DeWalt DCG412 Handleiding

Categorie
Elektrisch gereedschap
Type
Handleiding
B
Dansk (oversat fra original brugsvejledning) 4
Deutsch (übersetzt von den Originalanweisungen) 23
English (original instructions) 44
Español (traducido de las instrucciones originales) 62
Français (traduction de la notice d’instructions originale) 83
Italiano (tradotto dalle istruzioni originali) 104
Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 124
Norsk (oversatt fra de originale instruksjonene) 145
Português (traduzido das instruções originais) 163
Suomi (käännetty alkuperäisestä käyttöohjeesta) 184
Svenska (översatt från de ursprungliga instruktionerna) 201
Türkçe (orijinal talimatlardan çevrilmiştir) 220
Ελληνικά (μετάφραση από τις πρωτότυπες οδηγίες) 239
Copyright DEWALT
NEDERLANDS
124
SNOERLOZE SLIJPMACHINE
DCG412
Hartelijk gefeliciteerd!
U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap.
Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling
en innovatie maken DEWALT tot een van de
betrouwbaarste partners voor gebruikers van
professioneel gereedschap.
Technische gegevens
DCG412
Spanning V
DC
18
Type 1
Vermogen W 405
Snelheid zonder weerstand min
-1
7000
Schijfdiameter mm 125
Spildiameter M14
Gewicht (zonder accu) kg 2,2*
* gewicht is inclusief zijhandgreep en bescherming
L
PA
(geluidsdruk) dB(A) 87
K
PA
(onzekerheidsfactor
geluidsdruk) dB(A) 5
L
WA
(akoestisch vermogen) dB(A) 98
K
WA
(onzekerheid akoestisch
vermogen) dB(A) 5
Vibratie totaalwaarden (triax vectorsom) vastgesteld in
overeenstemming met EN 60745:
Vibratie-emissiewaarde a
h
oppervlakte slijpen
a
h,AG
= m/s
2
6,0
Onzekerheid K = m/s
2
1,5
OPMERKING: Toepassingen zoals afkortzagen en schuren
met een draadborstel kunnen andere waarden voor vibratie-
emissie geven.
Het vibratie-emissieniveau dat in dit informatieblad
wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met
een gestandaardiseerde test volgens EN 60745 en
kan worden gebruikt om het ene gereedschap met
het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt
voor een eerste inschatting van blootstelling.
WAARSCHUWING: Het verklaarde
vibratie-emissieniveau geldt voor
de hoofdtoepassingen van het
gereedschap. Als het gereedschap
echter voor andere toepassingen
wordt gebruikt, dan wel met
andere accessoires of slecht wordt
onderhouden, kan de vibratie-
emissie verschillen. Dit kan het
blootstellingniveau aanzienlijk verhogen
gedurende de totale arbeidsduur.
Een inschatting van het
blootstellingniveau aan vibratie dient
ook te worden overwogen wanneer het
gereedschap wordt uitgeschakeld of als
het aan staat maar geen daadwerkelijke
werkzaamheden uitvoert. Dit kan
het blootstellingniveau aanzienlijk
verminderen gedurende de totale
arbeidsduur.
Stel aanvullende veiligheidsmaatregelen
op om de operator te beschermen
tegen de effecten van vibratie, ZOALS:
onderhoud het gereedschap en de
accessoires, houd de handen warm,
organisatie van werkpatronen.
Accu DCB180 DCB181
Accutype Li-Ion Li-Ion
Spanning V
DC
18 18
Capaciteit A
h
3,0 1,5
Gewicht kg 0,64 0,35
Lader DCB105
Netspanning V
AC
230 V
Accutype Li-Ion
Geschatte laadtijd min 30 60
(1,5 Ah (3,0 Ah
accusets) accusets)
Gewicht kg 0,49
Zekeringen
Europa 230 V gereedschappen 10 Ampère, hoofdstroom
Defi nities: Veiligheidsrichtlijnen
De onderstaande definities beschrijven het
veiligheidsniveau voor ieder signaleringswoord. Lees
de gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en let
op deze symbolen.
GEVAAR: Geeft een dreigend
gevaar aan dat, indien dit niet wordt
voorkomen, leidt tot de dood of
ernstig letsel.
NEDERLANDS
125
WAARSCHUWING: Geeft een mogelijk
gevaar aan dat, indien dit niet wordt
voorkomen, kan leiden tot de dood of
ernstig letsel.
VOORZICHTIG: Geeft een mogelijk
gevaarlijke situatie aan die, indien dit niet
wordt voorkomen, zou kunnen leiden
tot gering of matig letsel.
OPMERKING: Geeft een handeling
aan waarbij geen persoonlijk letsel
optreedt die, indien niet voorkomen,
schade aan goederen kan
veroorzaken.
Wijst op het gevaar voor elektrische
schok.
Wijst op brandgevaar.
EG verklaring van overeenstemming
RICHTLIJN VOOR MACHINES
DCG412
DEWALT verklaart dat deze producten zoals
beschreven onder Technische gegevens in
overeenstemming zijn met:
2006/42/EG; EN 60745-1; EN 60745-2-3.
Deze producten voldoen ook aan Richtlijn
2004/108/EG en 2011/65/EU. Neem voor meer
informatie contact op met DEWALT via het
volgende adres of kijk op de achterzijde van de
gebruiksaanwijzing.
De ondergetekende is verantwoordelijk voor de
samenstelling van het technische bestand en legt
deze verklaring af namens DEWALT.
Horst Grossmann
Vice President Engineering and Product
Development
DEWALT, Richard-Klinger-Straße 11,
D-65510, Idstein, Duitsland
14.02.2012
WAARSCHUWING: Lees de
instructiehandleiding om het risico op
letsel te verminderen.
Algemene
veiligheidswaarschuwingen voor
elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING! Lees alle
veiligheidswaarschuwingen en alle
instructies. Het niet opvolgen van de
waarschuwingen en instructies kan
leiden tot een elektrische schok, brand
en/of ernstig persoonlijk letsel.
BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN INSTRUCTIES
ALS TOEKOMSTIG REFERENTIEMATERIAAL
De term “elektrisch gereedschap” in de
waarschuwingen verwijst naar uw (met een
snoer) op de netspanning aangesloten elektrische
gereedschap of naar (draadloos) elektrisch
gereedschap met een accu.
1) VEILIGHEID WERKPLAATS
a) Houd het werkgebied schoon en goed
verlicht. Rommelige of donkere gebieden
zorgen voor ongelukken.
b) Bedien elektrische gereedschappen niet
in een explosieve omgeving, zoals in de
nabijheid van ontvlambare vloeistoffen,
gassen of stof. Elektrische gereedschappen
veroorzaken vonken die het stof of de
dampen kunnen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders op
een afstand terwijl u een elektrisch
gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid
kunt u de controle over het gereedschap
verliezen.
2) ELEKTRISCHE VEILIGHEID
a) Stekkers van elektrisch gereedschap
moeten in het stopcontact passen. Pas
de stekker nooit op enige manier aan.
Gebruik geen adapterstekkers samen
met geaard elektrisch gereedschap.
Niet aangepaste stekkers en passende
contactdozen verminderen het risico op een
elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde
oppervlaktes zoals buizen, radiatoren,
fornuizen en ijskasten. Er bestaat een
verhoogd risico op een elektrische schok als
uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot
aan regen of natte omstandigheden.
Als er water in een elektrisch gereedschap
terecht komt, verhoogt dit het risico op een
elektrische schok.
NEDERLANDS
126
d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig.
Gebruik het stroomsnoer nooit om het
elektrische gereedschap te dragen of te
trekken, of de stekker uit het stopcontact
te halen. Houd het snoer uit de buurt
van warmte, olie, scherpe randen, of
bewegende onderdelen. Beschadigde
snoeren of snoeren die in de war zijn
verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u een elektrisch gereedschap
buitenshuis gebruikt, gebruikt u een
verlengsnoer dat geschikt is voor
gebruik buitenshuis. Het gebruik van een
verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis,
vermindert het risico op een elektrische
schok.
f) Als het gebruik van een elektrisch
gereedschap op een vochtige locatie
onvermijdelijk is, gebruikt u een
stroomvoorziening die beveiligd is met
een aardlekschakelaar. Het gebruik van een
aardlekschakelaar vermindert het risico op
een elektrische schok.
3) PERSOONLIJKE VEILIGHEID
a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw
gezonde verstand als u een elektrisch
gereedschap bedient. Gebruik het
gereedschap niet als u vermoeid bent
of onder de invloed van drugs, alcohol
of medicatie bent. Een moment van
onoplettendheid tijdens het bedienen van
elektrische gereedschappen kan leiden tot
ernstig persoonlijk letsel.
b) Gebruik een beschermende uitrusting.
Draag altijd oogbescherming.
Beschermende uitrusting zoals een
stofmasker, antislip veiligheidsschoenen,
een helm, of gehoorbescherming gebruikt in
de juiste omstandigheden zal het risico op
persoonlijk letsel verminderen.
c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor
dat de schakelaar in de ‚off‘ (uit) stand
staat voordat u het gereedschap aansluit
op de stroombron en/of accu, het
oppakt of ronddraagt. Het ronddragen
van elektrische gereedschappen met uw
vinger op de schakelaar of het aanzetten
van elektrische gereedschappen waarvan de
schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken.
d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels
voordat u het elektrische gereedschap
aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die
in een ronddraaiend onderdeel van het
elektrische gereedschap is achtergelaten kan
leiden tot persoonlijk letsel.
e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en
in balans op de grond staan. Dit zorgt
voor betere controle van het elektrische
gereedschap in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen
loszittende kleding of sieraden. Houd
uw haar, kleding en handschoenen uit
de buurt van bewegende onderdelen.
Loszittende kleding, sieraden of lang haar
kunnen door bewegende delen worden
gegrepen.
g) Als er in apparaten wordt voorzien voor
het aansluiten van stofverwijdering- of
verzamelapparatuur, zorg er dan voor
dat deze correct worden aangesloten
en gebruikt. Het gebruik van een
stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde
gevaren verminderen.
4) GEBRUIK EN VERZORGING VAN ELEKTRISCH
GEREEDSCHAP
a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik
het juiste elektrische gereedschap voor
uw toepassing. Het juiste elektrische
gereedschap voert de werkzaamheden beter
en veiliger uit waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het gereedschap niet als de
schakelaar het niet aan en uit kan
zetten. Ieder gereedschap dat niet met de
schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk
en moet worden gerepareerd.
c) Haal de stekker uit het stopcontact en/
of neem de accu uit het gereedschap
voordat u aanpassingen uitvoert,
accessoires verwisselt, of het elektrische
gereedschap opbergt. Dergelijke
preventieve veiligheidsmaatregelen
verminderen het risico dat het elektrische
gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt
gebruikt buiten het bereik van kinderen en
laat niet toe dat personen die onbekend
zijn met het elektrische gereedschap
of deze instructies het gereedschap
bedienen. Elektrische gereedschappen
zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde
gebruikers.
e) Onderhoud elektrische gereedschappen.
Controleer op verkeerde uitlijning en
het grijpen van bewegende onderdelen,
breuk van onderdelen en andere
omstandigheden die de werking van het
gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden.
Zorg dat het gereedschap voor gebruik
wordt gerepareerd als het beschadigd is.
Veel ongelukken worden veroorzaakt door
slecht onderhouden gereedschap.
f) Houd snijdgereedschap scherp
en schoon. Correct onderhouden
NEDERLANDS
127
snijdgereedschappen met scherpe
snijdranden lopen minder snel vast en zijn
gemakkelijker te beheersen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de
accessoires en gereedschapsonderdelen
enz. in overeenstemming met deze
instructies, waarbij u rekening houdt
met de werkomstandigheden en de
werkzaamheden die dienen te worden
uitgevoerd. Gebruik van het elektrische
gereedschap voor werkzaamheden die
anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen
leiden tot een gevaarlijke situatie.
5) GEBRUIK EN VERZORGING VAN GEREEDSCHAP
OP ACCU
a) Gebruik alleen de lader die door de
fabrikant wordt opgegeven. Een lader die
geschikt is voor één accutype, kan een risico
op brand veroorzaken indien gebruikt met
een andere accu.
b) Gebruik elektrische gereedschappen
uitsluitend met speciaal omschreven
accu’s. Gebruik van andere accu’s kan leiden
tot letsel en brandgevaar.
c) Als de accu niet in gebruik is, dient u
deze uit de buurt te houden van andere
metalen voorwerpen zoals paperclips,
munten, sleutels, spijkers, schroeven of
andere kleine metalen voorwerpen die
een verbinding van het ene contactpunt
met het andere kunnen maken. Het
kortsluiten van de accucontactpunten samen
kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Als het gereedschap te zwaar wordt
belast, kan er vloeistof uit de accu
lekken; vermijd contact hiermee. Als u
per ongeluk hier toch mee in contact
komt, spoelt u met water. Als de vloeistof
in contact met de ogen komt, dient u
daarnaast medische hulp in te roepen.
Vloeistof afkomstig uit de accu kan irritatie of
brandwonden veroorzaken.
6) SERVICE
a) Zorg dat u gereedschap wordt
onderhouden door een erkende
reparateur die uitsluitend identieke
vervangende onderdelen gebruikt. Dit
zorgt ervoor dat de veiligheid van het
gereedschap blijft gegarandeerd.
AANVULLENDE SPECIFIEKE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Veiligheidsvoorschriften voor alle
handelingen
a) Dit elektrische gereedschap is
bedoeld als slijpmachine, gereedschap
voor gebruik van een draadborstel
en afkortgereedschap. Lees alle
veiligheidswaarschuwingen, instructies,
illustraties en specificaties die bij dit
gereedschap zijn meegeleverd. Het niet
opvolgen van alle onderstaande instructies kan
leiden tot een elektrische schok, brand en/of
ernstig persoonlijk letsel.
b) Het wordt niet aanbevolen
werkzaamheden zoals schuren en
polijsten met dit elektrisch gereedschap
uit te voeren. Werkzaamheden waarvoor
het elektrisch gereedschap niet is ontworpen,
kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie en
persoonlijk letsel.
c) Gebruik geen accessoires die niet speciaal
ontworpen en aanbevolen zijn door de
fabrikant van het gereedschap. Het feit
dat een accessoire aan uw gereedschap kan
worden bevestigd wil nog niet zeggen dat dit
een veilige bediening garandeert.
d) Het nominale toerental van het accessoire
moet tenminste gelijk zijn aan het maximale
toerental zoals dit op het gereedschap
staat vermeld. Accessoires die sneller draaien
dan hun nominale toerental kunnen breken en
wegschieten.
e) De buitendiameter en de dikte van uw
accessoire moeten binnen het nominale
vermogen van uw gereedschap liggen.
Accessoires met een onjuiste grootte kunnen
niet voldoende worden vastgemaakt of
beheerst.
f) De drevelgrootte van wielen, flenzen,
steunkussens en ieder ander accessoire
moet goed passen op de as van het
gereedschap. Accessoires met drevelgaten die
niet passen op de bevestigingshardware van
het gereedschap zullen uit balans raken en/of
extreem trillen en kunnen u de beheersing over
het gereedschap doen verliezen.
g) Gebruik een accessoire niet als ze
beschadigd is. Controleer het accessoire
zoals een schuurwiel voor gebruik op
schilfers en barstjes, steunkussens op
barstjes, scheurtjes of excessieve slijtage,
staalborstels op losse of gespleten draden.
NEDERLANDS
128
Als het gereedschap of het accessoire is
gevallen, controleert u dit op schade of
plaatst u een onbeschadigd accessoire.
Na het controleren en plaatsen van een
accessoire zorgt u dat u en omstanders
uit de buurt van het bereik van het
ronddraaiende accessoire blijft en zet u het
gereedschap gedurende een minuut aan
op maximale snelheid zonder weerstand.
Beschadigde accessoires breken gewoonlijk af
tijdens deze testtijd.
h) Draag persoonlijke beschermende kleding.
Afhankelijk van de toepassing gebruikt u
gezichtsbedekking en een beschermende of
veiligheidsbril. Indien van toepassing draagt
u een stofmasker, gehoorbescherming,
handschoenen en een werkschort die kleine
afgeschuurde deeltjes of deeltjes van het
werkstuk tegenhouden. De oogbescherming
moet rondvliegende brokstukken die door de
diverse werkzaamheden vrijkomen tegen kunnen
houden. Het stofmasker e.d. moet in staat zijn
om partikeltjes die door uw werkzaamheden
vrijkomen te filteren. Langdurige blootstelling aan
intense geluiden kan gehoorverlies veroorzaken.
i) Houd omstanders op een veilige afstand
van het werkgebied. Iedereen die het
werkgebied betreedt moet persoonlijke
beschermende kleding dragen. Brokstukken
van het werkstuk of van een afgebroken
accessoire kunnen wegvliegen en letsel buiten
het directe werkgebied veroorzaken.
j) Houd het gereedschap alleen vast
aan geïsoleerde oppervlakten als u
een handeling uitvoert waarbij het
snijdgereedschap in contact kan komen
met verborgen bedrading of het eigen
stroomsnoer. Snijdaccessoires die in contact
komen met bedrading die onder stroom staat
kunnen ijzeren onderdelen van het gereedschap
onder stroom zetten en de operator een
elektrische schok geven.
k) Plaats het stroomsnoer buiten het bereik
van het ronddraaiende accessoire. Als u
de controle verliest, wordt het snoer mogelijk
doorgesneden of gegrepen en kan uw hand
of arm in het draaiende accessoire worden
getrokken.
l) Leg het gereedschap nooit neer voordat het
accessoire volledig tot stilstand is gekomen.
Het ronddraaiende accessoire kan mogelijk in
contact met de oppervlakte komen waardoor u
de controle over het gereedschap verliest.
m) Gebruik het gereedschap niet terwijl u het
aan uw zijde draagt. Per ongeluk contact met
het ronddraaiende accessoires kan uw kleding
grijpen waardoor het accessoire naar uw
lichaam wordt getrokken.
n) Maak de luchtgaten van het gereedschap
regelmatig schoon. De ventilator van de
motor zuigt het stof in de behuizing en extreme
ophoping van metaaldeeltjes kan een elektrische
schok veroorzaken.
o) Bedien het gereedschap niet in de buurt van
ontvlambare materialen. Vonken kunnen deze
materialen doen ontbranden.
p) Gebruik geen accessoires die koelvloeistof
nodig hebben. Het gebruik van water of andere
koelvloeistoffen kan leiden tot elektrocutie of een
elektrische schok.
q) Gebruikniet schijven van Type 11
(komvormig) op dit gereedschap. Het
gebruik van accessoires die niet geschikt zijn,
kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
r) Gebruik altijdde zijhandgreep. Zet de
handgreep stevig vast. Gebruik de zijhandgreep
zodat u te allen tijde de controle over het
gereedschap behoudt.
OVERIGE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
VOOR ALLE HANDELINGEN
Oorzaken en voorkoming van
terugslag
Terugslag is een plotselinge reactie op een
ronddraaiend wiel, steunkussen, borstel of ander
accessoire dat bekneld of gegrepen wordt.
Beknelling of grijpen zorgt voor het snel vastlopen
van het ronddraaiende accessoire dat op zijn
beurt zorgt dat het onbeheersbare gereedschap
in de tegenovergestelde richting van de draaiing
van het accessoire wordt gedwongen op het
bevestigingspunt.
Als bijvoorbeeld een schuurwiel wordt gegrepen of
bekneld raakt door het werkstuk, kan de rand van
het wiel die er bij het beknellingpunt ingaat in het
oppervlak van het materiaal slaan waardoor het wiel
naar buiten loopt of terugslaat. Het wiel kan ofwel
naar de operator toe of van hem vandaan springen,
afhankelijk van de richting van de wielbeweging op
het beknellingpunt. Schuurwielen kunnen onder deze
omstandigheden ook afbreken.
Terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik
en/of onjuiste gebruiksomstandigheden van het
gereedschap en kan worden voorkomen door
geschikte voorzorgsmaatregelen te nemen zoals
hieronder VERMELD:
NEDERLANDS
129
a) Houd het gereedschap voortdurend stevig
vast en plaats uw lichaam en arm zo
dat u terugslagkrachten kunt weerstaan.
Gebruik altijd een hulphandgreep indien
meegeleverd voor maximale beheersing
van terugslag of torsiereactie tijdens het
opstarten. De operator kan torsiereactie of
terugslagkrachten beheersen als de juiste
voorzorgsmaatregelen worden genomen.
b) Plaats uw handen nooit in de buurt van het
ronddraaiende accessoire. Het accessoire
kan over uw hand terugslaan.
c) Plaats uw lichaam niet in het gebied
waar het gereedschap naartoe zal gaan
als zich terugslag voordoet. Terugslag
zorgt dat het gereedschap wegschiet in de
tegenovergestelde richting van de wielbeweging
op het beknellingpunt.
d) Wees extra voorzichtig als u hoeken,
scherpe randen, enz. bewerkt. Voorkom
dat het accessoire stuitert of blijft hangen.
Hoeken, scherpe randen en stuiteren kunnen
er vaak toe leiden dat het ronddraaiende
accessoire blijft hangen en kunnen verlies van
controle of terugslag veroorzaken.
e) Bevestig geen houtsnijdzaag of getand
zaagblad aan het gereedschap. Dergelijke
zaagbladen kunnen herhaaldelijke terugslag en
verlies van controle veroorzaken.
Veiligheidswaarschuwingen speciaal
voor slijpende en schurende
snijdhandelingen
a) Gebruik uitsluitend wieltypes die
zijn aanbevolen voor uw elektrische
gereedschap en de specifieke beveiliging die
is ontworpen voor het gekozen wiel. Wielen
waarvoor het elektrische gereedschap niets
is ontwikkeld kunnen niet adequaat worden
beveiligd en zijn onveilig.
b) De beveiliging moet stevig zijn vastgemaakt
aan en geplaatste zijn op het elektrische
gereedschap voor maximale veiligheid,
zodat het kleinste gedeelte van het wiel
aan de operator wordt blootgesteld. De
beveiliging helpt de operator te beveiligen tegen
afgebroken wieldeeltjes en het per ongeluk in
contact komen met het wiel.
c) Wielen mogen uitsluitend worden gebruikt
voor de aanbevolen toepassingen.
Bijvoorbeeld: slijp niet met de zijkant van
een snijdwiel. Schurende snijdwielen zijn
bedoeld voor perifeer slijpen; zijwaartse krachten
kunnen ervoor zorgen dat deze wielen barsten.
d) Gebruik altijd onbeschadigde wielflenzen
van de juiste grootte en vorm voor het
wiel van uw keuze. De juiste wielflenzen
ondersteunen het wiel en verminderen zo de
mogelijkheid dat het wiel breekt. Flenzen voor
snijdwielen kunnen verschillen van wielflenzen
voor slijpen.
e) Gebruik geen versleten wielen van grotere
elektrische gereedschappen. Een wiel dat is
bedoeld voor een groter elektrisch gereedschap
is niet geschikt voor de hogere snelheid van een
kleiner gereedschap en kan barsten.
Aanvullende
veiligheidswaarschuwingen speciaal
voor schurende snijdhandelingen
a) Laat het snijdwiel niet “vastlopen” en oefen
er geen extreme druk op uit. Probeer
geen extreme diepte of snede te maken.
Het overbelasten van het wiel vergroot de
belasting en ontvankelijkheid voor het blokkeren
of vastlopen van het wiel in de snede, en de
mogelijkheid van terugslag of wielbreuk.
b) Plaats uw lichaam niet op een lijn met
en achter het ronddraaiende wiel. Als het
wiel tijdens de bediening van uw lichaam
vandaan beweegt, kan de mogelijke terugslag
het draaiende wiel doen wegschieten en het
elektrische gereedschap direct in uw richting
doen komen.
c) Als het wiel blokkeert of als een snede om
een bepaalde reden wordt onderbroken,
schakelt u het elektrische gereedschap uit
en houdt u het vast zonder te bewegen
totdat het wiel volledig tot stilstand is
gekomen. Probeer nooit een snijdwiel uit
de snede te verwijderen terwijl het wiel in
beweging is, anders kan zich een terugslag
voordoen. Zoek naar de oorzaak van het
blokkeren en neem de geschikte maatregelen
om dit op te heffen.
d) Start de zaagbewerking niet opnieuw in het
werkstuk. Laat de schijf volledig op snelheid
komen en steek de schijf voorzichtig
nogmaals in de zaagsnede. Het wiel kan
blokkeren, weglopen of terugslaan als het
gereedschap opnieuw wordt opgestart in het
werkstuk.
e) Ondersteun panelen of enig ander erg
groot werkstuk om te het risico dat het wiel
vastloopt of terugslaat te verminderen. Grote
werkstukken kunnen onder hun eigen gewicht
doorzakken. De ondersteuningen moeten
aan beide zijden worden geplaatst onder het
werkstuk, dicht bij de zaaglijn en aan beide
randen.
NEDERLANDS
130
f) Wees bijzonder voorzichtig wanneer u
invallend zaagt op bestaande muren of
andere verborgen gedeelten. Het uitstekende
wiel kan gas- of waterbuizen, elektrische
bedrading of objecten snijden die een terugslag
veroorzaken.
Veiligheidswaarschuwingen speciaal
voor metaalborstelen
a) Wees ervan bewust dat metalen haartjes
worden uitgeworpen zelfs tijdens normale
bediening. Zet niet teveel kracht op de
borstelharen door een te grote druk op de
borstel uit te oefenen. De borstelharen dringen
gemakkelijk door in lichte kleding en/of de huid.
b) Als het gebruik van een beveiliging wordt
aanbevolen voor metaalborstelen, zorg dan
dat er geen contact is tussen het draadwiel
of de metaalborstel en de beveiliging. Het
draadwiel of de borstel kan in diameter groter
worden als gevolg van centrifugale krachten.
Overige risico’s
Ondanks het toepassen van de relevante
veiligheidsvoorschriften en het toepassen van
veiligheidsapparaten, kunnen sommige overige
risico’s niet worden vermeden. Dit zijn:
Gehoorbeschadiging.
Risico op persoonlijk letsel door rondvliegende
deeltjes.
Risico op brandwonden als gevolg van
accessoires die tijdens het gebruik heet worden.
Risico op persoonlijk letsel als gevolg van
langdurig gebruik.
Risico van stof dat van gevaarlijke stoffen
vrijkomt.
Markering op het gereedschap
De volgende pictogrammen staan op het
gereedschap vermeld:
Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.
Draag gehoorbescherming.
Draag oogbescherming.
POSITIE DATUMCODE (FIG. 1)
De datumcode (s), die ook het jaar van fabricage
bevat, is binnen in de behuizing geprint.
Voorbeeld:
2012 XX XX
Jaar van fabricage
Belangrijke veiligheidsinstructies
voor alle acculaders
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding
bevat belangrijke instructies voor de veiligheid en
voor de bediening van de DCB105-acculader.
Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies
en aanwijzingen voor de veiligheid op de lader,
de accu en het product dat de accu gebruikt.
WAARSCHUWING: Gevaar voor
elektrische schok. Laat geen vloeistof in
de lader dringen. Dit zou kunnen leiden
tot een elektrische schok.
VOORZICHTIG: Gevaar voor
brandwonden. Beperk het risico van
letsel, laad alleen oplaadbare accu’s op
van het merk DEWALT. Andere typen
batterijen kunnen te heet worden en
barsten wat leidt tot persoonlijk letsel en
materiële schade. Laad geen
niet-oplaadbare batterijen op.
VOORZICHTIG: Houd toezicht op
kinderen zodat zij niet met het apparaat
kunnen spelen.
OPMERKING: Onder bepaalde
omstandigheden kan er kortsluiting
in de lader ontstaan door vreemde
materialen, wanneer de stekker van
de lader in het stopcontact zit. Houd
vreemde materialen die geleidende
eigenschappen hebben, zoals, maar
niet uitsluitend, slijpstof, metaalsnippers,
staalwol, aluminiumfolie of een
ophoping van metaaldeeltjes, weg uit
de uitsparingen in de lader. Trek altijd
de stekker uit het stopcontact wanneer
er geen accu in de lader zit. Trek de
stekker van de lader uit het stopcontact
voordat u de lader gaat reinigen.
Probeer NIET de accu op te laden met
andere laders dan die in deze handleiding
worden beschreven. De lader en de accu zijn
speciaal voor elkaar ontworpen.
Deze laders zijn niet bedoeld voor een
andere toepassing dan het opladen van
oplaadbare accu’s van DEWALT. Andere
toepassingen kunnen leiden tot het gevaar van
brand, elektrische schok of elektrocutie.
NEDERLANDS
131
Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw.
U kunt beter niet aan het snoer trekken
wanneer u de stekker van de lader uit het
stopcontact trekt. Er is dan minder risico
op beschadiging van het snoer en van de
stekker.
Het is belangrijk dat u het snoer zo plaatst
dat niemand erop kan stappen of erover kan
struikelen, en het snoer niet op een andere
manier kan beschadigen of onder spanning
kan komen te staan.
Gebruik alleen een verlengsnoer als het er
werkelijk niet anders kan. Gebruik van een
ongeschikt verlengsnoer kan het risico van
brand, elektrische schok of elektrocutie tot
gevolg hebben.
Zorg, wanneer u buiten met de lader werkt,
altijd voor een droge locatie en gebruik een
verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik
buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer
dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het
risico van een elektrische schok.
Blokkeer de ventilatiesleuven van de lader
niet. De ventilatiesleuven bevinden zich
bovenop en opzij van de lader. Plaats de
lader niet in de buurt van een warmtebron.
Gebruik de lader niet met een beschadigd
snoer of een beschadigde stekker — laat
deze onmiddellijk vervangen.
Gebruik de lader niet als er hard op is
geslagen, als de lader is gevallen of op een
andere manier beschadigd is. Breng de lader
naar een erkend servicecentrum.
Haal de lader niet uit elkaar; breng de lader
naar een erkend servicecentrum wanneer
service of reparatie nodig is. Onjuiste
montage kan leiden tot het risico van een
elektrische schok, elektrocutie of brand.
Als het netsnoer is beschadigd, moet het
onmiddellijk worden vervangen door de
fabrikant, een servicemonteur van de fabrikant
of een dergelijk vakbekwaam persoon, zodat
risico is uitgesloten.
Trek de stekker van de lader uit het
stopcontact voordat u de lader gaat
schoonmaken. Er is dan minder risico van
een elektrische schok. Het risico is niet minder
wanneer u de accu verwijderd.
Probeer NOOIT 2 laders op elkaar aan te
sluiten.
De lader is ontworpen voor de 230V
stroomvoorziening van een woning. Probeer
de lader niet te gebruiken op een andere
spanning. Dit geldt niet voor de 12V-lader.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Laders
De DCB105 lader is geschikt voor Li-Ion-accu’s
van 10,8 V, 14,4 V en 18 V (DCB121, DCB123,
DCB140, DCB141, DCB180 and DCB181).
Deze lader hoeft niet te worden afgeregeld en is zo
ontworpen dat hij zeer gemakkelijk in het gebruik is.
Oplaadprocedure [afb. (fi g.) 2]
1. Steek de lader in een geschikt 230
V-stopcontact voordat u de accu plaats.
2. Plaats de accu (j) in de lader, en let er daarbij op
dat de accu geheel in de lader komt te zitten.
Het rode lampje (opladen) knippert voortdurend
en dat duidt erop dat het laadproces is gestart.
3. Het voltooien van het opladen wordt
aangegeven doordat het rode lampje continu
AAN blijft. De accu is volledig opgeladen en kan
nu worden gebruikt of in de acculader worden
gelaten.
OPMERKING: U kunt maximale prestaties en
levensduur van Li-Ion-accu’s garanderen door de
accu’s volledig op te laden voordat u deze voor het
eerst in gebruik neemt.
Oplaadproces
Zie voor de oplaadstatus van de accu de
onderstaande tabel.
Oplaadstatus
bezig met opladen –– –– –– ––
volledig opgeladen –––––––––––––––––––––
hete/koude
accuvertraging –– • –– • –– • –– •
x
probleem met
accu of lader • • • • • • • • • • • • • •
probleem
elektriciteitssnoer •• •• •• •• •• •• ••
Deze lader laadt een kapotte accu niet op. Het
lampje zal niet of onregelmatig gaan branden en de
lader geeft daarmee aan dat de accu kapot is.
OPMERKING: Dit kan ook betekenen dat er iets
mis is met de lader.
Als de lader laat zien dat er een probleem is, laat de
lader en de accu dan testen door een geautoriseerd
servicecentrum.
Hete/koude accuvertraging
Als de oplader detecteert dat een accu te heet of
te koud is, begint deze automatisch met een hete/
NEDERLANDS
132
koude accuvertraging, waarbij het opladen wordt
uitgesteld totdat de accu een geschikte temperatuur
heeft bereikt. De oplader schakelt vervolgens
automatisch naar de oplaadmodus voor de accu.
Deze functionaliteit verzekert u van maximale
levensduur van de accu.
XR Li-Ion-gereedschap is ontworpen met een
Elektronisch Beveiligingssysteem dat ervoor zorgt
dat de accu niet te veel wordt geladen, niet te heet
wordt of te veel wordt ontladen.
Het gereedschap schakelt automatisch uit als het
elektronische beschermingssysteem in werking
treedt. Als dit gebeurt, plaatst u de Li-Ion accu in de
lader totdat deze volledig is opgeladen.
Een koude accu zal half zo snel opladen als een
warme accu. De accu zal minder snel opladen
gedurende de gehele laadcyclus en zal niet op
maximumsnelheid gaan opladen, ook niet als de
accu warmer wordt.
Belangrijke veiligheidsinstructies
voor alle accu’s
Als u vervangende accu’s bestelt, zorg er dan voor
dat u het catalogusnummer en voltage vermeldt.
Als u de accu uit de verpakking haalt is hij niet
geheel opgeladen. Lees, voordat u de accu en de
lader in gebruik neemt, de onderstaande instructies
voor een veilig gebruik en volg vervolgens de
vermelde laadprocedures.
LEES ALLE INSTRUCTIES
Laad de accu niet op en gebruik deze niet
in een explosieve omgeving, zoals in de
nabijheid van ontvlambare vloeistoffen,
gassen of stof. Wanneer u de accu plaatst in of
verwijdert uit de lader kan het stof of de damp
door een vonk vlamvatten.
Gebruik nooit geweld bij het plaatsen van
de accu in de lader. Wijzig de accu op geen
enkele manier als deze niet past in een lader
die niet geschikt is, omdat de accu kan
openbarsten waardoor ernstig persoonlijk
letsel kan ontstaan.
Laad de accu’s alleen op in de daarvoor
bestemde DEWALT laders.
• Spat NIET met water en dompel de accu niet
onder in water of andere vloeistoffen.
Gebruik of bewaar het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur
40˚C of meer kan bereiken (bijvoorbeeld in
een schuurtje of een metalen loods in de
zomer).
Voor het beste resultaat is het belangrijk dat u
de accu vóór ingebruikname volledig oplaadt.
WAARSCHUWING: Probeer nooit
om welke reden dan ook de accu te
openen. Als de behuizing van de accu
is gescheurd of beschadigd, zet de
accu dan niet in de lader. Klem een
accu niet vast, laat een accu niet vallen,
beschadig een accu niet. Gebruik een
accu of lader waar hard op is geslagen,
die is gevallen, waar overheen is
gereden of die op welke manier dan
ook is beschadigd (dat wil zeggen,
doorboord met een spijker, geraakt
met een hamer, vertrapt) niet. Een
elektrische schok of elektrocutie kan het
gevolg zijn. Breng beschadigde accu’s
terug naar het servicecentrum zodat ze
kunnen worden gerecycled.
VOORZICHTIG: Plaats het
gereedschap als het niet in gebruik
is op de zijkant op een stabiele
ondergrond waar er niet overheen
kan worden gestruikeld of het zelf
kan vallen. Sommige gereedschappen
met grote accu‘s staan rechtop op de
accu maar kunnen gemakkelijk worden
omgestoten.
SPECIEKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR LITHIUM ION
(Li-Ion)
Verbrand de accu niet, zelfs niet als deze
ernstig beschadigd is of volledig verbruikt.
De accu kan in vuur exploderen. Als lithium ion
accu‘s worden verbrand, komen giftige dampen
en materialen vrij.
Als de inhoud van de accu in contact met
de huid komt, wast u dit onmiddellijk af met
water en een milde zeep. Als accuvloeistof in
de ogen komt spoelt u 15 minuten met water
in het geopende oog, of totdat de irritatie stopt.
Als medische hulp nodig is dient u te vermelden
dat de accuelektrolyt is samengesteld uit een
mengsel van vloeibare organische carbonaten
en lithiumzouten.
De inhoud van geopende accucellen kan
irritatie aan de luchtwegen veroorzaken.
Zorg voor frisse lucht. Zoek als de symptomen
aanhouden medische hulp.
WAARSCHUWING: Gevaar voor
brandwonden. Accuvloeistof kan
ontvlambaar zijn als deze aan een vonk
of vlam wordt blootgesteld.
NEDERLANDS
133
Accu
ACCUTYPE
De DCG412 werken op 18 V-accu’s.
De accu’s van het type DCB180 of DCB181
kunnen worden gebruikt. Raadpleeg Technische
Gegevens voor meer informatie.
Aanbevelingen voor opslag
1. De beste plaats om het apparaat op te bergen
is koel en droog, uit direct zonlicht en niet
in overmatige hitte of koude. Voor optimale
accuprestaties en levensduur bergt u accu’s op
bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik
zijn.
2. Wanneer u de accu lange tijd opbergt, kunt u
deze voor optimale resultaten het beste volledig
opgeladen opslaan op een koele, droge plaats
buiten de lader.
OPMERKING: Accu’s kunnen beter niet volledig
ontladen worden opgeslagen. De accu moet voor
gebruik weer worden opgeladen.
Labels op de oplader en accu
In aanvulling op de pictogrammen in deze
handleiding laten de labels op de oplader en de
accu de volgende pictogrammen zien:
Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.
Accu bezig met opladen.
Accu opgeladen.
Hete/koude accuvertraging.
x
Probleem met accu of lader.
Probleem elektriciteitssnoer.
Niet doorboren met geleidende
voorwerpen.
Laad geen beschadigde accu‘s op.
Gebruik uitsluitend DEWALT accu’s;
andere modellen kunnen uit elkaar
spatten en persoonlijk letsel of schade
veroorzaken.
Niet blootstellen aan water.
Zorg dat defecte snoeren onmiddellijk
worden vervangen.
Uitsluitend opladen tussen 4 ºC en 40 ºC.
Bied de accu als chemisch afval aan en
houd rekening met het milieu.
Gooi de accu niet in het vuur.
Laad Li-Ion accu‘s op.
Zie Technische gegevens voor de
oplaadtijd.
Alleen voor gebruik binnenshuis
Inhoud van de verpakking
De verpakking bevat:
1 Haakse slijpmachine
1 125 mm beschermkap (Type 27)
1 Zijhandgreep
1 Flensset
1 Twee-pins steeksleutel
1 Gebruiksaanwijzing
1 Uitvergrote tekening
OPMERKING: Bij de N-modellen worden geen
accu’s, laders en gereedschapskoffers geleverd.
Controleer of het gereedschap, de onderdelen
of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens
het transport.
Neem de tijd om deze handleiding grondig door
te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur
gebruikt.
Beschrijving (fi g. 1–6)
WAARSCHUWING: Pas het
gereedschap of een onderdeel ervan
nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk
letsel tot gevolg hebben.
NEDERLANDS
134
a. Kantelschakelaar
b. Vergrendelknop
c. Knop asvergrendeling
d. As
e. Zijhandgreep
f. Slijpschijf
g. Steunflens
h. Klemmoer met schroefdraad
i. Beschermkap
j. Accu
k. Grendel beschermkap
l. Nokken
m. Sleuven tandwielkast
n. Stelschroef
o. Accuvrijgaveknop
GEBRUIKSDOEL
De haakse slijpmachine voor zwaar gebruik
DCG412 is ontworpen voor professionele slijp- en
zaagtoepassingen.
Gebruik GEEN schuurwielen anders dan in het
midden drukvrije wielen en flapschijven.
GEBRUIK ZE NIET bij natte omstandigheden of
in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of
gassen.
Deze haakse slijpmachine voor zware toepassingen
is professioneel elektrisch gereedschap.
LAAT GEEN kinderen in contact met het
gereedschap komen. Toezicht is vereist als
onervaren operators dit gereedschap bedienen.
Dit product is niet bedoeld voor gebruik door
personen (waaronder kinderen) die verminderde
fysieke, sensorische of psychische vermogens
hebben of die het ontbreekt aan ervaring en/
of kennis of bekwaamheden, als dat niet
gebeurt onder toezicht van een persoon die
verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen
mogen nooit alleen worden gelaten met dit
product zodat ze ermee zouden kunnen spelen.
Elektrische veiligheid
De elektrische motor is slechts voor één voltage
ontworpen. Controleer altijd of het voltage van
de accu overeenkomt met het voltage op het
typeplaatje. Zorg er ook voor dat het voltage
van uw oplader overeenkomt met dat van uw
stroomvoorziening.
Uw DEWALT oplader is dubbel geïsoleerd
in overeenstemming met EN 60335;
daarom is geen aarding nodig.
Als het stroomsnoer is beschadigd, moet het
worden vervangen door een speciaal
geprepareerd snoer dat leverbaar is via
het D
EWALT servicecentrum.
Een verlengsnoer gebruiken
U dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit
absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd
verlengsnoer dat geschikt is voor de stroominvoer
van uw oplader (zie Technische gegevens). De
minimale geleidergrootte is 1 mm
2
; de maximale
lengte is 30 m.
Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd
volledig af te rollen.
ASSEMBLAGE EN AANPASSINGEN
WAARSCHUWING: Om het gevaar
op ernstig persoonlijk letsel te
verminderen, zet u het gereedschap
uit en ontkoppelt u het van de
stroomvoorziening, voordat u enige
aanpassing maakt of hulpstukken
of accessoires verwijdert/installeert.
Voordat u het gereedschap opnieuw
aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in
en laat deze vrijkomen, om er zeker van
te zijn dat het gereedschap uit staat.
WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend
DEWALT accu’s en opladers.
De accu in het gereedschap zetten
en uit het gereedschap verwijderen
(afb. 2)
OPMERKING: Voor het beste resultaat is het
belangrijk dat u de accu volledig oplaadt.
DE ACCU IN DE HANDGREEP VAN HET GEREEDSCHAP
INSTALLEREN
1. Houd de accu tegenover de rails (j) in de
handgreep van het gereedschap (afb. 2).
2. Schuif de accu in de handgreep totdat de accu
stevig vastzit in het gereedschap en controleer
dat de accu niet los raakt.
DE ACCU UIT HET GEREEDSCHAP HALEN
1. Druk op de accu-ontgrendelknop (o) en trek
de accu stevig uit de handgreep van het
gereedschap.
2. Zet de accu in de lader zoals wordt beschreven
in het ladergedeelte van deze handleiding.
NEDERLANDS
135
De zijhandgreep bevestigen (fi g. 1)
WAARSCHUWING: Controleer voordat
u het gereedschap gebruikt of de hendel
stevig vastzit.
Schroef de zijhandgreep (e) stevig in een van de
openingen aan de beide kanten van de behuizing.
Voor zaagbewerkingen kunt u de tandwielkast 90°
draaien, zodat u comfortabeler kunt werken.
De tandwielkast draaien (afb. 1)
1. Draai de vier hoekschroeven los waarmee de
tandwielkast vastzit op de motorbehuizing.
2. Draai de kop van de tandwielkast in de
gewenste stand, maar maak de tandwielkast
niet los van de motorbehuizing.
OPMERKING: Als er meer ruimte dan 3,17
mm ontstaat tussen de tandwielkast en de
motorbehuizing, moet het gereedschap worden
nagezien en opnieuw worden geassembleerd door
een officieel DEWALT-servicecentrum. Als u het
gereedschap niet laat nazien, kan dat leiden tot een
defect van de borstels, de motor en het lager.
3. Zet de schroeven weer vast en bevestig zo
de tandwielkast op de motorbehuizing. Zet de
schroeven vast met een aanhaalmoment 23
kg-cm. Wanneer u de schroeven te vast zet,
kunnen zij de draad beschadigen.
De bescherming bevestigen en
verwijderen (fi g. 3)
WAARSCHUWING: Om het gevaar
op ernstig persoonlijk letsel te
verminderen, zet u het gereedschap
uit en ontkoppelt u het van de
stroomvoorziening, voordat u enige
aanpassing maakt of hulpstukken
of accessoires verwijdert/installeert.
Voordat u het gereedschap opnieuw
aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in
en laat deze vrijkomen, om er zeker van
te zijn dat het gereedschap uit staat.
VOORZICHTIG: Bij deze slijpmachine
moeten beveiligingen worden gebruikt.
Wanneer u de haakse slijpmachine DCG412
gebruikt voor het zagen van metaal of metselwerk,
MOET u beschermkap Type 1 gebruiken.
Beschermkappen van Type 1 zijn tegen meerprijs
verkrijgbaar bij DEWALT-distributeurs.
OPMERKING: Raadpleeg de Tabel accessoires
Slijpen en Zagen aan het einde van dit hoofdstuk,
daar vindt u andere accessoires die met deze
haakse slijpmachines kunnen worden gebruikt.
1. Plaats het gereedschap op een tafel met de as
(d) omhoog.
2. Open de vergrendeling van de beschermkap
(k) en houd de nokken (l) op de beschermkap
tegenover de sleuven op de tandwielkast (m).
3. Duw de beschermkap omlaag tot de nokken
van de beschermkap vastgrijpen en vrij roteren
in de groef op de tandwielkastnaaf.
4. Roteer met geopende vergrendeling van
de beschermkap de beschermkap (l) in de
werkpositie van uw keuze.
5. Sluit de vergrendeling van de beschermkap
zodat de beschermkap vast komt te zitten op
de tandwielkast.
VOORZICHTIG: Als de beveiliging
niet kan worden vastgemaakt met de
stelschroef, dient u het gereedschap
niet te gebruiken. Om het risico op
persoonlijk letsel te verminderen, neemt
u het gereedschap en de beveiliging
mee naar een servicecentrum om de
beveiliging te laten repareren of te
vervangen.
OPMERKING: Draai de stelschroef
(n) niet aan met de klemhendel in de
geopende stand. Niet-waarneembare
beschadiging van de beschermkap of
van de montagenaaf kan daarvan het
gevolg zijn.
OPMERKING: Het slijpen en zagen van randen kan
worden uitgevoerd met schijven van Type 27 die zijn
ontworpen en gespecificeerd voor dit doel; schijven
van 6,35 mm dik zijn ontworpen voor het slijpen
van oppervlakken terwijl schijven van 3,17 mm zijn
ontworpen voor het slijpen van randen.
Schuurschijven met een verzonken
middenstuk monteren
OPMERKING: Beschermkap van Type 27 die bij de
slijpmachine wordt geleverd MOET worden gebruikt.
WIELEN MET NAAF PLAATSEN EN VERWIJDEREN
(FIG. 1, 4)
Schijven met naaf worden direct op de as met
M14-schroefdraad geplaatst.
1. Draai met de hand de schijf op de as (d).
2. Druk de asvergrendelknop (c) in en zet met een
sleutel de naaf van de schijf vast.
NEDERLANDS
136
3. Ga in omgekeerde volgorde te werk wanneer u
de schijf wilt verwijderen.
OPMERKING: Wanneer u nalaat de
schijf goed vast te zetten voordat u
het gereedschap inschakelt, kan dat
beschadiging van het gereedschap of
van de schijf tot gevolg hebben.
MONTEREN VAN SCHIJVEN DIE NIET ZIJN VOORZIEN VAN
EEN NAAF (AFB. 1, 4)
OPMERKING: Beschermkap van Type 27 die bij de
slijpmachine wordt geleverd MOET worden gebruikt.
OPMERKING: Raadpleeg de Tabel accessoires
Slijpen en Zagen aan het einde van dit hoofdstuk,
daar vindt u andere accessoires die met deze
slijpmachines kunnen worden gebruikt.
1. Plaats het gereedschap op een tafel, de
beveiliging omhoog.
2. Installeer de steunflens zonder schroefdraad (g)
op as (d) met het verhoogde middenstuk tegen
de schijf.
3. Plaats schijf (f) tegen de steunflens en centreer
daarbij de schijf op het verhoogde middenstuk
van steunflens.
4. Draai, terwijl u de asvergrendelknop (c)
ingedrukt houdt, klemmoer (h) op de as. Als
de schijf die u plaatst meer dan 3,17mm dik is,
plaats dan de klemmoer met schroefdraad zo
op de as dat het verhoogde middenstuk in het
midden van de schijf past. Als de schijf die u
plaatst 3,17 mm dik is of minder, plaats dan de
klemmoer met schroefdraad zo op de as dat
het verhoogde middenstuk niet tegen de schijf
komt.
5. Draai, terwijl u de asvergrendelknop (c)
ingedrukt houdt, de klemmoer aan met een
sleutel.
6. U kunt de schijf verwijderen door de
asvergrendelknop in te drukken en de klemmoer
met schroefdraad met een sleutel los te draaien.
OPMERKING: Als de schijf nog draait, nadat u de
klemmoer hebt vastgezet, moet u de richting van
de klemmoer controleren. Als u een dunne schijf
installeert met het verhoogde middenstuk op de
klemmoer tegen de schijf, zal de schijf ronddraaien
omdat de schijf niet met de klemmoer vast komt
te zitten omdat de hoogte van het verhoogde
middenstuk dat voorkomt.
Monteren van Draadborstels en
Draadschijven (afb. 1)
Draadborstels of draadschijven worden direct op de
as met schroefdraad geplaatst zonder dat flenzen
worden gebruikt. Gebruik alleen de draadborstels
of draadschijven die voorzien zijn van een naaf met
M14-schroefdraad. Deze accessoires zijn tegen
meerprijs verkrijgbaar bij uw dealer ter plaatse of bij
het officiële servicecentrum.
OPMERKING:
De beschermkap Type 27 is vereist
wanneer u draadborstels of draadschijven gebruikt.
VOORZICHTIG: Beperk het risico
van persoonlijk letsel, ddraag
werkhandschoenen wanneer u met
draadborstels en draadschijven
werkt. Zij kunnen scherp worden.
VOORZICHTIG: Beperk het
risico van beschadiging van het
gereedschap, de schijf of de borstel
mag de beschermkap niet raken
wanneer de kap is gemonteerd of
in gebruik is. Niet-waarneembare
beschadiging van het accessoire kan
optreden, waardoor stukjes draad los
kunnen komen van de schijf of van de
borstel.
MONTEREN VAN DRAADBORSTELS EN DRAADSCHIJVEN
1. Plaats het gereedschap op een tafel, de
beveiliging omhoog.
2. Draai met de hand de schijf op de as.
3. Druk de asvergrendelknop (c) in en zet de schijf
met een sleutel op de naaf van de draadschijf of
draadborstel vast.
4. U kunt de schijf verwijderen door de hierboven
vermelde instructies in omgekeerde volgorde uit
te voeren.
KENNISGEVING: Beperk het risico
van beschadiging van het gereedschap,
zet de naaf van de schijf goed op de
as vast voordat u het gereedschap
inschakelt.
Monteren van Zaagschijven (Type 1)
Zaagschijven zijn onder meer diamantschijven en
schuurschijven. Er zijn zaag/schuurschijven voor
metaal en beton verkrijgbaar. Diamantschijven voor
het zagen van beton kunnen ook worden gebruikt.
Deze accessoires zijn tegen meerprijs verkrijgbaar
bij uw dealer ter plaatse of bij het officiële
servicecentrum.
WAARSCHUWING: Een gesloten,
tweezijdige beschermkap voor
zaagschijven is nodig wanneer met
zaagschijven wordt gewerkt. Deze
accessoires zijn tegen meerprijs
verkrijgbaar bij uw dealer ter plaatse of
bij het officiële servicecentrum. Wanneer
u nalaat de juiste flens en beschermkap
NEDERLANDS
137
te gebruiken kan dat letsel tot gevolg
hebben doordat de schijf afbreekt of
doordat u de schijf aanraakt. Raadpleeg
de Tabel accessoires Slijpen en
Zagen aan het einde van dit hoofdstuk,
daar vindt u andere accessoires die
met deze slijpmachines kunnen worden
gebruikt.
WAARSCHUWING: Om het gevaar
op ernstig persoonlijk letsel te
verminderen, zet u het gereedschap
uit en ontkoppelt u het van de
stroomvoorziening, voordat u enige
aanpassing maakt of hulpstukken
of accessoires verwijdert/installeert.
Voordat u het gereedschap
opnieuw aansluit, drukt u de
trekkerschakelaar in en laat deze
vrijkomen, om er zeker van te zijn
dat het gereedschap uit staat.
MONTEREN VAN GESLOTEN BESCHERMKAP (TYPE 1)
(AFB. 6)
1. Open de vergrendeling van de beschermkap
(k) en houd de nokken (l) op de beschermkap
tegenover de sleuven op tandwielkast (m).
Hierdoor worden de nokken uitgelijnd met de
sleuven op de kap van de tandwielkast. Plaats
de beschermkap zo dat deze naar achteren is
gericht.
2. Duw de beschermkap omlaag tot de nok van
de beschermkap vastgrijpt en vrij roteert in de
groef op de tandwielkastnaaf.
3. Draai de beschermkap (i) in de werkstand van
uw keuze. De beschermkap als geheel moet
worden geplaatst tussen de as en degene die
met het gereedschap werkt, zodat die maximaal
beschermd is.
4. Sluit de vergrendeling van de beschermkap
zodat de beschermkap vast komt te zitten
op de kap van de tandwielkast. U moet de
beschermkap met de hand kunnen draaien
wanneer de vergrendeling in gesloten stand
is. Werk niet met de slijpmachine als de
beschermkap loszit of de klemhendel open
staat.
5. U kunt de beschermkap verwijderen door de
vergrendeling van de beschermkap te openen,
de beschermkap te draaien tot de pijlen
tegenover elkaar staan en de beschermkap op
te tillen.
OPMERKING: De beschermkap is van tevoren
in de fabriek afgesteld op de diameter van de
tandwielkastnaaf. Als, na verloop van tijd, de
beschermkap los komt te zitten, draai dan de
stelschroef (n) vast, terwijl de klemhendel gesloten
is en de beschermkap op het gereedschap is
gemonteerd.
KENNISGEVING: Beperk het risico
van beschadiging van het gereedschap,
draai de stelschroef (n) vast terwijl
de klemhendel open staat. Niet-
waarneembare beschadiging van de
beschermkap of van de montagenaaf
kan daarvan het gevolg zijn.
MONTEREN VAN ZAAGSCHIJVEN (AFB. 1, 4)
VOORZICHTIG: Voor zaagschijven
moet een steunflens en een klemmoer
(bij het gereedschap geleverd) van
passende diameter worden gebruikt.
1. Plaats een steunflens zonder schroefdraad
op de as met het verhoogde middenstuk naar
boven gericht. Het verhoogde middenstuk van
de steunfles komt tegen de schijf wanneer de
schijf wordt geplaatst.
2. Plaats de schijf op de steunflens, waarbij de
schijf wordt gecentreerd op het verhoogde
middenstuk.
3. Plaats klemmoer met schroefdraad met het
verhoogde middenstuk verwijderd van de
schijf.
4. Draai, terwijl u de asvergrendelknop (c)
ingedrukt houdt, de klemmoer aan met een
sleutel.
5. U kunt de schijf verwijderen door de
asvergrendelknop in te drukken en de klemmoer
met schroefdraad met een sleutel los te draaien.
Voor de bediening
Installeer de beveiliging en pas schijf of wiel
aan. Gebruik geen extreem versleten schijven of
wielen.
Zorg ervoor dat de binnenste en buitenste flens
correct zijn aangebracht.
Zorg ervoor dat de schijf of het wiel draait in de
richting van de pijlen op het accessoire en het
gereedschap.
BEDIENING
Instructies voor gebruik
WAARSCHUWING: Houd u altijd
aan de veiligheidsinstructies en van
toepassing zijnde voorschriften.
WAARSCHUWING: Om het gevaar
op ernstig persoonlijk letsel te
verminderen, zet u het gereedschap
uit en ontkoppelt u het van de
NEDERLANDS
138
stroomvoorziening, voordat u enige
aanpassing maakt of hulpstukken
of accessoires verwijdert/installeert.
Voordat u het gereedschap opnieuw
aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in
en laat deze vrijkomen, om er zeker van
te zijn dat het gereedschap uit staat.
WAARSCHUWING:
Zorg dat al het materiaal dat
geschuurd of gesneden gaat worden
stevig op zijn plaats zit.
Oefen uitsluitend zachte druk op
het gereedschap uit. Oefen geen
zijwaartse druk uit op de schijf.
Vermijd overbelasting. Als het
gereedschap heet wordt, laat u het
een paar minuten zonder belasting
draaien.
Juiste positie van de handen
(fi g. 1, 6)
WAARSCHUWING: Om het risico op
ernstig persoonlijk letsel te verminderen,
dient u ALTIJD de handen in de juiste
positie te hebben, zoals afgebeeld.
WAARSCHUWING: Om het risico op
ernstig persoonlijk letsel te verminderen,
houdt u het ALTIJD stevig vast,
anticiperend op een plotseling reactie.
De juiste positie van de handen betekent een hand
aan de zijhandgreep (e), terwijl u met de andere
hand de behuizing van het gereedschap vasthoudt,
zoals afgebeeld in figuur 6.
SSchakelaar
WAARSCHUWING: Controleer voordat
u het gereedschap gebruikt of de hendel
stevig vastzit.
VERGRENDELKNOP EN AAN/UIT-SCHAKELAAR (AFB. 7)
Het afkortgereedschap is voorzien van een
vergrendelknop (b).
U kunt de Aan/Uit-schakelaar (a) vergrendelen
door op de vergrendelknop te drukken, zoals
in Afbeelding 7 wordt getoond. Wanneer de
vergrendelknop is ingedrukt naar het pictogram met
het slotje, is het gereedschap vergrendeld.
Vergrendel de Aan/Uit-schakelaar altijd wanneer u
het gereedschap draagt of opbergt, zodat wordt
voorkomen dat het onbedoeld wordt gestart.
U kunt de Aan/Uit-schakelaar ontgrendelen door
de vergrendelknop (b) in te drukken. Wanneer de
vergrendelknop is ingedrukt naar het pictogram met
het open slotje, is het gereedschap niet vergrendeld.
De vergrendelknop is rood van kleur zodat u kunt
zien dat de schakelaar in de niet-vergrendelde
stand staat.
Schakel de motor in door aan de Aan/Uit-schakelaar
(a) te trekken. Laat de Aan/Uit-schakelaar los en de
motor wordt uitgeschakeld (OFF).
OPMERKING: Dit gereedschap heeft geen
voorziening voor het vergrendelen van de schakelaar
in de ON-stand en mag nooit op welke manier dan
ook op ON worden vergrendeld.
WAARSCHUWING: Houd de
zijhandgreep en de behuizing van het
gereedschap stevig vast om de controle
over het gereedschap te behouden
tijdens het opstarten en het gebruik, en
totdat het wiel of accessoire is gestopt
met draaien. Het is belangrijk dat u het
gereedschap pas neerlegt wanneer de
schijf volledig tot stilstand is gekomen.
WAARSCHUWING: Geef het
gereedschap de tijd om volledig op
snelheid te komen voordat u het
werkoppervlak aanraakt. Til het
gereedschap van het werkoppervlak
voordat u het gereedschap uitschakelt.
Spilvergrendeling (fi g. 1)
Er is in de spilvergrendeling (c) voorzien om te
voorkomen dat de spil ronddraait terwijl u wielen
plaatst of verwijdert. Gebruik de spilvergrendeling
uitsluitend als het gereedschap is uitgeschakeld,
de stekker uit de stroomvoorziening is gehaald, en
volledig tot stilstand is gekomen.
OPMERKING: Om het risico op schade
aan het gereedschap te voorkomen,
bedient u de spilvergrendeling niet als
het gereedschap in gebruik is. Er kan
schade aan het gereedschap optreden
en het bevestigde accessoire kan
losschieten, hetgeen mogelijk tot letsel
kan leiden.
Om de vergrendeling te bedienen, drukt u de knop
spilvergrendeling (c) in en draait u de spil totdat u
niet in staat bent de spil verder te draaien.
Schuurschijven met een verzonken
middenstuk gebruiken
OPPERVLAKTESCHUREN MET SLIJPSCHIJVEN
1. Geef het gereedschap de tijd om volledig
op snelheid te komen voordat u met het
gereedschap het werkoppervlak aanraakt.
2. Oefen minimale druk uit op het werkoppervlak,
laat het gereedschap op hoge snelheid zijn werk
NEDERLANDS
139
doen Het rendement van de slijper is het grootst
wanneer het gereedschap op hoge snelheid
werkt.
3. Houd een hoek van 20° tot 30° aan tussen het
gereedschap en het werkoppervlak.
4. Beweeg het gereedschap voortdurend naar
voren en naar achteren zodat er geen groeven
in het werkoppervlak ontstaan.
5. Til het gereedschap van het werkoppervlak
voordat u het gereedschap uitschakelt. Geef het
gereedschap de tijd om te stoppen met draaien
voordat u het neerlegt.
SCHUREN VAN RANDEN MET SLIJPSCHIJVEN
WAARSCHUWING: Schijven die
worden gebruikt voor zagen en het
schuren van randen kunnen breken
of terugslaan als zij worden gebogen
tijdens werkzaamheden waarbij wordt
gezaagd of diepe gaten worden
geslepen. Voorkom het risico van
ernstig letsel, beperk het gebruik van
deze schijven met een standaard
beschermkap van Type 27 tot ondiep
zagen en kerven (minder dan 13
mm diepte). De open zijde van de
beschermkap moet van de gebruiker
vandaan zijn gericht. Gebruik voor het
dieper zagen met een zaagschijf van
Type 1 een gesloten beschermkap
van Type 1. Raadpleeg de Tabel
accessoires Slijpen en Zagen aan
het einde van dit hoofdstuk, daar vindt
u andere accessoires die met deze
slijpmachines kunnen worden gebruikt.
1. Geef het gereedschap de tijd om volledig
op snelheid te komen voordat u met het
gereedschap het werkoppervlak aanraakt.
2. Oefen minimale druk uit op het werkoppervlak,
laat het gereedschap op hoge snelheid zijn werk
doen Het rendement van de slijper is het grootst
wanneer het gereedschap op hoge snelheid
werkt.
3. Ga zo staan dat de open onderzijde van de
schijf van u af is gericht.
4. Verander niet meer de hoek van de zaagsnede
wanneer het zagen is begonnen en er in het
werkstuk een inkeping is ontstaan. Wanneer
u de hoek verandert zal daardoor de schijf
worden gebogen en dat kan leiden tot breuk
van de schijf. Schijven voor het slijpen van
randen zijn niet bestand tegen zijdelingse druk
die wordt veroorzaakt door buigen.
5. Til het gereedschap van het werkoppervlak
voordat u het gereedschap uitschakelt. Geef het
gereedschap de tijd om te stoppen met draaien
voordat u het neerlegt.
WAARSCHUWING: Gebruik schijven
voor het zagen/slijpen van randen niet
voor het slijpen van oppervlakken omdat
deze schijven niet bestand zijn tegen
de zijdelingse druk die ontstaat bij het
slijpen van een oppervlak. Breuk van de
schijf en ernstig persoonlijk letsel kunnen
het gevolg zijn.
Monteren en gebruiken van
draadborstels en draadschijven
U kunt met draadschijven en draadborstels roest,
kalkaanslag en verf verwijderen en onregelmatig
gevormde oppervlakken glad maken.
OPMERKING: Raadpleeg Maatregelen die u
moet nemen wanneer u verf verwijdert met
een draadborstel.
1. Geef het gereedschap de tijd om volledig
op snelheid te komen voordat u met het
gereedschap het werkoppervlak aanraakt.
2. Oefen minimale druk uit op het werkoppervlak,
laat het gereedschap op hoge snelheid zijn
werk doen Het rendement van het gereedschap
bij het verwijderen van materiaal is het grootst
wanneer het gereedschap op hoge snelheid
werkt.
3. Houd een hoek van 5° tot 10° aan tussen het
gereedschap en het werkoppervlak wanneer u
draadborstels gebruikt.
4. Houd bij gebruik van draadschijven contact
tussen de rand van de schijf en het
werkoppervlak.
5. Beweeg het gereedschap voortdurend naar
voren en naar achteren zodat er geen groeven
in het werkoppervlak ontstaan. Wanneer u het
gereedschap op het werkoppervlak laat rusten
zonder het te verplaatsen, of wanneer u het
gereedschap in een cirkelvormige beweging
verplaatst, ontstaan brand- en draaiplekken op
het werkoppervlak.
6. Til het gereedschap van het werkoppervlak
voordat u het gereedschap uitschakelt. Geef het
gereedschap de tijd om te stoppen met draaien
voordat u het neerzet.
VOORZICHTIG: Ga extra voorzichtig
te werk wanneer u over een rand werkt,
omdat u dan een plotselinge scherpe
beweging van de slijpmachine kunt
ervaren.
NEDERLANDS
140
Zaagschijven (Type 1) gebruiken
WAARSCHUWING: Gebruik schijven
voor het zagen/slijpen van randen niet
voor het slijpen van oppervlakken omdat
deze schijven niet bestand zijn tegen
de zijdelingse druk die ontstaat bij het
slijpen van een oppervlak. Breuk van de
schijf en letsel kan het gevolg zijn.
1. Geef het gereedschap de tijd om volledig op
snelheid te komen voordat u het werkoppervlak
aanraakt.
2. Oefen minimale druk uit op het werkoppervlak,
laat het gereedschap op hoge snelheid zijn werk
doen Het zaagrendement van het gereedschap
is het grootst wanneer het op hoge snelheid
werkt.
3. Verander niet meer de hoek van de zaagsnede
wanneer het zagen is begonnen en er in het
werkstuk een inkeping is ontstaan. Wanneer
u de hoek verandert zal daardoor de schijf
worden gebogen en dat kan leiden tot breuk
van de schijf.
4. Til het gereedschap van het werkoppervlak
voordat u het gereedschap uitschakelt. Geef het
gereedschap de tijd om te stoppen met draaien
voordat u het neerzet.
Maatregelen die u moet nemen
voor het met een draadborstel
verwijderen van verf
1. Het met een draadborstel verwijderen van verf
op loodbasis wordt NIET AANBEVOLEN omdat
het moeilijk is het verontreinigde stof onder
controle te houden. Voor kinderen en zwangere
vrouwen is loodvergiftiging het meest gevaarlijk.
2. Omdat het zonder chemische analyse moeilijk is
vast te stellen of een verf lood bevat, adviseren
wij de volgende maatregelen bij het met de
draadborstel verwijderen van verf:
PERSOONLIJKE VEILIGHEID
1. Kinderen en zwangere vrouwen mogen
niet worden toegelaten op de werkplek
waar verf wordt verwijderd totdat alle
schoonmaakwerkzaamheden zijn voltooid.
2. Alle personen die de werkplek betreden moeten
een stofmasker dragen. Het filter moet dagelijks
of wanneer de drager moeilijkheden heeft met
ademhalen worden vervangen.
OPMERKING: Gebruik alleen stofmaskers
die geschikt zijn voor het werken met stof
van loodhoudende verf en dampen. Gewone
stofmaskers bieden deze bescherming niet. Ga
naar de gereedschapswinkel bij u in de buurt
en vraag naar het stofmasker met de juiste
bescherming van de luchtwegen.
3. EET, DRINK EN ROOK NIET op de werkplek
zodat u geen verontreinigde verfdeeltjes binnen
kunt krijgen. Personen die dit werk uitvoeren
moeten zich wassen en moeten opruimen
VOORDAT zij eten, drinken of roken. Etenswaar,
drinken en rookgerei mogen niet achterblijven
op de werkplek waar er stof op kan neerdalen.
MILIEUVEILIGHEID
1. Verf moet worden worden verwijderd op een
manier dat er zo min mogelijk stof wordt
gegenereerd.
2. Ruimten waar verf wordt verwijderd moeten
worden afgedicht met plastic doek met een
dikte van 4 mils.
3. Het met de draadborstel verwijderen van verf
moet zo worden uitgevoerd dat er weinig
sporen van verfstofdeeltjes buiten de werkplek
komen.
REINIGEN EN VERWIJDEREN
1. Alle vlakken op de werkplek moeten dagelijks
worden gestofzuigd en grondig worden
gereinigd zolang er met de draadborstel wordt
gewerkt. Stofzuigerzakken moeten vaak worden
vervangen.
2. Plastic dekkleden moeten worden verzameld en
worden verwijderd met eventuele stofsnippers
en ander verwijderd vuil. Zij moeten in
afgedichte vuilnisbakken worden geplaatst
en worden verwijderd via de gebruikelijke
vuilnisophaaldienst.
Tijdens het schoonmaken moeten kinderen
en zwangere vrouwen uit de buurt worden
gehouden van de directe werkplek.
3. Alle speelgoed, afwasbare meubels en
gebruiksvoorwerpen die worden gebruikt door
kinderen, moeten grondig worden gewassen
voordat ze weer worden gebruikt.
Toepassingen op metaal
Als u het gereedschap gebruikt voor
toepassingen op metaal, zorg er dan voor dat
een differentieelschakelaar is ingestoken om
overige risico’s veroorzaakt door metaalslijpsel te
voorkomen.
Als de stroomvoorziening wordt uitgeschakeld door
de differentieelschakelaar, brengt u het gereedschap
naar de erkende DEWALT reparateur.
WAARSCHUWING: Bij extreme
werkomstandigheden kan geleidend stof
zich in de machinebehuizing ophopen
NEDERLANDS
141
als u met metaal werkt. Dit kan ertoe
leiden dat de beschermende isolatie in
de machine wordt aangetast, met het
potentiële risico van een elektrische
schok.
Om de opeenhoping van metaalslijpsel in de
machine te voorkomen, adviseren wij u de
ventilatieopeningen dagelijks vrij te maken. Zie
Onderhoud.
ONDERHOUD
Uw DEWALT gereedschap op stroom is ontworpen
om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren
met een minimum aan onderhoud. Het continu naar
bevrediging functioneren, hangt af van de juiste zorg
voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken.
WAARSCHUWING: Om het gevaar
op ernstig persoonlijk letsel te
verminderen, zet u het gereedschap
uit en ontkoppelt u het van de
stroomvoorziening, voordat u enige
aanpassing maakt of hulpstukken
of accessoires verwijdert/installeert.
Voordat u het gereedschap opnieuw
aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in
en laat deze vrijkomen, om er zeker van
te zijn dat het gereedschap uit staat.
Aan de lader en de accu kan geen onderhoud
worden verricht. Er zitten in het apparaat geen
onderdelen die onderhoudswerkzaamheden door de
gebruiker vereisen.
Losgekomen borstels
De motor wordt automatisch uitgeschakeld om
aan te geven dat de koolstofborstels bijna versleten
zijn en dat het gereedschap een onderhoudsbeurt
nodig heeft. De koolstofborstels kunnen niet
door de gebruiker worden vervangen. Breng het
gereedschap naar een erkende DEWALT reparateur.
Smering
Uw elektrische gereedschap heeft geen aanvullende
smering nodig.
Reiniging
WAARSCHUWING: Blaas vuil en stof
uit de hoofdbehuizing met droge lucht,
zo vaak u ziet dat vuil zich in en rond
de luchtopeningen ophoopt. Draag
goedgekeurde oogbescherming en een
goedgekeurd stofmasker als u deze
procedure uitvoert.
WAARSCHUWING: Gebruik nooit
oplosmiddelen of andere bijtende
chemicaliën voor het reinigen van
niet-metalen onderdelen van het
gereedschap. Deze chemicaliën kunnen
het materiaal dat in deze onderdelen
is gebruikt verzwakken. Gebruik een
doek die uitsluitend met water en milde
zeep is bevochtigd. Zorg dat er nooit
enige vloeistof in het gereedschap komt;
dompel nooit enig onderdeel van het
gereedschap in een vloeistof.
SCHOONMAAKINSTRUCTIES VOOR DE LADER
WAARSCHUWING: Schokgevaar.
Haal de stekker van de lader uit het
stopcontact voordat u het apparaat
reinigt. Verwijder vuil en vet met
een doek of zachte, niet-metalen
borstel van de buitenkant van de
werklamp/lader. Gebruik geen water of
schoonmaakmiddel.
Optionele accessoires
WAARSCHUWING: Aangezien
accessoires die niet door DEWALT zijn
aangeboden niet met dit product zijn
getest, kan het gebruik van dergelijke
accessoires met dit gereedschap
gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel
te verminderen dient u uitsluitend door
DEWALT aanbevolen accessoires met
dit product te gebruiken.
Neem contact op met uw leverancier voor verdere
informatie over de geschikte accessoires.
Bescherming van het milieu
Gescheiden afvalinzameling. Dit product
mag niet bij het normale huishoudelijke
afval worden aangeboden.
Als u op een dag bemerkt dat uw DEWALT product
vervangen dient te worden of dat u er verder geen
gebruik meer van maakt, mag u het niet als normaal
huishoudelijk afval aanbieden. Bied dit product aan
bij de gescheiden afvalinzameling.
Gescheiden inzameling van gebruikte
producten of verpakkingen maakt het
mogelijk dat materiaal kan worden
gerecycled en nogmaals gebruikt. Het
NEDERLANDS
142
hergebruik van gerecycled materiaal
helpt milieuvervuiling te voorkomen en
vermindert de vraag naar grondstoffen.
Plaatselijke bepalingen voorzien mogelijk in de
gescheiden inzameling van elektrische producten
uit een huishouden, op stedelijke inzamelingspunten
of bij de detailhandelaar waar u een nieuw product
aanschaft.
D
EWALT heeft een faciliteit voor het verzamelen van
recyclen van DEWALT producten als ze eenmaal
het einde van hun levensduur hebben bereikt. Stuur
om van deze service gebruik te maken uw product
a.u.b. terug naar iedere erkende reparateur die
namens ons de verzameling op zich neemt.
U kunt de locatie van de erkende reparateur die het
dichtste bij u in de buurt is opzoeken door contact
op te nemen met uw plaatselijke DEWALT kantoor
zoals vermeld in deze handleiding. Een lijst van
erkende DEWALT reparateurs en volledige details
over onze after sales service zijn ook te vinden op
internet via: www.2helpU.com.
Herlaadbare accu
Deze duurzame accu moet herladen worden als hij
niet krachtig genoeg blijkt tijdens het uitvoeren van
klussen die daarvoor vlot verliepen. Aan het einde
van zijn technische levensduur dient u dit werktuig
weg te gooien met respect voor het milieu:
Gebruik de accu helemaal op en verwijder deze
vervolgens uit het werktuig.
Li-Ion-cellen recyclebaar. Breng ze terug bij uw
leverancier of naar het milieupark bij u in de
buurt. De ingezamelde accu’s zullen worden
gerecycled of op juiste wijze tot afval worden
verwerkt.
NEDERLANDS
143
GARANTIE
DEWALT vertrouwt op de kwaliteit
van zijn producten en biedt
professionele gebruikers van het
product een uitstekende garantie. Deze
garantieverklaring is een aanvulling op uw
contractuele rechten als een professionele
gebruiker of uw wettelijke rechten als een
particuliere, niet-professionele gebruiker,
en is op geen enkele wijze van invloed
op deze rechten. De garantie is geldig
binnen het grondgebied van de Lidstaten
van de Europese Unie en de Europese
Vrijhandelszone.
30 DAGEN NIET GOED GELD
TERUG GARANTIE
Als u niet geheel tevreden bent over de
prestaties van uw DEWALT-gereedschap,
kunt u dit compleet met de originele
onderdelen, zoals u het hebt aangekocht.
binnen 30 dagen, gewoon terugbrengen
bij het verkooppunt en omruilen voor een
ander stuk gereedschap of tegen restitutie
van het aankoopbedrag. Het product mag
niet in onredelijke mate zijn versleten en u
dient een aankoopbewijs te overleggen.
EEN JAAR GRATIS
ONDERHOUDSCONTRACT
Als onderhouds- of
servicewerkzaamheden nodig zijn
voor uw D
EWALT-gereedschap, in de
12 maanden na uw aankoop, hebt u
recht op één jaar gratis service. Deze
zal kosteloos worden uitgevoerd in een
D
EWALT-servicecentrum. U dient een
aankoopbewijs te overleggen. Inclusief
arbeidskosten. Exclusief accessoires en
reserveonderdelen, tenzij deze defect
raakten en onder de garantie vielen.
EEN JAAR VOLLEDIGE GARANTIE
Als uw DEWALT-product defect raakt als
gevolg van het gebruik van verkeerde
materialen of onjuiste constructie
binnen 12 maanden na de datum van
aankoop, garandeert DEWALT alle defecte
onderdelen gratis te vervangen of – naar
onze beoordeling – het apparaat gratis te
vervangen, op voorwaarde dat:
Het product niet verkeerd gebruikt is;
Het product in redelijke mate is
versleten;
Er geen reparaties zijn ondernomen
door niet-geautoriseerde personen;
U een aankoopbewijs kunt
overleggen;
Het product compleet met alle originele
onderdelen wordt geretourneerd.
Als u aanspraak wilt maken op de garantie,
neem dan contact op met uw leverancier of
zoek het officiële D
EWALT-servicecentrum
bij u in de buurt in de DEWALT-catalogus of
neem contact op met het DEWALT-kantoor
op het adres dat wordt vermeld in deze
handleiding. Een lijst van officiële DEWALT-
servicecentra en volledige details over onze
after-sales-service zijn ook te vinden op
internet via: www.2helpU.com.
NEDERLANDS
144
TABEL SLIJPACCESSOIRES
Beveiligingstype Accessoire Beschrijving Hoe bevestigt u op de
slijpmachine
TYPE 27
BEVEILIGING
Slijpschijf met
niet ingedrukt
midden
Type 27 beveiliging
Ondersteunende flens
Type 27 niet ingedrukt middenwiel
Klemmoer met schroefdraad
Draadwielen
Draadwielen
met moer met
schroefdraad
Type 27 beveiliging
Draadwiel
Draadbus
met moer met
schroefdraad
Type 27 beveiliging
Draadborstel
TYPE 1
BEVEILIGING
Snijdschijf voor
metselwerk
Type 1 beveiliging
Ondersteunende flens
Snijdwiel
Klemmoer met schroefdraad
Snijdschijf voor
metaal
Diamanten
snijdwielen

Documenttranscriptie

Dansk (oversat fra original brugsvejledning) 4 Deutsch (übersetzt von den Originalanweisungen) 23 English (original instructions) 44 Español (traducido de las instrucciones originales) 62 Français (traduction de la notice d’instructions originale) 83 Italiano (tradotto dalle istruzioni originali) 104 Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 124 Norsk (oversatt fra de originale instruksjonene) 145 Português (traduzido das instruções originais) 163 Suomi (käännetty alkuperäisestä käyttöohjeesta) 184 Svenska (översatt från de ursprungliga instruktionerna) 201 Türkçe (orijinal talimatlardan çevrilmiştir) 220 Ελληνικά (μετάφραση από τις πρωτότυπες οδηγίες) 239 Copyright DEWALT B NEDERLANDS SNOERLOZE SLIJPMACHINE DCG412 wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires of slecht wordt onderhouden, kan de vibratieemissie verschillen. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale arbeidsduur. Hartelijk gefeliciteerd! U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap. Een inschatting van het blootstellingniveau aan vibratie dient ook te worden overwogen wanneer het gereedschap wordt uitgeschakeld of als het aan staat maar geen daadwerkelijke werkzaamheden uitvoert. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verminderen gedurende de totale arbeidsduur. Stel aanvullende veiligheidsmaatregelen op om de operator te beschermen tegen de effecten van vibratie, ZOALS: onderhoud het gereedschap en de accessoires, houd de handen warm, organisatie van werkpatronen. Technische gegevens Spanning Type Vermogen Snelheid zonder weerstand Schijfdiameter Spildiameter Gewicht (zonder accu) VDC W min-1 mm kg DCG412 18 1 405 7000 125 M14 2,2* * gewicht is inclusief zijhandgreep en bescherming LPA (geluidsdruk) KPA (onzekerheidsfactor geluidsdruk) LWA (akoestisch vermogen) KWA (onzekerheid akoestisch vermogen) dB(A) 87 dB(A) dB(A) 5 98 dB(A) 5 Vibratie totaalwaarden (triax vectorsom) vastgesteld in overeenstemming met EN 60745: Vibratie-emissiewaarde ah oppervlakte slijpen ah,AG = m/s2 6,0 Onzekerheid K = m/s2 1,5 OPMERKING: Toepassingen zoals afkortzagen en schuren met een draadborstel kunnen andere waarden voor vibratieemissie geven. Het vibratie-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN 60745 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van blootstelling. WAARSCHUWING: Het verklaarde vibratie-emissieniveau geldt voor de hoofdtoepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen 124 Accu Accutype Spanning Capaciteit Gewicht VDC Ah kg Lader Netspanning Accutype Geschatte laadtijd min Gewicht kg VAC DCB180 Li-Ion 18 3,0 0,64 DCB181 Li-Ion 18 1,5 0,35 DCB105 230 V Li-Ion 30 (1,5 Ah accusets) 60 (3,0 Ah accusets) 0,49 Zekeringen Europa 230 V gereedschappen 10 Ampère, hoofdstroom Definities: Veiligheidsrichtlijnen De onderstaande definities beschrijven het veiligheidsniveau voor ieder signaleringswoord. Lees de gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en let op deze symbolen. GEVAAR: Geeft een dreigend gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, leidt tot de dood of ernstig letsel. NEDERLANDS WAARSCHUWING: Geeft een mogelijk gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, kan leiden tot de dood of ernstig letsel. VOORZICHTIG: Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, indien dit niet wordt voorkomen, zou kunnen leiden tot gering of matig letsel. OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken. Wijst op het gevaar voor elektrische schok. Wijst op brandgevaar. EG verklaring van overeenstemming RICHTLIJN VOOR MACHINES DCG412 DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder Technische gegevens in overeenstemming zijn met: 2006/42/EG; EN 60745-1; EN 60745-2-3. Deze producten voldoen ook aan Richtlijn 2004/108/EG en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing. De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT. Horst Grossmann Vice President Engineering and Product Development DEWALT, Richard-Klinger-Straße 11, D-65510, Idstein, Duitsland 14.02.2012 WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen. Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN INSTRUCTIES ALS TOEKOMSTIG REFERENTIEMATERIAAL De term “elektrisch gereedschap” in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu. 1) VEILIGHEID WERKPLAATS a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht. Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken. b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden. c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen. 2) ELEKTRISCHE VEILIGHEID a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen. Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok. 125 NEDERLANDS d) e) f) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok. Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok. Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok. 3) PERSOONLIJKE VEILIGHEID a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient. Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming. Beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen. c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de schakelaar in de ‚off‘ (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken. d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel. e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt 126 f) g) voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties. Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen. Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen. 4) GEBRUIK EN VERZORGING VAN ELEKTRISCH GEREEDSCHAP a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen. b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. Ieder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Haal de stekker uit het stopcontact en/ of neem de accu uit het gereedschap voordat u aanpassingen uitvoert, accessoires verwisselt, of het elektrische gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrische gereedschap per ongeluk opstart. d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers. e) Onderhoud elektrische gereedschappen. Controleer op verkeerde uitlijning en het grijpen van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Zorg dat het gereedschap voor gebruik wordt gerepareerd als het beschadigd is. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap. f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden NEDERLANDS g) snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen. Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie. 5) GEBRUIK EN VERZORGING VAN GEREEDSCHAP OP ACCU a) Gebruik alleen de lader die door de fabrikant wordt opgegeven. Een lader die geschikt is voor één accutype, kan een risico op brand veroorzaken indien gebruikt met een andere accu. b) Gebruik elektrische gereedschappen uitsluitend met speciaal omschreven accu’s. Gebruik van andere accu’s kan leiden tot letsel en brandgevaar. c) Als de accu niet in gebruik is, dient u deze uit de buurt te houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding van het ene contactpunt met het andere kunnen maken. Het kortsluiten van de accucontactpunten samen kan brandwonden of brand veroorzaken. d) Als het gereedschap te zwaar wordt belast, kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u per ongeluk hier toch mee in contact komt, spoelt u met water. Als de vloeistof in contact met de ogen komt, dient u daarnaast medische hulp in te roepen. Vloeistof afkomstig uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken. 6) SERVICE a) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegarandeerd. AANVULLENDE SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Veiligheidsvoorschriften voor alle handelingen a) Dit elektrische gereedschap is bedoeld als slijpmachine, gereedschap voor gebruik van een draadborstel en afkortgereedschap. Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit gereedschap zijn meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. b) Het wordt niet aanbevolen werkzaamheden zoals schuren en polijsten met dit elektrisch gereedschap uit te voeren. Werkzaamheden waarvoor het elektrisch gereedschap niet is ontworpen, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie en persoonlijk letsel. c) Gebruik geen accessoires die niet speciaal ontworpen en aanbevolen zijn door de fabrikant van het gereedschap. Het feit dat een accessoire aan uw gereedschap kan worden bevestigd wil nog niet zeggen dat dit een veilige bediening garandeert. d) Het nominale toerental van het accessoire moet tenminste gelijk zijn aan het maximale toerental zoals dit op het gereedschap staat vermeld. Accessoires die sneller draaien dan hun nominale toerental kunnen breken en wegschieten. e) De buitendiameter en de dikte van uw accessoire moeten binnen het nominale vermogen van uw gereedschap liggen. Accessoires met een onjuiste grootte kunnen niet voldoende worden vastgemaakt of beheerst. f) De drevelgrootte van wielen, flenzen, steunkussens en ieder ander accessoire moet goed passen op de as van het gereedschap. Accessoires met drevelgaten die niet passen op de bevestigingshardware van het gereedschap zullen uit balans raken en/of extreem trillen en kunnen u de beheersing over het gereedschap doen verliezen. g) Gebruik een accessoire niet als ze beschadigd is. Controleer het accessoire zoals een schuurwiel voor gebruik op schilfers en barstjes, steunkussens op barstjes, scheurtjes of excessieve slijtage, staalborstels op losse of gespleten draden. 127 NEDERLANDS Als het gereedschap of het accessoire is gevallen, controleert u dit op schade of plaatst u een onbeschadigd accessoire. Na het controleren en plaatsen van een accessoire zorgt u dat u en omstanders uit de buurt van het bereik van het ronddraaiende accessoire blijft en zet u het gereedschap gedurende een minuut aan op maximale snelheid zonder weerstand. Beschadigde accessoires breken gewoonlijk af tijdens deze testtijd. h) Draag persoonlijke beschermende kleding. Afhankelijk van de toepassing gebruikt u gezichtsbedekking en een beschermende of veiligheidsbril. Indien van toepassing draagt u een stofmasker, gehoorbescherming, handschoenen en een werkschort die kleine afgeschuurde deeltjes of deeltjes van het werkstuk tegenhouden. De oogbescherming moet rondvliegende brokstukken die door de diverse werkzaamheden vrijkomen tegen kunnen houden. Het stofmasker e.d. moet in staat zijn om partikeltjes die door uw werkzaamheden vrijkomen te filteren. Langdurige blootstelling aan intense geluiden kan gehoorverlies veroorzaken. i) Houd omstanders op een veilige afstand van het werkgebied. Iedereen die het werkgebied betreedt moet persoonlijke beschermende kleding dragen. Brokstukken van het werkstuk of van een afgebroken accessoire kunnen wegvliegen en letsel buiten het directe werkgebied veroorzaken. j) Houd het gereedschap alleen vast aan geïsoleerde oppervlakten als u een handeling uitvoert waarbij het snijdgereedschap in contact kan komen met verborgen bedrading of het eigen stroomsnoer. Snijdaccessoires die in contact komen met bedrading die onder stroom staat kunnen ijzeren onderdelen van het gereedschap onder stroom zetten en de operator een elektrische schok geven. k) Plaats het stroomsnoer buiten het bereik van het ronddraaiende accessoire. Als u de controle verliest, wordt het snoer mogelijk doorgesneden of gegrepen en kan uw hand of arm in het draaiende accessoire worden getrokken. l) Leg het gereedschap nooit neer voordat het accessoire volledig tot stilstand is gekomen. Het ronddraaiende accessoire kan mogelijk in contact met de oppervlakte komen waardoor u de controle over het gereedschap verliest. 128 m) Gebruik het gereedschap niet terwijl u het aan uw zijde draagt. Per ongeluk contact met het ronddraaiende accessoires kan uw kleding grijpen waardoor het accessoire naar uw lichaam wordt getrokken. n) Maak de luchtgaten van het gereedschap regelmatig schoon. De ventilator van de motor zuigt het stof in de behuizing en extreme ophoping van metaaldeeltjes kan een elektrische schok veroorzaken. o) Bedien het gereedschap niet in de buurt van ontvlambare materialen. Vonken kunnen deze materialen doen ontbranden. p) Gebruik geen accessoires die koelvloeistof nodig hebben. Het gebruik van water of andere koelvloeistoffen kan leiden tot elektrocutie of een elektrische schok. q) Gebruikniet schijven van Type 11 (komvormig) op dit gereedschap. Het gebruik van accessoires die niet geschikt zijn, kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben. r) Gebruik altijdde zijhandgreep. Zet de handgreep stevig vast. Gebruik de zijhandgreep zodat u te allen tijde de controle over het gereedschap behoudt. OVERIGE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR ALLE HANDELINGEN Oorzaken en voorkoming van terugslag Terugslag is een plotselinge reactie op een ronddraaiend wiel, steunkussen, borstel of ander accessoire dat bekneld of gegrepen wordt. Beknelling of grijpen zorgt voor het snel vastlopen van het ronddraaiende accessoire dat op zijn beurt zorgt dat het onbeheersbare gereedschap in de tegenovergestelde richting van de draaiing van het accessoire wordt gedwongen op het bevestigingspunt. Als bijvoorbeeld een schuurwiel wordt gegrepen of bekneld raakt door het werkstuk, kan de rand van het wiel die er bij het beknellingpunt ingaat in het oppervlak van het materiaal slaan waardoor het wiel naar buiten loopt of terugslaat. Het wiel kan ofwel naar de operator toe of van hem vandaan springen, afhankelijk van de richting van de wielbeweging op het beknellingpunt. Schuurwielen kunnen onder deze omstandigheden ook afbreken. Terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik en/of onjuiste gebruiksomstandigheden van het gereedschap en kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen te nemen zoals hieronder VERMELD: NEDERLANDS a) Houd het gereedschap voortdurend stevig vast en plaats uw lichaam en arm zo dat u terugslagkrachten kunt weerstaan. Gebruik altijd een hulphandgreep indien meegeleverd voor maximale beheersing van terugslag of torsiereactie tijdens het opstarten. De operator kan torsiereactie of terugslagkrachten beheersen als de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. b) Plaats uw handen nooit in de buurt van het ronddraaiende accessoire. Het accessoire kan over uw hand terugslaan. c) Plaats uw lichaam niet in het gebied waar het gereedschap naartoe zal gaan als zich terugslag voordoet. Terugslag zorgt dat het gereedschap wegschiet in de tegenovergestelde richting van de wielbeweging op het beknellingpunt. d) Wees extra voorzichtig als u hoeken, scherpe randen, enz. bewerkt. Voorkom dat het accessoire stuitert of blijft hangen. Hoeken, scherpe randen en stuiteren kunnen er vaak toe leiden dat het ronddraaiende accessoire blijft hangen en kunnen verlies van controle of terugslag veroorzaken. e) Bevestig geen houtsnijdzaag of getand zaagblad aan het gereedschap. Dergelijke zaagbladen kunnen herhaaldelijke terugslag en verlies van controle veroorzaken. Veiligheidswaarschuwingen speciaal voor slijpende en schurende snijdhandelingen a) Gebruik uitsluitend wieltypes die zijn aanbevolen voor uw elektrische gereedschap en de specifieke beveiliging die is ontworpen voor het gekozen wiel. Wielen waarvoor het elektrische gereedschap niets is ontwikkeld kunnen niet adequaat worden beveiligd en zijn onveilig. b) De beveiliging moet stevig zijn vastgemaakt aan en geplaatste zijn op het elektrische gereedschap voor maximale veiligheid, zodat het kleinste gedeelte van het wiel aan de operator wordt blootgesteld. De beveiliging helpt de operator te beveiligen tegen afgebroken wieldeeltjes en het per ongeluk in contact komen met het wiel. c) Wielen mogen uitsluitend worden gebruikt voor de aanbevolen toepassingen. Bijvoorbeeld: slijp niet met de zijkant van een snijdwiel. Schurende snijdwielen zijn bedoeld voor perifeer slijpen; zijwaartse krachten kunnen ervoor zorgen dat deze wielen barsten. d) Gebruik altijd onbeschadigde wielflenzen van de juiste grootte en vorm voor het wiel van uw keuze. De juiste wielflenzen ondersteunen het wiel en verminderen zo de mogelijkheid dat het wiel breekt. Flenzen voor snijdwielen kunnen verschillen van wielflenzen voor slijpen. e) Gebruik geen versleten wielen van grotere elektrische gereedschappen. Een wiel dat is bedoeld voor een groter elektrisch gereedschap is niet geschikt voor de hogere snelheid van een kleiner gereedschap en kan barsten. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen speciaal voor schurende snijdhandelingen a) Laat het snijdwiel niet “vastlopen” en oefen er geen extreme druk op uit. Probeer geen extreme diepte of snede te maken. Het overbelasten van het wiel vergroot de belasting en ontvankelijkheid voor het blokkeren of vastlopen van het wiel in de snede, en de mogelijkheid van terugslag of wielbreuk. b) Plaats uw lichaam niet op een lijn met en achter het ronddraaiende wiel. Als het wiel tijdens de bediening van uw lichaam vandaan beweegt, kan de mogelijke terugslag het draaiende wiel doen wegschieten en het elektrische gereedschap direct in uw richting doen komen. c) Als het wiel blokkeert of als een snede om een bepaalde reden wordt onderbroken, schakelt u het elektrische gereedschap uit en houdt u het vast zonder te bewegen totdat het wiel volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit een snijdwiel uit de snede te verwijderen terwijl het wiel in beweging is, anders kan zich een terugslag voordoen. Zoek naar de oorzaak van het blokkeren en neem de geschikte maatregelen om dit op te heffen. d) Start de zaagbewerking niet opnieuw in het werkstuk. Laat de schijf volledig op snelheid komen en steek de schijf voorzichtig nogmaals in de zaagsnede. Het wiel kan blokkeren, weglopen of terugslaan als het gereedschap opnieuw wordt opgestart in het werkstuk. e) Ondersteun panelen of enig ander erg groot werkstuk om te het risico dat het wiel vastloopt of terugslaat te verminderen. Grote werkstukken kunnen onder hun eigen gewicht doorzakken. De ondersteuningen moeten aan beide zijden worden geplaatst onder het werkstuk, dicht bij de zaaglijn en aan beide randen. 129 NEDERLANDS f) Wees bijzonder voorzichtig wanneer u invallend zaagt op bestaande muren of andere verborgen gedeelten. Het uitstekende wiel kan gas- of waterbuizen, elektrische bedrading of objecten snijden die een terugslag veroorzaken. Veiligheidswaarschuwingen speciaal voor metaalborstelen a) Wees ervan bewust dat metalen haartjes worden uitgeworpen zelfs tijdens normale bediening. Zet niet teveel kracht op de borstelharen door een te grote druk op de borstel uit te oefenen. De borstelharen dringen gemakkelijk door in lichte kleding en/of de huid. b) Als het gebruik van een beveiliging wordt aanbevolen voor metaalborstelen, zorg dan dat er geen contact is tussen het draadwiel of de metaalborstel en de beveiliging. Het draadwiel of de borstel kan in diameter groter worden als gevolg van centrifugale krachten. Overige risico’s Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het toepassen van veiligheidsapparaten, kunnen sommige overige risico’s niet worden vermeden. Dit zijn: – Gehoorbeschadiging. – Risico op persoonlijk letsel door rondvliegende deeltjes. – Risico op brandwonden als gevolg van accessoires die tijdens het gebruik heet worden. – Risico op persoonlijk letsel als gevolg van langdurig gebruik. – Risico van stof dat van gevaarlijke stoffen vrijkomt. Markering op het gereedschap De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld: Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik. Draag gehoorbescherming. Draag oogbescherming. POSITIE DATUMCODE (FIG. 1) De datumcode (s), die ook het jaar van fabricage bevat, is binnen in de behuizing geprint. Voorbeeld: 2012 XX XX Jaar van fabricage Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculaders BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding bevat belangrijke instructies voor de veiligheid en voor de bediening van de DCB105-acculader. • Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies en aanwijzingen voor de veiligheid op de lader, de accu en het product dat de accu gebruikt. WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Laat geen vloeistof in de lader dringen. Dit zou kunnen leiden tot een elektrische schok. VOORZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Beperk het risico van letsel, laad alleen oplaadbare accu’s op van het merk DEWALT. Andere typen batterijen kunnen te heet worden en barsten wat leidt tot persoonlijk letsel en materiële schade. Laad geen niet-oplaadbare batterijen op. VOORZICHTIG: Houd toezicht op kinderen zodat zij niet met het apparaat kunnen spelen. OPMERKING: Onder bepaalde omstandigheden kan er kortsluiting in de lader ontstaan door vreemde materialen, wanneer de stekker van de lader in het stopcontact zit. Houd vreemde materialen die geleidende eigenschappen hebben, zoals, maar niet uitsluitend, slijpstof, metaalsnippers, staalwol, aluminiumfolie of een ophoping van metaaldeeltjes, weg uit de uitsparingen in de lader. Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer er geen accu in de lader zit. Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat reinigen. • Probeer NIET de accu op te laden met andere laders dan die in deze handleiding worden beschreven. De lader en de accu zijn speciaal voor elkaar ontworpen. • Deze laders zijn niet bedoeld voor een andere toepassing dan het opladen van oplaadbare accu’s van DEWALT. Andere toepassingen kunnen leiden tot het gevaar van brand, elektrische schok of elektrocutie. 130 NEDERLANDS BEWAAR DEZE INSTRUCTIES • Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw. • U kunt beter niet aan het snoer trekken wanneer u de stekker van de lader uit het stopcontact trekt. Er is dan minder risico op beschadiging van het snoer en van de stekker. • Het is belangrijk dat u het snoer zo plaatst dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, en het snoer niet op een andere manier kan beschadigen of onder spanning kan komen te staan. • Gebruik alleen een verlengsnoer als het er werkelijk niet anders kan. Gebruik van een ongeschikt verlengsnoer kan het risico van brand, elektrische schok of elektrocutie tot gevolg hebben. • Zorg, wanneer u buiten met de lader werkt, altijd voor een droge locatie en gebruik een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico van een elektrische schok. Laders De DCB105 lader is geschikt voor Li-Ion-accu’s van 10,8 V, 14,4 V en 18 V (DCB121, DCB123, DCB140, DCB141, DCB180 and DCB181). Deze lader hoeft niet te worden afgeregeld en is zo ontworpen dat hij zeer gemakkelijk in het gebruik is. Oplaadprocedure [afb. (fig.) 2] 1. Steek de lader in een geschikt 230 V-stopcontact voordat u de accu plaats. 2. Plaats de accu (j) in de lader, en let er daarbij op dat de accu geheel in de lader komt te zitten. Het rode lampje (opladen) knippert voortdurend en dat duidt erop dat het laadproces is gestart. 3. Het voltooien van het opladen wordt aangegeven doordat het rode lampje continu AAN blijft. De accu is volledig opgeladen en kan nu worden gebruikt of in de acculader worden gelaten. • Blokkeer de ventilatiesleuven van de lader niet. De ventilatiesleuven bevinden zich bovenop en opzij van de lader. Plaats de lader niet in de buurt van een warmtebron. OPMERKING: U kunt maximale prestaties en levensduur van Li-Ion-accu’s garanderen door de accu’s volledig op te laden voordat u deze voor het eerst in gebruik neemt. • Gebruik de lader niet met een beschadigd snoer of een beschadigde stekker — laat deze onmiddellijk vervangen. Oplaadproces • Gebruik de lader niet als er hard op is geslagen, als de lader is gevallen of op een andere manier beschadigd is. Breng de lader naar een erkend servicecentrum. • Haal de lader niet uit elkaar; breng de lader naar een erkend servicecentrum wanneer service of reparatie nodig is. Onjuiste montage kan leiden tot het risico van een elektrische schok, elektrocutie of brand. • Als het netsnoer is beschadigd, moet het onmiddellijk worden vervangen door de fabrikant, een servicemonteur van de fabrikant of een dergelijk vakbekwaam persoon, zodat risico is uitgesloten. • Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat schoonmaken. Er is dan minder risico van een elektrische schok. Het risico is niet minder wanneer u de accu verwijderd. • Probeer NOOIT 2 laders op elkaar aan te sluiten. • De lader is ontworpen voor de 230V stroomvoorziening van een woning. Probeer de lader niet te gebruiken op een andere spanning. Dit geldt niet voor de 12V-lader. Zie voor de oplaadstatus van de accu de onderstaande tabel. Oplaadstatus x bezig met opladen –– volledig opgeladen hete/koude accuvertraging probleem met accu of lader probleem elektriciteitssnoer ––––––––––––––––––––– –– –– –– • –– • –– • –– –– • •••••••••••••• •• •• •• •• •• •• •• Deze lader laadt een kapotte accu niet op. Het lampje zal niet of onregelmatig gaan branden en de lader geeft daarmee aan dat de accu kapot is. OPMERKING: Dit kan ook betekenen dat er iets mis is met de lader. Als de lader laat zien dat er een probleem is, laat de lader en de accu dan testen door een geautoriseerd servicecentrum. Hete/koude accuvertraging Als de oplader detecteert dat een accu te heet of te koud is, begint deze automatisch met een hete/ 131 NEDERLANDS koude accuvertraging, waarbij het opladen wordt uitgesteld totdat de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt. De oplader schakelt vervolgens automatisch naar de oplaadmodus voor de accu. Deze functionaliteit verzekert u van maximale levensduur van de accu. XR Li-Ion-gereedschap is ontworpen met een Elektronisch Beveiligingssysteem dat ervoor zorgt dat de accu niet te veel wordt geladen, niet te heet wordt of te veel wordt ontladen. Het gereedschap schakelt automatisch uit als het elektronische beschermingssysteem in werking treedt. Als dit gebeurt, plaatst u de Li-Ion accu in de lader totdat deze volledig is opgeladen. Een koude accu zal half zo snel opladen als een warme accu. De accu zal minder snel opladen gedurende de gehele laadcyclus en zal niet op maximumsnelheid gaan opladen, ook niet als de accu warmer wordt. Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accu’s Als u vervangende accu’s bestelt, zorg er dan voor dat u het catalogusnummer en voltage vermeldt. Als u de accu uit de verpakking haalt is hij niet geheel opgeladen. Lees, voordat u de accu en de lader in gebruik neemt, de onderstaande instructies voor een veilig gebruik en volg vervolgens de vermelde laadprocedures. LEES ALLE INSTRUCTIES • Laad de accu niet op en gebruik deze niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Wanneer u de accu plaatst in of verwijdert uit de lader kan het stof of de damp door een vonk vlamvatten. • Gebruik nooit geweld bij het plaatsen van de accu in de lader. Wijzig de accu op geen enkele manier als deze niet past in een lader die niet geschikt is, omdat de accu kan openbarsten waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan. • Laad de accu’s alleen op in de daarvoor bestemde DEWALT laders. • Spat NIET met water en dompel de accu niet onder in water of andere vloeistoffen. • Gebruik of bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur 40˚C of meer kan bereiken (bijvoorbeeld in een schuurtje of een metalen loods in de zomer). 132 • Voor het beste resultaat is het belangrijk dat u de accu vóór ingebruikname volledig oplaadt. WAARSCHUWING: Probeer nooit om welke reden dan ook de accu te openen. Als de behuizing van de accu is gescheurd of beschadigd, zet de accu dan niet in de lader. Klem een accu niet vast, laat een accu niet vallen, beschadig een accu niet. Gebruik een accu of lader waar hard op is geslagen, die is gevallen, waar overheen is gereden of die op welke manier dan ook is beschadigd (dat wil zeggen, doorboord met een spijker, geraakt met een hamer, vertrapt) niet. Een elektrische schok of elektrocutie kan het gevolg zijn. Breng beschadigde accu’s terug naar het servicecentrum zodat ze kunnen worden gerecycled. VOORZICHTIG: Plaats het gereedschap als het niet in gebruik is op de zijkant op een stabiele ondergrond waar er niet overheen kan worden gestruikeld of het zelf kan vallen. Sommige gereedschappen met grote accu‘s staan rechtop op de accu maar kunnen gemakkelijk worden omgestoten. SPECIEKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR LITHIUM ION (Li-Ion) • Verbrand de accu niet, zelfs niet als deze ernstig beschadigd is of volledig verbruikt. De accu kan in vuur exploderen. Als lithium ion accu‘s worden verbrand, komen giftige dampen en materialen vrij. • Als de inhoud van de accu in contact met de huid komt, wast u dit onmiddellijk af met water en een milde zeep. Als accuvloeistof in de ogen komt spoelt u 15 minuten met water in het geopende oog, of totdat de irritatie stopt. Als medische hulp nodig is dient u te vermelden dat de accuelektrolyt is samengesteld uit een mengsel van vloeibare organische carbonaten en lithiumzouten. • De inhoud van geopende accucellen kan irritatie aan de luchtwegen veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Zoek als de symptomen aanhouden medische hulp. WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden. Accuvloeistof kan ontvlambaar zijn als deze aan een vonk of vlam wordt blootgesteld. NEDERLANDS spatten en persoonlijk letsel of schade veroorzaken. Accu ACCUTYPE De DCG412 werken op 18 V-accu’s. Niet blootstellen aan water. De accu’s van het type DCB180 of DCB181 kunnen worden gebruikt. Raadpleeg Technische Gegevens voor meer informatie. Zorg dat defecte snoeren onmiddellijk worden vervangen. Aanbevelingen voor opslag 1. De beste plaats om het apparaat op te bergen is koel en droog, uit direct zonlicht en niet in overmatige hitte of koude. Voor optimale accuprestaties en levensduur bergt u accu’s op bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik zijn. 2. Wanneer u de accu lange tijd opbergt, kunt u deze voor optimale resultaten het beste volledig opgeladen opslaan op een koele, droge plaats buiten de lader. Uitsluitend opladen tussen 4 ºC en 40 ºC. Bied de accu als chemisch afval aan en houd rekening met het milieu. Gooi de accu niet in het vuur. Laad Li-Ion accu‘s op. OPMERKING: Accu’s kunnen beter niet volledig ontladen worden opgeslagen. De accu moet voor gebruik weer worden opgeladen. Zie Technische gegevens voor de oplaadtijd. Labels op de oplader en accu Alleen voor gebruik binnenshuis In aanvulling op de pictogrammen in deze handleiding laten de labels op de oplader en de accu de volgende pictogrammen zien: Inhoud van de verpakking De verpakking bevat: 1 Haakse slijpmachine Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik. 1 125 mm beschermkap (Type 27) 1 Zijhandgreep Accu bezig met opladen. Accu opgeladen. Hete/koude accuvertraging. x Probleem met accu of lader. Probleem elektriciteitssnoer. Niet doorboren met geleidende voorwerpen. Laad geen beschadigde accu‘s op. Gebruik uitsluitend DEWALT accu’s; andere modellen kunnen uit elkaar 1 Flensset 1 Twee-pins steeksleutel 1 Gebruiksaanwijzing 1 Uitvergrote tekening OPMERKING: Bij de N-modellen worden geen accu’s, laders en gereedschapskoffers geleverd. • Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport. • Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt. Beschrijving (fig. 1–6) WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel ervan nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben. 133 NEDERLANDS a. Kantelschakelaar b. Vergrendelknop c. Knop asvergrendeling d. As e. Zijhandgreep f. Slijpschijf g. Steunflens h. Klemmoer met schroefdraad i. Beschermkap j. Accu k. Grendel beschermkap l. Nokken m. Sleuven tandwielkast n. Stelschroef o. Accuvrijgaveknop GEBRUIKSDOEL De haakse slijpmachine voor zwaar gebruik DCG412 is ontworpen voor professionele slijp- en zaagtoepassingen. Gebruik GEEN schuurwielen anders dan in het midden drukvrije wielen en flapschijven. GEBRUIK ZE NIET bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen. Deze haakse slijpmachine voor zware toepassingen is professioneel elektrisch gereedschap. LAAT GEEN kinderen in contact met het gereedschap komen. Toezicht is vereist als onervaren operators dit gereedschap bedienen. • Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, sensorische of psychische vermogens hebben of die het ontbreekt aan ervaring en/ of kennis of bekwaamheden, als dat niet gebeurt onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mogen nooit alleen worden gelaten met dit product zodat ze ermee zouden kunnen spelen. Elektrische veiligheid De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd of het voltage van de accu overeenkomt met het voltage op het typeplaatje. Zorg er ook voor dat het voltage van uw oplader overeenkomt met dat van uw stroomvoorziening. Uw DEWALT oplader is dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN 60335; daarom is geen aarding nodig. Als het stroomsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door een speciaal geprepareerd snoer dat leverbaar is via het DEWALT servicecentrum. Een verlengsnoer gebruiken U dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de stroominvoer van uw oplader (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1 mm2; de maximale lengte is 30 m. Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen. ASSEMBLAGE EN AANPASSINGEN WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Voordat u het gereedschap opnieuw aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in en laat deze vrijkomen, om er zeker van te zijn dat het gereedschap uit staat. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend DEWALT accu’s en opladers. De accu in het gereedschap zetten en uit het gereedschap verwijderen (afb. 2) OPMERKING: Voor het beste resultaat is het belangrijk dat u de accu volledig oplaadt. DE ACCU IN DE HANDGREEP VAN HET GEREEDSCHAP INSTALLEREN 1. Houd de accu tegenover de rails (j) in de handgreep van het gereedschap (afb. 2). 2. Schuif de accu in de handgreep totdat de accu stevig vastzit in het gereedschap en controleer dat de accu niet los raakt. DE ACCU UIT HET GEREEDSCHAP HALEN 1. Druk op de accu-ontgrendelknop (o) en trek de accu stevig uit de handgreep van het gereedschap. 2. Zet de accu in de lader zoals wordt beschreven in het ladergedeelte van deze handleiding. 134 NEDERLANDS De zijhandgreep bevestigen (fig. 1) WAARSCHUWING: Controleer voordat u het gereedschap gebruikt of de hendel stevig vastzit. Schroef de zijhandgreep (e) stevig in een van de openingen aan de beide kanten van de behuizing. Voor zaagbewerkingen kunt u de tandwielkast 90° draaien, zodat u comfortabeler kunt werken. De tandwielkast draaien (afb. 1) daar vindt u andere accessoires die met deze haakse slijpmachines kunnen worden gebruikt. 1. Plaats het gereedschap op een tafel met de as (d) omhoog. 2. Open de vergrendeling van de beschermkap (k) en houd de nokken (l) op de beschermkap tegenover de sleuven op de tandwielkast (m). 3. Duw de beschermkap omlaag tot de nokken van de beschermkap vastgrijpen en vrij roteren in de groef op de tandwielkastnaaf. 1. Draai de vier hoekschroeven los waarmee de tandwielkast vastzit op de motorbehuizing. 4. Roteer met geopende vergrendeling van de beschermkap de beschermkap (l) in de werkpositie van uw keuze. 2. Draai de kop van de tandwielkast in de gewenste stand, maar maak de tandwielkast niet los van de motorbehuizing. 5. Sluit de vergrendeling van de beschermkap zodat de beschermkap vast komt te zitten op de tandwielkast. OPMERKING: Als er meer ruimte dan 3,17 mm ontstaat tussen de tandwielkast en de motorbehuizing, moet het gereedschap worden nagezien en opnieuw worden geassembleerd door een officieel DEWALT-servicecentrum. Als u het gereedschap niet laat nazien, kan dat leiden tot een defect van de borstels, de motor en het lager. 3. Zet de schroeven weer vast en bevestig zo de tandwielkast op de motorbehuizing. Zet de schroeven vast met een aanhaalmoment 23 kg-cm. Wanneer u de schroeven te vast zet, kunnen zij de draad beschadigen. De bescherming bevestigen en verwijderen (fig. 3) WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Voordat u het gereedschap opnieuw aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in en laat deze vrijkomen, om er zeker van te zijn dat het gereedschap uit staat. VOORZICHTIG: Bij deze slijpmachine moeten beveiligingen worden gebruikt. Wanneer u de haakse slijpmachine DCG412 gebruikt voor het zagen van metaal of metselwerk, MOET u beschermkap Type 1 gebruiken. Beschermkappen van Type 1 zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij DEWALT-distributeurs. OPMERKING: Raadpleeg de Tabel accessoires Slijpen en Zagen aan het einde van dit hoofdstuk, VOORZICHTIG: Als de beveiliging niet kan worden vastgemaakt met de stelschroef, dient u het gereedschap niet te gebruiken. Om het risico op persoonlijk letsel te verminderen, neemt u het gereedschap en de beveiliging mee naar een servicecentrum om de beveiliging te laten repareren of te vervangen. OPMERKING: Draai de stelschroef (n) niet aan met de klemhendel in de geopende stand. Niet-waarneembare beschadiging van de beschermkap of van de montagenaaf kan daarvan het gevolg zijn. OPMERKING: Het slijpen en zagen van randen kan worden uitgevoerd met schijven van Type 27 die zijn ontworpen en gespecificeerd voor dit doel; schijven van 6,35 mm dik zijn ontworpen voor het slijpen van oppervlakken terwijl schijven van 3,17 mm zijn ontworpen voor het slijpen van randen. Schuurschijven met een verzonken middenstuk monteren OPMERKING: Beschermkap van Type 27 die bij de slijpmachine wordt geleverd MOET worden gebruikt. WIELEN MET NAAF PLAATSEN EN VERWIJDEREN (FIG. 1, 4) Schijven met naaf worden direct op de as met M14-schroefdraad geplaatst. 1. Draai met de hand de schijf op de as (d). 2. Druk de asvergrendelknop (c) in en zet met een sleutel de naaf van de schijf vast. 135 NEDERLANDS 3. Ga in omgekeerde volgorde te werk wanneer u de schijf wilt verwijderen. OPMERKING: Wanneer u nalaat de schijf goed vast te zetten voordat u het gereedschap inschakelt, kan dat beschadiging van het gereedschap of van de schijf tot gevolg hebben. MONTEREN VAN SCHIJVEN DIE NIET ZIJN VOORZIEN VAN EEN NAAF (AFB. 1, 4) OPMERKING: Beschermkap van Type 27 die bij de slijpmachine wordt geleverd MOET worden gebruikt. OPMERKING: Raadpleeg de Tabel accessoires Slijpen en Zagen aan het einde van dit hoofdstuk, daar vindt u andere accessoires die met deze slijpmachines kunnen worden gebruikt. 1. Plaats het gereedschap op een tafel, de beveiliging omhoog. 2. Installeer de steunflens zonder schroefdraad (g) op as (d) met het verhoogde middenstuk tegen de schijf. 3. Plaats schijf (f) tegen de steunflens en centreer daarbij de schijf op het verhoogde middenstuk van steunflens. 4. Draai, terwijl u de asvergrendelknop (c) ingedrukt houdt, klemmoer (h) op de as. Als de schijf die u plaatst meer dan 3,17mm dik is, plaats dan de klemmoer met schroefdraad zo op de as dat het verhoogde middenstuk in het midden van de schijf past. Als de schijf die u plaatst 3,17 mm dik is of minder, plaats dan de klemmoer met schroefdraad zo op de as dat het verhoogde middenstuk niet tegen de schijf komt. 5. Draai, terwijl u de asvergrendelknop (c) ingedrukt houdt, de klemmoer aan met een sleutel. 6. U kunt de schijf verwijderen door de asvergrendelknop in te drukken en de klemmoer met schroefdraad met een sleutel los te draaien. OPMERKING: Als de schijf nog draait, nadat u de klemmoer hebt vastgezet, moet u de richting van de klemmoer controleren. Als u een dunne schijf installeert met het verhoogde middenstuk op de klemmoer tegen de schijf, zal de schijf ronddraaien omdat de schijf niet met de klemmoer vast komt te zitten omdat de hoogte van het verhoogde middenstuk dat voorkomt. Monteren van Draadborstels en Draadschijven (afb. 1) Draadborstels of draadschijven worden direct op de as met schroefdraad geplaatst zonder dat flenzen worden gebruikt. Gebruik alleen de draadborstels 136 of draadschijven die voorzien zijn van een naaf met M14-schroefdraad. Deze accessoires zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij uw dealer ter plaatse of bij het officiële servicecentrum. OPMERKING: De beschermkap Type 27 is vereist wanneer u draadborstels of draadschijven gebruikt. VOORZICHTIG: Beperk het risico van persoonlijk letsel, ddraag werkhandschoenen wanneer u met draadborstels en draadschijven werkt. Zij kunnen scherp worden. VOORZICHTIG: Beperk het risico van beschadiging van het gereedschap, de schijf of de borstel mag de beschermkap niet raken wanneer de kap is gemonteerd of in gebruik is. Niet-waarneembare beschadiging van het accessoire kan optreden, waardoor stukjes draad los kunnen komen van de schijf of van de borstel. MONTEREN VAN DRAADBORSTELS EN DRAADSCHIJVEN 1. Plaats het gereedschap op een tafel, de beveiliging omhoog. 2. Draai met de hand de schijf op de as. 3. Druk de asvergrendelknop (c) in en zet de schijf met een sleutel op de naaf van de draadschijf of draadborstel vast. 4. U kunt de schijf verwijderen door de hierboven vermelde instructies in omgekeerde volgorde uit te voeren. KENNISGEVING: Beperk het risico van beschadiging van het gereedschap, zet de naaf van de schijf goed op de as vast voordat u het gereedschap inschakelt. Monteren van Zaagschijven (Type 1) Zaagschijven zijn onder meer diamantschijven en schuurschijven. Er zijn zaag/schuurschijven voor metaal en beton verkrijgbaar. Diamantschijven voor het zagen van beton kunnen ook worden gebruikt. Deze accessoires zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij uw dealer ter plaatse of bij het officiële servicecentrum. WAARSCHUWING: Een gesloten, tweezijdige beschermkap voor zaagschijven is nodig wanneer met zaagschijven wordt gewerkt. Deze accessoires zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij uw dealer ter plaatse of bij het officiële servicecentrum. Wanneer u nalaat de juiste flens en beschermkap NEDERLANDS te gebruiken kan dat letsel tot gevolg hebben doordat de schijf afbreekt of doordat u de schijf aanraakt. Raadpleeg de Tabel accessoires Slijpen en Zagen aan het einde van dit hoofdstuk, daar vindt u andere accessoires die met deze slijpmachines kunnen worden gebruikt. WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Voordat u het gereedschap opnieuw aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in en laat deze vrijkomen, om er zeker van te zijn dat het gereedschap uit staat. MONTEREN VAN GESLOTEN BESCHERMKAP (TYPE 1) (AFB. 6) 1. Open de vergrendeling van de beschermkap (k) en houd de nokken (l) op de beschermkap tegenover de sleuven op tandwielkast (m). Hierdoor worden de nokken uitgelijnd met de sleuven op de kap van de tandwielkast. Plaats de beschermkap zo dat deze naar achteren is gericht. 2. Duw de beschermkap omlaag tot de nok van de beschermkap vastgrijpt en vrij roteert in de groef op de tandwielkastnaaf. 3. Draai de beschermkap (i) in de werkstand van uw keuze. De beschermkap als geheel moet worden geplaatst tussen de as en degene die met het gereedschap werkt, zodat die maximaal beschermd is. 4. Sluit de vergrendeling van de beschermkap zodat de beschermkap vast komt te zitten op de kap van de tandwielkast. U moet de beschermkap met de hand kunnen draaien wanneer de vergrendeling in gesloten stand is. Werk niet met de slijpmachine als de beschermkap loszit of de klemhendel open staat. 5. U kunt de beschermkap verwijderen door de vergrendeling van de beschermkap te openen, de beschermkap te draaien tot de pijlen tegenover elkaar staan en de beschermkap op te tillen. OPMERKING: De beschermkap is van tevoren in de fabriek afgesteld op de diameter van de tandwielkastnaaf. Als, na verloop van tijd, de beschermkap los komt te zitten, draai dan de stelschroef (n) vast, terwijl de klemhendel gesloten is en de beschermkap op het gereedschap is gemonteerd. KENNISGEVING: Beperk het risico van beschadiging van het gereedschap, draai de stelschroef (n) vast terwijl de klemhendel open staat. Nietwaarneembare beschadiging van de beschermkap of van de montagenaaf kan daarvan het gevolg zijn. MONTEREN VAN ZAAGSCHIJVEN (AFB. 1, 4) VOORZICHTIG: Voor zaagschijven moet een steunflens en een klemmoer (bij het gereedschap geleverd) van passende diameter worden gebruikt. 1. Plaats een steunflens zonder schroefdraad op de as met het verhoogde middenstuk naar boven gericht. Het verhoogde middenstuk van de steunfles komt tegen de schijf wanneer de schijf wordt geplaatst. 2. Plaats de schijf op de steunflens, waarbij de schijf wordt gecentreerd op het verhoogde middenstuk. 3. Plaats klemmoer met schroefdraad met het verhoogde middenstuk verwijderd van de schijf. 4. Draai, terwijl u de asvergrendelknop (c) ingedrukt houdt, de klemmoer aan met een sleutel. 5. U kunt de schijf verwijderen door de asvergrendelknop in te drukken en de klemmoer met schroefdraad met een sleutel los te draaien. Voor de bediening • Installeer de beveiliging en pas schijf of wiel aan. Gebruik geen extreem versleten schijven of wielen. • Zorg ervoor dat de binnenste en buitenste flens correct zijn aangebracht. • Zorg ervoor dat de schijf of het wiel draait in de richting van de pijlen op het accessoire en het gereedschap. BEDIENING Instructies voor gebruik WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de veiligheidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften. WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de 137 NEDERLANDS stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Voordat u het gereedschap opnieuw aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in en laat deze vrijkomen, om er zeker van te zijn dat het gereedschap uit staat. WAARSCHUWING: • Zorg dat al het materiaal dat geschuurd of gesneden gaat worden stevig op zijn plaats zit. • Oefen uitsluitend zachte druk op het gereedschap uit. Oefen geen zijwaartse druk uit op de schijf. • Vermijd overbelasting. Als het gereedschap heet wordt, laat u het een paar minuten zonder belasting draaien. Juiste positie van de handen (fig. 1, 6) WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, dient u ALTIJD de handen in de juiste positie te hebben, zoals afgebeeld. WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, houdt u het ALTIJD stevig vast, anticiperend op een plotseling reactie. De juiste positie van de handen betekent een hand aan de zijhandgreep (e), terwijl u met de andere hand de behuizing van het gereedschap vasthoudt, zoals afgebeeld in figuur 6. SSchakelaar WAARSCHUWING: Controleer voordat u het gereedschap gebruikt of de hendel stevig vastzit. VERGRENDELKNOP EN AAN/UIT-SCHAKELAAR (AFB. 7) Het afkortgereedschap is voorzien van een vergrendelknop (b). U kunt de Aan/Uit-schakelaar (a) vergrendelen door op de vergrendelknop te drukken, zoals in Afbeelding 7 wordt getoond. Wanneer de vergrendelknop is ingedrukt naar het pictogram met het slotje, is het gereedschap vergrendeld. Vergrendel de Aan/Uit-schakelaar altijd wanneer u het gereedschap draagt of opbergt, zodat wordt voorkomen dat het onbedoeld wordt gestart. U kunt de Aan/Uit-schakelaar ontgrendelen door de vergrendelknop (b) in te drukken. Wanneer de vergrendelknop is ingedrukt naar het pictogram met het open slotje, is het gereedschap niet vergrendeld. 138 De vergrendelknop is rood van kleur zodat u kunt zien dat de schakelaar in de niet-vergrendelde stand staat. Schakel de motor in door aan de Aan/Uit-schakelaar (a) te trekken. Laat de Aan/Uit-schakelaar los en de motor wordt uitgeschakeld (OFF). OPMERKING: Dit gereedschap heeft geen voorziening voor het vergrendelen van de schakelaar in de ON-stand en mag nooit op welke manier dan ook op ON worden vergrendeld. WAARSCHUWING: Houd de zijhandgreep en de behuizing van het gereedschap stevig vast om de controle over het gereedschap te behouden tijdens het opstarten en het gebruik, en totdat het wiel of accessoire is gestopt met draaien. Het is belangrijk dat u het gereedschap pas neerlegt wanneer de schijf volledig tot stilstand is gekomen. WAARSCHUWING: Geef het gereedschap de tijd om volledig op snelheid te komen voordat u het werkoppervlak aanraakt. Til het gereedschap van het werkoppervlak voordat u het gereedschap uitschakelt. Spilvergrendeling (fig. 1) Er is in de spilvergrendeling (c) voorzien om te voorkomen dat de spil ronddraait terwijl u wielen plaatst of verwijdert. Gebruik de spilvergrendeling uitsluitend als het gereedschap is uitgeschakeld, de stekker uit de stroomvoorziening is gehaald, en volledig tot stilstand is gekomen. OPMERKING: Om het risico op schade aan het gereedschap te voorkomen, bedient u de spilvergrendeling niet als het gereedschap in gebruik is. Er kan schade aan het gereedschap optreden en het bevestigde accessoire kan losschieten, hetgeen mogelijk tot letsel kan leiden. Om de vergrendeling te bedienen, drukt u de knop spilvergrendeling (c) in en draait u de spil totdat u niet in staat bent de spil verder te draaien. Schuurschijven met een verzonken middenstuk gebruiken OPPERVLAKTESCHUREN MET SLIJPSCHIJVEN 1. Geef het gereedschap de tijd om volledig op snelheid te komen voordat u met het gereedschap het werkoppervlak aanraakt. 2. Oefen minimale druk uit op het werkoppervlak, laat het gereedschap op hoge snelheid zijn werk NEDERLANDS doen Het rendement van de slijper is het grootst wanneer het gereedschap op hoge snelheid werkt. 3. Houd een hoek van 20° tot 30° aan tussen het gereedschap en het werkoppervlak. 4. Beweeg het gereedschap voortdurend naar voren en naar achteren zodat er geen groeven in het werkoppervlak ontstaan. 5. Til het gereedschap van het werkoppervlak voordat u het gereedschap uitschakelt. Geef het gereedschap de tijd om te stoppen met draaien voordat u het neerlegt. SCHUREN VAN RANDEN MET SLIJPSCHIJVEN WAARSCHUWING: Schijven die worden gebruikt voor zagen en het schuren van randen kunnen breken of terugslaan als zij worden gebogen tijdens werkzaamheden waarbij wordt gezaagd of diepe gaten worden geslepen. Voorkom het risico van ernstig letsel, beperk het gebruik van deze schijven met een standaard beschermkap van Type 27 tot ondiep zagen en kerven (minder dan 13 mm diepte). De open zijde van de beschermkap moet van de gebruiker vandaan zijn gericht. Gebruik voor het dieper zagen met een zaagschijf van Type 1 een gesloten beschermkap van Type 1. Raadpleeg de Tabel accessoires Slijpen en Zagen aan het einde van dit hoofdstuk, daar vindt u andere accessoires die met deze slijpmachines kunnen worden gebruikt. 1. Geef het gereedschap de tijd om volledig op snelheid te komen voordat u met het gereedschap het werkoppervlak aanraakt. 2. Oefen minimale druk uit op het werkoppervlak, laat het gereedschap op hoge snelheid zijn werk doen Het rendement van de slijper is het grootst wanneer het gereedschap op hoge snelheid werkt. 3. Ga zo staan dat de open onderzijde van de schijf van u af is gericht. 4. Verander niet meer de hoek van de zaagsnede wanneer het zagen is begonnen en er in het werkstuk een inkeping is ontstaan. Wanneer u de hoek verandert zal daardoor de schijf worden gebogen en dat kan leiden tot breuk van de schijf. Schijven voor het slijpen van randen zijn niet bestand tegen zijdelingse druk die wordt veroorzaakt door buigen. gereedschap de tijd om te stoppen met draaien voordat u het neerlegt. WAARSCHUWING: Gebruik schijven voor het zagen/slijpen van randen niet voor het slijpen van oppervlakken omdat deze schijven niet bestand zijn tegen de zijdelingse druk die ontstaat bij het slijpen van een oppervlak. Breuk van de schijf en ernstig persoonlijk letsel kunnen het gevolg zijn. Monteren en gebruiken van draadborstels en draadschijven U kunt met draadschijven en draadborstels roest, kalkaanslag en verf verwijderen en onregelmatig gevormde oppervlakken glad maken. OPMERKING: Raadpleeg Maatregelen die u moet nemen wanneer u verf verwijdert met een draadborstel. 1. Geef het gereedschap de tijd om volledig op snelheid te komen voordat u met het gereedschap het werkoppervlak aanraakt. 2. Oefen minimale druk uit op het werkoppervlak, laat het gereedschap op hoge snelheid zijn werk doen Het rendement van het gereedschap bij het verwijderen van materiaal is het grootst wanneer het gereedschap op hoge snelheid werkt. 3. Houd een hoek van 5° tot 10° aan tussen het gereedschap en het werkoppervlak wanneer u draadborstels gebruikt. 4. Houd bij gebruik van draadschijven contact tussen de rand van de schijf en het werkoppervlak. 5. Beweeg het gereedschap voortdurend naar voren en naar achteren zodat er geen groeven in het werkoppervlak ontstaan. Wanneer u het gereedschap op het werkoppervlak laat rusten zonder het te verplaatsen, of wanneer u het gereedschap in een cirkelvormige beweging verplaatst, ontstaan brand- en draaiplekken op het werkoppervlak. 6. Til het gereedschap van het werkoppervlak voordat u het gereedschap uitschakelt. Geef het gereedschap de tijd om te stoppen met draaien voordat u het neerzet. VOORZICHTIG: Ga extra voorzichtig te werk wanneer u over een rand werkt, omdat u dan een plotselinge scherpe beweging van de slijpmachine kunt ervaren. 5. Til het gereedschap van het werkoppervlak voordat u het gereedschap uitschakelt. Geef het 139 NEDERLANDS Zaagschijven (Type 1) gebruiken WAARSCHUWING: Gebruik schijven voor het zagen/slijpen van randen niet voor het slijpen van oppervlakken omdat deze schijven niet bestand zijn tegen de zijdelingse druk die ontstaat bij het slijpen van een oppervlak. Breuk van de schijf en letsel kan het gevolg zijn. 1. Geef het gereedschap de tijd om volledig op snelheid te komen voordat u het werkoppervlak aanraakt. 2. Oefen minimale druk uit op het werkoppervlak, laat het gereedschap op hoge snelheid zijn werk doen Het zaagrendement van het gereedschap is het grootst wanneer het op hoge snelheid werkt. 3. Verander niet meer de hoek van de zaagsnede wanneer het zagen is begonnen en er in het werkstuk een inkeping is ontstaan. Wanneer u de hoek verandert zal daardoor de schijf worden gebogen en dat kan leiden tot breuk van de schijf. 4. Til het gereedschap van het werkoppervlak voordat u het gereedschap uitschakelt. Geef het gereedschap de tijd om te stoppen met draaien voordat u het neerzet. Maatregelen die u moet nemen voor het met een draadborstel verwijderen van verf 1. Het met een draadborstel verwijderen van verf op loodbasis wordt NIET AANBEVOLEN omdat het moeilijk is het verontreinigde stof onder controle te houden. Voor kinderen en zwangere vrouwen is loodvergiftiging het meest gevaarlijk. 2. Omdat het zonder chemische analyse moeilijk is vast te stellen of een verf lood bevat, adviseren wij de volgende maatregelen bij het met de draadborstel verwijderen van verf: PERSOONLIJKE VEILIGHEID 1. Kinderen en zwangere vrouwen mogen niet worden toegelaten op de werkplek waar verf wordt verwijderd totdat alle schoonmaakwerkzaamheden zijn voltooid. 2. Alle personen die de werkplek betreden moeten een stofmasker dragen. Het filter moet dagelijks of wanneer de drager moeilijkheden heeft met ademhalen worden vervangen. OPMERKING: Gebruik alleen stofmaskers die geschikt zijn voor het werken met stof van loodhoudende verf en dampen. Gewone stofmaskers bieden deze bescherming niet. Ga 140 naar de gereedschapswinkel bij u in de buurt en vraag naar het stofmasker met de juiste bescherming van de luchtwegen. 3. EET, DRINK EN ROOK NIET op de werkplek zodat u geen verontreinigde verfdeeltjes binnen kunt krijgen. Personen die dit werk uitvoeren moeten zich wassen en moeten opruimen VOORDAT zij eten, drinken of roken. Etenswaar, drinken en rookgerei mogen niet achterblijven op de werkplek waar er stof op kan neerdalen. MILIEUVEILIGHEID 1. Verf moet worden worden verwijderd op een manier dat er zo min mogelijk stof wordt gegenereerd. 2. Ruimten waar verf wordt verwijderd moeten worden afgedicht met plastic doek met een dikte van 4 mils. 3. Het met de draadborstel verwijderen van verf moet zo worden uitgevoerd dat er weinig sporen van verfstofdeeltjes buiten de werkplek komen. REINIGEN EN VERWIJDEREN 1. Alle vlakken op de werkplek moeten dagelijks worden gestofzuigd en grondig worden gereinigd zolang er met de draadborstel wordt gewerkt. Stofzuigerzakken moeten vaak worden vervangen. 2. Plastic dekkleden moeten worden verzameld en worden verwijderd met eventuele stofsnippers en ander verwijderd vuil. Zij moeten in afgedichte vuilnisbakken worden geplaatst en worden verwijderd via de gebruikelijke vuilnisophaaldienst. Tijdens het schoonmaken moeten kinderen en zwangere vrouwen uit de buurt worden gehouden van de directe werkplek. 3. Alle speelgoed, afwasbare meubels en gebruiksvoorwerpen die worden gebruikt door kinderen, moeten grondig worden gewassen voordat ze weer worden gebruikt. Toepassingen op metaal Als u het gereedschap gebruikt voor toepassingen op metaal, zorg er dan voor dat een differentieelschakelaar is ingestoken om overige risico’s veroorzaakt door metaalslijpsel te voorkomen. Als de stroomvoorziening wordt uitgeschakeld door de differentieelschakelaar, brengt u het gereedschap naar de erkende DEWALT reparateur. WAARSCHUWING: Bij extreme werkomstandigheden kan geleidend stof zich in de machinebehuizing ophopen NEDERLANDS als u met metaal werkt. Dit kan ertoe leiden dat de beschermende isolatie in de machine wordt aangetast, met het potentiële risico van een elektrische schok. Om de opeenhoping van metaalslijpsel in de machine te voorkomen, adviseren wij u de ventilatieopeningen dagelijks vrij te maken. Zie Onderhoud. ONDERHOUD Uw DEWALT gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum aan onderhoud. Het continu naar bevrediging functioneren, hangt af van de juiste zorg voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken. WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Voordat u het gereedschap opnieuw aansluit, drukt u de trekkerschakelaar in en laat deze vrijkomen, om er zeker van te zijn dat het gereedschap uit staat. Aan de lader en de accu kan geen onderhoud worden verricht. Er zitten in het apparaat geen onderdelen die onderhoudswerkzaamheden door de gebruiker vereisen. Losgekomen borstels De motor wordt automatisch uitgeschakeld om aan te geven dat de koolstofborstels bijna versleten zijn en dat het gereedschap een onderhoudsbeurt nodig heeft. De koolstofborstels kunnen niet door de gebruiker worden vervangen. Breng het gereedschap naar een erkende DEWALT reparateur. zo vaak u ziet dat vuil zich in en rond de luchtopeningen ophoopt. Draag goedgekeurde oogbescherming en een goedgekeurd stofmasker als u deze procedure uitvoert. WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen of andere bijtende chemicaliën voor het reinigen van niet-metalen onderdelen van het gereedschap. Deze chemicaliën kunnen het materiaal dat in deze onderdelen is gebruikt verzwakken. Gebruik een doek die uitsluitend met water en milde zeep is bevochtigd. Zorg dat er nooit enige vloeistof in het gereedschap komt; dompel nooit enig onderdeel van het gereedschap in een vloeistof. SCHOONMAAKINSTRUCTIES VOOR DE LADER WAARSCHUWING: Schokgevaar. Haal de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt. Verwijder vuil en vet met een doek of zachte, niet-metalen borstel van de buitenkant van de werklamp/lader. Gebruik geen water of schoonmaakmiddel. Optionele accessoires WAARSCHUWING: Aangezien accessoires die niet door DEWALT zijn aangeboden niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel te verminderen dient u uitsluitend door DEWALT aanbevolen accessoires met dit product te gebruiken. Neem contact op met uw leverancier voor verdere informatie over de geschikte accessoires. Bescherming van het milieu Smering Uw elektrische gereedschap heeft geen aanvullende smering nodig. Reiniging WAARSCHUWING: Blaas vuil en stof uit de hoofdbehuizing met droge lucht, Gescheiden afvalinzameling. Dit product mag niet bij het normale huishoudelijke afval worden aangeboden. Als u op een dag bemerkt dat uw DEWALT product vervangen dient te worden of dat u er verder geen gebruik meer van maakt, mag u het niet als normaal huishoudelijk afval aanbieden. Bied dit product aan bij de gescheiden afvalinzameling. Gescheiden inzameling van gebruikte producten of verpakkingen maakt het mogelijk dat materiaal kan worden gerecycled en nogmaals gebruikt. Het 141 NEDERLANDS hergebruik van gerecycled materiaal helpt milieuvervuiling te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoffen. Plaatselijke bepalingen voorzien mogelijk in de gescheiden inzameling van elektrische producten uit een huishouden, op stedelijke inzamelingspunten of bij de detailhandelaar waar u een nieuw product aanschaft. DEWALT heeft een faciliteit voor het verzamelen van recyclen van DEWALT producten als ze eenmaal het einde van hun levensduur hebben bereikt. Stuur om van deze service gebruik te maken uw product a.u.b. terug naar iedere erkende reparateur die namens ons de verzameling op zich neemt. U kunt de locatie van de erkende reparateur die het dichtste bij u in de buurt is opzoeken door contact op te nemen met uw plaatselijke DEWALT kantoor zoals vermeld in deze handleiding. Een lijst van erkende DEWALT reparateurs en volledige details over onze after sales service zijn ook te vinden op internet via: www.2helpU.com. Herlaadbare accu Deze duurzame accu moet herladen worden als hij niet krachtig genoeg blijkt tijdens het uitvoeren van klussen die daarvoor vlot verliepen. Aan het einde van zijn technische levensduur dient u dit werktuig weg te gooien met respect voor het milieu: • Gebruik de accu helemaal op en verwijder deze vervolgens uit het werktuig. • Li-Ion-cellen recyclebaar. Breng ze terug bij uw leverancier of naar het milieupark bij u in de buurt. De ingezamelde accu’s zullen worden gerecycled of op juiste wijze tot afval worden verwerkt. 142 NEDERLANDS GARANTIE DEWALT vertrouwt op de kwaliteit van zijn producten en biedt professionele gebruikers van het product een uitstekende garantie. Deze garantieverklaring is een aanvulling op uw contractuele rechten als een professionele gebruiker of uw wettelijke rechten als een particuliere, niet-professionele gebruiker, en is op geen enkele wijze van invloed op deze rechten. De garantie is geldig binnen het grondgebied van de Lidstaten van de Europese Unie en de Europese Vrijhandelszone. • 30 DAGEN NIET GOED GELD TERUG GARANTIE • Als u niet geheel tevreden bent over de prestaties van uw DEWALT-gereedschap, kunt u dit compleet met de originele onderdelen, zoals u het hebt aangekocht. binnen 30 dagen, gewoon terugbrengen bij het verkooppunt en omruilen voor een ander stuk gereedschap of tegen restitutie van het aankoopbedrag. Het product mag niet in onredelijke mate zijn versleten en u dient een aankoopbewijs te overleggen. • Er geen reparaties zijn ondernomen door niet-geautoriseerde personen; • U een aankoopbewijs kunt overleggen; • Het product compleet met alle originele onderdelen wordt geretourneerd. Als u aanspraak wilt maken op de garantie, neem dan contact op met uw leverancier of zoek het officiële DEWALT-servicecentrum bij u in de buurt in de DEWALT-catalogus of neem contact op met het DEWALT-kantoor op het adres dat wordt vermeld in deze handleiding. Een lijst van officiële DEWALTservicecentra en volledige details over onze after-sales-service zijn ook te vinden op internet via: www.2helpU.com. • EEN JAAR GRATIS ONDERHOUDSCONTRACT • Als onderhouds- of servicewerkzaamheden nodig zijn voor uw DEWALT-gereedschap, in de 12 maanden na uw aankoop, hebt u recht op één jaar gratis service. Deze zal kosteloos worden uitgevoerd in een DEWALT-servicecentrum. U dient een aankoopbewijs te overleggen. Inclusief arbeidskosten. Exclusief accessoires en reserveonderdelen, tenzij deze defect raakten en onder de garantie vielen. • EEN JAAR VOLLEDIGE GARANTIE • Als uw DEWALT-product defect raakt als gevolg van het gebruik van verkeerde materialen of onjuiste constructie binnen 12 maanden na de datum van aankoop, garandeert DEWALT alle defecte onderdelen gratis te vervangen of – naar onze beoordeling – het apparaat gratis te vervangen, op voorwaarde dat: • Het product niet verkeerd gebruikt is; • Het product in redelijke mate is versleten; 143 NEDERLANDS TABEL SLIJPACCESSOIRES Beveiligingstype Accessoire Beschrijving Hoe bevestigt u op de slijpmachine Slijpschijf met niet ingedrukt midden TYPE 27 BEVEILIGING Type 27 beveiliging Draadwielen Ondersteunende flens Type 27 niet ingedrukt middenwiel Klemmoer met schroefdraad Draadwielen met moer met schroefdraad Type 27 beveiliging Draadwiel Draadbus met moer met schroefdraad Type 27 beveiliging Draadborstel Snijdschijf voor metselwerk TYPE 1 BEVEILIGING Type 1 beveiliging Snijdschijf voor metaal Diamanten snijdwielen Ondersteunende flens Snijdwiel Klemmoer met schroefdraad 144
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268

DeWalt DCG412 Handleiding

Categorie
Elektrisch gereedschap
Type
Handleiding