Jonsered BC 2256 de handleiding

Categorie
Speelgoed
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Lesen Sie die Bedien
ungsanw
eisung sorgfältig durch und machen Sie sich mit dem Inhalt v
er
tr
aut,
be
v
or Sie das Gerät ben
utz
en.
Lire attentiv
ement et bien assimiler le man
uel d’utilisation a
v
ant d’utiliser la machine
.
Neem de gebr
uiksaanwijzing g
rondig door en gebr
uik de machine niet v
oor u alles duidelijk heeft
beg
repen.
Bedienungsanweisung
Manuel d’utilisation
Gebr
uiksaanwijzing
DE (2-38)
FR (39-75)
NL (76-112)
FC2256
FC2256W
BC2256
MC2256
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
76 – Dutch
Symbolen
WAARSCHUWING! Motorzeisen,
bosmaaiers en trimmers kunnen
gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist
gebruik kan resulteren in ernstig
letsel of overlijden van de gebruiker
of anderen. Het is uiterst belangrijk
dat u de inhoud van de
gebruikshandleiding doorleest en begrijpt.
Neem de gebruiksaanwijzing
grondig door en gebruik de
machine niet voor u alles duidelijk
heeft begrepen.
Draag altijd:
Een veiligheidshelm bij kans op
vallende voorwerpen
Goedgekeurde
gehoorbeschermers
Een goedgekeurde
oogbescherming
Maximum toerental van
uitgaande as, tpm
Dit product voldoet aan de
geldende CE-richtlijnen.
Waarschuwing voor weggeslingerde
en afgeketste voorwerpen.
Gebruikers van de machine moeten
erop toezien dat er tijdens het werk
geen mensen of dieren dichter dan
15 meter bij de machine komen.
Machines die zijn uitgerust met
zaagbladen of grasmessen kunnen
met enorme kracht opzij geworpen
worden, wanneer het mes in contact
komt met een vast voorwerp. Dit
wordt terugslag genoemd. Het mes
kan een arm of been amputeren. Hou mensen en dieren
altijd ten minste 15 meter bij de machine vandaan.
Gebruik altijd goedgekeurde
veiligheidshandschoenen.
Gebruik stevige antisliplaarzen.
Alleen bedoeld voor niet-metalen
flexibele snijuitrusting, d.w.z.
trimmerkop met trimmerdraad.
Geluidsemissie naar de omgeving
volgens de richtlijnen van de
Europese Gemeenschap. De
emissie van de machine wordt
aangegeven in het hoofdstuk
Technische gegevens en op plaatjes.
Overige op de machine
aangegeven symbolen/plaatjes
verwijzen naar specifieke eisen aan certificering op
bepaalde markten.
Controle en/of onderhoud moet altijd
uitgevoerd worden met
uitgeschakelde motor en de
stopschakelaar in de STOP-stand.
Gebruik altijd goedgekeurde
veiligheidshandschoenen.
Moet regelmatig schoongemaakt
worden.
Controleer met het blote oog.
Gebruik van goedgekeurde
oogbescherming verplicht.
50FT
15 m
50FT
1
5
m
INHOUD
Dutch 77
Inhoud
Voor het starten moet u rekening
houden met de volgende punten:
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig.
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
Symbolen ............................................................. 76
INHOUD
Inhoud .................................................................. 77
Voor het starten moet u rekening houden met de
volgende punten: ..................................................
77
INLEIDING
Beste klant! ........................................................... 78
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorzeis? ................................ 79
Wat is wat op de motorzeis? ................................ 80
Wat is wat op de motorzeis? ................................ 81
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Belangrijk .............................................................. 82
Persoonlijke veiligheidsuitrusting .......................... 82
Veiligheidsuitrusting van de machine ................... 83
Snijuitrusting ......................................................... 86
MONTEREN
Monteren van stuur en gashandgreep .................. 89
Transportpositie, stuur .......................................... 89
Montage van snijuitrusting .................................... 90
Monteren van bladbeschermkap/
combibeschermkap, grasmaaiblad en
steunschotel met kogellagers ...............................
90
Monteren van bladbeschermkap en zaagblad ...... 91
Het hakmes en de hakmesbeschermkap
aanbrengen (MC2256) .........................................
92
Monteren van overige bescherm-kappen en
snijuitrustingen .....................................................
92
Aanpassen van draagstel en motorzeis ............... 93
Vectordraagstel ..................................................... 93
BRANDSTOFHANTERING
Brandstofveiligheid ............................................... 95
Brandstof .............................................................. 95
Tanken .................................................................. 96
STARTEN EN STOPPEN
Controle voor het starten ...................................... 97
Starten en stoppen ............................................... 97
ARBEIDSTECHNIEK
Algemene werkinstructies .................................... 99
ONDERHOUD
Carburateur .......................................................... 104
Geluiddemper ....................................................... 105
Koelsysteem ......................................................... 105
Luchtfilter .............................................................. 106
Hoekoverbrenging ................................................ 107
Aandrijfas ............................................................. 107
Bougie .................................................................. 107
Gebruik in de winter ............................................. 107
Onderhoudsschema ............................................. 109
TECHNISCHE GEGEVENS
Technische gegevens ........................................... 110
EG-verklaring van overeenstemming .................... 112
!
WAARSCHUWING! Langdurige
blootstelling aan lawaai kan leiden tot
permanente gehoorbeschadiging.
Gebruik daarom altijd goedgekeurde
gehoorbescherming.
!
WAARSCHUWING! De oorspronkelijke
vormgeving van de machine mag in geen
enkel geval gewijzigd worden zonder
toestemming van de fabrikant. Men moet
altijd originele onderdelen gebruiken.
Niet goedgekeurde wijzigingen en/of
niet-originele onderdelen kunnen tot
ernstige verwondingen of de dood van
zowel gebruiker als omstanders leiden.
!
WAARSCHUWING! Een motorzeis,
bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of
slordig gebruik een gevaarlijk
gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het
overlijden van de gebruiker of anderen
kan veroorzaken. Het is van het grootste
belang dat u de inhoud van deze
gebruiksaanwijzing doorleest en
begrijpt.
78 – Dutch
INLEIDING
Beste klant!
Gefeliciteerd met de aankoop van een Jonsered-product!
We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een lange periode naar volle
tevredenheid zult waarderen. Door de aankoop van één van onze producten krijgt u de beschikking over professionele
hulp bij reparaties en service mocht er toch iets gebeuren. Wanneer u de machine niet heeft gekocht bij een van onze
erkende dealers, kunt u hen vragen naar de dichtstbijzijnde servicewerkplaats.
Wij hopen dat u tevreden zult zijn met uw machine en dat deze u gedurende lange tijd zal vergezellen. Denk erom dat
deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kunt
u de levensduur van uw machine én de tweedehands waarde aanzienlijk verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet
u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar over te dragen.
Succes met het gebruik van uw Jonsered-product!
Jonsered werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdt zich dan ook het recht voor om
zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren.
Dutch – 79
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorzeis? (BC2256)
29
30
31
35
12
2
3
4
5
7
8
6
10
15
9
11
13
24
21
33
19
18
17
16
20
25
27
26
23
24
28
1
23
32
22
22
14
34
1 Borgmoer
2 Hoekoverbrenging
3 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
4 Steel
5 Handvatinstelling
6 Ophanging voor draagstel
7 Brandstoftank
8 Cilinderkap
9 Bougiekap en bougie
10 Starthendel
11 Luchtfilterdeksel
12 Stuur
13 Brandstofpomp
14 Decompressieklep
15 Chokehendel
16 Stopschakelaar
17 Startgasknop
18 Gashendelvergrendeling
19 Afstellen gaskabel
20 Gashendel
21 Trimmerkop
22 Platte ring
23 Meenemer
24 Beschermkap voor snijuitrusting
25 Borgschroef
26 Steunkop
27 Steunflens
28 Grasmaaiblad
29 Transportbescherming
30 Inbussleutel
31 Carburateurschroevendraaier
32 Borgpen
33 Bladmoersleutel
34 Gebruiksaanwijzing
35 Draagstel
80 – Dutch
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorzeis? (FC2256, FC2256W)
24
28
26
27
25
29
21
2322
1
20
30
16
2
3
4
6
11
12
10
14
13
15
1
7
8
5
9
19
17
18
1 Borgmoer
2 Hoekoverbrenging
3 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
4 Steel
5 Schakelaar voor handvatverwarming (FC2255W)
6 Gashendel
7 Stopschakelaar
8 Gashendelvergrendeling
9 Handvatinstelling
10 Ophanging voor draagstel
11 Brandstoftank
12 Cilinderkap
13 Bougiekap en bougie
14 Starthendel
15 Luchtfilterdeksel
16 Stuur
17 Brandstofpomp
18 Decompressieklep
19 Chokehendel
20 Steunflens
21 Zaagblad
22 Meenemer
23 Beschermkap voor snijuitrusting
24 Transportbescherming
25 Gebruiksaanwijzing
26 Inbussleutel
27 Carburateurschroevendraaier
28 Borgpen
29 Bladmoersleutel
30 Draagstel
Dutch – 81
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorzeis? (MC2256)
29
30
31
12
2
3
4
5
7
8
6
10
15
9
11
13
19
18
17
16
20
1
14
x 2
24
21
22
23
25
26
27
28
1 Hoekoverbrenging
2 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
3 Steel
4 Handvatinstelling
5 Ophanging voor draagstel
6 Brandstoftank
7 Cilinderkap
8 Bougiekap en bougie
9 Starthendel
10 Luchtfilterdeksel
11 Stuur
12 Brandstofpomp
13 Decompressieklep
14 Chokehendel
15 Stopschakelaar
16 Startgasknop
17 Gashendelvergrendeling
18 Afstellen gaskabel
19 Gashendel
20 Beschermkap voor snijuitrusting
21 Borgmoer
22 Meenemer
23 Hakmes
24 Steunflens
25 Transportbescherming
26 Inbussleutel
27 Carburateurschroevendraaier
28 Borgpen
29 Bladmoersleutel
30 Gebruiksaanwijzing
31 Draagstel
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
82 – Dutch
Belangrijk Persoonlijke veiligheidsuitrusting
HELM
U moet een helm dragen als de stammen die u doorzaagt
hoger dan 2 m zijn.
GEHOORBESCHERMING
U moet gehoorbescherming met voldoende
dempvermogen dragen.
OOGBESCHERMING
Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Wanneer
u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde
veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde
veiligheidsbril wordt een bril bedoeld die voldoet aan
norm ANSI Z87.1 voor de VS en EN 166 voor de EU-
landen.
HANDSCHOENEN
Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanneer u de
snijuitrusting monteert.
BELANGRIJK!
De machine is uitsluitend bedoeld voor het trimmen van
gras, het maaien van gras en/of het vellen van kleine
bomen.
De enige accessoires waarvoor u de motoreenheid als
aandrijfeenheid mag gebruiken zijn de snijuitrustingen
die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische
gegevens.
Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft
gedronken of medicijnen heeft ingenomen die uw
gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of
coördinatievermogen negatief beïnvloeden.
Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie
instructies in het hoofdstuk ”Persoonlijke
veiligheidsuitrusting”.
Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze
niet langer overeenkomt met de originele uitvoering.
Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de
onderhouds-, controle- en service-instructies van deze
gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds- en
servicemaatregelen moeten uitgevoerd worden door
opgeleide en gekwalificeerde specialisten. Zie
instructies in het hoofdstuk Onderhoud.
Alle deksels, beschermingen en hendels moeten
aangebracht zijn voor u start. Verzeker u ervan dat de
bougiedop en ontstekingskabel onbeschadigd zijn om
het risico van een elektrische schok te voorkomen.
Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er
geen mensen of dieren tijdens het werk dichter dan 15
meter bij de machine komen. Indien meerdere
gebruikers op dezelfde werkplek werken, moet de
veiligheidsafstand in ieder geval de dubbele
boomlengte bedragen, maar altijd minimaal 15 meter.
!
WAARSCHUWING! Deze machine
produceert tijdens bedrijf een
elektromagnetisch veld. Dit veld kan
onder bepaalde omstandigheden de
werking van actieve of passieve
medische implantaten verstoren. Om het
risico op ernstig of fataal letsel te
beperken, raden we personen met een
medisch implantaat aan om contact op te
nemen met hun arts en de fabrikant van
het medische implantaat voordat ze deze
machine gaan bedienen.
!
WAARSCHUWING! Een motor laten
lopen in een afgesloten of slecht
geventileerde ruimte kan dodelijke
ongelukken veroorzaken door
verstikking of koolmonoxidevergiftiging.
BELANGRIJK!
Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of
slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat
ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of
anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang
dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest
en begrijpt.
Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde
persoonlijke beschermingsuitrusting gebruikt worden.
Persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert de
risico’s niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval
van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw
uitrusting koopt.
!
WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht op
waarschuwingssignalen of geroep
wanneer u gehoorbescherming gebruikt.
Doe de gehoorbescherming altijd af zodra
de motor is gestopt.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Dutch 83
LAARZEN
Gebruik laarzen met stalen neus en anti-slip zool.
KLEDING
Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende
kleding die gemakkelijk vast kan haken in takken en
struikgewas. Draag altijd een stevige lange broek. Draag
geen sieraden, korte broek of sandalen en loop niet op
blote voeten. Zorg ervoor dat uw haar niet lager dan uw
schouders hangt.
EHBO-KIT
U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.
Veiligheidsuitrusting van de
machine
In dit hoofdstuk wordt verklaard wat de
veiligheidsonderdelen van de machine zijn, welke functie
ze hebben en hoe de controle en het onderhoud moeten
uitgevoerd worden om hun goede werking veilig te stellen.
Bekijk het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze
onderdelen zich bevinden op uw machine.
De levensduur van de machine kan worden verkort en het
risico van ongelukken kan toenemen wanneer het
onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt
uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet
vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie
nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de
dichtstbijzijnde servicewerkplaats.
Gashendelvergrendeling
De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om
onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen.
Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt
gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de
gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat
loslaat, gaan zowel de gashendel als de
gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke
beginposities. Dit gebeurt via twee van elkaar
onafhankelijke terugspringveersystemen. Deze positie
houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt
op stationair draaien.
Controleer of de gashendel vergrendeld is in de
stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in
de oorspronkelijke stand staat.
Druk de gashendelvergrendeling in en controleer of ze
teruggaat naar de oorspronkelijke positie wanneer u haar
loslaat.
BELANGRIJK!
Om service en reparaties aan de machine uit te voeren,
moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt vooral
voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de
machine één van de volgende controles niet goed
doorstaat, moet u ermee naar uw servicewerkplaats
gaan. Als u één van onze producten koopt, garandeert
dit dat de reparaties en service door een vakman
kunnen worden uitgevoerd. Als u uw machine heeft
gekocht bij één van onze dealers die geen
servicewerkplaats heeft, vraag hem dan waar de
dichtstbijzijnde erkende werkplaats is.
!
WAARSCHUWING! Gebruik de machine
nooit wanneer de veiligheidsuitrusting
defect is. De veiligheidsuitrusting van de
machine moet gecontrolleerd en
onderhouden worden zoals beschreven
in dit hofdstuk. Als uw machine niet door
alle controles komt, moet u ermee naar
uw servicewerkplaats voor reparatie.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
84 – Dutch
Controleer of de gashendel en de
gashendelvergrendeling vlot lopen en of hun
terugspringveersystemen werken.
Zie instructies in het hoofdstuk Start. Start de machine en
geef vol gas. Laat de gashendel los en controleer of de
snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting
roteert wanneer de gashendel in de stationaire stand
staat, moet de stationairstand van de carburateur
gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk
Onderhoud.
Stopschakelaar
De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit
te schakelen.
Start de motor en controleer of de motor wordt
uitgeschakeld wanneer de stopschakelaar in de
stopstand wordt gezet.
Beschermkap voor snijuitrusting
Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de
richting van de gebruiker worden geslingerd. De
beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in
aanraking komt met de snijuitrusting.
Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen
barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze
gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft.
Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die
specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische
gegevens.
Trillingdempingssysteem
Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem
dat geconstrueerd is om zo trillingvrij en comfortabel
mogelijk met de zaag te kunnen werken.
Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of
verkeerde snijuitrusting verhoogt het trillingsniveau. Zie
instructies in het hoofdstuk Snijuitrusting.
Het trillingdempingssysteem van de machine reduceert
het overbrengen van de trillingen van de motoreenheid/
snijuitrusting op de handvateenheid van de machine.
!
WAARSCHUWING! Onder geen beding
mag snijuitrusting worden gebruikt
zonder dat een goedgekeurde
beschermkap is gemonteerd. Zie het
hoofdstuk Technische gegevens. Indien
een verkeerde of defecte beschermkap
wordt gemonteerd, kan dit ernstige
verwondingen veroorzaken.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Dutch 85
Controleer het trillingdempingselement regelmatig op
materiaalbarsten en vervormingen. Controleer of de
trillingdempingselementen heel zijn en goed vast zitten.
Snelontgrendeling
Vooraan zit een makkelijk bereikbare snelontgrendeling
als veiligheidsmaatregel indien de motor vlam vat of in
een andere situatie waarin men zich snel van de machine
en het draagstel moet ontdoen. Zie aanwijzingen in het
hoofdstuk Aanpassen van draagstel en motorzeis. Op
sommige draagstellen zit ook een snelontgrendeling aan
de ophanghaak.
Controleer of de riemen van het draagstel juist zitten.
Wanneer het draagstel en de machine afgesteld zijn,
moet u controleren of de snelontgrendeling van het
draagstel werkt.
Geluiddemper
De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau
zo laag mogelijk te houden, en om de uitlaatgassen weg
te richten van de gebruiker. Geluiddempers uitgerust met
katalysator zijn ook ontworpen om schadelijke stoffen in
de uitlaatgassen te reduceren.
In landen met een warm en droog klimaat is het risico op
brand erg groot. Wij hebben daarom de geluiddempers
uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet.
Controleer of de geluiddemper van uw machine uitgerust
is met zo’n net.
Voor geluiddempers is het erg belangrijk dat de controle-
, onderhouds- en service-instructies gevolgd worden. Zie
de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en
service van de veiligheidsuitrusting van de machine.
Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper
defect is.
Controleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de
machine.
Als de geluidddemper van uw machine uitgerust is met
een vonkenopvangnet, moet dit regelmatig
schoongemaakt worden. Een verstopt net leidt tot
oververhitting van de motor wat tot ernstige
beschadigingen van de motor leidt.
!
WAARSCHUWING! Als men teveel wordt
blootgesteld aan trillingen, kan dit tot
bloedvat- en zenuwbeschadigingen
leiden bij personen die een slechte
bloedcirculatie hebben. Consulteer uw
dokter wanneer u symptomen heeft die
gekoppeld kunnen worden aan te grote
blootstelling aan trillingen. Zulke
symptomen zijn: slapen, geen gevoel,
”kriebels” , ”speldeprikken”, pijn, geen
of vermindering van kracht,
huidverkleuringen of veranderingen van
het huidoppervlak. Deze symptomen
hebben meestal betrekking op vingers,
handen of polsen. De risico’s kunnen bij
lage temperaturen toenemen.
!
WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik
en een tijdje daarna is de geluiddemper
met katalysator erg warm. Dit geldt ook
bij stationair draaien. Aanraking kan
brandwonden aan de huid veroorzaken.
Denk om het brandgevaar!
!
WAARSCHUWING! De binnenkant van de
geluiddemper bevat chemicaliën die
kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd
contact met deze elementen wanneer de
carburateur is beschadigd.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
86 – Dutch
Borgmoer
Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren
gebruikt bij het vastzetten.
Bij montage draait u de moer tegen de rotatierichting van
de snijuitrusting in. Bij verwijderen draait u de moer los in
de rotatierichting van de snijuitrusting. (N.B.! De moer
heeft links schroefdraad.) Bij het los- en vastdraaien van
de zaagbladmoer zou u zich kunnen verwonden aan de
zaagtanden. Zorg er daarom altijd dat uw hand door de
beschermkap wordt afgeschermd bij dit werk. Dit is
makkelijker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pijl
op de afbeelding laat zien in welk gebied u de dopsleutel
moet houden bij los- resp. vastdraaien van de moer.
De nylon borging van de borgmoer mag niet zo versleten
zijn dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan
worden. De borging moet ten minste 1,5 Nm houden. De
moer moet vervangen worden nadat ze ca. 10 keer los en
vast is geschroefd.
Borgschroef
Voor een steunschotel met kogellagers moet de
borgschroef worden vastgedraaid.
Snijuitrusting
In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste
onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te
gebruiken:
Het terugslagrisico van uw machine reduceert.
Een maximum zaagprestatie krijgt.
De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
!
WAARSCHUWING! Denk erom dat:
De uitlaatgassen van de motor zijn heet
en kunnen vonken bevatten die brand
kunnen veroorzaken. Start de machine
daarom nooit binnenshuis of in de buurt
van licht ontvlambaar materiaal!
BELANGRIJK!
Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door
ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk
Technische gegevens.
Zie instructies voor snijuitrusting voor het correct
invoeren van de draad en de keuze van de juiste
draaddiameter.
Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen!
Volg daarvoor onze aanbevelingen op. Zie ook de
instructie op de verpakking van het blad.
Zorg ervoor dat de schranking correct is! Volg onze
instructies en gebruik de door ons aanbevolen vijlmal.
!
WAARSCHUWING! Schakel altijd de
motor uit voor u aan de snijuitrusting
begint te werken. De snijuitrusting blijft
roteren nadat u de gashendel heeft
losgelaten. Controleer of de
snijuitrusting volledig stilstaat en
demonteer de kabel van de bougie voor u
aan de snijuitrusting begint te werken.
!
WAARSCHUWING! Een defecte
snijuitrusting of een verkeerd gevijld
blad verhogen het risico op terugslag.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Dutch 87
Snijuitrusting
Een zaagblad is bedoeld om te worden gebruikt voor het
afzagen van houtachtig materiaal.
Grasmaaiblad en grasmes zijn bedoeld om te worden
gebruikt voor het maaien van dikker gras.
Hakmessen zijn bestemd voor het maaien van dikker gras
en bosjes.
Een trimmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras.
Basisregels
Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons
aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische
gegevens.
Hou de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze
scherp zijn! Volg onze instructies en gebruik de
aanbevolen vijlmal. Een verkeerd geslepen of beschadigd
blad verhoogt het risico op ongelukken.
Hou het zaagblad correct geschrankt! Volg onze
instructies en gebruik het aanbevolen
schrankgereedschap. Met een verkeerd geschrankt
zaagblad neemt het risico toe dat het zaagblad vastloopt
en terugslaat of beschadigd raakt.
Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en
barsten. Een beschadigde snijuitrusting moet altijd
vervangen worden.
Vijlen van grasmes en grasmaaiblad
Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op
de juiste wijze. Het blad en mes moeten met een
platte vijl met enkele kapping gevijld worden.
Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren.
!
WAARSCHUWING! Gooi een verbogen,
scheef, gebarsten, gebroken of op
andere wijze beschadigd blad altijd weg.
Probeer een scheef blad nooit te stellen
om dit opnieuw te gebruiken. Gebruik
uitsluitend originele bladen van het
voorgeschreven type.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
88 – Dutch
Zaagblad vijlen
Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op
de juiste wijze.
Een juist gevijld blad is een noodzakelijke voorwaarde om
doelmatig te kunnen werken en om onnodige slijtage van
blad en motorzeis te voorkomen.
Zorg ervoor dat u een goede steun voor het blad heeft
wanneer u vijlt. Gebruik een 5,5 mm ronde vijl samen
met een vijlhouder.
Vijlhoek 15°. De tanden worden afwisselend naar
rechts en naar links gevijld. Indien het blad erg vaak
op stenen terecht gekomen is, kan het in
uitzonderlijke gevallen nodig zijn om de bovenkant
van de tanden bij te vijlen met een platte vijl. In dat
geval moet men dat doen voor men met de ronde vijl
vijlt. En moet de bovenkant van alle tanden evenveel
bijgevijld worden.
Corrigeer de schranking. Die moet 1 mm bedragen.
Trimmerkop
Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen
trimmerkoppen en trimmerdraden. Ze zijn door de
producent getest om bij een bepaalde motorgrootte te
passen. Dit is vooral erg belangrijk wanneer men een
volautomatische trimmerkop gebruikt. Gebruik
uitsluitend aanbevolen snijuitrusting. Zie hoofdstuk
Technische gegevens.
In het algemeen heeft een kleinere machine kleine
trimmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit omdat bij
maaien met een draad, de motor de draad radiaal van
de trimmerkop moet toevoeren en bovendien bestand
moet zijn tegen de weerstand van het gras dat
gemaaid wordt.
De lengte van de draad is eveneens belangrijk. Een
langere draad vereist een groter motorvermogen dan
een korte, ook al is de diameter van de draad even
groot.
Zorg ervoor dat het mes dat op de
trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Het
wordt gebruikt om de draad op de juiste lengte af te
snijden.
Om de levensduur van de draad te verlengen, kunt u
hem een paar dagen in water leggen. De draad wordt
dan taaier en gaat langer mee.
BELANGRIJK!
Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en
gelijkmatig rond de trommel wordt gewikkeld, anders
ontstaan er schadelijke trillingen in de machine.
MONTEREN
Dutch 89
Monteren van stuur en
gashandgreep
N.B.! Bij sommige modellen is de gashendel af fabriek
gemonteerd.
Demonteer de bout bij het achterste gedeelte van de
gashendel.
Duw de gashendel op het rechter gedeelte van het
stuur (zie afbeelding).
Zorg dat de opening voor de bevestigingsbout in het
handvat boven de opening het stuur komt te liggen.
Monteer de bout opnieuw in de opening bij het
achterste gedeelte van het handvat.
Schroef de bout door het handvat en het stuur. Draai
vast.
Maak de knop op de stuurbevestiging los.
Plaats het stuur zoals op de afbeelding is
aangegeven. Monteer de bevestigingsonderdelen en
draai de knop lichtjes vast.
Trek het draagstel aan en hang de machine aan de
ophanghaak. Pas het draagstel nu aan zodat u
comfortabel kunt werken wanneer de machine aan
het draagstel hangt.
Draai de knop vast.
Transportpositie, stuur
Het stuur kan gemakkelijk over de steel gedraaid
worden om het transporteren en opbergen te
vergemakkelijken.
Draai de knop los. Draai de stuurboom met de wijzers van
de klok mee, zodat de gashendel tegen de motor aankomt.
Klap daarna het stuur omlaag tegen de steel. Draai de
knop vast.
Monteer de transportbeveiliging op de snijuitrusting.
MONTEREN
90 – Dutch
Montage van snijuitrusting
Monteren van bladbeschermkap/
combibeschermkap,
grasmaaiblad en steunschotel
met kogellagers
Haak de trimmerbeschermkap/combibeschermkap
(A) op de beide haken van de plaathouder (M). Draai
de beschermkap rond de steel en zet hem vast met de
bout (L) aan de tegenoverliggende zijde van de steel.
Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef
op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.
N.B.! Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor
die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk
Technische gegevens.
Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as van de
hoekoverbrenging.
Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider
van de meenemer.
Draai de uitgaande as rond tot een van de gaten van
de meenemer met het overeenkomstige gat in het
versnellingshuis samenvalt.
Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as
vergrendeld wordt.
Plaats het maaiblad (D) op de meenemer (B). Zorg
ervoor dat het maaiblad wordt gecentreerd door het
op de geleider op de meenemer te zetten.
Monteer de steunflens (F) op de uitgaande as, zodat
deze tegen het maaiblad aanligt.
Schroef de steunschotel (E) op het schroefdraad van
de uitgaande as (NB! Schroefdraad linksom). Zet vast
met een moment van 35-50 Nm (3,5-5,0 kpm).
Gebruik de dopsleutel die in de gereedschapset zit.
Let op dat de borgpen (C) voortdurend in het
versnellingshuis moet zitten om de meenemer te
vergrendelen. Hou de steel van de dopsleutel zo dicht
mogelijk bij de maaiblad-/combibeschermkap.
!
WAARSCHUWING!
Bij het monteren van de snijuitrusting is
het zeer belangrijk dat de geleidepen van
de meenemer/steunflens op de juiste
manier in de centrumopening van de
snijuitrusting terecht komt. Verkeerd
gemonteerde snijuitrusting kan ernstige
en/of dodelijke verwondingen
veroorzaken.
!
WAARSCHUWING! Onder geen beding
mag snijuitrusting worden gebruikt
zonder dat een goedgekeurde
beschermkap is gemonteerd. Zie het
hoofdstuk Technische gegevens. Indien
een verkeerde of defecte beschermkap
wordt gemonteerd, kan dit ernstige
verwondingen veroorzaken.
BELANGRIJK! Om een zaag- of maaiblad te mogen
gebruiken, moet de machine zijn uitgerust met het juiste
stuur, bladbeschermkap en draagstel.
L
A
M
C
E
N
F
D
B
C
A
M
L
P
MONTEREN
Dutch 91
Monteren van bladbeschermkap
en zaagblad
N.B.! Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die
specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische
gegevens.
FC2256, FC2256W
Monteer de bladbeschermkap (A) met 4 bouten (L)
volgens de afbeelding.
BC2256
Monteer de houder (R) en het deksel (J) met 2 bouten
(H) op het versnellingshuis.
Bevestig daarna de bladbeschermkap (A) met 4
bouten (L) op de houder (N).
Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
Draai de bladas rond tot één van de openingen van de
meenemer samenvalt met de overeenkomstige
opening in het transmissiehuis.
Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as
vergrendeld wordt.
Plaats het blad (D) en de steunflens (F) op de
uitgaande as.
Monteer de moer (G). De moer moet met een moment
van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden.
Gebruik de dopsleutel uit het gereedschapsset. Hou
de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de
bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid
wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt
gedraaid (NB! links schroefdraad).
Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u
zich kunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er
daarom altijd dat uw hand door de beschermkap wordt
afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijker bij gebruik van
een lange dopsleutel. De pijl op de afbeelding laat zien in
welk gebied u de dopsleutel moet houden bij los- resp.
vastdraaien van de moer.
!
WAARSCHUWING! Zet de borgschroef
(N) vast in het centrumgat van de
steunschotel. Zet vast met een moment
van 35-50 Nm (3,5-5,0 kpm), NB!
Schroefdraad linksom. Wanneer de
borgschroef niet in de steunschotel
wordt gemonteerd bestaat het risico dat
de steunschotel eraf loopt. Dit betekent
ook dat het maaiblad losraakt, wat kan
leiden tot ernstig persoonlijk letstel of
zelfs het overlijden van de gebruiker of
anderen.
A
L
H
J
K
L
R
A
F
G
D
B
C
MONTEREN
92 – Dutch
Het hakmes en de
hakmesbeschermkap
aanbrengen (MC2256)
Monteer de houder (K) en het deksel (J) met 4 bouten
(H) op het versnellingshuis.
Bevestig daarna de hakmesbeschermkap (A) met 4
bouten in de houder, zoals afgebeeld.
Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
Draai de bladas rond tot één van de openingen van de
meenemer samenvalt met de overeenkomstige
opening in het transmissiehuis.
Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as
vergrendeld wordt.
Plaats het hakmes (D) en de steunflens (F) op de
uitgaande as.
Monteer de moer (G). De moer moet worden
vastgedraaid met een moment van 35-50 Nm (3,5-5
kg-m). Gebruik de dopsleutel uit de gereedschapsset.
Houd de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij
de hakmesbeschermkap.
Monteren van overige bescherm-
kappen en snijuitrustingen
Monteer de trimmerbeschermkap/
combibeschermkap (A) voor het werken met een
trimmerkop/kunststof messen. Haak de
trimmerbeschermkap/combibeschermkap (A) op de
beide haken van de plaathouder (M). Draai de
beschermkap rond de steel en zet hem vast met de
bout (L) aan de tegenoverliggende zijde van de steel.
J
K
H
A
x 4
B
G
F
D
C
MONTEREN
Dutch 93
Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef
op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.
Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider
van de meenemer.
Draai de bladas rond tot één van de openingen van de
meenemer samenvalt met de overeenkomstige
opening in het transmissiehuis.
Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as
vergrendeld wordt.
Schroef de trimmerkop/kunststof messen (H) tegen
de rotatierichting in op zijn plaats.
Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde
tewerk.
Aanpassen van draagstel en
motorzeis
Vectordraagstel
Veiligheidsontgrendeling
Klap de rode vergrendelarm uit om de machine van het
draagstel los te maken.
Aanpassen van draagstel
1 Trek de heupband aan zodat deze stevig zit.
2 Trek de riem die rond uw borstkast loopt onder uw
linkerarm aan, zodat hij lichtjes tegen uw lichaam ligt.
!
WAARSCHUWING! Wanneer u met de
motorzeis werkt, moet die altijd
vastgehaakt worden in het draagstel.
Anders kunt u de motorzeis niet veilig
bedienen en uzelf en anderen
verwonden. Gebruik nooit een draagstel
met een defecte snelontgrendeling.
L
A
M
C
B
H
P
C
H
H
MONTEREN
94 – Dutch
3 Stel de schouderbanden zo af dat een gelijkmatige
belasting wordt verkregen. Trek de ophanghaak naar
beneden om het draagstel te belasten.
4 Stel de hoogte van de ophanghaak af volgens de
instructie.
5 Wilt u de ophanghaak laten zakken voor bijv. het
maaien van gras moet de riem van de ophanghaak
(A) verplaatst worden naar de onderste bevestiging
op de rugplaat.
6 Om meer belasting over te brengen van de
schouderbanden naar de heupband, kan de
elastische band (B) harder aangetrokken worden.
De juiste hoogte
1 Vellen van kleine bomen
Bij maaien in het bos moet de machine zo in het
draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting iets
naar voren neigt in verhouding tot de grond. Stel de
hoogte af met de riem aan de ophanghaak op het
draagstel.
2 Gras maaien
Bij werken met de motorzeis moet de machine zo in
het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting
parallel met de aarde terechtkomt.
Het juiste evenwicht
1 Vellen van kleine bomen
De machine wordt gebalanceerd door het ophangoog
op de machine naar voren of naar achteren te
verplaatsen. Sommige modellen hebben een vast
ophangoog, maar dit heeft dan meerdere gaten voor
de ophanghaak. De machine heeft de juiste balans
wanneer hij loodrecht aan de ophanghaak hangt. Zo
kan het risico dat u in een steen zaagt minder worden,
wanneer u het stuur moet loslaten.
2 Gras maaien
Laat het blad op de geschikte maaihoogte
balanceren, d.w.z. dichtbij de grond.
A
B
BRANDSTOFHANTERING
Dutch 95
Brandstofveiligheid
Start de machine nooit:
1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle
gemorste brandstof af en laat de benzineresten
verdampen.
2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst
heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen
die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik
water en zeep.
3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop
en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage.
Transport en opbergen
Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat
eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen
komen met vonken of open vuur, bijvoorbeeld van
elektrische machines, elektrische motoren,
stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
Bij opslag en vervoer van brandstof moeten altijd
speciaal voor dat doel bestemde en goedgekeurde
tanks worden gebruikt.
Als de machine gedurende lange tijd niet gebruikt zal
worden, moet de brandstoftank leeggemaakt worden.
Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de
afgetapte brandstof kwijt kan.
Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt
en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een
lange periode van stalling.
De transportbescherming van de snijuitrusting moet
tijdens vervoer of opslag van de machine altijd
aangebracht zijn.
Zet de machine vast tijdens transport.
Brandstof
N.B.! De machine is uitgerust met een tweetaktmotor;
gebruik daarom altijd een mengsel van benzine en
tweetaktolie. Om zeker te zijn van de juiste
mengverhouding is het erg belangrijk dat u de
hoeveelheid olie altijd nauwkeurig afmeet. Bij het mengen
van kleine brandstofhoeveelheden zullen zelfs kleine
afwijkingen van invloed zijn op de mengverhouding.
Benzine
N.B.! Gebruik altijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine
van minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is
uitgerust met een katalysator (zie hoofdstuk Technische
gegevens) moet altijd een loodvrije met olie gemengde
kwaliteitsbenzine worden gebruikt. Gelode benzine
beschadigt de katalysator.
Waar milieuvriendelijke benzine, de zog. alkylaatbenzine,
verkrijgbaar is, moet deze gebruikt worden.
Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON).
Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager
octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen
optreden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot
zware motorbeschadigingen kan leiden.
Als men voortdurend met een hoog toerental werkt, is
het aan te raden een hoger octaangehalte te
gebruiken.
Tweetaktolie
Voor de beste resultaten en prestaties, moet u
JONSERED tweetaktolie gebruiken, die speciaal
wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde
tweetaktmotoren.
Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor
watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde
outboardoil (aangeduid met TCW).
Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.
Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/
brandstofmengsel kan de functie van de katalysator
op het spel zetten en de levensduur verminderen.
Mengverhouding
1:50 (2%) met JONSERED tweetaktolie.
1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor
luchtgekoelede tweetaktmotoren, geklassificeerd
voor JASO FB/ISO EGB.
!
WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij
het hanteren van brandstof. Denk aan de
brand-, explosie- en inademingsrisico’s.
!
WAARSCHUWING! Brandstof en
brandstofdampen zijn zeer
brandgevaarlijk en kunnen leiden tot
ernstig letsel bij inademing en contact
met de huid. Wees daarom voorzichtig
wanneer u met brandstof werkt en zorg
voor goede luchtventilatie bij de
brandstofhantering.
Benzine, liter
Tweetaktolie, liter
2% (1:50) 3% (1:33)
5 0,10 0,15
10 0,20 0,30
15 0,30 0,45
20 0,40 0,60
BRANDSTOFHANTERING
96 – Dutch
Mengen
Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan
die goedgekeurd is voor benzine.
Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd
moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele
oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het
brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid
benzine bij.
Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u
de brandstoftank van de machine vult.
Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand
nodig is.
Als u de machine gedurende een langere tijd niet
gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem
schoonmaken.
Tanken
Gebruik een benzinetank met overvulbescherming.
Maak de omgeving rond de tankdop schoon.
Verontreinigingen in de tank kunnen defecten
veroorzaken.
Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door
de jerrycan te schudden voor u de tank vult.
!
WAARSCHUWING! De
katalysatorgeluiddemper wordt erg heet,
zowel tijdens het gebruik als na het
stoppen. Dit geldt ook voor stationair
draaien. Verlies het brandgevaar niet uit
het oog vooral wanneer u in de buurt
bent van brandgevaarlijke stoffen en/of
gassen.
!
WAARSCHUWING! Om het risico op
brand te verminderen, moet u de
volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
Rook niet of plaats geen warme
voorwerpen in de buurt van de brandstof.
Tank nooit terwijl de motor draait.
Stop de motor en laat hem voor het
tanken enkele minuten afkoelen.
Open de dop van de tank voorzichtig
wanneer u wilt tanken zodat eventuele
overdruk langzaam verdwijnt.
Draai de dop van de tank goed vast na
het tanken.
Verwijder de machine steeds van de
tankplaats, voor u de motorzaag start.
STARTEN EN STOPPEN
Dutch 97
Controle voor het starten
Controleer het blad op barsten bij het centergat en bij
de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat
er tijdens het vijlen scherpe hoeken ontstaan zijn in de
tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft
met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet
het onmiddellijk vervangen worden.
Controleer de steunflens op barsten die het gevolg
kunnen zijn van materiaalmoeheid of te hard
aanhalen. De steunflens moet vervangen worden als
hij barsten vertoont.
Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht niet verliest.
De borging van de moer moet een borgmoment van
ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van
de borgmoer moet 35-50 Nm zijn.
Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen
en barsten. Vervang de bladbeschermkap indien deze
terugslag te verduren heeft gehad of barsten vertoont.
Controleer de trimmerkop en de trimmerbeschermkap op
beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de
trimmerbeschermkap indien deze terugslag te verduren
hebben gehad of barsten vertonen.
Gebruik de machine nooit zonder beschermkap of
een defecte beschermkap.
Alle kappen moeten juist gemonteerd zijn en zonder
gebreken voor de machine wordt gestart.
Starten en stoppen
Koude motor
Ontsteking: Zet de stopschakelaar in de startpositie.
Choke: Zet de choke-hendel (A) in de choke-positie.
Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de rubberen
balg (B) van de brandstofpomp totdat er brandstof in de
balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden.
Decompressieklep (C): Druk de klep in om de druk in de
cilinder te verminderen en om zo het starten van de
machine te vergemakkelijken. De decompressieklep
moet altijd gebruikt worden bij het starten. Wanneer de
machine gestart is, gaat de klep automatisch terug naar
de beginpositie.
Warme motor
Volg dezelfde startprocedure als voor de koude motor,
maar zonder de chokehendel in de chokestand te zetten.
Startgas: (FC2256, FC2256W, BC2255, MC2255)
!
WAARSCHUWING! Start de machine
nooit voor het complete koppelingdeksel
met steel gemonteerd zijn, anders kan de
koppeling losraken en persoonlijke
verwondingen veroorzaken.
Verwijder de machine steeds van de
tankplaats, voor u de motorzaag start.
Plaats de machine op een vaste
ondergrond. Let erop dat de
snijuitrusting geen voorwerp kan raken.
Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden
binnen het werkgebied bevinden, anders
bestaat er risico voor ernstige
verwondingen. De veiligheidsafstand
bedraagt 15 meter.
A
B
C
STARTEN EN STOPPEN
98 – Dutch
De startgasstand wordt verkregen door de chokehendel
in de chokestand te zetten en hem daarna terug in de
beginpositie te zetten.
Startgas: (BC2256, MC2256)
Startgasstand krijgt u door eerst de
gashendelvergrendeling en de gashendel in te drukken
en dan de startgasknop (A) in te drukken. Laat daarna de
gashendelvergrendeling en de gashendel los en dan de
startgasknop. De startgasfunctie is nu geactiveerd. Om
de motor weer terug te brengen naar stationair lopen
drukt u de gashendelvergrendeling en de gashendel in.
Starten
Druk het machinelichaam met uw linkerhand tegen de
grond (N.B.! Niet met uw voet!). Pak de starthendel beet,
trek met uw rechterhand het starterkoord langzaam uit tot
u weerstand voelt (de starthaken grijpen in) en maak
vervolgens snelle en krachtige trekbewegingen.
Wikkel
het startkoord nooit rond uw hand.
Zet de chokehendel onmiddellijk nadat de motor
ontsteekt terug en doe hernieuwde startpogingen tot de
motor start. Wanneer de motor start, geef snel vol gas en
het startgas wordt automatisch uitgezet.
N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de
starthendel niet zomaar los wanneer het volledig
uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de
machine leiden.
Stoppen
Stop de motor door de ontsteking af te zetten.
BC2256, MC2256
FC2256, FC2256W
Elektrisch verwarmde handvatten
FC2256W
Modellen voorzien van een verwarmingselement in de
handgrepen hebben een schakelaar op de gashendel om
de verwarming aan en uit te zetten. Het
verwarmingselement zit zowel in de rechter als de linker
handgreep en houdt automatisch een temperatuur van ca
70
° aan wanneer de verwarming aan staat.
!
WAARSCHUWING! Wanneer de motor
wordt gestart met de chokehendel in de
choke- of startgasstand begint de
snijuitrusting direct te draaien.
ARBEIDSTECHNIEK
Dutch 99
Algemene werkinstructies
Basisveiligheidsregels
1 Controleer de omgeving:
Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw
machine niet kunt verliezen vanwege omstanders,
dieren of een andere reden.
Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen
niet in contact komen met de snijuitrusting of geraakt
worden door losse voorwerpen die weggeslingerd
worden door de snijuitrusting.
N.B.! Gebruik de machine nooit zonder de
mogelijkheid hulp in te roepen in geval van nood.
2 Controleer het werkgebied. Verwijder alle losse
voorwerpen, zoals stenen, gebroken glas, spijkers,
ijzerdraad, touw en dergelijke, die weggeslingerd
kunnen worden of vast kunnen komen zitten in de
zaaguitrusting.
3 Gebruik de motorkettingzaag niet in ongunstige
weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, hevige
regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in
slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan
tot gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad
zijn, de wind de valrichting van de boom beïnvloeden
enz.
4 Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan.
Controleer of er eventuele hindernissen zijn als u
onverwacht snel moet kunnen wegkomen (wortels,
stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra
voorzichtig wanneer u op hellend terrein werkt.
5 Wees extra voorzichtig wanneer u in bomen zaagt die
gespannen zijn. Een gespannen boom kan zowel voor
als na het doorzagen in zijn normale stand terug
vliegen. Als u op de verkeerde plaats staat of de
inkeping op de verkeerde plaats maakt, kan dit ertoe
leiden dat de boom u of de machine raakt zodat u de
controle verliest. In beide gevallen kunt u ernstig
gewond raken.
6 Zorg voor een goede balans en een stabiele houding.
7 Gebruik altijd beide handen om de machine vast te
houden. Hou de machine aan de rechterkant van uw
lichaam.
8 De zaaguitrusting moet onder taillehoogte blijven
9 Wanneer u zich verplaatst moet de motor
uitgeschakeld worden. Als het om een langere
verplaatsing en vervoer gaat, moet u de
transportbescherming gebruiken.
10 Wanneer de motor loopt, mag u de machine alleen
neerzetten als u er een wakend oogje kunt op houden.
BELANGRIJK!
In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels
voor het werken met een motorzeis en trimmer door.
Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed
weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert
raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw
servicewerkplaats.
Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet
voldoende gekwalificeerd bent.
Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen
wat het verschil is tussen bos maaien, gras maaien en
gras trimmen.
ARBEIDSTECHNIEK
100 – Dutch
Het ABC van het zagen/maaien
Gebruik altijd de juiste uitrusting.
Zorg ervoor dat de uitrusting altijd juist afgesteld en
aangepast is.
Volg de veiligheidsvoorschriften.
Organiseer het werk goed.
Zorg ervoor dat het blad op volle toeren draait voor u
begint.
Gebruik altijd goed scherpe bladen.
Probeer om niet in stenen te zagen.
Stuur de velrichting (maak gebruik van de wind).
Werkmethodes
Voordat u begint te maaien, moet u het werkgebied
controleren: de conditie van het terrein, of het afhelt,
of er stenen liggen, of er kuilen zijn enz.
Begin daarna bij het makkelijkste einde van het
werkgebied om een goede opening voor het
maaiwerk te krijgen.
Werk systematisch, heen en weer, dwars over het
gebied en bestrijk bij elke slag een gebied van ca. 4-5
m. Dan wordt het volle bereik van de machine naar
beide kanten benut en de gebruiker krijgt een
makkelijk en afwisselend terrein om in te werken.
De lengte van het pad moet circa 75 m bedragen.
Verplaats de brandstofvoorraad al naargelang het
werk vordert.
Op hellend terrein moet u de paden loodrecht ten
opzichte van de helling laten lopen. Het is veel
makkelijker om dwars over een helling te lopen dan op
en neer.
De paden moeten zo lopen dat men niet over sloten of
andere hindernissen in het terrein hoeft te klimmen.
Pas de paden ook aan de windomstandigheden aan
!
WAARSCHUWING! Noch de gebruiker
van de machine noch iemand anders
mag proberen het afgezaagde materiaal
weg te trekken wanneer de motor of de
snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig
letsel kan leiden.
Stop de motor en de snijuitrusting
voordat u materiaal verwijdert dat rond
de as van het zaagblad is gewikkeld,
omdat anders risico van letsel bestaat.
De hoekoverbrenging kan geruime tijd na
gebruik nog warm zijn. Bij contact
bestaat risico van brandwonden.
!
WAARSCHUWING! Waarschuwing voor
weggeslingerde voorwerpen. Gebruik
altijd goedgekeurde oogbescherming.
Buig nooit over de beschermkap van de
snijuitrusting heen. Stenen, vuil e.d.
kunnen omhoog geworpen worden in uw
ogen en blindheid of ernstig letsel
veroorzaken.
Houd onbevoegden op afstand.
Kinderen, dieren, toeschouwers en
medewerkers moeten zich buiten de
veiligheidszone van 15 m bevinden.
Schakel de machine onmiddellijk uit
indien iemand dichterbij komt. Draai de
machine nooit rond zonder eerst te
controleren of er achter u niet iemand
zich in de veiligheidszode bevindt.
!
WAARSCHUWING! Soms raken takken of
gras bekneld tussen de beschermkap en
de snijuitrusting. Stop altijd eerst de
motor voordat u deze verwijdert.
!
WAARSCHUWING! Machines die zijn
uitgerust met zaagbladen of grasmessen
kunnen met enorme kracht opzij
geworpen worden, wanneer het mes in
contact komt met een vast voorwerp. Dit
wordt terugslag genoemd. Terugslag kan
zo heftig zijn dat de machine en/of de
operator in een richting geduwd worden
en mogelijk de controle over de machine
verliest. Terugslag kan zonder
waarschuwing vooraf optreden wanneer
de machine blijft haken, afslaat of
vastloopt. De kans op terugslag is groter
in gebieden waar het moeilijk is om te
zien wat u maait.
Probeer om niet te zagen in het gebied
tussen 12 en 3 uur van het blad. Vanwege
de rotatiesnelheid van het blad kan
terugslag precies in dit gebied optreden
wanneer men in grovere stammen zaagt.
ARBEIDSTECHNIEK
Dutch 101
zodat de gevelde stammen in het reeds gemaaide
gedeelte van het terrein vallen.
Kleine bomen vellen met een zaagblad
Wanneer u in grovere stammen zaagt, neemt het
risico op terugslag toe. Vermijd dan ook in het gebied
tussen 12 en 3 uur te zagen.
Om een boom naar links te laten vallen, moet het
onderste gedeelte van de boom naar rechts geduwd
worden. Hou het blad scheef en duw het met vaste
hand schuin omlaag naar rechts. Duw tegelijkertijd
met de bladbeschermkap op de stam. Zet het blad in
het gebied tussen 3 en 5 uur. Geef volgad voordat u
de stam met het blad raakt.
Om een boom naar rechts te laten vallen, moet het
onderste gedeelte van de boom naar links geduwd
worden. Hou het blad scheef en duw het schuin
omhoog naar rechts. Zet het blad in het gebied tussen
3 en 5 uur zodat de rotatierichting van het blad het
onderste gedeelte van de boom naar links duwt.
Om een boom recht naar voren te laten vallen, moet
het onderste gedeelte van de boom naar achteren
getrokken worden. Trek het blad met een snelle en
besliste beweging naar achteren.
Grovere stammen, d.w.z. stammen die geveld moeten
worden, moeten van twee kanten omgezaagd
worden. Beoordeel eerste in welke richting de stam
moet vallen. Maak een inkeping aan de kant waarnaar
de boom moet vallen. Zaag daarna de stam door
vanaf de andere kant. De druk waarmee men zaagt,
moet aangepast worden aan de dikte van de stam en
de hardheid van de houtsoort. Smallere stammen
hebben een grotere druk nodig terwijl grovere
stammen minder druk nodig hebben.
Als de stammen dicht bij elkaar staan, moet u de
snelheid hieraan aanpassen.
Als het blad vast komt te zitten, mag u de machine
nooit los trekken. In dat geval kunnen het blad, de
haakse overbrenging, de steel of het stuur
beschadigd raken. Laat de handvatten los, grijp de
ARBEIDSTECHNIEK
102 – Dutch
steel met beide handen beet en trek de machine
voorzichtig los.
Struiken maaien met zaagblad
Smalle stammen en struikgewas moeten
neergezaagd worden. Werk met zijdelingse
zaagbewegingen.
Probeer om met één beweging meerdere stammen
door te zagen.
Maai bij een bosje opslag altijd eerst rond de opslag.
Begin met het afzagen van hoge stobbes aan de
buitenrand van het bosje om te voorkomen dat u zich
vast zaagt. Kort de stobbes vervolgens af tot de
gewenste hoogte. Probeer vervolgens om met het
blad in het midden te komen en vanuit het centrum
van het bosje te zagen. Indien het toch moeilijk mocht
zijn om erbij te kunnen, moet u hogere stobbes zagen
en de stammen laten vallen. Op die manier neemt het
risico dat u zich vast zaagt af.
Gras maaien met grasmaaiblad
Grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt
worden bij houtachtige stammen.
Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een
grasmaaiblad gebruikt.
Het gras wordt neergehaald met pendelende
bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging
van rechts naar links het maaimoment is en de
beweging van links naar rechts de retourbeweging.
Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en
12 uur).
Indien het blad tijdens het gras maaien een ietsje
schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in
een streng gelegd, hetgeen het verzamelen
makkelijker maakt bijv. bij harken.
Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw
voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar
voren en sta vervolgens weer stevig stil.
Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is
speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de
grond snijdt.
Verklein het risico dat het materiaal rond het blad
wordt gewonden door de volgende regels op te
volgen:
1Werk altijd met vol gas.
2Vermijd tijdens de retourbeweging het pasgemaaide
materiaal.
Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de
machine op de grond voordat u het gemaaide
materiaal verzamelt.
Gras trimmen met trimmerkop
Trimmen
Hou de trimmerkop vlak boven de grond en hoe hem
schuin. Het werk wordt gedaan door het uiteinde van
de draad. Laat de draad in zijn eigen tempo werken.
Duw de draad nooit in het materiaal dat u wilt maaien.
De draad verwijdert zonder problemen gras en
onkruid naast muren, omheiningen, bomen en
bloemperken, maar kan ook het tere schors van
bomen en struiken en de paaltjes van omheiningen
beschadigen.
Verminder het risico van beschadiging van gewassen
door de draad in te korten tot 10-12 cm en het
moetertoerental te verminderen.
Schoonschrapen
Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste
begroeiing verwijderen. Hou de trimmerkop vlak
ARBEIDSTECHNIEK
Dutch 103
boven de grond en een ietsje scheef. Laat het uiteinde
van de draad tegen de grond slaan naast bomen,
palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniek
veroorzaakt grotere slijtage van de draad.
De draad verslijt vlugger en moet vaker aangevoerd
worden wanneer men tegen stenen, bakstenen,
beton, metalen omheiningen enz. werkt dan wanneer
men in contact komt met bomen en houten
omheiningen.
Bij het trimmen en schoonschrapen mag u niet vol gas
geven zodat de draad langer meegaat en de
trimmerkop minder slijt.
Maaien
De trimmer is ideaal voor het maaien van gras op
plaatsen waar men met een gewone gazonmaaier
moeilijk bij komt. Hou tijdens het maaien de draad
parallel met grond. Duw de trimmerkop niet tegen de
grond omdat dit het gazon en het gereedschap kan
beschadigen.
Tijdens normaal maaien mag de trimmerkop niet
voortdurend in contact komen met de grond. Een
dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen
en slijtage van de trimmerkop leiden.
Vegen
Het ventilatoreffect van de roterende draad kan
gebruikt worden om snel en gemakkelijk schoon te
maken. Hou de draad parallel met en boven de
oppervlakken die schoongeveegd moeten worden en
beweeg het gereedschap heen en weer.
Bij het maaien en vegen moet u vol gas geven om een
goed resultaat te krijgen.
Dichte begroeiing vermalen met een
hakmes
De struikenmaaier dient voor het 'vermalen' van
begroeiing, bijvoorbeeld door hem op en neer te halen
door dicht begroeid gras en struikgewas.
Het hakmes mag niet worden gebruikt voor vegetatie
met een stam dikker dan 2 cm.
ONDERHOUD
104 – Dutch
Carburateur
Uw Jonsered-product is geconstrueerd en gemaakt
volgens specificaties, die de schadelijke uitlaatgassen
reduceren. Als de motor 8-10 tanks brandstof heeft
verbruikt, is hij ingereden. Om ervoor te zorgen dat de
motor optimaal functioneert en zo min mogelijk
schadelijke uitlaatgassen uitstoot na de inrijperiode, dient
uw dealer/servicewerkplaats (die over een toerenteller
beschikt) de carburateur af te stellen.
Werking
Via de gasklepbediening stuurt de carburateur het
toerental van de motor. In de carburateur worden
brandstof en lucht vermengd. Dit mengsel (brandstof/
lucht) kan worden afgesteld. Om het maximum
vermogen van de machine te kunnen benutten, moet
de afstelling correct zijn.
Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor
wordt aangepast aan plaatselijke omstandigheden,
b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie.
De carburateur heeft drie afstelposities:
L = Lage toeren-naald
H = Hoge toeren-naald
T = Stelschroef voor stationair draaien
Met de L- en de H-naalden wordt de gewenste
brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de
luchtstroom die de opening van de gasklepbediening
toelaat. Door de schroeven met de klok mee te
draaien wordt het lucht/brandstofmengsel armer
(minder brandstof) en door ze tegen de klok in te
draaien, wordt het lucht/brandstofmengsel rijker
(meer brandstof). Een armer mengsel geeft een hoger
toerental en een rijker mengsel een lager toerental.
De T-schroef regelt de positie van de
gasklepbediening bij stationair draaien. Als de T-
schroef met de klok mee wordt gedraaid, krijgt men
een hoger stationair toerental en als ze tegen de klok
in wordt gedraaid, een lager stationair toerental.
Basisafstelling
Tijdens het testen in de fabriek wordt de
basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De
basisafstelling is rijker dan de optimale afstelling en
moet tijdens de eerste uren dat de machine in werking
is, in stand worden gehouden. Daarna moet de
fijnafstelling van de carburateur plaatsvinden. Dit
moet gebeuren door een gekwalificeerd deskundig
persoon.
N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental,
moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de
snijuitrusting stopt.
Afstelling van het stationair toerental
Voor met het afstellen wordt begonnen, moet het
luchtfilter schoon zijn en het luchtfilterdeksel gemonteerd
zijn.
Het stationair toerental wordt afgesteld met de
stationairschroef T als opnieuw afstellen noodzakelijk is.
Draai de T-schroef eerst met de klok mee tot de
snijuitrusting begint te roteren. Draai daarna de schroef
tegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat. Het
stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle
posities gelijkmatig draait. Er moet een goede marge zijn
tot het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien.
Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk
Technische gegevens.
Afstellen van het startgastoerental
(BC2256, MC2256)
Om het juiste startgastoerental te krijgen zit een
afstelpunt aan de achterkant van de gashendel, naast de
!
WAARSCHUWING! Als het stationair
toerental niet zo kan worden afgesteld
dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw
dealer/servicewerkplaats te raadplegen.
Gebruik de machine nooit voor deze
correct is afgesteld of gerepareerd.
ONDERHOUD
Dutch 105
kabel. Met deze bout (5 mm inbus) kan het
startgastoerental verhoogd of verlaagd worden.
Ga als volgt te werk:
1 Laat de machine stationair lopen.
2 Druk de startgasvergrendeling in volgens de
instructies bij Starten en Stoppen.
3 Wanneer het startgastoerental te laag is (onder de
4000 t/min) wordt de stelschroef A met de klok mee
gedraaid tot de snijuitrusting begint te draaien.
Schroef A vervolgens nog een 1/2 slag met de klok
mee.
4 Als het startgastoerental te hoog is (hoger dan 6500
tpm), draait u de stelschroef A tegen de klok in tot de
maaiuitrusting stopt. Draai stelschroef A vervolgens
een 1/2 slag rechtsom aan.
Geluiddemper
N.B.! Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een
katalysator. Zie het hoofdstuk Technische gegevens om te
checken of uw machine voorzien is van een katalysator.
De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de
machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de
gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet
en bevatten vonken die droge en ontvlambare materialen
in brand kunnen steken.
Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een speciaal
vonkenopvangnet. Indien uw machine uitgerust is met
zo’n geluiddemper, moet u het net minstens één keer per
week schoonmaken. Gebruik bij voorkeur een stalen
borstel.
Op geluiddempers zonder katalysator moet het net één
keer per week worden schoongemaakt en eventueel
worden vervangen. Op geluiddempers met katalysator
moet het net één keer per maand worden gecontroleerd
en eventueel schoongemaakt.
Bij evt. beschadigingen
aan het net moet dit vervangen worden.
Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de
functie van de katalysator is afgenomen. Neem contact
op met uw dealer voor controle. Met een verstopt net
raakt de machine oververhit met beschadigingen aan
cilinder en zuiger tot gevolg.
N.B.! Gebruik de machine nooit als de geluiddemper in
slechte staat is.
Koelsysteem
Om de juiste bedrijfstemperatuur te krijgen is de machine
voorzien van een koelsysteem.
Het koelsysteem bestaat uit:
1 Luchtinlaat in de starter.
2 Ventilatorschoepen op het vliegwiel.
3 Koelflenzen op de cilinder.
4 Cilinderkap (leidt de koellucht naar de cilinder).
Maak het koelsysteem één keer per week schoon met
een borstel; dit moet vaker gebeuren wanneer u in
moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt
koelsysteem leidt tot oververhitting van de machine
waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen
worden.
4 mm
!
WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik
en een tijdje daarna is de geluiddemper
met katalysator erg warm. Dit geldt ook
bij stationair draaien. Aanraking kan
brandwonden aan de huid veroorzaken.
Denk om het brandgevaar!
4
1
2
3
ONDERHOUD
106 – Dutch
Luchtfilter
Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt
(stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te
vermijden:
Storingen van de carburateur
Moeilijkheden bij het starten
Vermogensverlies
Onnodige slijtage van de motoronderdelen.
Abnormaal hoog brandstofverbruik
Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanneer
u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt.
Luchtfilter schoonmaken (FC2256,
FC2256W)
Verwijder het luchtfilterdeksel en het filter. Blaas schoon
met perslucht.
Luchtfilter schoonmaken (BC2256,
MC2256)
Demonteer het cilinderdeksel en verwijder het filter. Maak
het schoon in een warm sopje van water en zeep.
Controleer of het filter droog is voor u het terugplaatst.
Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter niet meer
worden gereinigd. Daarom moet het filter regelmatig
vervangen worden.
Een beschadigd luchtfilter moet
altijd vervangen worden.
Wordt de machine onder stoffige omstandigheden
gebruikt, moet het luchtfilter geolied worden. Zie de
aanwijzingen in het hoofdstuk Luchtfilter oliën.
Luchtfilter oliën
Gebruik altijd speciale filterolie. De filterolie bevat een
oplosmiddel zodat het eenvoudig gelijkmatig in het filter
kan worden verdeeld. Vermijd daarom contact met de
huid.
Doe het filter in een plastic zak en giet de filterolie erbij.
Kneed de plastic zak om de olie te verdelen. Knijp het
filter in de plastic zak uit en giet de overgebleven olie weg
voordat het filter op de machine wordt gemonteerd.
Gebruik nooit gewone motorolie. Deze zakt zeer snel
door het filter naar beneden en blijft dan op de bodem
liggen.
ONDERHOUD
Dutch 107
Hoekoverbrenging
De haakse overbrenging is af fabriek gevuld met een
geschikte hoeveelheid vet. Voor u de machine in gebruik
neemt, moet u controleren of de overbrenging voor 3/4
gevuld is met vet. Gebruik JONSERED speciaalvet.
Het smeermiddel in het transmissiehuis moet normaal
gezien alleen vervangen worden in geval van een
reparatie.
Aandrijfas
Bij fulltime-gebruik moet de drijfas om de drie maanden
worden ingevet. Neem contact op met uw dealer wanneer
u twijfelt over de handelwijze.
Bougie
De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van
de bougie:
Een incorrecte afstelling van de carburateur.
Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of
verkeerde olie).
Een vuil luchtfilter.
Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden
van de bougie, wat tot motordefecten en
startmoeilijkheden kan leiden.
Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk
start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst
de bougie te controleren voor u andere maatregelen
neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en
controleer of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm
bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of
eerder indien nodig, vervangen worden.
N.B.! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere
types kunnen de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor
dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft.
Gebruik in de winter
Wanneer de machine wordt gebruikt bij kou of sneeuw
kunnen storingen in de werking optreden die worden
veroorzaakt door:
Een te lage motortemperatuur.
Ijsvorming op luchtfilter en bevriezing in de
carburateur.
Men dient daarom speciale maatregelen te treffen, zoals:
De luchtinlaat van de starter verminderen en zo de
werktemperatuur van de motor verhogen.
Verwarm de inlaatlucht naar de carburateur voor door
de warmte van de motor te benutten.
Wanneer u de machine gebruikt in koude en/of in de
sneeuw, kunt u daarvoor een speciale winterset kopen,
die de volgende onderdelen bevat:
een speciaal luchtfilterdeksel zonder luchtinlaat (A)
een kap voor de filterhouder (B)
een kap voor het starterhuis (C)
een speciale slijtbescherming met een luchtkanaal
(D), die warme lucht van de geluiddemper naar de
carburateur leidt
een speciaal luchtfilter met grotere gaten (E)
x3
ABC D
E
ONDERHOUD
108 – Dutch
Temperaturen van 0°C of lager:
Monteer de kappen voor het starterhuis en de
lichtfilterhouder met de drie meegeleverde bouten
volgens de afbeelding.
Haal het luchtfilter en luchtfilterdeksel van de machine uit
elkaar. Monteer het luchtfilter en luchtfilterdeksel dat in de
winterset zit.
Temperaturen van -5°C of lager
Haal de slijtbescherming van de machine af en plaats de
slijtbescherming uit de winterset volgens de afbeelding.
Let goed op dat de monding van het luchtkanaal midden
voor het gat in de luchtfilterhouder belandt.
BELANGRIJK! Bij temperaturen hoger dan -5°C of 0°C
MOET de machine weer naar standaard uitvoering
teruggebracht worden. Anders bestaat het gevaar van
oververhitting, waardoor de motor ernstig beschadigd
kan worden.
BELANGRIJK! Al het overige onderhoud dat niet in dit
handboek wordt genoemd moet uitgevoerd worden door
een erkende werkplaats (dealer).
Dutch – 109
ONDERHOUD
Onderhoudsschema
Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan
beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamheden
uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Meer ingrijpende maatregelen moeten door een erkende
servicewerkplaats worden uitgevoerd.
Onderhoud
Dagelijks
onderhoud
Wekelijks
onderhoud
Maandelijks
onderhoud
Maak de machine uitwendig schoon. X
Controleer of het draagstel niet beschadigd is. X
Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werken uit
veiligheidsoogpunt.
X
Controleer of het handvat en het stuur heel zijn en goed vast zitten. X
Controleer of de stopschakelaar werkt. X
Controleer of de snijuitrusting niet roteert bij stationair draaien. X
Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. X
Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont.
Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft.
X
Controleer of het blad goed gecentreerd is, scherp is en geen barsten vertoont.
Een slecht gecentreerd blad veroorzaakt trillingen die de machine kunnen
beschadigen.
X
Controleer of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten vertoont.
Vervang de trimmerkop indien nodig.
X
Controleer of de borgmoer van de snij-uitrusting goed is vastgedraaid. X
Bij gebruik van een steunschotel met kogellagers moet u controleren of de
borgschroeven zijn vastgedraaid.
X
Controleer of de transportbeschermkap van het blad niet beschadigd is en of
ze goed kan vastgezet worden.
X
Controleer of de bouten en moeren en vastgedraaid zijn. X
Controleer of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstofleidingen. X
Controleer de starter en het starterkoord. X
Controleer of de trillingsdempingselementen niet beschadigd zijn. X
Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand
tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,5 mm of vervang de bougie. Zorg
ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft.
X
Maak het koelsysteem van de machine schoon. X
Maak het vonkenopvangnet van de geluiddemper schoon of vervang het (geldt
alleen bij geluiddempers zonder katalysator).
X
Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van de
carburateur schoon.
X
Controleer of de haakse overbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. Vul
indien nodig bij met speciaal vet.
X
Controleer of het veiligheidsmechanisme van het draagstel onbeschadigd is
en goed functioneert.
X
Controleer of het brandstoffilter niet is verontreinigd en of de brandstofleiding
geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang indien dit noodzakelijk is.
X
Controleer alle kabels en aansluitingen. X
Controleer de koppeling, de koppelingsveren en koppelingstrommel op
slijtage. Laat indien nodig bij een erkende servicewerkplaats vervangen.
X
Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. X
Controleer het vonkenopvangnet van de geluiddemper en maak het eventueel
schoon (geldt alleen bij geluiddempers met katalysator).
X
Smeer de drijfas met speciaal vet. Wordt om de drie maanden gedaan.
Vervang de trillingsdempers na ieder seizoen, echter ten minste één keer per jaar.
110 – Dutch
TECHNISCHE GEGEVENS
Technische gegevens
Opm.1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
WA
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het
gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste
niveau geeft. Het verschil tussen het gegarandeerde en het gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde
geluidsvermogen ook de dispersie in het meetresultaat meeneemt alsmede variaties tussen verschillende machines van
hetzelfde model, conform Richtlijn 2000/14/EG.
Opm. 2: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische
spreiding (standaardafwijking) van 1 dB (A).
Opm. 3: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding
(standaardafwijking) van 1 m/s
2
.
FC2256 FC2256W BC2256 MC2256
Motor
Cilinderinhoud, cm
3
53,3 53,3 53,3 53,3
Cilinderdiameter, mm 45 45 45 45
Slaglengte, mm 33,5 33,5 33,5 33,5
Stationair toerental, t/min 2800 2800 2800 2800
Aanbevolen maximum toerental, omw./min. 13000 13000 12000 12500
Toerental van uitgaan as, tpm 10500 10500 10500 10500
Max. motorvermogen volgens ISO 8893, kW/ omw./min. 2,8/9000 2,8/9000 2,8/9000 2,8/9000
Geluiddemper met katalysator Nee Nee Nee Nee
Ontstekingssysteem
Bougie
NGK BPMR
7A
NGK BPMR
7A
NGK BPMR
7A
NGK BPMR
7A
Elektrodenafstand, mm 0,5 0,5 0,5 0,5
Brandstof-/smeersysteem
Inhoud benzinetank, liter 1,1 1,1 1,1 1,1
Gewicht
Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg 9,0 9,2 9,3 9,4
Lawaai-emissie
(zie opm. 1)
Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 116 116 119 119
Geluidsvermogen, gegarandeerd L
WA
dB(A) 117 117 121 121
Geluidsniveau
(zie opm. 2)
Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker,
gemeten volgens EN ISO 11806 en ISO 22868, dB(A):
Uitgerust met trimmerkop (origineel) - - 108 -
Uitgerust met grasmaaiblad (origineel) - - 102 -
Uitgerust met zaagblad (origineel) 103 103 - -
Uitgerust met hakmes (origineel) - - - 104
Trillingsniveau
(zie opm. 3)
Equivalente trillingsniveaus (a
hv,eq
) bij handvat, gemeten
overeenkomstig EN ISO 11806 en ISO 22867, m/s
2
Uitgerust met trimmerkop (origineel), links/rechts - - 1,8/1,6 -
Uitgerust met grasmaaiblad (origineel), links/rechts - - 1,4/1,4 -
Uitgerust met zaagblad (origineel), links/rechts 2,1/2,3 2,1/2,3 - -
Uitgerust met hakmes (origineel), links/rechts - - - 1,7/1,9
Dutch – 111
TECHNISCHE GEGEVENS
FC2256, FC2256W
Goedgekeurde accessoires Type
Beschermkap voor de
snijuitrusting, Artikelnr.
Centrumopening in bladen/messen Ø
25,4 mm
Schroefdraad bladas M12
Grasmaaiblad/grasmes
Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) Set 502 46 49-02
Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) Set 502 46 49-02
Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) Set 502 46 49-02
Zaagblad
Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01
Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) 537 21 71-01
Scarlet 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01
Trimmerkop
Trimmy S II (Ø 2,4-3,3 mm draad) Set 502 46 50-02
Tap-N-Go 45 Spin (Ø 2,7-3,3 mm
draad)
Set 502 46 50-02
Tap-N-Go 55 Spin (Ø 2,7-3,3 mm
draad)
Set 502 46 50-02
F55 (Ø 2,7-3,5 mm draad) Set 502 46 50-02
Steunkop
Vast
Met kogellagers
BC2256
Goedgekeurde accessoires Type
Beschermkap voor de
snijuitrusting, Artikelnr.
Centrumopening in bladen/messen Ø
25,4 mm
Schroefdraad bladas M12
Grasmaaiblad/grasmes
Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) 544 16 03-02
Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) 544 16 03-02
Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) 544 16 03-02
Zaagblad
Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01
Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) 537 21 71-01
Scarlet 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01
Trimmerkop
Trimmy S II (Ø 2,4-3,3 mm draad) 544 10 74-04
Tap-N-Go 45 Spin (Ø 2,7-3,3 mm
draad)
544 10 74-04
Tap-N-Go 55 Spin (Ø 2,7-3,3 mm
draad)
544 10 74-04
F55 (Ø 2,7-3,5 mm draad) 544 10 74-04
Steunkop
Vast
Met kogellagers
112 – Dutch
TECHNISCHE GEGEVENS
EG-verklaring van overeenstemming (Alleen geldig voor Europa)
Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de motorzeisen
Jonsered BC 2256, MC 2256, FC 2256 en FC 2256 W met een serienummer uit 2010 en verder (het jaar met
daaropvolgend het serienummer wordt duidelijk aangegeven op het productplaatje), in overeenstemming zijn met de
voorschriften in de RICHTLIJN VAN DE RAAD:
- van 17 mei 2006 "betreffende machines" 2006/42/EG
- van 15 december 2004 ”betreffende elektromagnetische compatibiliteit” 2004/108/EEC.
- van 8 mei 2000 ”betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG. Beoordeling van
de overeenstemming uitgevoerd volgens Bijlage V. Voor informatie betreffende lawaaiemissies, zie hoofdstuk Technische
gegevens.
De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO 12100-2/A1:2009, CISPR 12:2005, EN ISO 11806:2008
SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft voor Husqvarna AB een
vrijwillige typekeuring uitgevoerd. De certificaten hebben nummer:
SEC/09/2192, 01/164/063 - FC 2256, FC 2256 W,
SEC/09/2191, 01/164/060, 01/164/064 - BC 2256, MC2256.
Huskvarna, 5 oktober 2010
Bo Jonsson, Hoofd Ontwikkeling (erkende vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische
documentatie.)
MC2256
Goedgekeurde accessoires Type
Beschermkap voor de
snijuitrusting, Artikelnr.
Centrumopening in bladen/messen Ø
25,4 mm
Schroefdraad bladas M12
Grasmaaiblad/grasmes
Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) 544 16 03-02
Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) 544 16 03-02
Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) 544 16 03-02
Zaagblad
Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01
Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) 537 21 71-01
Scarlet 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01
Trimmerkop
Trimmy S II (Ø 2,4-3,3 mm draad) 544 10 74-04
Tap-N-Go 45 Spin (Ø 2,7-3,3 mm
draad)
544 10 74-04
Tap-N-Go 55 Spin (Ø 2,7-3,3 mm
draad)
544 10 74-04
F55 (Ø 2,7-3,5 mm draad) 544 10 74-04
Hakmes - 544 02 65-03
Steunkop
Vast
Met kogellagers

Documenttranscriptie

FC2256 FC2256W BC2256 MC2256 Bedienungsanweisung Manuel d’utilisation Gebruiksaanwijzing DE (2-38) FR (39-75) NL (76-112) Lesen Sie die Bedienungsanweisung sorgfältig durch und machen Sie sich mit dem Inhalt ver traut, bevor Sie das Gerät benutzen. Lire attentivement et bien assimiler le manuel d’utilisation avant d’utiliser la machine. Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik de machine niet voor u alles duidelijk heeft begrepen. VERKLARING VAN DE SYMBOLEN Symbolen Gebruik stevige antisliplaarzen. WAARSCHUWING! Motorzeisen, bosmaaiers en trimmers kunnen gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen. Het is uiterst belangrijk dat u de inhoud van de gebruikshandleiding doorleest en begrijpt. Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik de machine niet voor u alles duidelijk heeft begrepen. Alleen bedoeld voor niet-metalen flexibele snijuitrusting, d.w.z. trimmerkop met trimmerdraad. Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. De emissie van de machine wordt aangegeven in het hoofdstuk Technische gegevens en op plaatjes. Draag altijd: • Een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen • Goedgekeurde gehoorbeschermers Overige op de machine aangegeven symbolen/plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten. Controle en/of onderhoud moet altijd uitgevoerd worden met uitgeschakelde motor en de stopschakelaar in de STOP-stand. • Een goedgekeurde oogbescherming Maximum toerental van uitgaande as, tpm Dit product voldoet aan de geldende CE-richtlijnen. Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Waarschuwing voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Moet regelmatig schoongemaakt worden. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen. Controleer met het blote oog. 15 m 50FT 15 m 50FT Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen kunnen met enorme kracht opzij geworpen worden, wanneer het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Het mes kan een arm of been amputeren. Hou mensen en dieren altijd ten minste 15 meter bij de machine vandaan. Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. 76 – Dutch Gebruik van goedgekeurde oogbescherming verplicht. INHOUD Inhoud VERKLARING VAN DE SYMBOLEN Symbolen ............................................................. INHOUD Inhoud .................................................................. Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten: .................................................. INLEIDING Beste klant! ........................................................... WAT IS WAT? Wat is wat op de motorzeis? ................................ Wat is wat op de motorzeis? ................................ Wat is wat op de motorzeis? ................................ ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Belangrijk .............................................................. Persoonlijke veiligheidsuitrusting .......................... Veiligheidsuitrusting van de machine ................... Snijuitrusting ......................................................... MONTEREN Monteren van stuur en gashandgreep .................. Transportpositie, stuur .......................................... Montage van snijuitrusting .................................... Monteren van bladbeschermkap/ combibeschermkap, grasmaaiblad en steunschotel met kogellagers ............................... Monteren van bladbeschermkap en zaagblad ...... Het hakmes en de hakmesbeschermkap aanbrengen (MC2256) ......................................... Monteren van overige bescherm-kappen en snijuitrustingen ..................................................... Aanpassen van draagstel en motorzeis ............... Vectordraagstel ..................................................... BRANDSTOFHANTERING Brandstofveiligheid ............................................... Brandstof .............................................................. Tanken .................................................................. STARTEN EN STOPPEN Controle voor het starten ...................................... Starten en stoppen ............................................... ARBEIDSTECHNIEK Algemene werkinstructies .................................... ONDERHOUD Carburateur .......................................................... Geluiddemper ....................................................... Koelsysteem ......................................................... Luchtfilter .............................................................. Hoekoverbrenging ................................................ Aandrijfas ............................................................. Bougie .................................................................. Gebruik in de winter ............................................. 76 77 77 Onderhoudsschema ............................................. 109 TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens ........................................... 110 EG-verklaring van overeenstemming .................... 112 Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten: Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig. 78 79 80 81 82 82 83 86 ! ! 89 89 90 90 91 92 92 93 93 ! WAARSCHUWING! Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik daarom altijd goedgekeurde gehoorbescherming. WAARSCHUWING! De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet altijd originele onderdelen gebruiken. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden. WAARSCHUWING! Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt. 95 95 96 97 97 99 104 105 105 106 107 107 107 107 Dutch – 77 INLEIDING Beste klant! Gefeliciteerd met de aankoop van een Jonsered-product! We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een lange periode naar volle tevredenheid zult waarderen. Door de aankoop van één van onze producten krijgt u de beschikking over professionele hulp bij reparaties en service mocht er toch iets gebeuren. Wanneer u de machine niet heeft gekocht bij een van onze erkende dealers, kunt u hen vragen naar de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. Wij hopen dat u tevreden zult zijn met uw machine en dat deze u gedurende lange tijd zal vergezellen. Denk erom dat deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kunt u de levensduur van uw machine én de tweedehands waarde aanzienlijk verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar over te dragen. Succes met het gebruik van uw Jonsered-product! Jonsered werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren. 78 – Dutch WAT IS WAT? 2 16 3 17 1 5 4 18 20 14 15 19 6 12 7 13 8 9 10 21 25 26 11 22 27 24 23 28 22 24 23 34 29 30 35 31 32 33 Wat is wat op de motorzeis? (BC2256) 1 Borgmoer 19 Afstellen gaskabel 2 Hoekoverbrenging 20 Gashendel 3 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging 21 Trimmerkop 4 Steel 22 Platte ring 5 Handvatinstelling 23 Meenemer 6 Ophanging voor draagstel 24 Beschermkap voor snijuitrusting 7 Brandstoftank 25 Borgschroef 8 Cilinderkap 26 Steunkop 9 Bougiekap en bougie 27 Steunflens 10 Starthendel 28 Grasmaaiblad 11 Luchtfilterdeksel 29 Transportbescherming 12 Stuur 30 Inbussleutel 13 Brandstofpomp 31 Carburateurschroevendraaier 14 Decompressieklep 32 Borgpen 15 Chokehendel 33 Bladmoersleutel 16 Stopschakelaar 34 Gebruiksaanwijzing 17 Startgasknop 35 Draagstel 18 Gashendelvergrendeling Dutch – 79 WAT IS WAT? 3 7 6 2 8 4 1 5 18 19 9 10 16 12 11 17 13 14 1 15 20 21 22 23 25 24 30 29 26 27 28 Wat is wat op de motorzeis? (FC2256, FC2256W) 1 Borgmoer 16 Stuur 2 Hoekoverbrenging 17 Brandstofpomp 3 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging 18 Decompressieklep 4 Steel 19 Chokehendel 5 Schakelaar voor handvatverwarming (FC2255W) 20 Steunflens 6 Gashendel 21 Zaagblad 7 Stopschakelaar 22 Meenemer 8 Gashendelvergrendeling 23 Beschermkap voor snijuitrusting 9 Handvatinstelling 24 Transportbescherming 10 Ophanging voor draagstel 25 Gebruiksaanwijzing 11 Brandstoftank 26 Inbussleutel 12 Cilinderkap 27 Carburateurschroevendraaier 13 Bougiekap en bougie 28 Borgpen 14 Starthendel 29 Bladmoersleutel 15 Luchtfilterdeksel 30 Draagstel 80 – Dutch WAT IS WAT? 1 15 2 16 4 3 19 13 17 14 18 5 11 6 12 7 8 9 25 x2 10 21 22 23 20 24 30 31 26 27 28 29 Wat is wat op de motorzeis? (MC2256) 1 Hoekoverbrenging 17 Gashendelvergrendeling 2 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging 18 Afstellen gaskabel 3 Steel 19 Gashendel 4 Handvatinstelling 20 Beschermkap voor snijuitrusting 5 Ophanging voor draagstel 21 Borgmoer 6 Brandstoftank 22 Meenemer 7 Cilinderkap 23 Hakmes 8 Bougiekap en bougie 24 Steunflens 9 Starthendel 25 Transportbescherming 10 Luchtfilterdeksel 26 Inbussleutel 11 Stuur 27 Carburateurschroevendraaier 12 Brandstofpomp 28 Borgpen 13 Decompressieklep 29 Bladmoersleutel 14 Chokehendel 30 Gebruiksaanwijzing 15 Stopschakelaar 31 Draagstel 16 Startgasknop Dutch – 81 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Belangrijk Persoonlijke veiligheidsuitrusting BELANGRIJK! BELANGRIJK! De machine is uitsluitend bedoeld voor het trimmen van gras, het maaien van gras en/of het vellen van kleine bomen. Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt. De enige accessoires waarvoor u de motoreenheid als aandrijfeenheid mag gebruiken zijn de snijuitrustingen die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische gegevens. Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of medicijnen heeft ingenomen die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatievermogen negatief beïnvloeden. Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk ”Persoonlijke veiligheidsuitrusting”. Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze niet langer overeenkomt met de originele uitvoering. Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de onderhouds-, controle- en service-instructies van deze gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten uitgevoerd worden door opgeleide en gekwalificeerde specialisten. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Alle deksels, beschermingen en hendels moeten aangebracht zijn voor u start. Verzeker u ervan dat de bougiedop en ontstekingskabel onbeschadigd zijn om het risico van een elektrische schok te voorkomen. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er geen mensen of dieren tijdens het werk dichter dan 15 meter bij de machine komen. Indien meerdere gebruikers op dezelfde werkplek werken, moet de veiligheidsafstand in ieder geval de dubbele boomlengte bedragen, maar altijd minimaal 15 meter. ! ! 82 – Dutch WAARSCHUWING! Deze machine produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze deze machine gaan bedienen. WAARSCHUWING! Een motor laten lopen in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan dodelijke ongelukken veroorzaken door verstikking of koolmonoxidevergiftiging. Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde persoonlijke beschermingsuitrusting gebruikt worden. Persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert de risico’s niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw uitrusting koopt. ! WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht op waarschuwingssignalen of geroep wanneer u gehoorbescherming gebruikt. Doe de gehoorbescherming altijd af zodra de motor is gestopt. HELM U moet een helm dragen als de stammen die u doorzaagt hoger dan 2 m zijn. GEHOORBESCHERMING U moet gehoorbescherming met voldoende dempvermogen dragen. OOGBESCHERMING Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Wanneer u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde veiligheidsbril wordt een bril bedoeld die voldoet aan norm ANSI Z87.1 voor de VS en EN 166 voor de EUlanden. HANDSCHOENEN Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanneer u de snijuitrusting monteert. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES LAARZEN Gebruik laarzen met stalen neus en anti-slip zool. KLEDING Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende kleding die gemakkelijk vast kan haken in takken en struikgewas. Draag altijd een stevige lange broek. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop niet op blote voeten. Zorg ervoor dat uw haar niet lager dan uw schouders hangt. EHBO-KIT U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben. ! WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanneer de veiligheidsuitrusting defect is. De veiligheidsuitrusting van de machine moet gecontrolleerd en onderhouden worden zoals beschreven in dit hofdstuk. Als uw machine niet door alle controles komt, moet u ermee naar uw servicewerkplaats voor reparatie. Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen. Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke beginposities. Dit gebeurt via twee van elkaar onafhankelijke terugspringveersystemen. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien. Veiligheidsuitrusting van de machine In dit hoofdstuk wordt verklaard wat de veiligheidsonderdelen van de machine zijn, welke functie ze hebben en hoe de controle en het onderhoud moeten uitgevoerd worden om hun goede werking veilig te stellen. Bekijk het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine. Controleer of de gashendel vergrendeld is in de stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in de oorspronkelijke stand staat. De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. BELANGRIJK! Om service en reparaties aan de machine uit te voeren, moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine één van de volgende controles niet goed doorstaat, moet u ermee naar uw servicewerkplaats gaan. Als u één van onze producten koopt, garandeert dit dat de reparaties en service door een vakman kunnen worden uitgevoerd. Als u uw machine heeft gekocht bij één van onze dealers die geen servicewerkplaats heeft, vraag hem dan waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats is. Druk de gashendelvergrendeling in en controleer of ze teruggaat naar de oorspronkelijke positie wanneer u haar loslaat. Dutch – 83 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Controleer of de gashendel en de gashendelvergrendeling vlot lopen en of hun terugspringveersystemen werken. beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in aanraking komt met de snijuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk Start. Start de machine en geef vol gas. Laat de gashendel los en controleer of de snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting roteert wanneer de gashendel in de stationaire stand staat, moet de stationairstand van de carburateur gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. ! WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. Trillingdempingssysteem Stopschakelaar Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem dat geconstrueerd is om zo trillingvrij en comfortabel mogelijk met de zaag te kunnen werken. De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit te schakelen. Start de motor en controleer of de motor wordt uitgeschakeld wanneer de stopschakelaar in de stopstand wordt gezet. Beschermkap voor snijuitrusting Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De 84 – Dutch Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of verkeerde snijuitrusting verhoogt het trillingsniveau. Zie instructies in het hoofdstuk Snijuitrusting. Het trillingdempingssysteem van de machine reduceert het overbrengen van de trillingen van de motoreenheid/ snijuitrusting op de handvateenheid van de machine. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Controleer het trillingdempingselement regelmatig op materiaalbarsten en vervormingen. Controleer of de trillingdempingselementen heel zijn en goed vast zitten. ! WAARSCHUWING! Als men teveel wordt blootgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die gekoppeld kunnen worden aan te grote blootstelling aan trillingen. Zulke symptomen zijn: slapen, geen gevoel, ”kriebels” , ”speldeprikken”, pijn, geen of vermindering van kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen hebben meestal betrekking op vingers, handen of polsen. De risico’s kunnen bij lage temperaturen toenemen. uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet. Controleer of de geluiddemper van uw machine uitgerust is met zo’n net. Voor geluiddempers is het erg belangrijk dat de controle, onderhouds- en service-instructies gevolgd worden. Zie de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de machine. Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper defect is. Snelontgrendeling Vooraan zit een makkelijk bereikbare snelontgrendeling als veiligheidsmaatregel indien de motor vlam vat of in een andere situatie waarin men zich snel van de machine en het draagstel moet ontdoen. Zie aanwijzingen in het hoofdstuk Aanpassen van draagstel en motorzeis. Op sommige draagstellen zit ook een snelontgrendeling aan de ophanghaak. Controleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de machine. Als de geluidddemper van uw machine uitgerust is met een vonkenopvangnet, moet dit regelmatig schoongemaakt worden. Een verstopt net leidt tot oververhitting van de motor wat tot ernstige beschadigingen van de motor leidt. Controleer of de riemen van het draagstel juist zitten. Wanneer het draagstel en de machine afgesteld zijn, moet u controleren of de snelontgrendeling van het draagstel werkt. Geluiddemper ! De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden, en om de uitlaatgassen weg te richten van de gebruiker. Geluiddempers uitgerust met katalysator zijn ook ontworpen om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren. ! WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! WAARSCHUWING! De binnenkant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carburateur is beschadigd. In landen met een warm en droog klimaat is het risico op brand erg groot. Wij hebben daarom de geluiddempers Dutch – 85 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ! WAARSCHUWING! Denk erom dat: De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit binnenshuis of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal! Borgschroef Voor een steunschotel met kogellagers moet de borgschroef worden vastgedraaid. Borgmoer Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren gebruikt bij het vastzetten. Snijuitrusting In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken: Bij montage draait u de moer tegen de rotatierichting van de snijuitrusting in. Bij verwijderen draait u de moer los in de rotatierichting van de snijuitrusting. (N.B.! De moer heeft links schroefdraad.) Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich kunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er daarom altijd dat uw hand door de beschermkap wordt afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pijl op de afbeelding laat zien in welk gebied u de dopsleutel moet houden bij los- resp. vastdraaien van de moer. • Het terugslagrisico van uw machine reduceert. • Een maximum zaagprestatie krijgt. • De levensduur van de snijuitrusting verlengt. BELANGRIJK! Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Zie instructies voor snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de juiste draaddiameter. Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen! Volg daarvoor onze aanbevelingen op. Zie ook de instructie op de verpakking van het blad. Zorg ervoor dat de schranking correct is! Volg onze instructies en gebruik de door ons aanbevolen vijlmal. ! De nylon borging van de borgmoer mag niet zo versleten zijn dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan worden. De borging moet ten minste 1,5 Nm houden. De moer moet vervangen worden nadat ze ca. 10 keer los en vast is geschroefd. ! 86 – Dutch WAARSCHUWING! Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel heeft losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig stilstaat en demonteer de kabel van de bougie voor u aan de snijuitrusting begint te werken. WAARSCHUWING! Een defecte snijuitrusting of een verkeerd gevijld blad verhogen het risico op terugslag. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Snijuitrusting Een zaagblad is bedoeld om te worden gebruikt voor het afzagen van houtachtig materiaal. Grasmaaiblad en grasmes zijn bedoeld om te worden gebruikt voor het maaien van dikker gras. zaagblad neemt het risico toe dat het zaagblad vastloopt en terugslaat of beschadigd raakt. Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en barsten. Een beschadigde snijuitrusting moet altijd vervangen worden. Hakmessen zijn bestemd voor het maaien van dikker gras en bosjes. Vijlen van grasmes en grasmaaiblad • Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze. Het blad en mes moeten met een platte vijl met enkele kapping gevijld worden. • Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren. Een trimmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras. Basisregels Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. ! WAARSCHUWING! Gooi een verbogen, scheef, gebarsten, gebroken of op andere wijze beschadigd blad altijd weg. Probeer een scheef blad nooit te stellen om dit opnieuw te gebruiken. Gebruik uitsluitend originele bladen van het voorgeschreven type. Hou de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze scherp zijn! Volg onze instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Hou het zaagblad correct geschrankt! Volg onze instructies en gebruik het aanbevolen schrankgereedschap. Met een verkeerd geschrankt Dutch – 87 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Zaagblad vijlen • Corrigeer de schranking. Die moet 1 mm bedragen. Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze. Een juist gevijld blad is een noodzakelijke voorwaarde om doelmatig te kunnen werken en om onnodige slijtage van blad en motorzeis te voorkomen. Trimmerkop BELANGRIJK! Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en gelijkmatig rond de trommel wordt gewikkeld, anders ontstaan er schadelijke trillingen in de machine. • • • Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden. Ze zijn door de producent getest om bij een bepaalde motorgrootte te passen. Dit is vooral erg belangrijk wanneer men een volautomatische trimmerkop gebruikt. Gebruik uitsluitend aanbevolen snijuitrusting. Zie hoofdstuk Technische gegevens. • In het algemeen heeft een kleinere machine kleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit omdat bij maaien met een draad, de motor de draad radiaal van de trimmerkop moet toevoeren en bovendien bestand moet zijn tegen de weerstand van het gras dat gemaaid wordt. • De lengte van de draad is eveneens belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot. • Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Het wordt gebruikt om de draad op de juiste lengte af te snijden. • Om de levensduur van de draad te verlengen, kunt u hem een paar dagen in water leggen. De draad wordt dan taaier en gaat langer mee. Zorg ervoor dat u een goede steun voor het blad heeft wanneer u vijlt. Gebruik een 5,5 mm ronde vijl samen met een vijlhouder. Vijlhoek 15°. De tanden worden afwisselend naar rechts en naar links gevijld. Indien het blad erg vaak op stenen terecht gekomen is, kan het in uitzonderlijke gevallen nodig zijn om de bovenkant van de tanden bij te vijlen met een platte vijl. In dat geval moet men dat doen voor men met de ronde vijl vijlt. En moet de bovenkant van alle tanden evenveel bijgevijld worden. 88 – Dutch MONTEREN Monteren van stuur en gashandgreep comfortabel kunt werken wanneer de machine aan het draagstel hangt. N.B.! Bij sommige modellen is de gashendel af fabriek gemonteerd. • Demonteer de bout bij het achterste gedeelte van de gashendel. • Duw de gashendel op het rechter gedeelte van het stuur (zie afbeelding). • Draai de knop vast. Transportpositie, stuur • • Zorg dat de opening voor de bevestigingsbout in het handvat boven de opening het stuur komt te liggen. • Monteer de bout opnieuw in de opening bij het achterste gedeelte van het handvat. • Schroef de bout door het handvat en het stuur. Draai vast. • Maak de knop op de stuurbevestiging los. • Plaats het stuur zoals op de afbeelding is aangegeven. Monteer de bevestigingsonderdelen en draai de knop lichtjes vast. • Trek het draagstel aan en hang de machine aan de ophanghaak. Pas het draagstel nu aan zodat u • • • Het stuur kan gemakkelijk over de steel gedraaid worden om het transporteren en opbergen te vergemakkelijken. Draai de knop los. Draai de stuurboom met de wijzers van de klok mee, zodat de gashendel tegen de motor aankomt. Klap daarna het stuur omlaag tegen de steel. Draai de knop vast. Monteer de transportbeveiliging op de snijuitrusting. Dutch – 89 MONTEREN Montage van snijuitrusting ! WAARSCHUWING! Bij het monteren van de snijuitrusting is het zeer belangrijk dat de geleidepen van de meenemer/steunflens op de juiste manier in de centrumopening van de snijuitrusting terecht komt. Verkeerd gemonteerde snijuitrusting kan ernstige en/of dodelijke verwondingen veroorzaken. • N.B.! Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. • Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as van de hoekoverbrenging. • Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider van de meenemer. • Draai de uitgaande as rond tot een van de gaten van de meenemer met het overeenkomstige gat in het versnellingshuis samenvalt. • Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. • Plaats het maaiblad (D) op de meenemer (B). Zorg ervoor dat het maaiblad wordt gecentreerd door het op de geleider op de meenemer te zetten. • Monteer de steunflens (F) op de uitgaande as, zodat deze tegen het maaiblad aanligt. N ! WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. F D P B C BELANGRIJK! Om een zaag- of maaiblad te mogen gebruiken, moet de machine zijn uitgerust met het juiste stuur, bladbeschermkap en draagstel. • Haak de trimmerbeschermkap/combibeschermkap (A) op de beide haken van de plaathouder (M). Draai de beschermkap rond de steel en zet hem vast met de bout (L) aan de tegenoverliggende zijde van de steel. Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding. L M C A 90 – Dutch A M L • Monteren van bladbeschermkap/ combibeschermkap, grasmaaiblad en steunschotel met kogellagers E Schroef de steunschotel (E) op het schroefdraad van de uitgaande as (NB! Schroefdraad linksom). Zet vast met een moment van 35-50 Nm (3,5-5,0 kpm). Gebruik de dopsleutel die in de gereedschapset zit. Let op dat de borgpen (C) voortdurend in het versnellingshuis moet zitten om de meenemer te vergrendelen. Hou de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de maaiblad-/combibeschermkap. MONTEREN ! WAARSCHUWING! Zet de borgschroef (N) vast in het centrumgat van de steunschotel. Zet vast met een moment van 35-50 Nm (3,5-5,0 kpm), NB! Schroefdraad linksom. Wanneer de borgschroef niet in de steunschotel wordt gemonteerd bestaat het risico dat de steunschotel eraf loopt. Dit betekent ook dat het maaiblad losraakt, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letstel of zelfs het overlijden van de gebruiker of anderen. • G B C • FC2256, FC2256W • F D Monteren van bladbeschermkap en zaagblad N.B.! Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Plaats het blad (D) en de steunflens (F) op de uitgaande as. Monteer de moer (G). De moer moet met een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden. Gebruik de dopsleutel uit het gereedschapsset. Hou de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt gedraaid (NB! links schroefdraad). Monteer de bladbeschermkap (A) met 4 bouten (L) volgens de afbeelding. L A BC2256 • Monteer de houder (R) en het deksel (J) met 2 bouten (H) op het versnellingshuis. • Bevestig daarna de bladbeschermkap (A) met 4 bouten (L) op de houder (N). Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich kunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er daarom altijd dat uw hand door de beschermkap wordt afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pijl op de afbeelding laat zien in welk gebied u de dopsleutel moet houden bij los- resp. vastdraaien van de moer. H J K R L A • Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as. • Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. • Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. Dutch – 91 MONTEREN Het hakmes en de hakmesbeschermkap aanbrengen (MC2256) • • Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as. G Monteer de houder (K) en het deksel (J) met 4 bouten (H) op het versnellingshuis. F H D J B C K • Bevestig daarna de hakmesbeschermkap (A) met 4 bouten in de houder, zoals afgebeeld. • Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. • Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. • Plaats het hakmes (D) en de steunflens (F) op de uitgaande as. • Monteer de moer (G). De moer moet worden vastgedraaid met een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kg-m). Gebruik de dopsleutel uit de gereedschapsset. Houd de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de hakmesbeschermkap. A x4 Monteren van overige beschermkappen en snijuitrustingen • 92 – Dutch Monteer de trimmerbeschermkap/ combibeschermkap (A) voor het werken met een trimmerkop/kunststof messen. Haak de trimmerbeschermkap/combibeschermkap (A) op de beide haken van de plaathouder (M). Draai de beschermkap rond de steel en zet hem vast met de bout (L) aan de tegenoverliggende zijde van de steel. MONTEREN Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding. Vectordraagstel L M C A • Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as. H P B C Veiligheidsontgrendeling • Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider van de meenemer. • Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. • Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. • Schroef de trimmerkop/kunststof messen (H) tegen de rotatierichting in op zijn plaats. H Aanpassen van draagstel H • Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk. Aanpassen van draagstel en motorzeis ! Klap de rode vergrendelarm uit om de machine van het draagstel los te maken. 1 Trek de heupband aan zodat deze stevig zit. 2 Trek de riem die rond uw borstkast loopt onder uw linkerarm aan, zodat hij lichtjes tegen uw lichaam ligt. WAARSCHUWING! Wanneer u met de motorzeis werkt, moet die altijd vastgehaakt worden in het draagstel. Anders kunt u de motorzeis niet veilig bedienen en uzelf en anderen verwonden. Gebruik nooit een draagstel met een defecte snelontgrendeling. Dutch – 93 MONTEREN 3 Stel de schouderbanden zo af dat een gelijkmatige belasting wordt verkregen. Trek de ophanghaak naar beneden om het draagstel te belasten. Bij werken met de motorzeis moet de machine zo in het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting parallel met de aarde terechtkomt. Het juiste evenwicht 4 Stel de hoogte van de ophanghaak af volgens de instructie. 5 Wilt u de ophanghaak laten zakken voor bijv. het maaien van gras moet de riem van de ophanghaak (A) verplaatst worden naar de onderste bevestiging op de rugplaat. 6 Om meer belasting over te brengen van de schouderbanden naar de heupband, kan de elastische band (B) harder aangetrokken worden. 1 Vellen van kleine bomen De machine wordt gebalanceerd door het ophangoog op de machine naar voren of naar achteren te verplaatsen. Sommige modellen hebben een vast ophangoog, maar dit heeft dan meerdere gaten voor de ophanghaak. De machine heeft de juiste balans wanneer hij loodrecht aan de ophanghaak hangt. Zo kan het risico dat u in een steen zaagt minder worden, wanneer u het stuur moet loslaten. A 2 B De juiste hoogte 1 Vellen van kleine bomen Bij maaien in het bos moet de machine zo in het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting iets naar voren neigt in verhouding tot de grond. Stel de hoogte af met de riem aan de ophanghaak op het draagstel. 2 Gras maaien 94 – Dutch Gras maaien Laat het blad op de geschikte maaihoogte balanceren, d.w.z. dichtbij de grond. BRANDSTOFHANTERING Brandstofveiligheid Benzine Start de machine nooit: 1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen. 2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zeep. N.B.! Gebruik altijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine van minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is uitgerust met een katalysator (zie hoofdstuk Technische gegevens) moet altijd een loodvrije met olie gemengde kwaliteitsbenzine worden gebruikt. Gelode benzine beschadigt de katalysator. 3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage. Waar milieuvriendelijke benzine, de zog. alkylaatbenzine, verkrijgbaar is, moet deze gebruikt worden. Transport en opbergen • Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen komen met vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d. • Bij opslag en vervoer van brandstof moeten altijd speciaal voor dat doel bestemde en goedgekeurde tanks worden gebruikt. • Als de machine gedurende lange tijd niet gebruikt zal worden, moet de brandstoftank leeggemaakt worden. Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de afgetapte brandstof kwijt kan. • Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange periode van stalling. • De transportbescherming van de snijuitrusting moet tijdens vervoer of opslag van de machine altijd aangebracht zijn. • • Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON). Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen optreden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden. • Als men voortdurend met een hoog toerental werkt, is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken. Tweetaktolie • Voor de beste resultaten en prestaties, moet u JONSERED tweetaktolie gebruiken, die speciaal wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde tweetaktmotoren. • Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde outboardoil (aangeduid met TCW). • Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren. • Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/ brandstofmengsel kan de functie van de katalysator op het spel zetten en de levensduur verminderen. • Mengverhouding Zet de machine vast tijdens transport. ! WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof. Denk aan de brand-, explosie- en inademingsrisico’s. Brandstof N.B.! De machine is uitgerust met een tweetaktmotor; gebruik daarom altijd een mengsel van benzine en tweetaktolie. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding is het erg belangrijk dat u de hoeveelheid olie altijd nauwkeurig afmeet. Bij het mengen van kleine brandstofhoeveelheden zullen zelfs kleine afwijkingen van invloed zijn op de mengverhouding. ! WAARSCHUWING! Brandstof en brandstofdampen zijn zeer brandgevaarlijk en kunnen leiden tot ernstig letsel bij inademing en contact met de huid. Wees daarom voorzichtig wanneer u met brandstof werkt en zorg voor goede luchtventilatie bij de brandstofhantering. 1:50 (2%) met JONSERED tweetaktolie. 1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekoelede tweetaktmotoren, geklassificeerd voor JASO FB/ISO EGB. Benzine, liter Tweetaktolie, liter 2% (1:50) 3% (1:33) 5 0,10 0,15 10 0,20 0,30 15 0,30 0,45 20 0,40 0,60 Dutch – 95 BRANDSTOFHANTERING Tanken Mengen • Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan die goedgekeurd is voor benzine. • Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij. • ! Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoftank van de machine vult. WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen: Rook niet of plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof. Tank nooit terwijl de motor draait. Stop de motor en laat hem voor het tanken enkele minuten afkoelen. Open de dop van de tank voorzichtig wanneer u wilt tanken zodat eventuele overdruk langzaam verdwijnt. Draai de dop van de tank goed vast na het tanken. • Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is. • Als u de machine gedurende een langere tijd niet gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem schoonmaken. ! 96 – Dutch WAARSCHUWING! De katalysatorgeluiddemper wordt erg heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook voor stationair draaien. Verlies het brandgevaar niet uit het oog vooral wanneer u in de buurt bent van brandgevaarlijke stoffen en/of gassen. Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. • Gebruik een benzinetank met overvulbescherming. • Maak de omgeving rond de tankdop schoon. Verontreinigingen in de tank kunnen defecten veroorzaken. • Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan te schudden voor u de tank vult. STARTEN EN STOPPEN Controle voor het starten • Controleer het blad op barsten bij het centergat en bij de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat er tijdens het vijlen scherpe hoeken ontstaan zijn in de tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet het onmiddellijk vervangen worden. Starten en stoppen WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken. ! Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. Plaats de machine op een vaste ondergrond. Let erop dat de snijuitrusting geen voorwerp kan raken. • Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden binnen het werkgebied bevinden, anders bestaat er risico voor ernstige verwondingen. De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter. Controleer de steunflens op barsten die het gevolg kunnen zijn van materiaalmoeheid of te hard aanhalen. De steunflens moet vervangen worden als hij barsten vertoont. Koude motor Ontsteking: Zet de stopschakelaar in de startpositie. Choke: Zet de choke-hendel (A) in de choke-positie. • • Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht niet verliest. De borging van de moer moet een borgmoment van ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van de borgmoer moet 35-50 Nm zijn. Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de rubberen balg (B) van de brandstofpomp totdat er brandstof in de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden. Decompressieklep (C): Druk de klep in om de druk in de cilinder te verminderen en om zo het starten van de machine te vergemakkelijken. De decompressieklep moet altijd gebruikt worden bij het starten. Wanneer de machine gestart is, gaat de klep automatisch terug naar de beginpositie. Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de bladbeschermkap indien deze terugslag te verduren heeft gehad of barsten vertoont. C A Controleer de trimmerkop en de trimmerbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschermkap indien deze terugslag te verduren hebben gehad of barsten vertonen. B Warme motor • Gebruik de machine nooit zonder beschermkap of een defecte beschermkap. Volg dezelfde startprocedure als voor de koude motor, maar zonder de chokehendel in de chokestand te zetten. • Alle kappen moeten juist gemonteerd zijn en zonder gebreken voor de machine wordt gestart. Startgas: (FC2256, FC2256W, BC2255, MC2255) Dutch – 97 STARTEN EN STOPPEN De startgasstand wordt verkregen door de chokehendel in de chokestand te zetten en hem daarna terug in de beginpositie te zetten. BC2256, MC2256 Startgas: (BC2256, MC2256) Startgasstand krijgt u door eerst de gashendelvergrendeling en de gashendel in te drukken en dan de startgasknop (A) in te drukken. Laat daarna de gashendelvergrendeling en de gashendel los en dan de startgasknop. De startgasfunctie is nu geactiveerd. Om de motor weer terug te brengen naar stationair lopen drukt u de gashendelvergrendeling en de gashendel in. FC2256, FC2256W Starten Elektrisch verwarmde handvatten ! WAARSCHUWING! Wanneer de motor wordt gestart met de chokehendel in de choke- of startgasstand begint de snijuitrusting direct te draaien. Druk het machinelichaam met uw linkerhand tegen de grond (N.B.! Niet met uw voet!). Pak de starthendel beet, trek met uw rechterhand het starterkoord langzaam uit tot u weerstand voelt (de starthaken grijpen in) en maak vervolgens snelle en krachtige trekbewegingen. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand. Zet de chokehendel onmiddellijk nadat de motor ontsteekt terug en doe hernieuwde startpogingen tot de motor start. Wanneer de motor start, geef snel vol gas en het startgas wordt automatisch uitgezet. N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de starthendel niet zomaar los wanneer het volledig uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden. Stoppen Stop de motor door de ontsteking af te zetten. 98 – Dutch FC2256W Modellen voorzien van een verwarmingselement in de handgrepen hebben een schakelaar op de gashendel om de verwarming aan en uit te zetten. Het verwarmingselement zit zowel in de rechter als de linker handgreep en houdt automatisch een temperatuur van ca 70° aan wanneer de verwarming aan staat. ARBEIDSTECHNIEK Algemene werkinstructies stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzichtig wanneer u op hellend terrein werkt. BELANGRIJK! In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels voor het werken met een motorzeis en trimmer door. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw servicewerkplaats. Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet voldoende gekwalificeerd bent. Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen wat het verschil is tussen bos maaien, gras maaien en gras trimmen. 5 Wees extra voorzichtig wanneer u in bomen zaagt die gespannen zijn. Een gespannen boom kan zowel voor als na het doorzagen in zijn normale stand terug vliegen. Als u op de verkeerde plaats staat of de inkeping op de verkeerde plaats maakt, kan dit ertoe leiden dat de boom u of de machine raakt zodat u de controle verliest. In beide gevallen kunt u ernstig gewond raken. 6 Zorg voor een goede balans en een stabiele houding. 7 Gebruik altijd beide handen om de machine vast te houden. Hou de machine aan de rechterkant van uw lichaam. 8 De zaaguitrusting moet onder taillehoogte blijven 9 Wanneer u zich verplaatst moet de motor uitgeschakeld worden. Als het om een langere verplaatsing en vervoer gaat, moet u de transportbescherming gebruiken. Basisveiligheidsregels 1 Controleer de omgeving: • Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine niet kunt verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden. • Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen niet in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losse voorwerpen die weggeslingerd worden door de snijuitrusting. • N.B.! Gebruik de machine nooit zonder de mogelijkheid hulp in te roepen in geval van nood. 2 Controleer het werkgebied. Verwijder alle losse voorwerpen, zoals stenen, gebroken glas, spijkers, ijzerdraad, touw en dergelijke, die weggeslingerd kunnen worden of vast kunnen komen zitten in de zaaguitrusting. 3 Gebruik de motorkettingzaag niet in ongunstige weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, hevige regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn, de wind de valrichting van de boom beïnvloeden enz. 4 Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan. Controleer of er eventuele hindernissen zijn als u onverwacht snel moet kunnen wegkomen (wortels, 10 Wanneer de motor loopt, mag u de machine alleen neerzetten als u er een wakend oogje kunt op houden. Dutch – 99 ARBEIDSTECHNIEK Het ABC van het zagen/maaien • Gebruik altijd de juiste uitrusting. • Zorg ervoor dat de uitrusting altijd juist afgesteld en aangepast is. • Volg de veiligheidsvoorschriften. • Organiseer het werk goed. • Zorg ervoor dat het blad op volle toeren draait voor u begint. • Gebruik altijd goed scherpe bladen. • Probeer om niet in stenen te zagen. • Stuur de velrichting (maak gebruik van de wind). ! ! WAARSCHUWING! Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het afgezaagde materiaal weg te trekken wanneer de motor of de snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden. Stop de motor en de snijuitrusting voordat u materiaal verwijdert dat rond de as van het zaagblad is gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat. De hoekoverbrenging kan geruime tijd na gebruik nog warm zijn. Bij contact bestaat risico van brandwonden. ! Werkmethodes WAARSCHUWING! Waarschuwing voor weggeslingerde voorwerpen. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Buig nooit over de beschermkap van de snijuitrusting heen. Stenen, vuil e.d. kunnen omhoog geworpen worden in uw ogen en blindheid of ernstig letsel veroorzaken. WAARSCHUWING! Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen kunnen met enorme kracht opzij geworpen worden, wanneer het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Terugslag kan zo heftig zijn dat de machine en/of de operator in een richting geduwd worden en mogelijk de controle over de machine verliest. Terugslag kan zonder waarschuwing vooraf optreden wanneer de machine blijft haken, afslaat of vastloopt. De kans op terugslag is groter in gebieden waar het moeilijk is om te zien wat u maait. Probeer om niet te zagen in het gebied tussen 12 en 3 uur van het blad. Vanwege de rotatiesnelheid van het blad kan terugslag precies in dit gebied optreden wanneer men in grovere stammen zaagt. • Voordat u begint te maaien, moet u het werkgebied controleren: de conditie van het terrein, of het afhelt, of er stenen liggen, of er kuilen zijn enz. • Begin daarna bij het makkelijkste einde van het werkgebied om een goede opening voor het maaiwerk te krijgen. • Werk systematisch, heen en weer, dwars over het gebied en bestrijk bij elke slag een gebied van ca. 4-5 m. Dan wordt het volle bereik van de machine naar beide kanten benut en de gebruiker krijgt een makkelijk en afwisselend terrein om in te werken. • De lengte van het pad moet circa 75 m bedragen. Verplaats de brandstofvoorraad al naargelang het werk vordert. • Op hellend terrein moet u de paden loodrecht ten opzichte van de helling laten lopen. Het is veel makkelijker om dwars over een helling te lopen dan op en neer. • De paden moeten zo lopen dat men niet over sloten of andere hindernissen in het terrein hoeft te klimmen. Pas de paden ook aan de windomstandigheden aan Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en medewerkers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt. Draai de machine nooit rond zonder eerst te controleren of er achter u niet iemand zich in de veiligheidszode bevindt. ! 100 – Dutch WAARSCHUWING! Soms raken takken of gras bekneld tussen de beschermkap en de snijuitrusting. Stop altijd eerst de motor voordat u deze verwijdert. ARBEIDSTECHNIEK 3 en 5 uur zodat de rotatierichting van het blad het onderste gedeelte van de boom naar links duwt. zodat de gevelde stammen in het reeds gemaaide gedeelte van het terrein vallen. • Om een boom recht naar voren te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar achteren getrokken worden. Trek het blad met een snelle en besliste beweging naar achteren. • Grovere stammen, d.w.z. stammen die geveld moeten worden, moeten van twee kanten omgezaagd worden. Beoordeel eerste in welke richting de stam moet vallen. Maak een inkeping aan de kant waarnaar de boom moet vallen. Zaag daarna de stam door vanaf de andere kant. De druk waarmee men zaagt, moet aangepast worden aan de dikte van de stam en de hardheid van de houtsoort. Smallere stammen hebben een grotere druk nodig terwijl grovere stammen minder druk nodig hebben. • Als de stammen dicht bij elkaar staan, moet u de snelheid hieraan aanpassen. • Als het blad vast komt te zitten, mag u de machine nooit los trekken. In dat geval kunnen het blad, de haakse overbrenging, de steel of het stuur beschadigd raken. Laat de handvatten los, grijp de Kleine bomen vellen met een zaagblad • Wanneer u in grovere stammen zaagt, neemt het risico op terugslag toe. Vermijd dan ook in het gebied tussen 12 en 3 uur te zagen. • Om een boom naar links te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar rechts geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het met vaste hand schuin omlaag naar rechts. Duw tegelijkertijd met de bladbeschermkap op de stam. Zet het blad in het gebied tussen 3 en 5 uur. Geef volgad voordat u de stam met het blad raakt. • Om een boom naar rechts te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar links geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het schuin omhoog naar rechts. Zet het blad in het gebied tussen Dutch – 101 ARBEIDSTECHNIEK Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12 uur). steel met beide handen beet en trek de machine voorzichtig los. Struiken maaien met zaagblad • Smalle stammen en struikgewas moeten neergezaagd worden. Werk met zijdelingse zaagbewegingen. • Probeer om met één beweging meerdere stammen door te zagen. • Maai bij een bosje opslag altijd eerst rond de opslag. Begin met het afzagen van hoge stobbes aan de buitenrand van het bosje om te voorkomen dat u zich vast zaagt. Kort de stobbes vervolgens af tot de gewenste hoogte. Probeer vervolgens om met het blad in het midden te komen en vanuit het centrum van het bosje te zagen. Indien het toch moeilijk mocht zijn om erbij te kunnen, moet u hogere stobbes zagen en de stammen laten vallen. Op die manier neemt het risico dat u zich vast zaagt af. • Indien het blad tijdens het gras maaien een ietsje schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt bijv. bij harken. • Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar voren en sta vervolgens weer stevig stil. • Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt. • Verklein het risico dat het materiaal rond het blad wordt gewonden door de volgende regels op te volgen: 1Werk altijd met vol gas. 2Vermijd tijdens de retourbeweging het pasgemaaide materiaal. • Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt. Gras trimmen met trimmerkop Trimmen Gras maaien met grasmaaiblad • Grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt worden bij houtachtige stammen. • Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een grasmaaiblad gebruikt. • Het gras wordt neergehaald met pendelende bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging van rechts naar links het maaimoment is en de beweging van links naar rechts de retourbeweging. • Hou de trimmerkop vlak boven de grond en hoe hem schuin. Het werk wordt gedaan door het uiteinde van de draad. Laat de draad in zijn eigen tempo werken. Duw de draad nooit in het materiaal dat u wilt maaien. • De draad verwijdert zonder problemen gras en onkruid naast muren, omheiningen, bomen en bloemperken, maar kan ook het tere schors van bomen en struiken en de paaltjes van omheiningen beschadigen. • Verminder het risico van beschadiging van gewassen door de draad in te korten tot 10-12 cm en het moetertoerental te verminderen. Schoonschrapen • 102 – Dutch Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste begroeiing verwijderen. Hou de trimmerkop vlak ARBEIDSTECHNIEK boven de grond en een ietsje scheef. Laat het uiteinde van de draad tegen de grond slaan naast bomen, palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniek veroorzaakt grotere slijtage van de draad. • De draad verslijt vlugger en moet vaker aangevoerd worden wanneer men tegen stenen, bakstenen, beton, metalen omheiningen enz. werkt dan wanneer men in contact komt met bomen en houten omheiningen. • Bij het trimmen en schoonschrapen mag u niet vol gas geven zodat de draad langer meegaat en de trimmerkop minder slijt. Dichte begroeiing vermalen met een hakmes • De struikenmaaier dient voor het 'vermalen' van begroeiing, bijvoorbeeld door hem op en neer te halen door dicht begroeid gras en struikgewas. • Het hakmes mag niet worden gebruikt voor vegetatie met een stam dikker dan 2 cm. Maaien • • De trimmer is ideaal voor het maaien van gras op plaatsen waar men met een gewone gazonmaaier moeilijk bij komt. Hou tijdens het maaien de draad parallel met grond. Duw de trimmerkop niet tegen de grond omdat dit het gazon en het gereedschap kan beschadigen. Tijdens normaal maaien mag de trimmerkop niet voortdurend in contact komen met de grond. Een dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen en slijtage van de trimmerkop leiden. Vegen • Het ventilatoreffect van de roterende draad kan gebruikt worden om snel en gemakkelijk schoon te maken. Hou de draad parallel met en boven de oppervlakken die schoongeveegd moeten worden en beweeg het gereedschap heen en weer. • Bij het maaien en vegen moet u vol gas geven om een goed resultaat te krijgen. Dutch – 103 ONDERHOUD Carburateur Uw Jonsered-product is geconstrueerd en gemaakt volgens specificaties, die de schadelijke uitlaatgassen reduceren. Als de motor 8-10 tanks brandstof heeft verbruikt, is hij ingereden. Om ervoor te zorgen dat de motor optimaal functioneert en zo min mogelijk schadelijke uitlaatgassen uitstoot na de inrijperiode, dient uw dealer/servicewerkplaats (die over een toerenteller beschikt) de carburateur af te stellen. Werking • Via de gasklepbediening stuurt de carburateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermengd. Dit mengsel (brandstof/ lucht) kan worden afgesteld. Om het maximum vermogen van de machine te kunnen benutten, moet de afstelling correct zijn. • Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor wordt aangepast aan plaatselijke omstandigheden, b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie. • De carburateur heeft drie afstelposities: fijnafstelling van de carburateur plaatsvinden. Dit moet gebeuren door een gekwalificeerd deskundig persoon. N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stopt. Afstelling van het stationair toerental Voor met het afstellen wordt begonnen, moet het luchtfilter schoon zijn en het luchtfilterdeksel gemonteerd zijn. Het stationair toerental wordt afgesteld met de stationairschroef T als opnieuw afstellen noodzakelijk is. Draai de T-schroef eerst met de klok mee tot de snijuitrusting begint te roteren. Draai daarna de schroef tegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat. Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelijkmatig draait. Er moet een goede marge zijn tot het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien. L = Lage toeren-naald H = Hoge toeren-naald T = Stelschroef voor stationair draaien Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens. ! • • Met de L- en de H-naalden wordt de gewenste brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de luchtstroom die de opening van de gasklepbediening toelaat. Door de schroeven met de klok mee te draaien wordt het lucht/brandstofmengsel armer (minder brandstof) en door ze tegen de klok in te draaien, wordt het lucht/brandstofmengsel rijker (meer brandstof). Een armer mengsel geeft een hoger toerental en een rijker mengsel een lager toerental. De T-schroef regelt de positie van de gasklepbediening bij stationair draaien. Als de Tschroef met de klok mee wordt gedraaid, krijgt men een hoger stationair toerental en als ze tegen de klok in wordt gedraaid, een lager stationair toerental. Basisafstelling • Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De basisafstelling is rijker dan de optimale afstelling en moet tijdens de eerste uren dat de machine in werking is, in stand worden gehouden. Daarna moet de 104 – Dutch WAARSCHUWING! Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd. Afstellen van het startgastoerental (BC2256, MC2256) Om het juiste startgastoerental te krijgen zit een afstelpunt aan de achterkant van de gashendel, naast de ONDERHOUD kabel. Met deze bout (5 mm inbus) kan het startgastoerental verhoogd of verlaagd worden. raakt de machine oververhit met beschadigingen aan cilinder en zuiger tot gevolg. N.B.! Gebruik de machine nooit als de geluiddemper in slechte staat is. ! 4 mm Ga als volgt te werk: 1 Laat de machine stationair lopen. 2 Druk de startgasvergrendeling in volgens de instructies bij Starten en Stoppen. 3 Wanneer het startgastoerental te laag is (onder de 4000 t/min) wordt de stelschroef A met de klok mee gedraaid tot de snijuitrusting begint te draaien. Schroef A vervolgens nog een 1/2 slag met de klok mee. 4 Als het startgastoerental te hoog is (hoger dan 6500 tpm), draait u de stelschroef A tegen de klok in tot de maaiuitrusting stopt. Draai stelschroef A vervolgens een 1/2 slag rechtsom aan. WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! Koelsysteem Om de juiste bedrijfstemperatuur te krijgen is de machine voorzien van een koelsysteem. Het koelsysteem bestaat uit: Geluiddemper 4 N.B.! Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een katalysator. Zie het hoofdstuk Technische gegevens om te checken of uw machine voorzien is van een katalysator. 3 De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonken die droge en ontvlambare materialen in brand kunnen steken. Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een speciaal vonkenopvangnet. Indien uw machine uitgerust is met zo’n geluiddemper, moet u het net minstens één keer per week schoonmaken. Gebruik bij voorkeur een stalen borstel. Op geluiddempers zonder katalysator moet het net één keer per week worden schoongemaakt en eventueel worden vervangen. Op geluiddempers met katalysator moet het net één keer per maand worden gecontroleerd en eventueel schoongemaakt. Bij evt. beschadigingen aan het net moet dit vervangen worden. Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de functie van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw dealer voor controle. Met een verstopt net 2 1 1 Luchtinlaat in de starter. 2 Ventilatorschoepen op het vliegwiel. 3 Koelflenzen op de cilinder. 4 Cilinderkap (leidt de koellucht naar de cilinder). Maak het koelsysteem één keer per week schoon met een borstel; dit moet vaker gebeuren wanneer u in moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt koelsysteem leidt tot oververhitting van de machine waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen worden. Dutch – 105 ONDERHOUD Luchtfilter Luchtfilter schoonmaken (BC2256, MC2256) Demonteer het cilinderdeksel en verwijder het filter. Maak het schoon in een warm sopje van water en zeep. Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt (stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden: • Storingen van de carburateur • Moeilijkheden bij het starten • Vermogensverlies • Onnodige slijtage van de motoronderdelen. • Abnormaal hoog brandstofverbruik Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanneer u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt. Luchtfilter schoonmaken (FC2256, FC2256W) Verwijder het luchtfilterdeksel en het filter. Blaas schoon met perslucht. Controleer of het filter droog is voor u het terugplaatst. Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter niet meer worden gereinigd. Daarom moet het filter regelmatig vervangen worden. Een beschadigd luchtfilter moet altijd vervangen worden. Wordt de machine onder stoffige omstandigheden gebruikt, moet het luchtfilter geolied worden. Zie de aanwijzingen in het hoofdstuk Luchtfilter oliën. Luchtfilter oliën Gebruik altijd speciale filterolie. De filterolie bevat een oplosmiddel zodat het eenvoudig gelijkmatig in het filter kan worden verdeeld. Vermijd daarom contact met de huid. Doe het filter in een plastic zak en giet de filterolie erbij. Kneed de plastic zak om de olie te verdelen. Knijp het filter in de plastic zak uit en giet de overgebleven olie weg voordat het filter op de machine wordt gemonteerd. Gebruik nooit gewone motorolie. Deze zakt zeer snel door het filter naar beneden en blijft dan op de bodem liggen. 106 – Dutch ONDERHOUD Hoekoverbrenging bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of eerder indien nodig, vervangen worden. De haakse overbrenging is af fabriek gevuld met een geschikte hoeveelheid vet. Voor u de machine in gebruik neemt, moet u controleren of de overbrenging voor 3/4 gevuld is met vet. Gebruik JONSERED speciaalvet. Het smeermiddel in het transmissiehuis moet normaal gezien alleen vervangen worden in geval van een reparatie. N.B.! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere types kunnen de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. Gebruik in de winter Wanneer de machine wordt gebruikt bij kou of sneeuw kunnen storingen in de werking optreden die worden veroorzaakt door: • Een te lage motortemperatuur. • Ijsvorming op luchtfilter en bevriezing in de carburateur. Aandrijfas Men dient daarom speciale maatregelen te treffen, zoals: Bij fulltime-gebruik moet de drijfas om de drie maanden worden ingevet. Neem contact op met uw dealer wanneer u twijfelt over de handelwijze. Bougie • De luchtinlaat van de starter verminderen en zo de werktemperatuur van de motor verhogen. • Verwarm de inlaatlucht naar de carburateur voor door de warmte van de motor te benutten. Wanneer u de machine gebruikt in koude en/of in de sneeuw, kunt u daarvoor een speciale winterset kopen, die de volgende onderdelen bevat: A B C D E De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van de bougie: x3 • Een incorrecte afstelling van de carburateur. • Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie). • een speciaal luchtfilterdeksel zonder luchtinlaat (A) • Een vuil luchtfilter. • een kap voor de filterhouder (B) • een kap voor het starterhuis (C) • een speciale slijtbescherming met een luchtkanaal (D), die warme lucht van de geluiddemper naar de carburateur leidt • een speciaal luchtfilter met grotere gaten (E) Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefecten en startmoeilijkheden kan leiden. Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst de bougie te controleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en controleer of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm Dutch – 107 ONDERHOUD Temperaturen van 0°C of lager: Monteer de kappen voor het starterhuis en de lichtfilterhouder met de drie meegeleverde bouten volgens de afbeelding. Let goed op dat de monding van het luchtkanaal midden voor het gat in de luchtfilterhouder belandt. Haal het luchtfilter en luchtfilterdeksel van de machine uit elkaar. Monteer het luchtfilter en luchtfilterdeksel dat in de winterset zit. BELANGRIJK! Bij temperaturen hoger dan -5°C of 0°C MOET de machine weer naar standaard uitvoering teruggebracht worden. Anders bestaat het gevaar van oververhitting, waardoor de motor ernstig beschadigd kan worden. Temperaturen van -5°C of lager Haal de slijtbescherming van de machine af en plaats de slijtbescherming uit de winterset volgens de afbeelding. 108 – Dutch BELANGRIJK! Al het overige onderhoud dat niet in dit handboek wordt genoemd moet uitgevoerd worden door een erkende werkplaats (dealer). ONDERHOUD Onderhoudsschema Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Meer ingrijpende maatregelen moeten door een erkende servicewerkplaats worden uitgevoerd. Onderhoud Dagelijks onderhoud Maak de machine uitwendig schoon. X Controleer of het draagstel niet beschadigd is. X Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werken uit veiligheidsoogpunt. X Controleer of het handvat en het stuur heel zijn en goed vast zitten. X Controleer of de stopschakelaar werkt. X Controleer of de snijuitrusting niet roteert bij stationair draaien. X Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. X Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. X Controleer of het blad goed gecentreerd is, scherp is en geen barsten vertoont. Een slecht gecentreerd blad veroorzaakt trillingen die de machine kunnen beschadigen. X Controleer of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig. X Controleer of de borgmoer van de snij-uitrusting goed is vastgedraaid. X Bij gebruik van een steunschotel met kogellagers moet u controleren of de borgschroeven zijn vastgedraaid. X Controleer of de transportbeschermkap van het blad niet beschadigd is en of ze goed kan vastgezet worden. X Controleer of de bouten en moeren en vastgedraaid zijn. X Controleer of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstofleidingen. X Wekelijks onderhoud Controleer de starter en het starterkoord. X Controleer of de trillingsdempingselementen niet beschadigd zijn. X Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,5 mm of vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. X Maak het koelsysteem van de machine schoon. X Maak het vonkenopvangnet van de geluiddemper schoon of vervang het (geldt alleen bij geluiddempers zonder katalysator). X Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van de carburateur schoon. X Controleer of de haakse overbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. Vul indien nodig bij met speciaal vet. X Maandelijks onderhoud Controleer of het veiligheidsmechanisme van het draagstel onbeschadigd is en goed functioneert. X Controleer of het brandstoffilter niet is verontreinigd en of de brandstofleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang indien dit noodzakelijk is. X Controleer alle kabels en aansluitingen. X Controleer de koppeling, de koppelingsveren en koppelingstrommel op slijtage. Laat indien nodig bij een erkende servicewerkplaats vervangen. X Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. X Controleer het vonkenopvangnet van de geluiddemper en maak het eventueel schoon (geldt alleen bij geluiddempers met katalysator). X Smeer de drijfas met speciaal vet. Wordt om de drie maanden gedaan. Vervang de trillingsdempers na ieder seizoen, echter ten minste één keer per jaar. Dutch – 109 TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens FC2256 FC2256W BC2256 MC2256 Cilinderinhoud, cm3 53,3 53,3 53,3 53,3 Cilinderdiameter, mm 45 45 45 45 Slaglengte, mm 33,5 33,5 33,5 33,5 Stationair toerental, t/min 2800 2800 2800 2800 Aanbevolen maximum toerental, omw./min. 13000 13000 12000 12500 Toerental van uitgaan as, tpm 10500 10500 10500 10500 Max. motorvermogen volgens ISO 8893, kW/ omw./min. 2,8/9000 2,8/9000 2,8/9000 2,8/9000 Geluiddemper met katalysator Nee Nee Nee Nee Motor Ontstekingssysteem Bougie NGK BPMR NGK BPMR NGK BPMR NGK BPMR 7A 7A 7A 7A Elektrodenafstand, mm 0,5 0,5 0,5 0,5 1,1 1,1 1,1 1,1 9,0 9,2 9,3 9,4 Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 116 116 119 119 Geluidsvermogen, gegarandeerd LWA dB(A) 117 117 121 121 Brandstof-/smeersysteem Inhoud benzinetank, liter Gewicht Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg Lawaai-emissie (zie opm. 1) Geluidsniveau (zie opm. 2) Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten volgens EN ISO 11806 en ISO 22868, dB(A): Uitgerust met trimmerkop (origineel) - - 108 - Uitgerust met grasmaaiblad (origineel) - - 102 - Uitgerust met zaagblad (origineel) 103 103 - - Uitgerust met hakmes (origineel) - - - 104 Trillingsniveau (zie opm. 3) Equivalente trillingsniveaus (ahv,eq) bij handvat, gemeten overeenkomstig EN ISO 11806 en ISO 22867, m/s2 Uitgerust met trimmerkop (origineel), links/rechts - - 1,8/1,6 - Uitgerust met grasmaaiblad (origineel), links/rechts - - 1,4/1,4 - Uitgerust met zaagblad (origineel), links/rechts 2,1/2,3 2,1/2,3 - - Uitgerust met hakmes (origineel), links/rechts - - - 1,7/1,9 Opm.1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (LWA) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen het gegarandeerde en het gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook de dispersie in het meetresultaat meeneemt alsmede variaties tussen verschillende machines van hetzelfde model, conform Richtlijn 2000/14/EG. Opm. 2: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB (A). Opm. 3: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s2. 110 – Dutch TECHNISCHE GEGEVENS FC2256, FC2256W Goedgekeurde accessoires Type Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm Schroefdraad bladas M12 Grasmaaiblad/grasmes Zaagblad Trimmerkop Steunkop Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) Set 502 46 49-02 Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) Set 502 46 49-02 Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) Set 502 46 49-02 Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01 Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) 537 21 71-01 Scarlet 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01 Trimmy S II (Ø 2,4-3,3 mm draad) Set 502 46 50-02 Tap-N-Go 45 Spin (Ø 2,7-3,3 mm draad) Set 502 46 50-02 Tap-N-Go 55 Spin (Ø 2,7-3,3 mm draad) Set 502 46 50-02 F55 (Ø 2,7-3,5 mm draad) Set 502 46 50-02 Vast Met kogellagers BC2256 Goedgekeurde accessoires Type Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm Schroefdraad bladas M12 Grasmaaiblad/grasmes Zaagblad Trimmerkop Steunkop Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) 544 16 03-02 Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) 544 16 03-02 Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) 544 16 03-02 Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01 Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) 537 21 71-01 Scarlet 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01 Trimmy S II (Ø 2,4-3,3 mm draad) 544 10 74-04 Tap-N-Go 45 Spin (Ø 2,7-3,3 mm draad) 544 10 74-04 Tap-N-Go 55 Spin (Ø 2,7-3,3 mm draad) 544 10 74-04 F55 (Ø 2,7-3,5 mm draad) 544 10 74-04 Vast Met kogellagers Dutch – 111 TECHNISCHE GEGEVENS MC2256 Goedgekeurde accessoires Type Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm Schroefdraad bladas M12 Grasmaaiblad/grasmes Zaagblad Trimmerkop Hakmes Steunkop Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) 544 16 03-02 Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) 544 16 03-02 Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) 544 16 03-02 Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01 Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) 537 21 71-01 Scarlet 225-24 (Ø 225 24-punts) 544 01 65-01 Trimmy S II (Ø 2,4-3,3 mm draad) 544 10 74-04 Tap-N-Go 45 Spin (Ø 2,7-3,3 mm draad) 544 10 74-04 Tap-N-Go 55 Spin (Ø 2,7-3,3 mm draad) 544 10 74-04 F55 (Ø 2,7-3,5 mm draad) 544 10 74-04 - 544 02 65-03 Vast Met kogellagers EG-verklaring van overeenstemming (Alleen geldig voor Europa) Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de motorzeisen Jonsered BC 2256, MC 2256, FC 2256 en FC 2256 W met een serienummer uit 2010 en verder (het jaar met daaropvolgend het serienummer wordt duidelijk aangegeven op het productplaatje), in overeenstemming zijn met de voorschriften in de RICHTLIJN VAN DE RAAD: - van 17 mei 2006 "betreffende machines" 2006/42/EG - van 15 december 2004 ”betreffende elektromagnetische compatibiliteit” 2004/108/EEC. - van 8 mei 2000 ”betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG. Beoordeling van de overeenstemming uitgevoerd volgens Bijlage V. Voor informatie betreffende lawaaiemissies, zie hoofdstuk Technische gegevens. De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO 12100-2/A1:2009, CISPR 12:2005, EN ISO 11806:2008 SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft voor Husqvarna AB een vrijwillige typekeuring uitgevoerd. De certificaten hebben nummer: SEC/09/2192, 01/164/063 - FC 2256, FC 2256 W, SEC/09/2191, 01/164/060, 01/164/064 - BC 2256, MC2256. Huskvarna, 5 oktober 2010 Bo Jonsson, Hoofd Ontwikkeling (erkende vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische documentatie.) 112 – Dutch
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124

Jonsered BC 2256 de handleiding

Categorie
Speelgoed
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor