Hotpoint CX65SP1 de handleiding

Categorie
Ovens
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

BE
FORNUIS EN OVEN
CX65SP1 B
CX65SP1 X B
CX65SP2 B
CX65SP2 X B
Inhoud
Installatie, 14-18
Plaatsen en waterpas zetten
Elektrische aansluiting
Gasaansluiting
Aanpassen aan de verschillende soorten gas
Tabel eigenschappen branders en sproeiers
Tabel eigenschappen
Beschrijving van het apparaat, 19
Aanzichttekening
Bedieningspaneel
Starten en gebruik, 20-22
Gebruik van de kookplaat
Gebruik van de oven
Gebruik van de timer einde kooktijd
Kookprogrammas
Praktische kooktips
Kooktabel oven
Voorzorgsmaatregelen en advies, 23
Algemene veiligheid
Afvalverwijdering
Energiebesparing en milieubehoud
Onderhoud en verzorging, 24
De elektrische stroom afsluiten
Reinigen van het apparaat
Vervangen van het ovenlampje
Onderhoud gaskranen
Servicedienst
Gebruiksaanwijzing
Français,1
BE
Nederlands,13
BE
Deutsch,25
BE
14
BE
Installatie
Bewaar dit instructieboekje zorgvuldig voor
eventuele raadpleging in de toekomst. In het geval
u het apparaat verkoopt of u verhuist, moet u het
boekje bij het apparaat bewaren.
Lees de instructies aandachtig door: er staat
belangrijke informatie in over installatie, gebruik en
veiligheid.
De installatie van het apparaat moet volgens deze
instructies worden uitgevoerd door een bevoegde
installateur.
Sluit altijd eerst de elektrische stroom af voordat u
tot onderhoud of regeling van het fornuis overgaat.
De apparaten zijn gebruiksklaar gemaakt in de
fabriek voor de functies (zie typeplaatje en plaatje
van de gasinstelling van het apparaat):
natuurlijk gas Categorie I2E+ voor België;
vloeibaar gas Categorie I3+ voor België;
Het is dus niet nodig verdere regelingen uit te
voeren.
Dit apparaat mag alleen geïnstalleerd worden en
functioneren in goed geventileerde vertrekken,
volgens de voorschriften van de van kracht zijnde
normen NBN D51-003 en NBN D51-001 (voor
België).
Ventilatie van de vertrekken
Dit apparaat mag uitsluitend worden geïnstalleerd in
permanent geventileerde ruimten, overeenkomstig
de geldende nationale voorschriften. In het vertrek
waar het apparaat wordt geïnstalleerd moet zoveel
lucht kunnen toestromen als nodig is voor de
normale gasverbranding (de luchtcapaciteit mag
niet minder zijn dan 2 m
3
/h per kW geïnstalleerd
vermogen).
De luchttoevoeropeningen, beschermd door
roosters, moeten voorzien zijn van een leiding met
een minstens 100 cm
2
bruikbare doorsnede en zo
moeten zijn geplaatst dat ze, zelfs niet gedeeltelijk,
worden verstopt, (zie afbeelding A).
Deze openingen moeten met 100% worden verbreed
- met een minimum van 200 cm
2
- als het fornuis
niet voorzien is van een thermokoppelbeveiliging en
wanneer de toevoer van lucht op indirecte manier
van aangrenzende vertrekken plaatsvindt (zie
afbeelding B) - mits dit geen gemeenschappelijke
ruimtes zijn van het gebouw, vertrekken met een
verhoogd brandgevaar of slaapkamers, die
beschikken over een ventilatieopening die
verbonden is met buiten, zoals zojuist beschreven.
A
Na een langdurig gebruik van het apparaat is het
aan te raden een raam te openen of de draaisnelheid
van eventuele ventilatoren te vermeerderen.
Afvoer van de verbrandingsgassen
De afvoer van de verbrandingsgassen moet
plaatsvinden door middel van een afzuigkap die is
aangesloten op een veilige en goedwerkende
schoorsteen met natuurlijke trek, ofwel door middel
van een elektrische ventilator die automatisch in
werking treedt elke keer dat u het apparaat aanzet
(zie afbeeldingen).
De vloeibare petroleumgassen, die zwaarder zijn
dan de lucht, blijven laag hangen, daarom moeten
LPG flessen afvoeropeningen naar buiten toe
hebben om een eventuele gaslekkage naar onder
toe af te kunnen voeren.
Lege of halfvolle LPG flessen mogen dus niet
worden geïnstalleerd of bewaard in vertrekken die
lager liggen dan de vloer (kelders, enz.). Het is
beter alleen de in gebruik zijnde fles in het vertrek te
bewaren, ver van warmtebronnen (ovens, open
haard, kachels) die hem tot temperaturen van meer
dan 50°C zouden kunnen brengen.
Aangrenzend vertrek
Te ventileren vertrek
A
B
Ventilatieopening voor
verbrandingslucht
Vergroting van de kier
tussen de deur en de vloer
Afvoer rechtstreeks
naar buiten
Afvoer door een
schoorsteen of vertakt
rookkanaal (alleen bestemd
voor kookapparaten)
15
BE
HOOD
420
Min.
min. 650 mm. with hood
min.
700 mm. without hood
mm.
600
Min. mm.
420
Min. mm.
Plaatsen en waterpas zetten
Het apparaat kan naast meubels worden geplaatst
die niet hoger zijn dan het werkvlak.
Controleer dat de wand die in contact komt met de
achterkant van het apparaat van niet ontvlambaar
materiaal is en bestand tegen hitte (T 90°C).
Voor een correcte installatie:
plaats het apparaat in de keuken, in de eetkamer
of in een eenkamerappartement (niet in de
badkamer);
als het kookvlak hoger is dan de meubels, moeten
zij op minstens 600 mm van het apparaat vandaan
worden geplaatst;
als het fornuis onder
een keukenkastje wordt
gnstalleerd, moet de
afstand tussen de twee
minstens 420 mm zijn.
Deze afstand moet 700
mm worden als de
keukenkastjes zijn
vervaardigd uit
ontvlambaar materiaal
(zie afbeelding);
hang geen gordijnen achter het fornuis, of op
minder dan 200 mm vanaf de zijkant;
eventuele afzuigkappen moeten volgens de
instructies van hun eigen gebruiksaanwijzing
worden geïnstalleerd.
Waterpas zetten
Indien het nodig is het
apparaat te nivelleren, kunnen
de bijgeleverde stelvoetjes in
de daarvoor geschikte
openingen in de hoeken van
het onderstuk van het fornuis
worden geschroefd (zie
afbeelding).
De poten* moeten aan het
onderstuk van het fornuis vast
worden gezet.
Elektrische aansluiting
Gebruik voor de voedingskabel een stekker die
genormaliseerd is voor de lading aangegeven op het
typeplaatje( zie tabel Technische gegevens).
Wanneer het apparaat rechtstreeks op het elektrische
net wordt aangesloten, moet u tussen het apparaat
en het net een meerpolige schakelaar aanbrengen
met een afstand tussen de contacten van minstens 3
mm, aangepast aan het elektrische vermogen en
voldoend aan de geldende nationale normen (de
aarding mag niet worden onderbroken door de
schakelaar). De voedingskabel moet zodanig worden
geplaatst dat hij nergens een temperatuur bereikt van
50°C hoger dan de kamertemperatuur.
Voor de aansluiting moet u controleren dat:
de contactdoos geaard is en voldoet aan de
geldende normen;
het stopcontact in staat is het maximale
vermogen van het apparaat te dragen, zoals
aangegeven op het typeplaatje;
de spanning zich bevindt tussen de waarden die
staan aangegeven op het typeplaatje;
de contactdoos en de stekker overeenkomen. Als
dat niet zo is, dient u ofwel de stekker ofwel de
contactdoos te vervangen; gebruik geen
verlengsnoeren of dubbelstekkers.
Wanneer het apparaat geïnstalleerd is, moeten de
elektrische kabel en de contactdoos gemakkelijk te
bereiken zijn.
De kabel mag niet gebogen of samengedrukt worden.
De kabel moet van tijd tot tijd worden gecontroleerd en
mag alleen door erkende monteurs worden vervangen.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld
wanneer deze normen niet worden nageleefd.
Gasaansluiting
Voor het aansluiten aan de buis van het natuurlijk
gas, is het fornuis voorzien van een cilindrische van
1/2". Deze aansluiting vraagt om een harde buis
(NBN D. 51-003) of een buigzame slang die voldoet
aan de voorschriften ARGB 03-80, met twee metalen
aansluitingen voor de
toevoer van brandbaar
gas. De metalen
aansluiting moet goed
worden bevestigd aan
de ingang Aof C.
Al naar gelang het
geval verandert men de
positie van de
aansluiting.
Het wordt aangeraden de aansluiting zo dicht
mogelijk bij de gaskraan te bewerkstelligen. Boven
het fornuis moet een gaskraan worden aangebracht
volgens de geldendeplaatselijke normen; deze moet
zodanig worden aangebracht dat hij gemakkelijk te
A
C
16
BE
Controleer of de buis en de afdichtingen
overeenkomen met de geldende nationale normen.
Voordat u de buis monteert verwijdert u de
buishouder op het apparaat (het verbindingsstuk
waardoor het gas toegang krijgt tot het fornuis is
voorzien van schroefdraad: 1/2 gas cilindrische
schroefbout).
Voer de verbinding zodanig uit dat de lengte van
de buis, in uitgestrekte toestand, niet langer is dan
2 meter. Verzeker u ervan dat de buis niet in contact
komt met bewegende delen en dat hij niet wordt
afgekneld.
Controle gasdichtheid
Nadat het installeren heeft plaats gevonden moet de
gasdichtheid van alle verbindingsstukken worden
gecontroleerd met een zeepoplossing en nooit met
een vlam.
Aanpassen aan de verschillende soorten
gas
Het is mogelijk het fornuis aan te passen voor een
verschillende gassoort (anders dan die staat
aangegeven op het typeplaatje op het deksel).
Aanpassen kookplaat
Het vervangen van de sproeiers van de branders
van de kookplaat:
1. verwijder de pannendragers en haal de branders
van hun plek;
2. draai de sproeiers los met
een pijpsleutel van 7 mm (zie
afbeelding) en vervang ze met
de sproeiers die geschikt zijn
voor het nieuwe type gas (zie
Tabel Eigenschappen
branders en sproeiers);
3. zet de onderdelen in omgekeerde volgorde weer
op hun plaats.
Het regelen van de minimum stand van de branders:
1. zet het kraantje op de minimum stand;
2. haal de knop eraf en draai aan het regelschroefje
in of naast de spil van het kraantje totdat u een
kleine regelmatige vlam krijgt.
Bij vloeibaar gas moet het regelschroefje geheel
worden vastgeschroefd;
manoeuvreren is. Als het fornuis niet in gebruik is
wordt aangeraden de hoofdkraan dicht te draaien.
De aansluiting van het apparaat op de gasleiding of
-fles moet worden uitgevoerd m.b.v. een flexibele
rubberen of stalen buis, in overeenstemming met de
geldende nationale normen en uitsluitend na te
hebben gecontroleerd dat het apparaat is afgesteld
op het soort gas waarmee het zal worden gevoed
(zie etiket met ijking op het deksel: als dit niet het
geval is zie onder). Bij gebruik van vloeibaar gas uit
een gasfles gebruikt u drukregelaars die voldoen
aan de geldende nationale normen. Om de
aansluiting te vergemakkelijken kan de gasvoeding
aan de zijkant worden geplaatst*: verander de
plaats van de slanghouder voor de aansluiting met
de afsluitdop en vervang de bijgeleverde afdichting.
Voor het veilig functioneren, een juist gebruik van
de energie en een langere levensduur van het
apparaat moet u zich ervan verzekeren dat de
gasdruk overeenkomt met de waarden die zijn
aangegeven in de Tabel Eigenschappen branders
en sproeiers (zie onder).
Aansluiting gas met flexibele rubberen buis
Controleer of de buis overeenkomt met de geldende
nationale normen. De interne diameter van de buis
moet zijn: 8 mm voor voeding met vloeibaar gas.
Zodra de verbinding is uitgevoerd moet u
controleren of de buis:
in geen enkel punt contact maakt met delen die
temperaturen bereiken van meer dan 50°C;
niet onderhevig is aan trekkracht en torsie en dat
er geen bochten of knelpunten zijn;
niet in contact komt met scherpe voorwerpen,
scherpe randen, beweegbare onderdelen en niet
in de knel raakt;
gedurende de hele lengte makkelijk te
inspecteren is, zodat u probleemloos kunt
controleren of hij in goede staat verkeert;
korter is dan 1500 mm;
aan beide uiteinden nauw sluit. Hij moet worden
bevestigd met slangklemmen die voldoen aan de
geldende nationale normen.
Als u aan één of meer van deze voorwaarden niet
kunt voldoen of als het fornuis wordt geïnstalleerd
volgens de voorwaarden van klasse 2 - onderklasse 1
(apparaat gemonteerd tussen twee meubels), dient u
een flexibele, stalen buis gebruiken (zie onder).
Aansluiting met een flexibele roestvrije stalen
buis aan een onafgebroken wand voorzien van
aanhechtingen met schroefdraad.
17
BE
3. controleer of door de kraan snel van maximum
naar minimum te draaien de branders niet uitgaan.
De branders hebben geen regeling van de primaire
lucht nodig.
Na de afregeling van een ander soort gas dan het
goedgekeurde gas moet u het oude etiket van de
gasinstelling vervangen met het etiket dat
overeenkomt met het nieuwe gas, verkrijgbaar bij
onze Erkende Technische Servicedienst.
Als de gasdruk van het gebruikte gas verschillend
(of variabel) is dan hetgeen is voorzien, moet op de
toevoerbuis een drukregelaar worden aangebracht
die voldoet aan de geldende landelijke normen voor
de drukregelaars voor gekanaliseerd gas.
TECHNISCHE
GEGEVENS
Afmetingen Oven
HxBxD
32x43,5x40 cm
Inhoud liter 56
Afmetingen van de
verwarmingslade
breedte 42 cm
diepte 44 cm
hoogte 8,5 cm
Branders
geschikt voor alle soorten gas
aangegeven op het typeplaatje
Spanning en
frequentie van de
elektrische voeding
zie typeplaatje
ENERGY LABEL
Richtlijn 2002/40/EG op etiket
van elektrische ovens. Norm EN
50304 Energieverbruik convectie
Natuurlijk - verwarmingsfunctie:
:
Traditioneel;
Energieverbruikverklaring Klasse
geforceerde convectie -
verwarmingsfunctie:
K
Gebak.
EU Richtlijnen: 73/23/EEG van
19/02/73 (Laagspanning) en
daaropvolgende wijzigingen -
89/336/EEG van 03/05/89
(Elektromagnetische
Compatibiliteit) en
daaropvolgende wijzigingen -
90/369/EEG van 29/06/90 (Gas)
en daaropvolgende wijzigingen -
93/68/EEG van 22/07/93 en
daaropvolgende wijzigingen -
2002/96/EG.
18
BE
Tabel eigenschappen branders en sproeiers
Tabel 1 Vloeibaar gas Natuurlijk gas
Branders Doorsenee
(mm)
Thermisch
vermo
g
en
kW (p.c.s. *)
By-pass
1/100
Straal.
1/100
Bereik*
(
g
/h)
Straal.
1/100
Bereik*
(l/h)
Nom. Gered. (mm) (mm) *** ** (mm) G20 G25
Snel
(Groot) (R)
100 3,00 0,70 41 86 218 214 116 286 332
Half Snel
(Medium) (S)
75 1,90 0,40 30 70 138 136 106 181 210
Hulp
(Klein) (A)
55 1,00 0,40 30 50 73 71 79 95 111
Drievoudi
g
e
rin
g
(TC)
130 3,25 1,50 63 91 236 232 133 309 360
Spannin
g
van
voedin
g
Nominale (mbar)
Minimum (mbar)
Maximum (mbar)
28-30
20
35
37
25
45
20
15
25
25
15
30
** A 15°C en 1013 mbar-droo
g
g
as
** P.C.S. du Propane = 50,37 MJ/K
g
*** P.C.S. du Butane = 49,47 MJ/K
g
P.C.S. Natuurlijk
g
as G20 = 37,78 MJ/m³
P.C.S. Natuurlijk
g
as G25 = 32,49 MJ/m³
TC
A
S
R
CX65SP1 B
CX65SP1 X B
CX65SP2 B
CX65SP2 X B
19
BE
Beschrijving van het apparaat
Aanzichttekening
Bedieningspaneel
*
Slechts op enkele modellen aanwezig.
20
BE
Starten en gebruik
*
Slechts op enkele modellen aanwezig.
Gebruik van de kookplaat
Aansteken van de branders
Naast elke BRANDER knop wordt met een vol rondje
aangegeven bij welke brander deze knop hoort.
Om een brander van de kookplaat aan te steken:
1. houd een vlam of aansteker bij de brander;
2. druk en draai tegelijkertijd de BRANDER knop
linksom tot aan het symbool van de grootste vlam
- .
3. regel de sterkte van de gewenste vlam, door de
BRANDER knop linksom te draaien: op het minimum
+, op het maximum - of op een tussenliggende
stand.
Als het apparaat beschikt over
een elektronische ontsteking*
(zie afbeelding) is het
voldoende tegelijkertijd de
BRANDER knop in te drukken
en linksom te draaien tot op
het symbool van de kleine
vlam, totdat de ontsteking
heeft plaatsgevonden. Het kan zijn dat de brander
uitgaat wanneer u de knop loslaat. In dit geval moet
u de handeling herhalen en de knop iets langer
ingedrukt houden.
Mocht de vlam per ongeluk uitgaan, doe dan de
brander uit en wacht minstens 1 minuut voordat u
hem weer probeert aan te steken.
Als het apparaat is voorzien van een
thermokoppelbeveiliging* dient u de BRANDER
knop circa 2-3 seconden ingedrukt te houden om de
vlam aan te houden en de beveiliging te activeren.
Om de brander uit te zetten draait u aan de knop tot
hij op uit staat .
Praktisch advies voor het gebruik van de branders
Voor een beter rendement van de branders en een
minimaal gasverbruik dient u pannen te gebruiken
met een platte onderkant, die voorzien zijn van een
deksel en die afgestemd zijn op de afmetingen van
de brander:
Brander ø Diameter pan (cm)
Snel (R) 24 - 26
Half-snel (S) 16 - 20
Spaarbrander (A) 10 - 14
Drievoudige Ring (TC) 24 - 26
Om het type brander te selecteren kunt u de
tekeningen raadplegen die staan weergegeven in het
hoofdstuk Eigenschappen branders en sproeiers.
Op modellen die voorzien zijn van een
vlamverspreider moet deze alleen worden gebruikt
op de extra brander wanneer men pannen gebruikt
die een doorsnede hebben van minder dan 12 cm.
Gebruik van de oven
Wij raden u aan bij het eerste gebruik de oven
minstens een uur leeg te laten functioneren, op
maximum temperatuur en met de deur dicht. Nadat
u de oven heeft uitgeschakeld, opent u de ovendeur
en lucht u het vertrek. De lucht die u ruikt komt door
het verdampen van de middelen die worden
gebruikt om de oven te beschermen.
Vóór gebruik is het strikt noodzakelijk het plastic
folie aan de zijkanten van het apparaat te
verwijderen.
Zet nooit voorwerpen op de bodem van de oven; u
riskeert hiermee het email te beschadigen.
1. Selecteer het gewenste kookprogramma door aan
de PROGRAMMAKNOP te draaien.
2. Kies de aangeraden temperatuur voor het
betreffende programma of de door u gewenste
temperatuur door aan de THERMOSTAATKNOP te
draaien.
Een lijst met kooktijden en aanbevolen
kooktemperaturen kunt u terugvinden in de speciale
tabel (zie Kooktabel oven).
Tijdens het koken kunt u nog altijd:
het kookprogramma veranderen met behulp van
de PROGRAMMAKNOP;
de temperatuur veranderen met behulp van de
THERMOSTAATKNOP;
het koken onderbreken door de
PROGRAMMAKNOP weer op stand 0 te zetten.
Plaats de ovenschalen altijd op bijgeleverde
roosters.
Controlelampje THERMOSTAAT
Het oplichten van dit lampje geeft aan dat de oven
aan het verwarmen is. Het licht gaat uit als de
geselecteerde temperatuur is bereikt. Vanaf dit
moment gaat het controlelampje aan en uit, hetgeen
aangeeft dat de thermostaat werkt en de
temperatuur in de oven constant houdt.
Controlelampje WERKING O
VEN
Het oplichten van dit lampje geeft aan dat de oven
in werking is.
21
BE
Ovenverlichting
De verlichting gaat aan door de PROGRAMMAKNOP in een
willekeurige stand (behalve 0) te zetten. Hij zal aanblijven totdat de
oven werkt. Door met de knop
8
te selecteren gaat het licht aan
zonder dat de verwarming wordt ingeschakeld.
Timer*
Voor het activeren van de Timer gaat u als volgt te werk:
1. draai de TIMERKNOP bijna 360° rechtsom " om de wekker op te
laden;
2. draai de TIMERKNOP linksom # en stel de gewenste tijd in.
Het gebruik van de timer einde kooktijd*
1. U moet allereerst de wekker opladen door de knop TIMER EINDE
KOOKTIJD bijna 360° rechtsom te draaien.
2. Draai de knop weer linksom en stel de gekozen tijd in. Zorg ervoor
dat de minuten die zijn aangegeven op de knop TIMER EINDE
KOOKTIJD samenvallen met de vaste aanwijzer op het
bedieningspaneel.
3. Als de tijd verstreken is hoort u een geluidssignaal en gaat de
oven uit.
4. Als de oven uit is kan de timer einde kooktijd als gewone
kookwekker worden gebruikt.
Als u de oven handmatig wilt gebruiken, en dus de timer einde
kooktijd wilt uitschakelen, moet u de knop TIMER EINDE KOOKTIJD
tot aan het symbool ' draaien.
Kookprogrammas
U kunt voor alle programmas een temperatuur tussen de 60°C en
MAX instellen, behalve:
GRILL (hierbij is het aanbevolen alleen MAX te gebruiken);
GRATINEREN (hierbij is het aanbevolen niet meer dan 200°C in te
stellen).
X
Programma TRADITIONELE OVEN
De onderste en bovenste verwarmingselementen gaan aan. Met
deze traditionele kookwijze is het beter een enkel rooster te
gebruiken: met meerdere roosters riskeert u een slechte
temperatuursverspreiding te veroorzaken.
K
Programma GEBAK OVEN
Het achterste verwarmingselement gaat aan en de ventilator gaat
draaien zodat in de oven een gelijkmatige, zachte warmte wordt
gecreëerd. Dit programma is aanbevolen voor het bakken van fijne
gerechten (bijvoorbeeld taarten die moeten rijzen) en kleine
gerechten die u op 3 roosters tegelijkertijd wilt koken.
9 Programma FAST COOKING
Alle verwarmingselementen gaan aan en de ventilator gaat draaien
zodat een gelijkmatige en constante warmte wordt gegarandeerd.
Bij dit programma wordt de oven niet voorverwarmd. Dit programma is
vooral geschikt voor het snel koken van kant en klare gerechten
(diepvriesproducten en voorgekookte gerechten). De beste
resultaten verkrijgt u als u een enkel rooster gebruikt.
; Programma MULTIKOKEN
Alle verwarmingselementen gaan aan (onder, boven en cirkelvormig)
en de ventilator gaat draaien. Aangezien de warmte in de hele oven
constant is, zorgt de lucht dat de gerechten op gelijkmatige wijze
gekookt en gebakken worden. Hier is het mogelijkmaximaal twee
roosters tegelijk te gebruiken.
Z Programma PIZZA OVEN
De onderste en cirkelvormige verwarmingselementen gaan aan en de
ventilator gaat draaien. Met deze combinatie wordt de oven snel
warm dankzij het aanzienlijke vermogen dat voornamelijk van onderaf
komt. Indien u meerdere roosters gebruikt moet u de gerechten
halverwege de kooktijd omwisselen.
d
Programma GRILL
Het centrale gedeelte van het bovenste verwarmingselement gaat
aan. Het koken onder de grill is vooral aan te raden voor gerechten
die een hoge en directe temperatuur aan de buitenkant nodig
hebben (kalfs- en runderbiefstuk, biefstuk van de haas, entrecote).
Dit programma heeft een beperkt energieverbruik en is ideaal voor het
grillen van kleine hoeveelheden etenswaren. Plaats het voedsel in het
midden van de grill, omdat het in de hoeken niet gaar zal worden.
A
Programma GRATINEREN
Het bovenste verwarmingselement gaat aan en de ventilator en het
braadspit (waar aanwezig) gaan draaien. Hiermee wordt de
rechtstreekse bovenhitte van de grill gecombineerd met de
geforceerde circulatie van de lucht in de oven. Eventueel verbranden
van de buitenkant wordt zo vermeden; de warmte dringt gemakkelijker
door naar de binnenkant.
Bij GRILL en GRATINEREN moet de ovendeur dicht zijn.
Praktische kooktips
Gebruik voor het koken met de heteluchtoven nooit de standen 1
en 5: de hete lucht zou fijne gerechten kunnen verbranden.
MULTIKOKEN
Gebruik de roosterstanden 2 en 4, en plaats de gerechten die de
meeste warmte nodig hebben op stand 2.
Plaats de lekplaat op de onderste stand en het rooster op de
hoogste.
22
BE
GRILL
Bij de functie GRILL raden wij u aan het rooster op stand 5 te
zetten en de lekplaat op stand 1 om eventueel vet of jus op te
vangen. Bij de functie GRATINEREN raden wij u aan het rooster op
stand 2 of 3 te zetten en de lekplaat op stand 1 om eventueel vet
of jus op te vangen.
We raden u aan het vermogen op de maximale stand te zetten.
Het is normaal dat het bovenste verwarmingselement niet constant
aan blijft: zijn werking wordt geregeld door een thermostaat.
Kooktabel oven
Programma's Gerechten Gewicht
(kg)
Roosterstanden Voorverwar
ming
(minuten)
Aanbevolen
temperatuur
Duur
bereiding
(minuten)
Traditionele oven
Eend
Gebraden kalfs- of rundvlees
Gebraden varkensvlees
Koekjes (kruimeldeeg)
Taarten
1
1
1
-
1
3
3
3
3
3
15
15
15
15
15
200
200
200
180
180
65-75
70-75
70-80
15-20
30-35
Gebak oven
Taarten
Vruchtentaart
Plumcake
Cake
Gevulde flensjes (op 2 roosters)
Kleine cakejes (op 2 roosters)
Kaaskoekjes (op 2 roosters)
Soesjes (op 3 roosters)
Koekjes (op 3 roosters)
Meringue (op 3 roosters)
0.5
1
0.7
0.5
1.2
0.6
0.4
0.7
0.7
0.5
3
2 of 3
3
3
2 en 4
2 en 4
2 en 4
1 en 3 en 5
1 en 3 en 5
1 en 3 en 5
15
15
15
15
15
15
15
15
15
15
180
180
180
160
200
190
210
180
180
90
20-30
40-45
40-50
25-30
30-35
20-25
15-20
20-25
20-25
180
Diepvriesproducten
Pizza
Courgettes en garnalen in beslag
Spinaziequiche
Panzerotti (grote gefrituurde ravioli)
Lasagne
Gebakken broodjes
Kip-snacks
0.3
0.4
0.5
0.3
0.5
0.4
0.4
2
2
2
2
2
2
2
-
-
-
-
-
-
-
250
200
220
200
200
180
220
12
20
30-35
25
35
25-30
15-20
Voorgekookte gerechten
Gebakken kippenvleugels
0.4
2
-
200
20-25
Fast cooking
Verse etenswaren
Koekjes (kruimeldeeg)
Plumcake
Kaaskoekjes
0.3
0.6
0.2
2
2
2
-
-
-
200
180
210
15-18
45
10-12
Multikoken
Pizza (op 2 roosters)
Lasagne
Lamsvlees
Gebraden kip + aardappels
Makreel
Plumcake
Soesjes (op 2 roosters)
Koekjes (op 2 roosters)
Cake (op 1 rooster)
Cake (op 2 roosters)
Hartige taarten
1
1
1
1+1
1
1
0.5
0.5
0.5
1
1.5
2 en 4
3
2
2 en 4
2
2
2 en 4
2 en 4
2
2 en 4
3
15
10
10
15
10
10
10
10
10
10
15
230
180
180
200
180
170
190
180
170
170
200
15-20
30-35
40-45
60-70
30-35
40-50
20-25
10-15
15-20
20-25
25-30
Pizza oven
Pizza
Gebraden kalfs- of rundvlees
Kip
0.5
1
1
3
2
2 of 3
15
10
10
220
220
180
15-20
25-30
60-70
Grill
Tong en inktvis
Calamari- en garnalenspiesjes
Inktvis
Kabeljauwfilet
Gegrilde groenten
Kalfsbiefstuk
Saucijzen
Hamburgers
Makreel
Tosti (of geroosterd brood)
0.7
0.6
0.6
0.8
0.4
0.8
0.6
0.6
1
4 en 6
4
4
4
4
3 of 4
4
4
4
4
4
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Max
Max
Max
Max
Max
Max
Max
Max
Max
Max
10-12
8-10
10-15
10-15
15-20
15-20
15-20
10-12
15-20
3-5
Gratineren
Gegrilde kip
Inktvis
1.5
1.5
2
2
10
10
200
200
55-60
30-35
PIZZA OVEN
Gebruik een lichte aluminium ovenschaal en zet hem op het
bijgeleverde ovenrooster.
Bij gebruik van de lekplaat is de bereidingstijd langer en krijgt u
waarschijnlijk geen krokante pizza.
Bij zeer gevulde pizzas raden wij aan de mozzarella of andere
kaas pas halverwege de kooktijd toe te voegen.
23
BE
Voorzorgsmaatregelen en advies
Dit apparaat is ontworpen en vervaardigd volgens
de geldende internationale veiligheidsvoorschriften.
Deze aanwijzingen zijn geschreven voor uw veiligheid
en u dient ze derhalve goed door te nemen.
Algemene veiligheid
Dit apparaat is vervaardigd voor niet-
professioneel gebruik binnenshuis.
Het apparaat dient niet buitenshuis te worden
geplaatst, ook niet in overdekte toestand. Het is
erg gevaarlijk als het in aanraking komt met regen
of onweer.
Raak het apparaat niet aan als u blootsvoets bent
of met natte of vochtige handen of voeten.
Het apparaat dient om gerechten te koken. Het
mag uitsluitend door volwassenen worden
gebruikt en alleen volgens de instructies die
beschreven staan in deze handleiding.
Deze handleiding betreft een apparaat van klasse
1 (losstaand) of klasse 2 - subklasse 1
(ingebouwd tussen 2 meubels).
Tijdens het gebruik van de oven worden de
verwarmingselementen en enkele delen van de
ovendeur zeer heet. Raak ze
niet aan en houd
kinderen op een afstand.
Voorkom dat elektrische snoeren van andere
kleine keukenapparaten op warme delen van het
apparaat terechtkomen.
Laat de ventilatieopeningen en warmteafvoer vrij.
Gebruik altijd ovenwanten om gerechten in de
oven te zetten en eruit te halen.
Gebruik geen ontvlambare vloeistoffen (alcohol,
benzine enz.) in de buurt van het apparaat als het
in gebruik is.
Plaats geen brandbaar materiaal in de onderste
opberglade of in de oven: als de oven plotseling
aan zou worden gezet, zou dit materiaal vlam
kunnen vatten.
De interne oppervlakken van de lade (indien
aanwezig) kunnen warm worden.
Controleer altijd dat de knoppen in de stand
staan als het apparaat niet gebruikt wordt.
Trek nooit de stekker aan het snoer uit het
stopcontact, maar pak altijd de stekker direct
beet.
Maak het apparaat niet schoon of voer geen
onderhoud uit als de stekker nog in het
stopcontact zit.
Probeer in geval van storingen nooit zelf de
interne mechanismen van het apparaat te
repareren. Neem contact op met de Technische
Dienst.
Plaats geen zware voorwerpen op de open
ovendeur.
Afvalverwijdering
Het verwijderen van het verpakkingsmateriaal:
houdt u aan de plaatselijke normen zodat het
materiaal hergebruikt kan worden.
De Europese richtlijn 2002/96/EG, betreffende
afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (AEEA), voorziet dat huishoudelijke
apparatuur niet met het normale afval mag worden
meegegeven. De verwijderde apparaten moeten
apart worden opgehaald om het terugwinnen en
recyclen van de materialen waaruit ze bestaan te
optimaliseren en te voorkomen dat er eventuele
schade voortvloeit voor de gezondheid en het
milieu. Het symbool van de afvalemmer met een
kruis staat op alle producten om de consument
eraan te herinneren dat dit gescheiden afval is.
Om meer informatie te verkrijgen betreffende een
juiste verwijdering van huishoudapparaten kan de
consument zich richten tot de gemeentelijke
reinigingsdienst of de verkopers.
Energiebesparing en milieubehoud
Door de oven te gebruiken vanaf het late
middaguur tot aan de vroege ochtend zorgt u
ervoor dat uw elektriciteitscentrale minder wordt
belast tijdens het spitsuur.
Houd bij de functies GRILL en GRATINEREN altijd
de ovendeur dicht: u bereikt betere
kookresultaten en een aanzienlijke
energiebesparing (circa 10%).
Houd de afdichtingen altijd schoon zodat ze goed
aansluiten op de deur en er geen hitte vrij kan
komen.
24
BE
De elektrische stroom afsluiten
Sluit altijd eerst de stroom af voordat u tot enige
handeling overgaat.
Reinigen van het apparaat
Gebruik nooit stoom- of hogedrukreinigers voor het
reinigen van het apparaat.
De buitenkant, dus zowel het email en het roestvrij
staal als de rubberen afdichtingen, kunnen met
een spons en een sopje worden afgenomen. Als
de vlekken moeilijk te verwijderen zijn, kunt u een
speciaal reinigingsmiddel gebruiken. Spoel en
droog het na het schoonmaken goed af. Gebruik
geen schuurmiddelen of bijtende producten.
De pannendragers, de branderdeksels, de
vlamkronen en de branders van de kookplaat
kunnen worden verwijderd voor een
gemakkelijkere reiniging; was ze in warm water en
een niet schurend reinigingsmiddel. Zorg ervoor
de afzettingen te verwijderen en doe ze pas op
hun plaats als ze volledig droog zijn.
Reinig geregeld het uiteinde van de
thermokoppelbeveiliging*.
De binnenkant van de oven kunt u het beste
direct na gebruik schoonmaken, als hij nog lauw
is. Gebruik warm water en een
schoonmaakmiddel, spoel vervolgens af en droog
met een zachte doek. Gebruik geen
schuurmiddelen.
Reinig het glas van de deur met een spons en
niet schurende producten. Droog met een zachte
doek. Gebruik geen ruwe schurende materialen of
scherpe schrapertjes die het oppervlak zouden
kunnen krassen waardoor als gevolg het glas zou
kunnen barsten.
De accessoires kunnen gewoon worden
afgewassen (eventueel ook in de vaatwasser).
Sluit het deksel van de kookplaat nooit zolang de
gasbranders nog aan of warm zijn.
Het controleren van de afdichtingen van de oven
Controleer regelmatig de staat van de afdichtingen
rondom de ovendeur. In het geval de afdichting
beschadigd is, dient u zich tot de dichtstbijzijnde
Erkende Servicedienst te wenden. Gebruik de oven
niet voordat de reparatie is uitgevoerd.
Vervangen van het ovenlampje
1. Nadat u de oven heeft
losgekoppeld van het
elektrische net, verwijdert u
het glazen deksel van de
lamphouder (zie afbeelding).
2. Schroef het lampje los en
vervang het met eenzelfde
soort lampje: spanning 230 V,
vermogen 25 W, fitting E 14.
3. Doe het deksel weer op zijn plaats en verbind de
oven weer aan het elektrische net.
Onderhoud gaskranen
Met verloop van tijd kan een kraan stroef worden of
vast blijven zitten; in dat geval is het noodzakelijk
hem te vervangen.
Dit moet worden uitgevoerd door een door de
fabrikant bevoegde installateur.
Servicedienst
Wendt u nooit tot niet erkende monteurs.
Dit dient u door te geven:
Het soort storing;
Het model apparaat (Mod.)
Het serienummer (S/N)
Deze informatie bevindt zich op het typeplaatje op
het apparaat.
Onderhoud en verzorging
*
Slechts op enkele modellen aanwezig.

Documenttranscriptie

Gebruiksaanwijzing FORNUIS EN OVEN Inhoud BE Français,1 BE BE Nederlands,13 Deutsch,25 Installatie, 14-18 Plaatsen en waterpas zetten Elektrische aansluiting Gasaansluiting Aanpassen aan de verschillende soorten gas Tabel eigenschappen branders en sproeiers Tabel eigenschappen Beschrijving van het apparaat, 19 Aanzichttekening Bedieningspaneel Starten en gebruik, 20-22 CX65SP1 B CX65SP1 X B CX65SP2 B CX65SP2 X B Gebruik van de kookplaat Gebruik van de oven Gebruik van de timer einde kooktijd Kookprogramma’s Praktische kooktips Kooktabel oven Voorzorgsmaatregelen en advies, 23 Algemene veiligheid Afvalverwijdering Energiebesparing en milieubehoud Onderhoud en verzorging, 24 De elektrische stroom afsluiten Reinigen van het apparaat Vervangen van het ovenlampje Onderhoud gaskranen Servicedienst BE Installatie BE  Bewaar dit instructieboekje zorgvuldig voor eventuele raadpleging in de toekomst. In het geval u het apparaat verkoopt of u verhuist, moet u het boekje bij het apparaat bewaren.  Lees de instructies aandachtig door: er staat belangrijke informatie in over installatie, gebruik en veiligheid.  De installatie van het apparaat moet volgens deze instructies worden uitgevoerd door een bevoegde installateur. Sluit altijd eerst de elektrische stroom af voordat u tot onderhoud of regeling van het fornuis overgaat.  De apparaten zijn gebruiksklaar gemaakt in de fabriek voor de functies (zie typeplaatje en plaatje van de gasinstelling van het apparaat): natuurlijk gas Categorie I2E+ voor België; vloeibaar gas Categorie I3+ voor België; Het is dus niet nodig verdere regelingen uit te voeren. Dit apparaat mag alleen geïnstalleerd worden en functioneren in goed geventileerde vertrekken, volgens de voorschriften van de van kracht zijnde normen NBN D51-003 en NBN D51-001 (voor België). Aangrenzend vertrek Te ventileren vertrek A B A Ventilatieopening voor verbrandingslucht Vergroting van de kier tussen de deur en de vloer  Na een langdurig gebruik van het apparaat is het aan te raden een raam te openen of de draaisnelheid van eventuele ventilatoren te vermeerderen. Afvoer van de verbrandingsgassen De afvoer van de verbrandingsgassen moet plaatsvinden door middel van een afzuigkap die is aangesloten op een veilige en goedwerkende schoorsteen met natuurlijke trek, ofwel door middel van een elektrische ventilator die automatisch in werking treedt elke keer dat u het apparaat aanzet (zie afbeeldingen). Ventilatie van de vertrekken Dit apparaat mag uitsluitend worden geïnstalleerd in permanent geventileerde ruimten, overeenkomstig de geldende nationale voorschriften. In het vertrek waar het apparaat wordt geïnstalleerd moet zoveel lucht kunnen toestromen als nodig is voor de normale gasverbranding (de luchtcapaciteit mag niet minder zijn dan 2 m3/h per kW geïnstalleerd vermogen). De luchttoevoeropeningen, beschermd door roosters, moeten voorzien zijn van een leiding met een minstens 100 cm 2 bruikbare doorsnede en zo moeten zijn geplaatst dat ze, zelfs niet gedeeltelijk, worden verstopt, (zie afbeelding A). Deze openingen moeten met 100% worden verbreed - met een minimum van 200 cm 2 - als het fornuis niet voorzien is van een thermokoppelbeveiliging en wanneer de toevoer van lucht op indirecte manier van aangrenzende vertrekken plaatsvindt (zie afbeelding B) - mits dit geen gemeenschappelijke ruimtes zijn van het gebouw, vertrekken met een verhoogd brandgevaar of slaapkamers, die beschikken over een ventilatieopening die verbonden is met buiten, zoals zojuist beschreven. 14 Afvoer rechtstreeks naar buiten Afvoer door een schoorsteen of vertakt rookkanaal (alleen bestemd voor kookapparaten)  De vloeibare petroleumgassen, die zwaarder zijn dan de lucht, blijven laag hangen, daarom moeten LPG flessen afvoeropeningen naar buiten toe hebben om een eventuele gaslekkage naar onder toe af te kunnen voeren. Lege of halfvolle LPG flessen mogen dus niet worden geïnstalleerd of bewaard in vertrekken die lager liggen dan de vloer (kelders, enz.). Het is beter alleen de in gebruik zijnde fles in het vertrek te bewaren, ver van warmtebronnen (ovens, open haard, kachels) die hem tot temperaturen van meer dan 50°C zouden kunnen brengen. Plaatsen en waterpas zetten  Het apparaat kan naast meubels worden geplaatst die niet hoger zijn dan het werkvlak.  Controleer dat de wand die in contact komt met de achterkant van het apparaat van niet ontvlambaar materiaal is en bestand tegen hitte (T 90°C). 420 mm. Min. Waterpas zetten min. 650 mm. with hood min. 700 mm. without hood 420 mm. Min. Voor een correcte installatie: • plaats het apparaat in de keuken, in de eetkamer of in een eenkamerappartement (niet in de badkamer); • als het kookvlak hoger is dan de meubels, moeten zij op minstens 600 mm van het apparaat vandaan worden geplaatst; • als het fornuis onder een keukenkastje wordt HOOD geïnstalleerd, moet de Min. 600 mm. afstand tussen de twee minstens 420 mm zijn. Deze afstand moet 700 mm worden als de keukenkastjes zijn vervaardigd uit ontvlambaar materiaal (zie afbeelding); • hang geen gordijnen achter het fornuis, of op minder dan 200 mm vanaf de zijkant; • eventuele afzuigkappen moeten volgens de instructies van hun eigen gebruiksaanwijzing worden geïnstalleerd. Wanneer het apparaat rechtstreeks op het elektrische net wordt aangesloten, moet u tussen het apparaat en het net een meerpolige schakelaar aanbrengen met een afstand tussen de contacten van minstens 3 mm, aangepast aan het elektrische vermogen en voldoend aan de geldende nationale normen (de aarding mag niet worden onderbroken door de schakelaar). De voedingskabel moet zodanig worden geplaatst dat hij nergens een temperatuur bereikt van 50°C hoger dan de kamertemperatuur. Voor de aansluiting moet u controleren dat: • de contactdoos geaard is en voldoet aan de geldende normen; • het stopcontact in staat is het maximale vermogen van het apparaat te dragen, zoals aangegeven op het typeplaatje; • de spanning zich bevindt tussen de waarden die staan aangegeven op het typeplaatje; • de contactdoos en de stekker overeenkomen. Als dat niet zo is, dient u ofwel de stekker ofwel de contactdoos te vervangen; gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.  Wanneer het apparaat geïnstalleerd is, moeten de elektrische kabel en de contactdoos gemakkelijk te bereiken zijn.  De kabel mag niet gebogen of samengedrukt worden.  De kabel moet van tijd tot tijd worden gecontroleerd en mag alleen door erkende monteurs worden vervangen.  De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld wanneer deze normen niet worden nageleefd. Gasaansluiting Indien het nodig is het apparaat te nivelleren, kunnen de bijgeleverde stelvoetjes in de daarvoor geschikte openingen in de hoeken van het onderstuk van het fornuis worden geschroefd (zie afbeelding). De poten* moeten aan het onderstuk van het fornuis vast worden gezet. Elektrische aansluiting Gebruik voor de voedingskabel een stekker die genormaliseerd is voor de lading aangegeven op het typeplaatje( zie tabel Technische gegevens). Voor het aansluiten aan de buis van het natuurlijk gas, is het fornuis voorzien van een cilindrische van 1/2". Deze aansluiting vraagt om een harde buis (NBN D. 51-003) of een buigzame slang die voldoet aan de voorschriften ARGB 03-80, met twee metalen aansluitingen voor de toevoer van brandbaar gas. De metalen aansluiting moet goed worden bevestigd aan de ingang “A” of “C”. Al naar gelang het A geval verandert men de C positie van de aansluiting. Het wordt aangeraden de aansluiting zo dicht mogelijk bij de gaskraan te bewerkstelligen. Boven het fornuis moet een gaskraan worden aangebracht volgens de geldendeplaatselijke normen; deze moet zodanig worden aangebracht dat hij gemakkelijk te 15 BE BE manoeuvreren is. Als het fornuis niet in gebruik is wordt aangeraden de hoofdkraan dicht te draaien. De aansluiting van het apparaat op de gasleiding of -fles moet worden uitgevoerd m.b.v. een flexibele rubberen of stalen buis, in overeenstemming met de geldende nationale normen en uitsluitend na te hebben gecontroleerd dat het apparaat is afgesteld op het soort gas waarmee het zal worden gevoed (zie etiket met ijking op het deksel: als dit niet het geval is zie onder). Bij gebruik van vloeibaar gas uit een gasfles gebruikt u drukregelaars die voldoen aan de geldende nationale normen. Om de aansluiting te vergemakkelijken kan de gasvoeding aan de zijkant worden geplaatst*: verander de plaats van de slanghouder voor de aansluiting met de afsluitdop en vervang de bijgeleverde afdichting.  Voor het veilig functioneren, een juist gebruik van de energie en een langere levensduur van het apparaat moet u zich ervan verzekeren dat de gasdruk overeenkomt met de waarden die zijn aangegeven in de Tabel Eigenschappen branders en sproeiers (zie onder). Aansluiting gas met flexibele rubberen buis Controleer of de buis overeenkomt met de geldende nationale normen. De interne diameter van de buis moet zijn: 8 mm voor voeding met vloeibaar gas. Zodra de verbinding is uitgevoerd moet u controleren of de buis: • in geen enkel punt contact maakt met delen die temperaturen bereiken van meer dan 50°C; • niet onderhevig is aan trekkracht en torsie en dat er geen bochten of knelpunten zijn; • niet in contact komt met scherpe voorwerpen, scherpe randen, beweegbare onderdelen en niet in de knel raakt; • gedurende de hele lengte makkelijk te inspecteren is, zodat u probleemloos kunt controleren of hij in goede staat verkeert; • korter is dan 1500 mm; • aan beide uiteinden nauw sluit. Hij moet worden bevestigd met slangklemmen die voldoen aan de geldende nationale normen.  Als u aan één of meer van deze voorwaarden niet kunt voldoen of als het fornuis wordt geïnstalleerd volgens de voorwaarden van klasse 2 - onderklasse 1 (apparaat gemonteerd tussen twee meubels), dient u een flexibele, stalen buis gebruiken (zie onder). Aansluiting met een flexibele roestvrije stalen buis aan een onafgebroken wand voorzien van aanhechtingen met schroefdraad. 16 Controleer of de buis en de afdichtingen overeenkomen met de geldende nationale normen. Voordat u de buis monteert verwijdert u de buishouder op het apparaat (het verbindingsstuk waardoor het gas toegang krijgt tot het fornuis is voorzien van schroefdraad: 1/2 gas cilindrische schroefbout).  Voer de verbinding zodanig uit dat de lengte van de buis, in uitgestrekte toestand, niet langer is dan 2 meter. Verzeker u ervan dat de buis niet in contact komt met bewegende delen en dat hij niet wordt afgekneld. Controle gasdichtheid Nadat het installeren heeft plaats gevonden moet de gasdichtheid van alle verbindingsstukken worden gecontroleerd met een zeepoplossing en nooit met een vlam. Aanpassen aan de verschillende soorten gas Het is mogelijk het fornuis aan te passen voor een verschillende gassoort (anders dan die staat aangegeven op het typeplaatje op het deksel). Aanpassen kookplaat Het vervangen van de sproeiers van de branders van de kookplaat: 1. verwijder de pannendragers en haal de branders van hun plek; 2. draai de sproeiers los met een pijpsleutel van 7 mm (zie afbeelding) en vervang ze met de sproeiers die geschikt zijn voor het nieuwe type gas (zie Tabel Eigenschappen branders en sproeiers); 3. zet de onderdelen in omgekeerde volgorde weer op hun plaats. Het regelen van de minimum stand van de branders: 1. zet het kraantje op de minimum stand; 2. haal de knop eraf en draai aan het regelschroefje in of naast de spil van het kraantje totdat u een kleine regelmatige vlam krijgt.  Bij vloeibaar gas moet het regelschroefje geheel worden vastgeschroefd; 3. controleer of door de kraan snel van maximum naar minimum te draaien de branders niet uitgaan. BE  De branders hebben geen regeling van de primaire lucht nodig.  Na de afregeling van een ander soort gas dan het goedgekeurde gas moet u het oude etiket van de gasinstelling vervangen met het etiket dat overeenkomt met het nieuwe gas, verkrijgbaar bij onze Erkende Technische Servicedienst.  Als de gasdruk van het gebruikte gas verschillend (of variabel) is dan hetgeen is voorzien, moet op de toevoerbuis een drukregelaar worden aangebracht die voldoet aan de geldende landelijke normen voor de “drukregelaars voor gekanaliseerd gas”. TECHNISCHE GEGEVENS Afmetingen Oven HxBxD Inhoud Afmetingen van de verwarmingslade 32x43,5x40 cm liter 56 breedte 42 cm diepte 44 cm hoogte 8,5 cm Branders geschikt voor alle soorten gas aangegeven op het typeplaatje Spanning en frequentie van de elektrische voeding zie typeplaatje ENERGY LABEL : Traditioneel; Richtlijn 2002/40/EG op etiket van elektrische ovens. Norm EN 50304 Energieverbruik convectie Natuurlijk - verwarmingsfunctie: Energieverbruikverklaring Klasse geforceerde convectie verwarmingsfunctie: K Gebak. EU Richtlijnen: 73/23/EEG van 19/02/73 (Laagspanning) en daaropvolgende wijzigingen 89/336/EEG van 03/05/89 (Elektromagnetische Compatibiliteit) en daaropvolgende wijzigingen 90/369/EEG van 29/06/90 (Gas) en daaropvolgende wijzigingen 93/68/EEG van 22/07/93 en daaropvolgende wijzigingen 2002/96/EG. 17 BE Tabel eigenschappen branders en sproeiers Tabel 1 Vloeibaar gas Branders Doorsenee (mm) Thermisch vermogen kW (p.c.s. *) By-pass 1/100 Straal. 1/100 Natuurlijk gas Bereik* (g/h) Straal. 1/100 Bereik* (l/h) Nom. Gered. (mm) (mm) *** ** (mm) G20 G25 Snel (Groot) (R) 100 3,00 0,70 41 86 218 214 116 286 332 Half Snel (Medium) (S) 75 1,90 0,40 30 70 138 136 106 181 210 Hulp (Klein) (A) 55 1,00 0,40 30 50 73 71 79 95 111 Drievoudige ring (TC) 130 3,25 1,50 63 91 236 232 133 309 360 28-30 20 35 37 25 45 20 15 25 25 15 30 Nominale (mbar) Minimum (mbar) Maximum (mbar) Spanning van voeding ** A 15°C en 1013 mbar-droog gas ** P.C.S. du Propane = 50,37 MJ/Kg *** P.C.S. du Butane = 49,47 MJ/Kg P.C.S. Natuurlijk gas G20 = 37,78 MJ/m³ P.C.S. Natuurlijk gas G25 = 32,49 MJ/m³ S R TC A CX65SP1 B CX65SP1 X B CX65SP2 B CX65SP2 X B 18 Beschrijving van het apparaat Aanzichttekening BE Bedieningspaneel * Slechts op enkele modellen aanwezig. 19 Starten en gebruik BE Gebruik van de kookplaat Aansteken van de branders Naast elke BRANDER knop wordt met een vol rondje aangegeven bij welke brander deze knop hoort. Om een brander van de kookplaat aan te steken: 1. houd een vlam of aansteker bij de brander; 2. druk en draai tegelijkertijd de BRANDER knop linksom tot aan het symbool van de grootste vlam - . 3. regel de sterkte van de gewenste vlam, door de BRANDER knop linksom te draaien: op het minimum +, op het maximum - of op een tussenliggende stand. Als het apparaat beschikt over een elektronische ontsteking* (zie afbeelding) is het voldoende tegelijkertijd de BRANDER knop in te drukken en linksom te draaien tot op het symbool van de kleine vlam, totdat de ontsteking heeft plaatsgevonden. Het kan zijn dat de brander uitgaat wanneer u de knop loslaat. In dit geval moet u de handeling herhalen en de knop iets langer ingedrukt houden.  Mocht de vlam per ongeluk uitgaan, doe dan de brander uit en wacht minstens 1 minuut voordat u hem weer probeert aan te steken. Als het apparaat is voorzien van een thermokoppelbeveiliging* dient u de BRANDER knop circa 2-3 seconden ingedrukt te houden om de vlam aan te houden en de beveiliging te activeren. Om de brander uit te zetten draait u aan de knop tot hij op uit staat •. Praktisch advies voor het gebruik van de branders Voor een beter rendement van de branders en een minimaal gasverbruik dient u pannen te gebruiken met een platte onderkant, die voorzien zijn van een deksel en die afgestemd zijn op de afmetingen van de brander: Brander ø Diameter pan (cm) Snel (R) 24 - 26 Half-snel (S) 16 - 20 Spaarbrander (A) 10 - 14 Drievoudige Ring (TC) 24 - 26 Om het type brander te selecteren kunt u de tekeningen raadplegen die staan weergegeven in het hoofdstuk “Eigenschappen branders en sproeiers”. 20  Op modellen die voorzien zijn van een vlamverspreider moet deze alleen worden gebruikt op de extra brander wanneer men pannen gebruikt die een doorsnede hebben van minder dan 12 cm. Gebruik van de oven  Wij raden u aan bij het eerste gebruik de oven minstens een uur leeg te laten functioneren, op maximum temperatuur en met de deur dicht. Nadat u de oven heeft uitgeschakeld, opent u de ovendeur en lucht u het vertrek. De lucht die u ruikt komt door het verdampen van de middelen die worden gebruikt om de oven te beschermen.  Vóór gebruik is het strikt noodzakelijk het plastic folie aan de zijkanten van het apparaat te verwijderen.  Zet nooit voorwerpen op de bodem van de oven; u riskeert hiermee het email te beschadigen. 1. Selecteer het gewenste kookprogramma door aan de PROGRAMMAKNOP te draaien. 2. Kies de aangeraden temperatuur voor het betreffende programma of de door u gewenste temperatuur door aan de THERMOSTAATKNOP te draaien. Een lijst met kooktijden en aanbevolen kooktemperaturen kunt u terugvinden in de speciale tabel (zie Kooktabel oven). Tijdens het koken kunt u nog altijd: • het kookprogramma veranderen met behulp van de PROGRAMMAKNOP; • de temperatuur veranderen met behulp van de THERMOSTAATKNOP; • het koken onderbreken door de PROGRAMMAKNOP weer op stand “0” te zetten.  Plaats de ovenschalen altijd op bijgeleverde roosters. Controlelampje THERMOSTAAT Het oplichten van dit lampje geeft aan dat de oven aan het verwarmen is. Het licht gaat uit als de geselecteerde temperatuur is bereikt. Vanaf dit moment gaat het controlelampje aan en uit, hetgeen aangeeft dat de thermostaat werkt en de temperatuur in de oven constant houdt. Controlelampje WERKING OVEN Het oplichten van dit lampje geeft aan dat de oven in werking is. * Slechts op enkele modellen aanwezig. Ovenverlichting De verlichting gaat aan door de PROGRAMMAKNOP in een willekeurige stand (behalve “0”) te zetten. Hij zal aanblijven totdat de oven werkt. Door met de knop 8 te selecteren gaat het licht aan zonder dat de verwarming wordt ingeschakeld. Timer* Voor het activeren van de Timer gaat u als volgt te werk: 1. draai de TIMERKNOP bijna 360° rechtsom " om de wekker op te laden; 2. draai de TIMERKNOP linksom # en stel de gewenste tijd in. Het gebruik van de timer einde kooktijd* 1. U moet allereerst de wekker opladen door de knop TIMER EINDE KOOKTIJD bijna 360° rechtsom te draaien. 2. Draai de knop weer linksom en stel de gekozen tijd in. Zorg ervoor dat de minuten die zijn aangegeven op de knop TIMER EINDE KOOKTIJD samenvallen met de vaste aanwijzer op het bedieningspaneel. 3. Als de tijd verstreken is hoort u een geluidssignaal en gaat de oven uit. 4. Als de oven uit is kan de timer einde kooktijd als gewone kookwekker worden gebruikt.  Als u de oven handmatig wilt gebruiken, en dus de timer einde kooktijd wilt uitschakelen, moet u de knop TIMER EINDE KOOKTIJD tot aan het symbool ' draaien. Kookprogramma’s  U kunt voor alle programma’s een temperatuur tussen de 60°C en MAX instellen, behalve: • GRILL (hierbij is het aanbevolen alleen MAX te gebruiken); • GRATINEREN (hierbij is het aanbevolen niet meer dan 200°C in te stellen). X Programma TRADITIONELE OVEN De onderste en bovenste verwarmingselementen gaan aan. Met deze traditionele kookwijze is het beter een enkel rooster te gebruiken: met meerdere roosters riskeert u een slechte temperatuursverspreiding te veroorzaken. K Programma GEBAK OVEN Het achterste verwarmingselement gaat aan en de ventilator gaat draaien zodat in de oven een gelijkmatige, zachte warmte wordt gecreëerd. Dit programma is aanbevolen voor het bakken van fijne gerechten (bijvoorbeeld taarten die moeten rijzen) en kleine gerechten die u op 3 roosters tegelijkertijd wilt koken. 9 Programma FAST COOKING BE Alle verwarmingselementen gaan aan en de ventilator gaat draaien zodat een gelijkmatige en constante warmte wordt gegarandeerd. Bij dit programma wordt de oven niet voorverwarmd. Dit programma is vooral geschikt voor het snel koken van kant en klare gerechten (diepvriesproducten en voorgekookte gerechten). De beste resultaten verkrijgt u als u een enkel rooster gebruikt. ; Programma MULTIKOKEN Alle verwarmingselementen gaan aan (onder, boven en cirkelvormig) en de ventilator gaat draaien. Aangezien de warmte in de hele oven constant is, zorgt de lucht dat de gerechten op gelijkmatige wijze gekookt en gebakken worden. Hier is het mogelijkmaximaal twee roosters tegelijk te gebruiken. Z Programma PIZZA OVEN De onderste en cirkelvormige verwarmingselementen gaan aan en de ventilator gaat draaien. Met deze combinatie wordt de oven snel warm dankzij het aanzienlijke vermogen dat voornamelijk van onderaf komt. Indien u meerdere roosters gebruikt moet u de gerechten halverwege de kooktijd omwisselen. d Programma GRILL Het centrale gedeelte van het bovenste verwarmingselement gaat aan. Het koken onder de grill is vooral aan te raden voor gerechten die een hoge en directe temperatuur aan de buitenkant nodig hebben (kalfs- en runderbiefstuk, biefstuk van de haas, entrecote). Dit programma heeft een beperkt energieverbruik en is ideaal voor het grillen van kleine hoeveelheden etenswaren. Plaats het voedsel in het midden van de grill, omdat het in de hoeken niet gaar zal worden. A Programma GRATINEREN Het bovenste verwarmingselement gaat aan en de ventilator en het braadspit (waar aanwezig) gaan draaien. Hiermee wordt de rechtstreekse bovenhitte van de grill gecombineerd met de geforceerde circulatie van de lucht in de oven. Eventueel verbranden van de buitenkant wordt zo vermeden; de warmte dringt gemakkelijker door naar de binnenkant.  Bij GRILL en GRATINEREN moet de ovendeur dicht zijn. Praktische kooktips  Gebruik voor het koken met de heteluchtoven nooit de standen 1 en 5: de hete lucht zou fijne gerechten kunnen verbranden. MULTIKOKEN • Gebruik de roosterstanden 2 en 4, en plaats de gerechten die de meeste warmte nodig hebben op stand 2. • Plaats de lekplaat op de onderste stand en het rooster op de hoogste. 21 BE GRILL PIZZA OVEN • Bij de functie GRILL raden wij u aan het rooster op stand 5 te zetten en de lekplaat op stand 1 om eventueel vet of jus op te vangen. Bij de functie GRATINEREN raden wij u aan het rooster op stand 2 of 3 te zetten en de lekplaat op stand 1 om eventueel vet of jus op te vangen. • We raden u aan het vermogen op de maximale stand te zetten. Het is normaal dat het bovenste verwarmingselement niet constant aan blijft: zijn werking wordt geregeld door een thermostaat. • Gebruik een lichte aluminium ovenschaal en zet hem op het bijgeleverde ovenrooster. Bij gebruik van de lekplaat is de bereidingstijd langer en krijgt u waarschijnlijk geen krokante pizza. • Bij zeer gevulde pizza’s raden wij aan de mozzarella of andere kaas pas halverwege de kooktijd toe te voegen. Kooktabel oven Programma's Traditionele oven Gebak oven Fast cooking Multikoken Pizza oven Grill Gratineren 22 Gerechten Eend Gebraden kalfs- of rundvlees Gebraden varkensvlees Koekjes (kruimeldeeg) Taarten Taarten Vruchtentaart Plumcake Cake Gevulde flensjes (op 2 roosters) Kleine cakejes (op 2 roosters) Kaaskoekjes (op 2 roosters) Soesjes (op 3 roosters) Koekjes (op 3 roosters) Meringue (op 3 roosters) Diepvriesproducten Pizza Courgettes en garnalen in beslag Spinaziequiche Panzerotti (grote gefrituurde ravioli) Lasagne Gebakken broodjes Kip-snacks Voorgekookte gerechten Gebakken kippenvleugels Verse etenswaren Koekjes (kruimeldeeg) Plumcake Kaaskoekjes Pizza (op 2 roosters) Lasagne Lamsvlees Gebraden kip + aardappels Makreel Plumcake Soesjes (op 2 roosters) Koekjes (op 2 roosters) Cake (op 1 rooster) Cake (op 2 roosters) Hartige taarten Pizza Gebraden kalfs- of rundvlees Kip Tong en inktvis Calamari- en garnalenspiesjes Inktvis Kabeljauwfilet Gegrilde groenten Kalfsbiefstuk Saucijzen Hamburgers Makreel Tosti (of geroosterd brood) Gegrilde kip Inktvis Gewicht (kg) Roosterstanden Voorverwar ming (minuten) 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 Aanbevolen temperatuur 1 1 1 1 0.5 1 0.7 0.5 1.2 0.6 0.4 3 3 3 3 3 3 2 of 3 3 3 2 en 4 2 en 4 2 en 4 0.7 0.7 0.5 1 en 3 en 5 1 en 3 en 5 1 en 3 en 5 15 15 15 180 180 90 20-25 20-25 180 0.3 0.4 0.5 0.3 0.5 0.4 0.4 2 2 2 2 2 2 2 - 250 200 220 200 200 180 220 12 20 30-35 25 35 25-30 15-20 0.4 2 - 200 20-25 0.3 0.6 0.2 1 1 1 1+1 1 1 0.5 0.5 0.5 1 1.5 0.5 1 1 0.7 0.6 0.6 0.8 0.4 0.8 0.6 0.6 1 4 en 6 1.5 1.5 2 2 2 2 en 4 3 2 2 en 4 2 2 2 en 4 2 en 4 2 2 en 4 3 3 2 2 of 3 4 4 4 4 3 of 4 4 4 4 4 4 2 2 15 10 10 15 10 10 10 10 10 10 15 15 10 10 10 10 200 180 210 230 180 180 200 180 170 190 180 170 170 200 220 220 180 Max Max Max Max Max Max Max Max Max Max 200 200 15-18 45 10-12 15-20 30-35 40-45 60-70 30-35 40-50 20-25 10-15 15-20 20-25 25-30 15-20 25-30 60-70 10-12 8-10 10-15 10-15 15-20 15-20 15-20 10-12 15-20 3-5 55-60 30-35 200 200 200 180 180 180 180 180 160 200 190 210 Duur bereiding (minuten) 65-75 70-75 70-80 15-20 30-35 20-30 40-45 40-50 25-30 30-35 20-25 15-20 Voorzorgsmaatregelen en advies  Dit apparaat is ontworpen en vervaardigd volgens de geldende internationale veiligheidsvoorschriften. Deze aanwijzingen zijn geschreven voor uw veiligheid en u dient ze derhalve goed door te nemen. Algemene veiligheid • Dit apparaat is vervaardigd voor nietprofessioneel gebruik binnenshuis. • Het apparaat dient niet buitenshuis te worden geplaatst, ook niet in overdekte toestand. Het is erg gevaarlijk als het in aanraking komt met regen of onweer. • Raak het apparaat niet aan als u blootsvoets bent of met natte of vochtige handen of voeten. • Het apparaat dient om gerechten te koken. Het mag uitsluitend door volwassenen worden gebruikt en alleen volgens de instructies die beschreven staan in deze handleiding. • Deze handleiding betreft een apparaat van klasse 1 (losstaand) of klasse 2 - subklasse 1 (ingebouwd tussen 2 meubels). • Tijdens het gebruik van de oven worden de verwarmingselementen en enkele delen van de ovendeur zeer heet. Raak ze niet aan en houd kinderen op een afstand. • Voorkom dat elektrische snoeren van andere kleine keukenapparaten op warme delen van het apparaat terechtkomen. • Laat de ventilatieopeningen en warmteafvoer vrij. • Gebruik altijd ovenwanten om gerechten in de oven te zetten en eruit te halen. • Gebruik geen ontvlambare vloeistoffen (alcohol, benzine enz.) in de buurt van het apparaat als het in gebruik is. • Plaats geen brandbaar materiaal in de onderste opberglade of in de oven: als de oven plotseling aan zou worden gezet, zou dit materiaal vlam kunnen vatten. • De interne oppervlakken van de lade (indien aanwezig) kunnen warm worden. • Controleer altijd dat de knoppen in de stand staan als het apparaat niet gebruikt wordt. • • Trek nooit de stekker aan het snoer uit het stopcontact, maar pak altijd de stekker direct beet. BE • Maak het apparaat niet schoon of voer geen onderhoud uit als de stekker nog in het stopcontact zit. • Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne mechanismen van het apparaat te repareren. Neem contact op met de Technische Dienst. • Plaats geen zware voorwerpen op de open ovendeur. Afvalverwijdering • Het verwijderen van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan de plaatselijke normen zodat het materiaal hergebruikt kan worden. • De Europese richtlijn 2002/96/EG, betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA), voorziet dat huishoudelijke apparatuur niet met het normale afval mag worden meegegeven. De verwijderde apparaten moeten apart worden opgehaald om het terugwinnen en recyclen van de materialen waaruit ze bestaan te optimaliseren en te voorkomen dat er eventuele schade voortvloeit voor de gezondheid en het milieu. Het symbool van de afvalemmer met een kruis staat op alle producten om de consument eraan te herinneren dat dit gescheiden afval is. Om meer informatie te verkrijgen betreffende een juiste verwijdering van huishoudapparaten kan de consument zich richten tot de gemeentelijke reinigingsdienst of de verkopers. Energiebesparing en milieubehoud • Door de oven te gebruiken vanaf het late middaguur tot aan de vroege ochtend zorgt u ervoor dat uw elektriciteitscentrale minder wordt belast tijdens het ‘spitsuur’. • Houd bij de functies GRILL en GRATINEREN altijd de ovendeur dicht: u bereikt betere kookresultaten en een aanzienlijke energiebesparing (circa 10%). • Houd de afdichtingen altijd schoon zodat ze goed aansluiten op de deur en er geen hitte vrij kan komen. 23 Onderhoud en verzorging BE De elektrische stroom afsluiten Het controleren van de afdichtingen van de oven Sluit altijd eerst de stroom af voordat u tot enige handeling overgaat. Reinigen van het apparaat Controleer regelmatig de staat van de afdichtingen rondom de ovendeur. In het geval de afdichting beschadigd is, dient u zich tot de dichtstbijzijnde Erkende Servicedienst te wenden. Gebruik de oven niet voordat de reparatie is uitgevoerd.  Gebruik nooit stoom- of hogedrukreinigers voor het reinigen van het apparaat. Vervangen van het ovenlampje • De buitenkant, dus zowel het email en het roestvrij staal als de rubberen afdichtingen, kunnen met een spons en een sopje worden afgenomen. Als de vlekken moeilijk te verwijderen zijn, kunt u een speciaal reinigingsmiddel gebruiken. Spoel en droog het na het schoonmaken goed af. Gebruik geen schuurmiddelen of bijtende producten. • De pannendragers, de branderdeksels, de vlamkronen en de branders van de kookplaat kunnen worden verwijderd voor een gemakkelijkere reiniging; was ze in warm water en een niet schurend reinigingsmiddel. Zorg ervoor de afzettingen te verwijderen en doe ze pas op hun plaats als ze volledig droog zijn. • Reinig geregeld het uiteinde van de thermokoppelbeveiliging*. • De binnenkant van de oven kunt u het beste direct na gebruik schoonmaken, als hij nog lauw is. Gebruik warm water en een schoonmaakmiddel, spoel vervolgens af en droog met een zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen. • Reinig het glas van de deur met een spons en niet schurende producten. Droog met een zachte doek. Gebruik geen ruwe schurende materialen of scherpe schrapertjes die het oppervlak zouden kunnen krassen waardoor als gevolg het glas zou kunnen barsten. • De accessoires kunnen gewoon worden afgewassen (eventueel ook in de vaatwasser). 1. Nadat u de oven heeft losgekoppeld van het elektrische net, verwijdert u het glazen deksel van de lamphouder (zie afbeelding). 2. Schroef het lampje los en vervang het met eenzelfde soort lampje: spanning 230 V, vermogen 25 W, fitting E 14. 3. Doe het deksel weer op zijn plaats en verbind de oven weer aan het elektrische net. Onderhoud gaskranen Met verloop van tijd kan een kraan stroef worden of vast blijven zitten; in dat geval is het noodzakelijk hem te vervangen.  Dit moet worden uitgevoerd door een door de fabrikant bevoegde installateur. Servicedienst  Wendt u nooit tot niet erkende monteurs. Dit dient u door te geven: • Het soort storing; • Het model apparaat (Mod.) • Het serienummer (S/N) Deze informatie bevindt zich op het typeplaatje op het apparaat. • Sluit het deksel van de kookplaat nooit zolang de gasbranders nog aan of warm zijn. * Slechts op enkele modellen aanwezig. 24
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36

Hotpoint CX65SP1 de handleiding

Categorie
Ovens
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor