Stanley SXGP1300XFBE de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

160 161
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
1.1 Het door u aangeschafte apparaat
is geproduceerd door een
toonaangevende fabrikant op
Europees niveau van pompen voor
huishoudelijk gebruik en voor tuinen.
Onze apparaten zijn niet geschikt
voor de typische belastingen van
een commercieel of industrieel
gebruik en voor een continu gebruik.
Een optimaal gebruik van het apparaat
vereist de kennis en navolging van
de aanwijzingen in deze handleiding.
Tijdens het aansluiten, gebruik en
onderhoud van het apparaat moet u
alle mogelijke voorzorgsmaatregelen
treffen voor het waarborgen van
uw eigen veiligheid en die van
de personen in de onmiddellijke
nabijheid. Lees de aanwijzingen
aandachtig door en houdt u zich strikt
aan de veiligheidsvoorschriften omdat
het nalaten ervan de gezondheid en
veiligheid van de personen in gevaar
kan brengen of economische schade
kan veroorzaken. De fabrikant is
niet verantwoordelijk voor eventuele
schade veroorzaakt door een foutief
of oneigenlijk gebruik.
2 VEILIGHEIDSSTICKERS /
INFORMATIESTICKERS
2.1
Houdt u zich aan de op het
apparaat aangebrachte stickers.
Controleer altijd of ze aanwezig en
leesbaar zijn; mocht dit niet het geval
zijn dan moet u ze vervangen en
op dezelfde plek nieuwe stickers
aanbrengen.
Let op - Gevaar
Lees deze gebruiksaanwijzing
vóór het gebruik aandachtig
door.
Pictogram E1.
Verbiedt de
vernietiging van het apparaat als
huishoudafval; hij kan bij aankoop
van een nieuw apparaat weer bij
de distributeur worden ingeleverd.
Vanwege de aanwezigheid van
schadelijke substanties voor de
gezondheid mogen de elektrische
en elektronische delen waarmee
het apparaat is samengesteld niet
opnieuw voor oneigenlijke doeleinden
worden gebruikt.
Pictogram E3.
Geeft aan dat het
apparaat bestemd is voor een
huishoudelijk gebruik.
160 161
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
CE-symbool.
Geeft aan dat het
apparaat voldoet aan de
geldende EU-richtlijnen.
Stand AAN/UIT schakelaar.
Geeft de
stand aan van de AAN/UIT schakelaar.
I = Schakelaar ingeschakeld
0 = Schakelaar uitgeschakeld
Gegarandeerd
geluidsvermogenniveau
Dit product heeft een
bescherming van isolatieklasse
I. Dit betekent dat hij is uitgerust met
een beschermende aardleiding
(alleen wanneer dit symbool op het
apparaat is aangebracht).
162 163
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
3 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN / OVERIGE RISICO'S
3.1 WAARSCHUWINGEN: NIET TOEGESTAAN
3.1.1 Gevaar voor verwondingen! Het apparaat mag NIET worden gebruikt door kinderen of personen
met beperkte lichamelijke, sensorische of verstandelijke vermogens of zonder ervaring en de
noodzakelijke kennis van het apparaat. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het reinigen
en onderhoud dat moet worden uitgevoerd door de gebruiker mag niet door kinderen worden
gedaan.
3.1.2 Gevaar voor explosie of vergiftiging! Gebruik in geen geval het apparaat met ontvlambare, giftige
of agressieve vloeistoffen of met vloeistoffen die er de juiste werking van kunnen beïnvloeden.
3.1.3 Gevaar voor verwondingen! Richt de waterstraal niet op personen of dieren.
3.1.4 Gevaar voor elektrocutie! Richt de waterstraal niet op het apparaat, op elektrische onderdelen
ervan of op andere elektrische apparaten.
3.1.5 Gevaar voor kortsluiting! Gebruik het apparaat niet bij slecht weer buiten. Dit geldt niet voor
de dompelpompen, die ook bij regen kunnen worden gebruikt; u moet echter garanderen dat de
stekker (A12) en eventuele aansluitingen van verlengsnoeren beschut zijn tegen waterspatten en
overstromingen.
3.1.6 Gevaar voor verwondingen! Sta niet toe dat het apparaat door kinderen of personen met beperkte
lichamelijke, sensorische of verstandelijke vermogens of hoe dan ook zonder toestemming wordt
gebruikt.
3.1.7 Gevaar voor elektrocutie! Raak de stekker (A12) of het stopcontact niet aan met natte handen.
3.1.8 Gevaar voor elektrocutie en kortsluiting! Als de voedingskabel (A8) beschadigd is moet u hem,
om elk risico te voorkomen, laten vervangen door de fabrikant of door zijn technische servicedienst,
of in ieder geval door een persoon met vergelijkbare kwalicatie.
3.1.9 Ontploffingsgevaar! Gebruik het apparaat niet met een beschadigde zuig- of persleiding.
3.1.10 Gevaar voor verwondingen! Het apparaat moet stabiel worden geplaatst; bij gebruik van het
apparaat vlakbij zwembaden, vijvers of andere open wateren, moet u een minimumafstand
aanhouden van 2 m en het apparaat beschermen tegen het vallen in water of overstromingen.
Dit geldt niet voor de dompelpompen omdat die ondergedompeld in water kunnen worden gebruikt.
3.1.11 Gevaar voor verwondingen! Controleer op de aanwezigheid van het plaatje met de technische
karakteristieken op het apparaat, waarschuw onmiddellijk de dealer indien dit niet het geval is.
Aangezien ze niet te identificeren en potentieel gevaarlijk zijn, mogen apparaten zonder typeplaatje
NIET worden gebruikt.
162 163
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
3.1.12 Ontploffingsgevaar! Het is niet toegestaan om werk uit te voeren op de bedieningskleppen,
veiligheidskleppen of andere beveiligingen, of er de afstellingen van te veranderen.
3.1.13 Gevaar veroorzaakt door warm water! In geval van een defecte pressostaat of bij een ontbrekende
wateraanvoer, kan het nog in het pomphuis (A4) aanwezige water oververhit raken en bij het naar
buiten komen verwondingen veroorzaken.
3.1.14 Gevaar voor verwondingen! Gebruik het apparaat niet zonder toezicht wanneer de mogelijkheid
bestaat dat vreemde bestanddelen het kunnen verstoppen.
3.1.15 Gevaar voor kortsluiting! Verplaats het apparaat niet door aan de stekker (A12), de voedingskabel
(A8) of andere aangesloten elementen te trekken; gebruik alleen de handgreep (A4 b).
3.1.16 Ontploffingsgevaar! Voorkom dat voertuigen over de zuig- of persleiding rijden. Trek niet aan het
apparaat of verplaats hem niet met de zuig- of persleiding.
3.1.17 Gevaar voor verwondingen! Gebruik het apparaat niet wanneer personen of dieren in de
pompvloeistof verblijven of ermee in aanraking kunnen komen.
3.2 WAARSCHUWINGEN: WEL TOEGESTAAN
3.2.1 Gevaar voor kortsluiting! Alle elektriciteitsgeleidende delen moeten worden afgeschermd tegen
waterspatten.
3.2.2 Gevaar voor elektrocutie! Sluit het apparaat alleen aan op een geschikte stroombron conform
de geldende normgevingen (IEC 60364-1). Tijdens het opstarten kan het apparaat netstoringen
veroorzaken. Sluit het apparaat alleen aan op een stopcontact uitgerust met een differentieelschakelaar
met nominale reststroom van maximaal 30 mA. Gebruik uitsluitend verlengsnoeren conform de
geldende normgevingen, goedgekeurd voor gebruik buiten en met een diameter van ten minste gelijk
aan, of groter dan die van de voedingskabel van het apparaat. De elektrische kabels op de kabelhaspel
moeten volledig worden afgerold.
3.2.3 Gevaar! Het apparaat mag nooit drooglopen; vul het pomphuis (A4) altijd eerst met water voor u
hem inschakelt. Ook een korte periode van werking zonder water kan schade veroorzaken.
3.2.4 Gevaar van ongewenste inschakeling! Trek, vóór alle werkzaamheden op het apparaat de stekker
(A12) uit het stopcontact.
3.2.5 Gevaar! Om de veiligheid van het apparaat te waarborgen mag de maximumtemperatuur van de
pompvloeistof nooit hoger zijn dan 35°C. De omgevingstemperatuur mag niet lager zijn dan +5°C.
3.2.6 Gevaar! Het apparaat is niet bestemd voor gebruik met drinkwater of water voor menselijke
consumptie. Het door het apparaat vervoerde water kan worden verontreinigd door het verlies van
smeermiddel.
164 165
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
3.2.7 Gevaar voor verwondingen! Het onderhoud en/of de reparatie van het apparaat of het onderdeel
moeten worden uitgevoerd door gespecialiseerd personeel.
3.2.8 Gevaar voor verwondingen! Blaas de restdruk af voordat u de flexibele leiding loskoppelt van het
apparaat; koppel het apparaat hiervoor los van de elektrische voeding en open een gebruikspunt.
3.2.9 Gevaar voor verwondingen! Controleer vóór het gebruik en met regelmatige tussenpozen de
accessoires en verzeker u ervan dat de onderdelen van het apparaat geen tekens van breuk en/of
slijtage vertonen.
164 165
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
4 ALGEMENE INFORMATIE
4.1 Gebruik van de handleiding
Deze handleiding is een integraal onderdeel van het apparaat; bewaar
hem voor latere raadpleging. Lees de handleiding voor de installatie/
het gebruik aandachtig door. Bij een eigendomsoverdracht is de oude
eigenaar ertoe verplicht om de handleiding aan de nieuwe eigenaar
te overhandigen. Verzeker u ervan dat iedere gebruiker voor de
inbedrijfstelling van het apparaat beschikt over de handleiding en zich
kan informeren over de aanwijzingen voor de veiligheid en het gebruik.
4.2 Levering
Het apparaat wordt geleverd in een kartonnen doos.
Zie voor de samenstelling van de levering fig. 1.
4.2.1 Meegeleverd informatiemateriaal
D1 Gebruiks- en onderhoudshandleiding
D2 Veiligheidsvoorschriften
D3 Garantiebepalingen
4.3 Vernietiging van het verpakkingsmateriaal
De verpakkingsmaterialen vormen geen bedreiging voor het milieu,
maar moeten wel gerecycled of vernietigd worden conform de
geldende normen in het land van gebruik.
5 TECHNISCHE INFORMATIE
5.1 Beoogd gebruik
Het apparaat is bestemd voor het transport van schoon water uit putten
of vaten met hemelwater voor gebruik in de tuin of voor huishoudelijke
watervoorzieningsinstallaties; deze apparaten mogen niet worden
gebruikt voor het transport van drinkwater. Onzuiverheden, zand en
afzettingen hebben een schurende werking en vernietigen de waaier.
Monteer bovenstrooms geschikte filters die deze deeltjes kunnen
filteren. Chemisch agressieve substanties in de pompvloeistof zijn zeer
schadelijk voor het apparaat.
De minimale productstroom per uur moet 80 l/h (1,3 l/min) bedragen.
Deze apparaten zijn niet geschikt voor druppelirrigatie, omdat daarbij
de waterstroom te klein is en de pompvloeistof de koeling van het
apparaat niet kan verzekeren.
Het apparaat moet worden geïnstalleerd in een droge, goed
geventileerde ruimte en beschut zijn tegen vorst en weersinvloeden,
met een omgevingstemperatuur van max. 35°C. Het mag nooit worden
geïnstalleerd of gebruikt in de regen, vochtige ruimten of putten.
Het apparaat voldoet aan de Europese norm EN 60335-2-41.
5.2 Niet toegestaan gebruik
Het gebruik door personen zonder ervaring of die de instructies in de
handleiding niet hebben gelezen en begrepen, is verboden.
Het gebruik van het apparaat met ontvlambare, explosieve, giftige of
chemisch agressieve vloeistoffen, is verboden.
Het gebruik van het apparaat in mogelijk ontvlambare of explosieve
omgevingen, is verboden.
Het is verboden om wijzigingen aan te brengen aan het apparaat. Het
aanbrengen van wijzigingen doet de garantie vervallen en ontheft de
fabrikant van civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Slijpende stoffen of andere stoffen die het materiaal aantasten
vernietigen het apparaat. Deze apparaten zijn niet geschikt voor
gebruik in gepompte vloeistoffen die zand, slib of schurende klei
bevatten. Deze apparaten zijn geschikt voor het transport van water
voor voorzieningen, maar zijn niet geschikt voor het transport van
drinkwater!
Met deze apparaten is het transport van fecaliën niet toegestaan.
5.3 Belangrijkste Onderdelen (fig. 1)
A1 Zuigaansluiting met schroefdraad
A1b Ingebouwd voorfilter (indien aanwezig)
A2 Persaansluiting met schroefdraad
A2b Vuldop (indien aanwezig)
A3 Afvoerdop
A4 Pomphuis
A4b Handgreep
A5 Stroomschakelaar
A6 Verstevigde flexibele leiding
A7 Pressostaat
A8 Voedingskabel
A9 Klep
A9b Klepafsluitdop
A10 Tank
A11 Manometer
A12 Stekker
6 INSTALLATIE
Let op - gevaar!
Tijdens alle werkzaamheden voor de installatie en montage moet het apparaat
losgekoppeld zijn van het elektriciteitsnet (fig. 3).
Let op - gevaar!
Voer, vóór het gebruik, altijd een visuele inspectie uit om te bepalen of
het apparaat, en met name de stekker (A12) en de voedingskabel (A8),
beschadigd zijn. Een beschadigd apparaat mag niet worden gebruikt; in geval
van schade moet u het apparaat laten nakijken door de klantenservice of een
erkende elektricien.
Let op - gevaar!
Het doorsnijden van de voedingskabel (A8) doet de garantie vervallen
en brengt tijdens de reparatie (ook bij reparaties onder garantie) een
installatie tegen betaling met zich mee van een originele voedingskabel
(A8). Gebruik voor de verlenging van de voedingskabel (A8) alleen een
verlengkabel waarvan de diameter ten minste gelijk is aan die van de originele
voedingskabel (A8). Gebruik de voedingskabel (A8) nooit om het apparaat
mee op te tillen of om de stekker (A12) mee uit het stopcontact te trekken.
6.1 Montage van het apparaat
Voordat u het apparaat in werking stelt moet u de aanzuig- en
persleidingen aansluiten. Hiertoe plaatst u apparaat op een vlak oppervlak
in een stabiele positie en beschut tegen overstromingen (fig. 4).
Om de trillingen niet over te brengen naar eventuele pijpen of de wanden,
bevelen wij aan om het apparaat op een rubber mat te plaatsen en om
(zuig- en drukbestendige) stukken flexibele leidingen aan te brengen
op de delen onmiddellijk naast het apparaat (fig. 5) om de trillingen te
dempen.
6.2 Montage van de zuigleiding
Let op - gevaar!
Als uw apparaat geen ingebouwd voorfilter heeft, is het absoluut noodzakelijk
dat u een terugslagklep gebruikt tussen de zuigleiding en de zuigaansluiting
(A1): de klep zorgt ervoor dat de zuigleiding niet onder druk staat met als
gevolg de mogelijkheid van lekken of explosies.
De zuigleiding voert het water aan vanaf het punt van aanzuiging van
het apparaat. Sluit de zuigleiding aan op de schroefdraadaansluiting
(A1). Controleer of de zuigleiding luchtdicht is gemonteerd omdat
lekkages het debiet van het apparaat zullen verminderen of het
aanzuigen onmogelijk kunnen maken. De zuigleiding moet een
minimale diameter hebben van 25 mm (1 inch); de leiding moet
bestand zijn tegen afklemming en vacuümdicht zijn.
166 167
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
Wij bevelen het gebruik aan van een zuigleiding met een bodemventiel.
Gebruik voor de waterdichte aansluiting Teflon tape (12 - 15 lagen)
(fig. 6). Verzeker u ervan dat er op het aanzuigpunt voldoende water is
en dat het gebied van de zuigleiding altijd onder het waterniveau blijft.
Aangezien de maximale aanzuighoogte van de zelfaanzuigende
pompen 8 meter is, is de maximale toegestane hoogte van het
apparaat ten opzichte van het wateroppervlak op het punt van
aanzuiging 8 meter. Het horizontale deel van de zuigleiding moet
altijd een stijgende lijn volgen vanaf het punt van aanzuiging naar
het apparaat toe, om de vorming van luchtbellen in de leiding, die
de werking van het apparaat (fig. 7) in gevaar zouden brengen, te
voorkomen.
Installeer tussen de zuigleiding en de zuigaansluiting (A1) een
voorfilter, tenzij het apparaat een ingebouwd voorfilter (A1 b) heeft.
6.3 Vulling van het apparaat
Voor de montage van de persleiding moet u het pomphuis (A4) en de
zuigleiding volledig via de persaansluiting (A2) met water vullen. Het
vullen is ook mogelijk via de vuldop (A2 b), indien aanwezig (fig. 8).
Tijdens het vullen van het pomphuis (A4) vormen zich luchtbellen
die kunnen worden verwijderd door het apparaat iets in verschillende
richtingen te kantelen. Vul het opnieuw en herhaal dit tot het water vlak
onder de vulopening staat.
Als het apparaat is uitgerust met een ingebouwd voorfilter moet u ook
via de voorfilterkap (A1 b) water invoeren. Open de kap, voeg water
toe tot aan de rand en sluit de kap weer met de hand vast (fig. 8).
6.4 Montage van de persleiding
De aansluiting van de persleiding bevindt zich aan de bovenzijde
van het apparaat (A2). De leiding moet worden aangesloten op
een flexibele leiding of buis met de grootst mogelijke diameter
(ten minste 19 mm, ¾ inch). Kleinere diameters zullen het debiet van
het apparaat drastisch verminderen. Gebruik voor de waterdichte
aansluiting Teflon tape (12 - 15 lagen) (fig. 9).
In een huishoudelijke pompsysteem staan de verbonden leidingen
permanent onder druk. Om deze reden raden wij aan om bij de
aansluiting op een vast distributienetwerk een versterkte flexibele
leiding te gebruiken die in staat is om deze permanente druk te
weerstaan.
Let op - gevaar!
Het gebruik van irrigatieleidingen of exibele zuigleidingen aan de perszijde
van het apparaat is niet toegestaan wanneer de leidingen onder permanente
druk staan omdat als gevolg van de constante druk, de slijtage en vermoeiing
van het materiaal, deze al na korte tijd kunnen barsten of scheuren.
Irrigatieleidingen mogen alleen worden gebruikt als ze niet constant onder
druk staan, bijvoorbeeld wanneer zij na een afsluitkraan of een kraan van de
waterleiding worden geïnstalleerd en in ieder geval alleen buiten.
6.5 Veiligheidsmaatregelen
De bediener moet in geval van storingen van het apparaat of van
externe apparaten schade door overstromingen van de ruimten
of door andere oorzaken, met passende maatregelen uitsluiten
(bv. de installatie van een overstromingsbeveiliging, alarmsysteem,
reservepomp, verzameltank en dergelijke), die moeten worden
aangesloten op een afzonderlijk en fail-safe elektrisch circuit.
De beveiligingsmaatregelen moeten worden aangepast aan de
afzonderlijke gebruikssituaties en in staat zijn om de schade
veroorzaakt door waterlekkages te verminderen en/of te voorkomen.
Verder moet de gebruiker er met een spatbeveiliging voor zorgen
dat na een storing het gelekte of spatwater geen schade aanricht.
Het gelekte water moet met een reservepomp of via een afvoer
worden verwijderd. Als alternatief kan een alarmsysteem worden
geïnstalleerd dat in geval van waterlekkage een alarm doet afgaan
en/of voor een noodstop van het apparaat en de watertoevoer zorgt,
voordat de apparatuur of goederen beschadigd raken.
In de ruimten waar de apparaten worden geïnstalleerd bevelen wij
aan om alle apparatuur ca. 5-10 cm hoger te plaatsen om directe
schade door het gelekte water te voorkomen. De fabrikant aanvaardt
geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het niet naleven
van deze voorschriften.
Let op - gevaar! Drooglopen
Wanneer het apparaat langer dan 5 minuten draait met een gesloten
wateraanzuigpunt, kan het door oververhitting beschadigd raken. Zet het
apparaat uit als de normale waterstroom is onderbroken.
Het drooglopen vernietigt het apparaat, laat het apparaat dus nooit meer dan
10 seconden lang drooglopen.
7 AFSTELLINGEN
7.1 Instellingen vooraf
Onze apparaten worden in de fabriek afgesteld, en deze instellingen
mogen niet door de gebruikers worden gewijzigd.
8 INWERKINGSTELLING
Let op - gevaar!
Tijdens alle werkzaamheden voor de installatie en montage moet het apparaat
losgekoppeld zijn van het elektriciteitsnet (g. 3).
8.1 Inwerkingstelling
Wanneer alle leidingen zijn aangesloten en het pomphuis (A4) vol
is met water, kunt u de stekker (A12) in het stopcontact steken en
de stroomschakelaar (A5) inschakelen. Bij het aanzuigen moet
de persleiding van het water geopend zijn om de in het systeem
aanwezige lucht te laten ontsnappen en de waterdruk op te kunnen
bouwen. Wanneer de zuigleiding niet volledig met water is gevuld
kan het apparaat tot 7 minuten nodig hebben voordat het volledig
operationeel is. Wanneer na de maximale aangegeven opzuigtijd het
water nog niet op druk is moet u het apparaat uitschakelen en te werk
gaan volgens de aanwijzingen van het plan voor het opzoeken van
storingen (Hoofdstuk 11).
8.2 Technische informatie
De aangegeven debietwaarden van het apparaat zijn
maximumwaarden, en zullen afnemen bij gebruik van externe
componenten (bv. persleiding, elleboogstukken, voorlters enz.). Het
verdient aanbeveling hier rekening mee te houden bij de keuze van het
apparaat. Het effectieve debiet voor de specieke toepassingsgevallen
staat weergegeven in de debiettabel (g. 12).
9 ONDERHOUD
Let op - gevaar! Het systeem staat onder druk!
Voor ieder onderhoud en/of tijdens het oplossen van problemen moet u de
stekker (A8) van de voedingskabel uit het stopcontact trekken.
Controleer of de verbindingsleidingen of de tank (A10) van het apparaat
niet meer onder druk staan. Open hiertoe een gebruikspunt (de waterkraan)
en voer al het water uit het systeem af. Later kunt u alle onderhouds- en
reinigingswerkzaamheden uitvoeren.
166 167
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
9.1 Het reinigen van de filters
Reinig het voorlter (A1 b) regelmatig met schoon water en/of
controleer of het niet verstopt is door vreemde bestanddelen (g. 10).
Spoel het lterhuis met schoon water.
9.2 Controle van de druk in de tank (A10)
Om een correcte werking van het apparaat te garanderen moet
de druk van de tank (A10) met regelmatige tussenpozen worden
gecontroleerd (3-4 keer per jaar) en moet hij 1,5 bar bedragen. Om de
druk te controleren draait u de ventielkap (A9 b) op de tank (A10) los
en controleert u de druk door op de klep (A9) een pneumatische pomp
met manometer (g. 11) aan te sluiten. Als de druk minder dan 1,5 bar
is, moet u hem weer op deze waarde terugbrengen.
Een onvoldoende luchtdruk leidt tot een abnormale werking van het
apparaat en de slijtage van de binnenste rubberen membraan van de
tank (A10). Eventuele schade veroorzaakt door een onjuiste druk van
de tank (A10) wordt niet door de garantie gedekt.
10 OPSLAG
Let op - gevaar! Het systeem staat onder druk!
Voor ieder onderhoud en/of tijdens het oplossen van problemen moet u de
stekker (A8) van de voedingskabel uit het stopcontact trekken.
Controleer of de verbindingsleidingen of de tank (A10) van het apparaat
niet meer onder druk staan. Open hiertoe een gebruikspunt (de waterkraan)
en voer al het water uit het systeem af. Hierna kunt u alle voor de opslag
benodigde werkzaamheden uitvoeren.
Het apparaat moet absoluut vorstvrij worden gehouden en, bij
temperaturen van +5°C of lager, gedemonteerd worden en opgeslagen
in een droge en tegen vorst beschutte omgeving. Na het losmaken
van de zuig- en persleidingen moet u de afvoerdop (A3) losdraaien
en het apparaat kantelen om al het water in de tank (A10) te laten
wegvloeien. Om het pomphuis (A4) te ledigen moet u het apparaat
omkeren om het water uit de persaansluiting (A2) te laten wegvloeien.
168 169
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
11 PROBLEMEN OPZOEKEN
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
De motor draait, maar het apparaat
zuigt geen water aan
1) Het pomphuis (A4) is vóór de inwerkingstelling niet gevuld
met water.
1) Vul het pomphuis (A4, zie paragraaf 6.3).
2) De zuigleiding is niet hermetisch afgesloten.
2) Controleer of de aanbevolen accessoires worden gebruikt;
controleer de hermetische afsluiting van de zuigleiding; gebruik
teflon tape op de schroefdraad.
3) Het aanzuigrooster van het bodemventiel is verstopt. 3) Reinig het bodemventiel en het aanzuigrooster.
4) De lucht kan niet ontsnappen uit de perszijde omdat het
aanzuigpunt gesloten is.
4) Open, tijdens het aanzuigen de zuigopeningen
(waterkraan, flexibele leiding).
5) U heeft niet lang genoeg gewacht.
5) Vul de zuigleiding helemaal met water, wacht tot 7 minuten na
het inschakelen van het apparaat.
6) Aanzuighoogte te hoog. 6) Verminder de aanzuighoogte (max. 8 m).
7) Zuigleiding niet ondergedompeld in het water.
7) Controleer het waterniveau in de put of tank; verleng indien
mogelijk de zuigleiding.
De motor start niet 1) Geen netspanning.
1) Controleer de spanning, steek de stekker (A12) in het
stopcontact.
Onvoldoende waterdebiet
1) Hoge aanzuighoogte en/of prevalentie.
1) De aanzuighoogte, prevalentie en externe componenten
verminderen het debiet! Dit is geen storing.
2) Aanzuigrooster van bodemventiel verstopt. 2) Reinig het aanzuigrooster.
3) Het waterniveau in het aanzuigpunt daalt snel. 3) Dompel het bodemventiel dieper in het water.
4) Het debiet van het apparaat neemt af door de aanwezigheid
van vreemde bestanddelen.
4) Reinig het pomphuis (A4) met een waterstraal door de
zuigaansluiting (A1) en persaansluiting (A2). Laat het apparaat
eventueel controleren bij de klantenservice. Gebruik een voorfilter
als het apparaat geen ingebouwd voorfilter (A1 b) heeft.
De thermostaat schakelt het
apparaat uit
1) Motor overbelast door de wrijving van vreemde bestanddelen
tegen de waaier.
Drooglopen of onvoldoende waterstroom.
1) Reinig de binnenkant van het pomphuis (A4) met een waterstraal
door de persaansluiting (A2), laat de thermostaat circa 1 uur
lang afkoelen. Laat het apparaat eventueel controleren bij de
klantenservice.
2) Drooglopen.
2) Controleer op de aanwezigheid van water, laat de thermostaat
ongeveer 1 uur lang afkoelen. Laat het apparaat eventueel
controleren bij de klantenservice.
Het apparaat wordt continu in- en
uitgeschakeld
1) Geen terugslagklep in de zuigleiding, terugstroom van water
uit de zuigleiding.
1) Controleer of aan de zuigzijde een bodemventiel of tussenliggend
ventiel is geïnstalleerd.
2) Rubberen membraan in de tank (A10) defect.
2) Vervang de rubberen membraan of de tank. Wendt u zich tot de
klantenservice.
3) Geen luchtdruk in de tank.
3) Vul de tank (A10) via het bijbehorende ventiel (A9) met lucht tot
1,5 bar (zie Onderhoud).
4) Perszijde niet waterdicht.
4) Sluit de perszijde waterdicht af, controleer de hermetische
afdichting van de installatie.
Het apparaat werkt continu
1) De door de pressostaat ingestelde uitschakeldruk is te hoog. 1) Informeer de klantenservice, en laat de uitschakeldruk afstellen.
2) De perszijde is niet waterdicht.
2) Sluit de perszijde waterdicht af, gebruik teflon tape op de
schroefdraad.
168 169
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
GARANTIE
De garanties met betrekking tot de in deze handleiding beschreven apparaten veronderstellen het opvolgen en de naleving van alle erin opgenomen
aanwijzingen, in het bijzonder die met betrekking tot het gebruik, de installatie en bediening.
Voor het beschreven product verlenen wij een garantie van 24 maanden (12 maanden voor de professionele verkoop) tegen materiaal- of productiefouten,
gerekend vanaf de datum van aankoop, conform de geldende wetten. Garantieclaims kunnen alleen op vertoon van een bewijs van aankoop worden ingediend.
De garantie geldt niet voor de kosten van demontage en montage van het betrokken apparaat op de plaats van gebruik, voor de reiskosten van het
reparatiepersoneel van en naar de plaats van gebruik en voor de transportkosten.
Klachten waarvan de oorzaken kunnen worden teruggeleid naar een onjuiste installatie of bediening, ontoereikende arbeidsomstandigheden, onvoldoende zorg,
ongeschikt commercieel gebruik of ondeskundige pogingen tot reparatie, evenals de normale slijtage, zijn uitgesloten van de garantie en aansprakelijkheid.
De resulterende kosten, met name die van het testen en de transportkosten, zijn voor rekening van de verzender en/of de bediener van het apparaat. Dit geldt
in het bijzonder ook bij het doorsturen van een garantieverzoek terwijl bij de controle blijkt dat het apparaat perfect werkt en geen gebreken heeft of dat het
probleem niet te wijten is aan materiaal- of productiefouten.
Vóór de terugzending wordt elk product onderworpen aan een strenge technische controle. Garantiereparaties mogen alleen worden uitgevoerd door onze
geautoriseerde klantenservices of bevoegde en erkende werkplaatsen. Reparatiepogingen door de klant of onbevoegde derden tijdens de garantietermijn
zullen de garantie doen vervallen.
Het doorsnijden van de voedingsstekker (A12) en/of het inkorten van de voedingskabel doen de garantie vervallen.
Het door ons verleende garantiewerk verlengt de garantieperiode niet, en zijn ook geen reden voor een nieuwe garantieperiode voor de vervangen of
gerepareerde delen. Alle verdere rechten zijn uitgesloten, met name die op kortingen, wijzigingen of schadevergoedingen, maar ook die op indirecte schade
van elke aard.
Neem in geval van een storing contact op met de winkel waar u het product heeft gekocht, samen met het aankoopbewijs.
170 TM
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
NL © 2017 Nederlands
NL
Technische gegevens Eenheid SXGP900XFBE SXGP1300XFBE
Spanning V/Hz
230 V ~ 50 Hz 230 V ~ 50 Hz
Vermogen W 900 1300
Max. prevalentie (H
max
) m
42 50
Max. debiet (Q
max
) l/h
3300 4200
Bedrijfsdruk bar
1.5~3.0 1.5~3.0
Max. watertemperatuur (T
max
) °C
35 35
Max. aanzuighoogte m
8 8
Max. deeltjesgrootte Ø mm
0 0
Beschermingsklasse
-
Motorisolatie -
Klasse B Klasse B
Motorbescherming - IPX4 IPX4
Geluidsvermogenniveau L
WA
(EN ISO 3744) dB (A)
80 83
Nettogewicht kg
15.3 16.2
Brutogewicht
kg 16.6 17.2
Diameter aansluitingen mm
25.4 25.4
Lengte kabel m
1 1
Tankinhoud l
24 24
Technische wijzigingen voorbehouden!

Documenttranscriptie

1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN NL 1.1 Het door u aangeschafte apparaat is geproduceerd door een toonaangevende fabrikant op Europees niveau van pompen voor huishoudelijk gebruik en voor tuinen. Onze apparaten zijn niet geschikt voor de typische belastingen van een commercieel of industrieel gebruik en voor een continu gebruik. Een optimaal gebruik van het apparaat vereist de kennis en navolging van de aanwijzingen in deze handleiding. Tijdens het aansluiten, gebruik en onderhoud van het apparaat moet u alle mogelijke voorzorgsmaatregelen treffen voor het waarborgen van uw eigen veiligheid en die van de personen in de onmiddellijke nabijheid. Lees de aanwijzingen aandachtig door en houdt u zich strikt aan de veiligheidsvoorschriften omdat het nalaten ervan de gezondheid en veiligheid van de personen in gevaar kan brengen of economische schade kan veroorzaken. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor eventuele schade veroorzaakt door een foutief of oneigenlijk gebruik. 2 VEILIGHEIDSSTICKERS / INFORMATIESTICKERS 2.1 Houdt u zich aan de op het apparaat aangebrachte stickers. Controleer altijd of ze aanwezig en leesbaar zijn; mocht dit niet het geval zijn dan moet u ze vervangen en op dezelfde plek nieuwe stickers aanbrengen. Let op - Gevaar door. Lees deze gebruiksaanwijzing vóór het gebruik aandachtig Pictogram E1. Verbiedt de vernietiging van het apparaat als huishoudafval; hij kan bij aankoop van een nieuw apparaat weer bij de distributeur worden ingeleverd. Vanwege de aanwezigheid van schadelijke substanties voor de gezondheid mogen de elektrische en elektronische delen waarmee het apparaat is samengesteld niet opnieuw voor oneigenlijke doeleinden worden gebruikt. Pictogram E3. Geeft aan dat het apparaat bestemd is voor een huishoudelijk gebruik. NL © 2017 Nederlands 160 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) CE-symbool. Geeft aan dat het apparaat voldoet aan de geldende EU-richtlijnen. Stand AAN/UIT schakelaar. Geeft de stand aan van de AAN/UIT schakelaar. I = Schakelaar ingeschakeld 0 = Schakelaar uitgeschakeld Gegarandeerd geluidsvermogenniveau Dit product heeft een bescherming van isolatieklasse I. Dit betekent dat hij is uitgerust met een beschermende aardleiding (alleen wanneer dit symbool op het apparaat is aangebracht). NL NL © 2017 Nederlands 161 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) NL 3 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN / OVERIGE RISICO'S 3.1 WAARSCHUWINGEN: NIET TOEGESTAAN 3.1.1 Gevaar voor verwondingen! Het apparaat mag NIET worden gebruikt door kinderen of personen met beperkte lichamelijke, sensorische of verstandelijke vermogens of zonder ervaring en de noodzakelijke kennis van het apparaat. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het reinigen en onderhoud dat moet worden uitgevoerd door de gebruiker mag niet door kinderen worden gedaan. 3.1.2 Gevaar voor explosie of vergiftiging! Gebruik in geen geval het apparaat met ontvlambare, giftige of agressieve vloeistoffen of met vloeistoffen die er de juiste werking van kunnen beïnvloeden. 3.1.3 Gevaar voor verwondingen! Richt de waterstraal niet op personen of dieren. 3.1.4 Gevaar voor elektrocutie! Richt de waterstraal niet op het apparaat, op elektrische onderdelen ervan of op andere elektrische apparaten. 3.1.5 Gevaar voor kortsluiting! Gebruik het apparaat niet bij slecht weer buiten. Dit geldt niet voor de dompelpompen, die ook bij regen kunnen worden gebruikt; u moet echter garanderen dat de stekker (A12) en eventuele aansluitingen van verlengsnoeren beschut zijn tegen waterspatten en overstromingen. 3.1.6 Gevaar voor verwondingen! Sta niet toe dat het apparaat door kinderen of personen met beperkte lichamelijke, sensorische of verstandelijke vermogens of hoe dan ook zonder toestemming wordt gebruikt. 3.1.7 Gevaar voor elektrocutie! Raak de stekker (A12) of het stopcontact niet aan met natte handen. 3.1.8 Gevaar voor elektrocutie en kortsluiting! Als de voedingskabel (A8) beschadigd is moet u hem, om elk risico te voorkomen, laten vervangen door de fabrikant of door zijn technische servicedienst, of in ieder geval door een persoon met vergelijkbare kwalificatie. 3.1.9 Ontploffingsgevaar! Gebruik het apparaat niet met een beschadigde zuig- of persleiding. 3.1.10 Gevaar voor verwondingen! Het apparaat moet stabiel worden geplaatst; bij gebruik van het apparaat vlakbij zwembaden, vijvers of andere open wateren, moet u een minimumafstand aanhouden van 2 m en het apparaat beschermen tegen het vallen in water of overstromingen. Dit geldt niet voor de dompelpompen omdat die ondergedompeld in water kunnen worden gebruikt. 3.1.11 Gevaar voor verwondingen! Controleer op de aanwezigheid van het plaatje met de technische karakteristieken op het apparaat, waarschuw onmiddellijk de dealer indien dit niet het geval is. Aangezien ze niet te identificeren en potentieel gevaarlijk zijn, mogen apparaten zonder typeplaatje NIET worden gebruikt. NL © 2017 Nederlands 162 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) 3.1.12 Ontploffingsgevaar! Het is niet toegestaan om werk uit te voeren op de bedieningskleppen, veiligheidskleppen of andere beveiligingen, of er de afstellingen van te veranderen. 3.1.13 Gevaar veroorzaakt door warm water! In geval van een defecte pressostaat of bij een ontbrekende wateraanvoer, kan het nog in het pomphuis (A4) aanwezige water oververhit raken en bij het naar buiten komen verwondingen veroorzaken. 3.1.14 Gevaar voor verwondingen! Gebruik het apparaat niet zonder toezicht wanneer de mogelijkheid bestaat dat vreemde bestanddelen het kunnen verstoppen. 3.1.15 Gevaar voor kortsluiting! Verplaats het apparaat niet door aan de stekker (A12), de voedingskabel (A8) of andere aangesloten elementen te trekken; gebruik alleen de handgreep (A4 b). 3.1.16 Ontploffingsgevaar! Voorkom dat voertuigen over de zuig- of persleiding rijden. Trek niet aan het apparaat of verplaats hem niet met de zuig- of persleiding. 3.1.17 Gevaar voor verwondingen! Gebruik het apparaat niet wanneer personen of dieren in de pompvloeistof verblijven of ermee in aanraking kunnen komen. 3.2 WAARSCHUWINGEN: WEL TOEGESTAAN 3.2.1 Gevaar voor kortsluiting! Alle elektriciteitsgeleidende delen moeten worden afgeschermd tegen waterspatten. 3.2.2 Gevaar voor elektrocutie! Sluit het apparaat alleen aan op een geschikte stroombron conform de geldende normgevingen (IEC 60364-1). Tijdens het opstarten kan het apparaat netstoringen veroorzaken. Sluit het apparaat alleen aan op een stopcontact uitgerust met een differentieelschakelaar met nominale reststroom van maximaal 30 mA. Gebruik uitsluitend verlengsnoeren conform de geldende normgevingen, goedgekeurd voor gebruik buiten en met een diameter van ten minste gelijk aan, of groter dan die van de voedingskabel van het apparaat. De elektrische kabels op de kabelhaspel moeten volledig worden afgerold. 3.2.3 Gevaar! Het apparaat mag nooit drooglopen; vul het pomphuis (A4) altijd eerst met water voor u hem inschakelt. Ook een korte periode van werking zonder water kan schade veroorzaken. 3.2.4 Gevaar van ongewenste inschakeling! Trek, vóór alle werkzaamheden op het apparaat de stekker (A12) uit het stopcontact. 3.2.5 Gevaar! Om de veiligheid van het apparaat te waarborgen mag de maximumtemperatuur van de pompvloeistof nooit hoger zijn dan 35°C. De omgevingstemperatuur mag niet lager zijn dan +5°C. 3.2.6 Gevaar! Het apparaat is niet bestemd voor gebruik met drinkwater of water voor menselijke consumptie. Het door het apparaat vervoerde water kan worden verontreinigd door het verlies van smeermiddel. NL © 2017 Nederlands 163 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) NL 3.2.7 Gevaar voor verwondingen! Het onderhoud en/of de reparatie van het apparaat of het onderdeel moeten worden uitgevoerd door gespecialiseerd personeel. 3.2.8 Gevaar voor verwondingen! Blaas de restdruk af voordat u de flexibele leiding loskoppelt van het apparaat; koppel het apparaat hiervoor los van de elektrische voeding en open een gebruikspunt. 3.2.9 Gevaar voor verwondingen! Controleer vóór het gebruik en met regelmatige tussenpozen de accessoires en verzeker u ervan dat de onderdelen van het apparaat geen tekens van breuk en/of slijtage vertonen. NL NL © 2017 Nederlands 164 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) 4 ALGEMENE INFORMATIE 4.1 Gebruik van de handleiding Deze handleiding is een integraal onderdeel van het apparaat; bewaar hem voor latere raadpleging. Lees de handleiding voor de installatie/ het gebruik aandachtig door. Bij een eigendomsoverdracht is de oude eigenaar ertoe verplicht om de handleiding aan de nieuwe eigenaar te overhandigen. Verzeker u ervan dat iedere gebruiker voor de inbedrijfstelling van het apparaat beschikt over de handleiding en zich kan informeren over de aanwijzingen voor de veiligheid en het gebruik. 4.2 Levering Het apparaat wordt geleverd in een kartonnen doos. Zie voor de samenstelling van de levering fig. 1. 4.2.1 Meegeleverd informatiemateriaal D1 Gebruiks- en onderhoudshandleiding D2 Veiligheidsvoorschriften D3 Garantiebepalingen 4.3 Vernietiging van het verpakkingsmateriaal De verpakkingsmaterialen vormen geen bedreiging voor het milieu, maar moeten wel gerecycled of vernietigd worden conform de geldende normen in het land van gebruik. 5 TECHNISCHE INFORMATIE 5.1 Beoogd gebruik Het apparaat is bestemd voor het transport van schoon water uit putten of vaten met hemelwater voor gebruik in de tuin of voor huishoudelijke watervoorzieningsinstallaties; deze apparaten mogen niet worden gebruikt voor het transport van drinkwater. Onzuiverheden, zand en afzettingen hebben een schurende werking en vernietigen de waaier. Monteer bovenstrooms geschikte filters die deze deeltjes kunnen filteren. Chemisch agressieve substanties in de pompvloeistof zijn zeer schadelijk voor het apparaat. De minimale productstroom per uur moet 80 l/h (1,3 l/min) bedragen. Deze apparaten zijn niet geschikt voor druppelirrigatie, omdat daarbij de waterstroom te klein is en de pompvloeistof de koeling van het apparaat niet kan verzekeren. Het apparaat moet worden geïnstalleerd in een droge, goed geventileerde ruimte en beschut zijn tegen vorst en weersinvloeden, met een omgevingstemperatuur van max. 35°C. Het mag nooit worden geïnstalleerd of gebruikt in de regen, vochtige ruimten of putten. Het apparaat voldoet aan de Europese norm EN 60335-2-41. 5.2 Niet toegestaan gebruik Het gebruik door personen zonder ervaring of die de instructies in de handleiding niet hebben gelezen en begrepen, is verboden. Het gebruik van het apparaat met ontvlambare, explosieve, giftige of chemisch agressieve vloeistoffen, is verboden. Het gebruik van het apparaat in mogelijk ontvlambare of explosieve omgevingen, is verboden. Het is verboden om wijzigingen aan te brengen aan het apparaat. Het aanbrengen van wijzigingen doet de garantie vervallen en ontheft de fabrikant van civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid. Slijpende stoffen of andere stoffen die het materiaal aantasten vernietigen het apparaat. Deze apparaten zijn niet geschikt voor gebruik in gepompte vloeistoffen die zand, slib of schurende klei bevatten. Deze apparaten zijn geschikt voor het transport van water voor voorzieningen, maar zijn niet geschikt voor het transport van drinkwater! Met deze apparaten is het transport van fecaliën niet toegestaan. NL © 2017 Nederlands 5.3 Belangrijkste Onderdelen (fig. 1) A1 Zuigaansluiting met schroefdraad A1b Ingebouwd voorfilter (indien aanwezig) A2 Persaansluiting met schroefdraad A2b Vuldop (indien aanwezig) A3 Afvoerdop A4 Pomphuis A4b Handgreep A5 Stroomschakelaar A6 Verstevigde flexibele leiding A7 Pressostaat A8 Voedingskabel A9 Klep A9b Klepafsluitdop A10 Tank A11 Manometer A12 Stekker 6 INSTALLATIE Let op - gevaar! Tijdens alle werkzaamheden voor de installatie en montage moet het apparaat losgekoppeld zijn van het elektriciteitsnet (fig. 3). Let op - gevaar! Voer, vóór het gebruik, altijd een visuele inspectie uit om te bepalen of het apparaat, en met name de stekker (A12) en de voedingskabel (A8), beschadigd zijn. Een beschadigd apparaat mag niet worden gebruikt; in geval van schade moet u het apparaat laten nakijken door de klantenservice of een erkende elektricien. Let op - gevaar! Het doorsnijden van de voedingskabel (A8) doet de garantie vervallen en brengt tijdens de reparatie (ook bij reparaties onder garantie) een installatie tegen betaling met zich mee van een originele voedingskabel (A8). Gebruik voor de verlenging van de voedingskabel (A8) alleen een verlengkabel waarvan de diameter ten minste gelijk is aan die van de originele voedingskabel (A8). Gebruik de voedingskabel (A8) nooit om het apparaat mee op te tillen of om de stekker (A12) mee uit het stopcontact te trekken. NL 6.1 Montage van het apparaat Voordat u het apparaat in werking stelt moet u de aanzuig- en persleidingen aansluiten. Hiertoe plaatst u apparaat op een vlak oppervlak in een stabiele positie en beschut tegen overstromingen (fig. 4). Om de trillingen niet over te brengen naar eventuele pijpen of de wanden, bevelen wij aan om het apparaat op een rubber mat te plaatsen en om (zuig- en drukbestendige) stukken flexibele leidingen aan te brengen op de delen onmiddellijk naast het apparaat (fig. 5) om de trillingen te dempen. 6.2 Montage van de zuigleiding Let op - gevaar! Als uw apparaat geen ingebouwd voorfilter heeft, is het absoluut noodzakelijk dat u een terugslagklep gebruikt tussen de zuigleiding en de zuigaansluiting (A1): de klep zorgt ervoor dat de zuigleiding niet onder druk staat met als gevolg de mogelijkheid van lekken of explosies. De zuigleiding voert het water aan vanaf het punt van aanzuiging van het apparaat. Sluit de zuigleiding aan op de schroefdraadaansluiting (A1). Controleer of de zuigleiding luchtdicht is gemonteerd omdat lekkages het debiet van het apparaat zullen verminderen of het aanzuigen onmogelijk kunnen maken. De zuigleiding moet een minimale diameter hebben van 25 mm (1 inch); de leiding moet bestand zijn tegen afklemming en vacuümdicht zijn. 165 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) 6.3 6.4 NL Wij bevelen het gebruik aan van een zuigleiding met een bodemventiel. Gebruik voor de waterdichte aansluiting Teflon tape (12 - 15 lagen) (fig. 6). Verzeker u ervan dat er op het aanzuigpunt voldoende water is en dat het gebied van de zuigleiding altijd onder het waterniveau blijft. Aangezien de maximale aanzuighoogte van de zelfaanzuigende pompen 8 meter is, is de maximale toegestane hoogte van het apparaat ten opzichte van het wateroppervlak op het punt van aanzuiging 8 meter. Het horizontale deel van de zuigleiding moet altijd een stijgende lijn volgen vanaf het punt van aanzuiging naar het apparaat toe, om de vorming van luchtbellen in de leiding, die de werking van het apparaat (fig. 7) in gevaar zouden brengen, te voorkomen. Installeer tussen de zuigleiding en de zuigaansluiting (A1) een voorfilter, tenzij het apparaat een ingebouwd voorfilter (A1 b) heeft. Vulling van het apparaat Voor de montage van de persleiding moet u het pomphuis (A4) en de zuigleiding volledig via de persaansluiting (A2) met water vullen. Het vullen is ook mogelijk via de vuldop (A2 b), indien aanwezig (fig. 8). Tijdens het vullen van het pomphuis (A4) vormen zich luchtbellen die kunnen worden verwijderd door het apparaat iets in verschillende richtingen te kantelen. Vul het opnieuw en herhaal dit tot het water vlak onder de vulopening staat. Als het apparaat is uitgerust met een ingebouwd voorfilter moet u ook via de voorfilterkap (A1 b) water invoeren. Open de kap, voeg water toe tot aan de rand en sluit de kap weer met de hand vast (fig. 8). Montage van de persleiding De aansluiting van de persleiding bevindt zich aan de bovenzijde van het apparaat (A2). De leiding moet worden aangesloten op een flexibele leiding of buis met de grootst mogelijke diameter (ten minste 19 mm, ¾ inch). Kleinere diameters zullen het debiet van het apparaat drastisch verminderen. Gebruik voor de waterdichte aansluiting Teflon tape (12 - 15 lagen) (fig. 9). In een huishoudelijke pompsysteem staan de verbonden leidingen permanent onder druk. Om deze reden raden wij aan om bij de aansluiting op een vast distributienetwerk een versterkte flexibele leiding te gebruiken die in staat is om deze permanente druk te weerstaan. Let op - gevaar! Het gebruik van irrigatieleidingen of flexibele zuigleidingen aan de perszijde van het apparaat is niet toegestaan wanneer de leidingen onder permanente druk staan omdat als gevolg van de constante druk, de slijtage en vermoeiing van het materiaal, deze al na korte tijd kunnen barsten of scheuren. Irrigatieleidingen mogen alleen worden gebruikt als ze niet constant onder druk staan, bijvoorbeeld wanneer zij na een afsluitkraan of een kraan van de waterleiding worden geïnstalleerd en in ieder geval alleen buiten. 6.5 Veiligheidsmaatregelen De bediener moet in geval van storingen van het apparaat of van externe apparaten schade door overstromingen van de ruimten of door andere oorzaken, met passende maatregelen uitsluiten (bv. de installatie van een overstromingsbeveiliging, alarmsysteem, reservepomp, verzameltank en dergelijke), die moeten worden aangesloten op een afzonderlijk en fail-safe elektrisch circuit. De beveiligingsmaatregelen moeten worden aangepast aan de afzonderlijke gebruikssituaties en in staat zijn om de schade veroorzaakt door waterlekkages te verminderen en/of te voorkomen. Verder moet de gebruiker er met een spatbeveiliging voor zorgen dat na een storing het gelekte of spatwater geen schade aanricht. NL © 2017 Nederlands Het gelekte water moet met een reservepomp of via een afvoer worden verwijderd. Als alternatief kan een alarmsysteem worden geïnstalleerd dat in geval van waterlekkage een alarm doet afgaan en/of voor een noodstop van het apparaat en de watertoevoer zorgt, voordat de apparatuur of goederen beschadigd raken. In de ruimten waar de apparaten worden geïnstalleerd bevelen wij aan om alle apparatuur ca. 5-10 cm hoger te plaatsen om directe schade door het gelekte water te voorkomen. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het niet naleven van deze voorschriften. Let op - gevaar! Drooglopen Wanneer het apparaat langer dan 5 minuten draait met een gesloten wateraanzuigpunt, kan het door oververhitting beschadigd raken. Zet het apparaat uit als de normale waterstroom is onderbroken. Het drooglopen vernietigt het apparaat, laat het apparaat dus nooit meer dan 10 seconden lang drooglopen. 7 AFSTELLINGEN 7.1 Instellingen vooraf Onze apparaten worden in de fabriek afgesteld, en deze instellingen mogen niet door de gebruikers worden gewijzigd. 8 INWERKINGSTELLING Let op - gevaar! Tijdens alle werkzaamheden voor de installatie en montage moet het apparaat losgekoppeld zijn van het elektriciteitsnet (fig. 3). 8.1 Inwerkingstelling Wanneer alle leidingen zijn aangesloten en het pomphuis (A4) vol is met water, kunt u de stekker (A12) in het stopcontact steken en de stroomschakelaar (A5) inschakelen. Bij het aanzuigen moet de persleiding van het water geopend zijn om de in het systeem aanwezige lucht te laten ontsnappen en de waterdruk op te kunnen bouwen. Wanneer de zuigleiding niet volledig met water is gevuld kan het apparaat tot 7 minuten nodig hebben voordat het volledig operationeel is. Wanneer na de maximale aangegeven opzuigtijd het water nog niet op druk is moet u het apparaat uitschakelen en te werk gaan volgens de aanwijzingen van het plan voor het opzoeken van storingen (Hoofdstuk 11). 8.2 Technische informatie De aangegeven debietwaarden van het apparaat zijn maximumwaarden, en zullen afnemen bij gebruik van externe componenten (bv. persleiding, elleboogstukken, voorfilters enz.). Het verdient aanbeveling hier rekening mee te houden bij de keuze van het apparaat. Het effectieve debiet voor de specifieke toepassingsgevallen staat weergegeven in de debiettabel (fig. 12). 9 ONDERHOUD Let op - gevaar! Het systeem staat onder druk! Voor ieder onderhoud en/of tijdens het oplossen van problemen moet u de stekker (A8) van de voedingskabel uit het stopcontact trekken. Controleer of de verbindingsleidingen of de tank (A10) van het apparaat niet meer onder druk staan. Open hiertoe een gebruikspunt (de waterkraan) en voer al het water uit het systeem af. Later kunt u alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden uitvoeren. 166 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) 9.1 9.2 Het reinigen van de filters Reinig het voorfilter (A1 b) regelmatig met schoon water en/of controleer of het niet verstopt is door vreemde bestanddelen (fig. 10). Spoel het filterhuis met schoon water. Controle van de druk in de tank (A10) Om een correcte werking van het apparaat te garanderen moet de druk van de tank (A10) met regelmatige tussenpozen worden gecontroleerd (3-4 keer per jaar) en moet hij 1,5 bar bedragen. Om de druk te controleren draait u de ventielkap (A9 b) op de tank (A10) los en controleert u de druk door op de klep (A9) een pneumatische pomp met manometer (fig. 11) aan te sluiten. Als de druk minder dan 1,5 bar is, moet u hem weer op deze waarde terugbrengen. Een onvoldoende luchtdruk leidt tot een abnormale werking van het apparaat en de slijtage van de binnenste rubberen membraan van de tank (A10). Eventuele schade veroorzaakt door een onjuiste druk van de tank (A10) wordt niet door de garantie gedekt. 10 OPSLAG Let op - gevaar! Het systeem staat onder druk! Voor ieder onderhoud en/of tijdens het oplossen van problemen moet u de stekker (A8) van de voedingskabel uit het stopcontact trekken. Controleer of de verbindingsleidingen of de tank (A10) van het apparaat niet meer onder druk staan. Open hiertoe een gebruikspunt (de waterkraan) en voer al het water uit het systeem af. Hierna kunt u alle voor de opslag benodigde werkzaamheden uitvoeren. Het apparaat moet absoluut vorstvrij worden gehouden en, bij temperaturen van +5°C of lager, gedemonteerd worden en opgeslagen in een droge en tegen vorst beschutte omgeving. Na het losmaken van de zuig- en persleidingen moet u de afvoerdop (A3) losdraaien en het apparaat kantelen om al het water in de tank (A10) te laten wegvloeien. Om het pomphuis (A4) te ledigen moet u het apparaat omkeren om het water uit de persaansluiting (A2) te laten wegvloeien. NL NL © 2017 Nederlands 167 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) 11 PROBLEMEN OPZOEKEN Storing Mogelijke oorzaak Oplossing 1) Het pomphuis (A4) is vóór de inwerkingstelling niet gevuld met water. 2) Aanzuigrooster van bodemventiel verstopt. 2) Controleer of de aanbevolen accessoires worden gebruikt; controleer de hermetische afsluiting van de zuigleiding; gebruik teflon tape op de schroefdraad. 3) Reinig het bodemventiel en het aanzuigrooster. 4) Open, tijdens het aanzuigen de zuigopeningen (waterkraan, flexibele leiding). 5) Vul de zuigleiding helemaal met water, wacht tot 7 minuten na het inschakelen van het apparaat. 6) Verminder de aanzuighoogte (max. 8 m). 7) Controleer het waterniveau in de put of tank; verleng indien mogelijk de zuigleiding. 1) Controleer de spanning, steek de stekker (A12) in het stopcontact. 1) De aanzuighoogte, prevalentie en externe componenten verminderen het debiet! Dit is geen storing. 2) Reinig het aanzuigrooster. 3) Het waterniveau in het aanzuigpunt daalt snel. 3) Dompel het bodemventiel dieper in het water. 2) De zuigleiding is niet hermetisch afgesloten. De motor draait, maar het apparaat zuigt geen water aan 3) Het aanzuigrooster van het bodemventiel is verstopt. 4) De lucht kan niet ontsnappen uit de perszijde omdat het aanzuigpunt gesloten is. 5) U heeft niet lang genoeg gewacht. 6) Aanzuighoogte te hoog. 7) Zuigleiding niet ondergedompeld in het water. De motor start niet 1) Geen netspanning. 1) Hoge aanzuighoogte en/of prevalentie. Onvoldoende waterdebiet De thermostaat schakelt het apparaat uit NL Het apparaat wordt continu in- en uitgeschakeld Het apparaat werkt continu NL 1) Vul het pomphuis (A4, zie paragraaf 6.3). 4) Reinig het pomphuis (A4) met een waterstraal door de 4) Het debiet van het apparaat neemt af door de aanwezigheid zuigaansluiting (A1) en persaansluiting (A2). Laat het apparaat van vreemde bestanddelen. eventueel controleren bij de klantenservice. Gebruik een voorfilter als het apparaat geen ingebouwd voorfilter (A1 b) heeft. 1) Reinig de binnenkant van het pomphuis (A4) met een waterstraal 1) Motor overbelast door de wrijving van vreemde bestanddelen door de persaansluiting (A2), laat de thermostaat circa 1 uur tegen de waaier. lang afkoelen. Laat het apparaat eventueel controleren bij de Drooglopen of onvoldoende waterstroom. klantenservice. 2) Controleer op de aanwezigheid van water, laat de thermostaat 2) Drooglopen. ongeveer 1 uur lang afkoelen. Laat het apparaat eventueel controleren bij de klantenservice. 1) Geen terugslagklep in de zuigleiding, terugstroom van water 1) Controleer of aan de zuigzijde een bodemventiel of tussenliggend uit de zuigleiding. ventiel is geïnstalleerd. 2) Vervang de rubberen membraan of de tank. Wendt u zich tot de 2) Rubberen membraan in de tank (A10) defect. klantenservice. 3) Vul de tank (A10) via het bijbehorende ventiel (A9) met lucht tot 3) Geen luchtdruk in de tank. 1,5 bar (zie Onderhoud). 4) Sluit de perszijde waterdicht af, controleer de hermetische 4) Perszijde niet waterdicht. afdichting van de installatie. 1) De door de pressostaat ingestelde uitschakeldruk is te hoog. 1) Informeer de klantenservice, en laat de uitschakeldruk afstellen. 2) Sluit de perszijde waterdicht af, gebruik teflon tape op de 2) De perszijde is niet waterdicht. schroefdraad. © 2017 Nederlands 168 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) GARANTIE De garanties met betrekking tot de in deze handleiding beschreven apparaten veronderstellen het opvolgen en de naleving van alle erin opgenomen aanwijzingen, in het bijzonder die met betrekking tot het gebruik, de installatie en bediening. Voor het beschreven product verlenen wij een garantie van 24 maanden (12 maanden voor de professionele verkoop) tegen materiaal- of productiefouten, gerekend vanaf de datum van aankoop, conform de geldende wetten. Garantieclaims kunnen alleen op vertoon van een bewijs van aankoop worden ingediend. De garantie geldt niet voor de kosten van demontage en montage van het betrokken apparaat op de plaats van gebruik, voor de reiskosten van het reparatiepersoneel van en naar de plaats van gebruik en voor de transportkosten. Klachten waarvan de oorzaken kunnen worden teruggeleid naar een onjuiste installatie of bediening, ontoereikende arbeidsomstandigheden, onvoldoende zorg, ongeschikt commercieel gebruik of ondeskundige pogingen tot reparatie, evenals de normale slijtage, zijn uitgesloten van de garantie en aansprakelijkheid. De resulterende kosten, met name die van het testen en de transportkosten, zijn voor rekening van de verzender en/of de bediener van het apparaat. Dit geldt in het bijzonder ook bij het doorsturen van een garantieverzoek terwijl bij de controle blijkt dat het apparaat perfect werkt en geen gebreken heeft of dat het probleem niet te wijten is aan materiaal- of productiefouten. Vóór de terugzending wordt elk product onderworpen aan een strenge technische controle. Garantiereparaties mogen alleen worden uitgevoerd door onze geautoriseerde klantenservices of bevoegde en erkende werkplaatsen. Reparatiepogingen door de klant of onbevoegde derden tijdens de garantietermijn zullen de garantie doen vervallen. Het doorsnijden van de voedingsstekker (A12) en/of het inkorten van de voedingskabel doen de garantie vervallen. Het door ons verleende garantiewerk verlengt de garantieperiode niet, en zijn ook geen reden voor een nieuwe garantieperiode voor de vervangen of gerepareerde delen. Alle verdere rechten zijn uitgesloten, met name die op kortingen, wijzigingen of schadevergoedingen, maar ook die op indirecte schade van elke aard. Neem in geval van een storing contact op met de winkel waar u het product heeft gekocht, samen met het aankoopbewijs. NL NL © 2017 Nederlands 169 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing) Technische gegevens Eenheid SXGP900XFBE SXGP1300XFBE 230 V ~ 50 Hz 900 42 3300 1.5~3.0 35 8 0 230 V ~ 50 Hz 1300 50 4200 1.5~3.0 35 8 0 Beschermingsklasse V/Hz W m l/h bar °C m Ø mm - Motorisolatie Motorbescherming Geluidsvermogenniveau LWA (EN ISO 3744) Nettogewicht Brutogewicht Diameter aansluitingen dB (A) kg kg mm Klasse B IPX4 80 15.3 16.6 25.4 Klasse B IPX4 83 16.2 17.2 25.4 Spanning Vermogen Max. prevalentie (Hmax) Max. debiet (Qmax) Bedrijfsdruk Max. watertemperatuur (Tmax) Max. aanzuighoogte Max. deeltjesgrootte Lengte kabel m 1 1 Tankinhoud l 24 24 Technische wijzigingen voorbehouden! NL NL © 2017 Nederlands 170 (Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing)
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278

Stanley SXGP1300XFBE de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor