Smeg FAB38RBL5 de handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Inhoudsopgave
139
NL
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen omdat het alle aanwijzingen
bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
1 Waarschuwingen 140
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 140
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 143
1.3 Toepassingsgebied van het apparaat 143
1.4 Verwerking 143
1.5 Typeplaatje 144
1.6 Deze gebruiksaanwijzing 144
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 144
2 Beschrijving van het apparaat 145
2.1 Algemene beschrijving 145
3 Gebruik van het apparaat 146
3.1 Informatie over de nieuwe generatie koeltechnologie 146
3.2 Display en bedieningspaneel 146
3.3 Werking van de koelkast met diepvries 147
3.4 Waarschuwingen voor de regeling van de temperatuur 149
3.5 Accessoires 149
4 Het bewaren van voedsel 153
4.1 Koelcel 153
4.2 Vriescel 154
5 Reiniging en onderhoud 158
5.1 Ontdooiing 158
5.2 Aanwijzingen 159
5.3 Reiniging van het apparaat 159
5.4 Oplossingen voor problemen... 160
6 Installatie 162
6.1 Elektrische aansluiting 162
6.2 Plaatsing 163
6.3 Waarschuwingen voor de installatie 164
6.4 Tijdens het gebruik 165
7 Verzending en verplaatsing 168
7.1 Transport en positie wijzigen 168
8 Voordat u de klantenservice belt 168
9 Advies om energie te besparen 172
Waarschuwingen
140
1 Waarschuwingen
1.1 Algemene
veiligheidswaarschuwingen
Gevaar voor persoonlijk letsel
Raak geen verwarmende de-
len aan tijdens gebruik van het
apparaat.
Houd kinderen jonger dan acht
jaar op een veilige afstand,
tenzij ze voortdurend onder
toezicht staan en zorg ervoor
dat ze niet met het apparaat
spelen.
Volgens de huidige wetgeving
mogen kinderen tussen 3 en 8
jaar voedsel uit het apparaat
nemen of erin plaatsen, maar
wij raden ten zeerste af om
kinderen jonger dan 8 jaar toe
te staan deze handelingen uit te
voeren, en in het algemeen om
toe te staan dat zij het apparaat
gebruiken.
• Probeer geen vlammen/brand
te doven met water: schakel het
apparaat uit en doof de vlam
met een brandwerende deken.
De reinigings- en onderhoud-
swerkzaamheden die door
de gebruiker moeten worden
uitgevoerd, mogen niet door kin-
deren zonder toezicht worden
uitgevoerd.
Laat de installatie en techni-
sche interventies uitvoeren door
gekwaliceerd personeel in ove-
reenstemming met de geldende
normen.
Voer geen wijzigingen uit op
het apparaat.
Plaats geen metalen en puntige
voorwerpen (bestek of gereed-
schappen) in de spleten van het
apparaat.
Probeer nooit om zelf het appa-
raat te repareren, zonder tussen-
komst van een gekwaliceerde
technicus.
Raak bevroren producten niet
aan (vooral niet met natte han-
den), en stop ze niet direct in
uw mond.
Bewaar geen ontvlambare,
explosieve of verdampende
stoffen.
Geen explosieve stoffen zoals
spuitbussen met ontvlambare
drijfgassen in het apparaat
bewaren.
Flessen die een hoog percen-
tage alcohol bevatten, moeten
goed gesloten zijn en in vertica-
le positie opgeborgen worden.
Als de stroomkabel beschadigd
is, moet u onmiddellijk contact
opnemen met de technische
dienst die voor de vervanging
van de kabel zal zorgen om elk
risico te voorkomen.
141
NL
Waarschuwingen
Het langdurig openen van de
deur kan de temperatuur in de
compartimenten van het appa-
raat aanzienlijk doen stijgen.
Reinig regelmatig de opper-
vlakken die in contact kunnen
komen met het voedsel en de
toegankelijke watergoten.
Bewaar rauw vlees en vis in
speciale bakjes in de koelkast,
zodat ze niet in contact kunnen
komen met ander voedsel en er
niet over kunnen druppelen.
Als het koelapparaat voor lan-
gere tijd leeg blijft, schakel het
dan uit, ontdooi het, reinig het,
laat het drogen en laat het open
staan om schimmelvorming te
voorkomen.
Beschadiging van het apparaat
• WAARSCHUWINGEN: Let
er bij het plaatsen van het
apparaat op dat de stroomka-
bel niet klem komt te zitten of
beschadigd raakt.
• WAARSCHUWINGEN: Plaats
geen verlengsnoeren, stekker-
dozen of draagbare voedin-
gen aan de achterkant van het
apparaat.
• Gebruik geen stekkeradapters.
• Leg tijdens het gebruik geen
scherpe metalen voorwerpen
op het apparaat, zoals mes-
sen, vorken, lepels en deksels.
• Gebruik geen schurende of
bijtende middelen op de gla-
zen onderdelen (bijv. poeders,
ontvlekkers of metaalsponsjes).
• Ga niet op het apparaat zit-
ten.
• Pak de deur of het handvat
niet vast om het apparaat te
verplaatsen.
• Gebruik geen stoomstraal om
het apparaat te reinigen.
• Gebruik het apparaat in geen
enkel geval om de ruimte af te
koelen.
• Koppel het apparaat altijd los
van het elektriciteitsnet in geval
van defecten, onderhoud of
tijdens de reiniging.
• Bewaar geen vloeistoffen in
blikjes of glazen bakjes in de
diepvries.
• Gebruik geen scherpe metalen
voorwerpen om overtollig ijs
uit het vriesvak te verwijderen.
• Installeer en bevestig het appa-
raat op een correcte manier,
zoals aangegeven in de in-
structies in deze handleiding,
om ervoor te zorgen dat het
niet onstabiel is.
• Plaats geen zware voorwerpen
op het apparaat.
Waarschuwingen
142
• Als het apparaat in de buurt
van een andere koelkast of
diepvries geïnstalleerd moet
worden, dient deze op een
minimale afstand van 2 cm
geplaatst worden.
• Plaats/gebruik het apparaat
niet in de open lucht.
Voor dit apparaat
• WAARSCHUWING: brandge-
vaar / ontvlambare materia-
len.
• Gebruik van dit apparaat
door kinderen vanaf 8 jaar,
personen met beperkte fysieke,
zintuiglijke of mentale capaci-
teiten of met een gebrek aan
ervaring of kennis is alleen toe-
gestaan mits geïnstrueerd door
volwassenen die verantwoor-
delijk zijn voor hun veiligheid
met betrekking tot het veilige
gebruik en de risico's van het
apparaat zelf.
• Zorg ervoor dat kinderen niet
met het apparaat spelen.
• Ga niet steunen of zitten op de
geopende deur van het appa-
raat.
• Controleer of er geen voorwer-
pen in de deur vastzitten.
• Het apparaat bevat een klei-
ne hoeveelheid isobutaan
(R600a); zorg ervoor dat het
koelcircuit niet beschadigd ra-
akt tijdens transport, installatie
en reiniging.
• Houd de ventilatie-openingen
rondom het apparaat of in de
omgeving vrij van obstakels.
• Geen mechanische, elektrische
of andere chemische middelen
dan degene die door de fa-
brikant zijn aanbevolen gebru-
iken om het ontdooiproces te
versnellen.
• Beschadig het koelcircuit niet
(indien toegankelijk).
• Gebruik geen elektrische ap-
paraten in de compartimenten
voor het bewaren van voedsel
als deze niet door de fabrikant
zijn aanbevolen.
• In geval van beschadiging van
het koelcircuit, vermijd open
vuur en ventileer de ruimte
voldoende.
• Gebruik het apparaat of on-
derdelen ervan niet op andere
manieren dan die in deze han-
dleiding worden beschreven.
143
NL
Waarschuwingen
1.2 Aansprakelijkheid van de
fabrikant
De fabrikant kan niet aansprake-
lijk worden gesteld voor perso-
onlijk letsel en materiële schade
tengevolge:
ander gebruik van het apparaat
dan hetgeen dat wordt voorzien;
het niet naleven van de in-
structies in deze gebruiksaanwij-
zing;
• het forceren, ook van slechts
één deel van het apparaat;
• gebruik van niet-originele reser-
veonderdelen.
1.3 Toepassingsgebied van het
apparaat
Het apparaat is bestemd voor
gebruik in huis of in een soortge-
lijke omgeving:
• de kantine van het personeel
van winkels, kantoren en ande-
re werkplekken;
• vakantieboerderijen en door
gasten van hotels, motels en
andere verblijven;
• in bed en breakfasts;
• catering en soortgelijke appli-
caties die niet voor de de-
tailhandel bestemd zijn.
• Het apparaat is niet ontwor-
pen voor professioneel en
commercieel gebruik.
• Dit apparaat is bestemd voor
de koeling en bewaring van
vers en diepgevroren voedsel,
in een huishoudelijke omge-
ving. Elk ander gebruik wordt
als oneigenlijk beschouwd.
• Het apparaat is niet ontwor-
pen om te functioneren met
externe timers of systemen voor
afstandsbediening.
1.4 Verwerking
Het apparaat moet aan
het einde van zijn gebru-
iksduur gescheiden van
ander vuil ingezameld
worden
(Richtlijnen EG/2002/95,
EG/2002/96,
EG/2003/108).
Het product bevat geen delen die
als gevaarlijk voor de gezondheid
en het milieu worden beschouwd,
conform de actuele Europese Richt-
lijnen.
Verwerking van het apparaat:
• Verwijder de elektrische kabel en
de stekker.
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische
schok
• De stroomtoevoer uitschakelen.
• Het apparaat loskoppelen.
De gebruiker moet de apparatuur
aan het einde van de gebruik-
sduur overdragen aan geschikte
centra voor gescheiden inzame-
ling van elektrisch en elektronisch
afval, of overhandigen aan de
verkoper wanneer een nieuw
gelijkaardig apparaat wordt
gekocht.
Waarschuwingen
144
In geval van vervanging van het
apparaat, verwijder de deur en
laat de plateaus op hun plek sta-
an om te voorkomen dat kinderen
erin vast kunnen komen te zitten.
Het apparaat zit verpakt in milieu-
vriendelijke en recyclebare materia-
len.
Breng het verpakkingsmateriaal
naar de betreffende centra voor
afvalverwerking.
Plastic verpakking
Gevaar voor verstikking
• Laat de verpakking, of delen
ervan, niet onbewaakt achter.
• Laat kinderen niet spelen met de
plastic zakken.
1.5 Typeplaatje
Het typeplaatje bevat de technische
gegevens, het serienummer en de
markering. Het plaatje mag in geen
geval worden verwijderd.
1.6 Deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is een
integrerend deel van het apparaat
en moet gedurende de volledige
bedrijfsduur intact en op een ma-
kkelijk bereikbare plaats worden
bewaard.
Lees deze gebruiksaanwijzing aan-
dachtig vóór installatie.
1.7 Wegwijs in de
gebruiksaanwijzing
In deze gebruiksaanwijzing komen
de volgende begrippen voor:
Aandacht
Ernstig letsel of levensgevaar
Gevaar voor elektrische schok
Gevaar voor hoge spanning
Brand
Waarschuwing; brandgevaar /
ontvlambaar materiaal
Aandacht
Gevaar voor letsel of schade
aan eigendommen
Belangrijk
Correcte werking van het
systeem
Beschrijving
Beschrijving van het apparaat
en de accessoires.
Gebruik
Informatie over het gebruik van
het apparaat en de accessoi-
res, advies voor het bewaren
van voedsel.
Reiniging en onderhoud
Informatie over correcte scho-
onmaak en onderhoud van het
apparaat
Installatie
Informatie voor gekwaliceerde
technici: Installatie, werking en
inspectie.
145
NL
Beschrijving
2 Beschrijving van het apparaat
2.1 Algemene beschrijving
Deze presentatie dient alleen
als informatie over de onder-
delen van het apparaat. De
onderdelen kunnen variëren,
afhankelijk van het model
van het apparaat.
A) Koelcel
B) Vriescel
1) Display en bedieningspaneel
2) Koelventilator
3) Plateaus koelkast
4) Ionisator *
5) Chiller compartiment (vlees en vis)
6) Deksel groenten- en fruitlade
7) Groenten- en fruitlade met vochtre-
gelaar
8) IJsblokjesvorm *
9) Deur bovenste compartiment
10) Diepvriesladen
11) Stelvoeten
12) Flessenrek
13) Plateaus in de deur
14) Eierbakje
* In bepaalde modellen
146
Gebruik
3 Gebruik van het apparaat
3.1 Informatie over de nieuwe
generatie koeltechnologie
De koelkasten die zijn ontwikkeld vol-
gens de nieuwe gene-
ratie koeltechnologie
werken volgens een
ander systeem dan
statische koelkasten.
In traditionele (sta-
tische) koelkasten
kan zich ijs vormen
in de vriescel door
het herhaald openen
van de deur en de
vochtigheid van het
voedsel. Om het ijs
dat zich in de vriescel
vormt te verwijderen,
moeten deze koe-
lkasten systematisch
worden ontdooid: de
koelkast moet worden uitgeschakeld
en het diepgevroren voedsel moet in
geschikte bakjes worden geplaatst. De
koelkasten die zijn ontwikkeld volgens
de nieuwe generatie koeltechnologie
zijn uitgerust met een ventilator die kou-
de, droge lucht in de hele koelkast en
vriescellen verspreidt. De koude lucht
koelt het voedsel uniform en gelijkmatig
en voorkomt de vorming van vochti-
gheid en ijs.
In de koelcel wordt de lucht die wordt
gegenereerd door de ventilator in het
bovenste gedeelte van de cel gekoeld
wanneer deze door de gleuf achter
het luchtkanaal stroomt. Tegelijkertijd
stroomt de lucht door de openingen in
het luchtkanaal en verspreidt de koude
lucht zich gelijkmatig door de koelcel.
Omdat er geen luchtdoorgang tussen
de vriescel en de koelcel is worden
geuren niet vermengd.
Hierdoor bieden de koelkasten die zijn
ontwikkeld volgens de nieuwe genera-
tie koeltechnologie een hoog gebruik-
sgemak, grote volumes en zien zij er
mooi uit.
3.2 Display en bedieningspaneel
Gebruik van het bedieningspaneel
1. Hiermee kunt u de diepvries instel-
len.
2. Hiermee kunt u de koelkast instellen.
3. Indicator ingestelde waarde van de
diepvries.
4. Indicator ingestelde waarde van de
koelkast.
5. Symbool energiebesparing.
6. Symbool superkoud.
7. Symbool alarm.
3 5 6 7 4
1 2
147
NL
Gebruik
3.3 Werking van de koelkast
met diepvries
Zodra het apparaat op het stroom wor-
dt aangesloten, worden alle symbolen
gedurende 2 seconden weergegeven
en de beginwaarden zullen worden
aangegeven als -18 °C op de indica-
tor van de diepvries en +4 °C op de
indicator van de koelkast.
3.3.1 Instellingen
diepvriestemperatuur
De beginwaarde van de tempera-
tuur van de diepvries is -18 °C.
Druk eenmaal op de toets voor de
regeling van de vriezer.
Wanneer de toets voor de eerste keer
wordt ingedrukt, knippert de vorige
waarde op de indicator.
Elke keer dat op dezelfde toets wor-
dt gedrukt, wordt een lagere tempe-
ratuur ingesteld (-16 °C, -18 °C, -20
°C, -22 °C of -24 °C).
Als de knop opnieuw wordt inge-
drukt, start deze opnieuw vanaf -16
°C.
N.B. De energiebesparing
wordt automatisch geactive-
erd wanneer de temperatuur
van de vriescel is ingesteld op
-18 °C.
3.3.2 Instellingen
koelkasttemperatuur
De beginwaarde van de tempera-
tuur op de indicator van de koelkast
is +4 °C.
Druk eenmaal op de toets van de
koelkast.
Elke keer dat op dezelfde toets wor-
dt gedrukt, wordt een lagere tempe-
ratuur ingesteld (+8 °C, +6 °C, +5
°C, +4 °C of +2 °C).
Als de knop opnieuw wordt inge-
drukt, start deze opnieuw vanaf +8
°C.
3.3.3 Superkoude stand
Doel
Een grote hoeveelheid voedsel
invriezen dat niet op de snelvriesru-
imte kan worden geplaatst.
Bereid voedsel invriezen.
Snel vers voedsel invriezen om de
versheid te behouden.
Gebruiksaanwijzing
Houd, om de superkoude stand in te
schakelen, de toets voor de regeling
van de temperatuur 3 seconden inge-
drukt. Na het instellen van de super-
koude stand licht het bijbehorende
symbool op de indicator op en geeft
het apparaat een geluidssignaal om te
bevestigen dat de gekozen stand actief
is.
148
Gebruik
Tijdens de superkoude stand:
Is het mogelijk om de temperatuur
van de koelkast te regelen. In dit ge-
val blijft de superkoude stand actief.
Het is niet mogelijk om de energie-
besparende stand te selecteren.
De superkoude stand kan op dezelf-
de manier worden uitgeschakeld als
waarop hij geselecteerd is.
Opmerking:
De maximale hoeveelheid vers
voedsel (in kilogram) dat binnen 24
uur kan worden ingevroren, wordt
aangegeven op het etiket van het
apparaat.
Activeer de superkoude stand 3
uur voordat u vers voedsel in de die-
pvries plaatst om optimale prestaties
van het apparaat met de diepvries
op maximale capaciteit te bereiken.
De superkoude stand wordt automati-
sch uitgeschakeld na 24 uur of wanne-
er de sensor van de diepvries onder de
-32 °C daalt.
Aanbevolen instellingen voor de
temperatuur van de vriescel en de
koelcel
Diepvries
Cel
Koelkast
Cel
Opmerking
-18 °C 4 °C
Voor regelmatig
gebruik en be-
tere prestaties.
-20 °C,
-22 °C of
-24 °C
4 °C
Aanbevolen
wanneer de
omgevingstem-
peratuur hoger
is dan 30 °C.
Superkou-
de stand
4 °C
Te gebruiken
wanneer u
voedsel in
korte tijd in wilt
vriezen.
-18 °C,
-20 °C,
-22 °C of
-24 °C
2 °C
Deze tempera-
tuurwaarden
moeten wor-
den ingesteld
wanneer de
omgevingstem-
peratuur hoog
is of als wordt
aangenomen
dat de koelcel
niet koud geno-
eg is omdat de
deur vaak wor-
dt geopend.
149
NL
Gebruik
3.4 Waarschuwingen voor de
regeling van de temperatuur
Het wordt afgeraden om het appa-
raat te gebruiken in omgevingen
waar de temperatuur lager is dan
10 °C om de efciëntie ervan niet
in het gedrang te brengen.
Start geen nieuwe regeling als er al
een andere regeling wordt uitgevoe-
rd.
De regeling van de temperatuur
moet worden uitgevoerd op basis
van de frequentie waarmee de deur
geopend wordt, de hoeveelheid
voedsel dat in het apparaat wordt
bewaard en de omgevingstempera-
tuur op de plaats waar het apparaat
is geïnstalleerd.
Om het apparaat de werkingstem-
peratuur te laten bereiken nadat het
op de stroomtoevoer is aangesloten,
moet voorkomen worden dat de
deuren vaak geopend worden en
er grote hoeveelheden voedsel in
wordt geplaatst. Afhankelijk van de
verschillende omgevingstemperatu-
ren kan het tot 24 uur duren tot het
apparaat de werkingstemperatuur
bereikt.
Er is een vertragingsfunctie van 5
minuten voorzien om schade aan
de compressor van het apparaat
te voorkomen wanneer deze wordt
aangesloten of losgekoppeld van de
stroomtoevoer of wanneer er storin-
gen zijn op het stroomnet. Het appa-
raat begint normaliter na 5 minuten
te werken.
3.5 Accessoires
3.5.1 Handbediende
ijsblokjesmachine
(bepaalde modellen)
Trek de hendel naar u toe en verwij-
der de ijsblokjesvorm
Vul het met water tot het aangege-
ven niveau
Pak het linker uiteinde van de hendel
vast en plaats de ijsblokjesvorm in
het ijsbakje
Zodra de ijsblokjes zijn gevormd,
draait u aan de hendel om de
ijsblokjes in het ijsbakje te laten
vallen.
Doe geen water in het ijsbakje
om ijs te maken. Het ijsbakje zal
breken.
150
3.5.2 Houder met laden
De diepvriesladen bieden gemakkeli-
jker toegang tot het voedsel.
Freezer boxes
Verwijdering van de houder met
lade:
Trek de houder met lade zo ver
mogelijk uit de diepvries
Til het voorste deel van de houder
met lade op en trek de houder met
lade uit de diepvries
Herhaal deze handeling in om-
gekeerde volgorde om de lade
terug te plaatsen.
Houd de handgreep van de
houder met lade altijd vast wan-
neer u deze uit de diepvries
trekt.
3.5.3 Superkoude lade (bepaalde
modellen)
Chiller shelf
Het voedsel dat in de superkoude
lade wordt bewaard, in plaats van
in het diepvriescompartiment of in de
koelkast, blijft langer vers en behoudt
langer de smaak en het aanzicht.
Wanneer de plaat van de superkoude
lade bevuild raakt, moet deze verwij-
derd en met water gereinigd worden.
(Water bevriest op een temperatuur
van 0°C, maar voedsel dat zout of
suiker bevat bevriest op lagere tempe-
raturen).
De superkoude lade wordt meestal
gebruikt voor het bewaren van voed-
sel zoals rauwe vis, licht gemarineerd
voedsel, rijst, enz.
Plaats geen voedsel dat
ingevroren moet worden of
ijsbakjes (om ijs te maken) in
de superkoude lade.
Gebruik
Laden
Superkoude lade
151
NL
Verwijdering van het plateau van de
superkoude lade:
• Trek de lade naar u toe en schuif
deze over de geleiders.
• Til de lade uit de geleiders en haal
deze uit de koelkast.
3.5.4 Vochtregeling in de
groenten- en fruitlade
(bepaalde modellen)
Fresh dial
Als de groenten- en fruitlade vol is,
opent u de frisse luchtinlaat aan de
voorkant van het compartiment.
Hiermee kan de lucht en de luchtvochti-
gheid in de groenten- en fruitlade gere-
geld worden, waardoor de levensduur
van het voedsel erin wordt verlengd.
De luchtinlaat achter het plateau moet
open zijn indien er condens op het
glazen plateau aanwezig is.
3.5.5 Natuurlijke
ionentechnologie (in
bepaalde modellen)
De natuurlijke ionentechnologie ver-
spreidt negatieve ionen die onaange-
name geuren en stof in de lucht neutra-
liseren.
Door deze deeltjes uit de lucht in
de koelkast te verwijderen, verbetert
de natuurlijke ionentechnologie de
luchtkwaliteit en elimineert het geuren.
Ioniser
• Deze functie is optioneel. Het is mo-
gelijk niet aanwezig in uw product.
• De positie van de ionisator kan van
model tot model verschillen.
Gebruik
Active ION
Instellingen
152
3.5.6 Maxi-versheid mechanisme
(indien aanwezig)
De technologie van het
Maxi-versheid mechanisme
helpt ethyleen (een biopro-
duct dat op natuurlijke wij-
ze vrijkomt uit vers voedsel)
en onaangename geuren
uit de groenten- en fruitla-
de te elimineren. Op deze
manier blijft het voedsel
langer vers.
• Het Maxi-versheid mechanisme moet
eenmaal per jaar worden gereinigd.
Het lter moet 2 uur in een oven op
65 °C worden geplaatst.
Verwijder het achterste lterdeksel
van de lterbehuizing in de richting
van de pijl om het lter te reinigen.
Gebruik geen water of reiniging-
smiddelen om het lter te reinigen.
Maxi Fresh Preserver
(In some models)
De visuele en tekstuele beschrijvingen
van het gedeelte accessoires kunnen
variëren, afhankelijk van het aange-
schafte apparaat.
Gebruik
153
NL
4 Het bewaren van voedsel
4.1 Koelcel
Stel bij normale gebruikscondities de
temperatuur van de koelcel in op +4 of
+6 °C.
Bewaar vloeibare producten altijd in
gesloten bakjes om de luchtvochti-
gheid en de daaruit voortvloeiende
vorming van rijp in de koelkast te ver-
minderen. De rijp concentreert zich
meestal in de koudere delen van de
vloeistof die verdampt en na verloop
van tijd zal het apparaat steeds vaker
moeten worden ontdooid.
Plaats nooit warm voedsel in de koe-
lkast. Laat warme gerechten afkoelen
tot kamertemperatuur en plaats ze in
de koelcel op een manier die voldoe-
nde luchtcirculatie garandeert.
Zorg ervoor dat de producten
niet in direct contact staan met de
achterwand van het apparaat, omdat
dit de vorming van rijp kan veroorza-
ken en de verpakking aan de wand
kan blijven kleven. Open de deur van
de koelkast niet te vaak.
Het wordt aanbevolen om schoon
vlees en vis in verpakkingen die
niet stevig zijn samengedrukt op het
glazen plateau boven de groentelade
te bewaren, waar de lucht kouder
is, dwz in de positie die de beste
bewaarcondities biedt.
Plaats groenten en fruit los in de spe-
ciale houders van de groenten- en
fruitlade.
Plaats groenten en fruit los in de spe-
ciale groenten- en fruitlade.
Het apart bewaren van groenten en
fruit helpt voorkomen dat ethyleenge-
voelige groenten (groene bladgroen-
ten, broccoli, wortelen, enz.) worden
aangetast door fruit dat ethyleen
afgeeft (banaan, perzik, abrikoos,
vijgen, enz.).
Plaats geen natte groenten in de
koelkast.
De bewaartijd van de verschillende
voedingsproducten is afhankelijk van
hun beginkwaliteit en of ze al dan
niet aan een ononderbroken koel-
cyclus zijn onderworpen voordat ze
in de koelkast worden bewaard.
Bewaar vlees niet samen met groen-
ten en fruit om kruisbesmetting te vo-
orkomen. Vloeistoffen die uit het vlees
vrijkomen, kunnen andere producten
in de koelkast besmetten. Het vlees
moet goed worden verpakt en u moet
ervoor zorgen dat eventuele vrijgeko-
men vloeistoffen van de plateaus
worden verwijderd.
Bewaar geen voedsel voor de lucht-
doorgang.
Consumeer verpakt voedsel vóór de
aanbevolen vervaldatum.
Gebruik
154
Opmerking: Bewaar aardappe-
len, uien en knoook niet in de
koelkast.
De onderstaande tabel biedt een
snelle handleiding voor het bewa-
ren van de belangrijkste voedsel-
groepen in de koelcel.
Product
Maximale
bewaartijd
Bewaarmethode
en positie
Groente
en fruit
1 week Groentelade
Vlees en
vis
2 - 3 dagen
In plastic wikkelen
of in zakjes of in
een vleesbakje
leggen en op het
glazen plateau
plaatsen
Verse
kaas
3 - 4 dagen
Op het speciale
plateau in de deur
Boter en
margarine
1 week
Op het speciale
plateau in de deur
Producten
in essen
zoals
melk of
yoghurt
Tot de door
de fabrikant
aanbevolen
vervaldatum
Op het speciale
plateau in de deur
Eieren 1 maand
Op het speciale
plateau in de deur
Gekookt
voedsel
Alle plateaus
4.2 Vriescel
Stel bij normale gebruikscondities de
temperatuur van de vriescel in op -18
of -20 °C.
De diepvries is handig voor de
bewaring van diepgevroren vo-
edsel, voor het invriezen van vers
voedsel en voor de productie van
ijsblokjes.
Om vers voedsel in te vriezen, ver-
pakt en sluit u het verse voedsel op
de juiste manier af, waarbij u ervoor
zorgt dat de verpakkingen gesloten
en waterdicht zijn.
Speciale diepvrieszakjes, zakjes van
polyethyleen en aluminiumfolie en
plastic bakjes zijn de ideale oplos-
sing.
Bewaar vers voedsel niet naast
diepgevroren voedsel, omdat dit het
diepgevroren voedsel kan ontdoo-
ien.
Verdeel vers voedsel voor het invrie-
zen in porties die in één keer kunnen
worden geconsumeerd.
Consumeer ontdooid voedsel binnen
korte tijd na het ontdooien.
Plaats nooit warm voedsel in de
vriescel om te voorkomen dat diep-
gevroren voedsel wordt ontdooid.
Volg altijd de instructies van de
fabrikant op voor het bewaren van
diepgevroren voedsel. Indien er
geen instructies aanwezig zijn mag
het voedsel niet langer dan 3 ma-
anden na de datum van aankoop
worden bewaard.
Let er bij het kopen van diepgevro-
ren voedsel op dat het in optimale
staat is bewaard en dat de verpa-
kking niet is beschadigd.
Diepgevroren voedsel moet in spe-
Gebruik
155
NL
ciale bakjes worden vervoerd en zo
snel mogelijk in de vriezer worden
geplaatst.
Koop geen diepvriesproducten in
verpakkingen die tekenen van vochti-
gheid en abnormale zwelling ver-
tonen. Het is waarschijnlijk dat het
op een ontoereikende temperatuur is
bewaard en de inhoud is bedorven.
De bewaartijd van diepgevroren
voedsel is afhankelijk van de omge-
vingstemperatuur, de instelling van
de thermostaat, hoe vaak de deur
wordt geopend, het soort voed-
sel en de tijd die nodig is om het
product van het verkooppunt naar
huis te transporteren. Volg altijd de
instructies op de verpakking op en
overschrijd nooit de aangegeven
maximale bewaartijd.
De maximale hoeveelheid vers
voedsel (in kilogram) die binnen 24
uur kan worden ingevroren, wordt
aangegeven op het etiket van het
apparaat.
Om gebruik te maken van de ma-
ximale capaciteit van de vriescel,
gebruikt u de glazen plateaus voor
het bovenste en middelste gedeelte
en gebruikt u het onderste rek voor
het onderste gedeelte.
Gebruik de snelvriesruimte om
bereide gerechten snel in te vriezen
(en ander voedsel dat snel moeten
worden ingevroren), omdat de
snelvriesruimte meer vriesvermogen
heeft. De snelvriesruimte is de onder-
ste lade van de vriescel.
Opmerking: Als u de deur van de
vriezer probeert te openen direct nadat
u deze hebt gesloten, merkt u enige
weerstand. Dit is normaal. Zodra het
evenwicht is hersteld, gaat de deur
gemakkelijk open.
Belangrijke opmerkingen:
Vries diepgevroren voedsel dat is
ontdooid nooit opnieuw in.
De smaak van sommige kruiden in
bereide gerechten (anijs, basilicum,
waterkers, azijn, gemengde krui-
den, gember, knoook, ui, mosterd,
tijm, marjolein, zwarte peper, enz.)
verandert en wordt sterker indien
deze voor een lange tijd worden
bewaard. Voeg daarom altijd kleine
hoeveelheden kruiden toe aan het
voedsel dat ingevroren moet worden
of voeg de gewenste kruiden toe na
het ontdooien van het gerecht.
De bewaartijd van voedsel is afhan-
kelijk van het soort smaakmaker dat
wordt gebruikt. Geschikte smaakma-
kers zijn margarine, kalfsvet, olijfolie
en boter. Ongeschikte smaakmakers
zijn pinda-olie en varkensvet.
Vloeibaar voedsel moet worden
ingevroren in plastic bakjes, terwijl
ander voedsel moet worden ingevro-
ren in plasticfolie of plastic zakken.
Gebruik
156
De onderstaande tabel biedt een
snelle handleiding voor het bewa-
ren van de belangrijkste voedsel-
groepen in de vriescel.
Vlees en vis Bereiding
Maximale
bewaartijd
(maanden)
Biefstuk
In aluminiumfolie
wikkelen
6 - 8
Lamsvlees
In aluminiumfolie
wikkelen
6 - 8
Geroosterd
kalfsvlees
In aluminiumfolie
wikkelen
6 - 8
Gesneden
kalfsvlees
In kleine stukjes 6 - 8
Gesneden
lamsvlees
In stukken 4 - 8
Gehakt
In verpakkingen
zonder toegevoe-
gde kruiden
1 - 3
Orgaanvlees
(stukken)
In stukken 1 - 3
Salami
Bewaar in ver-
pakking, ook de
darmen
Kip en
kalkoen
In aluminiumfolie
wikkelen
4 - 6
Gans en
eend
In aluminiumfolie
wikkelen
4 - 6
Hert, konijn
en wild
zwijn
In porties van
2,5 kg of in lets
6 - 8
Zoetwater-
vis (Zalm,
Karper,
Meerval)
Van de in-
gewanden
ontdoen,
ontschubben,
afspoelen en
drogen. Verwi-
jder indien
nodig de kop
en de staart.
2
Magere vis
(zeebaars,
tarbot,
schol)
4
Vette vis
(tonijn,
makreel
blauwvis,
ansjovis)
2 - 4
Schaaldie-
ren
Schoonmaken
en in zakjes
doen
4 - 6
Kaviaar
In de verpa-
kking of in een
aluminium of
plastic bakje
2 - 3
Slakken
In zout water of
in een alumi-
nium of plastic
bakje
3
Opmerking: Ontdooid diepgevroren
vlees moet worden bereid als vers
vlees. Als het vlees niet wordt bereid,
mag het niet opnieuw worden ingevro-
ren na het ontdooien.
Groente en
fruit
Bereiding
Maximale
bewaartijd
(maanden)
Bonen en
sperziebo-
nen
Wassen, in
kleine stukjes
snijden en in
water koken
10 - 13
Bonen
Schillen, was-
sen en in water
koken
12
Kool
Schoonmaken
en in water
koken
6 - 8
Gebruik
157
NL
Wortels
Schoonmaken,
snijden en in
water koken
12
Paprika’s
De steel verwi-
jderen, door-
midden snijden,
de draden en
zaadjes uit
de binnenkant
verwijderen en
in water koken
8 - 10
Spinazie
Wassen en in
water koken
6 - 9
Bloemkool
De bladeren
verwijderen,
het hart in
stukken snijden
en korte tijd in
water en citro-
ensap leggen
10 - 12
Aubergines
Na het wassen
in stukken van
2 cm snijden
10 - 12
Maïs
Schoonmaken
en met steel ver-
pakken zoals
zoete maïs
12
Appels en
peren
Schillen en in
plakjes snijden
8 - 10
Abrikoos
en perzik
Doormidden
snijden en de
pit verwijderen
4 - 6
Aardbeien
en bramen
Wassen en de
pit verwijderen
8 - 12
Groente en
fruit
Bereiding
Maximale
bewaartijd
(maanden)
Gekookt
fruit
Voeg 10%
suiker aan het
bakje toe
12
Pruimen,
kersen,
bessen
Wassen en de
pit verwijderen
8 - 12
Product
Maximale
bewaarti-
jd (maan-
den)
Ontdo-
oitijd bij
kamer-
tempera-
tuur (uren)
Ontdooitijd
in de oven
(minuten)
Brood 4 - 6 2 - 3
4-5 (220-
225 °C)
Koe-
kjes
3 - 6 1 - 1,5
5-8 (190-
200 °C)
Gebak 1 - 3 2 - 3
5-10 (200-
225 °C)
Taarten 1 - 1,5 3 - 4
5-8 (190-
200 °C)
Filode-
eg
2 - 3 1 - 1,5
5-8 (190-
200 °C)
Pizza 2 - 3 2 - 4
15-20
(200 °C)
Gebruik
158
Zuivelpro-
ducten
Berei-
ding
Maximale
bewaarti-
jd (maan-
den)
Bewaarcon-
dities
Verpakte
melk
(gehomo-
geniseerd)
In de
origi-
nele
verpa-
kking
2 - 3
Pure melk
– in de
originele
verpakking
Kaas -
exclusief
witte
kazen
In pla-
kken
6 - 8
De origine-
le verpa-
kking kan
worden
gebruikt
voor korte
bewaar-
perioden.
In alumi-
niumfolie
wikkelen
voor
langere
periodes.
Boter,
marga-
rine
In de
origi-
nele
verpa-
kking
6
5 Reiniging en onderhoud
5.1 Ontdooiing
De regelmatige aanwezigheid
van rijp in de vriescel is norma-
al.
Gebruik voor de ontdooiing
geen elektrische apparaten
(bijv. haardroger...) of een
spray, omdat anders de plastic
delen zouden kunnen vervor-
men.
Ontdooiing van de koel-/vriescel
De koel-/vriescel hoeft niet ontdooid
te worden, omdat het ijs dat zich op
de koelplaat vormt automatisch wordt
ontdooid gedurende de stilstand van
de compressor. De ontdooiing vindt
automatisch plaats.
Het door de ontdooiing gegenere-
erde water wordt rechtstreeks in het
verdampingsbakje aan de achterkant
van het apparaat geleid die het water
laat verdampen door middel van de
warmte die door de compressor wordt
gegenereerd.
Gebruik
159
NL
Reiniging en onderhoud
5.2 Aanwijzingen
Incorrect gebruik
Beschadiging van de opper-
vlakken
• Gebruik geen stoomstraal om het
apparaat te reinigen.
• Gebruik op de stalen delen of de
delen waarvan het oppervlak met
metalen afwerkingen werd behan-
deld (bijv. elektrolytische oxidaties,
vernikkeling, verchroming) geen
producten die chloor, ammoniak of
bleekmiddel bevatten.
• Gebruik geen schurende of bijtende
middelen op de glazen onderdelen
(bijv. poeders, ontvlekkers of metaal-
sponsjes).
• Gebruik geen ruw, schurend of
scherp materiaal.
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
• Voordat de reiniging wordt uitgevo-
erd, moet het apparaat uitgescha-
keld worden en moet de stekker uit
het stopcontact gehaald worden.
• Trek nooit aan de kabel om de
stekker uit het stopcontact te halen.
• Spoel na het reinigen met schoon
water af en droog grondig af. Sluit
na het reinigen de stekker met dro-
ge handen weer op het stopcontact
aan.
5.3 Reiniging van het apparaat
Een speciale bacteriedodende bescher-
ming in de bovenlaag van de wanden
van het apparaat belet de reproductie
van bacteriën, en behoudt de reini-
ging. Het is alleszins belangrijk dat
de oppervlakken regelmatig worden
gereinigd.
Was het apparaat niet door er
water overheen te gieten.
Reiniging van de buitenkant
Het apparaat moet gereinigd wor-
den met water of met een vloeibaar
reinigingsmiddel op alcoholbasis
(bijv. reinigingsmiddel voor ruiten...).
Gebruik geen agressieve reini-
gingsmiddelen of schuursponsjes
zodat de oppervlakken niet worden
beschadigd.
Verwijder stof en rookafzettingen
van de condensator achteraan
het apparaat met behulp van een
zachte borstel.
Reinig de condensor minimaal twee
keer per jaar met een borstel. Dit zal
bijdragen tot energiebesparing en
een betere efciëntie.
Ontkoppel het apparaat
altijd van de stroomtoevoer
tijdens het reinigen.
Reiniging van de binnenkant
Reinig de binnenkant van het appa-
raat met verdund vloeibaar reinigin-
gsmiddel en met lauw water en een
beetje azijn.
Zorg ervoor dat er geen water in
de behuizing van de lampjes komt
en dat het geen andere elektrische
componenten bereikt.
160
De vakken in de deur en de plate-
aus kunnen worden verwijderd.
Was de accessoires apart met de
hand met water en zeep. Was de
accessoires niet in de vaatwasser.
Gebruik geen scherpe voorwerpen
of spray oplossingen.
De LED-verlichting vervangen
Neem contact op met het dichtstbijzijn-
de erkende servicecentrum om de LED's
te vervangen.
Opmerking: Het aantal en de positie
van de LED-strips kan variëren, afhan-
kelijk van het model.
5.4 Oplossingen voor
problemen...
Het apparaat functioneert niet:
Controleer of het apparaat is aange-
sloten en of de hoofdschakelaar is
ingeschakeld.
De compressor wordt te frequent in
werking gesteld, of is ononderbroken
in werking:
De buitentemperatuur is te hoog.
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
De deur sluit niet hermetisch.
Er is teveel vers voedsel aanwezig.
Controleer dat voldoende lucht circu-
leert nabij de sensor die zich in het
rechter deel van de koelcel bevindt.
Controleer dat het achterste deel
van de koelcel voldoende wordt
belucht, en dat de condensator niet
excessief vuil is.
In de koelcel wordt teveel ijs of con-
dens gevormd:
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
Er is warm voedsel in de koelcel
geplaatst.
Het voedsel of de bakjes raken de
achterwand.
De deurpakkingen zijn vuil of
beschadigd. Reinig of vervang de
pakking.
Reiniging en onderhoud
161
NL
Onvoldoende koeling van de koelcel:
De thermostaat is ingesteld op een
te hoge temperatuur.
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
De deur sluit niet hermetisch.
De buitentemperatuur is te hoog.
De temperatuur in de koelcel is te
laag en bevriest het voedsel:
De thermostaat is ingesteld op een
te lage temperatuur.
Het voedsel is niet in daarvoor be-
stemde bakjes of zakjes geplaatst.
Fruit en groenten zouden excessief
nat kunnen worden.
Het voedsel is tegen de achterwand
van de koelcel geplaatst.
De temperatuur in de vriescel zorgt
niet voor een correcte bevriezing van
het voedsel:
De thermostaat is ingesteld op een
te hoge temperatuur.
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
De deur sluit niet hermetisch.
De deurpakkingen zijn vuil of
beschadigd. Reinig of vervang de
pakking.
Er is een te grote hoeveelheid suiker
aanwezig in het in te vriezen voed-
sel.
Reiniging en onderhoud
162
In de vriescel wordt teveel ijs gevor-
md:
De thermostaat is ingesteld op een
te lage temperatuur.
De buitentemperatuur is te hoog.
De deur wordt te vaak of te lang
geopend.
De deur sluit niet hermetisch.
De deurpakkingen zijn vuil of
beschadigd. Reinig of vervang de
pakking.
Er is warm voedsel in de vriescel
geplaatst.
Moeilijkheden bij de opening van de
deur onmiddellijk na de sluiting:
Wanneer de deur onmiddellijk na de
sluiting weer moet geopend worden
(vooral de deur van de diepvries), zal
hiervoor veel kracht moeten uitgeoe-
fend worden. Dit is te wijten aan de
onderdruk die gecreëerd wordt door
de koeling van de warme lucht die in
de cel terecht kwam.
De deuren zijn niet uitgelijnd:
Controleer dat het apparaat correct
is genivelleerd.
Handel op de voetjes tot een per-
fecte uitlijning wordt verkregen.
6 Installatie
6.1 Elektrische aansluiting
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
• De aarding moet verplicht aange-
bracht worden volgens de voor-
ziene veiligheidsnormen van de
elektrische installatie.
• Trek nooit aan de kabel om de
stekker uit het stopcontact te halen.
Algemene informatie
Controleer of de kenmerken van het
stroomnet overeenstemmen met de
gegevens op het typeplaatje. Het
typeplaatje met de technische gege-
vens, het serienummer en de mar-
kering is zichtbaar op het apparaat
aangebracht.
Dit plaatje mag nooit verwijderd
worden.
Controleer of de stekker en het
stopcontact van hetzelfde type zijn.
Vermijd het gebruik van adapters,
stekkerdozen of verlengsnoeren,
omdat deze oververhitting of bran-
dwonden kunnen veroorzaken.
De stekker moet bereikbaar blijven
na de installatie van het apparaat.
Voordat het apparaat de eerste
maal ingeschakeld wordt, moet het
minstens 2 uren in de horizontale
positie gelaten worden.
Indien de stroomkabel vervangen
moet worden, mag dit enkel uitge-
voerd worden door een bevoegde
technicus van het servicecentrum.
Installatie
163
NL
6.2 Plaatsing
Zwaar apparaat
Gevaar voor beknelling
• Plaats het apparaat samen met een
tweede persoon.
Druk op de open deur
Gevaar voor beschadiging
van het apparaat
• Gebruik de deur niet als hefboom
om het apparaat te plaatsen.
• Oefen niet te veel kracht uit op de
geopende deur.
• Het apparaat mag niet blootgesteld
worden aan zonnestralen.
• Het apparaat mag niet worden ge-
plaatst in de buurt van de warmte-
bron. Gebruik een geschikt isolatie-
paneel als dit niet mogelijk is.
• Plaats het apparaat niet buiten.
Keuze van de plek
Het apparaat moet op een droge plek
geplaatst worden, waar een goede
luchtverversing wordt gegarandeerd.
Het apparaat mag niet worden
geplaatst in de buurt van de warmte-
bron. Gebruik een geschikt isolatie-
paneel als dit niet mogelijk is.
Indien het apparaat onder een keu-
kenkast wordt geïnstalleerd, moet de
afstand tot deze kast minstens 5 cm
bedragen.
Plaats het apparaat op een plek
waar voldoende ruimte aanwezig is
voor de opening van de deuren, en
voor de eventuele verwijdering van
de interne plateaus en laden.
Het apparaat is ontworpen om te
werken binnen de omgevingstem-
peraturen gespeciceerd door de
normen (T/SN = 10 °C - 43 °C)
volgens de klimaatklasse die op het
etiket is aangegeven. Het wordt
afgeraden om het apparaat buiten
de aangegeven temperatuurlimieten
te gebruiken om de efciëntie ervan
niet in het gedrang te brengen.
Belangrijke installatie-instructies
Dit apparaat is ontworpen om te
werken in moeilijke klimatologische
omstandigheden en is uitgerust met de
‘Freezer Shield’ technologie die ervoor
zorgt dat diepgevroren voedsel in de
diepvries niet ontdooit, zelfs niet als
de omgevingstemperatuur daalt tot -15
°C. Het is daarom mogelijk om het
apparaat in een onverwarmde omge-
ving te installeren met de zekerheid
dat diepgevroren voedsel niet bederft.
Wanneer de omgevingstemperatuur
weer normaal is, kunt u het apparaat
gewoon blijven gebruiken.
Klasse
Omgevingstempe-
ratuur
SN (Subnorma-
al)
van + 10°C tot +
32°C
N (Normaal)
van + 16°C tot +
32°C
ST (Subtropisch)
van + 18°C tot +
38°C
T (Tropisch)
van + 18°C tot +
43°C
Installatie
164
6.3 Waarschuwingen voor de
installatie
Neem de volgende aanwijzingen in
acht voordat u het apparaat voor het
eerst gebruikt:
De bedrijfsspanning van het appara-
at is 220-240 V bij 50Hz.
Na de installatie moet de stekker
toegankelijk blijven.
Het apparaat kan een geur afgeven
wanneer het voor de eerste keer
wordt gebruikt. Dit is normaal en de
geur verdwijnt zodra het apparaat
begint af te koelen.
Controleer voordat u het apparaat
aansluit of de informatie op het
typeplaatje met technische gegevens
(spanning en aangesloten belasting)
compatibel is met de netvoeding.
Raadpleeg bij twijfel een gekwali-
ceerde elektricien.
Steek de stekker in een stopcontact
met een efciënte aardaansluiting.
Als het stopcontact geen aarding
heeft of als de stekker niet van het
juiste type is, vraag dan een gekwa-
liceerde elektricien om hulp.
Het apparaat moet worden aange-
sloten op een stopcontact met een
correct geïnstalleerde zekering.
De stroomtoevoer (AC) en de span-
ning op de plek van plaatsing moe-
ten overeenkomen met de gegevens
op het typeplaatje van het apparaat
(het typeplaatje bevindt zich links
aan de binnenkant van het appara-
at).
Er wordt geen aansprakelijkheid
aanvaard voor schade veroorzaakt
door gebruik zonder aarding.
Het apparaat mag niet worden
blootgesteld aan direct zonlicht.
Het apparaat mag nooit buitenshuis
worden gebruikt of worden blootge-
steld aan regen.
Het apparaat moet op een afstand
van minimaal 50 cm van fornuizen,
gasovens, warmtebronnen en
minimaal 5 cm van elektrische ovens
worden geplaatst.
Als het apparaat naast een diepvries
wordt geïnstalleerd, laat dan een
afstand van ten minste 2 cm tussen
de twee apparaten om de vorming
van vochtigheid op het externe
oppervlak te voorkomen.
Plaats geen zware voorwerpen op
het apparaat.
Reinig het apparaat grondig voor
gebruik (zie Reiniging en on-
derhoud).
In het onderste gedeelte van de
achterkant van het apparaat be-
vinden zich afstandhouders die de
minimale afstand tot de achterwand
bepalen.
De afstand tussen het apparaat en
de achterwand mag maximaal 75
mm zijn.
Installatie
165
NL
6.4 Tijdens het gebruik
Sluit het apparaat niet aan op de
stroomtoevoer met verlengsnoeren.
Gebruik geen beschadigde, ge-
scheurde of oude stekkers.
Trek niet aan de kabel, buig hem
niet en beschadig hem niet.
Gebruik geen stekkeradapters.
Het apparaat is ontworpen voor
gebruik door volwassenen. Laat kin-
deren niet met het apparaat spelen
of aan de deur hangen.
Raak de stroomkabel/de stekker
nooit met natte handen aan. Dit kan
kortsluiting en een elektrische schok
veroorzaken.
Plaats geen glazen essen of blikjes
in de ijsblokjesvorm , deze zullen
exploderen wanneer de inhoud
bevriest.
Plaats geen explosieve of ontvlamba-
re materialen in de koelkast. Plaats
alcoholische dranken verticaal in de
koelkast en let erop dat de doppen
goed gesloten zijn.
Raak de ijsblokjes niet aan wanneer
u ze uit de ijsblokjesvorm haalt. IJs
kan brandwonden en/of letsel vero-
orzaken.
Raak diepgevroren voedsel niet met
natte handen aan. Eet geen ijs of
ijsblokjes onmiddellijk nadat u ze uit
de ijsblokjesvorm hebt verwijderd.
Vries diepgevroren voedsel dat eer-
der is ontdooid niet opnieuw in. Dit
kan gezondheidsproblemen veroor-
zaken, zoals voedselvergiftiging.
Oude en niet gebruikte koelkasten
Als de oude koelkast of diepvries
een vergrendelingssysteem heeft,
breek het dan open of verwijder het
voordat u verder gaat met de verwi-
jdering om te voorkomen dat kinde-
ren erin vast kunnen komen te zitten
en ongelukken kunnen veroorzaken.
Oude koelkasten en diepvriezers
bevatten CFC-isolatiemateriaal en
koelmiddel. Zorg er daarom voor
dat u het milieu niet vervuilt wanneer
u de oude koelkast verwijderd.
EG-verklaring van overeenstemming
Wij verklaren dat de vervaardigde
producten voldoen aan de geldende
Europese richtlijnen, beschikkingen en
voorschriften en aan de vereisten die
zijn vermeld in de genoemde referen-
tienormen.
Verwijdering van de oude koelkast
Het symbool op het product of
de verpakking geeft aan dat
dit product niet als huishoude-
lijk afval kan worden behan-
deld.
Breng de oude koelkast naar het
aangewezen inzamelpunt voor de
recycling van elektrische en elektroni-
sche apparatuur. Als u dit product op
de juiste manier verwijdert, voorkomt
u mogelijke negatieve effecten op
het milieu en de gezondheid die zich
anders zouden kunnen voordoen als
gevolg van de onjuiste verwijdering
van dit product. Neem voor meer
informatie over de recycling van dit
product contact op met uw gemeente,
de afvalverwerkingsdienst of de winkel
waar het product is gekocht.
Installatie
166
Verpakking en milieu
Het verpakkingsmateriaal
beschermt het apparaat tegen
schade tijdens het transport.
Het verpakkingsmateriaal is ecologi-
sch en recyclebaar. Het gebruik van
recyclebaar materiaal vermindert het
verbruik van grondstoffen en vermindert
dus de productie van afval.
Opmerking:
Lees de handleiding zorgvuldig door
voordat u het apparaat installeert en
gebruikt. De fabrikant is niet aan-
sprakelijk voor schade die voortvloe-
it uit oneigenlijk gebruik.
Volg alle instructies op het apparaat
en in de handleiding op en bewaar
deze handleiding op een veilige
plaats om eventuele problemen in
de toekomst op te kunnen lossen.
Dit apparaat is vervaardigd voor
gebruik in huis en kan alleen wor-
den gebruikt in huishoudelijke om-
gevingen voor de gespeciceerde
doeleinden. Het is niet geschikt voor
commercieel of gedeeld gebruik.
Dit gebruik van het apparaat maakt
de garantie ongeldig en ontheft de
fabrikant van eventuele geleden
verliezen.
Dit apparaat is vervaardigd voor
gebruik in huis en is alleen geschikt
voor het koelen/bewaren van voed-
sel. Het is niet geschikt voor com-
mercieel of gedeeld gebruik en/of
om andere stoffen dan voedsel te
bewaren. De fabrikant is niet aan-
sprakelijk voor eventuele verliezen
in het geval van gebruik dat afwijkt
van het gespeciceerde gebruik.
Plaatsing
Positioneer het apparaat op een stabie-
le en genivelleerde ondergrond.
Met de twee wielen, die achteraan het
apparaat zijn voorzien, is een gema-
kkelijke en dus correcte positionering
mogelijk.
Er wordt alleszins aanbevolen om
goed op te letten tijdens de verplaa-
tsing, zodat de bevloering niet wor-
dt beschadigd tijdens het schuiven
(wanneer de koelkast bijvoorbeeld op
parket geplaatst is).
Om onregelmatigheden van de bevlo-
ering te compenseren, is het apparaat
vooraan voorzien van twee regelbare
voetjes
Installatie
167
NL
Gebruik de voetjes om het apparaat
waterpas te stellen.
Wanneer het apparaat licht naar
achteren wordt gekanteld, wordt de
correcte sluiting van de deuren verkre-
gen.
De afbeeldingen zijn slechts
voor voorbeeld.
Het aanzicht van het apparaat,
de vorm, de afmetingen en
de positie van de handgrepen
verschillen per model.
Wanneer de diepvries correct
geplaatst wordt, kan de deur
correct gesloten worden. Zorg
ervoor dat de deurpakkingen
hermetisch sluiten, vooral in de
hoeken.
Druk op de deurpakkingen
Gevaar voor beschadiging
van het apparaat
• Druk, trek of verwijder de pakkingen
niet van de deur.
Enkele dagen na de installatie moet
gecontroleerd worden of de beginni-
vellering nog correct is. Controleer,
wanneer de diepvries werkt en gela-
den is met voedsel, of het apparaat
nog stabiel is en of de deurpakkingen
hermetisch sluiten.
Stel indien nodig opnieuw waterpas en
regel de deurpakkingen.
Installatie
168
7 Verzending en verplaatsing
7.1 Transport en positie wijzigen
De originele verpakking en het
schuimmateriaal kunnen worden
bewaard voor later transport van het
apparaat (naar eigen keuze).
Bescherm het apparaat met zware
verpakkingen, stevige banden en
touwen en volg de transportin-
structies op de verpakking.
Wanneer het noodzakelijk is om het
apparaat opnieuw te installeren of te
transporteren, verwijdert u alle losse
onderdelen (plateaus, accessoires,
groentelades, enz.) of bevestigt u
deze in het apparaat en beschermt
u ze tegen stoten door middel van
tapes.
Verplaats het apparaat altijd in
verticale positie.
8 Voordat u de klantenservi-
ce belt
Foutmeldingen
Het apparaat geeft speciale waar-
schuwingen als de temperatuurniveaus
van het apparaat en de diepvries
onjuist zijn of als er problemen zijn met
het apparaat. De waarschuwingscodes
worden weergegeven op de indicato-
ren van de diepvries en de koelkast.
Verzending en verplaatsing
169
NL
HET
TYPE
FOUT
BETEKENIS REDEN OPLOSSING
E01
Waar-
schuwing
sensor
Bel zo snel mogelijk het servicecentrum.
E02
Waar-
schuwing
sensor
Bel zo snel mogelijk het servicecentrum.
E03
Waar-
schuwing
sensor
Bel zo snel mogelijk het servicecentrum.
E06
Waar-
schuwing
sensor
Bel zo snel mogelijk het servicecentrum.
E07
Waar-
schuwing
sensor
Bel zo snel mogelijk het servicecentrum.
E08
Waar-
schuwing
lage
spanning
De stroomtoevoer
naar het appa-
raat is onder de
170 V gedaald.
--Dit is geen defect aan het apparaat, maar een foutmel-
ding die schade aan de compressor helpt voorkomen.
--De spanning moet worden teruggebracht naar de ve-
reiste niveaus
Als deze waarschuwing aanhoudt, moet u contact opne-
men met een bevoegde technicus.
E09
Vriescel
niet koud
genoeg
Dit kan voorko-
men in geval
van langdurige
stroomuitval.
1. Stel de temperatuur van de diepvries in op een lagere
temperatuur of selecteer Superkoud. Dit zou de foutcode
moeten elimineren zodra de vereiste temperatuur is bereikt.
Houd de deuren gesloten om de tijd te verkorten die nodig
is om de vereiste temperatuur te bereiken.
2. Verwijder producten die tijdens deze fout zijn ontdo-
oid. Ze kunnen binnen een korte tijd worden gebruikt.
3. Plaats geen verse producten in de vriescel totdat de
juiste temperatuur is bereikt en de fout is verholpen.
Als deze waarschuwing aanhoudt, moet u contact opne-
men met een bevoegde technicus.
Voordat u de klantenservice belt
170
De afstand tussen het apparaat en
de omringende wanden correct is
De koelkast maakt geluid
De hieronder beschreven geluiden
zijn volkomen normaal als de koelkast
goed werkt.
Er is een knarsend geluid (brekend
ijs) te horen:
Tijdens de automatische ontdooiing.
Wanneer het apparaat afkoelt of
opwarmt (vanwege de uitzetting van
het materiaal van het apparaat).
Er is een tikkend geluid te horen
wanneer: De thermostaat de compres-
sor in/uit schakelt.
Geluid van de motor: Geeft aan dat
de compressor goed werkt. De eerste
keer dat deze wordt geactiveerd, kan
de compressor korte tijd geluid maken.
HET
TYPE
FOUT
BETEKE-
NIS
REDEN OPLOSSING
E10
De
vriescel is
niet koud
genoeg
Dit kan voorko-
men nadat:
1. Stel de temperatuur van de koelkast in op een la-
gere temperatuur of selecteer Superkoud. Dit zou de
foutcode moeten elimineren zodra de vereiste tempe-
ratuur is bereikt. Houd de deuren gesloten om de tijd
te verkorten die nodig is om de vereiste temperatuur te
bereiken.
--Langdurige
stroomuitval.
2. Maak het gebied voor de openingen in het luchtka-
naal vrij en plaats geen voedsel in de buurt van de
sensor.
--Er is warm
voedsel in de ko-
elkast geplaatst.
Als deze waarschuwing aanhoudt, moet u contact op-
nemen met een bevoegde technicus.
E11
De vrie-
scel is te
koud
Verschillende
1. Controleer of de Superkoude stand geactiveerd is
2. Verlaag de temperatuur van de koelcel
3. Controleer of de openingen van de luchtinlaat vrij
zijn en niet worden geblokkeerd
Als deze waarschuwing aanhoudt, moet u contact op-
nemen met een bevoegde technicus.
Als u problemen met de koelkast onder-
vindt, voert u de volgende controles uit
voordat u de klantenservice belt.
De koelkast werkt niet
Controleer of:
De koelkast is op de stroomtoevoer
aangesloten en ingeschakeld
De zekering is doorgebrand
Is de temperatuurregeling juist?
het stopcontact is defect. Om dit te
controleren, sluit u een ander wer-
kend apparaat aan op hetzelfde
stopcontact.
De prestaties van de koelkast zijn
niet efciënt
Controleer of:
Het apparaat overbelast is
De deuren perfect gesloten zijn
De condensator vuil is met stof
Voordat u de klantenservice belt
171
NL
Het apparaat perfect waterpas
staat.
De randen van het apparaat die in
contact staan met het scharnier van
de deur zijn warm
Vooral in de zomer (bij warm weer)
kunnen de oppervlakken die in contact
staan met het scharnier van de deur
meer opwarmen dankzij de werking
van de compressor. Dit is normaal.
Belangrijke opmerkingen:
In het geval van stroomuitval of wan-
neer het apparaat wordt losgekop-
peld en opnieuw wordt aangeslo-
ten, raakt het gas in het koelsysteem
van de koelkast gedestabiliseerd
waardoor het thermische beveiligin-
gselement van de compressor wordt
geopend. Het apparaat zal na 5
minuten weer normaal gaan werken.
Trek de stekker uit het stopcontact
als het apparaat gedurende langere
tijd niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld
tijdens een vakantie). Ontdooi en
reinig de koelkast en laat de deur
open staan om de vorming van
schimmel en geuren te voorkomen.
Neem contact op met het dichtstbi-
jzijnde erkende servicecentrum als
het probleem zich blijft voordoen
nadat u alle aangegeven instructies
hebt opgevolgd.
Het apparaat is alleen ontworpen
voor huishoudelijk gebruik en voor
de beschreven doeleinden. Het is
niet geschikt voor commercieel of
gedeeld gebruik. In het geval van
gebruik dat niet conform is aan deze
instructies door de consument, wordt
erop gewezen dat de fabrikant en
de verkoper geen aansprakelijkheid
aanvaarden in geval van reparaties
of defecten binnen de garantieperio-
de.
Er is een gorgelend en stromend ge-
luid te horen wanneer: Het koelmid-
del door de leidingen van het systeem
stroomt.
Er is een geluid van stromend water
te horen wanneer: Er water naar het
verdampingsbakje stroomt. Het geluid
dat tijdens het ontdooien wordt gepro-
duceerd is normaal.
Er is een geluid van geblazen lucht
te horen wanneer: De lucht tijdens
de normale werking van het systeem
circuleert. Er wordt vochtigheid in de
koelkast gevormd.
Controleer of:
Het voedsel correct is verpakt. De
bakjes moeten in een perfect droge
koelkast worden geplaatst.
De deuren vaak geopend worden.
De luchtvochtigheid in de omgeving
komt de koelkast binnen elke keer
wanneer de deuren worden geo-
pend.
De vochtigheid neemt sneller toe als
de deuren vaak worden geopend,
vooral als de luchtvochtigheid in de
omgeving hoog is.
Er vormen zich waterdruppels op de
achterwand. Dit is normaal tijdens
de automatische ontdooiing (in
statische modellen).
De deuren openen of sluiten niet
goed
Controleer of:
Er voedsel of verpakkingen zijn die
verhinderen dat de deur sluit
De compartimenten binnen de deur,
de plateaus en de laden correct zijn
geplaatst
De deurpakkingen kapot of ge-
scheurd zijn
Voordat u de klantenservice belt
172
9 Advies om energie te be-
sparen
1. Installeer het apparaat in een koele,
goed geventileerde ruimte uit de
buurt van direct zonlicht en warmte-
bronnen (zoals radiatoren of ovens).
Gebruik anders een isolatieplaat.
2. Warm voedsel en dranken moeten
worden afgekoeld voordat ze in het
apparaat worden geplaatst.
3. Plaats voedsel dat ontdooid moet
worden in de koelcel. De lage
temperatuur van het diepgevroren
voedsel helpt om de koelcel af te
koelen terwijl het voedsel ontdooit.
Dit zorgt voor energiebesparing.
Diepgevroren voedsel dat buiten het
apparaat wordt ontdooid, leidt tot
energieverlies.
4. Bedek dranken en andere vloeistof-
fen die in het apparaat zijn gepla-
atst. Als zij niet wordt afgedekt,
neemt de luchtvochtigheid in het
apparaat toe, waardoor het appa-
raat meer energie moet verbruiken.
Door dranken en andere vloeistoffen
te bedekken behouden zij hun geur
en smaak.
5. Houd de deuren niet te lang open
en open ze niet te vaak, omdat
de hete lucht die het apparaat
binnenkomt ervoor zorgt dat de
compressor vaak en onnodig wordt
ingeschakeld.
6. Houd de compartimenten met ver-
schillende temperaturen altijd goed
gesloten (zoals het crisper en chiller
compartiment).
7. De deurpakkingen moeten altijd schoon
en exibel zijn. Vervang de deurpakkin-
gen als ze beschadigd zijn.
Advies om energie te besparen
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34

Smeg FAB38RBL5 de handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor