Alecto WS-3000 Handleiding

Categorie
Fietsaccessoires
Type
Handleiding
2
OVERZICHT
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1: regenmeter
2: windmeter
3: temperatuur-luchtvochtigheid meter +
DCF-ontvanger en zend-unit (zie 4)
4: zend-unit los
5: binnen-unit (ontvanger)
6: set knop
7: + knop
8: history knop
9: alarm knop
10: min/max
Voordat de batterijen in en de
aansluitkabels op de zend-
unit kunnen worden geplaatst,
éérst de regenkap van de
zend-unit af schuiven.
Na het aanmelden en instal-
leren kan de regenkap weer
worden gemonteerd door
deze over de zend-unit terug
te schuiven.
Plaats de batterijen
(2 x AA 1,5V) in het
batterijvak met de juiste
polariteit. Plaats het batterij
klepje terug. Zorg dat de zend-
unit is aangemeld op de binnen-unit.
(zie installatie blz 3)
Sluit de aansluitkabel die aan de wind
sensor zit aan op de aansluitplug op
de zend-unit met bijschrift “WIND”.
Sluit de aansluitkabel van de regen
sensor aan op de aansluitplug op de
zend-unit met bijschrift “RAIN”.
NL
3
INSTALLATIE
De gehele installatie kan voor gebruik worden geïn-
stalleerd. Zie voor het installeren van de buitensen-
soren bijgevoegde bouwbeschrijving. Let erop dat de
zend-unit als laatste wordt geïnstalleerd nadat deze is
aangemeld op de binnen-unit.
Binnen-unit:
Plaats drie alkaline batterijen type AA 1,5 volt met de
juiste polariteit in het batterijvak van de binnen-unit.
Na het plaatsen zal de binnen-unit een pieptoon ge-
ven. In het display verschijnt “SENSOR:” ten teken dat
de binnen-unit op zoek is naar de zend-unit.
Zend-unit:
Schuif éérst de regenkap van de zend-unit. (zie detail
tekening blz. 2).
De deksel van het batterijvakje kan met een schuiven-
de beweging van het batterijvakje worden verwijderd.
Plaats twee alkaline batterijen type AA 1,5Volt met de
juiste polariteit in het batterijvak van de zend-unit. Het
LED lampje zal 4 seconden gaan branden. Het batterij
vakje kan nu worden dichtgemaakt. Om de aanmel-
ding met de binnen-unit correct te laten verlopen
direct na het plaatsen van de batterijen in de binnen-
unit, de batterijen in de zendunit plaatsen.
Elke keer als de zendunit wordt ingeschakeld
(bijvoorbeeld na het vervangen van de batterijen),
zal het LED lampje gedurende 4 seconden oplichten
(Als de LED indicatie niet oplicht of continue oplicht,
plaats de batterijen juist of geef een reset). Nadat
de zendunit wordt ingeschakeld, zal deze voor 24
seconden data gegevens verzenden. Daarna stop
het zenden en gaat de zendunit 5 minuten het DCF
kloksignaal ontvangen. De zendunit zal tijdens het
ontvangen van de DCF kloksignaal niet uitzenden. De
LED indicator zal 5 x knipperen als het DCFsignaal is
gesynchroniseerd. Na deze procedure zal de zendunit
regelmatig de data verzenden naar de binnenunit. Na
10 minuten dienen dus alle gegevens op het display
te zien zijn. Als door storing in het DCF signaal nog
niet de juiste tijd is ontvangen wacht dan nog enige
tijd. Het DCF-signaal kan later toch compleet worden
ontvangen. Het is mogelijk de tijd handmatig in te
stellen, bij geen ontvangst van het DCFsignaal. Om
het DCFsignaal beter te ontvangen kan het een
verbetering opleveren als de zendunit iets wordt
gedraaid.
Binnen-unit:
Na 10 minuten zal “SENSOR:” weer verdwijnen uit
het display. De units zijn nu op elkaar aangemeld.
Afhankelijk van de opgenomen meetwaarde maakt
de zendunit contact met de binnenunit om nieuwe
meetwaarden over te zenden. Op dat moment zal in
het display heel kort “SENSOR:” oplichten, en dooft
direct daarna.
LET OP: tijdens de aanmeld procedure geen toetsen
indrukken.
Mocht het aanmelden niet zijn gelukt, kunt u de pro-
cedure nogmaals herhalen. Wacht echter minimaal
10 seconden alvorens de verwijderde batterijen weer
terug te plaatsen.
Opmerking:
De zendunit kan ook worden gebruikt zonder regen en
of wind sensor. Op het display verschijnt de waarde
“--” of de waarde “0”.
De binnenunit functioneert ook als de zendunit niet is
aangemeld. Alle gegevens die worden gestuurd door
de zendunit zullen niet worden aangegeven op het
display.
Aansluit punten voor de regen en wind sensor op de
zend-unit.
Na het monteren van de zendunit kunnen de wind en
regen meter worden aangesloten op de zendunit.
Pas als deze zijn aangesloten kunnen de wind en
regenmeter waarde genereren die dan via de zendunit
naar de binnenunit wordt gezonden. Omdat de
zendunit niet constant zend kan dit pas na enige tijd
gebeuren.
NL
4
DISPLAY OVERZICHT
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
16
14
15
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
1: tijd
2: indicatie alarm aan
3: indicatie -dag
-tijd zone
-geschiedenis
4: datum
5: weergave binnen temperatuur
6: weergave binnen luchtvochtigheid
7: indicatie hoog en/of laag alarm
luchtvochtigheid en temperatuur
binnen
8: weergave ºCelcius of ºFahrenheit
9: algemeen indicatie icoon binnen
alarm aan
10: indicatie min. of max. weergave
11: indicatie -buiten temperatuur
-gevoels temperatuur
-dauw temperatuur
12: weergave luchtvochtigheid en
temperatuur buiten
13: indicatie hoog en/of laag alarm
luchtvochtigheid en temperatuur
buiten
14: weergave ºCelcius of ºFahrenheit
15: algemeen indicatie icoon buiten
alarm aan
16: weersvoorspelling icoon
17: weers tendens indicatie
18: luchtdruk eenheid (relatief of
absoluut)
19: luchtdruk met 24 uur geschiedenis
20: indicatie hoog en/of laag alarm
luchtdruk
21: luchtdruk eenheid in hPa of inHg
22: indicatie icoon luchtdruk alarm aan
23: weergave windsnelheidseenheid
-m/s, km/h, knots, chill, mph, bft-
24: windsnelheid hoog alarm
25: indicatie wind alarm aan
26: neerslag eenheid in -mm of inch-
27: weergave neerslag eenheid
-1h, 24h, week, maand, totaal-
28: neerslag hoog alarm
29: indicatie tijd weergave via DCF
30: indicatie DCF ontvangst icoon
31: lage batterij capaciteit indicatie
Opmerkingen:
DCF staat voor de ontvangst vanuit Frankfurt (DCF-77)
WWVB staat voor de ontvangst uit Amerika (niet te ontvangen
in Europa)
DST staat voor “Daylight Saving Time” oftewel zomertijd
De lage batterij capaciteit indicatie verschijnt als de
batterij leeg raakt. Deze indicatie kan ook verschijnen
bij temperaturen beneden de 10ºC. De batterijen
hoeven dan niet te worden vervangen.
WEERGAVEN
Algemeen:
De actuele temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk
worden pas correct weergegeven nadat zowel de bin-
nen- als de buiten-unit gedurende enkele uren hebben
aangestaan en niet zijn verplaatst.
De weersvoorspelling en de luchtdruk van de laatste
24 uur worden pas na ruim 24 uur correct weergegeven.
INSTELLEN BINNEN-UNIT
Tijd en datum:
De WS-3000 heeft een ingebouwde DCF ontvanger.
Met deze ontvanger wordt het DCF klok signaal uit
Frankfurt ontvangen. Dit signaal zorgt ervoor dat de
klok zeer nauwkeurig de tijd aangeeft. Voorwaarde
is dat het signaal goed wordt ontvangen. De DCF
ontvanger is in de buitenunit geplaatst. Het kan enkele
uren duren voordat het tijdsignaal is overgezonden
van de zend-unit naar de binnen-unit. Bij geen ont-
vangst kan eventueel de zend-unit worden verdraait
totdat het DCF signaal beter wordt ontvangen.
De tijd is ook handmatig te programmeren. Op het
moment dat de DCF tijd door de zend-unit is ontvan-
gen wordt deze automatisch overgezonden en door
de binnen-unit overgenomen.
toets om uit de programmeer modes te komen
Instellen tijd:
Toets 2 sec.
totdat 0 in het TIME venster
gaan knipperen
het éérste cijfer dat gaat knipperen dient voor de
tijdzone waar u zich bevind. In de Benelux is dit
zone 0. Wordt hier bv. een 2 ingegeven dan zal de
DCF tijd 2 uur hoger uitvallen dan daadwerkelijk
wordt verzonden
• toets
om de uur notatie te kunnen instellen
• toets
om te wisselen tussen 24 uur of 12 uur
weergave
• toets
om de uren te kunnen instellen
• toets voor omhoog en toets voor omlaag
• toets
om de minuten te kunnen instellen
• toets
voor omhoog en toets voor omlaag
• toets
om jaartal te kunnen instellen
• toets voor omhoog en toets voor omlaag
• toets
om de maand te kunnen instellen
• toets
voor omhoog en toets voor omlaag
5
• toets
om de dag te kunnen instellen
• toets
voor omhoog en toets voor omlaag
• toets om de modes te verlaten of wacht 10
sec.
Temperatuur notatie:
De temperatuur kan worden ingesteld op ºCelsius (ºC)
of ºFahrenheit (ºF).
Toets 2 sec.
totdat 0 in het TIME venster
gaan knipperen
• toets 7x
om de temp notatie te kunnen
instellen.
• toets
om te wisselen tussen ºC of ºF.
• toets
om de programmeer mode te verlaten of
wacht 10 seconden.
Luchtdruk notatie:
De luchtdruk kan worden weergegeven als HectoPas-
cal (hPa) of inch-kwikdruk (inHG). In de Benelux wordt
gebruik gemaakt van de HectoPascal notatie. Vroeger
werd de luchtdruk ook wel in bar uitgedrukt. 1 mbar is
gelijk aan 1 hPa.
Toets 2 sec.
totdat 0 in het TIME venster
gaan knipperen.
• toets 8x
om de luchtdruk notatie te kunnen
instellen.
• toets
om te wisselen tussen hPa of inHg.
• toets
om de programmeer mode te verlaten of
wacht 10 seconden.
Relatieve luchtdruk:
Afhankelijk van het hoogteniveau (in vergelijking met
het zeeniveau) is de luchtdruk anders.
De absolute luchtdruk geeft de luchtdruk aan die
aanwezig is onafhankelijke van deze hoogte (neem
deze waarde als referentie). Voor het voorspellen van
het weer is het noodzakelijk om de juiste luchtdruk te
meten. Ook als men zich bv. 100 meter boven de zee-
spiegel bevindt. Dit noemt men de relatieve luchtdruk.
Per 8 meter neemt de luchtdruk met 1 hPa af. Op blz.
5 staat beschreven hoe te wisselen tussen absolute
en relatieve luchtdruk. Als u zich niet in de bergen be-
vindt hoeft u de relatieve luchtdruk niet aan te passen.
Aanpassen van de luchtdruknotatie
Toets 2 sec.
totdat 0 in het TIME venster
gaan knipperen.
toets 9 x
om de relatieve luchtdruk te kunnen
instellen.
• toets
of om de waarde te wijzigen
• toets
om de programmeer mode te verlaten of
wacht 10 seconden.
Druk wijzigingsdrempel:
In deze mode kan de drempel worden ingesteld
wanneer er daadwerkelijk een weersverandering zal
worden aangegeven. Standaard staat deze ingesteld
op 2 hPa. Er moet dus een luchtdruk verschil zijn van
2 hPa voordat er daadwerkelijk een weersverande-
ring wordt gesignaleerd. Deze waarde van 2 hPa kan
worden aangepast in 3 hPa of 4 hPa.
Toets 2 sec.
totdat 0 in het TIME venster
gaan knipperen.
• toets 10x
om de druk drempel te kunnen
instellen.
• toets
om te wisselen tussen 2, 3 of 4 hPa.
• toets
om de programmeer mode te verlaten of
wacht 10 seconden.
Druk wijzigingsdrempel bij storm:
In deze mode kan de drempel worden ingesteld wan-
neer er daadwerkelijk een weersverandering betrek-
king tot een storm zal worden aangegeven (weers-
icoon gaat knipperen). Standaard staat deze ingesteld
op 4 hPa per 3 uur. Er moet dus een luchtdrukverschil
zijn van 4 hPa binnen 3 uur voordat er daadwerkelijk
een storm wordt gesignaleerd. Deze waarde van 4
hPa kan worden aangepast tussen 3 tot 9 hPa.
Toets 2 sec.
totdat 0 in het TIME venster
gaan knipperen.
• toets 11x
om de stormdrempel te kunnen
instellen.
• toets
om te wisselen tussen 3 tot 9 hPa.
• toets
om de programmeer mode te verlaten of
wacht 10 seconden.
Windsnelheidsnotatie:
De windsnelheid kan in diverse notaties worden weer-
geven. Naar gelang uw voorkeur kan de aanduiding
worden gegeven in kilometer per uur(km/h), miles per
uur(mph), meter per seconde(m/s), knopen(knots) of
beaufort(bft).
Toets 2 sec.
totdat 0 in het TIME venster
gaan knipperen.
• toets 12x
om de windsnelheid notatie te
kunnen instellen.
• toets om te wisselen tussen m/s, km/h, knots,
mph of bft.
• toets
om de programmeer mode te verlaten of
wacht 10 seconden.
6
Neerslag hoeveelheid notatie:
De hoeveelheid gevallen regen wordt weergegeven
op display van het weerstation. Dit kan ingesteld
worden per mm of per inch. De inch waarde wordt
voornamelijk gebruikt in Engelstalige gebieden.
Toets 2 sec.
totdat 0 in het TIME venster
gaan knipperen.
• toets 13x
om de temp notatie te kunnen
instellen.
• toets
om te wisselen tussen mm en in.
• toets
om de programmeer mode te verlaten of
wacht 10 seconden.
WEERGAVE AANPASSING TIJDENS
GEBRUIK
Tijden het gebruik kunnen een aantal waardes hand-
matig worden aangepast zodat nog meer functies
zichtbaar kunnen worden gemaakt.
Buitentemperatuur - gevoelstemperatuur -
dauwtemperatuur:
De buitentemperatuur kan worden gegeven in de
metrische waarde van de buitentemperatuur geme-
ten met een thermometer. Ook kan de temperatuur
worden weergegeven als de gevoelstemperatuur(wind
chill). Dit is afhankelijk van de temperatuur en de
windsnelheid. Dan kan ook nog de dauw temperatuur
worden aangegeven. Dit is de temperatuur waarbij
waterdamp omgezet wordt naar water (mist, dauw of
rijp)(dew point). Dit is afhankelijk van de buitentempe-
ratuur en luchtdruk.
Om te kunnen wisselen tussen temperatuur,
gevoelstemperatuur en dauwtemperatuur;
toets
,
de buiten temperatuur zal gaan
knipperen.
• toets
om te wisselen tussen de verschillende
waardes (temp, wind chill of dew point).
• toets
om de mode te verlaten of wacht 10
seconden.
Absolute of Relatieve luchtdruk:
Er kan gekozen worden of de Absolute luchtdruk of
de relatieve luchtdruk wordt weergegeven. Standaard
wordt de absolute luchtdruk weergegeven. Dit is de
daadwerkelijk gemeten luchtdruk, onafhankelijk van
de hoogte waar de meter zich bevindt. Zie hoofdstuk
INSTELLEN BINNEN-UNIT bladzijde 4 met betrekking tot
de relatieve luchtdruk waarde.
Om te kunnen wisselen tussen absolute of
relatieve luchtdruk weergave; toets 2 x
,
de
luchtdrukweergave gaat knipperen.
• toets om te wisselen tussen de absolute of
relatieve luchtdruk weergave.
• toets om de mode te verlaten of wacht 10
seconden.
Gemiddelde of hoogste windsnelheid:
De windsnelheid kan worden weergegeven in gemid-
delde windsnelheid of in hoogste windsnelheid(Gust).
Om te kunnen wisselen tussen gemiddelde of
hoogste windsnelheid weergave toets 3 x
,
de
windsnelheidweergave gaat knipperen.
• toets
om te wisselen tussen gemiddelde of
hoogste windsnelheid weergave.
• toets om de mode te verlaten of wacht 10
seconden.
Hoeveelheid neerslag en resetten neerslag waarde:
De hoeveelheid neerslag wordt gemeten door de
regensensor. Op het weerstation kan worden inge-
steld in welk tijdsbestek deze hoeveelheid neerslag
is gevallen. Op het display kunnen de volgende tijden
worden weergegeven. Neerslag per uur, per 24 uur,
per week, per maand of het totaal gemeten hoeveel-
heid gevallen regen.
Toets 4 x
om de kunnen wisselen tussen
de tijdseenheid gevallen neerslag
• toets
om te wisselen tussen de verschillende
tijdseenheden
Om te resetten kies de totaal gemeten hoeveelheid
en ga verder:
toets 2 sec. op
om de regenwaarde te reset
ten
• toets
om de mode te verlaten of wacht 10 sec.
Meetgegevens van gisteren:
Elke 3 uur worden de gegevens automatisch in het
geheugen opgeslagen. De gegevens worden onthou-
den tot 24 uur in het verleden.
• Toets
om in het geheugen te komen
• toets
om door het geheugen te lopen in
stappen van -3 uur (tot max. -24 uur)
• toets
om de mode te verlaten of wacht 10
seconden.
Alarm mode:
Bij diverse waardes die het weerstation aangeeft kan
een maximale of minimale waarde alarm worden inge-
steld. Overschrijdt één van de waarde deze ingestelde
norm dan zal er een pieptoon klinken. Door te drukken
op een willekeurige toets zal de pieptoon stoppen. De
overschreden waarde zal nu blijven knipperen, totdat
de gemeten waarde weer uit de alarmfase komt. De
ingesteld alarmtijd (wekker), geeft dezelfde waarde bij
maximale en minimale waarde.
Maximale alarm waardes kunnen worden toegepast
op de volgende meetwaarden:
Maximale luchtvochtigheid binnen
Maximale temperatuur binnen
Maximale luchtvochtigheid buiten
Maximale temperatuur buiten
• Maximale gevoelstemperatuur
• Maximale dauwtemperatuur
7
• Maximale luchtdruk
Maximale wind snelheid
• Maximale windstoot
Maximale neerslag per uur
Maximale neerslag per 24 uur
Minimale alarm waardes kunnen worden toegepast op
de volgende meetwaarden:
Minimale luchtvochtigheid binnen
Minimale temperatuur binnen
Minimale luchtvochtigheid buiten
Minimale temperatuur buiten
• Minimale gevoelstemperatuur
• Minimale dauwtemperatuur
• Minimale luchtdruk
Weergeven van de min/max. alarm waarde:
• Toets
voor de weergaven van alle maximale-
alarm waardes of toets 2 x
voor de weergave
van alle minimale alarm waardes (als er geen alarm
waarde is ingegeven zal het item (---) of (--)
weergeven)
• toets
om de mode te verlaten of wacht 10
seconden.
Instellen van de min/max. alarm waarde:
• Toets
voor de weergave van alle maximale
alarm waardes of toets 2 x
voor de weergave
van alle minimale alarm waardes
• toets
om naar het juiste item te gaan. Het
gekozen item gaat nu knipperen
• toets
om de waarde te verhogen en toets
om de waarde te verlagen.
• toets
om het alarm te activeren of deactiveren
• toets
om de mode te verlaten of wacht 10
seconden.
Alarm activeren / deactiveren.
Tijdens het instellen van een minimale of maximale
alarm waarde kan het alarm worden geactiveerd en of
gedeactiveerd.
Toets tijdens het instellen van het alarm. Tijdens
het activeren verschijnt een bel icoon in het display.
Bij het deactiveren verdwijnt het bel icoon.
Minimale cq. Maximale waarde weergeven:
Bij diverse meetgegevens worden de maximale en
minimale waarde bewaard. Deze zijn na te zien via de
min/max. knop. Per item is deze waarde te resetten.
Zo kunt u bv. iedere dag de minimale nacht tempera-
tuur bijhouden. En bv. per week de maximale dag
temperatuur. Tijdens het weergeven van de maximale
of minimale weergave per item wordt ook het tijdstip
van de meeting weergegeven.
De volgende maximale waardes kunnen worden
gereset:
Maximale luchtvochtigheid binnen
Maximale temperatuur binnen
Maximale luchtvochtigheid buiten
Maximale temperatuur buiten
Maximale gevoelstemperatuur buiten
Maximale dauwtemperatuur buiten
• Maximale luchtdruk
• Maximale windsnelheid
• Maximale windstoot
Maximale neerslag per uur
Maximale neerslag per 24 uur
Maximale neerslag per week
Maximale neerslag per maand
De volgende minimale waardes kunnen worden
gerest:
Minimale luchtvochtigheid binnen
Minimale temperatuur binnen
Minimale luchtvochtigheid buiten
Minimale temperatuur buiten
Minimale gevoelstemperatuur buiten
Minimale dauwtemperatuur buiten
• Minimale luchtdruk
Weergeven van de min/max. waarde:
• Toets
voor de weergave van alle maximale
waardes of toets 2 x
voor de weergave van
alle minimale waardes
toets tijdens alle maximale of minimale waardes
om de maximale of minimale waardes per
item te bekijken
• toets om de mode te verlaten of wacht 10
seconden.
Resetten van de min/max. waarde:
• Toets
voor de weergave van de maximale
waardes of toets 2 x
voor de weergave van de
minimale waardes
• toets
om naar het juiste item te gaan
• toets om het gekozen item te resetten
• toets
om de mode te verlaten of wacht 10
seconden.
Als de ontvangst van de zend-unit, na geruime tijd
goed te hebben gefunctioneerd, weg gaat vallen
of geheel weg valt, vervang dan de batterijen voor
nieuwe. In de meeste gevallen zal de binnen-unit na
een paar uur de zend-unit weer zien en de meetge-
gevens tonen. Als er geen contact meer tot stand
komt tussen de zend en binnen unit, herhaal dan de
aanmeld procedure (zie blz. 3)
8
WEERSVOORSPELLING
Aan de hand van de weergegeven icoontjes op het
display wordt een weersvoorspelling getoond.
De basis icoontjes zijn als volgt.
Zonnig licht bewolkt bewolkt regen
Met pijltjes wordt aangegeven hoe de verandering in
het weer zal verlopen. De pijltjes kunnen lopen van
links naar rechts, maar ook van rechts naar links.
bv.
Toenemende luchtdruk resulteert in een voorspelling
van beter weer.
Toenemende luchtdruk resulteert in een voorspelling
van beter weer.
Afnemende luchtdruk resulteert in een voorspelling
van slechter weer.
Knipperen:
Bij weersverandering gaan de pijltjes knipperen.
Als de luchtdruk zich stabiliseert en minimaal 3 uur
stabiel is stopt het knipperen om aan te geven dat de
luchtdruk stabiel is.
Als alle icoontjes knipperen dan daalt de luchtdruk
extreem snel en geeft dan storm aan. (zie ook Druk
wijzigingsdrempel bij storm)
PLAATSINGS TIPS
De binnen-unit niet in direct zonlicht plaatsen en
verwijderd houden van warmte uitstralende
objecten. (lampen, verwarmingen, e.d.)
Voor een goede ontvangst van de radiogestuurde
tijdsignalen, de zend-unit niet naast grote metalen
oppervlakken of zware elektrische apparaten
plaatsen
Afhankelijk van de locale omstandigheden zal het
bereik tussen de zend-unit en binnen-unit variëren.
controleer voordat u de buiten-unit vast monteert
of de verbinding tussen zend-unit en binnen-unit
blijft bestaan. Monteer daarna de buiten-unit goed
vast.
De afstand tussen binnen en buiten unit mag niet
meer dan 50 meter bedragen.
SPECIFICATIES
Binnen-unit:
meetbereik binnentemperatuur:
0°C ~ +60°C (32°F ~ 140°F)
resolutie: 0.1°
meetbereik luchtvochtigheid:
10% ~ 99% relatieve vochtigheid
resolutie: 1%
meetbereik luchtdruk
300hPa ~ 1100hPa
resolutie: 0,1hPa
nauwkeurigheid: 1,5hPa
Alarm tijd:
120 seconden
Voeding:
3 x 1,5V batterij, formaat AA, alkaline
Buiten-unit:
meetbereik buitentemperatuur:
-40°C ~ +65°C (-40°F ~ 149°F)
resolutie: 0.1°
buitenbereik “OFL”
meetbereik luchtvochtigheid:
10% ~ 99% relatieve vochtigheid
resolutie: 1%
neerslag volume:
0 - 9999mm
buitenbereik “OFL”
resolutie: 0,1mm als neerslag volume < 1000mm
1 mm als neerslag volume > 1000mm
wind snelheid:
0 ~ 180km/h
buitenbereik “OFL”
Meet interval zend-unit:
48 seconden
Voeding:
2x 1,5V batterij, formaat AA, alkaline
Zendfrequentie:
868MHz
Reikwijdte:
± 40 meter
9
Service Help
+31 (0) 73 6411 355
Aziëlaan 12
‘s-Hertogenbosch
WWW.HESDO-SERVICE.NL
RESET / SYSTEEM STORING
Indien u het overzicht tot de instellingen kwijt bent of
de WS-3000 een mogelijke storing vertoont, kan het
raadzaam zijn de binnen- en buiten unit te resetten.
Verwijder de batterijen van de binnen- en van de
zend-unit. Wacht minimaal 10 seconden. Plaats
daarna de batterijen terug of vervang deze voor
nieuwe batterijen
zie vervolgens INSTALLATIE op blz. 3
Is hiermee de storing nog niet verholpen, neem dan
contact op met de Alecto servicedienst
op telefoonnummer +31 (0) 73 6411 355
GARANTIEBEWIJS
Naam:
Adres:
Postcode:
Plaats:
Telefoon:
Op de Alecto WS-3000 heeft u een garantie van
24 MAANDEN na aankoop datum. Wij garanderen gedurende
die periode de kosteloze herstelling van defecten ontstaan
door materiaal- en constructiefouten. Een en ander ter
uiteindelijke beoordeling van de importeur.
HOE TE HANDELEN:
Bemerkt u een defect, raadpleeg dan eerst deze gebruiks-
aanwijzing of de website van Alecto. Geven deze hieromtrent
geen uitsluitsel, raadpleeg dan de leverancier van dit weer-
station
Bij een defect kunt u het weerstation, voorzien van een dui-
delijke klachtomschrijving en een gedateerde aankoopbon bij
uw leverancier inleveren. Deze zal voor spoedige reparatie,
resp. verzending naar de importeur zorgdragen.
DE GARANTIE VERVALT:
Bij ondeskundig gebruik, foutieve aansluiting, lekkende en/
of verkeerd geplaatste batterijen, gebruik van niet originele
onderdelen of toebehoren, verwaarlozing en bij defecten ont-
staan door vocht, vuur, overstroming, blikseminslag en
natuurrampen. Bij onbevoegde wijzigingen en/of reparaties
door derden. Bij onjuist transport van het apparaat zonder
geschikte verpakking en indien het apparaat niet vergezeld is
van dit garantiebewijs en de aankoopbon.
Iedere verdere aansprakelijkheid, met name voor eventuele
gevolgschade, is uitgesloten.
Bewaar hier uw
kassa- of aan
koopbon
INSTALLATION
Toute l’installation peut être effectuée avant l’usage.
Consultez la description de construction pour
l’installation des senseurs extérieurs. Faites attention
que l’unité d’émission est installée comme dernière
après qu’elle a été branchée à l’unité intérieure.
Unité intérieure:
Mettez 3 piles alcalines du type AA 1.5Volt avec la
bonne polarité dans le compartiment à piles de l’unité
intérieure. Elle fera résonner un bib après que les
piles ont été mises. L’écran affi chera “SENSOR:”
pour indiquer que l’unité intérieure recherche l’unité
d’émission.
Unité d’émission:
Reprenez d’abord la calotte de pluie de l’unité
d’émission (voyez dessin à la page 10).
Le couvercle du compartiment à piles peut être repris
en le glissant. Mettez 2 piles du alcalin type AA1.5Volt
avec la bonne polarité dans le compartiment à piles
de l’unité d’émission. La petite lampe LED s’allumera
pendant 4 secondes. Le compartiment à piles peut
être fermé. Mettez les piles dans l’unité intérieure
directement après que les piles ont été mises dans
l’unité d’émission, ceci pour assurer un bon branche-
ment avec l’unité intérieure (voyez ci-dessous)
Après vous avez branché l’unité d’émetteur, il va
émettre des données data pendant 24 secondes.
Après l’émission s’arrêtera et l’unité d’émetteur va
recevoir pendant 5 minutes le signal d’horloge DCF.
L’unité d’émission n’émettra pas au cours du signal
d’horloge DCF reçu.
L’indicateur LED clignotera 5 x si le signal DCF est
synchronisé. Après cette procédure l’unité d’émission
émettra régulièrement du data vers l’unité d’intérieure.
Vous devez voir tous les données sur l’écran après
10 minutes. Si le signal DCF n’a pas encore été reçu
suite à une perturbation attendez encore un certain
temps. Le signal DCF peut être encore reçu complè-
tement plus tard. Il est possible de programmer le
temps manuel, lors pas de réception du signal DCF.
Une réception améliorent du signal DCF est possible
si vous tournez l’unité d’émission quelque chose.
Le mot “SENSOR:” disparaitra après 10 minutes de
l’écran. Les unités seront branchées l’une sur l’autre.
L’unité extérieure se mettra en contact avec l’unité
intérieure pour émettre les valeurs dépendant de la
valeur enregistrée. Dans ce cas, le mot “SENSOR:
s’éclaircira brièvement et s’éteindra directement.
ATTENTION: n’appuyez sur aucune touche pendant
le branchement.
Si le branchement ne se fait pas, répétez-le. Attendez
toutefois 10 secondes au minimum avant de remettre
les piles.
FR
17
Bouwbeschrijving
Description de construction
ver. 3.2
Service Help
+31 (0) 73 6411 355
Aziëlaan 12
‘s-Hertogenbosch
WWW.HESDO-SERVICE.NL

Documenttranscriptie

OVERZICHT NL 2 6 1 3 7 5 8 9 4 10 1: 2: 3: 4: 5: 6: 7: 8: 9: 10: regenmeter windmeter temperatuur-luchtvochtigheid meter + DCF-ontvanger en zend-unit (zie 4) zend-unit los binnen-unit (ontvanger) Voordat de batterijen in en de aansluitkabels op de zendunit kunnen worden geplaatst, éérst de regenkap van de zend-unit af schuiven. set knop + knop history knop alarm knop min/max Plaats de batterijen (2 x AA 1,5V) in het batterijvak met de juiste polariteit. Plaats het batterij klepje terug. Zorg dat de zendunit is aangemeld op de binnen-unit. (zie installatie blz 3) Sluit de aansluitkabel die aan de wind sensor zit aan op de aansluitplug op de zend-unit met bijschrift “WIND”. Sluit de aansluitkabel van de regen sensor aan op de aansluitplug op de zend-unit met bijschrift “RAIN”. Na het aanmelden en installeren kan de regenkap weer worden gemonteerd door deze over de zend-unit terug te schuiven. 2 NL Binnen-unit: Na 10 minuten zal “SENSOR:” weer verdwijnen uit het display. De units zijn nu op elkaar aangemeld. Afhankelijk van de opgenomen meetwaarde maakt de zendunit contact met de binnenunit om nieuwe meetwaarden over te zenden. Op dat moment zal in het display heel kort “SENSOR:” oplichten, en dooft direct daarna. INSTALLATIE De gehele installatie kan voor gebruik worden geïnstalleerd. Zie voor het installeren van de buitensensoren bijgevoegde bouwbeschrijving. Let erop dat de zend-unit als laatste wordt geïnstalleerd nadat deze is aangemeld op de binnen-unit. Binnen-unit: Plaats drie alkaline batterijen type AA 1,5 volt met de juiste polariteit in het batterijvak van de binnen-unit. Na het plaatsen zal de binnen-unit een pieptoon geven. In het display verschijnt “SENSOR:” ten teken dat de binnen-unit op zoek is naar de zend-unit. LET OP: tijdens de aanmeld procedure geen toetsen indrukken. Mocht het aanmelden niet zijn gelukt, kunt u de procedure nogmaals herhalen. Wacht echter minimaal 10 seconden alvorens de verwijderde batterijen weer terug te plaatsen. Zend-unit: Schuif éérst de regenkap van de zend-unit. (zie detail tekening blz. 2). De deksel van het batterijvakje kan met een schuivende beweging van het batterijvakje worden verwijderd. Plaats twee alkaline batterijen type AA 1,5Volt met de juiste polariteit in het batterijvak van de zend-unit. Het LED lampje zal 4 seconden gaan branden. Het batterij vakje kan nu worden dichtgemaakt. Om de aanmelding met de binnen-unit correct te laten verlopen direct na het plaatsen van de batterijen in de binnenunit, de batterijen in de zendunit plaatsen. Opmerking: De zendunit kan ook worden gebruikt zonder regen en of wind sensor. Op het display verschijnt de waarde “--” of de waarde “0”. De binnenunit functioneert ook als de zendunit niet is aangemeld. Alle gegevens die worden gestuurd door de zendunit zullen niet worden aangegeven op het display. Aansluit punten voor de regen en wind sensor op de zend-unit. Elke keer als de zendunit wordt ingeschakeld (bijvoorbeeld na het vervangen van de batterijen), zal het LED lampje gedurende 4 seconden oplichten (Als de LED indicatie niet oplicht of continue oplicht, plaats de batterijen juist of geef een reset). Nadat de zendunit wordt ingeschakeld, zal deze voor 24 seconden data gegevens verzenden. Daarna stop het zenden en gaat de zendunit 5 minuten het DCF kloksignaal ontvangen. De zendunit zal tijdens het ontvangen van de DCF kloksignaal niet uitzenden. De LED indicator zal 5 x knipperen als het DCFsignaal is gesynchroniseerd. Na deze procedure zal de zendunit regelmatig de data verzenden naar de binnenunit. Na 10 minuten dienen dus alle gegevens op het display te zien zijn. Als door storing in het DCF signaal nog niet de juiste tijd is ontvangen wacht dan nog enige tijd. Het DCF-signaal kan later toch compleet worden ontvangen. Het is mogelijk de tijd handmatig in te stellen, bij geen ontvangst van het DCFsignaal. Om het DCFsignaal beter te ontvangen kan het een verbetering opleveren als de zendunit iets wordt gedraaid. Na het monteren van de zendunit kunnen de wind en regen meter worden aangesloten op de zendunit. Pas als deze zijn aangesloten kunnen de wind en regenmeter waarde genereren die dan via de zendunit naar de binnenunit wordt gezonden. Omdat de zendunit niet constant zend kan dit pas na enige tijd gebeuren. 3 DISPLAY OVERZICHT WEERGAVEN Algemeen: De actuele temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk worden pas correct weergegeven nadat zowel de binnen- als de buiten-unit gedurende enkele uren hebben aangestaan en niet zijn verplaatst. 1 29 3 30 2 4 De weersvoorspelling en de luchtdruk van de laatste 24 uur worden pas na ruim 24 uur correct weergegeven. 5 6 7 8 9 INSTELLEN BINNEN-UNIT 10 11 14 12 13 Tijd en datum: De WS-3000 heeft een ingebouwde DCF ontvanger. Met deze ontvanger wordt het DCF klok signaal uit Frankfurt ontvangen. Dit signaal zorgt ervoor dat de klok zeer nauwkeurig de tijd aangeeft. Voorwaarde is dat het signaal goed wordt ontvangen. De DCF ontvanger is in de buitenunit geplaatst. Het kan enkele uren duren voordat het tijdsignaal is overgezonden van de zend-unit naar de binnen-unit. Bij geen ontvangst kan eventueel de zend-unit worden verdraait totdat het DCF signaal beter wordt ontvangen. 15 16 31 17 20 21 18 19 22 23 26 24 27 De tijd is ook handmatig te programmeren. Op het moment dat de DCF tijd door de zend-unit is ontvangen wordt deze automatisch overgezonden en door de binnen-unit overgenomen. 25 28 1: tijd 2: indicatie alarm aan 3: indicatie -dag -tijd zone -geschiedenis 4: datum 5: weergave binnen temperatuur 6: weergave binnen luchtvochtigheid 7: indicatie hoog en/of laag alarm luchtvochtigheid en temperatuur binnen 8: weergave ºCelcius of ºFahrenheit 9: algemeen indicatie icoon binnen alarm aan 10: indicatie min. of max. weergave 11: indicatie -buiten temperatuur -gevoels temperatuur -dauw temperatuur 12: weergave luchtvochtigheid en temperatuur buiten 13: indicatie hoog en/of laag alarm luchtvochtigheid en temperatuur buiten 14: weergave ºCelcius of ºFahrenheit 15: algemeen indicatie icoon buiten alarm aan 16: weersvoorspelling icoon 17: weers tendens indicatie 18: luchtdruk eenheid (relatief of absoluut) 19: luchtdruk met 24 uur geschiedenis 20: indicatie hoog en/of laag alarm luchtdruk 21: luchtdruk eenheid in hPa of inHg 22: indicatie icoon luchtdruk alarm aan 23: weergave windsnelheidseenheid -m/s, km/h, knots, chill, mph, bft24: windsnelheid hoog alarm 25: indicatie wind alarm aan 26: neerslag eenheid in -mm of inch27: weergave neerslag eenheid -1h, 24h, week, maand, totaal28: neerslag hoog alarm 29: indicatie tijd weergave via DCF 30: indicatie DCF ontvangst icoon 31: lage batterij capaciteit indicatie Opmerkingen: DCF staat voor de ontvangst vanuit Frankfurt (DCF-77) WWVB staat voor de ontvangst uit Amerika (niet te ontvangen in Europa) DST staat voor “Daylight Saving Time” oftewel zomertijd De lage batterij capaciteit indicatie verschijnt als de batterij leeg raakt. Deze indicatie kan ook verschijnen bij temperaturen beneden de 10ºC. De batterijen hoeven dan niet te worden vervangen. toets om uit de programmeer modes te komen Instellen tijd: • Toets 2 sec. totdat 0 in het TIME venster gaan knipperen • het éérste cijfer dat gaat knipperen dient voor de tijdzone waar u zich bevind. In de Benelux is dit zone 0. Wordt hier bv. een 2 ingegeven dan zal de DCF tijd 2 uur hoger uitvallen dan daadwerkelijk wordt verzonden • toets om de uur notatie te kunnen instellen om te wisselen tussen 24 uur of 12 uur • toets weergave • toets om de uren te kunnen instellen • toets voor omhoog en toets voor omlaag • toets om de minuten te kunnen instellen • toets voor omhoog en toets • toets om jaartal te kunnen instellen • toets voor omhoog en toets • toets om de maand te kunnen instellen 4 • toets voor omhoog en toets voor omlaag voor omlaag voor omlaag • toets om de dag te kunnen instellen • toets voor omhoog en toets • toets sec. om de modes te verlaten of wacht 10 Druk wijzigingsdrempel: In deze mode kan de drempel worden ingesteld wanneer er daadwerkelijk een weersverandering zal worden aangegeven. Standaard staat deze ingesteld op 2 hPa. Er moet dus een luchtdruk verschil zijn van 2 hPa voordat er daadwerkelijk een weersverandering wordt gesignaleerd. Deze waarde van 2 hPa kan worden aangepast in 3 hPa of 4 hPa. voor omlaag Temperatuur notatie: De temperatuur kan worden ingesteld op ºCelsius (ºC) of ºFahrenheit (ºF). • Toets 2 sec. gaan knipperen • toets 10x instellen. om de temp notatie te kunnen • toets 7x instellen. • toets totdat 0 in het TIME venster • Toets 2 sec. gaan knipperen. totdat 0 in het TIME venster • toets om te wisselen tussen ºC of ºF. Druk wijzigingsdrempel bij storm: In deze mode kan de drempel worden ingesteld wanneer er daadwerkelijk een weersverandering betrekking tot een storm zal worden aangegeven (weersicoon gaat knipperen). Standaard staat deze ingesteld op 4 hPa per 3 uur. Er moet dus een luchtdrukverschil zijn van 4 hPa binnen 3 uur voordat er daadwerkelijk een storm wordt gesignaleerd. Deze waarde van 4 hPa kan worden aangepast tussen 3 tot 9 hPa. Luchtdruk notatie: De luchtdruk kan worden weergegeven als HectoPascal (hPa) of inch-kwikdruk (inHG). In de Benelux wordt gebruik gemaakt van de HectoPascal notatie. Vroeger werd de luchtdruk ook wel in bar uitgedrukt. 1 mbar is gelijk aan 1 hPa. • Toets 2 sec. totdat 0 in het TIME venster gaan knipperen. • toets • Toets 2 sec. totdat 0 in het TIME venster gaan knipperen. om de luchtdruk notatie te kunnen • toets 11x instellen. om te wisselen tussen hPa of inHg. om de programmeer mode te verlaten of • toets wacht 10 seconden. • toets • Toets 2 sec. totdat 0 in het TIME venster gaan knipperen. om de windsnelheid notatie te • toets 12x kunnen instellen. • toets om te wisselen tussen m/s, km/h, knots, mph of bft. om de programmeer mode te verlaten of • toets wacht 10 seconden. om de relatieve luchtdruk te kunnen of om de waarde te wijzigen om de programmeer mode te verlaten of • toets wacht 10 seconden. om te wisselen tussen 3 tot 9 hPa. Windsnelheidsnotatie: De windsnelheid kan in diverse notaties worden weergeven. Naar gelang uw voorkeur kan de aanduiding worden gegeven in kilometer per uur(km/h), miles per uur(mph), meter per seconde(m/s), knopen(knots) of beaufort(bft). • Toets 2 sec. totdat 0 in het TIME venster gaan knipperen. • toets om de stormdrempel te kunnen om de programmeer mode te verlaten of • toets wacht 10 seconden. Relatieve luchtdruk: Afhankelijk van het hoogteniveau (in vergelijking met het zeeniveau) is de luchtdruk anders. De absolute luchtdruk geeft de luchtdruk aan die aanwezig is onafhankelijke van deze hoogte (neem deze waarde als referentie). Voor het voorspellen van het weer is het noodzakelijk om de juiste luchtdruk te meten. Ook als men zich bv. 100 meter boven de zeespiegel bevindt. Dit noemt men de relatieve luchtdruk. Per 8 meter neemt de luchtdruk met 1 hPa af. Op blz. 5 staat beschreven hoe te wisselen tussen absolute en relatieve luchtdruk. Als u zich niet in de bergen bevindt hoeft u de relatieve luchtdruk niet aan te passen. Aanpassen van de luchtdruknotatie • toets 9 x instellen. om te wisselen tussen 2, 3 of 4 hPa. om de programmeer mode te verlaten of • toets wacht 10 seconden. om de programmeer mode te verlaten of • toets wacht 10 seconden. • toets 8x instellen. om de druk drempel te kunnen 5 Neerslag hoeveelheid notatie: De hoeveelheid gevallen regen wordt weergegeven op display van het weerstation. Dit kan ingesteld worden per mm of per inch. De inch waarde wordt voornamelijk gebruikt in Engelstalige gebieden. • Toets 2 sec. totdat 0 in het TIME venster gaan knipperen. • toets 13x instellen. • toets om de temp notatie te kunnen om te wisselen tussen mm en in. om de programmeer mode te verlaten of • toets wacht 10 seconden. WEERGAVE AANPASSING TIJDENS GEBRUIK Tijden het gebruik kunnen een aantal waardes handmatig worden aangepast zodat nog meer functies zichtbaar kunnen worden gemaakt. Buitentemperatuur - gevoelstemperatuur dauwtemperatuur: De buitentemperatuur kan worden gegeven in de metrische waarde van de buitentemperatuur gemeten met een thermometer. Ook kan de temperatuur worden weergegeven als de gevoelstemperatuur(wind chill). Dit is afhankelijk van de temperatuur en de windsnelheid. Dan kan ook nog de dauw temperatuur worden aangegeven. Dit is de temperatuur waarbij waterdamp omgezet wordt naar water (mist, dauw of rijp)(dew point). Dit is afhankelijk van de buitentemperatuur en luchtdruk. • Om te kunnen wisselen tussen temperatuur, gevoelstemperatuur en dauwtemperatuur; toets , de buiten temperatuur zal gaan knipperen. om te wisselen tussen de verschillende • toets waardes (temp, wind chill of dew point). om de mode te verlaten of wacht 10 • toets seconden. Gemiddelde of hoogste windsnelheid: De windsnelheid kan worden weergegeven in gemiddelde windsnelheid of in hoogste windsnelheid(Gust). • Om te kunnen wisselen tussen gemiddelde of hoogste windsnelheid weergave toets 3 x windsnelheidweergave gaat knipperen. , de • toets om te wisselen tussen gemiddelde of hoogste windsnelheid weergave. om de mode te verlaten of wacht 10 • toets seconden. Hoeveelheid neerslag en resetten neerslag waarde: De hoeveelheid neerslag wordt gemeten door de regensensor. Op het weerstation kan worden ingesteld in welk tijdsbestek deze hoeveelheid neerslag is gevallen. Op het display kunnen de volgende tijden worden weergegeven. Neerslag per uur, per 24 uur, per week, per maand of het totaal gemeten hoeveelheid gevallen regen. • Toets 4 x om de kunnen wisselen tussen de tijdseenheid gevallen neerslag om te wisselen tussen de verschillende • toets tijdseenheden Om te resetten kies de totaal gemeten hoeveelheid en ga verder: • toets 2 sec. op ten • toets om de regenwaarde te reset om de mode te verlaten of wacht 10 sec. Meetgegevens van gisteren: Elke 3 uur worden de gegevens automatisch in het geheugen opgeslagen. De gegevens worden onthouden tot 24 uur in het verleden. • Toets om in het geheugen te komen om door het geheugen te lopen in • toets stappen van -3 uur (tot max. -24 uur) om de mode te verlaten of wacht 10 • toets seconden. Alarm mode: Bij diverse waardes die het weerstation aangeeft kan een maximale of minimale waarde alarm worden ingeAbsolute of Relatieve luchtdruk: steld. Overschrijdt één van de waarde deze ingestelde Er kan gekozen worden of de Absolute luchtdruk of norm dan zal er een pieptoon klinken. Door te drukken de relatieve luchtdruk wordt weergegeven. Standaard op een willekeurige toets zal de pieptoon stoppen. De wordt de absolute luchtdruk weergegeven. Dit is de overschreden waarde zal nu blijven knipperen, totdat daadwerkelijk gemeten luchtdruk, onafhankelijk van de gemeten waarde weer uit de alarmfase komt. De de hoogte waar de meter zich bevindt. Zie hoofdstuk ingesteld alarmtijd (wekker), geeft dezelfde waarde bij INSTELLEN BINNEN-UNIT bladzijde 4 met betrekking tot maximale en minimale waarde. de relatieve luchtdruk waarde. Maximale alarm waardes kunnen worden toegepast • Om te kunnen wisselen tussen absolute of op de volgende meetwaarden: relatieve luchtdruk weergave; toets 2 x , de • Maximale luchtvochtigheid binnen luchtdrukweergave gaat knipperen. • Maximale temperatuur binnen • toets om te wisselen tussen de absolute of • Maximale luchtvochtigheid buiten relatieve luchtdruk weergave. • Maximale temperatuur buiten • Maximale gevoelstemperatuur • toets om de mode te verlaten of wacht 10 seconden. 6 • Maximale dauwtemperatuur • • • • • • • • • • • • • • Maximale luchtdruk • Maximale wind snelheid • Maximale windstoot • Maximale neerslag per uur • Maximale neerslag per 24 uur Minimale alarm waardes kunnen worden toegepast op de volgende meetwaarden: • Minimale luchtvochtigheid binnen • Minimale temperatuur binnen • Minimale luchtvochtigheid buiten • Minimale temperatuur buiten • Minimale gevoelstemperatuur • Minimale dauwtemperatuur • Minimale luchtdruk De volgende minimale waardes kunnen worden gerest: • Minimale luchtvochtigheid binnen • Minimale temperatuur binnen • Minimale luchtvochtigheid buiten • Minimale temperatuur buiten • Minimale gevoelstemperatuur buiten • Minimale dauwtemperatuur buiten • Minimale luchtdruk Weergeven van de min/max. alarm waarde: • Toets Maximale luchtvochtigheid binnen Maximale temperatuur binnen Maximale luchtvochtigheid buiten Maximale temperatuur buiten Maximale gevoelstemperatuur buiten Maximale dauwtemperatuur buiten Maximale luchtdruk Maximale windsnelheid Maximale windstoot Maximale neerslag per uur Maximale neerslag per 24 uur Maximale neerslag per week Maximale neerslag per maand voor de weergaven van alle maximale- voor de weergave alarm waardes of toets 2 x van alle minimale alarm waardes (als er geen alarm waarde is ingegeven zal het item (---) of (--) weergeven) om de mode te verlaten of wacht 10 • toets seconden. Weergeven van de min/max. waarde: Instellen van de min/max. alarm waarde: • Toets • Toets voor de weergave van waardes of toets 2 x alle minimale waardes • toets tijdens alle maximale of minimale waardes voor de weergave van alle maximale voor de weergave alarm waardes of toets 2 x van alle minimale alarm waardes voor de weergave van alle maximale om naar het juiste item te gaan. Het • toets gekozen item gaat nu knipperen om de maximale of minimale waardes per item te bekijken om de waarde te verhogen en toets om de mode te verlaten of wacht 10 • toets seconden. • toets om de waarde te verlagen. • toets om het alarm te activeren of deactiveren om de mode te verlaten of wacht 10 • toets seconden. Resetten van de min/max. waarde: Alarm activeren / deactiveren. Tijdens het instellen van een minimale of maximale alarm waarde kan het alarm worden geactiveerd en of gedeactiveerd. • Toets voor de weergave van de maximale waardes of toets 2 x minimale waardes Toets tijdens het instellen van het alarm. Tijdens het activeren verschijnt een bel icoon in het display. Bij het deactiveren verdwijnt het bel icoon. voor de weergave van de • toets om naar het juiste item te gaan • toets om het gekozen item te resetten om de mode te verlaten of wacht 10 • toets seconden. Minimale cq. Maximale waarde weergeven: Bij diverse meetgegevens worden de maximale en minimale waarde bewaard. Deze zijn na te zien via de min/max. knop. Per item is deze waarde te resetten. Zo kunt u bv. iedere dag de minimale nacht temperatuur bijhouden. En bv. per week de maximale dag temperatuur. Tijdens het weergeven van de maximale of minimale weergave per item wordt ook het tijdstip van de meeting weergegeven. De volgende maximale waardes kunnen worden gereset: Als de ontvangst van de zend-unit, na geruime tijd goed te hebben gefunctioneerd, weg gaat vallen of geheel weg valt, vervang dan de batterijen voor nieuwe. In de meeste gevallen zal de binnen-unit na een paar uur de zend-unit weer zien en de meetgegevens tonen. Als er geen contact meer tot stand komt tussen de zend en binnen unit, herhaal dan de aanmeld procedure (zie blz. 3) 7 • Afhankelijk van de locale omstandigheden zal het bereik tussen de zend-unit en binnen-unit variëren. controleer voordat u de buiten-unit vast monteert of de verbinding tussen zend-unit en binnen-unit blijft bestaan. Monteer daarna de buiten-unit goed vast. • De afstand tussen binnen en buiten unit mag niet meer dan 50 meter bedragen. WEERSVOORSPELLING Aan de hand van de weergegeven icoontjes op het display wordt een weersvoorspelling getoond. De basis icoontjes zijn als volgt. Zonnig licht bewolkt bewolkt regen SPECIFICATIES Met pijltjes wordt aangegeven hoe de verandering in het weer zal verlopen. De pijltjes kunnen lopen van links naar rechts, maar ook van rechts naar links. bv. Binnen-unit: meetbereik binnentemperatuur: 0°C ~ +60°C (32°F ~ 140°F) resolutie: 0.1° meetbereik luchtvochtigheid: 10% ~ 99% relatieve vochtigheid resolutie: 1% meetbereik luchtdruk 300hPa ~ 1100hPa resolutie: 0,1hPa nauwkeurigheid: 1,5hPa Toenemende luchtdruk resulteert in een voorspelling van beter weer. Alarm tijd: 120 seconden Voeding: 3 x 1,5V batterij, formaat AA, alkaline Toenemende luchtdruk resulteert in een voorspelling van beter weer. Buiten-unit: meetbereik buitentemperatuur: -40°C ~ +65°C (-40°F ~ 149°F) resolutie: 0.1° buitenbereik “OFL” Afnemende luchtdruk resulteert in een voorspelling van slechter weer. meetbereik luchtvochtigheid: 10% ~ 99% relatieve vochtigheid resolutie: 1% Knipperen: Bij weersverandering gaan de pijltjes knipperen. Als de luchtdruk zich stabiliseert en minimaal 3 uur stabiel is stopt het knipperen om aan te geven dat de luchtdruk stabiel is. neerslag volume: 0 - 9999mm buitenbereik “OFL” resolutie: 0,1mm als neerslag volume < 1000mm 1 mm als neerslag volume > 1000mm Als alle icoontjes knipperen dan daalt de luchtdruk extreem snel en geeft dan storm aan. (zie ook Druk wijzigingsdrempel bij storm) wind snelheid: 0 ~ 180km/h buitenbereik “OFL” Meet interval zend-unit: 48 seconden PLAATSINGS TIPS • De binnen-unit niet in direct zonlicht plaatsen en verwijderd houden van warmte uitstralende objecten. (lampen, verwarmingen, e.d.) • Voor een goede ontvangst van de radiogestuurde tijdsignalen, de zend-unit niet naast grote metalen oppervlakken of zware elektrische apparaten plaatsen Voeding: 2x 1,5V batterij, formaat AA, alkaline Zendfrequentie: 868MHz Reikwijdte: ± 40 meter 8 RESET / SYSTEEM STORING Indien u het overzicht tot de instellingen kwijt bent of de WS-3000 een mogelijke storing vertoont, kan het raadzaam zijn de binnen- en buiten unit te resetten. • Verwijder de batterijen van de binnen- en van de zend-unit. Wacht minimaal 10 seconden. Plaats daarna de batterijen terug of vervang deze voor nieuwe batterijen zie vervolgens INSTALLATIE op blz. 3 Is hiermee de storing nog niet verholpen, neem dan contact op met de Alecto servicedienst op telefoonnummer +31 (0) 73 6411 355 GARANTIEBEWIJS Naam: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: Bewaar hier uw kassa- of aan koopbon Op de Alecto WS-3000 heeft u een garantie van 24 MAANDEN na aankoop datum. Wij garanderen gedurende die periode de kosteloze herstelling van defecten ontstaan door materiaal- en constructiefouten. Een en ander ter uiteindelijke beoordeling van de importeur. HOE TE HANDELEN: Bemerkt u een defect, raadpleeg dan eerst deze gebruiksaanwijzing of de website van Alecto. Geven deze hieromtrent geen uitsluitsel, raadpleeg dan de leverancier van dit weerstation Bij een defect kunt u het weerstation, voorzien van een duidelijke klachtomschrijving en een gedateerde aankoopbon bij uw leverancier inleveren. Deze zal voor spoedige reparatie, resp. verzending naar de importeur zorgdragen. DE GARANTIE VERVALT: Bij ondeskundig gebruik, foutieve aansluiting, lekkende en/ of verkeerd geplaatste batterijen, gebruik van niet originele onderdelen of toebehoren, verwaarlozing en bij defecten ontstaan door vocht, vuur, overstroming, blikseminslag en natuurrampen. Bij onbevoegde wijzigingen en/of reparaties door derden. Bij onjuist transport van het apparaat zonder geschikte verpakking en indien het apparaat niet vergezeld is van dit garantiebewijs en de aankoopbon. Iedere verdere aansprakelijkheid, met name voor eventuele gevolgschade, is uitgesloten. Service Help Aziëlaan 12 ‘s-Hertogenbosch WWW.HESDO-SERVICE.NL [email protected] +31 (0) 73 6411 355 FR INSTALLATION Toute l’installation peut être effectuée avant l’usage. Consultez la description de construction pour l’installation des senseurs extérieurs. Faites attention que l’unité d’émission est installée comme dernière après qu’elle a été branchée à l’unité intérieure. Unité intérieure: Mettez 3 piles alcalines du type AA 1.5Volt avec la bonne polarité dans le compartiment à piles de l’unité intérieure. Elle fera résonner un bib après que les piles ont été mises. L’écran affichera “SENSOR:” pour indiquer que l’unité intérieure recherche l’unité d’émission. Unité d’émission: Reprenez d’abord la calotte de pluie de l’unité d’émission (voyez dessin à la page 10). Le couvercle du compartiment à piles peut être repris en le glissant. Mettez 2 piles du alcalin type AA1.5Volt avec la bonne polarité dans le compartiment à piles de l’unité d’émission. La petite lampe LED s’allumera pendant 4 secondes. Le compartiment à piles peut être fermé. Mettez les piles dans l’unité intérieure directement après que les piles ont été mises dans l’unité d’émission, ceci pour assurer un bon branchement avec l’unité intérieure (voyez ci-dessous) Après vous avez branché l’unité d’émetteur, il va émettre des données data pendant 24 secondes. Après l’émission s’arrêtera et l’unité d’émetteur va recevoir pendant 5 minutes le signal d’horloge DCF. L’unité d’émission n’émettra pas au cours du signal d’horloge DCF reçu. L’indicateur LED clignotera 5 x si le signal DCF est synchronisé. Après cette procédure l’unité d’émission émettra régulièrement du data vers l’unité d’intérieure. Vous devez voir tous les données sur l’écran après 10 minutes. Si le signal DCF n’a pas encore été reçu suite à une perturbation attendez encore un certain temps. Le signal DCF peut être encore reçu complètement plus tard. Il est possible de programmer le temps manuel, lors pas de réception du signal DCF. Une réception améliorent du signal DCF est possible si vous tournez l’unité d’émission quelque chose. Le mot “SENSOR:” disparaitra après 10 minutes de l’écran. Les unités seront branchées l’une sur l’autre. L’unité extérieure se mettra en contact avec l’unité intérieure pour émettre les valeurs dépendant de la valeur enregistrée. Dans ce cas, le mot “SENSOR:” s’éclaircira brièvement et s’éteindra directement. ATTENTION: n’appuyez sur aucune touche pendant le branchement. Si le branchement ne se fait pas, répétez-le. Attendez toutefois 10 secondes au minimum avant de remettre 9 les piles. Bouwbeschrijving Description de construction 17 Service Help Aziëlaan 12 ‘s-Hertogenbosch WWW.HESDO-SERVICE.NL [email protected] +31 (0) 73 6411 355 ver. 3.2
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20

Alecto WS-3000 Handleiding

Categorie
Fietsaccessoires
Type
Handleiding

in andere talen