KitchenAid KDDS 6010 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

KDDS 6010 - KDDD 6010
Gebruiksaanwijzing
Instructies voor de functionering 4
Afwasprogramma’s 6
Voorbereiding van uw serviesgoed 7
Accessoires en laden 8
Dispenser voor reinigingsmiddel 10
Dispenser voor spoelglansmiddel 11
Wateronthardingssysteem 12
Aanwijzingen voor normaal onderhoud 14
Optie afstellingsmodus 16
Storingscodes 18
Het opsporen van storingen 19
Belangrijke veiligheidsinformatie 21
Controlelijst bij installatie 23
Weggooien van de oude apparatuur 23
In het geval dat u over een dubbele
DishDrawer
®
beschikt, is elke DishDrawer
®
van zijn eigen bedieningspaneel voorzien en
kan onafhankelijk van de ander functioneren.
1 - VAATWERK LADEN
Verwijder alle overtollige voedselresten en laad
het vaatwerk.
2 - VOEG REINIGINGSMIDDEL &
SPOELGLANSMIDDEL TOE
3 - DRUK OP DE POWER TOETS
Druk op de POWER toets voor het in- en
uitschakelen van de vaatwaslade. Door de
vaatwaslade te openen zal het energieverbruik
met 30 seconden worden verhoogd. Om het
afwasprogramma in het midden van een cyclus te
onderbreken druk op de POWER toets. Het
water dat in de vaatwaslade aanwezig is, zal
worden weggepompd.
4 - AFWASPROGRAMMA SELECTEREN
Druk op de PROGRAMMA toets om het
gewenste programma te selecteren. De
vaatwaslade zal het laatst gebruikte programma
onthouden.
5 - ECO TOETS
Druk op de ECO toets , indien u wenst
dat het afwasprogramma minder tijd en energie
verbruikt. Het rode ECO lampje geeft aan dat
deze functie geactiveerd is. Indien uw vaatwerk
erg vuil is of indien u een verhoogd
droogresultaat wenst raden we u het gebruik
van de ECO programma’s af.
6 - CONTROLE
Controleer dat het afvoerfilter van de filterplaat
voorzien is en dat de sproeiarm vrij rondom
het midden kan draaien.
Istruzioni per l’uso
4
intensief
normaal
snel
delicaat
spoelen
7 - START
Sluit de vaatwaslade. Druk op de
START/PAUZE toets om het
afwasprogramma op te starten. Deze toets kan
tevens worden gebruikt om de Startvertraging
te activeren.
PAUZE
Druk op de START/PAUZE toets om de
vaatwaslade gedurende de afwascyclus tot
stilstand te brengen, wacht tot u drie pieptonen
hoort, alvorens de afwasautomaat te openen.
Druk op de START/PAUZE toets om het
programma te hervatten. Indien de lade
gedurende de cyclus geforceerd wordt
geopend kan dit schade of verwonding van
personen tot gevolg hebben.
8 - EINDE PROGRAMMA
De vaatwaslade laat zes maal een pieptoon
horen om het einde van het afwasprogramma
aan te geven. Aan het einde van het
afwasprogramma zal gedurende een ingestelde
tijd de drogelucht-ventilator blijven draaien tot
de lade geopend wordt. De ventilator helpt bij
het drogen van het vaatwerk en verbruikt een
te verwaarlozen hoeveelheid aan energie. Het
is gewoon dat er na het beëindigen van het
afwasprogramma wat water in de zone van het
afvoerfilter achterblijft.
VERGRENDELINGSTOETS (OPTIONEEL)
De Vergrendelingstoets activeert/deactiveert
de Toetsenvergrendeling of het Kinderslot.
TOETSENVERGRENDELING
De Toetsenvergrendeling deactiveert alle toetsen
op de vaatwaslade.
Voor het activeren hiervan dient u op de SLOT
toets te drukken en deze vast te houden tot u een
pieptoon hoort (ongeveer 3 seconden).
KINDERSLOT
Het Kinderslot sluit de vaatwaslade af en
deactiveert alle toetsen. Voor het activeren hiervan
dient u op de SLOT toets te drukken en deze vast
te houden tot u twee pieptonen hoort (ongeveer 5
seconden).
Voor het verwijderen van de Toetsenvergrendeling
of het Kinderslot dient u op de SLOT toets te
drukken en deze vast te houden tot het rode
lampje boven de SLOT toets verdwijnt.
STARTVERTRAGINGSMODUS
De opstart van het afwasprogramma kan met een
periode van 1 tot 12 uur worden vertraagd.
Voor het activeren van de Startvertraging:
1. Dient u op de START/PAUZE toets te drukken
en deze vast te houden tot het lampje boven de
START/PAUZE toets oranje kleurt.
2. De vaatwaslade laat een “pieptoon” horen
wanneer u op de START/PAUZE toets drukt.
Elke pieptoon staat voor een uur vertraging. U
dient de START/PAUZE toets net zolang
ingedrukt te houden tot u de gewenste tijd voor
de startvertraging heeft bereikt.
3. De vaatwaslade zal zich opstarten zodra de tijd
voor de startvertraging is verlopen en de lade
dicht is.
Voor het verwijderen van de Startvertraging dient
u op de START toets te drukken of de
START/PAUZE toets net zolang vast te houden tot
het lampje groen kleurt.
OPMERKING
Indien de vaatwaslade functioneert en een
stroomstoring zich voordoet zal de afwasautomaat
tot stilstand komen. Het kan mogelijk zijn dat
gedurende deze tijd de vaatwaslade niet geopend
kan worden. Als de stroomvoorziening weer
hervat is, zal de vaatwaslade het programma op
hetzelfde punt hervatten.
5
STANDAARD PROGRAMMA – Wanneer te gebruiken
INTENSIEF
Zwaar bevuilde potten, pannen en serviesgoed
NORMAAL
Vaatwerk met normale bevuiling voor optimale afwas- en droogresultaten
SNEL
Licht bevuild vaatwerk
DELICAAT
Licht bevuild & hittegevoelig serviesgoed
SPOELEN
Voor het voorkomen van geuren & het opdrogen van vuil op het vaatwerk
ECO PROGRAMMA – Wanneer te gebruiken
INTENSIEF
Zwaar bevuilde dagelijkse vaat
NORMAAL
Normaal bevuilde vaat voor een optimaal energieverbruik
SNEL
Licht bevuilde en niet vette vaat
DELICAAT
Niet vette, licht bevuilde & hittegevoelig serviesgoed
Afwasprogramma’s
6
De combinatie van hoge temperaturen en
reinigingsmiddelen voor de afwasautomaat
kunnen schade aan enkele delen van uw
vaatwerk aanrichten indien ze in de
vaatwaslade worden afgewassen. Indien u
twijfels heeft omtrent een bepaald aspect wat
het afwassen van bepaalde voorwerpen in de
vaatwaslade, dient u de instructies van de
fabrikant van de voorwerpen op te volgen of
deze voorwerpen met de hand af te wassen.
BESTEK & ZILVERWERK
Al het bestek en zilverwerk dient onmiddellijk na
gebruik te worden afgespoeld om het aan-etsen
hiervan als gevolg van bepaald voedsel te
voorkomen. Het Spoelwasprogramma kan hiervoor
worden gebruikt. Zilveren voorwerpen mogen
nooit met roestvrijstalen voorwerpen, zoals
bijvoorbeeld bestek, in aanraking komen. Het
mengen van deze voorwerpen kan vlekken
veroorzaken. Verwijder het zilverwerk uit de
vaatwaslade en maak het, onmiddellijk nadat het
programma afgelopen, is met de hand droog.
ALUMINIUM
Aluminium kan door het reinigingsmiddel voor de
afwasautomaat mat worden. De mate van
aantasting hangt af van de kwaliteit van het
product.
ANDERE METALEN
IJzeren en gietijzeren voorwerpen zouden kunnen
roesten of vlekken op andere voorwerpen
achterlaten. Koper, tin en messing hebben de
neiging om vlekken achter te laten.
HOUTEN VOORWERPEN
Houten voorwerpen zijn normaal gesproken
gevoelig voor hitte en water. Regelmatig gebruik in
de afwasautomaat kan met de tijd een
achteruitgang van het product veroorzaken. In het
geval van twijfel dient u met de hand af te wassen.
PLASTIC
Bepaalde plastic voorwerpen kunnen als gevolg van
warm water van vorm of kleur veranderen.
Controleer de aanwijzingen van de fabrikant voor
het afwassen van plastic voorwerpen. Plastic
voorwerpen die in de afwasautomaat afgewassen
kunnen worden dient u om te keren zodat ze niet
kunnen kantelen en zich met water zouden kunnen
vullen of gedurende het afwassen door de korf
zouden kunnen vallen.
GEDECOREERDE VOORWERPEN
De meeste moderne chinese patronen zijn
afwasautomaat bestendig. Antieke voorwerpen,
zoals met een patroon over de glazuurlaag, met
gouden randen of handbeschilderd porcelein
kunnen echter gevoelig zijn voor het afwassen in
de afwasautomaat. In het geval van twijfel dient u
deze voorwerpen met de hand af te wassen.
GELIJMDE VOORWERPEN
Bepaalde lijmsoorten worden door het afwassen in
de afwasautomaat verzacht of opgelost. In het
geval van twijfel dient u gelijmde voorwerpen met
de hand af te wassen.
GLASWERK
Het meeste glaswerk voor dagelijks gebruik is
afwasautomaat bestendig. Kristal, fijn en antiek
glaswerk zouden kunnen krassen of dof kunnen
worden. U kunt deze voorwerpen het beste met
de hand afwassen.
VAKANTIETIJD
We raden u aan om te controleren dat de korven
leeg zijn, indien u de vaatwaslade voor een
bepaalde tijd niet zult gebruiken. Zorg dat de
binnenkant van de vaatwaslade schoon is. Houd de
laden op een kier om de circulatie van lucht
mogelijk te maken. Sluit zowel de stroomtoevoer
als de watertoevoer naar de vaatwaslade af.
Voorbereiding van uw serviesgoed
7
De inzetstukken en rekken kunnen naar gelang uw behoeften
toegevoegd of verwijderd worden. In het geval u beschikt over
het dubbele vaatwaslade model kunnen een aantal
voorwerpen in de beide laden gebruikt worden. Zo kunt u
bijvoorbeeld de twee megarekken in een lade combineren
voor het afwassen van alle kopjes en glazen en de andere lade
voor het afwassen van borden en grotere voorwerpen
gebruiken.
A. KORF
De korf houdt bepaalde voorwerpen op hun plaats en houdt het
vaatwerk boven de sproeiarm. Zonder de inzetstukken kunnen grote
schalen en potten neer worden gelegd.
B. TOEGANGSPLAAT AFVOERFILTER
De toegangsplaat voor het afvoerfilter is ontworpen om aan de korf
en over het afvoerfilter te worden vastgeklikt. Hierdoor kan worden
voorkomen dat voorwerpen de bodem van de vaatwaslade aanraken
en zo de rotatie van de sproeiarm zouden kunnen verhinderen. De
toegang tot het afvoerfilter wordt echter niet belemmerd.
C. MEGAREK
Het megarek is ontworpen voor glazen, kopjes en kleine bordjes.
HET MEGAREK INSTALLEREN
Plaats, voor het installeren van het megarek, de buitenste pootjes van
het rek op de bovenkant van de korf. Het megarek is op correcte
wijze geïnstalleerd indien deze vast in de korf zit en niet kan
bewegen.
D. INZETSTUK BORDEN
Het inzetstuk voor borden geeft steun aan borden en kommen.
KOPJESREKKEN
Kopjes, glazen en keukengerei kunnen aan de linker- en rechterkant
van kopjesrekken worden geplaatst. Voor het beste resultaat
controleer dat hieronder zich geen grote voorwerpen bevinden die
zouden kunnen voorkomen dat het afwaswater de kopjesrekken
bereikt. De wijnglazen kunnen op de kopjesrekken gesteund worden
mits dit in combinatie met het megarek gebeurd. Op het kopjesrek
bevinden zich beschermers om te voorkomen dat kopjes de wand
van de vaatwaslade zouden kunnen aanraken. Dit helpt om de afwas-
en droogresultaten te verbeteren.
Accessoires en laden
8
A
B
C
D
BESTEKKORF
Bestek, klein keukengerei en bepaalde plastic deksels kunnen het
beste in de bestekkorf worden geplaatst. Voor het beste
afwasresultaat raden we u aan om het bestek met de handvaten naar
beneden en scherpe hulpmiddelen met de handvaten naar boven
geplaatst te laden om het risiko voor verwondingen te verkleinen.
Meng lepels, messen en vorken over de verschillende vakken om het
in elkaar vasthaken hiervan te voorkomen en om een vrije circulatie
van het water te kunnen garanderen. Voorkom dat roestvrijstalen
voorwerpen het zilverwerk aanraken om het achterlaten van vlekken
te voorkomen. Maak gebruik van de ovalen openingen (lepelrek)
voor eetlepels en theelepeltjes.
Kleine voorwerpen, zoals plastic deksels, kunnen onder het lepelrek
worden geplaatst. Hierdoor kunt u voorkomen dat deze voorwerpen
door het afwaswater worden verplaatst en zo op de bodem kunnen
vallen waardoor ze de rotatie van de spoeiarm zouden kunnen
verhinderen.
Het afwaswater voor de vaatwaslade komt van de sproeiarm
die zich op de bodem van de afwasautomaat bevindt. De
sproeiarm draait en zorgt ervoor dat het afwaswater alle
zones van de vaatwaslade bereikt. Controleer dat er voor het
water genoeg ruimte is om alle zones en met name de
kopjesrekken te bereiken. Indien er sprake is van voorwerpen
die het pad van de sproeiarm of van het afwaswater blokkeren
zou het resultaat onvoldoende kunnen zijn.
UW VAATWASLADE LADEN
Onthoudt dat de vaatwaslade korf en de inzetstukken niet
ontworpen zijn om volgeladen met vaatwerk uit de vaatwaslade te
worden getild.
9
De dispenser voor het reinigings- en spoelglansmiddel bevindt zich
aan de binnenkant van de vaatwaslade. De disperser voor
reinigingsmiddel bevat twee compartimenten, het kleinste
compartiment (A) is voor de voorwas en het andere compartiment
(B) is voor het reinigingsmiddel voor de hoofdwas. Het voorwas- en
hoofdwascompartiment zijn beide aan de binnenkant van
markeringen voorzien. Het voorwascompartiment is van een
markering voorzien dat voor 5g staat en bevat als hij vol is 10g. Het
hoofdwascompartiment is van twee markeringen voorzien, de laagste
markering staat voor 10g, de middelste markering 20g en bevat als hij
vol is 30g.
BELANGRIJK
De dispenser voor reinigingsmiddel is ontworpen voor het
gebruik van een poedervormig reinigingsmiddel. Vloeibare en
tabletvormige reinigingsmiddelen zijn niet voor het gebruik in
de vaatwaslade geschikt. Gebruik alleen poedervormige
reinigingsmiddelen die voor huishoudelijke automatische
afwasautomaten geschikt zijn. Vloeibare handwasmiddelen, zeep,
was- of disinfecterende middelen kunnen schade aan de vaatwaslade
veroorzaken. Sproei of giet reinigingsmiddelen nooit direct op één of
meerder voorwerpen in de vaatwaslade.
VULLEN VAN DE DISPENDER MET REINIGINGSMIDDEL
1. Druk de vergrendeling naar beneden om de deur te openen.
2. Giet het reinigingsmiddel in de dispenser. Voor het
Spoelprogramma is geen reinigingsmiddel nodig.
3. Sluit, na het vullen van het/de compartiment(en), de dispenserdeur
tot deze dichtklikt. Gedurende het afwasprogramma wordt
automatisch het reinigingsmiddel aan de vaatwaslade afgegeven.
HOEVEELHEID REINIGINGSMIDDEL
De hieronder aangegeven hoeveelheden aan reinigingsmiddel zijn
voor een enkelvoudige vaatwaslade® bedoeld.
Afwasprogramma’s
Hoeveelheid Reinigingsmiddel
Voorwas Hoofdwas
(g)* (g)*
Intensief 5 15
Normaal 5 10
Delicaat 5
Snel 5
*5 g = ongeveer 1 theelepeltje vol, 15 g = ongeveer 3 theelepeltjes.
Dispenser voor reinigingsmiddel
A
B
D
C
E
G
F
A. Voorwascompartiment
B. Hoofdwascompartiment
C. Indicatielampje Zout
D. Dekseltje Zoutreservoir
E. Vergrendeling Dispenser voor
Reinigingsmiddel
F. Spoelglansmiddel
Indicatielampje
G. Spoelglansmiddel Afsluitpen
dispenser voor reinigingsmiddel open
dispenser voor reinigingsmiddel
dicht en zoutreservoir
10
Voor de beste droogresultaten raden wij u ten zeerste een regelmatig
gebruik van een spoelglansmiddel aan. Het spoelglansmiddel zorgt
voor een streeploze en helderschoon aanzicht van uw glazen en
serviesgoed en voorkomt tevens het aan-etsen van metaal. De
dispenser voor spoelglansmiddel bevindt zich aan de binnenkant van
de lade en is onder de dispenser voor het reinigingsmiddel geplaatst.
De dispenser kan ongeveer 50ml spoelglansmiddel bevatten.
DE HOEVEELHEID TE GEBRUIKEN SPOELGLANSMIDDEL
Het is mogelijk dat de regelaar naar aanleiding van de condities van
uw water aangepast zou moeten worden. De laagste instelling is ‘1’
en de hoogste is ‘5’. Raadpleeg het hoofdstuk “Optie
Afstellingsmodus” (P16) om de instellingen van het spoelglansmiddel
bij te stellen. Stel de instelling lager af, indien er aan het einde van het
afwassen sprake van overmatig veel schuim is. Indien na het drogen
het vaatwerk nat of streperig is, dient u de instelling hoger af te
stellen.
INDICATIELAMPJE SPOELGLANSMIDDEL
Hervul de dispenser als het indicatielampje voor het spoelglansmiddel
rood oplicht. Indien het indicatielampje voor het spoelglansmiddel
zwakjes brandt of uit staat is er nog genoeg spoelglansmiddel voor de
afwasbeurt aanwezig.
DE DISPENSER VOOR SPOELGLANSMIDDEL VULLEN
1. Draai de afsluitpen tegen de klok in en verwijder hem.
2. Giet het spoelglansmiddel in de ronde opening.
3. Let goed op dat u geen spoelglansmiddel in de vaatwaslade morst.
WAARSCHUWING
Alle gemorste hoeveelheden dienen weggeveegd te worden
om overmatig schuimen te voorkomen.
4. Breng de afsluitpen in de originele stand terug.
Dispenser voor spoelglansmiddel
11
Waterontharding is vereist voor het afwassen met de afwasautomaat om de vorming van kalkaanslag op
uw vaatwerk en in uw vaatwaslade te voorkomen. Indien u voor het afwassen met de afwasautomaat
gebruik maakt van hard water zult u zien dat uw glazen mat worden, dat uw vaatwerk bevlekt raakt of
voorzien is van een witte laag en dat uw afwasautomaat met de tijd minder efficient zal blijken te zijn.
Kraanwater dat boven de 100ppm zit dient voor optimale afwasresultaten te worden onthardt.
De vaatwaslade is voorzien van een wateronthardingssysteem dat is ontworpen om de kalk- en
magnesiumionen die het water hard maken te verwijderen. Het wateronthardingssysteem zal automatisch
door middel van een zoutoplossing de hardheid uit het water halen. De hoeveelheid aan vereist zout hangt
van de lokale hardheid van het water af. Uw lokale waterleidingbedrijf kan u van de nodige informatie over
de hardheid van het water in uw regio voorzien.
De optimale resultaten van het Wateronthardingssysteem waarborgen
Het wateronthardingssysteem dient op de lokale hardheid van het water te worden ingesteld en dient
altijd gevuld te zijn met zoutkorrels die speciaal voor het wateronthardingssysteem van de afwasautomaat
zijn geproduceerd. We raden het gebruik van keukenzout zoals tafel- of steen- of korrelzout af daar deze
onzuiverheden zouden kunnen bevatten die de levensduur van het wateronthardingssysteem nadelig
zouden kunnen beïnvloeden of zouden kunnen doen afnemen.
HET WATERONTHARDINGSSYSTEEM INSTELLEN
De Hardheid van het Water in uw Regio bepalen
Identificeer de vereiste instelling van uw vaatwaslade in de hieronder aangegeven tabel voor de hardheid
van water. Bijvoorbeeld, als de hardheid van uw water 500ppm is, dient de instelling van het
wateronthardingssysteem van uw vaatwaslade vier te zijn. Raadpleeg de Optie Afstellingsmodus voor het
bijstellen van het wateronthardingssysteem zodat de instelling met de hardheid van uw water
overeenkomt.
Vaatwaslade
instelling °dH °fH °e mmol/l ppm
0 0 - 5,6 0 - 10 0 - 7 0 - 0,1 0 - 100
1 5,6 - 14 10 - 25 7 - 17,5 0,1 - 2,5 100 - 250
2 14 - 19,6 25 - 35 17,5 - 24,5 2,5 - 3,5 250 - 350
3 19,6 - 25,2 35 - 45 24,5 - 31,5 3,5 - 4,5 350 - 450
4 25,2 - 30,8 45 - 55 31,5 - 38,5 4,5 - 5,5 450 - 550
5 30,8 - 35 55 - 62 38,5 - 43,8 5,5 - 6,2 550 - 625
OPMERKING
Indien de hardheid van uw water boven de 625ppm is raden we u ten zeerste aan om voor alle
afwasprogramma’s, met uitzondering van het Spoelprogramma, het reinigingsmiddelcompartiment
helemaal op te vullen en om de instelling van het spoelglansmiddel op 5 te zetten. De resultaten van uw
vaatwaslade zullen afnemen als de hardheid van uw water boven de 625ppm is.
Wateronthardingssysteem
12
HET ZOUTRESERVOIR
Het ontharden van water kan alleen plaatsvinden als er zout in het
reservoir zit. Het zoutreservoir dient alvorens men van de
vaatwaslade gebruik maakt en elke keer dat het indicatielampje voor
het zoutreservoir rood oplicht te worden gevuld.
HET ZOUTRESERVOIR VULLEN
1. Open de vaatwaslade.
2. Draai de afsluitpen van het zoutreservoir los door deze tegen de
klok in te draaien.
3. Plaats het zout in de zouthouder en giet de inhoud in het
zoutreservoir. Het zoutreservoir kan ongeveer 0,5 kg zout
bevatten.
4. Plaats de deksel stevig in de originele stand terug.
5. Indien u uw vaat niet onmiddellijk na het vullen van het
zoutreservoir afwast, laat dan een spoelprogramma lopen om zout
water of gemorste korrels te verwijderen.
INDICATIELAMPJE VOOR ZOUT
Als het indicatielampje voor het zout rood is, is het zoutreservoir
leeg. Is het indicatielampje voor het zout echter zwart dan is er
genoeg zout in het reservoir voor het geselecteerde
afwasprogramma aanwezig.
OPMERKING
Als u de zoutdispenser vult kan het zijn dat u water uit de overloop
van het wateronthardingssysteem ziet lopen.
WAARSCHUWING - BELANGRIJK!
Giet nooit reinigings- of spoelglansmiddelen in het
zoutreservoir.
Reinigings- en spoelglansmiddelen kunnen het
wateronthardingssysteem vernietigen.
Alleen zout
Reinigingsmiddel
Spoelglansmiddel
13
DE VAATWASLADE REINIGEN
Soms dienen het afwasprogramma-indicatiepaneel en de directe
omgeving hiervan te worden gereinigd om voedseldelen, aanslag door
hard water en gemorste hoeveelheden te verwijderen. We raden aan
om deze zones met een schone vochtige doek schoon te wrijven.
ROESTVRIJSTALEN AFWERKING
(GEBORSTELD ROESTVRIJ STAAL)
Voor het reinigen van geborstelde roestvrijstalen oppervlakten van de
deuren kunt u een reinigingsmiddel voor roestvrij staal gebruiken of
de deuren met een schone vochtige doek schoonwrijven. Droog met
een pluisloze droge doek.
Het gebruik van de volgende schoonmaakmiddelen wordt
afgeraden:
- Plastic of roestvrijstalen schuursponjes
- Schuurmiddelen, oplosmiddelen, huidhoudelijke
reinigingsmiddelen
- Zure of alkalinehoudende reinigingsmiddelen
- Vloeibare handwasmiddelen of zeep
- Was- of disinfecterende middelen.
Indien een reinigingsmiddel/ontkalker voor de afwasautomaat wordt
gebruikt, dient u onmiddellijk na de reiniging een afwasprogramma
met reinigingsmiddel te laten lopen om de beschadiging van de
vaatwaslade te voorkomen.
INTERNE DELEN VAN DE VAATWASLADE
1. Sproeiarm
2. Filterplaat
3. Afvoerfilter
HET AFVOERFILTER, DE SPROEIARM EN DE FILTERPLAAT
REINIGEN
We raden u aan om het afvoerfilter te reinigen telkens wanneer er
voedseldeeltjes in het filter zitten. De filterplaat is op degelijke wijze
ontworpen dat hij zelfreinigend is, maar ondanks dat is het mogelijk
dat voedselresten zich ophopen. De sproeiarm en de filterplaat
dienen bij een normaal gebruik eens per maand gereinigd te worden
of vaker indien dit nodig blijkt.
Aanwijzingen voor normaal onderhoud
1
2
3
14
DE SPROEIARM REINIGEN
1. Verwijder voorzichtig de korf. Til eerst de achterkant omhoog
zodat u niet tegen de dispensers voor reinigings- en
spoelglansmiddel aanstoot.
2. Haal de sproeiarm omhoog en schud er al het eventuele vuil uit.
3. Spoel de sproeiarm onder stromend water af en wrijf de
sproeiarm met een vochtige doek schoon.
4. Plaats de sproeiarm op de waaier terug.
HET AFVOERFILTER REINIGEN
1. Til de toegangsplaat voor het afvoerfilter op indien deze aan de
korf vastzit.
2. Til het afvoerfilter op en verwijder deze uit de vaatwaslade.
3. Leeg het, spoel het onder stromend water schoon en plaats het
op de daartoe dienende plaats terug.
4. Controleer dat het afvoerfilter van de filterplaat is voorzien.
DE FILTERPLAAT REINIGEN
1. Controleer dat de vaatwaslade afgekoeld is alvorens u met
reinigen aanvangt en volg de aanwijzingen voor het verwijderen
van het afvoerfilter en de sproeiarm op.
2. In het midden van de filterplaat bevinden zich twee ringen. Houdt
de binnenste ring vast en draai de buitenste ring voor ongeveer
1/8 slag tegen de klok in. Op deze manier komt de filterplaat vrij.
3. Wees voorzichtig bij het reinigen van de onderkant van de
filterplaat aangezien deze een scherpe buitenrand bevat waaraan u
zich zou kunnen snijden.
4. Verwijder al het vuil, was in zeepsop en spoel grondig met schoon
water af. De verwarmingsplaat kan met een vochtige doek
schoongewreven worden.
5. Herplaats de filterplaat op dusdanige wijze dat het plat op de
bodem van de vaatwaslade ligt. Controleer dat de filterplaat met
de binnenste ring op zijn plaats wordt geblokkeerd.
6. Voor het blokkeren van de filterplaat controleer dat de lijnen op
één lijn liggen (zie de afbeelding voor de correcte positie). De
filterplaat mag zich niet vrij kunnen bewegen.
WAARSCHUWING
De vaatwaslade mag uitsluitend worden gebruikt indien de
afvoerplaat, het afvoerfilter en de sproeiarm correct geplaatst
zijn.
1. Waaier
2. Binnenste ring
3. Buitenste ring
1
2
3
15
Toegang tot de optie afstellingsmodus
Na van de vaatwaslade gebruik te hebben gemaakt
is het mogelijk dat u een aantal van de van te voren
ingestelde opties wenst te veranderen om deze aan
uw persoonlijke behoeften aan te passen. De
instellingen voor het Spoelglansmiddel, het
Wateronthardingssysteem, Auto Start, Pieptonen
voor Einde Afwasprogramma’s, Lade Dicht, Schone
Vaatindicatie en Droogverbeteringsmodus opties
kunnen worden gewijzigd.
1. Druk op de POWER toets om de vaatwaslade
op de Normale Functioneringsmodus te zetten.
2. Druk de ECO en SLOT toetsen in en houdt
deze gedurende 5 seconden vast. U hoort één
lange pieptoon indien deze toetsen op correcte
wijze zijn ingedrukt.
3. Laat de SLOT en ECO toetsen los.
4. Gebruik de daarvoor bestemde toetsen op het
bedieningspaneel in om de noodzakelijke
wijzigingen aan te brengen. Deze worden
hieronder uitgelegd.
5. Druk op de POWER toets, als u eenmaal de
wijzigingen heeft uitgevoerd, om de wijzigingen
op te slaan.
De instelling van het spoelglansmiddel aanpassen
1. Treed zoals hierboven is beschreven tot de
Optie Afstellingsmodus toe. Het lampje boven
de START/PAUZE toets is rood gekleurd om
aan te geven dat u deze instelling gekozen heeft.
2. De huidige instelling voor het spoelglansmiddel
is met rode lampjes op de afwasprogramma-
indicator aangegeven. Als er op de
afwasprogramma-indicator vier lampjes branden
dan is de instelling van het spoelglansmiddel 4.
3. Druk op de SLOT toets om de instelling van het
spoelglansmiddel te verhogen of te verlagen. De
rode lampjes lichten eerst tot 5 op en beginnen
vervolgens opnieuw bij 1.
4. Als u eenmaal de gewenste instelling van het
spoelglansmiddel heeft geselecteerd, drukt u op
de POWER toets om de wijziging op te slaan.
Voorbeeld van een instelling van het
Spoelglansmiddel op 4.
De instelling van het
wateronthardingssysteem aanpassen
1. Treed zoals hierboven is beschreven tot de
Optie Afstellingsmodus toe.
2. Druk op de START/PAUZE toets tot het lampje
boven de START/PAUZE toets groen gekleurd
is. Is dit niet het geval, druk op de POWER
toets en begin van voor af aan. De huidige
instelling van het wateronthardingssysteem
wordt met rode lampjes op de
afwasprogramma-indicator aangegeven. Als er
op de afwasprogramma-indicator vier lampjes
branden dan is de instelling van het
wateronthardingssysteem 4.
3. Druk op de SLOT toets om de instelling van het
wateronthardingssysteem te verhogen of te
verlagen. Bijvoorbeeld, als de hardheid van het
water 500ppm is moeten er 4 lampjes branden.
4. Als u eenmaal de gewenste instelling van het
wateronthardingssysteem heeft geselecteerd,
drukt u op de POWER toets om de wijziging op
te slaan.
Voorbeeld van een instelling van het
Wateronthardingssysteem op 4.
Het verwijderen van de auto start optie
Op het moment dat de vaatwaslade de fabriek
verlaat is zij zo geprogrammeerd dat ze
automatisch opstart wanneer de lade wordt
geopend. De vaatwaslade zal niet met afwassen
starten tot de lade gesloten is en de START/PAUZE
toets ingedrukt is. Als u niet wilt dat de
vaatwaslade automatisch opstart kan deze functie
worden uitgeschakeld.
1. Treed zoals hierboven is beschreven tot de
Optie Afstellingsmodus toe.
2. Druk tweemaal de START/PAUZE toets in. De
lampjes boven de START/PAUZE toets lichten
groen op en de ECO toets zal rood oplichten. Is
dit niet het geval, druk op de POWER toets en
begin van voor af aan.
3. Druk op de SLOT toets om de Auto Start
functie in of uit te schakelen. Als alle rode
lampjes op de afwasprogramma-indicator uit
zijn, is de Auto Start functie uitgeschakeld.
4. Druk op de POWER toets om de wijzigingen op
te slaan.
Auto Start Aan
Auto Start Uit
Optie afstellingsmodus
16
Het verwijderen van de pieptonen voor einde
afwasprogramm
De fabriek heeft de vaatwaslade op dusdanige
wijze geprogrammeerd dat zij aan het einde van
het afwasprogramma zes pieptonen laat horen.
Deze functie kan worden uitgeschakeld.
1. Treed zoals op pagina 16 is beschreven tot de
Optie Afstellingsmodus toe.
2. Druk drie keer op de START/PAUZE toets. De
lampjes boven de START/PAUZE toets kleuren
oranje en de ECO toets licht rood op. Is dit niet
het geval, druk op de POWER toets en begin
van voor af aan.
3. Druk op de SLOT toets om naar wens de
Pieptonen voor Einde Afwasprogramma in of uit
te schakelen. De Pieptonen voor Einde
Afwasprogramma zijn uitgeschakeld als alle rode
lampjes op de afwasprogramma-indicator uit
zijn.
4. Druk op de POWER toets om de wijzigingen op
te slaan.
Pieptonen Aan
Pieptonen Uit
Het installeren van de optie lade dicht
Als de Optie Lade Dicht geselecteerd is, zal de
vaatwaslade op alle momenten vergrendeld blijven.
Indien u wenst de vaatwaslade te openen dient u
op de POWER toets te drukken. Wanneer de
vaatwaslade weer volledig gesloten is, zal de
grendel na 30 seconden automatisch naar beneden
komen en de vaatwaslade vergrendelen.
OPMERKING: Wanneer de SLOT functie in
combinatie met de Optie Lade Dicht wordt
gebruikt zal de vaatwaslade niet open gaan door op
de POWER toets te drukken. De SLOT functie
dient te worden uitgeschakeld om het openen van
de vaatwaslade mogelijk te maken.
1. Treed zoals op pagina 16 is beschreven tot de
Optie Afstellingsmodus toe.
2. Druk vier keer op de START/PAUZE toets. De
lampjes boven de START/PAUZE toets en de
ECO toets lichten rood op. Is dit niet het geval,
druk op de POWER toets en begin van voor af
aan.
3. Druk op de SLOT toets om de Lade Dicht
functie in of uit te schakelen. Als alle rode
lampjes op de afwasprogramma-indicator aan
staan dan is de Lade Dicht functie ingeschakeld.
4. Druk op de POWER toets om de wijzigingen op
te slaan.
Lade Dicht Aan
Lade Dicht Uit
17
EEN STORINGSCODE HERKENNEN
Wanneer zich een storing voordoet zal de vaatwaslade constant iedere seconde een pieptoon laten horen.
De storingscode wordt voor de losstaande modellen op het Electronische Display en voor de
inbouwmodellen op de binnenkant van het bedieningspaneel aangegeven.
Elke storingscode voor losstaande en inbouwmodellen wordt in de onderstaande tabel aangegeven.
HOE BIJ EEN STORINGSCODE TE WERK TE GAAN
1. Druk op de POWER toets om de storingscode te verwijderen.
2. Indien de storingscode en de ononderbroken pieptonen met behulp van de POWER toets te
verwijderen zijn, moet u de stroomtoevoer bij de stroomvoorziening uitschakelen.
3. We raden u aan om de tabel hieronder te controleren en waar mogelijk de storing te corrigeren.
4. Na het verhelpen van de storing kunt u de stroomtoevoer naar de vaatwaslade weer inschakelen.
5. Indien de storingscode en de ononderbroken pieptonen niet verdwijnen, dient u de water- en
stroomtoevoer naar de vaatwaslade af te sluiten .
6. Wanneer u met de Klantenservice belt, dient u de storingscode die op de vaatwaslade is verschenen
door te geven. Deze informatie helpt ons om u beter van dienst te kunnen zijn.
Mocht u nog enige vragen over de functionering van het product hebben, neem dan contact op met onze
Klantenservice.
Storingscodes
18
STORINGSCODES MOGELIJKE OORZAKEN HOE TE HANDELEN
De hoogwater schakelaar is
geactiveerd.
Sluit de water- en stroomtoevoer naar
de vaatwaslade af en bel uw
Klantenservice of Bevoegde
Servicedienst.
Probleem met de motor. Bel uw Klantenservice of Bevoegde
Servicedienst.
Temperatuursensorstoring. Controleer of de temperatuur van het
water dat in de watertoevoerslang
stroomt niet hoger dan 65°C is. Het is
mogelijk dat u een temperingsklep op uw
waterleiding dient aan te sluiten.
Defecte temperatuursensor
of element.
Bel uw Klantenservice of Bevoegde
Servicedienst.
Elektronische storing. Bel uw Klantenservice of Bevoegde
Servicedienst.
Storing bij het vullen. - Draai de vaatwaslade waterkraan open.
- Controleer dat de sproeiarm romdom
het midden kan draaien. Indien de
vaatwaslade met water gevuld is dient
deze handmatig te worden geleegd.
- De waterstop is geactiveerd. Bel uw
Klantenservice of Bevoegde
Servicedienst.
Als de vaatwaslade niet naar behoren lijkt te werken, kunt u de onderstaande tabel controleren
en waar mogelijk het probleem corrigeren.
Het opsporen van storingen
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK HOE TE HANDELEN
Vaatwaslade wil niet
opstarten
• De voedingskabel is niet aangesloten.
• De lade zit niet goed dicht.
• De Slot functie is ingeschakeld.
• De START/PAUZE toets is niet ingedrukt.
• Op de stroomvoorziening aansluiten.
• Controleer of de lade goed dicht zit.
• Schakel de Slot functie uit. Houdt de SLOT
toets vast tot het ‘Slot’ symbool (losstaande
modellen) verdwijnt of het groene lampje
(inbouwmodellen) uitgaat.
• Druk op de START/PAUZE toets.
Overtollig water in de
vaatwaslade
• Afvoerslang(en) zijn gebogen of geknikt.
• Filters en/of waterslang(en) zijn geblokkeerd.
• Leg de afvoerslang(en) recht.
• Reinig de filterplaat/het afvoerfilter.
Deblokkeer de afvoerslang(en). Raadpleeg het
hoofdstuk over het normale onderhoud.
Watervlekken op het
vaatwerk
• Onvoldoende spoelglansmiddel.
• Te lage instelling van het spoelglansmiddel.
• Vaatwaslade is te vol/niet goed geladen.
• Onvoldoende of geen zout in het
wateronthardingssysteem.
• Controleer of er genoeg spoelglansmiddel in
de dispenser aanwezig is.
• Verhoog de instelling van het spoelglansmiddel
• Raadpleeg het hoofdstuk over het laden.
• Controleer dat er genoeg zout in het
wateronthardingssysteem aanwezig is en/of
verhoog de instelling van het
wateronthardingssysteem.
Vaatwerk is niet schoon • Voor de lading ongeschikt afwasprogramma.
• Sproeiarm kan niet draaien.
• Vaatwaslade te vol/niet goed geladen.
• De filterplaat/het afvoerfilter zijn
niet goed geplaatst.
• Reinigingsmiddel zit in het
verkeerde compartiment.
• Overtollige voedselresten zijn voor het
afwassen niet van het serviesgoed geschraapt.
• Ongeschikt reinigingsmiddel.
• Onvoldoende reinigingsmiddel.
• De gaten van de sproeiarm zijn geblokkeerd.
• De filterplaat/het afvoerfilter zijn geblokkeerd.
• Megarek is niet goed geïnstalleerd.
• Onvoldoende zout in het
wateronthardingssysteem.
• Raadpleeg het hoofdstuk over de
afwasprogramma’s voor een geschikt
afwasprogramma, of het vuil zit te erg aan de
bodem vastgeplakt en moet misschien eerst
los worden geweekt.
• Controleer of er spake is van voorwerpen die
het traject van de sproeiarm blokkeren.
• Raadpleeg het hoofdstuk over laden.
• Raadpleeg het hoofdstuk over het normale
onderhoud.
• Het reinigingsmiddel moet in het grote
compartiment worden gedaan.
• Schraap voor het laden alle voedselresten van
het serviesgoed.
• Gebruik alleen aanbevolen merken
afwasautomaat reinigingsmiddelen.
• Raadpleeg het hoofdstuk over het
reinigingsmiddel of de instructies van de
fabrikant van het reinigingsmiddel.
• Maak de sproeiarm schoon.
• Maak de filterplaat en het afvoerfilter schoon.
• Raadpleeg het hoofdstuk over de accessoires
voor de correcte installatie.
• Controleer dat er genoeg zout in het
wateronthardingsssysteem aanwezig is en als
het probleem aanhoudt is het mogelijk dat u
de instelling van het wateronthardingssysteem
moet verhogen.
19
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK HOE TE HANDELEN
Binnenkant van de
vaatwaslade vertoont
vlekken
• Sommige levensmiddelen, zoals op tomaat
gebaseerde producten, kunnen vlekken op de
binnenkant van de vaatwaslade veroorzaken.
• Spoel het vaatwerk af alvorens u alles in de
vaatwaslade plaatst. Of start een
spoelprogramma na het plaatsen van het
vaatwerk om vlekken zoveel mogelijk te
voorkomen.
Vaat is niet droog • Niet goed geladen.
• Het spoelglansmiddel is op.
• Te lage instelling van het spoelglansmiddel.
• Er is een Eco afwasprogramma gebruikt.
• Controleer dat de borden niet tegen elkaar
staan.
• Hervul de dispenser voor het
spoelglansmiddel.
• Verhoog de instelling van het
spoelglansmiddel.
• Kies een standaard afwasprogramma.
Schuimvorming • Onjuiste hoeveelheid aan reinigingsmiddel.
• Teveel ei op het geladen vaatwerk.
• Te hoge instelling van het spoelglansmiddel.
• Raadpleeg het hoofdstuk over het
reinigingsmiddel of consulteer de instructies
van de fabrikant van het reinigingsmiddel.
• Voeg reinigingsmiddel aan het
voorwascompartiment toe.
• Verlaag de instelling van het spoelglansmiddel.
Er wordt geen
reinigingsmiddel afgegeven
• Het reinigingsmiddel was bij het vullen nat
geworden.
• Reinig de dispenser en controleer of de
dispenser tijdens het toevoegen van het
reinigingsmiddel droog is.
De motor maakt teveel
geluid
• De filterplaat en/of sproeiarm zijn niet goed
geplaatst.
• Er is geen water in de motorzone. Dit komt
normaal gesproken voor tijdens de eerste
keer dat de vaatwaslade wordt gebruikt of als
de afwasautomaat gedurende een lange
periode niet is gebruikt.
• Raadpleeg het hoofdstuk over het normale
onderhoud voor details over een correcte
positionering.
• Laat de vaatwaslade een compleet
afwasprogramma doorlopen.
Waterlekkage • De waterslang is niet aan de afvoer
gekoppeld.
• De watertoevoerslang is niet goed
aangesloten.
• Andere lekkages.
• Sluit de afvoerslang weer op de afvoerpijp
aan.
• Controleer of de watertoevoerslang goed is
aangesloten.
• Sluit de water- en stroomtoevoer naar de
vaatwaslade af. Bel uw Klantenservice of
Bevoegde Servicedients.
Vaatwaslade gaat niet open • De Kindervergrendeling is ingeschakeld of de
Optie Lade Dicht is geactiveerd, of beide.
• Schakel de vergrendeling uit. Houdt de SLOT
toets ingedrukt tot het ‘slot’ symbool
(losstaande modellen) verdwijnt of het groene
lampje (inbouw modellen) uitgaat en/of druk
op de POWER toets om de vaatwaslade te
openen.
Intermitterende pieptoon • Vaatwaslade is in de pauze modus. • Sluit de vaatwaslade en druk op de
START/PAUZE toets.
Ononderbroken pieptoon • Een storing heeft zich voorgedaan. • Raadpleeg het hoofdstuk over de
storingscodes.
20
Bewaar deze aanwijzingen
WAARSCHUWING
Lees, alvorens u van uw vaatwaslade gebruik
maakt, de aanwijzingen door.
Voor uw persoonlijke veiligheid dienen de in deze
handleiding voor de gebruiker opgenomen
aanwijzingen te worden opgevolgd om het gevaar
van brand of explosies te verkleinen of om schade
aan eigendommen, persoonlijk letsel of dodelijke
ongevallen te voorkomen.
Gebruik de vaatwaslade alleen voor het doel
waarvoor deze bestemd is, zoals in deze
Handleiding voor de Gebruiker is aangegeven.
Maak alleen van reinigings- of spoelglansmiddelen
gebruik die voor het gebruik in een huishoudelijke
afwasautomaat geschikt zijn en bewaar deze buiten
het bereik van kinderen. Controleer dat de
dispenser voor het reinigingsmiddel na elke
afwasbeurt helemaal leeg is.
Plaats, wanneer u de af te wassen voorwerpen
laadt, de scherpe voorwerpen op dusdanige wijze
dat ze de afdichting van de deksel niet beschadigen
en laadt scherpe messen met de handvaten naar
boven om het gevaar voor snijwonden te
verminderen.
Raak tijdens of onmiddellijk na het gebruik de
verwarmingsplaat niet aan.
Laat de vaatwaslade niet werken tenzij alle
afsluitplaten op hun plaats zitten.
Knoei niet met de bedieningen.
Maak geen misbruik van de vaatwaslade en ga
nooit op de lade of het bordenrek van de
vaatwaslade zitten of staan.
De kopjesrekken zijn ontworpen voor kopjes,
glazen en keukengerei. Leun, indien de
kopjesrekken in de vaatwaslade zitten, nooit op de
kopjesrekken en gebruik deze nooit om uw
lichaamsgewicht te ondersteunen.
Sta, om het gevaar van verwondingen te
verminderen, kinderen nooit toe om in of op de
vaatwaslade te spelen.
In bepaalde omstandigheden kan zich in een
systeem voor warm water dat gedurende twee of
meer weken niet gebruikt is geweest waterstofgas
vormen. WATERSTOFGAS IS EXPLOSIEF. Draai
alle kranen voor warm water open en laat het
water een aantal minuten lopen, indien het
systeem voor warm water gedurende een
dergelijke periode niet gebruikt is, alvorens de
afwasautomaat aan te zetten. Hierdoor kan
eventueel opgehoopt watergas worden verwijderd.
Tijdens deze operatie, daar waterstofgas licht
ontvlambaar is, dient men niet te roken of van een
open vlam gebruik te maken.
Verwijder de deur van het afwascompartiment als
u een oude afwasautomaat niet langer meer
gebruikt of afdankt.
De reinigingsmiddelen voor de afwasautomaat zijn
alkalinehoudend. Ze kunnen gevaarlijk zijn als ze
worden ingeslikt. Voorkom het contact met de
huid en ogen. Houdt kinderen en zwakke personen
uit de buurt van de afwasautomaat als de lade
geopend is.
INSTALLATIE
Alvorens deze vaatwaslade in gebruik te nemen
moet deze in overeenstemming met de Installatie-
aanwijzingen worden geïnstalleerd en
gepositioneerd. Als u de bladen met de installatie-
aanwijzingen niet samen met uw vaatwaslade heeft
ontvagen, kunt u deze aanvragen door uw
Klantenservice te bellen.
De installatie en buitengewoon onderhoud dienen
door een gekwalificeerd technicus te worden
uitgevoerd.
Indien de voedingskabel beschadigd is, dient deze
door een Bevoegd Servicecentrum of een
gelijkwaardig technicus te worden vervangen om
gevaarlijke situaties te voorkomen. Neem contact
op met onze Klantenservice.
Controleer of de vaatwaslade met behulp van de
bijgeleverde beugels aan de omringende kast is
vastgemaakt. Wanneer deze bevestiging niet wordt
uitgevoerd is het product mogelijkerwijs onstabiel
hetgeen schade of persoonlijk letsel zou kunnen
veroorzaken.
Maak niet van dit apparaat gebruik indien deze
beschadigd is, niet goed functioneert, gedeeltelijk
gedemonteerd is of als onderdelen hiervan kapot
zijn of ontbreken; een beschadigde voedingskabel
of stekker vallen hier ook onder.
Bewaar of gebruik geen benzine of andere licht
ontvlambare gassen of vloeistoffen in de buurt van
de vaatwaslade.
Sluit het apparaat aan op een op correcte wijze
beveiligd elektriciteitsnet met het juiste nominale
vermogen zodat elektrische overbelasting
vermeden wordt.
Controleer of de voedingskabel zo geplaatst is dat
er niet over gelopen en gestruikeld kan worden of
op enige andere wijze schade of stress kan
Belangrijke veiligheidsinformatie
21
veroorzaken. De vaatwaslade mag niet in een
ruimte geïnstalleerd of opgeslagen worden waar
deze aan temperaturen onder het vriespunt of aan
weersomstandigheden blootgesteld kan worden.
Maak geen gebruik van verlengsnoeren of van een
draagbaar elektrisch stopcontact (bijv. een
meervoudige contactdoos) om de vaatwaslade op
de stroomvoorziening aan te sluiten.
ONDERHOUD
Repareer of vervang geen enkel onderdeel van uw
apparaat of probeer geen reparatiewerkzaamheden
uit voeren tenzij die speciaal in deze Handleiding
voor de Gebruiker worden aanbevolen. We raden
u aan om contact op te nemen met een Bevoegd
Servicecentrum.
Houdt de vloer rondom uw apparaat schoon en
droog om zoveel mogelijk het risiko van uitglijden
te verminderen.
Houdt de ruimte rondom/onder uw apparaat vrij
van opgehoopt brandbaar materiaal zoals pluizen,
papier, stukken stof en chemicaliën.
Wees voorzichtig bij het reinigen van de onderkant
van de filterplaat omdat de scherpe buitenrand
snijwonden kan veroorzaken.
FUNCTIONERING
Onder geen enkele voorwaarde mag u de lade
openen terwijl de vaatwaslade nog
functioneert.
Druk altijd op de Start/Pauze toets om het
programma te onderbreken en wacht tot u
de drie extra pieptonen hoort voordat u de
lade opent.
De vaatwaslade dient met de motorgroep, de
filterplaat, het afvoerfilter en de sproeiarm op hun
plaats te worden gebruikt.
Bij het loskoppelen van uw apparaat dient u aan
aan de stekker en niet aan de voedingskabel of de
aansluiting te trekken om schade te voorkomen.
Let er bij het laden van de vaatwaslade op dat er
geen vaatwerk uitsteekt en verhindert dat het
deksel goed afsluit. De voorwerpen dienen op
dusdanige wijze te worden geplaatst dat ze niet
boven de lade uitsteken of in de lade geforceerd
worden, omdat dan wellicht een ingreep van een
Servicecentrum vereist kan zijn.
Huishoudelijke apparaten zijn niet bedoeld om er
kinderen mee te laten spelen. Kinderen of
personen met een handicap waardoor ze minder
voor het gebruik van het apparaat geschikt zijn,
dienen door een verantwoordelijk persoon voor
het gebruik hiervan te worden geïnstrueerd. De
instructeur dient er zeker van te zijn dat deze
personen zonder het gevaar voor zichzelf of voor
hun omgeving van het apparaat gebruik kunnen
maken.
Wanneer er kinderen bij het apparaat of in de
buurt hiervan aanwezig zijn moet er goed toezicht
gehouden worden. Laat kinderen niet in, op of met
het apparaat of met enig ander afgedankt apparaat
spelen.
Indien een product voor het reinigen van de
afwasautomaat wordt gebruikt raden we ten
zeerste aan dat onmiddellijk hierna een
afwasprogramma met reinigingsmiddel wordt
uitgevoerd om enige schade aan de vaatwaslade te
voorkomen.
De vaatwaslade is ontworpen voor het afwassen
van normaal huishoudelijk keukengerei.
Voorwerpen die besmet zijn met benzine, verf,
staal- of ijzerafval, corroderende, zure of
alkalinehoudende chemicaliën mogen niet in de
vaatwaslade worden afgewassen.
Als de vaatwaslade voor lange tijd niet wordt
gebruikt, dienen de water- en stroomtoevoer naar
de vaatwaslade af te worden gesloten.
Giet geen reinigings- of spoelglansmiddel in het
zoutreservoir. De reinigings- of spoelglansmiddelen
kunnen het wateronthardingssysteem vernietigen.
Het is belangrijk dat de Handleiding voor de
Gebruiker altijd bij het apparaat bewaard
wordt zodat deze altijd geraadpleegd kan
worden. Indien het apparaat aan een nieuwe
eigenaar verkocht of overgedragen wordt
dient u ervoor te zorgen dat deze
Handleiding voor de Gebruiker bij het
apparaat blijft zodat de nieuwe eigenaar zelf
het apparaat kan leren gebruiken en van de
relevante waarschuwingen kennis kan nemen.
22
Uw installeur MOET de onderstaande zaken voltooid en gecontroleerd hebben:
De vaatwaslade staat vlak en waterpas.
De vaatwaslade is goed aan de omringende kasten vastgemaakt.
Controleren dat het vochtwerende plakband aangebracht is en dat de kast in overeenstemming met de
installatie-aanwijzingen afgesloten is.
De vaatwaslade kan gemakkelijk geopend en gesloten worden. De vaatwaslade moet zonder moeite
helemaal gesloten kunnen worden zonder dat deze weerstand van de omringende kasten ondervindt.
Controleer bij de inbouwmodellen dat de ventilatie-opening van 8mm zich op de juiste plaats bevindt.
De stroomvoorziening aangesloten en ingeschakeld is.
De watertoevoerslang is aangesloten en de kraan open staat. Er mogen geen lekkages zijn.
De afvoerslang(en) zijn aangesloten en dat er geen lekkages zijn. Er mogen geen knikken of
verstoppingen in de afvoerslang(en) zitten.
De sproeiarm in het midden zit en dat deze vrij kan ronddraaien.
Het spoelprogramma heeft laten draaien.
Het waterniveau aan het einde van het afwasprogramma onder de roestvrijstalen filterplaat staat. Het is
normaal dat u een beetje water in de zone van het afvoerfilter vindt. Het wateronthardingssysteem op
de hardheid van het water in uw regio heeft ingesteld.
De installateur is verantwoordelijk voor de installatie van de vaatwaslade. Als de installatie van
de afwasautomaat niet correct is uitgevoerd, zal dit niet door de garantie worden gedekt.
Controlelijst bij installatie
23
Weggooien van de oude apparatuur
De apparatuur is vervaardigd van materiaal dat gerecycled of hergebruikt kan worden. Volg de
plaatselijke voorschriften voor afvalverwerking op wanneer u de apparatuur afdankt. Maak de
apparatuur onbruikbaar door het elektrische snoer af te knippen.
Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG betreffende
afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).
Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier weggegooid wordt, helpt u mogelijke
negatieve consequenties voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen.
Het symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat dit product niet
als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het afgegeven worden bij een
verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparaten.
Afdanking moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de plaatselijke milieuvoorschriften voor
afvalverwerking. Voor nadere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product
wordt u verzocht contact op te nemen met het stadskantoor in uw woonplaats, uw afvalophaaldienst of
de winkel waar u het product aangeschaft heeft.
5019 709 02002
Printed in Italy
n
12/07
NL

Documenttranscriptie

KDDS 6010 - KDDD 6010 Gebruiksaanwijzing Instructies voor de functionering 4 Afwasprogramma’s 6 Voorbereiding van uw serviesgoed 7 Accessoires en laden 8 Dispenser voor reinigingsmiddel 10 Dispenser voor spoelglansmiddel 11 Wateronthardingssysteem 12 Aanwijzingen voor normaal onderhoud 14 Optie afstellingsmodus 16 Storingscodes 18 Het opsporen van storingen 19 Belangrijke veiligheidsinformatie 21 Controlelijst bij installatie 23 Weggooien van de oude apparatuur 23 Istruzioni per l’uso In het geval dat u over een dubbele DishDrawer® beschikt, is elke DishDrawer® van zijn eigen bedieningspaneel voorzien en kan onafhankelijk van de ander functioneren. 1 - VAATWERK LADEN Verwijder alle overtollige voedselresten en laad het vaatwerk. 2 - VOEG REINIGINGSMIDDEL & SPOELGLANSMIDDEL TOE 5 - ECO TOETS Druk op de ECO toets , indien u wenst dat het afwasprogramma minder tijd en energie verbruikt. Het rode ECO lampje geeft aan dat deze functie geactiveerd is. Indien uw vaatwerk erg vuil is of indien u een verhoogd droogresultaat wenst raden we u het gebruik van de ECO programma’s af. 6 - CONTROLE Controleer dat het afvoerfilter van de filterplaat voorzien is en dat de sproeiarm vrij rondom het midden kan draaien. 4 de lic aa t sp oe len in te ns ief no rm aa l 4 - AFWASPROGRAMMA SELECTEREN Druk op de PROGRAMMA toets om het gewenste programma te selecteren. De vaatwaslade zal het laatst gebruikte programma onthouden. sn el 3 - DRUK OP DE POWER TOETS Druk op de POWER toets voor het in- en uitschakelen van de vaatwaslade. Door de vaatwaslade te openen zal het energieverbruik met 30 seconden worden verhoogd. Om het afwasprogramma in het midden van een cyclus te onderbreken druk op de POWER toets. Het water dat in de vaatwaslade aanwezig is, zal worden weggepompd. Voor het verwijderen van de Toetsenvergrendeling of het Kinderslot dient u op de SLOT toets te drukken en deze vast te houden tot het rode lampje boven de SLOT toets verdwijnt. 7 - START Sluit de vaatwaslade. Druk op de START/PAUZE toets om het afwasprogramma op te starten. Deze toets kan tevens worden gebruikt om de Startvertraging te activeren. STARTVERTRAGINGSMODUS De opstart van het afwasprogramma kan met een periode van 1 tot 12 uur worden vertraagd. Voor het activeren van de Startvertraging: PAUZE Druk op de START/PAUZE toets om de vaatwaslade gedurende de afwascyclus tot stilstand te brengen, wacht tot u drie pieptonen hoort, alvorens de afwasautomaat te openen. Druk op de START/PAUZE toets om het programma te hervatten. Indien de lade gedurende de cyclus geforceerd wordt geopend kan dit schade of verwonding van personen tot gevolg hebben. 1. Dient u op de START/PAUZE toets te drukken en deze vast te houden tot het lampje boven de START/PAUZE toets oranje kleurt. 2. De vaatwaslade laat een “pieptoon” horen wanneer u op de START/PAUZE toets drukt. Elke pieptoon staat voor een uur vertraging. U dient de START/PAUZE toets net zolang ingedrukt te houden tot u de gewenste tijd voor de startvertraging heeft bereikt. 3. De vaatwaslade zal zich opstarten zodra de tijd voor de startvertraging is verlopen en de lade dicht is. 8 - EINDE PROGRAMMA De vaatwaslade laat zes maal een pieptoon horen om het einde van het afwasprogramma aan te geven. Aan het einde van het afwasprogramma zal gedurende een ingestelde tijd de drogelucht-ventilator blijven draaien tot de lade geopend wordt. De ventilator helpt bij het drogen van het vaatwerk en verbruikt een te verwaarlozen hoeveelheid aan energie. Het is gewoon dat er na het beëindigen van het afwasprogramma wat water in de zone van het afvoerfilter achterblijft. Voor het verwijderen van de Startvertraging dient u op de START toets te drukken of de START/PAUZE toets net zolang vast te houden tot het lampje groen kleurt. OPMERKING Indien de vaatwaslade functioneert en een stroomstoring zich voordoet zal de afwasautomaat tot stilstand komen. Het kan mogelijk zijn dat gedurende deze tijd de vaatwaslade niet geopend kan worden. Als de stroomvoorziening weer hervat is, zal de vaatwaslade het programma op hetzelfde punt hervatten. VERGRENDELINGSTOETS (OPTIONEEL) De Vergrendelingstoets activeert/deactiveert de Toetsenvergrendeling of het Kinderslot. TOETSENVERGRENDELING De Toetsenvergrendeling deactiveert alle toetsen op de vaatwaslade. Voor het activeren hiervan dient u op de SLOT toets te drukken en deze vast te houden tot u een pieptoon hoort (ongeveer 3 seconden). KINDERSLOT Het Kinderslot sluit de vaatwaslade af en deactiveert alle toetsen. Voor het activeren hiervan dient u op de SLOT toets te drukken en deze vast te houden tot u twee pieptonen hoort (ongeveer 5 seconden). 5 Afwasprogramma’s STANDAARD PROGRAMMA – Wanneer te gebruiken INTENSIEF Zwaar bevuilde potten, pannen en serviesgoed NORMAAL Vaatwerk met normale bevuiling voor optimale afwas- en droogresultaten SNEL Licht bevuild vaatwerk DELICAAT Licht bevuild & hittegevoelig serviesgoed SPOELEN Voor het voorkomen van geuren & het opdrogen van vuil op het vaatwerk ECO PROGRAMMA – Wanneer te gebruiken INTENSIEF Zwaar bevuilde dagelijkse vaat NORMAAL Normaal bevuilde vaat voor een optimaal energieverbruik SNEL Licht bevuilde en niet vette vaat DELICAAT Niet vette, licht bevuilde & hittegevoelig serviesgoed 6 Voorbereiding van uw serviesgoed De combinatie van hoge temperaturen en reinigingsmiddelen voor de afwasautomaat kunnen schade aan enkele delen van uw vaatwerk aanrichten indien ze in de vaatwaslade worden afgewassen. Indien u twijfels heeft omtrent een bepaald aspect wat het afwassen van bepaalde voorwerpen in de vaatwaslade, dient u de instructies van de fabrikant van de voorwerpen op te volgen of deze voorwerpen met de hand af te wassen. GEDECOREERDE VOORWERPEN De meeste moderne chinese patronen zijn afwasautomaat bestendig. Antieke voorwerpen, zoals met een patroon over de glazuurlaag, met gouden randen of handbeschilderd porcelein kunnen echter gevoelig zijn voor het afwassen in de afwasautomaat. In het geval van twijfel dient u deze voorwerpen met de hand af te wassen. GELIJMDE VOORWERPEN Bepaalde lijmsoorten worden door het afwassen in de afwasautomaat verzacht of opgelost. In het geval van twijfel dient u gelijmde voorwerpen met de hand af te wassen. BESTEK & ZILVERWERK Al het bestek en zilverwerk dient onmiddellijk na gebruik te worden afgespoeld om het aan-etsen hiervan als gevolg van bepaald voedsel te voorkomen. Het Spoelwasprogramma kan hiervoor worden gebruikt. Zilveren voorwerpen mogen nooit met roestvrijstalen voorwerpen, zoals bijvoorbeeld bestek, in aanraking komen. Het mengen van deze voorwerpen kan vlekken veroorzaken. Verwijder het zilverwerk uit de vaatwaslade en maak het, onmiddellijk nadat het programma afgelopen, is met de hand droog. GLASWERK Het meeste glaswerk voor dagelijks gebruik is afwasautomaat bestendig. Kristal, fijn en antiek glaswerk zouden kunnen krassen of dof kunnen worden. U kunt deze voorwerpen het beste met de hand afwassen. VAKANTIETIJD We raden u aan om te controleren dat de korven leeg zijn, indien u de vaatwaslade voor een bepaalde tijd niet zult gebruiken. Zorg dat de binnenkant van de vaatwaslade schoon is. Houd de laden op een kier om de circulatie van lucht mogelijk te maken. Sluit zowel de stroomtoevoer als de watertoevoer naar de vaatwaslade af. ALUMINIUM Aluminium kan door het reinigingsmiddel voor de afwasautomaat mat worden. De mate van aantasting hangt af van de kwaliteit van het product. ANDERE METALEN IJzeren en gietijzeren voorwerpen zouden kunnen roesten of vlekken op andere voorwerpen achterlaten. Koper, tin en messing hebben de neiging om vlekken achter te laten. HOUTEN VOORWERPEN Houten voorwerpen zijn normaal gesproken gevoelig voor hitte en water. Regelmatig gebruik in de afwasautomaat kan met de tijd een achteruitgang van het product veroorzaken. In het geval van twijfel dient u met de hand af te wassen. PLASTIC Bepaalde plastic voorwerpen kunnen als gevolg van warm water van vorm of kleur veranderen. Controleer de aanwijzingen van de fabrikant voor het afwassen van plastic voorwerpen. Plastic voorwerpen die in de afwasautomaat afgewassen kunnen worden dient u om te keren zodat ze niet kunnen kantelen en zich met water zouden kunnen vullen of gedurende het afwassen door de korf zouden kunnen vallen. 7 Accessoires en laden De inzetstukken en rekken kunnen naar gelang uw behoeften toegevoegd of verwijderd worden. In het geval u beschikt over het dubbele vaatwaslade model kunnen een aantal voorwerpen in de beide laden gebruikt worden. Zo kunt u bijvoorbeeld de twee megarekken in een lade combineren voor het afwassen van alle kopjes en glazen en de andere lade voor het afwassen van borden en grotere voorwerpen gebruiken. A D C B A. KORF De korf houdt bepaalde voorwerpen op hun plaats en houdt het vaatwerk boven de sproeiarm. Zonder de inzetstukken kunnen grote schalen en potten neer worden gelegd. B. TOEGANGSPLAAT AFVOERFILTER De toegangsplaat voor het afvoerfilter is ontworpen om aan de korf en over het afvoerfilter te worden vastgeklikt. Hierdoor kan worden voorkomen dat voorwerpen de bodem van de vaatwaslade aanraken en zo de rotatie van de sproeiarm zouden kunnen verhinderen. De toegang tot het afvoerfilter wordt echter niet belemmerd. C. MEGAREK Het megarek is ontworpen voor glazen, kopjes en kleine bordjes. HET MEGAREK INSTALLEREN Plaats, voor het installeren van het megarek, de buitenste pootjes van het rek op de bovenkant van de korf. Het megarek is op correcte wijze geïnstalleerd indien deze vast in de korf zit en niet kan bewegen. D. INZETSTUK BORDEN Het inzetstuk voor borden geeft steun aan borden en kommen. KOPJESREKKEN Kopjes, glazen en keukengerei kunnen aan de linker- en rechterkant van kopjesrekken worden geplaatst. Voor het beste resultaat controleer dat hieronder zich geen grote voorwerpen bevinden die zouden kunnen voorkomen dat het afwaswater de kopjesrekken bereikt. De wijnglazen kunnen op de kopjesrekken gesteund worden mits dit in combinatie met het megarek gebeurd. Op het kopjesrek bevinden zich beschermers om te voorkomen dat kopjes de wand van de vaatwaslade zouden kunnen aanraken. Dit helpt om de afwasen droogresultaten te verbeteren. 8 BESTEKKORF Bestek, klein keukengerei en bepaalde plastic deksels kunnen het beste in de bestekkorf worden geplaatst. Voor het beste afwasresultaat raden we u aan om het bestek met de handvaten naar beneden en scherpe hulpmiddelen met de handvaten naar boven geplaatst te laden om het risiko voor verwondingen te verkleinen. Meng lepels, messen en vorken over de verschillende vakken om het in elkaar vasthaken hiervan te voorkomen en om een vrije circulatie van het water te kunnen garanderen. Voorkom dat roestvrijstalen voorwerpen het zilverwerk aanraken om het achterlaten van vlekken te voorkomen. Maak gebruik van de ovalen openingen (lepelrek) voor eetlepels en theelepeltjes. Kleine voorwerpen, zoals plastic deksels, kunnen onder het lepelrek worden geplaatst. Hierdoor kunt u voorkomen dat deze voorwerpen door het afwaswater worden verplaatst en zo op de bodem kunnen vallen waardoor ze de rotatie van de spoeiarm zouden kunnen verhinderen. Het afwaswater voor de vaatwaslade komt van de sproeiarm die zich op de bodem van de afwasautomaat bevindt. De sproeiarm draait en zorgt ervoor dat het afwaswater alle zones van de vaatwaslade bereikt. Controleer dat er voor het water genoeg ruimte is om alle zones en met name de kopjesrekken te bereiken. Indien er sprake is van voorwerpen die het pad van de sproeiarm of van het afwaswater blokkeren zou het resultaat onvoldoende kunnen zijn. UW VAATWASLADE LADEN Onthoudt dat de vaatwaslade korf en de inzetstukken niet ontworpen zijn om volgeladen met vaatwerk uit de vaatwaslade te worden getild. 9 Dispenser voor reinigingsmiddel De dispenser voor het reinigings- en spoelglansmiddel bevindt zich aan de binnenkant van de vaatwaslade. De disperser voor reinigingsmiddel bevat twee compartimenten, het kleinste compartiment (A) is voor de voorwas en het andere compartiment (B) is voor het reinigingsmiddel voor de hoofdwas. Het voorwas- en hoofdwascompartiment zijn beide aan de binnenkant van markeringen voorzien. Het voorwascompartiment is van een markering voorzien dat voor 5g staat en bevat als hij vol is 10g. Het hoofdwascompartiment is van twee markeringen voorzien, de laagste markering staat voor 10g, de middelste markering 20g en bevat als hij vol is 30g. BELANGRIJK De dispenser voor reinigingsmiddel is ontworpen voor het gebruik van een poedervormig reinigingsmiddel. Vloeibare en tabletvormige reinigingsmiddelen zijn niet voor het gebruik in de vaatwaslade geschikt. Gebruik alleen poedervormige reinigingsmiddelen die voor huishoudelijke automatische afwasautomaten geschikt zijn. Vloeibare handwasmiddelen, zeep, was- of disinfecterende middelen kunnen schade aan de vaatwaslade veroorzaken. Sproei of giet reinigingsmiddelen nooit direct op één of meerder voorwerpen in de vaatwaslade. A B dispenser voor reinigingsmiddel open E F C G VULLEN VAN DE DISPENDER MET REINIGINGSMIDDEL D 1. Druk de vergrendeling naar beneden om de deur te openen. 2. Giet het reinigingsmiddel in de dispenser. Voor het Spoelprogramma is geen reinigingsmiddel nodig. 3. Sluit, na het vullen van het/de compartiment(en), de dispenserdeur dispenser voor reinigingsmiddel dicht en zoutreservoir tot deze dichtklikt. Gedurende het afwasprogramma wordt automatisch het reinigingsmiddel aan de vaatwaslade afgegeven. A. Voorwascompartiment B. Hoofdwascompartiment HOEVEELHEID REINIGINGSMIDDEL C. Indicatielampje Zout De hieronder aangegeven hoeveelheden aan reinigingsmiddel zijn D. Dekseltje Zoutreservoir voor een enkelvoudige vaatwaslade® bedoeld. E. Vergrendeling Dispenser voor Reinigingsmiddel Hoeveelheid Reinigingsmiddel F. Spoelglansmiddel Afwasprogramma’s Voorwas Hoofdwas Indicatielampje G. Spoelglansmiddel Afsluitpen (g)* (g)* Intensief Normaal Delicaat Snel 5 5 15 10 5 5 *5 g = ongeveer 1 theelepeltje vol, 15 g = ongeveer 3 theelepeltjes. 10 Dispenser voor spoelglansmiddel Voor de beste droogresultaten raden wij u ten zeerste een regelmatig gebruik van een spoelglansmiddel aan. Het spoelglansmiddel zorgt voor een streeploze en helderschoon aanzicht van uw glazen en serviesgoed en voorkomt tevens het aan-etsen van metaal. De dispenser voor spoelglansmiddel bevindt zich aan de binnenkant van de lade en is onder de dispenser voor het reinigingsmiddel geplaatst. De dispenser kan ongeveer 50ml spoelglansmiddel bevatten. DE HOEVEELHEID TE GEBRUIKEN SPOELGLANSMIDDEL Het is mogelijk dat de regelaar naar aanleiding van de condities van uw water aangepast zou moeten worden. De laagste instelling is ‘1’ en de hoogste is ‘5’. Raadpleeg het hoofdstuk “Optie Afstellingsmodus” (P16) om de instellingen van het spoelglansmiddel bij te stellen. Stel de instelling lager af, indien er aan het einde van het afwassen sprake van overmatig veel schuim is. Indien na het drogen het vaatwerk nat of streperig is, dient u de instelling hoger af te stellen. INDICATIELAMPJE SPOELGLANSMIDDEL Hervul de dispenser als het indicatielampje voor het spoelglansmiddel rood oplicht. Indien het indicatielampje voor het spoelglansmiddel zwakjes brandt of uit staat is er nog genoeg spoelglansmiddel voor de afwasbeurt aanwezig. DE DISPENSER VOOR SPOELGLANSMIDDEL VULLEN 1. Draai de afsluitpen tegen de klok in en verwijder hem. 2. Giet het spoelglansmiddel in de ronde opening. 3. Let goed op dat u geen spoelglansmiddel in de vaatwaslade morst. WAARSCHUWING Alle gemorste hoeveelheden dienen weggeveegd te worden om overmatig schuimen te voorkomen. 4. Breng de afsluitpen in de originele stand terug. 11 Wateronthardingssysteem Waterontharding is vereist voor het afwassen met de afwasautomaat om de vorming van kalkaanslag op uw vaatwerk en in uw vaatwaslade te voorkomen. Indien u voor het afwassen met de afwasautomaat gebruik maakt van hard water zult u zien dat uw glazen mat worden, dat uw vaatwerk bevlekt raakt of voorzien is van een witte laag en dat uw afwasautomaat met de tijd minder efficient zal blijken te zijn. Kraanwater dat boven de 100ppm zit dient voor optimale afwasresultaten te worden onthardt. De vaatwaslade is voorzien van een wateronthardingssysteem dat is ontworpen om de kalk- en magnesiumionen die het water hard maken te verwijderen. Het wateronthardingssysteem zal automatisch door middel van een zoutoplossing de hardheid uit het water halen. De hoeveelheid aan vereist zout hangt van de lokale hardheid van het water af. Uw lokale waterleidingbedrijf kan u van de nodige informatie over de hardheid van het water in uw regio voorzien. De optimale resultaten van het Wateronthardingssysteem waarborgen Het wateronthardingssysteem dient op de lokale hardheid van het water te worden ingesteld en dient altijd gevuld te zijn met zoutkorrels die speciaal voor het wateronthardingssysteem van de afwasautomaat zijn geproduceerd. We raden het gebruik van keukenzout zoals tafel- of steen- of korrelzout af daar deze onzuiverheden zouden kunnen bevatten die de levensduur van het wateronthardingssysteem nadelig zouden kunnen beïnvloeden of zouden kunnen doen afnemen. HET WATERONTHARDINGSSYSTEEM INSTELLEN De Hardheid van het Water in uw Regio bepalen Identificeer de vereiste instelling van uw vaatwaslade in de hieronder aangegeven tabel voor de hardheid van water. Bijvoorbeeld, als de hardheid van uw water 500ppm is, dient de instelling van het wateronthardingssysteem van uw vaatwaslade vier te zijn. Raadpleeg de Optie Afstellingsmodus voor het bijstellen van het wateronthardingssysteem zodat de instelling met de hardheid van uw water overeenkomt. Vaatwaslade instelling °dH °fH °e mmol/l ppm 0 0 - 5,6 0 - 10 0-7 0 - 0,1 0 - 100 1 5,6 - 14 10 - 25 7 - 17,5 0,1 - 2,5 100 - 250 2 14 - 19,6 25 - 35 17,5 - 24,5 2,5 - 3,5 250 - 350 3 19,6 - 25,2 35 - 45 24,5 - 31,5 3,5 - 4,5 350 - 450 4 25,2 - 30,8 45 - 55 31,5 - 38,5 4,5 - 5,5 450 - 550 5 30,8 - 35 55 - 62 38,5 - 43,8 5,5 - 6,2 550 - 625 OPMERKING Indien de hardheid van uw water boven de 625ppm is raden we u ten zeerste aan om voor alle afwasprogramma’s, met uitzondering van het Spoelprogramma, het reinigingsmiddelcompartiment helemaal op te vullen en om de instelling van het spoelglansmiddel op 5 te zetten. De resultaten van uw vaatwaslade zullen afnemen als de hardheid van uw water boven de 625ppm is. 12 HET ZOUTRESERVOIR Het ontharden van water kan alleen plaatsvinden als er zout in het reservoir zit. Het zoutreservoir dient alvorens men van de vaatwaslade gebruik maakt en elke keer dat het indicatielampje voor het zoutreservoir rood oplicht te worden gevuld. HET ZOUTRESERVOIR VULLEN 1. Open de vaatwaslade. 2. Draai de afsluitpen van het zoutreservoir los door deze tegen de klok in te draaien. 3. Plaats het zout in de zouthouder en giet de inhoud in het zoutreservoir. Het zoutreservoir kan ongeveer 0,5 kg zout bevatten. 4. Plaats de deksel stevig in de originele stand terug. 5. Indien u uw vaat niet onmiddellijk na het vullen van het zoutreservoir afwast, laat dan een spoelprogramma lopen om zout water of gemorste korrels te verwijderen. INDICATIELAMPJE VOOR ZOUT Als het indicatielampje voor het zout rood is, is het zoutreservoir leeg. Is het indicatielampje voor het zout echter zwart dan is er genoeg zout in het reservoir voor het geselecteerde afwasprogramma aanwezig. Alleen zout OPMERKING Als u de zoutdispenser vult kan het zijn dat u water uit de overloop van het wateronthardingssysteem ziet lopen. Reinigingsmiddel WAARSCHUWING - BELANGRIJK! Giet nooit reinigings- of spoelglansmiddelen in het zoutreservoir. Reinigings- en spoelglansmiddelen kunnen het wateronthardingssysteem vernietigen. 13 Spoelglansmiddel Aanwijzingen voor normaal onderhoud DE VAATWASLADE REINIGEN Soms dienen het afwasprogramma-indicatiepaneel en de directe omgeving hiervan te worden gereinigd om voedseldelen, aanslag door hard water en gemorste hoeveelheden te verwijderen. We raden aan om deze zones met een schone vochtige doek schoon te wrijven. ROESTVRIJSTALEN AFWERKING (GEBORSTELD ROESTVRIJ STAAL) Voor het reinigen van geborstelde roestvrijstalen oppervlakten van de deuren kunt u een reinigingsmiddel voor roestvrij staal gebruiken of de deuren met een schone vochtige doek schoonwrijven. Droog met een pluisloze droge doek. Het gebruik van de volgende schoonmaakmiddelen wordt afgeraden: - Plastic of roestvrijstalen schuursponjes - Schuurmiddelen, oplosmiddelen, huidhoudelijke reinigingsmiddelen - Zure of alkalinehoudende reinigingsmiddelen - Vloeibare handwasmiddelen of zeep - Was- of disinfecterende middelen. Indien een reinigingsmiddel/ontkalker voor de afwasautomaat wordt gebruikt, dient u onmiddellijk na de reiniging een afwasprogramma met reinigingsmiddel te laten lopen om de beschadiging van de vaatwaslade te voorkomen. INTERNE DELEN VAN DE VAATWASLADE 1. Sproeiarm 2. Filterplaat 3. Afvoerfilter HET AFVOERFILTER, DE SPROEIARM EN DE FILTERPLAAT REINIGEN We raden u aan om het afvoerfilter te reinigen telkens wanneer er voedseldeeltjes in het filter zitten. De filterplaat is op degelijke wijze ontworpen dat hij zelfreinigend is, maar ondanks dat is het mogelijk dat voedselresten zich ophopen. De sproeiarm en de filterplaat dienen bij een normaal gebruik eens per maand gereinigd te worden of vaker indien dit nodig blijkt. 14 1 2 3 DE SPROEIARM REINIGEN 1. Verwijder voorzichtig de korf. Til eerst de achterkant omhoog zodat u niet tegen de dispensers voor reinigings- en spoelglansmiddel aanstoot. 2. Haal de sproeiarm omhoog en schud er al het eventuele vuil uit. 3. Spoel de sproeiarm onder stromend water af en wrijf de sproeiarm met een vochtige doek schoon. 4. Plaats de sproeiarm op de waaier terug. HET AFVOERFILTER REINIGEN 1. Til de toegangsplaat voor het afvoerfilter op indien deze aan de korf vastzit. 2. Til het afvoerfilter op en verwijder deze uit de vaatwaslade. 3. Leeg het, spoel het onder stromend water schoon en plaats het op de daartoe dienende plaats terug. 4. Controleer dat het afvoerfilter van de filterplaat is voorzien. DE FILTERPLAAT REINIGEN 1. Controleer dat de vaatwaslade afgekoeld is alvorens u met reinigen aanvangt en volg de aanwijzingen voor het verwijderen van het afvoerfilter en de sproeiarm op. 2. In het midden van de filterplaat bevinden zich twee ringen. Houdt de binnenste ring vast en draai de buitenste ring voor ongeveer 1/8 slag tegen de klok in. Op deze manier komt de filterplaat vrij. 3. Wees voorzichtig bij het reinigen van de onderkant van de filterplaat aangezien deze een scherpe buitenrand bevat waaraan u zich zou kunnen snijden. 4. Verwijder al het vuil, was in zeepsop en spoel grondig met schoon water af. De verwarmingsplaat kan met een vochtige doek schoongewreven worden. 5. Herplaats de filterplaat op dusdanige wijze dat het plat op de bodem van de vaatwaslade ligt. Controleer dat de filterplaat met de binnenste ring op zijn plaats wordt geblokkeerd. 6. Voor het blokkeren van de filterplaat controleer dat de lijnen op één lijn liggen (zie de afbeelding voor de correcte positie). De filterplaat mag zich niet vrij kunnen bewegen. WAARSCHUWING De vaatwaslade mag uitsluitend worden gebruikt indien de afvoerplaat, het afvoerfilter en de sproeiarm correct geplaatst zijn. 1. Waaier 2. Binnenste ring 3. Buitenste ring 15 1 2 3 Optie afstellingsmodus Toegang tot de optie afstellingsmodus Na van de vaatwaslade gebruik te hebben gemaakt is het mogelijk dat u een aantal van de van te voren ingestelde opties wenst te veranderen om deze aan uw persoonlijke behoeften aan te passen. De instellingen voor het Spoelglansmiddel, het Wateronthardingssysteem, Auto Start, Pieptonen voor Einde Afwasprogramma’s, Lade Dicht, Schone Vaatindicatie en Droogverbeteringsmodus opties kunnen worden gewijzigd. 1. Druk op de POWER toets om de vaatwaslade op de Normale Functioneringsmodus te zetten. 2. Druk de ECO en SLOT toetsen in en houdt deze gedurende 5 seconden vast. U hoort één lange pieptoon indien deze toetsen op correcte wijze zijn ingedrukt. 3. Laat de SLOT en ECO toetsen los. 4. Gebruik de daarvoor bestemde toetsen op het bedieningspaneel in om de noodzakelijke wijzigingen aan te brengen. Deze worden hieronder uitgelegd. 5. Druk op de POWER toets, als u eenmaal de wijzigingen heeft uitgevoerd, om de wijzigingen op te slaan. 2. Druk op de START/PAUZE toets tot het lampje boven de START/PAUZE toets groen gekleurd is. Is dit niet het geval, druk op de POWER toets en begin van voor af aan. De huidige instelling van het wateronthardingssysteem wordt met rode lampjes op de afwasprogramma-indicator aangegeven. Als er op de afwasprogramma-indicator vier lampjes branden dan is de instelling van het wateronthardingssysteem 4. 3. Druk op de SLOT toets om de instelling van het wateronthardingssysteem te verhogen of te verlagen. Bijvoorbeeld, als de hardheid van het water 500ppm is moeten er 4 lampjes branden. 4. Als u eenmaal de gewenste instelling van het wateronthardingssysteem heeft geselecteerd, drukt u op de POWER toets om de wijziging op te slaan. Voorbeeld van een instelling van het Wateronthardingssysteem op 4. Het verwijderen van de auto start optie Op het moment dat de vaatwaslade de fabriek verlaat is zij zo geprogrammeerd dat ze automatisch opstart wanneer de lade wordt geopend. De vaatwaslade zal niet met afwassen starten tot de lade gesloten is en de START/PAUZE toets ingedrukt is. Als u niet wilt dat de vaatwaslade automatisch opstart kan deze functie worden uitgeschakeld. 1. Treed zoals hierboven is beschreven tot de Optie Afstellingsmodus toe. 2. Druk tweemaal de START/PAUZE toets in. De lampjes boven de START/PAUZE toets lichten groen op en de ECO toets zal rood oplichten. Is dit niet het geval, druk op de POWER toets en begin van voor af aan. 3. Druk op de SLOT toets om de Auto Start functie in of uit te schakelen. Als alle rode lampjes op de afwasprogramma-indicator uit zijn, is de Auto Start functie uitgeschakeld. 4. Druk op de POWER toets om de wijzigingen op te slaan. De instelling van het spoelglansmiddel aanpassen 1. Treed zoals hierboven is beschreven tot de Optie Afstellingsmodus toe. Het lampje boven de START/PAUZE toets is rood gekleurd om aan te geven dat u deze instelling gekozen heeft. 2. De huidige instelling voor het spoelglansmiddel is met rode lampjes op de afwasprogrammaindicator aangegeven. Als er op de afwasprogramma-indicator vier lampjes branden dan is de instelling van het spoelglansmiddel 4. 3. Druk op de SLOT toets om de instelling van het spoelglansmiddel te verhogen of te verlagen. De rode lampjes lichten eerst tot 5 op en beginnen vervolgens opnieuw bij 1. 4. Als u eenmaal de gewenste instelling van het spoelglansmiddel heeft geselecteerd, drukt u op de POWER toets om de wijziging op te slaan. Voorbeeld van een instelling van het Spoelglansmiddel op 4. De instelling van het wateronthardingssysteem aanpassen 1. Treed zoals hierboven is beschreven tot de Optie Afstellingsmodus toe. Auto Start Aan Auto Start Uit 16 Het verwijderen van de pieptonen voor einde afwasprogramm De fabriek heeft de vaatwaslade op dusdanige wijze geprogrammeerd dat zij aan het einde van het afwasprogramma zes pieptonen laat horen. Deze functie kan worden uitgeschakeld. 1. Treed zoals op pagina 16 is beschreven tot de Optie Afstellingsmodus toe. 2. Druk drie keer op de START/PAUZE toets. De lampjes boven de START/PAUZE toets kleuren oranje en de ECO toets licht rood op. Is dit niet het geval, druk op de POWER toets en begin van voor af aan. 3. Druk op de SLOT toets om naar wens de Pieptonen voor Einde Afwasprogramma in of uit te schakelen. De Pieptonen voor Einde Afwasprogramma zijn uitgeschakeld als alle rode lampjes op de afwasprogramma-indicator uit zijn. 4. Druk op de POWER toets om de wijzigingen op te slaan. 2. Druk vier keer op de START/PAUZE toets. De lampjes boven de START/PAUZE toets en de ECO toets lichten rood op. Is dit niet het geval, druk op de POWER toets en begin van voor af aan. 3. Druk op de SLOT toets om de Lade Dicht functie in of uit te schakelen. Als alle rode lampjes op de afwasprogramma-indicator aan staan dan is de Lade Dicht functie ingeschakeld. 4. Druk op de POWER toets om de wijzigingen op te slaan. Lade Dicht Aan Lade Dicht Uit Pieptonen Aan Pieptonen Uit Het installeren van de optie lade dicht Als de Optie Lade Dicht geselecteerd is, zal de vaatwaslade op alle momenten vergrendeld blijven. Indien u wenst de vaatwaslade te openen dient u op de POWER toets te drukken. Wanneer de vaatwaslade weer volledig gesloten is, zal de grendel na 30 seconden automatisch naar beneden komen en de vaatwaslade vergrendelen. OPMERKING: Wanneer de SLOT functie in combinatie met de Optie Lade Dicht wordt gebruikt zal de vaatwaslade niet open gaan door op de POWER toets te drukken. De SLOT functie dient te worden uitgeschakeld om het openen van de vaatwaslade mogelijk te maken. 1. Treed zoals op pagina 16 is beschreven tot de Optie Afstellingsmodus toe. 17 Storingscodes EEN STORINGSCODE HERKENNEN Wanneer zich een storing voordoet zal de vaatwaslade constant iedere seconde een pieptoon laten horen. De storingscode wordt voor de losstaande modellen op het Electronische Display en voor de inbouwmodellen op de binnenkant van het bedieningspaneel aangegeven. Elke storingscode voor losstaande en inbouwmodellen wordt in de onderstaande tabel aangegeven. HOE BIJ EEN STORINGSCODE TE WERK TE GAAN 1. Druk op de POWER toets om de storingscode te verwijderen. 2. Indien de storingscode en de ononderbroken pieptonen met behulp van de POWER toets te verwijderen zijn, moet u de stroomtoevoer bij de stroomvoorziening uitschakelen. 3. We raden u aan om de tabel hieronder te controleren en waar mogelijk de storing te corrigeren. 4. Na het verhelpen van de storing kunt u de stroomtoevoer naar de vaatwaslade weer inschakelen. 5. Indien de storingscode en de ononderbroken pieptonen niet verdwijnen, dient u de water- en stroomtoevoer naar de vaatwaslade af te sluiten . 6. Wanneer u met de Klantenservice belt, dient u de storingscode die op de vaatwaslade is verschenen door te geven. Deze informatie helpt ons om u beter van dienst te kunnen zijn. STORINGSCODES MOGELIJKE OORZAKEN HOE TE HANDELEN De hoogwater schakelaar is geactiveerd. Sluit de water- en stroomtoevoer naar de vaatwaslade af en bel uw Klantenservice of Bevoegde Servicedienst. Probleem met de motor. Bel uw Klantenservice of Bevoegde Servicedienst. Temperatuursensorstoring. Controleer of de temperatuur van het water dat in de watertoevoerslang stroomt niet hoger dan 65°C is. Het is mogelijk dat u een temperingsklep op uw waterleiding dient aan te sluiten. Defecte temperatuursensor of element. Bel uw Klantenservice of Bevoegde Servicedienst. Elektronische storing. Bel uw Klantenservice of Bevoegde Servicedienst. Storing bij het vullen. - Draai de vaatwaslade waterkraan open. - Controleer dat de sproeiarm romdom het midden kan draaien. Indien de vaatwaslade met water gevuld is dient deze handmatig te worden geleegd. - De waterstop is geactiveerd. Bel uw Klantenservice of Bevoegde Servicedienst. Mocht u nog enige vragen over de functionering van het product hebben, neem dan contact op met onze Klantenservice. 18 Het opsporen van storingen Als de vaatwaslade niet naar behoren lijkt te werken, kunt u de onderstaande tabel controleren en waar mogelijk het probleem corrigeren. PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK HOE TE HANDELEN Vaatwaslade wil niet opstarten • De voedingskabel is niet aangesloten. • De lade zit niet goed dicht. • De Slot functie is ingeschakeld. • Op de stroomvoorziening aansluiten. • Controleer of de lade goed dicht zit. • Schakel de Slot functie uit. Houdt de SLOT toets vast tot het ‘Slot’ symbool (losstaande modellen) verdwijnt of het groene lampje (inbouwmodellen) uitgaat. • Druk op de START/PAUZE toets. • De START/PAUZE toets is niet ingedrukt. Overtollig water in de vaatwaslade • Afvoerslang(en) zijn gebogen of geknikt. • Filters en/of waterslang(en) zijn geblokkeerd. • Leg de afvoerslang(en) recht. • Reinig de filterplaat/het afvoerfilter. Deblokkeer de afvoerslang(en). Raadpleeg het hoofdstuk over het normale onderhoud. Watervlekken op het vaatwerk • Onvoldoende spoelglansmiddel. • Controleer of er genoeg spoelglansmiddel in de dispenser aanwezig is. • Verhoog de instelling van het spoelglansmiddel • Raadpleeg het hoofdstuk over het laden. • Controleer dat er genoeg zout in het wateronthardingssysteem aanwezig is en/of verhoog de instelling van het wateronthardingssysteem. • Te lage instelling van het spoelglansmiddel. • Vaatwaslade is te vol/niet goed geladen. • Onvoldoende of geen zout in het wateronthardingssysteem. Vaatwerk is niet schoon • Voor de lading ongeschikt afwasprogramma. • Raadpleeg het hoofdstuk over de afwasprogramma’s voor een geschikt afwasprogramma, of het vuil zit te erg aan de bodem vastgeplakt en moet misschien eerst los worden geweekt. • Sproeiarm kan niet draaien. • Controleer of er spake is van voorwerpen die het traject van de sproeiarm blokkeren. • Vaatwaslade te vol/niet goed geladen. • Raadpleeg het hoofdstuk over laden. • De filterplaat/het afvoerfilter zijn • Raadpleeg het hoofdstuk over het normale niet goed geplaatst. onderhoud. • Reinigingsmiddel zit in het • Het reinigingsmiddel moet in het grote verkeerde compartiment. compartiment worden gedaan. • Overtollige voedselresten zijn voor het • Schraap voor het laden alle voedselresten van afwassen niet van het serviesgoed geschraapt. het serviesgoed. • Ongeschikt reinigingsmiddel. • Gebruik alleen aanbevolen merken afwasautomaat reinigingsmiddelen. • Onvoldoende reinigingsmiddel. • Raadpleeg het hoofdstuk over het reinigingsmiddel of de instructies van de fabrikant van het reinigingsmiddel. • De gaten van de sproeiarm zijn geblokkeerd. • Maak de sproeiarm schoon. • De filterplaat/het afvoerfilter zijn geblokkeerd. • Maak de filterplaat en het afvoerfilter schoon. • Raadpleeg het hoofdstuk over de accessoires • Megarek is niet goed geïnstalleerd. voor de correcte installatie. • Onvoldoende zout in het • Controleer dat er genoeg zout in het wateronthardingssysteem. wateronthardingsssysteem aanwezig is en als het probleem aanhoudt is het mogelijk dat u de instelling van het wateronthardingssysteem moet verhogen. 19 PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK HOE TE HANDELEN Binnenkant van de vaatwaslade vertoont vlekken • Sommige levensmiddelen, zoals op tomaat • Spoel het vaatwerk af alvorens u alles in de gebaseerde producten, kunnen vlekken op de vaatwaslade plaatst. Of start een binnenkant van de vaatwaslade veroorzaken. spoelprogramma na het plaatsen van het vaatwerk om vlekken zoveel mogelijk te voorkomen. Vaat is niet droog • Niet goed geladen. • Het spoelglansmiddel is op. • Te lage instelling van het spoelglansmiddel. • Er is een Eco afwasprogramma gebruikt. Schuimvorming • Onjuiste hoeveelheid aan reinigingsmiddel. • Teveel ei op het geladen vaatwerk. • Te hoge instelling van het spoelglansmiddel. • Controleer dat de borden niet tegen elkaar staan. • Hervul de dispenser voor het spoelglansmiddel. • Verhoog de instelling van het spoelglansmiddel. • Kies een standaard afwasprogramma. • Raadpleeg het hoofdstuk over het reinigingsmiddel of consulteer de instructies van de fabrikant van het reinigingsmiddel. • Voeg reinigingsmiddel aan het voorwascompartiment toe. • Verlaag de instelling van het spoelglansmiddel. Er wordt geen reinigingsmiddel afgegeven • Het reinigingsmiddel was bij het vullen nat geworden. • Reinig de dispenser en controleer of de dispenser tijdens het toevoegen van het reinigingsmiddel droog is. De motor maakt teveel geluid • De filterplaat en/of sproeiarm zijn niet goed geplaatst. • Raadpleeg het hoofdstuk over het normale onderhoud voor details over een correcte positionering. • Laat de vaatwaslade een compleet afwasprogramma doorlopen. • Er is geen water in de motorzone. Dit komt normaal gesproken voor tijdens de eerste keer dat de vaatwaslade wordt gebruikt of als de afwasautomaat gedurende een lange periode niet is gebruikt. Waterlekkage • De waterslang is niet aan de afvoer gekoppeld. • De watertoevoerslang is niet goed aangesloten. • Andere lekkages. • Sluit de afvoerslang weer op de afvoerpijp aan. • Controleer of de watertoevoerslang goed is aangesloten. • Sluit de water- en stroomtoevoer naar de vaatwaslade af. Bel uw Klantenservice of Bevoegde Servicedients. Vaatwaslade gaat niet open • De Kindervergrendeling is ingeschakeld of de Optie Lade Dicht is geactiveerd, of beide. • Schakel de vergrendeling uit. Houdt de SLOT toets ingedrukt tot het ‘slot’ symbool (losstaande modellen) verdwijnt of het groene lampje (inbouw modellen) uitgaat en/of druk op de POWER toets om de vaatwaslade te openen. Intermitterende pieptoon • Vaatwaslade is in de pauze modus. • Sluit de vaatwaslade en druk op de START/PAUZE toets. Ononderbroken pieptoon • Een storing heeft zich voorgedaan. • Raadpleeg het hoofdstuk over de storingscodes. 20 Belangrijke veiligheidsinformatie Bewaar deze aanwijzingen eventueel opgehoopt watergas worden verwijderd. Tijdens deze operatie, daar waterstofgas licht ontvlambaar is, dient men niet te roken of van een open vlam gebruik te maken. Verwijder de deur van het afwascompartiment als u een oude afwasautomaat niet langer meer gebruikt of afdankt. De reinigingsmiddelen voor de afwasautomaat zijn alkalinehoudend. Ze kunnen gevaarlijk zijn als ze worden ingeslikt. Voorkom het contact met de huid en ogen. Houdt kinderen en zwakke personen uit de buurt van de afwasautomaat als de lade geopend is. WAARSCHUWING Lees, alvorens u van uw vaatwaslade gebruik maakt, de aanwijzingen door. Voor uw persoonlijke veiligheid dienen de in deze handleiding voor de gebruiker opgenomen aanwijzingen te worden opgevolgd om het gevaar van brand of explosies te verkleinen of om schade aan eigendommen, persoonlijk letsel of dodelijke ongevallen te voorkomen. Gebruik de vaatwaslade alleen voor het doel waarvoor deze bestemd is, zoals in deze Handleiding voor de Gebruiker is aangegeven. Maak alleen van reinigings- of spoelglansmiddelen gebruik die voor het gebruik in een huishoudelijke afwasautomaat geschikt zijn en bewaar deze buiten het bereik van kinderen. Controleer dat de dispenser voor het reinigingsmiddel na elke afwasbeurt helemaal leeg is. Plaats, wanneer u de af te wassen voorwerpen laadt, de scherpe voorwerpen op dusdanige wijze dat ze de afdichting van de deksel niet beschadigen en laadt scherpe messen met de handvaten naar boven om het gevaar voor snijwonden te verminderen. Raak tijdens of onmiddellijk na het gebruik de verwarmingsplaat niet aan. Laat de vaatwaslade niet werken tenzij alle afsluitplaten op hun plaats zitten. Knoei niet met de bedieningen. Maak geen misbruik van de vaatwaslade en ga nooit op de lade of het bordenrek van de vaatwaslade zitten of staan. De kopjesrekken zijn ontworpen voor kopjes, glazen en keukengerei. Leun, indien de kopjesrekken in de vaatwaslade zitten, nooit op de kopjesrekken en gebruik deze nooit om uw lichaamsgewicht te ondersteunen. Sta, om het gevaar van verwondingen te verminderen, kinderen nooit toe om in of op de vaatwaslade te spelen. In bepaalde omstandigheden kan zich in een systeem voor warm water dat gedurende twee of meer weken niet gebruikt is geweest waterstofgas vormen. WATERSTOFGAS IS EXPLOSIEF. Draai alle kranen voor warm water open en laat het water een aantal minuten lopen, indien het systeem voor warm water gedurende een dergelijke periode niet gebruikt is, alvorens de afwasautomaat aan te zetten. Hierdoor kan INSTALLATIE Alvorens deze vaatwaslade in gebruik te nemen moet deze in overeenstemming met de Installatieaanwijzingen worden geïnstalleerd en gepositioneerd. Als u de bladen met de installatieaanwijzingen niet samen met uw vaatwaslade heeft ontvagen, kunt u deze aanvragen door uw Klantenservice te bellen. De installatie en buitengewoon onderhoud dienen door een gekwalificeerd technicus te worden uitgevoerd. Indien de voedingskabel beschadigd is, dient deze door een Bevoegd Servicecentrum of een gelijkwaardig technicus te worden vervangen om gevaarlijke situaties te voorkomen. Neem contact op met onze Klantenservice. Controleer of de vaatwaslade met behulp van de bijgeleverde beugels aan de omringende kast is vastgemaakt. Wanneer deze bevestiging niet wordt uitgevoerd is het product mogelijkerwijs onstabiel hetgeen schade of persoonlijk letsel zou kunnen veroorzaken. Maak niet van dit apparaat gebruik indien deze beschadigd is, niet goed functioneert, gedeeltelijk gedemonteerd is of als onderdelen hiervan kapot zijn of ontbreken; een beschadigde voedingskabel of stekker vallen hier ook onder. Bewaar of gebruik geen benzine of andere licht ontvlambare gassen of vloeistoffen in de buurt van de vaatwaslade. Sluit het apparaat aan op een op correcte wijze beveiligd elektriciteitsnet met het juiste nominale vermogen zodat elektrische overbelasting vermeden wordt. Controleer of de voedingskabel zo geplaatst is dat er niet over gelopen en gestruikeld kan worden of op enige andere wijze schade of stress kan 21 veroorzaken. De vaatwaslade mag niet in een ruimte geïnstalleerd of opgeslagen worden waar deze aan temperaturen onder het vriespunt of aan weersomstandigheden blootgesteld kan worden. Maak geen gebruik van verlengsnoeren of van een draagbaar elektrisch stopcontact (bijv. een meervoudige contactdoos) om de vaatwaslade op de stroomvoorziening aan te sluiten. dienen door een verantwoordelijk persoon voor het gebruik hiervan te worden geïnstrueerd. De instructeur dient er zeker van te zijn dat deze personen zonder het gevaar voor zichzelf of voor hun omgeving van het apparaat gebruik kunnen maken. Wanneer er kinderen bij het apparaat of in de buurt hiervan aanwezig zijn moet er goed toezicht gehouden worden. Laat kinderen niet in, op of met het apparaat of met enig ander afgedankt apparaat spelen. Indien een product voor het reinigen van de afwasautomaat wordt gebruikt raden we ten zeerste aan dat onmiddellijk hierna een afwasprogramma met reinigingsmiddel wordt uitgevoerd om enige schade aan de vaatwaslade te voorkomen. De vaatwaslade is ontworpen voor het afwassen van normaal huishoudelijk keukengerei. Voorwerpen die besmet zijn met benzine, verf, staal- of ijzerafval, corroderende, zure of alkalinehoudende chemicaliën mogen niet in de vaatwaslade worden afgewassen. Als de vaatwaslade voor lange tijd niet wordt gebruikt, dienen de water- en stroomtoevoer naar de vaatwaslade af te worden gesloten. Giet geen reinigings- of spoelglansmiddel in het zoutreservoir. De reinigings- of spoelglansmiddelen kunnen het wateronthardingssysteem vernietigen. ONDERHOUD Repareer of vervang geen enkel onderdeel van uw apparaat of probeer geen reparatiewerkzaamheden uit voeren tenzij die speciaal in deze Handleiding voor de Gebruiker worden aanbevolen. We raden u aan om contact op te nemen met een Bevoegd Servicecentrum. Houdt de vloer rondom uw apparaat schoon en droog om zoveel mogelijk het risiko van uitglijden te verminderen. Houdt de ruimte rondom/onder uw apparaat vrij van opgehoopt brandbaar materiaal zoals pluizen, papier, stukken stof en chemicaliën. Wees voorzichtig bij het reinigen van de onderkant van de filterplaat omdat de scherpe buitenrand snijwonden kan veroorzaken. FUNCTIONERING Onder geen enkele voorwaarde mag u de lade openen terwijl de vaatwaslade nog functioneert. Druk altijd op de Start/Pauze toets om het programma te onderbreken en wacht tot u de drie extra pieptonen hoort voordat u de lade opent. De vaatwaslade dient met de motorgroep, de filterplaat, het afvoerfilter en de sproeiarm op hun plaats te worden gebruikt. Bij het loskoppelen van uw apparaat dient u aan aan de stekker en niet aan de voedingskabel of de aansluiting te trekken om schade te voorkomen. Let er bij het laden van de vaatwaslade op dat er geen vaatwerk uitsteekt en verhindert dat het deksel goed afsluit. De voorwerpen dienen op dusdanige wijze te worden geplaatst dat ze niet boven de lade uitsteken of in de lade geforceerd worden, omdat dan wellicht een ingreep van een Servicecentrum vereist kan zijn. Huishoudelijke apparaten zijn niet bedoeld om er kinderen mee te laten spelen. Kinderen of personen met een handicap waardoor ze minder voor het gebruik van het apparaat geschikt zijn, Het is belangrijk dat de Handleiding voor de Gebruiker altijd bij het apparaat bewaard wordt zodat deze altijd geraadpleegd kan worden. Indien het apparaat aan een nieuwe eigenaar verkocht of overgedragen wordt dient u ervoor te zorgen dat deze Handleiding voor de Gebruiker bij het apparaat blijft zodat de nieuwe eigenaar zelf het apparaat kan leren gebruiken en van de relevante waarschuwingen kennis kan nemen. 22 Controlelijst bij installatie Uw installeur MOET de onderstaande zaken voltooid en gecontroleerd hebben: • De vaatwaslade staat vlak en waterpas. • De vaatwaslade is goed aan de omringende kasten vastgemaakt. • Controleren dat het vochtwerende plakband aangebracht is en dat de kast in overeenstemming met de installatie-aanwijzingen afgesloten is. • De vaatwaslade kan gemakkelijk geopend en gesloten worden. De vaatwaslade moet zonder moeite helemaal gesloten kunnen worden zonder dat deze weerstand van de omringende kasten ondervindt. • Controleer bij de inbouwmodellen dat de ventilatie-opening van 8mm zich op de juiste plaats bevindt. • De stroomvoorziening aangesloten en ingeschakeld is. • De watertoevoerslang is aangesloten en de kraan open staat. Er mogen geen lekkages zijn. • De afvoerslang(en) zijn aangesloten en dat er geen lekkages zijn. Er mogen geen knikken of verstoppingen in de afvoerslang(en) zitten. • De sproeiarm in het midden zit en dat deze vrij kan ronddraaien. • Het spoelprogramma heeft laten draaien. • Het waterniveau aan het einde van het afwasprogramma onder de roestvrijstalen filterplaat staat. Het is normaal dat u een beetje water in de zone van het afvoerfilter vindt. Het wateronthardingssysteem op de hardheid van het water in uw regio heeft ingesteld. De installateur is verantwoordelijk voor de installatie van de vaatwaslade. Als de installatie van de afwasautomaat niet correct is uitgevoerd, zal dit niet door de garantie worden gedekt. Weggooien van de oude apparatuur • De apparatuur is vervaardigd van materiaal dat gerecycled of hergebruikt kan worden. Volg de plaatselijke voorschriften voor afvalverwerking op wanneer u de apparatuur afdankt. Maak de apparatuur onbruikbaar door het elektrische snoer af te knippen. • Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). • Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier weggegooid wordt, helpt u mogelijke negatieve consequenties voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen. • Het symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparaten. • Afdanking moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking. Voor nadere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product wordt u verzocht contact op te nemen met het stadskantoor in uw woonplaats, uw afvalophaaldienst of de winkel waar u het product aangeschaft heeft. 23 Printed in Italy 12/07 5019 709 02002 n NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24

KitchenAid KDDS 6010 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor