Aeg-Electrolux B5742-5-M Handleiding

Type
Handleiding
B5742-5
Gebruiksaanwijzing Oven
Wij danken u voor uw keuze voor een van onze producten van hoogwaardige
kwaliteit.
Lees deze gebruiksaanwijzing alstublieft zorgvuldig door, zo kunt u zeker zijn van
optimale en professionele prestaties van uw apparaat. De handleiding zal u in
staat stellen om alle processen perfect en op de meest efficiënte wijze te laten
verlopen. Wij adviseren u deze handleiding op een veilige plaats te bewaren, dan
kunt u hem te allen tijde raadplegen. Geef deze handleiding ook aan een
eventuele toekomstige eigenaar van het apparaat.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat.
INHOUD
VEILIGHEIDSINFORMATIE 2
Veiligheid van kinderen en kwetsbare
mensen 3
Algemene veiligheid 3
Montage 3
Aansluiting op het elektriciteitsnet 4
Gebruik 4
Onderhoud en reiniging 4
Brandgevaar 5
Pyrolytische reiniging 5
Ovenlampje 5
Service-afdeling 5
Afvalverwerking van het apparaat 5
BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT 6
Algemeen overzicht 6
Ovenaccessoires 6
DAGELIJKS GEBRUIK 7
Eerste reiniging 7
De tijd instellen 7
Oven inschakelen 7
Oventemperatuur wijzigen 8
De temperatuur regelen 8
Oven uitschakelen 8
Koelventilator 8
Controlelampje verwarmen 8
Restwarmte-indicatie 8
Snelwarmfunctie 8
Ovenfuncties 9
Ovenaccessoires plaatsen 9
Draaispit 10
Klokfuncties 11
De klokfuncties instellen 11
Overige functies 12
Kinderslot 12
De beveiligde uitschakeling van de oven
12
NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS 13
Binnenkant van de deur 13
Bakken 13
Braden 18
Grillen 20
Inmaken 21
Roosteren 22
Ontdooien 22
ONDERHOUD EN REINIGING 23
Pyrolytische reiniging 23
Inschuifrails 24
Ovenlampje 25
Ovendeur en glasplaten 25
PROBLEMEN OPLOSSEN 26
MILIEUBESCHERMING 27
Wijzigingen voorbehouden
VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees deze handleiding zorgvuldig alvorens het apparaat te installeren of te gebruiken:
Voor uw eigen veiligheid en de veiligheid van uw eigendommen
2
Inhoud
Uit respect voor het milieu
Voor de correcte werking van het apparaat.
Bewaar deze instructies altijd bij het apparaat, ook wanneer u het verplaatst of verkoopt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt door een foutieve installa-
tie of foutief gebruik.
Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen
met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan
ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over
het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen. Kin-
deren mogen niet met het apparaat spelen.
Houd alle verpakkingsmaterialen uit de buurt van kinderen. Gevaar voor verstikking of
lichamelijk letsel.
Houd kinderen en dieren uit de buurt van het apparaat als de deur openstaat of als
het apparaat in gebruik is. Gevaar voor letsel of ander permanent lichamelijk letsel.
Gebruik het kinderslot of de toetsblokkering als het apparaat hiermee uitgerust is. Dit
voorkomt dat kinderen en dieren het apparaat per ongeluk aanzetten.
Algemene veiligheid
Verander de specificaties van dit product niet. Risico op letsel en beschadiging van het
apparaat.
Laat het apparaat tijdens het gebruik niet onbeheerd achter.
Schakel het apparaat na elk gebruik uit.
Montage
Alleen een bevoegd elektriciën mag het apparaat installeren en aansluiten. Neem con-
tact op met een erkend servicecentrum. Dit om lichamelijk letsel of structurele schade
te voorkomen.
Controleer of het apparaat niet is beschadigd tijdens het transport Sluit geen bescha-
digd apparaat aan. Neem indien nodig contact op met de leverancier.
Verwijder al het verpakkingsmateriaal, stickers en folie van het apparaat voordat u het
voor het eerst in gebruik neemt. Verwijder niet het typeplaatje. Dit kan de garantie on-
geldig maken.
Zorg ervoor dat de stekker van het apparaat uit het stopcontact is getrokken tijdens
de installatie.
Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat. Het apparaat is zwaar. Gebruik
altijd veiligheidshandschoenen. Trek het apparaat nooit omhoog aan de handgreep.
De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat
volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contac-
topening hebben met een minimale breedte van 3mm.
U dient te beschikken over de juiste isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zeke-
ringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschake-
laars en contactgevers.
Zorg dat de keukenkast de benodigde afmetingen heeft voordat u met de installatie
begint.
Zorg ervoor dat het apparaat onder en naast veilige installaties wordt geïnstalleerd.
Houd de minimumafstanden naar andere apparaten en units in acht.
Veiligheidsinformatie
3
Het apparaat kan niet op een voetstuk worden geplaatst.
Ingebouwde ovens en ingebouwde fornuizen worden bevestigd met een speciaal aan-
sluitsysteem. Om schade aan het apparaat te voorkomen dient u alleen een apparaat
te gebruiken met apparaten van dezelfde fabrikant.
Aansluiting op het elektriciteitsnet
Dit apparaat moet worden geaard.
Controleer of de elektrische gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de stroom-
voorziening in uw woning.
Informatie over het voltage vindt u op het typeplaatje.
Gebruik altijd een correct geïnstalleerd, schokbestendig stopcontact.
Gebruik geen meerwegstekkers, -aansluitingen en verlengkabels. Er kan brand ontstaan.
Vervang of verander het netsnoer niet zelf. Neem contact op met het servicecentrum.
Zorg ervoor dat de stroomsnoeren (indien van toepassing) en kabel niet knakken of
beschadigd raken achter het apparaat.
Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker -
indien van toepassing.
Gebruik
Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het apparaat
niet voor commerciële of industriële doeleinden.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Zo voorkomt u lichame-
lijk letsel of schade aan eigendommen.
Het apparaat mag niet worden gebruikt als werkblad of aanrecht.
De binnenkant van het apparaat en de accessoires worden heet tijdens gebruik. Er kun-
nen brandwonden ontstaan. Gebruik ovenhandschoenen wanneer u toebehoren of pan-
nen plaatst of verwijdert.
Wees voorzichtig bij het verwijderen of installeren van toebehoren om schade aan de
emaille van de oven te voorkomen.
Sta niet te dicht bij het apparaat als u de deur van het apparaat opent als deze aan
staat. Er kan hete stoom ontsnappen. Hierdoor kunnen brandwonden ontstaan.
Om schade of verkleuring van het emaille te voorkomen:
plaats geen voorwerpen direct op de bodem van het apparaat en bedek het niet
met aluminiumfolie;
plaats heet water niet direct in het apparaat;
haal vochtige schotels en eten uit het apparaat als u klaar bent met koken.
Verkleuring van het emaille heeft geen effect op de werking van het apparaat, het is
dus geen defect in de zin van het recht op garantie.
Oefen geen kracht uit op een geopende deur.
De deur dient altijd gesloten te worden bij het koken, ook tijdens het grillen.
Onderhoud en reiniging
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhouds-
handelingen verricht.
Zorg ervoor dat het apparaat is afgekoeld voordat u onderhoud verricht. Er kunnen
brandwonden ontstaan. Er bestaat een risico dat de glasplaten kunnen breken.
Houd het apparaat altijd schoon. Opeenhopingen van vetten of andere voedselresten
kunnen brand veroorzaken.
4
Veiligheidsinformatie
Regelmatig reinigen voorkomt dat het oppervlaktemateriaal van de oven achteruitgaat.
Gebruik een diep bakblik voor vochtige taarten om te voorkomen dat het fruitsap per-
manente vlekken maakt.
Voor uw persoonlijke veiligheid en de veiligheid van uw eigendommen dient u het ap-
paraat alleen met water en zeep te reinigen. Gebruik geen ontvlambare producten of
bijtende producten.
Reinig het apparaat niet met stoomreinigers, hogedrukreinigers, scherpe voorwerpen,
schuurmiddelen, schuursponzen en vlekverwijderaars
Volg de aanwijzingen van de ovenfabrikant op als u een ovenspray gebruikt.
Reinig de glazen ovendeur niet met schurende reinigingsmiddelen of een metalen schra-
per. Het hittebestendige oppervlak van de binnenruit kan hierdoor breken en versplin-
teren.
Als de glasplaten beschadigd raken, worden ze zwak en kunnen ze breken. U dient ze
te vervangen. Neem contact op met het servicecentrum.
Wees voorzichtig bij het verwijderen van de deur uit het apparaat. De deur is zwaar!
Reinig het katalytisch emaille niet (indien van toepassing).
Brandgevaar
Open de deur voorzichtig. Als u alcoholische toevoegingen gebruikt, kan er een licht
ontvlambaar alcohol-luchtmengsel ontstaan. Er kan brand ontstaan.
Houd vonken of open vlammen uit de buurt van het apparaat bij het openen van de
deur.
Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare produc-
ten, en/of onstekingsproducten (gemaakt van plastic of aluminium) in, bij of op het
apparaat.
Pyrolytische reiniging
Laat het apparaat tijdens het Pyrolytisch reinigen niet onbeheerd achter.
Probeer de deur niet te openen en schakel de stroom niet uit tijdens de pyrolytische
reiniging.
Houd kinderen uit de buurt tijdens de pyrolytische reiniging. Het apparaat wordt zeer
heet Er kunnen brandwonden ontstaan.
Tijdens de pyrolytische reiniging kan hardnekkig vuil het email verkleuren. Verkleuring
van het email heeft geen ongewenst effect op de werking van het apparaat.
Ovenlampje
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u de ovenlamp vervangt.
Er bestaat risico op elektrische schokken!
Service-afdeling
Alleen een bevoegd servicemonteur mag dit apparaat repareren. Neem contact op met
de service-afdeling.
Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
Afvalverwerking van het apparaat
Om lichamelijk letsel of schade te voorkomen
Trek de stekker uit het stopcontact.
Snijd het netsnoer door en gooi het weg.
Veiligheidsinformatie
5
Verwijder de deurvergrendeling. Dit voorkomt dat kinderen of kleine huisdieren in
het apparaat opgesloten raken. Er bestaat een gevaar voor verstikking.
BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
Algemeen overzicht
12
13
2 63 4
7
8
9
10
11
1
5
1 Bedieningspaneel
2 Stroomindicatielampje
3 Bedieningsknop voor de ovenfuncties
4 Display
5 + / - Bedieningsknop
6 Stroomindicatielampje
7 Verwarmingselement
8 Ovenlampje
9 Ventilator en verwarmingselement achterwand
10 Gaat draaispit
11 Onderwarmte
12 Telescopische geleiders van ovenrek, uitneembaar
13 Rekstanden
Ovenaccessoires
Ovenrek
Voor servies, bak- en braadvormen.
6
Beschrijving van het product
Vlakke bakplaat
Voor gebak en koekjes
Braadpan
Om te bakken en te braden of om vet op te vangen.
Draaispit
Voor het braden van grotere stukken vlees en gevogelte.
DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Zie het hoofdstuk 'Veiligheidsinformatie'.
Eerste reiniging
Verwijder alle onderdelen van het apparaat.
Reinig het apparaat voor het eerste gebruik
Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
De tijd instellen
De oven werkt alleen nadat u de tijd hebt ingesteld.
1. Druk meerdere malen op de keuzetoets
(zie de paragraaf "Klokfunctie") totdat
het functielampje voor het tijdstip van
de dag
knippert.
2. Met de + / - knop kunt u de tijd instellen.
Na ongeveer 5 seconden stopt het knip-
peren en geeft de klok de ingestelde tijd
van de dag weer. Het apparaat is nu
klaar voor gebruik.
Om het tijdstip te veranderen mag u niet te-
gelijkertijd een klokfunctie (Kookwekker, Bereidingsduur of Einde) of een ovenfunctie in-
stellen. Zorg ervoor dat de kinderbeveiliging niet is ingesteld.
Druk op de intrekbare knop om de oven in werking te stellen. De knop beweegt dan naar
buiten.
Oven inschakelen
Zet de functieknop van de oven in een ovenfunctie. Het controlelampje gaat branden. Op
het temperatuurdisplay verschijnt de voorgestelde temperatuur voor de ingestelde oven-
functie. De oven begint op te warmen. Als de temperatuur bereikt is, klinkt er een geluids-
signaal.
Dagelijks gebruik
7
Oventemperatuur wijzigen
Draai aan de + / - knop om de temperatuur te verhogen of te verlagen. De instelling
vindt plaats in stappen van 5°C.
De temperatuur regelen
Snelwarm- en keuzetoetsen gelijktijdig indrukken (zie 'Klokfunctie'). Op het temperatuur-
display verschijnt de huidige oventemperatuur.
Oven uitschakelen
Draai de functieknop van de oven in de uit-stand.
Koelventilator
Als het apparaat aanstaat, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld Na het uit-
schakelen van het apparaat blijft de ventilatie doorgaan om het apparaat af te koelen en
schakelt daarna vanzelf uit.
Controlelampje verwarmen
Als u een ovenfunctie inschakelt, gaan de balkjes op het display een voor een branden.
De balkjes geven aan dat de oventemperatuur toeneemt.
Restwarmte-indicatie
Als de oven uitgeschakeld is, geven de balken de restwarmte in de oven aan.
Snelwarmfunctie
Met de extra snelwarmfunctie verkort u de opwarmtijd.
Leg te bereiden levensmiddelen pas in de oven, als het Snelverwarmen beëindigd is en de
oven in de gewenste functie werkt.
1. Ovenfunctie instellen.
2. Druk op de knop voor de snelwarmfunctie. De balkjes naast het symbool
gaan bran-
den.
Als de balkjes een voor een gaan branden, geeft dit aan dat de snelverwarmfunctie in
werking is.
Als de snelverwarmfunctie beëindigd is:
de balkjes van de warmte-indicatie gaan branden,
de balkjes naast het symbool
gaan uit,
er klinken geluidssignalen.
8
Dagelijks gebruik
De oven verwarmt nu in de vooraf ingestelde ovenfunctie en temperatuur verder. U
kunt de te bereiden levensmiddelen nu in de oven plaatsen.
U kunt de snelwarmfunctie in combinatie met de ovenfuncties inschakelen: Hete lucht
, Bakken met hete lucht , Boven- en onderwarmte en Rotitherm + draaispit .
Ovenfuncties
De oven heeft de volgende functies:
Ovenfunctie Toepassing
Hetelucht Met Ring Voor het maximaal bakken op drie ovenni-
veaus tegelijkertijd. Stel de temperatuur
van de oven 20 tot 40 °C lager in dan bij
boven-/onderwarmte.
Pizza Hetelucht Voor het bakken op één niveau van gerech-
ten met een meer intensieve bruinering en
een krokante korst.
Stel de temperatuur van de oven 20 tot 40
°C lager in dan bij boven-/onderwarmte.
Conventioneel Bakken en braden op één ovenniveau.
Infratherm + draaispit Voor het braden van grotere stukken vlees
of gevogelte op één niveau. Ook om te gra-
tineren en te bruineren.
Grill Groot + draaispit Voor het roosteren van plat voedsel in gro-
te hoeveelheden en voor het maken van
toast.
Grill Klein + draaispit Voor het roosteren van plat voedsel in het
midden van het rooster en voor het maken
van toast.
Ontdooien Voor het ontdooien van diepvriesvoedsel.
Onderwarmte Voor het bakken van taarten met een knap-
perige bodem en het goedhouden van de
vulling.
Pyrolyse Automatische pyrolytische schoonmaak-
functie van de oven. Hierdoor worden vuil-
resten in de oven verbrand. De oven wordt
verwarmt tot ca. 500 °C.
Ovenaccessoires plaatsen
Plaats de schuifaccessoires zo dat de dubbele zijranden zich achter in de oven bevinden
en naar beneden wijzen. Druk de schuifaccessoires tussen de geleidestangen van een van
de ovenniveaus.
Dagelijks gebruik
9
De diepe braadpan en het ovenrooster hebben
dubbele randen aan de zijkant. Deze randen en
de vorm van de geleidestangen bieden kantelbe-
veiliging voor de ovenaccessoires.
Rooster en braadslede samen plaatsen
Leg het ovenrooster op de diepe braadpan. Duw
de diepe braadpan in de geleidestangen van een
van de ovenniveaus.
Draaispit
Voedsel plaatsen op het draaispit:
Steek een vork op het draaispit.
Plaats dan het voedsel en een tweede vork.
Zorg ervoor dat het voedsel zich in het mid-
den van het draaispit bevindt.
Gebruik de schroeven om de vorken vast te
draaien.
Draaispit plaatsen:
Zet de bakplaat op het eerste inzetniveau
vanaf de bodem.
Plaats de draaispitsteun aan de voorkant
op de rechterkant in inzetpositie vijf vanaf
de bodem.
Opdat de greep stevig vastzit op het draaispit, moet de beugel ingedrukt worden gehouden.
Druk het uiteinde van het spit in de opening van de draaispit aan de linkerzijde van de
achterwand van de oven tot deze hoorbaar vastklikt op zijn plaats.
Plaats de groef voor de greep op de aanwezige inkeping in de steun voor het draaispit.
De handgreep verwijderen.
Kies de ovenfunctie voor het draaispit.
10
Dagelijks gebruik
1
3
5
Klokfuncties
1 2
4
3
56
1 Display Temperatuur / Tijd
2 Warmte-indicatie
3 Controlelampjes klokfuncties
4 Keuzetoets
5 Display wijzigen
6 Toets Snel opwarmen
De klokfuncties instellen
1. Stel een ovenfunctie en temperatuur in (niet nodig voor de tijd van de dag en de
kookwekker).
2. Druk meerdere malen op de keuzetoets tot het gewenste functielampje knippert.
3. Om de tijd in te stellen voor de kookwekker
, bereidingsduur of einde
gebruikt u de + / - toets. Het controlelampje voor de betreffende functie gaat branden.
Wanneer de tijd is verstreken, knippert het functielampje, verschijnt er op het display
0.00 en klinkt er een geluidssignaal.
4. Geluidssignaal en knipperen onderbreken:
- druk bij de kookwekker op een knop
Dagelijks gebruik
11
- draai bij Bereidingsduur en Einde de functieknop van de oven in de uit-stand.
Bij de kookwekker klinkt er ook een geluidssignaal, nadat de periode voor 90% is verstreken.
Bij de functies Bereidingsduur en Einde schakelt de oven automatisch uit.
Klokfunctie Toepassing
Tijdstip van
de dag
Toont de tijd. Met deze functie kunt u de tijd instellen, veranderen of
opvragen.
Kookwekker Voor het instellen van een afteltijd. Als de ingestelde tijd verstreken is,
klinkt er een geluidssignaal. Deze functie is niet van invloed op de
werking van de oven.
Bereidings-
duur
Om in te stellen hoelang de oven gebruikt moet worden.
Einde Hier stelt u de tijd in waarna u wilt dat de oven uitschakelt.
Bereidingsduur en einde kunnen gelijktijdig worden gebruikt, wanneer de oven
op een later tijdstip automatisch wordt in- en uitgeschakeld. Stel eerst de bereidingsduur
en daarna het eind in.
Overige functies
Kinderslot
Wanneer het kinderslot ingeschakeld is, kunt u de oven niet bedienen.
De inschakelblokkering waarborgt dat kinderen niet per ongeluk het apparaat kunnen in-
schakelen.
Stel geen ovenfunctie in.
De kinderbeveiliging inschakelen:
1. Draai de + / - knop naar links en houd hem vast.
2. Druk op de keuzetoets totdat op het display "SAFE" verschijnt.
Het kinderslot is ingeschakeld.
Om het kinderslot uit te schakelen herhaalt u dezelfde procedure als om het kinderslot in
te schakelen.
De beveiligde uitschakeling van de oven
De oven wordt na enige tijd uitgeschakeld
als u het apparaat niet uitschakelt.
als u de oventemperatuur niet verandert
Oventemperatuur Uitschakeltijd
30 - 120 °C 12,5 u.
120 - 200 °C 8,5 u.
200 - 250 °C 5,5 u.
12
Dagelijks gebruik
Oventemperatuur Uitschakeltijd
250 - max. °C 3,0 u.
Schakel na een automatische uitschakeling de oven volledig uit. Vervolgens schakelt u
het apparaat opnieuw in.
Als u de klokfunctie op Bereidingsduur of Einde, werkt de automatische uitschakeling niet.
NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS
Binnenkant van de deur
Aan de binnenkant van de ovendeur vindt u het volgende:
de nummers van de ovenniveaus
informatie over de ovenfuncties, aanbevolen niveaus en temperaturen voor karakteris-
tieke gerechten.
De temperaturen en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn
afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
Bakken
Algemene aanwijzingen
Uw nieuwe oven kan een andere bak-/braadverhouding hebben dan het apparaat dat
u tot nu toe gebruikt heeft. Pas uw normale instellingen (temperatuur, gaartijden) en
de ovenniveaus aan de tabelwaarden aan.
Bij langere baktijden kunt u de oven ca. 10 minuten voor het einde van de baktijd uit-
schakelen, om te profiteren van de restwarmte.
Wanneer u diepgevroren levensmiddelen gebruikt, kunnen de platen in de oven
tijdens het bakken vervormen. Wanneer de platen afkoelen, verdwijnt de vervor-
ming.
Aanwijzigen bij de baktabellen
Wij raden aan om de eerste keer de lagere temperatuur in te stellen.
Als u geen concrete aanwijzingen kunt vinden voor uw eigen recept, kijkt u dan bij een
soortgelijk product.
Bij het bakken van gebak op meerdere niveaus kan de baktijd ca. 10-15 minuten lan-
ger zijn.
Als het gebak niet overal even hoog is, wordt het gebak in het begin van het bakproces
niet overal even bruin. Verander in dit geval de temperatuurinstelling niet. De verschil-
len verminderen tijdens het bakproces.
Baktips
Bakresultaat Mogelijke oorzaak Oplossing
De onderkant van de
cake is te licht van
kleur.
Onjuist ovenniveau. Plaats de cake op een lager ovenniveau.
Nuttige aanwijzingen en tips
13
Bakresultaat Mogelijke oorzaak Oplossing
De cake zakt in (wordt
klef, klonterig, strepe-
rig).
Te hoge oventemperatuur Stel de temperatuur lager in
De cake zakt in (wordt
klef, klonterig, strepe-
rig).
Te korte baktijd. Baktijd verlengen.
Stel geen hogere temperaturen in
voor kortere baktijden
De cake zakt in (wordt
klef, klonterig, strepe-
rig).
Te veel vocht in het deeg. Minder vocht gebruiken. Houd de mixtij-
den aan, met name als u mixers gebruikt
De cake is te droog. Te lage oventemperatuur Stel een hogere oventemperatuur in.
De cake is te droog. Te lange baktijd. De baktijd verkorten.
De cake wordt niet ge-
lijkmatig bruin.
Te hoge oventemperatuur
en te korte baktijd
De oventemperatuur lager instellen en de
baktijd verlengen
De cake wordt niet ge-
lijkmatig bruin.
Geen gelijkmatig mengsel. Het deeg gelijkmatig over de bakplaat ver-
delen.
De cake wordt niet
gaar binnen de aange-
geven baktijd.
Te lage temperatuur. Stel de oventemperatuur iets hoger in
Bakken op één ovenniveau - Bakken in bakblikken.
Soort gebak Ovenfunctie Niveau Temperatuur
(°C)
Tijd (u:min)
Tulband of brioche Hetelucht Met
Ring
1 150 - 160 0:50 - 1:10
Moskovisch gebak/
vruchtencake
Hetelucht Met
Ring
1 140 - 160 1:10 - 1:30
Biscuitgebak Hetelucht Met
Ring
1 140 0:25 - 0:40
Biscuitgebak Conventioneel 1 160 0:25 - 0:40
Taartbodem van zand-
taartdeeg
1)
Hetelucht Met
Ring
3 170-180 0:10 - 0:25
Taartbodem van roer-
deeg
Hetelucht Met
Ring
3 150 - 170 0:20 - 0:25
Appeltaart Conventioneel 1 170 - 190 0:50 - 1:00
Appeltaart (2 vormen
Ø 20 cm, diagonaal
geplaatst)
Hetelucht Met
Ring
1 160 1:10 - 1:30
Appeltaart (2 vormen
Ø 20 cm, diagonaal
geplaatst)
Conventioneel 1 180 1:10 - 1:30
1) Oven voorverwarmen
14
Nuttige aanwijzingen en tips
Bakken op één ovenniveau - Taarten/gebak/brood op bakplaten
Soort gebak Ovenfunctie Niveau Temperatuur
(°C)
Tijd (u:min)
Vlechtbrood/brood-
krans
Conventioneel 3 170 - 190 0:30 - 0:40
Kerststol
1)
Conventioneel 3 160 - 180 0:40 - 1:00
Brood (roggebrood) Conventioneel 1
- eerst
1)
230 0:25
- Vervolgens 160 - 180 0:30 - 1:00
Roomsoezen/tom-
poezen
1)
Conventioneel 3 160 - 170 0:15 - 0:30
Opgerolde cake met
jam
1)
Conventioneel 3 180 - 200 0:10 - 0:20
Kruimeltaart (droog) Hetelucht Met
Ring
3 150 - 160 0:20 - 0:40
Boter-/suikerkoek
1)
Conventioneel 3 190 - 210 0:15 - 0:30
Vruchtentaart (op
gistdeeg/roerdeeg)
2)
Hetelucht Met
Ring
3 150 0:35 - 0:50
Vruchtentaart (op
gistdeeg/roerdeeg)
2)
Conventioneel 3 170 0:35 - 0:50
Vruchtencake met
kruimeldeeg
Hetelucht Met
Ring
3 160 - 170 0:40 - 1:20
Plaatkoek met kwets-
bare garnering (bij-
voorbeeld kwark,
room, puddingvul-
ling)
1)
Conventioneel 3 160 - 180 0:40 - 1:20
Ongedesemd brood Hetelucht Met
Ring
1 200 - 220 0:08 - 0:15
1) Oven voorverwarmen
2) Gebruik de diepe braadpan
Bakken op één ovenniveau - Koekjes
Soort gebak Ovenfunctie Niveau Temperatuur
(°C)
Tijd (u:min)
Zandkoekjes Hetelucht Met
Ring
3 150 - 160 0:06 - 0:20
Spritsgebak Hetelucht Met
Ring
3 140 0:20 - 0:30
Spritsgebak
1)
Conventioneel 3 160 0:20 - 0:30
Nuttige aanwijzingen en tips
15
Soort gebak Ovenfunctie Niveau Temperatuur
(°C)
Tijd (u:min)
Roerdeegkoekjes Hetelucht Met
Ring
3 150 - 160 0:15 - 0:20
Eiwitgebak, schuim-
gebak
Hetelucht Met
Ring
3 80 - 100 2:00 - 2:30
Bitterkoekjes Hetelucht Met
Ring
3 100 - 120 0:30 - 0:60
Klein gerezen gebak Hetelucht Met
Ring
3 150 - 160 0:20 - 0:40
Bladerdeeg
1)
Hetelucht Met
Ring
3 170 - 180 0:20 - 0:30
Broodjes
1)
Hetelucht Met
Ring
3 160 0:20 - 0:35
Broodjes
1)
Conventioneel 3 180 0:20 - 0:35
Kleine cakejes (20 per
bakblik)
1)
Hetelucht Met
Ring
3 140 0:20 - 0:30
Kleine cakejes (20 per
bakblik)
1)
Conventioneel 3 170 0:20 - 0:30
1) Oven voorverwarmen
Bakken op meer dan één niveau - Cakes/taarten/brood op bakplaten
Soort gebak
Hete lucht
2 niveaus
Hete lucht
3 niveaus
Temperatuur (°C)
Tijd (u:min)
Roomsoezen /Éclairs
1)
1 / 4 --- 160 - 180 0:35 - 0:60
Kruimeltaart 1 / 3 --- 140 - 160 0:30 - 0:60
1) Oven voorverwarmen
Bakken op meer dan één niveau - Koekjes/kleine cakes/taartjes, pasteitjes/broodjes
Soort gebak
Hete lucht
2 niveaus
Hete lucht
3 niveaus
Temperatuur
(°C)
Tijd (u:min)
Zandkoekjes 1 / 3 1 / 3 /5 150 - 160 0:15 - 0:35
Spritsgebak 1 / 3 1 / 3 /5 140 0:20 - 0:60
Roerdeegkoekjes 1 / 3 --- 160 - 170 0:25 - 0:40
Eiwitgebak, schuimge-
bak
1 / 3 --- 80 - 100 2:10 - 2:50
Bitterkoekjes 1 / 3 --- 100 - 120 0:40 - 1:20
Klein gerezen gebak 1 / 3 --- 160 - 170 0:30 - 0:60
Bladerdeeg
1)
1 / 3 --- 170 - 180 0:30 - 0:50
Broodjes 1 /4 --- 160 0:30 - 0:45
16
Nuttige aanwijzingen en tips
Soort gebak
Hete lucht
2 niveaus
Hete lucht
3 niveaus
Temperatuur
(°C)
Tijd (u:min)
Kleine cakejes (20 per
bakblik)
1)
1 /4 --- 140 0:25 - 0:40
1) Oven voorverwarmen
Baktabel voor hete lucht
Lees voor de juiste ovenfunctie de ovenfunctielijst in het hoofdstuk "Dagelijks gebruik".
Soort gebak Rekstand Temperatuur °C Tijd in min
Pizza (dunne bodem)
1)
1 180 - 200 20 - 30
Pizza (met veel garne-
ring)
1 180 - 200 20 - 30
Taarten 1 180 - 200 45 - 60
Spinazietaart 1 160 - 180 45 - 60
Quiche lorraine 1 170 - 190 40 - 50
Kwarktaart, rond 1 140 - 160 60 - 90
Kwarktaart op plaat 1 140 - 160 50 - 60
Appeltaart, bedekt 1 150 - 170 50 - 70
Groentetaart 1 160 - 180 50 - 60
Ongedesemd brood
1)
1 250 - 270 10 - 20
Bladerdeegtaart
1)
1 160 - 180 40 - 50
Flammekuchen (pizza-
achtig gerecht uit de
Elzas)
1)
1 250 - 270 12 - 20
Piroggen (Russische
variant op calzone)
1)
1 180 - 200 15 - 25
1) Oven voorverwarmen
Tabel voor ovenschotels en gegratineerde gerechten
Schotel Ovenfunctie Rek-
stand
Tempera-
tuur °C
Tijd in
uren : Mini-
maal
Pastaschotel Conventioneel 1 180-200 0:45-1:00
Lasagne Conventioneel 1 180-200 0:25-0:40
Groentegratin
1)
Infratherm + Draaispit 1 160-170 0:15-0:30
Stokbrood bedekt met
smeltkaas
1)
Infratherm + Draaispit 1 160-170 0:15-0:30
Nuttige aanwijzingen en tips
17
Schotel Ovenfunctie Rek-
stand
Tempera-
tuur °C
Tijd in
uren : Mini-
maal
Zoete ovenschotels Conventioneel 1 180-200 0:40-0:60
Visschotels Conventioneel 1 180-200 0:30-1:00
Gevulde groente
Infratherm + Draaispit 1 160-170 0:30-1:00
1) Oven voorverwarmen
Kant-en-klaargerechten
Gerecht Ovenfunctie Rek-
stand
Tempera-
tuur °C
Tijdsinstel-
ling
Patates frites
1)
Infratherm + Draaispit 3 200-220 Zie de in-
structies
van de fabri-
kant
1) Opmerking: Patat frites tijdens bakken 2 tot 3 keer omkeren
Braden
Braadservies
Gebruik hittebestendig servies om te braden (lees de instructies van de fabrikant).
Grote braadstukken kunt u direct in de diepe braadpan braden of op een rooster met
boven een braadpan. (Indien aanwezig)
Braad mager vlees in een braadpan met deksel. Op die manier blijft het vlees sappiger.
Alle soorten vlees, die een korst moeten krijgen, kunt u in de braadschaal zonder dek-
sel braden.
De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn.
Aanwijzingen met betrekking tot de braadtabel.
Braden van vlees en vis met een gewicht van meer dan 1 kg.
Giet een beetje water op de roosterplaat om het inbranden van vrijkomende vleessap-
pen of vet te voorkomen.
Braadstukken naar behoefte (na 1/2 - 2/3 van de bereidingstijd) omkeren.
Voor een optimaal resultaat grote braadstukken en gevogelte tijdens de bereiding meer-
maals met braadvocht begieten.
Zet de oven ca. 10 minuten voor het einde van de baktijd uit, om te profiteren van de
restwarmte.
Rundsvlees
Soort vlees Hoeveelheid Ovenfunctie Rek-
stan
d
Tempera-
tuur °C
Tijd (u:min)
Suddervlees 1 – 1,5 kg Conventioneel 1 200 - 250 2:00 - 2:30
Rosbief of ossen-
haas
per cm dik-
te
18
Nuttige aanwijzingen en tips
Soort vlees Hoeveelheid Ovenfunctie Rek-
stan
d
Tempera-
tuur °C
Tijd (u:min)
- van binnen
rood
1)
per cm dikte
Infratherm +
Draaispit
1 190 - 200 0:05 - 0:06
- binnen roze (me-
dium)
per cm dikte
Infratherm +
Draaispit
1 180 - 190 0:06 - 0:08
- helemaal gaar per cm dikte
Infratherm +
Draaispit
1 170 - 180 0:08 - 0:10
1) Oven voorverwarmen
Pork
Soort vlees Hoeveelheid Ovenfunctie Rek-
stan
d
Tempera-
tuur °C
Tijd (u:min)
Schouderstuk,
nekstuk, hamlap
1 – 1,5 kg
Infratherm +
Draaispit
1 160 - 180 1:30 - 2:00
Tussenribstuk,
casselerrib
1 – 1,5 kg
Infratherm +
Draaispit
1 170 - 180 1:00 - 1:30
Gehaktbrood 750 g - 1 kg
Infratherm +
Draaispit
1 160 - 170 0:45 - 1:00
Varkensribstuk
(voorgekookt)
750 g - 1 kg
Infratherm +
Draaispit
1 150 - 170 1:30 - 2:00
Kalfsvlees
Soort vlees Hoeveelheid Ovenfunctie Rek-
stan
d
Tempera-
tuur °C
Tijd (u:min)
Geroosterd kalfs-
vlees
1 kg
Infratherm +
Draaispit
1 160 - 180 1:30 - 2:00
Kalfsbout 1,5-2 kg
Infratherm +
Draaispit
1 160 - 180 2:00 - 2:30
Lamsvlees
Soort vlees Hoeveelheid Ovenfunctie Rek-
stan
d
Tempera-
tuur °C
Tijd (u:min)
Lamsbout, lams-
gebraad
1 – 1,5 kg
Infratherm +
Draaispit
1 150 - 170 1:15 - 2:00
Lamsrug 1 – 1,5 kg
Infratherm +
Draaispit
1 160 - 180 1:00 - 1:30
Nuttige aanwijzingen en tips
19
Game
Soort vlees Hoeveelheid Ovenfunctie Rek-
stan
d
Tempera-
tuur °C
Tijd (u:min)
Hazenrug, hazen-
bout
1)
tot 1 kg CONVENTIO-
NEEL
3 220 - 250 0:25 - 0:40
Reerug, herten-
rug
1,5 – 2 kg Conventioneel 1 210 - 220 1:15 - 1:45
Reebout, herten-
bout
1,5 – 2 kg Conventioneel 1 200 - 210 1:30 - 2:15
1) Oven voorverwarmen
Gevogelte
Soort vlees Hoeveelheid Ovenfunctie Rek-
stand
Tempera-
tuur °C
Tijd (u:min)
Stukken gevogel-
te
200 – 250 g
p.p.
Infratherm +
Draaispit
1 200 - 220 0:35 - 0:50
Halve kip 400 – 500 g
p.p.
Infratherm +
Draaispit
1 190 - 210 0:35 - 0:50
Kip, braadkip 1 – 1,5 kg
Infratherm +
Draaispit
1 190 - 210 0:45 - 1:15
Eend 1,5 – 2 kg
Infratherm +
Draaispit
1 180 - 200 1:15 - 1:45
Gans 3,5 – 5 kg
Infratherm +
Draaispit
1 160 - 180 2:30 - 3:30
Kalkoen 2,5 – 3,5 kg
Infratherm +
Draaispit
1 160 - 180 1:45 - 2:30
Kalkoen 4 – 6 kg
Infratherm +
Draaispit
1 140 - 160 2:30 - 4:00
Vis (stoven)
Soort vlees Hoeveelheid Ovenfunctie Rek-
stand
Tempera-
tuur °C
Tijd (u:min)
Hele vis 1 – 1,5 kg Conventioneel 1 210 - 220 0:45 - 1:15
Grillen
Gebruik de grilfunctie altijd met maximale temperatuurinstelling
Tijdens het grillen moet de ovendeur altijd gesloten zijn
Lege oven met grilfuncties altijd 5 minuten voorverwarmen.
Bakplaat op inzetniveau plaatsen, zoals aangeraden in grilleertabel.
Altijd de pan plaatsen om vet op te vangen op het eerste inzetniveau.
Alleen platte stukken vlees of vis grillen.
20
Nuttige aanwijzingen en tips
Lees voor de juiste ovenfunctie de ovenfunctielijst in het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'.
Schotel
Hoeveelheid
kg
Functie
Temperatuur
°C
Grilltijd
u:min
1 kip ong. 1 kg
Grill Groot + Draaispit 240 1:00 - 1:10
2 kip per 1 kg
Grill Groot + Draaispit 240 1:15 - 1:20
1 eend 1,5 – 2 kg
Grill Groot + Draaispit 240 1:20 - 1:40
Varkensrolla-
de
1
Grill Groot + Draaispit 240 1:45 - 2:15
Varkens-
schenkel (30
min. voorge-
kookt)
1 – 1,3 kg
Grill Groot + Draaispit 240 2:00 - 2:30
Inmaken
Gebruik uitsluitend normale wekglazen van dezelfde afmeting.
Gebruik geen wekglazen met een draai- of bajonetsluiting en metalen bakken.
Gebruik het eerste inzetniveau vanaf de bodem.
Gebruik de bakplaat. U kunt max. zes 1 liter wekglazen plaatsen.
Vul alle wekglazen tot hetzelfde niveau en sluit deze correct.
Plaats de wekglazen los van elkaar op het rooster.
Vul ca. 1/2 liter water op de plaat, zodat er voldoende vocht in de oven ontstaat.
Zodra de vloeistof in de eerste wekglazen begint te borrelen (na. ca. 35-60 minuten bij
1 liter glazen) de oven uitschakelen of de temperatuur verlagen tot 100°C (zie tabel).
Lees voor de juiste ovenfunctie de ovenfunctielijst in het hoofdstuk "Dagelijks gebruik".
Bessen
In te maken eetwaar Temperatuur in °C Tijd in min. tot aan
sudderen
Doorkoken bij 100
°C in min.
Aardbeien, bosbessen, frambo-
zen, rijpe kruisbessen
160 - 170 35 - 45 ---
Onrijpe kruisbessen 160 - 170 35 - 45 10 - 15
Steenvruchten
In te maken eetwaar Temperatuur in °C Tijd in min. tot aan
sudderen
Doorkoken bij 100
°C in min.
Peren, kweeperen, pruimen 160 - 170 35 - 45 10 - 15
Groenten
In te maken eetwaar Temperatuur in °C Tijd in min. tot aan
sudderen
Doorkoken bij 100
°C in min.
Wortelen
1)
160 - 170 50 -60 5 - 10
Nuttige aanwijzingen en tips
21
In te maken eetwaar Temperatuur in °C Tijd in min. tot aan
sudderen
Doorkoken bij 100
°C in min.
Komkommers 160 - 170 50 - 60 ---
Gemengde pickles 160 - 170 50 - 60 15
Koolrabi, erwten, asperges 160 - 170 50 - 60 15 - 20
1) In de uitgeschakelde oven laten staan
Roosteren
Dek de roosters met bakpapier af.
Lees voor de juiste ovenfunctie de ovenfunctielijst in het hoofdstuk "Dagelijks gebruik".
Groenten
Gerecht Temperatuur
in °C
Rekstand Tijd in uren (richt-
waarde)
1 niveau 2 niveaus
Bonen 60 - 70 3 1 / 4 6 - 8
Paprika (reepjes) 60 - 70 3 1 / 4 5 - 6
Soepgroenten 60 - 70 3 1 / 4 5 - 6
Paddenstoelen 50 - 70 3 1 / 4 6 - 8
Zuurkool 40 - 50 3 1 / 4 2 - 3
Fruit
Gerecht Temperatuur
in °C
Rekstand Tijd in uren (richt-
waarde)
1 niveau 2 niveaus
Pruimen 60 - 70 3 1 / 4 8 - 10
Abrikozen 60 - 70 3 1 / 4 8 - 10
Schijfjes appel 60 - 70 3 1 / 4 6 - 8
Peren 60 - 70 3 1 / 4 6 - 9
Ontdooien
Haal de etenswaren uit de verpakking en leg deze op een plaat op het rooster.
Gebruik voor het afdekken geen borden of schotels. Hierdoor kan de ontdooitijd aan-
zienlijk worden verlengd.
Zet het rooster op het eerste inzetniveau vanaf de bodem.
Lees voor de juiste ovenfunctie de ovenfunctielijst in het hoofdstuk "Dagelijks gebruik".
22
Nuttige aanwijzingen en tips
Schotel Ontdooitijd in min. Verdere ontdooitijd in
min.
Opmerkingen
Kip 1000 g 100-140 20-30 Kip op een omge-
draaid schoteltje in
een groot bord leg-
gen, halverwege de
tijd omdraaien
Vlees, 1000 g 100-140 20-30 Halverwege de berei-
dingstijd omdraaien
Vlees, 500 g 90-120 20-30 Halverwege de berei-
dingstijd omdraaien
Forel, 150 g 25-35 10-15 -------
Aardbeien, 300 g 30-40 10-20 -------
Boter, 250 g 30-40 10-15 -------
Room, 2 x 200 g 80-100 10-15 Room kan ook met
nog licht bevroren
deeltjes goed worden
geklopt
Taart, 1400 g 60 60 -------
Informatie over acrylamides
Belangrijk! Volgens recente wetenschappelijke informatie kan het intensief bruinen van
levensmiddelen (met name in producten die zetmeel bevatten), een gezondheidsrisico
vormen tengevolge van acrylamides. Om die reden adviseren wij levensmiddelen zoveel
mogelijk bij lage temperaturen gaar te laten worden en de gerechten niet te veel te bruinen.
ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Zie het hoofdstuk 'Veiligheidsinformatie'.
Maak de voorkant van het apparaat schoon met een zachte doek en een warm sopje.
Gebruik voor de metalen oppervlakken een universeel reinigingsmiddel.
Reinig de binnenkant van de oven na elk gebruik. Verontreinigingen laten zich dan het
makkelijkst verwijderen en kunnen dan niet aanbranden.
Verwijder hardnekkig vuil met een speciale ovenreiniger.
Maak alle oventoebehoren na elk gebruik schoon met een zachte doek en een warm
sopje en een reinigingsmiddel en laat ze drogen.
Toebehoren met antiaanbaklaag mogen niet worden schoon gemaakt met een agres-
sieve reinigingsmiddel, voorwerpen met scherpe randen of afwasautomaat. Hierdoor
kan de antiaanbaklaag onherstelbaar worden beschadigd!
Pyrolytische reiniging
1. Verwijder alle onderdelen van de oven.
Onderhoud en reiniging
23
Als u de inschuifrails niet verwijdert, verschijnt er op de klok 'C1' en kan pyrolytische rei-
nigingsprocedure niet worden gestart.
2. Grove vervuilingen dienen handmatig verwijderd te worden.
3. Stel de ovenfunctie op het menu pyrolyse in
In de tijdindicatie verschijnt "3:15",
–Duur
knippert ongeveer 5 seconden.
Terwijl Bereidingsduur
knippert, gebruikt u + of - om de lengte van de procedu-
re in te stellen. U kunt "2:15" (P2 - menu pyrolyse, licht) voor oppervlakkig vuil en
"3:15" (P1 - menu pyrolyse, intensief) voor hardnekkig vuil instellen.
Als Bereidingsduur niet meer knippert, drukt u meerdere malen op de keuzetoets en
stelt u de duur voor de pyrolytische procedure in.
U kunt ook de uitschakeltijd van de pyrolytische reiniging wijzigen met de klokfunc-
tie Einde
(binnen 2 minuten na het begin van de pyrolytische reiniging).
4. Pyrolytische reiniging start.
Tijdens pyrolytische reiniging werkt het lampje niet.
De deur wordt vergrendeld, wanneer de oven de ingestelde temperatuur heeft bereikt.
De balkjes van de verwarmingsindicatie lichten op totdat de deur weer is ontgrendeld.
Inschuifrails
Inschuifrails uitnemen
1. Trek de rails bij de voorkant uit de zijwand.
2. Trek de rails bij de achterkant uit de zij-
wand en verwijder deze.
Installeren van de inschuifrails
Installeer de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
BELANGRIJK De afgeronde uiteinden van de inschuifrails moeten naar voren wijzen!
2
1
24
Onderhoud en reiniging
Ovenlampje
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken!
Voordat u het ovenlampje vervangt:
•Schakel de oven uit.
Verwijder de zekeringen in de zekeringenkast of schakel de stroomonderbreker uit.
Leg een doek op de bodem van de oven om het ovenlampje en het afdekglaasje te be-
schermen.
Het ovenlampje vervangen
1. Het afdekglas van het lampje bevindt zich in de achterkant van de ovenruimte.
Draai het afdekglas van de lamp naar rechts en verwijder het.
2. Reinig het afdekglas.
3. Vervang de ovenlamp met de relevante tegen 300°C warmte bestendige ovenlamp.
Gebruik hetzelfde ovenlamptype.
4. Plaats het afdekglas terug.
Ovendeur en glasplaten
Verwijder de ovendeur om deze te verwijderen.
LET OP!
Wees voorzichtig bij het verwijderen van de deur uit het apparaat. De deur is zwaar!
Uitnemen van de ovendeur
1. Zet de ovendeur helemaal open.
2. Til de hendels (A) op de twee scharnieren
volledig omhoog.
3. Sluit de ovendeur in de eerste openings-
stand (ongeveer 45°).
4. Pak de ovendeur aan de zijkanten met
beide handen vast en trek deze onder
een opwaartse hoek van de oven weg.
Plaats de ovendeur met de buitenkant om-
laag op een zachte en egale ondergrond om
krassen te voorkomen
5. U kunt de binnenste ruiten nu verwijde-
ren om schoon te maken.
A
A
45°
Onderhoud en reiniging
25
Om de deur te installeren volgt u de pro-
cedure in omgekeerde volgorde.
De ovendeur beschikt over 2, 3 of 4 glasplaten (afhankelijk van het model)
Verwijderen en reinigen van de deurglazen
1. Deurafdekking (B) aan de bovenkant van
de deur aan beide kanten vastpakken en
naar binnen drukken om de klemsluiting
te ontgrendelen.
2. Trek de deur naar voren om deze te ver-
wijderen.
3. Houd de glasplaten aan de bovenkant vast en trek deze een voor een omhoog uit de
geleiding
4. Reinigen van de glasplaten.
Om de platen te installeren volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. Plaats de
kleinste glasplaat eerst, daarna de grotere glasplaten.
PROBLEMEN OPLOSSEN
WAARSCHUWING!
Zie het hoofdstuk 'Veiligheidsinformatie'.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De oven wordt niet warm. De oven is niet ingeschakeld Schakel de oven in
De oven wordt niet warm. De klok is niet ingesteld. Stel de klok in.
De oven wordt niet warm. De benodigde kookstanden
zijn niet ingesteld.
Controleer de kookstanden
B
26
Problemen oplossen
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De oven wordt niet warm. De zekering in de zekeringkast
is doorgebrand.
Controleer de zekering. Als de
zekering meer dan een keer
doorslaat, raadpleeg dan een
bevoegde elektricien.
Het ovenlampje brandt niet. Het ovenlampje is kapot. Vervang het ovenlampje
De functie pyrolytisch reinigen
werkt niet (op het tijdsdisplay
staat "C1")
Inschuifrails/uittrekrails zijn
niet verwijderd
Verwijder de inschuifrails/uit-
trekrails
Op het tijdsdisplay verschijnt
"F2"
De deur is niet goed gesloten Sluit de deur correct
Op het tijdsdisplay verschijnt
"F2"
De deurvergrendeling is stuk Het apparaat via de zekering
of de veiligheidsschakelaar in
de zekeringkast uit- en weer in-
schakelen. Neem contact op
met onze serviceafdeling als
de foutmelding op het display
blijft terugkomen
Het tijdsdisplay toont een fout-
code die niet in de lijst voor-
komt
Elektronische fout Het apparaat via de zekering
of de veiligheidsschakelaar in
de zekeringkast uit- en weer in-
schakelen. Neem contact op
met onze serviceafdeling als
de foutmelding op het display
blijft terugkomen
De draaispit draait niet De benodigde ovenfunctie is
niet ingesteld
Raadpleeg "Ovenfuncties"
De draaispit draait niet Het draaispit is niet juist in de
draaispitholte geplaatst
Raadpleeg "Draaispit"
Als u niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met uw verkoper of de
klantenservice.
De benodigde gegevens voor de service-afdeling staan op het typeplaatje. Het typepla-
tje bevindt zich aan de voorkant van de binnenkant van de oven.
Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren:
Model (MOD.) .........................................
Productnummer (PNC) .........................................
Serienummer (S.N.) .........................................
MILIEUBESCHERMING
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als
huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een
verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u
Milieubescherming
27
ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke
negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van
verkeerde afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit
product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel
waar u het product hebt gekocht.
Verpakkingsmateriaal
Het verpakkingsmateriaal is milieuvriendelijk en geschikt voor hergebruik Kunststofonder-
delen worden aangeduid met internationale afkortingen, zoals PE, PS, etc. Gooi het ver-
pakkingsmateriaal weg in de daarvoor bestemde containers van uw vuilnisophaaldienst.
28
29
30
31
www.aeg-electrolux.com/shop
892946431-A-292010
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32

Aeg-Electrolux B5742-5-M Handleiding

Type
Handleiding