Canon LEGRIA HF R28 Handleiding

Categorie
Camcorders
Type
Handleiding
CEL-SR3XA280
HD Camcorder
Gebruiksaanwijzing
Y
2
Inleiding
Belangrijke gebruiksinstructies
WAARSCHUWING!
VOORKOM ELEKTRISCHE SCHOKKEN. VERWIJDER DAAROM DE AFDEKKING (OF
ACHTERZIJDE) NIET. IN HET APPARAAT BEVINDEN ZICH GEEN ONDERDELEN DIE
DE GEBRUIKER ZELF MAG OF KAN REPAREREN. LAAT DIT DOEN DOOR
GEKWALIFICEERD ONDERHOUDSPERSONEEL.
WAARSCHUWING!
VOORKOM BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN. STEL DIT PRODUCT DAAROM
NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT.
WAARSCHUWING MET BETREKKING TOT AUTEURSRECHTEN:
Als u zonder toestemming opnamen maakt van materialen waarop auteursrechten rusten,
wordt mogelijk inbreuk gemaakt op de rechten van de houders van de auteursrechten en op
auteursrechtwetten.
VOORZICHTIG:
VOORKOM ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN STORENDE INTERFERENTIES. GEBRUIK DAAROM
ALLEEN DE AANBEVOLEN ACCESSOIRES.
VOORZICHTIG:
HAAL DE STEKKER VAN HET NETSNOER UIT HET STOPCONTACT ALS U HET APPARAAT NIET
GEBRUIKT.
Voorkom elektrische schokken door het apparaat niet bloot te stellen aan waterdruppels of
waterspetters.
De stekker moet u gebruiken om het apparaat uit te schakelen. U moet de stekker direct
kunnen bereiken als zich een ongeval voordoet.
Als de compacte netadapter ingeschakeld is, mag u deze niet in een doek wikkelen of met een
doek afdekken, of in een besloten, te krappe ruimte leggen. Doet u dat wel, dan kan de
compacte netadapter te heet worden of de plastic behuizing vervormd raken, waardoor u
mogelijk bloot komt te staan aan elektrische schokken of brand kan optreden.
Het identificatieplaatje CA-110E bevindt zich aan de onderzijde.
De camcorder kan beschadigd raken als een ander apparaat dan de compacte
netadapter CA-110E wordt gebruikt.
VOORZICHTIG:
Er bestaat explosiegevaar als batterijen van een verkeerd type worden gebruikt. Gebruik
alleen batterijen van hetzelfde type.
Stel batterijen of het product niet bloot aan grote hitte zoals in het interieur van een auto
onder rechtstreeks zonlicht, brand, etc.
3
Uitsluitend bestemd voor de Europese Unie (en EER).
Met deze symbolen wordt aangegeven dat dit product in
overeenstemming met de AEEA-richtlijn (2002/96/EC), de richtlijn
2006/66/EC betreffende batterijen en accu's en/of de plaatselijk
geldende wetgeving waarin deze richtlijnen zijn geïmplementeerd,
niet bij het normale huisvuil mag worden weggegooid.
Dit product dient te worden ingeleverd bij een hiervoor aangewezen inzamelpunt, bijv.
door dit in te leveren bij een hiertoe erkend verkooppunt bij aankoop van een gelijksoortig
product, of bij een officiële inzameldienst voor de recycling van elektrische en
elektronische apparatuur (EEA) en batterijen en accu's. Door de potentiële gevaarlijke
stoffen die gewoonlijk gepaard gaan met EEA, kan onjuiste verwerking van dit type afval
mogelijk nadelige gevolgen hebben voor het milieu en de menselijke gezondheid. Uw
medewerking bij het op juiste wijze weggooien van dit product draagt bij tot effectief
gebruik van natuurlijke bronnen.
Voor verdere informatie over recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw
plaatselijke gemeente, afvaldienst, officiële dienst voor klein chemisch afval of
afvalstortplaats, of kunt u terecht op www.canon-europe.com/environment
.
(EER: Noorwegen, IJsland en Liechtenstein)
Informatie over handelsmerken
Het SD-, SDHC- en SDXC-logo zijn handelsmerken van SD-3C, LLC.
Microsoft en Windows zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de
VS en/of andere landen.
Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen.
“x.v.Color” en het “x.v.Color”-logo zijn handelsmerken.
HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn
handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC in
de Verenigde Staten en andere landen.
“AVCHD” en het “AVCHD”-logo zijn handelsmerken van Panasonic
Corporation en Sony Corporation.
Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories.
“Dolby” en het symbool met de dubbele D zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
YouTube is een handelsmerk van Google Inc.
Overige namen en producten die hierboven niet zijn vermeld, kunnen handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken zijn van de betreffende ondernemingen.
Dit apparaat omvat exFAT-technologie onder licentie van Microsoft.
ELK ANDER GEBRUIK VAN DIT PRODUCT DAN HET PERSOONLIJK GEBRUIK DOOR CONSUMENTEN IN
OVEREENSTEMMING MET DE MPEG-2-STANDAARD VOOR HET CODEREN VAN VIDEOINFORMATIE VOOR
VOORBESPEELDE MEDIA IS UITDRUKKELIJK VERBODEN, TENZIJ DE GEBRUIKER BESCHIKT OVER EEN LICENTIE
ONDER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE PATENTEN IN DE MPEG-2 PATENT PORTFOLIO. DEZE LICENTIE IS
VERKRIJGBAAR BIJ MPEG LA, L.L.C, 250 STEELE STREET, SUITE 300, DENVER, COLORADO 80206.
Voor dit product is een licentie verleend op basis van AT&T-patenten voor de MPEG-4-standaard en dit product
mag worden gebruikt voor het coderen van MPEG-4-compatibele video en/of decoderen van MPEG-4-
compatibele video die alleen (1) voor een persoonlijk en niet-commercieel doel was gecodeerd of (2) door een
video-leverancier op basis van AT&T-patenten was gecodeerd om MPEG-4-compatibele video te leveren. Voor
elk ander gebruik van de MPEG-4-standaard is, expliciet noch impliciet, geen licentie verleend.
4
Opwindende eigenschappen en
nieuwe functies
High-Definition Video
De Full High-Definition-sensor (Full HD
CMOS) van uw camcorder legt video vast
met een resolutie van 1.920 x 1.080
pixels
2
. Video’s worden vervolgens in
High-Definition opgeslagen in het
geheugen, met gebruik van AVCHD-
specificaties
3
.
Met uw nieuwe HD-camcorder legt u met groot gemak en veel plezier die
speciale momenten in uw leven vast met een verbluffende beeldkwaliteit
en levensechte kleuren!
//
Dual Flash-geheugen
Decoratie (0 92)
U kunt opnamen maken in het
interne geheugen of op
geheugenkaarten (0 33).
U kunt uw films verfraaien door
tekst, stempels of zelf gemaakte
tekeningen toe te voegen.
1
1.080
lijnen
1
“Full HD 1080” heeft betrekking op Canon-camcorders die in overeenstemming
zijn met High-Definition Video die is samengesteld uit 1.080 verticale pixels
(scanlijnen).
2
Video wordt alleen met deze resolutie opgenomen als de opnamemodus op MXP
of FXP staat. In een andere opnamemodus wordt de opname gemaakt met 1.440
x 1.080 pixels.
3
AVCHD is een standaard voor het opnemen van High-Definition Video. Bij
AVCHD-specificaties wordt het videosignaal opgenomen met gebruik van MPEG-
4 AVC/H.264-compressie en wordt het audiosignaal opgenomen in Dolby Digital.
5
Smart AUTO (0 40)
Smart AUTO selecteert automatisch de
beste scènestand voor de scène die u wilt
opnemen. U kunt altijd spectaculaire
opnamen maken zonder u te hoeven
bekommeren over de instellingen.
Video Snapshot
(0 66)
Opnemen van korte films en
deze rangschikken in een
videoclip in combinatie met uw
favoriete achtergrondmuziek.
Gezichtsdetectie
(0 64)
Beeldstabilisatie
De camcorder detecteert
automatisch gezichten van
mensen en past
dienovereenkomstig de
scherpstelling en andere
instellingen aan.
Dynamische beeldstabilisatie
(0 62) compenseert
camcordertrillingen als u video-
opnamen maakt terwijl u loopt.
Richt de camcorder op het
onderwerp en automatisch
worden de optimale
instellingen geselecteerd.
6
Genieten van uw opnamen op andere apparaten
Eye-Fi
SD
AVCHD
MPEG-2
Sluit de camcorder aan op
een HDTV (0 108)
Speel video
rechtstreeks af vanaf
de geheugenkaart.
AVCHD-compatibele HDTV’s en
digitale recorders met een SD-
geheugenkaartsleuf
4
.
Gebruik een Eye-Fi-kaart (0 124)
om uw opnamen draadloos te
uploaden naar uw computer of naar
een website waar u video’s deelt met
Sla uw opnamen
op of upload deze
naar het web.
Standard-
Definition
Converteer uw HD-films, in de camcorder zelf,
naar bestanden van het Standard-Definition-
formaat (0 118).
High-Definition
Gebruik de bijgeleverde PIXELA-software
(0 113, 118).
4
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het apparaat dat compatibel is met het
type geheugenkaart dat wordt gebruikt. Afhankelijk van het apparaat kan het
voorkomen dat opnamen niet correct worden afgespeeld, zelfs als het apparaat
AVCHD-compatibel is. In dat geval moet u de opnamen op de geheugenkaart
afspelen op de camcorder zelf.
7
8 Inhoudsopgave
Inleiding
4 Opwindende eigenschappen en nieuwe functies
12 Wat u moet weten over deze handleiding
14 Kennismaking met de camcorder
14 Bijgeleverde accessoires en CD-ROM’s
16 Namen van onderdelen
Voorbereidingen
19 Beginnen
19 De accu opladen
22 De accessoires voorbereiden
24 De stand en helderheid van het LCD-scherm bijstellen
26 Basisbediening van de camcorder
26 Gebruik van het touchscreen
27 Bedieningsstanden
29 Gebruik van de menu’s
31 Eerste instellingen
31 De datum en tijd instellen
32 De taal wijzigen
32 De tijdzone wijzigen
33 Bij gebruik van een geheugenkaart
33 Geheugenkaarten die u met de camcorder kunt gebruiken
35 Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen
36 Het geheugen voor de opnamen selecteren
37 Relay-opname van films
38 Het geheugen initialiseren
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 9
De Smart AUTO-stand
40 Elementaire opnamefuncties
40 Films opnemen en foto’s maken in de Smart AUTO-stand
44 Zoomen
46 Snelstartfunctie
Video
48 Elementaire weergavefuncties
48 Video afspelen
52 3D-bladeren
52 Het indexselectiescherm: Selecteren welke inhoud
u wilt afspelen
54 Datum-indexscherm en galerijscherm
54 Scènes verwijderen
56 Geavanceerde functies
56 Films opnemen in de flexibele opnamestand
57 De videokwaliteit selecteren (opnamemodus)
58 De beeldsnelheid selecteren
59 Opnameprogramma’s voor speciale scènes en
Programma AE
61 Cinemamodus: Aan uw opnamen een
cinematografisch karakter geven
62 Beeldstabilisatie
63 Pre-opname
64 Gezichtsdetectie
65 Aanraken & Volgen
66 Video Snapshot
67 Digitale effecten
68 Handmatige belichtingsinstelling
69 Handmatige scherpstelling
70 Tele-macro
71 Witbalans
72 Zelfontspanner
73 Audio-opnameniveau
74 Gebruik van een hoofdtelefoon
76 Het punt selecteren waar met afspelen moet worden
begonnen
10 Inhoudsopgave
77 Scènes of diashow afspelen in combinatie met
achtergrondmuziek
80 Schermgegevens en datacodering
81 Aan scènes een classificatie toewijzen
84 Bewerking van de galerij en scènes
84 Verhalen beheren
88 Video Snapshot-opnamen en foto’s maken van
filmscènes
90 Scènes splitsen
92 Scènes decoreren
Foto’s
97 Elementaire weergavefuncties
97 Foto’s bekijken
99 Foto’s verwijderen
101 Overige functies
101 Foto’s maken in de flexibele opnamestand
102 Fotoresolutie selecteren
103 Diashow
Externe aansluitingen
105 Aansluitpunten op de camcorder
106 Aansluitschema’s
108 Afspelen op een TV-scherm
110 Uw opnamen opslaan en delen
110 Opnamen kopiëren naar een geheugenkaart
113 Opnamen opslaan op een computer
116 Films opslaan op Standard-Definition-schijven (DVD)
117 Uw opnamen kopiëren naar een externe videorecorder
118 Films uploaden naar websites waar video’s worden
gedeeld
Inhoudsopgave 11
Overige informatie
126 Bijlage: Menu-opties - Overzicht
126 FUNC.-paneel
130 Instellingsmenu’s
141 Bijlage: Schermgegevens en pictogrammen
146 Problemen?
146 Problemen oplossen
153 Overzicht van berichten
160 Wat u wel en niet moet doen
160 Hoe u de camcorder moet behandelen
162 De ingebouwde batterij verwijderen
168 Voeding/overig
169 Gebruik van de camcorder in het buitenland
170 Algemene informatie
170 Accessoires
171 Optionele accessoires
174 Specificaties
179 Index
12 Inleiding
Wat u moet weten over deze handleiding
Bedankt dat u hebt gekozen voor de Canon LEGRIA HF R28 / LEGRIA
HF R27 / LEGRIA HF R26 / LEGRIA HF R206 / LEGRIA HF R205. Neem
deze handleiding zorgvuldig door voordat u de camcorder in gebruik
neemt en bewaar de handleiding op een gemakkelijk bereikbare plaats,
zodat u deze later altijd kunt raadplegen. Mocht uw camcorder niet
goed werken, raadpleeg dan de tabel Problemen oplossen (0 146).
Conventies die in deze handleiding worden toegepast
BELANGRIJK: Onder BELANGRIJK in deze handleiding wordt
een beschrijving gegeven van de voorzorgsmaatregelen die
betrekking hebben op de bediening van de camcorder.
OPMERKINGEN: Onder OPMERKINGEN in deze handleiding
wordt een beschrijving gegeven van de overige functies die een
aanvulling vormen op de basisbediening van de camcorder.
WAAR U OP MOET LETTEN: Beperkingen of vereisten voor de
beschreven functies.
0: Paginanummer ter referentie.
/ / : Tekst die alleen van toepassing is op modellen die
worden getoond in het pictogram.
Als u het pictogram r ziet, dan moet u ook de ‘Photo
Application’ Gebruiksaanwijzing raadplegen om de betreffende
procedure te voltooien. Deze gebruiksaanwijzing is inbegrepen als
PDF-bestand op de bijgeleverde supplementaire schijf.
In deze handleiding worden de volgende termen gebruikt:
Indien uit de tekst niet af te leiden is dat de term “geheugen”
betrekking heeft op enerzijds de “geheugenkaart” of anderzijds het
“interne geheugen”, dan heeft deze term betrekking op beide.
“Scherm” heeft betrekking op het LCD-scherm.
“Scène” heeft betrekking op één filmeenheid vanaf het moment
waarop u op de knop g drukt om met opnemen te
beginnen totdat u nog een keer op deze knop drukt om een pauze in
te lassen.
De termen “foto” en “stilbeeld” worden afwisselend gebruikt, maar
hebben dezelfde betekenis.
De foto’s in deze handleiding zijn gesimuleerde foto’s die zijn
gemaakt met een fotocamera. De afbeeldingen en
menupictogrammen hebben betrekking op de , tenzij anders
aangegeven.
Inleiding 13
Zelfontspanner
Op het scherm verschijnt n.
Herhaal dit en kies [B Uit] als u de zelfontspanner wilt
uitschakelen.
Voor films: Druk in de opnamepauzestand op g.
De camcorder begint op te nemen nadat 10 seconden is afgeteld. Op het
scherm ziet u dat er wordt afgeteld.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Zelftimer] 8
[A Aan n] 8 [a]
Voor foto’s: Druk op j, eerst slechts halverwege om de
automatische scherpstelling te activeren en daarna volledig.
De camcorder maakt de foto nadat 10 seconden is afgeteld. Op het
scherm ziet u dat er wordt afgeteld.
OPMERKINGEN
Zodra het aftellen is begonnen, wordt de zelfontspanner stopgezet door
een van de volgende handelingen:
j
Vierkante haakjes [ ] worden gebruikt
om te verwijzen naar
bedieningsknoppen en menu-opties
die u op het scherm aanraakt en
andere berichten en gegevens op het
scherm.
In deze gebruiksaanwijzing wordt met
aangegeven dat een functie beschikbaar is in
de vermelde bedieningsstand en wordt met
aangegeven dat de functie niet
beschikbaar is. Raadpleeg Bedieningsstanden
(0 27) voor meer informatie.
De namen van “harde”
knoppen en schakelaars op de
camcorder zelf worden
aangegeven met een “knop”-
kader.
Bijvoorbeeld z.
De pijl 8 wordt gebruikt om menuselecties af te
korten. Raadpleeg Gebruik van de menu’s (0 29)
voor meer informatie over het gebruik van de
menu’s. Raadpleeg de bijlage Menu-opties -
Overzicht (0 126) voor een beknopte samenvatting
van alle beschikbare menu-opties en instellingen.
14 Inleiding
Kennismaking met de camcorder
Bijgeleverde accessoires en CD-ROM’s
De volgende accessoires worden met de camcorder mee geleverd.
XCompacte netadapter CA-110E
(incl. netsnoer)
Accu BP-110 W
XUSB-kabel IFC-300PCU/S
Stereovideokabel STV-250N W
Gele • Rode • Witte stekkers
XHDMI-kabel HTC-100/S
Beknopte handleidingW
XStyluspen
Inleiding 15
De volgende CD-ROM’s en softwareprogramma’s zijn met de camcorder
mee geleverd.
•CD-ROM
1
Transfer Utility van PIXELA en installatiehandleiding voor
PIXELA-software
- Transfer Utility van PIXELA - Software voor het opslaan en kopiëren
van films en muziekbestanden die u kunt gebruiken als
achtergrondmuziek.
•CD-ROM
1, 2
VideoBrowser van PIXELA
- VideoBrowser van PIXELA - Software voor het beheren, bewerken en
afspelen van films.
•CD-ROM Y
Gebruiksaanwijzing/Photo Applications Ver.35
1
/
Muziekgegevens/Beeldmixgegevens (in deze gebruiksaanwijzing
“supplementaire schijf” genoemd)
- Gebruiksaanwijzing - De complete gebruiksaanwijzing van de
camcorder (dit PDF-bestand).
- Photo Application - Software voor het opslaan, beheren en afdrukken
van foto’s.
- Muziekgegevens - Muziekbestanden die u tijdens het afspelen kunt
gebruiken als achtergrondmuziek. Deze muziekbestanden zijn
uitsluitend voor gebruik met de bijgeleverde PIXELA-software. De
schijf kan niet worden afgespeeld op CD-spelers.
- Beeldmixgegevens - Beeldbestanden die u kunt gebruiken om te
mixen met live video voor de beeldmixfunctie.
1
De CD-ROM bevat de gebruiksaanwijzing van de software (in PDF-bestand).
2
Deze CD-ROM wordt niet mee geleverd met de .
16 Inleiding
Namen van onderdelen
1 RESET-knop (resetten) (0 150)
2 -knop (automatische stand)
(0 27)/ // WEB-knop
(publicatie op web) (0 118)
3 2 (opnemen/afspelen)-knop
(0 28)
4 VIDEO SNAP (Video Snapshot)-knop
(0 66)
5 DISP. (schermgegevens)-knop
(0 80)/
BATT. INFO-knop (accustatus)
(0 145)
6 USB-aansluitpunt (0 105, 108)
7 HDMI OUT-aansluitpunt (0 105, 106)
8 Geheugenkaartsleuf X (0 35)
9 Geheugenkaartsleuf Y (0 35)
Aq Afdekking dubbele geheugenkaartsleuf
Aa Afdekking aansluitpunten
As DC IN-aansluitpunt (0 19)
Ad COMPONENT OUT-aansluitpunt
(0 105, 107)
Af AV OUT-aansluitpunt (0 105, 107)/
X-aansluitpunt (hoofdtelefoon)
(0 74)
Ag Riembevestigingspunt (0 23)
Ah Handgreepriem (
0 22)
Aanzicht linkerzijde
Aanzicht rechterzijde
Inleiding 17
Aj Stereomicrofoon (0 73)
Ak Zoomregelaar (0 44)
Al PHOTO-knop (foto’s maken)
(0 40, 101)
Sq ACCESS-indicator (indicatie van
activiteit)(0 40, 56, 101)
Sa POWER-knop (aan/uit)
Ss ON/OFF (CHG) (oplaad)-indicator:
Groen – Aan
Oranje – Standby (0 46)
Rood – Bezig met opladen (0 19)
Sd LCD-touchscreen (0 24, 26)
LCD-paneel
Bovenaanzicht
Vooraanzicht
18 Inleiding
Sf Luidspreker (0 50)
Sg START/STOP-knop (0 40, 56)
Sh Aansluitpunt statief (0 161)
Sj Serienummer
Het serienummer bevindt zich op de
afdekking van het accucompartiment.
Sk Afdekking accucompartiment (0 19)
Sl Accucompartiment (0 19)
Onderaanzicht
Achteraanzicht
Voorbereidingen
19
Voorbereidingen
In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de elementaire
bedieningshandelingen, zoals het gebruik van het
aanraakpaneel, navigatie door menu’s, en de instellingen die u
de eerste keer moet verrichten. Zo raakt u snel vertrouwd met
de camcorder.
Beginnen
De accu opladen
De camcorder kan van stroom worden
voorzien met een accu of rechtstreeks
met de compacte netadapter. Als u de
accu voor de eerste keer in gebruik neemt
of wanneer u de accu lange tijd niet hebt
gebruikt, laad deze dan volledig op en
gebruik vervolgens de camcorder totdat
de accu geheel leeg is. Hiermee zorgt u
ervoor dat de resterende opnameduur
nauwkeurig wordt weergegeven.
Raadpleeg de tabellen op pagina 171 als
u wilt weten hoe lang het duurt voordat
de accu opgeladen is en hoe lang u
opnamen kunt maken en afspelen met
een volledig opgeladen accu.
1 Sluit het netsnoer aan op de
compacte netadapter.
2 Steek de compacte netadapter in een stopcontact.
3 Sluit de compacte netadapter aan op het DC IN-aansluitpunt van
de camcorder.
Als u een kabel van de compacte netadapter aansluit op de
camcorder, zorg er dan voor dat de driehoekmarkeringen op de
kabelconnector op één lijn staan met de driehoekmarkeringen op het
aansluitpunt op de camcorder ( ).
DC IN-
aansluitpunt
ON/OFF (CHG)-
(oplaad)-indicator
20 Voorbereidingen
4 Schuif de afdekking van het
accucompartiment weg van de lens
en open de afdekking.
5 Plaats de accu in zijn geheel in het
compartiment en druk zachtjes op
de accu totdat deze vast klikt.
6 Sluit de afdekking en schuif deze in
de richting van de lens totdat u een
klik hoort.
7 Het laden begint zodra de
camcorder is uitgeschakeld.
Indien de camcorder ingeschakeld
was, zal de groene ON/OFF (CHG)-
indicator uitgaan zodra u de
camcorder uitzet. Na een moment
gaat de ON/OFF (CHG)-indicator in
rood knipperen (accu bezig met
opladen). De rode ON/OFF (CHG)-
indicator gaat uit zodra de accu
volledig opgeladen is.
Indien de indicator snel knippert,
raadpleeg dan Problemen oplossen
(0 146).
4
5
6
Voorbereidingen 21
De accu verwijderen
1 Schuif de afdekking van het
accucompartiment weg van de
lens en open de afdekking.
2 Trek de rand van de accu
omhoog in de richting van de
pijl en trek de accu naar buiten.
3 Sluit de afdekking en schuif
deze in de richting van de lens
totdat u een klik hoort.
BELANGRIJK
Zet de camcorder uit voordat u de compacte netadapter aansluit of
verwijdert. Nadat u op x hebt gedrukt om de camcorder uit te
zetten, worden belangrijke gegevens bijgewerkt in het geheugen. Wacht
totdat de groene ON/OFF (CHG)-indicator uitgaat.
Sluit op het DC IN-aansluitpunt van de camcorder of op de compacte
netadapter geen elektrische apparatuur aan die niet uitdrukkelijk is
aanbevolen voor gebruik met deze camcorder.
Sluit de bijgeleverde compacte netadapter niet aan op
spanningsomzetters bij reizen naar andere continenten of op speciale
stroombronnen zoals die in vliegtuigen en schepen, DC-AC-omzetters,
etc. Anders kan het apparaat uitvallen of te heet worden.
OPMERKINGEN
De accu wordt alleen opgeladen als de camcorder uit staat.
Het verdient aanbeveling de accu op te laden bij een temperatuur
tussen 10 °C en 30 °C. De accu wordt niet opgeladen als de
temperatuur lager is dan circa 0 °C of hoger is dan circa 40 °C. Ook
wanneer de temperatuur van de accu zelf lager is dan circa 0 °C of
hoger is dan circa 40 °C, zal de accu niet kunnen worden opgeladen.
Als u tijdens het opladen de compacte netadapter uit het DC IN-
aansluitpunt of uit het stopcontact haalt, overtuig u er dan van of de
ON/OFF (CHG)-indicator uitgegaan is voordat u de compacte
netadapter weer aansluit op de camcorder of het stopcontact.
Als resterende accucapaciteit een probleem vormt, kunt u de
camcorder van stroom voorzien met de compacte netadapter, zodat de
accustroom niet wordt verbruikt.
22 Voorbereidingen
Opgeladen accu’s ontladen zich op natuurlijke wijze. Zorg er daarom
voor dat u de accu op de dag van gebruik, of de dag ervoor, oplaadt.
U bent dan verzekerd van een volle accu.
Wij raden u aan twee- tot driemaal zoveel opgeladen accu’s bij de hand
te houden dan u nodig denkt te hebben.
De accessoires voorbereiden
Handgreepriem
Maak de handgreepriem vast.
Stel de handgreepriem zo af dat u met uw
wijsvinger de zoomregelaar en met uw
duim de knop g kunt bereiken.
De handgreepriem verwijderen
1 Trek de klep van de gevoerde handgreep omhoog en maak de
riem los van het klittenband.
2 Trek de riem eerst uit de voorste beugel op de camcorder,
vervolgens uit de handgreep en tot slot uit de achterste beugel op
de camcorder.
Voorbereidingen 23
Styluspen
Riemen
Een optionele polsriem bevestigen
Voer het bevestigingsuiteinde van de
polsriem door de achterste beugel op
de camcorder, haal de polsriem
vervolgens door de lus en maak de riem
vast.
U kunt de polsriem uit oogpunt van
bedieningsgemak en bescherming ook
bevestigen aan het riembevestigingspunt
op de handgreepriem.
24 Voorbereidingen
Een optionele schouderriem bevestigen
Voer de uiteinden van de schouderriem door het riembevestigingspunt op
de handgreepriem en stel de lengte van de riem bij.
De stand en helderheid van het L CD-scherm bijstellen
Het LCD-paneel draaien
Open het LCD-paneel 90 graden
U kunt het paneel 90 graden naar beneden draaien.
U kunt het paneel 180 graden naar de lens draaien. 180 graden draaien
van het LCD-paneel komt van pas als u ook zelf in beeld wilt zijn
wanneer u opneemt met de zelfontspanner.
OPMERKINGEN
Over het LCD-scherm: Het scherm is gefabriceerd met uiterst verfijnde
technieken. Meer dan 99,99 % van de pixels functioneert correct.
Minder dan 0,01 % van de pixels kan af en toe mislukken of wordt
weergegeven als zwarte, rode, blauwe of groene punten. Dit heeft geen
invloed op het opgenomen beeld en betekent niet dat er problemen zijn.
180°
90°
Het onderwerp kan het LCD-scherm bekijken
180°
Voorbereidingen 25
LCD-achtergrondverlichting
Als u opnamen maakt op heldere plaatsen, kan het moeilijk zijn gebruik
te maken van het LCD-scherm. Zet de LCD-achtergrondverlichting aan
om het scherm helderder te maken.
Houd bij een ingeschakelde camcorder de knop h langer dan
2 seconden ingedrukt.
Herhaal deze actie om de LCD-achtergrondverlichting uit (normaal) of
aan (helder) te zetten.
•Als 6 8 [LCD-schermdimmer] is ingesteld op [A Aan] en u
langer dan 2 seconden op h drukt, dan wordt de schermdimmer
uitgeschakeld en keert het LCD-scherm terug naar de vorige
helderheidsinstelling.
OPMERKINGEN
De LCD-achtergrondverlichting heeft geen invloed op de helderheid van
uw opnamen.
Gebruik van de heldere instelling bekort de effectieve gebruiksduur van
de accu.
U kunt de helderheid van het LCD-scherm verder bijstellen met de optie
6 8 [Helderheid] of het scherm dimmen met de optie 6 8
[LCD-schermdimmer] om het scherm te kunnen gebruiken op plaatsen
waar het licht van het LCD-scherm hinderlijk is.
26 Voorbereidingen
Basisbediening van de camcorder
Gebruik van het touchscreen
Welke bedieningsknoppen en menu-onderdelen op het touchscreen
worden getoond, hangt af van de bedieningsstand en de taak die u
uitvoert. U kunt het touchscreen gemakkelijk bedienen met uw vinger
of met de bijgeleverde styluspen. Met de intuïtieve interface van het
touchscreen kunt u snel alle functies instellen.
Aanraken
Druk stevig op een element dat wordt
weergegeven op het touchscreen.
Wordt gebruikt om een scène in het
indexscherm af te spelen, een instelling
in menu’s te selecteren, het onderwerp
te selecteren dat de camcorder herkent
als het hoofdonderwerp van de scène,
etc.
Slepen
Schuif uw vinger, terwijl u druk
uitoefent, omhoog of omlaag of naar
links of naar rechts over het scherm.
Wordt gebruikt om door menu’s te
scrollen, door de pagina’s van een
indexscherm te bladeren of om
schuifregelaars zoals voor het volume
in te stellen.
BELANGRIJK
De camcorder maakt gebruik van een drukgevoelig touchscreen.
Druk met uw vingers stevig op het scherm als u het aanraakt om
een bedieningshandeling uit te voeren.
Als u hard op het touchscreen drukt, dan kan het gebied waarop u
drukt, wit of zwart worden. Dit is typerend voor een touchscreen en leidt
niet tot defecten. Ook is dit niet van nadelige invloed op uw opnamen.
Voorbereidingen 27
In de hieronder genoemde gevallen is het wellicht niet mogelijk om op
correcte wijze het touchscreen te bedienen.
- Als u het touchscreen aanraakt met natte handen, of wanneer u
handschoenen draagt of uw vingernagels of andere voorwerpen met
harde punten (bijvoorbeeld ballpoints) dan de styluspen gebruikt.
- Als u excessief veel druk op het scherm uitoefent of het scherm met
kracht bekrast.
- Als u een beschermfolie of klevende film op het scherm aanbrengt.
Bedieningsstanden
Opnamen maken
De camcorder biedt twee basisstanden voor het maken van video-
opnamen en foto’s: de Smart AUTO-stand ( ) voor beginners of als
u zich niet druk wilt maken over gedetailleerde camcorderinstellingen,
en de flexibele opnamestand ( ) waarmee u de camcorder precies
zo kunt instellen zoals u dat wilt. Druk op de -knop als u de
camcorder in de stand wilt zetten en druk deze knop nogmaals in
als u wilt teruggaan naar de stand . In beide standen kunt u films
opnemen door op g te drukken of foto’s maken door op
j te drukken.
* Welk pictogram voor de stand wordt weergegeven, wordt bepaald door de
optimale stand die wordt geselecteerd door de functie Smart AUTO.
Bedieningsstand Schermpictogram Functie
*
Gemakkelijk films opnemen en foto’s maken
(0 40).
Films opnemen (0 56) en foto’s maken (0 101)
terwijl u gebruik kunt maken van alle menu’s en
geavanceerde functies.
28 Voorbereidingen
Opnamen afspelen
Druk op de S-knop (opnemen/afspelen) als u van de
opnamestand naar de afspeelstand wilt gaan of omgekeerd. U kunt op
S drukken als de camcorder uitgeschakeld is om deze direct in de
afspeelstand in te schakelen.
OPMERKINGEN
Als u overschakelt naar een afspeelstand, dan zal het geheugen dat
wordt geselecteerd voor het afspelen van opnamen, hetzelfde zijn als
het geheugen dat op dat moment is toegewezen voor het maken van
opnamen.
Bedieningsstand Schermpictogram Functie
Druk op S. Films afspelen (0 48).
Druk op S, raak
[b] aan en
vervolgens [2 Foto’s]
Foto’s bekijken (0 97).
Voorbereidingen 29
Gebruik van de menu’s
Veel camcorderfuncties kunt u instellen met het FUNC.-paneel en de
instellingsmenu’s. In de stand zijn de meeste menu’s echter niet
toegankelijk en worden, met enkele uitzonderingen, de meeste menu-
instellingen teruggezet naar de standaardwaarde.
Raadpleeg de bijlage Menu-opties - Overzicht (0 126) voor informatie
over de beschikbare menu-opties en instellingen.
Het FUNC.-paneel en bewerkingspaneel
In de stand en toont het FUNC.-paneel een handig
overzicht van vaak gebruikte opnamefuncties. Raak [FUNC.] aan als u
het FUNC.-paneel wilt openen en raak vervolgens de functie aan die u
wilt instellen of wijzigen.
Het kan nodig zijn om uw vinger omhoog en omlaag over het scherm te
slepen om de bedieningsknop van de gewenste functie te vinden.
Raak in de stand en de optie [Bew.] aan om een
vergelijkbaar paneel op te roepen dat de diverse procedures bevat die
beschikbaar zijn en raak vervolgens de bedieningsknop van de
gewenste procedure aan.
Raak de bedienings-
knop van de
gewenste functie
aan
FUNC.-paneel in de stand
Bewerkingspaneel in de stand
Raak de bedienings-
knop van de
gewenste functie aan
30 Voorbereidingen
De instellingsmenu’s
1 Alleen in de stand : Raak
[FUNC.] aan.
2 Raak [MENU] aan om de
instellingsmenu’s te openen.
3 Raak de tab van het gewenste
menu aan.
4 Sleep uw vinger omhoog en
omlaag om de instelling die u wilt
wijzigen, in de oranje selectiebalk te brengen.
Niet-beschikbare menu-onderdelen worden gedimd getoond.
Als het gewenste menu-onderdeel verschijnt, kunt u dit aanraken om
het omlaag naar de oranje balk te brengen.
5 Als het gewenste menu-onderdeel zich in de selectiebalk bevindt,
raak dan aan de rechterzijde het oranje kader aan.
6 Raak de gewenste optie aan en raak [a] aan.
U kunt op elk gewenst moment [a] aanraken om het menu te sluiten.
Voorbereidingen 31
Eerste instellingen
De datum en tijd instellen
U moet de datum en tijd van de
camcorder instellen voordat u de
camcorder kunt gebruiken. Het scherm
[Date/Time-Datum/Tijd] (scherm voor
instellen van datum en tijd) verschijnt
automatisch als de klok van de
camcorder niet ingesteld is.
Als het scherm [Date/Time-Datum/Tijd] verschijnt, wordt op het scherm
het jaar getoond als het eerst geselecteerde onderdeel.
1 Raak een veld aan dat u wilt wijzigen (jaar, maand, dag, uren of
minuten).
2 Raak [Z] of [O] aan om het veld zo nodig te wijzigen.
3 Stel de juiste datum en tijd in door alle velden op dezelfde wijze te
wijzigen.
4 Raak [Y.M.D/J.M.D], [M.D,Y/M.D,J] of [D.M.Y/D.M.J] aan om de
door u gewenste datumnotatie te selecteren.
5 Raak [24H] aan om de 24-uurs klok te gebruiken of laat deze optie
zoals deze is om de 12-uurs klok te gebruiken (AM/PM).
6 Raak [OK] aan om de klok te starten en het instellingsscherm te
sluiten.
OPMERKINGEN
Als u de camcorder circa 3 maanden niet gebruikt, raakt de
ingebouwde oplaadbare lithiumbatterij mogelijk geheel leeg en verliest u
daardoor de datum- en tijdinstelling. Laad in dat geval de ingebouwde
lithiumbatterij op (0 163) en stel opnieuw de tijdzone, datum en tijd in.
Als u de datum en tijd op een later tijdstip wilt wijzigen (dus niet tijdens
de allereerste instelling zoals hier is beschreven), open dan het scherm
[Date/Time-Datum/Tijd] vanuit de instellingsmenu’s:
* Alleen als u de procedure uitvoert in de stand .
[FUNC.]* 8 [MENU] 8 6 8 [Date/Time-Datum/Tijd]
32 Voorbereidingen
De taal wijzigen
De standaardtaal van de camcorder is Engels. U kunt 27 andere talen
kiezen.
* Alleen als u de procedure uitvoert in een opnamestand.
**Als u de taal van de camcorder hebt gewijzigd in Engels, selecteer dan 6 8
[Language a/Taal] om de taal te wijzigen.
OPMERKINGEN
Sommige bedieningsknoppen, zoals [ZOOM], [FUNC.] of [MENU],
worden getoond in het Engels, ongeacht de geselecteerde taal.
De tijdzone wijzigen
Kies de tijdzone die bij uw locatie past. De standaardinstelling is Parijs.
1 Open het scherm [Tijdzone/DST].
* Alleen als u de procedure uitvoert in de stand .
2Raak [S] aan om de tijdzone van uw land te selecteren, of [V]
om de tijdzone van uw bestemming te selecteren wanneer u op
reis bent.
3Raak [Z] of [O] aan om de gewenste tijdzone te selecteren. Raak
[U] aan om de zomertijd in te stellen als dat van toepassing is.
4Raak [a] aan om het menu te sluiten.
Bedieningsstanden:
[FUNC.]* 8 [MENU] 8 6 8 [Language a/Taal]** 8
Gewenste taal 8 [OK] 8 [a]
Bedieningsstanden:
[FUNC.]* 8 [MENU] 8 6 8 [Tijdzone/DST]
Voorbereidingen 33
Bij gebruik van een geheugenkaart
Geheugenkaarten die u met de camcorder kunt gebruiken
U kunt met deze camcorder commercieel verkrijgbare Secure Digital (SD)-
kaarten gebruiken. Afhankelijk van de gebruikte geheugenkaart kunt u
mogelijk geen films opnemen. Raadpleeg de tabel hieronder.
Vanaf oktober 2010 is de filmopnamefunctie getest met SD/SDHC/SDXC-
geheugenkaarten die zijn gemaakt door Panasonic, Toshiba en SanDisk.
* Afhankelijk van de gebruikte geheugenkaart kunt u mogelijk geen films opnemen.
OPMERKINGEN
Over de SD-snelheidsklasse (Speed Class):
De SD-snelheidsklasse is de
minimale gegarandeerde snelheid van SD/SDHC/SDXC-geheugenkaarten
tijdens gegevensoverdracht. Controleer bij aanschaf van een
geheugenkaart op de verpakking het Speed Class-logo.
Het verdient aanbeveling geheugenkaarten te gebruiken van
snelheidsklasse 4, 6 of 10.
SDXC-geheugenkaarten
Gebruik SDXC-geheugenkaarten alleen met apparaten die compatibel
zijn met SDXC, zoals SDXC-compatibele digitale recorders, computers
en kaartlezers. In de tabel hieronder wordt de compatibiliteit per
computersysteem aangegeven, zoals die geldt vanaf oktober 2010.
Voor de nieuwste informatie dient u echter contact op te nemen met de
fabrikant van de computer, het besturingssysteem of de
geheugenkaart.
Geheugenkaart Capaciteit SD-snelheidsklasse Films opnemen
SD-
geheugenkaarten
Minder dan 64 MB
128 MB of meer
N*
N
SDHC-
geheugenkaarten
Meer dan 2 GB
N
SDXC-
geheugenkaarten
Meer dan 32 GB
N
34 Voorbereidingen
Compatibele besturingssystemen voor SDXC-geheugenkaarten
BELANGRIJK
Als u op uw computer een SDXC-geheugenkaart gebruikt met een
besturingssysteem dat niet compatibel is met SDXC, dan wordt u
mogelijk gevraagd de geheugenkaart te formatteren. In dat geval moet
u de procedure annuleren om te voorkomen dat u gegevens
verliest.
Als u in de loop der tijd herhaaldelijk opnamen hebt gemaakt, verwijderd
en bewerkt (gefragmenteerd geheugen), dan zal het langer duren om
gegevens weg te schrijven naar het geheugen en kan het gebeuren dat
de camcorder het maken van opnamen stopzet. Maak in dat geval een
backup van uw opnamen en initialiseer het geheugen.
Eye-Fi-kaarten
Dit product ondersteunt niet gegarandeerd de functies van de
Eye-Fi-kaart (inclusieve draadloze overdracht). Neem contact op met
de kaartfabrikant als u een probleem met een Eye-Fi-kaart hebt.
In veel landen of regio's is goedkeuring vereist als u Eye-Fi-kaarten wilt
gebruiken. Zonder goedkeuring mag u de kaart niet gebruiken. Neem
contact op met de kaartfabrikant als u niet zeker weet of de kaart is
goedgekeurd voor gebruik in uw regio.
BELANGRIJK
Plaats geen Eye-Fi-kaart in kaartsleuf X. Als u dat wel doet, kan de
functie voor draadloze communicatie van de kaart beschadigd raken.
Besturingssysteem Compatibiliteit
Windows 7 Compatibel
Windows Vista Compatibel (vereist Service Pack 1 of later)
Windows XP Compatibel (vereist Service Pack 3 en KB955704-update)
Mac OS X Niet compatibel
Voorbereidingen 35
Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen
U moet een geheugenkaart altijd eerst initialiseren (0 38) voordat u
deze met de camcorder kunt gebruiken.
1 Zet de camcorder uit.
Controleer of de
ON/OFF (CHG)-
indicator uit staat.
2 Open de afdekking van de dubbele
geheugenkaartsleuf.
3 Plaats de geheugenkaart in een van
de geheugenkaartsleuven.
U kunt ook twee geheugenkaarten
gebruiken, één in elke
geheugenkaartsleuf.
Steek de geheugenkaart in zijn
geheel, met het label omhoog
gericht, recht in de geheugenkaartsleuf totdat de kaart vast klikt.
Als u gebruik wilt maken van de draadloze communicatiefuncties van
een Eye-Fi-kaart, moet u deze kaart in geheugenkaartsleuf
Y
plaatsen. Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van wat staat
beschreven onder Eye-Fi-kaarten (0 34) voordat u een Eye-Fi-kaart
gebruikt.
4 Sluit de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf.
Forceer de afdekking niet om deze te sluiten als u de geheugenkaart
niet op de juiste wijze hebt geplaatst.
De geheugenkaart verwijderen
Druk eenmaal de geheugenkaart in om deze te ontgrendelen. De
geheugenkaart springt vervolgens naar buiten. Trek de kaart daarna
naar buiten.
BELANGRIJK
Geheugenkaarten hebben een voor- en achterzijde die van elkaar
verschillen. De camcorder kan defect raken als u een geheugenkaart
verkeerd om in de camcorder plaatst. Zorg ervoor dat u de
geheugenkaart plaatst zoals beschreven in stap 3.
36 Voorbereidingen
Het geheugen voor de opnamen selecteren
U kunt films opnemen en foto’s maken in het interne geheugen ( /
/ ) of op een geheugenkaart. Standaard is het interne
geheugen ( / / ) of geheugenkaart X (/)
toegewezen voor het maken van zowel film- als foto-opnamen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van wat staat beschreven onder
Eye-Fi-kaarten (0 34) voordat u een Eye-Fi-kaart gebruikt.
//
/
* Als u het geheugen selecteert, kunt u controleren wat bij benadering de
beschikbare opnameduur is, gebaseerd op de instellingen die op dat moment
worden gebruikt.
OPMERKINGEN
/ / Selecteer het interne geheugen of geheugenkaart X
voor het opnemen van films als u de films later wilt converteren naar het
Standard-Definition-formaat om deze naar het web te uploaden.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Opnamemedia Videos] of
[Opnamemedia Foto’s] 8 [f] (intern geheugen), [4]
(geheugenkaart X) of [7] (geheugenkaart Y)* 8 [a]
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Opnamemedia Videos] of
[Opnamemedia Foto’s] 8 [4] (geheugenkaart X) of [7]
(geheugenkaart Y)* 8 [a]
Voorbereidingen 37
Relay-opname van films
Als u relay-opname activeert, dan wordt automatisch verdergegaan met
het opnemen van films op de geheugenkaart als het door u gebruikte
geheugen vol geraakt is.
Als u opnamen maakt op geheugenkaart
X
, kunt u geheugenkaart
Y
gebruiken voor de relay-opname (
497
). Alleen / / : Als u
opnamen maakt in het interne geheugen, kunt u ervoor kiezen om alleen
geheugenkaart
X
voor relay-opname te gebruiken (
f94
), of om beide
geheugenkaarten te gebruiken (
f9497
).
1 Plaats een geheugenkaart zonder video-opnamen in de
geheugenkaartsleuf van de kaart die u wilt gebruiken voor de
relay-opname.
Als u de relay-opnamefunctie wilt gebruiken en u begint op te nemen
in het interne geheugen (alleen / / ):
geheugenkaartsleuf X of beide geheugenkaartsleuven.
Als u de relay-opnamefunctie wilt gebruiken en u begint op te nemen
op geheugenkaart X: alleen geheugenkaartsleuf Y.
2 Activeer de relay-opnamefunctie.
* De geschatte beschikbare opnameduur is nu gelijk aan de gecombineerde ruimte
in de geheugens die worden gebruikt voor de relay-opname.
OPMERKINGEN
/ / U kunt de relay-opnamefunctie niet gebruiken door
eerst opnamen te maken in het interne geheugen om daarna automatisch
over te schakelen op geheugenkaart
Y
. Als u één enkele geheugenkaart
gebruikt, zorg er dan voor dat u deze in geheugenkaartsleuf
X
plaatst om
de relay-opname te kunnen maken.
Er zal in de scène een korte pauze optreden bij het punt waar de opname
van het ene geheugen overgaat op het andere.
Een van de volgende situaties heeft tot gevolg dat de relay-opnamefunctie
wordt uitgeschakeld.
- Als u de camcorder uitzet.
Bedieningsstanden:
[FUNC.]
8
[MENU]
8
8
8
[Opnamemedia Videos]
8
[
f
] (alleen / / ) of [
4
]
8
[Relay-opname]
8
Gewenste optie*
8
[
a
]
38 Voorbereidingen
- Als u de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf opent.
- Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt.
- Als u voor het opnemen van films een ander geheugen kiest.
Het geheugen initialiseren
Voordat u een geheugenkaart de eerste keer met de camcorder gebruikt,
moet u de geheugenkaart initialiseren. U kunt ook de geheugenkaart of het
interne geheugen (alleen / / ) initialiseren als u alle
opnamen uit het betreffende geheugen wilt verwijderen.
/ / Het interne geheugen is in de fabriek al geïnitialiseerd
en bevat muziekbestanden die u tijdens het afspelen van opnamen kunt
gebruiken als achtergrondmuziek. Dit geheugen bevat ook beelden die u
kunt gebruiken voor de beeldmixfunctie.
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
Tijdens het initialisatieproces mag u de stroombron niet loskoppelen of
de camcorder uitzetten.
2 Initialiseer het geheugen.
//
/
1
Alleen als u de procedure uitvoert in de stand .
2
Raak deze optie aan als u alle gegevens fysiek wilt verwijderen in plaats van alleen
maar de bestandstoewijzingstabel van het geheugen te wissen.
3
Als u de optie [Initalisatie voltooien] hebt geselecteerd, kunt u [Annuleren] aanraken
als u de initialisatie wilt stopzetten terwijl deze wordt uitgevoerd. Alle opnamen
worden gewist en het geheugen kan zonder probleem worden gebruikt.
Bedieningsstanden:
[FUNC.]
1
8 [MENU] 8 6 8 [Initialiseren f/g] 8
[f Syst. geh.], [4 Geh.kaart A] of [7 Geh.kaart B] 8
[Initialiseren] 8 [Initalisatie voltooien]
2
8 [Ja]
3
8 [OK] 8
[a]
[FUNC.]
1
8 [MENU] 8 6 8 [Initialiseren g] 8
[4 Geh.kaart A] of [7 Geh.kaart B] 8 [Initialiseren] 8
[Initalisatie voltooien]
2
8 [Ja]
3
8 [OK] 8 [a]
Voorbereidingen 39
BELANGRIJK
Initialisatie van het geheugen houdt in dat alle opnamen permanent
worden gewist. Verloren geraakte opnamen kunt u dan niet meer
terughalen. Zorg er daarom voor dat u van belangrijke opnamen eerst
een kopie maakt op een extern apparaat (0 110).
Initialisatie van een geheugenkaart heeft tot gevolg dat alle muziek- en
beeldbestanden die u vanaf de bijgeleverde supplementaire schijf
mogelijk naar de geheugenkaart hebt gekopieerd, permanent worden
verwijderd. ( / / De muziek- en beeldbestanden die bij
levering van de camcorder al waren voorgeïnstalleerd in het interne
geheugen, worden na initialisatie van het interne geheugen hersteld.)
- Gebruikers van Windows: Gebruik de bijgeleverde software Transfer
Utility of VideoBrowser van PIXELA om muziekbestanden vanaf de
bijgeleverde supplementaire schijf te kopiëren naar een
geheugenkaart nadat u deze hebt geïnitialiseerd. Raadpleeg de
softwarehandleiding (PDF-bestand) van de bijgeleverde software voor
bijzonderheden.
- Gebruikers van Mac OS: Gebruik Finder om vanuit de map [MUSIC]
op de bijgeleverde supplementaire schijf muziekbestanden te kopiëren
naar een geheugenkaart nadat u de geheugenkaart hebt
geïnitialiseerd. Raadpleeg Over de muziekbestanden (0 178) voor
informatie over de mappenstructuur van de geheugenkaart.
Eye-Fi-kaarten worden bij aankoop geleverd met de benodigde
netwerkconfiguratiesoftware. Zorg ervoor dat u de software installeert
en de vereiste configuratie-instellingen uitvoert voordat u de Eye-Fi-
kaart initialiseert en deze met de camcorder gebruikt. Initialisatie van de
kaart zal de software op de kaart verwijderen.
40 De Smart AUTO-stand
De Smart AUTO-stand
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u in de AUTO-stand op
gemakkelijke wijze films en foto’s kunt maken, en hoe u
elementaire opnamefuncties zoals de zoom en snelstartfunctie
kunt gebruiken. Raadpleeg de relevante hoofdstukken voor
video (0 56) en foto’s (0 101) voor meer informatie over het
gebruik van de menu’s en geavanceerde functies.
Elementaire opnamefuncties
Voordat u begint met opnemen, verdient het aanbeveling om eerst een
testopname te maken om te controleren of de camcorder correct
functioneert.
Films opnemen en foto’s maken in de Smart AUTO-stand
In de Smart AUTO-stand kunt u prachtige films en foto’s maken door
de camcorder op basis van de opnameomstandigheden automatisch
de instellingen te laten selecteren.
1 Zet de camcorder aan.
Films en fotos worden
standaard gemaakt in het
interne geheugen (alleen
/ / ) of op
geheugenkaart X
( / ). U kunt
kiezen in welk geheugen
de opnamen moeten
worden opgeslagen
(0 36).
Lees de paragraaf
BELANGRIJK (0 43)
voordat u een Eye-Fi-
kaart gebruikt.
2Druk op .
Bedieningsstanden:
De Smart AUTO-stand 41
Video opnemen
3Druk op g om met opnemen te beginnen.
Druk nogmaals op
g als u een pauze wilt inlassen.
Foto’s maken
3Druk j half in.
h knippert in een gele kleur als het onderwerp niet scherp in beeld is.
Wijzig de positie van de camcorder en druk j nogmaals half in.
Zodra automatisch scherp is gesteld, verandert h in een groene kleur
en verschijnen er een of meer AF-kaders.
4Druk
j volledig in.
De ACCESS-indicator zal tijdens het maken van de foto knipperen.
Nadat u klaar bent met het maken van opnamen
1 Controleer of de ACCESS-indicator uit staat.
2 Zet de camcorder uit.
3 Sluit het LCD-paneel.
Over de Smart AUTO-stand
In deze stand zijn alleen de volgende functies beschikbaar.
- Zoom (0 44).
- Snelstartfunctie (0 46).
-Video Snapshot (0 66).
- Beeldstabilisatiestanden (0 62).
- Gezichtsdetectie (0 64) om elke keer mooie opnamen te maken
van mensen en hierbij - ook als de persoon beweegt - het
onderwerp te volgen.
- Aanraken & Volgen (0 65) om andere bewegende onderwerpen te
volgen, deze scherp gesteld te houden en voor de opname de
beste instellingen te gebruiken.
- Scènes decoreren (0 92).
42 De Smart AUTO-stand
Bij het maken van opnamen in de stand detecteert de camcorder
automatisch bepaalde kenmerken van het onderwerp, de achtergrond,
lichtomstandigheden, etc. De camera zal vervolgens diverse instellingen
aanpassen (waaronder scherpstelling, belichting, kleur, beeldstabilisatie,
beeldkwaliteit), en voor de betreffende scène de optimale instellingen
selecteren. Het pictogram van de Smart AUTO-stand verandert in een van
de volgende pictogrammen.
Smart AUTO-pictogrammen
Het pictogram tussen haakjes verschijnt bij situaties met tegenlicht.
* Als “T” in het pictogram wordt weergegeven, dan geeft dit aan dat tele-macro (
0
70)
is geactiveerd.
* Als “T” in het pictogram wordt weergegeven, dan geeft dit aan dat tele-macro
(0 70) is geactiveerd.
Achtergrond
(kleur van het
pictogram)
Helder
(grijs)
Blauwe luchten
(lichtblauw)
Levendige
kleuren
(groen/rood)
Zonsonder-
gangen
(oranje)
Onderwerp
Mensen (stilstaand)
() () ()
Mensen (bewegend)
() () ()
Andere onderwerpen dan
mensen, zoals
landschappen
() () ()
Nabijgelegen
onderwerpen
*
( )*
*
( )*
*
( )*
Achtergrond
(kleur van het pictogram)
Donker (donkerblauw)
Onderwerp Spotlight Nachtscène
Mensen (stilstaand)
Mensen (bewegend)
Andere onderwerpen dan
mensen, zoals landschappen
Nabijgelegen onderwerpen *
De Smart AUTO-stand 43
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-indicator
brandt of knippert. Als u zich daar niet aan houdt, kunt u uw gegevens
voorgoed kwijtraken of raakt het geheugen mogelijk beschadigd.
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Zorg ervoor dat u regelmatig een backup van uw opnamen maakt (
0
110), in
het bijzonder na het maken van belangrijke opnamen. Canon is niet
aansprakelijk voor verlies of beschadiging van gegevens.
Als u foto’s maakt op een Eye-Fi-kaart in geheugenkaartsleuf
Y
, dan worden
de foto’s automatisch geüpload als de camcorder in de afspeelstand staat en
u binnen bereik bent van een geconfigureerd netwerk. Controleer altijd of Eye-
Fi-kaarten goedgekeurd zijn in het land of de regio waar u de kaart gebruikt.
Raadpleeg ook
Gebruik van een Eye-Fi-kaart
(
0
124).
OPMERKINGEN
Over de stroombesparingsstand:
Als
6
8
[Spaarstand]
8
[Automatisch uit]
is ingesteld op [
A
Aan] en de camcorder met de accu van stroom wordt
voorzien, dan wordt de camcorder automatisch uitgeschakeld indien u 5
minuten lang geen bedieningshandelingen uitvoert. Druk op
x
om de
camcorder in te schakelen.
Als u opnamen maakt op heldere plaatsen, kan het moeilijk zijn gebruik te
maken van het LCD-scherm. In dergelijke gevallen kunt u de LCD-
achtergrondverlichting inschakelen (
0
25) of de helderheid van het LCD-
scherm wijzigen met de optie
6
8
[Helderheid].
Onder bepaalde omstandigheden komt het Smart AUTO-pictogram dat op
het scherm verschijnt, mogelijk niet overeen met de feitelijke scène. Vooral als
u opnamen maakt tegen een oranje of blauwe achtergrond, kan het pictogram
van de zonsondergang of een van de pictogrammen van de blauwe luchten
verschijnen en worden de kleuren mogelijk niet natuurlijk weergegeven. In dat
geval verdient het aanbeveling om het opnameprogramma
[
A
Programma AE] te gebruiken (
0
59).
In de stand hebt u geen toegang tot de instellingsmenu’s en beperkt
toegang tot het FUNC.-paneel. De volgende instellingen kunt u echter vooraf
wijzigen voordat u op drukt.
- FUNC.-paneel: [Decoratie], [ZOOM], [Beeldstabilisator].
- Menu
7
: [Auto Langz.Sluiter]
- Menu
8
: [Lengte videosnapshot], [Scenes beoordelen (opn.)],
[Opnamemedia Videos], [Opn. Modus], [Opnamemedia Foto’s],
[Beeldverhouding foto]
- Menu
6
: Alle instellingen.
44 De Smart AUTO-stand
Zoomen
De camcorder beschikt over drie zoomtypes - optisch, geavanceerd en
digitaal. Bij optische zoom gebruikt de camcorder de optimale
vergrotingsverhouding van de lens. Bij geavanceerde zoom verwerkt
de camcorder het beeld voorbij de optische zoom om een grotere
zoom te bewerkstelligen zonder verslechtering van de beeldkwaliteit.
Bij digitale zoom wordt het beeld digitaal zo verwerkt dat de
beeldkwaliteit verslechtert naarmate u meer inzoomt.
Selecteer in de stand het type met gebruik van de optie 7 8
[Zoomtype]. In de stand wordt de optie [Zoomtype] ingesteld op
[Advanced]. In de tabel hieronder wordt een overzicht gegeven van de
zoomtypes.
1
Tijdens het maken van fotos is alleen optische zoom beschikbaar.
2
Het getal tussen haakjes is van toepassing als [Beeldstabilisator] (FUNC.-paneel) is
ingesteld op [P Dynamisch].
U kunt op twee manieren in- en uitzoomen: met gebruik van de
zoomregelaar op de camcorder of met gebruik van de zoomregelaars
op het touchscreen.
Bedieningsstanden:
[Zoomtype]-instelling
[Optisch]
1
[Advanced]
2
[Digitaal]
Model
// 20x 28x (24x) 400x
20x 28x (24x) 1000x
18x 25x (21x) 360x
De Smart AUTO-stand 45
Gebruik van de zoomregelaar
Verplaats de zoomregelaar naar
Q (groothoek) om uit te
zoomen. Verplaats de
zoomregelaar naar P (telefoto)
om in te zoomen.
Standaard functioneert de
zoomregelaar met een variabele
snelheid – druk zachtjes voor een
trage zoom; druk harder voor een
snellere zoom.
Gebruik van de zoomregelaars op het touchscreen
1 Roep de zoomregelaars op het touchscreen op.
De zoomregelaars worden getoond aan de linkerzijde van het scherm.
2 Raak de zoomregelaars aan om de
zoom in te stellen.
Raak een plaats aan binnen het Q-
gebied om uit te zoomen of binnen het
P-gebied om in te zoomen. Raak een
plaats aan die dichter bij het midden ligt
als u langzaam wilt zoomen; raak een plaats aan die dichter bij de
pictogrammen e/d ligt als u sneller wilt zoomen.
3 Raak [a] aan als u de zoomregelaars wilt verbergen.
OPMERKINGEN
Houd tot het onderwerp een afstand van ten minste 1 meter aan. Bij
maximale groothoek kunt u tot op niet minder dan 1 cm op een onderwerp
scherp stellen.
Bij gebruik van tele-macro (
0
70) als de camcorder in de maximale
telefotostand staat, kunt u tot op een afstand van 40 cm vanaf het
onderwerp scherp stellen.
W Uitzoomen T Inzoomen
[FUNC.] 8 [ZOOM Zoom]
46 De Smart AUTO-stand
Bij het maken van opnamen met maximale geavanceerde zoom is de
videokwaliteit gelijk aan High-Definition.
In de stand kunt u 7 8 [Zoomsnelheid] ook instellen op één
van de drie constante snelheden (3 is de snelste, 1 de langzaamste).
Als [Zoomsnelheid] is ingesteld op [I Variabel], dan zal de
zoomsnelheid in de opnamepauzestand sneller zijn dan wanneer feitelijk
de opname wordt gemaakt, behalve wanneer pre-opname is
geactiveerd (0 63).
Snelstartfunctie
Als u het LCD-paneel sluit terwijl de camcorder ingeschakeld is, komt
de camcorder in de standby-stand. In de standby-stand verbruikt de
camcorder slechts 1/3 van de stroom die wordt gebruikt voor het
maken van opnamen, waardoor u bij gebruik van een accu bespaart op
stroom. Bovendien is, wanneer u het LCD-paneel opent, de camcorder
binnen circa 1 seconde* klaar voor gebruik, waardoor u meteen kunt
beginnen met opnemen.
* De werkelijke tijd hangt af van de opnameomstandigheden.
1 Sluit het LCD-paneel terwijl de camcorder ingeschakeld is en in
een opnamestand staat.
U hoort een pieptoon en de groene ON/OFF (CHG)-indicator verandert
in oranje om aan te geven dat de camcorder in de standby-stand is
gekomen.
2 Open het LCD-paneel als u het opnemen wilt hervatten.
De ON/OFF (CHG)-indicator wordt weer groen en de camcorder is
gereed om opnamen te maken.
BELANGRIJK
Verwijder de stroombron niet tijdens de standby-stand (wanneer de ON/
OFF (CHG)-indicator oranje brandt).
OPMERKINGEN
De camcorder komt niet in de standby-stand als het LCD-paneel
gesloten wordt terwijl de ACCESS-indicator brandt of knippert of terwijl
een menu wordt getoond. De camcorder komt mogelijk ook niet in de
Bedieningsstanden:
De Smart AUTO-stand 47
standby-stand als het LCD-paneel wordt gesloten terwijl de accu te
weinig opgeladen is. Controleer of de ON/OFF (CHG)-indicator in oranje
verandert.
Over de standby-stand en automatische uitschakeling van de camera:
- De camcorder schakelt zichzelf uit nadat u deze 10 minuten in de
standby-stand heeft laten staan. Druk op x om de camcorder
in te schakelen.
- U kunt instellen hoe lang het moet duren voordat de camera zichzelf
uitschakelt of de snelstartfunctie volledig uitschakelen met de optie
68 [Spaarstand] 8 [Snelle start (stand-by)].
- De gebruikelijke uitschakeling na 5 minuten die is ingesteld met de
optie [Spaarstand] is niet van toepassing terwijl de camcorder in de
standby-stand staat.
48 Video
Video
Dit hoofdstuk beschrijft functies die betrekking hebben op films,
waaronder afspelen, geavanceerd opnemen, geavanceerde
functies en bewerking van scènes. Raadpleeg De Smart AUTO-
stand (0 40) voor bijzonderheden over de elementaire functies
die u gebruikt voor het maken van films.
Elementaire weergavefuncties
Video afspelen
Raadpleeg Scènes afspelen op basis van classificatie (0 83) als u
scènes wilt afspelen op basis van de classificatie die aan scènes is
toegewezen.
1Druk op S.
2 Open het datum-indexscherm,
als dit al niet wordt getoond.
3 Zoek de scène die u wilt afspelen.
Verplaats de zoomregelaar naar Q om per pagina 15 scènes te
tonen; verplaats de zoomregelaar naar P om per pagina 6 scènes te
tonen.
Bedieningsstanden:
[b] 8 [1 Datum]
Video 49
4 Raak de scène aan die u wilt afspelen.
De camcorder begint met afspelen vanaf de geselecteerde scène tot
het eind van de laatste scène in het indexscherm.
Raak tijdens het afspelen het scherm aan als u gedurende enkele
seconden de afspeelregelaars wilt weergeven.
A Geheugen dat wordt gelezen.
B Opnamedatum.
C Sleep uw vinger naar links om naar de volgende
indexpagina te gaan*
D Sleep uw vinger naar rechts om naar de vorige
indexpagina te gaan*
E Selecteer een ander indexscherm om andere inhoud of
vanuit een ander geheugen (0 52) te lezen.
F 3D bladeren (0 52)
G [Bew.]-paneel
H Tijdlijn (0 76)
I Verdeler die een verandering van opnamedatum
aangeeft.
* Terwijl u door indexpagina’s bladert, verschijnt aan de onderzijde
van het scherm gedurende enkele seconden een scrollbalk. Als u
een groot aantal scènes hebt, is het wellicht praktischer om uw
vinger over de scrollbalk te slepen.
50 Video
Tijdens het afspelen:
A Stoppen met afspelen.
B Naar het begin van de scène gaan. Dubbel aantikken om
naar de vorige scène te gaan.
C Een pauze inlassen.
D Aanraken om de volume- en audiobalansregelaars op te
roepen. Sleep uw vinger naar links en rechts over de balk
om de instelling te verrichten. Voor [Muziekbalans]: stel af
in de richting van [c] om het niveau van de originele
audio te verhogen; stel af in de richting van [b] om het
niveau van achtergrondmuziek te verhogen. Zet het
niveau in het midden voor een gelijke mix van beide.
E Scènes decoreren (0 92).
F Raak een willekeurig ander gebied aan om de
afspeelregelaars te verbergen.
G Versneld achteruit afspelen*.
H Naar de volgende scène gaan.
I Versneld vooruit afspelen*.
* Raak deze regelaar meerdere malen aan als u de afspeelsnelheid
wilt verhogen tot circa 5x 15x 60x de normale snelheid.
Tijdens versneld afspelen kunt u een willekeurig gebied op het
scherm aanraken om terug te keren naar normaal afspelen.
Video 51
Tijdens afspeelpauze:
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Het kan zijn dat u op deze camcorder geen films kunt afspelen die met
een ander apparaat op de geheugenkaart zijn opgenomen.
OPMERKINGEN
Afhankelijk van de opnameomstandigheden is tussen scènes mogelijk
een korte pauze in de video- of geluidsweergave merkbaar.
Tijdens versneld/langzaam afspelen ziet u in het afspeelbeeld mogelijk
video-afwijkingen (blokken, strepen, etc.).
Op het scherm wordt bij benadering de snelheid getoond.
A Afspelen hervatten.
B Langzaam achteruit afspelen*.
C Langzaam vooruit afspelen*.
D Scènes decoreren (0 92).
* Raak deze regelaar meerdere malen aan als u de afspeelsnelheid
wilt verhogen tot 1/8 1/4 van de normale snelheid. Tijdens
langzaam afspelen kunt u een willekeurig gebied op het scherm
aanraken om terug te keren naar afspeelpauze.
52 Video
3D-bladeren
3D-bladeren is een plezierige manier om uw video-opnamen (originele
scènes) te tonen in een 3D-indeling, gerangschikt op volgorde van
opnamedatum.
Raak [ ] aan in het datum-indexscherm.
Druk op [Q] als u wilt terugkeren naar het datum-indexscherm.
Het indexselectiescherm: Selecteren welke inhoud u wilt afspelen
In het indexscherm kunt u selecteren welke inhoud u wilt afspelen
(bijvoorbeeld originele scènes of foto’s op de geheugenkaart). U kunt
ook selecteren vanuit welk geheugen u uw opnamen wilt afspelen.
A Sleep uw vinger omhoog en omlaag om in de getoonde
datum door de scènes te bladeren.
B Sleep uw vinger naar links om naar de volgende datum
met opnamen te gaan.
C Raak de scène op de voorgrond aan als u deze wilt
afspelen.
D De momenteel geselecteerde opnamedatum.
E Sleep uw vinger naar rechts om naar de vorige datum
met opnamen te gaan.
F Huidige scène / Totaal aantal scènes dat is opgenomen
op de geselecteerde datum.
Bedieningsstanden:
Video 53
Raak [b] aan in een indexscherm.
Raak tijdens de schermweergave van één foto het scherm eenmaal aan
om de bedieningselementen op te roepen en raak vervolgens [Q] aan
om het indexscherm [Foto’s] te openen.
Opties
OPMERKINGEN
Versneld/langzaam afspelen is niet beschikbaar voor scènes die zijn
geconverteerd naar Standard-Definition. Scènes in de indexschermen
van [u SD-video] kunnen alleen worden afgespeeld op normale
snelheid.
A Raak de tab van het gewenste geheugen aan: intern
geheugen (alleen / / ), geheugenkaart
X of geheugenkaart Y.
B Raak een bedieningsknop aan om de inhoud te
selecteren die u wilt afspelen.
[1 Datum] Scènes in het datum-indexscherm worden geordend
op basis van opnamedatum.
[ Galerij] Scènes in het galerijscherm worden geordend op
basis van diverse groepen, of “verhalen” (0 84). Raak
[ Galerij] aan en vervolgens het gewenste verhaal.
[2 Foto’s] Toont het foto-indexscherm.
[u SD-video] Alleen / / . Toont, wanneer een
geheugenkaart is geselecteerd, scènes die werden
geconverteerd naar Standard-Definition om deze te uploaden
naar het web (0 118).
54 Video
Scènes verwijderen
Scènes die u niet wilt behouden, kunt u verwijderen. Door scènes te
verwijderen creëert u ook ruimte in het geheugen. Raadpleeg ook
Scènes en verhalen verwijderen uit de galerij (0 84).
1 Open in het datum-indexscherm het scherm dat de scènes bevat
die u wilt verwijderen.
Als u alle scènes wilt verwijderen die op een specifieke datum zijn
gemaakt, selecteer dan de indexpagina die scènes van die datum
bevat.
2 Raak [Bew.] 8 [Wissen] aan.
Datum-indexscherm en galerijscherm
In het datum-indexscherm kunt u twee methoden kiezen om
scènes weer te geven. Raak [1 Datum] aan om het datum-
indexscherm op te roepen, waarin scènes worden gegroepeerd op
basis van opnamedatum. Raak [ Galerij] aan om het
galerijscherm op te roepen, waarin scènes worden geordend op
basis van diverse groepen, of “verhalen”.
Het galerijscherm bevat standaard de twee volgende groepen:
[Ongesorteerd]: Voor uw normale scènes.
[Videofoto]: Voor Video Snapshot-opnamen
Sleep uw vinger naar links en rechts om het volgende of vorige
verhaal te tonen. Selecteer [Ongesorteerd] om uw normale
opnamen te bekijken. Selecteer [Videofoto] om uw Video
Snapshot-opnamen te bekijken. U kunt zelfs nieuwe verhalen
maken die films van uw keuze bevatten en u kunt de volgorde
hiervan instellen zoals u dat wilt (0 84).
Galerijscherm met [Ongesorteerd]
geselecteerd
Bedieningsstanden:
Video 55
3 Raak de gewenste optie aan.
Als u [Selecteer] hebt geselecteerd, raak dan de scènes aan die u wilt
verwijderen en raak vervolgens [OK] aan. Op de geselecteerde scènes
verschijnt een vinkje
O
. Raak een geselecteerde scène opnieuw aan als u
het vinkje wilt verwijderen. U kunt ook [Verwijder alles] aanraken als u alle
vinkjes wilt verwijderen.
4 Raak [Ja]
8
[OK] aan.
Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd. Sommige scènes zullen desondanks worden verwijderd.
Opties
Scènes verwijderen tijdens het afspelen
1 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
2 Verwijder de scène.
BELANGRIJK
Wees voorzichtig als u originele opnamen verwijdert. Als u een originele
scène verwijdert, bent u deze voorgoed kwijt.
Maak van belangrijke scènes eerst een backup voordat u deze verwijdert
(
0
110).
Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen als de ACCESS-indicator
brandt of knippert (tijdens het verwijderen van scènes).
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
OPMERKINGEN
Als u een scène verwijdert uit het galerijscherm of het datum-indexscherm,
dan wordt die scène permanent uit de camcorder verwijderd.
Indien u alle films wilt verwijderen en alle opnameruimte weer vrij wilt maken,
dan zou u ook kunnen kiezen voor het initialiseren van het geheugen
(
0
38).
[ Datum ] Verwijdert alle scènes die zijn opgenomen op de datum
die wordt weergegeven op de bedieningsknop.
[Selecteer] Verwijdert alle scènes die u selecteert.
[Alle scenes] Verwijdert alle scènes.
[C] 8 [Bew.] 8 [Wissen] 8 [Ja] 8 [OK]
56 Video
Geavanceerde functies
Films opnemen in de flexibele opnamestand
Als de camcorder in de stand (flexibele opnamestand) staat, dan
hebt u volledig toegang tot alle menu’s en kunt u handmatig de
belichting instellen, scherp stellen, de witbalans instellen en nog veel
meer camcorderfuncties instellen zoals u dat wilt. De camcorder kan u
zelfs helpen met de instellingen, bijvoorbeeld wanneer u de
opnameprogramma’s voor speciale scènes gebruikt (0 59).
1 Zet de camcorder aan.
Films worden standaard opgenomen
in het interne geheugen (alleen
//) of op
geheugenkaart
X
(/). U
kunt kiezen in welk geheugen de
films moeten worden opgeslagen
(
0
36).
2Druk op
g
om met
opnemen te beginnen.
Druk nogmaals op
g
als u
een pauze wilt inlassen.
Uw opname bekijken
U kunt de laatst opgenomen scène afspelen om deze te controleren.
De camcorder speelt de laatste 4 seconden van de opname af, maar
zonder geluid.
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. Als u zich daar niet aan houdt, kunt u uw
gegevens voorgoed kwijtraken of raakt het geheugen mogelijk
beschadigd.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [ Opname bekijken]
Video 57
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Zorg ervoor dat u regelmatig een backup van uw opnamen maakt
(0 110), in het bijzonder na het maken van belangrijke opnamen.
Canon is niet aansprakelijk voor verlies of beschadiging van gegevens.
OPMERKINGEN
De zoom, snelstartfunctie, spaarstanden, etc. werken in de stand
hetzelfde als in de stand . Raadpleeg De Smart AUTO-stand
(0 40) voor bijzonderheden.
De videokwaliteit selecteren (opnamemodus)
De camcorder heeft 5 opnamemodi. Door de opnamemodus te
wijzigen, verandert ook de resterende opnameduur in het geheugen.
Selecteer MXP of FXP voor een betere filmkwaliteit; selecteer LP voor
een langere opnameduur. De volgende tabel geeft bij benadering de
opnameduur aan.
OPMERKINGEN
Scènes die zijn opgenomen in de MXP-modus, kunt u niet opslaan op
AVCHD-schijven. Sla dergelijke scènes op Blu-ray-schijven op of
gebruik de bijgeleverde VideoBrowser* van PIXELA om van dergelijke
scènes een backup te maken. Als u gebruikmaakt van VideoBrowser
van PIXELA, dan worden scènes echter geconverteerd naar een
kwaliteit die is gebaseerd op de FXP-modus.
De camcorder maakt gebruik van een variabele bit rate (VBR) om video
te coderen; de feitelijke opnameduur zal daarom afhangen van de
inhoud van de scènes.
De camcorder onthoudt de laatst gebruikte instelling, zelfs wanneer u
de camcorder in de stand zet.
* Niet mee geleverd met de .
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Opn. Modus] 8
Gewenste opnamemodus 8 [a]
58 Video
De beeldsnelheid selecteren
Stem de beeldsnelheid af op uw creatieve bedoelingen voordat u een
opname maakt. Door de beeldsnelheid te wijzigen, verandert u de
“impressie” van uw opnamen, bijvoorbeeld door de opnamen een
meer cinematografisch karakter te geven.
Opnameduur bij benadering
Standaardwaarde
1
Opgenomen met een resolutie van 1.920 x 1.080. Films die worden
opgenomen in een andere opnamemodus, worden opgenomen met een
resolutie van 1.440 x 1.080.
2
/ / Bij aankoop van de camcorder bevat het interne geheugen
al circa 70 MB aan muziekbestanden en 5 MB aan beeldbestanden.
3
Eén enkele scène kan gedurende 12 uur continu worden opgenomen; bij dat
punt aangekomen zal de camcorder gedurende circa 3 seconden stoppen
voordat verder wordt gegaan met opnemen.
Opnamemodus
MXP
1
FXP
1
XP+ SP
LP
Geheugen
Geheugenkaart van 4 GB
20 min. 30 min. 40 min. 1 uur en
10 min.
1 uur en
30 min.
Geheugenkaart van 8 GB/
/ Intern
geheugen
2
40 min. 1 uur 1 uur en
25 min.
2 uur en
20 min.
3 uur
Geheugenkaart van 16 GB
1 uur en
25 min.
2 uur en
5 min.
2 uur en
50 min.
4 uur en
45 min.
6 uur en
5 min.
Geheugenkaart van 32 GB/
Intern geheugen
2
2 uur en
55 min.
4 uur en
10 min.
5 uur en
45 min.
9 uur en
35 min.
12 uur en
15 min.
3
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Framerate] 8 Gewenste
beeldsnelheid 8 [a]
Video 59
Opties (
Standaardwaarde)
OPMERKINGEN
U kunt geen foto’s maken als de beeldsnelheid is ingesteld op
[D PF25].
Opnameprogramma’s voor speciale scènes en Programma AE
Het is heel gemakkelijk opnamen te maken in een zeer helder skioord
of alle kleuren van een zonsondergang of vuurwerk vast te leggen. U
hoeft alleen maar het opnameprogramma voor een speciale scène te
selecteren.
Ook kunt u het opnameprogramma Programma AE (AE: automatische
belichting) selecteren. Met dit opnameprogramma stelt de camcorder
automatisch de sluitertijd en het diafragma in terwijl u de andere opties
zelf kunt instellen.
* Als u het opnameprogramma Programma AE wilt instellen, selecteer dan in plaats
hiervan de optie [A Programma AE] en raak vervolgens [a] aan. De rest van de
procedure is niet nodig.
[w 50i (Standaard)]
50 velden per seconde, interlaced. Dit is
de standaardinstelling en geschikt voor de meeste situaties.
[D PF25] 25 beeldjes per seconde, progressief. Gebruik van
deze beeldsnelheid geeft aan uw opnamen een cinematografisch
karakter. In combinatie met het opnameprogramma
[D Cinema modus] (0 61) wordt het cinematografische
karakter verder versterkt. Met gebruik van deze beeldsnelheid
wordt video opgenomen als 50i.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [Opnameprogs] 8 [F Portret]* 8 Gewenst
opnameprogramma 8 [a]
60 Video
Opties (
Standaardwaarde)
[F
Portret]
De camcorder gebruikt een groot
diafragma om het onderwerp scherp in beeld
te brengen terwijl de achtergrond waziger
wordt.
[G
Sport] Voor het opnemen van sportscènes
zoals tennis of golf.
[q Nachtscène] Voor het opnemen van
nachtlandschappen met minder beeldruis.
[I
Sneeuw] Voor het maken van opnamen in
heldere skigebieden zonder dat het
onderwerp onderbelicht wordt.
[J
Strand] Voor het maken van opnamen op
een zonnig strand zonder dat het onderwerp
onderbelicht wordt.
[K
Zonsonderg.] Voor het opnemen van
zonsondergangen in levendige kleuren.
[p Weinig licht] Voor het opnemen van scènes
in situaties met weinig licht.
[L
Spotlight] Voor het opnemen van scènes
onder spotlights.
Video 61
OPMERKINGEN
•[
F
Portret]/[
G
Sport]/[
I
Sneeuw]/[
J
Strand]: Tijdens het afspelen is
het beeld mogelijk niet vloeiend.
•[
F
Portret]: De achtergrond wordt waziger naarmate u verder
inzoomt (
P
).
•[
I
Sneeuw]/[
J
Strand]: Het onderwerp kan overbelicht raken op
bewolkte dagen of op beschaduwde plaatsen. Controleer het beeld op het
scherm.
•[
p
Weinig licht]:
- Bewegende onderwerpen kunnen een nabeeld met sporen achterlaten.
- De beeldkwaliteit is mogelijk niet zo goed als bij de andere programma’s.
- Op het scherm kunnen witte punten verschijnen.
- Automatische scherpstelling werkt mogelijk niet zo goed als bij andere
opnameprogramma’s. In dat geval moet u handmatig scherp stellen.
•[
M
Vuurwerk]:
- Het verdient aanbeveling gebruik te maken van een statief om wazige
beelden (door beweging van de camcorder) te voorkomen.
- Tijdens het maken van foto’s worden langzamere sluitertijden gebruikt.
Hierdoor is het risico groter dat wazigheid optreedt. Stabiliseer de
camcorder door deze, bijvoorbeeld, op een statief te bevestigen.
Cinemamodus: Aan uw opnamen een cinematografisch karakter
geven
Geef aan uw opnamen een cinematografisch
karakter door het opnameprogramma
[
D Cinema modus] te gebruiken. Combineer dit
opnameprogramma met de 25 fps progressieve
beeldsnelheid [D PF25] om met de 25p-
cinemamodus het cinematografische effect verder te versterken.
[M
Vuurwerk] Voor het opnemen van
vuurwerk.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [Opnameprogs] 8 [D Cinema modus] 8 [a]
62 Video
Beeldstabilisatie
De beeldstabilisator vermindert de wazigheid die de camcorder
veroorzaakt (wazigheid vanwege camcorderbewegingen), zodat u mooie
en stabiele opnamen krijgt. Selecteer de beeldstabilisatiestand op basis
van de opnameomstandigheden. In de stand wordt deze functie
ingesteld op [
Q
Standaard] en kan deze niet worden gewijzigd.
* Alleen beschikbaar voor films.
Opties (
Standaardwaarde)
OPMERKINGEN
Als de camcordertrillingen te sterk zijn, kunnen deze door de
beeldstabilisator mogelijk niet volledig worden gecompenseerd. De
beeldstabilisator is mogelijk niet in staat om alle wazigheid te elimineren
als de camcorder of het onderwerp te veel beweegt.
De beeldstabilisator werkt mogelijk niet goed bij onderwerpen met
weinig contrast, met een terugkerend herhalend patroon of zonder
verticale lijnen.
Als [Beeldstabilisator] is ingesteld op [P Dynamisch] en de beweging
van de achtergrond niet natuurlijk oogt, selecteer dan [Q Standaard]
of [j Uit].
Bedieningsstanden:
[P Dynamisch] Deze instelling biedt compensatie voor sterke
camcordertrillingen, bijvoorbeeld als u opnamen maakt terwijl u
loopt, en is effectiever wanneer de zoom maximale groothoek
nadert.
[Q Standaard]
Deze instelling biedt compensatie voor minder
sterke camcordertrillingen, bijvoorbeeld als u opnamen maakt
terwijl u stilstaat, en is geschikt voor het opnemen van natuurlijk
ogende scènes. Gebruik deze instelling als u films opneemt met
de optionele groothoekconverter of teleconverter.
[j Uit] Gebruik deze instelling als de camcorder op een statief is
bevestigd.
*
[FUNC.]
8
[Beeldstabilisator]
8
Gewenste IS-stand
8
[
a
]
Video 63
Pre-opname
Om ervoor te zorgen dat u de belangrijke momenten niet mist, begint
de camcorder 3 seconden voordat u op g drukt met het
maken van een opname. Dit is vooral handig wanneer het moeilijk is in
te schatten wanneer u moet beginnen met opnemen.
1 Activeer de pre-opnamefunctie.
d verschijnt.
Herhaal dit en kies [B Uit] als u de pre-opnamefunctie wilt
uitschakelen.
2Druk op g.
De scène die in het geheugen wordt opgenomen, begint 3 seconden
voordat g werd ingedrukt.
OPMERKINGEN
Terwijl pre-opname is geactiveerd, laat de camcorder geen
bedieningsgeluiden horen.
De camcorder neemt niet de volledige 3 seconden op voordat u op
g drukt als de knop wordt ingedrukt binnen 3 seconden na
inschakeling van de pre-opnamefunctie of binnen 3 seconden na
voltooiing van de vorige opname.
Een van de volgende situaties heeft tot gevolg dat de pre-
opnamefunctie wordt uitgeschakeld.
- Als u de camcorder langer dan 5 minuten niet gebruikt.
-Als u op z drukt.
- Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt.
- Als u de camcorder in de standby-stand zet.
- Als u de instellingsmenu’s opent of de volgende functies gebruikt in
het FUNC.-paneel: [Opnameprogs], [Decoratie], [Witbalans],
[Beeldstabilisator], [Digitale effecten] of [Opname bekijken].
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [d Pre-opname] 8 [A Aan] 8 [a]
64 Video
Gezichtsdetectie
De camcorder detecteert automatisch de gezichten van mensen en
gebruikt deze informatie om voor het maken van mooie video-
opnamen en foto’s de optimale instellingen te selecteren.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [q Nachtscène],
[p Weinig licht] of [M Vuurwerk].
Standaard is gezichtsdetectie geactiveerd. Als u de functie eerder had
uitgeschakeld, voer dan de volgende procedure uit om deze functie weer
in te schakelen.
Het hoofdonderwerp selecteren
Als er in het beeld meer dan één persoon
aanwezig is, selecteert de camcorder
automatisch één persoon als het
hoofdonderwerp. Het hoofdonderwerp
wordt aangegeven met een wit
gezichtsdetectiekader en de camcorder
zal voor die persoon vervolgens de
optimale instellingen kiezen. Andere
gezichten krijgen grijze kaders. Door een onderwerp aan te raken,
activeert u de functie Aanraken & Volgen (0 65).
OPMERKINGEN
Het kan gebeuren dat de camcorder de gezichten detecteert van niet-
menselijke onderwerpen. Zet in dat geval de gezichtsdetectiefunctie uit.
In bepaalde gevallen kunnen gezichten mogelijk niet correct worden
gedetecteerd. Typische voorbeelden hiervan zijn:
- Gezichten die in relatie tot het algehele beeld extreem klein, groot,
donker of helder zijn.
- Gezichten die zijwaarts zijn gericht, diagonaal staan of
gedeeltelijk verborgen zijn.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 7 8 [Gezichtsdet. en volgen]
8 [A Aan o] 8 [a]
Hoofdonderwerp
Video 65
Gezichtsdetectie kunt u niet gebruiken als u een sluitertijd gebruikt die
langzamer is dan 1/25 of wanneer de digitale zoom geactiveerd wordt
met meer dan 80x zoom.
Als gezichtsdetectie is geactiveerd, is 1/25 de langzaamste sluitertijd die
de camcorder kan gebruiken.
Aanraken & Volgen
Als u opnamen maakt van mensen, wordt met gezichtsdetectie (0 64)
het hoofdonderwerp gevolgd en worden de optimale instellingen
gekozen. Maar ook als u opnamen maakt van andere bewegende
onderwerpen zoals uw huisdier, een rijdend voertuig of mensen die niet
direct naar de camera staan gericht, kunt u gebruik maken van
Aanraken & Volgen om uw onderwerp scherp te houden en de beste
resultaten te krijgen.
1 Zorg ervoor dat gezichtsdetectie is geactiveerd (0 64).
2 Richt de camcorder op een bewegend onderwerp en raak het
onderwerp aan op het touchscreen.
Rondom het onderwerp wordt een wit kader getoond, en volg het
onderwerp terwijl het beweegt.
Raak [Annuleren z] aan als u het kader wilt verwijderen en wilt
stoppen met volgen.
OPMERKINGEN
Als er op het scherm meer dan één gezicht aanwezig is dat een
vergelijkbare karakteristiek heeft, zoals kleur, dan kan het gebeuren dat
de camcorder een ander onderwerp volgt dan u had bedoeld. Raak in
dat geval opnieuw het gewenste hoofdonderwerp aan.
In bepaalde gevallen kan het voorkomen dat met de functie Aanraken &
Volgen het onderwerp niet kan worden gevolgd. Typische voorbeelden
hiervan zijn:
- Onderwerpen die in relatie tot het algehele beeld extreem klein of
extreem groot zijn.
- Onderwerpen die te veel gelijkenis met de achtergrond vertonen.
- Onderwerpen met onvoldoende contrast.
- Snel bewegende onderwerpen
- Als u binnenshuis opnamen maakt bij onvoldoende verlichting.
Bedieningsstanden:
66 Video
Video Snapshot
Neem een aantal korte scènes op of leg korte scènes vast vanuit een
film die u eerder hebt opgenomen. Speel uw Video Snapshot-opnamen
af in combinatie met uw favoriete muziek (0 77) om uw eigen
muziekvideo’s samen te stellen. U zult verrast zijn hoe u aan uw scènes
een geheel nieuwe dimensie kunt geven door achtergrondmuziek toe
te voegen. Leuker kan het niet worden.
Video Snapshot-opnamen maken
1Druk op z.
Op het scherm verschijnt een
blauwe rand.
Druk nogmaals op
z als u wilt
terugkeren naar de normale
video-opnamestand.
2Druk op g.
De camcorder neemt
standaard circa 4 seconden
lang op (het blauwe kader geeft visueel de voortgang weer) en keert
daarna automatisch terug naar de opnamepauzestand. U kunt met
de optie
8 8 [Lengte videosnapshot] de lengte van de Video
Snapshot-opname die u maakt, wijzigen in 2 of 8 seconden .
Bij het einde van de opname zal het scherm van de camcorder even
zwart worden. Dit lijkt op het open en dichtgaan van de sluiter van
een camera.
OPMERKINGEN
Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt, wordt de Video
Snapshot-stand uitgeschakeld.
Bedieningsstanden:
Video 67
Digitale effecten
* U kunt het digitale effect op het scherm vooraf bekijken.
Het pictogram van het gekozen digitale effect wordt getoond in een
groene kleur. Effecten worden onmiddellijk toegepast.
In/uitfaden
Druk op g in de opnamepauzestand (M) om de opname te
beginnen met een fade-in. Druk op g tijdens het opnemen
(
N) om uit te faden en een pauze in te lassen.
Opties (
Standaardwaarde)
OPMERKINGEN
Standaard wordt een fade uitgevoerd vanuit of naar een zwart scherm,
maar u kunt dit veranderen naar een wit scherm met de optie
7
8
[Faderinstelling].
Als u een fader gebruikt, wordt deze niet alleen toegepast op het beeld
maar ook op het geluid. Als u een effect gebruikt, wordt het geluid normaal
opgenomen.
Bedieningsstanden:
[N Uit]
Selecteer deze instelling als u niet van plan bent de
digitale effecten te gebruiken.
[2 Zwart-wit]* Hiermee maakt u video- en foto-opnamen in
zwart-wit.
[3 Sepia]* Hiermee maakt u video- en foto-opnamen in
sepiatonen om de scène er
“oud” te laten uitzien.
[
0 Begin fade/Eenmaal], [6 Begin fade/Altijd], [1 Wegvegen/
Eenmaal], [
7 Wegvegen/Altijd] Selecteer een van de faders
om een scène te beginnen of eindigen met een fade vanuit of
naar een zwart scherm. U kunt ervoor kiezen de fader slechts
eenmaal te activeren of telkens wanneer u op g drukt
om een scène te beginnen of te eindigen.
* Alleen deze digitale effecten zijn beschikbaar als u foto’s maakt.
[FUNC.] 8 [O Digitale effecten] 8 Gewenste fader of
gewenst effect* 8 [a]
68 Video
Faders kunt u niet gebruiken als u Video Snapshot-opnamen maakt of
wanneer pre-opname geactiveerd is.
Handmatige belichtingsinstelling
Soms kunnen onderwerpen met tegenlicht te donker (onderbelicht)
overkomen of kunnen onderwerpen onder zeer sterke lichtbronnen te
helder of verblindend (overbelicht) overkomen. Om dit te corrigeren, kunt u
de belichting handmatig wijzigen of de functie Aanraking AE gebruiken om
voor het door u geselecteerde onderwerp automatisch de optimale
belichting in te stellen. Dit komt van pas als de helderheid van het
onderwerp dat u wilt opnemen, merkbaar helderder/donkerder is dan de
algehele helderheid van het beeld.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [M Vuurwerk].
1 Open het scherm van de belichtingsinstelling.
2 Raak een onderwerp aan dat zich binnen het e-kader bevindt.
Het symbool Aanraking AE (P) gaat knipperen en de belichting
wordt automatisch ingesteld, zodat het door u aangeraakte gebied
correct wordt belicht. U kunt de belichting desgewenst verder
handmatig bijstellen.
De regelaar voor de handmatige instelling verschijnt en de
instelwaarde staat op ±0.
•Raak [y] aan als u wilt terugkeren naar automatische belichting.
3Raak [y] en [A] aan als u de belichting verder wilt afstellen.
Het instelbereik varieert al naargelang de aanvankelijke helderheid van
het beeld, en sommige waarden worden mogelijk gedimd getoond.
Als alternatief kunt u uw vinger naar links en rechts over de regelaar
slepen.
4Raak [a] aan om de belichting met de geselecteerde waarde te
vergrendelen.
Tijdens belichtingsvergrendeling worden e en de geselecteerde
belichtingswaarde op het scherm getoond.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [e Belichting]
Video 69
OPMERKINGEN
Als u tijdens belichtingsvergrendeling een ander opnameprogramma
kiest, keert de camcorder terug naar automatische belichting.
Bij het opnemen van onderwerpen met een sterke lichtbron op de
achtergrond wordt door de camcorder het tegenlicht gecorrigeerd. U
kunt de automatische tegenlichtcorrectie uitschakelen met de optie
7 8 [Autom. achtergr.verl.corr.].
Handmatige scherpstelling
Automatische scherpstelling werkt mogelijk niet goed bij de
onderwerpen hieronder. Stel in een dergelijk geval handmatig scherp.
* Alleen beschikbaar voor films.
WAAR U OP MOET LETTEN
Stel de zoom in voordat u de procedure start.
1 Open het scherm van de handmatige scherpstelling
2 Raak een onderwerp aan dat zich binnen het X-kader bevindt.
Het symbool Aanraking AF (P) gaat knipperen en de
scherpstelafstand zal automatisch worden ingesteld. U kunt
desgewenst verder handmatig scherp stellen.
U kunt er ook voor kiezen om [2] aan te raken om handmatig
scherp te stellen zonder de functie Aanraking AF te gebruiken.
De regelaars voor handmatige scherpstelling en de huidige
scherpstelafstand worden weergegeven (alleen ter referentie).
Raak [2] nogmaals aan als u wilt terugkeren naar automatische
scherpstelling.
Reflecterende oppervlakken
Onderwerpen met weinig
contrast of zonder verticale
lijnen
Snel bewegende onderwerpen
Opnamen via natte ramen
Nachtscènes
Bedieningsstanden:
*
[FUNC.] 8 [X Focus]
70 Video
3Raak [l] of [W] aan en houd dit symbool ingedrukt om scherp te
stellen.
Het midden van het scherm wordt vergroot om u te helpen
gemakkelijker scherp te stellen. U kunt deze functie ook uitschakelen
met de optie 7 8 [Focushulp].
De getoonde scherpstelafstand verandert als u de scherpstelling
wijzigt. U kunt met 6 8 [Afstandseenheden] selecteren welke
afstandsmaat (meters of feet) u wilt gebruiken.
Als u wilt scherp stellen op verafgelegen onderwerpen zoals bergen
of vuurwerk, raak dan [l] aan en houd dit symbool ingedrukt totdat
de scherpstelafstand in V verandert.
4Raak [a] aan om voor de geselecteerde afstand de
scherpstelling te vergrendelen.
Tijdens handmatige scherpstelling wordt [MF] op het scherm getoond.
OPMERKINGEN
Als de optionele groothoekconverter of teleconverter aangesloten is,
dan zal de getoonde scherpstelafstand niet correct zijn.
Tele-macro
U kunt met tele-macro close-up-opnamen maken op korte afstand van
een onderwerp. U kunt opnamen maken waarin kleine onderwerpen
scherp zijn maar de achtergrond wazig is, waardoor het onderwerp
wordt benadrukt.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [M Vuurwerk].
* Nogmaals aanraken als u tele-macro wilt deactiveren.
De camcorder zoomt automatisch naar maximale telefoto.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [ZOOM Zoom] 8 []* 8 [a]
Video 71
OPMERKINGEN
Tele-macro wordt gedeactiveerd als u een van de volgende handelingen
verricht.
- Als u de camcorder uitzet.
- Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt.
- Als u uitzoomt naar groothoek.
- Als u het opnameprogramma instelt op [M Vuurwerk].
Tele-macro kan niet worden geactiveerd of gedeactiveerd tijdens het
maken van opnamen.
Bij maximale telefoto kunt u tot op een afstand van 40 cm vanaf het
onderwerp scherp stellen .
Witbalans
De witbalansfunctie helpt u bij het nauwkeurig reproduceren van
kleuren onder verschillende lichtomstandigheden, zodat witte objecten
in uw opnamen altijd echt wit overkomen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan de opnameprogramma’
voor speciale scènes.
*Als u [g Aangep.WB] selecteert, stel dan de handmatige witbalans in met de
volgende procedure voordat u [a] aanraakt.
De witbalans handmatig instellen
Richt de camcorder op een wit object, zoom in totdat het object het
gehele scherm vult en druk op [WB inst.].
Als de instelling voltooid is, stopt
g met knipperen en verdwijnt dit
symbool. De camcorder onthoudt de handmatige witbalans ook als u de
camcorder uitschakelt.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [m Witbalans] 8 Gewenste optie* 8 [a]
72 Video
Opties (
Standaardwaarde)
OPMERKINGEN
Als u de witbalans handmatig instelt:
-Stel 7 8 [Zoomtype] in op een andere instelling dan [Digitaal].
- Reset de witbalans als u van locatie wisselt of wanneer de verlichting
of andere omstandigheden veranderen.
- Afhankelijk van de lichtbron blijft g mogelijk knipperen. Het resultaat
zal echter nog steeds beter zijn dan met de optie [Y Auto].
De handmatig aangepaste witbalans levert betere resultaten op in de
volgende gevallen:
- Bij veranderende lichtomstandigheden
- Bij close-ups
- Bij onderwerpen met één kleur (lucht, zee of bos)
- Onder kwiklampen en bepaalde typen TL-verlichting
Zelfontspanner
Op het scherm verschijnt n.
Herhaal dit en kies [B Uit] als u de zelfontspanner wilt
uitschakelen.
Voor films: Druk in de opnamepauzestand op g.
De camcorder begint op te nemen nadat 10 seconden is afgeteld. Op het
scherm ziet u dat er wordt afgeteld.
[
Y
Auto]
De camcorder stemt de witbalans automatisch af op
natuurlijk lijkende kleuren.
[
a
Daglicht]
Voor het maken van buitenopnamen.
[
d
Lamplicht]
Voor het maken van opnamen onder
wolfraamverlichting en TL-buizen van het wolfraamtype (3
golflengten).
[
g
Aangep.WB]
Gebruik deze handmatige stand om witte
onderwerpen onder een gekleurde verlichting wit uit te laten komen.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Zelftimer] 8
[A Aan n] 8 [a]
Video 73
Voor foto’s: Druk op j, eerst slechts halverwege om de
automatische scherpstelling te activeren en daarna volledig.
De camcorder maakt de foto nadat 10 seconden is afgeteld. Op het
scherm ziet u dat er wordt afgeteld.
OPMERKINGEN
Zodra het aftellen is begonnen, wordt de zelfontspanner stopgezet door
een van de volgende handelingen:
-Als u g indrukt (bij het opnemen van films) of j
volledig indrukt (bij het maken van foto’s).
- Als u de camcorder uitzet.
- Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt.
- Als u de camcorder in de standby-stand zet.
Audio-opnameniveau
U kunt het audio-opnameniveau van de interne microfoon instellen.
Tijdens het opnemen kunt u de audioniveau-indicator tonen.
1 Open het scherm waarin u het audio-opnameniveau handmatig
instelt.
Op het scherm verschijnen de audioniveau-indicator en het huidige
audio-opnameniveau.
Raak [z Auto] aan als u wilt terugkeren naar automatische audio-
opnameniveaus.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [c Niveau micro] 8 [y Handleiding]
Audioniveau-indicator
Instelbalk audioniveau
Handmatige instelling audioniveau
Huidig audioniveau
74 Video
2Raak [y] of [A] aan en houd deze knop ingedrukt als u het
audio-opnameniveau wilt wijzigen.
Als richtlijn geldt: stel het audio-opnameniveau zo in dat de
audioniveaumeter alleen af en toe rechts van de aanduiding -12 dB
komt.
3Raak [a] aan om het audio-opnameniveau te vergrendelen op
het huidige niveau.
De audioniveau-indicator tonen
De audioniveau-indicator wordt gewoonlijk alleen getoond nadat de
handmatige instelling van het audio-opnameniveau is geactiveerd. U
kunt ervoor kiezen de indicator ook te tonen als het audioniveau
automatisch wordt ingesteld.
OPMERKINGEN
Als de audioniveaumeter het rode punt (0 dB) bereikt, raakt het geluid
mogelijk vervormd.
Als het audioniveau te hoog is en het geluid vervormd raakt, activeer
dan de microfoondemper met de optie 7 8 [Microfoondemper].
Het verdient aanbeveling gebruik te maken van een hoofdtelefoon om
het geluidsniveau te controleren terwijl u het audio-opnameniveau instelt
of wanneer de microfoondemper geactiveerd is.
Gebruik van een hoofdtelefoon
Gebruik een hoofdtelefoon tijdens het afspelen of als u tijdens het maken
van opnamen het niveau van het geluid wilt controleren. De hoofdtelefoon
wordt aangesloten op het AV OUT/
X
-aansluitpunt, dat wordt gebruikt
voor zowel de hoofdtelefoon als de audio/video-uitvoer. Voordat u de
hoofdtelefoon aansluit, moet u de procedure hieronder volgen om het
aansluitpunt te wijzigen van AV-uitvoer in
X
-uitvoer (hoofdtelefoon).
* U kunt een hoofdtelefoon ook gebruiken in de stand , maar de functie van
het aansluitpunt kan niet worden gewijzigd. Wijzig vooraf de instelling vanuit de
stand .
[FUNC.] 8 [c Niveau micro] 8 [z Auto] 8 [Audioniveau]
8 [a]
Bedieningsstanden:
*
Video 75
* Alleen als u de procedure uitvoert in de stand .
Op het scherm verschijnt J.
Het volume wijzigen tijdens het afspelen
In de stand , en in de stand tijdens het afspelen van een
diashow, kunt u het volume van de hoofdtelefoon wijzigen op dezelfde
wijze als waarop u het volume van de luidspreker wijzigt (0 50).
BELANGRIJK
Bij gebruik van een hoofdtelefoon moet u het volume tot een
aanvaardbaar niveau terugbrengen.
Sluit de hoofdtelefoon niet aan op het AV OUT/X-aansluitpunt als het
pictogram J niet op het scherm wordt getoond. De ruisuitvoer in een
dergelijk geval kan schadelijk voor uw gehoor zijn.
OPMERKINGEN
Gebruik in de handel verkrijgbare hoofdtelefoons met een mini-jack van
3,5 mm en een kabel die niet langer is dan 3 meter.
Zelfs als [AV/Koptelef.] tijdens een afspeelstand werd ingesteld op
[J Koptelefoon], keert de functie van het AV OUT/X-aansluitpunt
automatisch terug naar AV-uitvoer als u de camcorder uitschakelt.
[FUNC.]*
8
[MENU]
8
6
8
[AV/Koptelef.]
8
[
J
Koptelefoon]
8
Om het menu te sluiten:
8
[
a
]
Om te vervolgen met het instellen van het volume:
8
[
f
]
8
[Volume]
8
Sleep uw vinger naar links en rechts
over de volumebalk om het volume te wijzigen
8
[
a
]
76 Video
Het punt selecteren waar met afspelen moet worden begonnen
Als u een zeer lange scène hebt, wilt u de scène wellicht vanaf een bepaald
punt afspelen. U kunt de filmtijdlijn gebruiken om de scène met een vast
tijdinterval van 6 seconden tot 6 minuten in segmenten op te splitsen.
1 Open het datum-indexscherm.
2 Open het scherm [Tijdslijn] van de scène.
Het scherm [Tijdslijn] verschijnt. Op de grote miniatuur ziet u het
eerste beeldje van de scène. Daaronder toont de tijdlijnverdeling
beeldjes die met een vast interval uit de scène zijn genomen.
3 Raak in de tijdlijnverdeling het gewenste beeldje aan vanwaar u
met het afspelen van de scène wilt beginnen.
Bedieningsstanden:
A Raak deze knop tweemaal aan om terug te keren naar
het indexscherm.
B Vorige/volgende scène.
C Sleep uw vinger naar links over de tijdlijnverdeling om de
volgende 5 beeldjes te tonen.
D Huidige scène / Totaal aantal scènes.
E Opnamemodus en lengte van de scène.
F Datum en tijd van de opname.
G Sleep uw vinger naar rechts over de tijdlijnverdeling om
de vorige 5 beeldjes te tonen.
H Momenteel geselecteerd interval tussen beeldjes.
[c] 8 Gewenste scène
Video 77
Het interval tussen beeldjes wijzigen
Scènes of diashow afspelen in combinatie met
achtergrondmuziek
U kunt in combinatie met achtergrondmuziek scènes in het datum-
indexscherm, verhalen in de galerij en fotodiashows afspelen met
gebruik van één van de bijgeleverde muzieknummers. U kunt het
originele geluid ook mixen met de achtergrondmuziek en zelfs de
balans van de respectievelijke audioniveaus instellen.
De bijgeleverde supplementaire schijf bevat 3 muzieknummers die u
kunt gebruiken als achtergrondmuziek. / / : De
muziekbestanden zijn voorgeïnstalleerd in het interne geheugen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Als u scènes, verhalen of een diashow van foto’s wilt afspelen die zijn
opgenomen op één van de geheugenkaarten, dan moet u de
muzieknummers eerst vanaf de bijgeleverde supplementaire schijf
kopiëren naar de betreffende geheugenkaart. Raadpleeg de
softwarehandleiding (PDF-bestand) van de bijgeleverde software voor
bijzonderheden.
1 Open het datum-indexscherm, galerijscherm of foto-
indexscherm.
2 Open het selectiescherm van de muzieknummers.
Voor scènes kunt u tijdens het afspelen de audio instellen met de
volgende procedure. Raak het scherm aan om de afspeelregelaars
op te roepen en raak vervolgens [ ] aan. Raak vervolgens [1] of
[b] aan om de balans in te stellen. Raak [f] aan als u klaar bent.
[6 sec] 8 Gewenst interval 8 [f]
Bedieningsstanden:
[MENU]
8
y / z
8
[Muziekkeuze]
8
[
A
Aan]
8
[Z] of [O] om het gewenste muzieknummer te selecteren
8 [1] of [b] de audiobalans in te stellen 8 [a]
78 Video
Scènes afspelen vanuit het datum-indexscherm
3 Raak een scène aan.
Afspelen vanaf een bepaalde scène in een verhaal
3 Selecteer het verhaal dat de scènes bevat die u wilt afspelen.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
4 Speel de scènes af.
Scènes afspelen op basis van classificatie in een verhaal
3 Selecteer het verhaal dat de scènes bevat die u wilt afspelen.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
A Selecteer het gewenste muzieknummer.
B Stel af in de richting van [1] om het niveau van de
originele audio te verhogen; stel af in de richting van [b]
om het niveau van achtergrondmuziek te verhogen. Zet
het niveau in het midden voor een gelijke mix van beide.
C Het geselecteerde muzieknummer verwijderen.
D Naar het geselecteerde muzieknummer luisteren. Raak
(B) nogmaals aan als u met afspelen wilt stoppen.
[Scenelijst] 8 Oranje kader dat rechts van de gewenste
scène wordt weergegeven 8 Miniatuurbeeld van de
scène
Video 79
4 Speel de scènes met een bepaalde classificatie af.
Een diashow afspelen vanuit het foto-indexscherm
3 Raak een foto aan om naar de schermweergave van één foto te
gaan en ga verder met de diashowprocedure (0 103).
Een muzieknummer verwijderen
Raak [Z] of [O] aan in het selectiescherm van de muzieknummers om
het muzieknummer te selecteren dat u wilt verwijderen.
BELANGRIJK
Als u in uw videocreaties gebruik maakt van liedjes en muzieknummers
waarop auteursrechten rusten, houd er dan rekening mee dat u geen
gebruik mag maken van muziek waarop auteursrechten rusten als u
daarvoor geen toestemming van de houder van de auteursrechten hebt
gekregen, behalve in gevallen die zijn toegestaan krachtens de
geldende wetten, zoals persoonlijk gebruik. Zorg ervoor dat u de
toepasselijke wetten in acht neemt als u gebruik maakt van
muziekbestanden.
[Verhaalgegevens] 8 [Afsp. op beoord.] 8 Gewenste
classificatiemarkering die correspondeert met de
classificatie van de scènes die u wilt afspelen 8 [f] 8
Miniatuurbeeld van de scène
[d] 8 [Ja]
80 Video
OPMERKINGEN
Initialisatie van een geheugenkaart heeft tot gevolg dat alle
muziekbestanden die u vanaf de bijgeleverde supplementaire schijf mogelijk
naar de geheugenkaart hebt gekopieerd, permanent worden verwijderd.
( / / De muziekbestanden die bij levering van de camcorder
al waren voorgeïnstalleerd in het interne geheugen, worden na initialisatie
van het interne geheugen hersteld.)
- Gebruikers van Windows: Gebruik de bijgeleverde software
Transfer
Utility
of
VideoBrowser
* van PIXELA om muziekbestanden vanaf de
bijgeleverde supplementaire schijf te kopiëren naar een geheugenkaart
nadat u deze hebt geïnitialiseerd. Raadpleeg de softwarehandleiding
(PDF-bestand) van de bijgeleverde software voor bijzonderheden.
- Gebruikers van Mac OS: Gebruik Finder om vanuit de map [MUSIC] op de
bijgeleverde supplementaire schijf muziekbestanden te kopiëren naar een
geheugenkaart nadat u de geheugenkaart hebt geïnitialiseerd. Raadpleeg
Over de muziekbestanden
(
0
178) voor informatie over de
mappenstructuur van de geheugenkaart.
* Niet mee geleverd met de .
Kopieer muziekbestanden vanaf de bijgeleverde supplementaire schijf naar
de geheugenkaart die de opnamen bevat die u wilt afspelen in combinatie
met achtergrondmuziek.
Schermgegevens en datacodering
U kunt de meeste schermgegevens in- of uitschakelen.
Door herhaaldelijk op h te drukken, worden de gegevens als
volgt op het scherm getoond:
Stand :
Alle gegevens worden
getoond
De meeste schermgegevens
worden niet weergegeven*
De stand en **:
Alleen de datacodering
wordt getoond
Alle gegevens worden getoond
Bedieningsstanden:
Video 81
* Door op h te drukken, worden de meeste pictogrammen en schermgegevens
die automatisch verschijnen, niet getoond, maar de schermgegevens die
handmatig werden opgeroepen (bijvoorbeeld schermmarkeringen of de
audioniveaumeter) worden wel getoond.
**Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
Aan scènes een classificatie toewijzen
U kunt een classificatie toewijzen aan de scènes die u opneemt. Later
kunt u voor het afspelen of bewerken van scènes uw selectie beperken
tot alleen de scènes van een bepaalde classificatie.
Aan scènes direct na het opnemen een classificatie toewijzen
U kunt aan uw scènes onmiddellijk na het opnemen een classificatie
toewijzen. Op deze wijze kunt u een classificatie toewijzen terwijl de
scène nog vers in uw geheugen aanwezig is.
Selecteer [B Uit] als u classificatie van scènes na het opnemen wilt
deactiveren.
Nadat u een scène hebt opgenomen, kunt u voor de scène een van de
volgende classificatiemarkeringen selecteren.
[], [], [
]: Wijst aan de scène een classificatie toe van
respectievelijk drie sterren, twee sterren of één
ster.
[
• • •
]: Wijst geen classificatie aan de scène toe. Als
[Scenes beoordelen (opn.)] is ingesteld op
[
B
Uit], dan wordt aan geen enkele
opgenomen scène een classificatie
toegewezen.
[ ]: Wijst aan de scène de classificatie
[
] toe.
Over de datacodering
Met elke gemaakte scène of foto houdt de camcorder een
datacodering bij (datum/tijd van opname, informatie over de camera-
instelling, etc.). U kunt met de optie y/z 8 [Datumcode]
selecteren welke informatie u wilt tonen.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 [8] 8
[Scenes beoordelen (opn.)] 8 [A Aan] 8 [a]
82 Video
In de galerij een classificatie toewijzen aan scènes
1 Selecteer in het galerijscherm het verhaal dat de scènes bevat
waaraan u een classificatie wilt toewijzen.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
2 Raak [Scenelijst] aan.
3 Als de gewenste scène verschijnt in de oranje balk, raak dan het
kader aan de rechterzijde aan.
U kunt uw vinger omhoog en omlaag slepen om door de scènelijst te
bladeren.
Het scherm [Scene bewerken] verschijnt.
4 Selecteer de gewenste classificatie voor de scène.
De geselecteerde classificatiemarkering wordt geaccentueerd.
5Raak [f] aan.
Het scherm [Scenelijst] verschijnt en de scène zal de geselecteerde
classificatie hebben.
•Raak [f] opnieuw aan om terug te keren naar het galerijscherm.
Aan scènes een classificatie toewijzen tijdens het afspelen
1 Speel in het galerijscherm het verhaal af dat de scènes bevat
waaraan u een classificatie wilt toewijzen.
2 Las tijdens het afspelen van een scène waaraan u een
classificatie wilt toewijzen, een pauze in en wijs aan de scène een
classificatie toe.
3Raak [A] aan om het afspelen te hervatten en op dezelfde wijze
aan scènes een classificatie toe te wijzen, of raak [B] aan om
terug te keren naar de galerij.
Bedieningsstanden:
Raak het scherm 8 [C] 8 [Bew.] 8 [Beoordeling] 8
Gewenste classificatie 8 [a] aan
Video 83
Scènes afspelen op basis van classificatie
U kunt scènes afspelen die een bepaalde classificatie hebben.
1 Selecteer in het galerijscherm het verhaal dat de scènes bevat die
u wilt afspelen.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
2 Selecteer een classificatie.
3 Raak het miniatuurbeeld van het verhaal aan.
Er verschijnt een bericht als het verhaal geen scènes met de
geselecteerde classificatie bevat. Raak [OK] aan om terug te keren
naar het galerijscherm.
Bedieningsstanden:
[Verhaalgegevens] 8 [Afsp. op beoord.] 8 Gewenste
classificatie 8 [f] 8 [f]
84 Video
Bewerking van de galerij en scènes
Verhalen beheren
De galerij bevat aanvankelijk twee groepen: [Ongesorteerd] voor uw
normale scènes en [Videofoto] voor uw Video Snapshot-opnamen.
Daarnaast kunt u nieuwe groepen, of “verhalen”, maken die scènes
van uw keuze bevatten, in een door u gekozen volgorde. U kunt
bijvoorbeeld een verhaal maken dat bestaat uit een verzameling
scènes van een bepaalde gebeurtenis of reis.
Een nieuw verhaal maken
1 Open het galerijscherm.
2 Maak een nieuw verhaal
Raak [Nee] aan als u het scherm wilt verlaten zonder een nieuw
verhaal te maken.
OPMERKINGEN
Inclusief [Ongesorteerd] en [Videofoto] kan een geheugen maximaal 100
verhalen bevatten.
[Ongesorteerd] en [Videofoto] kunt u niet verwijderen.
Scènes en verhalen verwijderen uit de galerij
U kunt uit de galerij scènes verwijderen die u niet langer nodig hebt. Als
u scènes wilt verwijderen, kunt u individuele scènes of een geheel
verhaal (inclusief alle scènes waaruit het verhaal bestaat) verwijderen.
Bedieningsstanden:
[b] 8 [ Galerij]
[ ] (nieuw verhaal maken) 8 [Ja]
Video 85
Individuele scènes verwijderen
1 Selecteer in het galerijscherm het verhaal dat de scène bevat die
u wilt verwijderen.
2 Verwijder de scène.
De scène wordt verwijderd en het galerijscherm verschijnt.
Scènes verwijderen op basis van classificatie
U kunt uit een verhaal alle scènes van een bepaalde classificatie
verwijderen.
1 Selecteer in het galerijscherm het verhaal dat de scènes bevat die
u wilt verwijderen.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
2 Open het scherm [Wissen].
3 Selecteer een classificatiemarkering die correspondeert met de
classificatie van de scènes die u wilt verwijderen.
De geselecteerde classificatiemarkering wordt geaccentueerd en het
aantal scènes verschijnt waarop de classificatie van toepassing is.
Als een verhaal geen scènes van een bepaalde classificatie bevat,
dan wordt de corresponderende classificatiemarkering gedimd
weergegeven.
U kunt meerdere classificatiemarkeringen selecteren.
4 Verwijder de scènes.
* Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd. Sommige scènes zullen desondanks worden verwijderd.
De scènes worden verwijderd en het galerijscherm verschijnt.
[Scenelijst] 8 Oranje kader dat aan de rechterzijde van
de gewenste scène wordt weergegeven 8 [d] 8 [Ja]
8 [OK] 8 [f]
[Verhaalgegevens] 8 [Verhaal bewerken] 8 [Wissen]
[Instellen] 8 [Ja]* 8 [OK] 8 [f]
86 Video
Een verhaal verwijderen
U kunt door u gemaakte nieuwe verhalen verwijderen.
1 Selecteer in het galerijscherm het verhaal dat u wilt verwijderen.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
2 Verwijder het verhaal.
* Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd. Sommige scènes zullen desondanks worden verwijderd.
Het verhaal wordt verwijderd en het galerijscherm verschijnt.
BELANGRIJK
Als u een scène verwijdert uit het galerijscherm of het datum-
indexscherm, dan wordt die scène permanent uit de camcorder
verwijderd.
Scènes in de galerij verplaatsen of kopiëren
Verplaats scènes in de galerij (individueel of op basis van classificatie)
om deze in de volgorde van uw keuze af te spelen. U kunt scènes ook
kopiëren naar een ander verhaal. U kunt scènes niet verplaatsen of
kopiëren naar [Ongesorteerd] of [Videofoto].
Individuele scènes verplaatsen
1 Selecteer in het galerijscherm het verhaal dat de scènes bevat die
u wilt verplaatsen.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
2 Raak [Scenelijst] aan.
3 Als de gewenste scène verschijnt in de oranje balk, raak dan het
kader aan de rechterzijde aan.
U kunt uw vinger omhoog en omlaag slepen om door de scènelijst te
bladeren.
Het scherm [Scene bewerken] verschijnt.
[Verhaalgegevens] 8 [Verhaal bewerken] 8
[Verhaal verw.] 8 [Ja]* 8 [OK]
Video 87
4 Raak [Verplaatsen] of [Kopieren] aan.
Er verschijnen miniatuurbeelden van elk verhaal (behalve voor
[Ongesorteerd] en [Videofoto]).
5 Raak het miniatuurbeeld aan van het verhaal waarnaar u de
scènes wilt verplaatsen of kopiëren.
Als u scènes verplaatst of kopieert naar een leeg verhaal, ga dan verder
bij stap 7.
6 Sleep uw vinger omhoog en omlaag om de gewenste positie te
selecteren en raak vervolgens [Instellen] aan.
De oranje balk (bestemmingspictogram) geeft aan waar in het verhaal
de scène naartoe wordt verplaatst of gekopieerd.
7 Raak [Ja] aan.
Als u scènes kopieert, dan kunt u [Stop] aanraken om de procedure te
onderbreken terwijl deze wordt uitgevoerd. Raak na het kopiëren van
de scènes [OK] aan wanneer het bevestigingsscherm verschijnt.
8 Raak [f] aan.
Scènes verplaatsen op basis van classificatie
U kunt van het ene verhaal naar een ander verhaal scènes van een
bepaalde classificatie verplaatsen.
1 Selecteer in het galerijscherm het verhaal dat de scènes bevat die
u wilt verplaatsen.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
2 Open het scherm [Verhaal verpl.].
3 Selecteer een classificatie die correspondeert met de classificatie
van de scènes die u wilt verplaatsen.
De geselecteerde classificatiemarkering wordt geaccentueerd en het
aantal scènes verschijnt waarop de classificatie van toepassing is.
Als een verhaal geen scènes van een bepaalde classificatie bevat,
dan wordt de corresponderende classificatiemarkering gedimd
weergegeven.
U kunt meerdere classificatiemarkeringen selecteren.
[Verhaalgegevens]
8
[Verhaal bewerken]
8
[Verhaal verpl.]
88 Video
4 Verplaats de scènes.
De scènes worden verplaatst en het galerijscherm van het
bronverhaal verschijnt.
BELANGRIJK
U kunt scènes niet verplaatsen of kopiëren naar [Ongesorteerd] of
[Videofoto].
Video Snapshot-opnamen en foto’s maken van filmscènes
U kunt Video Snapshot-opnamen of foto’s maken van een scène die u
eerder hebt opgenomen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u foto’s wilt
maken van filmscènes die zijn opgenomen op een feestje of dat u een
kleine videoclip wilt maken door gebruik te maken van Video
Snapshot-opnamen van de hoogtepunten van een gebeurtenis.
Een Video Snapshot-opname maken
1 Open het indexscherm dat de filmscène bevat waarvan u de
Video Snapshot-opname wilt maken.
2 Speel de betreffende scène af.
3Druk op
g om de Video Snapshot-opname te maken.
De camcorder maakt gedurende circa 4 seconden de Video Snapshot-
opname (het blauwe kader geeft visueel de voortgang weer) en gaat
daarna over op de afspeelpauzestand. U kunt met de optie 8 8
[Lengte videosnapshot] de lengte wijzigen van de Video Snapshot-
opname die u maakt.
4 Raak het scherm aan en raak vervolgens [B] aan om terug te
keren naar het indexscherm.
OPMERKINGEN
U kunt alleen een Video Snapshot-opname maken tijdens het afspelen
van de filmscène; in de afspeelpauzestand kunt u geen Video
Snapshot-opname maken.
[Instellen] 8 Miniatuurbeeld van het verhaal waarnaar u
scènes wilt verplaatsen 8 [Ja] 8 [f]
Bedieningsstanden:
Video 89
De gemaakte Video Snapshot-opname wordt opgeslagen in hetzelfde
geheugen dat de filmscène bevat.
In het galerijscherm wordt een gemaakte Video Snapshot-opname
opgeslagen in [Videofoto] als de laatste scène.
U kunt geen Video Snapshot-opnamen maken als u de volgende
soorten scènes afspeelt.
- Scènes die korter zijn dan 1 seconde
- Scènes die werden bewerkt met de bijgeleverde software
VideoBrowser* van PIXELA en vervolgens werden gekopieerd naar
een geheugenkaart die aangesloten was op de computer.
* Niet mee geleverd met de .
Als de filmscène zelf een Video Snapshot-opname is, kunt u wellicht
geen Video Snapshot-opname maken. Dit hangt af van de lengte van
de betreffende filmscène en de lengte die momenteel is geselecteerd
voor Video Snapshot-opnamen.
Als u begint met het maken van een Video Snapshot-opname die
minder dan 1 seconde is verwijderd vanaf het eind van de filmscène,
dan wordt de Video Snapshot-opname gemaakt vanaf het begin van de
volgende filmscène.
Tijdens het afspelen van Video Snapshot-opnamen die zijn gemaakt
van een eerder opgenomen film, kan het voorkomen dat u in het beeld
en geluid abnormaliteiten waarneemt bij het punt waar tijdens het
afspelen wordt overgegaan op een nieuwe filmscène.
Foto’s maken van een filmscène
U kunt een foto maken van een filmscène die wordt afgespeeld.
De resolutie van de gemaakte foto’s is 1.920x1.080.
Lees de paragraaf BELANGRIJK voordat u een Eye-Fi-kaart gebruikt.
1 Speel de scène af waarvan u de foto wilt maken.
2 Las een pauze in bij het punt waar u de foto wilt maken.
3Druk j volledig in.
4 Raak [B] aan om terug te keren naar het indexscherm.
Bedieningsstanden:
90 Video
BELANGRIJK
Als u foto’s maakt op een Eye-Fi-kaart in geheugenkaartsleuf Y, dan
worden de foto’s automatisch geüpload als de camcorder in de
afspeelstand staat en u binnen bereik bent van een geconfigureerd
netwerk. Controleer altijd of Eye-Fi-kaarten goedgekeurd zijn in het land
of de regio waar u de kaart gebruikt. Raadpleeg ook Gebruik van een
Eye-Fi-kaart (0 124).
OPMERKINGEN
De datacodering van de foto’s reflecteert de datum en tijd van de
opname van de originele scène.
Foto’s die worden gemaakt van een scène met veel beweging, kunnen
wazig zijn.
Foto’s worden gemaakt in het geheugen dat is geselecteerd voor het
maken van foto’s.
Scènes splitsen
U kunt scènes splitsen om de beste delen te behouden en later de rest
uit te snijden.
1 Selecteer de scène die u wilt splitsen en raak de scène aan om
deze af te spelen.
U kunt ook een scène in een verhaal splitsen.
2 Pauzeer op het punt waar u de scène wilt splitsen.
3 Open het splitsingsscherm.
4 Breng de scène desgewenst naar een precies punt.
Tijdens afspeelpauze: Raak [A] aan om de scène af te spelen. Raak
[F] of [E] aan om een beeldje achteruit/vooruit te gaan.
Tijdens het afspelen: Raak [C] aan als u tijdens het afspelen een
pauze wilt inlassen. Raak [J] of [I] aan voor versneld
achteruit/vooruit afspelen.
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Splitsen]
Video 91
5 Splits de scène.
De video-opname vanaf het splitsingspunt tot het eind van de scène
verschijnt als een nieuwe scène in het indexscherm.
OPMERKINGEN
Als u tijdens het splitsen van scènes beeldje voor beeldje vooruit- of
achteruitgaat, dan is de interval tussen beeldjes circa 0,5 seconde.
Indien de scène niet kan worden gesplitst op het punt waar u tijdens het
afspelen een pauze hebt ingelast, ga dan een beeldje vooruit/achteruit
en splits vervolgens de scène.
Tijdens het afspelen van een gesplitste scène kan het gebeuren dat op
het punt waar de scène werd gesplitst onregelmatigheden in het beeld/
geluid voorkomen.
De volgende scènes kunnen niet worden gesplitst:
- Video Snapshot-opnamen en andere scènes die te kort zijn (minder
dan 3 seconden).
- Scènes die werden bewerkt met de bijgeleverde software
VideoBrowser* van PIXELA en vervolgens werden gekopieerd naar
een geheugenkaart die aangesloten was op de computer.
* Niet mee geleverd met de .
Scènes kunnen niet worden gesplitst binnen 1 seconde vanaf het begin
of vanaf het eind van de scène.
[A Splitsen] 8 [Ja]
92 Video
Scènes decoreren
Verfraai uw scènes door deze te decoreren. U kunt animaties,
stempels en zelfs uw eigen gemaakte tekeningen met de bijgeleverde
styluspen toevoegen, en nog meer!
Decoreren tijdens het opnemen
1 Open het decoratiescherm.
U kunt het decoratiescherm openen wanneer het LCD-paneel is
ingeklapt met het LCD-scherm vanaf de camcorder gericht. Zorg er
in dat geval voor dat 6 8 [Autostart decoratie] is ingesteld op
[A Aan].
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [ Decoratie]
Video 93
2 Gebruik een optie in de werkbalk.
Zie hieronder voor een beschrijving van elke optie.
3Druk op g om te beginnen met opnemen.
De schermdecoraties worden in de opname meegenomen.
A
Tekenblad: Dit is het gebied waarin u uw decoraties tekent
en in actie ziet. De onderdelen
B
t/m
G
vormen
gezamenlijk de werkbalk en worden gebruikt om het
tekenblad te decoreren.
B
[Pennen en stempels]: Hiermee kunt u het type pen en
stempel en de betreffende kleur selecteren. Nadat u
decoraties hebt toegevoegd, kunt u het tekenblad opslaan.
Per geheugen kunt u echter slechts één tekenblad opslaan.
C
[Bewegende stempels]: U kunt bewegende stempels
toevoegen aan uw decoratie. U kunt deze overal op het
tekenblad plaatsen.
D
[Datum en tijd]: Hiermee voegt u de datum en tijd aan het
tekenblad toe. U kunt deze vervolgens overal naartoe
verplaatsen.
E
Beeldmix: Hiermee voegt u een van de 27 verschillende
kaders toe aan het tekenblad om deze te mixen met live
video. U kunt deze optie combineren met de pennen en
stempels en bewegende stempels.
F
Scherm bevriezen: Hiermee bevriest u het scherm tijdens
het decoreren. U kunt het scherm opnemen terwijl het
bevroren is.
G
Werkbalk minimaliseren: Hiermee minimaliseert u de
werkbalk naar de bovenzijde van het scherm. Raak [ ] aan
als u de werkbalk wilt herstellen.
94 Video
Gebruik van ([Pennen en stempels])
1Raak [ ] aan.
Het scherm [Pennen en stempels] verschijnt.
2 Selecteer de gewenste pen of stempel onder [Gereedschap].
U kunt een tekenblad ook wissen, opslaan of laden. Zie de procedures
hieronder.
3 Selecteer wit of zwart onder [Kleuren].
Als alternatief kunt u [ ] aanraken en een kleur selecteren in de
weergegeven kleuren.
4Raak [f] aan.
Het tekenblad verschijnt op het scherm.
5 Maak een tekening op het tekenblad.
De [Pennen en stempels]-decoraties wissen
1 Raak [ ] aan tijdens weergave van het tekenblad.
2Raak [Wissen] 8 [Ja] aan.
De [Pennen en stempels]-decoraties worden gewist.
De [Pennen en stempels]-decoraties opslaan
1 Raak [ ] aan tijdens weergave van het tekenblad.
2 Raak [Opslaan] 8 [Ja] aan.
De huidige [Pennen en stempels]-decoraties worden opgeslagen.
Er kan echter slechts één tekenblad in het geheugen worden
opgeslagen.Het tekenblad wordt opgeslagen in het interne
geheugen ( / / ) of op geheugenkaart X
(/).
Een [Pennen en stempels]-decoratie laden
1 Raak [ ] aan tijdens weergave van het tekenblad.
2 Raak [Laden] 8 [Ja] aan.
De [Pennen en stempels]-decoraties die zijn opgeslagen in het
geheugen, worden geladen en verschijnen op het tekenblad.
Video 95
Gebruik van ([Bewegende stempels])
1 Raak [ ] aan.
Het scherm [Bewegende stempels] verschijnt.
2 Selecteer het gewenste stempelnummer.
3 Raak op het tekenblad een plaats aan waar u de geselecteerde
stempel wilt plaatsen.
Gebruik van J ([Datum en tijd])
1 Raak [J] aan.
2 Raak [Datum] of [Tijd] aan en raak vervolgens [f] aan.
De geselecteerde optie verschijnt op het scherm. Raak beide
bedieningsknoppen aan om zowel de datum als de tijd weer te
geven.
U kunt ook een van de drie bedieningsknoppen aan de onderzijde
aanraken om te wijzigen hoe de datum/tijd wordt weergegeven. [ ]
plaatst de datum/tijd in een donker kader, [ ] toont de datum/tijd in
wit, [ ] toont de datum/tijd in zwart.
3 Raak de datum of tijd aan en sleep uw vinger naar de gewenste
locatie.
Gebruik van (beeldmix)
1 Raak [ ] aan.
U kunt een van de geheugenpictogrammen aan de onderzijde van het
scherm aanraken om beeldmixkaders te lezen die zijn opgeslagen in
een ander geheugen ( / / : alleen wanneer u scènes op
een geheugenkaart opneemt of vanaf een geheugenkaart afspeelt)
(0 178).
2 Raak [Aan] aan.
Het scherm [Beeldkeuze] verschijnt.
3 Raak [+] of [-] aan om een ander beeld te selecteren.
4 Raak [f] aan.
Het geselecteerde beeld verschijnt op het tekenblad.
96 Video
Gebruik van (scherm bevriezen)
1 Raak [ ] aan.
De bedieningsknop verandert in [ ] en het beeld wordt bevroren.
2 Decoreer het scherm met gebruik van de andere opties in het
palet.
3 Raak [ ] aan.
Het scherm keert terug naar de normale weergave.
OPMERKINGEN
Als het geheugen dat het tekenblad bevat, wordt geïnitialiseerd, dan
wordt het tekenblad verwijderd.
Als de optie [Bewegende stempels] wordt gebruikt, dan wordt de
datum/tijd niet weergegeven of opgenomen.
Decoreren tijdens afspelen
U kunt scènes die worden afgespeeld op dezelfde wijze decoreren als
scènes die worden opgenomen. Decoraties die worden toegevoegd
aan een scène die wordt afgespeeld, worden niet met de scène
opgenomen. Als u scènes converteert naar Standard-Definition
(0 119), dan worden de decoraties echter met superimpositie op de
SD-films “gelegd”*.
*Alleen / / .
1 Speel de scène af die u wilt decoreren.
2 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
3 Raak [ ] aan.
Het tekenblad en de werkbalk verschijnen. Decoreer het tekenblad
zoals hiervoor beschreven.
De beeldmixfunctie is niet beschikbaar als u scènes decoreert tijdens
het afspelen of voor scènes die worden geconverteerd naar
Standard-Definition.
Foto’s 97
Foto’s
Raadpleeg dit hoofdstuk voor bijzonderheden over het maken
en bekijken van foto’s. Raadpleeg De Smart AUTO-stand
(0 40) voor bijzonderheden over de elementaire functies die u
gebruikt voor het maken van foto’s.
Elementaire weergavefuncties
Foto’s bekijken
1Druk op S.
2 Open het indexscherm [Foto’s].
3 Zoek de foto die u wilt weergeven.
Zet de zoomregelaar op Q om per pagina 15 foto’s weer te geven;
zet de zoomregelaar op P om per pagina 6 foto’s weer te geven.
Bedieningsstanden:
[b] 8 [2 Foto’s]
98 Foto’s
4 Raak de foto aan die u wilt bekijken.
De foto wordt weergegeven in de schermweergave van één foto.
Sleep uw vinger naar links/rechts om één voor één door de foto’s te
bladeren.
Vanuit de schermweergave van één foto terugkeren naar het
indexscherm
1 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
2Raak [Q] aan.
Foto’s doorlopen
Als u een groot aantal foto’s hebt gemaakt, kunt u met de scrollbalk
heel gemakkelijk de foto’s doorlopen.
1 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
2 Doorloop de foto’s met behulp van de scrollbalk.
A Geheugen dat wordt gelezen.
B Indexscherm dat momenteel wordt getoond.
C Sleep uw vinger naar links om naar de volgende
indexpagina te gaan.
D Sleep uw vinger naar rechts om naar de vorige
indexpagina te gaan.
E Selecteer een ander indexscherm om andere inhoud of
gegevens uit een ander geheugen te lezen (0 52).
[g] 8 Sleep uw vinger naar links en rechts over de
scrollbalk 8 [f]
Foto’s 99
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Zelfs als u foto’s kopieert naar een geheugenkaart die aangesloten is op
een computer, worden de volgende beeldbestanden mogelijk niet
correct op de camcorder weergegeven.
- Foto’s die niet met deze camcorder zijn gemaakt.
- Foto’s die zijn bewerkt op een computer of die zijn gekopieerd vanaf
een computer.
- Fotos waarvan de bestandsnamen zijn gewijzigd.
Foto’s verwijderen
Foto’s die u niet wilt behouden, kunt u verwijderen.
Eén enkele foto verwijderen
1 Selecteer in de schermweergave van één foto de foto die u wilt
verwijderen.
2 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
3 Verwijder de foto.
4 Sleep uw vinger naar links/rechts om een andere foto te
selecteren die u wilt verwijderen of raak [a] aan.
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Wissen] 8 [d Doorgaan] 8 [Ja]
100 Foto’s
Foto’s verwijderen in het indexscherm
U kunt geselecteerde foto’s of alle foto’s verwijderen uit het
indexscherm.
1 Open het indexscherm [Foto’s].
2 Selecteer de foto’s die u wilt verwijderen.
Als u [Selecteer] hebt geselecteerd, raak dan de foto’s aan die u wilt
verwijderen en raak vervolgens [OK] aan. Op geselecteerde foto’s
verschijnt een vinkje O. Raak een geselecteerde foto opnieuw aan als
u het vinkje wilt verwijderen. U kunt ook [Verwijder alles] aanraken als u
alle vinkjes wilt verwijderen.
3Raak [Ja] 8 [OK] aan.
Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze
wordt uitgevoerd.
Opties
BELANGRIJK
Wees voorzichtig bij het verwijderen van foto’s. Verwijderde fotos bent u
voorgoed kwijt.
Foto’s die zijn beveiligd met een ander apparaat, kunt u niet verwijderen.
[Selecteer] Verwijdert alle foto’s die u selecteert.
[Alle foto’s] Verwijdert alle foto’s.
[b] 8 [Foto’s]
[Bew.] 8 [Wissen] 8 Gewenste optie
Foto’s 101
Overige functies
Foto’s maken in de flexibele opnamestand
1 Zet de camcorder aan.
•//
Standaard worden foto’s
opgeslagen in het interne
geheugen. U kunt de
geheugenkaart selecteren
als opslagmedium voor
fotos (0 36).
Lees de paragraaf
BELANGRIJK (0 102)
voordat u een Eye-Fi-kaart
gebruikt.
2Druk
j half in.
Zodra automatisch scherp is
gesteld, verandert h in een
groene kleur en verschijnen er
een of meer AF-kaders.
3Druk
j volledig in.
De ACCESS-indicator zal tijdens het maken van de foto knipperen.
Nadat u klaar bent met het maken van opnamen
1 Controleer of de ACCESS-indicator uit staat.
2 Zet de camcorder uit.
3 Sluit het LCD-paneel.
Bedieningsstanden:
102 Foto’s
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Nadat u foto’s hebt gemaakt op een Eye-Fi-kaart in geheugenkaartsleuf
Y, worden de foto’s automatisch geüpload als de camcorder in de
afspeelstand staat en u binnen bereik bent van een geconfigureerd
netwerk. Controleer altijd of Eye-Fi-kaarten goedgekeurd zijn in het land
of de regio waar u de kaart gebruikt. Raadpleeg ook Gebruik van een
Eye-Fi-kaart (0 124).
OPMERKINGEN
U kunt geen foto’s maken wanneer 8 8 [Framerate] is ingesteld
op [
D PF25]. Ook kunt u geen foto’s maken wanneer digitale zoom is
geactiveerd (lichtblauw gebied op de zoombalk).
Fotoresolutie selecteren
U kunt de resolutie van foto’s selecteren door de beeldverhouding te
kiezen. U kunt [F 2016x1512] of [G 1920x1080] selecteren. Als u
[G 1920x1080] selecteert, dan wordt de foto gemaakt in een brede
beeldverhouding.
Opties
Geheugenkaarten met een grote capaciteit, zoals kaarten die
gewoonlijk worden gebruikt voor het maken van video-opnamen,
kunnen een groot aantal foto’s bevatten. Als vuistregel geldt dat op
een geheugenkaart van 1 GB circa 455 foto’s kunnen worden gemaakt
bij een resolutie van [F 2016x1512] en 670 bij een resolutie
[G 1920x1080].
Bedieningsstanden:
[FUNC.]
8
[MENU]
8
8
8
[Beeldverhouding foto]
8
Gewenste fotoresolutie (beeldverhouding)
8
[
a
]
Foto’s 103
OPMERKINGEN
Het hangt van het onderwerp en de opnameomstandigheden af
hoeveel foto’s in totaal kunnen worden gemaakt.
De camcorder onthoudt de laatst gebruikte instelling, zelfs wanneer u
de camcorder in de stand zet.
Gebruik bij het afdrukken van foto’s de richtlijnen hieronder voor het
bepalen van de afdrukgrootte.
-[F 2016x1512]: Voor het afdrukken van foto’s tot A4-formaat
(21 x 29,7 cm).
-[G 1920x1080]: Voor het afdrukken van foto’s met een hoogte/
breedteverhouding van 16:9. (Hiervoor is fotopapier van breed
formaat vereist).
Diashow
U kunt alle foto’s gebruiken om een diashow af te spelen en u kunt de
show ook van muziek voorzien.
1 Open het indexscherm [Foto’s].
2 Selecteer de achtergrondmuziek die u wilt gebruiken tijdens het
afspelen van een diashow met foto’s (0 77).
3 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen, en
raak vervolgens [A] aan om de diashow af te spelen in
combinatie met het geselecteerde muzieknummer.
Raak [C] als u de diashow wilt stopzetten. Verberg desgewenst de
afspeelregelaars.
De overgangseffecten van de diashow wijzigen
Bedieningsstanden:
[MENU] 8 z 8 [Overgang diashow] 8 [B Uit],
[i Vervagen] of [j Verschuiven] 8 [a]
104 Foto’s
- Functies die u kunt gebruiken bij het maken van foto’s
U kunt ook de volgende functies gebruiken...
De volgende functies en programma’s van de camcorder kunt u
gebruiken voor het opnemen van video of voor het maken van foto’s.
De manier waarop u deze functies moet instellen en gebruiken, is al in
detail besproken. Daarom geven wij alleen een verwijzing naar de
relevante pagina in het “Video”-hoofdstuk.
•Zoomen (0 44)
Snelstartfunctie (0 46)
Opnameprogramma’s (0 59, 61)
Gezichtsdetectie (0 64)
Digitale effecten (0 67)
Handmatige belichtingsinstelling (0 68)
•Witbalans (0 71)
Zelfontspanner (0 72)
Externe aansluitingen 105
Externe aansluitingen
Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de camcorder aansluit op een
extern apparaat zoals een TV, videorecorder of computer.
Aansluitpunten op de camcorder
* Als u een kabel aansluit op de camcorder, houd de kabel dan zo dat het
driehoeksymbool op de connector naar boven gericht is.
1
USB-aansluitpunt
Toegang: Open het LCD-paneel.
2
HDMI OUT-aansluitpunt*
Toegang: Open het LCD-paneel.
Het HDMI OUT-aansluitpunt biedt een digitale
verbinding van hoge kwaliteit met een
comfortabele combinatie van audio en video in
één kabel.
3
COMPONENT OUT-aansluitpunt*
Toegang: Open aan de zijkant de afdekking van
de aansluitpunten.
Het aansluitpunt voor Component Video is alleen
bestemd voor video. Als u aansluitmethode
B
gebruikt, vergeet dan niet de audioverbindingen
tot stand te brengen met behulp van het AV OUT/
X
-aansluitpunt.
4
AV OUT/
X
-aansluitpunt
Toegang: Open aan de zijkant de afdekking van
de aansluitpunten.
Geluid uit de ingebouwde luidspreker wordt
onderdrukt als de stereovideokabel STV-250N op
de camcorder aangesloten is. Wijzig het volume
op de aangesloten TV.
106 Externe aansluitingen
Aansluitschema’s
In de volgende aansluitschema’s ziet u aan de linkerkant de aansluitingen
op de camcorder en ziet u aan de rechterkant (alleen ter referentie) een
voorbeeld van de aansluitingen op een aangesloten apparaat.
Aansluitmethode A
HDMI
Type: Digitaal Kwaliteit: High-Definition Alleen uitvoer
Voor het aansluiten van de camcorder op een High-Definition TV (HDTV) met een HDMI-
ingang.
HDMI-kabel HTC-100/S
(bijgeleverd)
(HDMI-miniconnector) (standaard-HDMI-
connector)
Over de HDMI
TM
-verbinding
De aansluitmethode voor HDMI (High-Definition Multimedia
Interface) (A) is een comfortabele, volledig digitale verbinding
waarbij gebruik wordt gemaakt van één kabel voor zowel video als
audio. Als u de camcorder aansluit op een HDTV die uitgerust is met
een HDMI-aansluitpunt, kunt u genieten van een video- en
audioweergave van de hoogste kwaliteit.
- Het HDMI OUT-aansluitpunt op de camcorder is alleen bestemd voor
uitvoersignalen. Maak geen verbinding tussen dit aansluitpunt en een
HDMI-uitgang op een extern apparaat, omdat de camcorder hierdoor
beschadigd kan raken.
- Als de camcorder aangesloten is op een HDTV via aansluitmethode
A
, is
er geen video-uitvoer vanuit andere aansluitpunten.
- Bij aansluiting van de camcorder op DVI-monitors kan een juiste
werking niet worden gegarandeerd.
- Afhankelijk van de HDTV kan het voorkomen dat persoonlijke video-
opnamen via aansluitmethode
A
niet correct worden afgespeeld. Probeer
dan een van de andere aansluitmethoden.
- Raadpleeg
Bijlage: Menu-opties - Overzicht
(
0
126) voor bijzonderheden
over de functies die compatibel zijn met HDMI: [x.v.Color], [HDMI-controle],
[HDMI 1080p-uitgang] en [HDMI-status].
Externe aansluitingen 107
Aansluitmethode B
Component Video
Type: Analoog Kwaliteit: High-Definition Alleen uitvoer
Voor het aansluiten van de camcorder op een High-Definition TV (HDTV) met Component
Video-ingangen. Wijzig 6
8 [AV/Koptelef.] in [H AV]
Aansluitmethode C
Composite Video
Type: Analoog Kwaliteit: Standard-Definition Alleen uitvoer
Aansluiten op een standaard-TV of een videorecorder met audio/video-ingangen. Wijzig
de volgende instellingen op de camcorder:
- y/z
8 [TV-Type] volgens het TV-toestel (breedbeeld of 4:3), als de TV de
beeldverhouding niet automatisch kan detecteren en wijzigen
- 6
8 [AV/Koptelef.] op [H AV]
Wit
Stereovideokabel STV-250N
(bijgeleverd)
Rood
Groen
Blauw
Rood
Componentkabel CTC-100
(optioneel)
Rood
Wit
Geel
Stereovideokabel STV-250N
(bijgeleverd)
108 Externe aansluitingen
Afspelen op een TV-scherm
Sluit de camcorder aan op een TV om samen met familie en vrienden
van uw opnamen te genieten. De beste weergavekwaliteit krijgt u door
uw opnamen weer te geven op een HDTV met gebruik van een van de
High-Definition-verbindingen.
1 Zet de camcorder en TV uit.
2 Sluit de camcorder aan op de TV.
Raadpleeg Aansluitschema’s (0 106) en selecteer de meest
geschikte aansluitmethode voor uw TV.
3 Zet de aangesloten TV aan.
Selecteer op de TV als video-ingang hetzelfde aansluitpunt als het
aansluitpunt waarop u de camcorder hebt aangesloten. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van de aangesloten TV.
Aansluitmethode c
Composite Video (SCART)
In alle opzichten hetzelfde als aansluitmethode C.
Aansluiten op een standaard-TV- of videorecorder met SCART-ingang. Vereist een
SCART-adapter (in de winkel verkrijgbaar).
Aansluitmethode D
USB
Type: Digitale gegevensverbinding
Aansluiten op een computer om uw opnamen op te slaan.
Stereovideokabel STV-250N
(bijgeleverd)
SCART-adapter
(in de winkel verkrijgbaar)
Geel
Wit
Rood
USB-kabel
(bijgeleverd)
Bedieningsstanden:
Externe aansluitingen 109
4 Zet de camcorder aan en kies de stand of .
Speel de films af of geef de fotos weer.
OPMERKINGEN
Als u films hebt opgenomen met de functie x.v.Color (0 134) en u
deze wilt afspelen op een HDTV die met deze standaard compatibel is,
dan moet u op de aangesloten HDTV mogelijk aanvullende instellingen
verrichten om de films correct te kunnen afspelen. Raadpleeg hiervoor
de gebruiksaanwijzing van de TV.
Het verdient aanbeveling de camcorder van stroom te voorzien via de
compacte netadapter.
Aansluitmethode C of c: Wanneer u 16:9 films afspeelt op een
standaard-TV met een beeldverhouding van 4:3, zal de TV automatisch
overschakelen naar breedbeeld als de TV compatibel is met het WSS-
systeem. In andere gevallen moet u de hoogte/breedteverhouding van
uw TV handmatig wijzigen.
110 Externe aansluitingen
Uw opnamen opslaan en delen
Opnamen kopiëren naar een geheugenkaart
U kunt uw opnamen kopiëren naar een geheugenkaart, maar alleen naar
geheugenkaart
Y
. Bij gebruik van / / moeten de opnamen
aanwezig zijn in het interne geheugen of op geheugenkaart
X
. Bij gebruik
van / moeten de opnamen aanwezig zijn op geheugenkaart
X
.
In het datum-indexscherm kunt u ervoor kiezen om alle scènes die zijn
opgenomen op een bepaalde datum, individuele scènes of alle scènes te
kopiëren. In de galerij kunt u ervoor kiezen om alle scènes in een verhaal te
kopiëren.
Lees de paragraaf BELANGRIJK (
0
112) voordat u een Eye-Fi-kaart
gebruikt.
WAAR U OP MOET LETTEN
Zorg ervoor dat in geheugenkaartsleuf Y de geheugenkaart aanwezig
is waarnaar u de opnamen wilt kopiëren.
Scènes kopiëren vanuit het datum-indexscherm
Als u de galerij bekijkt op geheugenkaart Y, dan bevinden
gekopieerde scènes zich in de categorie [Ongesorteerd], ongeacht in
welk verhaal de originele scènes aanwezig zijn.
1 Open de indexpagina in het datum-indexscherm dat de scènes
bevat die u wilt kopiëren.
•Nadat u op [
b
] hebt gedrukt, selecteer dan de tab
f
om scènes te
kopiëren vanuit het interne geheugen (alleen / /
) of de
tab
4
om scènes te kopiëren vanaf geheugenkaart
X
.
Als u alle scènes wilt kopiëren die op een specifieke datum zijn gemaakt,
selecteer dan de indexpagina die scènes van die datum bevat.
2 Raak de scènes aan die u wilt kopiëren.
Bedieningsstanden:
[Bew.]
8
[Kopieren (f9 7 )]
(alleen / / )
of [Kopieren (497)]
8
Gewenste optie
Externe aansluitingen 111
Als u [Selecteer] hebt geselecteerd, raak dan de scènes aan die u wilt
kopiëren en raak vervolgens [OK] aan. Op de geselecteerde scènes
verschijnt een vinkje O. Raak een geselecteerde scène opnieuw aan
als u het vinkje wilt verwijderen. U kunt ook [Verwijder alles] aanraken
als u alle vinkjes wilt verwijderen.
3Raak [Ja] 8 [OK] aan.
Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze
wordt uitgevoerd.
Scènes kopiëren vanuit de galerij op basis van classificatie
1 Selecteer in de galerij het verhaal dat de scènes bevat die u wilt
kopiëren.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
2 Kopieer de scènes.
* Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt uitgevoerd.
Eén enkele foto kopiëren
1 Selecteer in de schermweergave van één foto de foto die u wilt
kopiëren.
Controleer of u foto’s bekijkt die zijn gemaakt in het interne geheugen
(alleen / / ) of op geheugenkaart X.
2 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
3Kopieer de foto.
4 Sleep uw vinger naar links/rechts om een andere foto te
selecteren die u wilt kopiëren of raak [a] aan.
Bedieningsstanden:
[Verhaalgegevens]
8
[Afsp. op beoord.]
8
Gewenste
classificatiemarkering die correspondeert met de classificatie
van de scènes die u wilt kopiëren
8
[
f
]
8
[Verhaal bewerken]
8
[Kopieren (
f97
)] (alleen /
/ ) of [Kopieren (
497
)]
8
[Ja]*
8
[OK]
8
[
f
]
[Bew.] 8 [Kopieren (f97)] (alleen / / )
of [Kopieren (497)] 8 [i Doorgaan] 8 [Ja]
112 Externe aansluitingen
Foto’s kopiëren vanuit het indexscherm
U kunt geselecteerde foto’s of alle foto’s kopiëren vanuit het indexscherm.
1 Open het foto-indexscherm.
Nadat u op [b] hebt gedrukt, selecteer dan de tab f om foto’s te
kopiëren vanuit het interne geheugen (alleen / / ) of de
tab 4 om foto’s te kopiëren vanaf geheugenkaart X.
2 Selecteer de foto’s die u wilt kopiëren.
Als u [Selecteer] hebt geselecteerd, raak dan de foto’s aan die u wilt
kopiëren en raak vervolgens [OK] aan. Op de geselecteerde foto’s
verschijnt een vinkje O. Raak een geselecteerde foto opnieuw aan als
u het vinkje wilt verwijderen. U kunt ook [Verwijder alles] aanraken als u
alle vinkjes wilt verwijderen.
3 Raak [Ja] 8 [OK] aan.
Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd.
Opties
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Als u foto’s kopieert naar een Eye-Fi-kaart in geheugenkaartsleuf
Y
, dan
worden de fotos automatisch geüpload als de camcorder in de
afspeelstand staat en u binnen bereik bent van een geconfigureerd netwerk.
Controleer altijd of Eye-Fi-kaarten goedgekeurd zijn in het land of de regio
waar u de kaart gebruikt. Raadpleeg ook
Gebruik van een Eye-Fi-kaart
(
0
124).
Bedieningsstanden:
[Selecteer] Kopieert alle fotos die u selecteert.
[Alle foto’s] Kopieert alle foto’s.
[Bew.] 8 [Kopieren (f97)] (alleen / / )
of [Kopieren (497)] 8 Gewenste optie
Externe aansluitingen 113
OPMERKINGEN
In de volgende gevallen kunt u opnamen niet kopiëren naar de
geheugenkaart:
- Als de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf openstaat.
- Als de LOCK-schakelaar op geheugenkaart
Y
zo ingesteld staat dat de
kaart niet kan worden beschreven.
- Als in geheugenkaartsleuf
Y
geen geheugenkaart aanwezig is.
Scènes die werden bewerkt met de bijgeleverde software
VideoBrowser*
van PIXELA en vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die
aangesloten was op de computer, kunt u niet kopiëren naar de
geheugenkaart.
U kunt geen scènes kopiëren als er onvoldoende ruimte is op
geheugenkaart
Y
. Foto’s worden gekopieerd totdat er geen ruimte meer
op de geheugenkaart is.
* Niet meegeleverd met de .
Opnamen opslaan op een computer
Films die u met deze camcorder opneemt, worden opgeslagen in het
interne geheugen (alleen / / ) of op de geheugenkaarten .
Omdat de ruimte beperkt is, moet u ervoor zorgen dat u uw opnamen
regelmatig opslaat op uw computer. Lees zorgvuldig de informatie onder
SDXC-geheugenkaarten
(
0
33) voordat u de procedure uitvoert met
gebruik van opnamen die zijn gemaakt op een SDXC-geheugenkaart.
Films opslaan
Met de bijgeleverde
Transfer Utility
of
VideoBrowser*
van PIXELA kunt u
scènes opslaan op een computer die draait onder het besturingssysteem
Windows**. Indien nodig, kunnen videobestanden die eerder werden
opgeslagen op een computer, worden gekopieerd naar een
geheugenkaart.
VideoBrowser
biedt tevens een groot aantal opties voor
het ordenen van uw videobibliotheek, het bewerken van video, en meer.
* Niet mee geleverd met de .
** Raadpleeg de softwarehandleiding (PDF-bestand) van de bijgeleverde software
voor informatie over systeemvereisten en andere informatie.
Installatie
Voordat u de camcorder de eerste keer aansluit op de computer, moet
u eerst de bijgeleverde software installeren. Raadpleeg de
installatiehandleiding van de PIXELA-software.
Gebruik van de software
Raadpleeg de softwarehandleiding (PDF-bestand) van de bijgeleverde
software.
114 Externe aansluitingen
De camcorder aansluiten op een computer
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Open het datum-indexscherm of galerijscherm.
3 Sluit de camcorder op de computer aan met de bijgeleverde USB-
kabel.
Aansluitmethode D. Raadpleeg Aansluitschema’s (0 106).
4 Camcorder: Selecteer het geheugen dat de scènes bevat die u
wilt opslaan.
Camcorder: Als de verbinding met succes tot stand is gebracht,
verschijnt [USB-aansluiting] op het scherm.
5 Computer: Afhankelijk van de software die u voor installatie hebt
gekozen, wordt Transfer Utility of VideoBrowser automatisch
gestart.
Transfer Utility: Klik op [Videobestand importeren] om te beginnen
met het kopiëren van de bestanden. Voor bijzonderheden over het
gebruik van de software, klikt u op [Help] om de softwarehandleiding
(PDF-bestand) te openen.
VideoBrowser: Klik op in het menupaneel om te beginnen met
het kopiëren van de bestanden. Voor bijzonderheden over het
gebruik van de software, klikt u op om de softwarehandleiding
(PDF-bestand) te openen.
Foto’s opslaan
Met de bijgeleverde software Photo Application kunt u foto’s kopiëren
naar uw computer, en deze gemakkelijk ordenen en bewerken.
Installatie
Voordat u de camcorder de eerste keer aansluit op de computer, moet
u eerst de software installeren. Raadpleeg ook de relevante paragrafen
in de Gebruiksaanwijzing ‘Photo Application’ (r PDF-bestand) in
de map [MANUALS_DUTCH] op de bijgeleverde supplementaire schijf.
1 Installeer de bijgeleverde Photo Application-software aan de hand
van de instructies in de gebruiksaanwijzing van de software.
r Raadpleeg Photo Application installeren.
2 Start de software en volg de scherminstructies.
r Raadpleeg CameraWindow starten.
Externe aansluitingen 115
Gebruik van de software
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Zet de camcorder in de stand , in de schermweergave van
één foto.
3 Sluit de camcorder op de computer aan met de bijgeleverde USB-
kabel.
Aansluitmethode D. Raadpleeg Aansluitschema’s (0 106).
4 Kopieer de foto’s naar de computer.
r Raadpleeg Foto’s downloaden naar de computer.
BELANGRIJK
Wanneer de camcorder is aangesloten op een computer:
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet en
verwijder de geheugenkaarten niet.
- U mag niet vanuit de computer mappen en bestanden op de
camcorder openen, wijzigen of verwijderen omdat u hierdoor het risico
loopt gegevens definitief kwijt te raken. Sla uw films op de computer
op en kopieer bestanden naar een geheugenkaart door altijd en
uitsluitend gebruik te maken van de bijgeleverde PIXELA-software.
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de USB-kabel niet.
- Zet de camcorder of computer niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Het kan zijn dat door het type software en de specificaties/instellingen
van de computer, de bediening niet correct functioneert.
Als u de fotobestanden op de computer wilt gebruiken, maak dan eerst
kopieën van de bestanden. Gebruik de gekopieerde bestanden en
bewaar de originele.
116 Externe aansluitingen
OPMERKINGEN
Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de computer.
Gebruikers van Windows 7, Windows Vista, Windows XP en Mac OS X:
De
camcorder is voorzien van het standaard Picture Transfer Protocol (PTP)
waarmee u foto’s kunt kopiëren (alleen JPEG) door eenvoudigweg de
camcorder via de bijgeleverde USB-kabel te verbinden met een computer
zonder dat u eerst de bijgeleverde
Photo Application
-software hoeft te
installeren.
Indien u de camcorder aansluit op de computer terwijl deze in de stand
staat, wordt automatisch begonnen met het aanmaken van miniaturen van
scènes. Als het uw bedoeling was foto’s naar de computer te kopiëren, kunt u
[Overslaan] aanraken om het proces stop te zetten en de computerfunctie
Hardware veilig verwijderen van (Windows) of de Eject-functie van (Mac OS)
gebruiken om de verbinding met de camcorder te beëindigen. Verwijder de
USB-kabel, zet de camcorder in de stand en herstel de verbinding.
U kunt meerdere verhalen selecteren als u films opslaat. Als het verhaal wordt
opgeslagen op de computer, dan worden alle scènes in één enkel verhaal
samengevoegd tot één enkele film.
Films opslaan op Standard-Definition-schijven (DVD)
U kunt gebruikmaken van de bijgeleverde
VideoBrowser*
van PIXELA om uw
films op te slaan op standaard-DVD’s (DVD-Video-standaard). Deze zijn ideaal
om te delen met uw familie en vrienden, aangezien standaard-DVD’s op de
meeste DVD-spelers en DVD-stations van computers kunnen worden
afgespeeld, in tegenstelling tot AVCHD- of Blu-ray-schijven. Uw computer
moet uitgerust zijn met een DVD-brander om een standaard-DVD te kunnen
maken. Installeer de bijgeleverde software voordat u deze procedure uitvoert.
Als u gebruikmaakt van een commercieel verkrijgbare DVD-recorder of een
vergelijkbaar apparaat om Standard-Definition-schijven te maken, dan moet u
uw opnamen kopiëren naar het apparaat (
0
117).
* Niet meegeleverd met de .
Installatie
Raadpleeg de installatiehandleiding van de PIXELA-software.
Gebruik van de software
Raadpleeg ‘VideoBrowser Softwarehandleiding’ van PIXELA (PDF-
bestand).
Bedieningsstanden:
Externe aansluitingen 117
Uw opnamen kopiëren naar een externe videorecorder
In High-Definition
Sluit met de bijgeleverde USB-kabel de camcorder aan op Blu-ray
Disc-recorders en andere AVCHD-compatibele digitale videorecorders
om van uw films perfecte High-Definition-kopieën te maken. Als de
externe digitale videorecorder uitgerust is met een
SD-geheugenkaartsleuf*, dan kunt u de geheugenkaart gebruiken om
uw films te kopiëren zonder dat u de camcorder hoeft aan te sluiten.
* Zorg ervoor dat het externe apparaat compatibel is met het type geheugenkaart
dat u gebruikt.
Aansluiten
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Open het datum-indexscherm of galerijscherm.
3 Sluit de camcorder aan op de digitale videorecorder met de
bijgeleverde USB-kabel.
Aansluitmethode D. Raadpleeg Aansluitschema’s (0 106).
4 Camcorder: Selecteer het geheugen dat de scènes bevat die u
wilt kopiëren.
Selecteer een andere optie dan [Alle (alleen pc)].
Camcorder: Als de verbinding met succes tot stand is gebracht,
verschijnt [USB-aansluiting] op het scherm.
Opnemen
Bijzonderheden zijn afhankelijk van het apparaat dat u gebruikt. Zorg
er daarom voor dat u de gebruiksaanwijzing van de digitale
videorecorder raadpleegt.
In Standard-Definition
U kunt uw films kopiëren door de camcorder aan te sluiten op een
analoge videorecorder of op een digitale videorecorder met analoge
audio/video-ingangen. De video-uitvoer vindt plaats in Standard-
Definition, hoewel de originele scènes in High-Definition zijn.
Bedieningsstanden:
118 Externe aansluitingen
Aansluiten
Sluit de camcorder aan op de videorecorder met gebruik van
aansluitmethode C of 3 . Raadpleeg Aansluitschema’s (0 106).
Opnemen
1 Extern apparaat: Plaats een leeg medium en zet het apparaat in
de opnamepauzestand.
2 Zet de camcorder aan en kies de stand .
Het verdient aanbeveling de camcorder van stroom te voorzien via
de compacte netadapter.
Controleer of 6 8 [AV/Koptelef.] ingesteld is op [H AV].
3 Camcorder: Lokaliseer de scène die u wilt kopiëren en las kort
vóór de gewenste scène een afspeelpauze in.
4 Camcorder: Hervat het afspelen.
Standaard worden de schermgegevens ingesloten in het video-
uitvoersignaal. U kunt andere schermgegevens oproepen door
herhaaldelijk op h te drukken.
5 Externe recorder: Begin op te nemen wanneer de scène verschijnt
die u wilt kopiëren; stop met opnemen als de scène is geëindigd.
6 Camcorder: Stop met afspelen.
Films uploaden naar websites waar video’s worden gedeeld
U kunt uw in High-Definition gemaakte video-opnamen converteren naar
Standard-Definition om deze te uploaden naar uw favoriete website
waar met anderen video’s worden gedeeld.
U kunt uw High-Definition-scènes in de camcorder converteren naar
Standard-Definition (SD-films) en vervolgens de bijgeleverde PIXELA-
software gebruiken om uw films op te slaan en te delen.
// U kunt de conversie naar Standard-Definition
uitvoeren in de camcorder en vervolgens de bijgeleverde PIXELA-
software gebruiken om uw films te uploaden naar het web. U kunt
scènes zelfs decoreren vóór of tijdens de conversie. Als u gebruik
maakt van een Eye-Fi-kaart en uw video-opnamen converteert naar
Standard-Definition-scènes, kunt u uw films rechtstreeks vanuit de
camcorder draadloos uploaden. Raadpleeg de home page van Eye-Fi
voor de laatste informatie over compatibele websites.
Externe aansluitingen 119
Installatie
Raadpleeg de installatiehandleiding van de PIXELA-software.
Gebruik van de software
Raadpleeg de softwarehandleiding (PDF-bestand) van de bijgeleverde
software.
/ / Scènes converteren naar Standard-Definition vanuit
het datum-indexscherm
U kunt scènes van een specifieke datum, door u geselecteerde scènes
of alle scènes converteren. U kunt geconverteerde scènes controleren
met gebruik van het indexscherm [u SD-video] (0 52).
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Controleer of in sleuf Y een geheugenkaart aanwezig is met
voldoende beschikbare ruimte.
3 Open het datum-indexscherm.
Nadat u op [b] hebt gedrukt, selecteer dan de tab f om scènes
te converteren vanuit het interne geheugen of de tab 4 om scènes
te converteren vanaf geheugenkaart X.
Als u alle scènes wilt converteren
die op een specifieke datum zijn
gemaakt, selecteer dan de
indexpagina die scènes van die
datum bevat.
Vanuit deze indexpagina kunt u
verdergaan met stap 4 of op Z
drukken en verdergaan met stap 6.
4 Raak [Bew.] aan en vervolgens
[Conv. HD9SD].
5 Raak de gewenste optie aan.
Als u [Selecteer] hebt geselecteerd, raak dan de scènes aan die u
wilt converteren en raak vervolgens [OK] aan. Op de geselecteerde
scènes verschijnt een vinkje O. Raak een geselecteerde scène
opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen. U kunt ook
[Verwijder alles] aanraken als u alle vinkjes wilt verwijderen.
Als er een bericht over auteursrechten verschijnt, lees dit dan
zorgvuldig door en raak [OK] aan als u akkoord gaat.
Bedieningsstanden:
120 Externe aansluitingen
6Raak [Volgende] 8 [Start] aan.
Voordat u [Volgende] aanraakt, kunt u [5] aanraken om de
conversie-instellingen te wijzigen, zoals hieronder beschreven.
Voordat u [Start] aanraakt, kunt u decoraties toevoegen of de
audiobalans wijzigen. Raak [ ] aan als u de scène wilt decoreren
(0 92) of [ ] als u de audiobalans wilt wijzigen (0 50).
Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze
wordt uitgevoerd.
7 Nadat de conversie is voltooid, verschijnt een
bevestigingsscherm.
Sluit de camcorder op dit moment aan op de computer (0 123) om
te vervolgen met het uploaden van de geconverteerde video’s naar het
web, of raak [Afsl. zonder verbinden] aan om de computer later aan te
sluiten.
Opties
De bitrate selecteren
Gebruik van een hogere bitrate resulteert in een betere videokwaliteit
van de geconverteerde scènes, terwijl een lagere bitrate resulteert in
kleinere bestandsgroottes en snellere uploads.
Automatisch de scène splitsen
Als u een lange scène converteert, kunt u de camcorder deze laten
splitsen in scènes van 10 minuten, wat het uploaden kan
vergemakkelijken.
[ Datum ] Converteert alle scènes die zijn opgenomen op de datum
die wordt weergegeven op de bedieningsknop.
[Selecteer] Converteert alle scènes die u selecteert.
[Alle scenes] Converteert alle scènes.
[5] 8 [Bitverh. (kwaliteit)] 8 Gewenste optie 8 [f] 8
[f]
[5] 8 [Automatisch splitsen] 8 [Aan] 8 [f] 8 [f]
Externe aansluitingen 121
/ / Scènes converteren naar Standard-Definition vanuit
het galerijscherm
U kunt scènes converteren naar Standard-Definition op basis van de
classificatie van de scènes. U kunt geconverteerde scènes controleren
met gebruik van het indexscherm [u SD-video] (0 52).
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Controleer of in sleuf Y een geheugenkaart aanwezig is met
voldoende beschikbare ruimte.
3 Selecteer in het galerijscherm het verhaal dat de scènes bevat die
u wilt converteren.
Sleep uw vinger naar rechts/links om het gewenste verhaal naar voren
te brengen.
4 Raak [Verhaalgegevens] aan.
5 Raak [Afsp. op beoord.] aan.
6 Selecteer de classificatiemarkering die correspondeert met de
classificatie van de scènes die u wilt converteren.
Selecteer [Alle] als u alle scènes in het verhaal wilt converteren.
7 Raak [f] aan.
8 Converteer de scènes.
Als alternatief kunt u op Z drukken.
Als er een bericht over auteursrechten verschijnt, lees dit dan
zorgvuldig door en raak [OK] aan als u akkoord gaat.
9 Voer de procedure uit vanaf stap 6 onder Scènes converteren
naar Standard-Definition vanuit het datum-indexscherm (0 120).
[Bew.] 8 [Conv. HDUSD (f97 )] of
[Conv. HDUSD (497)]
122 Externe aansluitingen
OPMERKINGEN
Als u scènes converteert in een verhaal:
- Alle scènes worden samengebracht in één geconverteerde scène.
- Als de geconverteerde scène te groot is, wordt deze opgesplitst in
kleinere scènes van 10 minuten lang.
- De scènes kunt u niet converteren als de totale afspeeltijd van de scènes
langer is dan 2 uur en 30 minuten.
- Als u een muzieknummer selecteert vóór de conversie (
0
132), dan
wordt de achtergrondmuziek meegenomen in de geconverteerde scène.
U kunt zelfs de balans wijzigen tussen de audioniveaus van het originele
geluid en de achtergrondmuziek.
De tijd die is vereist om scènes te converteren, is ongeveer gelijk aan de
totale afspeeltijd van de geconverteerde scènes. In de meeste gevallen is dit
nog steeds sneller dan het converteren van scènes met uw computer. Het
verdient daarom aanbeveling om scènes te converteren in de camcorder.
Als u [Afsl. zonder verbinden] hebt geselecteerd bij stap 7 onder
Scènes
converteren naar Standard-Definition vanuit het datum-indexscherm
(
0
120), zorg er dan voor dat u overschakelt naar een datum-indexscherm
voordat u de camcorder op een computer aansluit. Raadpleeg de
‘VideoBrowser Softwarehandleiding van PIXELA’ (PDF-bestand) voor
bijzonderheden.
/ / Alleen een deel van een scène of verhaal converteren
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Controleer of in sleuf Y een geheugenkaart aanwezig is met
voldoende beschikbare ruimte.
3 Speel de scène af die u gedeeltelijk wilt converteren of speel het
verhaal af dat u gedeeltelijk wilt converteren.
Controleer of u een scène hebt geselecteerd die is opgenomen in het
interne geheugen of op geheugenkaart X.
4 Las tijdens het afspelen een pauze in bij het punt waar u wilt dat
de geconverteerde SD-film begint.
5Druk op Z en ga door met de conversie naar Standard-
Definition vanaf stap 6 onder Scènes converteren naar Standard-
Definition vanuit het datum-indexscherm (0 120).
De film wordt vanaf het afspeelpauzepunt tot het einde van de scène of
het verhaal (of tot maximaal 10 minuten bij langere scènes/verhalen)
geconverteerd naar Standard-Definition.
Externe aansluitingen 123
De computer aansluiten en uw video’s uploaden
Als u onmiddellijk na de hierboven beschreven conversie de
camcorder aansluit op de computer, start deze procedure dan vanaf
stap 3 hieronder. Start deze procedure anders vanaf het begin.
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Sluit de camcorder op de computer aan met de bijgeleverde
USB-kabel.
Aansluitmethode D. Raadpleeg Aansluitschema's (
0 106).
/ Gebruik de PIXELA-software om uw scènes te
converteren voordat u deze uploadt.
3 Computer: Afhankelijk van de software die u voor installatie hebt
gekozen, wordt Transfer Utility of VideoBrowser automatisch
gestart.
Transfer Utility: Klik op [Uploaden naar web] om uw SD-films te
uploaden naar het web. Voor bijzonderheden over het gebruik van de
software, klikt u op [Help] om de softwarehandleiding (PDF-bestand)
te openen.
VideoBrowser: Klik op in het menupaneel om te beginnen met
het kopiëren van de bestanden. Voor bijzonderheden over het
gebruik van de software, klikt u op om de softwarehandleiding
(PDF-bestand) te openen.
BELANGRIJK
Als de camcorder aangesloten is op de computer, dan mag u de
afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet openen en de
geheugenkaarten niet verwijderen.
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de USB-kabel niet.
- Verwijder de compacte netadapter niet en zet de camcorder of
computer niet uit.
124 Externe aansluitingen
/ / Uw films draadloos uploaden
Als u gebruik maakt van een Eye-Fi-kaart, dan kunt u vanuit het
indexscherm [u SD-video] films automatisch uploaden naar uw
favoriete website waar video’s worden gedeeld met anderen. U moet
de software installeren die met uw Eye-Fi-kaart wordt mee geleverd en
vooraf alle vereiste configuratie-instellingen uitvoeren. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van de Eye-Fi-kaart.
Lees de paragraaf BELANGRIJK (
0 124) voordat u een Eye-Fi-kaart
gebruikt.
1 Plaats uw Eye-Fi-kaart in geheugenkaartsleuf Y en controleer of
op de geheugenkaart voldoende vrije ruimte beschikbaar is.
2 Converteer de gewenste films (0 119).
Als de conversie is voltooid, raak dan [Afsl. zonder verbinden] aan.
Als u binnen bereik bent van een geconfigureerd netwerk, zal de
upload naar het web automatisch starten.
De status van de draadloze communicatie wordt door het Eye-Fi-
pictogram als volgt weergegeven:
- g (gedimd) Geen communicatie tot stand gebracht
- g (wit, knipperend) Bezig met verbinding maken; g (wit, brandt
continu) Draadloze upload staat in de standby-stand
- g (animatie) Draadloze upload wordt uitgevoerd
- i [Eye-Fi-communicatie] is ingesteld op [B Uit]
- h Draadloze upload is stopgezet door de camcorder (
0 151)
- o Fout tijdens lezen van Eye-Fi-kaart (
0 149)
BELANGRIJK
Gebruik van een Eye-Fi-kaart
Dit product ondersteunt niet gegarandeerd de functies van de Eye-Fi-
kaart (inclusieve draadloze overdracht). Neem contact op met de
kaartfabrikant als u een probleem met een Eye-Fi-kaart hebt. In veel
landen of regio's is goedkeuring vereist als u Eye-Fi-kaarten wilt
gebruiken. Zonder goedkeuring mag u de kaart niet gebruiken. Neem
contact op met de kaartfabrikant als u niet zeker weet of de kaart is
goedgekeurd voor gebruik in uw regio.
Gebruik geen Eye-Fi-kaarten in vliegtuigen en op andere plaatsen waar
draadloze communicatie verboden is. Verwijder in dat geval de Eye-Fi-
kaart uit de camcorder.
Externe aansluitingen 125
OPMERKINGEN
Afhankelijk van de hoeveelheid gegevens die moet worden geüpload en
de draadloze verbindingsomstandigheden van het netwerk, kan het
enige tijd duren om videobestanden te uploaden. Als de draadloze
verbinding te zwak is, kan de draadloze overdracht mislukken en
worden de videobestanden geregistreerd als onvolledige uploads.
Over stroombesparing:
- Draadloze communicatie onttrekt sneller stroom uit de accu dan
normaal. Het verdient aanbeveling de camcorder van stroom te
voorzien via de compacte netadapter.
- Terwijl bestanden draadloos worden geüpload, is de functie voor
automatische uitschakeling niet actief, zodat de camcorder niet
automatisch wordt uitgeschakeld.
De Eye-Fi-kaart kan niet draadloos met het netwerk communiceren in
de volgende gevallen. Ook zal de draadloze communicatie automatisch
eindigen wanneer de camcorder wordt ingesteld in de stand of
.
Als de LOCK-schakelaar op de Eye-Fi-kaart zo staat ingesteld dat de
kaart niet kan worden beschreven, kunt u de draadloze communicatie
niet aan/uitzetten en verandert het statuspictogram in o. Om gebruik
te kunnen maken van draadloze communicatie, moet u ervoor zorgen
dat de schakelaar op de Eye-Fi-kaart niet in de stand LOCK staat.
Bij gebruik van een Eye-Fi-kaart kan de ACCESS-indicator zo nu en dan
knipperen.
Bestanden kunt u niet draadloos uploaden als de Eye-Fi-kaart aanwezig
is in geheugenkaartsleuf X (het Eye-Fi-pictogram wordt dan niet
getoond op het scherm). Zorg ervoor dat u de Eye-Fi-kaart in
geheugenkaartsleuf Y plaatst.
126 Overige informatie
Overige informatie
Dit hoofdstuk behandelt oplossingen voor problemen,
schermberichten, tips voor het behandelen en onderhouden
van de camcorder, en andere informatie.
Bijlage: Menu-opties - Overzicht
Niet-beschikbare menu-onderdelen worden gedimd getoond. Raadpleeg
Gebruik van de menu’s
(
0
29) voor meer informatie over de wijze waarop
u een onderdeel selecteert. Raadpleeg de pagina waarnaar wordt
verwezen voor bijzonderheden over elke functie. Menu-opties zonder een
pagina waarnaar wordt verwezen, worden na de tabellen nader verklaard.
Onderstreepte instelopties zijn de standaardinstellingen.
FUNC.-paneel
FUNC.-menu
FUNC.-paneel - Opnamestanden
Bedieningsknop Instelopties/Functie 0
[MENU Menu] De menu’s openen z 30
[Opnameprogs] [
A Programma AE] z 59
[D Cinema modus] z 61
[F Portret], [G Sport],
[q Nachtscène], [I Sneeuw],
[J Strand], [K Zonsonderg.],
[p Weinig licht], [L Spotlight],
[M Vuurwerk]
z 59
[ Decoratie]* [ Pennen en stempels],
[ Bewegende stempels],
[J Datum en tijd], [ ] (beeldmix),
[] (scherm bevriezen),
[ ] (werkbalk minimaliseren)
zz92
[m Witbalans] [
Y Auto], [a Daglicht], [d Lamplicht],
[g Aangep.WB]
z 71
[X Focus] 2 (handmatige scherpstelling): aan of
uit
, Aanraking AF-kader
z 69
Overige informatie 127
* Niet beschikbaar voor foto’s.
[e Belichting] [y] (handmatige belichting): aan of uit,
Aanraking AE-kader
z 68
[ZOOM Zoom] Zoomregelaars, [START]/[STOP]-regeling,
Tele-macro: aan of uit
zz44,
70
[c Niveau micro]* [
z Auto], [y Handleiding]
[Audioniveau]: aan of uit
z 73
[Beeldstabilisator]* [P Dynamisch],
[
Q Standaard], [j Uit]
z 62
[O Digitale
effecten]
Voor films:
[
N Uit], [2 Zwart-wit], [3 Sepia],
[0 Begin fade/Eenmaal],
[6 Begin fade/Altijd],
[1 Wegvegen/Eenmaal],
[7 Wegvegen/Altijd]
z 67
Voor foto’s:
[
N Uit], [2 Zwart-wit], [3 Sepia]
z
[d Pre-opname]* [A Aan], [
B Uit] z 63
[ Opname
bekijken]*
De laatste 4 seconden afspelen van de
laatst opgenomen film.
z 56
Bedieningsknop Instelopties/Functie 0
128 Overige informatie
Instellingsmenu’s
Bewerkingspaneel - Stand
* Niet beschikbaar voor opnamen op geheugenkaart B (tab 7).
Bedieningsknop
Datum-
indexscherm
Index-scherm
[SD-video]
Afspeelpauze 0
//
[Kopieren
(f97)]*
[Kopieren
(497)]*
<datum>,
[Selecteer], [Alle
scenes]
––110
//
[Conv. HDUSD
(f97)]*
[Conv. HDUSD
(497)]*
<datum>,
[Selecteer], [Alle
scenes]
––119
[Wissen] <datum>,
[Selecteer], [Alle
scenes]
[Deze scene], [Alle
scenes]
[Deze scene] 54
[Splitsen] z 90
Overige informatie 129
In de galerij:
1
Niet beschikbaar voor opnamen op geheugenkaart B tab (7).
2
Niet beschikbaar voor [Ongesorteerd] of [Videofoto].
Bedieningsknop
[Verhaal
bewerken] in
scherm
[Verhaalgegevens]
[Scene
bewerken] in
scherm
[Scenelijst]
Afspeelpauze 0
//
[Kopieren
(f97)]
1
[Kopieren
(497)]
1
<op basis van
scèneclassificatie>
––110
//
[Conv. HDUSD
(f97)]
1
[Conv. HDUSD
(497)]
1
<op basis van
scèneclassificatie>
––118
[Wissen] or [d] <op basis van
scèneclassificatie>
[Deze scene] [Deze scene] 54
[Verhaal verw.]
2
z ––54
[Verhaal verpl.] <op basis van
scèneclassificatie>
––87
[Kopieren] z 86
[Verplaatsen] z 86
[Splitsen] z 90
[Beoordeling]
(classificatie)
[ ], [ ], [ ],
[
• • • ] (geen classificatie),
[]
81
130 Overige informatie
Bewerkingspaneel - Stand
Instellingsmenu’s
7 Camera-instellingen
* Niet beschikbaar voor foto’s.
Bedieningsknop Foto-indexscherm
Scherm-
weergave
van één foto
0
//
[Kopieren (f97)]
[Kopieren (497)]
[Selecteer], [Alle foto’s] z 111
[Wissen] [Selecteer], [Alle foto’s] z 99
Menu-onderdeel Instelopties 0
[Zoomtype] [Optisch], [Advanced]
, [Digitaal]* 44
[Zoomsnelheid] [
I Variabel], [J Snelheid 3],
[K Snelheid 2], [L Snelheid 1]
44
[Focushulp]* [
A Aan], [B Uit]
[Gezichtsdet. en
volgen]
[
A Aan o], [B Uit] 64
[Autom.
achtergr.verl.corr.]*
[
A Aan], [B Uit] 69
[Auto Langz.Sluiter]* [
A Aan], [B Uit]
[Knipperreductie]* [
B Uit], [ 50 Hz], [ 60 Hz]
[Faderinstelling]* [
Zwart scherm], [ Wit scherm]
[Markeringen] [
B Uit], [e Horizon (wit)],
[f Horizon (Grijs)], [g Raster (wit)],
[h Raster (grijs)]
[Windscherm]* [
O Auto], [B Uit Z]–
[Microfoondemper]* [
O Auto], [A Aan V]–
Overige informatie 131
[Focushulp]: Als scherpstellingsassistentie (focushulp) is geactiveerd, dan
wordt het beeld in het midden van het scherm vergroot om u te helpen
handmatig scherp te stellen (0 69).
Gebruik van de scherpstellingsassistentie heeft geen invloed op de
opnamen. De scherpstellingsassistentie wordt na 4 seconden
automatisch geannuleerd of wanneer u begint met opnemen.
[Auto Langz.Sluiter]: De camcorder gebruikt op plaatsen met
onvoldoende verlichting automatisch langzame sluitertijden om heldere
opnamen te maken.
Minimale sluitertijd die wordt gebruikt: 1/25; 1/12 als de beeldsnelheid
ingesteld is op [D PF25].
De automatische langzame sluitertijd kan alleen worden geactiveerd als
het opnameprogramma op [A Programma AE] staat, maar zelfs als u
de camcorder in de stand zet, zal deze instelling niet veranderen.
Zet de langzame sluitertijd op [B Uit] als een nabeeld met sporen
verschijnt.
Als het symbool Y (camcordertrillingswaarschuwing) verschijnt, dan
verdient het aanbeveling de camcorder te stabiliseren, bijvoorbeeld
door deze op een statief te plaatsen.
[Knipperreductie]: Als het scherm tijdens het opnemen van films onder
TL-verlichting begint te knipperen, wijzig dan de instelling om het effect te
verminderen.
Knipperreductie kan alleen worden geactiveerd wanneer het
opnameprogramma op [ Programma AE] is ingesteld.
[Faderinstelling]: U kunt selecteren of de fader begint of eindigt in zwart
of in wit.
[Markeringen]: U kunt in het midden van het scherm een raster of een
horizontale lijn weergeven. Gebruik de markeringen als referentie om
ervoor te zorgen dat uw onderwerp juist wordt ingekaderd (verticaal en/of
horizontaal).
Gebruik van de markeringen heeft geen invloed op de opnamen.
[Windscherm]: De camcorder vermindert automatisch het
achtergrondgeluid van de wind als u buiten opnamen maakt.
Sommige geluiden met lage frequentie worden samen met het geluid
van de wind onderdrukt. Als u opnamen maakt in een omgeving die niet
wordt beïnvloed door wind of als u geluiden met lage frequenties wilt
opnemen, dan verdient het aanbeveling het windscherm op
[B Uit Z] te zetten.
132 Overige informatie
[Microfoondemper]: Helpt audiovervormingen te voorkomen.
[O Auto]: De camcorder activeert, indien nodig, automatisch de
microfoondemper om een optimaal audio-opnameniveau te
bewerkstelligen, zodat hoge audioniveaus niet vervormd raken.
[A Aan V]: De microfoondemper wordt altijd geactiveerd om een
geluidsdynamiek te reproduceren die levensechter overkomt. Op het
scherm verschijnt V.
y / z Afspeelinstellingen
* Optie niet beschikbaar wanneer de camcorder aangesloten is op een HDTV via de
bijgeleverde HDMI-kabel.
[Datumcode]: Toont de datum en/of tijd waarop de scène werd
opgenomen.
[
L Camera datum]: Toont het diafragma (f-stop) en de sluitertijd die
tijdens het opnemen van de scène werden gebruikt.
[TV-Type]: Als u de camcorder op een TV aansluit met de bijgeleverde
stereovideokabel STV-250N, selecteer dan de instelling op basis van het
type TV om het beeld volledig en in de juiste hoogte/breedteverhouding
weer te kunnen geven.
[
F Normale TV]: TV’s met een hoogte/breedteverhouding van 4:3.
[
G Breedb TV]: TV’s met een hoogte/breedteverhouding van 16:9.
Als het TV-type op [
F Normale TV], staat, wordt het beeld niet in
volledige schermweergave getoond tijdens het afspelen van video die
oorspronkelijk was opgenomen met een hoogte/breedteverhouding van
16:9.
Menu-onderdeel Instelopties
1 2
0
[Muziekkeuze] [
B Uit], [A Aan]
Wanneer [A Aan] - lijst met
muzieknummers en [Muziekbalans]-balk
zz77
[Datumcode] [B Uit], [I Datum], [J Tijd],
[K Datum en tijd], [L Camera datum]
zz
[Overgang diashow] [B Uit], [i Vervagen],
[
j Verschuiven]
z 103
[TV-Type]* [F Normale TV], [
G Breedb TV] zz
Overige informatie 133
8 Opname-instellingen en instellingen voor aansluitingen
Menu-onderdeel Instelopties 1 2
0
[Zelftimer] [A Aan n], [
B Uit] z ––72
[Lengte
videosnapshot]*
[i 2 sec], [
j 4 sec],
[l 8 sec]
zz 66,
88
[Scenes beoordelen
(opn.)]*
(classificeren)
[A Aan], [
B Uit] z ––81
[Opnamemedia
Videos]*
//
[f] (intern geheugen),
[4] (geheugenkaart X),
[7] (geheugenkaart Y)
[Relay-opname]: [B] (uit),
[f94], [f9497], [497]
/
[
4] (geheugenkaart X),
[7] (geheugenkaart Y)
[Relay-opname]: [B] (uit),
[497]
z ––36
[Opn. Modus]* [h Hoge kwaliteit 24 Mbps],
[i Hoge kwaliteit 17 Mbps],
[j Hoge kwaliteit 12 Mbps],
[
l Stand. afspeelsnelh. 7 Mbps],
[k Langz. afspeelsnelh. 5 Mbps]
z ––57
[Framerate]* [
w 50i (standaard)], [D PF25] z –––
[Opnamemedia
Fotos]
//
[
f] (intern geheugen),
[4] (geheugenkaart X),
[7] (geheugenkaart Y)
/
[
4] (geheugenkaart X),
[7] (geheugenkaart Y)
zz 36
134 Overige informatie
* Niet beschikbaar voor foto’s.
[Geheugeninfo]: Toont een scherm waarin u kunt controleren hoeveel van
het interne geheugen (alleen / / of de geheugenkaart
momenteel in gebruik is (l totale opnameduur en k totale aantal
foto’s) en hoeveel ruimte er nog beschikbaar is voor het maken van
nieuwe opnamen.
Hoe lang nog opnamen en hoeveel foto’s nog kunnen worden gemaakt,
wordt bij benadering aangegeven en hangt af van de huidige
opnamemodus en fotoresolutie.
In het informatiescherm van een geheugenkaart kunt u ook de
snelheidsklasse van de geheugenkaart controleren.
/ / De [Totale ruimte] die wordt weergegeven voor het
interne geheugen, geeft de ruimte aan die feitelijk bruikbaar is. Deze
ruimte kan iets kleiner zijn dan de nominale capaciteit van het interne
geheugen die staat vermeld in de specificaties.
[x.v.Color]: Gebruikt een kleurruimte met een vergroot gamma om
diepere, meer levensechte kleuren te krijgen.
Gebruik deze functie om video op te nemen alleen wanneer u van plan
bent uw opnamen af te spelen op een HDTV die compatibel is met
x.v.Color, aangesloten op de camcorder via een HDMI-kabel. Als op
een niet-compatibele TV opnamen worden afgespeeld die zijn gemaakt
met x.v.Color, dan worden de kleuren mogelijk niet correct
gereproduceerd.
[Beeldverhouding
foto]
[F 2016x1512],
[G 1920x1080]
z ––102
[Geheugeninfo] / /
[
f] (intern geheugen),
[4] (geheugenkaart X),
[7] (geheugenkaart Y)
/
[4] (geheugenkaart X),
[7] (geheugenkaart Y)
zzz
[x.v.Color]* [A Aan F], [
B Uit] z –––
[Beeldnummers] [a Reset], [
b Continu] zzz
Menu-onderdeel Instelopties
1 2
0
Overige informatie 135
[Beeldnummers]: Selecteer de fotonummeringsmethode die u wilt
gebruiken op een nieuwe geheugenkaart. Aan foto’s worden automatisch
opeenvolgende nummers toegewezen van 0101 t/m 9900, en deze
worden opgeslagen in mappen van maximaal 100 foto’s. Mappen worden
genummerd van 101 t/m 998.
[a Reset]: Telkens wanneer u een nieuwe geheugenkaart plaatst,
begint de fotonummering opnieuw vanaf 101-0101.
[b Continu]: De fotonummering gaat verder bij het nummer dat volgt op
het nummer van de laatste foto die met de camcorder is gemaakt.
Als de geplaatste geheugenkaart al een foto met een hoger nummer
bevat, wordt aan een nieuwe foto een nummer toegewezen dat één
hoger is dan dat van de laatste foto op de geheugenkaart.
Het verdient aanbeveling de instelling [b Continu] te gebruiken.
Het fotonummer geeft de naam en locatie aan van het bestand op de
geheugenkaart. Voorbeeld: de bestandsnaam van een foto met het
nummer 101-0107 is “IMG_0107.JPG”, opgeslagen onder de map
“DCIM\101CANON”.
136 Overige informatie
6 Systeeminstelling
In deze tabel hebben 4 en 3 respectievelijk betrekking op films en foto’s in de stand
.
Menu-onderdeel Instelopties
1 2
0
[TV-scherm] [
A Aan], [B Uit] zzz
[Taal a] [ ], [Dansk], [Deutsch], [ ],
[English]
, [Español], [Français],
[Italiano], [Magyar], [Melayu],
[Nederlands], [Norsk], [Polski],
[Português], [ ], [Suomi],
[Svenska], [Türkçe], [ ],
[ ], [ ], [ ],
[ ], [ ], [ ],
[], [ ]
zzz32
[Helderheid] zzz
[LCD-
schermdimmer]
[A Aan], [
B Uit] zzz
[LCD Spiegelbeeld] [A Aan], [
B Uit] z –––
[AV/Koptelef.]
1
[H AV], [J Koptelefoon] zzz74
[Volume]1 Luidspreker:
, r
zz50,
74
Hoofdtelefoon:
, e
zzz
[Piepje] [
N Hoog volume],
[M Laag volume], [B Uit]
zzz
[Autostart decoratie]
1
[A Aan], [B Uit] z ––92
[Spaarstand] [Automatisch uit]:
[B Uit], [
A Aan]
zzz
[Snelle start (stand-by)]:
[B Uit], [
f 10 min],
[g 20 min], [h 30 min]
Overige informatie 137
1
Niet beschikbaar voor foto’s.
2
Optie niet beschikbaar wanneer de camcorder aangesloten is op een HDTV via de
bijgeleverde HDMI-kabel.
3
Optie alleen beschikbaar als u een Eye-Fi-kaart hebt geplaatst in
geheugenkaartsleuf Y.
//
[Initialiseren]
[P Syst. geh.], [4 Geh.kaart A],
[7 Geh.kaart B]
zzz38
[Initalisatie voltooien]:
aan of uit
/
[Initialiseren]
[4 Geh.kaart A], [7 Geh.kaart B]
[Initalisatie voltooien]:
aan of uit
[Tijdzone/DST] [S] (tijdzone in eigen woonplaats) of
[V] (tijdzone op reisbestemming):
[Parijs]
, lijst met tijdzones van de
wereld
[U] (instelling zomertijd)
zzz32
[Datum/Tijd] [Datum/Tijd]: – zzz31
[Datumindeling]:
[J.M.D], [M.D,J], [D.M.J]
(J- jaar, M- maand, D- dag)
[24H]: aan (24-uurs klok) of
uit (12-uurs klok)
[Accu-info] zzz
[HDMI-Controle]
2
[A Aan], [B Uit] zzz
[HDMI 1080p-
uitgang]
2
[A Aan], [B Uit] zzz
[HDMI-status] zzz
[Afstandseenheden] [
m meters], [n feet] z –––
[Demo Modus] [
A Aan], [B Uit] z –––
[Firmware] z
[Eye-Fi-
communicatie]
3
[O Auto], [B Uit] zzz124
Menu-onderdeel Instelopties
1 2
0
138 Overige informatie
[TV-scherm]:
Als deze optie op [
A
Aan] staat, worden de schermgegevens
van de camcorder ook getoond op een aangesloten TV of monitor.
[Helderheid]:
Stelt de helderheid van het LCD-scherm in.
Wijziging van de helderheid van het LCD-scherm heeft geen invloed op de
helderheid van de opnamen of op de helderheid van het afspeelbeeld op
een TV.
[LCD-schermdimmer]:
Als deze optie op [
A
Aan] staat, wordt het LCD-
scherm gedimd. Dit is ideaal als u de camcorder gebruikt op plaatsen waar de
LCD-verlichting voor anderen irritant kan worden. Houd
h
circa 2
seconden ingedrukt als u het LCD-scherm wilt terugstellen naar de vorige
helderheidsinstelling.
Het dimmen van het LCD-scherm heeft geen invloed op de helderheid van
de opnamen of op de helderheid van het afspeel/weergavebeeld op een TV.
Als u de schermdimmer op [
B
Uit], zet, keert het LCD scherm terug naar
het helderheidsniveau dat werd gebruikt voordat het scherm werd gedimd.
[LCD Spiegelbeeld]:
Indien ingesteld op [
A
Aan], dan wordt het beeld op het
scherm horizontaal omgekeerd wanneer het LCD-paneel naar de lens wordt
gedraaid.
Als deze optie op [
A
Aan] is ingesteld en het LCD-paneel naar de lens is
gedraaid, dan kunt u het scherm met [ Decoratie] niet decoreren.
[Piepje]:
Bij sommige handelingen (het aanzetten van de camcorder, het
aftellen van de zelfontspanner, etc.) is een pieptoon te horen.
[Autostart decoratie]:
Indien ingesteld op [
A
Aan], dan wordt de
decoratiestand geactiveerd wanneer u het LCD-paneel draait en inklapt.
[Spaarstand]:
Hiermee stelt u de opties voor automatische uitschakeling van
de camcorder in.
[Automatisch uit]: Bij gebruik van de accu schakelt de camcorder zichzelf
automatisch uit als er 5 minuten lang geen bedieningshandelingen zijn
verricht. Dit wordt gedaan om stroom te besparen.
Ongeveer 30 seconden voordat de camcorder wordt uitgeschakeld,
verschijnt het bericht [Automatisch uit].
In de standby-stand wordt de camcorder uitgeschakeld nadat de tijd is
verstreken die is ingesteld met de optie [Snelle start (stand-by)].
[Snelle start (stand-by)]: Selecteer of u de snelstartfunctie (
0
46) wilt
activeren wanneer u in een opnamestand het LCD-paneel sluit en hoe lang
het moet duren voordat de camcorder de standby-stand beëindigt en
automatisch wordt uitgeschakeld.
Overige informatie 139
U kunt de snelstartfunctie bijvoorbeeld instellen op [B Uit] als de
camcorder op een vaste positie staat en u video-opnamen wilt blijven
maken bij een gesloten LCD-paneel om accustroom te besparen.
[Accu-info]: Toont een scherm waarin u kunt controleren wat (als een
percentage) de accucapaciteit is en wat de resterende opnameduur
(stand ) of resterende afspeelduur (stand , ) is.
[HDMI-Controle]: Activeert de functie HDMI-CEC (Consumer Electronics
Control). Als u de camcorder via de bijgeleverde HDMI-kabel aansluit op
een HDTV die compatibel is met HDMI-CEC, dan kunt u de afspeelfunctie
van de camcorder besturen met de afstandsbediening van uw TV.
Indien deze functie op [A Aan] staat en de camcorder via de
bijgeleverde HDMI kabel aangesloten is op een compatibele HDTV, dan
wordt de video-invoer op de TV automatisch afgestemd op de video-
invoer van de camcorder. U kunt dan de knoppen “omhoog/omlaag/
naar links/naar rechts” en OK of SET op de afstandsbediening van de
TV gebruiken om uw opnamen af te spelen.
Afhankelijk van het TV-toestel zijn op de TV zelf mogelijk extra
instellingen nodig om de HDMI-CEC-functie te kunnen activeren.
Raadpleeg hiervoor de gebruiksaanwijzing van de TV.
Zelfs wanneer de camcorder aangesloten is op compatibele TV-
toestellen, kan een correcte werking van de HDMI-CEC-functie niet
worden gegarandeerd. Als u de afstandsbediening van de TV niet kunt
gebruiken, stel [HDMI-Controle] dan in op [B Uit] en bedien de
camcorder vervolgens rechtstreeks.
De afstandsbediening van de TV kunt u alleen gebruiken om films af te
spelen of foto’s weer te geven (alleen de stand of ). Indien de
camcorder aangesloten is op de TV terwijl de camcorder in de
opnamestand staat en u de TV uitzet, zal - afhankelijk van het gebruikte
TV-toestel - automatisch ook de camcorder worden uitgezet, zelfs als
de camcorder op dat moment bezig is met opnemen.
Het verdient aanbeveling om tegelijkertijd niet meer dan 3 HDMI-CEC-
compatibele apparaten aan te sluiten.
[HDMI 1080p-uitgang]: Als de camcorder via een HDMI-verbinding is
aangesloten op een televisie die 1080p-uitvoer ondersteunt, dan zal de
camcorder 1080i-video converteren en deze uitvoeren als 1080p.
[HDMI-status]: Toont een scherm waarin u kunt controleren wat de
standaard is van het videosignaal dat wordt uitgevoerd vanuit het HDMI
OUT- aansluitpunt.
140 Overige informatie
[Afstandseenheden]: Hiermee selecteert u of tijdens handmatige
scherpstelling de scherpstelafstand wordt weergegeven in meters of feet.
[Demo Modus]: Met de demonstratiefunctie kunt u de belangrijkste
functies van de camcorder bekijken. De demonstratiefunctie wordt
automatisch gestart als de camcorder van stroom wordt voorzien met de
compacte netadapter en u de camcorder langer dan 5 minuten zonder
geheugenkaart ingeschakeld laat staan.
Druk op een willekeurige knop of zet de camcorder uit als u de
demonstratiefunctie wilt stopzetten zodra deze is gestart.
[Firmware]: U kunt controleren wat de huidige versie is van de
camcorderfirmware. Deze menuoptie is gewoonlijk niet beschikbaar.
Overige informatie 141
Bijlage: Schermgegevens en pictogrammen
Films opnemen (in de Smart AUTO-stand)
1 Bedieningsknop: Het FUNC.-paneel
openen (0 29)
2 Smart AUTO-stand (0 40)
3 Zoomregelaars op het scherm
(0 45)
4 Bedieningsstand (0 27)
5 In opnamepauzestand:
Totaal aantal scènes
6 Actieve werking (0 145)
7 Beeldstabilisator (0 62)
8 Resterende accucapaciteit (0 145)
9 Zoomen (0 44)
Aq Opnamemodus (0 57)
Aa Hoofdtelefoonuitgang (0 74)
As Bedieningsknop: Starten/stoppen
met opnemen van video
Ad Gezichtsdetectiekader (0 64)
Af Kader voor Aanraken & Volgen
(0 65)
142 Overige informatie
Films opnemen (in de flexibele opnamestand)
Bovenste rij pictogrammen tijdens opnamepauzestand
Ag Opnameprogramma (0 59, 61)
Ah Handmatige belichting (0 68)
Aj N Automatische scherpstelling,
MF Handmatige scherpstelling
(0 69)
Ak Gezichtsdetectie (0 64)
Al Witbalans (0 71)
Sq Audioniveau-indicator (0 73)
Sa Bedieningsknop: Laatst gebruikte
functie (in dit voorbeeld is dat
[ZOOM])
Ss x.v.Color (0 134)
Sd
Tijdens opnemen/afspelen:
Scèneteller (uren : minuten :
seconden)
Sf Digitaal effect (0 67)
Sg PF25 progressieve beeldsnelheid
(0 58)
Sh Resterende opnameduur
4, 7 Op geheugenkaart X of Y
f In het interne geheugen*
3*, 5 Relay-opname (0 37)
* Alleen / / .
Sj Tele-macro (0 70)
Sk Microfoondemper (0 132)
Sl Windscherm uitgeschakeld (0 131)
Dq Horizontaalmarkering (0 131)
Da Knipperreductie (0 131)
Ds Pre-opname (0 63)
Overige informatie 143
Foto’s maken (in de flexibele opnamestand)
Dd Zelfontspanner (0 72)
Df Aantal beschikbare foto’s
4, 7 Op geheugenkaart X of Y
//
f In het interne
geheugen
Dg Toont het gebruikte diafragma
(f-stop) en de gebruikte sluitertijd.
Dh Scherpstellings- en
belichtingsvergrendeling (0 40,
101)
Films afspelen (tijdens afspelen)
Dj Afspeelregelaars (0 48)
Dk Bedieningsknop: Het
bewerkingspaneel openen (0 130)
Dl Draadloze Eye-Fi-communicatie
(0 124)
Fq Scènenummer
Fa Datacodering (0 80, 132)
Fs Volume en muziekbalans (0 48)
Fd Decoratie (0 92)
144 Overige informatie
Foto’s bekijken
Ff Bedieningsknop: Instellingsmenu’s
openen (0 130)
Fg Huidige foto / totaal aantal foto’s
Fh Fotonummer (0 135)
Fj Foto’s doorlopen (0 98)
Fk Diashow (0 103)
Fl Overschakelen naar indexscherm
[Foto’s] (0 97)
Overige informatie 145
6 Actieve werking
N
Opnemen,
M
Opnamepauze,
A
Afspelen,
C
Afspeelpauze,
I
Versneld vooruit
afspelen,
J
Versneld achteruit afspelen,
G
Langzaam vooruit afspelen,
H
Langzaam
achteruit afspelen,
E
Beeldje voor beeldje vooruit afspelen*,
F
Beeldje voor beeldje
achteruit afspelen*.
* Alleen beschikbaar tijdens het splitsen van scènes.
7 Resterende accucapaciteit
• Het pictogram laat een ruwe
schatting zien van de resterende
lading van de accu als een deel van
een volledig opgeladen accu. Naast het pictogram wordt in minuten de resterende
opname/afspeelduur getoond.
• Als in rood wordt weergegeven, dan moet u de accu door een volledig
opgeladen accu vervangen.
• Wanneer u een lege accu plaatst, wordt mogelijk de voeding uitgeschakeld zonder
dat wordt getoond.
• Mogelijk wordt de resterende accucapaciteit niet nauwkeurig aangegeven. Dit hangt
af van de omstandigheden waaronder de camcorder en accu worden gebruikt.
• Als de camcorder uit staat, moet u op R drukken om de laadtoestand van
de accu op te roepen. Het Intelligent System zal gedurende 5 seconden de
laadtoestand (als een verhouding) en de resterende opnameduur weergeven.
Wanneer de accu volledig leeg is, wordt de informatie over de accu niet
weergegeven.
Sh Resterende opnameduur
Als er geen vrije ruimte aanwezig is in het geheugen, dan wordt [f
Einde] (intern
geheugen, alleen / / ) of [4 Einde] (geheugenkaart X) of
[7 Einde] (geheugenkaart Y) in rood weergegeven en met het opnemen gestopt.
Df Aantal beschikbare foto’s
6 / 8 in rood: Er is geen geheugenkaart aanwezig in de corresponderende
geheugenkaartsleuf.
4 / 7 in groen: 6 of meer foto’s U in geel: 1 t/m 5 foto’s U in rood: Er kunnen
geen foto’s meer worden gemaakt.
• Tijdens het bekijken van foto’s is het scherm altijd groen.
• Het kan voorkomen dat het getal dat aangeeft hoeveel foto’s nog kunnen worden
gemaakt, niet afneemt nadat een foto is gemaakt. Ook kan het voorkomen dat het
aantal foto’s dat nog kan worden gemaakt, op het display na een opname ineens met
2 afneemt, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
100% 75% 50% 25% 0%
146 Overige informatie
Pro blemen?
Problemen oplossen
Loop eerst door de lijst hieronder wanneer u problemen ondervindt bij
het gebruik van uw camcorder. Soms bestaat er een simpele oplossing
voor iets waarvan u denkt dat het een camcorderstoring is - lees
daarom eerst de tekst in het vak “EERST CONTROLEREN” voordat u
vervolgt met de meer gedetailleerde problemen en oplossingen. Neem
contact op met uw dealer of een Canon Service Center als het
probleem aanhoudt.
EERST CONTROLEREN
Stroombron
De camcorder kan niet worden ingeschakeld of schakelt zichzelf uit.
- De accu is leeg. Vervang de accu of laad deze op.
- Verwijder de accu en sluit deze opnieuw goed aan.
Ik kan de accu niet opladen.
- Zorg ervoor dat de camcorder uit staat, zodat u met opladen kunt beginnen.
- De temperatuur van de accu is hoger of lager dan het oplaadbereik. Als de temperatuur van de
accu lager is dan circa 0 °C, verwarm de accu dan voordat u deze oplaadt; Als de temperatuur van
de accu hoger is dan circa 40 °C, laat de accu dan afkoelen voordat u deze oplaadt.
- Laad de accu op bij temperaturen tussen 0 °C en 40 °C.
- De accu is defect. Vervang de accu.
- De camcorder kan niet met de aangesloten accu communiceren. Dergelijke accu’s kunnen niet
met deze camcorder worden opgeladen.
- Dit kan gebeuren als u een andere accu aansluit dan wordt aanbevolen door Canon en deze
probeert op te laden.
Voeding
Is de accu opgeladen? Is de compacte netadapter op de juiste wijze
aangesloten op de camcorder? (0 19)
Opnemen
Hebt u de camcorder aangezet en op de juiste wijze in een
opnamestand gezet? (0 40, 56, 101) Als u opnamen wilt maken op
een geheugenkaart, is deze dan correct in de camcorder geplaatst?
(0 35)
Afspelen
Hebt u de camcorder aangezet en op de juiste wijze in een
afspeelstand gezet? (0 48, 97) Als u opnamen wilt afspelen vanaf
een geheugenkaart, is deze dan correct in de camcorder geplaatst?
(0 35) Bevat de geheugenkaart opnamen?
Overige informatie 147
- Als u een accu gebruikt die door Canon wordt aanbevolen, dan kan er een probleem zijn met de
accu of camcorder. Neem contact op met een Canon Service Center.
De compacte netadapter produceert geluid.
- Een zacht geluid is hoorbaar als de compacte netadapter op een stopcontact wordt aangesloten.
Dit is normaal en duidt niet op een storing.
De accu is zelfs bij normale temperaturen snel leeg.
- De accu heeft het einde van zijn levensduur bereikt. Schaf een nieuwe accu aan.
Opnemen
De camcorder begint niet met opnemen nadat op
g
is gedrukt.
- U kunt geen opnamen maken terwijl de camcorder eerdere opnamen wegschrijft naar het
geheugen (terwijl de ACCESS-indicator brandt of knippert). Wacht totdat de camcorder klaar is.
- Het geheugen is vol of bevat al 3.999 scènes (het maximum aantal scènes). Verwijder een aantal
opnamen (
0
54, 99) of initialiseer het geheugen (
0
38) om ruimte vrij te maken.
Het punt waar
g
werd ingedrukt komt niet overeen met het begin/einde van de
opname.
- Tussen het indrukken van
g
en de feitelijke start of het feitelijke einde van de opname
doet zich een korte pauze voor. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
De camcorder stelt niet scherp.
- De automatische scherpstelling werkt niet op het onderwerp. Stel handmatig scherp (
0
69).
- De lens is vuil. Reinig de lens of sensor met een zacht lensreinigingsdoekje (
0
168). Gebruik
nooit tissuepapier om de lens te reinigen.
Het beeld ziet er enigszins gekromd uit als een onderwerp snel voorbij de lens flitst.
- Dit is een verschijnsel dat kenmerkend is voor CMOS-beeldsensors. Als een onderwerp zeer snel
langs de voorzijde van de camcorder beweegt, kan het beeld er enigszins gekromd uitzien. Dit is
normaal en duidt niet op een storing.
Wisselen van bedieningsstand tussen opnemen (
N
)/opnamepauze (
M
)/afspelen (
A
) duurt
langer dan normaal.
- Als het geheugen een groot aantal scènes bevat, dan kunnen sommige procedures langer duren
dan normaal. Maak een backup van uw opnamen (
0
113) en initialiseer het geheugen (
0
38).
Ik kan geen goede film- of foto-opnamen maken.
- Dit kan zich voordoen na het herhaaldelijk maken van films en foto’s. Maak een backup van uw
opnamen (
0
113) en initialiseer het geheugen (
0
38).
Na lang gebruik van de camcorder wordt deze heet.
- De camcorder kan warm worden nadat deze een lange tijd ononderbroken is gebruikt; dit is
normaal en duidt niet op een storing. Als de camcorder ongebruikelijk heet wordt of heet wordt
nadat u deze slechts korte tijd hebt gebruikt, dan kan dit duiden op een probleem met de
camcorder. Neem contact op met een Canon Service Center.
148 Overige informatie
Afspelen
Ik kan geen verhaal maken.
- Een geheugen kan maximaal 98 verhalen bevatten (zonder [Ongesorteerd] en [Videofoto]).
Verwijder een aantal verhalen (
0
84) of selecteer een ander geheugen dat minder dan 98
verhalen bevat.
Ik kan geen scènes toevoegen aan een verhaal.
- In de meeste gevallen kan een verhaal maximaal 999 scènes bevatten. Indien het verhaal scènes
bevat die zijn opgenomen in de MXP- of FXP-modus, dan is het maximale aantal scènes mogelijk
minder dan 999 (het maximale aantal scènes).
- Het kan gebeuren dat u geen scènes kunt toevoegen als deze zijn opgenomen of bewerkt met een
ander apparaat.
- Het geheugen is vol. Verwijder een aantal opnamen (
0
54, 99) of initialiseer het geheugen
(
0
38) om ruimte vrij te maken.
- Zelfs als het aantal scènes lager is dan 999, dan kan het gebeuren dat u aan een verhaal geen
scènes kunt toevoegen.
Ik kan geen scènes verplaatsen in de galerij.
- Het geheugen is vol. Verwijder een aantal opnamen (
0
54, 99) om ruimte vrij te maken.
Ik kan een scène niet verwijderen.
- Het kan voorkomen dat u scènes niet kunt verwijderen als deze zijn opgenomen of bewerkt met
een ander apparaat.
Het verwijderen van scènes neemt meer tijd in beslag dan gewoonlijk.
- Als het geheugen een groot aantal scènes bevat, dan kunnen sommige procedures langer duren
dan normaal. Maak een backup van uw opnamen (
0
113) en initialiseer het geheugen (
0
38).
Ik kan van een filmscène geen Video Snapshot-opname maken.
- U kunt geen Video Snapshot-opnamen maken van filmscènes die zijn opgenomen of bewerkt met
een ander apparaat.
- Het geheugen is vol. Verwijder een aantal opnamen (
0
54, 99) om ruimte vrij te maken.
Tijdens het afspelen van scènes of een diashow met achtergrondmuziek wordt het muzieknummer
niet correct afgespeeld.
- Dit kan zich voordoen als u vanaf de supplementaire schijf naar een geheugen muziekbestanden
kopieert nadat u herhaaldelijk scènes hebt opgenomen en verwijderd (gefragmenteerd geheugen).
Maak een backup van uw opnamen (
0
113) en initialiseer het geheugen (
0
38).Kopieer
vervolgens eerst de muziekbestanden vanaf de supplementaire schijf naar het geheugen en
kopieer pas daarna naar het geheugen de opnamen terug die u eerder met deze camcorder had
gemaakt en naar de computer had gekopieerd.
- Muzieknummers worden niet correct afgespeeld als de verbinding werd onderbroken terwijl de
muziekbestanden werden gekopieerd vanaf de supplementaire schijf.Verwijder de
muzieknummers en kopieer opnieuw de muziekbestanden naar de camcorder.
- De kopieersnelheid van de gebruikte geheugenkaart is te langzaam. Gebruik een aanbevolen
geheugenkaart (
0
33).
Overige informatie 149
Ik kan scènes niet splitsen
- U kunt scènes niet splitsen als deze zijn opgenomen of bewerkt met een ander apparaat.
- Het geheugen is vol. Verwijder een aantal opnamen (
0
54, 99) om ruimte vrij te maken.
Ik kan scènes of foto’s niet kopiëren
- Het kan voorkomen dat u video- of foto-opnamen niet kunt kopiëren als deze met een ander
apparaat zijn gemaakt of bewerkt.
Ik kan individuele scènes/foto’s in het indexscherm niet markeren met een vinkje
O
- U kunt niet meer dan 100 scènes/foto’s afzonderlijk selecteren. Verlaag het aantal geselecteerde
scènes/foto’s of gebruik de optie [Alle scenes] of [Alle foto’s].
Indicatoren en schermgegevens
brandt in rood.
- De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu of laad deze op.
verschijnt op het scherm.
- De camcorder kan niet met de accu communiceren waardoor de resterende accucapaciteit niet
kan worden weergegeven.
4
/
7
licht op in rood.
- Er is een geheugenkaartfout opgetreden. Zet de camcorder uit. Verwijder de geheugenkaart en
plaats deze terug. Initialiseer de geheugenkaart als het scherm niet terugkeert naar normale
weergave.
- De geheugenkaart is vol. Vervang de geheugenkaart of verwijder een aantal opnamen (
0
54, 99)
om ruimte vrij te maken op de geheugenkaart.
Zelfs nadat ik ben gestopt met opnemen gaat de ACCESS-indicator niet uit.
- De scène wordt nog opgenomen in het geheugen. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
De rode ON/OFF (CHG)-indicator knippert snel ( knippert telkens éénmaal met een
tussentijd van 0,5 seconde).
- Het opladen is stopgezet omdat de compacte netadapter of de accu defect is. Neem contact op
met een Canon Service Center.
De rode ON/OFF (CHG)-indicator knippert zeer langzaam ( knippert telkens
éénmaal met een tussentijd van 2 seconden).
- De temperatuur van de accu is hoger of lager dan het oplaadbereik. Als de temperatuur van de
accu lager is dan circa 0 °C, verwarm de accu dan voordat u deze oplaadt; Als de temperatuur van
de accu hoger is dan circa 40 °C, laat de accu dan afkoelen voordat u deze oplaadt.
- Laad de accu op bij temperaturen tussen 0 °C en 40 °C.
- De accu is beschadigd. Gebruik een andere accu.
Op het scherm wordt
o
weergegeven
- De LOCK-schakelaar op de Eye-Fi-kaart staat zo ingesteld dat gegevens op de kaart niet per
ongeluk kunnen worden gewist. Wijzig de stand van de LOCK-schakelaar.
150 Overige informatie
- Er heeft zich een fout voorgedaan toen werd geprobeerd toegang te zoeken tot
besturingsgegevens op de Eye-Fi-kaart. Zet de camcorder uit en weer aan. Als het pictogram vaak
verschijnt, kan er een probleem zijn met de Eye-Fi-kaart. Neem contact op met de klantenservice
van de fabrikant van de kaart.
Beeld en geluid
Het scherm is te donker.
- Het LCD-scherm is gedimd. Houd
h
2 seconden ingedrukt als u het LCD-scherm wilt
terugstellen naar de vorige helderheidsinstelling.
De schermgegevens verschijnen en verdwijnen herhaaldelijk.
- De accu is leeg. Vervang de accu of laad deze op.
- Verwijder de accu en sluit deze opnieuw goed aan.
Op het scherm worden abnormale karakters weergegeven en de camcorder functioneert niet naar
behoren.
- Verwijder de stroombron en sluit deze na enige tijd weer aan. Als het probleem aanhoudt,
verwijder dan de stroombron en druk op de RESET-knop om alle camcorderinstellingen terug te
zetten naar de standaardwaarde.
Op het scherm verschijnt videoruis.
- Houd voldoende afstand aan tussen de camcorder en apparaten die sterke elektromagnetische
velden afgeven (plasma-TV’s, mobiele telefoons, etc.).
Op het scherm verschijnen horizontale strepen.
- Dit is een verschijnsel dat zich typisch voordoet bij CMOS-beeldsensors als u opnamen maakt
onder sommige TL-lampen, kwiklampen of natriumlampen. Dit is normaal en duidt niet op een
storing. Wijzig de instelling van
7
8
[Knipperreductie] om het verschijnsel te verzwakken.
Het geluid is vervormd of wordt opgenomen op een lager niveau.
- Als u opnamen maakt bij harde geluiden (zoals vuurwerk, shows of concerten), kan het geluid
vervormd raken of wordt het geluid mogelijk niet op het feitelijke niveau opgenomen. Activeer de
microfoondemper (
0
132) of stel het audio-opnameniveau handmatig in (
0
73).
Het beeld wordt correct weergegeven maar de ingebouwde luidspreker produceert geen geluid.
- Het luidsprekervolume staat uit. Wijzig het volume.
- Indien de stereovideokabel STV-250N op de camcorder aangesloten is, verwijder deze dan.
- Het AV-aansluitpunt is ingesteld op hoofdtelefoonuitvoer. Stel
8
8
[AV/Koptelef.] in op [AV]
.
Overige informatie 151
Geheugenkaart en accessoires
Ik kan de geheugenkaart niet plaatsen.
- U houdt de geheugenkaart verkeerd vast. Keer de geheugenkaart om en plaats de kaart in de
camcorder.
Ik kan geen opnamen maken op de geheugenkaart.
- De geheugenkaart is vol. Verwijder een aantal opnamen (0 54, 99) om ruimte vrij te maken,
of vervang de geheugenkaart.
- Initialiseer de geheugenkaart (0 38) als u deze voor de eerste keer met de camcorder
gebruikt.
- De LOCK-schakelaar op de geheugenkaart staat zo ingesteld dat gegevens op de kaart niet
per abuis kunnen worden gewist. Wijzig de stand van de LOCK-schakelaar.
- U moet een compatibele geheugenkaart gebruiken om op een geheugenkaart films op te
kunnen nemen (0 33).
- De map- en bestandsnummers hebben hun maximale waarde bereikt. Stel 88
[Beeldnummers] in op [Reset] en plaats een nieuwe geheugenkaart.
Ik kan bestanden niet draadloos uploaden met gebruik van een Eye-Fi-kaart.
- Bestanden kunt u niet draadloos uploaden terwijl de camcorder in de stand of
staat. Zet de camcorder in een afspeelstand.
- U hebt de Eye-Fi-kaart mogelijk in geheugenkaartsleuf X geplaatst. Plaats de kaart in
geheugenkaartsleuf Y.
- 68 [Eye-Fi-communicatie] is ingesteld op [Uit] (op het scherm wordt i
weergegeven). Stel deze optie in op [Auto].
- Het kan helpen om het LCD-paneel te openen als de draadloze verbinding niet sterk genoeg
is.
- Als zich tijdens het uploaden van bestanden bepaalde omstandigheden voordoen,
bijvoorbeeld wanneer de draadloze verbinding te zwak wordt, dan kan het gebeuren dat de
camcorder de draadloze upload stopzet (op het scherm verschijnt dan h). Ga dan naar een
locatie waar het draadloze signaal sterker is.
- Neem contact op met de klantenservice van de fabrikant van de kaart.
Het statuspictogram van de draadloze communicatie wordt niet weergegeven
- U hebt de Eye-Fi-kaart mogelijk in geheugenkaartsleuf X geplaatst. Plaats de kaart in
geheugenkaartsleuf Y.
Er doen zich korte pauzes voor in de geluiden die worden opgenomen door de optionele
draadloze microfoon WM-V1.
- Dit kan gebeuren tijdens het opnemen als de LOCK-schakelaar op de Eye-Fi-kaart zo
ingesteld staat dat de kaart niet kan worden beschreven, waardoor draadloze communicatie
optreedt. Wijzig de stand van de LOCK-schakelaar.
152 Overige informatie
Aansluiten van externe apparaten
Op het TV-scherm verschijnt videoruis.
- Als u de camcorder gebruikt in een kamer waar een TV staat, houd dan tussen de camcorder
en het netsnoer en de antennekabels van de TV voldoende afstand aan.
De camcorder geeft een goede weergave maar er is geen beeld op het TV-scherm.
- De video-ingang op de TV is niet afgestemd op het videoaansluitpunt waarop u de camcorder
hebt aangesloten. Selecteer de juiste video-ingang.
- Er wordt geen video uitgevoerd vanaf het AV OUT-aansluitpunt als de optionele
Componentkabel CTC-100 aangesloten is op het COMPONENT OUT-aansluitpunt van de
camcorder. Verwijder eerst de Componentkabel CTC-100 om het AV OUT-aansluitpunt te
gebruiken.
De TV geeft geen geluid.
- Als u de camcorder aansluit op een HDTV met de optionele Componentkabel CTC-100, zorg er
dan voor dat u ook de audio-aansluitingen verricht met de witte en rode stekkers van de
bijgeleverde stereovideokabel STV-250N.
De camcorder is aangesloten via de bijgeleverde HDMI-kabel HTC-100/S, maar de HDTV geeft
geen beeld en geen geluid.
- Verwijder de HDMI-kabel HTC-100/S en herstel vervolgens de verbinding of zet de camcorder
uit en weer aan.
De camcorder is aangesloten via de bijgeleverde HDMI-kabel HTC-100/S, maar HDMI-CEC
werkt niet (afspelen niet mogelijk met gebruik van de afstandsbediening van de TV).
- Verwijder de HDMI-kabel HTC-100/S en zet de camcorder en TV uit. Zet de camcorder en TV na
korte tijd weer aan en herstel de verbinding.
-
6
8
[HDMI-Controle] is ingesteld op [Uit]. Stel deze optie in op [Aan].
- HDMI-CEC wordt niet geactiveerd op de aangesloten TV. Activeer deze functie op de TV.
- Zelfs bij gebruik van TV-toestellen die compatibel zijn met HDMI-CEC hangt het van het TV-type af
welke functies beschikbaar zijn. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de aangesloten TV.
De computer herkent de camcorder niet, hoewel de camcorder correct aangesloten is.
- Verwijder de USB-kabel en zet de camcorder uit. Zet na korte tijd de camcorder weer aan en
herstel de verbinding.
- Sluit de camcorder aan op een andere USB-poort van de computer.
- De camcorder wordt niet correct herkend als u de USB-kabel hebt aangesloten op de
computer terwijl de camcorder bezig was met het verwijderen van alle foto’s. Verwijder de
USB-kabel en herstel de verbinding nadat de procedure is voltooid.
Ik kan foto’s niet opslaan op mijn computer
- Als het geheugen te veel foto’s bevat (Windows – 2.500 foto’s of meer, Macintosh – 1.000
foto’s of meer), kunt u foto’s wellicht niet kopiëren naar een computer. Probeer dan een
kaartlezer te gebruiken om de foto’s op de geheugenkaart te kopiëren. Alleen / /
: Als u foto’s naar de computer wilt kopiëren vanuit het interne geheugen, kopieer
deze dan eerst naar de geheugenkaart (0 110).
Overige informatie 153
Overzicht van berichten
Bezig kaart te lezen. Verwijder kaart niet.
- U hebt de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf geopend terwijl de camcorder
bewerkingen uitvoerde op de geheugenkaart of de camcorder begon met bewerkingen op de
geheugenkaart terwijl u de afdekking van de dubbelde geheugenkaartsleuf opende. Verwijder de
geheugenkaart niet voordat dit bericht verdwenen is.
Bufferoverloop Opname beeindigd.
- De kopieersnelheid van de gegevens was te hoog voor de gebruikte geheugenkaart en het
opnemen werd stopgezet. Vervang de geheugenkaart door een geheugenkaart van
snelheidsklasse 4, 6 of 10.
Controleer kaart
- Ik krijg geen toegang tot de geheugenkaart. Controleer de geheugenkaart en zorg ervoor dat de
kaart correct geplaatst is.
- Er is een geheugenkaartfout opgetreden. De camcorder kan de foto niet maken of niet weergeven.
Verwijder de kaart en plaats deze weer terug, of gebruik een andere geheugenkaart.
- U hebt een MultiMediaCard (MMC) in de camcorder geplaatst. Gebruik een aanbevolen
geheugenkaart (
0
33).
- Als het bericht verdwijnt en daarna
4
/
7
in rood wordt weergegeven, ga dan als volgt te werk:
Zet de camcorder uit, verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug in de camcorder. Als
4
/
7
weer groen wordt, kunt u het opnemen/afspelen hervatten. Als het probleem aanhoudt,
maak dan een backup van uw opnamen (
0
113) en initialiseer daarna de geheugenkaart
(
0
38).
De kaart is tegen wissen beveiligd
- De LOCK-schakelaar op de geheugenkaart staat zo ingesteld dat gegevens op de kaart niet per
abuis kunnen worden gewist. Wijzig de stand van de LOCK-schakelaar.
Deze geheugenkaart bevat scènes. Verwijder alle scènes om relay-opname te kunnen gebruiken.
- Maak, indien nodig, een backup van uw films (
0
113) en verwijder alle films van de
geheugenkaart (
0
54).
Deze scene is met een ander apparaat opgenomen, kan niet gekopieerd
- U kunt geen scènes kopiëren die niet met deze camcorder zijn opgenomen.
Enkele scenes met ander apparaat opgenomen. Kan niet gekopieerd worden.
- U kunt geen scènes kopiëren die niet met deze camcorder zijn opgenomen.
Er zijn geen scenes met de gekozen beoordeling
- Het verhaal bevat geen scènes met de geselecteerde classificaties. Selecteer scènes en wijs een
classificatie toe (
0
81) of selecteer een andere classificatie voor de betreffende procedure.
Fout in bestandsnaam
- De map- en bestandsnummers hebben hun maximale waarde bereikt. Stel
8
8
[Beeldnummers] in op [Reset] en verwijder alle foto’s op de geheugenkaart (
0
99) of initialiseer
de geheugenkaart (
0
38).
(op alfabetische volgorde)
154 Overige informatie
/ / Fout ingebouwd geheugen
- Het interne geheugen kan niet worden gelezen. Neem contact op met een Canon Service Center.
Geen communicatie met accu. Dit accupack blijven gebruiken?
- U hebt een accu aangesloten die door Canon voor gebruik met deze camcorder niet wordt
aanbevolen.
- Als u een accu gebruikt die door Canon aanbevolen is voor gebruik met deze camcorder, is er
mogelijk een probleem met de camcorder of accu. Neem contact op met een Canon Service
Center.
Geen foto's
- Er zijn geen foto’s om weer te geven. Maak foto’s (
0
40, 56).
Geen kaart
- Plaats een compatibele geheugenkaart in de camcorder (
0
35).
- De geheugenkaart is mogelijk niet correct geplaatst. Steek de geheugenkaart in zijn geheel in de
geheugenkaartsleuf totdat de kaart vast klikt.
Geen scenes
- Er zijn geen scènes in het gekozen geheugen. Maak video-opnamen (
0
40).
//
Geen toegang tot ingebouwd geheugen
- Er is een probleem met het interne geheugen. Neem contact op met een Canon Service Center.
Geheugenkaartdeksel staat open
- Sluit de afdekking van de dubbele geheugenkaartsleuf nadat u een geheugenkaart hebt geplaatst
(
0
35).
Het is eventueel niet mogelijk videos op deze kaart op te nemen
- Het kan zijn dat u geen films kunt opnemen op geheugenkaarten die geen aanduiding van de
snelheidsklasse hebben. Vervang de geheugenkaart door een geheugenkaart van snelheidsklasse
4, 6 of 10.
//
Ingebouwd geheugen vol
- Het interne geheugen is vol (op het scherm wordt [
f
Einde] weergegeven). Verwijder een aantal
opnamen (
0
54, 99) om ruimte vrij te maken. Maak een backup van uw opnamen (
0
113) en
initialiseer het interne geheugen (
0
38).
Initialiseer alleen met de camcorder
- Er is een probleem met het bestandssysteem waardoor geen toegang mogelijk is tot het
geselecteerde geheugen. Initialiseer het geheugen met deze camcorder (
0
38).
Kaart Kan data niet herkennen.
- De geheugenkaart bevat scènes die zijn opgenomen met een ander televisiesysteem (NTSC). Speel
de opnamen op de geheugenkaart af met het apparaat dat werd gebruikt om de opnamen te
maken.
Kaart is vol
- De geheugenkaart is vol. Verwijder een aantal opnamen (
0
54, 99) om ruimte vrij te maken, of
vervang de geheugenkaart.
Overige informatie 155
Kaart
Maximum aantal scenes bereikt
- De geheugenkaart bevat reeds 3.999 scènes (het maximale aantal); er kunnen op de
geheugenkaart geen scènes meer worden opgenomen. Verwijder een aantal scènes (
0
54) om
ruimte vrij te maken.
Kan data niet herkennen.
- U hebt gegevens naar de camcorder gekopieerd die zijn opgenomen met een ander
televisiesysteem (NTSC). Speel de opnamen af met het apparaat dat werd gebruikt om de
opnamen te maken.
Kan doek niet laden
- De gegevens op het tekenblad in het geheugen zijn beschadigd.
- U kunt geen tekenbladgegevens laden die zijn opgeslagen met een ander apparaat. Gebruik
tekenbladgegevens die zijn opgeslagen met deze camcorder.
Kan doek niet opslaan
- Het tekenblad kan momenteel niet in het geheugen worden opgeslagen. Maak een backup van uw
opnamen (
0
113) en initialiseer het geheugen (
0
38).
//
Kan geen videos op ingebouwd geheugen opnemen Initialiseer alleen met
de camcorder
- Het interne geheugen van de camcorder is met een computer geïnitialiseerd. Initialiseer het interne
geheugen met deze camcorder (
0
38).
Kan geen videos opnemen op deze kaart Initialiseer alleen met de camcorder
- De geheugenkaart is met een computer geïnitialiseerd. Initialiseer de geheugenkaart met deze
camcorder (
0
38).
Kan geen videos opnemen op deze kaart
- Films kunnen niet worden opgenomen op een kaart van 64 MB of minder. Gebruik een aanbevolen
geheugenkaart (
0
33).
Kan gegevens niet herstellen
- Een beschadigd bestand kon niet worden hersteld. Maak een backup van uw opnamen (
0
113)
en initialiseer het geheugen met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (
0
38).
Kan niet bewerken
- De scène kon niet worden verplaatst naar een ander verhaal. Verwijder een aantal scènes uit het
verhaal (
0
84).
//
Kan niet converteren
- Ik krijg geen toegang tot de geheugenkaart. Controleer de geheugenkaart en zorg ervoor dat de
kaart correct geplaatst is.
- U hebt een MultiMediaCard (MMC) in de camcorder geplaatst. Gebruik een aanbevolen
geheugenkaart (
0
33).
- De geselecteerde scène is te kort. Selecteer een scène die ten minste 0,5 seconde lang is.
156 Overige informatie
- Tijdens het aanmaken van de bestandsnaam is een fout opgetreden. Stel
8
8
[Beeldnummers] in op [Reset] en initialiseer de geheugenkaart of verwijder alle foto’s (
0
99) en
alle scènes uit het indexscherm [
u
SD-video] (
0
54).
Kan niet kopieren
- Het totale aantal scènes dat u hebt geselecteerd om te worden gekopieerd, past niet in de
beschikbare ruimte in het geheugen. Verwijder een aantal opnamen op de geheugenkaart (
0
54,
99) of verlaag het aantal te kopiëren scènes.
- De geheugenkaart bevat reeds 3.999 scènes (het maximale aantal). Verwijder een aantal scènes
(
0
54) om ruimte vrij te maken.
Kan niet opnemen Controleer kaart
- Er is een probleem met de geheugenkaart. Maak een backup van uw opnamen (
0
113) en
initialiseer de geheugenkaart met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (
0
38). Als het
probleem aanhoudt, gebruik dan een andere geheugenkaart.
//
Kan niet opnemen Geen toegang tot ingebouwd geheugen
- Er is een probleem met het interne geheugen. Maak een backup van uw opnamen (
0
113) en
initialiseer het interne geheugen met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (
0
38). Als het
probleem aanhoudt, neem dan contact op met een Canon Service Center.
Kan niet opnemen
- U kunt geen Video Snapshot-opnamen maken van filmscènes die zijn opgenomen of bewerkt met
een ander apparaat.
- Er is een probleem met het geheugen. Als dit bericht vaak zonder duidelijke reden verschijnt, neem
dan contact op met een Canon Service Center.
Kan niet weergeven Controleer kaart
- Er is een probleem met de geheugenkaart. Maak een backup van uw opnamen (
0
113) en
initialiseer de geheugenkaart met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (
0
38). Als het
probleem aanhoudt, gebruik dan een andere geheugenkaart.
/ / Kan niet weergeven Geen toegang tot ingebouwd geheugen
- Er is een probleem met het interne geheugen. Maak een backup van uw opnamen (
0
113) en
initialiseer het interne geheugen met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (
0
38). Als het
probleem aanhoudt, neem dan contact op met een Canon Service Center.
Kan niet weergeven
- Als er op een geheugenkaart opnamen zijn gemaakt met een ander apparaat en vervolgens de
LOCK-schakelaar zo ingesteld werd dat beschrijven van de geheugenkaart niet mogelijk is, dan is
geen correcte toegang tot informatie in de galerij mogelijk, zodat opnamen niet kunnen worden
afgespeeld vanuit het galerijscherm. Speel scènes af vanuit het datum-indexscherm of wijzig de
stand van de LOCK-schakelaar op de geheugenkaart.
- Er is een probleem met het geheugen. Als dit bericht vaak zonder duidelijke reden verschijnt, neem
dan contact op met een Canon Service Center.
Overige informatie 157
Kan nu niet naar standyby-modus.
- De camcorder kan niet naar de standby-stand als de accu niet genoeg stroom kan leveren. Laad
de accu op of vervang de accu (
0
19).
Kan scene niet splitsen. Initialiseer alleen met de camcorder
- De scène kan niet worden gesplitst omdat het gegevenslog van het interne scènebeheer in de
camcorder vol is. Maak een backup van uw opnamen (
0
110) en initialiseer het geheugen
(
0
38). Schrijf de opgeslagen opnamen terug naar de camcorder en probeer de scène opnieuw
te splitsen.
Kan videos op deze kaart niet afspelen Initialiseer alleen met de camcorder
- De geheugenkaart is met een computer geïnitialiseerd. Initialiseer de geheugenkaart met deze
camcorder (
0
38).
Kan videos op deze kaart niet afspelen
- Films kunnen niet worden afgespeeld vanaf een kaart van 64 MB of minder. Gebruik een
aanbevolen geheugenkaart (
0
33).
//
Kan videos op ingebouwd geheugen niet afspelen Initialiseer alleen met de
camcorder
- Het interne geheugen van de camcorder is met een computer geïnitialiseerd. Initialiseer het interne
geheugen met deze camcorder (
0
38).
LCD-scherm is gedimd
- Houd
h
2 seconden ingedrukt om het LCD-scherm terug te stellen naar de vorige
helderheidsinstelling.
Maak regelmatig backups van opnamen
- Bij het aanzetten van de camcorder kan dit bericht verschijnen. Maak regelmatig een back-up van
uw opnamen omdat bij een storing in het apparaat opnamen verloren kunnen gaan (
0
113).
Maximum aantal scenes bereikt
- Het maximale aantal scènes (3.999 scènes) is bereikt. Verwijder een aantal scènes (
0
54) om
ruimte vrij te maken.
- Een verhaal biedt plaats aan maximaal 999 scènes.
Maximumaantaal verhalen bereikt
- Een geheugen kan maximaal 98 verhalen bevatten (zonder [Ongesorteerd] en [Videofoto]).
Verwijder een aantal verhalen (
0
84) of selecteer een ander geheugen dat minder dan 98
verhalen bevat.
Moet bestanden van kaart ophalen. Zet de LOCK-schakelaar op kaart om.
- Dit bericht verschijnt de volgende keer dat u de camcorder aanzet nadat de voedingstoevoer per
abuis was onderbroken terwijl de camcorder bezig was met het wegschrijven van gegevens naar
de geheugenkaart en later de stand van de LOCK-schakelaar van de kaart werd gewijzigd om
ongewild wissen van gegevens te voorkomen. Wijzig de stand van de LOCK-schakelaar.
158 Overige informatie
Niet genoeg beschikbare ruimte
- Verwijder een aantal opnamen op de geheugenkaart (
0
54, 99) of selecteer de [3 Mbps]-bitrate
voor de conversie naar SD.
Niet-onderst. Galeriegeg. gedetecteerd. Kan niet opnemen of bewerken. Galeriegegevens
verwijderen?
- De galerijgegevens in het geselecteerde geheugen worden door deze camcorder niet ondersteund.
U kunt opnamen wel afspelen, maar u kunt geen opnamen maken of bewerken. Raak [Ja] aan om
de galerijgegevens te wissen en opnemen mogelijk te maken. Als de galerijgegevens worden
gewist, dan kan de camcorder die de films heeft opgenomen, deze niet meer afspelen.
Om deze functie te gebruiken schakelt u -modus uit
- U hebt een knop ingedrukt die niet beschikbaar is in de stand . Druk op om de
camcorder in de flexibele opnamestand te zetten.
Onbekend beeld
- Mogelijk kunt u geen foto’s weergeven die zijn gemaakt met andere apparaten of beeldbestanden
weergeven die zijn gemaakt of bewerkt op een computer.
Scene opgenomen met ander apparaat Kan scene niet splitsen.
- Scènes die opgenomen zijn met een ander apparaat, kunnen niet met deze camcorder worden
gesplitst.
Schrijffout geheugenkaart A Poging tot herstel bestanden?
- Dit bericht zal verschijnen wanneer u de volgende keer de camcorder aanzet nadat de
stroomtoevoer per abuis was onderbroken terwijl de camcorder bezig was met het beschrijven van
de geheugenkaart. Selecteer [Herstellen] om te proberen de opnamen te herstellen. Als u de
geheugenkaart hebt verwijderd en op een ander apparaat hebt gebruikt nadat dit gebeurde, raden
wij u aan [Nee] te selecteren.
Schrijffout geheugenkaart B Poging tot herstel bestanden?
- Dit bericht zal verschijnen wanneer u de volgende keer de camcorder aanzet nadat de
stroomtoevoer per abuis was onderbroken terwijl de camcorder bezig was met het beschrijven van
de geheugenkaart. Selecteer [Herstellen] om te proberen de opnamen te herstellen. Als u de
geheugenkaart hebt verwijderd en op een ander apparaat hebt gebruikt nadat dit gebeurde, raden
wij u aan [Nee] te selecteren.
/ / Schrijffout ingebouwd geheugen Poging tot herstel bestanden?
- Dit bericht zal verschijnen wanneer u de volgende keer de camcorder aanzet nadat de
stroomtoevoer per abuis was onderbroken terwijl de camcorder bezig was met het wegschrijven
van gegevens naar het interne geheugen. Selecteer [Herstellen] om te proberen de opnamen te
herstellen.
Selecteer het gewenste scènenummer
- Een aantal scènes hebben dezelfde opnamedatum maar bevatten verschillende
bestandsbeheerinformatie. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als u foto’s bewerkt en de
bestanden terug schrijft naar de camcorder. Selecteer een nummer om de corresponderende
groep scènes op te roepen.
Overige informatie 159
//
Sommige scènes zijn niet geconverteerd
- Onder de scènes die zijn geselecteerd voor conversie naar SD zijn er scènes die zijn opgenomen
met een ander apparaat en vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die was
aangesloten op de computer. Converteer naar SD geen scènes die zijn gemaakt met een ander
apparaat.
- U kunt geen scènes converteren die zijn opgenomen met een ander apparaat. Dergelijke scènes
zijn niet geconverteerd, maar de andere scènes die voor conversie werden geselecteerd, zijn wel
geconverteerd.
Sommige scenes zijn niet gewist
- Films die met een ander apparaat werden beveiligd/bewerkt, kunt u met deze camcorder niet
wissen.
Taken in voortgang. Netvoeding niet verwijderen.
- De camcorder werkt het geheugen bij. Wacht totdat de procedure is voltooid en verwijder de
compacte netadapter of accu niet.
Teveel foto's. Koppel USB-kabel los
- Verwijder de USB-kabel. Probeer een geheugenkaartlezer te gebruiken of verlaag het aantal foto’s
op de geheugenkaart tot minder dan 2.500 foto’s (Windows-computers), of 1.000 foto’s
(Macintosh-computers).
- Als een dialoogvenster op het computerscherm verschijnt, sluit het dan. Verwijder de USB-kabel en
herstel na korte tijd de verbinding.
Totale tijd is te lang
- Het verhaal kunt u niet converteren als de totale afspeeltijd langer is dan 2 uur en 30 minuten.
Verminder het aantal scènes dat u wilt converteren.
USB-aansluiting Koppel de voeding niet af. Maak de USB-kabel pas los als u op de computer de
aansluiting veilig hebt afgesloten.
- U kunt de camcorder niet bedienen wanneer de camcorder in de stand staat en met de
bijgeleverde USB-kabel aangesloten is op de computer. Als u de USB-kabel of stroombron
verwijdert terwijl deze boodschap wordt getoond, kan dit ertoe leiden dat u uw
camcorderopnamen voorgoed kwijtraakt. Gebruik de functie "Hardware veilig verwijderen" van de
computer om de verbinding te ontkoppelen en verwijder daarna de USB-kabel voordat u de
camcorder weer gebruikt.
Verwissel de accu
- De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu of laad deze op.
Wilt u de draadloze functie gebruiken, steek dan de Eye-Fi-kaart in sleuf B.
- U hebt de Eye-Fi-kaart mogelijk in geheugenkaartsleuf
X
geplaatst. Plaats de kaart in
geheugenkaartsleuf
Y
.
Wilt u video opnemen op deze geheugenkaart, gebruik dan alleen XP+/SP/LP-opnamemodi
- Films worden mogelijk niet correct opgenomen op deze geheugenkaart als de opnamemodus
ingesteld is op MXP of FXP (
0
57).
160 Overige informatie
Wat u wel en niet moet doen
Hoe u de camcorder moet behandelen
Camcorder
Zorg ervoor dat u de volgende voorzorgsmaatregelen neemt om verzekerd
te zijn van een optimaal resultaat.
Sla uw opnamen regelmatig op een extern apparaat op.
Zorg ervoor dat
u uw opnamen kopieert naar een extern apparaat zoals een computer of
digitale videorecorder (
0
110) en maak regelmatig backups. Hierdoor
behoudt u belangrijke opnamen in geval van schade en zorgt u voor meer
ruimte in het geheugen. Canon kan niet aansprakelijk worden gesteld voor
verlies van gegevens.
Houd de camcorder niet vast aan het LCD-paneel. Wees voorzichtig
wanneer u het LCD-paneel sluit. Zwaai niet met de camcorder als u de
polsriem gebruikt. Anders kunt u objecten raken.
Behandel het touchscreen voorzichtig.
Oefen op het touchscreen niet te
veel kracht uit en gebruik op het touchscreen geen ballpoints of andere
objecten met een harde punt behalve de styluspen. Hierdoor kan het
touchscreen of de drukgevoelige laag daaronder beschadigd raken.
Bevestig geen beschermfolie op het touchscreen. Het touchscreen reageert
op de toegepaste druk. Met een extra beschermende laag wordt de
bediening bemoeilijkt.
Laat de camcorder niet achter op plaatsen met hoge temperaturen (zoals in
een geparkeerde auto of onder direct zonlicht) of hoge vochtigheid.
Gebruik de camcorder niet in de buurt van sterke elektrische of
magnetische velden zoals boven een TV, in de buurt van plasma-TV’s of
mobiele telefoons.
Plaats de camcorder tijdens gebruik niet in nauwe besloten ruimtes.
Richt de lens niet op sterke lichtbronnen. Laat de camcorder niet gericht op
een helder onderwerp.
Gebruik en bewaar de camcorder niet op stoffige of zanderige plaatsen. De
camcorder is niet waterdicht – vermijd daarom ook water, modder of zout.
De camcorder en/of lens kan beschadigd raken als dergelijke substanties
de camcorder binnendringen.
Zorg ervoor dat u de compacte netadapter snel uit het stopcontact kunt
halen als dat nodig is.
Let op hitte die door verlichtingsapparatuur wordt afgegeven.
Demonteer de camcorder niet. Als de camcorder niet naar behoren
werkt, neem dan contact op met een deskundige reparateur.
Overige informatie 161
Stop de styluspen niet in uw mond. Schakel direct medische hulp in
wanneer de batterij wordt ingeslikt.
Ga uiterst voorzichtig met de styluspen om en houd deze buiten bereik van
kinderen. Een verkeerde behandeling van de styluspen kan ernstig oogletsel
en zelfs blindheid veroorzaken.
Ga voorzichtig met de camcorder om. Stel de camcorder niet bloot aan
schokken of trillingen, omdat hierdoor schade kan ontstaan.
Als u de camcorder op een statief
bevestigt, controleer dan of de
bevestigingsschroef van het statief
korter is dan 5,5 mm. Gebruik van
andere statieven kan schade
toebrengen aan de camcorder.
Probeer bij het opnemen van films
een kalm, stabiel beeld te krijgen.
Als u tijdens het opnemen de
camcorder te veel beweegt en vaak snel zoomt en panoramisch filmt, kan
dit tot onrustige scènes leiden. In extreme gevallen kan het afspelen van
dergelijke scènes tot gevolg hebben dat door de visuele waarneming bij u
bewegingsziekte wordt veroorzaakt. Als u een dergelijke reactie ervaart,
stop dan onmiddellijk met afspelen en wacht een tijdje totdat u verdergaat.
De camcorder voor langere tijd opbergen
Indien u van plan bent de camcorder lange tijd niet te gebruiken, berg
deze dan op een plaats op die vrij is van stof, bij lage vochtigheid en bij
een temperatuur die niet hoger wordt dan 30 °C.
Accu
Vuile polen kunnen tot gevolg hebben dat het contact tussen de accu en de
camcorder niet goed is. Veeg de polen schoon met een zachte, droge
doek.
5,5 mm
GEVAAR!
Behandel de accu met de nodige voorzichtigheid.
Houd de accu uit de buurt van open vuur (de accu kan exploderen).
Stel de accu niet bloot aan temperaturen die hoger zijn dan 60 °C.
Laat de accu niet achter in de buurt van een ingeschakeld verwar-
mingsapparaat of binnen een auto bij heet weer.
Probeer de accu niet uit elkaar te halen of er aan te knutselen.
Laat de accu niet vallen en stel de accu niet bloot aan schokken.
Laat de accu niet nat worden.
162 Overige informatie
De camcorder voor langere tijd opbergen
Berg accu’s op een droge plaats op waar de temperatuur niet hoger wordt
dan 30
°
C.
U verlengt de levensduur van de accu door deze volledig te ontladen
voordat u de accu opbergt.
Accu’s moet u minstens eenmaal per jaar volledig opladen en volledig
ontladen.
Resterende accucapaciteit
Als de weergegeven resterende accutijd niet juist is, laad de accu dan
volledig op. Het kan echter ook gebeuren dat de juiste tijd niet wordt
weergegeven wanneer de accu bij hoge temperaturen continu wordt
gebruikt, bij lage temperaturen wordt opgeladen of wanneer de accu heel
lang niet gebruikt is. Ook als de accu al heel vaak gebruikt is, wordt de tijd
mogelijk niet correct weergegeven. Gebruik daarom de weergegeven tijd
op het scherm als indicatie.
Over het gebruik van andere accu’s dan die van Canon
Uit oogpunt van veiligheid worden andere accu’s dan originele Canon-
accu’s niet opgeladen, zelfs als u die op deze camcorder of op de
optionele acculader CG-110E aansluit.
Het verdient aanbeveling gebruik te maken
van originele Canon-accus met de
aanduiding Intelligent System.
Als u in de camcorder andere accu’s gebruikt dan originele Canon-
accu’s, verschijnt en wordt de resterende accutijd niet getoond.
Geheugenkaart
Het verdient aanbeveling van de opnamen op de geheugenkaart een back-
up te maken op uw computer. Gegevens kunnen vanwege
geheugenkaartdefecten of blootstelling aan statische elektriciteit
beschadigd of verloren raken. Canon is niet aansprakelijk voor gegevens die
verloren of beschadigd zijn geraakt.
Raak de contactpunten niet aan en stel deze niet bloot aan stof of vuil.
Gebruik geen geheugenkaarten op plaatsen die blootstaan aan sterke
magnetische velden.
Laat geheugenkaarten niet achter op plaatsen met een hoge vochtigheid en
hoge temperaturen.
Demonteer of verbuig een geheugenkaart niet, laat een geheugenkaart niet
vallen en stel een geheugenkaart niet bloot aan schokken of water.
Overige informatie 163
Controleer hoe u de geheugenkaart naar de camcorder gericht houdt
voordat u deze in de camcorder plaatst. Als u een geheugenkaart verkeerd
om in de sleuf probeert te plaatsen, kan de geheugenkaart of camcorder
beschadigd raken.
Plak geen labels of stickers op de geheugenkaart.
Op Secure Digital (SD)-
geheugenkaarten zit een schakelaar
waarmee u kunt voorkomen dat de
kaart wordt beschreven of dat de
inhoud per ongeluk wordt gewist. Als
u de geheugenkaart tegen schrijven
wilt beschermen, zet de schakelaar
dan in de LOCK-stand.
Interne oplaadbare lithiumbatterij
De camcorder is uitgerust met een interne oplaadbare lithiumbatterij
om de datum/tijdinstellingen en andere instellingen te kunnen
behouden. De interne lithiumbatterij wordt opgeladen tijdens gebruik
van de camcorder; de batterij raakt echter geheel leeg als u de
camcorder circa 3 maanden niet gebruikt.
De interne lithiumbatterij laadt u als volgt opnieuw op: Sluit de compacte
netadapter aan op de camcorder en laat de camcorder hierop 24 uur
aangesloten staan terwijl de camcorder uit staat.
De ingebouwde batterij verwijderen
Verwijder de ingebouwde oplaadbare lithiumbatterij voordat u de cam-
corder afdankt volgens de plaatselijke recyclingsvoorschriften.
1 Verwijder de handgreepriem.
2 Verwijder met een
schroevendraaier de 6 schroeven
die worden getoond in de
afbeelding.
LOCK-schakelaar
164 Overige informatie
3 Verwijder met een
schroevendraaier de 4 schroeven
die worden getoond in de
afbeelding.
4 Verwijder met een
schroevendraaier de 3 schroeven
die worden getoond in de
afbeelding.
5 Maak aan de zijkant de afdekking
los die wordt getoond in de
afbeelding.
6 Verwijder de schroef die wordt
getoond in de afbeelding.
Overige informatie 165
7 Maak de flexibele
circuitconnector los en verwijder
vervolgens de afdekking aan de
onderzijde.
8 Verwijder de afdekking aan de
bovenzijde en verwijder
vervolgens de schroef die wordt
getoond in de afbeelding.
9 Verwijder met een
schroevendraaier de 3 schroeven
die worden getoond in de
afbeelding.
10 Maak de flexibele
circuitconnector los en verwijder
vervolgens de afdekking aan de
onderzijde.
166 Overige informatie
11 Verwijder de schroef die wordt
getoond in de afbeelding.
12 Verniel de camcorderbehuizing
met een snijtang of vergelijkbaar
gereedschap. Verwijder
vervolgens met een
schroevendraaier de schroef die
wordt getoond in de afbeelding.
13 Verwijder het gedeelte dat wordt
getoond in de afbeelding.
14 Verniel de camcorderbehuizing
met een kniptang of vergelijkbaar
gereedschap.
Overige informatie 167
15 Grijp de lithiumbatterij stevig vast
met een isolatietang en verwijder
de batterij uit het bord.
BELANGRIJK
Verwijder de afdekking alleen als u de batterij moet verwijderen wanneer
u de camcorder afdankt.
Houd de batterij buiten bereik van kinderen nadat u de batterij hebt
verwijderd. Schakel direct medische hulp in wanneer de batterij wordt
ingeslikt. De behuizing van de batterij kan openscheuren, waarna de
batterijvloeistoffen tot intern letsel kunnen leiden.
De camcorder afdanken
Wanneer u films verwijdert of het geheugen initialiseert, wordt alleen de
bestandstoewijzingstabel gewijzigd en worden de opgeslagen
bestanden niet fysiek verwijderd. Neem de vereiste
voorzorgsmaatregelen als u de camcorder of geheugenkaart afdankt,
bijvoorbeeld door de camcorder fysiek te beschadigen om te
voorkomen dat privégegevens openbaar worden.
Als u de camcorder of de geheugenkaart overdraagt aan iemand
anders, initialiseer dan met de optie [Initalisatie voltooien] het interne
geheugen (alleen ( / / ) of de geheugenkaart (0 38).
Maak vervolgens het geheugen vol met onbelangrijke opnamen en
initialiseer het geheugen opnieuw met dezelfde optie. Hierdoor wordt
het uiterst moeilijk om de oorspronkelijke opnamen terug te halen.
168 Overige informatie
Voeding/overig
Reinigen
Camcorderhuis
Gebruik een zachte, droge doek om het camcorderhuis te reinigen.
Gebruik nooit met chemicaliën behandelde doeken of vluchtige
oplosmiddelen zoals verfverdunner.
Lens
Automatische scherpstelling werkt mogelijk niet correct als het
lensoppervlak vuil is.
Verwijder stof of vuildeeltjes met een blaaskwastje (geen spuitbus
gebruiken).
Gebruik een schoon, zacht lensreinigingsdoekje om de lens schoon te
maken. Doe dit voorzichtig. Gebruik nooit tissuepapier.
LCD-touchscreen
Reinig het LCD-touchscreen met een schoon, zacht
lensreinigingsdoekje.
Bij plotselinge temperatuurschommelingen kan zich op het oppervlak
van het scherm condens voordoen. Veeg het vocht weg met een
zachte, droge doek.
Condens
Als u de camcorder snel verplaatst van een gebied met warme
temperaturen naar een gebied met koude temperaturen of omgekeerd,
dan kan er op de interne oppervlakken condens (waterdruppeltjes)
ontstaan. Gebruik de camcorder niet als condens wordt gesignaleerd.
Als u de camcorder blijft gebruiken, kan deze beschadigd raken.
Condens kan zich in de volgende situaties voordoen:
Als de camcorder snel wordt verplaatst van koude naar warme plaatsen
Wanneer de camcorder wordt achtergelaten in een vochtige kamer
Wanneer een koude kamer snel wordt verwarmd
Overige informatie 169
Condens voorkomen
Stel de camcorder niet bloot aan plotselinge of extreme
temperatuurswijzigingen.
Verwijder de geheugenkaart en accu. Plaats de camcorder vervolgens
in een luchtdichte zak en laat de camcorder langzaam op temperatuur
komen voordat u de camcorder uit de zak haalt.
Als condens gesignaleerd is
De camcorder gaat automatisch uit. Hoe lang het precies duurt voordat
de waterdruppeltjes zijn verdampt, hangt af van de locatie en
weersomstandigheden. Als vuistregel geldt: wacht 2 uur voordat u het
gebruik van de camcorder hervat.
Gebruik van de camcorder in het buitenland
Netvoedingen
U kunt gebruikmaken van de compacte netadapter om de camcorder te
bedienen en accu’s op te laden in elk land met een voeding tussen 100 en
240 V AC, 50/60 Hz. Neem contact op met een Canon Service Center
voor informatie over stekkeradapters voor gebruik in het buitenland.
Opnamen afspelen op een TV-scherm
U kunt uw opnamen alleen afspelen op TV’s die compatibel zijn met het
PAL-systeem. PAL (of het compatibele SECAM-systeem) wordt gebruikt in
de volgende regio’s/landen:
Europa: In heel Europa en Rusland. Amerika: Alleen in Argentinië,
Brazilië, Uruguay en de Franse overzeese gebieden (Frans-Guyana,
Guadeloupe, Martinique, etc.). Azië: De meeste landen van Azië (behalve
in Japan, de Filippijnen, Zuid-Korea, Taiwan en Myanmar). Afrika: Alle
landen van Afrika en Afrikaanse eilanden. Australië/Oceanië: Australië,
Nieuw-Zeeland, Papoea Nieuw-Guinea; de meeste eilanden van de
Pacific (behalve Micronesië, Samoa, Tonga en US-gebiedsdelen zoals
Guam en Amerikaans Samoa).
170 Overige informatie
Algemene informatie
Accessoires
*
Bijgeleverd; niet verkrijgbaar als optioneel accessoire.
(De verkrijgbaarheid verschilt per regio)
Optionele accessoires die hieronder niet zijn vermeld, worden op de
volgende pagina’s nader beschreven.
1
Schouderriem SS-600/SS-650
As
HDMI-kabel HTC-100
2
Polsriem WS-20 HDMI-kabel HTC-100/S*
3
Styluspen
Ad
Aansluitkabel DTC-100 D
6
Compacte netadapter CA-110E
Af
Componentkabel CTC-100
Aq
USB-kabel IFC-300PCU/S*
Ag
Stereovideokabel STV-250N
Aa
Geheugenkaart
TV/HDTV
Digitale
videorecorder
Computer
Kaartlezer/
schrijver
AVCHD-schijven/
foto-DVD’s
SCART-adapter
Computer
Overige informatie 171
Optionele accessoires
4 Accu’s
Kies de BP-110 als u extra accu’s nodig
hebt.
Als u accu’s met de aanduiding
Intelligent System gebruikt, kan de
camcorder met de accu communiceren
en de resterende gebruiksduur weergeven (met een nauwkeurigheid van
1 minuut). Deze accu’s kunt u alleen gebruiken met camcorders en
opladers die compatibel zijn met het Intelligent System.
5 Acculader CG-110E
Gebruik de acculader om accus op te
laden.
Oplaad-, opname- en afspeelduur
De oplaadduur voor de diverse accu’s in de volgende tabel is bij
benadering gegeven en varieert al naargelang de oplaadomstandigheden
en de aanvankelijke laadstatus van de accu.
De opname- en afspeelduur in de tabellen hieronder is bij benadering
gegeven en is afhankelijk van de opnamemodus en de oplaad-, opname-
Gebruik van originele Canon-accessoires wordt aanbevolen.
Dit product is zodanig ontworpen dat het uitstekende prestaties levert
wanneer het wordt gebruikt in combinatie met originele Canon-accessoires.
Canon kan niet aansprakelijk worden gehouden voor schade aan dit
product en/of ongelukken zoals brand, etc. als gevolg van defecten in niet-
originele Canon-accessoires (zoals lekkage en/of explosie van een accu).
Let erop dat deze garantie niet geldt voor reparaties die het gevolg zijn van
defecten in niet-originele Canon-accessoires, hoewel u dergelijke reparaties
wel tegen betaling kunt laten verrichten.
Oplaadomstandigheden Oplaadduur
Bij gebruik van de camcorder 150 min.
Gebruik van de acculader CG-110E 115 min.
172 Overige informatie
en afspeelomstandigheden. De effectieve gebruiksduur van de accu kan
afnemen als u opnamen maakt in koude omstandigheden, bij gebruik van
de meer heldere scherminstellingen, etc.
/ / Gebruik van het interne geheugen
Bij gebruik van een geheugenkaart
* Geschatte tijden voor het opnemen met herhaalde bedieningshandelingen, zoals
starten/stoppen, zoomen, voeding aan/uit.
7 Teleconverter TL-H34 II
Deze teleconverterlens vergroot de
brandpuntsafstand van de
camcorderlens met een factor 1,5.
De beeldstabilisator is minder effectief
als de teleconverter aangesloten is.
De minimale scherpstelafstand bij
maximale telefoto met de TL-H34 II is 0,9 m.
8 Groothoekconverter WD-H34 II
Deze groothoekconverter verkleint de
brandpuntsafstand met een factor 0,7.
Hierdoor krijgt u een breed perspectief
voor opnamen binnenshuis of
panorama’s.
Gebruiksduur
Opnamemodus
MXP FXP XP+ SP LP
Opnemen (maximum)
85 min. 85 min. 90 min. 90 min. 90 min.
Opnemen (typisch)* 50 min. 50 min. 50 min. 50 min. 50 min.
Afspelen 135 min. 140 min. 140 min. 140 min. 145 min.
Gebruiksduur
Opnamemodus
MXP FXP XP+ SP LP
Opnemen (maximum)
85 min. 85 min. 85 min. 85 min. 85 min.
Opnemen (typisch)* 50 min. 50 min. 50 min. 50 min. 50 min.
Afspelen 130 min. 135 min. 135 min. 135 min. 135 min.
Overige informatie 173
9 Zachte draagtas SC-2000
Een handige camcordertas met gevoerde
vakjes en genoeg ruimte voor
accessoires.
Dit merkteken is het symbool van originele Canon-
videoaccessoires. Als u gebruik maakt van Canon-
videoapparatuur, raden wij u aan om gebruik te maken
van accessoires of producten van het Canon-merk
met hetzelfde merkteken.
174 Overige informatie
Specificaties
LEGRIA HF R28 / LEGRIA HF R27 / LEGRIA HF R26 / LEGRIA HF R206 /
LEGRIA HF R205
— Waarden zijn bij benadering gegeven.
Systeem
• Opnamesysteem
Films: AVCHD Videocompressie: MPEG-4 AVC/H.264;
Audiocompressie: Dolby Digital, 2 kanalen
Foto’s: DCF (Design rule for Camera File system), compatibel met Exif* Ver. 2.2
Beeldcompressie: JPEG
* Deze camcorder ondersteunt Exif 2.2 (ook “Exif Print” genoemd). Exif Print is een standaard voor
verbetering van de communicatie tussen camcorders en printers. Door een met Exif Print
compatibele printer aan te sluiten, gebruikt en optimaliseert u de beeldgegevens die tijdens het
opnemen met de camcorder zijn gemaakt. Hierdoor worden afdrukken van zeer hoge kwaliteit
geproduceerd.
• Televisiesysteem
1080/50i*
* Opnamen die u maakt met de beeldsnelheid [PF25], worden geconverteerd en opgenomen in het geheugen
als 50i.
• Opnamemedia
-
/ / Intern geheugen: 32 GB, / 8 GB
- SD-, SDHC (SD High Capacity)- of SDXC (SD eXtended Capacity)-geheugenkaart (niet inbegrepen)
• Maximale opnameduur
Intern geheugen van 32 GB:
MXP
-modus: 2 uur en 55 min.
FXP
-modus: 4 uur en 10 min.
XP+
-modus: 5 uur en 45 min.
SP
-modus: 9 uur en 35 min.
LP
-modus: 12 uur en 15 min.
/ Intern geheugen van 8 GB:
MXP
-modus: 40 min.
FXP
-modus: 1 uur:
XP+
-modus: 1 uur en 25 min.
SP
-modus: 2 uur en 20 min.
LP
-modus: 3 uur
In de winkel verkrijgbare geheugenkaart van 16 GB:
MXP
-modus: 1 uur en 25 min.
FXP
-modus: 2 uur en 5 min.
XP+
-modus: 2 uur en 50 min.
SP
-modus: 4 uur en 45 min.
LP
-modus: 6 uur en 5 min.
Overige informatie 175
• Beeldsensor
1/4,85-type CMOS, 3.280.000 pixels
///
Effectief aantal pixels
: Films*
1.470.000 pixels (optische zoom, gehele zoombereik, beeldstabilisatiestand [Dynamisch])
2.070.000 pixels (optische zoom, gehele zoombereik, beeldstabilisatiestand [Standaard])
1.040.000 (T) / 1.470.000 (W) (geavanceerde zoom, beeldstabilisatiestand [Dynamisch])
1.040.000 (T) / 2.070.000 (W) (geavanceerde zoom, beeldstabilisatiestand [Standaard])
16:9-foto’s: 2.070.000 pixels
4:3-foto’s: 2.410.000 pixels
Effectief aantal pixels
: Films*
1.470.000 pixels (optische zoom, gehele zoombereik, beeldstabilisatiestand [Dynamisch])
2.070.000 pixels (optische zoom, gehele zoombereik, beeldstabilisatiestand [Standaard])
1.090.000 (T) / 1.470.000 (W) (geavanceerde zoom, beeldstabilisatiestand [Dynamisch])
1.090.000 (T) / 2.070.000 (W) (geavanceerde zoom, beeldstabilisatiestand [Standaard])
16:9-foto’s: 2.070.000 pixels
4:3-foto’s: 2.410.000 pixels
* Als twee waarden worden gegeven, dan geldt de eerste waarde voor maximale telefoto (T) en de tweede
waarde voor maximale groothoek (W).
• LCD-touchscreen: 7,5 cm (3,0"), breed, TFT-kleur, 230.000 beeldpunten
, aanraakbediening
• Microfoon: Electreet condensator stereomicrofoon
• Lens
///
f=3,0 – 60 mm, F/1,8 – 3,6, 20x optische zoom
35 mm equivalent
: Films:
49 – 980 mm (optische zoom, beeldstabilisatiestand [Dynamisch])
41,2 – 824 mm (optische zoom, beeldstabilisatiestand [Standaard])
49 – 1.176 mm (geavanceerde zoom, beeldstabilisatiestand [Dynamisch])
41,2 – 1.154 mm (geavanceerde zoom, beeldstabilisatiestand [Standaard])
16:9-foto’s: 41,2 – 824 mm
4:3-foto’s: 40,6 – 812 mm
f=3,0 – 54 mm, F/1,8 – 3,6, 18x optische zoom
35 mm equivalent
: Films:
49 – 882 mm (optische zoom, beeldstabilisatiestand [Dynamisch])
41,2 – 742 mm (optische zoom, beeldstabilisatiestand [Standaard])
49 – 1.029 mm (geavanceerde zoom, beeldstabilisatiestand [Dynamisch])
41,2 – 1.030 mm (geavanceerde zoom, beeldstabilisatiestand [Standaard])
16:9-foto’s: 41,2 – 742 mm
4:3-foto’s: 40,6 – 730 mm
• Lenssamenstelling: 10 elementen in 8 groepen (1 asferisch element)
• AF-systeem
Automatische scherpstelling (TTL) of handmatige scherpstelling
176 Overige informatie
• Filterdiameter: 34 mm
• Minimale scherpstellingsafstand
1 m*; 1 cm bij maximale groothoek
* 40 cm bij maximale telefoto als tele-macro ingeschakeld is
• Witbalans
Automatische witbalans, handmatig in te stellen witbalans of de voorkeuzes:
Daglicht, Lamplicht
• Minimale verlichting
0,4 lx (opnameprogramma [Weinig licht], sluitertijd ingesteld op 1/2)
4 lx (opnameprogramma [Programma AE], sluitertijd ingesteld op 1/25, automatische langzame sluiter
[Aan])
• Aanbevolen verlichting: Meer dan 100 lx
• Beeldstabilisatie: Elektronisch ([Dynamisch]-instelling beschikbaar bij het opnemen van films)
• Resolutie van video-opnamen
MXP-, FXP-modus: 1.920 x 1.080 pixels; XP+-, SP-, LP-modus: 1.440 x 1.080 pixels
• Resolutie van foto’s
Stand : F 2016x1512, G 1920x1080
Foto’s maken van filmscènes: G 1920x1080
Aansluitpunten
• Aansluitpunt AV OUT/X
Mini-jack van 3,5 mm; Alleen uitvoer (aansluiting met dubbele functie; ook voor de aansluiting van
een stereohoofdtelefoon)
Video: 1 Vp-p / 75 asymmetrisch
Audio: –10 dBV (47 k belasting) / 3 k of minder
• USB-aansluitpunt: mini-B, USB 2.0 (Hi-Speed USB); alleen uitvoer
• COMPONENT OUT-aansluitpunt (gepatenteerd mini-D-aansluitpunt)
Luminantie (Y): 1 Vp-p / 75 ; Chrominantie (P
B
/P
R
(C
B
/C
R
)): ±350 mV / 75
Compatibel met 1080i (D3); alleen uitvoer
• HDMI OUT-aansluitpunt
HDMI-miniconnector; alleen uitvoer; compatibel met HDMI-CEC en x.v.Color
Voeding/overig
• Voeding (nominaal)
3,7 V DC (accu), 5,3 V DC (compacte netadapter)
• Opgenomen vermogen
2,4 W (SP-modus, AF ingeschakeld, LCD met normale helderheid)
• Gebruikstemperatuur
: 0 – 40 °C
• Afmetingen
[B x H x D] (zonder de handgreepriem)
60 x 61 x 121 mm
• Gewicht
(alleen camcorderbehuizing)
270 g
Overige informatie 177
Compacte netadapter CA-110E
• Voeding: 100 – 240 V AC, 50/60 Hz
• Nominale uitgangsspanning / nominaal verbruik: 5,3 V DC, 1,5 A / 17 VA (100 V) – 23 VA (240 V)
• Gebruikstemperatuur
: 0 – 40 °C
• Afmetingen
: 49 x 27 x 79 mm
• Gewicht
: 106 g
Accu BP-110
• Accutype
Oplaadbare lithium-ion-accu, compatibel met Intelligent System
Nominale spanning: 3,7 V DC
Gebruikstemperatuur
: 0 – 40 °C
Accucapaciteit: 1.120 mAh (typisch)
3,9 Wh / 1.050 mAh (minimum)
Afmetingen
: 33 x 10 x 51 mm
• Gewicht
: 28 g
Gewicht en afmetingen zijn bij benadering gegeven. Fouten en omissies
voorbehouden.
De informatie in deze handleiding geldt vanaf januari 2011. Specificaties kunnen
zonder kennisgeving worden gewijzigd.
178 Overige informatie
Over de muziekbestanden
Hieronder vindt u de specificaties van de muziekbestanden die
compatibel zijn met de camcorder.
Audiocodering: Lineair PCM
Audiosampling: 48 kHz, 16 bits, 2 kanalen
Minimale lengte: 1 seconde
Bestandstype: WAV
De muziekgegevens (WAV) en beeldbestanden (JPG) worden in het
geheugen opgeslagen met de volgende mappenstructuur.
/ / In het interne geheugen:
CANON
MY_MUSIC
MUSIC_01.WAV t/m MUSIC_99.WAV
MUSIC_01.WAV t/m MUSIC_99.WAV
CANON
PRIVATE
MY_MUSIC
Op de geheugenkaart:
MY_PICT
MIX_01.JPG t/m MIX_99.JPG
MIX_01.JPG t/m MIX_99.JPG
MY_PICT
Overige informatie
179
Index
3D-bladeren
. . . . . . . . . . . . . . . . . 52
A
Aanraken (aanraakbediening)
. . . . . 26
Aanraken & Volgen
. . . . . . . . . . . . 65
Aanraking AE
. . . . . . . . . . . . . . . . 68
Aanraking AF
. . . . . . . . . . . . . . . . 69
Accu
Accu-informatie
. . . . . . 139, 145
Opladen
. . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Resterende accucapaciteit,
indicator
. . . . . . . . . . . . . . 145
Achtergrondmuziek
. . . . . . . . . . . . 77
Afspelen
Films
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Foto’s
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
Audio-opnameniveau
. . . . . . . . . . . 73
Automatische langzame sluitertijd
. 131
Automatische tegenlichtcorrectie
. . 69
AV OUT/
X
-aansluitpunt
.74, 105, 107
AVCHD-specificaties
. . . . . . . . . . . . 4
B
Bediening van het aanraakscherm
.26
Beeldmix
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Beeldsnelheid
. . . . . . . . . . . . . . . . 58
Beeldstabilisator
. . . . . . . . . . . . . . 62
Bewerkingspaneel
. . . . . . . . . 29, 128
Buitenland, gebruik van
de camcorder
. . . . . . . . . . . . . . 169
C
Cinemamodus
(opnameprogramma)
. . . . . . . . . 61
Classificatie toewijzen
aan scènes
. . . . . . . . . . . . . 81, 133
COMPONENT OUT-
aansluitpunt
. . . . . . . . . . . 105, 107
Condens
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Conversie van HD naar SD*
. . . . . 119
Converteren van scènes naar
Standard-Definition*
. . . . . . . . . 119
D
Datacodering
. . . . . . . . . . . . 80, 132
Datum en tijd
. . . . . . . . . . . . . . . . 31
Decoreren van scènes
. . . . . . . . . 92
Diashow
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Digitale effecten
. . . . . . . . . . . . . . 67
E
Eye-Fi-kaart
. . . . . . . . . . . . . . . . 124
F
Films uploaden naar websites waar
video’s worden gedeeld
. . . . . . 118
Flexibele opnamestand
. . . . . . . . . 27
Focushulp
. . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Foto’s en Video Snapshot-
opnamen maken van filmscènes
. 88
Fotoresolutie
. . . . . . . . . . . . . . . 102
Foutberichten
. . . . . . . . . . . . . . . 153
FUNC.-paneel
. . . . . . . . . . . 29, 126
G
Galerij
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Geheugen selecteren
voor de opnamen
. . . . . . . . . . 36
voor het afspelen
. . . . . . . . . . 52
Geheugenkaart
. . . . . . . . . . . 33, 166
Gezichtsdetectie
. . . . . . . . . . . . . . 64
Groothoek
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
H
Handmatige belichting
. . . . . . . . . 68
Handmatige scherpstelling
. . . . . . 69
HDMI 1080p-uitgang
. . . . . . . . . 137
HDMI OUT-aansluitpunt
. . . 105, 106
HDMI-CEC
. . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Hoofdtelefoon
. . . . . . . . . . . . . . . . 74
* Alleen / / .
180
Overige informatie
Hoogte/breedteverhouding van
een aangesloten TV (TV-type)
. . 132
I
Indexschermselectie
. . . . . . . . . . . 52
Initialiseren (intern geheugen*/
geheugenkaart)
. . . . . . . . . . . . . . 38
Instellingsmenu’s
. . . . . . . . . . 30, 130
Interne ondersteuningsbatterij
. . . 167
K
Knipperreductie
. . . . . . . . . . . . . . 130
Kopiëren
Films
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Foto’s
. . . . . . . . . . . . . . . . . 111
L
LCD-schermdimmer
. . . . . . . . . . 138
LCD-touchscreen
. . . . . . . . . .24, 26
M
Markeringen
. . . . . . . . . . . . . . . . 131
Microfoondemper
. . . . . . . . . . . . 132
N
Nachtscène (opnameprogramma)
.60
O
Onderhoud
. . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Opnameduur
. . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Opnamemodus
. . . . . . . . . . . . . . . 57
Opnamen bekijken
. . . . . . . . . . . . . 56
Opnamen maken
Films
. . . . . . . . . . . . . . . .40, 56
Foto’s
. . . . . . . . . . . . . .40, 101
Opnameprogramma’s
. . . . . . .59, 61
Opslaan van opnamen
. . . . . . . . . 110
Gebruik van externe
videorecorders
. . . . . . . . . . 117
Kopiëren van opnamen
naar een computer
. . . . . . . 113
Schijven maken
. . . . . . . . . . 116
P
Pictogrammen
. . . . . . . . . . . . . . 141
Pieptoon
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Portret (opnameprogramma)
. . . . . 60
Pre-opname
. . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Problemen oplossen
. . . . . . . . . . 146
R
Relay-opname
. . . . . . . . . . . . . . . 37
S
Schermgegevens, selecteren
welke worden getoond
. . . . . . . . 80
Slepen (aanraakbediening)
. . . . . . 26
Smart AUTO-stand
. . . . . . . . . . . . 41
Sneeuw (opnameprogramma)
. . . . 60
Snelstartfunctie
. . . . . . . . . . . . . . . 46
Spaarstand
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Splitsen van scènes
. . . . . . . . . . . 90
Sport (opnameprogramma)
. . . . . . 60
Spotlight (opnameprogramma)
. . . 60
Standard-Definition-films
. . . . . . . 119
Statief
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
Strand (opnameprogramma)
. . . . . 60
Styluspen
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Supplementaire schijf
. . . . . . . . . . 15
T
Taal
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Tele-macro
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Telepositie
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Tijdlijn
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
Tijdzone/zomertijd
. . . . . . . . . . . . . 32
U
USB-aansluitpunt
. . . . . . . . 105, 108
* Alleen / / .
Overige informatie
181
V
Verbinding met externe apparaten
. 106
Verhaal
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Verwijderen
Films
. . . . . . . . . . . . . . . . 54, 84
Foto’s
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Video Snapshot
. . . . . . . . . . . . . . . 66
Volume
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 50, 75
Vuurwerk (opnameprogramma)
. . . 61
W
Weinig licht (opnameprogramma)
. . 60
Windscherm
. . . . . . . . . . . . . . . . 131
Witbalans
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Z
Zelfontspanner
. . . . . . . . . . . . . . . 72
Zonsondergang
(opnameprogramma)
. . . . . . . . . 60
Zoom
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
CANON AUSTRIA GmbH
Oberlaaer Strasse 233,
A – 1100 Wien, Austria
Helpdesk: 0810 081009 (0,07 €/min)
www.canon.at
CANON BELGIUM N.V. / S.A.
Berkenlaan 3, B – 1831 Diegem, Belgium
Helpdesk: (02) 620.01.97
(0,053 € + 0,053 €/min)
Fax: (02) 721.32.74
www.canon.be
CANON DANMARK A/S
Knud Højgaards Vei 1,
DK-2860 Søborg, Denmark
Helpdesk: 70 20 55 15
(0,25DKK + 0,25 DKK/min)
Fax: 70 155 025
www.canon.dk
CANON DEUTSCHLAND GmbH
Europark Fichtenhain A10,
47807 Krefeld, GERMANY
Helpdesk: 069 2999 3680
www.canon.de
CANON ESPAÑA S.A.
Avenida de Europa nº 6.
28108 Alcobendas (Madrid)
Helpdesk: 901.900.012 (€0,039/min)
Fax: (+34) 91 411 77 80
www.canon.es
CANON FRANCE SAS
17, quai du Président Paul Doumer
92414 Courbevoie cedex, France
Hot line 0170480500
www.canon.fr
CANON ITALIA S.P.A
Via Milano,8 I-20097
San Donato Milanese (MI), Italy
Servizio clienti: 848 800519
(0,0787 €+ 0,0143 €/min)
Fax: 02-8248.4600
www.canon.it
CANON LUXEMBOURG S.A.
Rue des Joncs 21,
L-1818 Howald, Luxembourg
Helpdesk: 27 302 054 (0,12 €/min)
Fax: (352) 48 47 96232
www.canon.lu
CANON NEDERLAND N.V.
Bovenkerkerweg 59-61
1185 XB Amstelveen The Nederlands
Helpdesk: 020 7219 103
www.canon.nl
CANON OY
Kuluttajatuotteet, Huopalahdentie 24,
PL1, 00351 Helsinki, Finland
Helpdesk: 020 366 466
(0,0821 €+ 0,0149 €/min)
www.canon.fi
CANON PORTUGAL S.A.
Rua Alfredo Silva, 14 - Alfragide,
2610-016 Amadora, Portugal
Helpdesk: +351 21 42 45 190
(€0,0847 + €0,031/min)
www.canon.pt
CANON (SCHWEIZ) AG
Industriestrasse 12,
8305 Dietlikon, Switzerland
Helpdesk: 0848 833 838 (0,08 CHF/min)
www.canon.ch
CANON (SUISSE) SA
Industriestrasse 12,
8305 Dietlikon, Switzerland
Helpdesk: 0848 833 838 (0,08 CHF/min)
www.canon.ch
CANON SVENSKA AB
Gustav III:s Boulevard 26,
S-169 88 Solna, Sweden
Helpdesk: +46 (0)8 519 923 69
(0,23 SEK + 0,45 SEK/min)
Fax: +46 (0)8 97 20 01
www.canon.se
CANON UK LTD
For technical support, please
contact the Canon Help Desk:
Canon UK, RCC Customer Service
Unit 130, Centennial Park,
Elstree, Herts, WD6 3SE, UK
Helpdesk: 0844 369 0100
(5 pence/min from a BT landline,
other costs may vary)
Fax: 020 8731 4164
www.canon.co.uk
CANON EUROPA N.V.
P.O. Box 2262, 1180 EG Amstelveen, The Netherlands
Als u ondersteuning nodig hebt voor de bijgeleverde PIXELA-software, neem dan contact
op met de klantenservice van PIXELA (raadpleeg de installatiehandleiding van de PIXELA-
software voor contactgegevens).
© CANON INC. 2011
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182

Canon LEGRIA HF R28 Handleiding

Categorie
Camcorders
Type
Handleiding