Sony SAL300F28G Handleiding

Type
Handleiding
(1) (2)
(3) (4)
12
3
4
5
6
7
10
98
11 12 13 14 9 8
15
16
17
18
19
20
2122
1···Scherpstelring 2···Afstandsschaal
3···Velddiepteschaal 4···Ringmontagemarkeringen
(rood) 5···Lensmarkeringen (grijs) 6···Ringmarkeringen
(grijs) 7···Contactpunten van lens 8···Filterhouder
9···Vergrendeling van fi lterhouder 10···Afstandsindex
11···Bescherming 12···Vergrendelingstoetsen voor
scherpstelling 13···Scherpstelknop 14···Opening voor
riem 15···DMF-functieknop 16···Lensmontagemarkeringen
17···Instelknop voor het scherpstellingsbereik 18···Instelknop
voor het vooraf scherpstellen 19···Geluidssignaalknop
20···Ringvergrendelingsknop 21···Knop voor vergrendeling
van scherpstelling/vooraf scherpstellen 22···Begrenzer voor
het scherpstellingsbereik
Deze lens is ontworpen voor Sony -camera's.
WAARSCHUWING
Stel het toestel niet bloot aan regen of vocht om brand of elektrocutie te
voorkomen.
Kijk nooit recht in de zon door deze lens.
Direct in de zon kijken kan uw ogen ernstig beschadigen en blindheid
veroorzaken.
Houd de lens buiten het bereik van kleine kinderen.
Er bestaat een risico op ongelukken of letsel.
Verwijdering van oude elektrische en elektronische
apparaten (Toepasbaar in de Europese Unie
en andere Europese landen met gescheiden
ophaalsystemen)
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop
dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden
behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht
waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor
zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u
voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen
in geval van verkeerde afvalbehandeling. De recycling van materialen
draagt bij tot het vrijwaren van natuurlijke bronnen. Voor meer details
in verband met het recyclen van dit product, neemt u contact op met de
gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering
van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Opmerkingen bij het gebruik
Laat de lens niet in direct zonlicht liggen. Als het zonlicht precies op een
dichtbijgelegen voorwerp is gericht, kan dit brand tot gevolg hebben. Als het
toch nodig is dat u de lens in direct zonlicht laat liggen, moet u de lensdop
bevestigen.
Stel de lens niet bloot aan mechanische schokken wanneer u de lens bevestigt.
Plaats de lensdoppen altijd op de lens wanneer u de lens opbergt.
Bewaar de lens niet langere tijd op een zeer vochtige plaats om
schimmelvorming te voorkomen.
Houd zowel de camera als de lens vast wanneer u de camera met de bevestigde
lens draagt.
Raak de contactpunten van de lens niet aan. Als er bijvoorbeeld vuil terechtkomt
op de contactpunten van de lens, kan dit het verzenden en ontvangen van
signalen tussen de lens en de camera verstoren of onmogelijk maken. Dit kan
een storing in het gebruik veroorzaken.
Vignetteren
Wanneer u de lens gebruikt, worden de hoeken van het scherm donkerder
dan het midden. U kunt dit verschijnsel (dat vignetteren wordt genoemd)
beperken door het diafragma 1 tot 2 stops te sluiten.
Condensvorming
Als de lens rechtstreeks van een koude in een warme omgeving wordt
gebracht, kan vocht condenseren op de lens. Voorkom dit door de lens
bijvoorbeeld in een plastic zak te verpakken. Wanneer de lucht in de zak
dezelfde temperatuur heeft als de omgevingstemperatuur, haalt u de lens uit
de zak.
De lens reinigen
Raak het oppervlak van de lens niet rechtstreeks aan.
Als de lens vies wordt, verwijdert u het vuil van de lens met een blaaskwastje
en veegt u de lens schoon met een zachte, schone doek (u kunt het beste het
reinigingsdoekje KK-CA (optioneel) gebruiken).
Gebruik geen organische oplosmiddelen, zoals thinner of benzine, om de lens of
de lensfi tting van de camera schoon te maken.
Onderdelen
©2006 Sony Corporation Printed in Japan
SAL300F28G
Lens voor digitale
spiegelrefl excamera
Gebruiksaanwijzing
300mm F2.8 G
2-685-156-52(1)
De lens bevestigen/verwijderen
De lens bevestigen
1 Verwijder de voorste en achterste lensdoppen en de dop van de camera.
2 Lijn de oranje markering op de lenscilinder uit met de oranje markering
op de camera (montagemarkeringen). Plaats vervolgens de lens in de
lensfi tting van de camera en draai de lens rechtsom tot deze vastklikt.
Druk niet op de lensontgrendelingsknop op de camera terwijl u de lens bevestigt.
Bevestig de lens niet onder een hoek.
De lens verwijderen
Terwijl u de lensontgrendelingsknop op de camera ingedrukt houdt, draait u de
lens zo ver mogelijk linksom. Vervolgens verwijdert u de lens.
Een statief bevestigen
Bevestig het statief op de lens en niet op de camera.
Verticale/horizontale positie wijzigen
Draai de ringvergrendelingsknop op de montagering voor het statief (1) los en draai de camera
in een willekeurige richting. U kunt de camera snel naar de verticale en horizontale positie
draaien terwijl de camera stabiel blijft met een statief.
Grijze markeringen (ringmarkeringen) vindt u in intervallen van 90° op de montagering voor het
statief. Lijn een grijze markering op de montagering voor het statief uit met de grijze markering
(ringmarkering) op de lens om de camerapositie nauwkeurig aan te passen (2).
Draai de ringvergrendelingsknop stevig vast nadat u de camerapositie hebt ingesteld.
De montagering voor het statief losmaken
De montagering voor het statief kan worden losgemaakt.
1 Verwijder de lens van de camera.
• Zie " De lens bevestigen/verwijderen" voor meer informatie.
2 Draai de ringvergrendelingsknop (1) los.
3 Draai de montagering voor het statief zo dat de rode markering op de
montagering voor het statief (ringmontagemarkeringen naast SET/
RELEASE) is uitgelijnd met de oranje markering op de lens
(montagemarkeringen) (3).
4 Verplaats de montagering voor het statief in de richting van de lensvatting en maak de montagering voor het statief los van de lens (4).
De lenskap bevestigen
U kunt het beste een lenskap gebruiken om lichtvlekken te voorkomen en voor een optimale beeldkwaliteit te zorgen.
Draai de vergrendelingsschroef op de lenskap los en schuif de lenskap over de
voorkant van de lens. Controleer of de lenskap goed is bevestigd en draai de
schroef vast.
Als u de ingebouwde fl itser van de camera gebruikt, moet u de lenskap verwijderen om te
voorkomen dat het licht van de fl itser wordt geblokkeerd.
Bij het opbergen plaatst u de lenskap omgekeerd op de lens en draait u de schroef vast om de
lenskap op de lens te bevestigen.
(1) (2)
(2)
(1)
De riem bevestigen
Bevestig de riem zodat u de lens gemakkelijk kunt dragen. Voer stap (1) en (2) uit om de riem
te bevestigen.
Als u wilt voorkomen dat de lens valt, moet u de riem goed vastmaken zodat de riem niet losraakt
van de lens.
Scherpstellen
Schakelen tussen AF (automatische focus)/MF (handmatige focus)
U kunt de scherpstelstand schakelen tussen AF en MF op de lens.
Voor het fotograferen met AF moet zowel de camera als de lens ingesteld zijn op AF. Voor het fotograferen met MF moet de
camera of de lens of beide worden ingesteld op MF.
De scherpstelring kan iets voorbij oneindig worden gedraaid om te zorgen voor nauwkeurig scherpstellen bij verschillende
gebruikstemperaturen. Draai de scherpstelring niet helemaal door als u handmatig scherpstelt, zelfs niet bij oneindig. Kijk door de
beeldzoeker en stel nauwkeurig scherp.
De scherpstelstand op de lens instellen
Schuif de scherpstelknop naar de juiste stand: AF of MF (1).
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de camera voor het instellen van de scherpstelstand van de camera.
In MF draait u de scherpstelring om de scherpstelling (2) aan te passen terwijl u door de beeldzoeker kijkt. Het scherpstelsignaal van
de beeldzoeker geeft de huidige situatie van de scherpstelling aan.
Een camera met een AF/MF-regeltoets gebruiken
Druk op de AF/MF-regeltoets om te schakelen van AF naar MF wanneer de camera en de lens zijn ingesteld op AF.
Druk op de AF/MF-regeltoets om te schakelen van MF naar AF wanneer de camera is ingesteld op MF en de lens op AF.
Direct handmatig scherpstellen (DMF)
Zelfs als AF is ingesteld, wordt de instelling automatisch geschakeld naar MF wanneer u de scherpstelring draait en de sluiterknop half ingedrukt houdt. U kunt snel
zeer nauwkeurig scherpstellen (DMF). Selecteer de stand voor de juiste DMF aan de hand van de volgende opties. Stel de DMF-functieknop in op de gewenste optie.
Standaard DMF (Std.)
Draai de scherpstelring om de juiste DMF in te stellen wanneer de scherpstelling is vergrendeld in AF-A (automatische
autofocus) of AF-S (autofocus voor één beeld). Deze stand kunt u het beste gebruiken voor normale onderwerpen.
DMF is niet beschikbaar in AF-C (continue autofocus) als niet is scherpgesteld of met continue voortgang in AF-A nadat de tweede
focus is bevestigd.
Continue DMF (F TIME)
Draai in een willekeurige AF-stand (AF-A/S/C) de scherpstelring terwijl u de sluiterknop ingedrukt houdt, om de juiste DMF in te stellen. Dit is handig als u
snelbewegende onderwerpen wilt vastleggen.
Velddiepteschaal
Wanneer er op een onderwerp is scherpgesteld, wordt alles op dezelfde afstand scherp weergegeven en wordt alles binnen een bepaald bereik voor en achter het
onderwerp ook scherp weergegeven. Dit wordt velddiepte genoemd. De velddiepte is afhankelijk van de afstand tot het onderwerp en het diafragma dat u selecteert
en wordt aangegeven met de lijnen op de velddiepteschaal die overeenkomen met het diafragma.
De velddiepteschaal en de velddieptetabel zijn bedoeld voor 35-mm camera's. De velddiepte is minder diep wanneer u Digitale spiegelrefl excamera's met een beeldsensor
voor APS-C-formaat gebruikt.
Vergrendelingstoetsen voor scherpstelling gebruiken
Deze lens bevat 4 vergrendelingstoetsen voor scherpstelling.
Druk op de vergrendelingstoets voor scherpstelling in AF om AF te annuleren. De scherpstelling wordt vastgelegd en u kunt
de sluiterknop loslaten bij de vastgelegde scherpstelling. Laat de vergrendelingstoets voor scherpstelling los terwijl u de
sluiterknop half ingedrukt houdt om AF opnieuw te starten.
Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op FOCUS HOLD en druk op de
vergrendelingstoets voor scherpstelling.
De functie van de vergrendelingstoets voor scherpstelling kan worden gewijzigd op camera's met mogelijkheden voor aangepaste
functies. Raadpleeg de handleidingen bij de camera voor meer informatie.
Scherpstellingsbereik (AF-bereik) schakelen
Met de begrenzer voor het scherpstellingsbereik kunt u de tijd voor automatische scherpstelling beperken. Dit is handig wanneer de afstand van het onderwerp
bepaald is. U kunt ook het gewenste scherpstellingsbereik instellen en het selecteren.
Schuif de begrenzer voor het scherpstellingsbereik om het scherpstellingsbereik te selecteren.
FULL: het scherpstellingsbereik is niet beperkt. AF is ingesteld op het volledige scherpstellingsbereik.
- 6.4m: AF is ingesteld op 6,4 m tot oneindig.
SET: AF is ingesteld op het vastgestelde scherpstellingsbereik voor posities veraf en dichtbij.
Het scherpstellingsbereik instellen
1 Schuif de begrenzer voor het scherpstellingsbereik naar SET.
2 Stel de lens scherp op de gewenste afstand voor veraf of dichtbij.
De scherpstelafstand kan worden ingesteld op een willekeurige scherpstelstand: AF, MF of DMF.
De scherpstelafstand voor veraf en dichtbij kan in willekeurige volgorde worden ingesteld.
3 Schuif de instelknop voor het scherpstellingsbereik in op FAR of NEAR voor de juiste positie van het scherpstellingsbereik (afhankelijk
van welke positie u eerst instelt).
De instelknop voor het scherpstellingsbereik wordt automatisch teruggezet op de oorspronkelijke positie.
Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer u het scherpstellingsbereik instelt.
Het ingestelde scherpstellingsbereik blijft van kracht tot een nieuw scherpstellingsbereik wordt ingesteld.
Vooraf scherpstellen gebruiken
Een bepaalde afstand tot het onderwerp kan worden opgeslagen en op elk moment worden herroepen. Het is handig dat de afstand is ingesteld voor het vastleggen
van snelbewegende onderwerpen, zoals een rijdende trein, sportevenementen of paarden- of autoraces, enzovoort.
De afstand tot het onderwerp instellen
1 Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op PREFOCUS.
2 Stel de lens scherp op de afstand die u wilt instellen.
De scherpstelafstand kan worden ingesteld op een willekeurige scherpstelstand: AF, MF of DMF.
3 Druk op de instelknop voor het vooraf scherpstellen om de afstand tot het onderwerp op te slaan.
De opgeslagen afstand tot het onderwerp blijft van kracht tot een nieuwe afstand tot het onderwerp is ingesteld.
Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer u de afstand tot het onderwerp opslaat.
De vooraf ingestelde afstand tot het onderwerp herroepen
1 Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op PREFOCUS.
Stel de functie voor de knop voor vergrendeling van scherpstelling in op "scherpstelling vergrendelen" voor camera's met mogelijkheden voor aangepaste functies.
2 Druk op de vergrendelingstoets voor scherpstelling zodat de lens scherpstelt op de vooraf scherpgestelde positie.
Als AF is ingesteld, houdt u de vergrendelingstoets voor scherpstelling ingedrukt terwijl u foto's maakt. Als u de vergrendelingstoets voor scherpstelling loslaat, wordt
AF opnieuw geactiveerd en kan de afstand worden gewijzigd.
Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer de vooraf ingestelde afstand tot het onderwerp wordt herroepen.
Het geluidssignaal gebruiken
U hoort het geluidssignaal wanneer het scherpstellingsbereik wordt aangepast met de instelknop voor het scherpstellingsbereik of de vooraf scherpgestelde afstand
wordt ingesteld of wordt herroepen met de instelknop voor het vooraf scherpstellen.
Zet de geluidssignaalknop op om het signaal in te schakelen.
Als u het signaal wilt uitschakelen, zet u de geluidssignaalknop op OFF.
De verwisselbare fi lters wijzigen
Er wordt een normaal fi lter bij de lens geleverd.
• Het lter maakt deel uit van een optisch systeemcomponent. Bevestig het normale fi lter of het polarisatiefi lter (circulair) wanneer u foto's maakt.
Het verwisselbare fi lter wijzigen
1 Druk de vergrendeling van de fi lterhouder naar beneden en draai het 90° linksom richting de voorkant
van de lens totdat de oranje markering is uitgelijnd met de fi lterhouder en til de fi lterhouder vervolgens
omhoog.
2 Lijn de oranje markering van de vergrendeling van de fi lterhouder uit met de fi lterhouder, draai de kant
met het fi lter naar de camera en plaats de fi lterhouder vervolgens in de lenscilinder.
3 Duw de vergrendeling van de fi lterhouder naar beneden en draai deze 90° om deze te vergrendelen.
De oranje markering van de vergrendeling van de fi lterhouder staat loodrecht op de houder.
Technische gegevens
Naam
(modelnaam)
Vergelijkbare
brandpuntsafstand
voor 35-mm
camera's*
1
(mm)
Lensgroepen-
elementen*
2
Weergavehoek
1*
3
Weergavehoek
2*
3
Minimale
scherpstelling*
4
(m)
Maximale
vergroting (×)
Minimale
f-stop
Filterdiameter
(mm)
Afmetingen
(maximale
diameter ×
hoogte) (mm)
Gewicht (g)
(exclusief
montagering
voor statief)
300mm F2.8 G
(SAL300F28G)
450 12-13 8°10’ 5°20’ 2,0 0,18 f/32
42
(exclusief
gebruik)
Ongeveer
122×242,5
Ongeveer 2.310
*
1
De waarde voor vergelijkbare brandpuntsafstand voor 35-mm camera's is gebaseerd op Digitale spiegelrefl excamera's met een beeldsensor voor APS-C-formaat.
*
2
De waarden van lensgroepen en elementen bevatten de bescherming en het verwisselbare fi lter.
*
3
De waarde voor weergavehoek 1 is gebaseerd op 35-mm camera's en de waarde voor weergavehoek 2 is gebaseerd op Digitale spiegelrefl excamera's met een beeldsensor
voor APS-C-formaat.
*
4
Minimale scherpstelling is de kleinste afstand van de beeldsensor tot het onderwerp.
Deze lens is uitgerust met een afstandsencoder. De afstandsencoder zorgt voor een nauwkeurigere meting (ADI) door een fl itser voor ADI te gebruiken.
Afhankelijk van het lensmechanisme kan de brandpuntsafstand veranderen als de opnameafstand wordt gewijzigd. Voor de brandpuntsafstand wordt aangenomen dat de lens
is scherpgesteld op oneindig.
Bijgeleverd toebehoren: Lens (1), Voorste lensdop (1), Achterste lensdop (1), Lenskap (1), Riem (1), Normaal fi lter (1), Verwisselbare polarisatiefi lter (circulair) (1),
Koffer (1), Handleiding en documentatie
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden, zonder kennisgeving.
is een handelsmerk van Sony Corporation.
Velddieptetabel (in meter)
f/2,8 f/4 f/5,6 f/8 f/11 f/16 f/22 f/32
921- 651- 460- 326- 230- 163- 115- 81,6-
30m
29,1-31,0 28,7-31,4 28,2-32,0 27,6-33,0 26,7-34,3 25,5-36,5 24,0-40,1 22,2-46,5
15m
14,8-15,2 14,7-15,3 14,6-15,5 14,4-15,7 14,2-16,0 13,8-16,4 13,4-17,1 12,8-18,1
10m
9,90-10,1 9,87-10,1 9,81-10,2 9,74-10,3 9,63-10,4 9,49-10,6 9,29-10,8 9,02-11,2
7m
6,95-7,05 6,94-7,06 6,91-7,09 6,88-7,13 6,83-7,18 6,76-7,26 6,66-7,38 6,53-7,54
5m
4,98-5,02 4,97-5,03 4,96-5,04 4,94-5,06 4,92-5,09 4,88-5,12 4,84-5,17 4,77-5,25
4m
3,99-4,02 3,98-4,02 3,98-4,03 3,97-4,04 3,95-4,05 3,93-4,07 3,90-4,10 3,86-4,15
3m
2,99-3,01 2,99-3,01 2,99-3,01 2,98-3,02 2,98-3,03 2,97-3,04 2,95-3,05 2,93-3,07
2,5m
2,50-2,51 2,49-2,51 2,49-2,51 2,49-2,51 2,49-2,52 2,48-2,52 2,47-2,53 2,46-2,55
2m
1,997-2,003 1,997-2,003 1,996-2,004 1,99-2,01 1,99-2,01 1,99-2,01 1,98-2,02 1,98-2,02
Het verwisselbare polarisatiefi lter (circulair) gebruiken
1 Stel scherp terwijl u door de beeldzoeker kijkt.
2 Draai de aanpasring op de houder voor het verwisselbare polarisatiefi lter (circulair) om de polarisatie voor de opname aan te passen.
Met het polarisatiefi lter (circulair) kunnen ongewenste refl ecties (polariserend licht) van niet-metalen oppervlakken van water, glas, ramen, glimmend plastic, keramiek,
papier, enzovoort worden beperkt of voorkomen. Tevens kan gepolariseerd licht in de atmosfeer in het algemeen worden weggefi lterd voor vollere kleuren. U kunt het
polarisatieniveau aanpassen voor een goed contrast wanneer u foto's maakt van de blauwe lucht.
Over het algemeen moet gerefl ecteerd licht (polarisatie) worden geminimaliseerd in fotografi e, maar u kunt het polarisatieniveau echter aanpassen voor het gewenste
effect.
De hoeveelheid licht die de beeldsensor bereikt, wordt verminderd. Als de camera is ingesteld op handmatige belichting en u een losse belichtingsmeter gebruikt of als
de camera is ingesteld op handmatige belichting en u de functie voor handmatige bediening van de fl itser (beschikbaar op bepaalde externe fl itsers) gebruikt, past u de
belichtingscompensatie aan door het diafragma 1 tot 2 stops naar de + kant te openen.

Documenttranscriptie

2-685-156-52(1)  De lens bevestigen/verwijderen Opmerkingen bij het gebruik • Laat de lens niet in direct zonlicht liggen. Als het zonlicht precies op een dichtbijgelegen voorwerp is gericht, kan dit brand tot gevolg hebben. Als het toch nodig is dat u de lens in direct zonlicht laat liggen, moet u de lensdop bevestigen. • Stel de lens niet bloot aan mechanische schokken wanneer u de lens bevestigt. • Plaats de lensdoppen altijd op de lens wanneer u de lens opbergt. • Bewaar de lens niet langere tijd op een zeer vochtige plaats om schimmelvorming te voorkomen. • Houd zowel de camera als de lens vast wanneer u de camera met de bevestigde lens draagt. • Raak de contactpunten van de lens niet aan. Als er bijvoorbeeld vuil terechtkomt op de contactpunten van de lens, kan dit het verzenden en ontvangen van signalen tussen de lens en de camera verstoren of onmogelijk maken. Dit kan een storing in het gebruik veroorzaken. Lens voor digitale spiegelreflexcamera Gebruiksaanwijzing 300mm F2.8 G De lens bevestigen 1 2 Verwijder de voorste en achterste lensdoppen en de dop van de camera. Lijn de oranje markering op de lenscilinder uit met de oranje markering op de camera (montagemarkeringen). Plaats vervolgens de lens in de lensfitting van de camera en draai de lens rechtsom tot deze vastklikt. • Druk niet op de lensontgrendelingsknop op de camera terwijl u de lens bevestigt. • Bevestig de lens niet onder een hoek. Vignetteren Wanneer u de lens gebruikt, worden de hoeken van het scherm donkerder dan het midden. U kunt dit verschijnsel (dat vignetteren wordt genoemd) beperken door het diafragma 1 tot 2 stops te sluiten. SAL300F28G Condensvorming ©2006 Sony Corporation Printed in Japan De lens verwijderen Terwijl u de lensontgrendelingsknop op de camera ingedrukt houdt, draait u de lens zo ver mogelijk linksom. Vervolgens verwijdert u de lens. Als de lens rechtstreeks van een koude in een warme omgeving wordt gebracht, kan vocht condenseren op de lens. Voorkom dit door de lens bijvoorbeeld in een plastic zak te verpakken. Wanneer de lucht in de zak dezelfde temperatuur heeft als de omgevingstemperatuur, haalt u de lens uit de zak.  Een statief bevestigen De lens reinigen • Raak het oppervlak van de lens niet rechtstreeks aan. • Als de lens vies wordt, verwijdert u het vuil van de lens met een blaaskwastje en veegt u de lens schoon met een zachte, schone doek (u kunt het beste het reinigingsdoekje KK-CA (optioneel) gebruiken). • Gebruik geen organische oplosmiddelen, zoals thinner of benzine, om de lens of de lensfitting van de camera schoon te maken. Bevestig het statief op de lens en niet op de camera. Verticale/horizontale positie wijzigen (1) (2) (3) (4) Draai de ringvergrendelingsknop op de montagering voor het statief (1) los en draai de camera in een willekeurige richting. U kunt de camera snel naar de verticale en horizontale positie draaien terwijl de camera stabiel blijft met een statief. • Grijze markeringen (ringmarkeringen) vindt u in intervallen van 90° op de montagering voor het statief. Lijn een grijze markering op de montagering voor het statief uit met de grijze markering (ringmarkering) op de lens om de camerapositie nauwkeurig aan te passen (2). • Draai de ringvergrendelingsknop stevig vast nadat u de camerapositie hebt ingesteld. Deze lens is ontworpen voor Sony -camera's. De montagering voor het statief losmaken WAARSCHUWING De montagering voor het statief kan worden losgemaakt. 1 Stel het toestel niet bloot aan regen of vocht om brand of elektrocutie te voorkomen. Kijk nooit recht in de zon door deze lens. Direct in de zon kijken kan uw ogen ernstig beschadigen en blindheid veroorzaken. Houd de lens buiten het bereik van kleine kinderen. Er bestaat een risico op ongelukken of letsel. Verwijder de lens van de camera. • Zie " De lens bevestigen/verwijderen" voor meer informatie. 2 3 Verwijdering van oude elektrische en elektronische apparaten (Toepasbaar in de Europese Unie en andere Europese landen met gescheiden ophaalsystemen) Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. De recycling van materialen draagt bij tot het vrijwaren van natuurlijke bronnen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. 4 Draai de ringvergrendelingsknop (1) los. Draai de montagering voor het statief zo dat de rode markering op de montagering voor het statief (ringmontagemarkeringen naast SET/ RELEASE) is uitgelijnd met de oranje markering op de lens (montagemarkeringen) (3). Verplaats de montagering voor het statief in de richting van de lensvatting en maak de montagering voor het statief los van de lens (4).  De lenskap bevestigen U kunt het beste een lenskap gebruiken om lichtvlekken te voorkomen en voor een optimale beeldkwaliteit te zorgen. Draai de vergrendelingsschroef op de lenskap los en schuif de lenskap over de voorkant van de lens. Controleer of de lenskap goed is bevestigd en draai de schroef vast. • Als u de ingebouwde flitser van de camera gebruikt, moet u de lenskap verwijderen om te voorkomen dat het licht van de flitser wordt geblokkeerd. • Bij het opbergen plaatst u de lenskap omgekeerd op de lens en draait u de schroef vast om de lenskap op de lens te bevestigen.  De riem bevestigen Bevestig de riem zodat u de lens gemakkelijk kunt dragen. Voer stap (1) en (2) uit om de riem te bevestigen.  Onderdelen (1) (2) • Als u wilt voorkomen dat de lens valt, moet u de riem goed vastmaken zodat de riem niet losraakt van de lens. 1 11 2 12 13 14 9 8 3 4 5 6 15 16 17 18 7 19 20 10 9 8 1···Scherpstelring 2···Afstandsschaal 3···Velddiepteschaal 4···Ringmontagemarkeringen (rood) 5···Lensmarkeringen (grijs) 6···Ringmarkeringen (grijs) 7···Contactpunten van lens 8···Filterhouder 9···Vergrendeling van filterhouder 10···Afstandsindex 22 21 11···Bescherming 12···Vergrendelingstoetsen voor scherpstelling 13···Scherpstelknop 14···Opening voor riem 15···DMF-functieknop 16···Lensmontagemarkeringen 17···Instelknop voor het scherpstellingsbereik 18···Instelknop voor het vooraf scherpstellen 19···Geluidssignaalknop 20···Ringvergrendelingsknop 21···Knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen 22···Begrenzer voor het scherpstellingsbereik  Scherpstellen Schakelen tussen AF (automatische focus)/MF (handmatige focus) (1) U kunt de scherpstelstand schakelen tussen AF en MF op de lens. Voor het fotograferen met AF moet zowel de camera als de lens ingesteld zijn op AF. Voor het fotograferen met MF moet de camera of de lens of beide worden ingesteld op MF. • De scherpstelring kan iets voorbij oneindig worden gedraaid om te zorgen voor nauwkeurig scherpstellen bij verschillende gebruikstemperaturen. Draai de scherpstelring niet helemaal door als u handmatig scherpstelt, zelfs niet bij oneindig. Kijk door de beeldzoeker en stel nauwkeurig scherp. De scherpstelstand op de lens instellen Schuif de scherpstelknop naar de juiste stand: AF of MF (1). • Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de camera voor het instellen van de scherpstelstand van de camera. • In MF draait u de scherpstelring om de scherpstelling (2) aan te passen terwijl u door de beeldzoeker kijkt. Het scherpstelsignaal van de beeldzoeker geeft de huidige situatie van de scherpstelling aan. Een camera met een AF/MF-regeltoets gebruiken • Druk op de AF/MF-regeltoets om te schakelen van AF naar MF wanneer de camera en de lens zijn ingesteld op AF. • Druk op de AF/MF-regeltoets om te schakelen van MF naar AF wanneer de camera is ingesteld op MF en de lens op AF. (2) Direct handmatig scherpstellen (DMF) Zelfs als AF is ingesteld, wordt de instelling automatisch geschakeld naar MF wanneer u de scherpstelring draait en de sluiterknop half ingedrukt houdt. U kunt snel zeer nauwkeurig scherpstellen (DMF). Selecteer de stand voor de juiste DMF aan de hand van de volgende opties. Stel de DMF-functieknop in op de gewenste optie.  De verwisselbare filters wijzigen Er wordt een normaal filter bij de lens geleverd. • Het filter maakt deel uit van een optisch systeemcomponent. Bevestig het normale filter of het polarisatiefilter (circulair) wanneer u foto's maakt. Standaard DMF (Std.) Draai de scherpstelring om de juiste DMF in te stellen wanneer de scherpstelling is vergrendeld in AF-A (automatische autofocus) of AF-S (autofocus voor één beeld). Deze stand kunt u het beste gebruiken voor normale onderwerpen. • DMF is niet beschikbaar in AF-C (continue autofocus) als niet is scherpgesteld of met continue voortgang in AF-A nadat de tweede focus is bevestigd. Het verwisselbare filter wijzigen 1 Continue DMF (F TIME) Druk de vergrendeling van de filterhouder naar beneden en draai het 90° linksom richting de voorkant van de lens totdat de oranje markering is uitgelijnd met de filterhouder en til de filterhouder vervolgens omhoog. Draai in een willekeurige AF-stand (AF-A/S/C) de scherpstelring terwijl u de sluiterknop ingedrukt houdt, om de juiste DMF in te stellen. Dit is handig als u snelbewegende onderwerpen wilt vastleggen. Velddiepteschaal Wanneer er op een onderwerp is scherpgesteld, wordt alles op dezelfde afstand scherp weergegeven en wordt alles binnen een bepaald bereik voor en achter het onderwerp ook scherp weergegeven. Dit wordt velddiepte genoemd. De velddiepte is afhankelijk van de afstand tot het onderwerp en het diafragma dat u selecteert en wordt aangegeven met de lijnen op de velddiepteschaal die overeenkomen met het diafragma. 2 • De velddiepteschaal en de velddieptetabel zijn bedoeld voor 35-mm camera's. De velddiepte is minder diep wanneer u Digitale spiegelreflexcamera's met een beeldsensor voor APS-C-formaat gebruikt. 3 Lijn de oranje markering van de vergrendeling van de filterhouder uit met de filterhouder, draai de kant met het filter naar de camera en plaats de filterhouder vervolgens in de lenscilinder. Duw de vergrendeling van de filterhouder naar beneden en draai deze 90° om deze te vergrendelen. • De oranje markering van de vergrendeling van de filterhouder staat loodrecht op de houder.  Vergrendelingstoetsen voor scherpstelling gebruiken Deze lens bevat 4 vergrendelingstoetsen voor scherpstelling. Druk op de vergrendelingstoets voor scherpstelling in AF om AF te annuleren. De scherpstelling wordt vastgelegd en u kunt de sluiterknop loslaten bij de vastgelegde scherpstelling. Laat de vergrendelingstoets voor scherpstelling los terwijl u de sluiterknop half ingedrukt houdt om AF opnieuw te starten. Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op FOCUS HOLD en druk op de vergrendelingstoets voor scherpstelling. • De functie van de vergrendelingstoets voor scherpstelling kan worden gewijzigd op camera's met mogelijkheden voor aangepaste functies. Raadpleeg de handleidingen bij de camera voor meer informatie. Het verwisselbare polarisatiefilter (circulair) gebruiken 1 2 Stel scherp terwijl u door de beeldzoeker kijkt. Draai de aanpasring op de houder voor het verwisselbare polarisatiefilter (circulair) om de polarisatie voor de opname aan te passen. • Met het polarisatiefilter (circulair) kunnen ongewenste reflecties (polariserend licht) van niet-metalen oppervlakken van water, glas, ramen, glimmend plastic, keramiek, papier, enzovoort worden beperkt of voorkomen. Tevens kan gepolariseerd licht in de atmosfeer in het algemeen worden weggefilterd voor vollere kleuren. U kunt het polarisatieniveau aanpassen voor een goed contrast wanneer u foto's maakt van de blauwe lucht. • Over het algemeen moet gereflecteerd licht (polarisatie) worden geminimaliseerd in fotografie, maar u kunt het polarisatieniveau echter aanpassen voor het gewenste effect. • De hoeveelheid licht die de beeldsensor bereikt, wordt verminderd. Als de camera is ingesteld op handmatige belichting en u een losse belichtingsmeter gebruikt of als de camera is ingesteld op handmatige belichting en u de functie voor handmatige bediening van de flitser (beschikbaar op bepaalde externe flitsers) gebruikt, past u de belichtingscompensatie aan door het diafragma 1 tot 2 stops naar de + kant te openen.  Scherpstellingsbereik (AF-bereik) schakelen Met de begrenzer voor het scherpstellingsbereik kunt u de tijd voor automatische scherpstelling beperken. Dit is handig wanneer de afstand van het onderwerp bepaald is. U kunt ook het gewenste scherpstellingsbereik instellen en het selecteren. Schuif de begrenzer voor het scherpstellingsbereik om het scherpstellingsbereik te selecteren. • FULL: het scherpstellingsbereik is niet beperkt. AF is ingesteld op het volledige scherpstellingsbereik. • ∞ - 6.4m: AF is ingesteld op 6,4 m tot oneindig. • SET: AF is ingesteld op het vastgestelde scherpstellingsbereik voor posities veraf en dichtbij. Het scherpstellingsbereik instellen 1 2 Schuif de begrenzer voor het scherpstellingsbereik naar SET. Stel de lens scherp op de gewenste afstand voor veraf of dichtbij. • De scherpstelafstand kan worden ingesteld op een willekeurige scherpstelstand: AF, MF of DMF. • De scherpstelafstand voor veraf en dichtbij kan in willekeurige volgorde worden ingesteld. 3 Schuif de instelknop voor het scherpstellingsbereik in op FAR of NEAR voor de juiste positie van het scherpstellingsbereik (afhankelijk van welke positie u eerst instelt). • De instelknop voor het scherpstellingsbereik wordt automatisch teruggezet op de oorspronkelijke positie. • Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer u het scherpstellingsbereik instelt. • Het ingestelde scherpstellingsbereik blijft van kracht tot een nieuw scherpstellingsbereik wordt ingesteld.  Vooraf scherpstellen gebruiken Een bepaalde afstand tot het onderwerp kan worden opgeslagen en op elk moment worden herroepen. Het is handig dat de afstand is ingesteld voor het vastleggen van snelbewegende onderwerpen, zoals een rijdende trein, sportevenementen of paarden- of autoraces, enzovoort. De afstand tot het onderwerp instellen 1 2 Stel de lens scherp op de afstand die u wilt instellen. Druk op de instelknop voor het vooraf scherpstellen om de afstand tot het onderwerp op te slaan. • De opgeslagen afstand tot het onderwerp blijft van kracht tot een nieuwe afstand tot het onderwerp is ingesteld. • Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer u de afstand tot het onderwerp opslaat. De vooraf ingestelde afstand tot het onderwerp herroepen 1 Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op PREFOCUS. • Stel de functie voor de knop voor vergrendeling van scherpstelling in op "scherpstelling vergrendelen" voor camera's met mogelijkheden voor aangepaste functies. 2 Naam (modelnaam) 300mm F2.8 G (SAL300F28G) Druk op de vergrendelingstoets voor scherpstelling zodat de lens scherpstelt op de vooraf scherpgestelde positie. • Als AF is ingesteld, houdt u de vergrendelingstoets voor scherpstelling ingedrukt terwijl u foto's maakt. Als u de vergrendelingstoets voor scherpstelling loslaat, wordt AF opnieuw geactiveerd en kan de afstand worden gewijzigd. • Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer de vooraf ingestelde afstand tot het onderwerp wordt herroepen.  Het geluidssignaal gebruiken U hoort het geluidssignaal wanneer het scherpstellingsbereik wordt aangepast met de instelknop voor het scherpstellingsbereik of de vooraf scherpgestelde afstand wordt ingesteld of wordt herroepen met de instelknop voor het vooraf scherpstellen. Zet de geluidssignaalknop op om het signaal in te schakelen. Als u het signaal wilt uitschakelen, zet u de geluidssignaalknop op OFF. Vergelijkbare Minimale Maximale Minimale Filterdiameter brandpuntsafstand Lensgroepen- Weergavehoek Weergavehoek scherpstelling*4 2 3 3 elementen* 1* 2* vergroting (×) f-stop (mm) voor 35-mm (m) camera's*1 (mm) 450 12-13 8°10’ 5°20’ 2,0 0,18 f/32 42 (exclusief gebruik) Afmetingen (maximale diameter × hoogte) (mm) Gewicht (g) (exclusief montagering voor statief) Ongeveer 122×242,5 Ongeveer 2.310 *1 De waarde voor vergelijkbare brandpuntsafstand voor 35-mm camera's is gebaseerd op Digitale spiegelreflexcamera's met een beeldsensor voor APS-C-formaat. *2 De waarden van lensgroepen en elementen bevatten de bescherming en het verwisselbare filter. *3 De waarde voor weergavehoek 1 is gebaseerd op 35-mm camera's en de waarde voor weergavehoek 2 is gebaseerd op Digitale spiegelreflexcamera's met een beeldsensor voor APS-C-formaat. *4 Minimale scherpstelling is de kleinste afstand van de beeldsensor tot het onderwerp. • Deze lens is uitgerust met een afstandsencoder. De afstandsencoder zorgt voor een nauwkeurigere meting (ADI) door een flitser voor ADI te gebruiken. • Afhankelijk van het lensmechanisme kan de brandpuntsafstand veranderen als de opnameafstand wordt gewijzigd. Voor de brandpuntsafstand wordt aangenomen dat de lens is scherpgesteld op oneindig. Bijgeleverd toebehoren: Lens (1), Voorste lensdop (1), Achterste lensdop (1), Lenskap (1), Riem (1), Normaal filter (1), Verwisselbare polarisatiefilter (circulair) (1), Koffer (1), Handleiding en documentatie Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden, zonder kennisgeving. is een handelsmerk van Sony Corporation. Velddieptetabel (in meter) Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op PREFOCUS. • De scherpstelafstand kan worden ingesteld op een willekeurige scherpstelstand: AF, MF of DMF. 3 Technische gegevens f/2,8 f/4 f/5,6 f/8 f/11 f/16 f/22 f/32 ∞ 921-∞ 651-∞ 460-∞ 326-∞ 230-∞ 163-∞ 115-∞ 81,6-∞ 30m 29,1-31,0 28,7-31,4 28,2-32,0 27,6-33,0 26,7-34,3 25,5-36,5 24,0-40,1 22,2-46,5 15m 14,8-15,2 14,7-15,3 14,6-15,5 14,4-15,7 14,2-16,0 13,8-16,4 13,4-17,1 12,8-18,1 10m 9,90-10,1 9,87-10,1 9,81-10,2 9,74-10,3 9,63-10,4 9,49-10,6 9,29-10,8 9,02-11,2 7m 6,95-7,05 6,94-7,06 6,91-7,09 6,88-7,13 6,83-7,18 6,76-7,26 6,66-7,38 6,53-7,54 5m 4,98-5,02 4,97-5,03 4,96-5,04 4,94-5,06 4,92-5,09 4,88-5,12 4,84-5,17 4,77-5,25 4m 3,99-4,02 3,98-4,02 3,98-4,03 3,97-4,04 3,95-4,05 3,93-4,07 3,90-4,10 3,86-4,15 3m 2,99-3,01 2,99-3,01 2,99-3,01 2,98-3,02 2,98-3,03 2,97-3,04 2,95-3,05 2,93-3,07 2,5m 2,50-2,51 2,49-2,51 2,49-2,51 2,49-2,51 2,49-2,52 2,48-2,52 2,47-2,53 2,46-2,55 2m 1,997-2,003 1,997-2,003 1,996-2,004 1,99-2,01 1,99-2,01 1,99-2,01 1,98-2,02 1,98-2,02
  • Page 1 1
  • Page 2 2

Sony SAL300F28G Handleiding

Type
Handleiding