Sony MZ-N505 de handleiding

Categorie
Minidisc-spelers
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

2-NL
Stel het apparaat niet bloot aan
regen of vocht, om brand en
elektrische schokken te
voorkomen.
Om brand te voorkomen mag u de
ventilatieopeningen van het apparaat niet
bedekken met kranten, kleedjes, gordijnen
e.d. Zet ook geen brandende kaarsen op
het apparaat.
Om brand en elektrische schokken te
voorkomen, mag u geen voorwerpen op
het apparaat neerzetten die met
vloeistoffen zijn gevuld, zoals
bloemenvazen.
Afgedankte batterijen dient u mee te
geven met het klein chemisch afval.
Neem voor meer informatie contact op uw
gemeente.
LET OP! — ONZICHTBARE
LASERSTRALING INDIEN GEOPEND
VERMIJD BLOOTSTELLING AAN DE
LASERSTRAAL
Informatie
Het CE-merkteken geldt alleen
voor producten die worden
verkocht in de Europese Unie.
OpenMG en het bijbehorende logo zijn
handelsmerken van Sony Corporation.
Amerikaanse en buitenlandse octrooien
onder licentie van Dolby Laboratories.
Alle andere handelsmerken en
geregistreerde handelsmerken zijn
handelsmerken of geregistreerde
handelsmerken van de desbetreffende
houders.
De symbolen ™ en ® worden in deze
handleiding achterwege gelaten.
Plaats het apparaat niet in een gesloten
ruimte, zoals een boekenrek of
ingebouwde kast.
DE VERKOPER IS IN GEEN ENKEL
GEVAL AANSPRAKELIJK VOOR
ENIGE DIRECTE OF INDIRECTE
SCHADE VAN WELKE AARD DAN
OOK, ONGEVALLEN, VERLIEZEN
OF ONKOSTEN DIE WORDEN
VEROORZAAKT DOOR EEN
DEFECT APPARAAT OF DOOR HET
GEBRUIK VAN WELK PRODUCT
DAN OOK.
WAARSCHUWING
3-NL
Opmerking voor gebruikers
De meegeleverde software
Krachtens het auteursrecht is het niet
toegestaan om zonder toestemming van
de houder van het auteursrecht, de
software en de bijbehorende handleiding
geheel of gedeeltelijke te
vermenigvuldiging of de software te
verhuren.
In geen enkel geval is SONY
aansprakelijk voor welke financiële
schade of winstderving dan ook,
inclusief claims van derden,
voortvloeiend uit het gebruik van de
software die met deze recorder is
meegeleverd.
Mochten er zich met betrekking tot deze
software problemen voordoen die
verband houden met productiefouten,
draagt SONY zorg voor vervanging.
Voor het overige is SONY nergens voor
aansprakelijk.
De software die met deze speler wordt
meegeleverd, kan uitsluitend worden
gebruikt bij apparatuur waarvoor het is
ontworpen.
Aangezien we voortdurend werken aan
de verbetering van onze producten,
kunnen de softwarespecificaties zonder
voorafgaande kennisgeving worden
gewijzigd.
Als u deze speler bedient met andere
software dan de software die is
meegeleverd, wordt dat niet door de
garantie gedekt.
Het geheel of gedeeltelijk
vermenigvuldigen van deze software en
de gebruiksaanwijzing, of het uitlenen
van deze software aan derden zonder de
uitdrukkelijke toestemming van de
rechthebbende, wordt door het
auteursrecht ten strengste verboden.
Sony is op geen enkele wijze
aansprakelijk voor financiële verliezen,
winstderving of claims van derden,
voortvloeiend uit het gebruik van deze
software.
Mochten er productiefouten aan het
licht komen, dan beperkt de
aansprakelijkheid van Sony zich
evenwel altijd tot het vervangen van het
betreffende product.
Deze software is specifiek ontworpen
voor het apparaat waarbij het is
meegeleverd.
Sony behoudt zich het recht voor de
softwarespecificaties zonder
voorafgaande kennisgeving aan te
passen.
Programma © 2000 Sony Corporation
Documentatie © 2002 Sony Corporation
In deze gebruiksaanwijzing wordt
alleen de bediening van de draagbare
MiniDisc-recorder zelf uitgelegd. Voor
informatie over het gebruik van de
meegeleverde software (OpenMG
Jukebox) dient u de bijbehorende
gebruiksaanwijzing raadplegen.
NL
4-NL
Inhoud
Overzicht ...........................................................8
De meegeleverde accessoires controleren ..............................................9
De bediening ...................................................10
Voorbereidingen .............................................13
Meteen een MD opnemen!
(Synchroonopname) ........................................ 16
Muziekstukken overbrengen van de computer
naar de MiniDisc (Overdracht) .......................20
Meteen een MD afspelen! ...............................22
Verschillende manieren van opnemen ...........24
Opmerking over digitaal en analoog opnemen (Digitale en analoge
invoer) ...................................................................................................24
Analoog opnemen .................................................................................25
Langdurige opnamen maken (MDLP) ..................................................26
Als u niet wilt dat LP: automatisch aan het begin van een
muziekstuknaam wordt toegevoegd ................................26
Muziekstukken opnemen met de groepsfunctie
(Groepsmodusopname) ....................................................................27
De groepsmodus activeren (Groepsmodusopname) .......................28
Een muziekstuk opnemen in een nieuwe groep .............................28
Een muziekstuk opnemen in een bestaande groep .........................28
Opnemen zonder bestaand materiaal te overschrijven .........................29
Automatisch muziekstukmarkeringen toevoegen (Automatische
tijdmarkering) .......................................................................................30
Het opnameniveau met de hand regelen (Handmatig opnemen) ..........31
De resterende opneemtijd controleren ..................................................32
5-NL
Verschillende manieren van afspelen ............ 33
De groepsfunctie gebruiken (Groepsmodus) ....................................... 33
Muziekstukken in een bepaalde groep beluisteren (Afspelen in
Groepsmodus) ................................................................. 33
Groepen selecteren en afspelen (Groepsselectiemodus) ................ 33
De afspeelstand wijzigen ..................................................................... 34
Extra bas (DIGITAL MEGA BASS) ................................................... 35
De resterende afspeeltijd of de afspeelpositie controleren ................... 36
Opgenomen muziekstukken bewerken .......... 38
Muziekstukken (opnieuw) benoemen .................................................. 38
Opnamen benoemen ...................................................................... 39
Opnamen opnieuw benoemen ........................................................ 40
Muziekstukken of groepen als een nieuwe groep instellen
(Groepsinstelling) ........................................................................... 40
Een groepsinstelling opheffen .............................................................. 41
Opgenomen muziekstukken verplaatsen .............................................. 42
Een muziekstuk naar een andere groep verplaatsen ............................. 43
De groepsvolgorde op een disc wijzigen (Groepen verplaatsen) ......... 43
Een muziekstukmarkering toevoegen .................................................. 44
Een muziekstukmarkering wissen ........................................................ 45
Muziekstukken wissen ......................................................................... 46
Een muziekstuk wissen .................................................................. 46
De hele disc wissen ........................................................................ 46
Een groep wissen ........................................................................... 47
Andere functies .............................................. 48
Uw gehoor beschermen (AVLS) .......................................................... 48
De pieptoon uitschakelen ..................................................................... 48
De bediening vergrendelen (HOLD) .................................................... 49
Stroombronnen ............................................... 50
Gebruiksduur van de batterij ................................................................ 50
6-NL
Aanvullende informatie .................................. 51
Voorzorgsmaatregelen ..........................................................................51
Systeembeperkingen .............................................................................54
Verhelpen van storingen .......................................................................56
De menus .............................................................................................59
Meldingen .............................................................................................64
Technische gegevens ............................................................................67
Toelichting ............................................................................................68
Register .................................................................................................69
8-NL
Overzicht
Wat u allemaal met uw MD Walkman kunt doen
Met deze Walkman zet u digitale geluidsbestanden in een handomdraai over van uw
computer naar de MiniDisc, zodat u de muziek overal kunt beluisteren.
1 Digitale
geluidsbestand
en op uw
computer
opslaan*.
2 De bestanden
overbrengen
naar de
MiniDisc
Walkman.
3 Naar uw
MiniDisc
Walkman
luisteren.
Audio-
CD’s
USB-kabelverbinding
* Met OpenMG, een copyright-beschermingstechnologie die voldoet aan de SDMI-normen
(Secure Digital Music Initiative), kunt u digitale muziek opnemen en afspelen zonder dat u
inbreuk maakt op de auteursrechten van de rechthebbenden.
** EMD is wereldwi
j
d in slechts een be
p
erkt aantal
g
ebieden beschikbaar.
EMD**-
diensten
Bestanden in MP3-,
WAV- en Windows
Media-formaat
9-NL
Opmerkingen over het gebruik
In de volgende gevallen kan het gebeuren dat de opname niet op de juiste wijze wordt
afgesloten, of dat de opnamegegevens verloren gaan:
u verwijdert de disc uit de recorder, ontkoppelt de netspanningsadapter of ontkoppelt
de USB-houder tijdens het lezen of schrijven van gegevens.
u gebruikt een disc die is blootgesteld aan statische elektriciteit of ruis.
De meegeleverde accessoires controleren
Meegeleverde accessoires
Oplaadbare nikkel-cadmiumbatterij NC-WMAA (1)
Netspanningsadapter (1)
Koptelefoon/oortelefoon met een afstandsbediening (1)
Optische kabel (1)
USB-kabel (1)
Houder voor batterijen (1)
Draagetui met riemclip (alleen het Europese model) (1)
CD-ROM (1)*
Speel geen CD-ROM af in een audio-CD-speler.
De opgenomen muziek is uitsluitend bestemd voor privé-gebruik. Als u de opnamen
buiten de privé-sfeer wilt gebruiken, hebt u toestemming nodig van de eigenaren van
het auteursrecht.
Als het opnemen vanaf een CD of het downloaden mislukt waardoor er geen
muziekbestanden op uw computer worden opgeslagen, is Sony hiervoor niet
aansprakelijk.
10-NL
De bediening
De recorder
A OPEN-toets
B END SEARCH-toets
C X (pauzeren)-toets
D DC IN 3V-aansluiting
E VOL +/ -toets
De VOL + -toets heeft een voelbare
punt.
F N (afspelen)-toets
De N -toets heeft een voelbare punt.
./> (zoeken/AMS)-toets
x (stoppen)/CHARGE-toets
G Uitleesvenster
H GROUP/CANCEL-toets
I T MARK/REC-toets
J HOLD-schakelaar
K USB-aansluiting
L Batterijcompartiment
M LINE IN (OPTICAL)-aansluiting
N MENU/ENTER-toets
O i (koptelefoon/oortelefoon)
-ansluiting
2
3
4
qa
qs
qd
qf
qg
7
8
6
9
q;
5
1
CHARGE
11-NL
Het uitleesvenster van de recorder
A MONO (mono)-indicatie
B LP-indicatie
C Indicatie Mega Bass
D Discindicatie
Geeft aan of de disc draait voor het
opnemen, afspelen of bewerken van
een MD.
E Niveaumeter
Toont het geluidsvolume van de MD
die wordt afgespeeld of opgenomen.
F REC REMAIN/REMAIN (resterende
tijd/muziekstukken)-indicatie
Licht op als de resterende tijd van het
muziekstuk, de resterende tijd op de
MD of het resterende aantal
muziekstukken wordt weergegeven.
G SYNC (synchroonopnemen)-indicatie
H REC-indicatie (opnemen)
Licht op tijdens het opnemen. Als
deze indicatie knippert, is de recorder
in de wachtstand.
I Batterij-indicatie
Toont bij benadering de toestand van
de batterij.
J Tijdweergave
K Indicatie discnaam/muziekstuknaam
Licht op bij het benoemen van een
disc of muziekstuk.
L Groepsindicatie
Licht op als de groepsmodus is
ingeschakeld.
M Tekenvenster
Toont disc- en muziekstuknamen,
foutmeldingen, muziekstuknummers
enz.
N Indicatie afspeelstand
Toont de afspeelstand van de MD.
Digital MEGA BASS
LP2
.
4
AB CDE F G
H
JIMLKN
12-NL
De koptelefoon/oortelefoon met afstandsbediening
A ./>/N (zoeken/AMS/
afspelen) >/.-toets
B x (stoppen) ENTER-toets
C X (pauzeren) CAPS-toets
D EDIT-toets
E VOL +/ -toets
F Koptelefoon/oortelefoon
Kan worden vervangen door de apart
verkrijgbare koptelefoon/oortelefoon.
G HOLD-schakelaar
Verschuif deze schakelaar om de
afstandsbediening te vergrendelen.
H T MARK-toets
I DELETE-toets
B
A
C
D
E
G
F
I
H
13-NL
Voorbereidingen
Laad de oplaadbare batterij op voordat u de recorder in gebruik neemt.
Als de oplaadbare batterij niet is opgeladen, kunt u de recorder alleen
gebruiken als de netspanningsadapter is aangesloten.
1
De oplaadbare batterij plaatsen.
De droge batterij gebruiken
Plaats een LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (niet meegeleverd) in plaats van een
oplaadbare batterij.
e
E
Plaats de oplaadbare
batterij met de
minuszijde eerst.
Schuif het deksel van het
batterijcompartiment om
deze te openen.
Sluit het deksel.
vervolgd
14-NL
2
De oplaadbare batterij opladen.
1 Sluit de netspanningsadapter aan op DC IN 3V.
2 Druk op CHARGE (x).
Charge knippert, e verschijnt op het uitleesvenster, en het opladen begint.
Als het opladen is voltooid, verdwijnt de batterij-indicatie.
Het duurt ongeveer 3 uur voordat een geheel lege oplaadbare batterij volledig is
opgeladen.
3 Ontkoppel de netspanningsadapter.
Opmerking
Soms begint de Charging-indicatie op het uitleesvenster niet onmiddellijk te knipperen nadat u in
stap 2 op CHARGE hebt gedrukt. De indicatie begint in dat geval na ongeveer 3 minuten te knipperen,
waarna het opladen begint.
3
De afstandsbediening aansluiten
en ontgrendelen.
1 Sluit de koptelefoon/oortelefoon via de
afstandsbediening aan op i.
2 Schuif HOLD tegen de richting van de
pijl in (.) om de toetsen te
ontgrendelen.
naar een
stopcontact
CHARGE (x)
naar DC IN 3V
Netspanningsadapter
HOLD
naar i
Stevig
aandrukken.
Stevig
aandrukken.
15-NL
Opmerkingen
Gebruik de recorder niet om andere batterijen
op te laden dan de meegeleverde batterij of
batterijen die voor deze recorder zijn bedoeld
(NC-WMAA).
Tijdens het opladen kunnen de batterijen heet
worden. Dit is echter ongevaarlijk.
Zorg ervoor dat u de meegeleverde
netspanningsadapter gebruikt.
Als u de batterij voor het eerst oplaadt, of
nadat u deze lange tijd niet hebt gebruikt, kan
het zijn dat de batterij niet maximaal wordt
opgeladen. Dit is geen storing. Als u de
batterij enkele malen hebt gebruikt en
opgeladen, kan de batterij weer tot zijn
normale capaciteit worden opgeladen.
Als de tijd die een volledig geladen
oplaadbare batterij meegaat, ongeveer is
gehalveerd ten opzicht van de normale tijd,
dient u de batterij te vervangen.
Als u de recorder lange tijd achterelkaar niet
gebruikt, haal dan de netspanningsadapter uit
het stopcontact.
Als de recorder tijdens het bedienen stopt en
LoBATT op het uitleesvenster verschijnt,
laad dan de oplaadbare batterij op. Als
LoBATT verschijnt, kunt u de recorder vaak
nog enige tijd gebruiken. Als u echter
doorgaat tot de oplaadbare batterij volledig is
ontladen, kan het zijn dat u de oplaadbare
batterij niet meer opnieuw kunt opladen. Als
dit zich voordoet, haal de oplaadbare batterij
dan vóór het opladen even uit de recorder en
plaats deze daarna opnieuw.
Neem de volgende punten in acht, als u de
batterij rechtstreeks:
Als u op x/CHARGE drukt, onmiddellijk
nadat het opladen is voltooid, begint het
opladen opnieuw. Als dat gebeurt, drukt u
nogmaals op x/CHARGE om het opladen
te stoppen, aangezien de batterij al volledig
is opgeladen.
Het opladen wordt beëindigd als u probeert
de recorder tijdens het opladen te bedienen.
Gebruiksduur van de batterij
Raadpleeg Gebruiksduur van de batterij
(pagina 50) voor meer informatie.
Tijdens het opnemen
(Eenheid: geschatte uren)
Tijdens het afspelen
(Eenheid: geschatte uren)
Batterijen SP-
stereo
LP2-
stereo
LP4-
stereo
Oplaadbare
nikkel-
cadmium-
batterij
(NC-WMAA)
4 6 7,5
Sony LR6 (SG)
droge alkaline-
batterij
91316
Batterijen SP-
stereo
LP2-
stereo
LP4-
stereo
Oplaadbare
nikkel-
cadmium-
batterij
(NC-WMAA)
15 16 20
Sony LR6 (SG)
droge alkaline-
batterij
42 48 56
16-NL
Meteen een MD opnemen!
(Synchroonopname)
In dit hoofdstuk wordt de basisprocedure uitgelegd voor het maken
van digitale opnamen via een optische kabel die is aangesloten op een
CD-speler, digitale tv of een ander digitaal apparaat. (Zie
Systeembeperkingen (pagina 54) voor meer informatie.) Tijdens
synchroonopnamen start en stopt de recorder gelijktijdig met de
geluidsbron. Als er in de geluidsbron muziekstukmarkeringen
voorkomen, worden deze meegekopieerd. We raden u aan om tijdens
het opnemen gebruik te maken van de netspanningsadapter.
Zie Analoog opnemen (pagina 25) voor het maken van opnamen vanaf een analoge
geluidsbron, zoals een cassettedeck of radio.
Zie Muziekstukken opnemen met de groepsfunctie (Groepsmodusopname) (pagina 27)
voor het maken van opnamen in de groepsmodus.
1
Plaats een MD.
(Gebruik voor opnemen een onbespeelde MD)
1
Druk op OPEN om het deksel te openen. 2 Plaats een MD met het label naar
boven en druk op het deksel om het te
sluiten.
Controleer of het
wispreventie-
nokje is gesloten.
17-NL
2
Maak verbinding.
(Sluit de kabels goed
aan op de daarvoor bestemde aansluitingen)
3
Een MD opnemen.
1 Als de recorder is gestopt, drukt u op
MENU.
De menu-items verschijnen op het
uitleesvenster.
2 Druk enkele malen op . of op >
totdat SYNC-R op het uitleesvenster
knippert. Druk vervolgens op ENTER.
3 Druk enkele malen op . of op >
totdat ON op het uitleesvenster
knippert. Druk vervolgens op ENTER.
4 Druk op N terwijl u REC ingedrukt
houdt.
De recorder pauzeert nu en is gereed
voor het opnemen.
5 Speel de bron af waarvan u een
opname wilt maken.
De recorder begint automatisch met
opnemen zodra deze het afgespeelde
geluid ontvangt.
naar een
stopcontact
Optische stekker Optische ministekker
naar LINE IN (OPTICAL)
naar DC IN 3V
Netspanningsadapter
Zie Verkrijgbare accessoires (pagina 67)
CD-speler,
MD-speler,
DVD-speler
enz.
Draagbare
CD-speler
enz.
naar een digitale (optische)
uitgang
Optische
kabel POC-
15B* enz.
REC
x/
N/./
>/
X
END SEARCH
MENU/
ENTER
18-NL
Druk op x om de opname te beëindigen.
Als u op x hebt gedrukt om te stoppen, schakelt de recorder na ca. 10 seconden automatisch uit (bij
gebruik van een droge of oplaadbare batterij) of na ca. 3 minuten (bij gebruik van de
netspanningsadapter).
Synchroonopnemen annuleren
Druk enkele malen op . of op > totdat in stap 3OFF op het uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
Opmerking
Als u opneemt op een disc die reeds opnamen bevat, houd er dan rekening mee dat de
recorder bij aflevering zo is ingesteld, dat de bestaande opnamen worden
overschreven. Als u vanaf het einde van het bestaande materiaal wilt opnemen, volg
dan de procedure Opnemen zonder bestaand materiaal te overschrijven (pagina 29),
voordat u stap 3, Een MD opnemen. (pagina 17) uitvoert.
Als het opnemen niet begint
Zorg ervoor dat de recorder niet is vergrendeld (pagina 14, 49).
Zorg ervoor dat de MD niet is beveiligd tegen opnemen (pagina 52).
Bij voorbespeelde MDs is het niet mogelijk om over de muziekstukken op te nemen.
DSP TYPE-R voor ATRAC
TYPE-R is een hoogwaardige Sony-
technologie die wordt gebruikt in de Digital
Signal Processor (DSP), die het hart vormt van
het MiniDisc-geluid. Deze technologie geeft de
MiniDisc-recorder tweemaal zoveel
signaalverwerkingscapaciteit als eerdere
MiniDisc Walkman-modellen, met een
geluidskwaliteit die bijna net zo goed is als die
van MiniDisc-decks. Dit apparaat ondersteunt
de “TYPE-R-functie alleen als er in de
normale stereostand (of in de monostand) wordt
opgenomen of afgespeeld. In de MDLP-stand
wordt deze functie niet ondersteund. Ook als er
in de normale stereostand (of in de monostand)
met behulp van OpenMG Jukebox
geluidsbestanden worden overgebracht van de
computer, wordt deze functie niet ondersteund.
Om dit te doen Drukt u hierop
Opnemen vanaf het eind van
het huidige materiaal
1)
Als R-Posi (opnamepositie) is ingesteld op FrHere,
druk dan op END SEARCH en vervolgens op N terwijl
u REC ingedrukt houdt.
1)
Als R-Posi is ingesteld op Fr End, druk dan op N
terwijl u REC ingedrukt houdt.
Opnemen vanaf een bepaald
punt in de vorige opname
1)
N, . of > om het startpunt van de opname te
vinden en druk op x om te stoppen. Druk vervolgens op
N terwijl u op REC drukt.
Pauzeren X
2)
.
Druk nogmaals op X om de opname te hervatten.
De MD verwijderen x en open het deksel.
3)
(Het deksel gaat niet open zolang
Edit op het uitleesvenster knippert.)
1)
Als R-Posi is ingesteld op Fr End, wordt er altijd opgenomen vanaf het einde van het bestaande
materiaal. U hoeft dus niet eerst op de END SEARCH-toets te drukken (pagina 29).
2)
Als u nogmaals op X drukt om na de pauze de opname te hervatten, wordt er een nieuwe
muziekstukmarkering toegevoegd. Hierdoor wordt de rest van het muziekstuk als een nieuw
muziekstuk aangemerkt.
3)
Als u het deksel opent terwijl R-Posi is ingesteld op FrHere, begint het opnemen de volgende keer
als u opneemt bij het begin van de disc. Controleer op het uitleesvenster het startpunt van de opname.
19-NL
Opmerkingen
Tijdens synchroonopnamen is het niet
mogelijk om de pauzefunctie handmatig in of
uit te schakelen. Druk op x om de opname te
beëindigen.
Wijzig de SYNC-R-instelling niet tijdens het
opnemen. De opname kan dan mislukken.
Zelfs wanneer de geluidsbron geen
opgenomen geluid meer produceert, kan het
zijn dat er tijdens de synchroonopname niet
automatisch wordt gepauzeerd als gevolg van
ruis die door de geluidsbron wordt
uitgezonden.
Als tijdens een synchroonopname een stil
gedeelte van ongeveer 2 seconden wordt
gedetecteerd, afkomstig van een geluidsbron
anders dan een CD of een MD, wordt er
automatisch een muziekstukmarkering
toegevoegd op het punt waar het stille
gedeelte eindigt.
Het is niet mogelijk om tijdens het opnemen
de opnamestand te wijzigen.
Saving of Edit knippert terwijl de
gegevens van de opname (de begin- en
eindpunten van de muziekstukken en
dergelijke) worden opgeslagen. Beweeg de
recorder niet en schakel de stroomvoorziening
niet uit zolang de indicator op het
uitleesvenster knippert.
Het deksel gaat niet open zolang Edit op het
uitleesvenster staat.
Als de stroomvoorziening wordt onderbroken
(d.w.z. de batterij wordt verwijderd of raakt
leeg of de netspanningsadapter wordt
losgekoppeld) tijdens een opname of een
bewerking, of terwijl Edit op het
uitleesvenster staat, kan het deksel niet
worden geopend tot de stroomvoorziening is
hersteld.
Digitale opnamen kunt u alleen maken vanaf
een optische uitgang.
Als u opneemt van een draagbare CD-speler,
zet de CD-speler dan in de pauzestand en volg
de opnameprocedure op de recorder.
Let op het volgende als u opneemt van een
draagbare CD-speler:
Sommige draagbare CD-spelers kunnen
zonder netspanningsadapter geen digitale
uitvoer produceren. Sluit in zon geval de
netspanningsadapter aan op de draagbare
CD-speler om netspanning als stroombron
te gebruiken.
Bij sommige draagbare CD-spelers wordt
geen optisch signaal uitgevoerd als er een
stabiliseerfunctie als ESP* of G-
PROTECTION is ingeschakeld. Schakel in
zon geval de stabiliseerfunctie uit.
Electronic Shock Protection (elektronische
bescherming tegen schokken)
z
Wanneer er tijdens de synchroonopname meer
dan 3 seconden geen geluid wordt ontvangen,
schakelt de recorder automatisch over naar de
wachtstand. Zodra de speler weer geluid
produceert, hervat de recorder de synchroon-
opname. Als de recorder 5 minuten of langer
in de wachtstand staat, stopt de recorder
automatisch.
Als u langere opnamen wilt maken, volg dan
stap 1 van Langdurige opnamen maken
(MDLP) (pagina 26) om de opnamestand te
selecteren, en volg daarna de procedure voor
synchroonopnemen.
LINE IN (OPTICAL) is een aansluiting die
geschikt is voor zowel digitale als analoge
invoer. De recorder herkent automatisch het
gebruikte kabeltype en schakelt over op
digitale of analoge invoer.
Het opnameniveau wordt automatisch
ingesteld. Zie Het opnameniveau met de
hand regelen (Handmatig opnemen)
(pagina 31) als u het opnameniveau
handmatig wilt instellen.
Tijdens de opname kunt u het geluid
controleren. Sluit de koptelefoon/oortelefoon
via de afstandsbediening aan op i en druk op
VOL +/ om het geluidsvolume te regelen. Dit
heeft geen invloed op het opnameniveau.
20-NL
Muziekstukken overbrengen van de
computer naar de MiniDisc
(Overdracht)
1
Installeer de meegeleverde OpenMG
Jukebox-software op uw computer.
Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing van de OpenMG Jukebox voor meer informatie.
Opmerking
Als u de recorder voor het eerst op uw computer aansluit, zorg dan dat u de OpenMG
Jukebox-software en het Net MD-stuurprogramma vanaf de meegeleverde CD-ROM hebt
geïnstalleerd. Als OpenMG Jukebox reeds is geïnstalleerd, moet u eerst het Net MD-
stuurprogramma installeren en pas daarna de recorder op de computer aansluiten. Als u de
recorder op de computer aansluit voordat u het Net MD-stuurprogramma installeert, werkt de
recorder niet goed.
2
Maak verbinding.
Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing van de OpenMG Jukebox voor meer informatie.
Opmerkingen
Sluit de recorder via de netspanningsadapter aan op een stopcontact.
Deze recorder ondersteunt USB 2.0 Full Speed (voorheen USB 1.1).
Als u deze recorder aanluit via een USB-hub of een USB-verlengkabel, wordt de juiste werking niet
gegarandeerd. Zorg er wel voor dat u de USB-kabel gebruikt voor het maken van de verbinding.
Sluit maar één MD-recorder tegelijk aan op uw computer. Als u meerdere recorders aanluit, wordt een
correcte werking niet gegarandeerd.
1 Plaats een disc in de recorder.
2 Plaats de opgeladen oplaadbare batterij in de recorder.
3 Sluit netspanningsadapter aan op de recorder.
4 Open het kapje van de USB-aansluiting en sluit de recorder via de speciale
meegeleverde USB-kabel aan op uw computer.
USB-kabel
Naar de USB-aansluiting
van de recorder.
Naar de USB-
aansluiting van de
computer.
Naar een
stopcontact
Netspanningsadapter
21-NL
3
Neem audiogegevens op in de
OpenMG Jukebox.
Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing van de OpenMG Jukebox voor meer informatie.
Als de recorder is aangesloten op uw computer, wordt het uitleesvenster van de
recorder weergegeven zoals hieronder is afgebeeld.
4
Breng het muziekbestand over
naar de recorder (Overdracht).
Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing van de OpenMG Jukebox voor meer informatie.
Opmerkingen
Als de recorder is aangesloten op de computer, kunt u alleen de VOL +/ -toetsen op de
recorder en de VOL +/ -toets op de afstandsbediening gebruiken.
Om te voorkomen dat er opnamemateriaal verloren gaat, dient u ervoor te zorgen dat de
recorder tijdens de overdracht van een muziekstuk niet blootstaat aan trillingen of stoten.
Verder mogen tijdens de overdracht de netspanningsadapter of de USB-kabel niet worden
losgekoppeld.
Zolang de recorder is aangesloten op uw computer, kunt u het deksel tijdens de bewerkingen
niet openen.
PC MD
22-NL
Meteen een MD afspelen!
1
Plaats een MD.
1 Druk op OPEN om het deksel te openen. 2 Plaats een MD met het label naar
boven en druk op het deksel om het te
sluiten.
2
Een MD afspelen.
1 Druk op N (duw het schuifje naar
>/N).
Via de koptelefoon/oortelefoon is een
korte pieptoon te horen.
2 Druk op VOL +/ om het volume te
regelen.
Het volume wordt op het uitleesvenster
weergegeven.
Om het afspelen te stoppen,
drukt u op x.
Via de koptelefoon/oortelefoon is een lange
pieptoon te horen.
Als u op x op de recorder of op x op de
afstandsbediening hebt gedrukt om te stoppen,
schakelt de recorder na ca. 10 seconden
automatisch uit (bij gebruik van een droge of
oplaadbare batterij) of na ca. 3 minuten (bij
gebruik van de netspanningsadapter).
Het afspelen begint vanaf het punt waar u het
laatst met afspelen bent opgehouden. Als u wilt
afspelen vanaf het begin van het eerste
muziekstuk, druk dan ten minste 2 seconden op
N op de recorder, of duw het schuifje op de
afstandsbediening naar >/N en houd het
daar ten minste 2 seconden vast.
VOL +/
VOL +/
x
>/N
N/x
23-NL
Als het afspelen niet begint
Zorg ervoor dat de recorder niet is vergrendeld
(pagina 14, 49).
Het overslaan van geluid
onderdrukken (G-PROTECTION)
De G-PROTECTION-functie is ontwikkeld om
een hoger schokbestendigheidsniveau te bieden
dan de bestaande spelers.
Opmerking
In de volgende gevallen kan het geluid tijdens
het afspelen overslaan:
de recorder ondergaat onafgebroken sterke
schokken.
er wordt een vuile of bekraste MiniDisc
afgespeeld.
z
De juiste afspeelstand wordt automatisch
ingesteld (stereo, LP2-stereo, LP4-stereo of
mono).
Zie De groepsfunctie gebruiken
(Groepsmodus) (pagina 33) als u uitsluitend
muziekstukken in een bepaalde groep wilt
afspelen.
Opmerking
Als zich tijdens het bedienen van de recorder
een van de volgende gevallen voordoet, kan het
deksel pas weer worden geopend als de
stroomvoorziening is hersteld:
De batterij is verwijderd.
De netspanningsadapter is losgekoppeld.
De batterij raakt leeg.
Functie Bediening op de recorder Bediening via de
afstandsbediening
Het begin van het
huidige muziekstuk
of het vorige
muziekstuk vinden
1)
Druk op ..
Druk enkele malen op .
totdat u aan het begin van het
gewenste muziekstuk bent.
Duw het schuifje naar ..
Duw het schuifje enkele malen
naar . totdat u aan het begin
van het gewenste muziekstuk
bent.
Het begin van het
volgende muziekstuk
vinden
2)
Druk eenmaal op > . Duw het schuifje naar >/N.
Achteruitspoelen
tijdens het afspelen
Druk op . en houd deze
toets ingedrukt.
Duw het schuifje naar . en
houd het daar vast.
Vooruitspoelen
tijdens het afspelen
Druk op > en houd deze
toets ingedrukt.
Duw het schuifje naar >/N
en houd het daar vast.
Pauzeren Druk op X.
Druk nogmaals op X om het
afspelen te hervatten.
Druk op X.
Druk nogmaals op X om het
afspelen te hervatten.
De MD verwijderen Druk op x en open het
deksel.
3)
Druk op x en open het deksel.
1)
Als u tijdens het afspelen van het eerste muziekstuk op de disc tweemaal achterelkaar op . drukt,
gaat de recorder naar het begin van het laatste muziekstuk op de disc.
2)
Als u tijdens het eerste muziekstuk van de disc op > drukt, gaat de recorder naar het begin van het
laatste muziekstuk van de disc.
3)
Zodra u het deksel opent, wordt het startpunt voor afspelen gewijzigd in het begin van het eerste
muziekstuk.
24-NL
Verschillende manieren van opnemen
Opmerking over digitaal en analoog opnemen
(Digitale en analoge invoer)
De ingang van deze recorder werkt zowel digitaal als analoog. Sluit de recorder aan op een
CD-speler of een cassettedeck via de digitale (optische) ingang of analoge (lijn)ingang. Zie
Meteen een MD opnemen! (Synchroonopname) (pagina 16) voor het opnemen via de
digitale (optische) ingang, en Analoog opnemen (pagina 25) voor het opnemen via de
analoge (lijn)ingang.
Het verschil tussen digitale (optische) en analoge (lijn)ingang
Opmerking
Muziekstukmarkeringen kunnen foutief worden gekopieerd:
als u via een digitale (optische) ingang opneemt van bepaalde CD-spelers of CD-wisselaars.
als de bron tijdens het opnemen via de digitale (optische) ingang gebruikmaakt van Shuffle- of
Geprogrammeerd afspelen. Speel in dat geval af in de normale afspeelstand.
als u via de digitale (optische) ingang opnamen maakt van uitzendingen met digitaal geluid (bijv. van
een digitale tv).
Verschil Digitale (optische) ingang Analoge (lijn)ingang
Geschikte
bron
Apparatuur met een digitale (optische)
uitgang (CD-speler, DVD-speler enz.)
Apparatuur met een analoge
(lijn)uitgang (Cassettedeck,
radio, grammofoon, enz.)
Geschikte
aansluit-
kabel
Optische kabel (met een optische
stekker of een optische ministekker)
(pagina 17)
Lijnkabel (met 2 audiostekkers
of een stereoministekker)
(pagina 25)
Signaal van
de bron
Digitaal Analoog
Zelfs als een digitale bron (zoals
een CD) is aangesloten, wordt
een analoog signaal naar de
recorder verzonden.
Muziek-
stukmarker-
ingen
1)
1)
Na het opnemen kunt u overbodige markeringen wissen. (Een muziekstukmarkering wissen,
pagina 45).
Worden automatisch gemarkeerd
(gekopieerd)
op dezelfde posities als in de bron (als
de bron een CD of een MD is).
als er meer dan 2 seconden geen
(pagina 68) of een zwak signaal wordt
doorgegeven (als de bron geen CD of
MD is).
als de recorder pauzeert (tijdens een
synchroonopname wordt er gedurende
3 seconden geen geluid gedetecteerd)
Worden automatisch gemarkeerd
als er meer dan 2 seconden
geen (pagina 68) of een zwak
signaal wordt doorgegeven.
als de recorder pauzeert tijdens
het opnemen.
Opgenomen
geluids-
niveau
Gelijk aan de bron.
Kan ook handmatig worden geregeld
(Digitale REC-niveauregeling) (Het
opnameniveau met de hand regelen
(Handmatig opnemen), pagina 31).
Automatisch geregeld. Kan ook
handmatig worden geregeld
(“Het opnameniveau met de hand
regelen (Handmatig opnemen),
pagina 31).
25-NL
Analoog opnemen
Het geluid komt als analoog signaal
binnen vanaf het aangesloten apparaat,
maar wordt digitaal op de disc
opgeslagen.
Als u de recorder wilt aansluiten op een
geluidsbron, hebt u een apart verkrijgbare
lijnkabel nodig. Als u deze kabel aansluit,
zorg er dan voor dat u de stekkers stevig
aandrukt.
1 Druk op N terwijl u REC ingedrukt
houdt.
De REC-indicatie licht op op het
uitleesvenster en het opnemen begint.
2 Speel de bron af waarvan u een
opname wilt maken.
Zie Meteen een MD opnemen!
(Synchroonopname)” (pagina 16)
voor verdere aanwijzingen met
betrekking tot het maken van
opnamen.
z
LINE IN (OPTICAL) is een aansluiting die
geschikt is voor zowel digitale als analoge
invoer.
De recorder herkent automatisch het gebruikte
kabeltype en schakelt over op digitale of
analoge invoer.
Opmerking
Als u een opname wilt onderbreken, drukt u op
X. Op dat punt wordt een muziekstuk-
markering toegevoegd zodra u nogmaals op X
drukt om het opnemen te hervatten. De opname
wordt voortgezet als nieuw muziekstuk.
Lijnkabel*
CD-speler,
cassettedeck enz.
L
(wit)
R (rood)
REC
naar LINE IN (OPTICAL)
naar LINE OUT-aansluitingen enz.
Gebruik de aansluitkabels zonder een
signaalverzwakker. Gebruik de
RK-G136-kabel om een draagbare
CD-speler met een aansluiting voor
stereoministekkers aan te sluiten. Zie
(“Verkrijgbare accessoires, pagina 67)
voor meer informatie over het aansluiten
van kabels.
26-NL
Langdurige opnamen
maken (MDLP)
Selecteer een opnamestand die overeen-
komt met de door u gewenste opnametijd.
U kunt 2 keer (LP2) of 4 keer (LP4)
langer dan normaal stereo-opnamen
maken. Verder is het mogelijk om met 2
keer de normale opnametijd in mono op te
nemen.
MDs die in mono, LP2 of LP4 zijn
opgenomen, kunnen alleen worden
afgespeeld op MD-spelers of
-recorders die zijn voorzien van een
mono-, LP2- of LP4-afspeelstand.
1 Als de recorder is gestopt, drukt u op
MENU.
2 Druk enkele malen op . of op
> totdat R-MODE op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
3 Druk enkele malen op . of op
> om de gewenste opnamestand te
selecteren en druk vervolgens op
ENTER.
Telkens als u op . of op >
drukt, verandert het uitleesvenster als
volgt:
4 Druk op N terwijl u op REC drukt.
5 Speel de geluidsbron af.
Druk op x om de opname te
beëindigen.
Wanneer u de volgende keer weer een
opname maakt, gebruikt de recorder weer
de vorige instelling van de opnamestand.
Als u niet wilt dat LP:
automatisch aan het begin
van een muziekstuknaam
wordt toegevoegd
Als LP: aan het begin van een muziek-
stuknaam is toegevoegd, wordt LP:
weergegeven zodra wordt geprobeerd de
disc af te spelen of te bewerken op een
apparaat dat MDLP niet ondersteunt. Het
uitleesvenster laat u dan weten dat het
afspelen of bewerken van het muziekstuk
op het betreffende apparaat niet mogelijk
is. Bij aflevering is de recorder zo inge-
steld dat LP: aan het begin van iedere
muziekstuknaam wordt toegevoegd.
1 Als de recorder is gestopt, drukt u op
MENU.
2 Druk enkele malen op . of op
> totdat OPTION op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
3 Druk enkele malen op . of op
> totdat LPStmp op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
Opname-
stand
1)
Uitlees-
venster
Opname-
tijd
3)
SP-stereo SP Ca. 80 min.
LP2-stereo LP2 Ca. 160 min.
LP4-stereo LP4 Ca. 320 min.
Mono
2)
MONO Ca. 160 min.
REC
MENU/
ENTER
./>/
N
1)
U bereikt de beste geluidskwaliteit als u
opneemt in de normale stereostand (SP) of in
de LP2-stereostand.
2)
Als u een mono-opname maakt van een
stereobron, wordt het geluid van links en
rechts gemengd.
3)
Als u een onbespeelde MD van 80 minuten
gebruikt.
27-NL
4 Druk enkele malen op . of >
totdat OFF op het uitleesvenster
knippert en druk vervolgens op
ENTER.
Als u wilt dat LP: wordt toege-
voegd, selecteer dan ON in deze
stap en druk vervolgens op ENTER.
Opmerking
LP: wordt toegevoegd bij muziekstukken die
in LP-stereo vanaf uw computer worden
overgebracht, ongeacht de LPStamp”-
instelling. Als u LP: wilt wissen, volg dan de
procedure Opnamen opnieuw benoemen
(pagina 40).
z
Audioapparaten die de LP2- of LP4-
stereostanden ondersteunen, zijn voorzien van
de logos of .
Als u de recorder zo instelt dat LP: niet aan
het begin van de muziekstuknaam wordt
toegevoegd, kunt u langere muziekstuknamen
invoeren, omdat u dan de volledige lengte van
de tekenreeks voor dit doel kunt benutten
Opnamen opnieuw benoemen (pagina 40).
U krijgt bij het opnemen in de SP-stereostand
(of in mono) een geluid van hoge kwaliteit
met rijke tonen dankzij de nieuw ontwikkelde
DSP TYPE-R voor ATRAC (Adaptive
TRansform Acoustic Coding) (pagina 18).
Opmerkingen
We raden u aan om bij het maken van
langdurige opnamen gebruik te maken van de
netspanningsadapter.
Als u via de digitale (optische) ingang een
mono-opname maakt van een stereobron, kunt
u het opgenomen geluid nog steeds in stereo
controleren. U moet dan gebruik maken van
een koptelefoon/oortelefoon die is
aangesloten op de i-aansluiting.
Geluid dat is opgenomen via digitale
(optische) invoer, kan in stereo worden
beluisterd via de koptelefoon/oortelefoon,
enz.
Als u opneemt in de LP4-stereostand, kan het
in zeer zeldzame gevallen voorkomen dat er
bij bepaalde geluidsbronnen een kortstondig
bijgeluid wordt geproduceerd. Dit wordt
veroorzaakt door de speciale digitale
audiocompressietechnologie, waardoor u 4
keer langer kunt opnemen dan normaal. Als
dit bijgeluid wordt geproduceerd, raden wij u
aan op te nemen in de normale stereostand of
in de LP2-opnamestand om zo een betere
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Muziekstukken
opnemen met de
groepsfunctie
(Groepsmodusopname)
Wat is de groepsfunctie
(Groepsmodus)?
Dit is een functie waarmee u een aantal
muziekstukken op een disc kunt
groeperen, zodat u deze apart kunt
afspelen, opnemen of bewerken.
Deze functie komt vooral van pas als u
werkt met MDs waarop u meerdere CDs
in de MDLP-stand (LP2-stereo of LP4-
stereo) hebt opgenomen. U kunt
maximaal 99 groepen op één disc
aanmaken.
Hoe worden de
groepsgegevens opgenomen?
Als u opneemt in de groepsmodus,
worden de groepsgegevens opgeslagen in
het gebied waar ook de discnaam wordt
opgeslagen.
Deze gegevens bestaan uit tekenreeksen
die zijn opgebouwd volgens onderstaand
voorbeeld.
123456
7
89
123
1234
12
Als de groepsmodus op UIT staat.
Disc
Muziekstuknummer
Disc
Als de groepsmodus op AAN staat.
Groep 1 Groep 2
Groep 3
Muziek-
stuk-
nummer
Muziek-
stuk-
nummer
Muziek-
stuk-
nummer
vervolgd
28-NL
Opnamegebied discnaam
Als u een MD die in de groepsmodus is
opgenomen, laadt in een systeem dat de
groepsmodus niet ondersteunt, wordt
bovenstaande tekenreeks in zijn geheel als
discnaam weergegeven. Dit gebeurt ook
als u de inhoud van een disc op deze
recorder probeert te bewerken terwijl de
groepsmodus is uitgeschakeld.
U kunt de tekenreeks wijzigen door
de procedure Opnamen opnieuw
benoemen in Muziekstukken
(opnieuw) benoemen (pagina 38)
te volgen. Denk eraan dat u de
groepsfunctie voor die MD
waarschijnlijk niet langer kunt
gebruiken als u deze tekenreeks
per ongeluk overschrijft.
Opmerkingen
De instellingen voor de groepsfunctie worden
ook opgeslagen als u de MD eruit haalt of als
u de recorder uitschakelt.
In de groepsmodus kent de recorder alle
muziekstukken zonder groepsinstellingen, toe
aan de laatste groep op de disc. De laatste
groep wordt op het uitleesvenster van de
recorder weergegeven als GP --. Binnen een
groep worden de muziekstukken weergegeven
in de volgorde zoals ze op de disc staan; niet
in de volgorde binnen de groep.
De groepsmodus activeren
(Groepsmodusopname)
Als u muziekstukken in de groepsmodus
wilt opnemen, moet u eerst de
groepsmodus inschakelen en pas daarna
beginnen met opnemen.
1 Druk ten minste 2 seconden op
GROUP.
“” en GP ON lichten op en de
groepsmodus is ingeschakeld.
Druk ten minste 2 seconden op
GROUP om de groepsmodus te
annuleren.
Een muziekstuk opnemen in
een nieuwe groep
Deze functie kan alleen vanaf de
recorder zelf worden bediend.
Schakel de groepsmodus in.
1 Druk op END SEARCH als de
recorder is gestopt.
2 Druk op N terwijl u op REC drukt.
3 Speel de geluidsbron af.
Stoppen met opnemen
Druk op x. Het materiaal dat reeds was
opgenomen voordat u op x drukte, wordt
ingevoerd als nieuwe groep.
Een muziekstuk opnemen in
een bestaande groep
Deze functie kan alleen vanaf de
recorder zelf worden bediend.
Schakel de groepsmodus in.
Plaats een disc met groepsinstellingen.
123
1 Discnaam: Favorites
2 Groepsnaam voor muziekstukken
1 t/m 5: Rock
3 Groepsnaam voor muziekstukken
6 t/m 9: Pops
Voorbeeld
END SEARCH
GROUP
REC
./>/N
29-NL
1 Druk op GROUP.
“” knippert op het uitleesvenster
en u kunt rechtstreeks een groep
selecteren (Groepsselectiemodus)
(pagina 33).
2 Druk binnen 5 seconden enkele malen
op . of > totdat de groep
waarin u het muziekstuk wilt
onderbrengen, verschijnt.
3 Druk op N terwijl u REC ingedrukt
houdt.
4 Speel de geluidsbron af.
Het nieuw opgenomen muziekstuk
wordt na het huidige materiaal
opgeslagen.
Opmerkingen
Zelfs als R-Posi is ingesteld op FrHere,
worden nieuw opgenomen muziekstukken na
de bestaande muziekstukken in de opgegeven
groep ingevoegd, zonder dat daarbij het
bestaande materiaal wordt overschreven.
Als er binnen 5 seconden niets gebeurt, wordt
in stap 2 de Groepsselectiemodus automatisch
uitgeschakeld.
Als u de procedure wilt voortzetten, voer dan
stap 1 nogmaals uit.
z
Als u een muziekstuk dat wordt afgespeeld, aan
een groep wilt toevoegen, dient u het afspelen
van het muziekstuk eerst te stoppen. Daarna
volgt u de procedure vanaf stap 3.
Opnemen zonder
bestaand materiaal te
overschrijven
Volg onderstaande procedure als u wilt
vermijden dat de huidige inhoud van een
MD wordt overschreven. Al het nieuwe
materiaal wordt dan opgenomen vanaf het
eind van de huidige inhoud. Bij aflevering
is de recorder zo ingesteld dat bestaand
materiaal wordt overschreven.
1 Als de recorder is gestopt, drukt u op
MENU.
2 Druk op . of op > totdat
OPTION op het uitleesvenster
knippert. Druk vervolgens op
ENTER.
3 Druk enkele malen op . of >
totdat R-Posi op het uitleesvenster
knippert en druk vervolgens op
ENTER.
4 Druk enkele malen op . of op
> totdat Fr End op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
Het opnemen starten vanaf
het huidige punt
Selecteer FrHere in stap 4.
z
Als u voorlopig niet over bestaand materiaal
wilt opnemen, drukt u vóór het begin van de
opname op END SEARCH. De opname begint
dan na het laatste muziekstuk, ook al is R-
Posi ingesteld opFrHere (fabrieksinstelling).
Als u op END SEARCH drukt, wordt de
resterende opnametijd van de disc op het
uitleesvenster weergegeven.
Opmerkingen
Deze instelling blijft bewaard, ook nadat de
stroom is uitgeschakeld.
Als u begint met opnemen terwijl de recorder
in de pauzestand staat, begint het opnemen
vanaf het punt waarop de opname is
onderbroken; ook als R-Posi is ingesteld op
Fr End”.
./>
MENU/
ENTER
30-NL
Automatisch muziek-
stukmarkeringen
toevoegen (Automa-
tische tijdmarkering)
Met deze functie kunt u automatisch
muziekstukmarkeringen toevoegen op
gespecificeerde intervallen terwijl u
opneemt via de analoge ingang.
1 Als de recorder opneemt of in de
opnamepauzestand staat, drukt u op
MENU.
2 Druk enkele malen op . of op
> totdat TimeMk op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
3 Druk enkele malen op . of op
> totdat het gewenste tijdsinterval
op het uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
Selecteer een van de volgende
intervallen:
De Automatische
tijdmarkering annuleren
Selecteer “OFF en druk in stap 3 op
ENTER of stop de opname.
Automatische tijdmarkering
gebruiken het muziekstuk-
markeringen toe te voegen om
tijdens opnemen
Als de verstreken opnametijd inmid-
dels groter is dan het tijdsinterval
voor de Automatische tijdmarkering:
De recorder voegt een muziekstukmarker-
ing toe op het moment dat u het tijds-
interval instelt. Vanaf dat punt voegt de
recorder een muziekstukmarkering toe op
elk moment dat het tijdsinterval verstrijkt.
Voorbeeld: De opname is inmiddels acht
minuten bezig op het moment dat de
Automatische tijdmarkering wordt
ingesteld op 5 minuten.
8 minuten na het begin van de opname
wordt een muziekstukmarkering
toegevoegd en verder na elk interval van
5 minuten.
Als het tijdsinterval voor de Auto-
matische tijdmarkering groter is dan
de inmiddels verstreken opnametijd:
De recorder voegt een muziekstukmarker-
ing toe op het moment dat het interval dat
voor de Automatische tijdmarkering is
ingesteld, is verstreken.
Voorbeeld: De opname is inmiddels drie
minuten bezig op het moment dat de
Automatische tijdmarkering wordt
ingesteld op 5 minuten.
5 minuten na het begin van de opname
wordt een muziekstukmarkering
toegevoegd en verder na elk interval van
5 minuten.
z
“T” verschijnt voor het muziekstukvenster van
de recorder wanneer de muziekstuk-
markeringen zijn toegevoegd door
Automatische tijdmarkering.
Opmerkingen
De automatische muziekstukmarkering via
Automatische tijdmarkering begint zodra u
een normale muziekstukmarkering op de disc
toevoegt (d.w.z. wanneer u op T MARK of X,
enz. drukt).
Deze instelling gaat verloren zodra de opname
is beëindigd.
Uitleesvenster Tijd
OFF
5 min Ca. 5 min.
10 min Ca. 10 min.
15 min Ca. 15 min.
MENU/
ENTER
./>
31-NL
Het opnameniveau met
de hand regelen
(Handmatig opnemen)
Tijdens het opnemen wordt het opname-
niveau automatisch geregeld. Zo nodig
kunt u het opnameniveau zowel bij
analoge als digitale opnamen met de hand
instellen.
Deze functie kunt u alleen vanaf de
recorder zelf instellen.
1 Druk op REC terwijl u X ingedrukt
houdt.
De recorder is nu gereed voor het
opnemen.
2 Druk op MENU.
3 Druk enkele malen op . of op
> totdat RecVol op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
4 Druk enkele malen op . of op
> totdat “Manual” op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
5 Speel de bron af.
6 Regel het opnameniveau door op
. of > te drukken, terwijl u de
niveaumeter op het uitleesvenster in
de gaten houdt.
Stel het niveau zo in, dat het
maximale niveau rond het vijfde
segment op de niveaumeter uitkomt.
Als het zesde segment oplicht,
verlaag dan het opnameniveau door
op . te drukken.
Het opnemen begint niet bij deze
stap.
Als u opneemt van extern aangesloten
apparatuur, zorg er dan voor dat de
bron zich aan het begin van het op te
nemen geluidsmateriaal bevindt,
voordat u begint met afspelen.
7 Druk nogmaals op X om de opname
te beginnen.
Terugschakelen naar de
automatische instelling van
het opnameniveau
Selecteer Auto in stap 4.
Opmerkingen
Als u tijdens het opnemen op x drukt, keert
de recorder terug naar de automatische
opnameniveauregeling, wanneer u de
volgende keer een opname begint.
Volg onderstaande procedure als u tijdens een
synchroonopname het opnameniveau met de
hand wilt regelen.
1 Selecteer OFF in stap 3 van Een MD
opnemen. (pagina 17).
2 Volg stap 1 t/m 6 van de procedure voor
handmatig opnemen (pagina 31). Volg daarna
stap 2 en 3, en selecteer ON in de
procedure voor synchroonopnemen
(pagina 17).
De opname begint automatisch zodra de bron
wordt afgespeeld.
Het is niet mogelijk om tijdens het opnemen te
schakelen tussen Auto en Manual”.
REC
MENU/ENTER
./>/
N
X
Manual
REC15
vijfde segment
32-NL
De resterende opneem-
tijd controleren
Tijdens het opnemen of als het opnemen
is gestopt, kunt u de resterende tijd, het
muziekstuknummer enz. controleren. De
items die betrekking hebben op de groep,
worden alleen weergegeven als een
muziekstuk met groepsinstellingen wordt
afgespeeld en vervolgens gestopt.
Als u de recorder bedient met de
meegeleverde afstandsbediening, gebruikt
u de knoppen en toetsen die tussen
haakjes staan aangegeven.
1 Druk als de recorder opneemt of is
gestopt op MENU (ten minste 2
seconden op EDIT). Druk daarna
enkele malen op . of op >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat DISP op het
uitleesvenster knippert, en druk
vervolgens nogmaals op ENTER
(ENTER).
2 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat de gewenste
informatie op het uitleesvenster
knippert.
Telkens als u op > drukt (het
schuifje naar . duwt), verandert
het uitleesvenster als volgt:
Het uitleesvenster op de recorder
Op B
LapTim
De verstreken tijd van het huidige
muziekstuk.
r
RecRem
De resterende opnametijd.
r
GP Rem
De resterende tijd in een groep na
het huidige muziekstuk.
r
AllRem
De resterende tijd na de huidige
positie.
Opmerking
Afhankelijk van het al dan niet ingeschakeld
zijn van de groepsmodus of van de
bedieningsstatus van de recorder, kan het zijn
dat niet alle items kunnen worden geselecteerd.
3 Druk op ENTER (ENTER).
De informatie die u in stap 2 hebt
geselecteerd, verschijnt in A en B.
A de informatie die u in stap 2
hebt geselecteerd.
B muziekstuknummer,
muziekstuknaam of discnaam.
Opmerking
Afhankelijk van het al dan niet ingeschakeld
zijn van de groepsmodus, of van de
bedieningsstatus van de recorder, of van de
opname-instellingen, kan het zijn dat sommige
items anders worden weergegeven.
z
Zie pagina 36 wanneer u tijdens het afspelen de
afspeelpositie of de naam van het muziekstuk
wilt zien.
ENTER
EDIT
>/.
./>
MENU/
ENTER
AB
33-NL
Verschillende manieren van afspelen
De groepsfunctie
gebruiken
(Groepsmodus)
De recorder kan een disc met
groepsinstellingen op verschillende
manieren afspelen. Zie Muziekstukken
opnemen met de groepsfunctie
(Groepsmodusopname) (pagina 27) voor
meer informatie over de groepsmodus.
Deze functie kunt u alleen vanaf de
recorder zelf instellen.
Muziekstukken in een
bepaalde groep beluisteren
(Afspelen in Groepsmodus)
Plaats een disc met groepsinstellingen.
1 Begin met afspelen.
2 Druk ten minste 2 seconden op
GROUP.
“” en GP ON lichten op op het
uitleesvenster en de groepsmodus is
ingeschakeld.
Het afspelen stopt aan het eind van
het laatste muziekstuk van de
geselecteerde groep.
Zie Groepen selecteren en afspelen
(Groepsselectiemodus) (pagina 33)
voor informatie over het selecteren
van een andere groep.
z
In de geselecteerde groep kunt u ook de
afspeelstand wijzigen (herhaald of shuffle-
afspelen). U volgt dan na de hiergenoemde
procedures de stappen in De afspeelstand
wijzigen (pagina 34).
Als u in de groepsmodus tijdens het laatste
muziekstuk van de groep op > op de
recorder drukt (of op > op de
afstandsbediening), gaat de recorder verder
met afspelen van het eerste muziekstuk van de
groep. En als u tijdens het eerste muziekstuk
van de groep tweemaal achterelkaar op .
op de recorder drukt (of op . op de
afstandsbediening), gaat de recorder verder
met afspelen van het laatste muziekstuk van
de groep.
De groepsfunctie uitschakelen
Druk nogmaals ten minste 2 seconden op
GROUP.
Opmerking
In de groepsmodus kent de recorder alle
muziekstukken zonder groepsinstellingen toe
aan de laatste groep op de disc. De laatste groep
wordt op het uitleesvenster van de recorder
weergegeven als GP --. Binnen een groep
worden de muziekstukken weergegeven in de
volgorde zoals ze op de disc staan; niet in de
volgorde binnen de groep.
Groepen selecteren en
afspelen (Groepsselectie-
modus)
De functies zijn ook beschikbaar als de
groepsmodus is uitgeschakeld. Maar de
recorder speelt de muziekstukken dan wel
anders af.
Als de groepsmodus is
ingeschakeld:
Het afspelen begint bij het eerste
muziekstuk van de geselecteerde groep
en eindigt bij het laatste muziekstuk van
deze groep.
GROUP
ENTER
./>
vervolgd
34-NL
Als de groepsmodus is
uitgeschakeld:
Het afspelen begint bij het eerste
muziekstuk van de geselecteerde groep
en eindigt bij het laatste muziekstuk van
de disc.
Plaats een disc met groepsinstellingen.
1 Druk op GROUP.
“” knippert op het uitleesvenster
en u kunt een groep selecteren.
2 Druk binnen 5 seconden enkele malen
op . of op > om de gewenste
groep te selecteren. Druk daarna op
ENTER.
De recorder begint het eerste
muziekstuk in de groep af te spelen.
Opmerking
Als u binnen 5 seconden na stap 1 niets doet,
wordt de groepsselectiemodus geannuleerd en
kunt u stap 2 niet uitvoeren. Als u op dat punt
door wilt gaan met stap 1, moet u de procedure
weer van begin af aan uitvoeren.
De afspeelstand
wijzigen
U kunt kiezen uit diverse afspeelstanden
zoals herhaald afspelen van de disc
(AllRep), herhaald afspelen van een
muziekstuk (1 Rep) en afpelen in
willekeurige volgorde (Shuf.R).
1 Druk tijdens het afspelen ten minste 2
seconden op MENU (ten minste 2
seconden op EDIT).
2 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat P-MODE op
het uitleesvenster knippert en druk
vervolgens nogmaals op ENTER
(ENTER).
3 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) om de afspeelstand te
selecteren, en druk vervolgens op
ENTER (ENTER).
123
78
56
4
Disc
Als de groepsmodus is uitgeschakeld:
Sprong
Sprong Sprong
Muziekstuknummer
123
12
12
Disc
Groep 2
Groep 1
Groep 3
Als de groepsmodus is ingeschakeld:
Muziek-
stuk-
nummer
Muziek-
stuk-
nummer
Muziek-
stuk-
nummer
Sprong Sprong Sprong
./>
MENU/
ENTER
EDIT
ENTER
>/.
35-NL
Het uitleesvenster op de recorder
Op B/A
Normal/(geen)
Alle muziekstukken worden
eenmaal afgespeeld.
r
AllRep/
Alle muziekstukken worden
herhaald afgespeeld.
r
1 Rep/ 1
n enkel muziekstuk wordt
herhaald afgespeeld.
r
Shuf.R/Shuf
Nadat het gekozen muziekstuk is
afgespeeld, worden de overige
muziekstukken in willekeurige
volgorde herhaald afgespeeld.
z
Als de groepsmodus is ingeschakeld, kunt u de
afspeelstand voor een geselecteerde groep
opgeven. Zie Groepen selecteren en afspelen
(Groepsselectiemodus) (pagina 33) voor het
activeren van de groepsmodus.
Extra bas (DIGITAL
MEGA BASS)
De functie Mega Bass benadrukt de lagere
frequenties om zo een rijkere
kwaliteitsweergave van het geluid te
verkrijgen. Dit is alleen van invloed op de
geluidskwaliteit van de koptelefoon/
oortelefoon.
1 Druk op MENU (ten minste 2
seconden op EDIT), en druk enkele
malen op . of op > (duw het
schuifje enkele malen naar > of
naar .) totdat BASS op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens nogmaals op ENTER
(ENTER).
2 Druk op . of > (duw het
schuifje naar > of .) om het
gewenste item te selecteren, en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
Telkens als u op > drukt (het
schuifje naar . duwt), veranderen
A en B als volgt:
Shuf.R
A
B
Als u op > drukt (het schuifje naar
. duwt), verandert B.
Als u op ENTER drukt, verschijnt A.
MENU/
ENTER
./>
ENTER
EDIT
>/.
36-NL
Uitleesvenster
Op B/A
OFF/(geen)
Normaal afspelen
r
BASS 1/
Mega Bass (mild effect)
r
BASS 2/
Mega Bass (sterk effect)
Opmerkingen
Als het geluid bij het baseffect vervormt,
verminder dan het volume.
De functie Mega Bass is niet van invloed op
het geluid dat wordt opgenomen.
De resterende
afspeeltijd of de
afspeelpositie
controleren
Tijdens het afspelen kunt u de muziek-
stuknaam, de discnaam enz. controleren.
De items die betrekking hebben op de
groep, worden alleen weergegeven als een
muziekstuk wordt afgespeeld met
groepsinstellingen.
1 Druk als de recorder afspeelt op
MENU (ten minste 2 seconden op
EDIT). Druk daarna enkele malen op
. of op > (duw het schuifje
enkele malen naar > of .)
totdat DISP op het uitleesvenster
knippert, en druk vervolgens
nogmaals op ENTER (ENTER).
2 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat de gewenste
informatie op het uitleesvenster
knippert.
Telkens als u op > drukt (het
schuifje naar . duwt), verandert
het uitleesvenster als volgt:
BASS 2
Digital MEGA BAS
S
A
B
MENU/
ENTER
./>
EDIT
ENTER
>/.
37-NL
Het uitleesvenster op de
recorder
Op B
LapTim
De verstreken tijd van het huidige
muziekstuk.
r
1 Rem
De resterende tijd van het huidige
muziekstuk.
r
GP Rem
De resterende tijd in de groep na de
huidige positie.
r
AllRem
De resterende tijd na de huidige
positie.
3 Druk op ENTER (ENTER).
Het uitleesvenster verandert als volgt:
De informatie die u in stap 2 hebt
geselecteerd, verschijnt in A en B.
A de informatie die u in stap 2
hebt geselecteerd.
B muziekstuknummer,
muziekstuknaam of discnaam.
Opmerking
Afhankelijk van het al dan niet ingeschakeld
zijn van de groepsmodus of de bedieningsstatus
van de recorder kan het zijn dat sommige items
anders worden weergegeven of dat niet alle
items kunnen worden geselecteerd.
z
Zie pagina 32 als u tijdens het opnemen of in de
stopstand wilt zien hoeveel opnametijd er nog
over is of wat de huidige positie is.
AB
38-NL
Opgenomen muziekstukken bewerken
U kunt uw opnamen monteren door
muziekstukken toe te voegen of te wissen.
Verder kunt u de muziekstukken en de
MDs een naam geven. Voorbespeelde
MDs kunnen niet worden bewerkt.
Opmerkingen over het bewerken
U kunt geen muziekstukken bewerken op een
MD die is beveiligd tegen opnemen. U kunt de
muziekstukken monteren als u het nokje aan
de zijkant van de MD hebt gesloten
(pagina 52).
Als u een bewerking uitvoert tijdens het
afspelen, zorg er dan voor dat de netspanning
niet wordt uitgeschakeld totdat Edit van het
uitleesvenster verdwijnt.
Zorg ervoor dat u de recorder niet beweegt
wanneer Edit* op het uitleesvenster
knippert.
Het deksel gaat na het bewerken niet open
totdat Edit van het uitleesvenster verdwijnt.
Als de groepsmodus is ingesteld, kunnen er
alleen muziekstukken worden bewerkt die tot
de geselecteerde groep behoren.
Wanneer u de recorder bedient met de
meegeleverde afstandsbediening, gebruikt
u de knoppen en toetsen die tussen
haakjes staan aangegeven.
Muziekstukken
(opnieuw) benoemen
Met behulp van het letterpalet van de
recorder kunt u muziekstukken, groepen
en discs benoemen.
Beschikbare tekens
De hoofd- en kleine letters van het
Nederlandse alfabet
De cijfers 0 t/m 9
! " # $ % & ( ) * . ; < = > ?
@ _ ` + , / : _ (spatie)
Aantal tekens dat u kunt
invoeren
Muziekstuk-, groeps- en discnamen: Elk
ongeveer 200
Aantal tekens dat u op een
disc kunt invoeren
Cijfers en tekens: Ongeveer 1 700
Opmerkingen
FULL verschijnt als u probeert meer dan
1 700 tekens op een disc in te voeren. Voer in
dat geval een kortere naam in voor het
muziekstuk, de groep of de disc, of stel de
LPStmp-instelling in op OFF als u
opneemt in een MDLP-stand, zodat LP: niet
wordt toegevoegd aan het begin van de
muziekstuknaam (pagina 26).
Als u een disc benoemd die met de
groepsfunctie is opgenomen, let er dan op dat
de groepsmodus is ingeschakeld om te
voorkomen dat de gegevens voor het
groepsbeheer per ongeluk worden
overschreven.
Als u in discnamen gebruik maakt van het
symbool //, zoals in abc//def, kan het zijn
dat u de groepsfunctie niet langer kunt
gebruiken.
T MARK
ENTER
EDIT
MENU/
ENTER
>/.
DELETE
VOL +/
CAPS
VOL +/
END SEARCH
GROUP/
CANCEL
X
./>/x
39-NL
Opnamen benoemen
1 Plaats een disc en voer de volgende
handelingen uit:
Een muziekstuk benoemen
Een muziekstuk kan worden benoemd
terwijl u bezig bent het betreffende
muziekstuk af te spelen of op te
nemen.
Een groep benoemen
Schakel de groepsmodus in
(pagina 28). Vervolgens kan een
groep worden benoemd terwijl u
bezig bent een muziekstuk in de
betreffende groep af te spelen of op te
nemen.
Een disc benoemen
Als het gaat om een disc die reeds is
opgenomen, volg dan de procedure
vanaf 2 terwijl de recorder is gestopt.
Als het gaat om een nieuwe disc, kunt
u de disc tijdens het opnemen
benoemen.
Als u een disc met groepsinstellingen
benoemt, moet u de groepsmodus
inschakelen (pagina 28).
2 Druk op MENU (ten minste 2
seconden op EDIT).
3 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat P-MODE op
het uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
4 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat het volgende
item op het uitleesvenster verschijnt
en druk vervolgens op ENTER.
Als u een muziekstuk benoemt
T: Name
Als u een groep benoemt
G: Name
Als u een disc benoemt
D: Name
De cursor knippert en het muziekstuk,
de groep of de disc is gereed om te
worden benoemd.
De disc is gereed om te worden
benoemd.
5 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) om een letter te selec-
teren en druk op ENTER (ENTER).
De geselecteerde letter houdt op met
knipperen en de cursor gaat naar de
volgende invoerpositie.
Hieronder volgt een overzicht van de
toetsen die bij de letterinvoer worden
gebruikt en de bijbehorende functies:
6 Herhaal stap 5 en voer alle tekens van
de naam in.
7 Druk ten minste 2 seconden op
ENTER (ENTER)
.
Het muziekstuk of de disc is nu
benoemd.
Het benoemen annuleren
Druk in stap 6 op CANCEL (T MARK).
Opmerkingen
Als de opname tijdens het benoemen van een
muziekstuk, groep of disc stopt, of wanneer
tijdens het benoemen van een muziekstuk het
volgende muziekstuk wordt opgenomen,
wordt de informatie automatisch op dat punt
ingevoerd.
Functies Handelingen
Een teken
selecteren
Druk op . of
> (> of
.).
Een letter
invoeren
Druk op ENTER
(ENTER).
Een naam
invoeren
Druk ten minste 2
seconden op
ENTER (ENTER).
Een spatie
invoegen om
een nieuwe
letter te typen
Druk tegelijkertijd
op VOL + (EDIT)
en END SEARCH.
Een letter
wissen en alle
daaropvolgende
letters terug
naar links
schuiven
Druk tegelijkertijd
op VOL
(DELETE) en
END SEARCH.
Het benoemen
annuleren
Druk op CANCEL
(T MARK).
40-NL
LP: wordt automatisch aan het begin van de
muziekstuknaam toegevoegd als het
muziekstuk is opgenomen in een MDLP-stand
(pagina 26).
U kunt een voorbespeelde of blanco disc niet
benoemen of opnieuw benoemen.
Opnamen opnieuw benoemen
1 Plaats een disc en voer de volgende
handelingen uit:
Een muziekstuk opnieuw
benoemen
Een muziekstuk kan opnieuw worden
benoemd terwijl u het betreffende
muziekstuk afspeelt.
Een groepsnaam wijzigen
Schakel de groepsmodus in
(pagina 28). Vervolgens kan een
groepsnaam worden gewijzigd terwijl
u bezig bent een muziekstuk in de
betreffende groep af te spelen of op te
nemen.
Een discnaam wijzigen
Als het gaat om een disc die reeds is
opgenomen, volg dan de procedure
vanaf 2 terwijl de recorder is gestopt.
Als u een disc met groepsinstellingen
opnieuw benoemt, moet u de groeps-
modus inschakelen (pagina 28).
2 Volg stap 2 t/m 4 van Opnamen
benoemen (pagina 39) om een
muziekstuk-, groeps- of discnaam
weer te geven.
3 Volg stap 5 t/m 7 van Opnamen
benoemen (pagina 39) en druk ten
minste 2 seconden op ENTER
(ENTER).
Opmerkingen
Het is niet mogelijk om voorbespeelde MDs
opnieuw te benoemen.
De recorder is in staat om Japanse
“Katakana-tekens weer te geven, maar u kunt
deze niet gebruiken bij het benoemen.
De recorder kan een disc of muziekstuk niet
opnieuw benoemen, als deze reeds op een
ander apparaat is benoemd met een naam van
meer dan 200 letters.
Het benoemen annuleren
Druk op CANCEL (T MARK).
Muziekstukken of
groepen als een nieuwe
groep instellen
(Groepsinstelling)
Volg onderstaande procedure als u
muziekstukken of groepen als nieuwe
groep wilt instellen. De betreffende
muziekstukken of groepen moeten echter
wel achter elkaar zijn opgeslagen.
Mochten de gewenste muziekstukken of
groepen niet achter elkaar zijn opge-
slagen, dan moet u ze eerst verplaatsen,
zodat ze wél achter elkaar komen te staan
(“Opgenomen muziekstukken
verplaatsen, pagina 42). Volgens kunt u
de nieuwe groep instellen. Voor de werk-
ing van deze functie maakt het uit of de
groepsmodus al dan niet is ingeschakeld.
Als de groepsmodus op AAN staat:
Verschillende groepen zijn aangemerkt
als één groep.
Als de groepsmodus op UIT staat:
Verschillende muziekstukken zijn
aangemerkt als één groep.
Hierna wordt de situatie met
ingeschakelde groepsmodus nader uit de
doeken gedaan.
Het is niet mogelijk om muziekstukken
die niet achterelkaar staan, te groeperen
(zo kan muziekstuk 3 niet bij de groep
met muziekstuk 5 t/m 7 worden
gevoegd).
De muziekstukken verschijnen altijd in
de volgorde zoals ze op de disc zijn
opgeslagen en niet in de volgorde
waarin ze in de groep staan (zelfs als de
groepsmodus is ingeschakeld).
123456
7
89
123456
7
89
Groep
Groep
Groep
Groep
Een nieuwe groep
met 2 groepen.
Een nieuwe
groep met
muziekstuk
1 t/m 3.
41-NL
Deze functie kan alleen vanaf de
recorder zelf worden bediend.
Plaats een disc.
1 Als de recorder is gestopt, drukt u op
MENU.
2 Druk enkele malen op . of >
totdat EDIT op het uitleesvenster
knippert en druk vervolgens op
ENTER.
3 Druk enkele malen op . of op
> totdat G:Set op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
Het muziekstuknummer van het
eerste muziekstuk (STR) verschijnt
op het uitleesvenster.
4 Druk enkele malen op . of op
> totdat het nummer of de naam
van het gewenste eerste muziekstuk
op het uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
Hiermee is het eerste muziekstuk van
de nieuwe groep geselecteerd.
Ook als de groepsmodus is
ingeschakeld, verschijnen de
muziekstuknummers in de volgorde
waarin ze op de disc staan en niet in
de volgorde in de groep.
5 Druk enkele malen op . of op
> totdat het nummer of de naam
van het gewenste laatste muziekstuk
op het uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
Het nummer van het laatste
muziekstuk in de groep (END)
verschijnt op het uitleesvenster.
Hiermee is het laatste muziekstuk van
de nieuwe groep geselecteerd.
6 Volg stap 3 t/m 7 van Opnamen
benoemen (pagina 39) om een groep
te benoemen.
Opmerkingen
Het eerste muziekstuk dat u in stap 4
selecteert, moet ofwel het eerste muziekstuk
van een bestaande groep zijn, ofwel een
muziekstuk dat niet tot een groep behoort.
Als u in stap 5 het laatste muziekstuk
selecteert, zorg dan dat dit muziekstuk na het
muziekstuk komt dat u in stap 4 hebt
geselecteerd. Het laatste muziekstuk moet
ofwel het laatste muziekstuk van een
bestaande groep zijn, ofwel een muziekstuk
dat niet tot een groep behoort.
Een groepsinstelling
opheffen
Plaats een disc met groepsinstellingen.
1 Druk ten minste 2 seconden op
GROUP om de groepsmodus in te
schakelen.
2 Selecteer de groep die u wilt opheffen
en controleer de inhoud (zie
Groepen selecteren en afspelen
(Groepsselectiemodus) (pagina 33)).
3 Druk op x.
4 Druk op MENU.
5 Druk enkele malen op . of >
totdat EDIT op het uitleesvenster
knippert en druk vervolgens op
ENTER.
MENU/ENTER
./>
GROUP
./>/x
MENU/
ENTER
GROUP
vervolgd
42-NL
6 Druk enkele malen op . of op
> totdat G:Rls op het
uitleesvenster knippert en druk op
ENTER.
G:Rls? en ENTER verschijnen
op het uitleesvenster.
7 Druk op ENTER.
De groepsinstelling van de
geselecteerde groep is opgeheven.
Opgenomen
muziekstukken
verplaatsen
U kunt de volgorde van de opgenomen
muziekstukken wijzigen.
Voorbe eld
Verplaats muziekstuk C van de derde naar
de tweede positie.
1 Terwijl u het te verplaatsen muziek-
stuk afspeelt, drukt u op MENU (ten
minste 2 seconden op EDIT).
2 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat EDIT op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens nogmaals op ENTER
(ENTER).
“” en T:Name knipperen op het
uitleesvenster en de recorder speelt
het gekozen muziekstuk herhaaldelijk
af.
3 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat “” en
T:Move op het uitleesvenster
knipperen en druk vervolgens op
ENTER (ENTER).
In bovenstaand voorbeeld verschijnen
003 t en t 003 afwisselend
op het uitleesvenster.
4 Druk op . of > (duw het
schuifje naar > of .) om het
nieuwe muziekstuknummer te
selecteren.
In bovenstaand voorbeeld verschijnen
003 t en t 002 afwisselend
op het uitleesvenster.
5 Druk nogmaals op ENTER (ENTER).
De opname wordt verplaatst naar de
gekozen positie.
Het verplaatsen annuleren
Druk in stap 4 op CANCEL (T MARK).
A C DB
A B DC
Voor het verplaatsen
Na het verplaatsen
ENTER
MENU/ENTER
T MARK
EDIT
>/.
./>
CANCEL
43-NL
Een muziekstuk naar
een andere groep
verplaatsen
Plaats een disc met groepsinstellingen
1 Druk ten minste 2 seconden op
GROUP.
“” licht op op het uitleesvenster en
de groepsmodus is ingeschakeld.
2 Terwijl u het te verplaatsen
muziekstuk afspeelt, drukt u op
MENU (ten minste 2 seconden op
EDIT).
3 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat EDIT op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
De recorder speelt het selecteerde
muziekstuk herhaaldelijk af.
4 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat T:Move op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
5 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat de groep waar u
het muziekstuk wilt onderbrengen op
het uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
6 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat het nieuwe
nummer van het muziekstuk binnen
de groep op het uitleesvenster
knippert en druk vervolgens op
ENTER (ENTER).
Het verplaatsen annuleren
Druk in stap 5 op CANCEL (T MARK).
De groepsvolgorde op
een disc wijzigen
(Groepen verplaatsen)
Plaats een disc met groepsinstellingen
1 Druk ten minste 2 seconden op
GROUP.
“” licht op op het uitleesvenster
en de groepsmodus is ingeschakeld.
./>
MENU/
ENTER
ENTER
EDIT
>/.
GROUP/CANCEL
GROUP/CANCEL
./>
MENU/
ENTER
ENTER
EDIT
>/.
vervolgd
44-NL
2 Speel een muziekstuk af dat deel
uitmaakt van de groep die u wilt
verplaatsen en druk op MENU (ten
minste 2 seconden op EDIT)
3 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat EDIT op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
4 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat G:Move op
het uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
Nu kunt u de geselecteerde groep
verplaatsen.
5 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) om de nieuwe positie
op de disc te selecteren en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
Het verplaatsen annuleren
Druk in stap 5 op CANCEL (T MARK).
Een muziekstukmarker-
ing toevoegen
U kunt muziekstukmarkeringen
toevoegen zodat het gedeelte na de
nieuwe markering wordt aangemerkt als
een nieuw muziekstuk. De muziekstuk-
nummers worden als volgt opgehoogd.
Het is niet mogelijk om muziekstukmark-
eringen toe te voegen aan muziekstukken
die afkomstig zijn van uw computer.
1 Tijdens het afspelen of pauzeren
drukt u op het punt dat u wilt
markeren, op T MARK (T MARK).
MK ON verschijnt op het
uitleesvenster en er wordt een
muziekstukmarkering toegevoegd.
Het muziekstuknummer wordt met
één opgehoogd.
Muziekstukmarkeringen
toevoegen tijdens het
opnemen (behalve tijdens
synchroonopnemen)
Op het punt waar u een
muziekstukmarkering wilt toevoegen,
drukt u op T MARK (T MARK).
Met de Automatische tijdmarkering kunt
u automatisch muziekstukmarkeringen
toevoegen op bepaalde intervallen
(behalve tijdens digitale opnamen)
(pagina 30).
1 3 42
231 4 5
Een muziekstukmarkering
toevoegen
Muziekstuknummers worden opgehoogd
T MARK
T MARK
45-NL
Een muziekstukmarker-
ing wissen
Als u opneemt met analoge (lijn)invoer,
kunnen overbodige muziekstukmarkeri-
ngen worden toegevoegd op punten waar
het opnameniveau laag is. U kunt een
muziekstukmarkering wissen om zo de
muziekstukken die zich voor en na deze
markering bevinden, samen te voegen. De
muziekstuknummers veranderen als
volgt:
Het is niet mogelijk om muziekstuk-
markeringen te wissen bij muziekstukken
die afkomstig zijn van uw computer.
1 Speel het muziekstuk af waarin zich
de muziekstukmarkering bevindt die
u wilt wissen. Druk vervolgens op X
om te pauzeren.
2 Zoek de muziekstukmarkering op
door lichtjes op . te drukken.
Als u bijvoorbeeld de derde
muziekstukmarkering wilt wissen,
zoekt u het begin op van het derde
muziekstuk. 00:00 verschijnt op het
uitleesvenster.
MK 003 verschijnt gedurende
2 seconden op het uitleesvenster.
3 Druk op T MARK om de markering
te wissen.
MK OFF verschijnt op het
uitleesvenster. De
muziekstukmarkering wordt gewist
en de twee muziekstukken worden
samengevoegd.
z
Als u een muziekstukmarkering wist, wordt ook
de naam die aan het muziekstuk was toegekend,
gewist.
Opmerkingen
Als u een muziekstukmarkering wist die zich
tussen twee opeenvolgende muziekstukken
bevindt die bij verschillende groepen horen
terwijl de groepsmodus is uitgeschakeld,
wordt het tweede muziekstuk toegekend aan
dezelfde groep als het eerste muziekstuk. En
als u een muziekstuk dat bij een groep hoort,
combineert met het daaropvolgend
muziekstuk dat niet bij een groep hoort, wordt
het tweede muziekstuk met dezelfde
instellingen als het eerste muziekstuk aan de
betreffende groep toegevoegd. Als echter de
groepsmodus is ingeschakeld, kunt u alleen
muziekstukken combineren die zich binnen de
geselecteerde groep bevinden.
U kunt een muziekstukmarkering niet wissen
als de systeembeperkingen dat niet toestaan.
Zie Systeembeperkingen (pagina 54) voor
bijzonderheden.
1 3 42
1 32
Een muziekstukmarkering wissen
Muziekstuknummers worden verlaagd
X
T MARK
.
46-NL
Muziekstukken wissen
Opmerking
Het is niet mogelijk om muziekstukken te
wissen die vanaf de computer op de disc zijn
overgebracht. U kunt geen groep of een
volledige disc wissen als deze een overgebracht
muziekstuk bevat. Stuur in dat geval het
muziekstuk of de muziekstukken naar OpenMG
Jukebox.
Een muziekstuk wissen
Denk eraan dat wanneer een
opname eenmaal is gewist, deze
niet meer is terug te halen. Let er
dus op dat u het juiste muziekstuk
wist.
1 Terwijl u het te wissen muziekstuk
afspeelt, drukt u op MENU (ten
minste 2 seconden op EDIT).
2 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat P-MODE op
het uitleesvenster knippert en druk
vervolgens nogmaals op ENTER
(ENTER).
“” en T:Name knipperen op het
uitleesvenster en de recorder speelt
het gekozen muziekstuk herhaaldelijk
af.
3 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat “” en T:Ers
op het uitleesvenster knipperen en
druk vervolgens op ENTER
(ENTER).
Afwisselend verschijnen Erase? en
ENTER op het uitleesvenster.
4 Druk nogmaals op ENTER (ENTER).
Het muziekstuk wordt gewist en de
recorder begint het volgende muziek-
stuk af te spelen. Alle muziekstukken
die volgen op het gewiste muziekstuk,
worden automatisch hernummerd.
Een deel van een muziekstuk
wissen
Voeg muziekstukmarkeringen toe aan het
begin en aan het eind van het gedeelte dat
u wilt wissen. Wis vervolgens het
betreffende deel (pagina 44).
Annuleren
Druk in stap 3 op CANCEL (T MARK).
De hele disc wissen
Het is mogelijk om snel alle
muziekstukken en informatie die op de
MD staan, in één keer te wissen.
Denk eraan dat wanneer een
opname eenmaal is gewist, deze
niet meer is terug te halen. Zorg
ervoor dat u de inhoud van de disc
die u wilt wissen, van tevoren
controleert.
Deze functie kan alleen vanaf de
recorder zelf worden bediend.
1 Speel de disc die u wilt wissen af
zodat u de inhoud kunt controleren.
2 Druk op x om te stoppen.
3 Als de recorder is gestopt, drukt u op
MENU.
ENTER
EDIT
>/.
./>
MENU/
ENTER
GROUP/CANCEL
47-NL
4 Druk enkele malen op . of op
> totdat EDIT op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
“” en D:Name knipperen op
het uitleesvenster.
5 Druk enkele malen op . of op
> totdat “” en D:Ers op het
uitleesvenster knipperen. Druk
vervolgens op ENTER.
Afwisselend verschijnen Erase? en
ENTER op het uitleesvenster.
6 Druk nogmaals op ENTER.
Edit knippert op het uitleesvenster
en alle muziekstukken worden gewist.
Als de MD volledig is gewist,
verschijnt BLANK op het
uitleesvenster.
Het wissen annuleren
Druk in stap 5 op CANCEL.
Een groep wissen
U kunt muziekstukken binnen een
geselecteerde groep wissen.
Denk eraan dat wanneer een
opname eenmaal is gewist, deze
niet meer is terug te halen. Zorg er
dus voor dat u de inhoud van de
groep die u wilt wissen, van
tevoren controleert.
Deze functie kan alleen vanaf de
recorder zelf worden bediend.
Plaats een disc met groepinstellingen.
1 Druk ten minste 2 seconden op
GROUP.
“” licht op op het uitleesvenster en
de groepsmodus is ingeschakeld.
2 Selecteer de groep die u wilt wissen
(“Groepen selecteren en afspelen
(Groepsselectiemodus), pagina 33)
om de inhoud ervan te controleren.
3 Druk op x om te stoppen.
4 Als de recorder is gestopt, drukt u op
MENU.
5 Druk enkele malen op . of >
totdat EDIT op het uitleesvenster
knippert en druk vervolgens op
ENTER.
6 Druk enkele malen op . of op
> totdat G:Ers op het
uitleesvenster knippert. Druk
vervolgens op ENTER.
Afwisselend verschijnen Erase? en
ENTER op het uitleesvenster.
7 Druk nogmaals op ENTER.
De groep is gewist.
Het wissen annuleren
Druk in stap 6 op CANCEL.
48-NL
Andere functies
Uw gehoor beschermen
(AVLS)
De AVLS (Automatic Volume Limiter
System Automatische
volumebegrenzer) zorgt ervoor dat het
volume beneden een bepaald maximum
blijft, om zo uw gehoor te beschermen.
1 Druk op MENU (ten minste 2
seconden op EDIT).
2 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat OPTION op
het uitleesvenster knippert en druk
vervolgens nogmaals op ENTER
(ENTER).
3 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat AV L S op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens nogmaals op ENTER
(ENTER).
4 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat ON op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
Als u probeert het volume te hoog in
te stellen, knippert AV L S op het
uitleesvenster. Het volume wordt op
een gematigd niveau gehouden.
AVLS annuleren
Selecteer OFF in stap 4.
De pieptoon
uitschakelen
Via de recorder kunt u de pieptoon van
de recorder en de afstandsbediening
uitschakelen. Ook via de
afstandsbediening kunt u de pieptoon van
de recorder en de afstandsbediening
uitschakelen.
1 Druk op MENU (EDIT).
2 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat OPTION op
het uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
3 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat BEEP op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
MENU/
ENTER
./>
ENTER
EDIT
>/.
MENU/
ENTER
./>
ENTER
EDIT
>/.
49-NL
4 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat M-UNIT of
REMOTE op het uitleesvenster
knippert en druk vervolgens op
ENTER (ENTER).
M-UNIT: als u de pieptoon van de
recorder uitschakelt.
REMOTE: als u de pieptoon van de
afstandsbediening uitschakelt.
5 Druk enkele malen op . of >
(duw het schuifje enkele malen naar
> of .) totdat OFF op het
uitleesvenster knippert en druk
vervolgens op ENTER (ENTER).
De pieptoon aanzetten
Selecteer ON in stap 5.
De bediening
vergrendelen (HOLD)
Deze functie gebruikt u om te voorkomen
dat de toetsen per ongeluk worden
bediend als u de recorder vervoert.
1 Schuif HOLD in de richting van de
..
De bediening ontgrendelen
Schuif HOLD tegen de richting van de
pijl in om de bediening te ontgrendelen.
HOLD
HOLD
50-NL
Stroombronnen
U kunt de recorder via netspanning van
stroom voorzien, of op de hieronder
beschreven manier.
In de recorder
een oplaadbare nikkel-
cadmiumbatterij NC-WMAA
(meegeleverd)
Een droge LR6-alkalinebatterij
(AA-formaat) (niet meegeleverd)
Wanneer u lange tijd achter elkaar
opneemt, verdient het de voorkeur
gebruik te maken van netspanning.
De batterijen vervangen
Als de droge of oplaadbare batterij bijna
leeg is, knippert r op het uitleesvenster
of verschijnt LOW BATT. Vervang de
droge batterij of laad de oplaadbare
batterij op.
De indicatie van de batterijlading is niet
exact. Het is een benadering die afhangt
van de wijze waarop en de omstandig-
heden waarin de recorder is gebruikt.
Opmerking
Stop de recorder voordat u de batterij vervangt.
Gebruiksduur van de
batterij
1)
Tijdens het opnemen
2)
(Eenheid: geschatte uren)(JEITA
3)
)
1)
De gebruiksduur van de batterij kan korter zijn
ten gevolge van de wijze waarop het apparaat
wordt gebruikt en de omgevingstemperatuur.
2)
Maak bij het opnemen gebruik van een
volledig geladen oplaadbare batterij. De
opnametijd hangt af van de alkalinebatterij die
u gebruikt.
3)
Meetwaarden conform de JEITA-standaard
(Japan Electronics and Information
Technology Industries Association).
Batterijen SP-
stereo
LP2-
stereo
LP4-
stereo
Oplaadbare
nikkel-
cadmiumbatterij
NC-WMAA
4)
4)
Als u een 100% geladen oplaadbare nikkel-
cadmiumbatterij gebruikt.
467,5
Sony LR6 (SG)
Droge alkaline-
batterij
5)
5)
Met een droge alkalinebatterij, Sony LR6 (SG)
STAMINA (gemaakt in Japan).
91316
Tijdens het afspelen
(Eenheid: geschatte uren)(JEITA
1)
)
Batterijen SP-
stereo
LP2-
stereo
LP4-
stereo
Oplaadbare
nikkel-
cadmium-
batterij
2)
15 16 20
Sony LR6 (SG)
Droge alkaline-
batterij
3)
42 48 56
1)
Meetwaarden conform de JEITA-standaard
(Japan Electronics and Information
Technology Industries Association).
2)
Als u een 100% geladen oplaadbare nikkel-
cadmiumbatterij gebruikt.
3)
Met een droge alkalinebatterij, Sony LR6 (SG)
STAMINA (gemaakt in Japan).
51-NL
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
Stop geen vreemde objecten in de DC IN 3V-
aansluiting.
Raak de aansluitingen op de recorder niet aan
met metalen voorwerpen of oppervlakken.
Hierdoor kan kortsluiting tussen de
aansluitingen ontstaat waardoor er gevaarlijke
hitteontwikkeling kan optreden.
Voedingsbronnen
Gebruik netspanning, een oplaadbare nikkel-
cadmiumbatterij, een LR6-batterij (AA-
formaat) of een autoaccu.
Bij gebruik binnenshuis: Gebruik de
netspanningsadapter die met deze recorder is
meegeleverd. Gebruik geen andere
netspanningsadapter, omdat de recorder dan
defect kan raken.
De recorder wordt voorzien van netspanning
zolang deze op het stopcontact is aangesloten,
zelfs als de recorder is uitgeschakeld.
Als u deze recorder voor een lange periode
niet gebruikt, zorg dan dat de
stroomvoorziening is afgesloten (de
netspanningsadapter, de droge batterij, de
oplaadbare batterij of de accukabel). Als u de
netspanningsadapter uit het stopcontact haalt,
trek dan aan de adapterstekker zelf; trek nooit
aan het snoer.
Warmtevorming
Wanneer de recorder lange tijd achter elkaar
wordt gebruikt, kan zich warmte ophopen in het
apparaat. Zet de recorder in dat geval uit tot
deze is afgekoeld.
Opstelling
Gebruik de recorder niet onder
omstandigheden met extreem veel licht,
warmte, vocht of trillingen.
Wikkel de recorder niet ergens in als deze
wordt gebruikt met een netspanningsadapter.
Er hoopt zich dan warmte op waardoor er
storingen of schade kunnen ontstaan.
Koptelefoon/oortelefoon
Verkeersveiligheid
Maak geen gebruik van de koptelefoon/
oortelefoon tijdens het autorijden, fietsen of het
bedienen van een gemotoriseerd voertuig.
Hierdoor kunnen verkeersongevallen ontstaan.
Bovendien is het in veel landen verboden om in
het verkeer een koptelefoon te dragen. Verder
kan het gevaarlijk zijn om tijdens het lopen uw
recorder met een hoog geluidsvolume af te
spelen, met name bij voetgangersoversteek-
plaatsen. U dient in deze gevallen uiterste
voorzichtigheid te betrachten of de recorder te
stoppen bij situaties die gevaar op kunnen
leveren.
Gehoorbeschadiging voorkomen
Gebruik de koptelefoon/oortelefoon niet met
het hoogste geluidsvolume. Gehoorexperts
raden het af om vaak gedurende lange tijd naar
harde muziek te luisteren. Als u merkt dat uw
oren gaan suizen, stel dan het geluidsvolume
lager in of stop met luisteren.
Rekening houden met anderen
Houd het geluid op een gematigd
volumeniveau. U bent dan in staat om geluiden
van buiten op te vangen en u houdt dan
rekening met anderen.
De MiniDisc-behuizing
Wanneer u een MiniDisc vervoert of opbergt,
doe hem dan in het daarvoor bestemde doosje.
Verbreek de sluiting van de behuizing niet.
Leg de MiniDisc niet op plaatsen waar deze
wordt blootgesteld aan licht, extreme hitte,
vocht of stof.
Bevestig het meegeleverde MD-label alleen
op de hiervoor bestemde plaats op de disc en
niet op een ander deel van het oppervlak.
Reinigen
Reinig de behuizing van de recorder met een
zachte doek die licht is bevochtigd met water
of een oplossing met een mild schoonmaak-
middel. Gebruik geen enkel type schuurspons,
schuurpoeder of oplossingen met alcohol of
benzeen, aangezien hierdoor de afwerking van
de behuizing kan worden aangetast.
Verwijder vuil van de MiniDisc-behuizing
met een droge doek.
Stof op de lens kan het goed functioneren van
het apparaat belemmeren. Zorg er daarom
voor dat u het deksel van het discgedeelte sluit
als u er een MD in hebt gedaan of eruit hebt
gehaald.
Polariteit van de
stekker
52-NL
Veeg de stekkers van de koptelefoon/
oortelefoon of de afstandsbediening af met
een droge doek voor een optimale geluids-
kwaliteit. Vuile stekkers kunnen het geluid
vervormen of onderbrekingen in het geluid
veroorzaken.
Opmerkingen over batterijen
Bij onjuist gebruik van de batterijen kan er
lekkage van batterijvloeistof ontstaan of kunnen
de batterijen scheuren. Om dit te voorkomen,
dient u de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht te nemen:
Plaats de batterij met de + en de – in de juiste
positie.
Probeer geen droge batterijen op te laden.
Verwijder de batterijen als de recorder
gedurende langere tijd niet wordt gebruikt.
Als u een oplaadbare batterij vervoert, bewaar
deze dan in de batterijdoos. Het is gevaarlijk
om de batterij buiten het etui in uw broekzak
of tas te vervoeren tezamen met metalen
voorwerpen zoals sleutelbossen, aangezien dat
kortsluiting kan veroorzaken.
Zorg dat u de droge batterij niet tezamen met
metalen voorwerpen zoals munten,
sleutelbossen en halsbandjes vervoert of
opbergt. Dit kan kortsluiting en
warmtevorming veroorzaken.
Als een batterij lek is, veegt u de batterijvloei-
stof voorzichtig en grondig uit de batterij-
behuizing, voordat u nieuwe batterijen plaatst.
Opmerking over mechanische
bijgeluiden
Als de recorder in werking is, worden er
mechanische bijgeluiden geproduceerd. Deze
worden veroorzaakt door het energie-
besparingssysteem van de recorder en vormen
geen probleem.
Een opgenomen MD beveiligen
Om een MD tegen opnemen te beveiligen, dient
u het nokje aan de zijkant van de MD open te
schuiven. In deze stand kan op de MD niet
worden opgenomen en kan deze niet worden
bewerkt. Als u weer wilt opnemen, zet u het
nokje terug zodat deze weer zichtbaar is.
Opmerking over digitaal
opnemen
Deze recorder maakt gebruik van het Serial
Copy Management System, waardoor er alleen
digitale opnamen gemaakt kunnen worden van
voorbespeelde MD’s. Wanneer u een
zelfopgenomen MD kopieert, kan dat alleen via
de analoge aansluitingen.
Achterzijde van
de MD
Opnamen zijn
beveiligd.
Nokje
Opnamen zijn niet
beveiligd.
Voorbespeelde media zoals
CD’s of MDs.
Digitale opnamen
Zelfop-
genomen
MD
Geen
digitale
opnamen
Onbespeelde
MD
53-NL
Onderhoud
Maak de contactpunten van tijd tot tijd schoon
met een wattenstaafje of een zachte doek, zoals
hieronder is afgebeeld.
Als u vragen of problemen hebt met betrekking
tot uw recorder, neem dan contact op met de
dichtstbijzijnde Sony-dealer. (Als het probleem
zich heeft voorgedaan terwijl de disc zich in
recorder bevond, raden we u aan om de disc in
het apparaat te laten zitten wanneer u uw Sony-
dealer raadpleegt, zodat de oorzaak van het
probleem beter kan worden achterhaald.)
Microfoon, platenspeler, tuner enz. (met
analoge uitgangen).
Zelfopgenomen MD
Geen
digitale
opnamen
Onbespeelde
MD
Digitale opnamen
Analoog opnemen
Onbespeelde
MD
Contactpunten
54-NL
Systeembeperkingen
Het opneemsysteem van uw MiniDisc-recorder verschilt aanzienlijk van dat van cassette-
en DAT-decks. Een en ander wordt gekenmerkt door de hieronder beschreven beperkingen.
Deze beperkingen zijn overigens inherent aan het MD-opneemsysteem en hebben geen
mechanische oorzaak.
Probleem Oorzaak
TrFULL verschijnt nog
voordat de disc de
maximale opnametijd
(60, 74 of 80 minuten)
heeft bereikt.
Als er 254 muziekstukken op de disc zijn opgenomen,
verschijnt TrFULL, ongeacht de verstreken opnametijd. Op
de disc kunnen niet meer dan 254 muziekstukken worden
opgenomen. Als u door wilt gaan met opnemen, moet u
overbodige muziekstukken wissen.
TrFULL verschijnt nog
voordat de disc het
maximale aantal
muziekstukken of de
maximale opnametijd
heeft bereikt.
Herhaaldelijk opnemen en wissen kan fragmentatie en
verspreiding van gegevens tot gevolg hebben. Hoewel deze
verspreide gegevens kunnen worden gelezen, wordt ieder
fragment aangemerkt als een muziekstuk. Op deze manier kan
het aantal van 254 muziekstukken worden bereikt, waardoor
verder opnemen niet mogelijk is. Als u door wilt gaan met
opnemen, moet u overbodige muziekstukken wissen.
Muziekstukmarkeringen
kunnen niet worden
gewist.
Hoewel er vele korte
muziekstukken zijn
gewist, neemt de
resterende opnametijd
niet toe.
Wanneer de gegevens van een muziekstuk zijn
gefragmenteerd, is het niet mogelijk om een muziekstuk-
markering te verwijderen van een fragment dat korter duurt
dan 12 seconden (stereo-opname), 24 seconden (mono- of
LP2-opname) of 48 seconden (LP4-opname). Het is niet
mogelijk om muziekstukken die in verschillende
opnamestanden zijn opgenomen, te combineren, bijvoorbeeld
een muziekstuk dat in stereo is opgenomen en een muziekstuk
dat in mono is opgenomen; het is ook niet mogelijk om een
muziekstuk dat is opgenomen met een digitale verbinding,
samen te voegen met een muziekstuk dat met een analoge
verbinding is opgenomen.
Muziekstukken die korter duren dan 12, 24 of 48 seconden,
worden niet meegeteld, zodat het wissen ervan niet resulteert
in een toename van de resterende opnametijd.
De totale opnametijd en
resterende opnametijd
tezamen blijven onder de
maximale opnametijd van
de disc (van 60, 74 of 80
minuten).
Gewoonlijk wordt het opnemen gedaan in eenheden van
ongeveer 2 seconden (in stereo), 4 seconden (in mono of LP2-
stand), of 8 seconden (in LP4-stand). Wanneer de opname
stopt, verbruikt de laatst opgenomen eenheid altijd deze
complete eenheid van 2, 4 of 8 seconden, ook al duurt de
daadwerkelijke opname minder lang. Ook wanneer de
opname na een stop wordt hervat, voegt de recorder
automatisch een lege ruimte van 2, 4 of 8 seconden in voordat
de nieuwe opname begint. (Dit wordt gedaan om te
voorkomen dat een voorgaand muziekstuk per ongeluk wordt
gewist wanneer er een nieuw muziekstuk wordt gestart).
Telkens wanneer een opname wordt gestopt, neemt de
potentiële opnametijd dus af met maximaal 6, 12 of 24
seconden.
55-NL
Tijdens het zoeken kan er
bij de bewerkte muziek-
stukken geluidsuitval
optreden.
Door de fragmentatie van gegevens kan er tijdens het zoeken
geluidsuitval optreden, omdat de muziekstukken dan op een
hogere snelheid worden afgespeeld dan normaal.
De afspeeltijd van een
muziekstuk dat van de
computer afkomstig is,
wijkt af van de tijd die op
de computermonitor
wordt aangegeven.
Dat komt doordat de recorder en de computer verschillende
berekeningswijzen hanteren.
Het is niet mogelijk om
muziekstukken van de
computer naar de
recorder over te brengen
als daarmee de resterende
opnametijd van de disc
volledig wordt opgevuld.
(Het is bijvoorbeeld niet
mogelijk om muziek-
stukken met een totale
lengte van 160 minuten
vanaf de computer over te
brengen op een MD van
80 minuten in de LP2-
stereostand)
De minimale opnametijd bedraagt normaal 2 seconden in de
stereostand, 4 seconden in de LP2-stereostand en 8 seconden
in de LP4-stereostand. Als u een muziekstuk overbrengt vanaf
uw computer heeft de recorder voor één muziekstuk een
ruimte van 2 (of 4 of 8) seconden nodig ook als is het
muziekstuk korter dan 2 (of 4 of 8) seconden. Bij het
overbrengen van muziekstukken vanaf de computer voegt de
recorder ook tussen de muziekstukken een ruimte van 2 (of 4
of 8) seconden toe. Hiermee wordt voorkomen dat het
muziekstuk ervoor niet wordt overschreven. Hierdoor heeft de
recorder 6 (of 12 of 24) seconden meer nodig om een
muziekstuk op te slaan. Bij het overbrengen van
muziekstukken vanaf de computer wordt de maximaal
beschikbare opnameruimte op de disc dus 6 (of 12 of 24)
seconden korter dan normaal.
Het is niet mogelijk om
muziekstukken te wissen
die vanaf de computer op
de disc zijn overgebracht.
Als een u muziekstuk wilt wissen dat vanaf de computer op de
disc is overgebracht, moet u het muziekstuk eerst
terugplaatsen en vervolgens kunt u het met behulp van de
OpenMG Jukebox-software wissen.
Probleem Oorzaak
56-NL
Verhelpen van storingen
Als een probleem zich blijft voordoen nadat u de onderstaande punten hebt gecontroleerd,
raadpleeg dan de dichtstbijzijnde Sony-dealer. Kijk ook bij Meldingen (pagina 64).
Probleem Oorzaak/Oplossing
De recorder doet
het niet of matig.
De audiobronnen zijn wellicht niet goed aangesloten.
, Koppel de audiobronnen los en sluit ze opnieuw aan (pagina
17, 25).
De HOLD-functie is ingeschakeld (op het uitleesvenster verschijnt
HOLD als u op een recordertoets drukt).
, Schakel HOLD op de recorder uit door de HOLD-schakelaar
tegen de richting van de pijl in te schuiven (pagina 14, 49).
Het deksel is niet goed gesloten.
, Sluit het deksel totdat deze klikt. Druk vervolgens op OPEN
om het deksel te openen.
Er is vochtcondensatie in de recorder opgetreden.
, Haal de MD eruit en laat de recorder enkele uren op een warme
plaats liggen totdat het vocht is verdampt.
De oplaadbare of droge batterij is bijna leeg (LoBATT knippert
of er verschijnt niets op het uitleesvenster).
, Laad de oplaadbare batterij op, vervang de droge batterij
(pagina 13) of sluit de meegeleverde netspanningsadapter aan
op de recorder.
De oplaadbare of droge batterij is onjuist geplaatst.
, Plaats de batterij op de juiste wijze (pagina 13).
U hebt op een toets gedrukt terwijl de discindicatie snel
ronddraaide.
, Wacht totdat de indicatie langzaam draait.
U hebt bij het opnemen vanaf een draagbare CD-speler geen
gebruikgemaakt van netspanningsadapter of u hebt de
stabiliseerfunctie, bijvoorbeeld ESP, niet uitgeschakeld
(pagina 19).
De analoge opname is gemaakt via een aansluitkabel met een
signaalverzwakker.
, Gebruik een aansluitkabel zonder signaalverzwakker
(pagina 25).
De netspanningsadapter is tijdens het opnemen losgekoppeld of er
heeft zich een stroomonderbreking voorgedaan.
De recorder heeft tijdens het opnemen een mechanische schok
ondergaan of last gehad van te veel statische ruis, abnormale
spanning ten gevolge van bliksem, enz.
, Begin als volgt opnieuw met opnemen.
1 Sluit alle voedingsbronnen af.
2 Laat de recorder ongeveer 30 seconden met rust.
3 Sluit de stroomvoorziening aan.
De disc is beschadigd of bevat niet de juiste opname- of
bewerkingsgegevens.
, Plaats de disc terug. Maak een nieuwe opname op de disc. Als
de foutmelding nog steeds verschijnt, vervang de disc dan door
een andere.
57-NL
De recorder doet
het niet of matig.
De disc is tegen opnemen beveiligd (SAVED verschijnt).
, Verschuif het nokje (pagina 52).
Het opnameniveau is te laag om op te nemen (als u handmatig
opneemt).
, Pauzeer de recorder en regel het opnameniveau.
Er is bij het opnemen een voorbespeelde MD geplaatst
(“PbONLY verschijnt).
, Plaats een onbespeelde MD.
U hebt geprobeerd om tijdens het instellen van het programma de
groepsmodus in te schakelen.
, Schakel de groepsmodus in voordat u een programma instelt.
De recorder
overschrijft
bestaand materiaal
tijdens het
opnemen.
De beginpositie van de opname (R-Posi) is ingesteld op
FrHere”.
, Stel R-Posi in op Fr End”.
De recorder werkt
niet terwijl deze op
de computer is
aangesloten.
De computer herkent de recorder niet.
, Controleer of de recorder correct is aangesloten.
, Installeer het stuurprogramma op correcte wijze op uw
computer.
, Installeer eerst de OpenMG-software op uw computer, en sluit
pas daarna de recorder aan.
No SIG
verschijnt op het
uitleesvenster
tijdens het
opnemen vanaf een
draagbare CD-
speler.
Er komt geen digitaal signaal van de draagbare CD-speler.
, Als u een digitale opname maakt vanaf een draagbare CD-
speler, gebruik dan een netspanningsadapter en schakel de
stabiliseerfunctie op de CD-speler (bijvoorbeeld ESP) uit
(pagina 19).
Na het opnemen
bevindt er zich
geen opname op de
MD.
De netspanningsadapter was losgekoppeld of er heeft zich tijdens
het opnemen een stroomstoring voorgedaan.
Het deksel gaat
niet open.
De voedingsbronnen zijn tijdens het opnemen of bewerken
losgekoppeld, of de batterij is leeggeraakt.
, Sluit de voedingsbronnen weer aan of vervang de leeggeraakte
batterij.
Het deksel is niet goed gesloten.
, Sluit het deksel totdat deze klikt. Druk vervolgens op OPEN
om het deksel te openen.
Probleem Oorzaak/Oplossing
58-NL
Er komt geen
geluid uit de
koptelefoon/
oortelefoon.
De stekker van de koptelefoon/oortelefoon is niet goed
aangedrukt.
, Sluit de stekker van de koptelefoon/oortelefoon goed aan op de
afstandsbediening. Sluit de stekker van de afstandsbediening
goed aan op i.
Het volume is te laag.
, Regel het volume door op VOL +/ te drukken.
De stekker is vuil.
, Reinig de stekker.
Het volume kan
niet worden
opgevoerd.
AVLS is ingeschakeld.
, Stel AVLS in op OFF (pagina 48).
Een MD wordt niet
normaal
afgespeeld.
De afspeelstand is gewijzigd.
, Stel de normale afspeelstand in.
Een MD wordt niet
afgespeeld vanaf
het eerste
muziekstuk.
Het afspelen van de disc is gestopt voordat het laatste muziekstuk
is bereikt.
, Druk ten minste 2 seconden op N om het afspelen te starten,
of duw het schuifje op de afstandsbediening enkele malen naar
>.
Groepsmodus is ingeschakeld.
, Schakel de groepsmodus uit en speel af vanaf het eerste
muziekstuk (druk ten minste 2 seconden op N om met
afspelen te beginnen, of duw het schuifje op de
afstandsbediening enkele malen naar >).
Het geluid slaat
over bij het
afspelen.
De recorder is ergens geplaatst waar hij voortdurend blootstaat aan
trillingen.
, Zet de recorder op een stabiele plaats.
Een zeer kort muziekstuk kan ervoor zorgen dat het geluid
overslaat.
, Probeer geen muziekstukken op te nemen die korter zijn dan
één seconde.
Het geluid bevat
veel statische ruis.
Sterke magnetische velden van televisietoestellen e.d. verstoren de
werking van de recorder.
, Houd de recorder verwijderd van een bron met sterke
magnetische velden.
Kan geen
muziekstukmarkeri
ngen vinden.
U hebt X ingedrukt na . of >.
, Druk op X voordat u op de recorder op . of > drukt, of
voordat u op de afstandsbediening het schuifje naar > of
. duwt.
De oplaadbare
batterij begint niet
met opladen. De
oplaadbare batterij
kan niet volledig
worden opgeladen.
De oplaadbare batterij is onjuist geplaatst of de
netspanningsadapter is onjuist aangesloten.
, Plaats de batterij op de juiste wijze of sluit de
netspanningsadapter goed aan.
Probleem Oorzaak/Oplossing
59-NL
De menus
Menufuncties
Druk op MENU. Druk daarna op . of > op de recorder of druk ten minste 2
seconden op EDIT op de afstandsbediening om een menu te openen.
De disc kan niet op
een ander apparaat
worden bewerkt.
LP2- en LP4-stereo worden niet door het betreffende apparaat
ondersteund.
, Voer de bewerking uit op een ander apparaat dat LP2- en LP4-
stereo wel ondersteunt.
Er is een
kortstondig
bijgeluid te horen.
Door de speciale audiocompressietechnologie die bij LP4-
opnamen wordt gebruikt, kan het in zeer zeldzame gevallen
voorkomen dat er bij bepaalde geluidsbronnen een kortstondig
bijgeluid wordt geproduceerd.
, Neem op in de normale stereostand of in de LP2-stereostand.
Het uitleesvenster
functioneert niet
naar behoren.
De recorder is losgekoppeld geweest van de stroombron.
, Laat de recorder even met rust of ontkoppel de stroombron en
sluit deze opnieuw aan. Druk daarna op een willekeurige toets.
Menu op de
recorder
1)
1)
De menu-items waar u uit kunt kiezen, variëren afhankelijk van het al dan niet actief zijn van de
groepsmodus of van de bedieningsstatus van de recorder.
Functies
EDIT Bewerkingen selecteren (muziekstukken, discs of groepen benoemen,
wissen enz.) (pagina 39 t/m 44, 46 en 47).
DISP De verstreken afspeeltijd, de resterende afspeeltijd enz. weergeven
(pagina 32 en 36).
P-MODE De afspeelstand selecteren (herhaald afspelen, shuffle enz.) (pagina 34).
RecVol Automatische of handmatige opnameniveauregeling selecteren
(pagina 31).
R-MODE De opnamestand selecteren (SP-stereo, LP2-stereo, LP4-stereo of mono)
(pagina 26).
BASS BASS 1 of BASS 2 selecteren (DIGITAL MEGA BASS) (pagina 35).
TimeMk Automatische tijdmarkering instellen (pagina 30).
SYNC-R ON of OFF voor synchroonopnamen selecteren (pagina 16).
OPTION AVLS (Automatic Volume Limiter System Automatische
volumebegrenzer) — “ON of OFF selecteren (pagina 48).
BEEP Stel M-UNIT of REMOTE in op ON of OFF
(pagina 48).
R-Posi Beginpunt selecteren tijdens het opnemen (pagina 29).
LPStmp — “ON (LP: wordt aan het begin van de muziekstuknaam
toegevoegd) of OFF selecteren (pagina 26).
Probleem Oorzaak/Oplossing
60-NL
Overzicht van de menus op de recorder
Op deze en volgende paginas vindt u voor elke bedieningsstatus de menu-items die op de
recorder beschikbaar zijn. Elk schema laat verschillende menus en menu-items zien die op
elk menuniveau kunnen worden geselecteerd. Zie De menus (pagina 59) voor meer
informatie over de menubewerkingen. De menus en menu-items worden afwisselend op
het uitleesvenster weergegeven.
Beschikbare menus en menu-items als de recorder is gestopt
EDIT
G:Ers
2)
D:Ers
LapTim
DISP
RecRem
G:Rls
1)
G:SetD:Name
GP Rem
2)
AllRem
OFF
BASS
BASS 1
Normal
P-MODE
AllRep 1 Rep Shuf.R
SP
R-MODE
LP2 LP4 MONO
BASS 2
vervolgd op de volgende pagina
, : Op ENTER drukken
h : Op
. of > drukken.
61-NL
1)
Verschijnt alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt terwijl een andere groep dan
GP -- is geselecteerd.
2)
Verschijnt alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt.
3)
Kan alleen worden geselecteerd als de groepmodus is uitgeschakeld.
Druk op CANCEL op de recorder als u een menubewerking wilt annuleren.
AVLS
OPTION
BEEP R-Posi
3)
LPStmp
OFF ON
M-UNIT REMOTE
FrHere Fr End
ON OFF ON OFF
ON OFF
OFF
SYNC-R
ON
vervolgd van de vorige pagina
, : Op ENTER drukken
h : Op
. of > drukken.
62-NL
Beschikbare menus en menu-items als de recorder afspeelt
1)
Verschijnt alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt terwijl een andere groep dan GP--
is geselecteerd.
2)
Verschijnt alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt.
Druk op CANCEL op de recorder als u een menubewerking wilt annuleren.
M-UNIT REMOTE
ON OFF ON OFF
EDIT
T:Move
AVLS
OPTION
BEEP
OFF ON
LapTim
T:Name G:Name
1)
G:Move
1)
DISP
1 Rem GP Rem
2)
AllRem
T:Ers
OFF
BASS
BASS 1 BASS 2
Normal
P-MODE
AllRep 1 Rep Shuf.R
, : Op ENTER drukken
h : Op
. of > drukken.
63-NL
Beschikbare menus en menu-items als de recorder opneemt
1)
Verschijnt alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt.
2)
Verschijnt alleen als de recorder zich in de wachtstand bevindt.
Druk op CANCEL op de recorder als u een menubewerking wilt annuleren.
EDIT
AVLS
OPTION
OFF ON
OFF
TimeMK
5 min 10 min 15 min
OFF
SYNC-R
ON
LapTim
T:Name G:Name
1)
D:Name
DISP
RecRem
OFF
BASS
BASS 1 BASS 2
SP
R-MODE
2)
LP2 LP4 MONO
Auto
RecVol
2)
Manual
, : Op ENTER drukken
h : Op
. of > drukken.
64-NL
Meldingen
Als een van de volgende foutmeldingen op het uitleesvenster knippert, raadpleeg dan
onderstaand overzicht.
Foutmelding Betekenis/Oplossing
BLANK Er is een lege MD geplaatst.
BUSY U hebt geprobeerd de recorder te bedienen terwijl deze bezig was de
opgenomen gegevens te lezen.
, Wacht tot de melding weer verdwijnt (in zeldzame gevallen kan dit
enkele minuten vergen).
Saving De MD-speler is bezig om informatie (geluiden) vanuit het geheugen
op de disc op te nemen.
, Wacht totdat dit proces is voltooid. Zorg ervoor dat de speler niet
blootstaat aan fysieke schokken en dat de stroomvoorziening niet
wordt onderbroken.
ERROR De opname is mislukt.
, Zet de recorder op een plaats waar het niet blootstaat aan trillen en
neem opnieuw op.
De disc is bevuild met vetvlekken of vingerafdrukken, is bekrast, of
het betreft geen standaarddisc.
, Probeer opnieuw op te nemen op een andere disc.
De recorder kan de discinformatie niet goed lezen.
, Plaats de disc opnieuw.
De recorder kan de discinformatie niet goed lezen.
, Plaats een andere disc.
, Wis de gehele disc als dat niet te bezwaarlijk is (pagina 46).
FULL De resterende opnametijd op de disc is 12 seconden (stereo), 24
seconden (LP2-stereo of mono), 36 seconden (LP4-stereo) of minder.
, Vervang de disc.
HiDCin Het voltage van de stroomvoorziening is te hoog (er is geen
gebruikgemaakt van de meegeleverde netspanningsadapter of van de
aanbevolen autoaccukabel).
, Gebruik de meegeleverde netspanningsadapter of de aanbevolen
autoaccukabel.
HOLD De recorder is vergrendeld.
, Ontgrendel de recorder door HOLD tegen de richting van de pijl te
schuiven (pagina 14, 49).
LoBATT De batterijen is bijna leeg.
, Laad de oplaadbare batterij op of vervang de droge batterij
(pagina 13).
MEMORY U hebt geprobeerd op te nemen terwijl de recorder zich op een plaats
bevond waar deze continu aan trillingen stond blootgesteld.
, Zet de recorder op een stabiele plaats en begin opnieuw met
opnemen.
65-NL
FULL U hebt geprobeerd een naam van meer dan 200 tekens in te voeren
voor één muziekstuk of disc.
U hebt geprobeerd in totaal meer dan 1 700 tekens in te voeren voor de
namen van de muziekstukken en de naam van de disc.
, Voer een kortere naam in voor het muziekstuk, de groep of de disc
(pagina 38), of zet de LPStmp-instelling op OFF zodat LP:
niet aan het begin van de muziekstuknaam wordt toegevoegd
(pagina 26).
NoCOPY U hebt geprobeerd op te nemen van een disc die is beveiligd door het
Serial Copy Management System. Het is niet mogelijk te kopiëren van
een digitaal aangesloten bron die zelf is opgenomen via een digitale
aansluiting.
, Gebruik in plaats hiervan een analoge aansluiting (pagina 25).
NoDISC U hebt geprobeerd af te spelen of op te nemen zonder dat er een disc in
de recorder zat.
, Plaats een MD.
No SIG De recorder heeft geen digitale invoersignalen kunnen waarnemen.
, Zorg dat de bron goed is aangesloten (pagina 16).
PbONLY U hebt geprobeerd op te nemen of te bewerken op een voorbespeelde
MD (Pb staat voor playback, afspelen).
, Plaats een onbespeelde MD.
SAVED U hebt geprobeerd op te nemen op een MD die tegen opnemen is
beveiligd, of u hebt geprobeerd deze MD te bewerken.
, Schuif het nokje terug (pagina 52).
SORRY U hebt geprobeerd een muziekstukmarkering aan het begin van het
eerste muziekstuk te wissen.
U hebt geprobeerd een muziekstukmarkering te wissen waardoor
onverenigbare muziekstukken zouden worden samengevoegd
(bijvoorbeeld een stereo- en een mono-opname).
U hebt geprobeerd een muziekstukmarkering te overschrijven.
U hebt geprobeerd tijdens een synchroonopname op X of T MARK te
drukken.
U hebt geprobeerd tijdens het programmeren de groepsfunctie in te
schakelen.
, Schakel de groepsfunctie in voordat u gaat programmeren.
TEMP Er heeft zich te veel warmte in de recorder opgehoopt.
, Laat de recorder afkoelen.
Edit De MD-speler is bezig om informatie (begin- en eindpunten van
muziekstukken) vanuit het geheugen op de disc op te nemen.
, Wacht totdat dit proces is voltooid. Zorg ervoor dat de speler niet
blootstaat aan fysieke schokken en dat de stroomvoorziening niet
wordt onderbroken.
TrFULL Muziekstuknummer 254 is bereikt.
, Wis overbodige muziekstukken (pagina 46).
Foutmelding Betekenis/Oplossing
66-NL
TrPROT U hebt geprobeerd een opname of een bewerking uit te voeren op een
muziekstuk dat tegen wissen is beveiligd.
, Neem op over een ander gedeelte of voer de bewerking uit op een
ander muziekstuk.
U hebt geprobeerd een muziekstuk te bewerken dat van een computer
was overgedragen.
, Zet het muziekstuk terug op uw computer en voer dan de
bewerking uit.
Foutmelding Betekenis/Oplossing
67-NL
Technische gegevens
MD-recorder
Audioafspeelsysteem
Digitaal audiosysteem MiniDisc
Laserdiode-eigenschappen
Materiaal: GaAlAs MQW
Golflengte:
l = 790 nm
Emissieduur: continu
Laservermogen: minder dan 44,6 µW
(Deze waarde is gemeten op een afstand van
200 mm van het lensoppervlak op de optische
afleeseenheid met een opening van 7 mm.)
Opname- en afspeelduur
Bij een MDW-80:
Maximaal 160 min. in mono
Maximaal 320 min. in stereo
Omwentelingen
Ca. 380 tot 2 700 omw./min. (constante lineaire
snelheid)
Foutcorrectie
ACIRC (Advanced Cross Interleave Reed
Solomon Code)
Aftastfrequentie
44,1 kHz
Aftastfrequentie-converter
Invoer: 32 kHz/44,1 kHz/48 kHz
Codering
ATRAC (Adaptive TRansform Acoustic
Coding)
ATRAC3 — LP2/LP4
Modulatiesysteem
EFM (Eight to Fourteen Modulation)
Aantal kanalen
2 stereokanalen
1 monokanaal
Weergavefrequentie
20 tot 20 000 Hz ± 3 dB
Wow en flutter
Onder de meetbare limiet
Ingangen
Lijningang: stereoministekker, minimaal
ingangsniveau 49 mV
Optische (digitale) ingang: optische (digitale)
ministekker
Uitgangen
i: stereoministekker, maximaal uitgangsniveau
5 mW + 5 mW, belastingsimpedantie 16 ohm
Algemeen
Voeding
Sony-netspanningsadapter (meegeleverd)
aangesloten op de aansluiting DC IN 3 V
(model wordt tussen haakjes vermeld):
120 V wisselstroom, 60 Hz (V.S., Canada en
Taiwan)
230 V wisselstroom, 50/60 Hz (Europese
vasteland)
240 V wisselstroom, 50 Hz (Australië)
220 V wisselstroom, 50 Hz (China)
230 - 240 V wisselstroom, 50 Hz (V.K. en
Hongkong)
110/220 V AC, 60 Hz (Korea)
100 - 240 V wisselstroom, 50/60 Hz (overige
landen)
Nikkel-cadmiumbatterij NC-WMAA
(meegeleverd)
LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (niet
meegeleverd)
Gebruiksduur batterij
Zie “Gebruiksduur van de batterij” (pagina 50)
Afmetingen
Ca. 81 ´ 27,9 ´ 74,4 mm (b/h/d) zonder
uitstekende delen.
Gewicht
Ca. 104 g, alleen de recorder
Amerikaanse en andere octrooien in licentie
van Dolby Laboratories.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens
voorbehouden zonder voorafgaande
kennisgeving.
Verkrijgbare accessoires
Optische kabel
POC-15B, POC-15AB, POC-DA12SP
Lijnkabel RK-G129, RK-G136
Stereokoptelefoon/-oortelefoon* MDR-
EX70LP, MDR-72LP, MDR-A34LP
Actieve luidsprekers SRS-Z500
Onbespeelde MD’s MDW-serie
Het is mogelijk dat uw dealer enkele van de
genoemde accessoires niet kan leveren.
Raadpleeg uw dealer voor uitgebreide
informatie over de accessoires die in uw land
verkrijgbaar zijn.
*Als u een van de apart verkrijgbare
koptelefoons gebruikt, gebruik dan
alleen een koptelefoon/oortelefoon met
stereoministekkers. U kunt geenk
koptelefoon/oortelefoon met microstekkers
gebruiken.
68-NL
Toelichting
Wat is een Net MD?
Net MD is een formaat waarmee u op hoge
snelheid geluidsgegevens van een computer
naar een MiniDisc-apparaat kunt overdragen
via een USB-kabel (Universal Serial Bus).
Hierbij wordt gebruikgemaakt van de zeer
geavanceerde copyright-beschermings-
technologie OpenMG en MagicGate.
Dit formaat vereist geen ander MiniDisc-
opnamesysteem; het gebruik van bestaande
MiniDiscs en het afspelen van overgedragen
geluidsbestanden op bestaande MiniDisc-
apparatuur wordt ondersteund.*
Met dit formaat kunt u tevens de OpenMG
Jukebox-software gebruiken, zodat u de
tekens eenvoudig via uw computer kunt
bewerken of invoeren.
Audiobestanden die in de LP-stand worden
overgedragen, kunnen alleen worden
afgespeeld op MiniDisc-apparatuur die de
MDLP-stand ondersteunt.
Waarom een MiniDisc zo klein
kan zijn
De 2,5-inch-MiniDisc zit in een plastic
behuizing die lijkt op een 3,5-inch-diskette
(zie de afbeelding hierboven) en maakt
gebruik van een nieuwe digitale audio-
compressietechnologie: ATRAC (Adaptive
TRansform Acoustic Coding). Om meer
geluid op minder ruimte te kunnen opslaan,
onttrekt en codeert ATRAC alleen die
frequentiecomponenten die feitelijk
hoorbaar zijn voor het menselijk oor.
De betekenis van no sound
No sound geeft een situatie aan waarbij
het ingangsniveau van de recorder bij
analoge invoer ongeveer 4,8 mV bedraagt, of
minder is dan 89 dB bij optische (digitale)
invoer (met 0 dB als maximum (het
maximale opnameniveau van een
MiniDisc)).
Snelle toegang tot gegevens
Net als CDs, bieden MDs direct toegang tot
het begin van elk muziekstuk.
Voorbespeelde MDs worden opgenomen
met een adressering voor ieder
muziekgedeelte.
Onbespeelde MDs worden gemaakt met een
User TOC Area (TOC-gebied) waar de
volgorde van de muziekgedeelten worden
bewaard. Het TOC-systeem (Table of
Contents Inhoudstabel) lijkt op het
directory-managementsysteem van
gewone diskettes. Dat wil zeggen dat het
begin- en eindadres van alle opgenomen
muziekstukken die zich op de disc bevinden,
in dit gebied worden opgeslagen. Hierdoor
hebt u rechtstreeks toegang tot het begin van
elk muziekstuk, zodra u het muziekstuk-
nummer (AMS) hebt ingevoerd. U kunt een
muziekstuk ook benoemen, net zoals u dat
bij diskettebestanden zou doen.
Beperkingen ten aanzien van
het bewerken van
muziekstukken die zijn
overgezet vanaf uw computer
Dit apparaat is zo ontworpen dat bepaalde
bewerkingen (zoals het wissen van
muziekstukken en het toevoegen en wissen
van muziekstukmarkeringen) niet kunnen
worden uitgevoerd op muziekstukken die
vanaf uw computer zijn overgezet. Hiermee
wordt voorkomen dat de autorisatiegegevens
voor het overzetten vanaf uw computer
verloren gaan. Als u deze muziekstukken
wilt bewerken moet u ze eerst terugzetten op
de computer, om ze
vervolgens op de
computer te bewerken.
BA
B Muziekgegevens
A User TOC Area
Bevat de volgorde en de begin- en
eindpunten van de muziekstukken.
69-NL
Register
A
Aansluiten
analoog
25
digitaal 17
op een computer 20
tijdens het opladen 14
Accessoires
meegeleverd
9
optioneel 67
Afspeelstand 34
Automatische tijdmarkering 30
AVLS 48
B
Batterijen
droge batterij
13
gebruiksduur 15
oplaadbare batterij 13
Benoemen 39
C
Controleren
afspeelpositie
32
resterende tijd 32, 36
D
DIGITAL MEGA BASS 35
DSP TYPE-R 18
E
EMD 8
G
G-PROTECTION 23
Groep
Afspelen in Groepsmodus
33
Groepen verplaatsen 43
Groepsinstelling 40
Groepsmodusopname 28
Groepsselectiemodus 33
opheffen 41
wissen 47
H
Handmatig opnemen 31
HOLD 14, 49
M
MDLP 26
Menu’s 59
Muziekstukmarkering
toevoegen
44
wissen 45
N
Net MD 68
O
OpenMG Jukebox 8, 20
Opladen 14
Opnemen
digitaal
16
Groepsmodusopname 27
MDLP-stand 26
muziekstukmarkeringen toevoegen
(Automatische
tijdmarkering)
30
zonder muziekstukken te overschrijven
29
Opnieuw benoemen 40
Overbrengen 8, 20
Overdracht 20
P
Pieptoon 48
R
Reinigen 51
S
SDMI 8
U
USB
kabel
8, 9, 20
W
Wissen
een groep
47
een hele disc 46
een muziekstuk 46

Documenttranscriptie

WAARSCHUWING Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om brand en elektrische schokken te voorkomen. Plaats het apparaat niet in een gesloten ruimte, zoals een boekenrek of ingebouwde kast. Om brand te voorkomen mag u de ventilatieopeningen van het apparaat niet bedekken met kranten, kleedjes, gordijnen e.d. Zet ook geen brandende kaarsen op het apparaat. Om brand en elektrische schokken te voorkomen, mag u geen voorwerpen op het apparaat neerzetten die met vloeistoffen zijn gevuld, zoals bloemenvazen. Afgedankte batterijen dient u mee te geven met het klein chemisch afval. Neem voor meer informatie contact op uw gemeente. LET OP! — ONZICHTBARE LASERSTRALING INDIEN GEOPEND VERMIJD BLOOTSTELLING AAN DE LASERSTRAAL Informatie DE VERKOPER IS IN GEEN ENKEL GEVAL AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE DIRECTE OF INDIRECTE SCHADE VAN WELKE AARD DAN OOK, ONGEVALLEN, VERLIEZEN OF ONKOSTEN DIE WORDEN VEROORZAAKT DOOR EEN DEFECT APPARAAT OF DOOR HET GEBRUIK VAN WELK PRODUCT DAN OOK. 2-NL • • • • Het CE-merkteken geldt alleen voor producten die worden verkocht in de Europese Unie. OpenMG en het bijbehorende logo zijn handelsmerken van Sony Corporation. Amerikaanse en buitenlandse octrooien onder licentie van Dolby Laboratories. Alle andere handelsmerken en geregistreerde handelsmerken zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de desbetreffende houders. De symbolen ™ en ® worden in deze handleiding achterwege gelaten. In deze gebruiksaanwijzing wordt alleen de bediening van de draagbare MiniDisc-recorder zelf uitgelegd. Voor informatie over het gebruik van de meegeleverde software (OpenMG Jukebox) dient u de bijbehorende gebruiksaanwijzing raadplegen. Opmerking voor gebruikers De meegeleverde software • Krachtens het auteursrecht is het niet toegestaan om zonder toestemming van de houder van het auteursrecht, de software en de bijbehorende handleiding geheel of gedeeltelijke te vermenigvuldiging of de software te verhuren. • In geen enkel geval is SONY aansprakelijk voor welke financiële schade of winstderving dan ook, inclusief claims van derden, voortvloeiend uit het gebruik van de software die met deze recorder is meegeleverd. • Mochten er zich met betrekking tot deze software problemen voordoen die verband houden met productiefouten, draagt SONY zorg voor vervanging. Voor het overige is SONY nergens voor aansprakelijk. • De software die met deze speler wordt meegeleverd, kan uitsluitend worden gebruikt bij apparatuur waarvoor het is ontworpen. • Aangezien we voortdurend werken aan de verbetering van onze producten, kunnen de softwarespecificaties zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. • Als u deze speler bedient met andere software dan de software die is meegeleverd, wordt dat niet door de garantie gedekt. • Het geheel of gedeeltelijk vermenigvuldigen van deze software en de gebruiksaanwijzing, of het uitlenen van deze software aan derden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de rechthebbende, wordt door het auteursrecht ten strengste verboden. • Sony is op geen enkele wijze aansprakelijk voor financiële verliezen, winstderving of claims van derden, voortvloeiend uit het gebruik van deze software. • Mochten er productiefouten aan het licht komen, dan beperkt de aansprakelijkheid van Sony zich evenwel altijd tot het vervangen van het betreffende product. • Deze software is specifiek ontworpen voor het apparaat waarbij het is meegeleverd. NL • Sony behoudt zich het recht voor de softwarespecificaties zonder voorafgaande kennisgeving aan te passen. Programma © 2000 Sony Corporation Documentatie © 2002 Sony Corporation 3-NL Inhoud Overzicht ........................................................... 8 De meegeleverde accessoires controleren ..............................................9 De bediening ................................................... 10 Voorbereidingen ............................................. 13 Meteen een MD opnemen! (Synchroonopname) ........................................ 16 Muziekstukken overbrengen van de computer naar de MiniDisc (Overdracht) ....................... 20 Meteen een MD afspelen! ............................... 22 Verschillende manieren van opnemen ........... 24 Opmerking over digitaal en analoog opnemen (Digitale en analoge invoer) ...................................................................................................24 Analoog opnemen .................................................................................25 Langdurige opnamen maken (MDLP) ..................................................26 Als u niet wilt dat “LP:” automatisch aan het begin van een muziekstuknaam wordt toegevoegd ................................26 Muziekstukken opnemen met de groepsfunctie (Groepsmodusopname) ....................................................................27 De groepsmodus activeren (Groepsmodusopname) .......................28 Een muziekstuk opnemen in een nieuwe groep .............................28 Een muziekstuk opnemen in een bestaande groep .........................28 Opnemen zonder bestaand materiaal te overschrijven .........................29 Automatisch muziekstukmarkeringen toevoegen (Automatische tijdmarkering) .......................................................................................30 Het opnameniveau met de hand regelen (Handmatig opnemen) ..........31 De resterende opneemtijd controleren ..................................................32 4-NL Verschillende manieren van afspelen ............ 33 De groepsfunctie gebruiken (Groepsmodus) ....................................... 33 Muziekstukken in een bepaalde groep beluisteren (Afspelen in Groepsmodus) ................................................................. 33 Groepen selecteren en afspelen (Groepsselectiemodus) ................ 33 De afspeelstand wijzigen ..................................................................... 34 Extra bas (DIGITAL MEGA BASS) ................................................... 35 De resterende afspeeltijd of de afspeelpositie controleren ................... 36 Opgenomen muziekstukken bewerken .......... 38 Muziekstukken (opnieuw) benoemen .................................................. 38 Opnamen benoemen ...................................................................... 39 Opnamen opnieuw benoemen ........................................................ 40 Muziekstukken of groepen als een nieuwe groep instellen (Groepsinstelling) ........................................................................... 40 Een groepsinstelling opheffen .............................................................. 41 Opgenomen muziekstukken verplaatsen .............................................. 42 Een muziekstuk naar een andere groep verplaatsen ............................. 43 De groepsvolgorde op een disc wijzigen (Groepen verplaatsen) ......... 43 Een muziekstukmarkering toevoegen .................................................. 44 Een muziekstukmarkering wissen ........................................................ 45 Muziekstukken wissen ......................................................................... 46 Een muziekstuk wissen .................................................................. 46 De hele disc wissen ........................................................................ 46 Een groep wissen ........................................................................... 47 Andere functies .............................................. 48 Uw gehoor beschermen (AVLS) .......................................................... 48 De pieptoon uitschakelen ..................................................................... 48 De bediening vergrendelen (HOLD) .................................................... 49 Stroombronnen ............................................... 50 Gebruiksduur van de batterij ................................................................ 50 5-NL Aanvullende informatie .................................. 51 Voorzorgsmaatregelen ..........................................................................51 Systeembeperkingen .............................................................................54 Verhelpen van storingen .......................................................................56 De menu’s .............................................................................................59 Meldingen .............................................................................................64 Technische gegevens ............................................................................67 Toelichting ............................................................................................68 Register .................................................................................................69 6-NL Overzicht Wat u allemaal met uw MD Walkman kunt doen Met deze Walkman zet u digitale geluidsbestanden in een handomdraai over van uw computer naar de MiniDisc, zodat u de muziek overal kunt beluisteren. 1 Digitale EMD**diensten AudioCD’s Bestanden in MP3-, WAV- en Windows Media-formaat geluidsbestand en op uw computer opslaan*. 2 De bestanden overbrengen naar de MiniDisc Walkman. USB-kabelverbinding 3 Naar uw MiniDisc Walkman luisteren. * Met “OpenMG”, een copyright-beschermingstechnologie die voldoet aan de SDMI-normen (Secure Digital Music Initiative), kunt u digitale muziek opnemen en afspelen zonder dat u inbreuk maakt op de auteursrechten van de rechthebbenden. ** EMD is wereldwijd in slechts een beperkt aantal gebieden beschikbaar. 8-NL • De opgenomen muziek is uitsluitend bestemd voor privé-gebruik. Als u de opnamen buiten de privé-sfeer wilt gebruiken, hebt u toestemming nodig van de eigenaren van het auteursrecht. • Als het opnemen vanaf een CD of het downloaden mislukt waardoor er geen muziekbestanden op uw computer worden opgeslagen, is Sony hiervoor niet aansprakelijk. Opmerkingen over het gebruik In de volgende gevallen kan het gebeuren dat de opname niet op de juiste wijze wordt afgesloten, of dat de opnamegegevens verloren gaan: — u verwijdert de disc uit de recorder, ontkoppelt de netspanningsadapter of ontkoppelt de USB-houder tijdens het lezen of schrijven van gegevens. — u gebruikt een disc die is blootgesteld aan statische elektriciteit of ruis. De meegeleverde accessoires controleren Meegeleverde accessoires Oplaadbare nikkel-cadmiumbatterij NC-WMAA (1) Netspanningsadapter (1) Koptelefoon/oortelefoon met een afstandsbediening (1) Optische kabel (1) USB-kabel (1) Houder voor batterijen (1) Draagetui met riemclip (alleen het Europese model) (1) CD-ROM (1)* ∗ Speel geen CD-ROM af in een audio-CD-speler. 9-NL De bediening De recorder 6 CHARGE 1 7 8 2 3 9 q; qa qs qd qf qg 4 5 A OPEN-toets G Uitleesvenster B END SEARCH-toets H GROUP/CANCEL-toets C X (pauzeren)-toets I T MARK/REC-toets D DC IN 3V-aansluiting J HOLD-schakelaar E VOL +/– -toets K USB-aansluiting De VOL + -toets heeft een voelbare punt. F N (afspelen)-toets De N -toets heeft een voelbare punt. ./> (zoeken/AMS)-toets x (stoppen)/CHARGE-toets L Batterijcompartiment 10-NL M LINE IN (OPTICAL)-aansluiting N MENU/ENTER-toets O i (koptelefoon/oortelefoon) -ansluiting Het uitleesvenster van de recorder A B C DE LP2.4 I F G H Digital MEGA BASS J A MONO (mono)-indicatie K L C Indicatie Mega Bass Geeft aan of de disc draait voor het opnemen, afspelen of bewerken van een MD. E Niveaumeter Toont het geluidsvolume van de MD die wordt afgespeeld of opgenomen. F REC REMAIN/REMAIN (resterende tijd/muziekstukken)-indicatie Licht op als de resterende tijd van het muziekstuk, de resterende tijd op de MD of het resterende aantal muziekstukken wordt weergegeven. G SYNC (synchroonopnemen)-indicatie N H REC-indicatie (opnemen) B LP-indicatie D Discindicatie M I J K L M N Licht op tijdens het opnemen. Als deze indicatie knippert, is de recorder in de wachtstand. Batterij-indicatie Toont bij benadering de toestand van de batterij. Tijdweergave Indicatie discnaam/muziekstuknaam Licht op bij het benoemen van een disc of muziekstuk. Groepsindicatie Licht op als de groepsmodus is ingeschakeld. Tekenvenster Toont disc- en muziekstuknamen, foutmeldingen, muziekstuknummers enz. Indicatie afspeelstand Toont de afspeelstand van de MD. 11-NL De koptelefoon/oortelefoon met afstandsbediening F A B C D E A ./>/N (zoeken/AMS/ B C D E 12-NL afspelen) • >/.-toets x (stoppen) • ENTER-toets X (pauzeren) • CAPS-toets EDIT-toets VOL +/– -toets G H I F Koptelefoon/oortelefoon Kan worden vervangen door de apart verkrijgbare koptelefoon/oortelefoon. G HOLD-schakelaar Verschuif deze schakelaar om de afstandsbediening te vergrendelen. H T MARK-toets I DELETE-toets Voorbereidingen Laad de oplaadbare batterij op voordat u de recorder in gebruik neemt. Als de oplaadbare batterij niet is opgeladen, kunt u de recorder alleen gebruiken als de netspanningsadapter is aangesloten. 1 De oplaadbare batterij plaatsen. E e Schuif het deksel van het batterijcompartiment om deze te openen. Plaats de oplaadbare batterij met de minuszijde eerst. Sluit het deksel. De droge batterij gebruiken Plaats een LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (niet meegeleverd) in plaats van een oplaadbare batterij. vervolgd 13-NL 2 De oplaadbare batterij opladen. naar een stopcontact Netspanningsadapter CHARGE (x) naar DC IN 3V 1 Sluit de netspanningsadapter aan op DC IN 3V. 2 Druk op CHARGE (x). “Charge” knippert, e verschijnt op het uitleesvenster, en het opladen begint. Als het opladen is voltooid, verdwijnt de batterij-indicatie. Het duurt ongeveer 3 uur voordat een geheel lege oplaadbare batterij volledig is opgeladen. 3 Ontkoppel de netspanningsadapter. Opmerking Soms begint de “Charging”-indicatie op het uitleesvenster niet onmiddellijk te knipperen nadat u in stap 2 op CHARGE hebt gedrukt. De indicatie begint in dat geval na ongeveer 3 minuten te knipperen, waarna het opladen begint. 3 De afstandsbediening aansluiten en ontgrendelen. 1 2 Sluit de koptelefoon/oortelefoon via de afstandsbediening aan op i. Schuif HOLD tegen de richting van de pijl in (.) om de toetsen te ontgrendelen. HOLD Stevig aandrukken. naar i Stevig aandrukken. 14-NL Opmerkingen • Gebruik de recorder niet om andere batterijen op te laden dan de meegeleverde batterij of batterijen die voor deze recorder zijn bedoeld (NC-WMAA). • Tijdens het opladen kunnen de batterijen heet worden. Dit is echter ongevaarlijk. • Zorg ervoor dat u de meegeleverde netspanningsadapter gebruikt. • Als u de batterij voor het eerst oplaadt, of nadat u deze lange tijd niet hebt gebruikt, kan het zijn dat de batterij niet maximaal wordt opgeladen. Dit is geen storing. Als u de batterij enkele malen hebt gebruikt en opgeladen, kan de batterij weer tot zijn normale capaciteit worden opgeladen. • Als de tijd die een volledig geladen oplaadbare batterij meegaat, ongeveer is gehalveerd ten opzicht van de normale tijd, dient u de batterij te vervangen. • Als u de recorder lange tijd achterelkaar niet gebruikt, haal dan de netspanningsadapter uit het stopcontact. • Als de recorder tijdens het bedienen stopt en “LoBATT” op het uitleesvenster verschijnt, laad dan de oplaadbare batterij op. Als “LoBATT” verschijnt, kunt u de recorder vaak nog enige tijd gebruiken. Als u echter doorgaat tot de oplaadbare batterij volledig is ontladen, kan het zijn dat u de oplaadbare batterij niet meer opnieuw kunt opladen. Als dit zich voordoet, haal de oplaadbare batterij dan vóór het opladen even uit de recorder en plaats deze daarna opnieuw. • Neem de volgende punten in acht, als u de batterij rechtstreeks: —Als u op x/CHARGE drukt, onmiddellijk nadat het opladen is voltooid, begint het opladen opnieuw. Als dat gebeurt, drukt u nogmaals op x/CHARGE om het opladen te stoppen, aangezien de batterij al volledig is opgeladen. —Het opladen wordt beëindigd als u probeert de recorder tijdens het opladen te bedienen. Gebruiksduur van de batterij Raadpleeg “Gebruiksduur van de batterij” (pagina 50) voor meer informatie. Tijdens het opnemen (Eenheid: geschatte uren) Batterijen SPLP2- LP4stereo stereo stereo Oplaadbare nikkelcadmiumbatterij (NC-WMAA) 4 Sony LR6 (SG) 9 droge alkalinebatterij 6 7,5 13 16 Tijdens het afspelen (Eenheid: geschatte uren) Batterijen SPLP2- LP4stereo stereo stereo Oplaadbare nikkelcadmiumbatterij (NC-WMAA) 15 16 20 Sony LR6 (SG) 42 droge alkalinebatterij 48 56 15-NL Meteen een MD opnemen! (Synchroonopname) In dit hoofdstuk wordt de basisprocedure uitgelegd voor het maken van digitale opnamen via een optische kabel die is aangesloten op een CD-speler, digitale tv of een ander digitaal apparaat. (Zie “Systeembeperkingen” (pagina 54) voor meer informatie.) Tijdens synchroonopnamen start en stopt de recorder gelijktijdig met de geluidsbron. Als er in de geluidsbron muziekstukmarkeringen voorkomen, worden deze meegekopieerd. We raden u aan om tijdens het opnemen gebruik te maken van de netspanningsadapter. Zie “Analoog opnemen” (pagina 25) voor het maken van opnamen vanaf een analoge geluidsbron, zoals een cassettedeck of radio. Zie “Muziekstukken opnemen met de groepsfunctie (Groepsmodusopname)” (pagina 27) voor het maken van opnamen in de groepsmodus. 1 Plaats een MD. (Gebruik voor opnemen een onbespeelde MD) 1 Druk op OPEN om het deksel te openen. 2 Plaats een MD met het label naar boven en druk op het deksel om het te sluiten. Controleer of het wispreventienokje is gesloten. 16-NL 2 Maak verbinding. (Sluit de kabels goed aan op de daarvoor bestemde aansluitingen) CD-speler, MD-speler, DVD-speler enz. naar een stopcontact Draagbare CD-speler enz. naar een digitale (optische) uitgang Optische ministekker Netspanningsadapter Optische stekker Optische kabel POC15B* enz. naar LINE IN (OPTICAL) naar DC IN 3V ∗ Zie “Verkrijgbare accessoires” (pagina 67) 3 Een MD opnemen. END SEARCH REC MENU/ ENTER x/N/./ >/X 1 Als de recorder is gestopt, drukt u op MENU. De menu-items verschijnen op het uitleesvenster. 2 Druk enkele malen op . of op > totdat “SYNC-R” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. 3 Druk enkele malen op . of op > totdat “ON” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. 4 Druk op N terwijl u REC ingedrukt houdt. De recorder pauzeert nu en is gereed voor het opnemen. 5 Speel de bron af waarvan u een opname wilt maken. De recorder begint automatisch met opnemen zodra deze het afgespeelde geluid ontvangt. 17-NL Druk op x om de opname te beëindigen. Als u op x hebt gedrukt om te stoppen, schakelt de recorder na ca. 10 seconden automatisch uit (bij gebruik van een droge of oplaadbare batterij) of na ca. 3 minuten (bij gebruik van de netspanningsadapter). Synchroonopnemen annuleren Druk enkele malen op . of op > totdat in stap 3 “OFF” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Opmerking Als u opneemt op een disc die reeds opnamen bevat, houd er dan rekening mee dat de recorder bij aflevering zo is ingesteld, dat de bestaande opnamen worden overschreven. Als u vanaf het einde van het bestaande materiaal wilt opnemen, volg dan de procedure “Opnemen zonder bestaand materiaal te overschrijven” (pagina 29), voordat u stap 3, “Een MD opnemen.” (pagina 17) uitvoert. Om dit te doen Drukt u hierop Opnemen vanaf het eind van het huidige materiaal1) Als “R-Posi” (opnamepositie) is ingesteld op “FrHere”, druk dan op END SEARCH en vervolgens op N terwijl u REC ingedrukt houdt.1) Als “R-Posi” is ingesteld op “Fr End”, druk dan op N terwijl u REC ingedrukt houdt. Opnemen vanaf een bepaald punt in de vorige opname1) N, . of > om het startpunt van de opname te vinden en druk op x om te stoppen. Druk vervolgens op N terwijl u op REC drukt. Pauzeren X2). Druk nogmaals op X om de opname te hervatten. De MD verwijderen x en open het deksel.3) (Het deksel gaat niet open zolang “Edit” op het uitleesvenster knippert.) 1) Als “R-Posi” is ingesteld op “Fr End”, wordt er altijd opgenomen vanaf het einde van het bestaande materiaal. U hoeft dus niet eerst op de END SEARCH-toets te drukken (pagina 29). u nogmaals op X drukt om na de pauze de opname te hervatten, wordt er een nieuwe muziekstukmarkering toegevoegd. Hierdoor wordt de rest van het muziekstuk als een nieuw muziekstuk aangemerkt. 3) Als u het deksel opent terwijl “R-Posi” is ingesteld op “FrHere”, begint het opnemen de volgende keer als u opneemt bij het begin van de disc. Controleer op het uitleesvenster het startpunt van de opname. 2) Als Als het opnemen niet begint • Zorg ervoor dat de recorder niet is vergrendeld (pagina 14, 49). • Zorg ervoor dat de MD niet is beveiligd tegen opnemen (pagina 52). • Bij voorbespeelde MD’s is het niet mogelijk om over de muziekstukken op te nemen. DSP TYPE-R voor ATRAC “TYPE-R” is een hoogwaardige Sonytechnologie die wordt gebruikt in de Digital Signal Processor (DSP), die het hart vormt van het MiniDisc-geluid. Deze technologie geeft de MiniDisc-recorder tweemaal zoveel signaalverwerkingscapaciteit als eerdere MiniDisc Walkman-modellen, met een geluidskwaliteit die bijna net zo goed is als die 18-NL van MiniDisc-decks. Dit apparaat ondersteunt de “TYPE-R”-functie alleen als er in de normale stereostand (of in de monostand) wordt opgenomen of afgespeeld. In de MDLP-stand wordt deze functie niet ondersteund. Ook als er in de normale stereostand (of in de monostand) met behulp van OpenMG Jukebox geluidsbestanden worden overgebracht van de computer, wordt deze functie niet ondersteund. Opmerkingen • Tijdens synchroonopnamen is het niet mogelijk om de pauzefunctie handmatig in of uit te schakelen. Druk op x om de opname te beëindigen. • Wijzig de SYNC-R-instelling niet tijdens het opnemen. De opname kan dan mislukken. • Zelfs wanneer de geluidsbron geen opgenomen geluid meer produceert, kan het zijn dat er tijdens de synchroonopname niet automatisch wordt gepauzeerd als gevolg van ruis die door de geluidsbron wordt uitgezonden. • Als tijdens een synchroonopname een stil gedeelte van ongeveer 2 seconden wordt gedetecteerd, afkomstig van een geluidsbron anders dan een CD of een MD, wordt er automatisch een muziekstukmarkering toegevoegd op het punt waar het stille gedeelte eindigt. • Het is niet mogelijk om tijdens het opnemen de opnamestand te wijzigen. • “Saving” of “Edit” knippert terwijl de gegevens van de opname (de begin- en eindpunten van de muziekstukken en dergelijke) worden opgeslagen. Beweeg de recorder niet en schakel de stroomvoorziening niet uit zolang de indicator op het uitleesvenster knippert. • Het deksel gaat niet open zolang “Edit” op het uitleesvenster staat. • Als de stroomvoorziening wordt onderbroken (d.w.z. de batterij wordt verwijderd of raakt leeg of de netspanningsadapter wordt losgekoppeld) tijdens een opname of een bewerking, of terwijl “Edit” op het uitleesvenster staat, kan het deksel niet worden geopend tot de stroomvoorziening is hersteld. • Digitale opnamen kunt u alleen maken vanaf een optische uitgang. • Als u opneemt van een draagbare CD-speler, zet de CD-speler dan in de pauzestand en volg de opnameprocedure op de recorder. • Let op het volgende als u opneemt van een draagbare CD-speler: —Sommige draagbare CD-spelers kunnen zonder netspanningsadapter geen digitale uitvoer produceren. Sluit in zo’n geval de netspanningsadapter aan op de draagbare CD-speler om netspanning als stroombron te gebruiken. —Bij sommige draagbare CD-spelers wordt geen optisch signaal uitgevoerd als er een stabiliseerfunctie als ESP* of GPROTECTION is ingeschakeld. Schakel in zo’n geval de stabiliseerfunctie uit. ∗ Electronic Shock Protection (elektronische bescherming tegen schokken) z • Wanneer er tijdens de synchroonopname meer dan 3 seconden geen geluid wordt ontvangen, schakelt de recorder automatisch over naar de wachtstand. Zodra de speler weer geluid produceert, hervat de recorder de synchroonopname. Als de recorder 5 minuten of langer in de wachtstand staat, stopt de recorder automatisch. • Als u langere opnamen wilt maken, volg dan stap 1 van “Langdurige opnamen maken (MDLP)” (pagina 26) om de opnamestand te selecteren, en volg daarna de procedure voor synchroonopnemen. • LINE IN (OPTICAL) is een aansluiting die geschikt is voor zowel digitale als analoge invoer. De recorder herkent automatisch het gebruikte kabeltype en schakelt over op digitale of analoge invoer. • Het opnameniveau wordt automatisch ingesteld. Zie “Het opnameniveau met de hand regelen (Handmatig opnemen)” (pagina 31) als u het opnameniveau handmatig wilt instellen. • Tijdens de opname kunt u het geluid controleren. Sluit de koptelefoon/oortelefoon via de afstandsbediening aan op i en druk op VOL +/– om het geluidsvolume te regelen. Dit heeft geen invloed op het opnameniveau. 19-NL Muziekstukken overbrengen van de computer naar de MiniDisc (Overdracht) 1 Installeer de meegeleverde OpenMG Jukebox-software op uw computer. Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing van de OpenMG Jukebox voor meer informatie. Opmerking Als u de recorder voor het eerst op uw computer aansluit, zorg dan dat u de “OpenMG Jukebox”-software en het “Net MD”-stuurprogramma vanaf de meegeleverde CD-ROM hebt geïnstalleerd. Als OpenMG Jukebox reeds is geïnstalleerd, moet u eerst het Net MDstuurprogramma installeren en pas daarna de recorder op de computer aansluiten. Als u de recorder op de computer aansluit voordat u het Net MD-stuurprogramma installeert, werkt de recorder niet goed. 2 Maak verbinding. Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing van de OpenMG Jukebox voor meer informatie. Naar een stopcontact Naar de USB-aansluiting van de recorder. USB-kabel Netspanningsadapter 1 2 3 4 Plaats een disc in de recorder. Naar de USBaansluiting van de computer. Plaats de opgeladen oplaadbare batterij in de recorder. Sluit netspanningsadapter aan op de recorder. Open het kapje van de USB-aansluiting en sluit de recorder via de speciale meegeleverde USB-kabel aan op uw computer. Opmerkingen • Sluit de recorder via de netspanningsadapter aan op een stopcontact. • Deze recorder ondersteunt USB 2.0 Full Speed (voorheen USB 1.1). • Als u deze recorder aanluit via een USB-hub of een USB-verlengkabel, wordt de juiste werking niet gegarandeerd. Zorg er wel voor dat u de USB-kabel gebruikt voor het maken van de verbinding. • Sluit maar één MD-recorder tegelijk aan op uw computer. Als u meerdere recorders aanluit, wordt een correcte werking niet gegarandeerd. 20-NL 3 Neem audiogegevens op in de OpenMG Jukebox. Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing van de OpenMG Jukebox voor meer informatie. Als de recorder is aangesloten op uw computer, wordt het uitleesvenster van de recorder weergegeven zoals hieronder is afgebeeld. PC MD 4 Breng het muziekbestand over naar de recorder (Overdracht). Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing van de OpenMG Jukebox voor meer informatie. Opmerkingen • Als de recorder is aangesloten op de computer, kunt u alleen de VOL +/– -toetsen op de recorder en de VOL +/– -toets op de afstandsbediening gebruiken. • Om te voorkomen dat er opnamemateriaal verloren gaat, dient u ervoor te zorgen dat de recorder tijdens de overdracht van een muziekstuk niet blootstaat aan trillingen of stoten. Verder mogen tijdens de overdracht de netspanningsadapter of de USB-kabel niet worden losgekoppeld. • Zolang de recorder is aangesloten op uw computer, kunt u het deksel tijdens de bewerkingen niet openen. 21-NL Meteen een MD afspelen! 1 Plaats een MD. 1 Druk op OPEN om het deksel te openen. 2 Plaats een MD met het label naar boven en druk op het deksel om het te sluiten. 2 Een MD afspelen. Om het afspelen te stoppen, drukt u op x. N/x VOL +/– >/N x VOL +/– 1 Druk op N (duw het schuifje naar >/N). Via de koptelefoon/oortelefoon is een korte pieptoon te horen. 2 Druk op VOL +/– om het volume te regelen. Het volume wordt op het uitleesvenster weergegeven. 22-NL Via de koptelefoon/oortelefoon is een lange pieptoon te horen. Als u op x op de recorder of op x op de afstandsbediening hebt gedrukt om te stoppen, schakelt de recorder na ca. 10 seconden automatisch uit (bij gebruik van een droge of oplaadbare batterij) of na ca. 3 minuten (bij gebruik van de netspanningsadapter). Het afspelen begint vanaf het punt waar u het laatst met afspelen bent opgehouden. Als u wilt afspelen vanaf het begin van het eerste muziekstuk, druk dan ten minste 2 seconden op N op de recorder, of duw het schuifje op de afstandsbediening naar >/N en houd het daar ten minste 2 seconden vast. Functie Bediening op de recorder Het begin van het huidige muziekstuk of het vorige muziekstuk vinden1) Druk op .. Druk enkele malen op . totdat u aan het begin van het gewenste muziekstuk bent. Het begin van het volgende muziekstuk vinden2) Achteruitspoelen tijdens het afspelen Vooruitspoelen tijdens het afspelen Pauzeren Druk eenmaal op >. De MD verwijderen Druk op . en houd deze toets ingedrukt. Druk op > en houd deze toets ingedrukt. Druk op X. Druk nogmaals op X om het afspelen te hervatten. Druk op x en open het deksel.3) Bediening via de afstandsbediening Duw het schuifje naar .. Duw het schuifje enkele malen naar . totdat u aan het begin van het gewenste muziekstuk bent. Duw het schuifje naar >/N. Duw het schuifje naar . en houd het daar vast. Duw het schuifje naar >/N en houd het daar vast. Druk op X. Druk nogmaals op X om het afspelen te hervatten. Druk op x en open het deksel. 1) Als u tijdens het afspelen van het eerste muziekstuk op de disc tweemaal achterelkaar op . drukt, gaat de recorder naar het begin van het laatste muziekstuk op de disc. 2) Als u tijdens het eerste muziekstuk van de disc op > drukt, gaat de recorder naar het begin van het laatste muziekstuk van de disc. 3) Zodra u het deksel opent, wordt het startpunt voor afspelen gewijzigd in het begin van het eerste muziekstuk. Als het afspelen niet begint Opmerking Zorg ervoor dat de recorder niet is vergrendeld (pagina 14, 49). Als zich tijdens het bedienen van de recorder een van de volgende gevallen voordoet, kan het deksel pas weer worden geopend als de stroomvoorziening is hersteld: • De batterij is verwijderd. • De netspanningsadapter is losgekoppeld. • De batterij raakt leeg. Het overslaan van geluid onderdrukken (G-PROTECTION) De G-PROTECTION-functie is ontwikkeld om een hoger schokbestendigheidsniveau te bieden dan de bestaande spelers. Opmerking In de volgende gevallen kan het geluid tijdens het afspelen overslaan: • de recorder ondergaat onafgebroken sterke schokken. • er wordt een vuile of bekraste MiniDisc afgespeeld. z • De juiste afspeelstand wordt automatisch ingesteld (stereo, LP2-stereo, LP4-stereo of mono). • Zie “De groepsfunctie gebruiken (Groepsmodus)” (pagina 33) als u uitsluitend muziekstukken in een bepaalde groep wilt afspelen. 23-NL Verschillende manieren van opnemen Opmerking over digitaal en analoog opnemen (Digitale en analoge invoer) De ingang van deze recorder werkt zowel digitaal als analoog. Sluit de recorder aan op een CD-speler of een cassettedeck via de digitale (optische) ingang of analoge (lijn)ingang. Zie “Meteen een MD opnemen! (Synchroonopname)” (pagina 16) voor het opnemen via de digitale (optische) ingang, en “Analoog opnemen” (pagina 25) voor het opnemen via de analoge (lijn)ingang. Het verschil tussen digitale (optische) en analoge (lijn)ingang Verschil Digitale (optische) ingang Analoge (lijn)ingang Geschikte Apparatuur met een digitale (optische) Apparatuur met een analoge bron uitgang (CD-speler, DVD-speler enz.) (lijn)uitgang (Cassettedeck, radio, grammofoon, enz.) Geschikte Optische kabel (met een optische Lijnkabel (met 2 audiostekkers aansluitstekker of een optische ministekker) of een stereoministekker) kabel (pagina 17) (pagina 25) Signaal van Digitaal Analoog de bron Zelfs als een digitale bron (zoals een CD) is aangesloten, wordt een analoog signaal naar de recorder verzonden. Worden automatisch gemarkeerd Worden automatisch gemarkeerd Muziekstukmarker- (gekopieerd) • als er meer dan 2 seconden ingen1) • op dezelfde posities als in de bron (als geen (pagina 68) of een zwak de bron een CD of een MD is). signaal wordt doorgegeven. • als er meer dan 2 seconden geen • als de recorder pauzeert tijdens (pagina 68) of een zwak signaal wordt het opnemen. doorgegeven (als de bron geen CD of MD is). • als de recorder pauzeert (tijdens een synchroonopname wordt er gedurende 3 seconden geen geluid gedetecteerd) Opgenomen Gelijk aan de bron. Automatisch geregeld. Kan ook geluidshandmatig worden geregeld Kan ook handmatig worden geregeld niveau (“Het opnameniveau met de hand (Digitale REC-niveauregeling) (“Het regelen (Handmatig opnemen)”, opnameniveau met de hand regelen pagina 31). (Handmatig opnemen)”, pagina 31). 1) Na het opnemen kunt u overbodige markeringen wissen. (“Een muziekstukmarkering wissen”, pagina 45). Opmerking Muziekstukmarkeringen kunnen foutief worden gekopieerd: • als u via een digitale (optische) ingang opneemt van bepaalde CD-spelers of CD-wisselaars. • als de bron tijdens het opnemen via de digitale (optische) ingang gebruikmaakt van Shuffle- of Geprogrammeerd afspelen. Speel in dat geval af in de normale afspeelstand. • als u via de digitale (optische) ingang opnamen maakt van uitzendingen met digitaal geluid (bijv. van een digitale tv). 24-NL Analoog opnemen Het geluid komt als analoog signaal binnen vanaf het aangesloten apparaat, maar wordt digitaal op de disc opgeslagen. Als u de recorder wilt aansluiten op een geluidsbron, hebt u een apart verkrijgbare lijnkabel nodig. Als u deze kabel aansluit, zorg er dan voor dat u de stekkers stevig aandrukt. CD-speler, cassettedeck enz. naar LINE OUT-aansluitingen enz. L (wit) R (rood) 1 Druk op N terwijl u REC ingedrukt houdt. De REC-indicatie licht op op het uitleesvenster en het opnemen begint. 2 Speel de bron af waarvan u een opname wilt maken. Zie “Meteen een MD opnemen! (Synchroonopname)” (pagina 16) voor verdere aanwijzingen met betrekking tot het maken van opnamen. z LINE IN (OPTICAL) is een aansluiting die geschikt is voor zowel digitale als analoge invoer. De recorder herkent automatisch het gebruikte kabeltype en schakelt over op digitale of analoge invoer. Opmerking Als u een opname wilt onderbreken, drukt u op X. Op dat punt wordt een muziekstukmarkering toegevoegd zodra u nogmaals op X drukt om het opnemen te hervatten. De opname wordt voortgezet als nieuw muziekstuk. Lijnkabel* REC naar LINE IN (OPTICAL) ∗ Gebruik de aansluitkabels zonder een signaalverzwakker. Gebruik de RK-G136-kabel om een draagbare CD-speler met een aansluiting voor stereoministekkers aan te sluiten. Zie (“Verkrijgbare accessoires”, pagina 67) voor meer informatie over het aansluiten van kabels. 25-NL Langdurige opnamen maken (MDLP) Selecteer een opnamestand die overeenkomt met de door u gewenste opnametijd. U kunt 2 keer (LP2) of 4 keer (LP4) langer dan normaal stereo-opnamen maken. Verder is het mogelijk om met 2 keer de normale opnametijd in mono op te nemen. MD’s die in mono, LP2 of LP4 zijn opgenomen, kunnen alleen worden afgespeeld op MD-spelers of -recorders die zijn voorzien van een mono-, LP2- of LP4-afspeelstand. REC MENU/ ENTER 1) U bereikt de beste geluidskwaliteit als u opneemt in de normale stereostand (SP) of in de LP2-stereostand. 2) Als u een mono-opname maakt van een stereobron, wordt het geluid van links en rechts gemengd. 3) Als u een onbespeelde MD van 80 minuten gebruikt. 4 5 Druk op N terwijl u op REC drukt. Speel de geluidsbron af. Druk op x om de opname te beëindigen. Wanneer u de volgende keer weer een opname maakt, gebruikt de recorder weer de vorige instelling van de opnamestand. Als u niet wilt dat “LP:” automatisch aan het begin van een muziekstuknaam wordt toegevoegd ./>/ N 1 Als de recorder is gestopt, drukt u op MENU. 2 Druk enkele malen op . of op > totdat “R-MODE” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. 3 Druk enkele malen op . of op > om de gewenste opnamestand te selecteren en druk vervolgens op ENTER. Telkens als u op . of op > drukt, verandert het uitleesvenster als volgt: Opnamestand1) SP-stereo LP2-stereo LP4-stereo Mono2) 26-NL Uitleesvenster SP LP2 LP4 MONO Opnametijd3) Ca. 80 min. Ca. 160 min. Ca. 320 min. Ca. 160 min. Als “LP:” aan het begin van een muziekstuknaam is toegevoegd, wordt “LP:” weergegeven zodra wordt geprobeerd de disc af te spelen of te bewerken op een apparaat dat MDLP niet ondersteunt. Het uitleesvenster laat u dan weten dat het afspelen of bewerken van het muziekstuk op het betreffende apparaat niet mogelijk is. Bij aflevering is de recorder zo ingesteld dat “LP:” aan het begin van iedere muziekstuknaam wordt toegevoegd. 1 2 3 Als de recorder is gestopt, drukt u op MENU. Druk enkele malen op . of op > totdat “OPTION” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Druk enkele malen op . of op > totdat “LPStmp” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. 4 Druk enkele malen op . of > totdat “OFF” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER. Als u wilt dat “LP:” wordt toegevoegd, selecteer dan “ON” in deze stap en druk vervolgens op ENTER. Opmerking “LP:” wordt toegevoegd bij muziekstukken die in LP-stereo vanaf uw computer worden overgebracht, ongeacht de “LPStamp”instelling. Als u “LP:” wilt wissen, volg dan de procedure “Opnamen opnieuw benoemen” (pagina 40). z • Audioapparaten die de LP2- of LP4stereostanden ondersteunen, zijn voorzien van de logo’s of . • Als u de recorder zo instelt dat “LP:” niet aan het begin van de muziekstuknaam wordt toegevoegd, kunt u langere muziekstuknamen invoeren, omdat u dan de volledige lengte van de tekenreeks voor dit doel kunt benutten “Opnamen opnieuw benoemen” (pagina 40). • U krijgt bij het opnemen in de SP-stereostand (of in mono) een geluid van hoge kwaliteit met rijke tonen dankzij de nieuw ontwikkelde DSP TYPE-R voor ATRAC (Adaptive TRansform Acoustic Coding) (pagina 18). Opmerkingen • We raden u aan om bij het maken van langdurige opnamen gebruik te maken van de netspanningsadapter. • Als u via de digitale (optische) ingang een mono-opname maakt van een stereobron, kunt u het opgenomen geluid nog steeds in stereo controleren. U moet dan gebruik maken van een koptelefoon/oortelefoon die is aangesloten op de i-aansluiting. • Geluid dat is opgenomen via digitale (optische) invoer, kan in stereo worden beluisterd via de koptelefoon/oortelefoon, enz. • Als u opneemt in de LP4-stereostand, kan het in zeer zeldzame gevallen voorkomen dat er bij bepaalde geluidsbronnen een kortstondig bijgeluid wordt geproduceerd. Dit wordt veroorzaakt door de speciale digitale audiocompressietechnologie, waardoor u 4 keer langer kunt opnemen dan normaal. Als dit bijgeluid wordt geproduceerd, raden wij u aan op te nemen in de normale stereostand of in de LP2-opnamestand om zo een betere geluidskwaliteit te verkrijgen. Muziekstukken opnemen met de groepsfunctie (Groepsmodusopname) Wat is de groepsfunctie (Groepsmodus)? Dit is een functie waarmee u een aantal muziekstukken op een disc kunt groeperen, zodat u deze apart kunt afspelen, opnemen of bewerken. Als de groepsmodus op UIT staat. Disc Muziekstuknummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Als de groepsmodus op AAN staat. Disc Groep 1 Groep 2 Groep 3 Muziekstuknummer Muziekstuknummer Muziekstuknummer 1 2 3 1 2 1 2 3 4 Deze functie komt vooral van pas als u werkt met MD’s waarop u meerdere CD’s in de MDLP-stand (LP2-stereo of LP4stereo) hebt opgenomen. U kunt maximaal 99 groepen op één disc aanmaken. Hoe worden de groepsgegevens opgenomen? Als u opneemt in de groepsmodus, worden de groepsgegevens opgeslagen in het gebied waar ook de discnaam wordt opgeslagen. Deze gegevens bestaan uit tekenreeksen die zijn opgebouwd volgens onderstaand voorbeeld. vervolgd 27-NL Opnamegebied discnaam Voorbeeld 1 1 2 3 2 De groepsmodus activeren (Groepsmodusopname) 3 Discnaam: “Favorites” Groepsnaam voor muziekstukken 1 t/m 5: “Rock” Groepsnaam voor muziekstukken 6 t/m 9: “Pops” Als u een MD die in de groepsmodus is opgenomen, laadt in een systeem dat de groepsmodus niet ondersteunt, wordt bovenstaande tekenreeks in zijn geheel als discnaam weergegeven. Dit gebeurt ook als u de inhoud van een disc op deze recorder probeert te bewerken terwijl de groepsmodus is uitgeschakeld. U kunt de tekenreeks wijzigen door de procedure “Opnamen opnieuw benoemen” in “Muziekstukken (opnieuw) benoemen” (pagina 38) te volgen. Denk eraan dat u de groepsfunctie voor die MD waarschijnlijk niet langer kunt gebruiken als u deze tekenreeks per ongeluk overschrijft. Opmerkingen • De instellingen voor de groepsfunctie worden ook opgeslagen als u de MD eruit haalt of als u de recorder uitschakelt. • In de groepsmodus kent de recorder alle muziekstukken zonder groepsinstellingen, toe aan de laatste groep op de disc. De laatste groep wordt op het uitleesvenster van de recorder weergegeven als “GP --”. Binnen een groep worden de muziekstukken weergegeven in de volgorde zoals ze op de disc staan; niet in de volgorde binnen de groep. END SEARCH REC GROUP ./>/N 28-NL Als u muziekstukken in de groepsmodus wilt opnemen, moet u eerst de groepsmodus inschakelen en pas daarna beginnen met opnemen. 1 Druk ten minste 2 seconden op GROUP. “ ” en “GP ON” lichten op en de groepsmodus is ingeschakeld. Druk ten minste 2 seconden op GROUP om de groepsmodus te annuleren. Een muziekstuk opnemen in een nieuwe groep • Deze functie kan alleen vanaf de recorder zelf worden bediend. • Schakel de groepsmodus in. 1 Druk op END SEARCH als de recorder is gestopt. 2 3 Druk op N terwijl u op REC drukt. Speel de geluidsbron af. Stoppen met opnemen Druk op x. Het materiaal dat reeds was opgenomen voordat u op x drukte, wordt ingevoerd als nieuwe groep. Een muziekstuk opnemen in een bestaande groep • Deze functie kan alleen vanaf de recorder zelf worden bediend. • Schakel de groepsmodus in. • Plaats een disc met groepsinstellingen. 1 Druk op GROUP. “ ” knippert op het uitleesvenster en u kunt rechtstreeks een groep selecteren (Groepsselectiemodus) (pagina 33). 2 Druk binnen 5 seconden enkele malen op . of > totdat de groep waarin u het muziekstuk wilt onderbrengen, verschijnt. 3 Druk op N terwijl u REC ingedrukt houdt. 4 Speel de geluidsbron af. Het nieuw opgenomen muziekstuk wordt na het huidige materiaal opgeslagen. Opmerkingen • Zelfs als “R-Posi” is ingesteld op “FrHere”, worden nieuw opgenomen muziekstukken na de bestaande muziekstukken in de opgegeven groep ingevoegd, zonder dat daarbij het bestaande materiaal wordt overschreven. • Als er binnen 5 seconden niets gebeurt, wordt in stap 2 de Groepsselectiemodus automatisch uitgeschakeld. Als u de procedure wilt voortzetten, voer dan stap 1 nogmaals uit. z Als u een muziekstuk dat wordt afgespeeld, aan een groep wilt toevoegen, dient u het afspelen van het muziekstuk eerst te stoppen. Daarna volgt u de procedure vanaf stap 3. Opnemen zonder bestaand materiaal te overschrijven Volg onderstaande procedure als u wilt vermijden dat de huidige inhoud van een MD wordt overschreven. Al het nieuwe materiaal wordt dan opgenomen vanaf het eind van de huidige inhoud. Bij aflevering is de recorder zo ingesteld dat bestaand materiaal wordt overschreven. ./> MENU/ ENTER 1 Als de recorder is gestopt, drukt u op MENU. 2 Druk op . of op > totdat “OPTION” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. 3 Druk enkele malen op . of > totdat “R-Posi” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER. 4 Druk enkele malen op . of op > totdat “Fr End” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Het opnemen starten vanaf het huidige punt Selecteer “FrHere” in stap 4. z Als u voorlopig niet over bestaand materiaal wilt opnemen, drukt u vóór het begin van de opname op END SEARCH. De opname begint dan na het laatste muziekstuk, ook al is “RPosi” ingesteld op“FrHere” (fabrieksinstelling). Als u op END SEARCH drukt, wordt de resterende opnametijd van de disc op het uitleesvenster weergegeven. Opmerkingen • Deze instelling blijft bewaard, ook nadat de stroom is uitgeschakeld. • Als u begint met opnemen terwijl de recorder in de pauzestand staat, begint het opnemen vanaf het punt waarop de opname is onderbroken; ook als “R-Posi” is ingesteld op “Fr End”. 29-NL Automatisch muziekstukmarkeringen toevoegen (Automatische tijdmarkering) Met deze functie kunt u automatisch muziekstukmarkeringen toevoegen op gespecificeerde intervallen terwijl u opneemt via de analoge ingang. ./> MENU/ ENTER 1 Als de recorder opneemt of in de opnamepauzestand staat, drukt u op MENU. 2 Druk enkele malen op . of op > totdat “TimeMk” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. 3 Druk enkele malen op . of op > totdat het gewenste tijdsinterval op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Selecteer een van de volgende intervallen: Uitleesvenster OFF 5 min 10 min 15 min Tijd — Ca. 5 min. Ca. 10 min. Ca. 15 min. De Automatische tijdmarkering annuleren Selecteer “OFF” en druk in stap 3 op ENTER of stop de opname. 30-NL Automatische tijdmarkering gebruiken het muziekstukmarkeringen toe te voegen om tijdens opnemen Als de verstreken opnametijd inmiddels groter is dan het tijdsinterval voor de Automatische tijdmarkering: De recorder voegt een muziekstukmarkering toe op het moment dat u het tijdsinterval instelt. Vanaf dat punt voegt de recorder een muziekstukmarkering toe op elk moment dat het tijdsinterval verstrijkt. Voorbeeld: De opname is inmiddels acht minuten bezig op het moment dat de Automatische tijdmarkering wordt ingesteld op 5 minuten. 8 minuten na het begin van de opname wordt een muziekstukmarkering toegevoegd en verder na elk interval van 5 minuten. Als het tijdsinterval voor de Automatische tijdmarkering groter is dan de inmiddels verstreken opnametijd: De recorder voegt een muziekstukmarkering toe op het moment dat het interval dat voor de Automatische tijdmarkering is ingesteld, is verstreken. Voorbeeld: De opname is inmiddels drie minuten bezig op het moment dat de Automatische tijdmarkering wordt ingesteld op 5 minuten. 5 minuten na het begin van de opname wordt een muziekstukmarkering toegevoegd en verder na elk interval van 5 minuten. z “T” verschijnt voor het muziekstukvenster van de recorder wanneer de muziekstukmarkeringen zijn toegevoegd door Automatische tijdmarkering. Opmerkingen • De automatische muziekstukmarkering via Automatische tijdmarkering begint zodra u een normale muziekstukmarkering op de disc toevoegt (d.w.z. wanneer u op T MARK of X, enz. drukt). • Deze instelling gaat verloren zodra de opname is beëindigd. Het opnameniveau met de hand regelen (Handmatig opnemen) 6 Tijdens het opnemen wordt het opnameniveau automatisch geregeld. Zo nodig kunt u het opnameniveau zowel bij analoge als digitale opnamen met de hand instellen. Deze functie kunt u alleen vanaf de recorder zelf instellen. X vijfde segment REC MENU/ENTER REC15 Het opnemen begint niet bij deze stap. Als u opneemt van extern aangesloten apparatuur, zorg er dan voor dat de bron zich aan het begin van het op te nemen geluidsmateriaal bevindt, voordat u begint met afspelen. ./>/ N 1 2 3 4 Druk op REC terwijl u X ingedrukt houdt. De recorder is nu gereed voor het opnemen. Druk op MENU. Druk enkele malen op . of op > totdat “RecVol” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Druk enkele malen op . of op > totdat “Manual” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Manual 5 Speel de bron af. Regel het opnameniveau door op . of > te drukken, terwijl u de niveaumeter op het uitleesvenster in de gaten houdt. Stel het niveau zo in, dat het maximale niveau rond het vijfde segment op de niveaumeter uitkomt. Als het zesde segment oplicht, verlaag dan het opnameniveau door op . te drukken. 7 Druk nogmaals op X om de opname te beginnen. Terugschakelen naar de automatische instelling van het opnameniveau Selecteer “Auto” in stap 4. Opmerkingen • Als u tijdens het opnemen op x drukt, keert de recorder terug naar de automatische opnameniveauregeling, wanneer u de volgende keer een opname begint. • Volg onderstaande procedure als u tijdens een synchroonopname het opnameniveau met de hand wilt regelen. 1 Selecteer “OFF” in stap 3 van “Een MD opnemen.” (pagina 17). 2 Volg stap 1 t/m 6 van de procedure voor handmatig opnemen (pagina 31). Volg daarna stap 2 en 3, en selecteer “ON” in de procedure voor synchroonopnemen (pagina 17). De opname begint automatisch zodra de bron wordt afgespeeld. • Het is niet mogelijk om tijdens het opnemen te schakelen tussen “Auto” en “Manual”. 31-NL Telkens als u op > drukt (het schuifje naar . duwt), verandert het uitleesvenster als volgt: De resterende opneemtijd controleren Tijdens het opnemen of als het opnemen is gestopt, kunt u de resterende tijd, het muziekstuknummer enz. controleren. De items die betrekking hebben op de groep, worden alleen weergegeven als een muziekstuk met groepsinstellingen wordt afgespeeld en vervolgens gestopt. Als u de recorder bedient met de meegeleverde afstandsbediening, gebruikt u de knoppen en toetsen die tussen haakjes staan aangegeven. Het uitleesvenster op de recorder A B Op B LapTim De verstreken tijd van het huidige muziekstuk. r RecRem De resterende opnametijd. r GP Rem De resterende tijd in een groep na het huidige muziekstuk. r AllRem De resterende tijd na de huidige positie. . /> MENU/ ENTER EDIT ENTER Opmerking >/. 1 2 32-NL Druk als de recorder opneemt of is gestopt op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT). Druk daarna enkele malen op . of op > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “DISP” op het uitleesvenster knippert, en druk vervolgens nogmaals op ENTER (ENTER). Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat de gewenste informatie op het uitleesvenster knippert. Afhankelijk van het al dan niet ingeschakeld zijn van de groepsmodus of van de bedieningsstatus van de recorder, kan het zijn dat niet alle items kunnen worden geselecteerd. 3 Druk op ENTER (ENTER). De informatie die u in stap 2 hebt geselecteerd, verschijnt in A en B. A — de informatie die u in stap 2 hebt geselecteerd. B — muziekstuknummer, muziekstuknaam of discnaam. Opmerking Afhankelijk van het al dan niet ingeschakeld zijn van de groepsmodus, of van de bedieningsstatus van de recorder, of van de opname-instellingen, kan het zijn dat sommige items anders worden weergegeven. z Zie pagina 36 wanneer u tijdens het afspelen de afspeelpositie of de naam van het muziekstuk wilt zien. Verschillende manieren van afspelen z De groepsfunctie gebruiken (Groepsmodus) De recorder kan een disc met groepsinstellingen op verschillende manieren afspelen. Zie “Muziekstukken opnemen met de groepsfunctie (Groepsmodusopname)” (pagina 27) voor meer informatie over de groepsmodus. Deze functie kunt u alleen vanaf de recorder zelf instellen. ENTER ./> GROUP • In de geselecteerde groep kunt u ook de afspeelstand wijzigen (herhaald of shuffleafspelen). U volgt dan na de hiergenoemde procedures de stappen in “De afspeelstand wijzigen” (pagina 34). • Als u in de groepsmodus tijdens het laatste muziekstuk van de groep op > op de recorder drukt (of op > op de afstandsbediening), gaat de recorder verder met afspelen van het eerste muziekstuk van de groep. En als u tijdens het eerste muziekstuk van de groep tweemaal achterelkaar op . op de recorder drukt (of op . op de afstandsbediening), gaat de recorder verder met afspelen van het laatste muziekstuk van de groep. De groepsfunctie uitschakelen Druk nogmaals ten minste 2 seconden op GROUP. Opmerking Muziekstukken in een bepaalde groep beluisteren (Afspelen in Groepsmodus) • Plaats een disc met groepsinstellingen. 1 2 Begin met afspelen. Druk ten minste 2 seconden op GROUP. “ ” en “GP ON” lichten op op het uitleesvenster en de groepsmodus is ingeschakeld. Het afspelen stopt aan het eind van het laatste muziekstuk van de geselecteerde groep. Zie “Groepen selecteren en afspelen (Groepsselectiemodus)” (pagina 33) voor informatie over het selecteren van een andere groep. In de groepsmodus kent de recorder alle muziekstukken zonder groepsinstellingen toe aan de laatste groep op de disc. De laatste groep wordt op het uitleesvenster van de recorder weergegeven als “GP --”. Binnen een groep worden de muziekstukken weergegeven in de volgorde zoals ze op de disc staan; niet in de volgorde binnen de groep. Groepen selecteren en afspelen (Groepsselectiemodus) De functies zijn ook beschikbaar als de groepsmodus is uitgeschakeld. Maar de recorder speelt de muziekstukken dan wel anders af. • Als de groepsmodus is ingeschakeld: Het afspelen begint bij het eerste muziekstuk van de geselecteerde groep en eindigt bij het laatste muziekstuk van deze groep. vervolgd 33-NL • Als de groepsmodus is uitgeschakeld: Het afspelen begint bij het eerste muziekstuk van de geselecteerde groep en eindigt bij het laatste muziekstuk van de disc. Als de groepsmodus is uitgeschakeld: Disc Muziekstuknummer 1 2 3 Sprong De afspeelstand wijzigen U kunt kiezen uit diverse afspeelstanden zoals herhaald afspelen van de disc (AllRep), herhaald afspelen van een muziekstuk (1 Rep) en afpelen in willekeurige volgorde (Shuf.R). MENU/ ENTER ./> 5 6 Sprong 7 8 4 Sprong Als de groepsmodus is ingeschakeld: Disc Groep 1 Muziekstuknummer 1 2 3 EDIT Groep 2 Muziekstuknummer 1 2 Groep 3 ENTER Muziekstuknummer 1 2 >/. Sprong Sprong Sprong • Plaats een disc met groepsinstellingen. 1 2 Druk op GROUP. “ ” knippert op het uitleesvenster en u kunt een groep selecteren. Druk binnen 5 seconden enkele malen op . of op > om de gewenste groep te selecteren. Druk daarna op ENTER. De recorder begint het eerste muziekstuk in de groep af te spelen. Opmerking Als u binnen 5 seconden na stap 1 niets doet, wordt de groepsselectiemodus geannuleerd en kunt u stap 2 niet uitvoeren. Als u op dat punt door wilt gaan met stap 1, moet u de procedure weer van begin af aan uitvoeren. 34-NL 1 Druk tijdens het afspelen ten minste 2 seconden op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT). 2 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “P-MODE” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens nogmaals op ENTER (ENTER). 3 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) om de afspeelstand te selecteren, en druk vervolgens op ENTER (ENTER). Het uitleesvenster op de recorder A Shuf.R B Als u op > drukt (het schuifje naar . duwt), verandert B. Als u op ENTER drukt, verschijnt A. Op B/A Normal/(geen) Alle muziekstukken worden eenmaal afgespeeld. r AllRep/ Alle muziekstukken worden herhaald afgespeeld. r 1 Rep/ 1 Eén enkel muziekstuk wordt herhaald afgespeeld. r Shuf.R/Shuf Nadat het gekozen muziekstuk is afgespeeld, worden de overige muziekstukken in willekeurige volgorde herhaald afgespeeld. z Extra bas (DIGITAL MEGA BASS) De functie Mega Bass benadrukt de lagere frequenties om zo een rijkere kwaliteitsweergave van het geluid te verkrijgen. Dit is alleen van invloed op de geluidskwaliteit van de koptelefoon/ oortelefoon. ./> MENU/ ENTER EDIT ENTER >/. 1 Druk op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT), en druk enkele malen op . of op > (duw het schuifje enkele malen naar > of naar .) totdat “BASS” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens nogmaals op ENTER (ENTER). 2 Druk op . of > (duw het schuifje naar > of .) om het gewenste item te selecteren, en druk vervolgens op ENTER (ENTER). Telkens als u op > drukt (het schuifje naar . duwt), veranderen A en B als volgt: Als de groepsmodus is ingeschakeld, kunt u de afspeelstand voor een geselecteerde groep opgeven. Zie “Groepen selecteren en afspelen (Groepsselectiemodus)” (pagina 33) voor het activeren van de groepsmodus. 35-NL Uitleesvenster A Digital MEGA BASS BASS 2 B Op B/A OFF/(geen) Normaal afspelen r BASS 1/ Mega Bass (mild effect) r BASS 2/ Mega Bass (sterk effect) De resterende afspeeltijd of de afspeelpositie controleren Tijdens het afspelen kunt u de muziekstuknaam, de discnaam enz. controleren. De items die betrekking hebben op de groep, worden alleen weergegeven als een muziekstuk wordt afgespeeld met groepsinstellingen. MENU/ ENTER ./> Opmerkingen • Als het geluid bij het baseffect vervormt, verminder dan het volume. • De functie Mega Bass is niet van invloed op het geluid dat wordt opgenomen. EDIT ENTER >/. 36-NL 1 Druk als de recorder afspeelt op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT). Druk daarna enkele malen op . of op > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “DISP” op het uitleesvenster knippert, en druk vervolgens nogmaals op ENTER (ENTER). 2 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat de gewenste informatie op het uitleesvenster knippert. Telkens als u op > drukt (het schuifje naar . duwt), verandert het uitleesvenster als volgt: Het uitleesvenster op de recorder A B Op B LapTim De verstreken tijd van het huidige muziekstuk. r 1 Rem De resterende tijd van het huidige muziekstuk. r GP Rem De resterende tijd in de groep na de huidige positie. r AllRem De resterende tijd na de huidige positie. 3 Druk op ENTER (ENTER). Het uitleesvenster verandert als volgt: De informatie die u in stap 2 hebt geselecteerd, verschijnt in A en B. A — de informatie die u in stap 2 hebt geselecteerd. B — muziekstuknummer, muziekstuknaam of discnaam. Opmerking Afhankelijk van het al dan niet ingeschakeld zijn van de groepsmodus of de bedieningsstatus van de recorder kan het zijn dat sommige items anders worden weergegeven of dat niet alle items kunnen worden geselecteerd. z Zie pagina 32 als u tijdens het opnemen of in de stopstand wilt zien hoeveel opnametijd er nog over is of wat de huidige positie is. 37-NL Opgenomen muziekstukken bewerken U kunt uw opnamen monteren door muziekstukken toe te voegen of te wissen. Verder kunt u de muziekstukken en de MD’s een naam geven. Voorbespeelde MD’s kunnen niet worden bewerkt. Opmerkingen over het bewerken • U kunt geen muziekstukken bewerken op een MD die is beveiligd tegen opnemen. U kunt de muziekstukken monteren als u het nokje aan de zijkant van de MD hebt gesloten (pagina 52). • Als u een bewerking uitvoert tijdens het afspelen, zorg er dan voor dat de netspanning niet wordt uitgeschakeld totdat “Edit” van het uitleesvenster verdwijnt. • Zorg ervoor dat u de recorder niet beweegt wanneer “Edit”* op het uitleesvenster knippert. • Het deksel gaat na het bewerken niet open totdat “Edit” van het uitleesvenster verdwijnt. • Als de groepsmodus is ingesteld, kunnen er alleen muziekstukken worden bewerkt die tot de geselecteerde groep behoren. Wanneer u de recorder bedient met de meegeleverde afstandsbediening, gebruikt u de knoppen en toetsen die tussen haakjes staan aangegeven. Aantal tekens dat u op een disc kunt invoeren Cijfers en tekens: Ongeveer 1 700 Opmerkingen • “FULL” verschijnt als u probeert meer dan 1 700 tekens op een disc in te voeren. Voer in dat geval een kortere naam in voor het muziekstuk, de groep of de disc, of stel de “LPStmp”-instelling in op “OFF” als u opneemt in een MDLP-stand, zodat “LP:” niet wordt toegevoegd aan het begin van de muziekstuknaam (pagina 26). • Als u een disc benoemd die met de groepsfunctie is opgenomen, let er dan op dat de groepsmodus is ingeschakeld om te voorkomen dat de gegevens voor het groepsbeheer per ongeluk worden overschreven. • Als u in discnamen gebruik maakt van het symbool “//”, zoals in “abc//def”, kan het zijn dat u de groepsfunctie niet langer kunt gebruiken. END SEARCH X MENU/ ENTER GROUP/ CANCEL VOL +/– Muziekstukken (opnieuw) benoemen ./>/x Met behulp van het letterpalet van de recorder kunt u muziekstukken, groepen en discs benoemen. VOL +/– Beschikbare tekens • De hoofd- en kleine letters van het Nederlandse alfabet • De cijfers 0 t/m 9 •! " # $ % & ( ) * . ; < = > ? @ _ ` + – ’ , / : _ (spatie) DELETE T MARK ENTER >/. Aantal tekens dat u kunt invoeren Muziekstuk-, groeps- en discnamen: Elk ongeveer 200 38-NL EDIT CAPS Opnamen benoemen 1 2 3 4 Plaats een disc en voer de volgende handelingen uit: Een muziekstuk benoemen Een muziekstuk kan worden benoemd terwijl u bezig bent het betreffende muziekstuk af te spelen of op te nemen. Een groep benoemen Schakel de groepsmodus in (pagina 28). Vervolgens kan een groep worden benoemd terwijl u bezig bent een muziekstuk in de betreffende groep af te spelen of op te nemen. Een disc benoemen Als het gaat om een disc die reeds is opgenomen, volg dan de procedure vanaf 2 terwijl de recorder is gestopt. Als het gaat om een nieuwe disc, kunt u de disc tijdens het opnemen benoemen. Als u een disc met groepsinstellingen benoemt, moet u de groepsmodus inschakelen (pagina 28). Druk op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT). Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “P-MODE” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat het volgende item op het uitleesvenster verschijnt en druk vervolgens op ENTER. Als u een muziekstuk benoemt “T: Name” Als u een groep benoemt “G: Name” Als u een disc benoemt “D: Name” De cursor knippert en het muziekstuk, de groep of de disc is gereed om te worden benoemd. De disc is gereed om te worden benoemd. 5 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) om een letter te selecteren en druk op ENTER (ENTER). De geselecteerde letter houdt op met knipperen en de cursor gaat naar de volgende invoerpositie. Hieronder volgt een overzicht van de toetsen die bij de letterinvoer worden gebruikt en de bijbehorende functies: Functies Een teken selecteren Een letter invoeren Een naam invoeren Een spatie invoegen om een nieuwe letter te typen Een letter wissen en alle daaropvolgende letters terug naar links schuiven Het benoemen annuleren Handelingen Druk op . of > (> of .). Druk op ENTER (ENTER). Druk ten minste 2 seconden op ENTER (ENTER). Druk tegelijkertijd op VOL + (EDIT) en END SEARCH. Druk tegelijkertijd op VOL – (DELETE) en END SEARCH. Druk op CANCEL (T MARK). 6 Herhaal stap 5 en voer alle tekens van de naam in. 7 Druk ten minste 2 seconden op ENTER (ENTER). Het muziekstuk of de disc is nu benoemd. Het benoemen annuleren Druk in stap 6 op CANCEL (T MARK). Opmerkingen • Als de opname tijdens het benoemen van een muziekstuk, groep of disc stopt, of wanneer tijdens het benoemen van een muziekstuk het volgende muziekstuk wordt opgenomen, wordt de informatie automatisch op dat punt ingevoerd. 39-NL • “LP:” wordt automatisch aan het begin van de muziekstuknaam toegevoegd als het muziekstuk is opgenomen in een MDLP-stand (pagina 26). • U kunt een voorbespeelde of blanco disc niet benoemen of opnieuw benoemen. Opnamen opnieuw benoemen 1 2 3 Plaats een disc en voer de volgende handelingen uit: Een muziekstuk opnieuw benoemen Een muziekstuk kan opnieuw worden benoemd terwijl u het betreffende muziekstuk afspeelt. Een groepsnaam wijzigen Schakel de groepsmodus in (pagina 28). Vervolgens kan een groepsnaam worden gewijzigd terwijl u bezig bent een muziekstuk in de betreffende groep af te spelen of op te nemen. Een discnaam wijzigen Als het gaat om een disc die reeds is opgenomen, volg dan de procedure vanaf 2 terwijl de recorder is gestopt. Als u een disc met groepsinstellingen opnieuw benoemt, moet u de groepsmodus inschakelen (pagina 28). Volg stap 2 t/m 4 van “Opnamen benoemen” (pagina 39) om een muziekstuk-, groeps- of discnaam weer te geven. Volg stap 5 t/m 7 van “Opnamen benoemen” (pagina 39) en druk ten minste 2 seconden op ENTER (ENTER). Opmerkingen • Het is niet mogelijk om voorbespeelde MD’s opnieuw te benoemen. • De recorder is in staat om Japanse “Katakana”-tekens weer te geven, maar u kunt deze niet gebruiken bij het benoemen. • De recorder kan een disc of muziekstuk niet opnieuw benoemen, als deze reeds op een ander apparaat is benoemd met een naam van meer dan 200 letters. Het benoemen annuleren Druk op CANCEL (T MARK). 40-NL Muziekstukken of groepen als een nieuwe groep instellen (Groepsinstelling) Volg onderstaande procedure als u muziekstukken of groepen als nieuwe groep wilt instellen. De betreffende muziekstukken of groepen moeten echter wel achter elkaar zijn opgeslagen. Mochten de gewenste muziekstukken of groepen niet achter elkaar zijn opgeslagen, dan moet u ze eerst verplaatsen, zodat ze wél achter elkaar komen te staan (“Opgenomen muziekstukken verplaatsen”, pagina 42). Volgens kunt u de nieuwe groep instellen. Voor de werking van deze functie maakt het uit of de groepsmodus al dan niet is ingeschakeld. • Als de groepsmodus op AAN staat: Verschillende groepen zijn aangemerkt als één groep. • Als de groepsmodus op UIT staat: Verschillende muziekstukken zijn aangemerkt als één groep. Hierna wordt de situatie met ingeschakelde groepsmodus nader uit de doeken gedaan. Groep Groep 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Een nieuwe groep met muziekstuk 1 t/m 3. Een nieuwe groep met 2 groepen. Groep Groep 1 2 3 4 5 6 7 8 9 • Het is niet mogelijk om muziekstukken die niet achterelkaar staan, te groeperen (zo kan muziekstuk 3 niet bij de groep met muziekstuk 5 t/m 7 worden gevoegd). • De muziekstukken verschijnen altijd in de volgorde zoals ze op de disc zijn opgeslagen en niet in de volgorde waarin ze in de groep staan (zelfs als de groepsmodus is ingeschakeld). • Deze functie kan alleen vanaf de recorder zelf worden bediend. • Plaats een disc. Het nummer van het laatste muziekstuk in de groep (“END”) verschijnt op het uitleesvenster. Hiermee is het laatste muziekstuk van de nieuwe groep geselecteerd. MENU/ENTER ./> GROUP 6 Volg stap 3 t/m 7 van “Opnamen benoemen” (pagina 39) om een groep te benoemen. Opmerkingen 1 2 3 Als de recorder is gestopt, drukt u op MENU. Druk enkele malen op . of > totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER. Druk enkele malen op . of op > totdat “G:Set” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Het muziekstuknummer van het eerste muziekstuk (“STR”) verschijnt op het uitleesvenster. • Het eerste muziekstuk dat u in stap 4 selecteert, moet ofwel het eerste muziekstuk van een bestaande groep zijn, ofwel een muziekstuk dat niet tot een groep behoort. • Als u in stap 5 het laatste muziekstuk selecteert, zorg dan dat dit muziekstuk na het muziekstuk komt dat u in stap 4 hebt geselecteerd. Het laatste muziekstuk moet ofwel het laatste muziekstuk van een bestaande groep zijn, ofwel een muziekstuk dat niet tot een groep behoort. Een groepsinstelling opheffen • Plaats een disc met groepsinstellingen. ./>/x GROUP MENU/ ENTER 4 5 Druk enkele malen op . of op > totdat het nummer of de naam van het gewenste eerste muziekstuk op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Hiermee is het eerste muziekstuk van de nieuwe groep geselecteerd. Ook als de groepsmodus is ingeschakeld, verschijnen de muziekstuknummers in de volgorde waarin ze op de disc staan en niet in de volgorde in de groep. Druk enkele malen op . of op > totdat het nummer of de naam van het gewenste laatste muziekstuk op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. 1 2 3 4 5 Druk ten minste 2 seconden op GROUP om de groepsmodus in te schakelen. Selecteer de groep die u wilt opheffen en controleer de inhoud (zie “Groepen selecteren en afspelen (Groepsselectiemodus)” (pagina 33)). Druk op x. Druk op MENU. Druk enkele malen op . of > totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER. vervolgd 41-NL 6 7 Druk enkele malen op . of op > totdat “G:Rls” op het uitleesvenster knippert en druk op ENTER. “G:Rls?” en “ENTER” verschijnen op het uitleesvenster. 1 Terwijl u het te verplaatsen muziekstuk afspeelt, drukt u op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT). 2 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens nogmaals op ENTER (ENTER). “ ” en “T:Name” knipperen op het uitleesvenster en de recorder speelt het gekozen muziekstuk herhaaldelijk af. 3 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “ ” en “T:Move” op het uitleesvenster knipperen en druk vervolgens op ENTER (ENTER). In bovenstaand voorbeeld verschijnen “003 t” en “t 003” afwisselend op het uitleesvenster. 4 Druk op . of > (duw het schuifje naar > of .) om het nieuwe muziekstuknummer te selecteren. In bovenstaand voorbeeld verschijnen “003 t ” en “t 002” afwisselend op het uitleesvenster. 5 Druk nogmaals op ENTER (ENTER). De opname wordt verplaatst naar de gekozen positie. Druk op ENTER. De groepsinstelling van de geselecteerde groep is opgeheven. Opgenomen muziekstukken verplaatsen U kunt de volgorde van de opgenomen muziekstukken wijzigen. Voorbeeld Verplaats muziekstuk C van de derde naar de tweede positie. Voor het verplaatsen A A B C C D B D Na het verplaatsen MENU/ENTER ./> CANCEL Het verplaatsen annuleren Druk in stap 4 op CANCEL (T MARK). EDIT ENTER T MARK >/. 42-NL Een muziekstuk naar een andere groep verplaatsen 5 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat de groep waar u het muziekstuk wilt onderbrengen op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). 6 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat het nieuwe nummer van het muziekstuk binnen de groep op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). • Plaats een disc met groepsinstellingen GROUP/CANCEL MENU/ ENTER ./> EDIT Het verplaatsen annuleren Druk in stap 5 op CANCEL (T MARK). ENTER De groepsvolgorde op een disc wijzigen (Groepen verplaatsen) >/. • Plaats een disc met groepsinstellingen GROUP/CANCEL 1 Druk ten minste 2 seconden op GROUP. “ ” licht op op het uitleesvenster en de groepsmodus is ingeschakeld. 2 Terwijl u het te verplaatsen muziekstuk afspeelt, drukt u op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT). 3 4 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). De recorder speelt het selecteerde muziekstuk herhaaldelijk af. Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “T:Move” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). MENU/ ENTER ./> EDIT ENTER >/. 1 Druk ten minste 2 seconden op GROUP. “ ” licht op op het uitleesvenster en de groepsmodus is ingeschakeld. vervolgd 43-NL 2 Speel een muziekstuk af dat deel uitmaakt van de groep die u wilt verplaatsen en druk op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT) 3 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). 4 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “G:Move” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). Nu kunt u de geselecteerde groep verplaatsen. 5 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) om de nieuwe positie op de disc te selecteren en druk vervolgens op ENTER (ENTER). Het verplaatsen annuleren Druk in stap 5 op CANCEL (T MARK). Een muziekstukmarkering toevoegen U kunt muziekstukmarkeringen toevoegen zodat het gedeelte na de nieuwe markering wordt aangemerkt als een nieuw muziekstuk. De muziekstuknummers worden als volgt opgehoogd. Het is niet mogelijk om muziekstukmarkeringen toe te voegen aan muziekstukken die afkomstig zijn van uw computer. 1 2 3 4 Een muziekstukmarkering toevoegen 1 2 3 4 5 Muziekstuknummers worden opgehoogd 44-NL T MARK T MARK 1 Tijdens het afspelen of pauzeren drukt u op het punt dat u wilt markeren, op T MARK (T MARK). “MK ON” verschijnt op het uitleesvenster en er wordt een muziekstukmarkering toegevoegd. Het muziekstuknummer wordt met één opgehoogd. Muziekstukmarkeringen toevoegen tijdens het opnemen (behalve tijdens synchroonopnemen) Op het punt waar u een muziekstukmarkering wilt toevoegen, drukt u op T MARK (T MARK). Met de Automatische tijdmarkering kunt u automatisch muziekstukmarkeringen toevoegen op bepaalde intervallen (behalve tijdens digitale opnamen) (pagina 30). Een muziekstukmarkering wissen Als u opneemt met analoge (lijn)invoer, kunnen overbodige muziekstukmarkeringen worden toegevoegd op punten waar het opnameniveau laag is. U kunt een muziekstukmarkering wissen om zo de muziekstukken die zich voor en na deze markering bevinden, samen te voegen. De muziekstuknummers veranderen als volgt: Het is niet mogelijk om muziekstukmarkeringen te wissen bij muziekstukken die afkomstig zijn van uw computer. 1 2 3 4 Een muziekstukmarkering wissen 1 2 3 Muziekstuknummers worden verlaagd X T MARK 3 Druk op T MARK om de markering te wissen. “MK OFF” verschijnt op het uitleesvenster. De muziekstukmarkering wordt gewist en de twee muziekstukken worden samengevoegd. z Als u een muziekstukmarkering wist, wordt ook de naam die aan het muziekstuk was toegekend, gewist. Opmerkingen • Als u een muziekstukmarkering wist die zich tussen twee opeenvolgende muziekstukken bevindt die bij verschillende groepen horen terwijl de groepsmodus is uitgeschakeld, wordt het tweede muziekstuk toegekend aan dezelfde groep als het eerste muziekstuk. En als u een muziekstuk dat bij een groep hoort, combineert met het daaropvolgend muziekstuk dat niet bij een groep hoort, wordt het tweede muziekstuk met dezelfde instellingen als het eerste muziekstuk aan de betreffende groep toegevoegd. Als echter de groepsmodus is ingeschakeld, kunt u alleen muziekstukken combineren die zich binnen de geselecteerde groep bevinden. • U kunt een muziekstukmarkering niet wissen als de systeembeperkingen dat niet toestaan. Zie “Systeembeperkingen” (pagina 54) voor bijzonderheden. . 1 Speel het muziekstuk af waarin zich de muziekstukmarkering bevindt die u wilt wissen. Druk vervolgens op X om te pauzeren. 2 Zoek de muziekstukmarkering op door lichtjes op . te drukken. Als u bijvoorbeeld de derde muziekstukmarkering wilt wissen, zoekt u het begin op van het derde muziekstuk. “00:00” verschijnt op het uitleesvenster. “MK 003” verschijnt gedurende 2 seconden op het uitleesvenster. 45-NL Muziekstukken wissen 3 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “ ” en “T:Ers” op het uitleesvenster knipperen en druk vervolgens op ENTER (ENTER). Afwisselend verschijnen “Erase?” en “ENTER” op het uitleesvenster. 4 Druk nogmaals op ENTER (ENTER). Het muziekstuk wordt gewist en de recorder begint het volgende muziekstuk af te spelen. Alle muziekstukken die volgen op het gewiste muziekstuk, worden automatisch hernummerd. Opmerking Het is niet mogelijk om muziekstukken te wissen die vanaf de computer op de disc zijn overgebracht. U kunt geen groep of een volledige disc wissen als deze een overgebracht muziekstuk bevat. Stuur in dat geval het muziekstuk of de muziekstukken naar OpenMG Jukebox. GROUP/CANCEL MENU/ ENTER ./> EDIT ENTER >/. Een deel van een muziekstuk wissen Voeg muziekstukmarkeringen toe aan het begin en aan het eind van het gedeelte dat u wilt wissen. Wis vervolgens het betreffende deel (pagina 44). Annuleren Druk in stap 3 op CANCEL (T MARK). Een muziekstuk wissen De hele disc wissen Denk eraan dat wanneer een opname eenmaal is gewist, deze niet meer is terug te halen. Let er dus op dat u het juiste muziekstuk wist. Het is mogelijk om snel alle muziekstukken en informatie die op de MD staan, in één keer te wissen. Denk eraan dat wanneer een opname eenmaal is gewist, deze niet meer is terug te halen. Zorg ervoor dat u de inhoud van de disc die u wilt wissen, van tevoren controleert. • Deze functie kan alleen vanaf de recorder zelf worden bediend. 1 Terwijl u het te wissen muziekstuk afspeelt, drukt u op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT). 2 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “P-MODE” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens nogmaals op ENTER (ENTER). “ ” en “T:Name” knipperen op het uitleesvenster en de recorder speelt het gekozen muziekstuk herhaaldelijk af. 46-NL 1 Speel de disc die u wilt wissen af zodat u de inhoud kunt controleren. 2 3 Druk op x om te stoppen. Als de recorder is gestopt, drukt u op MENU. 4 5 6 Druk enkele malen op . of op > totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. “ ” en “D:Name” knipperen op het uitleesvenster. Druk enkele malen op . of op > totdat “ ” en “D:Ers” op het uitleesvenster knipperen. Druk vervolgens op ENTER. Afwisselend verschijnen “Erase?” en “ENTER” op het uitleesvenster. Druk nogmaals op ENTER. “Edit” knippert op het uitleesvenster en alle muziekstukken worden gewist. Als de MD volledig is gewist, verschijnt “BLANK” op het uitleesvenster. Het wissen annuleren Druk in stap 5 op CANCEL. 3 4 Druk op x om te stoppen. 5 Druk enkele malen op . of > totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER. 6 Druk enkele malen op . of op > totdat “G:Ers” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER. Afwisselend verschijnen “Erase?” en “ENTER” op het uitleesvenster. 7 Druk nogmaals op ENTER. De groep is gewist. Als de recorder is gestopt, drukt u op MENU. Het wissen annuleren Druk in stap 6 op CANCEL. Een groep wissen U kunt muziekstukken binnen een geselecteerde groep wissen. Denk eraan dat wanneer een opname eenmaal is gewist, deze niet meer is terug te halen. Zorg er dus voor dat u de inhoud van de groep die u wilt wissen, van tevoren controleert. • Deze functie kan alleen vanaf de recorder zelf worden bediend. • Plaats een disc met groepinstellingen. 1 Druk ten minste 2 seconden op GROUP. “ ” licht op op het uitleesvenster en de groepsmodus is ingeschakeld. 2 Selecteer de groep die u wilt wissen (“Groepen selecteren en afspelen (Groepsselectiemodus)”, pagina 33) om de inhoud ervan te controleren. 47-NL Andere functies Als u probeert het volume te hoog in te stellen, knippert “AVLS” op het uitleesvenster. Het volume wordt op een gematigd niveau gehouden. Uw gehoor beschermen (AVLS) De AVLS (Automatic Volume Limiter System – Automatische volumebegrenzer) zorgt ervoor dat het volume beneden een bepaald maximum blijft, om zo uw gehoor te beschermen. MENU/ ENTER ./> EDIT AVLS annuleren Selecteer “OFF” in stap 4. De pieptoon uitschakelen Via de recorder kunt u de pieptoon van de recorder en de afstandsbediening uitschakelen. Ook via de afstandsbediening kunt u de pieptoon van de recorder en de afstandsbediening uitschakelen. MENU/ ENTER ENTER >/. 1 Druk op MENU (ten minste 2 seconden op EDIT). 2 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “OPTION” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens nogmaals op ENTER (ENTER). 3 4 48-NL Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “AVLS” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens nogmaals op ENTER (ENTER). Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “ON” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). ./> EDIT ENTER >/. 1 2 Druk op MENU (EDIT). 3 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “BEEP” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “OPTION” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). 4 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “M-UNIT” of “REMOTE” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). M-UNIT: als u de pieptoon van de recorder uitschakelt. REMOTE: als u de pieptoon van de afstandsbediening uitschakelt. 5 Druk enkele malen op . of > (duw het schuifje enkele malen naar > of .) totdat “OFF” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER (ENTER). De bediening ontgrendelen Schuif HOLD tegen de richting van de pijl in om de bediening te ontgrendelen. De pieptoon aanzetten Selecteer “ON” in stap 5. De bediening vergrendelen (HOLD) Deze functie gebruikt u om te voorkomen dat de toetsen per ongeluk worden bediend als u de recorder vervoert. HOLD HOLD 1 Schuif HOLD in de richting van de .. 49-NL Stroombronnen U kunt de recorder via netspanning van stroom voorzien, of op de hieronder beschreven manier. In de recorder … — een oplaadbare nikkelcadmiumbatterij NC-WMAA (meegeleverd) — Een droge LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (niet meegeleverd) Wanneer u lange tijd achter elkaar opneemt, verdient het de voorkeur gebruik te maken van netspanning. Tijdens het afspelen (Eenheid: geschatte uren)(JEITA1)) Batterijen SPLP2- LP4stereo stereo stereo Oplaadbare nikkelcadmiumbatterij2) 15 16 20 Sony LR6 (SG) 42 Droge alkalinebatterij3) 48 56 1) Meetwaarden Gebruiksduur van de batterij1) conform de JEITA-standaard (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). 2) Als u een 100% geladen oplaadbare nikkelcadmiumbatterij gebruikt. 3) Met een droge alkalinebatterij, Sony LR6 (SG) “STAMINA” (gemaakt in Japan). Tijdens het opnemen2) (Eenheid: geschatte uren)(JEITA3)) Batterijen SPLP2- LP4stereo stereo stereo Oplaadbare 4 nikkelcadmiumbatterij NC-WMAA4) 6 7,5 Sony LR6 (SG) Droge alkalinebatterij5) 13 16 1) De 9 gebruiksduur van de batterij kan korter zijn ten gevolge van de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt en de omgevingstemperatuur. 2) Maak bij het opnemen gebruik van een volledig geladen oplaadbare batterij. De opnametijd hangt af van de alkalinebatterij die u gebruikt. 3) Meetwaarden conform de JEITA-standaard (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). 4) Als u een 100% geladen oplaadbare nikkelcadmiumbatterij gebruikt. 5) Met een droge alkalinebatterij, Sony LR6 (SG) “STAMINA” (gemaakt in Japan). 50-NL De batterijen vervangen Als de droge of oplaadbare batterij bijna leeg is, knippert r op het uitleesvenster of verschijnt “LOW BATT”. Vervang de droge batterij of laad de oplaadbare batterij op. De indicatie van de batterijlading is niet exact. Het is een benadering die afhangt van de wijze waarop en de omstandigheden waarin de recorder is gebruikt. Opmerking Stop de recorder voordat u de batterij vervangt. Aanvullende informatie Koptelefoon/oortelefoon Voorzorgsmaatregelen Veiligheid • Stop geen vreemde objecten in de DC IN 3Vaansluiting. • Raak de aansluitingen op de recorder niet aan met metalen voorwerpen of oppervlakken. Hierdoor kan kortsluiting tussen de aansluitingen ontstaat waardoor er gevaarlijke hitteontwikkeling kan optreden. Voedingsbronnen • Gebruik netspanning, een oplaadbare nikkelcadmiumbatterij, een LR6-batterij (AAformaat) of een autoaccu. • Bij gebruik binnenshuis: Gebruik de netspanningsadapter die met deze recorder is meegeleverd. Gebruik geen andere netspanningsadapter, omdat de recorder dan defect kan raken. Polariteit van de stekker • De recorder wordt voorzien van netspanning zolang deze op het stopcontact is aangesloten, zelfs als de recorder is uitgeschakeld. • Als u deze recorder voor een lange periode niet gebruikt, zorg dan dat de stroomvoorziening is afgesloten (de netspanningsadapter, de droge batterij, de oplaadbare batterij of de accukabel). Als u de netspanningsadapter uit het stopcontact haalt, trek dan aan de adapterstekker zelf; trek nooit aan het snoer. Warmtevorming Wanneer de recorder lange tijd achter elkaar wordt gebruikt, kan zich warmte ophopen in het apparaat. Zet de recorder in dat geval uit tot deze is afgekoeld. Opstelling • Gebruik de recorder niet onder omstandigheden met extreem veel licht, warmte, vocht of trillingen. • Wikkel de recorder niet ergens in als deze wordt gebruikt met een netspanningsadapter. Er hoopt zich dan warmte op waardoor er storingen of schade kunnen ontstaan. Verkeersveiligheid Maak geen gebruik van de koptelefoon/ oortelefoon tijdens het autorijden, fietsen of het bedienen van een gemotoriseerd voertuig. Hierdoor kunnen verkeersongevallen ontstaan. Bovendien is het in veel landen verboden om in het verkeer een koptelefoon te dragen. Verder kan het gevaarlijk zijn om tijdens het lopen uw recorder met een hoog geluidsvolume af te spelen, met name bij voetgangersoversteekplaatsen. U dient in deze gevallen uiterste voorzichtigheid te betrachten of de recorder te stoppen bij situaties die gevaar op kunnen leveren. Gehoorbeschadiging voorkomen Gebruik de koptelefoon/oortelefoon niet met het hoogste geluidsvolume. Gehoorexperts raden het af om vaak gedurende lange tijd naar harde muziek te luisteren. Als u merkt dat uw oren gaan suizen, stel dan het geluidsvolume lager in of stop met luisteren. Rekening houden met anderen Houd het geluid op een gematigd volumeniveau. U bent dan in staat om geluiden van buiten op te vangen en u houdt dan rekening met anderen. De MiniDisc-behuizing • Wanneer u een MiniDisc vervoert of opbergt, doe hem dan in het daarvoor bestemde doosje. • Verbreek de sluiting van de behuizing niet. • Leg de MiniDisc niet op plaatsen waar deze wordt blootgesteld aan licht, extreme hitte, vocht of stof. • Bevestig het meegeleverde MD-label alleen op de hiervoor bestemde plaats op de disc en niet op een ander deel van het oppervlak. Reinigen • Reinig de behuizing van de recorder met een zachte doek die licht is bevochtigd met water of een oplossing met een mild schoonmaakmiddel. Gebruik geen enkel type schuurspons, schuurpoeder of oplossingen met alcohol of benzeen, aangezien hierdoor de afwerking van de behuizing kan worden aangetast. • Verwijder vuil van de MiniDisc-behuizing met een droge doek. • Stof op de lens kan het goed functioneren van het apparaat belemmeren. Zorg er daarom voor dat u het deksel van het discgedeelte sluit als u er een MD in hebt gedaan of eruit hebt gehaald. 51-NL • Veeg de stekkers van de koptelefoon/ oortelefoon of de afstandsbediening af met een droge doek voor een optimale geluidskwaliteit. Vuile stekkers kunnen het geluid vervormen of onderbrekingen in het geluid veroorzaken. Opmerkingen over batterijen Bij onjuist gebruik van de batterijen kan er lekkage van batterijvloeistof ontstaan of kunnen de batterijen scheuren. Om dit te voorkomen, dient u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht te nemen: • Plaats de batterij met de + en de – in de juiste positie. • Probeer geen droge batterijen op te laden. • Verwijder de batterijen als de recorder gedurende langere tijd niet wordt gebruikt. • Als u een oplaadbare batterij vervoert, bewaar deze dan in de batterijdoos. Het is gevaarlijk om de batterij buiten het etui in uw broekzak of tas te vervoeren tezamen met metalen voorwerpen zoals sleutelbossen, aangezien dat kortsluiting kan veroorzaken. • Zorg dat u de droge batterij niet tezamen met metalen voorwerpen zoals munten, sleutelbossen en halsbandjes vervoert of opbergt. Dit kan kortsluiting en warmtevorming veroorzaken. • Als een batterij lek is, veegt u de batterijvloeistof voorzichtig en grondig uit de batterijbehuizing, voordat u nieuwe batterijen plaatst. Opmerking over mechanische bijgeluiden Als de recorder in werking is, worden er mechanische bijgeluiden geproduceerd. Deze worden veroorzaakt door het energiebesparingssysteem van de recorder en vormen geen probleem. Een opgenomen MD beveiligen Om een MD tegen opnemen te beveiligen, dient u het nokje aan de zijkant van de MD open te schuiven. In deze stand kan op de MD niet worden opgenomen en kan deze niet worden bewerkt. Als u weer wilt opnemen, zet u het nokje terug zodat deze weer zichtbaar is. Nokje Achterzijde van de MD Opnamen zijn beveiligd. Opnamen zijn niet beveiligd. Opmerking over digitaal opnemen Deze recorder maakt gebruik van het Serial Copy Management System, waardoor er alleen digitale opnamen gemaakt kunnen worden van voorbespeelde MD’s. Wanneer u een zelfopgenomen MD kopieert, kan dat alleen via de analoge aansluitingen. Voorbespeelde media zoals CD’s of MD’s. Digitale opnamen Zelfopgenomen MD 52-NL Geen digitale opnamen Onbespeelde MD Microfoon, platenspeler, tuner enz. (met analoge uitgangen). Analoog opnemen Als u vragen of problemen hebt met betrekking tot uw recorder, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Sony-dealer. (Als het probleem zich heeft voorgedaan terwijl de disc zich in recorder bevond, raden we u aan om de disc in het apparaat te laten zitten wanneer u uw Sonydealer raadpleegt, zodat de oorzaak van het probleem beter kan worden achterhaald.) Zelfopgenomen MD Digitale opnamen Onbespeelde Geen MD digitale opnamen Onbespeelde MD Onderhoud Maak de contactpunten van tijd tot tijd schoon met een wattenstaafje of een zachte doek, zoals hieronder is afgebeeld. Contactpunten 53-NL Systeembeperkingen Het opneemsysteem van uw MiniDisc-recorder verschilt aanzienlijk van dat van cassetteen DAT-decks. Een en ander wordt gekenmerkt door de hieronder beschreven beperkingen. Deze beperkingen zijn overigens inherent aan het MD-opneemsysteem en hebben geen mechanische oorzaak. Probleem “TrFULL” verschijnt nog voordat de disc de maximale opnametijd (60, 74 of 80 minuten) heeft bereikt. “TrFULL” verschijnt nog voordat de disc het maximale aantal muziekstukken of de maximale opnametijd heeft bereikt. Oorzaak Als er 254 muziekstukken op de disc zijn opgenomen, verschijnt “TrFULL”, ongeacht de verstreken opnametijd. Op de disc kunnen niet meer dan 254 muziekstukken worden opgenomen. Als u door wilt gaan met opnemen, moet u overbodige muziekstukken wissen. Herhaaldelijk opnemen en wissen kan fragmentatie en verspreiding van gegevens tot gevolg hebben. Hoewel deze verspreide gegevens kunnen worden gelezen, wordt ieder fragment aangemerkt als een muziekstuk. Op deze manier kan het aantal van 254 muziekstukken worden bereikt, waardoor verder opnemen niet mogelijk is. Als u door wilt gaan met opnemen, moet u overbodige muziekstukken wissen. Muziekstukmarkeringen Wanneer de gegevens van een muziekstuk zijn gefragmenteerd, is het niet mogelijk om een muziekstukkunnen niet worden markering te verwijderen van een fragment dat korter duurt gewist. dan 12 seconden (stereo-opname), 24 seconden (mono- of Hoewel er vele korte LP2-opname) of 48 seconden (LP4-opname). Het is niet muziekstukken zijn mogelijk om muziekstukken die in verschillende gewist, neemt de opnamestanden zijn opgenomen, te combineren, bijvoorbeeld resterende opnametijd een muziekstuk dat in stereo is opgenomen en een muziekstuk niet toe. dat in mono is opgenomen; het is ook niet mogelijk om een muziekstuk dat is opgenomen met een digitale verbinding, samen te voegen met een muziekstuk dat met een analoge verbinding is opgenomen. Muziekstukken die korter duren dan 12, 24 of 48 seconden, worden niet meegeteld, zodat het wissen ervan niet resulteert in een toename van de resterende opnametijd. Gewoonlijk wordt het opnemen gedaan in eenheden van De totale opnametijd en ongeveer 2 seconden (in stereo), 4 seconden (in mono of LP2resterende opnametijd tezamen blijven onder de stand), of 8 seconden (in LP4-stand). Wanneer de opname maximale opnametijd van stopt, verbruikt de laatst opgenomen eenheid altijd deze de disc (van 60, 74 of 80 complete eenheid van 2, 4 of 8 seconden, ook al duurt de daadwerkelijke opname minder lang. Ook wanneer de minuten). opname na een stop wordt hervat, voegt de recorder automatisch een lege ruimte van 2, 4 of 8 seconden in voordat de nieuwe opname begint. (Dit wordt gedaan om te voorkomen dat een voorgaand muziekstuk per ongeluk wordt gewist wanneer er een nieuw muziekstuk wordt gestart). Telkens wanneer een opname wordt gestopt, neemt de potentiële opnametijd dus af met maximaal 6, 12 of 24 seconden. 54-NL Probleem Tijdens het zoeken kan er bij de bewerkte muziekstukken geluidsuitval optreden. De afspeeltijd van een muziekstuk dat van de computer afkomstig is, wijkt af van de tijd die op de computermonitor wordt aangegeven. Het is niet mogelijk om muziekstukken van de computer naar de recorder over te brengen als daarmee de resterende opnametijd van de disc volledig wordt opgevuld. (Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om muziekstukken met een totale lengte van 160 minuten vanaf de computer over te brengen op een MD van 80 minuten in de LP2stereostand) Het is niet mogelijk om muziekstukken te wissen die vanaf de computer op de disc zijn overgebracht. Oorzaak Door de fragmentatie van gegevens kan er tijdens het zoeken geluidsuitval optreden, omdat de muziekstukken dan op een hogere snelheid worden afgespeeld dan normaal. Dat komt doordat de recorder en de computer verschillende berekeningswijzen hanteren. De minimale opnametijd bedraagt normaal 2 seconden in de stereostand, 4 seconden in de LP2-stereostand en 8 seconden in de LP4-stereostand. Als u een muziekstuk overbrengt vanaf uw computer heeft de recorder voor één muziekstuk een ruimte van 2 (of 4 of 8) seconden nodig ook als is het muziekstuk korter dan 2 (of 4 of 8) seconden. Bij het overbrengen van muziekstukken vanaf de computer voegt de recorder ook tussen de muziekstukken een ruimte van 2 (of 4 of 8) seconden toe. Hiermee wordt voorkomen dat het muziekstuk ervoor niet wordt overschreven. Hierdoor heeft de recorder 6 (of 12 of 24) seconden meer nodig om een muziekstuk op te slaan. Bij het overbrengen van muziekstukken vanaf de computer wordt de maximaal beschikbare opnameruimte op de disc dus 6 (of 12 of 24) seconden korter dan normaal. Als een u muziekstuk wilt wissen dat vanaf de computer op de disc is overgebracht, moet u het muziekstuk eerst terugplaatsen en vervolgens kunt u het met behulp van de OpenMG Jukebox-software wissen. 55-NL Verhelpen van storingen Als een probleem zich blijft voordoen nadat u de onderstaande punten hebt gecontroleerd, raadpleeg dan de dichtstbijzijnde Sony-dealer. Kijk ook bij “Meldingen” (pagina 64). Probleem Oorzaak/Oplossing De recorder doet • De audiobronnen zijn wellicht niet goed aangesloten. het niet of matig. , Koppel de audiobronnen los en sluit ze opnieuw aan (pagina 17, 25). • De HOLD-functie is ingeschakeld (op het uitleesvenster verschijnt “HOLD” als u op een recordertoets drukt). , Schakel HOLD op de recorder uit door de HOLD-schakelaar tegen de richting van de pijl in te schuiven (pagina 14, 49). • Het deksel is niet goed gesloten. , Sluit het deksel totdat deze klikt. Druk vervolgens op OPEN om het deksel te openen. • Er is vochtcondensatie in de recorder opgetreden. , Haal de MD eruit en laat de recorder enkele uren op een warme plaats liggen totdat het vocht is verdampt. • De oplaadbare of droge batterij is bijna leeg (“LoBATT” knippert of er verschijnt niets op het uitleesvenster). , Laad de oplaadbare batterij op, vervang de droge batterij (pagina 13) of sluit de meegeleverde netspanningsadapter aan op de recorder. • De oplaadbare of droge batterij is onjuist geplaatst. , Plaats de batterij op de juiste wijze (pagina 13). • U hebt op een toets gedrukt terwijl de discindicatie snel ronddraaide. , Wacht totdat de indicatie langzaam draait. • U hebt bij het opnemen vanaf een draagbare CD-speler geen gebruikgemaakt van netspanningsadapter of u hebt de stabiliseerfunctie, bijvoorbeeld ESP, niet uitgeschakeld (pagina 19). • De analoge opname is gemaakt via een aansluitkabel met een signaalverzwakker. , Gebruik een aansluitkabel zonder signaalverzwakker (pagina 25). • De netspanningsadapter is tijdens het opnemen losgekoppeld of er heeft zich een stroomonderbreking voorgedaan. • De recorder heeft tijdens het opnemen een mechanische schok ondergaan of last gehad van te veel statische ruis, abnormale spanning ten gevolge van bliksem, enz. , Begin als volgt opnieuw met opnemen. 1 Sluit alle voedingsbronnen af. 2 Laat de recorder ongeveer 30 seconden met rust. 3 Sluit de stroomvoorziening aan. • De disc is beschadigd of bevat niet de juiste opname- of bewerkingsgegevens. , Plaats de disc terug. Maak een nieuwe opname op de disc. Als de foutmelding nog steeds verschijnt, vervang de disc dan door een andere. 56-NL Probleem De recorder doet het niet of matig. Oorzaak/Oplossing • De disc is tegen opnemen beveiligd (“SAVED” verschijnt). , Verschuif het nokje (pagina 52). • Het opnameniveau is te laag om op te nemen (als u handmatig opneemt). , Pauzeer de recorder en regel het opnameniveau. • Er is bij het opnemen een voorbespeelde MD geplaatst (“PbONLY” verschijnt). , Plaats een onbespeelde MD. • U hebt geprobeerd om tijdens het instellen van het programma de groepsmodus in te schakelen. , Schakel de groepsmodus in voordat u een programma instelt. • De beginpositie van de opname (“R-Posi”) is ingesteld op “FrHere”. , Stel “R-Posi” in op “Fr End”. De recorder overschrijft bestaand materiaal tijdens het opnemen. De recorder werkt • De computer herkent de recorder niet. niet terwijl deze op , Controleer of de recorder correct is aangesloten. , Installeer het stuurprogramma op correcte wijze op uw de computer is computer. aangesloten. , Installeer eerst de OpenMG-software op uw computer, en sluit pas daarna de recorder aan. • Er komt geen digitaal signaal van de draagbare CD-speler. “No SIG” verschijnt op het , Als u een digitale opname maakt vanaf een draagbare CDuitleesvenster speler, gebruik dan een netspanningsadapter en schakel de tijdens het stabiliseerfunctie op de CD-speler (bijvoorbeeld ESP) uit opnemen vanaf een (pagina 19). draagbare CDspeler. • De netspanningsadapter was losgekoppeld of er heeft zich tijdens Na het opnemen het opnemen een stroomstoring voorgedaan. bevindt er zich geen opname op de MD. Het deksel gaat • De voedingsbronnen zijn tijdens het opnemen of bewerken niet open. losgekoppeld, of de batterij is leeggeraakt. , Sluit de voedingsbronnen weer aan of vervang de leeggeraakte batterij. • Het deksel is niet goed gesloten. , Sluit het deksel totdat deze klikt. Druk vervolgens op OPEN om het deksel te openen. 57-NL Probleem Er komt geen geluid uit de koptelefoon/ oortelefoon. Oorzaak/Oplossing • De stekker van de koptelefoon/oortelefoon is niet goed aangedrukt. , Sluit de stekker van de koptelefoon/oortelefoon goed aan op de afstandsbediening. Sluit de stekker van de afstandsbediening goed aan op i. • Het volume is te laag. , Regel het volume door op VOL +/– te drukken. • De stekker is vuil. , Reinig de stekker. • AVLS is ingeschakeld. , Stel AVLS in op “OFF” (pagina 48). Het volume kan niet worden opgevoerd. Een MD wordt niet • De afspeelstand is gewijzigd. normaal , Stel de normale afspeelstand in. afgespeeld. Een MD wordt niet • Het afspelen van de disc is gestopt voordat het laatste muziekstuk is bereikt. afgespeeld vanaf het eerste , Druk ten minste 2 seconden op N om het afspelen te starten, muziekstuk. of duw het schuifje op de afstandsbediening enkele malen naar >. • Groepsmodus is ingeschakeld. , Schakel de groepsmodus uit en speel af vanaf het eerste muziekstuk (druk ten minste 2 seconden op N om met afspelen te beginnen, of duw het schuifje op de afstandsbediening enkele malen naar >). • De recorder is ergens geplaatst waar hij voortdurend blootstaat aan Het geluid slaat trillingen. over bij het afspelen. , Zet de recorder op een stabiele plaats. • Een zeer kort muziekstuk kan ervoor zorgen dat het geluid overslaat. , Probeer geen muziekstukken op te nemen die korter zijn dan één seconde. Het geluid bevat • Sterke magnetische velden van televisietoestellen e.d. verstoren de veel statische ruis. werking van de recorder. , Houd de recorder verwijderd van een bron met sterke magnetische velden. • U hebt X ingedrukt na . of >. Kan geen muziekstukmarkeri , Druk op X voordat u op de recorder op . of > drukt, of ngen vinden. voordat u op de afstandsbediening het schuifje naar > of . duwt. • De oplaadbare batterij is onjuist geplaatst of de De oplaadbare netspanningsadapter is onjuist aangesloten. batterij begint niet met opladen. De , Plaats de batterij op de juiste wijze of sluit de oplaadbare batterij netspanningsadapter goed aan. kan niet volledig worden opgeladen. 58-NL Probleem Oorzaak/Oplossing De disc kan niet op • LP2- en LP4-stereo worden niet door het betreffende apparaat ondersteund. een ander apparaat worden bewerkt. , Voer de bewerking uit op een ander apparaat dat LP2- en LP4stereo wel ondersteunt. • Door de speciale audiocompressietechnologie die bij LP4Er is een opnamen wordt gebruikt, kan het in zeer zeldzame gevallen kortstondig voorkomen dat er bij bepaalde geluidsbronnen een kortstondig bijgeluid te horen. bijgeluid wordt geproduceerd. , Neem op in de normale stereostand of in de LP2-stereostand. Het uitleesvenster • De recorder is losgekoppeld geweest van de stroombron. functioneert niet , Laat de recorder even met rust of ontkoppel de stroombron en naar behoren. sluit deze opnieuw aan. Druk daarna op een willekeurige toets. De menu’s Menufuncties Druk op MENU. Druk daarna op . of > op de recorder of druk ten minste 2 seconden op EDIT op de afstandsbediening om een menu te openen. Menu op de Functies recorder1) EDIT Bewerkingen selecteren (muziekstukken, discs of groepen benoemen, wissen enz.) (pagina 39 t/m 44, 46 en 47). DISP De verstreken afspeeltijd, de resterende afspeeltijd enz. weergeven (pagina 32 en 36). P-MODE De afspeelstand selecteren (herhaald afspelen, shuffle enz.) (pagina 34). RecVol Automatische of handmatige opnameniveauregeling selecteren (pagina 31). R-MODE De opnamestand selecteren (SP-stereo, LP2-stereo, LP4-stereo of mono) (pagina 26). BASS “BASS 1” of “BASS 2” selecteren (DIGITAL MEGA BASS) (pagina 35). TimeMk Automatische tijdmarkering instellen (pagina 30). SYNC-R “ON” of “OFF” voor synchroonopnamen selecteren (pagina 16). OPTION • AVLS (Automatic Volume Limiter System – Automatische volumebegrenzer) — “ON” of “OFF” selecteren (pagina 48). • BEEP — Stel “M-UNIT” of “REMOTE” in op “ON” of “OFF” (pagina 48). • R-Posi — Beginpunt selecteren tijdens het opnemen (pagina 29). • LPStmp — “ON” (“LP:” wordt aan het begin van de muziekstuknaam toegevoegd) of “OFF” selecteren (pagina 26). 1) De menu-items waar u uit kunt kiezen, variëren afhankelijk van het al dan niet actief zijn van de groepsmodus of van de bedieningsstatus van de recorder. 59-NL Overzicht van de menu’s op de recorder Op deze en volgende pagina’s vindt u voor elke bedieningsstatus de menu-items die op de recorder beschikbaar zijn. Elk schema laat verschillende menu’s en menu-items zien die op elk menuniveau kunnen worden geselecteerd. Zie “De menu’s” (pagina 59) voor meer informatie over de menubewerkingen. De menu’s en menu-items worden afwisselend op het uitleesvenster weergegeven. Beschikbare menu’s en menu-items als de recorder is gestopt EDIT D:Name G:Set G:Rls1) G:Ers2) LapTim RecRem GP Rem2) AllRem Normal AllRep 1 Rep Shuf.R SP LP2 LP4 MONO D:Ers DISP P-MODE R-MODE BASS , : Op ENTER drukken h : Op . of > drukken. OFF BASS 1 BASS 2 vervolgd op de volgende pagina 60-NL vervolgd van de vorige pagina , : Op ENTER drukken h : Op . of > drukken. SYNC-R OFF ON AVLS BEEP OPTION OFF ON R-Posi3) FrHere M-UNIT ON LPStmp Fr End REMOTE OFF ON ON OFF OFF 1) Verschijnt alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt terwijl een andere groep dan “GP --” is geselecteerd. 2) Verschijnt alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt. 3) Kan alleen worden geselecteerd als de groepmodus is uitgeschakeld. Druk op CANCEL op de recorder als u een menubewerking wilt annuleren. 61-NL Beschikbare menu’s en menu-items als de recorder afspeelt EDIT T:Name G:Name1) T:Move G:Move1) LapTim 1 Rem GP Rem2) AllRem Normal AllRep 1 Rep Shuf.R OFF BASS 1 BASS 2 T:Ers DISP P-MODE BASS , : Op ENTER drukken h : Op . of > drukken. OPTION AVLS OFF BEEP ON M-UNIT ON REMOTE OFF ON OFF 1) Verschijnt alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt terwijl een andere groep dan “GP--” is geselecteerd. alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt. 2) Verschijnt Druk op CANCEL op de recorder als u een menubewerking wilt annuleren. 62-NL Beschikbare menu’s en menu-items als de recorder opneemt EDIT T:Name G:Name1) LapTim RecRem Auto Manual SP LP2 LP4 OFF BASS 1 BASS 2 OFF 5 min 10 min OFF ON D:Name DISP RecVol2) R-MODE2) MONO BASS TimeMK 15 min SYNC-R , : Op ENTER drukken h : Op . of > drukken. OPTION AVLS OFF 1) Verschijnt 2) Verschijnt ON alleen als de recorder zich in de groepsmodus bevindt. alleen als de recorder zich in de wachtstand bevindt. Druk op CANCEL op de recorder als u een menubewerking wilt annuleren. 63-NL Meldingen Als een van de volgende foutmeldingen op het uitleesvenster knippert, raadpleeg dan onderstaand overzicht. Foutmelding Betekenis/Oplossing BLANK • Er is een lege MD geplaatst. BUSY • U hebt geprobeerd de recorder te bedienen terwijl deze bezig was de opgenomen gegevens te lezen. , Wacht tot de melding weer verdwijnt (in zeldzame gevallen kan dit enkele minuten vergen). Saving • De MD-speler is bezig om informatie (geluiden) vanuit het geheugen op de disc op te nemen. , Wacht totdat dit proces is voltooid. Zorg ervoor dat de speler niet blootstaat aan fysieke schokken en dat de stroomvoorziening niet wordt onderbroken. ERROR • De opname is mislukt. , Zet de recorder op een plaats waar het niet blootstaat aan trillen en neem opnieuw op. • De disc is bevuild met vetvlekken of vingerafdrukken, is bekrast, of het betreft geen standaarddisc. , Probeer opnieuw op te nemen op een andere disc. • De recorder kan de discinformatie niet goed lezen. , Plaats de disc opnieuw. • De recorder kan de discinformatie niet goed lezen. , Plaats een andere disc. , Wis de gehele disc als dat niet te bezwaarlijk is (pagina 46). FULL • De resterende opnametijd op de disc is 12 seconden (stereo), 24 seconden (LP2-stereo of mono), 36 seconden (LP4-stereo) of minder. , Vervang de disc. HiDCin • Het voltage van de stroomvoorziening is te hoog (er is geen gebruikgemaakt van de meegeleverde netspanningsadapter of van de aanbevolen autoaccukabel). , Gebruik de meegeleverde netspanningsadapter of de aanbevolen autoaccukabel. HOLD • De recorder is vergrendeld. , Ontgrendel de recorder door HOLD tegen de richting van de pijl te schuiven (pagina 14, 49). LoBATT • De batterijen is bijna leeg. , Laad de oplaadbare batterij op of vervang de droge batterij (pagina 13). MEMORY • U hebt geprobeerd op te nemen terwijl de recorder zich op een plaats bevond waar deze continu aan trillingen stond blootgesteld. , Zet de recorder op een stabiele plaats en begin opnieuw met opnemen. 64-NL Foutmelding Betekenis/Oplossing FULL • U hebt geprobeerd een naam van meer dan 200 tekens in te voeren voor één muziekstuk of disc. • U hebt geprobeerd in totaal meer dan 1 700 tekens in te voeren voor de namen van de muziekstukken en de naam van de disc. , Voer een kortere naam in voor het muziekstuk, de groep of de disc (pagina 38), of zet de “LPStmp”-instelling op “OFF” zodat “LP:” niet aan het begin van de muziekstuknaam wordt toegevoegd (pagina 26). NoCOPY • U hebt geprobeerd op te nemen van een disc die is beveiligd door het Serial Copy Management System. Het is niet mogelijk te kopiëren van een digitaal aangesloten bron die zelf is opgenomen via een digitale aansluiting. , Gebruik in plaats hiervan een analoge aansluiting (pagina 25). NoDISC • U hebt geprobeerd af te spelen of op te nemen zonder dat er een disc in de recorder zat. , Plaats een MD. No SIG • De recorder heeft geen digitale invoersignalen kunnen waarnemen. , Zorg dat de bron goed is aangesloten (pagina 16). PbONLY • U hebt geprobeerd op te nemen of te bewerken op een voorbespeelde MD (Pb staat voor “playback”, afspelen). , Plaats een onbespeelde MD. SAVED • U hebt geprobeerd op te nemen op een MD die tegen opnemen is beveiligd, of u hebt geprobeerd deze MD te bewerken. , Schuif het nokje terug (pagina 52). SORRY • U hebt geprobeerd een muziekstukmarkering aan het begin van het eerste muziekstuk te wissen. • U hebt geprobeerd een muziekstukmarkering te wissen waardoor onverenigbare muziekstukken zouden worden samengevoegd (bijvoorbeeld een stereo- en een mono-opname). • U hebt geprobeerd een muziekstukmarkering te overschrijven. • U hebt geprobeerd tijdens een synchroonopname op X of T MARK te drukken. • U hebt geprobeerd tijdens het programmeren de groepsfunctie in te schakelen. , Schakel de groepsfunctie in voordat u gaat programmeren. TEMP • Er heeft zich te veel warmte in de recorder opgehoopt. , Laat de recorder afkoelen. Edit • De MD-speler is bezig om informatie (begin- en eindpunten van muziekstukken) vanuit het geheugen op de disc op te nemen. , Wacht totdat dit proces is voltooid. Zorg ervoor dat de speler niet blootstaat aan fysieke schokken en dat de stroomvoorziening niet wordt onderbroken. TrFULL • Muziekstuknummer 254 is bereikt. , Wis overbodige muziekstukken (pagina 46). 65-NL Foutmelding Betekenis/Oplossing TrPROT 66-NL • U hebt geprobeerd een opname of een bewerking uit te voeren op een muziekstuk dat tegen wissen is beveiligd. , Neem op over een ander gedeelte of voer de bewerking uit op een ander muziekstuk. • U hebt geprobeerd een muziekstuk te bewerken dat van een computer was overgedragen. , Zet het muziekstuk terug op uw computer en voer dan de bewerking uit. Technische gegevens MD-recorder Audioafspeelsysteem Digitaal audiosysteem MiniDisc Laserdiode-eigenschappen Materiaal: GaAlAs MQW Golflengte: l = 790 nm Emissieduur: continu Laservermogen: minder dan 44,6 µW (Deze waarde is gemeten op een afstand van 200 mm van het lensoppervlak op de optische afleeseenheid met een opening van 7 mm.) Opname- en afspeelduur Bij een MDW-80: Maximaal 160 min. in mono Maximaal 320 min. in stereo Omwentelingen Ca. 380 tot 2 700 omw./min. (constante lineaire snelheid) Foutcorrectie ACIRC (Advanced Cross Interleave Reed Solomon Code) Aftastfrequentie 44,1 kHz Aftastfrequentie-converter Invoer: 32 kHz/44,1 kHz/48 kHz Codering ATRAC (Adaptive TRansform Acoustic Coding) ATRAC3 — LP2/LP4 Modulatiesysteem Algemeen Voeding Sony-netspanningsadapter (meegeleverd) aangesloten op de aansluiting DC IN 3 V (model wordt tussen haakjes vermeld): 120 V wisselstroom, 60 Hz (V.S., Canada en Taiwan) 230 V wisselstroom, 50/60 Hz (Europese vasteland) 240 V wisselstroom, 50 Hz (Australië) 220 V wisselstroom, 50 Hz (China) 230 - 240 V wisselstroom, 50 Hz (V.K. en Hongkong) 110/220 V AC, 60 Hz (Korea) 100 - 240 V wisselstroom, 50/60 Hz (overige landen) Nikkel-cadmiumbatterij NC-WMAA (meegeleverd) LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (niet meegeleverd) Gebruiksduur batterij Zie “Gebruiksduur van de batterij” (pagina 50) Afmetingen Ca. 81 ´ 27,9 ´ 74,4 mm (b/h/d) zonder uitstekende delen. Gewicht Ca. 104 g, alleen de recorder Amerikaanse en andere octrooien in licentie van Dolby Laboratories. Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden zonder voorafgaande kennisgeving. EFM (Eight to Fourteen Modulation) Verkrijgbare accessoires Aantal kanalen Optische kabel POC-15B, POC-15AB, POC-DA12SP Lijnkabel RK-G129, RK-G136 Stereokoptelefoon/-oortelefoon* MDREX70LP, MDR-72LP, MDR-A34LP Actieve luidsprekers SRS-Z500 Onbespeelde MD’s MDW-serie 2 stereokanalen 1 monokanaal Weergavefrequentie 20 tot 20 000 Hz ± 3 dB Wow en flutter Onder de meetbare limiet Ingangen Lijningang: stereoministekker, minimaal ingangsniveau 49 mV Optische (digitale) ingang: optische (digitale) ministekker Uitgangen i: stereoministekker, maximaal uitgangsniveau 5 mW + 5 mW, belastingsimpedantie 16 ohm Het is mogelijk dat uw dealer enkele van de genoemde accessoires niet kan leveren. Raadpleeg uw dealer voor uitgebreide informatie over de accessoires die in uw land verkrijgbaar zijn. *Als u een van de apart verkrijgbare koptelefoons gebruikt, gebruik dan alleen een koptelefoon/oortelefoon met stereoministekkers. U kunt geenk koptelefoon/oortelefoon met microstekkers gebruiken. 67-NL Toelichting Wat is een “Net MD”? Net MD is een formaat waarmee u op hoge snelheid geluidsgegevens van een computer naar een MiniDisc-apparaat kunt overdragen via een USB-kabel (Universal Serial Bus). Hierbij wordt gebruikgemaakt van de zeer geavanceerde copyright-beschermingstechnologie OpenMG en MagicGate. Dit formaat vereist geen ander MiniDiscopnamesysteem; het gebruik van bestaande MiniDiscs en het afspelen van overgedragen geluidsbestanden op bestaande MiniDiscapparatuur wordt ondersteund.* Met dit formaat kunt u tevens de OpenMG Jukebox-software gebruiken, zodat u de tekens eenvoudig via uw computer kunt bewerken of invoeren. Onbespeelde MD’s worden gemaakt met een “User TOC Area” (TOC-gebied) waar de volgorde van de muziekgedeelten worden bewaard. Het TOC-systeem (Table of Contents – Inhoudstabel) lijkt op het “directory-managementsysteem” van gewone diskettes. Dat wil zeggen dat het begin- en eindadres van alle opgenomen muziekstukken die zich op de disc bevinden, in dit gebied worden opgeslagen. Hierdoor hebt u rechtstreeks toegang tot het begin van elk muziekstuk, zodra u het muziekstuknummer (AMS) hebt ingevoerd. U kunt een muziekstuk ook benoemen, net zoals u dat bij diskettebestanden zou doen. ∗ Audiobestanden die in de LP-stand worden overgedragen, kunnen alleen worden afgespeeld op MiniDisc-apparatuur die de MDLP-stand ondersteunt. Waarom een MiniDisc zo klein kan zijn De 2,5-inch-MiniDisc zit in een plastic behuizing die lijkt op een 3,5-inch-diskette (zie de afbeelding hierboven) en maakt gebruik van een nieuwe digitale audiocompressietechnologie: ATRAC (Adaptive TRansform Acoustic Coding). Om meer geluid op minder ruimte te kunnen opslaan, onttrekt en codeert ATRAC alleen die frequentiecomponenten die feitelijk hoorbaar zijn voor het menselijk oor. De betekenis van “no sound” “No sound” geeft een situatie aan waarbij het ingangsniveau van de recorder bij analoge invoer ongeveer 4,8 mV bedraagt, of minder is dan –89 dB bij optische (digitale) invoer (met 0 dB als maximum (het maximale opnameniveau van een MiniDisc)). Snelle toegang tot gegevens Net als CD’s, bieden MD’s direct toegang tot het begin van elk muziekstuk. Voorbespeelde MD’s worden opgenomen met een adressering voor ieder muziekgedeelte. 68-NL A B A — User TOC Area Bevat de volgorde en de begin- en eindpunten van de muziekstukken. B — Muziekgegevens Beperkingen ten aanzien van het bewerken van muziekstukken die zijn overgezet vanaf uw computer Dit apparaat is zo ontworpen dat bepaalde bewerkingen (zoals het wissen van muziekstukken en het toevoegen en wissen van muziekstukmarkeringen) niet kunnen worden uitgevoerd op muziekstukken die vanaf uw computer zijn overgezet. Hiermee wordt voorkomen dat de autorisatiegegevens voor het overzetten vanaf uw computer verloren gaan. Als u deze muziekstukken wilt bewerken moet u ze eerst terugzetten op de computer, om ze vervolgens op de computer te bewerken. Register A N Aansluiten analoog 25 digitaal 17 op een computer 20 tijdens het opladen 14 Accessoires meegeleverd 9 optioneel 67 Afspeelstand 34 Automatische tijdmarkering 30 AVLS 48 Net MD 68 B O OpenMG Jukebox 8, 20 Opladen 14 Opnemen digitaal 16 Groepsmodusopname 27 MDLP-stand 26 muziekstukmarkeringen toevoegen (Automatische tijdmarkering) 30 zonder muziekstukken te overschrijven 29 Batterijen droge batterij 13 gebruiksduur 15 oplaadbare batterij 13 Benoemen 39 Opnieuw benoemen 40 Overbrengen 8, 20 Overdracht 20 C Pieptoon 48 P Controleren afspeelpositie 32 resterende tijd 32, 36 R D S DIGITAL MEGA BASS 35 DSP TYPE-R 18 SDMI 8 E USB EMD 8 G G-PROTECTION 23 Groep Afspelen in Groepsmodus 33 Groepen verplaatsen 43 Groepsinstelling 40 Groepsmodusopname 28 Groepsselectiemodus 33 opheffen 41 wissen 47 Reinigen 51 U W kabel 8, 9, 20 Wissen een groep 47 een hele disc 46 een muziekstuk 46 H Handmatig opnemen 31 HOLD 14, 49 M MDLP 26 Menu’s 59 Muziekstukmarkering toevoegen 44 wissen 45 69-NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208

Sony MZ-N505 de handleiding

Categorie
Minidisc-spelers
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor