Whirlpool WIDL 146 (EX) Handleiding

Categorie
Wasmachines
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

13
NL
Nederlands
Inhoud
Installatie, 14-15
Uitpakken en waterpas zetten, 14
Water- en elektrische aansluiting, 14-15
Eerste wasprogramma, 15
Technische gegevens, 15
Beschrijving van de wasdroog-
machine, 16-17
Bedieningspaneel, 16
Controlelampjes, 17
Start en programma's, 18
In het kort: een programma starten, 18
Tabel van de programma's, 18
Persoonlijk instellen, 19
Instellen van de temperatuur, 19
Instellen van het drogen, 19
Functies, 19
Wasmiddel en wasgoed, 20
Wasmiddellaatje, 20
Prepareren van het wasgoed, 20
Speciale stukken, 20
Voorzorgsmaatregelen en raadgevin-
gen, 21
Algemene veiligheid, 21
Het afvoeren, 21
Bezuiniging en bescherming van het milieu, 21
Onderhoud, 22
Afsluiten van water en stroom, 22
Schoonmaken van de wasdroogmachine, 22
Het wasmiddellaatje schoonmaken, 22
Reinigen van deur en trommel, 22
Reinigen van de pomp, 22
Controleer de slang van de watertoevoer, 22
Storingen en oplossingen, 23
Service, 24
Voordat u er de installateur bijhaalt, 24
NL
WASDROOGMACHINE
WIDL 146
Instructies voor het gebruik
14
NL
Het is belangrijk dit boekje te bewaren zodat u het
kunt raadplegen wanneer u maar wilt. In het geval dat u
de machine verkoopt, of u verhuist, moet het boekje bij
de machine blijven zodat de nieuwe gebruiker de
functies en betreffende raadgevingen kan leren kennen.
Lees de instructies met aandacht: u vindt er belang-
rijke informatie betreffende het installeren, gebruik en
veiligheid.
Uitpakken en waterpas zetten
Uitpakken
1. Pak de wasdroogmachine uit.
2. Controleer of de wasdroogmachine geen schade
heeft geleden gedurende het vervoer. Indien dit wel
het geval is moet hij niet worden aangesloten en
moet u contact opnemen met de handelaar.
3. Verwijder de vier
transportbouten met de
rubberen ring en bijbe-
horende afstandstukken
die zich aan de achter-
kant bevinden (zie
afbeelding).
4. Sluit de gaten af met de bijgeleverde plastic doppen.
5. Bewaar alle stukken: mocht de wasdroog-
machine ooit worden vervoerd, dan moeten deze
weer worden aangebracht.
Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor
kinderen.
Waterpassen
1. Installeer de wasdroogmachine op een rechte en
stevige vloer en laat hem niet leunen tegen een
muur, meubel of dergelijken.
2. Als de vloer niet perfect
horizontaal is kunt u de
onregelmatigheid opheffen
door de stelvoetjes aan de
voorkant in- of uit te
schroeven (zie afbeelding);
de hoek, gemeten ten
opzichte van de aanrecht,
mag de niet overschrij-
den.
Een correcte waterpas geeft de machine stabiliteit
en vermijdt trillingen, lawaai en het zich verplaatsen
gedurende het functioneren van de machine. In het
geval van vaste vloerbedekking of een tapijt regelt u
de stelvoetjes zodanig dat onder de wasdroog-
machine genoeg plaats is voor ventilatie.
Water- en elektrische aansluiting
Aansluiting van de watertoevoerslang
1. Plaats de pakking A
op het uiteinde van de
waterslang en schroef
hem op een koud-
waterkraan met een
mondstuk met schroef-
draad van 3/4 gas (zie
afbeelding).
Voordat u hem aansluit
moet u het water laten
lopen totdat het helder is.
2. Verbind de slang aan
de wasdroogmachine
door hem op de betref-
fende watertoevoer aan
te schroeven, rechts-
boven aan de achter-
kant (zie afbeelding).
3. Let erop dat er geen knellingen of kronkels in de
slang zijn.
De waterdruk van de kraan moet binnen de
waarden van de tabel Technische Gegevens liggen
(zie bladzijde hiernaast).
Als de slang niet lang genoeg is moet u zich wenden
tot een gespecialiseerde handelaar of een bevoegde
installateur.
Installatie
A
15
NL
Aansluiting van de afvoerbuis
Verbind de buis, zonder
hem te buigen, aan een
afvoerleiding of aan een
afvoer in de muur tussen
65 en 100 cm van de
grond af;
of hang hem op de rand
van een wasbak of bad,
en bind de bijgeleverde
leiding aan de kraan
(zie afbeelding). Het
uiteinde van de afvoer-
slang mag niet onder
water hangen.
Gebruik geen verlengstuk voor de slang ; indien dit
niet te vermijden is moet het verlengstuk dezelfde
doorsnee hebben als de originele slang en hij mag niet
langer zijn dan 150 cm.
Elektrische aansluiting
Voordat u de stekker in het stopcontact steekt moet u
zich ervan verzekeren dat:
het stopcontact geaard is en voldoet aan de gel-
dende normen;
het stopcontact het maximum vermogen van de
machine kan verdragen, zoals aangegeven in de
tabel Technische Gegevens (zie hiernaast);
het voltage correspondeert met de waarden die zijn
aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie
hiernaast);
het stopcontact geschikt is voor de stekker van de
machine. Indien dit niet zo is moet de stekker of het
stopcontact vervangen worden.
De wasdroogmachine mag niet buiten worden
geinstalleerd, ook niet op een plaats die beschut is, aangezien
het gevaarlijk is hem aan regen en onweer bloot te stellen.
Als de wasdroogmachine is geinstalleerd moet het
stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn.
Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.
Het snoer mag niet in bochten of geknikt liggen.
De voedingskabel mag alleen door een bevoegde
installateur worden vervangen.
Belangrijk! De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer
deze normen niet gerespecteerd zijn.
Eerste wasprogramma
Voordat u de machine gaat gebruiken moet u hem een
wascycle laten uitvoeren met wasmiddel maar zonder
wasgoed, met het programma van 90° zonder voor-
wassen.
ServiceStoringen
Voorzorgs-
maatregelen
OnderhoudProgramma's WasmiddelInstallatie Beschrijving
65 - 100 cm
Technische gegevens
Model
WIDL 146
Afmetingen
breedte cm 59,5
hoogte cm 85
diepte cm 53,5
Vermogen
van 1 tot 5 kg voor het wassen;
van 1 tot 4 kg voor het drogen
Elektrische
aansluitingen
spanning 220/230 Volt 50 Hz
max. aansluitwaarde 1850 W
Aansluiting
waterleiding
max. druk 1 MPa (10 bar)
min. druk 0,05 MPa (0,5 bar)
Inhoud trommel 46 liters
Snelheid
centrifuge
tot 1400 toeren per minuut
Controle-program-
ma's volgens de
norm IEC456
wassen: programma 2; temperatuur
60°C; uitgevoerd met 5 kg lading.
drogen: eerste droging uitgevoerd
met 1 kg lading en een tijd van 40
min;
tweede droging uitgevoerd met 4 kg
lading en de DROOG-knop op .
Deze apparatuur voldoet aan de
volgende EEC voorschriften:
-73/23/EEC van 19/02/73
(Laagspanning) en successievelijke
modificaties
-89/336/EEC van 03/05/89
(Elektromagnetische compatiabiliteit)
en successievelijke modificaties
- 2002/96/CE
16
NL
Bedieningspaneel
Beschrijving van de
wasdroogmachine
Wasmiddellaatje
AAN/UIT
knop
START/RESET
knop
Wasmiddellaatje: voor wasmiddel en verdere
toevoegingen (zie blz. 20).
Controlelampjes: voor het volgen van het verloop
van het wasprogramma.
Als de functie Delay Timer is ingesteld, wordt de
resterende tijd aangegeven tot het starten van het
programma (zie blz. 17).
DROOG-knop: voor het instellen van de gewenste
droging (zie blz. 19).
FUNCTIE knoppen: voor het kiezen van de func-
ties. De knop van de gekozen functie blijft verlicht.
TEMPERATUUR knop: voor het instellen van de
temperatuur of koud wassen (zie blz. 19).
START/RESET knop: voor het starten van de
programma's of voor het annuleren als u per onge-
luk verkeerd heeft ingesteld.
Controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD:
geeft aan of de wasdroogmachine aan is en of de
deur geopend kan worden (zie blz. 17).
AAN/UIT knop: voor het in- en uitschakelen van de
wasdroogmachine.
PROGRAMMA knop: voor het kiezen van de
programma's. Gedurende het programma blijft de
knop stilstaan.
TEMPERATUUR
knop
PROGRAMMA
knop
Controlelampjes
FUNCTIE
knoppen
Controlelampje
AAN/DEUR
GEBLOKKEERD
DROOG-
knop
17
NL
ServiceStoringenOnderhoudProgramma's WasmiddelInstallatie Beschrijving
Voorzorgs-
maatregelen
Controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD:
Als het controlelampje brandt dan betekent dit dat de deur geblokkeerd is. Dit om te voorkomen dat hij per
ongeluk geopend zou worden; om schade te voorkomen moet u wachten tot het controlelampje knippert. Dan
pas kunt u de deur opentrekken.
Als het controlelampje van AAN/DEUR GEBLOKKEERD snel knippert tegelijkertijd met minstens één ander
controlelampje dan betekent dit dat er een storing is. Bel de Installateur.
Fase die bezig is:
Gedurende het verloop van het wasprogramma
gaan de controlelampjes een voor een aan om aan
te tonen met welk programmaonderdeel de machin
bezig is:
Voorwas / Was
Spoelen
Centrifugeren
Drogen
N.B.:
- gedurende het afpompen gaat het controlelampje
dat bij de fase Centrifugeren hoort branden.
- Aan het einde van de droogcycle gaat het
controlelampje van de fase
knipperen om aan
te duiden dat de DROOG-knop op 0 moet worden
gezet.
Funtie-knoppen
De FUNCTIE-KNOPPEN dienen ook als controle-
lampjes.
Als u een functie kiest wordt de bijbehorende knop
verlicht.
Als de gekozen functie niet bij het ingestelde
programma hoort gaat de knop knipperen en de
functie wordt niet geactiveerd.
Als een functie wordt ingesteld die niet past bij een
andere eerder ingestelde functie, dan blijft alleen de
laatste keuze actief.
Controlelampjes
De controlelampjes geven belangrijke informatie.
Ze geven aan:
Uitgestelde start ingesteld:
Als de functie Delay Timer is geactiveerd (zie blz. 19),
nadat het programma is gestart, gaat het controle-
lampje dat bij de uitgestelde start hoort knipperen:
Naar gelang de terugloop van de tijd wordt , met het
knipperen van het betreffende controlelampje de
resterende tijd aangegeven:
Als de gekozen wachttijd is afgelopen gaat het
knipperende controlelampje uit en begint het inge-
stelde programma te lopen.
18
NL
Soort stof en vuil
Program-
ma's
Te m p e -
ratuur
Drog-
en
Wasmiddel
Wasverz-
achter
Duur van
het
wasprogra-
m ma (m in.)
Beschrijving wasprogramma
voor-
was
Hoof-
dwas
Standaard
Zeer vuile witte was
(lakens, tafellakens enz.)
1
90°C
135
Voorwas, hoofdwas, spoelingen,
tussen - en eindcentrifuge
Zeer vuile witte was
(lakens, tafellakens enz.)
2
90°C
125
H
oofdwas, spoelingen,
tussen - en eindcentrifuge
Zeer vuil wit en gekleurd wasgoed
2
60°C
110
H
oofdwas, spoelingen,
tussen - en eindcentrifuge
Zeer vuile witte en gekleurde fijne was
2
40°C
105
H
oofdwas, spoelingen,
tussen - en eindcentrifuge
Weinig vuil wit wasgoed en fijn gekleurd
wasgoed (overhemden, truien enz.)
3
40°C
70
H
oofdwas, spoelingen,
tussen - en eindcentrifuge
Zeer vuile kleurvaste stoffen
(babygoed enz.)
4
60°C
75
Hoofdwas, spoelingen, kreukvrij
of delicate centrifuge
Zeer vuile kleurvaste stoffen
(babygoed enz.)
4
40°C
60
Hoofdwas, spoelingen, kreukvrij
of delicate centrifuge
wol
5
40°C
50
Hoofdwas, spoelingen
,
kreukvrij
en delicate centrifuge
Speciaal fijne stoffen
(gordijnen, zijde, viscose enz.)
6
30°C
45
Hoofdwas, spoelingen, kreukvrij
of afpompen
Drogen van katoenen stoffen
7
Drogen van fijne stoffen
8
Tim e 4 U
Zeer vuil wit en gekleurd wasgoed
9
60°C
60
Hoofdwas, spoelingen, tussen-
en eindcentrifuge.
Licht gekleurde stoffen (ieder soort
weinig vuil wasgoed)
10
40
°C

40
Hoofdwas,
spoelingen en
delicate centrifuge
Licht gekleurde stoffen (ieder soort
weinig vuil wasgoed)
11
30°C 30
Hoofdwas,
spoelingen en
delicate centrifuge
Sport
Sportschoenen (MAX. 2 paar.)
12
30
°C
 50
Koude was (zonder wasmiddel),
wassen, spoelen en delicate
centrifuge
Stoffen voor sportkleding
(jogginpakken, shorts enz.)
13
30°C 60
Hoofdwas, spoelingen, tussen -
en eindcentrifuge
PROGRAMMA ONDERDELEN
Spoelen Spoelingen en centrifuge
Centrifugeren Afpompen en centrifuge
Afpompen Afpompen
Start en Programma's
Tabel van de programma's
In het kort: een programma starten
1. Schakel de wasdroogmachine in met de knop .
Alle controlelampjes branden gedurende enkele
seconden, gaan vervolgens uit en het controle-
lampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD gaat knipperen.
2. Laad het wasgoed in en sluit de deur.
3. Stel het gewenste programma in met de knop
PROGRAMMA'S.
4. Stel de wastemperatuur in (zie blz. 19).
5. Stel indien nodig het drogen in (zie blz. 19).
6. Giet het wasmiddel en verdere toevoegingen in
het laatje (zie blz. 20).
7. Start het programma met de START/RESET knop.
Voor het annuleren houdt u de START/RESET
knop minstens 2 seconden ingedrukt.
8. Aan het einde van het programma gaat het
controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD knippe-
ren hetgeen betekent dat de deur geopend kan
worden. Haal het wasgoed eruit en laat de deur op
een kier staan zodat de trommel kan drogen.
Schakel de wasdroogmachine uit met de knop
.
Note
-Bij de programma´s 9 is het beter de machine met niet meer dan 3,5 kg wasgoed te beladen.
-Bij programma 13 raden wij aan een lading van niet meer dan 2 kg te wassen.
-Kijk voor de beschrijving van kreukvrij: Zie Minder Strijken, bladzijde hiernaast. De gevens in de tabel hebben
een indicatieve waarde.
Speciaal programma
Dagelijkse was (programma 11 voor synthetische stoffen) is bedoeld voor het snel wassen van kledingstukken die
weinig vuil zijn: het duurt slechts 30 minuten en bespaart dus elektriciteit en tijd. Met programma (11 met 30 °C) kunt
u verschillende soorten stoffen tesamen wassen (behalve zijde en wol) met een lading van max. 3 kg.
Het beste is om hierbij vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
19
NL
Functies Effect Notities voor het gebruik
Actief bij de
programma's:
Delay Timer
Stelt de start van
de machine uit tot
aan 9 uren.
Druk meerdere malen op de knop totdat het controlelampje dat bij
de gewenste uitgestelde start hoort verlicht wordt.
Bij de vijfde druk op de knop wordt de functie gedeactiveerd.
N.B.: Als de Start/Reset knop eenmaal ingedrukt is dan kan de
uitgestelde tijd alleen verkort worden.
Allen
Minder
strijken
Vermindert het
kreuken van de
stoffen en
vergemakkelijkt het
strijken.
Door deze functie in te stellen worden de programma's 4, 5, 6
onderbroken, ( wasgoed blijft in water= spoelstop) (Kreukvrij), en
het controlelampje van de fase Spoelen gaat knipperen:
- voor het afmaken van de cycle drukt u op de START/RESET knop
- voor alleen waterafvoer zet u de knop op het symbool en
drukt u op de START/RESET knop.
3, 4, 5, 6,
9, 10,
Spoelen.
Extra
Spoeling
Vermeerdert het
resultaat van het
spoelen.
Aangeraden voor volle lading wasgoed of met extra veel
wasmiddel.
1, 2, 3, 4, 9,
10, 12, 13,
Spoelen.
1400
600
Vermindert de
snelheid van de
centrifuge.
Alle
programma's
behalve 6 en
afpompen.
Persoonlijk instellen
Service
Storingen
Onderhoud
Programma's
Wasmiddel
Installatie Beschrijving
Voorzorgs-
maatregelen
C
Instellen van de temperatuur
Door aan de TEMPERATUUR-knop te draaien stelt u de temperatuur van het wassen in (zie Tabel van de pro-
gramma's op blz. 18).
De temperatuur kan verlaagd worden tot aan koud (
).
Instellen van het drogen
Door aan de DROOG-knop te draaien stelt u het gewenste
soort drogen in. Er zijn twee mogelijkheden:
A - Gebaseerd op de tijdsduur: Van 40 tot 150 minuten.
B - Gebaseerd op de vochtigheidsgraad van het wasgoed:
Strijkdroog
: wasgoed enigszins vochtig, gemakkelijk te
strijken.
Drogen en ophangen
: wasgoed droog en klaar voor in de kast.
Kastdroog
: heel droog wasgoed, aangeraden voor
handdoeken en badjassen.
Aan het einde van de droogprogramma is er een afkoel-
periode.
Als in een uitzonderlijk geval de lading wasgoed voor wassen en drogen meer is dan het toegestane maximum (zie
tabel hiernaast), dan voert u eerst het wassen uit; aan het einde hiervan verdeelt u de lading en laad u één gedeelte in
de trommel. Volg nu de aanwijzingen voor het uitvoeren van alleen drogen. Doe hetzelfde met de rest van de lading.
Alleen drogen
Draai de PROGRAMMA-knop naar een van de droogstanden (7-8), gebaseerd op het soort stof, en kies vervol-
gens het soort drogen dat gewenst is met de DROOG-knop.
Belangrijk: - Gedurende het drogen wordt een centrifuge uitgevoerd indien u een van de katoenprogramma' s
en een van de droogstadia (Kastdroog
, Drogen en ophangen , Strijkdroog ) heeft ingesteld.
- Voor katoen wasgoed minder dan 1 kg gebruikt u het droogprogramma voor fijne stoffen.
Functies
De verschillende functies van de wasdroogmachine zorgen voor een heldere en witte was zoals door u gewenst.
Voor het activeren van de functies:
1. druk op de knop die bij de gewenste functie hoort, volgens de hiervolgende tabel;
2. het oplichten van de betreffende knop geeft aan dat de functie actief is.
N.B.: Snel knipperen van de knop geeft aan dat de bijbehorende functie van het ingestelde programma niet
gekozen kan worden.
Tabel droogtijden
De gevens in de tabel heb-
ben een indicatieve waarde.
Soort
stof
Soort lading Max.
lading
(kg) Kast-
droog
Drogen en
ophangen
Strijk-
droog
Katoen,
linnen
Wasgoed van versch.
grootte
4 130 120 110
Katoen Handdoeken
4 130 120 110
Ter i t al ,
katoen
Lakens, overhemden
2,5908070
Acrylic Pyjama's, sokken enz.
1656060
Nylon Ondergoed, kousen enz.
1656060
20
NL
Wasmiddellaatje
Een goed resultaat van de was hangt ook af van
een juiste dosis wasmiddel: te veel maakt het
wassen niet beter en blijft in het wasgoed hangen
terwijl het slecht is voor het milieu.
Trek het laatje naar voren
en giet het wasmiddel
en/of de verdere toevoe-
gingen erin als volgt.
bakje 1: voorwasmiddel (poeder)
bakje 2: wasmiddel (poeder of vloeibaar)
Het vloeibare wasmiddel wordt erin gegoten vlak voor
de start.
bakje 3: toevoegingen (wasverzachter enz.)
De wasverzachter mag niet boven het roostertje
uitkomen.
 Gebruik nooit middelen voor handwas aangezien
die te veel schuim vormen.
Prepareren van het wasgoed
Verdeel het wasgoed volgens:
- het soort stof / het symbool op het etiket.
- de kleuren: scheid gekleurd goed van de witte was.
Maak de zakken leeg en controleer de knopen.
Ga niet boven het aangegeven gewicht, berekend
voor droog wasgoed:
stevige stoffen: max 5 kg
synthetische stoffen max 2,5 kg
fijne stoffen max 2 kg
Wol: max 1 kg
Hoeveel weegt het wasgoed?
1 laken 400-500 gr.
1 sloop 150-200 gr.
1 tafelkleed 400-500 gr.
1 badjas 900-1200 gr.
1 handdoek 150-200 gr.
Speciale stukken
Gordijnen: vouw de gordijnen nauwkeurig en doe
ze in een kussensloop of net. Was ze apart zonder
ooit de halve lading te overschrijden. Gebruik pro-
gramma 6 dat automatisch de centrifuge uitsluit.
Donzen dekbedden en met dons gevulde
windjacks: als de vulling uit ganzenveren of eenden-
dons bestaat kunt u ze wassen in de wasdroog-
machine. Keer de stukken binnenste buiten en ga
niet boven een max. lading van 2-3 kg; herhaal de
spoeling een of twee keer en gebruik de delicate
centrifuge.
Wol: Gebruik voor de beste resultaten een wasmid-
del dat speciaal voor wol is bestemd en laad niet
meer dan 1kg wollen goed in de machine.
Wasmiddel en wasgoed
1
2
3
21
NL
Voorzorgsmaatregelen en
raadgevingen
ServiceStoringenOnderhoudProgramma's WasmiddelInstallatie Beschrijving
Voorzorgs-
maatregelen
De wasdroogmachine is ontworpen en geproduceerd
volgens de internationale veiligheidsnormen. Deze
aanwijzingen worden voor uw eigen veiligheid gegeven
en zij moeten met aandacht worden gelezen.
Algemene veiligheid
Dit apparaat is gemaakt voor huishoudelijk ge-
bruik, niet-professioneel, en zijn functies mogen
niet veranderd worden.
De wasdroogmachine mag alleen door volwassen
personen en volgens de instructies in dit boekje
worden gebruikt.
Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent
of met natte of vochtige handen of voeten.
Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcon-
tact, maar altijd door de stekker aan te pakken.
Open het wasmiddellaatje niet terwijl de machine
in werking is.
Raak het afvoerwater niet aan aangezien het
nogal warm kan zijn.
Forceer nooit de deur: het veiligheidsmechanisme,
dat tegen per ongeluk openen beschermt, kan
beschadigd worden.
Probeer in geval van storingen nooit zelf interne
mechanismen van de machine te repareren.
Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de
machine komen als deze in werking is.
De glazen deur kan heet worden.
Als de machine verplaatst moet worden doe dit dan
met twee of drie personen en met grote voorzichtig-
heid. Nooit alleen want de machine is zwaar.
Voordat u het wasgoed in de machine laadt,
controleer dat hij leeg is.
De glazen ruit wordt warm gedurende het drogen.
Droog geen wasgoed dat met ontvlambare
oplosmiddelen is gewassen (b.v. trieline).
Droog geen schuimrubber of elastomeren of
kledingstukken met rubberen opschriften e.d.
Controleer dat gedurende het drogen de water
kraan open is.
Deze wasdroogmachine mag alleen worden
gebruikt voor het drogen van wasgoed dat in
water is gewassen.
Het afvoeren
Het afvoeren van het verpakkingsmateriaal:
houd u zich aan de plaatselijke normen zodat het
materiaal gerecycled kan worden.
De Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernieti
ging van Electrische en Electronische Apparatuur,
vereist dat oude huishoudelijke electrische appa
raten niet mogen vernietigd via de normale
ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten
moeten apart worden ingezameld om zo het
hergebruik van de gebruikte materialen te optima
liseren en de negatieve invloed op de gezondheid
en het milieu te reduceren. Het symbool op het
product van de afvalcontainer met een kruis
erdoor herinnert u aan uw verplichting, dat
wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat
apart moet worden ingezameld.
Consumenten moeten contact opnemen met de
locale autoriteiten voor informatie over de juiste
wijze van vernietiging van hun oude apparaat.
Bezuiniging en bescherming van het milieu
Maximale reiniging
Als er weinig water door de glazen deur te zien is
komt dat doordat met de nieuwe Indesit technologie
minder dan de helft water voldoende is voor maxi-
mum reinheid van de was: een doel dat is bereikt
ten gunste van de milieu-bescherming.
Bezuinigen op wasmiddel, water, energie en tijd
Teneinde geen energiebronnen te verkwisten
moet de machine altijd met maximum lading
worden gebruikt. U spaart 50% energie met een
volle lading i.p.v. twee half volle ladingen.
Voorwassen is alleen nodig voor erg vuil wasgoed.
Door dit te vermijden bespaart u wasmiddel, tijd,
water en ongeveer 5 tot 15% energie.
Door vlekken met een ontvlekkingsmiddel te
behandelen of in de week te zetten kunt u met
minder hoge temperaturen wassen. Een pro-
gramma op 60°C in plaats van op 90°C of op
40°C in plaats van 60°C zorgt voor een besparing
van 50% aan energie.
Doseer het wasmiddel op basis van de hardheid
van het water, de vuilheidsgraad en de hoeveel-
heid wasgoed, zo vermijd u onnodig energie-
verbruik en beschermt u het milieu. ook al zijn de
wasmiddelen biologisch afbreekbaar, toch bevat-
ten ze elementen die het evenwicht in de natuur
verstoren. Bovendien moet u zoveel mogelijk
wasverzachters vermijden.
Door zoveel mogelijk te wassen met goedkope
stroomtarieven (s´nachts) werkt u mee aan het
reduceren van de belasting van de elektrische
centrale.
De optie Delay Timer (zie blz. 19) is van groot
belang voor de uitvoering van het wasprogramma
gedurende de nacht.
Als u na het wassen het wasgoed in een dryer
wilt drogen, kunt u een hoge snelheid centrifuge
kiezen. Weinig water in het wasgoed spaart tijd
en energie bij het droogprogramma.
22
NL
Onderhoud
Afsluiten van water en stroom
Doe de kraan dicht na iedere wasbeurt. Hiermee
reduceert u de kans op lekkage.
Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de was-
droogmachine gaat schoonmaken en gedurende
onderhoudswerkzaamheden.
Schoonmaken van de wasdroog-
machine
De buitenkant en de rubber onderdelen kunnen met
een spons en lauw sopje worden schoongemaakt.
Nooit schuurmiddelen of oplosmiddelen gebruiken!
Het wasmiddellaatje schoonmaken
Verwijder het laatje door
het op te lichten en naar
voren te trekken
(zie afbeelding).
Was het onder stro-
mend water: dit moet u
regelmatig doen.
Reinigen van deur en trommel
Laat de deur altijd op een kier staan om muffe lucht
te vermijden.
Reinigen van de pomp
De wasdroogmachine is voorzien van een zelf-
reinigende pomp en hoeft dus niet te worden
schoongemaakt. Het kan echter gebeuren dat
kleine voorwerpen (geldstukken, knopen) in het
voorvakje terecht komen dat de pomp beschermt
en zich aan de onderkant bevindt.
Verzeker u ervan dat het wasprogramma klaar is
en trek de stekker uit het stopcontact.
Toegang tot het paneel:
1. verwijder het paneel-
tje aan de voorkant van
de wasdroogmachine
met behulp van een
schroevendraaier
(zie afbeelding);
2. draai de deksel eraf,
tegen de klok in
draaiend (zie afbeelding):
het is normaal dat er een
beetje water uit komt;
3. maak de binnenkant goed schoon;
4. schroef de deksel er weer op;
5. monteer het paneeltje weer, met de haakjes in de
betreffende openingen voordat u het paneeltje
tegen de machine aan drukt.
Controleer de slang van de
watertoevoer
Controleer minstens eens per jaar de slang van de
watertoevoer. Als er barstjes in zitten moet hij vervan-
gen worden: gedurende het wassen kan de hoge
waterdruk onverwachts scheurtjes veroorzaken.
Nooit reeds eerder gebruikte slangen gebruiken.
23
NL
Het kan gebeuren dat de machine niet werkt. Voordat u de installateur opbelt (zie blz. 24), controleert u of het
een storing betreft die gemakkelijk te verhelpen is met behulp van de volgende lijst.
Storingen en oplossingen
Storingen:
De wasdroogmachine
gaat niet aan.
Het wasprogramma
start niet.
De wasdroogmachine neemt
geen water.
De wasdroogmachine blijft
water aan- en afvoeren.
De wasdroogmachine pompt het
water niet af of centrifugeert niet.
De machine trilt erg tijdens het
centirfugeren.
De wasdroogmachine lekt.
Het controlelampje AAN/DEUR
GEBLOKKEERD knippert snel
tegelijkertijd met minstens één
ander controlelampje.
Er ontstaat teveel schuim.
De wasdroogmachine droogt
niet.
Mogelijke oorzaken / Oplossing:
De stekker is niet in het stopcontact of niet ver genoeg ingestoken
om contact te maken.
Er is geen stroom.
De deur is niet goed dicht.
De knop
is niet ingedrukt.
De START/RESET knop is niet ingedrukt.
De waterkraan is niet open.
Uitgestelde start is ingesteld (Delay Timer, zie blz. 19).
De watertoevoerslang is niet aangesloten aan de kraan.
De slang ligt gekneld.
De kraan is niet open.
In huis mankeert het water.
Er is geen voldoende druk.
De START/RESET knop is niet ingedrukt.
De afvoerslang is niet geinstalleerd op 65 tot 100 cm afstand van de grond (zie blz. 15).
Het uiteinde van de afvoerslang ligt onder water (zie blz. 15).
De afvoer in de muur heeft geen ontluchting.
Als na deze controle het probleem niet is opgelost, doet u de water-
kraan dicht, de machine uit en belt u de installateur. Als u op een van
de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont kan zich een
probleem met het hevelen voordoen, waarbij de machine voortdurend
water aan- en afvoert. Om deze storing te verhelpen bestaan er
speciale in de handel verkrijgbare ventielen.
Het programma voorziet niet in afvoer: bij enkele programma's
moet dit met de hand worden gestart (zie blz. 18).
De optie 'Minder strijken' is actief: voor het afmaken van het
programma drukt u op de START/RESET knop (zie blz. 19).
De afvoerslang ligt gekneld (zie blz. 15).
De afvoerleiding is verstopt.
De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze ontgrendeld (zie blz. 14).
De wasdroogmachine staat niet recht (zie blz. 14).
De wasdroogmachine staat te nauw tussen meubel en muur (zie blz. 14).
De slang van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie blz. 14).
Het wasmiddellaatje is verstopt (voor schoonmaken zie blz. 22).
De afvoerslang is niet goed bevestigd (zie blz. 15).
Bel de Installateur want dit geeft een storing aan.
Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasmachines (er moet "voor
wasmachine", "handwas en wasmachine", of dergelijke op staan).
De dosering is te veel.
De stekker is niet in het stopcontact of niet ver genoeg ingestoken
om contact te maken.
Er is geen stroom.
De deur is niet goed dicht.
Uitgestelde start is ingesteld (Delay Timer, zie blz. 19).
de DROOG-knop staat op 0.
ServiceStoringenOnderhoudProgramma's WasmiddelInstallatie Beschrijving
Voorzorgs-
maatregelen
24
NL
Voordat u er de installateur bijhaalt:
Kijk eerst even of u het probleem zelf kunt oplossen (zie blz. 23);
Start het programma om te controleren of de storing is verholpen;
Is dit niet het geval dan neemt u contact op met de bevoegde dichtsbijzijnde Technische Dienst via
het telefoonnummer dat op het garantiebewijs/gebruiksaanwijzing staat.
Nooit een niet-bevoegde installateur erbij halen.
Vermeld:
het soort storing;
het model van de machine (Mod.);
het serienummer (S/N).
Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasdroogmachine.
Service
Service

Documenttranscriptie

Instructies voor het gebruik WASDROOGMACHINE Inhoud NL Nederlands NL Installatie, 14-15 Uitpakken en waterpas zetten, 14 Water- en elektrische aansluiting, 14-15 Eerste wasprogramma, 15 Technische gegevens, 15 Beschrijving van de wasdroogmachine, 16-17 Bedieningspaneel, 16 Controlelampjes, 17 Start en programma's, 18 In het kort: een programma starten, 18 Tabel van de programma's, 18 Persoonlijk instellen, 19 WIDL 146 Instellen van de temperatuur, 19 Instellen van het drogen, 19 Functies, 19 Wasmiddel en wasgoed, 20 Wasmiddellaatje, 20 Prepareren van het wasgoed, 20 Speciale stukken, 20 Voorzorgsmaatregelen en raadgevingen, 21 Algemene veiligheid, 21 Het afvoeren, 21 Bezuiniging en bescherming van het milieu, 21 Onderhoud, 22 Afsluiten van water en stroom, 22 Schoonmaken van de wasdroogmachine, 22 Het wasmiddellaatje schoonmaken, 22 Reinigen van deur en trommel, 22 Reinigen van de pomp, 22 Controleer de slang van de watertoevoer, 22 Storingen en oplossingen, 23 Service, 24 Voordat u er de installateur bijhaalt, 24 13 Installatie  Het is belangrijk dit boekje te bewaren zodat u het kunt raadplegen wanneer u maar wilt. In het geval dat u de machine verkoopt, of u verhuist, moet het boekje bij de machine blijven zodat de nieuwe gebruiker de functies en betreffende raadgevingen kan leren kennen. NL Een correcte waterpas geeft de machine stabiliteit en vermijdt trillingen, lawaai en het zich verplaatsen gedurende het functioneren van de machine. In het geval van vaste vloerbedekking of een tapijt regelt u de stelvoetjes zodanig dat onder de wasdroogmachine genoeg plaats is voor ventilatie.  Lees de instructies met aandacht: u vindt er belangrijke informatie betreffende het installeren, gebruik en veiligheid. Water- en elektrische aansluiting Uitpakken en waterpas zetten Aansluiting van de watertoevoerslang Uitpakken 1. Pak de wasdroogmachine uit. 2. Controleer of de wasdroogmachine geen schade heeft geleden gedurende het vervoer. Indien dit wel het geval is moet hij niet worden aangesloten en moet u contact opnemen met de handelaar. 3. Verwijder de vier transportbouten met de rubberen ring en bijbehorende afstandstukken die zich aan de achterkant bevinden (zie afbeelding). 4. Sluit de gaten af met de bijgeleverde plastic doppen. 5. Bewaar alle stukken: mocht de wasdroogmachine ooit worden vervoerd, dan moeten deze weer worden aangebracht. A 1. Plaats de pakking A op het uiteinde van de waterslang en schroef hem op een koudwaterkraan met een mondstuk met schroefdraad van 3/4 gas (zie afbeelding). Voordat u hem aansluit moet u het water laten lopen totdat het helder is. 2. Verbind de slang aan de wasdroogmachine door hem op de betreffende watertoevoer aan te schroeven, rechtsboven aan de achterkant (zie afbeelding).  Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen. 3. Let erop dat er geen knellingen of kronkels in de slang zijn. Waterpassen 1. Installeer de wasdroogmachine op een rechte en stevige vloer en laat hem niet leunen tegen een muur, meubel of dergelijken. 2. Als de vloer niet perfect horizontaal is kunt u de onregelmatigheid opheffen door de stelvoetjes aan de voorkant in- of uit te schroeven (zie afbeelding); de hoek, gemeten ten opzichte van de aanrecht, mag de 2° niet overschrijden. 14  De waterdruk van de kraan moet binnen de waarden van de tabel Technische Gegevens liggen (zie bladzijde hiernaast).  Als de slang niet lang genoeg is moet u zich wenden tot een gespecialiseerde handelaar of een bevoegde installateur. Aansluiting van de afvoerbuis NL  Het snoer mag niet in bochten of geknikt liggen. Installatie 65 - 100 cm Verbind de buis, zonder hem te buigen, aan een afvoerleiding of aan een afvoer in de muur tussen 65 en 100 cm van de grond af;  Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.  De voedingskabel mag alleen door een bevoegde installateur worden vervangen. Belangrijk! De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer deze normen niet gerespecteerd zijn. Beschrijving Eerste wasprogramma niet te vermijden is moet het verlengstuk dezelfde doorsnee hebben als de originele slang en hij mag niet langer zijn dan 150 cm. Voordat u de stekker in het stopcontact steekt moet u zich ervan verzekeren dat: • het stopcontact geaard is en voldoet aan de geldende normen; • het voltage correspondeert met de waarden die zijn aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast);  Als de wasdroogmachine is geinstalleerd moet het stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn. breedte cm 59,5 hoogte cm 85 diepte cm 53,5 Vermogen van 1 tot 5 kg voor het wassen; van 1 tot 4 kg voor het drogen Elektrische aansluitingen spanning 220/230 Volt 50 Hz max. aansluitwaarde 1850 W Aansluiting waterleiding max. druk 1 MPa (10 bar) min. druk 0,05 MPa (0,5 bar) Inhoud trommel 46 liters Snelheid centrifuge tot 1400 toeren per minuut Controle-programma's volgens de norm IEC456 wassen: programma 2; temperatuur 60°C; uitgevoerd met 5 kg lading. drogen: eerste droging uitgevoerd met 1 kg lading en een tijd van 40 min; tweede droging uitgevoerd met 4 kg lading en de DROOG-knop op . Deze apparatuur voldoet aan de volgende EEC voorschriften: -73/23/EEC van 19/02/73 (Laagspanning) en successievelijke modificaties -89/336/EEC van 03/05/89 (Elektromagnetische compatiabiliteit) en successievelijke modificaties - 2002/96/CE Service  De wasdroogmachine mag niet buiten worden geinstalleerd, ook niet op een plaats die beschut is, aangezien het gevaarlijk is hem aan regen en onweer bloot te stellen. Afmetingen Storingen • het stopcontact geschikt is voor de stekker van de machine. Indien dit niet zo is moet de stekker of het stopcontact vervangen worden. WIDL 146 Onderhoud • het stopcontact het maximum vermogen van de machine kan verdragen, zoals aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast); Model Voorzorgsmaatregelen Elektrische aansluiting Technische gegevens Wasmiddel  Gebruik geen verlengstuk voor de slang ; indien dit Voordat u de machine gaat gebruiken moet u hem een wascycle laten uitvoeren met wasmiddel maar zonder wasgoed, met het programma van 90° zonder voorwassen. Programma's of hang hem op de rand van een wasbak of bad, en bind de bijgeleverde leiding aan de kraan (zie afbeelding). Het uiteinde van de afvoerslang mag niet onder water hangen. 15 Beschrijving van de wasdroogmachine Bedieningspaneel NL FUNCTIE knoppen Controlelampjes Controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD AAN/UIT knop PROGRAMMA knop Wasmiddellaatje START/RESET knop DROOG-knop Wasmiddellaatje: voor wasmiddel en verdere toevoegingen (zie blz. 20). Controlelampjes: voor het volgen van het verloop van het wasprogramma. Als de functie Delay Timer is ingesteld, wordt de resterende tijd aangegeven tot het starten van het programma (zie blz. 17). DROOG-knop: voor het instellen van de gewenste droging (zie blz. 19). FUNCTIE knoppen: voor het kiezen van de functies. De knop van de gekozen functie blijft verlicht. TEMPERATUUR knop: voor het instellen van de temperatuur of koud wassen (zie blz. 19). 16 TEMPERATUUR knop START/RESET knop: voor het starten van de programma's of voor het annuleren als u per ongeluk verkeerd heeft ingesteld. Controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD: geeft aan of de wasdroogmachine aan is en of de deur geopend kan worden (zie blz. 17). AAN/UIT knop: voor het in- en uitschakelen van de wasdroogmachine. PROGRAMMA knop: voor het kiezen van de programma's. Gedurende het programma blijft de knop stilstaan. Controlelampjes Uitgestelde start ingesteld: Als de functie Delay Timer is geactiveerd (zie blz. 19), nadat het programma is gestart, gaat het controlelampje dat bij de uitgestelde start hoort knipperen: Voorwas / Was Spoelen Drogen - Aan het einde van de droogcycle gaat het knipperen om aan controlelampje van de fase te duiden dat de DROOG-knop op 0 moet worden gezet. Wasmiddel Voorzorgsmaatregelen Funtie-knoppen De FUNCTIE-KNOPPEN dienen ook als controlelampjes. Als u een functie kiest wordt de bijbehorende knop verlicht. Als de gekozen functie niet bij het ingestelde programma hoort gaat de knop knipperen en de functie wordt niet geactiveerd. Als een functie wordt ingesteld die niet past bij een andere eerder ingestelde functie, dan blijft alleen de laatste keuze actief. Programma's Als de gekozen wachttijd is afgelopen gaat het knipperende controlelampje uit en begint het ingestelde programma te lopen. N.B.: - gedurende het afpompen gaat het controlelampje dat bij de fase Centrifugeren hoort branden. Beschrijving Centrifugeren Naar gelang de terugloop van de tijd wordt , met het knipperen van het betreffende controlelampje de resterende tijd aangegeven: NL Installatie De controlelampjes geven belangrijke informatie. Ze geven aan: Fase die bezig is: Gedurende het verloop van het wasprogramma gaan de controlelampjes een voor een aan om aan te tonen met welk programmaonderdeel de machin bezig is: Onderhoud Storingen Service Controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD: Als het controlelampje brandt dan betekent dit dat de deur geblokkeerd is. Dit om te voorkomen dat hij per ongeluk geopend zou worden; om schade te voorkomen moet u wachten tot het controlelampje knippert. Dan pas kunt u de deur opentrekken.  Als het controlelampje van AAN/DEUR GEBLOKKEERD snel knippert tegelijkertijd met minstens één ander controlelampje dan betekent dit dat er een storing is. Bel de Installateur. 17 Start en Programma's In het kort: een programma starten NL 5. Stel indien nodig het drogen in (zie blz. 19). 6. Giet het wasmiddel en verdere toevoegingen in het laatje (zie blz. 20). 7. Start het programma met de START/RESET knop. Voor het annuleren houdt u de START/RESET knop minstens 2 seconden ingedrukt. 8. Aan het einde van het programma gaat het controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD knipperen hetgeen betekent dat de deur geopend kan worden. Haal het wasgoed eruit en laat de deur op een kier staan zodat de trommel kan drogen. . Schakel de wasdroogmachine uit met de knop 1. Schakel de wasdroogmachine in met de knop . Alle controlelampjes branden gedurende enkele seconden, gaan vervolgens uit en het controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD gaat knipperen. 2. Laad het wasgoed in en sluit de deur. 3. Stel het gewenste programma in met de knop PROGRAMMA'S. 4. Stel de wastemperatuur in (zie blz. 19). Tabel van de programma's Soort stof en vuil P rogram - Tem p em a's ratuur D rogen Wasm iddel D uur van Wasverz- het Beschrijving wasprogram m a achter wasp rogram m a (m in.) voorwas Hoofdwas • • • 135 Standaard Zeer vuile witte was (lakens, tafellakens en z.) Zeer vuile witte was (lakens, tafellakens en z.) Voorwas, hoofdwas, spoelingen, tussen - en eindcentrifuge H oofdwas, spoelingen, 1 90°C • 2 90°C • • • 125 Zeer vuil wit en gekleurd wasgoed 2 60°C • • • 110 H oofdwas, spoelingen, tu ssen - en ein dcen trifu ge Zeer vuile witte en gekleurde fijne was 2 40°C • • • 105 H oofdwas, spoelingen, tu ssen - en ein dcen trifu ge 3 40°C • • • 70 H oofdwas, spoelingen, tu ssen - en ein dcen trifu ge 4 60°C • • • 75 4 40°C • • • 60 wol 5 40°C • • 50 Speciaal fijn e stoffen (gordijnen, zijde, viscose enz.) 6 30°C • • 45 Drogen van katoenen stoffen 7 • Drogen van fijne stoffen 8 • W einig vuil wit wasgoed en fijn gekleurd wasgoed (overhemden, truien enz.) Zeer vuile kleurvaste stoffen (babygoed enz.) Zeer vuile kleurvaste stoffen (babygoed enz.) tu ssen - en ein dcen trifu ge Hoofdwas, spoelingen, kreukvrij of delicate centrifuge Hoofdwas, spoelingen, kreukvrij of delicate centrifuge Hoofdwas, spoelingen , kreukvrij en delicate centrifuge Hoofdwas, spoelingen, kreukvrij of afpompen Tim e 4 U 9 60°C • • 60 10 40 °C • • 40 11 30°C • • 30 Sportschoenen (MAX. 2 paar.) 12 30 °C • • 50 Stoffen voor sportkleding (jogginpakken, shorts en z.) 13 30°C • • 60 Zeer vuil wit en gekleurd wasgoed Licht gekleurde stoffen (ieder soort weinig vuil wasgoed) Licht gekleurde stoffen (ieder soort weinig vuil wasgoed) • Hoofdwas, spoelingen, tussenen eindcentrifuge. Hoofdwas, spoelingen en delicate cen trifu ge Hoofdwas, spoelingen en delicate cen trifu ge Sport Koude was (zonder wasmiddel), wassen, spoelen en delicate centrifuge Hoofdwas, spoelingen, tussen en eindcentrifuge PR OGR AM M A ON DER DELEN Spoelen • Centrifugeren • Afpompen • Spoelingen en centrifuge Afpompen en centrifuge Afpompen Note -Bij de programma´s 9 is het beter de machine met niet meer dan 3,5 kg wasgoed te beladen. -Bij programma 13 raden wij aan een lading van niet meer dan 2 kg te wassen. -Kijk voor de beschrijving van kreukvrij: Zie Minder Strijken, bladzijde hiernaast. De gevens in de tabel hebben een indicatieve waarde. Speciaal programma Dagelijkse was (programma 11 voor synthetische stoffen) is bedoeld voor het snel wassen van kledingstukken die weinig vuil zijn: het duurt slechts 30 minuten en bespaart dus elektriciteit en tijd. Met programma (11 met 30 °C) kunt u verschillende soorten stoffen tesamen wassen (behalve zijde en wol) met een lading van max. 3 kg. Het beste is om hierbij vloeibaar wasmiddel te gebruiken. 18 Persoonlijk instellen C Instellen van de temperatuur Tabel droogtijden Instellen van het drogen Door aan de DROOG-knop te draaien stelt u het gewenste soort drogen in. Er zijn twee mogelijkheden: A - Gebaseerd op de tijdsduur: Van 40 tot 150 minuten. Katoen, linnen Wasgoed van versch. grootte Katoen Handdoeken Terital, katoen Lakens, overhemden Acrylic Nylon Max. lading (kg) Kastdroog Drogen en ophangen Strijkdroog 4 130 120 110 4 130 120 110 2,5 90 80 70 Pyjama's, sokken enz. 1 65 60 60 Ondergoed, kousen enz. 1 65 60 60 Als in een uitzonderlijk geval de lading wasgoed voor wassen en drogen meer is dan het toegestane maximum (zie tabel hiernaast), dan voert u eerst het wassen uit; aan het einde hiervan verdeelt u de lading en laad u één gedeelte in de trommel. Volg nu de aanwijzingen voor het uitvoeren van alleen drogen. Doe hetzelfde met de rest van de lading. Wasmiddel Alleen drogen Draai de PROGRAMMA-knop naar een van de droogstanden (7-8), gebaseerd op het soort stof, en kies vervolgens het soort drogen dat gewenst is met de DROOG-knop. Belangrijk: - Gedurende het drogen wordt een centrifuge uitgevoerd indien u een van de katoenprogramma' s , Drogen en ophangen , Strijkdroog ) heeft ingesteld. en een van de droogstadia (Kastdroog - Voor katoen wasgoed minder dan 1 kg gebruikt u het droogprogramma voor fijne stoffen. De verschillende functies van de wasdroogmachine zorgen voor een heldere en witte was zoals door u gewenst. Voor het activeren van de functies: 1. druk op de knop die bij de gewenste functie hoort, volgens de hiervolgende tabel; 2. het oplichten van de betreffende knop geeft aan dat de functie actief is. N.B.: Snel knipperen van de knop geeft aan dat de bijbehorende functie van het ingestelde programma niet gekozen kan worden. Actief bij de programma's: Stelt de start van de machine uit tot aan 9 uren. Druk meerdere malen op de knop totdat het controlelampje dat bij de gewenste uitgestelde start hoort verlicht wordt. Bij de vijfde druk op de knop wordt de functie gedeactiveerd. N.B.: Als de Start/Reset knop eenmaal ingedrukt is dan kan de uitgestelde tijd alleen verkort worden. Allen Minder strijken Vermindert het kreuken van de stoffen en vergemakkelijkt het strijken. Door deze functie in te stellen worden de programma's 4, 5, 6 onderbroken, ( wasgoed blijft in water= spoelstop) (Kreukvrij), en het controlelampje van de fase Spoelen gaat knipperen: - voor het afmaken van de cycle drukt u op de START/RESET knop - voor alleen waterafvoer zet u de knop op het symbool en drukt u op de START/RESET knop. 3, 4, 5, 6, 9, 10, Spoelen. Extra Spoeling Vermeerdert het resultaat van het spoelen. Aangeraden voor volle lading wasgoed of met extra veel wasmiddel. 1, 2, 3, 4, 9, 10, 12, 13, Spoelen. Delay Timer Service 1400 600 Vermindert de snelheid van de centrifuge. Storingen Notities voor het gebruik Onderhoud Effect Voorzorgsmaatregelen Functies Functies Programma's Aan het einde van de droogprogramma is er een afkoelperiode. Soort lading Beschrijving B - Gebaseerd op de vochtigheidsgraad van het wasgoed: : wasgoed enigszins vochtig, gemakkelijk te Strijkdroog strijken. : wasgoed droog en klaar voor in de kast. Drogen en ophangen : heel droog wasgoed, aangeraden voor Kastdroog handdoeken en badjassen. Soort stof ben een indicatieve waarde. NL Installatie Door aan de TEMPERATUUR-knop te draaien stelt u de temperatuur van het wassen in (zie Tabel van de programma's op blz. 18). De gevens in de tabel hebDe temperatuur kan verlaagd worden tot aan koud ( ). Alle programma's behalve 6 en afpompen. 19 Wasmiddel en wasgoed NL Wasmiddellaatje Speciale stukken Een goed resultaat van de was hangt ook af van een juiste dosis wasmiddel: te veel maakt het wassen niet beter en blijft in het wasgoed hangen terwijl het slecht is voor het milieu. Gordijnen: vouw de gordijnen nauwkeurig en doe ze in een kussensloop of net. Was ze apart zonder ooit de halve lading te overschrijden. Gebruik programma 6 dat automatisch de centrifuge uitsluit. Donzen dekbedden en met dons gevulde windjacks: als de vulling uit ganzenveren of eendendons bestaat kunt u ze wassen in de wasdroogmachine. Keer de stukken binnenste buiten en ga niet boven een max. lading van 2-3 kg; herhaal de spoeling een of twee keer en gebruik de delicate centrifuge. Wol: Gebruik voor de beste resultaten een wasmiddel dat speciaal voor wol is bestemd en laad niet meer dan 1kg wollen goed in de machine. Trek het laatje naar voren en giet het wasmiddel en/of de verdere toevoegingen erin als volgt. 1 2 3 bakje 1: voorwasmiddel (poeder) bakje 2: wasmiddel (poeder of vloeibaar) Het vloeibare wasmiddel wordt erin gegoten vlak voor de start. bakje 3: toevoegingen (wasverzachter enz.) De wasverzachter mag niet boven het roostertje uitkomen.  Gebruik nooit middelen voor handwas aangezien die te veel schuim vormen. Prepareren van het wasgoed • Verdeel het wasgoed volgens: - het soort stof / het symbool op het etiket. - de kleuren: scheid gekleurd goed van de witte was. • Maak de zakken leeg en controleer de knopen. • Ga niet boven het aangegeven gewicht, berekend voor droog wasgoed: stevige stoffen: max 5 kg synthetische stoffen max 2,5 kg fijne stoffen max 2 kg Wol: max 1 kg Hoeveel weegt het wasgoed? 1 1 1 1 1 20 laken 400-500 gr. sloop 150-200 gr. tafelkleed 400-500 gr. badjas 900-1200 gr. handdoek 150-200 gr. Voorzorgsmaatregelen en raadgevingen Algemene veiligheid Maximale reiniging Als er weinig water door de glazen deur te zien is komt dat doordat met de nieuwe Indesit technologie minder dan de helft water voldoende is voor maximum reinheid van de was: een doel dat is bereikt ten gunste van de milieu-bescherming. Bezuinigen op wasmiddel, water, energie en tijd • Teneinde geen energiebronnen te verkwisten moet de machine altijd met maximum lading worden gebruikt. U spaart 50% energie met een volle lading i.p.v. twee half volle ladingen. • Voorwassen is alleen nodig voor erg vuil wasgoed. Door dit te vermijden bespaart u wasmiddel, tijd, water en ongeveer 5 tot 15% energie. • Door vlekken met een ontvlekkingsmiddel te behandelen of in de week te zetten kunt u met minder hoge temperaturen wassen. Een programma op 60°C in plaats van op 90°C of op 40°C in plaats van 60°C zorgt voor een besparing van 50% aan energie. • Doseer het wasmiddel op basis van de hardheid van het water, de vuilheidsgraad en de hoeveelheid wasgoed, zo vermijd u onnodig energieverbruik en beschermt u het milieu. ook al zijn de wasmiddelen biologisch afbreekbaar, toch bevatten ze elementen die het evenwicht in de natuur verstoren. Bovendien moet u zoveel mogelijk wasverzachters vermijden. • Door zoveel mogelijk te wassen met goedkope stroomtarieven (s´nachts) werkt u mee aan het reduceren van de belasting van de elektrische centrale. De optie Delay Timer (zie blz. 19) is van groot belang voor de uitvoering van het wasprogramma gedurende de nacht. • Als u na het wassen het wasgoed in een dryer wilt drogen, kunt u een hoge snelheid centrifuge kiezen. Weinig water in het wasgoed spaart tijd en energie bij het droogprogramma. Voorzorgsmaatregelen Onderhoud Storingen Service • De Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernieti ging van Electrische en Electronische Apparatuur, vereist dat oude huishoudelijke electrische appa raten niet mogen vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten Bezuiniging en bescherming van het milieu Wasmiddel • Het afvoeren van het verpakkingsmateriaal: houd u zich aan de plaatselijke normen zodat het materiaal gerecycled kan worden. Consumenten moeten contact opnemen met de locale autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van vernietiging van hun oude apparaat. Programma's Het afvoeren NL Beschrijving • Dit apparaat is gemaakt voor huishoudelijk gebruik, niet-professioneel, en zijn functies mogen niet veranderd worden. • De wasdroogmachine mag alleen door volwassen personen en volgens de instructies in dit boekje worden gebruikt. • Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of met natte of vochtige handen of voeten. • Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact, maar altijd door de stekker aan te pakken. • Open het wasmiddellaatje niet terwijl de machine in werking is. • Raak het afvoerwater niet aan aangezien het nogal warm kan zijn. • Forceer nooit de deur: het veiligheidsmechanisme, dat tegen per ongeluk openen beschermt, kan beschadigd worden. • Probeer in geval van storingen nooit zelf interne mechanismen van de machine te repareren. • Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de machine komen als deze in werking is. • De glazen deur kan heet worden. • Als de machine verplaatst moet worden doe dit dan met twee of drie personen en met grote voorzichtigheid. Nooit alleen want de machine is zwaar. • Voordat u het wasgoed in de machine laadt, controleer dat hij leeg is. • De glazen ruit wordt warm gedurende het drogen. • Droog geen wasgoed dat met ontvlambare oplosmiddelen is gewassen (b.v. trieline). • Droog geen schuimrubber of elastomeren of kledingstukken met rubberen opschriften e.d. • Controleer dat gedurende het drogen de water kraan open is. • Deze wasdroogmachine mag alleen worden gebruikt voor het drogen van wasgoed dat in water is gewassen. moeten apart worden ingezameld om zo het hergebruik van de gebruikte materialen te optima liseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool op het product van de “afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden ingezameld. Installatie  De wasdroogmachine is ontworpen en geproduceerd volgens de internationale veiligheidsnormen. Deze aanwijzingen worden voor uw eigen veiligheid gegeven en zij moeten met aandacht worden gelezen. 21 Onderhoud NL Afsluiten van water en stroom Reinigen van de pomp • Doe de kraan dicht na iedere wasbeurt. Hiermee reduceert u de kans op lekkage. De wasdroogmachine is voorzien van een zelfreinigende pomp en hoeft dus niet te worden schoongemaakt. Het kan echter gebeuren dat kleine voorwerpen (geldstukken, knopen) in het voorvakje terecht komen dat de pomp beschermt en zich aan de onderkant bevindt. • Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de wasdroogmachine gaat schoonmaken en gedurende onderhoudswerkzaamheden. Schoonmaken van de wasdroogmachine De buitenkant en de rubber onderdelen kunnen met een spons en lauw sopje worden schoongemaakt. Nooit schuurmiddelen of oplosmiddelen gebruiken! Het wasmiddellaatje schoonmaken Verwijder het laatje door het op te lichten en naar voren te trekken (zie afbeelding). Was het onder stromend water: dit moet u regelmatig doen.  Verzeker u ervan dat het wasprogramma klaar is en trek de stekker uit het stopcontact. Toegang tot het paneel: 1. verwijder het paneeltje aan de voorkant van de wasdroogmachine met behulp van een schroevendraaier (zie afbeelding); 2. draai de deksel eraf, tegen de klok in draaiend (zie afbeelding): het is normaal dat er een beetje water uit komt; Reinigen van deur en trommel • Laat de deur altijd op een kier staan om muffe lucht te vermijden. 3. maak de binnenkant goed schoon; 4. schroef de deksel er weer op; 5. monteer het paneeltje weer, met de haakjes in de betreffende openingen voordat u het paneeltje tegen de machine aan drukt. Controleer de slang van de watertoevoer Controleer minstens eens per jaar de slang van de watertoevoer. Als er barstjes in zitten moet hij vervangen worden: gedurende het wassen kan de hoge waterdruk onverwachts scheurtjes veroorzaken.  Nooit reeds eerder gebruikte slangen gebruiken. 22 Storingen en oplossingen Het kan gebeuren dat de machine niet werkt. Voordat u de installateur opbelt (zie blz. 24), controleert u of het een storing betreft die gemakkelijk te verhelpen is met behulp van de volgende lijst. • • • • • • De watertoevoerslang is niet aangesloten aan de kraan. De slang ligt gekneld. De kraan is niet open. In huis mankeert het water. Er is geen voldoende druk. De START/RESET knop is niet ingedrukt. De wasdroogmachine blijft water aan- en afvoeren. • De afvoerslang is niet geinstalleerd op 65 tot 100 cm afstand van de grond (zie blz. 15). • Het uiteinde van de afvoerslang ligt onder water (zie blz. 15). • De afvoer in de muur heeft geen ontluchting. Als na deze controle het probleem niet is opgelost, doet u de waterkraan dicht, de machine uit en belt u de installateur. Als u op een van de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont kan zich een probleem met het hevelen voordoen, waarbij de machine voortdurend water aan- en afvoert. Om deze storing te verhelpen bestaan er speciale in de handel verkrijgbare ventielen. De wasdroogmachine pompt het water niet af of centrifugeert niet. • Het programma voorziet niet in afvoer: bij enkele programma's moet dit met de hand worden gestart (zie blz. 18). • De optie 'Minder strijken' is actief: voor het afmaken van het programma drukt u op de START/RESET knop (zie blz. 19). • De afvoerslang ligt gekneld (zie blz. 15). • De afvoerleiding is verstopt. De machine trilt erg tijdens het centirfugeren. • De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze ontgrendeld (zie blz. 14). • De wasdroogmachine staat niet recht (zie blz. 14). • De wasdroogmachine staat te nauw tussen meubel en muur (zie blz. 14). De wasdroogmachine lekt. • De slang van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie blz. 14). • Het wasmiddellaatje is verstopt (voor schoonmaken zie blz. 22). • De afvoerslang is niet goed bevestigd (zie blz. 15). Het controlelampje AAN/DEUR GEBLOKKEERD knippert snel tegelijkertijd met minstens één ander controlelampje. • Bel de Installateur want dit geeft een storing aan. Er ontstaat teveel schuim. • Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasmachines (er moet "voor wasmachine", "handwas en wasmachine", of dergelijke op staan). • De dosering is te veel. De wasdroogmachine droogt niet. • De stekker is niet in het stopcontact of niet ver genoeg ingestoken om contact te maken. • Er is geen stroom. • De deur is niet goed dicht. • Uitgestelde start is ingesteld (Delay Timer, zie blz. 19). • de DROOG-knop staat op 0. Service De wasdroogmachine neemt geen water. Storingen De deur is niet goed dicht. is niet ingedrukt. De knop De START/RESET knop is niet ingedrukt. De waterkraan is niet open. Uitgestelde start is ingesteld (Delay Timer, zie blz. 19). Onderhoud • • • • • Voorzorgsmaatregelen Het wasprogramma start niet. Wasmiddel • De stekker is niet in het stopcontact of niet ver genoeg ingestoken om contact te maken. • Er is geen stroom. Programma's De wasdroogmachine gaat niet aan. Beschrijving Mogelijke oorzaken / Oplossing: Installatie Storingen: NL 23 Service Voordat u er de installateur bijhaalt: • Kijk eerst even of u het probleem zelf kunt oplossen (zie blz. 23); • Start het programma om te controleren of de storing is verholpen; • Is dit niet het geval dan neemt u contact op met de bevoegde dichtsbijzijnde Technische Dienst via het telefoonnummer dat op het garantiebewijs/gebruiksaanwijzing staat. NL  Nooit een niet-bevoegde installateur erbij halen. Service Vermeld: • het soort storing; • het model van de machine (Mod.); • het serienummer (S/N). Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasdroogmachine. 24
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36

Whirlpool WIDL 146 (EX) Handleiding

Categorie
Wasmachines
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor