Electrolux P1535 Handleiding

Type
Handleiding
PN. 249411 REV. 01 (06/04)
Electrolux Outdoor Products
Via Como 72
23868 Valmadrera (Lecco)
ITALIA
Phone + 39 0341 203111 - Fax +39 0341 581671
www.electrolux.com
Our policy of continuous improvement means that the specification of products may be altered from time to time without prior notice.
Electrolux Outdoor Products manufacture products for a number of well known brands under various registered patents, designs and
trademarks in several countries.
© Electrolux Outdoor Products
The Electrolux Group. The world’s No.1 choice.
The Electrolux Group is the world’s largest producer of powered appliances for kitchen, cleaning and outdoor use. More than 55 million
Electrolux Group products (such as refrigerators, cookers, washing machines, vacuum cleaners, chain saws and lawn mowers) are
sold each year to a value of approx. USD 14 billion in more than 150 countries around the world.
NEDERLANDS – 1
A. ALGEMENE BESCHRIJVING
1)
Achterste handgreep
2) Handbescherming achter
3) Voorste handgreep
4) Handbescherming voor / kettingremhandel
5) Kettingspanschroef / knop
6) Kettingspanpen
7) Olietankdop
8) Kijkvenster olieniveau
9) Ventilatieopeningen
10) Kabel
11) Gebruiksaanwijzing
12) Schakelaar
13) Schakelaarvergrendeling
14) Ketting
15) Aandrijfschakel
16) Snijschakel
17) Dieptesteller
18) Snijtand
19) Zwaard
20) Kettingkap
21) Rondsel
22) Kettingvanger
23) Zwaardbevestigingsschroef
24) Zwaardbevestigingsknop / moeren
25) Neuswiel
26) Beschermhoes
27) Veltand
28) Zitting kettingspanpen
29) Smeergat
30) Kettinggeleider
31) Regelknop oliepomp
Voorbeeld-etiket
LEGENDA ETIKET:
1) Gewaarborgd
geluidsvermogensniveau volgens de
richtlijn 2000/14/EC
2) Dubbele isolatie
3) CE-markering
4) Beschermingsgraad
5) Nominale frequentie
6) Nominaal vermogen
7) Wisselstroom
8) Nominale spanning
9) Model/type
10) Prefix – Serienummer
11) Productcode
12) Bouwjaar (laatste twee cijfers; bijv.
04=2004)
13) Max. zwaardlengte
14) Naam en adres fabrikant
NEDERLANDS - 2
B. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
BETEKENIS VAN DE SYMBOLEN
Waarschuwing
Gebruiksaanwijzing
aandachtig lezen
Veiligheidslaarzen
Lange
veiligheidsbroek
tegen snijwonden
Helm, gehoor-
bescherming en
veiligheidsbril of
vizier
Veiligheids-
handschoenen
Rem uitgeschakeld,
ingeschakeld
Stekker afkoppelen
indien kabel
beschadigd is
Richting van de
snijtand
Niet weggooien!
Inleveren bij
aangewezen
instellingen.
Altijd met twee
handen gebruiken
Gevaar voor
terugslag
Niet blootstellen aan
regen of vocht
Kettingolie
Niet doen …
Machine
uitschakelen
Gebruik van de gebruiksaanwijzing. Eenieder die
deze machine gebruikt dient eerst deze
gebruiksaanwijzing volledig en grondig te hebben
gelezen (en indien mogelijk hebben deelgenomen
aan een praktische demonstratie van het gebruik van
de machine), om bekend te zijn met de hierin
beschreven handelingen voor een volstrekt veilig
gebruik van de machine, evenals de toe te passen
zaagtechnieken. Laat deze gebruiksaanwijzing bij de
machine in geval van eigendomsoverdracht of
uitlenen van de machine. Denk eraan dat ALLE delen
van de gebruiksaanwijzing van even groot belang zijn
ter voorkoming van letsel aan de gebruiker of schade
aan de machine en dat door het naleven van de
beschreven procedures het ongevallenrisico niet
wordt opgeheven, maar de waarschijnlijkheid en de
schadelijke gevolgen ervan worden verminderd.
Structuur van de gebruiksaanwijzing: hoofdstuk B is
onderverdeeld in genummerde paragrafen, waarnaar in
de rest van de gebruiksaanwijzing wordt verwezen,
met het symbool “WAARSCHUWING” gevolgd door de
nummers van de overeenkomstige paragrafen, om de
NEDERLANDS – 3
aandacht van de lezer te vestigen op de belangrijkste
veiligheidsprocedures die aan een bepaalde situatie
gebonden zijn. De in het gedeelte “A – ALGEMENE
BESCHRIJVING” getoonde onderdelen zijn in de tekst
in cursief weergegeven, om ze gemakkelijk terug te
kunnen vinden.
Voor het gebruik. Laat niet toe dat personen die niet
op de hoogte zijn van deze instructies, niet in goede
lichamelijke of geestelijke conditie verkeren en niet
voldoende met de werking bekend zijn, of kinderen de
machine gebruiken. (In sommige gevallen kunnen
plaatselijke beperkingen gelden m.b.t. de leeftijd van
gebruikers). Als u geen ervaring hebt volg dan eerst
een trainingsperiode waarbij u uitsluitend op de
zaagbok werkt. De gebruiker is verantwoordelijk voor
eventuele ongevallen van derden of schade aan hun
eigendommen, evenals de gevaren waaraan zij
kunnen worden blootgesteld. Gebruik deze machine
niet voor andere doeleinden dan die welke in de
gebruiksaanwijzing worden beschreven en gebruik
uitsluitende de aangegeven zwaarden en kettingen.
Gebruik de machine nooit als u moe bent, lichamelijk
niet in vorm bent of wanneer u onder invloed bent van
stoffen die de lichamelijke of geestelijke gesteldheid
kunnen beïnvloeden (medicijnen, alcohol, drugs, etc).
Zorg ervoor dat u weet hoe u de motor en de ketting
indien nodig moet stopzetten. Let altijd goed op waar u
mee bezig bent en werk volgens de gedragsregels van
gezond verstand.
1. Controles. Inspecteer de machine altijd zorgvuldig
voor gebruik, in geval van een krachtige stoot of bij
tekens van een gebrekkige werking. Controleer of de
machine correct is geassembleerd en of alle
onderdelen ervan in perfecte staat verkeren en
schoon zijn. Voer de controles uit die in het gedeelte
“Onderhoud – Voor elk gebruik ” zijn beschreven.
Zorg ervoor dat alle voor afstellingen gebruikte
sleutels en gereedschappen zijn verwijderd, dat de
bouten en moeren in hun zitting aanwezig en goed
aangedraaid zijn, en dat het zwaard en de ketting
correct gemonteerd zijn. Indien niet aan alle
genoemde voorwaarden is voldaan, mag de machine
NIET worden gebruikt.
2. Reparaties / Onderhoud. U kunt de
machineonderdelen waarvan de montage in het
gedeelte “Montage / demontage” is beschreven, zelf
vervangen. Gebruik in geval van beschadiging of
slijtage uitsluitend originele en goedgekeurde
accessoires en reserveonderdelen; deze zijn
verkrijgbaar bij officiële verkooppunten. Alle andere
machinedelen mogen indien nodig uitsluitend door
een erkende servicewerkplaats worden vervangen.
Gebruik NOOIT een machine die onvolledig, defect,
gewijzigd of gerepareerd is door iemand anders dan
een erkende servicewerkplaats. Het risico van
ongevallen neemt aanzienlijk toe wanneer het
onderhoud aan de machine niet regelmatig en niet op
vakkundige wijze of met gebruik van niet-originele
accessoires/onderdelen wordt uitgevoerd. In dat
geval aanvaardt de fabrikant geen enkele
aansprakelijkheid voor letsel aan personen of schade
aan voorwerpen. Neem in geval van twijfel contact op
met een erkende servicewerkplaats.
3. Veilig onderhoud. Alle handelingen voor
onderhoud, montage, demontage en bijvullen van
kettingolie moeten met de machine in een stabiele
positie op een vlakke en stevige ondergrond, met
afgekoppelde stekker (indien niet uitdrukkelijk anders
aangegeven), en bij stilstaand snijmechanisme
worden uitgevoerd. Draag daarbij geschikte
veiligheidshandschoenen.
4. Kleding. Draag tijdens het werk met de machine
de volgende persoonlijke veiligheidsmiddelen van het
goedgekeurde type: nauwsluitende werkkleding,
veiligheidslaarzen met antislipzool, verstevigde punt
en snijbescherming, veiligheidshandschoenen tegen
sneden en trillingen, vizier of veiligheidsbril (verwijder
de beschermfolie indien aanwezig),
gehoorbescherming, helm (indien gevaar voor
vallende objecten bestaat), iets om het haar boven de
schouders te houden (indien het langer is),
stofmasker. Draag absoluut GEEN korte broek, wijde
of loshangende kleding en sieraden die in
bewegende machinedelen vast kunnen haken, draag
geen sandalen en werk niet blootsvoets.
5. Aanwijzingen voor de gezondheid – Trillingen
en geluidsniveau. Voorkom een te langdurig gebruik
van de machine: lawaai en trillingen kunnen
schadelijk zijn en ongemak, stress, vermoeidheid en
slechthorendheid veroorzaken. Bij langdurig gebruik
van de machine of ander gereedschap wordt de
gebruiker blootgesteld aan trillingen die dode, witte
vingers (Fenomeen van Raynaud), het carpal tunnel
syndroom of andere aandoeningen kunnen
veroorzaken. Hierdoor kan een verminderde
temperatuurgevoeligheid van de handen en een
algemeen verdoofd gevoel ontstaan. De gebruiker
dient dus de toestand van zijn handen en vingers
NEDERLANDS - 4
zorgvuldig te controleren als hij de machine langdurig
of regelmatig gebruikt. Bij optreden van één van de
symptomen onmiddellijk een arts raadplegen.
6. Aanwijzingen voor de gezondheid – Chemische
stoffen. Voorkom het contact van de kettingolie met
de huid en ogen.
7. Aanwijzingen voor de gezondheid – Elektrische
stroom. Gebruik alleen goedgekeurde verlengkabels,
stekkers en netaansluitingen die aan de normen
voldoen en volgens de geldende voorschriften zijn
geïnstalleerd. Controleer of het elektriciteitsnet
waarop u bent aangesloten een reststroomapparaat
(RCD) heeft met een stroomcapaciteit van niet meer
dan 30mA. Controleer of de kabels, stekkers,
stopcontacten en het reststroomapparaat in perfecte
staat verkeren, de vereiste kenmerken hebben,
correct gemonteerd of bevestigd en schoon zijn.
Koppel de machine niet van de netvoeding af door
aan de kabel te trekken. Gebruik of bewaar de
machine en de verlengkabel niet in een vochtige
omgeving. Indien de kabel beschadigd is, hem
onmiddellijk van de stekker afhalen en erop letten dat
u blootliggende metaaldraden niet aanraakt. Bij
gebruik van de machine moet ieder contact met
geaarde voorwerpen worden vermeden (bijv. buizen,
kabels, bliksemafleiders, etc.). Gebruik voor
buitenwerk uitsluitend verlengkabels die voor
buitengebruik zijn goedgekeurd. Zorg ervoor dat er
geen knopen in stroomkabels komen en gebruik nooit
opgerolde verlengkabels.
8. Aanwijzingen voor de gezondheid - Hitte.
Tijdens het gebruik bereiken rondsel en ketting hoge
temperaturen, raak deze delen niet aan wanneer ze
nog warm zijn.
9. Aanwijzingen voor de gezondheid – Scherpe of
bewegende delen. Raak de ketting alleen aan
wanneer hij stilstaat en de stekker van de machine uit
het stopcontact is getrokken; wees hoe dan ook zeer
voorzichtig want de ketting is scherp en kan ook in
deze toestand verwondingen veroorzaken. Denk
eraan dat de ketting bij loslaten van de schakelaar
nog even door kan blijven draaien.
10. Werkomgeving. Onderzoek de werkomgeving
zorgvuldig en let op elk mogelijk gevaar (bijvoorbeeld
wegen, paden, stroomkabels, gevaarlijke bomen,
etc.). Wees bijzonder voorzichtig bij het werken op
hellend terrein. Een rommelige werkomgeving
verhoogt de kans op letsel: verwijder voor elk gebruik
stenen, glas, touwen, metalen voorwerpen, blikjes,
flessen en alle eventuele vreemde voorwerpen van
het werkterrein. Houd rekening met eventuele
gevaren die niet kunnen worden waargenomen door
het lawaai van de machine. Controleer of iemand op
gehoorsafstand aanwezig is voor het geval van een
ongeluk. Indien u op een geïsoleerde plek werkt,
houd dan altijd een EHBO-koffer bij de hand en zorg
ervoor dat iemand weet waar u bent.
11. Werken met de machine
Begin niet te werken voordat: u de beschermhoes
hebt verwijderd; een voldoende hoeveelheid olie de
ketting heeft bereikt; u een vluchtroute heeft gepland
(in geval van het vellen van een boom).
Gebruik de machine niet: voor het verplaatsen van
takken of wortels; indien gevaar bestaat dat de ketting
in contact komt met de grond, elektrische
beschermingen of opgestapeld hout; voor het
doorzagen van zeer dunne takken of struiken (deze
kunnen breken en weggeslingerd worden, met mogelijk
ernstig persoonlijk letsel); voor het werken op bomen
zonder geschikte opleiding en uitrusting (touwen,
haken, etc.); om beginnen te zagen met het zwaard in
een eerder uitgevoerde snede of in een spleet;
wanneer u op een ladder of ander onstabiel oppervlak
staat; in extreme of ongunstige weersomstandigheden,
bij slecht zicht en onvoldoende verlichting (zeer lage
temperaturen, zeer warm en vochtig klimaat, mist,
regen, wind, ‘s nachts, etc.); werk niet met gestrekte
armen: u moet altijd optimaal kunnen reageren op een
onvoorziene omstandigheid; laat de machine niet
onbewaakt achter; laat niet toe dat iemand de kabel, de
verlengkabel of de machine aanraakt; forceer de
machine niet tijdens het zagen (u kunt hierdoor de
motor beschadigen of de controle over het
gereedschap verliezen); blokkeer de schakelaar of de
schakelaarvergrendeling niet met plakband of andere
middelen.
Denk aan het volgende: u mag alleen hout zagen
(nooit plastic, metaal of ander materiaal); controleer of
de schakelaar niet ingedrukt is op het moment dat de
stekker wordt aangesloten of bij het uitschakelen van
de kettingremhandel; zorg ervoor dat er niets in met de
ketting in contact komt op het moment dat u de
schakelaar bedient; houd omstanders en dieren ver
van de werkplek (indien nodig het werkgebied afzetten
en waarschuwingssignalen gebruiken), op de grootste
afstand van 10 meter of 2,5 maal de hoogte van de
stam; gebruik wanneer mogelijk de bankschroef of de
zaagbok om het te zagen hout vast te zetten; pak de
NEDERLANDS – 5
machine altijd als volgt vast: grijp de voorste
handgreep stevig met uw linker hand vast en de
achterste handgreep met uw rechter hand, sluit uw
duim en andere vingers om de greep (tijdens het
gebruik kan de machine naar voren of naar achteren
schuiven, of stuiteren, er kan een terugslag optreden:
als u de machine correct vasthoudt loopt u minder kans
de controle erover te verliezen); houd de
kabel/verlengkabel altijd achter u, en zorg ervoor dat
deze geen gevaar vormt voor uzelf of voor omstanders,
en niet beschadigd kan raken (door hitte, scherpe
voorwerpen, scherpe randen, olie, etc.); zorg ervoor
dat u altijd stevig op uw benen staat; houd de
handgrepen schoon en droog; houd tijdens het gebruik
alle lichaamsdelen evenals uw kleding op afstand van
de ketting; laat de schakelaar los, wacht tot de ketting
tot stilstand is gekomen en schakel de
kettingremhandel in alvorens de machine neer te
leggen; werk niet boven schouderhoogte; hanteer de
machine altijd uiterst voorzichtig; controleer regelmatig,
voor en tijdens het gebruik, of het oliepeil niet onder het
MIN niveau daalt; blijf altijd links van de machine
tijdens het zagen, wees zeer voorzichtig wanneer het
zwaard in een eerder gemaakte snede moet worden
gestoken; verwijder het zwaard uit de snede wanneer
de ketting nog draait.
12. Aanwijzingen voor transport en opslag. Elke
keer dat u naar een andere werkplek gaat, moet u de
machine van het voedingsnet afkoppelen en de
kettingremhandel inschakelen. Monteer de
beschermhoes altijd voor transport of opslag. Draag
de machine met het zwaard naar achter gericht of, in
geval van transport in een voertuig, zet hem vast om
schade te voorkomen. Houd de machine tijdens het
dragen nooit aan de kabel vast. Berg de machine na
gebruik in een droge ruimte op, in een hoge positie,
ver van warmtebronnen en buiten het bereik van
kinderen.
13. Waarschuwingen i.v.m. vuur en brand. Werk
niet met de machine in de buurt van vuur,
ontvlambaar of potentieel explosief materiaal.
14. Terugslag. De terugslag bestaat uit een krachtige
achterwaartse beweging van het zwaard naar de
gebruiker toe. Dit gebeurt gewoonlijk wanneer het
bovendeel van de neus van het zwaard (“risicozone”
genoemd) met een voorwerp in contact komt, of als de
ketting in het hout geklemd raakt. Deze onverwachtse
en zeer snelle slag langs het snijvlak van het zwaard
(meestal omhoog maar dat hangt af van de positie van
de machine tijdens het zagen), kan u de controle over
de machine doen verliezen, en ernstige of zelfs
dodelijke ongelukken veroorzaken (bijvoorbeeld als de
machine met draaiende ketting tegen de gebruiker
wordt geslingerd). De aanwezigheid van de
kettingremhandel of andere veiligheidsinrichtingen is
niet voldoende om terugslag te voorkomen: de
gebruiker dient de oorzaken ervan te kennen en ze te
voorkomen door de grootste aandacht gebaseerd op
ervaring, tezamen met een voorzichtig en correct
gebruik van de machine (bijvoorbeeld: nooit meerdere
takken tegelijk doorzagen, omdat u per ongeluk tegen
de risicozone kunt stoten; nooit verkeerde zwaarden of
kettingen monteren, ervoor zorgen dat de ketting altijd
scherp is en op de juiste wijze is geslepen, omdat
anders een grotere kans op terugslag bestaat; bij de
keuze van het zwaard bedenken dat hoe kleiner de
straal van de neus, hoe kleiner de risicozone).
C. BESCHRIJVING VAN DE VEILIGHEIDSUITRUSTINGEN
1,3,6,8,12
SCHAKELAARVERGRENDELING
Op uw machine is een inrichting (fig.1) geïnstalleerd
die, indien niet geactiveerd, verhindert dat de
schakelaar kan worden ingedrukt, om per ongeluk
starten van de machine te voorkomen.
KETTINGREM BIJ LOSLATEN VAN DE
SCHAKELAAR (alleen voor modellen ES18)
Uw machine is voorzien van een inrichting die de
ketting onmiddellijk blokkeert wanneer de
schakelaar wordt losgelaten; mocht deze
beveiliging niet goed werken dan mag u de
machine niet gebruiken en moet u hem direct
naar een erkende servicewerkplaats brengen.
HANDBESCHERMING VOOR /
KETTINGREMHANDEL
De handbescherming voor (fig.2) voorkomt (mits u de
machine op de juiste wijze vasthoudt) dat uw linker
hand in contact komt met de ketting. De
handbescherming voor fungeert bovendien als
kettingrem, een inrichting die werd ontwikkeld om de
ketting binnen enkele milliseconden te blokkeren in
NEDERLANDS - 6
geval van terugslag. De kettingrem wordt
uitgeschakeld door de handbescherming voor naar
achteren te trekken en te vergrendelen (de ketting
kan bewegen). De kettingrem wordt ingeschakeld
wanneer de handbescherming voor naar voren wordt
geduwd (de ketting is geblokkeerd).
De kettingrem kan op twee manieren worden
ingeschakeld: door middel van de linker pols, Die hem
naar voren duwt of ermee in contact komt als gevolg
van een terugslag; of door inertie, in geval van een
buitengewoon sterke terugslag.
Wanneer men de machine met het zwaard in
horizontale positie gebruikt, bijvoorbeeld tijdens het
vellen van bomen, biedt de kettingrem minder
bescherming omdat hij alleen door inertie geactiveerd
kan worden, aangezien de hand van de gebruiker
zich buiten het actiebereik van de handbescherming
voor bevindt (fig.3).
OPMERKING: Wanneer de kettingrem is geactiveerd,
koppelt een veiligheidsschakelaar de stroom naar de
motor af.
KETTINGVANGER
Deze machine is uitgerust met een kettingvanger
(fig.4) die zich onder het rondsel bevindt. Het
mechanisme werd ontworpen om de achterwaartse
beweging van de ketting te stoppen in het geval hij
breekt of van het zwaard afloopt. Deze situaties
kunnen worden voorkomen door de juiste spanning
van de ketting (zie hoofdstuk “D. Montage /
demontage”).
HANDBESCHERMING ACHTER
Deze dient ter bescherming (fig.5) van de rechter
hand in geval breuk of aflopen van de ketting.
D. MONTAGE / DEMONTAGE
2,3,6,7,8,9,12
MONTAGE ZWAARD EN KETTING
De montageprocedure verschilt afhankelijk van het machinemodel, raadpleeg dus de afbeeldingen en het
machinetype dat op het productetiket is aangegeven ( A - Legenda – 9 [ES15 / ES16 / ES18] ), let goed op dat
u de montage correct uitvoert.
VOOR ES 15 / ES 16 VOOR ES 18
1. Controleer of de kettingrem niet ingeschakeld is, is dit het geval schakel hem dan uit
2a. Draai de zwaardbevestigingsmoeren los en
verwijder de kettingkap
2b. Draai de zwaardbevestigingsknop los en
verwijder de kettingkap
3a. Monteer het zwaard op de
zwaardbevestigingsschroeven en duw het zover
mogelijk naar achteren naar het rondsel toe.
3b. Monteer het zwaard op de
zwaardbevestigingsschroef en duw het zover
mogelijk naar achteren naar het rondsel toe.
4. Smeer de ketting, breng hem op het rondsel aan, laat hem in de kettinggeleider van het zwaard lopen,
vanaf de bovenkant. Let op! Controleer of het scherpe gedeelte van de snijtanden naar voren gericht is
aan de bovenkant van het zwaard; plaats de kettingspanpen in de zitting kettingspanpen. Monteer de
kettingkap, controleer of de aandrijfschakels van de ketting in het rondsel en in de kettinggeleider grijpen.
5a. Draai de zwaardbevestigingsmoeren met de
hand aan.
5b. Draai de zwaardbevestigingsknop los aan
6a. Om de ketting te spannen de
kettingspanschroef in de richting van de klok
aandraaien, om de spanning te lossen hem tegen
de klok in losdraaien (houd hierbij de neus van het
zwaard omhoog gericht).
6b. Om de ketting te spannen, de kettingspanknop
met de klok mee draaien, om de spanning te lossen
tegen de klok in draaien (houd hierbij de neus van
het zwaard omhoog gericht).
7 Span de ketting tot de juiste spanning is bereikt, oftewel tot bij optillen van de ketting de aandrijfschakel
op hetzelfde niveau als het zwaard komt. (de ketting mag niet hangen aan de onderkant van het zwaard)
8a. Zet de zwaardbevestigingsmoeren met een
geschikt gereedschap vast.
8b. Zet de zwaardbevestigingsknop stevig vast.
NEDERLANDS – 7
Indien de ketting te strak wordt gespannen kan de motor overbelast en beschadigd raken, en indien hij niet
onvoldoende wordt gespannen kan hij losraken, terwijl een correct gespannen ketting de beste resultaten en
een langere levensduur oplevert. Controleer regelmatig de kettingspanning omdat de ketting tijdens het gebruik
uitrekt (met name als hij nieuw is; bij de eerste montage moet de spanning na 5 minuten werken opnieuw
gecontroleerd worden). Span de ketting in elk geval niet direct na gebruik maar wacht tot hij is afgekoeld.
Indien de ketting gespannen moet worden draai dan altijd eerst de zwaardbevestigingsmoeren/knop los alvorens de
kettingspanschroef/knop bij te stellen; regel de spanning en zet de zwaardbevestigingsmoeren/knop weer vast.
E. STARTEN EN STOPPEN
1,4,5,6,7,8,9,11,12,13
Starten: pak beide handgrepen stevig vast, zet de
kettingremhandel los, druk de
schakelaarvergrendeling in en houd hem ingedrukt
en druk de schakelaar in (nu kunt u de
schakelaarvergrendeling loslaten)
Stoppen: De machine stopt wanneer u de schakelaar
loslaat. Indien de machine niet tot stilstand komt, de
kettingrem inschakelen, de kabel van het voedingsnet
afkoppelen en de machine naar een erkende
servicewerkplaats brengen.
F. SMEREN VAN ZWAARD EN KETTING
3,6,7,8,9,12
PAS OP! Een gebrekkige smering kan breuk van de
ketting tot gevolg hebben en ernstig of zelfs dodelijk
letsel veroorzaken.
De smering van zwaard en ketting wordt door een
automatische pomp gegarandeerd. Indien uw
machine over een regelknop oliepomp beschikt
(optie), kunt u de smering van de ketting aanpassen
zoals in de afbeelding aangegeven (fig.1), afhankelijk
van het soort snede dat u uitvoert (droog hout – meer
olie, groen hout – minder olie, langzwaard – meer
olie, kort zwaard – minder olie).
Zorg er altijd voor dat de ketting voldoende gesmeerd
is, door de pomp nooit geheel te sluiten, en
controleer volgens de aanwijzingen in “Onderhoud“ of
de juist hoeveelheid kettingolie wordt afgegeven.
Keuze van de kettingolie
Gebruik uitsluiten nieuwe olie (speciaal type voor
kettingen) met een goede viscositeitsgraad: hij moet
een goede kleefkracht hebben en zowel ‘s zomers als
‘s winters goede glij-eigenschappen garanderen.
Indien geen kettingolie beschikbaar is kunt u EP 90
transmissie-olie gebruiken.
Gebruik nooit afgewerkte olie omdat dit schadelijk is
voor u, voor de machine en voor het milieu. Controleer
of de olie geschikt is voor de omgevingstemperatuur
van de plaats van gebruik: bij lagere temperaturen dan
0°C worden sommige oliesoorten dikker, waardoor de
pomp overbelast raakt en schade kan optreden. Neem
voor advies over de beste oliesoort contact op met een
erkende servicewerkplaats.
Olie bijvullen
Draai de olietankdop open, vul te tank zonder olie te
morsen (mocht dit toch gebeuren reinig de machine
dan zorgvuldig) (fig.2) en draai de dop goed vast.
G. ONDERHOUD
1,2,3,4,5,6,7,8,9,12,13
PAS OP! In geval van werk in een bijzonder vuile of
stoffige omgeving, moeten de beschreven
werkzaamheden met kortere intervallen worden
uitgevoerd dan hier aangegeven.
Voor elk gebruik
Controleer of de kettingoliepomp goed werkt: richt het
zwaard op een licht oppervlak, op een afstand van
ca. twintig centimeter; nadat de machine een minuut
heeft gewerkt moet het oppervlak duidelijke
oliesporen vertonen (fig.1).Controleer of het in- en
uitschakelen van de kettingrem niet te moeizaam of
te gemakkelijk gaat en of hij niet geblokkeerd is.
Controleer vervolgens de werking ervan als volgt:
schakel de kettingrem uit, pak de machine op de
juiste wijze vast en start hem, schakel de kettingrem
NEDERLANDS - 8
in door de handbescherming voor met uw linker
pols/arm naar voren te duwen, maar zonder de
handgrepen los te laten (fig.2). Als de kettingrem
correct werkt, moet de ketting onmiddellijk
geblokkeerd worden. Controleer of de ketting scherp
is (zie hieronder), in goede staat verkeert en correct
is gespannen, indien hij onregelmatig gesleten is of
een snijtand heeft van slechts 3mm, moet hij worden
vervangen (fig.3).
Reinig de ventilatieopeningen regelmatig om
oververhitting van de motor te voorkomen.
Controleer de werking van de schakelaar en de
schakelaarvergrendeling (uit te voeren bij
uitgeschakelde kettingrem): bedien de schakelaar en
de schakelaarvergrendeling en controleer of ze in de
ruststand terugkomen zodra ze worden losgelaten;
controleer of het onmogelijk is de schakelaar te
bedienen zonder dat de schakelaarvergrendeling is
ingedrukt.
Controleer of de kettingvanger en de
handbescherming achter in perfecte staat verkeren
en geen defecten vertonen, zoals beschadigingen
van het materiaal.
Elke 2-3 werkuren
Controleer het zwaard, en reinig indien nodig
zorgvuldig de smeergaten (fig.4) en de
kettinggeleider (fig.5); indien deze versleten is of
diepe putten vertoont moet hij worden vervangen.
Keer het zwaard zodat een gelijkmatige slijtage wordt
verkregen (fig.6). Maak het rondsel regelmatig
schoon en controleer of het niet te sterk versleten is
(fig.7). Smeer het neuswiel van het zwaard met
lagervet via de aangegeven opening (fig.8).
Vijlen van de ketting (wanneer nodig)
Als de ketting niet zaagt zonder dat men het zwaard
tegen het hout drukt en als het zaagsel zeer fijn is, is
dit een teken dat de ketting niet goed scherp is. Als
de snede geen zaagsel produceert, dan is de snijkant
van de ketting volledig afgesleten en wordt het hout
bij het zagen verpulverd. Een goed geslepen ketting
gaat moeiteloos door het hout en vormt grof, lang
zaagsel.
Het snijdende gedeelte van de ketting wordt gevormd
door de snijschakel (fig.9), met een snijtand (fig.10)
en een dieptesteller (fig.11). Het hoogteverschil
hiertussen bepaalt de zaagdiepte; om een goede
scherpte te verkrijgen zijn een vijlgeleider en een
ronde vijl met een diameter van 4mm vereist. Ga als
volgt te werk: met de ketting gemonteerd en correct
gespannen, de kettingrem inschakelen en de
vijlgeleider loodrecht op het zwaard plaatsen zoals in
de afbeelding getoond (fig.12). Vijl de snijtand met de
aangegeven hoek (fig.13), steeds van de binnenkant
naar de buitenkant en met afnemende druk bij de
teruggaande beweging (het is van groot belang dat
deze aanwijzingen worden opgevolgd: een
overmatige of onvoldoende slijphoek of een
verkeerde vijldiameter verhoogt de kans op
terugslag). Om een betere precisie op de zijhoeken te
verkrijgen wordt aangeraden de vijl zo te plaatsen dat
hij verticaal ca. 0,5 mm over de bovenste snijkant
steekt. Vijl eerst alle tanden aan de ene kant, draai
daarna de machine om en vijl de tanden aan de
andere kant. Zorg ervoor dat een gelijke lengte van
alle tanden wordt verkregen en dat de hoogte van de
dieptestellers 0,6mm lager is dan de bovenste
snijkant: controleer de hoogte met behulp van een
kaliber en vijl (met een platte vijl) het uitstekende
gedeelte af, en werk het voorste gedeelte van de
dieptesteller rond af (fig.14), waarbij u erop moet
letten dat u NIET ook de terugslag-beschermingstand
afvijlt (fig.15).
Elke 30 werkuren
Breng de machine naar een erkende
servicewerkplaats voor een algemene nakijkbeurt en
een controle van de remonderdelen.
H. ZAAGTECHNIEKEN
1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,14
Voorkom het volgende tijdens gebruik: (fig.1)
- zaagwerk in situaties waarbij de stam tijdens het
zagen kan breken (hout onder spanning, droge dode
bomen, etc.): een onverwachte breuk kan zeer
gevaarlijk zijn.
- dat het zwaard of de ketting in de snede geklemd
raakt: mocht dit gebeuren, de machine van het
voedingsnet afkoppelen en probeer de stam op te
tillen door een geschikt middel als hefboom te
gebruiken; tracht de machine niet te bevrijden door
schudden of trekken, omdat u hiermee schade of
letsel kunt veroorzaken.
- situaties die de kans op terugslag kunnen verhogen.
Tijdens het gebruik: (fig.1)
NEDERLANDS – 9
- Indien u op hellend terrein werkt, blijf dan boven de
stam, zodat deze u niet kan raken mocht hij naar
benden rollen.
- Laat de schakelaar na elke snede los: langdurig
onbelast draaien van de motor kan ernstige storingen
veroorzaken.
- Bij het vellen van bomen het werk altijd afmaken:
een gedeeltelijk gevelde boom kan breken.
- Na beëindiging van elke snede voelt u een
aanzienlijke verandering in de kracht die nodig is om
de machine vast te houden. Wees zeer voorzichtig
zodat u de controle over de machine niet verliest.
In de onderstaande tekst wordt verwezen naar de
volgende twee zaagmethodes:
Zagen met getrokken ketting (van boven naar
beneden) (fig.2), waarbij het risico bestaat van een
plotselinge beweging van de machine naar de stam
toe met als gevolg controleverlies, gebruik indien
mogelijk de veltand tijdens het zagen.
Zagen met geduwde ketting (van onder naar boven)
(fig.3): hierbij bestaat het gevaar van een plotselinge
beweging van de machine naar de gebruiker toe, met
het risico dat deze geraakt wordt, of stoten van de
risicozone tegen de stam met als gevolg terugslag; bij
deze zaagmethode is grote voorzichtigheid geboden.
De meest veilige methode om de machine te gebruiken
is met het hout op de zaagbok geblokkeerd, van boven
naar onder zagend en op het gedeelte buiten de steun.
(fig.4)
Gebruik van de veltand
Gebruik wanneer mogelijk de veltand om veiliger te
werken: plant hem in de schors of het stamoppervlak,
zodat u gemakkelijker de controle over de machine
bewaart.
Hieronder worden de standaard procedures
beschreven die in bepaalde situaties moeten worden
toegepast. U dient echter van keer tot keer te
beoordelen of deze procedures al dan niet op uw
geval van toepassing zijn, om een methode te kiezen
die zo min mogelijk risico’s met zich meebrengt.
Stam aan de grond (Risico dat de grond aan het eind
van de snede met de ketting wordt geraakt). (fig.5)
Zaag van boven naar onder door de hele stam. Werk
voorzichtig aan het eind van de snede om te
voorkomen dat de ketting de grond raakt. Stop indien
mogelijk op 2/3 van de dikte van de stam, draai hem
om en zaag het resterende gedeelte van boven naar
onder, om het risico van contact met de grond te
voorkomen.
Stam aan één kant ondersteund (Risico dat de stam
breekt tijdens het zagen) (fig.6)
Begin de snede van onder tot op circa 1/3 van de
diameter, en zaag vervolgens van bovenaf tot u bij de
ondersnede uitkomt.
Stam aan beide uiteinden ondersteund (Risico dat
de ketting geklemd raakt.) (fig.7)
Begin de snede van bovenaf tot op circa 1/3 van de
diameter, en zaag vervolgens van onderaf tot u bij de
bovensnede uitkomt.
Bomen vellen
PAS OP! :Probeer geen bomen te vellen wanneer u
hier niet de nodige ervaring mee heeft, en vel in geen
geval een boom die een grotere diameter heeft dan
de lengte van het zwaard! Deze operatie mag alleen
door deskundigen en met geschikte uitrustingen
worden uitgevoerd.
Bij het vellen van een boom is het de bedoeling hem
in de meest geschikte positie te laten vallen voor het
latere onttakken en in stukken zagen. (Voorkom dat
een vallende boom in een andere boom verstrikt
raakt: een verstrikte boom laten vallen is een zeer
gevaarlijke operatie).
U moet de juiste valrichting bepalen door het
volgende te beoordelen: wat zich rond de boom
bevindt, de helling en kromming van de boom, de
windrichting en de dichtheid van de takken.
Houd ook rekening met de aanwezigheid van dode of
gebroken takken die af kunnen breken tijdens het
vellen en een gevaar kunnen vormen.
PAS OP! Tijdens het vellen van een boom in kritieke
omstandigheden, na het zagen altijd direct de
gehoorbescherming afnemen om ongewone geluiden
en eventuele waarschuwingssignalen te kunnen horen.
Voorbereidende werkzaamheden en bepalen van
de vluchtroute
Verwijder eventuele takken die het werk hinderen
(fig.8), van boven naar onder werkend, en houd de
stam tussen u en de machine terwijl u vervolgens de
moeilijkere takken één voor één verwijdert. Verwijder
de begroeiing rond de boom en let op eventuele
aanwezige obstakels (stenen, wortels, greppels etc.)
bij het plannen van uw vluchtroute (te benutten tijdens
het vallen van de boom); zie de afbeelding (fig.9) voor
de te kiezen richting (A voorziene valrichting van de
boom. B. Vluchtroute C. Risicozone)
NEDERLANDS - 10
VELTECHNIEK (fig.10)
Om de controle over de vallende boom te verzekeren
moeten de volgende sneden worden uitgevoerd:
De valkerf, die het eerst moet worden gemaakt en
dient om de valrichting van de boom te bepalen:
maak eerst de BOVENSNEDE van de valkerf aan de
kant waarnaar de boom moet vallen. Blijf rechts van
de boom en zaag met getrokken ketting; maak
vervolgens de ONDERSNEDE van de valkerf, die op
hetzelfde punt moet eindigen als de bovensnede. De
diepte van de valkerf moet 1/4 van de stamdiameter
bedragen, met een hoek tussen de boven- en
ondersnede van tenminste 45°. Het ontmoetingspunt
tussen de twee sneden wordt “valkerflijn” genoemd.
Deze lijn moet perfect horizontaal zijn en een rechte
hoek (90°) vormen met de valrichting.
De velsnede, die het doel heeft de boom te doen
vallen, moet op 3-5 cm boven het ondervlak van de
valkerf worden gemaakt, en moet eindigen op een
afstand van de valkerf die overeenkomt met 1/10 van
de stamdiameter. Blijf links van de boom en zaag met
getrokken ketting, met gebruik van de veltand.
Controleer of de boom zich niet in een andere richting
beweegt dan de beoogde valrichting. Steek zodra dit
mogelijk is een wig in de zaagsnede. Het ongezaagde
stuk van de stam wordt scharnierpunt genoemd, en
dient om de valrichting van de boom te sturen. Als het
scharnierpunt te klein is, niet recht is of geheel is
doorgezaagd, is het niet meer mogelijk de vallende
boom te sturen (zeer gevaarlijk!). Daarom moeten de
diverse sneden met grote precisie worden uitgevoerd.
Wanneer de zaagsneden zijn voltooid, begint de
boom te vallen en kan eventueel worden geholpen
met een wig of velhevel.
Onttakken
Wanneer de boom is geveld moet de stam van zijn
takken worden ontdaan. Onderschat dit werk niet,
want de meeste ongelukken als gevolg van terugslag
vinden juist in deze fase plaats. Let dus goed op de
positie van de neus van het zwaard tijdens het zagen
en werk aan de linkerkant van de stam.
I. ECOLOGISCHE INFORMATIE
In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie voor het behoud van de ecologische kenmerken die in de
ontwikkelingsfase van de machine werden vastgesteld, een correct gebruik van de machine en de verwerking
van de olie.
ONTWERP
In de ontwerpfase werd onderzoek gedaan naar een motor met een beperkt verbruik en lage geluidsemissie.
GEBRUIK VAN DE MACHINE
De werkzaamheden voor het vullen van de olietank moeten zo worden uitgevoerd dat geen lozing van de
kettingolie in het milieu wordt veroorzaakt.
LANGE PERIODES VAN STILSTAND
Maak de olietank altijd leeg in geval van langdurige opslagperiodes.
SLOOP
Voorkom lozing in het milieu van de afgedankte machine; lever hem in bij de aangewezen instellingen voor
afvalverwerking volgens de geldende wettelijke voorschriften.
NEDERLANDS – 11
M. TABEL VOOR STORINGSOPSPORING
De motor
start niet
De motor
draait slecht
of verliest
vermogen
De machine
start wel maar
zaagt niet goed
De motor
draait op
ongewone
wijze
De draaiende
ketting wordt niet
goed door het
remmechanisme
geblokkeerd
Controleer of er
stroom op het net
staat
z
Controleer of de
stekker goed in het
stopcontact is
gestoken
z
Controleer de
voedingskabel en
de verlengkabel op
beschadigingen
z
Controleer of de
kettingrem niet is
ingeschakeld
z
Controleer of de
ketting correct
gemonteerd is
z z
Controleer de
smering van de
ketting zoals
beschreven in
hoofdstuk F en G
z
Controleer of de
ketting scherp is
z
Wend u tot een
erkende
servicewerkplaats
z z z z
NEDERLANDS - 12
N. VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
Ondergetekende, geautoriseerd door E.O.P.I., verklaart hierbij dat de volgende producten: type ES15, ES15/1,
ES15/2, ES16, ES16/1, ES18 vanaf 2004, gebouwd door E.O.P.I., Valmadrera, Italië, in overeenstemming zijn
met de Europese Richtlijnen: 98/37/EG (Machinerichtlijn), 93/68/EEG (Richtlijn EEG-markering) & 89/336/EEG
(Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit), richtlijn 2000/14/EEG (Bijlage V).
Valmadrera, 19/05/2004
Pino Todero (Technisch Directeur)
Electrolux Outdoor Products Italy S.p.A.
Via Como 72, 23868 Valmadrera (Lecco) ITALIA
O. TECHNISCHE GEGEVENS
TYPE: ES 15 ES 16 ES 18
Droog gewicht (Kg) 3,5 3,5 3,5
Inhoud olietank (cm
3
) 200 200 150
Zwaardlengte (cm/inches) 30/12” 35/14’’ 40/16”
Type ketting MPG370GLX 91VJ
Kettingsteek (inches) 8,25/0,325” 8,25/0,325” 8,25/0,325”
Trillingsniveau 3/8 3/8 3/8
Voorste handgreep (m/s
2
) (ISO 7505) 3,5 3,5 1,96
Achterste handgreep (m/s
2
) (ISO 7505) 7,9 7,9 7,30
Gemeten geluidsvermogensniveau LW
av
dB(A) (ISO 9207) 111,14 111,14 103
Gewaarborgd geluidsvermogensniveau Lw
av
dB(A) (ISO 9207) 113 113 104
Geluidsdruk bij het oor van de gebruiker dB(A) (EN 27182) 98 98 94
Min. doorsnede verlengkabel (aantal kabels x mm
2
) 2x1 2x1 2x1
Max. lengte verlengkabel (m) 30 30 30
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16

Electrolux P1535 Handleiding

Type
Handleiding