ProForm PETL3806 de handleiding

Type
de handleiding
Onderdeel Nr. 132338 R0198A PROFORM is een merk van ICON Health & Fitness, Inc. © 1998 Gedrukt in de VS
WAARSCHUWING:
Lees alle voorzorgsmaatregelen
en instructies in deze handleiding
zorgvuldig voor gebruik door.
Bewaar deze handleiding voor
toekomstige referentie.
Modelnr. PETL38061
Serienr.
Serienummer Sticker
GEBRUIKERSHANDLEIDING
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN
Om vervang onderdelen voor uw loopband te bestellen, neem dan a.u.b. contact op met de winkel waar u dit
apparaat hebt gekocht.
Zorg ervoor dat u de volgende informatie bij de hand hebt:
• De NAAM van het produkt (PETL38061).
• Het MODELNUMMER van het produkt (PROFORM
®
380 loopband).
• Het SERIENUMMER van het produkt (zie de eerste pagina van deze handleiding).
• Het ONDERDEELNUMMER van het onderdeel (zie de ONDERDELEN LIJST op pagina 14 van deze handlei-
ding).
• De BESCHRIJVING van het onderdeel (zie de ONDERDELEN LIJST op pagina 14 van deze handleiding).
2
15
GEDETAILLEERDE TEKENING—Modelnr. PETL38061 R0198A
41
66
55
54
27
32
75
28
2
9
35
35
35
40
39
42
53
43
74
46
45
59
68
63
35
71
67
69
61
24
65
64
26
11
48
16
25
66
41
24
23
34
62
41
73
86
2
21
12
38
37
72
36
46
44
26
10
1
1
29
60
80
80
6
10
2
6
8
4
6
3
6
2
49
50
48
76*
50
78
79
5*
77
81
52
53
53
82
51
85
53
75
18
84
83
57
19
15
17
14
13
47
57
58
86
20
75
53
56
18
87
24
22
70
88
89
7
30
89
7
88
31
33
49
INHOUD
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
VOORDAT U BEGINT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
MONTAGE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
BEDIENING EN BIJSTELLEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN EN OPBERGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
CONDITIE RICHTLIJNEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
ONDERDELEN LIJST . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14
GEDETAILLEERDE TEKENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Laatste Pagina
WAARSCHUWING:Raadpleeg uw arts voordat u met dit of een enig oefenpro-
gramma begint. Dit is in het bijzonder belangrijk voor personen boven de 35 jaar en/of voor personen
die gezondheidsproblemen hebben of die ze gehad hebben. Lees alle instructies voor gebruik. ICON
is niet aansprakelijk voor persoonlijk letsel of schade aan eigendom door het gebruik van dit produkt.
ONDERDELEN LIJST—Modelnr. PETL38061 R0198A
Onderdeel
Nr. Aantal Beschrijving
1 2 Handleuning met Schuimrubberen
laag
2 4 3/8” x 1” Bout
3 1 Huls van het Bedieningspaneel
4 1 60” Kabelbos
5* 1 Bedieningspaneel Geheel
6 7 Schroef van het Bedieningspaneel
7 2 Geaarde Moer
8 1 Beschermbuis voor de Bedrading
9 1 Sleutel/Klem
10 2 Schuimrubberenlaag
11 1 Staander
12 1 Bout van de Draaimotor
13 1 Motor Montage Houder
14 1 Motordraaimoer
15 2 Bout van de Motor
16 1 Motor
17 2 Moer van de Motor
18 4 Filter Schroef
19 1 Motor-tensie Tussenring
20 1 Sterring
21 1 Spanmoer van de Motor
22 2 Tussenring voor het Been
23 4 Bevestiging voor de Kap
24 7 Schroef voor de Besvestiging
25 1 Staander Schakelmoer
26 2 Staander Schakel Tussenring
27 1 Beschermerbuis van de Staander
28 1 3/8” x 1 1/2” Tussenring
29 2 Rubberen Kussentje
30 1 Draad voor Motor/Regulateur
31 1 Stroom Onderbreker
32 1 Staander Schakel Bout
33 1 Stopkontact
34 2 Kapje voor het Onderstel
35 13 Schroef
36 2 Pen
37 2 Kapje voor het Been
38 2 Been om de Helling in te Stellen
39 1 Loopband Geleider
40 1 Bout om de Voorrollers af te
Stellen
41 3 Bijsteltussenring
42 1 Veiligheidskap
43 1 Voorste Roller/Katrol
44 1 Loopvlak
45 1 Loopband
46 2 Voetbalk
47 1 Katrol/Vliegwiel/Propeller
48 2 5/16” Moer met Rand
49 2 5/16” x 2 3/4” Bout
Onderdeel
Nr. Aantal Beschrijving
50 2 5/16” Tussenring
51 1 Regulateur
52 1 Choke
53 13 Kleine Schroef
54 1 Kabelkoord Binder van 4”
55 4 Kabelkoord Binder van 8”
56 1 Binder Houder
57 2 Motor Schakel Beschermer
58 1 Motor Schakel Arm
59 1 Onderstel
60 2 Linker Achter Kapje
61 1 Magnet
62 1 Geaarde Draad voor Roller
63 1 Rechter Kapje
64 2 Sleutelklem
65 1 3/16” Inbussleutel
66 2 Achter Roller Bijstelbout
67 1 Linkekapje
68 1 Achterroller
69 8 Moer van de Bodemplaat
70 2 Kap voor het Been
71 1 Kap
72 1 Magnet Sensor Houder
73 1 Magnet Sensor/Sensor Draad
74 1 Motor Riem
75 3 Vierkante Moer
76* 1 Motor/Katrol/Vliegwiel/Ventilator
77 1 Batterijdeksel
78 1 Potentiometer
79 1 Snelheidsknop
80 2 3/8” Tussenring
81 1 Interface Plaat
82 1 Elektronische Plaat
83 1 Elektronische Plaat Grommet
84 1 Filter
85 4 Plastic Tussenstuk
86 3 Plastic Tussenring
87 1 Filter Houder
88 2 Geaarde Schroef
89 2 Geaarde Sterring
# 1 14” Witte Draad, Gedraaid
# 1 8” Witte Draad, Man-/Vrouwelijk
# 1 8” Zwarte Draad, 2 Vrouwelijke
# 1 4” Zwarte Draad, 2 Vrouwelijke
# 1 8” Blauwe Draad, Gedraaid
# 3 4” Groene Aarde Draad
# 1 Gebruikershandleiding
* Bevat alle onderdelen in de tekening
# Wijst niet geïllustreerd onderdelen aan.
Aandacht: Specificaties kunnen zonder kennisgeving worden veranderd.
14
3
1. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar
van deze loopband om alle gebruikers ervan te
informeren over de voorzorgsmaatregelen.
2. Gebruik de loopband alleen zoals voorgeschre-
ven in deze handleiding.
3. Plaats de loopband op een vlakke ondergrond,
met tenminste 2 meter ruimte achter de loop-
band. Plaats de loopband niet in de nabijheid
van water, niet buitenshuis of op een plaats
waar geen ventilatie is.
4. Houdt de loopband binnenshuis, weg van vocht
en stof. Plaats de loopband niet in een garage,
op een terras, of bij water.
5. Gebruik de loopband niet wanneer spuitbussen
gebruikt worden of zuurstof wordt toegediend.
6. Houdt kinderen jonger dan 12 en huisdieren
van de loopband vandaan.
7. Laat nooit meer dan één persoon op de loop-
band oefenen. De loopband kan niet gebruikt
worden door personen die meer dan 115 kg
wegen.
8. Draag geschikte sportkleding bij gebruik van
de loopband; draag geen losse kleding die in
de loopband bekneld kan raken. Gebruik altijd
sportschoenen; gebruik de loopband nooit met
blote voeten, sokken of sandalen. Sportkleding
wordt aanbevolen voor mannen en vrouwen.
9. Indien het elektriciteitssnoer wordt aangesloten
(zie GEBRUIK NEMEN VAN HET ELEKTRICI-
TEITSSNOER op pagina 6), plaats de stekker
direct in een geaard stopcontact, geschikt voor
8 amp of meer. Geen ander apparaat mag op
hetzelfde circuit worden aangesloten. Houdt
het elektriciteitssnoer vrij van warmtebronnen.
10. Wanneer een verlengsnoer nodig is, gebruik
dan alleen een gewoon drieaderig snoer met
een lengte van 1,5 meter of minder.
11. Beweeg het loopvlak nooit wanneer de elektri-
citeit uitgeschakeld is. Gebruik de loopband
niet indien het elektriciteitssnoer of de stekker
beschadigd is. (Zie VOORDAT U BEGINT op
pagina 4 in deze handleiding wanneer de loop-
band niet naar behoren werkt.)
12. Houdt de stekker bij warmtebronnen vandaan.
13. Start de loopband nooit terwijl U op de band
staat. Houdt U aan de handsteunen vast wan-
neer U op de loopband oefent.
14. De loopband kan op hoge snelheid draaien.
Stel de snelheid langzaam in om snelheidssto-
ten te voorkomen.
15. Ter voorkoming van de mogelijkheid tot over-
verhitting, dient de loopband niet continue lan-
ger dan een uur te worden gebruikt.
16. De hartslagmeter is geen medisch instrument.
Verschillende factoren zoals de bewegingen
van de gebruiker kunnen de nauwkeurigheid
van de metingen beïnvloeden. Het is alleen
voor algemeen gebruik bedoeld, om u wat
informatie te geven over uw hartritme.
17. Laat de loopband nooit onbeheerd terwijl hij
loopt. Verwijder altijd de sleutel wanneer u de
loopband niet gebruikt.
18. Zie pagina 9 van deze handleiding voor de
instructies om de helling van de loopband bij te
stellen.
19. Steek nooit iets in de openingen.
20. Inspecteer en draai alle onderdelen van de
loopband elke drie maanden goed vast.
21. U dient altijd de elektriciteit uit te schakelen
voor uitvoering van onderhouds- en aanpas-
singsprocedures zoals beschreven in deze
handleiding. Verwijder nooit de kap van de
motor tenzij dit gebeurd op aanwijzing van een
bevoegd service-verlener. Onderhoud, anders
dan de procedures vermeld in deze handlei-
ding, dient te worden uitgevoerd door een
erkend service-verlener.
22. Deze loopband is ontworpen voor in huis
gebruik. Deze loopband is niet bedoelt voor ver-
huur of enig ander commercieel doeleind.
BEWAAR DEZE
INSTRUCTIES
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN
WAARSCHUWING:
Om het risico van brand, elektrische schok of verwonding bij per-
sonen te voorkomen, dient U de volgende voorzorgsmaatregelen en informatie voor gebruik van de loop-
band door te lezen.
4
13
Oefening in de Trainingszone
Nadat het opwarmen is het lichaam in staat intensief te
oefenen. Verhoog de intensiteit van uw oefening totdat
uw hartslag binnen de grenzen van uw trainingszone
ligt. Houdt dit 20 tot 60 minuten lang vol. (Tijdens de
eerste paar weken van uw oefenprogramma, is het
belangrijk uw hartslag niet langer dan 20 minuten in uw
trainingszone te houden.) Adem regelmatig en diep—
houdt nooit uw adem in.
Afkoelen
Eindig elke workout met een strektijd van 5 tot 10 minu-
ten om uw lichaam of te koelen. Deze oefening zorgt
ervoor dat uw spieren soepel blijven en zorgt er ook
voor dat u geen problemen hebt.
Het Aantal Keer Oefenen
Om uw conditie te behouden of deze te verbeteren, zorg
er dan voor dat u drie keer per week oefent, met een
dag rust tussendoor. Na een paar maanden kunt u als u
dat wilt vijf keer per week oefenen.
Het succes in oefenen is regelmatigheid en plezierig-
heid.
VOORGESTELDE STREKOEFENINGEN
De juiste manier voor iedere strekoefening vindt u in onderstaan-
de tekening.
1. TEEN-STREKOEFENING
Sta met uw knieën licht gebogen en buig langzaam vanuit de
heupen vooruit. Ontspan uw rug en schouders terwijl u zover
mogelijk naar beneden naar uw tenen reikt. Houdt dit 15 tellen
vast en rust. Herhaal deze oefening drie maal. Strekken:
Hamstrings, knieholte en rug
2. HAMSTRING STREKOEFENING
Zit met een been gestrekt. Breng uw andere voet tegen de bin-
nenkant van uw gestrekte been. Reik zover mogelijk voorover
naar uw tenen. Houdt dit 15 tellen vast en rust. Herhaal deze
oefening drie maal voor elk been. Strekken: Hamstrings, onderrug
en kruis.
3. KUIT EN ACHILLES STREKOEFENING
Met een been voor de ander, reikt u voorover en plaatst u handen
tegen de muur. Houdt uw achterste been gestrekt en uw achter-
ste voet plat op de vloer. Buig uw voorste been, leun voorover en
duw uw heupen naar de muur. Houdt dit 15 tellen vast en rust.
Herhaal deze oefening drie maal voor elk been. Om uw achilles-
pees verder te strekken, buigt u ook uw achterste been. Strekken:
Kuiten, achillespezen en enkels.
4. QUADRICEPS STREKOEFENINGEN
Met een hand tegen de muur voor evenwicht, reikt u achteruit en
grijpt u met de andere hand een voet. Breng uw hiel zo dicht
mogelijk bij uw billen. Houdt dit 15 tellen vast en rust. Herhaal
deze oefening drie maal voor beide benen. Strekken: Quadriceps
en heupspieren.
5. BINNENDIJ STREKOEFENING
Zit met uw voeten bij elkaar en met uw knieën naar buiten. Breng
uw voeten zo dicht mogelijk naar uw kruis. Houdt dit 15 tellen vast
en rust. Herhaal deze oefening drie maal. Strekken: Quadriceps
en heupspieren.
1
2
3
4
5
VOORDAT U BEGINT
Handleuning
Bedieningspaneel
Accessoire Compartiment
Sleutel/klem
Kap voor
de Motor
Staander
Hartslagmeter
Waterfles Houder
(waterfles niet inbe-
grepen)
Handdoekstang
Stroom Onderbreker
Hellingpen
Loopband
Voetbalk
Bijstelbouten voor de
Achterroller
VOORKANT
ACHTER
RECHTERKANT
Fijn dat u de PROFORM
®
380 loopband hebt gekozen.
Vooruitstrevende technologie en een nieuw ontwerp
zijn samengebracht in de PROFORM
®
380 loopband
om u te laten genieten van een uitstekende cardiovas-
culaire oefeningsvorm binnen de sfeer en stilte van uw
eigen huis.
Lees voor het gebruik van de loopband deze hand-
leiding zorgvuldig door. Mocht u nog vragen hebben,
neemt u dan a.u.b. contact op met de winkel waar u dit
produkt hebt gekocht. Het modelnummer van de loop-
band is PETL38061. Het serienummer staat op een
sticker die bevestigd is op de loopband (zie de omslag
van deze handleiding voor de plaats).
Voordat uw verder gaat met lezen, bekijk a.u.b. de vol-
gende tekening aandachtig om bekend te raken met
de verschillende onderdelen.
12
5
CONDITIE RICHTLIJNEN
De volgende richtlijnen helpen uw oefenprogramma te
plannen. Denk er aan dat juiste voeding en adequate rust
essentieel zijn voor succesvolle resultaten. Vergeet niet
dat dit algemene richtlijnen zijn. Voor meer informatie
raadpleegt u dan een goed oefenboek of neem contact
op met uw huisarts.
OEFEN INTENSITEIT
U kunt uw oefening op specifieke doelen richten. U kunt
dat doen door vet te verbruiken, uw cardiovasculaire sys-
teem te verbeteren, of uw uithoudingsvermogen te ver-
groten. Om een specifiek resultaat te bereiken moet u wel
intensief oefenen.
Vet Verbruik
U moet op een vrij laag niveau oefenen om vet te verbrui-
ken maar u moet het wel over een lange periode volhou-
den. Tijdens de eerste paar minuten verbruikt uw lichaam
de gemakkelijke bereikbare koolhydraten voor energie.
Na de eerste paar minuten begint uw lichaam de vet calo-
rieën te verbruiken voor energie. Plaats de snelheidsknop
in de FAT BURN positie als uw doel is vet te verbruiken.
De FAT BURN positie werkt intensief. (Zie stap 3 op pagi-
na 8).
Aerobic Oefening
Uw oefening moet “aerobic” zijn als u uw cardiovasculair
systeem wilt verbetteren. Deze oefening heeft een hoge
dosis zuurstof nodig gedurende een lange tijd. Dit vereist
dat het hart meer bloed in het lichaam pompt en dat de
longen meer zuurstof in het bloed toevoegen. U kunt
intensief oefenen door uw hartslag als gids te gebruiken.
Tijdens het oefenen moet uw harstlag tussen de 70% en
85% van uw maximale hartslag liggen. Dit is bekend als
de trainingszone. U kunt uw trainingszone vinden door de
tabel op deze pagina te bekijken. Gedurende de eerste
paar maanden van uw oefenprogramma houdt u uw hart-
slag aan de onderkant van uw trainingszone terwijl u
oefent. Na een paar maanden regelmatig oefenen, kunt u
uw hartslag geleidelijk opvoeren tot aan het midden van
uw trainingszone. U kunt uw hartslag meten door het
gebruik van de hartslagmeter op het bedieningspaneel.
Oefen tenminste vier minuten en meet uw hartslag
meteen nadien. Als u hartslag te hoog ligt of te laag is,
pas dan uw intensiteit aan. Het kan ook helpen als u de
snelheid op de positie AEROBIC plaats. (Zie stap 3 op
pagina 8).
Uithoudingsvermogen
Stel de snelheidsknop op PERFORMANCE als u een
hoge atletische prestatie wilt uitvoeren. Op deze manier
werkt u intensief. (Zie stap 3 op pagina 8).
WORKOUT RICHTLIJNEN
Draag geschikte kleren wanneer u oefent. Draag altijd
sportschoenen om uw voeten te beschermen. Elke wor-
kout bestaat uit drie delen: (1) een opwarming, (2) oefe-
nen in de trainingszone, en (3) een tijd om af te bouwen.
Opwarmen
U dient uw lichaam voor te bereiden op een versnelde
bloedsomloop die meer zuurstof aan de spieren levert,
en die uw lichaamstemperatuur verhoogt. Begin elke wor-
kout met wat strekoefeningen en wat lichte oefeningen
gedurende 5 tot 10 minuten (zie VOORGESTELDE
STREKOEFENINGEN op pagina 13).
WAARSCHUWING:
Raadpleeg uw arts voordat U begint met dit of
ieder andere oefenprogramma. Dit is in het bij-
zonder belangrijk voor personen boven de 35
jaar en of personen die gezondheidsproble-
men hebben of gehad hebben.
De hartslagmeter is geen medisch instrument.
De nauwkeurigheid van de hartslag-meting kan
door verschillende factoren, onder andere door
uw bewegingen tijdens het oefenen, worden
beïnvloed. De meter is alleen maar een hulp-
middel om de algemene hartslag te bepalen.
3/8" Washer (80)–2
3/8" x 1" Bolt (2)–3
3/8" x 1 1/2" Washer
(28)–1
5/16" Washer (50)–2
5/16" x 2 3/4" Bolt (49)–2
5/16" Flange Nut (48)–2
1. Til de Staander (11) rechtop zoals aangegeven is. Steek een
3/8” x 1” Bout (2), met een 3/8” x 1 1/2” Tussenring (28), in de
aangeven kant van de Staander. Draai de Bout handmatig
vast in het Onderstel (59).
2. Als er binnenin de Handleuning (1) twistdraden bevinden, snijd
deze dan eerst door. Steek een van de Handleuningen in de
Huls van het Bedieningspaneel (3). (Aandacht: De twee
Handleuningen zijn dezelfde. Het maakt niet uit welke u eerst
bevestigt). Steek een 3/8” x 1” Bout (2), met een 3/8”
Tussenring (80), door de plaat onder de Huls van het
Bedieningspaneel, en draai deze handmatig in de Handleuning
vast.
Maak de andere Handleuning (1) op dezelfde wijze vast.
3. Steek een 5/16” x 2 3/4” Bout (49), met een 5/16” Tussenring
(50), in de onderkant van de rechter Handleuning (1) en het
Onderstel (59). Draai een 5/16” Moer met Rand (48) op de
Bout.
Maak de andere Handleuning (1) (niet getoond) op dezelfde
manier vast. Draai alle Bouten van stap 1 tot en met 3 vast.
2
3
2
1
49
50
2
80
80
3
48
59
1
MONTAGE
Plaats de loopband in een open ruimte en verwijder het verpakkingsmateriaal. Gooi de verpakking pas weg wan-
neer u de loopband hebt opgezet.
U HEBT HET VOLGENDE GEREEDSCHAP NODIG: Een verstelbare engelse sleutel (niet
bijgevoegd).
28
2
59
11
1
GETRAIND
TRAININGSZONE (SLAGEN p/MIN)
133–162
132–160
130–158
129–156
127–155
125–153
124–150
122–149
121–147
119–145
118–144
117–142
115–140
114–139
138–167
136–166
135–164
134–162
132–161
131–159
129–156
127–155
126–153
125–151
123–150
122–147
120–146
118–144
20
25
30
35
40
45
50
55
60
65
70
75
80
85
LEEF
TIJD
ONGETRAIND
3/8” x 1 1/2”
Tussenring (28)–1
5/16” x 2 3/4” Bout (49)–2
3/8” Tussenring (80)–2
5/16” Tussenring (50)–2
5/16” Moer met Rand (48)–2
3/8” x 1” Bout (2)–3
6 11
contact, en steek de sleutel in het bedieningspaneel.
Laat de loopband voor een paar minuten draaien.
Herhaal dit totdat de loopband goed aangedraaid is.
5. VERSCHIJNSEL: DE INDICATORS VAN HET
BEDIENINGSPANEEL GEVEN GEEN GOEDE
INFORMATIE AAN
a. Bekijk eerst de batterijen in het bedieningspaneel.
(Zie BATTERIJEN INSTALLATIE op pagina 6).
De meeste problemen komen door lege batterijen
voor.
b. Als de snelheidsindicator geen goede informatie
weergeeft, neem dan de sleutel uit het bediening-
spaneel en VERWIJDER HET SNOER UIT HET
STOPCONTACT. Verwijder de schroeven uit de
zijkant van de kap van de motor. Til de kap van
het onderstel. Bekijk de Magneet Sensor (73) en
de Magneet (61). Beiden bevinden zich aan de
linkerkant van de Katrol (43). Draai de Katrol
zodat de Magneet gelijk staat met de Magneet
Sensor. Zorg ervoor dat de opening tussen de
Magneet en de Magneet Sensor 3 mm is. Draai
de Schroef (24) en stel de Magneet Sensor bij
mocht dat nodig zijn. Draai de Schroef weer goed
vast. Plaats de kap weer terug op het onderstel
en laat de loopband een paar minuten draaien om
er zeker van te zijn dat nu de goede snelheid
wordt aangegeven.
OPBERGEN
Verwijder het elektriciteitssnoer uit het stopcontact
wanneer u de loopband niet gebruikt. Tijdens lange
opberg periode, is het aan te raden om de batterijen uit
het bedieningspaneel te halen.
Haal de bout, de tussenring, en de moer uit de onder-
kant van elke
handleuning.
Haal de bout en
de tussenring uit
de bovenkant van iedere handleuning. Verwijder de
handleuning uit
het bedieningspa-
neel.
Haal de bout en
de tussenring uit
de onderkant van
de staander. Leg
de staander op de
loopband. Bewaar
alle bouten en
moeren op een
veilige plaats.
Verwijder
Verwijder
Verwijder
c
4. Het Bedieningspaneel (3) gebruikt drie “AA” batterijen (niet inbe-
grepen); alkaline batterijen worden aangeraden. Schuif de
Batterijdeksel (77) naar boven om die te verwijderen. Leg drie
Batterijen in de opening, met de negatieve kanten (–) van de
batterijen tegen de veren. Plaats de Batterrijdeksel weer terug
op zijn plaats.
5. Verwijder het papier van de Sleutelklem (64). Plaats de Klem op
het Rechter Kapje (63) zoals aangegeven. Druk de Inbussleutel
(65) in de klem.
Controleer of alle onderdelen goed vastgedraaid zijn voordat u de
loopband gebruikt. Attentie: Om de vloer te beschermen, raden
wij u aan een vloerkleed onder de loopband te leggen.
63
64
65
77
5
Batterijen
4
5
BEDIENING EN BIJSTELLEN
DE PERFORMANT LUBE
TM
LOOPBAND
Uw loopband bevat een loopband die met PERFORMANT LUBE
TM
, een hoog-prestatie smeermiddel, ingesmeerd
is. BELANGRIJK: Breng geen enkel andere silicon smeermiddel op de loopband of het loopplatform aan.
Deze kan de band beschadigen en slijtage veroorzaken.
GEBRUIK NEMEN VAN HET ELEKTRICITEITSSNOER
Dit produkt is geschikt voor 220–240 volt en moet geaard worden.
Wanneer het slecht functioneert of stuk gaat, zorgt de aarde voor een
pad van minste weerstand voor elektrische schok. Dit produkt is uitge-
rust met een kabel met aardgeleider en een stekker.
Steek het aangegeven einde van het elektriciteitsnoer in de loop-
band. Steek het andere einde van het snoer in een stopcontact
dat behoorlijk is geïnstalleerd en geaard in overeenstemming met
alle lokale codes en bepalingen.
WAARSCHUWING:Onjuiste verbinding
van de aardgeleider kan resulteren in een risico van elektri-
sche schok. Raadpleeg een erkende elektricien of service-
verlener wanneer u zich afvraagt of het produkt goed
geaard is. Verander de stekker geleverd bij dit produkt niet.
Indien het niet in het stopcontact past, dient een juist stop-
contact te worden geïnstalleerd door een erkend installa-
teur.
61
73
24
Zicht
van
Boven
3 mm
43
b
HET STAP NA STAP IN GEBRUIK NEMEN VAN HET
BEDIENINGSPANEEL
Zorg ervoor dat het elektriciteitssnoer goed in het con-
tact zit voordat u het bedieningspaneel gebruikt. (Zie
HET IN GEBRUIK NEMEN VAN HET ELEKTRICI-
TEITSSNOER op pagina 6). Vervolgens, stap op de
voetbalken van de loopband. Neem de klem die aan
de sleutel vast zit, en bevestig deze in de taille van uw
kleding.
Volg de hieronder beschreven stappen om het bedie-
ningspaneel te gebruiken:
Steek de sleutel volledig in het contactpunt.
Aandacht: De drie
indicators zullen
niet oplichten tenzij
u de batterijen net
hebt geïnstalleerd.
Druk op de ON/RESET knop.
De drie indicators
zullen oplichten
wanneer u de
ON/RESET knop
indrukt. Aandacht:
Als u net de batte-
rijen hebt geïn-
stalleerd zullen deze al branden.
2. VERSCHIJNSEL: DE STROOM SCHAKELT UIT
TIJDENS GEBRUIK
a. Controleer de circuitbreker die zich op het onder-
stel van de loopband bij het elektriciteitssnoer
bevindt. Als de knop naar buiten steekt zoals
getoond is, is de breker doorgeslagen. Wacht 5
minuten, druk dan de schakelaar weer in.
b. Overtuig u ervan dat het elektriciteitssnoer in het
stopcontact zit.
c. Verwijder de sleutel uit het bedieningspaneel.
Plaats de sleutel opnieuw terug in het bediening-
spaneel.
3. VERSCHIJNSEL: DE LOOPBAND VERTRAAGT
WANNEER EROP GELOPEN WORDT
a. Wanneer een verlengsnoer nodig is, gebruik dan
alleen een huishoudelijke drieaderig snoer met
een lengte van 2 meter of minder.
b. De loopband zal minder presteren en de loop-
band kan zelfs schade oplopen als deze te strak
aangedraaid is. Verwijder de sleutel en HAAL
HET ELEKTRICITEITSSNOER UIT HET STOP-
CONTACT. Draai met gebruik van een inbussleu-
tel beide bijstelbouten voor de achterroller elk een
kwart slag tegen de klok in (zie tekening op vol-
gende pagina). Wanneer de loopband goed aan-
gedraaid is kunt u de band 5 tot 7,5 cm van het
loopplatform tillen. Het midden van de loopband
zou net het loopplatform moeten raken. Zorg
ervoor dat de loopband goed in het midden ligt.
Steek het elektriciteitssnoer weer in het stopcon-
tact, en steek de sleutel in het bedieningspaneel.
Laat de loopband een paar minuten draaien.
Herhaal dit totdat de loopband goed aangedraaid
is. Als de loopband nog steeds vertraagt wanneer
u erop loopt, neem dan contact op met de winkel
waar u dit apparaat hebt gekocht.
4. VERSCHIJNSEL: DE LOOPBAND LIGT NIET IN
HET MIDDEN OF SLIPT WANNEER EROP
GELOPEN WORDT
a. Als de loopband naar links is verschoven, verwij-
der dan eerst de sleutel en HAAL DE ELEKTRI-
CITEITSSNOER UIT HET STOPCONTACT.
Draai met gebruik van een inbussleutel de linker-
bijstelbout van de achterroller een kwart slag met
de klok mee, en de rechterbijstel bout van de ach-
terroller een kwart slag tegen de klok in. Zorg
ervoor dat u de loopband niet te vast aandraait.
Steek het elektriciteitssnoer weer in het stopcon-
tact, en steek de sleutel in het bedieningspaneel.
Laat de loopband een paar minuten draaien.
Herhaal dit totdat de loopband goed aangedraaid
is.
b. Als de loopband naar rechts is verschoven, ver-
wijder dan eerst de sleutel en HAAL DE ELEK-
TRICITEITSSNOER UIT HET STOPCONTACT.
Draai met gebruik van een inbussleutel de linker-
bijstelbout van de achterroller een kwart slag
tegen de klok in, en de rechterbijstel bout van de
achterroller een kwart slag met de klok mee. Zorg
ervoor dat u de loopband niet te vast aandraait.
Steek het elektriciteitssnoer weer in het stopcon-
tact, en steek de sleutel in het bedieningspaneel.
Laat de loopband een paar minuten draaien.
Herhaal dit totdat de loopband goed aangedraaid
is.
c. Als de loopband slipt wanneer u erop loopt, ver-
wijder dan eerst de sleutel en HAAL DE ELEK-
TRICITEITSSNOER UIT HET STOPCONTACT.
Draai met gebruik van een inbussleutel beide bij-
stel bouten voor de achterroller elk een kwart slag
met de klok mee. Wanneer de loopband goed
aangedraaid is kunt u de band 5 tot 7,5 cm van
het loopplatform tillen. Het midden van de loop-
band zou net het loopplatform moeten raken. Zorg
ervoor dat u de loopband goed in het midden legt.
Steek het elektriciteitssnoer weer in het stop-
10
7
Sleutel
Opgelet: Het bedieningspaneel heeft een
plastic vel ter bescherming. Haal dit weg
voor gebruik. Zorg ervoor dat het bedie-
ningspaneel niet in contact komt met
vloeistoffen.
Hartslagmeter
IndicatorsSnelheidsknop
Klem
WAARSCHUWING:Lees de
volgende voorzorgsmaatregelen door voordat
u het bedieningspaneel gebruikt:
• Sta niet op de loopband wanneer u deze in
gebruik neemt.
• Draag altijd de klem wanneer u de loopband
gebruikt. Wanneer de sleutel uit het bedie-
ningspaneel wordt verwijderd, zal de elektrici-
teit zich uitschakelen.
• Er is een kleine pauze voordat de loopband
zich in beweging zet nadat u de snelheids-
knop verschuift. Stel de snelheid in kleine
stappen bij totdat u met de werking van de
loopband bekend bent.
• De trainingszones die op het bedieningspa-
neel aangegeven zijn, zijn een algemene refe-
rentie. Lees de CONDITIE RICHTLIJNEN op
pagina 12 om de goede intensiteit van uw
oefening te bepalen.
• Om het risico van elektrische schok te vermin-
deren, zorg ervoor dat het bedieningspaneel
niet in contact komt met vloeistoffen. Gebruik
alleen een waterfles die u kunt sluiten.
Loopband
Gereeedschap
5–7,5 cm
DIAGRAM VAN HET BEDIENINGSPANEEL
Sleutel
1
2
a
b
HET VERANDEREN VAN DE HELLING VAN DE
LOOPBAND
Om de intensiteit van uw oefening te veranderen kunt
u de helling van uw loopband aanpassen. De loopband
bevat drie verschillende instellingen. Haal de sleutel
uit het bedieningspaneel en het snoer uit het stop-
contact voordat u de helling aanpast.
Om de helling te veranderen, leg de loopband voor-
zichtig op de linkerzijkant. Verwijder de hellingpen uit
het rechterbeen
zoals in tekening
1 wordt aange-
geven. Stel het
been bij totdat u
de gewenste
hoogte bereikt
en steek de pen
weer in het been.
Zorg ervoor dat
de hellingpen
zich in de veilig-
heidspositie
bevindt zoals in
tekening 2 wordt
aangegeven.
Leg nu de loop-
band op de rech-
terzijkant en herhaal dezelfde stappen om het linker-
been bij te stellen. VOORZICHTIG: Zorg ervoor dat u
beide pennen volledig hebt ingestoken en dat de
hoogte voor beide benen hetzelfde is. Gebruik de
loopband niet terwijl de pennen verwijderd zijn.
8
9
Stel de snelheidsknop opnieuw in en start de
loopband.
Schuif de snel-
heidsknop hele-
maal naar links tot-
dat u de “SPEED
RESET” positie
bereikt. Vervolgens
schuift u de knop
langzaam naar
rechts totdat de loopband op lage snelheid begint
te draaien. Stap voorzichtig op de loopband en
begin dan te lopen. U kunt de snelheid naar wens
veranderen door de snelheidsknop te verschuiven.
Aandacht: Om de loopband te stoppen, ga dan
eerst op de voetbalken staan en schuif de snel-
heidsknop naar de “SPEED RESET” positie.
Het meten van uw pols, als u dat wilt.
Om de hartslagmeter te gebruiken, ga dan op de
voetbalken staan en plaats uw duim op de hart-
slagmeter zoals
aangegeven is. U
schakelt de meter
in door druk op de
knop te voeren.
Druk de knop volle-
dig in. Druk niet te
hard anders
wordt de bloed-
somloop in uw
duim afgesneden
en de hartslagmeter zal dan geen hartslag kun-
nen meten. Vervolgens, laat u uw duim lichtjes
omhoog komen totdat de indicator (in hartvorm)
op een regelmatig wijze begint te flikkeren. Houdt
uw duim op dit niveau. Na 5 of 10 seconden zal
uw hartslag worden aangegeven. Als het aange-
geven aantal slagen te hoog ligt of te laag ligt,
neem dan uw duim van de meter en druk opnieuw
op de knop zoals hierboven is aangegeven. Zorg
ervoor dat uw duim zich in de goede aangegeven
positie bevindt, en dat u goede druk op de knop
houdt. Probeer uw hartslag een paar keer te
meten zodat u ermee bekend raakt. Sta altijd
rechtop wanneer u uw hartslag wilt meten.
Volg uw oefening op de drie indicators.
TIME/DISTANCE
(TIJD/AFSTAND)
indicator—Geeft
de gelopen tijd aan.
Iedere zeven
seconden zal de
indicator zich van de tijd indicator (de linker indica-
tor zal oplichten) naar de totale afstand indicator
(de indicator aan de rechterkant zal opflikkeren)
overschakelen. Aandacht: De tijd stopt wanneer u
de loopband stillegt.
SPEED (SNELHEID)
indicator—Deze indi-
cator geeft de snel-
heid van de loopband
aan.
CAL/FAT CAL/
PULSE indicator (of
CAL/VETCAL/HART-
SLAG Indicator)
deze geeft het aantal
verbruikte calorieën en vetcalorieën aan. (Zie VET
VERBRUIK op pagina 12 voor verdere informatie
over de vetcalorieën). De indicator zal iedere
7 seconden tussen de twee aantalen wisselen. De
mode indicator geeft aan welke op het moment
wordt aangegeven.
Aandacht: Deze indicator geeft ook uw hartslag
aan wanneer u uw duim op de sensor plaatst.
Druk op de ON/RESET knop om de drie indica-
tors opnieuw in te stellen.
Stop de loopband en verwijder de sleutel wan-
neer u klaar bent met uw oefening.
Ga op de voetbalken staan en schuif de snel-
heidsknop naar de “SPEED RESET” positie. Haal
de sleutel uit het bedieningspaneel.
Aandacht: De drie indicators zullen niet uit-
gaan wanneer u de sleutel verwijdert. De indi-
catoren zullen automatisch uitgaan wanneer
de loopband stil staat en de knoppen van het
bedieningspaneel worden tijdens vijf minuten
niet gebruikt.
Hartslagmeter
Indicators
4
5
6
3
Snelheidsknop
Indicators
1
Hellingpen
Been
Hellingpen
2
1. VERSCHIJNSEL: DE STROOM WORDT NIET
INGESCHAKELD
a. Overtuig u ervan dat het elektriciteitssnoer in het
juiste stopcontact is zit. (Zie GEBRUIK NEMEN
VAN HET ELEKTRICITEITSSNOER op pagina
6). Indien een verlengsnoer nodig is, gebruik dan
alleen een gewoon drieaderig snoer van 2 meter
of minder.
b. Nadat het elektriciteitssnoer in het stopcontact zit
overtuig u zich ervan dat de sleutel volledig in het
bedieningspaneel is geplaatst. Verschillende indi-
catoren op het bedieningspaneel zullen oplichten.
(Zie stap 1 op pagina 7).
c. Als de sleutel zich in het bedieningspaneel
bevindt en de loopband werkt niet, haal dan de
sleutel uit het bedieningspaneel en wacht min-
stens een seconde voordat u weer de sleutel in
het bedieningspaneel steekt. Aandacht: Als u de
sleutel uit het bedieningspaneel haalt terwijl de
band loopt, wacht dan totdat de loopband tot stil-
stand komt voordat u de sleutel weer in het
paneel steekt.
d. Controleer de circuitbreker die bij het elektriciteits-
snoer van de loopband zit. Als de knop naar bui-
ten steekt zoals aangegeven is, is de breker door-
geslagen. Wacht vijf minuten voordat u de breker
weer aanzet door de knop in te drukken.
Tripped
Reset
Doorgeslagen
Reset
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN EN OPBERGEN
De meeste loopband problemen kunnen worden opgelost door de onderstaande simpele stappen te vol-
gen. Zoek de verschijnsel die van toepassing zijn voor uw loopband en volg de stappen.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8

ProForm PETL3806 de handleiding

Type
de handleiding