformiteitsverklaring kunt u via Medisana GmbH, Jagenbergstrasse 19,
41468 Neuss, Duitsland opvragen of ook op de Medisana homepage
(www.medisana.nl) downloaden.
Elektromagnetische verdraagbaarheid: (zie aparte bijlage)
6.
7.
De gemeten waarden worden automatisch in het vooraf geselecteerde
geheugen ( of ) opgeslagen. In ieder geheugen kunnen maximaal 90
meetwaarden met datum en tijd worden opgeslagen.
De meetresultaten blijven op het beeldscherm staan. Als er geen toets meer
wordt ingedrukt, schakelt het apparaat na ca. 180 seconden automatisch uit. Het
apparaat kan ook met de START/STOP-toets worden uitgeschakeld.
4
4
Ÿ Batterien niet uit elkaar halen!
Ÿ Vervang de batterijen, zodra het batterijsymbool in het display verschijnt.
Ÿ Verwijder zwakke batterijen onmiddellijk uit het batterijvak, omdat deze
kunnen leeglopen en het apparaat kunnen beschadigen!
Ÿ Verhoogd uitloopgevaar, contact met huid, ogen en slijmhuid vermijden! Bij
contact met accuzuur de betreffende plaatsen onmiddellijk met overvloedig
helder water spoelen en onmiddellijk een arts opzoeken!
Ÿ Mocht er een batterij ingeslikt zijn, dan moet onmiddellijk een arts opgezocht
worden!
Ÿ Altijd alle batterijen tegelijk vervangen!
Ÿ Alleen batterijen van hetzelfde type gebruiken, geen verschillende types of
gebruikte en nieuwe batterijen door elkaar gebruiken!
Ÿ Plaats de batterijen correct, neem de polariteit in acht!
Ÿ Verwijder de batterijen als u het apparaat minstens 3 maanden niet meer
gebruikt.
Ÿ Batterijen uit de buurt van kinderen houden!
Ÿ Batterijen niet heropladen! Er bestaat explosiegevaar!
Ÿ Niet kortsluiten! Er bestaat explosiegevaar!
Ÿ Niet in het vuur werpen! Er bestaat explosiegevaar!
Ÿ Geef verbruikte batterijen en accu's niet met het gewone huisvuil mee, maar
met het speciale afval of in een batterijverzamelstation in de vakhandel!
Omvang van de levering
Gelieve eerst te controleren of het instrument volledig is. Bij de levering horen:
• 1 MEDISANA bloeddrukmeter BU 510 • 1 manchet met luchtslang
• 4 batterijen (type AA, LR6) 1,5V • 1 opbergzak
• 1 gebruiksaanwijzing
Mocht u bij het uitpakken een transportschade vaststellen, verzoeken wij u on-
middellijk uw handelaar te contacteren.
Aanleggen van de manchet
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Steek voor gebruik het uiteinde van de luchtslang in de opening aan de
linkerkant van het apparaat .
Schuif de open kant van de manchet zo door de metalen beugel, dat de
klittenbandsluiting zich aan de buitenkant bevindt en er een cilindrische vorm
(afb.1) ontstaat. Schuif de manchet over uw linker bovenarm.
Plaatst u de luchtslang op het midden van uw arm in het verlengde van de
middelvinger (afb.2) (a). De onderkant van de manchet moet daarbij 2 à 3 cm
boven de binnenkant van de elleboog liggen (b). Trekt u de manchet strak en
sluit u de klittenbandsluiting (c).
Meet op de naakte bovenarm.
Alleen als de manchet niet rond de linker arm kan worden geplaatst legt
u hem aan de rechter arm aan. Metingen dienen steeds op dezelfde arm te
worden uitgevoerd.
Juiste meetpositie bij het zitten (afb. 3).
7
Het weergeven van de opgeslagen waarden
Dit instrument beschikt over 2 aparte geheugens met een capaciteit van 90
geheugenplaatsen per geheugen. De resultaten worden automatisch in het
geselecteerde geheugen opgeslagen. Om opgeslagen meetwaarden op te
roepen, drukt u bij uitgeschakeld apparaat op de MEM-toets . Alle gemiddelde
waarden verschijnen in het display. Als u de MEM-toets opnieuw indrukt,
verschijnt de laatst uitgevoerde meting. Als u verder op de MEM-toets drukt
worden telkens de vorige meetwaarden aangegeven. Als u bij de laatste invoer
gekomen bent en u niet op een toets drukt, schakelt het apparaat in de
geheugenafroep-modus na ca. 8 seconden automatisch uit. Door te drukken op
de START/STOP-toets kunt u de geheugenafroep-modus altijd verlaten en
het apparaat tegelijk uitschakelen. Als in het geheugen 90 meetwaarden zijn
opgeslagen en wordt een nieuwe waarde opgeslagen, wordt de oudste waarde
gewist.
3
3
3
4
Wissen van het geheugen
Als u zeker weet dat alle opgeslagen waarden permanent kunnen worden
verwijderd, drukt u bij uitgeschakeld apparaat de SET-toets zeven keer in, tot
CL verschijnt. Als u de START/STOP-toets indrukt, knippert CL drie keer,
terwijl het geheugen wordt geleegd. Als u vervolgens de MEM-toets indrukt,
verschijnen in het display M en „no”, wat betekent dat het geheugen geen
gegevens bevat.
5
3
4
Wanneer u een probleem niet op kunt lossen, dient u contact op te nemen met
de fabrikant. Neem het apparaat niet zelf uit elkaar.
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
Benaming en model
Weergavesysteem
Geheugenplaatsen
Meetmethode
Voeding
Meetbereik bloeddruk
Meetbereik pols
Maximale meetafwijking van de
statische druk
Maximale meetafwijking van de
polswaarden
Drukopwekking
Lucht aflaten
Autom. uitschakeling
Operationele voorwaarden
Opslagvoorwaarden
Afmetingen
Manchet
Gewicht (apparaateenheid)
Artikel-nummer
EAN-nummer
Speciaal onderdeel
MEDISANA bloeddrukmeter BU 510
digitale weergave
2 x 90 voor meetgegevens
oscillometrisch
6 V=, 4 x 1,5 V batterijen AA LR6
0 – 299 mmHg
40 – 199 polsslagen/min.
± 3 mmHg
± 5 % van de waarde
automatisch door pomp
automatisch
na ca. 180 sec.
+5 °C tot +40 °C,
15 tot 85 % max. relat. luchtvochtigheid
-20 °C tot +55 °C,
10 tot 85 % max. relat. luchtvochtigheid
ca. 130 x 109 x 60 mm
22 - 36 cm voor volwassenen
ca. 333 g zonder batterijen
51160
40 15588 51160 8
- Netadapter
Art.-nr. 51125 / EAN 40 15588 51125 7
- 22 – 36 cm M manchet voor volwassenen met
een normale bovenarmomvang
Art.-nr. 51168 / EAN 40 15588 51168 4
- 32 - 42 cm L manchet voor volwassenen met
een groete bovenarmomvang
Art.-nr. 51169 / EAN 40 15588 51169 1
Technische gegevens
Lees de gebruiksaanwijzing, in het bijzonder de
veiligheidsinstructies, zorvuldig door voordat u het
apparaat gebruikt en bewaar de gebruiksaanwijzing
voor verdergebruik. Als u het toestel aan derden
doorgeeft, geef dan deze gebruiksaanwijzing absoluut
mee.
Veiligheidsinstructies
Algemene oorzaken voor onjuiste metingen
Verklaring van de symbolen
BELANGRIJK
Volg de gebruiksaanwijzing op!
Het niet naleven van deze instructie kan
zware verwondingen of schade aan het
toestel veroorzaken.
WAARSCHUWING
Deze waarschuwingen moeten in acht
genomen worden om mogelijk letsel van
de gebruiker te verhinderen.
OPGELET
Deze aanwijzingen moeten in acht
genomen worden om mogelijke schade
aan het toestel te verhinderen.
AANWIJZING
Deze aanwijzingen geven u nuttige
bijkomende informatie bij de installatie
of het gebruik.
Classificatie van het instrument: type BF
LOT-nummer
Producent
Productiedatum
Neem voor een meting 5 tot 10 minuten rust en
eet niks, drink geen alcohol, rook niet, voer geen
lichamelijke werkzaamheden uit, sport niet en
neem geen bad. Al deze factoren kunnen het
meetresultaat beïnvloeden.
Verwijder horloges en juwelen van de pols
waaraan gemeten wordt.
Meet altijd aan dezelfde pols (meestal links).
Meet uw bloeddruk regelmatig en dagelijks op
hetzelfde tijdstip, omdat de bloeddruk in de loop
van de dag verandert.
Alle pogingen van de patiënt de arm te
ondersteunen, kunnen de bloeddruk verhogen.
Zorg voor een comfortabele en ontspannen
houding en span tijdens de meting de spieren van
de arm waaraan wordt gemeten, niet aan. Gebruik,
indien nodig, een kussen ter ondersteuning.
Als de pols onder of boven het hart ligt, komt het
tot een foute meting.
Een losse of open manchet veroorzaakt een
onjuiste meting.
Door herhaaldelijk meten, hoopt het bloed zich in
de arm op, wat tot een onjuist resultaat kan leiden.
Opeenvolgende bloeddrukmetingen moeten worden
uitgevoerd met pauzes van één minuut of nadat de
arm zo omhoog is gehouden, dat het opgehoopte
bloed weg kan stromen.
Classificatie volgens de WHO
Deze cijfers zijn vastgelegd door de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) los
van de leeftijd.
Lage bloeddruk systolisch <100 diastolisch <60
Normale bloeddruk (groene gebied van het display )
systolisch 100 - 139 diastolisch 60 - 89
Vormen van hoge bloeddruk
Licht verhoogde bloeddruk (gele gebied van het display )
systolisch 140 – 159 diastolisch 90 – 99
Middelmatig verhoogde (oranje gebied van het display )
bloeddruk systolisch 160 – 179 diastolisch 100 – 109
Sterk verhoogde bloeddruk (rode gebied van het display )
systolisch ≥ 180 diastolisch ≥ 110
Wat betekent bloeddruk?
Bloeddruk is de druk die door elke hartslag in de vaten ontstaat. Wanneer het
hart samentrekt (= systole) en bloed naar de arteriën pompt, leidt dit tot het
stijgen van de druk. De hoogste waarde van deze druk wordt systolische druk
genoemd en gedurende een bloeddrukmeting als eerste waarde gemeten.
Wanneer de hartspier verslapt om nieuw bloed op te nemen, neemt ook de druk
af in de arteriën. Wanneer de vaten ontspannen zijn, wordt de tweede waarde -
de diastolische druk gemeten.
Hoe werkt de meting?
De MEDISANA BU 510 is een bloeddrukmeter, die de bloeddruk van de bovenarm
meet. De meting wordt door een microprocessor bestuurt die met behulp van een
druksensor de drukschommelingen analyseert die via de arterie ontstaan door het
opblazen en aflaten van de bloeddrukmanchet.
WAARSCHUWING
Te lage bloeddruk betekent net zo’n gezondheidsrisico als hoge
bloeddruk! Aanvallen van duizeligheid kunnen leiden tot
gevaarlijke situaties (b.v. op trappen of in het verkeer)!
Meet meermalen uw bloeddruk, sla de resultaten op en vergelijk de deze ver-
volgens onder elkaar. Trek geen conclusie opgrond van een enkel resultaat.
Uw bloeddrukwaarden dienen altijd door een arts te worden beoordeeld die
vertrouwd is met uw medische voorgeschiedenis. Als u het instrument regel-
matig gebruikt en de waarden registreert voor uw arts, informeer dan uw arts
regelmatig over het verloop. i
Houd tijdens bloeddrukmetingen rekening ermee dat de dagelijkse waarden
van vele factoren afhankelijk zijn. Factoren zoals roken, alcohol, medicijnen en
lichamelijk werk bnvloeden de meetwaarden op verschillende manier.
Meet uw bloeddruk voor de maaltijden. i
Rust minstens 5-10 minuten voordat u uw bloeddruk meet. i
Neem, als u een buitengewone (te hoge of te lage) systolische of diastolische
waarde van de meting constateert, hoewel het instrument op de juiste manier
is gebruikt, contact op met uw arts, indien deze waarde ook na een aantal
metingen blijft verschijnen. Dit geldt ook voor de zeldzame gevallen dat door
een onregelmatige of zeer zwakke pols de meting wordt verhinderd.
i
i
i
i
4.
5.
Het instrument blijft de manchet oppompen tot een voor de meting voldoende
druk is bereikt. Vervolgens laat het instrument de lucht langzaam af uit de
manchet en voert het de meting uit. Zodra het apparaat een signaal registreert,
begint het polssymbool in het display te knipperen. Voor iedere harttoon die
het apparaat ontvangt, weerklinkt er een pieptoon.
Als de meting is voltooid, weerklinkt er een lange pieptoon en wordt de manchet
ontlucht. De systolische en diastolische bloeddruk alsmede de polswaarde
verschijnen op het display . Overeenkomstig de bloeddrukclassificatie
volgens de WHO verschijnt de bloeddrukindicator naast de bijbehorende
gekleurde balk. Als het apparaat een onregelmatige pols vaststelt, verschijnt
bovendien het Aritmiedisplay .
8
t
o
Nadat u de manchet correct heeft omgedaan, kunt u met de meting beginnen.
1.
2.
3.
De bloeddruk meten
Schakel het instrument in door op de START/STOP-toets te drukken.
Als de START/STOP-toets wordt ingedrukt, klinken er twee pieptonen en
verschijnen alle tekens in het display. Door deze test kan de volledigheid van de
indicatie worden gecontroleerd.
Het apparaat is klaar voor de meting en het cijfer 0 knippert voor ca. 2 seconden.
De manchet wordt traag opgepompt om uw bloeddruk te meten. De
toenemende druk wordt in het display weergegeven.
4
4
Reiniging en onderhoud
Verwijder de batterijen voordat u het instrument reinigt. Maak het instrument en
de manchet met een zachte doek schoon dat u met een mild zeepsop lichtjes
bevochtigt. Gebruik in geen geval bijtende reinigingsmiddelen, alcohol, nafta,
verdunners of benzine, enz. Dompel noch het apparaat, noch eventuele acces-
soires onder water. Let op dat er geen vocht in het apparaat dringt. i
Gebruik het instrument pas nadat het volledig droog is. i
Het manchet mag alleen opgeblazen worden als het op de pols is bevestigd.
Stel het instrument niet bloot aan de felle zon en bescherm het tegen vuil en
vocht. Stel het apparaat niet bloot aan extreme hitte of kou. Als u het apparaat
niet gebruikt, bewaar het dan in de verpakking. Bewaar het apparaat op een
schone en droge plaats.
Afvalbeheer
Dit apparaat mag niet samen met het huishoudelijk afval worden aange-
boden. Iedere consument is verplicht, alle elektrische of elektronische
apparaten, ongeacht of die schadelijke stoffen bevatten of niet, bij een
milieudepot in zijn stad of bij de handelaar af te geven, zodat ze op een
milieuvriendelijke manier kunnen worden verwijderd.
Haal de batterijen uit het apparaat voordat u het apparaat verwijdert. Gooi
gebruikte batterijen niet bij het huisvuil, maar breng deze naar de daarvoor
bestemde afvalverwerking of lever deze in bij een speciaal daarvoor bestemd
inzamelstation bij de supermarkt of elektrawinkelier. i
Wendt u zich betreffende het afvalbeheer tot uw gemeente of handelaar.
In het kader van onze voortdurende inspanningen naar
verbeteringen, behouden wij ons het recht voor om qua
vormgeving en op technisch gebied veranderingen aan ons
product door te voeren.
Neem in het geval van garantie contact op met uw speciaalzaak of met de klanten-
service. Indien u het apparaat op moet sturen, geef dan het defect aan en voeg
een kopie van de kwitantie bij. Hierbij gelden de volgende garantievoorwaarden:
1. Voor de producten van MEDISANA geldt een garantietermijn van 3 jaar vanaf
de datum van aankoop. Deze kan door middel van de verkoopbon of factuur
worden aangetoond.
2. Alle klachten, die het gevolg zijn van materiaal- en/of fabricagefouten worden
binnen de garantietermijn kosteloos verholpen.
3. Een geval van garantie leidt niet tot automatische verlenging van de garantie-
termijn, noch voor het apparaat zelf noch voor de vervangbare onderdelen.
4. Uitgesloten van garantie zijn:
a. Alle schade die ontstaan is door ondeskundige behandeling, b.v. het niet op
de juiste wijze volgen van de gebruiksaanwijzing
b. Beschadigingen, die zijn ontstaan door reparaties door de koper of een
ander onbevoegd persoon.
c. Transportschade, die is ontstaan op weg van de verkoper naar de verbruiker
of tijdens het opsturen naar de klantendienst.
d. Toebehoren, die onderhevig zijn aan slijtage.
5. De fabrikant neemt geen verantwoording voor directe of indirecte vervolgschade
die door het apparaat veroorzaakt wordt. Ook niet als de schade aan
het apparaat als garantiegeval erkend is.
Garantie/reparatievoorwaarden
De actuele versie van deze gebruiksaanwijzing vindt u op www.medisana.com
MEDISANA GmbH, Jagenbergstr. 19, 41468 NEUSS,
DUITSLAND.
Neem voor reparaties, toebehoren en reserveonderdelen contact op met:
Teknihall Benelux
p/a Vreysen
Hazeldonk 6027
4836 LA BREDA
Nederland
Tel.: 00 31 45 547 08 60, Fax: 00 31 45 547 08 79
Internet: www.medisana.nl
2
2
3
4
5
6
7
8
9
q
w
e
r
t
0
z
u
i
o
51160 09/2018 Ver.1.5
Bloeddrukmeter BU 510
Gebruiksaanwijzing
A.u.b. zorgvuldig lezen!
NL Instrument en LCD display
NL/FI
Reglementair gebruik
Tegenindicatie
Het toestel is voor de meting van de bloeddruk
aan de bovenarm bij volwassenen bestemd.
Het toestel is niet geschikt voor de bloeddrukmeting
bij kinderen. Voor het gebruik bij oudere kinderen
dient u het advies van uw arts in te winnen.
Personen met aritmieën, diabetes, hart- en
vaatziekten of een beroerte dienen het apparaat te
gebruiken zoals voorgeschreven door uw arts.
2. Instelling van het jaartal:
De invoer voor het jaartal knippert. Druk de MEM-toets zo vaak in tot het
gewenste jaartal verschijnt. Druk de SET-toets in om het jaartal te bevestigen.
Daarna gaat u naar de instelling van maand en dag.
3
5
3. Instelling van maand en dag:
De invoer voor de maand knippert. Druk de MEM-toets zo vaak in tot de
gewenste maand verschijnt. Druk de SET-toets in om de maand te bevestigen.
Ga verder met de instelling van de dag. De dag wordt op dezelfde manier ingesteld
als de maand. Druk de MEM-toets zo vaak in tot de gewenste dag verschijnt.
Druk de SET-toets in om de dag te bevestigen. Daarna gaat u naar de instelling
van het tijdstip.
3
5
3
5
4. Instelling van het tijdstip:
De invoer voor het uur knippert. Druk de MEM-toets zo vaak in tot het
gewenste uur verschijnt. Druk de SET-toets in om het uur te bevestigen. De
invoer voor de minuten knippert. De minuten wordt op dezelfde manier ingesteld
als het uur. Vervolgens verschijnt er CL op het aanduidscherm. Hiermee kunt u
eventueel opgeslagen waarden wissen - zie hoofdstukWissen van het
geheugen“. Gebruik de SET-toets ol de instellingen te verlaten. Bij het
vervangen van batterijen gaan de ingevoerde gegevens verloren en moeten zij
opnieuw worden ingevoerd.
3
5
5
1. Instelling van de gebruiker:
Druk bij een uitgeschakeld apparaat de SET-toets . Op het display verschijnt
of . Door te drukken op de MEM-toets kunt u kiezen tussen Gebruiker
of . Om de gebruiker te bevestigen drukt u op de SET-toets .
Daarna komt u bij het instellen van het jaartal.
Instelling
5
3
5
De meting afbreken
Als het nodig is, om wat voor reden dan ook, de bloeddrukmeting af te breken (bijv.
onpasselijkheid van de patiënt), kan te allen tijde de START/STOP-toets
worden ingedrukt. Het apparaat ontlucht de machet onmiddellijk automatisch.
4
Storingen verhelpen
Probleem Controleren Oorzaak en oplossingen
Ondichte
manchet
Controleer of de
manchet te los is omge-
daan of is beschadigd.
Doe de manchet correct om.
Gebruik een nieuwe manchet.
Geen
vermogen
Pompt niet op
Err verschijnt
en de meting
wordt
afgebroken
Controleer de batterij-
sterkte. Controleer de
positie van de batterijen.
Controleer of de aan-
sluiting goed zit. Contro-
leer of de aansluiting
gebroken of ondicht is.
Controleer of u tijdens
het oppompen de arm
heeft bewogen.
Controleer of u tijdens
de meting heeft
gesproken.
Plaats nieuwe batterijen.
Plaats de batterijen op de juiste
wijze.
Steek de aansluiting goed in.
Gebruik een nieuwe manchet.
Blijf rustig.
Praat tijdens de meting niet.
9
Instrument en LCD display
1
2
3
6
8
q
0
w
e
r
z
t
u
MEM-toetsAansluiting voor voedingsapparaat Deksel batterijvakje
(Geheugenoproep) START/STOP-toets SET-toets
Batterijvak (aan de onderkant) Stekker voor de luchtslang
LCD display Aanduiding van datum/tijd Aanduiding van de
systolische druk Aanduiding van de diastolische druk Pols-symbool
Aanduiding van de polsfrequentie Batterijwissel-symbool
Aritmie-display (hartritmestoornis) Geheugenplaatsnummer
Geheugensymbool Bloeddrukindicator (groen - geel - oranje - rood)
Gebruikersgeheugen 1 / 2
i
o
4
5
7
Beïnvloeding en analyse van de metingen
IP21
Aanduiding beschermtype tegen vreemde
voorwerpen en water
1
Gebruik van een adapter
Alternatief kunt u het instrument ook met een speciaal voedingsapparaat
gebruiken (MEDISANA art.–nr. 51125) dat aan de hiervoor bestemde aansluiting
aan de achterzijde van het instrument wordt aangesloten. Daarbij blijven de
batterijen in het apparaat. Door het insteken van de stekker aan de achterzijde
van de bloeddrukmeter worden de batterijen mechanisch uitgeschakeld. Het is
dus nodig, eerst de adapter in de contactdoos te steken en dan met de
bloeddrukmeter te verbinden. Als de bloeddrukmeter niet meer wordt gebruikt,
moet eerst de stekker uit de bloeddrukmeter en dan de adapter uit de
contactdoos worden getrokken. Daardoor voorkomt u dat u datum en tijd iedere
keer opnieuw moet invoeren.
1

Documenttranscriptie

NL NL/FI Veiligheidsinstructies Lees de gebruiksaanwijzing, in het bijzonder de veiligheidsinstructies, zorvuldig door voordat u het apparaat gebruikt en bewaar de gebruiksaanwijzing voor verdergebruik. Als u het toestel aan derden doorgeeft, geef dan deze gebruiksaanwijzing absoluut mee. Bloeddrukmeter BU 510 Ÿ Ÿ Ÿ Gebruiksaanwijzing A.u.b. zorgvuldig lezen! Ÿ Ÿ 51160 09/2018 Ver.1.5 Ÿ 1 2 Ÿ Ÿ Ÿ 2 8 7 6 3 Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ 4 Ÿ 5 Ÿ Ÿ o 9 0 i Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ q u z w e Ÿ Ÿ Ÿ Het instrument is enkel bedoeld voor particulier gebruik. Mocht u bedenkingen voor de gezondheid hebben, consulteer uw dokter alvorens de bloeddrukmeter te gebruiken. Gebruik het instrument alleen als bedoeld in deze handleiding. Als u het instrument aan zijn eigenlijke bedoeling onttrekt vervalt uw recht op garantie. Indien u aan een ziekte lijdt zoals b.v. obliteratieve arteriële ziekte, raadpleegt u best uw arts voordat u het instrument toepast. Het instrument mag niet worden gebruikt om de har frequentie van een pacemaker te controleren. Zwangeren moeten de nodige voorzorgs maatregelen en hun individuele belastbaarheid in acht nemen, raadpleeg, indien nodig, uw dokter. Vraag uw arts om meer inlichtingen over uw bloeddruk. Zelfdiagnose en op eigen houtje behandelen op basis van de gemeten resultaten kan gevaarlijk zijn. Volg steeds de aanwijzingen van uw arts op. Mocht u tijdens een meting last zoals b.v. pijn in de bovenarm of andere ongemakken ondervinden, druk dan op de START/STOP-toets 4 om de manchet meteen te ontluchten. Maak de manchet los en neem hem af van de bovenarm. Het apparaat werkt alleen correct met de passende manchet. Het apparaat is niet geschikt voor kinderen. Kinderen mogen het instrument niet gebruiken. Medische producten zijn geen speelgoed! Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen. Leg de luchtslang niet om de hals. Hierbij ontstaat verstikkingsgevaar. Het inslikken van kleine onderdelen, zoals verpakkingsmateriaal, batterijen, het deksel van het batterijvak, enz. kan leiden tot verstikking. Voor het gebruik van het apparaat is de gebruiker verplicht te controleren of het apparaat veilig en correct functioneert. Alleen de meegeleverde manchet kan worden gebruikt. Deze manchet kan niet worden vervangen door andere manchetten. De manchet kan alleen worden vervangen door een manchet van exact hetzelfde type. Het apparaat mag niet worden gebruikt in ruimtes met intensieve straling of in de buurt van apparaten die intensieve straling afgeven, bijv. radiozenders, mobiele telefoons of magnetrons. Daardoor kunnen functionele storingen of onjuiste meetwaarden optreden. Gebruik het apparaat niet in de buurt van brandbaar gas (bijv. verdovingsgas, zuurstof of waterstof) of brandbare vloeistof (bijv. alcohol). Voer geen wijzigingen aan het apparaat uit. In geval van storingen mag u het instrument niet zelf herstellen. Laat herstellingen enkel door geautoriseerde serviceplaatsen uitvoeren. Bescherm het instrument tegen vocht. Mocht ooit vocht het instrument binnendringen, dient u de batterijen onmiddellijk te verwijderen en verdere toepassingen te vermijden. Stelt u zich in dit geval met uw gespecialiseerde handelaar in verbinding of informeer ons rechtstreeks. Gebruik voor de reiniging van het apparaat in geen geval verdunners (oplosmiddelen), alcohol of benzine. Bescherm het apparaat tegen harde klappen en laat het niet vallen. Gebruik geen mobiele telefoon in de nabijheid van het toestel. Dat kan tot functiestoringen leiden. Verwijder de batterijen, als u het apparaat langere tijd niet gebruikt. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES BETREFFENDE DE BATTERIJEN t r Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Reglementair gebruik • Het toestel is voor de meting van de bloeddruk aan de bovenarm bij volwassenen bestemd. Tegenindicatie • Het toestel is niet geschikt voor de bloeddrukmeting bij kinderen. Voor het gebruik bij oudere kinderen dient u het advies van uw arts in te winnen. • Personen met aritmieën, diabetes, hart- en vaatziekten of een beroerte dienen het apparaat te gebruiken zoals voorgeschreven door uw arts. Verklaring van de symbolen BELANGRIJK Volg de gebruiksaanwijzing op! Het niet naleven van deze instructie kan zware verwondingen of schade aan het toestel veroorzaken. WAARSCHUWING Deze waarschuwingen moeten in acht genomen worden om mogelijk letsel van de gebruiker te verhinderen. OPGELET Deze aanwijzingen moeten in acht genomen worden om mogelijke schade aan het toestel te verhinderen. AANWIJZING Deze aanwijzingen geven u nuttige bijkomende informatie bij de installatie of het gebruik. Classificatie van het instrument: type BF IP21 Aanduiding beschermtype tegen vreemde voorwerpen en water LOT-nummer Producent Productiedatum Deze cijfers zijn vastgelegd door de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) los van de leeftijd. Lage bloeddruk systolisch <100 diastolisch <60 Normale bloeddruk (groene gebied van het display i ) systolisch 100 - 139 diastolisch 60 - 89 Vormen van hoge bloeddruk Licht verhoogde bloeddruk Middelmatig verhoogde bloeddruk Sterk verhoogde bloeddruk Ÿ NL Instrument en LCD display Classificatie volgens de WHO Algemene oorzaken voor onjuiste metingen • Neem voor een meting 5 tot 10 minuten rust en eet niks, drink geen alcohol, rook niet, voer geen lichamelijke werkzaamheden uit, sport niet en neem geen bad. Al deze factoren kunnen het meetresultaat beïnvloeden. • Verwijder horloges en juwelen van de pols waaraan gemeten wordt. • Meet altijd aan dezelfde pols (meestal links). • Meet uw bloeddruk regelmatig en dagelijks op hetzelfde tijdstip, omdat de bloeddruk in de loop van de dag verandert. • Alle pogingen van de patiënt de arm te ondersteunen, kunnen de bloeddruk verhogen. • Zorg voor een comfortabele en ontspannen houding en span tijdens de meting de spieren van de arm waaraan wordt gemeten, niet aan. Gebruik, indien nodig, een kussen ter ondersteuning. • Als de pols onder of boven het hart ligt, komt het tot een foute meting. • Een losse of open manchet veroorzaakt een onjuiste meting. • Door herhaaldelijk meten, hoopt het bloed zich in de arm op, wat tot een onjuist resultaat kan leiden. Opeenvolgende bloeddrukmetingen moeten worden uitgevoerd met pauzes van één minuut of nadat de arm zo omhoog is gehouden, dat het opgehoopte bloed weg kan stromen. Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Batterien niet uit elkaar halen! Vervang de batterijen, zodra het batterijsymbool in het display verschijnt. Verwijder zwakke batterijen onmiddellijk uit het batterijvak, omdat deze kunnen leeglopen en het apparaat kunnen beschadigen! Verhoogd uitloopgevaar, contact met huid, ogen en slijmhuid vermijden! Bij contact met accuzuur de betreffende plaatsen onmiddellijk met overvloedig helder water spoelen en onmiddellijk een arts opzoeken! Mocht er een batterij ingeslikt zijn, dan moet onmiddellijk een arts opgezocht worden! Altijd alle batterijen tegelijk vervangen! Alleen batterijen van hetzelfde type gebruiken, geen verschillende types of gebruikte en nieuwe batterijen door elkaar gebruiken! Plaats de batterijen correct, neem de polariteit in acht! Verwijder de batterijen als u het apparaat minstens 3 maanden niet meer gebruikt. Batterijen uit de buurt van kinderen houden! Batterijen niet heropladen! Er bestaat explosiegevaar! Niet kortsluiten! Er bestaat explosiegevaar! Niet in het vuur werpen! Er bestaat explosiegevaar! Geef verbruikte batterijen en accu's niet met het gewone huisvuil mee, maar met het speciale afval of in een batterijverzamelstation in de vakhandel! Instrument en LCD display 1 Aansluiting voor voedingsapparaat 2 Deksel batterijvakje 3 MEM-toets (Geheugenoproep) 4 START/STOP-toets 5 SET-toets 6 Batterijvak (aan de onderkant) 7 Stekker voor de luchtslang 0 Aanduiding van de 8 LCD display 9 Aanduiding van datum/tijd systolische druk q Aanduiding van de diastolische druk w Pols-symbool e Aanduiding van de polsfrequentie r Batterijwissel-symbool z Geheugenplaatsnummer t Aritmie-display (hartritmestoornis) u Geheugensymbool i Bloeddrukindicator (groen - geel - oranje - rood) o Gebruikersgeheugen 1 / 2 Omvang van de levering Gelieve eerst te controleren of het instrument volledig is. Bij de levering horen: • 1 MEDISANA bloeddrukmeter BU 510 • 1 manchet met luchtslang • 4 batterijen (type AA, LR6) 1,5V • 1 opbergzak • 1 gebruiksaanwijzing Mocht u bij het uitpakken een transportschade vaststellen, verzoeken wij u onmiddellijk uw handelaar te contacteren. Wat betekent bloeddruk? Bloeddruk is de druk die door elke hartslag in de vaten ontstaat. Wanneer het hart samentrekt (= systole) en bloed naar de arteriën pompt, leidt dit tot het stijgen van de druk. De hoogste waarde van deze druk wordt systolische druk genoemd en gedurende een bloeddrukmeting als eerste waarde gemeten. Wanneer de hartspier verslapt om nieuw bloed op te nemen, neemt ook de druk af in de arteriën. Wanneer de vaten ontspannen zijn, wordt de tweede waarde de diastolische druk gemeten. Hoe werkt de meting? De MEDISANA BU 510 is een bloeddrukmeter, die de bloeddruk van de bovenarm meet. De meting wordt door een microprocessor bestuurt die met behulp van een druksensor de drukschommelingen analyseert die via de arterie ontstaan door het opblazen en aflaten van de bloeddrukmanchet. (gele gebied van het display i ) systolisch 140 – 159 diastolisch 90 – 99 (oranje gebied van het display i) systolisch 160 – 179 diastolisch 100 – 109 (rode gebied van het display i) systolisch ≥ 180 diastolisch ≥ 110 WAARSCHUWING Te lage bloeddruk betekent net zo’n gezondheidsrisico als hoge bloeddruk! Aanvallen van duizeligheid kunnen leiden tot gevaarlijke situaties (b.v. op trappen of in het verkeer)! Beïnvloeding en analyse van de metingen • Meet meermalen uw bloeddruk, sla de resultaten op en vergelijk de deze vervolgens onder elkaar. Trek geen conclusie opgrond van een enkel resultaat. • Uw bloeddrukwaarden dienen altijd door een arts te worden beoordeeld die vertrouwd is met uw medische voorgeschiedenis. Als u het instrument regelmatig gebruikt en de waarden registreert voor uw arts, informeer dan uw arts regelmatig over het verloop. i • Houd tijdens bloeddrukmetingen rekening ermee dat de dagelijkse waarden van vele factoren afhankelijk zijn. Factoren zoals roken, alcohol, medicijnen en lichamelijk werk beïnvloeden de meetwaarden op verschillende manier. i • Meet uw bloeddruk voor de maaltijden. i • Rust minstens 5-10 minuten voordat u uw bloeddruk meet. • Neem, als u een buitengewone (te hoge of te lage) systolische of diastolische waarde van de meting constateert, hoewel het instrument op de juiste manier is gebruikt, contact op met uw arts, indien deze waarde ook na een aantal metingen blijft verschijnen. Dit geldt ook voor de zeldzame gevallen dat door een onregelmatige of zeer zwakke pols de meting wordt verhinderd. Richtlijnen / normen WAARSCHUWING Neem op grond van een zelfmeting geen therapeutische maatregelen. Verander nooit de dosering van een door de dokter voorgeschreven geneesmiddel. 6. De gemeten waarden worden automatisch in het vooraf geselecteerde geheugen ( of ) opgeslagen. In ieder geheugen kunnen maximaal 90 meetwaarden met datum en tijd worden opgeslagen. 7. De meetresultaten blijven op het beeldscherm staan. Als er geen toets meer wordt ingedrukt, schakelt het apparaat na ca. 180 seconden automatisch uit. Het apparaat kan ook met de START/STOP-toets 4 worden uitgeschakeld. Elektromagnetische verdraagbaarheid: (zie aparte bijlage) De meting afbreken Als het nodig is, om wat voor reden dan ook, de bloeddrukmeting af te breken (bijv. onpasselijkheid van de patiënt), kan te allen tijde de START/STOP-toets 4 worden ingedrukt. Het apparaat ontlucht de machet onmiddellijk automatisch. Het weergeven van de opgeslagen waarden Dit instrument beschikt over 2 aparte geheugens met een capaciteit van 90 geheugenplaatsen per geheugen. De resultaten worden automatisch in het geselecteerde geheugen opgeslagen. Om opgeslagen meetwaarden op te roepen, drukt u bij uitgeschakeld apparaat op de MEM-toets 3. Alle gemiddelde waarden verschijnen in het display. Als u de MEM-toets 3 opnieuw indrukt, verschijnt de laatst uitgevoerde meting. Als u verder op de MEM-toets 3 drukt worden telkens de vorige meetwaarden aangegeven. Als u bij de laatste invoer gekomen bent en u niet op een toets drukt, schakelt het apparaat in de geheugenafroep-modus na ca. 8 seconden automatisch uit. Door te drukken op de START/STOP-toets 4 kunt u de geheugenafroep-modus altijd verlaten en het apparaat tegelijk uitschakelen. Als in het geheugen 90 meetwaarden zijn opgeslagen en wordt een nieuwe waarde opgeslagen, wordt de oudste waarde gewist. Wissen van het geheugen Als u zeker weet dat alle opgeslagen waarden permanent kunnen worden verwijderd, drukt u bij uitgeschakeld apparaat de SET-toets 5 zeven keer in, tot CL verschijnt. Als u de START/STOP-toets 4 indrukt, knippert CL drie keer, terwijl het geheugen wordt geleegd. Als u vervolgens de MEM-toets 3 indrukt, verschijnen in het display M en „no”, wat betekent dat het geheugen geen gegevens bevat. Voor het Gebruik Het plaatsen/vervangen van de batterijen Voordat u het instrument kunt gebruiken dient u de bijgaande batterijen in te zetten. Aan de onderkant van het instrument bevindt zich het deksel van het batterijvak 6 . Maak het deksel open, verwijder het en leg er de 4 bijgeleverde 1,5 V batterijen type AA LR6 in. Neem daarbij de polariteit in acht (zoals in het batterijvak gemerkt). Sluit het batterijvak opnieuw. Verwissel van batterijen als het gelijknamige symbool r op het display 8 verschijnt of als het display na het inschakelen van het instrument niets aangeeft. Fouten en oplossingen Symbool Oorzaak E-1 Zwak signaal of druk verandert plotseling Sterke externe storing In de buurt van een mobiele telefoon of een ander apparaat met hoge frequentie kan de meting onjuist zijn. Beweeg u niet en praat tijdens een meting niet. E-3 Fout bij het oppompen Doe de manchet correct om. Controleer of de aansluiting correct in het apparaat zit. Meet opnieuw. E-5 Buitengewone bloeddruk Herhaal de meting na een rustperiode van 30 minuten. Wanneer u drie keer achter elkaar een buitengewoon resultaat heeft, dient u contact op te nemen met uw arts. Zwakke batterij De batterijen zijn te zwak of leeg. Vervang alle vier de batterijen door nieuwe 1,5V-batterijen LR6 van het type AA. 3. Instelling van maand en dag: De invoer voor de maand knippert. Druk de MEM-toets 3 zo vaak in tot de gewenste maand verschijnt. Druk de SET-toets 5 in om de maand te bevestigen. Ga verder met de instelling van de dag. De dag wordt op dezelfde manier ingesteld als de maand. Druk de MEM-toets 3 zo vaak in tot de gewenste dag verschijnt. Druk de SET-toets 5 in om de dag te bevestigen. Daarna gaat u naar de instelling van het tijdstip. 4. Instelling van het tijdstip: De invoer voor het uur knippert. Druk de MEM-toets 3 zo vaak in tot het gewenste uur verschijnt. Druk de SET-toets 5 in om het uur te bevestigen. De invoer voor de minuten knippert. De minuten wordt op dezelfde manier ingesteld als het uur. Vervolgens verschijnt er CL op het aanduidscherm. Hiermee kunt u eventueel opgeslagen waarden wissen - zie hoofdstuk „Wissen van het geheugen“. Gebruik de SET-toets 5 ol de instellingen te verlaten. Bij het vervangen van batterijen gaan de ingevoerde gegevens verloren en moeten zij opnieuw worden ingevoerd. Storingen verhelpen Probleem Controleren Geen Controleer de batterijvermogen sterkte. Controleer de positie van de batterijen. Pompt niet op Controleer of de aanSteek de aansluiting goed in. sluiting goed zit. Controleer of de aansluiting Gebruik een nieuwe manchet. gebroken of ondicht is. Aanleggen van de manchet Err verschijnt en de meting wordt afgebroken Controleer of u tijdens het oppompen de arm heeft bewogen. Controleer of u tijdens de meting heeft gesproken. Ondichte manchet Controleer of de Doe de manchet correct om. manchet te los is omgedaan of is beschadigd. Gebruik een nieuwe manchet. Nadat u de manchet correct heeft omgedaan, kunt u met de meting beginnen. 1. Schakel het instrument in door op de START/STOP-toets 4 te drukken. 2. Als de START/STOP-toets 4 wordt ingedrukt, klinken er twee pieptonen en verschijnen alle tekens in het display. Door deze test kan de volledigheid van de indicatie worden gecontroleerd. 3. Het apparaat is klaar voor de meting en het cijfer 0 knippert voor ca. 2 seconden. De manchet wordt traag opgepompt om uw bloeddruk te meten. De toenemende druk wordt in het display weergegeven. 4. Het instrument blijft de manchet oppompen tot een voor de meting voldoende druk is bereikt. Vervolgens laat het instrument de lucht langzaam af uit de manchet en voert het de meting uit. Zodra het apparaat een signaal registreert, begint het polssymbool in het display te knipperen. Voor iedere harttoon die het apparaat ontvangt, weerklinkt er een pieptoon. 5. Als de meting is voltooid, weerklinkt er een lange pieptoon en wordt de manchet ontlucht. De systolische en diastolische bloeddruk alsmede de polswaarde verschijnen op het display 8 . Overeenkomstig de bloeddrukclassificatie volgens de WHO verschijnt de bloeddrukindicator o naast de bijbehorende gekleurde balk. Als het apparaat een onregelmatige pols vaststelt, verschijnt bovendien het Aritmiedisplay t. Afmetingen Manchet Gewicht (apparaateenheid) Artikel-nummer EAN-nummer Speciaal onderdeel : MEDISANA bloeddrukmeter BU 510 : digitale weergave : 2 x 90 voor meetgegevens : oscillometrisch : 6 V=, 4 x 1,5 V batterijen AA LR6 : 0 – 299 mmHg : 40 – 199 polsslagen/min. : ± 3 mmHg : ± 5 % van de waarde : automatisch door pomp : automatisch : na ca. 180 sec. : +5 °C tot +40 °C, 15 tot 85 % max. relat. luchtvochtigheid : -20 °C tot +55 °C, 10 tot 85 % max. relat. luchtvochtigheid : ca. 130 x 109 x 60 mm : 22 - 36 cm voor volwassenen : ca. 333 g zonder batterijen : 51160 : 40 15588 51160 8 : - Netadapter Art.-nr. 51125 / EAN 40 15588 51125 7 - 22 – 36 cm M manchet voor volwassenen met een normale bovenarmomvang Art.-nr. 51168 / EAN 40 15588 51168 4 - 32 - 42 cm L manchet voor volwassenen met een groete bovenarmomvang Art.-nr. 51169 / EAN 40 15588 51169 1 In het kader van onze voortdurende inspanningen naar verbeteringen, behouden wij ons het recht voor om qua vormgeving en op technisch gebied veranderingen aan ons product door te voeren. De actuele versie van deze gebruiksaanwijzing vindt u op www.medisana.com Gebruik van een adapter Alternatief kunt u het instrument ook met een speciaal voedingsapparaat gebruiken (MEDISANA art.–nr. 51125) dat aan de hiervoor bestemde aansluiting 1 aan de achterzijde van het instrument wordt aangesloten. Daarbij blijven de batterijen in het apparaat. Door het insteken van de stekker aan de achterzijde van de bloeddrukmeter worden de batterijen mechanisch uitgeschakeld. Het is dus nodig, eerst de adapter in de contactdoos te steken en dan met de bloeddrukmeter te verbinden. Als de bloeddrukmeter niet meer wordt gebruikt, moet eerst de stekker uit de bloeddrukmeter en dan de adapter uit de contactdoos worden getrokken. Daardoor voorkomt u dat u datum en tijd iedere keer opnieuw moet invoeren. Oorzaak en oplossingen Plaats nieuwe batterijen. Plaats de batterijen op de juiste wijze. Blijf rustig. Praat tijdens de meting niet. Wanneer u een probleem niet op kunt lossen, dient u contact op te nemen met de fabrikant. Neem het apparaat niet zelf uit elkaar. Reiniging en onderhoud De bloeddruk meten Opslagvoorwaarden Oplossing Doe de manchet correct om. Herhaal de meting op de juiste wijze. E-2 2. Instelling van het jaartal: 1. Steek voor gebruik het uiteinde van de luchtslang in de opening aan de linkerkant van het apparaat 7. 2. Schuif de open kant van de manchet zo door de metalen beugel, dat de klittenbandsluiting zich aan de buitenkant bevindt en er een cilindrische vorm (afb.1) ontstaat. Schuif de manchet over uw linker bovenarm. 3. Plaatst u de luchtslang op het midden van uw arm in het verlengde van de middelvinger (afb.2) (a). De onderkant van de manchet moet daarbij 2 à 3 cm boven de binnenkant van de elleboog liggen (b). Trekt u de manchet strak en sluit u de klittenbandsluiting (c). 4. Meet op de naakte bovenarm. 5. Alleen als de manchet niet rond de linker arm kan worden geplaatst legt u hem aan de rechter arm aan. Metingen dienen steeds op dezelfde arm te worden uitgevoerd. 6. Juiste meetpositie bij het zitten (afb. 3). Benaming en model Weergavesysteem Geheugenplaatsen Meetmethode Voeding Meetbereik bloeddruk Meetbereik pols Maximale meetafwijking van de statische druk Maximale meetafwijking van de polswaarden Drukopwekking Lucht aflaten Autom. uitschakeling Operationele voorwaarden Bij ongebruikelijke metingen verschijnen de volgende symbolen in het display: 1. Instelling van de gebruiker: De invoer voor het jaartal knippert. Druk de MEM-toets 5 zo vaak in tot het gewenste jaartal verschijnt. Druk de SET-toets 3 in om het jaartal te bevestigen. Daarna gaat u naar de instelling van maand en dag. Technische gegevens Foutmeldingen Instelling Druk bij een uitgeschakeld apparaat de SET-toets 5. Op het display verschijnt of . Door te drukken op de MEM-toets 3 kunt u kiezen tussen Gebruiker of . Om de gebruiker te bevestigen drukt u op de SET-toets 5 . Daarna komt u bij het instellen van het jaartal. Deze bloeddrukmeter beantwoordt aan de eisen van de EU-norm voor nietinvasieve bloeddrukmeetinstrumenten. Het is gecertificeerd volgens de EGrichtlijnen en voorzien van het CE-merk (conformiteitsmerk) ”CE 0297”. De bloeddrukmeter beantwoordt aan de Europese voorschriften EN 1060-3, EN 81060-1 en EN 81060-2. De voorschriften van de EU-richtlijn „93/42/EWG van de Raad van 14 juni 1993 inzake medische producten“ zijn vervuld. De volledige conformiteitsverklaring kunt u via Medisana GmbH, Jagenbergstrasse 19, 41468 Neuss, Duitsland opvragen of ook op de Medisana homepage (www.medisana.nl) downloaden. Verwijder de batterijen voordat u het instrument reinigt. Maak het instrument en de manchet met een zachte doek schoon dat u met een mild zeepsop lichtjes bevochtigt. Gebruik in geen geval bijtende reinigingsmiddelen, alcohol, nafta, verdunners of benzine, enz. Dompel noch het apparaat, noch eventuele accessoires onder water. Let op dat er geen vocht in het apparaat dringt. i Gebruik het instrument pas nadat het volledig droog is. i Het manchet mag alleen opgeblazen worden als het op de pols is bevestigd. Stel het instrument niet bloot aan de felle zon en bescherm het tegen vuil en vocht. Stel het apparaat niet bloot aan extreme hitte of kou. Als u het apparaat niet gebruikt, bewaar het dan in de verpakking. Bewaar het apparaat op een schone en droge plaats. Afvalbeheer Dit apparaat mag niet samen met het huishoudelijk afval worden aangeboden. Iedere consument is verplicht, alle elektrische of elektronische apparaten, ongeacht of die schadelijke stoffen bevatten of niet, bij een milieudepot in zijn stad of bij de handelaar af te geven, zodat ze op een milieuvriendelijke manier kunnen worden verwijderd. Haal de batterijen uit het apparaat voordat u het apparaat verwijdert. Gooi gebruikte batterijen niet bij het huisvuil, maar breng deze naar de daarvoor bestemde afvalverwerking of lever deze in bij een speciaal daarvoor bestemd inzamelstation bij de supermarkt of elektrawinkelier. i Wendt u zich betreffende het afvalbeheer tot uw gemeente of handelaar. Garantie/reparatievoorwaarden Neem in het geval van garantie contact op met uw speciaalzaak of met de klantenservice. Indien u het apparaat op moet sturen, geef dan het defect aan en voeg een kopie van de kwitantie bij. Hierbij gelden de volgende garantievoorwaarden: 1. Voor de producten van MEDISANA geldt een garantietermijn van 3 jaar vanaf de datum van aankoop. Deze kan door middel van de verkoopbon of factuur worden aangetoond. 2. Alle klachten, die het gevolg zijn van materiaal- en/of fabricagefouten worden binnen de garantietermijn kosteloos verholpen. 3. Een geval van garantie leidt niet tot automatische verlenging van de garantietermijn, noch voor het apparaat zelf noch voor de vervangbare onderdelen. 4. Uitgesloten van garantie zijn: a. Alle schade die ontstaan is door ondeskundige behandeling, b.v. het niet op de juiste wijze volgen van de gebruiksaanwijzing b. Beschadigingen, die zijn ontstaan door reparaties door de koper of een ander onbevoegd persoon. c. Transportschade, die is ontstaan op weg van de verkoper naar de verbruiker of tijdens het opsturen naar de klantendienst. d. Toebehoren, die onderhevig zijn aan slijtage. 5. De fabrikant neemt geen verantwoording voor directe of indirecte vervolgschade die door het apparaat veroorzaakt wordt. Ook niet als de schade aan het apparaat als garantiegeval erkend is. MEDISANA GmbH, Jagenbergstr. 19, 41468 NEUSS, DUITSLAND. Neem voor reparaties, toebehoren en reserveonderdelen contact op met: Teknihall Benelux p/a Vreysen Hazeldonk 6027 4836 LA BREDA Nederland Tel.: 00 31 45 547 08 60, Fax: 00 31 45 547 08 79 eMail: [email protected] Internet: www.medisana.nl
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16

Medisana BU 510 de handleiding

Type
de handleiding