Roland RD-2000 de handleiding

Categorie
Muziekinstrumenten
Type
de handleiding
Gebruikershandleiding (dit document)
Lees dit eerst. In deze gebruikershandleiding staat wat u moet weten om de RD-2000 te kunnen gebruiken.
PDF-handleiding (download via het internet)
5 Parameter Guide (Engels)
Hierin worden alle parameters van de RD-2000 verklaard.
5 Lijst van de geluiden
Dit is een lijst met de ingebouwde klanken van de RD-2000.
5 MIDI-implementatie
Dit is gedetailleerde informatie over MIDI-berichten.
De PDF-handleiding verkrijgen
1. Voer de volgende URL in op uw computer.
http://www.roland.com/manuals/
I
2. Kies “RD-2000” als de productnaam.
Lees voor u dit apparaat gebruikt zorgvuldig de hoofdstukken “BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES” (aan de binnenzijde van de vooromslag), “HET APPARAAT VEILIG
GEBRUIKEN” (p. 2) en “BELANGRIJKE OPMERKINGEN” (p. 4). Bewaar na het lezen het (de) document(en) op een direct toegankelijke plaats.
Copyright © 2017 ROLAND CORPORATION
Wat wilt u doen?
U wilt Aanbevolen functies
Piano spelen
One-Touch Piano (p. 9)
Klank (p. 14)
Verschillende geluiden spelen
Klank (p. 14)
Programma (p. 15)
Geluiden in een gewenste
volgorde plaatsen
Scene (p. 15)
Een extern apparaat bedienen
Scene (p. 15)
Toewijzen (p. 17*)
Ext Label Edit (p. 18)
Aansluiting op uw computer (p. 18)
Geluiden naar wens
combineren
Het geluid bewerken (p. 20)
Gebruikershandleiding (p. 14)
Instellingen uitvoeren om te
spelen
Menuscherm (p. 26)
Systeeminstellingen (p. 26)
De functies van de RD-2000
gebruiken
De handige functies tijdens het spelen gebruiken
(p. 24)
Gebruikershandleiding (p. 14)
De instellingen van de RD-2000
opslaan
Back-up (p. 27)
Gebruikershandleiding
2
HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat het netsnoer correct is geaard
Sluit de netstekker van dit model aan
op een stopcontact met beschermende
aardingsverbinding.
Als u het apparaat volledig wilt uitschakelen, trekt
u de stekker uit het stopcontact
Zelfs wanneer de [
L
]-schakelaar van de
RD-2000 is uitgeschakeld, betekent dit
niet dat dit apparaat volledig van de
stroomtoevoer is losgekoppeld. Als u de
stroomtoevoer volledig wilt afsluiten, zet
u de [
L
]-schakelaar van de RD-2000 op het apparaat
uit en trekt u de stekker uit het stopcontact. Steek de
stekker van het netsnoer daarom in een stopcontact
dat gemakkelijk bereikbaar is.
De Auto O-functie
Dit apparaat wordt automatisch
uitgeschakeld na een vooraf ingestelde
tijdsspanne sinds het apparaat voor
het laatst werd gebruikt om muziek
af te spelen of sinds de knoppen of
bedieningselementen van het apparaat voor het laatst
werden gebruikt (Auto O-functie). Als u niet wilt
dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld,
schakelt u de Auto O-functie uit (p. 11).
Demonteer het apparaat niet zelf en breng er geen
wijzigingen in aan
Voer niets uit tenzij u dit wordt
opgedragen in de gebruikershandleiding.
Anders riskeert u een defect te
veroorzaken.
Repareer het apparaat niet zelf en vervang er geen
onderdelen van
Laat het onderhoud over aan uw
handelaar, het dichtstbijzijnde Roland
Service Center of een bevoegde Roland-
verdeler, zoals vermeld onder “Informatie.
WAARSCHUWING
Gebruik of bewaar het apparaat niet op plaatsen die:
aan extreme temperaturen worden
blootgesteld (bv. direct zonlicht in een
gesloten voertuig, in de buurt van een
verwarmingsleiding, op materiaal dat
warmte produceert);
nat zijn (bv. bad, wasruimte, op natte
vloeren);
worden blootgesteld aan damp of rook;
worden blootgesteld aan zout;
worden blootgesteld aan regen;
stog of zanderig zijn;
worden blootgesteld aan hoge trillingsniveaus en
schokken; of
slecht geventileerd zijn.
Gebruik alleen aanbevolen standaards
Het apparaat mag alleen gebruikt worden
met een standaard die door Roland is
aanbevolen.
Plaats het apparaat niet op een instabiele
ondergrond
Als u het apparaat gebruikt met een
standaard die door Roland wordt
aangeraden, dient u deze zorgvuldig te
plaatsen, zodat de standaard horizontaal
en stabiel staat. Als u geen standaard
gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat u het apparaat
op een een oppervlak plaatst dat het apparaat goed
ondersteunt, en dat het apparaat niet kan wankelen.
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact met het
juiste voltage
Sluit het apparaat enkel aan op netvoeding
van het type beschreven op de achterzijde
van het apparaat.
Gebruik alleen het meegeleverde netsnoer
Gebruik uitsluitend het bevestigde
netsnoer. Sluit het meegeleverde netsnoer
ook niet aan op andere apparaten.
Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware
voorwerpen op
Anders kan brand of een elektrische schok
het resultaat zijn.
WAARSCHUWING
Vermijd langdurig gebruik bij een hoog volume
Langdurig gebruik van het apparaat op
een hoog volume kan gehoorverlies
veroorzaken. Als u gehoorverlies of
oorsuizingen ervaart, moet u onmiddellijk
stoppen met het gebruik van het apparaat
en een gespecialiseerde arts raadplegen.
Zorg ervoor dat er geen vreemde voorwerpen of
vloeistoen in het apparaat terechtkomen; plaats
geen voorwerpen met vloeistoen op het apparaat
Plaats geen voorwerpen die vloeistoen
bevatten (bv. vazen) op dit product. Zorg
ervoor dat er nooit vreemde voorwerpen
(bv. brandbaar materiaal, munten of
draden) of vloeistoen (bv. water of
vruchtensap) in dit product terechtkomen.
Dit kan kortsluiting, storingen of andere
defecten veroorzaken.
Schakel het apparaat uit als het afwijkend
reageert of er een defect optreedt
Schakel het apparaat onmiddellijk uit,
trek het netsnoer uit het stopcontact en
vraag onderhoud aan bij uw handelaar,
het dichtstbijzijnde Roland Service Center
of een bevoegde Roland-verdeler, zoals
vermeld onder “Informatie, als:
Het netsnoer is beschadigd; of
rook of ongewone geuren ontstaan;
objecten of vloeistof in of op het apparaat zijn
terechtgekomen;
het apparaat aan regen is blootgesteld (of op een
andere manier nat is geworden);
het apparaat niet normaal lijkt te werken of
duidelijk anders functioneert.
Bescherm kinderen zodat ze niet gewond kunnen
raken
Zorg ervoor dat er altijd een volwassene
in de buurt is om toezicht te houden
en begeleiding te bieden wanneer het
apparaat gebruikt wordt op plaatsen waar
kinderen aanwezig zijn of wanneer een
kind het apparaat gebruikt.
Laat het apparaat niet vallen en bescherm het
tegen zware schokken
Anders riskeert u schade of een defect te
veroorzaken.
3
HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN
WAARSCHUWING
Gebruik niet hetzelfde stopcontact voor het
apparaat en een buitensporig aantal andere
apparaten
Anders riskeert u oververhitting of brand.
Gebruik het apparaat niet in het buitenland
Raadpleeg uw handelaar, het
dichtstbijzijnde Roland Service Center
of een bevoegde Roland-verdeler, zoals
vermeld onder “Informatie, voordat u het
apparaat in het buitenland gebruikt.
Er mogen geen open vlammen zoals aangestoken
kaarsen op het apparaat worden geplaatst.
Gebruik het apparaat in een gematigd klimaat.
LET OP
Gebruik alleen de opgegeven standaard(en)
Dit apparaat is ontworpen voor gebruik
in combinatie met specieke standaarden
(KS-G8B) die worden gemaakt door Roland.
Wanneer u gebruik maakt van andere
standaarden, loopt u het risico letsels op te
lopen wanneer het apparaat valt of omslaat als gevolg
van onvoldoende stabiliteit.
Beoordeel het veiligheidsrisico voordat u
standaarden gebruikt
Zelfs als u de waarschuwingen in de
gebruikershandleiding volgt, kunnen
bepaalde handelingen ertoe leiden dat
het apparaat van de standaard valt of
dat de standaard kantelt. Ga bewust om
met de veiligheidsaspecten vooraleer dit apparaat te
gebruiken.
Houd het netsnoer vast bij de stekker wanneer u
het uittrekt
Om schade aan het netsnoer te
voorkomen, moet u dit altijd vastnemen
bij de stekker wanneer u de stekker
loskoppelt.
Reinig de stekker regelmatig
Ophoping van stof of vreemde objecten
tussen de stekker en het stopcontact
kan brand of elektrische schokken
veroorzaken.
Trek de stekker regelmatig uit het
stopcontact en veeg alle stof en vreemde objecten
dat/die zich mogelijk heeft/hebben opgehoopt weg
met behulp van een droge doek.
Trek de stekker uit het stopcontact als het
apparaat langere tijd niet wordt gebruikt
Er kan mogelijk brand ontstaan in het
onwaarschijnlijke geval dat een storing zou
optreden.
Verleg alle netsnoeren en kabels zodanig dat ze
niet in de war raken
Personen zouden gewond kunnen raken
wanneer iemand over een kabel zou
struikelen en zo het apparaat zou doen
vallen of omvallen.
LET OP
Ga niet boven op het apparaat staan en plaats er
geen zware voorwerpen op
Anders riskeert u gewond te raken
wanneer het apparaat omvalt of valt.
Steek een stekker nooit met natte handen in het
stopcontact of trek hem niet uit met natte handen
Anders krijgt u mogelijk een elektrische
schok.
Koppel alle snoeren/kabels los voor u het apparaat
verplaatst
Trek de stekker uit het stopcontact en
trek alle kabels van externe apparaten uit
vooraleer u het apparaat verplaatst.
Trek de stekker uit het stopcontact vooraleer het
apparaat te reinigen
Wanneer de stekker niet uit het
stopcontact is verwijderd, riskeert u een
elektrische schok.
Trek de stekker uit het stopcontact als er gevaar
voor bliksem dreigt
Wanneer de stekker niet uit het
stopcontact is verwijderd, riskeert u een
defect te veroorzaken of een elektrische
schok te krijgen.
Houd kleine items buiten het bereik van kinderen
Bewaar de volgende kleine onderdelen
buiten het bereik van kleine kinderen
om het per ongeluk inslikken van deze
onderdelen te voorkomen.
Demonteerbare onderdelen
USB-kapje (p. 10)
4
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
Stroomtoevoer
Sluit dit apparaat niet aan op een stopcontact dat
tegelijkertijd door een elektrisch apparaat wordt
gebruikt dat wordt aangedreven door een omvormer
of een motor (zoals een koelkast, wasmachine,
magnetron of airconditioner). Afhankelijk van de
manier waarop elektrische apparaten worden gebruikt,
kan ruis van de stroomvoorziening defecten aan dit
apparaat of hoorbare ruis veroorzaken. Als het niet
praktisch is om een apart stopcontact te gebruiken,
plaats dan een ruislter voor de stroomvoorziening
tussen dit apparaat en het stopcontact.
Plaatsing
Als u het apparaat gebruikt in de buurt van
eindversterkers (of andere apparatuur met grote
transformatoren), kan dit gezoem veroorzaken. Om
dit probleem te verhelpen kunt u de richting wijzigen
waarin het apparaat geplaatst is of het apparaat
verder van de storingsbron plaatsen.
Dit apparaat kan de radio- en televisieontvangst
verstoren. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van
dergelijke ontvangers.
Er kan ruis ontstaan als draadloze
communicatieapparaten, zoals mobiele telefoons,
in de buurt van dit apparaat worden gebruikt.
Dergelijke ruis kan ontstaan tijdens gesprekken of als
een oproep wordt ontvangen of gemaakt. Verplaats
dergelijke draadloze apparaten zodat ze zich op een
grotere afstand van dit apparaat bevinden of schakel
ze uit als u dergelijke problemen ervaart.
Wanneer het apparaat naar een andere locatie wordt
verplaatst waar de temperatuur en/of vochtigheid
sterk verschilt, kunnen er waterdruppels (condens)
ontstaan in het apparaat. Als u het apparaat in deze
toestand probeert te gebruiken, kan dit schade
of defecten veroorzaken. Voordat u het apparaat
gebruikt, moet u het daarom enkele uren ongemoeid
laten, tot de condens volledig is verdampt.
Laat geen voorwerpen op het klavier liggen. Dat kan
leiden tot defecten, zoals toetsen die geen signaal
meer geven.
Afhankelijk van het materiaal en de temperatuur van
het oppervlak waarop u het apparaat plaatst, kunnen
de rubberen voetstukken mogelijk het oppervlak
verkleuren of ontsieren.
Plaats geen verpakkingen of andere zaken die
vloeistof bevatten op dit apparaat. Veeg vloeistof
bovendien vlug weg met een zachte, droge doek
wanneer deze op het oppervlak van het apparaat
wordt gemorst.
Onderhoud
Gebruik geen benzine, verdunningsmiddelen, alcohol
of oplosmiddelen om verkleuring en vervorming te
voorkomen.
Onderhoud van het klavier
Schrijf nooit op het klavier met een pen of andere
voorwerpen. Breng geen stempels of andere
markeringen aan op het instrument. Inkt zal in de
groeven aan het oppervlak sijpelen en kan dan niet
meer worden verwijderd.
Breng geen stickers aan op het klavier. Mogelijk kunt
u stickers met sterke lijm niet meer verwijderen en de
lijm kan bovendien verkleuring veroorzaken.
Om hardnekkig vuil te verwijderen, kunt u een
in de handel verkrijgbare klavierreiniger zonder
schuurmiddel gebruiken. Begin met voorzichtig
schoonwrijven. Als het vuil niet loskomt, kunt u
geleidelijk aan harder gaan wrijven. Let er wel op dat
u de toetsen niet beschadigt.
Reparatie en gegevens
Voordat het apparaat voor reparaties wordt
verzonden, maakt u een back-up van de gegevens
die op het apparaat zijn opgeslagen of noteert u de
nodige gegevens op papier als u dat wilt. Tijdens de
reparatie doen wij uiteraard ons uiterste best om
de gegevens die op uw apparaat zijn opgeslagen,
te behouden, maar er kunnen gevallen zijn waarbij
de opgeslagen inhoud niet kan worden hersteld,
bijvoorbeeld wanneer het fysieke geheugen
beschadigd is geraakt. Roland kan niet aansprakelijk
worden gesteld voor het herstel van opgeslagen
inhoud die verloren is gegaan.
Extra voorzorgsmaatregelen
De gegevens die zijn opgeslagen op het apparaat,
kunnen verloren gaan door storingen, onjuist
gebruik enzovoort. Om dergelijk onherstelbaar
gegevensverlies te voorkomen, moet u regelmatig
back-ups maken van de gegevens die u op het
apparaat hebt opgeslagen.
Roland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor
het herstel van opgeslagen inhoud die verloren is
gegaan.
Ga zorgvuldig te werk bij het gebruik van
de knoppen, schuifknoppen of andere
bedieningselementen van het apparaat en bij
het gebruik van ingangen en aansluitingen. Als u
ruw omgaat met de apparatuur, kan dit defecten
veroorzaken.
Voer nooit druk uit op het display en sla er nooit
tegen.
Neem de stekker vast als u kabels loskoppelt; trek
nooit aan de kabel zelf. Op die manier vermijdt
u kortsluitingen of schade aan de inwendige
elementen van de kabel.
Tijdens normale werking zal een kleine hoeveelheid
warmte uit het apparaat vrijkomen.
Om te vermijden dat andere apparaten in de buurt
verstoord raken, moet u het apparaatvolume op
redelijke niveaus houden.
Het geluid van aangeslagen toetsen en de trillingen
geproduceerd door het bespelen van een instrument
kunnen sterker dan verwacht worden overgedragen
via de vloer of de muren. Zorg ervoor dat u anderen
in uw omgeving niet stoort.
Gebruik alleen het in deze handleiding beschreven
expressiepedaal. Het aansluiten van een
expressiepedaal van een ander type kan leiden tot
defecten en/of schade aan het apparaat.
Gebruik geen verbindingskabels met een
ingebouwde weerstand.
Externe geheugens gebruiken
Houd rekening met de volgende
voorzorgsmaatregelen wanneer u externe
geheugenapparaten gebruikt. Volg bovendien
zorgvuldig alle voorzorgsmaatregelen van het
externe geheugenapparaat.
Verwijder het apparaat niet terwijl het aan het
lezen/schrijven is.
Om schade als gevolg van statische elektriciteit
te voorkomen, moet u zorgen dat alle statische
elektriciteit van uw eigen lichaam is ontladen
voordat u het apparaat aanraakt.
Intellectueel eigendomsrecht
Het opnemen van audio of video, kopiëren, wijzigen,
distribueren, verkopen, leasen, uitvoeren of
uitzenden van materiaal onder auteursrecht (muziek,
video's, uitzendingen, liveoptredens enzovoort) dat
geheel of gedeeltelijk eigendom is van een derde, is
wettelijk niet toegestaan zonder de toestemming van
de auteursrechteigenaar.
Gebruik dit apparaat niet voor doeleinden die de
auteursrechten van een derde kunnen schenden.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor
schendingen van auteursrechten van derden door
uw gebruik van dit apparaat.
De auteursrechten op de inhoud van dit product
(golfvormgegevens van het geluid, stijlgegevens,
begeleidende patronen, frasegegevens, audioloops
en beeldgegevens) zijn voorbehouden door Roland
Corporation.
Kopers van dit product hebben de toestemming
de betreende inhoud (behalve songgegevens
zoals demosongs) te gebruiken voor het aanmaken,
uitvoeren, opnemen en verdelen van originele
muziekuitvoeringen.
Kopers van dit product hebben GEEN toestemming
om de betreende inhoud in de oorspronkelijke
of een gewijzigde vorm aan het apparaat te
onttrekken met als doel het verspreiden van een
opgenomen medium met de betreende inhoud of
het ter beschikking stellen van deze inhoud via een
computernetwerk.
MMP (Moore Microprocessor Portfolio)
verwijst naar een patentportfolio betreende
microprocessorarchitectuur, ontworpen door
Technology Properties Limited (TPL). Roland heeft
van de TPL Group de licentie verkregen tot gebruik
van deze technologie.
ASIO is een handelsmerk en software van Steinberg
Media Technologies GmbH.
Dit product bevat het met eParts geïntegreerde
softwareplatform van eSOL Co., Ltd. eParts is een
handelsmerk van eSOL Co., Ltd. in Japan.
Dit product gebruikt de broncode van μT-Kernel
onder T-License 2.0 van het T-Engine Forum
(www.tron.org).
Roland en SuperNATURAL zijn gedeponeerde
handelsmerken of handelsmerken van de Roland
Corporation in de Verenigde Staten en/of andere
landen.
De bedrijfsnamen en productnamen in dit document
zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken
van hun respectievelijke eigenaars.
5
HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
BELANGRIJKE OPMERKINGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
De RD-2000 op een standaard plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Belangrijkste specicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Basisfuncties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Paneelbeschrijvingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Bovenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Achterpaneel (aansluiting van de externe apparatuur) . . . . . . . 10
De RD-2000 inschakelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Het apparaat uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt
uitgeschakeld, verandert u de instelling Auto O in “O . . . . 11
Overzicht van de RD-2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Basisstructuur van de RD-2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Over geheugen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Geluidseenheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Gebruikershandleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Het algemene volume regelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Het volume van elke zone regelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Een toegewezen functie gebruiken om het geluid te wijzigen
(MOD WHEEL 1/2) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
De toonhoogte van het geluid in real time veranderen
(hendel voor toonverbuiging) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Vibrato of dynamiek toevoegen (modulatiehendel) . . . . . . . . . . 14
De knop uitschakelen (paneelvergrendeling) . . . . . . . . . . . . . . . 14
Uw uitvoering transponeren (transponeren) . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Geluiden selecteren (TONE/SCENE/PROGRAM) . . . . . . . . . . . . . . 14
Klanken stapelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Het klavier in twee zones verdelen (Split) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Galm toevoegen aan het geluid (REVERB) . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Delay toevoegen aan het geluid (DELAY) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Een eect toepassen (MODULATION FX) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Tremolo toepassen (TREMOLO) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
De vervorming regelen (AMP SIM) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Het tremolotype en het AMP SIM-type veranderen . . . . . . . . . . 17
De niveaus van elk frequentiebereik regelen (EQUALIZER) . . . . 17
De aan de regelaars toegewezen functies regelen (ASSIGN) . . . 17
Live spelen met een plug-in synthesizer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
USB-audio gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
SUB OUT gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Het geluid bewerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Het karakter van het geluid regelen (TONE COLOR) . . . . . . . . . . 20
De regelaars gebruiken om het geluid te regelen . . . . . . . . . . . . 20
Een programma bewerken (Program Edit) . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Een klank bewerken (Designer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
De orgelklanken creëren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
De status van elke zone bekijken (Zone Info-scherm) . . . . . . . . 22
De geluidsinstellingen opslaan in een programma
(Program Write) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
De volgorde van programma's veranderen (Program Swap) . . . 23
De handige functies tijdens het spelen gebruiken . . . . . . . . 24
Ritme spelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Audio opnemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Geluidsbestanden afspelen via een USB-stick . . . . . . . . . . . . . . . 25
Verschillende instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
De menuschermen openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Parameters instellen (System) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Geheugen formatteren (Format). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Terugkeren naar de fabrieksinstellingen (Factory Reset) . . . . . . 27
Ervoor zorgen dat het apparaat na een tijdje automatisch
wordt uitgeschakeld (Auto O ) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
De demosongs beluisteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Gegevens RD-2000 back-uppen naar een USB-stick
(Backup Save) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Back-upgegevens van een USB-stick terugzetten naar de RD-
2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Lijst van sneltoetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Inhoudsopgave
6
De RD-2000 op een standaard plaatsen
Als u de RD-2000 op een standaard wilt plaatsen, gebruikt u de Roland KS-G8B.
Plaats het instrument als volgt op de standaard.
* Let op dat uw vingers niet gekneld raken wanneer u de standaard opstelt.
KS-G8B
Breng de markering op het
achterpaneel van de
RD-2000 op één lijn met het
midden van de standaard
Achteraanzicht
Breng de naad in het paneel van
de RD-2000 (op de onderzijde,
vlak bij de voorzijde) op één lijn
met de hoeken van de rubberen
voetstukken van de standaard
Zijaanzicht
Belangrijkste specicaties
Roland RD-2000: digitale piano
Klavier 88 toetsen (PHA-50)
Stroomverbruik 23 W
Afmetingen 1 412 (b) x 367 (d) x 140 (h) mm
Gewicht
21,7 kg
* Het reële gewicht kan licht verschillen van het
opgegeven gewicht, omdat het apparaat houten
onderdelen bevat.
Accessoires
Gebruikershandleiding
Netsnoer
Demperpedaal (continue detectie mogelijk)
Opties
Klavierstandaard: KS-G8B
Pianopedaal: RPU-3
Demperpedaal: DP-10
Voetschakelaar: DP-2
Expressiepedaal: EV-5
USB-stick (*)
* Gebruik een in de handel verkrijgbare of door Roland
verkochte USB-stick. We kunnen echter niet garanderen
dat alle in de handel verkrijgbare USB-sticks op dit
apparaat zullen werken.
* In dit document worden de specicaties van het product
beschreven die van toepassing waren op het ogenblik waarop
het document werd gepubliceerd. Raadpleeg de website van
Roland voor de laatste informatie.
7
Basisfuncties
MENU-scherm
Hier kunt u systeeminstellingen uitvoeren voor de RD-2000 of
bestanden beheren.
TONE-scherm
Dit scherm verschijnt wanneer u de RD-2000 start, of wanneer u een
TONE-knop indrukt.
PROGRAM-scherm
Dit scherm verschijnt wanneer u een PROGRAM-knop indrukt.
SCENE-scherm
Navigeren tussen in te stellen items (cursor)
Wanneer op een scherm meer dan één parameter wordt weergegeven,
worden de naam en de waarde van de te veranderen parameter
weergegeven met een kadertje errond. Dit kadertje wordt de cursor”
genoemd. De cursor wordt verplaatst met de cursorknoppen [
H
] [
I
]
[
K
] [
J
].
Gebruik van regelaars en schuifregelaars
Wanneer u een regelaar of schuifregelaar gebruikt om een instelling te
wijzigen, verschijnen de gewijzigde parameter en de waarde ervan in
een pop-upscherm.
Dit scherm zal na een tijdje automatisch worden gesloten.
Een waarde bewerken
Wanneer u instelwaarden verandert, kunt u de [DEC]- en [INC]-knop,
het waardewiel of de TONE-knoppen (cijfertoetsen) gebruiken.
Waardewiel
[DEC]-knop
[INC]-knop
[DEC]-knop, [INC]-knop
Met de [INC]-knop verhoogt u de waarde en met de [DEC]-knop
verlaagt u de waarde.
Doel Handeling
Om de waarde
continu te
veranderen
Houd de [DEC]-knop of de [INC]-knop ingedrukt.
Om de
waarde snel te
veranderen
Houd de [INC]-knop ingedrukt en druk op de [DEC]-knop.
Houd de [DEC]-knop ingedrukt en druk op de [INC]-knop.
Om het item op
de instelwaarde
in te stellen
Druk tegelijk op de [DEC]-knop en de [INC]-knop.
Waardewiel
Draai met de wijzers van de klok mee aan het wiel om de waarde
te verhogen, of draai er tegen de wijzers van de klok in aan om de
waarde te verlagen.
TONE-knoppen (cijfertoetsen)
Voor bepaalde items op het MENU-scherm kunt u de TONE-knoppen
([0]–[9]) als cijfertoetsen gebruiken, om onmiddellijk een numerieke
waarde op te geven.
Om deze knoppen als cijfertoetsen te gebruiken op het TONE /
PROGRAM / SCENE / ZONE EDIT-scherm, bedient u de knoppen terwijl
u de [SHIFT]-knop ingedrukt houdt. Wanneer u de cijfertoetsen
gebruikt om een waarde in te voeren, knippert de waarde op het
scherm. Dit betekent dat de waarde nog niet is bevestigd. Druk dus op
de [ENTER]-knop om de waarde te bevestigen.
De waarde bevestigen of annuleren
Om de opgegeven waarde te bevestigen, drukt u op de [ENTER]-knop.
Als u wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
[ENTER]-knop
[EXIT]-knop
8
Paneelbeschrijvingen
1
MOD WHEEL 1/2
U kunt verschillende functies toewijzen aan deze wielen.
U kunt de toegewezen functies gebruiken door aan deze wielen te
draaien terwijl u speelt.
2
[MASTER VOLUME]-regelaar
Regelt het algemene volume van de RD-2000.
3
MODULATION FX
[ON]-knop
Schakelt het eect in/uit.
[TYPE]-regelaar
Selecteert het type van de modulation FX.
[DEPTH]-regelaar
Regelt de diepte van de modulation FX.
[RATE]-regelaar
Regelt de snelheid van de modulation FX.
[FEEDBACK]-regelaar
Regelt de hoeveelheid feedback voor de modulation FX.
4
TREMOLO
[ON]-knop
Schakelt het eect in/uit.
[TYPE]-regelaar
Selecteert het type tremolo.
[DEPTH]-regelaar
Regelt de diepte van het tremolo-eect.
[RATE]-regelaar
Regelt de snelheid van het tremolo-eect.
5
AMP SIM
[DRIVE]-regelaar
Regelt de hoeveelheid vervorming.
[ON]-knop
Schakelt het eect in/uit.
6
[ZONE EFFECTS]-knop
Schakelt het ZONE EFFECT in/uit.
Als ZONE EFFECT is ingeschakeld, fungeren de MODULATION FX-,
TREMOLO- en AMP SIM-regelaars en -knoppen als controllers voor elke
functie.
Als deze knop is uitgeschakeld, fungeren de regelaars en knoppen
als controllers voor de functie die is geselecteerd met de [SELECT]-
regelaar.
[SELECT]-knop
Selecteert de functie die de regelaars en knoppen zullen hebben,
wanneer ZONE EFFECT is uitgeschakeld. Telkens als u de knop indrukt,
verandert de functie.
CTRL-, ASSIGN-, EQ-, REVERB/DELAY-lampje
Geeft de functie aan die is geselecteerd met de [SELECT]-knop.
7
ZONE
SELECT-knoppen (1–8, USB-AUDIO)
Selecteert de te bedienen zone.
Door de [SHIFT]-knop ingedrukt te houden en een van deze knoppen
in te drukken, kunt u het ZONE EDIT-scherm van elke zone openen.
INT/EXT-selectieknoppen (1–8, USB-AUDIO)
Schakelt het geluid van elke ZONE in en uit.
Selecteer of de regelaars en schuifregelaars de RD-2000 zelf of een
externe MIDI-geluidsmodule bedienen.
Schuifregelaars (S1–S8, USB-AUDIO)
Gebruik deze schuifregelaars om het volume van elke zone te regelen,
of om waarden te bewerken.
[LEVEL]-knop
Als u deze knop indrukt en zo doet branden, kunt u de schuifregelaars
gebruiken om het volume van elke zone te regelen.
[ASSIGN]-knop
Als u deze knop indrukt en zo doet branden, kunt u de waarde regelen
die wordt toegewezen aan de schuifregelaars.
[SCENE]-knop
Als u deze knop indrukt en zo doet branden, kunt u de TONE-knoppen
gebruiken om scenes op te roepen.
Als er een TW-orgelgeluid is geselecteerd voor de zone die werd
geselecteerd met de SELECT-knop, kunt u de [SHIFT]-knop ingedrukt
houden en deze knop indrukken, en vervolgens de schuifregelaars
gebruiken om het geluid te wijzigen, zoals wanneer u de harmonische
balken van een toonwielorgel gebruikt.
Bovenpaneel
1 2 3 4 5 6
7
8
9
10
11
12
13
9
8
Display
Dit geeft de klanknaam, de Program-namen, de waarden van
verschillende instellingen, enz. weer.
[MENU]-knop
Opent het MENU-scherm. Op het MENU-scherm kunt u algemene
instellingen voor de volledige RD-2000 uitvoeren.
[SHIFT]-knop
U kunt gemakkelijk bewerkingsschermen oproepen voor gerelateerde
parameters door deze knop ingedrukt te houden terwijl u knoppen
indrukt, aan regelaars draait of andere controllers bedient. Raadpleeg
“Lijst van sneltoetsen (p. 28) voor meer informatie.
Als u een parameterwaarde bewerkt terwijl u deze knop ingedrukt
houdt, zal de waarde in grotere sprongen veranderen.
[EXIT]-knop
Deze knop wordt gebruikt om terug te keren naar een vorig scherm of
om een procedure te annuleren.
[ENTER]-knop
Deze knop wordt gebruikt om een waarde te bevestigen of een
bewerking uit te voeren.
9
Cursorknoppen/waardewiel
Waardewiel
Deze worden gebruikt om waarden te wijzigen.
[DEC]-knop, [INC]-knop
Deze worden gebruikt om waarden te wijzigen.
Als u één knop ingedrukt houdt terwijl u de andere indrukt, wordt de
waarde sneller veranderd.
Deze knoppen wijzigen de waarde die wordt geregeld met het
waardewiel.
Cursorknoppen [
K
] [
J
] [
H
] [
I
]
Druk op deze knoppen om te veranderen van pagina en om de cursor
te verplaatsen.
10
[ONE TOUCH PIANO]-knop
Roept een pianogeluid op voor zone 1. Andere zones dan zone 1 en
zone 5 (EXT) worden uitgeschakeld.
OPMERKING
Denk eraan dat de vorige instellingen verloren gaan, wanneer u
deze knop indrukt om een pianogeluid op te roepen.
[PROGRAM]-knop
Selecteert een programma.
BANK [UP] [DOWN]-knoppen
Verander het programma of de scene bank.
[EXP]-knop
Selecteert banken van uitbreidingsgeluiden (p. 15).
[SCENE UTILITY]-knop
Opent het SCENE UTILITY MENU-scherm.
[EDIT]-knop
Hiermee kunt u programma-instellingen bewerken.
[TONE DESIGNER]-knop
Opent het TONE DESIGNER-scherm.
[KEY TOUCH]-knop
Regelt de Key Touch.
[KEY RANGE]-knop
Geeft het toonbereik op.
11
TONE-knoppen
Selecteren klanken in elke categorie.
12
[WRITE]-knop
Slaat de huidige instellingen in een programma op.
Als u deze knop indrukt op bepaalde schermen (zoals het System-
scherm), worden systeemparameters (p. 26) opgeslagen.
[STOP/RESET]-knop
Stopt het afspelen van de song of het ritme.
[RHYTHM/SONG]-knop
Opent een scherm waarop u songs of ritmes kunt selecteren.
[PLAY]-knop
Start het afspelen van de song of het ritme.
[SPLIT]-knop
Schakelt de splitfunctie in/uit.
Met deze knop kunt u het klavier in een linker- en een rechterzone
verdelen en in elke zone een ander geluid spelen.
Door deze knop en de [TRANSPOSE]-knop tegelijk in te drukken, kunt
u demosongs beluisteren.
[TRANSPOSE]-knop
Met deze knop kunt u uw uitvoering transponeren.
13
Hendel voor toonverbuiging en modulatie
Met deze hendel kunt u de toonverbuiging regelen of vibrato
toepassen.
OPMERKING
Het eect van de hendel te verplaatsen, zal verschillen
naargelang van de klank. Het eect van deze hendel staat vast
voor elke klank en kan niet worden veranderd.
Gebruikershandleiding
10
Achterpaneel (aansluiting van de externe apparatuur)
A
[
L
]-schakelaar
Deze schakelaar schakelt het apparaat in/uit.
B
AC IN-aansluiting
Sluit het meegeleverde netsnoer aan op deze aansluiting.
* Zet het volume altijd helemaal op nul en schakel alle apparaten
uit voordat u aansluitingen maakt om defecten of storingen aan
de apparatuur te voorkomen.
* Gebruik alleen het opgegeven expressiepedaal. Het aansluiten
van een expressiepedaal van een ander type kan leiden tot
defecten en/of schade aan het apparaat.
C
USB FOR UPDATE-aansluiting
Gebruik deze aansluiting om de RD-2000 te updaten.
In normale omstandigheden moet u het USB-kapje laten zitten, om de
poort te beschermen.
D
USB MEMORY-poort
Gebruik een in de handel verkrijgbare of door Roland verkochte
USB-stick. We kunnen echter niet garanderen dat alle in de handel
verkrijgbare USB-sticks op dit apparaat zullen werken.
E
USB COMPUTER-poort
U kunt deze poort met uw computer verbinden, zodat
er speelgegevens en een audiosignaal kunnen worden
uitgewisseld met de RD-2000.
F
MIDI-aansluitingen (IN, OUT 1, THRU/OUT 2)
Worden gebruikt om externe MIDI-apparaten aan te sluiten, en om
MIDI-berichten te versturen.
De werking van de THRU/OUT 2-aansluiting kan worden veranderd om
als MIDI THRU of als MIDI OUT te werken (p. 26).
G
PEDAL-aansluiting (DAMPER, FC1, FC2, EXT)
Door de bij de RD-2000 geleverde voetschakelaar aan te sluiten op
de DAMPER-aansluiting, kunt u de schakelaar als een demperpedaal
gebruiken.
Wanneer een pedaal is aangesloten op de FC1-, FC2- of EXT-aansluiting,
kunt u vervolgens allerlei functies toewijzen aan het pedaal (p. 21).
H
INPUT-aansluiting
Dit is een audio-invoeraansluiting. U kunt uw digitale audiospeler of
andere geluidsbron hier aansluiten.
I
SUB OUT-aansluiting (L/MONO, R)
Zorgen voor de uitvoer van de audiosignalen. Gebruik
voor mono-uitvoer de L/MONO-aansluiting.
J
MAIN OUT-aansluiting (L/MONO, R)
Deze aansluitingen wordt verbonden met een versterker of een ander
apparaat. Gebruik voor mono-uitvoer de L/MONO-aansluiting.
K
MAIN OUT-aansluiting (L, R) (XLR-type)
Aansluitingen voor een gebalanceerde uitvoer van de audiosignalen.
Verbind deze met mengpanelen of soortgelijke apparaten.
* Penbezetting van MAIN OUT-aansluiting
1: GND2: HOT
3: COLD
1: GND
2: HOT
3: COLD
TIP: HOT
RING: COLD
SLEEVE: GND
L
PHONES-aansluiting
Op deze aansluiting kan een hoofdtelefoon worden aangesloten.
Zelfs wanneer een hoofdtelefoon is aangesloten, zullen de
audiosignalen nog altijd via de OUTPUT-aansluitingen en de
BALANCED OUT-aansluitingen worden uitgevoerd.
pagina 11
pagina 18
pagina 19
naar stopcontact
USB-stick
Voor de aansluiting van een
MIDI-apparaat
Audiospeler StereohoofdtelefoonComputer
A B
C
D
E F
G
H
I
Pedaalunit
(RPU-3)
Expressiepedaal (EV-5)
of
Voetschakelaar (DP-reeks)
J K
L
Mengpaneel, enz.
Monitorluidsprekers
(met voeding)
Deze poort wordt alleen gebruikt voor
updates. In normale omstandigheden
moet u het USB-
kapje laten zitten,
om de poort te
beschermen.
11
De RD-2000 inschakelen
Als alles correct is aangesloten, volgt u de onderstaande procedure om
uw apparaten in te schakelen. Wanneer u apparatuur in de verkeerde
volgorde inschakelt, bestaat het risico op apparaatstoringen of
-defecten.
1. Zet het volume van de RD-2000 helemaal op nul.
Zet bovendien het geluid van alle aangesloten externe apparaten
helemaal op nul.
2. Druk op de [
L
]-schakelaar.
Het apparaat wordt ingeschakeld en de achtergrondverlichting van
het display gaat aan.
3. Schakel de aangesloten externe apparaten in.
4. Regel het volume van de aangesloten externe apparaten.
5. Regel het volume van de RD-2000.
Het apparaat uitschakelen
1. Zet het volume van de RD-2000 helemaal op nul.
Zet bovendien het geluid van alle aangesloten externe apparaten
helemaal op nul.
2. Schakel de aangesloten externe apparaten uit.
3. Druk op de [
L
]-schakelaar.
Het apparaat is uitgeschakeld.
* Zet altijd het volume helemaal op nul voordat u het apparaat
in- of uitschakelt. Zelfs als u het volume verlaagd hebt, hoort u
mogelijk geluid wanneer u het apparaat in- of uitschakelt. Dit is
normaal en wijst niet op een defect.
* Als u de stroom volledig moet uitschakelen, moet u eerst het
apparaat uitzetten en dan het netsnoer van het stopcontact
loskoppelen. Raadpleeg Als u het apparaat volledig wilt
uitschakelen, trekt u de stekker uit het stopcontact” (p. 2).
Als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt
uitgeschakeld, verandert u de instelling Auto O in
“O
Dit apparaat wordt automatisch uitgeschakeld na een vooraf
ingestelde tijdsspanne sinds het apparaat voor het laatst
werd gebruikt om muziek af te spelen of sinds de knoppen of
bedieningselementen van het apparaat voor het laatst werden
gebruikt (Auto O-functie).
Als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld,
schakelt u de Auto O-functie uit.
OPMERKING
5 Wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld, zullen alle
instellingen die u aan het bewerken was, verloren gaan.
Instellingen die u wilt behouden, moet u opslaan.
5 Druk opnieuw op de aan-uitknop om het apparaat weer in te
schakelen.
De instelling voor automatische uitschakeling veranderen
1. Selecteer op het MENU-scherm “SYSTEM” en druk op de
[ENTER]-knop.
Het System-scherm verschijnt.
2. Kies Auto O en verander de instelling.
Parameter
[
K
] [
J
]
Waarde
[DEC] [INC]
Uitleg
Auto O
Uit
Het apparaat zal niet automatisch worden
uitgeschakeld.
30 min
Het apparaat zal automatisch worden
uitgeschakeld, als het gedurende
30 minuten niet wordt gebruikt.
240 min
(standaard)
Het apparaat zal automatisch worden
uitgeschakeld, als het gedurende
240 minuten (vier uur) niet wordt gebruikt.
3. Om de instelling voor automatische uitschakeling op te slaan,
drukt u op het System-scherm op de [WRITE]-knop.
OPMERKING
Wanneer de functie voor automatische uitschakeling het
apparaat uitschakelt, zullen de instellingen die u aan het
bewerken was, verloren gaan. Als er instellingen zijn die u
wilt behouden, moet u deze eerst opslaan. Raadpleeg “De
geluidsinstellingen opslaan in een programma (Program Write)”
(p. 23) en “De systeeminstellingen opslaan (p. 26) voor meer
informatie.
Het apparaat opnieuw inschakelen nadat het was uitgeschakeld door Auto-O
Als de functie voor automatische uitschakeling het apparaat heeft
uitgeschakeld, zet u de [
L
]-schakelaar uit en schakelt u het apparaat
opnieuw in.
Gebruikershandleiding
12
Basisstructuur van de RD-2000
Controllergedeelte
Dit gedeelte omvat het klavier, de hendel voor toonverbuiging/
modulatie, de regelaars van het paneel, de schuifregelaars en
de pedalen die zijn aangesloten op het achterpaneel. Acties
zoals het indrukken en loslaten van toetsen op het klavier, een
demperpedaal indrukken enz., worden omgezet in MIDI-berichten
die naar het geluidsgeneratorgedeelte of naar een extern MIDI-
apparaat worden verstuurd.
Geluidsgenerator-/eectengedeelte
Dit is het gedeelte dat het geluid voortbrengt en wijzigt.
Speelgegevens van het controllergedeelte worden omgezet in
een audiosignaal, dat via de OUTPUT-aansluitingen of de PHONES-
aansluiting wordt uitgevoerd.
V-Piano Technology geluidsgenerator (slechts 1 zone kan
worden geselecteerd) (MD)
Voor geluiden die beginnen met S01, reproduceert deze geluidsgenerator
het geluid van een piano op basis van de structuur ervan.
OPMERKING
Deze geluidsgenerator ondersteunt niet Modulation FX,
Tremolo/Amp Sim of Tone/Program Remain.
SuperNATURAL (SN)/PCM-geluidsgenerator
Met deze geluidsgenerator kunt u allerlei geluiden van hoge
kwaliteit spelen, inclusief SuperNATURAL-geluiden die het karakter
en het gedrag van muziekinstrumenten getrouw reproduceren.
De RD-2000 bevat meer dan duizend geluiden.
Eecten
Elke zone 1–4 heeft een Modulation FX en Tremolo/Amp Sim die
voor elke zone apart kunnen worden ingesteld.
Er zijn ook nog galm, delay en EQ die gezamenlijk door alle zones
kunnen worden gebruikt.
Overzicht van de RD-2000
Over geheugen
“Geheugens” zijn locaties waar instellingen zoals programma's worden opgeslagen.
Er zijn drie types geheugen: “tijdelijk geheugen”, “herschrijfbaar geheugen” en “niet-
herschrijfbaar geheugen”.
Tijdelijk geheugen
Tijdelijke zone
De klanken, programma's, scenes of controllerinstellingen die u selecteert met behulp
van de TONE-knoppen of de PROGRAM-knop op het paneel, worden opgeroepen in de
tijdelijke zone.
Wanneer u op het klavier speelt, worden geluiden voortgebracht in overeenstemming
met de instellingen in de tijdelijke zone.
De instellingen in de tijdelijke zone zullen verloren gaan wanneer u het apparaat
uitschakelt, of andere instellingen oproept. Als u de gegevens in de tijdelijke zone wilt
behouden, moet u ze in een herschrijfbaar geheugen opslaan.
Herschrijfbaar geheugen
Systeemgeheugen
Het systeemgeheugen bevat systeemparameterinstellingen die speciceren hoe de
RD-2000 moet werken.
Om systeemparameters op te slaan, slaat u de systeeminstellingen op (p. 26).
Gebruikersgeheugen
Programma's en scenes kunnen worden opgeslagen in het gebruikersgeheugen
(Program Write: p. 23).
USB-stick
U kunt alle programma's in één bestand opslaan (back-uppen: p. 27).
De USB-stick wordt ook gebruikt als opslaglocatie voor audio-opnames.
Niet-herschrijfbaar geheugen
Voorinstelgeheugen
De demosongs en de klanken worden opgeslagen in het voorinstelgeheugen; ze kunnen niet worden herschreven.
USB-stick
RD-2000
Herschrijfbaar geheugen
USB-stick
Back-upbestanden
Audio-opnamegegevens
Niet-herschrijfbaar geheugen
Voorinstelgeheugen
Klank
Demosongs
Herschrijfbaar geheugen
Gebruikersgeheugen
Programma
Scene
Systeemgeheugen
Tijdelijk geheugen
Tijdelijke zone
Klank/programma/scene
Controllergedeelte
Geluidsgenerator-/
eectengedeelte
Speelgegevens
Klavier
Toonverbuiging
Regelaar
Schuifregelaar
Wiel
Pedaal
Audiosignaal
13
Geluidseenheden
Klank
Klanken zijn een ideale manier om een geluid te selecteren en te spelen.
De geluiden die u selecteert met behulp van de TONE-knoppen, worden “klanken” genoemd. Klanken kunnen worden toegewezen aan elk van de
acht zones (zone 1–8) en worden gespeeld. U kunt verschillende zones tegelijk bespelen op het klavier, of de zones op het klavier apart bespelen.
U kunt de Designer-functie (p. 21) gebruiken om een klank naar eigen smaak te bewerken. U kunt een bewerkte klank opslaan in een programma.
Sommige klanken zijn “ritmesets” die verschillende geluiden van percussie-instrumenten bevatten.
Een ritmeset zal voor elke toets (nootnummer) die u indrukt, het geluid van een ander percussie-instrument voortbrengen.
Programma
Met programma's kunt u een combinatie van instellingen en verschillende geluiden opslaan.
De geluiden die u selecteert met behulp van de PROGRAM-knop, worden “programma's” genoemd.
Programma's bevatten instellingen voor de klanken die zijn toegewezen aan de zones, samen met instellingen die gemeenschappelijk zijn voor
alle zones (zoals galm, delay en EQ). U kunt 300 programma's opslaan met instellingen die u naar eigen smaak hebt bewerkt.
Scene
Scenes zijn een ideale manier om favoriete klanken of programma's op te slaan en te ordenen, of zijn ideaal wanneer u een extern
MIDI-apparaat gebruikt.
De geluiden die u selecteert met behulp van de SCENE-knop, worden “scenes” genoemd.
Met scenes kunt u speelinstellingen opslaan die u naar eigen smaak hebt bewerkt. Maximaal 100 scenes die u opslaat, kunnen worden
opgeroepen via de TONE-knoppen, met tien scenes voor elke knop.
U kunt scenes gebruiken om eenvoudig instellingen op te roepen in de volgorde van de songs tijdens uw live-uitvoering, of om een extern
apparaat te bedienen of in te stellen.
Het is ook eenvoudig om klanken of programma's zonder verandering op te slaan, het geluid of de instellingen ervan te wijzigen, of de volgorde
te veranderen waarin ze worden opgeroepen.
Programma/scene
Geluidsgenerator-/eectengedeelte
EQ
USB
Audio-invoer
Volume
Programmanaam
Ritme
MIDI OUT
USB MIDI
* Eectinstellingen binnen de stippellijn zullen de instellingen weergeven van de
ZONE 1 die u selecteerde op het TONE-scherm of het PROGRAM-scherm.
Comp
Controllergedeelte
Pedaal
Modulatie
SchuifregelaarRegelaar
Modulatie-
wiel
Key Touch
Toonverbuiging
Extern 1
Extern 2
Extern 3
Extern 4
Extern 5
Extern 6
Extern 7
Extern 8
Intern 1
Intern 2
Intern 4
Intern 5
Intern 6
Intern 7
Intern 8
Intern 3
Delay Galm
Sympathetische
resonantie
(alleen piano)
Klank
Klank
Klank
Klank
Klank
Klank
Klank
Klank
USB-AUDIO-
UITVOER/
AUDIO-OPN.
Sub Out
Uitvoer
ZONE 1
ZONE 2
ZONE 3
ZONE 4
ZONE 5
ZONE 6
ZONE 7
ZONE 8
Klank
(type S: alleen ZONE 1)
Galm
Uitvoer
Sub Out
Delay
Volume
Pan
V-Piano
Technology
Ontvangstinstellingen
controllergedeelte
Klankkleur
Klank
(type A: ZONE 1–4)
Sympathetische
resonantie
Galm
Uitvoer
Sub Out
Delay
Modulation
FX
Klankkleur
Tremolo
Amp Sim
Volume
Pan
SuperNATURAL
PCM
Ontvangstinstellingen
controllergedeelte
Klank
(type B: ZONE 5-8)
Galm
Uitvoer
Sub Out
Delay
Volume
Pan
SuperNATURAL
PCM
Ontvangstinstellingen
controllergedeelte
Klankkleur
Gebruikershandleiding
14
Gebruikershandleiding
Het algemene volume regelen
1. Draai aan de [MASTER VOLUME]-regelaar.
Het volume van elke zone regelen
De te regelen zone selecteren
Selecteer de zone waarvan u de instellingen wilt aanpassen.
1. Druk op één van de SELECT [S1]–[S8]-knoppen.
MEMO
Het is niet mogelijk om verschillende zones te selecteren.
Elke zone in-/uitschakelen
1. Druk op de INT/EXT [S1]–
[S8]-knoppen om elke
zone in (brandend) of uit
(niet-brandend) te schakelen.
MEMO
Door de [SHIFT]-knop
ingedrukt te houden en
op de INT/EXT [S1]–[S8]-knop te drukken, kunt u veranderen
wat de regelaar en schuifregelaar van elke zone zullen regelen
(de RD-2000: rood brandend, of een extern apparaat: groen
brandend).
Het volume van elke zone regelen
1. Gebruik de [S1]–[S8]-schuifregelaars om het volume van elke
zone te regelen.
Een toegewezen functie gebruiken om het geluid te wijzigen
(MOD WHEEL 1/2)
Er worden allerlei functies toegewezen aan de modulatiewielen (p. 21).
Door aan de modulatiewielen te draaien terwijl u speelt, kunt u de
toegewezen functie regelen.
De toonhoogte van het geluid in real time veranderen
(hendel voor toonverbuiging)
Terwijl u op het klavier speelt, verplaatst u de hendel
naar links om de toonhoogte te verlagen, of naar
rechts om de toonhoogte te verhogen. Dit wordt
toonverbuiging genoemd.
Als u de hendel van u weg en tegelijkertijd naar links of rechts
verplaatst, zullen de toonverbuigings- en modulatie-eecten tegelijk
worden toegepast.
Vibrato of dynamiek toevoegen (modulatiehendel)
U kunt ook vibrato toepassen door de hendel van u
weg te verplaatsen. Dit wordt modulatie genoemd.
Als u de hendel van u weg en tegelijkertijd naar links
of rechts verplaatst, zullen de toonverbuigings- en
modulatie-eecten tegelijk worden toegepast.
De knop uitschakelen (paneelvergrendeling)
Door de paneelvergrendeling in te schakelen, kunt u paneelfuncties
uitschakelen.
Zo voorkomt u dat instellingen op het podium of in vergelijkbare
omstandigheden per ongeluk worden veranderd.
1. Houd de [MENU]-knop ingedrukt en druk op de [ENTER]-knop.
Het pop-upscherm voor de paneelvergrendeling verschijnt een
tijdje en verdwijnt vervolgens; daarna wordt rechts bovenaan op het
TONE-scherm en het PROGRAM-scherm of links bovenaan op het
SCENE-scherm een pictogram weergegeven dat de status van de
paneelvergrendeling aangeeft.
2. Om de paneelvergrendeling uit te schakelen, drukt u twee keer
na elkaar op de [EXIT]-knop.
Uw uitvoering transponeren (transponeren)
U kunt de transponeerinstelling aanpassen in stappen van een halve
toon over een bereik van -48–0–+48 ten opzichte van C4.
1. Houd de [TRANSPOSE]-knop enkele seconden ingedrukt.
De huidige instelling wordt weergegeven.
2. Houd de [TRANSPOSE]-knop ingedrukt en gebruik de [DEC]
[INC]-knoppen of het klavier om de hoeveelheid transpositie op
te geven.
Wanneer u de [TRANSPOSE]-knop loslaat, komt u opnieuw op het
vorige scherm terecht.
Wanneer de hoeveelheid transpositie is ingesteld, wordt de
transpositiefunctie ingeschakeld en gaat de [TRANSPOSE]-knop branden.
MEMO
5 Als u de C4-toets (de middelste C-toets) indrukt, zal de
hoeveelheid transpositie worden ingesteld op “0”. Om
bijvoorbeeld “E”-geluid te hebben wanneer u “C” speelt op het
klavier, houdt u de [TRANSPOSE]-knop ingedrukt en drukt u op
de E4-toets. De graad van transpositie wordt vervolgens “+4”.
5 U kunt voor elke laag afzonderlijk de graad van transpositie
instellen. Raadpleeg de “Parameter Guide (Engels)“ (PDF) voor
meer informatie.
OPMERKING
Als de hoeveelheid transpositie gelijk is aan 0, zal de [TRANSPOSE]-knop
niet worden ingeschakeld, zelfs niet als u erop drukt.
Geluiden selecteren (TONE/SCENE/PROGRAM)
Een klank selecteren
1. Doof de [SCENE]-knop.
Of druk op de [ONE TOUCH PIANO]-knop.
2. Druk op een SELECT [S1]–[S8]-knop om de zone te selecteren
waarvoor u een geluid wilt selecteren.
3. Druk op een van de TONE-knoppen om de categorie te selecteren.
4. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de klank
te selecteren.
MEMO
5 Door de [SHIFT]-knop ingedrukt te houden en de [INC] [DEC]-
knoppen of het waardewiel te gebruiken, kunt u het eerste
geluid van elke klankcategorie selecteren.
5 Geluiden die beginnen met S01, zijn alleen voor zone 1. Deze
pianogeluiden kunnen niet worden geselecteerd voor zones 2–8.
De cijfertoetsen gebruiken om klanken te selecteren
1. Houd de [SHIFT]-knop ingedrukt en gebruik [0]–[9] om een
klanknummer in te voeren.
De waarde knippert terwijl u het klanknummer invoert.
2. Laat de [SHIFT]-knop los.
Het klanknummer is ingevoerd.
15
MEMO
Om een S-geluid in te voeren, houdt u de [SHIFT]-knop ingedrukt
en drukt u op de [ONE TOUCH PIANO]-knop. Om EXP A/B in te
voeren, houdt u de [SHIFT]-knop ingedrukt en drukt u op de
[EXP]-knop.
De EXP-categorie selecteren
[EXP]-knop
Dit is een bank voor uitbreidingsgeluiden.
Om te veranderen tussen A/B, drukt u op de [EXP]-knop.
De grote verscheidenheid van klanken die beschikbaar zijn op de
website van de Axial-geluidsbibliotheek, kan worden toegevoegd aan
de RD-2000.
Raadpleeg de Axial-website voor meer informatie.
&
http://axial.roland.com/
Een programma selecteren
De RD-2000 heeft 15 banken, A–O, en in elke bank kunt u
20 programma's (voor een totaal van 300) opslaan.
1. Druk op de [PROGRAM]-knop om deze te doen branden.
2. Gebruik de BANK [UP] [DOWN]-knoppen om de
programmabank (A–O) te selecteren.
3. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om het
programmanummer te selecteren.
De cijfertoetsen gebruiken om programma's te selecteren
1. Gebruik de BANK [UP] [DOWN]-knoppen om de
programmabank (A–O) te selecteren.
2. Houd de [SHIFT]-knop ingedrukt en gebruik [0]–[9] om een
programmanummer in te voeren.
De waarde knippert terwijl u het programmanummer invoert.
3. Laat de [SHIFT]-knop los.
Het programmanummer is ingevoerd.
Een scene registreren
1. Selecteer de instellingen en het programma of de klank die u in
de scene wilt registreren.
2. Houd de [SCENE]-knop ingedrukt en gebruik de BANK [UP]
[DOWN]-knoppen om de gewenste programmabank te
selecteren waarin u wilt registreren, en druk vervolgens op een
van de TONE-knoppen.
De klank die of het programma dat momenteel is geselecteerd, wordt
samen met de speelstatus geregistreerd.
Brandende knop Er is al een scene geregistreerd.
Knipperende knop Er is geen scene geregistreerd.
De scene die momenteel is geselecteerd, kan ook worden
geregistreerd in een andere knop, of u kunt de instellingen wijzigen en
overschrijven.
Een scene oproepen
U kunt tot 100 instellingen opslaan, zoals voor vaak gebruikte
programma's. In elke TONE-knop kan één instelling worden
opgeslagen. In elke bank kunnen tien instellingen worden
geregistreerd die onmiddellijk kunnen worden opgeroepen.
1. Druk op de [SCENE]-knop om deze te doen branden.
2. Om een scene (0–9) te selecteren, drukt u op een brandende
TONE-knop.
MEMO
Als u op een TONE-knop drukt die niet brandt, zal er niets worden
geselecteerd.
Klanken stapelen
Naargelang van de volgorde waarin u op de TONE-knoppen drukt,
kunt u tot vier zones ZONE stapelen (alleen zones 1–4).
1. Druk twee, drie of vier TONE-knoppen samen in, in de gewenste
volgorde.
OPMERKING
Als het vorige geluid werd bewerkt, gaat het resultaat van uw
bewerking verloren wanneer u deze handeling uitvoert. Als u het
geluid wilt behouden, slaat u het op voordat u doorgaat.
De klank van een zone veranderen
1. Druk op een SELECT [S1]–[S8]-knop om een zone te selecteren.
De cursor wordt verplaatst naar het klanknummer van de
geselecteerde zone.
2. Selecteer een klank zoals wordt beschreven in “Een klank
selecteren” (p. 14).
Het klavier in twee zones verdelen (Split)
1. Druk op de [SPLIT]-knop om deze te doen branden.
De klank van zone 1 weerklinkt in de rechterzone van het klavier en de
klank van zone 4 weerklinkt in de linkerzone.
Splitpunt (F#3)
ZONE 4 ZONE 1
2. Om de splitmodus te verlaten, drukt u nogmaals op de [SPLIT]-
knop om deze te doven.
Het splitpunt van het klavier veranderen
1. Terwijl u de [SPLIT]-knop ingedrukt houdt, drukt u op de toets
die het nieuwe splitpunt moet worden.
Het splitpunt wordt weergegeven.
Wanneer u de [SPLIT]-knop loslaat, zult u opnieuw op het vorige
display terechtkomen.
De splitpunttoets behoort tot het ZONE 4-gedeelte.
De klank van zone 4 veranderen
1. Druk op de SELECT [S4]-knop om zone 4 te selecteren.
2. Selecteer een klank zoals wordt beschreven in “Een klank
selecteren” (p. 14).
MEMO
Door de toonbereikfunctie te gebruiken, kunt u het toonbereik
van elke zone vrij speciceren.
ZONE 1
ZONE 2
ZONE 3
ZONE 4
De instellingen van elke zone veranderen
Hier verneemt u hoe u elke zone moet in- of uitschakelen.
1. Druk meermaals op de knop tot de INT/EXT-knop dooft.
De zone wordt uitgeschakeld.
2. Druk nogmaals op de INT/EXT-knop.
De INT/EXT-knop gaat branden en de zone wordt ingeschakeld.
U kunt de aangegeven functie nu gebruiken.
Gebruikershandleiding
16
Galm toevoegen aan het geluid (REVERB)
Door galm toe te passen, wordt er aangename galm toegevoegd
aan wat u speelt. Hierdoor lijkt het alsof u in een concertzaal aan het
spelen bent.
1. Druk meermaals op de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop om
“REVERB/DELAY te selecteren.
2. Draai aan de REVERB [TYPE]-regelaar om het galmtype te
selecteren.
3. Draai aan de REVERB [LEVEL]-, [TIME]- en [PRE DELAY]-regelaars,
om de toe passen hoeveelheid galmeect te regelen.
MEMO
5 Als u de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop gebruikt om “CTRL te
selecteren, kan de [REV SEND]-regelaar het niveau regelen dat
naar de galm wordt gestuurd. Als deze waarde “0” is, gebeurt
er niets wanneer u aan de REVERB [LEVEL]–[PRE DELAY]-
regelaars draait.
&
REV (niveau dat naar de galm wordt gestuurd) in de zone-
instellingen (ZONE EDIT)
5 Als u de [SHIFT]-knop ingedrukt houdt en aan de REVERB
[LEVEL]–[PRE DELAY]-regelaars draait, verschijnt het
galmscherm. In het galmscherm kunt u het galmtype en
andere galmgerelateerde parameters bewerken.
Delay toevoegen aan het geluid (DELAY)
Door het delayeect toe te voegen, kunt u het geluid grootser, vetter
en breder maken.
1. Druk meermaals op de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop om
“REVERB/DELAY te selecteren.
2. Druk op de [DELAY ON]-knop om het lampje te doen branden.
Telkens als u op de knop drukt, zal het delayeect worden in-/
uitgeschakeld.
3. Draai aan de DELAY [TYPE]-regelaar om het delaytype te
selecteren.
4. Draai aan de DELAY [LEVEL]-, [TIME]- en [FEEDBACK]-regelaars
om het karakter van het delayeect te regelen.
MEMO
Als u de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop gebruikt om “CTRL te
selecteren, kan de [DLY SEND]-regelaar het niveau regelen dat
naar de delay wordt gestuurd. Als deze waarde “0” is, gebeurt er
niets wanneer u aan de DELAY [LEVEL]–[FEEDBACK]-regelaars
draait.
&
“DLY (Delay Send Level)” in de zone-instellingen (ZONE EDIT)
Een eect toepassen (MODULATION FX)
In het MODULATION FX-gedeelte kunt u allerlei eecten toepassen,
zoals modulatie-eecten, op zones 1–4.
MEMO
Op zones 5–8 kunnen geen eecten worden toegepast.
1. Druk op de [ZONE EFFECTS]-knop om het lampje te doen
branden.
2. Druk in het MODULATION FX-gedeelte op de [ON]-knop, om het
lampje te doen branden.
Telkens als u op de knop drukt, zal het eect worden in-/uitgeschakeld.
3. Draai in het MODULATION FX-gedeelte aan de [TYPE]-regelaar,
om het eecttype te selecteren.
Voor een lijst van de eecten die kunnen worden gebruikt in
modulation FX, raadpleegt u “Parameter Guide (Engels)” (pdf).
4. Draai in het MODULATION FX-gedeelte aan de [DEPTH]-, [RATE]-
en [FEEDBACK]-regelaars, om het eect te regelen.
MEMO
Voor meer informatie over de eectparameters raadpleegt u
“Parameter Guide (Engels)” (pdf). Voor meer informatie over
hoe u de pdf kunt verkrijgen, raadpleegt u “PDF-handleidingen
verkrijgen” op de vooromslag.
* U kunt dit toewijzen aan een pedaal door de “Pedal”-parameter
voor de bewerking van programma's in te stellen. Als de SYSTEM-
instelling “Control Destination is ingesteld op PROGRAM, kunt
u in dit geval de klanken regelen waarvan de zone-instelling
(ZONE EDIT) een vinkje heeft voor “MOD FX (Modulation FX
Control Destination)”.
Tremolo toepassen (TREMOLO)
In het TREMOLO-gedeelte kunt u de snelheid en de diepte van het
tremolo-eect regelen.
MEMO
Tremolo wordt alleen op zones 1–4 toegepast. Het eect wordt
niet toegepast op zones 5–8.
1. Druk op de [ZONE EFFECTS]-knop om het lampje te doen
branden.
2. Druk in het TREMOLO-gedeelte op de [ON]-knop, om het lampje
te doen branden.
Telkens als u op de knop drukt, zal de tremolo worden in-/
uitgeschakeld.
3. Draai in het TREMOLO-gedeelte aan de [TYPE]-regelaar, om de
golfvorm van de tremolo te selecteren.
4. Draai in het TREMOLO-gedeelte aan de [DEPTH]- en [RATE]-
regelaars, om de tremolo te regelen.
17
De vervorming regelen (AMP SIM)
In het AMP SIM-gedeelte kunt u de hoeveelheid vervorming regelen.
1. Druk op de [ZONE EFFECTS]-knop om het lampje te doen
branden.
2. Druk in het AMP SIM-gedeelte op de [ON]-knop, om het lampje
te doen branden.
Telkens als u op de knop drukt, zal de versterkersimulator worden in-/
uitgeschakeld.
3. In het AMP SIM-gedeelte kunt u aan de [DRIVE]-regelaar draaien
om de hoeveelheid vervorming te regelen.
Het tremolotype en het AMP SIM-type veranderen
1. Terwijl u de TREMOLO [ON/OFF]-knop of de AMP SIM [ON/OFF]-
knop ingedrukt houdt, drukt u op de [INC] [DEC]-knoppen of
draait u aan het waardewiel.
MEMO
Voor meer informatie over tremolo en de versterkersimulator
raadpleegt u “Parameter Guide (Engels)” (pdf). Voor meer
informatie over hoe u de pdf kunt verkrijgen, raadpleegt u “PDF-
handleidingen verkrijgen” op de vooromslag.
* U kunt dit toewijzen aan een pedaal door de “Pedal”-parameter
voor de bewerking van programma's in te stellen. Als de SYSTEM-
instelling “Control Destination is ingesteld op PROGRAM, kunt
u in dit geval de klanken regelen waarvan de zone-instelling
(ZONE EDIT) een vinkje heeft voor TR/AMP (Tremolo/Amp
Control Destination)”.
De niveaus van elk frequentiebereik regelen (EQUALIZER)
De RD-2000 is uitgerust met een vijfbandsequalizer.
1. Gebruik de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop om “EQ” te selecteren.
2. Druk op de [EQ ON]-knop om het lampje te doen branden.
3. Draai aan de regelaars om de niveaus in elk bereik te regelen.
OPMERKING
Geluiden kunnen worden vervormd met bepaalde
regelaarinstellingen. Regel de ingangsversterking, als dat gebeurt.
MEMO
5 U kunt speciceren dat de equalizerinstellingen niet
veranderen, zelfs wanneer u van programma verandert. Stel in
systeeminstellingen de EQ-modus (p. 26) in op “REMAIN”.
5 Voor meer informatie over de equalizer raadpleegt u de
“Parameter Guide (Engels)” (pdf).
Voor meer informatie over hoe u de pdf kunt verkrijgen,
raadpleegt u “PDF-handleidingen verkrijgen op de
vooromslag.
De aan de regelaars toegewezen functies regelen (ASSIGN)
Functies toewijzen aan de regelaars of de knoppen
1. Gebruik de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop om ASSIGN” te
selecteren.
2. Houd de [SHIFT]-knop ingedrukt en draai aan een van de
ASSIGN [1]–[8]-regelaars. Of houd de [SHIFT]-knop ingedrukt en
druk op de ASSIGN [9]-knop.
Het scherm voor de toewijzing van 1-9 wordt weergegeven. Hier kunt
u de functies opgeven die worden toegewezen aan de ASSIGN [1]–
[8]-regelaars en de ASSIGN [9]-knop.
Een functie gebruiken die is toegewezen aan een regelaar of een knop
1. Gebruik de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop om ASSIGN” te
selecteren.
2. Draai aan de ASSIGN [1]–[8]-regelaars om de diepte van het
eect te regelen.
Door op de ASSIGN [9]-knop te drukken, kunt u het eect van de
toegewezen functie veranderen.
OPMERKING
Elk eect wordt alleen toegepast op de zone die is geselecteerd
door middel van SELECT.
Als de SYSTEM-instelling “Control Destination” is ingesteld op
PROGRAM, wordt er door de bediening van de verschillende
ASSIGN-regelaars of de ASSIGN [9]-knop geen eect toegepast
op zones waarvan het A1–A9 (Assign 1–9 Control Switch)”-
selectievakje voor de zone-instelling (ZONE EDIT) niet is
geselecteerd.
MEMO
Afhankelijk van de status van het geselecteerde programma of
de geselecteerde klank is het mogelijk dat de toegewezen functie
niet wordt ondersteund, zodat de kans bestaat dat u niet het
eect verkrijgt dat u verwacht.
De waarden die worden opgeroepen wanneer u van geluid
verandert, zullen de standaardwaarden of de recentst gebruikte
waarde zijn.
Gebruikershandleiding
18
Live spelen met een plug-in synthesizer
Hier verneemt u hoe u de RD-2000 kunt gebruiken om op een plug-in
synthesizer te spelen die op uw computer is geïnstalleerd.
Speelgegevens
voor externe zones
(USB MIDI)
Audio via de computer
(USB-audio)
Spelen met behulp
van interne zones
(audio)
Plug-in synthesizer
geïnstalleerd op de computer
Uitvoer
Aansluiting op uw computer
Om de RD-2000 te gebruiken, moet u het stuurprogramma
downloaden via de volgende URL en op uw computer installeren.
Raadpleeg de website van Roland voor meer informatie over de installatie.
&
http://www.roland.com/support/
Instellingen van het USB-stuurprogramma
Hier verneemt u hoe u het USB-stuurprogramma moet speciceren dat
wordt gebruikt wanneer u de RD-2000 via de USB COMPUTER-poort
aansluit op uw computer.
1. Selecteer op het MENU-scherm “SYSTEM” en druk op de [ENTER]-knop.
2. Stel de “USB Driver”-parameter in op VENDER”.
Parameter
[
K
] [
J
]
Waarde
[DEC] [INC]
Uitleg
USB Driver
VENDER
Kies dit als u een USB-stuurprogramma wilt
gebruiken dat werd gedownload van de
website van Roland.
GENERIC
Kies dit als u het standaard USB-
stuurprogramma wilt gebruiken dat was
meegeleverd bij uw computer.
* Alleen MIDI is beschikbaar.
3. Sla de instelling op.
&
“De systeeminstellingen opslaan (p. 26)
4. Schakel de RD-2000 uit en vervolgens opnieuw in.
MIDI-controllerfuncties gebruiken
Gegevens die worden gegenereerd door de bediening van de
regelaars en het klavier van de RD-2000 kunnen als MIDI-berichten
worden verzonden via de MIDI OUT-aansluiting van de RD-2000 en via
USB MIDI OUT.
1. Druk op de SELECT-knop van de zone waarvan u de gegevens
via MIDI wilt verzenden.
2. Houd de [SHIFT]-knop ingedrukt en druk meermaals op de INT/
EXT-knop van de geselecteerde zone om deze groen te doen
branden.
MIDI-berichten worden verzonden in overeenstemming met de
instellingen van de zone.
MIDI-berichten worden niet verzonden als de knop niet brandt of rood
brandt.
3. Druk meermaals op de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop om “CTRL
of ASSIGN” te selecteren.
Informatie met betrekking tot regelaar [1]–[8] wordt verzonden als
“CTRL of ASSIGN” is geselecteerd.
Als “EQ” of “REVERB/DELAY” is geselecteerd, worden MIDI-berichten
niet verzonden.
4. Doe de [LEVEL]-knop of [ASSIGN]-knop van de schuifregelaar
branden.
Schuifregelaars [S1]–[S8] verzenden MIDI-berichten in
overeenstemming met de status van de [LEVEL]-knop of de [ASSIGN]-
knop.
MEMO
U kunt gedetailleerde instellingen uitvoeren op het “EXTERNAL”-
tabblad van ZONE EDIT (p. 21).
5. Sla de opgegeven instellingen op als een scene of een
programma.
&
“Een scene registreren (p. 15)
&
“De geluidsinstellingen opslaan in een programma (Program
Write)” (p. 23)
Een externe zone benoemen (Ext Label Edit)
U kunt een label toewijzen aan elke externe zone.
Deze labels worden op verschillende schermen weergegeven als de
naam van een extern apparaat.
1. Druk op de [MENU]-knop.
2. Gebruik de cursorknoppen om “Ext Label Edit te selecteren, en
druk vervolgens op de [ENTER]-knop.
3. Selecteer de zone die u wilt benoemen, en druk op de [ENTER]-
knop.
Als u wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
4. Wijs een naam toe en druk op de [ENTER]-knop.
Raadpleeg “De geluidsinstellingen opslaan in een programma
(Program Write)” (p. 23) voor meer informatie over hoe een naam
wordt ingevoerd.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
Als u wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
Instellingen voor opnames met een externe sequencer optimaliseren (opnamemodus)
Als u een externe sequencer gebruikt om interne partijen op te
nemen, is het handig om de opnamemodus te gebruiken.
In de opnamemodus kunt u instellingen gebruiken die optimaal zijn
om met een externe sequencer op te nemen, zonder dat u de zone- of
kanaalinstellingen moet bewerken.
1. Selecteer op het MENU-scherm “Local Control en druk op de
[ENTER]-knop.
2. Stel de opnamemodusparameter in.
Parameter
[
K
] [
J
]
Waarde
[DEC] [INC]
Uitleg
Rec Mode OFF, ON
Wanneer deze parameter is ingesteld op ON,
worden er instellingen gebruikt die geschikt
zijn voor opnames, met betrekking tot de
uitvoer via MIDI OUT, ongeacht de INTERNAL-
laaginstellingen. Deze parameter moet
doorgaans worden ingesteld op OFF.
(OFF wanneer het systeem wordt gestart)
19
USB-audio gebruiken
U kunt de RD-2000 via USB aansluiten op een computer en deze
gebruiken om audiosignalen te behandelen.
Om USB-audiofunctionaliteit te gebruiken, installeert u het
“ORIGINAL”-stuurprogramma.
&
Raadpleeg Aansluiting op uw computer” (p. 18) voor meer
informatie.
De USB-audio-invoer regelen
Hier verneemt u hoe u instellingen uitvoert voor audio die wordt
ingevoerd door middel van een computer die via USB is aangesloten.
1. Druk in ZONE op de SELECT [USB-AUDIO]-knop.
Het USB-AUDIO-menu verschijnt.
2. Gebruik de cursorknoppen om “USB Audio Input Switch te
selecteren.
3. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
instelling op “ON” in te stellen.
De audio-invoer via het aangesloten apparaat wordt ingeschakeld.
4. Gebruik de cursorknoppen om “USB Audio Input Volume”
te selecteren, en gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het
waardewiel om het invoerniveau te regelen.
MEMO
Als “USB Audio In/Out Select” is ingesteld op IN, kunt u de
schuifregelaar ook gebruiken om de waarde aan te passen.
De USB-audio-uitvoer regelen
Hier verneemt u hoe u de audio van de RD-2000 uitvoert naar een
computer die via USB is aangesloten.
1. Druk in ZONE op de SELECT [USB-AUDIO]-knop.
Het USB-AUDIO-menu verschijnt.
2. Gebruik de cursorknoppen om “USB Audio Output Switch te
selecteren.
3. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
instelling op “ON” in te stellen.
De audio-uitvoer naar het aangesloten apparaat wordt ingeschakeld.
4. Gebruik de cursorknoppen om “USB Audio Output Level” te
selecteren, en gebruik de [USB-AUDIO]-schuifregelaar om het
uitvoerniveau te regelen.
U kunt ook de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel gebruiken om
de waarde te veranderen.
De bedieningselementen van het paneel gebruiken om de USB-audio te regelen
Hier verneemt u hoe u kiest of de knop, de regelaar en de
schuifregelaar van het paneel de invoer of de uitvoer zullen regelen.
1. Druk in ZONE op de SELECT [USB-AUDIO]-knop.
Het USB-AUDIO-menu verschijnt.
2. Gebruik de cursorknoppen om “USB Audio In/Out Select te
selecteren.
3. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
instelling te veranderen.
De kleur van de INT/EXT-knop verandert naargelang van de instelling.
Selectie USB-audio in/uit [INT/EXT]-knopkleur
INPUT Groen
OUTPUT Rood
MEMO
U kunt de instelling ook veranderen door de [SHIFT]-knop
ingedrukt te houden, en op de INT/EXT-knop in ZONE te drukken.
SUB OUT gebruiken
De RD-2000 voorziet naast MAIN OUT-aansluitingen ook SUB OUT-
aansluitingen, als uitvoerbestemmingen voor audiosignalen.
Als dat is aangewezen voor uw situatie, kunt u deze aansluitingen
gebruiken om audiosignalen uit te voeren via zones of via USB-audio.
OPMERKING
5 MASTER VOLUME heeft geen invloed op audiosignalen die
worden uitgevoerd naar SUB OUT.
Het audio-uitvoerniveau wordt bepaald door de niveau-
instelling van elke zone.
5 Galm en delay worden niet toegepast op audiosignalen die
worden uitgevoerd naar SUB OUT.
Instellingen voor elke zone
1. Houd de [SHIFT]-knop ingedrukt en druk op een SELECT [1]–[8]-knop.
Het ZONE EDIT-scherm verschijnt.
2. Gebruik de cursorknoppen om het “VOL”-tabblad voor
“INTERNAL te selecteren.
3. Gebruik de cursorknoppen om het item te selecteren dat u
wilt bewerken, en gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het
waardewiel om de waarde te selecteren.
MAIN Het audiosignaal wordt uitgevoerd via de MAIN OUT-aansluitingen.
SUB Het audiosignaal wordt uitgevoerd via de SUB OUT-aansluitingen.
4. Gebruik de schuifregelaars om het niveau van de opgegeven
zones te regelen.
USB-audio-instellingen
1. Druk in ZONE op de SELECT [USB-AUDIO]-knop.
Het USB-AUDIO-menu verschijnt.
2. Gebruik de cursorknoppen om “USB Audio Output Assign
te selecteren, en gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het
waardewiel om de waarde te selecteren.
MAIN
Het USB-audiosignaal wordt uitgevoerd via de MAIN OUT-aansluitingen.
SUB
Het USB-audiosignaal wordt uitgevoerd via de SUB OUT-aansluitingen.
3. Gebruik de cursorknoppen om “USB Audio In/Out Select
te selecteren, en gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het
waardewiel om “OUT” te selecteren.
4. Gebruik de schuifregelaar om het USB-audio-uitvoer-LEVEL te regelen.
Tijdelijk uitvoeren via de MAIN OUT-aansluitingen
De audiosignalen die worden uitgevoerd via de SUB OUT-aansluitingen,
kunnen ook worden uitgevoerd via de MAIN OUT-aansluitingen.
OPMERKING
5 Galm en delay worden niet toegepast op zones die worden
toegewezen aan de SUB OUT-aansluitingen.
5 Als dit is ingesteld op “MIX”, wordt er niet langer geluid
uitgevoerd via de SUB OUT-aansluitingen.
5 Als dit is ingesteld op “MIX”, beïnvloedt MASTER VOLUME het geluid.
1. Selecteer op het MENU-scherm “SYSTEM” en druk op de
[ENTER]-knop.
Het SYSTEM EDIT-scherm verschijnt.
2. Gebruik de [
K
] [
J
]-cursorknoppen om het “SYSTEM”-tabblad te
selecteren.
3. Gebruik de cursorknoppen om “Output Mix/Parallel
te selecteren, en gebruik de [INC] [DEC]-knoppen of het
waardewiel om de waarde te selecteren.
MIX
Audiosignalen worden uitgevoerd via de MAIN OUT-aansluitingen,
ongeacht de instelling.
PARALLEL
Audiosignalen worden uitgevoerd via de MAIN OUT-aansluitingen
of via de SUB OUT-aansluitingen, afhankelijk van de instelling.
Gebruikershandleiding
20
Het geluid bewerken
Het karakter van het geluid regelen (TONE COLOR)
Door aan de [TONE COLOR]-regelaar te draaien, zal een aspect van het
geluid worden gewijzigd, zoals het karakter of geluidsbeeld ervan.
1. Gebruik de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop om “CTRL te
selecteren.
2. Gebruik de [TONE COLOR]-regelaar om de hoeveelheid eect te
regelen.
MEMO
5 De pop-upweergave zal verschillen naargelang van het eect.
5 Wanneer u een klank of een programma selecteert, zullen de
instellingen terugkeren naar de standaard klankkleurwaarden
van elke klank.
OPMERKING
Het eect dat verandert wanneer u aan een regelaar draait, kan
voor elk programma worden opgegeven. Om dit te speciceren,
verandert u de systeeminstelling “Control Destination in
“PROGRAM” en gebruikt u vervolgens de zone-instelling
(ZONE EDIT) TON CLR (Tone Color Control Destination)”, om de
zone te selecteren waarvan u het eect wilt veranderen.
MEMO
Het aangepaste geluid kan worden opgeslagen in het
programma door op de [WRITE]-knop te drukken (p. 23).
Belangrijkste eecten voor klankkleur
5 Stereo Width & Pan Key Follow
5 Morphing
5 Boost
5 Harmonic Bar
De regelaars gebruiken om het geluid te regelen
Met de RD-2000 kunt u het geluid gemakkelijk naar eigen smaak regelen.
Hier vindt u een concreet voorbeeld met de stappen voor de regeling
van het geluid van de RD-2000 en de beschikbare functies.
Een geluid selecteren
1. Gebruik op het TONE-scherm (p. 7) de [DEC] [INC]-knoppen of
het waardewiel, om de klank 0069 Tine E.Piano te selecteren.
Er wordt een aangenaam klinkende elektrische pianoklank met een
mild geluid geselecteerd, die vaak bij pop of jazz wordt gebruikt.
De klankkleur van het geluid regelen
2. Druk meermaals op de ZONE EFFECTS [SELECT]-knop om het
CTRL LED-lampje te doen branden. Draai de [TONE COLOR]-
regelaar helemaal naar links en vervolgens geleidelijk aan naar
rechts.
Het karakter van het geluid verandert; de aanzet zal eerst zacht zijn,
maar zal geleidelijk aan harder worden en uiteindelijk in een bijzonder
zuiver geluid veranderen.
Regel het karakter naar eigen smaak.
De tremolo regelen
3. Druk op de [ZONE EFFECT]-knop om deze te doen branden.
4. Druk op de TREMOLO [ON]-knop om deze te doen branden en
zo in te schakelen. Regel vervolgens het tremolo-eect, dat het
geluid tussen links en rechts moduleert.
Door aan de TREMOLO [RATE]-regelaar te draaien, verandert de
snelheid waarmee het geluid tussen links en rechts beweegt.
Door aan de TREMOLO [DEPTH]-regelaar te draaien, verandert de mate
waarin het geluid tussen links en rechts beweegt. Regel de tremolo
naar wens voor de song die u aan het spelen bent.
Als u geen tremolo wilt, draait u aan de TREMOLO [ON/OFF]-knop om
deze te doven.
De versterkersimulator regelen
5. Druk op de AMP SIM [ON/OFF]-knop om deze in te schakelen
en te doen branden; draai vervolgens aan de AMP SIM [DRIVE]-
regelaar.
Door de regelaar naar rechts te draaien, wordt vervorming toegevoegd
aan het geluid.
Hoewel het u vrijstaat om het geluid sterk te vervormen, is het
misschien beter om slechts een beetje vervorming toe te voegen als
subtiele scherpte.
De modulation FX regelen
6. Druk op de MODULATION FX [ON/OFF]-knop om deze in te
schakelen en te doen branden.
Hiermee kunt u een eect toepassen.
Gebruik de MODULATION FX [RATE]-regelaar en de MODULATION FX
[DEPTH]-regelaar, om de instellingen naar eigen smaak te regelen.
U kunt ook het MODULATION FX-type veranderen door de
MODULATION FX [ON/OFF]-knop ingedrukt te houden en de [DEC]
[INC]-knoppen of het VALUE-wiel te gebruiken.
21
Het geluid opslaan dat u hebt gecreëerd
7. Wanneer u het geluid naar eigen smaak hebt geregeld, slaat u
het op als een programma.
&
“De geluidsinstellingen opslaan in een programma (Program
Write)” (p. 23)
De volgende keer kunt u het opgeslagen programma gewoon
selecteren en het geluid dat u naar eigen smaak hebt geregeld,
onmiddellijk beginnen te spelen.
Een programma bewerken (Program Edit)
1. Druk op het PROGRAM-scherm op de [EDIT]-knop.
Het PROGRAM EDIT MENU-scherm verschijnt.
2. Gebruik de cursorknoppen om het item te selecteren dat u wilt
bewerken, en druk op de [ENTER]-knop.
Het overeenkomstige bewerkingsscherm verschijnt.
Program Edit-menu
Zone Edit Voert instellingen uit voor elke zone (1–8).
Key Touch Bewerkt de aanslaggevoeligheid van het klavier.
Pedal Bewerkt de pedaalinstellingen.
Assign
Speciceert de functie van de modulatiewielen, de
schuifregelaars, de ASSIGN [1]–[8]-regelaars en de
ASSIGN [9]-knop.
Reverb Bewerkt de galminstellingen.
Delay Bewerkt de delayinstellingen.
EQ Bewerkt de equalizerinstellingen.
&
Voor meer informatie over de bewerking van programma's
raadpleegt u “Parameter Guide (Engels)” (pdf). Voor meer
informatie over hoe u de pdf kunt verkrijgen, raadpleegt u “PDF-
handleidingen verkrijgen” op de vooromslag.
3. Selecteer de parameter die u wilt bewerken, en gebruik de
[DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de waarde te
bewerken.
Druk op de [EXIT]-knop om terug te keren naar het PROGRAM EDIT-
menuscherm.
4. Herhaal stappen 2–3 om door te gaan met bewerken.
5. Wanneer u klaar bent met het uitvoeren van instellingen, drukt
u meermaals op de [EXIT]-knop om terug te keren naar het
Tone-scherm of het Program-scherm.
OPMERKING
Als u de instellingen hebt bewerkt, zal er een “EDITED” worden
aangegeven op het Program-scherm of het Tone-scherm.
Als u het apparaat uitschakelt, een andere Program selecteert of
een andere klank selecteert op het Tone-scherm terwijl “EDITED”
wordt aangegeven, worden de bewerkingen die u uitvoerde
gewist. Als u uw bewerkingen wilt behouden, drukt u op de
[WRITE]-knop om de Program op te slaan (p. 23).
Een klank bewerken (Designer)
Door de Designer-functie te gebruiken, kunt u gedetailleerdere
instellingen uitvoeren voor een klank.
1. Gebruik de SELECT [S1]–[S8]-knoppen om een zone te
selecteren, en druk op de [TONE DESIGNER]-knop.
Het TONE DESIGNER MENU-scherm (in geval van TW-orgelgeluiden
het Tone Wheel & Designer Menu-scherm) van de geselecteerde ZONE
verschijnt.
In het Designer-menu kiest u de brede categorie van klankinstellingen
die u wilt bewerken.
2. Gebruik de cursorknoppen om het item te selecteren dat u wilt
bewerken, en druk op de [ENTER]-knop.
Het overeenkomstige bewerkingsscherm verschijnt.
Designer-menu
Piano Designer
(alleen voor bepaalde
pianogeluiden)
Hiermee kunt u uw eigen gepersonaliseerde
pianogeluid creëren door verschillende aspecten
van de toonaard van een piano te regelen.
Tone Designer (andere
geluiden dan bepaalde
pianogeluiden)
Bewerkt gedetailleerde instellingen van het
pianogeluid. De bewerkbare parameters zullen
afhangen van het pianogeluid dat is geselecteerd.
Indiv. Voicing (alleen voor
bepaalde pianogeluiden)
Bewerkt de toonhoogte, het volume en het
karakter van elke toets.
Sym. Resonance
(alleen voor bepaalde
pianogeluiden)
Bewerkt de sympathetische resonanties die te
horen zijn wanneer u het demperpedaal ingedrukt
houdt.
Modulation FX
Bewerkt parameters die verband houden met
Modulation FX.
Tremolo /AMP Sim
Bewerkt parameters die verband houden met
tremolo en de versterkersimulator.
TONE WHEEL&Designer
Menu
(alleen TW-orgelgeluiden)
Bewerkt TW-orgelgeluiden.
&
Voor meer informatie over de designer raadpleegt u “Parameter
Guide (Engels)” (pdf ). Voor meer informatie over hoe u de pdf kunt
verkrijgen, raadpleegt u “PDF-handleidingen verkrijgen” op de
vooromslag.
MEMO
De items die u kunt instellen, zullen verschillen naargelang van
het type geluid.
OPMERKING
Als u de instellingen hebt bewerkt, zal er een “EDITED” worden
aangegeven op het Program-scherm of het Tone-scherm.
Als u het apparaat uitschakelt, een andere Program selecteert of
een andere klank selecteert op het Tone-scherm terwijl “EDITED”
wordt aangegeven, worden de bewerkingen die u uitvoerde
gewist. Als u uw bewerkingen wilt behouden, drukt u op de
[WRITE]-knop om de Program op te slaan (p. 23).
Gebruikershandleiding
22
De orgelklanken creëren
OPMERKING
Deze instellingen zijn alleen beschikbaar wanneer een TW-
orgelgeluid is geselecteerd.
Sommige orgels hebben negen “harmonische balken die kunnen
worden ingedrukt en uitgetrokken, en als de balken in verschillende
combinaties van posities worden gebruikt, kunnen allerlei klanken
worden gecreëerd. Er worden verschillende “voeten aan elke balk
toegewezen, waarbij de toonhoogte van de geluiden door deze
“voeten wordt bepaald.
U kunt klanken creëren met behulp van de Layer LEVEL-
schuifregelaars, net zoals u de harmonische balken bedient.
Wat zijn “voeten”?
Een voet verwijst in principe naar de lengte van de pijp die in
pijporgels wordt gebruikt.
De lengte van de pijp die wordt gebruikt om de referentietoonhoogte
(de grondtoon) voor het klavier voort te brengen, is acht voet. Als de
pijplengte wordt gehalveerd, brengt deze een toonhoogte op een
octaaf hoger voort; omgekeerd, als de pijplengte wordt verdubbeld,
wordt een toonhoogte op een octaaf lager gecreëerd.
Daarom is een pijp die een toonhoogte op een octaaf lager dan de
referentie van 8’ (acht voet) voortbrengt, 16’ lang; voor een octaaf
hoger dan de referentie zou de pijp 4’ zijn, en om de toonhoogte nog
een octaaf te verhogen, zou de pijp worden verkort tot 2’.
1. Gebruik de SELECT [S1]–[S8]-knoppen om de zone te selecteren
waaraan een TW-orgelgeluid (een geluid waarvoor het
-pictogram wordt weergegeven) wordt toegewezen; houd
vervolgens de [SHIFT]-ingedrukt en druk op de “SCENE”-knop.
Het Tone Wheel & Designer Menu-scherm van de geselecteerde laag
verschijnt.
2. Verplaats de LAYER LEVEL-schuifregelaars.
Het geluid verandert tegelijkertijd met de weergave op het scherm.
U kunt de [K] [J]-cursorknoppen gebruiken om te switchen tussen
harmonische balken en percussieschakelgroepen.
MEMO
Percussie voegt een geluid toe met een gevoel voor aanzet aan
het begin van de noot, waardoor het geluid opwekkender wordt.
Het aanzetgeluid zal veranderen naargelang van deze waarde.
Parameter
[
K
] [
J
]
Waarde
[DEC] [INC]
Uitleg
Percussion
Switch
OFF Er wordt geen percussie toegevoegd.
2nd
De percussie weerklinkt op een
toonhoogte die één octaaf hoger ligt dan
die van de ingedrukte toets.
3rd
De percussie weerklinkt op een
toonhoogte die een octaaf en een kwint
hoger ligt dan die van de ingedrukte toets.
Percussion
Volume
Soft
Het percussiegeluid wordt verminderd
en de harmonische balken brengen hun
normale volume voort.
Normal
Het volume van het percussiegeluid
zal normaal zijn en het geluid van de
harmonische balken wordt verminderd.
Percussion
Decay
Slow
De dempingstijd van de percussie wordt
verlengd. Dit verzacht het gevoel voor
aanzet.
Fast
Het percussiegeluid sterft sneller weg. Dit
zorgt voor een sterker gevoel voor aanzet
voor een scherp geluid.
OPMERKING
Wanneer de percussie is ingeschakeld, zal de toonhoogte van
1’ niet worden voortgebracht.
MEMO
5 U kunt de [
K
] [
J
]-cursorknoppen ook gebruiken om de cursor
te verplaatsen naar de Modulation FX- of Tremolo/Amp
Simulator-menu-items.
5 Wanneer de cursor op Modulation FX of Tremolo/Amp
Simulator staat, kunt u naar het overeenkomstige item gaan
door op de [ENTER]-knop te drukken. Voor meer informatie
over de eectparameters raadpleegt u “Parameter Guide
(Engels)” (pdf ). Voor meer informatie over hoe u de pdf kunt
verkrijgen, raadpleegt u “PDF-handleidingen verkrijgen” op de
vooromslag.
5 Wanneer een TW-orgelgeluid is geselecteerd, zullen alle
harmonische balken tegelijkertijd worden verplaatst door aan
de [TONE COLOR]-regelaar te draaien.
De vibratie van de orgelklank veranderen (Rotary-eect)
Terwijl het Tone Wheel & Designer Menu-scherm wordt weergegeven,
kunt u de vibratiesnelheid van het Rotary-eect veranderen met de
hendel voor toonverbuiging. Het Rotary-eect is een eect dat het
geluid van de roterende luidsprekers die worden gebruikt om het
geluid van een orgel te veranderen, opnieuw creëert.
Als de hendel voor toonverbuiging naar links of rechts wordt
bewogen, wordt het Rotary-eect tussen snel en langzaam
afgewisseld, ongeacht de richting waarin u de hendel beweegt.
MEMO
Deze instelling van de hendel voor toonverbuiging geldt alleen
op het Tone Wheel & Designer Menu-scherm.
De status van elke zone bekijken (Zone Info-scherm)
Het scherm voor zone-info geeft een lijst van de instellingen van elke
zone weer.
1. Druk op de [ENTER]-knop terwijl u op het scherm van de
klanken, het scherm van de programma's of het scherm van de
scenes bent.
De instellingen van zones 1–8 verschijnen.
Heldere tekst: de zone is ingeschakeld.
Vervaagde tekst: de zone is uitgeschakeld.
2. Druk op de [EXIT]-knop om terug te keren naar het vorige
scherm.
MEMO
U kunt de instellingen bewerken op het scherm voor zone-info.
Als u een geluid bewerkt of van modus verandert terwijl dit
scherm wordt weergegeven, wordt dit scherm gesloten en
verschijnt het noodzakelijke scherm.
23
De geluidsinstellingen opslaan in een programma
(Program Write)
1. Druk op de [WRITE]-knop om deze te doen branden.
Het PROGRAM NAME-scherm verschijnt.
2. Gebruik de [
K
] [
J
]-cursorknoppen om de cursor te verplaatsen
naar de plaats waar u een karakter wilt invoeren.
3. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
karakters in te voeren.
Handeling Uitleg
[SHIFT] + [
K
]-knop
Eén karakter wissen (DELETE)
[SHIFT] + [
J
]-knop
Eén spatie toevoegen (INSERT)
[
H
] [
I
]-knoppen
Switchen tussen hoofdletters / kleine letters
4. Herhaal stappen 2–3 om de naam in te voeren.
5. Wanneer u de naam volledig hebt ingevoerd, drukt u op de
[ENTER]-knop.
6. Selecteer het programmanummer waarin u wilt opslaan, met
behulp van de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel.
7. Wanneer u de opslagbestemming hebt opgegeven, drukt u op
de [ENTER]-knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
8. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
Het programma is opgeslagen.
OPMERKING
Schakel het apparaat nooit uit terwijl “Executing... op het display
wordt weergegeven.
Het geluid opgeven dat tijdens het starten wordt geselecteerd (STARTUP)
Met de RD-2000 kunt u de status (het geluid) opgeven waarin het
apparaat zal worden ingeschakeld.
1. Selecteer het gewenste geluid.
Een klank selecteren
&
“Een klank selecteren (p. 14)
Een programma selecteren
&
“Een programma selecteren (p. 15)
MEMO
Wanneer u het programma registreert in STARTUP, zal het ook
worden opgeroepen wanneer u op de [ONE TOUCH PIANO]-knop
drukt.
Zelfs als u het programma registreert, wordt het opgeroepen als
de klank.
Wanneer u het programma registreert, wordt de
programmanaam gewist.
2. Houd de [WRITE]-knop ingedrukt en druk op de [ONE TOUCH
PIANO]-knop.
3. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
De huidige instelling zal worden opgeslagen in STARTUP.
Als u de RD-2000 de volgende keer start, zal dat gebeuren met de
STARTUP-status (geluid) die u hebt opgeslagen.
De volgorde van programma's veranderen (Program Swap)
U kunt de programma's rangschikken in de volgorde die u wenst.
Het is handig om programma's te rangschikken in de volgorde waarin
u ze zult gebruiken voor uw live-uitvoering.
1. Kies op het MENU-scherm “Program Utility”
0
“ S wa p.”
Het Program Swap-scherm verschijnt.
OPMERKING
U kunt de Program Swap-functie niet gebruiken in de volgende
situaties.
5 Op het Menu-scherm, het Write-scherm of het Demo-scherm.
5 Wanneer RHYTHM, AUDIO PLAY of AUDIO REC worden
gebruikt.
2. U kunt de [INC] [DEC]-knoppen en het waardewiel gebruiken
om de om te ruilen Program te veranderen.
3. Druk op de [ENTER]-knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
4. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop om
de omruiling uit te voeren.
Herhaal indien nodig stappen 2–4.
Als u Program Swap wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
MEMO
Wanneer de programma's zijn omgeruild, is het oorspronkelijk
geselecteerde programmanummer geselecteerd.
OPMERKING
Schakel het apparaat nooit uit terwijl “Executing... op het display
wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
24
De handige functies tijdens het spelen gebruiken
Ritme spelen
1. Druk op de [RHYTHM/SONG]-knop om deze te doen branden.
Het Song- of Rhythm-scherm verschijnt.
Telkens als u op de [RHYTHM/SONG]-knop drukt, zult u afwisselen
tussen het Song-scherm en het Rhythm-scherm.
2. Druk meermaals op de [RHYTHM/SONG]-knop om het Rhythm-
scherm te openen.
3. Druk op de [PLAY]-knop om deze te doen branden.
Het ritme zal beginnen te spelen.
Om het ritme stop te zetten, drukt u op de [STOP/RESET]-knop.
OPMERKING
Terwijl het ritme speelt, zult u door op de [SONG/RHYTHM]-knop
te drukken niet overgaan naar het SONG-scherm.
Het ritmepatroon veranderen
1. Verplaats de cursor op het Rhythm-scherm naar het
ritmenummer op het scherm.
2. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
patronen te veranderen, en druk op de [ENTER]-knop.
Raadpleeg “Lijst van de geluiden (pdf) voor meer informatie over
de ritmepatronen. Voor meer informatie over hoe u de pdf kunt
verkrijgen, raadpleegt u “PDF-handleidingen verkrijgen” op de
vooromslag.
MEMO
Er zal een aanbevolen drumkit worden geselecteerd voor elk
ritmepatroon.
Het tempo of het volume van het ritme veranderen
1. Verplaats de cursor op het Rhythm-scherm naar Tempo of
Rhythm Volume.
2. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om het
tempo of het volume van het ritme te regelen.
Uitvoeren naar SUB OUT
1. Verplaats de cursor op het Rhythm-scherm naar Rhythm Output
Assign.
2. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
uitvoerbestemming te veranderen.
Audio opnemen
De USB-stick aansluiten
1. Sluit uw USB-stick (apart verkocht) aan op de USB MEMORY-
poort aan de achterzijde van de RD-2000.
De opname voorbereiden
OPMERKING
Koppel de USB-stick niet los terwijl u audio opneemt. Als u dat
doet, kunnen alle gegevens op de USB-stick verloren gaan.
1. Selecteer de klank die of het programma dat u wilt spelen
(p. 14, p. 15).
2. Druk meermaals op de [RHYTHM/SONG]-knop om het SONG-
scherm te openen.
3. Houd de [SHIFT]-knop ingedrukt en druk op de [RHYTHM/
SONG]-knop, om de opname in stand-by te zetten.
Als het ritme aan het spelen was, zal het worden stopgezet. De
[RHYTHM/SONG]-knop zal gaan branden en de [PLAY]-knop zal
knipperen.
Om de opname te annuleren, drukt u op de [STOP/RESET]-knop.
De opname starten
1. Druk op de [PLAY]-knop.
De [PLAY]-knop zal gaan branden en de opname zal starten.
De opname stopzetten
1. Druk op de [STOP/RESET]-knop.
De opname zal worden stopgezet en de opgenomen gegevens zullen
worden opgeslagen op de USB-stick.
Bestandsformaat voor opgenomen audio
Bestandsextensie WAV
Samplefrequentie 44,1 kHz
Bitdiepte 16 bits
De opgenomen gegevens wissen
1. Druk op de [PLAY]-knop om de song te beluisteren die u hebt
opgenomen.
Druk nogmaals op de [STOP/RESET]-knop om het afspelen te
beëindigen.
2. Verplaats de cursor op het Song-scherm naar Song Delete en
druk op de [ENTER]-knop.
3. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
Over USB-sticks
Als u een nieuwe USB-stick gebruikt, moet u deze eerst initialiseren
(formatteren) op de RD-2000. Raadpleeg “Geheugen formatteren
(Format)” (p. 26) voor meer informatie.
OPMERKING
5 Plaats of verwijder nooit USB-sticks als het apparaat is
ingeschakeld. Anders kunnen de apparaatgegevens of de
gegevens op de sticks beschadigd raken.
5 Gebruik een in de handel verkrijgbare of door Roland
verkochte USB-stick. We kunnen echter niet garanderen dat
alle in de handel verkrijgbare USB-sticks op dit apparaat zullen
werken.
25
Geluidsbestanden afspelen via een USB-stick
MEMO
5 Als de USB-stick talloze songbestanden bevat, kan het laden
van de gegevens even duren.
5 Gebruik alfanumerieke tekens van één byte voor de
bestandsnaam.
5 Binnen elke map kunnen maximaal 200 bestanden worden
herkend.
Bestanden in WAV-formaat die kunnen worden afgespeeld
Samplefrequentie 44,1 kHz
Bitdiepte 16 bits
* Het veranderen van de Play Speed of de Playback Transpose
plaatst een aanzienlijke verwerkingslast op de RD-2000; in
sommige gevallen kan dat ertoe leiden dat de RD-2000 de
uitvoeringsgegevens van het klavier niet volledig kan verwerken.
Afspelen
1. Druk op de [RHYTHM/SONG]-knop om deze te doen branden.
Het Rhythm- of Song-scherm verschijnt.
Telkens als u op de [RHYTHM/SONG]-knop drukt, zult u afwisselen
tussen het RHYTHM-scherm en het SONG-scherm.
2. Druk meermaals op de [RHYTHM/SONG]-knop om het Song-
scherm te openen.
3. Druk op de [PLAY]-knop om deze te doen branden; het
geluidsbestand zal worden afgespeeld.
Om het afspelen van het geluidsbestand te beëindigen, drukt u op de
[STOP/RESET]-knop.
OPMERKING
Als er een geluidsbestand wordt afgespeeld, zult u door op
de [RHYTHM/SONG]-knop te drukken niet overgaan naar het
Rhythm-scherm.
Een geluidsbestand selecteren
1. Verplaats de cursor op het Song-scherm naar het songnummer
op het scherm.
2. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om een
songnummer te selecteren.
Als er geen song is die kan worden afgespeeld, zal het songnummer worden
weergegeven als “---” en zullen de [INC] [DEC]-knoppen niet werken.
Een geluidsbestand in een map selecteren
1. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om een map
te selecteren.
Het mappictogram zal worden weergegeven.
2. Druk op de [ENTER]-knop.
De geluidsbestanden in de folder zullen worden weergegeven.
3. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om een
geluidsbestand te selecteren.
Om de map te verlaten, kiest u “up en drukt u op de [ENTER]-knop.
MEMO
5 Gebruik alfanumerieke tekens van één byte voor de
bestandsnaam.
5 Binnen elke map kunnen maximaal 200 bestanden worden
herkend.
Een geluidsbestand vooruitspoelen of terugspoelen
1. Verplaats de cursor op het Song-scherm naar de Time Position.
2. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
waarde te veranderen.
De afspeelpositie zal veranderen naargelang van de indicatie.
Veranderen hoe geluidsbestanden worden afgespeeld
1. Verplaats de cursor op het Song-scherm naar de verschillende
items.
2. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
waarde te veranderen.
Parameter
[
K
] [
J
]
Waarde
[DEC] [INC]
Uitleg
Speed 75%–125%
Hiermee verandert u de afspeelsnelheid
van de song.
Playback
Transpose
-6–0–5
Hiermee verandert u de afspeeltoonsoort
van een song in stappen van een halve
toon.
Time Position 00’00”–
Speciceert de tijdslocatie waarop het
afspelen begint (wanneer het is gestopt).
Geeft de verstreken afspeeltijd aan (tijdens
het afspelen).
Audio Volume 0–127
Stelt het volume in voor het afspelen van
geluidsbestanden.
Audio Output
Assign
MAIN, SUB Speciceert de audio-uitvoerbestemming.
Center Cancel OFF, ON
Zorgt ervoor dat het volume van geluiden
in het midden (zoals zang of melodische
instrumenten) wordt verminderd.
Play Mode
ONE SONG
Wanneer u een song afspeelt, zal er slechts
één song worden gespeeld; het afspelen
zal worden beëindigd op het einde van
die song.
ALL SONG
De songs op de USB-stick zullen achter
elkaar worden gespeeld.
De naam van een geluidsbestand veranderen
1. Kies op het Song-scherm “Song Rename” en druk op de [ENTER]-
knop.
2. Gebruik de [
K
] [
J
]-cursorknoppen om de cursor te verplaatsen
naar de plaats waar u een karakter wilt invoeren.
3. Gebruik indien nodig de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel
om een naam in te voeren.
Handeling Uitleg
[SHIFT] + [
K
]-knop
Eén karakter wissen (DELETE)
[SHIFT] + [
J
]-knop
Eén spatie toevoegen (INSERT)
[
H
] [
I
]-knoppen
Switchen tussen hoofdletters / kleine letters
OPMERKING
Het is niet mogelijk om een geluidsbestand op te slaan met een
naam die begint met een . (punt). Gebruik geen . (punt)” aan het
begin van de naam.
4. Herhaal stappen 2–3 om de naam in te voeren.
Als u op de [EXIT]-knop drukt, zal de naamsverandering worden
geannuleerd en zult u terugkeren naar het vorige scherm.
5. Druk op de [ENTER]-knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
6. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
De songnaam is bevestigd.
Een geluidsbestand wissen
1. Kies op het Song-scherm “Song Delete” en druk op de [ENTER]-
knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
2. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
De song zal worden gewist.
OPMERKING
5 Schakel het apparaat nooit uit tijdens het wissen.
5 Koppel de USB-stick tijdens het wissen niet los.
Gebruikershandleiding
26
Verschillende instellingen
De menuschermen openen
Parameters instellen
1. Druk op de [MENU]-knop.
2. Gebruik de cursorknoppen om het item te selecteren dat u wilt
bewerken, en druk op de [ENTER]-knop.
Het overeenkomstige bewerkingsscherm verschijnt.
3. Selecteer de parameter die u wilt bewerken, en gebruik de [DEC]
[INC]-knoppen of het waardewiel om de waarde te bewerken.
4. Wanneer u klaar bent met het uitvoeren van instellingen, drukt
u meermaals op de [EXIT]-knop om terug te keren naar het
Tone-scherm of het Program-scherm.
MEMO
De volgende instellingen zullen worden opgeslagen als
algemene instellingen voor heel de RD-2000, wanneer u op de
[WRITE]-knop drukt in een bewerkingsscherm.
5 System
Bewerkbare items
Program Edit Een programma bewerken.
Program Utility Programmabestanden en songs beheren.
Scene Utility Een scene initialiseren of een memo invoeren.
Ext Label Edit
Labels toewijzen aan externe zones. Het label wordt op
verschillende schermen weergegeven als de naam van een
extern apparaat.
Local Control
De verbinding tussen het controllergedeelte en de
soundengine speciceren.
System
Instellingen uitvoeren die de bedieningsomgeving van
heel de RD-2000 beïnvloeden.
Utility
Instellingen uitvoeren die speciceren hoe de uitvoering
op uw RD-2000 zal worden opgenomen op een externe
sequencer, of de RD-2000 zelf of een USB-stick initialiseren.
Demo Play Demosongs afspelen.
Parameters instellen (System)
Functies die de algemene bedieningsomgeving van de RD-2000
beïnvloeden, worden “systeemfuncties” genoemd.
1. Selecteer op het MENU-scherm “SYSTEM” en druk op de
[ENTER]-knop.
Het SYSTEM EDIT-scherm verschijnt.
2. Gebruik de [
K
] [
J
]-cursorknoppen om van tabblad te
veranderen.
Parameter
[
H
] [
I
]
Waarde
[DEC] [INC]
Uitleg
SYSTEM-tabblad
Master Tune
415.3–440.0–
466.2 [Hz]
Afstemmen op toonhoogten van andere
instrumenten
Control Destination
SELECT,
PROGRAM
Het doel van regelaars en andere controllers
speciceren
SELECT: alleen de geselecteerde zone
PROGRAM: programma-instellingen
EQ Mode
PROGRAM,
REMAIN
Wanneer u van programma verandert,
opgeven of de instellingen van het
pas geselecteerde programma worden
toegepast (PROGRAM), dan wel of de
instellingen van vóór de verandering
worden behouden (REMAIN)
Select Button Mode
PROGRAM,
REMAIN
Pedal Mode
PROGRAM,
REMAIN
Wheel Mode
PROGRAM,
REMAIN
Parameter
[
H
] [
I
]
Waarde
[DEC] [INC]
Uitleg
Assign 1-9 Mode
PROGRAM,
REMAIN
Wanneer u van programma verandert,
opgeven of de instellingen van het
pas geselecteerde programma worden
toegepast (PROGRAM), dan wel of de
instellingen van vóór de verandering
worden behouden (REMAIN)
Delay Mode
PROGRAM,
REMAIN
Reverb Mode
PROGRAM,
REMAIN
Rhythm Mode
PROGRAM,
REMAIN
Key Touch Mode
TONE/PROGRAM,
REMAIN
Wanneer u van klank of programma
verandert, opgeven of de instellingen
van het pas geselecteerde programma
of de pas geselecteerde klank worden
toegepast (TONE/PROGRAM), dan wel of
de instellingen van vóór de verandering
worden behouden (REMAIN)
Tone/Program
Remain
OFF, ON
De huidige klank behouden, zelfs wanneer er
van klank wordt veranderd
Tone Ext Zone
Remain
OFF, ON
De instellingen voor de externe zone
behouden, zelfs wanneer er van zone wordt
veranderd
Program Control
Channel
OFF, 1–16
Berichten voor programmaverandering
gebruiken om van programma te
veranderen
USB Driver VENDER, GENERIC
Het USB-stuurprogramma selecteren
USB MIDI Thru
Switch
OFF, ON
De USB MIDI thru-schakelaar selecteren
MIDI OUT2 Port
Mode
OUT, THRU
De functie van de MIDI THRU/OUT
2-aansluiting selecteren
Damper Polarity
STANDARD,
REVERSE
De polariteit van het pedaal veranderen
FC1 Polarity
STANDARD,
REVERSE
FC2 Polarity
STANDARD,
REVERSE
EXT Pedal Polarity
STANDARD,
REVERSE
Temperament
EQUAL, JUST
MAJ, JUST MIN,
PYTHAGOREAN,
KIRNBERGER,
MEANTONE,
WERCKMEISTER,
ARABIC
De stemmingsmethode instellen
Temperament Key C–B
Stelt de grondtoon in.
Clock Out OFF, ON
Synchronisatieberichten verzenden
Hi-Res Velocity Out OFF, ON
Snelheidsgegevens met hoge resolutie
verzenden
Rhythm MIDI
Output Port
ALL, OUT1, OUT2,
USB
De MIDI-uitgangspoort voor ritme
selecteren
Rhythm MIDI Out
Channel
OFF, 1–16
Het MIDI-uitgangskanaal voor ritme
selecteren
Audio Volume 0–127
Het afspeelvolume van geluidsbestanden
regelen
Output Mix/Parallel MIX, PARALLEL
&
“Tijdelijk uitvoeren via de MAIN OUT-
aansluitingen” (p. 19)
LCD Brightness 1–10
De helderheid van het display regelen
Auto O
OFF, 30 [min],
240 [min]
Ervoor zorgen dat het apparaat na een tijdje
automatisch wordt uitgeschakeld
De systeeminstellingen opslaan
1. Druk op het SYSTEM EDIT-scherm op de [WRITE]-knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
2. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
Als u wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
Geheugen formatteren (Format)
“Formatteren” is de handeling van het wissen van alle
programmabestanden uit het gebruikersgeheugen of het initialiseren
van een USB-stick, zodat die met de RD-2000 kan worden gebruikt.
Een USB-stick kan niet met de RD-2000 worden gebruikt, tenzij deze
op passende wijze voor de RD-2000 is geformatteerd.
Voordat u een nieuwe USB-stick gebruikt, zult u deze moeten formatteren.
OPMERKING
Wanneer u de USB-stick formatteert, worden alle gegevens
gewist die eerder in dat geheugen werden opgeslagen. Voordat u
formatteert, moet u controleren of de USB-stick geen belangrijke
gegevens bevat die u wilt behouden.
27
1. Selecteer op het MENU-scherm “Utility en druk op de [ENTER]-
knop.
2. Selecteer “Format USB Memory” en druk vervolgens op de
[ENTER]-knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
Als u de formattering wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
3. Verplaats de cursor naar OK” en druk nogmaals op de [ENTER]-
knop om de formattering uit te voeren.
OPMERKING
5 Schakel het apparaat nooit uit terwijl het scherm “Executing...
weergeeft.
5 Schakel het apparaat nooit uit of koppel de USB-stick nooit los
tijdens het lezen of schrijven.
Terugkeren naar de fabrieksinstellingen (Factory Reset)
De instellingen die zijn opgeslagen in de RD-2000, kunnen worden
teruggezet op de fabrieksinstellingen.
1. Selecteer op het MENU-scherm “Utility en druk op de [ENTER]-
knop.
2. Selecteer “Factory Reset.
3. Druk op de [ENTER]-knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
4. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
Het terugzetten op de fabrieksinstellingen wordt uitgevoerd.
Als u “Factory Reset All” koos, schakelt u de RD-2000 uit en vervolgens
opnieuw aan.
OPMERKING
Schakel het toestel nooit uit tijdens Factory Reset (terwijl
“Executing... Don't Power OFF” op het display wordt
weergegeven).
Ervoor zorgen dat het apparaat na een tijdje automatisch
wordt uitgeschakeld (Auto O)
&
Raadpleeg Als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt
uitgeschakeld, verandert u de instelling Auto O in “O (p. 11).
De demosongs beluisteren
De RD-2000 heeft interne demosongs die de speciale mogelijkheden
van het instrument laten horen.
OPMERKING
5 Alle rechten voorbehouden. Het gebruik van dit materiaal
voor niet-persoonlijke doeleinden zonder toestemming is bij
de wet verboden.
5 Er zullen voor de muziek die wordt gespeeld, geen gegevens
worden uitgevoerd via de MIDI OUT-aansluiting.
5 Wanneer u overgaat op de demomodus, worden verschillende
instellingen ingesteld op hun status tijdens het inschakelen
van het apparaat. Als er instellingen zijn die u wilt behouden,
moet u ze als een programma opslaan (p. 23).
5 Het klavier van de RD-2000 zal geen geluid voortbrengen
terwijl de demosongs worden gespeeld.
1. Houd de [SPLIT]-knop ingedrukt en druk op de [TRANSPOSE]-
knop.
Het Demo-scherm verschijnt.
2. Gebruik de cursorknoppen om een demosong te selecteren.
3. Druk op de [ENTER]-knop om het afspelen van de demosong te
starten.
4. Om de demosong halverwege stop te zetten, drukt u op de
[ENTER]-knop.
Terwijl de song wordt stopgezet, drukt u op de [EXIT]-knop om terug
te keren naar het vorige scherm.
Gegevens RD-2000 back-uppen naar een USB-stick (Backup Save)
1. Selecteer op het UTILITY-scherm “Backup Save” en druk op de
[ENTER]-knop.
Het BACKUP SAVE-scherm verschijnt.
2. Voer een bestandsnaam in.
MEMO
Raadpleeg “De geluidsinstellingen opslaan in een programma
(Program Write)” (p. 23) voor meer informatie over hoe een naam
wordt ingevoerd.
3. Wanneer u de bestandsnaam hebt ingevoerd, drukt u op de
[ENTER]-knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
Als u wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
4. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
Wanneer de back-up is voltooid, verschijnt er een bericht.
Back-upgegevens van een USB-stick terugzetten naar de RD-2000
Hier verneemt u hoe back-upgegevens kunnen worden
teruggeschreven naar de RD-2000.
De RD-2000 kan ook Live Set Files lezen die werden aangemaakt op de
RD-800.
OPMERKING
5 Wanneer u de herstelbewerking uitvoert, worden alle
gebruikersgegevens herschreven. Als de RD-2000 belangrijke
gegevens bevat, moet u deze met een andere naam naar een
USB-stick back-uppen, voordat u doorgaat.
5 Schakel het apparaat nooit uit of koppel de USB-stick nooit los
terwijl op het scherm “Processing... wordt weergegeven.
1. Verplaats de cursor op het UTILITY-scherm naar “Backup Load”
en druk op de [ENTER]-knop.
Het BACKUP LOAD-scherm verschijnt.
2. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de
cursor naar het bestand te verplaatsen dat u wilt terugzetten.
3. Gebruik de [DEC] [INC]-knoppen of het waardewiel om de Load
System Parameters-instelling in te stellen.
Indien NO: programma's en scenes worden geladen, maar
systeeminstellingen worden niet geladen.
Indien YES: naast programma's en scenes worden ook
systeeminstellingen geladen.
OPMERKING
Ongeacht deze instelling worden systeeminstellingen niet
gelezen als u een RD-800 Live Set File selecteerde.
4. Druk op de [ENTER]-knop.
Er verschijnt een bevestigingsbericht.
Als u wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
5. Verplaats de cursor naar OK” en druk op de [ENTER]-knop.
Wanneer de terugzetting is voltooid, verschijnt er een bericht.
Gebruikershandleiding
Lijst van sneltoetsen
* “[A]+[B]” geeft de handeling aan van de [A]-knop ingedrukt houden en op de [B]-knop drukken”.
Sneltoets Uitleg Pagina
Basishandeling
[SHIFT] + [DEC] [INC], waardewiel
Verandert de waarde in grotere sprongen.
Wanneer u van klank verandert, wordt het eerste geluid in de categorie geselecteerd. Wanneer u van
programma verandert, wordt het eerste geluid in de bank geselecteerd.
p. 14
[SHIFT] + [
K
] [
J
]
Verander hiermee van tabblad, als het ZONE EDIT-scherm wordt weergegeven. p. 21
Een klank of een programma bewerken
[TRANSPOSE] + klavier, [DEC] [INC], waardewiel Speciceert de transpositie-instelling van het volledige klavier. p. 14
[SPLIT] + klavier Speciceert het splitpunt. p. 15
[RHYTHM/SONG] + [DEC] [INC]
Speciceert het volume van het ritme, wanneer ritme is geselecteerd.
Speciceert het geluidsvolume, wanneer een audiosong is geselecteerd. p. 25
[SHIFT] + ZONE LEVEL-schuifregelaar Springt naar het VOL-item (volume) van het ZONE EDIT-scherm.
[SHIFT] + [TRANSPOSE] Springt naar het C.Tune-item (Coarse Tune) van het ZONE EDIT-scherm.
[SHIFT] + [SPLIT] Springt naar het KR.LWR-item (Keyboard Range Lo) van het ZONE EDIT-scherm.
[SHIFT] + SELECT [1]–[8] , [USB AUDIO] Springt naar het ZONE EDIT-scherm.
[SHIFT] + INT [1]–[8] Wisselt de INTERNAL/EXTERNAL-toewijzing van de geselecteerde zone.
[SHIFT] + [SCENE] Zet de HARMONIC BAR-modus op ON voor toonwielorgelgeluiden.
[EXIT] + ZONE LEVEL-schuifregelaar [1]–[8], USB-AUDIO-
schuifregelaar, -regelaar
Toont de huidige waarde van elke schuifregelaar of regelaar, waardoor u de instelling kunt aanpassen
(Status & Catch).
[SHIFT] + [STOP/RESET] Verzendt een All Note O-bericht naar alle onderdelen (Panic-functie).
Galm
[SHIFT] + REVERB-regelaar Springt naar het Reverb-scherm. p. 16
Klankkleur
[SHIFT] + TONE COLOR-regelaar Springt naar het TON CLR-item (Tone Color Control Destination) van het ZONE EDIT-scherm. p. 20
EQ/delay/toewijzen
[SHIFT] + alle EQ-regelaars (LOW, MID2, MID3, HIGH) Springt naar het EQ-scherm. p. 17
[SHIFT] + alle DELAY-regelaars (TYPE, LEVEL, FEEDBACK,
TIME)
Springt naar het Delay-scherm. p. 16
[SHIFT] + alle ASSIGN-regelaars (1–8) Springt naar ASSIGN 1–8-schermen van PROGRAM EDIT.
p. 17
[SHIFT] + ASSIGN [9] Springt naar ASSIGN A9-scherm van PROGRAM EDIT.
Modulation FX
[SHIFT] + MOD FX [DEPTH], [RATE]-regelaar
Springt naar het Modulation FX-scherm van de ZONE die is geselecteerd in Modulation FX Control
Destination.
[SHIFT] + MOD FX [ON/OFF] Springt naar het MOD FX-item (Modulation FX Control Destination) van het ZONE EDIT-scherm.
Tremolo/versterkersimulator
TREMOLO [ON/OFF] + [DEC] [INC], waardewiel
Verandert het type tremolo/versterkersimulator van de zone die is geselecteerd met de SELECT-knop
(of Tremolo/Amp Control Destination).
p. 17
AMP SIM [ON/OFF] + [DEC] [INC], waardewiel
[SHIFT] + TREMOLO [TYPE], [DEPTH], [RATE]-regelaar
Springt naar het Tremolo/Amp Simulator-scherm van de zone.
[SHIFT] + AMP SIM [DRIVE]-regelaar
[SHIFT] + TREMOLO [ON/OFF]
Springt naar het TR/AMP-item (Tremolo/Amp Control Destination) van de zone.
[SHIFT] + AMP SIM [ON/OFF]
Hendel voor toonverbuiging / modulatiehendel
[SHIFT] + hendel voor toonverbuiging Springt naar het PCH BND-item (Pitch Bend Control Switch) van het ZONE EDIT-scherm.
[SHIFT] + modulatiehendel Springt naar het MOD CTL-item (Modulation Control Switch) van het ZONE EDIT-scherm.
Modulatiewiel 1/2
[SHIFT] + [MOD WHEEL 1/2] Springt naar het MOD WHEEL-item van PROGRAM EDIT op het ASSIGN-scherm.
Pedaal
[SHIFT] + pedaal (DAMPER) Springt naar het Damper-item (Damper Control Switch) van het ZONE EDIT-scherm.
[SHIFT] + pedaal (FC1, FC2, EXT) Springt naar het Pedal-scherm.
Paneelvergrendeling
[MENU] + [ENTER] Activeert de paneelvergrendeling. p. 14
Bij het invoeren van een naam
[
H
] [
I
]
Switchen tussen hoofdletters / kleine letters.
p. 23, p. 25
[SHIFT] + [
K
]
Wist één karakter (DELETE).
[SHIFT] + [
J
]
Voegt één spatie toe (INSERT).
For the USA
FEDERAL COMMUNICATIONS COMMISSION
RADIO FREQUENCY INTERFERENCE STATEMENT
This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 of the
FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential
installation. This equipment generates, uses, and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in
accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no guarantee
that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or
television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the
interference by one or more of the following measures:
– Reorient or relocate the receiving antenna.
– Increase the separation between the equipment and receiver.
– Connect the equipment into an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected.
– Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help.
This device complies with Part 15 of the FCC Rules. Operation is subject to the following two conditions:
(1) this device may not cause harmful interference, and
(2) this device must accept any interference received, including interference that may cause undesired operation.
This equipment requires shielded interface cables in order to meet FCC class B limit.
Any unauthorized changes or modifications not expressly approved by the party responsible for compliance could void the user’s
authority to operate the equipment.
WARNING
This product contains chemicals known to cause cancer, birth defects and other reproductive harm, including lead.
For C.A. US
(
Proposition 65
)
For Canada
CAN ICES-3 (B)/NMB-3 (B)
For Korea
2036-1 Nakagawa, Hosoe-cho, Kita-ku, Hamamatsu, Shizuoka 431-1304, Japan
For the USA
DECLARATION OF CONFORMITY
Compliance Information Statement
Model Name :
Type of Equipment :
Responsible Party :
Address :
Telephone :
RD-2000
Digital Piano
Roland Corporation U.S.
5100 S. Eastern Avenue Los Angeles, CA 90040-2938
(323) 890-3700
GR
SK
CZ
SI
LV
LT
EE
PL
HU
FI
SE
NO
DK
NL
PT
ES
IT
DE
FR
UK
For EU Countries
For China
'16. 10. 01 現在(Roland)
製品に関するお問い合わせ先
050-3101-2555
ローランド・ホームページ
https://www.roland.com/jp/
電話受付時間: 月曜日~金曜日 10:00~17:00(弊社規定の休日を除く)
※IP電話かおかになて繋がない場合には、お手数ですが、電話番号の前に“0000”
 ゼロ4回)をつけてNTTの一般回線らおかけいただか、携帯電話をご利用さい。
※上記窓口の名称、電話番号等は、予告なく変更することがありますのでご了承ください。
お問い合わせの窓口
最新サポート情報
製品情報、イベント/キャンペーン情報、サポートに関する情報など
ローランドお客様相談センター
ボス・ホームページ
https://www.boss.info/jp/
* 5 1 0 0 0 5 1 7 8 8 - 0 1 *
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34

Roland RD-2000 de handleiding

Categorie
Muziekinstrumenten
Type
de handleiding