AL-KO AL-KO 154 Handleiding

Categorie
Tuingereedschap
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

9 142 113 05/2013
de
en
fr
es
it
nl
142 / 154
Gebrauchsanweisung
Originalbetriebsanleitung
Instruction manual
Translation of the original
instructions
Instructions d'emploi
Traduction de la notice originale
Manual de instrucciones
Traducción del manual original
Istruzioni per l'uso
Traduzione delle istruzioni originali
Gebruiksaanwijzing
Vertaling van de oorspronkelijke
gebruiksaanwijzing
Achtung!
Lesen Sie vor der ersten Inbetriebnahme
diese Gebrauchsanweisung gründlich durch
und beachten Sie unbedingt die
Sicherheitsvorschriften!
Important!
Read this instruction manual carefully before
first operation and strictly observe the safety
regulations!
Attention !
Lire attentivement ce manuel avant la
première mise en service et observer
absolument les prescriptions de sécurité !
¡Atención!
Es indispensable leer con mucha atención las
instrucciones de manejo antes de utilizarla por
primera vez. ¡Preste especial atención a las
recomendaciones de seguridad!
Attenzione!
Prima della prima messa in funzione leggere a
fondo le presenti istruzioni per l'uso e osservare
assolutamente le norme di sicurezza.
Opgelet!
Lees deze gebruiksaanwijzing grondig voor u de
machine voor het eerst gebruikt en hou altijd
rekening met de veiligheidsvoorschriften!
Motorsense
Brushcutter
Débroussailleuse
Desbrozadora
Decespugliatore
Bosmaaier
- NEDERLANDS - Bosmaaier 142 / 154
NEDERLANDS 2
Gebruiksaanwijzing
Vertaling van de oorspronkelijke
gebruiksaanwijzing
Lees deze gebruiksaanwijzing grondig
voor u de machine voor het eerst gebruikt en hou
altijd rekening met de veiligheidsvoorschriften!
Om de prestaties van uw bosmaaier
gedurende lange tijd te vrijwaren, dient u de
onderhoudsaanwijzing nauwkeurig na te leven.
Als u na het bestuderen van deze
gebruiksaanwijzing nog vragen heeft, kunt u altijd
terecht bij uw SOLO-verkoper.
CE conformiteitsverklaring De CE-
conformiteitsverklaring in een afzonderlijke
bijlage maakt deel uit van deze
gebruiksaanwijzing.
Verpakking en afvalfase
Bewaar de originele verpakking om de zaag te
beschermen tegen transportschade als ze moet
worden getransporteerd. Als u het
verpakkingsmateriaal niet meer nodig heeft, moet
het overeenkomstig de plaatselijke voorschriften
worden weggedaan. Verpakkingsmateriaal uit
karton is een grondstof die opnieuw kan worden
gebruikt of gerecycleerd.
Als de machine niet meer kan worden gebruikt,
moet ze overeenkomstig de lokale voorschriften
worden weggedaan.
Met het oog op de constante verdere ontwikkeling
van onze apparaten zijn wijzigingen in de
leveringsomvang op het vlak van vorm, techniek
en uitvoering voorbehouden.
Verder kunnen geen aanspraken worden afgeleid
uit informatie en afbeeldingen in deze handleiding.
Symbolen en kenplaatje
Volgende symbolen worden gebruikt op de
machine en in deze gebruiksaanwijzing:
Voor ingebruikname en voor alle
onderhouds-, montage- en
reinigingswerken de handleiding grondig
lezen
Voor u de motor start, de gehoor- en
gezichtsbescherming opzetten
Wanneer u met en aan de machine werkt,
veiligheidshandschoenen dragen
Vaste schoenen met stevige zolen, bij
voorkeur veiligheidsschoenen dragen
Wees uiterst voorzichtig als u met de
machine omgaat
van andere personen bedraagt 15
Opgelet, voorwerpen kunnen hoog
worden weggeslingerd
Opgelet: de machine kan terugslaan als
ze tegen vaste voorwerpen komt
Het maximale toerental niet
overschrijden dat vermeld is in de
technische gegevens
Roken verboden in de omgeving van de
machine en op de plaats van het
bijtanken!
De machine en het bijvulreservoir voor de
brandstof op een veilige afstand houden
van open vuur
- De machine produceert uitlaatgassen
en
- benzinedampen zijn giftig;
niet in gesloten ruimtes starten en tanken
Kenplaatje
a: Typebenaming
b: Serienummer
c: Bouwjaar (07 2007)
NEDERLANDS 3
Inhoud
Blz.
1 Veiligheidsvoorschriften ........................................................................................................................... 4
1.1 Voorgeschreven gebruik / Algemene veiligheidsvoorschriften 4
1.2 Werkkledij 4
1.3 Tijdens het tanken 5
1.4 Tijdens het transport van de machine 5
1.5 Voor het starten 5
1.6 Tijdens het starten 5
1.7 Tijdens het werk 6
1.8 Tijdens onderhoud en herstellingen 6
2 Technische gegevens ............................................................................................................................... 7
3 Leveringsomvang ...................................................................................................................................... 8
4 Bedienings- en functie-onderdelen .......................................................................................................... 8
5 Voorbereiding van het werk ...................................................................................................................... 8
5.1 Montage tweehandgreep Bike 9
5.2 Montage van de beveiliging 9
5.3 Montage van het snijwerktuig 10
6 Brandstof tanken ..................................................................................................................................... 12
6.1 Brandstofinformatie 12
6.2 Brandstof vullen 12
7 Motor starten / motor uitzetten ............................................................................................................... 12
7.1 Halfgas-startinstelling 12
7.2 Startklep en primer 12
7.3 Aanslingeren 13
7.4 Motor uitzetten 13
7.5 Als de motor niet aanslaat 13
7.6 Aanvullende instructies voor een correct gebruik van de starter 13
8 Gebruik van de bosmaaier ...................................................................................................................... 14
8.1 Toepassingsgebieden 14
8.2 Dubbele schouderriem instellen 14
8.3 Correcte werkwijze met de bosmaaier 14
8.4 Slijpinstructies snoeimes 15
8.5 Gebruik van de als toebehoren leverbare draadkop 15
8.6 Gebruik van het als toebehoren leverbare beiteltandblad 15
9 Gebruiks- en onderhoudsinstructies ..................................................................................................... 16
9.1 Algemene gebruiks- en onderhoudsinstructies 16
9.2 Smering van het drijfwerk 16
9.3 Instelling carburateur 16
9.4 Luchtfilteronderhoud 17
9.5 Instructies voor de geluiddemper 17
9.6 Bougie-informatie 18
9.7 Brandstoffilter vervangen 18
9.8 Stilleggen en opbergen 18
9.9 Onderhoudsschema 19
10 Accessoires ............................................................................................................................................ 20
11 Garantie .................................................................................................................................................. 21
12 Slijtage-onderdelen ............................................................................................................................... 21
Opmerkingen bij de dubbele schouderriem
op de laatste twee binnenpagina’s van deze gebruiksaanwijzing
Veiligheidsvoorschriften
NEDERLANDS 4
1 Veiligheidsvoorschriften
1.1 Voorgeschreven gebruik / Algemene veiligheidsvoorschriften
De met een snoeimes met 3 tanden uitgeruste bosmaaier mag uitsluitend worden gebruikt voor het maaien van gras,
licht struikgewas, riet, onkruid en wildgroei ter hoogte van de grond. De bosmaaier is niet geschikt voor andere
doeleinden. (paragraaf 8.1 “Toepassingsgebieden”)
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig voor de eerste ingebruikname en bewaar ze op een veilige
plaats. Wees zeer voorzichtig als u met deze machine werkt.
Het niet naleven van de veiligheidsinstructies kan levensgevaarlijk zijn. Volg de ongevalpreventievoorschriften van de
beroepsverenigingen. De gebruiksaanwijzing moet altijd beschikbaar zijn op de plaats waar de machine wordt
gebruikt. Ze moet door iedereen worden gelezen die belast is met werken aan de machine (ook onderhoud,
verzorging en herstelling).
Als u voor het eerst met een dergelijke machine werkt, dient de verkoper u uit te leggen en te tonen hoe u er
veilig mee dient om te gaan.
Kinderen en jongeren onder 18 jaar mogen niet met deze machine werken; behalve jongeren boven 16 jaar die
onder toezicht worden opgeleid.
Hou personen en dieren op een veilige afstand van het werkterrein. De minimale afstand bedraagt 15 meter. Let
goed op kinderen en op dieren die zich in het struikgewas kunnen ophouden. Als een persoon of een dier
naderbij komt, dient u de machine en het snijwerktuig onmiddellijk te stoppen. De gebruiker is verantwoordelijk
voor gevaren of ongevallen die zich tegenover andere personen en hun eigendom kunnen voordoen.
Dit apparaat mag enkel worden uitgeleend of doorgegeven aan personen die vertrouwd zijn met dit type, zijn
bediening en de gebruiksaanwijzingen. Geef beide gebruiksaanwijzingen altijd mee.
Als u met deze machine werkt, dient u zich in goede conditie te bevinden en dient u uitgerust en gezond te zijn.
Deze machine mag niet worden gebruikt als u onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen die het
reactievermogen kunnen beïnvloeden.
Voer geen wijzigingen aan bestaande veiligheidsinrichtingen en bedieningselementen uit.
De machine mag enkel in bedrijfsveilige toestand worden gebruikt gevaar voor ongevallen! De veilige
toestand van de bosmaaier moet dus voor elk gebruik worden gecontroleerd.
U mag enkel snijwerktuigen, accessoires en opbouwelementen gebruiken die door de fabrikant geleverd zijn en
door hem uitdrukkelijk goedgekeurd zijn voor bevestiging op dit type machine. Als u de draadkop gebruikt, mag u
de kunststof-snijdraad nooit vervangen door een staaldraad. Bij elk snijwerktuig moet altijd de bijbehorende
aanraakbeveiliging worden gebruikt.
Als u snijwerktuigen verwisselt, altijd de motor uitschakelen en de bougie uittrekken, zodat de motor niet
ongewenst kan starten.
De betrouwbare werking en de veiligheid van uw machine hangen ook af van de kwaliteit van de gebruikte
wisselstukken. Gebruik enkel originele wisselstukken. Enkel originele onderdelen komen uit de productie van het
apparaat en waarborgen dus een maximale kwaliteit op het vlak van materiaal, maatvastheid, werking en
veiligheid. Voor originele wisselstukken en accessoires kunt u terecht bij uw vakhandelaar. Hij beschikt ook over
de vereiste wisselstuklijsten om de juiste wisselstuknummers te kunnen opzoeken. Hij wordt constant op de
hoogte gehouden van detailverbeteringen en vernieuwingen op het vlak van wisselstukken. Merk ook op dat, als
niet originele onderdelen worden gebruikt, de garantie vervalt.
Als de machine niet wordt gebruikt, moet ze zo worden weggezet dat er niemand gevaar loopt. De motor moet
worden uitgeschakeld.
Als u de veiligheids-, gebruiks- of onderhoudsinstructies niet opvolgt, bent u verantwoordelijk voor alle daardoor
veroorzaakte schade en gevolgschade.
1.2 Werkkledij
Om verwondingen te vermijden, draagt u tijdens het gebruik van deze machine de voorgeschreven kledij en
beschermuitrusting. De kleiding moet goed aansluiten (bijv. combinatiepak), maar mag niet hinderlijk zijn.
Onze aanbeveling: SOLO bos- en landbouwjas EN 340 bestelnr.: 99303000 + maat (2[s] - 6[xxl])
SOLO outdoor-broek bestelnr.: 9902095 + maatindex
of SOLO outdoor-tuinbroek bestelnr.: 9902094 + maatindex
Draag geen sjaal, das, sieraden of andere kledingstukken die gekneld kunnen raken in struiken of takken. Laag haar
moet worden samengebonden en weggeborgen (hoofddoek, muts, helm e.d.).
Draag stevige schoenen met slipvrije zolen, bij voorkeur veiligheidsschoenen met stalen punt.
Onze aanbeveling: SOLO lederen bottine bestelnr.: 9930510 + maat (36 - 48)
Draag veiligheidshandschoenen met slipvrij greepoppervlak.
Onze aanbeveling: SOLO Fit veiligheidshandschoenen bestelnr.: 9939012 + maatindex
Gebruik persoonlijke gehoorbescherming en gezichtsbescherming (bijv. veiligheidsbril).
Onze aanbeveling: SOLO gezichts-/gehoorbescherming bestelnr.: 993901002 (één maat)
Veiligheidsvoorschriften
NEDERLANDS 5
1.3 Tijdens het tanken
Benzine is uiterst licht ontvlambaar. Zorg voor voldoende afstand tot open vuur en mors geen brandstof.
Rook niet op de werkplek en op de plaats waar u tankt!
Voor het tanken de motor altijd uitschakelen.
Als de motor nog heet is, mag niet worden bijgetankt - brandgevaar!
Open de tanksluiting altijd voorzichtig, zodat de bestaande overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen
brandstof naar buiten spuit.
Brandstof kan stoffen bevatten die op oplosmiddelen lijken. Vermijd contact van minerale olieproducten met de
huid en de ogen. Draag handschoenen tijdens het tanken. Verwissel regelmatig van beschermkledij en reinig ze.
Adem brandstofdampen niet in.
Tank enkel op goed geventileerde plaatsen.
Let erop dat er geen brandstof of olie in de grond terechtkomt (bescherming van het milieu). Gebruik een
geschikte grondbescherming.
Als brandstof werd gemorst, moet de machine onmiddellijk worden schoongemaakt. Als de kledij bevuild is met
brandstof, dient u ze onmiddellijk uit te trekken.
Zet de tanksluiting altijd goed vast. Zo vermindert u het risico dat de tanksluiting door de trillingen van de motor
loskomt en er brandstof uit de machine loopt.
Let op lekken. Start niet en werk niet met de machine als er brandstof uitloopt. Er bestaat levensgevaar door
brandwonden!
Bewaar brandstof en olie uitsluitend in voorgeschreven en juist gemerkte bussen.
1.4 Tijdens het transport van de machine
Schakel de motor altijd uit als u de machine moet transporteren.
Draag of transporteer de bosmaaier nooit terwijl het snijwerktuig draait.
Bij transport over grote afstand moet bij metalen snijwerktuigen altijd de mesbescherming worden geplaatst.
Om te vermijden dat er brandstof uitloopt en er beschadigingen optreden, moet de machine tijdens het transport
in voertuigen worden vastgezet, zodat ze niet kan kantelen. De tank moet op dichtheid worden gecontroleerd.
Maak de tank bij voorkeur voor het transport leeg.
In geval van verzending moet de tank in elk geval vooraf worden leeggemaakt.
1.5 Voor het starten
Voor u de machine start, dient u altijd te controleren of de volledige machine in bedrijfsveilige toestand verkeert.
De stopschakelaar moet gemakkelijk in- en uitschakelen.
De gashendel moet soepel werken en automatisch terugkeren naar de stationaire positie.
Het snijwerktuig en de aanraakbeveiliging moeten goed vast zitten en in perfecte staat verkeren.
Controleer ook of de ontstekingskabel en de bougiestekker goed vast zitten. Als een verbinding los zit, kunnen er
vonken ontstaan, die het eventueel uitlopende brandstof-luchtmengsel kunnen ontsteken brandgevaar!
Bij onregelmatigheden, duidelijke schade, foutieve instellingen of als de goede werking beperkt is, mag u niet
beginnen werken, maar dient u de machine te laten controleren in een werkplaats.
1.6 Tijdens het starten
Start op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar u heeft getankt. Start de machine nooit in een
gesloten ruimte.
Zorg voor een veilige en stabiele houding tijdens het starten. Start altijd op een effen ondergrond en hou de
machine stevig vast.
De machine mag slechts door één persoon worden bediend ook tijdens het starten mogen er zich geen andere
personen ophouden binnen een cirkel van 15 meter.
Voer de startprocedure uit zoals beschreven in hoofdstuk 7 "Motor starten / motor uitzetten".
Veiligheidsvoorschriften
NEDERLANDS 6
1.7 Tijdens het werk
De bosmaaier mag uitsluitend in volledig gemonteerde toestand in gebruik worden genomen.
Zodra de motor draait, produceert de machine giftige gassen, die onzichtbaar en reukloos kunnen zijn. Start
de machine nooit in een gesloten ruimte. Als er weinig plaats is, of als u in sloten of in greppels werkt, dient u
tijdens het werk altijd voor voldoende luchttoevoer te zorgen.
Rook niet op de werkplek ook niet in de omgeving van de machine. Er bestaat groot brandgevaar!
Werk voorzichtig, met overleg en rustig en breng geen andere personen in gevaar.
- Zorg voor goed zicht en licht.
- Blijf altijd op roepafstand van andere personen, die u in geval van nood kunnen helpen.
- Las tijdig werkpauzes in.
- Wees alert voor mogelijke gevaarbronnen en neem de nodige voorzorgsmaatregelen. Hou er rekening mee
dat, als u gehoorbescherming gebruikt, u geluiden minder goed hoort. Daardoor kunt u ook signalen, kreten
e.d. die op gevaar wijzigen, eventueel niet horen.
- Let op bij natheid, gladheid, op hellingen of oneffen terrein. Er bestaat groot slipgevaar!
- Let op struikelgevaar en hindernissen, zoals boomwortels, boomstronken, randen. Wees zeer aandachtig als u
op hellingen werkt.
- Voor u met de machine begint te werken, controleert u het werkterrein op stenen, gebroken glas, spijkers,
draad en andere vaste voorwerpen. Verwijder ze, zodat ze niet worden weggeslingerd of vastgekneld raken in
het snijwerktuig.
- Hou de machine altijd stevig met beide handen vast en zorg altijd voor een goede en stabiele houding.
- Het snijwerktuig altijd onder de heup houden. Het draaiende werktuig mag niet van de grond worden opgetild.
- Alle lichaamsdelen moeten op een veilige afstand van het roterende snijwerktuig worden gehouden.
- Gebruik een degelijke maaitechniek (zie paragraaf “8.3 Correcte werkwijze met de bosmaaier”).
- De machine met zo weinig mogelijk lawaai en uitlaatgassen gebruiken de motor niet nodeloos laten draaien.
Bedenk dat ook lawaai een belasting voor het milieu inhoudt. Hou de eventuele rusttijden in acht (deze kunnen
lokaal verschillend zijn).
- Gebruik geen stompe werktuigen en voorkom dat het roterende snijwerktuig ongecontroleerd tegen een
vreemd voorwerp stoot. Er bestaat groot gevaar voor terugslagen, waardoor de volledige machine heftig kan
worden rondgeslingerd. Daardoor kunnen er ongecontroleerde bewegingen optreden voor de gebruiker, die tot
ernstige en dodelijke verwondingen kunnen leiden.
Schakel de motor uit als het gedrag van de bosmaaier merkbaar wijzigt.
Door de centrifugaalkoppeling blijft het snijwerktuig nog even draaien nadat u de gashendel heeft losgelaten of
de motor heeft uitgeschakeld. Let erop dat het snijwerktuig tot stilstand gekomen is voor u de machine neerlegt.
Voor u het snijwerktuig aanraakt ook als u een verstopping wenst te verhelpen of als het snijwerktuig
vastgeklemd zit dient u de motor uit te schakelen, te wachten tot het snijwerktuig stilstaat en de bougiestekker
af te trekken.
Raak de uitlaat en de geluiddemper niet aan zolang ze nog heet zijn; er bestaat verbrandingsgevaar!
Nooit met een defecte geluiddemper of zonder geluiddemper werken. Er bestaat gevaar voor
gehoorbeschadiging en brandwonden!
Eerste hulp
Voor een eventueel ongeval moet er altijd een EHBO-koffer voorhanden zijn op de werkplaats. Verbruikt materiaal
moet onmiddellijk worden bijgevuld.
Opmerking:
Als personen met circulatiestoornissen te vaak worden blootgesteld aan vibraties, kan er schade optreden aan
bloedvaten of aan het zenuwstelsel. Volgende symptomen kunnen ten gevolge van vibraties optreden aan vingers,
handen of polsen: inslapen van lichaamsdelen, prikkelen, pijn, steken, verandering van de huidkleur of van de huid.
Als deze symptomen worden vastgesteld, dient u een arts te raadplegen.
1.8 Tijdens onderhoud en herstellingen
De machine moet regelmatig worden onderhouden. Voer zelf uitsluitend onderhouds- en herstellingswerken uit die in
deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn. Alle andere werken moeten door een erkende werkplaats worden
uitgevoerd.
De machine mag niet in de buurt van open vuur worden onderhouden, hersteld of bewaard.
Voor reinigings-, onderhouds- en herstelwerken moet de motor altijd worden uitgeschakeld en moet de
bougiestekker worden afgetrokken. Dit geldt niet voor de instelling van de carburateur en het stationair toerental.
Bij alle herstellingen mogen enkel originele wisselstukken van de fabrikant worden gebruikt.
Er mogen geen wijzigingen worden aangebracht aan de machine, want dit heeft een negatieve invloed op de
veiligheid en kan gevaar inhouden voor ongevallen en verwondingen!
Technische gegevens
NEDERLANDS 7
2 Technische gegevens
Bosmaaiers
142
154
Motor
SOLO ééncilinder-tweetaktmotor
Cilinderinhoud cm
3
40,7
54,2
Boring / slag mm
39 / 34
45 / 34
Motorvermogen bij toerental kW / omw/min
1,9 / 8000
2,3 / 8000
Max. toegelaten toerental omw/min
onbelast met snijwerktuig
11200 ± 300
Gemiddeld stationair toerental omw/min
2700± 200
Inhoud brandstoftank l
0,7
Brandstofverbruik bij max. prestatie
(ISO 7293)
kg
/
h
1,02
1,25
Specifiek verbruik bij max. prestatie
(ISO 7293)
g
/
kWh
536
544
Opstarttoerental
omw
/
min
4200
Brandstof-mengverhouding:
met SOLO Profi 2T-motorolie
met andere tweetaktolie
1:50 (2%)
1:25 (4%)
Carburateur
Positie-onafhankelijke membraancarburateur
met primer en geïntegreerde brandstofpomp
Luchtfilter
Weefselfilter
Ontsteking
Elektronisch gestuurde magneetontsteking, niet aan
slijtage onderhevig
Tandwielreductie
Max. toegelaten toerental snijwerktuig omw/min
Spiraal vertande hoekoverbrenging 1,23:1
9100 ± 250
Maaiboomaansluiting Ø mm
30
Aandrijfas Ø 7 mm
Stervertanding 7 tanden
30
Aandrijfas Ø 8 mm hol
Stervertanding 9 tanden
Afmetingen mm
Hoogte
Breedte
Lengte
530
665
1760
Gewicht kg
zonder bescherming en snijwerktuig
8,3
8,3
Bij het berekenen van de hierna vermelde waarden inzake trillingsversnelling en lawaai
werden de verschillende werktoestanden overeenkomstig de geldende norm gewogen
Trillingsversnelling a
hv,eq
± 0,5 a
Greep rechts / greep links m/s²
volgens DIN ISO 22867
Snoeimes met 3 tanden 2,1 / 4,9
Draadkop 2,2 / 3,0
Geluidsdrukniveau L
Peq
± 1,5 dB(A)
volgens EN ISO 22868 dB(A)
Snoeimes met 3 tanden 92
Draadkop 97
Geluidsvermogensniveau L
Weq
± 1,5 dB(A)
volgens EN ISO 22868 dB(A)
Snoeimes met 3 tanden 106
Draadkop 108
Leveringsomvang; Bedienings- en functie-onderdelen; Voorbereiding van het werk
NEDERLANDS 8
3 Leveringsomvang
Bosmaaier, gedeeltelijk voorgemonteerd; volgende onderdelen zijn bijgeleverd en moeten nog worden
gemonteerd
Tweehandgreep Bike
Dubbele schouderriem
Bescherming, beschermstrip (draadafsnijmes voorgemonteerd) en alle vereiste montageonderdelen voor
de beveiliging
Snijwerktuig snoeimes met 3 tanden:
Alle voor de montage van het snijwerktuig vereiste montageonderdelen
Gereedschap: combinatiesleutel, bevestigingspen en schroevendraaier
Deze gebruiksaanwijzing, de CE-conformiteitsverklaring in een afzonderlijke bijlage maakt deel uit van
deze gebruiksaanwijzing
4 Bedienings- en functie-onderdelen
5 Voorbereiding van het werk
Voor het transport wordt de bosmaaier gedeeltelijk gedemonteerd geleverd. Voor de eerste ingebruikname
moet hij in elkaar worden gezet.
De bosmaaier mag uitsluitend in volledig gemonteerde toestand in gebruik worden genomen.
Let erop dat voor de volledige montage en ook voor de demontage en ombouw, de tank leeggemaakt is.
Fig. 1
1 Stopschakelaar
2
Gashendel
3
Gashendel-
blokkering
4
Halfgasvergren-
deling
5
Tweehandgreep
Bike
6
Decompressie-
ventiel
7
Choke-hendel
8
Starthulp “primer”
9
Brandstoftank
10
Startergreep
11
Luchtfilterdeksel
12
Draagriemhouder
13
Antivibratiesysteem
14
Greepsteun
15
Vleugelschroef
16
Bougieafdekking
17
Snijwerktuig
18
Bescherming
22
Bevestigings-
gedeelte
Voorbereiding van het werk
NEDERLANDS 9
5.1 Montage tweehandgreep Bike
De rechter zijde van de tweehandgreep Bike moet
zo dicht mogelijk tegen de greepsteun
aangebracht zijn.
Opmerking: De optimale instelling is verzekerd als
het midden van het snijwerktuig overeenkomt met
het midden van het lichaam. De armen moeten in
werkpositie in een kleine hoek staan.
Opgelet: Met de tweehandgreep Bike moet de
bosmaaier tijdens het werk altijd rechts van het
lichaam worden gehouden!
5.2 Montage van de beveiliging
Fig. 2
M5 x 16 mm
M5 x 40 mm
Fig. 3b
5 x 25 mm
Fig. 4a
5 x 25 mm
Fig. 4b
5 x 40 mm
Fig. 4c
M5 x 16 mm
M5 x 40 mm
5 x 25 mm
5 x 40 mm
Fig. 3a
Voorbereiding van het werk
NEDERLANDS 10
5.3 Montage van het snijwerktuig
Bij de montage en het vervangen van het
snijwerktuig altijd de motor uitschakelen, de
bougiestekker aftrekken en veiligheidshandschoenen
dragen!
A) Montage van het snoeimes met 3 tanden
en het als toebehoren leverbare grassnijblad met 4
tanden
Het snijwerktuig op het drukstuk (25) plaatsen.
De drukschijf (26) monteren.
De draaischotel (27) opsteken en de borgmoer
(28) op de as draaien.
Opgelet - linkse schroefdraad - in tegenuurwijzerszin
aanspannen.
Erop letten dat alle onderdelen gecentreerd zijn.
De as met de hulppen (29) blokkeren en de moer
vastdraaien.
Als de borgmoer (28) te vlot draait doordat ze
te vaak werd los- en vastgedraaid, moet ze
absoluut worden vervangen.
B) Montage van het als accessoire leverbare
beiteltandblad
Het beiteltandblad wordt ingebouwd overeenkomstig
de montage van het snoeimes met drie tanden.
Als het “beiteltandblad” wordt gebruikt, moet de
aanslag metaal - (60 12 841) worden
gemonteerd in plaats van de beveiliging en de
bevestigingsplaat.
Schroef de beveiliging met het
bevestigingsgedeelte af.
Schroef de bevestigingsplaat met de vier
schroeven los van de hoekoverbrenging.
Schroef de aanslag metaal - (60 12 841) met deze
vier schroeven op de hoekoverbrenging.
Transportbescherming bij metaalsnijbladen
Als de metaalsnijbladen gemonteerd zijn dient u bij
het opbergen, bij het transport of tijdens werkpauzes
met uitgeschakelde motor altijd de
transportbescherming over het snijwerktuig te
plaatsen.
Plaats de transportbescherming met de
overeenkomstige uitstulping tegen een punt van
het metaalsnijblad.
Door beide bevestigingsstrips (a) op de
transportbescherming samen te drukken, kunt u
de binnendiameter van de transportbescherming
vergroten.
Plaats de transportbescherming volledig op het
snijwerktuig. Plaats de binnenschouder (b) tussen
het metaalsnijblad en de draaischotel.
Open de twee bevestigingsstrips opnieuw en
breng daarbij ook de binnenschouder op de
bevestigingsstrip (c) tussen het metaalsnijwerktuig
en de draaischotel.
Als u de machine opnieuw wenst te gebruiken, dient
u de transportbescherming voor het starten weer af te
nemen door de twee bevestigingsstrips (a) samen te
drukken.
Fig. 5
Fig. 6
Fig. 7
Voorbereiding van het werk
NEDERLANDS 11
C) Montage van de als toebehoren leverbare
nylon draadkop
Bij het ombouwen van het snoeimes met 3 tanden
naar een nylon draadkop, moeten volgende
onderdelen worden gedemonteerd (zie afbeelding 5):
Borgmoer (28) (linkse schroefdraad!), draaischotel
(27), drukschijf (26) en het metalen snijwerktuig.
De draadwikkelbeveiliging (30) (bij de draadkop
geleverd) na het drukstuk (25) opzetten. De
gladde zijde van de draadwikkelbeveiliging wijst
naar de overbrenging, zodat de rand van de
draadwikkelbeveiliging overlapt met de rand van
de hoekoverbrenging.
Blokkeer de as met de hulppen (29).
Schroef de draadkop met de hand op - linkse
schroefdraad!
Steek de beschermstrip (31) met voorgemonteerd
draadafsnijmes langs onder op de beveiliging.
Buig de beschermstrip daarbij lichtjes.
Belangrijk: Als de draadkop wordt gebruikt, de
bosmaaier nooit starten als de beschermstrip niet
opgestoken is en het draadafsnijmes niet
gemonteerd is.
Als de draadlengte wordt bijgeregeld (zie par. 8.5
“Maaidraad bijregelen"), snijdt het draadmes de
draaduiteinden tijdens de werking automatisch op de
juiste lengte.
Als metaalsnijbladen worden gebruikt, altijd zonder
opgestoken beschermstrip werken.
D) Montage snijkop "Jet-Fit "
Schuif de snijdraad in
het basiselement van
de snijkop
overeenkomstig de
pijlen op het
basiselement, zodat
ca. 20 mm van de
snijdraad uit de
tegenoverliggende
opening uitsteekt.
Let op een juiste
uitlijning van de
snijtanden in de
rotatierichting.
Bij de snijkop zijn
verschillende
onderlegringen
geleverd.
Bij de montage op dit
type bosmaaier moeten
de juiste onderlegringen
overeenkomstig de
afmetingen in de
afbeelding worden
gebruikt.
(Buitendiameter,
binnendiameter).
Blokkeer de as met de hulppen (29) en draai de moer
(28) vast. Controleer of de snijkop goed vast en
gecentreerd zit.
Plaats het deksel van
de snijkop, draai in de
richting van de pijl en
draai tot het vergrendelt
vast met de
combinatiesleutel (zie
afbeelding).
Als de snijkop "Jet-Fit" wordt gebruikt, altijd met
standaardbeveiliging en opgestoken beschermstrip
werken.
De snijdraden mogen tijdens de rotatie niet in
aanraking komen de beveiliging. Eventueel de
snijdraden iets verder in het basiselement van de
snijkop schuiven. Het in de beschermstrip
gemonteerde draadafsnijmes is niet geschikt voor
deze snijdraad de lengte van de snijdraad moet
handmatig correct worden ingesteld!
Om een snijdraad te
vervangen, deze aan
het uitstekende
uiteinde weer in de
richting van de pijl uit
het basiselement
trekken (eventueel
met een
combinatietang).
Fig. 8
Fig. 9a
Fig. 9e
Fig. 9b
Fig. 9c
Fig. 9d
Brandstof tanken; Motor starten / motor uitzetten
NEDERLANDS 12
6 Brandstof tanken
6.1 Brandstofinformatie
De motor van deze machine is een krachtige
tweetaktmotor, die werkt op een benzine-
oliemengsel (benzine en olie = brandstofmengsel)
of op in de vakhandel verkrijgbare, speciale
voorgemengde brandstofmengsels voor 2-
taktmotoren.
Wij adviseren het speciale brandstofmengsel van
het merk „Aspen 2-takt“. De instructies van de
fabrikant van het speciale brandstofmengsel
moeten worden opgevolgd.
Informatie om zelf het brandstofmengsel te
mengen
Om zelf te mengen kan loodvrije normale benzine
of loodvrije superbenzine worden gebruikt
(minimaal octaangehalte 92 RON).
Als een zeer hoogwaardige 2-takt merkmotorolie
wordt gebruikt, zoals de door ons aangeboden
"SOLO Profi 2T-motorolie", adviseren we een
mengverhouding olie:benzine van 1:50 (2%).
Als tweetaktolie van andere merken wordt
gebruikt, adviseren wij een mengverhouding van
1:25 (4%).
Gebruik uitsluitend 2-takt merkmotorolie!
Bewaar het mengsel niet langer dan 3-4 weken.
Brandstofmengtabel
Benzine in
liter
Olie in liter
SOLO Profi 2T-
motorolie
2% (50 : 1)
Andere
tweetaktolie
4% (25 : 1)
1
0,020
0,040
5
0,100
0,200
10
0,200
0,400
Ongeschikte brandstoffen of afwijkingen in de
mengverhouding kunnen ernstige schade
veroorzaken aan de motor!
Direct contact tussen huid en benzine
vermijden; adem benzinedampen ook niet in
- gevaar voor de gezondheid!
6.2 Brandstof vullen
Hou bij het tanken rekening met de
veiligheidsinstructies.
Tank enkel terwijl de motor uitgeschakeld is. De
vulomgeving moet goed worden schoongemaakt.
Plaats de machine zo, dat de tanksluiting omhoog
staat. Schroef de tanksluiting af en giet het
brandstofmengsel slechts tot aan de onderkant van
de opening in de tank. Om verontreiniging in de tank
te vermijden, dient u indien mogelijk een zeeftrechter
te gebruiken. Schroef de tanksluiting weer met de
hand vast.
7 Motor starten / motor uitzetten
7.1 Halfgas-startinstelling
Neem de handgreep vast, de
veiligheidsblokkeerknop (3) wordt door de
handpalm bediend en daardoor wordt de
gashendel (2) vrijgegeven.
Duw de gashendel volledig door.
Schuif, terwijl u de gashendel vasthoudt, de
stopschakelaar (1) naar “Start
( ) en laat de
gashendel dan los. De gashendel wordt daarbij in
de halfgasstand vergrendeld.
De halfgasvergrendeling wordt principieel opgeheven
door de gashendel kort te bedienen.
7.2 Startklep en primer
De startklep moet als volgt worden ingesteld:
Bij koude motor de choke-hendel (7) in de stand
gesloten omhoog zetten.
Bij warme motor de choke-hendel (7) in de stand
open omlaag zetten.
Als de machine voor het eerst wordt gestart of als de
brandstoftank volledig leeg werd gemaakt en
opnieuw werd gevuld, drukt u verschillende keren op
de primer (8) (minstens. 5x) tot er brandstof
zichtbaar is in de kunststofballon.
Telkens voor u aan de startergreep trekt, op het
decompressieventiel (6) drukken om gemakkelijker
te kunnen starten. (Na het starten spring het
decompressieventiel automatisch terug naar de
normale stand.)
Fig. 10
Fig. 11
Motor starten / motor uitzetten
NEDERLANDS 13
7.3 Aanslingeren
Hou bij het starten rekening met de
veiligheidsinstructies.
De bosmaaier effen en vrij van hindernissen op de
grond leggen en erop letten dat het snijwerktuig niet
tegen voorwerpen en tegen de grond komt.
Bij het starten niet op de maaiboom staan of knielen,
anders kan de as of de maaiboom beschadigd raken.
Neem een veilige houding aan, hou de machine met
de linker hand stevig vast aan de behuizingsflens.
Bij koude motor:
Terwijl de choke-hendel omhoog in de stand staat
en het decompressieventiel ingedrukt is, de
startgreep om te starten verschillende keren in een
rechte lijn uittrekken tot de motor hoorbaar en
kortstondig aanslaat (ontsteekt).
Daarna onmiddellijk de choke-hendel weer omlaag in
de stand zetten. Terwijl het decompressieventiel
ingedrukt is, verder starten tot de motor doordraait.
Bij warme motor:
Met de choke-hendel omlaag in de stand en bij
ingedrukt decompressieventiel de startgreep om te
starten verschillende keren in een rechte lijn
uittrekken tot de motor doorloopt.
Opmerking: In goede omstandigheden start de
bedrijfswarme machine reeds in standgas. (Een
eventuele halfgasvergrendeling wordt ook bij
stilstaande motor opgeheven door de gashendel te
bedienen.) Start met de stopschakelaar in de
middelste stand
Als de motor met standgas niet aanslaat, de
halfgasvergrendeling arreteren zoals hierboven
beschreven.
Als de motor met halfgas draait: drukt u de
gashendel kort door om de halfgas-vergrendeling op
te heffen. Laat de gashendel weer los, zodat de
motor stationair blijft draaien. U kunt nu beginnen
met het werk.
7.4 Motor uitzetten
Laat de gashendel los en zet de stopschakelaar in
de stand “STOP”.
Opgelet: Door de centrifugaalkoppeling blijft het
snijwerktuig nog even draaien nadat u de gashendel
heeft losgelaten of de motor heeft uitgeschakeld. Let
erop dat het snijwerktuig tot stilstand gekomen is voor
u de machine neerlegt.
Kort overzicht van de startprocedure:
Machine veilig op platte ondergrond leggen,
evt. verschillende keren op primer drukken,
met stopschakelaar en gashendel halfgasstand
arreteren.
Koude start:
o choke-hendel in stand , met ingedrukt
decompressieventiel aanslaan tot eerste
ontsteking,
o daarna choke-hendel in stand ,
o verder starten tot motor doorloopt.
Warme start:
o choke-hendel in stand met ingedrukt
decompressieventiel starten tot motor
doorloopt.
Als motor draait, gashendel kort doortrekken om
halfgasvergrendeling op te heffen.
7.5 Als de motor niet aanslaat
Als de motor na verschillende startpogingen niet
aanslaat, gaat u na of alle hierboven beschreven
instellingen correct zijn, meer bepaald of de
stopschakelaar niet in de stand “STOP” staat. Start
nogmaals. Als de motor nog steeds niet start, is de
verbrandingskamer reeds te ver gevuld met vet.
In dit geval adviseren wij het volgende:
Verwijder de bougieafdekking.
Trek de bougiestekker daaronder uit.
Schroef de bougie uit en droog hem goed af.
Geef volgas en trek de startgreep verschillende
keren door om de verbrandingskamer te
verluchten.
Schroef de bougie weer in, en monteer de
bougiestekker en de bougieafdekking.
Start met de choke-hendel omlaag in de stand
en de stopschakelaar in de stand “Start”.
7.6 Aanvullende instructies voor een correct
gebruik van de starter
Volgende instructies zijn bedoeld om de levensduur
van het starttouw en van het startmechanisme te
verlengen:
Trek het touw altijd in een rechte lijn uit.
Laat het touw niet over de rand van het oog
schuren.
Trek het touw niet volledig uit - het touw zou
kunnen breken.
Breng de startgreep altijd terug naar zijn
uitgangspositie - niet laten terugspringen.
Een beschadigd starttouw kan door de vakman
worden vervangen.
Fig. 12
Gebruik van de bosmaaier
NEDERLANDS 14
8 Gebruik van de bosmaaier
8.1 Toepassingsgebieden
De met een snoeimes met 3 tanden uitgeruste
bosmaaier mag uitsluitend worden gebruikt voor het
maaien van gras, licht struikgewas, riet, onkruid en
wildgroei ter hoogte van de grond.
De bosmaaier is niet geschikt voor andere
doeleinden.
Als de als toebehoren verkrijgbare, uitdrukkelijk voor
deze bosmaaier toegelaten snijwerktuigen worden
gebruikt, zijn bovendien de toepassingsgebieden
toegelaten die uitdrukkelijk vermeld zijn in de
handleidingen van het toebehoren, waarbij rekening
moet worden gehouden met de aldaar vermelde
veiligheidsvoorschriften.
Algemeen geldt dat uitsluitend snijwerktuigen die
uitdrukkelijk voor deze bosmaaier zijn toegelaten,
mogen worden gebruikt. De aanraakbeveiliging die
voor de machine en het snijwerktuig voorgeschreven
is, moet altijd gemonteerd zijn. Als u twijfels heeft,
kunt u terecht bij uw SOLO-vakhandelaar.
8.2 Dubbele schouderriem instellen
Nadat de haak in de draagriembevestiging (afb. 1
pos. 12) op de maaiboom werd gehaakt, moet de
bosmaaier worden uitgebalanceerd. Daartoe wordt
de haak in een van de mogelijke bevestigingsgaten
gehaakt.
Als het beiteltandblad (toebehoren) gemonteerd is,
moet dit bij vrij hangende bosmaaier ca. 30 cm
boven de grond pendelen.
Bij alle andere snijwerktuigen moeten ze net op de
grond rusten, zonder dat de hangende bosmaaier
met de handen wordt aangeraakt.
Opmerkingen bij de dubbele schouderriem op de
laatste twee binnenpagina’s
(achter het Nederlandse gedeelte) van deze
gebruiksaanwijzing
8.3 Correcte werkwijze met de bosmaaier
Hou tijdens het werk met de bosmaaier rekening met
de veiligheidsvoorschriften.
Wegens de draairichting van het snijwerktuig is
snijden aan de linker kant (sectie A) van het
snijwerktuig (gezien vanuit het standpunt van de
gebruiker bij juiste werkhouding) zeer arm aan
terugslagen. Benader het maaigoed dus altijd van
rechts, zodat de linker zijde van het snijwerktuig eerst
in contact komt met het maaigoed. Vooral als u stevig
maaigoed (zoals middelgroot onkruid en wildgroei)
snijdt, dient u erop te letten dat u de voorzijde van het
snijwerktuig niet “in het maaigoed steekt”.
Ga naar het maaigoed terwijl de machine stationair
draait, en geef daarna volgas. Laat de motor zonder
belasting niet te lang op hoog toerental draaien.
Steek het werktuig van rechts voor 2/3 in het
maaigoed en werk met de machine zoals met een
zeis, door stapsgewijs vooruit te gaan en het
maaigoed van rechts naar links te bewerken.
Voor optimale resultaten moet de bosmaaier met
volgas worden gebruikt. Werk niet in het sleepbereik
van de koppeling. De garantie geldt niet voor
indirecte schade door overbelasting of oververhitting.
Als u onregelmatigheden vaststelt of als het
maaigoed vastgeraakt is ter hoogte van het
snijwerktuig of de aanraakbeveiliging, dient u de
motor onmiddellijk uit te schakelen. Rem het
snijwerktuig af door op de grond te duwen tot het
snijwerktuig tot stilstand is gekomen. De
bougiestekker aftrekken en gras, kreupelhout e.d. uit
de werktuighouder verwijderen. De veilige toestand
van de volledige machine controleren.
Fig. 14
Fig. 13
Gebruik van de bosmaaier
NEDERLANDS 15
8.4 Slijpinstructies snoeimes
Bij een geringe afstomping worden de snijkanten van
de slagpunten in een hoek van 30° met een platte vijl
langs beide zijden bijgeslepen.
Bij sterke slijtage of als snijkanten afgebroken zijn,
worden alle snijkanten gelijkmatig afgeslepen.
Daarbij moet de onbalans worden gecontroleerd en
indien nodig worden verholpen door bij te slijpen. De
slijphoek bedraagt eveneens 30°.
8.5 Gebruik van de als toebehoren leverbare
draadkop
Werk altijd uitsluitend met de toegelaten
snijdraadlengte. Als het draadafsnijmes goed in de
aanraakbeveiliging is gemonteerd, worden de
snijdraden altijd afgekort op de toegelaten lengte. Als
de snijdraad te lang is, bestaat er extreem gevaar
voor verwondingen en kan de motor overbelast en
beschadigd raken.
Als u het snijwerktuig ombouwt van metaalsnijblad
naar draadkop, dient u dus de standaard
aanraakbeveiliging altijd uit te breiden met het
gemonteerde draadafsnijmes.
Maaidraad bijregelen
Als u de halfautomatische draadkop gebruikt:
(schematische voorstelling)
Bij onbelaste werking kort volgas geven en daarbij
met de draadkop verschillende keren op begroeide
ondergrond tikken. De snijdraad komt een stukje
vrij. De draadverlenging bedraagt ca. 30 mm per
ontgrendeling. Overtollige draadlengtes worden
door het draadafsnijmes gecorrigeerd.
Als de maaidraad opgebruikt is, kunt u hem
vervangen door de als toebehoren leverbare
maaidraad Ø 2,4 mm, bestelnr.: 6900942 of
maaidraad Ø 3,0 mm bestelnr.: 6900974.
8.6 Gebruik van het als toebehoren leverbare
beiteltandblad
Het beiteltandblad mag uitsluitend samen met de
metaal-aanslag - bestelnr. 6012841 - worden
gebruikt. Het is geschikt om struiken en bomen tot
een stamdiameter van 5 cm te snijden.
Voor optimale snijresultaten wordt de motor voor het
aanzetten tot volgas versneld en wordt de snede
gelijkmatig, zonder het zaagblad te kantelen,
uitgevoerd.
Werk aan de linker aanslagkant (sector A).
In sector C bestaat er zeer groot gevaar voor
terugslagen en ongevallen. Vast materiaal mag met
deze sector niet worden gesneden.
Voor het vellen van bomen bestaan er
technieken waarbij ook de sectoren B en D
worden gebruikt. Deze mogen enkel door
overeenkomstig opgeleide gebruikers worden
gebruikt, want ook hier bestaat er groot gevaar voor
terugslagen.
Slijpinstructies beiteltandblad
Het cirkelzaagblad kan met een ronde vijl Ø 6,3 mm
en passende vijlhouder worden bijgeslepen. De
slijphoek bedraagt 20°, de spanhoek- 10°. Bij
grotere slijtage het cirkelzaagblad door uw werkplaats
laten bijslijpen met een slijptoestel.
Fig. 15
Fig. 16
Fig. 17
Fig. 18
Gebruiks- en onderhoudsinstructies
NEDERLANDS 16
9 Gebruiks- en onderhoudsinstructies
9.1 Algemene gebruiks- en
onderhoudsinstructies
Voor het onderhoud en de herstelling van moderne
apparaten en hun veiligheidsrelevante componenten
is een gekwalificeerde vakopleiding vereist, alsook
een werkplaats die over speciaal gereedschap en
testapparaten beschikt. De fabrikant adviseert dan
ook alle werkzaamheden die niet in deze
gebruiksaanwijzing beschreven zijn, te laten
uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats. De
vakman beschikt over de vereiste opleiding, ervaring
en uitrusting om u de meest betaalbare oplossing
aan te bieden. Hij helpt u verder met raad en daad.
Na een inlooptijd van ca. 5 bedrijfsuren moet worden
nagegaan of alle bereikbare schroeven en moeren
(behalve de instelschroeven van de carburateur)
goed vastzitten. Indien nodig aanspannen.
Het snijwerktuig moet met korte intervallen en bij
duidelijke onregelmatigheden of verstoppingen ter
hoogte van het snijwerktuig of de bescherming
worden gecontroleerd. Daartoe moet de motor
uitgeschakeld zijn en moet het snijwerktuig stilstaan.
De bougiestekker aftrekken en gras, kreupelhout e.d.
uit de werktuighouder verwijderen. Stompe of
beschadigde werktuigen ook bij kleine barsten -
klanktest uitvoeren - onmiddellijk vervangen.
Bewaar de machine bij voorkeur op een droge en
veilige plaats met volle brandstoftank. Er mogen
geen open vuren of dergelijke in de omgeving
voorkomen. Bij langdurige onderbrekingen (meer
dan vier weken) dient u ook rekening te houden met
de instructies in paragraaf “9.8 Stilleggen en
opbergen”.
9.2 Smering van het drijfwerk
Voor de smering van de kegelwieloverbrenging moet
het speciaal transmissievloeivet van SOLO (bestelnr.
008318025) worden gebruikt. Controleer de vulling
met smeervet wekelijks en vul eventueel bij (ca. om
de 20 - 50 bedrijfsuren).
Draai de zijdelingse sluitschroef uit. Als er aan de
binnenzijde van de drijfwerkopening geen vet
zichtbaar is, moet het vet worden aangevuld
(bijvulhoeveelheid: ca. 5-10 g).
Zet de sluitschroef terug en draai ze vast.
Opgelet: Niet te veel vet aanbrengen, want dit zou
tot oververhitting in het drijfwerk kunnen leiden. De
behuizing van het drijfwerk mag nooit volledig met vet
gevuld zijn.
Tip: Vul in voorkomend geval slechts maximaal 5g bij
en controleer liever vaker (bijv. telkens voor het werk
begint) of er nog vet zichtbaar is.
Als u niet zeker bent, kunt u gerust contact opnemen
met uw werkplaats.
9.3 Instelling carburateur
De carburateur wordt in de fabriek optimaal ingesteld.
Afhankelijk van de gebruikslocatie (gebergte,
laagland) moet de instelling van de carburateur
eventueel worden aangepast.
De carburateur heeft 3 stelschroeven:
Stationair-aanslagschroef “T”
Regelschroef “L” voor het mengsel bij stationair
toerental
Regelschroef “H” voor het mengsel bij vollast
De regelschroeven voor het mengsel bij
stationair toerental “L” en het mengsel bij
vollast “H” mogen enkel worden ingesteld in de
erkende werkplaats.
Geringe correcties van de instelling van het standgas
op het in de technische gegevens vermelde
gemiddelde stationaire toerental, kunnen als volgt
worden uitgevoerd met de stationair-aanslagschroef
“T” en met behulp van een toerentalmeter:
Als het stationair toerental te groot is, draait u de
stationair-aanslagschroef “T” iets open door
linksom te draaien.
Als het stationair toerental te laag is (de motor
blijft dus staan), draait u de stationair
aanslagschroef “T” iets dicht door rechtsom te
draaien tot de motor gelijkmatig loopt.
Het snijwerktuig mag nooit worden
aangedreven bij stationair toerental!
Fig. 20
Fig. 19
Gebruiks- en onderhoudsinstructies
NEDERLANDS 17
Als een optimale instelling van de carburateur niet
kan worden verkregen door de stationair-
aanslagschroef “T” te corrigeren, dient u de
carburateur optimaal te laten instellen in een erkende
werkplaats.
Volgende instructies zijn bedoeld voor de
erkende werkplaats
Bij D-Cut-carburateurs:
Gebruik de D-CUT-carburateursleutel om de
regelschroef “L” voor het mengsel bij stationair
toerental en de regelschroef “H” voor het mengsel bij
vollast te corrigeren.
Bij carburateurs met limitercaps:
De regelschroeven voor het mengsel bij stationair
toerental en het mengsel bij vollast kunnen in
beperkte mate worden versteld.
Voor een correcte instelling van het stationair
toerental moet de luchtfilter schoon zijn!
Laat de motor warmdraaien voor u de instelling
uitvoert.
De carburateur wordt ingesteld om een
maximaal motorvermogen te verzekeren. Voor
de instelling moet in elk geval een toerentalmeter
worden gebruikt!
Stel geen hoger toerental in dan aangegeven, want
dit kan tot motorschade leiden!
9.4 Luchtfilteronderhoud
Vervuilde luchtfilters verlagen het vermogen. Ze
verhogen ook het brandstofverbruik en dus de
schadelijke stoffen in de uitlaatgassen. Bovendien
kan de motor dan moeilijker worden gestart.
Voer volgende onderhoudswerken regelmatig uit.
Voor u de luchtfilter opent, de startklep sluiten ,
zodat er geen vuil in de carburateur terecht kan
komen.
De vleugelschroef (32) op het luchtfilterdeksel
(11) naar links draaien.
Het luchtfilterdeksel aan de bovenzijde naar voor
klappen en afnemen.
De weefselluchtfilter (33) uitnemen.
De omgeving van de filter reinigen.
Als u de machine de hele dag gebruikt, moet de
weefselluchtfilter dagelijks worden gereinigd. Als er
veel stofvorming optreedt, ook tussendoor.
Gewoon uitkloppen is meestal de beste manier om te
reinigen.
De luchtfilter niet met perslucht uitblazen en nooit
vochtig of nat reinigen, en niet in een oliebad of
reinigingsoplossing leggen!
Als het motortoerental bij een correcte instelling van
de carburateur duidelijk daalt, zit de luchtfilter
verstopt en moet hij worden vervangen (bestelnr.
2048154).
Een te laag motortoerental ten gevolge van een
verstopte luchtfilter mag in geen geval worden
gecompenseerd door een verkeerde instelling van de
carburateur. Dit zou tot overbelasting en ernstige
motorschade leiden.
De garantie geldt niet voor motorschade ten gevolge
van onvakkundige verzorging.
De nieuwe of gereinigde weefselluchtfilter weer in
de behuizing plaatsen.
Het luchtfilterdeksel met de onderste
geleidingstappen op de behuizing plaatsen en
weer op de behuizing klappen.
Het filterdeksel vastzetten door de vleugelschroef
(32) naar rechts te draaien.
9.5 Instructies voor de geluiddemper
Ga voor u begint te werken na of de geluiddemper in
perfecte staat verkeert. Raak de geluiddemper niet
aan zolang hij nog heet is.
Als de motor niet bevredigend draait hoewel de
luchtfilter gereinigd is en de carburateur correct is
ingesteld, kan de oorzaak ook in een vuile of
beschadigde geluiddemper liggen. Neem in dit geval
contact op met de werkplaats.
Fig. 21
Gebruiks- en onderhoudsinstructies
NEDERLANDS 18
9.6 Bougie-informatie
De bougie moet om de 50 bedrijfsuren worden
gecontroleerd.
Duw op de achterste beugel van de
bougieafdekking (16) en klap deze langs boven
weg.
Trek de bougiestekker daaronder uit.
Schroef de bougie uit en droog hem goed af.
Als de elektroden sterk afgebrand zijn, de bougie
onmiddellijk vervangen - anders om de 100
bedrijfsuren.
Als de bougie uitgeschroefd is of de bougiekabel uit
de stekker verwijderd is, mag de motor niet in
beweging worden gezet. Er bestaat brandgevaar
door vonkvorming!
De ontstoorde bougie (verbrandingswaarde 200) is
bijv. onder volgende benamingen verkrijgbaar:
BOSCH WSR6F
CHAMPION RCJ-6Y of vergelijkbaar.
De voorgeschreven elektrodenafstand bedraagt 0,5
mm.
Gebruik enkel bougies met vast gemonteerde, dikke
aansluitmoer aan het bovenste uiteinde. Anders
bestaat er brandgevaar door vonkvorming. Voor u
begint te werken, dient u na te gaan of de
ontstekingskabel perfect aangesloten is en de
isolatie intact is.
Schroef de bougie weer in.
Duw de bougiestekker altijd goed vast op de
bougie.
Plaats de bougieafdekking met de
geleidingstappen op de behuizing, klap de
afdekking weer omlaag en zet ze stevig vast.
9.7 Brandstoffilter vervangen
Het is aan te bevelen de brandstoffilter (34) jaarlijks
in een werkplaats te laten vervangen.
De vakman kan met een draadlus voorzichtig aan de
brandstoffilter trekken om de brandstoftank te
openen. Er moet op worden gelet dat de verdikking
van de brandstofslang aan de tankwand niet in de
tank wordt getrokken.
9.8 Stilleggen en opbergen
Bewaar de machine bij voorkeur op een droge en
veilige plaats met volle brandstoftank. Er mogen geen
open vuren of dergelijke in de omgeving voorkomen.
Onbevoegd gebruik met name door kinderen
moet worden vermeden.
Als de machine langer dan vier weken niet zal
worden gebruikt, moeten volgende stappen ook
worden uitgevoerd:
De brandstoftank op een goed geventileerde plaats
leegmaken en reinigen.
De motor bij lege brandstoftank starten en de
carburateur lagen leeglopen tot de motor stopt.
Anders kunnen olieresten uit het brandstofmengsel
de carburateurmonden verstoppen en kan het
starten later moeilijk zijn.
De machine goed reinigen (met name de
luchtaanzuigopeningen, de cilinderkoelribben, de
luchtfilter en de omgeving van de tankopening).
Bewaar de machine op een droge en veilige plaats.
Onbevoegd gebruik met name door kinderen
moet worden vermeden.
Fig. 23
Fig. 22
Gebruiks- en onderhoudsinstructies
NEDERLANDS 19
9.9 Onderhoudsschema
Volgende instructies hebben betrekking op normale werkomstandigheden.
In speciale gevallen, bijv. zeer langdurig, dagelijks werk, moeten de vermelde
onderhoudsintervallen dienovereenkomstig worden verkort.
Voer de onderhoudswerken regelmatig uit. Doe indien nodig een beroep op
een werkplaats als u niet alle werken zelf kunt uitvoeren. De eigenaar van de
machine is verantwoordelijk voor:
Schade door onvakkundig of niet tijdig uitgevoerde onderhouds- of
herstellingswerken
Gevolgschade - ook corrosie - bij onvakkundige bewaring
één keer na 5 bedrijfsuren
telkens voor het werk begint
wekelijks
om de 50 bedrijfsuren
om de 100 bedrijfsuren
Indien nodig
voor het maaiseizoen of jaarlijks
Carburateur
stationair toerental controleren
X
stationair toerental instellen
X
Luchtfilter
reinigen
X
vervangen
X
Bougie
Controleer de elektrodenafstand en
vervang de bougie indien nodig
X
X
vervangen
X
X
Smering van het drijfwerk
controleren
X
X
vervangen
X
X
X
Metaalsnijwerktuig
controleren
X
slijpen
X
vervangen
X
Alle bereikbare schroeven
(behalve instelschroeven)
aanspannen
X
X
X
Bedieningselementen
(stopschakelaar, gashendel,
halfgasvergrendeling, starter)
functiecontrole
X
Geluiddemper
visuele toestandscontrole
X
Volledige machine
visuele toestandscontrole
X
reinigen
X
X
X
Bovendien dient u in het kader van de jaarlijks uit te voeren onderhoudswerken bij de erkende
vakhandelaar de volgende werken te laten uitvoeren:
Volledige controle van de gehele machine,
Professionele motorreiniging (brandstoftank, cilinderribben, …)
Controle en eventuele vervanging van de slijtageonderdelen, meer bepaald jaarlijkse vervanging van
de brandstoffilter,
Optimale instelling van de carburateur
Accessoires
NEDERLANDS 20
10 Accessoires
SOLO biedt via de vakhandel een omvangrijk programma accessoires aan voor bosmaaiers. Deze accessoires
mogen uitsluitend worden gebruikt in combinatie met het overeenkomstige type, waarbij de overeenkomstige
beveiliging moet worden gebruikt. Gebruik volgend tabeloverzicht van de voor de modellen 142 en 154
toegelaten accessoires en vraag informatie aan uw verkoper.
Accessoires
Bescherming
Bestelnr.
2-draadkop handmatig M 12 x 1,50 LI
(gras ook rond hindernissen, licht onkruid)
Standaardbescherming +
beschermstrip
6900630
2-draadkop halfautomatisch M 12 x 1,50 LI
(gras ook rond hindernissen, licht onkruid)
Standaardbescherming +
beschermstrip
69006536
2-draadkop halfautomatisch M 12 x 1,50 LI, Profi
(gras ook rond hindernissen, licht onkruid)
Standaardbescherming +
beschermstrip
69006546
Vervangdraad voor draadkop 15 m, Ø2,4 mm
6900942
Vervangdraad voor draadkop 15 m, Ø3,0 mm
6900974
Snijdraad op rol voor draadkop 90 m, Ø2,4 mm
0063201
Grassnijblad met 4 tanden, Ø230 mm
(gras, dikker onkruid)
Standaardbescherming 6900948
Snoeimes met 3 tanden Ø250 mm
(struiken, riet, taai gras)
Standaardbescherming 6900947
Snoeimes met 3 tanden Ø300 mm
(struiken, riet, taai gras)
Standaardbescherming 6900943
Snijkop met 2 dradenJet-Fit
(struiken, riet, taai gras, takken tot 20mm)
Standaardbescherming +
beschermstrip
6900160
Snijkop met 4 dradenJet-Fit
(struiken, riet, taai gras, takken tot 20mm)
Standaardbescherming +
beschermstrip
6900162
Vervangdraad voor snijkop "Jet-Fit"
2,5 mm x 260 mm 50 stuks
6900166
Vervangdraad voor snijkop "Jet-Fit"
3,5 mm x 260 mm 25 stuks
6900168
Vervangdraad voor snijkop "Jet-Fit"
2,5 mm x 53 m
6900175
Vervangdraad voor snijkop "Jet-Fit"
3,5 mm x 27 m
6900176
Beiteltand-cirkelzaagblad Ø 200 mm, incl. metaal-aanslag
(struiken en bomen tot 5 cm stamdiameter)
Metaal-aanslag 6900695
Krachtig transmissievet
008318025
SOLO Profi 2T-motorolie 100 ml
0083103
SOLO Profi 2T-motorolie 1 l
0083104
SOLO Profi 2T-motorolie in doseerfles 1 l
0083105
SOLO gezichts-/gehoorbescherming
993901002
SOLO bos- en landbouwjas EN 340
99303000 + maat (2[s] - 6[xxl])
SOLO outdoor-broek
9902095 + maatindex
SOLO outdoor-tuinbroek
9902094 + maatindex
SOLO lederen bottines
9930510 + maat (36 - 48)
SOLO Fit veiligheidshandschoenen
9939012 + maatindex
Garantie; Slijtage-onderdelen
NEDERLANDS 21
11 Garantie
De fabrikant waarborgt een perfecte kwaliteit en
draagt de kosten voor de verbetering achteraf door
beschadigde onderdelen te vervangen in geval van
materiaal- of fabricagefouten die binnen de
garantieperiode na de verkoopdatum optreden. Merk
op dat in bepaalde landen specifieke
garantievoorwaarden van toepassing zijn. In geval
van twijfel kunt u voor meer informatie terecht bij uw
verkoper. Als verkoper van het product is hij
verantwoordelijk voor de garantie.
Wij vragen uw begrip dat volgende schadeoorzaken
niet onder de garantie vallen:
Niet-naleving van de gebruiksaanwijzing.
Achterwege laten van vereiste onderhouds- en
reinigingswerken.
Schade door verkeerde instelling van de
carburateur.
Slijtage door normaal gebruik.
Duidelijke overbelasting door langdurig
overschrijden van de bovenste vermogenslimiet.
Gebruik van niet toegelaten werktuigen.
Uitoefening van geweld, onvakkundige
behandeling, misbruik of ongevallen.
Oververhittingsschade door vervuiling op het
ventilatorhuis.
Ingrepen door onvakkundige personen of
onvakkundige herstelpogingen.
Gebruik van ongeschikte wisselstukken of niet-
originele onderdelen, voor zover deze de
schade hebben veroorzaakt.
Gebruik van ongeschikte of vervallen
werkmiddelen.
Schade die te wijten is aan
gebruiksvoorwaarden uit de verhuur.
Reinigings-, onderhouds- en instelwerken worden
niet als garantieprestatie beschouwd.
Alle garantiewerken moeten worden uitgevoerd door
de door de fabrikant erkende vakhandelaar.
12 Slijtage-onderdelen
Diverse componenten zijn onderworpen aan normale
of door het gebruik veroorzaakte slijtage. Ze moeten
tijdig worden vervangen. Volgende
slijtageonderdelen vallen niet onder de
fabrieksgarantie:
Luchtfilter
Brandstoffilter
Alle rubberen onderdelen die in contact komen
met brandstof en sproeimiddel
Koppeling
Bougie
Startsysteem
Snijwerktuigen

Documenttranscriptie

142 / 154 Gebrauchsanweisung Originalbetriebsanleitung Instruction manual Translation of the original instructions Instructions d'emploi Traduction de la notice originale Manual de instrucciones Traducción del manual original Istruzioni per l'uso Traduzione delle istruzioni originali Motorsense Brushcutter Débroussailleuse Desbrozadora Decespugliatore Bosmaaier de en fr Gebruiksaanwijzing Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing es Achtung! Lesen Sie vor der ersten Inbetriebnahme diese Gebrauchsanweisung gründlich durch und beachten Sie unbedingt die Sicherheitsvorschriften! it Important! Read this instruction manual carefully before first operation and strictly observe the safety regulations! Attention ! Lire attentivement ce manuel avant la première mise en service et observer absolument les prescriptions de sécurité ! nl ¡Atención! Es indispensable leer con mucha atención las instrucciones de manejo antes de utilizarla por primera vez. ¡Preste especial atención a las recomendaciones de seguridad! Attenzione! Prima della prima messa in funzione leggere a fondo le presenti istruzioni per l'uso e osservare assolutamente le norme di sicurezza. Opgelet! Lees deze gebruiksaanwijzing grondig voor u de machine voor het eerst gebruikt en hou altijd rekening met de veiligheidsvoorschriften! 9 142 113 05/2013 - NEDERLANDS Gebruiksaanwijzing Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Lees deze gebruiksaanwijzing grondig voor u de machine voor het eerst gebruikt en hou altijd rekening met de veiligheidsvoorschriften! Om de prestaties van uw bosmaaier gedurende lange tijd te vrijwaren, dient u de onderhoudsaanwijzing nauwkeurig na te leven. Als u na het bestuderen van deze gebruiksaanwijzing nog vragen heeft, kunt u altijd terecht bij uw SOLO-verkoper. CE conformiteitsverklaring  De CEconformiteitsverklaring in een afzonderlijke bijlage maakt deel uit van deze gebruiksaanwijzing. Verpakking en afvalfase Bewaar de originele verpakking om de zaag te beschermen tegen transportschade als ze moet worden getransporteerd. Als u het verpakkingsmateriaal niet meer nodig heeft, moet het overeenkomstig de plaatselijke voorschriften worden weggedaan. Verpakkingsmateriaal uit karton is een grondstof die opnieuw kan worden gebruikt of gerecycleerd. Als de machine niet meer kan worden gebruikt, moet ze overeenkomstig de lokale voorschriften worden weggedaan. 142 / 154 Bosmaaier Symbolen en kenplaatje Volgende symbolen worden gebruikt op de machine en in deze gebruiksaanwijzing: Voor ingebruikname en voor alle onderhouds-, montage- en reinigingswerken de handleiding grondig lezen Voor u de motor start, de gehoor- en gezichtsbescherming opzetten Wanneer u met en aan de machine werkt, veiligheidshandschoenen dragen Vaste schoenen met stevige zolen, bij voorkeur veiligheidsschoenen dragen Wees uiterst voorzichtig als u met de machine omgaat De minimale afstand ten opzichte van andere personen bedraagt 15 meter Opgelet, voorwerpen kunnen hoog worden weggeslingerd Opgelet: de machine kan terugslaan als ze tegen vaste voorwerpen komt Het maximale toerental niet overschrijden dat vermeld is in de technische gegevens Roken verboden in de omgeving van de machine en op de plaats van het bijtanken! De machine en het bijvulreservoir voor de brandstof op een veilige afstand houden van open vuur - De machine produceert uitlaatgassen en - benzinedampen zijn giftig; niet in gesloten ruimtes starten en tanken Kenplaatje Met het oog op de constante verdere ontwikkeling van onze apparaten zijn wijzigingen in de leveringsomvang op het vlak van vorm, techniek en uitvoering voorbehouden. Verder kunnen geen aanspraken worden afgeleid uit informatie en afbeeldingen in deze handleiding. NEDERLANDS 2 a: Typebenaming b: Serienummer c: Bouwjaar (07  2007) Inhoud Blz. 1 Veiligheidsvoorschriften ........................................................................................................................... 4 1.1 Voorgeschreven gebruik / Algemene veiligheidsvoorschriften 4 1.2 Werkkledij 4 1.3 Tijdens het tanken 5 1.4 Tijdens het transport van de machine 5 1.5 Voor het starten 5 1.6 Tijdens het starten 5 1.7 Tijdens het werk 6 1.8 Tijdens onderhoud en herstellingen 6 2 Technische gegevens ............................................................................................................................... 7 3 Leveringsomvang ......................................................................................................................................8 4 Bedienings- en functie-onderdelen .......................................................................................................... 8 5 Voorbereiding van het werk ...................................................................................................................... 8 5.1 Montage tweehandgreep Bike 9 5.2 Montage van de beveiliging 9 5.3 Montage van het snijwerktuig 10 6 Brandstof tanken ..................................................................................................................................... 12 6.1 Brandstofinformatie 12 6.2 Brandstof vullen 12 7 Motor starten / motor uitzetten ............................................................................................................... 12 7.1 Halfgas-startinstelling 12 7.2 Startklep en primer 12 7.3 Aanslingeren 13 7.4 Motor uitzetten 13 7.5 Als de motor niet aanslaat 13 7.6 Aanvullende instructies voor een correct gebruik van de starter 13 8 Gebruik van de bosmaaier ...................................................................................................................... 14 8.1 Toepassingsgebieden 14 8.2 Dubbele schouderriem instellen 14 8.3 Correcte werkwijze met de bosmaaier 14 8.4 Slijpinstructies snoeimes 15 8.5 Gebruik van de als toebehoren leverbare draadkop 15 8.6 Gebruik van het als toebehoren leverbare beiteltandblad 15 9 Gebruiks- en onderhoudsinstructies ..................................................................................................... 16 9.1 Algemene gebruiks- en onderhoudsinstructies 16 9.2 Smering van het drijfwerk 16 9.3 Instelling carburateur 16 9.4 Luchtfilteronderhoud 17 9.5 Instructies voor de geluiddemper 17 9.6 Bougie-informatie 18 9.7 Brandstoffilter vervangen 18 9.8 Stilleggen en opbergen 18 9.9 Onderhoudsschema 19 10 Accessoires ............................................................................................................................................20 11 Garantie ..................................................................................................................................................21 12 Slijtage-onderdelen ............................................................................................................................... 21  Opmerkingen bij de dubbele schouderriem op de laatste twee binnenpagina’s van deze gebruiksaanwijzing NEDERLANDS 3 Veiligheidsvoorschriften 1 Veiligheidsvoorschriften 1.1 Voorgeschreven gebruik / Algemene veiligheidsvoorschriften De met een snoeimes met 3 tanden uitgeruste bosmaaier mag uitsluitend worden gebruikt voor het maaien van gras, licht struikgewas, riet, onkruid en wildgroei ter hoogte van de grond. De bosmaaier is niet geschikt voor andere doeleinden. (paragraaf 8.1 “Toepassingsgebieden”) Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig voor de eerste ingebruikname en bewaar ze op een veilige plaats. Wees zeer voorzichtig als u met deze machine werkt. Het niet naleven van de veiligheidsinstructies kan levensgevaarlijk zijn. Volg de ongevalpreventievoorschriften van de beroepsverenigingen. De gebruiksaanwijzing moet altijd beschikbaar zijn op de plaats waar de machine wordt gebruikt. Ze moet door iedereen worden gelezen die belast is met werken aan de machine (ook onderhoud, verzorging en herstelling). • Als u voor het eerst met een dergelijke machine werkt, dient de verkoper u uit te leggen en te tonen hoe u er veilig mee dient om te gaan. • Kinderen en jongeren onder 18 jaar mogen niet met deze machine werken; behalve jongeren boven 16 jaar die onder toezicht worden opgeleid. • Hou personen en dieren op een veilige afstand van het werkterrein. De minimale afstand bedraagt 15 meter. Let goed op kinderen en op dieren die zich in het struikgewas kunnen ophouden. Als een persoon of een dier naderbij komt, dient u de machine en het snijwerktuig onmiddellijk te stoppen. De gebruiker is verantwoordelijk voor gevaren of ongevallen die zich tegenover andere personen en hun eigendom kunnen voordoen. • Dit apparaat mag enkel worden uitgeleend of doorgegeven aan personen die vertrouwd zijn met dit type, zijn bediening en de gebruiksaanwijzingen. Geef beide gebruiksaanwijzingen altijd mee. • Als u met deze machine werkt, dient u zich in goede conditie te bevinden en dient u uitgerust en gezond te zijn. • Deze machine mag niet worden gebruikt als u onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen die het reactievermogen kunnen beïnvloeden. • Voer geen wijzigingen aan bestaande veiligheidsinrichtingen en bedieningselementen uit. • De machine mag enkel in bedrijfsveilige toestand worden gebruikt – gevaar voor ongevallen! De veilige toestand van de bosmaaier moet dus voor elk gebruik worden gecontroleerd. • U mag enkel snijwerktuigen, accessoires en opbouwelementen gebruiken die door de fabrikant geleverd zijn en door hem uitdrukkelijk goedgekeurd zijn voor bevestiging op dit type machine. Als u de draadkop gebruikt, mag u de kunststof-snijdraad nooit vervangen door een staaldraad. Bij elk snijwerktuig moet altijd de bijbehorende aanraakbeveiliging worden gebruikt. • Als u snijwerktuigen verwisselt, altijd de motor uitschakelen en de bougie uittrekken, zodat de motor niet ongewenst kan starten. • De betrouwbare werking en de veiligheid van uw machine hangen ook af van de kwaliteit van de gebruikte wisselstukken. Gebruik enkel originele wisselstukken. Enkel originele onderdelen komen uit de productie van het apparaat en waarborgen dus een maximale kwaliteit op het vlak van materiaal, maatvastheid, werking en veiligheid. Voor originele wisselstukken en accessoires kunt u terecht bij uw vakhandelaar. Hij beschikt ook over de vereiste wisselstuklijsten om de juiste wisselstuknummers te kunnen opzoeken. Hij wordt constant op de hoogte gehouden van detailverbeteringen en vernieuwingen op het vlak van wisselstukken. Merk ook op dat, als niet originele onderdelen worden gebruikt, de garantie vervalt. • Als de machine niet wordt gebruikt, moet ze zo worden weggezet dat er niemand gevaar loopt. De motor moet worden uitgeschakeld. Als u de veiligheids-, gebruiks- of onderhoudsinstructies niet opvolgt, bent u verantwoordelijk voor alle daardoor veroorzaakte schade en gevolgschade. 1.2 Werkkledij Om verwondingen te vermijden, draagt u tijdens het gebruik van deze machine de voorgeschreven kledij en beschermuitrusting. De kleiding moet goed aansluiten (bijv. combinatiepak), maar mag niet hinderlijk zijn. Onze aanbeveling: SOLO bos- en landbouwjas EN 340 bestelnr.: 99303000 + maat (2[s] - 6[xxl]) SOLO outdoor-broek bestelnr.: 9902095 + maatindex of SOLO outdoor-tuinbroek bestelnr.: 9902094 + maatindex Draag geen sjaal, das, sieraden of andere kledingstukken die gekneld kunnen raken in struiken of takken. Laag haar moet worden samengebonden en weggeborgen (hoofddoek, muts, helm e.d.). Draag stevige schoenen met slipvrije zolen, bij voorkeur veiligheidsschoenen met stalen punt. Onze aanbeveling: SOLO lederen bottine bestelnr.: 9930510 + maat (36 - 48) Draag veiligheidshandschoenen met slipvrij greepoppervlak. Onze aanbeveling: SOLO Fit veiligheidshandschoenen bestelnr.: 9939012 + maatindex Gebruik persoonlijke gehoorbescherming en gezichtsbescherming (bijv. veiligheidsbril). Onze aanbeveling: SOLO gezichts-/gehoorbescherming bestelnr.: 993901002 (één maat) NEDERLANDS 4 Veiligheidsvoorschriften 1.3 Tijdens het tanken • • • • • • • • • • • Benzine is uiterst licht ontvlambaar. Zorg voor voldoende afstand tot open vuur en mors geen brandstof. Rook niet op de werkplek en op de plaats waar u tankt! Voor het tanken de motor altijd uitschakelen. Als de motor nog heet is, mag niet worden bijgetankt - brandgevaar! Open de tanksluiting altijd voorzichtig, zodat de bestaande overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen brandstof naar buiten spuit. Brandstof kan stoffen bevatten die op oplosmiddelen lijken. Vermijd contact van minerale olieproducten met de huid en de ogen. Draag handschoenen tijdens het tanken. Verwissel regelmatig van beschermkledij en reinig ze. Adem brandstofdampen niet in. Tank enkel op goed geventileerde plaatsen. Let erop dat er geen brandstof of olie in de grond terechtkomt (bescherming van het milieu). Gebruik een geschikte grondbescherming. Als brandstof werd gemorst, moet de machine onmiddellijk worden schoongemaakt. Als de kledij bevuild is met brandstof, dient u ze onmiddellijk uit te trekken. Zet de tanksluiting altijd goed vast. Zo vermindert u het risico dat de tanksluiting door de trillingen van de motor loskomt en er brandstof uit de machine loopt. Let op lekken. Start niet en werk niet met de machine als er brandstof uitloopt. Er bestaat levensgevaar door brandwonden! Bewaar brandstof en olie uitsluitend in voorgeschreven en juist gemerkte bussen. 1.4 Tijdens het transport van de machine • • • • • Schakel de motor altijd uit als u de machine moet transporteren. Draag of transporteer de bosmaaier nooit terwijl het snijwerktuig draait. Bij transport over grote afstand moet bij metalen snijwerktuigen altijd de mesbescherming worden geplaatst. Om te vermijden dat er brandstof uitloopt en er beschadigingen optreden, moet de machine tijdens het transport in voertuigen worden vastgezet, zodat ze niet kan kantelen. De tank moet op dichtheid worden gecontroleerd. Maak de tank bij voorkeur voor het transport leeg. In geval van verzending moet de tank in elk geval vooraf worden leeggemaakt. 1.5 Voor het starten Voor u de machine start, dient u altijd te controleren of de volledige machine in bedrijfsveilige toestand verkeert. • De stopschakelaar moet gemakkelijk in- en uitschakelen. • De gashendel moet soepel werken en automatisch terugkeren naar de stationaire positie. • Het snijwerktuig en de aanraakbeveiliging moeten goed vast zitten en in perfecte staat verkeren. • Controleer ook of de ontstekingskabel en de bougiestekker goed vast zitten. Als een verbinding los zit, kunnen er vonken ontstaan, die het eventueel uitlopende brandstof-luchtmengsel kunnen ontsteken – brandgevaar! Bij onregelmatigheden, duidelijke schade, foutieve instellingen of als de goede werking beperkt is, mag u niet beginnen werken, maar dient u de machine te laten controleren in een werkplaats. 1.6 Tijdens het starten • • • • Start op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar u heeft getankt. Start de machine nooit in een gesloten ruimte. Zorg voor een veilige en stabiele houding tijdens het starten. Start altijd op een effen ondergrond en hou de machine stevig vast. De machine mag slechts door één persoon worden bediend – ook tijdens het starten mogen er zich geen andere personen ophouden binnen een cirkel van 15 meter. Voer de startprocedure uit zoals beschreven in hoofdstuk 7 "Motor starten / motor uitzetten". NEDERLANDS 5 Veiligheidsvoorschriften 1.7 Tijdens het werk • • • • • • • De bosmaaier mag uitsluitend in volledig gemonteerde toestand in gebruik worden genomen. Zodra de motor draait, produceert de machine giftige gassen, die onzichtbaar en reukloos kunnen zijn. Start de machine nooit in een gesloten ruimte. Als er weinig plaats is, of als u in sloten of in greppels werkt, dient u tijdens het werk altijd voor voldoende luchttoevoer te zorgen. Rook niet op de werkplek – ook niet in de omgeving van de machine. Er bestaat groot brandgevaar! Werk voorzichtig, met overleg en rustig en breng geen andere personen in gevaar. - Zorg voor goed zicht en licht. - Blijf altijd op roepafstand van andere personen, die u in geval van nood kunnen helpen. - Las tijdig werkpauzes in. - Wees alert voor mogelijke gevaarbronnen en neem de nodige voorzorgsmaatregelen. Hou er rekening mee dat, als u gehoorbescherming gebruikt, u geluiden minder goed hoort. Daardoor kunt u ook signalen, kreten e.d. die op gevaar wijzigen, eventueel niet horen. - Let op bij natheid, gladheid, op hellingen of oneffen terrein. Er bestaat groot slipgevaar! - Let op struikelgevaar en hindernissen, zoals boomwortels, boomstronken, randen. Wees zeer aandachtig als u op hellingen werkt. - Voor u met de machine begint te werken, controleert u het werkterrein op stenen, gebroken glas, spijkers, draad en andere vaste voorwerpen. Verwijder ze, zodat ze niet worden weggeslingerd of vastgekneld raken in het snijwerktuig. - Hou de machine altijd stevig met beide handen vast en zorg altijd voor een goede en stabiele houding. - Het snijwerktuig altijd onder de heup houden. Het draaiende werktuig mag niet van de grond worden opgetild. - Alle lichaamsdelen moeten op een veilige afstand van het roterende snijwerktuig worden gehouden. - Gebruik een degelijke maaitechniek (zie paragraaf “8.3 Correcte werkwijze met de bosmaaier”). - De machine met zo weinig mogelijk lawaai en uitlaatgassen gebruiken – de motor niet nodeloos laten draaien. Bedenk dat ook lawaai een belasting voor het milieu inhoudt. Hou de eventuele rusttijden in acht (deze kunnen lokaal verschillend zijn). - Gebruik geen stompe werktuigen en voorkom dat het roterende snijwerktuig ongecontroleerd tegen een vreemd voorwerp stoot. Er bestaat groot gevaar voor terugslagen, waardoor de volledige machine heftig kan worden rondgeslingerd. Daardoor kunnen er ongecontroleerde bewegingen optreden voor de gebruiker, die tot ernstige en dodelijke verwondingen kunnen leiden. Schakel de motor uit als het gedrag van de bosmaaier merkbaar wijzigt. Door de centrifugaalkoppeling blijft het snijwerktuig nog even draaien nadat u de gashendel heeft losgelaten of de motor heeft uitgeschakeld. Let erop dat het snijwerktuig tot stilstand gekomen is voor u de machine neerlegt. Voor u het snijwerktuig aanraakt – ook als u een verstopping wenst te verhelpen of als het snijwerktuig vastgeklemd zit – dient u de motor uit te schakelen, te wachten tot het snijwerktuig stilstaat en de bougiestekker af te trekken. Raak de uitlaat en de geluiddemper niet aan zolang ze nog heet zijn; er bestaat verbrandingsgevaar! Nooit met een defecte geluiddemper of zonder geluiddemper werken. Er bestaat gevaar voor gehoorbeschadiging en brandwonden! Eerste hulp Voor een eventueel ongeval moet er altijd een EHBO-koffer voorhanden zijn op de werkplaats. Verbruikt materiaal moet onmiddellijk worden bijgevuld. Opmerking: Als personen met circulatiestoornissen te vaak worden blootgesteld aan vibraties, kan er schade optreden aan bloedvaten of aan het zenuwstelsel. Volgende symptomen kunnen ten gevolge van vibraties optreden aan vingers, handen of polsen: inslapen van lichaamsdelen, prikkelen, pijn, steken, verandering van de huidkleur of van de huid. Als deze symptomen worden vastgesteld, dient u een arts te raadplegen. 1.8 Tijdens onderhoud en herstellingen De machine moet regelmatig worden onderhouden. Voer zelf uitsluitend onderhouds- en herstellingswerken uit die in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn. Alle andere werken moeten door een erkende werkplaats worden uitgevoerd. • De machine mag niet in de buurt van open vuur worden onderhouden, hersteld of bewaard. • Voor reinigings-, onderhouds- en herstelwerken moet de motor altijd worden uitgeschakeld en moet de bougiestekker worden afgetrokken. Dit geldt niet voor de instelling van de carburateur en het stationair toerental. • Bij alle herstellingen mogen enkel originele wisselstukken van de fabrikant worden gebruikt. • Er mogen geen wijzigingen worden aangebracht aan de machine, want dit heeft een negatieve invloed op de veiligheid en kan gevaar inhouden voor ongevallen en verwondingen! NEDERLANDS 6 Technische gegevens 2 Technische gegevens Bosmaaiers 142 Motor 154 SOLO ééncilinder-tweetaktmotor Cilinderinhoud cm3 40,7 54,2 Boring / slag mm 39 / 34 45 / 34 1,9 / 8000 2,3 / 8000 Motorvermogen bij toerental kW / omw/min Max. toegelaten toerental omw/min onbelast met snijwerktuig Gemiddeld stationair toerental 11200 ± 300 omw/min Inhoud brandstoftank 2700± 200 l Brandstofverbruik bij max. prestatie (ISO 7293) Specifiek verbruik bij max. prestatie (ISO 7293) 0,7 kg /h 1,02 1,25 /kWh 536 544 g omw Opstarttoerental /min 4200 Brandstof-mengverhouding: met SOLO Profi 2T-motorolie met andere tweetaktolie Carburateur 1:50 (2%) 1:25 (4%) Positie-onafhankelijke membraancarburateur met primer en geïntegreerde brandstofpomp Luchtfilter Weefselfilter Ontsteking Elektronisch gestuurde magneetontsteking, niet aan slijtage onderhevig Tandwielreductie  Max. toegelaten toerental snijwerktuig Maaiboomaansluiting Afmetingen omw/min Ø mm Hoogte Breedte Lengte Gewicht zonder bescherming en snijwerktuig Spiraal vertande hoekoverbrenging 1,23:1 9100 ± 250 30 Aandrijfas Ø 7 mm Stervertanding 7 tanden mm kg 30 Aandrijfas Ø 8 mm hol Stervertanding 9 tanden 530 665 1760 8,3 8,3 Bij het berekenen van de hierna vermelde waarden inzake trillingsversnelling en lawaai werden de verschillende werktoestanden overeenkomstig de geldende norm gewogen Trillingsversnelling ahv,eq ± 0,5 a Greep rechts / greep links volgens DIN ISO 22867 Geluidsdrukniveau LPeq ± 1,5 dB(A) volgens EN ISO 22868 m/s² Snoeimes met 3 tanden 2,1 / 4,9 Draadkop 2,2 / 3,0 dB(A) Snoeimes met 3 tanden 92 Draadkop 97 Geluidsvermogensniveau LWeq ± 1,5 dB(A) volgens EN ISO 22868 dB(A) Snoeimes met 3 tanden 106 Draadkop 108 NEDERLANDS 7 Leveringsomvang; Bedienings- en functie-onderdelen; Voorbereiding van het werk 3 Leveringsomvang • Bosmaaier, gedeeltelijk voorgemonteerd; volgende onderdelen zijn bijgeleverd en moeten nog worden gemonteerd • Tweehandgreep Bike • Dubbele schouderriem • Bescherming, beschermstrip (draadafsnijmes voorgemonteerd) en alle vereiste montageonderdelen voor de beveiliging • Snijwerktuig snoeimes met 3 tanden: • Alle voor de montage van het snijwerktuig vereiste montageonderdelen • Gereedschap: combinatiesleutel, bevestigingspen en schroevendraaier • Deze gebruiksaanwijzing, de CE-conformiteitsverklaring in een afzonderlijke bijlage maakt deel uit van deze gebruiksaanwijzing 4 Bedienings- en functie-onderdelen Fig. 1 1 Stopschakelaar 2 Gashendel 3 Gashendelblokkering 4 Halfgasvergrendeling 5 Tweehandgreep Bike 6 Decompressieventiel 7 Choke-hendel 8 Starthulp “primer” 9 Brandstoftank 10 Startergreep 11 Luchtfilterdeksel 12 Draagriemhouder 13 Antivibratiesysteem 14 Greepsteun 15 Vleugelschroef 16 Bougieafdekking 17 Snijwerktuig 18 Bescherming 22 Bevestigingsgedeelte 5 Voorbereiding van het werk Voor het transport wordt de bosmaaier gedeeltelijk gedemonteerd geleverd. Voor de eerste ingebruikname moet hij in elkaar worden gezet. De bosmaaier mag uitsluitend in volledig gemonteerde toestand in gebruik worden genomen. Let erop dat voor de volledige montage en ook voor de demontage en ombouw, de tank leeggemaakt is. NEDERLANDS 8 Voorbereiding van het werk 5.1 Montage tweehandgreep Bike Fig. 3b M5 x 40 mm Fig. 2 M5 x 16 mm Fig. 4a 5 x 25 mm • De rechter zijde van de tweehandgreep Bike moet zo dicht mogelijk tegen de greepsteun aangebracht zijn. Fig. 4b Opmerking: De optimale instelling is verzekerd als het midden van het snijwerktuig overeenkomt met het midden van het lichaam. De armen moeten in werkpositie in een kleine hoek staan. Opgelet: Met de tweehandgreep Bike moet de bosmaaier tijdens het werk altijd rechts van het lichaam worden gehouden! 5.2 Montage van de beveiliging 5 x 25 mm Fig. 3a 5 x 40 mm Fig. 4c 5 x 25 mm M5 x 16 mm M5 x 40 mm 5 x 40 mm NEDERLANDS 9 Voorbereiding van het werk 5.3 Montage van het snijwerktuig Bij de montage en het vervangen van het snijwerktuig altijd de motor uitschakelen, de bougiestekker aftrekken en veiligheidshandschoenen dragen! A) Montage van het snoeimes met 3 tanden en het als toebehoren leverbare grassnijblad met 4 tanden Fig. 5 Het beiteltandblad wordt ingebouwd overeenkomstig de montage van het snoeimes met drie tanden. Als het “beiteltandblad” wordt gebruikt, moet de aanslag metaal - (60 12 841) worden gemonteerd in plaats van de beveiliging en de bevestigingsplaat. • Schroef de beveiliging met het bevestigingsgedeelte af. • Schroef de bevestigingsplaat met de vier schroeven los van de hoekoverbrenging. Schroef de aanslag metaal - (60 12 841) met deze vier schroeven op de hoekoverbrenging. Transportbescherming bij metaalsnijbladen Als de metaalsnijbladen gemonteerd zijn dient u bij het opbergen, bij het transport of tijdens werkpauzes met uitgeschakelde motor altijd de transportbescherming over het snijwerktuig te plaatsen. Fig. 7 • Het snijwerktuig op het drukstuk (25) plaatsen. • De drukschijf (26) monteren. • De draaischotel (27) opsteken en de borgmoer (28) op de as draaien. Opgelet - linkse schroefdraad - in tegenuurwijzerszin aanspannen. Erop letten dat alle onderdelen gecentreerd zijn. • De as met de hulppen (29) blokkeren en de moer vastdraaien. Als de borgmoer (28) te vlot draait doordat ze te vaak werd los- en vastgedraaid, moet ze absoluut worden vervangen. B) Montage van het als accessoire leverbare beiteltandblad Fig. 6 NEDERLANDS 10 • Plaats de transportbescherming met de overeenkomstige uitstulping tegen een punt van het metaalsnijblad. • Door beide bevestigingsstrips (a) op de transportbescherming samen te drukken, kunt u de binnendiameter van de transportbescherming vergroten. • Plaats de transportbescherming volledig op het snijwerktuig. Plaats de binnenschouder (b) tussen het metaalsnijblad en de draaischotel. • Open de twee bevestigingsstrips opnieuw en breng daarbij ook de binnenschouder op de bevestigingsstrip (c) tussen het metaalsnijwerktuig en de draaischotel. Als u de machine opnieuw wenst te gebruiken, dient u de transportbescherming voor het starten weer af te nemen door de twee bevestigingsstrips (a) samen te drukken. Voorbereiding van het werk C) Montage van de als toebehoren leverbare nylon draadkop Fig. 9b Let op een juiste uitlijning van de snijtanden in de rotatierichting. Fig. 8 Fig. 9c Bij het ombouwen van het snoeimes met 3 tanden naar een nylon draadkop, moeten volgende onderdelen worden gedemonteerd (zie afbeelding 5): Borgmoer (28) (linkse schroefdraad!), draaischotel (27), drukschijf (26) en het metalen snijwerktuig. • De draadwikkelbeveiliging (30) (bij de draadkop geleverd) na het drukstuk (25) opzetten. De gladde zijde van de draadwikkelbeveiliging wijst naar de overbrenging, zodat de rand van de draadwikkelbeveiliging overlapt met de rand van de hoekoverbrenging. • Blokkeer de as met de hulppen (29). • Schroef de draadkop met de hand op - linkse schroefdraad! • Steek de beschermstrip (31) met voorgemonteerd draadafsnijmes langs onder op de beveiliging. Buig de beschermstrip daarbij lichtjes. Belangrijk: Als de draadkop wordt gebruikt, de bosmaaier nooit starten als de beschermstrip niet opgestoken is en het draadafsnijmes niet gemonteerd is. Als de draadlengte wordt bijgeregeld (zie par. 8.5 “Maaidraad bijregelen"), snijdt het draadmes de draaduiteinden tijdens de werking automatisch op de juiste lengte. Als metaalsnijbladen worden gebruikt, altijd zonder opgestoken beschermstrip werken. D) Montage snijkop "Jet-Fit " Schuif de snijdraad in Fig. 9a het basiselement van de snijkop overeenkomstig de pijlen op het basiselement, zodat ca. 20 mm van de snijdraad uit de tegenoverliggende opening uitsteekt. Bij de snijkop zijn verschillende onderlegringen geleverd. Bij de montage op dit type bosmaaier moeten de juiste onderlegringen overeenkomstig de afmetingen in de afbeelding worden gebruikt. (Buitendiameter, binnendiameter). Blokkeer de as met de hulppen (29) en draai de moer (28) vast. Controleer of de snijkop goed vast en gecentreerd zit. Fig. 9d Plaats het deksel van de snijkop, draai in de richting van de pijl en draai tot het vergrendelt vast met de combinatiesleutel (zie afbeelding). Als de snijkop "Jet-Fit" wordt gebruikt, altijd met standaardbeveiliging en opgestoken beschermstrip werken. De snijdraden mogen tijdens de rotatie niet in aanraking komen de beveiliging. Eventueel de snijdraden iets verder in het basiselement van de snijkop schuiven. Het in de beschermstrip gemonteerde draadafsnijmes is niet geschikt voor deze snijdraad  de lengte van de snijdraad moet handmatig correct worden ingesteld! Om een snijdraad te Fig. 9e vervangen, deze aan het uitstekende uiteinde weer in de richting van de pijl uit het basiselement trekken (eventueel met een combinatietang). NEDERLANDS 11 Brandstof tanken; Motor starten / motor uitzetten 6 Brandstof tanken 7 Motor starten / motor uitzetten 6.1 Brandstofinformatie 7.1 Halfgas-startinstelling De motor van deze machine is een krachtige tweetaktmotor, die werkt op een benzineoliemengsel (benzine en olie = brandstofmengsel) of op in de vakhandel verkrijgbare, speciale voorgemengde brandstofmengsels voor 2taktmotoren. Wij adviseren het speciale brandstofmengsel van het merk „Aspen 2-takt“. De instructies van de fabrikant van het speciale brandstofmengsel moeten worden opgevolgd. Fig. 10 Informatie om zelf het brandstofmengsel te mengen Om zelf te mengen kan loodvrije normale benzine of loodvrije superbenzine worden gebruikt (minimaal octaangehalte 92 RON). Als een zeer hoogwaardige 2-takt merkmotorolie wordt gebruikt, zoals de door ons aangeboden "SOLO Profi 2T-motorolie", adviseren we een mengverhouding olie:benzine van 1:50 (2%). Als tweetaktolie van andere merken wordt gebruikt, adviseren wij een mengverhouding van 1:25 (4%). • Neem de handgreep vast, de veiligheidsblokkeerknop (3) wordt door de handpalm bediend en daardoor wordt de gashendel (2) vrijgegeven. • Duw de gashendel volledig door. • Schuif, terwijl u de gashendel vasthoudt, de Gebruik uitsluitend 2-takt merkmotorolie! Bewaar het mengsel niet langer dan 3-4 weken. Brandstofmengtabel Benzine in liter 1 5 10 ) en laat de stopschakelaar (1) naar “Start” ( gashendel dan los. De gashendel wordt daarbij in de halfgasstand vergrendeld. De halfgasvergrendeling wordt principieel opgeheven door de gashendel kort te bedienen. 7.2 Startklep en primer Fig. 11 Olie in liter SOLO Profi 2Tmotorolie 2% (50 : 1) Andere tweetaktolie 4% (25 : 1) 0,020 0,100 0,200 0,040 0,200 0,400 Ongeschikte brandstoffen of afwijkingen in de mengverhouding kunnen ernstige schade veroorzaken aan de motor! Direct contact tussen huid en benzine vermijden; adem benzinedampen ook niet in - gevaar voor de gezondheid! 6.2 Brandstof vullen Hou bij het tanken rekening met de veiligheidsinstructies. Tank enkel terwijl de motor uitgeschakeld is. De vulomgeving moet goed worden schoongemaakt. Plaats de machine zo, dat de tanksluiting omhoog staat. Schroef de tanksluiting af en giet het brandstofmengsel slechts tot aan de onderkant van de opening in de tank. Om verontreiniging in de tank te vermijden, dient u indien mogelijk een zeeftrechter te gebruiken. Schroef de tanksluiting weer met de hand vast. NEDERLANDS 12 De startklep moet als volgt worden ingesteld: • Bij koude motor de choke-hendel (7) in de stand gesloten omhoog zetten. • Bij warme motor de choke-hendel (7) in de stand open omlaag zetten. Als de machine voor het eerst wordt gestart of als de brandstoftank volledig leeg werd gemaakt en opnieuw werd gevuld, drukt u verschillende keren op de primer (8) (minstens. 5x) tot er brandstof zichtbaar is in de kunststofballon. Telkens voor u aan de startergreep trekt, op het decompressieventiel (6) drukken om gemakkelijker te kunnen starten. (Na het starten spring het decompressieventiel automatisch terug naar de normale stand.) Motor starten / motor uitzetten 7.3 Aanslingeren Hou bij het starten rekening met de veiligheidsinstructies. Fig. 12 De bosmaaier effen en vrij van hindernissen op de grond leggen en erop letten dat het snijwerktuig niet tegen voorwerpen en tegen de grond komt. Bij het starten niet op de maaiboom staan of knielen, anders kan de as of de maaiboom beschadigd raken. Neem een veilige houding aan, hou de machine met de linker hand stevig vast aan de behuizingsflens. Bij koude motor: Terwijl de choke-hendel omhoog in de stand staat en het decompressieventiel ingedrukt is, de startgreep om te starten verschillende keren in een rechte lijn uittrekken tot de motor hoorbaar en kortstondig aanslaat (ontsteekt). Daarna onmiddellijk de choke-hendel weer omlaag in de stand zetten. Terwijl het decompressieventiel ingedrukt is, verder starten tot de motor doordraait. Bij warme motor: Met de choke-hendel omlaag in de stand en bij ingedrukt decompressieventiel de startgreep om te starten verschillende keren in een rechte lijn uittrekken tot de motor doorloopt. Opmerking: In goede omstandigheden start de bedrijfswarme machine reeds in standgas. (Een eventuele halfgasvergrendeling wordt ook bij stilstaande motor opgeheven door de gashendel te bedienen.) Start met de stopschakelaar in de middelste stand Als de motor met standgas niet aanslaat, de halfgasvergrendeling arreteren zoals hierboven beschreven. Als de motor met halfgas draait: drukt u de gashendel kort door om de halfgas-vergrendeling op te heffen. Laat de gashendel weer los, zodat de motor stationair blijft draaien. U kunt nu beginnen met het werk. 7.4 Motor uitzetten Laat de gashendel los en zet de stopschakelaar in de stand “STOP”. Opgelet: Door de centrifugaalkoppeling blijft het snijwerktuig nog even draaien nadat u de gashendel heeft losgelaten of de motor heeft uitgeschakeld. Let erop dat het snijwerktuig tot stilstand gekomen is voor u de machine neerlegt. Kort overzicht van de startprocedure: • Machine veilig op platte ondergrond leggen, • evt. verschillende keren op primer drukken, • met stopschakelaar en gashendel halfgasstand arreteren. • Koude start: o choke-hendel in stand , met ingedrukt decompressieventiel aanslaan tot eerste ontsteking, o daarna choke-hendel in stand , o verder starten tot motor doorloopt. • Warme start: o choke-hendel in stand met ingedrukt decompressieventiel starten tot motor doorloopt. • Als motor draait, gashendel kort doortrekken om halfgasvergrendeling op te heffen. 7.5 Als de motor niet aanslaat Als de motor na verschillende startpogingen niet aanslaat, gaat u na of alle hierboven beschreven instellingen correct zijn, meer bepaald of de stopschakelaar niet in de stand “STOP” staat. Start nogmaals. Als de motor nog steeds niet start, is de verbrandingskamer reeds te ver gevuld met vet. In dit geval adviseren wij het volgende: Verwijder de bougieafdekking. Trek de bougiestekker daaronder uit. Schroef de bougie uit en droog hem goed af. Geef volgas en trek de startgreep verschillende keren door om de verbrandingskamer te verluchten. • Schroef de bougie weer in, en monteer de bougiestekker en de bougieafdekking. • Start met de choke-hendel omlaag in de stand en de stopschakelaar in de stand “Start”. • • • • 7.6 Aanvullende instructies voor een correct gebruik van de starter Volgende instructies zijn bedoeld om de levensduur van het starttouw en van het startmechanisme te verlengen: • Trek het touw altijd in een rechte lijn uit. • Laat het touw niet over de rand van het oog schuren. • Trek het touw niet volledig uit - het touw zou kunnen breken. • Breng de startgreep altijd terug naar zijn uitgangspositie - niet laten terugspringen. Een beschadigd starttouw kan door de vakman worden vervangen. NEDERLANDS 13 Gebruik van de bosmaaier 8 Gebruik van de bosmaaier 8.1 Toepassingsgebieden De met een snoeimes met 3 tanden uitgeruste bosmaaier mag uitsluitend worden gebruikt voor het maaien van gras, licht struikgewas, riet, onkruid en wildgroei ter hoogte van de grond. De bosmaaier is niet geschikt voor andere doeleinden. Als de als toebehoren verkrijgbare, uitdrukkelijk voor deze bosmaaier toegelaten snijwerktuigen worden gebruikt, zijn bovendien de toepassingsgebieden toegelaten die uitdrukkelijk vermeld zijn in de handleidingen van het toebehoren, waarbij rekening moet worden gehouden met de aldaar vermelde veiligheidsvoorschriften. Algemeen geldt dat uitsluitend snijwerktuigen die uitdrukkelijk voor deze bosmaaier zijn toegelaten, mogen worden gebruikt. De aanraakbeveiliging die voor de machine en het snijwerktuig voorgeschreven is, moet altijd gemonteerd zijn. Als u twijfels heeft, kunt u terecht bij uw SOLO-vakhandelaar. 8.3 Correcte werkwijze met de bosmaaier Hou tijdens het werk met de bosmaaier rekening met de veiligheidsvoorschriften. Fig. 14 8.2 Dubbele schouderriem instellen Fig. 13 Nadat de haak in de draagriembevestiging (afb. 1 pos. 12) op de maaiboom werd gehaakt, moet de bosmaaier worden uitgebalanceerd. Daartoe wordt de haak in een van de mogelijke bevestigingsgaten gehaakt. Als het beiteltandblad (toebehoren) gemonteerd is, moet dit bij vrij hangende bosmaaier ca. 30 cm boven de grond pendelen. Bij alle andere snijwerktuigen moeten ze net op de grond rusten, zonder dat de hangende bosmaaier met de handen wordt aangeraakt. Opmerkingen bij de dubbele schouderriem  op de laatste twee binnenpagina’s (achter het Nederlandse gedeelte) van deze gebruiksaanwijzing NEDERLANDS 14 Wegens de draairichting van het snijwerktuig is snijden aan de linker kant (sectie A) van het snijwerktuig (gezien vanuit het standpunt van de gebruiker bij juiste werkhouding) zeer arm aan terugslagen. Benader het maaigoed dus altijd van rechts, zodat de linker zijde van het snijwerktuig eerst in contact komt met het maaigoed. Vooral als u stevig maaigoed (zoals middelgroot onkruid en wildgroei) snijdt, dient u erop te letten dat u de voorzijde van het snijwerktuig niet “in het maaigoed steekt”. Ga naar het maaigoed terwijl de machine stationair draait, en geef daarna volgas. Laat de motor zonder belasting niet te lang op hoog toerental draaien. Steek het werktuig van rechts voor 2/3 in het maaigoed en werk met de machine zoals met een zeis, door stapsgewijs vooruit te gaan en het maaigoed van rechts naar links te bewerken. Voor optimale resultaten moet de bosmaaier met volgas worden gebruikt. Werk niet in het sleepbereik van de koppeling. De garantie geldt niet voor indirecte schade door overbelasting of oververhitting. Als u onregelmatigheden vaststelt of als het maaigoed vastgeraakt is ter hoogte van het snijwerktuig of de aanraakbeveiliging, dient u de motor onmiddellijk uit te schakelen. Rem het snijwerktuig af door op de grond te duwen tot het snijwerktuig tot stilstand is gekomen. De bougiestekker aftrekken en gras, kreupelhout e.d. uit de werktuighouder verwijderen. De veilige toestand van de volledige machine controleren. Gebruik van de bosmaaier 8.4 Slijpinstructies snoeimes Fig. 15 8.6 Gebruik van het als toebehoren leverbare beiteltandblad Het beiteltandblad mag uitsluitend samen met de metaal-aanslag - bestelnr. 6012841 - worden gebruikt. Het is geschikt om struiken en bomen tot een stamdiameter van 5 cm te snijden. Voor optimale snijresultaten wordt de motor voor het aanzetten tot volgas versneld en wordt de snede gelijkmatig, zonder het zaagblad te kantelen, uitgevoerd. Fig. 17 Bij een geringe afstomping worden de snijkanten van de slagpunten in een hoek van 30° met een platte vijl langs beide zijden bijgeslepen. Bij sterke slijtage of als snijkanten afgebroken zijn, worden alle snijkanten gelijkmatig afgeslepen. Daarbij moet de onbalans worden gecontroleerd en indien nodig worden verholpen door bij te slijpen. De slijphoek bedraagt eveneens 30°. 8.5 Gebruik van de als toebehoren leverbare draadkop Werk altijd uitsluitend met de toegelaten snijdraadlengte. Als het draadafsnijmes goed in de aanraakbeveiliging is gemonteerd, worden de snijdraden altijd afgekort op de toegelaten lengte. Als de snijdraad te lang is, bestaat er extreem gevaar voor verwondingen en kan de motor overbelast en beschadigd raken. Als u het snijwerktuig ombouwt van metaalsnijblad naar draadkop, dient u dus de standaard aanraakbeveiliging altijd uit te breiden met het gemonteerde draadafsnijmes. Maaidraad bijregelen Als u de halfautomatische draadkop gebruikt: Werk aan de linker aanslagkant (sector A). In sector C bestaat er zeer groot gevaar voor terugslagen en ongevallen. Vast materiaal mag met deze sector niet worden gesneden. Voor het vellen van bomen bestaan er technieken waarbij ook de sectoren B en D worden gebruikt. Deze mogen enkel door overeenkomstig opgeleide gebruikers worden gebruikt, want ook hier bestaat er groot gevaar voor terugslagen. Slijpinstructies beiteltandblad Fig. 18 Fig. 16 (schematische voorstelling) Bij onbelaste werking kort volgas geven en daarbij met de draadkop verschillende keren op begroeide ondergrond tikken. De snijdraad komt een stukje vrij. De draadverlenging bedraagt ca. 30 mm per ontgrendeling. Overtollige draadlengtes worden door het draadafsnijmes gecorrigeerd. Als de maaidraad opgebruikt is, kunt u hem vervangen door de als toebehoren leverbare maaidraad Ø 2,4 mm, bestelnr.: 6900942 of maaidraad Ø 3,0 mm bestelnr.: 6900974. Het cirkelzaagblad kan met een ronde vijl Ø 6,3 mm en passende vijlhouder worden bijgeslepen. De slijphoek bedraagt 20°, de spanhoek 5° - 10°. Bij grotere slijtage het cirkelzaagblad door uw werkplaats laten bijslijpen met een slijptoestel. NEDERLANDS 15 Gebruiks- en onderhoudsinstructies 9 Gebruiks- en onderhoudsinstructies 9.1 Algemene gebruiks- en onderhoudsinstructies Voor het onderhoud en de herstelling van moderne apparaten en hun veiligheidsrelevante componenten is een gekwalificeerde vakopleiding vereist, alsook een werkplaats die over speciaal gereedschap en testapparaten beschikt. De fabrikant adviseert dan ook alle werkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing beschreven zijn, te laten uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats. De vakman beschikt over de vereiste opleiding, ervaring en uitrusting om u de meest betaalbare oplossing aan te bieden. Hij helpt u verder met raad en daad. Na een inlooptijd van ca. 5 bedrijfsuren moet worden nagegaan of alle bereikbare schroeven en moeren (behalve de instelschroeven van de carburateur) goed vastzitten. Indien nodig aanspannen. Het snijwerktuig moet met korte intervallen en bij duidelijke onregelmatigheden of verstoppingen ter hoogte van het snijwerktuig of de bescherming worden gecontroleerd. Daartoe moet de motor uitgeschakeld zijn en moet het snijwerktuig stilstaan. De bougiestekker aftrekken en gras, kreupelhout e.d. uit de werktuighouder verwijderen. Stompe of beschadigde werktuigen ook bij kleine barsten klanktest uitvoeren - onmiddellijk vervangen. Bewaar de machine bij voorkeur op een droge en veilige plaats met volle brandstoftank. Er mogen geen open vuren of dergelijke in de omgeving voorkomen. Bij langdurige onderbrekingen (meer dan vier weken) dient u ook rekening te houden met de instructies in paragraaf “9.8 Stilleggen en opbergen”. 9.2 Smering van het drijfwerk Voor de smering van de kegelwieloverbrenging moet het speciaal transmissievloeivet van SOLO (bestelnr. 008318025) worden gebruikt. Controleer de vulling met smeervet wekelijks en vul eventueel bij (ca. om de 20 - 50 bedrijfsuren). Fig. 19 NEDERLANDS 16 Draai de zijdelingse sluitschroef uit. Als er aan de binnenzijde van de drijfwerkopening geen vet zichtbaar is, moet het vet worden aangevuld (bijvulhoeveelheid: ca. 5-10 g). Zet de sluitschroef terug en draai ze vast. Opgelet: Niet te veel vet aanbrengen, want dit zou tot oververhitting in het drijfwerk kunnen leiden. De behuizing van het drijfwerk mag nooit volledig met vet gevuld zijn. Tip: Vul in voorkomend geval slechts maximaal 5g bij en controleer liever vaker (bijv. telkens voor het werk begint) of er nog vet zichtbaar is. Als u niet zeker bent, kunt u gerust contact opnemen met uw werkplaats. 9.3 Instelling carburateur De carburateur wordt in de fabriek optimaal ingesteld. Afhankelijk van de gebruikslocatie (gebergte, laagland) moet de instelling van de carburateur eventueel worden aangepast. Fig. 20 De carburateur heeft 3 stelschroeven: • Stationair-aanslagschroef “T” • Regelschroef “L” voor het mengsel bij stationair toerental • Regelschroef “H” voor het mengsel bij vollast De regelschroeven voor het mengsel bij stationair toerental “L” en het mengsel bij vollast “H” mogen enkel worden ingesteld in de erkende werkplaats. Geringe correcties van de instelling van het standgas op het in de technische gegevens vermelde gemiddelde stationaire toerental, kunnen als volgt worden uitgevoerd met de stationair-aanslagschroef “T” en met behulp van een toerentalmeter: • Als het stationair toerental te groot is, draait u de stationair-aanslagschroef “T” iets open door linksom te draaien. • Als het stationair toerental te laag is (de motor blijft dus staan), draait u de stationair aanslagschroef “T” iets dicht door rechtsom te draaien tot de motor gelijkmatig loopt. Het snijwerktuig mag nooit worden aangedreven bij stationair toerental! Gebruiks- en onderhoudsinstructies Als een optimale instelling van de carburateur niet kan worden verkregen door de stationairaanslagschroef “T” te corrigeren, dient u de carburateur optimaal te laten instellen in een erkende werkplaats. Volgende instructies zijn bedoeld voor de erkende werkplaats Bij D-Cut-carburateurs: Gebruik de D-CUT-carburateursleutel om de regelschroef “L” voor het mengsel bij stationair toerental en de regelschroef “H” voor het mengsel bij vollast te corrigeren. Bij carburateurs met limitercaps: De regelschroeven voor het mengsel bij stationair toerental en het mengsel bij vollast kunnen in beperkte mate worden versteld. Voor een correcte instelling van het stationair toerental moet de luchtfilter schoon zijn! Laat de motor warmdraaien voor u de instelling uitvoert. De carburateur wordt ingesteld om een maximaal motorvermogen te verzekeren. Voor de instelling moet in elk geval een toerentalmeter worden gebruikt! Stel geen hoger toerental in dan aangegeven, want dit kan tot motorschade leiden! 9.4 Luchtfilteronderhoud Vervuilde luchtfilters verlagen het vermogen. Ze verhogen ook het brandstofverbruik en dus de schadelijke stoffen in de uitlaatgassen. Bovendien kan de motor dan moeilijker worden gestart. Voer volgende onderhoudswerken regelmatig uit. Fig. 21 Als u de machine de hele dag gebruikt, moet de weefselluchtfilter dagelijks worden gereinigd. Als er veel stofvorming optreedt, ook tussendoor. Gewoon uitkloppen is meestal de beste manier om te reinigen. De luchtfilter niet met perslucht uitblazen en nooit vochtig of nat reinigen, en niet in een oliebad of reinigingsoplossing leggen! Als het motortoerental bij een correcte instelling van de carburateur duidelijk daalt, zit de luchtfilter verstopt en moet hij worden vervangen (bestelnr. 2048154). Een te laag motortoerental ten gevolge van een verstopte luchtfilter mag in geen geval worden gecompenseerd door een verkeerde instelling van de carburateur. Dit zou tot overbelasting en ernstige motorschade leiden. De garantie geldt niet voor motorschade ten gevolge van onvakkundige verzorging. • De nieuwe of gereinigde weefselluchtfilter weer in de behuizing plaatsen. • Het luchtfilterdeksel met de onderste geleidingstappen op de behuizing plaatsen en weer op de behuizing klappen. • Het filterdeksel vastzetten door de vleugelschroef (32) naar rechts te draaien. 9.5 Instructies voor de geluiddemper Ga voor u begint te werken na of de geluiddemper in perfecte staat verkeert. Raak de geluiddemper niet aan zolang hij nog heet is. Als de motor niet bevredigend draait hoewel de luchtfilter gereinigd is en de carburateur correct is ingesteld, kan de oorzaak ook in een vuile of beschadigde geluiddemper liggen. Neem in dit geval contact op met de werkplaats. Voor u de luchtfilter opent, de startklep sluiten , zodat er geen vuil in de carburateur terecht kan komen. • De vleugelschroef (32) op het luchtfilterdeksel (11) naar links draaien. • Het luchtfilterdeksel aan de bovenzijde naar voor klappen en afnemen. • De weefselluchtfilter (33) uitnemen. • De omgeving van de filter reinigen. NEDERLANDS 17 Gebruiks- en onderhoudsinstructies 9.6 Bougie-informatie 9.7 Brandstoffilter vervangen De bougie moet om de 50 bedrijfsuren worden gecontroleerd. Het is aan te bevelen de brandstoffilter (34) jaarlijks in een werkplaats te laten vervangen. Fig. 22 Fig. 23 • Duw op de achterste beugel van de bougieafdekking (16) en klap deze langs boven weg. • Trek de bougiestekker daaronder uit. • Schroef de bougie uit en droog hem goed af. Als de elektroden sterk afgebrand zijn, de bougie onmiddellijk vervangen - anders om de 100 bedrijfsuren. Als de bougie uitgeschroefd is of de bougiekabel uit de stekker verwijderd is, mag de motor niet in beweging worden gezet. Er bestaat brandgevaar door vonkvorming! De ontstoorde bougie (verbrandingswaarde 200) is bijv. onder volgende benamingen verkrijgbaar: BOSCH WSR6F CHAMPION RCJ-6Y of vergelijkbaar. De voorgeschreven elektrodenafstand bedraagt 0,5 mm. Gebruik enkel bougies met vast gemonteerde, dikke aansluitmoer aan het bovenste uiteinde. Anders bestaat er brandgevaar door vonkvorming. Voor u begint te werken, dient u na te gaan of de ontstekingskabel perfect aangesloten is en de isolatie intact is. • Schroef de bougie weer in. • Duw de bougiestekker altijd goed vast op de bougie. • Plaats de bougieafdekking met de geleidingstappen op de behuizing, klap de afdekking weer omlaag en zet ze stevig vast. NEDERLANDS 18 De vakman kan met een draadlus voorzichtig aan de brandstoffilter trekken om de brandstoftank te openen. Er moet op worden gelet dat de verdikking van de brandstofslang aan de tankwand niet in de tank wordt getrokken. 9.8 Stilleggen en opbergen Bewaar de machine bij voorkeur op een droge en veilige plaats met volle brandstoftank. Er mogen geen open vuren of dergelijke in de omgeving voorkomen. Onbevoegd gebruik – met name door kinderen – moet worden vermeden. Als de machine langer dan vier weken niet zal worden gebruikt, moeten volgende stappen ook worden uitgevoerd: • De brandstoftank op een goed geventileerde plaats leegmaken en reinigen. • De motor bij lege brandstoftank starten en de carburateur lagen leeglopen tot de motor stopt. Anders kunnen olieresten uit het brandstofmengsel de carburateurmonden verstoppen en kan het starten later moeilijk zijn. • De machine goed reinigen (met name de luchtaanzuigopeningen, de cilinderkoelribben, de luchtfilter en de omgeving van de tankopening). • Bewaar de machine op een droge en veilige plaats. Onbevoegd gebruik – met name door kinderen – moet worden vermeden. Carburateur Luchtfilter Bougie Metaalsnijwerktuig Alle bereikbare schroeven (behalve instelschroeven) Bedieningselementen (stopschakelaar, gashendel, halfgasvergrendeling, starter) Geluiddemper Volledige machine Indien nodig X stationair toerental controleren X stationair toerental instellen X reinigen X vervangen Controleer de elektrodenafstand en vervang de bougie indien nodig X X X X vervangen Smering van het drijfwerk om de 100 bedrijfsuren om de 50 bedrijfsuren • Schade door onvakkundig of niet tijdig uitgevoerde onderhouds- of herstellingswerken • Gevolgschade - ook corrosie - bij onvakkundige bewaring wekelijks Voer de onderhoudswerken regelmatig uit. Doe indien nodig een beroep op een werkplaats als u niet alle werken zelf kunt uitvoeren. De eigenaar van de machine is verantwoordelijk voor: telkens voor het werk begint Volgende instructies hebben betrekking op normale werkomstandigheden. In speciale gevallen, bijv. zeer langdurig, dagelijks werk, moeten de vermelde onderhoudsintervallen dienovereenkomstig worden verkort. één keer na 5 bedrijfsuren 9.9 Onderhoudsschema X controleren X X vervangen X X X controleren slijpen X vervangen X aanspannen X X X functiecontrole X visuele toestandscontrole X visuele toestandscontrole X reinigen voor het maaiseizoen of jaarlijks Gebruiks- en onderhoudsinstructies X X X Bovendien dient u in het kader van de jaarlijks uit te voeren onderhoudswerken bij de erkende vakhandelaar de volgende werken te laten uitvoeren: • Volledige controle van de gehele machine, • Professionele motorreiniging (brandstoftank, cilinderribben, …) • Controle en eventuele vervanging van de slijtageonderdelen, meer bepaald jaarlijkse vervanging van de brandstoffilter, • Optimale instelling van de carburateur NEDERLANDS 19 Accessoires 10 Accessoires SOLO biedt via de vakhandel een omvangrijk programma accessoires aan voor bosmaaiers. Deze accessoires mogen uitsluitend worden gebruikt in combinatie met het overeenkomstige type, waarbij de overeenkomstige beveiliging moet worden gebruikt. Gebruik volgend tabeloverzicht van de voor de modellen 142 en 154 toegelaten accessoires en vraag informatie aan uw verkoper. Accessoires 2-draadkop handmatig M 12 x 1,50 LI (gras ook rond hindernissen, licht onkruid) 2-draadkop halfautomatisch M 12 x 1,50 LI (gras ook rond hindernissen, licht onkruid) 2-draadkop halfautomatisch M 12 x 1,50 LI, Profi (gras ook rond hindernissen, licht onkruid) Vervangdraad voor draadkop 15 m, Ø2,4 mm Vervangdraad voor draadkop 15 m, Ø3,0 mm Snijdraad op rol voor draadkop 90 m, Ø2,4 mm Grassnijblad met 4 tanden, Ø230 mm (gras, dikker onkruid) Snoeimes met 3 tanden Ø250 mm (struiken, riet, taai gras) Snoeimes met 3 tanden Ø300 mm (struiken, riet, taai gras) Snijkop met 2 draden “Jet-Fit” (struiken, riet, taai gras, takken tot 20mm) Snijkop met 4 draden “Jet-Fit” (struiken, riet, taai gras, takken tot 20mm) Vervangdraad voor snijkop "Jet-Fit" 2,5 mm x 260 mm 50 stuks Vervangdraad voor snijkop "Jet-Fit" 3,5 mm x 260 mm 25 stuks Vervangdraad voor snijkop "Jet-Fit" 2,5 mm x 53 m Vervangdraad voor snijkop "Jet-Fit" 3,5 mm x 27 m Beiteltand-cirkelzaagblad Ø 200 mm, incl. metaal-aanslag (struiken en bomen tot 5 cm stamdiameter) Krachtig transmissievet SOLO Profi 2T-motorolie 100 ml SOLO Profi 2T-motorolie 1l SOLO Profi 2T-motorolie in doseerfles 1l SOLO gezichts-/gehoorbescherming SOLO bos- en landbouwjas EN 340 SOLO outdoor-broek SOLO outdoor-tuinbroek SOLO lederen bottines SOLO Fit veiligheidshandschoenen NEDERLANDS 20 Bescherming Standaardbescherming + beschermstrip Standaardbescherming + beschermstrip Standaardbescherming + beschermstrip Bestelnr. 6900630 69006536 69006546 6900942 6900974 0063201 Standaardbescherming 6900948 Standaardbescherming 6900947 Standaardbescherming 6900943 Standaardbescherming + beschermstrip Standaardbescherming + beschermstrip 6900160 6900162 6900166 6900168 6900175 6900176 Metaal-aanslag 6900695 008318025 0083103 0083104 0083105 993901002 99303000 + maat (2[s] - 6[xxl]) 9902095 + maatindex 9902094 + maatindex 9930510 + maat (36 - 48) 9939012 + maatindex Garantie; Slijtage-onderdelen 11 Garantie De fabrikant waarborgt een perfecte kwaliteit en draagt de kosten voor de verbetering achteraf door beschadigde onderdelen te vervangen in geval van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantieperiode na de verkoopdatum optreden. Merk op dat in bepaalde landen specifieke garantievoorwaarden van toepassing zijn. In geval van twijfel kunt u voor meer informatie terecht bij uw verkoper. Als verkoper van het product is hij verantwoordelijk voor de garantie. Wij vragen uw begrip dat volgende schadeoorzaken niet onder de garantie vallen: • Niet-naleving van de gebruiksaanwijzing. • Achterwege laten van vereiste onderhouds- en reinigingswerken. • Schade door verkeerde instelling van de carburateur. • Slijtage door normaal gebruik. • Duidelijke overbelasting door langdurig overschrijden van de bovenste vermogenslimiet. • Gebruik van niet toegelaten werktuigen. • Uitoefening van geweld, onvakkundige behandeling, misbruik of ongevallen. • Oververhittingsschade door vervuiling op het ventilatorhuis. • Ingrepen door onvakkundige personen of onvakkundige herstelpogingen. • Gebruik van ongeschikte wisselstukken of nietoriginele onderdelen, voor zover deze de schade hebben veroorzaakt. • Gebruik van ongeschikte of vervallen werkmiddelen. • Schade die te wijten is aan gebruiksvoorwaarden uit de verhuur. Reinigings-, onderhouds- en instelwerken worden niet als garantieprestatie beschouwd. Alle garantiewerken moeten worden uitgevoerd door de door de fabrikant erkende vakhandelaar. 12 Slijtage-onderdelen Diverse componenten zijn onderworpen aan normale of door het gebruik veroorzaakte slijtage. Ze moeten tijdig worden vervangen. Volgende slijtageonderdelen vallen niet onder de fabrieksgarantie: • Luchtfilter • Brandstoffilter • Alle rubberen onderdelen die in contact komen met brandstof en sproeimiddel • Koppeling • Bougie • Startsysteem • Snijwerktuigen NEDERLANDS 21
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124

AL-KO AL-KO 154 Handleiding

Categorie
Tuingereedschap
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor