Canon LEGRIA HF M307 Handleiding

Categorie
Camcorders
Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

CEL-SR2MA280
HD Camcorder
Gebruiksaanwijzing
2
Inleiding
Belangrijke gebruiksinstructies
WAARSCHUWING!
VOORKOM ELEKTRISCHE SCHOKKEN. VERWIJDER DAAROM DE AFDEKKING (OF
ACHTERZIJDE) NIET. IN HET APPARAAT BEVINDEN ZICH GEEN ONDERDELEN DIE
DE GEBRUIKER ZELF MAG OF KAN REPAREREN. LAAT DIT DOEN DOOR
GEKWALIFICEERD ONDERHOUDSPERSONEEL.
WAARSCHUWING!
VOORKOM BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN. STEL DIT PRODUCT DAAROM
NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT.
VOORZICHTIG:
VOORKOM ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN STORENDE INTERFERENTIES. GEBRUIK DAAROM
ALLEEN DE AANBEVOLEN ACCESSOIRES.
VOORZICHTIG:
HAAL DE STEKKER VAN HET NETSNOER UIT HET STOPCONTACT ALS U HET APPARAAT NIET
GEBRUIKT.
Voorkom elektrische schokken door het apparaat niet bloot te stellen aan waterdruppels of
waterspetters.
De stekker moet u gebruiken om het apparaat uit te schakelen. U moet de stekker direct
kunnen bereiken als zich een ongeval voordoet.
Als de compacte netadapter ingeschakeld is, mag u deze niet in een doek wikkelen of met een
doek afdekken, of in een besloten, te krappe ruimte leggen. Doet u dat wel, dan kan de
compacte netadapter te heet worden of de plastic behuizing vervormd raken, waardoor u
mogelijk bloot komt te staan aan elektrische schokken of brand kan optreden.
Het identificatieplaatje CA-570 bevindt zich aan de onderzijde.
De camcorder kan beschadigd raken als een ander apparaat dan de compacte
netadapter CA-570 wordt gebruikt.
3
Uitsluitend bestemd voor de Europese Unie (en EER).
Met deze symbolen wordt aangegeven dat dit product in
overeenstemming met de AEEA-richtlijn (2002/96/EC), de richtlijn
2006/66/EC betreffende batterijen en accu's en/of de plaatselijk
geldende wetgeving waarin deze richtlijnen zijn geïmplementeerd,
niet bij het normale huisvuil mag worden weggegooid.
Dit product dient te worden ingeleverd bij een hiervoor aangewezen inzamelpunt, bijv.
door dit in te leveren bij een hiertoe erkend verkooppunt bij aankoop van een gelijksoortig
product, of bij een officiële inzameldienst voor de recycling van elektrische en
elektronische apparatuur (EEA) en batterijen en accu's. Door de potentiële gevaarlijke
stoffen die gewoonlijk gepaard gaan met EEA, kan onjuiste verwerking van dit type afval
mogelijk nadelige gevolgen hebben voor het milieu en de menselijke gezondheid. Uw
medewerking bij het op juiste wijze weggooien van dit product draagt bij tot effectief
gebruik van natuurlijke bronnen.
Voor verdere informatie over recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw
plaatselijke gemeente, afvaldienst, officiële dienst voor klein chemisch afval of
afvalstortplaats, of kunt u terecht op www.canon-europe.com/environment
.
(EER: Noorwegen, IJsland en Liechtenstein)
Informatie over handelsmerken
SD-, SDHC- en SDXC-logo’s zijn handelsmerken van SD-3C, LLC.
Microsoft en Windows zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de
VS en/of andere landen.
Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen.
“x.v.Colour” en het “x.v.Colour”-logo zijn handelsmerken.
HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn
handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC.
“AVCHD” en het “AVCHD”-logo zijn handelsmerken van Panasonic
Corporation en Sony Corporation.
Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories.
“Dolby” en het symbool met de dubbele D zijn handelsmerken van Dolby
Laboratories.
YouTube is een handelsmerk van Google Inc.
Overige namen en producten die hierboven niet zijn vermeld, kunnen handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken zijn van de betreffende ondernemingen.
Dit apparaat omvat exFAT-technologie onder licentie van Microsoft.
ELK ANDER GEBRUIK VAN DIT PRODUCT DAN HET PERSOONLIJK GEBRUIK DOOR CONSUMENTEN IN
OVEREENSTEMMING MET DE MPEG-2-STANDAARD VOOR HET CODEREN VAN VIDEOINFORMATIE VOOR
VOORBESPEELDE MEDIA IS UITDRUKKELIJK VERBODEN, TENZIJ DE GEBRUIKER BESCHIKT OVER EEN LICENTIE
ONDER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE PATENTEN IN DE MPEG-2 PATENT PORTFOLIO. DEZE LICENTIE IS
VERKRIJGBAAR BIJ MPEG LA, L.L.C, 250 STEELE STREET, SUITE 300, DENVER, COLORADO 80206.
Voor dit product is een licentie verleend op basis van AT&T-patenten voor de MPEG-4-standaard en dit product
mag worden gebruikt voor het coderen van MPEG-4-compatibele video en/of decoderen van MPEG-4-
compatibele video die alleen (1) voor een persoonlijk en niet-commercieel doel was gecodeerd of (2) door een
video-leverancier op basis van AT&T-patenten was gecodeerd om MPEG-4-compatibele video te leveren. Voor
elk ander gebruik van de MPEG-4-standaard is, expliciet noch impliciet, geen licentie verleend.
4
Opwindende eigenschappen en
nieuwe functies
High-Definition Video
De Full High-Definition beeldsensor (Full
HD CMOS) maakt video-opnamen met
een resolutie van 1.920 x 1.080 pixels
2
.
Video’s worden vervolgens in High-
Definition opgeslagen in het geheugen,
met gebruik van AVCHD-specificaties
3
.
Met uw nieuwe HD-camcorder legt u met
groot gemak en veel plezier die speciale momenten in uw leven vast met
een verbluffende beeldkwaliteit en levensechte kleuren!
bDual Flash-
geheugen
b
Relay-opname
U kunt opnamen maken in het
interne geheugen of op
geheugenkaarten (0 33).
Is het interne geheugen bijna vol?
Gebruik dan de
geheugenkaartsleuf om zonder
onderbreking video-opnamen te
blijven maken (0 36).
1
1.080
lijnen
3g
1
“Full HD 1080” heeft betrekking op Canon-camcorders die in overeenstemming
zijn met High-Definition Video die is samengesteld uit 1.080 verticale pixels
(scanlijnen).
2
Video wordt alleen met deze resolutie opgenomen als de opnamemodus op MXP
of FXP staat. In een andere opnamemodus wordt de opname gemaakt met
1.440 x 1.080 pixels.
3
AVCHD is een standaard voor het opnemen van High-Definition Video. Bij
AVCHD-specificaties wordt het videosignaal opgenomen met gebruik van
MPEG-4 AVC/H.264-compressie en wordt het audiosignaal opgenomen in
Dolby Digital.
5
Smart AUTO (0 40)
Smart AUTO selecteert automatisch de
beste scènestand voor de scène die u wilt
opnemen. U kunt altijd spectaculaire
opnamen maken zonder u te hoeven
bekommeren over de instellingen.
Video Snapshot
(0 65)
Opnemen van korte films en
deze rangschikken in een
videoclip in combinatie met uw
favoriete achtergrondmuziek.
Gezichtsdetectie
(0 63)
Beeldstabilisatie
De camcorder detecteert
automatisch gezichten van
mensen en past
dienovereenkomstig de
scherpstelling en andere
instellingen aan.
Dynamic IS (0 61) compenseert
camcordertrillingen als u video-
opnamen maakt terwijl u loopt.
Powered IS (0 62) produceert
stabiele opnamen als u inzoomt
op verafgelegen onderwerpen
(maximale telefoto).
Richt de camcorder op het
onderwerp en automatisch
worden de optimale
instellingen geselecteerd.
6
Genieten van uw opnamen op andere apparaten
Eye-Fi
SD
AVCHD
MPEG-2
SD-Video
Sluit de camcorder aan op
een HDTV (0 120)
Speel video
rechtstreeks af
vanaf de
geheugenkaart.
AVCHD-compatibele HDTV’s en
digitale recorders met een SD-
geheugenkaartsleuf
4
.
Gebruik een Eye-Fi-kaart (0 134)
om uw opnamen draadloos te
uploaden naar uw computer of
naar een website waar u video’s
deelt met anderen.
Sla uw opnamen
op of upload deze
naar het web.
Standard-Definition
Converteer uw HD-films, in de camcorder zelf,
naar bestanden van het Standard-Definition-
formaat (0 126, 131).
High-Definition
Standaard-DVD’s
Gebruik de bijgeleverde software
ImageMixer 3 SE (0 123, 130).
4
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het apparaat. Afhankelijk van het apparaat
kan het voorkomen dat opnamen niet correct worden afgespeeld, zelfs als het
apparaat AVCHD-compatibel is. In dat geval moet u de opnamen op de
geheugenkaart afspelen op de camcorder zelf.
7
8 Table of contents
Inleiding
4 Opwindende eigenschappen en nieuwe functies
12 Wat u moet weten over deze handleiding
14 Kennismaking met de camcorder
14 Bijgeleverde accessoires en CD-ROM’s
16 Namen van onderdelen
Voorbereidingen
19 Beginnen
19 De accu opladen
22 De accessoires voorbereiden
24 De stand en helderheid van het LCD-scherm bijstellen
26 Basisbediening van de camcorder
26 Gebruik van het touchscreen
27 Bedieningsstanden
28 Gebruik van de menu’s
31 Eerste instellingen
31 De datum en tijd instellen
32 De taal wijzigen
32 De tijdzone wijzigen
33 Bij gebruik van een geheugenkaart
33 Geheugenkaarten die u met de camcorder kunt gebruiken
35 Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen
35 b Het geheugen voor de opnamen selecteren
36 b Films opnemen met de relay-opnamefunctie
37 Het interne geheugen (alleen b) of de geheugenkaart
initialiseren
Inhoudsopgave
Table of contents 9
Dual Shot-stand
39 Elementaire opnamefuncties
39 Video-opnamen en foto’s maken in de Dual Shot-stand
40 Over de Smart AUTO-stand
43 Zoomen
44 Snelstartfunctie
Video
46 Elementaire weergavefuncties
46 Video afspelen
49 Het indexselectiescherm: Selecteren welke inhoud u wilt
afspelen
51 3D-bladeren
52 Bepalen welk soort scènes in het indexscherm moeten
worden getoond
53 Scènes verwijderen
55 Geavanceerde functies
55 Video-opnamen maken in de handmatige stand y
56 De videokwaliteit (opnamemodus) selecteren
57 Opnameprogramma van Speciale Scènes
60 Cinemamodus: Aan uw opnamen een cinematografisch
karakter geven
61 Geavanceerde beeldstabilisatie
62 Pre-opname
63 Gezichtsdetectie
65 Aanraken & Volgen
65 Video Snapshot
66 Digitale effecten
67 Handmatige instelling van sluitertijd en diafragma
70 Handmatige belichtingsinstelling
71 Limiet automatische versterkingsregeling (AGC)
71 Handmatige scherpstelling
73 Witbalans
74 Beeldeffecten
75 Minivideolamp
77 Zelfontspanner
78 Audio-opnameniveau
10 Table of contents
79 Gebruik van een hoofdtelefoon
81 Gebruik van de geavanceerde mini accessoireschoen
81 Gebruik van een externe microfoon
83 Gebruik van een zoomafstandsbediening
84 Het punt selecteren waar met afspelen moet worden
begonnen
86 Afspelen van scènes in combinatie met
achtergrondmuziek
89 Schermgegevens en datacodering
90 Bewerkingen in de afspeellijst en van scènes
90 De afspeellijst bewerken: Toevoegen, verwijderen,
verplaatsen en afspelen
92 Foto’s en Video Snapshot-opnamen maken van
filmscènes
94 Scènes splitsen
Foto’s
96 Elementaire weergavefuncties
96 Foto’s bekijken
98 Foto’s verwijderen
100 Overige functies
100 Foto’s maken in de handmatige stand y
101 De grootte en kwaliteit van foto’s selecteren
103 Flitser
104 Transportmodus: Continu-opnamen en reeksopnamen
106 Foto’s maken tijdens het opnemen van films (gelijktijdig
opnamen maken)
107 Lichtmetingsstand
108 Diashow
108 Foto’s tijdens weergave vergroten
109 Foto’s roteren
109 Histogramweergave
110 Foto’s beveiligen
112 Foto’s afdrukken
112 Foto’s afdrukken (Direct Print)
114 Afdrukopdrachten
Table of contents 11
Externe aansluitingen
116 Aansluitpunten op de camcorder
117 Aansluitschema’s
120 Afspelen op een TV-scherm
121 Uw opnamen opslaan en delen
121 b Opnamen kopiëren naar een geheugenkaart
123 Opnamen opslaan op een computer
126 b Films opslaan op Standard-Definition-schijven
(DVD)
129 Uw opnamen kopiëren naar een externe videorecorder
130 b Films uploaden naar websites waar video’s
worden gedeeld
Overige informatie
136 Bijlage: Menu-opties - Overzicht
136 FUNC.-paneel
140 Instellingsmenu’s
152 Bijlage: Schermgegevens en pictogrammen
157 Problemen?
157 Problemen oplossen
164 Overzicht van berichten
173 Wat u wel en niet moet doen
173 Hoe u de camcorder moet behandelen
177 De interne batterij verwijderen
179 Onderhoud/overig
180 Gebruik van de camcorder in het buitenland
181 Algemene informatie
181 Accessoires
182 Optionele accessoires
187 Specificaties
191 Index
12 Inleiding
Wat u moet weten over deze handleiding
Bedankt dat u hebt gekozen voor de Canon LEGRIA HF M36 / LEGRIA
HF M307. Neem deze handleiding zorgvuldig door voordat u de
camcorder in gebruik neemt en bewaar de handleiding op een
gemakkelijk bereikbare plaats, zodat u deze later altijd kunt
raadplegen. Mocht uw camcorder niet goed werken, raadpleeg dan de
tabel Problemen oplossen (0 157).
Conventies die in deze handleiding worden toegepast
BELANGRIJK: Onder BELANGRIJK in deze handleiding wordt
een beschrijving gegeven van de voorzorgsmaatregelen die
betrekking hebben op de bediening van de camcorder.
OPMERKINGEN: Onder OPMERKINGEN in deze handleiding
wordt een beschrijving gegeven van de overige functies die een
aanvulling vormen op de basisbediening van de camcorder.
WAAR U OP MOET LETTEN: Beperkingen of vereisten voor de
beschreven functies.
0: Paginanummer ter referentie.
r: Raadpleeg de gebruiksaanwijzing Photo Application’, die
als PDF-bestand op de bijgeleverde supplementaire schijf staat.
b : Tekst die alleen van toepassing is op het model dat wordt
getoond in het pictogram.
In deze handleiding worden de volgende termen gebruikt:
Indien uit de tekst niet af te leiden is dat de term “geheugen”
betrekking heeft op enerzijds de “geheugenkaart” of anderzijds het
“interne geheugen”, dan heeft deze term betrekking op beide.
“Scène” heeft betrekking op één filmeenheid vanaf het moment
waarop u op de knop g drukt om met opnemen te
beginnen totdat u nog een keer op deze knop drukt om een pauze in
te lassen.
De termen “foto” en “stilbeeld” worden afwisselend gebruikt, maar
hebben dezelfde betekenis.
De foto’s in deze handleiding zijn gesimuleerde foto’s die zijn
gemaakt met een fotocamera. Afbeeldingen en menupictogrammen
hebben betrekking op de b, tenzij anders aangegeven.
Inleiding 13
Zelfontspanner
Op het scherm verschijnt n.
Herhaal dit en kies [B Uit] als u de zelfontspanner wilt
uitschakelen.
Stand : Druk in de opnamepauzestand op g.
De camcorder begint na 10 seconden op te nemen*. Op het scherm ziet
u dat er wordt afgeteld.
Stand : Druk op j, eerst slechts halverwege om de
automatische scherpstelling te activeren en daarna volledig.
De camcorder begint na 10 seconden met het maken van de foto*.
Op het scherm ziet u dat er wordt afgeteld.
* 2 seconden wanneer u de afstandsbediening gebruikt.
OPMERKINGEN
j
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Zelftimer] 8
[A Aan n] 8 [a]
Vierkante haakjes [ ] hebben
betrekking op bedieningsknoppen en
menuopties die u aanraakt op het
scherm en op andere berichten en
gegevens op het scherm.
In deze gebruiksaanwijzing wordt met
aangegeven dat een functie beschikbaar is in
de vermelde bedieningsstand en wordt met
aangegeven dat de functie niet
beschikbaar is. Raadpleeg Bedieningsstanden
(0 27) voor meer informatie.
De namen van “harde”
knoppen en schakelaars op de
camcorder zelf worden
aangegeven met een “knop”-
kader.
Bijvoorbeeld w.
De pijl 8 wordt gebruikt om menuselecties af te
korten. Raadpleeg Gebruik van de menu’s (0 28)
voor meer informatie over het gebruik van de
menu’s. Raadpleeg de bijlage Menu-opties -
Overzicht (0 136) voor een beknopte samenvatting
van alle beschikbare menu-opties en instellingen.
14 Inleiding
Kennismaking met de camcorder
Bijgeleverde accessoires en CD-ROM’s
De volgende accessoires worden met de camcorder mee geleverd.
XCompacte netadapter CA-570
(incl. netsnoer)
Accu BP-808 W
XDraadloze afstandsbediening WL-D89
(incl. lithiumknoopcelbatterij CR2025)
Stereovideokabel STV-250N W
Gele • Rode • Witte stekkers
XComponentkabel CTC-100/S
Rode • Groene • Blauwe stekkers
USB-kabel IFC-300PCUW
XBeknopte handleiding
Inleiding 15
De volgende CD-ROM’s en softwareprogramma’s zijn met de camcorder
mee geleverd.
•De CD-ROM PIXELA Application - Disc 1* en de ‘PIXELA
Applications’ Installatiehandleiding
- ImageMixer 3 SE Transfer Utilities – Software voor het opslaan en
kopiëren van films en muziekbestanden die u kunt gebruiken als
achtergrondmuziek.
•De CD-ROM PIXELA Application - Disc 2*
- ImageMixer 3 SE Video Tools – Software voor het beheren, bewerken
en afspelen van films.
•De CD-ROM Y Gebruiksaanwijzing/Photo Applications Ver.34*/
Muziekgegevens-disc (in de gebruiksaanwijzing “supplementaire
schijf” genoemd). Bevat de volgende onderdelen.
- Volledige gebruiksaanwijzing van de camcorder (dit PDF-bestand).
- Photo Application - Software voor het opslaan, beheren en afdrukken
van foto’s*.
- Muziekbestanden die u tijdens het afspelen kunt gebruiken als
achtergrondmuziek**.
* De CD-ROM bevat de softwarehandleiding (als PDF-bestand).
**Deze muziekbestanden kunnen uitsluitend worden gebruikt met de bijgeleverde
software ImageMixer 3 SE. De schijf kan niet worden afgespeeld op CD-spelers.
Raadpleeg ‘ImageMixer 3 SE Softwarehandleiding’ op de CD-ROM PIXELA
Application Disc 1 voor meer bijzonderheden.
16 Inleiding
Namen van onderdelen
1 DISP. (schermgegevens)-knop
(0 89)/
BATT. INFO (batterijstatus)-knop
(0 156)
2 2 (opnemen/afspelen)-knop
(0 27)
3 Luidspreker (0 48)
4 Afdekking geheugenkaartsleuf
5 Geheugenkaartsleuf (0 35)
6 AV OUT-aansluitpunt (0 116, 118)/
X (hoofdtelefoon)-aansluitpunt (0 79)
7 BATTERY RELEASE-schakelaar
(0 20)
8 ACCESS-indicator (0 39, 55, 100)
9 Riembevestigingspunt (0 23)
Aq COMPONENT OUT-aansluitpunt
(0 116, 118)
Aa USB-aansluitpunt (0 116, 119)
As HDMI OUT-aansluitpunt (0 116, 117)
Ad Handgreepriem (0 23)
Af Instant AF-sensor (0 141)
Ag Stereomicrofoon (0 78)
Ah Minivideolamp (0 75)
Aj Flitser (
0 103)
Aanzicht linkerzijde
Vooraanzicht
Aanzicht rechterzijde
Inleiding 17
Ak Geavanceerde mini accessoireschoen
(0 81)
Al Keuzeschakelaar (0 27)
Sq PHOTO-knop (0 39, 100)
Sa Zoomregelaar (0 43)
Ss VIDEO SNAP (Video Snapshot)-knop
(0 65)
Sd POWER-knop
Sf ON/OFF (CHG) (oplaad)-indicator:
Groen – AAN
Oranje – Standby (0 44)
Rood – Bezig met opladen (0 19)
Sg Sensor voor afstandsbediening (0 22)
Sh LCD-touchscreen (0 24, 26)
Sj POWERED IS-knop (0 62)/
WEB-knop* (0 130)
Sk Accucompartiment (0 19)
Sl START/STOP-knop (0 39, 55)
Dq DC IN-aansluitpunt (0 19)
* Alleen b .
LCD-paneel
Bovenaanzicht
Achteraanzicht
18 Inleiding
Draadloze afstandsbediening WL-D89
Da Serienummer
Ds Aansluitpunt statief (0 174)
1 START/STOP-knop (0 39, 55)
2 b (indexselectie)-knop (0 49)
Door deze knop langer dan
2 seconden ingedrukt te houden, gaat
u van de opnamestand naar de
afspeelstand of omgekeerd.
3 MENU-knop (0 29, 140)
4 DISP. (schermgegevens)-knop (0 89)
5 SET-knop
6 B (stop)-knop (0 46)
7 PHOTO-knop (0 39, 100)
8 Zoomknoppen (0 43)
9 Navigatieknoppen ( Z/O/y/A )
Aq A/C (afspeel/pauze)-knop (0 46)
O
n
d
eraanz
i
c
h
t
Voorbereidingen 19
Voorbereidingen
In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de elementaire
bedieningshandelingen, zoals het gebruik van het
aanraakpaneel, navigatie door menu’s, en de instellingen die u
de eerste keer moet verrichten. Zo raakt u snel vertrouwd met
de camcorder.
Beginnen
De accu opladen
De camcorder kan van stroom worden voorzien met een accu of
rechtstreeks met de compacte netadapter. Laad de accu vóór
gebruik op.
Raadpleeg Oplaadduur (0 183) en Opname- en afspeelduur (0 183)
als u bij benadering wilt weten hoe lang het duurt om een accu op te
laden en hoe lang u met een volledig opgeladen accu opnamen kunt
maken en afspelen.
1 Sluit het netsnoer aan op de
compacte netadapter.
2 Steek de stekker van het netsnoer in
een stopcontact.
3 Sluit de compacte netadapter aan
op het DC IN-aansluitpunt van de
camcorder.
4 Plaats de accu in de camcorder.
Druk de accu zachtjes in het accu-
aansluitpunt en schuif de accu omhoog
totdat deze vast klikt.
DC IN-
aansluitpunt
20 Voorbereidingen
5 Het laden begint zodra de
camcorder is uitgeschakeld.
Indien de camcorder ingeschakeld
was, zal de groene ON/OFF (CHG)-
indicator uitgaan zodra u de
camcorder uitzet. Na een moment
gaat de ON/OFF (CHG)-indicator in
rood knipperen (accu bezig met
opladen). De rode ON/OFF (CHG)-
indicator gaat uit zodra de accu
volledig opgeladen is.
Indien de indicator snel knippert,
raadpleeg dan Problemen oplossen (0 157).
De accu verwijderen
1 Schuif U in de
richting van de pijl en houd deze
schakelaar ingedrukt.
2 Schuif de accu omlaag en trek de
accu vervolgens naar buiten.
BELANGRIJK
Zet de camcorder uit voordat u de compacte netadapter aansluit of
verwijdert. Nadat u op x hebt gedrukt om de camcorder uit te
zetten, worden belangrijke gegevens bijgewerkt in het geheugen. Wacht
totdat de groene ON/OFF (CHG)-indicator uitgaat.
Het verdient aanbeveling de accu op te laden bij een temperatuur
tussen 10 °C en 30 °C. De accu wordt niet opgeladen als de
temperatuur lager is dan 0 °C of hoger is dan 40 °C.
Sluit op het DC IN-aansluitpunt van de camcorder of op de compacte
netadapter geen elektrische apparatuur aan die niet uitdrukkelijk is
aanbevolen voor gebruik met deze camcorder.
ON/OFF (CHG)-(oplaad)-indicator
BATTERY RELEASE-schakelaar
Voorbereidingen 21
Sluit de bijgeleverde compacte netadapter niet aan op
spanningsomzetters bij reizen naar andere continenten of op speciale
stroombronnen zoals die in vliegtuigen en schepen, DC-AC-omzetters,
etc. Anders kan het apparaat uitvallen of te heet worden.
OPMERKINGEN
De accu wordt alleen opgeladen als de camcorder uit staat.
Als resterende accucapaciteit een probleem vormt, kunt u de
camcorder van stroom voorzien met de compacte netadapter, zodat de
accustroom niet wordt verbruikt.
Opgeladen accu’s ontladen zich op natuurlijke wijze. Zorg er daarom
voor dat u de accu op de dag van gebruik, of de dag ervoor, oplaadt.
U bent dan verzekerd van een volle accu.
Wij raden u aan twee- tot driemaal zoveel opgeladen accu’s bij de hand
te houden dan u nodig denkt te hebben.
22 Voorbereidingen
De accessoires voorbereiden
Draadloze afstandsbediening
Plaats eerst de bijgeleverde lithium-knoopcelbatterij CR2025 in de
draadloze afstandsbediening.
1 Druk het lipje in de pijlrichting en
trek de batterijhouder naar buiten.
2 Plaats de lithium-knoopcelbatterij
met de + naar boven gericht.
3 Plaats de houder weer in de
afstandsbediening.
Gebruik van de draadloze afstandsbediening
Tijdens het indrukken van de knoppen moet u de afstandsbediening op
de sensor van de camcorder richten.
U kunt het LCD-paneel 180 graden draaien om de afstandsbediening
vanaf de voorzijde van de camcorder te kunnen gebruiken.
OPMERKINGEN
De afstandsbediening zal niet goed functioneren wanneer de sensor
voor de afstandsbediening is blootgesteld aan sterke verlichting of
direct zonlicht.
Lipje
Voorbereidingen 23
Handgreepriem en overige riemen
Maak de handgreepriem vast.
Stel de handgreepriem zo af dat u met uw
wijsvinger de zoomregelaar en met uw
duim de knop g kunt bereiken.
De handgreepriem verwijderen
1 Trek de gevoerde klep van de handgreep omhoog en maak de riem
los van het klittenband.
2 Trek de riem eerst uit de voorste beugel op de camcorder,
vervolgens uit de handgreep en tot slot uit de achterste beugel op
de camcorder.
24 Voorbereidingen
Een optionele polsriem bevestigen
Voer het bevestigingsuiteinde van de
polsriem door de achterste beugel op
de camcorder. Haal de polsriem
vervolgens door de lus en maak de
riem vast.
U kunt de polsriem uit oogpunt van
bedieningsgemak en bescherming ook
bevestigen aan het riembevestigingspunt
op de handgreepriem.
Een optionele schouderriem bevestigen
Voer de uiteinden van de schouderriem door het riembevestigingspunt op
de handgreepriem en stel de lengte van de riem bij.
De stand en helderheid van het LCD-scherm bijstellen
Het LCD-paneel draaien
Open het LCD-paneel 90 graden
U kunt het paneel 90 graden naar beneden draaien.
U kunt het paneel 180 graden naar de lens draaien. Het 180 graden
draaien van het LCD-paneel kan heel handig zijn in de volgende
gevallen:
- Om uzelf in beeld te nemen wanneer u een opname maakt met de
zelfontspanner.
- Om met de afstandsbediening de camcorder vanaf de voorzijde te
bedienen.
Voorbereidingen 25
OPMERKINGEN
Over het LCD scherm:
Het scherm is gefabriceerd met uiterst verfijnde
technieken. Meer dan 99,99 % van de pixels functioneert correct.
Minder dan 0,01 % van de pixels kan af en toe mislukken of wordt
weergegeven als zwarte, rode, blauwe of groene punten. Dit heeft geen
invloed op het opgenomen beeld en betekent niet dat er problemen zijn.
LCD-achtergrondverlichting
Als u opnamen maakt op heldere plaatsen, kan het moeilijk zijn gebruik
te maken van het LCD-scherm. Zet de LCD-achtergrondverlichting aan
om het scherm helderder te maken.
Houd bij een ingeschakelde camcorder de knop h langer dan
2 seconden ingedrukt.
Herhaal deze actie om de LCD-achtergrondverlichting uit (normaal) of aan
(helder) te zetten.
OPMERKINGEN
De LCD-achtergrondverlichting heeft geen invloed op de helderheid van uw
opnamen.
Gebruik van de heldere instelling bekort de effectieve gebruiksduur van
de accu.
U kunt de helderheid van het LCD-scherm verder bijstellen met de optie
6
8
[Helderheid] of het scherm dimmen met de optie
6
8
[LCD-
schermdimmer] om het scherm te kunnen gebruiken op plaatsen waar het
licht van het LCD-scherm hinderlijk is.
180°
90°
Het onderwerp kan het LCD-scherm
bekijken
180°
26 Voorbereidingen
Basisbediening van de camcorder
Gebruik van het touchscreen
Welke bedieningsknoppen en menu-onderdelen op het touchscreen
worden getoond, hangt af van de bedieningsstand en de taak die u
uitvoert. Met de intuïtieve interface van het touchscreen kunt u snel alle
functies instellen.
Aanraken
Raak een menu-onderdeel aan als u het
wilt selecteren, of raak een
bedieningsknop aan om de
corresponderende actie uit te voeren.
Voor sommige functies, zoals Aanraken
& Volgen (0 65) en gezichtsdetectie
(0 63), kunt u op het touchscreen een
onderwerp aanraken om dit te
selecteren en de camcorder de optimale instellingen laten kiezen.
Slepen
Schuif op het touchscreen met uw vinger
omhoog en omlaag of naar links en
rechts om door de menu’s te scrollen,
door de pagina’s van indexschermen te
bladeren of om schuifregelaars in te
stellen (bijvoorbeeld om het volume te
wijzigen).
BELANGRIJK
De camcorder maakt gebruik van een drukgevoelig touchscreen. Druk
met uw vingers stevig op het scherm als u het aanraakt om een
bedieningshandeling uit te voeren.
In de hieronder genoemde gevallen is het wellicht niet mogelijk om op
correcte wijze het touchscreen te bedienen.
- Als u het touchscreen aanraakt met natte handen, of wanneer u
handschoenen draagt of uw vingernagels of voorwerpen met harde
punten gebruikt (bijvoorbeeld ballpoints).
- Als u excessief veel druk op het scherm uitoefent of het scherm met
kracht bekrast.
- Als u een beschermfolie of klevende film op het scherm aanbrengt.
Voorbereidingen 27
•Raadpleeg Hoe u de camcorder moet behandelen (0 173), Reinigen
(0 179) voor bijzonderheden over behandeling van het touchscreen.
Bedieningsstanden
Opnamen maken
Bij het maken van video-opnamen of foto’s wordt de bedieningsstand
van de camcorder bepaald door de stand van de keuzeschakelaar en
de bedieningsknoppen op het scherm.
* Welk pictogram van de bedieningsstand wordt getoond, hangt af van de optimale stand
die wordt geselecteerd door de functie AUTO (0 40).
Opnamen afspelen
Druk op de opnemen/afspelen-knop S als u van de
opnamestand naar de afspeelstand wilt gaan of
omgekeerd. In welke afspeelstand u terechtkomt, hangt af
van de aanvankelijke opnamestand.
U kunt op S drukken als de camcorder uitgeschakeld
is om deze direct in de afspeelstand in te schakelen.
Bedieningsstand Keuzeschakelaar
Scherm-
pictogram
Functie
Dual Shot Kies deze stand als u gemakkelijk video-opnamen en foto’s wilt maken,
waarbij u de camcorder alle instellingen laat verzorgen – Uitstekend voor beginners of als
u zich niet wilt verdiepen in gedetailleerde camcorderinstellingen.
*
Gemakkelijk films opnemen en
foto’s maken (0 39).
Flexibele opnamen maken Kies deze stand als u een van de speciale opnamestanden
wilt gebruiken om de menu’s en geavanceerde functies precies naar wens in te stellen.
Raak [4] aan om films op te
nemen (0 55).
Raak [3] aan om foto’s te
maken (0 100).
28 Voorbereidingen
OPMERKINGEN
b
Als u overschakelt naar een afspeelstand, dan zal het
afspeelgeheugen hetzelfde zijn als het geheugen dat momenteel wordt
gebruikt voor het maken van opnamen.
U kunt ook
B
op de draadloze afstandsbediening indrukken en langer
dan 2 seconden vasthouden om van de opnamestand naar de
afspeelstand en omgekeerd te gaan.
Gebruik van de menu’s
Veel camcorderfuncties kunt u instellen met het FUNC.-paneel en de
instellingsmenu’s. In de stand zijn de menu’s echter niet
toegankelijk en worden, met enkele uitzonderingen, de meeste menu-
instellingen teruggezet naar de standaardwaarde.
Raadpleeg de bijlage Menu-opties - Overzicht (0 136) voor informatie
over de beschikbare menu-opties en instellingen.
Het FUNC.-paneel en bewerkingspaneel
In de stand en toont het FUNC.-paneel een handig
overzicht van vaak gebruikte opnamefuncties. Raak [FUNC.] aan als u
het FUNC.-paneel wilt openen en raak vervolgens de functie aan die u
wilt instellen of wijzigen.
Het kan nodig zijn om uw vinger omhoog en omlaag over de scrollbalk
te slepen om de bedieningsknop van de gewenste functie te vinden.
Aanvankelijke stand Bedieningsstand Functie
Druk op S in de stand
of .
Films afspelen
(indexscherm [Origineel]) (0 46).
Druk op S in de stand
.
Foto’s bekijken
(indexscherm [Foto’s]) (0 96).
Bedieningsstanden:
Raak de
bedieningsknop
van de gewenste
functie aan
Sleep uw vinger
omhoog en omlaag
over de scrollbalk
om de rest van het
paneel te kunnen
zien.
Voorbereidingen 29
Raak in de stand en de optie [Bew.] aan om een
vergelijkbaar paneel te openen dat de bedieningsfuncties bevat die
beschikbaar zijn nadat u een of meer scènes of foto’s hebt
geselecteerd (bijvoorbeeld opnamen verwijderen, scènes toevoegen
aan de afspeellijst, foto’s beveiligen, etc.). Raak de bedieningsknop
van de gewenste functie aan.
De instellingsmenu’s
1 Alleen in de stand of :
Raak [FUNC.] aan.
2 Raak [MENU] aan om de
instellingsmenu’s te openen.
U kunt ook op u van de
draadloze afstandsbediening
drukken om de instellingsmenus te
openen.
3 Raak de tab van het gewenste menu aan.
4 Sleep uw vinger omhoog en omlaag over de scrollbalk om de
instelling die u wilt wijzigen, in de oranje selectiebalk te brengen.
Niet-beschikbare menu-onderdelen worden gedimd getoond.
5 Als het gewenste menu-onderdeel in de oranje balk staat, raak
dan de binnenzijde aan van het kader aan de rechterzijde.
6 Raak de gewenste optie aan en raak [a] aan.
U kunt op elk gewenst moment [a] aanraken om het menu te sluiten.
Voorbeeld van bewerkingspaneel in de stand
Raak de bedienings-
knop van de
gewenste functie aan
30 Voorbereidingen
OPMERKINGEN
In menuschermen wordt een klein lettertype gebruikt, zodat u de opties
kunt zien die u op dat moment hebt geselecteerd. U kunt de grootte
van het lettertype wijzigen door 6 8 [Lettergrootte] op [A Groot]
te zetten, maar alleen de pictogrammen van de momenteel
geselecteerde opties worden op het scherm getoond.
Voorbereidingen 31
Eerste instellingen
De datum en tijd instellen
U moet de datum en tijd van de
camcorder instellen voordat u de
camcorder kunt gebruiken. Het scherm
[Date/Time-Datum/Tijd] (scherm voor
instellen van datum en tijd) verschijnt
automatisch als de klok van de
camcorder niet ingesteld is.
Als het scherm [Date/Time-Datum/Tijd] verschijnt, wordt op het scherm
het jaar getoond als het eerst geselecteerde onderdeel.
1 Raak een veld aan dat u wilt wijzigen (jaar, maand, dag, uren of
minuten).
2 Raak [
Z
] of [
O
] aan om het veld zo nodig te wijzigen.
3 Stel de juiste datum en tijd in door alle velden op dezelfde wijze te
wijzigen.
4 Raak [Y.M.D/J.M.D], [M.D.Y/J.M.D] of [D.M.Y/J.M.D] aan om de door
u gewenste datumnotatie te selecteren.
5 Raak [24H] aan om de 24-uurs klok te gebruiken of laat deze optie
zoals deze is om de 12-uurs klok te gebruiken (AM/PM).
6 Raak [OK] aan om de klok te starten en het instellingsscherm te
sluiten.
OPMERKINGEN
Als u de camcorder circa 3 maanden niet gebruikt, raakt de ingebouwde
oplaadbare lithiumbatterij mogelijk geheel leeg en verliest u daardoor de
datum- en tijdinstelling. Laad in dat geval de ingebouwde lithiumbatterij op
(
0
176) en stel opnieuw de tijdzone, datum en tijd in.
Als u de datum en tijd op een later tijdstip wilt wijzigen (dus niet tijdens de
allereerste instelling zoals hier is beschreven), open dan het scherm [Date/
Time-Datum/Tijd] vanuit de instellingsmenu’s:
* Alleen als u de procedure uitvoert in een opnamestand.
[FUNC.]* 8 [MENU] 8 6 8 [Date/Time-Datum/Tijd]
32 Voorbereidingen
De taal wijzigen
De standaardtaal van de camcorder is Engels. U kunt 26 andere talen
kiezen.
* Alleen als u de procedure uitvoert in een opnamestand.
**Als u de taal van de camcorder hebt gewijzigd in Engels, selecteer dan 6 8
[Language a/Taal] om de taal te wijzigen.
OPMERKINGEN
Sommige bedieningsknoppen, zoals [ZOOM], [FUNC.] of [MENU],
worden getoond in het Engels, ongeacht de geselecteerde taal.
De tijdzone wijzigen
Kies de tijdzone die bij uw locatie past. De standaardinstelling is Parijs.
1 Open het scherm [Tijdzone/DST].
* Alleen als u de procedure uitvoert in een opnamestand.
2Raak [S] aan om de tijdzone van uw land te selecteren, of
[V] om de tijdzone van uw bestemming te selecteren wanneer u
op reis bent.
3Raak [Z] of [O] aan om de gewenste tijdzone te selecteren. Raak
[U] aan om de zomertijd in te stellen als dat van toepassing is.
4Raak [a] aan om het menu te sluiten.
Bedieningsstanden:
[FUNC.]* 8 [MENU] 8 6 8 [Language a/Taal]** 8
Gewenste taal 8 [a]
Bedieningsstanden:
[FUNC.]* 8 [MENU] 8 6 8 [Tijdzone/DST]
Voorbereidingen 33
Bij gebruik van een geheugenkaart
Geheugenkaarten die u met de camcorder kunt gebruiken
U kunt met deze camcorder gebruikmaken van commercieel
verkrijgbare Secure Digital (SD)-kaarten. Afhankelijk van de gebruikte
geheugenkaart kunt u mogelijk geen films opnemen. Raadpleeg de
tabel hieronder.
Vanaf mei 2010 is de filmopnamefunctie getest met gebruik van SD/
SDHC-geheugenkaarten van Panasonic, Toshiba en SanDisk, en
SDXC-geheugenkaarten van Panasonic en Toshiba.
* Afhankelijk van de gebruikte geheugenkaart kunt u mogelijk geen films opnemen.
OPMERKINGEN
Over de SD-snelheidsklasse (Speed Class): De SD-snelheidsklasse is de
minimale gegarandeerde snelheid van SD/SDHC/SDXC-
geheugenkaarten tijdens gegevensoverdracht. Controleer bij aanschaf
van een geheugenkaart op de verpakking het logo van de
snelheidsklasse.
Het verdient aanbeveling geheugenkaarten te gebruiken van
snelheidsklasse 4, 6 of 10.
Geheugenkaart Capaciteit SD-snelheidsklasse
(Speed Class)
Films opnemen
SD-
geheugenkaarten
Minder dan 64 MB
128 MB of meer
N*
N
SDHC-
geheugenkaarten
Meer dan 2 GB
N
SDXC-
geheugenkaarten
Meer dan 32 GB
N
34 Voorbereidingen
SDXC-geheugenkaarten
Vanaf mei 2010 zijn SDXC-geheugenkaarten getest op compatibiliteit
met Windows 7. Neem contact op met uw computerfabrikant als u wilt
weten of uw besturingssysteem compatibel is met SDXC.
BELANGRIJK
Als u op uw computer een SDXC-geheugenkaart gebruikt met een
besturingssysteem dat niet compatibel is met SDXC, dan wordt u
mogelijk gevraagd de geheugenkaart te formatteren. In dat geval moet
u de procedure annuleren om te voorkomen dat u gegevens
verliest.
Als u een SDXC-geheugenkaart wilt gebruiken op externe apparaten,
zoals kaartlezers of digitale recorders, controleer dan of het externe
apparaat compatibel is met SDXC.
Als u in de loop der tijd herhaaldelijk opnamen hebt gemaakt, verwijderd
en bewerkt (gefragmenteerd geheugen), dan zal het langer duren om
gegevens weg te schrijven naar het geheugen en kan het gebeuren dat
de camcorder het maken van opnamen stopzet. Maak in dat geval een
backup van uw opnamen en initialiseer het geheugen.
Eye-Fi-kaarten
Er kan niet worden gegarandeerd dat dit product de functies van
Eye-Fi-kaarten ondersteunt (inclusief draadloze overdracht). Als u een
probleem hebt met een Eye-Fi-kaart, neem dan contact op met de
fabrikant van de kaart.
Houd er ook rekening mee dat voor gebruik van een Eye-Fi-kaart in
veel landen en regio’s toestemming is vereist. Zonder toestemming is
gebruik van deze kaart niet toegestaan. Als niet duidelijk is of de kaart
in uw land mag worden gebruikt, neem dan contact op met de
fabrikant van de kaart om dit na te gaan.
Voorbereidingen 35
Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen
U moet een geheugenkaart altijd eerst initialiseren (0 37) voordat u
deze met de camcorder kunt gebruiken.
1 Zet de camcorder uit.
Controleer of de
ON/OFF (CHG)-
indicator uit staat.
2 Open de afdekking van de
geheugenkaartsleuf.
3 Steek de geheugenkaart in zijn
geheel, met het label omhoog
gericht, recht in de geheugen-
kaartsleuf totdat de kaart vast klikt.
4 Sluit de afdekking van de
geheugenkaartsleuf.
Forceer de afdekking niet om deze te
sluiten als u de geheugenkaart niet op
de juiste wijze hebt geplaatst.
De geheugenkaart verwijderen
Druk eenmaal de geheugenkaart in om deze te ontgrendelen. De
geheugenkaart springt vervolgens naar buiten. Trek de kaart daarna
naar buiten.
BELANGRIJK
Geheugenkaarten hebben een voor- en achterzijde die van elkaar
verschillen. De camcorder kan defect raken als u een geheugenkaart
verkeerd om in de camcorder plaatst. Zorg ervoor dat u de
geheugenkaart plaatst zoals beschreven in stap 3.
b Het geheugen voor de opnamen selecteren
U kunt kiezen voor het interne geheugen of voor een geheugenkaart
om films op te nemen of foto’s te maken. Het interne geheugen is het
standaardgeheugen voor zowel het opnemen van films als het maken
van foto’s.
Bedieningsstanden:
36 Voorbereidingen
WAAR U OP MOET LETTEN
Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van wat staat beschreven onder
Eye-Fi-kaarten (0 34) voordat u een Eye-Fi-kaart gebruikt.
* Als u het geheugen selecteert, kunt u controleren wat bij benadering de
beschikbare opnameduur is of hoeveel foto’s u kunt maken, gebaseerd op de
instellingen die op dat moment worden gebruikt.
OPMERKINGEN
b Selecteer het interne geheugen voor het maken van opnamen
als u de films later wilt converteren naar Standard-Definition om de
films te uploaden naar het web of om standaard-DVD’s te maken.
b Films opnemen met de relay-opnamefunctie
U kunt relay-opname activeren zodat u ononderbroken kunt doorgaan
met het opnemen van films op de geheugenkaart als het interne
geheugen vol geraakt is.
1 Plaats in de camcorder een geheugenkaart zonder video-
opnamen .
2 Activeer relay-opname.
* De opnameduur die bij benadering beschikbaar is, is nu gelijk aan de ruimte in het
interne geheugen en op de geheugenkaart gezamenlijk.
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8
[Opnamemedia Videos] of [Opnamemedia Foto’s] 8
[f] (intern geheugen) of [g] (geheugenkaart)* 8 [a]
Bedieningsstanden:
[FUNC.]
8
[MENU]
8
8
8
[Opnamemedia Videos]
8
[
f
]
8
[Relay-opname]
8
[
g
]*
8
[
a
]
Voorbereidingen 37
OPMERKINGEN
Een van de volgende situaties heeft tot gevolg dat de relay-
opnamefunctie wordt uitgeschakeld.
- Als u de camcorder uitschakelt.
- Als u de afdekking van de geheugenkaartsleuf opent.
- Als u de stand van de keuzeschakelaar wijzigt.
- Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt.
- Als u de geheugenkaart selecteert als opnamelocatie voor uw films.
Het interne geheugen (alleen b) of de geheugenkaart
initialiseren
Voordat u een geheugenkaart de eerste keer met de camcorder
gebruikt, moet u de geheugenkaart initialiseren. U kunt ook een
geheugenkaart of het interne geheugen (alleen b ) initialiseren met
als doel om de opnamen permanent uit het betreffende geheugen te
verwijderen.
b Bij aankoop van de camcorder is het interne geheugen al
voorgeïnitialiseerd en bevat dit muziekbestanden die u kunt gebruiken
als achtergrondmuziek tijdens het afspelen van uw opnamen.
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
Tijdens het initialisatieproces mag u de stroombron niet loskoppelen of
de camcorder uitzetten.
2 Initialiseer het geheugen.
b
Bedieningsstanden:
[FUNC.]* 8 [MENU] 8 6 8 [Initialiseren f/g] 8
[f Syst. geh.] of [g Kaart] 8 [Initialiseren] 8
[Initalisatie voltooien]* 8 [Ja]** 8 [OK] 8 [a]
[FUNC.]* 8 [MENU] 8 6 8 [Initialiseren g] 8
[Initialiseren] 8 [Initalisatie voltooien]* 8 [Ja]** 8
[OK] 8 [a]
38 Voorbereidingen
* Raak deze optie aan als u alle gegevens fysiek wilt verwijderen in plaats van alleen
maar de bestandstoewijzingstabel van het geheugen te wissen.
**Als u de optie [Initalisatie voltooien] hebt geselecteerd, kunt u [Annuleren] 8 [OK]
aanraken om de initialisatie te annuleren terwijl deze wordt uitgevoerd. Alle
opnamen worden gewist en het geheugen kan zonder probleem worden gebruikt.
BELANGRIJK
Initialisatie van het geheugen houdt in dat alle opnamen permanent
worden gewist. Verloren geraakte opnamen kunt u dan niet meer
terughalen. Zorg er daarom voor dat u van belangrijke opnamen eerst
een kopie maakt op een extern apparaat (0 121).
Initialisatie van een geheugenkaart heeft tot gevolg dat alle
muziekbestanden die u vanaf de bijgeleverde supplementaire schijf
mogelijk naar de geheugenkaart hebt gekopieerd, permanent worden
verwijderd. (b De muziekbestanden die voorgeïnstalleerd zijn in het
interne geheugen, worden hersteld als het interne geheugen wordt
geïnitialiseerd.)
- Gebruikers van Windows: Gebruik de bijgeleverde software
ImageMixer 3 SE om muziekbestanden te kopiëren vanaf de
bijgeleverde supplementaire schijf naar een geheugenkaart die
aangesloten is op de computer. Raadpleeg ‘ImageMixer 3 SE
Softwarehandleiding’ (PDF-bestand) voor bijzonderheden.
- Gebruikers van Mac OS: Gebruik Finder om muziekbestanden te
kopiëren vanaf de map [MUSIC] op de bijgeleverde supplementaire
schijf naar een geheugenkaart die aangesloten is op de computer.
Raadpleeg Over de muziekbestanden (0 190) voor informatie over
de mappenstructuur van de geheugenkaart.
Eye-Fi-kaarten worden bij aankoop geleverd met de benodigde
netwerkconfiguratiesoftware. Zorg ervoor dat u de software installeert
en de vereiste configuratie-instellingen uitvoert voordat u de Eye-Fi-
kaart initialiseert en deze met de camcorder gebruikt.
Dual Shot-stand 39
Dual Shot-stand
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u in de volautomatische
Dual Shot-stand op gemakkelijke wijze video-opnamen en
foto’s kunt maken, en hoe u elementaire opnamefuncties zoals
de zoom en snelstartfunctie kunt gebruiken. Raadpleeg de
relevante hoofdstukken voor video (0 55) en foto’s (0 100)
voor meer informatie over het gebruik van de menu’s en
geavanceerde functies.
Elementaire opnamefuncties
Video-opnamen en foto’s maken in de Dual Shot-stand
1 Zet de keuzeschakelaar op 5.
2 Zet de camcorder aan.
b Standaard worden films en
fotos gemaakt in het interne
geheugen. U kunt selecteren welk
geheugen moet worden gebruikt
voor het maken van films en foto’s
(0 35).
Lees de paragraaf BELANGRIJK
(0 41) voordat u een Eye-Fi-kaart
gebruikt.
Video opnemen
Druk op g om met opnemen te beginnen.
Druk nogmaals op
g als u een pauze wilt inlassen.
Foto’s maken
1Druk j half in.
Zodra scherp is gesteld, gaat h branden in een groene kleur en
verschijnen er één of meer AF-kaders.
2Druk
j volledig in.
De ACCESS-indicator zal tijdens het maken van de foto knipperen.
Bedieningsstanden:
40 Dual Shot-stand
Nadat u klaar bent met het maken van opnamen
1 Controleer of de ACCESS-indicator uit staat.
2 Zet de camcorder uit.
3 Sluit het LCD-paneel.
Over Dual Shot
In de stand zijn alleen de volgende functies beschikbaar.
- Zoom (0 43).
- Snelstartfunctie (0 44).
- Video Snapshot (0 65).
- Geavanceerde beeldstabilisatiestanden (0 61) om video-
opnamen te maken terwijl u loopt of om de opname te stabiliseren
als u inzoomt op verafgelegen onderwerpen (telefoto).
- Gezichtsdetectie (0 63) om elke keer mooie opnamen te maken
van mensen en hierbij - ook als de persoon beweegt - het
onderwerp te volgen.
- Aanraken & Volgen (0 65) om andere bewegende onderwerpen
te volgen, deze scherp gesteld te houden en voor de opname de
beste instellingen te gebruiken.
Over de Smart AUTO-stand
Bij het maken van opnamen in de stand detecteert de
camcorder automatisch bepaalde kenmerken van het onderwerp,
de achtergrond, lichtomstandigheden, etc. De camera zal
vervolgens diverse instellingen aanpassen (waaronder
scherpstelling, belichting, kleur, beeldstabilisatie, beeldkwaliteit),
en voor de betreffende scène de optimale instellingen selecteren.
Het pictogram van de Smart AUTO-stand verandert in een van de
volgende pictogrammen.
Dual Shot-stand 41
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. Als u zich daar niet aan houdt, kunt u uw
gegevens voorgoed kwijtraken of raakt het geheugen mogelijk
beschadigd.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Smart AUTO-pictogrammen
Het pictogram tussen haakjes verschijnt bij situaties met tegenlicht.
Achtergrond
(kleur van het pictogram)
Helder
(grijs)
Blauwe
luchten
(lichtblauw)
Levendige
kleuren
(groen/rood)
Zonsonder-
gangen
(oranje)
Onderwerp
Mensen (stilstaand)
() () ()
Mensen (bewegend)
() () ()
Andere onderwerpen dan
mensen, zoals
landschappen
() () ()
Nabijgelegen onderwerpen
() () ()
Achtergrond
(kleur van het pictogram)
Donker
(donkerblauw)
Onderwerp
Spotlight Nachtscène
Mensen (stilstaand)
Mensen (bewegend)
Andere onderwerpen dan
mensen, zoals
landschappen
Nabijgelegen onderwerpen
42 Dual Shot-stand
Zorg ervoor dat u regelmatig een backup van uw opnamen maakt
(
0
121), in het bijzonder na het maken van belangrijke opnamen. Canon
is niet aansprakelijk voor verloren of beschadigde gegevens.
Als u foto’s maakt op een Eye-Fi-kaart, worden de foto’s automatisch
geüpload als u binnen bereik bent van een geconfigureerd netwerk.
Controleer altijd of Eye-Fi-kaarten goedgekeurd zijn in het land of de regio
waar u de kaart gebruikt. Raadpleeg ook
Gebruik van een
Eye-Fi-kaart
(
0
134).
OPMERKINGEN
Over de stroombesparingsstand:
Als
6
8
[Spaarstand]
8
[Automatisch uit] is ingesteld op [
A
Aan] en de camcorder met de
accu van stroom wordt voorzien, dan wordt de camcorder automatisch
uitgeschakeld indien u 5 minuten lang geen bedieningshandelingen
uitvoert. Druk op
x
om de camcorder in te schakelen.
Als u opnamen maakt op heldere plaatsen, kan het moeilijk zijn gebruik te
maken van het LCD-scherm. In dergelijke gevallen kunt u de LCD-
achtergrondverlichting inschakelen (
0
25) of de helderheid van het LCD-
scherm wijzigen met de optie
6
8
[Helderheid].
Als u foto’s maakt:
- Als het onderwerp niet geschikt is voor automatische scherpstelling, dan
wordt
h
geel. Zet de camcorder in de stand en stel handmatig
scherp (
0
71).
- Als het onderwerp te helder is, gaat [Overbelicht] op het scherm knipperen.
Gebruik in dat geval het optionele FS-H37U ND-filter.
Onder bepaalde omstandigheden komt het Smart AUTO-pictogram dat op
het scherm verschijnt, mogelijk niet overeen met de feitelijke scène. Vooral
als u opnamen maakt tegen een oranje of blauwe achtergrond, kan het
pictogram van de zonsondergang of een van de pictogrammen van de
blauwe luchten verschijnen en worden de kleuren mogelijk niet natuurlijk
weergegeven. In dat geval verdient het aanbeveling opnamen te maken in de
handmatige stand
y
(
0
55, 100).
In de stand hebt u geen toegang tot menu’s, maar de volgende
instellingen kunt u vooraf wijzigen voordat u de keuzeschakelaar op
5
zet.
- Menu 7/8: [AF-modus], [Auto Langz.Sluiter],
[Knop POWERED IS].
- Menu 8: [Lengte videosnapshot], [Opnamemedia Videos]*,
[Opn. Modus], [Opnamemedia Foto’s]*, [Fotokwaliteit/grootte],
[Simultaan opnemen].
- Menu 6: Alle instellingen.
* Alleen b.
Dual Shot-stand 43
Zoomen
U kunt op drie manieren in- en uitzoomen: met de zoomregelaar op de
camcorder, met de zoomknoppen op de draadloze afstandsbediening
of de zoomregelaars op het touchscreen.
Behalve dat u gebruik kunt maken van de 15x optische zoom* kunt u in
de stand ook de 300x digitale zoom inschakelen met de optie
7 8 [Dig. Zoom].
* Als [Beeldstabilisator] (FUNC.-paneel) is ingesteld op [P Dynamisch], kunt u
gebruik maken van de geavanceerde zoom om het beeld tot 18x te vergroten.
Gebruik van de zoomregelaar op de camcorder of gebruik van de draadloze
afstandsbediening
Verplaats de zoomregelaar naar Q
(groothoek) om uit te zoomen.
Verplaats de zoomregelaar naar P
(telefoto) om in te zoomen.
Standaard functioneert de
zoomregelaar met een variabele
snelheid – druk zachtjes voor een
trage zoom; druk harder voor een
snellere zoom.
U kunt ook gebruik maken van de
zoomknoppen op de draadloze
afstandsbediening.
Gebruik van de zoomregelaars op het touchscreen
1 Roep de zoomregelaars op het touchscreen op.
* Niet vereist in de stand .
De zoomregelaars worden getoond aan de linkerzijde van het
scherm.
Bedieningsstanden:
W Uitzoomen
T Inzoomen
[FUNC.]* 8 [ZOOM]
44 Dual Shot-stand
2 Raak de zoomregelaars aan om de
zoom te bedienen.
Binnen het Q-gebied kunt u elk
willekeurig punt aanraken om uit te
zoomen of binnen het P-gebied elk
willekeurig punt om in te zoomen. Raak
een punt aan dat dichter bij het midden ligt als u langzaam wilt zoomen
([Snelheid 1]); raak een punt aan dat dichter bij de e/d-
pictogrammen ligt als u sneller wilt zoomen ([Snelheid 3]).
3Raak [a] aan als u de zoomregelaars wilt verbergen.
OPMERKINGEN
Houd tot het onderwerp een afstand van ten minste 1 meter aan. Bij
maximale groothoek kunt u tot op niet minder dan 1 cm op een onderwerp
scherp stellen.
In de stand of kunt u
7
/
8
8
[Zoomsnelheid] ook
instellen op een van de drie constante snelheden (3 is de snelste, 1 de
langzaamste).
Als [Zoomsnelheid] is ingesteld op [
I
Variabel]:
-Als u de
P
-knop en
Q
-knop op de draadloze afstandsbediening
gebruikt, dan is de zoomsnelheid constant ingesteld op [
J
Snelheid 3].
- De zoomsnelheid is sneller in de opnamepauzestand dan feitelijk tijdens
het opnemen, behalve tijdens pre-opname (
0
62).
Raadpleeg
Specificaties
(
0
189) voor informatie over deze functie als het
opnameprogramma is ingesteld op [
r
Onderwater] of [
s
Oppervlakte].
Snelstartfunctie
Als u het LCD-paneel sluit terwijl de camcorder ingeschakeld is, komt
de camcorder in de standby-stand. In de standby-stand verbruikt de
camcorder slechts 1/3 van de stroom die wordt gebruikt voor het
maken van opnamen, waardoor u bij gebruik van een accu bespaart op
stroom. Bovendien is, wanneer u het LCD-paneel opent, de camcorder
binnen circa 1 seconde* klaar voor gebruik, waardoor u meteen kunt
beginnen met opnemen.
* De werkelijke tijd hangt af van de opnameomstandigheden.
1 Sluit het LCD-paneel terwijl de camcorder ingeschakeld is en in
een opnamestand staat.
U hoort een pieptoon en de groene ON/OFF (CHG)-indicator verandert in
oranje om aan te geven dat de camcorder in de standby-stand is gekomen.
Bedieningsstanden:
Dual Shot-stand 45
2 Open het LCD-paneel als u het opnemen wilt hervatten.
De ON/OFF (CHG)-indicator wordt weer groen en de camcorder is
gereed om opnamen te maken.
BELANGRIJK
Verwijder de stroombron niet tijdens de standby-stand (wanneer de
ON/OFF (CHG)-indicator in een oranje kleur brandt).
OPMERKINGEN
De camcorder komt niet in de standby-stand als het LCD-paneel
gesloten wordt terwijl de ACCESS-indicator brandt of knippert of terwijl
een menu wordt getoond. De camcorder komt mogelijk ook niet in de
standby-stand als het LCD-paneel gesloten wordt terwijl de afdekking
van de geheugenkaartsleuf openstaat of wanneer de accu onvoldoende
opgeladen is. Controleer of de ON/OFF (CHG)-indicator in oranje
verandert.
Over de standby-stand en automatische uitschakeling van de camera:
- De camcorder schakelt zichzelf uit als u deze 10 minuten in de
standby-stand hebt laten staan. Druk op x om de camcorder in
te schakelen.
- U kunt instellen hoe lang het moet duren voordat de camera zichzelf
uitschakelt of de snelstartfunctie volledig uitschakelen met de optie
68 [Spaarstand] 8 [Snelle start (stand-by)].
- De gebruikelijke uitschakeling na 5 minuten die is ingesteld met de
optie [Spaarstand] is niet van toepassing terwijl de camcorder in de
standby-stand staat.
Als u de positie van de keuzeschakelaar wijzigt terwijl de camcorder in
de standby-stand staat, wordt de camcorder gereactiveerd in de
geselecteerde bedieningsstand.
46 Video
Video
Dit hoofdstuk beschrijft functies die betrekking hebben op films,
waaronder afspelen, geavanceerd opnemen, en bewerking van
afspeellijsten en scènes. Raadpleeg Dual Shot-stand (0 39)
voor bijzonderheden over de elementaire functies die u gebruikt
voor het maken van video-opnamen.
Elementaire weergavefuncties
Video afspelen
1Druk op S.
U kunt ook B op de draadloze
afstandsbediening indrukken en
langer dan 2 seconden vasthouden
om van de opnamestand naar de
afspeelstand en omgekeerd te gaan.
2 Open het indexscherm [Origineel]
als dit niet getoond wordt.
3 Zoek de scène die u wilt afspelen.
Verplaats de zoomregelaar naar Q als u 15 scènes per pagina wilt
tonen; verplaats de zoomregelaar naar P als u 6 scènes per pagina
wilt tonen.
Bedieningsstanden:
[b] 8 [Origineel]
Video 47
4 Raak de scène aan die u wilt afspelen.
De camcorder begint met afspelen vanaf de geselecteerde scène tot
het eind van de laatste scène in het indexscherm.
Raak tijdens het afspelen van de scène het scherm aan om de
afspeelregelaars op te roepen.
A Geheugen dat wordt gelezen
B Indexscherm dat momenteel wordt getoond
C Sleep uw vinger naar links om naar de volgende
indexpagina te gaan*
D Sleep uw vinger naar rechts om naar de vorige
indexpagina te gaan*
E Selecteer een ander indexscherm als u andere inhoud of
uit een ander geheugen (alleen b ) wilt lezen (0 49)
F Tijdlijn (0 84) en opname-informatie van scène
G Bepaal welk soort scènes in het indexscherm moeten
worden getoond (0 52)
* Terwijl u door indexpagina’s bladert, verschijnt aan de onderzijde
van het scherm gedurende enkele seconden een scrollbalk. Als u
een groot aantal scènes hebt, is het wellicht praktischer om uw
vinger over de scrollbalk te slepen.
48 Video
Tijdens afspeelpauze:
A Stoppen met afspelen.
B Naar het begin van de scène gaan. Dubbel aantikken om
naar de vorige scène te gaan.
C Een pauze inlassen.
D Sleep uw vinger naar links en rechts over de volumebalk
als u het volume wilt wijzigen.
E Raak een willekeurig ander gebied aan om de
afspeelregelaars te verbergen.
F Versneld achteruit afspelen*.
G Naar de volgende scène gaan.
H Versneld vooruit afspelen*.
* Raak deze knop meerdere keren aan als u de afspeelsnelheid wilt
verhogen tot circa 5x
15x
60x de normale snelheid. Tijdens versneld
afspelen kunt u een willekeurig gebied op het scherm aanraken om terug
te keren naar normaal afspelen.
A Afspelen hervatten.
B Langzaam achteruit afspelen*.
C Langzaam vooruit afspelen*.
* Raak deze regelaar meerdere malen aan als u de afspeelsnelheid wilt
verhogen tot 1/8
1/4 de normale snelheid. Tijdens langzaam
afspelen kunt u een willekeurig gebied op het scherm aanraken om
terug te keren naar afspeelpauze.
Video 49
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Het kan zijn dat u op deze camcorder geen films kunt afspelen die met
een ander apparaat op de geheugenkaart zijn opgenomen.
OPMERKINGEN
Afhankelijk van de opnameomstandigheden is tussen scènes mogelijk
een korte pauze in de video- of geluidsweergave merkbaar.
Tijdens versneld/langzaam afspelen ziet u in het afspeelbeeld mogelijk
video-afwijkingen (blokken, strepen, etc.).
Op het scherm wordt bij benadering de snelheid getoond.
Langzaam achteruit afspelen ziet er hetzelfde uit als continu beeldje
voor beeldje achteruit afspelen.
Het indexselectiescherm: Selecteren welke inhoud u wilt afspelen
In het indexscherm kunt u selecteren welke inhoud u wilt afspelen
(bijvoorbeeld originele scènes, afspeellijst, of foto’s). Alleen b: U
kunt ook selecteren vanuit welk geheugen u uw opnamen wilt afspelen.
Raak [b] aan in een indexscherm.
Raak tijdens de schermweergave van één foto het scherm eenmaal aan
om de bedieningselementen op te roepen en raak vervolgens [Q] aan
om het indexscherm [Foto’s] te openen.
Bedieningsstanden:
50 Video
Opties
OPMERKINGEN
Versneld/langzaam afspelen is niet beschikbaar voor scènes die zijn
geconverteerd naar Standard-Definition. Scènes in de indexschermen
van [SD-scènes] kunnen alleen worden afgespeeld op normale
snelheid.
[Origineel] Originele films zoals u die hebt opgenomen.
[Playlist] Scènes die zijn toegevoegd aan de afspeellijst (0 90) en
door u mogelijk zijn geordend op basis van uw eigen voorkeur.
[3D bladeren] Raadpleeg de volgende paragraaf (0 51).
[Foto’s] Toont het foto-indexscherm.
[SD-scènes] (b Alleen wanneer de geheugenkaart is
geselecteerd) Scènes die zijn geconverteerd naar Standard-
Definition om deze te uploaden naar het web (0 130) of om
standaard-DVD-schijven te maken (0 126). Raak [SD-scènes]
aan en vervolgens de optie [Voor web (MPEG-2)] of [Voor dvd
(SD-VIDEO)].
[Videofoto] Toont alleen Video Snapshot-opnamen. Raak eerst
deze bedieningsknop aan en daarna de optie [Origineel] of
[Playlist].
A b Raak de tab van het gewenste geheugen aan:
intern geheugen of geheugenkaart.
B Raak een bedieningsknop aan om de inhoud te
selecteren die u wilt afspelen.
Video 51
3D-bladeren
3D-bladeren is een plezierige manier om uw video-opnamen (originele
scènes) te tonen in een 3D-indeling, gerangschikt op volgorde van
opnamedatum.
Raak in een willekeurig indexscherm de optie [b] 8
[3D bladeren] aan.
Raak tijdens de schermweergave van één foto het scherm eenmaal aan
om de bedieningselementen op te roepen en raak vervolgens [Q] aan
om het indexscherm [Foto’s] te openen.
A Sleep uw vinger omhoog en omlaag om in de getoonde
datum door de scènes te bladeren.
B Sleep uw vinger naar links om naar de volgende datum
met opnamen te gaan.
C Raak de scène op de voorgrond aan als u deze wilt
afspelen.
D De momenteel geselecteerde opnamedatum.
E Sleep uw vinger naar rechts om naar de vorige datum
met opnamen te gaan.
F Huidige scène / Totaal aantal scènes dat is opgenomen
op de geselecteerde datum.
52 Video
Bepalen welk soort scènes in het indexscherm moeten worden
getoond
In het indexscherm [Origineel] kunt u bepalen welk soort scènes u wilt
tonen, bijvoorbeeld alleen scènes die op een specifieke datum zijn
opgenomen of alleen scènes waarin gezichten van mensen waren
gedetecteerd.
Alleen scènes tonen die gezichten van mensen bevatten
Hiermee worden in het indexscherm [Origineel] alleen scènes getoond
die zijn opgenomen met de gezichtsdetectiefunctie (0 63) en waarin
gezichten van mensen werden gedetecteerd.
1 Open het indexscherm [Origineel] als dit niet getoond wordt.
2 Bepaal welke scènes u wilt tonen.
•[o Gez.] verschijnt in plaats van [Alle scenes]. Als u weer alle scènes
wilt tonen, raak dan [y o Gez.] aan en vervolgens [Alle scenes].
Alleen scènes tonen die op een specifieke datum zijn opgenomen
Hiermee worden in het indexscherm [Origineel] of [Videofoto]
[Origineel] alleen de scènes getoond die werden opgenomen op de
datum die u hebt gekozen.
1 Open het indexscherm [Origineel] of [Videofoto] [Origineel].
Bedieningsstanden:
[b] 8 [Origineel]
[y Alle scenes] 8 [o Overspr. gezichten]
[b] 8 [Origineel] of [b] 8 [Videofoto] 8
[Origineel]
Video 53
2 Open het kalenderscherm.
Datums die scènes bevatten (dat wil zeggen: films die op die datum
zijn opgenomen) worden getoond in zwart tegen een zilveren
achtergrond. Datums zonder opnamen worden gedimd getoond.
Raak [y] of [A] aan om naar de vorige/volgende kalendermaand
met opnamen te gaan.
3 Raak de gewenste datum aan.
De geselecteerde datum verschijnt in plaats van [Alle scenes]. Als u
opnieuw alle scènes wilt tonen, raak dan de optie [y (de datum die
wordt getoond op het scherm)] en vervolgens [Alle scenes] aan.
OPMERKINGEN
•U kunt met 6 8 [Start week] instellen op welke dag de week voor
de kalenderweergave moet starten.
Scènes verwijderen
Scènes die u niet wilt behouden, kunt u verwijderen. Door scènes te
verwijderen creëert u ook ruimte in het geheugen. Raadpleeg ook
Scènes verwijderen uit de afspeellijst (0 91).
1 Open het indexscherm dat de scènes bevat die u wilt verwijderen.
Indexscherm [Origineel] of [Videofoto] [Origineel]: Als u alle scènes
wilt verwijderen die zijn gemaakt op een specifieke datum, toon dan
alleen de scènes die op die datum zijn gemaakt (0 52).
2 Raak [a] aan om het scèneselectiescherm te openen.
3 Raak de individuele scènes aan die u wilt verwijderen.
Op de geselecteerde scènes verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde scène opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
[y Alle scenes] 8 [Scènes op datum]
Bedieningsstanden:
54 Video
Als u alle scènes tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren]
aan in plaats van individuele scènes aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij scènes die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
4 Verwijder de scènes.
* Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd. Sommige scènes zullen desondanks worden verwijderd.
BELANGRIJK
Wees voorzichtig als u originele opnamen verwijdert. Als u een originele
scène verwijdert, bent u deze voorgoed kwijt.
Maak van belangrijke scènes eerst een backup voordat u deze
verwijdert (0 123).
Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen als de ACCESS-
indicator brandt of knippert (tijdens het verwijderen van scènes).
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
OPMERKINGEN
Wanneer u een scène verwijdert uit het indexscherm [Origineel], dan
wordt die scène ook verwijderd uit de afspeellijst.
Indien u alle films wilt verwijderen en alle opnameruimte weer vrij wilt
maken, dan zou u ook kunnen kiezen voor het initialiseren van het
geheugen (0 37).
[Bew.] 8 [Verwijderen] 8 [Ja]* 8 [OK]
Video 55
Geavanceerde functies
Video-opnamen maken in de handmatige stand y
Als de keuzeschakelaar is ingesteld op y (handmatige stand), dan
kunt u alle menu’s gebruiken om handmatig de belichting,
scherpstelling, witbalans en vele andere camcorderfuncties in te
stellen zoals u dat wilt. Zelfs in de stand kan de camcorder u met
de instellingen helpen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van het
opnameprogramma van de Speciale Scènes (0 57).
1 Zet de keuzeschakelaar op y.
2 Zet de camcorder aan.
b Standaard worden films
gemaakt in het interne geheugen. U
kunt het geheugen selecteren dat
wordt gebruikt om films in op te
nemen (0 35).
3Druk op
g om met
opnemen te beginnen.
Druk nogmaals op
g als u
een pauze wilt inlassen.
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. Als u zich daar niet aan houdt, kunt u uw
gegevens voorgoed kwijtraken of raakt het geheugen mogelijk
beschadigd.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Zorg ervoor dat u regelmatig een backup van uw opnamen maakt
(0 121), in het bijzonder na het maken van belangrijke opnamen.
Canon is niet aansprakelijk voor verlies of beschadiging van gegevens.
Bedieningsstanden:
56 Video
OPMERKINGEN
De zoom, snelstartfunctie, spaarstanden, etc. werken in de stand
hetzelfde als in de stand . Raadpleeg Dual Shot-stand (0 39)
voor bijzonderheden.
De videokwaliteit (opnamemodus) selecteren
De camcorder heeft 5 opnamemodi. Door de opnamemodus te
wijzigen, verandert ook de resterende opnameduur in het geheugen.
Selecteer MXP of FXP voor een betere filmkwaliteit; selecteer LP voor
een langere opnameduur. De volgende tabel geeft bij benadering de
opnameduur aan.
OPMERKINGEN
De camcorder maakt gebruik van een variabele bit rate (VBR) om video
te coderen; de feitelijke opnameduur zal daarom afhangen van de
inhoud van de scènes.
De camcorder onthoudt de laatst gebruikte instelling, zelfs wanneer u
de camcorder in de stand zet.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Opn. Modus] 8
Gewenste opnamemodus 8 [a]
Video 57
Opnameprogramma van Speciale Scènes
Het is heel gemakkelijk opnamen te maken in een zeer helder skioord
of alle kleuren van een zonsondergang of vuurwerk vast te leggen. U
hoeft alleen maar het opnameprogramma van de Speciale Scènes te
selecteren.
Opties (
Standaardwaarde)
Opnameduur bij benadering
Standaardwaarde
1
Opgenomen met een resolutie van 1.920 x 1.080. Films die worden
opgenomen in een andere opnamemodus, worden opgenomen met een
resolutie van 1.440 x 1.080.
2
b Bij aankoop van de camcorder bevat het interne geheugen al 75 MB
aan muziekbestanden.
Opnamemodus
MXP
1
FXP
1
XP+ SP
LP
Geheugen
Geheugenkaart van 4 GB
20 min. 30 min. 40 min. 1 uur
10 min.
1 uur
30 min.
Geheugenkaart van 8 GB/
b Intern geheugen
2
40 min. 1 uur 1 uur
25 min.
2 uur
20 min.
3 uur
Geheugenkaart van 16 GB
1 uur
25 min.
2 uur
5 min.
2 uur
50 min.
4 uur
45 min.
6 uur
5 min.
Geheugenkaart van 32 GB
2 uur
55 min.
4 uur
10 min.
5 uur
45 min.
9 uur
35 min.
12 uur
15 min.
Bedieningsstanden:
[F
Portret]
De camcorder gebruikt een groot
diafragma om scherp te stellen op het
onderwerp terwijl de achtergrond vervaagt.
[FUNC.] 8 [Opnameprogs] 8 [F Portret] 8 Gewenst
opnameprogramma 8 [a]
58 Video
[G
Sport] Voor het opnemen van sportscènes
zoals tennis of golf.
[q Nachtscène] Voor het opnemen van
nachtlandschappen met minder beeldruis.
[I Sneeuw] Voor het maken van opnamen in
heldere skioorden zonder dat het onderwerp
onderbelicht wordt.
[J Strand] Voor het maken van opnamen op
een zonnig strand zonder dat het onderwerp
onderbelicht wordt.
[K Zonsonderg.] Voor het opnemen van
zonsondergangen met heldere en levendige
kleuren.
[p Weinig licht] Voor het opnemen van scènes
in situaties met weinig licht.
[L Spotlight] Voor het maken van opnamen
onder spotlights.
[M Vuurwerk] Voor het maken van
vuurwerkopnamen.
Video 59
OPMERKINGEN
•[F Portret]/[G Sport]/[I Sneeuw]/[J Strand]: Tijdens het afspelen
is het beeld mogelijk niet vloeiend.
•[F Portret]: De achtergrond wordt vager naarmate u meer inzoomt (P).
•[I Sneeuw]/[J Strand]: Het onderwerp kan overbelicht raken op
bewolkte dagen of op beschaduwde plaatsen. Controleer het beeld op
het scherm.
•[p Weinig licht]:
- Bewegende onderwerpen kunnen een nabeeld met sporen
achterlaten.
- De beeldkwaliteit is mogelijk niet zo goed als bij de andere
programma’s.
- Op het scherm kunnen witte punten verschijnen.
- Automatische scherpstelling werkt mogelijk niet zo goed als bij andere
opnameprogramma’s. In dat geval moet u handmatig scherp stellen.
•[M Vuurwerk]:
- Het verdient aanbeveling gebruik te maken van een statief om wazige
beelden (door beweging van de camcorder) te voorkomen.
- In de stand worden langzamere sluitertijden gebruikt. Hierdoor is
het risico groter dat wazigheid optreedt. Stabiliseer de camcorder
door deze, bijvoorbeeld, op een statief te bevestigen.
•[r Onderwater]/[s Oppervlakte]:
- Gebruik deze opnameprogramma’s als u opnamen wilt maken met de
camcorder in de optionele waterdichte behuizing WP-V2.
- Het opnameprogramma [r Onderwater] is bestemd voor het maken
van onderwateropnamen*. Bij gebruik van verlichtingsapparatuur
onder water of bij het maken van opnamen op het land verdient het
aanbeveling gebruik te maken van het opnameprogramma
[s Oppervlakte].
[r Onderwater] Voor het maken
onderwateropnamen in natuurlijke kleuren.
[s Oppervlakte] Voor het maken van
opnamen na uit het water te zijn gekomen,
zoals op een boot na het duiken.
60 Video
- Als u van het opnameprogramma [
r
Onderwater] naar het
opnameprogramma [
s
Oppervlakte] of omgekeerd wilt gaan terwijl de
camcorder zich in de waterdichte behuizing bevindt, zet de camcorder
dan aan terwijl u
j
ingedrukt houdt.
- Op het scherm verschijnt
p
als de temperatuur van de camcorder te
hoog wordt. Als dit gebeurt, zet de camcorder dan uit, haal deze
vervolgens uit de waterdichte behuizing en bewaar de camcorder op een
koele plaats totdat de temperatuur daalt. De camcorder schakelt zichzelf
automatisch uit als de camcorder te heet wordt.
- Bij het maken van onderwateropnamen met het opnameprogramma [
r
Onderwater] is het beeld op het LCD-scherm roder dan het onderwerp
feitelijk is. Dit heeft geen invloed op de opname.
- Als op de waterdichte behuizing een los verkrijgbare groothoekconverter
of ander accessoire aangesloten is, kan het gebeuren dat de camcorder
scherp stelt op het accessoire. Verplaats de zoomregelaar in dat geval
naar
P
om scherp te stellen op het onderwerp.
- Raadpleeg
Specificaties
(
0
189) voor aanvullende informatie over de
opnameprogramma’s [
r
Onderwater] en [
s
Oppervlakte].
* De omgeving onder water is een unieke omgeving die voortdurend verandert,
afhankelijk van factoren zoals de weers- en wateromstandigheden. Bovendien
wordt door water rood licht geabsorbeerd, waardoor objecten er blauwer en
groener uitzien.
Cinemamodus: Aan uw opnamen een cinematografisch karakter
geven
Geef aan uw opnamen een cinematografisch
karakter door het opnameprogramma
[
D Cinema modus] te gebruiken. Combineer dit
opnameprogramma met de 25 fps progressieve
beeldsnelheid [D PF25] om met de 25p-
cinemamodus het cinematografische effect verder te versterken.
Het opnameprogramma [D Cinema modus] instellen
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [Opnameprogs] 8 [D Cinema modus] 8 [a]
Video 61
De beeldsnelheid wijzigen
Geavanceerde beeldstabilisatie
De beeldstabilisator vermindert de wazigheid die de camcorder
veroorzaakt (wazigheid vanwege camcorderbewegingen), zodat u
mooie en stabiele opnamen krijgt. Selecteer de beeldstabilisatiestand
op basis van de opnameomstandigheden.
In de stand :
Opties (
Standaardwaarde in de stand )
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Framerate] 8
[D PF25] 8 [a]
Bedieningsstanden:
[P Dynamisch]
(alleen stand ) Deze instelling biedt
compensatie voor sterke camcordertrillingen, bijvoorbeeld als u
opnamen maakt terwijl u loopt, en is effectiever wanneer de
zoom maximale groothoek nadert.
[Q Standaard]*, [Q Aan] Deze instelling biedt compensatie
voor minder sterke camcordertrillingen, bijvoorbeeld als u
opnamen maakt terwijl u stilstaat, en is geschikt voor het
opnemen van natuurlijk ogende scènes. Gebruik deze instelling
als u films opneemt met de optionele groothoekconverter of
teleconverter.
[j Uit]* Gebruik deze instelling als de camcorder op een statief
is bevestigd.
* Als u in de stand voor de IS-stand een van deze instellingen kiest, is in
het gezichtsveld mogelijk een kleine verandering waarneembaar als u dicht
tot het telefoto-einde inzoomt.
[FUNC.]
8
[Beeldstabilisator]
8
Gewenste IS-stand
8
[
a
]
62 Video
OPMERKINGEN
Als de camcordertrillingen te sterk zijn, kunnen deze door de
beeldstabilisator mogelijk niet volledig worden gecompenseerd.
Powered IS is niet beschikbaar in de stand .
Als u opnamen maakt van onderwerpen terwijl u deze met de
camcorder volgt door met de camcorder van de ene zijde naar de
andere zijde te bewegen of de camcorder omhoog en omlaag te
kantelen, dan verdient het aanbeveling de IS-stand op [P
Dynamisch]
of [Q Standaard] te zetten.
Pre-opname
Om ervoor te zorgen dat u de belangrijke momenten niet mist, begint
de camcorder 3 seconden voordat u op g drukt met het
maken van een opname. Dit is vooral handig wanneer het moeilijk is in
te schatten wanneer u moet beginnen met opnemen.
Powered IS
Als u video-opnamen maakt, kunt u gebruik maken van Powered IS
om de beeldstabilisatie nóg krachtiger te maken. Powered IS heeft
het meeste effect als u stilstaat en inzoomt op verafgelegen
onderwerpen met gebruik van hoge zoomverhoudingen (hoe meer u
het telefoto-einde nadert). Door het LCD-paneel met uw linkerhand
vast te houden, wordt de stabiliteit van de opname verder vergroot.
Druk Y in en houd deze
knop ingedrukt zolang u Powered IS
wilt activeren.
Z wordt getoond in geel terwijl
Powered IS geactiveerd is.
U kunt de werking van de knop
Y wijzigen (lang indrukken of
telkens aan/uit) met de optie
7
8 [Knop POWERED IS].
Bedieningsstanden:
Video 63
1 Activeer de pre-opnamefunctie.
d verschijnt.
Herhaal dit en kies [B Uit] als u de pre-opnamefunctie wilt
uitschakelen.
2Druk op g.
De scène die in het geheugen wordt opgenomen, begint 3 seconden
voordat g werd ingedrukt.
OPMERKINGEN
Terwijl pre-opname is geactiveerd, laat de camcorder geen
bedieningsgeluiden horen.
De camcorder neemt niet de volledige 3 seconden op voordat u op
g
drukt als de knop wordt ingedrukt binnen 3 seconden na
inschakeling van de pre-opnamefunctie of binnen 3 seconden na voltooiing
van de vorige opname.
Een van de volgende situaties heeft tot gevolg dat de pre-opnamefunctie
wordt uitgeschakeld.
- Als u de camcorder langer dan 5 minuten niet gebruikt.
-Als u op S of z drukt.
- Als u de stand van de keuzeschakelaar wijzigt.
- Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt.
- Als u de camcorder in de standby-stand zet.
- Als u een van de instellingen wijzigt in de instellingsmenu’s of de
volgende instellingen wijzigt in het FUNC.-paneel: [Opnameprogs],
[Witbalans], [AGC-limiet], [Digital Effect] of [Beeldstabilisator].
Gezichtsdetectie
De camcorder detecteert automatisch de gezichten van mensen en
gebruikt deze informatie om voor het maken van mooie video-
opnamen en foto’s de optimale instellingen te selecteren.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [q Nachtscène],
[p Weinig licht], [M Vuurwerk] of [r Onderwater].
[FUNC.] 8 [d Pre-opname] 8 [A Aan] 8 [a]
Bedieningsstanden:
64 Video
Standaard is gezichtsdetectie geactiveerd. Als u de functie eerder had
uitgeschakeld, voer dan de volgende procedure uit om deze functie weer
in te schakelen.
Het hoofdonderwerp selecteren
Als er in het beeld meer dan één persoon aanwezig is, selecteert de
camcorder automatisch één persoon als het hoofdonderwerp. Het
hoofdonderwerp wordt aangegeven met een wit gezichtsdetectiekader
en de camcorder zal voor die persoon vervolgens de optimale
instellingen kiezen. Andere gezichten krijgen grijze kaders.
Raak een ander gezicht aan
op het touchscreen als u wilt
dat de camcorder voor dat
gezicht de optimale
instellingen kiest.
OPMERKINGEN
Het kan gebeuren dat de camcorder de gezichten detecteert van niet-
menselijke onderwerpen. Zet in dat geval de gezichtsdetectiefunctie uit.
In bepaalde gevallen kunnen gezichten mogelijk niet correct worden
gedetecteerd. Typische voorbeelden hiervan zijn:
- Gezichten die in relatie tot het algehele beeld extreem klein, groot,
donker of helder zijn.
- Gezichten die zijwaarts zijn gericht, diagonaal staan of gedeeltelijk
verborgen zijn.
Gezichtsdetectie kan niet worden gebruikt als de sluitertijd langzamer is
dan 1/25 of wanneer de digitale zoom met meer dan 60x zoom is
geactiveerd (donkerblauw gebied op de zoombalk).
Als gezichtsdetectie is geactiveerd, is 1/25 de langzaamste sluitertijd die
de camcorder kan gebruiken.
[FUNC.] 8 [MENU] 8 7/8 8
[Gezichtsdet. en volgen] 8 [A Aan o] 8 [a]
Hoofd-
onderwerp
Video 65
Aanraken & Volgen
Als u opnamen maakt van mensen, dan wordt met gezichtsdetectie
(0 63) het hoofdonderwerp gevolgd en blijft dit altijd scherp. Maar
ook als u opnamen maakt van andere bewegende onderwerpen zoals
uw huisdier, een rijdend voertuig of mensen die niet direct naar de
camera staan gericht, kunt u gebruik maken van Aanraken & Volgen
om uw onderwerp altijd scherp te houden.
1 Zorg ervoor dat gezichtsdetectie is geactiveerd (0 63).
2 Richt de camcorder op een bewegend onderwerp en raak het
onderwerp aan op het touchscreen.
Rondom het onderwerp wordt een wit kader getoond, en volg het
onderwerp terwijl het beweegt.
Raak [Annuleren z] aan als u het kader wilt verwijderen en wilt
stoppen met volgen.
OPMERKINGEN
In bepaalde gevallen kan het voorkomen dat met de functie Aanraken &
Volgen het onderwerp niet kan worden gevolgd. Typische voorbeelden
hiervan zijn:
- Onderwerpen die in relatie tot het algehele beeld extreem klein of
extreem groot zijn.
- Onderwerpen die te veel gelijkenis met de achtergrond vertonen.
- Onderwerpen met onvoldoende contrast.
- Snel bewegende onderwerpen.
- Als u binnenshuis opnamen maakt bij onvoldoende verlichting.
Video Snapshot
Neem een aantal korte scènes op of leg korte scènes vast vanuit een
film die u eerder hebt opgenomen. Speel uw Video Snapshot-opnamen
af in combinatie met uw favoriete muziek (0 86) om uw eigen
muziekvideo’s samen te stellen. U zult verrast zijn hoe u aan uw scènes
een geheel nieuwe dimensie kunt geven door achtergrondmuziek toe
te voegen. Leuker kan het niet worden.
Video Snapshot-opnamen maken
Bedieningsstanden:
Bedieningsstanden:
66 Video
1Druk op z.
Op het scherm verschijnt een
blauwe rand.
Druk nogmaals op z als
u wilt terugkeren naar de normale
video-opnamestand.
2Druk op
g.
De camcorder neemt standaard
circa 4 seconden lang op (het
blauwe kader geeft visueel de voortgang weer) en keert daarna
automatisch terug naar de opnamepauzestand. U kunt de lengte van
Video Snapshot-opnamen wijzigen met de optie
8 8 [Lengte
videosnapshot].
Bij het einde van de opname zal het scherm van de camcorder even
zwart worden. Dit lijkt op het open en dichtgaan van de sluiter van
een camera.
In indexschermen worden Video Snapshot-opnamen aangegeven
met het symbool Z.
OPMERKINGEN
Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt, wordt de Video
Snapshot-stand uitgeschakeld.
Digitale effecten
* U kunt het digitale effect op het scherm vooraf bekijken.
Het pictogram van het gekozen digitale effect wordt getoond in een
groene kleur. Effecten worden onmiddellijk toegepast.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [O Digitale effecten] 8 Gewenste fader of
gewenst effect* 8 [a]
Video 67
In/uitfaden
Druk op g in de opnamepauzestand (M) om de opname te
beginnen met een fade-in. Druk op g tijdens het opnemen
(
N) om uit te faden en een pauze in te lassen.
Opties (
Standaardwaarde)
OPMERKINGEN
Als u een fader gebruikt, wordt deze niet alleen toegepast op het beeld
maar ook op het geluid. Als u een effect gebruikt, wordt het geluid
normaal opgenomen.
Faders kunt u niet gebruiken als u Video Snapshot-opnamen maakt of
wanneer pre-opname geactiveerd is.
Handmatige instelling van sluitertijd en diafragma
[A Programma AE] is het programma met automatische belichting (AE)
dat standaard wordt gebruikt; met dit programma kunt u functies
wijzigen zoals de witbalans of beeldeffecten. Selecteer een van de
andere opnameprogramma’s met automatische belichting AE om de
sluitertijd of het diafragma te regelen.
[N Uit]
Selecteer deze instelling als u niet van plan bent de
digitale effecten te gebruiken.
[2 Zwart-wit]* Hiermee maakt u video- en foto-opnamen in
zwart-wit.
[3 Sepia]* Hiermee maakt u video- en foto-opnamen in
sepiatonen om de scène er
“oud” te laten uitzien.
[
0 Begin fade/Eenmaal], [6 Begin fade/Altijd], [1 Wegvegen/
Eenmaal], [
7 Wegvegen/Altijd] Selecteer een van de faders
om een scène te beginnen of eindigen met een fade vanuit of
naar een zwart scherm. U kunt ervoor kiezen de fader slechts
eenmaal te activeren of telkens wanneer u op g drukt
om een scène te beginnen of te eindigen.
* Alleen deze digitale effecten zijn beschikbaar in de stand .
Bedieningsstanden:
68 Video
Opties (
Standaardwaarde)
OPMERKINGEN
•[B Sluiter-voork.AE]:
- Op het scherm wordt alleen de noemer getoond – [B 250] geeft een
sluitertijd aan van 1/250 seconde, etc.
- Als u opnamen maakt op donkere plaatsen, kunt u een helderder
beeld krijgen door lange sluitertijden te gebruiken; hierbij kan de
beeldkwaliteit echter minder goed zijn en werkt de automatische
scherpstelling mogelijk niet goed.
- Het beeld kan flikkeren wanneer u opneemt met hoge sluitertijden.
•[C Diafragma-voork.AE]: Het hangt van de aanvankelijke zoomstand
af welke reeks waarden voor selectie feitelijk beschikbaar is.
Bij het instellen van een numerieke waarde (diafragma of sluitertijd) gaat
het getoonde nummer knipperen als de diafragmawaarde of sluitertijd
niet geschikt is voor de opnameomstandigheden. Selecteer in dat geval
een andere waarde.
Tijdens belichtingsvergrendeling kan de diafragmawaarde of sluitertijd
niet worden gewijzigd. Stel de diafragmawaarde of sluitertijd in voordat
u handmatig de belichting instelt.
[A Programma AE]
De camcorder stemt automatisch het
diafragma en de sluitertijd af op een optimale belichting van het
onderwerp.
[B Sluiter-voork.AE] Stel de sluitertijd in. De camcorder stelt
automatisch de juiste diafragmawaarde in.
[C Diafr.-voork.AE] Stel het diafragma in. De camcorder stelt
automatisch de juiste sluitertijd in.
[FUNC.] 8 [Opnameprogs] 8 [B Sluiter-voork.AE] of [C
Diafr.-voork.AE] 8 Sleep uw vinger naar links en rechts
over de schijf om de gewenste sluitertijd (B) of
diafragmawaarde (C) 8 [a] in te stellen.
Video 69
Richtlijnen sluitertijd en diafragma
XMet langere sluitertijden kunt u een mooie
bewegingswazigheid en een gevoel van beweging
toevoegen.
Met snellere sluitertijden kunt u “de actie
bevriezen” om van bewegende onderwerpen
krachtige opnamen te maken.W
XMet lage diafragmawaarden is alleen het
onderwerp scherp en wordt de achtergrond zacht
wazig. Uitstekend voor portretten of om één enkel
onderwerp te isoleren.
Met hoge diafragmawaarden wordt elk deel
van het beeld scherp gesteld. Goed
voor landschappen en architectuuropnamen.W
1/20001/10001/5001/2501/1201/501/251/121/61/31/2
y Stand
S
tand
A
Situaties met weinig licht
Onder normale omstandigheden
Sportevenementen in zalen
Snel bewegende
onderwerpen of voor
het maken van
opnamen vanuit een
rijdende auto of trein
Sportevenementen in de buitenlucht op zonnige dagen
F8.0
F6.7
F5.6
F4.8
F4.0
F3.4
F2.8
F2.4
F2.0
F1.8
Meer licht
Ondiep
y Lensopening A
y Scherptediepte A
Minder licht
Diep
70 Video
Handmatige belichtingsinstelling
Soms kunnen onderwerpen met tegenlicht te donker (onderbelicht)
overkomen of kunnen onderwerpen onder zeer sterke lichtbronnen te
helder of verblindend (overbelicht) overkomen. Om dit te corrigeren,
kunt u de belichting handmatig wijzigen of de functie Aanraking AE
gebruiken om voor het door u geselecteerde onderwerp automatisch
de optimale belichting in te stellen. Dit komt van pas als de helderheid
van het onderwerp dat u wilt opnemen, merkbaar helderder/donkerder
is dan de algehele helderheid van het beeld.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [M Vuurwerk].
1 Open het scherm van de belichtingsinstelling.
2 Raak een onderwerp aan dat zich binnen het e-kader bevindt.
Het symbool Aanraking AE (
P
) gaat knipperen en de belichting wordt
automatisch ingesteld, zodat het door u aangeraakte gebied correct
wordt belicht. U kunt de belichting desgewenst verder handmatig
bijstellen.
U kunt er ook voor kiezen om [
y
] aan te raken om de belichting
handmatig in te stellen zonder de functie Aanraking AE te gebruiken.
De regelaar voor de handmatige instelling verschijnt en de instelwaarde
staat op ±0.
•Raak [
y
] nogmaals aan als u wilt terugkeren naar automatische
belichting.
3 Sleep uw vinger omhoog en omlaag over de regelaar om de
belichting in te stellen.
Het instelbereik varieert al naargelang de aanvankelijke helderheid van
het beeld, en sommige waarden worden mogelijk gedimd getoond.
4Raak [a] aan om de belichting met de geselecteerde waarde te
vergrendelen.
Tijdens belichtingsvergrendeling worden e en de geselecteerde
belichtingswaarde op het scherm getoond.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [e Belichting]
Video 71
OPMERKINGEN
Als u tijdens belichtingsvergrendeling een ander opnameprogramma
kiest, keert de camcorder terug naar automatische belichting.
Bij het opnemen van onderwerpen met een sterke lichtbron op de
achtergrond wordt door de camcorder het tegenlicht gecorrigeerd. U
kunt de automatische tegenlichtcorrectie uitschakelen met de optie
7/8 8 [Autom. achtergr.verl.corr.].
Limiet automatische versterkingsregeling (AGC)
Bij het maken van opnamen in donkere omgevingen zal de camcorder de
versterking automatisch verhogen om een helderder beeld te krijgen. Het
gebruik van hogere versterkingswaarden kan echter resulteren in meer
videoruis. Door een maximale waarde in te stellen voor de versterking,
beperkt u de hoeveelheid ruis. Hoe kleiner de AGC-limiet, hoe donkerder
de opname zal zijn, maar wel met minder ruis.
* Raak [z Auto] aan om de limiet voor de automatische versterking te verwijderen.
De geselecteerde AGC-limiet verschijnt op het scherm.
Handmatige scherpstelling
Automatische scherpstelling werkt mogelijk niet goed bij de
onderwerpen hieronder. Stel in een dergelijk geval handmatig scherp.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [P AGC-limiet] 8 [y Handleiding]* 8 Sleep
uw vinger naar links en rechts over de schijf om de AGC-
limiet in te stellen 8 [a]
Reflecterende oppervlakken
Onderwerpen met weinig
contrast of zonder verticale
lijnen
Snel bewegende onderwerpen
Opnamen via natte ramen
Nachtscènes
Bedieningsstanden:
72 Video
WAAR U OP MOET LETTEN
Stel de zoom in voordat u de procedure start.
1 Open het scherm van de handmatige scherpstelling.
2 Raak een onderwerp aan dat zich binnen het X-kader bevindt.
Het symbool Aanraking AF (P) gaat knipperen en de
scherpstelafstand wordt automatisch ingesteld. U kunt desgewenst
verder handmatig scherp stellen.
U kunt in plaats hiervan [2] aanraken als u handmatig wilt scherp
stellen zonder de functie Aanraking AF te activeren.
De bedieningsknoppen voor handmatige scherpstelling en de
huidige scherpstelafstand verschijnen.
•Raak [2] nogmaals aan als u wilt terugkeren naar automatische
scherpstelling.
3Raak [l] of [W] aan en houd dit symbool ingedrukt om scherp te
stellen.
Het midden van het scherm wordt vergroot om u te helpen
gemakkelijker scherp te stellen. U kunt deze functie ook uitschakelen
met de optie 7 8 [Focushulp].
De getoonde scherpstelafstand verandert als u de scherpstelling
wijzigt. U kunt met 6 8 [Afstandseenheden] selecteren welke
afstandsmaat (meters of feet) u wilt gebruiken.
Als u wilt scherp stellen op verafgelegen onderwerpen zoals bergen
of vuurwerk, raak dan [l] aan en houd dit symbool ingedrukt totdat
de scherpstelafstand in V verandert.
4Raak [a] aan om voor de geselecteerde afstand de
scherpstelling te vergrendelen.
Tijdens handmatige scherpstelling wordt [MF] op het scherm getoond.
OPMERKINGEN
Als de optionele groothoekconverter of teleconverter aangesloten is,
dan zal de getoonde scherpstelafstand niet correct zijn.
[FUNC.] 8 [X Focus]
Video 73
Witbalans
De witbalansfunctie helpt u bij het nauwkeurig reproduceren van
kleuren onder verschillende lichtomstandigheden, zodat witte objecten
in uw opnamen altijd echt wit overkomen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan het opnameprogramma
van de Speciale Scènes.
*Als u [g Aangep.WB] selecteert, stel dan de handmatige witbalans in met de
volgende procedure voordat u [a] aanraakt.
De witbalans handmatig instellen
Richt de camcorder op een wit object, zoom in totdat het object het
gehele scherm vult en druk op [WB inst.].
Als de instelling voltooid is, stopt
g
met knipperen en verdwijnt dit symbool.
De camcorder onthoudt de handmatige witbalans ook als u de camcorder
uitschakelt.
Opties (
Standaardwaarde)
Bedieningsstanden:
[
Y
Auto]
De camcorder stemt de witbalans automatisch af op
natuurlijk lijkende kleuren.
[
a
Daglicht]
Voor het maken van buitenopnamen op een heldere dag.
[
b
Schaduw]
Voor het maken van opnamen op beschaduwde
plaatsen.
[
c
Bewolkt]
Voor het maken van opnamen op een bewolkte dag.
[
e
TL-licht]
Voor het maken van opnamen onder warmwitte of
koelwitte TL-verlichting, of TL-verlichting van het warmwitte type
(3 golflengten).
[
f
TL-licht H]
Voor het maken van opnamen onder daglicht-TL of TL-
buizen van het daglichttype (3 golflengten).
[
d
Lamplicht]
Voor het maken van opnamen onder wolfraam-
verlichting en TL-buizen van het wolfraamtype (3 golflengten).
[
g
Aangep.WB]
Gebruik deze handmatige stand om witte
onderwerpen onder een gekleurde verlichting wit uit te laten komen.
[FUNC.] 8 [m Witbalans] 8 Gewenste optie* 8 [a]
74 Video
OPMERKINGEN
Als u de witbalans handmatig instelt:
-Stel 7 8 [Dig. Zoom] in op [B Uit].
- Reset de witbalans als u van locatie wisselt of wanneer de verlichting
of andere omstandigheden veranderen.
- Afhankelijk van de lichtbron blijft g mogelijk knipperen. Het resultaat
zal echter nog steeds beter zijn dan met de optie [Y Auto].
De handmatig aangepaste witbalans levert betere resultaten op in de
volgende gevallen:
- Bij veranderende lichtomstandigheden
- Bij close-ups
- Bij onderwerpen met één kleur (lucht, zee of bos)
- Onder kwiklampen en bepaalde typen TL-verlichting
Afhankelijk van het type TL-licht kunt u met [e TL-licht] of [f TL-licht
H] wellicht geen optimale kleurbalans bereiken. Indien de kleuren
onnatuurlijk zijn, selecteer dan [Y Auto] of [g Aangep.WB].
Beeldeffecten
Voor het maken van speciale films en foto’s met speciale kleureffecten
kunt u gebruik maken van de beeldeffecten om de kleurverzadiging en
het contrast bij te stellen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan het opnameprogramma
van de Speciale Scènes.
*Als u [Z Aangepast effect] selecteert, stel dan met de volgende procedure
handmatig het effect in voordat u [a] aanraakt.
Het effect handmatig aanpassen
1Raak [U], [V] of [W] aan om het gewenste niveau van de optie
[Kleurverzadiging] in te stellen.
2Raak [y] of [A] aan om [Scherpte], [Contrast] en [Helderheid] te
selecteren en de niveaus hiervan op dezelfde wijze in te stellen.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 7/8 8 [Beeldeffecten] 8
Gewenste optie* 8 [a]
Video 75
Opties (
Standaardwaarde)
Minivideolamp
U kunt de minivideolamp gebruiken voor het opnemen van video of het
maken van foto’s op donkere plaatsen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [r Onderwater] of
[s Oppervlakte].
Op het scherm verschijnt Y.
Herhaal dit en selecteer [B Uit] als u de minivideolamp wilt
uitzetten.
[U Uit]
Voor het maken van opnamen zonder
beeldverbeterende effecten.
[V Levendig] Benadrukt het contrast en de kleurverzadiging.
[W Neutraal] Vermindert het contrast en de kleurverzadiging.
[X Lage verscherping] Maakt opnamen van onderwerpen met
zachte contouren.
[
Y
Zacht huideffect]
Verzacht de details van de huid om het
onderwerp een complimenteuzer uiterlijk te geven. Gebruik deze
instelling als u in close-up een persoon filmt; dan krijgt u het beste
effect. Houd er rekening mee dat gebieden die vergelijkbaar zijn met
de huidkleur, enigszins minder gedetailleerd zijn.
[Z Aangepast effect] Hiermee wijzigt u handmatig de kleurdiepte,
de helderheid, het contrast en de scherpte van het beeld.
[Kleurverzadiging]:
(V) Minder intens, (U) Rijker.
[Scherpte]:
(V) Zachter, (U) Scherper.
[Contrast]:
(V) Zachter, (U) Scherper.
[Helderheid]:
(V) Donkerder, (U) Helderder.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [Y Videolamp] 8 [A Aan] 8 [a]
76 Video
OPMERKINGEN
Het verdient aanbeveling om geen gebruik te maken van de
minivideolamp terwijl de optionele groothoekconverter of teleconverter
aangesloten is; de schaduw hiervan kan op het scherm verschijnen.
Gebruik van een externe videolamp
U kunt gebruik maken van de optionele videolamp VL-5 of
videoflitslamp VFL-2 als u een videolamp nodig hebt die sterker is dan
de interne minivideolamp.
Bevestig de optionele videolamp aan de geavanceerde mini
accessoireschoen.
Raadpleeg Gebruik van de geavanceerde mini accessoireschoen
(0 81).
verschijnt als u de optionele videolamp aanzet (ON of AUTO).
Raadpleeg de handleiding van optionele videolamp voor meer
informatie over het gebruik hiervan.
OPMERKINGEN
Als u een optionele videolamp op de geavanceerde mini
accessoireschoen aansluit, wordt de interne minivideolamp
uitgeschakeld. Als u dan gebruik wilt maken van de interne
minivideolamp, moet u de optionele videolamp uitschakelen.
Video 77
Zelfontspanner
Op het scherm verschijnt n.
Herhaal dit en kies [B Uit] als u de zelfontspanner wilt
uitschakelen.
Stand : Druk in de opnamepauzestand op g.
De camcorder begint na 10 seconden op te nemen*. Op het scherm ziet
u dat er wordt afgeteld.
Stand : Druk op j, eerst slechts halverwege om de
automatische scherpstelling te activeren en daarna volledig.
De camcorder begint na 10 seconden met het maken van de foto*.
Op het scherm ziet u dat er wordt afgeteld.
* 2 seconden wanneer u de afstandsbediening gebruikt.
OPMERKINGEN
Zodra het aftellen is begonnen, wordt de zelfontspanner stopgezet door
een van de volgende handelingen:
-Als u g indrukt (bij het opnemen van films) of j
volledig indrukt (bij het maken van foto’s).
- Als u de camcorder uitschakelt.
- Als u de bedieningsstand van de camcorder wijzigt.
- Als u de camcorder in de standby-stand zet.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Zelftimer] 8
[A Aan n] 8 [a]
78 Video
Audio-opnameniveau
U kunt het audio-opnameniveau instellen van de interne of een externe
microfoon. Tijdens het opnemen kunt u de audioniveau-indicator tonen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [r Onderwater] of
[s Oppervlakte].
Handmatige instelling van het audio-opnameniveau
1 Open het scherm waarin u het audio-opnameniveau handmatig
instelt.
Op het scherm verschijnen de audioniveau-indicator en het huidige
audio-opnameniveau.
•Raak [z Auto] aan als u wilt terugkeren naar automatische audio-
opnameniveaus.
2Raak [y] of [A ] aan en houd deze knop ingedrukt als u het
audio-opnameniveau wilt wijzigen.
Als richtlijn geldt: stel het audio-opnameniveau zo in dat de
audioniveaumeter alleen af en toe rechts van de aanduiding -12 dB
(geel gebied) komt.
3Raak [a] aan om het audio-opnameniveau te vergrendelen op
het huidige niveau.
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [c Niveau micro] 8 [y Handleiding]
Audioniveau-indicator
Instelbalk audioniveau
Handmatige instelling audioniveau
Huidig audioniveau
Video 79
De audioniveau-indicator tonen
De audioniveau-indicator wordt gewoonlijk alleen getoond nadat de
handmatige instelling van het audio-opnameniveau is geactiveerd. U
kunt ervoor kiezen de indicator ook te tonen als het audioniveau
automatisch wordt ingesteld.
OPMERKINGEN
Als de audioniveaumeter het rode punt (0 dB) bereikt, raakt het geluid
mogelijk vervormd.
Als het audioniveau te hoog is en het geluid vervormd raakt, activeer
dan de microfoondemper met de optie 7 8 [Microfoondemper].
Het verdient aanbeveling gebruik te maken van een hoofdtelefoon om
het geluidsniveau te controleren terwijl u het audio-opnameniveau instelt
of wanneer de microfoondemper geactiveerd is.
Gebruik van een hoofdtelefoon
Gebruik een hoofdtelefoon tijdens het afspelen of als u tijdens het
maken van opnamen het niveau van het geluid wilt controleren. De
hoofdtelefoon wordt aangesloten op het AV OUT/X-aansluitpunt, dat
wordt gebruikt voor zowel de hoofdtelefoon als de audio/video-uitvoer.
Voordat u de hoofdtelefoon aansluit, moet u de procedure hieronder
volgen om het aansluitpunt te wijzigen van AV-uitvoer in X-uitvoer
(hoofdtelefoon).
* U kunt een hoofdtelefoon ook gebruiken in de stand , maar de functie van
het aansluitpunt kan in deze stand niet worden gewijzigd. Kies een van de andere
bedieningsstanden om de functie eerst te wijzigen.
[FUNC.] 8 [c Niveau micro] 8 [z Auto] 8 [Audioniveau]
8 [a]
Bedieningsstanden:
*
80 Video
* Alleen als u de procedure uitvoert in de stand .
Op het scherm verschijnt J.
Het volume wijzigen tijdens het afspelen
Stel in de stand , en in de stand tijdens het afspelen van een
diashow, het volume van de hoofdtelefoon op dezelfde wijze in als u
het luidsprekervolume instelt (0 48).
BELANGRIJK
Bij gebruik van een hoofdtelefoon moet u het volume tot een
aanvaardbaar niveau terugbrengen.
Sluit de hoofdtelefoon niet aan op het AV OUT/X-aansluitpunt als het
pictogram J niet op het scherm wordt getoond. De ruisuitvoer in een
dergelijk geval kan schadelijk voor uw gehoor zijn.
OPMERKINGEN
Gebruik in de handel verkrijgbare hoofdtelefoons met een mini-jack van
3,5 mm en een kabel die niet langer is dan 3 meter.
Zelfs als [AV/Koptelef.] tijdens een afspeelstand werd ingesteld op
[J Koptelefoon], keert de functie van het AV OUT/X-aansluitpunt
automatisch terug naar AV-uitvoer als u de camcorder uitschakelt.
[FUNC.]*
8
[MENU]
8
6
8
[AV/Koptelef.]
8
[Koptelefoon]
8
Om het menu te sluiten:
8
[
a
]
Om te vervolgen met het instellen van het volume:
8
[
f
]
8
[Volume]
8
Sleep uw vinger naar links en rechts
over de volumebalk om het volume te wijzigen
8
[
a
]
Video 81
Gebruik van de geavanceerde mini accessoireschoen
Met gebruik van de geavanceerde mini accessoireschoen kunt u de
camcorder aansluiten op een reeks optionele accessoires om de
functionaliteit van de camcorder uit te breiden. Raadpleeg Accessoires
(0 181) voor bijzonderheden over welke accessoires optioneel
verkrijgbaar zijn voor gebruik met uw camcorder. Raadpleeg ook de
handleiding van de gebruikte accessoires voor bijzonderheden over
hoe u accessoires moet aansluiten en gebruiken.
1 Trek de afdekking van de
geavanceerde mini
accessoireschoen in de richting
van de pijl.
2 Bevestig het optionele accessoire
op de geavanceerde mini
accessoireschoen.
Op het scherm verschijnt als u
op de geavanceerde mini
accessoireschoen een compatibel
accessoire hebt aangesloten.
OPMERKINGEN
U kunt op deze camcorder geen gebruik maken van
accessoires die zijn ontworpen voor de geavanceerde
accessoireschoen (Advanced Accessory Shoe). Gebruik
videoaccessoires die voorzien zijn van het hier getoonde
logo zodat u zeker weet dat de accessoires compatibel
zijn met de geavanceerde mini accessoireschoen
(Mini Advanced Shoe).
Gebruik van een externe microfoon
Bij het maken van opnamen in een zeer rustige omgeving kan het
voorkomen dat de interne microfoon het geluid van het interne
mechanisme van de camcorder mee opneemt. In een dergelijk geval
raden wij u aan gebruik te maken van een externe microfoon.
Voorbeeld: Aansluiten van een optionele
stereorichtingsmicrofoon DM-100.
82 Video
Gebruik van de surroundmicrofoon SM-V1 of stereorichtingsmicrofoon
DM-100
Met de SM-V1 kunt u een gevoel van diepte en aanwezigheid aan uw
opnamen toevoegen met 5.1-kanaals surroundgeluid. Met de DM-100
kunt u nauwkeurig audio opnemen die rechtstreeks afkomstig is uit de
richting waarin u opneemt.
Sluit de optionele surroundmicrofoon SM-V1 of
stereorichtingsmicrofoon DM-100 aan op de geavanceerde mini
accessoireschoen.
Raadpleeg Gebruik van de
geavanceerde mini accessoireschoen
(0 81).
verschijnt. Raadpleeg de
handleiding van het gebruikte
accessoire voor bijzonderheden over het
gebruik van de optionele externe
microfoon.
OPMERKINGEN
Als u gebruik maakt van de optionele surroundmicrofoon SM-V1, wijzig
dan de richtingsstand van de microfoon met de optie 7 8
[Richtingsgev. microfoon].
Opnamen afspelen met de optionele surroundmicrofoon SM-V1: U kunt
genieten van de weergave van 5.1-kanaals surroundgeluid op HDTV’s
die compatibel zijn met 5.1-kanaals surroundsound en aangesloten zijn
op de camcorder met een HDMI-kabel. Audio-uitvoer vanuit het AV
OUT/X-aansluitpunt (waaronder hoofdtelefoonuitvoer) wordt
geconverteerd naar 2-kanaals stereo. De ingebouwde luidspreker van
de camcorder is in mono.
Als u op de camcorder een externe microfoon aansluit, dan wordt
7 8 [Windscherm] automatisch ingesteld op [B Uit Z].
Als het audioniveau te hoog is en het geluid vervormd raakt, stel het
audio-opnameniveau dan handmatig in (
0 78) of activeer de
microfoondemper met de optie 7 8 [Microfoondemper].
Bedieningsstanden:
Video 83
Gebruik van een zoomafstandsbediening
Door de optionele afstandsbedieningsadapter RA-V1 aan te sluiten op
de geavanceerde mini accessoireschoen, kunt u gebruik maken van de
optionele zoomafstandsbediening ZR-2000 of ZR-1000. Hiermee kunt
u, zonder de camcorder aan te raken, bepaalde functies gebruiken
terwijl u het beeld bekijkt op een externe monitor. Dit is vooral handig
als de camcorder op een statief staat en u voor een opname een
maximale stabiliteit wilt.
Bevestig de optionele afstandsbedieningsadapter RA-V1 op de
geavanceerde mini accessoireschoen.
Raadpleeg Gebruik van de geavanceerde mini accessoireschoen (0 81).
verschijnt. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de RA-V1 voor
bijzonderheden over het gebruik van de adapter. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van de ZR-2000 of ZR-1000 voor bijzonderheden over
het gebruik van de zoomafstandsbediening.
OPMERKINGEN
In de stand zijn alleen de volgende functies beschikbaar: stroom
in/uitschakelen, starten/stoppen met opnemen, en zoomen.
Bedieningsstanden:
Functies die beschikbaar zijn met de zoomafstandsbediening
Bij gebruik van de ZR-2000 of ZR-1000: stroom in/uitschakelen,
starten/stoppen met opnemen, zoomen, scherpstelling en weergave
van schermgegevens op een externe monitor.
Alleen bij gebruik van de ZR-2000: afwisselend kiezen tussen
automatische scherpstelling en handmatige scherpstelling, Push AF*
en scherpstelhulp (knop MAGNIFYING).
* Met de Push AF-functie kunt u tijdens handmatige scherpstelling tijdelijk
overgaan op automatische scherpstelling.
84 Video
Het punt selecteren waar met afspelen moet worden begonnen
Als u een zeer lange scène hebt, wilt u de scène wellicht vanaf een
bepaald punt afspelen. U kunt de filmtijdlijn gebruiken om de scène
met een vast tijdinterval van 6 seconden tot 6 minuten in segmenten
op te splitsen. Als u films hebt opgenomen met een geactiveerde
gezichtsdetectiefunctie (0 63), kunt u de scène tonen in segmenten
op basis van elke keer dat de camcorder een verandering in het
hoofdonderwerp van de scène registreerde.
1 Open het indexscherm [Origineel] of [Playlist].
2 Open het scherm [Tijdslijn] van de scène.
Het scherm [Tijdslijn] verschijnt. Op de grote miniatuur ziet u het eerste
beeldje van de scène. Daaronder toont de tijdlijnverdeling beeldjes die
met een vast interval uit de scène zijn genomen.
3 Raak in de tijdlijnverdeling het gewenste beeldje aan vanwaar u
met het afspelen van de scène wilt beginnen.
Bedieningsstanden:
[c] 8 de gewenste scène
Video 85
Het interval tussen beeldjes wijzigen
Wijzigingen in het hoofdonderwerp van de scène tonen
De tijdlijnverdeling toont beeldjes die uit de scène zijn genomen op
momenten dat het door de camcorder gedetecteerde onderwerp
een wijziging onderging.
OPMERKINGEN
Voor één enkele scène worden in het scherm [Tijdslijn] tot 100
wijzigingen van het hoofdonderwerp getoond als u [o Gez.] hebt
geselecteerd.
A Raak deze knop tweemaal aan om terug te gaan naar het
indexscherm.
B Vorige/volgende scène.
C Sleep uw vinger naar links over de tijdlijnverdeling als u
de volgende 5 beeldjes wilt oproepen.
D Huidige scène / Totaal aantal scènes.
E Opnamemodus en lengte van de scène.
F Opnamedatum en tijd.
G Sleep uw vinger naar rechts over de tijdlijnverdeling als u
de vorige 5 beeldjes wilt oproepen.
H Momenteel geselecteerd interval tussen beeldjes
(of [o Gez.]).
[6 sec] 8 Gewenst interval 8 [f]
[6 sec] 8 [o Gez.] 8 [f]
86 Video
Afspelen van scènes in combinatie met achtergrondmuziek
U kunt Video Snapshot-opnamen, scènes in de afspeellijst en
fotodiashows afspelen in combinatie met achtergrondmuziek (in plaats
van het originele geluid) met gebruik van één van de bijgeleverde
muzieknummers.
Gebruik van de bijgeleverde muzieknummers als achtergrondmuziek
De bijgeleverde supplementaire schijf bevat 3 muzieknummers die u
kunt gebruiken als achtergrondmuziek. b: De muziekbestanden
zijn voorgeïnstalleerd in het interne geheugen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Als u vanaf een geheugenkaart scènes of een fotodiashow wilt afspelen,
dan moet u eerst de muzieknummers kopiëren naar de geheugenkaart
terwijl deze aangesloten is op een computer.
Gebruikers van Windows: Raadpleeg ‘ImageMixer 3 SE
Softwarehandleiding’ (PDF-bestand) voor bijzonderheden. Gebruikers
van Mac OS: Gebruik Finder om muziekbestanden te kopiëren vanuit
de map [MUSIC] op de bijgeleverde supplementaire schijf. Raadpleeg
Over de muziekbestanden (0 190) voor informatie over de
mappenstructuur van de geheugenkaart.
1 Open het indexscherm [Playlist], [Videofoto] [Origineel]/
[Playlist] of [Foto’s].
2 Open het selectiescherm van de muzieknummers.
* Raak [B Uit] aan om de scènes af te spelen met het opgenomen originele
geluid of om de fotodiashow af te spelen zonder muziek.
Bedieningsstanden:
[MENU]
8
y
/
z
8
[Muziekkeuze]
8
[
A
Aan]
8
[Z] of [O] om het gewenste muzieknummer te
selecteren* 8 [a]
Video 87
3 Raak - terug in het indexscherm - een scène aan die u wilt
afspelen in combinatie met het geselecteerde muzieknummer.
Raak in de stand een foto aan om naar de schermweergave van
één foto te gaan en ga verder met de procedure voor de diashow
(0 108).
Een muzieknummer verwijderen
Raak [Z] of [O] aan in het selectiescherm van de muzieknummers om
het muzieknummer te selecteren dat u wilt verwijderen.
BELANGRIJK
Als u in uw videocreaties gebruik maakt van liedjes en muzieknummers
waarop auteursrechten rusten, houd er dan rekening mee dat u geen
gebruik mag maken van muziek waarop auteursrechten rusten als u
daarvoor geen toestemming van de houder van de auteursrechten hebt
gekregen, behalve in gevallen die zijn toegestaan krachtens de
geldende wetten, zoals persoonlijk gebruik. Zorg ervoor dat u de
toepasselijke wetten in acht neemt als u gebruik maakt van
muziekbestanden.
A Het gewenste muzieknummer selecteren.
B Het originele geluid afspelen (geen achtergrondmuziek).
C Het geselecteerde muzieknummer verwijderen.
D Het geselecteerde muzieknummer beluisteren. Raak (B)
nogmaals aan als u wilt stoppen met afspelen.
[d] 8 [Ja]
88 Video
OPMERKINGEN
U kunt ook aan de afspeellijst alleen de Video Snapshot-opnamen
toevoegen die u wilt bekijken en de afspeelvolgorde hiervan bepalen.
Initialisatie van een geheugenkaart heeft tot gevolg dat alle
muziekbestanden die u vanaf de bijgeleverde supplementaire schijf
mogelijk naar de geheugenkaart hebt gekopieerd, permanent worden
verwijderd. (b De muziekbestanden die voorgeïnstalleerd zijn in het
interne geheugen, worden hersteld als het interne geheugen wordt
geïnitialiseerd.)
- Gebruikers van Windows: Gebruik de bijgeleverde software
ImageMixer 3 SE om muziekbestanden te kopiëren vanaf de
bijgeleverde supplementaire schijf naar een geheugenkaart die
aangesloten is op de computer. Raadpleeg ‘ImageMixer 3 SE
Softwarehandleiding’ (PDF-bestand) voor bijzonderheden.
- Gebruikers van Mac OS: Gebruik Finder om muziekbestanden te
kopiëren vanaf de map [MUSIC] op de bijgeleverde supplementaire
schijf naar een geheugenkaart die aangesloten is op de computer.
Raadpleeg Over de muziekbestanden (0 190) voor informatie over
de mappenstructuur van de geheugenkaart.
Kopieer muziekbestanden vanaf de bijgeleverde supplementaire schijf
naar de op de computer aangesloten geheugenkaart die de opnamen
bevat die u wilt afspelen in combinatie met achtergrondmuziek.
Video 89
Schermgegevens en datacodering
U kunt de meeste schermgegevens in- of uitschakelen.
Door herhaaldelijk op h te drukken, worden de gegevens als
volgt op het scherm getoond:
Stand , :
Alle gegevens worden getoond
De meeste schermgegevens worden
niet getoond
1
1
Door op h te drukken, worden de meeste pictogrammen en schermgegevens
die automatisch verschijnen, niet getoond, maar de schermgegevens die
handmatig werden opgeroepen (bijvoorbeeld schermmarkeringen of de
audioniveaumeter) worden wel getoond.
2
Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
Bedieningsstanden:
Stand
2
:
Alle gegevens worden getoond
Alleen de datacodering wordt
getoond
Er worden geen gegevens
getoond
Stand
2
:
Alle gegevens worden getoond
Alleen de opnamedatum en tijd
worden getoond
Er worden geen gegevens
getoond
Over de datacodering
Met elke gemaakte scène of foto houdt de camcorder een
datacodering bij (datum/tijd van opname, informatie over de camera-
instelling, etc.). In de stand wordt deze informatie getoond binnen
het Exif-informatiepaneel terwijl de afspeelregelaars op het scherm
worden getoond; in de stand kunt u met de optie y 8
[Datumcode] selecteren welke informatie u wilt tonen.
90 Video
Bewerkingen in de afspeellijst en van scènes
De afspeellijst bewerken: Toevoegen, verwijderen, verplaatsen en
afspelen
U kunt een afspeellijst maken van alleen dié scènes waaraan u de
voorkeur geeft en hierbij de scènes rangschikken in de door u
gewenste volgorde. U kunt de scènes in de afspeellijst afspelen in
combinatie met één van de bijgeleverde muzieknummers als
achtergrondmuziek (0 86).
Scènes toevoegen aan de afspeellijst.
1 Open het indexscherm [Origineel] of [Videofoto] [Origineel].
Als u aan de afspeellijst alle scènes wilt toevoegen die u op een specifieke
datum hebt opgenomen, beperk dan de getoonde scènes tot dié scènes
die u op de betreffende datum hebt opgenomen (
0
52).
2Raak [a] aan om het scèneselectiescherm te openen.
3 Raak de individuele scènes aan die u wilt toevoegen aan de
afspeellijst.
Op de geselecteerde scènes verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde scène opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
Als u alle scènes tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren]
aan in plaats van individuele scènes aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij scènes die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
4 Voeg de scènes toe aan de afspeellijst.
b Scènes worden toegevoegd aan de afspeellijst van hetzelfde
geheugen waarin de scènes zijn opgenomen.
OPMERKINGEN
Verwijdering of verplaatsing van scènes in de afspeellijst heeft geen invloed
op de originele opnamen.
Scènes die werden bewerkt met gebruik van de bijgeleverde software
ImageMixer 3 SE
en vervolgens werden teruggeschreven naar een
geheugenkaart die aangesloten was op de computer, kunt u niet toevoegen
aan de afspeellijst.
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Aan playlist toevoegen] 8 [Ja] 8 [OK]
Video 91
b U kunt scènes kopiëren vanuit het interne geheugen naar de
geheugenkaart (0 121) als u aan de afspeellijst van de geheugenkaart
ook scènes wilt toevoegen die oorspronkelijk waren opgenomen in het
interne geheugen.
Scènes verwijderen uit de afspeellijst
Verwijdering van scènes uit de afspeellijst heeft geen invloed op uw
originele opnamen.
1 Open het indexscherm van de [Playlist].
U kunt [b] 8 [Videofoto] 8 [Playlist] aanraken om de afspeellijst
van Video Snapshot-opnamen te openen.
2 Als u één enkele scène wilt verwijderen, raak dan [c] aan en raak
de scène aan die u wilt verwijderen.
Het scherm [Tijdslijn] verschijnt.
Deze stap is niet nodig om de gehele afspeellijst te verwijderen.
3 Verwijder de scènes uit de afspeellijst.
* Als u ervoor hebt gekozen om alle scènes uit de afspeellijst te verwijderen, raak
dan [Stop] aan als u de bewerking wilt stopzetten terwijl deze wordt uitgevoerd.
Sommige scènes zullen desondanks worden verwijderd.
Scènes verplaatsen in de afspeellijst
Verplaats de scènes in de afspeellijst om deze af te spelen in de door u
gewenste volgorde.
1 Open het indexscherm van de [Playlist].
U kunt [b] 8 [Videofoto] 8 [Playlist] aanraken om de afspeellijst
van Video Snapshot-opnamen te openen.
2 Raak [c] aan en raak de scène aan die u wilt verplaatsen.
Het scherm [Tijdslijn] verschijnt.
3 Verplaats de scène.
[Bew.] 8 [Verwijderen] 8 [Ja]* 8 [OK]
[Bew.]
8
[Verplaatsen]
8
Raak een leeg vak op het scherm
aan om de gewenste positie te selecteren
8
[OK]
8
[Ja]
92 Video
Foto’s en Video Snapshot-opnamen maken van filmscènes
Van een bestaande filmscène kunt u Video Snapshot-opnamen,
individuele foto’s of een reeks foto’s maken. Het kan bijvoorbeeld zijn
dat u foto’s wilt afdrukken van video die is opgenomen op een feestje
of dat u een kleine videoclip wilt maken door gebruik te maken van
Video Snapshot-opnamen van de hoogtepunten van een gebeurtenis.
Een Video Snapshot-opname maken
1 Open het indexscherm dat de filmscène bevat waarvan u de
Video Snapshot-opname wilt maken.
2 Speel de betreffende scène af.
3Druk op
g om de Video Snapshot-opname te maken.
De camcorder maakt gedurende circa 4 seconden de Video Snapshot-
opname (het blauwe kader geeft visueel de voortgang weer) en gaat
daarna over op de afspeelpauzestand. U kunt de lengte van Video
Snapshot-opnamen die u maakt, wijzigen met de optie 8 8
[Lengte videosnapshot].
4Raak [B] aan om terug te keren naar het indexscherm.
A Bestemmingspictogram.
B Verplaats de scène naar de positie die wordt aangegeven
door het bestemmingspictogram.
C Raak een leeg vak aan om dit als de bestemming te
selecteren.
D De scène die is geselecteerd om te worden verplaatst.
E Oorspronkelijke positie van de scène en de momenteel
geselecteerde bestemming.
Bedieningsstanden:
Video 93
OPMERKINGEN
U kunt alleen een Video Snapshot-opname maken tijdens het afspelen van
de filmscène; in de afspeelpauzestand kunt u geen Video Snapshot-opname
maken.
b
De gemaakte Video Snapshot-opname wordt opgeslagen in hetzelfde
geheugen dat de oorspronkelijke filmscène bevat.
U kunt geen Video Snapshot-opnamen maken als u de volgende soorten
scènes afspeelt.
- Scènes die korter zijn dan 1 seconde
- Scènes die werden bewerkt met de bijgeleverde software
ImageMixer
3 SE
en vervolgens werden teruggeschreven naar een geheugenkaart die
aangesloten was op de computer.
Als de filmscène zelf een Video Snapshot-opname is, kunt u wellicht geen
Video Snapshot-opname maken. Dit hangt af van de lengte van de
betreffende filmscène en de lengte die momenteel is geselecteerd voor Video
Snapshot-opnamen.
Als u begint met het maken van een Video Snapshot-opname die minder dan
1 seconde is verwijderd vanaf het eind van de filmscène, dan wordt de Video
Snapshot-opname gemaakt vanaf het begin van de volgende filmscène.
Tijdens het afspelen van Video Snapshot-opnamen die zijn gemaakt van een
eerder opgenomen film, kan het voorkomen dat u in het beeld en geluid
abnormaliteiten waarneemt bij het punt waar tijdens het afspelen wordt
overgegaan op een nieuwe filmscène.
Foto’s maken van een filmscène
U kunt van een filmscène één enkele foto of een reeks foto’s maken. De
grootte van de gemaakte foto’s is [
H
1920x1080] en kan niet worden
gewijzigd, maar u kunt wel de fotokwaliteit selecteren.
Lees de paragraaf BELANGRIJK (
0
94) voordat u een Eye-Fi-kaart gebruikt.
De instellingen selecteren voor het maken van foto’s van filmscènes
* Het getoonde getal geeft bij benadering aan hoeveel foto’s kunnen worden
gemaakt bij de huidige instelling van de kwaliteit.
Bedieningsstanden:
[MENU] 8 8 8 [Vastleggen foto’s va. video] 8
[A Enkele foto] of [B Cont. knippen] 8 [f]
Ga verder met hetzelfde menu:
[Beeldkwaliteit] 8 Gewenste fotokwaliteit* 8 [a]
94 Video
Foto’s maken van een filmscène
1 Speel de scène af waarvan u de foto wilt maken.
2 Las een pauze in bij het punt waar u de foto wilt maken.
3Druk j volledig in.
Als u van een filmscène een reeks foto’s wilt maken, houd dan j
ingedrukt. De filmscène wordt afgespeeld op basis van beeldjes en van
elk beeldje wordt een afzonderlijke foto gemaakt.
4Raak [B] aan om terug te keren naar het indexscherm.
BELANGRIJK
Als u van een filmscène foto’s maakt op een Eye-Fi-kaart, worden de
foto’s automatisch geüpload als u binnen bereik bent van een
geconfigureerd netwerk. Controleer altijd of Eye-Fi-kaarten
goedgekeurd zijn in het land of de regio waar u de kaart gebruikt.
Raadpleeg ook Gebruik van een Eye-Fi-kaart (0 134).
OPMERKINGEN
De datacodering van de foto’s reflecteert de datum en tijd van de
opname van de originele scène.
Foto’s die worden gemaakt van een scène met veel beweging, kunnen
wazig zijn.
b Foto’s worden gemaakt in hetzelfde geheugen dat is
geselecteerd voor het maken van foto’s.
•[B Cont. knippen]:
- Per keer kunnen maximaal 100 foto’s worden gemaakt.
- Het maken van de reeks foto’s wordt stopgezet als het eind van de
- scène wordt bereikt (tijdens het afspelen wordt gepauzeerd bij het
begin van de volgende scène).
- Foto’s worden gemaakt met een interval van 1/25 seconde.
Scènes splitsen
U kunt scènes splitsen (alleen originele scènes) om de beste delen te
bewaren en later de rest weg te snijden.
1 Open het indexscherm [Origineel].
Bedieningsstanden:
Video 95
2 Selecteer de scène die u wilt splitsen en raak de scène aan om
deze af te spelen.
3 Pauzeer op het punt waar u de scène wilt splitsen.
4 Open het splitsingsscherm.
5 Breng de scène desgewenst naar een precies punt.
Tijdens afspeelpauze: Raak [A] aan om de scène af te spelen. Raak
[F] of [E] aan om een beeldje achteruit/vooruit te gaan.
Tijdens het afspelen: Raak [C] aan als u tijdens het afspelen een
pauze wilt inlassen. Raak [J] of [I] aan voor versneld
achteruit/vooruit afspelen.
6 Splits de scène.
De video-opname vanaf het splitsingspunt tot het eind van de scène
verschijnt als een nieuwe scène in het indexscherm.
OPMERKINGEN
Als u tijdens het splitsen van scènes beeldje voor beeldje vooruit- of
achteruitgaat, dan is de interval tussen beeldjes circa 0,5 seconde.
Indien de scène niet kan worden gesplitst op het punt waar u tijdens het
afspelen een pauze hebt ingelast, ga dan een beeldje vooruit/achteruit
en splits vervolgens de scène.
Tijdens het afspelen van een gesplitste scène kan het gebeuren dat op
het punt waar de scène werd gesplitst onregelmatigheden in het beeld/
geluid voorkomen.
De volgende scènes kunnen niet worden gesplitst:
- Video Snapshot-opnamen en andere scènes die te kort zijn (minder
dan 3 seconden).
- Scènes die werden bewerkt met de bijgeleverde software
ImageMixer 3 SE en vervolgens werden teruggeschreven naar een
geheugenkaart die aangesloten was op de computer.
Scènes kunnen niet worden gesplitst binnen 1 seconde vanaf het begin
of vanaf het eind van de scène.
[Bew.] 8 [Splitsen]
[A Splitsen] 8 [Ja]
96 Foto’s
Foto’s
Raadpleeg dit hoofdstuk voor bijzonderheden over het maken
van foto’s (geavanceerde opnamefuncties), het bekijken van
foto’s en het afdrukken van foto’s. Raadpleeg Dual Shot-stand
(0 39) voor bijzonderheden over elementaire functies die u
gebruikt voor het maken van foto’s.
Elementaire weergavefuncties
Foto’s bekijken
1Druk op S.
2 Open het indexscherm [Foto’s] als dit niet wordt getoond.
3 Zoek de foto die u wilt weergeven.
Verplaats de zoomregelaar naar Q als u 15 foto’s per pagina wilt
tonen; verplaats de zoomregelaar naar P als u 6 foto’s per pagina wilt
tonen.
Bedieningsstanden:
[b] 8 [Foto’s]
Foto’s 97
4 Raak de foto aan die u wilt bekijken.
De foto wordt weergegeven in de schermweergave van één foto.
Sleep uw vinger naar links/rechts om één voor één door de foto’s te
bladeren.
Vanuit de schermweergave van één foto terugkeren naar het
indexscherm
1 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
2 Raak [Q] aan.
Foto’s doorlopen
Als u een groot aantal foto’s hebt gemaakt, kunt u met de scrollbalk
heel gemakkelijk de foto’s doorlopen.
1 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
2 Doorloop de foto’s met behulp van de scrollbalk.
A
Geheugen dat wordt gelezen.
B
Indexscherm dat momenteel wordt getoond.
C
Sleep uw vinger naar links om naar de volgende indexpagina
te gaan.
D
Sleep uw vinger naar rechts om naar de vorige indexpagina
te gaan.
E
Selecteer een ander indexscherm als u andere inhoud of uit
een ander geheugen (alleen
b
) wilt lezen (
0
49).
[g] 8 Sleep uw vinger naar links en rechts over de
scrollbalk 8 [f]
98 Foto’s
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Zelfs als u foto’s van het hieronder genoemde type kopieert naar een
geheugenkaart die aangesloten is op de computer, worden deze
mogelijk niet correct op de camcorder weergegeven.
- Foto’s die niet met deze camcorder zijn gemaakt.
- Foto’s die zijn bewerkt op een computer.
- Foto’s waarvan de bestandsnamen zijn gewijzigd.
Foto’s verwijderen
Foto’s die u niet wilt behouden, kunt u verwijderen.
Eén enkele foto verwijderen
1 Selecteer in de schermweergave van één foto de foto die u wilt
verwijderen.
2 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
3 Verwijder de foto.
4 Sleep uw vinger naar links/rechts om een andere foto te
selecteren die u wilt verwijderen of raak [a] aan.
Foto’s verwijderen in het indexscherm
1 Open het indexscherm [Foto’s].
2Raak [a] aan om het fotoselectiescherm te openen.
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Verwijderen] 8 [d Doorgaan] 8 [Ja]
[b] 8 [Foto’s]
Foto’s 99
3 Raak de individuele foto’s aan die u wilt verwijderen.
Op de geselecteerde foto’s verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde foto opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
Als u alle foto’s tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren] aan
in plaats van individuele foto’s aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij foto’s die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
4 Verwijder de foto’s.
* Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd. Sommige foto’s zullen desondanks worden verwijderd.
BELANGRIJK
Wees voorzichtig bij het verwijderen van foto’s. Verwijderde foto’s bent u
voorgoed kwijt.
Beveiligde foto’s kunt u niet verwijderen.
[Bew.] 8 [Verwijderen] 8 [Ja]* 8 [OK]
100 Foto’s
Overige functies
Foto’s maken in de handmatige stand y
1 Zet de keuzeschakelaar op y.
2 Zet de camcorder aan.
b Standaard worden foto’s
gemaakt in het interne geheugen.
U kunt het geheugen selecteren
dat wordt gebruikt om foto’s in te
maken (0 35).
Lees het de paragraaf
BELANGRIJK voordat u een Eye-
Fi-kaart gebruikt.
3Raak [3] aan om de stand
te kiezen.
4Druk
j half in.
Zodra scherp is gesteld, gaat h branden in een groene kleur en
verschijnen er één of meer AF-kaders.
5Druk
j volledig in.
De ACCESS-indicator zal tijdens het maken van de foto knipperen.
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Als u foto’s maakt op een Eye-Fi-kaart, worden de foto’s automatisch
geüpload als u binnen bereik bent van een geconfigureerd netwerk.
Controleer altijd of Eye-Fi-kaarten goedgekeurd zijn in het land of de
regio waar u de kaart gebruikt. Raadpleeg ook Gebruik van een Eye-Fi-
kaart (0 134).
Bedieningsstanden:
Foto’s 101
OPMERKINGEN
Als het onderwerp niet geschikt is voor automatische scherpstelling,
dan wordt h geel. Stel dan handmatig scherp (0 71).
Als het onderwerp te helder is, gaat [Overbelicht] op het scherm
knipperen. Gebruik in dat geval het optionele FS-H37U ND-filter.
Een foto verwijderen direct nadat deze is gemaakt
U kunt de foto eventueel verwijderen binnen de tijdsduur die is
ingesteld met de optie 8 8 [Bekijken].
Terwijl u de foto bekijkt onmiddellijk nadat u deze hebt gemaakt:
OPMERKINGEN
Als u tijdens het bekijken van de foto binnen de ingestelde tijdsduur op
h drukt, blijft de foto weergegeven en verdwijnt deze niet. Druk
j half in als u wilt terugkeren naar de normale opnamestand.
De grootte en kwaliteit van foto’s selecteren
Foto’s worden opgeslagen als JPG-bestanden. Als vuistregel geldt:
selecteer een grotere fotogrootte voor een hogere kwaliteit. Selecteer
de grootte [K 2304x1296] voor foto’s met een hoogte/
breedteverhouding van 16:9.
* Het getal in de rechterhoek geeft bij benadering aan hoeveel foto’s kunnen worden
gemaakt bij de huidige instelling van de kwaliteit en grootte.
Bedieningsstanden:
[d] 8 [Ja]
Bedieningsstanden:
[FUNC.]
8
[MENU]
8
8
8
[Fotokwaliteit/grootte]
8
Gewenste fotokwaliteit* (bovenste rij)
8
Gewenste fotogrootte* (onderste rij)
8
[
a
]
102 Foto’s
Opties
Geheugenkaarten met een grote capaciteit, zoals kaarten die gewoonlijk
worden gebruikt voor het maken van video-opnamen, kunnen een groot
aantal foto’s bevatten. In de tabel hieronder staat aangegeven hoeveel
foto’s u kunt maken met een geheugenkaart van 1 GB.
OPMERKINGEN
Het hangt van het onderwerp en de opnameomstandigheden af hoeveel foto’s
in totaal kunnen worden gemaakt.
De camcorder onthoudt de laatst gebruikte instelling, zelfs wanneer u de
camcorder in de stand zet.
Gebruik bij het afdrukken van foto’s de richtlijnen hieronder voor het bepalen
van de afdrukgrootte.
-
L
2100x1575: Voor het afdrukken van foto’s tot A4-formaat (21 x 29,7 cm).
-
M
1600x1200: Voor het afdrukken van foto’s tot L-formaat (9 x 13 cm) of
ansichtkaartformaat (10 x 14,8 cm).
-
N
640x480: Voor het verzenden van foto’s als e-mailbijlagen of publicatie op
het web.
-
K
2304x1296,
H
1920x1080,
S
848x480: Voor het afdrukken van
foto’s met een hoogte/breedteverhouding van 16:9. (Hiervoor is fotopapier
van breed formaat vereist.)
Het aantal foto’s dat bij benadering op een geheugenkaart van
1 GB past
Standaardwaarde
1
Deze grootte is alleen beschikbaar als u foto’s wilt maken van een filmscène
(
0 92).
2
Deze grootte is alleen beschikbaar voor het gelijktijdig maken van opnamen in
de stand of .
3
Bij benadering het aantal foto’s dat feitelijk op de geheugenkaart kan worden
gemaakt. (Op het scherm kan geen hoger getal dan 9999 worden getoond om het
aantal resterende foto’s aan te duiden.)
Geheugenkaart Fotokwaliteit
Fotogrootte E [Superfijn] F
[Fijn] G [Normaal]
L 2100x1575
420 630 1.265
K 2304x1296 465 700 1.390
M 1600x1200 720 1.075 2.115
H 1920x1080
1
670 1.000 1.970
N 640x480 4.395 6.350 11.430
3
S 848x480
2
3.360 4.760 9.525
Foto’s 103
Flitser
U kunt de flitser gebruiken om op donkere plaatsen foto’s te maken.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [M Vuurwerk],
[r Onderwater] of [s Oppervlakte].
1 Selecteer de flitsstand.
Het pictogram van de geselecteerde flitsstand wordt weergegeven.
U verdwijnt na 4 seconden.
2Druk
j eerst half in om de automatische scherpstelling te
activeren en daarna helemaal in om de foto te maken.
Afhankelijk van de geselecteerde instelling en de
opnameomstandigheden zal de flitser afgaan.
Opties (
Standaardwaarde)
Gebruik van de videoflitslamp VFL-2
U kunt gebruik maken van de optionele videoflitslamp VFL-2 om deze
te gebruiken als externe flitser indien de POWER-schakelaar hiervan
op n ON staat. De procedure voor het instellen van de externe flitser
is dezelfde als voor de interne flitser.
Bevestig de optionele videoflitslamp VFL-2 op de geavanceerde mini
accessoireschoen.
Raadpleeg Gebruik van de geavanceerde mini accessoireschoen
(
0 81).
Bedieningsstanden:
[U Auto]
Afhankelijk van de helderheid van het onderwerp gaat
de flitser automatisch af.
[V Rode ogen red.] Afhankelijk van de helderheid van het
onderwerp gaat de flitser automatisch af. De hulplamp gaat
branden om het rode-ogen-effect te reduceren.
[S Flitser Aan] De flitser gaat altijd af.
[W Flitser Uit] De flitser gaat niet af.
[FUNC.] 8 [S Flits] 8 Gewenste optie 8 [a]
104 Foto’s
Op het scherm verschijnt als u de videoflitslamp inschakelt
(n ON). Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de VFL-2 voor
bijzonderheden over het gebruik van de videoflitslamp.
OPMERKINGEN
De flitser zal niet afgaan in de volgende gevallen:
- Als de flitsstand ingesteld is op [
U
Auto] of [
V
Rode ogen red.] en u de
belichting handmatig instelt.
- Tijdens reeksopnamen (AEB).
- Als de flitsstand op [
U
Auto] of [
V
Rode ogen red.] en het
opnameprogramma op [
q
Nachtscène] ingesteld is.
- Bij gebruik van een optionele videolamp.
Over de AF-hulplamp:
Als u
j
half indrukt en de omgeving van het
onderwerp te donker is, dan kan het gebeuren dat de minivideolamp
kortstondig gaat branden om de camcorder in staat te stellen nauwkeuriger
scherp te stellen (AF-hulplamp).
- U kunt
8
8
[AF Hulplamp] op [
B
Uit] instellen zodat de hulplamp
niet wordt geactiveerd.
- Ook als de AF-hulplamp ingeschakeld is, kan het gebeuren dat de
camcorder niet kan scherp stellen.
- Als het opnameprogramma ingesteld is op [
r
Onderwater] of
[
s
Oppervlakte], dan wordt [AF Hulplamp] automatisch ingesteld op
[
B
Uit].
Het praktische bereik van de flitser is circa 1 tot 2 m. Het praktische bereik
met een aangesloten VFL-2 is circa 1 tot 4 m. In elk geval zal het feitelijke
bereik afhangen van de opnameomstandigheden.
Het bereik van de flitser neemt af bij gebruik van de functie continu-
opnamen.
Rode ogen kunnen alleen worden gereduceerd als het onderwerp naar de
hulplamp kijkt. De mate van reductie hangt af van de afstand en de
persoon.
De flitsstand kan niet worden geselecteerd als de belichting is vergrendeld.
Het verdient aanbeveling om geen gebruik te maken van de flitser terwijl de
optionele groothoekconverter of teleconverter aangesloten is; de schaduw
hiervan kan op het scherm verschijnen.
Transportmodus: Continu-opnamen en reeksopnamen
Maak een reeks foto’s van een bewegend onderwerp of maak dezelfde
foto met 3 verschillende belichtingen om later de foto te kiezen die u
het best bevalt.
Foto’s 105
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan [M
Vuurwerk].
Opties (
Standaardwaarde)
Continu-opnamen/continu-opnamen met hoge snelheid
1Druk
j half in om de automatische scherpstelling te activeren.
2Druk
j volledig in en houd de knop ingedrukt.
Reeksopnamen
Druk
j eerst half in om de automatische scherpstelling te
activeren en daarna helemaal in om 3 foto’s te maken.
OPMERKINGEN
De snelheden van continu-opnamen zijn bij benadering gegeven en zijn
afhankelijk van de opnameomstandigheden en onderwerpen.
Bij gebruik van de flitser zal de snelheid van continu-opnamen afnemen
tot circa 1,7 foto’s per seconde. De snelheid van continu-opnamen zal
ook afnemen bij gebruik van langzame sluitertijden (1/25 of langzamer).
Bedieningsstanden:
[A Enkel]
Voor het maken van één enkele foto.
[D AEB] De camcorder maakt 3 foto’s met 3 verschillende
belichtingen (donker, normaal, licht in stappen van 1/2 EV), zodat
u de foto kunt kiezen die u het best bevalt.
[B Continue opname], [C H-sn.cont.-opn.] Maakt een reeks van
maximaal 60 foto’s zolang u j ingedrukt houdt. Er zijn
twee snelheidsinstellingen voor continu-opnamen: normaal (circa
2,5 foto’s per seconde) en hoge snelheid (circa 4,1 foto’s per
seconde).
[FUNC.] 8 [Transportmodus] 8 Gewenste optie 8 [a]
106 Foto’s
Foto’s maken tijdens het opnemen van films (gelijktijdig opnamen
maken)
U kunt zelfs foto’s maken als de camcorder in de stand staat.
Bovendien kunt u een foto maken terwijl u video opneemt. Foto’s die
zijn gemaakt tijdens het opnemen van video hebben dezelfde hoogte/
breedteverhouding als films (16:9).
Lees de paragraaf BELANGRIJK (
0 106) voordat u een Eye-Fi-kaart
gebruikt.
* Het getal in de rechterhoek geeft bij benadering aan hoeveel foto’s kunnen worden
gemaakt bij de huidige instelling van de kwaliteit en grootte.
**Raak [X] aan als u geen gebruik wilt maken van gelijktijdig opnamen maken.
Druk tijdens het opnemen van de film of in de opnamepauzestand op
j om de foto te maken.
In de stand wordt de kwaliteit/grootte van foto’s die u maakt terwijl u
video opneemt (gelijktijdig opnamen maken), bepaald door de instelling
die met deze procedure is geselecteerd; de grootte/kwaliteit van foto’s die
zijn gemaakt in de opnamepauzestand, wordt bepaald door de
fotogrootte die is ingesteld in de stand (
0 101).
BELANGRIJK
Als u foto’s maakt op een Eye-Fi-kaart, worden de foto’s automatisch
geüpload als u binnen bereik bent van een geconfigureerd netwerk.
Controleer altijd of Eye-Fi-kaarten goedgekeurd zijn in het land of de
regio waar u de kaart gebruikt. Raadpleeg ook Gebruik van een
Eye-Fi-kaart (0 134).
OPMERKINGEN
De fotokwaliteit zal hoger zijn als u foto’s maakt in de stand of in
de stand tijdens opnamepauze.
Bedieningsstanden:
Bedieningsstanden:
[FUNC.] 8 [MENU] 8 8 8 [Simultaan opnemen] 8
Gewenste fotokwaliteit* (bovenste rij)** 8 Gewenste
fotogrootte* (onderste rij) 8 [a]
Foto’s 107
b
Foto’s worden gemaakt in hetzelfde geheugen dat is geselecteerd
voor het maken van foto’s.
U kunt tijdens het opnemen van video geen foto’s maken als de digitale
zoom of een digitaal effect geactiveerd is.
Als in de stand de IS-stand op [
P
Dynamisch] ingesteld is en u
inzoomt tot maximale telefoto, kunt u video-opnamen maken met een
zoomverhouding van groter dan 15x. Foto’s die op dat moment gelijktijdig
met het opnemen van video worden gemaakt, tonen echter een maximale
zoomverhouding van 15x, zodat de video-opname en de foto niet exact
hetzelfde beeld laten zien.
Lichtmetingsstand
De camcorder meet het licht dat wordt gereflecteerd vanaf het
onderwerp om de optimale belichtingsinstellingen te berekenen.
Afhankelijk van het onderwerp wilt u mogelijk de wijze veranderen
waarop het licht wordt gemeten en geëvalueerd.
WAAR U OP MOET LETTEN
Selecteer een ander opnameprogramma dan het opnameprogramma
van de Speciale Scènes.
Opties (
Standaardwaarde)
Bedieningsstanden:
[Q Evaluatief]
Geschikt voor normale opnameomstandigheden,
inclusief scènes met tegenlicht. De camcorder verdeelt het beeld
in meerdere gebieden en het licht wordt in al deze gebieden
gemeten om voor het onderwerp een optimale belichting tot
stand te brengen.
[S Centr.gew. gemid.] Neemt een gemiddelde van het licht dat is
gemeten in het gehele scherm, waarbij meer gewicht wordt
gegeven aan het onderwerp in het midden.
[R Spot] Hierbij wordt alleen het gebied binnen het Spot AE
Point-kader gemeten. Gebruik deze instelling om de belichting af
te stemmen op het onderwerp in het midden van het scherm.
[FUNC.] 8 [Lichtmeting] 8 Gewenste optie 8 [a]
108 Foto’s
Diashow
U kunt alle foto’s gebruiken om een diashow af te spelen en u kunt de
show ook van muziek voorzien.
1 Open het indexscherm [Foto’s].
2 Selecteer de achtergrondmuziek die u wilt gebruiken tijdens het
afspelen van een diashow met foto’s (0 86).
3 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen, en
raak vervolgens [A] aan om de diashow af te spelen in
combinatie met het geselecteerde muzieknummer.
De overgangseffecten van de diashow wijzigen
Foto’s tijdens weergave vergroten
In de schermweergave van één foto kunt u foto’s vergroten tot
maximaal 5 maal. R wordt weergegeven bij foto’s die u niet kunt
vergroten.
1 Verplaats de zoomregelaar naar P.
De foto wordt tweemaal zo groot
weergegeven en er verschijnt een kader
dat de positie van het vergrote gebied
aanduidt.
Als u de foto verder wilt vergroten,
verplaats de zoomregelaar dan naar
P
.
Als u de vergroting wilt verkleinen,
verplaats de zoomregelaar dan naar
Q
.
2 Sleep uw vinger over de foto om het gebied weer te geven dat u
vergroot wilt zien.
Als u de vergroting wilt annuleren, verplaats de zoomregelaar dan naar
Q totdat het kader verdwijnt.
Bedieningsstanden:
[MENU] 8 z 8 [Overgang diashow] 8 [Uit],
[Vervagen] of [Verschuiven] 8 [a]
Bedieningsstanden:
Foto’s 109
Foto’s roteren
U kunt foto’s 90 graden roteren om de richting hiervan te wijzigen.
1 Selecteer in de schermweergave van één foto de foto die u wilt
roteren.
2 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
3 Roteer de foto.
4 Sleep uw vinger naar links/rechts om een andere foto te
selecteren die u wilt roteren of raak [a] aan.
Histogramweergave
In de schermweergave van één foto kunt u het histogram en de
pictogrammen van alle functies oproepen die u tijdens het opnemen
hebt gebruikt (Exif-informatiepaneel). Het histogram wordt ook
onmiddellijk na het maken van een foto weergegeven.
Gebruik het histogram als een referentie om de juiste belichting van de
foto te controleren.
* In de stand wordt het histogram
getoond terwijl u een foto bekijkt
onmiddellijk nadat u deze hebt gemaakt.
Raak het scherm aan om de
afspeelregelaars op te roepen.
Het histogram en Exif-informatiepaneel
worden ook getoond. Druk op h als
u het histogram en Exif-informatiepaneel wilt verbergen.
Het gebied rechts van het histogram vertegenwoordigt de lichte
gebieden en de linkerzijde de schaduwen. Een foto waarvan het
histogram naar rechts piekt, is relatief helder; terwijl een foto waarvan
het histogram naar links piekt, relatief donker is.
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Roteren] 8 [q] (90° naar links) of [r] (90° naar
rechts)
Bedieningsstanden:
*
Schaduwen
Pixeltelling
Lichte
gebieden
110 Foto’s
Foto’s beveiligen
U kunt foto’s beveiligen tegen ongewild wissen.
Eén enkele foto beveiligen
1 Selecteer in de schermweergave van één foto de foto die u wilt
beveiligen.
2 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
3 Beveilig de foto.
Op het scherm verschijnt A en de foto kan nu niet worden
verwijderd. Raak [B] opnieuw aan als u de beveiliging wilt opheffen.
4 Sleep uw vinger naar links/rechts om een andere foto te
selecteren die u wilt beveiligen of raak [a] aan.
Foto’s beveiligen in het indexscherm
1 Open het indexscherm [Foto’s].
2Raak [a] aan om het fotoselectiescherm te openen.
3 Raak de individuele foto’s aan die u wilt beveiligen.
Op de geselecteerde foto’s verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde foto opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
Als u alle foto’s tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren] aan
in plaats van individuele foto’s aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij fotos die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
4 Beveilig de foto’s.
* Raak [Beveiliging verwijderen] aan om de beveiliging van de geselecteerde foto’s
op te heffen.
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Beveiligen] 8 [B]
[Bew.] 8 [Beveiligen] 8 [Beveiligen]* 8 [OK]
Foto’s 111
BELANGRIJK
Initialisatie van het geheugen verwijdert permanent alle opnamen, ook
de beveiligde foto’s.
- Functies die u kunt gebruiken bij het maken van foto’s
U kunt ook de volgende functies gebruiken...
De volgende functies en programma’s van de camcorder kunt u
gebruiken voor het opnemen van video of voor het maken van foto’s.
De manier waarop u deze functies moet instellen en gebruiken, is al in
detail besproken. Daarom geven wij alleen een verwijzing naar de
relevante pagina in het “Video”-hoofdstuk.
•Zoomen (0 43)
Snelstartfunctie (0 44)
Opnameprogramma’s (0 57, 67)
Gezichtsdetectie (0 63)
Aanraken & Volgen (0 65)
Digitale effecten (0 66)
Handmatige belichtingsinstelling (0 70)
Handmatige scherpstelling (0 71)
•Witbalans (0 73)
Beeldeffecten(0 74)
Minivideolamp (0 75)
Zelfontspanner (0 77)
112 Foto’s
Foto’s afdrukken
Foto’s afdrukken (Direct Print)
De camcorder kan worden aangesloten op elke printer die compatibel is
met PictBridge. U kunt als afdrukopdracht vooraf de foto’s markeren die u
wilt afdrukken en het gewenste aantal exemplaren instellen (
0
114).
Canon-printers: SELPHY-printers uit de CP-,
DS- en ES-serie en inktjet-printers met het
PictBridge-logo.
De camcorder aansluiten op de printer
1 Selecteer in de schermweergave van één foto de foto die u wilt
afdrukken.
2 Zet de printer aan.
3 Sluit de camcorder op de printer aan met de bijgeleverde USB-
kabel.
Aansluitmethode D. Raadpleeg Aansluitschemas (0 119).
V verschijnt en verandert in D.
BELANGRIJK
•Als
V
(langer dan 1 minuut) blijft knipperen of als
D
niet verschijnt, dan
is de camcorder niet correct aangesloten op de printer. Haal in dat geval de
USB-kabel uit de camcorder en zet de camcorder en printer uit. Zet beide
apparaten na korte tijd weer aan, zet de camcorder in de stand en
herstel de verbinding.
Ook als u een printer hebt aangesloten op de camcorder wordt deze tijdens
de volgende bedieningshandelingen niet herkend.
- Bij alle foto’s verwijderen
- Bij alle afdrukopdrachten verwijderen
OPMERKINGEN
wordt weergegeven bij foto’s die u niet kunt afdrukken.
Het verdient aanbeveling de camcorder van stroom te voorzien via de
compacte netadapter.
Raadpleeg ook de printerhandleiding.
Bedieningsstanden:
Foto’s 113
Als u de camcorder aansluit op een PictBridge-compatibele printer, dan
verdient het aanbeveling om het aantal foto’s in het geheugen te
beperken tot niet meer dan 100 foto’s. Dat geeft het beste resultaat.
Eén enkele foto afdrukken
Als de camcorder correct aangesloten is op de printer en de af te
drukken foto wordt getoond in de schermweergave van één foto:
Het afdrukken begint. Als de printer klaar is met het afdrukken van de
foto, keert de camcorder terug naar de schermweergave van één foto.
•Raak [Stop] 8 [Ja] aan als u het afdrukproces wilt onderbreken.
Sleep uw vinger naar links/rechts als u een andere foto wilt selecteren
om deze af te drukken.
De papiergrootte wijzigen
OPMERKINGEN
Het hangt van het printermodel af wat voor het afdrukken van foto’s de
instellingsopties zijn en wat de [Standaard]-papiergrootte is. Raadpleeg
voor bijzonderheden de printerhandleiding.
Nadat u klaar bent met afdrukken
Verwijder de USB-kabel uit de camcorder en printer en zet de
camcorder uit.
[E] 8 [Ja]
[MENU] 8 8 8 [Papierinstellingen] 8 Gewenste
papiergrootte 8 [a]
114 Foto’s
Afdrukfouten
Als zich tijdens het afdrukken een fout voordoet, verschijnt er een
foutbericht (bijvoorbeeld [Geen papier]) op het scherm van de camcorder.
Los het probleem op met behulp van de foutberichtenlijst (
0
171) en de
printerhandleiding.
PictBridge-compatibele printers van Canon:
Als het afdrukken niet automatisch
wordt hervat nadat u het probleem hebt verholpen, raak dan [Doorgaan]
aan om het afdrukken te hervatten. Als die optie niet beschikbaar is, raak
dan [Stop] aan en begin opnieuw met afdrukken vanaf het begin.
Overige printers of wanneer de fout aanhoudt bij gebruik van een Canon-printer:
Als het afdrukken niet automatisch wordt hervat, verwijder dan de USB-
kabel en zet de camcorder uit. Zet na korte tijd de camcorder weer aan en
herstel de USB-verbinding.
Afdrukopdrachten
U kunt vooraf markeren welke foto’s u van de foto’s op de
geheugenkaart wilt afdrukken, en het gewenste aantal exemplaren
instellen als een afdrukopdracht. Later kunt u de afdrukopdrachten
gemakkelijk afdrukken door de geheugenkaart in de SD-
geheugenkaartsleuf van DPOF-compatibele printers te plaatsen of
naar een fotozaak te gaan die over een zelfbedieningsautomaat
beschikt waarin u de geheugenkaart kunt gebruiken. U kunt
afdrukopdrachten instellen voor maximaal 998 foto’s.
Eén enkele foto markeren met een afdrukopdracht
1 Selecteer in de schermweergave van één foto de foto die u wilt
markeren met een afdrukopdracht.
Controleer of de foto’s op het scherm de foto’s zijn die op de
geheugenkaart staan. (Naast het fotonummer wordt g getoond.)
2 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
3 Markeer de foto met een afdrukopdracht.
Het totaal aantal exemplaren in de DPOF-afdrukopdracht verschijnt
naast het H-pictogram.
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Printopdrachten] 8 [Z] of [O] om het aantal
exemplaren in te stellen 8 [Instellen]
Foto’s 115
Stel het aantal exemplaren in op 0 als u de afdrukopdracht wilt
annuleren.
4 Sleep uw vinger naar links/rechts om een andere foto met een
afdrukopdracht te markeren of raak [a] aan.
Vanuit het indexscherm afdrukopdrachten instellen
1 Open het indexscherm [Foto’s].
Controleer of u de tab g (geheugenkaart) hebt geselecteerd.
2 Raak [a] aan om het fotoselectiescherm te openen.
3 Raak de individuele foto’s aan die u met een afdrukopdracht wilt
markeren.
Op de geselecteerde foto’s verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde foto opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
Als u alle foto’s tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren] aan
in plaats van individuele foto’s aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij foto’s die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
4 Markeer de foto’s met afdrukopdrachten.
Opties
OPMERKINGEN
b Als u afdrukopdrachten wilt instellen voor foto’s die u hebt
gemaakt in het interne geheugen, dan moet u de foto’s eerst kopiëren
naar de geheugenkaart.
[Een kopie per stuk] Hiermee stelt u een afdrukopdracht in waarbij
van elke geselecteerde foto 1 exemplaar wordt afgedrukt.
[Printopdrachten verwijderen] Hiermee verwijdert u bij de
geselecteerde foto’s alle afdrukopdrachten.
[Bew.] 8 [Printopdrachten] 8 Gewenste optie 8 [OK]
116 Externe aansluitingen
Externe aansluitingen
Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de camcorder aansluit op een
extern apparaat zoals een TV, videorecorder of computer.
Aansluitpunten op de camcorder
* Als u een kabel aansluit op de camcorder, zorg er dan voor dat de driehoek-
markeringen op de kabelconnector op één lijn staan met de driehoekmarkeringen op
het aansluitpunt op de camcorder.
1
COMPONENT OUT-aansluitpunt*
Toegang: Open de afdekking van de
aansluitpunten aan de achterkant.
Het aansluitpunt voor Component Video is alleen
bestemd voor video. Als u aansluitmethode
B
gebruikt, vergeet dan niet de audioverbindingen
tot stand te brengen met behulp van het AV OUT/
X
-aansluitpunt.
2
USB-aansluitpunt
Toegang: Open aan de zijkant de afdekking van de
aansluitpunten.
3
HDMI OUT-aansluitpunt*
Toegang: Open aan de zijkant de afdekking van de
aansluitpunten.
Het HDMI OUT-aansluitpunt biedt een digitale ver-
binding van hoge kwaliteit met een comfortabele
combinatie van audio en video in één kabel.
4
AV OUT/
X
-aansluitpunt
Toegang: Open het LCD-paneel.
Geluid uit de ingebouwde luidspreker wordt
onderdrukt als de stereovideokabel STV-250N op
de camcorder aangesloten is. Wijzig het volume op
de aangesloten TV.
Externe aansluitingen 117
Aansluitschema’s
In de volgende aansluitschema’s ziet u aan de linkerkant de
aansluitingen op de camcorder en ziet u aan de rechterkant (alleen ter
referentie) een voorbeeld van de aansluitingen op een aangesloten
apparaat.
Aansluitmethode A
HDMI
Type: Digitaal Kwaliteit: High-Definition Alleen uitvoer
Voor aansluiting op een High-Definition TV (HDTV) met een HDMI-ingang.
HDMI-kabel HTC-100
(optioneel)
(HDMI-miniconnector) (standaard-HDMI-
connector)
Over de HDMI
TM
-verbinding
De aansluitmethode voor HDMI (High-Definition Multimedia
Interface) is een comfortabele, volledig digitale verbinding (A)
waarbij gebruik wordt gemaakt van één kabel voor zowel video als
audio. Als u de camcorder aansluit op een HDTV die uitgerust is met
een HDMI-aansluitpunt, kunt u genieten van een video- en
audioweergave van de hoogste kwaliteit.
- Het HDMI OUT-aansluitpunt op de camcorder is alleen bestemd voor
uitvoersignalen. Maak geen verbinding tussen dit aansluitpunt en een
HDMI-uitgang op een extern apparaat, omdat de camcorder hierdoor
beschadigd kan raken.
- Als de camcorder aangesloten is op een HDTV via aansluitmethode
A
, is
er geen video-uitvoer vanuit andere aansluitpunten.
- Bij aansluiting van de camcorder op DVI-monitors kan een juiste
werking niet worden gegarandeerd.
- Afhankelijk van de HDTV kan het voorkomen dat persoonlijke video-
opnamen via aansluitmethode
A
niet correct worden afgespeeld. Probeer
dan een van de andere aansluittypes.
118 Externe aansluitingen
Aansluitmethode B
Component Video
Type: Analoog Kwaliteit: High-Definition Alleen uitvoer
Voor aansluiting op een High-Definition TV (HDTV) met Component Video-ingangen.
Wijzig de volgende instellingen op de camcorder:
- 6
8 [AV/Koptelef.] op [H AV]
Aansluitmethode C
Composite Video
Type: Analoog Kwaliteit: Standard-Definition Alleen uitvoer
Voor aansluiting op een standaard-TV of een videorecorder met audio/video-ingangen.
Wijzig de volgende instellingen op de camcorder:
- y
8 [TV-Type] op basis van het TV-toestel (breedbeeld of 4:3) indien de TV de
hoogte/breedteverhouding niet automatisch kan detecteren en wijzigen
- 6
8 [AV/Koptelef.] op [H AV]
Wit
Componentkabel CTC-100/S
(bijgeleverd)
Stereovideokabel STV-250N
(bijgeleverd)
Rood
Groen
Blauw
Rood
Rood
Wit
Geel
Stereovideokabel STV-250N
(bijgeleverd)
Externe aansluitingen 119
Aansluitmethode c
Composite Video (SCART)
In alle opzichten hetzelfde als aansluitmethode C.
Voor aansluiting op een standaard-TV- of videorecorder met SCART-ingang. Vereist een
SCART-adapter (in de winkel verkrijgbaar).
Aansluitmethode D
USB
Type: Digitale gegevensverbinding Alleen uitvoer
Voor aansluiting op een computer om uw opnamen op te slaan, of op een printer om
foto’s af te drukken.
Stereovideokabel STV-250N
(bijgeleverd)
SCART-adapter
(in de winkel verkrijgbaar)
Geel
Wit
Rood
USB-kabel
(bijgeleverd)
120 Externe aansluitingen
Afspelen op een TV-scherm
Sluit de camcorder aan op een TV om samen met familie en vrienden
van uw opnamen te genieten. De beste weergavekwaliteit krijgt u door
uw opnamen weer te geven op een HDTV met gebruik van een van de
High-Definition-verbindingen.
1 Zet de camcorder en TV uit.
2 Sluit de camcorder aan op de TV.
Raadpleeg Aansluitschema’s (0 117) en selecteer de meest
geschikte aansluitmethode voor uw TV.
3 Zet de aangesloten TV aan.
Selecteer op de TV als video-ingang hetzelfde aansluitpunt als het
aansluitpunt waarop u de camcorder hebt aangesloten. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van de aangesloten TV.
4 Zet de camcorder aan en kies de stand of .
Speel de films af of geef de foto’s weer.
OPMERKINGEN
Als u films hebt opgenomen met de functie x.v.Colour (0 145) en u
deze wilt afspelen op een HDTV die met deze standaard compatibel is,
dan moet u op de aangesloten HDTV mogelijk aanvullende instellingen
verrichten om de films correct te kunnen afspelen Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van de TV.
Het verdient aanbeveling de camcorder van stroom te voorzien via de
compacte netadapter.
•Aansluitmethode C of c: Wanneer u 16:9 films afspeelt op een
standaard-TV met een beeldverhouding van 4:3, zal de TV automatisch
overschakelen naar breedbeeld als de TV compatibel is met het WSS-
systeem. In andere gevallen moet u de hoogte/breedteverhouding van
uw TV handmatig wijzigen.
Bedieningsstanden:
Externe aansluitingen 121
Uw opnamen opslaan en delen
b Opnamen kopiëren naar een geheugenkaart
U kunt uw opnamen slechts op één manier kopiëren: vanuit het interne
geheugen naar de geheugenkaart. Scènes of foto’s worden gekopieerd
vanuit het indexscherm dat u hebt geselecteerd naar het
corresponderende indexscherm op de geheugenkaart.
Lees de paragraaf BELANGRIJK (
0
123) voordat u een Eye-Fi-kaart
gebruikt.
Scènes kopiëren
1 Open het indexscherm dat de scènes bevat die u wilt kopiëren.
Controleer of u de tab f (intern geheugen) hebt geselecteerd.
Indexscherm [Origineel] of [Videofoto] [Origineel]: Als u alle scènes
wilt kopiëren die u hebt opgenomen op een specifieke datum,
beperk dan de getoonde scènes tot alleen dié scènes die u op de
betreffende datum hebt opgenomen (0 52).
2 Raak [a] aan om het scèneselectiescherm te openen.
Als u scènes kopieert uit het indexscherm [Playlist] (inclusief de
afspeellijst van Video Snapshot-opnamen), kunt u individuele scènes
niet selecteren; in plaats hiervan wordt de gehele afspeellijst
gekopieerd. Ga direct verder met stap 4.
3 Raak de individuele scènes aan die u wilt kopiëren.
Op de geselecteerde scènes verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde scène opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
Als u alle scènes tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren]
aan in plaats van individuele scènes aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij scènes die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
4 Kopieer de scènes.
* Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd.
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Kopieren (G)] 8 [Ja]* 8 [OK]
122 Externe aansluitingen
Eén enkele foto kopiëren
1 Selecteer in de schermweergave van één foto de foto die u wilt
kopiëren.
Controleer of de foto’s op het scherm de foto’s zijn die zijn opgeslagen
in het interne geheugen. (Naast het fotonummer wordt f getoond.)
2 Raak het scherm aan om de afspeelregelaars op te roepen.
3Kopieer de foto.
4 Sleep uw vinger naar links/rechts om een andere foto te
selecteren die u wilt kopiëren of raak [a] aan.
Foto’s kopiëren vanuit het indexscherm
1 Open het indexscherm [Foto’s].
Controleer of u de tab f (intern geheugen) hebt geselecteerd.
2Raak [a] aan om het fotoselectiescherm te openen.
3 Raak de individuele foto’s aan die u wilt kopiëren.
Op de geselecteerde foto’s verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde foto opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
Als u alle foto’s tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren] aan
in plaats van individuele foto’s aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij fotos die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
4 Kopieer de foto’s.
* Raak [Stop] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd.
Bedieningsstanden:
Bedieningsstanden:
[Bew.] 8 [Kopieren (G)] 8 [i Doorgaan] 8 [Ja]
[Bew.] 8 [Kopieren (G)] 8 [Ja]* 8 [OK]
Externe aansluitingen 123
BELANGRIJK
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de stroombron niet en zet de camcorder niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Als u foto’s kopieert naar een Eye-Fi-kaart, worden de foto’s automatisch
geüpload als u binnen bereik bent van een geconfigureerd netwerk.
Controleer altijd of Eye-Fi-kaarten goedgekeurd zijn in het land of de regio
waar u de kaart gebruikt. Raadpleeg ook
Gebruik van een Eye-Fi-kaart
(
0
134).
OPMERKINGEN
Als de geheugenkaartsleuf openstaat, of wanneer de LOCK-schakelaar op
de geheugenkaart zo ingesteld staat dat de kaart niet kan worden
beschreven, dan kunt u geen opnamen kopiëren naar de geheugenkaart.
Wanneer er niet genoeg vrije ruimte op de geheugenkaart is, kopieert de
camcorder zoveel mogelijk foto’s voordat de procedure wordt stopgezet.
Opnamen opslaan op een computer
Films die u met deze camcorder opneemt, worden opgeslagen in het
interne geheugen (alleen b ) of op de geheugenkaart. Omdat de
ruimte beperkt is, moet u ervoor zorgen dat u uw opnamen regelmatig
opslaat op uw computer.
Lees zorgvuldig de informatie onder SDXC-geheugenkaarten (0 34)
voordat u de procedure uitvoert met gebruik van opnamen die zijn
gemaakt op een SDXC-geheugenkaart.
Films opslaan
Met de bijgeleverde software ImageMixer 3 SE kunt u scènes
kopiëren naar uw computer. U kunt zo nodig videobestanden die
eerder werden opgeslagen op een computer, terugschrijven naar een
geheugenkaart die aangesloten is op de computer. De software biedt
tevens een groot aantal opties waarmee u uw videobibliotheek kunt
ordenen, video-opnamen kunt bewerken, schijven kunt maken, en nog
veel meer.
Installatie
Raadpleeg de ‘PIXELA Applications’ Installatiehandleiding.
124 Externe aansluitingen
Gebruik van de software
Raadpleeg ‘ImageMixer 3 SE Softwarehandleiding’ (PDF-bestand op
de CD-ROM Transfer Utilities).
Foto’s opslaan
Met de bijgeleverde software Photo Application kunt u foto’s kopiëren
naar uw computer, en deze gemakkelijk ordenen en bewerken.
Installatie
Voordat u de camcorder de eerste keer aansluit op de computer, moet
u eerst de software installeren. Raadpleeg ook de relevante
hoofdstukken in de gebruiksaanwijzing ‘Photo Application’
(r PDF-bestand).
Installeer de module Photo Applications vanaf de bijgeleverde
supplementaire schijf.
r Raadpleeg Photo Application installeren.
Als de camcorder voor de eerste keer wordt aangesloten op een
Windows-computer
Alleen voor gebruikers van Windows: Als u voor de eerste keer de
camcorder op de computer aansluit, moet u ook de optie voor
automatisch starten van CameraWindow selecteren.
r Raadpleeg CameraWindow starten.
Gebruik van de software
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Zet de camcorder in de stand , in de schermweergave van
één foto.
3 Sluit de camcorder op de computer aan met de bijgeleverde
USB-kabel.
Aansluitmethode D. Raadpleeg Aansluitschema’s (0 119).
4 Kopieer de foto’s naar de computer.
r Raadpleeg Foto’s downloaden naar de computer.
Externe aansluitingen 125
BELANGRIJK
Wanneer de camcorder is aangesloten op een computer: Open de afdekking
van de geheugenkaartsleuf niet en verwijder de geheugenkaart niet.
Het kan zijn dat door het type software en de specificaties/instellingen
van de computer, de bediening niet correct functioneert.
Als u de fotobestanden op de computer wilt gebruiken, maak dan eerst
kopieën van de bestanden. Gebruik de gekopieerde bestanden en
bewaar de originele.
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de USB-kabel niet.
- Zet de camcorder of computer niet uit.
- Wijzig de bedieningsstand van de camcorder niet.
Als u naar een geheugenkaart die aangesloten is op de computer,
videobestanden herstelt die eerder waren opgeslagen op de computer,
verwijder dan de geheugenkaart of kaartlezer niet en zet dan de
computer niet uit. Als u dat wel doet, kan dat scènes tot gevolg hebben
die niet op de camcorder kunnen worden afgespeeld.
OPMERKINGEN
Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de computer.
Gebruikers van Windows 7, Windows Vista, Windows XP en Mac OS X: Uw
camcorder is uitgerust met het standaard Picture Transfer Protocol
(PTP) waarmee u foto’s (alleen JPEG) kunt kopiëren door eenvoudigweg
met de bijgeleverde USB-kabel de camcorder aan te sluiten op de
computer, zonder dat u de bijgeleverde software Photo Application
hoeft te installeren.
Indien u de camcorder aansluit op de computer terwijl deze in de stand
staat, wordt automatisch begonnen met het aanmaken van
miniaturen van scènes. Als het uw bedoeling was om foto’s op te slaan
op de computer, dan kunt u [Overslaan] aanraken om het proces te
beëindigen en de computerfunctie Hardware veilig verwijderen
(Windows) of de functie Eject (Mac OS) gebruiken om de verbinding met
de camcorder te beëindigen. Verwijder de USB-kabel, zet de
camcorder in de stand en herstel de verbinding.
126 Externe aansluitingen
b Films opslaan op Standard-Definition-schijven (DVD)
U kunt met deze camcorder uw High-Definition video-opnamen
converteren naar Standard-Definition en vervolgens de bijgeleverde
software ImageMixer 3 SE gebruiken om op uw computer de
geconverteerde scènes op te slaan en op standaard-DVD’s te
branden. Deze zijn ideaal om te delen met uw familie en vrienden,
aangezien standaard-DVD’s op de meeste DVD-spelers en DVD-
stations van computers kunnen worden afgespeeld, in tegenstelling tot
AVCHD- of Blu-ray-schijven.
Installatie
Raadpleeg de ‘PIXELA Applications’ Installatiehandleiding.
Gebruik van de software
Raadpleeg ‘ImageMixer 3 SE Softwarehandleiding’ (PDF-bestand op
de CD-ROM Transfer Utilities).
Scènes converteren naar Standard-Definition
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Zorg ervoor dat in de camcorder een geheugenkaart met
voldoende beschikbare ruimte is geplaatst.
3 Open het indexscherm [Origineel], [Playlist] of [Videofoto]
[Origineel]/[Playlist].
Controleer of u de tab f (intern geheugen) hebt geselecteerd.
Indexscherm [Origineel] of [Videofoto] [Origineel]: Als u alle scènes
wilt converteren die u hebt opgenomen op een specifieke datum,
beperk dan de getoonde scènes tot alleen dié scènes die u op de
betreffende datum hebt opgenomen (0 52).
4Raak [a] aan om het scèneselectiescherm te openen.
Als u scènes converteert uit het indexscherm [Playlist] (inclusief de
afspeellijst van Video Snapshot-opnamen), kunt u individuele scènes
niet selecteren; in plaats hiervan wordt de gehele afspeellijst
geconverteerd. Ga direct verder met stap 6.
5 Raak de individuele scènes aan die u wilt converteren.
Op de geselecteerde scènes verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde scène opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
Bedieningsstanden:
Externe aansluitingen 127
Als u alle scènes tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren]
aan in plaats van individuele scènes aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij scènes die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
6 Raak [Bew.] 8 [Conv. HDUSD (x DVD)] aan om het
conversiescherm HDUSD te openen.
Als er een bericht over auteursrechten verschijnt, lees dit dan
zorgvuldig door en raak [OK] aan als u akkoord gaat.
Raak [5] aan als u de conversie-instellingen wilt wijzigen, zoals
hieronder beschreven.
7 Raak [Ja] 8 [OK] aan.
Raak [B] aan als u de procedure wilt onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd.
De opnamedatum en tijd insluiten in de opname
De opnamedatum en tijd worden altijd op de geconverteerde scène
getoond.
De bitrate selecteren
Gebruik van een hogere bitrate zorgt voor een betere kwaliteit van de
geconverteerde scènes.
OPMERKINGEN
Als u scènes converteert in het indexscherm [Playlist] of [Videofoto]
[Origineel]/[Playlist]:
- De scènes worden geconverteerd met de geselecteerde
achtergrondmuziek (
0 86) in plaats van het originele geluid.
Als u scènes converteert in de [Playlist]:
- Alle scènes worden samengebracht in één geconverteerde scène.
- Als de geconverteerde scène te groot is, wordt deze opgesplitst in
scènes van 2 GB groot.
- De afspeellijst kunt u niet converteren als de totale afspeeltijd langer is
dan 2 uur en 30 minuten.
[5] 8 [Datum/tijd insluiten] 8 [Aan] 8 [f] 8 [f]
[5] 8 [Bitverh. (kwaliteit)] 8 Gewenste optie 8 [f] 8
[f]
128 Externe aansluitingen
De tijd die is vereist om scènes te converteren, is ongeveer gelijk aan de
totale afspeeltijd van de geconverteerde scènes. In de meeste gevallen
is dit nog steeds sneller dan het converteren van scènes met uw
computer. Het verdient daarom aanbeveling om scènes te converteren
in de camcorder.
De camcorder aansluiten op uw computer en DVD-schijven maken
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Open het indexscherm [Dvd-branden] op de geheugenkaart.
3 Sluit de camcorder op de computer aan met de bijgeleverde
USB-kabel.
Aansluitmethode D. Raadpleeg Aansluitschema's (
0 119).
Op de computer wordt ImageMixer 3 SE automatisch gestart en
verschijnt het opstartscherm (ImageMixer 3 Launcher).
4 Klik op [Disc writing] en ga verder met de procedure op de
computer volgens de aanwijzingen van de software.
Raadpleeg ook ‘ImageMixer 3 SE Softwarehandleiding’ (PDF-bestand
op de CD-ROM Transfer Utilities).
BELANGRIJK
Als de camcorder aangesloten is op de computer, dan mag u de
afdekking van de geheugenkaartsleuf niet openen en de geheugenkaart
niet verwijderen.
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de USB-kabel niet.
- Verwijder de compacte netadapter niet en zet de camcorder of
computer niet uit.
[b] 8 g 8 [SD-scènes] 8
[Voor dvd (SD-VIDEO)]
Externe aansluitingen 129
Uw opnamen kopiëren naar een externe videorecorder
In High-Definition
Sluit de camcorder aan op digitale videorecorders die compatibel zijn
met AVCHD om van uw films in High-Definition perfecte kopieën te
maken. Als de externe digitale videorecorder uitgerust is met een SD-
geheugenkaartsleuf, dan kunt u de geheugenkaart gebruiken om uw
films te kopiëren zonder de camcorder aan te sluiten.
Bijzonderheden zijn afhankelijk van het apparaat dat u gebruikt. Zorg
er daarom voor dat u de gebruiksaanwijzing van de digitale
videorecorder raadpleegt.
In Standard-Definition
U kunt uw films kopiëren door de camcorder aan te sluiten op een
analoge videorecorder of op een digitale videorecorder met analoge
audio/video-ingangen. De video-uitvoer vindt plaats in Standard-
Definition, hoewel de originele scènes in High-Definition zijn.
Aansluiten
Sluit de camcorder aan op de videorecorder met gebruik van
aansluitmethode C of c. Raadpleeg Aansluitschema’s (0 118).
Opnamen maken
1 Extern apparaat: Plaats een lege cassette of schijf en zet het
apparaat in de opnamepauzestand.
2 Zet de camcorder aan en kies de stand .
Controleer of 6
8 [AV/Koptelef.] ingesteld is op [H AV].
3 Camcorder: Lokaliseer de scène die u wilt kopiëren en las kort
vóór de gewenste scène een afspeelpauze in.
4 Camcorder: Hervat het afspelen.
Standaard worden de schermgegevens ingesloten in het video-
uitvoersignaal. U kunt andere schermgegevens kiezen door
herhaaldelijk h (0 89) in te drukken.
5 Extern apparaat: Begin op te nemen wanneer de scène verschijnt
die u wilt kopiëren; stop met opnemen als de scène is geëindigd.
6 Camcorder: Stop met afspelen.
Bedieningsstanden:
130 Externe aansluitingen
OPMERKINGEN
Het verdient aanbeveling de camcorder van stroom te voorzien via de
compacte netadapter.
b Films uploaden naar websites waar video’s worden
gedeeld
U kunt uw in High-Definition gemaakte video-opnamen converteren
naar Standard-Definition om deze te uploaden naar uw favoriete
website waar met anderen video’s worden gedeeld.
Als u gebruik maakt van een Eye-Fi-kaart en uw video-opnamen
converteert naar Standard-Definition-scènes, kunt u uw films
rechtstreeks vanuit de camcorder draadloos uploaden. Raadpleeg de
home page van Eye-Fi voor de laatste informatie over compatibele
websites.
U kunt de conversie naar Standard-Definition uitvoeren in de
camcorder en vervolgens gebruik maken van de bijgeleverde software
ImageMixer 3 SE om uw video’s te uploaden naar het web.
Installatie
Raadpleeg de ‘PIXELA Applications’ Installatiehandleiding.
Gebruik van de software
Raadpleeg ‘ImageMixer 3 SE Softwarehandleiding’ (PDF-bestand op
de CD-ROM Transfer Utilities).
Bedieningsstanden:
Externe aansluitingen 131
Scènes converteren naar Standard-Definition
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Zorg ervoor dat in de camcorder een geheugenkaart met
voldoende beschikbare ruimte is geplaatst.
3 Open het indexscherm [Origineel], [Playlist] of [Videofoto]
[Origineel]/[Playlist].
Controleer of u de tab f (intern geheugen) hebt geselecteerd.
Indexscherm [Origineel] of [Videofoto] [Origineel]: Als u alle scènes
wilt converteren die u hebt opgenomen op een specifieke datum,
beperk dan de getoonde scènes tot alleen dié scènes die u op de
betreffende datum hebt opgenomen (0 52).
4 Raak [a] aan om het scèneselectiescherm te openen.
Als u scènes converteert uit het indexscherm [Playlist] (inclusief de
afspeellijst van Video Snapshot-opnamen), kunt u individuele scènes
niet selecteren; in plaats hiervan wordt de gehele afspeellijst
geconverteerd. Ga direct verder met stap 6.
5 Raak de individuele scènes aan die u wilt converteren.
Op de geselecteerde scènes verschijnt een vinkje O. Raak een
geselecteerde scène opnieuw aan als u het vinkje wilt verwijderen.
Als u alle scènes tegelijkertijd wilt selecteren: Raak [Alle selecteren]
aan in plaats van individuele scènes aan te raken. (Verwijder eerst de
vinkjes bij scènes die u mogelijk individueel hebt geselecteerd.)
6Druk op
Z
en raak [Ja] aan.
Als er een bericht over auteursrechten
verschijnt, lees dit dan zorgvuldig door
en raak [OK] aan als u akkoord gaat.
Voordat u [Ja] aanraakt, kunt u [
5
]
aanraken om de conversie-instellingen
te wijzigen, zoals hieronder
beschreven.
Raak [
B
] aan als u de procedure wilt
onderbreken terwijl deze wordt
uitgevoerd.
7 Nadat de conversie is voltooid, verschijnt een bevestigingsscherm.
Sluit de camcorder op dit moment aan op de computer (
0
133) om te
vervolgen met het uploaden van de geconverteerde videos naar het web,
of raak [Afsl. zonder verbinden] aan om de computer later aan te sluiten.
132 Externe aansluitingen
De opnamedatum en tijd insluiten in de opname
De opnamedatum en tijd worden altijd op de geconverteerde scène
getoond.
De bitrate selecteren
Gebruik van een hogere bitrate resulteert in een betere videokwaliteit
van de geconverteerde scènes, terwijl een lagere bitrate resulteert in
kleinere bestandsgroottes en snellere uploads.
Alleen een deel van de scène converteren
Raak, in plaats van stap 4 en 5 hierboven uit te voeren, de scène aan
die u wilt converteren, zodat de scène wordt afgespeeld. Las tijdens
het afspelen een pauze in bij het punt waar u de conversie wilt
beginnen en ga verder met stap 6.
OPMERKINGEN
Als u scènes converteert in het indexscherm [Playlist] of [Videofoto]
[Origineel]/[Playlist]:
- De scènes worden geconverteerd met de geselecteerde
achtergrondmuziek (0 86) in plaats van het originele geluid.
Als u scènes converteert in de [Playlist]:
- Alle scènes worden samengebracht in één geconverteerde scène.
- Als de geconverteerde scène te groot is, wordt deze opgesplitst in
kleinere scènes van 10 minuten lang.
- Als u slechts een deel van de scène converteert, dan is lengte van de
geconverteerde scène vanaf het startpunt (afspeelpauze) maximaal
10 minuten.
- De afspeellijst kunt u niet converteren als de totale afspeeltijd langer is
dan 2 uur en 30 minuten.
De tijd die is vereist om scènes te converteren, is ongeveer gelijk aan de
totale afspeeltijd van de geconverteerde scènes. In de meeste gevallen is dit
nog steeds sneller dan het converteren van scènes met uw computer. Het
verdient daarom aanbeveling om scènes te converteren in de camcorder.
[5] 8 [Datum/tijd insluiten] 8 [Aan] 8 [f] 8 [f]
[5] 8 [Bitverh. (kwaliteit)] 8 Gewenste optie 8 [f] 8
[f]
Externe aansluitingen 133
De computer aansluiten en uw video’s uploaden
Als u onmiddellijk na de hierboven beschreven conversie de
camcorder aansluit op de computer, start deze procedure dan vanaf
stap 3 hieronder. Start deze procedure anders vanaf het begin.
1 Voorzie de camcorder van stroom met de compacte netadapter.
2 Open het indexscherm [Webupload] op de geheugenkaart.
3 Sluit de camcorder op de computer aan met de bijgeleverde
USB-kabel.
Aansluitmethode D. Raadpleeg Aansluitschema’s (
0 119).
Op de computer wordt ImageMixer 3 SE automatisch gestart en
verschijnt het opstartscherm (ImageMixer 3 Launcher).
4 Klik op [Web upload] en ga verder met de procedure op de
computer volgens de aanwijzingen van de software.
Raadpleeg ook ‘ImageMixer 3 SE Softwarehandleiding’ (PDF-bestand
op de CD-ROM Transfer Utilities).
BELANGRIJK
Als de camcorder aangesloten is op de computer, dan mag u de
afdekking van de geheugenkaartsleuf niet openen en de geheugenkaart
niet verwijderen.
Neem de onderstaande voorschriften in acht wanneer de ACCESS-
indicator brandt of knippert. U kunt uw gegevens anders voorgoed
kwijtraken.
- Open de afdekking van de geheugenkaartsleuf niet.
- Verwijder de USB-kabel niet.
- Verwijder de compacte netadapter niet en zet de camcorder of
computer niet uit.
[b] 8 g 8 [SD-scènes] 8 [Voor web (MPEG-2)]
134 Externe aansluitingen
Uw video’s draadloos uploaden
Als u gebruik maakt van een Eye-Fi-kaart, kunt u vanuit het indexscherm
[
Webupload] films automatisch uploaden naar uw favoriete website waar
video’s worden gedeeld met anderen. U moet de software installeren die
met uw Eye-Fi-kaart wordt mee geleverd en vooraf alle vereiste
configuratie-instellingen uitvoeren. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van
de Eye-Fi-kaart.
Lees de paragraaf BELANGRIJK (
0
134) voordat u een Eye-Fi-kaart
gebruikt.
1 Plaats uw Eye-Fi-kaart in de camcorder en controleer of op de
geheugenkaart voldoende vrije ruimte beschikbaar is.
2 Converteer de gewenste films (0 131).
Als de conversie is voltooid, raak dan [Afsl. zonder verbinden] aan.
Als u binnen bereik bent van een geconfigureerd netwerk, zal de
upload naar het web automatisch starten.
De status van de draadloze communicatie wordt door het
Eye-Fi-pictogram als volgt weergegeven:
- g (gedimd) Geen communicatie tot stand gebracht
- g (wit, knipperend) Bezig met verbinding maken; g (wit, brandt
continu) Draadloze upload staat in de standby-stand
- g (animatie) Draadloze upload wordt uitgevoerd
- i [Eye-Fi-communicatie] is ingesteld op [B Uit]
- h Draadloze upload is stopgezet door de camcorder (
0 162)
- o Fout tijdens lezen van Eye-Fi-kaart (
0 161)
BELANGRIJK
Gebruik van een Eye-Fi-kaart
Er kan niet worden gegarandeerd dat dit product de functies van
Eye-Fi-kaarten ondersteunt (inclusief draadloze overdracht). Als u een
probleem hebt met een Eye-Fi-kaart, neem dan contact op met de
fabrikant van de kaart. Houd er ook rekening mee dat voor gebruik van
een Eye-Fi-kaart in veel landen en regios toestemming is vereist.
Zonder toestemming is gebruik van deze kaart niet toegestaan. Als niet
duidelijk is of de kaart in uw land mag worden gebruikt, neem dan
contact op met de fabrikant van de kaart om dit na te gaan.
Gebruik geen Eye-Fi-kaarten in vliegtuigen en op andere plaatsen waar
draadloze communicatie verboden is. Verwijder in dat geval de
Eye-Fi-kaart uit de camcorder.
Externe aansluitingen 135
OPMERKINGEN
Afhankelijk van de hoeveelheid gegevens die moet worden geüpload en
de draadloze verbindingsomstandigheden van het netwerk, kan het
enige tijd duren om videobestanden te uploaden. Als de draadloze
verbinding te zwak is, kan de draadloze overdracht mislukken en
worden de videobestanden geregistreerd als onvolledige uploads.
Over stroombesparing:
- Draadloze communicatie onttrekt sneller stroom uit de accu dan
normaal. Het verdient aanbeveling de camcorder van stroom te
voorzien via de compacte netadapter.
- Terwijl bestanden draadloos worden geüpload, is de functie voor
automatische uitschakeling niet actief, zodat de camcorder niet
automatisch wordt uitgeschakeld.
Als u met een externe microfoon audio opneemt, kan de interferentie
die wordt veroorzaakt door draadloze communicatie, tot gevolg hebben
dat ruis wordt geregistreerd en samen met het geluid wordt
opgenomen. Het verdient aanbeveling om tijdens het maken van
opnamen de draadloze communicatie uit te schakelen.
*Deze menu-optie verschijnt alleen bij gebruik van een Eye-Fi-kaart.
Als de LOCK-schakelaar op de Eye-Fi-kaart zo staat ingesteld dat de
kaart niet kan worden beschreven, kunt u de draadloze communicatie
niet aan/uitzetten en verandert het statuspictogram in o. Om gebruik
te kunnen maken van draadloze communicatie, moet u ervoor zorgen
dat de schakelaar op de Eye-Fi-kaart niet in de stand LOCK staat.
Bij gebruik van een Eye-Fi-kaart kan de ACCESS-indicator zo nu en dan
knipperen.
[MENU] 8 6 8 [Eye-Fi-communicatie]* 8
[B
Uit] 8 [a]
136 Overige informatie
Overige informatie
Dit hoofdstuk behandelt oplossingen voor problemen,
schermberichten, tips voor het behandelen en onderhouden
van de camcorder, en andere informatie.
Bijlage: Menu-opties - Overzicht
Niet-beschikbare menu-onderdelen worden gedimd getoond.
Raadpleeg Gebruik van de menu’s (0 28) voor meer informatie over
de wijze waarop u een onderdeel selecteert. Raadpleeg de pagina
waarnaar wordt verwezen voor bijzonderheden over elke functie.
Menu-opties zonder een pagina waarnaar wordt verwezen, worden na
de tabellen nader verklaard. Onderstreepte instelopties zijn de
standaardinstellingen.
FUNC.-paneel
FUNC.-menu
FUNC.-paneel - Opnamestanden
Bedieningsknop Instelopties/Functie 4 3 0
[MENU Menu] De menu’s openen zz29
[Opnameprogs] [
A Programma AE], [B Sluiter-voork.AE],
[C Diafr.-voork.AE]
zz67
[D Cinema modus] zz60
[F Portret], [G Sport], [q Nachtscène],
[I Sneeuw], [J Strand],
[K Zonsonderg.], [p Weinig licht],
[L Spotlight], [M Vuurwerk],
[r Onderwater], [s Oppervlakte]
zz57
[m Witbalans] [
Y Auto], [a Daglicht], [b Schaduw],
[c Bewolkt], [e TL-licht], [f TL-licht H],
[d Lamplicht], [g Aangep.WB]
zz73
[c Niveau micro] [
z Auto], [y Handleiding]
[Audioniveau]: Schakel in (x) of uit (
w)
z 78
Overige informatie 137
[S Flits] [U Auto], [V Rode ogen red.],
[S Flitser Aan], [W Flitser Uit]
z 103
[X Focus] [2] (handmatige scherpstelling): Schakel in
(x) of uit (
w), Aanraking AF-kader
zz71
[e Belichting] [y] (handmatige belichting): Schakel in (x)
of uit
(w), Aanraking AE-kader
zz70
[ZOOM Zoom] Zoomregelaars, g-regeling zz43
[P AGC-limiet] [
z Auto], [y Handleiding]: (0 dB - 24 dB) z 71
[Lichtmeting] [
Q Evaluatief], [S Centr.gew. gemid.],
[R Spot]
z 107
[Y Videolamp] [A Aan], [
B Uit] zz75
[d Pre-opname] [A Aan], [
B Uit] z 62
[Transportmodus] [
A Enkel],[D AEB], [B Continu],
[C H-sn.cont.-opn.]
z 104
[O Digitale
effecten]
[
N Uit], [2 Zwart-wit],
[3 Sepia], [0 Begin fade/Eenmaal],
[6 Begin fade/Altijd], [1 Wegvegen/
Eenmaal], [7 Wegvegen/Altijd]
z 66
[
N Uit], [2 Zwart-wit], [3 Sepia] z
[Beeldstabilisator] [
P Dynamisch],
[Q Standaard], [j Uit]
z 61
[Beeldstabilisator] [
Q Aan], [j Uit] z
Bedieningsknop Instelopties/Functie 4 3 0
138 Overige informatie
Instellingsmenu’s
Paneel [Bew.] - Stand
1: Originele scènes
s: Scènes in de afspeellijst (inclusief de afspeellijst van alleen Video Snapshot-
opnamen)
Z: Originele Video Snapshot-opnamen
u: SD-scènes op de geheugenkaart (alleen b )
Bedieningsknop Doelscènes/Functie 1 s Z u 0
b
[Kopieren
(
PUg)]
[Geselecteerde scenes] z z 121
[Alle scenes] zzz
[Deze scene] (uit het tijdslijnscherm) z z
b
[Conv. HD
USD
(x DVD)]
[Geselecteerde scenes] z z 126
[Alle scenes] zzz
[Deze scene] (uit het tijdslijnscherm) z z
[Verwijderen] [Geselecteerde scenes] z z 53,
91
[Alle scenes] zzzz
[Deze scene] (uit het tijdslijnscherm of
tijdens afspeelpauze)
zzz
[Aan playlist
toevoegen]
[Geselecteerde scenes], [Alle scenes] z z 90
[Deze scene] (uit het tijdslijnscherm) z z
[Verplaatsen] [Deze scene] (uit het tijdslijnscherm) z ––91
[Splitsen] [Deze scene] (uit het tijdslijnscherm of
tijdens afspeelpauze)
z –––94
Overige informatie 139
Paneel [Bew.] - Stand
Bedieningsknop Indexscherm
Schermweergave van
één foto
0
b
[Kopieren (
PUg)]
[Geselecteerde foto’s],
[Alle foto’s]
z 122
[Verwijderen] z 98
[Beveiligen] z 110
[Printopdrachten] z 114
[Roteren] z 109
140 Overige informatie
Instellingsmenu’s
7 / 8 Instelling camera
* Optie alleen beschikbaar als de optionele surroundmicrofoon SM-V1 op de
camcorder aangesloten wordt nadat u een update van de camcorderfirmware hebt
uitgevoerd met behulp van de geheugenkaart die met de SM-V1 wordt mee
geleverd.
Menu-onderdeel Instelopties 4 3 0
[Dig. Zoom] [
B Uit], [G 60x], [H 300x] z ––
[Zoomsnelheid] [
I Variabel], [J Snelheid 3],
[K Snelheid 2], [L Snelheid 1]
zz43
[AF-modus] [
R Instant AF], [S Normaal AF] zz
[AF Hulplamp] [
O Auto], [B Uit] z 104
[Focus prioriteit] [
U AiAF-frames], [W Centraal Frame],
[B Uit]
z
[Focushulp] [
A Aan], [B Uit] zz
[Gezichtsdet. en
volgen]
[
A Aan o], [B Uit] zz63
[Autom.
achtergr.verl.corr.]
[
A Aan], [B Uit] zz71
[Auto Langz.Sluiter] [
A Aan], [B Uit] z ––
[Beeldeffecten] [
U Uit], [V Levendig], [W Neutraal],
[X Lage verscherping],
[Y Zacht huideffect], [Z Aangepast effect]
zz74
[Windscherm] [
O Auto], [B Uit Z] z ––
[Microfoondemper] [A Aan V], [
B Uit] z ––
[Richtingsgev.
microfoon]*
[
z Rondom], [w Zoom], [x Rechtuit] z ––
[Markeringen] [
B Uit], [e Horizon (wit)],
[f Horizon (grijs)], [g Raster (wit)],
[h Raster (grijs)]
zz
[Knop POWERED IS] [
x Ingedrukt houden], [y Omschakelen] z 62
Overige informatie 141
[Dig. Zoom]:
Bepaalt de werking
van de digitale zoom. De kleur van
de indicator geeft de zoom aan.
Indien digitale zoom is
geactiveerd, zal de camcorder
automatisch overgaan op
digitale zoom zodra u verder
dan het optische zoombereik
inzoomt.
Met de digitale zoom wordt het
beeld digitaal verwerkt. De
beeldresolutie zal daarom
verslechteren naarmate u meer
inzoomt.
[AF-Modus]:
Selecteer hoe snel automatische scherpstelling werkt.
•Met [
R
Instant AF] wordt snel automatisch op een nieuw onderwerp
scherp gesteld. Dit komt bijvoorbeeld van pas als de scherpstelling op een
nabijgelegen onderwerp wordt gewijzigd in een scherpstelling op een
verafgelegen onderwerp in de achtergrond, of wanneer u opnamen maakt
van snel bewegende onderwerpen.
Als de optionele groothoekconverter of teleconverter op de camcorder
aangesloten is, vormt deze mogelijk een gedeeltelijke belemmering voor de
Instant AF-sensor. Stel de AF-modus in dat geval in op [
S
Normaal AF].
Als het opnameprogramma op [
r
Onderwater] of [
s
Oppervlakte] staat,
dan wordt de AF-modus automatisch ingesteld op [
S
Normaal AF].
[Focus prioriteit]:
Als scherpstellingsvoorkeuze is geactiveerd, maakt de
camcorder alleen een foto nadat automatisch scherp is gesteld. U kunt ook
een keuze maken uit de AF-kaders.
[
U
AiAF-frames]: Er worden uit de negen beschikbare kaders
automatisch een of meer AF-kaders geselecteerd waarop de scherpstelling
plaatsvindt.
[
W
Centraal frame]: In deze stand verschijnt in het midden van het scherm
één enkel scherpstellingskader en het beeld wordt hierop automatisch
scherp gesteld.
[
B
Uit]: Er wordt geen AF-kader getoond, en onmiddellijk nadat u op
j
drukt, wordt de foto gemaakt.
Als het opnameprogramma op [
M
Vuurwerk] staat, wordt de
scherpstellingsvoorkeuze automatisch ingesteld op [
B
Uit].
Als scherpstellingsvoorkeuze geactiveerd is en gezichtsdetectie (
0
63)
ook geactiveerd is, stelt de camcorder scherp op het gezicht van het
hoofdonderwerp (wit gezichtsdetectiekader) indien een gezicht wordt
gedetecteerd .
* 15x als [Beeldstabilisator] ingesteld is op
[Q Standaard] of [j Uit].
Optische zoom Digitale zoom
Wit Licht-
blauw
Donker-
blauw
Tot 18x* 18x* -
60x
60x -
300x
142 Overige informatie
[Focushulp]:
Als scherpstellingsassistentie (focushulp) is geactiveerd, dan
wordt het beeld in het midden van het scherm vergroot om u te helpen
handmatig scherp te stellen (
0
71).
Gebruik van de scherpstellingsassistentie heeft geen invloed op de opnamen.
De scherpstellingsassistentie wordt na 4 seconden automatisch geannuleerd
of wanneer u begint met opnemen.
[Auto Langz.Sluiter]:
De camcorder gebruikt op plaatsen met onvoldoende
verlichting automatisch langzame sluitertijden om heldere opnamen te maken.
Minimale sluitertijd die wordt gebruikt: 1/25; 1/12 als de beeldsnelheid
ingesteld is op [
D
PF25].
De automatische langzame sluitertijd kan alleen worden geactiveerd als het
opnameprogramma op [
A
Programma AE] staat, maar zelfs als u de
camcorder in de stand zet, zal deze instelling niet veranderen.
Zet de langzame sluitertijd op [
B
Uit] als een nabeeld met sporen verschijnt.
Als het symbool
Y
(camcordertrillingswaarschuwing) verschijnt, dan
verdient het aanbeveling de camcorder te stabiliseren, bijvoorbeeld door
deze op een statief te plaatsen.
Als het opnameprogramma ingesteld is op [
r
Onderwater] of
[
s
Oppervlakte], dan wordt de automatische langzame sluitertijd
automatisch ingesteld op [
B
Uit].
[Windscherm]:
De camcorder vermindert automatisch het achtergrondgeluid
van de wind als u buiten opnamen maakt.
Sommige geluiden met lage frequentie worden samen met het geluid van de
wind onderdrukt. Als u opnamen maakt in een omgeving die niet wordt
beïnvloed door wind of als u geluiden met lage frequenties wilt opnemen, dan
verdient het aanbeveling het windscherm op [
B
Uit
Z
] te zetten.
[Microfoondemper]:
Helpt audiovervormingen te voorkomen die het gevolg zijn
van hoge audio-opnameniveaus.
Zet de microfoondemper op [
A
Aan
V
] als het audio-opnameniveau
(
0
78) correct ingesteld is maar de audio nog steeds vervormd klinkt. Als de
microfoondemper geactiveerd is, wordt op het scherm
V
getoond.
Als het opnameprogramma ingesteld is op [
r
Onderwater] of
[
s
Oppervlakte], dan wordt de microfoondemper automatisch ingesteld op
[
B
Uit].
[Richtingsgev. microfoon]:
Stelt de richtingsgevoeligheid van de optionele
surroundmicrofoon SM-V1 in.
[
z
Rondom]: Hiermee neemt u 5.1-kanaals surroundgeluid op.
[
w
Zoom]: Hiermee neemt u 5.1-audiokanalen op. Bovendien is de audio
gekoppeld aan de zoomstand. Hoe groter het onderwerp op het scherm wordt
weergegeven, hoe luider het geluid klinkt.
[
x
Rechtuit]: Hiermee neemt u monogeluid op met een sterk gerichte
instelling die het meest gevoelig is voor geluid dat rechtstreeks afkomstig is
vanaf de voorzijde van de camcorder/microfoon.
Overige informatie 143
[Markeringen]: U kunt in het midden van het scherm een raster of een
horizontale lijn weergeven. Gebruik de markeringen als referentie om
ervoor te zorgen dat uw onderwerp juist wordt ingekaderd (verticaal en/of
horizontaal).
Gebruik van de markeringen heeft geen invloed op de opnamen.
[Knop POWERED IS]: Hiermee bepaalt u de bedieningsstand van de knop
POWERED IS.
[x Ingedrukt houden]: Powered IS wordt geactiveerd als u de knop
ingedrukt houdt.
[y Omschakelen]: Telkens als u de knop indrukt wordt de functie
Powered IS ingeschakeld respectievelijk uitgeschakeld.
8 Instelling opnamen en aansluitingen
Menu-onderdeel Instelopties
4 3
1 2
0
[Zelftimer] [A Aan n], [
B Uit] zz 77
[Lengte
videosnapshot]
[i 2 sec], [
j 4 sec],
[l 8 sec]
z z 65,
92
b
[Opnamemedia
Videos]
[
P] (intern geheugen),
[g] (geheugenkaart)
z –––35
[Opn. Modus] [h Hoge kwaliteit 24 Mbps],
[i Hoge kwaliteit 17 Mbps],
[j Hoge kwaliteit 12 Mbps],
[
l Stand. afspeelsnelh. 7 Mbps],
[k Langz. afspeelsnelh. 5 Mbps]
z –––56
[Framerate] [
w 50i (Standaard)],
[D PF25]
z –––
b
[Opnamemedia
Fotos]
[P] (intern geheugen),
[g] (geheugenkaart)
zzz 35
[Simultaan
opnemen]
[X Uit], [
K 2304x1296],
[S 848x480]
z –––106
[E Superfijn], [
F Fijn],
[G Normaal]
144 Overige informatie
[Framerate]: Selecteert de beeldsnelheid die tijdens het opnemen moet
worden gebruikt.
[D PF25]: 25 beeldjes per seconde, progressief. Gebruik van deze
beeldsnelheid geeft aan uw opnamen een cinematografisch karakter. In
combinatie met het opnameprogramma [D Cinema modus] (0 60)
wordt het cinematografische karakter verder versterkt.
[Geheugeninfo]: Toont een scherm waarin u kunt controleren hoeveel van
het interne geheugen (alleen
b ) of de geheugenkaart momenteel in
gebruik is (l totale opnameduur en k totale aantal foto’s) en hoeveel
ruimte er nog resteert voor het maken van opnamen.
De geschatte cijfers voor de resterende opnameduur voor films en het
resterende aantal foto’s zijn bij benadering gegeven en hangen af van
de huidige opnamemodus en fotokwaliteit/grootte.
[Fotokwaliteit/
grootte]
[K 2304x1296], [L 2100x1575],
[M 1600x1200], [N 640x480]
z ––101
[E Superfijn], [
F Fijn],
[G Normaal]
[Vastleggen foto’s
va. video]
[
A Enkele foto],
[B Cont. knippen]
––z 93
[Beeldkwaliteit] [P Superfijn / 1920x1080],
[
Q Fijn / 1920x1080],
[R Normaal / 1920x1080]
––z 93
[Geheugeninfo] [P] (intern geheugen),
[g] (geheugenkaart)
zzzz
[x.v.Colour] [A Aan F], [
B Uit] z –––
[Autom. roteren] [
A Aan], [B Uit] z ––
[Bekijken] [B Uit], [
i 2 sec],
[j 4 sec], [k 6 sec],
[l 8 sec], [m 10 sec]
z ––
[Beeldnummers] [a Reset], [
b Continu] zzzz
[Papierinstellingen] [Standaard]
, [9 x 13 cm],
[13 x 18 cm], [10 x 14,8 cm],
[5,4 × 8,6 cm], [10 x 15 cm],
[8,5" x 11"], [A3], [A4],
[10,1 x 18 cm]
–––z 113
Menu-onderdeel Instelopties
4 3
1 2
0
Overige informatie 145
In het informatiescherm van een geheugenkaart kunt u ook de
snelheidsklasse van de geheugenkaart controleren.
b De [Totale ruimte] die wordt getoond voor het interne geheugen,
is de ruimte die kan worden gebruikt. Deze ruimte kan iets kleiner zijn
dan de nominale capaciteit van het interne geheugen die staat vermeld
in de specificaties.
[x.v.Colour]: Gebruikt een kleurruimte met een vergroot gamma om
diepere, meer levensechte kleuren te krijgen.
Gebruik deze functie om video-opnamen te maken alleen wanneer u
van plan bent om uw opnamen af te spelen op een HDTV die
compatibel is met x.v.Colour, aangesloten op de camcorder met een
HDMI-kabel. Als opnamen die zijn gemaakt met x.v.Colour, worden
afgespeeld op een TV die hiermee niet compatibel is, dan worden de
TV-kleuren mogelijk niet correct weergegeven.
[Autom. roteren]: Fotos die in de staande stand (door de camcorder
verticaal te houden) zijn gemaakt, worden tijdens weergave automatisch
geroteerd en correct weergegeven.
[Bekijken]: Bepaalt hoe lang een foto wordt weergegeven onmiddellijk
nadat deze is gemaakt.
De tijd voor het bekijken van een foto kan alleen worden ingesteld als de
transportmodus op [A Enkel] staat.
[Beeldnummers]: Selecteer de fotonummeringsmethode die u wilt
gebruiken op een nieuwe geheugenkaart. Aan foto’s worden automatisch
opeenvolgende nummers toegewezen van 0101 t/m 9900, en deze
worden opgeslagen in mappen van maximaal 100 foto’s. Mappen worden
genummerd van 101 t/m 998.
[a Reset]: Telkens wanneer u een nieuwe geheugenkaart plaatst,
begint de fotonummering opnieuw vanaf 101-0101.
[b Continu]: De fotonummering gaat verder bij het nummer dat volgt op
het nummer van de laatste foto die met de camcorder is gemaakt.
Als de geplaatste geheugenkaart al een foto met een hoger nummer
bevat, wordt aan een nieuwe foto een nummer toegewezen dat één
hoger is dan dat van de laatste foto op de geheugenkaart.
Het verdient aanbeveling de instelling [b Continu] te gebruiken.
Het fotonummer geeft de naam en locatie aan van het bestand op de
geheugenkaart. Voorbeeld: de bestandsnaam van een foto met het
nummer 101-0107 is “IMG_0107.JPG”, opgeslagen onder de map
“DCIM\101CANON”.
146 Overige informatie
y / z Instellingen voor afspelen
1
Optie alleen beschikbaar in het indexscherm [Playlist] of [Videofoto] [Origineel]/
[Playlist].
2
Optie niet beschikbaar wanneer de camcorder aangesloten is op een HDTV via
een HDMI-kabel.
[Datumcode]: Toont de datum en/of tijd waarop de scène werd
opgenomen.
[
L Camera datum]: Toont het diafragma (f-stop) en de sluitertijd die
tijdens het opnemen van de scène werden gebruikt.
[TV-Type]: Als u de camcorder op een TV aansluit met de bijgeleverde
stereovideokabel STV-250N, selecteer dan de instelling op basis van het
type TV om het beeld volledig en in de juiste hoogte/breedteverhouding
weer te kunnen geven.
[
F Normale TV]: TV’s met een hoogte/breedteverhouding van 4:3.
[
G Breedb TV]: TV’s met een hoogte/breedteverhouding van 16:9.
Als het TV-type op [
F Normale TV], staat, wordt het beeld niet in
volledige schermweergave getoond tijdens het afspelen van video die
oorspronkelijk was opgenomen met een hoogte/breedteverhouding van
16:9.
6 Instelling systeem
Menu-onderdeel Instelopties
1 2
0
[Muziekkeuze] [
B Uit], [A Aan]
Indien [A Aan] - lijst met muzieknummers
z
1
z 86
[Datumcode] [I Datum], [J Tijd], [
K Datum en tijd],
[L Camera datum]
z ––
[Overgang diashow] [B Uit], [i Vervagen], [
j Verschuiven] z 108
[TV-Type]
2
[F Normale TV], [G Breedb TV] z ––
Menu-onderdeel Instelopties
4 3
1 2
0
[Lettergrootte] [A Groot], [
B Klein] zzzz
[TV-scherm] [
A Aan], [B Uit] zzzz
Overige informatie 147
[Taal a] [ ], [Dansk], [Deutsch],
[ ], [English]
, [Español],
[Français], [Italiano], [Magyar],
[Melayu], [Nederlands], [Norsk],
[Polski], [Português], [ ],
[Suomi], [Svenska], [Türkçe],
[ ], [ ], [ ],
[ ], [ ],
[ ], [ ], [ ],
[]
zzzz32
[Helderheid] zzzz
[LCD-
schermdimmer]
[A Aan], [
B Uit] zzzz
[AV/Koptelef.] [
H AV], [J Koptelefoon] z zz79
[Volume] Luidspreker:
, r
––zz48,
79
Hoofdtelefoon:
, e
z zz
[Piepje] [
N Hoog volume],
[M Laag volume], [B Uit]
zzzz
[IR
Afstandsbediening]
[
A Aan], [B Uit L] zzzz
[Spaarstand] [Automatisch uit]:
[
A Aan], [B Uit]
zzzz
[Snelle start (stand-by)]:
[B Uit], [
f 10 min],
[g 20 min], [h 30 min]
b
[Initialiseren f/g]
[P Syst. geh.], [g Kaart] zzz
1
z 37
[Initalisatie voltooien]:
Schakel in (x) of uit (
w)
[Initialiseren g]
[Initalisatie voltooien]:
Schakel in (x) of uit (w)
Menu-onderdeel Instelopties
4 3
1 2
0
kl
qh
cd
148 Overige informatie
1
Optie niet beschikbaar in het indexscherm [Playlist].
2
Optie niet beschikbaar wanneer de camcorder aangesloten is op een HDTV via
een HDMI-kabel.
3
Optie alleen beschikbaar bij gebruik van een Eye-Fi-kaart.
[Lettergrootte]: Wijzigt de grootte van het lettertype voor de
menuschermen en andere schermen.
Als de lettergrootte op [
A Groot] staat, wordt sommige informatie
mogelijk in verkorte vorm weergegeven (alleen pictogrammen, etc.).
Sommige schermen worden weergegeven met een kleine lettergrootte,
ongeacht de instelling.
[TV-scherm]
Als deze optie op [A Aan] staat, worden de schermgegevens van de
camcorder ook getoond op een aangesloten TV of monitor.
[Tijdzone/DST] [S] (tijdzone in eigen
woonplaats) of [V] (tijdzone op
reisbestemming): [Parijs]
, lijst met
tijdzones van de wereld
[U] (instelling zomertijd)
zzzz32
[Datum/Tijd] [Datum/Tijd]: – zzzz31
[Datumindeling]:
[J.M.D], [M.D,J], [D.M.J]
(J- jaar, M- maand, D- dag)
[24H]: Schakel in (
x
, 24-uurs klok)
of uit (
w
, 12-uurs klok)
[Start week] [Zaterdag], [Zondag], [Maandag] ––z ––
[Accu-info] zzzz
[HDMI-Controle]
2
[A Aan], [B Uit] zzzz
[HDMI-status] zzzz
[Afstandseenheden] [
m meters], [n feet] zzzz
[Demo Modus] [
A Aan], [B Uit] zz –––
[Alles terugstellen] [Ja], [Nee] zzzz
[Firmware] z
[Eye-Fi-
communicatie]
3
[O Auto], [B Uit] zzzz134
Menu-onderdeel Instelopties
4 3
1 2
0
Overige informatie 149
[Helderheid]: Stelt de helderheid van het LCD-scherm in.
Wijziging van de helderheid van het LCD-scherm heeft geen invloed op
de helderheid van de opnamen of op de helderheid van het
afspeelbeeld op een TV.
[LCD-schermdimmer]: Als deze optie op [A Aan] staat, wordt het LCD-
scherm gedimd. Dit is ideaal als u de camcorder gebruikt op plaatsen
waar de LCD-verlichting voor anderen irritant kan worden. Houd h
circa 2 seconden ingedrukt als u het LCD-scherm wilt terugstellen naar de
vorige helderheidsinstelling.
Het dimmen van het LCD-scherm heeft geen invloed op de helderheid
van de opnamen of op de helderheid van het afspeel/weergavebeeld op
een TV.
Als u de schermdimmer op [
B Uit], zet, keert het LCD scherm terug
naar het helderheidsniveau dat werd gebruikt voordat het scherm werd
gedimd.
[Piepje]: Bij sommige handelingen (het aanzetten van de camcorder, het
aftellen van de zelfontspanner, etc.) is een pieptoon te horen.
[IR Afstandsbediening]: Stelt u in staat de camcorder te bedienen met de
draadloze afstandsbediening.
[Spaarstand]: Hiermee stelt u de opties voor automatische uitschakeling
van de camcorder in.
[Automatisch uit]: Bij gebruik van de accu schakelt de camcorder zichzelf
automatisch uit als er 5 minuten lang geen bedieningshandelingen zijn
verricht. Dit wordt gedaan om stroom te besparen.
Ongeveer 30 seconden voordat de camcorder wordt uitgeschakeld,
verschijnt het bericht [Automatisch uit].
In de standby-stand wordt de camcorder uitgeschakeld nadat de tijd is
verstreken die is ingesteld met de optie [Snelle start (stand-by)].
[Snelle start (stand-by)] :Selecteer of u de snelstartfunctie (0 44) wilt
activeren wanneer u in een opnamestand het LCD-paneel sluit en hoe
lang het moet duren voordat de camcorder de standby-stand beëindigt
en automatisch wordt uitgeschakeld.
U kunt de snelstartfunctie bijvoorbeeld instellen op [B Uit] als de
camcorder op een vaste positie staat en u video-opnamen wilt blijven
maken bij een gesloten LCD-paneel om accustroom te besparen.
150 Overige informatie
[Start week]: Selecteer op welke dag de week in het kalenderscherm
moet beginnen (0 52).
[Accu-info]: Toont een scherm waarin u kunt controleren wat (als een
percentage) de accucapaciteit is en wat de resterende opnameduur
(stand , ) of afspeelduur (stand , ) is.
[HDMI-Controle]: Activeert de functie HDMI-CEC (Consumer Electronics
Control). Als u de camcorder via een HDMI-kabel aansluit op een HDTV
die compatibel is met HDMI-CEC, kunt u de afspeelfunctie van de
camcorder besturen met de afstandsbediening van uw TV.
Indien deze functie op [A Aan] staat en de camcorder via een HDMI
kabel aangesloten is op een compatibele HDTV wordt de video-invoer
op de TV automatisch afgestemd op de video-invoer van de camcorder.
U kunt dan de knoppen “omhoog/omlaag/naar links/naar rechts” en OK
of SET op de afstandsbediening van de TV gebruiken om uw opnamen
af te spelen.
Afhankelijk van het TV-toestel zijn op de TV zelf mogelijk extra
instellingen nodig om de HDMI-CEC-functie te kunnen activeren.
Raadpleeg hiervoor de gebruiksaanwijzing van de TV.
Zelfs wanneer de camcorder aangesloten is op compatibele TV-
toestellen, kan een correcte werking van de HDMI-CEC-functie niet
worden gegarandeerd. Indien u de afstandsbediening van de TV niet
kunt gebruiken, zet [HDMI-Controle] dan op [B Uit] en voer de
bedieningshandelingen dan uit op de camcorder zelf of met de
draadloze afstandsbediening van de camcorder.
De afstandsbediening van de TV kunt u alleen gebruiken om films af te
spelen of fotos weer te geven (alleen de stand of ). Indien de
camcorder aangesloten is op de TV terwijl de camcorder in de stand
of staat, en u de TV uitzet, zal - afhankelijk van het gebruikte
TV-toestel - automatisch ook de camcorder worden uitgezet, zelfs als
de camcorder op dat moment bezig is met opnemen.
Het verdient aanbeveling om tegelijkertijd niet meer dan 3 HDMI-CEC-
compatibele apparaten aan te sluiten.
[HDMI-status]: Toont een scherm waarin u kunt controleren wat de
standaard is van het videosignaal dat wordt uitgevoerd vanuit het HDMI
OUT- aansluitpunt.
[Afstandseenheden]: Hiermee selecteert u of tijdens handmatige
scherpstelling de scherpstelafstand wordt weergegeven in meters of feet.
[Demo Modus]: Met de demonstratiefunctie kunt u de belangrijkste
functies van de camcorder bekijken. De demonstratiefunctie wordt
Overige informatie 151
automatisch gestart als de camcorder van stroom wordt voorzien met de
compacte netadapter en u de camcorder langer dan 5 minuten zonder
geheugenkaart ingeschakeld laat staan.
Druk op een willekeurige knop of zet de camcorder uit als u de
demonstratiefunctie wilt stopzetten zodra deze is gestart.
[Alles terugstellen]: Stelt alle camcorderinstellingen terug naar de
standaardwaarde.
[Firmware]: U kunt controleren wat de huidige versie is van de
camcorderfirmware. Deze menuoptie is gewoonlijk niet beschikbaar.
152 Overige informatie
Bijlage: Schermgegevens en pictogrammen
Films opnemen (in de Dual Shot-stand)
1 Smart AUTO-stand (0 40)
2 Zoomregelaars op het scherm
(0 43)
3 Bedieningsstand (0 27)
4 In opnamepauzestand: Totaal
aantal scènes
5 Actieve werking (0 156)
6 Resterende accucapaciteit
(0 156)
7 Zoom (0 43)
8 Opnamemodus (0 56)
9 Bedieningsknop: Starten/stoppen
met opnemen van video
Aq Gezichtsdetectiekader (0 63)
Aa Kader voor Aanraken & Volgen
(0 65)
Overige informatie 153
Films opnemen (in de handmatige stand y)
As Bedieningsknop: Het FUNC.-
paneel openen (0 28)
Ad Opnameprogramma
(0 57, 60, 67)
Af R Instant AF (0 141),
MF Handmatige scherpstelling
(0 71)
Ag Handmatige belichting (0 70)
Ah AGC-limiet (limiet automatische
versterking) (0 71)
Aj Witbalans (0 73)
Ak Beeldeffect (0 74)
Al Bedieningsknop: Laatst gebruikte
functie (in dit voorbeeld is dat
[ZOOM])
Sq
Tijdens opnemen/afspelen:
Scèneteller (uren : minuten :
seconden)
Sa Pre-opname (0 62)
Ss Beeldstabilisator (0 61)
Sd PF25 progressieve beeldsnelheid
(0 60, 156)
Sf Resterende opnameduur
g Op de geheugenkaart
f In het interne geheugen*
3 Relay-opname* (0 36)
* Alleen b .
Sg x.v.Colour (0 145)
Sh Gezichtsdetectie (0 63)
Sj Fotokwaliteit/grootte
(bij gelijktijdig opnamen maken)
(0 106)
Sk Windscherm uitgeschakeld
(0 142)
Sl Microfoondemper (0 142)
Dq Audioniveau-indicator (0 78)
Da Digitaal effect (0 66)
Ds Horizontaalmarkering (0 143)
Dd Sensor voor afstandsbediening
uitgeschakeld (0 149)
Df Geavanceerde mini
accessoireschoen (0 81)
Dg Hoofdtelefoonuitgang (0 79)
Dh Minivideolamp (0 75)
Dj Bedieningsknop: Overschakelen
naar foto’s maken (0 100)
154 Overige informatie
Foto’s maken (in de handmatige stand y)
Dk Transportmodus (0 104)
Dl Lichtmetingsstand (0 107)
Fq Bedieningsknop: Laatst gebruikte
functie (in dit voorbeeld is dat
[MENU])
Fa Zelfontspanner (0 77)
Fs Flitser (0 103)
Fd Draadloze Eye-Fi-communicatie
(0 134)
Ff Aantal beschikbare foto’s
g Op de geheugenkaart
b
f In het interne geheugen
Fg Fotokwaliteit/grootte (0 101)
Fh Bedieningsknop: Overschakelen
naar films opnemen (0 55)
Fj AF-kader (0 141)
Fk Scherpstellings- en
belichtingsvergrendeling
(0 39, 100)
Fl Camcordertrillingswaarschuwing
(0 142)
Films afspelen (tijdens afspelen)
Gq Afspeelregelaars (0 46)
Ga Scènenummer
Gs Datacodering (0 89, 146)
Gd Volume (0 46)
Overige informatie 155
Foto’s bekijken
Exif-informatiepaneel
Gf Bedieningsknop: Instellingsmenu’s
openen(0 140)
Gg Markering “foto beveiligd”
(0 110)
Gh Huidige foto / totaal aantal foto’s
Gj Fotonummer (0 145)
Gk Histogram (0 109)
Gl Bedieningsknop: Foto’s doorlopen
(0 97)
Hq Datum en tijd van opname
Ha Bedieningsknop: Diashow
(0 108)
Hs Bedieningsknop: Het
bewerkingspaneel openen
Hd Bedieningsknop: Overschakelen
naar indexscherm [Foto’s] (0 96)
Hf Handmatige scherpstelling (0 71)
Hg Bestandsgrootte
Hh Fotogrootte (0 101)
Hj Sluitertjid (0 67)
Hk Diafragmawaarde (0 67)
156 Overige informatie
5 Actieve werking
N
Opnemen,
M
Opnamepauze,
A
Afspelen,
C
Afspeelpauze,
I
Versneld vooruit
afspelen,
J
Versneld achteruit afspelen,
G
Langzaam vooruit afspelen,
H
Langzaam
achteruit afspelen,
E
Beeldje voor beeldje vooruit afspelen,
F
Beeldje voor beeldje
achteruit afspelen.
6
Resterende accucapaciteit
Het pictogram laat een ruwe schatting
zien van de resterende lading van de
accu als een deel van een volledig
opgeladen accu. Naast het pictogram wordt in minuten de resterende opname/
afspeelduur getoond.
Als in rood wordt weergegeven, dan moet u de accu door een volledig opgeladen
accu vervangen.
Wanneer u een lege accu plaatst, wordt mogelijk de voeding uitgeschakeld zonder dat
wordt getoond.
De accu moet de eerste keer volledig opgeladen zijn en u moet de camcorder gebruiken
totdat de accu volledig leeg is. Hiermee zorgt u ervoor dat de resterende opnameduur
nauwkeurig wordt weergegeven.
Mogelijk wordt de resterende accucapaciteit niet nauwkeurig aangegeven. Dit hangt af
van de omstandigheden waaronder de camcorder en accu worden gebruikt.
Als de camcorder uit staat, moet u op
R
drukken om de laadtoestand van de
accu op te roepen. Het Intelligent System zal gedurende 5 seconden de laadtoestand (als
een verhouding) en (in minuten) de resterende opnameduur weergeven. Wanneer de accu
volledig leeg is, wordt de informatie over de accu niet weergegeven.
S
d
PF25 progressieve beeldsnelheid
Selecteer de PF25 progressieve beeldsnelheid (
0
60) om aan uw opnamen een
cinematografisch karakter te geven. U kunt deze beeldsnelheid combineren met het
opnameprogramma [
D
Cinema modus] om het effect verder te versterken.
Sf
Resterende opnameduur
Als er geen vrije ruimte meer aanwezig is op de geheugenkaart, dan verschijnt [
f
Eind] (intern
geheugen, alleen
b
) of [
g
Eind] (geheugenkaart) en wordt het opnemen stopgezet.
Ff
Aantal beschikbare foto’s
m
in rood: In de camcorder is geen geheugenkaart aanwezig.
g
in groen: 6 of meer foto’s
U
in geel: 1 t/m 5 foto’s
U
in rood: Er kunnen geen foto’s meer
worden gemaakt.
Tijdens het bekijken van foto’s is het scherm altijd groen.
Het kan voorkomen dat het getal dat aangeeft hoeveel foto’s nog kunnen worden gemaakt, niet
afneemt nadat een foto is gemaakt. Ook kan het voorkomen dat het aantal foto’s dat nog kan
worden gemaakt, op het display na een opname ineens met 2 afneemt, afhankelijk van de
opnameomstandigheden.
100% 75% 50% 25% 0%
Overige informatie 157
Pro blemen?
Problemen oplossen
Loop eerst door de lijst hieronder wanneer u problemen ondervindt bij het
gebruik van uw camcorder. Soms bestaat er een simpele oplossing voor
iets waarvan u denkt dat het een camcorderstoring is - lees daarom eerst
de tekst in het vak “EERST CONTROLEREN” voordat u vervolgt met de
meer gedetailleerde problemen en oplossingen. Neem contact op met uw
dealer of een Canon Service Center als het probleem aanhoudt.
EERST CONTROLEREN
Stroombron
De camcorder kan niet worden ingeschakeld of schakelt zichzelf uit.
- De accu is leeg. Vervang de accu of laad deze op.
- Verwijder de accu en sluit deze opnieuw goed aan.
- Als het opnameprogramma op [Onderwater] of [Oppervlakte] staat, wordt de camcorder
mogelijk automatisch uitgeschakeld als deze te heet wordt. Zet de camcorder uit en laat deze
afkoelen.
Ik kan de accu niet opladen.
- Zorg ervoor dat de camcorder uit staat, zodat u met opladen kunt beginnen.
- De temperatuur van de accu is hoger of lager dan het oplaadbereik. Als de temperatuur van
de accu lager is dan 0 °C, verwarm de accu dan voordat u deze oplaadt; Als de temperatuur
van de accu hoger is dan 40 °C, laat de accu dan afkoelen voordat u deze oplaadt.
Voeding
Is de accu opgeladen? Is de compacte netadapter op de juiste wijze
aangesloten op de camcorder? (0 19)
Opnemen
Hebt u de camcorder aangezet en op de juiste wijze in een
opnamestand gezet? (0 39, 55, 100) Als u opnamen wilt maken op
een geheugenkaart, is deze dan correct in de camcorder geplaatst?
(0 35)
Afspelen
Hebt u de camcorder aangezet en op de juiste wijze in een
afspeelstand gezet? (0 46, 96) Als u opnamen wilt afspelen vanaf
een geheugenkaart, is deze dan correct in de camcorder geplaatst?
(0 35) Bevat de geheugenkaart opnamen?
Overig
Maakt de camcorder een ratelend geluid? De interne lensbevestiging
kan bewegen als de camcorder wordt uitgeschakeld of in een
afspeelstand staat. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
158 Overige informatie
- Laad de accu op bij temperaturen tussen 0 °C en 40 °C.
- De accu is defect. Vervang de accu.
- De camcorder kan niet met de aangesloten accu communiceren. Dergelijke accu’s kunnen
niet met deze camcorder worden opgeladen.
De compacte netadapter produceert geluid.
- Een zacht geluid is hoorbaar als de compacte netadapter op een stopcontact wordt
aangesloten. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
De accu is zelfs bij normale temperaturen snel leeg.
- De accu heeft het einde van zijn levensduur bereikt. Schaf een nieuwe accu aan.
Opnemen
De camcorder begint niet met opnemen nadat op g is gedrukt.
- U kunt geen opnamen maken terwijl de camcorder eerdere opnamen wegschrijft naar het
geheugen (terwijl de ACCESS-indicator brandt of knippert). Wacht totdat de camcorder klaar
is.
- Het geheugen is vol of bevat al 3.999 scènes (het maximum aantal scènes). Verwijder een
aantal opnamen (0 53, 98) of initialiseer het geheugen (0 37) om ruimte vrij te maken.
Het punt waar g werd ingedrukt komt niet overeen met het begin/einde van de
opname.
- Tussen het indrukken van g en de feitelijke start of het feitelijke einde van de
opname doet zich een korte pauze voor. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
De camcorder stelt niet scherp.
- De automatische scherpstelling werkt niet op het onderwerp. Stel handmatig scherp (0 71).
- De lens of Instant AF-sensor is vuil. Reinig de lens of sensor met een zacht
lensreinigingsdoekje (0 179). Gebruik nooit tissuepapier om de lens te reinigen.
Het beeld ziet er enigszins gekromd uit als een onderwerp snel voorbij de lens flitst.
- Dit is een verschijnsel dat kenmerkend is voor CMOS-beeldsensors. Als een onderwerp zeer
snel langs de voorzijde van de camcorder beweegt, kan het beeld er enigszins gekromd
uitzien. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
Wisselen van bedieningsstand tussen opnemen (N)/opnamepauze (M)/afspelen (A)
duurt langer dan normaal.
- Als het geheugen een groot aantal scènes bevat, dan kunnen sommige procedures langer
duren dan normaal. Maak een backup van uw opnamen (0 123) en initialiseer het
geheugen (0 37).
Ik kan geen goede film- of foto-opnamen maken.
- Dit kan zich voordoen na het herhaaldelijk maken van films en foto’s. Maak een backup van
uw opnamen (0 123) en initialiseer het geheugen (0 37).
Overige informatie 159
Ik kan in de stand geen foto’s maken.
- In deze stand kunt u geen foto’s maken als 8 8 [Simultaan opnemen] op [Uit] staat
(0 106), of als de digitale zoom (0 141) of een digitaal effect (0 66) geactiveerd is.
Na lang gebruik van de camcorder wordt deze heet.
- De camcorder kan warm worden nadat deze een lange tijd ononderbroken is gebruikt; dit is
normaal en duidt niet op een storing. Als de camcorder ongebruikelijk heet wordt of heet
wordt nadat u deze slechts korte tijd hebt gebruikt, dan kan dit duiden op een probleem met
de camcorder. Neem contact op met een Canon Service Center.
Afspelen
Ik kan scènes niet toevoegen aan de afspeellijst.
- De afspeellijst biedt plaats aan maximaal 999 scènes. Indien de afspeellijst scènes bevat die
zijn opgenomen in de MXP- of FXP-modus, is het maximale aantal scènes in de afspeellijst
mogelijk minder dan 999.
- Het kan gebeuren dat u aan de afspeellijst geen scènes kunt toevoegen die zijn opgenomen of
bewerkt met een ander apparaat en vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart
die was aangesloten op de computer.
- Het geheugen is vol. Verwijder een aantal opnamen (0 53, 98) of initialiseer het geheugen
(0 37) om ruimte vrij te maken.
Ik kan geen scènes verplaatsen in de afspeellijst.
- Het geheugen is vol. Verwijder een aantal opnamen (0 53, 98) of initialiseer het geheugen
(0 37) om ruimte vrij te maken.
Ik kan een scène niet verwijderen.
- Het kan gebeuren dat u geen scènes kunt verwijderen die zijn opgenomen of bewerkt met
een ander apparaat en vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die was
aangesloten op de computer.
Het verwijderen van scènes neemt meer tijd in beslag dan gewoonlijk.
- Als het geheugen een groot aantal scènes bevat, dan kunnen sommige procedures langer
duren dan normaal. Maak een backup van uw opnamen (0 123) en initialiseer het
geheugen (0 37).
Ik kan een foto niet verwijderen.
- De foto is beveiligd. Verwijder de beveiliging (0 110).
Ik kan van een filmscène geen Video Snapshot-opname maken.
- U kunt geen Video Snapshot-opnamen maken van scènes die zijn opgenomen of bewerkt met
een ander apparaat en vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die was
aangesloten op de computer.
- Het geheugen is vol. Verwijder een aantal opnamen (0 53, 98) of initialiseer het geheugen
(0 37) om ruimte vrij te maken.
160 Overige informatie
Tijdens het afspelen van scènes of een diashow met achtergrondmuziek wordt het
muzieknummer niet correct afgespeeld.
- Dit kan gebeuren als u de muziekbestanden kopieert naar een geheugenkaart die
aangesloten is op de computer nadat u herhaaldelijk scènes hebt opgenomen en verwijderd
(gefragmenteerd geheugen). Maak een backup van uw opnamen (0 123) en initialiseer de
geheugenkaart (0 37).Kopieer vervolgens eerst de muziekbestanden naar de
geheugenkaart terwijl deze aangesloten is op de computer en schrijf pas daarna de opnamen
terug die u eerder met de camcorder had gemaakt en daarna op de computer had
opgeslagen.
- Muzieknummers worden niet correct afgespeeld als de verbinding werd onderbroken terwijl u
de muziekbestanden kopieerde naar een geheugenkaart die aangesloten was op de
computer. Verwijder de muzieknummers en kopieer opnieuw de muziekbestanden naar de
camcorder.
- De kopieersnelheid van de gebruikte geheugenkaart is te langzaam. Gebruik een aanbevolen
geheugenkaart (0 33).
Ik kan scènes niet splitsen
- U kunt geen scènes splitsen die zijn opgenomen of bewerkt met een ander apparaat en
vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die was aangesloten op de computer.
- Het geheugen is vol. Verwijder een aantal opnamen (0 53, 98) of initialiseer het geheugen
(0 37) om ruimte vrij te maken.
Ik kan individuele scènes/foto’s in het indexscherm niet markeren met een vinkje O
- U kunt niet meer dan 100 scènes/foto’s afzonderlijk selecteren. Verlaag het aantal
geselecteerde scènes/foto’s of gebruik de optie [Alle selecteren].
Indicatoren en schermgegevens
brandt in rood.
- De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu of laad deze op.
verschijnt op het scherm.
- De camcorder kan niet met de accu communiceren waardoor de resterende accucapaciteit
niet kan worden weergegeven.
g licht op in een rode kleur.
- Er is een geheugenkaartfout opgetreden. Zet de camcorder uit. Verwijder de geheugenkaart
en plaats deze terug. Initialiseer de geheugenkaart als het scherm niet terugkeert naar
normale weergave.
- De geheugenkaart is vol. Vervang de geheugenkaart of verwijder een aantal opnamen
(0 53, 98) om ruimte vrij te maken op de geheugenkaart.
Op het scherm knippert
S in een rode kleur.
- De camcorder is defect. Neem contact op met een Canon Service Center.
Zelfs nadat ik ben gestopt met opnemen gaat de ACCESS-indicator niet uit.
- De scène wordt nog opgenomen in het geheugen. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
Overige informatie 161
Op het scherm wordt p weergegeven.
- De camcorder is heet geworden terwijl het opnameprogramma [Onderwater] of [Oppervlakte]
was geselecteerd. Zet de camcorder uit en laat deze afkoelen.
De rode ON/OFF (CHG)-indicator knippert snel ( knippert telkens éénmaal met
een tussentijd van 0,5 seconde).
- Het opladen is stopgezet omdat de compacte netadapter of de accu defect is. Neem contact
op met een Canon Service Center.
De rode ON/OFF (CHG)-indicator knippert zeer langzaam ( knippert
telkens éénmaal met een tussentijd van 2 seconden).
- De temperatuur van de accu is hoger of lager dan het oplaadbereik. Als de temperatuur van
de accu lager is dan 0 °C, verwarm de accu dan voordat u deze oplaadt; Als de temperatuur
van de accu hoger is dan 40 °C, laat de accu dan afkoelen voordat u deze oplaadt.
- Laad de accu op bij temperaturen tussen 0 °C en 40 °C.
- De accu is beschadigd. Gebruik een andere accu.
o wordt op het scherm weergegeven
- De LOCK-schakelaar op de Eye-Fi-kaart staat zo ingesteld dat gegevens op de kaart niet per
ongeluk kunnen worden gewist. Wijzig de stand van de LOCK-schakelaar.
- Er heeft zich een fout voorgedaan terwijl u probeerde gegevens te lezen vanaf een Eye-Fi-
kaart. Zet de camcorder uit en weer aan. Als het pictogram vaak verschijnt, kan er een
probleem zijn met de Eye-Fi-kaart. Neem contact op met de klantenservice van de fabrikant
van de kaart.
Beeld en geluid
Het scherm is te donker.
- Het LCD-scherm is gedimd. Houd h gedurende 2 seconden ingedrukt om het LCD-
scherm terug te zetten naar de vorige helderheidsinstelling.
De schermgegevens verschijnen en verdwijnen herhaaldelijk.
- De accu is leeg. Vervang de accu of laad deze op.
- Verwijder de accu en sluit deze opnieuw goed aan.
Op het scherm worden abnormale karakters weergegeven en de camcorder functioneert niet
naar behoren.
- Verwijder de stroombron en sluit deze na enige tijd weer aan. Als het probleem aanhoudt,
gebruik dan de menuoptie 6 8 [Alles terugstellen] om alle camcorderinstellingen terug
te stellen naar de standaardwaarden.
Op het scherm verschijnt videoruis.
- Houd voldoende afstand aan tussen de camcorder en apparaten die sterke
elektromagnetische velden afgeven (plasma-TV’s, mobiele telefoons, etc.).
162 Overige informatie
Op het scherm verschijnen horizontale strepen.
- Dit is een verschijnsel dat zich typisch voordoet bij CMOS-beeldsensors als u opnamen maakt
onder sommige TL-lampen, kwiklampen of natriumlampen. Kies het opnameprogramma
[Programma AE] of [Sluiter-voork.AE] (0 67) om deze symptomen te verminderen. Dit is
normaal en duidt niet op een storing.
Samen met het opgenomen geluid is ruis hoorbaar
- Als u geluid opneemt met een externe microfoon, kan het gebeuren dat de interferentie die
wordt veroorzaakt door draadloze communicatie, wordt opgenomen als ruis. Het verdient
aanbeveling de draadloze communicatie uit te schakelen terwijl u opnamen maakt (0 135).
Het geluid is vervormd of wordt opgenomen op een lager niveau.
- Als u opnamen maakt bij harde geluiden (zoals vuurwerk, shows of concerten), kan het geluid
vervormd raken of wordt het geluid mogelijk niet op het feitelijke niveau opgenomen. Activeer
de microfoondemper (0 142) of stel het audio-opnameniveau handmatig in (0 78).
Het beeld wordt correct weergegeven maar de ingebouwde luidspreker produceert geen
geluid.
- Het luidsprekervolume staat uit. Wijzig het volume.
- Indien de stereovideokabel STV-250N op de camcorder aangesloten is, verwijder deze dan.
- Het AV-aansluitpunt is ingesteld op hoofdtelefoonuitvoer. Stel
8
8
[AV/Koptelef.] in op [AV]
.
Geheugenkaart en accessoires
Ik kan de geheugenkaart niet plaatsen.
- U houdt de geheugenkaart verkeerd vast. Keer de geheugenkaart om en plaats de kaart in de
camcorder.
Ik kan geen opnamen maken op de geheugenkaart.
- De geheugenkaart is vol. Verwijder een aantal opnamen (0 53, 98) om ruimte vrij te maken,
of vervang de geheugenkaart.
- Initialiseer de geheugenkaart (0 37) als u deze voor de eerste keer met de camcorder
gebruikt.
- De LOCK-schakelaar op de geheugenkaart staat zo ingesteld dat gegevens op de kaart niet
per abuis kunnen worden gewist. Wijzig de stand van de LOCK-schakelaar.
- U moet een compatibele geheugenkaart gebruiken om op een geheugenkaart films op te
kunnen nemen (0 33).
- De map- en bestandsnummers hebben hun maximale waarde bereikt. Stel 88
[Beeldnummers] in op [Reset] en plaats een nieuwe geheugenkaart.
De draadloze afstandsbediening werkt niet.
-Stel 68 [IR Afstandsbediening] in op [Aan].
- Vervang de batterij van de draadloze afstandsbediening.
Ik kan bestanden niet draadloos uploaden met gebruik van een Eye-Fi-kaart.
- 68 [Eye-Fi-communicatie] is ingesteld op [Uit] (op het scherm wordt i
weergegeven). Stel deze optie in op [Auto].
Overige informatie 163
- Het kan helpen om het LCD-paneel te openen als de draadloze verbinding niet sterk genoeg
is.
- Als zich tijdens het uploaden van bestanden bepaalde omstandigheden voordoen,
bijvoorbeeld wanneer de camcorder te heet wordt of de draadloze verbinding te zwak wordt,
kan het gebeuren dat de camcorder de draadloze upload stopzet (op het scherm verschijnt
dan h). Zet de camcorder uit en laat deze afkoelen, of ga naar een plaats met een sterker
draadloos signaal.
- Neem contact op met de klantenservice van de fabrikant van de kaart.
Aansluiten van externe apparaten
Op het TV-scherm verschijnt videoruis.
- Als u de camcorder gebruikt in een kamer waar een TV staat, houd dan tussen de camcorder
en het netsnoer en de antennekabels van de TV voldoende afstand aan.
De camcorder geeft een goede weergave maar er is geen beeld op het TV-scherm.
- De video-ingang op de TV is niet afgestemd op het videoaansluitpunt waarop u de camcorder
hebt aangesloten. Selecteer de juiste video-ingang.
De TV geeft geen geluid.
- Als u de camcorder aansluit op een HDTV met de Componentkabel CTC-100/S, zorg er dan
voor dat u ook de audio-aansluitingen verricht met de witte en rode stekkers van de
stereovideokabel STV-250N.
De camcorder is aangesloten via de optionele HDMI-kabel HTC-100, maar de HDTV geeft geen
beeld en geen geluid.
- Verwijder de HTC-100 HDMI-kabel en herstel vervolgens de verbinding of zet de camcorder
uit en weer aan.
De camcorder is aangesloten via de optionele HDMI-kabel HTC-100, maar HDMI-CEC werkt
niet (afspelen niet mogelijk met gebruik van de afstandsbediening van de TV).
- Verwijder de HDMI-kabel HTC-100 en zet de camcorder en de TV uit. Zet na korte tijd beide
apparaten weer aan en herstel de verbinding.
- 68 [HDMI-Controle] is ingesteld op [Uit]. Stel deze optie in op [Aan].
- HDMI-CEC is niet geactiveerd op de aangesloten TV. Activeer deze functie op de TV.
- Zelfs bij TV-toestellen die compatibel zijn met HDMI-CEC, hangt het van het type TV af welke
functies beschikbaar zijn. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de aangesloten TV.
De computer herkent de camcorder niet, hoewel de camcorder correct aangesloten is.
- Verwijder de USB-kabel en zet de camcorder uit. Zet na korte tijd de camcorder weer aan en
herstel de verbinding.
- Sluit de camcorder aan op een andere USB-poort van de computer.
- De camcorder wordt niet correct herkend als u de USB-kabel hebt aangesloten op de
computer terwijl de camcorder bezig was met het verwijderen van alle foto’s. Verwijder de
USB-kabel en herstel de verbinding nadat de procedure is voltooid.
164 Overige informatie
De printer werkt niet, hoewel de camcorder en printer goed zijn aangesloten.
- Verwijder de USB-kabel en zet de printer uit. Zet na korte tijd de printer weer aan en herstel
de verbinding.
- Het is niet mogelijk om een verbinding te maken met een PictBridge-compatibele printer als
het geheugen 2.500 foto’s of meer bevat.
Nadat de camcorder aangesloten is op een printer, blijft het bericht [Bezig] op het scherm
weergegeven.
- Verwijder de USB-kabel en herstel na korte tijd de verbinding.
Foto’s worden niet correct afgedrukt
- Het kan gebeuren dat u, bij gebruik van een PictBridge-compatibele printer, niet op correcte
wijze foto’s kunt afdrukken waarvan de bestandsnamen zijn gewijzigd of die werden
opgenomen, gemaakt, bewerkt of gewijzigd met gebruik van een ander apparaat en
vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die aangesloten was op de computer.
Ik kan foto’s niet opslaan op mijn computer
- Als het geheugen te veel foto’s bevat (Windows – 2.500 foto’s of meer, Macintosh – 1.000
foto’s of meer), kunt u foto’s wellicht niet kopiëren naar een computer. Probeer dan een
kaartlezer te gebruiken om de foto’s op de geheugenkaart te kopiëren. Alleen b : Als u
foto’s naar de computer wilt kopiëren vanuit het interne geheugen, kopieer deze dan eerst
naar de geheugenkaart (0 121).
Overzicht van berichten
Hieronder volgt een lijst met camcorderberichten en daarna een overzicht
van berichten die betrekking hebben op het afdrukken (
0
171).
Bezig kaart te lezen. Verwijder kaart niet
- U opende de afdekking van de geheugenkaartsleuf terwijl de camcorder bewerkingen
uitvoerde op de geheugenkaart of daarmee begon. Verwijder de geheugenkaart niet voordat
dit bericht verdwenen is.
Bufferoverloop. Opname beeindigd
- De kopieersnelheid van de gegevens was te hoog voor de gebruikte geheugenkaart en het
opnemen werd stopgezet. Vervang de geheugenkaart door een geheugenkaart van
snelheidsklasse 2, 4, 6 of 10.
Controleer kaart
- Ik krijg geen toegang tot de geheugenkaart. Controleer de geheugenkaart en zorg ervoor dat
de kaart correct geplaatst is.
- Er is een geheugenkaartfout opgetreden. De camcorder kan de foto niet maken of niet
weergeven. Verwijder de kaart en plaats deze weer terug, of gebruik een andere
geheugenkaart.
- U hebt een MultiMediaCard (MMC) in de camcorder geplaatst. Gebruik een aanbevolen
geheugenkaart (0 33).
(in alfabetische volgorde)
Overige informatie 165
-Als g in een rode kleur verschijnt nadat het bericht is verdwenen, ga dan als volgt te werk:
Zet de camcorder uit, verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug in de camcorder.
Als
g weer groen wordt, kunt u weer verdergaan met opnemen/afspelen. Als het probleem
aanhoudt, maak dan een backup van uw opnamen (0 123) en initialiseer daarna de
geheugenkaart (0 37).
De camcorder staat op fotomodus
- U hebt g ingedrukt terwijl u foto’s maakte (stand ). Stel de camcorder in
op de stand of om films op te nemen.
De kaart is tegen wissen beveiligd
- De LOCK-schakelaar op de geheugenkaart staat zo ingesteld dat gegevens op de kaart niet
per abuis kunnen worden gewist. Wijzig de stand van de LOCK-schakelaar.
Deze foto B kan niet worden gewist
- Beveiligde foto’s (B) kunt u niet wissen. Verwijder de beveiliging (0 110).
Deze geheugenkaart bevat scènes. Verwijder alle scènes om relay-opname te kunnen
gebruiken
- Maak, indien nodig, een backup van uw films (0 123), en verwijder alle films van de
geheugenkaart (0 53).
Deze scene is met een ander apparaat opgenomen en kan niet aan de playlist worden
toegevoegd.
- U kunt aan de afspeellijst geen scènes toevoegen die zijn opgenomen met een ander apparaat
en vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die was aangesloten op de
computer.
Enkele scenes konden niet aan playlist worden toegevoegd.
- Het kan gebeuren dat u aan de afspeellijst geen scènes kunt toevoegen die zijn opgenomen
met een ander apparaat en vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die was
aangesloten op de computer.
- De afspeellijst biedt plaats aan maximaal 999 scènes. Indien de afspeellijst scènes bevat die
zijn opgenomen in de MXP- of FXP-modus, is het maximale aantal scènes in de afspeellijst
mogelijk minder dan 999. Verwijder een aantal scènes uit de afspeellijst (0 91).
Fout bij schrijven naar kaart. Data kan worden hersteld als kaart niet verwijderd is. Poging
tot herstel bestanden?
- Dit bericht zal verschijnen wanneer u de volgende keer de camcorder aanzet nadat de
stroomtoevoer per abuis was onderbroken terwijl de camcorder bezig was met het
beschrijven van de geheugenkaart. Selecteer [Ja] om te proberen de opnamen te herstellen.
Als u de geheugenkaart hebt verwijderd en op een ander apparaat hebt gebruikt nadat dit
gebeurde, raden wij u aan [Nee] te selecteren.
Fout in bestandsnaam
- De map- en bestandsnummers hebben hun maximale waarde bereikt. Stel 88
[Beeldnummers] in op [Reset] en verwijder alle foto’s op de geheugenkaart (0 98) of
initialiseer de geheugenkaart (0 37).
166 Overige informatie
b Fout ingebouwd geheugen
- Het interne geheugen kan niet worden gelezen. Neem contact op met een Canon Service
Center.
Geen communicatie met accu. Dit accupack blijven gebruiken?
- U hebt een accu aangesloten die door Canon voor gebruik met deze camcorder niet wordt
aanbevolen.
- Als u een accu gebruikt die door Canon aanbevolen is voor gebruik met deze camcorder, is er
mogelijk een probleem met de camcorder of accu. Neem contact op met een Canon Service
Center.
Geen foto’s
- Er zijn geen foto’s om weer te geven. Maak foto’s (0 39, 55).
Geen gezichten gedet. in deze scène
- De camcorder heeft in de getoonde scène geen gezichten gedetecteerd. Zorg ervoor dat u
gezichtsdetectie inschakelt (0 63) als u films opneemt.
Geen kaart
- Plaats een compatibele geheugenkaart in de camcorder (0 35).
Geen scenes
- Er zijn geen scènes in het gekozen geheugen. Maak video-opnamen (0 39).
- Nadat u [Scènes met gez.] hebt geselecteerd om de scènes in het indexscherm te beperken
tot scènes met gezichten: Er zijn geen scènes aanwezig die menselijke gezichten bevatten of
er zijn geen scènes opgenomen met gebruik van de gezichtsdetectiefunctie.
b Geen toegang tot ingebouwd geheugen
- Er is een probleem met het interne geheugen. Neem contact op met een Canon Service
Center.
Geheugenkaartdeksel staat open
- Sluit de afdekking van de geheugenkaartsleuf nadat u een geheugenkaart hebt geplaatst
(0 35).
Het is eventueel niet mogelijk videos op deze kaart op te nemen
- Het kan zijn dat u geen films kunt opnemen op geheugenkaarten die geen aanduiding van de
snelheidsklasse hebben. Vervang de geheugenkaart door een geheugenkaart van
snelheidsklasse 2, 4, 6 of 10.
b Ingebouwd geheugen vol
- Het interne geheugen is vol (op het scherm wordt (“f Eind” weergegeven). Verwijder een
aantal opnamen (0 53, 98) om ruimte vrij te maken. Maak een backup van uw opnamen
(0 123) en initialiseer het interne geheugen (0 37).
Initialiseer alleen met de camcorder
- Er is een probleem met het bestandssysteem waardoor geen toegang mogelijk is tot het
geselecteerde geheugen. Initialiseer het geheugen met deze camcorder (0 37).
Overige informatie 167
Kaart Kan data niet herkennen.
- De geheugenkaart bevat scènes die zijn opgenomen met een verschillend televisiesysteem
(NTSC). Speel de opnamen op de geheugenkaart af met het apparaat dat werd gebruikt om de
opnamen te maken.
b Kaart Maximum aantal scenes bereikt
- De geheugenkaart bevat reeds 3.999 scènes (het maximale aantal); er kunnen op de
geheugenkaart geen scènes meer worden opgenomen. Verwijder een aantal scènes (0 53)
om ruimte vrij te maken.
Kaart is vol
- De geheugenkaart is vol. Verwijder een aantal opnamen (0 53, 98) om ruimte vrij te maken,
of vervang de geheugenkaart.
Kan data niet herkennen.
- U hebt naar een geheugenkaart die aangesloten was op de computer, videobestanden
gekopieerd die met een verschillend televisiesysteem (NTSC) op een ander apparaat zijn
opgenomen. Speel de opnamen af met het apparaat dat werd gebruikt om de opnamen te
maken.
b Kan geen videos op ingebouwd geheugen opnemen Initialiseer alleen met de
camcorder
- Het interne geheugen van de camcorder is met een computer geïnitialiseerd. Initialiseer het
interne geheugen met deze camcorder (0 37).
Kan geen videos opnemen op deze kaart Initialiseer alleen met de camcorder
- De geheugenkaart is met een computer geïnitialiseerd. Initialiseer de geheugenkaart met
deze camcorder (0 37).
Kan geen videos opnemen op deze kaart
- Films kunnen niet worden opgenomen op een kaart van 64 MB of minder. Gebruik een
aanbevolen geheugenkaart (0 33).
Kan gegevens niet herstellen
- Een beschadigd bestand kon niet worden hersteld. Maak een backup van uw opnamen
(0 123) en initialiseer het geheugen met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien]
(0 37).
Kan niet bewerken
- Een scène in de afspeellijst kon niet worden verplaatst. Verwijder een aantal scènes uit de
afspeellijst (0 91).
b Kan niet converteren
- Ik krijg geen toegang tot de geheugenkaart. Controleer de geheugenkaart en zorg ervoor dat
de kaart correct geplaatst is.
- U hebt een MultiMediaCard (MMC) in de camcorder geplaatst. Gebruik een aanbevolen
geheugenkaart (0 33).
- Tijdens het aanmaken van de bestandsnaam is een fout opgetreden. Stel 8 8
[Beeldnummers] in op [Reset] en initialiseer de geheugenkaart of verwijder alle foto’s
(0 98) en alle scènes uit de indexschermen [Webupload] en [Dvd-branden] (0 53)
.
168 Overige informatie
b Kan niet kopieren
- Het totale aantal scènes dat u hebt geselecteerd om te worden gekopieerd, past niet in de
beschikbare ruimte op de geheugenkaart. Verwijder een aantal opnamen op de
geheugenkaart (0 53, 98) of verlaag het aantal te kopiëren scènes.
- De geheugenkaart bevat reeds 3.999 scènes (het maximale aantal). Verwijder een aantal
scènes (0 53) om ruimte vrij te maken.
Kan niet opnemen Controleer kaart
- Er is een probleem met de geheugenkaart. Maak een backup van uw opnamen (0 123) en
initialiseer de geheugenkaart met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (0 37). Als het
probleem aanhoudt, gebruik dan een andere geheugenkaart.
b Kan niet opnemen Geen toegang tot ingebouwd geheugen
- Er is een probleem met het interne geheugen. Maak een backup van uw opnamen (0 123)
en initialiseer het interne geheugen met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (0 37).
Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met een Canon Service Center.
Kan niet opnemen
- U kunt geen Video Snapshot-opnamen maken van scènes die zijn opgenomen of bewerkt met
een ander apparaat en vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die was
aangesloten op de computer.
- Er is een probleem met het geheugen. Als dit bericht vaak zonder duidelijke reden verschijnt,
neem dan contact op met een Canon Service Center.
Kan niet weergeven Controleer kaart
- Er is een probleem met de geheugenkaart. Maak een backup van uw opnamen (0 123) en
initialiseer de geheugenkaart met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (0 37). Als het
probleem aanhoudt, gebruik dan een andere geheugenkaart.
b Kan niet weergeven Geen toegang tot ingebouwd geheugen
- Er is een probleem met het interne geheugen. Maak een backup van uw opnamen (0 123)
en initialiseer het interne geheugen met gebruik van de optie [Initalisatie voltooien] (0 37).
Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met een Canon Service Center.
Kan niet weergeven
- Er is een probleem met het geheugen. Als dit bericht vaak zonder duidelijke reden verschijnt,
neem dan contact op met een Canon Service Center.
Kan nu niet naar standyby-modus.
- De camcorder kan niet naar de standby-stand als de accu niet genoeg stroom kan leveren.
Laad de accu op of vervang de accu (0 19).
Kan scene niet splitsen Initialiseren alleen met de camcorder
- De scène kan niet worden gesplitst omdat het gegevenslog van het interne scènebeheer in de
camcorder vol is. Maak een backup van uw opnamen (0 121) en initialiseer de
geheugenkaart (0 37).Schrijf het eerder opgeslagen videobestand terug naar de
geheugenkaart terwijl deze aangesloten is op de computer en probeer de scène op de
geheugenkaart opnieuw te splitsen.
- Gebruik de bijgeleverde software PIXELA ImageMixer 3 SE om de scène op de computer op te
slaan en te splitsen.
Overige informatie 169
Kan videos op deze kaart niet afspelen Initialiseer alleen met de camcorder
- De geheugenkaart is met een computer geïnitialiseerd. Initialiseer de geheugenkaart met
deze camcorder (0 37).
Kan videos op deze kaart niet afspelen
- Films kunnen niet worden afgespeeld vanaf een kaart van 64 MB of minder. Gebruik een
aanbevolen geheugenkaart (0 33).
b Kan videos op ingebouwd geheugen niet afspelen Initialiseer alleen met de
camcorder
- Het interne geheugen van de camcorder is met een computer geïnitialiseerd. Initialiseer het
interne geheugen met deze camcorder (0 37).
LCD-scherm is gedimd
- Houd h
2 seconden ingedrukt om het LCD-scherm terug te stellen naar de vorige
helderheidsinstelling.
Lensbescherming niet geheel open. Zet de camcorder uit en weer aan
- De lensafdekking is niet geheel opengegaan. Zet de camcorder uit en weer aan. Als dit het
probleem niet oplost, neem dan contact op met een Canon Service Center.
Maak regelmatig backups van opnamen
- Bij het aanzetten van de camcorder kan dit bericht verschijnen. Maak regelmatig een back-up
van de opnamen omdat bij een storing in het apparaat u opnamen kunt kwijtraken.
Maximum aantal scenes bereikt
- Het maximale aantal scènes (3.999 scènes) is bereikt. Verwijder een aantal scènes (0 53)
om ruimte vrij te maken.
- De afspeellijst biedt plaats aan maximaal 999 scènes.
Moet bestanden van kaart ophalen. Zet de LOCK-schakelaar op kaart om.
- Dit bericht verschijnt de volgende keer dat u de camcorder aanzet nadat de voedingstoevoer
per abuis was onderbroken terwijl de camcorder bezig was met het wegschrijven van
gegevens naar de geheugenkaart en later de stand van de LOCK-schakelaar van de kaart
werd gewijzigd om ongewild wissen van gegevens te voorkomen. Wijzig de stand van de
LOCK-schakelaar.
b Niet genoeg beschikbare ruimte
- Verwijder een aantal opnamen op de geheugenkaart (0 53, 98) of selecteer de [3Mbps]-
bitrate voor de conversie naar SD.
Om deze functie te gebruiken, schakelt u de camcordermodus van 5 in y
- U hebt een knop ingedrukt die niet beschikbaar is in de stand . Zet de keuzeschakelaar
op y om de flexibele opnamestand te selecteren.
Onidentificeerbaar beeld
- Het kan gebeuren dat u geen foto’s kunt weergeven die zijn gemaakt met een ander apparaat
of geen beeldbestanden kunt weergeven die zijn gemaakt of bewerkt op een computer en
vervolgens werden gekopieerd naar een geheugenkaart die aangesloten was op de computer.
170 Overige informatie
Opnameprog.: Onderwater / Oppervlakte
Start de camcorder en druk op PHOTO om het opnameprog. te veranderen r
Xs.
- Volg de instructies om van [Onderwater] naar [Oppervlakte] te gaan en omgekeerd terwijl de
camcorder veilig opgeborgen is binnen in de optionele waterdichte behuizing WP-V2.
Playlist is vol. Kan scene niet splitsen
- U kunt scènes niet splitsen als de afspeellijst al 999 scènes bevat. Verwijder een aantal
scènes uit de afspeellijst (0 91).
Scene opgenomen met ander apparaat. Kan scene niet splitsen
- U kunt geen scènes splitsen die zijn opgenomen met een ander apparaat en vervolgens
werden gekopieerd naar een geheugenkaart die was aangesloten op de computer.
Scene(s) aan playlist toevoegen niet mogelijk
- Een of meer scènes konden niet worden toegevoegd aan de afspeellijst. De afspeellijst biedt
plaats aan maximaal 999 scènes. Indien de afspeellijst scènes bevat die zijn opgenomen in de
MXP- of FXP-modus, is het maximale aantal scènes in de afspeellijst mogelijk minder dan
999. Verwijder een aantal scènes uit de afspeellijst (0 91).
Selecteer het gewenste scènenummer
- Een aantal scènes hebben dezelfde opnamedatum maar bevatten verschillende
bestandsbeheerinformatie. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als u foto’s bewerkt en de
bestanden terug schrijft naar de camcorder. Selecteer een nummer om de corresponderende
groep scènes op te roepen.
Sommige B foto’s kunnen niet worden gewist
- Beveiligde foto’s (B) kunt u niet wissen. Verwijder de beveiliging (0 110).
Sommige scenes zijn niet gewist
- Films die werden beveiligd/bewerkt met een ander apparaat en vervolgens werden
gekopieerd naar een geheugenkaart die aangesloten was op de computer, kunt u met deze
camcorder niet verwijderen.
Taken in voortgang. Netvoeding niet verwijderen
- De camcorder werkt het geheugen bij. Wacht totdat de procedure is voltooid en verwijder de
compacte netadapter of accu niet.
Teveel foto’s. Koppel USB-kabel los
- Verwijder de USB-kabel. Probeer een geheugenkaartlezer te gebruiken of verlaag het aantal
foto’s op de geheugenkaart tot minder dan 2.500 foto’s (printers, Windows-computers), of
1.000 foto’s (Macintosh-computers).
- Als een dialoogvenster op het computerscherm verschijnt, sluit het dan. Verwijder de USB-
kabel en herstel na korte tijd de verbinding.
b Totale tijd is te lang
- De afspeellijst kunt u niet converteren als de totale afspeeltijd langer is dan 2 uur en 30
minuten. Verlaag het aantal scènes in de afspeellijst.
Overige informatie 171
USB-kabel of netsnoer niet loskoppelen totdat veilig de verbinding met de computer is
beëindigd. Sluit de compacte stroomadapter aan.
- U kunt de camcorder niet bedienen wanneer de camcorder in de stand staat en met de
bijgeleverde USB-kabel aangesloten is op de computer. Als u de USB-kabel of stroombron
verwijdert terwijl deze boodschap wordt getoond, kan dit ertoe leiden dat u uw
camcorderopnamen voorgoed kwijtraakt. Gebruik de functie "Hardware veilig verwijderen"
van de computer om de verbinding te ontkoppelen en verwijder daarna de USB-kabel voordat
u de camcorder weer gebruikt.
Verwissel de accu
- De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu of laad deze op.
Wilt u video opnemen op deze geheugenkaart, gebruik dan alleen XP+/SP/LP-opnamemodi
- Films worden op deze geheugenkaart mogelijk niet correct opgenomen als de opnamemodus
is ingesteld op MXP of FXP (0 56).
Berichten die betrekking hebben op “direct afdrukken” (Direct Print)
Absorptiekussen inkt vol
- Raak [Doorgaan] aan om het afdrukken te hervatten. Neem contact op met een Canon Service
Center (raadpleeg het overzicht dat met de printer is mee geleverd) om het absorptiekussen
te vervangen.
Bestandsfout
- U hebt geprobeerd een foto af te drukken die met een andere camcorder is gemaakt, een
andere compressie heeft of op een computer is bewerkt.
Communicatiefout
- Stop met afdrukken, verwijder de USB-kabel en zet de printer uit. Zet na een tijdje de printer
weer aan en sluit de USB-kabel weer aan.
- U hebt geprobeerd foto’s af te drukken vanaf een geheugenkaart die een groot aantal foto’s
bevat. Verlaag het aantal foto’s.
Fout bij printen
- De printer biedt geen ondersteuning voor de papiergrootte die is geselecteerd bij
[Papierinstellingen]. Stel [Papierinstellingen] in op [Standaard] of op een papiergrootte die
wordt ondersteund door de gebruikte printer.
- Stop met afdrukken, verwijder de USB-kabel en zet de printer uit. Zet na een tijdje de printer
weer aan en sluit de USB-kabel weer aan. Controleer de printerstatus.
Geen inkt
- De inktcassette is niet aanwezig of de inkt is op. Vervang de inktcassette.
Geen papier
- Het papier is niet op de juiste wijze geplaatst of er is geen papier aanwezig.
Geen printkop geinstalleerd
- Er is in de printer geen printkop geïnstalleerd of de printkop is defect.
172 Overige informatie
Hardwarefout
- Stop met afdrukken. Zet de printer uit en weer aan.
- Controleer de printerstatus.
- Er zijn fouten opgetreden met het inktreservoir. Vervang het inktreservoir.
Inktfout
- Het inktniveau kan niet worden vastgesteld of de inktcartridge is leeg. Vervang de
inktcassette.
Laag inktniveau
- De inktcassette moet snel worden vervangen. Raak [Doorgaan] aan om opnieuw af te
drukken.
Papierfout
- Er is een probleem met het papier. Het papier is niet correct doorgevoerd of het papierformaat
is verkeerd.
- Ook kan de papieruitvoerlade gesloten zijn. Open de lade dan om foto’s af te kunnen drukken.
Papierhandle fout
- Er is een fout opgetreden met de papierhendel. Stel de papierselectiehendel in de juiste stand in.
Papierstoring
- Het papier is tijdens het afdrukken vastgelopen. Raak [Stop] aan om het afdrukken te
annuleren. Verwijder het vastgelopen papier, voeg opnieuw papier toe en probeer het
opnieuw.
Printer bezig
- De printer is bezig met afdrukken. Controleer de printerstatus.
Printerdeksel open
- Maak het printerdeksel goed dicht.
Printerfout
- Er heeft zich een defect voorgedaan dat mogelijk moet worden gerepareerd. (Canon inktjet-
printers: het groene voedingslampje en oranje foutlampje van de printer knipperen
afwisselend.)
- Verwijder de USB-kabel en zet de printer uit. Haal het netsnoer van de printer uit het
stopcontact en neem contact op met de klantenservice in uw regio.
OPMERKINGEN
Over Canon Inkjet/SELPHY DS-printers: Als op de printer de foutindicator
knippert of op het bedieningspaneel van de printer een foutbericht
verschijnt, raadpleeg dan de printerhandleiding.
Hebt u na het bekijken van deze lijst en de gebruiksaanwijzing van de
printer het probleem nog niet opgelost, neem dan contact op met het
dichtstbijzijnde Canon Service Center (raadpleeg het overzicht dat met
de printer is mee geleverd).
Overige informatie 173
Wat u wel en niet moet doen
Hoe u de camcorder moet behandelen
Camcorder
Zorg ervoor dat u de volgende voorzorgsmaatregelen neemt om
verzekerd te zijn van een optimaal resultaat.
Sla uw opnamen regelmatig op een extern apparaat op.
Zorg ervoor
dat u uw opnamen kopieert naar een extern apparaat zoals een computer
of digitale videorecorder (
0
121) en maak regelmatig backups. Hierdoor
behoudt u belangrijke opnamen in geval van schade en zorgt u voor meer
ruimte in het geheugen. Canon kan niet aansprakelijk worden gesteld voor
verlies van gegevens.
Houd de camcorder niet vast aan het LCD-paneel. Wees voorzichtig
wanneer u het LCD-paneel sluit. Zwaai niet met de camcorder als u de
polsriem gebruikt. Anders kunt u objecten raken.
Behandel het touchscreen voorzichtig.
Oefen niet te veel kracht uit en
gebruik geen ballpoints of andere gereedschappen met een harde punt om
op het touchscreen bedieningshandelingen uit te voeren. Hierdoor kan het
touchscreen of de drukgevoelige laag daaronder beschadigd raken.
Bevestig geen beschermfolie op het touchscreen. Het touchscreen
reageert op de toegepaste druk. Met een extra beschermende laag wordt
de bediening bemoeilijkt.
Laat de camcorder niet achter op plaatsen met hoge temperaturen (zoals
in een geparkeerde auto of onder direct zonlicht) of hoge vochtigheid.
Gebruik de camcorder niet in de buurt van sterke elektrische of
magnetische velden zoals boven een TV, in de buurt van plasma-TV’s of
mobiele telefoons.
Richt de lens niet op sterke lichtbronnen. Laat de camcorder niet gericht
op een helder onderwerp.
Gebruik en bewaar de camcorder niet op stoffige of zanderige plaatsen.
De camcorder is niet waterdicht – vermijd daarom ook water, modder of
zout. De camcorder en/of lens kan beschadigd raken als dergelijke
substanties de camcorder binnendringen.
Let op hitte die door verlichtingsapparatuur wordt afgegeven.
Demonteer de camcorder niet. Als de camcorder niet naar behoren werkt,
neem dan contact op met een deskundige reparateur.
Ga voorzichtig met de camcorder om. Stel de camcorder niet bloot aan
schokken of trillingen, omdat hierdoor schade kan ontstaan.
174 Overige informatie
Als u de camcorder op een statief
bevestigt, let er dan op dat de
bevestigingsschroef van het statief
korter is dan 5,5 mm. Gebruik van
andere statieven kan de camcorder
beschadigen.
Probeer bij het opnemen van films
een kalm, stabiel beeld te krijgen.
Als u tijdens het opnemen de camcorder te veel beweegt en vaak snel
zoomt en panoramisch filmt, kan dit tot onrustige scènes leiden. In
extreme gevallen kan het afspelen van dergelijke scènes tot gevolg
hebben dat door de visuele waarneming bij u bewegingsziekte wordt
veroorzaakt. Als u een dergelijke reactie ervaart, stop dan onmiddellijk
met afspelen en wacht een tijdje totdat u verdergaat.
De camcorder voor langere tijd opbergen
Indien u van plan bent de camcorder lange tijd niet te gebruiken, berg
deze dan op een plaats op die vrij is van stof, bij lage vochtigheid en bij
een temperatuur die niet hoger wordt dan 30 °C.
Accu
Vuile polen kunnen tot gevolg hebben dat het contact tussen de accu
en de camcorder niet goed is. Veeg de polen schoon met een zachte,
droge doek.
De camcorder voor langere tijd opbergen
Berg accu’s op een droge plaats op waar de temperatuur niet hoger
wordt dan 30
°C.
U verlengt de levensduur van de accu door deze volledig te ontladen
voordat u de accu opbergt.
Accu’s moet u minstens eenmaal per jaar volledig opladen en volledig
ontladen.
5,5 mm
GEVAAR!
Behandel de accu met de nodige voorzichtigheid.
Houd de accu uit de buurt van open vuur (de accu kan exploderen).
Stel de accu niet bloot aan temperaturen die hoger zijn dan 60 °C. Laat
de accu niet achter in de buurt van een ingeschakeld
verwarmingsapparaat of binnen een auto bij heet weer.
Probeer de accu niet uit elkaar te halen of er aan te knutselen.
Laat de accu niet vallen en stel de accu niet bloot aan schokken.
Laat de accu niet nat worden.
Overige informatie 175
Resterende accucapaciteit
Als de weergegeven resterende accutijd niet juist is, laad de accu dan
volledig op. Het kan echter ook gebeuren dat de juiste tijd niet wordt
weergegeven wanneer een volledig geladen accu bij hoge temperaturen
continu wordt gebruikt of wanneer de accu heel lang niet gebruikt is. Ook
als de accu al heel vaak gebruikt is, wordt de tijd mogelijk niet correct
weergegeven. Gebruik daarom de weergegeven tijd op het scherm als
indicatie.
Over het gebruik van andere accu’s dan die van Canon
Uit oogpunt van veiligheid worden andere accu’s dan originele Canon-
accu’s niet opgeladen, zelfs als u die op deze camcorder of op de
optionele acculader CG-800E aansluit.
Het verdient aanbeveling gebruik te maken
van originele Canon-accu’s met de
aanduiding Intelligent System.
Als u in de camcorder andere accu’s gebruikt dan originele Canon-
accu’s, verschijnt en wordt de resterende accutijd niet getoond.
Geheugenkaart
Het verdient aanbeveling van de opnamen op de geheugenkaart een
back-up te maken op uw computer. Gegevens kunnen vanwege
geheugenkaartdefecten of blootstelling aan statische elektriciteit
beschadigd of verloren raken. Canon is niet aansprakelijk voor
gegevens die verloren of beschadigd zijn geraakt.
Raak de contactpunten niet aan en stel deze niet bloot aan stof of vuil.
Gebruik geen geheugenkaarten op plaatsen die blootstaan aan sterke
magnetische velden.
Laat geheugenkaarten niet achter op plaatsen met een hoge
vochtigheid en hoge temperaturen.
Demonteer of verbuig een geheugenkaart niet, laat een geheugenkaart
niet vallen en stel een geheugenkaart niet bloot aan schokken of water.
Controleer hoe u de geheugenkaart naar de camcorder gericht houdt
voordat u deze in de camcorder plaatst. Als u een geheugenkaart
verkeerd om in de sleuf probeert te plaatsen, kan de geheugenkaart of
camcorder beschadigd raken.
Plak geen labels of stickers op de geheugenkaart.
176 Overige informatie
Secure Digital (SD)-geheugenkaarten
zijn voorzien van een schakelaar die u zo
kunt instellen dat de kaart niet kan
worden beschreven en hierdoor wordt
voorkomen dat gegevens per abuis
worden gewist. Als u de geheugenkaart
tegen schrijven wilt beschermen, zet de
schakelaar dan in de LOCK-stand.
Interne oplaadbare lithiumbatterij
De camcorder is uitgerust met een interne oplaadbare lithiumbatterij
om de datum/tijdinstellingen en andere instellingen te kunnen
behouden. De interne lithiumbatterij wordt opgeladen tijdens gebruik
van de camcorder; de batterij raakt echter geheel leeg als u de
camcorder circa 3 maanden niet gebruikt.
De interne lithiumbatterij laadt u als volgt opnieuw op: Sluit de compacte
netadapter aan op de camcorder en laat de camcorder hierop 24 uur
aangesloten staan terwijl de camcorder uit staat.
Lithium-knoopcelbatterij
Gebruik geen pincet of ander metalen gereedschap omdat hierdoor
kortsluiting ontstaat.
Veeg de batterij af met een schone, droge doek om een goed contact
te waarborgen.
LOCK-schakelaar
WAARSCHUWING!
Onjuist gebruik van de batterij in dit apparaat kan leiden tot brand of
chemische brandwonden.
U mag de batterij niet demonteren, geen veranderingen in de batterij
aanbrengen, de batterij niet in water onderdompelen, niet blootstellen aan
hitte boven 100 °C en niet verbranden.
Vervang de batterij door een CR2025-batterij van Panasonic, Hitachi Maxell,
Sony, Sanyo, of door Duracell2025. Gebruik van andere batterijen kan leiden
tot brand of een explosie.
Steek de batterij niet in uw mond. Schakel direct medische hulp in wanneer
de batterij wordt ingeslikt. De behuizing van de batterij kan openscheuren,
waarna de batterijvloeistoffen tot intern letsel kunnen leiden.
Houd de batterij buiten bereik van kinderen.
Plaats de batterij niet verkeerd om en laad in deze toestand de batterij ook
niet op. Door een verkeerde plaatsing veroorzaakt u kortsluiting.
Als u de batterij afdankt, moet u deze terugbrengen naar de leverancier.
Overige informatie 177
De interne batterij verwijderen
Verwijder de interne oplaadbare lithiumbatterij voordat u de camcorder in
overeenstemming met de plaatselijke recyclingsvoorschriften afdankt.
1 Verwijder de handgreepriem (0 23).
2 Verwijder de 4 schroeven die
worden getoond in de afbeelding.
3 Verwijder de 8 schroeven uit de
afdekking aan de onderzijde,
zoals getoond in de afbeelding.
4 Verwijder de afdekking aan de
rechterzijde van de camcorder.
5 Verwijder de schroef die wordt
getoond in de afbeelding.
6 Verwijder de afdekking aan de
onderzijde van de camcorder.
Trek de afdekking omhoog aan de
zijde die het verst van de lens af ligt.
178 Overige informatie
7 Verwijder de schroef die wordt
getoond in de afbeelding.
8 Grijp de lithiumbatterij stevig
vast met een isolatietang en trek
de batterij uit het bord.
BELANGRIJK
Verwijder de afdekking alleen om de batterij te verwijderen wanneer u de
camcorder afdankt.
Houd de batterij buiten bereik van kinderen nadat u de batterij hebt
verwijderd. Als de batterij wordt ingeslikt, roep dan onmiddellijk medische
hulp in. De batterijhuls kan breken en de batterijvloeistoffen kunnen intern
letsel veroorzaken.
De camcorder afdanken
Wanneer u films verwijdert of het geheugen initialiseert, wordt alleen de
bestandstoewijzingstabel gewijzigd en worden de opgeslagen
bestanden niet fysiek verwijderd. Neem de vereiste
voorzorgsmaatregelen als u de camcorder of geheugenkaart afdankt,
bijvoorbeeld door de camcorder fysiek te beschadigen om te
voorkomen dat privégegevens openbaar worden.
Als u de camcorder of de geheugenkaart weggeeft aan een ander
persoon, initialiseer dan eerst het interne geheugen (alleen b) of
de geheugenkaart met de optie [Initalisatie voltooien] (0 37). Maak
vervolgens het geheugen vol met onbelangrijke opnamen en initialiseer
het geheugen opnieuw met dezelfde optie. Hierdoor wordt het uiterst
moeilijk om de oorspronkelijke opnamen terug te halen.
Overige informatie 179
Onderhoud/overig
Reinigen
Camcorderhuis
Gebruik een zachte, droge doek om het camcorderhuis te reinigen.
Gebruik nooit met chemicaliën behandelde doeken of vluchtige
oplosmiddelen zoals verfverdunner.
Lens en Instant AF-sensor
Indien het lensoppervlak of de Instant AF-sensor vuil is, werkt de
automatische scherpstelling mogelijk niet goed.
Verwijder stof of vuildeeltjes met een blaaskwastje (geen spuitbus
gebruiken).
Gebruik een schoon, zacht lensreinigingsdoekje om de lens schoon te
maken. Doe dit voorzichtig. Gebruik nooit tissuepapier.
LCD-touchscreen
Reinig het LCD-touchscreen met een schoon, zacht
lensreinigingsdoekje.
Bij plotselinge temperatuurschommelingen kan zich op het oppervlak
van het scherm condens voordoen. Veeg het vocht weg met een
zachte, droge doek.
Condens
Als u de camcorder snel verplaatst van een gebied met warme
temperaturen naar een gebied met koude temperaturen of omgekeerd,
dan kan er op de interne oppervlakken condens (waterdruppeltjes)
ontstaan. Gebruik de camcorder niet als condens wordt gesignaleerd.
Als u de camcorder blijft gebruiken, kan deze beschadigd raken.
Condens kan zich in de volgende situaties voordoen:
Als de camcorder snel wordt verplaatst van koude naar warme plaatsen
Wanneer de camcorder wordt achtergelaten in een vochtige kamer
Wanneer een koude kamer snel wordt verwarmd
Condens voorkomen
Stel de camcorder niet bloot aan plotselinge of extreme
temperatuurswijzigingen.
180 Overige informatie
Verwijder de geheugenkaart en accu. Plaats de camcorder vervolgens
in een luchtdichte zak en laat de camcorder langzaam op temperatuur
komen voordat u de camcorder uit de zak haalt.
Als condens gesignaleerd is
De camcorder gaat automatisch uit.
Hoe lang het precies duurt voordat de waterdruppeltjes zijn verdampt,
hangt af van de locatie en weersomstandigheden. Als vuistregel geldt:
wacht 2 uur voordat u het gebruik van de camcorder hervat.
Gebruik van de camcorder in het buitenland
Netvoedingen
U kunt de compacte netadapter gebruiken in elk land met een netvoeding
tussen 100 en 240 V wisselstroom en 50/60 Hz om de camcorder te
bedienen en de accu op te laden. Raadpleeg een Canon Service Center
voor informatie over stekkeradapters voor gebruik van de camcorder in
het buitenland.
Opnamen afspelen op een TV-scherm
U kunt uw opnamen alleen afspelen op TV’s die compatibel zijn met het
PAL-systeem. PAL (of het compatibele SECAM- systeem) wordt gebruikt in
de volgende regio’s/landen:
Europa: In heel Europa en Rusland. Amerika: Alleen in Argentinië,
Brazilië, Uruguay en de Franse overzeese gebieden (Frans-Guyana,
Guadeloupe, Martinique, etc.). Azië: De meeste landen van Azië (behalve
in Japan, de Filippijnen, Zuid-Korea, Taiwan en Myanmar). Afrika: Alle
landen van Afrika en Afrikaanse eilanden. Australië/Oceanië: Australië,
Nieuw-Zeeland, Papoea Nieuw-Guinea; de meeste eilanden van de
Pacific (behalve Micronesië, Samoa, Tonga en US-gebiedsdelen zoals
Guam en Amerikaans Samoa).
Overige informatie 181
Alge men e in form ati e
Accessoires
*
Bijgeleverd; niet verkrijgbaar als optioneel accessoire.
(De verkrijgbaarheid verschilt per regio)
Optionele accessoires die hieronder niet zijn vermeld, worden op de
volgende pagina’s nader beschreven.
1
Schouderriem SS-600/SS-650
Ak
USB-kabel IFC-300PCU
2
Polsriem WS-20
Al
Geheugenkaart
3
Draadloze afstandsbediening WL-D89
Sa
Aansluitkabel DTC-100 D
6
Compacte netadapter CA-570
Ss
Componentkabel CTC-100
Componentkabel CTC-100/S*
Ah
Zoom-afstandsbediening ZR-1000
Aj
Zoom-afstandsbediening ZR-2000
Sd
Stereovideokabel STV-250N
TV/HDTV
Video/DVD-
recorder
Computer
Kaartlezer/
schrijver
D PictBridge-
compatibele
printers
SCART-adapter
182 Overige informatie
OPMERKINGEN
Accessoires die compatibel zijn met de geavanceerde
accessoireschoen kunt u niet aansluiten op deze camcorder. Gebruik
accessoires met het logo Mini ADVANCED SHOE, zodat u verzekerd
bent van compatibiliteit met de geavanceerde mini accessoireschoen.
Optionele accessoires
4 Accu’s
Als u extra accu’s nodig hebt, maak dan
een keuze uit een van de volgende
modellen: BP-808, BP-809(B)*,
BP-809(S)*, BP-819 of BP-827.
* Merk op dat de vorm/kleur van deze accu
niet overeenstemt met het externe ontwerp
van de camcorder.
Als u accu’s met de aanduiding Intelligent System gebruikt, kan de
camcorder met de accu communiceren en de resterende gebruiksduur
weergeven (met een nauwkeurigheid van 1 minuut). Deze accu’s kunt u
alleen gebruiken met camcorders en opladers die compatibel zijn met het
Intelligent System.
5 Acculader CG-800E
Gebruik de acculader om accu’s op te
laden.
Gebruik van originele Canon-accessoires wordt aanbevolen.
Dit product is zodanig ontworpen dat het uitstekende prestaties levert
wanneer het wordt gebruikt in combinatie met originele Canon-
accessoires. Canon kan niet aansprakelijk worden gehouden voor
schade aan dit product en/of ongelukken zoals brand, etc. als gevolg
van defecten in niet-originele Canon-accessoires (zoals lekkage en/of
explosie van een accu). Let erop dat deze garantie niet geldt voor
reparaties die het gevolg zijn van defecten in niet-originele Canon-
accessoires, hoewel u dergelijke reparaties wel tegen betaling kunt laten
verrichten.
Overige informatie 183
Oplaadduur
De oplaadduur voor de diverse accu’s in de volgende tabel is bij
benadering gegeven en varieert al naargelang de oplaadomstandigheden
en de aanvankelijke laadstatus van de accu.
Opname- en afspeelduur
De opname- en afspeelduur in de tabellen hieronder is bij benadering
gegeven en is afhankelijk van de opnamemodus en de oplaad-, opname-
en afspeelomstandigheden. De effectieve gebruiksduur van de accu kan
afnemen als u opnamen maakt in koude omstandigheden, bij gebruik van
de meer heldere scherminstellingen, etc.
b Bij gebruik van het interne geheugen
Accu
BP-808
BP-809
BP-819 BP-827
Oplaadomstandigheden
Bij gebruik van de camcorder 150 min. 260 min. 385 min.
Bij gebruik van de acculader
CG-800E
105 min. 190 min. 260 min.
Accu Gebruiksduur
Opnamemodus
MXP FXP XP+ SP LP
BP-808
BP-809
Opnemen (maximum)
105 min. 105 min. 105 min. 110 min. 110 min.
Opnemen (typisch)* 65 min. 65 min. 70 min. 70 min. 70 min.
Afspelen 170 min. 170 min. 170 min. 175 min. 175 min.
BP-819
Opnemen (maximum)
210 min. 210 min. 215 min. 220 min. 220 min.
Opnemen (typisch)* 135 min. 135 min. 135 min. 140 min. 140 min.
Afspelen 335 min. 340 min. 340 min. 350 min. 350 min.
BP-827
Opnemen (maximum)
320 min. 325 min. 330 min. 335 min. 335 min.
Opnemen (typisch)* 210 min. 210 min. 210 min. 215 min. 215 min.
Afspelen 520 min. 520 min. 525 min. 535 min. 535 min.
184 Overige informatie
Bij gebruik van een geheugenkaart
* Geschatte tijden voor het opnemen met herhaalde bedieningshandelingen, zoals
starten/stoppen, zoomen, voeding aan/uit.
7 Teleconverter TL-H37
Deze teleconverterlens vergroot de
brandpuntsafstand van de
camcorderlens met een factor 1,5.
De beeldstabilisator is minder effectief
als de teleconverter aangesloten is.
De minimale scherpstelafstand bij
maximale telefoto met de TL-H37 is 2,3 m.
Als de teleconverter aangesloten is, kan er bij gebruik van de flitser in
het beeld een schaduw optreden.
8 Groothoekconverter WD-H37ll
Deze groothoekconverter verkleint de
brandpuntsafstand met een factor 0,7.
Hierdoor krijgt u een breed perspectief
voor opnamen binnenshuis of
panorama’s.
Als de groothoekconverter
aangesloten is, kan er bij gebruik van de flitser in het beeld een
schaduw optreden.
Accu Gebruiksduur
Opnamemodus
MXP FXP XP+ SP LP
BP-808
BP-809
Opnemen (maximum)
100 min. 105 min. 105 min. 105 min. 105 min.
Opnemen (typisch)* 65 min. 65 min. 65 min. 70 min. 70 min.
Afspelen 165 min. 165 min. 170 min. 170 min. 170 min.
BP-819
Opnemen (maximum)
205 min. 210 min. 215 min. 215 min. 215 min.
Opnemen (typisch)* 135 min. 135 min. 135 min. 135 min. 135 min.
Afspelen 330 min. 330 min. 340 min. 340 min. 345 min.
BP-827
Opnemen (maximum)
315 min. 315 min. 330 min. 330 min. 330 min.
Opnemen (typisch)* 205 min. 210 min. 210 min. 210 min. 210 min.
Afspelen 510 min. 510 min. 520 min. 525 min. 525 min.
Overige informatie 185
9 Filterset FS-H37U
Met neutrale-densiteitfilters en MC-
Protector Filters bent u moeilijke
lichtomstandigheden de baas.
Aq Zachte draagtas SC-2000
Een handige camcordertas met gevoerde
vakjes en genoeg ruimte voor
accessoires.
Aa Surroundmicrofoon SM-V1
Gebruik 5.1-kanaals surroundgeluid om
aan uw films een gevoel van
aanwezigheid toe te voegen. U kunt het
surroundgeluid koppelen aan de
zoomstand of de microfoon gebruiken als
een hoogst richtingsgevoelige shotgun-
microfoon (mono).
As Stereo-richtmicrofoon DM-100
Deze hoogst gevoelige, super-
richtmicrofoon wordt aangesloten op de
geavanceerde mini accessoireschoen
op de camcorder. Deze microfoon kunt
u gebruiken als een richtmicrofoon
(mono) of stereomicrofoon.
Ad Videolamp VL-5
Met deze videolamp kunt u zelfs op
donkere plaatsen heldere
kleurenopnamen maken. Deze lamp
wordt aangesloten op de geavanceerde
mini accessoireschoen op de camcorder,
zonder dat u een kabel nodig hebt.
186 Overige informatie
Af Videoflitslamp VFL-2
Met deze videoflitslamp kunt u zelfs
s nachts of op donkere plaatsen foto’s
maken en films opnemen. Deze lamp
wordt aangesloten op de geavanceerde
mini accessoireschoen op de
camcorder, zonder dat u een kabel
nodig hebt.
Ag Afstandsbedieningsadapter RA-V1
Door deze adapter aan te sluiten op de
geavanceerde mini accessoireschoen
kunt u gebruik maken van de optionele
zoomafstandsbediening ZR-2000 of ZR-
1000. Gebruik hiervan komt van pas bij
bediening van de camcorder terwijl deze
op een statief is bevestigd.
Sq HDMI-kabel HTC-100
Gebruik deze kabel om de camcorder via
een geheel digitale verbinding aan te
sluiten op een extern apparaat, zodat u
kunt genieten van een weergave van de
hoogste kwaliteit. Deze kabel
transporteert zowel video- als
audiosignalen.
Sf Waterdichte behuizing WP-V2
Met deze behuizing kunt u onder water
films opnemen en foto’s maken zonder
dat de camcorder nat wordt.
Dit merkteken is het symbool van originele Canon-
videoaccessoires. Als u gebruik maakt van Canon-
videoapparatuur, raden wij u aan om gebruik te maken
van accessoires of producten van het Canon-merk
met hetzelfde merkteken.
Overige informatie 187
Specificaties
LEGRIA HF M36 / LEGRIA HF M307
Systeem
• Opnamesysteem
Films: AVCHD Videocompressie: MPEG-4 AVC/H.264;
Audiocompressie: Dolby Digital 2 kanalen; Dolby Digital 5.1 kanaals*
* Alleen bij gebruik van de optionele surroundmicrofoon SM-V1.
Foto’s: DCF (Design rule for Camera File system), compatibel met Exif* Ver. 2.2 en met DPOF
Beeldcompressie: JPEG (Superfijn, Fijn, Normaal)
* Deze camcorder ondersteunt Exif 2.2 (ook “Exif Print” genoemd). Exif Print is een standaard voor
verbetering van de communicatie tussen camcorders en printers. Door een met Exif Print
compatibele printer aan te sluiten, gebruikt en optimaliseert u de beeldgegevens die tijdens het
opnemen met de camcorder zijn gemaakt. Hierdoor worden afdrukken van zeer hoge kwaliteit
geproduceerd.
• Televisiesysteem
1080/50i*
* Opnamen die u maakt met de beeldsnelheid [PF25], worden geconverteerd en opgenomen in het geheugen
als 50i.
• Opnamemedia
- b Intern geheugen: 8 GB
- SD-, SDHC (SD High Capacity)- of SDXC (SD eXtended Capacity)-geheugenkaart (niet inbegrepen)
• Maximale opnameduur (bij benadering)
b Intern geheugen van 8 GB:
MXP-modus: 40 min. FXP-modus: 1 uur XP+-modus: 1 uur 25 min.
SP-modus: 2 uur 20 min. LP-modus: 3 uur
Geheugenkaart van 16 GB:
MXP-modus: 1 uur 25 min. FXP-modus: 2 uur 5 min. XP+-modus: 2 uur 50 min.
SP-modus: 4 uur 45 min. LP-modus: 6 uur 5 min.
• Beeldsensor
1/4 type CMOS, circa 3.890.000 pixels
Effectief aantal pixels: Films:
[Dynamisch] IS-stand: circa 2.990.000 (T) / 2.070.000 (W) pixels*
Overige IS-standen: circa 2.990.000 pixels
Foto’s (L, M, S): circa 3.310.000 pixels
Photos (LW, MW, SW): circa 2.990.000 pixels
* Als twee waarden worden gegeven, dan geldt de eerste waarde voor maximale telefoto (T) en de tweede voor
maximale groothoek (W).
• LCD-touchscreen: 6,8 cm (2,7 inch), breed, TFT-kleur, circa 211.000 beeldpunten, aanraakbediening
• Microfoon: Electreet condensator stereomicrofoon
188 Overige informatie
• Lens
f=4,1-61,5 mm, F/1,8-3,2, 15x optische zoom
35 mm-equivalent: Films:
[Dynamisch] IS-stand: 39,5 – 711 mm
Overige IS-standen: 39,5 – 592,5 mm
Foto’s: 39,5 – 592,5 mm
• Lenssamenstelling: 11 elementen in 9 groepen (1 dubbelzijdig asferisch element)
• AF-systeem
Automatische scherpstelling (TTL + externe afstandssensor indien ingesteld op [Instant AF]) of
handmatige scherpstelling
• Filterdiameter: 37 mm
• Minimale scherpstellingsafstand
1 m; 1 cm bij maximale groothoek
• Witbalans
Automatische witbalans, handmatig in te stellen witbalans of de voorkeuzes:
Daglicht, Schaduw, Bewolkt, Lamplicht, TL-licht, TL-licht H
• Minimale verlichting
0,4 lx (opnameprogramma [Weinig licht], sluitertijd ingesteld op 1/2)
4,5 lx (opnameprogramma [Programma AE], Automatische langzame sluiter [Aan], sluitertijd ingesteld
op 1/25)
• Aanbevolen verlichting: Meer dan 100 lx
• Beeldstabilisatie: Beeldstabilisator met optische verschuiving
• Grootte (resolutie) van video-opnamen
MXP- en FXP-modus: 1.920 x 1.080 pixels; XP+-, SP- en LP-modus: 1.440 x 1.080 pixels
• Resolutie van foto’s
Stand : LW 2304x1296, L 2100x1575, M 1600x1200, S 640 x 480 pixels
Gelijktijdig opnamen maken: LW 2304x1296, SW 848x480 pixels
Foto’s maken van een scène die wordt afgespeeld: MW 1920x1080 pixels
Aansluitpunten
• AV OUT/X-aansluitpunt
Mini-jack van 3,5 mm; Alleen uitvoer (aansluiting met dubbele functie; ook voor de aansluiting van
een stereohoofdtelefoon)
Video: 1 Vp-p / 75 asymmetrisch
Audio: –10 dBV (47 k belasting) / 3 k of minder
• USB-aansluitpunt: mini-B, USB 2.0 (Hi-Speed USB); alleen uitvoer
• COMPONENT OUT-aansluitpunt (gepatenteerd mini-D-aansluitpunt)
Luminantie (Y): 1 Vp-p / 75 ; Chrominantie (P
B
/P
R
(C
B
/C
R
)): ±350 mV / 75
Compatibel met 1080i (D3); alleen uitvoer
• HDMI OUT-aansluitpunt
HDMI-miniconnector; alleen uitvoer; compatibel met HDMI-CEC en x.v.Colour
Overige informatie 189
Voeding/overig
• Voeding (nominaal)
7,4 V DC (accu), 8,4 V DC (compacte netadapter)
• Opgenomen vermogen: 3,3 W (SP-modus, AF ingeschakeld, LCD met normale helderheid)
• Bedrijfstemperatuur: 0 – 40 °C
• Afmetingen [B x H x D] (zonder de handgreepriem): 68 x 60 x 123 mm
• Gewicht (alleen camcorderbehuizing): 320 g
• Als het opnameprogramma op [Onderwater] of [Oppervlakte] staat
- De volgende functies zijn niet beschikbaar: minivideolamp, flitser, gezichtsdetectie (alleen
beschikbaar voor [Oppervlakte]), Instant AF, automatische langzame sluitertijd, AF-hulplamp,
handmatige instelling van audio-opnameniveau, microfoondemper, instelling zoomsnelheid
(zoomsnelheid is sneller dan [Snelheid 3] als [Zoomsnelheid] ingesteld is op [Variabel])
- De volgende instellingen worden gewijzigd: witbalans, beeldeffecten, lichtmeting
- Minimale scherpstellingsafstand vanaf het lensvenster van de waterdichte behuizing
In het water: circa 75 cm bij maximale telefoto; circa 5 cm bij maximale groothoek
In de lucht: circa 1 m bij maximale telefoto; circa 5 cm bij maximale groothoek
Compacte netadapter CA-570
• Voeding: 100 – 240 V AC, 50/60 Hz
• Nominale uitgangsspanning / nominaal verbruik: 8,4 V DC, 1,5 A / 29 VA (100 V) – 39 VA (240 V)
• Bedrijfstemperatuur: 0 – 40 °C
• Afmetingen: 52 x 29 x 90 mm
• Gewicht: 135 g
Accu BP-808
• Accutype
Oplaadbare lithium-ion-accu, compatibel met Intelligent System
Nominale spanning: 7,4 V DC
Bedrijfstemperatuur: 0 – 40 °C
Accucapaciteit: 890 mAh
Afmetingen: 30,7 x 23,3 x 40,2 mm
• Gewicht: 46 g
190 Overige informatie
Gewicht en afmetingen zijn bij benadering gegeven. Fouten en omissies
voorbehouden.
De informatie in deze handleiding geldt vanaf december 2010. Specificaties kunnen
zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Over de muziekbestanden
Hieronder vindt u de specificaties van de muziekbestanden die
compatibel zijn met de camcorder.
Audiocodering: Lineair PCM
Audiosampling: 48 kHz, 16 bits, 2 kanalen
Minimale lengte: 1 seconde
Bestandsextensie: WAV
De muziekgegevens worden in het geheugen opgeslagen met de
volgende mappenstructuur.
b In het interne geheugen:
CANON
MY_MUSIC
MUSIC_01.WAV t/m MUSIC_99.WAV
MUSIC_01.WAV t/m MUSIC_99.WAV
CANON
PRIVATE
MY_MUSIC
Op de geheugenkaart:
Overige informatie 191
Index
25p cinemamodus . . . . . . . . . . . . . 60
3D-bladeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
A
Aanraken & Volgen . . . . . . . . . . . . . 65
Aanraking AE . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Aanraking AF . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Accu
Accu-informatie
. . . . . . . 150, 156
Opladen . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Resterende accucapaciteit,
indicator
. . . . . . . . . . . . . . . 156
Achtergrondmuziek . . . . . . . . . . . . 86
Afdrukopdracht . . . . . . . . . . . . . . 114
AF-hulplamp . . . . . . . . . . . . . . . . 104
Afspeellijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Afspelen
Films
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46
Foto’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
Afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . 22
AGC-limiet (limiet automatische
versterking)
. . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Audio-opnameniveau . . . . . . . . . . . 78
Automatische langzame sluitertijd
.142
Automatische scherpstelling (AF)
AF-kader
(9-punts AiAF/Centraal)
. . . . 141
Instant AF/Normaal AF. . . . . . 141
Automatische tegenlichtcorrectie . . 71
Av (opnameprogramma) . . . . . . . . . 67
AV OUT/X-aansluitpunt. . 79, 116, 118
AVCHD-specificaties . . . . . . . . . . . . 4
B
Beeldeffecten. . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Beeldsnelheid . . . . . . . . . . . . 60, 144
Beeldstabilisator. . . . . . . . . . . . . . . 61
Beveiligen van foto’s . . . . . . . . . . 110
Bewerkingspaneel . . . . . . . . . 28, 138
Buitenland, gebruik van
de camcorder
. . . . . . . . . . . . . . 180
C
Cinemamodus
(opnameprogramma)
. . . . . . . . . . 60
COMPONENT OUT-
aansluitpunt
. . . . . . . . . . . 11 6 , 118
Condens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Continu-opnamen . . . . . . . . . . . . 104
Conversie van HD naar SD* . 126, 131
D
Datacodering. . . . . . . . . . . . . 89, 146
Datum en tijd . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Diafragma (f-getal) . . . . . . . . . . . . . 67
Diashow . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Digitale effecten. . . . . . . . . . . . . . . 66
Dual Shot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
E
Externe microfoon . . . . . . . . . . . . . 81
Eye-Fi-kaart. . . . . . . . . . . . . . . . . 134
F
Films uploaden naar websites waar
video’s worden gedeeld*
. . . . . . 130
Flexibele opnamen maken . . . . . . . 27
Flitser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Focushulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Foto’s afdrukken . . . . . . . . . . . . . 112
Foto’s bekijken . . . . . . . . . . . . . . 145
Foto’s en Video Snapshot-opnamen
maken van filmscènes
. . . . . . . . . 92
Foto’s vergroten . . . . . . . . . . . . . 108
Fotogrootte . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
Fotokwaliteit . . . . . . . . . . . . . . . . 101
Fotonummers . . . . . . . . . . . . . . . 145
Foutberichten . . . . . . . . . . . . . . . 164
FUNC.-paneel . . . . . . . . . . . . 28, 136
G
Geavanceerde mini
accessoireschoen
. . . . . . . . . . . . 81
* Alleenb.
192 Overige informatie
Geheugen selecteren*
voor de opnamen
. . . . . . . . . .35
voor het afspelen . . . . . . . . . . .49
Geheugenkaart. . . . . . . . . . . .33, 175
Gelijktijdig opnamen maken . . . . . 106
Gezichtsdetectie
Afspelen
. . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Opnamen maken . . . . . . . . . . . 63
Groothoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43
H
Handmatige belichting . . . . . . . . . . 70
Handmatige scherpstelling . . . . . . . 71
HDMI OUT-aansluitpunt . . . . 116, 117
HDMI-CEC . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Histogram . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
Hoofdtelefoon . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Hoogte/breedteverhouding van
een aangesloten TV (TV-type)
. . .146
I
Indexschermen. . . . . . . . . . . . . . . .46
Indexschermselectie . . . . . . . . 49
Sommige/alle scènes tonen . . . 52
Initialisatie (intern geheugen*/
geheugenkaart)
. . . . . . . . . . . . . .37
Instellingsmenu’s . . . . . . . . . . 29, 140
Interne ondersteuningsbatterij. . . . 176
K
Kalender . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .52
Keuzeschakelaar . . . . . . . . . . . . . . 27
Kopiëren*
Films
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Foto’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
L
LCD-schermdimmer . . . . . . . . . . . 149
LCD-touchscreen . . . . . . . . . . .24, 26
Lichtmetingsstand . . . . . . . . . . . . 107
M
Markeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
Microfoondemper . . . . . . . . . . . . . 142
Minivideolamp . . . . . . . . . . . . . . . . 75
N
Nachtscène (opnameprogramma) . . 58
O
Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Onderwater (opnameprogramma) . . 59
Opnameduur . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Opnamemodus . . . . . . . . . . . . . . . 56
Opnamen maken
Films
. . . . . . . . . . . . . . . . 39, 55
Foto’s . . . . . . . . . . . . . . . 39, 100
Opnameprogramma’s . . . . 57, 60, 67
Oppervlakte (opnameprogramma) . 59
Opslaan van opnamen . . . . . . . . . 121
Gebruik van externe
videorecorders
. . . . . . . . . . 129
Kopiëren van opnamen naar
een computer
. . . . . . . . . . . 123
Schijven maken. . . . . . . . . . . 126
P
P (opnameprogramma). . . . . . . . . . 67
PF25 progressieve
beeldsnelheid
. . . . . . . . . . 144, 156
Pictogrammen . . . . . . . . . . . . . . . 152
Pieptoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Portret (opnameprogramma). . . . . . 57
Powered IS . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Pre-opname . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Problemen oplossen . . . . . . . . . . 157
Progressieve beeldsnelheden
PF24, PF30
. . . . . . . . . . . . . . . . 144
R
Reeksopnamen . . . . . . . . . . . . . . 104
Relay-opname* . . . . . . . . . . . . . . . 36
Roteren van foto’s . . . . . . . . 109, 145
S
Schermgegevens, selecteren
welke worden getoond
. . . . . . . . 89
Scherpstellingsvoorkeuze. . . . . . . 141
* Alleen b .
Overige informatie 193
Sensor voor afstandsbediening . . . . 22
Serienummer . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Sluitertijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Smart AUTO-stand . . . . . . . . . . . . . 40
Sneeuw (opnameprogramma) . . . . . 58
Snelstartfunctie . . . . . . . . . . . . . . . 44
Spaarstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Splitsen van scènes . . . . . . . . . . . . 94
Sport (opnameprogramma) . . . . . . . 58
Spotlight (opnameprogramma) . . . . 58
Statief . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
Strand (opnameprogramma) . . . . . .58
Supplementaire schijf . . . . . . . . . . . 15
T
Taal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Telepositie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Terugstellen van alle
camcorderinstellingen naar de
standaardwaarde
. . . . . . . . . . . . 151
Tijdlijn . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Tijdzone/zomertijd . . . . . . . . . . . . . 32
Transportmodus. . . . . . . . . . . . . . 104
Tv (opnameprogramma) . . . . . . . . . 67
U
USB-aansluitpunt . . . . . . . . 11 6, 119
V
Verbinding met externe apparaten
. 117
Verwijderen
Films
. . . . . . . . . . . . . . . . 53, 91
Foto’s. . . . . . . . . . . . . . . 98, 101
Video Snapshot . . . . . . . . . . . . . . . 65
Volume . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48, 80
Vuurwerk (opnameprogramma) . . . 58
W
Weinig licht (opnameprogramma) . . 58
Windscherm . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Witbalans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Z
Zelfontspanner . . . . . . . . . . . . . . . 77
Zonsondergang
(opnameprogramma)
. . . . . . . . . . 58
Zoom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Digitale zoom . . . . . . . . . . . . 141
Zoomsnelheid. . . . . . . . . 43, 140
* Alleenb .
CANON AUSTRIA GmbH
Oberlaaer Strasse 233,
A – 1100 Wien, Austria
Helpdesk: 0810 081009 (0,07 €/min)
www.canon.at
CANON BELGIUM N.V. / S.A.
Berkenlaan 3, B – 1831 Diegem, Belgium
Helpdesk: (02) 620.01.97
(0,053 € + 0,053 €/min)
Fax: (02) 721.32.74
www.canon.be
CANON DANMARK A/S
Knud Højgaards Vei 1,
DK-2860 Søborg, Denmark
Helpdesk: 70 20 55 15
(0,25DKK + 0,25 DKK/min)
Fax: 70 155 025
www.canon.dk
CANON DEUTSCHLAND GmbH
Europark Fichtenhain A10,
47807 Krefeld, GERMANY
Helpdesk: 069 2999 3680
www.canon.de
CANON ESPAÑA S.A.
Avenida de Europa nº 6.
28108 Alcobendas (Madrid)
Helpdesk: 901.900.012 (€0,039/min)
Fax: (+34) 91 411 77 80
www.canon.es
CANON FRANCE SAS
17, quai du Président Paul Doumer
92414 Courbevoie cedex, France
Hot line 0170480500
www.canon.fr
CANON ITALIA S.P.A
Via Milano,8 I-20097
San Donato Milanese (MI), Italy
Servizio clienti: 848 800519
(0,0787 €+ 0,0143 €/min)
Fax: 02-8248.4600
www.canon.it
CANON LUXEMBOURG S.A.
Rue des Joncs 21,
L-1818 Howald, Luxembourg
Helpdesk: 27 302 054 (0,12 €/min)
Fax: (352) 48 47 96232
www.canon.lu
CANON NEDERLAND N.V.
Bovenkerkerweg 59-61
1185 XB Amstelveen The Nederlands
Helpdesk: 020 7219 103
www.canon.nl
CANON OY
Kuluttajatuotteet, Huopalahdentie 24,
PL1, 00351 Helsinki, Finland
Helpdesk: 020 366 466
(0,0821 €+ 0,0149 €/min)
www.canon.fi
CANON PORTUGAL S.A.
Rua Alfredo Silva, 14 - Alfragide,
2610-016 Amadora, Portugal
Helpdesk: +351 21 42 45 190
(€0,0847 + €0,031/min)
www.canon.pt
CANON (SCHWEIZ) AG
Industriestrasse 12,
8305 Dietlikon, Switzerland
Helpdesk: 0848 833 838 (0,08 CHF/min)
www.canon.ch
CANON (SUISSE) SA
Industriestrasse 12,
8305 Dietlikon, Switzerland
Helpdesk: 0848 833 838 (0,08 CHF/min)
www.canon.ch
CANON SVENSKA AB
Gustav III:s Boulevard 26,
S-169 88 Solna, Sweden
Helpdesk: +46 (0)8 519 923 69
(0,23 SEK + 0,45 SEK/min)
Fax: +46 (0)8 97 20 01
www.canon.se
CANON UK LTD
For technical support, please
contact the Canon Help Desk:
Canon UK, RCC Customer Service
Unit 130, Centennial Park,
Elstree, Herts, WD6 3SE, UK
Helpdesk: 0844 369 0100
(5 pence/min from a BT landline,
other costs may vary)
Fax: 020 8731 4164
www.canon.co.uk
CANON EUROPA N.V.
P.O. Box 2262, 1180 EG Amstelveen, The Netherlands
Voor ondersteuning met betrekking tot de bijgeleverde PIXELA-applicaties kunt
u contact opnemen met de PIXELA-klantenservice (details vindt u in de
‘PIXELA Applications’ Installatiehandleiding).
© CANON INC. 2010
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194

Canon LEGRIA HF M307 Handleiding

Categorie
Camcorders
Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor