Volvo undefined Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

W E B E D I T I O N
S E N S U S N A V I G A T I O N
Type weg Kleur
Snelweg
Oranje
Hoofdweg
Donkergrijs
Kleinere hoofdweg
Grijs
Normale weg
Lichtgrijs
Lokale weg
Wit
Tekst en symbolen op het scherm
Gebeurtenis bij volgende begeleidingspunt
Afstand tot volgende begeleidingspunt
Naam van volgende weg/straat
Faciliteit/nuttige plaats (POI)
Eindbestemming geplande route
Tussenbestemming geplande route
Symbool voor bestemming/eindbestemming
Berekende aankomsttijd bij eindbestemming
Berekende resterende afstand tot bestemming
Kompas
Verkeersinformatie
Weg waarvoor verkeersinformatie geldt
Naam actuele weg/straat - bij actuele positie van de auto (15)
Geplande route
Actuele positie van de auto
Opgeslagen locatie
Schaal
SENSUS NAVIGATION
Sensus Navigation is een systeem voor
verkeersinformatie en navigatie op satel-
lietbasis.
Er vindt voortdurend productontwikkeling plaats
ter verbetering van ons product. Aanpassingen
kunnen ertoe leiden dat de gegevens, beschrijvin-
gen en illustraties in dit supplement afwijken van
de werkelijke uitrusting op uw auto. We behouden
ons het recht voor om zonder voorafgaande
mededeling wijzigingen aan te brengen.
Inhoud
2
01
01 Inleiding
Inleiding....................................................... 5
Sensus Navigation...................................... 6
Navigatie - bediening.................................. 9
Navigatie - schrijfwiel en toetsenbord...... 11
Navigatie - stembediening........................ 13
02
02 Bestemming, reisplan en
route aangeven
Navigatie - bestemming invoeren............. 16
Navigatie - symbolen voor nuttige plaat-
sen (POI).................................................... 20
Navigatie - reisplan................................... 21
Navigatie - route....................................... 22
Navigatie - route-opties............................ 24
Navigatie - kaart-opties............................ 27
Navigatie - routebegeleidingsopties......... 30
Navigatie - opgeslagen locaties importe-
ren/exporteren.......................................... 32
03
03 Verkeersinformatie
Navigatie - verkeersinformatie.................. 35
Inhoud
3
04
04 Kaart- en systeeminformatie
Navigatie - kaart- en systeeminformatie... 40
Navigatie - menu-overzicht....................... 41
Navigatie - storingsdiagnose.................... 45
Navigatie - licentieovereenkomst en
copyright................................................... 46
05
05 Alfabetisch register
Alfabetisch register................................... 50
I N L E I D I N G
01 Inleiding
01
* Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
5
Inleiding
Dit supplement vormt een aanvulling op de
reguliere gebruikershandleiding.
Raadpleeg bij twijfel over een van de auto-
functies eerst de gebruikershandleiding. Voor
antwoord op verdere vragen wordt geadvi-
seerd contact op te nemen met een dealer of
vertegenwoordiger van Volvo Car Corpora-
tion.
De specificaties, constructiegegevens en
afbeeldingen in dit supplement zijn niet bin-
dend. We behouden ons het recht voor om
zonder voorafgaande mededeling wijzigingen
aan te brengen.
© Volvo Car Corporation
Opties/accessoires
Alle soorten opties staan aangegeven met
een sterretje * in de gebruikershandleiding.
In het supplement staan behalve de stan-
daarduitrusting ook de opties (van fabrieks-
wege gemonteerde uitrusting) en bepaalde
accessoires (ingebouwde extra uitrusting)
beschreven.
De uitrusting die in het supplement beschre-
ven staat is niet op alle auto’s aanwezig –
welke uitrusting aanwezig is hangt af van de
verschillende behoeften op de diverse mark-
ten en de landelijke en/of regionale wet- en
regelgeving.
Neem bij twijfel over de standaarduitrusting of
opties/accessoires contact op met een Volvo-
dealer.
Gebruikershandleiding op mobiele
apparaten
N.B.
De gebruikershandleiding is te downloa-
den als app (geldt voor bepaalde modellen
en mobiele telefoons), zie
www.volvocars.com.
De app biedt tevens video’s en doorzoek-
bare informatie en eenvoudige navigatie
tussen de verschillende hoofdstukken.
01 Inleiding
01
6
* Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
Sensus Navigation
Basisbeschrijving en -overzicht van Sensus
Navigation.
Het navigatiesysteem berekent de route, de
reistijd en de afstand tot de gekozen bestem-
ming. Het systeem geeft begeleiding en
instructies bij knooppunten en dergelijke. Als
u tijdens de rit van de geplande route afwijkt,
berekent het systeem automatisch een
nieuwe route.
U kunt het navigatiesysteem gebruiken zon-
der een bestemming te hebben opgegeven.
Het systeem wordt met basisinstellingen
geleverd, maar start altijd met de laatst
gebruikte instellingen.
Volvo Sensus Navigation maakt gebruik van
het referentiesysteem WGS84 dat de positie
met lengte- en breedtegraad geeft.
Waar u op met letten
Het navigatiesysteem geeft informatie over de
route naar de gekozen bestemming. De bege-
leiding is echter niet altijd betrouwbaar,
omdat er situaties te bedenken zijn waar het
navigatiesysteem niet op berekend is zoals
plotselinge weersomslagen.
WAARSCHUWING
Denk aan het volgende:
Richt al uw aandacht op de weg en
concentreer u volledig op het rijden.
Neem de geldende verkeersregels in
acht en rijd voorzichtig.
Vanwege bijv. weersomstandigheden
of het jaargetijde kunnen bepaalde
aanbevelingen voor de route minder
betrouwbaar zijn.
Systeemoverzicht
Knoppenset op stuurwiel voor menufunc-
ties, volume en stembediening.
Op het beeldscherm verschijnen kaarten
en wordt gedetailleerde informatie ver-
strekt over de gekozen route, de afstand,
menu's en dergelijke.
Bedieningspaneel op middenconsole
voor activering van navigatiesysteem,
menufuncties en volume.
USB-aansluiting.
Microfoon voor stembediening.
Het geluid vanuit het navigatiesysteem wordt
doorgegeven via de luidsprekers voorin.
De afstandsbediening* is te gebruiken voor
alle functies van het navigatiesysteem. De
knoppen op de afstandsbediening hebben
dezelfde functies als de overeenkomstige
01 Inleiding
01
}}
7
knoppen op de middenconsole of de knop-
penset op het stuurwiel.
Kaartoverzicht
Voorbeelden van kaartweergaven van de actuele positie. Reisplan, kruispuntplattegrond en scrolstand zijn enkele van de mogelijke weergaven op het beeld-
scherm. NB De afbeeldingen zijn schematisch – onderdelen kunnen per softwareversie en markt verschillen.
||
01 Inleiding
01
8
Hoe de weergave eruitziet, hangt van de geo-
grafische positie en de verrichte instellingen
af. Daarbij valt te denken aan de kaartschaal,
weer te geven POI's en dergelijke.
Een uitleg van voorkomende tekst, borden en
symbolen op het beeldscherm vindt u aan de
binnenkant voorin van de omslag.
Bij het opstellen van een reisplan kunnen
drie alternatieve routes worden berekend,
zie (p. 24).
Gedetailleerde kruispuntplattegrond - op
de linker helft van het beeldscherm staat
een gedetailleerde uitvergroting van de
eerstvolgende kruising. De situatie wordt
altijd aangevuld met een gesproken mel-
ding, zie (p. 24).
Bepaald gebied mijden, zie (p. 24).
Scrolstand, zie (p. 9).
Gerelateerde informatie
Navigatie - bediening (p. 9)
Navigatie - stembediening (p. 13)
01 Inleiding
01
}}
* Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
9
Navigatie - bediening
Basisbediening van Sensus Navigation en
gebruiksvoorbeelden.
Het navigatiesysteem is te bedienen vanaf de
middenconsole, de stuurknoppen, de
afstandsbediening* en voor een deel via de
stembediening. Voor de basisbediening van
het systeem, zie de paragraaf "Audio en
media - systeembediening" in de gebruikers-
handleiding.
Activeren Sensus Navigation
Druk op de knop NAV op de middencon-
sole.
> Kort daarna wordt de kaart van het
actuele geografische gebied weerge-
geven waarop de auto wordt aange-
duid met een blauwe driehoek.
WAARSCHUWING
Denk aan het volgende:
Richt al uw aandacht op de weg en
concentreer u volledig op het rijden.
Neem de geldende verkeersregels in
acht en rijd voorzichtig.
Vanwege bijv. weersomstandigheden
of het jaargetijde kunnen bepaalde
aanbevelingen voor de route minder
betrouwbaar zijn.
Het navigatiesysteem is niet uit te schakelen
en blijft op de achtergrond werken – het
wordt pas uitgeschakeld wanneer u de trans-
pondersleutel uit het contactslot neemt.
N.B.
Het navigatiesysteem is ook met uitge-
schakelde motor toegankelijk. Bij een te
lage accuspanning wordt het systeem uit-
geschakeld.
Menu's
Het navigatiesysteem heeft behalve het bron-
menu en het snelkoppelingsmenu (zie de
paragraaf Menufuncties voor Audio en media
- systeembediening in de gebruikershandlei-
ding) ook een scrolmenu.
In de scrolstand verplaatst u met de nume-
rieke toetsen op de middenconsole een dra-
denkruis over de kaartweergave.
Scrolstand met dradenkruis
1
.
Scrolstand activeren/deactiveren
Activeren - druk op een van de numerieke
toetsen 0-9.
Deactiveren - druk op EXIT of NAV.
Schuiven
Druk op een van de numerieke cijfertoet-
sen 1-2-3-4-6-7-8-9 - in de kantlijnen
wordt een richtingspijl weergegeven in
combinatie met het cijfer dat moet wor-
den gebruikt om de kaart in de gewenste
richting te rollen.
Zoomen
Draai aan de draaiknop TUNE.
Kaart centreren
Wanneer u in de scrolstand op de
cijferknop 5 drukt, wordt de actuele
positie van de auto als middelpunt
van de kaartweergave gehanteerd.
Als er een reisplan met deelbestemmingen
actief is, wordt iedere keer dat u de knop
indrukt de actuele Deelbestemming als mid-
delpunt gehanteerd.
1
Geef aan of de gemarkeerde cursorpositie/dradenkruispositie moet worden aangegeven met naam of gps-coördinaten, zie (p. 27).
||
01 Inleiding
01
10
Scrolmenu
1. Druk in de scrolstand op OK/MENU.
> Er wordt een menu geopend voor de
locatie op de kaart dat het middelpunt
van het dradenkruis aangeeft.
2. Kies een functie:
Eén bestemming inst. - Verwijdert
eventuele eerdere bestemmingen uit
het reisplan en start de begeleiding op
de kaart.
Toevoegen als tussenbest. - Voegt
de gemarkeerde locatie aan het reis-
plan toe.
POI-informatie - geeft op het beeld-
scherm de naam en het adres weer
voor de POI die het dichtst bij het dra-
denkruis ligt. Voor meer informatie
over POI's, zie (p. 16).
Verkeersinfo op kaart - Biedt de
mogelijkheid om eventuele verkeersbe-
richten
2
rond de gemarkeerde locatie
te bekijken.
Informatie - Toont eventuele informa-
tie over de gemarkeerde locatie.
Opslaan - biedt de mogelijkheid om
de gemarkeerde locatie in het geheu-
gen op te slaan om deze te kunnen
aangeven als bestemming (p. 16).
Voorbeelden
Begeleiding naar de gewenste nuttige plaats
(POI):
1. Druk op NAV, als de kaartweergave niet
verschijnt.
> De kaartweergave verschijnt.
2. Druk op NAV.
> Het snelkoppelingsmenu wordt
geopend.
3.
Markeer
Nuttige plaats (POI) instellen
en bevestig uw keuze met OK/MENU.
4.
Markeer bijvoorbeeld
Rondom auto en
bevestig uw keuze met OK/MENU.
> Er verschijnt een lijst met treffers.
5.
Markeer bijvoorbeeld
Dichtstbijzijnde
bezienswaardigheid en bevestig uw
keuze met OK/MENU.
> Er verschijnt een lijst met treffers.
6. Markeer het gewenste alternatief in de
lijst en bevestig uw keuze met OK/
MENU.
> Er verschijnt een pop-upmenu.
7.
Markeer
Eén bestemming inst. en
bevestig uw keuze met OK/MENU.
> De begeleiding gaat van start - volg de
aanwijzingen.
Zie ook de voorbeelden van stembedie-
ning(p. 13) van het navigatiesysteem.
Gerelateerde informatie
Sensus Navigation (p. 6)
Navigatie - schrijfwiel en toetsenbord
(p. 11)
Navigatie - menu-overzicht (p. 41)
2
De service is niet voor alle gebieden/markten beschikbaar.
01 Inleiding
01
}}
11
Navigatie - storingsdiagnose (p. 45)
Navigatie - kaart- en systeeminformatie
(p. 40)
Navigatie - schrijfwiel en toetsenbord
Gebruik het schrijfwiel of het toetsenblok van
de middenconsole om tekst in te voeren en
opties te kiezen. Geef bijvoorbeeld informatie
over een adres of faciliteit aan.
Schermweergave met tekstveld voor willekeurige
tekst.
Een keuze activeren
Druk, nadat u de gewenste functie/menuregel
hebt gemarkeerd met de TUNE-knop, op OK/
MENU om het volgende niveau van functies/
opties te kunnen bekijken.
Tekst invoeren met schrijfwiel
Schrijfwiel.
1. Markeer een tekstveld.
2. Druk op OK/MENU om het schrijfwiel te
openen.
3. Kies de tekens met de TUNE-knop en
voer ze in met een druk OK/MENU.
||
01 Inleiding
01
12
Schrijven met numerieke toetsen
Numeriek toetsenblok
3
.
Een andere manier om tekens in te toetsen/
voeren is met behulp van de knoppen op de
middenconsole: 0-9, * en #.
Bij bijvoorbeeld een druk op 9 wordt
een kolom weergegeven met alle
tekens
4
onder deze toets, bijvoor-
beeld
w, x, y, z en 9. Bij snel indrukken van
de toets bladert u met de cursor door deze
tekens.
Stopt met de cursor op het gewenste
teken om het te kiezen - het teken wordt
op de schrijfregel weergegeven.
Wissen/annuleren met EXIT.
Meer mogelijkheden
N.B.
Grijs gekleurde tekens zijn niet te kiezen in
combinatie met de reeds ingevoerde
tekens.
In het ingeklapte menu van het schrijfwiel zit-
ten meer opties, zoals meerdere schrijftekens
en ook cijfers:
123/ABC + OK/MENU - het schrijfwiel
wisselt tussen cijfers en letters.
MEER + OK/MENU - de alternatieve
tekens verschijnen in het wiel.
=> + OK/MENU - de cursor wordt naar
de lijst aan de rechterkant van het scherm
verplaatst waar u een keuze kunt maken
met OK/MENU.
Postcode + OK/MENU - de cursor wordt
naar de lijst aan de rechterkant van het
scherm verplaatst waar u een keuze kunt
maken met OK/MENU, zie Bestemming
invoeren via postcode (p. 16).
Lijst met opties
Lijst die overeenkomt met de ingetoetste tekens.
Bij het zoeken wordt de lijst met mogelijke
alternatieven aangepast aan de ingevoerde
tekens.
Het cijfer "
149" in de rechter bovenhoek van
het beeldscherm geeft aan dat de lijst 149
mogelijke opties bevat die overeenkomen met
de ingevoerde letters "LON".
Geen lijst
Een lege lijst en de tekens "***" in de rechter
bovenhoek van het beeldscherm geven aan
dat het aantal beschikbare opties met de
ingevoerde tekens meer is dan 1000 - bij een
kleiner aantal worden de actuele opties auto-
matisch weergegeven.
Om het aantal opties in de lijst te verminde-
ren:
Voer meer tekens op de tekstregel in.
3
NB De afbeelding is schematisch – onderdelen kunnen per automodel en markt variëren.
4
De tekens op de toets kunnen per markt verschillen.
01 Inleiding
01
}}
13
Gerelateerde informatie
Navigatie - bediening (p. 9)
Navigatie - stembediening
Voorbeelden van stembediening van het navi-
gatiesysteem.
Voor een elementaire beschrijving van de
stembediening, zie de paragraaf "Audio en
media - stembediening" in de gebruikers-
handleiding.
De volgende dialogen zijn slechts voorbeel-
den. De systeemreacties kunnen per geval
verschillen.
Begeleiding starten
In de volgende dialoog met stemcommando's
start u de begeleiding volgens het aangege-
ven reisplan.
Zeg: "Start routebegeleiding".
>
Het systeem antwoordt: "
Begeleiding
starten".
Begeleiding annuleren
In de volgende dialoog met stemcommando's
annuleert u de begeleiding.
1.
Zeg: "
Routebegeleiding afbreken".
>
Het systeem antwoordt: "
Weet u
zeker dat u de begeleiding wilt
annuleren?".
2.
Zeg: "
Ja".
>
Het systeem antwoordt: "
Begeleiding
annuleren".
Bestemming invoeren via nuttige plaats
(POI)
In de volgende dialoog met stemcommando's
start u de begeleiding naar het dichtstbij-
zijnde tankstation. Het scenario is ook te
gebruiken voor andere nuttige plaatsen zoals
hotels en restaurants.
1.
Zeg: "
Dichtstbijzijnde tankstation.".
>
Het systeem antwoordt: "
Kies een
regelnummer of zeg volgende
pagina.".
2. Zeg het regelnummer van het tankstation
van uw keuze (bijvoorbeeld regel 5): "
5".
>
Het systeem antwoordt: "
Nummer 5
geaccepteerd. Wilt u de getoonde
bestemming invoeren als
deelbestemming?".
3.
Zeg: "
Ja".
> Het systeem antwoordt:
"
Deelbestemming 5 aangegeven.
Wilt u de begeleiding starten?".
4.
Zeg: "
Ja".
> De route wordt berekend, waarna de
begeleiding van start gaat.
Meer commando's
Meer commando's voor stembediening van
het navigatiesysteem vindt u door in de nor-
maalweergave voor MY CAR op OK/MENU
te drukken en Instellingen Instellingen
stembediening Lijst van
||
01 Inleiding
01
14
spraakcommando's
Navigatiecommando's te kiezen.
Gerelateerde informatie
Navigatie - bediening (p. 9)
B E S T E M M I N G , R E I S P L A N E N R O U T E A A N G E V E N
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
16
* Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
Navigatie - bestemming invoeren
Voer de bestemming in het navigatiesysteem
in.
Iedere keer dat u een bestemming invoert,
kunt u de bestemming opslaan als "opgesla-
gen locatie" of "thuis" zodat de hernieuwde
invoer van dezelfde bestemming eenvoudiger
kan verlopen. Het navigatiesysteem geeft
begeleiding naar een bestemming en u kunt
tot vier deelbestemmingen toevoegen aan het
reisplan. Over tal van bestemmingen kan het
navigatiesysteem ook aanvullende informatie
verstrekken via de menu-optie
Informatie.
Wanneer de auto een internetverbinding
heeft, kunt u via de app "Send to Car" kaart-
bestemmingen vanuit een webbrowser en via
de mobiele app Volvo On Call* versturen naar
het navigatiesysteem, zie gebruikershandlei-
ding en support.volvocars.com.
Om de volgende alternatieve methoden voor
invoer van deelbestemmingen te activeren
moet u in de normaalweergave voor de navi-
gatiebron op OK/MENU drukken en
Bestemming invoeren kiezen.
Bestemming invoeren via thuis
Let erop dat er eerder een thuisbestemming
moet zijn opgeslagen om "thuis" te kunnen
gebruiken.
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Huis.
> De begeleiding gaat van start.
Bestemming invoeren via adres
U kunt volstaan met het invoeren van een
plaats/stad om een reisplan met begeleiding
te krijgen – u wordt naar het centrum van de
plaats/stad geleid.
N.B.
De definitie van een stad of gebied kan
van land tot land en zelfs van regio tot
regio verschillen. In bepaalde gevallen
wordt er een gemeente bedoeld en in
andere gevallen een stadsdeel.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Adres.
2. Vul een of meer van de volgende zoekop-
ties in:
Land:
Stad:
Straat:
Nummer:
Kruispunt:
3. Kies voor meer informatie over een deel-
bestemming voor
Informatie en daarna
de gewenste informatie:
Kaart - Geeft aan waar op de kaart de
locatie zich bevindt, soms met aanvul-
lende informatie.
Nummer bellen
1
- Belt de faciliteit als
een telefoonnummer vermeld staat.
Online-info.
1
- Aanvullende informatie
wordt van internet gehaald.
1
Vereist een aangesloten mobiele telefoon, zie de gebruikershandleiding.
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
}}
17
4.
Kies
Opslaan gevolgd door Opgeslagen
positie of Huis om het adres op te slaan
in het geheugen.
5. Aangeven als deelbestemming of enige
bestemming:
Toevoegen als tussenbestemming -
voegt het adres aan het reisplan toe.
Eén bestemming inst. - Verwijdert
een eventuele eerdere bestemming uit
het reisplan en start de begeleiding
naar de actuele bestemming.
Bestemming invoeren via nuttige plaats
(POI)
POI (Point of Interest) wordt ook wel nuttige
plaats of faciliteit genoemd.
De kaartdatabase bevat een groot aantal te
zoeken POI's
2
die u als bestemming kunt
invoeren.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Nuttige plaats
(POI)
.
2. Zoek de nuttige plaats van uw keuze met
het volgende:
Met
Op naam springt u direct naar het
schrijfwiel om op de naam van een POI
te zoeken, bijvoorbeeld "Peppes
Bodega". Het zoekgebied is gelijk aan
het hele kaartgebied, bijvoorbeeld
EUROPA, zie Kaarten - inhoud(p. 40).
Op categorie biedt u de mogelijkheid
om de zoekopdracht naar POI's te ver-
fijnen – geef de gewenste categorie
(bijvoorbeeld bank/hotel/museum), de
naam, het land en/of de plaats/stad
aan.
Rondom auto - zoekt op POI's rond
de actuele positie van de auto.
Langs de route - zoekt op POI's
langs de berekende reisplan.
In de buurt van de bestemming -
zoekt op POI's in de buurt van de
bestemming.
Rondom kaartmarkering - zoekt op
POI's aan de hand van het dradenkruis
van de scrolfunctie – zie (p. 9).
Kies voor meer informatie over een deel-
bestemming voor
Informatie en daarna
de gewenste informatie.
3.
Kies
Opslaan gevolgd door Opgeslagen
positie of Huis om het adres op te slaan
in het geheugen.
4. Aangeven als deelbestemming of enige
bestemming:
Toevoegen als tussenbestemming -
voegt het adres aan het reisplan toe.
Eén bestemming inst. - Verwijdert
een eventuele eerdere bestemming uit
het reisplan en start de begeleiding
naar de actuele bestemming.
Bestemming invoeren via eerder
opgeslagen bestemming
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Vorige
bestemming
.
2. Kies een bestemming in de lijst.
Kies voor meer informatie over een deel-
bestemming voor
Informatie en daarna
de gewenste informatie.
U kunt de bestemmingen ook wissen,
kies Wis of Alles wissen.
3. Aangeven als deelbestemming of enige
bestemming:
Toevoegen als tussenbestemming -
voegt het adres aan het reisplan toe.
Eén bestemming inst. - Verwijdert
een eventuele eerdere bestemming uit
het reisplan en start de begeleiding
naar de actuele bestemming.
2
Om in te stellen welke POI's er op de kaart moeten worden weergegeven, zie de paragraaf Nuttige plaatsen (POI) op de kaart (p. 27).
||
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
18
Bestemming invoeren via eerder
opgeslagen locatie
Hier vindt u bestemmingen die zijn opgesla-
gen via de menu-optie
Opslaan
Opgeslagen positie.
Let erop dat de te kiezen bestemming eerder
moet zijn opgeslagen.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Opgeslagen
positie
.
2. Opgeslagen bestemming openen:
Routes - bijvoorbeeld opgenomen tra-
jecten.
Anders - bijvoorbeeld opgeslagen
locaties.
Kies voor meer informatie over een deel-
bestemming voor
Informatie en daarna
de gewenste informatie.
U kunt de opgeslagen bestemmingen ook
bewerken of wissen, kies Bewerken, Wis
of Alles wissen.
3. Aangeven als deelbestemming of enige
bestemming:
Toevoegen als tussenbestemming -
voegt het adres aan het reisplan toe.
Eén bestemming inst. - Verwijdert
een eventuele eerdere bestemming uit
het reisplan en start de begeleiding
naar de actuele bestemming.
Bestemming invoeren door het op
internet te zoeken
Vereist een internetverbinding, zie de gebrui-
kershandleiding
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Zoeken
internet
.
2. Volg de instructies op het beeldscherm.
Bestemming invoeren via postcode
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Postcode.
2. Voer de postcode en zo nodig ook het
land in.
Kies voor meer informatie over een deel-
bestemming voor
Informatie en daarna
de gewenste informatie.
3.
Kies
Opslaan gevolgd door Opgeslagen
positie of Huis om de bestemming op te
slaan in het geheugen.
4. Aangeven als deelbestemming of enige
bestemming:
Toevoegen als tussenbestemming -
voegt het adres aan het reisplan toe.
Eén bestemming inst. - Verwijdert
een eventuele eerdere bestemming uit
het reisplan en start de begeleiding
naar de actuele bestemming.
Bestemming invoeren via breedte- en
lengtegraden
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Breedte en
lengte
.
2. Kies eerst de notatie voor de gps-coördi-
naten met
Formaat::
DD°MM'SS'' - Positie met Graden,
Minuten en Seconden.
Decimaal - Positie met Decimalen.
3. Voer de locatie in.
Kies voor meer informatie over een deel-
bestemming voor
Informatie en daarna
de gewenste informatie.
4.
Kies Opslaan gevolgd door Opgeslagen
positie of Huis om het adres op te slaan
in het geheugen.
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
19
5. Aangeven als deelbestemming of enige
bestemming:
Toevoegen als tussenbestemming -
voegt het adres aan het reisplan toe.
Eén bestemming inst. - Verwijdert
een eventuele eerdere bestemming uit
het reisplan en start de begeleiding
naar de actuele bestemming.
Bestemming invoeren via een plaats op
de kaart
Cursorpositie aangeduid met gps-coördinaten.
Om over te gaan op de weergave van de naam,
kies
Instellingen Kaartopties Positie-
informatie
.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Markeren op
kaart
.
2. Zoek de gewenste plaats op de kaart op
en markeer deze met het dradenkruis, zie
de paragraaf Menu's(p. 9) .
3.
Druk op OK/MENU en kies
Opslaan
gevolgd door Opgeslagen positie of
Huis om het adres op te slaan in het
geheugen.
> De bestemming wordt opgeslagen als
een symbool/icoon op de kaart als de
functie
Opgeslagen locatie op kaart
is gekozen, zie de paragraaf Kaartop-
ties (p. 27).
4. Aangeven als deelbestemming of enige
bestemming:
Toevoegen als tussenbestemming -
voegt het adres aan het reisplan toe.
Eén bestemming inst. - Verwijdert
een eventuele eerdere bestemming uit
het reisplan en start de begeleiding
naar de actuele bestemming.
Bestemming invoeren via reisgids
Zoeken via de reisgids (Travel guide) houdt in
dat u kunt kiezen uit kant-en-klare suggesties
met variërend thema, bijvoorbeeld restau-
rants, toeristische routes of bezienswaardig-
heden.
Een reisgids wordt opgeslagen op een USB-
geheugen dat in de USB-aansluiting in het
opbergvak achter in de tunnelconsole moet
zitten.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Bestemming invoeren Travel guide.
Als de menu-optie niet op het scherm
verschijnt, zijn er geen suggesties voor
het gebied waar de auto zich bevindt of
het USB-geheugen is niet aangesloten.
2. Kies een reisgids via een van de volgende
categorieën:
Restaurants
Toeristische attracties
Hotels
Toeristische routes
Anders
3. De reisgids kan mogelijkheden bieden om
gegevens, beelden en audio weer te
geven, kies voor:
Details
Foto's
Audio afspelen
4.
Selecteer
Begeleiding starten.
Gerelateerde informatie
Navigatie - schrijfwiel en toetsenbord
(p. 11)
Navigatie - bediening (p. 9)
Navigatie - reisplan (p. 21)
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
20
Navigatie - symbolen voor nuttige
plaatsen (POI)
Hier ziet u voorbeelden van hoe symbolen
voor uiteenlopende nuttige plaatsen (POI)
eruit kunnen zien.
Om in te stellen welke POI-symbolen er op de
kaart moeten worden weergegeven, zie de
paragraaf Nuttige plaatsen (POI) op de kaart
(p. 27).
N.B.
Het symbool voor een POI, het aantal
POI’s en de POI-varianten kunnen per
markt verschillen.
Bij het bijwerken van kaartgegevens
worden er mogelijk symbolen toege-
voegd en andere verwijderd – in het
menusysteem onder
Instellingen
Kaartopties POI-symbolen
Gekozen kunt u altijd alle POI-symbo-
len voor het desbetreffende kaartsys-
teem doornemen.
Voorbeelden van POI-symbolen, gegroe-
peerd naar functie:
Autodealer/-reparatie
Benzinestation
Autoreparatie
Parkeerplaats
Bezienswaardigheid
Golf
Bioscoop
Pretpark
Recreatie
Restaurant
Bar of café
Winkelcentrum
Hotel
Spoorwegtransport
Treinstation
Toegangspunt treinverkeer
Vliegveld
Busstation
Veerboothaven
Overheids- of gemeenschappe-
lijke voorziening
Overheidsinstantie
Politie/nooddiensten
Bibliotheek
Ziekenhuis of medische instel-
ling
Apotheek
Pinautomaat
Geldautomaat/wisselkantoor
Postkantoor
Opleidingsinstelling
Gerelateerde informatie
Navigatie - bestemming invoeren (p. 16)
Navigatie - kaart-opties (p. 27)
Navigatie - routebegeleidingsopties
(p. 30)
Navigatie - kaart- en systeeminformatie
(p. 40)
Navigatie - opgeslagen locaties importe-
ren/exporteren (p. 32)
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
}}
21
Navigatie - reisplan
Reisplan opstellen en de begeleiding starten
voor navigatie naar de gekozen bestemming.
Bij opslag van een bestemming wordt een
reisplan opgesteld. Het systeem hanteert één
reisplan tegelijk met maximaal 4 deelbestem-
mingen.
Voor activering van het reisplan moet u een
bestemming hebben ingevoerd.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Routebeschrijving.
2.
Kies
Een ander tussenbest. toevoegen
als u deelbestemmingen in het reisplan
wenst.
U kunt maximaal 4 deelbestemmingen
toevoegen aan het reisplan. U kunt de
onderlinge volgorde aanpassen, zie de
paragraaf "Reisplan aanpassen" elders.
3. Als u informatie over een deelbestemming
wenst, markeer de desbetreffende deel-
bestemming, druk op OK/MENU en kies
Informatie.
4.
Selecteer
Begeleiding starten.
> Het actuele reisplan wordt geactiveerd
en de begeleiding gaat van start, op
voorwaarde dat de functie Routevoor-
stellen(p. 22) niet geactiveerd is.
5. Kies een route, als de functie Routevoor-
stellen wel geactiveerd is.
> Het actuele reisplan wordt geactiveerd
en de begeleiding gaat van start.
Begeleiding annuleren
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op NAV en kies
Begeleiding
beëindigen.
> De begeleiding wordt geannuleerd.
Begeleiding hervatten
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op NAV en kies
Begeleiding
hervatten.
> De begeleiding wordt voortgezet vanaf
het punt dat deze werd onderbroken.
Reisplan aanpassen
1. Markeer de deelbestemming en bevestig
met OK/MENU.
2. Geef aan wat u wilt aanpassen en wilt wij-
zigen:
Wis – verwijdert de deelbestemming.
Wijzig plaats in lijst – wijzigt de
onderlinge volgorde in het reisplan (zie
volgend kopje).
Opslaan – slaat de deelbestemming
op.
Volgorde deelbestemmingen wijzigen
1. Markeer de te verplaatsen deelbestem-
ming en bevestig met OK/MENU.
2.
Markeer
Wijzig plaats in lijst en bevestig
uw keuze met OK/MENU.
3. Draai aan TUNE om de deelbestemming
te verplaatsen naar een punt hoger/lager
in de lijst. Druk bij het bereiken van het
gewenste punt op OK/MENU.
||
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
22
Reisplan wissen
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op NAV en kies
Routebeschrijving Reisplan wissen.
> Het actuele reisplan inclusief deelbe-
stemming wordt gewist.
Gerelateerde informatie
Navigatie - bestemming invoeren (p. 16)
Navigatie - route (p. 22)
Navigatie - opgeslagen locaties importe-
ren/exporteren (p. 32)
Navigatie - route
De route is weer te geven in detail of in de
vorm van een overzicht en er zijn alternatieve
routes te kiezen. De route is ook op te nemen
voor opslag in het systeemgeheugen.
Route - vermijden
Met deze functie kunt u het eerstvolgende
traject van een route vermijden. De functie
werkt alleen, als er alternatieve straten/wegen
zijn, anders wordt het gemarkeerde gebied
geheel of gedeeltelijk genegeerd.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies Route
Mijden.
2. Kies de gewenste maatregel:
Gemarkeerd deeltraject.
Andere route – Het systeem berekent
een andere route en houdt rekening
met het te mijden traject.
Langer – Het te mijden deeltraject
wordt verlengd.
Korter – Het te mijden deeltraject
wordt verkort.
Wis – De gemarkeerde deeltrajecten
worden gewist en de oorspronkelijke
route wordt gehanteerd.
Alternatieve routes
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies Route
Alternat. routes naar bestemming.
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
}}
23
2. Kies een van de voorgestelde routes of
Routetype:
ECO met verkeersaanpassing - laag
brandstofverbruik
3
krijgt de prioriteit.
Snel - korte reistijd krijgt de prioriteit.
Snel met verkeersaanpassing - korte
reistijd met een minimum aan files
3
.
Kort - de kortst mogelijke reistijd krijgt
de prioriteit. De route kan ook langs
secundaire wegen voeren.
Route-overzicht
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies Route
Route-overzicht.
> Er verschijnt informatie over de deelbe-
stemmingen en de eindbestemming
van de route.
Gedetailleerde route-informatie
Hier verschijnen de onderdelen van een
etappe tussen twee deelbestemmingen, zoals
afritten en kruisingen.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies Route
Gedet. route-informatie.
> Er verschijnt informatie over de deelbe-
stemmingen en de eindbestemming
van de route.
Gedetailleerd deeltraject van een route.
2. In-/uitzoomen op de kaart en route staps-
gewijs doornemen:
Volgende – Naar het volgende deel-
traject.
Vorige – Naar het voorgaande deeltra-
ject.
Inzoomen/Uitzoomen – Vergroot/
verkleint de kaartweergave met het
actuele deeltraject.
Kaart met de resterende route
Deze functie geeft de resterende route aan.
3
Afhankelijk van de actuele verkeersinformatie.
||
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
24
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies Route
Kaart van resterende route.
> Er verschijnt een kaart met het reste-
rende traject van het reisplan vanaf de
actuele positie van de auto.
Voor de beschikbare functies en het gebruik,
zie de paragraaf Menu's(p. 9) .
Route opnemen
Route opnemen en opslaan in het geheugen
van het navigatiesysteem.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies Route
Route opnemen.
> De opname gaat van start. Tijdens de
opname staat het symbool "REC" op
het beeldscherm.
2. Druk om de opname te beëindigen op
OK/MENU en kies
Route Stoppen
met opnemen
.
> De opgenomen route wordt opgesla-
gen.
Opgenomen routes zijn te openen in het
menu Bestemming invoeren Opgeslagen
positie
Routes.
U kunt opgenomen bestanden exporteren/
wegschrijven naar een USB-geheugen
4
om ze
bijvoorbeeld te kunnen kopiëren naar het
gps-navigatiesysteem van een andere auto.
Voor meer informatie, zie (p. 32).
Gerelateerde informatie
Navigatie - reisplan (p. 21)
Navigatie - bediening (p. 9)
Navigatie - verkeersinformatie (p. 35)
Navigatie - storingsdiagnose (p. 45)
Navigatie - route-opties
De instellingen voor route-opties omvatten
onder meer routetype en het aantal route-
voorstellen.
Type route
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Routeopties.
2. Kies het routetype:
Snel met verkeersaanpassing -
korte reistijd met een minimum aan
files
5
.
Snel - korte reistijd krijgt de prioriteit.
Kort - de kortst mogelijke reistijd krijgt
de prioriteit. De route kan ook langs
secundaire wegen voeren.
ECO met verkeersaanpassing - laag
brandstofverbruik
5
krijgt de prioriteit.
4
Aan te sluiten in het opbergvak achter in de middenconsole.
5
Afhankelijk van de actuele verkeersinformatie.
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
}}
25
Nieuwe route op aanvraag
Opties voor herberekening van de route op
basis van verkeersinformatie.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Routeopties Andere
route op verzoek
.
2. Kies een functie:
Vakje aangevinkt - herberekende route
moet worden bevestigd met OK/
MENU of genegeerd met EXIT.
Vakje uitgevinkt - automatische herbe-
rekening van de route.
Routevoorstellen
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Routeopties
Voorgestelde routes.
2.
Routevoorstellen.
Kies de instelling voor het gebruik van
routevoorstellen:
1 - begeleiding direct starten voor het
aangegeven reisplan.
3 - het systeem komt met 3 routevoor-
stellen, waarvan u er één moet kiezen
voordat de begeleiding van start gaat.
Let erop dat het iets langer duurt voor-
dat de begeleiding van start gaat,
omdat het systeem 3 geschikte routes
moet berekenen.
Carpoolstrook gebruiken
6
Soms mogen personenauto's gebruik maken
van rijstroken die eigenlijk voorbehouden zijn
aan bussen en taxi's, op voorwaarde dat
meerdere mensen gebruik maken van deze
personenauto. Bij activering van deze functie
worden ook dergelijke rijstroken voor bussen
meegenomen bij de berekening van een
geschikte route.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Routeopties
Carpoolstrook gebruiken.
2. Kies de instelling voor het gebruik van de
carepoolstrook:
Nooit
Voor 2 personen
Meer dan 2 personen
Expresstrook
6
Soms mogen personenauto's gebruik maken
van rijstroken die eigenlijk voorbehouden zijn
aan bussen en taxi's, op voorwaarde dat de
personenauto aangemerkt is als "milieuauto"
of iets dergelijks. Bij activering van deze func-
tie worden ook dergelijke rijstroken voor bus-
sen meegenomen bij de berekening van een
geschikte route.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Routeopties
Doorrijstrook gebruiken.
6
De functie is alleen beschikbaar als dergelijke informatie in de kaartdatabase is opgenomen.
||
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
26
2. Kies de instelling voor het gebruik van de
expresstrook:
Vakje aangevinkt - expresstrook mee-
nemen in routeberekeningen.
Vakje uitgevinkt - expresstrook niet
meenemen.
Gebied mijden
6
Snelwegen zijn niet te deselecteren. Bij de
routeberekening zijn snelwegen altijd een van
de alternatieve routes.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Routeopties Gebied
mijden
.
2. Kies het te mijden gebied langs de route
(als het gewenste gebied al in de lijst met
eerder aangegeven gebieden staat, kunt
u verder gaan naar de volgende stap):
Gebied op kaart selecteren - kies
het gewenste gebied op de kaart, zie
voor meer informatie de paragraaf
"Mijdgebied aanmaken" elders.
Vanaf opgeslagen locatie - maak
een keuze uit de opgeslagen locaties.
> Uw keuze wordt toegevoegd aan de
lijst met de te mijden gebieden.
3.
Markeer het te mijden gebied op de kaart,
druk op OK/MENU en kies
Activeren.
U kunt gebieden hier ook Bewerken,
Deactiveren en Wis.
> Het gebied wordt vervolgens niet mee-
genomen tijdens de routeberekening.
Mijdgebied aanmaken
U kunt een mijdgebied direct op de kaart
markeren aan de hand van een rechthoekig
venster.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Routeopties Gebied
mijden
Gebied op kaart selecteren.
2. Scrol totdat de cursor in het gewenste
gebied staat.
3. Druk op OK/MENU.
> Er verschijnt een rood venster.
4. Draai aan TUNE om de venstergrootte
aan te passen.
5. Druk op OK/MENU, wanneer het venster
het te mijden gebied volledig dekt.
> Het gebied wordt toegevoegd aan de
lijst met de te mijden gebieden.
Om ervoor te zorgen dat het gebied niet
wordt meegenomen in de routeberekening
moet u het mijdgebied activeren, zie de para-
graaf "Gebied mijden" boven.
6
De functie is alleen beschikbaar als dergelijke informatie in de kaartdatabase is opgenomen.
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
}}
27
Bepaalde verkeerspunten mijden
6
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Routeopties:
Snelwegen mijden
Tolwegen mijden
Tunnels mijden
Veren mijden
Autotreinen mijden
Vignet-verplichting mijden
N.B.
In- en uitschakeling van deze opties
met een actief reisplan vindt mogelijk
met enige vertraging plaats doordat
het reisplan opnieuw moet worden
berekend.
Ook als u aangeeft dat u tunnels, tol-
wegen en snelwegen wilt vermijden,
kan het gebeuren dat deze toch wor-
den opgenomen wanneer er geen
goede alternatieven zijn.
Gerelateerde informatie
Navigatie - verkeersinformatie (p. 35)
Navigatie - reisplan (p. 21)
Navigatie - bestemming invoeren (p. 16)
Navigatie - bediening (p. 9)
Navigatie - kaart-opties
Hier kunt u instellingen verrichten voor de
kaartweergave en wat er moet worden weer-
gegeven.
Kaartweergave op volledig scherm
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Kaartopties Kaart op
volledig scherm tonen
.
2. Kies de kaartgrootte:
Vakje aangevinkt - kaartweergave over
het volledige beeldscherm.
Vakje uitgevinkt - autogegevens zoals
de binnentemperatuur of de beluis-
terde media worden onder of boven
aan het scherm weergegeven.
Kaartstand
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Kaartopties Type
kaart
.
2. Kies hoe de kaart op het beeldscherm
moet worden weergegeven:
Noorden boven - de kaart wordt altijd
met het noorden boven aan het beeld-
scherm weergegeven. Het autosym-
bool beweegt in de desbetreffende
windstreek op het scherm.
Kaart in rijrichting - het autosymbool
vormt het middelpunt en wijst altijd
omhoog op het beeldscherm. De
kaartweergave roteert onder het auto-
symbool en dat is gerelateerd aan hoe
de weg loopt.
3D-kaart basis - de kaart wordt
schuin van boven weergegeven met
het autosymbool in het midden en de
rijrichting wijst omhoog op het beeld-
scherm.
3D-kaart geavanceerd - identiek aan
de vorige optie met dat verschil dat
verschillende objecten, gebouwen
enzovoort worden weergegeven op het
kaartscherm.
6
De functie is alleen beschikbaar als dergelijke informatie in de kaartdatabase is opgenomen.
||
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
28
Informatie langs de snelweg
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Kaartopties
Snelweginformatie.
2. Kies een functie:
Vakje aangevinkt - wanneer de auto
over een snelweg rijdt, worden de
eerstvolgende drie (3) afritten naar bij-
voorbeeld een parkeerplaats of een
tankstation weergegeven. De afritten
worden dusdanig geordend dat de
eerstvolgende afrit onder in de lijst
staat.
Uitgevinkt vakje - functie uitgescha-
keld.
Informatie over de actuele positie
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Kaartopties Positie-
informatie
.
2. Kies positiegegevens:
Huidige straat - het beeldscherm
geeft de naam weer van de weg/straat
waar de auto/cursor zich bevindt.
Lengtegraad/breedtegraad - het
beeldscherm geeft de coördinaten
weer voor de positie waar de auto/
cursor zich bevindt.
Geen - het beeldscherm geeft geen
informatie weer voor de positie waar
de auto/cursor zich bevindt.
Kompas
Op de kaartweergave op het beeldscherm
staat een kompas die aangeeft in welke rich-
ting de voorkant van de auto wijst.
De rode punt van de kom-
pasnaald wijst in noordelijke
richting en de witte wijst naar
het zuiden. In plaats van gra-
fische weergave van de kom-
pasrichtingen kunt u ook kie-
zen voor weergave van de
windstreken met letters.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Kaartopties Kompas.
2. Geef aan of de kompasrichting moet wor-
den aangegeven met een kompasnaald of
met letters:
Grafisch - een kompasnaald geeft de
kompasrichting aan.
Tekst - de letters N voor noord, W
voor west, S voor zuid en E voor oost
geven de kompasrichting aan.
U kunt ook de kompasrichting van de kaart-
weergave – noorden of rijrichting bovenaan
– aanpassen, zie de paragraaf "Kaartstand
kompasrichting" eerder.
Nuttige plaatsen (POI) op de kaart
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Kaartopties POI-
symbolen
.
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
29
De gemarkeerde POI 's worden op de kaart
weergegeven.
2. Kies welke POI-symbolen op de kaart
moeten worden weergegeven:
Standaard - de POI's die u met de
functie Gekozen hebt gekozen, wor-
den weergegeven.
Gekozen – kies met de TUNE-knop +
OK elke POI die op het beeldscherm
moet worden weergegeven.
Geen - er worden geen POI's weerge-
geven.
Om de kaartweergave niet onnodig te compli-
ceren geldt een beperking voor het aantal
POI's dat gelijktijdig op het scherm kan wor-
den getoond – bij het inzoomen op een
bepaald gebied ziet u meerdere POI's.
Kaartkleuren
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Kaartopties
Kaartkleuren.
2. Kies de instelling voor de kaartkleuren:
Automatisch - een lichtsensor regis-
treert of er sprake is van dag of nacht
en past het beeldscherm automatisch
aan.
Dag - de kleuren en het contrast van
het beeldscherm worden helder en
scherp.
Nacht - de kleurweergave en het con-
trast van het beeldscherm worden
afgestemd voor optimaal zicht bij don-
ker.
Opgeslagen locatie op de kaart
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Kaartopties
Opgeslagen locatie op kaart.
> Er verschijnt een lijst met alle opgesla-
gen locaties.
Gerelateerde informatie
Navigatie - route-opties (p. 24)
Navigatie - routebegeleidingsopties
(p. 30)
Navigatie - kaart-opties (p. 27)
Navigatie - symbolen voor nuttige plaat-
sen (POI) (p. 20)
Navigatie - opgeslagen locaties importe-
ren/exporteren (p. 32)
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
30
Navigatie - routebegeleidingsopties
Hier kunt u instellingen verrichten voor de
presentatie van de begeleiding.
Aankomsttijd of resterende reistijd
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Weergave Aankomsttijd.
2. Kies een optie voor de tijdsaanduiding:
ETA - toont de berekende aankomst-
tijd
RTA - toont de resterende reistijd.
Straatnaam in stembegeleiding
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Straatnamen in gespr.begel..
2. Kies de inhoud van de begeleiding:
Vakje aangevinkt - afstand en richting
plus de namen van straten en wegen.
Vakje uitgevinkt - afstand en richting.
Navigeren met Turn-by-turn
7
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Turn-by-turn navigatie (Pijlen).
2. Kies de instelling voor de weergave op
het instrumentenpaneel:
Vakje aangevinkt - weergave van de
volgende manoeuvre in het reisplan
plus de resterende afstand.
Vakje uitgevinkt - geen weergave.
Verkeersinformatie automatisch
voorlezen
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Automatisch oplezen van verkeer.
2. Kies de instelling voor het voorlezen van
verkeersinformatie:
Vakje aangevinkt - belangrijke ver-
keersproblemen langs de route worden
voorgelezen.
Vakje uitgevinkt - voorleesfunctie niet
actief.
Automatische volumeaanpassing
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Audiovolume verlagen.
2. Kies de instelling voor de volumeaanpas-
sing:
Vakje aangevinkt - het volume van het
audio- en mediasysteem zoals dat van
de radio wordt gedempt, wanneer de
stembegeleiding informatie voorleest.
Vakje uitgevinkt - geen volumeaanpas-
sing.
7
Geldt alleen voor bepaalde modelvarianten.
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
}}
31
Stembegeleiding
Wanneer de auto tijdens de begeleiding een
kruising of een afrit nadert, klinkt een gespro-
ken bericht over de resterende afstand en het
type manoeuvre. Tegelijkertijd verschijnt er
een gedetailleerde kaart van het knooppunt.
De stembegeleiding wordt net voor het
knooppunt herhaald. Om een melding te her-
halen - druk 2 keer op de OK/MENU-knop.
Het volume kan met de volumeknop van de
geluidsinstallatie worden aangepast (tijdens
een gesproken melding).
N.B.
Stembegeleiding wordt niet gegeven tij-
dens gesprekken via een mobieltelefoon
met Bluetooth-verbinding.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Gesproken begeleiding.
2. Kies de instelling voor de stembegelei-
ding:
Vakje aangevinkt - afstand en eerstvol-
gend type manoeuvre worden voorge-
lezen.
Vakje uitgevinkt - geen stembegelei-
ding.
Eenvoudige stembegeleiding
Bij stembegeleiding worden er drie (3)
instructies gegeven voor iedere manoeuvre:
een voorbereidende instructie, een instructie
net voor de manoeuvre en de laatste instruc-
tie wanneer de manoeuvre moet worden uit-
gevoerd. Bij activering van eenvoudige stem-
begeleiding wordt voor iedere verkeersma-
noeuvre slechts één (1) instructie gegeven.
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Eenvoudige spraakbegeleiding.
2. Kies de instelling voor de stembegelei-
ding:
Vakje aangevinkt - één (1) begelei-
dingsinstructie voor ieder begelei-
dingspunt.
Vakje uitgevinkt - geen stembegelei-
ding.
Snelheidscamera
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Waarschuwing flitspaal.
2. Kies een functie:
Vakje aangevinkt - waarschuwing met
een akoestisch signaal en een symbool
bij het naderen van een snelheidsca-
mera.
Vakje uitgevinkt - geen waarschuwing.
N.B.
Welke informatie er op de kaart mag wor-
den weergegeven hangt af van de natio-
nale wetgeving. Breng voor actuele infor-
matie een bezoek aan
www.volvocars.com/navi.
N.B.
Let erop dat de op de verkeersborden
aangegeven maximumsnelheid soms
aangepast wordt en daarmee verschilt
van die in de database van het naviga-
tiesysteem.
De bestuurder is er altijd verantwoor-
delijk voor dat de geldende verkeers-
en snelheidsvoorschriften worden
nageleefd.
Signaal voor opgeslagen locatie
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Opgeslagen locatienotificatie.
||
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
32
2. Kies uit de opgeslagen locaties:
Vakje aangevinkt - een akoestisch sig-
naal bij het naderen van een opgesla-
gen locatie.
Vakje uitgevinkt - geen geluidssignaal.
Snelheidsbeperking
8
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Max.snelheden tonen.
2. Kies een functie:
Vakje aangevinkt - de geldende snel-
heidsbegrenzing verschijnt in de vorm
van een bord op het instrumentenpa-
neel
9
.
Vakje uitgevinkt - geen aanduiding op
het instrumentenpaneel.
Signaal voor POI tijdens een begeleide
route
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Kennisgeving reis-POI.
2. Kies een functie:
Vakje aangevinkt - een akoestisch sig-
naal bij het naderen van een POI die
deel uitmaakt van een Reisgids (p. 16).
Vakje uitgevinkt - geen geluidssignaal.
Signaal voor begeleide route
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Begeleidingsopties
Kennisgeving rondleiding.
2. Kies een functie:
Vakje aangevinkt - een akoestisch sig-
naal bij het naderen van een Reisgids
(p. 16).
Vakje uitgevinkt - geen geluidssignaal.
Gerelateerde informatie
Navigatie - verkeersinformatie (p. 35)
Navigatie - opgeslagen locaties
importeren/exporteren
Opgeslagen locaties importeren en/of expor-
teren.
Bij het importeren van POI's moet het
bestand de extensie .gpx hebben.
1. Sluit het USB-geheugen aan in het
opbergvak van de tunnelconsole.
2. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Opgeslagen loc.
importeren/exporteren
.
3. Geef aan wat u wilt importeren of expor-
teren.
8
Alleen auto's zonder Informatie verkeersborden.
9
Alleen wanneer de snelheidsinformatie in de kaartdatabase is opgeslagen.
02 Bestemming, reisplan en route aangeven
02
33
N.B.
Voor het aanvullen van de kaartdata-
base met POI-bestanden is enige
computerervaring vereist!
Het bestandsformaat van POI-bestan-
den en de manier waarop deze van
internet worden gehaald, worden
bepaald door de desbetreffende pro-
ducent/distributeur. Er is daarom geen
standaardproces voor het downloaden
van POI-bestanden. Om die reden kan
in deze gebruikershandleiding dan ook
geen exacte stapsgewijze beschrijving
worden opgenomen.
Bij vragen kunt u contact op nemen
met een Volvo-dealer.
Gerelateerde informatie
Navigatie - bestemming invoeren (p. 16)
Navigatie - reisplan (p. 21)
Navigatie - route (p. 22)
Navigatie - symbolen voor nuttige plaat-
sen (POI) (p. 20)
V E R K E E R S I N F O R M A T I E
03 Verkeersinformatie
03
}}
35
Navigatie - verkeersinformatie
Het navigatiesysteem krijgt voortdurend ver-
keersinformatie binnen via het Traffic Mes-
sage Channel (TMC) voor dynamische route-
begeleiding. Als er situaties ontstaan die de
voorgestelde route kunnen bemoeilijken (zoals
ongelukken of wegwerkzaamheden) wordt dit
weergegeven op het beeldscherm en als er
een bestemming is ingevoerd, wordt de route
opnieuw berekend. Herberekening kan auto-
matisch plaatsvinden of na bevestiging, zie
Nieuwe route op aanvraag (p. 24).
TMC is een gestandaardiseerd codesysteem
voor verkeersinformatie. De ontvanger zoekt
automatisch de juiste zendfrequentie op.
N.B.
TMC is niet in alle gebieden/landen
beschikbaar. Het dekkingsgebied van het
systeem wordt voortdurend uitgebreid
waardoor updaten soms noodzakelijk kan
zijn.
De weergave van verkeersinformatie hangt af
van de vraag of er wel of geen bestemming is
aangegeven.
Dit symbool op het beeld-
scherm geeft aan dat er ver-
keersinformatie beschikbaar
is binnen het actuele ont-
vangstgebied. De kleur van
het symbool geeft aan hoe
belangrijk de informatie is:
ROOD - de informatie wordt voorgelezen
en de positie staat aangegeven op de
kaart.
ORANJE - de informatie wordt niet voor-
gelezen, maar de positie staat wel aange-
geven op de kaart.
Dit symbool markeert de
positie van een verkeerspro-
bleem, zie voor meer infor-
matie de paragraaf "Ver-
keersinformatie - met inge-
voerde bestemming" > Ver-
keersinformatie op kaart.
N.B.
Verkeersinformatie is niet in alle gebieden/
landen beschikbaar.
Het aantal zendgebieden voor verkeersin-
formatie wordt voortdurend uitgebreid.
Activeren/deactiveren
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Verkeersinformatie.
2. Vink het vakje aan om de verkeersinfor-
matie te activeren of vink het vakje uit om
de verkeersinformatie te deactiveren.
Verkeersinformatie - zonder ingevoerde
bestemming
De functie biedt de mogelijkheid om zonder
invoer van een bestemming eventuele ver-
keersproblemen te tonen.
Opent de scrolfunctie op de kaart.
Verkeersinformatie op de kaart
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Verkeersinformatie Verkeer op
kaart
.
2. Ga naar het verkeersprobleem van uw
keuze met de scrolfunctie, zie onder-
staande beschrijving in de paragraaf Ver-
keersinformatie - met ingevoerde bestem-
ming > Verkeersinformatie op kaart.
||
03 Verkeersinformatie
03
36
Alle verkeer
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Verkeersinformatie Verkeer op
kaart
.
> Er verschijnt een lijst met alle verkeers-
meldingen binnen het ontvangstge-
bied.
2. Geef aan wat er moet verschijnen, zie de
onderstaande beschrijving in de para-
graaf Verkeersinformatie - met inge-
voerde bestemming> Alle verkeer.
Verkeersinformatie - met ingevoerde
bestemming
De functie toont na invoer van de bestem-
ming eventuele verkeersproblemen.
Verkeersinformatie voor de route
beluisteren
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Verkeersinformatie
Verkeersinformatie op route.
> Actuele verkeersberichten voor de
route worden voorgelezen.
Alle verkeer
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Verkeersinformatie Alle verkeer.
> Er verschijnt een lijst met alle verkeers-
meldingen binnen het ontvangstge-
bied. De verkeersinformatie wordt
eerst gegroepeerd op land (in grensge-
bieden), daarna op wegnummer en
vervolgens straatnaam.
2. Kies een verkeersprobleem (weg/straat)
en bevestig uw keuze met OK/MENU.
> Er verschijnt een lijst met verkeerspro-
blemen, met bovenaan het grootste
probleem, zoals volledige stremming
van een rijbaan.
3. Kies een verkeersprobleem en bevestig
uw keuze met OK/MENU.
> Er verschijnt aanvullende informatie
over het verkeersprobleem en de posi-
tie op de kaart wordt weergegeven. De
locatie van het actuele verkeerspro-
bleem geldt als middelpunt van de
kaartweergave.
Verkeersprobleem op de kaart.
Verkeersinformatie op de kaart
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Verkeersinformatie Verkeer op
kaart
.
2. Verschuif de kaart totdat het dradenkruis
recht op het verkeersincident/symbool
staat waarover u gedetailleerde informatie
wenst.
> Er verschijnt een geel kader rond het
symbool.
03 Verkeersinformatie
03
}}
37
3. Bevestig uw keuze door op OK/MENU te
drukken.
> Alle beschikbare gegevens verschij-
nen, zoals:
naam/nummer van de weg/straat
land
aard van het probleem
omvang van het probleem
duur van het probleem.
Als het dradenkruisvenster meerdere
verkeersproblemen bevat, wordt eerst
het probleem getoond dat het dichtst
bij het middelpunt van het dradenkruis
ligt.
Aanduidingen zoals "
2/5" boven aan
het beeldscherm geven aan dat de
desbetreffende informatie nummer 2 is
van in totaal 5 berichten voor het
gebied binnen het dradenkruis – u kunt
de overige berichten doorbladeren
door kort op OK/MENU te drukken.
Realtime informatie
1. Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Verkeersinformatie Verkeer op
kaart
.
> Realtime verkeersproblemen (twee
stuks in de voorgaande afbeelding)
gelden voor de actuele route.
2. Kies een verkeersprobleem en bevestig
uw keuze met OK/MENU.
> Er verschijnt aanvullende informatie
over het verkeersprobleem en de posi-
tie op de kaart wordt weergegeven. De
locatie van het actuele verkeerspro-
bleem geldt als middelpunt van de
kaartweergave.
Verkeersprobleem op de kaart.
Omvang van het verkeersprobleem
Sommige verkeersproblemen zijn niet gekop-
peld aan een bepaalde locatie maar gelden
voor een langer traject.
Naast het symbool voor de locatie van het
verkeersprobleem wordt het desbetreffende
traject gemarkeerd met een aantal rode kruis-
jes "xxxxx".
||
03 Verkeersinformatie
03
38
De lengte van de markering geeft de
omvang (het traject) van het verkeerspro-
bleem aan.
De kant waar de markering staat geeft
tevens aan op welke rijbaan het verkeers-
probleem zich voordoet.
Verkeersprobleem en de omvang ervan.
Grootte van gebied voor
verkeersinformatie
De kaartschaal bepaalt hoeveel verkeersinfor-
matie er kan worden weergegeven. Hoe gro-
ter het kaartgebied dat het scherm weergeeft,
hoe meer verkeersproblemen er kunnen wor-
den weergegeven.
Gerelateerde informatie
Navigatie - routebegeleidingsopties
(p. 30)
Navigatie - bestemming invoeren (p. 16)
Navigatie - reisplan (p. 21)
K A A R T - E N S Y S T E E M I N F O R M A T I E
04 Kaart- en systeeminformatie
04
40
Navigatie - kaart- en
systeeminformatie
Volvo biedt enkele hoofdkaarten voor ver-
schillende delen van de wereld. Een kaart
bevat kaart- en weggegevens met de bijbeho-
rende informatie.
Bij een update wordt nieuwe informatie over-
gezet naar het navigatiesysteem van de auto
en inactuele informatie verwijderd.
Systeeminformatie
Druk in de normaalweergave van de navi-
gatiebron op OK/MENU en kies
Instellingen Systeeminformatie.
> Er verschijnt een korte samenvatting
van de status van het navigatiesys-
teem, waaronder de actuele zender die
verkeersinformatie doorgeeft en de
gegevens en versie van de gebruikte
kaart.
Kaarten - inhoud
De kaartgegevens worden voortdurend aan-
gevuld en bijgewerkt.
N.B.
De kaartgegevens zijn niet voor alle gebie-
den/landen volledig.
Het dekkingsgebied van het systeem
wordt voortdurend uitgebreid waardoor
updaten soms noodzakelijk kan zijn.
Zie support.volvocars.com voor informatie
over kaarten en andere zaken die verband
houden met Sensus Navigation.
Kaartgebieden
Het navigatiesysteem van de auto is afhanke-
lijk van de markt. Neem voor hulp contact op
met een Volvo-dealer, als het kaartgebied
moet worden aangepast.
Kaarten bijwerken
De actuele kaartgegevens worden vanaf
internet
1
gedownload naar een USB-geheu-
gen
2
. De overdracht van de gedownloade
kaartupdate naar het navigatiesysteem van
de auto vindt vervolgens plaats via de USB-
aansluiting in het opbergvak achter in de tun-
nelconsole.
N.B.
Alvorens een kaartupdate te verrichten:
Neem eerst de informatie en instruc-
ties op internet door over het downloa-
den en installeren van de kaartupdate.
Neem bij vragen over kaartupdates contact
op met een Volvo-dealer of bezoek
support.volvocars.com.
1
Zie de informatie op support.volvocars.com.
2
Het USB-geheugen moet minimaal 20 GB aan vrije ruimte hebben.
04 Kaart- en systeeminformatie
04
}}
41
Update
Volg de aanwijzingen op het beeldscherm om
het navigatiesysteem bij te werken – het
scherm geeft het verloop van de update aan
en bovendien een schatting van de reste-
rende tijd.
N.B.
Tijdens de update zijn meerdere Infotain-
ment-functies uitgeschakeld of geredu-
ceerd.
1. Start de motor.
2. Sluit het USB-geheugen met de update
aan op de USB-aansluiting in de auto en
volg de aanwijzingen op het beeld-
scherm.
>
Op het display verschijnt
Kaartupdate
voltooid. Alle functies van het naviga-
tiesysteem zijn weer te gebruiken.
N.B.
Een update van de kaartgegevens kan u
nieuwe functies opleveren, die niet in deze
handleiding beschreven staan.
Onderbroken update voortzetten
Als de update niet klaar is als de motor wordt
afgezet, gaat het proces bij de volgende
motorstart verder vanaf het punt waarop het
werd afgebroken, op voorwaarde dat het
USB-geheugen nog is aangesloten. Is het
USB-geheugen niet meer aangesloten - start
de motor en sluit daarna het USB-geheugen
aan.
Na afloop van de update verschijnt
Kaartupdate voltooid op het beeldscherm.
Gerelateerde informatie
Navigatie - licentieovereenkomst en
copyright (p. 46)
Navigatie - storingsdiagnose (p. 45)
Sensus Navigation (p. 6)
Navigatie - menu-overzicht
Overzicht van mogelijke opties en instellingen
in de menu's van het navigatiesysteem.
Er worden drie menuniveaus getoond. Er zijn
meer submenu's mogelijk die in dat geval
beschreven staan in de desbetreffende para-
grafen.
Open het menusysteem door in de nor-
maalweergave van de navigatiebron op
OK/MENU te drukken.
Begeleidingsinstructie herha-
len
(p. 30)
Bestemming invoeren
(p. 16)
Huis
(p. 16)
||
04 Kaart- en systeeminformatie
04
42
Adres
Land:
Stad:
Straat:
Nummer:
Kruispunt:
Eén bestemming inst.
Toevoegen als tussen-
bestemming
Informatie
Opslaan
(p. 16)
Nuttige plaats (POI)
Op naam
Op categorie
Rondom auto
Langs de route
In de buurt van de
bestemming
Rondom kaartmarke-
ring
(p. 16)
Opgeslagen positie
Eén bestemming inst.
Bewerken
Wis
Alles wissen
(p. 16)
Vorige bestemming
Eén bestemming inst.
Toevoegen als tussen-
bestemming
Informatie
Opslaan
Wis
Alles wissen
(p. 16)
Zoeken internet
(p. 16)
Postcode
Land:
Postcode
Straat:
Nummer:
Kruispunt:
Eén bestemming inst.
Toevoegen als tussen-
bestemming
Informatie
Opslaan
(p. 16)
Breedte en lengte
Formaat:
Eén bestemming inst.
Toevoegen als tussen-
bestemming
Informatie
Opslaan
(p. 16)
Markeren op kaart
Eén bestemming inst.
Toevoegen als tussen-
bestemming
Opslaan
(p. 16)
04 Kaart- en systeeminformatie
04
}}
43
Travel guide
Begeleiding starten
Details
Foto's
Audio afspelen
Audio pauzeren
(p. 16)
Routebeschrijving
Routebeschrijving
Begeleiding starten
Een ander tussenbest.
toevoegen
Reisplan wissen
(p. 21)
Route
Mijden
Andere route
Langer
Korter
Wis
(p. 22)
Alternat. routes naar bestem-
ming
(p. 22)
Route-overzicht
(p. 22)
Gedet. route-informatie
Volgende
Vorige
Inzoomen
Uitzoomen
(p. 22)
Kaart van resterende route
(p. 22)
Route opnemen
of
Stoppen met opnemen
(p. 22)
Verkeersinformatie
(p. 35)
Alle verkeer
Verkeer op kaart
(p. 35)
Begeleiding beëindigen
of
Begeleiding hervatten
(p. 21)
Instellingen
Routeopties
Routetype
Andere route op ver-
zoek
Voorgestelde routes
Carpoolstrook gebrui-
ken
Doorrijstrook gebruiken
Gebied mijden
Snelwegen mijden
Tolwegen mijden
Tunnels mijden
Veren mijden
Autotreinen mijden
Vignet-verplichting mij-
den
(p. 24)
||
04 Kaart- en systeeminformatie
04
44
Kaartopties
Kaart op volledig
scherm tonen
Type kaart
Snelweginformatie
Positie-informatie
Kompas
POI-symbolen
Kaartkleuren
Opgeslagen locatie op
kaart
(p. 27)
Begeleidingsopties
Weergave Aankomsttijd
Straatnamen in
gespr.begel.
Turn-by-turn navigatie
(Pijlen)
Automatisch oplezen
van verkeer
Audiovolume verlagen
Gesproken begeleiding
Eenvoudige spraakbe-
geleiding
Waarschuwing flitspaal
Opgeslagen locatienoti-
ficatie
Kennisgeving reis-POI
Kennisgeving rondlei-
ding
(p. 30)
Systeeminformatie
(p. 40)
Opties FAV-toets
Zie de
para-
graaf
Favor-
ieten in
de
gebrui-
kers-
handlei-
ding.
Opgesl. loc. im-/exporteren
(p. 32)
Gerelateerde informatie
Navigatie - bediening (p. 9)
Sensus Navigation (p. 6)
04 Kaart- en systeeminformatie
04
}}
45
Navigatie - storingsdiagnose
Hier volgen enkele voorbeelden van situaties
waarin het kan lijken alsof het navigatiesys-
teem niet goed functioneert.
De positie van de auto op de kaart klopt
niet
Het navigatiesysteem geeft de positie van de
auto aan met een nauwkeurigheid van circa
20 meter.
Tijdens ritten op wegen die parallel lopen aan
een andere weg, kronkelwegen, wegen op
meerdere niveaus en na lange etappes zon-
der duidelijke bochten is de kans op fouten
groter.
Hoge bergen, gebouwen, tunnels, viaducten,
ongelijkvloerse wegen enzovoort hebben
daarnaast een negatieve invloed op de ont-
vangst van gps-signalen door het systeem,
wat betekent dat de nauwkeurigheid bij de
berekening van de positie van de auto kan
verslechteren.
Het systeem berekent niet altijd de
snelste/kortste weg
Bij het berekenen van de route wordt, om tot
de theoretisch gezien beste route te komen,
rekening gehouden met de afstand, de weg-
breedte, het wegtype, het aantal bochten
naar rechts of links, rotondes enzovoort.
Ervaring en lokale kennis kunnen echter een
efficiëntere route opleveren.
Het systeem gebruikt tolwegen,
snelwegen of veerverbindingen, terwijl
ik heb aangegeven dat ik die wil
vermijden
Bij het berekenen van routes over langere
afstanden kan het systeem om technische
redenen alleen gebruik maken van grote
wegen.
Als u ervoor hebt gekozen om tolwegen en
snelwegen te vermijden, worden deze voor
zover mogelijk vermeden en alleen gebruikt
als er geen ander, redelijk alternatief beschik-
baar is.
De positie van de auto op de kaart klopt
niet na transport
Als de auto is getransporteerd op bijvoor-
beeld een veerboot of een trein, of op een
andere wijze waarbij er geen gps-signalen
ontvangen konden worden, kan het maximaal
5 minuten duren tot de positie van de auto
correct wordt berekend.
De positie van de auto op de kaart klopt
niet na loskoppelen van de accu
Als de gps-antenne stroomloos is geweest,
kan het langer dan 5 minuten duren voordat
er sprake is van een correcte ontvangst van
gps-signalen en de positie van de auto bere-
kend wordt.
Het autosymbool op het scherm is
onrustig na verwisseling van een band
Naast de gps-ontvanger leveren ook de snel-
heidssensor van de auto en een gyrosensor
een bijdrage aan de berekening van de
actuele positie en rijrichting van de auto. Na
montage van een reservewiel en na wisselen
tussen zomer- en winterbanden moet het
systeem de afmetingen van de nieuwe wielen
"leren".
Om het systeem optimaal te laten functione-
ren, wordt daarom geadviseerd om, op een
geschikte plek, het stuur enkele keren volle-
dig te draaien terwijl u langzaam rijdt.
Het kaartbeeld komt niet overeen met
de werkelijke situatie
Het wegennet wordt voortdurend uitgebreid
en onderhouden, er kunnen nieuwe verkeers-
regels worden ingevoerd enzovoort. De kaart-
database is daarom niet altijd compleet.
De kaartgegevens worden voortdurend ver-
der ontwikkeld en bijgewerkt. Zie Kaarten bij-
werken (p. 40) om de nieuwste kaartgegevens
te downloaden. Zie ook
support.volvocars.com voor meer informatie
over kaarten en dergelijke.
De schaal van de kaart verandert soms
In bepaalde gebieden is er geen gedetail-
leerde kaartinformatie beschikbaar. Het sys-
teem verandert dan automatisch de vergro-
ting.
||
04 Kaart- en systeeminformatie
04
46
Het autosymbool op het scherm springt
vooruit of draait rond
Voordat u wegrijdt, kan het systeem enkele
seconden nodig hebben om de positie en
beweging van de auto te detecteren.
Schakel het systeem en de auto uit. Start
opnieuw, maar blijf dan even stilstaan voordat
u wegrijdt.
Ik ga een verre rit maken, maar wil geen
speciale route aangeven naar de
plaatsen waar ik langs wil rijden. Hoe
kan ik dan zo eenvoudig mogelijk een
reisplan bepalen?
Geef de bestemming rechtstreeks aan op de
kaart met behulp van het dradenkruis. Het
systeem leidt u automatisch naar de eindbe-
stemming, ook als u niet langs de deelbe-
stemmingen rijdt.
Mijn kaartinformatie is niet actueel
De kaartgegevens worden voortdurend ver-
der ontwikkeld en bijgewerkt. Zie Kaarten bij-
werken (p. 40) om de nieuwste kaartgegevens
te downloaden. Zie ook
support.volvocars.com voor meer informatie
over kaarten en dergelijke.
Hoe kan ik eenvoudig controleren welke
kaartversie er wordt gebruikt?
Ga in het menusysteem naar Instellingen
Systeeminformatie voor informatie over de
versie en het beschikbare geografische
gebied, zie (p. 40).
Gerelateerde informatie
Navigatie - kaart- en systeeminformatie
(p. 40)
Navigatie - route (p. 22)
Navigatie - route-opties (p. 24)
Navigatie - licentieovereenkomst en
copyright
Hier volgt de tekst van de overeenkomst tus-
sen Volvo en producenten/ontwikkelaars.
Auteursrecht
Europe
Austria
© Bundesamt für Eich- und
Vermessungswesen.
Contains content of Stadt Wien –
data.wien.gv.at, licensed in accordance with
http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/
legalcode .
Contains content of Statdt Linz –
data.linz.gv.at, licensed in accordance with
http://creativecommons.org/licenses /by/3.0/
legalcode .
Contains content of LINZ AG – data.linz.gv.at,
licensed in accordance with http://
creativecommons.org/licenses/by/3.0/
legalcode .
Belgium
Realized by means of Brussels UrbIS®© –
Distribution & Copyright CIRB, available at
http://www.cirb.irisnet.be/catalogue-de-
services/urbis/telechargement .
Includes content made available by AGIV.
Croatia
© EuroGeographics.
04 Kaart- en systeeminformatie
04
}}
47
Cyprus
© EuroGeographics.
Estonia
© EuroGeographics.
Finland
Contains data from the National Land Survey
of Finland Topographic Database 06/2012.
(Terms of Use available at http://
www.maanmittauslaitos.fi/en/
NLS_open_data_licence_version1_20120501)
.
Contains data that is made available by Itella
in accordance with the terms available at:
http://www.itella.fi/liitteet/palvelutjatuotteet/
yhteystietopalvelut/uusi_postal_
code_services_service_description_and_term
s_of-user.pdf. Retrieved by HERE 09/2013”.
France
Source: © IGN France 2009 – BD TOPO ®.
Germany
Die Grundlagendaten wurden mit
Genehmigung der zuständigen Behörden
entnommen.
Contains content of „Bayrische
Vermessungsverwaltung –
www.geodaten.bayern.de“, licensed in
accordance with http://creativecommons.org/
licenses/by/3.0/legalcode .
Contains content of “LGL, www.lgl-bw.de”,
licensed in accordance with http://
creativecommons.org/licenses/by/3.0/
legalcode .
Contains Content of “Stadt Köln –
offenedaten-koeln.de”, licensed in
accordance with http://creativecommons.org/
licenses/by/3.0/legalcode .
Great Britain
Contains Ordnance Survey data © Crown
copyright and database right 2010.
Contains Royal Mail data © Royal Mail
copyright and database right 2010.
Greece
Copyright Geomatics Ltd.
Guernsey
©The States of Guernsey
©Teh States of Alderney
©The Chief Pleas of Sark
©The Royal Court of Guernsey
Hungary
Copyright © 2003; Top-Map Ltd.
Ireland
Contains data made available by the Dublin
City Council Multi Story Car Parking Space
Availability as of 2013-11-02, licensed in
accordance with http://psi.gov.ie/files/
2010/03/PSI-Licence.pdf .
Italy
La Banca Dati Italiana è stata prodotta
usando quale riferimento anche cartografia
numerica ed al tratto prodotta e fornita dalla
Regione Toscana.
Contains data from Trasporto Passeggeri
Emilia-Romagna- S.p.A.
Includes content of Comune di Bolgona
licensed under http://creativecommons.org/
lice3nses/by/3.0/legalcode and updated by
licensee July 1, 2013.
Includes content of Comune di Cesena
licensed under http://creativecommons.org/
lice3nses/by/3.0/legalcode and updated by
licensee July 1, 2013.
Includes contents of Ministero della Salute,
and Regione Sicilia, licensed under http://
www.formez.it/iodl/ and updated by licensee
September 1, 2013.
Includes contents of Provincia di Enna,
Comune di Torino, Comune di Pisa, Comune
di Trapani, Comune di Vicenza, Regione
Lombardia, Regione Umbria, licensed under
http://www.dati.gov.it/iodl/2.0/ and updated
by licensee September 1, 2013.
Includes content of GeoforUs, licensed in
accordance with http://creativecommons.org/
licenses/by/3.0/legalcode .
Includes content of Comune di Milano,
licensed under http://creativecommons.org/
licenses/by/2.5/it/legalcode and updated by
licensee November 1, 2013.
||
04 Kaart- en systeeminformatie
04
48
Includes content of the “Comunità Montana
della Carnia”, licensed under http://
www.dati.gov.it/iodl/2.0/ and updated by
licensee December 1, 2013.
Includes content of “Agenzia per la mobilità”
licensed under http://creativecommons.org/
licenses/by/3.0/legalcode and updated by
licensee January 1, 2014.
Includes content of Regione Sardegna,
licensed under http://www.dati.gov.it/iodl/2.0/
and updated by licensee May 1, 2014
Latvia
© EuroGeographics.
Lithuania
© EuroGeographics.
Moldova
© EuroGeographics.
Norway
Copyright © 2000; Norwegian Mapping
Authority Includes data under the Norwegian
licence for Open Government data (NLOD),
available at http://data.norge.no/nlod/en/1.0 .
Contains information copyrighted by ©
Kartverket, made available in accordance
with http://creativecommons.org/
licenses/by/3.0/no/ .
Poland
© EuroGeographics.
Portugal
Source: IgeoE – Portugal.
Slovenia
© EuroGeographics.
Spain
Información geográfica propiedad del CNIG.
Contains data that is made available by the
Generalitat de Catalunya Government in
accordance with the terms available at http://
www.gencat.cat/web/eng/avis_legal.htm .
Retrieved by HERE 05/2013.
Contains content of Centro Municipal de
Informatica – Malaga, licensed in accordance
with http://creativecommons.org/
licenses/by /3.0/legalcode .
Contains content of Administración General
de la Comunidad Autónoma de Euskadi,
licensed in accordance with http://
creativecommons.org/licenses/by/3.0/
legalcode .
Sweden
Based upon electronic data © National Land
Survey Sweden.
Contains public data, licensed under Go
Open v1.0, available at http://
data.goteborg.se/goopen .
Switzerland
Topografische Grundlage: © Bundesamt für
Landestopographie.
Ukraine
© EuroGeographics.
United Kingdom
Contains public sector information licensed
under the Open Government License v.1.0
(see the license http://
www.nationalarchives.gov.uk/doc/open-
government-licence/).
Adapted from data from the Office for
National Statistics licensed under the Open
Government Licence v.1.0.
Gerelateerde informatie
Navigatie - kaart- en systeeminformatie
(p. 40)
Sensus Navigation (p. 6)
04 Kaart- en systeeminformatie
04
49
05 Alfabetisch register
05
50
A
Aankomsttijd.............................................. 30
Autotransport............................................. 45
B
Begeleiding annuleren............................... 21
Begeleiding hervatten................................ 21
Begeleiding starten.................................... 21
Bestemming............................................... 16
C
Copyright................................................... 46
F
Flitskast...................................................... 30
Flitspaal..................................................... 30
I
Instructie-opties......................................... 30
Instructie starten........................................ 21
K
Kaartgebieden........................................... 40
kaartgegevens........................................... 40
Kaart-opties............................................... 27
Kaartupdates............................................. 40
Kompas..................................................... 27
M
Menu’s
menu-overzicht navigatie..................... 41
scrolmenu............................................... 9
N
Nuttige plaatsen, zie ook POI.................... 20
P
POI
bestemming invoeren........................... 16
Symbolen.............................................. 20
R
Reisplan..................................................... 21
Reisplan verwijderen.................................. 21
reistijd........................................................ 30
Route......................................................... 22
alternatieve routes en route-overzicht.. 22
S
Schaal
wijzigen................................................. 35
Schrijfwiel.................................................. 11
Snelheidscamera....................................... 30
Stembediening........................................... 13
Stembegeleiding........................................ 30
Storingzoeken
sensus navigation................................. 45
05 Alfabetisch register
05
51
T
Toetsenbord.............................................. 11
U
USB-aansluiting........................................... 6
V
Verkeersinformatie..................................... 35
05 Alfabetisch register
05
52
TP 20531 (Dutch), AT 1546, MY16, Printed in Sweden, Göteborg 2016, Copyright © 2000-2016 Volvo Car Corporation
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56

Volvo undefined Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor