Liebherr GP 1213 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Downloaded from www.vandenborre.be
Inhoudsopgave
1 Het apparaat in vogelvlucht.................................. 27
1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht........................... 27
1.2 Toepassingen van het apparaat............................... 27
1.3 Conformiteit.............................................................. 27
1.4 Opstelafmetingen..................................................... 28
1.5 Energie sparen......................................................... 28
2 Algemene veiligheidsvoorschriften..................... 28
3 Bedienings- en controle-elementen..................... 29
3.1 Bedienings- en controle-elementen.......................... 29
3.2 Temperatuurdisplay................................................. 29
4 In gebruik nemen................................................... 29
4.1 Apparaat transporteren............................................ 29
4.2 Apparaat opstellen................................................... 29
4.3 Scharnierpunt deur omwisselen............................... 30
4.4 Inbouw in het keukenblok......................................... 30
4.5 Afvalverwerking van de verpakking.......................... 31
4.6 Apparaat aansluiten................................................. 31
4.7 Apparaat inschakelen............................................... 31
5 Bediening................................................................ 31
5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay.................... 31
5.2 Kinderbeveiliging...................................................... 31
5.3 Temperatuuralarm.................................................... 32
5.4 Levensmiddelen invriezen........................................ 32
5.5 Bewaartijden............................................................ 32
5.6 Levensmiddelen ontdooien...................................... 32
5.7 Temperatuur instellen............................................... 32
5.8 SuperFrost............................................................... 32
5.9 Laden....................................................................... 33
5.10 Plateaus................................................................... 33
5.11 VarioSpace............................................................... 33
6 Onderhoud.............................................................. 33
6.1 handmatig ontdooien................................................ 33
6.2 Apparaat reinigen..................................................... 33
6.3 Technische Dienst.................................................... 33
7 Storingen................................................................ 34
8 Uitzetten.................................................................. 34
8.1 Apparaat uitschakelen.............................................. 34
8.2 Buiten werking stellen.............................................. 34
9 Apparaat afdanken................................................ 34
De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling
van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begrip
voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek
moeten voorbehouden.
Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, de
instructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a.u.b.
De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn
mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten van
toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*).
Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een
,
gebruiksresultaten met een .
1 Het apparaat in vogelvlucht
1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht
Aanwijzing
u
Plateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverde
toestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld.
Fig. 1
(1) Bedienings- en
controle-elementen
(4) Typeplaatje
(2) VarioSpace* (5) Verstelbare poten
(3) Lade
1.2 Toepassingen van het apparaat
Het apparaat is alleen geschikt voor het koelen van levensmid-
delen in huishoudelijke of soortgelijke omgeving. Hiertoe
behoort bijvoorbeeld het gebruik
-
in personeelskeukens, bed and breakfasts,
-
door gasten in landhuizen, hotels, motels, en andere onder-
komens,
-
voor catering en soortgelijke diensten in de groothandel
Gebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen.
Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan. Het apparaat is
niet geschikt voor het bewaren en koelen van medicijnen,
bloedplasma, laboratoriumpreparaten en dergelijke stoffen en
producten als genoemd in de richtlijn inzake medische hulp-
middelen 2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kan leiden tot
schade aan bewaarde producten of tot bederf ervan. Daar-
naast is het apparaat niet geschikt voor gebruik op plaatsen
waar ontploffingsgevaar kan heersen.
Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voor
gebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaat-
klasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje.
Aanwijzing
u
Respecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zoniet
vermindert de koelprestatie.
Klimaat-
klasse
voor omgevingstemperaturen
SN, N tot 32 °C
ST tot 38 °C
T tot 43 °C
Een storingsvrije werking van het apparaat is gewaarborgd tot
een minimum omgevingstemperatuur van 5 °C.
1.3 Conformiteit
Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Het
apparaat voldoet aan de van toepassing zijnde veiligheidsbe-
palingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EG, 2004/108/EG,
2009/125/EG en 2010/30/EU.
Het apparaat in vogelvlucht
27
Downloaded from www.vandenborre.be
1.4 Opstelafmetingen
Fig. 2
Model h a g e e' d c c'
G(P)12 851 553 611 624 653 1129 563 592
G1213 851 553 611 624 — 1129 563 —
GX823 631 553 611 624 653 1129 563 592
1.5 Energie sparen
-
Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventila-
tieopeningen resp. -roosters niet afdekken.
-
Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast
een fornuis, verwarming of dergelijke.
-
Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandig-
heden b.v. de omgevingstemperatuur (zie 1.2) .
-
Open het apparaat zo kort mogelijk.
-
Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger is
het energieverbruik.
-
Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan.
Rijpvorming wordt vermeden.
-
Wanneer het apparaat een dikke rijplaag heeft: apparaat
ontdooien.
Stof doet het energieverbruik toenemen:
-
de koelmachine met warmtewisselaar -
metalen rooster aan de achterkant van
het apparaat - eens per jaar afstoffen.
2 Algemene veiligheidsvoor-
schriften
Gevaren voor de gebruiker:
-
Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen)
met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of
personen, die niet over voldoende ervaring en kennis
beschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veilig-
heid verantwoordelijk is, het gebruik van het apparaat
worden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent.
Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen.
-
In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken
(daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitscha-
kelen.
-
Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het
vervangen van het netsnoer alleen laten uitvoeren door de
Technische Dienst of ander daarvoor opgeleid vakperso-
neel.
-
Als u het stroomsnoer van het apparaat uit het stopcontact
trekt, altijd bij de stekker nemen. Niet aan het snoer trekken.
-
Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding
monteren en aansluiten.
-
Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem
eventueel aan de volgende eigenaar door.
Brandgevaar:
-
Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar
brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.
•
De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-
digen.
•
Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekings-
bronnen gebruiken.
•
Binnenin het apparaat geen elektrische apparaten
gebruiken (b.v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur,
ijsmachines enz.).
•
Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekings-
bronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen.
Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed venti-
leren. Contact opnemen met de Technische Dienst.
-
Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijf-
gassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het
apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan
de op de verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlam-
mensymbool. Eventueel ontsnappende gassen kunnen door
elektrische componenten vlam vatten.
-
Houd brandende kaarsen, lampen en andere voorwerpen
met open vlammen uit de buurt van het apparaat, zodat ze
geen brand veroorzaken.
-
Sterke alcohol alleen goed gesloten en rechtop staand
opslaan. Eventueel lekkende alcohol kan door elektrische
componenten vlam vatten.
Gevaar voor vallen en omkiepen:
-
Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te
leunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen.
Gevaar voor voedselvergiftiging:
-
Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen.
Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn:
-
Langdurig huidcontact met koude oppervlakken en
gekoelde of ingevroren levensmiddelen vermijden of veilig-
heidsmaatregelen treffen, b.v. handschoenen dragen.
Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmid-
dellijk en niet te koud consumeren.
Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofd-
stukken in acht:
GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die de
dood of ernstig lichamelijk letsel tot
gevolg kan hebben wanneer dit
gevaar niet vermeden wordt.
WAAR-
SCHUWING
duidt een gevaarlijke situatie aan,
die de dood of ernstig lichamelijk
letsel tot gevolg kan hebben
wanneer dit gevaar niet vermeden
wordt.
VOOR-
ZICHTIG
duidt een gevaarlijke situatie aan,
die lichamelijk letsel tot gevolg kan
hebben wanneer dit gevaar niet
vermeden wordt.
LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan,
die materiële schade tot gevolg kan
hebben wanneer dit gevaar niet
vermeden wordt.
Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwij-
zingen en tips gegeven worden.
Algemene veiligheidsvoorschriften
28
Downloaded from www.vandenborre.be
3 Bedienings- en controle-
elementen
3.1 Bedienings- en controle-elementen
Fig. 3
(1) Toets On/Off (6) Symbool menu
(2) Insteltoets (7) Symbol alarm
(3) Temperatuurdisplay (8) Symbool helderheid
(4) Toets SuperFrost (9) Symbool kinderbeveiliging
(5) Symbool SuperFrost
3.2 Temperatuurdisplay
Bij normale werking wordt aangegeven:
-
de ingestelde vriestemperatuur
De temperatuurdisplay knippert:
-
de temperatuurinstelling wordt gewijzigd
-
na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoende
koud
-
de temperatuur is meerdere graden gestegen
4 In gebruik nemen
4.1 Apparaat transporteren
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd trans-
port!
u
Het apparaat verpakt transporteren.
u
Het apparaat rechtop transporteren.
u
Het apparaat niet alleen transporteren.
4.2 Apparaat opstellen
WAARSCHUWING
Brandgevaar door vocht!
Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting
vochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting.
u
Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten
ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving
of binnen bereik van spatwater plaatsen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door kortsluiting!
Wanneer netsnoer/stekker van het apparaat of een ander
apparaat en de achterzijde van het apparaat tegen elkaar
liggen, kunnen netsnoer/stekker door trillen van het apparaat
worden beschadigd, wat tot kortsluiting kan leiden.
u
Apparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen het
apparaat liggen.
u
Stopcontacten die zich aan de achterzijde van het apparaat
bevinden niet gebruiken om het apparaat of andere appa-
raten aan te sluiten.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door koelmiddel!
Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar
brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.
u
De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet bescha-
digen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor brand en beschadiging!
u
Plaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron,
toaster enz. op het apparaat!
WAARSCHUWING
Gevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie-
openingen!
u
De ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijd
voor een goede luchttoevoer en -afvoer!
q
Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog
voor het aansluiten - contact op met de leverancier.
q
De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas en
vlak zijn.
q
Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast
een fornuis, verwarming of dergelijke.
q
Optimale standplaats is een droge en goed geventileerde
ruimte.
q
Het apparaat met de achterkant en indien gewenst inclusief
de meegeleverde wandafstandhouders (zie beneden) direct
tegen de muur plaatsen.
q
Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand worden
verschoven.*
q
Stel het apparaat niet op zonder hulp.
q
De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm
EN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van
1 m
3
beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan
in geval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlam-
baar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over de
hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de
binnenkant van het apparaat.
u
Haal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat.
Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsge-
luiden ontstaan!
u
Verwijder alle transportbeveiligingsonderdelen.
u
Voer de verpakking af (zie 4.5) .
Bedienings- en controle-elementen
29
Downloaded from www.vandenborre.be
u
Stel het apparaat met de
meegeleverde steeksleutel en
met behulp van de stelpootjes
(A) en een waterpas stevig en
vlak op.
Aanwijzing
u
Apparaat reinigen (zie 6.2) .
Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan er
condens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat.
u
Zorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsings-
ruimte.
4.3 Scharnierpunt deur omwisselen*
Indien nodig is kan het scharnierpunt worden verwisseld.
Zorg ervoor dat het volgende gereedschap klaarligt:
q
Torx® 25
q
Torx® 15
q
meegeleverde steeksleutel
q
evt. tweede persoon voor de montage
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt!
u
Deur goed vasthouden.
u
Deur voorzichtig neerzetten.
Fig. 4 bij apparaten met handgreep
Fig. 5 bij apparaten zonder handgreep
u
Ga te werk in de volgorde van de nummering in de afbeel-
ding.
4.4 Inbouw in het keukenblok
Fig. 6
(1) Opbouwkast (3) Keukenkast
() Apparaat (4) Wand
Het apparaat
Fig. 6 (2)
kan worden ingebouwd in de keuken.
Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te
passen, kunt u er een passende opbouwkast
Fig. 6 (1)
op
plaatsen.*
Bij ombouw met keukenkasten (max. diepte 580 mm) kan het
apparaat direct naast de keukenkast
Fig. 6 (3)
worden opge-
steld. De apparaatdeur steekt opzij 34 mm en in het midden
van het apparaat 50 mm uit ten opzichte van het keukenkast-
front. Hierdoor is de deur zonder problemen te openen en
sluiten.*
Belangrijk voor de ventilatie:
-
Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een
ruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer.*
-
De ventilatieruimte onder het plafond moet minstens
300 cm
2
bedragen.*
-
Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het
apparaat werkt.*
In gebruik nemen
30
Downloaded from www.vandenborre.be
Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur
Fig. 6 (4)
, dan moet de afstand tussen apparaat en muur
minstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken
van de deurgreep bij een geopende deur.*
4.5 Afvalverwerking van de verpakking
WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!
u
Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
-
Golfkarton/karton
-
Onderdelen uit geschuimd polystyreen
-
Folies en zakken uit polyetheen
-
Spanbanden uit polypropeen
-
Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met poly-
ethyleen*
u
Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamel-
punt.
4.6 Apparaat aansluiten
LET OP
Gevaar voor beschadiging van de elektronische componenten!
u
Gebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naar
wisselstroom) of spaarstekker.
WAARSCHUWING
Brand- en oververhittingsgevaar!
u
Gebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos.
Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van
bestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zie
Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen.
Het apparaat alleen aansluiten op een volgens de
voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcon-
tact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder
beveiligd zijn.
Het moet makkelijk toegankelijk zijn, zodat het appa-
raat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorzie-
ning gescheiden kan worden. Het stopcontact mag
zich niet achter het apparaat bevinden.
u
Elektrische aansluiting controleren.
u
Steek de stekker in het stopcontact.
4.7 Apparaat inschakelen
u
Toets On/Off
Fig. 3 (1)
indrukken.
w
Het apparaat is ingeschakeld. Het temperatuurdisplay en
het symbool Alarm
Fig. 3 (7)
knipperen tot de temperatuur
koud genoeg is.
5 Bediening
5.1 Helderheid van het temperatuurdis-
play
U kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassen
aan het omgevingslicht.
5.1.1 Helderheid instellen
De achtergrondverlichting kan worden uitgeschakeld of op een
van de 5 lichtsterktes worden ingesteld. Bij levering is de
achtergrondverlichting uitgeschakeld.
u
Instelmodus activeren: toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
ca. 5 s
indrukken.
w
Het symbool Menu
Fig. 3 (6)
is verlicht en het symbool
Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
knippert.
u
Insteltoets
Fig. 3 (2)
indrukken om de helderheidsfunctie op
te roepen.
w
Het symbool Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
gaat uit en het
symbool Helderheid
Fig. 3 (8)
knippert.
u
Bevestigen: toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
kort indrukken.
w
Het symbool Helderheid
Fig. 3 (8)
is verlicht.
u
Met de insteltoets
Fig. 3 (2)
uitschakelen of de gewenste
helderheid kiezen. Hoe meer velden van het temperatuur-
display oplichten, hoe feller de verlichting. Geen enkel veld
verlicht betekent "uit".
u
Bevestigen: toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
indrukken.
w
Het symbool Helderheid
Fig. 3 (8)
knippert.
w
De helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld.
u
Instelmodus deactiveren: toets On/Off
Fig. 3 (1)
indrukken.
-of-
u
5 min. wachten.
w
Het symbool Helderheid
Fig. 3 (8)
en het symbool Menu
Fig. 3 (6)
gaan uit.
w
Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur
aangegeven.
5.2 Kinderbeveiliging
Met de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het
spelen het apparaat niet onbedoeld uitschakelen.
5.2.1 Kinderbeveiliging inschakelen
u
Instelmodus activeren: toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
ca. 5 s
indrukken.
w
Het symbool Menu
Fig. 3 (6)
is verlicht en het symbool
Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
knippert.
u
De toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
kort indrukken om de functie
Kinderbeveiliging op te roepen.
w
Het symbool Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
brandt. In
het temperatuurdisplay zijn de LED's -15 °C en
-21 °C verlicht.
u
De toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
kort indrukken om de kinder-
beveiliging in te schakelen.
w
Het symbool Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
knippert. De LED's
-15 °C en -21 °C gaan uit.
u
Instelmodus deactiveren: toets On/Off
Fig. 3 (1)
indrukken.
-of-
u
5 min. wachten.
w
Het symbool Menu
Fig. 3 (6)
gaat uit en in het temperatuur-
display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symbool
Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
brandt.
5.2.2 Kinderbeveiliging uitschakelen
u
Instelmodus activeren: toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
ca. 5 s
indrukken.
w
Het symbool Menu
Fig. 3 (6)
is verlicht en het symbool
Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
knippert.
u
De toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
kort indrukken om de functie
Kinderbeveiliging op te roepen.
w
Het symbool Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
brandt. In
het temperatuurdisplay is de LED -18 °C verlicht.
u
De toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
kort indrukken om de kinder-
beveiliging uit te schakelen.
w
Het symbool Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
knippert.
u
Instelmodus deactiveren: toets On/Off
Fig. 3 (1)
indrukken.
Bediening
31
Downloaded from www.vandenborre.be
-of-
u
5 min. wachten.
w
Het symbool Menu
Fig. 3 (6)
gaat uit en in het temperatuur-
display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symbool
Kinderbeveiliging
Fig. 3 (9)
is niet meer verlicht.
5.3 Temperatuuralarm
Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en het symbool
Alarm
Fig. 3 (7)
.
Het Symbool alarm
Fig. 3 (7)
dooft en de temperatuurindicator
stopt met knipperen, zodra de temperatuur weer voldoende
laag is.
5.4 Levensmiddelen invriezen
U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen
24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat in
vogelvlucht) onder "Invriescapaciteit ... kg/24h" is aangegeven.
De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de
plateaus elk met max. 35 kg worden belast.
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding door glasscherven!
Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen.
Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.
u
Flessen en blikjes met drinken niet invriezen!
Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen,
mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet over-
schrijden:
- fruit, groente max. 1 kg
- vlees max. 2,5 kg
u
Verdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvries-
zakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal of
aluminium.
5.5 Bewaartijden
Richtwaardes voor de opslagduur van de verschillende
levensmiddelen:
Consumptie-ijs 2 tot 6 maanden
Worst, ham 2 tot 6 maanden
Brood en banket 2 tot 6 maanden
Wild, varkensvlees 6 tot 10 maanden
Vis, vet 2 tot 6 maanden
Vis, mager 6 tot 12 maanden
Kaas 2 tot 6 maanden
Gevogelte, rundvlees 6 tot 12 maanden
Groente, fruit 6 tot 12 maanden
De aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes.
5.6 Levensmiddelen ontdooien
- bij kamertemperatuur
- in een magnetron
- in een oven/heteluchtoven
u
Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzondering
weer invriezen.
5.7 Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuurinstelling: -18 °C
U kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Bij de instelling
-32 °C wordt opnieuw begonnen met -15 °C.
u
Temperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op de
insteltoets
Fig. 3 (2)
.
w
In het temperatuurdisplay knippert de LED van de huidige
temperatuur.
u
Druk net zo vaak op de insteltoets
Fig. 3 (2)
tot de LEDs de
gewenste temperatuur aangeven.
Aanwijzing
u
Door de insteltoets lang in te drukken wordt binnen een
kleine temperatuurzone (b.v.: tussen -15 °C en -18 °C) een
iets koudere waarde ingesteld. In het temperatuurdisplay is
dan de LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzone
verlicht.
5.8 SuperFrost
Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een
"koudereserve op". Daardoor blijven de levensmiddelen langer
bevroren, wanneer u het apparaat ontdooit.
U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 h
invriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit ... kg/
24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van het
model en de klimaatklasse van het apparaat.
Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden
ingevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bij
een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bij
de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24h
voordat u de levensmiddelen in de vriezer legt.
SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te scha-
kelen:
-
wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt
-
bij het invriezen van max. ca. 1 kg nieuwe levensmiddelen
per dag
5.8.1 Met SuperFrost invriezen
u
Toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
kort indrukken.
w
Het symbool SuperFrost
Fig. 3 (5)
is verlicht.
w
De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximale
koeling.
Aanwijzing
u
Bij het indrukken van de toets SuperFrost kan de inge-
bouwde inschakelvertraging ervoor zorgen dat het inscha-
kelen van de compressor maximaal 8 minuten vertraagd
wordt. Deze vertraging verhoogt de levensduur van de
compressor.
Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:
u
Ca. 6 u wachten.
u
Verpakte levensmiddelen in de onderste laden leggen.
Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen
(zie typeplaatje):
u
ca. 24 u wachten.
u
Onderste lade uitschuiven en de levensmiddelen direct in
het apparaat leggen, zodat ze contact met de bodem of de
zijwanden hebben.
w
SuperFrost schakelt na ca. 65 u automatisch uit.
w
Het symbool SuperFrost
Fig. 3 (5)
gaat uit, wanneer het
invriezen is afgesloten.
w
In de temperatuurdisplay is het temperatuurbereik verlicht,
dat is ingesteld voor normaal bedrijf.
u
Levensmiddelen in de lade leggen en deze weer inschuiven.
w
Het apparaat werkt in de energiebesparende normale
modus verder.
Om energie te besparen kan SuperFrost, ook voordat de volle-
dige 65 uur invriestijd is verstreken, door het opnieuw
indrukken van de toets SuperFrost
Fig. 3 (4)
uitgeschakeld
worden. SuperFrost alleen uitschakelen als de temperatuur
-18 °C of lager is.
Bediening
32
Downloaded from www.vandenborre.be
5.9 Laden
u
Om diepvriesproducten direct op de draagplateaus te
bewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit.
5.10 Plateaus
u
Plateau uitnemen: vooraan optillen en
uittrekken.
u
Plateau terugplaatsen: tot aanslag
inschuiven.
5.11 VarioSpace
Naast de schuifladen kunt u tevens
de plateaus verwijderen. Zo creëert
u plaats voor levensmiddelen van
groot formaat. Gevogelte, vlees,
groot wild en hoog gebak kunnen
geheel en al worden ingevroren en
later verder verwerkt.
u
De laden kunnen elk met max.
25 kg diepvriesproducten, de
plateaus elk met max. 35 kg
worden belast.
6 Onderhoud
6.1 handmatig ontdooien
De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerkt
door vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen in
te leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energiever-
bruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien.
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom!
u
Voor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-
nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken.
u
Gebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen.
u
Schakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functie
in.
w
De diepvriesproducten krijgen een "koudereserve".
u
Schakel het apparaat uit.
w
De temperatuurdisplay gaat uit.
u
Trek de stekker uit of schakel de beveiliging uit.
u
Bewaar de ingevroren levensmiddelen evt. in een diepvries-
lade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koele
plaats.
u
Plaats een pan met heet, niet kokend
water op een plateau in het midden.
-of-
u
De twee onderste lades half met
handwarm water vullen en in het
apparaat plaatsen.
w
Het ontdooien wordt versneld.
w
Dooiwater wordt in de lades opgevangen.
u
Laat tijdens het ontdooien de deur van het apparaat open
staan.
u
Losgeraakte ijsstukken uitnemen.
u
Dooiwater evt. meerdere keren met een spons of doek
opnemen.
u
Het apparaat reinigen (zie 6.2) .
6.2 Apparaat reinigen
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom!
Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brand-
wonden veroorzaken.
u
Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen!
u
Gebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm.
u
Gebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol.
u
Geen bijtende, schurende, chloor- resp. oplosmiddelbevat-
tende schoonmaakproducten gebruiken.
u
Gebruik geen chemische oplosmiddelen.
u
Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant
van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische
Dienst.
u
Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of
beschadigen.
u
Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-
roosters en elektrische delen terecht komen.
u
Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met een
neutrale pH-waarde.
u
Gebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-
middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten.
u
Apparaat uitruimen.
u
Trek de stekker uit.
u
Uit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-
warm water en een beetje afwasmiddel met de hand
reinigen.
Na het reinigen:
u
Apparaat en onderdelen droogwrijven.
u
Apparaat weer aansluiten en inschakelen.
6.3 Technische Dienst
Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie
Storingen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op
met de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd
overzicht.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie!
u
Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-
sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onder-
houd), uitsluitend door de Technische Dienst laten
uitvoeren.
Onderhoud
33
Downloaded from www.vandenborre.be
u
Apparaataanduiding
Fig. 7 (1)
, service-nr.
Fig. 7 (2)
en serie-nr.
Fig. 7 (3)
van het
typeplaatje aflezen.
Het typeplaatje
bevindt zich aan de
linkerkant binnen in
het apparaat.
Fig. 7
u
Contact opnemen met de Technische Dienst en het
probleem, apparaataanduiding
Fig. 7 (1)
, service-nr.
Fig. 7 (2)
en serie-nr.
Fig. 7 (3)
mededelen.
w
Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk.
u
Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienst
komt.
w
De levensmiddelen blijven langer koel.
u
Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het
snoer trekken) of de draai de zekering uit.
7 Storingen
Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige
werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht er
desondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren of
de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit
geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode
in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:
Het apparaat functioneert niet.
→
Het apparaat is niet ingeschakeld.
u
Apparaat inschakelen.
→
De stekker zit niet goed in het stopcontact.
u
Stekker controleren.
→
De zekering van het stopcontact is niet in orde.
u
Zekering controleren.
De compressor blijft lopen.
→
De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-
hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-
door langer is, wordt energie bespaard.
u
Dat is bij energiebesparende modellen normaal.
→
SuperFrost is ingeschakeld.
u
Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de
compressor langer. Dit is normaal.
Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij de
compressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*.
→
De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd.
u
Het knipperen is normaal.
Geluiden zijn te luid.
→
Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanlei-
ding van de verschillende draaisnelheden verschillende
geluiden veroorzaken.
u
Het geluid is normaal.
Een borrelen en klateren
→
Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit
stroomt.
u
Het geluid is normaal.
Een zacht klikken
→
Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen
van het koelaggregaat (de motor).
u
Het geluid is normaal.
Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,
wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt.
→
Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levens-
middelen of na lang geopende deur wordt het koelver-
mogen automatisch verhoogd.
u
Het geluid is normaal.
→
De omgevingstemperatuur is te hoog.
u
Oplossing: (zie 1.2)
Vibratiegeluiden.
→
Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor
worden aangrenzende meubels of voorwerpen door het
lopende koelaggregaat in vibratie gezet.
u
Apparaat iets verschuiven en met de stelpoten uitlijnen.
Het symbool SuperFrost
Fig. 3 (5)
knippert tegelijkertijd met
de temperatuurdisplay.
→
Het betreft een storing.
u
Contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onder-
houd).
In de temperatuurdisplay brandt DEMO.
→
De demonstratie-modus is geactiveerd.
u
Contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onder-
houd).
De buitenkant van het apparaat voelt warm aan.
→
De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt om
condenswater te voorkomen.
u
Dit is normaal.
Temperatuur is niet laag genoeg.
→
De deur is niet goed gesloten.
u
Deur van het apparaat sluiten.
→
Niet voldoende be- en ontluchting.
u
Luchtrooster schoonmaken.
→
De omgevingstemperatuur is te hoog.
u
Oplossing: (zie 1.2) .
→
Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.
u
Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf
wordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische
Dienst. (zie Onderhoud).
→
U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrost
opgeslagen.
u
Oplossing: (zie 5.8)
→
De temperatuur is verkeerd ingesteld.
u
Stel de temperatuur lager in en controleer na 24 u.
→
Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.
u
Oplossing: (zie In gebruik nemen).
8 Uitzetten
8.1 Apparaat uitschakelen
u
Toets On/Off
Fig. 3 (1)
ca. 2 seconden indrukken.
w
De temperatuurdisplay is uit.
8.2 Buiten werking stellen
u
Apparaat leegmaken.
u
Stekker uittrekken.
u
Apparaat reinigen (zie 6.2) .
*
u
Laat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan-
gename geuren kunnen ontstaan.
9 Apparaat afdanken
Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en
mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden
meegegeven. Het recyclen van afgedankte appa-
raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig
de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.
Storingen
34
Downloaded from www.vandenborre.be
Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het
koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel
(informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij-
komen.
u
Apparaat onbruikbaar maken.
u
Trek de stekker uit.
u
Snijd het aansluitsnoer door.
Apparaat afdanken
35
Downloaded from www.vandenborre.be

Documenttranscriptie

nl ow D d de oa Het apparaat in vogelvlucht 27 27 27 27 28 28 Bedienings- en controle-elementen..................... 29 Bedienings- en controle-elementen.......................... 29 Temperatuurdisplay................................................. 29 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 In gebruik nemen................................................... Apparaat transporteren............................................ Apparaat opstellen................................................... Scharnierpunt deur omwisselen............................... Inbouw in het keukenblok......................................... Afvalverwerking van de verpakking.......................... Apparaat aansluiten................................................. Apparaat inschakelen............................................... 29 29 29 30 30 31 31 31 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 Bediening................................................................ Helderheid van het temperatuurdisplay.................... Kinderbeveiliging...................................................... Temperatuuralarm.................................................... Levensmiddelen invriezen........................................ Bewaartijden............................................................ Levensmiddelen ontdooien...................................... Temperatuur instellen............................................... SuperFrost............................................................... Laden....................................................................... Plateaus................................................................... VarioSpace............................................................... 31 31 31 32 32 32 32 32 32 33 33 33 6 6.1 6.2 6.3 Onderhoud.............................................................. handmatig ontdooien................................................ Apparaat reinigen..................................................... Technische Dienst.................................................... 33 33 33 33 7 Storingen................................................................ 34 8 8.1 8.2 Uitzetten.................................................................. 34 Apparaat uitschakelen.............................................. 34 Buiten werking stellen.............................................. 34 9 Apparaat afdanken................................................ 34 De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begrip voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a.u.b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten van toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*). , Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een gebruiksresultaten met een . 1 Het apparaat in vogelvlucht e .b 3 3.1 3.2 re Algemene veiligheidsvoorschriften..................... 28 or nb de an .v w 2 w Het apparaat in vogelvlucht.................................. Apparaten- en uitrustingsoverzicht........................... Toepassingen van het apparaat............................... Conformiteit.............................................................. Opstelafmetingen..................................................... Energie sparen......................................................... w 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 m fro Inhoudsopgave Fig. 1 (1) Bedienings- en controle-elementen (2) VarioSpace* (3) Lade (4) Typeplaatje (5) Verstelbare poten 1.2 Toepassingen van het apparaat Het apparaat is alleen geschikt voor het koelen van levensmiddelen in huishoudelijke of soortgelijke omgeving. Hiertoe behoort bijvoorbeeld het gebruik - in personeelskeukens, bed and breakfasts, - door gasten in landhuizen, hotels, motels, en andere onderkomens, - voor catering en soortgelijke diensten in de groothandel Gebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan. Het apparaat is niet geschikt voor het bewaren en koelen van medicijnen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten en dergelijke stoffen en producten als genoemd in de richtlijn inzake medische hulpmiddelen 2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kan leiden tot schade aan bewaarde producten of tot bederf ervan. Daarnaast is het apparaat niet geschikt voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaatklasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje. Aanwijzing u Respecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zoniet vermindert de koelprestatie. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturen SN, N tot 32 °C ST tot 38 °C T tot 43 °C 1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht Een storingsvrije werking van het apparaat is gewaarborgd tot een minimum omgevingstemperatuur van 5 °C. Aanwijzing u Plateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverde toestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld. 1.3 Conformiteit Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. Het apparaat voldoet aan de van toepassing zijnde veiligheidsbepalingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EG, 2004/108/EG, 2009/125/EG en 2010/30/EU. 27 nl ow D 1.4 Opstelafmetingen d de oa Algemene veiligheidsvoorschriften fro - Als u het stroomsnoer van het apparaat uit het stopcontact trekt, altijd bij de stekker nemen. Niet aan het snoer trekken. w monteren en aansluiten. m - Apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding Model h a g e e' d c c' G(P)12 851 553 611 624 653 1129 563 592 G1213 851 553 611 624 — 1129 563 — GX823 631 553 611 624 653 1129 563 592 1.5 Energie sparen - Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. Ventilatieopeningen resp. -roosters niet afdekken. - Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke. - Het energieverbruik is afhankelijk van opstellingsomstandigheden b.v. de omgevingstemperatuur (zie 1.2) . - Open het apparaat zo kort mogelijk. - Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger is het energieverbruik. - Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt opslaan. Rijpvorming wordt vermeden. - Wanneer het apparaat een dikke rijplaag heeft: apparaat ontdooien. Stof doet het energieverbruik toenemen: - de koelmachine met warmtewisselaar metalen rooster aan de achterkant van het apparaat - eens per jaar afstoffen. 2 Algemene veiligheidsvoorschriften Gevaren voor de gebruiker: - Dit apparaat is niet bestemd voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale beperkingen of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken. Tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, het gebruik van het apparaat worden onderwezen en die aanvankelijk toezicht uitoefent. Erop toezien, dat kinderen niet met het apparaat spelen. - In geval van storing stekker uit het stopcontact trekken (daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitschakelen. - Reparaties, aanpassingen aan het apparaat en het vervangen van het netsnoer alleen laten uitvoeren door de Technische Dienst of ander daarvoor opgeleid vakpersoneel. 28 Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn: - Langdurig huidcontact met koude oppervlakken en gekoelde of ingevroren levensmiddelen vermijden of veiligheidsmaatregelen treffen, b.v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koud consumeren. Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofdstukken in acht: GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. WAARduidt een gevaarlijke situatie aan, SCHUWING die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. VOORZICHTIG duidt een gevaarlijke situatie aan, die lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. Aanwijzing geeft aan dat praktische aanwijzingen en tips gegeven worden. e .b Fig. 2 eventueel aan de volgende eigenaar door. Brandgevaar: - Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. • De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. • Binnenin het apparaat geen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken. • Binnenin het apparaat geen elektrische apparaten gebruiken (b.v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz.). • Wanneer koelmiddel ontsnapt: open vuur of ontstekingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen. Stekker uit het stopcontact trekken. Ruimte goed ventileren. Contact opnemen met de Technische Dienst. - Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de op de verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensymbool. Eventueel ontsnappende gassen kunnen door elektrische componenten vlam vatten. - Houd brandende kaarsen, lampen en andere voorwerpen met open vlammen uit de buurt van het apparaat, zodat ze geen brand veroorzaken. - Sterke alcohol alleen goed gesloten en rechtop staand opslaan. Eventueel lekkende alcohol kan door elektrische componenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen: - Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging: - Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. re or nb de an .v w w - Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem nl ow D De temperatuurdisplay knippert: - de temperatuurinstelling wordt gewijzigd - na het inschakelen is de temperatuur nog niet voldoende koud - de temperatuur is meerdere graden gestegen 4 In gebruik nemen 4.1 Apparaat transporteren VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd transport! u Het apparaat verpakt transporteren. u Het apparaat rechtop transporteren. u Het apparaat niet alleen transporteren. 4.2 Apparaat opstellen WAARSCHUWING Brandgevaar door vocht! Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting vochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting. u Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving of binnen bereik van spatwater plaatsen. WAARSCHUWING Gevaar voor brand en beschadiging! u Plaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron, toaster enz. op het apparaat! WAARSCHUWING Gevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatieopeningen! u De ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer! q Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog voor het aansluiten - contact op met de leverancier. q De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas en vlak zijn. q Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke. q Optimale standplaats is een droge en goed geventileerde ruimte. q Het apparaat met de achterkant en indien gewenst inclusief de meegeleverde wandafstandhouders (zie beneden) direct tegen de muur plaatsen. q Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand worden verschoven.* q Stel het apparaat niet op zonder hulp. q De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van 1 m3 beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan in geval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. u Haal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsgeluiden ontstaan! u Verwijder alle transportbeveiligingsonderdelen. u Voer de verpakking af (zie 4.5) . 29 e .b Bij normale werking wordt aangegeven: - de ingestelde vriestemperatuur WAARSCHUWING Brandgevaar door koelmiddel! Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten. u De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. re 3.2 Temperatuurdisplay or nb de an .v w Symbool menu Symbol alarm Symbool helderheid Symbool kinderbeveiliging w (6) (7) (8) (9) w Fig. 3 (1) Toets On/Off (2) Insteltoets (3) Temperatuurdisplay (4) Toets SuperFrost (5) Symbool SuperFrost WAARSCHUWING Brandgevaar door kortsluiting! Wanneer netsnoer/stekker van het apparaat of een ander apparaat en de achterzijde van het apparaat tegen elkaar liggen, kunnen netsnoer/stekker door trillen van het apparaat worden beschadigd, wat tot kortsluiting kan leiden. u Apparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen het apparaat liggen. u Stopcontacten die zich aan de achterzijde van het apparaat bevinden niet gebruiken om het apparaat of andere apparaten aan te sluiten. m 3.1 Bedienings- en controle-elementen fro 3 Bedienings- en controleelementen d de oa Bedienings- en controle-elementen d de oa m fro e .b re or nb de an .v w w w u Stel het apparaat met de meegeleverde steeksleutel en met behulp van de stelpootjes (A) en een waterpas stevig en vlak op. nl ow D In gebruik nemen Aanwijzing u Apparaat reinigen (zie 6.2) . Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan er condens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat. u Zorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsingsruimte. 4.3 Scharnierpunt deur omwisselen* Indien nodig is kan het scharnierpunt worden verwisseld. Zorg ervoor dat het volgende gereedschap klaarligt: q Torx® 25 q Torx® 15 q meegeleverde steeksleutel q evt. tweede persoon voor de montage Fig. 5 bij apparaten zonder handgreep u Ga te werk in de volgorde van de nummering in de afbeelding. 4.4 Inbouw in het keukenblok VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt! u Deur goed vasthouden. u Deur voorzichtig neerzetten. Fig. 6 (1) Opbouwkast (3) Keukenkast () Apparaat (4) Wand Het apparaat Fig. 6 (2) kan worden ingebouwd in de keuken. Om het apparaat aan de hoogte van het keukenblok aan te passen, kunt u er een passende opbouwkast Fig. 6 (1) op plaatsen.* Bij ombouw met keukenkasten (max. diepte 580 mm) kan het apparaat direct naast de keukenkast Fig. 6 (3) worden opgesteld. De apparaatdeur steekt opzij 34 mm en in het midden van het apparaat 50 mm uit ten opzichte van het keukenkastfront. Hierdoor is de deur zonder problemen te openen en sluiten.* Fig. 4 bij apparaten met handgreep 30 Belangrijk voor de ventilatie: - Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een ruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer.* - De ventilatieruimte onder het plafond moet minstens 300 cm2 bedragen.* Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het apparaat werkt.* nl ow D 4.7 Apparaat inschakelen u Toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. w Het apparaat is ingeschakeld. Het temperatuurdisplay en het symbool Alarm Fig. 3 (7) knipperen tot de temperatuur koud genoeg is. 5 Bediening 5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay U kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassen aan het omgevingslicht. 5.1.1 Helderheid instellen De achtergrondverlichting kan worden uitgeschakeld of op een van de 5 lichtsterktes worden ingesteld. Bij levering is de achtergrondverlichting uitgeschakeld. e .b Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van bestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen. Het apparaat alleen aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn. Het moet makkelijk toegankelijk zijn, zodat het apparaat in urgentiegevallen snel van de stroomvoorziening gescheiden kan worden. Het stopcontact mag zich niet achter het apparaat bevinden. u Elektrische aansluiting controleren. u Steek de stekker in het stopcontact. re WAARSCHUWING Brand- en oververhittingsgevaar! u Gebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos. or nb de an .v w LET OP Gevaar voor beschadiging van de elektronische componenten! u Gebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom) of spaarstekker. w 4.6 Apparaat aansluiten w De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal: - Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen* u Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt. m WAARSCHUWING Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie! u Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. u Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (4) ca. 5 s indrukken. w Het symbool Menu Fig. 3 (6) is verlicht en het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) knippert. u Insteltoets Fig. 3 (2) indrukken om de helderheidsfunctie op te roepen. w Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) gaat uit en het symbool Helderheid Fig. 3 (8) knippert. u Bevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort indrukken. w Het symbool Helderheid Fig. 3 (8) is verlicht. fro 4.5 Afvalverwerking van de verpakking d de oa Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur Fig. 6 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muur minstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken van de deurgreep bij een geopende deur.* Bediening u Met de insteltoets Fig. 3 (2) uitschakelen of de gewenste helderheid kiezen. Hoe meer velden van het temperatuurdisplay oplichten, hoe feller de verlichting. Geen enkel veld verlicht betekent "uit". u Bevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (4) indrukken. w Het symbool Helderheid Fig. 3 (8) knippert. w De helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld. u Instelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -ofu 5 min. wachten. w Het symbool Helderheid Fig. 3 (8) en het symbool Menu Fig. 3 (6) gaan uit. w Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aangegeven. 5.2 Kinderbeveiliging Met de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitschakelen. 5.2.1 Kinderbeveiliging inschakelen u Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (4) ca. 5 s indrukken. w Het symbool Menu Fig. 3 (6) is verlicht en het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) knippert. u De toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort indrukken om de functie Kinderbeveiliging op te roepen. w Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) brandt. In het temperatuurdisplay zijn de LED's -15 °C en -21 °C verlicht. u De toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort indrukken om de kinderbeveiliging in te schakelen. w Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) knippert. De LED's -15 °C en -21 °C gaan uit. u Instelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. -ofu 5 min. wachten. w Het symbool Menu Fig. 3 (6) gaat uit en in het temperatuurdisplay wordt de temperatuur weer aangeven. Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) brandt. 5.2.2 Kinderbeveiliging uitschakelen u Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (4) ca. 5 s indrukken. w Het symbool Menu Fig. 3 (6) is verlicht en het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) knippert. u De toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort indrukken om de functie Kinderbeveiliging op te roepen. w Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) brandt. In het temperatuurdisplay is de LED -18 °C verlicht. u De toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort indrukken om de kinderbeveiliging uit te schakelen. w Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) knippert. u Instelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken. 31 nl ow D d de oa Bediening Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden: - fruit, groente max. 1 kg - vlees max. 2,5 kg u Verdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvrieszakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium. 5.5 Bewaartijden Richtwaardes voor de opslagduur van de verschillende levensmiddelen: Consumptie-ijs 2 tot 6 maanden Worst, ham 2 tot 6 maanden Brood en banket 2 tot 6 maanden Wild, varkensvlees 6 tot 10 maanden Vis, vet 2 tot 6 maanden Vis, mager 6 tot 12 maanden Kaas 2 tot 6 maanden Gevogelte, rundvlees 6 tot 12 maanden Groente, fruit 6 tot 12 maanden De aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes. 5.6 Levensmiddelen ontdooien bij kamertemperatuur in een magnetron in een oven/heteluchtoven Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzondering weer invriezen. 5.7 Temperatuur instellen Aanbevolen temperatuurinstelling: -18 °C 32 5.8 SuperFrost Bovendien bouwen reeds ingevroren levensmiddelen zo een "koudereserve op". Daardoor blijven de levensmiddelen langer bevroren, wanneer u het apparaat ontdooit. U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 h invriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit ... kg/ 24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat. Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden ingevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24h voordat u de levensmiddelen in de vriezer legt. SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen: - wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt - bij het invriezen van max. ca. 1 kg nieuwe levensmiddelen per dag 5.8.1 Met SuperFrost invriezen u Toets SuperFrost Fig. 3 (4) kort indrukken. w Het symbool SuperFrost Fig. 3 (5) is verlicht. w De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximale koeling. Aanwijzing u Bij het indrukken van de toets SuperFrost kan de ingebouwde inschakelvertraging ervoor zorgen dat het inschakelen van de compressor maximaal 8 minuten vertraagd wordt. Deze vertraging verhoogt de levensduur van de compressor. Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen: u Ca. 6 u wachten. u Verpakte levensmiddelen in de onderste laden leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen (zie typeplaatje): u ca. 24 u wachten. u Onderste lade uitschuiven en de levensmiddelen direct in het apparaat leggen, zodat ze contact met de bodem of de zijwanden hebben. w SuperFrost schakelt na ca. 65 u automatisch uit. w Het symbool SuperFrost Fig. 3 (5) gaat uit, wanneer het invriezen is afgesloten. w In de temperatuurdisplay is het temperatuurbereik verlicht, dat is ingesteld voor normaal bedrijf. u Levensmiddelen in de lade leggen en deze weer inschuiven. w Het apparaat werkt in de energiebesparende normale modus verder. Om energie te besparen kan SuperFrost, ook voordat de volledige 65 uur invriestijd is verstreken, door het opnieuw indrukken van de toets SuperFrost Fig. 3 (4) uitgeschakeld worden. SuperFrost alleen uitschakelen als de temperatuur -18 °C of lager is. e .b VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding door glasscherven! Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken. u Flessen en blikjes met drinken niet invriezen! Aanwijzing u Door de insteltoets lang in te drukken wordt binnen een kleine temperatuurzone (b.v.: tussen -15 °C en -18 °C) een iets koudere waarde ingesteld. In het temperatuurdisplay is dan de LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzone verlicht. re U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) onder "Invriescapaciteit ... kg/24h" is aangegeven. De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast. or nb de an .v w 5.4 Levensmiddelen invriezen w Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en het symbool Alarm Fig. 3 (7). Het Symbool alarm Fig. 3 (7) dooft en de temperatuurindicator stopt met knipperen, zodra de temperatuur weer voldoende laag is. w 5.3 Temperatuuralarm m w Het symbool Menu Fig. 3 (6) gaat uit en in het temperatuurdisplay wordt de temperatuur weer aangeven. Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (9) is niet meer verlicht. u U kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Bij de instelling -32 °C wordt opnieuw begonnen met -15 °C. u Temperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op de insteltoets Fig. 3 (2). w In het temperatuurdisplay knippert de LED van de huidige temperatuur. u Druk net zo vaak op de insteltoets Fig. 3 (2) tot de LEDs de gewenste temperatuur aangeven. fro -ofu 5 min. wachten. nl ow D d de oa u Laat tijdens het ontdooien de deur van het apparaat open staan. u Losgeraakte ijsstukken uitnemen. u Dooiwater evt. meerdere keren met een spons of doek opnemen. u Het apparaat reinigen (zie 6.2) . m fro 5.9 Laden Onderhoud u Plateau uitnemen: vooraan optillen en uittrekken. u Plateau terugplaatsen: tot aanslag inschuiven. 5.11 VarioSpace Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild en hoog gebak kunnen geheel en al worden ingevroren en later verder verwerkt. u De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast. 6 Onderhoud 6.1 handmatig ontdooien De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerkt door vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen in te leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energieverbruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! u Voor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomreinigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. u Gebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. u Schakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functie in. w De diepvriesproducten krijgen een "koudereserve". u Schakel het apparaat uit. w De temperatuurdisplay gaat uit. u Trek de stekker uit of schakel de beveiliging uit. u Bewaar de ingevroren levensmiddelen evt. in een diepvrieslade, en in kranten of dekens gewikkeld, op een koele plaats. u Plaats een pan met heet, niet kokend water op een plateau in het midden. -ofu De twee onderste lades half met handwarm water vullen en in het apparaat plaatsen. LET OP Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen! u Gebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. u Gebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. u Geen bijtende, schurende, chloor- resp. oplosmiddelbevattende schoonmaakproducten gebruiken. u Gebruik geen chemische oplosmiddelen. u Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische Dienst. u Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of beschadigen. u Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatieroosters en elektrische delen terecht komen. u Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met een neutrale pH-waarde. u Gebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. u Apparaat uitruimen. u Trek de stekker uit. u Uit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. Na het reinigen: u Apparaat en onderdelen droogwrijven. u Apparaat weer aansluiten en inschakelen. 6.3 Technische Dienst Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie Storingen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht. WAARSCHUWING Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie! u Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onderhoud), uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren. w Het ontdooien wordt versneld. w Dooiwater wordt in de lades opgevangen. 33 e .b 5.10 Plateaus VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwonden veroorzaken. u Gebruik geen stoomreinigers! re u Om diepvriesproducten direct op de draagplateaus te bewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. or nb de an .v w w w 6.2 Apparaat reinigen nl ow D d de oa Storingen → De omgevingstemperatuur is te hoog. u Oplossing: (zie 1.2) w → Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor De compressor blijft lopen. → De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor langer is, wordt energie bespaard. u Dat is bij energiebesparende modellen normaal. → SuperFrost is ingeschakeld. u Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal. Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij de compressor) knippert regelmatig om de 15 seconden*. → De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd. u Het knipperen is normaal. 8 Uitzetten 8.1 Apparaat uitschakelen u Toets On/Off Fig. 3 (1) ca. 2 seconden indrukken. w De temperatuurdisplay is uit. Geluiden zijn te luid. 8.2 Buiten werking stellen ding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken. u Het geluid is normaal. u Apparaat leegmaken. u Stekker uittrekken. u Apparaat reinigen (zie 6.2) . → Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanlei- Een borrelen en klateren → Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit stroomt. u Het geluid is normaal. Een zacht klikken → Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen van het koelaggregaat (de motor). u Het geluid is normaal. Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn, wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. → Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd. u Het geluid is normaal. * u Laat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaangename geuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdanken Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten. e .b Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht er desondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen: Het apparaat functioneert niet. → Het apparaat is niet ingeschakeld. u Apparaat inschakelen. → De stekker zit niet goed in het stopcontact. u Stekker controleren. → De zekering van het stopcontact is niet in orde. u Zekering controleren. Temperatuur is niet laag genoeg. De deur is niet goed gesloten. Deur van het apparaat sluiten. Niet voldoende be- en ontluchting. Luchtrooster schoonmaken. De omgevingstemperatuur is te hoog. Oplossing: (zie 1.2) . Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onderhoud). → U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrost opgeslagen. u Oplossing: (zie 5.8) → De temperatuur is verkeerd ingesteld. u Stel de temperatuur lager in en controleer na 24 u. → Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron. u Oplossing: (zie In gebruik nemen). → u → u → u → u re 7 Storingen worden aangrenzende meubels of voorwerpen door het lopende koelaggregaat in vibratie gezet. u Apparaat iets verschuiven en met de stelpoten uitlijnen. Het symbool SuperFrost Fig. 3 (5) knippert tegelijkertijd met de temperatuurdisplay. → Het betreft een storing. u Contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onderhoud). In de temperatuurdisplay brandt DEMO. → De demonstratie-modus is geactiveerd. u Contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onderhoud). De buitenkant van het apparaat voelt warm aan. → De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt om condenswater te voorkomen. u Dit is normaal. or nb de an .v w Fig. 7 u Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 7 (1), service-nr. Fig. 7 (2) en serie-nr. Fig. 7 (3) mededelen. w Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. u Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienst komt. w De levensmiddelen blijven langer koel. u Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoer trekken) of de draai de zekering uit. 34 w Vibratiegeluiden. m fro u Apparaataanduiding Fig. 7 (1), service-nr. Fig. 7 (2) en serie-nr. Fig. 7 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen in het apparaat. nl ow D m fro e .b re or nb de an .v w w w Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrijkomen. u Apparaat onbruikbaar maken. u Trek de stekker uit. u Snijd het aansluitsnoer door. d de oa Apparaat afdanken 35 nl ow D d de oa m fro e .b re or nb de an .v w w w
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72

Liebherr GP 1213 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor