Casio CDP-S350 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

NL
CDP-S350
CDPS350-D-2A
GEBRUIKSAANWIJZING
Klaarmaken van de voeding In- en uitschakelen van de
stroom
Gebruik van een pedaal Gebruik van een
hoofdtelefoon
Spelen op het toetsenbord Splitsen van het toetsenbord
voor duet-spel
Veranderen van de
toonhoogte in stappen van
een halve toon
(Transponeren)
Fijnstemmen van een
toonhoogte (Stemming)
Veranderen van de
toonhoogte in eenheden van
een octaaf
(Octaafverschuiving)
Gebruik van automatische
begeleiding
Selecteren van een
ingebouwde melodie om deze
weer te geven
Gebruik van zweving
Gebruik van nagalm Koppelen aan een
smartapparaat (APP-functie)
Wanneer de Digitale Piano op batterijen wordt gebruikt, is het mogelijk dat de noten vervormd klinken wanneer een
uitvoering of een melodie op maximaal volume wordt weergegeven. Dit wordt veroorzaakt door het verschil in vermogen bij
gebruik van de netadapter of de batterijen en duidt niet op een defect van de Digitale Piano. Als u merkt dat er vervorming
optreedt, schakel dan over op stroomvoorziening via de netadapter of verlaag het volumeniveau.
Omslag
NL-1
Betreffende de muziekpartituurgegevens
U kunt muziekpartituurgegevens als een PDF-bestand downloaden van de CASIO-website, die toegankelijk is via het
onderstaande webadres of QR-code. Daarna kunt u de muziekpartituur op uw smartapparaat bekijken. U kunt rechtstreeks vanaf
de inhoudsopgave van het PDF-bestand naar de gewenste muziekpartituur springen en u kunt de muziekpartituur ook uitprinten.
https://support.casio.com/global/nl/emi/manual/CDP-S350/
Meegeleverde en los verkrijgbare accessoires
Gebruik enkel accessoires die gespecificeerd zijn voor gebruik met deze Digitale Piano.
Het gebruik van niet erkende accessoires kan resulteren in brand, een elektrische schok of persoonlijk letsel.
U kunt informatie betreffende de accessoires die los verkrijgbaar zijn krijgen uit de CASIO catalogus die beschikbaar is bij
uw winkelier en op de CASIO website toegankelijk via het onderstaande internetadres of QR-code.
https://support.casio.com/global/nl/emi/manual/CDP-S350/
Het gedeeltelijk of in zijn geheel kopiëren van de inhoud van deze handleiding is verboden. Met uitzondering van uw eigen
persoonlijke gebruik, is het aanwenden van de inhoud van deze handleiding voor niet-bedoelde doeleinden zonder de
uitdrukkelijke toestemming van CASIO verboden onder de wetgeving inzake auteursrechten.
IN GEEN GEVAL ZAL CASIO AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR SCHADE IN ENIGE VORM (INCLUSIEF EN ZONDER
BEPERKINGEN DE SCHADE DOOR HET VERLIES VAN WINSTEN, ONDERBREKINGEN VAN ZAKELIJKE
BELANGEN, VERLIES VAN INFORMATIE) DIE VOORTKOMT UIT HET GEBRUIK VAN OF DE ONMOGELIJKHEID TOT
HET GEBRUIK VAN DEZE HANDLEIDING OF DIT PRODUCT, ZELFS ALS CASIO EROP ATTENT GEMAAKT IS DAT
DE MOGELIJKHEID OP DERGELIJKE SCHADE BESTAAT.
De inhoud van deze handleiding is onder voorbehoud.
Het product kan er in werkelijkheid anders uitzien dan zoals is aangegeven in de afbeeldingen van deze gebruiksaanwijzing.
De namen van bedrijven en producten die in deze handleiding worden gebruikt, kunnen geregistreerde handelsmerken van
derden zijn.
NL-2
Overzicht en instellingen NL-4
Algemene gids . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-4
Klaarmaken van de voeding . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-7
In- en uitschakelen van de stroom . . . . . . . . . . . . . .NL-9
Terugzetten van de Digitale Piano naar
de standaardinstellingen die in
de fabriek ingesteld waren . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-9
Bedieningsvergrendeling. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-9
Gebruik van een hoofdtelefoon . . . . . . . . . . . . . . . .NL-10
Instellen van het displaycontrast . . . . . . . . . . . . . . .NL-10
Luisteren naar de demonstratieweergave. . . . . . . .NL-11
Gemeenschappelijke bediening voor
alle functies NL-11
Categorieën. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-11
Gebruik van de draairegelaar . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-12
Invoeren van tekst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-12
FUNCTION indicator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-13
Spelen op het toetsenbord NL-14
Lagen en splitsingen aanbrengen in tonen . . . . . . .NL-14
Veranderen van het aanslagvolume naar
de aanslagdruk (Aanslagvolume) . . . . . . . . . . . .NL-16
Gebruik van nagalm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-17
Gebruik van zweving. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-17
Gebruik van de metronoom. . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-18
Veranderen van de tempo-instelling . . . . . . . . . . . .NL-18
Gebruik van de arpeggiator. . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-19
Splitsen van het toetsenbord voor duet-spel. . . . . .NL-20
Regelen van de klank NL-22
Gebruik van een pedaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-22
Gebruik van de toonhoogteregelaar . . . . . . . . . . . .NL-23
Veranderen van de toonhoogte in stappen
van een halve toon (Transponeren). . . . . . . . . . .NL-23
Fijnstemmen van een toonhoogte (Stemming) . . . .NL-23
Veranderen van de toonhoogte in eenheden
van een octaaf (Octaafverschuiving) . . . . . . . . . .NL-24
Veranderen van de toonschaalstemming
(Temperament) van het toetsenbord . . . . . . . . . .NL-24
Weergeven van een ingebouwde melodie of
een melodie op een USB flash-drive NL-26
Selecteren van een ingebouwde melodie om
deze weer te geven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-26
Herhaalde weergave van specifieke melodiematen
(A-B herhalen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-27
Weergeven met het geluid van
één hand uitgeschakeld. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-28
Vergroten van de selectie van melodieën. . . . . . . . NL-28
Weergeven van een melodie die opgenomen is op
een USB flash-drive. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-29
Gebruik van automatische begeleiding NL-29
Weergeven van alleen het ritmegedeelte . . . . . . . . NL-29
Spelen van automatische begeleiding
met akkoorden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-30
Patroonvariaties van de automatische
begeleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-33
Gebruik van automatisch harmoniseren . . . . . . . . . NL-35
Gebruik van de één-toets voorkeuzefunctie . . . . . . NL-36
Vergroten van het aantal ritmes
(Gebruikersritmes). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-36
Gebruik van muziekvoorkeuze NL-37
Registreren en oproepen van
een basisinstelling (Registratie) NL-38
Opslaan van een basisinstelling in het
registratiegeheugen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-38
Een basisinstelling oproepen uit
het registratiegeheugen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-39
Opnemen van uw toetsenbordspel NL-40
Opnemen en weergeven van
uw toetsenbordspel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-40
Overdubben van een opgenomen spoor . . . . . . . . NL-41
Opnemen van het toetsenbordspel samen met
een melodie (Deeloefening-opname) . . . . . . . . . NL-42
Maken van de instellingen voor vooraf tellen en
de metronoom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-43
Een spoor dempen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-44
Wissen van een opgenomen melodie of spoor. . . . NL-44
Kopiëren van een opgenomen melodie . . . . . . . . . NL-44
Maken van functie-instellingen NL-45
Aanwijzingen voor het maken van
functie-instellingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-45
Lijst met functie-instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-46
Gebruik van bedieningsvergrendeling . . . . . . . . . . NL-48
Wissen van alle gegevens in het geheugen van
de Digitale Piano . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL-48
Inhoudsopgave
NL-3
Inhoudsopgave
USB flash-drive NL-49
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van een
USB flash-drive en de USB flash-drive poort. . . .NL-49
Aansluiten van een USB flash-drive op
de Digitale Piano en loskoppelen ervan. . . . . . . .NL-49
Formatteren van een USB flash-drive. . . . . . . . . . .NL-50
Gebruik van de USB flash-drive . . . . . . . . . . . . . . .NL-51
Gebruik van een computer voor het kopiëren van
algemene melodiegegevens naar
een USB flash-drive. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-53
Aansluiten van externe toestellen NL-54
Aansluiten op een computer . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-54
Aansluiten op audio-apparatuur . . . . . . . . . . . . . . .NL-55
Koppelen aan een smartapparaat (APP-functie) . .NL-56
Referentie NL-57
Oplossen van moeilijkheden . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-57
Foutmeldingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-59
Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-60
Kaart met veelzijdige tonen. . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-62
Vingerzettinggids. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-63
Akkoordvoorbeeldenlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .NL-64
MIDI Implementation Chart
NL-4
Voorpaneel
Sommige van de getoonde toetsnamen zijn voorzien van het $ symbool. Dit geeft aan dat u de toets lang ingedrukt moet
houden om de bijbehorende bediening uit te voeren.
Overzicht en instellingen
Algemene gids
bo bp bq br bs
321 456
cp
7
bt ck cl cm cn
cq
co
8 9 bk bl bm bn
NL-5
Overzicht en instellingen
Achterkant
1 P (aan/uit) toets
2 Volumeregelaar (VOLUME)
3 Metronoom, Maatslagtoets
(METRONOME, $BEAT)
4 Tempo/tiktoets (TEMPO/TAP)
5 Opname/stoptoets (RECORD/STOP)
6 Categorietoets (CATEGORY)
7 Intro, Herhaaltoets (INTRO, REPEAT)
8 Normaal invulpatroon, A-B toets
(NORMAL FILL-IN, A-B)
9 Variatie-invulpatroon, s toets
(VARIATION FILL-IN, s)
bk Einde/gesynchroniseerd starten, d toets
(ENDING/SYNCHRO START, d)
bl Gesynchroniseerd stoppen, k toets
(SYNCHRO STOP, k)
bm Start/stop, a toets (START/STOP, a)
bn [Begeleiding], Gedeelte selecteren,
Muziekvoorkeuzetoets ([ACCOMP], PART
SELECT, $MUSIC PRESET)
bo Draairegelaar
bp Functie, Instellen/Afsluiten-toets
(FUNCTION, ENTER/$ EXIT)
bq Toon, Duettoets (TONE, $ DUET)
br Ritmetoets (RHYTHM)
bs Melodiebanktoets (SONG BANK)
bt Bank, Blokkeertoets (BANK, $ FREEZE)
ck Gebied 1 - Gebied 4 toets
cl Opslagtoets (STORE)
cm Automatisch harmoniseren/Arpeggiator, Typetoets
(A.HAR./ARPEG., $TYPE)
cn Splitsen, Punttoets (SPLIT, $POINT)
co Lagen, Octaaftoets (LAYER, $OCTAVE)
cp Display
cq Toonhoogteregelaar (PITCH BEND)
cr USB flash-drive poort (USB)
cs USB-poort (USB)
ct Demper/toewijsbaar-aansluiting (DAMPER/ASSIGNABLE)
dk Pedaaleenheid-aansluiting (PEDAL UNIT)
dl Hoofdtelefoon/uitgangsaansluiting (PHONES/OUTPUT)
dm Audio-ingangsaansluiting (AUDIO IN)
dn 12 V gelijkstroomaansluiting (DC 12V)
cscr
ct dk dl dm dn
NL-6
Overzicht en instellingen
Display
Toonindicator
Ritme-indicator
Melodiebankindicator
Muziekvoorkeuze-indicator
Indicators voor toetsenbordgedeelte
Nummer/instellingswaarde-display (links), naamdisplay
(rechts)
Tempo, maat
Maatslag
Akkoordnaam
Indicators voor automatische begeleiding
Indicators voor weergavegedeelte
Registratie-indicators, opname-indicators
* Overige indicators
Klaarmaken van de muziekstandaard


***
Muziekstandaard
NL-7
Overzicht en instellingen
Uw Digitale Piano maakt gebruik van een netadapter voor de
voeding.
Hoewel de Digitale Piano ook op batterijen kan worden
gebruikt, verdient het toch aanbeveling om het instrument met
de netadapter te gebruiken.
Let erop dat u alleen de netadapter gebruikt die voor deze
Digitale Piano wordt voorgeschreven. Het gebruik van een
ander type netadapter kan problemen veroorzaken.
Gebruik nooit de netadapter (JEITA standaard, met een
uniforme polariteitsstekker) die met deze Digitale Piano
meegeleverd wordt om een ander toestel aan te sluiten
dan deze Digitale Piano. Dit kan namelijk resulteren in
een defect.
Zorg ervoor dat u de stroom van de Digitale Piano
uitschakelt voordat u de aansluiting van de netadapter
tot stand brengt of verbreekt.
De netadapter wordt warm na langdurig gebruik. Dit is
normaal en duidt niet op een defect.
Neem de onderstaande belangrijke
voorzorgsmaatregelen in acht om schade aan het
netsnoer te voorkomen.
Tijdens het gebruik
Trek nooit met geweld aan het snoer.
Trek nooit herhaaldelijk aan het snoer.
Draai het snoer nooit rond vlakbij de stekker of de
aansluiting.
Wanneer het toestel wordt verplaatst
Vergeet nooit de netadapter uit het stopcontact te
trekken voordat u de Digitale Piano verplaatst.
Tijdens opslag
Maak lussen in en een bundeltje van het netsnoer maar
wind het snoer nooit om de netadapter.
Steek nooit metaal, potloden of andere voorwerpen in
de 12 V gelijkstroomaansluiting (DC 12V) van dit
product. Dit kan namelijk een ongeluk veroorzaken.
Gebruik het netsnoer dat bij dit product wordt geleverd
niet met een ander toestel.
Sluit de netadapter op een stopcontact aan dat zich
dicht in de buurt van de Digitale Piano bevindt. U kunt
de stekker dan meteen uit het stopcontact trekken als
er een probleem optreedt.
De netadapter is enkel bedoeld voor gebruik
binnenshuis. Zet de netadapter niet op een plaats waar
deze nat kan worden. Plaats ook nooit een vaas of een
andere bak met vloeistof op de netadapter.
Dek de netadapter niet af met een krant, tafelkleed,
gordijn of een of andere doek.
Als u de Digitale Piano voor langere tijd niet denkt te
gebruiken, dient u de stekker uit het stopcontact te
trekken.
De netadapter kan niet gerepareerd worden. Als de
netadapter defect is of beschadigd raakt, moet u een
nieuwe aanschaffen.
Werkingsomgeving van de netadapter
Temperatuur: 0 t/m 40°C
Vochtigheid: 10% tot 90% RV
Uitgangspolariteit: &
Klaarmaken van de voeding
Gebruik van de netadapter
Voorgeschreven netadapter: AD-A12150LW
(JEITA standaardstekker)
Stopcontact
Netadapter
dn DC 12V
Netsnoer
Overzicht en instellingen
NL-8
Zorg ervoor de stroom uit te schakelen voordat u de
batterijen inlegt.
Het wordt aan u overgelaten om zes los verkrijgbare
alkalibatterijen aan te schaffen.
Neem de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht
wanneer de Digitale Piano ondersteboven wordt
gedraaid om de batterijen te plaatsen.
Wees voorzichtig dat uw vingers niet onder de
Digitale Piano klem komen te zitten waardoor u letsel
oploopt.
Let op dat de Digitale Piano niet valt of op andere
wijze aan een harde schok wordt blootgesteld. Door
een harde schok kunnen de volumeknop en de
klaviertoetsen worden beschadigd.
1.
Open het batterijdeksel aan de onderkant van
de Digitale Piano.
2.
Leg zes AA-formaat batterijen in het
batterijcompartiment.
Let erop dat de positieve + en negatieve - kanten van
de batterijen in de richting wijzen aangegeven op de
Digitale Piano.
3.
Steek de lipjes van het batterijdeksel in de
gaten aan de kant van het batterijcompartiment
en sluit vervolgens het deksel.
Aanduiding voor lege batterijen
De hieronder getoonde indicators beginnen te knipperen om u
te laten weten dat de batterijspanning laag aan het worden is.
Vervang de batterijen door nieuwe.
Wanneer u de Digitale Piano gebruikt terwijl de
batterijen bijna leeg zijn, kan het instrument plotseling
worden uitgeschakeld. Hierdoor kunnen de gegevens
die het geheugen van de Digitale Piano zijn
opgeslagen, beschadigd raken of verloren gaan.
Gebruik op batterijen
Lipjes
Indicators voor lege batterijen (knipperen)
NL-9
Overzicht en instellingen
1.
Druk op de 1P (aan/uit) toets om de Digitale
Piano in te schakelen.
Gebruik 2 VOLUME om het volume in te stellen.
2.
Houd de 1P (aan/uit) toets lang ingedrukt
om de Digitale Piano uit te schakelen.
Het bericht “Bye” verschijnt op het display en de stroom
wordt uitgeschakeld.
Als u slechts lichtjes op 1P (aan/uit) drukt, licht het
display kortstondig op maar wordt de stroom niet
ingeschakeld. Dit duidt niet op een defect. Druk 1P
(aan/uit) stevig en volledig in om de stroom in te
schakelen.
De meeste huidige instellingen worden gewist wanneer
de Digitale Piano uitgeschakeld wordt. De volgende
maal dat u de stroom inschakelt worden de
oorspronkelijke instellingen gehanteerd door de
Digitale Piano.
Probeer nooit om een bediening uit te voeren terwijl de
“Wait...” of “Bye” melding op het display wordt
getoond. Deze meldingen geven aan dat het toestel
bezig is met het opslaan van gegevens. Als de Digitale
Piano wordt uitgeschakeld terwijl een van deze
meldingen wordt weergegeven, is het mogelijk dat er
gegevens worden gewist of beschadigd raken.
Wanneer op 1P (aan/uit) wordt gedrukt om de stroom uit
te schakelen, komt de Digitale Piano op stand-by te staan.
Er blijft nog kleine hoeveelheid stroom in de Digitale Piano
lopen wanneer deze in de stand-by-toestand staat. Als u de
Digitale Piano voor langere tijd niet gebruikt of als er
onweer in de buurt is, dient u de stekker uit het stopcontact
te trekken.
De automatische stroomonderbreker zal de stroom van de
Digitale Piano automatisch uitschakelen als u geen bediening
uitvoert voor ongeveer vier uur bij gebruik met de netadapter
of gedurende ongeveer zes minuten bij gebruik op batterijen.
Uitschakelen van de automatische
stroomonderbreker
U kunt de automatische stroomonderbreker uitschakelen om
ervoor te zorgen dat de stroom niet ineens uitgeschakeld
wordt tijdens een concert enz.
Zie functienummer 55 (AutoOff) in de “Lijst met functie-
instellingen” (pagina NL-46).
Voer de onderstaande procedure uit wanneer u de
opgeslagen gegevens en instellingen van de Digitale Piano
wilt terugzetten op de standaard-fabrieksinstellingen.
Zie functienummer 58 (Factory) in de “Lijst met functie-
instellingen” (pagina NL-46).
Gebruik de bedieningsvergrendelingsfunctie om een
ongewenste bediening tijdens uitvoeringen te voorkomen
door de bediening van de toetsen te blokkeren. Zie “Gebruik
van bedieningsvergrendeling” (pagina NL-48) voor details.
In- en uitschakelen van de stroom
Automatische stroomonderbreker
Terugzetten van de Digitale Piano
naar de standaardinstellingen die
in de fabriek ingesteld waren
Bedieningsvergrendeling
Overzicht en instellingen
NL-10
Door een hoofdtelefoon te gebruiken wordt het geluid van de
ingebouwde luidsprekers uitgeschakeld wat betekent dat u
zelfs ’s avonds laat kunt oefenen zonder anderen te storen.
Zorg ervoor altijd het volumeniveau laag in te stellen
voordat u de hoofdtelefoon aansluit.
Er wordt geen hoofdtelefoon meegeleverd met de Digitale
Piano.
Gebruik een los verkrijgbare hoofdtelefoon. Zie
pagina NL-1 voor informatie over de verkrijgbare opties.
Luister niet voor lange tijd met een hoog volume via de
hoofdtelefoon. Dit kan namelijk resulteren in
gehoorschade.
Gebruikt u een hoofdtelefoon waarbij een
verloopstekker nodig is, let er dan op dat de
verloopstekker niet ingestoken blijft als u de
aansluiting van de hoofdtelefoon verbreekt. Mocht de
stekker ingestoken blijven, dan zal er geen geluid te
horen zijn via de luidsprekers.
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om “Other” weer te geven.
2.
Druk op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om “Contrast” weer te
geven.
4.
Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
5.
Gebruik de bo regelaar om het displaycontrast
in te stellen.
Het instelbereik van het contrast is 01 t/m 17.
6.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
7.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Gebruik van een hoofdtelefoon
dl PHONES/OUTPUT aansluiting
(stereo mini-aansluiting (3,5 mm))
Stereo ministekker
Instellen van het displaycontrast
Other
Con t r
as t
NL-11
1.
Druk br RHYTHM en bs SONG BANK tegelijk
in.
De (melodiebankindicator) en de (ritme-indicator)
beginnen op het display te knipperen en de weergave
van de demonstratiemelodie begint. Nadat de weergave
van de demonstratiemelodie is afgelopen, wordt de
demonstratieweergave vervolgd met de melodieën uit de
melodiebank.
Tijdens de demonstratieweergave kunt u de bo
regelaar gebruiken om naar het begin van de vorige of
volgende melodie te springen. Zie het afzonderlijke
document “Lijsten van ingebouwde muziekgegevens”
voor een lijst van de melodiebanktitels.
De demonstratieweergave wordt herhaald totdat u de
bediening in de onderstaande stap 2 uitvoert.
2.
Druk bma of br RHYTHM en bs SONG
BANK tegelijk in om de demonstratieweergave
stoppen.
Als de automatische stroomonderbreker (pagina NL-9) is
ingeschakeld, zal de stroom automatisch bij het bereiken
van de activeringstijd worden uitgeschakeld wanneer er
geen bediening wordt uitgevoerd, ook als er
demonstratieweergave plaatsvindt. Indien gewenst kunt u
de automatische stroomonderbreker annuleren. Volg de
bedieningsstappen onder “Maken van functie-instellingen
(pagina NL-45) om functienummer 55 (AutoOff) in de “Lijst
met functie-instellingen” (pagina NL-46) in te schakelen.
Tenzij anders aangegeven, wordt bij alle procedures in
deze handleiding verondersteld dat de Digitale Piano in
de begintoestand staat (d.w.z. de toestand meteen na
het inschakelen van de stroom). Als u problemen
ondervindt bij het uitvoeren van een procedure,
schakelt u de stroom van de Digitale Piano uit en dan
weer in, en daarna probeert u de procedure opnieuw uit
te voeren.
Houd er rekening mee dat wanneer de Digitale Piano
tijdens een procedure wordt uitgeschakeld, eventuele
niet opgeslagen gegevens verloren gaan.
De tonen, ritmes, melodieën in de melodiebank, en de
muziekvoorkeuzes van deze Digitale Piano zijn in categorieën
gegroepeerd om het selecteren van de opties gemakkelijker
te maken. Bij het maken van instellingen kiest u eerst een
categorie en dan een optie in de betreffende categorie.
Tussen de categorieën navigeren
1.
Druk op 6 CATEGORY.
Een van de volgende modusindicators begint nu op het
display te knipperen: (toon), (ritme),
(melodiebank), (muziekvoorkeuze).
Bij meermalen indrukken van 6 CATEGORY wordt
telkens de volgende categorie in de reeks
geselecteerd.
Na indrukken van 6 CATEGORY kunt u de
categorienamen ook met de bo regelaar in
voorwaartse en achterwaartse richting doorlopen.
Als u gedurende een bepaalde tijd geen bediening
uitvoert tijdens de weergave van een categorie, zal het
categoriescherm automatisch verdwijnen.
2.
Druk op bp FUNCTION om het
categoriescherm te verlaten.
Voor de categorieën die beschikbaar zijn in elke modus
wordt u verwezen naar de Categorie-kolom in de
onderstaande lijsten.
Toonlijst, ritmelijst, melodiebanklijst en
muziekvoorkeuzelijst in het afzonderlijke document
“Lijsten van ingebouwde muziekgegevens”.
Om vanaf de huidige categorie naar het eerste item van de
vorige of de volgende categorie te gaan (zonder de
categorienamen weer te geven), houdt u 6 CATEGORY
ingedrukt en draait dan aan de bo regelaar.
Luisteren naar de
demonstratieweergave
Gemeenschappelijke
bediening voor alle functies
Categorieën
Piano
Categorienummer Categorienaam
Gemeenschappelijke bediening voor alle functies
NL-12
Gebruik de bo regelaar om een nummer (toonnummer enz.)
of waarde (tempowaarde enz.) te veranderen en om menu-
items te selecteren. U kunt zien welke bediening u met de bo
regelaar kunt uitvoeren door naar de NUM indicator op het
display te kijken.
Veranderen van een waarde of nummer (NUM
indicator brandt)
Wanneer de NUM indicator brandt, kan de bo regelaar
worden gebruikt om een nummer of waarde te veranderen.
Voorbeeld: Toonnummer-selectiescherm
Bedieningsvoorbeelden
Kiezen van een instrument om te spelen” (pagina NL-14)
Instellen van de tempowaarde (maatslagen per minuut)
(pagina NL-18)
Als bij de bediening van de regelaar de standaardwaarde
(of aanbevolen waarde) wordt bereikt, zal de NUM indicator
eenmaal knipperen om u hierop attent te maken.
Selecteren van een menu-item (NUM indicator
brandt niet)
Als een menu verschijnt bij het maken van een instelling en
de NUM indicator brandt niet, kunt u de bo regelaar
gebruiken om het gewenste menu-item te selecteren.
Voorbeeld: Functie-instelscherm
Bedieningsvoorbeelden
Aanwijzingen voor het maken van functie-instellingen
(pagina NL-45)
Aanwijzingen voor het maken van de instellingen voor vooraf
tellen en de metronoom” (pagina NL-43)
Gebruik de onderstaande procedure wanneer u de naam wilt
veranderen van gegevens die op een USB flash-drive zijn
opgeslagen of om andere tekst in te voeren.
Een teken invoegen
1.
Gebruik de bo regelaar om de cursor naar de
plaats te brengen waar u het teken wilt
invoegen.
2.
Druk op ck Gebied 2.
De “A” wordt op de plaats van de cursor ingevoegd en de
NUM indicator gaat branden.
Indien gewenst kunt u de “A” nu veranderen naar een
ander teken. Voer hiervoor de procedure uit onder
Een teken veranderen” vanaf stap 2.
Gebruik van de draairegelaar
Brandt
Sta
g
e
Pno
NUM indicator brandt
Invoeren van tekst
Touch
NUM indicator brandt niet
NL-13
Gemeenschappelijke bediening voor alle functies
Een teken veranderen
1.
Gebruik de bo regelaar om de cursor naar de
plaats te brengen van het teken dat u wilt
veranderen en druk dan op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
2.
Gebruik de bo regelaar om het nu
geselecteerde teken te veranderen.
3.
Nadat het gewenste teken is ingevoegd, drukt
u (kort of lang) op bp ENTER om de
verandering toe te passen.
De NUM indicator verdwijnt.
Het invoeren van de tekens aangegeven in de
onderstaande tabel wordt ondersteund wanneer het
bestand op een USB flash-drive wordt opgeslagen.
Als u het symbool voor gelijkwaardig ( ) invoert,
wordt dit weergegeven als een pijl naar rechts (3).
Als u deze procedure gebruikt om de bestandsnaam
van een bestand op een FAT32-geformatteerde USB
flash-drive te bewerken, zult u enkele van de
bovenstaande tekens niet kunnen invoeren.
Een teken wissen
1.
Gebruik de bo regelaar om de cursor naar de
plaats te brengen van het teken dat u wilt
wissen.
2.
Druk op ck Gebied 1.
Opslaan van bewerkte tekst
1.
Druk op cl STORE.
De FUNCTION indicator knippert wel of niet wanneer u een
instelling voor een functie van de Digitale Piano maakt
(pagina NL-45) of een andere bediening voor een speciale
instelling uitvoert. De betekenis van de tekst die bij de wel of
niet knipperende FUNCTION indicator verschijnt wordt
hieronder beschreven.
* Alleen bij een instelitem dat een functie-instelling is.
Hieronder ziet u een voorbeeld van wat de FUNCTION
indicator aangeeft.
1.
Druk op bp FUNCTION.
“Touch” verschijnt.
“Touch” is de naam van een instelitem, dus de
FUNCTION indicator knippert niet.
2.
Druk op bp ENTER.
Hierdoor verandert “Touch” naar “Normal” (de
standaardinstelling voor het aanslagvolume). Aangezien
“Normal” een instelling is, knippert de FUNCTION
indicator.
3.
Druk op bp FUNCTION om terug te keren naar
de aanduiding van de naam van het instelitem.
De FUNCTION indicator stopt met knipperen.
4.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
De FUNCTION indicator verdwijnt.
0
A
N
[
i
v
!
1
B
O
]
j
w
#
2
C
P
^
k
x
$
3
D
Q
_
l
y
%
4
E
R
`
m
z
&
5
F
S
a
n
{
'
6
G
T
b
o
}
(
7
H
U
c
p
~
)
8
I
V
d
q
+
9
J
W
e
r
,
;
K
X
f
s
-
=
L
Y
g
t
.
@
M
Z
h
u
~
FUNCTION indicator
Indicator Geeft dit aan:
Knippert niet Itemnaam*
Knippert Instelling van getoonde instelitem
Voorbeeld: Maken van de instelling voor het
aanslagvolume
Touch
Instellingsnummer Naam van instelitem
Knippert niet
No r
m
a
l
Knippert
Instellingsnummer Instelling
NL-14
Uw Digitale Piano laat u uit tonen kiezen zodat u de
beschikking heeft over een groot aantal
muziekinstrumenttonen, waaronder viool, fluit, orkest en nog
veel meer. Door het type instrument te veranderen krijgt
dezelfde melodietoon een heel ander gevoel.
Kiezen van een instrument om te spelen
1.
Druk op bq TONE.
De aanduiding (toonindicator) verschijnt.
2.
Gebruik de bo regelaar om het gewenste
toonnummer te selecteren.
•Zie Tussen de categorieën navigeren(pagina NL-11)
voor informatie over het selecteren van de
tooncategorieën.
Zie het afzonderlijke document “Lijsten van ingebouwde
muziekgegevens” voor een volledige lijst van de
beschikbare tonen.
Wanneer één van de drumsets wordt geselecteerd, wordt
aan elke klaviertoets een andere percussieklank
toegewezen.
3.
Probeer iets op het toetsenbord te spelen.
U hoort de toon van het instrument dat u heeft
geselecteerd.
DSP-tonen
De Digitale Piano heeft een aantal “DSP-tonen”. Dit zijn tonen
met speciale effecten. De DSP TONE indicator brandt
wanneer een DSP-toon is geselecteerd.
Gitaartonen
Tot de ingebouwde gitaartonen van deze Digitale Piano
behoren tokkelgeluiden en andere geluidseffecten die worden
toegepast overeenkomstig de toonhoogte (nootnummer) en/
of de intensiteit (aanslagsnelheid) van de noten die worden
gespeeld.
Veelzijdige tonen
De ingebouwde tonen van de Digitale Piano omvatten
“veelzijdige tonen” (drie gitaartonen, twee bastonen en twee
kopertonen) die kunnen worden gebruikt voor het creëren van
computermuziek. Veelzijdige tonen wijzen
uitvoeringsgeluiden die kenmerkend zijn voor een bepaald
muziekinstrument (zoals een gitaarglissando, fretgeluid enz.)
toe aan elke klaviertoets (noot) en aanslagsnelheid. Zie Kaart
met veelzijdige tonen(pagina NL-62) voor informatie over de
geluiden die worden toegewezen bij elke veelzijdige toon en
aanslagsnelheid.
U kunt het toetsenbord zodanig configureren dat het twee
verschillende tonen tegelijkertijd speelt (lagenfunctie) of twee
verschillende tonen speelt op het linker en het rechter bereik
(splitsfunctie). U kunt de lagen- en de splitsfunctie in
combinatie gebruiken en op die manier drie verschillende
tonen tegelijkertijd spelen.
Bij het spelen van een afzonderlijke toon op het toetsenbord
wordt enkel het Upper1 gedeelte gebruikt. Wanneer twee
tonen worden gelaagd, worden het Upper1 gedeelte en het
Upper2 gedeelte gebruikt. Bij het splitsen van het toetsenbord
in twee tonen speelt het lage bereik van het toetsenbord het
Lower gedeelte.
Indicators voor toetsenbordgedeelten
De indicators voor de toetsengedeelten tonen de huidige
splits- en lagenstatus van het toetsenbord. De brandende
indicator geeft aan welk toetsenbordgedeelte er klinkt.
Wanneer (toonindicator) brandt, staat er een pijltje ()
rechts naast een van de gedeeltenindicators. Wanneer de
toon wordt veranderd, verandert de toon van het gedeelte
waar het pijltje () staat.
Veranderen van de tooninstelling beïnvloedt het Upper2
gedeelte wanneer de lagenfunctie is ingeschakeld en het
Lower gedeelte wanneer de splitsfunctie is ingeschakeld.
Als u de splits- en/of lagenfunctie heeft ingeschakeld, kan
bij het toewijzen van DSP-tonen aan meerdere gedeelten
(pagina NL-14) de geluidskwaliteit van het Upper2 gedeelte
en/of Lower gedeelte worden beïnvloed. Als bijvoorbeeld
de lagenfunctie is ingeschakeld en u DSP-tonen toewijst
aan het Upper1 gedeelte en het Upper2 gedeelte, wordt het
effect van het Upper2 gedeelte geëlimineerd, wat van
invloed is op de toonkwaliteit.
Spelen op het toetsenbord
Sta
g
e
Pno
Toonnummer Toonnaam
Lagen en splitsingen aanbrengen
in tonen
U1 (Upper1) indicator
U2 (Upper2) indicator
L (Lower) indicator
NL-15
Spelen op het toetsenbord
Aanbrengen van een laag met twee tonen
Controleer of de U2 (Upper2) en L (Lower) indicators niet
op het display worden getoond voordat met deze procedure
wordt begonnen. Als een van de indicators wordt
weergegeven, drukt u op co LAYER en/of cn SPLIT
zodat de indicators niet worden getoond.
1.
Druk op bq TONE.
Controleer of het pijltje () rechts naast de U1
(Upper1) indicator staat.
2.
Gebruik de bo regelaar om een toon voor het
Upper1 gedeelte te selecteren.
Voorbeeld: 32 ELEC.PIANO 1
3.
Druk op co LAYER.
De U2 (Upper2) indicator verschijnt met rechts ernaast
het pijltje ().
4.
Gebruik de bo regelaar om een toon voor het
Upper2 gedeelte te selecteren.
Voorbeeld: 226 STRINGS
5.
Speel iets op het toetsenbord.
Beide tonen klinken tegelijkertijd.
Druk nogmaals op co LAYER om de lagenfunctie uit
te schakelen.
Splitsen van het toetsenbord tussen twee
verschillende tonen
1.
Selecteer de toon voor het Upper1 gedeelte
(pagina NL-14).
Druk op bq TONE en gebruik dan de bo regelaar om
de gewenste toon te selecteren.
Voorbeeld: 312 FLUTE 1
2.
Druk op cn SPLIT.
De L (Lower) indicator verschijnt met rechts ernaast het
pijltje ().
3.
Gebruik de bo regelaar om de toon voor het
Lower gedeelte te selecteren.
Voorbeeld: 60 VIBRAPHONE 1
4.
Speel iets op het toetsenbord.
Hierdoor worden de tonen weergegeven die toegewezen
zijn aan de linker en rechter bereiken van het
toetsenbord.
Druk nogmaals op cn SPLIT om de splitsfunctie uit te
schakelen.
Als u zowel lagen als splitsen aanbrengt, worden de lagen
enkel uitgeoefend op het rechter bereik van het
toetsenbord.
E.Pia
no1
Brandt
St r in
g
s
Flute
1
Brandt
Vibes
1
VIBRAPHONE 1 FLUTE 1
F3
Splitspunt
Spelen op het toetsenbord
NL-16
Veranderen van het splitspunt
1.
Houd cn SPLIT ingedrukt totdat u klaar bent
met stap 2 van deze procedure.
Hierdoor verschijnt de naam van de klaviertoets bij het
ingestelde splitspunt op het display.
2.
Druk op de klaviertoets waar u het splitspunt
wilt hebben.
De klaviertoets die u indrukt zal de laagste noot van het
Upper1 gedeelte van het gesplitste toetsenbord zijn.
Voorbeeld: Instellen van midden C (C4) als het
splitspunt.
3.
Laat cn SPLIT los.
U kunt ook bp FUNCTION gebruiken om het splitspunt in
te stellen. Zie functienummer 20 (Split Pt) in de “Lijst met
functie-instellingen” (pagina NL-46).
Het aanslagvolume verandert het toonvolume
overeenkomstig de aanslagdruk (snelheid). Dit geeft u
hetzelfde uitdrukkingsvermogen als bij een akoestische piano.
Veranderen van de aanslagvolumegevoeligheid
1.
Druk op bp FUNCTION.
De naam van het instelitem “Touch” verschijnt samen
met de FUNCTION indicator.
2.
Druk op bp ENTER.
De huidige instelling voor het aanslagvolume (Off, Light,
Normal of Heavy) verschijnt en de FUNCTION indicator
begint te knipperen.
De NUM indicator brandt ook.
3.
Gebruik de bo regelaar om de instelling te
veranderen.
4.
Druk op bp ENTER om de getoonde instelling
toe te passen.
De NUM indicator verdwijnt.
5.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
C4
Naam van klaviertoets
Veranderen van het
aanslagvolume naar de
aanslagdruk (Aanslagvolume)
Instellings-
nummer
Parameter
(Display)
Beschrijving
1 Uit (Off) Aanslagvolume is uitgeschakeld.
Het geluidsvolume ligt vast
ongeacht de snelheid van het
aanslaan van de klaviertoetsen.
2Licht
(Light)
Sterk geluid zelfs bij weinig druk
3 Normaal
(Normal)
Normaal aanslagvolume
4 Zwaar
(Heavy)
Normaal geluid zelfs bij sterke druk
Touch
No r
m
a
l
Knippert
NL-17
Spelen op het toetsenbord
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om “Reverb” weer te geven.
2.
Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
3.
Gebruik de bo regelaar om de gewenste
nagalminstelling te selecteren.
4.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
5.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Zweving is een functie die diepte en breedte toevoegt aan de
noten.
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om “Chorus” weer te geven.
2.
Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
3.
Gebruik de bo regelaar om de gewenste
zwevingsinstelling te selecteren.
Als u instellingsnummer 1 (Tone) selecteert, worden de
geschikte zwevingsinstellingen aan elke toon toegewezen.
Het werkelijke effect dat door zweving wordt geproduceerd,
hangt af van de toon die u gebruikt.
4.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
5.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Gebruik van nagalm
Instellingsnummer Parameter
1Off
2 - 4 Room 1 - 3
5 - 6 LargeRm1 - 2
7 - 9 Hall 1 - 3
10 - 11 Stadium1 - 2
Reve r
b
Brandt wanneer de nagalminstelling iets anders dan “Off” is.
Gebruik van zweving
Instellingsnummer Parameter
1 Tone
2 LightCho
3Chorus
4 Deep Cho
5 Flanger
Cho r u
s
Brandt wanneer de zwevingsinstelling iets anders dan “Tone” is.
Spelen op het toetsenbord
NL-18
De metronoom laat u spelen en oefenen met een vaste
maatslag om u te helpen met uw tempo.
Starten of stoppen van de metronoom
1.
Druk op 3 METRONOME.
De metronoom start.
2.
Druk nogmaals op 3 METRONOME om de
metronoom te stoppen.
Veranderen van het aantal maatslagen per maat
1.
Houd 3 METRONOME ingedrukt totdat het
woord “Beat” op het display verschijnt.
2.
Gebruik de bo regelaar om een
maatslaginstelling te selecteren.
U kunt de metronoom instellen om een belgeluid te
gebruiken voor de eerste maatslag van een maat van
de melodie die u aan het spelen bent.
U kunt een waarde tussen 0 t/m 9 instellen als het
aantal maatslagen per maat.
Het belgeluid klinkt niet als u 0 kiest bij deze instelling.
Met deze instelling kunt u oefenen met een vaste
maatslag zonder dat zich u zich zorgen hoeft te maken
over hoeveel maatslagen elke maat heeft.
3.
Druk op bp ENTER om het instelscherm te
verlaten.
U kunt ook de bp FUNCTION toets gebruiken om de
instellingen te configureren. Zie functienummer 42 (Beat) in
de “Lijst met functie-instellingen” (pagina NL-46).
Veranderen van het geluidsvolume van de
metronoom
Zie functienummer 43 (Volume) in de “Lijst met functie-
instellingen” (pagina NL-46).
Er zijn twee manieren om de instelling voor het tempo
(maatslagen per minuut) te veranderen: gebruik van de
toetsen om de tempowaarde te veranderen of tikken van de
maat op een toets.
Instellen van de tempowaarde (maatslagen per
minuut)
1.
Druk op 4 TEMPO/TAP zodat “Tempo” op
het display verschijnt.
2.
Gebruik de bo regelaar om de tempowaarde te
veranderen.
U kunt een tempowaarde instellen in het bereik van 20
t/m 255.
U kunt de huidige geselecteerde melodie of het ritme
en de muziekvoorkeuze instellen op het aanbevolen
tempo door 4 TEMPO/TAP lang in te drukken.
3.
Druk op bp ENTER om het instelscherm te
verlaten.
Als u gedurende een bepaalde tijd geen bediening
uitvoert tijdens het veranderen van de tempowaarde,
zal het instelscherm automatisch verdwijnen.
Instellen van het tempo door een maat te tikken
(tikken-invoer)
1.
Tik het gewenste tempo op de 4 TEMPO/TAP
toets.
De instelling voor het tempo verandert in
overeenstemming met uw tikken.
Nadat u deze methode hebt gebruikt om het tempo bij
benadering te specificeren, kunt u de procedure onder
Instellen van de tempowaarde (maatslagen per
minuut)” gebruiken om de instelling nauwkeurig af te
regelen.
Gebruik van de metronoom
Deze indicator verandert bij elke maatslag van plaats.
Veranderen van de tempo-
instelling
Tik tweemaal of vaker.
NL-19
Spelen op het toetsenbord
Met de arpeggiator kunt u automatisch verschillende
arpeggio’s en andere frasen spelen door gewoonweg
klaviertoetsen aan te slaan op het toetsenbord. U kunt uit een
aantal verschillende arpeggio-opties kiezen, inclusief het
spelen van arpeggio’s van een akkoord, het automatisch
spelen van verschillende frasen en nog enkele andere
mogelijkheden.
De arpeggiator en automatisch harmoniseren worden door
dezelfde toets geregeld (pagina NL-35). Dit betekent dat
automatisch harmoniseren niet kan worden gebruikt
wanneer de arpeggiator in gebruik is.
Inschakelen van de arpeggiator
1.
Druk op cm A.HAR./ARPEG. en controleer of
de ARPEG. indicator brandt.
Bij het spelen van een akkoord of een enkele noot op
het toetsenbord wordt de geselecteerde arpeggio
weergegeven.
2.
Druk op cm A.HAR./ARPEG. om de
arpeggiator uit te schakelen.
De ARPEG. indicator verdwijnt.
Als in stap 1 van de bovenstaande procedure de
A.HAR. indicator brandt in plaats van de ARPEG.
indicator, moet u de functie veranderen die aan de
toets is toegewezen.
Volg de bedieningsstappen onder “Maken van functie-
instellingen” (pagina NL-45) om “2 Arpeg.” te
selecteren voor functienummer 12 (BtnAsign) in de
Lijst met functie-instellingen” (pagina NL-46).
Gebruik de onderstaande procedure wanneer u een
arpeggiopatroon wilt blijven laten spelen nadat u de
klaviertoetsen heeft losgelaten.
Volg de bedieningsstappen onder “Maken van functie-
instellingen” (pagina NL-45) om functienummer 15
(ArpegHld) in de “Lijst met functie-instellingen (pagina
NL-46) in te schakelen.
Selecteren van een arpeggiatortype
1.
Voer de procedure uit onderInschakelen van
de arpeggiator” en controleer of de ARPEG.
indicator brandt.
2.
Houd cm A.HAR./ARPEG. lang ingedrukt
totdat de FUNCTION indicator op het display
knippert.
Het nummer en de naam van het geselecteerde
arpeggiatortype worden getoond. De NUM indicator
brandt ook.
3.
Gebruik de bo regelaar om het arpeggiatortype
dat u wilt selecteren op het display weer te
geven.
Terwijl het arpeggiatortype wordt getoond, houdt u
cm A.HAR./ARPEG. lang ingedrukt om de toon te
selecteren die voor het getoonde type wordt
aanbevolen.
Zie het afzonderlijke document “Lijsten van
ingebouwde muziekgegevens” voor details over de
arpeggiatortypen.
4.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
Gebruik van de arpeggiator
Brandt
Spelen op het toetsenbord
NL-20
U kunt het toetsenbord in het midden splitsen voor duet-spel
zodat de linker- en de rechterkant hetzelfde bereik hebben.
De duetmodus is de perfecte manier om les te geven waarbij
de leraar aan de linkerkant zit en de leerling dezelfde melodie
speelt op het rechter toetsenbord.
Toetsenbord
Pedaalfuncties tijdens het spelen van een duet
Los verkrijgbare SP-34 pedaaleenheid
Het linker pedaal werkt als het demppedaal voor het linker
toetsenbord terwijl het rechter pedaal fungeert als het
demppedaal voor het rechter toetsenbord.
Alleen het demppedaal voor het rechter toetsenbord
ondersteunt halverwege intrappen.
Meegeleverde SP-3 pedaaleenheid
Om de SP-3 pedaaleenheid als het rechter
toetsenborddemppedaal te gebruiken, sluit u dit aan op de
ct DAMPER/ASSIGNABLE aansluiting. In de duetmodus
werkt dit pedaal als het demppedaal voor het rechter
toetsenbord, ongeacht het effecttype dat eraan is toegewezen
met de procedure onder “Selecteren van het pedaaleffect
(pagina NL-22).
Halverwege intrappen van het pedaal wordt in dit geval niet
ondersteund.
1.
Houd bq TONE lang ingedrukt totdat er een
markering (
K
) verschijnt naast “DUET” op de
rechterkant van het display.
Dit geeft aan dat de duetmodus is ingeschakeld.
2.
Selecteer een toon en speel de gewenste
melodie.
Aan het linker en het rechter bereik van het
toetsenbord wordt dezelfde toon toegewezen (toon
van Upper1 gedeelte).
3.
Om de duetmodus uit te schakelen houdt u
bq TONE lang ingedrukt totdat de markering
(
K
) naast “DUET” verdwijnt.
Telkens wanneer bq TONE lang wordt ingedrukt,
wordt de duetmodus van de Digitale Piano in- of
uitgeschakeld.
Bij het inschakelen van de duetmodus worden de
lagenfunctie (pagina NL-15) en de splitsfunctie (pagina
NL-15) automatisch uitgeschakeld.
U kunt de piano instellen om de linker toetsenbordklank
weer te geven via de linker luidspreker en de rechter
toetsenbordklank via de rechter luidspreker terwijl de
duetmodus is ingeschakeld. Volg de bedieningsstappen
onder “Maken van functie-instellingen” (pagina NL-45) om
functienummer 6 (Duet Pan) in de “Lijst met functie-
instellingen” (pagina NL-46) in te schakelen.
Splitsen van het toetsenbord voor
duet-spel
C3 C4 C5 C6 C3 C4 C5
C6
Splitspunt
Linker toetsenbord Rechter toetsenbord
(midden C) (midden C)
Linker demppedaal
Linker en rechter
demppedaal
Rechter demppedaal
(Ondersteuning voor
halverwege intrappen)
Een duet spelen
Indicator voor duetmodus
NL-21
Spelen op het toetsenbord
U kunt de bereiken van het linker en rechter toetsenbord
veranderen van hun oorspronkelijke instellingen in eenheden
van een octaaf. Dit is bijvoorbeeld handig als het
oorspronkelijke bereik niet voldoende is wanneer een persoon
het gedeelte voor de linkerhand en de andere persoon het
gedeelte voor de rechterhand aan het spelen is.
1.
Druk op bp FUNCTION.
2.
Gebruik de bo regelaar om het instelitem “Duet”
weer te geven en druk dan op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om “U Oct.” (rechter
toetsenbord) of “L Oct.” (linker toetsenbord)
weer te geven en druk dan op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
4.
Gebruik de bo regelaar om de instelling te
veranderen.
U kunt de octaaf van het rechter toetsenbord instellen
wanneer “U Oct.” wordt weergegeven en de octaaf van
het linker toetsenbord wanneer “L Oct.” wordt
weergegeven.
Door de waarde met één te verhogen wordt het bereik
één octaaf hoger en door de waarde met één te
verlagen wordt het bereik één octaaf lager. De
oorspronkelijke standaardinstelling voor beide is 0.
5.
Druk op bp ENTER om de getoonde instelling
toe te passen.
De NUM indicator verdwijnt.
6.
Herhaal de stappen 3 t/m 5 van deze procedure
naar vereist om de instellingen voor beide
toetsenborden te maken.
Voorbeeld
Instellen van 0 voor “U Oct.” en 1 voor “L Oct.” resulteert
in de onderstaande toetsenbordoctaven.
7.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
De octaafinstellingen die u met de bovenstaande procedure
maakt, blijven bewaard ook wanneer u de duetmodus
verlaat.
Veranderen van de octaven van de duet
toetsenborden
UOct
.
C4 C5 C6 C7 C3 C4 C5
C6
Linker toetsenbord Rechter toetsenbord
1 octaaf hoger dan de
oorspronkelijke instelling
Onveranderd
NL-22
Sluit het meegeleverde pedaal (SP-3) aan op de
ct DAMPER/ASSIGNABLE aansluiting.
Achterkant
Selecteren van het pedaaleffect
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om “Cntrller” weer te geven.
2.
Druk op bp ENTER.
3.
Druk nogmaals op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
4.
Gebruik de bo regelaar om een pedaaleffect te
selecteren.
De beschikbare pedaaleffecten staan in de
onderstaande tabel.
U kunt de los verkrijgbare 3-pedalen eenheid (SP-34) aansluiten
op de
dk PEDAL UNIT
aansluiting aan de achterkant van de
Digitale Piano. U kunt de pedalen dan gebruiken voor expressie
die lijkt op die beschikbaar is op een akoestische piano.
SP-34 Pedaalfuncties
Demppedaal
Door het demppedaal in te trappen tijdens het spelen zullen de
noten die u aanslaat blijven nagalmen. Het SP-34 pedaal
ondersteunt ook half intrappen, dus wanneer het pedaal tot
halverwege wordt ingetrapt, wordt ook maar een gedeeltelijk
dempeffect uitgeoefend.
Zacht pedaal
Door op dit pedaal te trappen worden de op het toetsenbord
aangeslagen noten onderdrukt na het intrappen van het
pedaal waardoor de noten zachter klinken.
Sostenuto pedaal
Alleen de noten van de toetsen die aangeslagen zijn op het
moment van het intrappen van dit pedaal worden
aangehouden, totdat het pedaal wordt losgelaten. Dit geldt
ook wanneer de klaviertoetsen worden losgelaten.
Regelen van de klank
Gebruik van een pedaal
ct DAMPER/ASSIGNABLE aansluiting
(standaardaansluiting (6,3 mm))
SP-3
Cn t r l
ler
Peda l
Instellings-
nummer
Parameter
(Display)
Beschrijving
1 Aanhouden
(Sustain)
Noten die worden gespeeld terwijl
het pedaal is ingetrapt worden
aangehouden, ook als de
klaviertoetsen daarna worden
losgelaten.
Orgeltonen en andere tonen die
worden aangehouden zolang de
klaviertoetsen worden
aangeslagen, blijven klinken
zolang het pedaal wordt ingetrapt.
2 Sostenuto
(Sostenut)
Alleen de noten van de toetsen
die aangeslagen zijn op het
moment van het intrappen van het
pedaal worden aangehouden,
totdat het pedaal wordt losgelaten.
Dit geldt ook wanneer de
klaviertoetsen worden losgelaten.
3Zacht
(Soft)
Maakt de noten ietwat zachter en
milder terwijl het pedaal wordt
ingetrapt.
4Ritme/
melodie
(Rhy/Song)
Het indrukken van het pedaal start
en stopt de automatische
begeleiding of de
melodieweergave.
PEDAL UNIT aansluiting
Zacht pedaal
Sostenuto pedaal
Demppedaal
NL-23
Regelen van de klank
U kunt de toonhoogte van de noten met de toonhoogteregelaar
geleidelijk omhoog en omlaag verschuiven. Deze functie maakt
het mogelijk om het smorende effect van een saxofoon of een
elektrische gitaar te reproduceren.
1.
Draai de cq PITCH BEND
toonhoogteregelaar aan de
linkerkant van het toetsenbord
omhoog of omlaag terwijl u een
noot op het toetsenbord aan het
spelen bent.
De mate van toonbuiging hangt af van
hoe ver u de toonhoogteregelaar draait.
Raak de regelaar niet aan op het
moment dat u het instrument
inschakelt.
U kunt de bewerking van de toonhoogteregelaar ook
afstellen door de hoeveelheid toonhoogteverandering te
specificeren bij maximale rotatie in één van beide
richtingen. Zie functienummer 10 (Bend Rng) in de “Lijst
met functie-instellingen” (pagina NL-46).
De transponeerfunctie laat u de algehele toonhoogte van de
Digitale Piano verhogen of verlagen in stappen van een halve
toon.
U kunt deze functie gebruiken om de toon van het
toetsenbord te verhogen of verlagen en een stuk te spelen in
een toonaard die voor u meer geschikt is of om de toonaard
aan te passen aan de zanger enz.
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om het instelitem “Trans.” weer te
geven.
2.
Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
3.
Gebruik de bo regelaar om de instelling te
veranderen.
U kunt de toonhoogte van het toetsenbord veranderen
binnen het bereik van –12 tot 0 tot +12 halve tonen.
4.
Druk op bp ENTER om de getoonde instelling
toe te passen.
De NUM indicator verdwijnt.
5.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Gebruik de stemmingsfunctie wanneer u de toonhoogte ietwat
wilt veranderen voor samenspel met een ander
muziekinstrument. Sommige artiesten spelen hun muziek ook
met een ietwat aangepaste toonschaal.
De stemmingsfunctie specificeert de frequentie van de A4
noot. U kunt de frequentie instellen in het bereik van
415,5 Hz t/m 465,9 Hz. De oorspronkelijke
standaardinstelling is 440,0 Hz.
U kunt de frequentie veranderen in stappen van 0,1 Hz.
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om “Tune” weer te geven.
2.
Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
3.
Gebruik de bo regelaar om de stemming af te
stellen.
4.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
5.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Gebruik van de
toonhoogteregelaar
Veranderen van de toonhoogte in
stappen van een halve toon
(Transponeren)
Trans
.
Fijnstemmen van een toonhoogte
(Stemming)
T u n e
4 4 0 . 0 H z
Regelen van de klank
NL-24
Met octaafverschuiving kunt u de toonhoogte van de noten
van elk gedeelte (pagina NL-14) in eenheden van een octaaf
verhogen of verlagen.
Het instelbereik van de octaafverschuiving loopt van –2 t/m
+2 octaven.
1.
Houd co LAYER ingedrukt totdat het
onderstaande scherm op het display verschijnt.
2.
Gebruik de bo regelaar om het gedeelte te
selecteren waarvan u de toonhoogte wilt
veranderen.
3.
Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
4.
Gebruik de bo regelaar om de octaaf te
verschuiven.
5.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
6.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
De instelling voor de octaafverschuiving verandert
automatisch wanneer sommige tonen worden
geselecteerd. Zie voor details de “Toonsoort-
octaafverschuiving” kolom van de toonlijst in het
afzonderlijke document “Lijsten van ingebouwde
muziekgegevens”.
Gebruik de onderstaande procedure om te kiezen uit 17
voorkeuzetoonschalen, inclusief het standaard
gelijkzwevende temperament (Equal Temperament).
Toonschalenlijst
Bij het overschakelen naar een andere toonschaal dan het
gelijkzwevende temperament verschijnt de markering (
K
)
naast “SCALE” aan de rechterkant van het display.
Veranderen van de toonhoogte in
eenheden van een octaaf
(Octaafverschuiving)
Om dit toongedeelte te
selecteren:
Laat u deze indicator
verschijnen:
Upper1 gedeelte U1 Oct
Upper2 gedeelte U2 Oct
Lower gedeelte L Oct
U1 Oc t .
U2 Oc t .
Veranderen van de
toonschaalstemming
(Temperament) van het
toetsenbord
Nr. Naam van toonschaal Display
1 Equal Temperament Equal
2 Pure Major PureMajr
3 Pure Minor PureMinr
4 Pythagorean Pythagor
5 Kirnberger 3 Kirnbrg3
6 Werckmeister Wercmeis
7 Mean-Tone MeanTone
8 Rast Rast
9 Bayati Bayati
10 Hijaz Hijaz
11 Saba Saba
12 Dashti Dashti
13 Chahargah Chaharga
14 Segah Segah
15 Gurjari Todi GujrTodi
16 Chandrakauns Cndrkuns
17 Charukeshi Carukesi
Brandt
NL-25
Regelen van de klank
Veranderen van de toonschaal
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om “Scale” weer te geven.
2.
Druk op bp ENTER.
3.
Druk nogmaals op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
4.
Gebruik de bo regelaar om een
toonschaalinstelling te selecteren.
•Zie Toonschalenlijst” (pagina NL-24) voor informatie
over de toonschaalnamen die overeenkomen met de
namen die op het display verschijnen.
5.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
6.
Gebruik de bo regelaar om “BaseNote” weer te
geven.
7.
Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
8.
Gebruik de bo regelaar om een
grondtooninstelling te selecteren.
9.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
10.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Gebruik van de noten van de huidige toonschaal
voor de automatische begeleidingen
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om “Scale” weer te geven.
2.
Druk op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om “AcompScl” weer
te geven.
4.
Druk op bp ENTER om de
begeleidingstoonschaal in te schakelen.
Bij meermalen indrukken van bp ENTER verandert
de instelling beurtelings in ingeschakeld en
uitgeschakeld.
5.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Scale
T
yp
e
BaseN
ote
Scale
Aco
m
p
Sc l
NL-26
Uw Digitale Piano is voorzien van 152 ingebouwde
melodieën. U kunt de ingebouwde melodieën gebruiken voor
uw luisterplezier of u kunt het geluid van één hand van het
pianodeel uitschakelen en dit zelf spelen om het te oefenen. U
kunt ook een USB flash-drive op de Digitale Piano aansluiten
en dezelfde bediening gebruiken als voor ingebouwde
melodieën om MIDI-bestanden (SMF of CMF) weer te geven.
In aanvulling op de ingebouwde melodieën kunt u ook de
onderstaande procedure gebruiken om melodieën weer te
geven die op de Digitale Piano zijn opgenomen. Zie
Opnemen van uw toetsenbordspel” (pagina NL-40) voor
informatie over de opnameprocedure.
Selecteren van één enkele melodie voor
weergave
1.
Druk op bs SONG BANK.
De aanduiding (melodiebank-indicator) verschijnt en
de melodiebankmodus wordt ingeschakeld.
2.
Gebruik de bo regelaar om een
melodienummer (van 1 t/m 152) te selecteren.
De instellingen van de Digitale Piano worden
automatisch zo geconfigureerd dat deze geschikt zijn
voor de melodie die u selecteert.
•Zie Tussen de categorieën navigeren(pagina NL-11)
voor informatie over het selecteren van de
melodiecategorieën.
Zie het afzonderlijke document “Lijsten van
ingebouwde muziekgegevens” voor een lijst van de
melodiebanktitels.
Deze bewerking verandert automatisch de
maatslaginstelling van de metronoom (pagina NL-18) in de
maatslag van de geselecteerde melodie. Zelfs als de
maatslag van een melodie buiten het toegestane
instelbereik van de metronoom valt, wordt deze toch als de
metronoominstelling toegepast.
Bij het selecteren van sommige melodieën wordt “Lod”
weergegeven bij TEMPO (zie de afbeelding onder stap 3).
Dit betekent dat de gegevens worden geladen.
3.
Druk op bma.
De weergave van de melodie begint. Het
weergavetempo, de huidige maat en de huidige
maatslag worden in de rechter bovenhoek van het
display getoond.
Tijdens weergave van de melodie is de onderstaande
bediening mogelijk.
Wanneer een melodie wordt weergegeven, kunt u op
het toetsenbord meespelen met de toon (inclusief
gesplitste en gelaagde tonen) die was geselecteerd
voordat de weergave van de melodie begon.
4.
Druk op bma om de weergave van de
melodie te stoppen.
De melodie wordt herhaaldelijk weergegeven
(herhaalfunctie aan) totdat u op bma drukt. Om de
herhaalde weergave uit te schakelen, drukt u op
7 REPEAT en controleert dan of er geen markering
meer naast REPEAT brandt.
Weergeven van een
ingebouwde melodie of een
melodie op een USB flash-
drive
Selecteren van een ingebouwde
melodie om deze weer te geven
Ingebouwde melodieën EXERCISE
De melodieën 103 t/m 152 zijn voor vingeroefeningen.
U kunt deze melodieën gebruiken om uw
hersenactiviteit te stimuleren.
Het niveau van de hersenstimulatie verschilt van
persoon tot persoon.
Dit product is geen medisch apparaat.
T w i n k
l e
MelodienaamMelodienummer
Om deze bediening uit te voeren: Doe dit:
De melodie voortijdig stoppen. Druk op bma.
De melodie pauzeren of de
pauzestand opheffen.
Druk op blk.
De weergavesnelheid van de
melodie veranderen.
Zie “Veranderen van de
tempo-instelling
(pagina NL-18)
Naar het begin van de
volgende maat springen.
Druk op bkd.
De melodie vooruitspoelen Houd bkd ingedrukt.
Naar het begin van de vorige
maat springen.
Druk op 9s.
De melodie terugspoelen Houd 9s ingedrukt.
Maatslag
Tempo Maat
De indicator verdwijnt wanneer de herhaalfunctie
wordt uitgeschakeld.
NL-27
Weergeven van een ingebouwde melodie of een melodie op een USB flash-drive
Selecteren van een toon voor het
toetsenbordspel samen met de melodieweergave
1.
Druk op bq TONE terwijl (melodiebank-
indicator) wordt weergegeven.
De aanduiding (toonindicator) verschijnt.
2.
Gebruik de bo regelaar om het nummer van de
toon te selecteren die u aan het
toetsenbordspel wilt toewijzen.
Terwijl wordt weergegeven, kunt u de bediening
uitvoeren voor gesplitste en/of gelaagde tonen. Zie
Spelen op het toetsenbord” (pagina NL-14) voor
verdere informatie.
•Druk op bs SONG BANK om een toonnummer te
veranderen dat u met de bovenstaande procedure heeft
geselecteerd. Hierdoor verdwijnt en zal alleen
blijven branden.
Instellen van de balans tussen het melodie- en
het toetsenbordvolume
Zie functienummer 22 (Song Vol) in de “Lijst met functie-
instellingen” (pagina NL-46).
Voor herhaalde weergave van meerdere maten in een
melodie moet u de beginmaat en de eindmaat opgeven van
het gedeelte dat u herhaaldelijk wilt weergeven.
Herhaalde weergave van een specifieke frase
1.
Als er geen markering naast REPEAT staat,
drukt u op 7 REPEAT om deze te laten
verschijnen.
2.
Voer de stappen 1, 2 en 3 uit onder Selecteren
van één enkele melodie voor weergave
(pagina NL-26) om de weergave van de melodie
te starten.
3.
Wanneer het begin van het gedeelte dat u wilt
herhalen wordt bereikt, drukt u op 8 A-B.
Het begin van de maat die speelt bij indrukken van
8 A-B wordt het begin van de herhaallus en de
markering naast A-B begint te knipperen.
4.
Wanneer het einde van het gedeelte dat u wilt
herhalen wordt bereikt, drukt u nogmaals op
8 A-B.
Het einde van de maat die speelt bij indrukken van
8 A-B wordt het einde van de herhaallus en de
markering naast A-B stopt met knipperen.
5.
Druk op 8 A-B om terug te keren naar de
normale weergave.
De markering naast A-B verdwijnt.
Herhaalde weergave van
specifieke melodiematen
(A-B herhalen)
Begin Einde
Deze maten worden herhaald.
Knippert
Brandt
Weergeven van een ingebouwde melodie of een melodie op een USB flash-drive
NL-28
U kunt bij de weergave het geluid van het pianodeel van een
van de handen uitschakelen. Dit biedt u de mogelijkheid om
het uitgeschakelde deel zelf op het toetsenbord te spelen om
dit te oefenen. De volgende typen melodieën kunnen voor
deze oefening worden gebruikt: ingebouwde melodieën* of
CMF formaat (dit is een type CASIO MIDI-bestand)
melodieën* opgeslagen op een USB flash-drive.
* Deze melodieën zijn voorzien van informatie voor de
gedeeltekanalen (pagina NL-28).
Een melodie weergeven met het geluid van één
hand uitgeschakeld
1.
Druk op bs SONG BANK.
2.
Gebruik de bo regelaar om een
melodienummer te selecteren.
3.
Gebruik bn PART SELECT om een gedeelte te
selecteren om te oefenen.
Bij enkele malen indrukken van bn PART SELECT
worden de instellingen voor de gedeelten doorlopen
zoals hieronder is getoond. De indicators op het
scherm tonen welk gedeelte is geselecteerd.
4.
Druk op bma om de weergave van de
melodie te starten.
5.
Druk op bma om de weergave van de
melodie te stoppen.
Informatie voor de gedeeltekanalen
Bij de ingebouwde melodieën en de CMF formaat melodieën
zijn de gedeelten waar het linkerhandspel is opgenomen
gescheiden van de gedeelten waar het rechterhandspel is
opgenomen. Deze melodieën hebben “informatie voor de
gedeeltekanalen”. Deze informatie regelt aan welke Digitale
Piano gedeelten het linkerhandspel en het rechterhandspel
moeten worden toegewezen.
De informatie voor de gedeeltekanalen die in de ingebouwde
melodieën en de algemene CMF formaat melodieën is
opgenomen, wordt hieronder beschreven.
Hoewel standaard MIDI-bestanden (SMF formaat)
opgeslagen op een USB flash-drive ook op de Digitale Piano
kunnen worden weergegeven, zijn deze bestanden niet
voorzien van informatie voor de gedeeltekanalen. Gebruik de
onderstaande procedure om in te stellen of het
rechterhandgedeelte of het linkerhandgedeelte moet worden
uitgeschakeld wanneer bn PART SELECT wordt ingedrukt
voor weergave van een dergelijk bestand.
Specificeren van een gedeeltekanaal
Zie functienummer 50 (PartR Ch) en 51 (PartL Ch) in de “Lijst
met functie-instellingen” (pagina NL-46).
De bovenstaande instelling wordt alleen toegepast op de
weergave van een melodie die geen informatie voor de
gedeeltekanalen bevat. Wanneer een melodie informatie
voor de gedeeltekanalen bevat, wordt de instelling
genegeerd en wordt voorrang gegeven aan de informatie
voor de gedeeltekanalen.
U kunt in totaal 10 melodieën aan het geheugen van de
Digitale Piano toevoegen als gebruikersmelodieën
(melodienummer 153 t/m 162). Om de gegevens van een
gebruikersmelodie toe te voegen (maximaal 320 KB per
melodie kan door deze Digitale Piano worden weergegeven),
slaat u de melodiegegevens op een USB flash-drive of
smartapparaat op en brengt de opgeslagen gegevens dan
over naar het geheugen van de Digitale Piano. Zie “Gebruik
van de USB flash-drive” (pagina NL-51) en “Koppelen aan
een smartapparaat (APP-functie)” (pagina NL-56) voor
details.
Weergeven met het geluid van
één hand uitgeschakeld
Beide handen worden weergegeven
Rechterhand uitgeschakeld
Linkerhand uitgeschakeld
Beide handen uitgeschakeld
Type melodie
Linkerhand-
gedeelte:
Rechterhand-
gedeelte:
Normale pianomelodie
met één toon voor beide
handen
Linkerhand-
gedeelte van
melodie
Rechterhand-
gedeelte van
melodie
Melodie met
automatische
begeleiding voor het
linkerhandgedeelte en
een melodiedeel voor
het rechterhandgedeelte
Alle
automatische
begeleidings-
gedeelten
Rechterhand-
gedeelte van
melodie
Vergroten van de selectie van
melodieën
NL-29
Wissen van een gebruikersmelodie uit het
geheugen van de Digitale Piano
1.
Selecteer de melodie die u wissen.
2.
Houd 5 RECORD/STOP ingedrukt.
“Sure?” verschijnt.
3.
Druk op bp ENTER.
De gebruikersmelodie wordt gewist.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de wisbewerking
te annuleren zodat er geen gegevens worden gewist.
U kunt dezelfde bediening als voor de ingebouwde melodieën
gebruiken om MIDI-bestanden* weer te geven die in de
MUSICDAT map op een USB flash-drive zijn opgeslagen. Zie
Gebruik van een computer voor het kopiëren van algemene
melodiegegevens naar een USB flash-drive” (pagina NL-53)
voor informatie over de procedure voor het opslaan van een
MIDI-bestand op een USB flash-drive.
* Standaard MIDI-bestanden (SMF formaat 0/1) en CASIO
MIDI-bestanden (CMF formaat)
Weergeven van een melodie vanaf een USB
flash-drive
1.
Steek de USB flash-drive in de USB flash-drive
poort van de Digitale Piano.
Bij het uitvoeren van een USB flash-drive bewerking of
wanneer de Digitale Piano ingeschakeld wordt terwijl
een USB flash-drive aangesloten is, dient de Digitale
Piano aanvankelijk een “koppeling” reeks uit te voeren
om de apparatuur voor te bereiden op het uitwisselen
van gegevens met de USB flash-drive. De
bewerkingen van de Digitale Piano kunnen kortstondig
worden gedeactiveerd terwijl deze koppelingsreeks
wordt uitgevoerd. De USB indicator knippert op het
display terwijl de USB flash-drive wordt gekoppeld. Het
kan 10 of 20 seconden of zelfs langer duren voordat
het koppelen van de USB flash-drive is uitgevoerd. Het
bericht “Listing” kan worden weergegeven terwijl het
koppelingsproces aan de gang is. Probeer geen
bewerkingen op de Digitale Piano uit te voeren terwijl
het koppelingsproces plaatsvindt. Telkens wanneer
een USB flash-drive wordt aangesloten op de Digitale
Piano dient er gekoppeld te worden met de USB flash-
drive.
2.
Voer de procedure uit onder “Selecteren van
één enkele melodie voor weergave
(pagina NL-26).
De melodienummers worden automatisch op volgorde
aan de MIDI-bestanden op de USB flash-drive
toegewezen. De bestanden worden gesorteerd op
bestandsnaam en aan het eerste MIDI-bestand wordt
melodienummer 169 toegewezen.
Bij automatische begeleiding kunt u gewoon een
begeleidingspatroon selecteren. Telkens wanneer u een
akkoord speelt met uw linkerhand wordt automatisch een
passende begeleiding gespeeld. Het is net alsof u een
persoonlijke band heeft die u begeleidt waar u maar gaat.
Automatisch begeleidingen bestaan uit de onderstaande
drie gedeelten.
–Ritme
–Bas
Harmonie
U kunt bijvoorbeeld alleen het spel van het ritmegedeelte
laten spelen of u kunt alle drie de gedeelten tegelijkertijd laten
spelen.
Het ritmegedeelte vormt de basis van elke automatische
begeleiding. Uw Digitale Piano wordt geleverd met
verscheidene ingebouwde ritmes, inclusief een 8-maatslag en
een wals. Volg de onderstaande procedure om het basis-
ritmegedeelte te spelen.
1.
Druk op br RHYTHM.
De aanduiding (ritme-indicator) verschijnt en de
ritmemodus wordt ingeschakeld.
2.
Gebruik de bo regelaar om het gewenste
ritmenummer te selecteren.
Zie het afzonderlijke document “Lijsten van
ingebouwde muziekgegevens” voor informatie over de
individuele ritmes.
•Zie Tussen de categorieën navigeren” (pagina NL-11)
voor informatie over het selecteren van de
ritmecategorieën.
Deze bewerking verandert automatisch de
maatslaginstelling van de metronoom (pagina NL-18) in de
maatslag van het geselecteerde ritme. Zelfs als de
maatslag van een ritme buiten het toegestane instelbereik
van de metronoom valt, wordt deze toch als de
metronoominstelling toegepast.
Weergeven van een melodie die
opgenomen is op een USB flash-
drive
Gebruik van automatische
begeleiding
Weergeven van alleen het
ritmegedeelte
EFunk
Po
p
Ritmenummer Naam van ritmepatroon
Gebruik van automatische begeleiding
NL-30
3.
Druk op bm START/STOP.
Hierdoor start het ritme.
4.
Speel mee met het ritme.
5.
Druk nogmaals op bm START/STOP om het
ritme te stoppen.
Door een akkoord met uw linkerhand te spelen worden
automatisch begeleidingsgedeelten bestaande uit bas en
harmonie toegevoegd aan het op dat moment geselecteerde
ritme. Het is net alsof u uw eigen band op het podium heeft.
1.
Druk op bn [ACCOMP].
Hierdoor wordt het mogelijk akkoorden aan te slaan op
het begeleidingstoetsenbord.
2.
Start de weergave van het ritmegedeelte.
•Zie Weergeven van alleen het ritmegedeelte
(pagina NL-29) voor informatie over het selecteren van
een ritme en het starten met de weergave van het
ritme.
3.
Speel akkoorden op het
begeleidingstoetsenbord.
Hierdoor worden de bas- en harmoniegedeelten van de
automatische begeleiding toegevoegd aan het
ritmegedeelte.
Voorbeeld:
Aanslaan van D-F
#
-A-C op het begeleidingstoetsenbord
4
Begeleiding voor het D-F
#
-A-C akkoord (D7) klinkt.
U kunt het splitspunt gebruiken om de grootte van het
bereik van het begeleidingstoetsenbord te veranderen
(pagina NL-16).
4.
Speel andere akkoorden met de linkerhand
terwijl u de melodie met uw rechterhand speelt.
5.
Door nogmaals op bn [ACCOMP] te drukken
wordt teruggekeerd naar begeleiding
bestaande uit enkel het ritme.
Spelen van automatische
begeleiding met akkoorden
Deze indicator verandert bij elke maatslag van plaats.
Brandt
F3
Begeleidingstoetsenbord Melodietoetsenbord
Splitspunt
NL-31
Gebruik van automatische begeleiding
Selecteren van een akkoordinvoerfunctie
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om het instelitem “ChordMod” weer te
geven.
2.
Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
3.
Gebruik de bo regelaar om de
akkoordinvoerfunctie te selecteren.
U kunt kiezen uit de onderstaande zes
akkoordinvoerfuncties.
4.
Druk op bp ENTER om de getoonde instelling
toe te passen.
De NUM indicator verdwijnt.
5.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Bij CASIO CHORD gebruikt u vereenvoudigde
vingerzettingen om de vier typen akkoorden te spelen die
hieronder worden beschreven.
Bij het spelen van een mineur, septiem of mineur septiem
akkoord maakt het geen verschil of de andere toetsen die u
aanslaat zwart of wit zijn.
Akkoordinvoerfunctie
Instellings-
nummer
Display
CASIO CHORD
(pagina NL-31)
1 CASIO Cd
FINGERED 1 (pagina NL-32) 2 Fingered1
FINGERED 2 (pagina NL-32) 3 Fingered2
FINGERED ON BASS
(pagina NL-32)
4 FgOnBass
FINGERED ASSIST
(pagina NL-32)
5FgAssist
FULL RANGE CHORD
(pagina NL-33)
6 FulRange
Cho r d
M
od
CAS I O
Cd
AkkoordinvoerfunctieInstellingsnummer
CASIO CHORD
Akkoordtype
Majeur akkoorden
Door tijdens de CASIO CHORD modus een enkele
klaviertoets aan te slaan in het begeleidingsgebied van het
begeleidingstoetsenbord wordt het majeur akkoord
gespeeld waarvan de naam boven de klaviertoets is
aangegeven. Alle klaviertoetsen van het
begeleidingstoetsenbord die met dezelfde akkoordnaam
worden aangegeven, spelen precies hetzelfde akkoord.
Voorbeeld: C (C majeur)
Mineur akkoorden
Sla om een mineur akkoord te spelen de klaviertoets aan
die correspondeert met het majeur akkoord binnen het
gebied van het begeleidingstoetsenbord terwijl u
tegelijkertijd een andere klaviertoets rechts ervan binnen het
gebied van het begeleidingstoetsenbord indrukt.
Voorbeeld: Cm (C mineur)
Septiem akkoorden
Sla om een septiem akkoord te spelen de klaviertoets aan
die correspondeert met het majeur akkoord binnen het
gebied van het begeleidingstoetsenbord terwijl u
tegelijkertijd twee andere klaviertoetsen rechts ervan binnen
het gebied van het begeleidingstoetsenbord indrukt.
Voorbeeld: C7 (C septiem)
Mineur septiem akkoorden
Sla om een mineur septiem akkoord te spelen de
klaviertoets aan die correspondeert met het majeur akkoord
binnen het gebied van het begeleidingstoetsenbord terwijl u
tegelijkertijd drie andere klaviertoetsen rechts ervan binnen
het gebied van het begeleidingstoetsenbord indrukt.
Voorbeeld: Cm7 (C mineur septiem)
Begeleidingstoetsenbord
A
C
C
DE F F
#
E
#
G
AB
B
C
C
DE F
E
#
A
C
C
DE F F
#
E
#
G
AB
B
C
C
DE F
E
#
A
C
C
DE F F
#
E
#
G
AB
B
C
C
DE F
E
#
A
C
C
DE F F
#
E
#
G
AB
B
C
C
DE F
E
#
Gebruik van automatische begeleiding
NL-32
Met deze invoerfuncties speelt u akkoorden op het
begeleidingstoetsenbord d.m.v. de normale akkoord-
vingerzettingen. Sommige akkoordvormen zijn afgekort en
voor de vingerzetting zijn slechts één of twee klaviertoetsen
nodig.
Zie pagina NL-63 voor informatie betreffende de akkoorden
die ondersteund worden en hoe de vingerzetting op het
toetsenbord wordt uitgevoerd.
FINGERED 1
Speel de componentnoten van het akkoord op het
toetsenbord.
FINGERED 2
In tegenstelling tot bij FINGERED 1 is een 6de invoer niet
mogelijk. m7 of m7
b
5
wordt ingevoerd.
FINGERED ON BASS
In tegenstelling tot bij FINGERED 1 maakt dat de invoer van
gedeeltelijke akkoorden mogelijk met de laagste noot op het
toetsenbord als de basnoot.
FINGERED ASSIST
Produceert een effect dat verschilt van FINGERED 1 wanneer
twee of drie klaviertoetsen worden ingedrukt. Bij indrukken
van een grondtoontoets en een andere toets links van de
grondtoontoets wordt een septiem akkoord gespeeld; bij een
zwarte toets wordt een mineur akkoord gespeeld. Bij
gelijktijdig indrukken van een witte en een zwarte toets wordt
een mineur septiem akkoord gespeeld.
In aanvulling op FINGERED 1 kunt u ook de onderstaande
methoden gebruiken om de drie typen akkoorden te spelen
die hieronder worden beschreven.
FINGERED
Begeleidingstoetsenbord
Akkoordtype
Mineur akkoorden
Om een mineur akkoord te spelen, drukt u op de toets van
het begeleidingstoetsenbord die het majeur akkoord
specificeert, terwijl tevens de dichtstbijgelegen zwarte toets
links van de majeur akkoordtoets wordt toegevoegd.
Voorbeeld: Cm (C mineur)
Septiem akkoorden
Om een septiem akkoord te spelen, drukt u op de toets van
het begeleidingstoetsenbord die het majeur akkoord
specificeert, terwijl tevens de dichtstbijgelegen witte toets
links van de majeur akkoordtoets wordt toegevoegd.
Voorbeeld: C7 (C septiem)
Mineur septiem akkoorden
Om een mineur septiem akkoord te spelen, drukt u op de
toets van het begeleidingstoetsenbord die het majeur
akkoord specificeert, terwijl tevens de dichtstbijgelegen witte
en zwarte toetsen links van de majeur akkoordtoets worden
toegevoegd.
Voorbeeld: Cm7 (C mineur septiem)
A
C
C
DE F F
#
E
#
G
AB
B
C
C
DE F
E
#
A
C
C
DE F F
#
E
#
G
AB
B
C
C
DE F
E
#
A
C
C
DE F F
#
E
#
G
AB
B
C
C
DE F
E
#
NL-33
Gebruik van automatische begeleiding
Tijdens deze modus kunt u het volledige bereik van het
toetsenbord gebruiken om de akkoorden en de melodie te
spelen.
Zie pagina NL-63 voor informatie betreffende de akkoorden
die worden ondersteund.
Volg de onderstaande procedure om intropatronen,
eindpatronen en invulpatronen te spelen en om variaties te
spelen op basispatronen van de automatische begeleiding.
Variaties van de automatische begeleiding
Elke variatie van de automatische begeleiding heeft een
basispatroon, dit is het “normale patroon”, en een
“variatiepatroon”.
1.
Druk op 9 VARIATION FILL-IN.
Hierdoor wordt het variatiepatroon gestart.
2.
Door op 8 NORMAL FILL-IN te drukken
wordt teruggekeerd naar het normale patroon.
Intropatroon van de automatische begeleiding
Volg de onderstaande procedure om een intropatroon van
enkele maten te spelen.
1.
Druk op 7 INTRO.
Hierdoor wordt het intropatroon gestart. Normale
patroonweergave begint wanneer het intropatroon
beëindigd is.
Als u op 9 VARIATION FILL-IN drukt terwijl een
intropatroon wordt weergegeven, zal het
variatiepatroon starten wanneer het intropatroon
beëindigd is.
Invulpatroon van de automatische begeleiding
Volg de onderstaande procedure om een invulpatroon weer te
geven tijdens uw eigen spel.
Een “invulpatroon” is in feite een korte frase die wordt
gespeeld wanneer u de sfeer van het stuk wilt veranderen.
Een invulpatroon kan worden gebruikt om een link te
creëren tussen twee melodieën of een accent.
Normale en variatiepatronen hebben hun eigen unieke
invulpatronen.
Invulpatroon voor een normaal patroon
1.
Druk op 8 NORMAL FILL-IN terwijl een
normaal patroon wordt gespeeld.
Hierdoor wordt een invulpatroon weergegeven voor het
normale patroon.
De weergave van het normale patroon wordt
voortgezet nadat het invulpatroon beëindigd is.
FULL RANGE CHORD
Patroonvariaties van de
automatische begeleiding
Begeleidingstoetsenbord / Melodietoetsenbord
Brandt
Brandt
Brandt
Brandt
Gebruik van automatische begeleiding
NL-34
Invulpatroon voor een variatiepatroon
1.
Druk op 9 VARIATION FILL-IN terwijl een
variatiepatroon wordt gespeeld.
Hierdoor wordt een invulpatroon weergegeven voor het
variatiepatroon.
De weergave van het variatiepatroon wordt voortgezet
nadat het invulpatroon beëindigd is.
Eindpatroon van de automatische begeleiding
Volg de onderstaande procedure om een eindpatroon van
enkele maten te spelen.
1.
Druk op bk ENDING/SYNCHRO START terwijl
een automatische begeleiding aan het spelen
is.
Hierdoor wordt het eindpatroon weergegeven waarna de
weergave van de automatische begeleiding automatisch
stopt.
Gebruik van de gesynchroniseerde startfunctie
Volg de onderstaande procedure om de Digitale Piano te
configureren om de automatische begeleidingsweergave te
starten zodra u een klaviertoets aanslaat.
1.
Druk op bk ENDING/SYNCHRO START.
Het toestel komt in de paraatstand te staan voor
gesynchroniseerd starten van de automatische
begeleiding.
2.
Speel een akkoord op het
begeleidingstoetsenbord.
Hierdoor wordt de (normale) begeleiding met alle
gedeelten gestart.
De onderstaande bedieningsfuncties kunnen worden gebruikt
wanneer het toestel in de paraatstand voor gesynchroniseerd
starten staat om een niet-normaal patroon te starten.
Druk op 7 INTRO om met een intropatroon te starten.
Druk op 9 VARIATION FILL-IN om met de weergave
van een variatiepatroon te starten.
Brandt
Brandt
Knippert
NL-35
Gebruik van automatische begeleiding
Gesynchroniseerde stopfunctie
Bij gebruik van de gesynchroniseerde stopfunctie stopt de
automatische begeleiding zodra u alle klaviertoetsen op het
begeleidingstoetsenbord loslaat. Het Digitale Keyboard komt
daarna automatisch in de paraatstand voor gesynchroniseerd
starten te staan.
1.
Druk op bl SYNCHRO STOP.
Het toestel komt in de paraatstand voor
gesynchroniseerd stoppen te staan.
2.
Terwijl de automatische begeleiding klinkt, laat
u alle toetsen van het begeleidingstoetsenbord
los op het punt waar u wilt dat de begeleiding
stopt.
De automatische begeleiding stopt en de Digitale Piano
komt automatisch in de paraatstand voor
gesynchroniseerd starten te staan.
•Druk op bl SYNCHRO STOP om de paraatstand voor
gesynchroniseerd stoppen te verlaten.
Veranderen van de automatische
begeleidingssnelheid (Tempo)
Zie “Veranderen van de tempo-instelling” (pagina NL-18).
Afstellen van het begeleidingsvolume
Volg de onderstaande procedure om de balans te regelen
tussen het volume van wat u op het toetsenbord speelt en het
weergavevolume van de automatische begeleiding.
Zie functienummer 21 (AcompVol) in de “Lijst met functie-
instellingen” (pagina NL-46).
Met automatisch harmoniseren wordt harmonie toegevoegd
aan de melodienoten die u speelt met de rechterhand om
meer melodische diepte te verkrijgen. U kunt kiezen uit één
van de 12 typen automatische harmonisatie.
De arpeggiator en automatisch harmoniseren worden door
dezelfde toets geregeld (pagina NL-19). Dit betekent dat de
arpeggiator niet kan worden gebruikt wanneer automatisch
harmoniseren in gebruik is.
Inschakelen van automatisch harmoniseren
1.
Druk op br RHYTHM.
2.
Als er geen ACCOMP indicator wordt
weergegeven, drukt u op bn [ACCOMP] om
deze te laten verschijnen.
3.
Druk op cm A.HAR./ARPEG. en controleer of
de A.HAR. indicator brandt.
Bij de vingerzetting van een akkoord op het
begeleidingstoetsenbord terwijl u de melodie op het
Upper gedeelte van het toetsenbord speelt, zullen er
akkoorden aan de melodieweergave worden
toegevoegd.
4.
Druk op cm A.HAR./ARPEG. om automatisch
harmoniseren uit te schakelen.
De A.HAR. indicator verdwijnt.
Als in stap 3 van de bovenstaande procedure de
ARPEG. indicator brandt in plaats van de A.HAR.
indicator, moet u de functie veranderen die aan de
toets is toegewezen.
Volg de bedieningsstappen onder “Maken van functie-
instellingen” (pagina NL-45) om “1 A.Har.” te
selecteren voor functienummer 12 (BtnAsign) in de
Lijst met functie-instellingen” (pagina NL-46).
Buitenrand knippert
Gebruik van automatisch
harmoniseren
Brandt
Gebruik van automatische begeleiding
NL-36
Selecteren van het automatische
harmonisatietype
1.
Voer de procedure uit onder “Inschakelen van
automatisch harmoniseren” (pagina NL-35) en
controleer of de A.HAR. indicator brandt.
2.
Houd cm A.HAR./ARPEG. lang ingedrukt
totdat de FUNCTION indicator op het display
knippert.
Het nummer en de naam van het geselecteerde
automatische harmonisatietype worden getoond.
3.
Gebruik de bo regelaar om het automatische
harmonisatietype te selecteren.
•Zie Lijst met automatische harmonisatietypen
(pagina NL-36) voor details van de typen.
4.
Druk op bp ENTER om uw instelling toe te
passen.
De NUM indicator verdwijnt.
Lijst met automatische harmonisatietypen
Met de één-toets voorkeuzefunctie configureert de Digitale
Piano automatisch de optimale toon, het tempo en andere
instellingen in overeenstemming met het ritmepatroon dat u
selecteert.
1.
Houd br RHYTHM ingedrukt totdat het huidige
toonscherm op het display verschijnt.
Hierdoor worden de één-toets voorkeuze-instellingen
automatisch toegepast in overeenstemming met het
ritmepatroon dat op dat moment is geselecteerd. De
Digitale Piano komt in de paraatstand voor
gesynchroniseerd starten van de automatische
begeleiding te staan (pagina NL-34).
U kunt ritmes die u wilt gebruiken vanaf een USB flash-drive
importeren in de ritmenummers 201 t/m 210
(gebruikersritmes) van de Digitale Piano en de ritmes dan
weergeven. Zie “Gebruik van de USB flash-drive
(pagina NL-51).
Wissen van een gebruikersritme uit het
geheugen van de Digitale Piano
1.
Selecteer het ritme dat u wilt wissen.
2.
Houd 5 RECORD/STOP lang ingedrukt.
Hierdoor verschijnt “Sure?” op het display.
3.
Druk op bp ENTER.
Het ritme wordt gewist.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de wisbewerking
te annuleren zodat er geen gegevens worden gewist.
Type-
nummer
Typenaam Beschrijving
1 Duet 1 Voegt een hechte (met 2 t/m 4
graden gescheiden) harmonie van
1 noot toe onder de melodienoot.
2 Duet 2 Voegt een open (met meer dan 4
t/m 6 graden gescheiden) harmonie
van 1 noot toe onder de
melodienoot.
3 Country Voegt een harmonie in country-stijl
toe.
4 Octave Voegt de noot toe van de
naastliggende lagere octaaf.
5 5th Voegt een noot in de vijfde graad
toe.
6 3-Way Open Voegt een open harmonie van 2
noten toe, voor een totaal van drie
noten.
7 3-Way Close Voegt een gesloten harmonie van 2
noten toe, voor een totaal van drie
noten.
8 Strings Voegt een harmonie toe die
optimaal is voor snaarinstrumenten.
9 4-Way Open Voegt een open harmonie van 3
noten toe, voor een totaal van vier
noten.
10 4-Way Close Voegt een gesloten harmonie van 3
noten toe, voor een totaal van vier
noten.
11 Block Voegt een pakket akkoordnoten
toe.
12 Big Band Voegt een harmonie in big-band stijl
toe.
Gebruik van de één-toets
voorkeuzefunctie
Vergroten van het aantal ritmes
(Gebruikersritmes)
NL-37
Door een muziekvoorkeuze te selecteren verandert de
Digitale Piano onmiddellijk naar een voorkeuze-basisinstelling
(toon, ritme, akkoordprogressie enz.) voor weergave van
melodieën van verschillende genres/categorieën. Door het
indrukken van een toets wordt de Digitale Piano zodanig
ingesteld dat die melodieën precies klinken zoals u vindt dat
ze moeten klinken.
Zie het afzonderlijke document “Lijsten van ingebouwde
muziekgegevens” voor een volledige lijst van de 310
muziekvoorkeuzes die beschikbaar zijn.
Uitvoering met gebruik van een
muziekvoorkeuze
1.
Druk op br RHYTHM.
2.
Houd bn [ACCOMP] lang ingedrukt.
De aanduiding (muziekvoorkeuze-indicator) verschijnt
en de muziekvoorkeuzemodus wordt ingeschakeld.
De ACCOMP indicator knippert op het display om aan
te geven dat akkoordprogressie is ingeschakeld.
3.
Gebruik de bo regelaar om het gewenste
voorkeuzenummer te selecteren.
Hierdoor verandert de basisinstelling (toon, ritme enz.)
van de Digitale Piano.
De Digitale Piano komt in de paraatstand voor
gesynchroniseerd starten van de automatische
begeleiding te staan (pagina NL-34).
•Zie Tussen de categorieën navigeren(pagina NL-11)
voor informatie over het selecteren van de
muziekvoorkeuze-categorieën.
4.
Druk op bm START/STOP of speel een
akkoord op het begeleidingstoetsenbord.
Hierdoor wordt automatische begeleidingsweergave
gestart overeenkomstig de voorkeuze-
akkoordprogressie.
5.
Speel op het toetsenbord mee met de
begeleiding.
Druk op bm START/STOP of bk ENDING/
SYNCHRO START om de automatische begeleiding
te stoppen.
6.
Druk op bn [ACCOMP] om de
muziekvoorkeuzefunctie te verlaten.
De toon- en ritme-instellingen die door de
muziekvoorkeuzemodus zijn gemaakt blijven van
kracht.
Veranderen van de tonaliteit van de
akkoordprogressie (Tonaliteitverschuiving)
Zie functienummer 52 (MP Key) in de “Lijst met functie-
instellingen” (pagina NL-46).
Gebruik van
muziekvoorkeuze
So f t
Po
p
Voorkeuzenummer Voorkeuzenaam
NL-38
U kunt de registratiefunctie gebruiken om een basisinstelling
van de Digitale Piano (toon, ritme en andere instellingen) te
registreren. Een geregistreerde basisinstelling kan naar
vereist worden opgeroepen voor de uitvoering van een
bepaalde melodie enz.
De registratiefunctie kan in de ritmemodus (pagina NL-29)
worden gebruikt.
De registratiefunctie kan niet worden gebruikt in de
melodiebankmodus (pagina NL-26), tijdens
demonstratieweergave (pagina NL-11), in de
muziekvoorkeuzemodus (pagina NL-37) of tijdens het
maken van functie-instellingen (pagina NL-45).
Opslaglocaties voor de basisinstellingen
De registratiegegevens van de basisinstellingen worden
opgeslagen in geheugenlocaties die verdeeld zijn in acht
banken. Elke bank heeft vier opslaggebieden, wat betekent dat
u 32 (8 banken × 4 gebieden) basisinstellingen kunt registreren.
Gebruik de bt BANK toets om een bank te selecteren.
Selecteer een gebied met de ck Gebied 1 t/m Gebied 4
toetsen.
Gegevens in het registratiegeheugen
Ritmenummer
Gesynchroniseerd starten
Begeleiding (aan, uit)
Begeleidingsvolume
Akkoord-ingangsmodus
Splitspunt
Toonnummers (Upper1, Upper2, Lower)
Lagen (aan, uit)
Splitsen (aan, uit)
Octaafverschuiving
Duetinstelling (aan, uit, octaafverschuiving, pan)
•Tempo
Automatisch harmoniseren (aan, uit, type)
Arpeggiatorinstelling (aan, uit, type)
Arpeggiator aanhouden (aan, uit)
Transponeren
Toonschaal
Aanslagvolume
Nagalm (aan, uit, type)
Zweving (aan, uit, type)
Toonhoogtebereik
Pedaaleffect
Opslaan op externe apparatuur
De basisinstellingen die met de registratiefunctie zijn
opgeslagen kunnen in bankeenheden op een USB flash-drive
worden vastgelegd. Zie “Gebruik van de USB flash-drive
(pagina NL-51).
1.
Druk op br RHYTHM.
2.
Configureer de toon, het ritme en de andere
instellingen die u in de basisinstelling kunt
opnemen.
3.
Druk op bt BANK om de gewenste bank te
selecteren.
Bij meermalen indrukken van bt BANK worden de
banknummers doorlopen.
U kunt ook met de bo regelaar een bank selecteren
binnen drie seconden na het indrukken van de
bt BANK toets.
4.
Houd cl STORE ingedrukt en druk dan op de
toets van het gebied (ck Gebied 1 t/m Gebied
4) waar u de registratie wilt opslaan.
Hierdoor worden de instellingen die u gemaakt heeft in
stap 2 opgeslagen in de van toepassing zijnde
basisinstelling.
Mocht er reeds iets opgeslagen zijn in de
basisinstelling, dan worden deze gegevens vervangen
(gewist) door de nieuwe gegevens.
Registreren en oproepen van
een basisinstelling
(Registratie)
Gebied 1 Gebied 4
Bank 1 Basisinstelling 1-1 Basisinstelling 1-4
Bank 2 Basisinstelling 2-1 Basisinstelling 2-4
.
.
.
.
.
.
Bank 8 Basisinstelling 8-1 Basisinstelling 8-4
bt
ck
Opslaan van een basisinstelling
in het registratiegeheugen
Banknummer
Bank 4
Store
Opgeslagen in Basisinstelling 4-1
NL-39
Registreren en oproepen van een basisinstelling (Registratie)
1.
Indien vereist, gebruikt u bt BANK om de
blokkeerfunctie beurtelings in en uit te
schakelen.
Bij meermalen lang indrukken van bt BANK wordt de
blokkeerfunctie beurtelings in- en uitgeschakeld. De
FREEZE indicator brandt wanneer de blokkeerfunctie
is ingeschakeld.
•Zie Blokkeerfunctie” (pagina NL-39) voor details over
de blokkeerfunctie.
2.
Druk op bt BANK om de bank te selecteren
die de instelling bevat die u wilt oproepen.
3.
Druk op de toets van het gebied (ck Gebied 1
t/m Gebied 4) waarvan u de registratie wilt
oproepen.
Hierdoor wordt de basisinstelling uit het
registratiegeheugen opgeroepen en de Digitale Piano
instellingen worden automatisch hiermee in
overeenstemming geconfigureerd.
De noten die door het toetsenbord worden weergegeven
kunnen stoppen als u een basisinstelling oproept die een
verandering veroorzaakt in de octaafverschuiving
(pagina NL-24). Om te voorkomen dat dit gebeurt, dient u
ofwel een basisinstelling te selecteren die geen
veranderingen veroorzaakt bij de instelling van de
octaafverschuiving of u dient het pedaal ingetrapt te
houden (waardoor noten die op dat moment weergegeven
worden langer worden aangehouden).
Blokkeerfunctie
Bij het oproepen van een geregistreerde basisinstelling
worden gewoonlijk alle instellingen overschreven die zijn
aangegeven onder “Gegevens in het registratiegeheugen
(pagina NL-38).
U kunt de blokkeerfunctie (blokkeeritems van
registratiegeheugen) gebruiken om bepaalde instellingen te
specificeren die niet mogen worden overschreven wanneer
een geregistreerde basisinstelling wordt opgeroepen.
Gebruik de procedure onder “Maken van functie-instellingen
(pagina NL-45) om “On” (instelling geblokkeerd) of “Off”
(instelling niet geblokkeerd) in te stellen voor de items van elk
submenu onder functienummer 30 (RMFrzTgt) in de “Lijst met
functie-instellingen” (pagina NL-46).
Hieronder staan de instelitems die kunnen worden
geblokkeerd.
Ritme (ritmenummer, status gesynchroniseerd starten,
ACCOMP aan/uit, begeleidingsvolume,
akkoordinvoerfunctie)
Tempo
Toon (toonnummer, lagen (aan/uit), splitsen (aan/uit),
octaafverschuiving, duet-instellingen)
Splitspunt
Automatisch harmoniseren/arpeggiator (aan/uit, type,
arpeggiator aanhouden aan/uit)
Transponeren
Toonschaal
Aanslagvolume
Effecttype (nagalm, zweving)
Regelaar (toonhoogtebereik, pedaaleffect)
Bij gebruik van de oorspronkelijke standaardinstellingen
zijn ritme en tempo geblokkeerd en alle andere instellingen
niet.
Een basisinstelling oproepen uit
het registratiegeheugen
Brandt
Bank 6
Reca l
l
Basisinstelling 6-1 opgeroepen
NL-40
Door middel van een eenvoudige bediening kunt u een
opname maken van uw toetsenbordspel, de automatische
begeleiding en andere bewerkingen van de Digitale Piano die
u uitvoert tijdens het spelen.
U kunt in totaal zes opgenomen melodieën in het geheugen
hebben (vijf multispoor-melodieën en een deeloefening-
opname).
De capaciteit van het opnamegeheugen is ongeveer
12.000 noten per melodie.
Opslaan op externe apparatuur
Nadat u een opname op de Digitale Piano heeft gemaakt,
kunt u de betreffende gegevens op een USB flash-drive
opslaan. Zie “Gebruik van de USB flash-drive” (pagina
NL-51).
CASIO COMPUTER CO., LTD. draagt geen
verantwoordelijkheid voor enige schade, verlies van
winsten of eisen van derden die ontstaan uit het verlies
van opgenomen gegevens die verloren raken door
defecten, reparaties of om ongeacht welke andere reden.
Opnemen van het toetsenbordspel
1.
Druk op br RHYTHM.
2.
Druk op 5 RECORD/STOP.
Hierdoor wordt de opname-paraatstand ingeschakeld.
Om de opname-paraatstand te annuleren, drukt u net
zo vaak op 5 RECORD/STOP als nodig is om de
RECORD indicator te laten verdwijnen.
3.
Configureer de toon, het ritme en andere
instellingen die u wilt gebruiken.
4.
Begin met spelen.
Het opnemen begint zodra u iets op het toetsenbord
speelt.
U kunt de automatische begeleiding gebruiken tijdens
het spelen. Mocht u dit doen, dan zal de automatische
begeleiding ook worden opgenomen.
De RECORD indicator begint tijdens het opnemen te
knipperen wanneer de resterende notentelling 100 of
lager wordt. Wanneer er geen resterende noten meer
zijn, stopt het opnemen automatisch en verdwijnt de
RECORD indicator.
5.
Druk op 5 RECORD/STOP om het opnemen
te stoppen.
6.
Druk op bma om weer te geven wat u zojuist
heeft opgenomen.
Bij meermalen indrukken van bma wordt de
weergave telkens gestart en gestopt.
Bij opnemen met de bovenstaande bedieningsprocedure
wordt als opnamebestemming automatisch het laagste
melodienummer (van 164 t/m 168) geselecteerd waarmee
nog niets is opgenomen. Als u een bepaald
melodienummer als de opnamebestemming wilt instellen,
voer dan de procedure uit onder “Veranderen van het
nummer van de melodie voor de opnamebestemming in de
opname-paraatstand” (pagina NL-41).
Als de Digitale Piano wordt uitgeschakeld tijdens het
opnemen, worden eventuele gegevens in het
recordergeheugen gewist.
Als gevolg van de wijze waarop het systeem van de
Digitale Piano is ontworpen, kunnen bepaalde
instellingen voor de toon, automatische begeleiding,
nagalm en zweving ertoe leiden dat het geluid dat
tijdens weergave wordt geproduceerd anders klinkt
dan het geluid dat u hoorde tijdens opnemen.
Opnemen van uw
toetsenbordspel
Opnemen en weergeven van uw
toetsenbordspel
Knippert
Brandt
Brandt
NL-41
Opnemen van uw toetsenbordspel
Weergeven van een opgenomen uitvoering
Gebruik de procedure onder Selecteren van een ingebouwde
melodie om deze weer te geven” (pagina NL-26) om een van
de melodieën in het bereik van 164 t/m 168 te selecteren.
Veranderen van het nummer van de melodie voor
de opnamebestemming in de opname-
paraatstand
1.
Houd in de opname-paraatstand 5 RECORD/
STOP lang ingedrukt.
Hierdoor verschijnt “Rec Trk” op het display.
2.
Gebruik de bo regelaar om “MltRec X” (X is
een waarde van 1 t/m 5) te selecteren en druk
dan op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om het nummer weer te
geven van de melodie waarnaar u wilt
opnemen.
4.
Druk op bp ENTER.
5.
Druk op 5 RECORD/STOP om het
instelscherm te verlaten.
Veranderen van het bestemmingsspoor in de
opname-paraatstand
1.
Houd in de opname-paraatstand 5 RECORD/
STOP lang ingedrukt.
Hierdoor verschijnt “Rec Trk” op het display.
2.
Druk op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om het spoor te
selecteren waarop u wilt opnemen.
4.
Druk op bp ENTER.
5.
Druk op 5 RECORD/STOP om het
instelscherm te verlaten.
•Zie Betreffende sporen” (pagina NL-41) voor details over
het opnamespoor.
In aanvulling op het toetsenbordspel en de automatische
begeleiding die u opneemt op spoor 1, kunt u tot vijf sporen
van het toetsenbordspel overdubben.
Betreffende sporen
Er zijn zes sporen, genummerd 1 t/m 6.
Mocht u geen spoornummer specificeren tijdens het
opnemen, dan wordt automatisch op spoor 1 opgenomen.
In aanvulling op wat u op het toetsenbord speelt, wordt de
volgende informatie ook opgenomen.
Spoor 1
Toonnummer (Upper1, Upper2, Lower), ritmenummer,
ritmeregelaar, volumeniveau van automatische
begeleiding, tempo, maatslag, nagalminstelling,
zwevingsinstelling, akkoordspel, lagenspel, splitsingsspel,
toonschaalinstelling, instelling voor octaafverschuiving,
pedaalbediening, bediening van toonhoogteregelaar,
instelling van toonhoogtebereik
Sporen 2 t/m 6
Toonnummer (Upper1), pedaalbediening, bediening van
toonhoogteregelaar, instelling van toonhoogtebereik
Opnemen op de sporen 1 t/m 6
1.
Druk op bs SONG BANK.
2.
Gebruik de bo regelaar om het nummer weer te
geven van de melodie waarnaar u wilt opnemen.
3.
Druk op 5 RECORD/STOP.
Hierdoor verschijnt “Rec Trk” op het display.
Om de opname-paraatstand te annuleren, drukt u net
zo vaak op 5 RECORD/STOP als nodig is om de
RECORD indicator te laten verdwijnen.
4.
Druk op bp ENTER.
Overdubben van een opgenomen
spoor
Rec T
rk
Opnemen van uw toetsenbordspel
NL-42
5.
Gebruik de bo regelaar om het spoornummer
te selecteren van het volgende spoor dat u wilt
opnemen.
Hierdoor wordt de opname-paraatstand ingeschakeld
voor het spoor dat u heeft geselecteerd.
Voorbeeld: Spoor 2
Om de toon te veranderen die wordt gebruikt bij het
begin van de opname, drukt u op bq TONE en
gebruikt dan de bo regelaar om de toon te selecteren.
6.
Druk op bp ENTER.
7.
Druk op bma.
Hierdoor wordt de weergave gestart van wat u tot nu
heeft opgenomen op andere sporen en wordt op het op
dit moment geselecteerde spoor opgenomen wat u op
het toetsenbord speelt. Speel de gewenste noten op het
toetsenbord.
Als u wilt opnemen vanaf het begin van een spoor,
drukt u op 5 RECORD/STOP en begint dan met
spelen.
8.
Druk op 5 RECORD/STOP om het opnemen
te stoppen.
Druk op bma om weer te geven wat u zojuist heeft
opgenomen. Bij meermalen indrukken van bma
wordt de weergave telkens gestart en gestopt.
9.
Herhaal de stappen 3 t/m 8 om de andere
sporen op te nemen.
Dit hoofdstuk geeft uitleg over hoe u kunt meespelen met en
een opname kunt maken van uw spel met een van de
ingebouwde melodieën (of gebruikersmelodieën) van de
Digitale Piano. De opgenomen gegevens worden opgeslagen
in melodiebank-locatie 163.
De onderstaande bewerkingen worden ook opgenomen
samen met uw toetsenbordspel.
Toonnummer (Upper1, Upper2, Lower), lagenspel,
splitsingsspel, automatisch harmoniseren/arpeggiatorspel,
tempo, nagalminstelling, toonschaalinstelling, instelling voor
octaafverschuiving, pedaalbediening
Er kan slechts één opname van het toetsenbordspel met
een melodie in het recordergeheugen zijn. Een nieuwe
opname vervangt (wist) de eerder opgenomen inhoud.
Opnemen van het toetsenbordspel samen met de
melodieweergave
1.
Druk op bs SONG BANK.
2.
Gebruik de bo regelaar om het nummer van
een ingebouwde melodie (of
gebruikersmelodie) te selecteren.
De melodie die u hier selecteert, is de melodie die
wordt weergegeven tijdens het maken van de opname.
3.
Druk op 5 RECORD/STOP.
Hierdoor wordt de opname-paraatstand ingeschakeld.
Om de opname-paraatstand te annuleren, drukt u net
zo vaak op 5 RECORD/STOP als nodig is om de
RECORD indicator te laten verdwijnen.
Knippert
Brandt
Opnemen van het
toetsenbordspel samen met een
melodie (Deeloefening-opname)
Knippert
NL-43
Opnemen van uw toetsenbordspel
4.
Gebruik bn PART SELECT om het gedeelte te
selecteren waarvan u de weergave wilt dempen
tijdens het maken van de opname.
Bij meermalen indrukken van bn PART SELECT
worden de onderstaande dempingsinstellingen
doorlopen. De schermindicators tonen het (de)
gedempte gedeelte(en).
Maak nu ook de toon- en tempo-instellingen.
5.
Druk op bma om te starten met de
melodieweergave en de recorder-opname.
Speel mee met de weergave.
Druk op bma om het opnemen voortijdig te
stoppen.
6.
Het opnemen stopt automatisch wanneer het
einde van de melodie wordt bereikt.
De weergave-paraatstand wordt ingeschakeld.
7.
Druk op bma.
Hierdoor wordt de weergave gestart van wat u
opgenomen heeft.
Bij meermalen indrukken van bma wordt de
weergave telkens gestart en gestopt.
De hieronder getoonde instellingen voor vooraf tellen en de
metronoom zijn beschikbaar voor opname.
Aanwijzingen voor het maken van de instellingen
voor vooraf tellen en de metronoom
1.
Houd in de opname-paraatstand 5 RECORD/
STOP lang ingedrukt.
“Rec Trk” verschijnt.
2.
Gebruik de bo regelaar om het item weer te
geven waarvoor u de instelling wilt maken.
Geef “Precount” weer om de instelling voor vooraf
tellen te maken. Geef “Metronom” weer om de
instelling voor de metronoom te maken.
3.
Druk op bp ENTER om de getoonde instelling
in of uit te schakelen.
Bij meermalen indrukken van bp ENTER verandert
de instelling beurtelings in ingeschakeld en
uitgeschakeld.
4.
Druk op 5 RECORD/STOP om het
instelscherm te verlaten.
Gedeelte voor rechterhand gedempt
Gedeelte voor linkerhand gedempt
Gedeelte voor beide handen gedempt
Brandt
Maken van de instellingen voor
vooraf tellen en de metronoom
Vooraf
tellen
(Precount)
Bepaalt of er wel of niet vooraf moet worden
geteld voordat een opname begint nadat u op
bm START/STOP heeft gedrukt in de
opname-paraatstand.
On: Er wordt vooraf geteld voor één maat.
Off: Het opnemen begint zodra u op
bm START/STOP drukt of iets op het
toetsenbord begint te spelen, zonder dat er
vooraf wordt geteld.
Metronoom
(Metronom)
On: De metronoom klinkt tijdens het opnemen.
Off: De metronoom is uitgeschakeld.
Opnemen van uw toetsenbordspel
NL-44
U kunt de onderstaande procedure gebruiken om een
opgenomen spoor te dempen en dan op een ander spoor op
te nemen of dit weer te geven.
1.
Druk op bs SONG BANK.
2.
Gebruik de bo regelaar om een melodie te
selecteren die u heeft opgenomen.
3.
Druk op bn PART SELECT.
Hierdoor verschijnt “Trk1Mute” op het display.
4.
Gebruik de bo regelaar om het spoor te
selecteren dat u wilt dempen.
5.
Druk op bp ENTER.
Bij meermalen indrukken van bp ENTER wordt het
geselecteerde spoor beurtelings gedempt en weer
ingeschakeld.
Bij het dempen van een opgenomen spoor verdwijnt
het bijbehorende spoornummer van het display.
Merk op dat het nummer van een spoor dat niet is
opgenomen ook niet op het display wordt getoond.
6.
Druk op bn PART SELECT.
Gebruik de volgende procedures om een volledige
opgenomen melodie of een specifiek spoor van een
opgenomen melodie te wissen.
Wissen van een melodie
1.
Druk op bs SONG BANK.
2.
Gebruik de bo regelaar om het nummer te
selecteren van de melodie die u wilt wissen.
3.
Houd 5 RECORD/STOP ingedrukt.
4.
Gebruik de bo regelaar om “Song Clr” te
selecteren.
5.
Druk op bp ENTER.
Hierdoor verschijnt “Sure?” op het display.
6.
Druk nogmaals op bp ENTER.
De melodie wordt gewist.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om te annuleren.
Wissen van een specifiek spoor
1.
Druk op bs SONG BANK.
2.
Gebruik de bo regelaar om de melodie te
selecteren die het spoor bevat dat u wilt
wissen.
3.
Houd 5 RECORD/STOP ingedrukt.
4.
Gebruik de bo regelaar om “Trk Clr” te
selecteren en druk dan op bp ENTER.
5.
Gebruik de bo regelaar om het spoor te
selecteren dat u wilt wissen.
6.
Druk op bp ENTER.
Hierdoor verschijnt “Sure?” op het display.
7.
Druk nogmaals op bp ENTER.
Het spoor wordt gewist.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om te annuleren.
Gebruik de onderstaande procedure om een opgenomen
melodie te kopiëren naar een ander melodienummer.
Kopiëren van een opgenomen melodie
1.
Druk op bs SONG BANK.
2.
Gebruik de bo regelaar om de melodie te
selecteren die u wilt kopiëren.
3.
Houd 5 RECORD/STOP lang ingedrukt.
4.
Gebruik de bo regelaar om “SongCopy” te
selecteren en druk dan op bp ENTER.
5.
Gebruik de bo regelaar om het nummer te
selecteren van de melodie die u wilt opgeven
als de kopieerbestemming en druk dan op
bp ENTER.
“Sure?” verschijnt.
Als er reeds een melodie is opgeslagen met het
melodienummer dat u als de kopieerbestemming heeft
geselecteerd, verschijnt het bericht “Replace?”.
6.
Druk op bp ENTER om de kopieerbewerking
uit te voeren.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de
kopieerbewerking te annuleren.
Een spoor dempen
Wissen van een opgenomen
melodie of spoor
Kopiëren van een opgenomen
melodie
NL-45
1.
Druk op bp FUNCTION.
De FUNCTION indicator en een hoofdmenu-item
verschijnen.
•Zie Lijst met functie-instellingen” (pagina NL-46) voor
informatie over de hoofdmenu- en submenu-tems van
elke functie.
2.
Gebruik de bo regelaar om het menu-item te
selecteren waarvan u de instelling wilt
veranderen.
Als het item dat u wilt instellen een submenu heeft,
voert u de onderstaande stappen (1) en (2) uit. Zie
Lijst met functie-instellingen” (pagina NL-46) voor
informatie over welke instelitems een submenu
hebben. Als de ENTER indicator op het display is,
betekent dit dat het getoonde instelitem een submenu
heeft. Als het item dat u aan het instellen bent geen
submenu heeft, gaat u door naar de onderstaande
stap 3.
(1) Druk op bp ENTER. Het submenu verschijnt.
(2) Gebruik de bo regelaar om het submenu-item weer
te geven dat u wilt veranderen.
Nadat het submenu-item verschijnt, gaat u door
naar stap 3.
Als het submenu weer een ander submenu laat
zien, herhaalt u de bovenstaande stappen (1) en
(2).
Houd bp ENTER lang ingedrukt om vanaf een
submenu terug te keren naar het hoofdmenu.
3.
Voer de vereiste bediening uit om het getoonde
menu-item in te stellen.
Y Veranderen van een aan (ingeschakeld)/uit
(uitgeschakeld) instelling
Druk op bp ENTER. Bij meermalen indrukken wordt er
heen en weer geschakeld tussen aan en uit.
Als bij de bediening van een toets de
standaardwaarde (of aanbevolen waarde) wordt
bereikt, zal de NUM indicator eenmaal knipperen om u
hierop attent te maken.
Y Veranderen van de instelling van een numerieke
waarde
(1) Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verschijnt.
Als nu de FUNCTION indicator op het display aan
het knipperen is, wordt de functienaam
(hoofdmenu of submenu) getoond waarna de
aanduiding verandert naar de huidige instelling. Bij
meermalen indrukken van bp FUNCTION wordt
er heen en weer geschakeld tussen de aanduiding
van de huidige instelling en de functienaam. De
FUNCTION indicator knippert wanneer een
instelling wordt getoond en knippert niet wanneer
een functienaam wordt getoond.
(2) Gebruik de bo regelaar om de instelling te
veranderen.
Als bij de bediening van de regelaar de
standaardwaarde (of aanbevolen waarde) wordt
bereikt, zal de NUM indicator eenmaal knipperen
om u hierop attent te maken.
(3) Druk op bp ENTER.
De NUM indicator verdwijnt.
4.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
De FUNCTION indicator verdwijnt.
Maken van functie-
instellingen
Aanwijzingen voor het maken van
functie-instellingen
Touch
Nummer van huidige
instelling
Hoofdmenu-item
NL-46
Maken van functie-instellingen
•Zie Aanwijzingen voor het maken van functie-instellingen” (pagina NL-45) voor informatie over het veranderen van de
instellingen in de onderstaande lijst.
Als “(ENTER)” wordt aangegeven achter een functienaam, betekent dit dat bij indrukken van bp ENTER een submenu verschijnt.
Lijst met functie-instellingen
Nr. Functie Display Instelbereik
1 Aanslagvolume Touch 1 - 4
2 Transponeren Trans. –12 - 12
3 Duet (ENTER) Duet
4 Octaafverschuiving boven U Oct. –2 - +2
5 Octaafverschuiving onder L Oct. –2 - +2
6 Duet-pan Duet Pan On/Off
7 Akkoordmodus ChordMod 1 - 6
8 Regelaar (ENTER) Cntrller
9 Pedaaleffect Pedal 1 - 4
10 Toonhoogtebereik Bend Rng 0 - 24
11 Automatisch harmoniseren/Arpeggiator (ENTER) AHar/Arp
12 Toewijzing van Automatisch harmoniseren/Arpeggiator-toets BtnAsign 1 - 2
13 Type automatisch harmoniseren AHarType 1 - 12
14 Arpeggiatortype Arp Type 1 - 100
15 Arpeggiator aanhouden ArpegHld On/Off
16 Octaafverschuiving (ENTER) Octave
17 Octaafverschuiving Upper1 gedeelte U1 Oct. –2 - +2
18 Octaafverschuiving Upper2 gedeelte U2 Oct. –2 - +2
19 Octaafverschuiving Lower gedeelte L Oct. –2 - +2
20 Splitspunt Split Pt 21 - 108
21 Volume van automatische begeleiding AcompVol 0 - 127
22 Volume van melodie Song Vol 0 - 127
23 Stemming Tune 415,5 - 465,9
24 Voorkeuzetoonschaal (ENTER) Scale
25 Type voorkeuzetoonschaal Type 1 - 17
26 Grondtoon van voorkeuzetoonschaal BaseNote 1 - 12
27 Toonschaal van automatische begeleiding AcompScl On/Off
28 Nagalm Reverb 1 - 10
29 Zweving Chorus 1 - 4
30 Blokkeringsitem in registratiegeheugen (ENTER) RMFrzTgt
31 Ritme Rhythm On/Off
32 Tempo Tempo On/Off
33 Toon Tone On/Off
34 Splitspunt Split Pt On/Off
35 Automatisch harmoniseren/Arpeggiator AHar/Arp On/Off
36 Transponeren Trans. On/Off
37 Toonschalen Scale On/Off
38 Aanslagvolume Touch On/Off
39 Effecten Effect On/Off
40 Regelaars Cntrller On/Off
NL-47
Maken van functie-instellingen
De toonparameter en andere parameters keren terug naar hun oorspronkelijke standaardinstellingen wanneer u de
stroom inschakelt (pagina NL-9).
De volgende gegevens en instellingen blijven altijd behouden zelfs wanneer de stroom wordt uitgeschakeld.
Stemming, Blokkeringsitem in registratiegeheugen, Displaycontrast
41 Metronoom (ENTER) Metronom
42 Maatslag van metronoom Beat 0 - 9
43 Volume van metronoom Volume 0 - 127
44 MIDI (ENTER) MIDI
45 Toetsenbordkanaal Keybd Ch 1 - 16
46 Lokale sturing Local On/Off
47 Versturen van begeleidingsmuziekgegevens AcompOut On/Off
48 Media (pagina NL-50) (ENTER) Media
49 Overige (ENTER) Other
50 Kanaal van rechterhand (melodie) gedeelte PartR Ch 1 - 16
51 Kanaal van linkerhandgedeelte PartL Ch 1 - 16
52 Veranderen van muziekvoorkeuze-tonaliteit MP Key –5 - 6
53 Bedieningsvergrendeling Op Lock On/Off
54 Displaycontrast Contrast 1 - 17
55 Automatische stroomonderbreker AutoOff On/Off
56 Reset (ENTER) Reset
57 Functie-instellingen (pagina NL-48) Setting
58 Fabrieksinstellingen (pagina NL-48)Factory
59 Firmwareversie Version
Nr. Functie Display Instelbereik
Maken van functie-instellingen
NL-48
Met de bedieningsvergrendelingsfunctie wordt de bediening
van de toetsen geblokkeerd, met uitzondering van de 1P
(aan/uit) toets en de toetsen die vereist zijn voor het opheffen
van de vergrendeling.
Inschakelen van de bedieningsvergrendeling
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om het instelitem “Other” weer te
geven.
2.
Druk op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om het instelitem “Op
Lock” weer te geven en druk dan op
bp ENTER.
“Sure?” verschijnt.
4.
Druk op bp ENTER om de
bedieningsvergrendeling in te schakelen.
Houd bp ENTER lang ingedrukt als u besluit om de
bedieningsvergrendeling toch niet in te schakelen.
Opheffen van de bedieningsvergrendeling
1.
Druk op bp FUNCTION.
2.
Druk op bp ENTER.
3.
Druk op bq TONE om het instelscherm te
verlaten.
Gebruik de onderstaande procedure om alle gegevens te
wissen en alle instellingen en de andere systeeminhoud terug
te zetten op de oorspronkelijke standaard-
fabrieksinstellingen.
Alle instellingen en gegevens van de Digitale
Piano terugzetten op de oorspronkelijke
standaard-fabrieksinstellingen (Fabrieksreset)
Bij deze procedure worden ook de
gebruikersmelodieën, gebruikersritmes,
registratiegegevens en opgenomen melodiegegevens
gewist. Het verdient aanbeveling om belangrijke
gegevens op een USB flash-drive op te slaan
(pagina NL-51) voordat met deze procedure wordt
begonnen.
1.
Druk op bp FUNCTION en gebruik dan de bo
regelaar om “Other” weer te geven.
2.
Druk op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om “Reset” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
4.
Gebruik de bo regelaar om “Factory” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
Er verschijnt een bevestigingsmelding voor het wissen.
5.
Druk op bp ENTER.
Nadat de bovenstaande stap is uitgevoerd, verschijnt
“Wait” op het display. De Digitale Piano wordt
automatisch opnieuw opgestart nadat het wissen van de
gegevens is voltooid.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de wisbewerking
te annuleren.
Alle instellingen van de Digitale Piano
terugzetten op de oorspronkelijke standaard-
fabrieksinstellingen (Instellingenreset)
Gebruik bp FUNCTION om alle instellingen van de Digitale
Piano terug te zetten op de oorspronkelijke standaard-
fabrieksinstellingen.
In stap 4 van de procedure onder “Alle instellingen en
gegevens van de Digitale Piano terugzetten op de
oorspronkelijke standaard-fabrieksinstellingen
(Fabrieksreset)” (pagina NL-48) selecteert u “Setting” in
plaats van “Factory” en dan drukt u op bp ENTER.
Gebruik van
bedieningsvergrendeling
O
p
Lo
ck
O
p
Lo
ck
Wissen van alle gegevens in het
geheugen van de Digitale Piano
Su r e?
NL-49
Uw Digitale Piano ondersteunt het gebruik van een los
verkrijgbare USB flash-drive. U heeft de beschikking over de
volgende functies.
Formatteren van de USB flash-drive
U kunt een USB flash-drive gebruiken voor het opslaan van
melodieën die met de Digitale Piano zijn opgenomen en
voor het opslaan van geregistreerde basisinstellingen.
De gegevens die met deze Digitale Piano op een USB flash-
drive zijn opgeslagen, evenals compatibele gegevens
(gebruikersritmes, gebruikersmelodieën enz.) die vanaf een
computer naar de USB flash-drive zijn gekopieerd, kunnen in
het geheugen van de Digitale Piano worden geïmporteerd.
Weergeven, op de Digitale Piano, van algemene
melodiegegevens (MIDI-bestand) die met een computer
naar een USB flash-drive zijn gekopieerd
–Zie Gebruik van een computer voor het kopiëren van
algemene melodiegegevens naar een USB flash-drive
(pagina NL-53) voor informatie over de procedure voor
het kopiëren van melodiegegevens naar een USB flash-
drive.
–Zie Weergeven van een melodie die opgenomen is op
een USB flash-drive(pagina NL-29) voor informatie over
de weergaveprocedures.
Zorg ervoor de voorzorgsmaatregelen op te volgen die
worden gegeven in de documentatie die met de USB
flash-drive wordt meegeleverd.
Vermijd het gebruik van een USB flash-drive onder de
volgende omstandigheden. Dergelijke omstandigheden
kunnen de gegevens beschadigen die opgeslagen zijn
op de USB flash-drive.
Plaatsen die blootgesteld staan aan een hoge
temperatuur, een hoge vochtigheid of bijtende
gassen
Plaatsen die blootgesteld staan aan sterke
elektrostatische ladingen en digitale storing
Verwijder de USB flash-drive nooit terwijl er gegevens
naar geschreven of vanaf geladen worden. Hierdoor
kunnen de gegevens op de USB flash-drive en de USB
flash-drive poort beschadigd worden.
Steek nooit iets anders dan een USB flash-drive in de
USB flash-drive poort. Dit kan namelijk resulteren in
een defect.
Een USB flash-drive kan na lange tijd warm worden. Dit
is normaal en duidt niet op een defect.
Als statische elektriciteit van uw hand of van een USB
flash-drive in aanraking komt met de USB flash-drive
poort kan dit problemen veroorzaken bij de werking
van de Digitale Piano. Mocht dit het geval zijn, schakel
de Digitale Piano dan uit en vervolgens weer in.
Steek nooit een ander apparaat dan een USB flash-
drive in de USB flash-drive poort.
Bij het uitvoeren van een USB flash-drive bewerking of
wanneer de Digitale Piano ingeschakeld wordt terwijl
een USB flash-drive aangesloten is, dient de Digitale
Piano aanvankelijk een “koppeling” reeks uit te voeren
om de apparatuur voor te bereiden op het uitwisselen
van gegevens met de USB flash-drive. De bewerkingen
van de Digitale Piano kunnen kortstondig worden
gedeactiveerd terwijl deze koppelingsreeks wordt
uitgevoerd. De USB indicator knippert op het display
terwijl de USB flash-drive wordt gekoppeld. Het kan 10
of 20 seconden of zelfs langer duren voordat het
koppelen van de USB flash-drive is uitgevoerd. Probeer
geen bewerkingen op de Digitale Piano uit te voeren
terwijl het koppelingsproces plaatsvindt. Telkens
wanneer een USB flash-drive wordt aangesloten op de
Digitale Piano dient er gekoppeld te worden met de
USB flash-drive.
Bij het koppelen van de USB flash-drive aan de Digitale
Piano wordt er een map genaamd MUSICDAT aangemaakt
in de hoofddirectory van de flash-drive als er nog geen
MUSICDAT map in die directory bestaat. Gebruik deze
map voor het uitwisselen van gegevens tussen de Digitale
Piano en de USB flash-drive.
USB flash-drive
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik
van een USB flash-drive en de
USB flash-drive poort
Auteursrechten
U kunt opnamen gebruiken voor uw eigen
persoonlijke gebruik. Het reproduceren van een
audiobestand of een muziekbestand zonder
toestemming van de eigenaar van de auteursrechten
is verboden onder de wetgeving op auteursrechten
en internationale overeenkomsten. Ook is het ten
strengste verboden onder de wetgeving op
auteursrechten en internationale overeenkomsten
om dergelijke bestanden ter beschikking te stellen
via het internet of ze te distribueren aan derden,
ongeacht of dergelijke activiteiten plaatsvinden met
of zonder compensatie. CASIO COMPUTER CO., LTD.
kan onder geen enkele omstandigheid
verantwoordelijk worden gesteld voor het gebruik
van deze Digitale Piano dat illegaal is onder de
wetgeving aangaande auteursrechten.
Aansluiten van een USB flash-
drive op de Digitale Piano en
loskoppelen ervan
USB flash-drive
NL-50
Aansluiten van de USB flash-drive op de Digitale
Piano
1.
Steek de USB flash-drive in de USB flash-drive
poort van de Digitale Piano zoals aangegeven
in de onderstaande afbeelding.
Druk de USB flash-drive voorzichtig zo ver mogelijk
naar binnen. Gebruik niet te veel kracht bij het
insteken van de USB flash-drive.
Verwijderen van de USB flash-drive uit de
Digitale Piano
1.
Controleer of er geen bewerking voor het
uitwisselen van gegevens plaatsvindt en trek
de USB flash-drive dan recht uit de aansluiting.
Formatteer een USB flash-drive op de Digitale Piano
voordat u deze voor de eerste maal gebruikt.
Bij het formatteren van een USB flash-drive worden alle
gegevens die erop zijn opgeslagen gewist. Voordat u
een USB flash-drive formatteert, moet u controleren of
er geen waardevolle gegevens op opgeslagen zijn.
De formatteerbewerking zoals uitgevoerd door deze
Digitale Piano is zogenaamd “snel formatteren”. Als u
alle gegevens op een USB flash-drive volledig wilt
wissen, dient u de flash-drive op een computer of
andere apparatuur te formatteren.
Ondersteunde USB flash-drives
Deze Digitale Piano ondersteunt USB flash-drives die
geformatteerd zijn op FAT32 of exFAT. Als uw USB flash-
drive op een ander bestandssysteem geformatteerd is,
formatteer deze dan opnieuw met de Windows
formatteerfunctie naar FAT32 of exFAT. Gebruik niet snel
formatteren.
Bij een exFAT geformatteerde USB flash-drive is het
mogelijk dat het aantal importeerbare bestanden
beperkt is als er lange bestandsnamen zijn gebruikt.
Formatteren van een USB flash-drive
1.
Steek de USB flash-drive die geformatteerd
moet worden in de USB flash-drive poort van
de Digitale Piano.
2.
Druk op bp FUNCTION.
3.
Gebruik de bo regelaar om “Media” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
De USB indicator begint te knipperen.
4.
Gebruik de bo regelaar om “Format” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
“Sure?” verschijnt.
5.
Druk op bp ENTER om te beginnen met
formatteren.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de bewerking te
annuleren.
Bij indrukken van bp ENTER begint het formatteren
en verschijnt het bericht “Wait...” (bewerking wordt
uitgevoerd) op het display. Voer geen bediening uit
terwijl dit bericht wordt getoond. “Complete” verschijnt
op het display wanneer de bewerking is voltooid.
6.
Druk op bq TONE om de functie te verlaten.
De USB indicator verdwijnt.
Formatteren van een USB flash-
drive
USB flash-drive poort
USB flash-drive
NL-51
USB flash-drive
In dit hoofdstuk wordt informatie verschaft over de volgende
functies.
Opslaan van gegevens van de Digitale Piano op een USB
flash-drive
Importeren van gegevens (bestanden) van een USB flash-
drive naar het geheugen van de Digitale Piano
Veranderen van de naam van importeerbare gegevens
(bestanden) van de Digitale Piano op een USB flash-drive
Wissen van importeerbare gegevens (bestanden) van de
Digitale Piano op een USB flash-drive
Lijst met submenu-items/bestandsnaamextensies
De onderstaande tabel toont de submenu-items die worden
gebruikt voor de functies die in dit hoofdstuk staan beschreven
en de bestandsnaamextensies voor de gegevenstypen.
Digitale Piano 3 USB flash-drive
De onderstaande gegevens kunnen vanuit het geheugen van
de Digitale Piano op een USB flash-drive worden opgeslagen.
* Gebruikersopname, Deeloefening-opname, Registratie,
Gebruikersritme, Gebruikersmelodie
USB flash-drive 3 Digitale Piano
De onderstaande gegevens kunnen vanaf een USB flash-
drive in het geheugen van de Digitale Piano worden
geïmporteerd. Deze gegevens kunnen ook via bediening op
de Digitale Piano van een andere naam worden voorzien of
worden gewist.
Zelfs als een bestandsnaam een van de extensies heeft
die in de bovenstaande tabel is vermeld, kan het toch
gebeuren dat het bestand niet in het geheugen van de
Digitale Piano kan worden geïmporteerd als de
gegevens met een niet-compatibel apparaat enz. zijn
gecreëerd.
Opslaan van gegevens van de Digitale Piano op
een USB flash-drive
1.
Steek de USB flash-drive in de USB flash-drive
poort van de Digitale Piano.
2.
Druk op bp FUNCTION.
3.
Gebruik de bo regelaar om “Media” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
4.
Gebruik de bo regelaar om “Save” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
5.
Gebruik de bo regelaar om een submenu-item
weer te geven met opties die corresponderen
met het type gegevens dat wordt opgeslagen.
•Zie Lijst met submenu-items/bestandsnaamextensies
(pagina NL-51).
6.
Druk op bp ENTER.
Als “All Data” in stap 5 wordt geselecteerd, is stap 7
niet nodig. Ga door naar stap 8.
7.
Gebruik de bo regelaar om de gegevens te
selecteren die opgeslagen moeten worden en
druk dan op bp ENTER.
8.
Voer de bestandsnaam in die u wilt gebruiken.
•Zie Invoeren van tekst” (pagina NL-12) voor
informatie over het invoeren van tekst.
Om het invoeren van tekens te annuleren en terug te
keren naar de onbewerkte bestandsnaam, houdt u
bp ENTER lang ingedrukt.
9.
Druk op cl STORE om de nieuwe
bestandsnaam toe te passen.
“Sure?” verschijnt.
Het bericht “Replace?” verschijnt als er reeds
gegevens met dezelfde naam op de USB flash-drive
zijn opgeslagen. Als u in dit geval op bp ENTER drukt
in stap 10 hieronder, worden de bestaande gegevens
overschreven door de nieuwe gegevens.
10.
Druk bp ENTER om de gegevens op te slaan.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de bewerking te
annuleren.
Bij indrukken van bp ENTER verschijnt “Wait...”
(bewerking wordt uitgevoerd) op het display. Voer
geen bediening uit terwijl dit bericht wordt getoond.
“Complete” verschijnt op het display wanneer de
bewerking is voltooid.
11.
Druk op bq TONE om de functie te verlaten.
Gebruik van de USB flash-drive
Gegevenstype
Submenu-
item
Bestandsnaam-
extensie
Gebruikersopname User Rec
MltR SMF
MRF
MID
Deeloefening-opname Part Rec LRF
Registratie (bankeenheid) Reg Mem RBK
Alle gebruikersgegevens in
geheugen van Digitale
Piano*
AllData DAL
Gegevenstype
Submenu-
item
Bestandsnaam-
extensie
Gebruikersritme UserRhy AC7, CKF, Z00
Gebruikersmelodie UsrSng CMF, MID (SMF
formaat 0/1)
Gebruikersopname User Rec MRF
Deeloefening-opname Part Rec LRF
Registratie (bankeenheid) Reg Mem RBK
Alle bovenstaande
gegevens
AllData DAL
USB flash-drive
NL-52
Laden van gegevens van een USB flash-drive
naar het geheugen van de Digitale Piano
1.
Voer de stappen 1, 2 en 3 uit onder “Opslaan
van gegevens van de Digitale Piano op een
USB flash-drive” (pagina NL-51).
2.
Gebruik de bo regelaar om “Load” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om een submenu-item
weer te geven met opties die corresponderen
met het type gegevens dat wordt geïmporteerd.
•Zie Lijst met submenu-items/bestandsnaamextensies
(pagina NL-51).
4.
Druk op bp ENTER.
De bestandsnaam van de gegevens die kunnen worden
geïmporteerd verschijnt.
5.
Gebruik de bo regelaar om de gegevens te
selecteren die u in het geheugen van de
Digitale Piano wilt importeren.
Als “All Data” in stap 3 wordt geselecteerd, zijn de
onderstaande stappen 6 en 7 niet nodig. Ga door naar
stap 8.
Wanneer nu op 6 CATEGORY wordt gedrukt, wordt
de bestandsnaamextensie van het geselecteerde
gegevensbestand weergegeven. (De FUNCTION
indicator knippert wanneer de bestandsnaamextensie
wordt weergegeven.) Druk nogmaals op
6 CATEGORY om terug te keren naar de
bestandsnaam.
6.
Druk op bp ENTER.
7.
Gebruik de bo regelaar om het nummer van het
gebruikersgebied op te geven waar de
geïmporteerde gegevens moeten worden
opgeslagen.
8.
Druk op bp ENTER.
“Sure?” verschijnt.
Als u “All Data” in stap 3 van deze procedure heeft
weergegeven of als het gebruikersgebied dat u in stap
7 heeft opgegeven reeds gegevens bevat, verschijnt
het bericht “Replace?”. Als u in dit geval op
bp ENTER drukt in stap 9 hieronder, worden de
bestaande gegevens in het gebruikersgebied
overschreven door de geïmporteerde gegevens.
9.
Druk op bp ENTER om de gegevens te
importeren.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de bewerking te
annuleren.
Bij indrukken van bp ENTER verschijnt “Wait...”
(bewerking wordt uitgevoerd) op het display. Voer
geen bediening uit terwijl dit bericht wordt getoond.
“Complete” verschijnt op het display wanneer de
bewerking is voltooid.
10.
Druk op bq TONE om de functie te verlaten.
Wissen van gegevens op een USB flash-drive
1.
Voer de stappen 1, 2 en 3 uit onder “Opslaan
van gegevens van de Digitale Piano op een
USB flash-drive” (pagina NL-51).
2.
Gebruik de bo regelaar om “Delete” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om een submenu-item
weer te geven met opties die corresponderen
met het type gegevens dat wordt gewist.
•Zie Lijst met submenu-items/
bestandsnaamextensies” (pagina NL-51).
4.
Druk op bp ENTER.
5.
Gebruik de bo regelaar om de gegevens te
selecteren die gewist moeten worden en druk
dan op bp ENTER.
Wanneer nu op 6 CATEGORY wordt gedrukt, wordt
de bestandsnaamextensie van het geselecteerde
gegevensbestand weergegeven. (De FUNCTION
indicator knippert wanneer de bestandsnaamextensie
wordt weergegeven.) Druk nogmaals op
6 CATEGORY om terug te keren naar de
bestandsnaam.
6.
Druk op bp ENTER.
“Sure?” verschijnt.
7.
Druk op bp ENTER om de gegevens te wissen.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de bewerking te
annuleren.
Bij indrukken van bp ENTER verschijnt “Wait...”
(bewerking wordt uitgevoerd) op het display. Voer
geen bediening uit terwijl dit bericht wordt getoond.
“Complete” verschijnt op het display wanneer de
bewerking is voltooid.
8.
Druk op bq TONE om de functie te verlaten.
NL-53
USB flash-drive
Hernoemen van gegevens op een USB flash-
drive
1.
Voer de stappen 1, 2 en 3 uit onder “Opslaan
van gegevens van de Digitale Piano op een
USB flash-drive” (pagina NL-51).
2.
Gebruik de bo regelaar om “Rename” weer te
geven en druk dan op bp ENTER.
3.
Gebruik de bo regelaar om een submenu-item
weer te geven met opties die corresponderen
met het type gegevens dat wordt hernoemd.
•Zie Lijst met submenu-items/
bestandsnaamextensies” (pagina NL-51).
4.
Druk op bp ENTER.
5.
Gebruik de bo regelaar om de gegevens te
selecteren die hernoemd moeten worden.
Wanneer nu op 6 CATEGORY wordt gedrukt, wordt
de bestandsnaamextensie van het geselecteerde
gegevensbestand weergegeven. (De FUNCTION
indicator knippert wanneer de bestandsnaamextensie
wordt weergegeven.) Druk nogmaals op
6 CATEGORY om terug te keren naar de
bestandsnaam.
6.
Druk op bp ENTER.
7.
Hernoem het bestand.
•Zie Invoeren van tekst” (pagina NL-12) voor
informatie over het invoeren van tekst.
Om het invoeren van tekens te annuleren en terug te
keren naar de onbewerkte bestandsnaam, houdt u
bp ENTER lang ingedrukt.
8.
Druk op cl STORE om de nieuwe
bestandsnaam toe te passen.
“Sure?” verschijnt.
Het bericht “Replace?” verschijnt als er reeds
gegevens met dezelfde naam op de USB flash-drive
zijn opgeslagen. Als u in dit geval op bp ENTER drukt
in stap 9 hieronder, worden de bestaande gegevens
overschreven door de nieuwe gegevens.
9.
Druk op bp ENTER om de gegevens te
hernoemen.
Houd bp ENTER lang ingedrukt om de bewerking te
annuleren.
Bij indrukken van bp ENTER verschijnt “Wait...”
(bewerking wordt uitgevoerd) op het display. Voer
geen bediening uit terwijl dit bericht wordt getoond.
“Complete” verschijnt op het display wanneer de
bewerking is voltooid.
10.
Druk op bq TONE om de functie te verlaten.
U kunt dezelfde bewerkingsfuncties gebruiken als die voor de
ingebouwde melodieën om bestanden van de onderstaande
formaten weer te geven die zijn opgeslagen in de MUSICDAT
map.
Standaard MIDI-bestanden (SMF formaat 0/1) of CASIO
MIDI-bestanden (CMF formaat)
1.
Sluit de USB flash-drive op uw computer aan.
2.
Maak in de hoofddirectory van de USB flash-
drive een map aan met de naam MUSICDAT.
Deze stap is niet nodig als er reeds een MUSICDAT
map is in de hoofddirectory van de USB flash-drive.
3.
Kopieer de melodiegegevens die u wilt
weergeven op de Digitale Piano naar de
MUSICDAT map.
•Zie Weergeven van een melodie die opgenomen is op
een USB flash-drive” (pagina NL-29) voor informatie
over de weergaveprocedures.
Gebruik van een computer voor
het kopiëren van algemene
melodiegegevens naar een USB
flash-drive
NL-54
U kunt de Digitale Piano aansluiten op een computer en MIDI-
gegevens verzenden tussen deze apparaten. U kunt
gegevens vanaf de Digitale Piano zenden naar de
muzieksoftware die op uw computer draait of u kunt MIDI-
gegevens vanaf uw computer zenden naar de Digitale Piano
voor weergave.
Minimale computersysteemvereisten
Hieronder zijn de minimale computersysteemvereisten
aangegeven voor het zenden en ontvangen van MIDI-
gegevens. Controleer of de computer voldoet aan deze
vereisten voordat u probeert de Digitale Piano er op aan te
sluiten.
Besturingssysteem
Windows 7 *
1
Windows 8.1 *
2
Windows 10 *
3
macOS (OS X/Mac OS X) 10.7, 10.8, 10.9, 10.10, 10.11,
10.12, 10.13
*1 Windows 7 (32-bit, 64-bit)
*2 Windows 8.1 (32-bit, 64-bit)
*3 Windows 10 (32-bit, 64-bit)
USB-poort
Probeer nooit aan te sluiten op een computer die niet
voldoet aan de hierboven beschreven vereisten.
Hierdoor kunnen problemen ontstaan bij uw computer.
Voor de meest recente informatie over de ondersteunde
besturingssystemen kunt u de website bezoeken op het
onderstaande webadres of QR-code.
https://support.casio.com/global/nl/emi/manual/CDP-S350/
Aansluiten van de Digitale Piano op uw computer
Zorg ervoor dat de stappen van de onderstaande
procedure precies worden opgevolgd. Een foute
aansluiting kan het zenden en ontvangen van
gegevens onmogelijk maken.
1.
Schakel de Digitale Piano uit en start uw
computer.
Start de muzieksoftware op uw computer nog niet!
2.
Nadat uw computer is gestart, sluit u deze met
een los verkrijgbare USB-kabel op de Digitale
Piano aan.
Gebruik een USB-kabel met een USB 2.0 of 1.1 A-B
type stekker.
3.
Schakel de Digitale Piano in.
Als dit de eerste maal is dat u de Digitale Piano
aansluit op uw computer, zal de driversoftware die
vereist is voor het zenden en ontvangen van gegevens
automatisch geïnstalleerd worden op uw computer.
4.
Start de los verkrijgbare muzieksoftware op uw
computer.
5.
Configureer de instellingen van de
muzieksoftware en selecteer “CASIO USB-
MIDI” als het MIDI-apparaat.
Zie de gebruikersdocumentatie die met de gebruikte
muzieksoftware wordt geleverd voor nadere informatie
over hoe u het MIDI-apparaat kunt selecteren.
Zorg ervoor eerst de Digitale Piano in te schakelen
voordat u de muzieksoftware van uw computer start.
Het zenden en ontvangen via USB is uitgeschakeld
tijdens het weergeven van een melodie uit de
melodiebank (pagina NL-26).
Aansluiten van externe
toestellen
Aansluiten op een computer
NL-55
Aansluiten van externe toestellen
Nadat de aansluiting eenmaal goed werkt, is het geen
probleem als de USB-kabel aangesloten gehouden wordt
en uw computer en/of uw Digitale Piano uitgeschakeld of
ingeschakeld wordt.
Voor gedetailleerde technische gegevens en aansluitingen
die van toepassing zijn op het zenden en ontvangen van
MIDI-gegevens door deze Digitale Piano, wordt u verwezen
naar de nieuwste informatie die wordt verzorgd door de
website op het onderstaande webadres of QR-code.
https://support.casio.com/global/nl/emi/manual/CDP-S350/
Zie de functienummers 45 t/m 47 in de “Lijst met functie-
instellingen” (pagina NL-46) voor informatie over de
onderstaande MIDI-instellingen.
Deze Digitale Piano kan aangesloten worden op los
verkrijgbare apparatuur zoals een stereotoren, een versterker,
opnameapparatuur of een draagbare audiospeler.
Weergave van de toetsenbordnoten via audio-
apparatuur
Voor de aansluiting zijn los verkrijgbare snoeren nodig, die u
zelf dient aan te schaffen.
De aansluitsnoeren dienen aan een kant een stereo
ministekker te hebben en aan de andere kant een stekker
die past bij de configuratie van de externe apparatuur.
Schakel de externe apparatuur uit bij het tot stand
brengen van de verbinding. Nadat de aansluiting
eenmaal tot stand is gebracht, dient u de
volumeniveaus van de Digitale Piano en de externe
apparatuur laag te zetten telkens wanneer u de stroom
in- of uitschakelt.
Schakel na het maken van de aansluiting de stroom
van de Digitale Piano in en vervolgens die van de
externe apparatuur.
Als de toetsenbordnoten vervormd klinken via de
externe audio-apparatuur, verlaag dan de instelling van
het volume van de Digitale Piano.
Instelitem
Functie-
nummer
Beschrijving
Toetsenbord-
kanaal
45 Deze parameter bepaalt het
kanaal dat wordt gebruikt
wanneer toetsenbord-
uitvoeringsgegevens vanaf
deze Digitale Piano naar een
computer worden verstuurd.
Lokale sturing 46 Deze parameter kan worden
gebruikt wanneer een externe
geluidsbron wordt gebruikt
voor het spelen van Digitale
Piano noten om te specificeren
dat de noten niet door deze
Digitale Piano moeten worden
weergegeven.
Versturen van
begeleidings-
muziekgegevens
47 Deze parameter bepaalt of al
dan niet automatische
begeleidingsmuziekgegevens
moeten worden verstuurd.
Aansluiten op audio-apparatuur
dl PHONES/OUTPUT aansluiting van Digitale Piano
(stereo mini-aansluiting (3,5 mm))
Stereo ministekker
Audio-apparatuur, versterker
enz.
Aansluiten van externe toestellen
NL-56
Weergeven van externe apparatuur via de
Digitale Piano
Voor de aansluiting zijn los verkrijgbare snoeren nodig, die u
zelf dient aan te schaffen.
De aansluitsnoeren dienen aan een kant een 3-polige
stereo ministekker te hebben en aan de andere kant een
stekker die past bij de configuratie van de externe
apparatuur.
Wanneer via de Digitale Piano geluid wordt weergegeven
dat vanaf externe apparatuur wordt ingevoerd, moet u de
bedieningsorganen op de externe apparatuur gebruiken om
het volumeniveau in te stellen. U kunt het volumeniveau
niet op de Digitale Piano instellen.
Schakel de Digitale Piano uit tijdens het tot stand
brengen van de aansluitingen. Nadat de aansluiting
eenmaal tot stand is gebracht, dient u de
volumeniveaus van de Digitale Piano en de externe
apparatuur laag te zetten telkens wanneer u de stroom
in- of uitschakelt.
Schakel na het maken van de aansluiting de stroom
van de externe apparatuur in en vervolgens die van de
Digitale Piano.
Als het geluid van de externe apparatuur dat via de
luidsprekers van de Digitale Piano wordt weergegeven
vervormd klinkt, moet u het volumeniveau op de
externe apparatuur lager instellen.
U kunt de APP-functie gebruiken om de Digitale Piano te
verbinden met een smartphone, tablet of ander
smartapparaat waarna u de beschikking heeft over de
onderstaande functies.
Besturing van de Digitale Piano vanaf een smartapparaat
(afstandsbediening van de piano)
Overbrengen van muziekgegevens vanaf een
smartapparaat
Zet het mobiele apparaat waarmee u verbinding wilt
maken in de vliegtuigstand of schakel de
communicatiefuncties van het apparaat op een andere
manier uit.
Wanneer een smartapparaat met de Digitale Piano
wordt verbonden, mogen niet gelijktijdig een USB-
kabel en een audiokabel aangesloten zijn.
Downloaden van de app voor het smartapparaat
Download de Chordana Play for Piano app van de CASIO-
website en installeer deze op het smartapparaat.
https://support.casio.com/global/nl/emi/manual/CDP-S350/
Koppelen aan een smartapparaat
1.
Raadpleeg “Downloaden van de app voor het
smartapparaat” (pagina NL-56) en installeer de
app op het smartapparaat.
2.
Verbind de USB-poort van het smartapparaat
met een los verkrijgbare USB-kabel met de
cs USB poort van de Digitale Piano.
Nadat het smartapparaat met de Digitale Piano is
verbonden, kan het smartapparaat worden gebruikt
voor de bediening van de piano. Zie de
gebruikersdocumentatie van de app voor details
betreffende de bediening.
3-polige stereo ministekker
dm AUDIO IN aansluiting van Digitale Piano
(stereo mini-aansluiting (3,5 mm))
Draagbare audiospeler enz.
Koppelen aan een smartapparaat
(APP-functie)
NL-57
Referentie
Oplossen van moeilijkheden
Symptoom Maatregel
Bijgeleverde accessoires
Ik kan iets niet vinden wat er toch hoort te zijn. Controleer zorgvuldig wat er in de verpakking zit.
Stroomvereisten
De stroom kan niet worden ingeschakeld. Controleer de netadapter of zorg ervoor dat de batterijen in de juiste
richting wijzen (pagina NL-7).
Vervang de batterijen door nieuwe of schakel over op stroom van het
lichtnet via de netadapter (pagina NL-7).
Het display brandt kortstondig maar de stroom
wordt niet ingeschakeld bij indrukken van de 1P
(aan/uit) toets.
Druk 1P (aan/uit) stevig en volledig in om de stroom in te schakelen.
De Digitale Piano geeft een hard geluid weer en
schakelt dan plotseling uit.
Vervang de batterijen door nieuwe of schakel over op stroom van het
lichtnet via de netadapter (pagina NL-7).
De Digitale Piano schakelt plotseling uit nadat deze
een tijdje ingeschakeld heeft gestaan.
Het is mogelijk dat de automatische stroomonderbreker (pagina NL-9)
in werking is getreden. Druk op de 1P (aan/uit) toets om de stroom
weer in te schakelen.
Display
Het display blijft uitgaan of blijft knipperen. Vervang de batterijen door nieuwe of schakel over op stroom van het
lichtnet via de netadapter (pagina NL-7).
De inhoud van het scherm is enkel zichtbaar als
deze recht voor me is.
Dit komt door productiebeperkingen. Dit duidt echter niet op een defect.
Geluid
Er gebeurt niets bij aanslaan van een klaviertoets. Controleer de volume-instelling (pagina NL-9).
Controleer of er iets op de dl PHONES/OUTPUT aansluiting aan
de achterkant van de Digitale Piano is aangesloten.
Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano in de beginstand te zetten (pagina NL-9).
Er gebeurt niets of noten worden niet normaal
weergegeven wanneer noten worden gespeeld op
het linker gedeelte van het toetsenbord.
Druk op bn [ACCOMP] om de akkoordinvoer in het gebied van het
begeleidingstoetsenbord uit te schakelen (pagina NL-30).
Er gebeurt niets wanneer een automatische
begeleiding wordt gestart.
Bij de ritmenummers 191 t/m 200 klinkt er niets totdat u een akkoord
speelt op het toetsenbord. Probeer een akkoord te spelen
(pagina NL-31).
Controleer de instelling van het begeleidingsvolume en stel dit indien
nodig af (pagina NL-35).
Als er geen gebruikersritme in het geheugen is opgeslagen, zal de
automatische begeleiding niet starten wanneer u op bm START/
STOP drukt terwijl een ritme in het 201 t/m 210 bereik is
geselecteerd (pagina NL-36).
Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano terug te stellen (resetten) (pagina NL-9).
Er gebeurt niets wanneer de weergave van een
ingebouwde melodie wordt gestart.
Na indrukken van de toets duurt het even voordat de weergave van
de melodie begint. Wacht enkele momenten totdat de weergave van
de melodie begint.
Controleer de instelling van het melodievolume en stel dit indien
nodig af (pagina NL-27).
Als er geen gebruikersmelodie in het geheugen is opgeslagen, zal de
melodieweergave niet starten wanneer u op bma drukt terwijl een
melodie in het 153 t/m 168 bereik is geselecteerd (pagina NL-40).
Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano terug te stellen (resetten) (pagina NL-9).
NL-58
Referentie
De metronoom klinkt niet. Controleer de instelling van het metronoomvolume en stel dit indien
nodig af (pagina NL-18).
Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano terug te stellen (resetten) (pagina NL-9).
De noten blijven klinken zonder dat ze stoppen. Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano terug te stellen (resetten) (pagina NL-9).
Vervang de batterijen door nieuwe of schakel over op stroom van het
lichtnet via de netadapter (pagina NL-7).
Sommige noten worden afgesneden terwijl ze
weergegeven worden.
Noten worden afgesneden telkens wanneer het aantal noten dat klinkt
de maximale polyfonische waarde van 64 (32 bij bepaalde tonen)
overschrijdt. Dit duidt niet op een defect.
De instelling voor het volume of de toon die ik heb
gemaakt is veranderd.
Controleer de volume-instelling (pagina NL-9).
Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano terug te stellen (resetten) (pagina NL-9).
Vervang de batterijen door nieuwe of schakel over op stroom van het
lichtnet via de netadapter (pagina NL-7).
Het uitgangsvolume verandert niet zelfs wanneer ik
de aanslag van de klaviertoetsen verander.
Verander de instelling van het aanslagvolume (pagina NL-16).
Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano terug te stellen (resetten) (pagina NL-9).
In bepaalde bereiken van het toetsenbord kunnen
het volume en de toonkwaliteit ietwat afwijken van
andere bereiken.
Dit komt door systeembeperkingen. Dit duidt echter niet op een defect.
Bij sommige tonen veranderen de octaven niet aan
de uiteinden van het toetsenbord.
Dit komt door systeembeperkingen. Dit duidt echter niet op een defect.
De toonhoogte komt niet overeen met andere
begeleidende instrumenten of klinkt vreemd bij het
meespelen met andere instrumenten.
Controleer de instellingen voor transponeren (pagina NL-23) en
stemmen (pagina NL-23) en stel deze indien nodig af.
Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano terug te stellen (resetten) (pagina NL-9).
De nagalm van de noten verandert plotseling. Controleer de nagalminstelling en stel deze indien nodig af
(pagina NL-17).
Schakel de stroom eerst uit en daarna opnieuw in om alle instellingen
van de Digitale Piano terug te stellen (resetten) (pagina NL-9).
Bediening
Tijdens voorwaarts of achterwaarts springen vindt
het springen plaats voor meerdere melodiematen
en niet voor één enkele maat.
Terwijl de melodieweergave gestopt is, vindt voorwaarts en
achterwaarts springen plaats in eenheden van één frase.
De toon, het ritme en andere instellingen keren
terug naar hun oorspronkelijke standaardwaarden
telkens wanneer u de Digitale Piano inschakelt.
Hoewel de instellingen van de Digitale Piano teruggezet (reset) worden
telkens wanneer u de Digitale Piano uitschakelt (pagina NL-9), kunt u
basisinstellingen opslaan naar het registratiegeheugen voor
onmiddellijk oproepen telkens wanneer u de instellingen nodig heeft
(pagina NL-38).
Aansluiting van een computer
Het is niet mogelijk om gegevens uit te wisselen
tussen de Digitale Piano en een computer.
Controleer of de USB-kabel is aangesloten op de Digitale Piano en
de computer en of de apparatuur die is geselecteerd overeenkomt
met de instellingen van de muzieksoftware van de computer
(pagina NL-54).
Schakel de Digitale Piano uit en sluit dan de muzieksoftware op uw
computer af. Schakel de Digitale Piano vervolgens weer in en start
dan de muzieksoftware op uw computer weer.
Symptoom Maatregel
NL-59
Referentie
Foutmeldingen
Display Oorzaak Maatregel
Err Limit U probeert meer dan 999 maten op te nemen. Zorg dat uw opnamen maximaal 999 maten bevatten.
Err Mem Full U probeert een opname te maken die de maximaal
toelaatbare gegevensgrens per melodie overschrijdt.
Houd de melodie-opnamen binnen de maximaal
toelaatbare gegevensgrens per melodie.
Err DataFull U probeert meer dan 5 multispoor-melodieën op te
nemen.
Wis enkele melodieën uit het geheugen.
Err No Media De USB flash-drive is niet juist in de USB flash-drive
poort gestoken.
Steek de USB flash-drive op de juiste wijze in de USB
flash-drive poort.
De USB flash-drive werd verwijderd terwijl een
bewerking aan de gang was.
Verwijder de USB flash-drive niet terwijl een
bewerking plaatsvindt.
De USB flash-drive is beveiligd tegen overschrijven. Ontgrendel de beveiliging van de USB flash-drive.
De USB flash-drive wordt beveiligd door anti-virus
software.
Gebruik een USB flash-drive die niet beveiligd wordt
door anti-virus software.
Err No File Er is geen bestand in de MUSICDAT map dat geladen
of weergegeven kan worden.
Verplaats het bestand dat u wilt laden naar de
“MUSICDAT” map of het bestand dat u wilt weergeven
naar de “MUSICDAT” map (pagina NL-53).
Err No Data U selecteert een gebruikersgegevensitem waarmee
geen gegevens zijn opgeslagen.
Selecteer een gebruikersgegevensitem waarmee
gegevens zijn opgeslagen.
Err ReadOnly Er is reeds een read-only (alleen lezen) bestand op de
USB flash-drive met dezelfde naam als die u probeert
te gebruiken.
Wijzig de naam en sla dan de nieuwe gegevens op.
Verwijder het read-only attribuut van het bestaande
bestand in de USB flash-drive en overschrijf met de
nieuwe gegevens.
Gebruik een andere USB flash-drive.
Err MediaFul Er is niet genoeg ruimte beschikbaar op de USB flash-
drive.
Wis enkele van de bestanden op de USB flash-drive
om ruimte te maken voor nieuwe gegevens of gebruik
een andere USB flash-drive.
Err NotSMF01 U probeert SMF formaat 2 melodiegegevens weer te
geven.
Alleen SMF formaat 0 of 1 gegevens kunnen worden
weergegeven.
Err Large Sz Het SMF bestand op de USB flash-drive kan niet
worden weergegeven omdat het te groot is.
Er kunnen alleen SMF bestanden tot ongeveer 320 KB
groot worden weergegeven.
De gegevens die u probeert te importeren kunnen niet
worden geïmporteerd omdat ze te groot zijn.
De maximale gegevensgrootte (per gegevensitem) bij
het laden van gegevens in het geheugen van de
Digitale Piano is hieronder aangegeven.
Ritmes: Ongeveer 64 kB
Err WrongDat De gegevens op de USB flash-drive zijn beschadigd.
De USB flash-drive bevat gegevens die niet worden
ondersteund door deze Digitale Piano.
Err Format Het huidige formaat van de USB flash-drive is niet
geschikt voor deze Digitale Piano.
Gebruik een computer of een ander apparaat om de
USB flash-drive te formatteren naar iets dat
compatibel is met de Digitale Piano (pagina NL-50).
Gebruik een andere USB flash-drive.
Het geheugen van de USB flash-drive is beschadigd. Gebruik een andere USB flash-drive.
NL-60
Referentie
Technische gegevens
Model CDP-S350BK
Toetsenbord Pianotoetsenbord met 88 toetsen
Aanslagvolume 3 typen, Uit
Maximale polyfonie 64 noten (32 voor bepaalde tonen)
Tonen
Ingebouwde tonen 700
Functies Lagen, Splitsen
Nagalm 1 t/m 10, Uit
Zweving 1 t/m 4, Toon
Metronoom
Maatslagbel Uit, 1 t/m 9 (maatslagen)
Tempobereik 20 t/m 255
Melodiebank
Demonstratiemelodie 1
Ingebouwde melodieën 152
Gebruikersmelodieën 10*
1
Opgenomen
gebruikersmelodieën
6 (Zie “Recorder” hieronder.)
Automatische begeleiding
Ingebouwde ritmes 200
Gebruikersritmes 10*
2
Registratie 32 (4 basisinstellingen × 8 banken)
Recorder Real-time opname, weergave
Toetsenbordspel 5 melodieën, 6 sporen
Meespelen met een
ingebouwde melodie
1 melodie (L, R, LR)
Geheugencapaciteit Ongeveer 12.000 noten per melodie
Overige functies
Transponeren –12 tot 0 tot +12 halve tonen
Octaafverschuiving Upper1/Upper2/Lower, ±2 octaven
Stemming A4 = 415,5 t/m 465,9 Hz (Standaardinstelling: 440,0 Hz), variabel in stappen van 0,1 Hz
Toonschaalstemming
(temperament)
17
Muziekvoorkeuze 310
Eén-toets voorkeuze 200
Automatisch harmoniseren 12 typen
Arpeggiator 100 typen
MIDI 16 multi-tonale ontvangst, GM-niveau 1 standaard
Toonhoogteregelaar Toonhoogtebereik: 0 t/m 24 halve tonen
NL-61
Referentie
*1 Maximale capaciteit per melodie: Ongeveer 320 kilobytes
*2 Maximale capaciteit per ritme: Ongeveer 64 kilobytes
(1 kilobyte = 1024 bytes)
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden.
Ingangsaansluitingen/
uitgangsaansluitingen
USB-poort Type B
USB flash-drive poort Type A
DAMPER/ASSIGNABLE
aansluiting
Standaardaansluiting (6,3 mm) (aanhouden, sostenuto, zacht, ritme)
PEDAL UNIT aansluiting Bedrijfsspecifieke aansluiting (aanhouden, sostenuto, zacht)
PHONES/OUTPUT aansluiting
Stereo mini-aansluiting (3,5 mm)
Uitgangsimpedantie: 3 Ω, Uitgangsspanning: 1,3 V (RMS) MAX
AUDIO IN aansluiting Stereo mini-aansluiting (3,5 mm)
Ingangsimpedantie: 10 kΩ, Ingangsgevoeligheid: 200 mV
Netaansluiting 12 V gelijkstroom
Stroomvoorziening 2-weg stroomvoorziening
Batterijen 6 AA-formaat alkalibatterijen
Levensduur van batterijen Ongeveer vier uur continue werking op alkalibatterijen
Netadapter AD-A12150LW
Automatische
stroomonderbreker
Ongeveer vier uur (gebruik met netadapter) of zes minuten (gebruik op batterijen) na de
laatste toetsbediening; functie kan worden geannuleerd.
Luidsprekers 13 cm × 7 cm (ovaal) × 2 (uitgangsvermogen: 8 W + 8 W)
Stroomverbruik 12 V = 10 W
Afmetingen 132,2 × 23,2 × 9,9 cm
Gewicht Ongeveer 10,9 kg (zonder batterijen)
NL-62
Referentie
Kaart met veelzijdige tonen
168 VERSATILE NYLON GUITAR
169 VERSATILE STEEL GUITAR
170 VERSATILE SINGLE COIL E.GUITAR
219 VERSATILE ELECTRIC BASS 1
220 VERSATILE ELECTRIC BASS 2
286 VERSATILE BRASS 1
287 VERSATILE BRASS 2
Toets
Aanslagsnelheid
Geluid
C-1 - B6 1-30 Normal mp
31-60 Normal mf
61-75 Ghost Note
76-90 Mute
91-105 Hammering
106-120 Glissando
121-127 Open Harmonics
C7 1-127 Strum 1
C{7 1-127 Strum 2
D7 1-127 Strum 3
E}7 1-127 Strum 4
E7 1-127 Strum 5
F7 1-127 Strum 6
F{7 1-127 Strum 7
G7 1-127 Strum 8
A}7 1-127 Strum 9
A7 1-127 Strum 10
B}7 1-127 Strum 11
B7 1-127 Strings Slap 1
C8 1-127 Strings Slap 2
C{8 1-127 Strings Slap 3
D8 1-127 Strings Slap 4
E}8 1-127 Strings Slap 5
E8 1-127 Body 1
F8 1-127 Body 2
F{8 1-127 Body 3
G8 1-127 Body 4
A}8 1-127 Body 5
A8 1-127 Body 6
B}8 1-127 Body 7
B8 1-127 Body 8
C9 1-127 Fret Noise1
C{9 1-127 Fret Noise2
D9 1-127 Fret Noise3
E}9 1-127 Fret Noise4
E9 1-127 Fret Noise5
F9 1-127 Head String1
F{9 1-127 Head String2
G9 1-127 Head String3
Toets
Aanslagsnelheid
Geluid
C-1 - B6 1-30 Normal mp
31-60 Normal mf
61-75 Ghost Note
76-90 Mute
91-105 Hammering
106-120 Glissando
121-127 Open Harmonics
C7 1-127 Strum 1
C{7 1-127 Strum 2
D7 1-127 Strum 3
E}7 1-127 Strum 4
E7 1-127 Strum 5
F7 1-127 Strum 6
F{7 1-127 Strum 7
G7 1-127 Strum 8
A}7 1-127 Strum 9
A7 1-127 Strings Slap 1
B}7 1-127 Strings Slap 2
B7 1-127 Strings Slap 3
C8 1-127 Strings Slap 4
C{8 1-127 Strings Slap 5
D8 1-127 Strings Slap 6
E}8 1-127 Strings Slap 7
E8 1-127 Body 1
F8 1-127 Body 2
F{8 1-127 Body 3
G8 1-127 Body 4
A}8 1-127 Body 5
A8 1-127 Body 6
B}8 1-127 Body 7
B8 1-127 Body 8
C9 1-127 Fret Noise1
C{9 1-127 Fret Noise2
D9 1-127 Fret Noise3
E}9 1-127 Fret Noise4
E9 1-127 Fret Noise5
F9 1-127 Head String1
F{9 1-127 Head String2
G9 1-127 Head String3
Toets
Aanslagsnelheid
Geluid
C-1 - B6 1-30 Normal mp
31-60 Normal mf
61-75 Ghost Note
76-90 Mute
91-105 Hammering
106-120 Glissando
121-127 Open Harmonics
C7 1-127 Strum 1
C{7 1-127 Strum 2
D7 1-127 Strum 3
E}7 1-127 Strum 4
E7 1-127 Strum 5
F7 1-127 Strum 6
F{7 1-127 Strum 7
G7 1-127 Strum 8
A}7 1-127 Strum 9
A7 1-127 Strum 10
B}7 1-127 Strum 11
B7 1-127 Strum 12
C8 1-127 Strum 13
C{8 1-127 Strum 14
D8 1-127 Low Ghost Note 1
E}8 1-127 Low Ghost Note 2
E8 1-127 Low Ghost Note 3
F8 1-127 Low Ghost Note 4
F{8 1-127 Low Ghost Note 5
G8 1-127 Low Ghost Note 6
A}8 1-127 Low Ghost Note 7
A8 1-127 Low Ghost Note 8
B}8 1-127 Low Ghost Note 9
B8 1-127 Low Ghost Note 10
C9 1-127 Fret Noise1
C{9 1-127 Fret Noise2
D9 1-127 Fret Noise3
E}9 1-127 Fret Noise4
E9 1-127 Fret Noise5
F9 1-127 Fret Noise6
F{9 1-127 Fret Noise7
G9 1-127 Fret Noise8
Toets
Aanslagsnelheid
Geluid
C-1 - B6 1-60 Normal mf
61-80 Normal ff
81-120 Ghost Note
121-127 Slap
C7 1-127 Gliss 1
C{7 1-127 Gliss 2
D7 1-127 Gliss 3
E}7 1-127 Gliss 4
E7 1-127 Gliss 5
F7 1-127 Gliss 6
F{7 1-127 Gliss 7
G7 1-127 Fret Noise 1
A}7 1-127 Fret Noise 2
Toets
Aanslagsnelheid
Geluid
C-1 - B6 1-60 Normal mf
61-80 Normal ff
81-120 Ghost Note
121-127 Slap
C7 1-127 Gliss 1
C{7 1-127 Gliss 2
D7 1-127 Gliss 3
E}7 1-127 Gliss 4
E7 1-127 Gliss 5
F7 1-127 Gliss 6
F{7 1-127 Gliss 7
G7 1-127 Fret Noise 1
A}7 1-127 Fret Noise 2
Toets
Aanslagsnelheid
Geluid
C-1 - G9 1-20 Normal mf
21-40 Normal f
41-60 Normal ff
61-80 Attack
81-90 Schoop
91-100 Shake
101-110 Falls Fast mf
111-120 Falls Fast f
121-127 Gliss up
Toets
Aanslagsnelheid
Geluid
C-1 - G9 1-30 Normal f
31-60 Normal ff
61-75 Attack
76-90 Schoop
91-105 Shake
106-120 Falls Fast f
121-127 Gliss up
NL-63
Referentie
FINGERED 1, FINGERED 2 akkoorden
*1 Met FINGERED 2, geïnterpreteerd als Am7.
*2 Met FINGERED 2, geïnterpreteerd als Am7
}5
.
*3 Het geïnverteerde formaat wordt in bepaalde gevallen niet
ondersteund.
*4 Deze vingerzettingen zijn speciale vingerzettingen voor
akkoordinvoer op de Digitale Piano en ze zijn daarom niet
geschikt voor normaal spelen op een keyboard.
FINGERED ON BASS, FULL RANGE CHORD
Naast de akkoorden waarvan de vingerzetting gemaakt kan
worden met FINGERED 1 en FINGERED 2, worden de
onderstaande akkoorden ook erkend.
Met FINGERED ON BASS wordt de laagste noot waarvan
de vingerzetting gemaakt is, geïnterpreteerd als de
basnoot. Geïnverteerde formaten worden niet ondersteund.
Bij FULL RANGE CHORD wordt het akkoord
geïnterpreteerd als een gedeeltelijk akkoord wanneer de
laagste vingerzettingnoot een bepaalde afstand is van de
naastliggende noot.
In tegenstelling tot FINGERED 1, 2 en FINGERED ON
BASS, is het bij FULL RANGE CHORD nodig om minstens
drie toetsen in te drukken om een akkoord te vormen.
Vingerzettinggids
C
Cm
Cdim
Caug
*3
C
5
Csus4
*3
Csus2
*3
C7
CmM7
Cdim7
*3
C6
*1
*3
Cm6
*2
*3
CaugM7
CdimM7
Caug7
Cm7
*3
CM7
Cm7
5
*3
CM7
5
C7sus4
C7
5
*3
*4*4*4
*4
*4
*4
*4
Cmadd9
C69
*3
Cm69
*3
Cadd9
C
C
D
C
F
C
F
C
G
C
A
C
A
C
Gm
C
Am
C
B
m
C
Ddim
C
Fdim
C
FM7
C
A
M7
C
F
m7
5
C
Gdim
C
Adim
C
Bdim
C
A
7
C
F7
C
Fm7
C
B
C
C
m
C
Dm
C
Fm
C
zzzzz zz z z z
Bm
C
zz zz zz z
A
m
C
F
m
C
zzzzz zz
Gm7
C
A
add9
C
zz z z
G7
C
zz
C
dim
C
F
dim
C
A
dim
C
NL-64
Referentie
U kunt het splitspunt gebruiken om de grootte van het bereik van het begeleidingstoetsenbord te veranderen (pagina NL-15).
*1 Grondtoon *2 Akkoordtype
Akkoordvoorbeeldenlijst
*2
*1
M
m
dim
aug
sus4
sus2
7
m7
M7
m7
D
5
7
D
5
7sus4
add9
madd9
mM7
dim7
69
6
m6
FCC
/
(
D
D
)
D
(
D
)
/E
D
E
NL-65
Referentie
U kunt het splitspunt gebruiken om de grootte van het bereik van het begeleidingstoetsenbord te veranderen (pagina NL-15).
*1 Grondtoon *2 Akkoordtype
*2
*1
M
m
dim
aug
sus4
sus2
7
m7
M7
m7
D
5
7
D
5
7sus4
add9
madd9
mM7
dim7
69
6
m6
(
A
)
/B
D
BF
/
(
G
D
)
G
(
G
)
/A
D
A
Function Transmitted Recognized Remarks
Basic
Channel
1
1 - 16
1 - 16
1 - 16
Default
Changed
Note
Number
0 - 127
0 - 127
*
1
12 - 120
True voice
After
Touch
Control
Change
X
X
X
X
O
Pitch Bender
O
Key’s
Ch’s
Velocity
O
9nH v = 1 - 127
O
8nH v = 0 - 127, 9nH v = 0
O
9nH v = 1 - 127
O
8nH v = 0 - 127
Note ON
Note OFF
Mode
Mode 3
X
Mode 3
X
Default
Messages
Altered
0
1
5
6, 38
7
10
11
64
65
66
67
71
72
73
Bank select
Modulation
Portamento Time
Data entry LSB, MSB
Volume
Pan
Expression
Hold 1
Portamento Switch
Sostenuto
Soft pedal
Filter resonance
Release time
Attack time
Model: CDP-S350 Version : 1.0
O
X
X
X
O
O
X
O
X
O
O
X
X
X
*
4
*
4
*
2
*
4
*
4
*
4
*
3
*
4
*
3
*
3
*
4
*
4
*
4
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
*
2
MIDI Implementation Chart
Program
Change
O
0 - 127
O
0 - 127
:True #
System Exclusive
O
System
Common
X
X
X
X
X
X
: Song Pos
: Song Sel
: Tune
Aux
Messages
Remarks
X
X
X
X
O
X
*
4
*
4
*
4
O
O
X
O
O
X
: All sound off
:
Reset all controller
: Local ON/OFF
: All notes OFF
: Active Sense
: Reset
System
Real Time
X
X
X
X
: Clock
: Commands
74
76
77
78
84
91
93
94
100, 101
Filter cutoff
Vibrato rate
Vibrato depth
Vibrato delay
Portamento Control
Reverb send level
Chorus send level
Delay send level
RPN LSB, MSB
Mode 1 : OMNI ON, POLY
Mode 3 : OMNI OFF, POLY
Mode 2 : OMNI ON, MONO
Mode 4 : OMNI OFF, MONO
O : Yes
X : No
X
X
X
X
X
X
X
X
X
*
4
*
4
*
4
*
4
*
4
*
2
O
O
O
O
O
O
O
O
O
*
2
*
2
O
*
2
*1: Hangt af van de toon.
*2: Voor details over RPN en systeem-exclusieve meldingen, zie MIDI implementatie op https://world.casio.com/
.
*3: Overeenkomstig de pedaaleffect-instelling.
*4: Uitvoer samen met bepaalde bedieningsfuncties.
MA1812-A
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69

Casio CDP-S350 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor