Vega VEGAMET 381 Handleiding

Type
Handleiding
Handleiding
Meetversterker en aanwijsinstrument
voor niveausensoren
VEGAMET 381
4 … 20 mA-meetversterker
Document ID: 27567
2
Inhoudsopgave
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Inhoudsopgave
1 Over dit document ................................................................................................................... 4
1.1 Functie ............................................................................................................................. 4
1.2 Doelgroep ........................................................................................................................ 4
1.3 Gebruikte symbolen ......................................................................................................... 4
2 Voor uw veiligheid .................................................................................................................... 5
2.1 Geautoriseerd personeel .................................................................................................. 5
2.2 Correct gebruik ................................................................................................................. 5
2.3 Waarschuwing voor misbruik ............................................................................................ 5
2.4 Algemene veiligheidsinstructies ....................................................................................... 5
2.5 Veiligheidsmarkering op het instrument ............................................................................ 6
2.6 EU-conformiteit ................................................................................................................ 6
2.7 Installatie en bedrijf in de USA en Canada ....................................................................... 6
2.8 Overvulbeveiliging conform WHG .................................................................................... 6
2.9 Milieuvoorschriften ........................................................................................................... 6
3 Productbeschrijving ................................................................................................................ 8
3.1 Constructie ....................................................................................................................... 8
3.2 Werking ............................................................................................................................ 9
3.3 Bediening ......................................................................................................................... 9
3.4 Verpakking, transport en opslag ....................................................................................... 9
4 Monteren ................................................................................................................................. 11
4.1 Algemene instructies ...................................................................................................... 11
4.2 Montage-instructies ........................................................................................................ 11
5 Op de voedingsspanning aansluiten ................................................................................... 13
5.1 Aansluiting voorbereiden ................................................................................................ 13
5.2 Ingangsbedrijfsmodus actief/passief .............................................................................. 14
5.3 Aansluitstappen ............................................................................................................. 14
5.4 Aansluitschema .............................................................................................................. 15
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid ......................... 16
6.1 Bedieningssysteem ........................................................................................................ 16
6.2 Inbedrijfnamestappen .................................................................................................... 17
6.3 Toepassingsvoorbeeld ................................................................................................... 21
7 Service en storingen oplossen............................................................................................. 23
7.1 Onderhoud ..................................................................................................................... 23
7.2 Storingen oplossen ........................................................................................................ 23
7.3 Procedure in geval van reparatie .................................................................................... 24
8 Demonteren ............................................................................................................................ 25
8.1 Demontagestappen ........................................................................................................ 25
8.2 Afvoeren ......................................................................................................................... 25
9 Bijlage ..................................................................................................................................... 26
9.1 Technische gegevens ..................................................................................................... 26
9.2 Afmetingen ..................................................................................................................... 28
9.3 Industrieel octrooirecht ................................................................................................... 29
9.4 Handelsmerken .............................................................................................................. 29
3
Inhoudsopgave
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Uitgave: 2017-09-04
4
1 Over dit document
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
1 Over dit document
1.1 Functie
Deze handleiding geeft u de benodigde informatie over de mon-
tage, aansluiting en inbedrijfname van het instrument. Deze bevat
bovendien belangrijke instructies voor het onderhoud, het oplossen
van storingen, het vervangen van onderdelen en de veiligheid van de
gebruiker. Lees deze daarom door voor de inbedrijfname en bewaar
deze handleiding als onderdeel van het product in de directe nabij-
heid van het instrument.
1.2 Doelgroep
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor gekwaliceerd vakper-
soneel. De inhoud van deze handleiding moet aan het personeel
beschikbaar worden gesteld.
1.3 Gebruikte symbolen
Informatie, tip, instructie
Dit symbool markeert nuttige aanvullende informatie.
Voorzichtig: bij niet aanhouden van deze waarschuwing kunnen
storingen of foutief functioneren ontstaan.
Waarschuwing: bij niet aanhouden van deze waarschuwingen kan
persoonlijk letsel en/of zware materiële schade ontstaan.
Gevaar: bij niet aanhouden van deze waarschuwing kan ernstig
persoonlijk letsel en/of onherstelbare schade aan het instrument
ontstaan.
Ex-toepassingen
Dit symbool markeert bijzondere instructies voor Ex-toepassingen.
SIL-toepassingen
Dit symbool markeert instructies betreende de functionele veiligheid,
die bij veiligheidsrelevante toepassing bijzonder zorgvuldig moeten
worden aangehouden.
Lijst
De voorafgaande punt markeert een lijst zonder dwingende volgorde.
→
Handelingsstap
Deze pijl markeert een afzonderlijke handeling.
1 Handelingsvolgorde
Voorafgaande getallen markeren opeenvolgende handelingen.
Afvoeren batterij
Dit symbool markeert bijzondere instructies voor het afvoeren van
batterijen en accu's.
5
2 Voor uw veiligheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
2 Voor uw veiligheid
2.1 Geautoriseerd personeel
Alle in deze gebruiksaanwijzing beschreven handelingen mogen
alleen door opgeleid en door de eigenaar van de installatie geautori-
seerd vakpersoneel worden uitgevoerd.
Bij werkzaamheden aan en met het instrument moet altijd de beno-
digde persoonlijke beschermende uitrusting worden gedragen.
2.2 Correct gebruik
De VEGAMET 381 is een universeel verwerkings- en voedingsappa-
raat voor aansluiting van een 4 … 20 mA/HART-sensor.
Gedetailleerde informatie over het toepassingsgebied is in hoofdstuk
"Productbeschrijving" opgenomen.
De bedrijfsveiligheid van het instrument is alleen bij correct gebruik
conform de specicatie in de gebruiksaanwijzing en in de evt. aanvul-
lende handleidingen gegeven.
Handelingen die verder gaan dan hetgeen beschreven in de ge-
bruiksaanwijzing mogen uit veiligheids- en garantie-overwegingen
alleen door personeel worden uitgevoerd dat is geautoriseerde door
de leverancier. Eigenmachtig ombouwen of veranderen is uitdrukkelijk
verboden.
2.3 Waarschuwing voor misbruik
Bij ondeskundig of verkeerd gebruik kunnen van dit instrument
toepassingsspecieke gevaren uitgaan, zoals bijvoorbeeld overlopen
van de tank of schade aan installatiedelen door verkeerde montage
of instelling. Dit kan materiële, persoonlijke of milieuschade tot gevolg
hebben. Bovendien kunnen daardoor de veiligheidsspecicaties van
het instrument worden beïnvloed.
2.4 Algemene veiligheidsinstructies
Het instrument voldoet aan de laatste stand van de techniek rekening
houdend met de geldende voorschriften en richtlijnen. Het mag alleen
in technisch optimale en bedrijfsveilige toestand worden gebruikt. De
exploitant is voor het storingsvrije bedrijf van het instrument verant-
woordelijk. Bij gebruik in agressieve of corrosieve media, waarbij een
storing van het instrument tot een gevaarlijke situatie kan leiden, moet
de exploitant door passende maatregelen de correcte werking van
het instrument waarborgen.
De operator is verder verplicht, tijdens de gehele toepassingsduur de
overeenstemming van de benodigde bedrijfsveiligheidsmaatregelen
met de actuele stand van de betreende instituten vast te stellen en
nieuwe voorschriften aan te houden.
Door de gebruiker moeten de veiligheidsinstructies in deze handlei-
ding, de nationale installatienormen en de geldende veiligheidsbepa-
lingen en ongevallenpreventievoorschriften worden aangehouden.
6
2 Voor uw veiligheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Ingrepen anders dan die welke in de handleiding zijn beschreven mo-
gen uit veiligheids- en garantie-overwegingen alleen door personeel
worden uitgevoerd, dat daarvoor door de fabrikant is geautoriseerd.
Eigenmachtige ombouw of veranderingen zijn uitdrukkelijk verboden.
Uit veiligheidsoverwegingen mogen alleen de door de fabrikant goed-
gekeurde toebehoren worden gebruikt.
Om gevaren te voorkomen, moeten de op het instrument aange-
brachte veiligheidsmarkeringen en -instructies worden aangehouden
en moet de betekenis daarvan in deze handleiding worden opge-
zocht.
2.5 Veiligheidsmarkering op het instrument
De veiligheidssymbolen en -instructies die op het instrument zijn
aangebracht moeten worden aangehouden.
2.6 EU-conformiteit
Het instrument voldoet aan de wettelijke eisen uit de geldende
EU-richtlijnen. Met de CE-markering bevestigen wij de conformiteit
van het instrument met deze richtlijnen.
De EU-conformiteitsverklaring vindt u op onze homepage onder
www.vega.com/downloads.
2.7 Installatie en bedrijf in de USA en Canada
Deze instructies zijn uitsluitend geldig voor de USA en Canada. Daar-
om is de volgende tekst alleen beschikbaar in het Engels.
Installations in the US shall comply with the relevant requirements of
the National Electrical Code (ANSI/NFPA 70).
Installations in Canada shall comply with the relevant requirements of
the Canadian Electrical Code
2.8 Overvulbeveiliging conform WHG
Binnen Duitsland is bij de omgang met stoen die schadelijk zijn voor
water een overvulbeveiliging conform WHG (Wasserhaushaltsge-
setz) voorgeschreven. Een overeenkomstig gecerticeerde sensor
is hiervoor een basisvoorwaarde. De VEGAMET 381 voldoet aan
de bouw- en testprincipes voor overvulbeveiligingen. Dit is met het
TÜV-document "PP 5003/09" gecerticeerd. Dit document kunt u
downloaden op onze homepage onder "Downloads - Toelatingen -
Meetversterkers - Overvulbeveiliging".
2.9 Milieuvoorschriften
De bescherming van de natuurlijke levensbronnen is een van de be-
langrijkste taken. Daarom hebben wij een milieumanagementsysteem
ingevoerd met als doel, de bedrijfsmatige milieubescherming con-
stant te verbeteren. Het milieumanagementsysteem is gecerticeerd
conform DIN EN ISO 14001.
Help ons, te voldoen aan deze eisen en houdt rekening met de mi-
lieu-instructies in deze handleiding.
7
2 Voor uw veiligheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Hoofdstuk "Verpakking, transport en opslag"
Hoofdstuk "Afvoeren"
8
3 Productbeschrijving
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
3 Productbeschrijving
3.1 Constructie
De levering bestaat uit:
Aanwijs- en verwerkingsinstrument VEGAMET 381
Montageset
Typeplaten
Documentatie
Deze gebruiksaanwijzing
F
E
D
C
B
A
9
8
7
6
5
4
3
2
1
0
-
+
1
2
1
3
7
6
5
2
4
Fig. 1: VEGAMET 381
1 Statusindicatie arbeidsrelais 1 en 2
2 Statusindicatie fail-safe relais
3 Statusindicatie bedrijfsgereedheid
4 [+/-]-bedieningstoetsen
5 Insteeklip voor markering van de meetplaats
6 Functiekeuzeschakelaar
7 LC-display
De typeplaat bevat de belangrijkste gegevens voor de identicatie en
toepassing van het instrument:
Instrumenttype
Productcode
Toelatingen
Technische gegevens
Serienummer van het instrument
Data-Matrix-Code voor VEGA Tools-App
Leveringsomvang
Overzicht
T
ypeplaat
9
3 Productbeschrijving
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
De typeplaat bevat het serienummer van het instrument. Daarmee
kunt u via onze homepage de volgende gegevens vinden:
Productcode van het instrument (HTML)
Leveringsdatum (HTML)
Opdrachtspecieke instrumentkenmerken (HTML)
Gebruiksaanwijzing op het tijdstip van de uitlevering (PDF)
Veiligheidsinstructies en certicaten
Ga hiervoor naar "www.vega.com", "Instrument zoeken (serienum-
mer)". Voer daar het serienummer in.
Als alternatief kunt u de gegevens opzoeken via uw smartphone.
De app "VEGA Tools" uit de "Apple App Store" of de "Google Play
Store" downloaden
Data-matrixcode op de typeplaat van het instrument scannen of
Serienummer handmatig in de app invoeren
3.2 Werking
De VEGAMET 381 is een universele standalone meetversterker met
geïntegreerde grenswaardeschakelaars en aanwijzing voor continue
sensoren. Het instrument kan tegelijkertijd als voeding voor de senso-
ren worden gebruikt. De VEGAMET 381 is bedoeld voor aansluiting
van een willekeurige 4...20 mA-sensor. Het instrument is geschikt
voor DIN-rail-, paneel- en opbouwmontage.
De meetversterker VEGAMET 381 kan de aangesloten sensor voe-
den en verwerkt tegelijkertijd de meetsignalen daarvan. De gewenste
meetgrootheid wordt in het display weergegeven en voor verdere ver-
werking bovendien via de geïntegreerde stroomuitgang uitgestuurd.
Zo kan het meetsignaal aan een separaat aanwijsinstrument of een
besturing worden doorgegeven. Bovendien zijn er twee geïntegreerde
grenswaarderelais aanwezig voor het aansturen van pompen of ande-
re actoren.
Universele voeding met 20 ... 353 V AC/DC voor wereldwijde toepas-
sing
Gedetailleerde informatie over de voedingsspanning vindt u in het
hoofdstuk "Technische gegevens".
3.3 Bediening
De bediening van de VEGAMET 381 wordt uitgevoerd via de geïnte-
greerde toetsen en een 16-traps geïntegreerde.
3.4 Verpakking, transport en opslag
Uw instrument werd op weg naar de inbouwlocatie beschermd door
een verpakking. Daarbij zijn de normale transportbelastingen door
een beproeving verzekerd conform ISO 4180.
Bij standaard instrumenten bestaat de verpakking uit karton; deze is
milieuvriendelijke en herbruikbaar. Bij speciale uitvoeringen wordt ook
PE-schuim of PE-folie gebruikt. Voer het overblijvende verpakkings-
materiaal af via daarin gespecialiseerde recyclingbedrijven.
Serienummer
Toepassingsgebied
W
erkingsprincipe
Voedingsspanning
Verpakking
10
3 Productbeschrijving
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Het transport moet rekening houdend met de instructies op de trans-
portverpakking plaatsvinden. Niet aanhouden daarvan kan schade
aan het instrument tot gevolg hebben.
De levering moet na ontvangst direct worden gecontroleerd op volle-
digheid en eventuele transportschade. Vastgestelde transportschade
of verborgen gebreken moeten overeenkomstig worden behandeld.
De verpakkingen moeten tot aan de montage gesloten worden
gehouden en rekening houdend met de extern aangebrachte opstel-
lings- en opslagmarkeringen worden bewaard.
Verpakkingen, voor zover niet anders aangegeven, alleen onder de
volgende omstandigheden opslaan:
Niet buiten bewaren
Droog en stofvrij opslaan
Niet aan agressieve media blootstellen
Beschermen tegen directe zonnestralen
Mechanische trillingen vermijden
Opslag- en transporttemperatuur zie "Appendix - Technische
gegevens - Omgevingscondities"
Relatieve luchtvochtigheid 20 … 85 %.
Bij een gewicht van instrumenten meer dan 18 kg (39,68 lbs) moeten
voor het tillen en dragen daarvoor geschikte inrichtingen worden
gebruikt.
Transport
Tr
ansportinspectie
Opslag
Opslag- en transporttem-
peratuur
Tillen en dragen
11
4 Monteren
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
4 Monteren
4.1 Algemene instructies
Het instrument is ontwikkeld voor verzonken inbouw in een paneel,
frontplaat of schakelkastdeur. De benodigde uitsparing is 92 x 92
mm conform EN 60529. Bij correcte inbouw is de beschermingsklas-
se IP 40 gewaarborgd. Als alternatief kan het instrument met drie
schroeven in een schakelkast of in een behuizing worden gemonteerd
(schroefmontage op achterwand behuizing). Als optie is een monta-
ge-adapter voor railmontage leverbaar (DIN-rail 35x7,5 conform DIN
EN 50022/60715).
Informatie:
Wanneer het instrument via de schroeven of de DIN-rail wordt
gemonteerd, moet deze altijd in een schakelkast of een behuizing
worden ingebouwd.
Het instrument is geschikt voor normale omgevingscondities conform
DIN/EN/IEC/ANSI/ISA/UL/CSA 61010-1.
Waarborg, dat de in hoofdstuk "Technische gegevens" van de hand-
leiding aangegeven vervuilingsgraad bij de aanwezige omstandighe-
den past.
4.2 Montage-instructies
1. Waarborg, dat de voor de inbouw benodigde uitsparing een
afmetinge van 92 x 92 mm heeft. De benodigde inbouwdiepte is
min. 90 mm.
2. Trek de opsteekbare klemmenstroken naar boven en beneden af.
3. Schroef het tapeind [3] in de achterzijde van het instrument en zet
deze met een schroevedraaier vast.
4. Steek het instrument van voren in het paneel [1].
5. Schuif de klembeugel [2] van achteren op het tapeind [3] en trek
deze met de kartelmoer [4] tegen het paneel [1].
1
32 4
Fig. 2: Paneelinbouw
1 Paneel
2 Klembeugel
3 Tapeind
4 Kartelmoer
Inbouwmogelijkheden
Omgevingscondities
Paneelinbouw
12
4 Monteren
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
1. Plaats de metalen lip [1] van boven in de huisuitsparing.
2. Bevestig het instrument met drie schroeven (ø max. 4 mm) direct
op de wand.
105
80
ø 4,5*
1
Fig. 3: Schroefmontage
1 Metalen lip
1. Plaats de adapterplaat [1] op de achterzijde van de VEGAMET
381 (veer van de adapterplaat naar beneden) en schroef de plaat
met de schroef [2] (M4 x 6) vast.
2. Plaats de VEGAMET 381 van onderen op de draagrail [3] en druk
het instrument naar boven tot deze borgt.
61
43,5
21 3
Fig. 4: DIN-railmontage
1 Adapterplaat
2 Schroef (M4 x 6)
3 DIN-rail
Schroefmontage
DIN-railmontage
13
5 Op de voedingsspanning aansluiten
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
5 Op de voedingsspanning aansluiten
5.1 Aansluiting voorbereiden
Let altijd op de volgende veiligheidsinstructies:
Waarschuwing:
Alleen in spanningsloze toestand aansluiten.
Alleen in spanningsloze toestand aansluiten
Indien overspanningen kunnen worden verwacht, moeten over-
spanningsbeveiligingen worden geïnstalleerd
Opmerking:
Installeer een goed toegankelijke scheidingsinrichting voor het instru-
ment. De scheidingsinrichting moet voor het instrument zijn gemar-
keerd (IEC/EN61010).
In explosiegevaarlijke omgevingen moeten de geldende voorschrif-
ten, de conformiteits- en typebeproevingscerticaten van de senso-
ren en de voedingen worden aangehouden.
De voedingsspanning kan 20 … 253 V AC, 50/60 Hz of
20 … 253 V DC bedragen.
De voedingsspanning van de VEGAMET 381 wordt aangesloten met
standaard kabel conform de nationale installatienormen.
Het instrument word met standaard 2-aderige kabel zonder afscher-
ming aangesloten. Indien elektromagnetische instrooiingen worden
verwacht, die boven de testwaarden van de EN 61326 voor industrie-
le omgeving liggen, moet afgeschermde kabel worden gebruikt.
Waarborg, dat de gebruikte kabel de voor de maximaal optredende
omgevingstemperatuur benodigde temperatuurbestendigheid en
brandveiligheid heeft.
Leg de kabelafscherming aan beide zijden op het aardpotentiaal. In
de sensor moet de afscherming direct op de interne aardklem worden
aangesloten. De externe aardklem op de sensorbehuizing moet met
de potentiaalvereening zijn verbonden.
Indien potentiaalvereeningsstromen kunnen worden verwacht, moet
de afschermingsverbinding aan de zijde van de VEGAMET 381 via
een keramische condensator (bijv. 1 nF, 1500 V) worden gerealiseerd.
De laagfrequente potentiaalvereeningsstromen worden nu onder-
drukt, de beschermende werking tegen hoogfrequentie stoorsignalen
blijft echter behouden.
Bij Ex-toepassingen moeten de bijbehorende installatievoorschriften
worden aangehouden. Vooral moet worden gewaarborgd, dat er geen
potentiaalvereeningsstromen via de kabelafscherming ontstaan. Dit
kan worden gerealiseerd bij aarding aan beide zijden door toepassing
van een condensator of via een separate potentiaalvereening.
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsinstruc-
ties voor Ex-toepas-
singen
Voedingsspanning
Verbindingskabel
Kabelafscherming en
aarding
Aansluitkabel voor
Ex-toepassingen
14
5 Op de voedingsspanning aansluiten
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
5.2 Ingangsbedrijfsmodus actief/passief
Via de functiekeuzeschakelaar kan tussen actief en passief bedrijf
van de meetgegevensingang worden omgeschakeld.
In de actieve bedrijfsstand stelt de VEGAMET 381 de voedings-
spanning voor de aangesloten sensor ter beschikking. De voeding
en de meetwaarde-overdracht worden daarbij via één 2-aderige
kabel gerealiseerd. Deze bedrijfsstand is bedoeld voor de aanslui-
ting van meetversterkers zonder separate voeding (sensoren in
2-draads uitvoering).
In de passieve bedrijfsstand wordt de sensor niet gevoed, hierbij
wordt uitsluitend de meetwaarde overgedragen. Deze ingang
is voor de aansluiting van meetversterkers met eigen, separate
voeding bedoeld (sensoren in 4-draadsuitvoering). Bovendien kan
de VEGAMET 381 als een gewoon stroommeetinstrument in een
aanwezig stroomcircuit worden opgenomen.
5.3 Aansluitstappen
Ga als volgt tewerk:
1. VEGAMET 381 monteren
2. Sensorkabel op klem 1 en 2 aansluiten, eventueel afscherming
aansluiten.
3. Spanningsloos geschakelde voeding op klem 5 en 6 aansluiten.
4. Eventueel de storingsmeld- en arbeidsrelais en de stroomuitgang
aansluiten.
De elektrische aansluiting is zo afgerond.
15
5 Op de voedingsspanning aansluiten
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
5.4 Aansluitschema
+
-
1
2
+
-
3
4
18 17 16 15 1413 12 11 10 9 8
7
6 5
N- L1+
on
1
2
1
2
%
1 2
3
7
4 5 6
Fig. 5: Aansluitschema met 2-draads sensor
1 Ingang meetgegevens, naar keuze met sensorvoeding
2 Stroomuitgang
3 Fail-safe relais
4 Relais 2
5 Relais 1
6 Voedingsspanning
Tip:
Voor de parametrering van aangesloten HART-sensoren zijn in de
klemmen van de meetingang steekbussen geïntegreerd. Hier kan een
VEGACONNECT direct worden aangesloten, zonder dat een extra
HART-weerstand nodig is.
Overzicht
16
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde
aanwijs- en bedieningseenheid
6.1 Bedieningssysteem
De geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid is bedoeld voor
aanwijzing van de meetwaarde, geïntegreerde en diagnose van de
VEGAMET 381. De aanwijzing en de bediening worden uitgevoerd
op het front via een overzichtelijk LC-display en een geïntegreerde en
twee toetsen.
Voor het openen van de afdekklep plaatst u een schroevedraaier in
de beide sleuven aan de bovenzijde en verdraait u deze iets.
F
E
D
C
B
A
9
8
7
6
5
4
3
2
1
0
-
+
1
2
1
3
7
6
5
2
4
Fig. 6: Aanwijs- en bedieningselementen
1 Statusindicatie arbeidsrelais 1 en 2
2 Statusindicatie fail-safe relais
3 Statusindicatie bedrijfsgereedheid
4 Bedieningstoetsen +/-
5 Insteeklip voor markering van de meetplaats
6 Functiekeuzeschakelaar
7 LC-display
[Functiekeuzeschakelaar] voor het kiezen van:
Inregeling
Relaisschakelpunten
Aanwijsschaalverdeling
Stroomuitgang
Integratietijd
Oset-correctie
Stroomingang actief/passief
Toetsfuncties
17
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
[+/-]-toets:
waarde parameter veranderen
Door het indrukken van de [+/-]-toets verandert u de afzonderlijke
parameters van de gekozen functie. In deze fase wordt de bewerkte
parameter knipperend weergegeven. Door kort tegelijkertijd indrukken
van de beide toetsen slaat u uw instelling op. Hierbij verschijnt op het
display kort de melding "Save".
6.2 Inbedrijfnamestappen
De inbedrijfname omvat in eerste linie de inregeling van de meet-
plaats. Een schaalinstelling van de meetwaarde voor het LC-display
en de aanpassing van de relaisschakelpunten zijn andere instel-
lingen. Extra inbedrijfnamestappen zijn eventueel de instelling van
een integratietijd (demping) voor de meetwaardestabilisatie of een
verandering van de stroomuitgangskarakteristiek.
Voor de markering van de maateenheid kunnen de meegeleverde
platen in de afdekklep worden geplaatst. Bij toepassing van meerdere
VEGAMET 381 verdient bovendien markering van de meetplaats
aanbeveling.
Na het inschakelen voert de VEGAMET 381 eerst een korte zelftest
uit. De volgende procedure wordt doorlopen:
Interne test van de elektronica.
Aanwijzing van de rmwareversie
Uitgangssignaal springt kort naar de ingestelde storingswaarde
Daarna wordt de actuele meetwaarde getoond en de bijbehorende
stroom wordt via de stroomuitgang uitgestuurd.
De meetwaarde-aanwijzing geeft de digitale aanwijswaarde weer met
daarbij een analoge bargraph. Hierbij moet de geïntegreerde op de
stand [0] ("OPERATE") staan.
Via deze draaischakelaar kunnen de volgende functies worden
gekozen.
0: meetwaarde-aanwijzing en simulatie
1: relais 1 schakelpunt AAN
2: relais 1 schakelpunt UIT
3: relais 2 schakelpunt AAN
4: relais 2 schakelpunt UIT
5: positie decimale punt van de displayschaal
6: displayschaal voor 100 %
7: displayschaal voor 0 %
8: omschakeling stroomuitgang 0/4 … 20 mA
9: demping meetwaarde (integratietijd)
A: oset-correctie
B: min. inregeling in procenten door verandering van het niveau
C: max. inregeling in procenten door verandering van het niveau
D: min. inregeling in mA zonder verandering van het niveau
E: max. inregeling in mA zonder verandering van het niveau
F: omschakeling stroomingang actief/passief
Inbedrijfname
Inschakelf
ase
Meetwaarde-aanwijzing
Functiekeuzeschakelaar
18
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
In de actieve bedrijfsstand stelt de VEGAMET 381 de voedings-
spanning voor de aangesloten sensor ter beschikking. De voeding
en de meetwaarde-overdracht worden daarbij via één 2-aderige
kabel gerealiseerd. Deze bedrijfsstand is bedoeld voor de aan-
sluiting van meetversterkers zonder separate voedingsspanning
(sensor in 2-draads uitvoering).
In de passieve bedrijfsstand wordt de sensor niet gevoed, hierbij
wordt uitsluitend de meetwaarde overgedragen. Deze bedrijfs-
stand is bedoeld voor de aansluiting van meetversterkers met een
eigen, separate voeding (sensor in 4-draads uitvoering).
Zet de geïntegreerde op de stand [F] en kies de passende
bedrijfsstand met de [+/-]-toetsen. Sla uw instellinge op door
tegelijkertijd indrukken van de beide toetsen.
Bij toepassing van een drukmeetversterker moet u als eerste stap
een oset-correctie uitvoeren, omdat deze af fabriek in een bepaalde
positie werden uitgevoerd. Wanneer de drukmeetversterker nu in
een andere positie wordt ingebouwd, verschuift het meetbereik iets.
Door het uitvoeren van de oset-correctie bij onbedekte (drukloze)
toestand wordt het nulpunt weer opnieuw ingeregeld. Hierbij wordt
het gehele meetbereik met deze afwijking verschoven.
. Waarborg, dat de druksensor absoluut drukloos is, onbedekt is
en zich in de denitieve inbouwpositie bevindt.
. Zet de geïntegreerde op de stand [A]. Op het display verschijnt
nu de actuele sensorstroom in mA. Sla de actuele toestand op
door tegelijkertijd indrukken van de [+/-]-toetsen.
Bij deze inregelprocedure moeten twee sensorstroomwaarden
(4 … 20 mA) worden ingevoerd, die overeenkomen met de niveaus
0 % en 100 %.
Voor maximale nauwkeurigheid moet u bij toepassing van een druk-
sensor een oset-correctie uitvoeren. Voer deze uit voor de inregeling
en bij onbedekte sensor.
Kies nu op de geïntegreerde de stand [D] resp. [E], voer de
stroomwaarde in mA in voor de min.- resp. max.-inregeling en sla
uw instellingen op.
Bij deze inregelprocedure wordt aan het actuele niveau een bepaal-
de procentuele waarde toegekend. Daarom moeten voor de min. en
max. inregeling telkens procentuele waarden worden ingevoerd, die
overeenkomen met de werkelijke vulgraad. Ideaal is de inregeling bij
0% en 100%. Omdat het echter niet altijd mogelijk is een tank geheel
leeg te maken of geheel te vullen, kan natuurlijk iedere willekeuri-
ge waardetoekenning worden ingevoerd. Des te verder deze twee
inregelpunten uit elkaar liggen, des te nauwkeuriger wordt de meting.
Daarbij is het niet van belang, welke waarde u als eerste invoert.
Kies nu op de geïntegreerde de stand [B] resp. [C], voer de pro-
centuele waarde voor de min. resp. max. inregeling in en sla uw
instellingen op.
Stroomingang actief/
passief
Oset-corr
ectie
Inregeling in mA zonder
verandering van het
niveau
Inregeling in procenten
door verandering van het
niveau
19
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Voor de grenswaardesignalering zijn in de VEGAMET 381 twee
arbeidsrelais ingebouwd. Bepaal eerst, bij welke schakelpunten de
relais in- en weer uitschakelen moeten. Bovendien moet tussen de
relaisbedrijfsstanden overvul- en droogloopbeveiliging onderscheid
worden gemaakt. De omschakeling volgt door het verwisselen van de
AAN/UIT-waarden van de relais.
Overloopbeveiliging: relais wordt bij het overschrijden van het
max. niveau uitgeschakeld (veilige spanningsloze toestand), bij
het onderschrijden van het minimum niveau weer ingeschakeld
(inschakelpunt < uitschakelpunt)
Droogloopbeveiliging: relais wordt bij het onderschrijden van
het min. niveau uitgeschakeld (veilige spanningsloze toestand),
bij het overschrijden van het maximum niveau weer ingeschakeld
(inschakelpunt > uitschakelpunt)
Voor de invoer van de in- en uitschakelpunten van relais 1 zet u
de geïntegreerde op de stand [1] resp. [2], voert u het schakel-
punt in voor AAN resp. UIT en slaat u uw instellingen op. Indien
nodig gaat u bij relais 2 op dezelfde wijze te werk (stand [3] resp.
[4]).
2
1
3
off (on)
on (off)
on
on
off
off
t
LED
Fig. 7: Bedrijfsstanden relais
1 Vulhoogte
2 Bedrijfsstand overvulbeveiliging
3 Bedrijfsstand droogloopbeveiliging
Relaisuitgangen
20
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Onder de schaalverdeling wordt de omrekening van de meetwaarde
in een meetgrootheid en maateenheid verstaan. De aanwijzing kan
dan bijvoorbeeld in plaats van de procentuele waarde, het volume in
liters aanwijzen. Hierbij zijn aanwijswaarden van max. -9999 tot +9999
mogelijk.
. Bepaal eerst het maximale aanwijsbereik en het aantal plaatsen
na de komma; er kunnen maximaal 4 posities worden aangewe-
zen. Kies hiervoor de stand [5] van de geïntegreerde, plaats de
decimale punt op de gewenst positie en sla uw keuze op.
. Kies nu op de geïntegreerde de stand [6] resp. [7], voer de ge-
wenste waarde voor 100 % resp. 0 % in en sla uw instellinge op.
Om variaties in de meetwaarde-aanwijzing bijv. door onrustige
mediumoppervlakken te onderdrukken, kan een integratietijd worden
ingesteld. Deze tijd mag tussen 0 en 250 seconden liggen. Let erop,
dat daarmee echter ook de reactietijd van de meting groter worden en
er op snelle meetwaardeveranderingen vertraagd wordt gereageerd.
In de regel is een tijd van enkele seconden voldoende, om de meet-
waarde-aanwijzing verregaand te stabiliseren.
Kies nu op de functieschakelaar de stand 9], voer de gewenste
waarde in en sla uw instellingen op.
De karakteristiek van de stroomuitgang kan van 4 … 20 mA naar
0 … 20 mA worden omgeschakeld.
Kies nu op de geïntegreerde de stand [8], stel de gewenste
karakteristiek in en sla uw keuze op.
Om de correcte instelling van de VEGAMET 381 te controleren, kan
het instrument in de simulatiemodus worden gezet. Zo kan iedere wil-
lekeurige meetwaarde worden gesimuleerd en bijv. het juiste gedrag
van het relais en de nageschakelde apparatuur worden gecontro-
leerd.
De omschakeling tussen de functies "OPERATE" en "Simulatie" volgt
door tegelijkertijd indrukken van de [+/-]-toetsen gedurende min. 3
seconden. In de simulatiemodus knippert de ingestelde waarde op
het display. Om de simulatie uit te schakelen moeten de beide toetsen
opnieuw gedurende ca. 3 seconden ingedrukt worden gehouden.
Wanneer er geen toets worden bediend, gaat de aanwijzing na ca.
60 minuten automatisch weer over naar "OPERATE" en wordt de
simulatie beëindigd.
Druk voor de simulatie tegelijkertijd de [+/-]-toetsen zolang in,
tot de aangewezen waarde knippert (ca. 3 seconden). Door
afzonderlijk bedienen van de [+/-]-toetsen kunt u de gewenste
simulatiewaarde instellen en uw controle uitvoeren.
Bij een reset gaan alle door de gebruiker ingestelde waarden verloren
en wordt alles op de oorspronkelijke fabrieksinstellingen teruggezet.
Onderbreek de voedingsspanning van de VEGAMET 381. Druk
de [+/-]-toetsen tegelijkertijd in en houdt deze ingedrukt, terwijl u
de voedingsspanning weer inschakelt. Op het display verschijnt
Schaalverdeling
Demping
Stroomuitgang
0/4 … 20 mA
Simulatie
Reset
21
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
de melding "RES" en de fabrieksinstellingen worden weer her-
steld. Dit betreft:
Relaisinschakelpunten: 10 %
Relaisuitschakelpunten: 100 %
Decimale punt: 888.8
Display min.: 0
Display max.: 100.0
Integratietijd: 0 s
Oset-correctie: 0
Stroomuitgang: 4 … 20 mA
Min. inregeling: 0 % resp. 4 mA
Max. inregeling: 100 % resp. 20 mA
6.3 Toepassingsvoorbeeld
Een staande cilindrische (lineaire) tank heeft een inhoud van 2700
liter
De max. hoeveelheid is 2650 liter, de min. hoeveelheid is 50 Liter
De niveausensor in de tank is een druktransmitter (passief), die
een genormeerd 4 … 20 mA-signaal uitstuurt
Voor de verdere verwerking is een extra 4 … 20 mA-uitgangssig-
naal nodig
De vol- en leeginregeling werden direct in de sensor uitgevoerd,
de volgende waarden resulteerden:
Max. niveau (display max.) 20 mA = 2650 liter
Min. niveau (display min.) 4 mA = 50 liter
Relais 1 moet bij een niveau van 90% een afvoerpomp inschake-
len en deze bij een niveau van 10% weer uitschakelen.
1. Kies met de draaischakelaar de hierna beschreven functies.
2. Druk op een van beide [+/-]-bedieningstoetsen, het digitale dis-
play begint vervolgens te knipperen (wanneer de draaischakelaar
op "OPERATE" staat, hebben de [+/-]-toetsen geen functie)
3. Stel met de [+/-]-bedieningstoetsen de gewenste waarde in. Wan-
neer u de toets ingedrukt houdt, verandert het digitale display de
aanwijswaarde steeds sneller.
4. Sla uw instelling op door tegelijkertijd de [+/-]-toetsen in te druk-
ken
. Zet de geïntegreerde op de positie [8]. U kunt met de [+/-]-toetsen
tussen meetwaarde-uitgang 4 … 20 mA of 0 … 20 mA kiezen.
Voor het gegeven voorbeeld kiest u 4 - 20.
De display-aanwijzingen hebben de volgende betekenis:
0 - 20 = 0 … 20 mA
4 - 20 = 4 … 20 mA
. Sla de waarde op door de toetsen [+/-] tegelijkertijd in te drukken
De VEGAMET 381 heeft voor de schaalverdeling van de aanwijzing
de invoer nodig van de vulhoeveelheden bij 0% en bij 100%. De tank
hoeft daarvoor niet te worden gevuld of geleegd.
1. Zet de geïntegreerde op positie [7] (display min.)
2. Zet via de [+/-]-toetsen de waarde op 50
Algemene procedure
Stroomuitgang
Geschaalde aan
wijzing
bij 0%
22
6 In bedrijf nemen met de geïntegreerde aanwijs- en bedieningseenheid
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
3. Sla de waarde op, door beide toetsen tegelijkertijd in te drukken.
1. Zet de geïntegreerde op positie [6] (display max.)
2. Zet met de [+/-]-toetsen de waarde op 2650
3. Sla de waarde op, door beide toetsen tegelijkertijd in te drukken.
Omdat het bereik van de voorbeeldtank loopt van 50 tot 2650 liter,
heeft u alle cijfers van het digitale display nodig.
1. Zet de geïntegreerde op positie [5] (Decimal Point)
2. Door indrukken van de [+/-]-toetsen beweegt u de decimale punt
3. Sla de waarde op, door beide toetsen tegelijkertijd in te drukken.
Zet de geïntegreerde op positie [1] (relais 1 on). Voor het voor-
beeld kiest u met de [+/-]-toetsen de waarde 90,0 (90,0 %). Daar-
mee schakelt het interne relais 1 bij het bereiken van deze waarde
in. Sla de waarde op door beide toetsen tegelijkertijd in te drukken.
Zet de geïntegreerde op positie [2] (relais 1 o). Kies met de
[+/-]-toetsen de waarde 10,0 (10,0 %). Daardoor schakelt het
interne relais 1 bij het onderschrijden van deze waarde uit. De
betreende relaiscontrole-LED brandt bij aangetrokken relais.
Wanneer de schakelpunten te dicht bij elkaar liggen (<0,1 %) knip-
pert de bijbehorende LED. Het relais neemt de veilige toestand
aan. In de bedrijfsstand "OPERATE" wordt op het display een
storingsmelding gegeven.
Wanneer u aanvullende relais wilt aansturen, gaat u op dezelfde
manier te werk als bij relais 1. De posities voor de instelling van
de betreende relais kunt u in de lijst van de geïntegreerde onder
bediening vinden.
Opmerking:
Wanneer u de bedrijfsstand (d.w.z. de schakelfunctie van het relais)
wilt veranderen, moet u de on- en o-waarde verwisselen.
Geschaalde aanwijzing
bij 100%
Decimale punt
Relais
23
7 Service en storingen oplossen
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
7 Service en storingen oplossen
7.1 Onderhoud
Bij correct gebruik is bij normaal bedrijf geen bijzonder onderhoud
nodig.
7.2 Storingen oplossen
Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de installatie,
geschikte maatregelen voor het oplossen van optredende storingen
te nemen.
Er wordt een grote mate aan functionele betrouwbaarheid gewaar-
borgd. Toch kunnen er tijdens bedrijf storingen optreden. Deze
kunnen bijv. worden veroorzaakt door het volgende:
Meetwaarde van sensor niet correct
Voedingsspanning
Storingen op de kabels
De eerste maatregelen zijn de controle van het in-/uitgangssignaal en
de analyse van de storingsmeldingen via het display. De procedure
wordt hierna beschreven. In veel gevallen kunnen de oorzaken op
deze manier worden vastgesteld en kunnen de storingen worden
opgelost.
Wanneer deze maatregelen echter geen resultaat hebben, neem dan
in dringende gevallen contact op met de VEGA service-hotline onder
tel.nr.
+49 1805 858550.
De hotline staat ook buiten kantoortijden 7 dagen per week, 24 uur
per dag ter beschikking. Omdat wij deze service wereldwijd aanbie-
den, wordt deze in de Engelse taal verleend. De service is gratis,
alleen de normale telefoonkosten komen voor uw rekening.
De meetversterker en de aangesloten sensoren worden tijdens
bedrijf constant bewaakt en de tijdens de parametrering ingevoerde
waarden worden gecontroleerd op plausibiliteit. Bij het optreden van
onregelmatigheden of verkeerde parametrering wordt een storings-
melding gegeven. Bij een defect aan het instrument en kabelbreuk/
kortsluiting wordt de storingsmelding ook uitgestuurd.
In geval van storing wordt het fail-safe relais spanningsloos, de
storingsindicatie gaat branden en de stroomuitgang verspringt naar
22 mA. Bovendien wordt een van de volgende storingsmeldingen op
het display gegeven.
Error code Cause Rectication
E003 CRC-fout (fout bij
zelftest)
Reset uitvoeren
Instrument ter reparatie opsturen
E014
Sensorstroom > 21
mA of kabelkort-
sluiting
Sensor controleren bijv. op storings-
melding
Kabelkortsluiting oplossen
Gedrag bij storingen
Storingsoorzaken
Storingen verhelpen
24-uurs service hotline
Storingsmelding
24
7 Service en storingen oplossen
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Error code Cause Rectication
E015 Sensor in opstartfase
Sensorstroom < 3,6
mA of kabelbreuk
Sensor controleren bijv. op storings-
melding
Kabelbreuk oplossen
Aansluiting van de sensor contro-
leren
E016 Leeg-/volinregeling
verwisseld
Inregeling opnieuw uitvoeren
E017 Inregelbereik te klein
Inregeling opnieuw uitvoeren, daarbij
de afstand tussen min.- en max.-inre-
geling vergroten.
E021 Schaalbereik te klein
Schaalverdeling opnieuw instellen,
daarbij de afstand tussen min. en
max. schaal vergroten
E110 Relaisschakelpunten
te dicht bij elkaar
Vergroot het verschil tussen de beide
relaisschakelpunten
Afhankelijk van de oorzaak van de storing en de getroen maatrege-
len moeten eventueel de in het hoofdstuk "In bedrijf nemen" beschre-
ven handelingen weer worden uitgevoerd.
7.3 Procedure in geval van reparatie
Een formulier voor retourzenden van het instrument en gedetailleerde
informatie overr de procedure vindt u in het downloadgedeelte van
www.vega.com.
U helpt on zo, de reparatie snel en zonder tijdverlies vanwege vragen
uit te voeren.
Wanneer een reparatie nodig is, gaat u als volgt te werk:
Omschrijving van de opgetreden storing.
Het instrument schoonmaken en goed inpakken
Het ingevulde formulier en eventueel een veiligheidsspecicatie-
blad buiten op de verpakking aanbrengen.
Vraag het adres voor de retourzending op bij uw vertegenwoordi-
ging. Deze vindt u op onze homepage www.vega.com.
Gedrag na oplossen
storing
25
8 Demonteren
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
8 Demonteren
8.1 Demontagestappen
Houdt de hoofdstukken "Monteren" en "Op de voedingsspanning
aansluiten" aan en voer de daar genoemde handelingen uit in omge-
keerde volgorde.
8.2 Afvoeren
Het instrument bestaat uit materialen die door gespecialiseerde recy-
clingbedrijven weer kunnen worden hergebruikt. Wij hebben daarom
de elektronica eenvoudig demonteerbaar ontworpen en gebruiken
recyclebare materialen.
WEEE-richtlijn 2002/96/EG
Dit instrument valt niet onder de WEEE-richtlijn 2002/96/EG en de
betreende nationale wetgeving. Voer het instrument af direct naar
een gespecialiseerd recyclingbedrijf en gebruik daarvoor niet de
gemeentelijke vuilophaaldiensten. Deze mogen alleen voor privé
producten conform de WEEE-richtlijn worden gebruikt.
Een deskundige afvoer voorkomt negatieve eecten op mens en
milieu en maakt hergebruik van waardevolle grondstoen mogelijk.
Materialen: zie hoofdstuk "Technische gegevens"
Wanneer u niet de mogelijkheid heeft, het ouder instrument goed af te
voeren, neem dan met ons contact op voor terugname en afvoer.
26
9 Bijlage
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
9 Bijlage
9.1 Technische gegevens
Aanwijzingvoorgecerticeerdeinstrumenten
Voor gecerticeerde instrumenten (bijv. met Ex-certicering) gelden de technische gegevens in
de betreende veiligheidsinstructies. Deze kunnen in afzonderlijke gevallen afwijken van de hier
genoemde specicaties.
Algemenespecicaties
Model Inbouwapparaat voor montage in paneel, schakelkast of
behuizing.
Gewicht
400 g (0.882 lbs)
Materiaal behuizing Kunststof ABS/POM
Aansluitklemmen
Ʋ Type klemmen Schroefklem
Ʋ Max. aderdiameter 1,5 mm² (AWG 16)
Voedingsspanning
Bedrijfsspanning
Ʋ Nominale spanning AC 24 … 230 V (-15 %, +10 %) 50/60 Hz
Ʋ Nominale spanning DC 24 … 65 V DC (-15 %, +10 %)
Max. opgenomen vermogen 12 VA, 4 W
Sensoringang
Aantal sensoren
1 x 4 … 20 mA
Type ingang (omschakelbaar)
Ʋ Bedrijfsstand actief Sensorvoeding door VEGAMET 381
Ʋ Bedrijfsstand passief Sensor heeft eigen voedingsspanning
Meetwaarde-overdracht
4 … 20 mA
Meetafwijking
Ʋ Nauwkeurigheid ±20 µA (0,1 % van 20 mA)
Klemmenspanning bedrijfsstand actief 30 … 22 V bij 4 … 20 mA
Stroombegrenzing bedrijfsstand actief 30 mA
Inwendige weerstand bedrijfsstand
passief
< 250 Ω
Detectie kabelbreuk ≤ 3,6 mA
Detectie kabelkortsluiting ≥ 21 mA
Inregelbereik
Ʋ Leeginregeling 3,8 … 20,2 mA
Ʋ Volinregeling 4,1 … 20,5 mA
Ʋ Min. inregeldelta 300 µA
Aansluitkabel naar sensor Tweeaderige standaard kabel (afscherming aanbevolen)
27
9 Bijlage
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Relaisuitgangen
Aantal
2 x arbeidsrelais, 1 x fail-safe relais
Contact Potentiaalvrij wisselcontact
Contactmateriaal
AG NI 0,15 hard verguld
Schakelspanning min. 10 mV DC, max. 250 V AC/DC
Schakelstroom min. 10 µA DC, max. 3 A AC, 1 A DC
Schakelvermogen
1)
min. 50 mW, max. 500 VA, max. 54 W DC
Min. schakelhysterese 0,5 %
Stroomuitgang
Aantal
1 x uitgang
Bereik 0/4 … 20 mA
Resolutie 0,1 %/20 µA
Max. belasting 500 Ω
Storingsmelding 22 mA
Nauwkeurigheid ±25 µA (0,125 % von 20 mA)
Temperatuurfout (gerelateerd aan
20 mA)
0,01 %/K
Weergaven
Meetwaarde-aanwijzing
Ʋ LC-display (45 x 45 mm) Digitale en quasi-analoge aanwijzing
Ʋ Max. aanwijsbereik -9999 … 9999
LED-indicaties
Ʋ Status bedrijfsspanning 1 x LED groen
Ʋ Status storingsmelding 1 x LED rood
Ʋ Status arbeidsrelais 1/2 2 x LED geel
Bediening
Bedieningselementen 2 x toetsen, 1 x functiekeuzeschakelaar
Omgevingscondities
Omgevingstemperatuur
-20 … +60 °C (-4 … +140 °F)
Opslag- en transporttemperatuur -40 … +80 °C (-40 … +176 °F)
Relatieve luchtvochtigheid < 96 %
Elektrische veiligheidsmaatregelen
Beschermingsgraad
Ʋ Wand-, railmontage IP 20
Ʋ Paneelinbouw IP 40
1)
Wanneer inductieve lasten of hogere stromen worden geschakeld, wordt de goudlaag op de relaiscontactvlak-
ken permanent beschadigd. Het contact is daarna niet meer geschikt voor het schakelen van signaalcircuits.
28
9 Bijlage
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Overspanningscategorie (IEC 61010-1)
Ʋ Tot 2000 m (6562 ft) boven zeeniveau II
Ʋ Tot 5000 m (16404 ft) boven zeeni-
veau
II - alleen met voorgeschakelde overspanningsbeveili-
ging
Ʋ Tot 5000 m (16404 ft) boven zeeni-
veau
I
Veiligheidsklasse II
Vervuilingsgraad 2
Elektrische scheiding
Veilige scheiding conform VDE 0106 deel 1 tussen voedingsspanning, sensoringang en digitale
deel
Ʋ Nominale spanning 250 V
Ʋ Spanningsvastheid van de isolatie 3,75 kV
Galvanische scheiding tussen relaisuitgang en digitaal deel
Ʋ Nominale spanning 250 V
Ʋ Spanningsvastheid van de isolatie 4 kV
Toelatingen
Instrumenten met toelatingen kunnen afhankelijk van de uitvoering verschillende technische speci-
caties hebben.
Bij deze moeten daarom de bijbehorende toelatingsdocumenten worden aangehouden. Deze zijn
in de leveringsomvang opgenomen of kunnen via www.vega.com, "Instrument zoeken (serienum-
mer)" en via de algemene download-sectie worden gedownload.
9.2 Afmetingen
on
1
2
%
1
2
69 mm
(2.72")
2 mm
(0.08")
19 mm
(0.75")
96 mm (3.78")
102 mm (4.02")
111 mm (4.37")
92 mm (3.62")
96 mm (3.78")
29
9 Bijlage
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
9.3 Industrieel octrooirecht
VEGA product lines are global protected by industrial property rights. Further information see
www.vega.com.
VEGA Produktfamilien sind weltweit geschützt durch gewerbliche Schutzrechte.
Nähere Informationen unter www.vega.com.
Les lignes de produits VEGA sont globalement protégées par des droits de propriété intellectuel-
le. Pour plus d'informations, on pourra se référer au site www.vega.com.
VEGA lineas de productos están protegidas por los derechos en el campo de la propiedad indu-
strial. Para mayor información revise la pagina web www.vega.com.
Линии продукции фирмы ВЕГА защищаются по всему миру правами на интеллектуальную
собственность. Дальнейшую информацию смотрите на сайте www.vega.com.
VEGA系列产品在全球享有知识产权保护。
进一步信息请参见网站<www.vega.com
9.4 Handelsmerken
Alle gebruikte merken en handels- en bedrijfsnamen zijn eigendom van hun rechtmatige eigenaar/
auteur.
30
INDEX
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
INDEX
A
Aarding 13
Afscherming 13
D
Data-matrix-code 8
Demping 17, 20
DIN-railmontage 11, 12
DIN-railmontage 11, 12
Documentatie 8
Droogloopbeveiliging 19
F
Fabrieksinstelling 20
Formulier retourzenden instrument 24
Functiekeuzeschakelaar 17
H
Handleiding 9
HART-weerstand 15
I
Inbouwmogelijkheden 11
Ingang
Actief 14
Passief 14
Inregeling 17, 18, 24
Integratietijd 17, 20
K
Kabelbreuk 24
Kortsluiting kabel 23
L
Last 27
LC-display 27
N
Niveausignalering 19
O
Oset-correctie 18
Overvulbeveiliging 6, 19
P
Paneelinbouw 11
Potentiaalvereening 13
R
Recycling 25
Relais 17, 19, 22, 24, 27
Relaisuitgang
Fail-safe relais 23
Reparatie 24
Reset 20
S
Schaalverdeling 17, 20, 21, 22, 24
Schakelkast 12
Schroefmontage 11, 12
Sensoringang 26
Actief 14
Passief 14
Serienummer 8, 9
Service-hotline 23
Simulatie 20
Storing
Storingsmelding 23
Storingemelding 23
Storingsoorzaken 23
Stroomingang 18
Stroomuitgang 20, 21, 27
T
TÜV 6
Tweedraadssensor 18
Typeplaat 8, 9
V
VEGACONNECT 15
VEGA Tools-app 9
Verbindingskabel 13
Vierdraadsensor 18
W
WEEE-richtlijn 25
WHG 6
Z
Zelftest 17
31
Notes
VEGAMET 381 • 4 … 20 mA-meetversterker
27567-NL-170919
Printing date:
VEGA Grieshaber KG
Am Hohenstein 113
77761 Schiltach
Germany
27567-NL-170919
De gegevens omtrent leveromvang, toepassing, gebruik en bedrijfsomstandighe-
den van de sensoren en weergavesystemen geeft de stand van zaken weer op het
moment van drukken.
Wijzigingen voorbehouden
© VEGA Grieshaber KG, Schiltach/Germany 2017
Phone +49 7836 50-0
Fax +49 7836 50-201
www.vega.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32

Vega VEGAMET 381 Handleiding

Type
Handleiding