Smeg FAB10LBL5 de handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
de handleiding
Inhoudsopgave
99
NL
1 Waarschuwingen 100
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 100
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 102
1.3 Beoogd gebruik 102
1.4 Verwerking 103
1.5 Typeplaatje 103
1.6 Deze gebruiksaanwijzing 103
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 104
2 Beschrijving 105
2.1 Algemene beschrijving 105
2.2 Definitie van de onderdelen 106
2.3 Bedieningspaneel 107
2.4 Beschikbare accessoires 108
3 Gebruik 109
3.1 Waarschuwingen 109
3.2 Voorbereiding 109
3.3 Eerste gebruik 109
3.4 Gebruik van de accessoires 110
3.5 Gebruik van de koelcel 112
3.6 Lawaai tijdens de werking 112
3.7 Uitschakelen 113
3.8 Adviezen voor het conserveren 113
4 Reiniging en onderhoud 115
4.1 Waarschuwingen 115
4.2 Reiniging van het apparaat 115
4.3 Ontdooien van de koelcel 116
4.4 Ontdooiing van de vriescel 116
4.5 Vervangen van de lamp 117
4.6 Oplossingen voor problemen… 117
5 Installatie 119
5.1 Elektrische aansluiting 119
5.2 Plaatsing 119
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen
bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
Waarschuwingen
100
1 Waarschuwingen
1.1 Algemene
veiligheidswaarschuwingen
Persoonlijk letsel
• In overeenstemming met de
geldende voorschriften mogen
kinderen tussen de 3 en 8 jaar
voedsel uit het apparaat halen of
voedsel in het apparaat leggen.
Het wordt echter ten zeerste
afgeraden om kinderen onder de
8 jaar dit te laten doen en in het
algemeen om het apparaat door
hen te laten gebruiken.
• Houd kinderen jonger dan 8 jaar
uit de buurt van het apparaat als
zij niet voortdurend onder toezicht
staan en zorg dat zij niet met het
apparaat spelen.
• Probeer geen vlammen/brand te
doven met water: schakel het
apparaat uit en bedek het vuur
met een brandwerende deken.
• Werkzaamheden voor
schoonmaak en onderhoud die
door de gebruiker moeten
plaatsvinden, mogen niet worden
uitgevoerd door kinderen die niet
onder toezicht staan.
• Laat de installatie en technische
interventies uitvoeren door
gekwalificeerd personeel
overeenkomstig de geldende
normen.
• Voer geen wijzigingen uit op het
apparaat.
• Plaats geen metalen en puntige
voorwerpen (bestek of
gereedschappen) in de spleten
van het apparaat.
Probeer nooit om zelf het apparaat
te repareren, zonder tussenkomst
van een gekwalificeerde technicus.
• Het diepgevroren voedsel mag
niet worden aangeraakt (en
vooral niet met natte handen) of
direct in de mond worden
gedaan.
Bewaar geen ontvlambare,
explosieve of verdampende
stoffen.
Flessen die een hoog percentage
alcohol bevatten, moeten goed
gesloten zijn en in verticale positie
worden opgeborgen.
• Als de stroomkabel beschadigd
is, moet men onmiddellijk contact
opnemen met de technische dienst
die voor de vervanging van de
kabel zal zorgen, om elk risico te
voorkomen.
• WAARSCHUWING:
brandgevaar / brandbare.
• Controleer of het apparaat is
uitgeschakeld en van het
elektriciteitsnet is afgekoppeld,
voordat de lamp wordt
Waarschuwingen
101
NL
vervangen.
Beschadiging van het apparaat
• Leg tijdens het gebruik geen
scherpe metalen voorwerpen op
het apparaat, zoals messen,
vorken, lepels en deksels.
• WAARSCHUWING: Zorg dat
bij de plaatsing van het apparaat
het snoer niet komt vast te zitten of
wordt beschadigd.
• Gebruik geen schurende of
bijtende middelen op de glazen
onderdelen (bijv. poeders,
ontvlekkers of metaalsponsjes).
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Oefen geen druk uit op de deur
of de handgreep om het
apparaat te verplaatsen.
Gebruik geen stoomstraal om het
apparaat te reinigen.
• Gebruik het apparaat in geen
enkel geval om de ruimte af te
koelen.
• Koppel het apparaat steeds los
van het elektriciteitsnet in geval
van defecten, het onderhoud, de
vervanging van de lamp of tijdens
de reiniging.
• Bewaar geen vloeistoffen in blik
of glas in de diepvries.
• Gebruik geen puntige metalen
voorwerpen om overtollig ijs uit de
vriescel te verwijderen.
• Om te voorkomen dat het
apparaat instabiel staat, moet het
correct volgens de instructies in
deze handleiding worden
geïnstalleerd en bevestigd.
• Plaats geen zware voorwerpen
bovenop het apparaat.
• Indien het apparaat vlakbij een
andere koelkast of vriezer wordt
geplaatst, houd dan minimaal
2 cm ruimte aan.
Het apparaat niet in de openlucht
installeren/gebruiken.
Voor dit apparaat
Het apparaat mag door kinderen
boven de 8 jaar en door mensen
met een lichamelijke, zintuigelijke
of geestelijke beperking of zonder
de noodzakelijke ervaring of
kennis gebruikt worden, mits zij
onder toezicht staan of nadat zij
geïnstrueerd zijn over het veilige
gebruik van het apparaat en zij de
bijbehorende gevaren hebben
begrepen.
Houd toezicht op kinderen zodat
zij niet met het apparaat kunnen
spelen.
Ga niet steunen of zitten op de
geopende deur van het apparaat.
Controleer of er geen voorwerpen
in de deur vastzitten.
Het apparaat bevat een kleine
hoeveelheid isobutaan (R600a).
Pas tijdens het transport, de
montage of de reiniging op dat
Waarschuwingen
102
het koelcircuit niet beschadigd
raakt.
Voorkom dat ventilatieopeningen
in de ruimte rondom het apparaat
of in de inbouwnis zijn bedekt.
Gebruik geen andere
mechanische, elektrische of
chemische middelen dan door de
fabrikant worden aanbevolen om
het ontdooien te versnellen.
Voorkom dat het koelcircuit
beschadigt (indien het
toegankelijk is).
Gebruik geen elektrische
apparaten in de compartimenten
voor de conservering van
levensmiddelen als deze niet door
de fabrikant zijn aanbevolen.
Indien het koelcircuit wordt
beschadigd, geen open vuur
gebruiken en de ruimte goed
luchten.
Gebruik het apparaat of
onderdelen ervan niet anders dan
in deze handleiding wordt
beschreven.
• Als de deur langdurig open blijft
staan, kan dit een aanzienlijke
verhoging van de temperatuur in
het apparaat veroorzaken.
• Maak oppervlakken die in
contact komen met voedsel en
toegankelijke afvoersystemen
regelmatig schoon.
• Bewaar rauw vlees en vis in
bakjes die geschikt zijn voor de
koelkast, zodat het niet in contact
komt met andere voedingswaren
en er geen vlees- of vissappen op
andere voedingswaren
druppelen.
Als het apparaat lange perioden
leeg wordt gelaten, schakel het
dan uit, ontdooi het, maak het
schoon en droog en laat de deur
open om schimmelvorming aan de
binnenkant te voorkomen
.
1.2 Aansprakelijkheid van de
fabrikant
De fabrikant kan niet aansprakelijk
worden gesteld voor schade aan
personen en voorwerpen ten
gevolge van:
een ander gebruik van het
apparaat dan wordt voorzien;
het niet in acht nemen van de
voorschriften van de
gebruiksaanwijzing;
het forceren van ook slechts één
deel van het apparaat;
het gebruik van niet-originele
reserveonderdelen.
1.3 Beoogd gebruik
Dit apparaat is bestemd voor
gebruik in huis of in een soortgelijke
omgeving:
de kantine van het personeel van
winkels, kantoren en andere
werkplekken;
vakantieboerderijen en door
gasten van hotels, motels en
Waarschuwingen
103
NL
andere verblijven;
in bed en breakfasts;
catering en soortgelijke
applicaties die niet voor de
detailhandel bestemd zijn.
• Het apparaat is niet bestemd voor
professioneel en commercieel
gebruik.
Dit apparaat is bestemd voor de
koeling en bewaring van vers en
diepgevroren voedsel, in een
huiselijke omgeving. Elk ander
gebruik is oneigenlijk.
Het apparaat is niet ontworpen
om te functioneren met externe
kookwekkers of
afstandsbedieningssystemen.
1.4 Verwerking
Het apparaat moet op het einde
van zijn gebruiksduur afzonderlijk
ingezameld worden (richtlijnen
2002/95/EG, 2002/96/EG,
2003/108/EG). Het apparaat bevat
geen delen die als gevaarlijk voor de
gezondheid en het milieu worden
beschouwd, conform de actuele Europese
Richtlijnen.
Verwijdering van het apparaat:
Snijd de voedingskabel af en verwijder
de elektrische kabel en de stekker.
Oude of gebruikte apparaten aan het
einde van hun levensduur moeten door
de gebruiker worden ingeleverd bij
geschikte centra voor de gescheiden
inzameling van elektrisch en elektronisch
afval, of het overhandigen aan de
verkoper wanneer een nieuw
gelijkaardig apparaat wordt gekocht.
In geval van vervanging van het
apparaat de deur verwijderen en de
leggers in hun gebruikspositie laten
liggen om te voorkomen dat kinderen
erin opgesloten kunnen raken.
Het apparaat zit verpakt in
milieuvriendelijke en recyclebare
materialen.
Breng het verpakkingsmateriaal naar de
betreffende centra voor afvalverwerking.
1.5 Typeplaatje
Het typeplaatje bevat de technische
gegevens, het serienummer en de
markering. Het plaatje mag in geen
geval worden verwijderd.
1.6 Deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is een
belangrijk onderdeel van het
apparaat en dient gedurende de
volledige levensduur intact en op
een eenvoudig te bereiken plaats
worden bewaard.
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
Schakel de stroomtoevoer uit.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Plastic verpakking
Gevaar voor verstikking
Laat de verpakking, of delen ervan, niet
onbewaakt achter.
Laat kinderen niet spelen met de plastic
zakken van de verpakking.
Waarschuwingen
104
Lees deze gebruiksaanwijzing
aandachtig vóór installatie.
1.7 Wegwijs in de
gebruiksaanwijzing
In deze gebruiksaanwijzing komen de
volgende begrippen voor:
1. Volgorde van de
gebruiksaanwijzingen.
Enkele gebruiksaanwijzing.
Waarschuwingen
Algemene waarschuwingen in
verband met de
gebruiksaanwijzing, veiligheid en
verwerking van afgedankte
producten.
Beschrijving
Beschrijving van het apparaat en de
accessoires.
Gebruik
Informatie over het gebruik van het
apparaat en de accessoires, advies
voor de bewaring van voedsel.
Reiniging en onderhoud
Informatie over correcte
schoonmaak en onderhoud van het
apparaat.
Installatie
Informatie voor gekwalificeerde
technici: installatie, inbedrijfstelling
en keuring.
Veiligheidswaarschuwingen
Informatie
Suggestie
Beschrijving
105
NL
2 Beschrijving
2.1 Algemene beschrijving
1 Vriescel
2 Verwijderbare schappen
3 Afvoerkanaal voor dooiwater
4 Afdekking groente- en fruitlade
5 Lade voor fruit en groenten
6 Regelbare voetjes
7 Deurvak voor zuivelproducten
8 Deurvak voor eieren
9 Leggers voor flessen
10 Flessenvak
11 Lampzitting
12 Thermostaatknop
Beschrijving
106
2.2 Definitie van de onderdelen
Binnenverlichting
De binnenverlichting van het apparaat
wordt ingeschakeld wanneer de deur
wordt geopend en uitgeschakeld als deze
wordt gesloten..
Thermostaat koelkast
Voor het regelen van de binnentemperatuur
van het apparaat.
Schappen
Dit apparaat heeft meerdere schappen die
op verschillende hoogtes kunnen worden
geplaatst, door ze in de gewenste
geleiders te plaatsen; handig om optimaal
gebruik te maken van de ruimte en om
voedingsmiddelen en dranken in de koelcel
te leggen.
Watergoot voor de ontdooiing
Achteraan de koelcel, onder de koelplaat,
bevinden zich een goot en een gat voor de
opvang van het dooiwater.
De lamp gaat ook aan als de
thermostaat van het apparaat
ingesteld is op stand “0”, dat wil
zeggen uitgeschakeld.
Controleer regelmatig of deze
opening niet is verstopt en reinig
hem eventueel.
Beschrijving
107
NL
Deurvakken
Aan de binnenkant van de deur zijn
deurvakken geplaatst, waarin kleine pakjes
kunnen worden gelegd. De houder
onderaan de deur is om flessen in te zetten.
Deurvak voor zuivelproducten
Er is een speciaal vak met deksel aanwezig
voor het bewaren van zuivelproducten en
kaas. Dit vak kan naar wens op
verschillende hoogtes worden geplaatst.
Lade voor fruit en groenten
Voor het bewaren van fruit en groenten; in
deze lade wordt een constante graad van
vochtigheid gegarandeerd.
2.3 Bedieningspaneel
1 Lampzitting.
2 Thermostaatknop koelkast.
Beschrijving
108
2.4 Beschikbare accessoires
IJsblokjesbakje
Voor de productie van ijsblokjes, om in de
vriescel te leggen.
Eierbakje
Voor het bewaren van eieren in de koelcel.
Op sommige modellen zijn niet
alle accessoires aanwezig.
De accessoires die in contact
kunnen komen met het voedsel zijn
gemaakt van materialen conform
de van kracht zijnde
wetsbepalingen.
De bijgeleverde of optionele
accessoires zijn verkrijgbaar bij
erkende verkopers. Gebruik enkel
de originele accessoires van de
fabrikant.
Gebruik
109
NL
3 Gebruik
3.1 Waarschuwingen
3.2 Voorbereiding
1. Verwijder eventuele beschermfolie aan
de binnen- en buitenzijde van het
apparaat en de accessoires.
2. Verwijder eventuele etiketten (behalve
de plaat met technische gegevens) van
de accessoires en de schappen.
3. Verwijder en was alle accessoires van
het apparaat (zie 4 Reiniging en
onderhoud).
4. Stop de stekker in het stopcontact.
3.3 Eerste gebruik
Incorrect gebruik.
Gevaar voor beschadiging van
het apparaat
Verwijder het ijs of de rijp niet met
behulp van scherpe voorwerpen, om
schade aan de wanden van het
apparaat te vermijden.
Ga niet steunen of zitten op de deur van
het apparaat.
Raak de verwarmingselementen aan de
buitenkant van het apparaat niet aan.
Bewaar geen ontvlambare, explosieve
of verdampende stoffen.
Organische en zure stoffen, en
etherische oliën, kunnen de plastic
delen, de schappen en de pakkingen
aantasten in geval van langdurige
aanraking.
Flessen die een hoog percentage
alcohol bevatten, moeten goed
gesloten zijn en in verticale positie
worden opgeborgen.
Gebruik het apparaat of onderdelen
ervan niet anders dan in deze
handleiding wordt beschreven.
Om de luchtcirculatie onder het
apparaat te bevorderen, moet de ruimte
onderaan vrij gelaten worden. Sluit
deze niet af met een tapijt of dergelijke.
Na de installatie of een
eventuele terugplaatsing van het
apparaat, minimaal twee uur
wachten alvorens het in gebruik
te nemen.
Bij de eerste inschakeling moet
het apparaat 24 uren
achtereenvolgens functioneren
voordat een gepaste
temperatuur wordt bereikt.
Intussen mag de deur niet teveel
geopend worden en mag geen
grote hoeveelheid voedsel in het
apparaat geplaatst worden.
Gebruik
110
Instelling thermostaat koelkast
De knop rechtsboven op het apparaat
dient om de koeltemperatuur te regelen.
Op stand 0 is het apparaat uitgeschakeld.
De instellingen van de werking variëren van
stand 1 tot 5.
De standen 1 en 2 staan voor een
kleiner koelvermogen.
De standen 3 en 4 staan voor een
normaal koelvermogen.
Stand 5 staat voor het grootste
koelvermogen.
Bij normale gebruiksomstandigheden wordt
geadviseerd om een gemiddelde/lage
stand in te stellen (stand 1 of 2), deze is
voldoende voor een juiste conservering van
voedsel in de koelkast.
Selecteer de hoogste standen (4 en 5)
alleen als dit echt nodig is: in die standen
kunnen in de koelkast temperaturen rond de
0°C worden bereikt en wordt er
meerstroom verbruikt.
3.4 Gebruik van de accessoires
Schappen
Deze kunnen naar wens, en op
verschillende hoogtes, in de daarvoor
bestemde geleiders geplaatst worden.
Elk schap is voorzien van een bescherming
zodat deze niet toevallig kan verwijderd
worden. Om de schappen helemaal te
verwijderen, moet u ze achteraan optillen
(1) en eruit halen (2).
Bij een hogere stand van 1 tot 5
wordt de temperatuur in de koelcel
lager.
De regeling van de temperatuur in
het vriesvak wordt bestuurd door
de hoofdthermostaat.
Voedsel dat gemakkelijk bederft,
moet achteraan op de schappen
geplaatst worden waar de
temperatuur lager is.
Gebruik
111
NL
Deurvakken en -rekken
Om eieren, boter, zuivelproducten, tubes
en andere kleine pakjes te bewaren.
Onderaan de deur is een flessenvak
voorzien.
Plaats geen te zware flessen in het
flessenvak en laat ze tijdens de plaatsing
niet in de houder vallen.
Alle deurvakken en houders kunnen
verwijderd worden om ze makkelijk te
kunnen reinigen. Om ze te verwijderen,
moet u met uw vuist lichtjes van onderen
tegen de vakken slaan, en dit eerst aan de
ene zijde en daarna aan de andere.
Lade voor fruit en groenten
Deze lade, die zich onderaan in de
koelkast bevindt, is voorzien van een
glazen plaat om verse levensmiddelen af te
dekken, waarbij voor een goede
conservering een constante
vochtigheidsgraad nodig is.
IJsblokjeshouder
Vul deze houder met koud water of water
van omgevingstemperatuur. Plaats de
houder horizontaal in de diepvries. Sluit de
deur van de diepvries en wacht enkele
uren. Wanneer het ijs is gevormd, kan de
houder uit de vriescel gehaald worden en
kunnen de ijsblokjes verwijderd en gebruikt
worden.
Wanneer groenten met een hoog
vochtgehalte worden bewaard,
kan zich condens op de glazen
platen vormen. Dit is normaal en
heeft geen invloed op de goede
werking van het apparaat.
Gebruik
112
3.5 Gebruik van de koelcel
Schikking van het voedsel
Plaats het voedsel op de verschillende
schappen nadat het luchtdicht verpakt of
afgedekt is. Op deze manier
worden het aroma, de vochtigheid en de
versheid van het voedsel behouden;
wordt vermeden dat het voedsel andere
geuren of smaken krijgt;
wordt een excessieve ophoping van
vochtigheid in het compartiment
vermeden, te wijten aan de normale
transpiratie van het voedsel (vooral bij
verse groenten en fruit), wat tijdens
bepaalde werkingsomstandigheden
(verhoging van de temperatuur en de
vochtigheid van de omgeving, verhoging
van de frequentie van het openen van de
deur) condensvorming op de leggers
zou kunnen creëren.
Tabel bewaringstijden
3.6 Lawaai tijdens de werking
De koeling van de koelcel en van de
vriescel gebeurt door middel van een
compressiesysteem. Om de geselecteerde
temperatuur in de cellen te behouden,
wordt de compressor in werking gesteld
die, indien noodzakelijk, continu in werking
kan blijven afhankelijk van de ingestelde
temperatuur. Wanneer de compressor in
werking wordt gesteld, wordt een gezoem
geproduceerd dat na enkele minuten
langzaam aan afneemt.
Een ander lawaai dat normaal is tijdens de
werking van het apparaat is het geklater
van koelmiddel dat in de leidingen van het
circuit stroomt. Dit lawaai is normaal, en
duidt niet op een slechte werking van de
machine. Als het lawaai te erg zou zijn, kan
dit te wijten zijn aan andere oorzaken.
Controleer dus het volgende:
of de koelkast correct genivelleerd is op
de vloer, en niet trilt tijdens de werking
van de compressor: voer een correcte
regeling van de voorziene voetjes uit;
of de laden, de leggers en de bakjes in
de deur correct in de daarvoor
bestemde zittingen geplaatst zijn: zorg
er voor dat deze correct zijn
gepositioneerd;
of de flessen en de bakjes stabiel op de
leggers geplaatst zijn, en niet tegen
elkaar komen: trillingen als gevolg van
de werking van de compressor zouden
lawaaierigheid kunnen veroorzaken;
Plaats het apparaat niet tegen meubels
of andere huishoudelijke apparaten.
Laat warm voedsel en warme
dranken steeds afkoelen vooraleer
ze in het apparaat worden
geplaatst.
Voedsel Tijd
Eieren, gerookt vlees,
gemarineerd voedsel, kaas
max. 10 dagen
Groenten met wortels max. 8 dagen
Boter max. 7 dagen
Patisserie, fruit, kant-en-klaar
voedsel, vers vlees
max. 2 dagen
Vis, gehakt, zeevruchten max. 1 dag
Gebruik
113
NL
3.7 Uitschakelen
Indien het apparaat lang niet zal gebruikt
worden, wordt aanbevolen om het uit te
schakelen.
1. Zet de thermostaatknop op stand “0”.
2. Haal de stekker uit het stopcontact.
3. Maak de cellen leeg.
4. Laat het apparaat zelfstandig
ontdooien en verwijder achtergebleven
vocht met een zachte doek.
3.8 Adviezen voor het conserveren
Advies om energie te besparen
Een gepast gebruik van het apparaat,
de correcte verpakking van het voedsel,
de constante temperatuur en de hygiëne
van het voedsel is van fundamenteel
belang voor de kwaliteit van bewaring.
Beperk de tijd en het aantal keren dat de
deur geopend wordt, zodat een te grote
verwarming in de cellen wordt
vermeden.
Reinig de condensator achteraan het
apparaat regelmatig om te voorkomen
dat de doeltreffendheid van het
apparaat afneemt.
Laat de deuren op een kier
staan om te vermijden dat de
vochtigheid en de stilstaande
lucht slechte geurtjes kunnen
ontwikkelen.
Wacht ten minste 5 minuten
alvorens het apparaat weer in te
schakelen of de stekker in het
stopcontact te steken om de
compressor niet te beschadigen.
Gebruik
114
Algemeen advies
Controleer altijd de vervaldatum op de
verpakking van het voedsel.
Het voedsel moet in gepast gesloten
bakjes of verpakkingen bewaard
worden, die geen geurtjes of
vochtigheid kunnen verspreiden of
absorberen.
Indien u langdurig afwezig zult zijn, moet
u gemakkelijk bederfelijk voedsel uit het
apparaat halen.
Consumeer geen voedsel dat er niet
normaal uitziet of geur heeft.
Bij stroomuitval de deuren van het
apparaat zo min mogelijk openen,
zodat het voedsel niet helemaal of
gedeeltelijk ontdooit of opwarmt,
waardoor de voedingswaarde zou
afnemen.
De klimatologische omstandigheden, de
temperatuur van het verse voedsel dat in
de koelcel wordt geplaatst en de
frequentie van opening van de deuren
beïnvloeden de werkingstemperaturen
van het apparaat.
Deur koelcel
Bewaar eieren, boter, kaas, enz.
bovenaan en in het midden.
Bewaar dranken, blikjes, flessen, enz.
onderaan.
Koelcel
Bewaar conserven, wijn, koekjes, enz.
bovenaan.
Bewaar zuivelproducten, kant-en-klaar
voedsel, patisserie, fruitsapjes, bier, enz.
in het midden.
Bewaar vlees, vleeswaren, enz.
onderaan.
Bewaar vers fruit, tropisch fruit, groenten,
wortelen, aardappelen, uien, enz. in de
lade voor fruit en groenten (indien
aanwezig).
In geval van een
stroomonderbreking behoudt de
vriescel ongeveer 18 uur de
temperatuur van bewaring.
Reiniging en onderhoud
115
NL
4 Reiniging en onderhoud
4.1 Waarschuwingen
4.2 Reiniging van het apparaat
Een speciale bacteriedodende
bescherming in de bovenlaag van de
wanden van het apparaat belet de
reproductie van bacteriën, en behoudt de
reiniging. Het is alleszins belangrijk dat de
oppervlakken regelmatig worden
gereinigd.
Reiniging van de buitenkant
Het apparaat moet gereinigd worden
met water of met een vloeibaar
reinigingsmiddel op alcoholbasis (bijv.
reinigingsmiddel voor ruiten...).
Gebruik geen agressieve
reinigingsmiddelen of schuursponsjes
zodat de oppervlakken niet worden
beschadigd. Gebruik een zachte doek.
Verwijder stof en rookafzettingen van de
condensator achteraan het apparaat
met behulp van een zachte borstel.
Reinig het bakje onder de compressor.
Reiniging van de binnenkant
Reinig de binnenkant van het apparaat
met verdund vloeibaar reinigingsmiddel
en met lauw water en een beetje azijn.
De rekken en de houders van de deuren
kunnen verwijderd worden: sla met de
vuist lichtjes onderaan de vakjes, en dit
eerst aan de ene zijde van de plaatsing
en daarna aan de andere.
Gebruik geen puntige voorwerpen of
spray-oplossingen om overtollig ijs te
verwijderen.
Zorg ervoor dat de elektrische delen en
het verlichtingssysteem niet in aanraking
komen met water of reinigingsmiddelen.
Maak na het reinigen de gereinigde
delen goed droog.
Incorrect gebruik.
Beschadiging van de
oppervlakken
Gebruik geen stoomstraal om het
apparaat te reinigen.
Gebruik op de stalen delen of de delen
waarvan het oppervlak met metalen
afwerkingen werd behandeld (bijv.
elektrolytische oxidaties, vernikkeling,
verchroming) geen producten die
chloor, ammoniak of bleekmiddel
bevatten.
Gebruik geen schurende of bijtende
middelen op de glazen onderdelen
(bijv. poeders, ontvlekkers of
metaalsponsjes).
Gebruik geen ruw, schurend of scherp
materiaal.
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
Voordat de reiniging of het onderhoud
wordt uitgevoerd, moet het apparaat
uitgeschakeld worden en moet de
stekker uit het stopcontact gehaald
worden
Trek nooit aan de kabel om de stekker
uit het stopcontact te halen.
Verdraai of buig de stroomkabel niet.
Reiniging en onderhoud
116
Voor een hogere energiebesparing en een
efficiëntere werking van het apparaat moet
regelmatig de condensator achteraan het
apparaat worden gereinigd met een
bezem, een stofzuiger en een doek.
4.3 Ontdooien van de koelcel
De koelcel is voorzien van een automatisch
ontdooisysteem.
Tijdens de normale werking van de
compressor vormt zich rijp op de
achterwand van het apparaat, dat weer
smelt als de compressor niet in werking is.
Wanneer de compressor niet werkt,
ontdooit de rijp die gevormd is op de
achterwand en loopt het water in de
daarvoor bestemde opening onderaan de
cel.
Het water wordt vervolgens naar het bakje
gevoerd dat onder de compressor
geplaatst is, waar het verdampt.
4.4 Ontdooiing van de vriescel
De vriescel moet handmatig ontdooid
worden. Als de dikte van de rijp of het ijs de
2 cm bereikt, wordt geadviseerd om de
vriescel te ontdooien.
Ga als volgt te werk, enkele uren voordat u
begint met het ontdooien:
1. Zet de thermostaat op stand 5 om de
ingevroren levensmiddelen nog verder
te bevriezen.
2. Draai de knop op stand 0.
3. Trek de stekker uit het stopcontact.
Haal de ingevroren levensmiddelen uit de
vriezer en bescherm ze tegen ontdooien;
zet een bak onder het afvoerkanaal voor
het dooiwater.
Maak de vriescel goed droog na afloop
van het ontdooien.
De vorming van ijs op de
achterwand kan variëren wanneer
de klimaatsomstandigheden
(temperatuur en vochtigheid), de
frequentie van de opening van de
deur, de werkingstemperatuur van
de machine en de hoeveelheid
vers voedsel dat aanwezig is
(vooral fruit en groenten)
veranderen.
Gebruik voor de ontdooiing geen
elektrische apparaten (bijv.
haardroger...) of een spray, omdat
anders de plastic delen zouden
kunnen vervormen.
Reiniging en onderhoud
117
NL
4.5 Vervangen van de lamp
De koelkastlamp bevindt zich naast de
koelkastthermostaat; om deze te
vervangen:
1. Open de zitting van de lamp, naast de
thermostaatknop, aan de rechterkant
van de koelcel van het apparaat.
2. Verwijder de oude lamp
3. Vervang de lamp door een ander
exemplaar van hetzelfde type.
4.6 Oplossingen voor problemen…
Het apparaat functioneert niet:
Controleer dat het apparaat is
aangesloten en dat de hoofdschakelaar
is ingeschakeld.
De compressor wordt te frequent in werking
gesteld, of is ononderbroken in werking:
De buitentemperatuur is te hoog.
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
De deur sluit niet hermetisch.
Er is teveel vers voedsel aanwezig.
Controleer of er voldoende lucht
circuleert nabij de sensor die zich in het
rechter deel van de koelcel bevindt.
Controleer of het achterste deel van de
koelcel voldoende wordt geventileerd,
en of de condensator niet zeer vuil is.
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
Voordat de lamp wordt vervangen moet
het apparaat uitgeschakeld worden en
moet de stekker uit het stopcontact
gehaald worden
De aanduiding op de
lamphouder verwijst naar
gloeilampen. Wij adviseren het
gebruik van S25-E14 LED-
lampen, max. 1,5 W.
Wacht na de vervanging van
lampen 5 minuten alvorens de
stekker in het stopcontact te
steken.
Reiniging en onderhoud
118
In de koelcel wordt teveel ijs of condens
gevormd:
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
Er is vers voedsel (fruit en groenten) in de
koelcel geplaatst.
Voedsel niet correct verpakt of niet
hermetisch bewaard.
Het voedsel of de bakjes raken de
achterwand.
De deurpakking is vuil of beschadigd.
Reinig de pakking met lauw water en
maak hem daarna droog.
Er wordt water gevormd in de koelcel:
De opening en/of de watergoot zijn
verstopt.
Onvoldoende koeling van de koelcel:
De thermostaat is ingesteld op een te
hoge temperatuur.
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
De deur sluit niet hermetisch.
De buitentemperatuur is te hoog.
De temperatuur in de koelcel is te laag en
bevriest het voedsel:
De thermostaat is ingesteld op een te
lage temperatuur.
Het voedsel is niet in daarvoor bestemde
bakjes of zakjes geplaatst.
Fruit en groenten zouden excessief nat
kunnen worden.
Het voedsel is tegen de achterwand van
de koelcel geplaatst.
De temperatuur in de vriescel zorgt niet
voor een correcte bevriezing van het
voedsel:
De thermostaat is ingesteld op een te
hoge temperatuur.
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
De deur sluit niet hermetisch.
De deurpakking is vuil of beschadigd.
Reinig of vervang de pakking.
Er is een te grote hoeveelheid suiker
aanwezig in het in te vriezen voedsel.
In de vriescel wordt teveel ijs gevormd:
De thermostaat is ingesteld op een te
lage temperatuur.
De buitentemperatuur is te hoog.
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
De deur sluit niet hermetisch.
De deurpakking is vuil of beschadigd.
Reinig of vervang de pakking.
Er werd warm voedsel in de vriescel
geplaatst.
Moeilijkheden bij de opening van de deur
onmiddellijk na de sluiting:
Wanneer de deur onmiddellijk na de
sluiting weer moet geopend worden
(vooral de deur van de diepvries), zal
hiervoor veel kracht moeten worden
gebruikt. Dit is te wijten aan de
onderdruk die gecreëerd wordt door de
koeling van de warme lucht die in de cel
terecht kwam.
De deur is niet goed uitgelijnd:
Controleer dat het apparaat correct is
genivelleerd.
Handel op de voetjes tot een perfecte
uitlijning wordt verkregen.
Installatie
119
NL
5 Installatie
5.1 Elektrische aansluiting
Algemene informatie
Controleer of de kenmerken van het
stroomnet overeenstemmen met de
gegevens op het typeplaatje. Het
typeplaatje met de technische gegevens,
het serienummer en de markering is
zichtbaar op het apparaat aangebracht.
Dit plaatje mag nooit verwijderd
worden.
Verdraai of buig de stroomkabel niet en
gebruik geen beschadigde kabel.
Controleer of de stekker en het
stopcontact van hetzelfde type zijn.
Gebruik geen verloopstekkers, adapters
of aftakkingen, omdat ze oververhitting
of brand zouden kunnen veroorzaken.
De stekker moet bereikbaar blijven na
de installatie van het apparaat.
Voordat het apparaat de eerste maal
ingeschakeld wordt, moet het minstens
2 uren in de horizontale positie gelaten
worden.
Indien de stroomkabel moet vervangen
worden, mag dit enkel uitgevoerd
worden door een bevoegde technicus
van de technische assistentie.
5.2 Plaatsing
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
De aarding moet verplicht aangebracht
worden volgens de voorziene
veiligheidsnormen van de elektrische
installatie.
Trek nooit aan de kabel om de stekker
uit het stopcontact te halen.
Voer geen elektrische aansluiting uit met
natte handen.
Zwaar apparaat
Pletgevaar
Plaats het apparaat samen met een
tweede persoon.
Druk op de open deur
Gevaar voor beschadiging van
het apparaat
Gebruik de deur niet als hefboom om
het apparaat te plaatsen.
Oefen niet te veel kracht uit op de
geopende deur.
Het apparaat mag niet blootgesteld
worden aan zonnestralen.
Het apparaat mag niet nabij
warmtebronnen gepositioneerd
worden. Indien dit toch noodzakelijk is,
moet een gepast isolatiepaneel
voorzien worden.
Plaats het apparaat niet buiten.
Installatie
120
Keuze van de plek
Het apparaat moet op een droge plek
geplaatst worden, waar een goede
luchtverversing wordt gegarandeerd. Het
apparaat kan gebruikt worden bij
verschillende temperatuurcondities al
naargelang de klimatologische klasse van
herkomst (die wordt aangeduid op de
gegevensplaat die zich in de koelcel
bevindt).
Positioneer het apparaat op minstens
5 cm afstand van elektrische fornuizen of
gasfornuizen, en op minstens 50 cm
afstand van verwarmingssystemen of
radiatoren.
Het apparaat mag niet nabij
warmtebronnen gepositioneerd worden.
Indien dit toch noodzakelijk is, moet een
gepast isolatiepaneel voorzien worden.
Indien het apparaat onder een
keukenkast wordt geïnstalleerd, moet de
afstand tot deze kast minstens 15 cm
bedragen.
Plaats het apparaat op een plek waar
voldoende ruimte aanwezig is voor de
opening van de deuren, en voor de
eventuele verwijdering van de interne
leggers en laden.
Afstandhouders
Voor een correcte koeling van de
condensator mag het apparaat niet te dicht
tegen een muur worden geplaatst. Daarom
is het product voorzien van twee plastic
afstandhouders die achteraan de
condensator geplaatst moeten worden.
Om de afstandhouders te plaatsen, steekt u
ze tussen de verticale stangen van de
condensator (1), draai ze vervolgens
90 graden naar links of naar rechts om ze
vast te zetten (2).
Klasse Omgevingstemperatuur
SN (Subnormaal) van + 10°C tot + 32°C
N (Normaal) van + 16°C tot + 32°C
ST (Subtropisch) van + 18°C tot + 38°C
T (Tropisch) van + 18°C tot + 43°C
Installatie
121
NL
Plaatsing
Plaats het apparaat op een stabiele en
genivelleerde ondergrond.
Wees zeer voorzichtig tijdens het
verplaatsen, zodat de vloer niet wordt
beschadigd tijdens het schuiven (wanneer
de koelkast bijvoorbeeld op parket
geplaatst is).
Om onregelmatigheden van de vloer te
compenseren, is het apparaat vooraan
voorzien van twee regelbare voetjes.
Draai aan de voetjes om het apparaat
waterpas te zetten.
Zorg dat het apparaat iets naar achteren
helt, zodat de deur goed kan sluiten.
Enkele dagen na de installatie moet
gecontroleerd worden of de
beginnivellering nog correct is. Controleer,
wanneer het apparaat werkt en geladen is
met voedsel, of het nog stabiel staat en of
de deurpakkingen hermetisch sluiten. Voer
indien nodig een nieuwe nivellering uit, en
modelleer de pakkingen weer.
Wanneer de diepvries correct
geplaatst is, kan de deur correct
gesloten worden. Controleer of de
pakkingen van de deur vooral in
de hoeken zorgen voor een
hermetische sluiting.
Druk op de pakking
Gevaar voor beschadiging van
het apparaat
Oefen geen druk uit, maak geen
scheuren in de rubbers van de deur, of
trek ze niet los.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24

Smeg FAB10LBL5 de handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
de handleiding