Roland GA-212, GA-112 Handleiding

  • Hallo! Ik ben een AI-chatbot die speciaal is getraind om je te helpen met de Roland GA-212 Handleiding. Ik heb het document al doorgenomen en kan je duidelijke en eenvoudige antwoorden geven.
Copyright © 2012 ROLAND CORPORATION
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag op enige manier worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van ROLAND
CORPORATION.
Gebruikershandleiding
Gitaarversterker
GA-212
Een gitaarversterker met een vermogen van 200 W en
twee aangepaste luidsprekers van 30 cm.
GA-112
Een gitaarversterker met een vermogen van 100 W en
één aangepaste luidspreker van 30 cm.
De PROGRESSIVE AMP-technologie van Roland levert een bredere en vollere gitaarklank
Door deze nieuw ontwikkelde PROGRESSIVE AMP-technologie met COSM ontstaat een originele drive control die voortdurende en vloeiende
veranderingen mogelijk maakt zowel voor gain als voor de verschillende geluidskenmerken van de versterker onder elkaar. Deze functie biedt een
verscheidenheid aan rijke geluiden en is dan ook ideaal voor allerlei muziekperformances, van een zuiver en helder geluid tot een vet geluid en extreme
“high gain”-geluiden. Bovendien kunt u ook aangenaam muziek met vervorming spelen.
Intuïtief gebruik
De GA-212 en GA-112 zijn uitgerust met vier kanalen waarvoor u verschillende tonen kunt instellen. Elke regelaar heeft een LED-lampje dat de huidige
instelling aangeeft. Met het LED-lampje kunt u in een oogopslag de toon en een wijziging van het kanaal controleren. De kanaalinstellingen worden
automatisch opgeslagen na elk gebruik. Dankzij de exclusieve footcontroller is de voetbediening van de gitaarversterker heel eenvoudig (p. 8).
Uitgerust met een eenvoudige bediening van de basisfuncties en uitbreidbaar
Naast 3-band EQ maken ook de presence en mid boost het creëren van veelzijdige klanken mogelijk. De exclusief ontworpen reverb biedt grote
ruimtelijke eecten. Het apparaat is uitgerust met twee onafhankelijke eectenloops en kan voor elk kanaal afzonderlijk worden ingesteld. Het apparaat
beschikt over de basisfuncties die nodig zijn voor liveoptredens en -opnames. U kunt ook eenvoudig een Link-aansluiting maken zodat u een krachtiger
geluid kunt spelen.
Wat is COSM?
COSM (Composite Object Sound Modeling) is de innovatieve geluidsmodelleringstechnologie van Roland. COSM
analyseert de verschillende factoren van het oorspronkelijke geluid, zoals de elektrische en fysische kenmerken en maakt
vervolgens een digitaal model dat hetzelfde geluid kan reproduceren.
AUTO OFF-functie
• Het apparaat beschikt over een energiebesparende AUTO OFF-functie die het apparaat automatisch uitschakelt ongeveer 4 uur na de laatste handeling.
• Wanneer het apparaat de fabriek verlaat, is volgens de standaardinstellingen de AUTO OFF-functie ingeschakeld (ON).
• Als u de energiebesparende instelling wilt uitschakelen, stelt u de [AUTO OFF]-schakelaar in op OFF zoals beschreven op p. 6.
Informatie over de exclusieve footcontroller
• De exclusieve footcontroller (GA FOOT CONTROLLER) is een beschikbare optie.
“Welk type podiumversterkers hebben gitaristen echt nodig?” Na lang en intensief onderzoek en ontwikkeling brengt Roland u
het antwoord: de GA.
De GA is een versterker met een intuïtieve bediening en brengt een geluid voort dat de geestdrift van de gitarist perfect overdraagt.
Door de nadruk te leggen op deze belangrijkste punten, ontstond een liveversterker met geluidskenmerken die alle gitaristen kunnen bekoren, een
eenvoudige bediening en alle functies die nodig zijn voor indrukwekkende liveoptredens.
Wij zijn blijven zoeken en experimenteren tot we een geluid gevonden hadden waarvan we wisten dat deze het hart van de speler zou kunnen
veroveren. Met de GA worden al onze inspanningen beloond en wij geloven dat deze unieke versterker van Roland een geluidskwaliteit levert die verder
gaat dan buizenversterkers en transistorversterkers.
Het was ook belangrijk om een eenvoudige en intuïtieve bediening in te bouwen. Gitaristen willen zich namelijk “alleen concentreren op hun
muziekperformance zonder dat ze worden afgeleid door technische details”. Deze versterker is precies daarom ontworpen en is dankzij deze eenvoudige
en intuïtieve bediening dus ideaal geschikt voor alle gitaristen.
De GA's vormen de nieuwste generatie podiumversterkers, ontstaan uit jarenlange technologische ervaring en knowhow van Roland.
Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish
202
2
HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN
Lees zorgvuldig onderstaande hoofdstukken voordat u dit apparaat gebruikt: BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (binnenin het voorblad),
“HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN” (p. 2) en “BELANGRIJKE OPMERKINGEN” (p. 3). Deze hoofdstukken bevatten belangrijke informatie over de juiste
bediening van het apparaat. Om er bovendien zeker van te zijn dat u elke functie van uw nieuwe apparaat goed begrijpt, leest u best de hele
gebruikershandleiding. De handleiding moet als referentie worden bewaard en voorhanden zijn.
WAARSCHUWING
012a
Schakel het apparaat uit als het afwijkend reageert
of er een defect optreedt
Schakel het apparaat onmiddellijk uit,
trek het netsnoer uit het stopcontact en
vraag onderhoud aan bij uw handelaar,
dichtstbijzijnde Roland Service Center
of een erkende Roland-verdeler, zoals
vermeld op de pagina “Informatie” als:
het netsnoer of de stekker beschadigd zijn;
er rook of ongewone geuren uit het
apparaat komen;
voorwerpen of vloeistoen in het
apparaat zijn terechtgekomen;
het apparaat aan regen werd
blootgesteld (of op een andere manier
nat is geworden);
het apparaat niet normaal lijkt te werken
of opmerkelijk anders functioneert.
013
Volwassenen dienen toezicht te houden op plaatsen
waar kinderen aanwezig zijn
Als het apparaat wordt gebruikt op
plaatsen waar kinderen aanwezig zijn,
dient u erop te letten dat het apparaat niet
ruw wordt behandeld. Er moet altijd een
volwassene in de buurt zijn om toezicht te
houden en advies te geven.
014
Laat het apparaat niet vallen en bescherm het tegen
zware schokken
Bescherm het apparaat tegen zware
schokken.
(Laat het niet vallen!)
015
Laat het apparaat geen stopcontact delen met een
buitensporig aantal andere apparaten
Laat het netsnoer van het apparaat geen
stopcontact delen met een buitensporig
aantal andere apparaten. Wees vooral
voorzichtig met verlengkabels. Het totale
stroomverbruik van alle apparaten die
u op de verlengkabel hebt aangesloten,
mag nooit het maximumvermogen
(watt/ampère) voor de verlengkabel
overschrijden. Buitensporige belasting
kan de isolatie van de kabel opwarmen en
uiteindelijk doen smelten.
016
Gebruik het apparaat niet in het buitenland
Raadpleeg uw handelaar, het
dichtstbijzijnde Roland Service Center
of een erkende Roland-verdeler, zoals
vermeld op de pagina “Informatie”,
vooraleer u het apparaat in het buitenland
gebruikt.
109a
Sluit het apparaat niet aan op een stopcontact als er
condens aanwezig is
Bij verplaatsing van een locatie naar
een andere waar de temperatuur en/
of vochtigheid sterk verschilt, kunnen
er waterdruppels (condens) gevormd
worden in het apparaat. In dit geval kunt
u defecten veroorzaken als u het apparaat
aansluit op een stopcontact. Zorg eerst dat
de condens is verdampt door het apparaat
enkele uren te laten rusten. Vervolgens
kunt u het apparaat aansluiten op een
stopcontact.
WAARSCHUWING
001-50
Let erop dat het netsnoer geaard is
Sluit het netsnoer van dit apparaat aan op
een geaard stopcontact.
002a
Demonteer het apparaat niet zelf en breng er geen
wijzigingen in aan
Open het apparaat niet en voer geen
interne wijzigingen uit.
003
Repareer het apparaat niet zelf en vervang geen
onderdelen ervan
Probeer het apparaat niet te herstellen of
onderdelen ervan te vervangen (behalve
als deze handleiding specieke instructies
geeft om dat te doen). Laat het onderhoud
over aan uw handelaar, het dichtstbijzijnde
Roland Service Center of een erkende
Roland-verdeler, zoals vermeld op de
pagina “Informatie”.
004
Gebruik het apparaat niet en sla het niet op op
plaatsen die:
aan extreme temperaturen worden
blootgesteld (bv. rechtstreeks zonlicht in
een gesloten voertuig, in de buurt van
een verwarmingsleiding, op materiaal
dat warmte produceert);
nat zijn (bv. bad, wasruimte, op natte
vloeren);
aan damp of rook worden blootgesteld;
aan zout worden blootgesteld;
vochtig zijn;
aan regen worden blootgesteld;
stog of zanderig zijn;
aan hoge trillingsniveaus en schokken
worden blootgesteld.
007
Plaats het apparaat niet op een instabiele
ondergrond
Zorg ervoor dat het apparaat altijd
horizontaal en stabiel is geplaatst. Plaats
het nooit op een standaard die kan
wankelen of op aopende oppervlakken.
008a
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact met de
juiste spanning
Het apparaat mag alleen worden
aangesloten op een voeding van het type
dat beschreven is of dat op de achterzijde
van het apparaat is aangeduid.
WAARSCHUWING
008e
Gebruik alleen het meegeleverde netsnoer
Gebruik uitsluitend het bevestigde
netsnoer. Gebruik het meegeleverde
netsnoer niet met andere apparaten.
009
Verdraai of buig het netsnoer niet overmatig en
plaats er geen zware voorwerpen op
Verdraai of buig het netsnoer niet te sterk
en plaats er geen zware voorwerpen
op. Dit kan het snoer zowel binnenin
als aan de buitenkant beschadigen en
kortsluitingen veroorzaken. Beschadigde
snoeren kunnen brand of schokken
veroorzaken!
010
Vermijd overmatig gebruik aan een te hoog
volumeniveau
Dit apparaat kan, apart of in combinatie
met een versterker of luidsprekers,
geluidsniveaus produceren die
permanente gehoorschade kunnen
veroorzaken. Gebruik het apparaat niet
langdurig aan een hoog volumeniveau
of aan een niveau dat oncomfortabel
is. Als u gehoorverlies of oorsuizingen
ervaart, moet u onmiddellijk stoppen
met het gebruik van het apparaat en een
audioloog raadplegen.
011
Laat geen vreemde voorwerpen of vloeistoen in
het apparaat komen, plaats geen voorwerpen die
vloeistoen bevatten op het apparaat
Plaats geen voorwerpen die vloeistoen
bevatten op de versterker. Zorg ervoor
dat er geen voorwerpen (bv. brandbare
voorwerpen, munten, draden) of
vloeistoen (bv. water, fruitsap) in het
apparaat terechtkomen. Op die manier
vermijdt u kortsluitingen, verkeerde
werking of andere defecten aan het
apparaat.
201b
3
Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
Stroomtoevoer
301
Sluit dit apparaat niet aan op een stopcontact
dat tegelijkertijd door een elektrisch apparaat
wordt gebruikt dat door een signaalomzetter
of een motor (zoals een koelkast, wasmachine,
microgolfoven of airconditioner) wordt bestuurd.
Afhankelijk van de manier waarop elektrische
apparaten worden gebruikt, kan ruis van de
stroomvoorziening defecten aan dit apparaat of
hoorbare ruis veroorzaken. Als het niet mogelijk is
om een apart stopcontact te gebruiken, plaats dan
een ruislter voor de stroomvoorziening tussen dit
toestel en het stopcontact.
307
Schakel altijd alle apparaten uit voordat u
aansluitingen maakt om defecten of storingen aan
de apparatuur te voorkomen.
308
Zelfs als de LED’s zijn uitgeschakeld wanneer het
apparaat is uitgeschakeld, betekent dit niet dat
het apparaat volledig van de stroomtoevoer is
losgekoppeld. Schakel eerst de schakelaar van
het apparaat uit en trek vervolgens het netsnoer
uit het stopcontact als u de stroom volledig
wilt uitschakelen. Zorg er daarom voor dat u
het netsnoer aansluit op een stopcontact dat
gemakkelijk bereikbaar is.
309
Volgens de fabrieksinstellingen zal de GA-212/
GA-112 ongeveer 4 uur nadat u bent gestopt met
spelen of nadat u het apparaat hebt gebruikt,
automatisch worden uitgeschakeld. Als u niet wilt
dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld,
stelt u de AUTO OFF-schakelaar in op OFF zoals
beschreven op p. 6.
Plaatsing
351
Als u het apparaat gebruikt in de buurt van
eindversterkers (of andere apparatuur met grote
eindversterkers) kan er ruis ontstaan. Om het
probleem te verhelpen kunt u het apparaat anders
richten of verder van de storingsbron plaatsen.
352a
Dit apparaat kan radio- en televisieontvangst
verstoren. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van
dergelijke ontvangers.
352b
Er kan ruis ontstaan als draadloze
communicatieapparaten, zoals gsms, in de buurt
van dit apparaat worden gebruikt. Dergelijke ruis
kan ontstaan als een oproep wordt ontvangen of
gemaakt of tijdens gesprekken. Verplaats dergelijke
apparaten zodat ze zich op een grotere afstand
van dit apparaat bevinden of schakel ze uit als u
dergelijke problemen ervaart.
354b
Stel het apparaat niet bloot aan rechtstreeks
zonlicht, plaats het niet in de buurt van
warmtebronnen, laat het niet achter in een
gesloten voertuig en stel het niet bloot aan extreme
temperaturen. Zorg ervoor dat hetzelfde deel van
het apparaat niet langdurig verlicht wordt door
verlichtingstoestellen waarvan de lichtbron zich
doorgaans dichtbij het apparaat bevindt (zoals een
pianolamp), of krachtige spots. Overmatige warmte
kan het apparaat vervormen of verkleuren.
356
Laat voorwerpen uit rubber, vinyl of gelijkaardige
materialen niet langdurig op het apparaat liggen.
Dergelijke voorwerpen kunnen de afwerking
verkleuren of beschadigen.
359
Kleef geen stickers, transfers en dergelijke op het
apparaat. De afwerking kan beschadigd worden als
u het kleefmateriaal tracht te verwijderen.
360
Afhankelijk van het materiaal en de temperatuur
van het oppervlak waarop u het apparaat plaatst,
kunnen de rubberen voetstukken mogelijk het
oppervlak verkleuren of ontsieren.
U kunt een stuk vilt of stof onder de rubberen
voetstukken plaatsen om dit te voorkomen. Zorg er
in dit geval voor dat het apparaat niet verschuift of
per ongeluk in beweging komt.
361
Plaats geen voorwerpen die water bevatten op het
apparaat. Vermijd ook het gebruik van insecticiden,
parfum, alcohol, nagellak, spuitbussen, enzovoort
in de nabijheid van het apparaat. Verwijder
onmiddellijk alle vloeistof die op het apparaat
gemorst wordt met een droge, zachte doek.
Onderhoud
401b
Gebruik en zachte, droge doek of een doek die
lichtjes bevochtigd is om het apparaat af te
vegen. Veeg met gelijkmatige kracht het volledige
oppervlak schoon. De afwerking kan beschadigd
worden als u te hard op dezelfde plaats wrijft.
402
Gebruik geen benzine, verdunners, alcohol of
andere oplosmiddelen om verkleuring en/of
vervorming te voorkomen.
Reparaties en gegevens
452
Het is mogelijk dat alle gegevens in het
apparaatgeheugen worden verwijderd als het
apparaat voor herstelling wordt verzonden. Noteer
belangrijke gegevens indien mogelijk steeds op
papier. Tijdens herstellingen wordt al het mogelijke
gedaan om gegevensverlies te vermijden. In
sommige gevallen (bijvoorbeeld wanneer er een
defect is aan de geheugencircuits zelf), is het
echter niet mogelijk om de gegevens te herstellen.
Roland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor
dergelijk gegevensverlies.
Extra voorzorgsmaatregelen
551
Houd er rekening mee dat de inhoud van het
geheugen onherstelbaar verloren kan gaan als
gevolg van een defect of onjuist gebruik van het
apparaat. Om te voorkomen dat u belangrijke
gegevens verliest, raden wij aan om geregeld de
instellingen die u in het apparaatgeheugen hebt
opgeslagen, op papier te noteren.
552
Als gegevens die waren opgeslagen op het
apparaatgeheugen eenmaal verloren zijn gegaan,
kan het soms helaas onmogelijk zijn om deze te
herstellen. Roland kan niet aansprakelijk worden
gesteld voor dergelijk gegevensverlies.
553
Draag voldoende zorg bij het gebruik van
de knoppen, schuifknoppen of andere
bedieningselementen van het apparaat en bij
het gebruik van aansluitingen en ingangen.
Ruw omgaan met de apparatuur kan defecten
veroorzaken.
556
Neem het aansluitstuk vast als u kabels loskoppelt.
Trek nooit aan de kabel. Op die manier vermijdt
u kortsluitingen of schade aan de inwendige
elementen van de kabel.
557
Tijdens normaal gebruik straalt het apparaat een
kleine hoeveelheid warmte uit.
558b
Houd het volume van het apparaat binnen de
perken om te vermijden dat u andere personen
stoort.
559a
Verpak het apparaat indien mogelijk in de doos
(inclusief opvulling) waarin het werd geleverd als
u het moet vervoeren. Anders zult u gelijkaardige
verpakkingen moeten gebruiken.
561
Gebruik alleen het opgegeven zwelpedaal
(Roland EV-5, BOSS FV-500L, BOSS FV-500H, apart
verkrijgbaar). Als u andere zwelpedalen aansluit,
kunt u defecten en/of schade aan het apparaat
veroorzaken.
562
Sommige kabels bevatten weerstanden. Gebruik
geen kabels met weerstanden om aansluitingen
op dit apparaat uit te voeren. Het gebruik van
dergelijke kabels kan het geluidsniveau extreem
verlagen of zelfs onhoorbaar maken. Neem contact
op met de fabrikant van de kabel voor informatie
over kabelspecicaties.
Auteursrecht
TM
Roland, BOSS en COSM zijn gedeponeerde
handelsmerken of handelsmerken van Roland
Corporation in de Verenigde Staten en/of andere
landen.
T-01
Bedrijfs- en productnamen in dit document zijn
gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken
van hun respectieve eigenaars.
MMP
MMP (Moore Microprocessor Portfolio) verwijst
naar een patentportfolio in verband met de
architectuur van microprocessoren, die werd
ontwikkeld door Technology Properties Limited
(TPL). Roland heeft deze technologie in licentie
genomen van de TPL Group.
Dit product bevat het met eCROS geïntegreerde
softwareplatform van eSOL Co., Ltd. eCROS is een
handelsmerk van eSOL Co., Ltd. in Japan.
OPGELET
101a
Plaats het apparaat op een goed geventileerde locatie
Het apparaat moet zo worden geplaatst
dat de ventilatie niet door de locatie of
positie wordt verstoord.
102b
Houd de stekker vast als u het netsnoer aansluit of
loskoppelt
Neem altijd alleen de stekker van het
netsnoer vast bij het aansluiten op en het
loskoppelen van een stopcontact of dit
apparaat.
103a
Maak regelmatig de stekker van het netsnoer schoon
U moet regelmatig de stekker loskoppelen
en schoonmaken met een droge doek
om al het stof en andere ophopingen
te verwijderen van de polen. Trek ook
de stekker uit het stopcontact als het
apparaat langere tijd niet zal worden
gebruikt. Stofophoping tussen de stekker
en het stopcontact kan leiden tot slechte
isolatie en brand veroorzaken.
OPGELET
104
Ga op een veilige manier om met de kabels
Zorg ervoor dat de snoeren en kabels niet
in de war raken. Plaats alle snoeren en
kabels buiten het bereik van kinderen.
105b
Verwijder alle zwenkwielen in situaties waarin het
apparaat niet mag bewegen
In situaties waarin de onverwachte beweging
van het apparaat een gevaar kan betekenen
(bijvoorbeeld wanneer het apparaat op
een podium is opgesteld of wanneer het in
een voertuig wordt vervoerd) moet u alle
zwenkwielen op voorhand verwijderen.
106
Klim nooit op het apparaat en plaats er geen zware
voorwerpen op
Klim nooit op het apparaat en plaats er
geen zware voorwerpen op.
107b
Neem het netsnoer nooit vast met natte handen bij
het aansluiten of loskoppelen
Neem het netsnoer of de stekkers ervan
nooit vast met natte handen bij het
aansluiten op of loskoppelen van een
stopcontact of dit apparaat.
OPGELET
108a
Koppel alles los voordat u het apparaat verplaatst
Koppel het netsnoer los van het
stopcontact en verwijder alle snoeren uit
externe apparaten voordat u het apparaat
verplaatst.
109a
Trek het netsnoer uit het stopcontact voordat u het
apparaat schoonmaakt
Schakel het apparaat uit en trek het
netsnoer uit het stopcontact voordat u het
apparaat schoonmaakt (p. 6).
110a
Trek het netsnoer uit het stopcontact als u bliksem
verwacht in uw omgeving
Trek het netsnoer uit het stopcontact als u
bliksem verwacht in uw omgeving.
121
Verwijder het luidsprekerrooster of de luidspreker niet
Verwijder op geen enkele wijze het
luidsprekerrooster of de luidspreker. De
luidspreker kan niet door de gebruiker
vervangen worden. In de behuizing zijn
spanningen en stromen aanwezig die
elektrische schokken kunnen veroorzaken.
4
Paneelbeschrijving
Voorpaneel
[MID BOOST]-knop
Hiermee schakelt u de boost van de
middentonen in en uit.
[BASS]-regelaar
Hiermee regelt u het geluidsniveau van
de lage tonen.
[MIDDLE]-regelaar
Hiermee regelt u het geluidsniveau van
de middentonen.
[TREBLE]-regelaar
Hiermee regelt u het geluidsniveau van
de hoge tonen.
INPUT-ingangen
Gebruik deze ingangen om een elektrische gitaar
aan te sluiten. Gebruik HIGH of LOW naargelang het
uitgangsniveau van de gitaar. Normaal gezien sluit
u de gitaar aan op HIGH. Sluit gitaren met een hoog
uitgangsniveau dat waarschijnlijk zal vervormen, aan
op LOW.
[MANUAL]-knop, [CH 1]–[CH 4]-knoppen
Elke regelaar op het voorpaneel van de GA-212/GA-112 heeft een origineel LED-lampje waarmee u in
een oogopslag de instellingen kunt controleren tijdens een optreden of bij kanaalwijzigingen.
Het eenvoudig gestructureerde bedieningssysteem maakt een intuïtief gebruik mogelijk.
[MANUAL]-knop
Wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, wordt handmatige bediening (MANUAL) geactiveerd.
Bij handmatige bediening (MANUAL) stemmen de LED-lampjes en regelaars altijd overeen.
LED-lampjes van de regelaars
Een LED-lampje geeft de instelling van een regelaar weer.
Als een van de [CH 1]-[CH 4]-knoppen wordt ingedrukt om het kanaal (de
instellingen) te wijzigen, veranderen de LED-lampjes van de regelaars ook
onmiddellijk.
Als de [MANUAL]-knop wordt ingedrukt, lichten de LED-lampjes op op de huidige posities van
de regelaars.
Als de opgeslagen instelling van de regelaar zich op het maximumniveau
bevindt en de regelaarstand op het minimumniveau staat, draait u de
regelaar rechtsom voordat u wijzigingen doorvoert om de ingestelde
waarde te verlagen. Als het omgekeerde waar is, draait u de regelaar linksom
voordat u wijzigingen doorvoert om de ingestelde waarde te verhogen.
PROGRESSIVE AMP
PROGRESSIVE AMP is een originele
versterker ontworpen volgens de nieuwste
COSM-technologie. Door voortdurend het
gedrag van de voor- en eindversterkers
te veranderen kunt u een breed scala aan
geluiden creëren.
[DRIVE]-regelaar/
[BOOST]-knop
Hiermee regelt u de mate van vervorming.
[BOOST]-
knop
[DRIVE]-regelaar Minimum- tot
maximumwaarde
OFF Zuiver tot vet
ON Vet tot extreem
* Als BOOST is ingeschakeld, kan het zwelpe-
daal dat is aangesloten op de DRIVE-aansluiting
van de exclusieve footcontroller (p. 8) het geluid
veranderen van zuiver naar extreem.
[VOICE]-knop
Hiermee wijzigt u de geluidskenmerken.
[VOLUME]-regelaar
Hiermee regelt u het volume.
Geluidsindicator
Als u de vervorming regelt met de
[DRIVE]-regelaar, verandert de kleur van de
geluidsindicator naargelang de mate van
de vervorming. (U kunt de LED-weergave
uitschakelen als u deze niet wilt gebruiken,
bijvoorbeeld op een donker podium.)
Raadpleeg
p. 10
als u de instelling
wilt maken.
Paneelbeschrijving
5
Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish
[EFX LOOP A]-knop, [EFX LOOP B]-knop
Hiermee schakelt u het externe eectapparaat in en uit dat aangesloten is op
de EFX LOOP A/B-aansluitingen op het achterpaneel.
[ON]-schakelaar
Hiermee schakelt u het apparaat in en uit.
Het apparaat inschakelen
* Als alle apparaten correct zijn aangesloten (p. 6), volgt u de onderstaande
procedure om de apparaten in te schakelen. Als u de apparatuur in de
verkeerde volgorde inschakelt, bestaat er een risico dat de apparatuur
beschadigd of defect raakt.
* Zet het volume altijd op nul voordat u het apparaat in- of uitschakelt. Zelfs
als het volume volledig op nul staat, kunt u nog geluid horen wanneer het
apparaat wordt in- of uitgeschakeld. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
* Het apparaat is voorzien van een beveiligingscircuit. Het duurt even (een paar
seconden) voordat het apparaat normaal functioneert nadat het is ingeschakeld
.
1. Schakel alle apparaten in, behalve het apparaat dat is
aangesloten op de LINE OUT-aansluiting.
2. Schakel de GA-212/112 in.
3. Schakel het apparaat in dat op de LINE OUT-
aansluiting is aangesloten.
Het apparaat uitschakelen
1. Verlaag, voordat u het apparaat uitschakelt, het
volume van alle apparaten en schakel de apparaten
uit in de omgekeerde volgorde dan de volgorde
waarin u ze hebt ingeschakeld.
OPGELET
* Volgens de fabrieksinstellingen zal de GA-212/GA-112 ongeveer 4 uur nadat u
bent gestopt met spelen of nadat u het apparaat hebt gebruikt, automatisch
worden uitgeschakeld. Als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt
uitgeschakeld, stelt u de AUTO OFF-schakelaar in op OFF zoals beschreven op p. 6.
* Om de stroom volledig uit te schakelen, schakelt u eerst het apparaat uit en
trekt u vervolgens het netsnoer uit het stopcontact. Raadpleeg het gedeelte
Stroomtoevoer (p. 3).
[MASTER]-regelaar
Hiermee regelt u het algemene
volume.
[PRESENCE]-regelaar
Hiermee geeft u een helderder
contour aan de midden- en
hoge tonen. Dit geeft een
helder, open geluid.
[REVERB]-regelaar
Hiermee past u het
galmniveau aan.
[CH 1]–[CH 4]-knoppen
Uitgezonderd de [MASTER]-regelaar worden de instellingen van alle regelaars en knoppen op het voorpaneel opgeslagen in de [CH 1]-[CH 4]-knoppen.
Met deze functie slaat u de laatste posities van de regelaars op. Er is dus geen speciale bewerking nodig om de instellingen op te slaan.
Hiermee schakelt u tussen vier typen voorpaneelinstellingen.
Bereik waarin de
instellingen kunnen
worden opgeslagen.
De knopinstellingen kopiëren
U kunt de instellingen van de [MANUAL]-knop of van elk van de [CH 1]-[CH 4]-
knoppen kopiëren naar een ander kanaal.
Houd de knop die moet worden
gekopieerd (de [MANUAL]-knop of
een van de [CH 1]-[CH 4]-knoppen)
ingedrukt.
1
Selecteer een van de [CH 1]-[CH 4]-
knoppen waarnaar u wilt kopiëren en
houd deze ingedrukt.
2
* U kunt de [MANUAL]-knop niet selecteren als het kanaal waarnaar wordt gekopieerd.
De kanaalinstellingen opslaan met behulp van
de schrijfbewerkingsfunctie
Het automatisch opslaan van kanaalinstellingen
kan worden gewijzigd in het opslaan van
kanaalinstellingen met behulp van de schrijunctie.
In de schrijfbewerkingsmodus kunt u de
instellingen opslaan door een van de [CH 1]-
[CH 4]-knoppen gedurende een paar seconden
ingedrukt te houden.
Raadpleeg
p. 10
als u de instelling wilt maken.
941
943
945
942
309
Paneelbeschrijving
6
Achterpaneel (Apparatuur aansluiten)
AC IN-aansluiting
Sluit het meegeleverde
netsnoer aan op deze
aansluiting.
FOOT CONTROL/LINK IN-, LINK OUT-aansluitingen
FOOT CONTROL-aansluiting
Hiermee kunt u een stereokabel aansluiten op de GA
FOOT CONTROL-aansluiting van de footcontroller.
* Gebruik altijd een stereokabel.
Op een stroomvoorziening
[AUTO OFF]-schakelaar
OPGELET
Deze schakelaar bedient de AUTO OFF-
functie die het apparaat automatisch
uitschakelt wanneer de opgegeven tijdsduur
is verstreken.
Als de AUTO OFF-functie is ingeschakeld,
wordt het apparaat automatisch
uitgeschakeld na ongeveer 4 uur sinds de
laatste handeling.
Stel de schakelaar in op OFF als u niet
wilt dat het apparaat automatisch wordt
uitgeschakeld.
Als u het apparaat opnieuw wilt inschakelen
nadat het is uitgeschakeld door de AUTO
OFF-functie, schakelt u de [ON]-schakelaar
opnieuw in (p. 5) of stelt u de [AUTO OFF]-
schakelaar in op OFF.
MAIN IN-aansluitingen
Als u het geluid dat met een multi-eectapparaat of andere
apparaten is gecreëerd, wilt uitsturen, sluit u het apparaat
aan op de MAIN IN-aansluitingen.
GA-212 geeft het geluid van de A-ingang weer via de
linkerluidspreker en het geluid van de B-ingang via de
rechterluidspreker. Als u alleen de A-aansluiting gebruikt,
wordt hetzelfde geluid weergegeven via de rechter-
en de linkerluidspreker. Als u alleen de B-aansluiting
gebruikt, wordt het geluid alleen weergegeven via de
rechterluidspreker.
GA-112 mixt de geluiden van de A- en B-aansluiting en
geeft deze weer via de luidspreker.
OPGELET
* Als de AUTO OFF-functie is ingeschakeld en er komen alleen
signalen van de MAIN IN-aansluitingen binnen zonder dat u
andere bewerkingen uitvoert, wordt het apparaat automatisch
uitgeschakeld na ongeveer 4 uur.
LINE OUT-uitgang
Gebruik deze uitgang om
het apparaat op een PA-
systeem, recorder of andere
externe apparatuur aan te
sluiten.
LINK IN-aansluiting/LINK
OUT-aansluiting
Gebruik deze aansluitingen
om Link-aansluitingen voor
gitaarversterkers te maken.
Raadpleeg
p. 9
voor meer
informatie.
THRU/TUNER OUT-aansluiting
Het directe geluid van een gitaar wordt uitgestuurd vanaf
de INPUT-aansluiting.
Gebruik deze aansluiting om Link-aansluitingen met een
apparaat te maken.
Raadpleeg
p. 9
voor meer informatie.
U kunt ook een tuner aansluiten.
*1
Paneelbeschrijving
7
Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish
EFX LOOP A-, B-aansluitingen
Deze worden gebruikt om externe eectapparaten aan te sluiten.
Er zijn twee systemen: A en B (mono).
Sluit de INPUT van het externe eectapparaat aan op de SEND-aansluiting en de OUTPUT op de RETURN-aansluiting.
[LOOP]-schakelaar
Als PARALLEL is ingesteld, worden het geluid van de externe eecten en het directe geluid met elkaar gemixt.
Als SERIES is ingesteld, wordt alleen het geluid van de externe eecten weergegeven.
* U hoort geen geluid als SERIES is ingesteld en het volume van het externe eectapparaat op nul staat of het apparaat niet is ingeschakeld.
[LEVEL]-schakelaar
Gebruik deze schakelaar om het in- en uitgangsniveau van een eectenloop te veranderen. Selecteer +4 dBu of -10 dBu afhankelijk van het in- en
uitgangsniveau van de aangesloten apparatuur. Als het in- en uitgangsniveau van de aangesloten apparatuur hoog is, stelt u +4 dBu in. Als het niveau
laag is, stelt u -10 dBu in.
* Afhankelijk van de stroomvoorziening die u gebruikt, kunnen de twee kabels die op SEND en RETURN zijn aangesloten, een storend geluid
geven als deze uit elkaar worden geplaatst. Leg daarom de twee kabels bij elkaar.
* Zet het volume altijd op nul en schakel alle apparaten uit voordat u aansluitingen maakt om defecten of storingen aan de apparatuur te voorkomen.
* Als u verbindingskabels met weerstanden gebruikt, is het mogelijk dat het geluidsvolume van de apparatuur die op de ingangen (INPUT-, MAIN IN- en RETURN-aansluitingen) is
aangesloten, te laag is. Gebruik in dit geval verbindingskabels zonder weerstanden.
Extern eectapparaat
OUTPUTINPUT
*1 Belangrijke opmerkingen over FOOT CONTROL/LINK IN- en LINK OUT-aansluitingen
• Sluit geen ander apparaat dan de GA-212/GA-112 voor Link-aansluiting of
de exclusieve GA FOOT CONTROLLER (GA-FC) aan op de FOOT CONTROL/
LINK IN-ingang.
• Sluit geen ander apparaat dan de GA-212/GA-112 voor Link-aansluiting aan
op de LINK OUT-uitgang.
• Dit instrument is uitgerust met gebalanceerde TRS-aansluitingen. Onderaan
vindt u bedradingsschema's voor deze aansluitingen.
PUNT
RING
BUS (AARDE)
922
921
926a
Paneelbeschrijving
8
Exclusieve footcontroller (afzonderlijk verkrijgbaar)
De footcontroller aansluiten
De footcontroller bedienen
De zwelpedalen gebruiken
Als u de zwelpedalen (Roland EV-5, BOSS FV-500L, BOSS FV-500H, apart verkrijgbaar) aansluit, kunt u de DRIVE-waarde en het volume met behulp van het
pedaal veranderen.
DRIVE-aansluiting
Gebruik deze aansluiting om de DRIVE te bedienen. Als BOOST is uitgeschakeld, kan het zuivere geluid heel vet worden en als BOOST is ingeschakeld, krijgt
u een extreem geluid.
Als een zwelpedaal is aangesloten op de DRIVE-aansluiting, kan de DRIVE-waarde ingesteld worden van 0 tot de
huidige DRIVE-waarde op het paneel. Als het pedaal volledig is ingedrukt, wordt de DRIVE-waarde toegepast die
door de regelaar op het paneel wordt weergegeven.
VOLUME-aansluiting
Hiermee kunt u het volume regelen. U kunt het volume geleidelijk laten aanzwellen of dempen.
* Het volume dat u kunt regelen met behulp van het zwelpedaal dat op deze aansluiting is aangesloten, verschilt van het [VOLUME] op het paneel.
De pedaalbediening is niet gekoppeld aan het niveau van de [VOLUME]-regelaar.
DRIVE-waarden die
met behulp van de
zwelpedalen kunnen
worden bepaald.
(Voorbeeld)
Knippert in de
Function-modus.
U kunt de kanalen wijzigen door de footcontroller te gebruiken. Als u op de [FUNCTION]-schakelaar drukt, kunt u ook BOOST, MID BOOST, EFX LOOP A, EFX
LOOP B en REVERB in- en uitschakelen.
* Het in- en uitschakelen (ON/OFF) van BOOST, MID BOOST, EFX LOOP A, EFX LOOP B en REVERB met behulp van de footcontroller wordt niet
opgeslagen in het kanaal.
Sluit een stereokabel aan op de FOOT CONTROL/LINK IN-aansluiting van de GA-212/GA-112.
* Gebruik altijd een stereokabel.
* Gebruik kabels zonder weerstanden.
Het MINIMUM VOLUME van een zwelpedaal instellen
Met de [MINIMUM VOLUME]-regelaar van een zwelpedaal kunt u de waarde instellen
voor het moment waarop het pedaal helemaal omhoog staat (de laagste waarde).
Instellingen voor DRIVE-waarde na het wijzigen van het kanaal
Als een zwelpedaal is aangesloten op de DRIVE-aansluiting, kunt u nadat het kanaal is gewijzigd de DRIVE-waarde
instellen op de huidige pedaalwaarde en niet op de waarde die is opgeslagen in het kanaal. Raadpleeg
p. 10
als u de
instelling wilt maken.
[MINIMUM
VOLUME]-
regelaar
* Gebruik alleen het opgegeven zwelpedaal (Roland EV-5, BOSS FV-500L, BOSS FV-500H, apart verkrijgbaar). Als u andere zwelpedalen aansluit,
kunt u defecten en/of schade aan het apparaat veroorzaken.
925
9
Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish
Link-aansluitingen met een apparaat maken
U kunt een Link-aansluiting maken met een ander apparaat. Link-aansluitingen zorgen voor meer geluidsdruk en een krachtig eect op een groot
podium.
Als de versterkers zijn aangesloten zoals onderaan beschreven, kunt u het kanaal wijzigen met behulp van de footcontroller en een zwelpedaal
gebruiken met de aangesloten versterker.
Op de footcontroller
Kabel: stereo
1/4"-jack
Kabel:
1/4"-jack
Achterpaneel
Achterpaneel
Versterker waarop een gitaar is
aangesloten
Achterzijde
Achterzijde
INPUT-aansluiting op het voorpaneel
Voorpaneel
Versterker waarmee Link-
aansluiting is gemaakt
* Draai de [MASTER]-regelaar van
de versterker die moet worden
aangesloten, op 0 voordat u een
aansluiting maakt. Regel het volume
nadat u de aansluiting hebt gemaakt.
* Als de gitaar op HIGH is aangesloten,
sluit u de versterker aan op HIGH. Als
de gitaar op LOW is aangesloten, sluit
u de versterker aan op LOW.
De versterkers stapelen (stack)
U kunt de GA-212/GA-112 gebruiken met een stack of toren van versterkers.
LET OP
U kunt een stack maken met maximaal één apparaat. Maak geen stack met twee of meer apparaten. Volg zorgvuldig de onderstaande
instructies als u een stack maakt.
* Zorg ervoor dat u deze apparaten gebruikt op stabiele, horizontale locaties.
* Zorg ervoor dat steeds minstens twee personen de apparaten optillen en dragen om letsels door het om- of neervallen van de apparaten
te voorkomen.
* Let op dat uw vingers niet vast komen te zitten.
De versterkers stapelen (stack)
* Als de versterkers gestapeld zijn, moet u deze gelijkrichten
zodat de hoeken van de bovenste en de onderste versterker
correct en veilig in elkaar passen. Als de hoeken niet in elkaar
passen, kunnen de apparaten vallen.
* Stapel de GA-212 en de GA-112 niet.
* Als u de apparaten wilt stapelen, verwijdert u altijd alle
zwenkwielen van alle versterkers.
De zwenkwielen plaatsen en verwijderen (alleen voor GA-212)
De zwenkwielen zijn niet op het apparaat geïnstalleerd wanneer het
apparaat vanaf de fabriek wordt geleverd.
Plaats of verwijder de zwenkwielen zoals weergegeven in de afbeelding.
Voorzijde van het apparaat
JA
NEE
* Zet het volume van alle apparaten op nul als u het
apparaat in- of uitschakelt.
10
Bedradingsschema
POWER
AMP
SPEAKER
LINE OUT
THRU/TUNER OUT
FOOT CONTROLLER
EXP PEDAL VOLUME
POWER
AMP
SPEAKER
MAIN IN A
EFX LOOP A
SEND
EFX LOOP A
RETURN
EFX LOOP B
RETURN
EFX LOOP B
SEND
MAIN IN B
MASTER
AMPLIFIER
INPUT (LOW)
INPUT (HIGH)
LOOP [SERIES/PARALLEL]
REVERB
Alleen als de footcontroller is aangesloten
Alleen voor GA-212
DRIVE VOLUME
Andere instellingen
Als u bepaalde knoppen indrukt en tegelijkertijd het apparaat inschakelt, kunt u de volgende instellingen congureren voor het apparaat.
Instellingen Handeling
De fabrieksinstellingen herstellen (*)
Houd de [EFX LOOP B]- en de [CH 4]-knoppen ingedrukt en schakel het apparaat
in.
Opslaan op een kanaal
De kanaalinstellingen automatisch opslaan
(standaardinstelling)
Houd de [EFX LOOP A]-knop ingedrukt en schakel het apparaat in.
De kanaalinstellingen opslaan met behulp van de
schrijfbewerkingsfunctie (p. 5)
Houd de [EFX LOOP B]-knop ingedrukt en schakel het apparaat in.
DRIVE-waarde na het
wijzigen van het kanaal
De waarde die is opgeslagen op een kanaal
(standaardinstelling)
Houd de [VOICE]-knop ingedrukt en schakel het apparaat in.
Huidige waarde van het zwelpedaal Houd de [BOOST]-knop ingedrukt en schakel het apparaat in.
Geluidsindicator
Kleurweergave inschakelen (standaardinstelling) Houd de [MID BOOST]- en de [VOICE]-knoppen ingedrukt en schakel het apparaat in.
Kleurweergave uitschakelen
Houd de [MID BOOST]- en de [BOOST]-knoppen ingedrukt en schakel het
apparaat in.
De Link-modus instellen
* De instellingen van
de tweede versterker
werken volgens de
instellingen van de
eerste versterker.
De tweede versterker geeft de bediening van de
footcontroller (het schakelen tussen kanalen, het
zwelpedaal en het in- en uitschakelen van REVERB)
weer (standaard)
Houd de [EFX LOOP A]- en [MID BOOST]-knoppen ingedrukt en schakel het apparaat in.
De tweede versterker geeft alle bedieningen op het
voorpaneel (behalve MASTER) en de footcontroller
weer
Houd de [EFX LOOP B]- en [MID BOOST]-knoppen ingedrukt en schakel het apparaat in.
De kanaalinstellingen van de eerste versterker kopren naar de tweede
versterker
Houd de [EFX LOOP A]-, [EFX LOOP B]- en [MID BOOST]-knoppen op de eerste
versterker ingedrukt terwijl de tweede versterker is ingeschakeld en schakel het
apparaat in.
* De instellingen voor elk kanaal worden ook teruggezet op de fabrieksinstellingen.
11
Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish
Belangrijkste specicaties
Roland GA-212
Roland GA-112: Gitaarversterker
GA-212 GA-112
Nominaal
uitgangsvermogen
200 W 100 W
Nominaal
ingangsniveau
INPUT HIGH: 10 dBu
INPUT LOW: 0 dBu
MAIN IN A, B: -10 dBu
EFX LOOP A, B RETURN: -10 dBu, +4 dBu (aanpasbaar)
Nominaal
uitgangsniveau
LINE OUT: -10 dBu
EFX LOOP A, B SEND: -10 dBu, +4 dBu (aanpasbaar)
THRU / TUNER OUT: -10 dBu
Luidspreker 30 cm (12 inch) x 2 30 cm (12 inch) x 1
Bedieningselementen
[ON]-schakelaar
[AUTO OFF]-schakelaar
[VOICE]-knop
[BOOST]-knop
[MID BOOST]-knop
EFX LOOP[A]-, [B]-knop
EFX LOOP A-, B[LOOP]-schakelaars
EFX LOOP A-, B[LEVEL]-schakelaars
[MANUAL]-knop
[CH 1]–[CH 4]-knop
[MASTER]-regelaar
[DRIVE]-regelaar
[VOLUME]-regelaar
[BASS]-regelaar
[MIDDLE]-regelaar
[TREBLE]-regelaar
[PRESENCE]-regelaar
[REVERB]-regelaar
Indicators
Geluidsindicator
LED-regelaar x 7 (behalve MASTER-regelaar)
VOICE
BOOST
MID BOOST
EFX LOOP A, B
MANUAL
CH 1– CH 4
Aansluitingen
AC IN-aansluiting
INPUT HIGH/LOW-aansluitingen (1/4"-jacks)
MAIN IN A-, B-aansluitingen (1/4"-jacks)
LINE OUT-aansluiting (1/4"-jack)
FOOT CONTROL/LINK IN-aansluiting (stereo 1/4"-jack)
LINE OUT-aansluiting (stereo 1/4"-jack)
THRU/TUNER OUT-aansluiting (1/4"-jack)
EFX LOOP A, B SEND-aansluitingen (1/4"-jacks)
EFX LOOP A, B RETURN-aansluitingen (1/4"-jacks)
Stroomverbruik 75 W 45 W
Afmetingen 715 (B) x 337 (D) x 560 (H) mm 615 (B) x 337 (D) x 504 (H) mm
Gewicht 32 kg 24,5 kg
Accessoires
Zwenkwiel x 4 (alleen GA-212)
Netsnoer
Gebruikershandleiding
Opties (afzonderlijk
verkrijgbaar)
GA FOOT CONTROLLER (GA-FC)
* 0 dBu = 0,775 Vrms
*
962a
Met het oog op productverbetering kunnen de specicaties en/of het uitzicht van dit toestel worden gewijzigd zonder voorafgaande
kennisgeving.
1/92