Miller PIPEWORX 350 FIELDPRO AND FIELDPRO REMOTE CE de handleiding

Categorie
Lassysteem
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Lasstroombron
OM-263 657D/dut 201507
Processen
Beschrijving
www.MillerWelds.com
Multiproces Lassen
t
PipeWorx 350 FieldPro
en FieldPro-Remote
CE
HANDLEIDING
t
Miller Electric maakt een complete lijn
lasapparaten en aanverwante
lasproducten. Wilt u meer informatie
over de andere kwaliteitsproducten van Miller, neem dan contact op met uw
Miller-leverancier. Hij heeft de nieuwste overzichtscatalogus en afzonderlijke
productleaflets voor u.
Bedankt en gefeliciteerd dat u voor Miller hebt gekozen. Nu kunt u aan de
slag en alles meteen goed doen. Wij weten dat u geen tijd heeft om het an-
ders dan meteen goed te doen.
Om die reden zorgde Niels Miller, toen hij in 1929 voor het eerst met het
bouwen van booglasapparatuur begon, er dan ook voor dat zijn producten
lang meegingen en van superieure kwaliteit waren. Net als u nu konden
zijn klanten toen zich geen mindere kwaliteit veroorloven. De producten
van Miller moesten het beste van het beste zijn. Zij moesten gewoon het
allerbeste zijn dat er te koop was.
Tegenwoordig zetten de mensen die Miller-producten bouwen en verkopen
die traditie voort. Ook zij zijn vastbesloten om apparatuur en service te
bieden die voldoet aan de hoge kwaliteits- en prestatiestandaards die in
1929 zijn vastgelegd.
Deze handleiding voor de eigenaar is gemaakt om u optimaal gebruik te
kunnen laten maken van uw Miller-producten. Neem even de tijd om de
veiligheidsvoorschriften door te lezen. Ze helpen u om uzelf te beschermen
tegen mogelijke gevaren op de werkplek. We hebben ervoor gezorgd, dat u
de apparatuur snel en gemakkelijk kunt installeren. Bij Miller kunt u reke-
nen op jarenlange betrouwbare service en goed
onderhoud. En mocht uw apparatuur om wat
voor reden dan ook ooit moeten worden gerepa-
reerd, dan kunt u in het hoofdstuk Onderhoud &
Storingen precies nagaan wat het probleem is.
Aan de hand van de onderdelenlijst kunt u bepa-
len welk onderdeel u precies nodig hebt om het
probleem te verhelpen. Ook vindt u de garantie
en de onderhoudsinformatie voor uw specifieke
model bijgesloten.
Miller was de allereerste
fabrikant van lasapparatuur in
de VS die het ISO 9001
kwaliteitscertificaat behaal-
de.
Elke krachtbron van Miller
gaat vergezeld de meest
probleemloze garantie in
onze bedrijfstak u werkt er
hard genoeg voor.
Van Miller voor u
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DIT VÓÓR GEBRUIK 1....................
1-1. De betekenis van de symbolen 1.........................................................
1-2. De risico’s van het booglassen 1.........................................................
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud 3.............................
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen 4..................................................
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften 5...................................................
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie) 5.........................
HOOFDSTUK 2 DEFINITIES 7...............................................................
2-1. Meer veiligheidssymbolen en definities 7..................................................
2-2. Diverse symbolen en definities 7.........................................................
HOOFDSTUK 3 SPECIFICATIES 8...........................................................
31. Plaats typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens 8..................................
32. Technische gegevens van het apparaat 8..................................................
33. Inschakelduur en oververhitting 8........................................................
34. Afmetingen en gewicht 9................................................................
35. Milieutechnische specificaties 10..........................................................
HOOFDSTUK 4 INSTALLATIE 11..............................................................
41. Een locatie kiezen 11....................................................................
42. Juiste draagmethode voor de afstandsbediening 12..........................................
43. Informatie over de 14 polige stekkerdoos voor afstandsbediening 12............................
44. Leidraad voor elektrotechnisch onderhoud 13...............................................
45. Driefasen voeding aansluiten 14..........................................................
46. Lasuitgangen en kabeldiameters bepalen* 16...............................................
47. Klemmen lasuitgangen 16................................................................
48. Aansluitingen voor lassen met beklede elektrode 17..........................................
49. Aansluitingen TIG LiftArct 18...........................................................
410. De werkstuk detectiedraad op de afstandsbediening aansluiten 19..............................
411. Optionele methode voor het combineren van de werkstukdetectiedraad met de werkstukklem 19....
412. Standaardaansluiting van de Draadaanvoerunit 20...........................................
413. De inductantie instellen 20...............................................................
414. De lasstroombron in het rek monteren 21...................................................
415. De afstandsbediening aansluiten 22.......................................................
416. Aansluitingen van spanningsdetectiedraad en werkstukkabel bij meerdere lasbogen 23............
HOOFDSTUK 5 WERKING 25.................................................................
51. Bediening van stroombron en interface van de afstandsbediening 25............................
52. Beschrijving van bediening van lasstroombron en interface afstandsbediening 26.................
53. Lift Arc TIG-procedure 27................................................................
54. Startprocedure beklede elektrode Strijkstarttechniek 27.....................................
55. Gutsen met koolelektrode 28.............................................................
56. Standaardwaarden terugzetten 28.........................................................
57. De softwarerevisie opvragen 28...........................................................
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD EN STORINGEN VERHELPEN 29.................................
61. Routineonderhoud 29...................................................................
62. De binnenzijde van het apparaat schoonblazen 29...........................................
63. Helpcodes voor diagnose van lasstroombron en afstandsbediening 30..........................
64. Helpcodes bij diagnose draadaanvoerunit 31................................................
65. Problemen met de lasstroombron oplossen 31...............................................
66. Problemen met de lasstroombron oplossen 32...............................................
67. Kalibratieprocedure voor de lasstroombron 32...............................................
68. Software van de lasstroombron bijwerken 33................................................
HOOFDSTUK 7 ELECTRISCH SCHEMA’S 34...................................................
HOOFDSTUK 8 ONDERDELENLIJST 38.......................................................
GARANTIE
2
DECLARATION OF CONFORMITY
for European Community (CE marked) products.
MILLER Electric Mfg. Co., 1635 Spencer Street, Appleton, WI 54914 U.S.A. declares that the
product(s) identified in this declaration conform to the essential requirements and provisions of
the stated Council Directive(s) and Standard(s).
Product/Apparatus Identification:
Product
Stock Number
PIPEWORX 350 FIELDPRO (CE) 907633
Council Directives:
2014/35/EU Low Voltage
2014/30/EU Electromagnetic Compatibility
2011/65/EU Restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment
Standards:
IEC 60974-1:2012 Arc welding equipment – Part 1: Welding power sources
IEC 60974-10:2007 Arc Welding Equipment – Part 10: Electromagnetic compatibility (EMC) requirements
Signatory:
_____________________________________ ___________________________________________
David A. Werba
Date of Declaration
MANAGER, PRODUCT DESIGN COMPLIANCE
June 29, 2015
264239B
OM-263 657 Pagina 1
HOOFDSTUK 1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DIT VÓÓR
GEBRUIK
dut_som_201309
7
Bescherm uzelf en anderen tegen letsel — Lees deze belangrijke veiligheidsvoorzorgsmaatregelen en bedieningsinstructies, volg ze
op en bewaar ze.
1-1. De betekenis van de symbolen
GEVAAR! Duidt op een gevaarlijke situatie die moet
worden vermeden omdat hij anders leidt tot ernstig of
dodelijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond
met bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
Duidt op een gevaarlijke situatie die moet worden ver-
meden omdat hij anders kan leiden tot ernstig of dode-
lijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond met
bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
OPGELET Aanduiding voor mededelingen die niet zijn gerelateerd
aan persoonlijk letsel.
. Aanduiding voor speciale instructies.
Deze groep symbolen duidt op Waarschuwing! Kijk uit! Gevaar voor/
van mogelijke ELEKTRISCHE SCHOK, BEWEGENDE ONDERDE-
LEN en HETE ONDERDELEN. Raadpleeg de symbolen en de bijbe-
horende instructies om deze risico’s te vermijden.
1-2. De risico’s van het booglassen
Onderstaande symbolen worden in de hele handleiding ge-
bruikt om u ergens op te attenderen en om mogelijke risico’s
aan te geven. Als u een dergelijk symbool ziet, wees dan voor-
zichtig en volg de bijbehorende instructies op om problemen
te voorkomen. De veiligheidsinformatie hieronder is slechts
een samenvatting van de veiligheidsvoorschriften in Sectie
{+}. Lees en volg alle veiligheidsvoorschriften.
Alleen bevoegde personen moeten dit onderdeel installeren,
bedienen, onderhouden en repareren.
Zorg dat iedereen, en vooral kinderen, uit de buurt blijven tij-
dens het gebruik van dit apparaat.
Een ELEKTRISCHE SCHOK kan do-
delijk zijn
Het aanraken van onder stroom staande onderdelen
kan fatale schokken en ernstige brandwonden
veroorzaken. De elektrode en het werkstuk staan
onder stroom als de machine ingeschakeld is. Het
voedingsgedeelte en de interne circuits van de
machine staan eveneens onder stroom als het
apparaat aan staat. Bij semi-automatisch of au-
tomatisch draadlassen staat het draad, de spoel, de
ruimte waar het lasdraad zich in de machine bevindt
en alle metalen onderdelen die in aanraking zijn met
de lasdraad onder stroom. Verkeerd geïnstalleerde
of onvoldoende geaarde installaties kunnen geva-
ren opleveren.
D Raak onderdelen die onder stroom staan niet aan
D Draag droge, isolerende handschoenen en lichaamsbescherming
zonder gaten
D Isoleer u zelf van het werkstuk en de grond door droge isolatiema-
tjes of kleden te gebruiken die groot genoeg zijn om elk contact met
de grond of het werkstuk te voorkomen
D Gebruik geen wissel(AC) uitgangsspanning in een vochtige om-
geving, als u beperkte bewegingsvrijheid hebt of als het gevaar
bestaat dat u kunt vallen
D Gebruik ALLEEN wissel (AC) uitgangsspanning als het laspro-
ces dit vereist.
D Als er wissel (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
D Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig als zich een van de vol-
gende elektrisch gevaarlijke omstandigheden voordoet: op
vochtige locaties of als u natte kleding draagt; op metalen con-
structies zoals vloeren, roosters of steigers; in een verkrampte
lichaamshouding bijvoorbeeld als u zit, knielt of ligt; of wanneer het
risico van onvermijdelijk of toevallig contact met het werkstuk of de
aarde groot is. Gebruik onder deze omstandigheden de volgende
apparatuur in de aangegeven volgorde: 1) een semiautomatisch
gelijkstroom (draad) lasapparaat met constante spanning, 2) een
handbediend gelijkstroom (elektrode) lasapparaat, of 3) een wis-
selstroom lasapparaat met een lagere spanning en open circuit. In
de meeste gevallen wordt het gebruik van een gelijkstroom lasap-
paraat met lagere spanning aanbevolen. En werk niet alleen!
D Als er wissel (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
D Zet de hoofdstroom uit of stop de motor voordat u deze installatie
installeert of nakijkt. Zet de stroom uit volgens OSHA 29 CFR
1910.147 (zie de Veiligheidsvoorschriften)
D Installeer, aard en bedien deze installatie in overeenstemming met
de Handleiding voor gebruikers en landelijke of lokale voor-
schriften.
D Controleer altijd de aarding van de voeding en wees er zeker van
dat de aardingsgeleider van de voedingskabel goed aangesloten
is op de aansluitklem van het apparaat en dat de stekker van de
kabel aangesloten is op een correct geaarde contactdoos.
D Controleer de ingaande voedingskabel en de massakabel regel-
matig op beschadigingen of blootliggende bedrading en vervang
de kabel onmiddellijk als deze beschadigd is blootliggende be-
drading kan dodelijk zijn.
D Houd snoeren droog, vrij van olie en vet en bescherm deze tegen
heet metaal en vonken.
D Controleer de kabel regelmatig op beschadigingen of openlig-
gende bedrading en vervang de kabel onmiddellijk als deze
beschadigd is openliggende bedrading kan dodelijk zijn.
D Zet alles af als het apparaat niet gebruikt wordt.
D Gebruik geen versleten, beschadigde, te korte of slecht verbon-
den kabels.
D Draag de kabels niet op uw lichaam.
D Als het werkstuk geaard moet worden, doe dit dan met een aparte
kabel- gebruik niet de massaklem of massakabel.
D Raak de elektrode niet aan als u in contact staat met het werkstuk,
de grond of een andere elektrode van een ander apparaat.
D Gebruik alleen goed onderhouden installaties. Repareer of ver-
vang beschadigde onderdelen onmiddellijk. Onderhoud het
apparaat zoals beschreven staat in de handleiding.
D Draag een veiligheidsharnas als u boven grond-niveau werkt
D Houd alle panelen en afdekplaten veilig op hun plaats.
D Klem de massakabel zo dicht mogelijk bij de las met een goed me-
taal-op-metaalcontact op het werkstuk of werktafel.
D Isoleer de massaklem wanneer deze niet is aangesloten op het
werkstuk om contact met een metalen object te voorkomen
D Sluit niet meer dan één elektrode of massakabel aan op één enke-
le lasbron. Haal de kabel los voor het proces dat niet wordt
gebruikt.
D Maak gebruik van aardlekbescherming wanneer u hulpapparatuur
gebruikt in vochtige of natte locaties.
OM-263 657 Pagina 2
Er staat ook NA het afsluiten van de voedingsspan-
ning nog een AANZIENLIJKE GELIJKSPANNING
op het voedingsgedeelte van de inverter lasstroom-
bronnen.
D Zet de gelijkstroom-wisselstroomomzetter uit, maak de voedings-
stekker los en ontlaad de invoercondensatoren overenkomstig de
aanwijzingen in de Sectie Onderhoud, voordat u enig onderdeeel
aanraakt.
Door HETE ONDERDELEN kunnen
brandwonden ontstaan.
D Hete onderdelen niet met blote handen aan-
raken
D Laat apparatuur altijd afkoelen, voor u eraan
gaat werken.
D Gebruik de juiste gereedschappen om hete on-
derdelen beet te pakken en/of draag zware
geïsoleerde lashandschoenen en kleding om
brandwonden te voorkomen.
ROOK EN GASSEN kunnen gevaarlijk
zijn.
Tijdens het lassen komen rook en gassen vrij. Het
inademen hiervan kan gevaarlijk zijn voor uw
gezondheid.
D Zorg ervoor dat u niet in de rook staat. Adem de rook niet in.
D Als u binnen last, ventileer de ruimte dan goed en/of zorg dat las-
rook en gassen afgezogen worden. De aanbevolen manier om te
bepalen of er voldoende ventilatie is, is monsters te nemen van de
dampen en gassen waaraan het personeel wordt blootgesteld en
deze te analyseren op samenstelling en hoeveelheid.
D Als er een slechte ventilatie is, gebruik dan een goedgekeurd gas-
masker.
D Lees de Materiaalveiligheidsinformatiebladen en de instructies
van de fabrikant voor hechtmiddelen, coatings, schoonmaak-
middelen, slijtdelen, koelmiddelen, ontvetters, fluxpoeder en
metalen en zorg dat u alles goed begrijpt.
D Werk alleen in een beslotenruimte als deze goed geventileerd
wordt. Of als u een beademingsapparaat draagt. Zorg ervoor dat
er altijd een ervaren persoon toekijkt. Lasdampen en gassen kun-
nen lucht verdringen en het zuurstofgehalte verlagen, wat
schadelijke invloed heeft op u lichaam en zelfs dodelijk kan zijn.
Zorg voor veilige ademlucht.
D Las niet in ruimtes waar dingen worden ontvet, schoongemaakt of
waar wordt gesproeid. De hitte en stralen van de boog kunnen rea-
geren met dampen en op deze manier zwaar vergiftigde en
irriterende gassen vormen
D Las geen beklede metalen zoals gegalvaniseerd of met lood-of
cadmium bedekt staal, tenzij de bekleding verwijderd wordt van
het gedeelte dat gelast moet worden, de ruimte goed geventileerd
wordt en u, indien nodig, een gasmasker draagt. De belkedingen
en metalen die deze elementen bevatten kunnen giftige dampen
produceren als ze gelast worden.
De STRALEN UIT DE BOOG kunnen
ogen en huid verbranden
Boogstralen van het lasproces produceren zichbare
en onzichtbare (ultraviolette en infrarood) stralen die
uw ogen en huid kunnen verbranden. Tijdens het
lassen vliegen lasspatten en vonken in het rond.
D Draag tijdens het lassen of toekijken tijdens het lassen een las-
helm voorzien van een lasglas met de juiste tint om uw gezicht en
ogen tegen boogstralen en vonken te beschermen. (zie ANSI
Z49.1 en Z87.1 in de Veiligheidsvoorschriften).
D Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen onder
uw helm
D Gebruik beschermende lasgordijnen of schermen om anderen te-
gen flitsen en verblindend licht te beschermen ; waarschuw
anderen om niet in de boog te kijken.
D Draag lichaamsbescherming die is gemaakt van duurzaam
vuurbestendig materiaal (leer, zware katoen, wol). Lichaamsbes-
cherming houdt ook olievrije kleding in zoals leren handschoenen,
een zwaar overhemd, een broek zonder omslag, hoge schoenen
en een pet.
LASSEN kan brand of explosies ver-
oorzaken
Als er gelast wordt aan gesloten vaten zoals tanks,
trommels of pijpen, kunnen deze opgeblazen
worden Er kunnen vonken van de lasboog afvliegen.
De rondvliegende vonken, de temperatuur van het
werkstuk en van het gereedschap kunnen brand en brandwonden
veroorzaken. Toevallig contact van een elektrode met metalen
voorwerpen kan vonken, explosies, oververhitting of brand ver-
oorzaken. Controleer eerst of de omgeving veilig is voordat u gaat
lassen.
D Verwijder alle brandbare materialen in een straal van 10 meter van
de lasboog. Als dit niet mogelijk is, dek ze dan goed af met brand-
werende materialen.
D Las niet op plaatsen waar rondvliegende vonken brandbaar mate-
riaal kunnen raken.
D Bescherm uzelf en anderen tegen rondvliegende vonken en heet
metaal.
D Wees erop attent dat vonken en hete materialen van het laswerk
gemakkelijk door kleine hoeken en gaten naar naastliggende ruim-
tes kunnen vliegen.
D Kijk goed uit voor brand en houd een brandblusser in de buurt
D Wees erop bedacht dat bij het lassen van plafonds, vloeren, schei-
dingswanden of tussenschotten brand kan ontstaan aan de
tegenovergestelde zijde
D Las niet aan containers waarin ooit brandbare stoffen zijn opgesla-
gen of aan besloten ruimtes zoals tanks, vaten of buizen tenzij ze
voldoende voorbereid zijn conform AWS F4.1 en AWS 6.0 (zie Vei-
ligheidsvoorschriften).
D Niet lassen op plaatsen waar de omgevingslucht brandbaar stof,
gas of vloeistofdampen (bijv. van benzine) kan bevatten.
D Verbind de massakabel met het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
plaats waar gelast moet worden, zodat de lasstroom een direkte
en korte weg aflegt en elektrische schokken en brandrisico’s ver-
meden kunnen worden
D Gebruik een lasapparaat niet om bevroren pijpen te ontdooien.
D Haal de elektrode uit de elektrodehouder of knip de lasdraad af aan
de contactbuis als niet gelast wordt.
D Draag lichaamsbescherming die is gemaakt van duurzaam
vuurbestendig materiaal (leer, zware katoen, wol). Lichaamsbes-
cherming houdt ook olievrije kleding in zoals leren handschoenen,
een zwaar overhemd, een broek zonder omslag, hoge schoenen
en een pet.
D Zorg ervoor dat u geen brandbare voorwerpen zoals aanstekers of
lucifers bij u draagt als u gaat lassen.
D Inspecteer de omgeving als u klaar bent met uw werk om er zeker
van te zijn dat er geen vonken, gloeiende sintels en vlammen zijn.
D Alleen de juiste zekeringen of contactverbrekers gebruiken; geen
zwaardere nemen of deze doorverbinden.
D Volg de vereisten in OSHA 1910.252 (a) (2) (iv) en NFPA 51B voor
werken met hoge temperaturen, zorg dat er een brandmelder aan-
wezig is en dat u een blusapparaat onder handbereik hebt.
D Lees de Materiaalveiligheidsinformatiebladen en de instructies
van de fabrikant voor hechtmiddelen, coatings, schoonmaak-
middelen, slijtdelen, koelmiddelen, ontvetters, fluxpoeder en
metalen en zorg dat u alles goed begrijpt.
OM-263 657 Pagina 3
RONDVLIEGEND METAAL of STOF
kan de ogen verwonden.
D Door lassen, bikken, het gebruik van draadbor-
stels en slijpen kunnen vonken en rodvliegen-
de metaal-schilfers ontstaan. Als lasrupsen af-
koelen, kunnen er slakresten rondvliegen.
D Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen, zelfs
onder uw lashelm.
GASVORMING kan schadelijk voor
de gezondheid of zelfs dodelijk zijn
D Draai de persgastoevoer dicht, wanneer u
geen gas gebruikt.
D Zorg altijd voor ventilatie in enge ruimtes of ge-
bruik goedgekeurde beademingsapparatuur
ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE
VELDEN kunnen van invloed zijn op
geïmplanteerde medische apparatuur.
D Mensen die een pacemaker of een ander
geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten uit de buurt blijven.
D Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten hun arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen
voordat ze in de buurt komen van werkzaamheden met
booglassen, puntlassen, gutsen, plasmaboogsnijden of
inductieverwarmen.
LAWAAI kan het gehoor aantasten
Lawaai van bepaalde werkzaamheden of appara-
tuur kan uw gehoor aantasten
D Draag goedgekeurde gehoorbescherming als
het geluidsniveau te hoog is
GASFLESSEN kunnen exploderen
als ze beschadigd worden
Persgasflessen bevatten gas dat onder hoge druk
staat. Als een gasfles beschadigd wordt, kan deze
exploderen. Aangezien gasflessen normaal ge-
sproken een onderdeel uitmaken van het van het
lasproces moet u er voorzichtig mee omgaan.
D Bescherm gasflessen tegen hoge temperaturen, mechanische
schokken, slak, open vuur, vonken en vlambogen.
D Plaats de gasflessen rechtop in een rek of in de laskar zodat ze
niet kunnen vallen of omkantelen.
D Houd de flessen uit de buurt van alle las- of andere stroom-
kringen
D Hang nooit een elektrodehouder over een gasfles.
D Laat nooit een laselektrode in aanraking komen met een gasfles.
D Las nooit op een gasfles onder druk; een explosie zal het gevolg
zijn.
D Gebruik het juiste beschermgas, reduceerventielen, slangen en
hulpstukken die speciaal bedoeld zijn voor een bepaalde toe-
passing; onderhoud deze en bijhorende onderdelen goed.
D Draai uw gezicht weg van de uitgang van het ventiel wanneer u
het cilinderventiel opent. Niet vóór of achter de regelaar gaan
staan wanneer u het ventiel opent.
D Laat de beschermende kap over het ventiel over het ventiel zit-
ten behalve als de fles gebruikt wordt of aangesloten is voor ge-
bruik.
D Gebruik de juiste apparatuur, de juiste procedures en een vol-
doende aantal personen om gasflessen te tillen en verplaatsen
D Lees en volg de instructies op de flessen met gecomprimeerd
gas, bijbehorend materiaal en de CGA publikatie die in de Veilig-
heidsvoorschriften staat.
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR
D Installeer of plaats het apparaat niet op, boven
of vlakbij ontbrandbare oppervlakken.
D Het apparaat niet in de buurt van brandbare
stoffen installeren.
D Overbelast de bedrading van het gebouw niet- controleer of het
voedingsnet sterk genoeg is, goed beschermd is en dit apparaat
aan kan.
VALLENDE APPARATUUR kan letsel
veroorzaken.
D Gebruik alleen het hijsoog om het apparaat op
te tillen, en NIET de laskar, gasflessen of ande-
re accessoires.
D Gebruik gereedschap met voldoende capaciteit om het apparaat
op te tillen en te ondersteunen.
D Als u hefvorken gebruikt om het apparaat te verplaatsen, zorg er
dan voor dat de vorken zo lang zijn, dat ze aan de andere kant
onder het apparaat uitsteken.
D Let er bij het werken in de open lucht op dat kabels en snoeren
niet in aanraking kunnen komen met rijdende voertuigen.
D Volg bij het handmatig optillen van zware onderdelen of
apparatuur de Amerikaanse ARBOrichtlijn getiteld
Applications Manual for the Revised NIOSH Lifting Equation
(Publication No. 94–110).
TE LANGDURIG GEBRUIK kan leiden
tot OVERVERHITTING.
D Laat het apparaat goed afkoelen; houd u aan
de nominale inschakelduur.
D Verminder de stroomsterkte of de inschakel-
duur voordat u opnieuw begint met lassen.
D Blokkeer of filter de luchtaanvoer naar het apparaat niet.
RONDVLIEGENDE LASSPATTEN
kunnen letsel veroorzaken.
D Draag gezichtsbescherming om de ogen en
het gezicht te beschermen.
D Slijp de wolfraam elektrode alleen met een slijper die voorzien is
van de juiste beschermkast en op een veilige locatie. Draag hier-
bij de juiste gezichts-, hand- en lichaamsbescherming.
D Vonken kunnen brand veroorzaken brandbare stoffen uit de
buurt houden.
STATISCHE ELEKTRICITEIT kan PC-
kaarten beschadigen
D Doe een geaarde polsband om VOORDAT u
printplaten of onderdelen aanraakt.
D Gebruik goede anti-statische zakken of dozen
voor het opslaan, verplaatsen of transporteren
van PC-printplaten.
OM-263 657 Pagina 4
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken.
D Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen
D Blijf uit de buurt van afknijppunten zoals aan-
drijfrollen.
LASDRAAD kan letsel veroorzaken
D Bedien de toortsschakelaar pas als u de aan-
wijzing krijgt om dat te doen.
D Richt het pistool niet op enig lichaamsdeel, an-
dere mensen of op enig materiaal als de draad
wordt ingevoerd.
ONTPLOFFEN VAN DE ACCU kan
letsel veroorzaken.
D Gebruik het lasapparaat niet om accu’s op te
laden of om voertuigen te starten tenzij het een
acculaadvoorziening heeft die hiervoor
speciaal is bedoeld.
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken
D Blijf uit de buurt van bewegende delen zoals
ventilatoren.
D Laat deuren, panelen, deksels en beschermplaten alleen ver-
wijderen door bevoegd personeel indien nodig voor onderhoud
en storingzoeken.
D Laat deuren, panelen, deksels en beschermplaten alleen ver-
wijderen door bevoegd personeel indien nodig voor onderhoud
en storingzoeken.
D Breng eerst deuren, panelen, deksels en beschermplaten weer
aan na afloop van het onderhoud en sluit pas dan de voeding
weer aan.
RONDVLIEGENDE LASSPATTEN
kunnen letsel veroorzaken.
D Draag gezichtsbescherming voor ogen en ge-
zicht te beschermen.
D Slijp de wolfraam elektrode alleen met een slijper die voorzien is
van de juiste beschermkast en die op een veilige locatie staat.
Draag tijdens het slijpen de nodige gezichts-, hand- en lichaams-
bescherming.
D Vonken kunnen brand veroorzaken brandbare stoffen uit de
buurt houden.
LEES DE INSTRUCTIES.
D Lees nauwkeurig de gebruikershandleiding en
alle waarschuwingslabels, voordat u de
machine installeert, gebruikt of er onderhoud
aan pleegt, en volg de aanwijzingen steeds op.
Lees de veiligheidsinformatie aan het begin
van de handleiding en in elk hoofdstuk.
D Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen van de fabri-
kant.
D Voer onderhoud en service uit zoals vermeld in de Handleidin-
gen, de industriële normen en de landelijke en ter plekke gelden-
de regelgeving.
H.F. STRALING kan storingen veroor-
zaken
D Hoog-frequente straling kan storing ver-
oorzaken bij radio-navigatie, veiligheidsdien-
sten, computers en communicatie-apparatuur.
D Laat alleen bevoegde personen die bekend zijn met elektroni-
sche apparatuur deze installatie uitvoeren.
D De gebruiker is verantwoordelijk voor onmiddellijk herstel door
een bevoegd elektricien bij storingsproblemen als gevolg van de
installatie
D Als u van overheidswege klachten krijgt over storingen, stop dan
onmiddellijk met het gebruik van de apparatuur.
D Laat de installatie regelmatig nakijken en onderhouden.
D Houd deuren en panelen van hoogfrequentbronnen stevig dicht,
houd de elektrodeafstand op de juiste instelling en zorg voor aar-
ding en afscherming om de mogelijkheid van storingen tot een
minimum te beperken.
BOOGLASSEN kan interferentie
veroorzaken.
D Elektromagnetische energie kan interferentie
veroorzaken bij gevoelige elektronische
apparatuur zoals computers en
computergestuurde apparatuur zoals robots.
D Zorg ervoor dat alle apparatuur in het lasgebied elektromagne-
tisch compatibel is.
D Om mogelijke interferentie te verminderen moet u de laskabels
zo kort mogelijk houden, dicht bij elkaar en laag, bijvoorbeeld op
de vloer.
D Voer de laswerkzaamheden uit op 100 meter afstand van
gevoelige elektronische apparatuur.
D Zorg ervoor dat dit lasapparaat conform de aanwijzingen in deze
handleiding wordt geïnstalleerd en geaard.
D Als er dan nog steeds interferentie optreedt, dient de gebruiker
extra maatregelen te nemen, zoals verplaatsing van het
lasapparaat, gebruik van afgeschermde kabels, gebruik van
lijnfilters of afscherming van het werkterrein.
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen
Las- en snijapparatuur produceert dampen of gassen die che-
micaliën bevatten waarvan het de Staat Californië bekend is
dat ze geboorteafwijkingen en, in sommige gevallen, kanker
veroorzaken. (California Health & Safety Code, sectie 25249.5
en volgend.)
Dit product bevat chemicaliën, waaronder lood waarvan het
de Staat Californië bekend is dat het kanker, geboorteafwij-
kingen of andere voortplantingsproblemen veroorzaakt. Was
na gebruik uw handen.
OM-263 657 Pagina 5
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, ANSI Standard Z49.1,
is available as a free download from the American Welding Society at
http://www.aws.org or purchased from Global Engineering Documents
(phone: 1-877-413-5184, website: www.global.ihs.com).
Safe Practices for the Preparation of Containers and Piping for Welding
and Cutting, American Welding Society Standard AWS F4.1, from Glob-
al Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184, website:
www.global.ihs.com).
Safe Practices for Welding and Cutting Containers that have Held Com-
bustibles, American Welding Society Standard AWS A6.0, from Global
Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184,
website: www.global.ihs.com).
National Electrical Code, NFPA Standard 70, from National Fire Protec-
tion Association, Quincy, MA 02269 (phone: 1-800-344-3555, website:
www.nfpa.org and www. sparky.org).
Safe Handling of Compressed Gases in Cylinders, CGA Pamphlet P-1,
from Compressed Gas Association, 14501 George Carter Way, Suite
103, Chantilly, VA 20151 (phone: 703-788-2700, website:www.cga-
net.com).
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, CSA Standard
W117.2, from Canadian Standards Association, Standards Sales, 5060
Spectrum Way, Suite 100, Ontario, Canada L4W 5NS (phone:
800-463-6727, website: www.csa-international.org).
Safe Practice For Occupational And Educational Eye And Face Protec-
tion, ANSI Standard Z87.1, from American National Standards Institute,
25 West 43rd Street, New York, NY 10036 (phone: 212-642-4900, web-
site: www.ansi.org).
Standard for Fire Prevention During Welding, Cutting, and Other Hot
Work, NFPA Standard 51B, from National Fire Protection Association,
Quincy, MA 02269 (phone: 1-800-344-3555, website: www.nfpa.org.
OSHA, Occupational Safety and Health Standards for General Indus-
try, Title 29, Code of Federal Regulations (CFR), Part 1910, Subpart Q,
and Part 1926, Subpart J, from U.S. Government Printing Office, Super-
intendent of Documents, P.O. Box 371954, Pittsburgh, PA 15250-7954
(phone: 1-866-512-1800) (there are 10 OSHA Regional Offices—
phone for Region 5, Chicago, is 312-353-2220, website:
www.osha.gov).
Applications Manual for the Revised NIOSH Lifting Equation, The Na-
tional Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH), 1600
Clifton Rd, Atlanta, GA 30333 (phone: 1-800-232-4636, website:
www.cdc.gov/NIOSH).
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie)
Elektrische stroom die door een draad stroomt veroorzaakt plaatselijk
elektrische en magnetische velden (EMV). De stroom bij booglassen
(en verwante processen zoals puntlassen, gutsen, plasmasnijden
en inductieverwarmingsprocessen) zorgt voor een elektromagnetisch
veld rondom het lascircuit. Elektromagnetischevelden kunnen interfe-
rentie veroorzaken bij bepaalde medische implantaten zoals
pacemakers. Voor personen die medische implantaten hebben moeten
beschermende maatregelen worden genomen, bijv. toegangsbeper-
king voor passanten of een risicoanalyse voor iedere afzonderlijke
lasser. Beperk bijvoorbeeld de toegang voor omstanders of voer afzon-
derlijke risicobeoordelingen uit voor lassers. Alle lassers moeten de
volgende procedures naleven om zo blootstelling aan elektromagneti-
schevelden van de lasstroomkring tot een minimum te beperken:
1. Houd kabels dicht bij elkaar door ze in elkaar te twisten of vast te
plakken of gebruik kabelbescherming.
2. Kom niet met uw lichaam tussen de laskabels. Leg de kabel aan
één kant en weg van de gebruiker.
3. Rol of hang de kabels niet rond of op uw lichaam.
4. Houd hoofd en romp zo ver mogelijk verwijderd van de
apparatuur in de lasstroomkring.
5. Monteer de massaklem aan het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
las.
6. Niet direct naast de lasstroombron werken, er niet op gaan zitten
en er niet op leunen.
7. Niet lassen terwijl u de lasstroombron of het
draadaanvoersysteem draagt.
Over geïmplanteerde medische apparatuur:
Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen, moeten hun
arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen voordat ze in de buurt
komen van werkzaamheden met booglassen, puntlassen, gutsen, pla-
smaboogsnijden of inductieverhitting. Bij toestemming van de arts
wordt geadviseerd om bovenstaande procedures te volgen.
OM-263 657 Pagina 6
OM-263 657 Pagina 7
HOOFDSTUK 2 DEFINITIES
2-1. Meer veiligheidssymbolen en definities
. Bepaalde symbolen worden alleen aangetroffen op CE-producten.
Waarschuwing! Pas op! Kans op gevaar (zie de symbolen).
Safe1 201205
Bij ingeschakeld apparaat kunnen defecte onderdelen exploderen of andere onderdelen doen exploderen.
Safe26 201205
2-2. Diverse symbolen en definities
. Bepaalde symbolen worden alleen aangetroffen op CE-producten.
A
Stroomsterkte Gelijkstroom (DC) Wisselstroom (AC)
V
Spanning
1
/
Enkel-/driefasen
statische
frequentie
omvormer-
transformator-
gelijkrichter
Driefasen Enkelfase Aan
Uit
Lassen met
beklede elektrode
S
Geschikt voor
bepaalde
gevaarlijke
omstandigheden
X
Inschakelduur
Aarding
Het SD-logo is een
handelsmerk van
SD3C, LLC
U
0
Nominale
nullastspanning
(OCV)
I
2
Nominale
lasstroom
U
2
Conventionele
belastingsspanning
Netaansluiting MIG/MAG lassen TIG lassen
U
1
Primaire spanning
I
1max
Maximale nominale
netstroom
I
1eff
Maximale
effectieve
netstroom
/
Enkel- / driefasen
Hz
Hertz
IP
Interne bescher-
mingsgraad
%
Percentage
OM263 657 Pagina 8
HOOFDSTUK 3 SPECIFICATIES
31. Plaats typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens
Het serienummer en het label met technische gegevens voor dit product zijn op de achterzijde te vinden. Gebruik het label met technische gegevens
om de vereisten voor de voeding en/of het nominale uitgangsbelasting te bepalen. Wij raden u aan het serienummer op de achterzijde van deze hand-
leiding te noteren.
32. Technische gegevens van het apparaat
.
Gebruik niet de informatie in de tabel met specificaties voor de eenheid om de elektrische onderhoudsvereisten te bepalen. Zie hoofdstuk 44,
45 voor meer informatie over het aansluiten van de ingangsspanning.
Voeding
Nominaal uit-
gangsvermogen
Spanningsbereik in de
CV-modus
Bereik
stroomsterkte in
de CC-modus
(constante
stroom)
Max.
open-
spanning
Ingangsstroom
(effectieve waarde) bij
nominale belasting, 50/60
Hz driefasen,
uitgangsspanning
volgens NEMA en klasse
I-beschermingsgraad
kVA kW
380 V 400 V
Driefasen
350 A bij 34 V
DC, 60%
inschakelduur*
1044 V 10350 A 78 V DC 27,1 25,9 17,8 15,9
* Zie hoofdstuk 33 voor de inschakelduur.
6 minuten lassen 4 minuten rust
33. Inschakelduur en oververhitting
De inschakelduur is het percentage
van 10 minuten dat het apparaat
kan lassen met nominaal vermogen
zonder oververhit te raken.
Als het apparaat oververhit raakt, is
er geen uitgangsspanning meer,
verschijnt er een Help-melding en
gaat de koelventilator draaien.
Wacht vijftien minuten om het appa-
raat te laten afkoelen. Verlaag de
stroomsterkte, de spanning of de
inschakelduur voordat men weer
gaat lassen.
OPGELET Bij overschrijding van
de inschakelduur kan het apparaat
beschadigd raken, waardoor de ga-
rantie vervalt.
60% inschakelduur
Oververhitting
0
15
A of V
OF
verkort de inschakelduur
Minuten
Ref. 216 568-A
% INSCHAKELDUUR
LASSTROOM
DRIEFASEN VOEDING
OM263 657 Pagina 9
34. Afmetingen en gewicht
Ref. 255 179B / Ref. 255 429B
559 mm
432 mm
305 mm
Afstandsbediening
Stroombron
45,4 kg
294,6 mm
247,7 mm
116,8 mm
457,2 mm
457,2 mm
4,12 mm
OM263 657 Pagina 10
35. Milieutechnische specificaties
A. IP-classificatie
IP-classificatie
IP23
Deze apparatuur is ontworpen voor buitengebruik. Opslag is toegestaan, maar buiten lassen bij regen of andere neerslag mag alleen onder
een afdak.
IP23 201406
B. Informatie over Elektromagnetische Velden (EMV)
! Deze apparatuur mag niet worden gebruikt door het grote publiek aangezien de EMV-grenzen voor het grote publiek mogelijk kun-
nen worden overschreden tijdens het lassen.
Deze apparatuur is gebouwd conform EN 60974-1 en is louter bedoeld voor beroepsmatig gebruik (waar het grote publiek geen toegang heeft
of waar toegang zodanig is geregeld dat hij gelijk is aan beroepsmatig gebruik) en alleen door een deskundig gebruiker of iemand die hiertoe
is opgeleid.
Draadaanvoersystemen en aanvullende apparatuur (zoals toortsen, vloeistofkoelsystemen en lasboog ontsteek- en stabilisatieapparatuur) die
onderdeel uitmaken van het lascircuit mogen geen belangrijke bijdrage leveren aan het EMV. Zie de gebruikershandleidingen van alle onderdelen
van de lasstroomkring voor meer informatie over EMV-blootstelling.
S De meting van de EMV voor deze apparatuur vond plaats op een afstand van 0,5 meter.
S Op een afstand van 1 meter waren de waarden van de EMV-blootstelling minder dan 20% van de toegestane waarden.
ceemf 1 201010
C. Informatie over elektromagnetische compatibiliteit (EMC)
! Deze Klasse A apparatuur is niet bedoeld voor gebruik op plaatsen in woongebieden waar de elektrische stroom afkomstig is van
het openbaar laagspanningsnetwerk. Op dergelijke plaatsen ontstaan er mogelijk problemen met de elektromagnetische
compatibiliteit als gevolg van storingen door geleiding en straling.
Deze apparatuur voldoet aan IEC 61000311 en IEC 61000312 en kan worden aangesloten op het openbare laagspanningsnet, op
voorwaarde dat dit net op het gemeenschappelijk koppelpunt een systeemimpedantie Z
max
heeft van minder dan 38,98 mW (of het
kortsluitvermogen S
sc
is groter dan 4 708 376 VA). Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of gebruiker van de apparatuur om, zo nodig
door raadpleging van de netwerkbeheerder, zeker te stellen dat de systeemimpedantie aan de eisen voldoet.
ceemc 1 2014-07
Aantekeningen
OM263 657 Pagina 11
HOOFDSTUK 4 INSTALLATIE
! Mogelijk is een speciale in-
stallatie nodig, wanneer er benzi-
ne of vluchtige vloeistoffen aan-
wezig zijn zie NEC artikel 511 of
CEC sectie 20.
1 Hefvorken
Steek de vorken zo ver in, dat ze aan de
andere kant onder het apparaat uit-
steken.
2 Hefgrepen
Gebruik de hefgrepen om het apparaat
op te tillen.
3 Handkar
Gebruik een kar of een soortgelijk
vervoermiddel om het apparaat te
verplaatsen.
4 Lijnscheidingsmechanisme
Plaats het apparaat in de buurt van een
stroombron die de juiste voeding biedt.
41. Een locatie kiezen
18 inch
(460 mm)
18 in.ch
(460 mm)
OF
1
Locatie en luchtstroom
loc_med_dut 2015-04
Verplaatsing
! Verplaats het apparaat niet naar en gebruik
het niet op plaatsen waar het kan omvallen.
4
3
2
2
OM263 657 Pagina 12
42. Juiste draagmethode voor de afstandsbediening
255 409B
1 Handgreep
Draag de afstandsbediening uitslui-
tend bij de handgreep.
1
43. Informatie over de 14 polige stekkerdoos voor afstandsbediening
AJ
B
K
I
C
L
NH
D
M
G
E
F
Ref. 255 179B
14-p afstand
Pen* Contactgegevens
14 VOLT DC
UITGANG
Activering
A 14 volt DC. Stroomkring beperkt tot 35 mA.
B Bij verbinding met A wordt de lasuitgang
geactiveerd.
REGELING
UITGANGSSPANNIN
G
OP AFSTAND
C Uitgangsspanning naar afstandsbediening;
+10 volt DC.
D Massa van de afstandsbediening.
E 0 tot + 10 V DC inkomend stuursignaal vanaf
afstandsbediening.
*De overige contacten worden niet gebruikt.
OM263 657 Pagina 13
44. Leidraad voor elektrotechnisch onderhoud
Elec Serv 201401
OPGELET Een ONJUISTE VOEDINGSPANNING kan deze lasstroombron beschadigen. De spanning fase-naar-massa mag niet meer bedragen
dan +10% van de nominale ingangsspanning.
OPGELET De werkelijke ingangsspanning mag niet lager of hoger zijn dan 10% ten opzichte van de spanning zoals aangegeven in de tabel. Als
de werkelijke ingangsspanning buiten dit bereik valt, kan er mogelijk geen uitgangsspanning zijn.
Het niet opvolgen van deze elektrische adviezen kan leiden tot elektrische schokken en brandgevaar. Deze adviezen gelden voor een
specifieke stroomkring ontworpen voor de nominale uitgangsbelasting en inschakelduur van de lasstroombron.
In installaties met specifieke stroomkringen kunnen er onder het Amerikaanse voorschrift de National Electrical Code (NEC) lagere
waarden voor stekkerdozen en geleiders worden gebruikt dan de waarde van de stroomkringbeveiliging. Alle onderdelen van de
stroomkring moeten fysiek op elkaar zijn afgestemd. Zie de NEC-artikelen 210.21, 630.11 en 630.12.
De installatie moet voldoen aan alle nationale en lokale regels en voorschriften alleen daartoe bevoegde personen mogen deze
installatie uitvoeren.
Driefasen 350 A
Voedingsspanning (V) 380 400
Opgenomen stroom (A) bij nominaal uitgangsvermogen 27,1 25,9
Max. aanbevolen standaard zekering klasse in ampères
1
Trage zekeringen
2
30 30
Normale zekeringen
3
40 40
Min. draaddikte voedingskabel in AWG/Kcmil
4
14 14
Max. aanbevolen lengte fasedraad in meter 26 30
Min. draaddikte aarddraad in AWG/Kcmil
4
14 14
Referentie: 2014 National Electrical Code (NEC) (inclusief artikel 630)
1 Als er een automatische zekering wordt gebruikt in plaats van een smeltzekering, gebruik dan een automatische zekering met een tijd/stroom gra-
fieklijnen die vergelijkbaar is met de aanbevolen smeltzekering.
2 De “trage” zekeringen zijn van klasse UL “RK5”. Zie UL 248.
3 De “normale” zekeringen zijn van klasse UL “K5” (t/m 60 A), en klasse UL “H” (65 A en hoger).
4 De kabelgegevens in dit hoofdstuk geven de doorsnede aan van de geleider (m.u.v. flexibel snoer of kabel) tussen de zekeringkast en de apparatuur
conform NEC Tabel 310.15(B)(16). Als er een flexibel snoer of kabel wordt gebruikt, moet de minimumdoorsnede van de geleider mogelijk groter zijn.
Zie NEC-tabel 400.5 (A) voor de vereisten bij een flexibel snoer of kabel.
OM263 657 Pagina 14
45. Driefasen voeding aansluiten
Benodigde gereedschappen:
ingang2 201205 803 766C / Ref. 255 179B
= GND/PE veiligheidsaarde
L1
2
1
L2
L3
3
3
4
5
6
7
OM263 657 Pagina 15
! De installatie moet voldoen aan alle
nationale en lokale regels en
voorschriften alleen daartoe
bevoegde personen mogen deze
installatie uitvoeren.
! Neem de voeding los en blokkeer deze
voordat u de ingaande draden van de
unit aansluit. Volg de gangbare
procedures voor wat betreft de
installatie en het verwijderen van
uitschakel/blokkeer-voorzieningen.
! Sluit altijd eerst de groene of groenge-
le draad aan op een aardeklem en
nooit op een faseklem.
OPGELET Het Auto-Line circuit in dit
apparaat past de voeding automatisch aan,
aan de primaire spanning die wordt
toegepast. Controleer de voedingsspanning
die op de werkplek voorhanden is. Dit
apparaat kan op elke voedingsspanning
tussen 208 en 575 V AC worden aangesloten
zonder dat de behuizing hoeft te worden
verwijderd om de stroombron om te
schakelen.
Kijk op het label op het apparaat voor de
ingangsspanning en controleer de
aansluitspanning die op de werkplek
beschikbaar is.
Voor driefase-bedrijf
1 Voedingskabel.
2 Werkschakelaar (schakelaar getoond in
de UIT-stand)
3 Groene of groengele aardedraad
4 Aardeklem van de werkschakelaar
5 Fasedraden (L1, L2 en L3)
6 Fasedraden van de werkschakelaar
Sluit eerst de groene of groengele aardedraad
aan op de aardeklem van de werkschakelaar.
Sluit de drie fasedraden L1, L2 en L3 aan op
faseklemmen van de werkschakelaar.
7 Stroombeveiliging
Bepaal het type en de maat van de maximale
stroombeveiliging aan de hand van hoofdstuk
44 (afgebeeld: gezekerde werkschakelaar).
Sluit en vergrendel de behuizing van de
werkschakelaar. Volg de vastgelegde
ontkoppel/blokkeer-procedures om het
apparaat in gebruik te nemen.
45. Aansluiten op driefasen-voeding (vervolg)
voeding2 201205
Aantekeningen
Werk als een
professional!
Professionals lassen
en snijden veilig.
Lees de
veiligheids-
regels in het
begin van deze
handleiding.
OM263 657 Pagina 16
46. Lasuitgangen en kabeldiameters bepalen*
OPGELET De totale kabellengte in de lasstroomkring (zie onderstaande tabel) is de lengte van beide laskabels. Als bijvoorbeeld de stroombron
30 meter van het laswerkstuk is, dan is de totale kabellengte in de lasstroomkring 60 meter (2 kabels x 30 meter). Neem de 60 m-kolom voor het bepalen
van de kabelafmetingen.
Laskabelformaat** en maximale totale lengte van de kabel (koper) in de lasstroomkring niet groter dan***
30 m of minder 45 m 60 m 70 m 90 m 105 m 120 m
Lasstroom
10 60 %
inschakeld-
uur
AWG (mm
2
)
60 100 %
inschakeld-
uur
AWG (mm
2
)
10 100 % inschakelduur
AWG (mm
2
)
100 4 (20) 4 (20) 4 (20) 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 1/0 (60)
150 3 (30) 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 3/0 (95)
200 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120) 4/0 (120)
250 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120) 2x2/0 (2x70) 2x2/0 (2x70)
300 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120) 2x2/0 (2x70) 2x3/0 (2x95) 2x3/0 (2x95)
350 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120) 2x2/0 (2x70) 2x3/0 (2x95) 2x3/0 (2x95) 2x4/0 (2x120)
400 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120) 2x2/0 (2x70) 2x3/0 (2x95) 2x4/0 (2x120) 2x4/0 (2x120)
500 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120) 2x2/0 (2x70) 2x3/0 (2x95) 2x4/0 (2x120) 3x3/0 (3x95) 3x3/0 (3x95)
600 3/0 (95) 4/0 (120) 2x2/0 (2x70) 2x3/0 (2x95) 2x4/0 (2x120) 3x3/0 (3x95) 3x4/0 (3x120) 3x4/0 (3x120)
* Dit schema is een algemene richtlijn en is mogelijk niet geschikt voor alle toepassingen. Als de kabel oververhit raakt, gebruik dan een kabel
die één maat dikker is.
**De laskabeldraaddiameter (AWG) is gebaseerd op een spanningsval van 4 volt of minder of een stroomdichtheid van minimaal 300 mils/A.
***Neem voor grotere lengtes dan aangegeven in deze handleiding contact op met Miller (+1-920-735-4505) of Hobart (+1-800-332-3281).
Ref. S-0007-L 201502
47. Klemmen lasuitgangen
! Schakel de elektrische voeding uit
vóór aansluiting op de klemmen
van de lasuitgangen.
! Gebruik geen versleten,
beschadigde, te dunne of
herstelde kabels.
1 Uitgangskoppeling Elektrode
2 Uitgangskoppeling werkstuk
. Zie voor aansluitingen van de
klemmen van de lasuitgangen
hoofdstuk 48 tot en met 412 voor
typische aansluitprocessen.
output term1 201502 / Ref. 255179-B
1
2
OM263 657 Pagina 17
48. Aansluitingen voor lassen met beklede elektrode
255 358B
1 Uitgangskoppeling werkstuk
Sluit de werkstukkabel aan op de
uitgangskoppeling voor het werk-
stuk.
2 Uitgangskoppeling Elektrode
Sluit de elektrodehouder aan op de
elektrode uitgangskoppeling.
2
1
Aantekeningen
OM263 657 Pagina 18
49. Aansluitingen TIG LiftArct
255 357B
1 Uitgangskoppeling werkstuk
Sluit de werkstukkabel aan op de
uitgangskoppeling voor het werk-
stuk.
2 Uitgangskoppeling Elektrode
Sluit de TIG-toorts met de gasklep
aan op deze elektrode uitgangs-
koppeling.
3 Gascilinder
4 Gasfleskraan
De kraan een beetje open draaien
zodat het gas het vuil uit de kraan
kan blazen. Kraan dichtdraaien.
5 Drukregelaar/gasstro-
mingsmeter
6 Stroming instellen
Een gangbare stromingswaarde is
7,1 liter/min.
Sluit de gasslang van de toorts aan
op de drukregelaar/gasstro-
mingsmeter.
7 Gasklep
De klep regelt de voorstroom en na-
stroom van het gas. Open de klep
op de toorts voordat u gaat lassen.
Benodigde gereedschappen:
21 mm
3
4
5
6
2
1
7
OM263 657 Pagina 19
410. De werkstuk detectiedraad op de afstandsbediening aansluiten
255 450A
. De werkstuk detectiedraad is
vereist voor gebruik van de
FieldPro-afstandsbediening.
1 Draad
2 Kabelschoen 12 mm
Als u een kabelschoen gebruikt,
monteer deze op de aansluitklem
van de afstandsbediening.
3 Vleugelmoer
Als de kabelschoen of draad op de
aansluitklem zit, draai de vleugel-
moer vast.
4 Aansluitklem
5 Isolatietape of krimpslang
Als de kabelschoen gescheurd of
kapot is, dan kan de kale draad
rond de klem worden geleid en
onder de vleugelmoer worden
bevestigd.
1
2
2
4
5
5
3
411. Optionele methode voor het combineren van de werkstukdetectiedraad met de
werkstukklem
255 449A
1 Werkstuk detectieklem
2 Kabelschoen 12 mm
Demonteer de kabelschoen van de
klem.
3 Werkstuk detectiedraad
4 Werkstukkabel
5 Werkstukklem
. De kabelschoen van de werk-
stuk detectiedraad moet boven
de kabelschoen van de werk-
stukklem zitten.
Sluit de werkstuk detectiekabel en
werkstukkabel aan op de werkstuk-
klem.
Benodigde gereedschappen:
5
3
4
1
2
3/8 in.
OM263 657 Pagina 20
412. Standaardaansluiting van de Draadaanvoerunit
258 966A
3
4
5
9
2
10
7
8
6
1
! Schakel de draadaanvoer-
unit en de lasstroombron
uit. Schakel de motor van
de lasgenerator uit.
1 Lasstroombron
2 Gasslang
3 Laskabel naar
draadaanvoerunit
4 Werkstukkabel naar het
werkstuk
De aansluitingen van de laskabel
en werkstukkabel op de
stroombron (DCEN/DCEP) zijn
afhankelijk van het type draad.
. De polariteit van de draadaan-
voerunit maakt niet uit, dus er is
geen polariteitsschakelaar
voor de elektrode nodig.
5 Werkstuk
6 Spanningsdetectieklem
Sluit de spanningsdetectieklem
aan op het werkstuk.
7 Pistool
8 Stekkerdoos voor de
pistoolschakelaar
9 FieldProt-draadaanvoerunit
(zie OM258 944 voor de
bediening van de
draadaanvoerunit)
10 Gascilinder
Het gebruik van beschermgas is
afhankelijk van het type draad.
. De druk van het beschermgas
mag niet hoger zijn dan 689
kPa (100 psi).
413. De inductantie instellen
De stroombron geeft ACC weer wanneer er een FieldPro-draadaanvoerunit op de stroombron is aangesloten. Druk op de pijltoets omhoog of omlaag
om de inductantie binnen een bereik van 0 tot 99 in te stellen.
OM263 657 Pagina 21
414. De lasstroombron in het rek monteren
Rek 195466 Universal Inverter
Rack
Montageset 301100
Eén set per machine (zie
OM259 463 voor het opstellen
en gebruiken van het rek)
Deze installatie mag alleen door ge-
kwalificeerde personen worden uit-
gevoerd.
! Schakel de lasstroombron-
nen uit voordat u het rek con-
troleert of installeert.
1 Achterste rekmontagesteun
Bevestig een rekmontagesteun los-
jes (met de lasmoeren omhoog) op
de achterkant van het rek met 2
schroeven.
2 Lasstroombron
Schuif de stroombron in het rek vóór
de steun.
Lijn de sleuven op de achterste
basissteunen uit met de rekmonta-
gesteun. Duw de stroombron naar
achteren zodat de montagesteun in
de sleuven schuift.
3 Voorste rekmontagesteun
Schuif de tweede rekmontagesteun
(met de lasmoeren omhoog) in de
sleuven op de voorste basissteu-
nen. Bevestig de steun met 2
schroeven aan het rek. Draai alle 4
steunschroeven vast tot 13,6 Nm.
259 422A / 254 712A
Locatie van gaten voor rek met 4 eenheden
Locatie van gaten voor rek met 6 eenheden
1
2
1
Achterkant van stroombron en rek
Voorkant van stroombron en rek
3
Benodigde gereedschappen:
1/2 in.
OM263 657 Pagina 22
415. De afstandsbediening aansluiten
255 420B
Deze stroombron kan worden gebruikt met de
FieldPro-afstandsbediening, RHC14- afs-
tandsbediening of draadloze afstandsbe-
diening (zie de gebruikershandleiding voor de
RHC14-afstandsbediening of de draadloze
afstandsbediening voor bedieningsinstruc-
ties).
1 Stroombron
2 TIG-toorts (beschermgas niet
weergegeven)
3 Elektrodehouder
Wanneer u een RHC14- of draadloze
afstandsbediening gebruikt, sluit de TIG-toorts
of elektrodehouder direct aan op de bovenste
elektrodekoppeling (boven).
4 Werkstukkabel
Sluit de werkstukkabel aan op werkstukkoppeling
(onder) op de voorkant van de lasstroombron.
Bevestig de werkstukkabelklem zo dicht mogelijk
bij de boog.
5 Werkstuk detectiedraad
Wanneer u een FieldPro-afstandsbediening
gebruikt, bevestig de klem van de werkstuk
detectiedraad op de werkstukkabelklem. Sluit
het andere uiteinde van de werkstuk
detectiedraad aan op de aansluitklem op de
zijkant van de FieldPro-afstandsbediening.
6 RHC14 afstandsbediening of draadloze
afstandsbediening
Sluit de RHC14 of draadloze
afstandsbediening aan op de 14polige
stekkerdoos op de voorkant van de
stroombron.
7 FieldPro-afstandsbediening
Sluit een uiteinde van de laskabel aan op de
ELEKTRODE koppeling (boven) op de
voorkant van de stroombron en het andere
uiteinde op de FieldPro-afstandsbediening.
Sluit de TIG-toorts of elektrodehouder aan op
de andere zijde van de FieldPro-
afstandsbediening.
. De RHC14 of draadloze afstandsbediening
kan worden gebruikt met de
FieldPro-afstandsbediening om de
stroomsterkte tijdens het lassen aan te
passen.
Aansluiting van RHC14 of draadloze afstandsbediening
Aansluiting van FieldPro-afstandsbediening
1
2
4
3
6
1
2
3
4
5
7
OM263 657 Pagina 23
416. Aansluitingen van spanningsdetectiedraad en werkstukkabel bij meerdere lasbogen
A. Ideale opstelling
255 378B
1 Lasstroombron
2 Laskabel
3 Werkstukkabel
4 Werkstuk detectiedraad
De werkstuk detectiedraad is nodig voor
de werking van de FieldPro-
afstandsbediening.
5 Afstandsbediening
6 Werkstuk
Deze opstelling is ideaal voor gebruik met
meerdere lasbogen.
6
1
1
2
2
3
3
4
4
5
5
OM263 657 Pagina 24
B. Slechte opstelling
255 379B
1 Lasstroombron
2 Laskabel
3 Werkstukkabel
4 Werkstuk detectiedraad
5 Afstandsbediening
6 Werkstuk
Dit is een slechte opstelling. De klemmen
voor de aparte eenheden mogen niet
worden gedeeld. De laskabels mogen
elkaar niet kruisen.
6
1
1
2
2
3
3
4
4
5
5
OM263 657 Pagina 25
HOOFDSTUK 5 WERKING
51. Bediening van stroombron en interface van de afstandsbediening
1 Aan/uit-schakelaar
2 AMPS-display
3 Keuzetoets TIG-lassen
4 Keuzetoets Elektrodelassen
5 Keuzetoets type elektrode
6 Insteltoetsen stroomsterkte
7 Controlelampje 14-polige
afstandsbediening aangesloten
8 Controlelampje FieldPro- accessoire
aangesloten
9 Toets IN USE
10 Controlelampje IN USE
11 Controlelampje polariteit controleren
12 Controlelampje beklede elektrode
negatief
255 429B / 264 180B / Ref. 255 179B / 253 664A
I
OFF
ON
1
2
3
4
5
6 7
8
9
101112
OM263 657 Pagina 26
52. Beschrijving van bediening van lasstroombron en interface afstandsbediening
Aan/uit-schakelaar Gebruik deze schakelaar om de lasstroombron in of uit te schakelen.
. De ventilator wordt thermisch geregeld en draait alleen wanneer er koeling nodig is.
AMPS-display Dit display brandt en geeft de stroomsterkte voor TIG-lassen of elektrodelassen aan. De gemeten stroomsterkte
vlak voor het einde van een las wordt tien seconden na het lassen op het display weergegeven.
Keuzetoets TIG-lassen Houd deze toets kort ingedrukt om de lasinstellingen voor TIG-lassen te activeren. De tekst TIG onder de toets
gaat branden. Stel de stroomsterkte af tot de juiste instelling binnen een bereik van 10 tot 350 A. Als TIG is
geselecteerd en er is een afstandsbediening voor regeling van de stroomsterkte/inschakelen aangesloten, houd
dan de keuzetoets voor TIG meer dan twee seconden ingedrukt om de werkelijk gevraagde stroomsterkte weer
te geven (gebaseerd op de instelling voor de stroomsterkte en de instelling voor regeling van stroomsterkte/in-
schakelen).
Keuzetoets beklede elek-
trode
Druk deze toets kort in om de lasinstellingen voor lassen met beklede elektrode te activeren. De tekst STICK
onder de toets gaat branden, samen met de aanduiding van het actieve elektrodetype. Selecteer het gewenste
soort beklede elektrode en stel de stroomsterkte in binnen een bereik van 40 tot 350 A.
Keuzetoets type beklede
elektrode
Druk de toets kort in om het soort beklede elektrode (EXX10 of EXX18) te selecteren. De tekst boven of onder
de toets gaat branden voor het actieve elektrodetype. Deze toets is alleen actief voor lassen met beklede elek-
trode en dan gaat alleen de tekst voor het type elektrode branden.
. Er kan een “bonkgeluid” uit de stroombron komen als er tussen lassen met beklede elektrode en TIG
wordt gewisseld. Dat is normaal.
Instelbare DIG en Hot
start
Houd de toets STICK een paar seconden ingedrukt om de instelbare DIG in te voeren. Het juiste decimaal-
teken gaat branden op het display om DIG aan te geven. Druk bij de instelbare DIG weer kort op de toets
STICK om de instelbare Hotstart in te voeren. Het middelste decimaalteken gaat op het display branden om
Hotstart aan te geven. Wanneer u de toets STICK voor de derde keer kort indrukt, wordt het menu afgeslo-
ten. Het menu wordt automatisch afgesloten als er 10 seconden niets wordt ingedrukt. Wanneer u een an-
dere toets dan de toets STICK kort indrukt terwijl u in het menu bent, wordt het menu ook afgesloten.
Steltoetsen stroomsterkte Gebruik deze toetsen om de gewenste instelling voor de stroomsterkte in te stellen voor TIG-lassen of lassen
met beklede elektrode.
Controlelampje 14-polige
afstandsbediening aange-
sloten
De tekst 14PIN REMOTE gaat branden als er een 14-polige accessoire op de 14-polige stekkerdoos op de
stroombron is aangesloten.
Controlelampje FieldPro
ACCESSOIRE aangeslo-
ten
De tekst FieldPro ACCESSORY gaat branden als er een FieldPro-accessoire is aangesloten en wanneer deze
goed communiceert met de stroombron.
Toets IN USE Druk deze toets kort in op de stroombron FieldPro-afstandsbediening om de tekst IN USE weer te geven. Druk
nog een keer kort op de toets om de tekst IN USE uit te schakelen. Zo weten anderen dat de machine in ge-
bruik is.
Controlelampje IN USE Het lampje gaat automatisch branden als de boog wordt gestart. Wissel het lampje tijdens het gebruik met de
toets IN USE. Het lampje wordt automatisch uitgeschakeld wanneer er vier uur niets wordt gedaan.
Controlelampje POLARI-
TEIT CONTROLEREN
De tekst CHECK POLARITY gaat samen met een foutmelding (Err) branden als de kabels van het werkstuk en
de elektrode zijn omgekeerd. De tekst gaat alleen branden als er een FieldPro-accessoire is aangesloten.
Schakel het apparaat uit en draai de aansluitingen om (zie hoofdstuk 4 voor de juiste aansluiting).
Controlelampje STICK NE-
GATIEF
De tekst DCEN () STICK NEG gaat branden als de polariteit negatief is in de stand STICK. U kunt de
DCEN-stand activeren door de toets STICK en de pijl omlaag tegelijkertijd in te drukken. Druk op de toets
STICK om deze stand af te sluiten. De stand DCEN kan worden gebruikt voor de processen EXX10 en/of
EXX18. De stand moet voor elk elektrodeproces afzonderlijk worden ingesteld.
OPGELET De bedieningen op de FieldPro-afstandsbediening kunnen NIET worden ingesteld tijdens het lassen. U kunt instellingen tijdens het las-
sen aanpassen met de toetsen op de stroombron. Afstellingen kunnen worden uitgevoerd bij gebruik van de RHC14-afstandsbediening of de
draadloze afstandsbediening.
Tabel 51. Aanbevolen procesinstelling ten opzichte van type elektrode
Type elektrode Aanbevolen procesinstelling
EXXX1 EXX10
EXXX2 EXX10
EXXX3 EXX18
EXXX4 EXX18
EXXX5 EXX18
EXXX6 EXX18
EXXX7 EXX18
EXXX8 EXX18
Roestvast EXX18
OM263 657 Pagina 27
53. Lift Arc TIG-procedure
Start een boog als volgt met de
processchakelaar in de stand TIG:
1 TIG-elektrode
2 Werkstuk
Raak met de wolfraamelektrode het
werkstuk aan bij het startpunt van
de las. De boog start niet zolang de
elektrode het werkstuk aanraakt.
Til de elektrode voorzichtig op om
een boog te vormen.
. Raak het werkstuk niet weer
aan met de elektrode, want dan
gaat de boog uit en blijft de
elektrode vastzitten.
De normale open lasspanning is
niet aanwezig voordat de
wolfraamelektrode het werkstuk
raakt; er is alleen een lage
detectiespanning aanwezig tussen
elektrode en werkstuk. De
lasspanning wordt pas geactiveerd
nadat de elektrode het werkstuk
raakt. Hierdoor kan de elektrode
het werkstuk raken zonder
oververhitting, zonder vast te
plakken of vervuild te raken.
. Als er een FieldPro-afstands-
bediening is aangesloten, kan
dat display tijdelijk worden uit-
geschakeld als het wolfraam
het werkstuk raakt.
1
NIET aanstrijken als een lucifer!
2
Ref. S156 279
“Aanraken”
1 seconde
54. Startprocedure beklede elektrode Strijkstarttechniek
Start na keuze van Stick” de boog
als volgt:
1 Elektrode
2 Werkstuk
3 Boog
Sleep de elektrode over het laswerk-
stuk alsof u een lucifer aansteekt. Til
de elektrode een klein stukje op nadat
u het werkstuk heeft aangeraakt. Als
de boog verdwijnt, dan is de elektrode
te hoog opgetild. Als de elektrode aan
het laswerkstuk blijft kleven, haal
hem dan met een snelle draai los.
1
2
3
OM263 657 Pagina 28
55. Gutsen met koolelektrode
1 Elektrodehouder
Kies de juiste elektrodehouder voor het
proces.
2 Luchtstroom
De luchtstroom moet op een lijn liggen met
de elektrode en tussen de elektrode en het
werkstuk worden geplaatst.
3 Koolelektrode
Kies de juiste maat elektrode voor de ge-
wenste guts.
4 Gutsboog
Houd de boog kort.
5 Werkstuk
Start de luchtcompressor en stel de
regelaar in op de juiste instelling. Gebruik
de laagste luchtdruk waarbij het gesmolten
metaal wordt weggeblazen. Zorg ervoor
dat de punt van de elektrode goed is
gevormd en steek deze in de
elektrodehouder. De elektrode mag
maximaal 178 mm en minimaal 51 mm uit
de elektrodehouder steken. Start de boog
en open de luchtklep. Gebruik de juiste
boog- en voorloopsnelheid om de
gewenste vorm en conditie van de guts te
creëren.
Snij altijd weg van de gebruiker omdat
gesmolten metaal een eind weg van het
werkstuk kan blazen.
Zorg ervoor dat niemand in het werkgebied
van het weggeblazen materiaal bevindt.
Verwijder alle brandbare materialen uit het
werkgebied. Plaats metalen afbuigplaten
voor het werkgebied.
258 443A
Voorlooprichting
5
1
2
3
4
56. Standaardwaarden terugzetten
U kunt de stroombron weer op de standaard fabriekswaarden instellen door de toetsen Stick en TIG gelijktijdig langer dan vier seconden in te drukken.
Op het display staat fSt en daarna worden er streepjes weergegeven als de reset is voltooid.
57. De softwarerevisie opvragen
Wanneer u de toetsen Electrode en In Use tegelijkertijd ingedrukt houdt, kunt u het niveau van de softwarerevisie van het systeem weergeven.
Houd de drukknop Electrode ingedrukt en druk op de drukknop In Use om het niveau voor de softwarerevisie van de gebruikersinterface weer te geven.
OM263 657 Pagina 29
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD
EN STORINGEN VERHELPEN
61. Routineonderhoud
! Verbreek de netvoeding voordat
u onderhoud uitvoert.
. Voer vaker onderhoud uit als het
apparaat zwaar wordt belast.
3 maanden
Vervang
beschadigde of
onleesbare
labels
Vervang
toortsbehuizing
waar scheurtjes in
zitten
Repareer of
vervang
kapotte kabels
Repareer of
vervang kapotte
kabels en snoeren
Schoonmaken en
vastzetten van
lasaansluitingen
6 maanden
De binnenzijde
schoonblazen
62. De binnenzijde van het apparaat schoonblazen
! Om het inwendige van het
apparaat schoon te blazen
hoeft de behuizing niet ge-
demonteerd te worden.
U blaast de lucht door de
ventilatieroosters aan de voor- en
achterzijde. Zie de afbeelding.
Ref. 255 179B
OM263 657 Pagina 30
63. Helpcodes voor diagnose van lasstroombron en afstandsbediening
H1
Voorbeeld weergave van de code
0
Code Probleem Beschrijving
H01 Primaire transformator:
Te hoge stroom
Geeft een storing in de primaire voedingsstroomkring aan.
H02 Storing secundaire
temperatuurvoeler
Geeft aan dat de stroomkring voor de thermische beveiliging links niet goed
werkt.
H03 Te hoge temperatuur in het secundai-
re circuit
Dit geeft aan dat de linkerzijde van het apparaat oververhit is geraakt. Het
apparaat heeft zichzelf uitgeschakeld zodat de ventilatoren de linkerkant kun-
nen afkoelen. Het apparaat schakelt weer in zodra deze weer op normale
werktemperatuur is.
H04 Storing in de primaire
temperatuursensor
Geeft aan dat de stroomkring voor de thermische beveiliging rechts niet goed
werkt.
H05 Te hoge temperatuur
in het primaire circuit
Dit geeft aan dat de rechterzijde van het apparaat oververhit is geraakt. Het
apparaat heeft zichzelf uitgeschakeld zodat de ventilatoren de rechterkant
kunnen afkoelen. Het apparaat schakelt weer in zodra deze weer op een
normale werktemperatuur is.
H06 Foldback stroomsterkte Geeft aan dat er met de maximale ingaande stroom wordt gewerkt.
H08 Te hoge uitgangsspanning, storing Uitgangsspanning hoger dan 100 V DC gedurende meer dan 1/2 seconde.
H12 Precharge niet voltooid Precharge niet voltooid in aangewezen tijd.
H13 Storing interne spanning Systeem kan uitgangsspanning niet meten.
H16 Storing in temperatuursensor PC2 Geeft aan dat de stroomkring op de procesbesturingsprintplaatvoor de thermi-
sche beveiliging niet goed werkt.
H17 Te hoge temperatuur PC2 Geeft aan dat PC2 oververhit is. Eenheid is uitgeschakeld zodat de ventilato-
ren de temperatuur kunnen verlagen.
H18 Storing in temperatuursensor PC3 Geeft aan dat de stroomkring voor de thermische beveiliging op de systeem-
voedingsprintplaat niet goed werkt.
H19 Te hoge temperatuur PC3 Geeft aan dat PC3 oververhit is. Eenheid is uitgeschakeld zodat de ventilato-
ren de temperatuur kunnen verlagen.
H20 Voeding PC2 laag Geeft aan dat de voeding op de PC2 niet goed werkt.
H21 Er is een probleem met
de netspanning aan primaire zijde
De primaire netspanning is waarschijnlijk te laag.
De primaire netspanning moet minstens 90% van de opgegeven nominale
spanning zijn.
H22 Storing in boost circuit Geeft aan dat het boost circuit aan de rechter zijde van eenheid niet goed
werkt.
H26 Een toets op de stroombron zit vast Dit geeft aan dat een van de bedieningstoetsen op de stroombron vastzit.
Zodra de toets weer vrijkomt, verdwijnt het probleem.
H27 Storing polariteitschakelaar Geeft aan de stroomkring voor de relais (W1, W2) niet goed werkt.
H30 Magneetschakelaar voor TIG/Elek-
trodelassen zit vast
Geeft aan dat de op afstand bediende magneetschakelaar voor Elektrode/TIG
vastzit.
H32 Storing in de temperatuursensor voor
accessoire
Geeft aan dat de the temperatuurvoeler in het aangesloten FieldPro-accessoi-
re niet goed werkt.
H33 Te hoge temperatuur accessoire Geeft oververhitting in het FieldPro-accessoire aan.
H96 Storing in communicatie PC7 Geeft een storing in de interne communicatie naar PC7 aan.
H97 Storing in communicatie PC1 Geeft interne communicatie van primaire voedingsstroomkring naar secundai-
re voedingsstroomkring op PC1 aan.
H98 Seriële communicatie verbroken Geeft aan dat de seriële communicatie tot stand was gebracht, maar nu niet
goed werkt. Kan normaal voordoen tijdens firmware-updates. Storing in
communicatie tussen PC1 en PC5.
H99 Storing in seriële communicatie Geeft aan dat de seriële communicatie niet goed werkt. Kan normaal voor-
doen tijdens firmware-updates. Storing in communicatie tussen PC1 en PC5.
OM263 657 Pagina 31
64. Helpcodes bij diagnose draadaanvoerunit
De FieldPro-draadaanvoerunit geeft niet dezelfde helpcodes als de stroombron aan. Foutmeldingen worden aangegeven met het bericht “HLP” op het
display of door het knipperen van de rode LED op motorprintplaat PC1. U kunt de rode LED zien door de voeding uit te schakelen, de behuizing te
verwijderen en de voedingsbron weer in te schakelen. De rode LED knippert om de 2,5 seconden. Het aantal knippersignalen geeft het type fout aan.
Als er geen sprake is van een fout op de motorprintplaat, brandt de rode LED constant.
H1
Voorbeeld weergave van de code
0
Code Rode LED op PC1 Probleem Beschrijving
H11 1 x knipperen Communicatiefout
Deze fout treedt 2,5 seconden na verlies van de
communicatie tussen de motorprint en de meterprint op.
De gebruiker mag bij deze fout doorgaan met lassen. De fout
kan worden verholpen door de eenheid uit te schakelen,
minimaal 2 seconden te wachten en daarna de eenheid weer
in te schakelen.
H12 2 x knipperen Pistoolschakelaarfout
Deze fout doet zich voor als de gebruiker ongeveer 10,7 m
(35 ft) draad heeft doorgevoerd zonder een boog te starten
of bij kortsluiting in de lasdraad tijdens het lassen en
schakelaar DIP4 op de printplaat van het voorpaneel
in de stand OPEN is gedrukt. De fout kan worden gewist
door de pistoolschakelaar los te laten.
H14
4 x knipperen (constant knip-
peren)
Overbelasting van de motor
Geeft aan dat de motor te lang te veel stroom heeft gevraagd.
Dit kunt u verhelpen door de draadaanvoersnelheid of de
belasting/inschakelduur van de draadaanvoerunit te verlagen.
De fout kan worden gewist door de voeding uit te schakelen,
minimaal 2 seconden te wachten en de voeding weer in te
schakelen.
H15 3 x knipperen Oververhitting stroomrail
Geeft aan dat de boog te lang te veel stroom vraagt. Dit kunt
u verhelpen door de lasstroomsterkte of inschakelduur te
verlagen.
65. Problemen met de lasstroombron oplossen
Probleem Oplossing
Geen lasuitgangsspanning; eenheid werkt
helemaal niet.
Zet de werkschakelaar aan (zie hoofdstuk 45).
Controleer de netzekering(en) en vervang deze waar nodig*.
Controleer of de voeding goed is aangesloten (zie hoofdstuk 45).
Geen lasuitgangsspanning; meterdisplay Aan. Controleer, repareer of vervang de RHC-14-afstandsbediening.
Eenheid oververhit. Laat de eenheid afkoelen met de ventilator Aan (zie hoofdstuk 33).
Bekijk de hulpdisplays van de ampèremeter.
Onregelmatige of onjuiste lasuit-
gangsspanning.
Gebruik een laskabel van het juiste formaat en type.
Reinig alle laskoppelingen en draai ze vast.
Controleer de kabel voor de spanningsdetectie. Leg opgerolde kabels recht.
Als de afstandsbediening is aangesloten, geeft
het lasapparaat continue spanning.
Controleer de schakelaar en de weerstand van de potentiometer van de RHC-14-
afstandsbediening.
*Laat de netzekering(en) door een opgeleide en gekwalificeerde monteur nakijken en vervangen.
OM263 657 Pagina 32
66. Problemen met de lasstroombron oplossen
Als de lasstroombron NIET reageert nadat alles is aangesloten, loop dan eerst de onderstaande punten na voordat u contact opneemt met de
dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende serviceagent:
De lasstroombron is aangesloten op de netspanning maar na het inschakelen geeft hij geen spanning.
S Als het apparaat rechtstreeks aangesloten op een werkschakelaar, of op een stopcontact van een werkschakelaar zit, controleer dan of die werk-
schakelaar en de zekeringsautomaat zijn ingeschakeld.
De lasresultaten zijn niet gelijk tussen de verschillende lastoepassingen.
S Zorg dat de werkstukklem is aangesloten op een schoon, verfvrij gedeelte van de pijp. Schuur zo nodig een stuk op om een goede elektrische
verbinding te krijgen.
S De werkstukklem moet zo dicht mogelijk bij de te maken lasverbinding zitten.
S Volg de aanbevolen instellingen in het bedieningsgedeelte van de handleiding om een startpunt voor het lassen te kiezen.
S Aanbevolen lasvoorbereiding is 0,81,6 mm voor de randen en 3,2 mm voor de grondnaad.
Lasrups is poreus (TIG-lassen).
S Controleer of er voldoende beschermgas is en of de gastoevoer wel ingeschakeld is.
S Controleer de stroming van het beschermgas bij het reduceerventiel.
S Controleer of de gasdruk niet hoger is dan 621 kPa (90 psi).
S Controleer alle slangaansluitingen voor het beschermgas en draai ze zo nodig aan.
S Scherm de lasplek af voor wind.
De FieldPro-afstandsbediening gaat niet aan.
S Controleer of de kabel voor de spanningsdetectie goed is aangesloten. Zorg ervoor dat de klem is aangesloten op een schoon, verfvrij gebied van
het werkstuk.
67. Kalibratieprocedure voor de lasstroombron
. Tijdens de kalibratie van de spanning of stroomsterkte kan de toets IN USE worden gebruikt om verder te gaan zonder de kalibratie op te slaan.
Dit kan handig zijn als u de kalibratie alleen wilt verifiëren en geen instellingen wilt aanpassen. Wanneer u op de toets ELECTRODE drukt, wordt
de kalibratiestand afgesloten. Bij de meeste toepassingen is een routinekalibratie niet nodig omdat de kalibratie al in de fabriek is geverifieerd.
Benodigde apparatuur:
Gekalibreerde voltmeter en ampèremeter
Belastingsbank of kortsluitkabel
Instellen en kalibratiestand openen:
1. Ontkoppel uitgangsspanningskabel, inclusief van alle accessoires.
2. Schakel de voeding in.
3. Open de kalibratiestand door de toetsen STICK en IN USE tegelijkertijd gedurende 2 seconden in te drukken. Op het display staat — — —
4. Laat de toetsen los. Op het display staat CAL. De uitgangsspanning wordt uitgeschakeld. De spannings- en stroomsterktemeters moeten nul meten.
S Voor kalibratie van de spanning sluit u een voltmeter aan over de lasklemmen. + naar ELEKTRODE en naar WERKSTUK (nullastbelasting).
S Voor kalibratie van de stroomsterkte sluit u een kortsluitkabel of belastingsbank aan op de zware belastingsinstelling op de uitgangskoppelingen.
Sluit de ampèremeter aan om de uitgangsstroomsterkte te meten.
. Als de waarde op het display buiten het toegestane bereik valt, moeten de kalibratiewaarden voor de eenheid mogelijk op de standaardwaarden
worden ingesteld. Zie hieronder voor de standaardprocedure. Als het probleem niet wordt opgelost als de standaardwaarden van de kalibratie
weer zijn ingesteld, moet u mogelijk onderhoud aan de eenheid uitvoeren.
. Als de gemeten spanning of stroomsterkte buiten het toegestane bereik valt of een verkeerde polariteit (+ of ) heeft, moet u mogelijk onderhoud
aan de eenheid uitvoeren.
Kalibratieprocedure spanning
1. In de kalibratiestand opent/ontkoppelt u de belasting van de uitgangskoppelingen en drukt u daarna op de toets TIG.
2. Controleer of 27.0 (±2,0) op het display wordt aangegeven.
3. Controleer of -27.0 (±2,0) op de voltmeter wordt weergegeven. Controleer of de waarde negatief is.
4. Stel met de toetsen en + het display in op de gemeten waarde.
5. Wacht een paar seconden en controleer dan of de waarden op het display en de voltmeter gelijk zijn.
6. Druk op de toets TIG om de kalibratie-instelling op te slaan.
7. Controleer of 72.0 (±5,0) op het display wordt weergegeven, wat open spanning aangeeft.
8. Controleer of de voltmeter -72.0 (±5,0) weergeeft. Controleer of de waarde negatief is.
9. Stel met de toetsen en + het display in op de gemeten waarde.
10. Wacht een paar seconden en controleer dan of de waarden op het display en de voltmeter gelijk zijn.
11. Druk op de toets TIG om de kalibratie-instelling op te slaan.
12. Controleer of 27.0 (±2,0) op het display wordt aangegeven.
13. Controleer of de voltmeter 27.0 (±2,0) weergeeft. Controleer of de waarde positief is.
14. Stel met de toetsen en + het display in op de gemeten waarde.
15. Wacht een paar seconden en controleer dan of de waarden op het display en de voltmeter gelijk zijn.
OM263 657 Pagina 33
16. Druk op de toets TIG om de kalibratie-instelling op te slaan.
17. Controleer of 72.0 (±5,0) op het display wordt weergegeven, wat open spanning aangeeft.
18. Controleer of de voltmeter 72.0 (±5,0) weergeeft. Controleer of de waarde positief is.
19. Stel met de toetsen en + het display in op de gemeten waarde.
20. Wacht een paar seconden en controleer dan of de waarden op het display en de voltmeter gelijk zijn.
21. Druk op de toets TIG om de kalibratie-instelling op te slaan.
22. Druk op de toets ELECTRODE om de kalibratiestand af te sluiten of ga verder met de kalibratieprocedure voor de stroomsterkte.
Kalibratieprocedure voor de stroomsterkte:
1. Sluit in de kalibratiestand de kortsluitkabel/belastingsbank over de uitgangsklemmen aan en druk dan op de toets STICK.
2. Controleer of 50 (±5,0) op het display wordt weergegeven.
3. Controleer of 50 (±5,0) op de ampèremeter wordt weergegeven.
4. Stel met de toetsen en + het display in op de gemeten waarde.
5. Wacht een paar seconden en controleer dan of het display en de ampèremeter hetzelfde aangeven.
6. Druk op de toets STICK om de kalibratie-instelling op te slaan.
7. Controleer of 350 (±5,0) op het display wordt weergegeven.
8. Controleer of 350 (±5,0) op de ampèremeter wordt weergegeven.
9. Stel met de toetsen en + het display in op de gemeten waarde.
10. Wacht een paar seconden en controleer dan of het display en de ampèremeter hetzelfde aangeven.
11. Druk op de toets STICK om de kalibratie-instelling op te slaan.
12. Druk op de toets ELECTRODE om de kalibratiestand af te sluiten.
Standaardkalibratieprocedure:
S Er zijn drie standaardniveaus voor de kalibratie:
Alles standaardwaarden Standaardwaarden voor kalibratie spanning Standaardwaarden voor kalibratie stroomsterkte
S Open de kalibratiestand volgens de bovenstaande methode.
S Alles standaardwaarden
Houd in de kalibratiestand de toetsen STICK en TIG tegelijkertijd ingedrukt totdat — — — op het display wordt weergeven.
S Standaardwaarden voor kalibratie spanning
Open in de kalibratiestand de kalibratiestand voor de spanning door op de toets TIG te drukken. Houd daarna de toetsen STICK en TIG tegelijker-
tijd ingedrukt totdat — — — op het display wordt weergegeven.
S Standaardwaarden voor kalibratie stroomsterkte
Open in de kalibratiestand de kalibratiestand voor de stroomsterkte door op de toets STICK te drukken. Houd daarna de toetsen STICK en TIG
tegelijkertijd ingedrukt totdat — — — op het display wordt weergegeven.
68.Software van de lasstroombron bijwerken
266 872
1 SD-kaart
Plaats de SD-kaart in de SD-kaart-
sleuf op de voorkant van de een-
heid. Schakel de voeding in of
schakel de voeding op de las-
stroombron in en uit. De eenheid
wordt automatisch bijgewerkt.
De update kan 20 tot 30 seconden
duren. Op het display op het voor-
paneel kunnen streepjes en/of H99
worden weergegeven.
Na het uitvoeren van de update
wordt Crd op het display weerge-
geven. Verwijder de SD-kaart en ga
verder met werken.
Houd de toetsen Electrode en In
Use gelijktijdig ingedrukt om te
controleren of de eenheid is
bijgewerkt met het juiste
revisieniveau voor de
systeemsoftware.
1
OM-263 657 Pagina 34
HOOFDSTUK 7 ELECTRISCH SCHEMA’S
Afbeelding 7-1. Elektrisch schema lasstroombron
OM-263 657 Pagina 35
269 202-B
OM-263 657 Pagina 36
255 132-B
Afbeelding 7-2. Elektrisch schema afstandsbediening
OM-263 657 Pagina 37
Aantekeningen
OM-263 657 Pagina 38
HOOFDSTUK 8 ONDERDELENLIJST
. De bevestigingsmaterialen zijn algemeen
gangbaar en alleen te bestellen als ze op
de lijst staan.
255 178-E
56
72
81
71
73
64
57
62
59
61
63
60
88
87
86
12
85
2
68
69
70
67
65
47
74
80
26
43
42
78
66
40
39
46
37
38
45
54
36
82
51
58
55
49
50
52
56
65
47
74
80
73
48
53
77
35
34
83
84
84
18
19
26
25
24
27
23
29
22
28
30
31
32
33
21
20
10
11
7
7
20
8
6
5
7
7
9
3
4
76
16
15
14
13
1
79
79
75
41
28
44
89
Afbeelding 8-1. Onderdelen lasstroombron
OM-263 657 Pagina 39
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 8-1. Onderdelen lasstroombron
Model
Quantit
y
907633
1 257114 Base 1... ................ .. .........................................................
2 PC5 265434 Nameplate/Switch Membrane, Front Pnl 1... ..... ..... .. ..........................
3 175138 Box, Louver 1... ............... .. ...................................................
4 170391 Conn, Circ MS Protective Cap 1... ............... .. ...................................
5 254891 Plate, Switch 1... ............... .. ..................................................
6 252839 Panel, Front 1... ............... .. ...................................................
7 268639 Rcpt Assy, Tw Lk Insul Fem(Dinse Type) (Including)2... ............... ..
257995 Rcpt, Tw Lk Insul Fem Dinse Style w/O-ring 1..................... .... .....................
250037 Insulator, Bulkhead Front 1..................... .... ......................................
250039 Insulator, Bulkhead Rear 1..................... .... ......................................
185714 Washer, Tooth 22MMID x 31.5MMOD 1..................... .... ...........................
185717 Nut, M201.5 1.00 Hex .19H Brs Locking 1..................... .... ........................
185718 ORing, 0.989 ID x 0.070 H 1..................... .... ...................................
186228 ORing, 0.739 ID x 0.070 H 1..................... .... ...................................
8 C6 264077 Capacitor Assy 1... ..... ..... .. ................................................
9 254892 Door, SD Reader 1... ............... .. ..............................................
10 234344 Bracket, SD Card Reader 1... ............... .. .......................................
11 PC4 244477 Circuit Card Assy, SD Card 1... ..... ..... .. ......................................
12 PC6 268280 Circuit Card Assy, FC Source Remote Interface (CE) 1... ..... ..... .. ...............
13 FM1 224694 Fan 1... ..... ..... .. ..........................................................
14 176226 Insulator, Switch Power 1... ............... .. .........................................
15 S1 244920 Switch 1... ...... ..... .. ........................................................
253664 Label, OnOff 1..................... .. .................................................
16 225097 Heat Sink, Rect LH 1... ............... .. .............................................
17 211503 Insulator, Heat Sink 1... ................ .. ............................................
18 T1 212132 Xfmr, HF Litz/Litz w/Boost 1... ...... ...... .. .......................................
19 L3 212150 Inductor, Output 1... ...... ...... .. ...............................................
20 212207 Windtunnel, LH 1... ............... .. ................................................
21 196355 Insulator, Screw 4... ............... .. ...............................................
22 D1,D2 201531 Kit, Diode Power Module 2... .... .... .. ........................................
23 199840 Bus Bar, Diode 2... ............... .. ................................................
24 R3/C4 233052 Resistor/Capacitor 1... .... .... .. .............................................
25 SR1 201530 Kit, Diode Fast Recovery Bridge 1... ..... ..... .. .................................
26 RT1,RT2 199798 Thermistor, NTC 30k ohm @ 25 Deg C 18.00 in. 2500V 2... ... ... .. ............
27 HD1 182918 Transducer, Current 400A Module Supply V +/ 15V 1... ..... ..... .. ...............
28 179276 Bushing, SnapIn Nyl 1.000 ID X 1.375 Mtg Hole Cent 3... ............... .. ..............
29 170647 Bushing, SnapIn Nyl 1.312 ID X 1.500 Mtg Hole 1... ............... .. ..................
30 CR1 198549 Relay, Encl 24VDC SPST 35A/300VAC 4pin Flange Mtg 1... ..... ..... .. ...........
31 PC7 255714 Circuit Card Assy, WCC Interface 1... ..... ..... .. ................................
32 252923 Bracket, Mtg WCC Board 1... ............... .. .......................................
33 010546 Bushing, SnapIn Nyl .375 ID X .500 Mtg Hole 1... ............... .. ...................
34 L4 218020 Inductor, Boost 1... ...... ...... .. ................................................
35 227746 Gasket, Inductor Mounting E55 Ferrite Core 1... ............... .. .......................
36 196330 Heat Sink, Power Module 1... ............... .. .......................................
37 L2 218018 Inductor, PreRegulator 1... ...... ...... .. .........................................
38 218566 Gasket, Inductor Mounting E70 Ferrite Core 1... ............... .. .......................
39 212206 Windtunnel, RH 1... ............... .. ................................................
40 MOD1,... .... ............
MOD2 261556 Kit, Input/Preregulator And Invertor Module 1.... .. .......................
41 153403 Bushing, SnapIn Nyl .750 ID X 1.000 Mtg Hole Cent 2... ............... .. ..............
42 219472 Bracket, Mtg Capacitor Series 1... ............... .. ...................................
43 C15 196143 Capacitor, Polyp Met Film 16. uf 400 VDC 10% 1... ..... ..... .. ....................
+When ordering a component originally displaying a precautionary label, the label should also be ordered.
BE SURE TO PROVIDE MODEL AND SERIAL NUMBER WHEN ORDERING REPLACEMENT PARTS.
OM-263 657 Pagina 40
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 8-1. Onderdelen lasstroombron (vervolg)
Model
Quantit
y
907633
44 PC2 260280 Circuit Card Assy, Interconnect W/Label And Clips 1... ..... ..... .. .................
45 L1 212091 Inductor, Input 1... ...... ...... .. .................................................
46 RM1,... ....
PLG26 205751 Module, Power Resistor W/Plug 1.... .. .................................
47 +252842 Panel, Side 2... .............. .. ...................................................
47 +268254 Panel, Side RedDArc 2... .............. .. .........................................
48 257258 Bracket Upper, Mtg Capacitor/PC Board 1... ............... .. ..........................
49 PC1 256983 Circuit Card Assy, FC Power Source Ctrl Potted 1... ..... ..... .. ...................
50 257260 Bracket, Capacitor Support 1... ............... .. ......................................
51 C12,C13 193738 Capacitor, Elctlt 1800 uf 500 VDC Can 2.52 Dia 2... ... ... .. ....................
52 217040 Nut, Nylon M12 Thread Capacitor Mounting 2... ............... .. .......................
53 FM2 183918 Fan 1... ..... ..... .. ..........................................................
54 252855 Bracket, Mtg Contactors 1... ............... .. ........................................
55 W1,W2 247571 Contactor, Latching 2... ... ... .. ............................................
56 254967 Bus Bar, Input 2... ............... .. .................................................
57 254968 Bus Bar, Output 2... ............... .. ...............................................
58 PC3 252949 Circuit Card Assy, Autoline Cntrl Power 70W Potted 1... ..... ..... .. ................
59 257115 Panel,Rear 1... ................ .. ....................................................
60 182455 Nut, Conduit 1.000 Npt Knurled 1... ............... .. ..................................
61 215980 Bushing, Strain Relief .709/.984 ID x 1.375 Mtg Hole 1... ............... .. ...............
62 252930 Insulator, Rear Panel 1... ............... .. ...........................................
63 257239 Cable, Power 12 ft 8 ga 4c (NonStripped End) 1... ............... .. ...................
64 +252841 Cover, Top 1... .............. .. ....................................................
64 +268255 Cover, Top RedDArc 1... .............. .. .........................................
65 256025 Insulator, Side 2... ............... .. .................................................
66 CT1 253320 Xfmr, Current Sensing 200/1 W/15 in. Leads 1... ..... ..... .. .......................
67 219471 Bracket, Mtg Filter Board 1... ............... .. .......................................
68 265141 Circuit Card Assy, Input Filter FieldPro 1... ............... .. ............................
69 148025 Lug,univ W/scr 600V 2/0-6 wire .266 stud 4... ............... .. .........................
70 219473 Bracket,Mtg CE Filter Ground Plane 4... ............... .. ..............................
71 257044 Bracket, Top Extruded 4... ............... .. ..........................................
72 257047 Handle, Carrying Pwxfld 2... ............... .. ........................................
73 257049 Handle, Formed Top 2... ............... .. ............................................
74 257045 Bracket, Side Support 4... ............... .. ..........................................
75 257043 Bracket, Base Extruded 4... ............... .. .........................................
76 265964 Circuit Card Assy, Frnt Pnl Pwxfld Ps/Rmt w/Pgm VRD 1... ............... .. .............
77 257259 Bracket Lower, Mtg Capacitor/PC Board 1... ............... .. ..........................
78 257382 Bracket, Capacitor Guard 1... ............... .. .......................................
79 257048 Handle, Formed Bottom 2... ............... .. ........................................
80 147139 Tape, Adh Acrylic Double Sided .010 x .500 x 3.000 16... ............... .. ................
81 257050 Bearing, Handle Pwxfld Ps 4... ............... .. ......................................
82 233397 Insulator, Board Bracket Capacitor 1... ............... .. ...............................
83 191944 Capacitor,Polyp Met Film 10. Uf 250 Vac 10% 1... ............... .. .....................
84 194254 Core,Toroidal 22.25mm Id X 36.96mm Od X 15.88mm Th 2... ............... .. ...........
85 259715 Core, Toroidal 28.7mm ID x 43.1mm OD x 18.5mm Th 1... ............... .. ..............
86 241027 Core, Toroidal .748 ID x 1.142 OD x .600 Thk 1... ............... .. ......................
87 224262 Core, Toroidal Nanocrystalline (43.1mm Diameter) 1... ............... .. .................
88 131447 Core, Toroidal 1.332 ID x 1.932 OD x .625 Thk 1... ............... .. .....................
89 255736 Core, Ferrite Emi Snap-on .393 ID x .877 OD x 1.250 thk 3... ............... .. ...........
+When ordering a component originally displaying a precautionary label, the label should also be ordered.
BE SURE TO PROVIDE MODEL AND SERIAL NUMBER WHEN ORDERING REPLACEMENT PARTS
OM-263 657 Pagina 41
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 8-1. Onderdelen lasstroombron (vervolg)
Model
Quantit
y
907633
PLG51,PLG118,.....
PLG72,
PLG117 255063 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 4... .. .................................
PLG73 256953 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 1.......... .... .. .................................
PLG21 115091 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 1.......... ..... .. .................................
PLG14,PLG34,......
PLG23 115092 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 3..... .. .................................
PLG32,.........
PLG115 115094 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 2.... .. .................................
PLG33,.........
PLG14 130203 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 3.... .. .................................
PLG13,PLG35,......
PLG2/RC2 131054 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 3.. .. .................................
PLG12 131056 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 1.......... .... .. .................................
PLG11 131204 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 1.......... .... .. .................................
RC3/PLG3 135635 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 1........ .. .. .................................
PLG111,PLG22,......
PLG31,
PLG113 201665 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 4... .. .................................
227927 Label, Warning Electric Shock/Exploding Parts-wdles 1..................... .. ...............
212073 Label, Warning Exploding Parts Can CE Wordless 2..................... .. ..................
179310 Label, General Precautionary Wordless Intl Small 2..................... .. ..................
179309 Label, Warning Falling Equipment Can Injure-wordles 2..................... .. ...............
212945 Label,Warning Incorrect Connections Ce Wordless 1..................... .. .................
219335 Label, Warning Electric Shock Can Kill Wordless(CE) 1..................... .. ...............
121389 Label, Miller 12.437 x 5.250 Horizontal 2..................... .. ............................
194017 Label, Work (CE) 1..................... .. ..............................................
194016 Label, Electrode (CE) 1..................... .. ...........................................
155436 Label, Ground/Protective Earth 1..................... .. ..................................
252846 Ckt, Pipeworx 350 FieldPro 1..................... .. .....................................
+When ordering a component originally displaying a precautionary label, the label should also be ordered.
BE SURE TO PROVIDE MODEL AND SERIAL NUMBER WHEN ORDERING REPLACEMENT PARTS.
OM-263 657 Pagina 42
255 407-B
1
2
4
5
6
7
8
9
11
12
13
14
15
16
17
18
15
16
10
19
3
. De bevestigingsmaterialen zijn algemeen
gangbaar en alleen te bestellen als ze op
de lijst staan.
Afbeelding 8-2. Onderdelen afstandsbediening
OM-263 657 Pagina 43
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 8-2. Onderdelen afstandsbediening
Model
Quantit
y
301176
1 +253680 Case, Molded (Including) 1... .............. .. ........................................
2 253723 Base, Remote 1... ............... .... ...............................................
3 253372 Pouch, Nylon 1000 Denier W/Velcro 1... ............... .... ............................
4 253671 Gasket, Remote 1... ............... .. ...............................................
5 253666 Bus Bar, LEM 1... ............... .. .................................................
6 HD1 191941 Transducer, Current 200A Module Supply V+/ 15V 1... ..... ..... .. ................
7 255046 Insert, Nyl 2... ............... .. .....................................................
8 255045 Cable, Volt Sense 15 ft w/Clamp & Term 1... ............... .. ..........................
9 242239 Conn, Tw Lk Insul Male(Dinse Type)1/0-2/0 Blk1... ............... ..
10 242240 Conn, Tw Lk Insul Fem (Dinse Type) 1/0-2/0 Blk1... ............... ..
11 PC1 255721 Circuit Card Assy 1... ..... ..... .. ..............................................
12 026947 StandOff, Insul .25020 x 1.000 Lg x .312 Thd 2... ............... .. ....................
13 254969 StandOff, No 632 x 1.375 Lg .250 Hex Al Fem 2... ............... .. ...................
14 254883 Stud, Brass 1... ............... .. ...................................................
255326 Label, PipeWorx 350 Field Remote 1..................... .. ...............................
214521 Label, Warning Turn Off Power Before Opening 1..................... .. ....................
255253 Label, Warning Disconnect Input Power Before Servicing 1..................... .. ............
PLG12,.........
PLG21,
PLG14 255063 Housing Plug + Skts, (Service Kit) 3.... .. ................................
15 121276 Bushing, Strain Relief .450/.709 ID x 1.115 Mtg Hol 2... ............... .. .................
16 254257 Lead List, Large 2... ............... .. ...............................................
17 258463 Spacer, Nylon 010-32 x 2.500 x .500 Hex 4... ............... .. .........................
18 265458 Nameplate/Switch Membrane, Front Pnl Pwxfld Rmt (CE) 1... ............... .. ...........
19 265964 Circuit Card Assy, Frnt Pnl Pwxfld Ps/Rmt w/Pgm VRD 1... ............... .. .............
255133 Plugs, w/Leads (User Interface) 1..................... .. ..................................
255145 Cable, LEM Pipeworx 350 Field Remote 1..................... .. ..........................
255326 Label, Nameplate Pipeworx 350 Field Remote 1..................... .. .....................
255259 Label, Notice Only FieldPro Compatible 1..................... .. ...........................
258410 Card, Quick Reference Guide 1..................... .. ...................................
+When ordering a component originally displaying a precautionary label, the label should also be ordered.
BE SURE TO PROVIDE MODEL AND SERIAL NUMBER WHEN ORDERING REPLACEMENT PARTS.
Aantekeningen
Geldig vanaf 1 januari 2015 (Installaties waarvan het serienummer begint met “MF of nieuwer)
Deze beperkte garantie vervangt alle vorige Miller garanties en is exclusief zonder andere expliciete of impliciete waarborgen of garanties.
BEPERKTE GARANTIE Afhankelijk van de onderstaande bepalin-
gen en voorwaarden garandeert Miller Electric Mfg. Co., Appleton,
Wisconsin, zijn erkende verdeler dat nieuwe Miller installaties die ver-
kocht zijn na de geldende datum van deze beperkte garantie geen
materiaal- en/of fabricagefouten hebben. DEZE GARANTIE VER-
VANGT UITDRUKKELIJK ALLE ANDERE GARANTIES, EXPLICIET
OF IMPLICIET, VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID.
Binnen de onderstaande garantieperioden zal Miller alle onderdelen of
componenten die niet meer functioneren door dergelijke fabricage- en
materiaalfouten met garantie repareren of vervangen. Miller moet bin-
nen dertig (30) dagen schriftelijk op de hoogte worden gebracht van
een dergelijke fout of storing, waarop Miller instructies zal geven over
de garantieclaim-procedure die hierop volgt. Wanneer een melding
wordt ingediend als een online garantieclaim, moet de claim een gede-
tailleerde omschrijving bevatten van de storing en de stappen die zijn
genomen om de defecte onderdelen en de oorzaak van het defect te
identificeren.
In het geval van een dergelijke storing binnen de garantieperiode zal
Miller garantieclaims toestaan op installaties met garantie die hieron-
der zijn vermeld. Alle garantieperioden gelden vanaf de dag dat de in-
stallatie geleverd werd aan de erkende verdeler, of 18 maanden nadat
de installatie naar een internationale distributeur gezonden is.
1. 5 jaar onderdelen — 3 jaar arbeidsloon
* Originele gelijkrichters van de hoofdvoeding alleen
thyristoren, diodes en losse gelijkrichtcellen
2. 3 jaar — Onderdelen en arbeidsloon
* Automatisch verduisterende helmlenzen (uitgezonderd de
Classic-serie) (geen arbeidsloon)
* Lasapparaten/generatoren met motor
(OPMERKING: Motoren vallen onder een aparte garantie
van de motorfabrikant.)
* Voedingsbronnen van invertermachines (tenzij anders
aangegeven)
* Stroombronnen plasmasnijders
* Procesregelapparatuur
* Semi-automatische en automatische draadaanvoer-
systemen
* Transformator/gelijkrichter stroombronnen
3. 2 jaar — Onderdelen en arbeidsloon
* Automatisch verduisterende helmlenzen alleen
Classic-serie (geen arbeidsloon)
* Rookafzuigers Capture 5 Filtair 400 en Industrial
Collector-serie
4. 1 jaar — Onderdelen en arbeidsloon tenzij gespecificeerd
* Automatisch bewegende apparatuur
* CoolBelt en CoolBand blaasapparaten (geen arbeidsloon)
* Luchtdroogsysteem met droogmiddel
* Externe bewakingsapparatuur en sensoren
* Inbouwopties
(OPMERKING: Field Options zijn gedekt voor de
resterende garantieperiode van het product waarin ze in
geïnstalleerd zijn, of voor een minimum van één jaar —
afhankelijk van welke van de twee het langste duurt.)
* RFCS voetbedieningen (m.u.v. RFCS-RJ45)
* Rookafzuigers Filtair 130, MWX- en SWX-serie
* HF units
* ICE/XT plasmasnijdtoortsen (geen arbeidsloon)
* Stroombronnen voor inductieverwarming, koelers
(OPMERKING: Digitale recorders vallen onder aparte
garantie van de fabrikant.)
* Belastingsbanken
* Motoraangedreven pistolen (m.u.v. de Spoolmate pistolen)
* PAPR blaasunit (geen arbeidsloon)
* Positionerings- en regelapparatuur
* Rekken
* Wielonderstellen/trailers
* Puntlasapparatuur
* Draadaanvoer systemen voor onder poederdek lassen
* Waterkoelingssystemen
* TIG toortsen (geen arbeidsloon)
* Draadloze voet-/hand-afstandsbediening en ontvangers
* Werkstations/Lastafels (geen arbeidsloon)
* LiveArc- een computer las-help systeem
5. 6 maanden — op onderdelen
* Accu’s
* Bernard pistolen (geen arbeidsloon)
* Tregaskiss pistolen (geen arbeidsloon)
6. 90 dagen — op onderdelen
* Toebehoren (sets)
* Beschermzeilen
* Inductieverwarmingsspoelen en dekens, kabels en niet
elektronische regelapparatuur
*M
pistolen
* MIGtoortsen en Subarctoortsen (SAW)
* Afstandsbedieningen en RFCSRJ45
* Vervangende onderdelen (geen arbeidsloon)
* Roughneckpistolen
* Spoolmate pistolen
Millers True Blue® beperkte garantie geldt niet voor:
1. Slijtonderdelen zoals contacttips, snijmondstukken, mag-
neetschakelaars, koolborstels, relais, bovenbladen van
werkstations en lasgordijnen of andere onderdelen die niet
meer goed werken als gevolg van normale slijtage. (Uitzon-
dering: borstels en relais zijn wel gedekt bij alle motoraan-
gedreven producten.)
2. Onderdelen geleverd door Miller maar geproduceerd door ande-
ren, zoals motoren of handelsaccessoires. Deze onderdelen val-
len onder de eventuele garanties door de fabrikanten.
3. Installaties die veranderingen hebben ondergaan door andere
partijen dan Miller, of installaties die onjuist geïnstalleerd of ver-
keerd gebruikt zijn volgens industrierichtlijnen, of installaties die
geen redelijk en noodzakelijk onderhoud hebben gehad, of instal-
laties die gebruikt zijn voor andere dan de aangegeven toepas-
singen voor de installatie.
MILLER PRODUKTEN ZIJN BEDOELD VOOR VERKOOP EN GE-
BRUIK DOOR COMMERCIËLE/INDUSTRIËLE GEBRUIKERS EN
PERSONEN DIE OPGELEID ZIJN EN ERVARING HEBBEN MET
HET GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN LASINSTALLATIES.
In het geval van een garantieclaim gedekt door deze garantie, zullen
de exclusieve Miller-oplossingen zijn: (1) repareren; of (2) vervangen;
of, als dit schriftelijk door Miller is toegestaan in bepaalde gevallen, (3)
de redelijke kosten van repareren of vervangen bij een goedgekeurd
Miller onderhoudsbedrijf; of (4) krediet of betaling van de aankoopprijs
(redelijke waardevermindering op basis van het eigenlijke gebruik) bij
het retourneren van de goederen op risico en kosten van de klant.
Miller’s optie van repareren of vervangen zal f.o.b. zijn (met inbegrip
van vervoerskosten tot in de boot), naar de fabriek in Appleton,
Wisconsin of f.o.b. naar een door Miller goedgekeurd
onderhoudsbedrijf zoals bepaald is door Miller. Daarom zal er geen
compensatie of terugbetaling voor transportkosten worden
toegestaan.
VOOR ZOVER DE WET DIT TOESTAAT, STAAN ER GEEN ANDERE
VERHAALSMOGELIJKHEDEN OPEN DAN DEGENE DIE HIER
VOORZIEN ZIJN. IN GEEN GEVAL ZAL MILLER CONTRACTUEEL,
UIT ONRECHTMATIGE DAAD, OF ANDERSZINS, AAN-
SPRAKELIJK ZIJN VOOR RECHTSTREEKSE, ON-
RECHTSTREEKSE, BIJZONDERE, INCIDENTELE, OF
GEVOLGSCHADE (HIERIN BEGREPEN GEDERFDE WINST).
MILLER VERWERPT EN SLUIT, M.B.T. ALLE GEREEDSCHAP DAT
DOOR HAAR GELEVERD WORDT, ELKE UITDRUKKELIJKE
GARANTIE DIE HIER NIET VOORZIEN IS, EN ELKE
GEÏMPLICEERDE GARANTIE OF VERKLARING M.B.T.
PRESTATIE, EN ELK VERHAAL OP GROND VAN CONTRACTUELE
WANPRESTATIE, UIT ONRECHTMATIGE DAAD, OF DAT, WARE
DEZE BEPALING NIET OPGENOMEN, IMPLICIET, VAN
RECHTSWEGE, NAAR HANDELSGEWOONTE OF NAAR
AANLEIDING VAN DE CONCRETE OMSTANDIGHEDEN VAN DE
TRANSACTIE ZOU VOORTVLOEIEN UIT GELIJK WELKE ANDERE
RECHTSTHEORIE, HIERIN BEGREPEN ELKE GEÏMPLICEERDE
GARANTIE M.B.T. VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID
VOOR EEN BEPAALD GEBRUIK, UIT.
Sommige staten in de V.S. staan geen beperkingen toe met betrekking
tot de duur van de garantie, noch uitsluiting van bijkomende schade,
indirecte schade, speciale schade of gevolgschade, dus bovenstaan-
de beperking kan mogelijk niet van toepassing zijn voor u. Deze ga-
rantie biedt specifieke wettelijke rechten en er kunnen eventueel ook
andere rechten van toepassing zijn; deze kunnen echter per staat ver-
schillen.
In Canada biedt de wetgeving in enkele provincies bepaalde extra ga-
ranties of oplossingen die afwijken van de bepalingen die hierin zijn op-
genomen, en bovenstaande beperkingen en uitsluitingen zijn mogelijk
niet van toepassing, voorzover er niet van mag worden afgezien.
Deze Beperkte Garantie biedt specifieke wettelijke rechten en er kun-
nen eventueel ook andere rechten zijn; deze kunnen echter per pro-
vincie verschillen.
Deze originele garantie is in Engelse juridische begrippen ge-
schreven. Bij klachten of onenigheid heeft de betekenis van de
woorden in het Engels voorrang.
miller warr_dut 201501
Vertaling van de originele instructies UITGEGEVEN IN DE VS. © 2015 Miller Electric Mfg. Co 2015-01
Miller Electric Mfg. Co.
An Illinois Tool Works Company
1635 West Spencer Street
Appleton, WI 54914 USA
International HeadquartersUSA
USA Phone: 920-735-4505 Auto-attended
USA & Canada FAX: 920-735-4134
International FAX: 920-735-4125
Voor internationale vestigingen bezoek
website: www.MillerWelds.com
Naam van het model Serie-/typenumber
Aankoopdatum (datum waarop de apparatuur bij de oorspronkelijke klant werd bezorgd.)
Leverancier
Adres
Plaats
Staat Postcode
Volledig invullen en goed bewaren a.u.b.
Vermeld altijd de naam van het model en het serie-/typenummer
Ga naar uw leverancier voor:
Toebehoren en elektroden
Optionele apparatuur en accessoires
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Service en reparaties
Vervangende onderdelen
Trainingen en opleidingen (scholen, videos,
boeken)
Technische handboeken (onderhoudsinformatie
en onderdelen)
Stroomkringschema’s
Handboeken over lasprocessen
Wanneer u een dealer of servicebedrijf zoekt, ga naar
www.millerwelds.com of bel 18004AMiller
Neem contact op met het
vervoersbedrijf:
Service
Eigendomspapieren
Om een schadeclaim in te dienen bij verlies of
beschadiging tijdens transport.
Neem contact op met de transportafdeling van uw distribu-
teur en/of de fabrikant van de apparatuur voor hulp bij het
indienen en afhandelen van schadeclaims.
Neem contact op met een distributeur of servicebedrijf
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52

Miller PIPEWORX 350 FIELDPRO AND FIELDPRO REMOTE CE de handleiding

Categorie
Lassysteem
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor