DAB BOOSTER SILENT Handleiding

Type
Handleiding
40
NL
De netkabel mag nooit gebruikt worden om de pomp te vervoeren of verplaatsen. Gebruik
daarvoor altijd de handgreep van de pomp.
Vermijd aanraking met water, wanneer de pomp op het elektriciteitsnet aangesloten is.
Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan de kabel te trekken.
Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact alvorens werkzaamheden aan de pomp te
verrichten.
Tijdens het gebruik van de pompen mogen er zich geen personen in de verpompte vloeistof
bevinden.
Een beschadigde voedingskabel moet door de fabrikant of diens erkende technische
klantenservice vervangen worden, zodat risico’s voorkomen worden.
Beveiliging tegen overbelasting: de pomp is voorzien van een beveiliging tegen oververhitting.
Indien de motor eventueel oververhit raakt, schakelt deze oververhittingsbeveiliging de pomp
automatisch uit. Na een afkoeltijd van ongeveer 15-20 minuten gaat de pomp automatisch weer
aan. Na inwerkingtreding van de thermische motorbeveiliging, moet in ieder geval de oorzaak
daarvan opgespoord en verholpen worden. Raadpleeg Het Opsporen van Storingen.
2. GEBRUIK VAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN POMPEN
2.1 Zelfaanzuigende oppervlaktepompen met meerdere waaiers
Verkrijgbaar met 1, 3, 4 of 5 waaiers. Het assortiment omvat pompen zowel met een pomphuis uit roestvrij
staal als met een pomphuis uit kunststof.
x Ideaal voor drinkwatervoorziening van woningen en watervoorziening van kleine en middelgrote tuinen.
x In het bijzonder geschikt voor het leegpompen van kleine bekkens.
x De pompen zijn vervaardigd uit chloorbestendig materiaal (normale chloorconcentratie).
x Geschikt voor irrigatie waarbij water uit een opvangreservoir wordt opgepompt
2.3 Drukvaten met geïntegreerde elektronica.
Met als kenmerk dat ze zeer geruisarm werken dankzij hun speciale constructietechniek, verkrijgbaar met 3,
4 of 5 waaiers.
x Voorzien van veiligheidsinrichtingen tegen lekkage op de perszijde.
x Geschikt voor het irrigeren van tuinen en velden, en drinkwatervoorziening van woningen.
x Met als kenmerk constante druk en wateropbrengst.
1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Lees dit boekje met gebruiksaanwijzingen aandachtig door, alvorens de pomp in werking te
stellen en bewaar het goed zodat u het later nog kunt raadplegen
Het apparaat mag alleen gebruikt worden voor die functies waarvoor het is gemaakt. Om
Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met beperkte lichamelijke, sensoriële
of mentale vermogens, of die onvoldoende ervaring of kennis ervan hebben, tenzij zij bij het gebruik van het apparaat
onder toezicht staan van of geïnstrueerd worden door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen
moeten in het oog gehouden worden om erop toe te zien dat ze niet met het apparaat spelen. (CEI EN 60335-1: 08)
2.2
(MULTI INOX)
(BOOSTERSILENT)
41
NL
De temperatuur van de te pompen vloeistof mag niet hoger zijn dan 35° C.
De pomp kan mag niet gebruikt worden voor het pompen verpompen van zout water, rioolwater,
ontvlambare, bijtende of explosieve vloeistoffen (b.v. petroleum, benzine, oplosmiddelen),
vetten, oliën of voedingsmiddelen.
Indien de pomp gebruikt wordt voor de drinkwatervoorziening in woningen dient u de
plaatselijke regelgeving uitgevaardigd door de met het beheer van de drinkwatervoorziening
belaste instanties in acht te nemen.
3. INBEDRIJFSTELLING
Verzeker u ervan dat de installatie zoals die gebruikt wordt, in overeenstemming is met de
bestaande regelgeving, daar de veiligheidseisen in de afzonderlijke landen van elkaar
verschillen.
Controleer, alvorens de pomp in werking te stellen, of:
x De op het technische gegevensplaatje aangegeven netspanning- en frequentie overeenkomen met
de gegevens van de elektrische stroomvoorzieningsinstallatie.
x De voedingskabel van de pomp of de pomp zelf niet beschadigd zijn.
x De elektrische verbinding zich op een droge, tegen eventuele overstroming beschermde, plaats
bevindt.
x De elektrische installatie voorzien is van veiligheidsschakelaar van I ¨n 30 mA en of de
aardingsinstallatie werkzaam is.
x Eventuele verlengkabels in overeenstemming met de voorschriften van norm DIN VDE 0620 zijn.
Voordat u de pomp voor de eerste keer in bedrijf stelt moet u het pomphuis en de aanzuigleiding
vol laten lopen met helder water. Het vullen moet langzaam gebeuren en wel tot het water bijna
overloopt; wacht een paar seconden tot alle lucht naar buiten komt en vul dan bij tot het niveau
stabiel wordt.
Indien de pomp daarentegen geïnstalleerd is op een niveau dat onder de waterspiegel ligt, dient
u de lucht uit het pomphuis te laten lopen door de vuldop te openen. De pomp vult zich dan uit
zichzelf.
Steek de stekker in het stopcontact. Stel de pomp in bedrijf en wacht dat er water naar buiten
komt. Indien er na 2-3 minuten nadat u de pomp in bedrijf hebt gesteld, geen water naar buiten
komt, zet u de pomp uit en vult u de pomp opnieuw.
Montage van de aanzuigleiding
x Installeer de aanzuigleiding van de waterbron naar de pomp in stijgende lijn. De aanzuigleiding mag niet
boven het niveau van de pomp komen(om te voorkomen dat er luchtbellen in de aanzuigleiding ontstaan).
x De aanzuigleiding moet zo worden gemonteerd dat deze geen enkele mechanische spanning op de pomp
veroorzaakt.
x De bodemklep moet zich tenminste op 30 cm onder de waterspiegel bevinden.
x De pomp kan alleen water aanzuigen indien de aanzuigleiding volkomen hermetisch dicht is.
x De aanzuigleiding zou dezelfde diameter moeten hebben als de aanzuigopening van de pomp.
42
NL
Montage van de persleiding
x Om de prestaties van de pomp zo goed mogelijk te benutten is het raadzaam een persleiding met een
diameter van 1” of meer te gebruiken.
x Tijdens het opzuigen van de waterkolom moeten de afsluiters in de persleiding helemaal open zijn om de
lucht in de leidingen eruit te laten gaan.
Voordat u de pomp voor de eerste keer in gebruik neemt (waarbij men de stekker in de contactdoos moet
steken), moeten de aanzuigleiding en de pomp helemaal met water worden gevuld (totdat ze overlopen) om
de waterkolom op te zuigen. Bij het gebruik in putten en alle andere gevallen waarbij het waterniveau onder
de pomp ligt is men verplicht een aanzuigleiding met een anti terugslagklep aan de ingang hiervan toe te
passen. Hiermee wordt het mogelijk om de pomp de eerste maal dat u hem gaat gebruiken te vullen en wordt
voorkomen dat de pomp leegloopt als deze automatisch tot stilstand komt zodat er geen problemen bij het
opnieuw starten zullen ontstaan. Om de pomp te vullen moet u de vuldop gebruiken.
f Drukvaten met geïntegreerde elektronica
Installatie
De druk aan de inlaat van de pomp mag niet hoger zijn dan 2 bar.
De aanzuigdiepte mag niet onder de 8 m liggen.
De pomp zal niet goed werken als de kraan zich meer dan 15 meter daarboven bevindt.
bij dit model is het als gevolg van de aanwezigheid van de anti terugslagklep niet mogelijk de
aanzuigleiding via de vuldop op de pomp te vullen.
Gebruik van de pomp
Doe de stekker van de voedingskabel in het stopcontact; de pomp zal beginnen te werken.
Indien de aanzuigfase niet binnen 120 seconden wordt geactiveerd, zal de pomp automatisch tot stilstand
komen. Daarna volgen er nog 2 aanzuigpogingen van elk 120 seconden.
De elektropomp is voorzien van een ingebouwde elektronische inrichting waardoor het een automatische
elektropomp wordt met de volgende functies:
x Automatische werking van de pomp
De pomp zal automatisch starten als de kraan open gaat en zal na sluiten daarvan nog ongeveer 10
seconden doorlopen.
x Beveiliging tegen droogdraaien van de pomp
Als er geen water is, dan zal de pomp automatisch na ongeveer 45 seconden uitgeschakeld worden. Dit zal
op elektronische display aangegeven: het rode controlelampje “Alarm” zal dan gaan knipperen.
Om de pomp weer te activeren moet u op de knop RESET drukken, nadat u voor een normale watertoevoer
gezorgd hebt.
Als de staat van alarm blijft bestaan, dat wil zeggen de gebruiker niet optreedt door de watertoevoer te
43
NL
herstellen en de pomp terug te stellen, zal de automatische reset proberen de pomp na verloop van een uur,
5 uur, 20 uur en vervolgens een maal per etmaal, te heractiveren. Vanaf het eerste moment dat de
droogdraaibeveiliging in werking is getreden en tot het moment dat de pomp weer regulair gaat werken, blijft
het elektronische display signaleren dat er geen water is: het rode led knippert met cycli van een flash en een
pauze. Om de pomp opnieuw te activeren dient u op de toets RESET te drukken, nadat u de correcte
watertoevoer hebt hersteld.
x Signaleringen van het elektronisch display
Groene led (Power) aan.
De pomp is op het elektriciteitsnet aangesloten en is gereed om water af te geven (zodra er een kraan
opengezet wordt).
Gele led (Pump on) aan.
De pomp levert water .
Rode led (Alarm) knippert met een cyclus van 1 flash.
De pomp werkt niet als gevolg van gebrek aan water aan de aanzuigzijde: het beveiligingsprogramma tegen
droogdraaien is in werking getreden.
4. RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK
Voor een goede pompwerking moeten de volgende bedrijfsregels in acht genomen worden:
De pomp mag niet werken als de kraan aan de perszijde helemaal dicht is (met uitzondering van
de pompen die elektronische worden aangestuurd)
De pomp mag niet zonder vloeistof werken.
x De aanzuig- en persleidingen mogen niet kleiner zijn dan de doorsnede van de desbetreffende openingen
(25 mm) van de pomp. Wanneer de aanzuighoogte meer dan 4 meter bedraagt, verdient het aanbeveling
een leiding met een grotere doorsnede op de aanzuigopening te monteren. Gebruik geen metalen
koppelingen op de schroefdraden van de pomp.
x Sluit de aanzuigleiding met bodemklep aan en vermijd daarbij tegenhellingen, sifons, zwanenhalzen en
vernauwingen van de leiding.
x Zet de pomp in een stabiele stand op een vlakke ondergrond, op een droge plaats en uit de buurt van
ontvlambare of explosieve stoffen. Laat er hem niet in de regen bloot of rechtstreekse waterstralen.
x Vergewis u ervan dat de aansluitingen op de stopcontacten niet met water in contact kunnen komen,
dompel de pomp niet in het water.
ONDERHOUD EN REINIGING
De pomp mag in geen geval blootgesteld worden aan vorst. Haal de pomp bij temperaturen onder nul uit de
te verpompen vloeistof, laat hem leeglopen en zet hem op een vorstvrije plaats neer.
Voordat u reinigingswerkzaamheden aan de pomp gaat uitvoeren dient u de stekker van de pomp uit
het stopcontact te halen. De pomp heeft geen onderhoud nodig.
44
NL
5. HET OPSPOREN VAN STORINGEN
Voordat begonnen wordt met het opsporen van storingen, moet de pomp eerst losgekoppeld
worden van het elektriciteitsnet (door de stekker uit het stopcontact te halen).
Indien de voedingskabel of een elektrisch onderdeel van de pomp beschadigd zijn, mogen deze
alleen door de fabrikant of diens technische klantenservice of door een iemand met gelijke
bevoegdheid
Zelfaanzuigende oppervlaktepompen met meerdere waaiers. Drukvaten met reservoir
Storingen Oorzaak Oplossing
De pomp draait
niet.
1)er is geen elektrische stroom.
2)as geblokkeerd
1)controleer of er spanning op het stopcontact
staat en de stekker er goed in zit.
2)haal de stekker uit het stopcontact: steek een
schroevendraaier in de inkeping op de as (aan de
kant van de koelvin) en neem de blokkering weg
door de schroevendraaier om te draaien.
De pomp draait
maar er komt geen
water uit.
1) er zit nog lucht in het pomphuis . Er zit
geen water in het pomphuis.
2) er is lucht in de aanzuigleiding gekomen.
3)- de aanzuigklep is niet onder water
- aanzuigklep verstopt
- de maximale aanzuigdiepte is overschreden.
1) Laat de pomp stoppen, draai de persleiding
los, schud de pomp en de aanzuigleiding zodat de
luchtbellen gemakkelijker naar buiten kunnen
komen; vul bij met water, zet de leiding er weer
tegen, draai hem helemaal vast en zet de pomp
weer in werking.
2) controleer of de koppelingen op de
aanzuigleidingen goed zijn uitgevoerd. Controleer
of de leidingen niet naar de verkeerde kant hellen,
of er geen, sifons of vernauwingen in de
aanzuigleiding zijn en of de bodemklep niet
geblokkeerd is.
3) plaats de aanzuigklep in water
- maak de bodemklep schoon
- maak de aanzuigkuip schoon
- controleer de aanzuigdiepte
De pomp stopt
wegens
oververhitting als
gevolg van het
openen van de
oververhittingbevei
liging
1) stroomvoorziening komt niet overeen met
die op het motorplaatje (spanning te hoog
of te laag)
2) een voorwerp heeft de waaier
geblokkeerd.
3) de pomp heeft met te warm water gewerkt
4) de pomp heeft langer dan 10 minuten
gewerkt terwijl er geen water was of de
kraan aan de perszijde dicht was.
1)-4) haal de stekker uit het stopcontact, neem de
oorzaak van de oververhitting weg, wacht tot
de motor is afgekoeld en start opnieuw.
45
NL
Drukvaten met geïntegreerde elektronica
Probleem LED Oorzaak Oplossing
Power uit Er staat geen spanning op de pomp Controleer of de spanning van het
elektriciteitsnet juist is.
Pump on uit Controleer elektrische lijn en
aansluitingen
Alarm uit Kaart defect Wend u tot een erkend service.
Power aan De perszijde is geblokkeerd
Pump on uit Controleer het hydraulische systeem
Alarm uit Installatie niet juist (+ 15 m)
Power aan
Pump on aan Kaart defect Wend u tot een bevoegd service
Alarm aan
Power aan Gebrek aan water aan de Controleer of de aanzuigleiding goed
Pump on uit aanzuigzijde, niet langer dan 26 uur
geleden
is geïnstalleerd
Alarm knippert Waaier geblokkeerd (inwerkingtreding
oververhittingsbeveiliging)
Maak de pomp schoon, deblokkeer de
pomp
Power aan Gebrek aan water aan de
aanzuigzijde sinds meer dan 26 uur
Controleer of de aanzuigleiding goed
is geïnstalleerd
Pump on uit
De pomp
werkt niet
Alarm aan Waaier geblokkeerd (inwerkingtreding
oververhittingsbeveiliging)
Maak de pomp schoon, deblokkeer de
pomp
Aanzuigdiepte te groot Controleer aanzuigdiepte
Bodemklep verstopt Maak de bodemklep schoon
Niet
genoeg
water
geleverd
Capaciteit van de pomp verminderd
als gevolg van ongerechtigheden
Maak de pomp schoon
De pomp
slaat
voortduren
d aan en af
Lekken in het systeem
Waarschijnlijk ongerechtigheden in de
pomp
Bodemklep sluit niet goed
Het waterpeil zakt snel tot meer dan 8
m diepte
Controleer het systeem en de
aansluitingen van de pomp.
Maak de pomp schoon
Zet de bodemklep dieper (niet lager
dan 8 m)
46
NL
6. AFVALVERWERKING
Dit product of delen daarvan moeten in overeenstemming met de milieuvoorschriften afgevoerd worden;
Maak gebruik van de plaatselijke openbare of particuliere systemen voor het inzamelen van afval.
7. GARANTIE
Tijdens de garantieperiode zoals die wettelijk is voorgeschreven in het land waar het product gekocht is, zal
al het gebruikte ondeugdelijke materiaal of alle fabricagefouten van het apparaat weggenomen worden door
het apparaat, naar ons oordeel, te repareren of te vervangen.
Onze garantie dekt alle defecten die wezenlijk op fabricagefouten of ondeugdelijk materiaal terug te voeren
zijn, mits het product correct en in overeenstemming met de aanwijzingen gebruikt is.
De garantie komt in onderstaande gevallen te vervallen:
y reparatiepogingen op het apparaat,
y technische wijzigingen aan het apparaat,
y gebruik van onderdelen die niet origineel zijn,
y geknoei,
y oneigenlijk gebruik, bijvoorbeeld industriële toepassing.
Van de garantie zijn uitgesloten:
y snel slijtende onderdelen.
Indien u een beroep op de garantie wilt doen, dient u zich met het bewijs van aankoop van het product tot
een erkende technische servicedienst te wenden.
De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden in dit boekje van de hand,
indien deze aan druk- of kopieerfouten te wijten zijn. Hij behoudt zich het recht voor die wijzigingen aan de
producten aan te brengen, welke hij noodzakelijk of nuttig acht, zonder daarbij aan de wezenlijke kenmerken
afbreuk te doen.

Documenttranscriptie

NL 1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN Lees dit boekje met gebruiksaanwijzingen aandachtig door, alvorens de pomp in werking te stellen en bewaar het goed zodat u het later nog kunt raadplegen Het apparaat mag alleen gebruikt worden voor die functies waarvoor het is gemaakt. Om Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met beperkte lichamelijke, sensoriële of mentale vermogens, of die onvoldoende ervaring of kennis ervan hebben, tenzij zij bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van of geïnstrueerd worden door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in het oog gehouden worden om erop toe te zien dat ze niet met het apparaat spelen. (CEI EN 60335-1: 08) De netkabel mag nooit gebruikt worden om de pomp te vervoeren of verplaatsen. Gebruik daarvoor altijd de handgreep van de pomp. Vermijd aanraking met water, wanneer de pomp op het elektriciteitsnet aangesloten is. Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan de kabel te trekken. Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact alvorens werkzaamheden aan de pomp te verrichten. Tijdens het gebruik van de pompen mogen er zich geen personen in de verpompte vloeistof bevinden. Een beschadigde voedingskabel moet door de fabrikant of diens erkende technische klantenservice vervangen worden, zodat risico’s voorkomen worden. Beveiliging tegen overbelasting: de pomp is voorzien van een beveiliging tegen oververhitting. Indien de motor eventueel oververhit raakt, schakelt deze oververhittingsbeveiliging de pomp automatisch uit. Na een afkoeltijd van ongeveer 15-20 minuten gaat de pomp automatisch weer aan. Na inwerkingtreding van de thermische motorbeveiliging, moet in ieder geval de oorzaak daarvan opgespoord en verholpen worden. Raadpleeg Het Opsporen van Storingen. 2. GEBRUIK VAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN POMPEN 2.1 Zelfaanzuigende oppervlaktepompen met meerdere waaiers (MULTI INOX) Verkrijgbaar met 1, 3, 4 of 5 waaiers. Het assortiment omvat pompen zowel met een pomphuis uit roestvrij staal als met een pomphuis uit kunststof. x Ideaal voor drinkwatervoorziening van woningen en watervoorziening van kleine en middelgrote tuinen. x In het bijzonder geschikt voor het leegpompen van kleine bekkens. x De pompen zijn vervaardigd uit chloorbestendig materiaal (normale chloorconcentratie). x Geschikt voor irrigatie waarbij water uit een opvangreservoir wordt opgepompt 2.3 Drukvaten met geïntegreerde elektronica. (BOOSTERSILENT) 2.2 Met als kenmerk dat ze zeer geruisarm werken dankzij hun speciale constructietechniek, verkrijgbaar met 3, 4 of 5 waaiers. x Voorzien van veiligheidsinrichtingen tegen lekkage op de perszijde. x Geschikt voor het irrigeren van tuinen en velden, en drinkwatervoorziening van woningen. x Met als kenmerk constante druk en wateropbrengst. 40 NL De temperatuur van de te pompen vloeistof mag niet hoger zijn dan 35° C. De pomp kan mag niet gebruikt worden voor het pompen verpompen van zout water, rioolwater, ontvlambare, bijtende of explosieve vloeistoffen (b.v. petroleum, benzine, oplosmiddelen), vetten, oliën of voedingsmiddelen. Indien de pomp gebruikt wordt voor de drinkwatervoorziening in woningen dient u de plaatselijke regelgeving uitgevaardigd door de met het beheer van de drinkwatervoorziening belaste instanties in acht te nemen. 3. INBEDRIJFSTELLING Verzeker u ervan dat de installatie zoals die gebruikt wordt, in overeenstemming is met de bestaande regelgeving, daar de veiligheidseisen in de afzonderlijke landen van elkaar verschillen. Controleer, alvorens de pomp in werking te stellen, of: x De op het technische gegevensplaatje aangegeven netspanning- en frequentie overeenkomen met de gegevens van de elektrische stroomvoorzieningsinstallatie. x De voedingskabel van de pomp of de pomp zelf niet beschadigd zijn. x De elektrische verbinding zich op een droge, tegen eventuele overstroming beschermde, plaats bevindt. x De elektrische installatie voorzien is van veiligheidsschakelaar van I ¨n ” 30 mA en of de aardingsinstallatie werkzaam is. x Eventuele verlengkabels in overeenstemming met de voorschriften van norm DIN VDE 0620 zijn. Voordat u de pomp voor de eerste keer in bedrijf stelt moet u het pomphuis en de aanzuigleiding vol laten lopen met helder water. Het vullen moet langzaam gebeuren en wel tot het water bijna overloopt; wacht een paar seconden tot alle lucht naar buiten komt en vul dan bij tot het niveau stabiel wordt. Indien de pomp daarentegen geïnstalleerd is op een niveau dat onder de waterspiegel ligt, dient u de lucht uit het pomphuis te laten lopen door de vuldop te openen. De pomp vult zich dan uit zichzelf. Steek de stekker in het stopcontact. Stel de pomp in bedrijf en wacht dat er water naar buiten komt. Indien er na 2-3 minuten nadat u de pomp in bedrijf hebt gesteld, geen water naar buiten komt, zet u de pomp uit en vult u de pomp opnieuw. Montage van de aanzuigleiding x Installeer de aanzuigleiding van de waterbron naar de pomp in stijgende lijn. De aanzuigleiding mag niet boven het niveau van de pomp komen(om te voorkomen dat er luchtbellen in de aanzuigleiding ontstaan). x De aanzuigleiding moet zo worden gemonteerd dat deze geen enkele mechanische spanning op de pomp veroorzaakt. x De bodemklep moet zich tenminste op 30 cm onder de waterspiegel bevinden. x De pomp kan alleen water aanzuigen indien de aanzuigleiding volkomen hermetisch dicht is. x De aanzuigleiding zou dezelfde diameter moeten hebben als de aanzuigopening van de pomp. 41 NL Montage van de persleiding x Om de prestaties van de pomp zo goed mogelijk te benutten is het raadzaam een persleiding met een diameter van 1” of meer te gebruiken. x Tijdens het opzuigen van de waterkolom moeten de afsluiters in de persleiding helemaal open zijn om de lucht in de leidingen eruit te laten gaan. Voordat u de pomp voor de eerste keer in gebruik neemt (waarbij men de stekker in de contactdoos moet steken), moeten de aanzuigleiding en de pomp helemaal met water worden gevuld (totdat ze overlopen) om de waterkolom op te zuigen. Bij het gebruik in putten en alle andere gevallen waarbij het waterniveau onder de pomp ligt is men verplicht een aanzuigleiding met een anti terugslagklep aan de ingang hiervan toe te passen. Hiermee wordt het mogelijk om de pomp de eerste maal dat u hem gaat gebruiken te vullen en wordt voorkomen dat de pomp leegloopt als deze automatisch tot stilstand komt zodat er geen problemen bij het opnieuw starten zullen ontstaan. Om de pomp te vullen moet u de vuldop gebruiken. f Drukvaten met geïntegreerde elektronica Installatie De druk aan de inlaat van de pomp mag niet hoger zijn dan 2 bar. De aanzuigdiepte mag niet onder de 8 m liggen. De pomp zal niet goed werken als de kraan zich meer dan 15 meter daarboven bevindt. bij dit model is het als gevolg van de aanwezigheid van de anti terugslagklep niet mogelijk de aanzuigleiding via de vuldop op de pomp te vullen. Gebruik van de pomp Doe de stekker van de voedingskabel in het stopcontact; de pomp zal beginnen te werken. Indien de aanzuigfase niet binnen 120 seconden wordt geactiveerd, zal de pomp automatisch tot stilstand komen. Daarna volgen er nog 2 aanzuigpogingen van elk 120 seconden. De elektropomp is voorzien van een ingebouwde elektronische inrichting waardoor het een automatische elektropomp wordt met de volgende functies: x Automatische werking van de pomp De pomp zal automatisch starten als de kraan open gaat en zal na sluiten daarvan nog ongeveer 10 seconden doorlopen. x Beveiliging tegen droogdraaien van de pomp Als er geen water is, dan zal de pomp automatisch na ongeveer 45 seconden uitgeschakeld worden. Dit zal op elektronische display aangegeven: het rode controlelampje “Alarm” zal dan gaan knipperen. Om de pomp weer te activeren moet u op de knop RESET drukken, nadat u voor een normale watertoevoer gezorgd hebt. Als de staat van alarm blijft bestaan, dat wil zeggen de gebruiker niet optreedt door de watertoevoer te 42 NL herstellen en de pomp terug te stellen, zal de automatische reset proberen de pomp na verloop van een uur, 5 uur, 20 uur en vervolgens een maal per etmaal, te heractiveren. Vanaf het eerste moment dat de droogdraaibeveiliging in werking is getreden en tot het moment dat de pomp weer regulair gaat werken, blijft het elektronische display signaleren dat er geen water is: het rode led knippert met cycli van een flash en een pauze. Om de pomp opnieuw te activeren dient u op de toets RESET te drukken, nadat u de correcte watertoevoer hebt hersteld. x Signaleringen van het elektronisch display Groene led (Power) aan. De pomp is op het elektriciteitsnet aangesloten en is gereed om water af te geven (zodra er een kraan opengezet wordt). Gele led (Pump on) aan. De pomp levert water . Rode led (Alarm) knippert met een cyclus van 1 flash. De pomp werkt niet als gevolg van gebrek aan water aan de aanzuigzijde: het beveiligingsprogramma tegen droogdraaien is in werking getreden. 4. RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK Voor een goede pompwerking moeten de volgende bedrijfsregels in acht genomen worden: De pomp mag niet werken als de kraan aan de perszijde helemaal dicht is (met uitzondering van de pompen die elektronische worden aangestuurd) De pomp mag niet zonder vloeistof werken. x De aanzuig- en persleidingen mogen niet kleiner zijn dan de doorsnede van de desbetreffende openingen (25 mm) van de pomp. Wanneer de aanzuighoogte meer dan 4 meter bedraagt, verdient het aanbeveling een leiding met een grotere doorsnede op de aanzuigopening te monteren. Gebruik geen metalen koppelingen op de schroefdraden van de pomp. x Sluit de aanzuigleiding met bodemklep aan en vermijd daarbij tegenhellingen, sifons, zwanenhalzen en vernauwingen van de leiding. x Zet de pomp in een stabiele stand op een vlakke ondergrond, op een droge plaats en uit de buurt van ontvlambare of explosieve stoffen. Laat er hem niet in de regen bloot of rechtstreekse waterstralen. x Vergewis u ervan dat de aansluitingen op de stopcontacten niet met water in contact kunnen komen, dompel de pomp niet in het water. ONDERHOUD EN REINIGING De pomp mag in geen geval blootgesteld worden aan vorst. Haal de pomp bij temperaturen onder nul uit de te verpompen vloeistof, laat hem leeglopen en zet hem op een vorstvrije plaats neer. Voordat u reinigingswerkzaamheden aan de pomp gaat uitvoeren dient u de stekker van de pomp uit het stopcontact te halen. De pomp heeft geen onderhoud nodig. 43 NL 5. HET OPSPOREN VAN STORINGEN Voordat begonnen wordt met het opsporen van storingen, moet de pomp eerst losgekoppeld worden van het elektriciteitsnet (door de stekker uit het stopcontact te halen). Indien de voedingskabel of een elektrisch onderdeel van de pomp beschadigd zijn, mogen deze alleen door de fabrikant of diens technische klantenservice of door een iemand met gelijke bevoegdheid Zelfaanzuigende oppervlaktepompen met meerdere waaiers. Drukvaten met reservoir Storingen Oorzaak 1)er is geen elektrische stroom. Oplossing 1)controleer of er spanning op het stopcontact staat en de stekker er goed in zit. De pomp draait 2)as geblokkeerd 2)haal de stekker uit het stopcontact: steek een niet. schroevendraaier in de inkeping op de as (aan de kant van de koelvin) en neem de blokkering weg door de schroevendraaier om te draaien. 1) Laat de pomp stoppen, draai de persleiding 1) er zit nog lucht in het pomphuis . Er zit geen water in het pomphuis. los, schud de pomp en de aanzuigleiding zodat de luchtbellen gemakkelijker naar buiten kunnen komen; vul bij met water, zet de leiding er weer tegen, draai hem helemaal vast en zet de pomp weer in werking. 2) er is lucht in de aanzuigleiding gekomen. 2) controleer of de koppelingen op de De pomp draait aanzuigleidingen goed zijn uitgevoerd. Controleer maar er komt geen of de leidingen niet naar de verkeerde kant hellen, water uit. of er geen, sifons of vernauwingen in de aanzuigleiding zijn en of de bodemklep niet geblokkeerd is. 3)- de aanzuigklep is niet onder water 3) plaats de aanzuigklep in water - aanzuigklep verstopt - maak de bodemklep schoon - de maximale aanzuigdiepte is overschreden. - maak de aanzuigkuip schoon - controleer de aanzuigdiepte 1) stroomvoorziening komt niet overeen met 1)-4) haal de stekker uit het stopcontact, neem de De pomp stopt die op het motorplaatje (spanning te hoog oorzaak van de oververhitting weg, wacht tot of te laag) wegens de motor is afgekoeld en start opnieuw. oververhitting als 2) een voorwerp heeft de waaier gevolg van het geblokkeerd. openen van de 3) de pomp heeft met te warm water gewerkt oververhittingbevei 4) de pomp heeft langer dan 10 minuten liging gewerkt terwijl er geen water was of de kraan aan de perszijde dicht was. 44 NL Drukvaten met geïntegreerde elektronica Probleem LED Power uit Oorzaak Er staat geen spanning op de pomp Pump on uit De pomp werkt niet Alarm uit Power aan Pump on uit Alarm uit Power aan Pump on aan Alarm aan Power aan Pump on uit Alarm knippert Power aan Pump on uit Alarm aan Niet genoeg water geleverd De pomp slaat voortduren d aan en af Kaart defect De perszijde is geblokkeerd Oplossing Controleer of de spanning van het elektriciteitsnet juist is. Controleer elektrische lijn en aansluitingen Wend u tot een erkend service. Controleer het hydraulische systeem Installatie niet juist (+ 15 m) Kaart defect Wend u tot een bevoegd service Gebrek aan water aan de aanzuigzijde, niet langer dan 26 uur geleden Controleer of de aanzuigleiding goed is geïnstalleerd Waaier geblokkeerd (inwerkingtreding oververhittingsbeveiliging) Gebrek aan water aan de aanzuigzijde sinds meer dan 26 uur Maak de pomp schoon, deblokkeer de pomp Controleer of de aanzuigleiding goed is geïnstalleerd Waaier geblokkeerd (inwerkingtreding oververhittingsbeveiliging) Maak de pomp schoon, deblokkeer de pomp Aanzuigdiepte te groot Bodemklep verstopt Controleer aanzuigdiepte Maak de bodemklep schoon Capaciteit van de pomp verminderd als gevolg van ongerechtigheden Lekken in het systeem Waarschijnlijk ongerechtigheden in de pomp Bodemklep sluit niet goed Het waterpeil zakt snel tot meer dan 8 m diepte Maak de pomp schoon 45 Controleer het systeem en de aansluitingen van de pomp. Maak de pomp schoon Zet de bodemklep dieper (niet lager dan 8 m) NL 6. AFVALVERWERKING Dit product of delen daarvan moeten in overeenstemming met de milieuvoorschriften afgevoerd worden; Maak gebruik van de plaatselijke openbare of particuliere systemen voor het inzamelen van afval. 7. GARANTIE Tijdens de garantieperiode zoals die wettelijk is voorgeschreven in het land waar het product gekocht is, zal al het gebruikte ondeugdelijke materiaal of alle fabricagefouten van het apparaat weggenomen worden door het apparaat, naar ons oordeel, te repareren of te vervangen. Onze garantie dekt alle defecten die wezenlijk op fabricagefouten of ondeugdelijk materiaal terug te voeren zijn, mits het product correct en in overeenstemming met de aanwijzingen gebruikt is. De garantie komt in onderstaande gevallen te vervallen: y reparatiepogingen op het apparaat, y technische wijzigingen aan het apparaat, y gebruik van onderdelen die niet origineel zijn, y geknoei, y oneigenlijk gebruik, bijvoorbeeld industriële toepassing. Van de garantie zijn uitgesloten: y snel slijtende onderdelen. Indien u een beroep op de garantie wilt doen, dient u zich met het bewijs van aankoop van het product tot een erkende technische servicedienst te wenden. De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden in dit boekje van de hand, indien deze aan druk- of kopieerfouten te wijten zijn. Hij behoudt zich het recht voor die wijzigingen aan de producten aan te brengen, welke hij noodzakelijk of nuttig acht, zonder daarbij aan de wezenlijke kenmerken afbreuk te doen. 46
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21

DAB BOOSTER SILENT Handleiding

Type
Handleiding