Sony NEX-F3 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

4-423-275-71(1)
NL© 2012 Sony Corporation
NEX-F3
Digitale camera met
verwisselbare lens
α-handboek
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto
Menu
Index
2
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Opmerkingen over het gebruik van de camera
Zo gebruikt u dit handboek
Klik op een knop bovenaan rechts op de omslag en op een bepaalde bladzijde als u naar
de overeenkomende bladzijde wilt springen.
Dit is handig wanneer u zoekt naar een functie die u wilt gebruiken.
Zoeken naar informatie op
functie.
Zoeken naar informatie op
voorbeeldfoto's.
Zoeken naar informatie in
een lijst van menu-items.
Zoeken naar informatie op
sleutelwoord.
Merktekens en notaties die in dit handboek
worden gebruikt
In dit handboek wordt de volgorde van
handelingen getoond door middel van
pijlen (t). Bedien de camera in de
aangegeven volgorde.
De standaardinstelling wordt aangeduid
door .
Duidt aanwijzingen en beperkingen aan
die relevant zijn voor de juiste bediening
van de camera.
zDuidt informatie aan die nuttig is te
weten.
De foto's die als voorbeeldfoto's in deze
handleiding worden gebruikt, zijn
gereproduceerde afbeeldingen en niet de
werkelijke afbeeldingen die met deze
camera zijn gemaakt.
3
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Inhoudsopgave
Opmerkingen over het gebruik van de
camera
Zo gebruikt u dit handboek····································2
Voorbeeldfoto ························································6
Onderdelen herkennen········································12
Lijst van pictogrammen op het scherm················16
Eenvoudige bedieningshandelingen
De camera bedienen ···········································19
Menu ···································································21
Beelden opnemen ···············································27
Beelden weergeven·············································29
Beelden wissen ···················································31
Functies gebruiken met de draaiknop
DISP (Inhoud weergeven) ···································39
(Belicht.comp.) ···············································42
(Transportfunctie) ······································43
(Beeldindex) ···················································49
Werken met de functie Creatief met foto's
Creatief met foto's ···············································32
Achtergrond onscherp ·········································33
Helderheid ···························································34
Kleur ····································································35
Levendigheid ·······················································36
Foto-effect ···························································37
Vervolg r
4
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Functies in het menu gebruiken
Opn.modus··························································21
Camera································································22
Beeldformaat ·······················································23
Helderheid/kleur ··················································23
Afspelen ······························································24
Instellingen ··························································24
Aansluiten op andere apparatuur
Beelden bekijken op een tv ·······························168
Met uw computer ···············································171
De software gebruiken ······································173
De camera op de computer aansluiten ·············176
Een filmschijf maken ·········································178
Stilstaande beelden afdrukken ··························182
Problemen oplossen
Problemen oplossen··········································183
Waarschuwingsberichten ··································189
Overige
De camera in het buitenland gebruiken·············192
Geheugenkaart··················································193
"InfoLITHIUM"-accu···········································195
Accu wordt opgeladen·······································197
Montage-adapter ···············································198
Elektronische zoeker ·········································200
AVCHD-formaat ················································201
Reiniging ···························································202
Vervolg r
5
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Index
Index··································································203
6
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Voorbeeldfoto
"Dit is de scène die ik wil vastleggen in een foto, maar hoe moet ik dat doen?"
U vindt misschien het antwoord door de voorbeeldfoto's die hier worden gegeven, door
te lopen. Klik op de voorbeeldfoto van uw keuze.
Foto's maken van mensen (bladzijde 7)
Macrofoto's maken (bladzijde 8)
Landschapsopnamen maken (bladzijde 9)
Opnamen maken van zonsondergang/nachtelijke taferelen (bladzijde 10)
Opnamen maken van snel bewegende onderwerpen (bladzijde 11)
Als u op een foto klikt, springt het scherm naar de bladzijde die de functie beschrijft die
wordt aanbevolen voor het vastleggen van een dergelijke foto.
Raadpleeg die beschrijvingen in aanvulling op de opnametips die op het scherm van de
camera worden weergegeven.
Nadere bijzonderheden over de bediening vindt u op de tussen haakjes vermelde
bladzijden.
Klik!
Vervolg r
7
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Foto's maken van mensen
Een persoon wordt scherp afgebeeld terwijl
de achtergrond onscherp is (33)
Dezelfde scène met verschil in helderheid
(48)
Een blije glimlach (75) Bij kaarslicht (55)
Een persoon voor een nachtelijk vergezicht
(53)
Een bewegend persoon (88)
Een groepsfoto (46, 47) Een persoon die van achter wordt belicht
(65)
Met zachte huidtinten (78)
33
48
75 55
53 88
46 65
78
Vervolg r
8
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Macrofoto's maken
De achtergrond onscherp maken (33) De kleur aanpassen aan het licht
binnenshuis (89)
Bloemen (53) De hoeveelheid flitslicht verminderen (93)
Handmatig scherpstellen (66) Bij grotere helderheid (42)
De camera stilhouden bij opnamen
binnenshuis (88)
Eten er aantrekkelijk laten uitzien (42)
33 89
53 93
66 42
88 42
Vervolg r
9
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Landschapsopnamen maken
De lucht in levendige kleuren (42) Stromend water (62)
Levendige groene kleuren (98) Gekleurde bladeren (98)
Panoramafoto's (56)
Omgeving met een breed
helderheidsbereik (94)
Licht buiten opgenomen vanuit een donker
interieur (94)
De achtergrond onscherp maken (33) Uw opname recht houden (113)
42 62
98 98
56
94 94
33 113
Vervolg r
10
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Opnamen maken van zonsondergang/nachtelijke
taferelen
De camera in de hand houden (53) Prachtige foto's maken van het rode licht
van de zonsondergang (53)
Vuurwerk (61) Lichtspoor (65)
Dezelfde scène met verschil in helderheid
(48)
De achtergrond onscherp maken (33)
De camera stilhouden (46)
53 53
61 65
48
33
46
Vervolg r
11
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Opnamen maken van snel bewegende
onderwerpen
Een bewegend onderwerp volgen (69) Krachtige actie uitdrukken (62)
Met het onderwerp dat de camera nadert
(66)
Het beste moment vastleggen (45)
69 62
66 45
12
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Onderdelen herkennen
Nadere bijzonderheden over de bediening
vindt u op de tussen haakjes vermelde
bladzijden.
A Flitslicht
B ON/OFF (Aan/Uit)-schakelaar
C Ontspanknop (27)
D AF-hulplicht/Zelfontspannerlampje/
Lach-sluiterlampje
E Lensontgrendelingsknop
F Positiemarkering beeldsensor (66)
G Handige Accessoiresaansluiting 2
1)
H Microfoon
2)
I Lens
J Lensvatting
K Beeldsensor
3)
L Contactpunten van de lens
3)
M (flitser pop-up)-knop (65)
N (Weergave)-knop (29)
O MOVIE-knop (27)
P Soft-key A (20)
Q Soft-key B (20)
R Soft-key C (20)
S Draaiknop (19)
1)
Accessoires voor de Handige
Accessoiresaansluiting kunnen ook worden
bevestigd.
2)
Bedek dit deel niet tijdens het opnemen van
films.
3)
Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan.
Wanneer de lens is
verwijderd
Vervolg r
13
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
A LCD-scherm
U kunt de stand van het LCD-scherm
aanpassen zodat het in een gemakkelijk te
bekijken hoek staat, bijvoorbeeld voor het
maken van opnamen uit een laag
standpunt. Kantel het LCD-scherm
ongeveer 180 graden omhoog wanneer u
een zelfportret maakt. De 3 seconden-
zelfontspanner wordt standaard
automatisch geselecteerd (bladzijde 118).
B Luidspreker
C Laadlampje
D (USB)-aansluiting (176)
E HDMI-aansluiting (168)
F Accuklep
G Bevestigingsoog voor de schouderriem
H Schroefgat voor statief
Gebruik een statief met een schroeflengte
van minder dan 5,5 mm. Het zal u niet
lukken een camera stevig vast te zetten op
een statief dat een schroef heeft die langer is
dan 5,5 mm en u zult misschien de camera
beschadigen.
I Batterijvak
J Afdekking aansluitplaat
Gebruik deze wanneer u een AC-PW20
netspanningsadapter (los verkrijgbaar)
gebruikt. Plaats de aansluitplaat in het
batterijvak en leid vervolgens het snoer door
de afdekking van de aansluitplaat, zoals
hieronder wordt getoond.
Let erop dat het snoer niet bekneld raakt
wanneer u de batterijklep sluit.
K Toegangslampje
L Insteeksleuf geheugenkaart
M Geheugenkaartklep
Vervolg r
14
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
E18 – 55 mm F3.5-5.6 OSS (geleverd bij NEX-F3D/F3K/F3Y)
A Markeringen voor kap
B Scherpstelring
C Zoomring
D Schaal voor brandpuntsafstand
E Markeringen voor brandpuntsafstand
F Contactpunten van de lens*
G Montagemarkeringen
* Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan.
E16 mm F2.8 (geleverd bij NEX-F3D)
A Conversie-index*
B Scherpstelring
C Contactpunten van de lens**
D Montagemarkeringen
* Een converter is los verkrijgbaar.
** Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan.
Lens
Vervolg r
15
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
E55 – 210 mm F4.5-6.3 OSS (geleverd bij NEX-F3Y)
A Scherpstelring
B Zoomring
C Schaal voor brandpuntsafstand
D Markeringen voor brandpuntsafstand
E Contactpunten van de lens*
F Montagemarkeringen
* Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan.
16
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Lijst van pictogrammen op het
scherm
Pictogrammen worden op het scherm weergegeven om de status van de camera aan te
duiden.
U kunt de weergave op het scherm wijzigen met DISP (Inhoud weergeven) op de
draaiknop (bladzijde 39).
Opname-standby
Grafisch scherm
Films opnemen
Weergave
A
Scherm Indicatie
P A S M
Opn.modus
Scènekeuze
Scèneherkenning
Beeldverhouding van
stilstaande beelden
16M 14M 8.4M
7.1M 4M 3.4M
Beeldformaat van
stilstaande beelden
RAW RAW+J
FINE STD
Beeldkwaliteit van
stilstaande beelden
100
Aantal opneembare
stilstaande beelden
Vervolg r
17
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
B
C
60i/50i
60i/50i
24p/25p
24p/25p
Opnamestand van films
Geheugenkaart/
Uploaden
123Min.
Resterende opnametijd
van films
Eco-stand
100%
Resterend
accuvermogen
Smart Zoom
Helder Beeld Zoom
Digitale zoom
Flitser bezig op te laden
AF-hulplicht
Live-weergave
Neemt geen geluid op
tijdens het opnemen van
films
SteadyShot/SteadyShot
waarschuwing
Elektronische zoeker
(los verkrijgbaar)
aansluitfout
Elektronische zoeker
(los verkrijgbaar)
waarschuwing voor
oververhitting
Waarschuwing voor
oververhitting
Databasebestand vol/
Databasebestandsfout
Weergavefunctie
101-0012
Afspeelmap –
Bestandsnummer
Beveiligen
Afdrukvolgorde
Scherm Indicatie
Scherm Indicatie
ZOOM
Soft-keys (MENU/
Opnamestand/Zoom/
Wissen/Vergroot)
Scherm Indicatie
Flitsfunctie/Rode ogen
verm.
±0.0
Flitscompensatie
Transportfunctie
Zelfontspanner voor
zelfportret
Lichtmeetfunctie
Scherpstelfunctie
Functie voor
scherpstelgebied
Gezichtsherkenning
AWB
7500K A7 G7
Witbalans
Zachte-huideffect
DRO/Auto HDR
Automatische
portretomkadering
Creatieve stijl
Lach-sluiter
Foto-effect
Vervolg r
18
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
D
Gevoeligheidsindicator
lachdetectie
Scherm Indicatie
z
Scherpstelstatus
1/125
Sluitertijd
F3.5
Diafragmawaarde
±0.0
Gemeten handmatig
±0.0
Belichtingscompensatie
ISO400
ISO-gevoeligheid
AE-vergrendeling
Sluitertijdindicatie
Diafragma-indicatie
OPNAME 0:12
Opnametijd van de film
(m:s)
2012-1-1 9:30AM
Vastgelegde datum/tijd
van het beeld
12/12
Beeldnummer/Aantal
beelden in de
weergavefunctie
Verschijnt wanneer
HDR niet heeft gewerkt
op het beeld.
Verschijnt wanneer
Foto-effect niet heeft
gewerkt op het beeld.
Histogram
Scherm Indicatie
19
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Eenvoudige bedieningshandelingen
De camera bedienen
Wanneer u opnamen maakt, worden de functies DISP (Inhoud weergeven),
(Belicht.comp.) en (Transportfunctie) aan de draaiknop toegewezen. Bij het
weergeven van opnamen, zijn de functies DISP (Inhoud weergeven) en (Beeldindex)
aan de draaiknop toegewezen.
U kunt de functies toewijzen aan de rechtertoets op de draaiknop (bladzijde 137).
Met de draaiknop en de soft-keys kunt u diverse functies
van de camera gebruiken.
Draaiknop
Soft-keys Draaiknop
Vervolg r
20
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Wanneer u aan de boven-/onder-/rechter-/linkerzijde van de draaiknop draait of erop
drukt (volgens aanwijzingen op het scherm) kunt u het instellen van items selecteren. Uw
selectie wordt bepaald wanneer u op het midden van de draaiknop drukt.
De soft-keys vervullen verschillende rollen, afhankelijk van de context.
De rol (functie) die aan elk van de soft-keys is toegewezen, wordt op het scherm
getoond.
Als u de functie wilt gebruiken die in de rechterbovenhoek van het scherm wordt weergegeven,
drukt u op soft-key A. Als u de functie wilt gebruiken die in de rechteronderhoek van het
scherm wordt weergegeven, drukt u op soft-key B. Als u de functie die in het midden wordt
getoond, wilt gebruiken, drukt u op het midden van het instelwiel (Soft-key C).
U kunt de functies toewijzen aan de soft-keys B en C (bladzijde 137).
In dit handboek worden de soft-keys aangeduid door het pictogram of door de functie die
op het scherm wordt getoond.
Soft-keys
De pijl duidt aan dat u de draaiknop kunt
draaien.
Wanneer opties op het scherm worden
weergegeven, kunt u die doorlopen
door aan de rechter-/linker-/boven-/
onderzijde van de draaiknop te draaien
of erop te drukken. Druk op het midden
als u uw keuze wilt maken.
In dit geval werkt de soft-key A
als de MENU (Menu)-knop en
de soft-key B als de ZOOM-
knop (Zoom). Soft-key C werkt
als de MODE (Opn.modus)-
knop.
A
B
C
21
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Functies in het menu gebruiken
Menu
U kunt de basisinstellingen instellen voor de camera als geheel of functies uitvoeren
zoals opnamen maken, afspelen of andere bedieningshandelingen.
Hiermee kunt u de opnamemodus selecteren, zoals de belichtingsstand, panoramisch,
Scènekeuze.
1 Selecteer MENU.
2 Selecteer het item van uw keuze door
op de boven-/onder-/rechter-/linker-
zijde van de draaiknop te drukken en
daarna op het midden te drukken.
3 Volg de instructies op het scherm en
selecteer het item van uw keuze en
druk op het midden van de draaiknop
als u uw keus wilt maken.
Opn.modus
Slim automatisch De camera evalueert het onderwerp en voert de juiste
instellingen uit. U kunt automatisch opnamen maken met de
juiste instellingen.
Superieur automatisch Maak opnamen met een breder assortiment van
opnamefuncties dan die van Slim Automatisch opnemen.
Herkent en evalueert de opnamecondities automatisch, voert
Auto HDR uit en kiest de beste opname.
Scènekeuze Maakt opnamen met vooraf-gekozen instellingen uitgaande
van het onderwerp of de omstandigheden.
Anti-bewegingswaas Zorgt ervoor dat de camera minder beweegt wanneer u
opnamen van een wat donkere scène binnenshuis of een
teleopname maakt.
Panorama d. beweg. Maakt opnamen met een panoramische afmeting.
3D-panor. d. beweg. Maakt 3D panoramische beelden die worden gebruikt voor
weergave op een televisietoestel dat geschikt is voor 3D.
Handm. belichting Past het diafragma en de sluitertijd aan.
MENU
Draaiknop
Vervolg r
22
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
U kunt de opnamefuncties instellen, zoals ononderbroken opnamen, zelfontspanner en
flitslicht.
Sluitertijdvoorkeuze Past de sluitertijd aan zodat de beweging van het onderwerp
tot uitdrukking komt.
Diafragmavoorkeuze Past het scherpstelbereik aan of maakt de achtergrond
onscherp.
Autom. programma Automatisch opnamen maken waarbij u de instellingen kunt
aanpassen, behalve de belichting (sluitertijd en diafragma).
Camera
Transportfunctie Selecteert de transportfunctie, zoals ononderbroken
opnamen, zelfontspanner of bracketopnamen.
Flitsfunctie Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het flitsen.
AF/MF-selectie Selecteert automatische scherpstelling of handmatige
scherpstelling.
AF-gebied Selecteert het gebied waarop moet worden scherpgesteld.
Autom. scherpst. Selecteert de methode voor autofocus.
Object volgen Houdt het onderwerp scherp in beeld terwijl het wordt
gevolgd.
Zoom Stelt de zoom-schaal in van de [Zoom]-functie van de
camera.
Gezichtsherkenning Detecteert automatisch de gezichten van mensen en past
scherpstelling en belichting aan de gezichten aan.
Gezichtsregistratie Registreert of wijzigt de persoon die prioriteit krijgt bij de
scherpstelling.
Lach-sluiter Iedere keer dat de camera een glimlach detecteert, stelt de
camera automatisch de sluiter in werking.
Aut. portretomkad. Analyseert de scène bij het vastleggen van een gezicht en
slaat nog een afbeelding op met een Indrukwekkender
compositie.
Zachte-huideffect Maakt met de functie Gezichtsherkenning de huid glad in de
opname.
Lijst met opnametips Geeft u toegang tot alle opnametips.
LCD-scherm (DISP) Geeft andere informatie weer op het LCD-scherm.
Zoeker (DISP) Geeft andere informatie weer op de Elektronische zoeker
(los verkrijgbaar).
DISP-knop (scherm) Hiermee kunt u het soort informatie selecteren dat op het
LCD-scherm moet worden weergegeven wanneer u op de
knop DISP drukt.
Vervolg r
23
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Biedt u de mogelijkheid het beeldformaat en de beeldverhouding in te stellen.
Hiermee kunt u de instellingen voor de helderheid maken, zoals de lichtmeetfunctie en
de kleureninstellingen zoals de witbalans.
Beeldformaat
Stilstaand beeld
Beeldformaat Selecteert het beeldformaat.
Beeldverhouding Selecteert de beeldverhouding.
Kwaliteit Selecteert de compressie-indeling.
3D-panorama
Beeldformaat Selecteert het beeldformaat van de panoramische 3D-beelden.
Panoramarichting Selecteert de richting voor het pannen van de camera
wanneer u panoramische 3D-beelden maakt.
Panorama
Beeldformaat Selecteert het beeldformaat van panoramische beelden.
Panoramarichting Selecteert de richting voor het pannen van de camera
wanneer u panoramische beelden opneemt.
Film
Bestandsindeling Selecteert AVCHD of MP4.
Opname-instelling Selecteert het beeldformaat, beeldfrequentie en
beeldkwaliteit van films.
Helderheid/kleur
Belicht.comp. Corrigeert de helderheid van het totale beeld.
ISO Stelt de ISO-gevoeligheid in.
Witbalans Past de kleurtemperatuur aan aan de lichtomstandigheden
van de omgeving.
Lichtmeetfunctie Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het meten
van de helderheid.
Flitscompensatie Past de hoeveelheid flitslicht aan.
DRO/Auto HDR Corrigeert automatisch de helderheid of het contrast.
Foto-effect Maakt opnamen met de gewenste effecten zodat een unieke
sfeer ontstaat.
Creatieve stijl Selecteert de beeldverwerkingsmethode.
Vervolg r
24
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Hiermee kunt u de weergavefuncties instellen.
Hiermee kunt u meer gedetailleerde opname-instellingen maken of de instellingen van
de camera wijzigen.
Afspelen
Wissen Verwijdert afbeeldingen.
Diavoorstelling Speelt beelden automatisch af.
Weergavefunctie Biedt u de mogelijkheid te bepalen hoe u de weer te geven
beelden wilt groeperen.
Beeldindex Selecteert het aantal afbeeldingen dat op het indexscherm
moet worden getoond.
Roteren Roteert beelden.
Beveiligen Beveiligt beelden of annuleert de beveiliging.
3D-weergave Brengt de verbinding tot stand met een televisietoestel dat
geschikt is voor 3D en laat u 3D-beelden zien.
Vergroot Vergroot het beeld.
Volume-instellingen Stelt het geluidsvolume in van films.
Printen opgeven Selecteert de af te drukken beelden of maakt instellingen
voor het afdrukken.
Tijdens weergave Wisselt tussen informatie die op het weergavescherm moet
worden weergegeven.
Instellingen
Opname-instellingen
AF-hulplicht Hiermee wordt het AF-hulplicht ingesteld ter ondersteuning
van het automatisch scherpstellen op minder goed verlichte
plaatsen.
Rode ogen verm. Geeft een voorflits voorafgaand aan de opname met de
flitser, ter voorkoming van rode ogen.
Inst. FINDER/LCD Stelt in hoe u kunt overschakelen tussen de Elektronische
zoeker (los verkrijgbaar) en het LCD-scherm.
LiveView-weergave Biedt u de mogelijkheid te kiezen of u de waarde van de
belichtingscompensatie, enz. op het scherm wilt tonen of niet.
Autom.weergave Hiermee wordt de weergavetijd ingesteld van de afbeelding
direct na het maken van de opname.
Stramienlijn Schakelt de stramienlijn in die u helpt de beeldcompositie
aan te passen.
Reliëfniveau Accentueert de contouren van scherpstelbereiken met een
geselecteerde kleur.
Reliëfkleur Hiermee wordt de kleur ingesteld die wordt gebruikt voor de
peaking-functie.
Helder Beeld Zoom Zoomt in op een afbeelding met een hogere kwaliteit dan
Digitale Zoom.
In
h
ou
d
weergeven
Vervolg r
25
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Digitale zoom Zoomt in op een afbeelding met een hogere vergroting dan
Helder Beeld Zoom. Deze functie kan ook beschikbaar zijn
bij het opnemen van film.
Zelfontsp. v. zelfportret Hiermee wordt ingesteld of de opnamestand wordt ingesteld
op de zelfontspanner met een vertraging van 3 seconden of
niet, wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden
omhoog wordt gekanteld.
Sup. aut. Beeld extractie Hiermee wordt ingesteld of alle afbeeldingen die zonder
onderbreking zijn opgenomen in de stand Superieur
automatisch, worden opgeslagen of niet.
MF Assist Toont een vergroot beeld wanneer u handmatig scherpstelt.
MF-hulptijd Hiermee wordt ingesteld hoe lang de afbeelding zal worden
getoond in een uitgebreide vorm.
Kleurenruimte Wijzigt het bereik van de kleurreproductie.
SteadyShot Hiermee wordt de correctie ingesteld ter voorkoming van
bewegingsonscherpte.
Opn. zonder lens Hiermee wordt ingesteld of de sluiter al dan niet in werking
moet worden gesteld wanneer er geen lens op de camera is
geplaatst.
Eye-Start AF Hiermee wordt ingesteld of automatisch scherpstellen wel of
niet wordt gebruikt wanneer u door een Elektronische
zoeker (los verkrijgbaar) kijkt.
Sluitergordijn voorzijde Hiermee wordt ingesteld of de functie voor het elektronische
sluitergordijn voorzijde wordt gebruikt of niet.
NR lang-belicht Hiermee wordt de ruisreductieverwerking ingesteld voor
opnamen met een lange belichtingstijd.
NR bij hoge-ISO Hiermee wordt de ruisreductieverwerking ingesteld voor
opnamen met een hoge ISO-gevoeligheid.
Lenscomp.: schaduw Corrigeert de donkere hoeken van het scherm.
Lenscomp.: chrom. afw. Vermindert de kleurafwijking van de hoeken van het scherm.
Lenscomp.: vervorming Corrigeert de vervorming van het scherm.
Gezichtsprioriteit volgen Hiermee wordt ingesteld of een gezicht bij voorkeur wordt
gevolgd of niet wanneer de camera dat gezicht ontdekt
tijdens het volgen van een object.
Filmgeluid opnemen
Hiermee wordt het geluid ingesteld voor het opnemen van films.
Windruis reductie Vermindert windgeruis tijdens het opnemen van films.
AF-microafst. Voert een fijnafstelling uit van de automatisch
scherpgestelde positie wanneer de LA-EA2 Montage-
adapter (los verkrijgbaar) wordt gebruikt.
Hoofdinstellingen
Menustartpositie Selecteert een menu dat het eerst wordt weergegeven uit het
hoofdmenu of het laatste menuscherm.
Eigen toetsinstellingen Wijst functies toe aan de soft keys, de rechtertoets van de
draaiknop, enz.
Pieptoon Selecteert het geluid dat wordt geproduceerd wanneer u de
camera bedient.
Taal Selecteert de taal die op het scherm wordt gebruikt.
Vervolg r
26
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
* Verschijnt wanneer een Eye-Fi-kaart (los verkrijgbaar) in de camera wordt gezet.
Datum/tijd instellen Hiermee wordt de datum en tijd ingesteld.
Tijdzone instellen Selecteert het gebied waar u de camera gebruikt.
Help-scherm Schakelt het Help-scherm in of uit.
Eco-stand Hiermee wordt het niveau van de energiebesparingsfunctie
ingesteld.
Stroombesparing Hiermee wordt de tijd ingesteld waarna de camera de modus
stroombesparing inschakelt.
LCD-helderheid Hiermee wordt de helderheid van het LCD-scherm ingesteld.
Helderheid zoeker Hiermee wordt de helderheid van de Elektronische zoeker
(los verkrijgbaar) ingesteld.
Kleur weergeven Selecteert de kleur van het LCD-scherm.
Breedbeeld Selecteert een methode voor het weergeven van
groothoekbeelden.
Afspeelweergave Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het
weergeven van portretbeelden.
HDMI-resolutie Hiermee wordt de resolutie ingesteld bij aansluiting op de
HDMI-tv.
CTRL.VOOR HDMI Hiermee wordt ingesteld of de camera kan worden bediend
met de afstandsbediening van een televisietoestel dat
geschikt is voor "BRAVIA" Sync.
USB-verbinding Selecteert de methode die wordt gebruikt voor een USB-
verbinding.
Reinigen Zo kunt u de beeldsensor reinigen.
Versie Toont de versies van de camera en van de lens/montage-
adapter.
Demomodus Hiermee wordt ingesteld of de demonstratie wordt
weergegeven bij films of niet.
Terugstellen Reset de camera naar de instellingen af-fabriek.
Geheugenkaartprogramma
Formatteren Formatteert de geheugenkaart.
Bestandsnummer Selecteert de methode voor het toewijzen van
bestandsnummers aan beelden.
Mapnaam Selecteert de indeling van de mapnaam.
Opnamemap kiezen Selecteert de opnamemap.
Nieuwe map Maakt een nieuwe map aan.
Beeld-DB herstellen Repareert het beeld-databasebestand wanneer
onregelmatigheden worden aangetroffen.
Kaartruimte weerg. Toont de resterende opnametijd van films en het aantal op te
nemen stilstaande beelden op de geheugenkaart.
Eye-Fi instellen*
Inst. uploaden Stelt de uploadfunctie van de camera in wanneer een
Eye-Fi-kaart wordt gebruikt.
27
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Beelden opnemen
Hier wordt uitgelegd hoe u opnamen maakt met de instellingen die golden toen u de
camera kocht.
De camera neemt beslissingen die geschikt zijn voor de situatie en past de instellingen
aan.
U kunt maximaal 29 minuten zonder onderbreking een film opnemen en u kunt een film in een MP4-
indeling tot maximaal 2 GB opnemen. De opnametijd kan korter zijn afhankelijk van de
omgevingstemperatuur of opnamecondities.
1 Pas de hoek van het LCD-scherm aan en houd de camera vast.
De functie Scèneherkenning begint te werken.
2 Als u stilstaande beelden wilt maken, drukt u de ontspanknop half in, stelt
u scherp op uw onderwerp en maakt u vervolgens de opname door de
ontspanknop geheel in te drukken.
Wanneer de camera een gezicht waarneemt en er een opname van maakt, wordt het
vastgelegde beeld automatisch bijgesneden voor een geschikte compositie. Het
oorspronkelijke maar ook het bijgesneden beeld worden opgeslagen (bladzijde 77).
Druk op de MOVIE-knop als u films wilt opnemen.
Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen.
Opmerking
z Over Scèneherkenning
De camera herkent (Nachtscène), (Nachtscène m. statief), (Nachtportret),
(Tegenlichtopname), (Portret m. tegenlicht), (Portretopname), (Landschap),
(Macro), (Spotlight), (Duister) of (Kind) en geeft het bijbehorende
pictogram en aanwijzingen weer op het LCD-scherm, wanneer de scène wordt herkend.
Pictogram en aanwijzingen
Scèneherkenning
Met de functie Scèneherkenning kan de camera automatisch de
opnamecondities herkennen en kunt u de opname maken met
de juiste instellingen.
Vervolg r
28
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
z Als u een stilstaand beeld maakt van een onderwerp
waarop u moeilijk kunt scherpstellen
Scherpstellen kan moeilijk zijn in de volgende situaties:
Het is donker en het onderwerp is ver weg.
Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond.
Het onderwerp is zichtbaar door glas heen.
Het onderwerp beweegt snel.
Het onderwerp reflecteert licht, bijvoorbeeld een spiegel of heeft glimmende oppervlakken.
Het onderwerp knippert.
Het onderwerp wordt van achteren belicht.
Scherpstellings-
indicator
Status
z brandt Scherpstelling vergrendeld.
brandt Scherpstelling is bevestigd. Het scherpstelpunt beweegt doordat
het een bewegend onderwerp volgt.
brandt Nog bezig met scherpstellen.
z knippert Kan niet scherpstellen.
Wanneer de camera niet automatisch op het onderwerp kan
scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator. Maak
opnieuw een compositie van de opname of kies een andere
instelling voor het scherpstellen.
Scherpstellingsindicator
29
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Beelden weergeven
Geeft de vastgelegde beelden weer.
1 Druk op de (Weergave)-knop.
2 Selecteer het beeld met de draaiknop.
3 Druk op het midden van de draaiknop als u panoramische beelden of
films wilt weergeven.
* De film wordt beeld-voor-beeld afgespeeld.
Panoramische beelden die met andere camera's zijn genomen, worden mogelijk niet goed weergegeven.
Tijdens het weergeven van films Bediening van de draaiknop
Onderbreken/hervatten Druk op het midden.
Snel vooruit Druk op rechts of draai naar rechts.
Snel terug Druk op links of draai naar links.
Vooruit langzaam afspelen Draai naar rechts in pauzestand.
Terug langzaam afspelen* Draai naar links in de pauzestand.
Geluidsvolume aanpassen Druk op de onderzijde t bovenzijde/onderzijde.
Opmerking
z Een map van uw keuze weergeven
U kunt een map van uw keuze selecteren door de balk
links van het beeldindexscherm (bladzijde 49) te
selecteren en vervolgens op het boven-/ondergedeelte van
de draaiknop te drukken. U kunt de weergavefunctie
aanpassen door op het midden van de draaiknop te
drukken.
Vervolg r
30
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Een gedeelte van een stilstaand beeld kan worden vergroot zodat u het beter kunt
bekijken tijdens de weergave. Dit is handig om de scherpstelling van een vastgelegd
stilstaand beeld te bekijken. U kunt de weergegeven beelden vergroten vanuit het menu
(bladzijde 105).
U kunt de functie voor de vergrote weergave niet gebruiken bij films.
Als u panoramische beelden wilt vergroten, onderbreekt u eerst de weergave en drukt u vervolgens
op (Vergroot).
Vergrote weergave
1 Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en
selecteer vervolgens (Vergroot).
2 Pas de schaal aan door de draaiknop te
draaien.
3 Selecteer het gedeelte dat u wilt vergroten
door op de boven-/onder-/rechter-/linkerzijde
van de draaiknop te drukken.
4 U kunt de vergrote weergave annuleren door
te selecteren.
Opmerkingen
z Weergavezoombereik
Het weergavezoombereik is als volgt.
Beeldformaat Weergavezoombereik
L Ongev. ×1,0 – ×13,6
M Ongev. ×1,0 – ×9,9
S Ongev. ×1,0 – ×6,8
31
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Beelden wissen
U kunt het weergegeven beeld wissen.
U kunt beveiligde beelden niet wissen.
Wanneer u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. Controleer van tevoren of u het beeld
wilt wissen of niet.
1 Geef het beeld weer dat u wilt wissen en
selecteer (Wissen).
2 Selecteer OK.
Selecteer als u de bedieningshandeling wilt
afsluiten.
OK
Opmerkingen
(Wissen)
z Een aantal beelden wissen
Selecteer MENU t [Afspelen] t [Wissen] als u bepaalde beelden tegelijkertijd wilt
selecteren en wissen.
32
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Werken met de functie Creatief met foto's
Creatief met foto's
Met Creatief met foto's kunt u met gemakkelijke bedieningshandelingen opnamen
maken van een onderwerp en gemakkelijk creatieve foto's maken.
De functie Creatief met foto's is alleen beschikbaar wanneer een lens met een Montagestuk E op het toestel is
gezet.
De functie Creatief met foto's is alleen beschikbaar wanneer [Opn.modus] is ingesteld op [Slim
automatisch] of [Superieur automatisch].
De functie Lach-sluiter gebruiken is niet mogelijk.
Wanneer de stand Creatief met foto's is geactiveerd, worden verscheidene items die in het menu zijn
ingesteld, ongeldig.
Wanneer de camera weer op [Slim automatisch] of [Superieur automatisch] wordt gezet, of wordt
uitgeschakeld, worden de instellingen gereset naar de standaardinstellingen.
U kunt [Achterg. onsch.] alleen aanpassen tijdens het maken van filmopnamen met de functie Creatief
met foto's.
Als u de functie Creatief met foto's inschakelt terwijl [Superieur automatisch] is geactiveerd, maakt de
camera geen composite-afbeelding.
1 MENU t [Opn.modus] t [Slim
automatisch] of [Superieur automatisch].
2 Selecteer (Creatief met foto's).
3 Selecteer het item dat u wilt instellen uit de
items die aan de onderzijde van het scherm
worden weergegeven.
U kunt de instelitems van Creatief met foto's
tegelijkertijd gebruiken.
4 Selecteer de instelling van uw keuze.
5 Druk de sluiterknop in als u stilstaande
beelden wilt maken.
Start, als u films wilt opnemen, de opnamen
door op de knop MOVIE te drukken.
Als u wilt terugkeren naar [Slim automatisch] of
[Superieur automatisch], selecteert u .
Achterg. onsch. (bladzijde 33) Past de onscherpte van de achtergrond aan.
Helderheid (bladzijde 34) Past de helderheid aan.
Kleur (bladzijde 35) Past de kleur aan.
Levendigheid (bladzijde 36) Past de levendigheid aan.
Foto-effect (bladzijde 37) Selecteert de effectfilter van uw keuze voor het maken van
opnamen.
Opmerkingen
33
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Achtergrond onscherp
Met Creatief met foto's kunt u gemakkelijk de achtergrond onscherp maken zodat het
onderwerp vrij in het beeld komt te staan, en u kunt het effect van het onscherp maken
controleren op het LCD-scherm. U kunt een film opnemen met een waarde die is
aangepast met het onscherpte-effect.
1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch].
2 Selecteer (Creatief met foto's).
3 Selecteer [Achterg. onsch.].
4 Maak de achtergrond onscherp.
: Scherpstellen
: Onscherp maken
Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen.
Welk bereik beschikbaar is voor het onscherp stellen hangt af van de lens die wordt gebruikt.
Het effect van het onscherp stellen zal misschien niet waarneembaar zijn, dat kan afhankelijk zijn van de
afstand van het onderwerp of de lens die wordt gebruikt.
Opmerkingen
z Voor een beter resultaat van Achtergrond onscherp
maken
Ga dichter naar het onderwerp toe.
Vergroot de afstand tussen het onderwerp en de achtergrond.
34
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Helderheid
U kunt de helderheid gemakkelijk aanpassen in Creatief met foto's.
1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch].
2 Selecteer (Creatief met foto's).
3 Selecteer [Helderheid].
4 Selecteer de helderheid van uw keuze.
: Afbeeldingen helderder maken
: Afbeeldingen donkerder maken
Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen.
35
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Kleur
U kunt de kleur gemakkelijk aanpassen in Creatief met foto's.
1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch].
2 Selecteer (Creatief met foto's).
3 Selecteer [Kleur].
4 Selecteer de kleur van uw keuze.
: De kleur warm maken
: De kleur koel maken
Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen.
36
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Levendigheid
U kunt de levendigheid gemakkelijk aanpassen in Creatief met foto's.
1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch].
2 Selecteer (Creatief met foto's).
3 Selecteer [Levendigheid].
4 Selecteer de levendigheid van uw keuze.
: Afbeeldingen levendig maken
: Afbeeldingen zwakker maken
Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen.
37
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Foto-effect
U kunt Foto-effect gemakkelijk instellen in Creatief met foto's. Selecteer het effectfilter
van uw keuze voor een meer pakkende en artistieke uitdrukking.
1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch].
2 Selecteer (Creatief met foto's).
3 Selecteer [Foto-effect].
4 Selecteer het de effect van uw keuze.
Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen.
(Uit) Maakt geen gebruik van de functie Beeldeffect.
(Speelgoedcamera)
Creëert het beeld van een foto van een
speelgoedcamera met vervaagde hoeken en
geprononceerde kleuren.
(Hippe kleuren) Creëert een levendig uiterlijk door
kleurtinten te accentueren.
(Posterisatie:
kleur)
Creëert een abstract beeld met veel contrast
doordat de primaire kleuren sterk worden
benadrukt.
(Posterisatie:
Z-W)
Creëert een abstract beeld met veel contrast
in zwart-wit.
(Retrofoto) Creëert het uiterlijk van een oude foto met
sepia kleurtinten en vervaagd contrast.
Vervolg r
38
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Wanneer [Deelkleur] is geselecteerd, zullen beelden afhankelijk van het onderwerp misschien niet de
geselecteerde kleur behouden.
Het aantal beschikbare beeldeffecten wordt beperkt met Creatief met foto's. Ook is de fijnafstelling niet
beschikbaar. U kunt meer beeldeffecten gebruiken en een fijnafstelling uitvoeren met Option. Selecteer
MENU t [Helderheid/kleur] t [Foto-effect] (bladzijde 96).
(Zachte felle
kleuren)
Creëert een beeld met een aangewezen
sfeer: helder, transparant, vluchtig, teer,
zacht.
(Deelkleur:
rood)
Creëert een beeld waarin de kleur rood
wordt behouden, maar de andere kleuren
worden omgezet in zwart-wit.
(Deelkleur:
groen)
Creëert een beeld waarin de kleur groen
wordt behouden, maar de andere kleuren
worden omgezet in zwart-wit.
(Deelkleur:
blauw)
Creëert een beeld waarin de kleur blauw
wordt behouden, maar de andere kleuren
worden omgezet in zwart-wit.
(Deelkleur:
geel)
Creëert een beeld waarin de kleur geel
wordt behouden, maar de andere kleuren
worden omgezet in zwart-wit.
(Hg. contr.
monochr.)
Creëert een beeld met veel in zwart-wit.
Opmerkingen
39
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Functies gebruiken met de draaiknop
DISP (Inhoud weergeven)
De draaiknop gebruiken:
1 Druk herhaaldelijk op DISP (Inhoud weergeven) op de draaiknop en kies
de gewenste stand.
Het Menu gebruiken:
1 Tijdens het maken van opnamen, MENU t [Camera] t [LCD-scherm
(DISP)]/[Zoeker (DISP)].
Tijdens weergave, MENU t [Afspelen] t [Inhoud weergeven].
2 Selecteer de stand van uw keuze.
U kunt [Zoeker (DISP)] instellen wanneer een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) op de camera is
bevestigd.
Histogram wordt niet weergegeven tijdens de volgende bewerkingen.
Film opnemen/weergeven
Panorama opnemen/weergeven
Diavoorstelling
Opmerkingen
Tijdens het maken van opnamen
LCD-scherm (DISP)
Graf. weerg. Toont eenvoudige informatie over het maken
van opnamen.
Geeft een grafische weergave van de
sluitertijd en de diafragmawaarde, behalve
wanneer [Opn.modus] is ingesteld op
[Panorama d. beweg.] of [3D-panor. d.
beweg.].
Alle info
weergeven
Toont opname-informatie.
Grote letters Toont alleen grotere items in groter formaat.
Geen info Toont geen opname-informatie.
Vervolg r
40
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Histogram Toont de luminantieverdeling grafisch.
Voor zoeker Toont alleen opname-informatie op het
scherm (geen beeld). Selecteer deze optie
wanneer u een opname maakt met behulp van
een zoeker (los verkrijgbaar).
Zoeker (DISP)
Basisinfo wrg. Toont elementaire opname-informatie in de
zoeker.
Histogram Toont de luminantieverdeling grafisch.
Tijdens weergave
Info weergeven Toont opname-informatie.
Histogram Toont de luminantieverdeling grafisch, naast
de opname-informatie.
Geen info Toont geen opname-informatie.
z Voor het instellen van de weergavestanden die
beschikbaar moeten zijn
U kunt met [DISP-knop (scherm)] selecteren welke weergavestanden van het LCD-scherm
in de opnamestand kunnen worden geselecteerd (bladzijde 80).
Vervolg r
41
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
z Wat is een histogram?
Het histogram geeft de luminantieverdeling weer die aangeeft hoeveel pixels van een
bepaalde helderheid er voorkomen in het beeld. Een helderder beeld zal het gehele
histogram naar de rechterkant, en een donkerder beeld zal het gehele histogram naar de
linkerkant doen verschuiven.
Als het beeld een sterk belicht of zwak belicht deel
bevat, knippert dat gedeelte in de histogramweergave
(luminantielimietwaarschuwing).
Flitslicht R (rood) Luminantie
G (groen) B (blauw)
42
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Belicht.comp.
U kunt de belichting aanpassen in stappen van 1/3 EV in het bereik van –3,0 EV tot +3,0 EV.
1 (Belicht.comp.) op de draaiknop t gewenste waarde.
Of, MENU t [Helderheid/kleur] t [Belicht.comp.] t waarde van uw
keuze.
U kunt [Belicht.comp.] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
[Handm. belichting]
U kunt voor films de belichting aanpassen in een bereik van –2,0 EV tot +2,0 EV.
Als u een onderwerp vastlegt in uiterst heldere of donkere omstandigheden, of wanneer u de flitser
gebruikt, zult u misschien niet een bevredigend resultaat kunnen bereiken.
U kunt de belichting aanpassen tussen –3,0 EV en +3,0 EV, maar op het scherm verschijnt slechts een
waarde tussen –2,0 EV en +2,0 EV met de bijbehorende beeldhelderheid. Als u een belichting instelt die
buiten dit bereik valt, toont de helderheid op het scherm het effect niet, maar dat wordt wel weergegeven
in het vastgelegde beeld.
Opmerkingen
z De belichting aanpassen voor mooiere beelden
Stel, als u opnamen van onderwerpen wilt maken in helderder tinten, een
belichtingscompensatie in aan de +-zijde.
Als u foto's van voeding er aantrekkelijker wilt laten uitzien, maak de opname dan wat
helderder dan gebruikelijk en gebruik als dat kan een witte achtergrond.
Wanneer u opnamen maakt van een blauwe lucht, maakt een belichtingscorrectie aan
de –-zijde dat u de lucht in levendige kleuren kunt vastleggen.
Overbelichting = te veel licht
Witachtig beeld
m
Stel [Belicht.comp.] in naar –.
Juiste belichting
M
Stel [Belicht.comp.] in naar +.
Onderbelichting = te weinig licht
Donkerder beeld
43
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Transportfunctie
U kunt de transportfunctie instellen, zoals ononderbroken opnamen, zelfontspanner of
bracket-opnamen.
1 (Transportfunctie) op de draaiknop t stand van uw keuze.
Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t stand van uw keuze.
U kunt de instelling niet wijzigen wanneer u de volgende functies gebruikt:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Auto HDR]
[Soft focus], [HDR-schilderij], [Mono. m. rijke tonen], [Miniatuur] in [Foto-effect]
[Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan]
(Enkele
opname)
Legt 1 stilstaand beeld vast. Normale opnamestand.
(Continue
opname)
Legt beelden ononderbroken vast zolang u de ontspanknop
ingedrukt houdt (bladzijde 44).
(Snelh.
continutr.)
Legt beelden ononderbroken bij hoge snelheid vast zolang u de
ontspanknop ingedrukt houdt (bladzijde 45). Instellingen voor
scherpstelling en helderheid van de eerste opname worden
gebruikt voor de volgende opnamen.
(Zelfontspanner)
Legt een beeld vast na 10 of 2 seconden (bladzijde 46).
(Zelfontsp.(Cont.))
Legt beelden ononderbroken vast na 10 seconden (bladzijde 47).
(Bracket:
continu)
Legt 3 beelden vast wanneer u de ontspanknop ingedrukt houdt,
elk met verschillende helderheid (bladzijde 48).
Opmerking
44
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Continue opname
Legt beelden ononderbroken vast zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.
1 (Transportfunctie) op de draaiknop t [Continue opname].
Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Continue opname].
U kunt [Continue opname] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Scènekeuze], behalve [Sportactie]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[Auto HDR]
[Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan]
Opmerking
45
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Snelh. continutr.
De camera gaat door met opnamen maken zolang u de sluiterknop ingedrukt houdt. De
opnamen worden scherp gesteld en de helderheid wordt ingesteld bij de eerste
afbeelding. U kunt ononderbroken opnamen maken met een hogere frequentie dan die
van [Continue opname] (met een maximum van ongeveer 5,5 beelden per seconden).
1 (Transportfunctie) op de draaiknop t [Snelh. continutr.].
Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Snelh. continutr.].
U kunt [Snelh. continutr.] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Scènekeuze], behalve [Sportactie]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[Auto HDR]
[Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan]
De snelheid van ononderbroken opnamen wordt geschat met gebruikmaking van uw criteria. De snelheid
van ononderbroken opnamen kan afhankelijk van de opnamecondities (Beeldgrootte, ISO-instelling, NR
bij Hoge ISO of de instelling van [Lenscomp.: vervorming]), lager zijn.
Opmerkingen
46
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Zelfontspanner
1 (Transportfunctie) op de draaiknop t [Zelfontspanner].
Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Zelfontspanner].
2 Option t stand van uw keuze.
Druk op (Transportfunctie) en selecteer [Enkele opname] als u de timer wilt
annuleren.
U kunt [Zelfontspanner] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[Auto HDR]
[Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan]
Wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt geklapt met [Zelfontsp. v. zelfportret]
ingesteld op [Aan], knippert het zelfontspannerlampje niet.
(Zelfontspanner:
10 sec.)
Stelt de zelfontspanner met 10 seconden vertraging in.
Wanneer u de ontspanknop indrukt, knippert het lampje van de
zelfontspanner en klinkt een akoestisch signaal totdat de sluiter
werkt.
Druk op (Transportfunctie) op de draaiknop als u de
zelfontspanner wilt annuleren.
(Zelfontspanner:
2 sec.)
Stelt de zelfontspanner met 2 seconden vertraging in.
Dit vermindert het trillen van de camera dat wordt veroorzaakt
door het indrukken van de opnameknop.
Opmerking
47
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Zelfontsp.(Cont.)
Maakt na 10 seconden zonder onderbreking het aantal opnamen dat u hebt ingesteld. U
kunt de beste opname kiezen uit de opnamen die zijn gemaakt.
1 (Transportfunctie) op de draaiknop t [Zelfontsp.(Cont.)].
Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Zelfontsp.(Cont.)].
2 Option t stand van uw keuze.
Druk op (Transportfunctie) en selecteer [Enkele opname] als u de timer wilt
annuleren.
U kunt [Zelfontsp.(Cont.)] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[Auto HDR]
[Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan]
Wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt geklapt met [Zelfontsp. v. zelfportret]
ingesteld op [Aan], knippert het zelfontspannerlampje niet.
(Zelfont.
(cont.): 10 sec.
3 blden.)
Maakt na 10 seconden 3 of 5 stilstaande beelden.
Wanneer u de ontspanknop indrukt, knippert het lampje van de
zelfontspanner en klinkt een akoestisch signaal totdat de sluiter
werkt.
Druk op (Transportfunctie) op de draaiknop als u de
zelfontspanner wilt annuleren.
(Zelfont.
(cont.): 10 sec.
5 blden.)
Opmerking
48
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Bracket: continu
Maakt 3 opnamen terwijl automatisch de belichting wordt verschoven van normale
belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Houd de opnameknop ingedrukt
totdat de bracket-opname is voltooid.
U kunt na het maken van de opnamen het beeld kiezen dat het beste overeenkomt met uw
bedoeling.
1 (Transportfunctie) op de draaiknop t [Bracket: continu].
Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Bracket: continu].
2 Option t stand van uw keuze.
Druk op (Transportfunctie) en selecteer [Enkele opname] als u bracketing wilt
annuleren.
U kunt [Bracket: continu] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[Auto HDR]
[Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan]
De laatste opname wordt getoond in de automatische weergave.
In [Handm. belichting] wordt de belichting verschoven doordat de sluitertijd wordt aangepast.
Bij aanpassing van de belichting, wordt de belichting verschoven aan de hand van de gecompenseerde
waarde.
(Bracket:
continu: 0,3 EV)
Beelden worden vastgelegd met een ingestelde waarde voor de
afwijking (stappen) vanaf de basisbelichting.
(Bracket:
continu: 0,7 EV)
Opmerkingen
49
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Functies in het menu gebruiken
Beeldindex
Toont meerdere beelden tegelijkertijd.
1 Druk op de (Weergave)-knop als u naar de weergavestand wilt
overschakelen.
2 Druk op (Beeldindex) op de draaiknop.
De index van 6 beelden wordt weergegeven.
U kunt overschakelen naar de index van 12 beelden; MENU t [Afspelen] t [Beeldindex].
3 U kunt terugkeren naar de weergave van één enkel beeld door de
afbeelding van uw keuze te selecteren en op het midden van de
draaiknop te drukken.
z Een map van uw keuze weergeven
U kunt een map van uw keuze selecteren door de balk
links van het beeldindexscherm te selecteren en
vervolgens op het boven-/ondergedeelte van de draaiknop
te drukken. U kunt de weergavefunctie aanpassen door op
het midden van de draaiknop te drukken.
50
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Slim automatisch
De camera analyseert het onderwerp en biedt u de mogelijkheid een opname te maken
met de juiste instellingen.
[Flitsfunctie] is ingesteld op [Automatisch flitsen] of [Flitser uit].
U kunt ook een opname maken als de camera de scène niet heeft herkend.
Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m.
tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend.
In de stand Superieur automatisch maakt de camera opnamen met een hogere kwaliteit
dan in de stand Slim automatisch en er worden composite-opnamen gemaakt, als dat
nodig is.
In de stand Autom. programma maakt de camera opnamen met diverse functies, zoals
witbalans, ISO, enz., aangepast.
In de stand Superieur automatisch duurt het opnameproces langer, omdat de camera een composite-beeld
moet maken.
1 MENU t [Opn.modus] t [Slim
automatisch].
2 Richt de camera op het onderwerp.
Wanneer de camera de scène herkent, verschijnen het
pictogram van Scèneherkenning en aanwijzingen op het
scherm.
De camera herkent (Nachtscène), (Nachtscène m.
statief), (Nachtportret), (Tegenlichtopname),
(Portret m. tegenlicht), (Portretopname),
(Landschap), (Macro), (Spotlight),
(Duister) of (Kind).
Pictogram en aanwijzingen
Scèneherkenning
3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
Opmerkingen
De voordelen van automatisch opnamen maken
Opnamemodus Uw doel
(Slim automatisch) Gemakkelijk de scène herkennen ononderbroken opnamen
maken.
(Superieur
automatisch)
(bladzijde 52)
Scènes vastleggen onder moeilijke omstandigheden, zoals bij
weinig licht of met tegenlicht.
Een beeld vastleggen van hogere kwaliteit dan Slim automatisch
biedt.
(Autom. programma)
(bladzijde 64)
Opnamen maken met diverse andere functies dan met
aangepaste belichting (sluitertijd en diafragma).
Opmerking
Vervolg r
51
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
z Creatief met foto's
Wanneer u op het midden van de draaiknop drukt in de stand [Slim automatisch] of
[Superieur automatisch], krijgt u toegang tot het menu Creatief met foto's. In dit menu kunt
u de instellingen wijzigen met gemakkelijke bedieningshandelingen en creatieve fotografie
beoefenen (bladzijde 32).
z Als u een stilstaand beeld maakt van een onderwerp
waarop u moeilijk kunt scherpstellen
Scherpstellen kan moeilijk zijn in de volgende situaties:
Het is donker en het onderwerp is ver weg.
Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond.
Het onderwerp is zichtbaar door glas heen.
Het onderwerp beweegt snel.
Het onderwerp reflecteert licht, bijvoorbeeld een spiegel of heeft glimmende oppervlakken.
Het onderwerp knippert.
Het onderwerp wordt van achteren belicht.
Scherpstellings-
indicator
Status
z brandt Scherpstelling vergrendeld.
brandt Scherpstelling is bevestigd. Het scherpstelpunt beweegt doordat
het een bewegend onderwerp volgt.
brandt Nog bezig met scherpstellen.
z knippert Kan niet scherpstellen.
Wanneer de camera niet automatisch op het onderwerp kan
scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator. Maak
opnieuw een compositie van de opname of kies een andere
instelling voor het scherpstellen.
Scherpstellingsindicator
52
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Superieur automatisch
De camera herkent en evalueert automatisch de opnamecondities en de bijbehorende
instellingen worden automatisch gekozen. De camera maakt opnamen met een breder
assortiment van opnamefuncties dan wat Intelligent Auto te bieden heeft, bijvoorbeeld
Auto HDR, en het beste beeld wordt gekozen.
[Flitsfunctie] is ingesteld op [Automatisch flitsen] of [Flitser uit].
U kunt ook een opname maken als de camera de scène niet heeft herkend.
Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname],
[Portret m. tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend.
Wanneer [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], worden [Schemeropn. uit hand] en
[Auto HDR] niet herkend.
1 MENU t [Opn.modus] t [Superieur
automatisch].
2 Richt de camera op het onderwerp.
Wanneer de camera de opnamecondities herkent en
aanpassingen maakt, wordt de volgende informatie
weergegeven: merkteken herkende scène, bijbehorende
opnamefunctie, het aantal keren dat de sluiter is bediend.
Herkende scène: (Nachtscène), (Nachtscène m.
statief), (Schemeropn. uit hand), (Nachtportret),
(Tegenlichtopname), (Portret m. tegenlicht),
(Portretopname), (Landschap), (Macro),
(Spotlight), (Duister) of (Kind).
Opnamefunctie: Auto HDR, Langz.flitssync.,
Daglichtsynchr., Lange sluitert.
Merkteken herkende scène
Het aantal keren dat de sluiter is
bediend
3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
Wanneer de camera meerdere beelden vastlegt, kiest het toestel automatisch het meest
geschikte beeld en slaat dat op. U kunt ook alle beelden opslaan door de optie [Sup. aut.
Beeld extractie] in te stellen (bladzijde 119).
Opmerkingen
Opnamefunctie
z Wat is het verschil tussen Superieur automatisch en
Slim automatisch?
In de stand Superieur automatisch maakt de camera ononderbroken opnamen uitgaande van
de scène die wordt herkend en maakt een composite-beeld (Composite-opnamen). Hierdoor
kan de camera automatisch tegenlichtcompensatie en ruisonderdrukking uitvoeren en ook
een beeld van hogere kwaliteit verkrijgen dan Slim automatisch.
Maar wanneer een composite-beeld wordt gemaakt, duurt het opnameproces langer dan normaal.
z Creatief met foto's
Wanneer u op het midden van de draaiknop drukt in de stand [Slim automatisch] of
[Superieur automatisch], krijgt u toegang tot het menu Creatief met foto's. In dit menu kunt
u de instellingen wijzigen met gemakkelijke bedieningshandelingen en creatieve fotografie
beoefenen (bladzijde 32).
53
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Scènekeuze
Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf-ingestelde instellingen die
afhankelijk zijn van de scène.
1 MENU t [Opn.modus] t [Scènekeuze] t stand van uw keuze.
(Portret) Legt het onderwerp scherp vast tegen een
onscherpe achtergrond. Huidtinten worden
zacht weergegeven.
(Landschap) Maakt een scherpe opname van het hele
landschap met levendige kleuren.
(Macro) Opnamen maken van dichtbij, zoals van
bloemen, insecten, gerechten of kleine
voorwerpen.
(Sportactie) Legt een bewegend onderwerp vast met een
snelle sluitertijd zodat het lijkt of het
onderwerp stilstaat. De camera neemt continu
beelden op zolang u de ontspanknop
ingedrukt houdt.
(Zonsondergang)
Maakt een prachtige opname van het rood van
de zonsondergang.
(Nachtportret) Maakt portretten in nachtelijke taferelen.
(Nachtscène) Maakt een opname van nachtelijke taferelen
zonder dat de donkere atmosfeer verloren
gaat.
Vervolg r
54
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
In de stand [Nachtscène] en [Nachtportret] is de sluitersnelheid lager, dus is het aan te bevelen een statief
te gebruiken om te voorkomen dat het beeld onscherp wordt.
In de modus [Schemeropn. uit hand] klikt de sluiter 6 keer en wordt een beeld vastgelegd.
Selecteert u [Schemeropn. uit hand] bij [RAW] of [RAW en JPEG], dan wordt de beeldkwaliteit tijdelijk
[Fijn].
Zelfs in [Schemeropn. uit hand] lukt het minder goed onscherpte te voorkomen wanneer u opnamen
maakt van:
Onderwerpen die onvoorspelbare bewegingen maken.
Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden.
Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals
de lucht, een zandstrand of een gazon.
Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval.
In het geval van [Schemeropn. uit hand] kan er zich blokvormige ruis voordoen wanneer u een lichtbron
gebruikt die knippert, zoals TL-verlichting.
De minimale afstand waarop u een onderwerp kunt benaderen, verandert niet, ook niet als u [Macro]
selecteert. Zie voor het minimale scherpstelbereik, de minimale afstand van de lens die op de camera is
gezet.
(Schemeropn.
uit hand)
Maakt opnamen van nachtelijke taferelen met
minder ruis en onscherpte zonder dat u een
statief gebruikt. Er wordt een hele reeks
opnamen gemaakt en beeldverwerking wordt
toegepast zodat onscherpte van het
onderwerp, bewegingsonscherpte en ruis
worden verminderd.
Opmerkingen
55
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Anti-bewegingswaas
Dit is geschikt voor opnamen binnenshuis zonder flitser, het maakt dat onscherpte van
het onderwerp wordt verminderd.
1 MENU t [Opn.modus] t [Anti-bewegingswaas].
2 Maak een opname door de ontspanknop in te drukken.
De camera combineert 6 opnamen bij een hoge gevoeligheid tot 1 stilstaand beeld, zodat
bewegingsonscherpte wordt verminderd en ruis wordt voorkomen.
Selecteert u [Anti-bewegingswaas] bij [RAW] of [RAW en JPEG], dan wordt de beeldkwaliteit tijdelijk
[Fijn].
De sluiter klikt 6 keer en er wordt een beeld vastgelegd.
Het lukt minder goed onscherpte te voorkomen wanneer u opnamen maakt van:
Onderwerpen die onvoorspelbare bewegingen maken.
Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden.
Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals
de lucht, een zandstrand of een gazon.
Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval.
Wanneer u een lichtbron gebruikt die knippert, zoals TL-verlichting, kan er zich blokvormige ruis
voordoen.
Opmerkingen
56
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Panorama d. beweg.
Biedt u de mogelijkheid een panoramisch beeld te creëren uit samengestelde beelden.
Als u niet binnen de gegeven tijd met de camera langs het gehele onderwerp kunt pannen, ontstaat er een
grijs gebied in het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, kunt u alleen een volledig panoramisch beeld
vastleggen als u de camera snel beweegt.
Wanneer u [Breed] selecteert in [Beeldformaat], zult u de camera misschien niet in de gegeven tijd over
het gehele onderwerp kunnen pannen. In dergelijke gevallen adviseren wij u [Standaard] in
[Beeldformaat] te selecteren.
De camera gaat verder met het maken van opnamen tijdens de [Panorama d. beweg.]-opname en de
sluiter blijft klikken tot het einde van de opname.
Omdat een aantal beelden aan elkaar worden gezet, zal het aangezette deel niet gelijkmatig worden
vastgelegd.
Onder omstandigheden met weinig licht kunnen panoramische beelden onscherp zijn.
Bij verlichting die knippert, zoals TL-licht, zal de helderheid of de kleuren van het gecombineerde beeld
misschien niet altijd gelijk zijn.
Wanneer de gehele beeldhoek van de panoramische opname en de beeldhoek waarin u de scherpstelling
en belichting hebt vergrendeld met AE/AF-vergrendeling, erg veel van elkaar verschillen in helderheid,
kleur en scherpte, zal de opname niet goed lukken. Als dat zo is, neem dan een andere vergrendelde
beeldhoek en maak de opnamen opnieuw.
[Panorama d. beweg.] is niet geschikt wanneer u opnamen maakt van:
Onderwerpen in beweging.
Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden.
Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals
de lucht, een zandstrand of een gazon.
Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval.
Onderwerpen met de zon of elektrische lichten, enz. die veel helderder zijn dan de omgeving.
1 MENU t [Opn.modus] t [Panorama d. beweg.].
2 Richt de camera op de rand van het
onderwerp en druk vervolgens de
ontspanknop volledig in.
Dit gedeelte wordt niet vastgelegd.
3 Pan de camera naar het einde, volgens de
aanwijzingen op het LCD-scherm.
Aanwijzingsbalk
Opmerkingen
Vervolg r
57
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
[Panorama d. beweg.] kan in de volgende situaties worden gestopt:
U pant de camera te snel of te langzaam.
De camera wordt te veel bewogen.
z Tips voor het vastleggen van een panoramisch
beeld
'Pan' de camera in een boog met constante snelheid en in dezelfde richting als op het LCD-
scherm wordt aangegeven. [Panorama d. beweg.] is geschikter voor stillevens en in mindere
mate voor bewegende beelden.
Wanneer u een zoomlens gebruikt, kunt u deze het beste met de W-zijde gebruiken.
Bepaal de scène en druk de ontspanknop half in, zodat u de scherpstelling, belichting en
witbalans kunt vergrendelen. Druk vervolgens de ontspanknop geheel in en pan de
camera.
Als een gedeelte met zeer gevarieerde vormen of een zeer gevarieerd landschap is
geconcentreerd langs de rand van het scherm, zal de beeldcompositie misschien niet
lukken. Pas in een dergelijk geval de compositie van het kader zo aan dat het gedeelte zich
in het midden van het beeld bevindt en maak vervolgens opnieuw een opname.
U kunt de richting selecteren door MENU t [Beeldformaat] t [Panoramarichting] te
selecteren. U kunt het beeldformaat selecteren door MENU t [Beeldformaat] t
[Beeldformaat] te selecteren.
V
ert
i
ca
l
e r
i
c
h
t
i
ng
Horizontale richting
Straal zo kort mogelijk
z Panoramische beelden weergeven door te scrollen
U kunt panoramische beelden van begin tot eind scrollen door op het midden van de
draaiknop te drukken terwijl de panoramische beelden worden getoond. Druk opnieuw als u
wilt pauzeren.
Toont het getoonde gebied
van het gehele panoramische
beeld.
Panoramische beelden die zijn opgenomen met andere
camera's zullen misschien niet goed kunnen worden
weergegeven of gescrold.
58
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
3D-panor. d. beweg.
Biedt u de mogelijkheid een 3D-beeld te creëren uit samengestelde beelden.
3D-beelden die in de stand [3D-panor. d. beweg.] van deze camera zijn opgenomen,
kunnen alleen worden weergegeven op een 3D-televisietoestel. De opgenomen beelden
worden weergegeven als normale stilstaande beelden op het LCD-scherm van deze
camera en op een niet-3D-televisietoestel.
U zult misschien onprettige symptomen voelen zoals vermoeidheid van de ogen, misselijkheid of een
vermoeid gevoel, tijdens het kijken naar 3D-beelden die zijn vastgelegd met de camera, op monitors die
geschikt zijn voor 3D. Wij adviseren u regelmatig een pauze in te lassen, wanneer u naar 3D-beelden kijkt.
Hanteer uw eigen standaarden, omdat de behoefte aan pauzes en de frequentie daarvan van persoon tot
persoon varieert. Als u zich niet lekker voelt, kijk dan niet langer naar 3D-beelden en raadpleeg zo nodig
een arts. Raadpleeg ook de bedieningsinstructies van het aangesloten toestel of van de software die bij de
camera is gebruikt. Het gezichtsvermogen van een kind is altijd kwetsbaar (speciaal voor kinderen jonger
dan 6). Vraag advies aan een deskundige, zoals een kinderarts of een oogarts, voordat u hen toestaat naar
3D-beelden te kijken. Let erop dat uw kinderen de hierboven genoemde voorzorgsmaatregelen volgen.
Als u niet binnen de gegeven tijd met de camera langs het gehele onderwerp kunt pannen, ontstaat er een grijs
gebied in het samengestelde beeld. Wij adviseren u voor het verkrijgen van betere resultaten de camera binnen
ongeveer 8 seconden over 180 graden te pannen wanneer u een E18 – 55 mm lens in de groothoekstand
(18 mm) gebruikt. U moet de camera langzamer pannen wanneer u het telegedeelte van de lens gebruikt.
Wanneer u [Breed] selecteert in [Beeldformaat], zult u de camera misschien niet in de gegeven tijd over
het gehele onderwerp kunnen pannen. In dergelijke gevallen adviseren wij u [Standaard] of [16:9] in
[Beeldformaat] te selecteren.
Als u 3D-beeld opneemt met het telegedeelte van een zoomlens, kan vaker grijs gebied ontstaan of kan de
opname stoppen. Het wordt aanbevolen het W-gedeelte (groothoek) van de zoomlens te gebruiken.
De camera gaat verder met het maken van opnamen tijdens de [3D-panor. d. beweg.]-opname en de
sluiter blijft klikken tot het einde van de opname.
Omdat een aantal beelden aan elkaar worden gezet, zal het aangezette deel niet gelijkmatig worden
vastgelegd.
Onder omstandigheden met weinig licht kunnen panoramische 3D-beelden onscherp zijn.
Bij verlichting die knippert, zoals TL-licht, zal de helderheid of de kleuren van het gecombineerde beeld
misschien niet altijd gelijk zijn.
Wanneer de gehele beeldhoek van de panoramische 3D–opname en de beeldhoek waarin u de
scherpstelling en belichting hebt vergrendeld (AE/AF-vergrendeling) door de ontspanknop half in te
drukken, erg veel van elkaar verschillen in helderheid, kleur en scherpte, zal de opname niet goed lukken.
Als dat zo is, neem dan een andere vergrendelde beeldhoek en maak de opnamen opnieuw.
1 MENU t [Opn.modus] t [3D-panor. d. beweg.].
2 Richt de camera op de rand van het
onderwerp en druk vervolgens de
ontspanknop volledig in.
Dit gedeelte wordt niet vastgelegd.
3 Pan de camera naar het einde, volgens de
aanwijzingen op het LCD-scherm.
Aanwijzingsbalk
Opmerkingen
Vervolg r
59
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
[3D-panor. d. beweg.] is niet geschikt wanneer u opnamen maakt van:
Onderwerpen in beweging.
Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden.
Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals
de lucht, een zandstrand of een gazon.
Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval.
Onderwerpen met de zon of elektrische lichten, enz. die veel helderder zijn dan de omgeving.
[3D-panor. d. beweg.] kan in de volgende situaties worden gestopt:
U pant de camera te snel of te langzaam.
De camera wordt te veel bewogen.
U kunt de camera alleen in de horizontale richting pannen wanneer u 3D-panor. d. beweg.-beelden
opneemt.
z Tips voor het vastleggen van een panoramisch
3D-beeld
Maak een opname van een stilstaand onderwerp.
Houd voldoende afstand aan tussen het onderwerp en de
achtergrond.
Maak opnamen in 3D op een helder verlichte plaats,
bijvoorbeeld buitenshuis.
Bepaal de scène en druk de ontspanknop half in, zodat u de
scherpstelling, belichting en witbalans kunt vergrendelen.
Druk vervolgens de ontspanknop geheel in en pan de camera.
Wanneer u een zoomlens gebruikt, kunt u deze het beste met
de W-zijde gebruiken.
U kunt de richting selecteren door MENU t [Beeldformaat] t [Panoramarichting] te
selecteren. U kunt het beeldformaat selecteren door MENU t [Beeldformaat] t
[Beeldformaat] te selecteren.
Pan de camera in een kleine boog op een
constante snelheid in de richting die wordt
aangeduid op het LCD-scherm en houd daarbij
rekening met de volgende punten. U moet
pannen op ongeveer half de snelheid van het
maken van beelden in normale Panorama door
beweging.
z Bestandsnaam van het 3D-beeld
Een 3D-beeld bestaat uit zowel JPEG- als MPO-bestanden.
Als u beelden op een computer importeert die zijn opgenomen in de modus [3D-panor. d.
beweg.] worden de volgende 2 beeldgegevens in dezelfde map op de computer opgeslagen.
•DSC0ssss.JPG
•DSC0ssss.MPO
Als u het JPEG- of het MPO-bestand, die samen het 3D-beeld vormen, wist, zal dat
3D-beeld misschien niet worden weergegeven.
60
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Handm. belichting
U kunt een opname met de gewenste belichtingsinstelling maken door wijziging van
zowel de sluitertijd als het diafragma.
U kunt niet [Flitser uit] en [Automatisch flitsen] selecteren in [Flitsfunctie]. Wanneer u de flitser wilt
gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop om de flitser te activeren. Wanneer u de flitser niet wilt
gebruiken, duwt u de flitser omlaag.
De indicator (waarschuwing SteadyShot) wordt niet weergegeven in de stand voor
handmatige belichting.
De ISO-instelling [ISO AUTO] is in de stand voor handmatige belichting ingesteld op [ISO 200]. Stel de
ISO-gevoeligheid naar behoefte in.
De helderheid van het beeld op het LCD-scherm kan verschillen van die van het beeld dat in
werkelijkheid wordt vastgelegd.
Wanneer u een lens met een Montagestuk A gebruikt (los verkrijgbaar) kunt u de sluitertijd en het
diafragma aanpassen wanneer u met de hand scherpstelt tijdens het opnemen van films.
1 MENU t [Opn.modus] t [Handm. belichting].
2 Selecteer de sluitertijd of het diafragma door
herhaaldelijk op de onderzijde van de
draaiknop te drukken.
Schermen voor de aanpassing van sluitertijd en
diafragma wisselen elkaar af.
Sluitertijd
Diafragma (F-waarde)
3 Selecteer de waarde van uw keuze door de
draaiknop te draaien.
Controleer de belichtingswaarde bij "MM" (gemeten
handmatig).
Naar +: Beelden worden helderder.
Naar –: Beelden worden donkerder.
0: Juiste belichting geanalyseerd door de camera
Gemeten handmatig
4 Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
U kunt de sluitertijd en diafragmawaarde ook aanpassen tijdens het opnemen van films.
Opmerkingen
Vervolg r
61
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Met een lange belichtingstijd kunt u lichtsporen vastleggen. BULB is geschikt voor het
vastleggen van lichtsporen van bijvoorbeeld vuurwerk.
Omdat een lange sluitertijd wordt gebruikt en het moeilijker wordt de camera stil te houden, kunt u het
beste een statief gebruiken.
Hoe langer de belichtingstijd, des te opvallender de ruis op het beeld.
Na de opname wordt de ruisonderdrukking (NR lang-belicht) uitgevoerd gedurende dezelfde tijd dat de
sluiter geopend was. Tijdens de ruisonderdrukking kunt u verder geen opnamen maken.
Wanneer de functie [Lach-sluiter] of [Auto HDR] is geactiveerd, kunt u de sluitersnelheid niet op
[BULB] zetten.
Als u de functie [Lach-sluiter] of [Auto HDR] gebruikt met de sluitertijd op [BULB], wordt de sluitertijd
tijdelijk op 30 seconden gezet.
BULB
1 MENU t [Opn.modus] t [Handm. belichting].
2 Selecteer de sluitertijd door op het midden van de draaiknop te drukken.
3 Draai de draaiknop naar links totdat [BULB]
wordt aangegeven.
[BULB]
4 Druk de ontspanknop tot halverwege in zodat u de scherpstelling kunt
aanpassen.
5 Houd de ontspanknop ingedrukt zolang de opname duurt.
Zolang u de ontspankop ingedrukt houdt, blijft de sluiter geopend.
Opmerkingen
62
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Sluitertijdvoorkeuze
U kunt de beweging van een bewegend onderwerp op diverse manieren tot uitdrukking
brengen door de sluitertijd aan te passen, bijvoorbeeld, de beweging 'bevriezen' met een
snelle sluitertijd of een spoor van beweging achter het onderwerp aan vastleggen met een
langzame sluitertijd. U kunt de sluitertijd ook aanpassen tijdens het opnemen van films.
1 MENU t [Opn.modus] t [Sluitertijdvoorkeuze].
2 Selecteer de waarde van uw keuze met de draaiknop.
3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
Het diafragma wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen.
U kunt niet [Flitser uit] en [Automatisch flitsen] selecteren in [Flitsfunctie]. Wanneer u de flitser wilt
gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop om de flitser te activeren. Wanneer u de flitser niet wilt
gebruiken, duwt u de flitser omlaag.
De -indicator (waarschuwing SteadyShot) wordt niet weergegeven in de stand voor
sluitertijdvoorkeuze.
Wanneer de sluitertijd 1 seconde of meer is, wordt na de opname ruisonderdrukking (NR lang-belicht)
uitgevoerd gedurende dezelfde tijd die de sluiter geopend is geweest. Tijdens de ruisonderdrukking kunt
u verder geen opnamen maken.
Als na het instellen een juiste belichting niet haalbaar is, knippert de diafragmawaarde. U kunt zo wel een
opname maken, maar u kunt beter een andere instelling kiezen.
De helderheid van het beeld op het LCD-scherm kan verschillen van die van het beeld dat in
werkelijkheid wordt vastgelegd.
Wanneer u een lens met een Montagestuk A gebruikt (los verkrijgbaar), kunt u de sluitertijd aanpassen
wanneer u met de hand scherpstelt tijdens het opnemen van films.
Opmerkingen
z Sluitertijd
Wanneer u een snellere sluitertijd gebruikt, lijkt het of een
bewegend onderwerp, zoals een hardloper, auto's of de
branding van de zee, is stilgezet.
Wanneer u een langzamere sluitertijd gebruikt wordt een achter
het onderwerp aan slepend spoor van de beweging vastgelegd
waardoor een natuurlijker en dynamischer beeld ontstaat.
63
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Diafragmavoorkeuze
Maakt personen en voorwerpen voor en achter het onderwerp scherp of onscherp. U kunt
de diafragmawaarde ook aanpassen tijdens het opnemen van films.
1 MENU t [Opn.modus] t [Diafragmavoorkeuze].
2 Selecteer de waarde van uw keuze met de draaiknop.
Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherp, maar personen en voorwerpen voor en achter
het onderwerp zijn onscherp.
Grotere F-waarde: Het onderwerp en de voor- en achtergrond zijn allemaal scherp.
3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
De sluitertijd wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen.
U kunt niet [Flitser uit] en [Automatisch flitsen] selecteren in [Flitsfunctie]. Wanneer u de flitser wilt
gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop om de flitser te activeren. Wanneer u de flitser niet wilt
gebruiken, duwt u de flitser omlaag.
Als na het instellen een juiste belichting niet haalbaar is, knippert de sluitertijd. U kunt zo wel een
opname maken, maar u kunt beter een andere instelling kiezen.
De helderheid van het beeld op het LCD-scherm kan verschillen van die van het beeld dat in
werkelijkheid wordt vastgelegd.
Wanneer u een lens met een Montagestuk A gebruikt (los verkrijgbaar), kunt u het diafragma aanpassen
wanneer u met de hand scherpstelt tijdens het opnemen van films.
Opmerkingen
z Diafragma
Kleinere F-waarde (het diafragma wordt groter) verkleint het
gebied dat scherp is. Zo kunt u scherpstellen op het onderwerp
en voorwerpen en personen voor en achter het onderwerp
onscherp maken. (Er ontstaat minder scherptediepte.)
Grotere F-waarde (het diafragma wordt kleiner) vergroot het
gebied dat scherp is. Hierdoor kunt u de diepte van de
omgeving weergeven. (Er ontstaat meer scherptediepte.)
64
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Autom. programma
De belichting wordt automatisch door de camera aangepast, maar u kunt opnamefuncties
instellen, zoals ISO-gevoeligheid, Creatieve stijl en Dynamisch-Bereikoptimalisatie.
1 MENU t [Opn.modus] t [Autom. programma].
2 U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste instellingen.
3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
U kunt niet [Flitser uit] en [Automatisch flitsen] selecteren in [Flitsfunctie]. Wanneer u de flitser wilt
gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop om de flitser te activeren. Wanneer u de flitser niet wilt
gebruiken, duwt u de flitser omlaag.
Opmerking
z Programma Versch.
U kunt de combinatie van sluitertijd en diafragma
(F-waarde) wijzigen zonder dat u de ingestelde belichting
wijzigt, wanneer u niet de flitser gebruikt.
Selecteer door de draaiknop te draaien de combinatie van
sluitertijd en diafragma (F-waarde).
De indicator van de opnamestand verandert van P in P*.
65
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Flitsfunctie
1 MENU t [Camera] t [Flitsfunctie] t stand van uw keuze.
2 Wanneer u de flitser wilt gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop
om de flitser te activeren.
Van de opnamestand hangt af wat de standaardinstelling is.
Van de opnamestand hangt af welke flitsstanden beschikbaar zijn.
U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u films opneemt.
Wanneer een externe flitser (los verkrijgbaar) is aangesloten op de Handige Accessoireaansluiting 2,
heeft de staat van de externe flitser prioriteit boven de instelling van de camera. Zelfs als u [Flitsfunctie]
instelt op [Invulflits] met de externe flits gesloten, wordt de externe flits niet gebruikt.
Wanneer een externe flitser (los verkrijgbaar) op de Handige Accessoiresaansluiting 2 is aangesloten, kan
de ingebouwde flitser niet uitklappen in de juiste stand. Verwijder de externe flitser van de Handige
Accessoiresaansluiting 2 of duw de ingebouwde flitser omlaag.
Het licht van de flitser kan worden geblokkeerd door de bevestigde lens. Wanneer dit het geval is, wordt
het aanbevolen dat u een externe flitser bevestigt (los verkrijgbaar).
Met de flitser kunt u het onderwerp op donkere plaatsen
helder vastleggen, en het voorkomt tevens
camerabeweging. Wanneer u een opname tegen de zon
in maakt, kunt u de flitser gebruiken om een helder
beeld van het aan de achterzijde belichte onderwerp te
krijgen.
(flitser pop-up)-knop
(Flitser uit) De flitser werkt niet, zelfs niet als deze is uitgeklapt.
(Automatisch
flitsen)
De flitser gaat af wanneer het donker is of wanneer de opname met
tegenlicht wordt gemaakt.
(Invulflits) Elke keer als u de ontspanknop indrukt, wordt er geflitst.
(Langz.flitssync.)
Elke keer als u de ontspanknop indrukt, wordt er geflitst. U kunt met de
langzame-flitssynchronisatieopname een helder beeld van het onderwerp
maar ook van de achtergrond maken door een langere sluitertijd te gebruiken.
(Eindsynchron.)
Steeds wanneer u de ontspanknop indrukt, wordt er geflitst net voordat
de belichting is voltooid. Met eindsynchronisatie kunt u een
natuurlijke foto maken van het spoor van een bewegend onderwerp,
zoals een rijdende auto of een wandelaar.
Opmerkingen
z Tips voor het maken van opnamen met de flitser
De zonnekap kan het licht van de flitser blokkeren. Verwijder de zonnekap wanneer u de
flitser gebruikt.
Maak, wanneer u de flitser gebruikt, een opname van het onderwerp op een afstand van
1m of meer.
Selecteer [Invulflits] wanneer u een onderwerp met tegenlicht vastlegt. De flitser zal zelfs
bij helder daglicht werken en ervoor zorgen dat gezichten helderder worden weergegeven.
66
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
AF/MF-selectie
Selecteert automatische scherpstelling of handmatige scherpstelling.
1 MENU t [Camera] t [AF/MF-selectie] t stand van uw keuze.
Draait u aan de scherpstelring wanneer [D. handm. sch.] of [H. scherpst.] is geselecteerd, dan wordt het
beeld automatisch vergroot zodat u gemakkelijker het scherpstelgebied kunt controleren. U kunt
voorkomen dat het beeld wordt vergroot door MENU t [Instellingen] t [MF Assist] t [Uit] te
selecteren.
(Aut.
scherpst.)
Stelt automatisch scherp.
(D. handm.
sch.)
U kunt na de automatische scherpstelling zelf handmatig de
scherpstelling nauwkeurig aanpassen (Directe Handmatige
Scherpstelling).
(H. scherpst.) Past de scherpstelling handmatig aan. Draai de scherpstelring
naar rechts of naar links zodat het onderwerp duidelijker wordt.
Opmerking
z Handmatig scherpstellen effectief gebruiken
"Scherpstelling fixeren" is handig wanneer u de afstand tot het
onderwerp kunt voorspellen. Met "Scherpstelling fixeren" kunt
u de scherpstelling van tevoren vastzetten op de afstand waarop
het onderwerp voorbij zal komen.
z De juiste afstand tot een onderwerp nauwkeurig
meten
De -markering toont de locatie van de beeldsensor*. Wanneer u de exacte afstand meet
tussen de camera en het onderwerp, kijk dan naar de positie van de horizontale lijn. De
afstand van het lenscontactoppervlak tot de beeldsensor is ongeveer 18 mm.
* De beeldsensor is het onderdeel van de camera dat fungeert als de film.
Als het onderwerp dichterbij is dan de minimale opnameafstand van de gebruikte lens, kan de
scherpstelling niet worden bevestigd. Zorg voor voldoende afstand tussen het onderwerp en de
camera.
18 mm
Vervolg r
67
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
1 MENU t [Camera] t [AF/MF-selectie] t [D. handm. sch.].
2 Druk de ontspanknop half in en stel automatisch scherp.
3 Houd de ontspanknop half ingedrukt, draai de scherpstelring van de lens
zodat de juiste scherpstelling ontstaat.
[Autom. scherpst.] is vast ingesteld op [Enkelv. AF].
D. handm. sch. (Directe Handmatige
Scherpstelling)
Opmerking
68
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
AF-gebied
Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed
scherp te stellen in de stand voor automatische scherpstelling.
1 MENU t [Camera] t [AF-gebied] t stand van uw keuze.
Wanneer deze functie niet is ingesteld op [Multi], kunt u de functie [Gezichtsherkenning] niet gebruiken.
[Multi] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[Multi] is geselecteerd tijdens het opnemen van films. Als u echter een lens met een Montagestuk E
gebruikt en tijdens het opnemen de ontspanknop half indrukt, wordt het scherpstelgebied voor
automatische scherpstelling gebruikt dat u hebt ingesteld voordat u de opnamen hebt gestart.
Wanneer het AF-hulplicht wordt gebruikt, is de instelling van [AF-gebied] ongeldig en wordt het AF-
bereik aangeduid met een gestippelde lijn. AF werkt met als prioriteit het centrale gebied en daaromheen.
(Multi) De camera bepaalt welke van de 25
AF-gebieden wordt gebruikt voor het
scherpstellen.
Wanneer u de ontspanknop half indrukt in
de stand voor het maken van stilstaande
beelden, wordt een groen kader getoond
rond het gebied dat scherp is.
Wanneer de functie
Gezichtsherkenning actief is, werkt AF
met gezichten als prioriteit.
Kader AF-bereikzoeker
(Midden) De camera gebruikt uitsluitend het AF-
gebied in het midden.
Kader AF-bereikzoeker
(Flexibel
punt)
U kunt het scherpstelgebied verplaatsen
naar een klein onderwerp of smal gebied
door op de boven-/onder-/rechter-/
linkerzijde van de draaiknop te drukken.
Kader AF-bereikzoeker
Opmerkingen
69
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Autom. scherpst.
Selecteert de scherpstelmethode die geschikt is voor de beweging van het onderwerp.
1 MENU t [Camera] t [Autom. scherpst.] t stand van uw keuze.
[Enkelv. AF] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Zelfontspanner]
[Scènekeuze], behalve [Sportactie]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[Continue AF] is geselecteerd wanneer de belichting is ingesteld op de stand [Sportactie] in
[Scènekeuze].
In de stand [Continue AF] klinken geen akoestische signalen wanneer het onderwerp scherp is.
(Enkelv. AF) De camera voert de scherpstelling uit en de scherpstelling wordt
vergrendeld wanneer u de ontspanknop half indrukt. Gebruik
deze functie wanneer het onderwerp stilstaat.
(Continue AF) De camera blijft scherpstellen zolang u de ontspanknop half
ingedrukt houdt. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp in
beweging is.
Opmerkingen
70
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Object volgen
Houdt het onderwerp scherp in beeld terwijl het wordt gevolgd.
Het volgen van een onderwerp zal misschien moeilijk zijn in de volgende situaties:
Het onderwerp beweegt te snel.
Het onderwerp is te klein of te groot.
Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond.
Het is donker.
Het omgevingslicht verandert.
Wanneer [Object volgen] is geactiveerd, is de aangepaste instelling van soft-key B ongeldig.
U kunt [Object volgen] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[H. scherpst.]
De [Zoom]-functie van de camera
1 MENU t [Camera] t [Object volgen].
Er verschijnt een doelkader.
2 Plaats het doelkader over het te volgen
onderwerp en selecteer OK.
De camera begint het onderwerp te volgen.
Selecteer als u deze volgfunctie wilt annuleren.
3 Maak een opname van het onderwerp.
Doelkader
Opmerkingen
z Het gezicht volgen waarvan u een opname wilt
maken
De camera stopt met het volgen van een onderwerp wanneer het onderwerp van het scherm
beweegt. Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan] en het te volgen onderwerp
een gezicht is, stelt de camera weer scherp op dat gezicht als het van het scherm verdwijnt
terwijl de camera het volgt en vervolgens weer terugkeert op het scherm.
Als u Lach-sluiter inschakelt terwijl een gezicht wordt gevolgd, wordt het gezicht het doel
van de functie Lachdetectie.
Als u [Object volgen] instelt op [Aan], kan de camera het lichaam volgen wanneer het
gezicht niet zichtbaar is op het LCD-scherm.
71
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Zoom
Met de [Zoom]-functie van de camera, kunt u met de camera het beeld vergroten met een
hogere zoom-vergrotingsfactor dan de optische zoom-factor van de zoom-lens. Wat de
maximale zoom-schaal is die met de [Zoom]-functie van de camera kan worden
ingesteld, hangt af van de instelling van [Beeldformaat] (bladzijde 81), [Helder Beeld
Zoom] (bladzijde 116), of [Digitale zoom] (bladzijde 117).
1 Wanneer u een zoom-lens gebruikt, vergroot u het beeld met de zoom-ring.
2 MENU t [Camera] t [Zoom]t waarde van uw keuze.
De [Zoom]-functies die beschikbaar zijn met deze camera
De [Zoom]-functie van de camera biedt een hogere zoom-vergrotingsfactor doordat de
diverse zoom-functies worden gecombineerd. Het pictogram dat op het LCD-scherm
wordt weergegeven verandert als volgt, afhankelijk van de zoom-functie die is
geselecteerd.
1 : De [Zoom]-functie van de camera wordt niet gebruikt (×1,0 wordt aangeduid).
2 Smart Zoom: U kunt beelden vergroten door ze licht bij te snijden. (Alleen beschikbaar
wanneer [Beeldformaat] is ingesteld op M of S.)
3 Helder Beeld Zoom: U kunt beelden vergroten met een hoogwaardig beeldproces.
4 Digitale zoom: U kunt beelden vergroten met een beeldproces.
Uw doel Helder
Beeld
Zoom
Digi-
tale
zoom
Beeld-
for-
maat
Zoom-schaal met optische zoom
Zoomt in op beelden
door ze bij te snijden in
het beschikbare bereik
(zonder vermindering
van de beeldkwaliteit).
Uit Uit L
M Ongeveer
1,4×
S Ongeveer
Geeft beeldkwaliteit
prioriteit wanneer op
beelden wordt
ingezoomd.
Aan Uit L Ongeveer
2×*
M Ongeveer
2,8×
S Ongeveer
Zoom-schaal (laag) Zoom-schaal (hoog)
Vervolg r
72
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
* Zoom-schaal in de standaardinstelling
U kunt dit item niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit]
U kunt [Helder Beeld Zoom] niet gebruiken wanneer de transportfunctie is ingesteld op ononderbroken
opnamen of bracket-opnamen.
U kunt Smart Zoom of de functie [Helder Beeld Zoom] niet gebruiken bij films. Als u op de knop
MOVIE drukt tijdens het in- of uitzoomen, blijft de camera binnen het bereik van [Digitale zoom].
Wanneer u [Zoom]-functie van de camera gebruikt, is de instelling van [AF-gebied] ongeldig en wordt
het AF-bereik aangeduid met een stippellijn. AF werkt met als prioriteit het centrale gebied en
daaromheen.
Geeft meer vergroting
prioriteit wanneer op
beelden wordt
ingezoomd.
Aan Aan L Ongeveer
M Ongeveer
5,6×
S Ongeveer
Opmerkingen
z De kwaliteit van de [Zoom]-functie van de camera
Omdat op het beeld wordt ingezoomd door middel van digitale verwerking in [Helder Beeld Zoom] en
[Digitale zoom], gaat de kwaliteit van het beeld achteruit in vergelijking met het beeld voordat zoom
werd gebruikt. Als u een zoomlens gebruikt, raden wij u aan eerst volledig op het beeld in te zoomen en
vervolgens de [Zoom]-
functie van de camera te gebruiken als u verder wilt inzoomen.
73
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Gezichtsherkenning
Herkent de gezichten van uw onderwerpen en past de instellingen voor de scherpstelling,
de belichting en de flitser aan en voert automatisch de beeldverwerking aan. U kunt een
gezicht selecteren waar u bij voorkeur op wilt scherpstellen.
1 MENU t [Camera] t [Gezichtsherkenning] t stand van uw keuze.
U kunt [Gezichtsherkenning] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[H. scherpst.]
De [Zoom]-functie van de camera
U kunt [Gezichtsherkenning] alleen selecteren wanneer [AF-gebied] is ingesteld op [Multi] en
[Lichtmeetfunctie] ook is ingesteld op [Multi].
Er kunnen maximaal 8 gezichten van uw onderwerpen worden herkend.
Tijdens het maken van opnamen met [Lach-sluiter] wordt [Gezichtsherkenning] automatisch ingesteld op
[Aan (ger. gezicht.)], ook als [Uit] is ingesteld.
(Aan (ger.
gezicht.))
Stelt scherp op gezichten die zijn geregistreerd voor prioriteit.
(Aan) Selecteert het gezicht waarop de camera automatisch moet
scherpstellen.
(Uit) Maakt geen gebruik van de functie Gezichtsherkenning.
Opmerkingen
Gezichtsherkenning-kader (wit)
Wanneer de camera meer dan 1 onderwerp detecteert, beoordeelt de
camera wat het belangrijkste onderwerp is en stelt daar bij voorkeur op
scherp. Het Gezichtsherkenning-kader voor het hoofdonderwerp wordt
wit. Het kader waarop wordt scherpgesteld wordt groen als u de
ontspanknop half indrukt.
Gezichtsherkenning-kader (grijs/magenta)
Dit kader verschijnt op een waargenomen gezicht dat niet het gezicht is
dat prioriteit heeft voor scherpstelling. Het magenta kader verschijnt op
een gezicht dat is geregistreerd met [Gezichtsregistratie].
74
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Gezichtsregistratie
Detecteert gezichten waarvoor informatie van tevoren is geregistreerd, wanneer
[Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)].
1 MENU t [Camera] t [Gezichtsregistratie] t stand van uw keuze.
1 MENU t [Camera] t [Gezichtsregistratie] t [Nieuwe registratie].
2 Plaats het geleidingskader over het te registreren gezicht en druk op de
ontspanknop.
3 Selecteer OK wanneer een bevestigingsbericht verschijnt.
Er kunnen maximaal 8 gezichten worden geregistreerd.
Maak een opname van het gezicht van voren op een helder verlichte plaats. Het gezicht wordt misschien
niet goed geregistreerd als het wordt verborgen met een hoed, een masker, een zonnebril, enz.
De geregistreerde gezichten worden niet gewist door [Terugstellen]. Zelfs wanneer u de gezichten wist
door [Wissen] te selecteren, blijven de gezichtsgegevens opgeslagen in de camera. Als u de
gezichtsgegevens volledig uit de camera wilt verwijderen, selecteert u [Alles verwijderen].
Nieuwe registratie Registreert een nieuw gezicht.
Volgorde wijzigen Wijzigt de prioriteit van gezichten die eerder zijn geregistreerd.
Wissen Wist een geregistreerd gezicht. Selecteer een gezicht en druk op OK.
Alles verwijderen Wist alle geregistreerde gezichten.
Nieuwe registratie
Opmerkingen
Volgorde wijzigen
1 MENU t [Camera] t [Gezichtsregistratie]
t [Volgorde wijzigen].
2 Selecteer een gezicht waarvoor u de
prioriteit wilt wijzigen.
3 Selecteer het prioriteitsniveau.
Hoe kleiner het getal van de positie, des te hoger de
prioriteit.
75
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Lach-sluiter
Wanneer de camera een glimlach waarneemt, wordt de sluiter automatisch geopend.
U kunt de gevoeligheid voor het waarnemen van een glimlach instellen met Option.
U kunt [Lach-sluiter] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[H. scherpst.]
Als u [Lach-sluiter] instelt op [Aan] terwijl de [Zoom]-functie van de camera wordt gebruikt, wordt de
[Zoom]-functie van de camera geannuleerd.
Het maken van opnamen met Lach-sluiter eindigt automatisch wanneer de geheugenkaart vol raakt.
Afhankelijk van de omstandigheden zal een lach misschien niet goed worden waargenomen.
De transportfunctie gaat automatisch over naar [Enkele opname].
1 MENU t [Camera] t [Lach-sluiter] t
[Aan].
2 De gevoeligheid voor het waarnemen van
een glimlach instellen, Option t instelling
van uw keuze.
3 Wacht tot er een glimlach wordt
waargenomen.
Wanneer het glimlachniveau het b-punt op de indicator
overschrijdt, maakt de camera automatisch beelden.
Als u op de ontspanknop drukt tijdens het maken van
Lach-sluiter-opnamen, maakt de camera de opname en
keert vervolgens terug naar de modus Lach-sluiter.
4 De stand Lach-sluiter afsluiten, MENU t
[Camera] t [Lach-sluiter] t [Uit].
(Uit)
Gebruikt de Lach-sluiter niet.
(Aan) Gebruik de Lach-sluiter.
(Schaterlach) Neemt een schaterlach waar.
(Normale lach) Neemt een normale glimlach waar.
(Glimlach) Neemt zelfs een geringe glimlach waar.
Opmerkingen
Gezichtsherkenning-
kader (oranje)
Lachdetectie-indicator
Vervolg r
76
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
z Tips voor het beter vastleggen van glimlachen
De sluiter treedt in werking wanneer bij iemand een glimlach wordt waargenomen.
Als een gezicht is geregistreerd, neemt de camera alleen de glimlach van dat gezicht waar.
Als een glimlach niet wordt waargenomen, stel dan de gevoeligheid in met Option.
1 Bedek de ogen niet met haar (pony), enz.
Verberg het gezicht niet met een hoed, een masker, een
zonnebril, enz.
2 Probeer het gezicht op de camera gericht te houden en houd
het gezicht zo recht mogelijk.
Houd de ogen een beetje dicht.
3 Glimlach duidelijk met open mond.
De glimlach is gemakkelijker waar te nemen wanneer de
tanden zichtbaar zijn.
77
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Aut. portretomkad.
Wanneer de camera een gezicht waarneemt en er een opname van maakt, wordt het
vastgelegde beeld automatisch bijgesneden voor een geschikte compositie. Het
oorspronkelijke maar ook het bijgesneden beeld worden opgeslagen. Het bijgesneden
beeld wordt vastgelegd met hetzelfde beeldformaat als dat van het oorspronkelijke beeld.
1 MENU t [Camera] t [Aut. portretomkad.] t stand van uw keuze.
wordt groen wanneer de camera vaststelt dat de bijsnijdfunctie beschikbaar is.
Een kader dat het bijgesneden gebied laat zien, wordt na de opname aangeduid op het scherm
voor automatische weergave.
U kunt [Aut. portretomkad.] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand], [Sportactie] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Soft focus] [HDR-schilderij] [Mono. m. rijke tonen] [Miniatuur] in [Foto-effect]
[RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit]
[Auto HDR] in [DRO/Auto HDR]
De [Zoom]-functie van de camera
Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit]
Het bijgesneden beeld zal, afhankelijk van de opnameomstandigheden misschien niet de optimale
compositie zijn.
(Uit) Maakt geen gebruik van de functie Automatische
portretomkadering.
(Automatisch) Gebruikt de functie Automatische portretomkadering.
Opmerkingen
78
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Zachte-huideffect
Stelt het effect in dat wordt gebruikt voor het gelijkmatig opnemen van de huid in de
functie Gezichtsherkenning.
1 MENU t [Camera] t [Zachte-huideffect] t [Aan].
2 De intensiteit van het Zachte-huideffect, Option t instelling van uw
keuze.
U kunt de intensiteit van het effect instellen Zachte-huideffect met Option.
U kunt [Zachte-huideffect] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
Films opnemen
[Continue opname]
[Snelh. continutr.]
[Bracket: continu]
[Zelfontsp.(Cont.)]
[Sportactie] in [Scènekeuze]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[RAW] in [Kwaliteit]
Deze functie zal afhankelijk van uw onderwerp misschien niet werken.
(Aan) Gebruikt de functie Zachte-huideffect.
(Uit) Maakt geen gebruik van de functie Zachte-huideffect.
(Hoog) Stelt Zachte-huideffect in op hoog.
(Gemiddeld) Stelt Zachte-huideffect in op middel.
(Laag) Stelt Zachte-huideffect in op laag.
Opmerkingen
79
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Lijst met opnametips
Biedt u de mogelijkheid alle opnametips in de camera te doorzoeken.
Gebruik deze optie wanneer u opnametips wilt bekijken die u al eerder hebt gezien.
1 MENU t [Camera] t [Lijst met opnametips].
2 Zoeken naar de opnametip van uw keuze.
Blader omhoog en omlaag door de tekst door de draaiknop te draaien.
U kunt een tip openen vanuit de [Inhoud].
80
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
DISP-knop (scherm)
Biedt u de mogelijkheid te selecteren welke weergavestanden voor het scherm kunnen
worden geselecteerd met [Inhoud weergeven] (bladzijde 39) in de opnamestand.
1 MENU t [Camera] t [DISP-knop (scherm)].
2 Selecteer de stand van uw keuze.
De items die zijn gemarkeerd met , zijn beschikbaar.
Graf. weerg. Toont eenvoudige informatie over het maken van
opnamen.
Geeft een grafische weergave van de sluitertijd en
de diafragmawaarde, behalve wanneer
[Opn.modus] is ingesteld op [Panorama d. beweg.]
of [3D-panor. d. beweg.].
Alle info
weergeven
Toont opname-informatie.
Grote letters Toont alleen grotere items in groter formaat.
Geen info Toont geen opname-informatie.
Histogram Toont de luminantieverdeling grafisch.
Voor zoeker Toont alleen opname-informatie op het scherm
(geen beeld). Selecteer deze optie wanneer u een
opname maakt met behulp van een zoeker (los
verkrijgbaar).
81
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Beeldformaat
Het beeldformaat bepaalt de omvang van het beeldbestand dat wordt vastgelegd wanneer
u een beeld vastlegt.
Hoe groter het beeldformaat, des te meer details zullen worden gereproduceerd wanneer
het beeld wordt afgedrukt op een groot formaat papier. Hoe kleiner het beeldformaat, des
te meer beelden kunnen worden vastgelegd.
1 MENU t [Beeldformaat] t [Beeldformaat] t stand van uw keuze.
Wanneer u stilstaande beelden afdrukt die zijn vastgelegd met 16:9-beeldverhouding, zullen de beide
randen misschien wegvallen.
Wanneer u een RAW-beeld selecteert met [Kwaliteit], komt het beeldformaat overeen met L.
Stilstaand beeld
Beeldformaat wanneer [Beeldverhouding]
is 3:2
Richtlijnen voor gebruik
L:16M 4912 × 3264 pixels Voor afdrukken tot A3+-formaat
M:8.4M 3568 × 2368 pixels Voor afdrukken tot A4-formaat
S:4.0M 2448 × 1624 pixels Voor afdrukken op L/2L-formaat
Beeldformaat wanneer [Beeldverhouding]
is 16:9
Richtlijnen voor gebruik
L:14M 4912 × 2760 pixels Voor weergave op een High-Definition-tv
M:7.1M 3568 × 2000 pixels
S:3.4M 2448 × 1376 pixels
Opmerkingen
3D-panor. d. beweg.
(16:9) Neemt beelden op met een formaat dat geschikt is voor high-
definition-tv.
Horizontaal: 1920 × 1080
(Standaard) Maakt beelden in standaardformaat.
Horizontaal: 4912 × 1080
(Breed) Maakt beelden in breed formaat.
Horizontaal: 7152 × 1080
Vervolg r
82
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Het beeldformaat varieert afhankelijk van de instelling [Panoramarichting].
Wanneer u panoramische beelden afdrukt, worden de beide zijkanten misschien afgesneden.
Panorama d. beweg.
(Standaard) Maakt beelden in standaardformaat.
Verticaal: 3872 × 2160
Horizontaal: 8192 × 1856
(Breed) Maakt beelden in breed formaat.
Verticaal: 5536 × 2160
Horizontaal: 12416 × 1856
Opmerking
z Tips voor het selecteren van het beeldformaat
De beelden worden, afhankelijk van de geselecteerde stand, anders weergegeven.
16:9 Standaard Breed
Wanneer [Standaard] of [Breed] is geselecteerd, worden de beelden gescrold wanneer u op
het midden van de draaiknop drukt.
83
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Beeldverhouding
Stelt de beeldverhouding in van stilstaande beelden.
1 MENU t [Beeldformaat] t [Beeldverhouding] t stand van uw keuze.
U kunt dit item niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
3:2 Standaard-beeldverhouding. Geschikt voor afdrukken.
16:9 Voor weergave op een High-Definition-tv.
Opmerking
84
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Kwaliteit
Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden.
1 MENU t [Beeldformaat] t [Kwaliteit] t stand van uw keuze.
U kunt dit item niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
U kunt geen DPOF-registratie (afdrukopdracht) toevoegen aan beelden in RAW-indeling.
U kunt [Auto HDR] niet gebruiken met [RAW]- en [RAW en JPEG]-beelden.
RAW (RAW) Bestandsindeling: RAW (Legt opnamen vast in de RAW-
compressie-indeling.)
Bij deze bestandsindeling kunt u geen digitale verwerking op de
beelden uitvoeren. Selecteer deze indeling als u beelden op een
computer wilt verwerken voor professionele doelen.
Het beeldformaat ligt vast op de maximale omvang. Het
beeldformaat wordt niet weergegeven op het LCD-scherm.
RAW+J (RAW en
JPEG)
Bestandsindeling: RAW (Legt opnamen vast in de RAW-
compressie-indeling.) + JPEG
Er worden tegelijkertijd een RAW-beeld en een JPEG-beeld
gemaakt. Dit is handig wanneer u 2 beeldbestanden nodig hebt:
een JPEG voor weergave en een RAW voor bewerking.
De beeldkwaliteit is vastgelegd op [Fijn] en het beeldformaat
is vastgelegd op [L].
FINE (Fijn) Bestandsindeling: JPEG
Het beeld wordt bij de opname gecomprimeerd in de JPEG-
indeling. Omdat de compressieverhouding van [Standaard]
hoger is dan die van [Fijn], is de bestandsgrootte van [Standaard]
kleiner dan die van [Fijn]. Hiermee kunnen meer bestanden
worden opgenomen op 1 geheugenkaart, maar de kwaliteit wordt
lager.
Wanneer u niet beelden gaat wijzigen op uw computer,
adviseren wij u [Fijn] of [Standaard] te selecteren.
STD (Standaard)
Opmerkingen
z RAW-beelden
Het bestand in RAW-indeling zijn de ruwe gegevens die nog een digitale bewerking moeten
ondergaan. Een RAW-bestand verschilt van een meer algemeen gebruikte bestandsindeling
zoals JPEG, dat wil zeggen, het is ruw materiaal dat nog moet worden verwerkt voor
professionele doeleinden.
U hebt het softwareprogramma "Image Data Converter" nodig, dat op de CD-ROM
(bijgeleverd) staat, als u een RAW-beeld wilt openen dat met deze camera is vastgelegd.
Met behulp van dit softwareprogramma kan een RAW-beeld worden geopend en
geconverteerd naar een meer algemeen gebruikt bestandsindeling, zoals JPEG of TIFF, en
kunnen de witbalans, de kleurverzadiging, het contrast, enz., worden aangepast.
85
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Panoramarichting
Stelt de richting in voor het pannen van de camera wanneer u 3D-panor. d. beweg.- of
Panorama d. beweg.-beelden maakt.
1 MENU t [Beeldformaat] t [Panoramarichting] t stand van uw keuze.
3D-panor. d. beweg.
(Rechts) 'Pan' de camera van links naar rechts.
(Links) 'Pan' de camera van rechts naar links.
Panorama d. beweg.
(Rechts) 'Pan' de camera in de richting die u hebt ingesteld.
(Links)
(Naar boven)
(Naar beneden)
86
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Bestandsindeling
Selecteert de bestandsindeling voor films.
1 MENU t [Beeldformaat] t [Bestandsindeling] t stand van uw keuze.
AVCHD Legt 60i-/50i-films of 24p-/25p-films vast in de indeling
AVCHD. Deze bestandsindeling is geschikt voor weergave van
de film op een H-D-TV-toestel. U kunt een Blu-ray Disc, een
AVCHD-opnameschijf of een DVD-Video-schijf maken met de
bijgeleverde software "PlayMemories Home".
60i-/50i-films worden vastgelegd bij respectievelijk 60 velden/
seconde en bij 50 velden/seconde. Zowel 60i- als 50i-films maken
gebruik van het interlace scanning-systeem, Dolby Digital-audio en de
AVCHD-indeling.
24p-/25p-films worden vastgelegd bij respectievelijk 24 beeldjes/
seconde en bij 25 beeldjes/seconde. Zowel 24p- als 25p-films maken
gebruik van het progressive scanning-systeem, Dolby Digital-audio en
de AVCHD-indeling.
MP4 Maakt mp4-films (AVC). Deze indeling is geschikt voor
webuploads, e-mailbijlagen enzovoort.
Films worden opgenomen in MPEG-4-indeling bij ongeveer
30 beeldjes/seconde, met het progressive scanning-systeem,
AAC-audio en de mp4-indeling.
Een kunt geen schijf maken van de films die zijn vastgelegd in deze
indeling met de bijgeleverde software "PlayMemories Home".
z Controle uitvoeren op 60i of 50i
Als u wilt nagaan of uw camera een toestel is dat geschikt is voor 1080 60i of 1080 50i-, kijk
dan of u de volgende merktekens vindt op de onderzijde van de camera.
Toestel geschikt voor 1080 60i: 60i
Toestel geschikt voor 1080 50i: 50i
z Films afspelen op één van beide toestellen
Deze camera gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor opnamen in AVCHD-
indeling.
Films vastgelegd in AVCHD-indeling met deze camera kunnen niet worden afgespeeld door
de volgende toestellen.
Toestellen geschikt voor andere AVCHD-indelingen die niet geschikt zijn voor High
Profile
Toestellen die niet geschikt zijn voor de AVCHD-indeling
Deze camera gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 Main Profile voor opnamen in MP4-indeling.
Om deze reden kunnen films die met deze camera zijn vastgelegd in de MP4-indeling, niet
worden afgespeeld op toestellen die MPEG-4 AVC/H.264 niet ondersteunen.
87
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Opname-instelling
Selecteert het beeldformaat, beeldfrequentie en beeldkwaliteit voor het vastleggen van
films. Hoe hoger de gegevensfrequentie (gemiddelde bit-frequentie) per seconde, des te
hoger de beeldkwaliteit.
1 MENU t [Beeldformaat] t [Opname-instelling] t stand van uw keuze.
* Toestel geschikt voor 1080 60i
** Toestel geschikt voor 1080 50i
Films die zijn opgenomen met de instelling [60i 24M(FX)/50i 24M(FX)]/[24p 24M(FX)/25p 24M(FX)]
in [Opname-instelling], worden door "PlayMemories Home" geconverteerd voor een AVCHD-schijf.
Deze conversie kan veel tijd in beslag nemen. U kunt geen schijf maken met de originele beeldkwaliteit.
Als u de originele beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films opslaan op een Blu-ray Disc.
U kunt 24p/25p-films alleen bekijken op een TV-toestel, dat geschikt is voor 24p/25p. Als u een tv-
toestel gebruikt dat niet geschikt is, worden de films geconverteerd naar 60i/50i en uitgestuurd naar het
tv-toestel.
[Bestandsindeling]:
[AVCHD]
Gemiddelde
bit-frequentie
Opnemen
60i 24M(FX)*
50i 24M(FX)**
24 Mbps Neemt films op in hoge beeldkwaliteit van
1920 × 1080 (60i/50i).
60i 17M(FH)*
50i 17M(FH)**
17 Mbps Neemt films op in standaard
beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i).
24p 24M(FX)*
25p 24M(FX)**
24 Mbps Neemt films op in hoge beeldkwaliteit van
1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer
als in een bioscoop.
24p 17M(FH)*
25p 17M(FH)**
17 Mbps Neemt films op in standaard
beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p).
Dit geeft een sfeer als in een bioscoop.
[Bestandsindeling]: [MP4]
Gemiddelde
bit-frequentie
Opnemen
1440×1080 12M 12 Mbps Neemt films op van 1440 × 1080.
VGA 3M 3 Mbps Neemt films op van VGA-formaat.
Opmerkingen
z Controle uitvoeren op 60i of 50i
Als u wilt nagaan of uw camera een toestel geschikt is voor 1080 60i of 1080 50i-, kijk dan
of u de volgende merktekens vindt op de onderzijde van de camera.
Toestel geschikt voor 1080 60i: 60i
Toestel geschikt voor 1080 50i: 50i
88
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
ISO
Stelt de lichtgevoeligheid in.
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [ISO] t instelling van uw keuze.
[ISO AUTO] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
Hoe hoger het getal, des te hoger het ruisniveau is.
Wanneer de belichtingsstand wordt ingesteld op [Autom. programma], [Diafragmavoorkeuze],
[Sluitertijdvoorkeuze] en [ISO] wordt ingesteld op [ISO AUTO], wordt de ISO-waarde automatisch
ingesteld op een waarde tussen ISO200 en ISO3200.
U kunt hoogstens ISO3200 selecteren voor het opnemen van films. Wanneer u films opneemt met een
ISO van hoger dan 3200, wordt ISO automatisch 3200 en wordt na afloop van de opname de vorige
waarde opnieuw ingesteld.
De [ISO AUTO]-instelling is niet beschikbaar in de [Handm. belichting]. Als u de belichtingsstand
wijzigt in [Handm. belichting] met de instelling [ISO AUTO], wordt deze omgezet naar 200. Stel de ISO
in in overeenstemming met uw opname-omstandigheden.
(ISO AUTO) Stelt automatisch de ISO-gevoeligheid in.
200/400/800/1600/
3200/6400/12800/
16000
Stelt de gevoeligheid voor licht in van de beeldsensor. Hogere
gevoeligheden maken snellere sluitertijden en/of kleinere
diafragma's (hogere F-waarden) mogelijk. Hoe hoger de
gevoeligheid, des te meer beeldruis zichtbaar kan worden.
Opmerkingen
z De ISO-gevoeligheid (aanbevolen belichtingsindex)
aanpassen
ISO-instelling (snelheid) is de lichtgevoeligheid van opname-media die een beeldsensor die
licht ontvangt, omvatten. Ook als de belichting hetzelfde is, verschillen beelden afhankelijk
van de ISO-instelling.
Hoge ISO-gevoeligheid
Met hoge ISO-gevoeligheid zullen beelden worden vastgelegd
met de juiste helderheid, zelfs bij onvoldoende belichting.
Wanneer u echter de ISO-gevoeligheid hoger maakt, zal dat
ruis in de afbeeldingen veroorzaken.
Lage ISO-gevoeligheid
U kunt fraaie beelden vastleggen. De compensatie voor de
lagere ISO-gevoeligheid zal echter zijn dat de sluitertijd
langer wordt. U moet daarom ook rekening houden met
bewegingsonscherpte of beweging van onderwerpen.
89
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Witbalans
Past de kleurtemperatuur aan aan de lichtomstandigheden van de omgeving.
Gebruik deze functie als de kleurtemperatuur van het beeld er niet uitziet zoals u
verwachtte, of als u doelbewust de kleurtemperatuur wilt veranderen voor een
fotografisch effect.
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t stand van uw keuze.
U kunt de kleurtemperatuur nauwkeurig aanpassen met Option.
Zie de uitleg bij de verschillende standen voor informatie over het aanpassen van de
witbalans aan een specifieke lichtbron.
[Aut. witbalans] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
AWB (Aut. witbalans) De camera neemt automatisch een lichtbron waar en past
de kleurtemperatuur erop aan.
(Daglicht) Bij de selectie van een optie die geschikt is voor een
bepaalde lichtbron, wordt de kleurtemperatuur aangepast
aan de lichtbron (vooraf ingestelde witbalans).
(Schaduw)
(Bewolkt)
(Gloeilamp)
(TL-licht: warm wit)
(TL-licht: koel wit)
(TL-licht:
daglichtwit)
(TL-licht: daglicht)
(Flitslicht)
(Kl.temp./Filter) Past de kleurtemperatuur aan afhankelijk van de
lichtbron. Bereikt het effect van CC-filters voor
fotografie (CC - Color Compensation
(Kleurcompensatie)).
(Eigen) Maakt gebruik van de witbalansinstelling mogelijk die
wordt behouden door [Eigen instelling].
(Eigen instelling) Slaat de witte basiskleur op in het geheugen (Eigen
witbalans).
Opmerking
Vervolg r
90
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t stand van uw keuze.
2 Als het nodig is, kunt u met Option t de kleurtemperatuur aanpassen
door op de boven-/onder-/rechter-/linkerzijde van de draaiknop te
drukken of de grafiek op het scherm aan te raken.
U kunt de kleurtemperatuur aanpassen in de richting van G (groen), M (magenta), A (oranje)
of B (blauw).
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t [Kl.temp./Filter].
2 Option t selecteer de gewenste kleurtemperatuur door de draaiknop te
draaien.
Hoe hoger het getal is, des te roder het beeld wordt, en hoe lager het getal is, des te blauwer
het beeld wordt.
3 Pas de kleurtemperatuur aan door op de boven-/onder-/rechter-/
linkerzijde van de draaiknop te drukken.
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t [Eigen instelling].
2 Houd de camera zo dat het witte gebied het AF-gebied in het midden
volledig bedekt en druk vervolgens op de ontspanknop.
De sluiter klikt en de geijkte waarden (kleurtemperatuur en kleurfilter) worden weergegeven.
3 De eigen witbalansinstelling oproepen, MENU t [Helderheid/kleur] t
[Witbalans] t [Eigen].
U kunt de kleurtemperatuur nauwkeurig aanpassen met Option.
De kleurtemperatuur nauwkeurig aanpassen
Kl.temp./Filter
Eigen witbalans
z Effecten van verlichtingscondities
De zichtbare kleur van het onderwerp wordt beïnvloed door de verlichtingscondities.
De kleurtemperatuur wordt automatisch aangepast, maar u kunt kleurtemperatuur handmatig
aanpassen met de functie [Witbalans].
Weer/
verlichting
Daglicht Bewolkt TL-licht Gloeilamp
Eigenschappen
van het licht
Wit (standaard) Blauwachtig Groengetint Roodachtig
Vervolg r
91
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Als de flitser afgaat wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt, wordt een eigen witbalansinstelling
opgeslagen waarbij rekening wordt gehouden met het flitslicht. Gebruik bij latere opnamen ook de flitser.
Het bericht "Fout eigen witbalans" geeft aan dat de waarde het verwachte bereik overschrijdt. (Wanneer
de flitser wordt gebruikt bij een onderwerp dat zich dichtbij bevindt, of bij een subject met een heldere
kleur zich in het kader bevindt.) Als u deze waarde registreert, wordt de -indicator geel op het scherm
met opname-informatie. U kunt nu een opname maken, maar het wordt aanbevolen dat u de witbalans
opnieuw instelt voor een nauwkeurigere witbalanswaarde.
Opmerkingen
92
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Lichtmeetfunctie
Selecteert de lichtmeetfunctie die instelt welk deel van het onderwerp moet worden
gemeten voor het bepalen van de belichting.
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Lichtmeetfunctie] t stand van uw
keuze.
Als u [Lichtmeetfunctie] anders instelt dan op [Multi], kunt u de functie [Gezichtsherkenning] niet
gebruiken.
[Multi] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
Films opnemen
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
De [Zoom]-functie van de camera
[Lach-sluiter]
(Multi) Het licht wordt op elk veld gemeten na opdeling van het totale
gebied in meerdere velden en zo wordt de juiste belichting van het
gehele scherm bepaald (Multi-patroonmeting).
(Midden) Meet de gemiddelde helderheid van het hele scherm, terwijl de
nadruk ligt op het middengedeelte van het scherm
(Middengewogen meting).
(Spot) Meet alleen het middengedeelte
(Spotmeting). Deze functie is nuttig
wanneer het onderwerp van achteren
wordt belicht of wanneer er een sterk
contrast is tussen het onderwerp en de
achtergrond.
De kruisdraden van de
spotmeting worden op
het onderwerp
geplaatst.
Opmerkingen
93
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Flitscompensatie
Past de hoeveelheid flitslicht aan in stappen van 1/3 EV in het bereik van –2,0 EV tot
+2,0 EV.
Flitscompensatie verandert alleen de hoeveelheid flitslicht. Belichtingscompensatie
verandert de hoeveelheid flitslicht in combinatie met de verandering van de sluitertijd en
het diafragma.
1 Druk op (flitserknop) om de flitser te activeren.
2
MENU
t
[Helderheid/kleur]
t
[Flitscompensatie]
t
waarde van uw keuze.
Hogere waarde kiezen (+-zijde) verhoogt het flitsniveau en maakt beelden helderder. Lagere
waarde kiezen (–-zijde) verlaagt het flitsniveau en maakt beelden donkerder.
U kunt [Flitscompensatie] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
Het kan zijn dat het hogere flitseffect niet zichtbaar is, omdat de beschikbare hoeveelheid flitslicht
beperkt is als het onderwerp zich buiten het maximumbereik van de flitser bevindt. Als het onderwerp
zich erg dichtbij bevindt, is het mogelijk dat het lagere flitseffect niet zichtbaar is.
Opmerkingen
z Tips voor het aanpassen van de helderheid wanneer
u opnamen van mensen maakt
Het is belangrijk dat u de helderheid van mensen in
nachtelijke portretten uitbalanceert tegen de donkere
achtergrond. U kunt de helderheid van mensen dicht bij de
camera aanpassen door de intensiteit van het flitslicht te
wijzigen.
Als het onderwerp ver weg staat van de flitser en ook na
aanpassing nog te donker is, ga dan dichter naar uw
onderwerp toe.
94
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
DRO/Auto HDR
Corrigeert de helderheid of het contrast.
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [DRO/Auto HDR] t stand van uw keuze.
U kunt [DRO/Auto HDR] alleen selecteren in de volgende standen:
[Handm. belichting]
[Sluitertijdvoorkeuze]
[Diafragmavoorkeuze]
[Autom. programma]
Corrigeert de helderheid van het beeld (DRO: Dynamic Range Optimizer - Dynamisch-
bereikoptimalisatie).
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [DRO/Auto HDR] t [D.-bereikopt.].
2 Option t waarde van uw keuze.
[Automatisch] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Portret], [Landschap], [Macro], [Sportactie] in [Scènekeuze]
Bij het opnemen met de Dynamisch-bereikoptimalisatie kan het beeld ruis bevatten. Selecteer het juiste
niveau door het vastgelegde beeld te controleren, vooral wanneer u het effect laat toenemen.
(Uit) Gebruikt [DRO/Auto HDR] niet.
(D.-
bereikopt.)
Door het beeld op te delen in kleine velden, analyseert de camera
het contrast van licht en schaduw tussen het onderwerp en de
achtergrond, en produceert een beeld waarin de helderheid en
gradatie optimaal is.
(Auto HDR) Maakt 3 beelden met verschillende belichting en legt dan het
heldere gebied van het onderbelichte beeld over het donkere
gebied van het overbelichte beeld, zodat een beeld ontstaat met
een rijke gradatie. Er wordt 1 beeld met een juiste belichting en
1 opgelegd beeld vastgelegd.
Opmerking
D.-bereikopt.
(Automatisch) Corrigeert automatisch de helderheid.
Lv1 – Lv5 Optimaliseert de gradaties van een vastgelegd beeld in elk van
de gebieden van het beeld. Selecteer het optimale niveau tussen
Lv1 (zwak) en Lv5 (krachtig).
Opmerkingen
Vervolg r
95
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Verbreedt het bereik (gradaties) zodat u in de juiste helderheid beelden kunt opnemen
van heldere delen tot in donkere delen (Auto High Dynamic Range). Er wordt 1 beeld
met een juiste belichting en 1 opgelegd beeld vastgelegd.
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [DRO/Auto HDR] t [Auto HDR].
2 Option t waarde van uw keuze.
U kunt pas beginnen met de volgende opname als het proces van het vastleggen na de opname is voltooid.
U kunt deze functies niet gebruiken met [RAW]- en [RAW en JPEG]-beelden.
Aangezien de sluiter 3 keer wordt geopend voor 1 opname, dient u op het volgende te letten:
Gebruik deze functie wanneer het onderwerp niet beweegt en niet knippert.
Componeer het beeld niet opnieuw.
U krijgt misschien, afhankelijk van het luminantieverschil van een onderwerp en de
opnameomstandigheden, niet het gewenste effect.
Wanneer de flitser wordt gebruikt, heeft deze functie weinig effect.
Wanneer de scène weinig contrast heeft, de opname aanzienlijk bewegingsonscherp is of het onderwerp
van de opname wazig is, zult u misschien geen goede HDR-beelden krijgen. Als de camera een dergelijke
situatie waarneemt, wordt aangeduid op het vastgelegde beeld zodat u weet wat er aan de hand is.
Maak nog een opname, maak een nieuwe beeldcompositie en besteed aandacht aan de onscherpte.
Auto HDR
(Auto HDR:
belichtingsver.
auto)
Corrigeert automatisch het belichtingsverschil.
1,0 EV – 6,0 EV Stelt het belichtingsverschil in op basis van het contrast van het
onderwerp. Selecteer het optimale niveau tussen 1,0 EV (zwak)
en 6,0 EV (krachtig).
Opmerkingen
96
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Foto-effect
U kunt diverse patronen verkrijgen door opnamen te maken met een effectfilter.
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Foto-effect] t stand van uw keuze.
(Uit) Maakt geen gebruik van de functie Beeldeffect.
(Speelgoedcamera)
Creëert het beeld van een foto van een
speelgoedcamera met vervaagde hoeken
en geprononceerde kleuren.
U kunt de kleurtint instellen met
Option.
(Hippe
kleuren)
Creëert een levendig uiterlijk door
kleurtinten te accentueren.
(Posterisatie) Creëert een hoog contrast, abstract
uiterlijk doordat de primaire kleuren
worden geaccentueerd, of in zwart-wit.
U kunt primaire kleuren of zwart-wit
selecteren met Option.
(Retrofoto) Creëert het uiterlijk van een oude foto
met sepia kleurtinten en vervaagd
contrast.
(Zachte felle
kleuren)
Creëert een beeld met een aangewezen
sfeer: helder, transparant, vluchtig, teer,
zacht.
(Deelkleur) Creëert een beeld waarin een bepaalde
kleur wordt behouden, maar de andere
kleuren worden omgezet in zwart-wit.
U kunt een kleur selecteren met Option.
(Hg. contr.
monochr.)
Creëert een hoog contrast, een abstract
beeld in zwart-wit.
Vervolg r
97
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
U kunt [Foto-effect] alleen selecteren in de volgende standen:
[Handm. belichting]
[Sluitertijdvoorkeuze]
[Diafragmavoorkeuze]
[Autom. programma]
U kunt [Foto-effect] niet gebruiken met [RAW]- en [RAW en JPEG]-beelden.
De effecten [Speelgoedcamera] en [Miniatuur] zullen misschien niet beschikbaar zijn bij de [Zoom]-
functie van de camera.
Wanneer [Deelkleur] is geselecteerd, zullen beelden afhankelijk van het onderwerp misschien niet de
geselecteerde kleur behouden.
U kunt de volgende effecten niet controleren op het opnamescherm, omdat de camera nog bezig is het
beeld dat zojuist is opgenomen, te verwerken. Ook kunt u pas een ander beeld opnemen als de
beeldverwerking is voltooid. U kunt deze effecten bij films gebruiken.
[Soft focus]
[HDR-schilderij]
[Mono. m. rijke tonen]
–[Miniatuur]
In het geval van [HDR-schilderij] en [Mono. m. rijke tonen] wordt de sluiter 3 maal geopend voor
1 opname. Let vooral op het volgende:
Gebruik deze functie wanneer het onderwerp niet beweegt en niet knippert.
Componeer het beeld niet opnieuw.
Wanneer de scène weinig contrast heeft, de opname aanzienlijk bewegingsonscherp is of het onderwerp van
de opname wazig is, zult u misschien geen goede HDR-beelden krijgen. Als de camera een dergelijke
situatie waarneemt, wordt / aangeduid op het vastgelegde beeld zodat u weet wat er aan de
hand is. Maak nog een opname, maak een nieuwe beeldcompositie en besteed aandacht aan de onscherpte.
(Soft focus) Creëert een beeld dat is gevuld met een
zacht verlichtingseffect.
U kunt de intensiteit van het effect
instellen met Option.
(HDR-
schilderij)
Creëert het uiterlijk van een schilderij,
waarbij de kleuren en details worden
geaccentueerd.
De camera ontspant de sluiter 3 keer.
U kunt de intensiteit van het effect
instellen met Option.
(Mono. m.
rijke tonen)
Creëert een beeld in zwart-wit met een
rijke gradatie en de reproductie van
details. De camera ontspant de sluiter
3 keer.
(Miniatuur) Creëert een beeld waarbij het
onderwerp levendig wordt
geaccentueerd en de achtergrond
aanzienlijk onscherp wordt gemaakt.
Dit effect kan vaak worden aangetroffen
in afbeeldingen van miniatuurmodellen.
U kunt het gebied dat scherp moet zijn,
selecteren met Option. De
scherpstelling op beide gebieden wordt
in hoge mate verminderd.
Opmerkingen
98
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Creatieve stijl
Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldverwerking te selecteren.
U kunt de belichting aanpassen (sluitertijd en diafragma), als u dat wilt met [Creatieve
stijl], maar niet met [Scènekeuze] waar de camera de belichting aanpast.
1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Creatieve stijl] t stand van uw keuze.
2 Wanneer u contrast, verzadiging of scherpte wilt aanpassen, Option t
gewenste instelling.
(Contrast), (Verzadiging) en (Scherpte) kunnen worden aangepast voor ieder
Creatieve stijl-item.
Wanneer [Zwart-wit] is geselecteerd, kunt u de verzadiging niet aanpassen.
[Standaard] wordt geselecteerd wanneer u de volgende functies gebruikt:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
[Foto-effect] (behalve [Uit])
(Standaard) Voor het maken van opnamen van verschillende scènes met rijke
gradaties en fraaie kleuren.
(Levendig) De verzadiging en het contrast worden verhoogd voor het
opnemen van opvallende beelden van kleurrijke scènes en
onderwerpen, zoals bloemen, lentegroen, een blauwe hemel of
vergezichten over zee.
(Portret) Voor het vastleggen van huidkleur met een zachte tint, ideaal
geschikt voor het maken van portretten.
(Landschap) De verzadiging, het contrast en de scherpte worden verhoogd
voor het vastleggen van levendige, scherp getekende
landschappen. Ook landschappen in de verte worden scherper
afgebeeld.
(Zonsondergang)
Voor het vastleggen van de prachtige rode kleur van de
ondergaande zon.
(Zwart-wit) Voor het vastleggen van zwart-witbeelden.
(Contrast) Hoe hoger de geselecteerde waarde, des te meer het verschil in
licht en schaduw wordt geaccentueerd en een beeld verandert.
(Verzadiging) Hoe hoger de geselecteerde waarde, des te levendiger de kleur.
Als er een lagere waarde wordt geselecteerd, is de kleur van het
beeld meer ingehouden en omfloerst.
(Scherpte) Past de scherpte aan. Hoe hoger de geselecteerde waarde, des te
meer worden de contouren geaccentueerd en hoe lager de
geselecteerde waarde, des te meer worden de contouren
verzacht.
Opmerkingen
99
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Wissen
Biedt u de mogelijkheid beelden die u niet wilt bewaren, te wissen.
1 MENU t [Afspelen] t [Wissen] t stand van uw keuze.
U kunt tot wel 100 beelden selecteren.
Meerdere bldn. Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist. Druk op het
midden van de draaiknop om OK te selecteren.
Alles in map Wist alle stilstaande beelden in de geselecteerde map, of alle
AVCHD-films.
Alle
AVCHDweergave-
best.
Opmerking
z Een beeld wissen
Het is gemakkelijker een beeld dat op het scherm wordt weergegeven, te wissen door
(Wissen) van soft-key te selecteren (bladzijde 31).
100
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Diavoorstelling
Speelt beelden automatisch af.
Geeft 3D-beelden alleen weer in Diavoorstelling op het 3D-televisietoestel dat op de
camera is aangesloten.
1 MENU t [Afspelen] t [Diavoorstelling] t stand van uw keuze t OK.
U kunt de diavoorstelling niet onderbreken. U kunt de diavoorstelling stoppen door op het midden van de
draaiknop te drukken.
U kunt alleen afbeeldingen afspelen in een Diavoorstelling wanneer [Weergavefunctie] is ingesteld op
[Mapweergave (stilstaand)].
Een panoramisch beeld wordt in z'n geheel getoond. Druk, als u een panoramisch beeld wilt scrollen, op
het midden van de draaiknop wanneer het beeld wordt weergegeven.
Herhalen
Aan Geeft beelden weer in een ononderbroken lus.
Uit Wanneer alle beelden zijn weergegeven, eindigt de
diavoorstelling.
Interval
1 sec. Stelt de weergave-interval van beelden in.
3 sec.
5 sec.
10 sec.
30 sec.
Beeldtype
Alles Geeft alle stilstaande beelden weer als normale beelden.
All. 3D weerg. Geeft alleen 3D-beelden weer.
Opmerkingen
101
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Weergavefunctie
Selecteert de eenheid van afbeeldingen om af te spelen.
1 MENU t [Afspelen] t [Weergavefunctie] t stand van uw keuze.
Mapweergave
(stilstaand)
Toont stilstaande beelden per map.
Mapweergave
(MP4)
Toont films (MP4) per map.
AVCHDweergave
Toont AVCHD-films.
102
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Beeldindex
Selecteert het aantal beelden dat op de index moet worden getoond.
1 MENU t [Afspelen] t [Beeldindex] t stand van uw keuze.
6 beelden Toont 6 beelden.
12 beelden Toont 12 beelden.
z Een map van uw keuze weergeven
U kunt een map van uw keuze selecteren door de balk
links van het beeldindexscherm te selecteren en
vervolgens op het boven-/ondergedeelte van de draaiknop
te drukken. U kunt de weergavefunctie aanpassen door op
het midden van de draaiknop te drukken.
103
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Roteren
Draait een stilstaand beeld naar links. Gebruik dit als u een horizontaal beeld verticaal
wilt weergeven. Wanneer u het beeld eenmaal hebt geroteerd, wordt het weergegeven in
de geroteerde positie, zelfs wanneer u het toestel uitschakelt.
1 MENU t [Afspelen] t [Roteren].
2 Druk op het midden van de draaiknop.
Het beeld draait linksom. Het beeld draait wanneer u op het midden drukt.
U kunt de volgende bestanden niet roteren:
Films
Beveiligde beelden
–3D-beelden
Misschien zal het niet lukken beelden die met andere camera's zijn gemaakt, te roteren.
Wanneer u de beelden weergeeft op een computer, zal de informatie over het roteren van het beeld,
afhankelijk van de software, misschien niet worden aangeduid.
Opmerkingen
104
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Beveiligen
Beveiligt vastgelegde beelden tegen het per ongeluk wissen.
Het merkteken wordt getoond voor geregistreerde beelden.
1 MENU t [Afspelen] t [Beveiligen] t stand van uw keuze.
U kunt tot wel 100 beelden in één keer beveiligen.
Meerdere bldn. Past beveiliging toe op de geselecteerde beelden of annuleert
deze. Druk op het midden van de draaiknop om OK te
selecteren.
Alle beelden
annuleren
Heft de beveiliging op van alle stilstaande beelden.
Alle MP4-films
annuleren
Heft de beveiliging op van alle films (MP4).
Alle AVCHD-
weerg. ann.
Heft de beveiliging op van alle AVCHD-films.
Opmerking
105
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Vergroot
U kunt controleren of een beeld scherp is door een deel van het weergegeven beeld te
vergroten.
1 MENU t [Afspelen] t [ Vergroot].
2 Pas de schaal aan door de draaiknop te draaien.
3 Selecteer de positie die u wilt zien door op de boven-/onder-/rechter-/
linkerzijde van de draaiknop te drukken.
4 U kunt de vergrote weergave annuleren door te selecteren.
U kunt de films niet vergroten.
Onderbreek eerst de weergave van panoramische beelden en vergroot daarna het beeld.
Opmerkingen
z Weergavezoombereik
Het weergavezoombereik hangt af van het beeldformaat.
Beeldformaat Weergavezoombereik
L Ongev. ×1,0 – ×13,6
M Ongev. ×1,0 – ×9,9
S Ongev. ×1,0 – ×6,8
106
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Volume-instellingen
Past het geluidsvolume van films in 8 stappen aan.
1 MENU t [Afspelen] t [Volume-instellingen] t waarde van uw keuze.
z Het volume aanpassen tijdens weergave
Het scherm [Volume-instellingen] verschijnt wanneer u op de onderzijde van de draaiknop
drukt tijdens het afspelen van films.
U kunt het volume aanpassen, terwijl u naar het weergegeven geluid luistert.
107
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Printen opgeven
U kunt opgeven welke van de stilstaande beelden die u op de geheugenkaart hebt
vastgelegd, later wilt afdrukken.
Het merkteken (Afdrukopdracht) wordt getoond voor geregistreerde beelden
(DPOF: Digital Print Order Format).
1 MENU t [Afspelen] t [Printen opgeven] t instelling van uw keuze.
U kunt het DPOF-merkteken niet toevoegen aan de volgende bestanden:
Films
–RAW-beelden
U kunt het DPOF-merkteken toevoegen aan wel 999 beelden.
DPOF-registratie wordt na het afdrukken niet gewist. U kunt het merkteken het beste wissen nadat u de
stilstaande beelden hebt afgedrukt.
DPOF instellen
Meerdere bldn. Selecteert beelden voor een afdrukopdracht.
1Selecteer een beeld en druk op het midden van de draaiknop.
Selecteer het met gemarkeerde beeld opnieuw als u de
keuze van het beeld wilt annuleren.
2Herhaal de bedieningshandeling voor alle beelden die u wilt
afdrukken.
Alles annuleren Wist alle DPOF-merktekens.
Datum afdrukken
Aan Bepaalt of beelden met DPOF-markering al dan niet worden
gedateerd bij het afdrukken.
Uit
Opmerkingen
108
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
AF-hulplicht
Het AF-hulplicht geeft een invullicht zodat gemakkelijker op een onderwerp kan worden
scherpgesteld in een donkere omgeving.
Met het rode AF-hulplicht kan de camera gemakkelijk scherpstellen wanneer u de
ontspanknop half indrukt, totdat de scherpstelling wordt vergrendeld.
1 MENU t [Instellingen] t [AF-hulplicht] t instelling van uw keuze.
U kunt het AF-hulplicht niet gebruiken wanneer:
[Autom. scherpst.] is ingesteld op [Continue AF].
[Landschap], [Nachtscène] of [Sportactie] in [Scènekeuze] is geselecteerd.
[Panorama d. beweg.] is geselecteerd.
[3D-panor. d. beweg.] is geselecteerd.
U films maakt.
U werkt met een lens met Montagestuk A (los verkrijgbaar).
Wanneer het AF-hulplicht wordt gebruikt, is de instelling van [AF-gebied] ongeldig en wordt het AF-
bereik aangeduid met een gestippelde lijn. AF werkt met als prioriteit het centrale gebied en daaromheen.
Automatisch Maakt gebruik van het AF-hulplicht.
Uit Maakt geen gebruik van het AF-hulplicht.
Opmerkingen
109
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Rode ogen verm.
Wanneer u de flitser gebruikt, geeft deze 2 keer of vaker een flits vóór opname om het
rode-ogenfenomeen te verminderen.
1 MENU t [Instellingen] t [Rode ogen verm.] t instelling van uw keuze.
U kunt Rode ogen verm. niet gebruiken met [Lach-sluiter].
Rode ogen verm. levert mogelijk niet de gewenste effecten op. Dat hangt af van individuele verschillen
en omstandigheden, zoals de afstand tot het onderwerp of als het onderwerp niet in de lens keek bij de
eerste lichtimpulsen.
Aan De flitser werkt altijd om het verschijnsel van de rode ogen te
verminderen.
Uit Gebruikt Rode ogen verm. niet.
Opmerkingen
z Wat veroorzaakt het verschijnsel van de rode ogen?
Pupillen worden wijder in een donkere omgeving. Het flitslicht wordt weerkaatst door de
bloedvaten aan de achterzijde van het oog (netvlies) waardoor het verschijnsel "rode-ogen"
ontstaat.
Camera
Oog
Netvlies
110
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Inst. FINDER/LCD
Wanneer een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) op de camera is bevestigd, kunnen
sensoren in de Elektronische zoeker waarnemen of er gebruik van wordt gemaakt en
schakelt de camera over op de andere weergave.
1 MENU t [Instellingen] t [Inst. FINDER/LCD] t instelling van uw
keuze.
Automatisch Wanneer u in de Elektronische zoeker kijkt, wordt de weergave
automatisch naar de Elektronische zoeker overgeschakeld.
Handmatig U kunt overschakelen tussen de Elektronische zoeker en het
LCD-scherm met behulp van de knop van de Elektronische
zoeker.
111
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
LiveView-weergave
Stelt in of beelden die zijn bewerkt met de effecten van de belichtingscompensatie,
witbalans, Creatieve stijl of Foto-effect, op het LCD-scherm worden weergegeven.
1 MENU t [Instellingen] t [LiveView-weergave] t instelling van uw
keuze.
U kunt [Instelling effect uit] alleen selecteren in de volgende opnamestanden:
[Handm. belichting]
[Sluitertijdvoorkeuze]
[Diafragmavoorkeuze]
[Autom. programma]
Instelling effect
aan
Toont beelden met toegepaste effecten.
Instelling effect uit Toont beelden niet met toegepaste effecten.
Met deze instelling kunt u zich concentreren op de compositie
van het onderwerp, omdat het onderwerp op het scherm
verschijnt zoals het is.
De beelden worden met de gepaste helderheid weergegeven in
de modus [Handm. belichting].
Opmerking
112
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Autom.weergave
U kunt het opgenomen beeld direct na de opname controleren op het LCD-scherm. U
kunt de weergaveduur wijzigen.
1 MENU t [Instellingen] t [Autom.weergave] t instelling van uw keuze.
In de automatische weergave wordt het beeld niet in de verticale positie weergegeven, zelfs niet als
[Afspeelweergave] is ingesteld op [Autom.roteren].
Ook als [Stramienlijn] is ingesteld op andere instelling dan [Uit] wanneer u [3D-panor. d. beweg.] of
[Panorama d. beweg.]-beelden maakt, verschijnt de stramienlijn niet in de automatische weergave.
Voordat het beeld wordt weergegeven zal misschien, afhankelijk van de instelling, bijvoorbeeld
[DRO/Auto HDR], [Zachte-huideffect], [Lenscomp.: vervorming], tijdelijk een onverwerkt beeld worden
weergegeven.
10 sec. Toont gedurende de ingestelde tijd.
Door (Vergroot) te selecteren, kunt u het vergrote beeld
controleren.
5 sec.
2 sec.
Uit Wordt niet getoond.
Opmerkingen
113
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Stramienlijn
Stelt in of de stramienlijn wordt getoond of niet. De stramienlijn helpt u de
beeldcompositie aan te passen.
1 MENU t [Instellingen] t [Stramienlijn] t instelling van uw keuze.
Driedelingsraster Door de hoofdonderwerpen dicht bij één van de stramienlijnen te
plaatsen die het beeld in drieën verdelen, ontstaat een goed
uitgebalanceerde compositie.
Vierkantsraster Met vierkante rasters kunt u gemakkelijker het horizontale
niveau van hun compositie controleren. Dit is een geschikte
methode om de kwaliteit van de compositie te bepalen wanneer
u een opname van een landschap of een close-up maakt of
wanneer u beelden kopieert.
Diag. + vierkantsr. Door een onderwerp op een diagonale lijn te plaatsen kunt u een
opwekkend en krachtig gevoel uitdrukken.
Uit Toont de stramienlijn niet.
z Het kader controleren voor het opnemen van film
Kader voor film
Het kader dat verschijnt wanneer [Stramienlijn] is
ingesteld op een andere instelling dan [Uit], laat zien in
hoeverre het onderwerp binnen het kader staat. Dit biedt
u de mogelijkheid de compositie aan te passen door
dichter bij uw onderwerp te gaan staan of meer afstand te
nemen.
114
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Reliëfniveau
Accentueert bij handmatig scherpstellen de contouren van scherpstelbereik met een
bepaalde kleur. Met behulp van deze functie kunt u de scherpstelling gemakkelijk
controleren.
1 MENU t [Instellingen] t [Reliëfniveau] t instelling van uw keuze.
Omdat de camera beoordeelt dat scherpe gebieden scherpgesteld zijn, verschilt het reliëfniveau
afhankelijk van het onderwerp, de opnameomstandigheden of de lens die wordt gebruikt.
De contouren van scherpstelbereiken worden niet geaccentueerd wanneer de camera is aangesloten met
een HDMI-kabel.
Hoog Stelt het reliëfniveau in op hoog.
Gemiddeld Stelt het reliëfniveau in op gemiddeld.
Laag Stelt het reliëfniveau in op laag.
Uit Maakt geen gebruik van de reliëffunctie.
Opmerkingen
115
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Reliëfkleur
Stelt de kleur in die bij handmatig scherpstellen wordt gebruikt voor de reliëffunctie.
1 MENU t [Instellingen] t [Reliëfkleur] t instelling van uw keuze.
Dit item kan niet worden ingesteld wanneer [Reliëfniveau] is ingesteld op [Uit].
Wit Reliëf versterkt in wit.
Rood Reliëf versterkt in rood.
Geel Reliëf versterkt in geel.
Opmerking
116
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Helder Beeld Zoom
Stelt in of Helder Beeld Zoom moet worden gebruikt, wanneer de [Zoom]-functie van de
camera wordt gebruikt (bladzijde 71). Zoomt in op een afbeelding met een hogere
kwaliteit dan Digitale zoom.
1 MENU t [Instellingen] t [Helder Beeld Zoom] t instelling van uw
keuze.
U kunt [Helder Beeld Zoom] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit]
Aan Gebruikt de functie Helder Beeld Zoom.
Uit Maakt geen gebruik van de functie Helder Beeld Zoom.
Opmerking
117
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Digitale zoom
Stelt in of Digitale zoom moet worden gebruikt of niet, wanneer de [Zoom]-functie van
de camera wordt gebruikt (bladzijde 71).
Zoomt in op een afbeelding met meer vergroting dan Helder Beeld Zoom. Deze functie
kan ook beschikbaar zijn bij het opnemen van film.
1 MENU t [Instellingen] t [Digitale zoom] t instelling van uw keuze.
U kunt [Digitale zoom] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit]
Aan Gebruikt de functie Digitale zoom.
Als u ondanks een verslechtering van de beeldkwaliteit een
sterkere vergroting wilt gebruiken, stelt u deze in op [Aan].
Uit Maakt geen gebruik van de functie Digitale zoom.
Opmerking
118
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Zelfontsp. v. zelfportret
Hiermee wordt ingesteld of de opnamestand wordt ingesteld op de zelfontspanner met
een vertraging van 3 seconden of niet, wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden
omhoog wordt gekanteld.
U kunt [Zelfontsp. v. zelfportret] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
Tijdens het opnemen van film
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Lach-sluiter]
[Auto HDR] in [DRO/Auto HDR]
[Soft focus], [HDR-schilderij], [Mono. m. rijke tonen], [Miniatuur] in [Foto-effect]
Wanneer een accessoire op de Handige Accessoiresaansluiting 2 is bevestigd, zult u het LCD-scherm
misschien niet ongeveer 180 graden omhoog kunnen kantelen. Verwijder de accessoire als dat het geval
is.
Als de flitser of het AF-hulplicht te fel is tijdens het fotograferen, duw dan de flitser omlaag en wijzig de
instelling van [AF-hulplicht].
1 MENU t [Instellingen] t [Zelfontsp. v. zelfportret] t [Aan].
2 Kantel het LCD-scherm ongeveer
180 graden omhoog.
De zelfontspanner wordt ingesteld met een vertraging
van 3 seconden.
3 Druk op de sluiterknop.
De sluiter wordt na 3 seconden in werking gesteld.
Aan Hiermee wordt de opnamestand automatisch ingesteld op de
zelfontspanner met een vertraging van 3 seconden, wanneer het
LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt gekanteld.
Uit Selecteert de opnamestand op basis van de transportfunctie.
Selecteer deze optie wanneer u de zelfontspanner niet gebruikt
en stel de transportfunctie in op [Enkele opname].
Opmerkingen
119
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Sup. aut. Beeld extractie
Hiermee wordt ingesteld of alle afbeeldingen die zonder onderbreking zijn opgenomen
in de stand Superieur automatisch, worden opgeslagen of niet.
1 MENU t [Instellingen] t [Sup. aut. Beeld extractie] t instelling van uw
keuze.
Zelfs wanneer u [Sup. aut. Beeld extractie] instelt op [Uit] waarbij [Schemeropn. uit hand] is geselecteerd
uit herkende scène, wordt 1 gecombineerd beeld opgeslagen.
Wanneer de functie Automatische portretomkadering is geactiveerd, worden 2 beelden opgeslagen, ook
als u [Automatisch] instelt.
Automatisch Slaat 1 geschikt beeld op dat is geselecteerd door de camera.
Uit Slaat alle beelden op.
Opmerkingen
120
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
MF Assist
Vergroot automatisch het beeld op het scherm zodat het handmatig scherpstellen
gemakkelijker wordt. Dit werkt in de stand [H. scherpst.] of [D. handm. sch.].
1 MENU t [Instellingen] t [MF Assist] t instelling van uw keuze.
2 Pas de scherpstelling aan door de scherpstelring te draaien.
Het beeld wordt 4,8 maal vergroot. U kunt het beeld ook 9,5 maal vergroten.
In D. handm. sch. (Direct Manual Focus: directe handmatige scherpstelling) draait u de
scherpstelring met de ontspanknop half ingedrukt nadat het beeld is scherpgesteld met automatische
scherpstelling.
U kunt niet [MF Assist] gebruiken tijdens het opnemen van film.
Wanneer een lens met Montagestuk A (los verkrijgbaar) op het toestel is gezet, kunt u het beeld vergroten
door op (softkey) te drukken.
Aan Vergroot het beeld. U kunt de duur van de vergroting instellen
met [MF-hulptijd]. Als u het vergroten van het beeld wilt
voltooien, selecteert u .
Uit Vergroot het beeld niet.
Opmerkingen
121
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
MF-hulptijd
Stelt in hoe lang het beeld voor de functie [MF Assist] zal worden getoond in een
uitgebreide vorm.
1 MENU t [Instellingen] t [MF-hulptijd] t instelling van uw keuze.
Dit item kan niet worden ingesteld wanneer [MF Assist] is ingesteld op [Uit].
Geen beperk. Vergroot de weergave totdat wordt geselecteerd.
5 sec. Vergroot het beeld gedurende 5 seconden.
2 sec. Vergroot het beeld gedurende 2 seconden.
Opmerking
122
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Kleurenruimte
De wijze waarop kleuren worden voorgesteld met behulp van combinaties van nummers
of het bereik van de kleurenreproductie wordt "kleurenruimte" genoemd. U kunt de
kleurenruimte wijzigen, afhankelijk van uw doel.
1 MENU t [Instellingen] t [Kleurenruimte] t instelling van uw keuze.
Adobe RGB is voor toepassingen of printers die kleurbeheer en de DCF2.0-kleurruimteoptie
ondersteunen. Wanneer u toepassingen of printers gebruikt die deze niet ondersteunen, kan dat beelden
opleveren waarin kleuren niet natuurgetrouw worden gereproduceerd.
Beelden worden met een lage verzadiging weergegeven als deze op de camera zijn vastgelegd met Adobe
RGB, of op apparaten die Adobe RGB niet ondersteunen.
sRGB Dit is de standaardkleurenruimte van de digitale camera.
Gebruik sRGB bij normale opnamen, bijvoorbeeld als u van plan
bent de beelden zonder wijziging af te drukken.
AdobeRGB Dit heeft een breder bereik van kleurreproductie. Als een groot
deel van het onderwerp levendig groen of rood is, is Adobe RGB
effectief.
De bestandsnaam van het beeld begint met "_DSC".
Opmerkingen
123
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
SteadyShot
Hiermee stelt u in of u de SteadyShot-functie van de lens wel of niet gebruikt.
1 MENU t [Instellingen] t [SteadyShot] t instelling van uw keuze.
[Aan] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
[Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
U kunt [SteadyShot] niet instellen wanneer de naam van de bevestigde lens geen "OSS" bevat, zoals
"E16 mm F2.8", of wanneer u een lens met een Montagestuk A wordt gebruikt (los verkrijgbaar).
Aan Gebruikt SteadyShot.
Uit Gebruikt SteadyShot niet. Deze instelling wordt aanbevolen
wanneer u een statief gebruikt.
Opmerkingen
124
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Opn. zonder lens
Stelt in of de sluiter kan worden ontspannen wanneer er geen lens is bevestigd.
1 MENU t [Instellingen] t [Opn. zonder lens] t instelling van uw keuze.
Een juiste lichtmeting is niet mogelijk wanneer u lenzen gebruikt die geen lenscontact hebben, zoals de
lens van een astronomische telescoop. Pas in dergelijke gevallen de belichting handmatig aan door deze
op het vastgelegde beeld te controleren.
Inschakelen De sluiter kan worden ontspannen als er geen lens is bevestigd.
Selecteer dit wanneer u de camera bevestigt op een
astronomische telescoop enzovoort.
Uitschakelen De sluiter kan alleen worden ontspannen als er een lens is
bevestigd.
Opmerking
125
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Eye-Start AF
Hiermee wordt ingesteld of automatisch scherpstellen wel of niet wordt gebruikt
wanneer u door een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) kijkt, die op de camera is
bevestigd.
1 MENU t [Instellingen] t [Eye-Start AF] t instelling van uw keuze.
Dit item is alleen beschikbaar wanneer de LA-EA2-Montage-adapter (los verkrijgbaar) is bevestigd.
Aan Automatisch scherpstellen begint wanneer u door de
Elektronische zoeker kijkt.
Uit Automatisch scherpstellen begint niet wanneer u door de
Elektronische zoeker kijkt.
Opmerking
126
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Sluitergordijn voorzijde
De functie voor het elektronische sluitergordijn voorzijde bekort de tijdsvertraging
tussen sluiterontspanningen.
1 MENU t [Instellingen] t [Sluitergordijn voorzijde] t instelling van uw
keuze.
Wanneer u een opname maakt met een hoge sluitersnelheid en met een grote diameter lens bevestigd,
kunnen, afhankelijk van het onderwerp of de opnamecondities schaduwvorming of wazige gebieden zich
voordoen. Zet in zulke gevallen deze instelling op [Uit].
Zet deze optie op [Uit] wanneer een lens die door een andere fabrikant is vervaardigd (bijvoorbeeld een
Minolta/Konica-Minolta-lens), wordt gebruikt. Als u dit instelt op [Aan], zult u niet de juiste belichting
krijgen, of zal de helderheid ongelijkmatig zijn.
Aan Gebruikt de functie elektronisch sluitergordijn voorzijde.
Uit Gebruikt de functie elektronisch sluitergordijn voorzijde niet.
Opmerkingen
127
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
NR lang-belicht
De ruisonderdrukking wordt ingeschakeld voor de duur dat de sluiter open is als u de
sluitertijd instelt op een seconde of langer (opname met lange belichting). Dit gebeurt om
de korrelige ruis die typisch is voor een lange belichting, te verminderen.
1 MENU t [Instellingen] t [NR lang-belicht] t instelling van uw keuze.
[NR lang-belicht] is ingesteld op [Uit] in de volgende standen:
[Continue opname]
[Snelh. continutr.]
[Bracket: continu]
[Sportactie], [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[NR lang-belicht] is ingesteld op [Aan] in de volgende standen:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze] (behalve [Sportactie], [Schemeropn. uit hand])
Aan Activeert ruisonderdrukking zolang de sluiter open staat. Er
wordt een bericht weergegeven als de ruisonderdrukking wordt
uitgevoerd. U kunt dan niet nog een foto maken. Selecteer dit als
u de beeldkwaliteit prioriteit wilt geven.
Uit Activeert ruisonderdrukking niet. Selecteer dit als u de
opnametiming prioriteit wilt geven.
Opmerkingen
128
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
NR bij hoge-ISO
De camera verlaagt de ruis die meer opvalt als de gevoeligheid van de camera hoog is
wanneer er opnamen worden gemaakt met de hoge ISO. Als de ruisonderdrukking wordt
uitgevoerd, kan een bericht worden weergegeven. U kunt dan niet nog een foto maken.
1 MENU t [Instellingen] t [NR bij hoge-ISO] t instelling van uw keuze.
Ruisonderdrukking is niet beschikbaar in de volgende standen:
[Slim automatisch]
[Superieur automatisch]
[Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
–RAW-beelden
Normaal Activeert normale hoge-ISO-ruisonderdrukking.
Laag Activeert gematigde hoge-ISO-ruisonderdrukking. Selecteer dit
als u de opnametiming prioriteit wilt geven.
Opmerking
129
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Lenscomp.: schaduw
Corrigeert de donkere hoeken van het scherm, die worden veroorzaakt door bepaalde
karakteristieken van de lens.
1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: schaduw] t instelling van uw
keuze.
Dit item is alleen beschikbaar met een lens met een Montagestuk E.
Automatisch Corrigeert de donkere hoeken van het scherm automatisch.
Uit Corrigeert de donkere hoeken van het scherm niet.
Opmerking
130
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Lenscomp.: chrom. afw.
Vermindert de kleurafwijking van de hoeken van het scherm, die wordt veroorzaakt door
bepaalde karakteristieken van de lens.
1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: chrom. afw.] t instelling van uw
keuze.
Dit item is alleen beschikbaar met een lens met een Montagestuk E.
Automatisch Vermindert de kleurafwijking automatisch.
Uit Corrigeert de kleurafwijking niet.
Opmerking
131
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Lenscomp.: vervorming
Corrigeert de vervorming van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde
karakteristieken van de lens.
1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: vervorming] t instelling van uw
keuze.
Dit item is alleen beschikbaar met een lens met een Montagestuk E.
Automatisch Corrigeert de vervorming van het scherm automatisch.
Uit Corrigeert de vervorming van het scherm niet.
Opmerking
132
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Gezichtsprioriteit volgen
Hiermee wordt ingesteld of een gezicht bij voorkeur wordt gevolgd of niet wanneer de
camera dat gezicht ontdekt tijdens het volgen van een object.
1 MENU t [Instellingen] t [Gezichtsprioriteit volgen] t instelling van uw
keuze.
Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit], staat [Gezichtsprioriteit volgen] op [Uit] en kan dit
niet worden gereset.
Aan Volgt het gezicht bij voorkeur.
Wanneer het gezicht niet zichtbaar is op het LCD-scherm, volgt
de camera het lichaam, maar wanneer het gezicht zichtbaar is,
volgt de camera het gezicht. Als de bedoelde persoon van het
scherm verdwijnt terwijl de camera hem/haar volgt, en
vervolgens weer op het scherm verschijnt, richt de camera zich
weer op dat gezicht.
Uit Volgt het gezicht niet bij voorkeur.
Als u het gezicht instelt als doel, volgt de camera het lichaam
wanneer het gezicht niet zichtbaar is, ook wanneer
[Gezichtsprioriteit volgen] ingesteld is op [Uit]. Als de bedoelde
persoon van het scherm verdwijnt terwijl de camera hem/haar
volgt, en vervolgens weer op het scherm verschijnt, richt de
camera zich weer op dat gezicht.
Opmerking
133
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Filmgeluid opnemen
Stelt in of u geluid opneemt tijdens het vastleggen van film of niet.
1 MENU t [Instellingen] t [Filmgeluid opnemen] t instelling van uw
keuze.
Het geluid van de lens en de camera in bedrijf zullen ook worden opgenomen wanneer u [Aan] hebt
geselecteerd.
Aan Neemt geluid op (stereo).
Uit Neemt geen geluid op.
Opmerking
134
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Windruis reductie
Stelt in of tijdens het vastleggen van film windgeruis wordt verminderd of niet.
1 MENU t [Instellingen] t [Windruis reductie] t instelling van uw
keuze.
Stelt u dit in op [Aan] op een plaats waar de wind niet hard genoeg waait, dan kan dat ertoe leiden dat het
normale geluid met te weinig volume wordt opgenomen.
Wanneer u een microfoon (los verkrijgbaar) gebruikt, wordt vermindering van het windgeruis niet
uitgevoerd, ook niet als u deze functie op [Aan] hebt gezet.
Aan Vermindert windgeruis.
Uit Vermindert windgeruis niet.
Opmerkingen
135
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
AF-microafst.
Hiermee kunt u een automatisch scherpgestelde positie voor elke lens registreren
wanneer u een lens met Montagestuk A gebruikt met de LA-EA2-Montage-adapter (los
verkrijgbaar).
1 MENU t [Instellingen] t [AF-microafst.].
2 [Inst. voor aanp. AF] t [Aan].
3 [hoeveelheid] t waarde van uw keuze t OK.
Aanbevolen wordt de positie onder werkelijke opnameomstandigheden aan te passen.
Wanneer u een lens op het toestel zet waarvoor u al een waarde hebt geregistreerd, verschijnt de
geregistreerde waarde op het scherm. [±0] wordt weergegeven voor een lens waarvoor nog geen waarde
is geregistreerd.
Als [–] verschijnt, zijn meer dan 30 lenzen geregistreerd. Als u nog een lens wilt registreren, moet u eerst
een waarde wissen. Bevestig een lens waarvan u de waarde wilt wissen en selecteer [±0]. Selecteer
[Wissen], als u alle geregistreerde waarden wilt wissen.
Gebruik [AF-microafst.] alleen met Sony-, Minolta- en Konika-Minolta-lenzen. Als u [AF-microafst.]
gebruikt met lenzen van andere merken, kan dat gevolgen hebben voor de geregistreerde waarde.
U kunt niet [AF-microafst.] afzonderlijk instellen voor een Sony-, Minolta- en Konika-Minolta-lens met
dezelfde specificaties.
Inst. voor aanp. AF Stelt in of de functie [AF-microafst.] wordt gebruikt of niet. Selecteer
[Aan] als u de functie wilt gebruiken.
hoeveelheid Biedt u de mogelijkheid een optimale waarde te selecteren tussen –20
en +20.
Wanneer u een grotere waarde selecteert, wordt de positie voor
automatische scherpstelling weg van de camera geschoven. Wanneer u
een kleinere waarde selecteert, wordt de positie voor automatische
scherpstelling dichter naar de camera toe geschoven.
Wissen Wist de waarde die u hebt ingesteld.
Opmerkingen
136
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Menustartpositie
Hiermee kunt u selecteren of u altijd het eerste scherm van het menu wilt weergeven of
het scherm van het item dat u het laatst hebt ingesteld.
1 MENU t [Instellingen] t [Menustartpositie] t instelling van uw keuze.
Hoofdmenu Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer.
Vorige menu Geeft het laatste ingestelde item weer. Dit maakt het
gemakkelijker om het laatste item dat u eerder hebt ingesteld,
snel terug te stellen.
137
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Eigen toetsinstellingen
Door functies toe te wijzen aan diverse toetsen kunt u de bediening versnellen door op
een toegewezen toets op het opname-informatiescherm te drukken.
1 MENU t [Instellingen] t [Eigen
toetsinstellingen] t instelling van uw keuze.
Rechtertoets
Rechtertoetsinstell.
Opn.modus ISO
Opnametips Witbalans
AF/MF-selectie Lichtmeetfunctie
Autom. scherpst. DRO/Auto HDR
AF-gebied Foto-effect
Object volgen Creatieve stijl
Zoom Flitsfunctie
Gezichtsherkenning Flitscompensatie
Lach-sluiter MF Assist
Aut. portretomkad. AEL-wisselen (bladzijde 140)
Zachte-huideffect
Niet ingesteld
Kwaliteit
Instelling soft-key B
Opn.modus Witbalans
Opnametips Lichtmeetfunctie
Autom. scherpst. DRO/Auto HDR
Object volgen Foto-effect
Zoom Creatieve stijl
Gezichtsherkenning Flitsfunctie
Lach-sluiter Flitscompensatie
Softkey C
Softkey B
Vervolg r
138
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
[Eigen toetsinstellingen] is beschikbaar bij de volgende opnamestanden. Een functie die is toegewezen
aan de rechtertoets, softkey B en softkey C op de draaiknop, wordt alleen opgeroepen in de volgende
opnamemodus.
[Handm. belichting]
[Sluitertijdvoorkeuze]
[Diafragmavoorkeuze]
[Autom. programma]
De instelling of [Instelling soft-key B] is ongeldig:
wanneer de functie Object volgen is geactiveerd.
wanneer [AF-gebied] is ingesteld op [Flexibel punt]
U hoeft niet alle [Eigen 1], [Eigen 2], [Eigen 3], [Eigen 4] en [Eigen 5]-items in te stellen.
Aut. portretomkad. MF Assist
Zachte-huideffect AEL-wisselen (bladzijde 140)
Kwaliteit Niet ingesteld
ISO
Instelling soft-key C
Opn.modus Roept een opnamemodus op.
Eigen Roept een functie op die is toegewezen aan [Eigen 1],
[Eigen 2], [Eigen 3], [Eigen 4] of [Eigen 5].
Eigen 1 tot 5
AF/MF-selectie
Autom. scherpst.
AF-gebied
Gezichtsherkenning
Lach-sluiter
Aut. portretomkad.
Zachte-huideffect
Kwaliteit
[Eigen 1] ISO
[Eigen 2] Witbalans
Lichtmeetfunctie
[Eigen 3] DRO/Auto HDR
Foto-effect
Creatieve stijl
Flitsfunctie
[Eigen 4]/[Eigen 5] Niet ingesteld
Opmerkingen
Vervolg r
139
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Een functie oproepen die is toegewezen aan
[Eigen] van softkey C
1 Druk op softkey C wanneer
CUSTOM (Eigen) wordt weergegeven.
2 Selecteer [Eigen 1], [Eigen 2], [Eigen 3],
[Eigen 4] of [Eigen 5] door op het rechter-/
linkergedeelte van de draaiknop te drukken.
140
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
AEL-wisselen
Wanneer het moeilijk is een juiste belichting voor het onderwerp te verkrijgen, kunt u
met deze functie de belichting vergrendelen door scherp te stellen op een gebied dat de
gewenste helderheid heeft en erop scherpstellen.
1 MENU t [Instellingen] t [Eigen toetsinstellingen] t
[Rechtertoetsinstell.] of [Instelling soft-key B].
2 Selecteer [AEL-wisselen].
De rechtertoets of softkey B wordt de AEL-knop.
3 Richt de camera op een gebied waarop u de belichting wilt afstemmen.
De belichting wordt ingesteld.
4 Druk op de AEL-knop.
De belichting wordt vergrendeld en (AE-vergrendeling) licht op.
5 Stel scherp op uw onderwerp en maak opnamen.
6 U kunt de belichtingsvergrendeling opheffen door weer op de AEL-knop
te drukken.
141
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Pieptoon
Selecteert het geluid dat wordt geproduceerd wanneer u de camera bedient.
1 MENU t [Instellingen] t [Pieptoon] t instelling van uw keuze.
Aan Schakelt de akoestische signalen in wanneer u op de draaiknop
of de softkeys drukt.
Uit Schakelt het akoestische signaal uit.
142
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Taal
Selecteert de taal voor de menu-items, waarschuwingen en mededelingen.
1 MENU t [Instellingen] t [ Taal] t taal van uw keuze.
143
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Datum/tijd instellen
Stelt de datum en tijd opnieuw in.
De camera heeft geen functie voor het plaatsen van datums op beelden. Met behulp van "PlayMemories
Home" op de cd-rom (bijgeleverd) kunt u beelden afdrukken of opslaan met de datum.
1 MENU t [Instellingen] t [Datum/tijd
instellen].
2 Selecteer een item door op het rechter- of
linkerdeel van de draaiknop te drukken en
selecteer de instelling van uw keuze door te
drukken op de boven- of onderzijde.
3 Selecteer OK.
Zomertijd: Selecteert [ON] of [OFF].
Datumformaat: Selecteert de weergave-indeling van datum en tijd.
Opmerking
144
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Tijdzone instellen
Stelt het gebied in waar u de camera gebruikt. Hiermee kunt u de tijdzone instellen
wanneer u de camera in het buitenland gebruikt.
1 MENU t [Instellingen] t [Tijdzone
instellen] t instelling van uw keuze.
2 Selecteer een tijdzone door op de rechter- of
linkerzijde van de draaiknop te drukken.
145
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Help-scherm
U kunt selecteren of het Help-scherm al dan niet wordt weergegeven wanneer u de
camera bedient.
1 MENU t [Instellingen] t [Help-scherm] t instelling van uw keuze.
Aan Toont het Help-scherm.
Uit Toont het Help-scherm niet.
146
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Eco-stand
U kunt de wachttijd bekorten tot de camera wordt uitgeschakeld wanneer het toestel niet
wordt bediend, zo voorkomt u dat de accu leegraakt.
1 MENU t [Instellingen] t [Eco-stand] t instelling van uw keuze.
Wanneer de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, kan deze optie niet worden
ingesteld op [Max].
Max
Stelt [Stroombesparing] in op [10 sec.] en de helderheid van
het LCD-scherm neemt af. Als u de camera een opgegeven
periode niet gebruikt, wordt de helderheid van het LCD-
scherm verminderd.
Standaard
Volgt de instelling van [Stroombesparing].
Opmerking
147
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Stroombesparing
U kunt verschillende tijdsintervallen voor de camera instellen voor het overschakelen
naar de stroombesparingsstand. Wanneer u de ontspanknop half indrukt, laat u de camera
terugkeren naar de opnamefunctie.
1 MENU t [Instellingen] t [Stroombesparing] t instelling van uw keuze.
Schakel de camera uit wanneer u het toestel lang niet gebruikt.
30 min. Schakelt over naar de stroombesparingsstand na een ingestelde
tijd.
5 min.
1 min.
20 sec.
10 sec.
Opmerking
148
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
LCD-helderheid
U kunt de helderheid van het LCD-scherm aanpassen.
1 MENU t [Instellingen] t [LCD-helderheid] t instelling van uw keuze.
Handmatig Hiermee kunt u de helderheid aanpassen binnen een bereik van
–2 tot +2.
Zonnig weer Stelt de helderheid in aan de hand van de
opnameomstandigheden buiten.
149
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Helderheid zoeker
Wanneer een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) is bevestigd, wordt de helderheid
van de Elektronische zoeker automatisch aangepast aan de verlichtingsomstandigheden
van de omgeving.
1 MENU t [Instellingen] t [Helderheid zoeker]
2 Kijk door de zoeker en selecteer de instelling van uw keuze.
Automatisch De helderheid automatisch aanpassen.
Handmatig Hiermee kunt u de helderheid aanpassen binnen een bereik van
–1 tot +1.
150
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Kleur weergeven
Selecteert de kleur van het LCD-scherm.
1 MENU t [Instellingen] t [Kleur weergeven] t instelling van uw keuze.
Zwart Schakelt de geselecteerde kleur in.
Wit
Blauw
Roze
151
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Breedbeeld
Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het tonen van brede beelden.
1 MENU t [Instellingen] t [Breedbeeld] t instelling van uw keuze.
Voll. scherm Toont de brede beelden over het gehele
scherm.
Normaal Toont de brede beelden en de
bedieningsinformatie op het scherm.
152
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Afspeelweergave
Selecteert de beeldrichting bij de weergave van stilstaande beelden die zijn opgenomen
in de portretpositie.
1 MENU t [Instellingen] t [Afspeelweergave] t instelling van uw keuze.
Autom.roteren Weergave in staande positie.
Handm.roteren Weergave in liggende positie.
153
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
HDMI-resolutie
Wanneer u de camera aansluit op een HD-tv (High Definition) met HDMI-uitgangen met
behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), kunt u HDMI-resolutie selecteren voor
het uitvoeren van beelden naar de tv.
1 MENU t [Instellingen] t [HDMI-resolutie] t instelling van uw keuze.
Als u het beeld niet goed kunt weergeven met de instelling [Automatisch], selecteert u [1080i] of [1080p]
afhankelijk van de televisie die is aangesloten.
Automatisch De camera herkent een HD-tv (High Definition) automatisch en
stelt de uitgangsresolutie in.
1080p Hiermee voert u signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080p).
1080i Hiermee voert u signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i).
Opmerking
154
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
CTRL.VOOR HDMI
Wanneer u de camera aansluit op een tv die compatibel is met "BRAVIA" Sync met
behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), kunt u beelden op uw camera afspelen
door de afstandsbediening van de tv op de tv te richten. Zie pagina 169 over "BRAVIA"
Sync.
1 MENU t [Instellingen] t [CTRL.VOOR HDMI] t instelling van uw
keuze.
U kunt de camera bedienen met de afstandsbediening van uw tv door uw camera op een tv aan te sluiten
die compatibel is met "BRAVIA" Sync.
Aan Bedient de camera met de afstandsbediening van de tv.
Uit Bedient de camera niet met de afstandsbediening van de tv.
Opmerking
155
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
USB-verbinding
Selecteert de methode die wordt gebruikt voor een USB-verbinding.
1 MENU t [Instellingen] t [USB-verbinding] t instelling van uw keuze.
Deze verbinding kan lange tijd in beslag nemen wanneer [Automatisch] wordt geselecteerd.
Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag], als de camera niet wordt herkend door een computer.
Automatisch Brengt automatisch een massaopslag-verbinding of MTP-
verbinding tot stand, in overeenstemming met een computer en
andere USB-apparaten die moeten worden aangesloten.
Windows 7-computers worden verbonden met MTP en de
unieke functies ervan worden ingeschakeld voor gebruik.
Massaopslag Brengt een massaopslag-verbinding tot stand tussen de camera,
een computer en andere USB-apparaten.
MTP Brengt een MTP-verbinding tot stand tussen de camera, een
computer en andere USB-apparaten. Windows 7-computers
worden aangesloten op MTP en de unieke functies ervan worden
ingeschakeld voor gebruik. In het geval van andere computers
(Windows Vista/XP, Mac OS X) verschijnt de wizard
Automatisch afspelen en worden de stilstaande beelden in de
opnamemap op de camera overgezet naar de computer.
Opmerkingen
156
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Reinigen
Zo kunt u de beeldsensor reinigen.
Er wordt niet een blaaskwastje bij de camera geleverd. Gebruik een in de handel verkrijgbaar
blaaskwastje.
Het reinigen kan alleen worden uitgevoerd wanneer het accuniveau (3 resterende
accupictogrammen) of meer is. Het gebruik van een AC-PW20-netspanningsadapter (los verkrijgbaar)
wordt aanbevolen.
Gebruik geen spuitbus met perslucht omdat hierdoor waterdruppels in het camerahuis terecht kunnen
komen.
Steek de punt van het blaaskwastje niet in de holte voorbij de vatting, omdat de punt van het blaaskwastje
de beeldsensor niet mag raken.
Houd de camera met de lensvatting omlaag gericht om te voorkomen dat stof weer neerdaalt in het
camerahuis.
Stel de camera tijdens het reinigen niet bloot aan mechanische schokken.
Blaas niet te hard wanneer u de beeldsensor schoonmaakt met een blaaskwastje.
1 MENU t [Instellingen] t [Reinigen] t OK.
Het bericht "Na het reinigen, camera uitschakelen. Doorgaan?" verschijnt.
2 Selecteer OK.
De stofverwijderingsfunctie wordt automatisch geactiveerd.
3 Zet de camera uit.
4 Neem de lens van de camera.
5 Reinig met behulp van het blaaskwastje het
oppervlak van de beeldsensor en het
omliggende gebied.
6 Bevestig de lens.
Opmerkingen
157
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Versie
Toont de versie van uw camera en lens. Controleer de versie wanneer er een firmware-
update uitkomt.
1 MENU t [Instellingen] t [Versie].
Een update kan alleen worden uitgevoerd wanneer het accuniveau (3 resterende accupictogrammen)
of meer is. We adviseren u de accu voldoende op te laden of een AC-PW20-netspanningsadapter (los
verkrijgbaar) te gebruiken.
Opmerking
158
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Demomodus
De functie [Demomodus] toont automatisch de films op de geheugenkaart
(demonstratie) wanneer de camera enige tijd niet heeft gewerkt.
Selecteer normaal [Uit].
1 MENU t [Instellingen] t [Demomodus] t instelling van uw keuze.
U kunt dit item alleen instellen wanneer de camera wordt gevoed door middel van de AC-PW20-
netspanningsadapter (los verkrijgbaar).
De camera start geen demonstratie wanneer er geen film is opgeslagen op de geheugenkaart, ook al is
[Aan] geselecteerd.
Wanneer [Aan] is geselecteerd, schakelt de camera niet over naar de spaarstand.
Aan De demonstratie begint automatisch wanneer de camera
ongeveer 1 minuut lang niet wordt gebruikt. Alleen beveiligde
AVCHD-films zijn verkrijgbaar.
Uit Toont de demonstratie niet.
Opmerkingen
159
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Terugstellen
Initialiseert de instelling van de standaardwaarden.
Ook als u [Terugstellen] activeert, blijven de beelden bewaard.
1 MENU t [Instellingen] t [Terugstellen] t OK.
Zet vooral de camera niet uit tijdens het terugstellen.
De volgende instellingen worden niet teruggesteld:
[Datum/tijd instellen]
[Tijdzone instellen]
Gezichten geregistreerd met [Gezichtsregistratie]
De waarden die zijn geregistreerd met [AF-microafst.]
Opmerkingen
160
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Formatteren
Formatteert de geheugenkaart. Wanneer u voor het eerst een geheugenkaart met deze
camera gebruikt, wordt het aanbevolen dat u de kaart formatteert voordat u de camera
gebruikt. Zo garandeert u dat de kaart stabiel werkt. Permanent formatteren wist alle
gegevens op de geheugenkaart en is onherstelbaar. Sla kostbare gegevens op een
computer of dergelijk apparaat op.
1 MENU t [Instellingen] t [Formatteren] t OK.
Permanent formatteren wist alle gegevens, ook de beveiligde beelden.
Tijdens het formatteren brandt het toegangslampje. U mag de geheugenkaart niet uitnemen zolang het
toegangslampje brandt.
Formatteer de geheugenkaart in de camera. Als u de geheugenkaart op een computer formatteert, kunt u
deze mogelijk niet in deze camera gebruiken, afhankelijk van het type formattering dat is uitgevoerd.
U kunt een geheugenkaart niet formatteren wanneer het resterende accuniveau minder 1 % is.
Opmerkingen
161
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Bestandsnummer
Selecteert de methode voor het toewijzen van bestandsnummers aan beelden.
1 MENU t [Instellingen] t [Bestandsnummer] t instelling van uw
keuze.
Serie De camera stelt de nummers niet terug en wijst geen
opeenvolgende nummers aan bestanden toe totdat het nummer
"9999" wordt bereikt.
Terugstellen De camera stelt nummers terug wanneer een bestand wordt
vastgelegd in een nieuwe map en wijst nummers toe aan
bestanden vanaf "0001". Wanneer de opnamemap een bestand
bevat, wordt het eerstvolgende nummer toegewezen.
162
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Mapnaam
Stilstaande beelden die u maakt, worden vastgelegd in een map die automatisch wordt
aangemaakt in de DCIM-map op de geheugenkaart. U kunt de vorm van de mapnaam
wijzigen.
1 MENU t [Instellingen] t [Mapnaam] t instelling van uw keuze.
De naam van de filmmap staat vast op "mapnummer + ANV01". U kunt deze naam niet wijzigen.
Standaardform. De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + MSDCF.
Voorbeeld: 100MSDCF
Datumformaat De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J (laatste
cijfer)/MM/DD.
Voorbeeld: 10020405 (Mapnummer: 100, datum: 04/05/2012)
Opmerking
163
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Opnamemap kiezen
Wanneer de standaardnotatie voor de mapnaam is geselecteerd en er 2 of meer mappen
bestaan, kunt u de opnamemap selecteren die moet worden gebruikt om stilstaande
beelden in op te slaan.
1 MENU t [Instellingen] t [Opnamemap kiezen] t map van uw keuze.
U kunt de map niet selecteren wanneer u de instelling [Datumformaat] selecteert.
Filmbestanden (MP4) worden vastgelegd in een map voor films die hetzelfde nummer heeft als
geselecteerde map voor stilstaande beelden.
Opmerkingen
164
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Nieuwe map
Maakt een map aan op de geheugenkaart voor het vastleggen van beelden.
Beelden worden vastgelegd in de nieuwe map totdat u een andere map aanmaakt of een
andere opnamemap selecteert.
1 MENU t [Instellingen] t [Nieuwe map].
Er wordt een nieuwe map aangemaakt met een nummer dat 1 cijfer hoger is dan het hoogste
nummer dat dan wordt gebruikt.
Er worden tegelijkertijd een map voor stilstaande beelden en een map voor MP4-film aangemaakt, die
hetzelfde nummer hebben.
Wanneer u een geheugenkaart in de camera zet die in andere apparatuur is gebruikt, en u maakt opnamen,
dan zal misschien automatisch een nieuwe map worden aangemaakt.
Er kunnen in totaal tot wel 4.000 beelden worden opgeslagen in de mappen voor stilstaande beelden of
film met hetzelfde nummer. Wanneer de capaciteit van de map wordt overschreden, wordt automatisch
een nieuwe map aangemaakt.
Opmerkingen
165
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Beeld-DB herstellen
Wanneer er onregelmatigheden worden aangetroffen in het beelddatabasebestand, die
worden veroorzaakt door de verwerking van bestanden op computers en dergelijke
apparaten, worden beelden op de geheugenkaart niet in deze vorm afgespeeld. Als dit
gebeurt, repareert de camera het bestand.
1 MENU t [Instellingen] t [Beeld-DB herstellen] t OK.
Het scherm [Beeld-DB herstellen] wordt getoond en de camera repareert het bestand.
Wacht totdat de reparatie is voltooid.
Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als het vermogen van de accu te veel afneemt tijdens het
repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken.
Opmerking
166
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Kaartruimte weerg.
Toont de opnametijd op de geheugenkaart die nog resteert voor het opnemen van film.
Het aantal stilstaande beelden dat nog kan worden vastgelegd wordt ook getoond.
1 MENU t [Instellingen] t [Kaartruimte weerg.].
167
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Inst. uploaden
Stelt in of u de uploadfunctie gebruikt of niet wanneer u gebruik maakt van een Eye-Fi-
kaart (in de handel verkrijgbaar). Dit item verschijnt wanneer u een Eye-Fi-kaart in de
camera zet.
1 MENU t [Instellingen] t [Inst. uploaden] t instelling van uw keuze.
De functie Eco-stand werkt niet zolang de camera bezig is met het uploaden van beelden.
Eye-Fi-kaarten worden verkocht in de VS, Canada, Japan en sommige landen in de EU (vanaf maart 2012).
Neem voor informatie rechtstreeks contact op met de fabrikant of de leverancier.
Eye-Fi-kaarten kunnen alleen worden gebruikt in landen/regio's waar zij worden aangeschaft. Gebruik
Eye-Fi-kaarten in overeenstemming met de wet van de landen/regio's waar u de kaart hebt aangeschaft.
Gebruik een Eye-Fi-kaart die in de camera is gezet, niet in een vliegtuig. Als er een Eye-Fi-kaart in de
camera is ingevoerd, stelt u [Inst. uploaden] in op [Uit]. wordt op het scherm weergegeven als [Inst.
uploaden] is ingesteld op [Uit].
1 Stel uw Wi-Fi-netwerk of bestemming in op de Eye-Fi-kaart.
Raadpleeg voor nadere bijzonderheden de handleiding die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd.
2 Plaats de Eye-Fi-kaart die u hebt geïnstalleerd, in de camera en maak
stilstaande beelden.
Beelden worden automatisch via het Wi-Fi-netwerk naar uw computer enzovoort verzonden.
Wanneer u een splinternieuwe Eye-Fi-kaart voor de eerste keer gebruikt, kopieer dan het installatiebestand
van Eye-Fi-manager dat op de kaart is vastgelegd, naar uw computer voordat u de kaart formatteert.
Gebruik een Eye-Fi-kaart wanneer u de firmware hebt geüpdatet naar de laatste nieuwe versie. Raadpleeg
voor meer informatie de bedieningsinstructies bij de Eye-Fi-kaart.
De functie voor stroombesparing van de camera werkt niet zolang beelden worden verplaatst.
Als (fout) op het scherm wordt getoond, neem de geheugenkaart dan uit en voer deze weer in, of zet
het toestel uit en weer aan. Als weer verschijnt, is de Eye-Fi-kaart misschien beschadigd.
Wi-Fi-netwerkcommunicatie kan misschien invloed ondervinden van andere communicatieapparaten.
Als de communicatiestatus niet goed is, ga dan dichter naar het toegangspunt van het Wi-Fi-netwerk toe.
Raadpleeg voor nadere gegevens over de bestandstypen die kunnen worden geüpload, de
gebruiksaanwijzing die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd.
Dit product ondersteunt niet de "Endless Memory Mode" van Eye-Fi. Controleer dat op de Eye-Fi-
kaarten die u in dit product zet, de "Endless Memory Mode" is uitgeschakeld.
Aan Schakelt de uploadfunctie in. Het pictogram op het scherm
verandert naar de communicatiestatus van de camera.
Standby. Er zijn geen beelden te verzenden.
Bezig met verbinding maken.
Upload-standby.
Bezig met uploaden.
Fout
Uit De uploadfunctie uitschakelen.
Opmerkingen
Beelden verzenden met behulp van een Eye-Fi-
kaart
Opmerkingen
168
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Aansluiten op andere apparatuur
Beelden bekijken op een tv
Als u de beelden die u met de camera hebt gemaakt, op een tv-toestel wilt bekijken, hebt
u een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) en een HD-tv-toestel met HDMI-aansluiting nodig.
Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing die bij de tv is geleverd.
Sommige apparaten zullen mogelijk niet goed werken.
Er klinkt alleen geluid tijdens het opnemen of afspelen van films wanneer de camera is aangesloten met
een HDMI-kabel.
Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo.
Gebruik een HDMI-miniaansluiting aan het ene einde (voor de camera) en een stekker die geschikt is
voor de aansluiting op uw tv aan het andere einde.
Sluit de uitgangsconnector van het apparaat niet aan op de HDMI-aansluiting op de camera. Dit kan een
storing veroorzaken.
Zelfs als de reliëffunctie is geactiveerd, worden de contouren van een scherpstelbereik niet geaccentueerd
wanneer de camera is aangesloten met een HDMI-kabel.
1 Schakel zowel de camera als de tv uit.
2 Sluit de camera met een HDMI-kabel
(los verkrijgbaar) op het tv-toestel aan.
3 Zet de tv aan en kies een ander
ingangssignaal.
4 Zet de camera aan en selecteer de
weergavestand door op (de
weergaveknop) te drukken.
De beelden die met de camera zijn opgenomen,
verschijnen op het tv-scherm.
Selecteer het beeld van uw keuze met de draaiknop.
Opmerkingen
1 Naar de HDMI-
aansluiting
2 Naar de HDMI-
aansluiting
HDMI-kabel
z Over "PhotoTV HD"
Deze camera is compatibel met de norm "PhotoTV HD".
Als u Sony's voor PhotoTV HD geschikte apparaten aansluit met een HDMI-kabel
(los verkrijgbaar), kunt u genieten van een compleet nieuwe wereld van foto's in
adembenemende Full HD-kwaliteit.
"PhotoTV HD" biedt een zeer gedetailleerde uitdrukking van subtiele patronen en kleuren,
zoals op foto's. Raadpleeg de bij de tv geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
Vervolg r
169
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Door de camera met een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aan te sluiten op een tv die
"BRAVIA" Sync ondersteunt, kunt u de camera bedienen met de afstandsbediening van
de tv.
1 Sluit een tv op de camera aan die "BRAVIA" Sync ondersteunt.
Het ingangssignaal wordt automatisch omgeschakeld en het beeld dat met de camera is
opgenomen, verschijnt op het tv-scherm.
2 Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de tv.
3 Gebruik de bedieningsknoppen op de afstandsbediening van de tv.
De beschikbare bedieningshandelingen zijn beperkt als de camera met een HDMI-kabel op een tv is
aangesloten.
Alleen tv's die "BRAVIA" Sync ondersteunen, bieden SYNC MENU-bedieningshandelingen. De SYNC
MENU-bedieningshandelingen verschillen afhankelijk van de tv die is aangesloten. Raadpleeg de bij de
tv geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
Als de camera onnodige bedieningshandelingen uitvoert als reactie op de afstandsbediening van het
TV-toestel wanneer de camera met een HDMI-aansluiting op een TV-toestel van een andere fabrikant is
aangesloten, gaat u als volgt te werk: MENU t [Instellingen] t [CTRL.VOOR HDMI] t [Uit].
Werken met "BRAVIA" Sync
Item Bediening
Diavoorstelling Speelt beelden automatisch af.
Speel 1 beeld af Keert terug naar het scherm met een enkel beeld.
Beeldindex Schakelt over naar het beeldindexscherm.
3D-weergave 3D-beelden weergeven op een 3D-tv-toestel.
Weergavefunctie Biedt u de mogelijkheid te bepalen hoe u de weer te geven
beelden wilt groeperen.
Wissen Wist het beeld.
Opmerkingen
170
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
3D-weergave
Ga als volgt te werk als u panoramische 3D-beelden vastgelegd op de camera wilt
weergeven op een 3D-tv-toestel.
Wanneer u [3D-weergave]-modus selecteert, worden alleen 3D-beelden weergegeven.
Sluit de camera en de aan te sluiten apparatuur niet aan via de uitgangen. Wanneer de camera en het tv-
toestel worden aangesloten via de uitgangen, worden geen video en geluid geproduceerd. Een dergelijke
aansluiting kan ook problemen veroorzaken met de camera en/of de aangesloten apparatuur.
Deze functie zal met sommige tv-toestellen misschien niet goed werken. U zult bijvoorbeeld niet een
videobeeld op uw tv-toestel kunnen weergeven, geen signaal kunnen uitsturen in de 3D-stand of geluid
horen uit het tv-toestel.
Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo.
Gebruik een HDMI-miniaansluiting aan het ene einde (voor de camera) en een stekker die geschikt is
voor de aansluiting op uw tv aan het andere einde.
1 Sluit de camera met een HDMI-kabel
(los verkrijgbaar) op het 3D-tv-toestel aan.
2 MENU t [Afspelen] t [3D-weergave] t
OK.
Panoramische 3D-beelden die met de camera zijn
opgenomen, verschijnen op het tv-scherm.
Wanneer [Standaard] of [Breed] is geselecteerd, kunt u
de panoramische 3D-beelden scrollen door op het
midden van de draaiknop te drukken.
Opmerkingen
1 Naar de HDMI-
aansluiting
2 Naar de HDMI-
aansluiting
HDMI-kabel
z Normale stilstaande beelden weergeven op een tv-
toestel
Als u [3D-weergave] selecteert, worden alleen 3D-beelden op het tv-toestel weergegeven.
Als u normale stilstaande beelden wilt weergeven, beëindigt u [3D-weergave] door op de
onderzijde van de draaiknop te drukken.
Als u wilt terugkeren naar 3D, drukt u weer op de onderzijde van de draaiknop.
Selecteer MENU t [Afspelen] t [Beeldindex] als u de beeldindex wilt weergeven.
171
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Met uw computer
De volgende toepassingen staan op de cd-rom (bijgeleverd) en bieden een veelzijdiger
gebruik van beelden die u met uw camera hebt geschoten.
"Image Data Converter"
U kunt beeldbestanden in RAW-formaat openen.
"PlayMemories Home"
U kunt stilstaande beelden of films die zijn opgenomen met de camera importeren op
uw computer zodat u ze kunt bekijken en u kunt met diverse handige functies de
beelden die u hebt vastgelegd, verfraaien.
Zie voor uitgebreide informatie over de installatie ook bladzijde 173.
RAW-beelden weergeven met "Image Data Converter".
"PlayMemories Home" is niet geschikt voor Mac-computers. Gebruik, wanneer u beelden weergeeft op
Mac-computers, de juiste toepassingssoftware die bij de Mac-computer wordt geleverd.
De volgende computeromgeving wordt aanbevolen wanneer u de bijgeleverde software
gebruikt en beelden importeert via een USB-verbinding.
* 64-bits edities en Starter Edition worden niet ondersteund. Windows Image Mastering API (IMAPI)
Ver. 2.0 of later is vereist voor de functie voor het maken van schijven.
** Starter Edition wordt niet ondersteund.
Opmerkingen
Aanbevolen computeromgeving (Windows)
Besturingssysteem
(vooraf geïnstalleerd)
Microsoft Windows XP* SP3/Windows Vista** SP2/Windows 7
SP1
"PlayMemories Home" CPU: Intel Pentium III 800 MHz of sneller
Voor het afspelen/bewerken van de High Definition-films: Intel
Core Duo 1,66 GHz of sneller/Intel Core 2 Duo 1,66 GHz of
sneller (Intel Core 2 Duo 2,26 GHz of sneller (AVC HD (FX/
FH)))
Geheugen: Windows XP 512MB of meer (1 GB of meer wordt
aanbevolen), Windows Vista/Windows 7 1 GB of meer
Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd voor installatie:
ongeveer 500 MB
Computerscherm: Schermresolutie: 1024 × 768 beeldpunten
of meer
"Image Data
Converter Ver.4"
CPU/geheugen: Pentium 4 of sneller/1 GB of meer
Computerscherm: 1024 × 768 beeldpunten of meer
Vervolg r
172
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
De volgende computeromgeving wordt aanbevolen wanneer u de bijgeleverde software
gebruikt en beelden importeert via een USB-verbinding.
De juiste werking kan niet worden gegarandeerd in een computeromgeving die is opgewaardeerd tot een
van de bovenstaande besturingssystemen of in een computeromgeving met meerdere besturingssystemen
(multi-boot).
Als u 2 of meer USB-apparaten tegelijkertijd op een computer aansluit, is het mogelijk dat sommige
apparaten, waaronder de camera, niet zullen werken afhankelijk van de typen USB-apparaten die zijn
aangesloten.
Wanneer u de camera aansluit met behulp van een USB-interface die geschikt is voor Hi-Speed USB
(USB 2.0), is geavanceerde gegevensoverdracht (High Speed) mogelijk omdat de camera geschikt is voor
Hi-Speed USB (USB 2.0).
Wanneer de computer ontwaakt uit de waak- of slaapstand, is het mogelijk dat de communicatie tussen de
camera en uw computer zich niet op hetzelfde moment herstelt.
Aanbevolen computeromgeving (Mac)
Besturingssysteem
(vooraf geïnstalleerd)
USB-verbinding: Mac OS X v10.3 – v10.7
"Image Data Converter Ver.4": Mac OS X v10.5, v10.6
(Snow Leopard), v10.7 (Lion)
"Image Data
Converter Ver.4"
CPU: Intel-processors, zoals Intel Core Solo/Core Duo/
Core 2 Duo
Geheugen: 1 GB of meer wordt aanbevolen
Computerscherm: 1024 × 768 beeldpunten of meer
Opmerkingen
173
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
De software gebruiken
Meld aan als beheerder.
1 Zet de computer aan en plaats de cd-rom (bijgeleverd) in het cd-rom-
station.
Het scherm met het installatiemenu verschijnt.
Als het niet verschijnt, dubbelklikt u op [Computer] (Voor Windows XP: [Deze computer]) t
(PMHOME) t [Install.exe].
Als het scherm Automatisch afspelen verschijnt, selecteert u "Install.exe uitvoeren" en volgt u de
instructies die op het scherm verschijnen voor het vervolg van de installatie.
2 De camera op de computer aansluiten (bladzijde 176).
3 Klik op [Installeren].
Controleer dat zowel "Image Data Converter" en "PlayMemories Home" zijn aangevinkt en
volg de instructies op het scherm.
Wanneer het bevestigingsbericht voor het opnieuw opstarten verschijnt, start u de computer opnieuw
op volgens de instructies op het scherm.
DirectX zal misschien worden geïnstalleerd afhankelijk van de systeemomgeving van uw computer.
4 Verwijder de cd-rom nadat de installatie is voltooid.
De volgende software is geïnstalleerd en er verschijnen snelkoppelingspictogrammen op het
bureaublad.
"Image Data Converter"
"PlayMemories Home"
"PlayMemories Home help-gids"
Als "PMB" (Picture Motion Browser), dat bij een camera is geleverd die voor 2011 is aangeschaft, al op
de computer is geïnstalleerd, wordt "PMB" overschreven door "PlayMemories Home" en zult u sommige
functies van "PMB" misschien niet kunnen gebruiken.
Meld aan als beheerder.
1 Zet de Mac-computer aan en plaats de cd-rom (bijgeleverd) in het
cd-rom-station.
2 Dubbelklik op het pictogram van de cd-rom.
3 Kopieer het bestand [IDC_INST.pkg] in de map [MAC] naar het pictogram
van de vaste schijf.
4 Dubbelklik op het bestand [IDC_INST.pkg] in de
kopieerbestemmingsmap.
Volg de aanwijzingen op het scherm en voltooi de installatie.
De software installeren (Windows)
Opmerking
De software installeren (Mac)
Vervolg r
174
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Met "Image Data Converter" kunt u onder meer het volgende doen:
Beelden, opgenomen in RAW-indeling, bewerken door verschillende correcties toe te
passen, zoals tooncurve en beeldscherpte.
Beelden aanpassen met witbalans, belichting en Creatieve stijl enzovoort.
De beelden die worden getoond en bewerkt op een computer, opslaan.
U kunt het beeld opslaan als RAW-indeling of in de algemene bestandsindeling.
RAW-beelden en JPEG-beelden die met deze camera zijn vastgelegd, op het scherm
tonen en vergelijken.
Beelden classificeren in 5 klassen.
Kleurlabel enzovoort aanbrengen.
Met "PlayMemories Home" kunt u onder meer het volgende doen:
Beelden instellen die met de camera zijn opgenomen en deze op de computer
weergeven.
De beelden op de computer op een kalender rangschikken op opnamedatum voor
weergave.
Stilstaande beelden bewerken (rode-ogencorrectie enzovoort), afdrukken en als
e-mailbijlage versturen, de opnamedatum veranderen en meer.
Stilstaande beelden afdrukken of opslaan met de datum.
Een Blu-ray Disc of DVD maken van AVCHD-films die zijn geïmporteerd op een
computer. (Een internetverbinding is nodig wanneer u voor de eerste keer een Blu-ray
Disc/DVD-schijf maakt.)
"PlayMemories Home" is niet geschikt voor Mac-computers. Gebruik, wanneer u beelden weergeeft op
Mac-computers, de juiste toepassingssoftware die bij de Mac-computer wordt geleverd.
Films die zijn opgenomen met de instelling [60i 24M(FX)/50i 24M(FX)]/[24p 24M(FX)/25p 24M(FX)]
in [Opname-instelling], worden door "PlayMemories Home" geconverteerd voor een AVCHD-schijf.
Deze conversie kan veel tijd in beslag nemen. U kunt geen schijf maken met de originele beeldkwaliteit.
Als u de originele beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films opslaan op een Blu-ray Disc.
"Image Data Converter" gebruiken
"PlayMemories Home" gebruiken
Opmerkingen
z "Image Data Converter" gebruiken
Raadpleeg Help.
Klik op [start] t [Alle programma's] t [Image Data Converter] t [Help] t [Image
Data Converter Ver.4].
"Image Data Converter"-ondersteuningspagina (alleen Engels)
http://www.sony.co.jp/ids-se/
Vervolg r
175
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
z "PlayMemories Home" gebruiken
Raadpleeg "PlayMemories Home help-gids".
Dubbelklik op de snelkoppeling van (PlayMemories Home help-gids) op het
bureaublad. Of klik op [start] t [Alle programma's] t [PlayMemories Home] t
[PlayMemories Home help-gids].
"PlayMemories Home"-ondersteuningspagina (alleen Engels)
http://www.sony.co.jp/pmh-se/
176
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
De camera op de computer aansluiten
"PlayMemories Home" biedt u de mogelijkheid gemakkelijk beelden te importeren.
Meer informatie over functies van "PlayMemories Home" vindt u in de "PlayMemories
Home help-gids".
Beelden importeren op de computer zonder "PlayMemories Home"
te gebruiken
Wanneer de wizard Automatisch afspelen verschijnt nadat u een USB-verbinding tot
stand hebt gebracht tussen de camera en een computer, klikt u op [Map openen en
bestanden weergeven] t [OK] t [DCIM] of [MP_ROOT] t kopieert u de beelden
van uw keuze naar de computer.
Gebruik voor bedieningshandelingen zoals het importeren van AVCHD-films op de computer
"PlayMemories Home".
Wanneer de camera op de computer is aangesloten, kunnen beelden beschadigd raken of mogelijk niet
worden afgespeeld als u met AVCHD-films of mappen werkt vanaf de aangesloten computer. AVCHD-
films mogen niet worden verwijderd of gekopieerd op de geheugenkaart vanaf de computer. Sony is niet
aansprakelijk voor de gevolgen van deze handelingen via de computer.
1 Sluit de camera eerst op uw Mac-computer aan. Dubbelklik op het pas
herkende pictogram op het bureaublad t de map waarin de beelden die
u wilt importeren, zijn opgeslagen.
2 Sleep de beeldbestanden naar het pictogram van de vaste schijf.
De beeldbestanden worden naar de vaste schijf gekopieerd.
3 Dubbelklik op het pictogram van de vaste schijf t het gewenste
beeldbestand in de map die de gekopieerde bestanden bevat.
Het beeld wordt weergegeven.
1 Plaats een voldoende opgeladen accu in de
camera of sluit de camera via de AC-PW20-
netspanningsadapter (los verkrijgbaar) aan
op het stopcontact.
2 Zet de camera en de computer aan.
3 Sluit de camera op uw computer aan.
Wanneer er voor de eerste keer een USB-verbinding tot
stand wordt gebracht, start uw computer automatisch
een programma om de camera te herkennen. Wacht
even.
Beelden importeren op de computer (Windows)
Opmerkingen
Beelden importeren op de computer (Mac)
1 Naar een USB-aansluiting
van de computer
2 Naar de USB-aansluiting
USB-kabel
(bijgeleverd)
Vervolg r
177
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Voer de procedures uit vanaf stap 1 tot 2 hieronder voordat u het volgende wilt doen:
De USB-kabel loskoppelen.
De geheugenkaart verwijderen.
De camera uitzetten.
Sleep het pictogram van de geheugenkaart of het stationspictogram van tevoren naar het pictogram
"Prullenbak" wanneer u een Mac-computer gebruikt en de camera wordt losgekoppeld van de computer.
Met Windows 7 zal het pictogram voor het verbreken van de aansluiting misschien niet worden
weergegeven. In dergelijke gevallen kunt u de aansluiting verbreken zonder de hierboven vermelde
procedure te volgen.
Verbreek de aansluiting van de USB-kabel niet wanneer het toegangslampje brandt. De gegeven kunnen
dan beschadigd raken.
De USB-verbinding wissen
1 Dubbelklik op het ontkoppel-pictogram op de
taakbalk.
Klik voor Windows 7 op en klik vervolgens op .
2 Klik op (USB-apparaat voor massaopslag
veilig verwijderen).
Ontkoppel-pictogram
Opmerkingen
z De software voor Mac-computers
Ga voor meer informatie over andere software voor Mac-computers naar de volgende URL:
http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/
Windows Vista
178
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Een filmschijf maken
Van het type schijf is afhankelijk op welke apparaten kan worden afgespeeld. Selecteer
de methode die het best past bij uw speler.
Hier worden 2 manieren voor het maken van een schijf beschreven, een schijf maken met
een computer met "PlayMemories Home" of een schijf maken met andere apparaten dan
een computer, bijvoorbeeld een recorder.
* Wanneer u een schijf maakt met "PlayMemories Home", kunt u dat doen door voor de beeldkwaliteit een
lagere instelling te kiezen.
Type schijf/gebruik Beschikbare opname-
instelling
Speler
FX FH
High-Definition-beeldkwaliteit
(HD) behouden
Blu-ray Disc Weergave
apparaten
(Sony Blu-ray Disc-speler,
PlayStation®3, enz.)
High-Definition-beeldkwaliteit
(HD) behouden (AVCHD-
opnameschijf)
–*
AVCHD-indeling
weergaveapparaten
(Sony Blu-ray Disc-speler,
PlayStation®3, enz.)
Standaard-beeldkwaliteit (STD)
behouden
–* –*
Gewone DVD-
weergaveapparaten
(DVD-speler, computer die
DVD' s, enz. kunnen
afspelen)
Vervolg r
179
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Karakteristieken van de verschillende typen schijf
Type schijf/gebruik Speler
High-Definition-beeldkwaliteit
(HD)
Op een Blu-ray Disc kunt u films in high definition-
beeldkwaliteit (HD) van langere duur vastleggen dan op
DVD-schijven.
High-Definition-beeldkwaliteit
(HD) (AVCHD-opnameschijf)
Een film in high definition-beeldkwaliteit (HD) kan
worden vastgelegd op DVD-media, zoals DVD-R-
schijven, en er wordt een schijf in high definition-
beeldkwalititeit (HD) gemaakt.
U kunt een schijf van high definition-beeldkwaliteit
(HD) afspelen op afspeelapparaten voor AVCHD-
indeling, zoals een Sony Blu-ray Disc-speler en een
PlayStation®3. U kunt de schijf niet afspelen op
gewone DVD-spelers.
Standaard-Definitie beeldkwaliteit
(STD)
Een film in standard definition-beeldkwaliteit (STD) die
is geconverteerd van een film high definition-
beeldkwaliteit (HD) kan worden vastgelegd op DVD-
media, zoals DVD-R-schijven, en er wordt een schijf in
standaardbeeldkwalititeit (STD) gemaakt.
z Schijven die u niet gebruiken met "PlayMemories
Home"
U kunt de volgende 12 cm-schijven gebruiken met "PlayMemories Home". Zie voor Blu-ray
Disc bladzijde 180.
Zorg er altijd voor dat uw PlayStation®3 de nieuwste versie van de PlayStation®3-systeemsoftware
gebruikt.
De PlayStation®3 is misschien in sommige landen/regio's niet leverbaar.
Schijftype Kenmerken
DVD-R/DVD+R/DVD+R DL Niet-herschrijfbaar
DVD-RW/DVD+RW Herschrijfbaar
Vervolg r
180
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
U kunt een schijf van High-Definition-beeldkwaliteit (HD) in AVCHD-formaat maken
van AVCHD-films die zijn geïmporteerd naar een computer met de software
"PlayMemories Home".
1 Start [PlayMemories Home] en klik op (Discs aanmaken).
2 Selecteer [AVCHD (HD)] uit de snelkeuzelijst die wordt gebruikt voor het
selecteren van een schijf.
3 Selecteer de AVCHD-films die u wilt schrijven.
4 Klik op [Toevoegen].
U kunt ook films toevoegen door te slepen en neer te zetten.
5 Maak een schijf door de instructies op het scherm te volgen.
Installeer "PlayMemories Home" van tevoren.
Bestanden van stilstaande beelden en MP4-films kunnen niet worden vastgelegd op de AVCHD-
opnameschijf.
Het maken van een schijf kan lange tijd in beslag nemen.
Films die zijn opgenomen met de instelling [60i 24M(FX)/50i 24M(FX)]/[24p 24M(FX)/25p 24M(FX)]
in [Opname-instelling], worden door "PlayMemories Home" geconverteerd voor een AVCHD-schijf.
Deze conversie kan veel tijd in beslag nemen. U kunt geen schijf maken met de originele beeldkwaliteit.
Als u de originele beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films opslaan op een Blu-ray Disc.
Maken - een Blu-ray Disc
U kunt een Blu-ray Disc maken met AVCHD-films die eerder op een computer zijn
geïnstalleerd. Uw computer moet het maken van een Blu-ray Disc ondersteunen.
BD-R-media (niet-herschrijfbaar) en BD-RE-media (herschrijfbaar) kunnen worden
gebruikt voor het maken van een Blu-ray Disc. U kunt bij geen van beide typen schijf
materiaal toevoegen wanneer de schijf eenmaal is gemaakt.
U kunt alleen Blu-ray Disc's maken met "PlayMemories Home" als u fabrikantspecifieke
aanvullende software installeert. Ga voor meer informatie naar de volgende URL:
http://support.d-imaging.sony.co.jp/BDUW/
Zie "PlayMemories Home help-gids" voor informatie.
Een schijf in High-Definition beeldkwaliteit (HD)
maken (AVCHD-opnameschijf)
Opmerkingen
z
Een AVCHD-opnameschijf afspelen op een computer
U kunt de schijven afspelen met "PlayMemories Home". Selecteer het DVD-station waar de
schijf zich bevindt en klik op [Player for AVCHD] op "PlayMemories Home".
Zie "PlayMemories Home help-gids" voor informatie.
Afhankelijk van de computeromgeving zullen films misschien niet gelijkmatig worden afgespeeld.
Vervolg r
181
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
U kunt een schijf van Standard Definition-beeldkwaliteit (STD) maken van AVCHD-
films die zijn geïmporteerd naar een computer met de bijgeleverde software
"PlayMemories Home".
1 Start [PlayMemories Home] en klik op (Discs aanmaken).
2 Selecteer [DVD-Video (STD)] uit de snelkeuzelijst die wordt gebruikt voor
het selecteren van een schijf.
3 Selecteer de AVCHD-films die u wilt schrijven.
4 Klik op [Toevoegen].
U kunt ook films toevoegen door te slepen en neer te zetten.
5 Maak een schijf door de instructies op het scherm te volgen.
Installeer "PlayMemories Home" van tevoren.
MP4-filmbestanden kunnen niet worden vastgelegd op een schijf.
Het maken van een schijf neemt meer tijd in beslag omdat AVCHD-films worden geconverteerd naar
films van standard definition-beeldkwaliteit (STD).
Een internetverbinding is nodig wanneer u voor de eerste keer een DVD-Video (STD) maakt.
U kunt een schijf maken met een Blu-ray Disc-recorder, enz.
Van het gebruikte apparaat hangt af welk schijftype u kunt gebruiken.
Raadpleeg voor meer informatie over het maken van een schijf de gebruiksaanwijzing die bij het
gebruikte apparaat wordt geleverd.
Een schijf van standard definition-beeldkwaliteit
(STD) op een computer maken
Opmerkingen
Een filmschijf maken met een ander apparaat dan
een computer
Apparaat Schijftype
Blu-ray Disc-recorder: Voor het
maken van een Blu-ray Disc of
DVD met standaard beeldkwaliteit
(STD)
High-Definition-
beeldkwaliteit
(HD)
Standaard-
Definitie
beeldkwaliteit
(STD)
HDD-recorder enzovoort: Voor
het maken van een DVD met
standaardbeeldkwaliteit (STD)
Standaard-Definitie beeldkwaliteit
(STD)
Opmerking
182
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Stilstaande beelden afdrukken
U kunt stilstaande beelden afdrukken met de volgende methoden.
Direct afdrukken met een printer die uw type geheugenkaart ondersteunt
Raadpleeg de bij de printer geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
Afdrukken met behulp van een computer
U kunt beelden importeren op een computer met de "PlayMemories Home"-software
en de beelden afdrukken. U kunt de datum op het beeld zetten en afdrukken. Zie de
"PlayMemories Home help-gids" voor meer informatie.
Afdrukken in een winkel
U kunt een geheugenkaart met daarop de beelden die met de camera zijn geschoten,
naar een winkel brengen die foto's afdrukt. Als de winkel maar fotoafdrukservices
ondersteunt die voldoen aan DPOF, kunt u van tevoren in de weergavestand een -
markering (Afdrukopdracht) op beelden zetten, zodat u ze niet opnieuw hoeft te
selecteren wanneer u ze in de winkel afdrukt.
U kunt geen RAW-beelden afdrukken.
Wanneer u beelden die zijn opgenomen in de stand [16:9] afdrukt, worden de beide zijkanten misschien
afgesneden.
U kunt afhankelijk van de printer misschien panoramische beelden niet afdrukken.
Wanneer u afdrukken maakt in de winkel, let dan op het volgende.
Vraag in de fotoafdrukservicewinkel met welke typen geheugenkaarten zij overweg kunnen.
Een geheugenkaart-adapter (los verkrijgbaar) zal misschien nodig zijn. Vraag advies in uw
fotoafdrukservicewinkel.
Maak altijd eerst een kopie (back-up) van uw gegevens op een schijf, voordat u met beeldgegevens
naar de winkel gaat.
U kunt niet het aantal afdrukken instellen.
Als u data op beelden wilt afdrukken, vraag dan advies in uw fotoafdrukservicewinkel.
De camera is niet geschikt voor "PictBridge".
Opmerkingen
183
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Problemen oplossen
Problemen oplossen
Als u problemen ondervindt met de camera, probeer dan de volgende oplossingen.
Het lukt niet de accu te plaatsen.
Verschuif bij het plaatsen van de accu met de punt van de accu de vergrendelingshendel.
U kunt alleen een NP-FW50-accu gebruiken. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is.
De indicator van het resterend accuvermogen is onjuist, of voldoende resterend
accuvermogen wordt aangegeven, maar de accu raakt te snel leeg.
Dit doet zich voor wanneer u de camera op een zeer warme of koude plaats gebruikt.
De accu is leeg. Plaats een opgeladen accu.
De accu is niet meer bruikbaar. Vervang de accu door een nieuwe.
De camera kan niet worden ingeschakeld.
Plaats de accu op de juiste wijze.
De accu is leeg. Plaats een opgeladen accu.
De accu is niet meer bruikbaar. Vervang de accu door een nieuwe.
De camera schakelt plotseling uit.
Wanneer de camera of de accu te warm is, toont de camera een waarschuwingsbericht en schakelt
zichzelf uit om de camera te beschermen.
Als de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt de camera in de
stroombesparingsstand gezet. U kunt de stroombesparingsstand opheffen door de camera te bedienen,
bijvoorbeeld door de ontspanknop half in te drukken (bladzijde 147).
Het laadlampje op de camera knippert tijdens het opladen van de accu.
U kunt alleen een NP-FW50-accu gebruiken. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is.
Als u een accu oplaadt die lang niet is gebruikt, zal het laadlampje op de camera misschien knipperen.
Het laadlampje knippert op twee manieren: snel (met tussenpozen van ongeveer 0,3 seconde) en langzaam
(met tussenpozen van ongeveer 1,3 seconde). Knippert het snel, neem de accu dan uit en zet dezelfde accu
weer stevig in, of verbreek de aansluiting en sluit de USB-kabel weer aan. Als het laadlampje dan weer
1 Controleer de punten op de bladzijden 183 tot 188.
2 Verwijder de accu, wacht ongeveer 1 minuut, plaats de accu
weer en zet de camera aan.
3 Stel de instellingen terug (bladzijde 159).
4 Neem contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke
technische dienst van Sony.
Accu en voeding
Vervolg r
184
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
snel knippert, kunt u vermoeden dat er iets niet goed is met de accu, netspanningsadapter (bijgeleverd) of
de USB-kabel. Langzaam knipperen duidt erop dat het laden wordt opgeschort omdat de
omgevingstemperatuur buiten het geschikte bereik is voor het opladen van de accu. Het laden zal worden
hervat en het Laadlampje zal branden wanneer de omgevingstemperatuur terugkeert binnen het geschikte
temperatuurbereik. Laad de accu op bij geschikte temperaturen tussen 10 °C en 30 °C.
De accu is niet opgeladen, ook al is het Laadlampje op de camera uitgeschakeld.
Dit doet zich voor wanneer u de camera op een zeer warme of koude plaats gebruikt. Laad de accu op
bij geschikte temperaturen tussen 10 °C en 30 °C.
De accu is leeg.
Wanneer de accu niet wordt opgeladen (laadlampje brandt niet) terwijl u de juiste oplaadprocedure
volgt, verwijdert u de accu en plaatst u die terug of koppelt u de USB-kabel los en sluit u deze weer aan.
U hebt de camera ingeschakeld, maar er verschijnt niets op het LCD-scherm.
Als de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt de camera in de
stroombesparingsstand gezet. U kunt de stroombesparingsstand opheffen door de camera te bedienen,
bijvoorbeeld door de ontspanknop half in te drukken (bladzijde 147).
De sluiter wordt niet ontspannen.
U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar en de schakelaar staat in de
LOCK-stand. Zet de schrijfbeveiligingsschakelaar in de stand voor opnemen.
Controleer de vrije opslagcapaciteit van de geheugenkaart.
U kunt tijdens het opladen van de flitser geen beelden opnemen.
De lens is niet goed op het toestel gezet. Zet de lens goed op het toestel.
Het opnemen duurt erg lang.
De ruisonderdrukkingsfunctie is ingeschakeld (bladzijden 127, 128). Dit is geen storing.
U maakt opnamen in de stand RAW (bladzijde 84). Omdat een RAW-gegevensbestand groot is, zal
het maken van opnamen in de RAW-stand misschien meer tijd in beslag nemen.
De Auto HDR is bezig een beeld te verwerken (bladzijde 95).
Het beeld is onscherp.
Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Controleer de minimale afstand waarop de lens kan
scherpstellen.
U maakt opnamen in de stand voor handmatig scherpstellen. Stel [AF/MF-selectie] in op
[Aut. scherpst.] (bladzijde 66).
Er is onvoldoende omgevingslicht.
Voor het onderwerp is mogelijk speciale scherpstelling vereist. Met de [Flexibel punt] (bladzijde 68)
of de functie voor handmatige scherpstelling (bladzijde 66).
De flitser werkt niet.
Druk op (flitserknop) om de flitser de activeren.
U kunt geen flitser gebruiken in de volgende opnamestand:
[Bracket: continu]
[Panorama d. beweg.]
[3D-panor. d. beweg.]
[Nachtscène] en [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze]
[Anti-bewegingswaas]
Films opnemen
Beelden opnemen
Vervolg r
185
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Wazige ronde witte vlekken zijn te zien op beelden die met de flitser zijn gemaakt.
Het flitslicht is weerkaatst door deeltjes in de lucht (stof, pollen enzovoort) en dat is op het beeld te
zien. Dit is geen storing.
Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen.
De flitser is binnen een korte tijd meerdere keren gebruikt. Als de flitser meerdere keren achter elkaar
is gebruikt, kan het opladen langer duren dan gebruikelijk omdat moet worden voorkomen dat de
camera te heet wordt.
Een foto die met de flitser is gemaakt, is te donker.
Als het onderwerp zich buiten het flitserbereik (de afstand die door het flitslicht kan worden bereikt)
bevindt, zullen de beelden donker zijn omdat het flitslicht het onderwerp niet bereikt. Als de ISO-
gevoeligheid wordt veranderd, verandert tevens het flitserbereik.
De datum en tijd worden onjuist vastgelegd.
Stel de juiste datum en tijd in (bladzijde 143).
Het gebied dat is geselecteerd met [Tijdzone instellen] verschilt van het feitelijke gebied. Stel het
feitelijke gebied in door MENU t [Instellingen] t [Tijdzone instellen] te selecteren.
De diafragmawaarde en/of de sluitertijd knipperen/knippert.
Omdat het onderwerp te helder of te donker is, ligt het buiten het beschikbare bereik van de camera.
Pas de instellingen opnieuw aan.
Het beeld is witachtig (schittering).
Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (Schaduwbeeld).
De foto is genomen onder een sterke lichtbron waarbij veel te veel licht in de lens is gevallen.
Bevestig een lenskap wanneer u de zoomlens gebruikt.
De hoeken van de foto zijn te donker.
Als een filter of lenskap wordt gebruikt, neem deze dan van de lens en maak de opname opnieuw.
Door de dikte van het filter en een onjuiste bevestiging van de lenskap kan het filter of de lenskap
gedeeltelijk zichtbaar zijn in het beeld. De optische eigenschappen van bepaalde lenzen kunnen ertoe
leiden dat de rand van het beeld te donker lijkt (onvoldoende licht). U kunt dit verschijnsel corrigeren
met [Lenscomp.: schaduw] (bladzijde 129).
De ogen van het onderwerp zijn rood.
Activeer de functie Rode ogen verm. (pagina 109).
Ga dicht naar het onderwerp toe en maak de opname binnen het flitserbereik met de flitser.
Punten verschijnen en blijven op het LCD-scherm.
Dit is geen storing. Deze punten worden niet vastgelegd.
Het beeld is wazig.
De foto is zonder flitser gemaakt op een donkere locatie, waardoor bewegingsonscherpte is ontstaan.
Het gebruik van een statief of de flitser wordt aanbevolen (bladzijde 65). [Schemeropn. uit hand] in
[Scènekeuze] (bladzijde 53) en [Anti-bewegingswaas] (bladzijde 55) zijn ook effectief bij het
verminderen van onscherpte.
De belichtingswaarde knippert op het LCD-scherm of de zoeker.
Het onderwerp is te fel verlicht of te donker voor het lichtmeetbereik van de camera.
Vervolg r
186
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Het zelfontspannerlampje knippert niet.
Wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt geklapt met [Zelfontsp. v. zelfportret]
ingesteld op [Aan], knippert het zelfontspannerlampje niet.
Het lukt niet beelden weer te geven.
De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer.
Wanneer een beeldbestand is verwerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is vastgelegd
op een ander model dan dat van uw camera, is niet gegarandeerd dat het beeldbestand op uw camera
kan worden weergegeven.
De camera staat in de USB-stand. Wis de USB-verbinding (bladzijde 177).
Geef beelden die op een computer zijn opgeslagen, weer met "PlayMemories Home" met deze
camera.
Het lukt niet het beeld de wissen.
Hef de beveiliging op (bladzijde 104).
Het beeld is per ongeluk gewist.
Wanneer u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. We adviseren u de beelden die u
niet wilt wissen, te beveiligen (bladzijde 104).
U kunt het DPOF-merkteken niet zetten.
U kunt geen DPOF-markering op RAW-beelden zetten.
Het is niet zeker of het besturingssysteem geschikt is voor de camera.
Zie "Aanbevolen computeromgeving" (bladzijde 171).
De computer herkent de camera niet.
Controleer of de camera aan staat.
Wanneer de accu bijna leeg is, plaatst u een opgeladen accu of sluit u de netspanningsadapter (los
verkrijgbaar) aan.
Gebruik de USB-kabel (bijgeleverd) voor aansluiting.
Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan.
Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag] (bladzijde 155).
Koppel alle apparatuur behalve de camera, het toetsenbord en de muis los van de USB-aansluitingen
van uw computer.
Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander apparaat.
Het lukt niet beelden te kopiëren.
Breng de USB-verbinding tot stand door de camera goed aan te sluiten op uw computer (bladzijde 176).
Volg de aangeduide kopieerprocedure voor uw besturingssysteem.
Het kan voorkomen dat u de beeldbestanden van een geheugenkaart die op een computer is
geformatteerd, niet naar een computer kunt kopiëren. Maak een opname met een geheugenkaart die
op uw camera is geformatteerd.
Beelden weergeven
Beelden wissen/bewerken
Computers
Vervolg r
187
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Het lukt niet beelden weer te geven op een computer.
Als u "PlayMemories Home" gebruikt, raadpleeg dan de "PlayMemories Home help-gids".
Vraag advies aan de fabrikant van de computer of de software.
Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een
computer bekijkt.
U speelt de film af rechtstreeks van de geheugenkaart. Importeer de film op uw computer met
"PlayMemories Home" en speel de film af.
Nadat u een USB-verbinding tot stand hebt gebracht, wordt "PlayMemories
Home" niet automatisch gestart.
Breng de USB-verbinding tot stand nadat de computer is opgestart (bladzijde 176).
Het lukt niet een geheugenkaart te plaatsen.
De richting waarin de geheugenkaart is geplaatst, is verkeerd. Plaats de geheugenkaart in de juiste
richting.
Het lukt niet een opname te maken op een geheugenkaart.
De geheugenkaart is vol. Wis beelden die u niet wilt bewaren (bladzijden 31, 99).
Er is een onbruikbare geheugenkaart geplaatst.
De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd.
Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U kunt deze niet meer herstellen.
Het lukt niet beelden af te drukken.
RAW-beelden kunnen niet worden afgedrukt. Als u RAW-beelden wilt afdrukken, moet u ze eerst
naar JPEG-beelden converteren met "Image Data Converter" op de bijgeleverde cd-rom.
Het beeld heeft een vreemde kleur.
Bij het afdrukken van beelden die opgenomen zijn in de stand Adobe RGB op sRGB-printers die niet
geschikt zijn voor Adobe RGB (DCF2.0/Exif2.21 of later), worden de beelden met een lagere
verzadiging afgedrukt.
Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden.
Afhankelijk van uw printer, kunnen de randen links, rechts, boven of onder van het beeld worden
afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat werd opgenomen met de beeldverhouding [16:9],
kunnen de zijkanten van het beeld worden afgesneden.
Wanneer u beelden afdrukt met uw eigen printer, moet u de instellingen voor bijsnijden of randloos
afdrukken van de printer annuleren. Vraag de fabrikant van de printer of de printer deze functies heeft.
Wanneer u beelden laat afdrukken bij een fotoafdrukservice, vraag dan of de beelden kunnen worden
afgedrukt zonder dat beide randen worden afgesneden.
Geheugenkaart
Afdrukken
Vervolg r
188
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Het lukt niet de beelden af te drukken met de datum.
Met "PlayMemories Home" kunt u beelden afdrukken met de datum.
De camera heeft geen functie voor het plaatsen van datums op beelden. Maar omdat de beelden die
met de camera zijn opgenomen, informatie over de opnamedatum bevatten, kunt u beelden afdrukken
met de datum op het beeld als de printer of de software Exif-informatie kan herkennen. Vraag aan de
fabrikant van de printer of van de software advies over compatibiliteit met Exif-informatie.
Wanneer u beelden laat afdrukken in een winkel, kunnen de beelden op verzoek ook worden
afgedrukt met de datum.
De lens raakt beslagen.
Er is condensvorming opgetreden. Zet de camera uit en laat het toestel ongeveer een uur liggen
voordat u het weer gebruikt.
Het bericht "Gebied/datum/tijd instellen" verschijnt wanneer u de camera aanzet.
De camera is enige tijd niet gebruikt terwijl er een zwakke accu of geen accu in zat. Laad de accu op
en stel de datum opnieuw in (bladzijde 143). Als het bericht steeds verschijnt wanneer u de accu
oplaadt, is de interne oplaadbare accu misschien niet meer goed. Neem contact op met uw Sony-
dealer of de plaatselijke technische dienst van Sony.
De datum en tijd worden onjuist vastgelegd.
Corrigeer of controleer de ingestelde datum en tijd door MENU t [Instellingen] t [Datum/tijd
instellen] te selecteren.
Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt met 2 beelden tegelijk af.
Dit komt doordat de compressieverhouding en het beeldformaat na compressie veranderen
afhankelijk van het beeld, wanneer u een JPEG-beeld opneemt.
De instelling wordt teruggesteld zonder de terugstelbewerking.
De accu is verwijderd terwijl de Aan/Uit-schakelaar op ON stond. Zorg er bij het verwijderen van de
accu voor dat de camera is uitgeschakeld en het toegangslampje niet brandt.
De camera werk niet goed.
Zet de camera uit. Haal de accu uit de camera en plaats hem weer terug. Als de camera heet is, haalt u
de accu uit het toestel en laat u deze afkoelen voordat u deze corrigerende handeling uitvoert.
Als er een netspanningsadapter (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, koppelt u de voedingskabel los.
Sluit de voedingskabel aan en zet de camera weer aan. Neem contact op met uw Sony-dealer of het
erkende Sony-servicecentrum bij u in de buurt als de camera niet werkt nadat u deze maatregelen hebt
uitgevoerd.
"--E-" wordt op het scherm aangeduid.
Verwijder de geheugenkaart en plaats deze terug. Als de aanduiding niet verdwijnt na deze procedure,
moet u de geheugenkaart formatteren (bladzijde 160).
Overige
189
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Waarschuwingsberichten
Als één van de onderstaande berichten verschijnt, voert u de onderstaande instructies uit.
Accu is ongeschikt. Gebruik het juiste type.
U gebruikt een accu die niet geschikt is voor het toestel.
Gebied/datum/tijd instellen
Stel de datum en tijd in. Laad de interne oplaadbare accu op, als u de camera lange tijd niet hebt
gebruikt.
Onvoldoende acculading.
U hebt geprobeerd de beeldsensor te reinigen (Reinigen) terwijl de accu onvoldoende was opgeladen.
Laad de accu op of gebruik een netspanningsadapter (los verkrijgbaar).
Geheugenkaart onbruikbaar. Formatteren?
De geheugenkaart is geformatteerd op een computer en de bestandsindeling is gewijzigd. Selecteer
OK en formatteer vervolgens de geheugenkaart. U kunt de geheugenkaart daarna opnieuw gebruiken,
maar alle eerder opgenomen gegevens op de geheugenkaart zijn gewist. Het formatteren kan enige
tijd in beslag nemen. Vervang de geheugenkaart als het bericht toch nog wordt weergegeven.
Geheugenkaartfout
Er is een ongeschikte geheugenkaart geplaatst of het formatteren is mislukt.
Plaats geheugenkaart opnieuw.
De geplaatste geheugenkaart kan niet worden gebruikt in uw camera.
De geheugenkaart is beschadigd.
Het contactgedeelte van de geheugenkaart is vuil.
Op deze geheugenkaart kunt u mogelijk niet normaal opnemen en afspelen.
De geplaatste geheugenkaart kan niet worden gebruikt in de camera.
Verwerkt...
Er wordt ruisonderdrukking bij lange belichting of bij hoge ISO uitgevoerd. Tijdens de
ruisonderdrukking kunt u verder geen opnamen maken. U kunt de functie voor ruisonderdrukking bij
lange belichtingstijden uitschakelen.
Beeldweergave onmogelijk.
Het is mogelijk dat beelden die zijn vastgelegd met een andere camera of beelden die zijn gewijzigd
op een computer, niet worden weergegeven.
Lens niet herkend. Goed aanbrengen.
De lens is niet of niet goed op het toestel gezet. Als het bericht verschijnt terwijl er een lens op het
toestel zit, zet de lens dan opnieuw op het toestel. Als het bericht vaak verschijnt, controleer dan of de
contacten van de lens en de camera wel schoon zijn.
Als u de camera op een astronomische telescoop of iets dergelijks bevestigt, stelt u [Opn. zonder lens]
in op [Inschakelen] (bladzijde 124).
Vervolg r
190
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
De functie SteadyShot werkt niet. U kunt doorgaan met opnamen maken, maar de functie SteadyShot
zal niet werken. Schakel de camera uit en weer in. Als dit pictogram niet verdwijnt, neem dan contact
op met uw Sony-dealer of met de erkende technische dienst van Sony bij u in de buurt.
Geen beelden beschikbaar.
Er staat geen beeld op de geheugenkaart.
Beeld is beveiligd.
U hebt geprobeerd beveiligde beelden te wissen.
Afdrukken onmogelijk.
U hebt geprobeerd RAW-beelden te markeren met een DPOF-merkteken.
Camera te warm. Laat camera afkoelen.
De camera is heet geworden omdat u zonder onderbreking opnamen hebt gemaakt. Zet de camera uit.
Laat de camera afkoelen en wacht totdat het toestel weer klaar is voor gebruik.
U hebt lang achtereen films opgenomen, de temperatuur van de camera is opgelopen. Stop met het
maken van opnamen totdat de camera is afgekoeld.
Er zijn meer beelden dan het databeheer van de camera aankan in een databasebestand.
Het lukt niet het databasebestand te registreren. Importeer alle beelden op een computer met
"PlayMemories Home" en herstel de geheugenkaart.
Camerafout
Zet de camera uit, haal de accu eruit en plaats de accu weer terug in het toestel. Als deze mededeling
vaak verschijnt, neem dan contact op met uw Sony-dealer of met de erkende technische dienst van
Sony bij u in de buurt.
Fout in beelddatabasebestand.
Er is iets niet goed gegaan in het Beelddatabasebestand. Selecteer [Instellingen] t [Beeld-DB
herstellen] t OK.
Fout van beelddatabasebestand. Herstellen?
U kunt geen AVCHD-films opnemen of afspelen omdat het Beelddatabasebestand is beschadigd.
Volg de aanwijzingen op het scherm die u helpen de gegevens te herstellen.
Opnemen niet beschikbaar in dit filmformaat.
Stelt [Bestandsindeling] in [MP4].
Beeldvergroting onmogelijk.
Beeldrotatie onmogelijk.
Beelden die met andere camera's zijn opgenomen, zullen mogelijk niet kunnen worden vergroot of
geroteerd.
Vervolg r
191
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Geen beelden geselecteerd.
U hebt geprobeerd beelden te wissen zonder dat u beelden hebt opgegeven.
Geen beelden gewijzigd.
U hebt geprobeerd DPOF uit te voeren zonder dat u beelden hebt opgegeven.
Kan geen mappen meer maken.
Er staat een map met een naam die begint met "999" op de geheugenkaart. Als dat het geval is, kunt u
geen mappen maken.
192
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Overige
De camera in het buitenland
gebruiken
U kunt de netspanningsadapter (bijgeleverd) en de netspanningsadapter AC-PW20 (los
verkrijgbaar) gebruiken in elk land of gebied met een stroomvoorziening van 100 V tot
240 V wisselstroom van 50 Hz/60 Hz.
Een elektronische spanningsomvormer is niet nodig en gebruik ervan kan een storing veroorzaken.
De camera neemt automatisch waar wat het kleursysteem is van het aangesloten
videoapparaat en past zich daarbij aan.
NTSC-systeem
Bahama's, Bolivia, Canada, Chili, Colombia, Ecuador, Filippijnen, Jamaica, Japan,
Korea, Mexico, Midden-Amerika, Peru, Suriname, Taiwan, Venezuela, Verenigde
Staten, enzovoort.
PAL-systeem
Australië, België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Hongarije, Hongkong, Italië,
Indonesië, Koeweit, Kroatië, Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen,
Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Singapore, Slowakije, Spanje, Thailand,
Tsjechië, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Vietnam, Zweden, Zwitserland, enzovoort.
PAL-M-systeem
Brazil
PAL-N-systeem
Argentinië, Paraguay, Uruguay
SECAM-systeem
Bulgarije, Frankrijk, Griekenland, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland,
enzovoort.
Opmerking
Over tv-kleursystemen
193
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Geheugenkaart
U kunt de volgende geheugenkaarten in deze camera gebruiken: "Memory Stick PRO
Duo", "Memory Stick PRO-HG Duo", SD-geheugenkaart, SDHC-geheugenkaart en
SDXC-geheugenkaart. Een MultiMedia Card kunt u niet gebruiken.
De juiste werking in deze camera van geheugenkaarten die op een computer zijn geformatteerd, kan niet
worden gegarandeerd.
De lees-/schrijfsnelheid van gegevens verschilt afhankelijk van de combinatie van de geheugenkaart en
de apparatuur die wordt gebruikt.
Verwijder niet de geheugenkaart terwijl gegevens worden gelezen of weggeschreven.
Gegevens kunnen beschadigd raken in de volgende gevallen:
Wanneer de geheugenkaart uit de camera wordt verwijderd of het toestel wordt uitgezet tijdens het
lezen of wegschrijven van gegevens
Wanneer de geheugenkaart wordt gebruikt op locaties waar veel statische elektriciteit of elektrische
ruis is
We raden u aan belangrijke gegevens op te slaan op bijvoorbeeld de harde schijf van een computer.
Plak niet een etiket op de geheugenkaart zelf en ook niet op de geheugenkaartadapter.
Raak niet de contactpunten van de geheugenkaart aan met uw hand of met een metalen voorwerp.
Zorg dat u de geheugenkaart nergens tegenaan stoot, niet verbuigt en niet laat vallen.
Demonteer de geheugenkaart niet en breng er geen wijzigingen in aan.
Stel de geheugenkaart niet bloot aan water.
Laat de geheugenkaart niet liggen binnen het bereik van kleine kinderen. Zij zouden deze per ongeluk
kunnen inslikken.
De geheugenkaart kan als deze pas lang is gebruikt, heet zijn. Wees voorzichtig als u de kaart vastpakt.
Gebruik of bewaar de geheugenkaart niet in de volgende omstandigheden:
Plaatsen waar een hoge temperatuur heerst, zoals in een auto die in de zon is geparkeerd en waarin het
erg heet is
Plaatsen die zijn blootgesteld aan direct zonlicht
Op vochtige plaatsen of plaatsen waar zich bijtende stoffen bevinden
Beelden die zijn vastgelegd op een SDXC-geheugenkaart kunnen worden geïmporteerd of afgespeeld op
computers of AV-apparaten die niet geschikt zijn voor exFAT. Controleer of het apparaat geschikt is
voor exFAT voordat u het op de camera aansluit. Als u uw camera op een ongeschikt apparaat aansluit,
zult u misschien worden gevraagd de kaart te formatteren. Formatteer nooit de kaart als reactie op deze
melding, omdat alle gegevens op de kaart zullen worden gewist, als u dat doet. (exFAT is het
bestandssysteem dat wordt gebruikt op SDXC-geheugenkaarten.)
De typen "Memory Stick" die met deze camera kunnen worden gebruikt, worden in de
onderstaande tabel vermeld. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat alle functies van
de "Memory Stick" naar behoren werken.
Opmerkingen
"Memory Stick"
"Memory Stick PRO Duo"
1) 2) 3)
Beschikbaar bij uw camera
"Memory Stick PRO-HG Duo"
1) 2)
"Memory Stick Duo" Niet beschikbaar bij uw camera
"Memory Stick" en "Memory
Stick PRO"
Niet beschikbaar bij uw camera
Vervolg r
194
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
1)
Voorzien van de functie MagicGate. MagicGate is technologie voor copyright-beveiliging die gebruik
maakt van encryptie-technologie. Het opnemen/afspelen van gegevens waarvoor functies van
MagicGate zijn vereist, is met deze camera niet mogelijk.
2)
Ondersteunt zeer snelle gegevensoverdracht door middel van een parallelle interface.
3)
Wanneer u "Memory Stick PRO Duo" gebruikt voor het opnemen van films, kunnen alleen die met het
merkteken Mark2 worden gebruikt.
Opmerkingen over het gebruik van "Memory Stick Micro"
(los verkrijgbaar)
Dit product is geschikt voor "Memory Stick Micro" ("M2"). "M2" is een afkorting van
"Memory Stick Micro".
Wanneer u "Memory Stick Micro" in de camera wilt gebruiken, is het belangrijk dat u
de "Memory Stick Micro" in een "M2"-adapter steekt ter grootte van Duo-formaat. Als
u een "Memory Stick Micro" in de camera plaatst zonder een "M2"-adapter van Duo-
formaat, kunt u de Memory Stick misschien niet meer uit de camera halen.
Houd "Memory Stick Micro" buiten bereik van kleine kinderen. Zij zouden deze per
ongeluk kunnen inslikken.
195
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
"InfoLITHIUM"-accu
Uw camera werkt alleen met een "InfoLITHIUM"-accu van het type NP-FW50. U kunt
geen andere accu's gebruiken. "InfoLITHIUM"-accu's van de W-serie hebben de
markering .
Een "InfoLITHIUM"-accu is een lithium-ion accu die functies heeft voor het met de
camera uitwisselen van informatie over de bedieningsomstandigheden.
De "InfoLITHIUM"-accu berekent het stroomverbruik uitgaande van de
omstandigheden waaronder uw camera wordt gebruikt en toont de resterende accu-
gebruikstijd in percentages.
Over het opladen van de accu
U kunt de accu het beste opladen bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 30 °C.
De accu zal misschien niet goed worden opgeladen bij temperaturen buiten dit bereik.
Effectief gebruik van de accu
Bij lage temperaturen presteert de accu minder goed. Dus in de kou is de bedrijfstijd
van de accu korter. U kunt ervoor zorgen dat de accu langer zijn werk doet, door deze
in een zak van uw kleding dicht op uw lichaam op te warmen en in de camera te
plaatsen kort voordat u opnamen gaat maken.
De accu zal snel leeg raken als u de flitser vaak gebruikt of vaak films opneemt.
Wij adviseren u reserveaccu's paraat te hebben en proefopnamen te maken voordat u
de werkelijke opnamen maakt.
Laat de accu niet nat worden. De accu is niet bestand tegen water.
Laat de accu niet liggen op zeer warme plaatsen, zoals in een voertuig of in direct
zonlicht.
Over de indicator van resterend vermogen van de accu
U kunt het niveau controleren met de volgende indicatoren en percentages die worden
weergegeven op het LCD-scherm.
Wanneer de camera zichzelf uitschakelt ook al duidt de indicator van het resterend
vermogen van de accu aan dat u nog voldoende vermogen heeft voor het maken van
opnamen, moet u de accu volledig opnieuw opladen. Het resterend vermogen van de
accu zal nu goed worden aangeduid. Bedenk echter wel dat de accu-indicatie niet zal
worden hersteld als de accu lange tijd bij hoge temperaturen is gebruikt, als u de accu
nadat u die volledig hebt opgeladen, opbergt of wanneer de accu vaak wordt gebruikt.
Gebruik de aanduiding van het resterend vermogen van de accu alleen als een ruwe
richtlijn.
Accuniveau
"Accu leeg"
Hoog laag
U kunt geen beelden meer
opnemen.
Vervolg r
196
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Zo bewaart u de accu
Ontlaad de accu volledig voordat u deze op een koele droge plaats opbergt. U kunt de
accu blijven gebruiken als u deze ten minste eens per jaar oplaadt en volledig ontlaadt
in de camera.
U kunt het vermogen van de accu opgebruiken door de camera in de stand voor de
diavoorstelling te laten staan totdat het toestel zichzelf uitschakelt.
Voorkom dat de contactpunten vuil worden, worden kortgesloten enzovoort en
gebruik daarom een plastic zakje om contact met metalen materialen te vermijden
wanneer u de accu bij u draagt of opbergt.
Over levensduur van de accu
De levensduur van de accu is beperkt. De capaciteit van de accu neemt na verloop van
tijd en door herhaald gebruik af. Als de gebruikstijd tussen oplaadbeurten aanzienlijk
afneemt, is het waarschijnlijk tijd de accu te vervangen door een nieuwe.
De levensduur van de accu wordt bepaald door de manier waarop deze wordt
opgeborgen en door de omstandigheden en omgeving waarin de accu wordt gebruikt.
197
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Accu wordt opgeladen
Alleen accu's van het type NP-FW50 kunnen worden opgeladen (en geen andere). Als
u andere accu's dan de bijgeleverde accu probeert op te laden, kunnen deze gaan
lekken, oververhit raken of exploderen, waardoor gevaar van letsel als gevolg van
elektrische schok en brandwonden ontstaat.
Neem de netspanningsadapter uit het stopcontact of koppel de USB-kabel los van de
camera. De levensduur van de accu kan afnemen als u de accu opgeladen in de camera
laat zitten.
De Laadlamp die zich opzij van de camera bevindt, kan op twee manieren knipperen:
Snel: Het lampje gaat regelmatig aan en uit met tussenpozen van ongeveer
0,3 seconde.
Langzaam: Het lampje gaat regelmatig aan en uit met tussenpozen van ongeveer
1,3 seconde.
Wanneer het laadlampje snel knippert, verwijdert u de accu die wordt opgeladen en
plaatst u dezelfde accu vervolgens weer stevig in de camera, of verbreek de aansluiting
van de USB-kabel en sluit de USB-kabel weer aan. Wanneer het laadlampje weer snel
knippert, kan dit wijzen op een storing van de accu of op een verwisseling van de accu
van het aangewezen type met een andere accu, of kan erop wijzen dat er iets mis is met
de netspanningsadapter of de USB-kabel. Controleer dat de accu van het opgegeven
type is en dat de netspanningsadapter of de USB-kabel in orde is. Als de accu van het
opgegeven type is, verwijdert u de accu, vervangt u deze door een nieuwe of een
andere en controleert u dat de accu goed wordt opgeladen. Als de accu nu wel goed
wordt opgeladen, kan er sprake zijn geweest van een storing van de accu. Als een
andere accu ook niet goed wordt opgeladen, kan het zijn dat de netspanningsadapter of
de USB-kabel beschadigd is. Vervang de netspanningsadapter of de USB-kabel door
een andere en controleer dat de accu goed wordt opgeladen.
Wanneer het laadlampje langzaam knippert, is dit een indicatie dat de camera het laden
tijdelijk op stand-by zet. De camera stopt met laden en gaat automatisch naar de status
stand-by als de temperatuur buiten de aanbevolen bedrijfstemperatuur komt te liggen.
Wanneer de temperatuur weer binnen het normale bereik komt, gaat de camera verder
met laden en gaat het laadlampje weer branden. U kunt de accu het beste opladen bij
een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 30 °C.
198
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Montage-adapter
Met een Montage-adapter (los verkrijgbaar), kunt u een lens met een Montagestuk A (los
verkrijgbaar) op uw camera zetten. Zie voor meer informatie de bedieningsinstructies die
worden geleverd bij de Montage-adapter.
Welke functies beschikbaar zijn hangt af van het type Montage-adapter.
* De snelheid van de automatische scherpstelling zal lager zijn dan wanneer een lens met een Montagestuk
E op het toestel is gezet. (Wanneer een lens met een Montagestuk A is bevestigd, zal de snelheid van de
automatische scherpstelling ongeveer 2 seconden tot 7 seconden zijn, wanneer u opnamen maakt onder
Sony-meetcondities. De snelheid kan variëren afhankelijk van het onderwerp, het omgevingslicht, enz.)
Functies LA-EA1 LA-EA2
Aut. scherpst. Alleen beschikbaar met de
SAM/SSM-lens*
Beschikbaar
AF-systeem Contrast AF Fase-detectie AF
AF/MF-selectie Omschakelbaar op de lens SAM-lens: omschakelbaar op
de lens
SSM-lens: omschakelbaar op
de lens en op het menu wanneer
de schakelaar op de lens is
ingesteld op AF
Andere lenzen: omschakelbaar
in het menu
AF-gebied Multi/Midden/Flexibel punt Groothoek/Spot/Lokaal
Autom. scherpst. Enkel Enkel/Doorlopend
Vervolg r
199
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Welke instellingen van [AF-gebied] beschikbaar zijn hangt af van het type Montage-
adapter.
U kunt met sommige lenzen de Montage-adapter mogelijk niet gebruiken. Neem contact op met uw
Sony-dealer of de plaatselijke technische dienst van Sony en vraag informatie over de lenzen die geschikt
zijn.
Druk, wanneer u de Montage-adapter gebruikt en films opneemt, de ontspanknop half in als u
automatische scherpstelling wilt gebruiken.
U kunt het AF-hulplicht niet gebruiken wanneer u een lens met een Montagestuk A gebruikt.
Het geluid van de lens en de camera in bedrijf kan worden opgenomen tijdens het maken van films. U
kunt dit voorkomen door MENU t [Instellingen] t [Filmgeluid opnemen] t [Uit] te selecteren.
Het kan lang duren voordat de camera scherpstelt of het scherpstellen kan moeilijk verlopen, afhankelijk
van de lens die wordt gebruikt of het onderwerp.
Het licht van de flitser kan worden geblokkeerd door de bevestigde lens.
LA-EA1
(Multi) De camera bepaalt welk van de 25 AF-gebieden wordt gebruikt
voor het scherpstellen.
(Midden) De camera gebruikt uitsluitend het AF-gebied in het midden.
(Flexibel punt) U kunt het scherpstelgebied verplaatsen naar een klein
onderwerp of smal gebied door op de boven-/onder-/rechter-/
linkerzijde van de draaiknop te drukken.
LA-EA2
(Breed) De camera bepaalt welk van de 15 -gebieden wordt gebruikt
voor het scherpstellen.
(Punt) De camera gebruikt uitsluitend het AF-gebied in het midden.
(Lokaal) Kies met de draaiknop het gebied waarvoor u de scherpstelling
wilt activeren uit 15 AF-gebieden.
Opmerkingen
200
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Elektronische zoeker
Wanneer u een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) op de Handige
Accessoiresaansluiting 2 van de camera bevestigt, kunt u opnamen maken terwijl u door
de Elektronische zoeker kijkt.
Zet de camera uit wanneer u een Elektronische zoeker bevestigt of verwijdert.
Zie voor meer informatie de bedieningsinstructies die bij de Elektronische zoeker
worden geleverd.
Alleen de belangrijkste opties worden in de Elektronische zoeker getoond. Zie bladzijde
16 voor wat alle pictogrammen aanduiden.
Het LCD-scherm wordt uitgeschakeld wanneer u de Elektronische zoeker gebruikt.
Als u de Elektronische zoeker lang achtereen gebruikt, kan de Elektronische zoeker warm worden. De
camera geeft dan weer en schakelt automatisch over op weergave op het LCD-
scherm.
Wanneer verschijnt, kunt u de Elektronische zoeker weer aansluiten.
Lijst van pictogrammen
Opmerkingen
201
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
AVCHD-formaat
Het AVCHD-formaat is een High Definition-formaat voor de digitale videocamera dat
met behulp van efficiënte coderingstechnologie voor gegevenscompressie wordt
gebruikt voor het vastleggen van een High Definition-signaal (HD) van de 1080i-
specificatie
1)
of de 720p-specificatie
2)
. Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat wordt ingezet
voor het comprimeren van videogegevens en het Dolby Digital- of het Linear PCM-
systeem wordt gebruikt voor het comprimeren van audiogegevens.
Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat kan beelden efficiënter comprimeren dan de
conventionele beeldcompressieformaat. Met het MPEG-4 AVC/H.264-formaat kan een
High Definition-videosignaal dat is opgenomen met een digitale videocamcorder, op
8-cm DVD's, een vaste schijf, flashgeheugen, geheugenkaart, enz. worden vastgelegd.
Schijven die zijn opgenomen met HD-beeldkwaliteit (high definition), kunnen alleen
worden afgespeeld op apparaten die geschikt zijn voor het AVCHD-formaat. DVD-
spelers of -recorders kunnen geen schijven van HD-beeldkwaliteit afspelen omdat ze
ongeschikt zijn voor het AVCHD-formaat. Het is bovendien mogelijk dat DVD-spelers
of -recorders schijven met opnamen in HD-beeldkwaliteit niet kunnen uitwerpen.
Vastleggen op en afspelen met uw camera
Op basis van het AVCHD-formaat maakt uw camera opnamen in de High Definition
beeldkwaliteit (HD), die hieronder wordt genoemd.
Videosignaal
3)
: Toestel geschikt voor 1080 60i
MPEG-4 AVC/H.264 1920 × 1080/60i, 1920 × 1080/24p
Toestel geschikt voor 1080 50i
MPEG-4 AVC/H.264 1920 × 1080/60i, 1920 × 1080/25p
Audiosignaal: Dolby Digital 2ch
Opnamemedia: Geheugenkaart
1)
1080i-specificatie
Een high definition-specificatie die gebruik maakt van 1.080 effectieve scanlijnen en het interlace-
systeem.
2)
720p-specificatie
Een high definition-specificatie die gebruik maakt van 720 effectieve scanlijnen en het progressive-
systeem.
3)
Gegevens vastgelegd in een ander AVCHD-formaat dan de hierboven genoemde, kunnen niet op uw
camera worden afgespeeld.
202
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Reiniging
Raak de binnenkant van de camera, zoals de lenscontactpunten, niet aan. Blaas stof
weg van binnen de vatting met een in de handel verkrijgbaar blaasborsteltje*. Meer
informatie over het reinigen van de beeldsensor vindt u op de bladzijde 156.
* Gebruik niet een spuitbus met perslucht. Hierdoor kan een storing optreden.
Maak de buitenkant van de camera schoon met een zachte doek bevochtigd met water
en veeg het oppervlak daarna droog met een droge doek. Gebruik de onderstaande
middelen niet, omdat deze de afwerking of het camerahuis kunnen beschadigen.
Chemische stoffen, zoals thinner, wasbenzine, alcohol, wegwerpreinigingsdoeken,
insectenspray, zonnebrandcrème, insekticiden enzovoort.
Raak de camera niet aan met bovenstaande middelen aan uw handen.
Laat de camera niet langdurig in contact met rubber of vinyl.
Gebruik geen reinigingsvloeistof die organische oplosmiddelen bevat, zoals thinner of
benzine.
Reinig het lensoppervlak met een in de handel verkrijgbaar blaasborsteltje. Als het vuil
vastzit op het oppervlak, veegt u dit eraf met een zachte doek of tissue die licht
bevochtigd is met lensreinigingsvloeistof. Veeg met spiraalbewegingen vanuit het
midden naar de rand. Spuit de lensreinigingsvloeistof niet rechtstreeks op het
lensoppervlak.
De camera reinigen
Reiniging van de lens
203
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Index
Index
Cijfers
3D-panor. d. beweg. ........................................... 58
3D-weergave .................................................... 170
A
Aansluiting
Computer .................................................... 176
Tv ............................................................... 168
AdobeRGB ....................................................... 122
AEL schakelen ................................................. 140
AEL-knop ........................................................ 140
AF/MF-selectie .................................................. 66
Afdrukken ........................................................ 182
AF-gebied .......................................................... 68
AF-hulplicht ..................................................... 108
Afspeelweergave .............................................. 152
Anti-bewegingsonscherpte ................................. 55
Aut. scherpst. ..................................................... 66
Auto HDR .......................................................... 95
Auto Port. Kadering ........................................... 77
Autom. programma ............................................ 64
Autom. scherpst. ................................................ 69
Autom.weergave .............................................. 112
Automatisch flitsen ............................................ 65
AVCHD ..................................................... 86, 201
B
Beeld-DB herstellen ......................................... 165
Beeldformaat ...................................................... 81
Beeldindex ................................................. 49, 102
Beeldverhouding ................................................ 83
Belicht.corr. ....................................................... 42
Bestandsindeling ................................................ 86
Bestandsnummer .............................................. 161
Beveiligen ........................................................ 104
Bracket: continu ................................................. 48
"BRAVIA" Sync .............................................. 169
Breedbeeld ....................................................... 151
BULB ................................................................. 61
C
Computer ..........................................................171
Aanbevolen omgeving ................................171
Continue opname ................................................44
Contrast ...............................................................98
Creatief met foto's ...............................................32
Creatieve stijl ......................................................98
CTRL.VOOR HDMI ........................................154
D
D. handm. sch. ....................................................66
D.-bereikopt. .......................................................94
Datum/tijd instellen ..........................................143
Datumformaat ...................................................143
Demomodus ......................................................158
Diafragma ...........................................................63
Diafragmavoorkeuze ..........................................63
Diavoorstelling .................................................100
Digitale Zoom ...................................................117
Directe handmatige scherpstelling .....................66
Disk-creatie .......................................................178
DISP ...................................................................39
DISP-knop (scherm) ...........................................80
DPOF ................................................................107
Draaiknop ...........................................................19
DRO/Auto HDR .................................................94
E
Eco-stand ..........................................................146
Eigen toetsinstellingen ......................................137
Eigen witbalans ..................................................90
Eindsynchron. .....................................................65
Enkelv. AF ..........................................................69
Eye-Fi-kaart ......................................................167
Eye-Start AF .....................................................125
F
Filmgeluid opnemen .........................................133
Flexibel punt .......................................................68
Flitscompensatie .................................................93
Flitser uit .............................................................65
Flitsfunctie ..........................................................65
Flitslicht ..............................................................65
Vervolg r
204
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Formatteren ...................................................... 160
Foto-effect .................................................... 37, 96
G
Geheugenkaart ................................................. 193
Gezichtsherkenning ........................................... 73
Gezichtsprioriteit volgen .................................. 132
Gezichtsregistratie ............................................. 74
H
H. scherpst. ........................................................ 66
Handm. belichting .............................................. 60
HDMI-resolutie ................................................ 153
Helder Beeld Zoom .......................................... 116
Helderheid .......................................................... 34
Helderheid zoeker ............................................ 149
Help-scherm ..................................................... 145
I
Image Data Converter ...................................... 174
"InfoLITHIUM"-accu ...................................... 195
Inhoud weergeven .............................................. 39
Inst. FINDER/LCD .......................................... 110
Inst. uploaden ................................................... 167
Installeren ......................................................... 173
Instellingen ......................................................... 24
Invulflits ............................................................. 65
ISO ..................................................................... 88
J
JPEG .................................................................. 84
K
Kaartruimte weerg. .......................................... 166
Kleur .................................................................. 35
Kleur weergeven .............................................. 150
Kleurenruimte .................................................. 122
Kleurfilter ........................................................... 90
Kleurtemp. ......................................................... 90
Kwaliteit ............................................................. 84
L
Lach-sluiter ........................................................ 75
Landschap .......................................................... 53
Langz.flitssync. .................................................. 65
LCD-helderheid ............................................... 148
Lenscomp.: Chrom. afw. .................................. 130
Lenscomp.: schaduw ........................................129
Lenscomp.: vervorming ....................................131
Levendigheid ......................................................36
Lichtmeetfunctie .................................................92
Lijst opnametips .................................................79
LiveView-weergave .........................................111
M
Mac ...................................................................173
Macro ..................................................................53
Mapnaam ..........................................................162
Menu ...................................................................21
Beeldformaat .................................................23
Camera ..........................................................22
Helderheid/kleur ...........................................23
Instellingen ....................................................24
Opn.modus ....................................................21
Weergave ......................................................24
Menustartpositie ...............................................136
MF Assist ..........................................................120
MF-hulptijd .......................................................121
Midden ..........................................................68, 92
MP4 ....................................................................86
Multi .............................................................68, 92
N
Nachtportret ........................................................53
Nachtscène ..........................................................53
Nieuwe map ......................................................164
NR bij hoge-ISO ...............................................128
NR lang-belicht ................................................127
O
Object volgen ......................................................70
Onderdelen herkennen ........................................12
Opn. zonder lens ...............................................124
Opname ...............................................................27
Film ...............................................................27
Stilstaand beeld .............................................27
Opname-instelling ..............................................87
Opnamemap kiezen ..........................................163
P
Panorama ............................................................56
Panorama d. beweg. ............................................56
Panoramarichting ................................................85
Vervolg r
205
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Pictogrammen .................................................... 16
Pieptoon ........................................................... 141
PlayMemories Home ....................................... 174
Portret ................................................................. 53
Printen opgeven ............................................... 107
Problemen oplossen ......................................... 183
Programma Versch. ........................................... 64
R
RAW .................................................................. 84
Reinigen ........................................................... 156
Reliëfkleur ....................................................... 115
Reliëfniveau ..................................................... 114
Rode ogen verm. .............................................. 109
Roteren ............................................................. 103
S
S. Auto Image Extract. ..................................... 119
Scèneherkenning .......................................... 27, 50
Scènekeuze ......................................................... 53
Schemeropn. uit hand ........................................ 54
Scherpte ............................................................. 98
Slim automatisch ................................................ 50
Sluitergordijn voorzijde ................................... 126
Sluitertijd ........................................................... 62
Sluitertijdvoorkeuze ........................................... 62
Snelh. continutr. ................................................. 45
Soft-keys ............................................................ 20
Software ........................................................... 173
Sportactie ........................................................... 53
Spot .................................................................... 92
sRGB ................................................................ 122
SteadyShot ....................................................... 123
Stramienlijn ...................................................... 113
Stroombesparing .............................................. 147
Superieur Auto ................................................... 52
T
Taal .................................................................. 142
Terugstellen ..................................................... 159
Tijdzone instellen ............................................. 144
Transportfunctie ................................................. 43
U
USB-verbinding ............................................... 155
V
Vergroot ............................................................105
Vergrote weergave ..............................................30
Versie ................................................................157
Verzadiging ........................................................98
Volume-instellingen .........................................106
W
Waarschuwingsberichten ..................................189
Weergave ............................................................29
Weergave op tv .................................................168
Weergave scrollen ..............................................57
Weergave zoomen ..............................................30
Weergavefunctie ...............................................101
Windows ...........................................................173
Windruis reductie .............................................134
Wissen ..........................................................31, 99
Witbalans ............................................................89
Z
Zachte-huideffect ................................................78
Zelfontsp.(Cont.) ................................................47
Zelfontspanner ....................................................46
Zelfportret Zelfontspanner ................................118
Zomertijd ..........................................................143
Zonsondergang ...................................................53
Zoom ...................................................................71
206
NL
Inhoudsopgave
Voorbeeldfoto Menu Index
Opmerkingen over de licentie
"C Library"-, "zlib"- en "libjpeg"-software wordt bij de camera geleverd. Wij leveren
deze software op basis van licentieovereenkomsten met de eigenaren van het
auteursrecht. Op basis van verzoeken van de eigenaren van het auteursrecht van deze
softwareapplicatie, hebben wij de verplichting u van het volgende in kennis te stellen.
Wij verzoeken u de volgende gedeelten te lezen.
Lees "license3.pdf" in de "License"-map op de cd-rom. U vindt daar de licenties (in het
Engels) van "C Library"-, "zlib"- en "libjpeg"-software.
DIT PRODUCT HEEFT DE LICENTIE KRACHTENS DE AVC-
OCTROOIPORTEFEUILLE-LICENTIE VOOR HET PERSOONLIJKE EN NIET-
COMMERCIËLE GEBRUIK VAN EEN CONSUMENT VOOR HET
(i) CODEREN VAN VIDEO IN OVEREENSTEMMING MET DE AVC-NORM
("AVC-VIDEO")
EN/OF
(ii) HET DECODEREN VAN AVC-VIDEO DIE IS GECODEERD DOOR EEN
CONSUMENT IN HET KADER VAN EEN PERSOONLIJKE EN NIET-
COMMERCIËLE ACTIVITEIT EN/OF VERKREGEN VAN EEN VIDEO-
PROVIDER DIE EEN LICENTIE HEEFT AVC-VIDEO AAN TE BIEDEN.
ER WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND OF GEÏMPLICEERD VOOR ENIG
ANDER GEBRUIK.
AANVULLENDE INFORMATIE KAN WORDEN VERKREGEN VAN MPEG LA,
L.L.C.
ZIE
HTTP://WWW.MPEGLA.COM
Over toegepaste GNU GPL/LGPL-software
De software die in aanmerking komt voor de volgende GNU General Public License
(hierna te noemen "GPL") of GNU Lesser General Public License (hierna te noemen
"LGPL"), is in de camera opgenomen.
Dit brengt u ervan op de hoogte dat u het recht hebt broncode te openen, te wijzigen en
opnieuw te distribueren voor deze softwareprogramma's krachtens de condities van de
geleverde GPL/LGPL (Algemene Openbare Licentie/Mindere Algemene Openbare
Licentie).
Broncode wordt aangeboden op het WWW. U kunt deze downloaden met behulp van de
volgende URL.
http://www.sony.net/Products/Linux/
Wij willen liever niet dat u contact met ons opneemt over de inhoud van de broncode.
Lees "license2.pdf" in de "License"-map op de cd-rom. U vindt daar de licenties (in het
Engels) van "GPL"-, en "LGPL"-software.
Als u de PDF wilt inzien, hebt u Adobe Reader nodig. Als het programma niet op uw
computer is geïnstalleerd, kunt u het downloaden van de volgende Adobe Systems-
webpagina:
http://www.adobe.com/

Documenttranscriptie

4-423-275-71(1) Digitale camera met verwisselbare lens α-handboek Inhoudsopgave Voorbeeldfoto Menu Index © 2012 Sony Corporation NEX-F3 NL Opmerkingen over het gebruik van de camera Inhoudsopgave Zo gebruikt u dit handboek Klik op een knop bovenaan rechts op de omslag en op een bepaalde bladzijde als u naar de overeenkomende bladzijde wilt springen. Dit is handig wanneer u zoekt naar een functie die u wilt gebruiken. Voorbeeldfoto Zoeken naar informatie op functie. Zoeken naar informatie op voorbeeldfoto's. Zoeken naar informatie in een lijst van menu-items. Menu Zoeken naar informatie op sleutelwoord. Index Merktekens en notaties die in dit handboek worden gebruikt In dit handboek wordt de volgorde van handelingen getoond door middel van pijlen (t). Bedien de camera in de aangegeven volgorde. De standaardinstelling wordt aangeduid door . Duidt aanwijzingen en beperkingen aan die relevant zijn voor de juiste bediening van de camera. De foto's die als voorbeeldfoto's in deze handleiding worden gebruikt, zijn gereproduceerde afbeeldingen en niet de werkelijke afbeeldingen die met deze camera zijn gemaakt. z Duidt informatie aan die nuttig is te weten. 2NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave Voorbeeldfoto Opmerkingen over het gebruik van de camera Zo gebruikt u dit handboek····································2 Voorbeeldfoto ························································6 Onderdelen herkennen········································12 Lijst van pictogrammen op het scherm················16 Menu Eenvoudige bedieningshandelingen Index De camera bedienen ···········································19 Menu ···································································21 Beelden opnemen ···············································27 Beelden weergeven·············································29 Beelden wissen ···················································31 Functies gebruiken met de draaiknop DISP (Inhoud weergeven) ···································39 (Belicht.comp.) ···············································42 (Transportfunctie) ······································43 (Beeldindex) ···················································49 Werken met de functie Creatief met foto's Creatief met foto's ···············································32 Achtergrond onscherp ·········································33 Helderheid ···························································34 Kleur ····································································35 Levendigheid ·······················································36 Foto-effect ···························································37 3NL Vervolg r Inhoudsopgave Functies in het menu gebruiken Voorbeeldfoto Opn.modus··························································21 Camera································································22 Beeldformaat ·······················································23 Helderheid/kleur ··················································23 Afspelen ······························································24 Instellingen ··························································24 Aansluiten op andere apparatuur Menu Beelden bekijken op een tv ·······························168 Met uw computer ···············································171 De software gebruiken ······································173 De camera op de computer aansluiten ·············176 Een filmschijf maken ·········································178 Stilstaande beelden afdrukken ··························182 Index Problemen oplossen Problemen oplossen··········································183 Waarschuwingsberichten ··································189 Overige De camera in het buitenland gebruiken·············192 Geheugenkaart··················································193 "InfoLITHIUM"-accu···········································195 Accu wordt opgeladen ·······································197 Montage-adapter ···············································198 Elektronische zoeker ·········································200 AVCHD-formaat ················································201 Reiniging ···························································202 4NL Vervolg r Inhoudsopgave Index Index··································································203 Voorbeeldfoto Menu Index 5NL Inhoudsopgave Voorbeeldfoto "Dit is de scène die ik wil vastleggen in een foto, maar hoe moet ik dat doen?" U vindt misschien het antwoord door de voorbeeldfoto's die hier worden gegeven, door te lopen. Klik op de voorbeeldfoto van uw keuze. Voorbeeldfoto Foto's maken van mensen (bladzijde 7) Macrofoto's maken (bladzijde 8) Landschapsopnamen maken (bladzijde 9) Opnamen maken van zonsondergang/nachtelijke taferelen (bladzijde 10) Opnamen maken van snel bewegende onderwerpen (bladzijde 11) Menu Als u op een foto klikt, springt het scherm naar de bladzijde die de functie beschrijft die wordt aanbevolen voor het vastleggen van een dergelijke foto. Raadpleeg die beschrijvingen in aanvulling op de opnametips die op het scherm van de camera worden weergegeven. Nadere bijzonderheden over de bediening vindt u op de tussen haakjes vermelde bladzijden. Klik! Index 6NL Vervolg r Inhoudsopgave Foto's maken van mensen Een persoon wordt scherp afgebeeld terwijl de achtergrond onscherp is (33) Dezelfde scène met verschil in helderheid (48) 75 55 Een blije glimlach (75) Bij kaarslicht (55) 53 88 Een persoon voor een nachtelijk vergezicht (53) Een bewegend persoon (88) 46 65 Een groepsfoto (46, 47) Een persoon die van achter wordt belicht (65) Menu 48 Voorbeeldfoto 33 Index 78 Met zachte huidtinten (78) 7NL Vervolg r Inhoudsopgave Macrofoto's maken De kleur aanpassen aan het licht binnenshuis (89) 53 93 Bloemen (53) De hoeveelheid flitslicht verminderen (93) 66 42 Handmatig scherpstellen (66) Bij grotere helderheid (42) 88 42 De camera stilhouden bij opnamen binnenshuis (88) Eten er aantrekkelijk laten uitzien (42) Index De achtergrond onscherp maken (33) Menu 89 Voorbeeldfoto 33 8NL Vervolg r Inhoudsopgave Landschapsopnamen maken De lucht in levendige kleuren (42) Stromend water (62) 98 98 Levendige groene kleuren (98) Gekleurde bladeren (98) Menu 62 Voorbeeldfoto 42 56 Panoramafoto's (56) Index 94 94 Omgeving met een breed helderheidsbereik (94) Licht buiten opgenomen vanuit een donker interieur (94) 33 113 De achtergrond onscherp maken (33) Uw opname recht houden (113) 9NL Vervolg r De camera in de hand houden (53) Prachtige foto's maken van het rode licht van de zonsondergang (53) 61 65 Vuurwerk (61) Lichtspoor (65) 48 33 De achtergrond onscherp maken (33) Index Dezelfde scène met verschil in helderheid (48) Menu 53 Voorbeeldfoto 53 Inhoudsopgave Opnamen maken van zonsondergang/nachtelijke taferelen 46 De camera stilhouden (46) 10NL Vervolg r Een bewegend onderwerp volgen (69) Krachtige actie uitdrukken (62) 66 45 Met het onderwerp dat de camera nadert (66) Het beste moment vastleggen (45) Menu 62 Voorbeeldfoto 69 Inhoudsopgave Opnamen maken van snel bewegende onderwerpen Index 11NL Inhoudsopgave Onderdelen herkennen H Microfoon 2) I Lens J Lensvatting M Voorbeeldfoto K Beeldsensor 3) L Contactpunten van de lens 3) (flitser pop-up)-knop (65) N (Weergave)-knop (29) O MOVIE-knop (27) P Soft-key A (20) Wanneer de lens is verwijderd Q Soft-key B (20) R Soft-key C (20) S Draaiknop (19) Accessoires voor de Handige Accessoiresaansluiting kunnen ook worden bevestigd. 2) Bedek dit deel niet tijdens het opnemen van films. 3) Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. Menu 1) Index Nadere bijzonderheden over de bediening vindt u op de tussen haakjes vermelde bladzijden. A Flitslicht B ON/OFF (Aan/Uit)-schakelaar C Ontspanknop (27) D AF-hulplicht/Zelfontspannerlampje/ Lach-sluiterlampje E Lensontgrendelingsknop F Positiemarkering beeldsensor (66) G Handige Accessoiresaansluiting 2 1) 12NL Vervolg r • Gebruik een statief met een schroeflengte van minder dan 5,5 mm. Het zal u niet lukken een camera stevig vast te zetten op een statief dat een schroef heeft die langer is dan 5,5 mm en u zult misschien de camera beschadigen. I Batterijvak • Gebruik deze wanneer u een AC-PW20 netspanningsadapter (los verkrijgbaar) gebruikt. Plaats de aansluitplaat in het batterijvak en leid vervolgens het snoer door de afdekking van de aansluitplaat, zoals hieronder wordt getoond. Menu • Let erop dat het snoer niet bekneld raakt wanneer u de batterijklep sluit. Voorbeeldfoto J Afdekking aansluitplaat Inhoudsopgave H Schroefgat voor statief K Toegangslampje L Insteeksleuf geheugenkaart M Geheugenkaartklep Index A LCD-scherm • U kunt de stand van het LCD-scherm aanpassen zodat het in een gemakkelijk te bekijken hoek staat, bijvoorbeeld voor het maken van opnamen uit een laag standpunt. Kantel het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wanneer u een zelfportret maakt. De 3 secondenzelfontspanner wordt standaard automatisch geselecteerd (bladzijde 118). B Luidspreker C Laadlampje D (USB)-aansluiting (176) E HDMI-aansluiting (168) F Accuklep G Bevestigingsoog voor de schouderriem 13NL Vervolg r Inhoudsopgave Lens E18 – 55 mm F3.5-5.6 OSS (geleverd bij NEX-F3D/F3K/F3Y) A Markeringen voor kap B Scherpstelring E Markeringen voor brandpuntsafstand F Contactpunten van de lens* G Montagemarkeringen * Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. Voorbeeldfoto C Zoomring D Schaal voor brandpuntsafstand Menu Index E16 mm F2.8 (geleverd bij NEX-F3D) A Conversie-index* B Scherpstelring C Contactpunten van de lens** D Montagemarkeringen * Een converter is los verkrijgbaar. ** Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. 14NL Vervolg r Inhoudsopgave E55 – 210 mm F4.5-6.3 OSS (geleverd bij NEX-F3Y) Voorbeeldfoto Menu B Zoomring C Schaal voor brandpuntsafstand Index A Scherpstelring D Markeringen voor brandpuntsafstand E Contactpunten van de lens* F Montagemarkeringen * Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. 15NL Opname-standby Weergave Voorbeeldfoto Pictogrammen worden op het scherm weergegeven om de status van de camera aan te duiden. U kunt de weergave op het scherm wijzigen met DISP (Inhoud weergeven) op de draaiknop (bladzijde 39). Inhoudsopgave Lijst van pictogrammen op het scherm Menu A Grafisch scherm Scherm Indicatie Opn.modus Index PASM Scènekeuze Films opnemen Scèneherkenning Beeldverhouding van stilstaande beelden 16M 14M 8.4M 7.1M 4M 3.4M Beeldformaat van stilstaande beelden RAW RAW+J FINE STD Beeldkwaliteit van stilstaande beelden 100 Aantal opneembare stilstaande beelden 16NL Vervolg r Indicatie 60i/50i 60i/50i 24p/25p 24p/25p Opnamestand van films B Scherm ZOOM Indicatie Soft-keys (MENU/ Opnamestand/Zoom/ Wissen/Vergroot) Inhoudsopgave Scherm C Scherm Indicatie Flitsfunctie/Rode ogen verm. 123Min. Resterende opnametijd van films ±0.0 Transportfunctie Eco-stand 100% Flitscompensatie Voorbeeldfoto Geheugenkaart/ Uploaden Resterend accuvermogen Helder Beeld Zoom Lichtmeetfunctie Digitale zoom Menu Zelfontspanner voor zelfportret Smart Zoom Scherpstelfunctie Flitser bezig op te laden AF-hulplicht Neemt geen geluid op tijdens het opnemen van films Gezichtsherkenning Witbalans AWB Index Functie voor scherpstelgebied Live-weergave SteadyShot/SteadyShot waarschuwing 7500K A7 G7 Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) aansluitfout Zachte-huideffect Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) waarschuwing voor oververhitting DRO/Auto HDR Waarschuwing voor oververhitting Databasebestand vol/ Databasebestandsfout Automatische portretomkadering Creatieve stijl Lach-sluiter Weergavefunctie Foto-effect 101-0012 Afspeelmap – Bestandsnummer Beveiligen Afdrukvolgorde 17NL Vervolg r Indicatie Gevoeligheidsindicator lachdetectie Scherm Indicatie z Scherpstelstatus 1/125 Sluitertijd F3.5 Diafragmawaarde ±0.0 ISO400 Gemeten handmatig Belichtingscompensatie ISO-gevoeligheid Menu ±0.0 Voorbeeldfoto D Inhoudsopgave Scherm AE-vergrendeling Sluitertijdindicatie Diafragma-indicatie Opnametijd van de film (m:s) 2012-1-1 9:30AM Vastgelegde datum/tijd van het beeld 12/12 Beeldnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie Index OPNAME 0:12 Verschijnt wanneer HDR niet heeft gewerkt op het beeld. Verschijnt wanneer Foto-effect niet heeft gewerkt op het beeld. Histogram 18NL Eenvoudige bedieningshandelingen Inhoudsopgave De camera bedienen Met de draaiknop en de soft-keys kunt u diverse functies van de camera gebruiken. Draaiknop Wanneer u opnamen maakt, worden de functies DISP (Inhoud weergeven), (Belicht.comp.) en (Transportfunctie) aan de draaiknop toegewezen. Bij het weergeven van opnamen, zijn de functies DISP (Inhoud weergeven) en (Beeldindex) aan de draaiknop toegewezen. U kunt de functies toewijzen aan de rechtertoets op de draaiknop (bladzijde 137). Menu Draaiknop Voorbeeldfoto Soft-keys Index 19NL Vervolg r Menu Wanneer opties op het scherm worden weergegeven, kunt u die doorlopen door aan de rechter-/linker-/boven-/ onderzijde van de draaiknop te draaien of erop te drukken. Druk op het midden als u uw keuze wilt maken. Voorbeeldfoto De pijl duidt aan dat u de draaiknop kunt draaien. Inhoudsopgave Wanneer u aan de boven-/onder-/rechter-/linkerzijde van de draaiknop draait of erop drukt (volgens aanwijzingen op het scherm) kunt u het instellen van items selecteren. Uw selectie wordt bepaald wanneer u op het midden van de draaiknop drukt. Index Soft-keys De soft-keys vervullen verschillende rollen, afhankelijk van de context. De rol (functie) die aan elk van de soft-keys is toegewezen, wordt op het scherm getoond. Als u de functie wilt gebruiken die in de rechterbovenhoek van het scherm wordt weergegeven, drukt u op soft-key A. Als u de functie wilt gebruiken die in de rechteronderhoek van het scherm wordt weergegeven, drukt u op soft-key B. Als u de functie die in het midden wordt getoond, wilt gebruiken, drukt u op het midden van het instelwiel (Soft-key C). U kunt de functies toewijzen aan de soft-keys B en C (bladzijde 137). In dit handboek worden de soft-keys aangeduid door het pictogram of door de functie die op het scherm wordt getoond. A C B In dit geval werkt de soft-key A als de MENU (Menu)-knop en de soft-key B als de ZOOMknop (Zoom). Soft-key C werkt als de MODE (Opn.modus)knop. 20NL Functies in het menu gebruiken U kunt de basisinstellingen instellen voor de camera als geheel of functies uitvoeren zoals opnamen maken, afspelen of andere bedieningshandelingen. Inhoudsopgave Menu Voorbeeldfoto 1 Selecteer MENU. 3 Volg de instructies op het scherm en selecteer het item van uw keuze en druk op het midden van de draaiknop als u uw keus wilt maken. Menu 2 Selecteer het item van uw keuze door op de boven-/onder-/rechter-/linkerzijde van de draaiknop te drukken en daarna op het midden te drukken. MENU Index Draaiknop Opn.modus Hiermee kunt u de opnamemodus selecteren, zoals de belichtingsstand, panoramisch, Scènekeuze. Slim automatisch De camera evalueert het onderwerp en voert de juiste instellingen uit. U kunt automatisch opnamen maken met de juiste instellingen. Superieur automatisch Maak opnamen met een breder assortiment van opnamefuncties dan die van Slim Automatisch opnemen. Herkent en evalueert de opnamecondities automatisch, voert Auto HDR uit en kiest de beste opname. Scènekeuze Maakt opnamen met vooraf-gekozen instellingen uitgaande van het onderwerp of de omstandigheden. Anti-bewegingswaas Zorgt ervoor dat de camera minder beweegt wanneer u opnamen van een wat donkere scène binnenshuis of een teleopname maakt. Panorama d. beweg. Maakt opnamen met een panoramische afmeting. 3D-panor. d. beweg. Maakt 3D panoramische beelden die worden gebruikt voor weergave op een televisietoestel dat geschikt is voor 3D. Handm. belichting Past het diafragma en de sluitertijd aan. 21NL Vervolg r Past de sluitertijd aan zodat de beweging van het onderwerp tot uitdrukking komt. Diafragmavoorkeuze Past het scherpstelbereik aan of maakt de achtergrond onscherp. Autom. programma Automatisch opnamen maken waarbij u de instellingen kunt aanpassen, behalve de belichting (sluitertijd en diafragma). U kunt de opnamefuncties instellen, zoals ononderbroken opnamen, zelfontspanner en flitslicht. Transportfunctie Selecteert de transportfunctie, zoals ononderbroken opnamen, zelfontspanner of bracketopnamen. Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het flitsen. AF/MF-selectie Selecteert automatische scherpstelling of handmatige scherpstelling. AF-gebied Selecteert het gebied waarop moet worden scherpgesteld. Selecteert de methode voor autofocus. Object volgen Houdt het onderwerp scherp in beeld terwijl het wordt gevolgd. Zoom Stelt de zoom-schaal in van de [Zoom]-functie van de camera. Gezichtsherkenning Detecteert automatisch de gezichten van mensen en past scherpstelling en belichting aan de gezichten aan. Gezichtsregistratie Registreert of wijzigt de persoon die prioriteit krijgt bij de scherpstelling. Lach-sluiter Iedere keer dat de camera een glimlach detecteert, stelt de camera automatisch de sluiter in werking. Aut. portretomkad. Analyseert de scène bij het vastleggen van een gezicht en slaat nog een afbeelding op met een Indrukwekkender compositie. Zachte-huideffect Maakt met de functie Gezichtsherkenning de huid glad in de opname. Lijst met opnametips Geeft u toegang tot alle opnametips. LCD-scherm (DISP) Geeft andere informatie weer op het LCD-scherm. Zoeker (DISP) Geeft andere informatie weer op de Elektronische zoeker (los verkrijgbaar). DISP-knop (scherm) Hiermee kunt u het soort informatie selecteren dat op het LCD-scherm moet worden weergegeven wanneer u op de knop DISP drukt. Index Autom. scherpst. Menu Flitsfunctie Voorbeeldfoto Camera Inhoudsopgave Sluitertijdvoorkeuze 22NL Vervolg r Inhoudsopgave Beeldformaat Biedt u de mogelijkheid het beeldformaat en de beeldverhouding in te stellen. Stilstaand beeld Selecteert het beeldformaat. Beeldverhouding Selecteert de beeldverhouding. Kwaliteit Selecteert de compressie-indeling. 3D-panorama Beeldformaat Selecteert het beeldformaat van de panoramische 3D-beelden. Panoramarichting Selecteert de richting voor het pannen van de camera wanneer u panoramische 3D-beelden maakt. Voorbeeldfoto Beeldformaat Panorama Selecteert het beeldformaat van panoramische beelden. Panoramarichting Selecteert de richting voor het pannen van de camera wanneer u panoramische beelden opneemt. Film Bestandsindeling Selecteert AVCHD of MP4. Opname-instelling Selecteert het beeldformaat, beeldfrequentie en beeldkwaliteit van films. Hiermee kunt u de instellingen voor de helderheid maken, zoals de lichtmeetfunctie en de kleureninstellingen zoals de witbalans. Belicht.comp. Corrigeert de helderheid van het totale beeld. ISO Stelt de ISO-gevoeligheid in. Witbalans Past de kleurtemperatuur aan aan de lichtomstandigheden van de omgeving. Lichtmeetfunctie Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het meten van de helderheid. Flitscompensatie Past de hoeveelheid flitslicht aan. DRO/Auto HDR Corrigeert automatisch de helderheid of het contrast. Foto-effect Maakt opnamen met de gewenste effecten zodat een unieke sfeer ontstaat. Creatieve stijl Selecteert de beeldverwerkingsmethode. Index Helderheid/kleur Menu Beeldformaat 23NL Vervolg r Inhoudsopgave Afspelen Hiermee kunt u de weergavefuncties instellen. Wissen Verwijdert afbeeldingen. Speelt beelden automatisch af. Weergavefunctie Biedt u de mogelijkheid te bepalen hoe u de weer te geven beelden wilt groeperen. Beeldindex Selecteert het aantal afbeeldingen dat op het indexscherm moet worden getoond. Roteren Roteert beelden. Beveiligen Beveiligt beelden of annuleert de beveiliging. 3D-weergave Brengt de verbinding tot stand met een televisietoestel dat geschikt is voor 3D en laat u 3D-beelden zien. Vergroot Voorbeeldfoto Diavoorstelling Vergroot het beeld. Stelt het geluidsvolume in van films. Printen opgeven Selecteert de af te drukken beelden of maakt instellingen voor het afdrukken. Inhoud Tijdens weergeven weergave Wisselt tussen informatie die op het weergavescherm moet worden weergegeven. Hiermee kunt u meer gedetailleerde opname-instellingen maken of de instellingen van de camera wijzigen. Index Instellingen Menu Volume-instellingen Opname-instellingen AF-hulplicht Hiermee wordt het AF-hulplicht ingesteld ter ondersteuning van het automatisch scherpstellen op minder goed verlichte plaatsen. Rode ogen verm. Geeft een voorflits voorafgaand aan de opname met de flitser, ter voorkoming van rode ogen. Inst. FINDER/LCD Stelt in hoe u kunt overschakelen tussen de Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) en het LCD-scherm. LiveView-weergave Biedt u de mogelijkheid te kiezen of u de waarde van de belichtingscompensatie, enz. op het scherm wilt tonen of niet. Autom.weergave Hiermee wordt de weergavetijd ingesteld van de afbeelding direct na het maken van de opname. Stramienlijn Schakelt de stramienlijn in die u helpt de beeldcompositie aan te passen. Reliëfniveau Accentueert de contouren van scherpstelbereiken met een geselecteerde kleur. Reliëfkleur Hiermee wordt de kleur ingesteld die wordt gebruikt voor de peaking-functie. Helder Beeld Zoom Zoomt in op een afbeelding met een hogere kwaliteit dan Digitale Zoom. 24NL Vervolg r Zelfontsp. v. zelfportret Hiermee wordt ingesteld of de opnamestand wordt ingesteld op de zelfontspanner met een vertraging van 3 seconden of niet, wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt gekanteld. Sup. aut. Beeld extractie Hiermee wordt ingesteld of alle afbeeldingen die zonder onderbreking zijn opgenomen in de stand Superieur automatisch, worden opgeslagen of niet. Hiermee wordt ingesteld hoe lang de afbeelding zal worden getoond in een uitgebreide vorm. Kleurenruimte Wijzigt het bereik van de kleurreproductie. SteadyShot Hiermee wordt de correctie ingesteld ter voorkoming van bewegingsonscherpte. Opn. zonder lens Hiermee wordt ingesteld of de sluiter al dan niet in werking moet worden gesteld wanneer er geen lens op de camera is geplaatst. Eye-Start AF Hiermee wordt ingesteld of automatisch scherpstellen wel of niet wordt gebruikt wanneer u door een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) kijkt. Sluitergordijn voorzijde Hiermee wordt ingesteld of de functie voor het elektronische sluitergordijn voorzijde wordt gebruikt of niet. NR lang-belicht Hiermee wordt de ruisreductieverwerking ingesteld voor opnamen met een lange belichtingstijd. NR bij hoge-ISO Hiermee wordt de ruisreductieverwerking ingesteld voor opnamen met een hoge ISO-gevoeligheid. Lenscomp.: schaduw Corrigeert de donkere hoeken van het scherm. Lenscomp.: chrom. afw. Vermindert de kleurafwijking van de hoeken van het scherm. Lenscomp.: vervorming Corrigeert de vervorming van het scherm. Gezichtsprioriteit volgen Hiermee wordt ingesteld of een gezicht bij voorkeur wordt gevolgd of niet wanneer de camera dat gezicht ontdekt tijdens het volgen van een object. Filmgeluid opnemen Hiermee wordt het geluid ingesteld voor het opnemen van films. Windruis reductie Vermindert windgeruis tijdens het opnemen van films. AF-microafst. Voert een fijnafstelling uit van de automatisch scherpgestelde positie wanneer de LA-EA2 Montageadapter (los verkrijgbaar) wordt gebruikt. Index Toont een vergroot beeld wanneer u handmatig scherpstelt. MF-hulptijd Menu MF Assist Voorbeeldfoto Zoomt in op een afbeelding met een hogere vergroting dan Helder Beeld Zoom. Deze functie kan ook beschikbaar zijn bij het opnemen van film. Inhoudsopgave Digitale zoom Hoofdinstellingen Menustartpositie Selecteert een menu dat het eerst wordt weergegeven uit het hoofdmenu of het laatste menuscherm. Eigen toetsinstellingen Wijst functies toe aan de soft keys, de rechtertoets van de draaiknop, enz. Pieptoon Selecteert het geluid dat wordt geproduceerd wanneer u de camera bedient. Taal Selecteert de taal die op het scherm wordt gebruikt. Vervolg r 25NL Hiermee wordt de datum en tijd ingesteld. Tijdzone instellen Selecteert het gebied waar u de camera gebruikt. Help-scherm Schakelt het Help-scherm in of uit. Eco-stand Hiermee wordt het niveau van de energiebesparingsfunctie ingesteld. Stroombesparing Hiermee wordt de tijd ingesteld waarna de camera de modus stroombesparing inschakelt. Kleur weergeven Selecteert de kleur van het LCD-scherm. Breedbeeld Selecteert een methode voor het weergeven van groothoekbeelden. Afspeelweergave Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het weergeven van portretbeelden. HDMI-resolutie Hiermee wordt de resolutie ingesteld bij aansluiting op de HDMI-tv. CTRL.VOOR HDMI Hiermee wordt ingesteld of de camera kan worden bediend met de afstandsbediening van een televisietoestel dat geschikt is voor "BRAVIA" Sync. USB-verbinding Selecteert de methode die wordt gebruikt voor een USBverbinding. Reinigen Zo kunt u de beeldsensor reinigen. Versie Toont de versies van de camera en van de lens/montageadapter. Demomodus Hiermee wordt ingesteld of de demonstratie wordt weergegeven bij films of niet. Terugstellen Reset de camera naar de instellingen af-fabriek. Index Hiermee wordt de helderheid van de Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) ingesteld. Menu Hiermee wordt de helderheid van het LCD-scherm ingesteld. Helderheid zoeker Voorbeeldfoto LCD-helderheid Inhoudsopgave Datum/tijd instellen Geheugenkaartprogramma Formatteren Formatteert de geheugenkaart. Bestandsnummer Selecteert de methode voor het toewijzen van bestandsnummers aan beelden. Mapnaam Selecteert de indeling van de mapnaam. Opnamemap kiezen Selecteert de opnamemap. Nieuwe map Maakt een nieuwe map aan. Beeld-DB herstellen Repareert het beeld-databasebestand wanneer onregelmatigheden worden aangetroffen. Kaartruimte weerg. Toont de resterende opnametijd van films en het aantal op te nemen stilstaande beelden op de geheugenkaart. Eye-Fi instellen* Inst. uploaden Stelt de uploadfunctie van de camera in wanneer een Eye-Fi-kaart wordt gebruikt. * Verschijnt wanneer een Eye-Fi-kaart (los verkrijgbaar) in de camera wordt gezet. 26NL Hier wordt uitgelegd hoe u opnamen maakt met de instellingen die golden toen u de camera kocht. De camera neemt beslissingen die geschikt zijn voor de situatie en past de instellingen aan. De functie Scèneherkenning begint te werken. 2 Als u stilstaande beelden wilt maken, drukt u de ontspanknop half in, stelt u scherp op uw onderwerp en maakt u vervolgens de opname door de ontspanknop geheel in te drukken. Wanneer de camera een gezicht waarneemt en er een opname van maakt, wordt het vastgelegde beeld automatisch bijgesneden voor een geschikte compositie. Het oorspronkelijke maar ook het bijgesneden beeld worden opgeslagen (bladzijde 77). Menu Druk op de MOVIE-knop als u films wilt opnemen. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen. Voorbeeldfoto 1 Pas de hoek van het LCD-scherm aan en houd de camera vast. Inhoudsopgave Beelden opnemen Opmerking • U kunt maximaal 29 minuten zonder onderbreking een film opnemen en u kunt een film in een MP4indeling tot maximaal 2 GB opnemen. De opnametijd kan korter zijn afhankelijk van de omgevingstemperatuur of opnamecondities. Index z Over Scèneherkenning Met de functie Scèneherkenning kan de camera automatisch de opnamecondities herkennen en kunt u de opname maken met de juiste instellingen. Pictogram en aanwijzingen Scèneherkenning • De camera herkent (Nachtscène), (Nachtscène m. statief), (Nachtportret), (Tegenlichtopname), (Portret m. tegenlicht), (Portretopname), (Landschap), (Macro), (Spotlight), (Duister) of (Kind) en geeft het bijbehorende pictogram en aanwijzingen weer op het LCD-scherm, wanneer de scène wordt herkend. 27NL Vervolg r waarop u moeilijk kunt scherpstellen Wanneer de camera niet automatisch op het onderwerp kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator. Maak opnieuw een compositie van de opname of kies een andere instelling voor het scherpstellen. Scherpstellingsindicator Status z brandt Scherpstelling vergrendeld. Scherpstelling is bevestigd. Het scherpstelpunt beweegt doordat het een bewegend onderwerp volgt. brandt Nog bezig met scherpstellen. z knippert Kan niet scherpstellen. Menu brandt Voorbeeldfoto Scherpstellingsindicator Inhoudsopgave z Als u een stilstaand beeld maakt van een onderwerp • Scherpstellen kan moeilijk zijn in de volgende situaties: Het is donker en het onderwerp is ver weg. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het onderwerp is zichtbaar door glas heen. Het onderwerp beweegt snel. Het onderwerp reflecteert licht, bijvoorbeeld een spiegel of heeft glimmende oppervlakken. Het onderwerp knippert. Het onderwerp wordt van achteren belicht. Index – – – – – – – 28NL Inhoudsopgave Beelden weergeven Geeft de vastgelegde beelden weer. 1 Druk op de (Weergave)-knop. 2 Selecteer het beeld met de draaiknop. Tijdens het weergeven van films Bediening van de draaiknop Onderbreken/hervatten Druk op het midden. Druk op rechts of draai naar rechts. Snel terug Druk op links of draai naar links. Vooruit langzaam afspelen Draai naar rechts in pauzestand. Terug langzaam afspelen* Draai naar links in de pauzestand. Geluidsvolume aanpassen Druk op de onderzijde t bovenzijde/onderzijde. Menu Snel vooruit Voorbeeldfoto 3 Druk op het midden van de draaiknop als u panoramische beelden of films wilt weergeven. * De film wordt beeld-voor-beeld afgespeeld. Opmerking • Panoramische beelden die met andere camera's zijn genomen, worden mogelijk niet goed weergegeven. U kunt een map van uw keuze selecteren door de balk links van het beeldindexscherm (bladzijde 49) te selecteren en vervolgens op het boven-/ondergedeelte van de draaiknop te drukken. U kunt de weergavefunctie aanpassen door op het midden van de draaiknop te drukken. Index z Een map van uw keuze weergeven 29NL Vervolg r Een gedeelte van een stilstaand beeld kan worden vergroot zodat u het beter kunt bekijken tijdens de weergave. Dit is handig om de scherpstelling van een vastgelegd stilstaand beeld te bekijken. U kunt de weergegeven beelden vergroten vanuit het menu (bladzijde 105). 2 Pas de schaal aan door de draaiknop te draaien. 3 Selecteer het gedeelte dat u wilt vergroten door op de boven-/onder-/rechter-/linkerzijde van de draaiknop te drukken. Menu 4 U kunt de vergrote weergave annuleren door te selecteren. Voorbeeldfoto 1 Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en selecteer vervolgens (Vergroot). Inhoudsopgave Vergrote weergave Opmerkingen • U kunt de functie voor de vergrote weergave niet gebruiken bij films. • Als u panoramische beelden wilt vergroten, onderbreekt u eerst de weergave en drukt u vervolgens op (Vergroot). Het weergavezoombereik is als volgt. Beeldformaat Weergavezoombereik L Ongev. ×1,0 – ×13,6 M Ongev. ×1,0 – ×9,9 S Ongev. ×1,0 – ×6,8 Index z Weergavezoombereik 30NL Inhoudsopgave Beelden wissen U kunt het weergegeven beeld wissen. 1 Geef het beeld weer dat u wilt wissen en selecteer (Wissen). Selecteer afsluiten. Voorbeeldfoto 2 Selecteer OK. als u de bedieningshandeling wilt (Wissen) Menu OK Opmerkingen • U kunt beveiligde beelden niet wissen. • Wanneer u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. Controleer van tevoren of u het beeld wilt wissen of niet. Selecteer MENU t [Afspelen] t [Wissen] als u bepaalde beelden tegelijkertijd wilt selecteren en wissen. Index z Een aantal beelden wissen 31NL Werken met de functie Creatief met foto's Met Creatief met foto's kunt u met gemakkelijke bedieningshandelingen opnamen maken van een onderwerp en gemakkelijk creatieve foto's maken. 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. (Creatief met foto's). Menu 3 Selecteer het item dat u wilt instellen uit de items die aan de onderzijde van het scherm worden weergegeven. Voorbeeldfoto 2 Selecteer Inhoudsopgave Creatief met foto's U kunt de instelitems van Creatief met foto's tegelijkertijd gebruiken. Index 4 Selecteer de instelling van uw keuze. 5 Druk de sluiterknop in als u stilstaande beelden wilt maken. Start, als u films wilt opnemen, de opnamen door op de knop MOVIE te drukken. Als u wilt terugkeren naar [Slim automatisch] of [Superieur automatisch], selecteert u . Achterg. onsch. (bladzijde 33) Past de onscherpte van de achtergrond aan. Helderheid (bladzijde 34) Past de helderheid aan. Kleur (bladzijde 35) Past de kleur aan. Levendigheid (bladzijde 36) Past de levendigheid aan. Foto-effect (bladzijde 37) Selecteert de effectfilter van uw keuze voor het maken van opnamen. Opmerkingen • De functie Creatief met foto's is alleen beschikbaar wanneer een lens met een Montagestuk E op het toestel is gezet. • De functie Creatief met foto's is alleen beschikbaar wanneer [Opn.modus] is ingesteld op [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. • De functie Lach-sluiter gebruiken is niet mogelijk. • Wanneer de stand Creatief met foto's is geactiveerd, worden verscheidene items die in het menu zijn ingesteld, ongeldig. • Wanneer de camera weer op [Slim automatisch] of [Superieur automatisch] wordt gezet, of wordt uitgeschakeld, worden de instellingen gereset naar de standaardinstellingen. • U kunt [Achterg. onsch.] alleen aanpassen tijdens het maken van filmopnamen met de functie Creatief met foto's. • Als u de functie Creatief met foto's inschakelt terwijl [Superieur automatisch] is geactiveerd, maakt de camera geen composite-afbeelding. 32NL Met Creatief met foto's kunt u gemakkelijk de achtergrond onscherp maken zodat het onderwerp vrij in het beeld komt te staan, en u kunt het effect van het onscherp maken controleren op het LCD-scherm. U kunt een film opnemen met een waarde die is aangepast met het onscherpte-effect. Inhoudsopgave Achtergrond onscherp Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. 2 Selecteer (Creatief met foto's). 4 Maak de achtergrond onscherp. : Scherpstellen : Onscherp maken Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen. Menu 3 Selecteer [Achterg. onsch.]. Opmerkingen Index • Welk bereik beschikbaar is voor het onscherp stellen hangt af van de lens die wordt gebruikt. • Het effect van het onscherp stellen zal misschien niet waarneembaar zijn, dat kan afhankelijk zijn van de afstand van het onderwerp of de lens die wordt gebruikt. z Voor een beter resultaat van Achtergrond onscherp maken • Ga dichter naar het onderwerp toe. • Vergroot de afstand tussen het onderwerp en de achtergrond. 33NL U kunt de helderheid gemakkelijk aanpassen in Creatief met foto's. 2 Selecteer (Creatief met foto's). 3 Selecteer [Helderheid]. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Inhoudsopgave Helderheid 4 Selecteer de helderheid van uw keuze. Menu : Afbeeldingen helderder maken : Afbeeldingen donkerder maken Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen. Index 34NL U kunt de kleur gemakkelijk aanpassen in Creatief met foto's. 2 Selecteer (Creatief met foto's). 3 Selecteer [Kleur]. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Inhoudsopgave Kleur 4 Selecteer de kleur van uw keuze. Menu : De kleur warm maken : De kleur koel maken Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen. Index 35NL U kunt de levendigheid gemakkelijk aanpassen in Creatief met foto's. 2 Selecteer (Creatief met foto's). 3 Selecteer [Levendigheid]. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Inhoudsopgave Levendigheid 4 Selecteer de levendigheid van uw keuze. Menu : Afbeeldingen levendig maken : Afbeeldingen zwakker maken Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen. Index 36NL U kunt Foto-effect gemakkelijk instellen in Creatief met foto's. Selecteer het effectfilter van uw keuze voor een meer pakkende en artistieke uitdrukking. 2 Selecteer (Creatief met foto's). Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Inhoudsopgave Foto-effect 3 Selecteer [Foto-effect]. 4 Selecteer het de effect van uw keuze. (Uit) Menu Selecteer AUTO als u de oorspronkelijke status wilt herstellen. Maakt geen gebruik van de functie Beeldeffect. Creëert het beeld van een foto van een (Speelgoedcamera) speelgoedcamera met vervaagde hoeken en geprononceerde kleuren. Index (Hippe kleuren) Creëert een levendig uiterlijk door kleurtinten te accentueren. (Posterisatie: kleur) Creëert een abstract beeld met veel contrast doordat de primaire kleuren sterk worden benadrukt. (Posterisatie: Z-W) Creëert een abstract beeld met veel contrast in zwart-wit. (Retrofoto) Creëert het uiterlijk van een oude foto met sepia kleurtinten en vervaagd contrast. 37NL Vervolg r (Deelkleur: groen) Creëert een beeld waarin de kleur groen wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit. (Deelkleur: blauw) Creëert een beeld waarin de kleur blauw wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit. (Deelkleur: geel) Creëert een beeld waarin de kleur geel wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit. (Hg. contr. monochr.) Creëert een beeld met veel in zwart-wit. Index Creëert een beeld waarin de kleur rood wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit. Menu (Deelkleur: rood) Voorbeeldfoto Creëert een beeld met een aangewezen sfeer: helder, transparant, vluchtig, teer, zacht. Inhoudsopgave (Zachte felle kleuren) Opmerkingen • Wanneer [Deelkleur] is geselecteerd, zullen beelden afhankelijk van het onderwerp misschien niet de geselecteerde kleur behouden. • Het aantal beschikbare beeldeffecten wordt beperkt met Creatief met foto's. Ook is de fijnafstelling niet beschikbaar. U kunt meer beeldeffecten gebruiken en een fijnafstelling uitvoeren met Option. Selecteer MENU t [Helderheid/kleur] t [Foto-effect] (bladzijde 96). 38NL Functies gebruiken met de draaiknop De draaiknop gebruiken: 1 Druk herhaaldelijk op DISP (Inhoud weergeven) op de draaiknop en kies de gewenste stand. 1 Tijdens het maken van opnamen, MENU t [Camera] t [LCD-scherm (DISP)]/[Zoeker (DISP)]. Tijdens weergave, MENU t [Afspelen] t [Inhoud weergeven]. 2 Selecteer de stand van uw keuze. Voorbeeldfoto Het Menu gebruiken: Inhoudsopgave DISP (Inhoud weergeven) Opmerkingen Menu • U kunt [Zoeker (DISP)] instellen wanneer een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) op de camera is bevestigd. • Histogram wordt niet weergegeven tijdens de volgende bewerkingen. – Film opnemen/weergeven – Panorama opnemen/weergeven – Diavoorstelling Tijdens het maken van opnamen Index LCD-scherm (DISP) Graf. weerg. Toont eenvoudige informatie over het maken van opnamen. Geeft een grafische weergave van de sluitertijd en de diafragmawaarde, behalve wanneer [Opn.modus] is ingesteld op [Panorama d. beweg.] of [3D-panor. d. beweg.]. Alle info weergeven Toont opname-informatie. Grote letters Toont alleen grotere items in groter formaat. Geen info Toont geen opname-informatie. 39NL Vervolg r Voor zoeker Toont alleen opname-informatie op het scherm (geen beeld). Selecteer deze optie wanneer u een opname maakt met behulp van een zoeker (los verkrijgbaar). Voorbeeldfoto Toont de luminantieverdeling grafisch. Inhoudsopgave Histogram Zoeker (DISP) Toont elementaire opname-informatie in de zoeker. Histogram Toont de luminantieverdeling grafisch. Menu Basisinfo wrg. z Voor het instellen van de weergavestanden die U kunt met [DISP-knop (scherm)] selecteren welke weergavestanden van het LCD-scherm in de opnamestand kunnen worden geselecteerd (bladzijde 80). Index beschikbaar moeten zijn Tijdens weergave Info weergeven Toont opname-informatie. Histogram Toont de luminantieverdeling grafisch, naast de opname-informatie. Geen info Toont geen opname-informatie. 40NL Vervolg r Het histogram geeft de luminantieverdeling weer die aangeeft hoeveel pixels van een bepaalde helderheid er voorkomen in het beeld. Een helderder beeld zal het gehele histogram naar de rechterkant, en een donkerder beeld zal het gehele histogram naar de linkerkant doen verschuiven. R (rood) Luminantie • Als het beeld een sterk belicht of zwak belicht deel bevat, knippert dat gedeelte in de histogramweergave (luminantielimietwaarschuwing). Voorbeeldfoto Flitslicht Inhoudsopgave z Wat is een histogram? G (groen) B (blauw) Menu Index 41NL U kunt de belichting aanpassen in stappen van 1/3 EV in het bereik van –3,0 EV tot +3,0 EV. 1 Opmerkingen Menu • U kunt [Belicht.comp.] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – [Handm. belichting] • U kunt voor films de belichting aanpassen in een bereik van –2,0 EV tot +2,0 EV. • Als u een onderwerp vastlegt in uiterst heldere of donkere omstandigheden, of wanneer u de flitser gebruikt, zult u misschien niet een bevredigend resultaat kunnen bereiken. • U kunt de belichting aanpassen tussen –3,0 EV en +3,0 EV, maar op het scherm verschijnt slechts een waarde tussen –2,0 EV en +2,0 EV met de bijbehorende beeldhelderheid. Als u een belichting instelt die buiten dit bereik valt, toont de helderheid op het scherm het effect niet, maar dat wordt wel weergegeven in het vastgelegde beeld. Voorbeeldfoto (Belicht.comp.) op de draaiknop t gewenste waarde. Of, MENU t [Helderheid/kleur] t [Belicht.comp.] t waarde van uw keuze. Inhoudsopgave Belicht.comp. z De belichting aanpassen voor mooiere beelden m Index Overbelichting = te veel licht Witachtig beeld Stel [Belicht.comp.] in naar –. Juiste belichting M Stel [Belicht.comp.] in naar +. Onderbelichting = te weinig licht Donkerder beeld • Stel, als u opnamen van onderwerpen wilt maken in helderder tinten, een belichtingscompensatie in aan de +-zijde. Als u foto's van voeding er aantrekkelijker wilt laten uitzien, maak de opname dan wat helderder dan gebruikelijk en gebruik als dat kan een witte achtergrond. • Wanneer u opnamen maakt van een blauwe lucht, maakt een belichtingscorrectie aan de –-zijde dat u de lucht in levendige kleuren kunt vastleggen. 42NL U kunt de transportfunctie instellen, zoals ononderbroken opnamen, zelfontspanner of bracket-opnamen. 1 Legt 1 stilstaand beeld vast. Normale opnamestand. (Continue opname) Legt beelden ononderbroken vast zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt (bladzijde 44). (Snelh. continutr.) Legt beelden ononderbroken bij hoge snelheid vast zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt (bladzijde 45). Instellingen voor scherpstelling en helderheid van de eerste opname worden gebruikt voor de volgende opnamen. Legt een beeld vast na 10 of 2 seconden (bladzijde 46). (Zelfontspanner) Menu (Enkele opname) Voorbeeldfoto (Transportfunctie) op de draaiknop t stand van uw keuze. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t stand van uw keuze. Inhoudsopgave Transportfunctie Legt beelden ononderbroken vast na 10 seconden (bladzijde 47). (Zelfontsp.(Cont.)) (Bracket: continu) Legt 3 beelden vast wanneer u de ontspanknop ingedrukt houdt, elk met verschillende helderheid (bladzijde 48). Index Opmerking • U kunt de instelling niet wijzigen wanneer u de volgende functies gebruikt: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Auto HDR] – [Soft focus], [HDR-schilderij], [Mono. m. rijke tonen], [Miniatuur] in [Foto-effect] – [Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan] 43NL Legt beelden ononderbroken vast zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. 1 (Transportfunctie) op de draaiknop t [Continue opname]. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Continue opname]. Voorbeeldfoto Opmerking • U kunt [Continue opname] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Scènekeuze], behalve [Sportactie] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [Auto HDR] – [Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan] Inhoudsopgave Continue opname Menu Index 44NL De camera gaat door met opnamen maken zolang u de sluiterknop ingedrukt houdt. De opnamen worden scherp gesteld en de helderheid wordt ingesteld bij de eerste afbeelding. U kunt ononderbroken opnamen maken met een hogere frequentie dan die van [Continue opname] (met een maximum van ongeveer 5,5 beelden per seconden). (Transportfunctie) op de draaiknop t [Snelh. continutr.]. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Snelh. continutr.]. Opmerkingen Menu • U kunt [Snelh. continutr.] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Scènekeuze], behalve [Sportactie] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [Auto HDR] – [Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan] • De snelheid van ononderbroken opnamen wordt geschat met gebruikmaking van uw criteria. De snelheid van ononderbroken opnamen kan afhankelijk van de opnamecondities (Beeldgrootte, ISO-instelling, NR bij Hoge ISO of de instelling van [Lenscomp.: vervorming]), lager zijn. Voorbeeldfoto 1 Inhoudsopgave Snelh. continutr. Index 45NL 1 (Transportfunctie) op de draaiknop t [Zelfontspanner]. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Zelfontspanner]. 2 Option t stand van uw keuze. (Transportfunctie) en selecteer [Enkele opname] als u de timer wilt (Zelfontspanner: 10 sec.) Stelt de zelfontspanner met 2 seconden vertraging in. Dit vermindert het trillen van de camera dat wordt veroorzaakt door het indrukken van de opnameknop. Menu (Zelfontspanner: 2 sec.) Stelt de zelfontspanner met 10 seconden vertraging in. Wanneer u de ontspanknop indrukt, knippert het lampje van de zelfontspanner en klinkt een akoestisch signaal totdat de sluiter werkt. Druk op (Transportfunctie) op de draaiknop als u de zelfontspanner wilt annuleren. Voorbeeldfoto Druk op annuleren. Inhoudsopgave Zelfontspanner Opmerking Index • U kunt [Zelfontspanner] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [Auto HDR] – [Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan] • Wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt geklapt met [Zelfontsp. v. zelfportret] ingesteld op [Aan], knippert het zelfontspannerlampje niet. 46NL Maakt na 10 seconden zonder onderbreking het aantal opnamen dat u hebt ingesteld. U kunt de beste opname kiezen uit de opnamen die zijn gemaakt. 1 2 Option t stand van uw keuze. Druk op annuleren. (Transportfunctie) en selecteer [Enkele opname] als u de timer wilt (Zelfont. (cont.): 10 sec. 3 blden.) Menu (Zelfont. (cont.): 10 sec. 5 blden.) Maakt na 10 seconden 3 of 5 stilstaande beelden. Wanneer u de ontspanknop indrukt, knippert het lampje van de zelfontspanner en klinkt een akoestisch signaal totdat de sluiter werkt. Druk op (Transportfunctie) op de draaiknop als u de zelfontspanner wilt annuleren. Voorbeeldfoto (Transportfunctie) op de draaiknop t [Zelfontsp.(Cont.)]. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Zelfontsp.(Cont.)]. Inhoudsopgave Zelfontsp.(Cont.) Opmerking Index • U kunt [Zelfontsp.(Cont.)] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [Auto HDR] – [Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan] • Wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt geklapt met [Zelfontsp. v. zelfportret] ingesteld op [Aan], knippert het zelfontspannerlampje niet. 47NL Maakt 3 opnamen terwijl automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Houd de opnameknop ingedrukt totdat de bracket-opname is voltooid. U kunt na het maken van de opnamen het beeld kiezen dat het beste overeenkomt met uw bedoeling. Inhoudsopgave Bracket: continu Voorbeeldfoto 1 2 Option t stand van uw keuze. Druk op annuleren. (Transportfunctie) en selecteer [Enkele opname] als u bracketing wilt (Bracket: continu: 0,3 EV) Menu (Transportfunctie) op de draaiknop t [Bracket: continu]. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Bracket: continu]. Beelden worden vastgelegd met een ingestelde waarde voor de afwijking (stappen) vanaf de basisbelichting. Index (Bracket: continu: 0,7 EV) Opmerkingen • U kunt [Bracket: continu] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [Auto HDR] – [Zelfontsp. v. zelfportret] is ingesteld op [Aan] • De laatste opname wordt getoond in de automatische weergave. • In [Handm. belichting] wordt de belichting verschoven doordat de sluitertijd wordt aangepast. • Bij aanpassing van de belichting, wordt de belichting verschoven aan de hand van de gecompenseerde waarde. 48NL Functies in het menu gebruiken Toont meerdere beelden tegelijkertijd. 1 Druk op de (Weergave)-knop als u naar de weergavestand wilt overschakelen. (Beeldindex) op de draaiknop. De index van 6 beelden wordt weergegeven. U kunt overschakelen naar de index van 12 beelden; MENU t [Afspelen] t [Beeldindex]. 3 U kunt terugkeren naar de weergave van één enkel beeld door de afbeelding van uw keuze te selecteren en op het midden van de draaiknop te drukken. Voorbeeldfoto 2 Druk op Inhoudsopgave Beeldindex z Een map van uw keuze weergeven Menu U kunt een map van uw keuze selecteren door de balk links van het beeldindexscherm te selecteren en vervolgens op het boven-/ondergedeelte van de draaiknop te drukken. U kunt de weergavefunctie aanpassen door op het midden van de draaiknop te drukken. Index 49NL De camera analyseert het onderwerp en biedt u de mogelijkheid een opname te maken met de juiste instellingen. 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch]. Wanneer de camera de scène herkent, verschijnen het pictogram van Scèneherkenning en aanwijzingen op het scherm. De camera herkent (Nachtscène), (Nachtscène m. statief), (Nachtportret), (Tegenlichtopname), (Portret m. tegenlicht), (Portretopname), (Landschap), (Macro), (Spotlight), (Duister) of (Kind). Pictogram en aanwijzingen Scèneherkenning Menu 3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Voorbeeldfoto 2 Richt de camera op het onderwerp. Inhoudsopgave Slim automatisch Opmerkingen • [Flitsfunctie] is ingesteld op [Automatisch flitsen] of [Flitser uit]. • U kunt ook een opname maken als de camera de scène niet heeft herkend. • Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m. tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend. Index De voordelen van automatisch opnamen maken In de stand Superieur automatisch maakt de camera opnamen met een hogere kwaliteit dan in de stand Slim automatisch en er worden composite-opnamen gemaakt, als dat nodig is. In de stand Autom. programma maakt de camera opnamen met diverse functies, zoals witbalans, ISO, enz., aangepast. Opnamemodus (Slim automatisch) Uw doel • Gemakkelijk de scène herkennen ononderbroken opnamen maken. (Superieur automatisch) (bladzijde 52) • Scènes vastleggen onder moeilijke omstandigheden, zoals bij weinig licht of met tegenlicht. • Een beeld vastleggen van hogere kwaliteit dan Slim automatisch biedt. (Autom. programma) (bladzijde 64) • Opnamen maken met diverse andere functies dan met aangepaste belichting (sluitertijd en diafragma). Opmerking • In de stand Superieur automatisch duurt het opnameproces langer, omdat de camera een composite-beeld moet maken. 50NL Vervolg r Wanneer u op het midden van de draaiknop drukt in de stand [Slim automatisch] of [Superieur automatisch], krijgt u toegang tot het menu Creatief met foto's. In dit menu kunt u de instellingen wijzigen met gemakkelijke bedieningshandelingen en creatieve fotografie beoefenen (bladzijde 32). waarop u moeilijk kunt scherpstellen Wanneer de camera niet automatisch op het onderwerp kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator. Maak opnieuw een compositie van de opname of kies een andere instelling voor het scherpstellen. Scherpstellingsindicator Status z brandt Scherpstelling vergrendeld. Scherpstelling is bevestigd. Het scherpstelpunt beweegt doordat het een bewegend onderwerp volgt. brandt Nog bezig met scherpstellen. z knippert Index brandt Menu Scherpstellingsindicator Voorbeeldfoto z Als u een stilstaand beeld maakt van een onderwerp Inhoudsopgave z Creatief met foto's Kan niet scherpstellen. • Scherpstellen kan moeilijk zijn in de volgende situaties: – – – – – – – Het is donker en het onderwerp is ver weg. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het onderwerp is zichtbaar door glas heen. Het onderwerp beweegt snel. Het onderwerp reflecteert licht, bijvoorbeeld een spiegel of heeft glimmende oppervlakken. Het onderwerp knippert. Het onderwerp wordt van achteren belicht. 51NL De camera herkent en evalueert automatisch de opnamecondities en de bijbehorende instellingen worden automatisch gekozen. De camera maakt opnamen met een breder assortiment van opnamefuncties dan wat Intelligent Auto te bieden heeft, bijvoorbeeld Auto HDR, en het beste beeld wordt gekozen. Merkteken herkende scène 2 Richt de camera op het onderwerp. Opnamefunctie Het aantal keren dat de sluiter is bediend Menu Wanneer de camera de opnamecondities herkent en aanpassingen maakt, wordt de volgende informatie weergegeven: merkteken herkende scène, bijbehorende opnamefunctie, het aantal keren dat de sluiter is bediend. Herkende scène: (Nachtscène), (Nachtscène m. statief), (Schemeropn. uit hand), (Nachtportret), (Tegenlichtopname), (Portret m. tegenlicht), (Portretopname), (Landschap), (Macro), (Spotlight), (Duister) of (Kind). Opnamefunctie: Auto HDR, Langz.flitssync., Daglichtsynchr., Lange sluitert. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Superieur automatisch]. Inhoudsopgave Superieur automatisch 3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Wanneer de camera meerdere beelden vastlegt, kiest het toestel automatisch het meest geschikte beeld en slaat dat op. U kunt ook alle beelden opslaan door de optie [Sup. aut. Beeld extractie] in te stellen (bladzijde 119). Index Opmerkingen • [Flitsfunctie] is ingesteld op [Automatisch flitsen] of [Flitser uit]. • U kunt ook een opname maken als de camera de scène niet heeft herkend. • Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m. tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend. • Wanneer [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], worden [Schemeropn. uit hand] en [Auto HDR] niet herkend. z Wat is het verschil tussen Superieur automatisch en Slim automatisch? In de stand Superieur automatisch maakt de camera ononderbroken opnamen uitgaande van de scène die wordt herkend en maakt een composite-beeld (Composite-opnamen). Hierdoor kan de camera automatisch tegenlichtcompensatie en ruisonderdrukking uitvoeren en ook een beeld van hogere kwaliteit verkrijgen dan Slim automatisch. Maar wanneer een composite-beeld wordt gemaakt, duurt het opnameproces langer dan normaal. z Creatief met foto's Wanneer u op het midden van de draaiknop drukt in de stand [Slim automatisch] of [Superieur automatisch], krijgt u toegang tot het menu Creatief met foto's. In dit menu kunt u de instellingen wijzigen met gemakkelijke bedieningshandelingen en creatieve fotografie beoefenen (bladzijde 32). 52NL Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf-ingestelde instellingen die afhankelijk zijn van de scène. 1 MENU t [Opn.modus] t [Scènekeuze] t stand van uw keuze. (Landschap) Maakt een scherpe opname van het hele landschap met levendige kleuren. (Macro) Opnamen maken van dichtbij, zoals van bloemen, insecten, gerechten of kleine voorwerpen. (Sportactie) Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat. De camera neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Menu Legt het onderwerp scherp vast tegen een onscherpe achtergrond. Huidtinten worden zacht weergegeven. Voorbeeldfoto (Portret) Inhoudsopgave Scènekeuze Index (Zonsondergang) Maakt een prachtige opname van het rood van de zonsondergang. (Nachtportret) Maakt portretten in nachtelijke taferelen. (Nachtscène) Maakt een opname van nachtelijke taferelen zonder dat de donkere atmosfeer verloren gaat. 53NL Vervolg r Menu • In de stand [Nachtscène] en [Nachtportret] is de sluitersnelheid lager, dus is het aan te bevelen een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld onscherp wordt. • In de modus [Schemeropn. uit hand] klikt de sluiter 6 keer en wordt een beeld vastgelegd. • Selecteert u [Schemeropn. uit hand] bij [RAW] of [RAW en JPEG], dan wordt de beeldkwaliteit tijdelijk [Fijn]. • Zelfs in [Schemeropn. uit hand] lukt het minder goed onscherpte te voorkomen wanneer u opnamen maakt van: – Onderwerpen die onvoorspelbare bewegingen maken. – Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden. – Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals de lucht, een zandstrand of een gazon. – Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval. • In het geval van [Schemeropn. uit hand] kan er zich blokvormige ruis voordoen wanneer u een lichtbron gebruikt die knippert, zoals TL-verlichting. • De minimale afstand waarop u een onderwerp kunt benaderen, verandert niet, ook niet als u [Macro] selecteert. Zie voor het minimale scherpstelbereik, de minimale afstand van de lens die op de camera is gezet. Voorbeeldfoto Opmerkingen Inhoudsopgave (Schemeropn. Maakt opnamen van nachtelijke taferelen met uit hand) minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt. Er wordt een hele reeks opnamen gemaakt en beeldverwerking wordt toegepast zodat onscherpte van het onderwerp, bewegingsonscherpte en ruis worden verminderd. Index 54NL Dit is geschikt voor opnamen binnenshuis zonder flitser, het maakt dat onscherpte van het onderwerp wordt verminderd. 1 MENU t [Opn.modus] t [Anti-bewegingswaas]. De camera combineert 6 opnamen bij een hoge gevoeligheid tot 1 stilstaand beeld, zodat bewegingsonscherpte wordt verminderd en ruis wordt voorkomen. Opmerkingen Menu • Selecteert u [Anti-bewegingswaas] bij [RAW] of [RAW en JPEG], dan wordt de beeldkwaliteit tijdelijk [Fijn]. • De sluiter klikt 6 keer en er wordt een beeld vastgelegd. • Het lukt minder goed onscherpte te voorkomen wanneer u opnamen maakt van: – Onderwerpen die onvoorspelbare bewegingen maken. – Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden. – Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals de lucht, een zandstrand of een gazon. – Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval. • Wanneer u een lichtbron gebruikt die knippert, zoals TL-verlichting, kan er zich blokvormige ruis voordoen. Voorbeeldfoto 2 Maak een opname door de ontspanknop in te drukken. Inhoudsopgave Anti-bewegingswaas Index 55NL Biedt u de mogelijkheid een panoramisch beeld te creëren uit samengestelde beelden. Inhoudsopgave Panorama d. beweg. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Panorama d. beweg.]. 2 Richt de camera op de rand van het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop volledig in. Menu Dit gedeelte wordt niet vastgelegd. 3 Pan de camera naar het einde, volgens de aanwijzingen op het LCD-scherm. Index Aanwijzingsbalk Opmerkingen • Als u niet binnen de gegeven tijd met de camera langs het gehele onderwerp kunt pannen, ontstaat er een grijs gebied in het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, kunt u alleen een volledig panoramisch beeld vastleggen als u de camera snel beweegt. • Wanneer u [Breed] selecteert in [Beeldformaat], zult u de camera misschien niet in de gegeven tijd over het gehele onderwerp kunnen pannen. In dergelijke gevallen adviseren wij u [Standaard] in [Beeldformaat] te selecteren. • De camera gaat verder met het maken van opnamen tijdens de [Panorama d. beweg.]-opname en de sluiter blijft klikken tot het einde van de opname. • Omdat een aantal beelden aan elkaar worden gezet, zal het aangezette deel niet gelijkmatig worden vastgelegd. • Onder omstandigheden met weinig licht kunnen panoramische beelden onscherp zijn. • Bij verlichting die knippert, zoals TL-licht, zal de helderheid of de kleuren van het gecombineerde beeld misschien niet altijd gelijk zijn. • Wanneer de gehele beeldhoek van de panoramische opname en de beeldhoek waarin u de scherpstelling en belichting hebt vergrendeld met AE/AF-vergrendeling, erg veel van elkaar verschillen in helderheid, kleur en scherpte, zal de opname niet goed lukken. Als dat zo is, neem dan een andere vergrendelde beeldhoek en maak de opnamen opnieuw. • [Panorama d. beweg.] is niet geschikt wanneer u opnamen maakt van: – Onderwerpen in beweging. – Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden. – Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals de lucht, een zandstrand of een gazon. – Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval. – Onderwerpen met de zon of elektrische lichten, enz. die veel helderder zijn dan de omgeving. 56NL Vervolg r z Tips voor het vastleggen van een panoramisch beeld Verticale richting Horizontale richting Index • Wanneer u een zoomlens gebruikt, kunt u deze het beste met de W-zijde gebruiken. • Bepaal de scène en druk de ontspanknop half in, zodat u de scherpstelling, belichting en witbalans kunt vergrendelen. Druk vervolgens de ontspanknop geheel in en pan de camera. • Als een gedeelte met zeer gevarieerde vormen of een zeer gevarieerd landschap is geconcentreerd langs de rand van het scherm, zal de beeldcompositie misschien niet lukken. Pas in een dergelijk geval de compositie van het kader zo aan dat het gedeelte zich in het midden van het beeld bevindt en maak vervolgens opnieuw een opname. • U kunt de richting selecteren door MENU t [Beeldformaat] t [Panoramarichting] te selecteren. U kunt het beeldformaat selecteren door MENU t [Beeldformaat] t [Beeldformaat] te selecteren. Menu Straal zo kort mogelijk Voorbeeldfoto 'Pan' de camera in een boog met constante snelheid en in dezelfde richting als op het LCDscherm wordt aangegeven. [Panorama d. beweg.] is geschikter voor stillevens en in mindere mate voor bewegende beelden. Inhoudsopgave • [Panorama d. beweg.] kan in de volgende situaties worden gestopt: – U pant de camera te snel of te langzaam. – De camera wordt te veel bewogen. z Panoramische beelden weergeven door te scrollen U kunt panoramische beelden van begin tot eind scrollen door op het midden van de draaiknop te drukken terwijl de panoramische beelden worden getoond. Druk opnieuw als u wilt pauzeren. • Panoramische beelden die zijn opgenomen met andere camera's zullen misschien niet goed kunnen worden weergegeven of gescrold. Toont het getoonde gebied van het gehele panoramische beeld. 57NL Biedt u de mogelijkheid een 3D-beeld te creëren uit samengestelde beelden. 3D-beelden die in de stand [3D-panor. d. beweg.] van deze camera zijn opgenomen, kunnen alleen worden weergegeven op een 3D-televisietoestel. De opgenomen beelden worden weergegeven als normale stilstaande beelden op het LCD-scherm van deze camera en op een niet-3D-televisietoestel. Inhoudsopgave 3D-panor. d. beweg. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [3D-panor. d. beweg.]. 2 Richt de camera op de rand van het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop volledig in. Dit gedeelte wordt niet vastgelegd. Menu 3 Pan de camera naar het einde, volgens de aanwijzingen op het LCD-scherm. Aanwijzingsbalk Vervolg r Index Opmerkingen • U zult misschien onprettige symptomen voelen zoals vermoeidheid van de ogen, misselijkheid of een vermoeid gevoel, tijdens het kijken naar 3D-beelden die zijn vastgelegd met de camera, op monitors die geschikt zijn voor 3D. Wij adviseren u regelmatig een pauze in te lassen, wanneer u naar 3D-beelden kijkt. Hanteer uw eigen standaarden, omdat de behoefte aan pauzes en de frequentie daarvan van persoon tot persoon varieert. Als u zich niet lekker voelt, kijk dan niet langer naar 3D-beelden en raadpleeg zo nodig een arts. Raadpleeg ook de bedieningsinstructies van het aangesloten toestel of van de software die bij de camera is gebruikt. Het gezichtsvermogen van een kind is altijd kwetsbaar (speciaal voor kinderen jonger dan 6). Vraag advies aan een deskundige, zoals een kinderarts of een oogarts, voordat u hen toestaat naar 3D-beelden te kijken. Let erop dat uw kinderen de hierboven genoemde voorzorgsmaatregelen volgen. • Als u niet binnen de gegeven tijd met de camera langs het gehele onderwerp kunt pannen, ontstaat er een grijs gebied in het samengestelde beeld. Wij adviseren u voor het verkrijgen van betere resultaten de camera binnen ongeveer 8 seconden over 180 graden te pannen wanneer u een E18 – 55 mm lens in de groothoekstand (18 mm) gebruikt. U moet de camera langzamer pannen wanneer u het telegedeelte van de lens gebruikt. • Wanneer u [Breed] selecteert in [Beeldformaat], zult u de camera misschien niet in de gegeven tijd over het gehele onderwerp kunnen pannen. In dergelijke gevallen adviseren wij u [Standaard] of [16:9] in [Beeldformaat] te selecteren. • Als u 3D-beeld opneemt met het telegedeelte van een zoomlens, kan vaker grijs gebied ontstaan of kan de opname stoppen. Het wordt aanbevolen het W-gedeelte (groothoek) van de zoomlens te gebruiken. • De camera gaat verder met het maken van opnamen tijdens de [3D-panor. d. beweg.]-opname en de sluiter blijft klikken tot het einde van de opname. • Omdat een aantal beelden aan elkaar worden gezet, zal het aangezette deel niet gelijkmatig worden vastgelegd. • Onder omstandigheden met weinig licht kunnen panoramische 3D-beelden onscherp zijn. • Bij verlichting die knippert, zoals TL-licht, zal de helderheid of de kleuren van het gecombineerde beeld misschien niet altijd gelijk zijn. • Wanneer de gehele beeldhoek van de panoramische 3D–opname en de beeldhoek waarin u de scherpstelling en belichting hebt vergrendeld (AE/AF-vergrendeling) door de ontspanknop half in te drukken, erg veel van elkaar verschillen in helderheid, kleur en scherpte, zal de opname niet goed lukken. Als dat zo is, neem dan een andere vergrendelde beeldhoek en maak de opnamen opnieuw. 58NL 3D-beeld Index • Maak een opname van een stilstaand onderwerp. • Houd voldoende afstand aan tussen het onderwerp en de achtergrond. • Maak opnamen in 3D op een helder verlichte plaats, bijvoorbeeld buitenshuis. • Bepaal de scène en druk de ontspanknop half in, zodat u de scherpstelling, belichting en witbalans kunt vergrendelen. Druk vervolgens de ontspanknop geheel in en pan de camera. • Wanneer u een zoomlens gebruikt, kunt u deze het beste met de W-zijde gebruiken. • U kunt de richting selecteren door MENU t [Beeldformaat] t [Panoramarichting] te selecteren. U kunt het beeldformaat selecteren door MENU t [Beeldformaat] t [Beeldformaat] te selecteren. Menu Pan de camera in een kleine boog op een constante snelheid in de richting die wordt aangeduid op het LCD-scherm en houd daarbij rekening met de volgende punten. U moet pannen op ongeveer half de snelheid van het maken van beelden in normale Panorama door beweging. Voorbeeldfoto z Tips voor het vastleggen van een panoramisch Inhoudsopgave • [3D-panor. d. beweg.] is niet geschikt wanneer u opnamen maakt van: – Onderwerpen in beweging. – Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden. – Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals de lucht, een zandstrand of een gazon. – Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval. – Onderwerpen met de zon of elektrische lichten, enz. die veel helderder zijn dan de omgeving. • [3D-panor. d. beweg.] kan in de volgende situaties worden gestopt: – U pant de camera te snel of te langzaam. – De camera wordt te veel bewogen. • U kunt de camera alleen in de horizontale richting pannen wanneer u 3D-panor. d. beweg.-beelden opneemt. z Bestandsnaam van het 3D-beeld Een 3D-beeld bestaat uit zowel JPEG- als MPO-bestanden. Als u beelden op een computer importeert die zijn opgenomen in de modus [3D-panor. d. beweg.] worden de volgende 2 beeldgegevens in dezelfde map op de computer opgeslagen. • DSC0ssss.JPG • DSC0ssss.MPO Als u het JPEG- of het MPO-bestand, die samen het 3D-beeld vormen, wist, zal dat 3D-beeld misschien niet worden weergegeven. 59NL U kunt een opname met de gewenste belichtingsinstelling maken door wijziging van zowel de sluitertijd als het diafragma. 1 MENU t [Opn.modus] t [Handm. belichting]. Voorbeeldfoto 2 Selecteer de sluitertijd of het diafragma door herhaaldelijk op de onderzijde van de draaiknop te drukken. Inhoudsopgave Handm. belichting Schermen voor de aanpassing van sluitertijd en diafragma wisselen elkaar af. Sluitertijd Menu Diafragma (F-waarde) 3 Selecteer de waarde van uw keuze door de draaiknop te draaien. Gemeten handmatig Index Controleer de belichtingswaarde bij "MM" (gemeten handmatig). Naar +: Beelden worden helderder. Naar –: Beelden worden donkerder. 0: Juiste belichting geanalyseerd door de camera 4 Stel scherp en fotografeer het onderwerp. U kunt de sluitertijd en diafragmawaarde ook aanpassen tijdens het opnemen van films. Opmerkingen • U kunt niet [Flitser uit] en [Automatisch flitsen] selecteren in [Flitsfunctie]. Wanneer u de flitser wilt gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop om de flitser te activeren. Wanneer u de flitser niet wilt gebruiken, duwt u de flitser omlaag. • De indicator (waarschuwing SteadyShot) wordt niet weergegeven in de stand voor handmatige belichting. • De ISO-instelling [ISO AUTO] is in de stand voor handmatige belichting ingesteld op [ISO 200]. Stel de ISO-gevoeligheid naar behoefte in. • De helderheid van het beeld op het LCD-scherm kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt vastgelegd. • Wanneer u een lens met een Montagestuk A gebruikt (los verkrijgbaar) kunt u de sluitertijd en het diafragma aanpassen wanneer u met de hand scherpstelt tijdens het opnemen van films. 60NL Vervolg r Met een lange belichtingstijd kunt u lichtsporen vastleggen. BULB is geschikt voor het vastleggen van lichtsporen van bijvoorbeeld vuurwerk. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Handm. belichting]. 2 Selecteer de sluitertijd door op het midden van de draaiknop te drukken. Inhoudsopgave BULB 3 Draai de draaiknop naar links totdat [BULB] wordt aangegeven. Menu [BULB] 4 Druk de ontspanknop tot halverwege in zodat u de scherpstelling kunt aanpassen. Zolang u de ontspankop ingedrukt houdt, blijft de sluiter geopend. Index 5 Houd de ontspanknop ingedrukt zolang de opname duurt. Opmerkingen • Omdat een lange sluitertijd wordt gebruikt en het moeilijker wordt de camera stil te houden, kunt u het beste een statief gebruiken. • Hoe langer de belichtingstijd, des te opvallender de ruis op het beeld. • Na de opname wordt de ruisonderdrukking (NR lang-belicht) uitgevoerd gedurende dezelfde tijd dat de sluiter geopend was. Tijdens de ruisonderdrukking kunt u verder geen opnamen maken. • Wanneer de functie [Lach-sluiter] of [Auto HDR] is geactiveerd, kunt u de sluitersnelheid niet op [BULB] zetten. • Als u de functie [Lach-sluiter] of [Auto HDR] gebruikt met de sluitertijd op [BULB], wordt de sluitertijd tijdelijk op 30 seconden gezet. 61NL U kunt de beweging van een bewegend onderwerp op diverse manieren tot uitdrukking brengen door de sluitertijd aan te passen, bijvoorbeeld, de beweging 'bevriezen' met een snelle sluitertijd of een spoor van beweging achter het onderwerp aan vastleggen met een langzame sluitertijd. U kunt de sluitertijd ook aanpassen tijdens het opnemen van films. 2 Selecteer de waarde van uw keuze met de draaiknop. 3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Het diafragma wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen. Opmerkingen Menu Index • U kunt niet [Flitser uit] en [Automatisch flitsen] selecteren in [Flitsfunctie]. Wanneer u de flitser wilt gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop om de flitser te activeren. Wanneer u de flitser niet wilt gebruiken, duwt u de flitser omlaag. • De -indicator (waarschuwing SteadyShot) wordt niet weergegeven in de stand voor sluitertijdvoorkeuze. • Wanneer de sluitertijd 1 seconde of meer is, wordt na de opname ruisonderdrukking (NR lang-belicht) uitgevoerd gedurende dezelfde tijd die de sluiter geopend is geweest. Tijdens de ruisonderdrukking kunt u verder geen opnamen maken. • Als na het instellen een juiste belichting niet haalbaar is, knippert de diafragmawaarde. U kunt zo wel een opname maken, maar u kunt beter een andere instelling kiezen. • De helderheid van het beeld op het LCD-scherm kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt vastgelegd. • Wanneer u een lens met een Montagestuk A gebruikt (los verkrijgbaar), kunt u de sluitertijd aanpassen wanneer u met de hand scherpstelt tijdens het opnemen van films. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Sluitertijdvoorkeuze]. Inhoudsopgave Sluitertijdvoorkeuze z Sluitertijd Wanneer u een snellere sluitertijd gebruikt, lijkt het of een bewegend onderwerp, zoals een hardloper, auto's of de branding van de zee, is stilgezet. Wanneer u een langzamere sluitertijd gebruikt wordt een achter het onderwerp aan slepend spoor van de beweging vastgelegd waardoor een natuurlijker en dynamischer beeld ontstaat. 62NL Maakt personen en voorwerpen voor en achter het onderwerp scherp of onscherp. U kunt de diafragmawaarde ook aanpassen tijdens het opnemen van films. 1 MENU t [Opn.modus] t [Diafragmavoorkeuze]. Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherp, maar personen en voorwerpen voor en achter het onderwerp zijn onscherp. Grotere F-waarde: Het onderwerp en de voor- en achtergrond zijn allemaal scherp. 3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp. De sluitertijd wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen. Voorbeeldfoto 2 Selecteer de waarde van uw keuze met de draaiknop. Inhoudsopgave Diafragmavoorkeuze Opmerkingen Kleinere F-waarde (het diafragma wordt groter) verkleint het gebied dat scherp is. Zo kunt u scherpstellen op het onderwerp en voorwerpen en personen voor en achter het onderwerp onscherp maken. (Er ontstaat minder scherptediepte.) Index z Diafragma Menu • U kunt niet [Flitser uit] en [Automatisch flitsen] selecteren in [Flitsfunctie]. Wanneer u de flitser wilt gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop om de flitser te activeren. Wanneer u de flitser niet wilt gebruiken, duwt u de flitser omlaag. • Als na het instellen een juiste belichting niet haalbaar is, knippert de sluitertijd. U kunt zo wel een opname maken, maar u kunt beter een andere instelling kiezen. • De helderheid van het beeld op het LCD-scherm kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt vastgelegd. • Wanneer u een lens met een Montagestuk A gebruikt (los verkrijgbaar), kunt u het diafragma aanpassen wanneer u met de hand scherpstelt tijdens het opnemen van films. Grotere F-waarde (het diafragma wordt kleiner) vergroot het gebied dat scherp is. Hierdoor kunt u de diepte van de omgeving weergeven. (Er ontstaat meer scherptediepte.) 63NL De belichting wordt automatisch door de camera aangepast, maar u kunt opnamefuncties instellen, zoals ISO-gevoeligheid, Creatieve stijl en Dynamisch-Bereikoptimalisatie. 1 MENU t [Opn.modus] t [Autom. programma]. 3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking • U kunt niet [Flitser uit] en [Automatisch flitsen] selecteren in [Flitsfunctie]. Wanneer u de flitser wilt gebruiken, drukt u op de (flitser pop-up)-knop om de flitser te activeren. Wanneer u de flitser niet wilt gebruiken, duwt u de flitser omlaag. Voorbeeldfoto 2 U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste instellingen. Inhoudsopgave Autom. programma z Programma Versch. Menu U kunt de combinatie van sluitertijd en diafragma (F-waarde) wijzigen zonder dat u de ingestelde belichting wijzigt, wanneer u niet de flitser gebruikt. Selecteer door de draaiknop te draaien de combinatie van sluitertijd en diafragma (F-waarde). • De indicator van de opnamestand verandert van P in P*. Index 64NL Inhoudsopgave Flitsfunctie (flitser pop-up)-knop 1 MENU t [Camera] t [Flitsfunctie] t stand van uw keuze. 2 Wanneer u de flitser wilt gebruiken, drukt u op de om de flitser te activeren. (Automatisch flitsen) (Invulflits) (flitser pop-up)-knop De flitser werkt niet, zelfs niet als deze is uitgeklapt. De flitser gaat af wanneer het donker is of wanneer de opname met tegenlicht wordt gemaakt. Menu (Flitser uit) Voorbeeldfoto Met de flitser kunt u het onderwerp op donkere plaatsen helder vastleggen, en het voorkomt tevens camerabeweging. Wanneer u een opname tegen de zon in maakt, kunt u de flitser gebruiken om een helder beeld van het aan de achterzijde belichte onderwerp te krijgen. Elke keer als u de ontspanknop indrukt, wordt er geflitst. Elke keer als u de ontspanknop indrukt, wordt er geflitst. U kunt met de langzame-flitssynchronisatieopname een helder beeld van het onderwerp maar ook van de achtergrond maken door een langere sluitertijd te gebruiken. (Eindsynchron.) Steeds wanneer u de ontspanknop indrukt, wordt er geflitst net voordat de belichting is voltooid. Met eindsynchronisatie kunt u een natuurlijke foto maken van het spoor van een bewegend onderwerp, zoals een rijdende auto of een wandelaar. Index (Langz.flitssync.) Opmerkingen • • • • Van de opnamestand hangt af wat de standaardinstelling is. Van de opnamestand hangt af welke flitsstanden beschikbaar zijn. U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u films opneemt. Wanneer een externe flitser (los verkrijgbaar) is aangesloten op de Handige Accessoireaansluiting 2, heeft de staat van de externe flitser prioriteit boven de instelling van de camera. Zelfs als u [Flitsfunctie] instelt op [Invulflits] met de externe flits gesloten, wordt de externe flits niet gebruikt. • Wanneer een externe flitser (los verkrijgbaar) op de Handige Accessoiresaansluiting 2 is aangesloten, kan de ingebouwde flitser niet uitklappen in de juiste stand. Verwijder de externe flitser van de Handige Accessoiresaansluiting 2 of duw de ingebouwde flitser omlaag. • Het licht van de flitser kan worden geblokkeerd door de bevestigde lens. Wanneer dit het geval is, wordt het aanbevolen dat u een externe flitser bevestigt (los verkrijgbaar). z Tips voor het maken van opnamen met de flitser • De zonnekap kan het licht van de flitser blokkeren. Verwijder de zonnekap wanneer u de flitser gebruikt. • Maak, wanneer u de flitser gebruikt, een opname van het onderwerp op een afstand van 1 m of meer. • Selecteer [Invulflits] wanneer u een onderwerp met tegenlicht vastlegt. De flitser zal zelfs bij helder daglicht werken en ervoor zorgen dat gezichten helderder worden weergegeven. 65NL Inhoudsopgave AF/MF-selectie Selecteert automatische scherpstelling of handmatige scherpstelling. 1 MENU t [Camera] t [AF/MF-selectie] t stand van uw keuze. (D. handm. sch.) Stelt automatisch scherp. U kunt na de automatische scherpstelling zelf handmatig de scherpstelling nauwkeurig aanpassen (Directe Handmatige Scherpstelling). (H. scherpst.) Past de scherpstelling handmatig aan. Draai de scherpstelring naar rechts of naar links zodat het onderwerp duidelijker wordt. Voorbeeldfoto (Aut. scherpst.) Opmerking Menu • Draait u aan de scherpstelring wanneer [D. handm. sch.] of [H. scherpst.] is geselecteerd, dan wordt het beeld automatisch vergroot zodat u gemakkelijker het scherpstelgebied kunt controleren. U kunt voorkomen dat het beeld wordt vergroot door MENU t [Instellingen] t [MF Assist] t [Uit] te selecteren. z Handmatig scherpstellen effectief gebruiken Index "Scherpstelling fixeren" is handig wanneer u de afstand tot het onderwerp kunt voorspellen. Met "Scherpstelling fixeren" kunt u de scherpstelling van tevoren vastzetten op de afstand waarop het onderwerp voorbij zal komen. z De juiste afstand tot een onderwerp nauwkeurig meten De -markering toont de locatie van de beeldsensor*. Wanneer u de exacte afstand meet tussen de camera en het onderwerp, kijk dan naar de positie van de horizontale lijn. De afstand van het lenscontactoppervlak tot de beeldsensor is ongeveer 18 mm. * De beeldsensor is het onderdeel van de camera dat fungeert als de film. • Als het onderwerp dichterbij is dan de minimale opnameafstand van de gebruikte lens, kan de scherpstelling niet worden bevestigd. Zorg voor voldoende afstand tussen het onderwerp en de camera. 18 mm 66NL Vervolg r 1 MENU t [Camera] t [AF/MF-selectie] t [D. handm. sch.]. 2 Druk de ontspanknop half in en stel automatisch scherp. Opmerking • [Autom. scherpst.] is vast ingesteld op [Enkelv. AF]. Voorbeeldfoto 3 Houd de ontspanknop half ingedrukt, draai de scherpstelring van de lens zodat de juiste scherpstelling ontstaat. Inhoudsopgave D. handm. sch. (Directe Handmatige Scherpstelling) Menu Index 67NL Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te stellen in de stand voor automatische scherpstelling. 1 MENU t [Camera] t [AF-gebied] t stand van uw keuze. (Midden) De camera gebruikt uitsluitend het AFgebied in het midden. Menu De camera bepaalt welke van de 25 AF-gebieden wordt gebruikt voor het scherpstellen. Wanneer u de ontspanknop half indrukt in de stand voor het maken van stilstaande beelden, wordt een groen kader getoond Kader AF-bereikzoeker rond het gebied dat scherp is. • Wanneer de functie Gezichtsherkenning actief is, werkt AF met gezichten als prioriteit. Voorbeeldfoto (Multi) Inhoudsopgave AF-gebied Kader AF-bereikzoeker U kunt het scherpstelgebied verplaatsen naar een klein onderwerp of smal gebied door op de boven-/onder-/rechter-/ linkerzijde van de draaiknop te drukken. Index (Flexibel punt) Kader AF-bereikzoeker Opmerkingen • Wanneer deze functie niet is ingesteld op [Multi], kunt u de functie [Gezichtsherkenning] niet gebruiken. • [Multi] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] • [Multi] is geselecteerd tijdens het opnemen van films. Als u echter een lens met een Montagestuk E gebruikt en tijdens het opnemen de ontspanknop half indrukt, wordt het scherpstelgebied voor automatische scherpstelling gebruikt dat u hebt ingesteld voordat u de opnamen hebt gestart. • Wanneer het AF-hulplicht wordt gebruikt, is de instelling van [AF-gebied] ongeldig en wordt het AFbereik aangeduid met een gestippelde lijn. AF werkt met als prioriteit het centrale gebied en daaromheen. 68NL Selecteert de scherpstelmethode die geschikt is voor de beweging van het onderwerp. 1 MENU t [Camera] t [Autom. scherpst.] t stand van uw keuze. (Enkelv. AF) (Continue AF) De camera blijft scherpstellen zolang u de ontspanknop half ingedrukt houdt. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp in beweging is. Voorbeeldfoto De camera voert de scherpstelling uit en de scherpstelling wordt vergrendeld wanneer u de ontspanknop half indrukt. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp stilstaat. Inhoudsopgave Autom. scherpst. Opmerkingen Menu Index • [Enkelv. AF] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Zelfontspanner] – [Scènekeuze], behalve [Sportactie] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] • [Continue AF] is geselecteerd wanneer de belichting is ingesteld op de stand [Sportactie] in [Scènekeuze]. • In de stand [Continue AF] klinken geen akoestische signalen wanneer het onderwerp scherp is. 69NL Inhoudsopgave Object volgen Houdt het onderwerp scherp in beeld terwijl het wordt gevolgd. 1 MENU t [Camera] t [Object volgen]. Er verschijnt een doelkader. De camera begint het onderwerp te volgen. Selecteer als u deze volgfunctie wilt annuleren. Doelkader 3 Maak een opname van het onderwerp. Voorbeeldfoto 2 Plaats het doelkader over het te volgen onderwerp en selecteer OK. Opmerkingen Menu Index • Het volgen van een onderwerp zal misschien moeilijk zijn in de volgende situaties: – Het onderwerp beweegt te snel. – Het onderwerp is te klein of te groot. – Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. – Het is donker. – Het omgevingslicht verandert. • Wanneer [Object volgen] is geactiveerd, is de aangepaste instelling van soft-key B ongeldig. • U kunt [Object volgen] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [H. scherpst.] – De [Zoom]-functie van de camera z Het gezicht volgen waarvan u een opname wilt maken De camera stopt met het volgen van een onderwerp wanneer het onderwerp van het scherm beweegt. Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan] en het te volgen onderwerp een gezicht is, stelt de camera weer scherp op dat gezicht als het van het scherm verdwijnt terwijl de camera het volgt en vervolgens weer terugkeert op het scherm. • Als u Lach-sluiter inschakelt terwijl een gezicht wordt gevolgd, wordt het gezicht het doel van de functie Lachdetectie. • Als u [Object volgen] instelt op [Aan], kan de camera het lichaam volgen wanneer het gezicht niet zichtbaar is op het LCD-scherm. 70NL Met de [Zoom]-functie van de camera, kunt u met de camera het beeld vergroten met een hogere zoom-vergrotingsfactor dan de optische zoom-factor van de zoom-lens. Wat de maximale zoom-schaal is die met de [Zoom]-functie van de camera kan worden ingesteld, hangt af van de instelling van [Beeldformaat] (bladzijde 81), [Helder Beeld Zoom] (bladzijde 116), of [Digitale zoom] (bladzijde 117). 2 MENU t [Camera] t [Zoom]t waarde van uw keuze. De [Zoom]-functies die beschikbaar zijn met deze camera Zoom-schaal (laag) Menu De [Zoom]-functie van de camera biedt een hogere zoom-vergrotingsfactor doordat de diverse zoom-functies worden gecombineerd. Het pictogram dat op het LCD-scherm wordt weergegeven verandert als volgt, afhankelijk van de zoom-functie die is geselecteerd. Voorbeeldfoto 1 Wanneer u een zoom-lens gebruikt, vergroot u het beeld met de zoom-ring. Inhoudsopgave Zoom Zoom-schaal (hoog) : De [Zoom]-functie van de camera wordt niet gebruikt (×1,0 wordt aangeduid). Smart Zoom: U kunt beelden vergroten door ze licht bij te snijden. (Alleen beschikbaar wanneer [Beeldformaat] is ingesteld op M of S.) 3 Helder Beeld Zoom: U kunt beelden vergroten met een hoogwaardig beeldproces. 4 Digitale zoom: U kunt beelden vergroten met een beeldproces. 1 2 Helder DigiBeeld tale Zoom zoom Zoomt in op beelden Uit door ze bij te snijden in het beschikbare bereik (zonder vermindering van de beeldkwaliteit). Uit Geeft beeldkwaliteit prioriteit wanneer op beelden wordt ingezoomd. Uit Aan Index Uw doel Beeld- Zoom-schaal met optische zoom formaat L – M Ongeveer 1,4× S Ongeveer 2× L Ongeveer 2×* M Ongeveer 2,8× S Ongeveer 4× 71NL Vervolg r Aan Aan L Ongeveer 4× M Ongeveer 5,6× S Ongeveer 8× Opmerkingen Omdat op het beeld wordt ingezoomd door middel van digitale verwerking in [Helder Beeld Zoom] en [Digitale zoom], gaat de kwaliteit van het beeld achteruit in vergelijking met het beeld voordat zoom werd gebruikt. Als u een zoomlens gebruikt, raden wij u aan eerst volledig op het beeld in te zoomen en vervolgens de [Zoom]-functie van de camera te gebruiken als u verder wilt inzoomen. Index z De kwaliteit van de [Zoom]-functie van de camera Menu • U kunt dit item niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit] • U kunt [Helder Beeld Zoom] niet gebruiken wanneer de transportfunctie is ingesteld op ononderbroken opnamen of bracket-opnamen. • U kunt Smart Zoom of de functie [Helder Beeld Zoom] niet gebruiken bij films. Als u op de knop MOVIE drukt tijdens het in- of uitzoomen, blijft de camera binnen het bereik van [Digitale zoom]. • Wanneer u [Zoom]-functie van de camera gebruikt, is de instelling van [AF-gebied] ongeldig en wordt het AF-bereik aangeduid met een stippellijn. AF werkt met als prioriteit het centrale gebied en daaromheen. Voorbeeldfoto * Zoom-schaal in de standaardinstelling Inhoudsopgave Geeft meer vergroting prioriteit wanneer op beelden wordt ingezoomd. 72NL Herkent de gezichten van uw onderwerpen en past de instellingen voor de scherpstelling, de belichting en de flitser aan en voert automatisch de beeldverwerking aan. U kunt een gezicht selecteren waar u bij voorkeur op wilt scherpstellen. Gezichtsherkenning-kader (grijs/magenta) Dit kader verschijnt op een waargenomen gezicht dat niet het gezicht is dat prioriteit heeft voor scherpstelling. Het magenta kader verschijnt op een gezicht dat is geregistreerd met [Gezichtsregistratie]. (Aan (ger. gezicht.)) Menu 1 MENU t [Camera] t [Gezichtsherkenning] t stand van uw keuze. Voorbeeldfoto Gezichtsherkenning-kader (wit) Wanneer de camera meer dan 1 onderwerp detecteert, beoordeelt de camera wat het belangrijkste onderwerp is en stelt daar bij voorkeur op scherp. Het Gezichtsherkenning-kader voor het hoofdonderwerp wordt wit. Het kader waarop wordt scherpgesteld wordt groen als u de ontspanknop half indrukt. Inhoudsopgave Gezichtsherkenning Stelt scherp op gezichten die zijn geregistreerd voor prioriteit. Selecteert het gezicht waarop de camera automatisch moet scherpstellen. (Uit) Maakt geen gebruik van de functie Gezichtsherkenning. Index (Aan) Opmerkingen • U kunt [Gezichtsherkenning] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [H. scherpst.] – De [Zoom]-functie van de camera • U kunt [Gezichtsherkenning] alleen selecteren wanneer [AF-gebied] is ingesteld op [Multi] en [Lichtmeetfunctie] ook is ingesteld op [Multi]. • Er kunnen maximaal 8 gezichten van uw onderwerpen worden herkend. • Tijdens het maken van opnamen met [Lach-sluiter] wordt [Gezichtsherkenning] automatisch ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)], ook als [Uit] is ingesteld. 73NL Detecteert gezichten waarvoor informatie van tevoren is geregistreerd, wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)]. 1 MENU t [Camera] t [Gezichtsregistratie] t stand van uw keuze. Registreert een nieuw gezicht. Volgorde wijzigen Wijzigt de prioriteit van gezichten die eerder zijn geregistreerd. Wissen Wist een geregistreerd gezicht. Selecteer een gezicht en druk op OK. Alles verwijderen Wist alle geregistreerde gezichten. Voorbeeldfoto Nieuwe registratie Inhoudsopgave Gezichtsregistratie Nieuwe registratie Menu 1 MENU t [Camera] t [Gezichtsregistratie] t [Nieuwe registratie]. 2 Plaats het geleidingskader over het te registreren gezicht en druk op de ontspanknop. 3 Selecteer OK wanneer een bevestigingsbericht verschijnt. Opmerkingen Index • Er kunnen maximaal 8 gezichten worden geregistreerd. • Maak een opname van het gezicht van voren op een helder verlichte plaats. Het gezicht wordt misschien niet goed geregistreerd als het wordt verborgen met een hoed, een masker, een zonnebril, enz. • De geregistreerde gezichten worden niet gewist door [Terugstellen]. Zelfs wanneer u de gezichten wist door [Wissen] te selecteren, blijven de gezichtsgegevens opgeslagen in de camera. Als u de gezichtsgegevens volledig uit de camera wilt verwijderen, selecteert u [Alles verwijderen]. Volgorde wijzigen 1 MENU t [Camera] t [Gezichtsregistratie] t [Volgorde wijzigen]. 2 Selecteer een gezicht waarvoor u de prioriteit wilt wijzigen. 3 Selecteer het prioriteitsniveau. Hoe kleiner het getal van de positie, des te hoger de prioriteit. 74NL Wanneer de camera een glimlach waarneemt, wordt de sluiter automatisch geopend. 1 MENU t [Camera] t [Lach-sluiter] t [Aan]. 3 Wacht tot er een glimlach wordt waargenomen. Gezichtsherkenningkader (oranje) Lachdetectie-indicator Menu Wanneer het glimlachniveau het b-punt op de indicator overschrijdt, maakt de camera automatisch beelden. Als u op de ontspanknop drukt tijdens het maken van Lach-sluiter-opnamen, maakt de camera de opname en keert vervolgens terug naar de modus Lach-sluiter. 4 De stand Lach-sluiter afsluiten, MENU t [Camera] t [Lach-sluiter] t [Uit]. (Uit) (Aan) Voorbeeldfoto 2 De gevoeligheid voor het waarnemen van een glimlach instellen, Option t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave Lach-sluiter Gebruikt de Lach-sluiter niet. Gebruik de Lach-sluiter. (Schaterlach) Neemt een schaterlach waar. (Normale lach) Neemt een normale glimlach waar. (Glimlach) Neemt zelfs een geringe glimlach waar. Index U kunt de gevoeligheid voor het waarnemen van een glimlach instellen met Option. Opmerkingen • U kunt [Lach-sluiter] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [H. scherpst.] • Als u [Lach-sluiter] instelt op [Aan] terwijl de [Zoom]-functie van de camera wordt gebruikt, wordt de [Zoom]-functie van de camera geannuleerd. • Het maken van opnamen met Lach-sluiter eindigt automatisch wanneer de geheugenkaart vol raakt. • Afhankelijk van de omstandigheden zal een lach misschien niet goed worden waargenomen. • De transportfunctie gaat automatisch over naar [Enkele opname]. 75NL Vervolg r • De sluiter treedt in werking wanneer bij iemand een glimlach wordt waargenomen. • Als een gezicht is geregistreerd, neemt de camera alleen de glimlach van dat gezicht waar. • Als een glimlach niet wordt waargenomen, stel dan de gevoeligheid in met Option. Voorbeeldfoto 1 Bedek de ogen niet met haar (pony), enz. Verberg het gezicht niet met een hoed, een masker, een zonnebril, enz. 2 Probeer het gezicht op de camera gericht te houden en houd het gezicht zo recht mogelijk. Houd de ogen een beetje dicht. 3 Glimlach duidelijk met open mond. De glimlach is gemakkelijker waar te nemen wanneer de tanden zichtbaar zijn. Inhoudsopgave z Tips voor het beter vastleggen van glimlachen Menu Index 76NL Wanneer de camera een gezicht waarneemt en er een opname van maakt, wordt het vastgelegde beeld automatisch bijgesneden voor een geschikte compositie. Het oorspronkelijke maar ook het bijgesneden beeld worden opgeslagen. Het bijgesneden beeld wordt vastgelegd met hetzelfde beeldformaat als dat van het oorspronkelijke beeld. Inhoudsopgave Aut. portretomkad. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Camera] t [Aut. portretomkad.] t stand van uw keuze. (Uit) Maakt geen gebruik van de functie Automatische portretomkadering. (Automatisch) Gebruikt de functie Automatische portretomkadering. Index Opmerkingen • U kunt [Aut. portretomkad.] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand], [Sportactie] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Soft focus] [HDR-schilderij] [Mono. m. rijke tonen] [Miniatuur] in [Foto-effect] – [RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit] – [Auto HDR] in [DRO/Auto HDR] – De [Zoom]-functie van de camera – Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit] • Het bijgesneden beeld zal, afhankelijk van de opnameomstandigheden misschien niet de optimale compositie zijn. Menu wordt groen wanneer de camera vaststelt dat de bijsnijdfunctie beschikbaar is. Een kader dat het bijgesneden gebied laat zien, wordt na de opname aangeduid op het scherm voor automatische weergave. 77NL Stelt het effect in dat wordt gebruikt voor het gelijkmatig opnemen van de huid in de functie Gezichtsherkenning. 1 MENU t [Camera] t [Zachte-huideffect] t [Aan]. (Aan) (Uit) Gebruikt de functie Zachte-huideffect. Maakt geen gebruik van de functie Zachte-huideffect. Voorbeeldfoto 2 De intensiteit van het Zachte-huideffect, Option t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave Zachte-huideffect U kunt de intensiteit van het effect instellen Zachte-huideffect met Option. Stelt Zachte-huideffect in op hoog. (Gemiddeld) Stelt Zachte-huideffect in op middel. (Laag) Stelt Zachte-huideffect in op laag. Menu (Hoog) Opmerkingen Index • U kunt [Zachte-huideffect] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – Films opnemen – [Continue opname] – [Snelh. continutr.] – [Bracket: continu] – [Zelfontsp.(Cont.)] – [Sportactie] in [Scènekeuze] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [RAW] in [Kwaliteit] • Deze functie zal afhankelijk van uw onderwerp misschien niet werken. 78NL Biedt u de mogelijkheid alle opnametips in de camera te doorzoeken. Gebruik deze optie wanneer u opnametips wilt bekijken die u al eerder hebt gezien. 2 Zoeken naar de opnametip van uw keuze. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Camera] t [Lijst met opnametips]. Inhoudsopgave Lijst met opnametips Blader omhoog en omlaag door de tekst door de draaiknop te draaien. U kunt een tip openen vanuit de [Inhoud]. Menu Index 79NL Biedt u de mogelijkheid te selecteren welke weergavestanden voor het scherm kunnen worden geselecteerd met [Inhoud weergeven] (bladzijde 39) in de opnamestand. 1 MENU t [Camera] t [DISP-knop (scherm)]. De items die zijn gemarkeerd met , zijn beschikbaar. Toont eenvoudige informatie over het maken van opnamen. Geeft een grafische weergave van de sluitertijd en de diafragmawaarde, behalve wanneer [Opn.modus] is ingesteld op [Panorama d. beweg.] of [3D-panor. d. beweg.]. Alle info weergeven Toont opname-informatie. Grote letters Toont alleen grotere items in groter formaat. Geen info Toont geen opname-informatie. Histogram Toont de luminantieverdeling grafisch. Voor zoeker Toont alleen opname-informatie op het scherm (geen beeld). Selecteer deze optie wanneer u een opname maakt met behulp van een zoeker (los verkrijgbaar). Menu Graf. weerg. Voorbeeldfoto 2 Selecteer de stand van uw keuze. Inhoudsopgave DISP-knop (scherm) Index 80NL Het beeldformaat bepaalt de omvang van het beeldbestand dat wordt vastgelegd wanneer u een beeld vastlegt. Hoe groter het beeldformaat, des te meer details zullen worden gereproduceerd wanneer het beeld wordt afgedrukt op een groot formaat papier. Hoe kleiner het beeldformaat, des te meer beelden kunnen worden vastgelegd. Stilstaand beeld Voorbeeldfoto 1 MENU t [Beeldformaat] t [Beeldformaat] t stand van uw keuze. Inhoudsopgave Beeldformaat Beeldformaat wanneer [Beeldverhouding] Richtlijnen voor gebruik is 3:2 4912 × 3264 pixels Voor afdrukken tot A3+-formaat M:8.4M 3568 × 2368 pixels Voor afdrukken tot A4-formaat S:4.0M 2448 × 1624 pixels Voor afdrukken op L/2L-formaat Menu L:16M Beeldformaat wanneer [Beeldverhouding] Richtlijnen voor gebruik is 16:9 4912 × 2760 pixels M:7.1M 3568 × 2000 pixels S:3.4M 2448 × 1376 pixels Voor weergave op een High-Definition-tv Index L:14M Opmerkingen • Wanneer u stilstaande beelden afdrukt die zijn vastgelegd met 16:9-beeldverhouding, zullen de beide randen misschien wegvallen. • Wanneer u een RAW-beeld selecteert met [Kwaliteit], komt het beeldformaat overeen met L. 3D-panor. d. beweg. (16:9) Neemt beelden op met een formaat dat geschikt is voor highdefinition-tv. Horizontaal: 1920 × 1080 (Standaard) Maakt beelden in standaardformaat. Horizontaal: 4912 × 1080 (Breed) Maakt beelden in breed formaat. Horizontaal: 7152 × 1080 81NL Vervolg r De beelden worden, afhankelijk van de geselecteerde stand, anders weergegeven. Standaard Breed Wanneer [Standaard] of [Breed] is geselecteerd, worden de beelden gescrold wanneer u op het midden van de draaiknop drukt. Het beeldformaat varieert afhankelijk van de instelling [Panoramarichting]. Maakt beelden in standaardformaat. Verticaal: 3872 × 2160 Horizontaal: 8192 × 1856 (Breed) Maakt beelden in breed formaat. Verticaal: 5536 × 2160 Horizontaal: 12416 × 1856 Index (Standaard) Menu Panorama d. beweg. Voorbeeldfoto 16:9 Inhoudsopgave z Tips voor het selecteren van het beeldformaat Opmerking • Wanneer u panoramische beelden afdrukt, worden de beide zijkanten misschien afgesneden. 82NL Stelt de beeldverhouding in van stilstaande beelden. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Beeldverhouding] t stand van uw keuze. Standaard-beeldverhouding. Geschikt voor afdrukken. 16:9 Voor weergave op een High-Definition-tv. Opmerking • U kunt dit item niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] Voorbeeldfoto 3:2 Inhoudsopgave Beeldverhouding Menu Index 83NL Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Kwaliteit] t stand van uw keuze. Bestandsindeling: RAW (Legt opnamen vast in de RAWcompressie-indeling.) + JPEG Er worden tegelijkertijd een RAW-beeld en een JPEG-beeld gemaakt. Dit is handig wanneer u 2 beeldbestanden nodig hebt: een JPEG voor weergave en een RAW voor bewerking. • De beeldkwaliteit is vastgelegd op [Fijn] en het beeldformaat is vastgelegd op [L]. FINE (Fijn) Bestandsindeling: JPEG Het beeld wordt bij de opname gecomprimeerd in de JPEGindeling. Omdat de compressieverhouding van [Standaard] hoger is dan die van [Fijn], is de bestandsgrootte van [Standaard] kleiner dan die van [Fijn]. Hiermee kunnen meer bestanden worden opgenomen op 1 geheugenkaart, maar de kwaliteit wordt lager. • Wanneer u niet beelden gaat wijzigen op uw computer, adviseren wij u [Fijn] of [Standaard] te selecteren. STD (Standaard) Index RAW+J (RAW en JPEG) Menu Bestandsindeling: RAW (Legt opnamen vast in de RAWcompressie-indeling.) Bij deze bestandsindeling kunt u geen digitale verwerking op de beelden uitvoeren. Selecteer deze indeling als u beelden op een computer wilt verwerken voor professionele doelen. • Het beeldformaat ligt vast op de maximale omvang. Het beeldformaat wordt niet weergegeven op het LCD-scherm. Voorbeeldfoto RAW (RAW) Inhoudsopgave Kwaliteit Opmerkingen • U kunt dit item niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] • U kunt geen DPOF-registratie (afdrukopdracht) toevoegen aan beelden in RAW-indeling. • U kunt [Auto HDR] niet gebruiken met [RAW]- en [RAW en JPEG]-beelden. z RAW-beelden Het bestand in RAW-indeling zijn de ruwe gegevens die nog een digitale bewerking moeten ondergaan. Een RAW-bestand verschilt van een meer algemeen gebruikte bestandsindeling zoals JPEG, dat wil zeggen, het is ruw materiaal dat nog moet worden verwerkt voor professionele doeleinden. U hebt het softwareprogramma "Image Data Converter" nodig, dat op de CD-ROM (bijgeleverd) staat, als u een RAW-beeld wilt openen dat met deze camera is vastgelegd. Met behulp van dit softwareprogramma kan een RAW-beeld worden geopend en geconverteerd naar een meer algemeen gebruikt bestandsindeling, zoals JPEG of TIFF, en kunnen de witbalans, de kleurverzadiging, het contrast, enz., worden aangepast. 84NL Stelt de richting in voor het pannen van de camera wanneer u 3D-panor. d. beweg.- of Panorama d. beweg.-beelden maakt. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Panoramarichting] t stand van uw keuze. (Rechts) 'Pan' de camera van links naar rechts. (Links) 'Pan' de camera van rechts naar links. Voorbeeldfoto 3D-panor. d. beweg. Inhoudsopgave Panoramarichting Panorama d. beweg. 'Pan' de camera in de richting die u hebt ingesteld. Menu (Rechts) (Links) (Naar boven) (Naar beneden) Index 85NL Selecteert de bestandsindeling voor films. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Bestandsindeling] t stand van uw keuze. AVCHD MP4 Maakt mp4-films (AVC). Deze indeling is geschikt voor webuploads, e-mailbijlagen enzovoort. z Controle uitvoeren op 60i of 50i Index • Films worden opgenomen in MPEG-4-indeling bij ongeveer 30 beeldjes/seconde, met het progressive scanning-systeem, AAC-audio en de mp4-indeling. • Een kunt geen schijf maken van de films die zijn vastgelegd in deze indeling met de bijgeleverde software "PlayMemories Home". Menu • 60i-/50i-films worden vastgelegd bij respectievelijk 60 velden/ seconde en bij 50 velden/seconde. Zowel 60i- als 50i-films maken gebruik van het interlace scanning-systeem, Dolby Digital-audio en de AVCHD-indeling. • 24p-/25p-films worden vastgelegd bij respectievelijk 24 beeldjes/ seconde en bij 25 beeldjes/seconde. Zowel 24p- als 25p-films maken gebruik van het progressive scanning-systeem, Dolby Digital-audio en de AVCHD-indeling. Voorbeeldfoto Legt 60i-/50i-films of 24p-/25p-films vast in de indeling AVCHD. Deze bestandsindeling is geschikt voor weergave van de film op een H-D-TV-toestel. U kunt een Blu-ray Disc, een AVCHD-opnameschijf of een DVD-Video-schijf maken met de bijgeleverde software "PlayMemories Home". Inhoudsopgave Bestandsindeling Als u wilt nagaan of uw camera een toestel is dat geschikt is voor 1080 60i of 1080 50i-, kijk dan of u de volgende merktekens vindt op de onderzijde van de camera. Toestel geschikt voor 1080 60i: 60i Toestel geschikt voor 1080 50i: 50i z Films afspelen op één van beide toestellen Deze camera gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor opnamen in AVCHDindeling. Films vastgelegd in AVCHD-indeling met deze camera kunnen niet worden afgespeeld door de volgende toestellen. – Toestellen geschikt voor andere AVCHD-indelingen die niet geschikt zijn voor High Profile – Toestellen die niet geschikt zijn voor de AVCHD-indeling Deze camera gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 Main Profile voor opnamen in MP4-indeling. Om deze reden kunnen films die met deze camera zijn vastgelegd in de MP4-indeling, niet worden afgespeeld op toestellen die MPEG-4 AVC/H.264 niet ondersteunen. 86NL Selecteert het beeldformaat, beeldfrequentie en beeldkwaliteit voor het vastleggen van films. Hoe hoger de gegevensfrequentie (gemiddelde bit-frequentie) per seconde, des te hoger de beeldkwaliteit. Inhoudsopgave Opname-instelling 1 MENU t [Beeldformaat] t [Opname-instelling] t stand van uw keuze. Gemiddelde Opnemen bit-frequentie 24 Mbps Neemt films op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i). 60i 17M(FH)* 50i 17M(FH)** 17 Mbps Neemt films op in standaard beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i). 24p 24M(FX)* 25p 24M(FX)** 24 Mbps Neemt films op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. 24p 17M(FH)* 25p 17M(FH)** 17 Mbps Neemt films op in standaard beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. [Bestandsindeling]: [MP4] Menu 60i 24M(FX)* 50i 24M(FX)** Voorbeeldfoto [Bestandsindeling]: [AVCHD] Gemiddelde Opnemen bit-frequentie 12 Mbps Neemt films op van 1440 × 1080. VGA 3M 3 Mbps Neemt films op van VGA-formaat. * Toestel geschikt voor 1080 60i ** Toestel geschikt voor 1080 50i Index 1440×1080 12M Opmerkingen • Films die zijn opgenomen met de instelling [60i 24M(FX)/50i 24M(FX)]/[24p 24M(FX)/25p 24M(FX)] in [Opname-instelling], worden door "PlayMemories Home" geconverteerd voor een AVCHD-schijf. Deze conversie kan veel tijd in beslag nemen. U kunt geen schijf maken met de originele beeldkwaliteit. Als u de originele beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films opslaan op een Blu-ray Disc. • U kunt 24p/25p-films alleen bekijken op een TV-toestel, dat geschikt is voor 24p/25p. Als u een tvtoestel gebruikt dat niet geschikt is, worden de films geconverteerd naar 60i/50i en uitgestuurd naar het tv-toestel. z Controle uitvoeren op 60i of 50i Als u wilt nagaan of uw camera een toestel geschikt is voor 1080 60i of 1080 50i-, kijk dan of u de volgende merktekens vindt op de onderzijde van de camera. Toestel geschikt voor 1080 60i: 60i Toestel geschikt voor 1080 50i: 50i 87NL Stelt de lichtgevoeligheid in. 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [ISO] t instelling van uw keuze. (ISO AUTO) Stelt automatisch de ISO-gevoeligheid in. Stelt de gevoeligheid voor licht in van de beeldsensor. Hogere gevoeligheden maken snellere sluitertijden en/of kleinere diafragma's (hogere F-waarden) mogelijk. Hoe hoger de gevoeligheid, des te meer beeldruis zichtbaar kan worden. Opmerkingen Menu Index • [ISO AUTO] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] • Hoe hoger het getal, des te hoger het ruisniveau is. • Wanneer de belichtingsstand wordt ingesteld op [Autom. programma], [Diafragmavoorkeuze], [Sluitertijdvoorkeuze] en [ISO] wordt ingesteld op [ISO AUTO], wordt de ISO-waarde automatisch ingesteld op een waarde tussen ISO200 en ISO3200. • U kunt hoogstens ISO3200 selecteren voor het opnemen van films. Wanneer u films opneemt met een ISO van hoger dan 3200, wordt ISO automatisch 3200 en wordt na afloop van de opname de vorige waarde opnieuw ingesteld. • De [ISO AUTO]-instelling is niet beschikbaar in de [Handm. belichting]. Als u de belichtingsstand wijzigt in [Handm. belichting] met de instelling [ISO AUTO], wordt deze omgezet naar 200. Stel de ISO in in overeenstemming met uw opname-omstandigheden. Voorbeeldfoto 200/400/800/1600/ 3200/6400/12800/ 16000 Inhoudsopgave ISO z De ISO-gevoeligheid (aanbevolen belichtingsindex) aanpassen ISO-instelling (snelheid) is de lichtgevoeligheid van opname-media die een beeldsensor die licht ontvangt, omvatten. Ook als de belichting hetzelfde is, verschillen beelden afhankelijk van de ISO-instelling. Hoge ISO-gevoeligheid Met hoge ISO-gevoeligheid zullen beelden worden vastgelegd met de juiste helderheid, zelfs bij onvoldoende belichting. Wanneer u echter de ISO-gevoeligheid hoger maakt, zal dat ruis in de afbeeldingen veroorzaken. Lage ISO-gevoeligheid U kunt fraaie beelden vastleggen. De compensatie voor de lagere ISO-gevoeligheid zal echter zijn dat de sluitertijd langer wordt. U moet daarom ook rekening houden met bewegingsonscherpte of beweging van onderwerpen. 88NL Past de kleurtemperatuur aan aan de lichtomstandigheden van de omgeving. Gebruik deze functie als de kleurtemperatuur van het beeld er niet uitziet zoals u verwachtte, of als u doelbewust de kleurtemperatuur wilt veranderen voor een fotografisch effect. U kunt de kleurtemperatuur nauwkeurig aanpassen met Option. Zie de uitleg bij de verschillende standen voor informatie over het aanpassen van de witbalans aan een specifieke lichtbron. AWB (Aut. witbalans) (Daglicht) Bij de selectie van een optie die geschikt is voor een bepaalde lichtbron, wordt de kleurtemperatuur aangepast aan de lichtbron (vooraf ingestelde witbalans). (Bewolkt) (Gloeilamp) Menu (Schaduw) De camera neemt automatisch een lichtbron waar en past de kleurtemperatuur erop aan. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t stand van uw keuze. Inhoudsopgave Witbalans (TL-licht: warm wit) (TL-licht: koel wit) Index (TL-licht: daglichtwit) (TL-licht: daglicht) (Flitslicht) (Kl.temp./Filter) Past de kleurtemperatuur aan afhankelijk van de lichtbron. Bereikt het effect van CC-filters voor fotografie (CC - Color Compensation (Kleurcompensatie)). (Eigen) Maakt gebruik van de witbalansinstelling mogelijk die wordt behouden door [Eigen instelling]. (Eigen instelling) Slaat de witte basiskleur op in het geheugen (Eigen witbalans). Opmerking • [Aut. witbalans] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] 89NL Vervolg r De zichtbare kleur van het onderwerp wordt beïnvloed door de verlichtingscondities. De kleurtemperatuur wordt automatisch aangepast, maar u kunt kleurtemperatuur handmatig aanpassen met de functie [Witbalans]. Daglicht Bewolkt Eigenschappen van het licht Wit (standaard) Blauwachtig TL-licht Gloeilamp Groengetint Roodachtig Voorbeeldfoto Weer/ verlichting Inhoudsopgave z Effecten van verlichtingscondities Menu De kleurtemperatuur nauwkeurig aanpassen 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t stand van uw keuze. 2 Als het nodig is, kunt u met Option t de kleurtemperatuur aanpassen door op de boven-/onder-/rechter-/linkerzijde van de draaiknop te drukken of de grafiek op het scherm aan te raken. Index U kunt de kleurtemperatuur aanpassen in de richting van G (groen), M (magenta), A (oranje) of B (blauw). Kl.temp./Filter 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t [Kl.temp./Filter]. 2 Option t selecteer de gewenste kleurtemperatuur door de draaiknop te draaien. Hoe hoger het getal is, des te roder het beeld wordt, en hoe lager het getal is, des te blauwer het beeld wordt. 3 Pas de kleurtemperatuur aan door op de boven-/onder-/rechter-/ linkerzijde van de draaiknop te drukken. Eigen witbalans 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t [Eigen instelling]. 2 Houd de camera zo dat het witte gebied het AF-gebied in het midden volledig bedekt en druk vervolgens op de ontspanknop. De sluiter klikt en de geijkte waarden (kleurtemperatuur en kleurfilter) worden weergegeven. 3 De eigen witbalansinstelling oproepen, MENU t [Helderheid/kleur] t [Witbalans] t [Eigen]. U kunt de kleurtemperatuur nauwkeurig aanpassen met Option. 90NL Vervolg r Inhoudsopgave Opmerkingen • Als de flitser afgaat wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt, wordt een eigen witbalansinstelling opgeslagen waarbij rekening wordt gehouden met het flitslicht. Gebruik bij latere opnamen ook de flitser. • Het bericht "Fout eigen witbalans" geeft aan dat de waarde het verwachte bereik overschrijdt. (Wanneer de flitser wordt gebruikt bij een onderwerp dat zich dichtbij bevindt, of bij een subject met een heldere kleur zich in het kader bevindt.) Als u deze waarde registreert, wordt de -indicator geel op het scherm met opname-informatie. U kunt nu een opname maken, maar het wordt aanbevolen dat u de witbalans opnieuw instelt voor een nauwkeurigere witbalanswaarde. Voorbeeldfoto Menu Index 91NL Selecteert de lichtmeetfunctie die instelt welk deel van het onderwerp moet worden gemeten voor het bepalen van de belichting. 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Lichtmeetfunctie] t stand van uw keuze. (Midden) Meet de gemiddelde helderheid van het hele scherm, terwijl de nadruk ligt op het middengedeelte van het scherm (Middengewogen meting). (Spot) Meet alleen het middengedeelte (Spotmeting). Deze functie is nuttig wanneer het onderwerp van achteren wordt belicht of wanneer er een sterk contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond. Menu Het licht wordt op elk veld gemeten na opdeling van het totale gebied in meerdere velden en zo wordt de juiste belichting van het gehele scherm bepaald (Multi-patroonmeting). Voorbeeldfoto (Multi) Inhoudsopgave Lichtmeetfunctie De kruisdraden van de spotmeting worden op het onderwerp geplaatst. Index Opmerkingen • Als u [Lichtmeetfunctie] anders instelt dan op [Multi], kunt u de functie [Gezichtsherkenning] niet gebruiken. • [Multi] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: – Films opnemen – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – De [Zoom]-functie van de camera – [Lach-sluiter] 92NL Past de hoeveelheid flitslicht aan in stappen van 1/3 EV in het bereik van –2,0 EV tot +2,0 EV. Flitscompensatie verandert alleen de hoeveelheid flitslicht. Belichtingscompensatie verandert de hoeveelheid flitslicht in combinatie met de verandering van de sluitertijd en het diafragma. (flitserknop) om de flitser te activeren. 2 MENU t [Helderheid/kleur] t [Flitscompensatie] t waarde van uw keuze. Hogere waarde kiezen (+-zijde) verhoogt het flitsniveau en maakt beelden helderder. Lagere waarde kiezen (–-zijde) verlaagt het flitsniveau en maakt beelden donkerder. Voorbeeldfoto 1 Druk op Inhoudsopgave Flitscompensatie Opmerkingen u opnamen van mensen maakt Index z Tips voor het aanpassen van de helderheid wanneer Menu • U kunt [Flitscompensatie] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] • Het kan zijn dat het hogere flitseffect niet zichtbaar is, omdat de beschikbare hoeveelheid flitslicht beperkt is als het onderwerp zich buiten het maximumbereik van de flitser bevindt. Als het onderwerp zich erg dichtbij bevindt, is het mogelijk dat het lagere flitseffect niet zichtbaar is. • Het is belangrijk dat u de helderheid van mensen in nachtelijke portretten uitbalanceert tegen de donkere achtergrond. U kunt de helderheid van mensen dicht bij de camera aanpassen door de intensiteit van het flitslicht te wijzigen. • Als het onderwerp ver weg staat van de flitser en ook na aanpassing nog te donker is, ga dan dichter naar uw onderwerp toe. 93NL Corrigeert de helderheid of het contrast. 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [DRO/Auto HDR] t stand van uw keuze. (Uit) (Auto HDR) Gebruikt [DRO/Auto HDR] niet. Door het beeld op te delen in kleine velden, analyseert de camera het contrast van licht en schaduw tussen het onderwerp en de achtergrond, en produceert een beeld waarin de helderheid en gradatie optimaal is. Maakt 3 beelden met verschillende belichting en legt dan het heldere gebied van het onderbelichte beeld over het donkere gebied van het overbelichte beeld, zodat een beeld ontstaat met een rijke gradatie. Er wordt 1 beeld met een juiste belichting en 1 opgelegd beeld vastgelegd. Voorbeeldfoto (D.bereikopt.) Inhoudsopgave DRO/Auto HDR Menu Opmerking • U kunt [DRO/Auto HDR] alleen selecteren in de volgende standen: – [Handm. belichting] – [Sluitertijdvoorkeuze] – [Diafragmavoorkeuze] – [Autom. programma] Index D.-bereikopt. Corrigeert de helderheid van het beeld (DRO: Dynamic Range Optimizer - Dynamischbereikoptimalisatie). 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [DRO/Auto HDR] t [D.-bereikopt.]. 2 Option t waarde van uw keuze. (Automatisch) Corrigeert automatisch de helderheid. Lv1 – Lv5 Optimaliseert de gradaties van een vastgelegd beeld in elk van de gebieden van het beeld. Selecteer het optimale niveau tussen Lv1 (zwak) en Lv5 (krachtig). Opmerkingen • [Automatisch] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Portret], [Landschap], [Macro], [Sportactie] in [Scènekeuze] • Bij het opnemen met de Dynamisch-bereikoptimalisatie kan het beeld ruis bevatten. Selecteer het juiste niveau door het vastgelegde beeld te controleren, vooral wanneer u het effect laat toenemen. 94NL Vervolg r Verbreedt het bereik (gradaties) zodat u in de juiste helderheid beelden kunt opnemen van heldere delen tot in donkere delen (Auto High Dynamic Range). Er wordt 1 beeld met een juiste belichting en 1 opgelegd beeld vastgelegd. 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [DRO/Auto HDR] t [Auto HDR]. (Auto HDR: belichtingsver. auto) Corrigeert automatisch het belichtingsverschil. 1,0 EV – 6,0 EV Stelt het belichtingsverschil in op basis van het contrast van het onderwerp. Selecteer het optimale niveau tussen 1,0 EV (zwak) en 6,0 EV (krachtig). Menu Opmerkingen Index • U kunt pas beginnen met de volgende opname als het proces van het vastleggen na de opname is voltooid. • U kunt deze functies niet gebruiken met [RAW]- en [RAW en JPEG]-beelden. • Aangezien de sluiter 3 keer wordt geopend voor 1 opname, dient u op het volgende te letten: – Gebruik deze functie wanneer het onderwerp niet beweegt en niet knippert. – Componeer het beeld niet opnieuw. • U krijgt misschien, afhankelijk van het luminantieverschil van een onderwerp en de opnameomstandigheden, niet het gewenste effect. • Wanneer de flitser wordt gebruikt, heeft deze functie weinig effect. • Wanneer de scène weinig contrast heeft, de opname aanzienlijk bewegingsonscherp is of het onderwerp van de opname wazig is, zult u misschien geen goede HDR-beelden krijgen. Als de camera een dergelijke situatie waarneemt, wordt aangeduid op het vastgelegde beeld zodat u weet wat er aan de hand is. Maak nog een opname, maak een nieuwe beeldcompositie en besteed aandacht aan de onscherpte. Voorbeeldfoto 2 Option t waarde van uw keuze. Inhoudsopgave Auto HDR 95NL U kunt diverse patronen verkrijgen door opnamen te maken met een effectfilter. 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Foto-effect] t stand van uw keuze. (Uit) Maakt geen gebruik van de functie Beeldeffect. (Hippe kleuren) Voorbeeldfoto Creëert het beeld van een foto van een (Speelgoedcamera) speelgoedcamera met vervaagde hoeken en geprononceerde kleuren. U kunt de kleurtint instellen met Option. Inhoudsopgave Foto-effect Creëert een levendig uiterlijk door kleurtinten te accentueren. Menu Creëert een hoog contrast, abstract uiterlijk doordat de primaire kleuren worden geaccentueerd, of in zwart-wit. U kunt primaire kleuren of zwart-wit selecteren met Option. (Retrofoto) Creëert het uiterlijk van een oude foto met sepia kleurtinten en vervaagd contrast. (Zachte felle kleuren) (Deelkleur) (Hg. contr. monochr.) Index (Posterisatie) Creëert een beeld met een aangewezen sfeer: helder, transparant, vluchtig, teer, zacht. Creëert een beeld waarin een bepaalde kleur wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit. U kunt een kleur selecteren met Option. Creëert een hoog contrast, een abstract beeld in zwart-wit. 96NL Vervolg r Creëert een beeld dat is gevuld met een zacht verlichtingseffect. U kunt de intensiteit van het effect instellen met Option. Creëert het uiterlijk van een schilderij, waarbij de kleuren en details worden geaccentueerd. De camera ontspant de sluiter 3 keer. U kunt de intensiteit van het effect instellen met Option. (Mono. m. rijke tonen) Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en de reproductie van details. De camera ontspant de sluiter 3 keer. Index Creëert een beeld waarbij het onderwerp levendig wordt geaccentueerd en de achtergrond aanzienlijk onscherp wordt gemaakt. Dit effect kan vaak worden aangetroffen in afbeeldingen van miniatuurmodellen. U kunt het gebied dat scherp moet zijn, selecteren met Option. De scherpstelling op beide gebieden wordt in hoge mate verminderd. Menu (Miniatuur) Voorbeeldfoto (HDRschilderij) Inhoudsopgave (Soft focus) Opmerkingen • U kunt [Foto-effect] alleen selecteren in de volgende standen: – [Handm. belichting] – [Sluitertijdvoorkeuze] – [Diafragmavoorkeuze] – [Autom. programma] • U kunt [Foto-effect] niet gebruiken met [RAW]- en [RAW en JPEG]-beelden. • De effecten [Speelgoedcamera] en [Miniatuur] zullen misschien niet beschikbaar zijn bij de [Zoom]functie van de camera. • Wanneer [Deelkleur] is geselecteerd, zullen beelden afhankelijk van het onderwerp misschien niet de geselecteerde kleur behouden. • U kunt de volgende effecten niet controleren op het opnamescherm, omdat de camera nog bezig is het beeld dat zojuist is opgenomen, te verwerken. Ook kunt u pas een ander beeld opnemen als de beeldverwerking is voltooid. U kunt deze effecten bij films gebruiken. – [Soft focus] – [HDR-schilderij] – [Mono. m. rijke tonen] – [Miniatuur] • In het geval van [HDR-schilderij] en [Mono. m. rijke tonen] wordt de sluiter 3 maal geopend voor 1 opname. Let vooral op het volgende: – Gebruik deze functie wanneer het onderwerp niet beweegt en niet knippert. – Componeer het beeld niet opnieuw. Wanneer de scène weinig contrast heeft, de opname aanzienlijk bewegingsonscherp is of het onderwerp van de opname wazig is, zult u misschien geen goede HDR-beelden krijgen. Als de camera een dergelijke situatie waarneemt, wordt / aangeduid op het vastgelegde beeld zodat u weet wat er aan de hand is. Maak nog een opname, maak een nieuwe beeldcompositie en besteed aandacht aan de onscherpte. 97NL Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldverwerking te selecteren. U kunt de belichting aanpassen (sluitertijd en diafragma), als u dat wilt met [Creatieve stijl], maar niet met [Scènekeuze] waar de camera de belichting aanpast. Inhoudsopgave Creatieve stijl 1 MENU t [Helderheid/kleur] t [Creatieve stijl] t stand van uw keuze. Voor het maken van opnamen van verschillende scènes met rijke gradaties en fraaie kleuren. (Levendig) De verzadiging en het contrast worden verhoogd voor het opnemen van opvallende beelden van kleurrijke scènes en onderwerpen, zoals bloemen, lentegroen, een blauwe hemel of vergezichten over zee. (Portret) Voor het vastleggen van huidkleur met een zachte tint, ideaal geschikt voor het maken van portretten. Menu (Standaard) Voorbeeldfoto 2 Wanneer u contrast, verzadiging of scherpte wilt aanpassen, Option t gewenste instelling. (Landschap) De verzadiging, het contrast en de scherpte worden verhoogd voor het vastleggen van levendige, scherp getekende landschappen. Ook landschappen in de verte worden scherper afgebeeld. (Zwart-wit) Voor het vastleggen van de prachtige rode kleur van de ondergaande zon. Voor het vastleggen van zwart-witbeelden. (Contrast), (Verzadiging) en Creatieve stijl-item. (Scherpte) kunnen worden aangepast voor ieder (Contrast) Hoe hoger de geselecteerde waarde, des te meer het verschil in licht en schaduw wordt geaccentueerd en een beeld verandert. (Verzadiging) Hoe hoger de geselecteerde waarde, des te levendiger de kleur. Als er een lagere waarde wordt geselecteerd, is de kleur van het beeld meer ingehouden en omfloerst. (Scherpte) Index (Zonsondergang) Past de scherpte aan. Hoe hoger de geselecteerde waarde, des te meer worden de contouren geaccentueerd en hoe lager de geselecteerde waarde, des te meer worden de contouren verzacht. Opmerkingen • Wanneer [Zwart-wit] is geselecteerd, kunt u de verzadiging niet aanpassen. • [Standaard] wordt geselecteerd wanneer u de volgende functies gebruikt: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – [Foto-effect] (behalve [Uit]) 98NL Biedt u de mogelijkheid beelden die u niet wilt bewaren, te wissen. 1 MENU t [Afspelen] t [Wissen] t stand van uw keuze. Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist. Druk op het midden van de draaiknop om OK te selecteren. Alles in map Wist alle stilstaande beelden in de geselecteerde map, of alle AVCHD-films. Alle AVCHDweergavebest. Voorbeeldfoto Meerdere bldn. Inhoudsopgave Wissen Opmerking • U kunt tot wel 100 beelden selecteren. Menu z Een beeld wissen Het is gemakkelijker een beeld dat op het scherm wordt weergegeven, te wissen door (Wissen) van soft-key te selecteren (bladzijde 31). Index 99NL Speelt beelden automatisch af. Geeft 3D-beelden alleen weer in Diavoorstelling op het 3D-televisietoestel dat op de camera is aangesloten. Inhoudsopgave Diavoorstelling 1 MENU t [Afspelen] t [Diavoorstelling] t stand van uw keuze t OK. Aan Geeft beelden weer in een ononderbroken lus. Uit Wanneer alle beelden zijn weergegeven, eindigt de diavoorstelling. Voorbeeldfoto Herhalen Interval 1 sec. Stelt de weergave-interval van beelden in. Menu 3 sec. 5 sec. 10 sec. 30 sec. Beeldtype Geeft alle stilstaande beelden weer als normale beelden. All. 3D weerg. Geeft alleen 3D-beelden weer. Index Alles Opmerkingen • U kunt de diavoorstelling niet onderbreken. U kunt de diavoorstelling stoppen door op het midden van de draaiknop te drukken. • U kunt alleen afbeeldingen afspelen in een Diavoorstelling wanneer [Weergavefunctie] is ingesteld op [Mapweergave (stilstaand)]. • Een panoramisch beeld wordt in z'n geheel getoond. Druk, als u een panoramisch beeld wilt scrollen, op het midden van de draaiknop wanneer het beeld wordt weergegeven. 100NL Selecteert de eenheid van afbeeldingen om af te spelen. 1 MENU t [Afspelen] t [Weergavefunctie] t stand van uw keuze. Toont stilstaande beelden per map. Mapweergave (MP4) Toont films (MP4) per map. AVCHDweergave Toont AVCHD-films. Voorbeeldfoto Mapweergave (stilstaand) Inhoudsopgave Weergavefunctie Menu Index 101NL Selecteert het aantal beelden dat op de index moet worden getoond. 1 MENU t [Afspelen] t [Beeldindex] t stand van uw keuze. Toont 6 beelden. 12 beelden Toont 12 beelden. U kunt een map van uw keuze selecteren door de balk links van het beeldindexscherm te selecteren en vervolgens op het boven-/ondergedeelte van de draaiknop te drukken. U kunt de weergavefunctie aanpassen door op het midden van de draaiknop te drukken. Menu z Een map van uw keuze weergeven Voorbeeldfoto 6 beelden Inhoudsopgave Beeldindex Index 102NL Draait een stilstaand beeld naar links. Gebruik dit als u een horizontaal beeld verticaal wilt weergeven. Wanneer u het beeld eenmaal hebt geroteerd, wordt het weergegeven in de geroteerde positie, zelfs wanneer u het toestel uitschakelt. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Afspelen] t [Roteren]. Inhoudsopgave Roteren 2 Druk op het midden van de draaiknop. Het beeld draait linksom. Het beeld draait wanneer u op het midden drukt. Menu Opmerkingen • U kunt de volgende bestanden niet roteren: – Films – Beveiligde beelden – 3D-beelden • Misschien zal het niet lukken beelden die met andere camera's zijn gemaakt, te roteren. • Wanneer u de beelden weergeeft op een computer, zal de informatie over het roteren van het beeld, afhankelijk van de software, misschien niet worden aangeduid. Index 103NL Beveiligt vastgelegde beelden tegen het per ongeluk wissen. Het merkteken wordt getoond voor geregistreerde beelden. 1 MENU t [Afspelen] t [Beveiligen] t stand van uw keuze. Alle beelden annuleren Heft de beveiliging op van alle stilstaande beelden. Alle MP4-films annuleren Heft de beveiliging op van alle films (MP4). Alle AVCHDweerg. ann. Heft de beveiliging op van alle AVCHD-films. Opmerking Menu Past beveiliging toe op de geselecteerde beelden of annuleert deze. Druk op het midden van de draaiknop om OK te selecteren. Voorbeeldfoto Meerdere bldn. Inhoudsopgave Beveiligen • U kunt tot wel 100 beelden in één keer beveiligen. Index 104NL U kunt controleren of een beeld scherp is door een deel van het weergegeven beeld te vergroten. 1 MENU t [Afspelen] t [ Vergroot]. 3 Selecteer de positie die u wilt zien door op de boven-/onder-/rechter-/ linkerzijde van de draaiknop te drukken. 4 U kunt de vergrote weergave annuleren door te selecteren. Opmerkingen Voorbeeldfoto 2 Pas de schaal aan door de draaiknop te draaien. Inhoudsopgave Vergroot • U kunt de films niet vergroten. • Onderbreek eerst de weergave van panoramische beelden en vergroot daarna het beeld. Het weergavezoombereik hangt af van het beeldformaat. Weergavezoombereik L Ongev. ×1,0 – ×13,6 M Ongev. ×1,0 – ×9,9 S Ongev. ×1,0 – ×6,8 Index Beeldformaat Menu z Weergavezoombereik 105NL Past het geluidsvolume van films in 8 stappen aan. 1 MENU t [Afspelen] t [Volume-instellingen] t waarde van uw keuze. Het scherm [Volume-instellingen] verschijnt wanneer u op de onderzijde van de draaiknop drukt tijdens het afspelen van films. U kunt het volume aanpassen, terwijl u naar het weergegeven geluid luistert. Voorbeeldfoto z Het volume aanpassen tijdens weergave Inhoudsopgave Volume-instellingen Menu Index 106NL U kunt opgeven welke van de stilstaande beelden die u op de geheugenkaart hebt vastgelegd, later wilt afdrukken. Het merkteken (Afdrukopdracht) wordt getoond voor geregistreerde beelden (DPOF: Digital Print Order Format). DPOF instellen Selecteert beelden voor een afdrukopdracht. 1 Selecteer een beeld en druk op het midden van de draaiknop. Selecteer het met gemarkeerde beeld opnieuw als u de keuze van het beeld wilt annuleren. 2 Herhaal de bedieningshandeling voor alle beelden die u wilt afdrukken. Alles annuleren Wist alle DPOF-merktekens. Datum afdrukken Aan Uit Menu Meerdere bldn. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Afspelen] t [Printen opgeven] t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave Printen opgeven Bepaalt of beelden met DPOF-markering al dan niet worden gedateerd bij het afdrukken. Opmerkingen Index • U kunt het DPOF-merkteken niet toevoegen aan de volgende bestanden: – Films – RAW-beelden • U kunt het DPOF-merkteken toevoegen aan wel 999 beelden. • DPOF-registratie wordt na het afdrukken niet gewist. U kunt het merkteken het beste wissen nadat u de stilstaande beelden hebt afgedrukt. 107NL Het AF-hulplicht geeft een invullicht zodat gemakkelijker op een onderwerp kan worden scherpgesteld in een donkere omgeving. Met het rode AF-hulplicht kan de camera gemakkelijk scherpstellen wanneer u de ontspanknop half indrukt, totdat de scherpstelling wordt vergrendeld. Automatisch Maakt gebruik van het AF-hulplicht. Uit Maakt geen gebruik van het AF-hulplicht. Opmerkingen Menu • U kunt het AF-hulplicht niet gebruiken wanneer: – [Autom. scherpst.] is ingesteld op [Continue AF]. – [Landschap], [Nachtscène] of [Sportactie] in [Scènekeuze] is geselecteerd. – [Panorama d. beweg.] is geselecteerd. – [3D-panor. d. beweg.] is geselecteerd. – U films maakt. – U werkt met een lens met Montagestuk A (los verkrijgbaar). • Wanneer het AF-hulplicht wordt gebruikt, is de instelling van [AF-gebied] ongeldig en wordt het AFbereik aangeduid met een gestippelde lijn. AF werkt met als prioriteit het centrale gebied en daaromheen. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [AF-hulplicht] t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave AF-hulplicht Index 108NL Wanneer u de flitser gebruikt, geeft deze 2 keer of vaker een flits vóór opname om het rode-ogenfenomeen te verminderen. 1 MENU t [Instellingen] t [Rode ogen verm.] t instelling van uw keuze. De flitser werkt altijd om het verschijnsel van de rode ogen te verminderen. Uit Gebruikt Rode ogen verm. niet. Opmerkingen Voorbeeldfoto Aan Inhoudsopgave Rode ogen verm. • U kunt Rode ogen verm. niet gebruiken met [Lach-sluiter]. • Rode ogen verm. levert mogelijk niet de gewenste effecten op. Dat hangt af van individuele verschillen en omstandigheden, zoals de afstand tot het onderwerp of als het onderwerp niet in de lens keek bij de eerste lichtimpulsen. Menu z Wat veroorzaakt het verschijnsel van de rode ogen? Pupillen worden wijder in een donkere omgeving. Het flitslicht wordt weerkaatst door de bloedvaten aan de achterzijde van het oog (netvlies) waardoor het verschijnsel "rode-ogen" ontstaat. Index Camera Oog Netvlies 109NL Wanneer een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) op de camera is bevestigd, kunnen sensoren in de Elektronische zoeker waarnemen of er gebruik van wordt gemaakt en schakelt de camera over op de andere weergave. Automatisch Wanneer u in de Elektronische zoeker kijkt, wordt de weergave automatisch naar de Elektronische zoeker overgeschakeld. Handmatig U kunt overschakelen tussen de Elektronische zoeker en het LCD-scherm met behulp van de knop van de Elektronische zoeker. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Inst. FINDER/LCD] t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave Inst. FINDER/LCD Menu Index 110NL Stelt in of beelden die zijn bewerkt met de effecten van de belichtingscompensatie, witbalans, Creatieve stijl of Foto-effect, op het LCD-scherm worden weergegeven. 1 MENU t [Instellingen] t [LiveView-weergave] t instelling van uw keuze. Toont beelden met toegepaste effecten. Instelling effect uit Toont beelden niet met toegepaste effecten. Met deze instelling kunt u zich concentreren op de compositie van het onderwerp, omdat het onderwerp op het scherm verschijnt zoals het is. De beelden worden met de gepaste helderheid weergegeven in de modus [Handm. belichting]. Menu Opmerking Voorbeeldfoto Instelling effect aan Inhoudsopgave LiveView-weergave • U kunt [Instelling effect uit] alleen selecteren in de volgende opnamestanden: – [Handm. belichting] – [Sluitertijdvoorkeuze] – [Diafragmavoorkeuze] – [Autom. programma] Index 111NL U kunt het opgenomen beeld direct na de opname controleren op het LCD-scherm. U kunt de weergaveduur wijzigen. 1 MENU t [Instellingen] t [Autom.weergave] t instelling van uw keuze. 5 sec. Toont gedurende de ingestelde tijd. Door (Vergroot) te selecteren, kunt u het vergrote beeld controleren. 2 sec. Uit Wordt niet getoond. Voorbeeldfoto 10 sec. Inhoudsopgave Autom.weergave Opmerkingen Menu • In de automatische weergave wordt het beeld niet in de verticale positie weergegeven, zelfs niet als [Afspeelweergave] is ingesteld op [Autom.roteren]. • Ook als [Stramienlijn] is ingesteld op andere instelling dan [Uit] wanneer u [3D-panor. d. beweg.] of [Panorama d. beweg.]-beelden maakt, verschijnt de stramienlijn niet in de automatische weergave. • Voordat het beeld wordt weergegeven zal misschien, afhankelijk van de instelling, bijvoorbeeld [DRO/Auto HDR], [Zachte-huideffect], [Lenscomp.: vervorming], tijdelijk een onverwerkt beeld worden weergegeven. Index 112NL Stelt in of de stramienlijn wordt getoond of niet. De stramienlijn helpt u de beeldcompositie aan te passen. 1 MENU t [Instellingen] t [Stramienlijn] t instelling van uw keuze. Door de hoofdonderwerpen dicht bij één van de stramienlijnen te plaatsen die het beeld in drieën verdelen, ontstaat een goed uitgebalanceerde compositie. Vierkantsraster Met vierkante rasters kunt u gemakkelijker het horizontale niveau van hun compositie controleren. Dit is een geschikte methode om de kwaliteit van de compositie te bepalen wanneer u een opname van een landschap of een close-up maakt of wanneer u beelden kopieert. Uit Toont de stramienlijn niet. Menu Diag. + vierkantsr. Door een onderwerp op een diagonale lijn te plaatsen kunt u een opwekkend en krachtig gevoel uitdrukken. Voorbeeldfoto Driedelingsraster Inhoudsopgave Stramienlijn z Het kader controleren voor het opnemen van film Index Kader voor film Het kader dat verschijnt wanneer [Stramienlijn] is ingesteld op een andere instelling dan [Uit], laat zien in hoeverre het onderwerp binnen het kader staat. Dit biedt u de mogelijkheid de compositie aan te passen door dichter bij uw onderwerp te gaan staan of meer afstand te nemen. 113NL Accentueert bij handmatig scherpstellen de contouren van scherpstelbereik met een bepaalde kleur. Met behulp van deze functie kunt u de scherpstelling gemakkelijk controleren. Inhoudsopgave Reliëfniveau 1 MENU t [Instellingen] t [Reliëfniveau] t instelling van uw keuze. Stelt het reliëfniveau in op hoog. Gemiddeld Stelt het reliëfniveau in op gemiddeld. Laag Stelt het reliëfniveau in op laag. Uit Maakt geen gebruik van de reliëffunctie. Voorbeeldfoto Hoog Opmerkingen Menu • Omdat de camera beoordeelt dat scherpe gebieden scherpgesteld zijn, verschilt het reliëfniveau afhankelijk van het onderwerp, de opnameomstandigheden of de lens die wordt gebruikt. • De contouren van scherpstelbereiken worden niet geaccentueerd wanneer de camera is aangesloten met een HDMI-kabel. Index 114NL Stelt de kleur in die bij handmatig scherpstellen wordt gebruikt voor de reliëffunctie. 1 MENU t [Instellingen] t [Reliëfkleur] t instelling van uw keuze. Reliëf versterkt in wit. Rood Reliëf versterkt in rood. Geel Reliëf versterkt in geel. Opmerking • Dit item kan niet worden ingesteld wanneer [Reliëfniveau] is ingesteld op [Uit]. Voorbeeldfoto Wit Inhoudsopgave Reliëfkleur Menu Index 115NL Stelt in of Helder Beeld Zoom moet worden gebruikt, wanneer de [Zoom]-functie van de camera wordt gebruikt (bladzijde 71). Zoomt in op een afbeelding met een hogere kwaliteit dan Digitale zoom. Aan Gebruikt de functie Helder Beeld Zoom. Uit Maakt geen gebruik van de functie Helder Beeld Zoom. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Helder Beeld Zoom] t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave Helder Beeld Zoom Opmerking Menu • U kunt [Helder Beeld Zoom] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit] Index 116NL Stelt in of Digitale zoom moet worden gebruikt of niet, wanneer de [Zoom]-functie van de camera wordt gebruikt (bladzijde 71). Zoomt in op een afbeelding met meer vergroting dan Helder Beeld Zoom. Deze functie kan ook beschikbaar zijn bij het opnemen van film. Aan Gebruikt de functie Digitale zoom. Als u ondanks een verslechtering van de beeldkwaliteit een sterkere vergroting wilt gebruiken, stelt u deze in op [Aan]. Uit Maakt geen gebruik van de functie Digitale zoom. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Digitale zoom] t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave Digitale zoom Opmerking Menu • U kunt [Digitale zoom] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit] Index 117NL Hiermee wordt ingesteld of de opnamestand wordt ingesteld op de zelfontspanner met een vertraging van 3 seconden of niet, wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt gekanteld. Inhoudsopgave Zelfontsp. v. zelfportret 1 MENU t [Instellingen] t [Zelfontsp. v. zelfportret] t [Aan]. De zelfontspanner wordt ingesteld met een vertraging van 3 seconden. De sluiter wordt na 3 seconden in werking gesteld. Hiermee wordt de opnamestand automatisch ingesteld op de zelfontspanner met een vertraging van 3 seconden, wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt gekanteld. Uit Selecteert de opnamestand op basis van de transportfunctie. Selecteer deze optie wanneer u de zelfontspanner niet gebruikt en stel de transportfunctie in op [Enkele opname]. Index Aan Menu 3 Druk op de sluiterknop. Voorbeeldfoto 2 Kantel het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog. Opmerkingen • U kunt [Zelfontsp. v. zelfportret] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – Tijdens het opnemen van film – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [Auto HDR] in [DRO/Auto HDR] – [Soft focus], [HDR-schilderij], [Mono. m. rijke tonen], [Miniatuur] in [Foto-effect] • Wanneer een accessoire op de Handige Accessoiresaansluiting 2 is bevestigd, zult u het LCD-scherm misschien niet ongeveer 180 graden omhoog kunnen kantelen. Verwijder de accessoire als dat het geval is. • Als de flitser of het AF-hulplicht te fel is tijdens het fotograferen, duw dan de flitser omlaag en wijzig de instelling van [AF-hulplicht]. 118NL Hiermee wordt ingesteld of alle afbeeldingen die zonder onderbreking zijn opgenomen in de stand Superieur automatisch, worden opgeslagen of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [Sup. aut. Beeld extractie] t instelling van uw keuze. Slaat 1 geschikt beeld op dat is geselecteerd door de camera. Uit Slaat alle beelden op. Opmerkingen Menu • Zelfs wanneer u [Sup. aut. Beeld extractie] instelt op [Uit] waarbij [Schemeropn. uit hand] is geselecteerd uit herkende scène, wordt 1 gecombineerd beeld opgeslagen. • Wanneer de functie Automatische portretomkadering is geactiveerd, worden 2 beelden opgeslagen, ook als u [Automatisch] instelt. Voorbeeldfoto Automatisch Inhoudsopgave Sup. aut. Beeld extractie Index 119NL Vergroot automatisch het beeld op het scherm zodat het handmatig scherpstellen gemakkelijker wordt. Dit werkt in de stand [H. scherpst.] of [D. handm. sch.]. 1 MENU t [Instellingen] t [MF Assist] t instelling van uw keuze. Het beeld wordt 4,8 maal vergroot. U kunt het beeld ook 9,5 maal vergroten. • In D. handm. sch. (Direct Manual Focus: directe handmatige scherpstelling) draait u de scherpstelring met de ontspanknop half ingedrukt nadat het beeld is scherpgesteld met automatische scherpstelling. Aan Vergroot het beeld. U kunt de duur van de vergroting instellen met [MF-hulptijd]. Als u het vergroten van het beeld wilt voltooien, selecteert u . Uit Vergroot het beeld niet. Menu Opmerkingen Voorbeeldfoto 2 Pas de scherpstelling aan door de scherpstelring te draaien. Inhoudsopgave MF Assist • U kunt niet [MF Assist] gebruiken tijdens het opnemen van film. • Wanneer een lens met Montagestuk A (los verkrijgbaar) op het toestel is gezet, kunt u het beeld vergroten door op (softkey) te drukken. Index 120NL Stelt in hoe lang het beeld voor de functie [MF Assist] zal worden getoond in een uitgebreide vorm. 1 MENU t [Instellingen] t [MF-hulptijd] t instelling van uw keuze. Vergroot de weergave totdat 5 sec. Vergroot het beeld gedurende 5 seconden. 2 sec. Vergroot het beeld gedurende 2 seconden. wordt geselecteerd. Opmerking Voorbeeldfoto Geen beperk. Inhoudsopgave MF-hulptijd • Dit item kan niet worden ingesteld wanneer [MF Assist] is ingesteld op [Uit]. Menu Index 121NL De wijze waarop kleuren worden voorgesteld met behulp van combinaties van nummers of het bereik van de kleurenreproductie wordt "kleurenruimte" genoemd. U kunt de kleurenruimte wijzigen, afhankelijk van uw doel. Inhoudsopgave Kleurenruimte 1 MENU t [Instellingen] t [Kleurenruimte] t instelling van uw keuze. Dit is de standaardkleurenruimte van de digitale camera. Gebruik sRGB bij normale opnamen, bijvoorbeeld als u van plan bent de beelden zonder wijziging af te drukken. AdobeRGB Dit heeft een breder bereik van kleurreproductie. Als een groot deel van het onderwerp levendig groen of rood is, is Adobe RGB effectief. De bestandsnaam van het beeld begint met "_DSC". Menu Opmerkingen • Adobe RGB is voor toepassingen of printers die kleurbeheer en de DCF2.0-kleurruimteoptie ondersteunen. Wanneer u toepassingen of printers gebruikt die deze niet ondersteunen, kan dat beelden opleveren waarin kleuren niet natuurgetrouw worden gereproduceerd. • Beelden worden met een lage verzadiging weergegeven als deze op de camera zijn vastgelegd met Adobe RGB, of op apparaten die Adobe RGB niet ondersteunen. Voorbeeldfoto sRGB Index 122NL Hiermee stelt u in of u de SteadyShot-functie van de lens wel of niet gebruikt. 1 MENU t [Instellingen] t [SteadyShot] t instelling van uw keuze. Gebruikt SteadyShot. Uit Gebruikt SteadyShot niet. Deze instelling wordt aanbevolen wanneer u een statief gebruikt. Opmerkingen • [Aan] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: – [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] • U kunt [SteadyShot] niet instellen wanneer de naam van de bevestigde lens geen "OSS" bevat, zoals "E16 mm F2.8", of wanneer u een lens met een Montagestuk A wordt gebruikt (los verkrijgbaar). Voorbeeldfoto Aan Inhoudsopgave SteadyShot Menu Index 123NL Stelt in of de sluiter kan worden ontspannen wanneer er geen lens is bevestigd. 1 MENU t [Instellingen] t [Opn. zonder lens] t instelling van uw keuze. De sluiter kan worden ontspannen als er geen lens is bevestigd. Selecteer dit wanneer u de camera bevestigt op een astronomische telescoop enzovoort. Uitschakelen De sluiter kan alleen worden ontspannen als er een lens is bevestigd. Opmerking Voorbeeldfoto Inschakelen Inhoudsopgave Opn. zonder lens • Een juiste lichtmeting is niet mogelijk wanneer u lenzen gebruikt die geen lenscontact hebben, zoals de lens van een astronomische telescoop. Pas in dergelijke gevallen de belichting handmatig aan door deze op het vastgelegde beeld te controleren. Menu Index 124NL Hiermee wordt ingesteld of automatisch scherpstellen wel of niet wordt gebruikt wanneer u door een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) kijkt, die op de camera is bevestigd. Inhoudsopgave Eye-Start AF 1 MENU t [Instellingen] t [Eye-Start AF] t instelling van uw keuze. Automatisch scherpstellen begint wanneer u door de Elektronische zoeker kijkt. Uit Automatisch scherpstellen begint niet wanneer u door de Elektronische zoeker kijkt. Voorbeeldfoto Aan Opmerking • Dit item is alleen beschikbaar wanneer de LA-EA2-Montage-adapter (los verkrijgbaar) is bevestigd. Menu Index 125NL De functie voor het elektronische sluitergordijn voorzijde bekort de tijdsvertraging tussen sluiterontspanningen. 1 MENU t [Instellingen] t [Sluitergordijn voorzijde] t instelling van uw keuze. Gebruikt de functie elektronisch sluitergordijn voorzijde. Uit Gebruikt de functie elektronisch sluitergordijn voorzijde niet. Opmerkingen Menu • Wanneer u een opname maakt met een hoge sluitersnelheid en met een grote diameter lens bevestigd, kunnen, afhankelijk van het onderwerp of de opnamecondities schaduwvorming of wazige gebieden zich voordoen. Zet in zulke gevallen deze instelling op [Uit]. • Zet deze optie op [Uit] wanneer een lens die door een andere fabrikant is vervaardigd (bijvoorbeeld een Minolta/Konica-Minolta-lens), wordt gebruikt. Als u dit instelt op [Aan], zult u niet de juiste belichting krijgen, of zal de helderheid ongelijkmatig zijn. Voorbeeldfoto Aan Inhoudsopgave Sluitergordijn voorzijde Index 126NL De ruisonderdrukking wordt ingeschakeld voor de duur dat de sluiter open is als u de sluitertijd instelt op een seconde of langer (opname met lange belichting). Dit gebeurt om de korrelige ruis die typisch is voor een lange belichting, te verminderen. Inhoudsopgave NR lang-belicht 1 MENU t [Instellingen] t [NR lang-belicht] t instelling van uw keuze. Activeert ruisonderdrukking zolang de sluiter open staat. Er wordt een bericht weergegeven als de ruisonderdrukking wordt uitgevoerd. U kunt dan niet nog een foto maken. Selecteer dit als u de beeldkwaliteit prioriteit wilt geven. Uit Activeert ruisonderdrukking niet. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Voorbeeldfoto Aan Opmerkingen Menu Index • [NR lang-belicht] is ingesteld op [Uit] in de volgende standen: – [Continue opname] – [Snelh. continutr.] – [Bracket: continu] – [Sportactie], [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] • [NR lang-belicht] is ingesteld op [Aan] in de volgende standen: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] (behalve [Sportactie], [Schemeropn. uit hand]) 127NL De camera verlaagt de ruis die meer opvalt als de gevoeligheid van de camera hoog is wanneer er opnamen worden gemaakt met de hoge ISO. Als de ruisonderdrukking wordt uitgevoerd, kan een bericht worden weergegeven. U kunt dan niet nog een foto maken. Inhoudsopgave NR bij hoge-ISO 1 MENU t [Instellingen] t [NR bij hoge-ISO] t instelling van uw keuze. Activeert normale hoge-ISO-ruisonderdrukking. Laag Activeert gematigde hoge-ISO-ruisonderdrukking. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Opmerking Menu • Ruisonderdrukking is niet beschikbaar in de volgende standen: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – RAW-beelden Voorbeeldfoto Normaal Index 128NL Corrigeert de donkere hoeken van het scherm, die worden veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: schaduw] t instelling van uw keuze. Corrigeert de donkere hoeken van het scherm automatisch. Uit Corrigeert de donkere hoeken van het scherm niet. Opmerking Voorbeeldfoto Automatisch Inhoudsopgave Lenscomp.: schaduw • Dit item is alleen beschikbaar met een lens met een Montagestuk E. Menu Index 129NL Vermindert de kleurafwijking van de hoeken van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: chrom. afw.] t instelling van uw keuze. Vermindert de kleurafwijking automatisch. Uit Corrigeert de kleurafwijking niet. Opmerking Voorbeeldfoto Automatisch Inhoudsopgave Lenscomp.: chrom. afw. • Dit item is alleen beschikbaar met een lens met een Montagestuk E. Menu Index 130NL Corrigeert de vervorming van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: vervorming] t instelling van uw keuze. Corrigeert de vervorming van het scherm automatisch. Uit Corrigeert de vervorming van het scherm niet. Opmerking Voorbeeldfoto Automatisch Inhoudsopgave Lenscomp.: vervorming • Dit item is alleen beschikbaar met een lens met een Montagestuk E. Menu Index 131NL Hiermee wordt ingesteld of een gezicht bij voorkeur wordt gevolgd of niet wanneer de camera dat gezicht ontdekt tijdens het volgen van een object. 1 MENU t [Instellingen] t [Gezichtsprioriteit volgen] t instelling van uw keuze. Uit Volgt het gezicht niet bij voorkeur. Als u het gezicht instelt als doel, volgt de camera het lichaam wanneer het gezicht niet zichtbaar is, ook wanneer [Gezichtsprioriteit volgen] ingesteld is op [Uit]. Als de bedoelde persoon van het scherm verdwijnt terwijl de camera hem/haar volgt, en vervolgens weer op het scherm verschijnt, richt de camera zich weer op dat gezicht. Menu Volgt het gezicht bij voorkeur. Wanneer het gezicht niet zichtbaar is op het LCD-scherm, volgt de camera het lichaam, maar wanneer het gezicht zichtbaar is, volgt de camera het gezicht. Als de bedoelde persoon van het scherm verdwijnt terwijl de camera hem/haar volgt, en vervolgens weer op het scherm verschijnt, richt de camera zich weer op dat gezicht. Voorbeeldfoto Aan Inhoudsopgave Gezichtsprioriteit volgen Opmerking Index • Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit], staat [Gezichtsprioriteit volgen] op [Uit] en kan dit niet worden gereset. 132NL Stelt in of u geluid opneemt tijdens het vastleggen van film of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [Filmgeluid opnemen] t instelling van uw keuze. Neemt geluid op (stereo). Uit Neemt geen geluid op. Opmerking • Het geluid van de lens en de camera in bedrijf zullen ook worden opgenomen wanneer u [Aan] hebt geselecteerd. Voorbeeldfoto Aan Inhoudsopgave Filmgeluid opnemen Menu Index 133NL Stelt in of tijdens het vastleggen van film windgeruis wordt verminderd of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [Windruis reductie] t instelling van uw keuze. Vermindert windgeruis. Uit Vermindert windgeruis niet. Opmerkingen • Stelt u dit in op [Aan] op een plaats waar de wind niet hard genoeg waait, dan kan dat ertoe leiden dat het normale geluid met te weinig volume wordt opgenomen. • Wanneer u een microfoon (los verkrijgbaar) gebruikt, wordt vermindering van het windgeruis niet uitgevoerd, ook niet als u deze functie op [Aan] hebt gezet. Voorbeeldfoto Aan Inhoudsopgave Windruis reductie Menu Index 134NL Hiermee kunt u een automatisch scherpgestelde positie voor elke lens registreren wanneer u een lens met Montagestuk A gebruikt met de LA-EA2-Montage-adapter (los verkrijgbaar). Inhoudsopgave AF-microafst. 1 MENU t [Instellingen] t [AF-microafst.]. 3 [hoeveelheid] t waarde van uw keuze t OK. Inst. voor aanp. AF Stelt in of de functie [AF-microafst.] wordt gebruikt of niet. Selecteer [Aan] als u de functie wilt gebruiken. Biedt u de mogelijkheid een optimale waarde te selecteren tussen –20 en +20. Wanneer u een grotere waarde selecteert, wordt de positie voor automatische scherpstelling weg van de camera geschoven. Wanneer u een kleinere waarde selecteert, wordt de positie voor automatische scherpstelling dichter naar de camera toe geschoven. Wissen Wist de waarde die u hebt ingesteld. Menu hoeveelheid Voorbeeldfoto 2 [Inst. voor aanp. AF] t [Aan]. Opmerkingen Index • Aanbevolen wordt de positie onder werkelijke opnameomstandigheden aan te passen. • Wanneer u een lens op het toestel zet waarvoor u al een waarde hebt geregistreerd, verschijnt de geregistreerde waarde op het scherm. [±0] wordt weergegeven voor een lens waarvoor nog geen waarde is geregistreerd. • Als [–] verschijnt, zijn meer dan 30 lenzen geregistreerd. Als u nog een lens wilt registreren, moet u eerst een waarde wissen. Bevestig een lens waarvan u de waarde wilt wissen en selecteer [±0]. Selecteer [Wissen], als u alle geregistreerde waarden wilt wissen. • Gebruik [AF-microafst.] alleen met Sony-, Minolta- en Konika-Minolta-lenzen. Als u [AF-microafst.] gebruikt met lenzen van andere merken, kan dat gevolgen hebben voor de geregistreerde waarde. • U kunt niet [AF-microafst.] afzonderlijk instellen voor een Sony-, Minolta- en Konika-Minolta-lens met dezelfde specificaties. 135NL Hiermee kunt u selecteren of u altijd het eerste scherm van het menu wilt weergeven of het scherm van het item dat u het laatst hebt ingesteld. 1 MENU t [Instellingen] t [Menustartpositie] t instelling van uw keuze. Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer. Vorige menu Geeft het laatste ingestelde item weer. Dit maakt het gemakkelijker om het laatste item dat u eerder hebt ingesteld, snel terug te stellen. Voorbeeldfoto Hoofdmenu Inhoudsopgave Menustartpositie Menu Index 136NL Door functies toe te wijzen aan diverse toetsen kunt u de bediening versnellen door op een toegewezen toets op het opname-informatiescherm te drukken. 1 MENU t [Instellingen] t [Eigen toetsinstellingen] t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave Eigen toetsinstellingen Voorbeeldfoto Softkey C Rechtertoets Menu Softkey B Rechtertoetsinstell. ISO Opnametips Witbalans AF/MF-selectie Lichtmeetfunctie Autom. scherpst. DRO/Auto HDR AF-gebied Foto-effect Index Opn.modus Object volgen Creatieve stijl Zoom Flitsfunctie Gezichtsherkenning Flitscompensatie Lach-sluiter MF Assist Aut. portretomkad. AEL-wisselen (bladzijde 140) Zachte-huideffect Niet ingesteld Kwaliteit Instelling soft-key B Opn.modus Witbalans Opnametips Lichtmeetfunctie Autom. scherpst. DRO/Auto HDR Object volgen Foto-effect Zoom Creatieve stijl Gezichtsherkenning Flitsfunctie Lach-sluiter Flitscompensatie 137NL Vervolg r MF Assist Zachte-huideffect AEL-wisselen (bladzijde 140) Kwaliteit Niet ingesteld ISO Instelling soft-key C Roept een opnamemodus op. Eigen Roept een functie op die is toegewezen aan [Eigen 1], [Eigen 2], [Eigen 3], [Eigen 4] of [Eigen 5]. Eigen 1 tot 5 AF/MF-selectie Voorbeeldfoto Opn.modus Inhoudsopgave Aut. portretomkad. Autom. scherpst. AF-gebied Menu Gezichtsherkenning Lach-sluiter Aut. portretomkad. Zachte-huideffect Kwaliteit ISO [Eigen 2] Witbalans Index [Eigen 1] Lichtmeetfunctie [Eigen 3] DRO/Auto HDR Foto-effect Creatieve stijl Flitsfunctie [Eigen 4]/[Eigen 5] Niet ingesteld Opmerkingen • [Eigen toetsinstellingen] is beschikbaar bij de volgende opnamestanden. Een functie die is toegewezen aan de rechtertoets, softkey B en softkey C op de draaiknop, wordt alleen opgeroepen in de volgende opnamemodus. – [Handm. belichting] – [Sluitertijdvoorkeuze] – [Diafragmavoorkeuze] – [Autom. programma] • De instelling of [Instelling soft-key B] is ongeldig: – wanneer de functie Object volgen is geactiveerd. – wanneer [AF-gebied] is ingesteld op [Flexibel punt] • U hoeft niet alle [Eigen 1], [Eigen 2], [Eigen 3], [Eigen 4] en [Eigen 5]-items in te stellen. 138NL Vervolg r 1 Druk op softkey C wanneer CUSTOM (Eigen) wordt weergegeven. Voorbeeldfoto 2 Selecteer [Eigen 1], [Eigen 2], [Eigen 3], [Eigen 4] of [Eigen 5] door op het rechter-/ linkergedeelte van de draaiknop te drukken. Inhoudsopgave Een functie oproepen die is toegewezen aan [Eigen] van softkey C Menu Index 139NL Wanneer het moeilijk is een juiste belichting voor het onderwerp te verkrijgen, kunt u met deze functie de belichting vergrendelen door scherp te stellen op een gebied dat de gewenste helderheid heeft en erop scherpstellen. 2 Selecteer [AEL-wisselen]. De rechtertoets of softkey B wordt de AEL-knop. 3 Richt de camera op een gebied waarop u de belichting wilt afstemmen. De belichting wordt ingesteld. 4 Druk op de AEL-knop. De belichting wordt vergrendeld en Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Eigen toetsinstellingen] t [Rechtertoetsinstell.] of [Instelling soft-key B]. Inhoudsopgave AEL-wisselen (AE-vergrendeling) licht op. 5 Stel scherp op uw onderwerp en maak opnamen. Menu 6 U kunt de belichtingsvergrendeling opheffen door weer op de AEL-knop te drukken. Index 140NL Selecteert het geluid dat wordt geproduceerd wanneer u de camera bedient. 1 MENU t [Instellingen] t [Pieptoon] t instelling van uw keuze. Schakelt de akoestische signalen in wanneer u op de draaiknop of de softkeys drukt. Uit Schakelt het akoestische signaal uit. Voorbeeldfoto Aan Inhoudsopgave Pieptoon Menu Index 141NL Selecteert de taal voor de menu-items, waarschuwingen en mededelingen. 1 MENU t [Instellingen] t [ Taal] t taal van uw keuze. Inhoudsopgave Taal Voorbeeldfoto Menu Index 142NL Stelt de datum en tijd opnieuw in. 1 MENU t [Instellingen] t [Datum/tijd instellen]. 3 Selecteer OK. Selecteert [ON] of [OFF]. Datumformaat: Selecteert de weergave-indeling van datum en tijd. Opmerking Menu Zomertijd: Voorbeeldfoto 2 Selecteer een item door op het rechter- of linkerdeel van de draaiknop te drukken en selecteer de instelling van uw keuze door te drukken op de boven- of onderzijde. Inhoudsopgave Datum/tijd instellen • De camera heeft geen functie voor het plaatsen van datums op beelden. Met behulp van "PlayMemories Home" op de cd-rom (bijgeleverd) kunt u beelden afdrukken of opslaan met de datum. Index 143NL Stelt het gebied in waar u de camera gebruikt. Hiermee kunt u de tijdzone instellen wanneer u de camera in het buitenland gebruikt. 1 MENU t [Instellingen] t [Tijdzone instellen] t instelling van uw keuze. Voorbeeldfoto 2 Selecteer een tijdzone door op de rechter- of linkerzijde van de draaiknop te drukken. Inhoudsopgave Tijdzone instellen Menu Index 144NL U kunt selecteren of het Help-scherm al dan niet wordt weergegeven wanneer u de camera bedient. 1 MENU t [Instellingen] t [Help-scherm] t instelling van uw keuze. Toont het Help-scherm. Uit Toont het Help-scherm niet. Voorbeeldfoto Aan Inhoudsopgave Help-scherm Menu Index 145NL U kunt de wachttijd bekorten tot de camera wordt uitgeschakeld wanneer het toestel niet wordt bediend, zo voorkomt u dat de accu leegraakt. 1 MENU t [Instellingen] t [Eco-stand] t instelling van uw keuze. Stelt [Stroombesparing] in op [10 sec.] en de helderheid van het LCD-scherm neemt af. Als u de camera een opgegeven periode niet gebruikt, wordt de helderheid van het LCDscherm verminderd. Standaard Volgt de instelling van [Stroombesparing]. Voorbeeldfoto Max Inhoudsopgave Eco-stand Opmerking Menu • Wanneer de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, kan deze optie niet worden ingesteld op [Max]. Index 146NL U kunt verschillende tijdsintervallen voor de camera instellen voor het overschakelen naar de stroombesparingsstand. Wanneer u de ontspanknop half indrukt, laat u de camera terugkeren naar de opnamefunctie. Inhoudsopgave Stroombesparing 1 MENU t [Instellingen] t [Stroombesparing] t instelling van uw keuze. 5 min. Schakelt over naar de stroombesparingsstand na een ingestelde tijd. 1 min. 20 sec. Voorbeeldfoto 30 min. 10 sec. Menu Opmerking • Schakel de camera uit wanneer u het toestel lang niet gebruikt. Index 147NL U kunt de helderheid van het LCD-scherm aanpassen. 1 MENU t [Instellingen] t [LCD-helderheid] t instelling van uw keuze. Hiermee kunt u de helderheid aanpassen binnen een bereik van –2 tot +2. Zonnig weer Stelt de helderheid in aan de hand van de opnameomstandigheden buiten. Voorbeeldfoto Handmatig Inhoudsopgave LCD-helderheid Menu Index 148NL Wanneer een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) is bevestigd, wordt de helderheid van de Elektronische zoeker automatisch aangepast aan de verlichtingsomstandigheden van de omgeving. Inhoudsopgave Helderheid zoeker 1 MENU t [Instellingen] t [Helderheid zoeker] Automatisch De helderheid automatisch aanpassen. Handmatig Hiermee kunt u de helderheid aanpassen binnen een bereik van –1 tot +1. Voorbeeldfoto 2 Kijk door de zoeker en selecteer de instelling van uw keuze. Menu Index 149NL Selecteert de kleur van het LCD-scherm. 1 MENU t [Instellingen] t [Kleur weergeven] t instelling van uw keuze. Zwart Blauw Roze Schakelt de geselecteerde kleur in. Voorbeeldfoto Wit Inhoudsopgave Kleur weergeven Menu Index 150NL Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het tonen van brede beelden. 1 MENU t [Instellingen] t [Breedbeeld] t instelling van uw keuze. Toont de brede beelden over het gehele scherm. Normaal Toont de brede beelden en de bedieningsinformatie op het scherm. Voorbeeldfoto Voll. scherm Inhoudsopgave Breedbeeld Menu Index 151NL Selecteert de beeldrichting bij de weergave van stilstaande beelden die zijn opgenomen in de portretpositie. 1 MENU t [Instellingen] t [Afspeelweergave] t instelling van uw keuze. Weergave in staande positie. Handm.roteren Weergave in liggende positie. Voorbeeldfoto Autom.roteren Inhoudsopgave Afspeelweergave Menu Index 152NL Wanneer u de camera aansluit op een HD-tv (High Definition) met HDMI-uitgangen met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), kunt u HDMI-resolutie selecteren voor het uitvoeren van beelden naar de tv. Inhoudsopgave HDMI-resolutie 1 MENU t [Instellingen] t [HDMI-resolutie] t instelling van uw keuze. De camera herkent een HD-tv (High Definition) automatisch en stelt de uitgangsresolutie in. 1080p Hiermee voert u signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080p). 1080i Hiermee voert u signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i). Voorbeeldfoto Automatisch Opmerking Menu • Als u het beeld niet goed kunt weergeven met de instelling [Automatisch], selecteert u [1080i] of [1080p] afhankelijk van de televisie die is aangesloten. Index 153NL Wanneer u de camera aansluit op een tv die compatibel is met "BRAVIA" Sync met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), kunt u beelden op uw camera afspelen door de afstandsbediening van de tv op de tv te richten. Zie pagina 169 over "BRAVIA" Sync. Aan Bedient de camera met de afstandsbediening van de tv. Uit Bedient de camera niet met de afstandsbediening van de tv. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [CTRL.VOOR HDMI] t instelling van uw keuze. Inhoudsopgave CTRL.VOOR HDMI Opmerking Menu • U kunt de camera bedienen met de afstandsbediening van uw tv door uw camera op een tv aan te sluiten die compatibel is met "BRAVIA" Sync. Index 154NL Selecteert de methode die wordt gebruikt voor een USB-verbinding. 1 MENU t [Instellingen] t [USB-verbinding] t instelling van uw keuze. Massaopslag Brengt een massaopslag-verbinding tot stand tussen de camera, een computer en andere USB-apparaten. MTP Brengt een MTP-verbinding tot stand tussen de camera, een computer en andere USB-apparaten. Windows 7-computers worden aangesloten op MTP en de unieke functies ervan worden ingeschakeld voor gebruik. In het geval van andere computers (Windows Vista/XP, Mac OS X) verschijnt de wizard Automatisch afspelen en worden de stilstaande beelden in de opnamemap op de camera overgezet naar de computer. Menu Brengt automatisch een massaopslag-verbinding of MTPverbinding tot stand, in overeenstemming met een computer en andere USB-apparaten die moeten worden aangesloten. Windows 7-computers worden verbonden met MTP en de unieke functies ervan worden ingeschakeld voor gebruik. Voorbeeldfoto Automatisch Inhoudsopgave USB-verbinding Opmerkingen Index • Deze verbinding kan lange tijd in beslag nemen wanneer [Automatisch] wordt geselecteerd. • Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag], als de camera niet wordt herkend door een computer. 155NL Zo kunt u de beeldsensor reinigen. 1 MENU t [Instellingen] t [Reinigen] t OK. Het bericht "Na het reinigen, camera uitschakelen. Doorgaan?" verschijnt. Inhoudsopgave Reinigen 2 Selecteer OK. 4 Neem de lens van de camera. 5 Reinig met behulp van het blaaskwastje het oppervlak van de beeldsensor en het omliggende gebied. Voorbeeldfoto De stofverwijderingsfunctie wordt automatisch geactiveerd. 3 Zet de camera uit. 6 Bevestig de lens. Menu Opmerkingen Index • Er wordt niet een blaaskwastje bij de camera geleverd. Gebruik een in de handel verkrijgbaar blaaskwastje. • Het reinigen kan alleen worden uitgevoerd wanneer het accuniveau (3 resterende accupictogrammen) of meer is. Het gebruik van een AC-PW20-netspanningsadapter (los verkrijgbaar) wordt aanbevolen. • Gebruik geen spuitbus met perslucht omdat hierdoor waterdruppels in het camerahuis terecht kunnen komen. • Steek de punt van het blaaskwastje niet in de holte voorbij de vatting, omdat de punt van het blaaskwastje de beeldsensor niet mag raken. • Houd de camera met de lensvatting omlaag gericht om te voorkomen dat stof weer neerdaalt in het camerahuis. • Stel de camera tijdens het reinigen niet bloot aan mechanische schokken. • Blaas niet te hard wanneer u de beeldsensor schoonmaakt met een blaaskwastje. 156NL Toont de versie van uw camera en lens. Controleer de versie wanneer er een firmwareupdate uitkomt. 1 MENU t [Instellingen] t [Versie]. Voorbeeldfoto Opmerking • Een update kan alleen worden uitgevoerd wanneer het accuniveau (3 resterende accupictogrammen) of meer is. We adviseren u de accu voldoende op te laden of een AC-PW20-netspanningsadapter (los verkrijgbaar) te gebruiken. Inhoudsopgave Versie Menu Index 157NL De functie [Demomodus] toont automatisch de films op de geheugenkaart (demonstratie) wanneer de camera enige tijd niet heeft gewerkt. Selecteer normaal [Uit]. Inhoudsopgave Demomodus 1 MENU t [Instellingen] t [Demomodus] t instelling van uw keuze. De demonstratie begint automatisch wanneer de camera ongeveer 1 minuut lang niet wordt gebruikt. Alleen beveiligde AVCHD-films zijn verkrijgbaar. Uit Toont de demonstratie niet. Voorbeeldfoto Aan Opmerkingen Menu • U kunt dit item alleen instellen wanneer de camera wordt gevoed door middel van de AC-PW20netspanningsadapter (los verkrijgbaar). • De camera start geen demonstratie wanneer er geen film is opgeslagen op de geheugenkaart, ook al is [Aan] geselecteerd. • Wanneer [Aan] is geselecteerd, schakelt de camera niet over naar de spaarstand. Index 158NL Initialiseert de instelling van de standaardwaarden. Ook als u [Terugstellen] activeert, blijven de beelden bewaard. 1 MENU t [Instellingen] t [Terugstellen] t OK. Voorbeeldfoto Opmerkingen • Zet vooral de camera niet uit tijdens het terugstellen. • De volgende instellingen worden niet teruggesteld: – [Datum/tijd instellen] – [Tijdzone instellen] – Gezichten geregistreerd met [Gezichtsregistratie] – De waarden die zijn geregistreerd met [AF-microafst.] Inhoudsopgave Terugstellen Menu Index 159NL Formatteert de geheugenkaart. Wanneer u voor het eerst een geheugenkaart met deze camera gebruikt, wordt het aanbevolen dat u de kaart formatteert voordat u de camera gebruikt. Zo garandeert u dat de kaart stabiel werkt. Permanent formatteren wist alle gegevens op de geheugenkaart en is onherstelbaar. Sla kostbare gegevens op een computer of dergelijk apparaat op. Opmerkingen • Permanent formatteren wist alle gegevens, ook de beveiligde beelden. • Tijdens het formatteren brandt het toegangslampje. U mag de geheugenkaart niet uitnemen zolang het toegangslampje brandt. • Formatteer de geheugenkaart in de camera. Als u de geheugenkaart op een computer formatteert, kunt u deze mogelijk niet in deze camera gebruiken, afhankelijk van het type formattering dat is uitgevoerd. • U kunt een geheugenkaart niet formatteren wanneer het resterende accuniveau minder 1 % is. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Formatteren] t OK. Inhoudsopgave Formatteren Menu Index 160NL Selecteert de methode voor het toewijzen van bestandsnummers aan beelden. 1 MENU t [Instellingen] t [Bestandsnummer] t instelling van uw keuze. De camera stelt de nummers niet terug en wijst geen opeenvolgende nummers aan bestanden toe totdat het nummer "9999" wordt bereikt. Terugstellen De camera stelt nummers terug wanneer een bestand wordt vastgelegd in een nieuwe map en wijst nummers toe aan bestanden vanaf "0001". Wanneer de opnamemap een bestand bevat, wordt het eerstvolgende nummer toegewezen. Voorbeeldfoto Serie Inhoudsopgave Bestandsnummer Menu Index 161NL Stilstaande beelden die u maakt, worden vastgelegd in een map die automatisch wordt aangemaakt in de DCIM-map op de geheugenkaart. U kunt de vorm van de mapnaam wijzigen. Inhoudsopgave Mapnaam 1 MENU t [Instellingen] t [Mapnaam] t instelling van uw keuze. De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + MSDCF. Voorbeeld: 100MSDCF Datumformaat De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J (laatste cijfer)/MM/DD. Voorbeeld: 10020405 (Mapnummer: 100, datum: 04/05/2012) Voorbeeldfoto Standaardform. Opmerking Menu • De naam van de filmmap staat vast op "mapnummer + ANV01". U kunt deze naam niet wijzigen. Index 162NL Wanneer de standaardnotatie voor de mapnaam is geselecteerd en er 2 of meer mappen bestaan, kunt u de opnamemap selecteren die moet worden gebruikt om stilstaande beelden in op te slaan. Inhoudsopgave Opnamemap kiezen 1 MENU t [Instellingen] t [Opnamemap kiezen] t map van uw keuze. Voorbeeldfoto Opmerkingen • U kunt de map niet selecteren wanneer u de instelling [Datumformaat] selecteert. • Filmbestanden (MP4) worden vastgelegd in een map voor films die hetzelfde nummer heeft als geselecteerde map voor stilstaande beelden. Menu Index 163NL Maakt een map aan op de geheugenkaart voor het vastleggen van beelden. Beelden worden vastgelegd in de nieuwe map totdat u een andere map aanmaakt of een andere opnamemap selecteert. Inhoudsopgave Nieuwe map 1 MENU t [Instellingen] t [Nieuwe map]. Opmerkingen Menu • Er worden tegelijkertijd een map voor stilstaande beelden en een map voor MP4-film aangemaakt, die hetzelfde nummer hebben. • Wanneer u een geheugenkaart in de camera zet die in andere apparatuur is gebruikt, en u maakt opnamen, dan zal misschien automatisch een nieuwe map worden aangemaakt. • Er kunnen in totaal tot wel 4.000 beelden worden opgeslagen in de mappen voor stilstaande beelden of film met hetzelfde nummer. Wanneer de capaciteit van de map wordt overschreden, wordt automatisch een nieuwe map aangemaakt. Voorbeeldfoto Er wordt een nieuwe map aangemaakt met een nummer dat 1 cijfer hoger is dan het hoogste nummer dat dan wordt gebruikt. Index 164NL Wanneer er onregelmatigheden worden aangetroffen in het beelddatabasebestand, die worden veroorzaakt door de verwerking van bestanden op computers en dergelijke apparaten, worden beelden op de geheugenkaart niet in deze vorm afgespeeld. Als dit gebeurt, repareert de camera het bestand. Het scherm [Beeld-DB herstellen] wordt getoond en de camera repareert het bestand. Wacht totdat de reparatie is voltooid. Opmerking • Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als het vermogen van de accu te veel afneemt tijdens het repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Beeld-DB herstellen] t OK. Inhoudsopgave Beeld-DB herstellen Menu Index 165NL Toont de opnametijd op de geheugenkaart die nog resteert voor het opnemen van film. Het aantal stilstaande beelden dat nog kan worden vastgelegd wordt ook getoond. 1 MENU t [Instellingen] t [Kaartruimte weerg.]. Inhoudsopgave Kaartruimte weerg. Voorbeeldfoto Menu Index 166NL Stelt in of u de uploadfunctie gebruikt of niet wanneer u gebruik maakt van een Eye-Fikaart (in de handel verkrijgbaar). Dit item verschijnt wanneer u een Eye-Fi-kaart in de camera zet. Inhoudsopgave Inst. uploaden 1 MENU t [Instellingen] t [Inst. uploaden] t instelling van uw keuze. Schakelt de uploadfunctie in. Het pictogram op het scherm verandert naar de communicatiestatus van de camera. Standby. Er zijn geen beelden te verzenden. Bezig met verbinding maken. Upload-standby. Bezig met uploaden. Fout Uit De uploadfunctie uitschakelen. • • • • Index De functie Eco-stand werkt niet zolang de camera bezig is met het uploaden van beelden. Eye-Fi-kaarten worden verkocht in de VS, Canada, Japan en sommige landen in de EU (vanaf maart 2012). Neem voor informatie rechtstreeks contact op met de fabrikant of de leverancier. Eye-Fi-kaarten kunnen alleen worden gebruikt in landen/regio's waar zij worden aangeschaft. Gebruik Eye-Fi-kaarten in overeenstemming met de wet van de landen/regio's waar u de kaart hebt aangeschaft. • Gebruik een Eye-Fi-kaart die in de camera is gezet, niet in een vliegtuig. Als er een Eye-Fi-kaart in de camera is ingevoerd, stelt u [Inst. uploaden] in op [Uit]. wordt op het scherm weergegeven als [Inst. uploaden] is ingesteld op [Uit]. Menu Opmerkingen Voorbeeldfoto Aan Beelden verzenden met behulp van een Eye-Fikaart 1 Stel uw Wi-Fi-netwerk of bestemming in op de Eye-Fi-kaart. Raadpleeg voor nadere bijzonderheden de handleiding die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd. 2 Plaats de Eye-Fi-kaart die u hebt geïnstalleerd, in de camera en maak stilstaande beelden. Beelden worden automatisch via het Wi-Fi-netwerk naar uw computer enzovoort verzonden. Opmerkingen • Wanneer u een splinternieuwe Eye-Fi-kaart voor de eerste keer gebruikt, kopieer dan het installatiebestand van Eye-Fi-manager dat op de kaart is vastgelegd, naar uw computer voordat u de kaart formatteert. • Gebruik een Eye-Fi-kaart wanneer u de firmware hebt geüpdatet naar de laatste nieuwe versie. Raadpleeg voor meer informatie de bedieningsinstructies bij de Eye-Fi-kaart. • De functie voor stroombesparing van de camera werkt niet zolang beelden worden verplaatst. • Als (fout) op het scherm wordt getoond, neem de geheugenkaart dan uit en voer deze weer in, of zet het toestel uit en weer aan. Als weer verschijnt, is de Eye-Fi-kaart misschien beschadigd. • Wi-Fi-netwerkcommunicatie kan misschien invloed ondervinden van andere communicatieapparaten. Als de communicatiestatus niet goed is, ga dan dichter naar het toegangspunt van het Wi-Fi-netwerk toe. • Raadpleeg voor nadere gegevens over de bestandstypen die kunnen worden geüpload, de gebruiksaanwijzing die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd. • Dit product ondersteunt niet de "Endless Memory Mode" van Eye-Fi. Controleer dat op de Eye-Fikaarten die u in dit product zet, de "Endless Memory Mode" is uitgeschakeld. 167NL Aansluiten op andere apparatuur Als u de beelden die u met de camera hebt gemaakt, op een tv-toestel wilt bekijken, hebt u een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) en een HD-tv-toestel met HDMI-aansluiting nodig. Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing die bij de tv is geleverd. Inhoudsopgave Beelden bekijken op een tv 1 Schakel zowel de camera als de tv uit. 3 Zet de tv aan en kies een ander ingangssignaal. Voorbeeldfoto 2 Sluit de camera met een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) op het tv-toestel aan. 1 Naar de HDMIaansluiting HDMI-kabel 4 Zet de camera aan en selecteer de weergavestand door op (de weergaveknop) te drukken. Menu De beelden die met de camera zijn opgenomen, verschijnen op het tv-scherm. Selecteer het beeld van uw keuze met de draaiknop. 2 Naar de HDMIaansluiting Opmerkingen Index • Sommige apparaten zullen mogelijk niet goed werken. • Er klinkt alleen geluid tijdens het opnemen of afspelen van films wanneer de camera is aangesloten met een HDMI-kabel. • Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo. • Gebruik een HDMI-miniaansluiting aan het ene einde (voor de camera) en een stekker die geschikt is voor de aansluiting op uw tv aan het andere einde. • Sluit de uitgangsconnector van het apparaat niet aan op de HDMI-aansluiting op de camera. Dit kan een storing veroorzaken. • Zelfs als de reliëffunctie is geactiveerd, worden de contouren van een scherpstelbereik niet geaccentueerd wanneer de camera is aangesloten met een HDMI-kabel. z Over "PhotoTV HD" Deze camera is compatibel met de norm "PhotoTV HD". Als u Sony's voor PhotoTV HD geschikte apparaten aansluit met een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), kunt u genieten van een compleet nieuwe wereld van foto's in adembenemende Full HD-kwaliteit. "PhotoTV HD" biedt een zeer gedetailleerde uitdrukking van subtiele patronen en kleuren, zoals op foto's. Raadpleeg de bij de tv geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. 168NL Vervolg r Door de camera met een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aan te sluiten op een tv die "BRAVIA" Sync ondersteunt, kunt u de camera bedienen met de afstandsbediening van de tv. 1 Sluit een tv op de camera aan die "BRAVIA" Sync ondersteunt. 2 Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de tv. 3 Gebruik de bedieningsknoppen op de afstandsbediening van de tv. Item Bediening Diavoorstelling Speelt beelden automatisch af. Speel 1 beeld af Keert terug naar het scherm met een enkel beeld. Schakelt over naar het beeldindexscherm. 3D-weergave 3D-beelden weergeven op een 3D-tv-toestel. Weergavefunctie Biedt u de mogelijkheid te bepalen hoe u de weer te geven beelden wilt groeperen. Wissen Wist het beeld. Menu Beeldindex Voorbeeldfoto Het ingangssignaal wordt automatisch omgeschakeld en het beeld dat met de camera is opgenomen, verschijnt op het tv-scherm. Inhoudsopgave Werken met "BRAVIA" Sync Opmerkingen Index • De beschikbare bedieningshandelingen zijn beperkt als de camera met een HDMI-kabel op een tv is aangesloten. • Alleen tv's die "BRAVIA" Sync ondersteunen, bieden SYNC MENU-bedieningshandelingen. De SYNC MENU-bedieningshandelingen verschillen afhankelijk van de tv die is aangesloten. Raadpleeg de bij de tv geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. • Als de camera onnodige bedieningshandelingen uitvoert als reactie op de afstandsbediening van het TV-toestel wanneer de camera met een HDMI-aansluiting op een TV-toestel van een andere fabrikant is aangesloten, gaat u als volgt te werk: MENU t [Instellingen] t [CTRL.VOOR HDMI] t [Uit]. 169NL Ga als volgt te werk als u panoramische 3D-beelden vastgelegd op de camera wilt weergeven op een 3D-tv-toestel. 1 Sluit de camera met een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) op het 3D-tv-toestel aan. HDMI-kabel Panoramische 3D-beelden die met de camera zijn opgenomen, verschijnen op het tv-scherm. Wanneer [Standaard] of [Breed] is geselecteerd, kunt u de panoramische 3D-beelden scrollen door op het midden van de draaiknop te drukken. Voorbeeldfoto 2 MENU t [Afspelen] t [3D-weergave] t OK. 1 Naar de HDMIaansluiting Inhoudsopgave 3D-weergave 2 Naar de HDMIaansluiting Menu Opmerkingen Index • Wanneer u [3D-weergave]-modus selecteert, worden alleen 3D-beelden weergegeven. • Sluit de camera en de aan te sluiten apparatuur niet aan via de uitgangen. Wanneer de camera en het tvtoestel worden aangesloten via de uitgangen, worden geen video en geluid geproduceerd. Een dergelijke aansluiting kan ook problemen veroorzaken met de camera en/of de aangesloten apparatuur. • Deze functie zal met sommige tv-toestellen misschien niet goed werken. U zult bijvoorbeeld niet een videobeeld op uw tv-toestel kunnen weergeven, geen signaal kunnen uitsturen in de 3D-stand of geluid horen uit het tv-toestel. • Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo. • Gebruik een HDMI-miniaansluiting aan het ene einde (voor de camera) en een stekker die geschikt is voor de aansluiting op uw tv aan het andere einde. z Normale stilstaande beelden weergeven op een tv- toestel Als u [3D-weergave] selecteert, worden alleen 3D-beelden op het tv-toestel weergegeven. Als u normale stilstaande beelden wilt weergeven, beëindigt u [3D-weergave] door op de onderzijde van de draaiknop te drukken. Als u wilt terugkeren naar 3D, drukt u weer op de onderzijde van de draaiknop. Selecteer MENU t [Afspelen] t [Beeldindex] als u de beeldindex wilt weergeven. 170NL Opmerkingen Voorbeeldfoto De volgende toepassingen staan op de cd-rom (bijgeleverd) en bieden een veelzijdiger gebruik van beelden die u met uw camera hebt geschoten. • "Image Data Converter" U kunt beeldbestanden in RAW-formaat openen. • "PlayMemories Home" U kunt stilstaande beelden of films die zijn opgenomen met de camera importeren op uw computer zodat u ze kunt bekijken en u kunt met diverse handige functies de beelden die u hebt vastgelegd, verfraaien. Zie voor uitgebreide informatie over de installatie ook bladzijde 173. Inhoudsopgave Met uw computer • RAW-beelden weergeven met "Image Data Converter". • "PlayMemories Home" is niet geschikt voor Mac-computers. Gebruik, wanneer u beelden weergeeft op Mac-computers, de juiste toepassingssoftware die bij de Mac-computer wordt geleverd. Menu Aanbevolen computeromgeving (Windows) De volgende computeromgeving wordt aanbevolen wanneer u de bijgeleverde software gebruikt en beelden importeert via een USB-verbinding. Microsoft Windows XP* SP3/Windows Vista** SP2/Windows 7 SP1 "PlayMemories Home" CPU: Intel Pentium III 800 MHz of sneller Voor het afspelen/bewerken van de High Definition-films: Intel Core Duo 1,66 GHz of sneller/Intel Core 2 Duo 1,66 GHz of sneller (Intel Core 2 Duo 2,26 GHz of sneller (AVC HD (FX/ FH))) Geheugen: Windows XP 512MB of meer (1 GB of meer wordt aanbevolen), Windows Vista/Windows 7 1 GB of meer Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd voor installatie: ongeveer 500 MB Computerscherm: Schermresolutie: 1024 × 768 beeldpunten of meer "Image Data Converter Ver.4" Index Besturingssysteem (vooraf geïnstalleerd) CPU/geheugen: Pentium 4 of sneller/1 GB of meer Computerscherm: 1024 × 768 beeldpunten of meer * 64-bits edities en Starter Edition worden niet ondersteund. Windows Image Mastering API (IMAPI) Ver. 2.0 of later is vereist voor de functie voor het maken van schijven. ** Starter Edition wordt niet ondersteund. 171NL Vervolg r De volgende computeromgeving wordt aanbevolen wanneer u de bijgeleverde software gebruikt en beelden importeert via een USB-verbinding. USB-verbinding: Mac OS X v10.3 – v10.7 "Image Data Converter Ver.4": Mac OS X v10.5, v10.6 (Snow Leopard), v10.7 (Lion) "Image Data Converter Ver.4" CPU: Intel-processors, zoals Intel Core Solo/Core Duo/ Core 2 Duo Geheugen: 1 GB of meer wordt aanbevolen Computerscherm: 1024 × 768 beeldpunten of meer Opmerkingen Menu • De juiste werking kan niet worden gegarandeerd in een computeromgeving die is opgewaardeerd tot een van de bovenstaande besturingssystemen of in een computeromgeving met meerdere besturingssystemen (multi-boot). • Als u 2 of meer USB-apparaten tegelijkertijd op een computer aansluit, is het mogelijk dat sommige apparaten, waaronder de camera, niet zullen werken afhankelijk van de typen USB-apparaten die zijn aangesloten. • Wanneer u de camera aansluit met behulp van een USB-interface die geschikt is voor Hi-Speed USB (USB 2.0), is geavanceerde gegevensoverdracht (High Speed) mogelijk omdat de camera geschikt is voor Hi-Speed USB (USB 2.0). • Wanneer de computer ontwaakt uit de waak- of slaapstand, is het mogelijk dat de communicatie tussen de camera en uw computer zich niet op hetzelfde moment herstelt. Voorbeeldfoto Besturingssysteem (vooraf geïnstalleerd) Inhoudsopgave Aanbevolen computeromgeving (Mac) Index 172NL Inhoudsopgave De software gebruiken De software installeren (Windows) Meld aan als beheerder. Het scherm met het installatiemenu verschijnt. • Als het niet verschijnt, dubbelklikt u op [Computer] (Voor Windows XP: [Deze computer]) t (PMHOME) t [Install.exe]. • Als het scherm Automatisch afspelen verschijnt, selecteert u "Install.exe uitvoeren" en volgt u de instructies die op het scherm verschijnen voor het vervolg van de installatie. Voorbeeldfoto 1 Zet de computer aan en plaats de cd-rom (bijgeleverd) in het cd-romstation. 2 De camera op de computer aansluiten (bladzijde 176). 3 Klik op [Installeren]. • Wanneer het bevestigingsbericht voor het opnieuw opstarten verschijnt, start u de computer opnieuw op volgens de instructies op het scherm. • DirectX zal misschien worden geïnstalleerd afhankelijk van de systeemomgeving van uw computer. Menu Controleer dat zowel "Image Data Converter" en "PlayMemories Home" zijn aangevinkt en volg de instructies op het scherm. 4 Verwijder de cd-rom nadat de installatie is voltooid. Index De volgende software is geïnstalleerd en er verschijnen snelkoppelingspictogrammen op het bureaublad. "Image Data Converter" "PlayMemories Home" "PlayMemories Home help-gids" Opmerking • Als "PMB" (Picture Motion Browser), dat bij een camera is geleverd die voor 2011 is aangeschaft, al op de computer is geïnstalleerd, wordt "PMB" overschreven door "PlayMemories Home" en zult u sommige functies van "PMB" misschien niet kunnen gebruiken. De software installeren (Mac) Meld aan als beheerder. 1 Zet de Mac-computer aan en plaats de cd-rom (bijgeleverd) in het cd-rom-station. 2 Dubbelklik op het pictogram van de cd-rom. 3 Kopieer het bestand [IDC_INST.pkg] in de map [MAC] naar het pictogram van de vaste schijf. 4 Dubbelklik op het bestand [IDC_INST.pkg] in de kopieerbestemmingsmap. Volg de aanwijzingen op het scherm en voltooi de installatie. 173NL Vervolg r Voorbeeldfoto Met "Image Data Converter" kunt u onder meer het volgende doen: • Beelden, opgenomen in RAW-indeling, bewerken door verschillende correcties toe te passen, zoals tooncurve en beeldscherpte. • Beelden aanpassen met witbalans, belichting en Creatieve stijl enzovoort. • De beelden die worden getoond en bewerkt op een computer, opslaan. U kunt het beeld opslaan als RAW-indeling of in de algemene bestandsindeling. • RAW-beelden en JPEG-beelden die met deze camera zijn vastgelegd, op het scherm tonen en vergelijken. • Beelden classificeren in 5 klassen. • Kleurlabel enzovoort aanbrengen. Inhoudsopgave "Image Data Converter" gebruiken z "Image Data Converter" gebruiken Menu Raadpleeg Help. Klik op [start] t [Alle programma's] t [Image Data Converter] t [Help] t [Image Data Converter Ver.4]. "Image Data Converter"-ondersteuningspagina (alleen Engels) http://www.sony.co.jp/ids-se/ Met "PlayMemories Home" kunt u onder meer het volgende doen: • Beelden instellen die met de camera zijn opgenomen en deze op de computer weergeven. • De beelden op de computer op een kalender rangschikken op opnamedatum voor weergave. • Stilstaande beelden bewerken (rode-ogencorrectie enzovoort), afdrukken en als e-mailbijlage versturen, de opnamedatum veranderen en meer. • Stilstaande beelden afdrukken of opslaan met de datum. • Een Blu-ray Disc of DVD maken van AVCHD-films die zijn geïmporteerd op een computer. (Een internetverbinding is nodig wanneer u voor de eerste keer een Blu-ray Disc/DVD-schijf maakt.) Index "PlayMemories Home" gebruiken Opmerkingen • "PlayMemories Home" is niet geschikt voor Mac-computers. Gebruik, wanneer u beelden weergeeft op Mac-computers, de juiste toepassingssoftware die bij de Mac-computer wordt geleverd. • Films die zijn opgenomen met de instelling [60i 24M(FX)/50i 24M(FX)]/[24p 24M(FX)/25p 24M(FX)] in [Opname-instelling], worden door "PlayMemories Home" geconverteerd voor een AVCHD-schijf. Deze conversie kan veel tijd in beslag nemen. U kunt geen schijf maken met de originele beeldkwaliteit. Als u de originele beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films opslaan op een Blu-ray Disc. 174NL Vervolg r Raadpleeg "PlayMemories Home help-gids". Dubbelklik op de snelkoppeling van (PlayMemories Home help-gids) op het bureaublad. Of klik op [start] t [Alle programma's] t [PlayMemories Home] t [PlayMemories Home help-gids]. Voorbeeldfoto "PlayMemories Home"-ondersteuningspagina (alleen Engels) http://www.sony.co.jp/pmh-se/ Inhoudsopgave z "PlayMemories Home" gebruiken Menu Index 175NL 1 Plaats een voldoende opgeladen accu in de camera of sluit de camera via de AC-PW20netspanningsadapter (los verkrijgbaar) aan op het stopcontact. 1 Naar een USB-aansluiting van de computer Voorbeeldfoto 2 Zet de camera en de computer aan. USB-kabel (bijgeleverd) 3 Sluit de camera op uw computer aan. Inhoudsopgave De camera op de computer aansluiten Wanneer er voor de eerste keer een USB-verbinding tot stand wordt gebracht, start uw computer automatisch een programma om de camera te herkennen. Wacht even. 2 Naar de USB-aansluiting Menu Beelden importeren op de computer (Windows) "PlayMemories Home" biedt u de mogelijkheid gemakkelijk beelden te importeren. Meer informatie over functies van "PlayMemories Home" vindt u in de "PlayMemories Home help-gids". Wanneer de wizard Automatisch afspelen verschijnt nadat u een USB-verbinding tot stand hebt gebracht tussen de camera en een computer, klikt u op [Map openen en bestanden weergeven] t [OK] t [DCIM] of [MP_ROOT] t kopieert u de beelden van uw keuze naar de computer. Index Beelden importeren op de computer zonder "PlayMemories Home" te gebruiken Opmerkingen • Gebruik voor bedieningshandelingen zoals het importeren van AVCHD-films op de computer "PlayMemories Home". • Wanneer de camera op de computer is aangesloten, kunnen beelden beschadigd raken of mogelijk niet worden afgespeeld als u met AVCHD-films of mappen werkt vanaf de aangesloten computer. AVCHDfilms mogen niet worden verwijderd of gekopieerd op de geheugenkaart vanaf de computer. Sony is niet aansprakelijk voor de gevolgen van deze handelingen via de computer. Beelden importeren op de computer (Mac) 1 Sluit de camera eerst op uw Mac-computer aan. Dubbelklik op het pas herkende pictogram op het bureaublad t de map waarin de beelden die u wilt importeren, zijn opgeslagen. 2 Sleep de beeldbestanden naar het pictogram van de vaste schijf. De beeldbestanden worden naar de vaste schijf gekopieerd. 3 Dubbelklik op het pictogram van de vaste schijf t het gewenste beeldbestand in de map die de gekopieerde bestanden bevat. Het beeld wordt weergegeven. 176NL Vervolg r Ga voor meer informatie over andere software voor Mac-computers naar de volgende URL: http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/ Voer de procedures uit vanaf stap 1 tot 2 hieronder voordat u het volgende wilt doen: • De USB-kabel loskoppelen. • De geheugenkaart verwijderen. • De camera uitzetten. 1 Dubbelklik op het ontkoppel-pictogram op de taakbalk. • Klik voor Windows 7 op en klik vervolgens op Voorbeeldfoto De USB-verbinding wissen Inhoudsopgave z De software voor Mac-computers Windows Vista . Ontkoppel-pictogram Menu 2 Klik op (USB-apparaat voor massaopslag veilig verwijderen). Opmerkingen Index • Sleep het pictogram van de geheugenkaart of het stationspictogram van tevoren naar het pictogram "Prullenbak" wanneer u een Mac-computer gebruikt en de camera wordt losgekoppeld van de computer. • Met Windows 7 zal het pictogram voor het verbreken van de aansluiting misschien niet worden weergegeven. In dergelijke gevallen kunt u de aansluiting verbreken zonder de hierboven vermelde procedure te volgen. • Verbreek de aansluiting van de USB-kabel niet wanneer het toegangslampje brandt. De gegeven kunnen dan beschadigd raken. 177NL Van het type schijf is afhankelijk op welke apparaten kan worden afgespeeld. Selecteer de methode die het best past bij uw speler. Hier worden 2 manieren voor het maken van een schijf beschreven, een schijf maken met een computer met "PlayMemories Home" of een schijf maken met andere apparaten dan een computer, bijvoorbeeld een recorder. Beschikbare opnameinstelling FX FH Blu-ray Disc Weergave apparaten (Sony Blu-ray Disc-speler, PlayStation®3, enz.) –* –* Gewone DVDweergaveapparaten (DVD-speler, computer die DVD' s, enz. kunnen afspelen) Index –* Standaard-beeldkwaliteit (STD) behouden AVCHD-indeling weergaveapparaten (Sony Blu-ray Disc-speler, PlayStation®3, enz.) Menu High-Definition-beeldkwaliteit (HD) behouden High-Definition-beeldkwaliteit (HD) behouden (AVCHDopnameschijf) Speler Voorbeeldfoto Type schijf/gebruik Inhoudsopgave Een filmschijf maken * Wanneer u een schijf maakt met "PlayMemories Home", kunt u dat doen door voor de beeldkwaliteit een lagere instelling te kiezen. 178NL Vervolg r Type schijf/gebruik Speler Op een Blu-ray Disc kunt u films in high definitionbeeldkwaliteit (HD) van langere duur vastleggen dan op DVD-schijven. High-Definition-beeldkwaliteit (HD) (AVCHD-opnameschijf) Een film in high definition-beeldkwaliteit (HD) kan worden vastgelegd op DVD-media, zoals DVD-Rschijven, en er wordt een schijf in high definitionbeeldkwalititeit (HD) gemaakt. • U kunt een schijf van high definition-beeldkwaliteit (HD) afspelen op afspeelapparaten voor AVCHDindeling, zoals een Sony Blu-ray Disc-speler en een PlayStation®3. U kunt de schijf niet afspelen op gewone DVD-spelers. Home" Index z Schijven die u niet gebruiken met "PlayMemories Menu Een film in standard definition-beeldkwaliteit (STD) die is geconverteerd van een film high definitionbeeldkwaliteit (HD) kan worden vastgelegd op DVDmedia, zoals DVD-R-schijven, en er wordt een schijf in Standaard-Definitie beeldkwaliteit standaardbeeldkwalititeit (STD) gemaakt. (STD) Voorbeeldfoto High-Definition-beeldkwaliteit (HD) Inhoudsopgave Karakteristieken van de verschillende typen schijf U kunt de volgende 12 cm-schijven gebruiken met "PlayMemories Home". Zie voor Blu-ray Disc bladzijde 180. Schijftype Kenmerken DVD-R/DVD+R/DVD+R DL Niet-herschrijfbaar DVD-RW/DVD+RW Herschrijfbaar • Zorg er altijd voor dat uw PlayStation®3 de nieuwste versie van de PlayStation®3-systeemsoftware gebruikt. • De PlayStation®3 is misschien in sommige landen/regio's niet leverbaar. 179NL Vervolg r U kunt een schijf van High-Definition-beeldkwaliteit (HD) in AVCHD-formaat maken van AVCHD-films die zijn geïmporteerd naar een computer met de software "PlayMemories Home". (Discs aanmaken). 2 Selecteer [AVCHD (HD)] uit de snelkeuzelijst die wordt gebruikt voor het selecteren van een schijf. 3 Selecteer de AVCHD-films die u wilt schrijven. 4 Klik op [Toevoegen]. Voorbeeldfoto 1 Start [PlayMemories Home] en klik op Inhoudsopgave Een schijf in High-Definition beeldkwaliteit (HD) maken (AVCHD-opnameschijf) • U kunt ook films toevoegen door te slepen en neer te zetten. 5 Maak een schijf door de instructies op het scherm te volgen. Index z Een AVCHD-opnameschijf afspelen op een computer Menu Opmerkingen • Installeer "PlayMemories Home" van tevoren. • Bestanden van stilstaande beelden en MP4-films kunnen niet worden vastgelegd op de AVCHDopnameschijf. • Het maken van een schijf kan lange tijd in beslag nemen. • Films die zijn opgenomen met de instelling [60i 24M(FX)/50i 24M(FX)]/[24p 24M(FX)/25p 24M(FX)] in [Opname-instelling], worden door "PlayMemories Home" geconverteerd voor een AVCHD-schijf. Deze conversie kan veel tijd in beslag nemen. U kunt geen schijf maken met de originele beeldkwaliteit. Als u de originele beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films opslaan op een Blu-ray Disc. U kunt de schijven afspelen met "PlayMemories Home". Selecteer het DVD-station waar de schijf zich bevindt en klik op [Player for AVCHD] op "PlayMemories Home". Zie "PlayMemories Home help-gids" voor informatie. • Afhankelijk van de computeromgeving zullen films misschien niet gelijkmatig worden afgespeeld. Maken - een Blu-ray Disc U kunt een Blu-ray Disc maken met AVCHD-films die eerder op een computer zijn geïnstalleerd. Uw computer moet het maken van een Blu-ray Disc ondersteunen. BD-R-media (niet-herschrijfbaar) en BD-RE-media (herschrijfbaar) kunnen worden gebruikt voor het maken van een Blu-ray Disc. U kunt bij geen van beide typen schijf materiaal toevoegen wanneer de schijf eenmaal is gemaakt. U kunt alleen Blu-ray Disc's maken met "PlayMemories Home" als u fabrikantspecifieke aanvullende software installeert. Ga voor meer informatie naar de volgende URL: http://support.d-imaging.sony.co.jp/BDUW/ Zie "PlayMemories Home help-gids" voor informatie. 180NL Vervolg r U kunt een schijf van Standard Definition-beeldkwaliteit (STD) maken van AVCHDfilms die zijn geïmporteerd naar een computer met de bijgeleverde software "PlayMemories Home". (Discs aanmaken). 2 Selecteer [DVD-Video (STD)] uit de snelkeuzelijst die wordt gebruikt voor het selecteren van een schijf. 3 Selecteer de AVCHD-films die u wilt schrijven. 4 Klik op [Toevoegen]. Voorbeeldfoto 1 Start [PlayMemories Home] en klik op Inhoudsopgave Een schijf van standard definition-beeldkwaliteit (STD) op een computer maken • U kunt ook films toevoegen door te slepen en neer te zetten. 5 Maak een schijf door de instructies op het scherm te volgen. Index Een filmschijf maken met een ander apparaat dan een computer Menu Opmerkingen • Installeer "PlayMemories Home" van tevoren. • MP4-filmbestanden kunnen niet worden vastgelegd op een schijf. • Het maken van een schijf neemt meer tijd in beslag omdat AVCHD-films worden geconverteerd naar films van standard definition-beeldkwaliteit (STD). • Een internetverbinding is nodig wanneer u voor de eerste keer een DVD-Video (STD) maakt. U kunt een schijf maken met een Blu-ray Disc-recorder, enz. Van het gebruikte apparaat hangt af welk schijftype u kunt gebruiken. Apparaat Schijftype Blu-ray Disc-recorder: Voor het maken van een Blu-ray Disc of DVD met standaard beeldkwaliteit (STD) High-Definition- Standaardbeeldkwaliteit Definitie (HD) beeldkwaliteit (STD) HDD-recorder enzovoort: Voor het maken van een DVD met standaardbeeldkwaliteit (STD) Standaard-Definitie beeldkwaliteit (STD) Opmerking • Raadpleeg voor meer informatie over het maken van een schijf de gebruiksaanwijzing die bij het gebruikte apparaat wordt geleverd. 181NL Menu Opmerkingen Index • U kunt geen RAW-beelden afdrukken. • Wanneer u beelden die zijn opgenomen in de stand [16:9] afdrukt, worden de beide zijkanten misschien afgesneden. • U kunt afhankelijk van de printer misschien panoramische beelden niet afdrukken. • Wanneer u afdrukken maakt in de winkel, let dan op het volgende. – Vraag in de fotoafdrukservicewinkel met welke typen geheugenkaarten zij overweg kunnen. – Een geheugenkaart-adapter (los verkrijgbaar) zal misschien nodig zijn. Vraag advies in uw fotoafdrukservicewinkel. – Maak altijd eerst een kopie (back-up) van uw gegevens op een schijf, voordat u met beeldgegevens naar de winkel gaat. – U kunt niet het aantal afdrukken instellen. – Als u data op beelden wilt afdrukken, vraag dan advies in uw fotoafdrukservicewinkel. • De camera is niet geschikt voor "PictBridge". Voorbeeldfoto U kunt stilstaande beelden afdrukken met de volgende methoden. • Direct afdrukken met een printer die uw type geheugenkaart ondersteunt Raadpleeg de bij de printer geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. • Afdrukken met behulp van een computer U kunt beelden importeren op een computer met de "PlayMemories Home"-software en de beelden afdrukken. U kunt de datum op het beeld zetten en afdrukken. Zie de "PlayMemories Home help-gids" voor meer informatie. • Afdrukken in een winkel U kunt een geheugenkaart met daarop de beelden die met de camera zijn geschoten, naar een winkel brengen die foto's afdrukt. Als de winkel maar fotoafdrukservices ondersteunt die voldoen aan DPOF, kunt u van tevoren in de weergavestand een markering (Afdrukopdracht) op beelden zetten, zodat u ze niet opnieuw hoeft te selecteren wanneer u ze in de winkel afdrukt. Inhoudsopgave Stilstaande beelden afdrukken 182NL Problemen oplossen Als u problemen ondervindt met de camera, probeer dan de volgende oplossingen. 1 Controleer de punten op de bladzijden 183 tot 188. 3 Stel de instellingen terug (bladzijde 159). Menu 4 Neem contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke technische dienst van Sony. Voorbeeldfoto 2 Verwijder de accu, wacht ongeveer 1 minuut, plaats de accu weer en zet de camera aan. Inhoudsopgave Problemen oplossen Accu en voeding Het lukt niet de accu te plaatsen. De indicator van het resterend accuvermogen is onjuist, of voldoende resterend accuvermogen wordt aangegeven, maar de accu raakt te snel leeg. Index • Verschuif bij het plaatsen van de accu met de punt van de accu de vergrendelingshendel. • U kunt alleen een NP-FW50-accu gebruiken. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is. • Dit doet zich voor wanneer u de camera op een zeer warme of koude plaats gebruikt. • De accu is leeg. Plaats een opgeladen accu. • De accu is niet meer bruikbaar. Vervang de accu door een nieuwe. De camera kan niet worden ingeschakeld. • Plaats de accu op de juiste wijze. • De accu is leeg. Plaats een opgeladen accu. • De accu is niet meer bruikbaar. Vervang de accu door een nieuwe. De camera schakelt plotseling uit. • Wanneer de camera of de accu te warm is, toont de camera een waarschuwingsbericht en schakelt zichzelf uit om de camera te beschermen. • Als de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt de camera in de stroombesparingsstand gezet. U kunt de stroombesparingsstand opheffen door de camera te bedienen, bijvoorbeeld door de ontspanknop half in te drukken (bladzijde 147). Het laadlampje op de camera knippert tijdens het opladen van de accu. • U kunt alleen een NP-FW50-accu gebruiken. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is. • Als u een accu oplaadt die lang niet is gebruikt, zal het laadlampje op de camera misschien knipperen. • Het laadlampje knippert op twee manieren: snel (met tussenpozen van ongeveer 0,3 seconde) en langzaam (met tussenpozen van ongeveer 1,3 seconde). Knippert het snel, neem de accu dan uit en zet dezelfde accu weer stevig in, of verbreek de aansluiting en sluit de USB-kabel weer aan. Als het laadlampje dan weer Vervolg r 183NL De accu is niet opgeladen, ook al is het Laadlampje op de camera uitgeschakeld. De accu is leeg. • Wanneer de accu niet wordt opgeladen (laadlampje brandt niet) terwijl u de juiste oplaadprocedure volgt, verwijdert u de accu en plaatst u die terug of koppelt u de USB-kabel los en sluit u deze weer aan. Voorbeeldfoto • Dit doet zich voor wanneer u de camera op een zeer warme of koude plaats gebruikt. Laad de accu op bij geschikte temperaturen tussen 10 °C en 30 °C. Inhoudsopgave snel knippert, kunt u vermoeden dat er iets niet goed is met de accu, netspanningsadapter (bijgeleverd) of de USB-kabel. Langzaam knipperen duidt erop dat het laden wordt opgeschort omdat de omgevingstemperatuur buiten het geschikte bereik is voor het opladen van de accu. Het laden zal worden hervat en het Laadlampje zal branden wanneer de omgevingstemperatuur terugkeert binnen het geschikte temperatuurbereik. Laad de accu op bij geschikte temperaturen tussen 10 °C en 30 °C. Beelden opnemen U hebt de camera ingeschakeld, maar er verschijnt niets op het LCD-scherm. Menu • Als de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt de camera in de stroombesparingsstand gezet. U kunt de stroombesparingsstand opheffen door de camera te bedienen, bijvoorbeeld door de ontspanknop half in te drukken (bladzijde 147). De sluiter wordt niet ontspannen. Index • U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar en de schakelaar staat in de LOCK-stand. Zet de schrijfbeveiligingsschakelaar in de stand voor opnemen. • Controleer de vrije opslagcapaciteit van de geheugenkaart. • U kunt tijdens het opladen van de flitser geen beelden opnemen. • De lens is niet goed op het toestel gezet. Zet de lens goed op het toestel. Het opnemen duurt erg lang. • De ruisonderdrukkingsfunctie is ingeschakeld (bladzijden 127, 128). Dit is geen storing. • U maakt opnamen in de stand RAW (bladzijde 84). Omdat een RAW-gegevensbestand groot is, zal het maken van opnamen in de RAW-stand misschien meer tijd in beslag nemen. • De Auto HDR is bezig een beeld te verwerken (bladzijde 95). Het beeld is onscherp. • Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Controleer de minimale afstand waarop de lens kan scherpstellen. • U maakt opnamen in de stand voor handmatig scherpstellen. Stel [AF/MF-selectie] in op [Aut. scherpst.] (bladzijde 66). • Er is onvoldoende omgevingslicht. • Voor het onderwerp is mogelijk speciale scherpstelling vereist. Met de [Flexibel punt] (bladzijde 68) of de functie voor handmatige scherpstelling (bladzijde 66). De flitser werkt niet. • Druk op (flitserknop) om de flitser de activeren. • U kunt geen flitser gebruiken in de volgende opnamestand: – [Bracket: continu] – [Panorama d. beweg.] – [3D-panor. d. beweg.] – [Nachtscène] en [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] – [Anti-bewegingswaas] – Films opnemen 184NL Vervolg r • Het flitslicht is weerkaatst door deeltjes in de lucht (stof, pollen enzovoort) en dat is op het beeld te zien. Dit is geen storing. Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen. Een foto die met de flitser is gemaakt, is te donker. • Als het onderwerp zich buiten het flitserbereik (de afstand die door het flitslicht kan worden bereikt) bevindt, zullen de beelden donker zijn omdat het flitslicht het onderwerp niet bereikt. Als de ISOgevoeligheid wordt veranderd, verandert tevens het flitserbereik. Voorbeeldfoto • De flitser is binnen een korte tijd meerdere keren gebruikt. Als de flitser meerdere keren achter elkaar is gebruikt, kan het opladen langer duren dan gebruikelijk omdat moet worden voorkomen dat de camera te heet wordt. Inhoudsopgave Wazige ronde witte vlekken zijn te zien op beelden die met de flitser zijn gemaakt. De datum en tijd worden onjuist vastgelegd. De diafragmawaarde en/of de sluitertijd knipperen/knippert. Menu • Stel de juiste datum en tijd in (bladzijde 143). • Het gebied dat is geselecteerd met [Tijdzone instellen] verschilt van het feitelijke gebied. Stel het feitelijke gebied in door MENU t [Instellingen] t [Tijdzone instellen] te selecteren. • Omdat het onderwerp te helder of te donker is, ligt het buiten het beschikbare bereik van de camera. Pas de instellingen opnieuw aan. Het beeld is witachtig (schittering). Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (Schaduwbeeld). Index • De foto is genomen onder een sterke lichtbron waarbij veel te veel licht in de lens is gevallen. Bevestig een lenskap wanneer u de zoomlens gebruikt. De hoeken van de foto zijn te donker. • Als een filter of lenskap wordt gebruikt, neem deze dan van de lens en maak de opname opnieuw. Door de dikte van het filter en een onjuiste bevestiging van de lenskap kan het filter of de lenskap gedeeltelijk zichtbaar zijn in het beeld. De optische eigenschappen van bepaalde lenzen kunnen ertoe leiden dat de rand van het beeld te donker lijkt (onvoldoende licht). U kunt dit verschijnsel corrigeren met [Lenscomp.: schaduw] (bladzijde 129). De ogen van het onderwerp zijn rood. • Activeer de functie Rode ogen verm. (pagina 109). • Ga dicht naar het onderwerp toe en maak de opname binnen het flitserbereik met de flitser. Punten verschijnen en blijven op het LCD-scherm. • Dit is geen storing. Deze punten worden niet vastgelegd. Het beeld is wazig. • De foto is zonder flitser gemaakt op een donkere locatie, waardoor bewegingsonscherpte is ontstaan. Het gebruik van een statief of de flitser wordt aanbevolen (bladzijde 65). [Schemeropn. uit hand] in [Scènekeuze] (bladzijde 53) en [Anti-bewegingswaas] (bladzijde 55) zijn ook effectief bij het verminderen van onscherpte. De belichtingswaarde knippert op het LCD-scherm of de zoeker. • Het onderwerp is te fel verlicht of te donker voor het lichtmeetbereik van de camera. 185NL Vervolg r • Wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt geklapt met [Zelfontsp. v. zelfportret] ingesteld op [Aan], knippert het zelfontspannerlampje niet. Beelden weergeven Inhoudsopgave Het zelfontspannerlampje knippert niet. Het lukt niet beelden weer te geven. Voorbeeldfoto • De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer. • Wanneer een beeldbestand is verwerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is vastgelegd op een ander model dan dat van uw camera, is niet gegarandeerd dat het beeldbestand op uw camera kan worden weergegeven. • De camera staat in de USB-stand. Wis de USB-verbinding (bladzijde 177). • Geef beelden die op een computer zijn opgeslagen, weer met "PlayMemories Home" met deze camera. Beelden wissen/bewerken Menu Het lukt niet het beeld de wissen. • Hef de beveiliging op (bladzijde 104). Het beeld is per ongeluk gewist. • Wanneer u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. We adviseren u de beelden die u niet wilt wissen, te beveiligen (bladzijde 104). Index U kunt het DPOF-merkteken niet zetten. • U kunt geen DPOF-markering op RAW-beelden zetten. Computers Het is niet zeker of het besturingssysteem geschikt is voor de camera. • Zie "Aanbevolen computeromgeving" (bladzijde 171). De computer herkent de camera niet. • Controleer of de camera aan staat. • Wanneer de accu bijna leeg is, plaatst u een opgeladen accu of sluit u de netspanningsadapter (los verkrijgbaar) aan. • Gebruik de USB-kabel (bijgeleverd) voor aansluiting. • Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan. • Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag] (bladzijde 155). • Koppel alle apparatuur behalve de camera, het toetsenbord en de muis los van de USB-aansluitingen van uw computer. • Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander apparaat. Het lukt niet beelden te kopiëren. • Breng de USB-verbinding tot stand door de camera goed aan te sluiten op uw computer (bladzijde 176). • Volg de aangeduide kopieerprocedure voor uw besturingssysteem. • Het kan voorkomen dat u de beeldbestanden van een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, niet naar een computer kunt kopiëren. Maak een opname met een geheugenkaart die op uw camera is geformatteerd. Vervolg r 186NL • Als u "PlayMemories Home" gebruikt, raadpleeg dan de "PlayMemories Home help-gids". • Vraag advies aan de fabrikant van de computer of de software. Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer bekijkt. Nadat u een USB-verbinding tot stand hebt gebracht, wordt "PlayMemories Home" niet automatisch gestart. • Breng de USB-verbinding tot stand nadat de computer is opgestart (bladzijde 176). Voorbeeldfoto • U speelt de film af rechtstreeks van de geheugenkaart. Importeer de film op uw computer met "PlayMemories Home" en speel de film af. Inhoudsopgave Het lukt niet beelden weer te geven op een computer. Geheugenkaart Het lukt niet een geheugenkaart te plaatsen. Menu • De richting waarin de geheugenkaart is geplaatst, is verkeerd. Plaats de geheugenkaart in de juiste richting. Het lukt niet een opname te maken op een geheugenkaart. • De geheugenkaart is vol. Wis beelden die u niet wilt bewaren (bladzijden 31, 99). • Er is een onbruikbare geheugenkaart geplaatst. De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. Index • Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U kunt deze niet meer herstellen. Afdrukken Het lukt niet beelden af te drukken. • RAW-beelden kunnen niet worden afgedrukt. Als u RAW-beelden wilt afdrukken, moet u ze eerst naar JPEG-beelden converteren met "Image Data Converter" op de bijgeleverde cd-rom. Het beeld heeft een vreemde kleur. • Bij het afdrukken van beelden die opgenomen zijn in de stand Adobe RGB op sRGB-printers die niet geschikt zijn voor Adobe RGB (DCF2.0/Exif2.21 of later), worden de beelden met een lagere verzadiging afgedrukt. Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden. • Afhankelijk van uw printer, kunnen de randen links, rechts, boven of onder van het beeld worden afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat werd opgenomen met de beeldverhouding [16:9], kunnen de zijkanten van het beeld worden afgesneden. • Wanneer u beelden afdrukt met uw eigen printer, moet u de instellingen voor bijsnijden of randloos afdrukken van de printer annuleren. Vraag de fabrikant van de printer of de printer deze functies heeft. • Wanneer u beelden laat afdrukken bij een fotoafdrukservice, vraag dan of de beelden kunnen worden afgedrukt zonder dat beide randen worden afgesneden. 187NL Vervolg r • Met "PlayMemories Home" kunt u beelden afdrukken met de datum. • De camera heeft geen functie voor het plaatsen van datums op beelden. Maar omdat de beelden die met de camera zijn opgenomen, informatie over de opnamedatum bevatten, kunt u beelden afdrukken met de datum op het beeld als de printer of de software Exif-informatie kan herkennen. Vraag aan de fabrikant van de printer of van de software advies over compatibiliteit met Exif-informatie. • Wanneer u beelden laat afdrukken in een winkel, kunnen de beelden op verzoek ook worden afgedrukt met de datum. De lens raakt beslagen. • Er is condensvorming opgetreden. Zet de camera uit en laat het toestel ongeveer een uur liggen voordat u het weer gebruikt. Voorbeeldfoto Overige Inhoudsopgave Het lukt niet de beelden af te drukken met de datum. Het bericht "Gebied/datum/tijd instellen" verschijnt wanneer u de camera aanzet. Menu • De camera is enige tijd niet gebruikt terwijl er een zwakke accu of geen accu in zat. Laad de accu op en stel de datum opnieuw in (bladzijde 143). Als het bericht steeds verschijnt wanneer u de accu oplaadt, is de interne oplaadbare accu misschien niet meer goed. Neem contact op met uw Sonydealer of de plaatselijke technische dienst van Sony. De datum en tijd worden onjuist vastgelegd. • Corrigeer of controleer de ingestelde datum en tijd door MENU t [Instellingen] t [Datum/tijd instellen] te selecteren. • Dit komt doordat de compressieverhouding en het beeldformaat na compressie veranderen afhankelijk van het beeld, wanneer u een JPEG-beeld opneemt. Index Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt met 2 beelden tegelijk af. De instelling wordt teruggesteld zonder de terugstelbewerking. • De accu is verwijderd terwijl de Aan/Uit-schakelaar op ON stond. Zorg er bij het verwijderen van de accu voor dat de camera is uitgeschakeld en het toegangslampje niet brandt. De camera werk niet goed. • Zet de camera uit. Haal de accu uit de camera en plaats hem weer terug. Als de camera heet is, haalt u de accu uit het toestel en laat u deze afkoelen voordat u deze corrigerende handeling uitvoert. • Als er een netspanningsadapter (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, koppelt u de voedingskabel los. Sluit de voedingskabel aan en zet de camera weer aan. Neem contact op met uw Sony-dealer of het erkende Sony-servicecentrum bij u in de buurt als de camera niet werkt nadat u deze maatregelen hebt uitgevoerd. "--E-" wordt op het scherm aangeduid. • Verwijder de geheugenkaart en plaats deze terug. Als de aanduiding niet verdwijnt na deze procedure, moet u de geheugenkaart formatteren (bladzijde 160). 188NL Als één van de onderstaande berichten verschijnt, voert u de onderstaande instructies uit. Accu is ongeschikt. Gebruik het juiste type. • U gebruikt een accu die niet geschikt is voor het toestel. • Stel de datum en tijd in. Laad de interne oplaadbare accu op, als u de camera lange tijd niet hebt gebruikt. Onvoldoende acculading. • U hebt geprobeerd de beeldsensor te reinigen (Reinigen) terwijl de accu onvoldoende was opgeladen. Laad de accu op of gebruik een netspanningsadapter (los verkrijgbaar). • De geheugenkaart is geformatteerd op een computer en de bestandsindeling is gewijzigd. Selecteer OK en formatteer vervolgens de geheugenkaart. U kunt de geheugenkaart daarna opnieuw gebruiken, maar alle eerder opgenomen gegevens op de geheugenkaart zijn gewist. Het formatteren kan enige tijd in beslag nemen. Vervang de geheugenkaart als het bericht toch nog wordt weergegeven. Menu Geheugenkaart onbruikbaar. Formatteren? Voorbeeldfoto Gebied/datum/tijd instellen Inhoudsopgave Waarschuwingsberichten Geheugenkaartfout • Er is een ongeschikte geheugenkaart geplaatst of het formatteren is mislukt. Index Plaats geheugenkaart opnieuw. • De geplaatste geheugenkaart kan niet worden gebruikt in uw camera. • De geheugenkaart is beschadigd. • Het contactgedeelte van de geheugenkaart is vuil. Op deze geheugenkaart kunt u mogelijk niet normaal opnemen en afspelen. • De geplaatste geheugenkaart kan niet worden gebruikt in de camera. Verwerkt... • Er wordt ruisonderdrukking bij lange belichting of bij hoge ISO uitgevoerd. Tijdens de ruisonderdrukking kunt u verder geen opnamen maken. U kunt de functie voor ruisonderdrukking bij lange belichtingstijden uitschakelen. Beeldweergave onmogelijk. • Het is mogelijk dat beelden die zijn vastgelegd met een andere camera of beelden die zijn gewijzigd op een computer, niet worden weergegeven. Lens niet herkend. Goed aanbrengen. • De lens is niet of niet goed op het toestel gezet. Als het bericht verschijnt terwijl er een lens op het toestel zit, zet de lens dan opnieuw op het toestel. Als het bericht vaak verschijnt, controleer dan of de contacten van de lens en de camera wel schoon zijn. • Als u de camera op een astronomische telescoop of iets dergelijks bevestigt, stelt u [Opn. zonder lens] in op [Inschakelen] (bladzijde 124). 189NL Vervolg r Geen beelden beschikbaar. • Er staat geen beeld op de geheugenkaart. Inhoudsopgave • De functie SteadyShot werkt niet. U kunt doorgaan met opnamen maken, maar de functie SteadyShot zal niet werken. Schakel de camera uit en weer in. Als dit pictogram niet verdwijnt, neem dan contact op met uw Sony-dealer of met de erkende technische dienst van Sony bij u in de buurt. Beeld is beveiligd. Voorbeeldfoto • U hebt geprobeerd beveiligde beelden te wissen. Afdrukken onmogelijk. • U hebt geprobeerd RAW-beelden te markeren met een DPOF-merkteken. Camera te warm. Laat camera afkoelen. • De camera is heet geworden omdat u zonder onderbreking opnamen hebt gemaakt. Zet de camera uit. Laat de camera afkoelen en wacht totdat het toestel weer klaar is voor gebruik. Menu • U hebt lang achtereen films opgenomen, de temperatuur van de camera is opgelopen. Stop met het maken van opnamen totdat de camera is afgekoeld. • Er zijn meer beelden dan het databeheer van de camera aankan in een databasebestand. Index • Het lukt niet het databasebestand te registreren. Importeer alle beelden op een computer met "PlayMemories Home" en herstel de geheugenkaart. Camerafout • Zet de camera uit, haal de accu eruit en plaats de accu weer terug in het toestel. Als deze mededeling vaak verschijnt, neem dan contact op met uw Sony-dealer of met de erkende technische dienst van Sony bij u in de buurt. Fout in beelddatabasebestand. • Er is iets niet goed gegaan in het Beelddatabasebestand. Selecteer [Instellingen] t [Beeld-DB herstellen] t OK. Fout van beelddatabasebestand. Herstellen? • U kunt geen AVCHD-films opnemen of afspelen omdat het Beelddatabasebestand is beschadigd. Volg de aanwijzingen op het scherm die u helpen de gegevens te herstellen. Opnemen niet beschikbaar in dit filmformaat. • Stelt [Bestandsindeling] in [MP4]. Beeldvergroting onmogelijk. Beeldrotatie onmogelijk. • Beelden die met andere camera's zijn opgenomen, zullen mogelijk niet kunnen worden vergroot of geroteerd. 190NL Vervolg r • U hebt geprobeerd beelden te wissen zonder dat u beelden hebt opgegeven. Geen beelden gewijzigd. • U hebt geprobeerd DPOF uit te voeren zonder dat u beelden hebt opgegeven. Inhoudsopgave Geen beelden geselecteerd. Kan geen mappen meer maken. Voorbeeldfoto • Er staat een map met een naam die begint met "999" op de geheugenkaart. Als dat het geval is, kunt u geen mappen maken. Menu Index 191NL Overige Opmerking • Een elektronische spanningsomvormer is niet nodig en gebruik ervan kan een storing veroorzaken. Over tv-kleursystemen Voorbeeldfoto U kunt de netspanningsadapter (bijgeleverd) en de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) gebruiken in elk land of gebied met een stroomvoorziening van 100 V tot 240 V wisselstroom van 50 Hz/60 Hz. Inhoudsopgave De camera in het buitenland gebruiken De camera neemt automatisch waar wat het kleursysteem is van het aangesloten videoapparaat en past zich daarbij aan. Bahama's, Bolivia, Canada, Chili, Colombia, Ecuador, Filippijnen, Jamaica, Japan, Korea, Mexico, Midden-Amerika, Peru, Suriname, Taiwan, Venezuela, Verenigde Staten, enzovoort. Menu NTSC-systeem PAL-systeem Index Australië, België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Hongarije, Hongkong, Italië, Indonesië, Koeweit, Kroatië, Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Singapore, Slowakije, Spanje, Thailand, Tsjechië, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Vietnam, Zweden, Zwitserland, enzovoort. PAL-M-systeem Brazilië PAL-N-systeem Argentinië, Paraguay, Uruguay SECAM-systeem Bulgarije, Frankrijk, Griekenland, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland, enzovoort. 192NL U kunt de volgende geheugenkaarten in deze camera gebruiken: "Memory Stick PRO Duo", "Memory Stick PRO-HG Duo", SD-geheugenkaart, SDHC-geheugenkaart en SDXC-geheugenkaart. Een MultiMedia Card kunt u niet gebruiken. Inhoudsopgave Geheugenkaart Opmerkingen Voorbeeldfoto Menu Index • De juiste werking in deze camera van geheugenkaarten die op een computer zijn geformatteerd, kan niet worden gegarandeerd. • De lees-/schrijfsnelheid van gegevens verschilt afhankelijk van de combinatie van de geheugenkaart en de apparatuur die wordt gebruikt. • Verwijder niet de geheugenkaart terwijl gegevens worden gelezen of weggeschreven. • Gegevens kunnen beschadigd raken in de volgende gevallen: – Wanneer de geheugenkaart uit de camera wordt verwijderd of het toestel wordt uitgezet tijdens het lezen of wegschrijven van gegevens – Wanneer de geheugenkaart wordt gebruikt op locaties waar veel statische elektriciteit of elektrische ruis is • We raden u aan belangrijke gegevens op te slaan op bijvoorbeeld de harde schijf van een computer. • Plak niet een etiket op de geheugenkaart zelf en ook niet op de geheugenkaartadapter. • Raak niet de contactpunten van de geheugenkaart aan met uw hand of met een metalen voorwerp. • Zorg dat u de geheugenkaart nergens tegenaan stoot, niet verbuigt en niet laat vallen. • Demonteer de geheugenkaart niet en breng er geen wijzigingen in aan. • Stel de geheugenkaart niet bloot aan water. • Laat de geheugenkaart niet liggen binnen het bereik van kleine kinderen. Zij zouden deze per ongeluk kunnen inslikken. • De geheugenkaart kan als deze pas lang is gebruikt, heet zijn. Wees voorzichtig als u de kaart vastpakt. • Gebruik of bewaar de geheugenkaart niet in de volgende omstandigheden: – Plaatsen waar een hoge temperatuur heerst, zoals in een auto die in de zon is geparkeerd en waarin het erg heet is – Plaatsen die zijn blootgesteld aan direct zonlicht – Op vochtige plaatsen of plaatsen waar zich bijtende stoffen bevinden • Beelden die zijn vastgelegd op een SDXC-geheugenkaart kunnen worden geïmporteerd of afgespeeld op computers of AV-apparaten die niet geschikt zijn voor exFAT. Controleer of het apparaat geschikt is voor exFAT voordat u het op de camera aansluit. Als u uw camera op een ongeschikt apparaat aansluit, zult u misschien worden gevraagd de kaart te formatteren. Formatteer nooit de kaart als reactie op deze melding, omdat alle gegevens op de kaart zullen worden gewist, als u dat doet. (exFAT is het bestandssysteem dat wordt gebruikt op SDXC-geheugenkaarten.) "Memory Stick" De typen "Memory Stick" die met deze camera kunnen worden gebruikt, worden in de onderstaande tabel vermeld. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat alle functies van de "Memory Stick" naar behoren werken. "Memory Stick PRO Duo"1) 2) 3) Beschikbaar bij uw camera "Memory Stick PRO-HG Duo"1) 2) "Memory Stick Duo" Niet beschikbaar bij uw camera "Memory Stick" en "Memory Stick PRO" Niet beschikbaar bij uw camera 193NL Vervolg r 1) • Dit product is geschikt voor "Memory Stick Micro" ("M2"). "M2" is een afkorting van "Memory Stick Micro". • Wanneer u "Memory Stick Micro" in de camera wilt gebruiken, is het belangrijk dat u de "Memory Stick Micro" in een "M2"-adapter steekt ter grootte van Duo-formaat. Als u een "Memory Stick Micro" in de camera plaatst zonder een "M2"-adapter van Duoformaat, kunt u de Memory Stick misschien niet meer uit de camera halen. • Houd "Memory Stick Micro" buiten bereik van kleine kinderen. Zij zouden deze per ongeluk kunnen inslikken. Voorbeeldfoto Opmerkingen over het gebruik van "Memory Stick Micro" (los verkrijgbaar) Inhoudsopgave Voorzien van de functie MagicGate. MagicGate is technologie voor copyright-beveiliging die gebruik maakt van encryptie-technologie. Het opnemen/afspelen van gegevens waarvoor functies van MagicGate zijn vereist, is met deze camera niet mogelijk. 2) Ondersteunt zeer snelle gegevensoverdracht door middel van een parallelle interface. 3) Wanneer u "Memory Stick PRO Duo" gebruikt voor het opnemen van films, kunnen alleen die met het merkteken Mark2 worden gebruikt. Menu Index 194NL Over het opladen van de accu U kunt de accu het beste opladen bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 30 °C. De accu zal misschien niet goed worden opgeladen bij temperaturen buiten dit bereik. Voorbeeldfoto Uw camera werkt alleen met een "InfoLITHIUM"-accu van het type NP-FW50. U kunt geen andere accu's gebruiken. "InfoLITHIUM"-accu's van de W-serie hebben de markering . Een "InfoLITHIUM"-accu is een lithium-ion accu die functies heeft voor het met de camera uitwisselen van informatie over de bedieningsomstandigheden. De "InfoLITHIUM"-accu berekent het stroomverbruik uitgaande van de omstandigheden waaronder uw camera wordt gebruikt en toont de resterende accugebruikstijd in percentages. Inhoudsopgave "InfoLITHIUM"-accu Effectief gebruik van de accu Menu Index • Bij lage temperaturen presteert de accu minder goed. Dus in de kou is de bedrijfstijd van de accu korter. U kunt ervoor zorgen dat de accu langer zijn werk doet, door deze in een zak van uw kleding dicht op uw lichaam op te warmen en in de camera te plaatsen kort voordat u opnamen gaat maken. • De accu zal snel leeg raken als u de flitser vaak gebruikt of vaak films opneemt. • Wij adviseren u reserveaccu's paraat te hebben en proefopnamen te maken voordat u de werkelijke opnamen maakt. • Laat de accu niet nat worden. De accu is niet bestand tegen water. • Laat de accu niet liggen op zeer warme plaatsen, zoals in een voertuig of in direct zonlicht. Over de indicator van resterend vermogen van de accu • U kunt het niveau controleren met de volgende indicatoren en percentages die worden weergegeven op het LCD-scherm. "Accu leeg" Accuniveau Hoog laag U kunt geen beelden meer opnemen. • Wanneer de camera zichzelf uitschakelt ook al duidt de indicator van het resterend vermogen van de accu aan dat u nog voldoende vermogen heeft voor het maken van opnamen, moet u de accu volledig opnieuw opladen. Het resterend vermogen van de accu zal nu goed worden aangeduid. Bedenk echter wel dat de accu-indicatie niet zal worden hersteld als de accu lange tijd bij hoge temperaturen is gebruikt, als u de accu nadat u die volledig hebt opgeladen, opbergt of wanneer de accu vaak wordt gebruikt. Gebruik de aanduiding van het resterend vermogen van de accu alleen als een ruwe richtlijn. 195NL Vervolg r Over levensduur van de accu • De levensduur van de accu is beperkt. De capaciteit van de accu neemt na verloop van tijd en door herhaald gebruik af. Als de gebruikstijd tussen oplaadbeurten aanzienlijk afneemt, is het waarschijnlijk tijd de accu te vervangen door een nieuwe. • De levensduur van de accu wordt bepaald door de manier waarop deze wordt opgeborgen en door de omstandigheden en omgeving waarin de accu wordt gebruikt. Voorbeeldfoto • Ontlaad de accu volledig voordat u deze op een koele droge plaats opbergt. U kunt de accu blijven gebruiken als u deze ten minste eens per jaar oplaadt en volledig ontlaadt in de camera. • U kunt het vermogen van de accu opgebruiken door de camera in de stand voor de diavoorstelling te laten staan totdat het toestel zichzelf uitschakelt. • Voorkom dat de contactpunten vuil worden, worden kortgesloten enzovoort en gebruik daarom een plastic zakje om contact met metalen materialen te vermijden wanneer u de accu bij u draagt of opbergt. Inhoudsopgave Zo bewaart u de accu Menu Index 196NL Voorbeeldfoto Menu Index • Alleen accu's van het type NP-FW50 kunnen worden opgeladen (en geen andere). Als u andere accu's dan de bijgeleverde accu probeert op te laden, kunnen deze gaan lekken, oververhit raken of exploderen, waardoor gevaar van letsel als gevolg van elektrische schok en brandwonden ontstaat. • Neem de netspanningsadapter uit het stopcontact of koppel de USB-kabel los van de camera. De levensduur van de accu kan afnemen als u de accu opgeladen in de camera laat zitten. • De Laadlamp die zich opzij van de camera bevindt, kan op twee manieren knipperen: Snel: Het lampje gaat regelmatig aan en uit met tussenpozen van ongeveer 0,3 seconde. Langzaam: Het lampje gaat regelmatig aan en uit met tussenpozen van ongeveer 1,3 seconde. • Wanneer het laadlampje snel knippert, verwijdert u de accu die wordt opgeladen en plaatst u dezelfde accu vervolgens weer stevig in de camera, of verbreek de aansluiting van de USB-kabel en sluit de USB-kabel weer aan. Wanneer het laadlampje weer snel knippert, kan dit wijzen op een storing van de accu of op een verwisseling van de accu van het aangewezen type met een andere accu, of kan erop wijzen dat er iets mis is met de netspanningsadapter of de USB-kabel. Controleer dat de accu van het opgegeven type is en dat de netspanningsadapter of de USB-kabel in orde is. Als de accu van het opgegeven type is, verwijdert u de accu, vervangt u deze door een nieuwe of een andere en controleert u dat de accu goed wordt opgeladen. Als de accu nu wel goed wordt opgeladen, kan er sprake zijn geweest van een storing van de accu. Als een andere accu ook niet goed wordt opgeladen, kan het zijn dat de netspanningsadapter of de USB-kabel beschadigd is. Vervang de netspanningsadapter of de USB-kabel door een andere en controleer dat de accu goed wordt opgeladen. • Wanneer het laadlampje langzaam knippert, is dit een indicatie dat de camera het laden tijdelijk op stand-by zet. De camera stopt met laden en gaat automatisch naar de status stand-by als de temperatuur buiten de aanbevolen bedrijfstemperatuur komt te liggen. Wanneer de temperatuur weer binnen het normale bereik komt, gaat de camera verder met laden en gaat het laadlampje weer branden. U kunt de accu het beste opladen bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 30 °C. Inhoudsopgave Accu wordt opgeladen 197NL Met een Montage-adapter (los verkrijgbaar), kunt u een lens met een Montagestuk A (los verkrijgbaar) op uw camera zetten. Zie voor meer informatie de bedieningsinstructies die worden geleverd bij de Montage-adapter. Inhoudsopgave Montage-adapter Voorbeeldfoto Menu Welke functies beschikbaar zijn hangt af van het type Montage-adapter. Functies LA-EA1 LA-EA2 Aut. scherpst. Alleen beschikbaar met de SAM/SSM-lens* Beschikbaar Contrast AF Fase-detectie AF AF/MF-selectie Omschakelbaar op de lens SAM-lens: omschakelbaar op de lens SSM-lens: omschakelbaar op de lens en op het menu wanneer de schakelaar op de lens is ingesteld op AF Andere lenzen: omschakelbaar in het menu AF-gebied Multi/Midden/Flexibel punt Groothoek/Spot/Lokaal Autom. scherpst. Enkel Enkel/Doorlopend Index AF-systeem * De snelheid van de automatische scherpstelling zal lager zijn dan wanneer een lens met een Montagestuk E op het toestel is gezet. (Wanneer een lens met een Montagestuk A is bevestigd, zal de snelheid van de automatische scherpstelling ongeveer 2 seconden tot 7 seconden zijn, wanneer u opnamen maakt onder Sony-meetcondities. De snelheid kan variëren afhankelijk van het onderwerp, het omgevingslicht, enz.) 198NL Vervolg r LA-EA1 De camera bepaalt welk van de 25 AF-gebieden wordt gebruikt voor het scherpstellen. (Midden) De camera gebruikt uitsluitend het AF-gebied in het midden. (Flexibel punt) U kunt het scherpstelgebied verplaatsen naar een klein onderwerp of smal gebied door op de boven-/onder-/rechter-/ linkerzijde van de draaiknop te drukken. LA-EA2 De camera bepaalt welk van de 15 -gebieden wordt gebruikt voor het scherpstellen. (Punt) De camera gebruikt uitsluitend het AF-gebied in het midden. (Lokaal) Kies met de draaiknop het gebied waarvoor u de scherpstelling wilt activeren uit 15 AF-gebieden. Menu (Breed) Voorbeeldfoto (Multi) Inhoudsopgave Welke instellingen van [AF-gebied] beschikbaar zijn hangt af van het type Montageadapter. Opmerkingen Index • U kunt met sommige lenzen de Montage-adapter mogelijk niet gebruiken. Neem contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke technische dienst van Sony en vraag informatie over de lenzen die geschikt zijn. • Druk, wanneer u de Montage-adapter gebruikt en films opneemt, de ontspanknop half in als u automatische scherpstelling wilt gebruiken. • U kunt het AF-hulplicht niet gebruiken wanneer u een lens met een Montagestuk A gebruikt. • Het geluid van de lens en de camera in bedrijf kan worden opgenomen tijdens het maken van films. U kunt dit voorkomen door MENU t [Instellingen] t [Filmgeluid opnemen] t [Uit] te selecteren. • Het kan lang duren voordat de camera scherpstelt of het scherpstellen kan moeilijk verlopen, afhankelijk van de lens die wordt gebruikt of het onderwerp. • Het licht van de flitser kan worden geblokkeerd door de bevestigde lens. 199NL Voorbeeldfoto Wanneer u een Elektronische zoeker (los verkrijgbaar) op de Handige Accessoiresaansluiting 2 van de camera bevestigt, kunt u opnamen maken terwijl u door de Elektronische zoeker kijkt. Zet de camera uit wanneer u een Elektronische zoeker bevestigt of verwijdert. Zie voor meer informatie de bedieningsinstructies die bij de Elektronische zoeker worden geleverd. Inhoudsopgave Elektronische zoeker Menu Lijst van pictogrammen Index Alleen de belangrijkste opties worden in de Elektronische zoeker getoond. Zie bladzijde 16 voor wat alle pictogrammen aanduiden. Opmerkingen • Het LCD-scherm wordt uitgeschakeld wanneer u de Elektronische zoeker gebruikt. • Als u de Elektronische zoeker lang achtereen gebruikt, kan de Elektronische zoeker warm worden. De camera geeft dan weer en schakelt automatisch over op weergave op het LCDscherm. • Wanneer verschijnt, kunt u de Elektronische zoeker weer aansluiten. 200NL Menu Vastleggen op en afspelen met uw camera Voorbeeldfoto Het AVCHD-formaat is een High Definition-formaat voor de digitale videocamera dat met behulp van efficiënte coderingstechnologie voor gegevenscompressie wordt gebruikt voor het vastleggen van een High Definition-signaal (HD) van de 1080ispecificatie1) of de 720p-specificatie2). Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat wordt ingezet voor het comprimeren van videogegevens en het Dolby Digital- of het Linear PCMsysteem wordt gebruikt voor het comprimeren van audiogegevens. Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat kan beelden efficiënter comprimeren dan de conventionele beeldcompressieformaat. Met het MPEG-4 AVC/H.264-formaat kan een High Definition-videosignaal dat is opgenomen met een digitale videocamcorder, op 8-cm DVD's, een vaste schijf, flashgeheugen, geheugenkaart, enz. worden vastgelegd. Schijven die zijn opgenomen met HD-beeldkwaliteit (high definition), kunnen alleen worden afgespeeld op apparaten die geschikt zijn voor het AVCHD-formaat. DVDspelers of -recorders kunnen geen schijven van HD-beeldkwaliteit afspelen omdat ze ongeschikt zijn voor het AVCHD-formaat. Het is bovendien mogelijk dat DVD-spelers of -recorders schijven met opnamen in HD-beeldkwaliteit niet kunnen uitwerpen. Inhoudsopgave AVCHD-formaat Op basis van het AVCHD-formaat maakt uw camera opnamen in de High Definition beeldkwaliteit (HD), die hieronder wordt genoemd. Index Videosignaal3): Toestel geschikt voor 1080 60i MPEG-4 AVC/H.264 1920 × 1080/60i, 1920 × 1080/24p Toestel geschikt voor 1080 50i MPEG-4 AVC/H.264 1920 × 1080/60i, 1920 × 1080/25p Audiosignaal: Dolby Digital 2ch Opnamemedia: Geheugenkaart 1) 1080i-specificatie Een high definition-specificatie die gebruik maakt van 1.080 effectieve scanlijnen en het interlacesysteem. 2) 720p-specificatie Een high definition-specificatie die gebruik maakt van 720 effectieve scanlijnen en het progressivesysteem. 3) Gegevens vastgelegd in een ander AVCHD-formaat dan de hierboven genoemde, kunnen niet op uw camera worden afgespeeld. 201NL De camera reinigen * Gebruik niet een spuitbus met perslucht. Hierdoor kan een storing optreden. • Maak de buitenkant van de camera schoon met een zachte doek bevochtigd met water en veeg het oppervlak daarna droog met een droge doek. Gebruik de onderstaande middelen niet, omdat deze de afwerking of het camerahuis kunnen beschadigen. – Chemische stoffen, zoals thinner, wasbenzine, alcohol, wegwerpreinigingsdoeken, insectenspray, zonnebrandcrème, insekticiden enzovoort. – Raak de camera niet aan met bovenstaande middelen aan uw handen. – Laat de camera niet langdurig in contact met rubber of vinyl. Index • Gebruik geen reinigingsvloeistof die organische oplosmiddelen bevat, zoals thinner of benzine. • Reinig het lensoppervlak met een in de handel verkrijgbaar blaasborsteltje. Als het vuil vastzit op het oppervlak, veegt u dit eraf met een zachte doek of tissue die licht bevochtigd is met lensreinigingsvloeistof. Veeg met spiraalbewegingen vanuit het midden naar de rand. Spuit de lensreinigingsvloeistof niet rechtstreeks op het lensoppervlak. Menu Reiniging van de lens Voorbeeldfoto • Raak de binnenkant van de camera, zoals de lenscontactpunten, niet aan. Blaas stof weg van binnen de vatting met een in de handel verkrijgbaar blaasborsteltje*. Meer informatie over het reinigen van de beeldsensor vindt u op de bladzijde 156. Inhoudsopgave Reiniging 202NL Index Cijfers C 3D-panor. d. beweg. ........................................... 58 Computer ..........................................................171 3D-weergave .................................................... 170 Aanbevolen omgeving ................................171 Inhoudsopgave Index Continue opname ................................................44 Contrast ...............................................................98 Aansluiting Creatief met foto's ...............................................32 Computer .................................................... 176 Creatieve stijl ......................................................98 Tv ............................................................... 168 CTRL.VOOR HDMI ........................................154 AdobeRGB ....................................................... 122 D AEL-knop ........................................................ 140 D. handm. sch. ....................................................66 AF/MF-selectie .................................................. 66 D.-bereikopt. .......................................................94 Afdrukken ........................................................ 182 Datum/tijd instellen ..........................................143 AF-gebied .......................................................... 68 Datumformaat ...................................................143 AF-hulplicht ..................................................... 108 Demomodus ......................................................158 Afspeelweergave .............................................. 152 Diafragma ...........................................................63 Anti-bewegingsonscherpte ................................. 55 Diafragmavoorkeuze ..........................................63 Aut. scherpst. ..................................................... 66 Diavoorstelling .................................................100 Auto HDR .......................................................... 95 Digitale Zoom ...................................................117 Directe handmatige scherpstelling .....................66 Autom. programma ............................................ 64 Disk-creatie .......................................................178 Autom. scherpst. ................................................ 69 DISP ...................................................................39 Autom.weergave .............................................. 112 DISP-knop (scherm) ...........................................80 Automatisch flitsen ............................................ 65 DPOF ................................................................107 AVCHD ..................................................... 86, 201 Draaiknop ...........................................................19 B DRO/Auto HDR .................................................94 Beeld-DB herstellen ......................................... 165 E Beeldformaat ...................................................... 81 Eco-stand ..........................................................146 Beeldindex ................................................. 49, 102 Eigen toetsinstellingen ......................................137 Beeldverhouding ................................................ 83 Eigen witbalans ..................................................90 Belicht.corr. ....................................................... 42 Eindsynchron. .....................................................65 Bestandsindeling ................................................ 86 Enkelv. AF ..........................................................69 Bestandsnummer .............................................. 161 Eye-Fi-kaart ......................................................167 Beveiligen ........................................................ 104 Eye-Start AF .....................................................125 Bracket: continu ................................................. 48 Index Auto Port. Kadering ........................................... 77 Menu AEL schakelen ................................................. 140 Voorbeeldfoto A "BRAVIA" Sync .............................................. 169 F Breedbeeld ....................................................... 151 Filmgeluid opnemen .........................................133 BULB ................................................................. 61 Flexibel punt .......................................................68 Flitscompensatie .................................................93 Flitser uit .............................................................65 Flitsfunctie ..........................................................65 Flitslicht ..............................................................65 203NL Vervolg r Lenscomp.: schaduw ........................................129 Foto-effect .................................................... 37, 96 Lenscomp.: vervorming ....................................131 G Levendigheid ......................................................36 Lichtmeetfunctie .................................................92 Geheugenkaart ................................................. 193 Lijst opnametips .................................................79 Gezichtsherkenning ........................................... 73 LiveView-weergave .........................................111 Inhoudsopgave Formatteren ...................................................... 160 Gezichtsprioriteit volgen .................................. 132 M Mac ...................................................................173 Macro ..................................................................53 H. scherpst. ........................................................ 66 Mapnaam ..........................................................162 Handm. belichting .............................................. 60 Menu ...................................................................21 HDMI-resolutie ................................................ 153 Beeldformaat .................................................23 Helder Beeld Zoom .......................................... 116 Camera ..........................................................22 Helderheid .......................................................... 34 Helderheid/kleur ...........................................23 Helderheid zoeker ............................................ 149 Instellingen ....................................................24 Help-scherm ..................................................... 145 Opn.modus ....................................................21 Weergave ......................................................24 Menustartpositie ...............................................136 Image Data Converter ...................................... 174 MF Assist ..........................................................120 "InfoLITHIUM"-accu ...................................... 195 MF-hulptijd .......................................................121 Inhoud weergeven .............................................. 39 Midden ..........................................................68, 92 Inst. FINDER/LCD .......................................... 110 MP4 ....................................................................86 Inst. uploaden ................................................... 167 Multi .............................................................68, 92 Installeren ......................................................... 173 Instellingen ......................................................... 24 N Invulflits ............................................................. 65 Nachtportret ........................................................53 ISO ..................................................................... 88 Nachtscène ..........................................................53 J Nieuwe map ......................................................164 NR bij hoge-ISO ...............................................128 JPEG .................................................................. 84 NR lang-belicht ................................................127 K O Kaartruimte weerg. .......................................... 166 Object volgen ......................................................70 Kleur .................................................................. 35 Onderdelen herkennen ........................................12 Kleur weergeven .............................................. 150 Opn. zonder lens ...............................................124 Kleurenruimte .................................................. 122 Opname ...............................................................27 Kleurfilter ........................................................... 90 Film ...............................................................27 Kleurtemp. ......................................................... 90 Stilstaand beeld .............................................27 Kwaliteit ............................................................. 84 Opname-instelling ..............................................87 L Index I Menu H Voorbeeldfoto Gezichtsregistratie ............................................. 74 Opnamemap kiezen ..........................................163 Lach-sluiter ........................................................ 75 P Landschap .......................................................... 53 Panorama ............................................................56 Langz.flitssync. .................................................. 65 Panorama d. beweg. ............................................56 LCD-helderheid ............................................... 148 Panoramarichting ................................................85 204NL Lenscomp.: Chrom. afw. .................................. 130 Vervolg r V Pieptoon ........................................................... 141 Vergroot ............................................................105 PlayMemories Home ....................................... 174 Vergrote weergave ..............................................30 Portret ................................................................. 53 Versie ................................................................157 Printen opgeven ............................................... 107 Verzadiging ........................................................98 Problemen oplossen ......................................... 183 Volume-instellingen .........................................106 Inhoudsopgave Pictogrammen .................................................... 16 Programma Versch. ........................................... 64 W Waarschuwingsberichten ..................................189 Weergave ............................................................29 Reinigen ........................................................... 156 Weergave op tv .................................................168 Reliëfkleur ....................................................... 115 Weergave scrollen ..............................................57 Reliëfniveau ..................................................... 114 Weergave zoomen ..............................................30 Rode ogen verm. .............................................. 109 Weergavefunctie ...............................................101 Roteren ............................................................. 103 Windows ...........................................................173 S Windruis reductie .............................................134 S. Auto Image Extract. ..................................... 119 Wissen ..........................................................31, 99 Witbalans ............................................................89 Scèneherkenning .......................................... 27, 50 Z Schemeropn. uit hand ........................................ 54 Zachte-huideffect ................................................78 Scherpte ............................................................. 98 Zelfontsp.(Cont.) ................................................47 Slim automatisch ................................................ 50 Zelfontspanner ....................................................46 Sluitergordijn voorzijde ................................... 126 Zelfportret Zelfontspanner ................................118 Sluitertijd ........................................................... 62 Zomertijd ..........................................................143 Sluitertijdvoorkeuze ........................................... 62 Zonsondergang ...................................................53 Snelh. continutr. ................................................. 45 Zoom ...................................................................71 Index Scènekeuze ......................................................... 53 Menu RAW .................................................................. 84 Voorbeeldfoto R Soft-keys ............................................................ 20 Software ........................................................... 173 Sportactie ........................................................... 53 Spot .................................................................... 92 sRGB ................................................................ 122 SteadyShot ....................................................... 123 Stramienlijn ...................................................... 113 Stroombesparing .............................................. 147 Superieur Auto ................................................... 52 T Taal .................................................................. 142 Terugstellen ..................................................... 159 Tijdzone instellen ............................................. 144 Transportfunctie ................................................. 43 U USB-verbinding ............................................... 155 205NL Index Over toegepaste GNU GPL/LGPL-software Menu DIT PRODUCT HEEFT DE LICENTIE KRACHTENS DE AVCOCTROOIPORTEFEUILLE-LICENTIE VOOR HET PERSOONLIJKE EN NIETCOMMERCIËLE GEBRUIK VAN EEN CONSUMENT VOOR HET (i) CODEREN VAN VIDEO IN OVEREENSTEMMING MET DE AVC-NORM ("AVC-VIDEO") EN/OF (ii) HET DECODEREN VAN AVC-VIDEO DIE IS GECODEERD DOOR EEN CONSUMENT IN HET KADER VAN EEN PERSOONLIJKE EN NIETCOMMERCIËLE ACTIVITEIT EN/OF VERKREGEN VAN EEN VIDEOPROVIDER DIE EEN LICENTIE HEEFT AVC-VIDEO AAN TE BIEDEN. ER WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND OF GEÏMPLICEERD VOOR ENIG ANDER GEBRUIK. AANVULLENDE INFORMATIE KAN WORDEN VERKREGEN VAN MPEG LA, L.L.C. ZIE HTTP://WWW.MPEGLA.COM Voorbeeldfoto "C Library"-, "zlib"- en "libjpeg"-software wordt bij de camera geleverd. Wij leveren deze software op basis van licentieovereenkomsten met de eigenaren van het auteursrecht. Op basis van verzoeken van de eigenaren van het auteursrecht van deze softwareapplicatie, hebben wij de verplichting u van het volgende in kennis te stellen. Wij verzoeken u de volgende gedeelten te lezen. Lees "license3.pdf" in de "License"-map op de cd-rom. U vindt daar de licenties (in het Engels) van "C Library"-, "zlib"- en "libjpeg"-software. Inhoudsopgave Opmerkingen over de licentie De software die in aanmerking komt voor de volgende GNU General Public License (hierna te noemen "GPL") of GNU Lesser General Public License (hierna te noemen "LGPL"), is in de camera opgenomen. Dit brengt u ervan op de hoogte dat u het recht hebt broncode te openen, te wijzigen en opnieuw te distribueren voor deze softwareprogramma's krachtens de condities van de geleverde GPL/LGPL (Algemene Openbare Licentie/Mindere Algemene Openbare Licentie). Broncode wordt aangeboden op het WWW. U kunt deze downloaden met behulp van de volgende URL. http://www.sony.net/Products/Linux/ Wij willen liever niet dat u contact met ons opneemt over de inhoud van de broncode. Lees "license2.pdf" in de "License"-map op de cd-rom. U vindt daar de licenties (in het Engels) van "GPL"-, en "LGPL"-software. Als u de PDF wilt inzien, hebt u Adobe Reader nodig. Als het programma niet op uw computer is geïnstalleerd, kunt u het downloaden van de volgende Adobe Systemswebpagina: http://www.adobe.com/ 206NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206

Sony NEX-F3 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor