HP Compaq dc7800 Ultra-slim Desktop PC Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
Zakelijke personal computers
© Copyright 2007 Hewlett-Packard
Development Company, L.P. De informatie
in deze publicatie kan zonder voorafgaande
kennisgeving worden gewijzigd.
Microsoft, Windows en Windows Vista zijn
handelsmerken of geregistreerde
handelsmerken van Microsoft Corporation in
Verenigde Staten en/of andere landen.
De enige garanties die gelden voor HP
producten en diensten zijn de garanties die
worden beschreven in de
garantievoorwaarden behorende bij deze
producten en diensten. Geen enkel
onderdeel van dit document mag als extra
garantie worden opgevat. HP aanvaardt
geen aansprakelijkheid voor technische
fouten of redactionele fouten, drukfouten of
weglatingen in deze publicatie.
De informatie in dit document valt onder het
auteursrecht. Geen enkel deel van dit
document mag worden gekopieerd,
vermenigvuldigd of vertaald in een andere
taal, zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van Hewlett-Packard
Company.
Problemen oplossen
Zakelijke personal computers
Eerste editie, juli 2007
Artikelnummer van document: 451125-331
Over deze handleiding
WAARSCHUWING! Als u de aanwijzingen na dit kopje niet opvolgt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel
of levensgevaar.
VOORZICHTIG: Als u de aanwijzingen na dit kopje niet opvolgt, kan dit beschadiging van de
apparatuur of verlies van gegevens tot gevolg hebben.
OPMERKING: De tekst na dit kopje biedt belangrijke aanvullende informatie.
NLWW iii
iv Over deze handleiding NLWW
Inhoudsopgave
1 Diagnosevoorzieningen voor de computer
HP Insight Diagnostics ......................................................................................................................... 1
HP Insight Diagnostics starten ............................................................................................. 1
Tabblad Survey (Verkenning) .............................................................................................. 2
Tabblad Test ........................................................................................................................ 3
Tabblad Status ..................................................................................................................... 3
Tabblad Log (Logboek) ........................................................................................................ 4
Tabblad Help ....................................................................................................................... 4
Informatie opslaan en afdrukken in HP Insight Diagnostics ................................................ 5
De nieuwste versie van HP Insight Diagnostics downloaden .............................................. 5
Software beschermen .......................................................................................................................... 5
HP Backup and Recovery Manager ..................................................................................................... 5
2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen
Veiligheid en comfort ............................................................................................................................ 7
Voordat u belt voor technische ondersteuning ..................................................................................... 7
Tips ....................................................................................................................................................... 8
Algemene problemen oplossen .......................................................................................................... 10
Problemen met de elektrische voeding oplossen ............................................................................... 14
Problemen met diskettes oplossen .................................................................................................... 16
Problemen met de vaste schijf oplossen ............................................................................................ 19
Problemen met mediakaartlezers oplossen ....................................................................................... 22
Problemen met het beeldscherm oplossen ........................................................................................ 24
Problemen met audio oplossen .......................................................................................................... 28
Problemen met printers oplossen ....................................................................................................... 30
Problemen met toetsenbord en muis oplossen .................................................................................. 31
Problemen met de installatie van hardware ....................................................................................... 33
Problemen met netwerken oplossen .................................................................................................. 35
Problemen met het geheugen oplossen ............................................................................................. 38
Problemen met de processor oplossen .............................................................................................. 40
Problemen met de cd-rom- of dvd-rom-drive oplossen ...................................................................... 41
Problemen met de Drive Key oplossen .............................................................................................. 44
Problemen met onderdelen aan de voorkant oplossen ...................................................................... 45
Problemen met de internettoegang oplossen ..................................................................................... 46
Problemen met de software oplossen ................................................................................................ 48
Contact opnemen met een HP Business of Service Partner .............................................................. 49
Bijlage A POST-foutberichten
Numerieke codes en tekstberichten tijdens de POST ........................................................................ 51
Betekenis van POST-meldingen via lampjes op het voorpaneel en via geluidssignalen ................... 59
Bijlage B Wachtwoordbeveiliging en CMOS opnieuw instellen
NLWW v
Wachtwoordjumper opnieuw instellen ................................................................................................ 64
CMOS wissen en opnieuw instellen ................................................................................................... 65
Bijlage C Schijfbeveiligingssysteem (DPS)
Toegang krijgen tot DPS via Computerinstellingen ............................................................................ 68
Index ................................................................................................................................................................... 69
vi NLWW
1 Diagnosevoorzieningen voor de
computer
HP Insight Diagnostics
OPMERKING: Bij sommige modellen wordt een cd meegeleverd met het hulpprogramma HP Insight
Diagnostics.
HP Insight Diagnostics stelt u in staat informatie over de hardwareconfiguratie op te vragen en
diagnostische tests uit te voeren op de hardwaresystemen in de computer. Met dit hulpprogramma kunt
u hardwareproblemen effectief en eenvoudig detecteren, diagnosticeren en isoleren.
Wanneer u HP Insight Diagnostics start, wordt het tabblad Survey (Verkenning) weergegeven. Dit
tabblad toont informatie over de huidige configuratie van de computer. Vanuit het tabblad Survey
(Verkenning) heeft u toegang tot verschillende categorieën van informatie over de computer.
Aanvullende informatie wordt weergegeven op andere tabbladen, met onder meer opties voor
diagnostische tests en testresultaten. De informatie op de schermen van het hulpprogramma kan
worden opgeslagen in een HTML-bestand op een diskette of een HP USB Drive Key.
Gebruik HP Insight Diagnostics als u wilt bepalen of alle in de computer geïnstalleerde apparaten door
het systeem worden herkend en correct functioneren. Het is niet per se noodzakelijk om tests uit te
voeren na het installeren of aansluiten van een nieuw apparaat, maar dit wordt wel aanbevolen.
Voer de tests uit, sla de resultaten op en druk deze af, zodat u de testresultaten op papier bij de hand
heeft wanneer u contact opneemt met de technische ondersteuning.
OPMERKING: Apparaten van externe leveranciers worden mogelijk niet herkend door HP Insight
Diagnostics.
HP Insight Diagnostics starten
U start HP Insight Diagnostics door een set herstelschijven te maken en vervolgens op te starten vanaf
de cd met het hulpprogramma. U kunt het programma ook downloaden van
http://www.hp.com.
Raadpleeg
De nieuwste versie van HP Insight Diagnostics downloaden op pagina 5 voor meer
informatie.
OPMERKING: Bij sommige modellen wordt het hulpprogramma HP Insight Diagnostics meegeleverd
als onderdeel van de herstelschijven.
Als u al een set herstelschijven heeft gemaakt, begint u de volgende procedure bij stap 4.
1. Klik op Start > HP Backup and Recovery > HP Backup and Recovery Manager om de wizard
Backup and Recovery te openen en klik vervolgens op Next (Volgende).
2. Selecteer Create a set of recovery discs (Recommended) (Herstelschijven maken
(aanbevolen)) en klik op Next (Volgende).
3. Volg de instructies van de wizard om herstelschijven te maken.
4. Zoek met Windows Verkenner in de herstelschijven naar de cd met de map compaq\hpdiags.
NLWW HP Insight Diagnostics 1
5. Zorg dat de computer is ingeschakeld en plaats de cd in een optische-schijfeenheid.
6. Sluit het besturingssysteem af en zet de computer uit.
7. Zet de computer aan. De computer wordt opgestart vanaf de cd.
OPMERKING: Als het systeem niet wordt opgestart vanaf de cd in de optische-schijfeenheid,
moet u mogelijk de opstartvolgorde in het hulpprogramma Computer Setup (Computerinstellingen)
zodanig aanpassen dat de optische-schijfeenheid in de opstartvolgorde vóór de vaste schijf wordt
genoemd. Raadpleeg de handleiding Computerinstellingen voor meer informatie over Computer
Setup (Computerinstellingen).
8. Selecteer de gewenste taal en klik op Continue (Doorgaan).
OPMERKING: U wordt aangeraden akkoord te gaan met de standaardwaarde voor het
toetsenbord van uw taal, tenzij u tests wilt uitvoeren met een specifiek toetsenbord.
9. Klik op de pagina met de licentieovereenkomst voor eindgebruikers op Agree (Akkoord) om aan
te geven dat u instemt met de voorwaarden. Het hulpprogramma HP Insight Diagnostics wordt
gestart. In eerste instantie wordt het tabblad Survey (Verkenning) weergegeven.
Tabblad Survey (Verkenning)
Het tabblad Survey (Verkenning) bevat belangrijke informatie over de systeemconfiguratie.
In het veld View level (Weergaveniveau) kunt u kiezen tussen de weergave Summary (Samenvatting)
voor een beknopt overzicht van de configuratiegegevens en de weergave Advanced (Geavanceerd)
voor de weergave van alle gegevens in de geselecteerde categorie.
In het veld Category (Categorie) kunt u de volgende informatiecategorieën selecteren voor weergave:
All (Alle): een overzicht van alle categorieën van informatie over de computer.
Overview (Overzicht): een overzicht van algemene informatie over het computersysteem.
Architecture (Architectuur): informatie over het systeem-BIOS en de PCI-apparaten.
Asset Control (Inventarisbeheer): informatie over de productnaam, inventariscode, serienummer en
processor.
Communication (Communicatie): informatie over de instellingen voor de parallelle (LPT) en seriële
(COM) poorten en gegevens over USB-poorten en netwerkadapters.
Graphics (Beeldscherm): informatie over de grafische kaart in de computer.
Input Devices (Invoerapparatuur): gegevens over het toetsenbord, de muis en andere invoerapparaten
die op de computer zijn aangesloten.
Memory (Geheugen): gegevens over al het geheugen in de computer. Dit betreft zowel de
geheugenslots op de systeemkaart als de geïnstalleerde geheugenmodules.
Miscellaneous (Diversen): informatie over de versie van HP Insight Diagnostics, het CMOS (het
configuratiegeheugen), BIOS-gegevens over het systeembeheer en informatie over de systeemkaart.
Storage (Opslag): gegevens over de opslagmedia die op de computer zijn aangesloten (alle vaste
schijven, diskettedrives en optische-schijfeenheden).
System (Systeem): informatie over computermodel, processor, chassis en BIOS, plus gegevens over
de interne luidspreker en de PCI-bus.
2 Hoofdstuk 1 Diagnosevoorzieningen voor de computer NLWW
Tabblad Test
Op het tabblad Test specificeert u welke onderdelen van het systeem u wilt testen. U kunt bovendien
het type test en de gewenste testmethode instellen.
U kunt kiezen uit drie testtypen:
Quick Test (Snelle test): er wordt een gedeelte van elk hardwareonderdeel getest volgens een
vooraf gedefinieerd script. Een snelle test vereist geen interactie met de gebruiker, ook niet als u
kiest voor de interactieve testmethode.
Complete Test (Volledige test): alle hardwarecomponenten worden volledig getest volgens een
vooraf gedefinieerd script. Bij interactieve uitvoering zijn er meer tests beschikbaar, maar hierbij is
interactie vereist.
Custom Test (Aangepaste test): deze test biedt de meeste flexibiliteit bij het bepalen hoe de
systeemtest moet worden uitgevoerd. Bij een aangepaste test kunt u specifieke apparaten,
diagnostische tests en testparameters selecteren.
U kunt bij elk type test kiezen uit twee testmethoden:
Interactive Mode (Interactief): bij interactieve uitvoering heeft u optimale controle over de
testprocedure. Tijdens het uitvoeren van het diagnoseprogramma wordt om invoer gevraagd bij
tests waarvoor interactie nodig is. U kunt ook bepalen of een apparaat door de test is gekomen.
Unattended Mode (Onbeheerd): er wordt niet om invoer of interactie gevraagd. Als er fouten
optreden, worden deze na afloop van de test gemeld.
U voert als volgt een test uit:
1. Selecteer het tabblad Test.
2. Klik op het tabblad van het type test dat u wilt uitvoeren. Quick (Snel), Complete (Volledig) of
Custom (Aangepast).
3. Selecteer de gewenste Test Mode (Testmethode): Interactive (Interactief) of Unattended
(Onbeheerd).
4. Specificeer met de optie Number of Loops (Aantal uitvoeringen) of de optie Total Test Time
(Totale testduur) hoe lang de test moet worden uitgevoerd. Als u de test een bepaald aantal keren
wilt uitvoeren, voert u het gewenste aantal keren in. Als u de test gedurende een bepaalde tijd wilt
uitvoeren, geeft u het gewenste aantal minuten op.
5. Als u een snelle test of een volledige test uitvoert, selecteert u het apparaat dat u wilt testen in het
vervolgkeuzelijst. Als u een sangepaste test uitvoert, klikt u op de knop Expand (Uitbreiden) en
selecteert u de apparaten die u wilt testen. Klik op Check All (Alle selecteren) om alle apparaten
te selecteren.
6. Klik rechtsonder in het scherm op Begin Testing (Test starten) om de test te starten. Tijdens de
testprocedure wordt het tabblad Status weergegeven, waarop u de voortgang van de test kunt
volgen. Na afloop van de test wordt op het tabblad Status aangegeven of de apparaten door de
test zijn gekomen.
7. Als er fouten zijn aangetroffen, opent u het tabblad Log (Logboek) en klikt u op Error Log
(Foutenlogboek) voor gedetailleerde informatie over de fouten en de aanbevolen maatregelen.
Tabblad Status
Op het tabblad Status ziet u de status van de geselecteerde tests. Bovendien wordt aangegeven welk
type test is of wordt uitgevoerd: Quick Test (Snelle test), Complete Test (Volledige test) of Custom
Test (Aangepaste test). Via de voortgangsindicatie kunt u volgen welk percentage van de huidige
NLWW HP Insight Diagnostics 3
testreeks is voltooid. Tijdens de uitvoering van een test kunt u op de knop Cancel Testing (Test
annuleren) klikken als u de test wilt afbreken.
Na afloop van de test wordt de knop Cancel Testing (Test annuleren) vervangen door de knop
Retest (Test herhalen). Als u op Retest (Test herhalen) klikt, wordt de laatste testreeks nogmaals
uitgevoerd. Hierdoor kunt u dezelfde tests eenvoudig herhalen zonder dat u de gegevens op het tabblad
Test opnieuw hoeft in te voeren.
Het tabblad Status toont bovendien informatie over:
de apparaten die worden getest;
de teststatus (in uitvoering, geslaagd of mislukt) van elk apparaat dat wordt getest;
de algehele voortgang van de test voor alle apparaten;
de voortgang van de test voor elk afzonderlijk apparaat;
de verstreken tijd per test voor elk afzonderlijk apparaat.
Tabblad Log (Logboek)
Het tabblad Log (Logboek) bevat een tabblad Test Log (Testlogboek) een een tabblad Error Log
(Foutenlogboek).
Het testlogboek toont alle uitgevoerde tests, het aantal keren dat de tests zijn uitgevoerd, het aantal
keren dat de apparaten niet door de test zijn gekomen en de tijd die het heeft gekost om elke test uit te
voeren. Als u op de knop Clear Test Log (Testlogboek wissen) klikt, wordt de inhoud van het testlogboek
gewist.
Het foutenlogboek toont informatie over de apparaten waarvoor de diagnostische test fouten heeft
voorgesteld. De volgende kolommen met informatie worden weergegeven:
Device (Apparaat): het apparaat dat is getest.
Test: het type test dat is uitgevoerd.
Description (Beschrijving): een omschrijving van de opgetreden fout.
Recommended Repair (Aanbevolen maatregel): een aanbeveling die u kunt opvolgen om de
defecte hardware te herstellen.
Failed Count (Aantal fouten): het aantal malen dat de test voor dit apparaat fouten heeft
opgeleverd.
Error Code (Foutcode): een numerieke code voor de fout. De foutcodes worden toegelicht op het
tabblad Help.
Als u op de knop Clear Error Log (Foutenlogboek wissen) klikt, wordt de inhoud van het foutenlogboek
gewist.
Tabblad Help
Het tabblad Help bevat een tabblad HP Insight Diagnostics, een tabblad Error Codes (Foutcodes)
en een tabblad Test Components (Testonderdelen).
Het tabblad HP Insight Diagnostics bevat Help-onderwerpen en zoek- en indexeringsfuncties.
Op het tabblad Error Codes (Foutcodes) vindt u een beschrijving van de numerieke foutcodes die u
kunt tegenkomen op het tabblad Error Log (Foutenlogboek) van het tabblad Log (Logboek). Elke code
heeft een bijbehorend Foutbericht en een Recommended Repair (Aanbevolen oplossing) waarmee
u het probleem mogelijk kunt oplossen. Voer de code in het vak bovenaan het tabblad in en klik op Find
Error Codes (Foutcodes zoeken) om snel de beschrijving te vinden.
4 Hoofdstuk 1 Diagnosevoorzieningen voor de computer NLWW
Op het tabblad Test Components (Testonderdelen) wordt beknopte informatie weergegeven over de
tests die worden uitgevoerd.
Informatie opslaan en afdrukken in HP Insight Diagnostics
U kunt de informatie op de tabbladen Survey (Verkenning) en Log (Logboek) van HP Insight
Diagnostics opslaan op een diskette of een HP USB 2.0 Drive Key (met een minimale capaciteit van 64
MB). De informatie kan niet op de vaste schijf worden opgeslagen. Er wordt automatisch een HTML-
bestand gegenereerd waarin de informatie op dezelfde manier is opgemaakt als op het scherm.
1. Plaats een diskette of een HP USB 2.0 Drive Key (capaciteit minimaal 64 MB). USB 1.0 Drive Keys
worden niet ondersteund.
2. Klik rechtsonder in het tabblad op Save (Opslaan).
3. Selecteer Save to floppy (Opslaan op diskette) of Save to USB key (Opslaan op USB Drive Key).
4. Typ een naam voor het bestand in het vak File Name (Bestandsnaam) en klik op Save (Opslaan).
De informatie wordt opgeslagen in een HTML-bestand op de diskette of de HP USB Drive Key.
OPMERKING: Verwijder de diskette of de USB Drive Key pas als een bericht wordt weergegeven
dat het HTML-bestand naar het medium is geschreven.
5. U kunt de informatie afdrukken vanaf het opslagapparaat waarop u het bestand heeft opgeslagen.
OPMERKING: U sluit HP Insight Diagnostics af door rechtsonder in het scherm op Exit Diagnostics
(Diagnoseprogramma afsluiten) te klikken. Verwijder vervolgens de cd uit de optische-schijfeenheid.
De nieuwste versie van HP Insight Diagnostics downloaden
1. Ga naar http://www.hp.com.
2. Klik op de koppeling Software Driver Downloads.
3. Typ het productnummer (bijvoorbeeld dc7800) in het tekstvak en druk op Enter.
4. Selecteer het model van uw computer.
5. Selecteer het besturingssysteem.
6. Klik op de koppeling Diagnostic.
7. Klik op HP Insight Diagnostics Offline Edition.
8. Selecteer een taal en klik op Download.
OPMERKING: Het gedownloade bestand bevat instructies over de manier waarop u een opstart-cd
maakt.
Software beschermen
Maak backups van alle systeemsoftware, applicaties en bijbehorende bestanden die op de vaste schijf
zijn opgeslagen, zodat u de software en bestanden kunt herstellen als deze verloren zijn gegaan of zijn
beschadigd. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem of bij het backup-programma voor
informatie over het maken van backups van de gegevensbestanden.
HP Backup and Recovery Manager
HP Backup and Recovery Manager is een eenvoudig te gebruiken, veelzijdige toepassing waarmee u
backups kunt maken van de primaire vaste schijf van de computer en deze kunt herstellen. De
toepassing werkt onder Windows en maakt backups van Windows, alle toepassingen en alle
NLWW Software beschermen 5
gegevensbestanden. U kunt backups automatisch met regelmatige tussenpozen laten uitvoeren of
backups handmatig starten. Belangrijke bestanden kunnen afzonderlijk van de reguliere backups
worden gearchiveerd.
HP Backup and Recovery Manager is vooraf geïnstalleerd op de herstelpartitie van de vaste schijf.
Hiermee kunt u het volgende doen:
herstelpunten maken waarmee u incrementele backups van het gehele systeem maakt;
backups maken van het gehele systeem in een enkel archief;
backups maken van afzonderlijke bestanden en mappen.
Herstelpunten en backups van bestanden kunnen naar cd's of dvd's worden gekopieerd, terwijl alle
backups naar een netwerk of secundaire vaste schijven kunnen worden gekopieerd.
HP raadt u sterk aan herstelschijven te maken voordat u de computer in gebruik neemt en regelmatig
automatische backups van herstelpunten te plannen.
U maakt als volgt herstelschijven:
1. Klik op Start > HP Backup and Recovery > HP Backup and Recovery Manager om de wizard
Backup and Recovery te openen en klik vervolgens op Next (Volgende).
2. Selecteer Create a set of recovery discs (Recommended) (Herstelschijven maken
(aanbevolen)) en klik op Next (Volgende).
3. Volg de instructies in de wizard op.
HP Backup and Recovery Manager biedt twee basismethoden voor herstel. De eerste methode, waarbij
bestanden en mappen worden hersteld, wordt uitgevoerd in Windows. Voor de tweede methode, PC
Recovery (Computer herstellen) moet de computer worden opgestart vanaf de herstelpartitie op de
vaste schijf of met de herstelschijven. Druk tijdens het opstarten op F11 wanneer het bericht “Press F11
for Emergency Recovery” wordt weergegeven om op te starten vanaf de herstelpartitie.
Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van HP Backup and Recovery Manager de HP Backup
and Recovery Manager User Guide (Gebruikershandleiding HP Backup and Recovery Manager). Klik
hiervoor op Start > HP Backup and Recovery > HP Backup and Recovery Manager Manual
(Handleiding HP Backup and Recovery Manager).
OPMERKING: Bel met de klantenondersteuning van HP om een set herstelschijven te bestellen. Ga
naar de volgende website, selecteer uw land/regio en klik op de koppeling Technical support after
you buy (Technische ondersteuning na aankoop) onder het kopje Call HP (Bel HP) voor het
telefoonnummer van de klantenondersteuning in uw land/regio.
http://welcome.hp.com/country/us/en/wwcontact_us.html
6 Hoofdstuk 1 Diagnosevoorzieningen voor de computer NLWW
2 Problemen oplossen zonder gebruik
van diagnosevoorzieningen
Dit hoofdstuk bevat informatie over het herkennen en oplossen van kleine problemen, bijvoorbeeld met
diskettedrives, vaste schijven, optische-schijfeenheden, het beeldscherm, het geluid, het geheugen en
de software. Bij problemen met de computer kunt u de tabellen in dit hoofdstuk raadplegen voor
mogelijke oorzaken en aanbevolen oplossingen.
OPMERKING: Informatie over specifieke foutberichten die na het opstarten op het scherm worden
weergegeven tijdens de POST (Power-On Self-Test) vindt u in bijlage A,
POST-foutberichten
op pagina 50.
Veiligheid en comfort
WAARSCHUWING! Verkeerd gebruik van de computer of een onveilig en oncomfortabel ingerichte
werkomgeving kunnen leiden tot ongemakken of ernstig letsel. Raadpleeg de Handleiding voor
veiligheid en comfort op
http://www.hp.com/ergo voor meer informatie over de keuze van een werkplek
en het creëren van een veilige en comfortabele werkomgeving. Dit apparaat is getest en voldoet aan
de normen voor een digitaal apparaat van Klasse B volgens Part 15 van de FCC Rules. Raadpleeg voor
meer informatie de handleiding Veiligheid en voorschriften.
Voordat u belt voor technische ondersteuning
Als er een probleem met de computer is, probeert u aan de hand van de onderstaande maatregelen de
oorzaak van het probleem te achterhalen vóórdat u belt om technische ondersteuning te vragen.
Voer het diagnoseprogramma uit. Raadpleeg voor meer informatie hoofdstuk 1,
Diagnosevoorzieningen voor de computer op pagina 1.
Voer de DPS-zelftest (Drive Protection System) uit vanuit het hulpprogramma Computer Setup
(Computerinstellingen). Raadpleeg de handleiding Computerinstellingen voor meer informatie
over Computer Setup (Computerinstellingen).
Controleer of het aan/uitlampje aan de voorkant van de computer rood knippert. Deze knipperende
lampjes geven foutcodes aan, waarmee u een diagnose van het probleem kunt stellen. Raadpleeg
voor meer informatie bijlage A,
POST-foutberichten op pagina 50.
Als er geen beeld op het scherm wordt weergegeven, sluit u de monitor aan op een andere
monitorconnector op de computer (indien aanwezig). Of sluit tijdelijk een andere monitor aan
waarvan u weet dat deze goed functioneert.
Als u gebruikmaakt van een netwerk, sluit u een andere computer met een andere kabel aan op
de netwerkaansluiting. Misschien is er een probleem met de netwerkaansluiting of de
netwerkkabel.
Als u onlangs nieuwe hardware heeft geïnstalleerd, verwijdert u deze hardware om te zien of de
computer dan wel goed werkt.
NLWW Veiligheid en comfort 7
Als u onlangs nieuwe software heeft geïnstalleerd, verwijdert u deze software om te zien of de
computer dan wel goed werkt.
Start de computer op in de Veilige modus van Windows om te zien of de computer kan worden
opgestart wanneer niet alle stuurprogramma's worden geladen. Kies bij het opstarten van het
besturingssysteem de optie om gebruik te maken van de laatste bekende juiste configuratie.
Raadpleeg de uitgebreide online technische ondersteuning op de website
http://www.hp.com/
support.
Zie het gedeelte
Tips op pagina 8 verderop in deze handleiding.
HP Instant Support Professional Edition biedt u de mogelijkheid om problemen met de computer zelf
online op te lossen. Als u contact wilt opnemen met een ondersteuningsmedewerker van HP, gebruikt
u de online chatfunctie van HP Instant Support Professional Edition via:
http://www.hp.com/go/ispe.
Bezoek het Business Support Center (BSC) op
http://www.hp.com/go/bizsupport voor actuele online
informatie, software, stuurprogramma's en aankondigingen en een wereldwijde gemeenschap van HP
gebruikers en HP experts.
Als het noodzakelijk is dat u telefonisch contact opneemt met HP voor ondersteuning, houd dan rekening
met de volgende punten om te zorgen dat u goed geholpen kunt worden:
Zorg dat u aan de computer zit wanneer u belt.
Noteer tevoren de serienummers van de computer en de monitor, alsmede het
productidentificatienummer.
Reserveer voldoende tijd om het probleem samen met de ondersteuningsmedewerker op te
lossen.
Verwijder desgevraagd alle hardware die onlangs aan het systeem is toegevoegd.
Verwijder desgevraagd alle software die onlangs is geïnstalleerd.
Herstel het systeem met behulp van de herstelschijven die u heeft gemaakt of herstel de
fabrieksinstellingen van het systeem met behulp van de HP Backup and Recovery Manager.
VOORZICHTIG: Als u het systeem herstelt, worden alle gegevens op de vaste schijf gewist. Maak
reservekopieën van alle gegevensbestanden voordat u het systeem herstelt.
OPMERKING: Voor verkoopinformatie en garantie-uitbreidingen (Care Packs) neemt u contact op
met uw HP Business of Service Partner.
Tips
Raadpleeg bij kleinere problemen met de computer, de monitor of de software de onderstaande lijst
met algemene suggesties voordat u verdere actie onderneemt.
Controleer of de computer en de monitor op een goed werkend stopcontact zijn aangesloten.
Controleer of de spanningsschakelaar (alleen op bepaalde modellen) is ingesteld op het juiste
voltage voor uw land (115V of 230V).
Controleer of de computer is ingeschakeld en of het groene aan/uitlampje brandt.
Controleer of de monitor is ingeschakeld en of het groene aan/uitlampje van de monitor brandt.
Controleer of het aan/uitlampje aan de voorkant van de computer rood knippert. Deze knipperende
lampjes geven foutcodes aan, waarmee u een diagnose van het probleem kunt stellen. Raadpleeg
voor meer informatie bijlage A,
POST-foutberichten op pagina 50.
Zet de helderheid en het contrast van de monitor hoger als het scherm te donker is.
8 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Druk op een willekeurige toets en houd deze ingedrukt. Als u een geluidssignaal hoort, werkt het
toetsenbord goed.
Controleer of alle kabels goed op de juiste connectoren zijn aangesloten.
Activeer de computer door op een willekeurige toets op het toetsenbord te drukken of door de aan/
uit-knop in te drukken. Als het systeem in de standbystand blijft, schakelt u de computer uit door
de aan/uit-knop gedurende ten minste vier seconden ingedrukt te houden. Vervolgens drukt u
nogmaals op de aan/uit-knop om de computer opnieuw te starten. Als het systeem niet
uitgeschakeld kan worden, koppelt u het netsnoer los. Na enkele seconden sluit u het netsnoer
weer aan. De computer start nu automatisch opnieuw op, als in Computer Setup de optie voor
automatisch starten na stroomuitval is ingesteld. Als de computer niet automatisch opnieuw
opstart, drukt u op de aan/uit-knop om de computer te starten.
Configureer de computer opnieuw nadat een uitbreidingskaart of een andere optie is geïnstalleerd
die niet compatibel is met Plug and Play. Zie
Problemen met de installatie van hardware
op pagina 33 voor meer informatie.
Controleer of alle noodzakelijke stuurprogramma's zijn geïnstalleerd. Wanneer u bijvoorbeeld een
printer gebruikt, moet er een printerstuurprogramma voor deze printer zijn geïnstalleerd.
Verwijder alle media waarmee de computer kan worden opgestart (diskette, cd of USB-apparaat)
voordat u de computer inschakelt.
Als u een ander besturingssysteem gebruikt dan het besturingssysteem dat in de fabriek is
geïnstalleerd, controleert u of dit wordt ondersteund door uw systeem.
Als er op het systeem meerdere videobronnen zijn geïnstalleerd (geïntegreerd of een PCI- of PCI-
Express-adapter; geïntegreerde video is alleen op bepaalde modellen beschikbaar) en er één
monitor aanwezig is, moet de monitor worden aangesloten op de monitorconnector van de
videobron die als primaire VGA-adapter is geconfigureerd. Tijdens het opstarten worden de overige
monitorconnectoren uitgeschakeld. Als de monitor op een van deze connectoren is aangesloten,
zal de monitor niet werken. U kunt in Computer Setup instellen welke bron de standaard VGA-
adapter is.
VOORZICHTIG: Wanneer de computer is aangesloten op een stopcontact, is er altijd spanning
aanwezig op de systeemkaart. Neem de stekker uit het stopcontact voordat u de computer opent, zodat
u het risico van schade aan de systeemkaart en andere onderdelen beperkt.
NLWW Tips 9
Algemene problemen oplossen
Het is mogelijk dat u de algemene problemen die in dit gedeelte worden beschreven, gemakkelijk zelf
kunt oplossen. Neem contact op met een Business of Service Partner als het probleem blijft optreden
en u niet in staat bent het te verhelpen, of als u dit liever niet zelf doet.
WAARSCHUWING! Wanneer de computer is aangesloten op een stopcontact, wordt de systeemkaart
altijd van stroom voorzien. Beperk het risico van persoonlijk letsel ten gevolge van elektrische schokken
of hete oppervlakken, door de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen en de interne
onderdelen van het systeem te laten afkoelen voordat u deze aanraakt.
Tabel 2-1 Algemene problemen oplossen
De computer is vastgelopen en kan niet worden uitgeschakeld door op de aan/uit-knop te drukken.
Oorzaak Oplossing
De softwarematige besturing van de aan/uit-knop werkt niet. 1. Houd de aan/uit-knop gedurende minimaal vier seconden
ingedrukt, totdat de computer wordt uitgeschakeld.
2. Neem het netsnoer uit het stopcontact.
De computer reageert niet op het USB-toetsenbord of de USB-muis.
Oorzaak Oplossing
De computer staat in de standbystand. Druk op de aan/uit-knop of op een willekeurige toets om de
standbystand te beëindigen.
VOORZICHTIG: Als u probeert de computer te activeren
vanuit de standbystand, houdt u de aan/uit-knop niet langer
dan vier seconden ingedrukt. Anders wordt de computer
uitgeschakeld, waarbij alle niet-opgeslagen gegevens verloren
gaan.
Het systeem is vastgelopen. Start de computer opnieuw op.
De weergave van datum en tijd is niet juist.
Oorzaak
Oplossing
De batterij van de real-timeklok moet wellicht worden
vervangen.
OPMERKING: Als u de computer op een werkend
stopcontact aansluit, kunt u de levensduur van de batterij van
de real-timeklok verlengen.
Stel eerst de datum en de tijd opnieuw in via het
Configuratiescherm (u kunt hiervoor ook Computer Setup
(Computerinstellingen) gebruiken). Als het probleem blijft
optreden, vervangt u de batterij van de real-timeklok.
Raadpleeg de Naslaggids voor de hardware voor informatie
over het vervangen van de batterij of neem contact op met een
geautoriseerde Business of Service Partner om de batterij te
vervangen.
De cursor kan niet worden verplaatst met de pijltoetsen op het toetsenbord.
Oorzaak Oplossing
Mogelijk is Num Lock ingeschakeld. Druk op de Num Lock-toets. Het Num Lock-lampje moet uit zijn
als u de pijltoetsen wilt gebruiken. De Num Lock-toets kan met
Computer Setup worden uitgeschakeld (of ingeschakeld).
10 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Er is geen geluid of het volume is te laag.
Oorzaak Oplossing
Mogelijk staat het volume van het systeemgeluid laag of is het
gedempt.
1. Controleer in de BIOS-instellingen (F10) of de interne
systeemluidspreker niet is gedempt (deze instelling heeft
geen invloed op de externe luidsprekers).
2. Zorg dat de externe luidsprekers goed zijn aangesloten
en ingeschakeld, en dat de volumeregeling van de
luidsprekers goed is ingesteld.
3. Gebruik de volumeregeling van het besturingssysteem
om te controleren of de luidsprekers niet zijn gedempt, of
om het volume te verhogen.
Kap of toegangspaneel van de computer kan niet worden verwijderd.
Oorzaak Oplossing
Smart Cover Lock, een functie op een aantal modellen, is
vergrendeld.
Ontgrendel Smart Cover Lock met behulp van Computer
Setup.
U kunt bij HP een Smart Cover FailSafe-sleutel aanschaffen,
waarmee u de Smart Cover Lock handmatig kunt uitschakelen.
U heeft deze sleutel nodig als u het wachtwoord bent vergeten,
bij stroomuitval of bij een computerstoring. Bestel een
moersleutel (bestelnummer PN 166527-001) of een
schroevendraaierbitsleutel (bestelnummer PN 166527-002).
Het prestatieniveau is erg laag.
Oorzaak Oplossing
De processor is te heet. 1. Zorg dat de luchtaanvoer naar de computer niet wordt
geblokkeerd. Laat voor de benodigde ventilatie aan alle
geventileerde zijden van de computer en boven de
monitor ruim 10 cm ruimte vrij.
2. Zorg ervoor dat de ventilatoren zijn aangesloten en goed
werken (sommige ventilatoren werken alleen wanneer
dat nodig is).
3. Controleer of het koelelement van de processor goed is
bevestigd.
De vaste schijf is vol. Verplaats gegevens van de vaste schijf naar een ander
opslagmedium om ruimte op de vaste schijf vrij te maken.
Er is weinig geheugen beschikbaar. Voeg extra geheugen toe.
De vaste schijf is gefragmenteerd. Defragmenteer de vaste schijf.
Een eerder uitgevoerd programma heeft het toegewezen
geheugen niet vrijgegeven.
Start de computer opnieuw op.
Er is een virus aanwezig op de vaste schijf. Voer een antivirusprogramma uit.
Er zijn teveel applicaties geopend. 1. Sluit overbodige applicaties om geheugen vrij te maken.
2. Voeg extra geheugen toe. Sommige applicaties werken
op de achtergrond en kunnen worden gesloten door met
de rechtermuisknop op de bijbehorende pictogrammen in
de taakbalk te klikken. Als u niet wilt dat deze applicaties
worden gestart zodra u de computer opstart, gaat u naar
Start > Uitvoeren (Windows XP) of Start > Bureau-
Tabel 2-1 Algemene problemen oplossen (vervolg)
NLWW Algemene problemen oplossen 11
Het prestatieniveau is erg laag.
Oorzaak Oplossing
accessoires > Uitvoeren (Windows Vista) en typt u
msconfig. Op het tabblad Startup (Opstarten) van het
hulpprogramma voor systeemconfiguratie deselecteert u
de applicaties waarvan u niet wilt dat ze automatisch
opstarten.
Sommige applicaties, met name spellen, vormen een zware
belasting voor het grafische subsysteem.
1. Verlaag de beeldschermresolutie voor de actieve
applicatie of raadpleeg de documentatie bij de applicatie
voor mogelijkheden om de prestaties te verhogen door
bepaalde parameters in de applicatie te wijzigen.
2. Voeg extra geheugen toe.
3. Voer een upgrade uit op het grafische subsysteem.
Onbekende oorzaak. Start de computer opnieuw op.
De computer is automatisch uitgeschakeld en het aan/uitlampje knippert twee keer in de kleur rood met tussenpozen
van een seconde, gevolgd door een pauze van twee seconden, en de computer laat twee keer een geluidssignaal
horen. (De geluidssignalen worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes blijven knipperen).
Oorzaak Oplossing
De hittebeveiliging van de processor is geactiveerd:
een ventilator is geblokkeerd of werkt niet;
OF
het koelelement is niet goed bevestigd aan de processor.
1. Controleer of de ventilatieopeningen van de computer
niet worden geblokkeerd en of de processorventilator
werkt.
2. Open het chassis, druk op de aan/uit-knop en controleer
of de ventilator draait. Als de ventilator van de processor
niet draait, controleert u of de kabel van de ventilator is
aangesloten op de systeemkaart.
3. Als de ventilator is aangesloten en stevig op zijn plaats
zit, maar toch niet draait, vervangt u het geheel van
koelelement en ventilator.
4. Neem contact op met een HP Business of Service
Partner.
De computer kan niet worden ingeschakeld en de lampjes aan de voorkant van de computer branden niet.
Oorzaak Oplossing
Het systeem kan niet worden gestart. Druk op de aan/uit-knop en houd deze kort (minder dan 4
seconden) ingedrukt. Als het lampje van de vaste schijf groen
gaat branden, doet u het volgende:
1. Controleer aan de achterkant van de voedingseenheid of
de spanningsschakelaar (aanwezig op bepaalde
modellen) op het juiste voltage is ingesteld. Welk voltage
juist is, hangt af van het land waar u zich bevindt.
2. Verwijder de uitbreidingskaarten een voor een, totdat het
lampje 5V_aux op de systeemkaart gaat branden.
3. Vervang de systeemkaart.
OF
Tabel 2-1 Algemene problemen oplossen (vervolg)
12 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
De computer kan niet worden ingeschakeld en de lampjes aan de voorkant van de computer branden niet.
Oorzaak Oplossing
Druk op de aan/uit-knop en houd deze kort (minder dan 4
seconden) ingedrukt. Als het lampje van de vaste schijf nu
NIET groen gaat branden, doet u het volgende:
1. Controleer of de computer is aangesloten op een
werkend stopcontact.
2. Open het chassis en controleer of de eenheid met de aan/
uit-knop goed is aangesloten op de systeemkaart.
3. Controleer of beide voedingskabels goed op de
systeemkaart zijn aangesloten.
4. Controleer of het lampje 5V_aux op de systeemkaart
brandt. Als dit lampje brandt, vervangt u de eenheid met
de aan/uit-knop.
5. Als het lampje 5V_aux op de systeemkaart niet brandt,
vervangt u de voedingseenheid.
6. Vervang de systeemkaart.
Tabel 2-1 Algemene problemen oplossen (vervolg)
NLWW Algemene problemen oplossen 13
Problemen met de elektrische voeding oplossen
Raadpleeg de onderstaande tabel wanneer er problemen zijn met de voeding van de computer.
Tabel 2-2 Voedingsproblemen oplossen
De voeding wordt af en toe uitgeschakeld.
Oorzaak Oplossing
De spanningsschakelaar aan de achterzijde van de computer
(op bepaalde modellen) is niet ingesteld op het juiste voltage
(115V of 230V).
Selecteer de juiste netspanning.
De voeding wordt niet ingeschakeld door probleem met de
interne stroomvoorziening.
Neem contact op met een Business of Service Partner om de
netvoeding te vervangen.
De computer is automatisch uitgeschakeld en het aan/uitlampje knippert twee keer in de kleur rood met tussenpozen
van een seconde, gevolgd door een pauze van twee seconden, en de computer laat twee keer een geluidssignaal
horen. (De geluidssignalen worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes blijven knipperen.)
Oorzaak
Oplossing
De hittebeveiliging van de processor is geactiveerd:
een ventilator is geblokkeerd of werkt niet;
OF
het koelelement is niet goed bevestigd aan de processor.
1. Controleer of de ventilatieopeningen van de computer
niet worden geblokkeerd en of de processorventilator
werkt.
2. Open het chassis, druk op de aan/uit-knop en controleer
of de ventilator draait. Als de ventilator van de processor
niet draait, controleert u of de kabel van de ventilator is
aangesloten op de systeemkaart.
3. Als de ventilator is aangesloten en stevig op zijn plaats
zit, maar toch niet draait, vervangt u het geheel van
koelelement en ventilator.
4. Neem contact op met een HP Business of Service
Partner.
Het aan/uitlampje knippert vier keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd door een pauze van
twee seconden, en u hoort vier geluidssignalen. (De geluidssignalen worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes
blijven knipperen.)
Oorzaak
Oplossing
Voeding is uitgevallen (voedingseenheid overbelast). 1. Controleer aan de achterkant van de voedingseenheid of
de spanningsschakelaar (aanwezig op bepaalde
modellen) op de juiste netspanning is ingesteld. Welke
netspanning juist is, hangt af van het land waar u zich
bevindt.
2. Open de kap en controleer of de 4- of 6-aderige
voedingskabel is aangesloten op de connector op de
systeemkaart.
3. Controleer of het probleem door een apparaat wordt
veroorzaakt door ALLE aangesloten apparaten (zoals
vaste schijven, diskettedrives, optische-schijfeenheden
en uitbreidingskaarten) te verwijderen. Zet de computer
aan. Als de POST-zelftest wordt gestart, zet u de
computer uit. Plaats de apparaten vervolgens een voor
een terug en herhaal deze procedure net zolang totdat
het probleem zich weer voordoet. Vervang het apparaat
dat het probleem veroorzaakt. Ga door met het een voor
een toevoegen van apparaten om er zeker van te zijn dat
alle apparaten correct functioneren.
14 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Het aan/uitlampje knippert vier keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd door een pauze van
twee seconden, en u hoort vier geluidssignalen. (De geluidssignalen worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes
blijven knipperen.)
Oorzaak Oplossing
4. Vervang de voedingseenheid.
5. Vervang de systeemkaart.
De USDT maakt gebruik van een onjuiste externe
voedingsadapter.
De voedingsadapter voor USDT moet 135 W zijn en gebruik
maken van de Smart ID-technologie om het systeem te kunnen
opstarten. Vervang de voedingsadapter door een USDT-
voedingsadapter van HP.
Tabel 2-2 Voedingsproblemen oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met de elektrische voeding oplossen 15
Problemen met diskettes oplossen
Raadpleeg de onderstaande tabel wanneer u problemen met diskettes ondervindt.
OPMERKING: Wanneer u hardware, zoals een extra diskettedrive, toevoegt of verwijdert, kan het
nodig zijn de computer opnieuw te configureren. Zie
Problemen met de installatie van hardware
op pagina 33 voor meer informatie.
Tabel 2-3 Problemen met diskettes oplossen
Lampje van de diskettedrive blijft branden.
Oorzaak Oplossing
Diskette is beschadigd. Klik in Windows XP met de rechtermuisknop op Start,
Verkennen en selecteer vervolgens een schijfeenheid.
Selecteer Bestand > Eigenschappen > Extra. Klik bij
Foutcontrole op Nu controleren.
Klik in Microsoft Windows Vista met de rechtermuisknop op
Start, Verkennen en klik vervolgens met de rechtermuisknop
op een schijfeenheid. Selecteer Eigenschappen en selecteer
vervolgens het tabblad Extra. Klik bij Foutcontrole op Nu
controleren.
De diskette is niet goed in de diskettedrive geplaatst. Verwijder de diskette en plaats deze opnieuw in de
diskettedrive.
De kabel van de schijfeenheid is niet goed aangesloten. Sluit de kabel van de drive opnieuw aan. Zorg dat alle 4 pinnen
van de voedingskabel van de diskettedrive contact maken met
de drive.
Schijfeenheid niet gevonden.
Oorzaak Oplossing
Kabel zit los. Sluit de voedingskabel en de gegevenskabel van de
diskettedrive opnieuw aan.
De verwisselbare schijfeenheid is verkeerd geplaatst. Plaats de schijfeenheid opnieuw.
Het apparaat is verborgen in Computer Setup
(Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en zorg dat bij
Security (Beveiliging) > Device Security
(Apparaatbeveiliging) voor Legacy Diskette (Oudere diskette)
Device available (Apparaat beschikbaar) is geselecteerd.
Diskettedrive kan niet naar een diskette schrijven.
Oorzaak Oplossing
Diskette is niet geformatteerd. Formatteer de diskette.
1. Selecteer in Windows Verkenner de diskettedrive A:.
2. Klik met de rechtermuisknop op de schijfaanduiding en
kies Formatteren.
3. Stel de gewenste opties in en klik op Uitvoeren om met
het formatteren te beginnen.
De diskette is voorzien van een schrijfbeveiliging. Gebruik een andere diskette of hef de schrijfbeveiliging op.
U schrijft naar de verkeerde schijfeenheid. Controleer de schijfaanduiding in het pad.
16 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Diskettedrive kan niet naar een diskette schrijven.
Oorzaak Oplossing
Er is onvoldoende ruimte op de diskette. 1. Gebruik een andere diskette.
2. Verwijder overbodige bestanden van de diskette.
Schrijftoegang tot oudere typen diskettedrives is uitgeschakeld
in Computer Setup (Computerinstellingen).
Open Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel
Legacy Diskette Write (Oudere diskettes schrijven) in bij
Storage (Opslag) > Storage Options (Opslagopties).
Diskette is beschadigd. Vervang de diskette.
U kunt de diskette niet formatteren.
Oorzaak Oplossing
Melding ongeldige media. Als u een schijf in MS-DOS formatteert, kan het noodzakelijk
zijn de diskettecapaciteit aan te geven. Typ bijvoorbeeld de
onderstaande opdracht achter de MS-DOS-prompt om een
1,44-MB diskette te formatteren:
FORMAT A: /F:1440
Mogelijk is de diskette is beveiligd tegen schrijven. Open de schrijfbeveiliging van de diskette.
Schrijftoegang tot oudere typen diskettedrives is uitgeschakeld
in Computer Setup (Computerinstellingen).
Open Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel
Legacy Diskette Write (Oudere diskettes schrijven) in bij
Storage (Opslag) > Storage Options (Opslagopties).
Er heeft zich een probleem voorgedaan bij een diskettetransactie.
Oorzaak Oplossing
De mapstructuur is niet goed of er is een probleem met een
bestand.
Klik in Windows XP met de rechtermuisknop op Start,
Verkennen en selecteer vervolgens een schijfeenheid.
Selecteer Bestand > Eigenschappen > Extra. Klik bij
Foutcontrole op Nu controleren.
Klik in Microsoft Windows Vista met de rechtermuisknop op
Start, Verkennen en klik vervolgens met de rechtermuisknop
op een schijfeenheid. Selecteer Eigenschappen en selecteer
vervolgens het tabblad Extra. Klik bij Foutcontrole op Nu
controleren.
Diskettedrive kan een diskette niet lezen.
Oorzaak Oplossing
U gebruikt het verkeerde type diskette voor de diskettedrive. Controleer welk type drive u gebruikt en kies het juiste type
diskette.
U leest van de verkeerde schijfeenheid. Controleer de schijfaanduiding in het pad.
Diskette is beschadigd. Vervang de diskette door een nieuwe.
Tabel 2-3 Problemen met diskettes oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met diskettes oplossen 17
Er wordt een bericht over een ongeldige systeemschijf weergegeven.
Oorzaak Oplossing
De diskettedrive bevat een diskette die niet is voorzien van de
systeembestanden die nodig zijn om de computer op te
starten.
Wacht tot de diskettedrive niet meer actief is, verwijder de
diskette en druk vervolgens op de spatiebalk. De computer
start nu normaal op.
Er is een diskettefout opgetreden. Start de computer opnieuw op door op de aan/uit-knop te
drukken.
Kan niet opstarten vanaf diskette.
Oorzaak Oplossing
Diskette is geen opstartdiskette. Vervang de diskette door een opstartdiskette.
Opstarten vanaf diskette is uitgeschakeld in
Computerinstellingen.
1. Start Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel
opstarten vanaf diskette in bij Storage (Opslag) > Boot
Order (Opstartvolgorde).
2. Start Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel
opstarten vanaf diskette in bij Storage (Opslag) >
Storage Options (Opslagopties) > Removable Media
Boot (Opstarten van verwisselbare media).
OPMERKING: Beide stappen moeten worden uitgevoerd,
aangezien de functie Removable Media Boot (Opstarten van
verwisselbare media) in Computer Setup
(Computerinstellingen) voorrang heeft op de
inschakelopdracht voor Boot Order (Opstartvolgorde).
Netwerkserverstand is ingeschakeld in Computer Setup
(Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel
Network Server Mode (Netwerkserverstand) uit bij Security
(Beveiliging) > Password Options (Wachtwoordopties).
Opstarten vanaf verwisselbare media is uitgeschakeld in
Computer Setup (Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel
opstarten van verwisselbare media in bij Storage (Opslag) >
Storage Options (Opslagopties) > Removable Media Boot
(Opstarten van verwisselbare media).
Tabel 2-3 Problemen met diskettes oplossen (vervolg)
18 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Problemen met de vaste schijf oplossen
Tabel 2-4 Problemen met de vaste schijf oplossen
Er is een fout opgetreden bij gebruik van de vaste schijf.
Oorzaak Oplossing
De vaste schijf heeft onbruikbare sectoren of is defect. 1. Klik in Windows XP met de rechtermuisknop op Start,
Verkennen en selecteer vervolgens een schijfeenheid.
Selecteer Bestand > Eigenschappen > Extra. Klik bij
Foutcontrole op Nu controleren.
Klik in Microsoft Windows Vista met de rechtermuisknop
op Start, Verkennen en klik vervolgens met de
rechtermuisknop op een schijfeenheid. Selecteer
Eigenschappen en selecteer vervolgens het tabblad
Extra. Klik bij Foutcontrole op Nu controleren.
2. Gebruik een hulpprogramma om onbruikbare sectoren
op te sporen en te blokkeren. Formatteer indien nodig de
vaste schijf.
Problemen met schijftransacties.
Oorzaak Oplossing
De mapstructuur is niet goed of er is een probleem met een
bestand.
Klik in Windows XP met de rechtermuisknop op Start,
Verkennen en selecteer vervolgens een schijfeenheid.
Selecteer Bestand > Eigenschappen > Extra. Klik bij
Foutcontrole op Nu controleren.
Klik in Microsoft Windows Vista met de rechtermuisknop op
Start, Verkennen en klik vervolgens met de rechtermuisknop
op een schijfeenheid. Selecteer Eigenschappen en selecteer
vervolgens het tabblad Extra. Klik bij Foutcontrole op Nu
controleren.
Schijfeenheid niet gevonden.
Oorzaak
Oplossing
De kabel zit los. Controleer de aansluitingen.
Het systeem heeft een zojuist geïnstalleerde vaste-
schijfeenheid niet automatisch herkend.
Raadpleeg het gedeelte Problemen met de installatie van
hardware op pagina 33 voor aanwijzingen voor het
configureren. Als de nieuwe schijfeenheid ook daarna niet
wordt herkend, controleert u of de schijfeenheid wordt
genoemd bij Computer Setup (Computerinstellingen). Als de
schijfeenheid hier wordt genoemd, wordt het probleem
waarschijnlijk door een stuurprogramma veroorzaakt. Als de
schijfeenheid niet wordt genoemd, wordt het probleem
waarschijnlijk door de hardware veroorzaakt.
Als het een zojuist geïnstalleerde schijfeenheid betreft, voert u
het hulpprogramma Computer Setup (Computerinstellingen)
uit en voegt u een POST-vertraging toe bij
Advanced (Geavanceerd) > Power-On (Opstarten).
NLWW Problemen met de vaste schijf oplossen 19
Schijfeenheid niet gevonden.
Oorzaak Oplossing
Het apparaat is aangesloten op een SATA-poort die is
verborgen in Computer Setup (Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en zorg dat bij
Security (Beveiliging) > Device Security
(Apparaatbeveiliging) voor de SATA-poort van het apparaat
Device available (Apparaat beschikbaar) is geselecteerd.
Schijfeenheid reageert traag onmiddellijk na opstarten. Start Computer Setup (Computerinstellingen) en verhoog de
POST-vertragingswaarde bij Advanced (Geavanceerd) >
Power-On Options (Opstartopties).
Bericht "Nonsystem disk/NTLDR missing" (Geen systeemdiskette) verschijnt.
Oorzaak Oplossing
Het systeem probeert op te starten van een diskette waarmee
niet kan worden opgestart.
Verwijder de diskette uit de diskettedrive.
Het systeem probeert op te starten van de vaste schijf, maar
is mogelijk beschadigd.
1. Plaats een opstartdiskette in de diskettedrive en start de
computer opnieuw op.
2. Controleer de formattering van de vaste schijf met Fdisk.
Gebruik een lezer van een andere leverancier als de
schijf in NTFS-indeling is geformatteerd. Als de vaste
schijf in de FAT32-indeling is geformatteerd, is de vaste
schijf niet toegankelijk.
Systeembestanden ontbreken of zijn niet juist geïnstalleerd. 1. Plaats een opstartdiskette in de diskettedrive en start de
computer opnieuw op.
2. Controleer de formattering van de vaste schijf met Fdisk.
Gebruik een lezer van een andere leverancier als de
schijf in NFTFS-indeling is geformatteerd. Als de vaste
schijf in de FAT32-indeling is geformatteerd, is de vaste
schijf niet toegankelijk.
3. Installeer de systeembestanden voor het betreffende
besturingssysteem.
Opstarten vanaf de vaste schijf is uitgeschakeld in
Computerinstellingen.
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel de
vermelding van de vaste schijf in de lijst Storage (Opslag) >
Boot Order (Opstartvolgorde) in.
De opstartschijf is niet als eerste aangesloten bij een
configuratie met meerdere vaste schijven.
Als u probeert op te starten vanaf een vaste schijf, controleert
u of deze is aangesloten op de systeemkaartconnector met de
aanduiding P60 SATA 0.
De controller van de opstartschijf staat niet als eerste
aangegeven bij Boot Order (Opstartvolgorde).
Start Computer Setup (Computerinstellingen), selecteer
Storage (Opslag) > Boot Order (Opstartvolgorde) en zorg dat
de controller van de opstartschijf direct onder de vermelding
van de Hard Drive (Vaste schijf) staat.
De computer start niet op vanaf de vaste schijf
Oorzaak Oplossing
Het apparaat is aangesloten op een SATA-poort die is
verborgen in Computer Setup (Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en zorg dat bij
Security (Beveiliging) > Device Security
(Apparaatbeveiliging) voor de SATA-poort van het apparaat
Device available (Apparaat beschikbaar) is geselecteerd.
De opstartvolgorde is onjuist. Start Computer Setup (Computerinstellingen) en wijzig de
opstartvolgorde bij Storage (Opslag) > Boot Order
(Opstartvolgorde).
Tabel 2-4 Problemen met de vaste schijf oplossen (vervolg)
20 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
De computer start niet op vanaf de vaste schijf
Oorzaak Oplossing
Het "Emulation Type" (Type emulatie) van de vaste schijf is
ingesteld op "None" (Geen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en wijzig
"Emulation Type" (Type emulatie) in "Hard Disk" (Vaste schijf)
bij Storage (Opslag) > Device Configuration
(Apparaatconfiguratie).
Vaste schijf is beschadigd. Let op of het aan/uitlampje op het voorpaneel ROOD knippert
en of u geluidssignalen hoort. Raadpleeg bijlage A,
POST-
foutberichten op pagina 50, om de mogelijke oorzaken van
de codes van de rood kniperende lampjes en geluidssignalen
te achterhalen.
Raadpleeg de wereldwijde Garantieverklaring voor de
voorwaarden.
Computer lijkt te zijn vastgelopen.
Oorzaak Oplossing
Het actieve programma reageert niet meer. Probeer de computer uit te zetten via de standaard Windows-
methode. Als dit niet lukt, houdt u de aan/uit-knop gedurende
minstens vier seconden ingedrukt om de stroomtoevoer uit te
schakelen. Start de computer opnieuw op door nogmaals op
de aan/uit-knop te drukken.
Er is geen netvoeding naar de behuizing van de vaste-schijfeenheid voor de verwijderbare vaste schijf.
Oorzaak Oplossing
De vergrendeling van de behuizing staat niet in de stand
“AAN”.
Steek de sleutel in het slot en draai deze 90 graden met de
klok mee. Het groene lampje aan de voorkant van de behuizing
moet aan zijn.
De netvoedingskabel van de voedingseenheid van de
computer naar het behuizingschassis is niet goed
aangesloten.
Controleer of de voedingseenheid goed is aangesloten op de
achterkant van het behuizingschassis.
De verwijderbare vaste schijf wordt niet herkend door de computer.
Oorzaak Oplossing
De houder voor de verwijderbare vaste schijf is niet goed
geplaatst in het behuizingschassis of de vaste schijf is niet
goed in de houder geplaatst.
Duw de houder in het behuizingschassis zodat de connector
aan de achterkant van het chassis goed vast zit. Als het
probleem hiermee niet is verholpen, schakelt u de computer
uit, verwijdert u de houder en controleert u of de connector op
de vaste schijf goed in de houder vastzit.
De behuizing van de verwijderbare vaste schijf laat een geluidssignaal horen en het groene lampje knippert.
Oorzaak Oplossing
Het alarm voor een ventilatordefect bij de behuizing van de
verwijderbare vaste schijf is geactiveerd.
Schakel de computer uit en neem contact op met HP voor een
vervangende behuizing.
Tabel 2-4 Problemen met de vaste schijf oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met de vaste schijf oplossen 21
Problemen met mediakaartlezers oplossen
Tabel 2-5 Problemen met mediakaartlezers oplossen
Mediakaart werkt niet in een digitale camera nadat de kaart in Microsoft Windows XP of Microsoft Windows Vista is
geformatteerd.
Oorzaak
Oplossing
Standaard worden in Windows XP en Windows Vista alle
mediakaarten met een capaciteit van meer dan 32 MB
geformatteerd in de FAT32-indeling. De meeste digitale
camera's gebruiken de indeling FAT (FAT16 & FAT12) en
kunnen niet overweg met een kaart die is geformatteerd in
FAT32.
Formatteer de mediakaart in de digitale camera of selecteer
het FAT-bestandssysteem als u de kaart wilt formatteren in
een computer met Windows XP of Windows Vista.
Er treedt een schrijfbeveiligings- of vergrendelingsfout op bij pogingen om gegevens naar de mediakaart te schrijven.
Oorzaak Oplossing
Mediakaart is vergrendeld. Het vergrendelen van de
mediakaart is een beveiligingsvoorziening, waarmee wordt
voorkomen dat gegevens naar een SD-/Memory Stick-/PR-
kaart kunnen worden geschreven of ervan kunnen worden
verwijderd.
Als u een SD-kaart gebruikt, zorgt u ervoor dat het
vergrendelingslipje rechts op de kaart zich niet in de
vergrendelde positie bevindt. Als u een Memory Stick/PRO-
kaart gebruikt, zorgt u ervoor dat het vergrendelingslipje
onderop de Memory Stick/PRO-kaart zich niet in de
vergrendelde positie bevindt.
Kan niet naar de mediakaart schrijven.
Oorzaak Oplossing
De mediakaart is een ROM-kaart (read-only memory). Raadpleeg de documentatie die bij de kaart werd geleverd om
te bepalen of de kaart beschrijfbaar is. Raadpleeg het gedeelte
hierboven voor een lijst met compatibele kaarten.
Geen toegang tot de gegevens op de mediakaart nadat deze in een slot is geplaatst.
Oorzaak
Oplossing
De mediakaart is niet goed geplaatst, is in het verkeerde slot
geplaatst of wordt niet ondersteund.
Zorg dat de kaart goed is geplaatst met de goudkleurige
contactpunten aan de juiste kant. Het groene lampje gaat
branden als de kaart goed is geplaatst.
Weet niet wat de juiste manier is om een mediakaart te verwijderen.
Oorzaak Oplossing
De software van de computer wordt gebruikt om de kaart veilig
uit te werpen.
Open Deze computer (Windows XP) of Computer (Windows
Vista), klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de
betreffende schijfeenheid en selecteer Uitwerpen. Trek de
kaart vervolgens uit het slot.
OPMERKING: Verwijder de kaart nooit terwijl het groene
lampje knippert.
22 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Nadat de mediakaartlezer is geïnstalleerd en de computer opnieuw is opgestart, worden de lezer en de geplaatste
kaarten niet herkend door de computer.
Oorzaak
Oplossing
Als de kaartlezer net is geïnstalleerd en u de computer voor de
eerste keer inschakelt, heeft het besturingssysteem even tijd
nodig om het apparaat te herkennen.
Wacht een paar seconden zodat het besturingssysteem de
kaartlezer en de beschikbare poorten kan herkennen en
vervolgens kan herkennen welk type media in de kaartlezer is
geplaatst.
Nadat de mediakaart in de lezer is geplaatst, probeert de computer op te starten vanaf de mediakaart.
Oorzaak Oplossing
De geplaatste mediakaart kan worden gebruikt om de
computer op te starten.
Als u niet wilt opstarten vanaf de mediakaart, verwijdert u deze
tijdens het opstarten of selecteert u tijdens het opstartproces
NIET de optie om op te starten vanaf de geplaatste
mediakaart.
Tabel 2-5 Problemen met mediakaartlezers oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met mediakaartlezers oplossen 23
Problemen met het beeldscherm oplossen
Raadpleeg de documentatie bij de monitor en de onderstaande lijst met problemen en oplossingen
wanneer u problemen met het beeldscherm ondervindt.
Tabel 2-6 Problemen met het beeldscherm oplossen
Leeg scherm (geen beeld).
Oorzaak Oplossing
De monitor staat niet aan en het aan/uitlampje van de monitor
brandt niet.
Zet de monitor aan en controleer of het lampje van de monitor
brandt.
De monitor is defect. Probeer een andere monitor.
De kabels zijn niet goed aangesloten. Controleer de aansluiting van de monitor op de computer en
op het stopcontact.
Er is mogelijk een hulpprogramma geïnstalleerd dat het beeld
van het scherm wist, of de functie voor energiebesparing is
ingeschakeld.
Druk op een willekeurige toets of klik met de muis. Typ
vervolgens uw wachtwoord, indien hierom wordt gevraagd.
Systeem-ROM is beschadigd. Het systeem wordt gestart in de
Boot Block Emergency Recovery-modus. Dit wordt
aangegeven door acht geluidssignalen.
Flash het systeem-ROM met het nieuwste BIOS-image.
Raadpleeg voor meer informatie het gedeelte "Boot Block
Emergency Recovery Mode" (Herstelmodus voor
noodsituaties met opstartblok) in de handleiding Overzicht
desktopbeheer.
U gebruikt een monitor met vaste synchronisatie en
synchronisatie werkt niet bij de gekozen resolutie.
Controleer of de monitor de horizontale verversingsfrequentie
van de ingestelde resolutie ondersteunt.
De computer is in de standbystand. Druk kort op de aan/uit-knop om de standbystand te
beëindigen.
VOORZICHTIG: Als u probeert de computer te activeren
vanuit de standbystand, houdt u de aan/uit-knop niet langer
dan vier seconden ingedrukt. Anders wordt de computer
uitgeschakeld, waarbij alle niet-opgeslagen gegevens verloren
gaan.
Monitorkabel is op de verkeerde uitgang aangesloten. Als de computer zowel een geïntegreerde monitorconnector
heeft als een connector van een grafische uitbreidingskaart,
sluit u de monitorkabel aan op de connector van de grafische
uitbreidingskaart aan de achterkant van de computer.
De beeldscherminstellingen op de computer zijn niet
compatibel met de monitor.
1. Dubbelklik in Configuratiescherm in Windows XP op het
pictogram Beeldscherm en selecteer het tabblad
Instellingen.
Selecteer in Configuratiescherm in Windows Vista onder
Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen de
optie Beeldschermresolutie aanpassen.
2. Gebruik de schuifregelaar om de beeldschermresolutie in
te stellen.
De geïntegreerde grafische voorzieningen kunnen niet worden ingeschakeld nadat een PCI Express-grafische kaart
is geïnstalleerd.
Oorzaak
Oplossing
Op systemen met Intel Integrated Graphics kunnen de
geïntegreerde grafische voorzieningen niet worden
ingeschakeld nadat een PCI Express x16 is geïnstalleerd.
De geïntegreerde grafische voorzieningen kunnen worden
ingeschakeld in Computer Setup (Computerinstellingen) als
een PCI of PCI Express x1 grafische kaart is geïnstalleerd. Als
een grafische kaart in het PCI Express x16-slot is geplaatst,
kunnen ze niet worden ingeschakeld
24 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Het scherm is leeg en het aan/uitlampje knippert vijf keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd
door een pauze van twee seconden, en de computer geeft vijf keer een geluidssignaal. (De geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De lampjes blijven knipperen.)
Oorzaak Oplossing
Het geheugen is defect (gedetecteerd voordat video actief
wordt).
1. Verwijder de DIMM's en plaats deze opnieuw. Zet de
computer aan.
2. Vervang de DIMM's een voor een om te bepalen welke
module defect is.
3. Vervang geheugen van andere leveranciers door HP
geheugen.
4. Vervang de systeemkaart.
Het scherm is leeg en het aan/uitlampje knippert zes keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd
door een pauze van twee seconden, en de computer geeft zes keer een geluidssignaal. (De geluidssignalen worden
in totaal vijf keer herhaald. De lampjes blijven knipperen.)
Oorzaak
Oplossing
De grafische kaart is defect (gedetecteerd voordat video actief
wordt).
Bij een computer met een afzonderlijke grafische kaart:
1. Verwijder de grafische kaart en plaats deze opnieuw. Zet
de computer aan.
2. Vervang de grafische kaart.
3. Vervang de systeemkaart.
Bij een computer met een geïntegreerde grafische controller
vervangt u de systeemkaart.
Het scherm is leeg en het aan/uitlampje knippert zeven keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde,
gevolgd door een pauze van twee seconden, en de computer geeft zeven keer een geluidssignaal. (De geluidssignalen
worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes blijven knipperen.)
Oorzaak
Oplossing
De systeemkaart is defect (gedetecteerd voordat video actief
wordt).
Vervang de systeemkaart.
Monitor functioneert niet goed als deze wordt gebruikt met de functies voor energiebesparing.
Oorzaak Oplossing
U gebruikt een monitor zonder energiebesparings-mogelijkeid
terwijl de voorziening voor energiebesparing wel is
ingeschakeld.
Schakel de energiebesparende voorziening van de monitor uit.
Tekens zijn onduidelijk.
Oorzaak Oplossing
De instellingen voor helderheid en contrast zijn niet juist. Stel de helderheid en het contrast goed in.
De kabels zijn niet juist aangesloten. Controleer of de kabel juist is aangesloten op de grafische
kaart en de monitor.
Tabel 2-6 Problemen met het beeldscherm oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met het beeldscherm oplossen 25
Het beeld is onscherp of de gevraagde resolutie kan niet worden ingesteld.
Oorzaak Oplossing
Als u een andere grafische controller heeft geplaatst, zijn de
juiste beeldschermstuurprogramma's mogelijk niet geladen.
Installeer de beeldschermstuurprogramma's uit het
upgradepakket.
De monitor kan de gevraagde resolutie niet weergeven. Selecteer een andere resolutie.
Grafische kaart is defect. Vervang de grafische kaart.
Het beeld is onderbroken of het rolt, trilt of knippert.
Oorzaak Oplossing
Niet alle kabels van de monitor zijn goed aangesloten of de
monitor is verkeerd ingesteld.
1. Controleer of de signaalkabel van de monitor goed is
aangesloten op de computer.
2. Als het een systeem met twee monitoren betreft of als er
zich een andere monitor in de buurt bevindt, controleert
u of er geen interferentie is van de magnetische velden.
Dit doet u door de monitoren verder uit elkaar te plaatsen.
3. Het is mogelijk dat tl-lampen of ventilatoren zich te dicht
bij de monitor bevinden.
De monitor moet worden gedemagnetiseerd. Demagnetiseer de monitor. Raadpleeg de documentatie bij de
monitor voor meer informatie.
Het beeld is niet gecentreerd.
Oorzaak Oplossing
Mogelijk moet de positie worden aangepast. Druk op de menuknop van de monitor om het menu met
scherminstellingen te openen. Selecteer ImageControl/
Horizontal Position (Beeldbesturing/Horizontale positie) of
Vertical Position (Verticale positie) om de horizontale of
verticale positie van het beeld aan te passen.
Het bericht "No Connection, Check Signal Cable" (Geen verbinding, controleer signaalkabel) wordt weergegeven op
het scherm.
Oorzaak
Oplossing
De videokabel van de monitor is niet aangesloten. Sluit de videokabel aan op de monitor en de computer.
VOORZICHTIG: Zorg dat de computer is uitgeschakeld
terwijl u de videokabel aansluit.
Het bericht "Out of Range" (Buiten bereik) wordt weergegeven op het scherm.
Oorzaak Oplossing
De beeldresolutie en vernieuwingsfrequentie zijn hoger
ingesteld dan de monitor ondersteunt.
Start de computer opnieuw op en kies de Veilige modus. Wijzig
de instellingen in een instelling die wordt ondersteund en start
de computer opnieuw op zodat de nieuwe instelling van kracht
wordt.
Tabel 2-6 Problemen met het beeldscherm oplossen (vervolg)
26 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Er komt een trillend of ratelend geluid uit een CRT-monitor wanneer deze wordt ingeschakeld.
Oorzaak Oplossing
De demagnetiseringsspoel van de monitor is geactiveerd. Geen. Het is normaal dat de demagnetiseringsspoel wordt
geactiveerd wanneer de monitor wordt ingeschakeld.
Er komt een klikgeluid uit een CRT-monitor.
Oorzaak Oplossing
Er worden elektronische relais in de monitor geactiveerd. Geen. Het is normaal dat bepaalde monitoren een klikgeluid
maken wanneer ze worden in- of uitgeschakeld, wanneer de
standbystand wordt geactiveerd of beëindigd en wanneer de
resolutie wordt gewijzigd.
Er komt een geluid met een hoge toonhoogte uit een flat panel monitor.
Oorzaak
Oplossing
Helderheid en/of contrast zijn te hoog ingesteld. Stel helderheid en/of contrast lager in.
Onscherp beeld, streep- of schaduweffecten, horizontaal verschuivende lijnen, onduidelijke verticale balken of niet-
gecentreerd beeld (alleen voor flat panel-monitoren met een analoge VGA-ingang).
Oorzaak
Oplossing
De ingebouwde digitale conversieschakelingen in de flat panel
monitor kunnen de uitgangssynchronisatie van de grafische
kaart mogelijk niet goed interpreteren.
1. Selecteer de optie Auto-Adjustment (Automatisch
aanpassen) in het menu met scherminstellingen van de
monitor.
2. Synchroniseer handmatig de opties Clock (Kloksnelheid)
en Clock Phase (Faseverschuiving) van het menu met
scherminstellingen. U kunt een SoftPaq downloaden voor
ondersteuning bij de synchronisatieprocedure. Bezoek
hiervoor de onderstaande website, selecteer de juiste
monitor en download vervolgens SP32347 of SP32202:
http://www.hp.com/support.
De grafische kaart is niet goed geïnstalleerd of defect. 1. Verwijder de grafische kaart en plaats deze opnieuw.
2. Vervang de grafische kaart.
Bepaalde ingetypte tekens worden niet correct weergegeven.
Oorzaak Oplossing
Het gebruikte lettertype ondersteunt de betreffende tekens
niet.
Gebruik het hulpprogramma Speciale tekens om het
betreffende teken te vinden en te selecteren. Klik op Start >
Alle programma's > Bureau-accessoires >
Systeemwerkset > Speciale tekens. U kunt het teken vanuit
de Speciale tekens naar een document kopiëren.
Tabel 2-6 Problemen met het beeldscherm oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met het beeldscherm oplossen 27
Problemen met audio oplossen
Als de computer audiofuncties ondersteunt en er problemen zijn met deze functies, raadpleegt u de
mogelijke oorzaken en oplossingen in de onderstaande tabel.
Tabel 2-7 Problemen met audio oplossen
Het geluid valt soms weg.
Oorzaak Oplossing
Processor is druk bezig met andere actieve applicaties. Sluit alle processorintensieve applicaties.
Vertragingen bij gebruik van Direct Sound, algemeen in veel
mediaspelers.
In Windows XP doet u het volgende:
1. Selecteer Geluiden en audioapparaten in het
Configuratiescherm.
2. Selecteer op het tabblad Audio een apparaat in de lijst
Afspelen van geluid.
3. Klik op de knop Geavanceerd en selecteer het tabblad
Prestaties.
4. Zet de schuifregelaar bij Hardwareversnelling op
Geen en de schuifregelaar bij Conversiekwaliteit van
samplefrequentie op Goed. Test het geluid nu opnieuw.
5. Zet de schuifregelaar bij Hardwareversnelling op
Maximaal en de schuifregelaar bij Conversiekwaliteit
van samplefrequentie op Best. Test het geluid nu
opnieuw.
Er komt geen geluid uit de luidsprekers of de hoofdtelefoon.
Oorzaak Oplossing
De softwarematige volumeregeling is te laag gezet of
gedempt.
Dubbelklik op de taakbalk op het pictogram Volumeregeling,
zorg ervoor dat de optie Dempen niet is geselecteerd en
gebruik de schuifregelaar Volume om het volume in te stellen.
Audio is verborgen in Computer Setup (Computerinstellingen). U schakelt als volgt de audio in Computer Setup
(Computerinstellingen) in: Security (Beveiliging) >
Device Security (Apparaatbeveiliging) > Audio.
De externe luidsprekers zijn niet ingeschakeld. Schakel de externe luidsprekers in.
De audioapparatuur is op de verkeerde connector
aangesloten.
Zorg ervoor dat het apparaat is aangesloten op de juiste
connector van de computer. De luidsprekers moeten worden
aangesloten op de connector aan de achterkant en de
hoofdtelefoon op de hoofdtelefoonconnector aan de voorkant.
De externe luidsprekers zijn op de verkeerde connector
aangesloten op een recentelijk geïnstalleerde geluidskaart.
Raadpleeg de documentatie bij de geluidskaart voor informatie
over het aansluiten van de luidsprekers.
Digitale cd-audio is niet ingeschakeld. Schakel digitale cd-audio in. Klik in Apparaatbeheer met de
rechtermuisknop op het cd/dvd-apparaat en selecteer
Eigenschappen. Zorg ervoor dat de optie Digitale cd-audio
voor deze cd-rom-speler inschakelen is ingeschakeld.
De interne luidspreker wordt uitgeschakeld als een
hoofdtelefoon of externe apparatuur wordt aangesloten op de
audio-uitgang.
Als u een hoofdtelefoon of externe luidsprekers heeft
aangesloten, schakelt u deze in en gebruikt u ze. Als u ze niet
wilt gebruiken, koppelt u de externe luidsprekers of de
hoofdtelefoon los.
De computer is in de standbystand. Druk kort op de aan/uit-knop om de standbystand te
beëindigen.
28 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Er komt geen geluid uit de luidsprekers of de hoofdtelefoon.
Oorzaak Oplossing
VOORZICHTIG: Als u probeert de computer te activeren
vanuit de standbystand, houdt u de aan/uit-knop niet langer
dan vier seconden ingedrukt. Anders wordt de computer
uitgeschakeld, waarbij alle niet-opgeslagen gegevens verloren
gaan.
De interne luidspreker is uitgeschakeld in Computer Setup
(Computerinstellingen).
Schakel de interne luidspreker in in Computer Setup
(Computerinstellingen). Selecteer Advanced (Geavanceerd)
> Device Options (Apparaatopties) > Internal Speaker
(Interne luidspreker).
Het geluid uit de hoofdtelefoon is onduidelijk of gedempt.
Oorzaak
Oplossing
De hoofdtelefoon is aangesloten op de audio-uitgang aan de
achterzijde. De audio-uitgang aan de achterzijde is bedoeld
voor audioapparaten met voeding en is niet geschikt voor
hoofdtelefoons.
Sluit de hoofdtelefoon aan op de hoofdtelefoonaansluiting aan
de voorzijde van de computer.
De computer lijkt vast te lopen tijdens het opnemen van geluid.
Oorzaak Oplossing
Vaste schijf is mogelijk vol. Controleer of er voldoende ruimte op de vaste schijf is voordat
u met opnemen begint. U kunt ook proberen het
geluidsbestand in een gecomprimeerde bestandsindeling op
te nemen.
De connector functioneert niet goed.
Oorzaak Oplossing
De connector is opnieuw geconfigureerd in het
stuurprogramma of de toepassingssoftware voor audio.
Configureer de connector opnieuw of stel deze in op de
standaardwaarden in het stuurprogramma of de
toepassingssoftware voor audio.
Tabel 2-7 Problemen met audio oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met audio oplossen 29
Problemen met printers oplossen
Raadpleeg de documentatie bij de printer en de onderstaande tabel wanneer er problemen zijn met de
printer.
Tabel 2-8 Problemen met printers oplossen
De printer print niet.
Oorzaak Oplossing
Printer staat niet aan en is offline. Zet de printer aan en controleer of deze online staat.
De juiste stuurprogramma's voor de applicatie zijn niet
geïnstalleerd.
1. Installeer de juiste stuurprogramma's voor de applicatie.
2. Probeer af te drukken met de MS-DOS-opdracht
DIR C:\ > [printerpoort]
waarbij [printerpoort] het adres is van de printer die
wordt gebruikt. Als de printer nu wel werkt, laadt u het
printerstuurprogramma opnieuw.
Als de pc is aangesloten op een netwerk, heeft u mogelijk geen
verbinding met de printer.
Breng de juiste netwerkverbinding voor de printer tot stand.
De printer is defect. Voer de zelftest van de printer uit.
De printer gaat niet aan.
Oorzaak Oplossing
Mogelijk zijn de kabels niet goed aangesloten. Sluit alle kabels opnieuw aan en controleer het netsnoer en het
stopcontact.
Printer drukt vreemde informatie af.
Oorzaak Oplossing
Het juiste printerstuurprogramma voor de applicatie is niet
geïnstalleerd.
Installeer de juiste stuurprogramma's voor de applicatie.
Mogelijk zijn de kabels niet goed aangesloten. Sluit alle kabels opnieuw aan.
Mogelijk is er geen printergeheugen meer beschikbaar. Stel de printer opnieuw in door deze een minuut uit te
schakelen en vervolgens weer in te schakelen.
Printer is offline.
Oorzaak Oplossing
Er zit geen papier meer in de papierlade. Controleer de papierlade en vul zo nodig papier bij. Zet de
printer handmatig online.
30 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Problemen met toetsenbord en muis oplossen
Raadpleeg de documentatie bij de betreffende apparatuur of de onderstaande tabel wanneer er
problemen zijn met het toetsenbord of de muis.
Tabel 2-9 Problemen met het toetsenbord oplossen
Het indrukken van toetsen op het toetsenbord wordt niet herkend door de computer.
Oorzaak Oplossing
Het toetsenbord is niet goed aangesloten. 1. Op het Bureaublad van Windows XP klikt u op Start >
Uitschakelen.
Op het Bureaublad van Windows Vista klikt u op Start,
vervolgens op de pijl rechtsonder in het menu Start en
selecteert u Afsluiten.
2. Nadat het systeem is uitgeschakeld, sluit u het
toetsenbord opnieuw aan op de achterkant van de
computer en vervolgens start u de computer opnieuw op.
Het actieve programma reageert niet meer. Sluit de computer af met behulp van de muis en start de
computer vervolgens opnieuw op.
Toetsenbord moet gerepareerd worden. Raadpleeg de wereldwijde Garantieverklaring voor de
voorwaarden.
Fout met draadloos apparaat. 1. Controleer de apparaatstatus in de software, indien
beschikbaar.
2. Controleer/vervang de batterijen.
3. Stel de ontvanger en het toetsenbord opnieuw in.
De computer is in de standbystand. Druk kort op de aan/uit-knop om de standbystand te
beëindigen.
VOORZICHTIG: Als u probeert de computer te activeren
vanuit de standbystand, houdt u de aan/uit-knop niet langer
dan vier seconden ingedrukt. Anders wordt de computer
uitgeschakeld, waarbij alle niet-opgeslagen gegevens verloren
gaan.
De cursor kan niet worden verplaatst met de pijltoetsen op het toetsenbord.
Oorzaak
Oplossing
Mogelijk is de Num Lock-toets ingeschakeld. Druk op de Num Lock-toets. Het Num Lock-lampje moet uit zijn
als u de pijltoetsen wilt gebruiken. De Num Lock-toets kan met
Computer Setup worden uitgeschakeld (of ingeschakeld).
NLWW Problemen met toetsenbord en muis oplossen 31
Tabel 2-10 Muisproblemen oplossen
Muis reageert niet of beweegt te traag.
Oorzaak
Oplossing
Muiskabel is niet goed aangesloten op de computer. Sluit de computer af met behulp van het toetsenbord.
1. Houd Ctrl ingedrukt en druk op Esc (of druk op de
Windows logo-toets) om het menu Start weer te geven.
2. Gebruik de pijltoetsen om de optie Afsluiten te
selecteren en druk vervolgens op de Enter-toets.
3. Nadat het systeem is uitgeschakeld, sluit u de
muisconnector aan op de achterkant van de computer (of
het toetsenbord) en start u vervolgens de computer
opnieuw op.
Het actieve programma reageert niet meer. Sluit de computer af met behulp van het toetsenbord en start
de computer vervolgens opnieuw op.
Mogelijk moet de muis worden gereinigd. Verwijder het klepje van de muisbal en maak de interne
onderdelen schoon.
Mogelijk moet de muis worden gerepareerd. Raadpleeg de wereldwijde Garantieverklaring voor de
voorwaarden.
Fout met draadloos apparaat. 1. Controleer de apparaatstatus in de software, indien
beschikbaar.
2. Controleer/vervang de batterijen.
3. Stel de ontvanger en de muis opnieuw in.
De computer is in de standbystand. Druk kort op de aan/uit-knop om de standbystand te
beëindigen.
VOORZICHTIG: Als u probeert de computer te activeren
vanuit de standbystand, houdt u de aan/uit-knop niet langer
dan vier seconden ingedrukt. Anders wordt de computer
uitgeschakeld, waarbij alle niet-opgeslagen gegevens verloren
gaan.
Muis beweegt alleen horizontaal of verticaal of muis maakt onregelmatige bewegingen.
Oorzaak
Oplossing
De muisbal of de draaiende asjes die contact maken met de
bal zijn vuil.
Verwijder het klepje van de muisbal aan de onderkant van de
muis en reinig de interne onderdelen met een reinigingsset
(verkrijgbaar bij de meeste computerwinkels).
32 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Problemen met de installatie van hardware
Wanneer u een extra schijfeenheid, een uitbreidingskaart of andere hardware toevoegt of verwijdert,
kan het nodig zijn de computer opnieuw te configureren. Wanneer u een Plug and Play-apparaat
installeert, wordt het apparaat automatisch door Windows herkend en wordt de configuratie van de
computer automatisch aangepast. Als u een apparaat installeert dat niet compatibel is met Plug and
Play, moet u de computer opnieuw configureren nadat de installatie van de nieuwe hardware is voltooid.
In Windows gebruikt u hiervoor de Wizard Hardware toevoegen. Volg de instructies van de wizard die
op het scherm worden weergegeven.
WAARSCHUWING! Wanneer de computer is aangesloten op een stopcontact, wordt de systeemkaart
altijd van stroom voorzien. Beperk het risico van persoonlijk letsel ten gevolge van elektrische schokken
of hete oppervlakken, door de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen en de interne
onderdelen van het systeem te laten afkoelen voordat u deze aanraakt.
Tabel 2-11 Problemen bij de installatie van hardware oplossen
Nieuwe apparatuur wordt niet herkend als onderdeel van het systeem.
Oorzaak
Oplossing
Een apparaat is niet goed geïnstalleerd of aangesloten. Controleer of het apparaat goed is aangesloten en of de pinnen
van de connector niet verbogen zijn.
Kabels van nieuwe externe apparatuur zitten los of netsnoeren
zijn niet aangesloten.
Controleer of alle kabels goed zijn aangesloten en of de pinnen
van de kabel of de connector niet verbogen zijn.
Het nieuwe apparaat is niet ingeschakeld. Schakel de computer uit, schakel het externe apparaat in en
schakel vervolgens de computer weer in om het apparaat in
het systeem te integreren.
U heeft de wijzigingen in de configuratie niet geaccepteerd
toen het systeem u hierover informeerde.
Start de computer opnieuw op en volg de instructies voor het
accepteren van de wijzigingen.
Een Plug and Play-kaart wordt mogelijk niet automatisch
geconfigureerd als de standaardconfiguratie een conflict met
andere apparaten veroorzaakt.
Gebruik Apparaatbeheer van Windows om de automatische
instellingen voor de kaart uit te schakelen en een
basisconfiguratie te kiezen die geen conflict met
systeembronnen veroorzaakt. U kunt ook Computer Setup
(Computerinstellingen) gebruiken om apparaten opnieuw te
configureren of uit te schakelen en zodoende het conflict op te
lossen.
De USB-poorten van de computer zijn uitgeschakeld in
Computer Setup (Computerinstellingen).
Open Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel de
USB-poorten in.
De computer start niet op.
Oorzaak
Oplossing
Er zijn verkeerde geheugenmodules geïnstalleerd of er zijn
geheugenmodules op de verkeerde locatie geplaatst.
1. Raadpleeg de documentatie bij de computer om te
controleren of u de juiste geheugenmodules gebruikt en
of deze modules op de juiste manier zijn geïnstalleerd.
OPMERKING: DIMM 1 moet altijd zijn geïnstalleerd.
2. Let op de geluidssignalen en op de lampjes aan de
voorkant van de computer. Met knipperende lampjes en
geluidssignalen worden specifieke problemen
aangegeven.
3. Als u het probleem ondanks de voorgaande tips niet kunt
oplossen, neemt u contact op met een HP Business of
Service Partner.
NLWW Problemen met de installatie van hardware 33
Het aan/uitlampje knippert vijf keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd door een pauze van
twee seconden, en u hoort vijf geluidssignalen. (De geluidssignalen worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes
blijven knipperen.)
Oorzaak Oplossing
Het geheugen is verkeerd geïnstalleerd of defect. VOORZICHTIG: Verwijder het netsnoer van de computer
voordat u een DIMM-module opnieuw plaatst, verwijdert of
installeert, om schade aan de DIMM's of de systeemkaart te
voorkomen.
1. Verwijder de DIMM's en plaats deze opnieuw. Zet de
computer aan.
2. Vervang de DIMM's een voor een om te bepalen welke
module defect is.
OPMERKING: DIMM 1 moet altijd zijn geïnstalleerd.
3. Vervang geheugen van andere leveranciers door HP
geheugen.
4. Vervang de systeemkaart.
Het aan/uitlampje knippert zes keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd door een pauze van
twee seconden, en u hoort zes geluidssignalen. (De geluidssignalen worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes
blijven knipperen.)
Oorzaak Oplossing
De grafische kaart is niet goed geïnstalleerd of defect, of de
systeemkaart is defect.
Bij een computer met een afzonderlijke grafische kaart:
1. Verwijder de grafische kaart en plaats deze opnieuw. Zet
de computer aan.
2. Vervang de grafische kaart.
3. Vervang de systeemkaart.
Bij een computer met een geïntegreerde grafische controller
vervangt u de systeemkaart.
Het aan/uitlampje knippert tien keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd door een pauze van
twee seconden, en u hoort tien geluidssignalen. (De geluidssignalen worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes
blijven knipperen.)
Oorzaak
Oplossing
Defecte optiekaart. 1. Controleer de optiekaarten door deze een voor een te
verwijderen (wanneer er meerdere kaarten aanwezig
zijn). Zet vervolgens de computer aan om te controleren
of het probleem hiermee verholpen is.
2. Wanneer duidelijk wordt dat het probleem door een
bepaalde optiekaart wordt veroorzaakt, vervangt u de
defecte kaart.
3. Vervang de systeemkaart.
Tabel 2-11 Problemen bij de installatie van hardware oplossen (vervolg)
34 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Problemen met netwerken oplossen
In de volgende tabel staan enkele oorzaken van netwerkproblemen en mogelijke oplossingen. Het
debuggen van de netwerkbekabeling wordt hier niet besproken.
Tabel 2-12 Problemen met netwerken oplossen
De functie Wake-on-LAN werkt niet.
Oorzaak Oplossing
Wake-on-LAN is niet ingeschakeld. U schakelt als volgt Wake on LAN (Activeren bij LAN) in
Windows XP in.
1. Selecteer Start > Configuratiescherm.
2. Dubbelklik op Netwerkverbindingen.
3. Dubbelklik op LAN-verbinding.
4. Klik op Eigenschappen.
5. Klik op Configureren.
6. Klik op het tabblad Energiebeheer en schakel
vervolgens het selectievakje in bij Dit apparaat mag de
computer uit stand-by halen.
U schakelt als volgt Wake on LAN (Activeren bij LAN) in
Windows Vista in.
1. Selecteer Start > Configuratiescherm.
2. Selecteer bij Netwerk en internet de optie
Netwerkstatus en –taken weergeven.
3. Selecteer in de lijst Taken de optie
Netwerkverbindingen beheren.
4. Dubbelklik op LAN-verbinding.
5. Klik op de knop Eigenschappen.
6. Klik op de knop Configureren.
7. Klik op het tabblad Energiebeheer en schakel
vervolgens het selectievakje in bij Dit apparaat mag de
computer uit slaapstand halen.
Het netwerkstuurprogramma heeft de netwerkadapter niet herkend.
Oorzaak
Oplossing
De netwerkadapter is uitgeschakeld. 1. Start Computerinstellingen en schakel de
netwerkcontroller in.
2. Schakel de netwerkcontroller in het besturingssysteem in
via Apparaatbeheer.
Verkeerd netwerkstuurprogramma. Raadpleeg de documentatie bij de netwerkadapter voor
informatie over het juiste stuurprogramma of download het
nieuwste stuurprogramma van de website van de fabrikant.
NLWW Problemen met netwerken oplossen 35
Het netwerkverbindingslampje knippert nooit.
OPMERKING: Dit lampje behoort te knipperen wanneer er netwerkactiviteit plaatsvindt.
Oorzaak
Oplossing
Er wordt geen actief netwerk herkend. Controleer of de kabels en de netwerkapparatuur goed zijn
aangesloten.
De netwerkadapter is niet goed geïnstalleerd. Controleer voor de verbinding de aparaatstatus in Windows,
bijvoorbeeld via de geladen stuurprogramma's in
Apparaatbeheer en via Netwerkverbindingen.
De netwerkadapter is uitgeschakeld. 1. Start Computerinstellingen en schakel de
netwerkcontroller in.
2. Schakel de netwerkcontroller in het besturingssysteem in
via Apparaatbeheer.
Netwerkstuurprogramma is niet goed geladen. Installeer de netwerkstuurprogramma’s opnieuw.
Het systeem detecteert het netwerk niet automatisch (geen
autosensing).
Schakel de mogelijkheden voor autosensing uit en kies zelf de
juiste werkstand.
Diagnoseprogramma meldt een storing.
Oorzaak Oplossing
De kabel is niet goed aangesloten. Sluit de kabel goed aan op de netwerkconnector en sluit het
andere eind van de kabel goed aan op de juiste eenheid.
De kabel is aangesloten op de verkeerde connector. Controleer of de kabel op de juiste connector is aangesloten.
Er is een probleem met de kabel of een apparaat aan het
andere uiteinde van de kabel.
Controleer of de kabel en de eenheid aan het andere uiteinde
van de kabel goed werken.
De netwerkcontroller gebruikt dezelfde interrupt als een
uitbreidingskaart.
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en open het
menu Advanced (Geavanceerd). Wijzig de
systeembroninstellingen voor de kaart.
De netwerkadapter is defect. Neem contact op met een Business of Service Partner.
Het diagnoseprogramma is met succes voltooid, maar de computer communiceert niet met het netwerk.
Oorzaak Oplossing
De netwerkstuurprogramma's zijn niet geladen of de
parameters van het stuurprogramma komen niet overeen met
de huidige configuratie.
Zorg ervoor dat de stuurprogramma's zijn geladen en dat de
parameters van het stuurprogramma overeenkomen met de
configuratie van de netwerkcontroller.
Zorg ervoor dat de juiste netwerkclient en het juiste protocol
zijn geïnstalleerd.
De netwerkcontroller is niet geconfigureerd voor deze
computer.
Dubbelklik in het Configuratiescherm op het pictogram
Netwerk en configureer de netwerkadapter.
De netwerkcontroller werkt niet meer nadat een uitbreidingskaart aan de computer is toegevoegd.
Oorzaak
Oplossing
De netwerkcontroller gebruikt dezelfde interrupt als een
uitbreidingskaart.
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en open het
menu Advanced (Geavanceerd). Wijzig de
systeembroninstellingen voor de kaart.
Tabel 2-12 Problemen met netwerken oplossen (vervolg)
36 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
De netwerkcontroller werkt niet meer nadat een uitbreidingskaart aan de computer is toegevoegd.
Oorzaak Oplossing
Er zijn stuurprogramma's nodig voor de netwerkcontroller. Controleer of de stuurprogramma's niet per ongeluk zijn
verwijderd tijdens de installatie van de stuurprogramma's voor
een nieuwe uitbreidingskaart.
De netwerkkaart die u heeft geïnstalleerd, veroorzaakt een
conflict met de geïntegreerde netwerkadapter.
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en open het
menu Advanced (Geavanceerd). Wijzig de
systeembroninstellingen voor de kaart.
De netwerkcontroller werkt niet meer, zonder aanwijsbare oorzaak.
Oorzaak Oplossing
De bestanden met de netwerkstuurprogramma's zijn
beschadigd.
Installeer de netwerkstuurprogramma's opnieuw met de
herstelschijven die van de herstelpartitie op de vaste schijf zijn
gemaakt.
De kabel is niet goed aangesloten. Sluit de kabel goed aan op de netwerkconnector en sluit het
andere eind van de kabel goed aan op de juiste eenheid.
De netwerkadapter is defect. Neem contact op met een Business of Service Partner.
De computer kan niet worden opgestart vanaf een nieuwe netwerkadapter.
Oorzaak Oplossing
De nieuwe netwerkadapter is mogelijk defect of voldoet niet
aan de industriestandaard specificaties.
Installeer een werkende, industriestandaard netwerkadapter
of wijzig de opstartvolgorde, zodat de computer vanaf een
andere bron wordt opgestart.
Kan geen verbinding maken met een netwerkserver voor Remote System Installation.
Oorzaak Oplossing
De netwerkadapter is niet goed geconfigureerd. Controleer of de netwerkverbindingen in orde zijn, of er een
DHCP-server aanwezig is en of de benodigde
stuurprogramma's voor uw netwerkadapter aanwezig zijn op
de server van Remote System Installation.
Er wordt een niet-geprogrammeerd EEPROM gemeld.
Oorzaak Oplossing
Het EEPROM is niet geprogrammeerd. Neem contact op met een Business of Service Partner.
Tabel 2-12 Problemen met netwerken oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met netwerken oplossen 37
Problemen met het geheugen oplossen
Wanneer er problemen zijn met het geheugen van de computer, raadpleegt u de onderstaande tabel
met veel voorkomende oorzaken en mogelijke oplossingen.
VOORZICHTIG: Mogelijk worden de DIMM's nog steeds van voeding voorzien wanneer de computer
is uitgeschakeld (afhankelijk van de instellingen van de beheerengine). Verwijder het netsnoer van de
computer voordat u een DIMM-module opnieuw plaatst, verwijdert of installeert om schade aan de
DIMM's of de systeemkaart te voorkomen.
Op systemen die ECC-geheugen ondersteunen, kan geen combinatie van ECC- en niet-ECC-geheugen
worden gebruikt. Als u deze geheugensoorten wel combineert, kan het besturingssysteem niet worden
geladen.
OPMERKING: Configuraties waarbij de beheerengine is ingeschakeld hebben invloed op de
hoeveelheid geheugen. De beheerengine gebruikt 8 MB van het systeemgeheugen in
enkelkanaalmodus of 16 MB in tweekanaalsmodus voor het downloaden, decomprimeren en uitvoeren
van de beheerengine-firmware voor Out-of-Band (OOB), gegevensopslag van derden en andere
beheerfuncties.
Tabel 2-13 Problemen met het geheugen oplossen
Systeem start niet op of werkt niet goed nadat u extra geheugenmodules heeft geïnstalleerd.
Oorzaak
Oplossing
Er is geen geheugenmodule geïnstalleerd in het voetje XMM1
(of DIMM1).
Zorg dat er een geheugenmodule is geïnstalleerd in het zwarte
XMM1- (of DIMM1-) voetje op de systeemkaart. Dit voetje
moet een geheugenmodule bevatten.
Geheugenmodule is niet van het juiste type of heeft niet de
juiste snelheid of nieuwe geheugenmodule is niet goed
geplaatst.
Vervang de module door een correcte industriestandaard
module voor de computer. Op sommige modellen mag u geen
combinatie van ECC- en niet-ECC-geheugenmodules
gebruiken.
Bericht Onvoldoende geheugen.
Oorzaak Oplossing
Het geheugen is mogelijk niet goed geconfigureerd. Gebruik Apparaatbeheer om de geheugenconfiguratie te
controleren.
Er is onvoldoende geheugen om de applicatie uit te voeren. Raadpleeg de documentatie bij de applicatie om de
geheugenvereisten te bepalen.
De geheugentelling tijdens POST is onjuist.
Oorzaak Oplossing
De geheugenmodules zijn mogelijk niet juist geïnstalleerd. Controleer of alle geheugenmodules goed zijn geïnstalleerd en
of u de juiste modules heeft gebruikt.
Mogelijk maken de geïntegreerde grafische voorzieningen
gebruik van het systeemgeheugen.
U hoeft niets te doen.
38 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Onvoldoende geheugen tijdens het werken.
Oorzaak Oplossing
Er zijn teveel geheugenresidente programma's (TSR's)
geïnstalleerd.
Verwijder alle TSR's die u niet nodig heeft.
Onvoldoende geheugen voor de applicatie. Controleer de geheugenvereisten voor de applicatie of voeg
geheugen aan de pc toe.
Het aan/uitlampje knippert vijf keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd door een pauze van
twee seconden, en u hoort vijf geluidssignalen. (De geluidssignalen worden in totaal vijf keer herhaald. De lampjes
blijven knipperen.)
Oorzaak
Oplossing
Het geheugen is verkeerd geïnstalleerd of defect. 1. Verwijder de DIMM's en plaats deze opnieuw. Zet de
computer aan.
2. Vervang de DIMM's een voor een om te bepalen welke
module defect is.
3. Vervang geheugen van andere leveranciers door HP
geheugen.
4. Vervang de systeemkaart.
Tabel 2-13 Problemen met het geheugen oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met het geheugen oplossen 39
Problemen met de processor oplossen
Wanneer er problemen zijn met de processor, raadpleegt u de onderstaande tabel met veel
voorkomende oorzaken en mogelijke oplossingen.
Tabel 2-14 Problemen met de processor oplossen
Het prestatieniveau is erg laag.
Oorzaak Oplossing
De processor is te heet. 1. Zorg ervoor dat de luchtaanvoer naar de computer niet is
geblokkeerd.
2. Zorg ervoor dat de ventilatoren zijn aangesloten en goed
werken (sommige ventilatoren werken alleen bij
behoefte).
3. Controleer of het koelelement van de processor goed is
bevestigd.
Het aan/uitlampje knippert drie keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd door een pauze van
twee seconden.
Oorzaak
Oplossing
De processor is niet goed geplaatst of niet geïnstalleerd. 1. Controleer of de processor geplaatst is.
2. Verwijder de processor en plaats deze opnieuw.
Het aan/uit-lampje knippert elf keer in de kleur rood met tussenpozen van een seconde, gevolgd door een pauze van
twee seconden.
Oorzaak
Oplossing
De huidige processor biedt geen ondersteuning voor een
voorziening die eerder is ingeschakeld voor dit systeem.
1. Installeer een processor met TXT-mogelijkheden.
2. Schakel TXT uit in het hulpprogramma Computer Setup
(Computerinstellingen).
3. Plaats de oorspronkelijke processor terug.
40 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Problemen met de cd-rom- of dvd-rom-drive oplossen
Wanneer u problemen met de cd-rom- of dvd-rom-drive ondervindt, raadpleegt u de lijst met veel
voorkomende oorzaken en mogelijke oplossingen in de volgende tabel of de documentatie bij het
optionele apparaat.
Tabel 2-15 Problemen met de cd-rom- of dvd-rom-drive oplossen
Het systeem start niet op vanaf de cd-rom- of dvd-rom-drive.
Oorzaak
Oplossing
Het apparaat is aangesloten op een SATA-poort die is
verborgen in het hulpprogramma Computer Setup
(Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en zorg dat bij
Security (Beveiliging) > Device Security
(Apparaatbeveiliging) voor de SATA-poort van het apparaat
Device available (Apparaat beschikbaar) is geselecteerd.
Opstarten vanaf verwisselbare media is uitgeschakeld in het
hulpprogramma Computer Setup (Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel
opstarten vanaf verwisselbare media in bij Storage (Opslag) >
Storage Options (Opslagopties). Zorg dat cd-rom is
ingeschakeld bij Storage (Opslag) > Boot Order
(Opstartvolgorde).
Netwerkserverstand is ingeschakeld in Computer Setup
(Computerinstellingen).
Voer het hulpprogramma Computer Setup
(Computerinstellingen) uit en schakel Network Server Mode
(Netwerkserverstand) uit bij Security (Beveiliging) >
Password Options (Wachtwoordopties).
Er is geen opstart-cd in de drive aanwezig. Plaats een opstart-cd in de drive.
De opstartvolgorde is onjuist. Start Computer Setup (Computerinstellingen) en wijzig de
opstartvolgorde bij Storage (Opslag) > Boot Order
(Opstartvolgorde).
Schijfeenheid niet gevonden.
Oorzaak Oplossing
De kabel zit los. Controleer de aansluitingen.
Het systeem heeft een zojuist geïnstalleerde schijfeenheid niet
automatisch herkend.
Raadpleeg het gedeelte Problemen met de installatie van
hardware op pagina 33 voor aanwijzingen voor het
configureren. Als de nieuwe schijfeenheid nog steeds niet
wordt herkend, controleert u of de schijfeenheid wordt
genoemd bij Computer Setup (Computerinstellingen). Als de
schijfeeheid station hier wordt genoemd, wordt het probleem
waarschijnlijk door een stuurprogramma veroorzaakt. Als de
schijfeenheid niet wordt genoemd, wordt het probleem
waarschijnlijk door de hardware veroorzaakt.
Als het een zojuist geïnstalleerde schijfeenheid betreft, voert u
het hulpprogramma Computer Setup (Computerinstellingen)
uit en voegt u een POST-vertraging toe bij
Advanced (Geavanceerd) > Power-On (Opstarten).
Het apparaat is aangesloten op een SATA-poort die is
verborgen in Computer Setup (Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en zorg dat bij
Security (Beveiliging) > Device Security
(Apparaatbeveiliging) voor de SATA-poort van het apparaat
Device available (Apparaat beschikbaar) is geselecteerd.
Schijfeenheid reageert traag onmiddellijk na opstarten. Start Computer Setup (Computerinstellingen) en verhoog de
POST-vertragingswaarde bij Advanced (Geavanceerd) >
Power-On Options (Opstartopties).
NLWW Problemen met de cd-rom- of dvd-rom-drive oplossen 41
Het systeem herkent cd-rom- of dvd-apparatuur niet, of het stuurprogramma is niet geladen.
Oorzaak Oplossing
De drive is niet goed aangesloten of niet goed geconfigureerd. Raadpleeg de documentatie bij het apparaat.
Een film in het dvd-rom-station wordt niet afgespeeld.
Oorzaak
Oplossing
De film kan bedoeld zijn voor gebruik in een ander land. Raadpleeg de documentatie bij de dvd-drive.
Er is geen decodersoftware geïnstalleerd. Installeer decodersoftware.
Medium is beschadigd. Vervang het medium.
Films met deze classificatie worden geblokkeerd door ouderlijk
toezicht.
Verwijder ouderlijk toezicht met behulp van dvd-software.
Het medium is ondersteboven geplaatst. Plaats het medium opnieuw.
De schijf kan niet worden uitgeworpen (eenheid met cd-lade).
Oorzaak Oplossing
De schijf ligt niet goed in de lade. Schakel de computer uit en druk met een spits metalen
voorwerp stevig in het uitwerpgaatje. Trek de lade langzaam
uit de drive totdat de lade geheel naar buiten is geschoven en
verwijder de cd.
Cd-rom-, cd-rw-, dvd-rom- of dvd-r/rw-drive kan een cd of dvd niet lezen of heeft veel tijd nodig.
Oorzaak Oplossing
Het medium is ondersteboven geplaatst. Plaats het medium opnieuw, met de bedrukte kant boven.
De dvd-rom-drive heeft meer tijd nodig om te starten, omdat
eerst moet worden vastgesteld welk type media (bijvoorbeeld
audio of video) wordt afgespeeld.
Wacht minimaal 30 seconden om de dvd-rom-drive de kans te
geven het type media te herkennen. Als de weergave dan nog
niet begint, probeert u de andere oplossingen die hier
genoemd worden.
Cd of dvd is vuil. Reinig de cd of dvd met een cd-reinigingskit (in de meeste
computerwinkels verkrijgbaar).
Cd-rom-drive of dvd-rom-drive wordt niet door Windows
herkend.
1. Gebruik Apparaatbeheer om het apparaat te verwijderen
of de installatie ongedaan de maken.
2. Start de computer opnieuw op en laat Windows de drive
herkennen.
Opnemen of kopiëren van cd's is moeilijk of onmogelijk.
Oorzaak Oplossing
Verkeerd type of slechte kwaliteit media. 1. Probeer op een lagere snelheid op te nemen.
2. Controleer of u de juiste media voor de drive gebruikt.
3. Probeer een ander merk media. Er zijn grote
kwaliteitsverschillen tussen de merken.
Tabel 2-15 Problemen met de cd-rom- of dvd-rom-drive oplossen (vervolg)
42 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
USDT-computer start te langzaam op nadat een cd- of dvd-drive is verwijderd.
Oorzaak Oplossing
Het systeem zoekt tijdens het opstarten naar de drive omdat
de drivekabel nog steeds is aangesloten op de systeemkaart.
Koppel de drivekabel los van de systeemkaart.
NLWW Problemen met de cd-rom- of dvd-rom-drive oplossen 43
Problemen met de Drive Key oplossen
Wanneer u problemen met Drive Key heeft, raadpleegt u de onderstaande tabel met veel voorkomende
oorzaken en mogelijke oplossingen.
Tabel 2-16 Problemen met de Drive Key oplossen
USB Drive Key wordt in Windows niet als schijfaanduiding herkend.
Oorzaak Oplossing
De schijfaanduiding na de laatste fysieke schijfeenheid is niet
beschikbaar.
Wijzig de standaard schijfaanduiding voor de Drive Key in
Windows.
USB Drive Key niet gevonden (herkend).
Oorzaak Oplossing
Het apparaat is aangesloten op een USB-poort die is
verborgen in Computer Setup (Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en zorg dat bij
Security (Beveiliging) > Device Security
(Apparaatbeveiliging) "Device available" (Apparaat
beschikbaar) is geselecteerd voor "All USB Ports" (Alle USB-
poorten) en "Front USB Ports" (USB-poorten aan de
voorzijde).
Het apparaat was niet goed geïnstalleerd voordat de computer
werd ingeschakeld.
Zorg dat het apparaat geheel in de USB-poort is geplaatst
voordat u het systeem inschakelt.
Het systeem start niet op vanaf USB Drive Key.
Oorzaak Oplossing
De opstartvolgorde is onjuist. Start Computer Setup (Computerinstellingen) en wijzig de
opstartvolgorde bij Storage (Opslag) > Boot Order
(Opstartvolgorde).
Opstarten vanaf verwisselbare media is uitgeschakeld in het
hulpprogramma Computer Setup (Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel
opstarten vanaf verwisselbare media in bij Storage (Opslag) >
Storage Options (Opslagopties). Zorg dat USB is
ingeschakeld bij Storage (Opslag) > Boot Order
(Opstartvolgorde).
Het image op het apparaat is niet opstartbaar. Volg de procedure die wordt beschreven in het gedeelte "ROM
Flash: Replicating the Setup: Creating a Bootable Device:
Supported USB Flash Media Device" (ROM-flash: Configuratie
kopiëren: Opstartapparaat maken: Ondersteund USB-
flashmedium) van de Service Reference Guide (Naslaggids
service).
De computer wordt in DOS opgestart nadat u de Drive Key opstartbaar heeft gemaakt.
Oorzaak Oplossing
De Drive Key is opstartbaar. Installeer de Drive Key pas nadat het besturingssysteem is
geladen.
44 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Problemen met onderdelen aan de voorkant oplossen
Wanneer u problemen ondervindt met apparaten die zijn aangesloten op de voorkant, raadpleegt u de
lijst met oorzaken en oplossingen in de volgende tabel.
Tabel 2-17 Problemen met onderdelen aan de voorkant oplossen
Een USB-apparaat, hoofdtelefoon of microfoon wordt niet door de computer herkend.
Oorzaak Oplossing
Het apparaat is niet goed aangesloten. 1. Zet de computer uit.
2. Sluit het apparaat opnieuw aan op de voorkant van de
computer en start de computer opnieuw op.
Het apparaat krijgt geen voeding. Als het USB-apparaat netvoeding nodig heeft, zorgt u dat het
ene uiteinde van het netsnoer is aangesloten op het apparaat
en het andere uiteinde op een werkend stopcontact.
Het juiste stuurprogramma is niet geïnstalleerd. 1. Installeer het juiste stuurprogramma voor het apparaat.
2. Mogelijk moet de computer opnieuw worden opgestart.
De kabel tussen het apparaat en de computer werkt niet. 1. Vervang indien mogelijk de kabel.
2. Start de computer opnieuw op.
Het apparaat werkt niet 1. Vervang het apparaat.
2. Start de computer opnieuw op.
De USB-poorten van de computer zijn uitgeschakeld in
Computer Setup (Computerinstellingen).
Start Computer Setup (Computerinstellingen) en schakel de
USB-poorten in.
NLWW Problemen met onderdelen aan de voorkant oplossen 45
Problemen met de internettoegang oplossen
Raadpleeg uw internetserviceprovider (ISP) of kijk in de volgende tabel met mogelijke oorzaken en
oplossingen voor problemen met de internettoegang.
Tabel 2-18 Problemen met de internettoegang oplossen
Kan geen verbinding maken met internet.
Oorzaak Oplossing
Gebruikersaccount bij de internetserviceprovider (ISP) is niet
goed ingesteld.
Controleer de internetinstellingen of neem contact op met de
internetserviceprovider (ISP).
Modem is niet goed geconfigureerd. Sluit het modem opnieuw aan. Controleer aan de hand van de
documentatie of de aansluiting correct is.
Webbrowser is niet goed geïnstalleerd. Controleer of de webbrowser is geconfigureerd met de juiste
instellingen voor de internetserviceprovider (ISP).
Kabel- of DSL-modem is niet aangesloten. Sluit het betreffende modem aan. Er moet een aan/uitlampje
branden aan de voorkant van het modem.
De kabel- of DSL-service is niet beschikbaar of tijdelijk
onderbroken.
Probeer op een later tijdstip verbinding met internet te maken
of neem contact op met de internetserviceprovider (ISP). (Als
er verbinding is met de kabel- of DSL-service, brandt het
verbindingslampje aan de voorkant van het modem.)
De CAT5 UTP-kabel is niet aangesloten. Sluit de CAT5 UTP-kabel aan tussen het kabelmodem en de
RJ-45-connector op de computer. (Als de verbinding goed is,
brandt het "PC"-lampje aan de voorkant van het kabel/DSL-
modem.)
Het IP-adres is niet goed ingesteld. Informeer bij de internetserviceprovider (ISP) naar het juiste
IP-adres.
Cookies zijn beschadigd. (Een "cookie" is een klein stukje
informatie dat door sommige webservers tijdelijk in de
webbrowser wordt opgeslagen. Op deze manier blijft
specifieke informatie in de browser bewaard, die de webserver
later weer kan opvragen.)
In Windows Vista doet u het volgende:
1. Selecteer Start > Configuratiescherm.
2. Klik op Netwerk en internet.
3. Klik op Internetopties.
4. Klik in het gedeelte Browsegeschiedenis op het tabblad
Algemeen op de knop Verwijderen.
5. Klik op de knop Cookies verwijderen.
Windows XP
1. Selecteer Start > Configuratiescherm.
2. Dubbelklik op Internet-opties.
3. Klik in het tabblad Algemeen op de knop Cookies
verwijderen.
Internetprogramma's worden niet automatisch gestart.
Oorzaak Oplossing
Sommige programma's worden pas gestart nadat u zich heeft
aangemeld bij de internetserviceprovider (ISP).
Meld u aan bij de internetserviceprovider (ISP) en start
vervolgens het gewenste programma.
46 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Downloaden van internet duurt te lang.
Oorzaak Oplossing
Modem is niet goed geconfigureerd. Controleer of het modem is aangesloten en naar behoren
functioneert.
Windows XP
1. Selecteer Start > Configuratiescherm.
2. Dubbelklik op Systeem.
3. Klik op het tabblad Hardware.
4. Klik in het vak Apparaatbeheer op de knop
Apparaatbeheer.
5. Dubbelklik op Modems.
6. Dubbelklik op Agere Systems PCI-SV92PP Soft
Modem.
7. Klik op het tabblad Algemeen op Diagnostische
gegevens.
8. Klik op Instellingen opvragen. Het bericht “Geslaagd”
geeft aan dat het modem is aangesloten en correct
functioneert.
In Windows Vista doet u het volgende:
1. Selecteer Start > Configuratiescherm.
2. Klik op Systeem en onderhoud.
3. Klik op Systeem.
4. Selecteer in de lijst Taken de optie Apparaatbeheer.
5. Dubbelklik op Modems.
6. Dubbelklik op Agere Systems PCI-SV92PP Soft
Modem.
7. Klik op het tabblad Algemeen op Diagnostische
gegevens.
8. Klik op Instellingen opvragen. Het bericht “Geslaagd”
geeft aan dat het modem is aangesloten en correct
functioneert.
Tabel 2-18 Problemen met de internettoegang oplossen (vervolg)
NLWW Problemen met de internettoegang oplossen 47
Problemen met de software oplossen
De meeste problemen met de software ontstaan als volgt:
De applicatie is niet goed geïnstalleerd of geconfigureerd.
Er is onvoldoende geheugen beschikbaar om de applicatie uit te voeren.
Er is een conflict tussen applicaties.
Controleer of alle noodzakelijke stuurprogramma's zijn geïnstalleerd.
Als u een ander besturingssysteem gebruikt dan het besturingssysteem dat in de fabriek is
geïnstalleerd, controleert u of dit wordt ondersteund door uw systeem.
Raadpleeg bij problemen met de software de mogelijke oplossingen in de onderstaande tabel.
Tabel 2-19 Problemen met de software oplossen
De computer blijft hangen en het scherm met het HP logo wordt niet weergegeven.
Oorzaak
Oplossing
Er is een POST-fout opgetreden. Let op de geluidssignalen en op de lampjes aan de voorkant
van de computer. Raadpleeg bijlage A,
POST-foutberichten
op pagina 50, voor informatie over mogelijke oorzaken.
Raadpleeg de Restore Kit of de wereldwijde
Garantieverklaring voor de voorwaarden.
De computer blijft hangen nadat het scherm met het HP logo wordt weergegeven.
Oorzaak Oplossing
Systeembestanden kunnen beschadigd zijn. Scan de vaste schijf op fouten met behulp van een
hersteldiskette.
Er wordt een foutbericht over een "ongeldige bewerking" weergegeven.
Oorzaak
Oplossing
De software is niet door Microsoft goedgekeurd voor de
gebruikte Windows-versie.
Controleer of de gebruikte software door Microsoft is
goedgekeurd voor uw versie van Windows. U vindt deze
informatie op de verpakking van het programma.
Configuratiebestanden zijn beschadigd. Probeer alle gegevens op te slaan, alle programma's af te
sluiten en de computer opnieuw op te starten.
48 Hoofdstuk 2 Problemen oplossen zonder gebruik van diagnosevoorzieningen NLWW
Contact opnemen met een HP Business of Service
Partner
Neem voor ondersteuning en service contact op met een geautoriseerde HP Business of Service
Partner. Op de website
http://www.hp.com vindt u informatie over HP Business of Service Partners bij
u in de buurt.
OPMERKING: Vergeet niet de instel- en opstartwachtwoorden door te geven als u de computer ter
reparatie aanbiedt bij een HP Business of Service Partner.
Raadpleeg voor het telefoonnummer de garantieverklaring of de lijst met telefoonnummers in de
handleiding Support Telephone Numbers (Telefoonnummers voor ondersteuning) voor technische
ondersteuning.
NLWW Contact opnemen met een HP Business of Service Partner 49
A POST-foutberichten
Deze bijlage geeft een overzicht van de foutcodes en foutberichten en de meldingen met lampjes en
geluidssignalen die tijdens de Power-On Self-Test (POST) of het opnieuw opstarten van de computer
kunnen worden weergegeven, samen met mogelijke oorzaken en maatregelen om de fouten te
verhelpen.
Wanneer de POST-meldingen zijn uitgeschakeld, worden de meeste meldingen tijdens een Power-On
Self-Test onderdrukt, zoals geheugentellingen en andere meldingen dan foutmeldingen. Foutberichten
tijdens POST worden wel op het scherm weergegeven. U kunt tijdens de POST handmatig POST-
berichten inschakelen door op een willekeurige toets te drukken (behalve F10 en F12). POST-meldingen
zijn standaard uitgeschakeld.
De selectie van de POST-stand bepaalt hoe snel de computer het besturingssysteem laadt en de mate
waarin het systeem wordt getest.
Quick Boot is een snel opstartproces waarbij het systeem niet op alle niveaus wordt getest. De
geheugentest wordt bijvoorbeeld niet uitgevoerd. Bij Full Boot worden alle ROM-systeemtesten
uitgevoerd en dit proces neemt meer tijd in beslag.
U kunt Full Boot ook zodanig configureren dat er regelmatig om de 1 tot 30 dagen testen worden
uitgevoerd. Via Computer Setup (Computerinstellingen) kunt u de stand Full Boot Every x Days (Full
Boot om de x dagen) instellen.
OPMERKING: Raadpleeg de Computer Setup (F10) Handleiding voor meer informatie.
50 Bijlage A POST-foutberichten NLWW
Numerieke codes en tekstberichten tijdens de POST
In dit gedeelte worden de POST-fouten behandeld waaraan een numerieke code is gekoppeld.
Daarnaast worden enkele tekstberichten besproken die tijdens de POST kunnen worden weergegeven.
OPMERKING: De computer geeft een geluidssignaal nadat een POST-bericht op het scherm is
weergegeven.
Tabel A-1 Numerieke codes en tekstberichten
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
101-Option ROM Checksum Error
(Checksumfout optie-ROM)
Checksum-fout in systeem-ROM of
uitbreidingskaart-ROM.
1. Verifieer of het ROM juist is.
2. Flash zo nodig het ROM.
3. Als er onlangs een uitbreidingskaart is
toegevoegd, verwijdert u de kaart om te
controleren of het probleem dan is
opgelost.
4. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
5. Als de melding verdwijnt, is er misschien
een probleem met de uitbreidingskaart.
6. Vervang de systeemkaart.
103 - System Board Failure
(Systeemkaartfout)
DMA of timers. 1. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
2. Verwijder uitbreidingskaarten.
3. Vervang de systeemkaart.
110-Out of Memory Space for Option ROMs
(Onvoldoende geheugen voor optie-ROM's)
Een onlangs toegevoegde PCI-
uitbreidingskaart bevat een optie-ROM dat te
groot is om tijdens de POST te kunnen
downloaden.
1. Als er onlangs een PCI-
uitbreidingskaart is toegevoegd,
verwijdert u de kaart om te controleren
of het probleem dan is opgelost.
2. Stel in Computer Setup
(Computerinstellingen) de optie
Advanced (Geavanceerd) > Device
Options (Apparaatopties) > NIC PXE
Option ROM Download (PXE optie-
ROM voor netwerkadapter
downloaden) in op DISABLE
(Uitschakelen). Hiermee voorkomt u dat
het PXE optie-ROM voor de
ingebouwde netwerkadapter tijdens de
POST wordt geladen, zodat er meer
ruimte overblijft voor het laden van de
optie-ROM's van uitbreidingskaarten.
Het ingebouwde PXE optie-ROM wordt
gebruikt om vanaf de netwerkadapter op
te starten naar een PXE-server.
3. Zorg dat in Computer Setup
(Computerinstellingen) de optie ACPI/
USB Buffers @ Top of Memory (ACPI-
en USB-buffer boven in geheugen) is
ingeschakeld.
162-System Options Not Set (Systeemopties
niet ingesteld)
Configuratie niet juist.
De RTC (real time clock)-batterij moet
wellicht worden vervangen.
Start Computer Setup
(Computerinstellingen) en controleer de
configuratie bij Advanced (Geavanceerd) >
NLWW Numerieke codes en tekstberichten tijdens de POST 51
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
Onboard Devices (Apparaten op
systeemkaart).
Stel de datum en tijd opnieuw in via het
Configuratiescherm. Als het probleem blijft
optreden, vervangt u de batterij van de real-
timeklok. Raadpleeg de Handleiding voor de
hardware voor informatie over het vervangen
van de batterij of neem contact op met een
geautoriseerde Business of Service Partner
om de batterij te vervangen.
163-Time & Date Not Set (Tijd en datum niet
ingesteld)
Tijd of datum in configuratiegeheugen
ongeldig.
De RTC (real time clock)-batterij moet
wellicht worden vervangen.
Stel de datum en de tijd in met behulp van
Configuratiescherm of via Computer Setup
(Computerinstellingen). Als het probleem
blijft optreden, vervangt u de batterij van de
real-timeklok. Raadpleeg de Handleiding
voor de hardware voor informatie over het
vervangen van de batterij of neem contact op
met een geautoriseerde Business of Service
Partner om de batterij te vervangen.
163-Time & Date Not Set (Tijd en datum niet
ingesteld)
CMOS-jumper is mogelijk niet goed
ingesteld.
Controleer indien van toepassing of de
CMOS-jumper over de juiste pinnen is
geplaatst.
164-Memory Size Error (164-Fout
geheugengrootte)
De hoeveelheid geheugen is gewijzigd sinds
de laatste systeemstart (geheugen
toegevoegd of verwijderd).
Druk op F1 om de geheugenwijzigingen op te
slaan.
164-Memory Size Error (164-Fout
geheugengrootte)
Geheugenconfiguratie niet juist. 1. Start Computer Setup
(Computerinstellingen) of een van de
hulpprogramma's van Windows.
2. Zorg ervoor dat de geheugenmodules
juist zijn geïnstalleerd.
3. Als u geheugen van andere leveranciers
heeft toegevoegd, test u het systeem
met uitsluitend HP-geheugen.
4. Controleer of u het juiste type
geheugenmodule heeft geplaatst.
201 - Memory Error (Geheugenfout) RAM-fout. 1. Start Computer Setup
(Computerinstellingen) of een van de
hulpprogramma's van Windows.
2. Controleer of de geheugenmodules op
de juiste manier zijn geïnstalleerd.
3. Controleer of u het juiste type
geheugenmodule heeft geplaatst.
4. Verwijder en vervang de defecte
geheugenmodule(s).
5. Als de fout zich blijft voordoen na het
vervangen van de geheugenmodules,
vervangt u de systeemkaart.
213-Incompatible Memory Module in
Memory Socket(s) X, X, ... (Niet-compatibele
geheugenmodule in geheugenvoetje(s) X,
X, ...)
Een geheugenmodule in het voetje uit de
foutmelding mist kritische SPD-informatie of
is niet compatibel met de chipset.
1. Controleer of u het juiste type
geheugenmodule heeft geplaatst.
2. Probeer een ander geheugenvoetje.
3. Vervang de DIMM door een module die
voldoet aan de SPD-standaard.
Tabel A-1 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
52 Bijlage A POST-foutberichten NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
214-DIMM Configuration Warning
(Waarschuwing DIMM-configuratie)
De geïnstalleerde DIMM-configuratie is niet
optimaal.
Installeer de DIMM's zodanig dat elk kanaal
over dezelfde hoeveelheid geheugen
beschikt.
219-ECC Memory Module Detected ECC
Modules not supported on this Platform
(ECC-geheugenmodule gedetecteerd; ECC-
modules worden niet ondersteund)
Een of meer onlangs toegevoegde
geheugenmodules ondersteunen ECC-
foutcorrectie.
1. Als er onlangs geheugen is toegevoegd,
verwijdert u dit geheugen om te
controleren of het probleem dan is
opgelost.
2. Raadpleeg de productdocumentatie
voor informatie over de ondersteunde
soorten geheugen.
301-Keyboard Error (301-Toetsenbordfout) Toetsenbordfout. 1. Zet de computer uit en sluit het
toetsenbord opnieuw aan.
2. Controleer de connector op verbogen of
ontbrekende pinnen.
3. Controleer of geen van de toetsen is
ingedrukt.
4. Vervang het toetsenbord.
303-Keyboard Controller Error (Fout
toetsenbordcontroller)
Toetsenbordcontroller I/O-kaart. 1. Zet de computer uit en sluit het
toetsenbord opnieuw aan.
2. Vervang de systeemkaart.
304 - Keyboard or System Unit Error (Fout
toetsenbord of systeemeenheid)
Toetsenbordfout. 1. Zet de computer uit en sluit het
toetsenbord opnieuw aan.
2. Controleer of geen van de toetsen is
ingedrukt.
3. Vervang het toetsenbord.
4. Vervang de systeemkaart.
404-Parallel Port Address Conflict Detected
(404-Conflict adres parallelle poort
gedetecteerd)
Er zijn zowel externe als interne poorten aan
parallelle poort X toegewezen.
1. Verwijder eventuele uitbreidingskaarten
op de parallelle poort.
2. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
3. Configureer de systeembronnen van de
kaarten opnieuw en/of voer Computer
Setup (Computerinstellingen) uit.
410-Audio Interrupt Conflict (410-Conflict
audio-interrupt)
IRQ-adres in conflict met een ander
apparaat.
Start Computer Setup
(Computerinstellingen) en corrigeer de IRQ
via Advanced (Geavanceerd) > Onboard
Devices (Apparaten op systeemkaart).
411-Network Interface Card Interrupt Conflict
(411-Conflict interrupt netwerkadapter)
IRQ-adres in conflict met een ander
apparaat.
Start Computer Setup
(Computerinstellingen) en corrigeer de IRQ
via Advanced (Geavanceerd) > Onboard
Devices (Apparaten op systeemkaart).
501-Display Adapter Failure (501-Fout
beeldschermadapter)
Grafische beeldschermcontroller. 1. Plaats de grafische kaart eventueel
opnieuw.
2. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
Tabel A-1 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
NLWW Numerieke codes en tekstberichten tijdens de POST 53
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
3. Zorg ervoor dat de monitor is
aangesloten en ingeschakeld.
4. Vervang de videokaart (indien
mogelijk).
510-Flash Screen Image Corrupted
(Beginscherm beschadigd)
Er zijn fouten aangetroffen in het
beginscherm.
Flash het systeem-ROM met het nieuwste
BIOS-image.
511-CPU, CPUA, or CPUB Fan not detected
(Processorventilator niet gedetecteerd)
Een processorventilator is niet aangesloten
of is mogelijk defect.
1. Controleer of de processorventilator
stevig op zijn plaats zit.
2. Controleer of de ventilatorkabels goed
zijn aangesloten.
3. Vervang de processorventilator.
512-Chassis, Rear Chassis, or Front Chassis
Fan not Detected (Chassisventilator of
voorste of achterste ventilator niet
gedetecteerd)
Een van de ventilatoren is niet aangesloten
of is mogelijk defect.
1. Controleer of de ventilatoren stevig op
hun plaats zitten.
2. Controleer of de ventilatorkabels goed
zijn aangesloten.
3. Vervang de betreffende ventilator.
514-CPU or Chassis Fan not Detected
(Processor- of chassisventilator niet
gedetecteerd)
Een processor- of chassisventilator is niet
aangesloten of is mogelijk defect.
1. Controleer of de ventilatoren stevig op
hun plaats zitten.
2. Controleer of de ventilatorkabels goed
zijn aangesloten.
3. Vervang de betreffende ventilator.
601-Diskette Controller Error (Fout
diskettecontroller)
De circuits van de diskettecontroller of de
diskettedrive zijn niet juist.
1. Start Computerinstellingen.
2. Controleer en/of vervang de kabels.
3. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
4. Vervang de diskettedrive.
5. Vervang de systeemkaart.
605-Diskette Drive Type Error (605-Fout type
diskettedrive)
Verkeerd type station. 1. Start Computerinstellingen.
2. Ontkoppel eventuele andere
diskettecontrollers (tapedrives).
3. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
610-External Storage Device Failure (610-
Fout externe schijfeenheid)
Extern tapestation is niet aangesloten. Installeer de tapedrive opnieuw of druk op
F1 en configureer het systeem opnieuw
zonder de drive.
611-Primary Floppy Port Address
Assignment Conflict (Conflict adrestoewijzing
primaire diskettepoort)
Configuratiefout. Start Computer Setup
(Computerinstellingen) en controleer de
configuratie bij Advanced (Geavanceerd) >
Onboard Devices (Apparaten op
systeemkaart).
660-Display cache is detected unreliable
(660-Beeldschermcache gedetecteerd als
niet betrouwbaar)
De beeldschermcache van de geïntegreerde
grafische controller werkt niet goed en wordt
uitgeschakeld.
Vervang de systeemkaart indien lichte
verslechtering van de weergave van belang
is.
Tabel A-1 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
54 Bijlage A POST-foutberichten NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
912-Computer Cover Has Been Removed
Since Last System Startup (Kap is sinds
laatste systeemstart open geweest)
De kap van het systeem is geopend geweest
sinds de laatste systeemstart.
U hoeft niets te doen.
917-Front Audio Not Connected (Audio-
eenheid voorzijde niet aangesloten)
De audio-eenheid aan de voorzijde is niet
goed op de systeemkaart aangesloten.
Sluit de eenheid goed aan.
918-Front USB Not Connected (USB-
eenheid voorzijde niet aangesloten)
De USB-eenheid aan de voorzijde is niet
goed op de systeemkaart aangesloten.
Sluit de eenheid goed aan.
921-Device in PCI Express slot failed to
initialize (Apparaat in PCI Express-
uitbreidingsslot niet geïnitialiseerd)
Dit apparaat is niet compatibel of er is een
probleem met het apparaat en het systeem of
PCI Express Link kan niet worden
geconfigureerd voor een x1-kaart.
Start de computer opnieuw op. Als het
probleem zich blijft voordoen, is het apparaat
mogelijk niet geschikt voor dit systeem.
1151-Serial Port A Address Conflict Detected
(Adresconflict seriële poort A)
Er zijn zowel externe als interne seriële
poorten toegewezen aan COM1.
1. Verwijder eventuele uitbreidingskaarten
voor seriële poorten.
2. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
3. Configureer de systeembronnen van de
kaarten opnieuw en/of voer Computer
Setup (Computerinstellingen) of een
Windows-hulpprogramma uit.
1152- Serial Port B Address Conflict
Detected (1152-Conflict adres seriële poort B
gedetecteerd)
Er zijn zowel externe als interne seriële
poorten toegewezen aan COM2.
1. Verwijder eventuele uitbreidingskaarten
voor seriële poorten.
2. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
3. Configureer de systeembronnen van de
kaarten opnieuw en/of voer Computer
Setup (Computerinstellingen) of een
Windows-hulpprogramma uit.
1155-Serial Port Address Conflict Detected
(1155-conflict adres seriële poort
gedetecteerd)
Er zijn zowel externe als interne seriële
poorten toegewezen aan dezelfde IRQ.
1. Verwijder eventuele uitbreidingskaarten
voor seriële poorten.
2. Wis de CMOS. (Raadpleeg bijlage B,
Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen op pagina 63.)
3. Configureer de systeembronnen van de
kaarten opnieuw en/of voer Computer
Setup (Computerinstellingen) of een
Windows-hulpprogramma uit.
1201-System Audio Address Conflict
Detected (1201-Conflict adres systeemaudio
gedetecteerd)
IRQ-adres in conflict met een ander
apparaat.
Start Computer Setup
(Computerinstellingen) en corrigeer de IRQ
via Advanced (Geavanceerd) > Onboard
Devices (Apparaten op systeemkaart).
1202-MIDI Port Address Conflict Detected
(Adresconflict MIDI-poort)
IRQ-adres in conflict met een ander
apparaat.
Start Computer Setup
(Computerinstellingen) en corrigeer de IRQ
via Advanced (Geavanceerd) > Onboard
Devices (Apparaten op systeemkaart).
1203-Game Port Address Conflict Detected
(Adresconflict joystickinterface)
IRQ-adres in conflict met een ander
apparaat.
Start Computer Setup
(Computerinstellingen) en corrigeer de IRQ
via Advanced (Geavanceerd) > Onboard
Devices (Apparaten op systeemkaart).
Tabel A-1 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
NLWW Numerieke codes en tekstberichten tijdens de POST 55
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
1720-SMART Hard Drive Detects Imminent
Failure (SMART-vaste schijf detecteert
dreigende fout)
Vaste schijf is bijna defect. (Sommige vaste
schijven zijn uitgerust met een firmware-
upgrade waardoor het probleem van
onterechte foutmeldingen wordt verholpen.)
1. Controleer of de vaste schijf een juist
foutbericht geeft. Start Computer Setup
(Computerinstellingen) en test het
schijfbeveiligingssysteem (DPS) via
Storage (Opslag) > DPS Self-Test
(DPS-zelfstest).
2. Pas eventueel een firmwarepatch toe op
de vaste schijf. (Beschikbaar via
http://www.hp.com/support.)
3. Maak een backup van de gegevens en
vervang de vaste schijf.
1796-SATA Cabling Error (Fout SATA-
bekabeling)
Een of meer SATA-apparaten zijn verkeerd
aangesloten. Voor optimale prestaties
moeten de connectoren van SATA 0 en
SATA 1 worden gebruikt vóór SATA 2 en
SATA 3.
Zorg ervoor dat de SATA-connectoren in
oplopende volgorde worden gebruikt. Bij één
apparaat gebruikt u SATA 0. Bij twee
apparaten gebruikt u SATA 0 en SATA 1. Bij
drie apparaten gebruikt u SATA 0, SATA 1 en
SATA 2.
1797-SATA Drivelock is not supported in
RAID mode (SATA-Drivelock wordt niet
ondersteund in RAID-modus).
Drivelock is ingeschakeld voor een of meer
vaste schijven van het type SATA, en er kan
geen toegang worden verkregen tot deze
vaste schijven omdat het systeem is
geconfigureerd voor RAID-modus.
Verwijder het SATA-apparaat waarvoor
Drivelock is ingeschakeld, of schakel de
functie Drivelock uit. U schakelt de Drivelock-
voorziening als volgt uit: start Computer
Setup (Computerinstellingen), ga naar
Storage (Opslag) > Storage Options
(Opslagopties) > SATA Emulation (SATA-
emulatie), wijzig dit in IDE en selecteer File
(Bestand) > Save Changes and Exit
(Wijzigingen opslaan en afsluiten). Start
Computer Setup (Computerinstellingen)
opnieuw en selecteer Security
(Beveiliging) > Drivelock. Zorg dat Drivelock
is Disabled (Uitgeschakeld) bij elk SATA-
apparaat in de lijst dat compatibel is met
Drivelock. Ga tot slot naar Storage
(Opslag) > Storage Options
(Opslagopties) > SATA Emulation (SATA-
emulatie) en wijzig dit weer in RAID.
Selecteer vervolgens File (Bestand) > Save
Changes and Exit (Wijzigingen opslaan en
afsluiten).
1801-Microcode Patch Error (Fout in
microcode-patch)
Processor wordt niet door ROM BIOS
ondersteund.
1. Voer een upgrade van het BIOS uit naar
de juiste versie.
2. Vervang de processor.
2200-PMM Allocation Error during MEBx
Download (PMM-toewijzingsfout tijdens
downloaden MEBx)
Geheugenfout tijdens POST-uitvoering van
de beheerengine BIOS-uitbreidingsoptie
ROM
1. Start de computer opnieuw op.
2. Haal het netsnoer uit het stopcontact,
verwijder de geheugenmodules en
plaats deze opnieuw en start de
computer opnieuw op.
3. Als de geheugenconfiguratie onlangs is
gewijzigd, haalt u het netsnoer uit het
stopcontact, herstelt u de
oorspronkelijke geheugenconfiguratie
en start u de computer opnieuw op.
4. Als het probleem blijft optreden,
vervangt u de systeemkaart.
Tabel A-1 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
56 Bijlage A POST-foutberichten NLWW
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
2201-MEBx Module did not checksum
correctly (Checksum MEBx-module onjuist)
Geheugenfout tijdens POST-uitvoering van
de beheerengine BIOS-uitbreidingsoptie
ROM
1. Start de computer opnieuw op.
2. Haal het netsnoer uit het stopcontact,
verwijder de geheugenmodules en
plaats deze opnieuw en start de
computer opnieuw op.
3. Als de geheugenconfiguratie onlangs is
gewijzigd, haalt u het netsnoer uit het
stopcontact, herstelt u de
oorspronkelijke geheugenconfiguratie
en start u de computer opnieuw op.
4. Als het probleem blijft optreden,
vervangt u de systeemkaart.
2202-PMM Deallocation Error during MEBx
cleanup (PMM-hertoewijzingsfout tijdens
cleanup MEBx)
Geheugenfout tijdens POST-uitvoering van
de beheerengine BIOS-uitbreidingsoptie
ROM
1. Start de computer opnieuw op.
2. Haal het netsnoer uit het stopcontact,
verwijder de geheugenmodules en
plaats deze opnieuw en start de
computer opnieuw op.
3. Als de geheugenconfiguratie onlangs is
gewijzigd, haalt u het netsnoer uit het
stopcontact, herstelt u de
oorspronkelijke geheugenconfiguratie
en start u de computer opnieuw op.
4. Als het probleem blijft optreden,
vervangt u de systeemkaart.
2203-Setup error during MEBx execution
(Installatiefout tijdens uitvoering MEBx)
MEBx-selectie of afsluiting heeft tot een
installatiefout geleid.
1. Start de computer opnieuw op.
2. Haal het netsnoer uit het stopcontact,
verwijder de geheugenmodules en
plaats deze opnieuw en start de
computer opnieuw op.
3. Als de geheugenconfiguratie onlangs is
gewijzigd, haalt u het netsnoer uit het
stopcontact, herstelt u de
oorspronkelijke geheugenconfiguratie
en start u de computer opnieuw op.
4. Als het probleem blijft optreden,
vervangt u de systeemkaart.
2204-Inventory error during MEBx execution
(Inventarisfout tijdens uitvoering MEBx)
BIOS-gegevens die werden doorgegeven
aan de MEBx hebben tot een fout geleid.
1. Start de computer opnieuw op.
2. Als het probleem blijft optreden, werkt u
de BIOS-versie bij tot de meest recente
versie.
3. Als het probleem blijft optreden,
vervangt u de systeemkaart.
2205- Interface error during MEBx execution
(Interfacefout tijdens uitvoering MEBx)
Er is een hardwarefout opgetreden bij de
MEBx-uitvoering tijdens de communicatie
met de beheerengine.
1. Start de computer opnieuw op.
2. Als het probleem blijft optreden, werkt u
de BIOS-versie bij tot de meest recente
versie.
3. Als het probleem blijft optreden,
vervangt u de systeemkaart.
2211 - Memory not configured correctly for
proper MEBx execution (Geheugen niet juist
geconfigureerd voor goede uitvoering MEBx.
DIMM1 is niet geïnstalleerd. Zorg dat er een geheugenmodule is
geïnstalleerd in het zwarte DIMM1-voetje op
de systeemkaart en dat deze juist is
geplaatst.
Tabel A-1 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
NLWW Numerieke codes en tekstberichten tijdens de POST 57
Bedieningspaneelbericht Omschrijving Aanbevolen actie
Ongeldig elektronisch serienummer Het elektronisch serienummer ontbreekt. Typ het juiste serienummer in Computer
Setup (Computerinstellingen).
Network Server Mode Active and No
Keyboard Attached (Netwerkserverstand
actief en geen toetsenbord aangesloten)
Storing in toetsenbord terwijl de
netwerkserverstand ingeschakeld is.
1. Zet de computer uit en sluit het
toetsenbord opnieuw aan.
2. Controleer de connector op verbogen of
ontbrekende pinnen.
3. Controleer of geen van de toetsen is
ingedrukt.
4. Vervang het toetsenbord.
Parity Check 2 (Pariteitscontrole 2) Pariteitsfout in RAM. Voer Computer Setup
(Computerinstellingen) en het
diagnoseprogramma uit.
System will not boot without fan (Systeem
kan niet worden opgestart zonder ventilator)
De processorfan is niet geïnstalleerd of niet
aangesloten in het VSFF-chassis.
1. Verwijder de computerkap, druk op de
aan/uit-knop en controleer of de
processorventilator draait. Als de
ventilator van de processor niet draait,
controleert u of de kabel van de
ventilator is aangesloten op de
systeemkaart. Controleer of het
koelelement stevig op zijn plaats zit.
2. Als de ventilator is aangesloten en het
koelelement stevig op zijn plaats zit,
maar de ventilator draait nog steeds
niet, vervangt u het geheel van
koelelement en ventilator.
Tabel A-1 Numerieke codes en tekstberichten (vervolg)
58 Bijlage A POST-foutberichten NLWW
Betekenis van POST-meldingen via lampjes op het
voorpaneel en via geluidssignalen
In dit gedeelte worden de codes beschreven die via lampjes op het voorpaneel worden weergegeven,
en de geluidssignalen die mogelijk vóór of tijdens de POST worden weergegeven en waar niet altijd
een foutcode of tekstbericht bij hoort.
WAARSCHUWING! Wanneer de computer is aangesloten op een stopcontact, wordt de systeemkaart
altijd van stroom voorzien. Beperk het risico van persoonlijk letsel ten gevolge van elektrische schokken
of hete oppervlakken, door de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen en de interne
onderdelen van het systeem te laten afkoelen voordat u deze aanraakt.
OPMERKING: Als u ziet dat er lampjes knipperen op een PS/2-toetsenbord, kijkt u of er ook lampjes
knipperen op het voorpaneel van de computer. Raadpleeg de onderstaande tabel voor de betekenis
van de codes die door de lampjes op het voorpaneel worden aangegeven.
De aanbevolen handelingen in de onderstaande tabel worden genoemd in de volgorde waarin ze
moeten worden uitgevoerd.
Niet alle diagnoselampjes en geluidssignalen zijn op alle modellen beschikbaar.
Tabel A-2 POST-meldingen via lampjes op het voorpaneel en via geluidssignalen
Activiteit Geluids-
signalen
Mogelijke oorzaak Aanbevolen actie
Groen aan/uitlampje brandt. Geen. De computer is
ingeschakeld.
Geen.
Groen aan/uitlampje knippert
elke twee seconden.
Geen. De computer staat in de
slaapstand Suspend to
RAM (Alles behalve RAM
uitschakelen; alleen
beschikbaar op bepaalde
modellen) of in de normale
standbystand.
Geen. Druk op een toets of beweeg de muis als u
de computer wilt activeren.
Het aan/uitlampje knippert
twee keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
2 De hittebeveiliging van de
processor is geactiveerd:
een ventilator is
geblokkeerd of werkt niet;
OF
het geheel van
koelelement met ventilator
is niet goed bevestigd aan
de processor.
1. Controleer of de ventilatieopeningen van de
computer niet worden geblokkeerd en of de
processorventilator werkt.
2. Open het chassis, druk op de aan/uit-knop en
controleer of de ventilator draait. Als de
ventilator van de processor niet draait,
controleert u of de kabel van de ventilator is
aangesloten op de systeemkaart.
3. Als de ventilator is aangesloten en stevig op
zijn plaats zit, maar toch niet draait, vervangt
u het geheel van koelelement en ventilator.
4. Neem contact op met een HP Business of
Service Partner.
Het aan/uitlampje knippert drie
keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
3 Processor is niet
geïnstalleerd (wijst niet op
een defecte processor).
1. Controleer of de processor geplaatst is.
2. Verwijder de processor en plaats deze
opnieuw.
NLWW Betekenis van POST-meldingen via lampjes op het voorpaneel en via geluidssignalen 59
Activiteit Geluids-
signalen
Mogelijke oorzaak Aanbevolen actie
Het aan/uitlampje knippert vier
keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
4 Voeding is uitgevallen
(netvoeding overbelast).
OF
De USDT maakt gebruik
van een onjuiste externe
voedingsadapter.
1. Open de kap en controleer of de 4- of 6-
aderige voedingskabel is aangesloten op de
connector op de systeemkaart.
2. Controleer of het probleem door een
apparaat wordt veroorzaakt door ALLE
aangesloten apparaten (zoals vaste
schijven, diskettedrives, optische-
schijfeenheden en uitbreidingskaarten) te
verwijderen. Zet de computer aan. Als de
POST-zelftest wordt gestart, zet u de
computer uit. Plaats de apparaten
vervolgens een voor een terug en herhaal
deze procedure net zolang totdat het
probleem zich weer voordoet. Vervang het
apparaat dat het probleem veroorzaakt. Ga
door met het een voor een toevoegen van
apparaten om er zeker van te zijn dat alle
apparaten correct functioneren.
3. Vervang de voedingseenheid.
4. Vervang de systeemkaart.
OF
De voedingsadapter voor USDT moet 135 W zijn
en gebruik maken van de Smart ID-technologie
om het systeem te kunnen opstarten. Vervang de
voedingsadapter door een USDT-
voedingsadapter van HP.
Het aan/uitlampje knippert vijf
keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
5 Het geheugen is defect
(gedetecteerd voordat
video actief wordt).
VOORZICHTIG: Verwijder het netsnoer van de
computer voordat u een DIMM-module opnieuw
plaatst, verwijdert of installeert om schade aan de
DIMM's of de systeemkaart te voorkomen.
1. Verwijder de DIMM's en plaats deze
opnieuw.
2. Vervang de DIMM's een voor een om te
bepalen welke module defect is.
3. Vervang geheugen van andere leveranciers
door HP geheugen.
4. Vervang de systeemkaart.
Het aan/uitlampje knippert zes
keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
6 De grafische kaart is
defect (gedetecteerd
voordat video actief
wordt).
Bij een computer met een afzonderlijke grafische
kaart:
1. Verwijder de grafische kaart en plaats deze
opnieuw.
2. Vervang de grafische kaart.
3. Vervang de systeemkaart.
Bij een computer met een geïntegreerde grafische
controller vervangt u de systeemkaart.
Het aan/uitlampje knippert
zeven keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
7 De systeemkaart is defect
(gedetecteerd voordat
video actief wordt).
Vervang de systeemkaart.
Tabel A-2 POST-meldingen via lampjes op het voorpaneel en via geluidssignalen (vervolg)
60 Bijlage A POST-foutberichten NLWW
Activiteit Geluids-
signalen
Mogelijke oorzaak Aanbevolen actie
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
Het aan/uitlampje knippert acht
keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
8 Het ROM is defect
(checksum incorrect).
1. Flash het systeem-ROM met het nieuwste
BIOS-image. Raadpleeg voor meer
informatie het gedeelte "Boot Block
Emergency Recovery Mode" (Herstelmodus
voor noodsituaties met opstartblok) in de
handleiding Overzicht desktopbeheer.
2. Vervang de systeemkaart.
Het aan/uitlampje knippert
negen keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
9 De computer wordt wel
ingeschakeld, maar kan
niet opstarten.
1. Controleer aan de achterkant van de
voedingseenheid of de spanningsschakelaar
(aanwezig op bepaalde modellen) op het
juiste voltage is ingesteld. Welk voltage juist
is, hangt af van het land waar u zich bevindt.
2. Koppel de voedingskabel los van de
computer, wacht 30 seconden en sluit de
voedingskabel opnieuw aan op de computer.
3. Vervang de systeemkaart.
4. Vervang de processor.
Het aan/uitlampje knippert tien
keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
10 Defecte optiekaart. 1. Controleer de optiekaarten door deze een
voor een te verwijderen (wanneer er
meerdere kaarten aanwezig zijn) en zet
vervolgens de computer aan om te
controleren of het probleem hiermee
verholpen is.
2. Wanneer duidelijk wordt dat het probleem
door een bepaalde grafische kaart wordt
veroorzaakt, vervangt u de defecte kaart.
3. Vervang de systeemkaart.
Het aan/uit-lampje knippert elf
keer in de kleur rood met
tussenpozen van een
seconde, gevolgd door een
pauze van twee seconden. De
geluidssignalen worden in
totaal vijf keer herhaald. De
lampjes blijven knipperen
totdat het probleem is
opgelost.
11 De huidige processor biedt
geen ondersteuning voor
een voorziening die eerder
is ingeschakeld voor dit
systeem.
1. Installeer een processor met TXT-
mogelijkheden.
2. Schakel TXT uit in het hulpprogramma
Computer Setup (Computerinstellingen).
3. Plaats de oorspronkelijke processor terug.
Het systeem gaat niet aan en
er branden geen lampjes.
Geen. Het systeem kan niet
worden gestart.
Druk op de aan/uit-knop en houd deze kort
(minder dan 4 seconden) ingedrukt. Als het lampje
van de vaste schijf groen gaat branden, werkt de
aan/uit-knop correct Probeer het volgende:
1. Controleer aan de achterkant van de
voedingseenheid of de spanningsschakelaar
(alleen op bepaalde modellen) op het juiste
voltage is ingesteld. Welk voltage juist is,
hangt af van het land waar u zich bevindt.
2. Vervang de systeemkaart.
OF
Tabel A-2 POST-meldingen via lampjes op het voorpaneel en via geluidssignalen (vervolg)
NLWW Betekenis van POST-meldingen via lampjes op het voorpaneel en via geluidssignalen 61
Activiteit Geluids-
signalen
Mogelijke oorzaak Aanbevolen actie
Druk op de aan/uit-knop en houd deze kort
(minder dan 4 seconden) ingedrukt. Als het lampje
van de vaste schijf nu NIET groen gaat branden,
doet u het volgende:
1. Controleer of de computer is aangesloten op
een werkend stopcontact.
2. Open het chassis en controleer of de eenheid
met de aan/uit-knop goed is aangesloten op
de systeemkaart.
3. Controleer of beide voedingskabels goed op
de systeemkaart zijn aangesloten.
4. Controleer of het lampje 5V_aux op de
systeemkaart brandt. Als dit lampje brandt,
vervangt u de eenheid met de aan/uit-knop.
Als het probleem blijft optreden, vervangt u
de systeemkaart.
5. As het lampje 5V_aux op de systeemkaart
niet brandt, verwijdert u de
uitbreidingskaarten een voor een tot het
lampje 5V_aux op de systeemkaart gaat
branden. Als het probleem blijft optreden,
vervangt u de voedingseenheid.
Tabel A-2 POST-meldingen via lampjes op het voorpaneel en via geluidssignalen (vervolg)
62 Bijlage A POST-foutberichten NLWW
B Wachtwoordbeveiliging en CMOS
opnieuw instellen
Deze computer ondersteunt voorzieningen waarmee u het systeem met behulp van wachtwoorden kunt
beveiligen. U kunt deze wachtwoorden definiëren via het hulpprogramma Computerinstellingen.
Deze computer ondersteunt twee voorzieningen waarmee u het systeem met behulp van wachtwoorden
kunt beveiligen. U kunt deze wachtwoorden definiëren via het hulpprogramma Computer Setup
(Computerinstellingen): instelwachtwoord en opstartwachtwoord. Wanneer u alleen een
instelwachtwoord instelt, is met uitzondering van Computer Setup (Computerinstellingen) alle overige
informatie op de computer toegankelijk voor iedere willekeurige gebruiker. Wanneer u alleen een
opstartwachtwoord instelt, is het opstartwachtwoord nodig voor toegang tot Computer Setup
(Computerinstellingen) en alle overige informatie op de computer. Wanneer u beide wachtwoorden
instelt, krijgt u alleen via het instelwachtwoord toegang tot Computer Setup (Computerinstellingen).
Wanneer beide wachtwoorden zijn ingesteld, kunt u zich ook aanmelden met het instelwachtwoord in
plaats van met het opstartwachtwoord. Deze voorziening is nuttig voor netwerkbeheerders.
Wanneer u het wachtwoord voor de computer bent vergeten, kunt u het wachtwoord wissen door de
wachtwoordjumper opnieuw in te stellen, zodat u weer toegang krijgt tot de informatie op de computer.
VOORZICHTIG: Als u op de CMOS-knop drukt, worden alle CMOS-waarden ingesteld op de
oorspronkelijke waarden. Het is belangrijk dat u vooraf een backup van de CMOS-instellingen maakt,
voor het geval u deze instellingen later nog nodig heeft. U maakt deze backup eenvoudig met Computer
Setup (Computerinstellingen). Raadpleeg de Computer Setup (F10) Handleiding voor informatie over
de manier waarop u een backup van de CMOS-instellingen maakt.
NLWW 63
Wachtwoordjumper opnieuw instellen
Ga als volgt te werk om de opstart- of instelwachtwoordvoorzieningen uit te schakelen of om de opstart-
of instelwachtwoorden te wissen:
1. Schakel het besturingssysteem op de normale manier uit, schakel vervolgens de computer en alle
externe apparaten uit en haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
2. Terwijl het netsnoer niet aangesloten is, drukt u nogmaals op de aan/uit-knop om alle resterende
elektrische lading uit het systeem te laten wegvloeien.
WAARSCHUWING! Controleer of u het netsnoer uit het stopcontact heeft gehaald en laat interne
onderdelen afkoelen voordat u ze aanraakt, om het risico van lichamelijk letsel door elektrische
schokken of hete oppervlakken te beperken.
VOORZICHTIG: Als de stekker van de computer in het stopcontact zit, staat er altijd spanning
op de systeemkaart, ook als de computer uitgeschakeld is. Als u de stekker van het netsnoer niet
uit het stopcontact haalt, kan er schade aan het systeem worden toegebracht.
Een ontlading van statische elektriciteit kan elektronische onderdelen of uitbreidingskaarten in de
computer beschadigen. Zorg ervoor dat u niet statisch geladen bent. Raak een geaard metalen
voorwerp aan voordat u deze handelingen uitvoert. Raadpleeg de handleiding Informatie over
veiligheid en voorschriften voor meer informatie.
3. Verwijder de kap of het toegangspaneel van de computer.
4. Kijk waar de jumper zich bevindt.
OPMERKING: De wachtwoordjumper is groen. Voor informatie over de locatie van de
wachtwoordjumper en andere onderdelen van de systeemkaart raadpleegt u het
onderdelenschema (IPM) voor uw systeem. Het IPM kunt u downloaden van
http://www.hp.com/
support.
5. Verwijder de jumper van de pinnen 1 en 2. Plaats de jumper vervolgens ofwel op pin 1, ofwel op
pin 2 (maar niet op beide). Hierdoor voorkomt u dat de jumper zoek raakt.
6. Plaats het toegangspaneel van de computer weer terug.
7. Sluit de externe apparaten weer aan.
8. Steek de stekker in het stopcontact en zet de computer aan. Laat het besturingssysteem opstarten.
De huidige wachtwoorden zijn nu gewist en de wachtwoordvoorzieningen zijn uitgeschakeld.
9. Als u nieuwe wachtwoorden wilt instellen, voert u de stappen 1 tot en met 4 opnieuw uit. Plaats
vervolgens de wachtwoordjumper weer op de beide pinnen 1 en 2 en herhaal ten slotte de stappen
6 tot en met 8. Definieer de nieuwe wachtwoorden met behulp van Computer Setup
(Computerinstellingen). Raadpleeg de Computer Setup (F10) Handleiding voor meer informatie
over Computer Setup (Computerinstellingen).
64 Bijlage B Wachtwoordbeveiliging en CMOS opnieuw instellen NLWW
CMOS wissen en opnieuw instellen
In het configuratiegeheugen van de computer (het CMOS) wordt informatie over de
computerconfiguratie opgeslagen.
Met de CMOS-knop stelt u het CMOS opnieuw in. De opstart- en instelwachtwoorden worden niet
gewist.
Als u het CMOS wist, worden ook de instellingen voor ANT (Active Management Technology) in de
MEBx (Management Engine BIOS Extension) gewist, inclusief het wachtwoord. Het wachtwoord wordt
standaard gewijzigd in 'admin' en moet opnieuw worden ingesteld. Ook de AMT-instellingen moeten
opnieuw worden ingesteld. Druk tijdens de POST op Ctrl+P om de MEBx te openen.
1. Zet de computer en eventuele externe apparaten uit en haal de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact.
2. Ontkoppel het toetsenbord, de monitor en alle overige externe apparaten die op de computer zijn
aangesloten.
WAARSCHUWING! Controleer of u het netsnoer uit het stopcontact heeft gehaald en laat interne
onderdelen afkoelen voordat u ze aanraakt, om het risico van lichamelijk letsel door elektrische
schokken of hete oppervlakken te beperken.
VOORZICHTIG: Als de stekker van de computer in het stopcontact zit, staat er altijd spanning
op de systeemkaart, ook als de computer uitgeschakeld is. Als u de stekker van het netsnoer niet
uit het stopcontact haalt, kan er schade aan het systeem worden toegebracht.
Een ontlading van statische elektriciteit kan elektronische onderdelen of uitbreidingskaarten in de
computer beschadigen. Zorg ervoor dat u niet statisch geladen bent. Raak een geaard metalen
voorwerp aan voordat u deze handelingen uitvoert. Raadpleeg de handleiding Informatie over
veiligheid en voorschriften voor meer informatie.
3. Verwijder de kap of het toegangspaneel van de computer.
VOORZICHTIG: Als u op de CMOS-knop drukt, worden alle CMOS-waarden ingesteld op de
oorspronkelijke waarden. Het is belangrijk dat u vooraf een backup van de CMOS-instellingen
maakt, voor het geval u deze instellingen later nog nodig heeft. U maakt deze backup eenvoudig
met Computer Setup (Computerinstellingen). Raadpleeg de Computer Setup (F10) Handleiding
voor informatie over de manier waarop u een backup van de CMOS-instellingen maakt.
NLWW CMOS wissen en opnieuw instellen 65
4. Houd de CMOS-knop gedurende vijf seconden ingedrukt.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact heeft genomen.
De CMOS-instellingen worden niet gewist als het netsnoer is aangesloten op het stopcontact.
Afbeelding B-1 CMOS-knop
OPMERKING: Voor informatie over de locatie van de CMOS-knop en andere onderdelen van de
systeemkaart raadpleegt u het onderdelenschema (IPM) voor het desbetreffende systeem.
5. Plaats het toegangspaneel van de computer weer terug.
6. Sluit de externe apparaten weer aan.
7. Steek de stekker in het stopcontact en zet de computer aan.
OPMERKING: Nadat de CMOS-instellingen zijn gewist en de computer opnieuw is opgestart,
verschijnen er tijdens de POST-zelftest foutberichten die aangeven dat de configuratie is gewijzigd.
Stel de datum en de tijd en eventuele andere speciale systeeminstellingen opnieuw in met behulp
van Computer Setup (Computerinstellingen).
Raadpleeg de Computer Setup (F10) Handleiding voor meer informatie over Computer Setup
(Computerinstellingen).
66 Bijlage B Wachtwoordbeveiliging en CMOS opnieuw instellen NLWW
C Schijfbeveiligingssysteem (DPS)
Het schijfbeveiligingssysteem DPS (Drive Protection System) is een diagnosehulpmiddel dat in de vaste
schijf van bepaalde HP computers is ingebouwd. DPS is bedoeld om een diagnose te stellen van
problemen met de vaste schijf, zodat de vaste schijf niet nodeloos wordt vervangen.
Tijdens de productie van deze systemen wordt elke geïnstalleerde vaste schijf met DPS getest en wordt
de belangrijkste informatie permanent naar de schijf geschreven. Telkens wanneer DPS wordt
uitgevoerd, worden de testresultaten naar de vaste schijf geschreven. Uw Compaq Business of Service
Partner gebruikt deze informatie om de reden waarom u DPS heeft uitgevoerd te achterhalen.
Het uitvoeren van DPS heeft geen invloed op andere programma's of gegevens die op de vaste schijf
zijn opgeslagen. De test is in de firmware van de vaste schijf opgeslagen en kan zelfs wanneer het
besturingssysteem niet wordt opgestart, worden uitgevoerd. De tijd die de test in beslag neemt, is
afhankelijk van de leverancier en de capaciteit van de vaste schijf. In de meeste gevallen kost de test
ongeveer twee minuten per GB.
Gebruik DPS wanneer u vermoedt dat er problemen zijn met de vaste schijf. Wanneer de SMART-
melding Hard Drive Detect Imminent Failure (Opkomende fouten op vaste schijf detecteren) verschijnt,
is het niet nodig om DPS uit te voeren. Maak in plaats daarvan een backup van de gegevens op de
vaste schijf en neem contact op met een Business of Service Partner om de vaste schijf te vervangen.
NLWW 67
Toegang krijgen tot DPS via Computerinstellingen
Wanneer de computer niet op de juiste manier opstart, gaat u via Computer Setup
(Computerinstellingen) naar DPS. Ga als volgt te werk om toegang te krijgen tot DPS:
1. Zet de computer aan of start deze opnieuw op.
2. Druk op F10 zodra het bericht F10=Setup rechtsonder in het scherm verschijnt.
OPMERKING: Als u niet op F10 drukt voordat het bericht is verdwenen, schakelt u voor toegang
tot het hulpprogramma de computer uit en vervolgens weer in.
U ziet een keuzelijst met vijf onderwerpen in het menu Computer Setup
(Computerinstellingen:File (Bestand), Storage (Opslag), Security (Beveiliging), Power (Voeding)
en Advanced (Geavanceerd).
3. Selecteer Storage (Opslag) > DPS Self-Test (Zelftest DPS).
Een lijst met op de computer geïnstalleerde vaste schijven met DPS-ondersteuning verschijnt op
het scherm.
OPMERKING: Wanneer er geen vaste schijven met DPS-ondersteuning zijn geïnstalleerd,
verschijnt de optie DPS Self-Test (Zelftest DPS) niet op het scherm.
4. Selecteer de vaste schijf die moet worden getest en volg de aanwijzingen op het scherm om het
testen te voltooien.
Wanneer de test is voltooid, verschijnt er één van deze drie meldingen op het scherm:
Test geslaagd. Voltooiingscode 0.
Test afgebroken. Voltooiingscode 1 of 2.
Test niet geslaagd. Vervangen schijfeenheid aangeraden. Voltooiingscode 3 - 14.
Wanneer de test niet geslaagd is, moet u de Code voltooien opslaan en aan uw Compaq Business of
Service Partner melden zodat deze kan helpen bij het opsporen van het probleem.
68 Bijlage C Schijfbeveiligingssysteem (DPS) NLWW
Index
A
Algemene problemen 10
Audioproblemen 28
C
Cd-rom- of dvd-rom-
problemen 41
CMOS
backup maken 63
wissen en opnieuw
instellen 65
D
Diagnoseprogramma 1
Diskettes, problemen met 16
Drive Key, problemen 44
F
Fout
codes 50, 59
meldingen 51
G
Geluidssignalen 59
I
Insight Diagnostics 1
Instelwachtwoord 63
K
Klantenondersteuning 7, 49
L
Lampjes
aan/uitlampje knippert 59
knipperen op PS/2-
toetsenbord 59
Lampjes knipperen 59
M
Mediakaartlezer, problemen 22
Monitorproblemen 24
Muisproblemen 31
N
Netwerkproblemen 35
Numerieke foutcodes 51
O
Opnieuw instellen
CMOS 63
wachtwoordjumper 63
Opstartopties
Full Boot 50
Opstartproblemen 43
Opstartwachtwoord 63
Optische-schijfeenheden,
problemen 41
P
Pieptonen 59
POST-foutberichten 50
Printerproblemen 30
Problemen
algemeen 10
audio 28
cd-rom of dvd-rom 41
diskette 16
drive Key 44
geheugen 38
installatie van hardware 33
internettoegang 46
mediakaartlezer 22
monitor 24
muis 31
netvoeding 14
netwerk 35
printer 30
processor 40
software 48
toetsenbord 31
vaste schijf 19
voorkant 45
Problemen met de internettoegang
oplossen 46
Problemen met de processor 40
Problemen met het geheugen 38
Problemen met installatie van
hardware 33
S
Schijfbeveiligingssysteem
(DPS) 67
Software
backup maken 5
problemen 48
T
Tips 8
Toegangspaneel, vergrendeld 11
Toetsenbordproblemen 31
V
Vaste schijf, problemen 19
Veiligheid en comfort 7
Voeding, problemen met 14
Voorkant, problemen 45
W
Wachtwoord
aan/uit 63
configuratie 63
wissen 63
Wake-on-LAN 35
NLWW Index 69
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75

HP Compaq dc7800 Ultra-slim Desktop PC Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding