Pioneer PRS-D5000SPL Handleiding

Categorie
Auto audio versterkers
Type
Handleiding
1
Inhoudsopgave
Alvorens gebruik ........................................ 2
Bij problemen .................................................... 2
Over dit product ................................................ 2
WAARSCHUWING ........................................ 2
WAARSCHUWING ........................................ 2
Instellen van dit toestel ............................ 3
Versterkingsregelaar .......................................... 3
MODE SELECT schakelaar .............................. 3
Versterkingsniveauregelaar van
de lage klanken .......................................... 3
Frequentieregelaar van het
versterkingsniveau van de lage klanken .... 3
Keuzeschakelaar Helling .................................. 3
Regelaar voor drempelfrequentie voor LPF ...... 4
Subsonic Keuzetoets ........................................ 4
Schakelaar voor de regeling van
de slagfrequentie (BFC) ............................ 4
Spanningsindicator ............................................ 4
Aansluiten van het toestel ...................... 5
Aansluitschema ................................................ 6
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt ........ 7
Verbinden van de luidsprekeraansluitingen ...... 8
Instellen van de versterking voor
een gesynchroniseerde versterker .............. 9
Snelle instelling van de versterking .................. 9
Geavanceerde instelling van de versterking ...... 9
Aansluiten van de luidsprekerdraden ................ 9
Installatie .................................................. 13
Voorbeeld van installatie op de vloermat
of op het chassis ...................................... 13
Technische gegevens ............................ 14
Alvorens gebruik
2
ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS
ITALIANO
NEDERLANDS
Dank U zeer voor de aanschaf van dit
PIONEER-product. Lees deze gebruiks-
aanwijzing goed door, voordat het toestel
in gebruik genomen wordt.
Bij problemen
Neem contact op met uw dealer of het
dichtstbijzijnde PIONEER service-
centrum, wanneer de eenheid niet juist
functioneert.
Over dit product
Dit product is een klasse D versterker voor
de subwoofer. Als zowel de L (linker) als
R (rechter) kanalen zijn aangesloten op
de RCA (tulp) ingangsaansluitingen van
dit product, zal de geluidsweergave
gemengd zijn omdat dit product een
mono-versterker is.
WAARSCHUWING
Vervang de zekering in geen geval door
één met een hoger vermogen of hogere
waarde dan de originele. Gebruik van een
verkeerde zekering kan leiden tot
oververhitting en rookontwikkeling en tot
beschadiging van het product en letsel,
bijvoorbeeld brandwonden.
WAARSCHUWING
Gebruik altijd de aanbevolen accudraad en
aarddraad (los verkrijgbaar). Verbind het
accudraad direct met de positieve pool (+) van de
autoaccu en het aardedraad met het chassis van de
auto.
Raak de versterker niet met natte handen aan. U
zou anders een elektrische schok kunnen krijgen.
Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze
nat is.
Voor de verkeersveiligheid dient u het volume
zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en
ander verkeer nog goed kunt horen.
Controleer de aansluitingen voor de
stroomvoorziening en de subwoofer wanneer de
zekering voor de los verkrijgbare accudraad
doorbrandt. Zoek de oorzaak en los het probleem
op. Plaats vervolgens een nieuwe zekering van
hetzelfde formaat en ampèrage.
Om een onjuiste werking van de versterker en de
subwoofer te voorkomen, schakelt het
beschermingscircuit van de versterker de
spanning naar de versterker uit indien de
omstandigheden niet normaal zijn. Schakel in dit
geval de spanning van het systeem uit (OFF),
controleer de verbinding met de spanningsbron en
de subwoofer. Zoek de oorzaak en los het
probleem op.
Raadpleeg de plaats van aankoop indien u de
oorzaak niet kunt vinden.
Om een elektrische schok of kortluiting te
voorkomen tijdens het aansluiten en installeren,
moet de negative (–) pool van de accu worden
ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit.
Controleer of er zich geen onderdelen achter het
paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de
installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle
kabels en belangrijke onderdelen zoals
brandstofleidingen, remleidingen en de
elektrische bedrading beveiligd zijn en niet
kunnen worden beschadigd.
Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact
komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg
van de opstelling van de versterker. Dit kan
leiden tot elektrische schokken. De versterker en
luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook
produceren en oververhit raken door contact met
vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de
versterker en het oppervlak van aangesloten
luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot
lichte brandwonden.
3
Instellen van dit toestel
Frequentieregelaar van het
versterkingsniveau van de lage
klanken
Met de versterkingsregelaar van de lage
klanken kunt u een frequentie voor de
versterking van de lage klanken kiezen
die tussen 40 t/m 120 Hz ligt.
Versterkingsniveauregelaar van
de lage klanken
De versterkingsniveauregelaar van de
lage klanken kan het niveau versterken
rond de frequentie die is gekozen met de
frequentieregelaar voor de versterking
van de lage klanken van 0 t/m 12 dB.
Versterkingsregelaar
Draai de versterkingsregelaar op het
voorpaneel van de eindversterker naar
rechts indien de weergave te zacht
klinkt, zelf wanneer het volume is
verhoogd met de auto-stereo die u met
deze eindversterker gebruikt.
Draai de versterkingsregelaar naar links
indien het geluid vervormt wanneer het
volume wordt verhoogd.
Wanneer u een auto-stereo gebruikt
met RCA (standaard uitgangsspanning
500 mV), dient u de NORMAL stand
in te stellen. Wanneer u een Pioneer
auto-stereo met RCA gebruikt, met
een maximale uitgangsspanning van
4 V of meer, dient u het niveau aan te
passen aan het uitgangsniveau van de
auto-stereo.
Voor de versterking van een
gesynchroniseerde versterker, zie
“Instellen van de versterking voor een
gesynchroniseerde versterker”.
Keuzeschakelaar Helling
U kunt een helling voor het
laagdoorlaatfilter (LPF) kiezen tussen
–18 en –24 dB.
MODE SELECT schakelaar
U kunt wat betreft de
synchronisatiefunctie voor de versterker
kiezen uit MASTER, SYNC en SYNC
INV. Zie “Aansluiten van de
luidsprekerdraden” voor de juiste stand
van de MODE SELECT schakelaar.
4
ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS
ITALIANO
NEDERLANDS
Spanningsindicator
De spanningsindicator licht op wanneer
de spanning wordt ingeschakeld.
Regelaar voor drempelfrequentie
voor LPF
U kunt een drempelfrequentie van 40 t/m
240 Hz kiezen.
Schakelaar voor de regeling van
de slagfrequentie (BFC)
Als u een slag of dreun hoort bij het
luisteren naar een MW/LW (MG/LG)-
uitzending op uw autostereo, kunt u de
stand van de BFC-schakelaar wijzigen
met een kleine schroevedraaier met
platte kop.
Subsonic Keuzetoets
Het Subsonic filter houdt onhoorbare
frequenties lager dan 20 Hz tegen om
ongewenste vibraties te voorkomen en
vermogensverliezen te minimaliseren.
5
Aansluiten van het toestel
WAARSCHUWING:
Om beschadiging en/of letsel te voorkomen
Aard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en
sluit evenmin een negatief snoer (–) aan voor
verschillende luidsprekers.
Dit toestel is ontworpen voor auto’s met een accu
van 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg
eerst de accuspanning na voor u het toestel
installeert in een recreatief voertuig, vrachtwagen
of bus.
De accu raakt mogelijk uitgeput indien de auto-
stereo langdurig is ingeschakeld maar de motor
stationair draait of is uitgeschakeld. Zet de auto-
stereo uit wanneer de motor stationair draait of is
uitgeschakeld.
Als het systeem-afstandbedieningssnoer van de
versterker is aangesloten op de
spanningsaansluiting via de contactschakelaar
(12 V gelijkstroom), is de versterker altijd
ingeschakeld wanneer het contact aanstaat,
ongeacht of de auto-stereo wel of niet door u is
aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk
uitgeput wanneer de motor stationair draait of is
uitgeschakeld.
Sluit GEEN subwoofer aan met een lagere
impedantie dan opgegeven onder “Aansluiten van
het toestel”. Dit kan namelijk leiden tot schade
aan de versterker, rookontwikkeling en
oververhitting. Ook kan het oppervlak van de
versterker heet aanvoelen, hetgeen zelfs kan
leiden tot lichte brandwonden.
U kunt twee soorten subwoofers aansluiten op de
versterker; 1: een subwoofer met een nominaal
ingangsvermogen van 750 W of meer en een
impedantie van 4 , of 2: een subwoofer met een
nominaal ingangsvermogen van 1.500 W of meer
en een impedantie van 2 . Als het nominale
ingangsvermogen en de impedantie buiten de
genoemde waarden ligt, kan de subwoofer vlam
vatten, rook uitstoten of kapot gaan.
Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo
ver als mogelijk uit de buurt van de
luidsprekerdraden. Plaats en leid het los
verkrijgbare accudraad en aardedraad,
luidsprekerdraden en de versterker zo ver als
mogelijk uit de buurt van de antenne,
antennekabel en tuner.
Snoeren voor dit toestel en overeenkomende
snoeren voor andere toestellen hebben mogelijk
verschillende kleuren ookal is de functie van de
snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit
toestel met een ander toestel daarom de
installatiehandleiding van beide toestellen en
verbind de snoeren met dezelfde functie met
elkaar.
WAARSCHUWING
Voorkom kortsluiting en beschadiging van de
eenheid en ontkoppel de negatieve (–) accupool
van het voertuig.
Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer-
of plakband vast. Bescherm de bedrading door de
gedeelten in de buurt van metalen delen met
isoleerband af ze dekken.
Leid de draden niet langs plaatsen die heet
worden, bijvoorbeeld in de buurt van de
verwarmingselementen. Indien de isolatie van
draden heet wordt, zullen de draden worden
beschadigd met kortsluiting tot gevolg.
Zorg dat de bedrading de werking van bewegende
of verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de
versnelling, handrem of stoelverstelmechanismen
van het de auto niet hindert.
Tap het spanningsdraad van dit toestel niet af
voor gebruik van andere apparaten. Het
vermogen van het draad zou dan namelijk worden
overschreden, met oververhitting tot gevolg.
Vervang de zekering in geen geval door één met
een hoger vermogen of hogere waarde dan de
originele. Gebruik van een verkeerde zekering
kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling
en tot beschadiging van het product en letsel,
bijvoorbeeld brandwonden.
6
ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS
ITALIANO
NEDERLANDS
Aansluitschema
Doorvoerbuisje
Accudraad (los verkrijgbaar)
Zie voor de maat van deze draad
“Aansluiten van het
spanningsaansluitpunt”. De
accudraad, de aarddraad en de
optionele directe aarddraad moeten
allemaal dezelfde maat hebben.
Sluit, nadat alle andere
aansluitingen op de versterker zijn
gemaakt, het accusnoer-
aansluitpunt van de versterker aan
op het positieve aansluitpunt (+)
van de accu.
Aarddraad (los verkrijgbaar)
De aarddraden moeten van dezelfde
maat zijn als de accudraad.
Sluit dit snoer aan op de carrosserie
of het chassis.
Autostereo
met RCA-
uitgangspen-
aansluitingen
Externe uitgang
(subwoofer uitgang)
Verbindingssnoer met RCA (tulp)
stekkers (los verkrijgbaar).
RCA-ingangspenaansluiting
Luidspreker-aansluitpunt
Raadpleeg het hoofdstuk
“Aansluiten van de
luidsprekerdraden” voor
richtlijnen i.v.m. het
aansluiten van luidsprekers.
Doorvoerbuisje
Achterkant
De draad tussen de
zekering en de
positieve (+) pool van
de accu mag maximaal
45 cm lang zijn.
Positieve (+)
pool
Negatieve (–)
pool
Accu
Optionele directe
aarddraad
(los verkrijgbaar)
Wanneer de aarding op
het chassis niet
voldoende is, dient u
een directe aarding te
gebruiken. De maat van
deze draad moet
hetzelfde zijn als die
van de accudraad.
Zekering (150)
Elke versterker moet APART voorzien
zijn van zijn eigen 150 A zekering.
SYNC OUTPUT /
SYNC INPUT
aansluiting
Zie “Aansluiten van de
luidsprekerdraden” voor
aanwijzingen omtrent het
gebruik van de SYNC
OUTPUT / SYNC
INPUT aansluiting.
Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar)
Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de
systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL).
Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op het relais-
besturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet beschikt
over een systeem-afstandsbedieningsaansluitpunt, sluit dan het mannelijke
aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar.
7
Aansluiten van het toestel
Aansluiten van het
spanningsaansluitpunt
Gebruik altijd de aanbevolen accu en aarddraad
(los verkrijgbaar). Verbind het accudraad direct
met de positieve pool (+) van de autoaccu en het
aardedraad met het chassis van de auto.
De aanbevolen maten voor de draden (AWG:
American Wire Gauge) zijn als volgt. De
accudraad, de aarddraad en de optionele directe
aarddraad moeten allemaal dezelfde maat hebben.
Maat voor de accudraad en de aarddraad
Draadlengte
minder dan
1,2—2,1 m 2,1—3,0 m
1,2 m
Draadmaat 4 AWG 4 AWG 2 AWG
3,0—3,9 m 3,9—4,8 m 4,8—5,7 m 5,7—6,7 m
2 AWG 1 AWG 1 AWG 0 AWG
1. Trek het accudraad van het
motorgedeelte naar de cabine van
de auto.
Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de
versterker zijn gemaakt, het accusnoer-
aansluitpunt van de versterker aan op het
positieve aansluitpunt (+) van de accu.
2. Draai het accudraad, aardedraad
en systeemafstandsbedieningsdraad
ineen.
3. Sluit de draden aan.
Voor u de draden met de aansluitingen gaat
verbinden, moet u het kapje verwijderen.
Doe het kapje weer terug nadat u de draden
heeft verbonden met de aansluitingen.
Zet de draden stevig met de schroeven van de
aansluitingen vast.
WAARSCHUWING
Als de accudraad niet goed wordt bevestigd aan het
aansluitpunt met behulp van de schroef, kan het
aansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden tot
schade en letsel, met inbegrip van lichte
brandwonden.
4. Doe de draadbinders in de sleuven
en wikkel de draadbinders om de
draden.
Wikkel de draadbinder om de isolatie, niet
om het ontblote deel van de bedrading.
Motor-
compartiment
Interieur van
het voertuig
Boor een gat
van 14 mm in
de carrosserie
van de auto.
Steek het rubberen O-vormige
doorvoerbuisje in de carrosserie
van de auto.
Positieve
aansluiting
(+)
Ineendraaien
GND
aarde-aansluiting
Spannings-
aansluitpunt
Accudraad
Aansluiting voor
systeemafstandsbediening
Draad voor
systeemafstands-
bediening
Aarddraad
Zekering 150 A
Elke versterker
moet APART
voorzien zijn van
zijn eigen 150 A
zekering.
De draad tussen de zekering en de
positieve (+) pool van de accu mag
maximaal 45 cm lang zijn.
Kapje
Aansluitpunt-
schroef
Draadbinder
Sleuf
8
ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS
ITALIANO
NEDERLANDS
Verbinden van de
luidsprekeraansluitingen
1. Verwijder ongeveer 15–20 mm
isolatie van het uiteinde van de
luidsprekerdraden met een tang, en
draai de draadstrengen ineen.
2. Verbind de luidsprekerdraden met
de luidsprekeraansluiting.
Voor u de draden met de aansluitingen gaat
verbinden, moet u het kapje verwijderen.
Doe het kapje weer terug nadat u de draden
heeft verbonden met de aansluitingen.
Zet de luidsprekerdraden goed met de
schroeven van de aansluiting vast.
3. Doe de draadbinders in de sleuven
en wikkel de draadbinders om de
draden.
Wikkel de draadbinder om de isolatie, niet
om het ontblote deel van de bedrading.
1520 mm
Ineendraaien
Luidspreker-
aansluitpunt
Aansluitpuntschroef
Luidsprekerdraad
Kapje
Draadbinder
Sleuf
9
Aansluiten van het toestel
Instellen van de versterking voor
een gesynchroniseerde versterker
Nadat u de luidsprekerdraden heeft aangesloten,
dient u de versterking voor elke gesynchroniseerde
versterker in te stellen. Alle gesynchroniseerde
versterkers volgen de instellingen van de
hoofdversterker.
Snelle instelling van de
versterking
Zet de versterking van elke gesynchroniseerde
versterker op NORMAL. Deze instelling zorgt voor
een gebalanceerd uitgangsniveau en is geschikt voor
de meeste toepassingen.
Geavanceerde instelling van de
versterking
Regel de versterking van alle gesynchroniseerde
versterkers, te beginnen met de hoofdversterker.
1. Laat het systeem een sinusgolf reproduceren op
een laag uitgangsniveau.
2. Neem een voltmeter en meet het uitgangsniveau
van de hoofdversterker.
3. Meet nu met de voltmeter het uitgangsniveau van
de gesynchroniseerde versterker.
4. Regel het uitgangsniveau van de
gesynchroniseerde versterker zo dat dit
overeenkomt met dat van de hoofdversterker.
5. Herhaal deze procedure voor elk van de
gesynchroniseerde versterkers, in de juiste
volgorde.
Aansluiten van de luidsprekerdraden
Sluit de luidsprekerdraden aan overeenkomstig de configuratie van uw systeem aan de hand van de
afbeeldingen op deze en de volgende bladzijde.
Enkele versterker
De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen.
Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 2 of hoger
zijn.
De MODE SELECT schakelaar
moet op MASTER staan.
2
minimum
1.500 W
10
ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS
ITALIANO
NEDERLANDS
Twee versterkers in brugschakeling
De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen.
Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 4 of hoger
zijn.
Twee versterkers
De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen.
Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 2 of hoger
zijn.
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan.
4
minimum
3.000 W
De MODE SELECT
schakelaar moet op
SYNC INV staan. Voor
u deze stand instelt,
moet u de schroef en de
stopper verwijderen.
Verbindingssnoer met
RCA (tulp) stekkers
(los verkrijgbaar).
Luidsprekerdraad
(los verkrijgbaar).
2
minimum
1.500 W
2
minimum
1.500 W
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan.
Verbindingssnoer met
RCA (tulp) stekkers
(los verkrijgbaar).
De MODE SELECT
schakelaar moet op
SYNC staan.
11
Aansluiten van het toestel
Vier versterkers in brugschakeling
De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen.
Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 4 of hoger
zijn.
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan.
Verbindingssnoer met
RCA (tulp) stekkers
(los verkrijgbaar).
Verbindingssnoer met
RCA (tulp) stekkers
(los verkrijgbaar).
Verbindingssnoer met
RCA (tulp) stekkers
(los verkrijgbaar).
Luidsprekerdraad
(los verkrijgbaar).
4
minimum
3.000 W
4
minimum
3.000 W
De MODE SELECT
schakelaar moet op
SYNC INV staan. Voor u
deze stand instelt, moet u
de schroef en de stopper
verwijderen.
De MODE SELECT
schakelaar moet op
SYNC INV staan. Voor u
deze stand instelt, moet u
de schroef en de stopper
verwijderen.
De MODE SELECT
schakelaar moet op
SYNC INV staan. Voor u
deze stand instelt, moet u
de schroef en de stopper
verwijderen.
Luidsprekerdraad
(los verkrijgbaar).
12
ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS
ITALIANO
NEDERLANDS
Vier versterkers
De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen.
Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 2 of hoger
zijn.
2
minimum
1.500 W
2
minimum
1.500 W
2
minimum
1.500 W
2
minimum
1.500 W
Verbindingssnoer met
RCA (tulp) stekkers
(los verkrijgbaar).
Verbindingssnoer met
RCA (tulp) stekkers
(los verkrijgbaar).
Verbindingssnoer met
RCA (tulp) stekkers
(los verkrijgbaar).
De MODE SELECT schakelaar
moet op SYNC staan.
De MODE SELECT schakelaar
moet op SYNC staan.
De MODE SELECT schakelaar
moet op SYNC staan.
De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan.
13
Installatie
WAARSCHUWING
Niet installeren op:
Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers
zou kunnen verwonden wanner de auto
plotseling stopt.
Plaasten waar de bestuurder door de eenheid
tijdens het rijden zou kunnen worden
gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer
voor de bestuurdersstoel.
Kontroleer dat draden niet in de weg van de
stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk
kortsluiting kunnen veroorzaken.
Controleer of er zich geen onderdelen achter het
paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de
installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle
kabels en belangrijke onderdelen zoals
brandstofleidingen, remleidingen en de
elektrische bedrading beveiligd zijn en niet
kunnen worden beschadigd.
Plaats tapse schroeven zodanig dat de kop van de
schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is
belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen
van het voertuig door worden gesneden met brand
tot gevolg.
Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact
komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg
van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden
tot elektrische schokken. De versterker en
luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook
produceren en oververhit raken door contact met
vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de
versterker en het oppervlak van aangesloten
luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot
lichte brandwonden.
Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier
die is beschreven om de installatie uit te voeren
zoals het hoort. Als andere onderdelen dan
diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is
het mogelijk dat inwendige onderdelen van de
versterker schade oplopen of loskomen, zodat de
versterker niet meer werkt.
Vervang de zekering in geen geval door één met
een hoger vermogen of hogere waarde dan de
originele. Gebruik van een verkeerde zekering
kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling
en tot beschadiging van het product en letsel,
bijvoorbeeld brandwonden.
WAARSCHUWING:
Om slechte werking en/of letsel te
voorkomen
Zorg dat de ventiltie van de versterker niet wordt
gehinderd, en let derhalve op de volgende punten
tijdens het installeren.
Zorg dat er voor een goede vrije ruimte
boven de versterker is.
Bedek de versterker niet met een vloermat of
kleed.
Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact
komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg
van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden
tot elektrische schokken. De versterker en
luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook
produceren en oververhit raken door contact met
vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de
versterker en het oppervlak van aangesloten
luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot
lichte brandwonden.
Installeer de versterker niet op onstabiele
plaatsen, zoals op de reservebandhouder.
De beste installatieplaats is verschillend
afhankelijk van het automerk en model en uw
wensen. Plaats de versterker echter beslist stevig
op een stabiele plaats.
Maak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of de
versterker en het systeem naar behoren werken.
Na het installeren van de versterker, moet u
controleren dat het reservewiel, de krik en het
gereedschap nog gemakkelijk kunnen worden
verwijderd.
Voorbeeld van installatie op de
vloermat of op het chassis
1. Zet de versterker op de plaats waar
hij moet worden geïnstalleerd. Steek
de bijgeleverde tapschroeven
(4 × 18 mm) in de schroefgaten.
Druk met een schroevendraaier op
de schroeven zodat ze een inkeping
maken op de plaats waar de gaten
voor de installatie moeten komen.
2. Boor gaten met een diameter van
2,5 mm op de plaatsen die zijn
gemerkt en installeer de versterker,
ofwel op de vloermat ofwel
rechtstreeks op het chassis.
Boor een gat met een diameter
van 2,5 mm
Tapschroeven
(4 × 18 mm)
Vloermat
of chassis
Technische gegevens
14
ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS
ITALIANO
NEDERLANDS
Spanningsbron ...................................................................................... 14,4 V gelijkstroom (10,8 15,1 V toelaatbaar)
Aarding ...................................................................................................................................... Negatieve klem aan massa
Stroomverbruik .............................................................................................................. 70 A (met continu spanning, 4 )
Gemiddeld stroomverbruik* ................................................................................................ 10,6 A (4 voor een kanaal)
15,6 A (2 voor een kanaal)
Zekering ...................................................................................................................................................................... 150 A
Afmetingen ........................................................................................................................ 300 (B) × 64 (H) × 330 (D) mm
Gewicht ........................................................................................................................................ 7,3 kg (Excl. bedrading)
Maximale spanningsuitvoer .................................................................................. 1.500 W × 1 (4 ) / 3.000 W × 1 (2 )
Continu uitgangsvermogen ........................................ 1.100 W × 1 (4 ) / 1.950 W × 1 (2 ) (DIN45324, +B = 14,4 V)
Belastingsimpedantie ............................................................................ 4 (2 8 toelaatbaar), (Vb. Brug 4 16 )
Frequentieweergave .............................................................................................................. 10 240 Hz (+0 dB, 1 dB)
S/R verhouding .............................................................................................................................. 90 dB (IEC-A netwerk)
Vervorming ...................................................................................................................................... 0,05% (50 W, 100 Hz)
Laag-doorlaatfilter ............................................................................................................ Afsnijfrequentie: 40 240 Hz
Afsnij-helling: 18, 24 dB/oct
Subsonisch filter (HPF) .......................................................................................................................... Frequentie: 20 Hz
Helling: 18 dB
Extra versterking lage tonen ................................................................................................................ Niveau: 0 12 dB
Frequentie: 40 120 Hz
Faseregeling .......................................................................................................................................... SYNC, SYNC INV
Versterkingsregeling ................................................................................................................................ 200 mV 6,5 V
Maximale ingangsniveau /-impedantie ................................................................................................ RCA: 6,5 V / 22 k
Opmerking:
Technische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande
kennisgeving wijzigbaar.
*Gemiddeld stroomverbruik
Het gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale
stroomverbruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze
waarde bij het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere
vermogensversterkers.

Documenttranscriptie

Inhoudsopgave Alvorens gebruik ........................................ 2 Aansluiten van het toestel ...................... 5 Bij problemen .................................................... 2 Over dit product ................................................ 2 WAARSCHUWING ........................................ 2 WAARSCHUWING ........................................ 2 Aansluitschema ................................................ 6 Aansluiten van het spanningsaansluitpunt ........ 7 Verbinden van de luidsprekeraansluitingen ...... 8 Instellen van de versterking voor een gesynchroniseerde versterker .............. 9 Snelle instelling van de versterking .................. 9 Geavanceerde instelling van de versterking ...... 9 Aansluiten van de luidsprekerdraden ................ 9 Instellen van dit toestel ............................ 3 Versterkingsregelaar .......................................... 3 MODE SELECT schakelaar .............................. 3 Versterkingsniveauregelaar van de lage klanken .......................................... 3 Frequentieregelaar van het versterkingsniveau van de lage klanken .... 3 Keuzeschakelaar Helling .................................. 3 Regelaar voor drempelfrequentie voor LPF ...... 4 Subsonic Keuzetoets ........................................ 4 Schakelaar voor de regeling van de slagfrequentie (BFC) ............................ 4 Spanningsindicator ............................................ 4 1 Installatie .................................................. 13 Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis ...................................... 13 Technische gegevens ............................ 14 Alvorens gebruik Bij problemen Over dit product WAARSCHUWING FRANÇAIS Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden. DEUTSCH Dit product is een klasse D versterker voor de subwoofer. Als zowel de L (linker) als R (rechter) kanalen zijn aangesloten op de RCA (tulp) ingangsaansluitingen van dit product, zal de geluidsweergave gemengd zijn omdat dit product een mono-versterker is. • Gebruik altijd de aanbevolen accudraad en aarddraad (los verkrijgbaar). Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto. • Raak de versterker niet met natte handen aan. U zou anders een elektrische schok kunnen krijgen. Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze nat is. • Voor de verkeersveiligheid dient u het volume zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en ander verkeer nog goed kunt horen. • Controleer de aansluitingen voor de stroomvoorziening en de subwoofer wanneer de zekering voor de los verkrijgbare accudraad doorbrandt. Zoek de oorzaak en los het probleem op. Plaats vervolgens een nieuwe zekering van hetzelfde formaat en ampèrage. • Om een onjuiste werking van de versterker en de subwoofer te voorkomen, schakelt het beschermingscircuit van de versterker de spanning naar de versterker uit indien de omstandigheden niet normaal zijn. Schakel in dit geval de spanning van het systeem uit (OFF), controleer de verbinding met de spanningsbron en de subwoofer. Zoek de oorzaak en los het probleem op. • Raadpleeg de plaats van aankoop indien u de oorzaak niet kunt vinden. • Om een elektrische schok of kortluiting te voorkomen tijdens het aansluiten en installeren, moet de negative (–) pool van de accu worden ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit. • Controleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd. • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden. ESPAÑOL Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde PIONEER servicecentrum, wanneer de eenheid niet juist functioneert. WAARSCHUWING ENGLISH Dank U zeer voor de aanschaf van dit PIONEER-product. Lees deze gebruiksaanwijzing goed door, voordat het toestel in gebruik genomen wordt. ITALIANO NEDERLANDS 2 Instellen van dit toestel Versterkingsregelaar Draai de versterkingsregelaar op het voorpaneel van de eindversterker naar rechts indien de weergave te zacht klinkt, zelf wanneer het volume is verhoogd met de auto-stereo die u met deze eindversterker gebruikt. Draai de versterkingsregelaar naar links indien het geluid vervormt wanneer het volume wordt verhoogd. • Wanneer u een auto-stereo gebruikt met RCA (standaard uitgangsspanning 500 mV), dient u de NORMAL stand in te stellen. Wanneer u een Pioneer auto-stereo met RCA gebruikt, met een maximale uitgangsspanning van 4 V of meer, dient u het niveau aan te passen aan het uitgangsniveau van de auto-stereo. • Voor de versterking van een gesynchroniseerde versterker, zie “Instellen van de versterking voor een gesynchroniseerde versterker”. Frequentieregelaar van het versterkingsniveau van de lage klanken Met de versterkingsregelaar van de lage klanken kunt u een frequentie voor de versterking van de lage klanken kiezen die tussen 40 t/m 120 Hz ligt. MODE SELECT schakelaar U kunt wat betreft de synchronisatiefunctie voor de versterker kiezen uit MASTER, SYNC en SYNC INV. Zie “Aansluiten van de luidsprekerdraden” voor de juiste stand van de MODE SELECT schakelaar. Versterkingsniveauregelaar van de lage klanken De versterkingsniveauregelaar van de lage klanken kan het niveau versterken rond de frequentie die is gekozen met de frequentieregelaar voor de versterking van de lage klanken van 0 t/m 12 dB. 3 Keuzeschakelaar Helling U kunt een helling voor het laagdoorlaatfilter (LPF) kiezen tussen –18 en –24 dB. U kunt een drempelfrequentie van 40 t/m 240 Hz kiezen. ENGLISH Regelaar voor drempelfrequentie voor LPF Schakelaar voor de regeling van de slagfrequentie (BFC) ESPAÑOL Als u een slag of dreun hoort bij het luisteren naar een MW/LW (MG/LG)uitzending op uw autostereo, kunt u de stand van de BFC-schakelaar wijzigen met een kleine schroevedraaier met platte kop. DEUTSCH FRANÇAIS Spanningsindicator De spanningsindicator licht op wanneer de spanning wordt ingeschakeld. ITALIANO NEDERLANDS Subsonic Keuzetoets Het Subsonic filter houdt onhoorbare frequenties lager dan 20 Hz tegen om ongewenste vibraties te voorkomen en vermogensverliezen te minimaliseren. 4 Aansluiten van het toestel WAARSCHUWING • Voorkom kortsluiting en beschadiging van de eenheid en ontkoppel de negatieve (–) accupool van het voertuig. • Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleerof plakband vast. Bescherm de bedrading door de gedeelten in de buurt van metalen delen met isoleerband af ze dekken. • Leid de draden niet langs plaatsen die heet worden, bijvoorbeeld in de buurt van de verwarmingselementen. Indien de isolatie van draden heet wordt, zullen de draden worden beschadigd met kortsluiting tot gevolg. • Zorg dat de bedrading de werking van bewegende of verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de versnelling, handrem of stoelverstelmechanismen van het de auto niet hindert. • Tap het spanningsdraad van dit toestel niet af voor gebruik van andere apparaten. Het vermogen van het draad zou dan namelijk worden overschreden, met oververhitting tot gevolg. • Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden. WAARSCHUWING: Om beschadiging en/of letsel te voorkomen • Aard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en sluit evenmin een negatief snoer (–) aan voor verschillende luidsprekers. • Dit toestel is ontworpen voor auto’s met een accu van 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg eerst de accuspanning na voor u het toestel installeert in een recreatief voertuig, vrachtwagen of bus. • De accu raakt mogelijk uitgeput indien de autostereo langdurig is ingeschakeld maar de motor stationair draait of is uitgeschakeld. Zet de autostereo uit wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld. • Als het systeem-afstandbedieningssnoer van de versterker is aangesloten op de spanningsaansluiting via de contactschakelaar (12 V gelijkstroom), is de versterker altijd ingeschakeld wanneer het contact aanstaat, ongeacht of de auto-stereo wel of niet door u is aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk uitgeput wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld. • Sluit GEEN subwoofer aan met een lagere impedantie dan opgegeven onder “Aansluiten van het toestel”. Dit kan namelijk leiden tot schade aan de versterker, rookontwikkeling en oververhitting. Ook kan het oppervlak van de versterker heet aanvoelen, hetgeen zelfs kan leiden tot lichte brandwonden. 5 • U kunt twee soorten subwoofers aansluiten op de versterker; 1: een subwoofer met een nominaal ingangsvermogen van 750 W of meer en een impedantie van 4 Ω, of 2: een subwoofer met een nominaal ingangsvermogen van 1.500 W of meer en een impedantie van 2 Ω. Als het nominale ingangsvermogen en de impedantie buiten de genoemde waarden ligt, kan de subwoofer vlam vatten, rook uitstoten of kapot gaan. • Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo ver als mogelijk uit de buurt van de luidsprekerdraden. Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad en aardedraad, luidsprekerdraden en de versterker zo ver als mogelijk uit de buurt van de antenne, antennekabel en tuner. • Snoeren voor dit toestel en overeenkomende snoeren voor andere toestellen hebben mogelijk verschillende kleuren ookal is de functie van de snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit toestel met een ander toestel daarom de installatiehandleiding van beide toestellen en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar. Doorvoerbuisje Aarddraad (los verkrijgbaar) De aarddraden moeten van dezelfde maat zijn als de accudraad. Sluit dit snoer aan op de carrosserie of het chassis. Positieve (+) pool Negatieve (–) pool Accu Accudraad (los verkrijgbaar) Zie voor de maat van deze draad “Aansluiten van het spanningsaansluitpunt”. De accudraad, de aarddraad en de optionele directe aarddraad moeten allemaal dezelfde maat hebben. Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoeraansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu. ESPAÑOL De draad tussen de zekering en de positieve (+) pool van de accu mag maximaal 45 cm lang zijn. ENGLISH Aansluitschema DEUTSCH Doorvoerbuisje Zekering (150) Elke versterker moet APART voorzien zijn van zijn eigen 150 A zekering. Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). Optionele directe Autostereo aarddraad met RCASYNC OUTPUT / (los verkrijgbaar) uitgangspenWanneer de aarding op SYNC INPUT aansluitingen aansluiting het chassis niet Externe uitgang Zie “Aansluiten van de voldoende is, dient u (subwoofer uitgang) een directe aarding te luidsprekerdraden” voor gebruiken. De maat van aanwijzingen omtrent het gebruik van de SYNC deze draad moet OUTPUT / SYNC hetzelfde zijn als die RCA-ingangspenaansluiting INPUT aansluiting. van de accudraad. FRANÇAIS ITALIANO Achterkant Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar) Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL). Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op het relaisbesturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet beschikt over een systeem-afstandsbedieningsaansluitpunt, sluit dan het mannelijke aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar. NEDERLANDS Luidspreker-aansluitpunt Raadpleeg het hoofdstuk “Aansluiten van de luidsprekerdraden” voor richtlijnen i.v.m. het aansluiten van luidsprekers. 6 Aansluiten van het toestel 2. Draai het accudraad, aardedraad en systeemafstandsbedieningsdraad ineen. Aansluiten van het spanningsaansluitpunt • Gebruik altijd de aanbevolen accu en aarddraad (los verkrijgbaar). Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto. • De aanbevolen maten voor de draden (AWG: American Wire Gauge) zijn als volgt. De accudraad, de aarddraad en de optionele directe aarddraad moeten allemaal dezelfde maat hebben. Maat voor de accudraad en de aarddraad Draadlengte minder dan 1,2 m 1,2—2,1 m 2,1—3,0 m Draadmaat 4 AWG 4 AWG 2 AWG 3,0—3,9 m 3,9—4,8 m 4,8—5,7 m 5,7—6,7 m 2 AWG 1 AWG 1 AWG 0 AWG 1. Trek het accudraad van het motorgedeelte naar de cabine van de auto. • Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoeraansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu. Positieve aansluiting (+) Zekering 150 A Elke versterker moet APART voorzien zijn van zijn eigen 150 A zekering. 3. Sluit de draden aan. • Voor u de draden met de aansluitingen gaat verbinden, moet u het kapje verwijderen. Doe het kapje weer terug nadat u de draden heeft verbonden met de aansluitingen. • Zet de draden stevig met de schroeven van de aansluitingen vast. Aansluiting voor systeemafstandsbediening Kapje GND aarde-aansluiting Aansluitpuntschroef Draad voor systeemafstandsbediening Spanningsaansluitpunt Aarddraad Accudraad WAARSCHUWING Als de accudraad niet goed wordt bevestigd aan het aansluitpunt met behulp van de schroef, kan het aansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden tot schade en letsel, met inbegrip van lichte brandwonden. De draad tussen de zekering en de positieve (+) pool van de accu mag maximaal 45 cm lang zijn. Motorcompartiment Ineendraaien Interieur van het voertuig Boor een gat van 14 mm in de carrosserie van de auto. 4. Doe de draadbinders in de sleuven en wikkel de draadbinders om de draden. • Wikkel de draadbinder om de isolatie, niet om het ontblote deel van de bedrading. Sleuf Steek het rubberen O-vormige doorvoerbuisje in de carrosserie van de auto. Draadbinder 7 1. Verwijder ongeveer 15–20 mm isolatie van het uiteinde van de luidsprekerdraden met een tang, en draai de draadstrengen ineen. ENGLISH 3. Doe de draadbinders in de sleuven en wikkel de draadbinders om de draden. Verbinden van de luidsprekeraansluitingen • Wikkel de draadbinder om de isolatie, niet om het ontblote deel van de bedrading. Draadbinder ESPAÑOL Ineendraaien 15–20 mm 2. Verbind de luidsprekerdraden met de luidsprekeraansluiting. Sleuf DEUTSCH • Voor u de draden met de aansluitingen gaat verbinden, moet u het kapje verwijderen. Doe het kapje weer terug nadat u de draden heeft verbonden met de aansluitingen. • Zet de luidsprekerdraden goed met de schroeven van de aansluiting vast. Kapje FRANÇAIS Aansluitpuntschroef Luidsprekerdraad Luidsprekeraansluitpunt ITALIANO NEDERLANDS 8 Aansluiten van het toestel Instellen van de versterking voor een gesynchroniseerde versterker Geavanceerde instelling van de versterking Nadat u de luidsprekerdraden heeft aangesloten, dient u de versterking voor elke gesynchroniseerde versterker in te stellen. Alle gesynchroniseerde versterkers volgen de instellingen van de hoofdversterker. Regel de versterking van alle gesynchroniseerde versterkers, te beginnen met de hoofdversterker. 1. Laat het systeem een sinusgolf reproduceren op een laag uitgangsniveau. 2. Neem een voltmeter en meet het uitgangsniveau van de hoofdversterker. 3. Meet nu met de voltmeter het uitgangsniveau van de gesynchroniseerde versterker. 4. Regel het uitgangsniveau van de gesynchroniseerde versterker zo dat dit overeenkomt met dat van de hoofdversterker. 5. Herhaal deze procedure voor elk van de gesynchroniseerde versterkers, in de juiste volgorde. Snelle instelling van de versterking Zet de versterking van elke gesynchroniseerde versterker op NORMAL. Deze instelling zorgt voor een gebalanceerd uitgangsniveau en is geschikt voor de meeste toepassingen. Aansluiten van de luidsprekerdraden Sluit de luidsprekerdraden aan overeenkomstig de configuratie van uw systeem aan de hand van de afbeeldingen op deze en de volgende bladzijde. Enkele versterker • De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen. • Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 2 Ω of hoger zijn. De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. 2Ω minimum 1.500 W 9 Twee versterkers in brugschakeling ENGLISH • De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen. • Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 4 Ω of hoger zijn. De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. Luidsprekerdraad (los verkrijgbaar). ESPAÑOL 4Ω minimum 3.000 W DEUTSCH De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC INV staan. Voor u deze stand instelt, moet u de schroef en de stopper verwijderen. Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). FRANÇAIS Twee versterkers • De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen. • Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 2 Ω of hoger zijn. De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC staan. ITALIANO Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). 2Ω minimum 1.500 W NEDERLANDS 2Ω minimum 1.500 W 10 Aansluiten van het toestel Vier versterkers in brugschakeling • De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen. • Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 4 Ω of hoger zijn. De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. De MODE SELECT Verbindingssnoer met schakelaar moet op RCA (tulp) stekkers SYNC INV staan. Voor u (los verkrijgbaar). deze stand instelt, moet u de schroef en de stopper verwijderen. Luidsprekerdraad (los verkrijgbaar). 4Ω minimum 3.000 W Luidsprekerdraad (los verkrijgbaar). 4Ω minimum 3.000 W De MODE SELECT Verbindingssnoer met schakelaar moet op RCA (tulp) stekkers SYNC INV staan. Voor u (los verkrijgbaar). deze stand instelt, moet u de schroef en de stopper verwijderen. Verbindingssnoer met De MODE SELECT RCA (tulp) stekkers schakelaar moet op SYNC INV staan. Voor u (los verkrijgbaar). deze stand instelt, moet u de schroef en de stopper verwijderen. 11 Vier versterkers ENGLISH • De maat van de luidsprekerbedrading moet tenminste 10 AWG bedragen. • Het vermogen hangt mede af van de combinatie van de luidsprekers, maar de impedantie moet 2 Ω of hoger zijn. De MODE SELECT schakelaar moet op MASTER staan. De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC staan. 2Ω minimum 1.500 W ITALIANO Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC staan. 2Ω minimum 1.500 W FRANÇAIS De MODE SELECT schakelaar moet op SYNC staan. 2Ω minimum 1.500 W DEUTSCH Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). ESPAÑOL Verbindingssnoer met RCA (tulp) stekkers (los verkrijgbaar). NEDERLANDS 2Ω minimum 1.500 W 12 Installatie WAARSCHUWING • Niet installeren op: —Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers zou kunnen verwonden wanner de auto plotseling stopt. —Plaasten waar de bestuurder door de eenheid tijdens het rijden zou kunnen worden gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer voor de bestuurdersstoel. • Kontroleer dat draden niet in de weg van de stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk kortsluiting kunnen veroorzaken. • Controleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd. • Plaats tapse schroeven zodanig dat de kop van de schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen van het voertuig door worden gesneden met brand tot gevolg. • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden. • Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier die is beschreven om de installatie uit te voeren zoals het hoort. Als andere onderdelen dan diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is het mogelijk dat inwendige onderdelen van de versterker schade oplopen of loskomen, zodat de versterker niet meer werkt. • Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden. • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden. • Installeer de versterker niet op onstabiele plaatsen, zoals op de reservebandhouder. • De beste installatieplaats is verschillend afhankelijk van het automerk en model en uw wensen. Plaats de versterker echter beslist stevig op een stabiele plaats. • Maak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of de versterker en het systeem naar behoren werken. • Na het installeren van de versterker, moet u controleren dat het reservewiel, de krik en het gereedschap nog gemakkelijk kunnen worden verwijderd. Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis 1. Zet de versterker op de plaats waar hij moet worden geïnstalleerd. Steek de bijgeleverde tapschroeven (4 × 18 mm) in de schroefgaten. Druk met een schroevendraaier op de schroeven zodat ze een inkeping maken op de plaats waar de gaten voor de installatie moeten komen. 2. Boor gaten met een diameter van 2,5 mm op de plaatsen die zijn gemerkt en installeer de versterker, ofwel op de vloermat ofwel rechtstreeks op het chassis. Tapschroeven (4 × 18 mm) WAARSCHUWING: Om slechte werking en/of letsel te voorkomen • Zorg dat de ventiltie van de versterker niet wordt gehinderd, en let derhalve op de volgende punten tijdens het installeren. —Zorg dat er voor een goede vrije ruimte boven de versterker is. —Bedek de versterker niet met een vloermat of kleed. 13 Vloermat of chassis Boor een gat met een diameter van 2,5 mm Technische gegevens ENGLISH Spanningsbron ...................................................................................... 14,4 V gelijkstroom (10,8 — 15,1 V toelaatbaar) Aarding ...................................................................................................................................... Negatieve klem aan massa Stroomverbruik .............................................................................................................. 70 A (met continu spanning, 4 Ω) Gemiddeld stroomverbruik* ................................................................................................ 10,6 A (4 Ω voor een kanaal) 15,6 A (2 Ω voor een kanaal) Zekering ...................................................................................................................................................................... 150 A Afmetingen ........................................................................................................................ 300 (B) × 64 (H) × 330 (D) mm Gewicht ........................................................................................................................................ 7,3 kg (Excl. bedrading) Maximale spanningsuitvoer .................................................................................. 1.500 W × 1 (4 Ω) / 3.000 W × 1 (2 Ω) Continu uitgangsvermogen ........................................ 1.100 W × 1 (4 Ω) / 1.950 W × 1 (2 Ω) (DIN45324, +B = 14,4 V) Belastingsimpedantie ............................................................................ 4 Ω (2 — 8 Ω toelaatbaar), (Vb. Brug 4 — 16 Ω) Frequentieweergave .............................................................................................................. 10 — 240 Hz (+0 dB, –1 dB) S/R verhouding .............................................................................................................................. 90 dB (IEC-A netwerk) Vervorming ...................................................................................................................................... 0,05% (50 W, 100 Hz) Laag-doorlaatfilter ............................................................................................................ Afsnijfrequentie: 40 — 240 Hz Afsnij-helling: –18, –24 dB/oct Subsonisch filter (HPF) .......................................................................................................................... Frequentie: 20 Hz Helling: –18 dB Extra versterking lage tonen ................................................................................................................ Niveau: 0 — 12 dB Frequentie: 40 — 120 Hz Faseregeling .......................................................................................................................................... SYNC, SYNC INV Versterkingsregeling ................................................................................................................................ 200 mV — 6,5 V Maximale ingangsniveau /-impedantie ................................................................................................ RCA: 6,5 V / 22 kΩ ESPAÑOL DEUTSCH Opmerking: • Technische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar. FRANÇAIS *Gemiddeld stroomverbruik • Het gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale stroomverbruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze waarde bij het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere vermogensversterkers. ITALIANO NEDERLANDS 14
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86

Pioneer PRS-D5000SPL Handleiding

Categorie
Auto audio versterkers
Type
Handleiding