HOTPOINT/ARISTON U H TNF 7522 HW Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding
Gebruiksaanwijzing
NEDERLANDS Gebruiksaanwijzing Pagina 4
3
4
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE
EERSTE KEER GEBRUIKT 5
MILIEUTIPS 5
ALGEMENE EN VEILIGHEIDSADVIEZEN 6
DE OPSLAGRUIMTE VAN DE VRIEZER VERGROTEN 7
FUNCTIES 7
VOEDSEL OPSLAAN IN HET APPARAAT 10
TWIST ICE MAKER 11
AANBEVELINGEN WANNEER HET APPARAAT
NIET WORDT GEBRUIKT 12
TIPS VOOR ENERGIEBESPARING 12
ONDERHOUD EN REINIGING 13
SYSTEEM MET LEDVERLICHTING 13
OPSPOREN VAN STORINGEN 14
CONSUMENTENSERVICE 16
5
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in
huishoudelijke en gelijkaardige toepassingen
zoals:
- personeelskeukens in winkels, kantoren en
overige werkomgevingen;
- cottages en door klanten in hotels, motels en
andere residentiële omgevingen;
- bed and breakfast-omgevingen.
Lees aandachtig de gebruiksaanwijzingen
met een beschrijving van het product en
nuttig advies om het meeste te halen uit uw
apparaat.
Bewaar deze instructies voor toekomstige
referentie.
1. Na het uitpakken van het apparaat controleert
u of het niet beschadigd is en dat de deur goed
sluit. Uw leverancier dient binnen 24 uur vanaf
de levering van het apparaat van eventuele
schade op de hoogte te worden gesteld.
2. Wacht minstens twee uur alvorens het apparaat
in te schakelen, om zeker te stellen dat het
koelcircuit volledig efficiënt is.
3. De installatie en aansluiting op het
elektriciteitsnet moet worden uitgevoerd door
gekwalificeerd personeel aan de hand van de
aanwijzingen van de fabrikant en conform de
veiligheidsvoorschriften.
4. Maak de binnenkant van het apparaat schoon
alvorens het te gebruiken.
VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE
EERSTE KEER GEBRUIKT
1. Verpakking
Het verpakkingsmateriaal is volledig recyclebaar, zoals
wordt aangegeven door het recyclingsymbool. Leef de
plaatselijke afvalverwerkingsreglementen na. Bewaar
het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, polystyreen
enz.) buiten bereik van kinderen; het kan een bron van
gevaar vormen.
2. Slopen/afdanken
Het apparaat is vervaardigd van recyclebaar materiaal.
Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens
de Europese Richtlijn 2012/19/EU inzake Afgedankte
elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door
ervoor te zorgen dat dit apparaat op de juiste manier
wordt afgedankt, helpt u mogelijk schadelijke gevolgen
voor het milieu en de gezondheid te voorkomen.
Het symbool
op het product of op de
begeleidende documentatie geeft aan dat dit apparaat
niet als huishoudelijk afval behandeld mag worden,
maar dat het ingeleverd moet worden bij een speciaal
inzamelingscentrum voor de recycling van elektrische
en elektronische apparatuur.
Bij het afdanken van het apparaat dient u het
onbruikbaar te maken door de stroomkabel af te
snijden en de deuren en schappen te verwijderen
zodat kinderen niet in het apparaat kunnen klauteren
en vast komen te zitten.
Bij het afdanken van het apparaat moeten de
plaatselijke voorschriften voor afvalverwerking worden
opgevolgd door het in te leveren bij een speciaal
inzamelpunt Laat het apparaat niet onbeheerd achter,
ook niet voor een paar dagen, aangezien het een
potentieel gevaar vormt voor kinderen.
Voor meer informatie over behandeling, terugwinning
en recycling van dit product kunt u contact opnemen
met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of
de winkel waar u dit product hebt gekocht.
Informatie:
Dit apparaat bevat geen CFK. Het koelcircuit
bevat R134a (HFC) of R600a (HC) (raadpleeg het
typeplaatje binnenin het apparaat).
Apparaten met Isobutaan (R600a): isobutaan is een
natuurlijk gas dat geen schadelijke invloed heeft op het
milieu, maar wel ontvlambaar is. Zorg er daarom voor
dat de koelcircuitleidingen niet beschadigd raken.
Dit product kan gefluorideerd broeikasgas bevatten
dat onder het Protocol van Kyoto valt; het koelgas zit in
een hermetisch gesloten systeem.
Koelgas: R134a heeft een aardopwarmingspotentieel
(GWP) van 1300.
Verklaring van overeenstemming
Dit apparaat werd ontwikkeld voor het bewaren van
levensmiddelen en werd geproduceerd conform
Richtlijn (EC) nr. 1935/2004.
Dit apparaat werd ontworpen, geproduceerd en op
de markt gebracht conform:
- veiligheidsobjectieven van de richtlijn
“Laagspanning” 2006/95/EG (ter vervanging van
73/23/EEG en daaropvolgende wijzigingen);
- de beschermingsvoorwaarden van Richtlijn
“EMC” 2004/108/EG.
Dit apparaat is ontworpen, vervaardigd en
gedistribueerd in overeenstemming met de
veiligheidsvoorschriften van de Europese
Richtlijnen: LVD 2014/35/EU, EMC 2014/30/EU en
RoHS 2011/65/EU.
De elektrische veiligheid van het apparaat is alleen
gegarandeerd indien het correct is aangesloten op een
goedgekeurd aardingssysteem.
MILIEUTIPS
6
INSTALLATIE
Het apparaat moet gehanteerd en geïnstalleerd
worden door twee of meer personen.
Zorg dat u de vloer (bijv. parket) niet beschadigt
tijdens het verplaatsen van het apparaat.
Zorg er tijdens de installatie voor dat het apparaat
het netsnoer niet beschadigt.
Installeer het product niet in de buurt van een
warmtebron.
Om voor voldoende ventilatie te zorgen dient er
aan beide zijkanten en aan de bovenkant van het
apparaat ruimte vrijgelaten te worden. De afstand
tussen de achterzijde van het apparaat en de muur
achter het apparaat dient 50 mm te bedragen.
Bij minder ruimte aan de achterzijde neemt het
energieverbruik van het product toe.
Houd de ventilatie-openingen van het apparaat vrij
van obstakels.
Beschadig de leidingen van het koelcircuit van het
apparaat niet.
Installeer het apparaat op een vloer die voldoende
stevig is om het gewicht te dragen en op een plaats
die geschikt is voor de omvang en toepassing van
het apparaat.
Plaats het apparaat in een droge en goed
geventileerde ruimte. Het apparaat is bedoeld voor
gebruik op plaatsen waar de temperatuur binnen
het volgende bereik komt, conform de klimaatklasse
op het typeplaatje. Mogelijk werkt het apparaat niet
correct indien het lange tijd op een temperatuur
buiten het aangegeven bereik wordt gebruikt.
Klimaatklasse
Omgevingst.
(°C)
Omgevingst.
(°F)
SN Van 10 tot 32 Van 50 tot 90
N Van 16 tot 32 Van 61 tot 90
ST Van 16 tot 38 Van 61 tot 100
T Van 16 tot 43 Van 61 tot 110
Zorg dat de spanning op het typeplaatje
overeenkomt met de spanning in uw woning.
Gebruik voor de aansluiting geen enkel/
meervoudige contactdozen of verlengsnoeren.
Gebruik voor de aansluiting op de waterleiding de
bij het nieuwe apparaat geleverde slang; gebruik de
slang van een vorig apparaat niet.
De voedingskabel mag alleen door gekwalificeerd
personeel of door de Klantenservice worden
gewijzigd of vervangen.
Het moet mogelijk zijn het apparaat van het
elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker
uit het stopcontact te halen of via een tweepolige
netschakelaar die bovenstrooms van het
stopcontact is geplaatst.
VEILIGHEID
Bewaar geen explosieve stoffen zoals
aerosolspuitbussen met een ontvlambaar drijfgas in
dit apparaat.
Bewaar geen benzine, ontvlambare vloeistoffen
of gas in de buurt van dit apparaat of andere
elektrische apparaten. De dampen kunnen brand of
explosies veroorzaken.
Gebruik geen mechanische, elektrische of
chemische middelen die het ontdooiproces
versnellen behalve die door de fabrikant zijn
aanbevolen.
Gebruik of plaats geen elektrische apparaten in
de vakken van het apparaat, als hiervoor geen
uitdrukkelijke toestemming door de fabrikant is
gegeven.
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door
personen (waaronder kinderen) met beperkte
lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens,
of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder
toezicht staan of instructies met betrekking tot het
gebruik van het apparaat hebben gekregen van een
persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
Laat kinderen niet spelen met of zich verstoppen
binnenin het apparaat om het risico te vermijden dat
kinderen vast komen te zitten en verstikken.
De inhoud (niet toxisch) van de vrieselementen (in
sommige modellen) niet inslikken.
Eet geen ijsblokjes of ijslolly's onmiddellijk nadat u
deze uit de diepvriezer hebt gehaald omdat deze
koude brandwonden kunnen veroorzaken.
GEBRUIK
Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de
stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of
onderhoudswerkzaamheden begint.
Alle apparaten met een automatische ijsmaker en
waterdispenser moeten worden aangesloten op
een waterleiding die uitsluitend drinkwater levert
(met een waterleidingdruk van tussen de 0,17 en
0,81 Mpa (1,7 en 8,1 bar)). Automatische ijsmakers
en/of waterdispensers die niet rechtstreeks op het
waterleidingnet zijn aangesloten, mogen uitsluitend
met drinkwater worden gevuld.
Gebruik het koelkastcompartiment uitsluitend
voor het bewaren van verse levensmiddelen en
het diepvriezercompartiment uitsluitend voor
het bewaren van bevroren levensmiddelen, het
invriezen van verse levensmiddelen en het maken
van ijsblokjes.
Bewaar geen glazen containers met vloeistoffen
in het diepvriezercompartiment omdat ze kunnen
breken.
Vermijd het bewaren van onverpakte
levensmiddelen in direct contact met
interne oppervlakken van de koelkast- of
diepvriezercompartimenten.
De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid
af indien het bovenstaande advies en
voorzorgsmaatregelen niet worden opgevolgd.
ALGEMENE EN
VEILIGHEIDSADVIEZEN
7
Opmerkingen:
Blokkeer de luchtuitlaat (op de achterwand) niet met
levensmiddelen.
Als de vriezer voorzien is van een flap, dan kan
de opbergruimte vergroot worden door de flap te
verwijderen (door hem om te buigen).
Alle schappen, kleppen en schuifmandjes zijn
uitneembaar.
De binnentemperatuur van het apparaat kan
beïnvloed worden door de omgevingstemperatuur,
hoe vaak de deur wordt geopend en de plaats van
het apparaat. Bij het instellen van de temperatuur
moet rekening gehouden worden met deze factoren.
Tenzij anders gespecificeerd zijn de accessoires
van het apparaat niet geschikt voor een vaatwasser.
Hoe groter de afstand tussen de achterzijde van het
apparaat en de muur, hoe meer energie bespaard
wordt.
U kunt de bewaarcapaciteit van de vriezer
vergroten door:
de korven / kleppen (door ze om te buigen)
verwijderen zodat u grote producten kunt
bewaren.
de voedselproducten rechtstreeks op de
schappen van de vriezer leggen.
de Twist Ice Maker (afzonderlijk) verwijderen of
samen met het docking station.
DE OPSLAGRUIMTE VAN DE VRIEZER
VERGROTEN
SMART DISPLAY
Deze functie kan gebruikt worden om energie
te besparen. Volg de instructies in de Beknopte
handleiding om de functie in of uit te schakelen.
Twee seconden na activering van het Smart Display
gaat het display uit. Om de temperatuur aan te passen
of andere functies te gebruiken moet het display
weer geactiveerd worden. Druk hiervoor op een
willekeurige toets. Na ongeveer 15 seconden zonder
enige handeling gaat het display weer uit.
Wanneer de functie wordt uitgeschakeld, wordt het
normale display getoond. Het Smart Display wordt
automatisch uitgeschakeld na een stroomuitval.
N.B.: deze functie ontkoppelt het apparaat niet
van de netvoeding, maar vermindert alleen het
energieverbruik van het externe display.
Opmerking:
Deze functie is alleen beschikbaar op het model met
de gebruikersinterface op de deur.
Het energieverbruik van het apparaat in de verklaring
verwijst naar de werking met de functie Smart Display
ingeschakeld.
6th SENSE
GREEN INTELLIGENCE
De functie 6th Sense/Green Intelligence dient om
de juiste temperatuur te behouden in de volgende
gevallen:
- Deur een tijdje open
De functie treedt in werking bij iedere opening
van de deur die de binnentemperatuur van het
apparaat wijzigt, en blijft actief gedurende de
tijd die nodig is om automatisch de optimale
conserveringsomstandigheden te herstellen.
- Vers voedsel geplaatst in de vriezer
De functie treedt iedere keer dat er levensmiddelen
in de vriezer worden geplaatst in werking, en blijft
actief gedurende de tijd die nodig is om optimale
invriescondities te creëren, waarbij de juiste
balans tussen de kwaliteit van het invriezen en het
energieverbruik wordt gegarandeerd.
OPMERKING:
De duur van de functie 6th Sense/Green Intelligence
wordt niet alleen op basis van de hoeveelheid in
te vriezen voedingsmiddelen berekend, maar ook
op basis van de hoeveelheid voedingsmiddelen
die reeds aanwezig is in de vriezer en van de
omgevingstemperatuur. Daarom zijn aanzienlijke
variaties in de duur van deze functie vrij normaal.
AAN/STAND-BY
Deze functie dient om de vriesvakken Aan of in
Stand-by te zetten. Om het product in Stand-by te
zetten, houdt u de knop Aan/Stand-by 3 seconden
ingedrukt. Als het apparaat in Stand-by staat, werkt de
binnenverlichting van de koelkast niet. Bedenk wel dat
het apparaat op deze manier niet van de elektrische
voeding wordt afgekoppeld. Om het apparaat weer
FUNCTIES
8
in te schakelen houdt u de knop Aan/Stand-by 3
seconden ingedrukt.
BLACKOUT-ALARM
Uw product is zo ontworpen dat het na een
stroomstoring automatisch de temperatuur in de
vriezer controleert wanneer de stroom weer wordt
ingeschakeld. Als de temperatuur in de vriezer boven
het vriesniveau ligt, gaat het symbool Blackout
branden, knippert het alarmsymbool en klinkt het
geluidssignaal wanneer de stroomtoevoer hersteld is.
Druk om het alarm te resetten éénmaal op de knop
Alarm stoppen .
In geval van een Blackout-alarm, worden de volgende
handelingen aanbevolen:
Als het voedsel in de vriezer niet bevroren maar
nog wel koud is, breng het dan over naar de
koelkast en eet het binnen 24 uur op.
Als het voedsel in de vriezer bevroren is, betekent
dit dat het voedsel ontdooid was en weer werd
ingevroren toen de stroomtoevoer hersteld
werd, de smaak, kwaliteit en voedingswaarde is
verminderd en het voedsel kan zelfs bedorven zijn.
Er wordt aanbevolen om deze levensmiddelen
niet op te eten en de hele inhoud van de vriezer
weg te gooien. Het blackout-alarm is ontworpen
om informatie te geven over de kwaliteit van de
voedingsmiddelen die in de vriezer aanwezig
zijn bij een stroomuitval. Dit systeem garandeert
de kwaliteit van de levensmiddelen niet en
consumenten wordt geadviseerd hun gezonde
verstand te gebruiken bij het controleren van de
kwaliteit van de levensmiddelen in het vriesvak.
ALARM TEMPERATUUR
Het geluidssignaal klinkt en het temperatuursymbool
(°C) knippert. Het alarm wordt geactiveerd als:
het apparaat op de netstroom wordt aangesloten
nadat het een tijdlang niet gebruikt is;
de temperatuur in de vriezer te hoog is;
de hoeveelheid verse levensmiddelen die in de
vriezer is gezet, groter is dan aangegeven op het
typeplaatje;
de deur van de vriezer lang open heeft gestaan.
Druk om het alarmsignaal te stoppen éénmaal op
de knop Alarm stoppen
. Het alarmsymbool
wordt automatisch uitgeschakeld zodra de
temperatuur in het vriesvak onder de -10 °C komt, het
temperatuurinstelsymbool (°C) stopt met knipperen en
de gekozen instelling wordt weergegeven.
OPMERKING: Het temperatuuralarm kan zelfs
geactiveerd worden nadat de deur lang open heeft
gestaan of nadat verse levensmiddelen in het
diepvriesgedeelte zijn geplaatst; de gemelde tijdelijke
temperatuurtoename beïnvloedt de perfecte bewaring
van het reeds ingevroren voedsel niet.
ALARM DEUR OPEN
Het
alarmsymbool knippert en er klinkt een
geluidsalarm. Het alarm wordt geactiveerd als de deur
langer dan 2 minuten open blijft staan. Om het alarm
uit te schakelen sluit u de deur of drukt u éénmaal op
de knop
Alarm stoppen om het geluidsalarm te
stoppen.
TOETSENVERGRENDELING
Als deze functie is ingeschakeld, kunnen de
instellingen niet per ongeluk gewijzigd worden en
kan het apparaat niet per ongeluk uitgezet worden.
Om de toetsen te blokkeren, drukt u 3 seconden
lang op de toets Stopalarm tot het indicatorlampje
van de Toetsenblokkering op het display wordt
weergegeven en er een geluidssignaal klinkt
ter bevestiging dat de functie is geselecteerd.
Het indicatielampje wordt na 3 seconden
uitgeschakeld. Wanneer het is ingeschakeld wordt
door het drukken op een van de andere toetsen
(behalve de toets Stopalarm) een geluidssignaal
geactiveerd en gaat op het display het indicatorlampje
van de Toetsenvergrendeling knipperen. Wanneer
de functie Toetsenvergrendeling is geactiveerd kan
ieder alarm gedeactiveerd worden.
Om de toetsen te deblokkeren dezelfde
procedure volgen tot het indicatorlampje van
de Toetsenblokkering op het display wordt
weergegeven en er een geluidssignaal klinkt ter
bevestiging dat de functie is geselecteerd. Het
indicatielampje wordt na 1 seconde uitgeschakeld.
SHOCK FREEZE
Het "Shock Freeze"-vak is specifiek ontworpen om
zeer snel maximaal 2 kg verse levensmiddelen in
te vriezen. De ultrasnelle "Shock Freeze"-functie
minimaliseert de vorming van ijskristallen binnen
de levensmiddelen terwijl deze worden ingevroren,
waardoor deze de best mogelijke kwaliteit hebben
wanneer deze ontdooid worden voor consumptie.
Wanneer de "Shock Freeze"-functie niet actief is,
kan het vak op de normale wijze worden gebruikt
voor gewoon invriezen of voor het bewaren van
diepvriesproducten.
OPMERKING: Wanneer de "Shock Freeze"-functie
actief is, kunt u een zoemend geluid horen. Dit is
volkomen normaal; het wordt veroorzaakt door de
luchtstroom die een optimale verspreiding van de
koude binnen het vak mogelijk maakt.
De "Shock Freeze"-functie in- en uitschakelen:
1. Zorg ervoor dat er minimaal 12 uur voorbij zijn
gegaan sinds de laatste keer dat de "Shock
Freeze"- functie werd ingeschakeld (als dit het
geval is). Activeer de functie niet vaker dan
eenmaal per 12 uur.
2. Zorg ervoor dat de "Fast Freeze"-functie niet actief
is: De functies "Shock Freeze" en "Fast Freeze"
kunnen niet tegelijkertijd worden ingeschakeld.
3. Maak het "Shock Freeze"-vak leeg.
4. Schakel de "Shock Freeze"-functie in door de
9
knop op het bedieningspaneel kort aan
te raken: Het symbool gaat branden en de
ventilatoren aan de onderkant van het vak gaan
draaien, waardoor de koude luchtstroom versterkt
wordt en het vriesproces versneld wordt.
5. Leg de in te vriezen levensmiddelen in het
vak, een paar centimeter (min. 2 cm) van de
ventilatoren op de bodem van het vak vandaan,
zodat de koude lucht kan circuleren.
6. Om de maximale invriessnelheid te bereiken wordt
aanbevolen de "Shock Freeze"-functie niet uit te
schakelen tot deze automatisch gedeactiveerd
wordt, en de deur gesloten te houden.
7. De "Shock Freeze"-functie wordt na 4-5 uur
automatisch uitgeschakeld: het symbool gaat
uit en de ventilatoren worden uitgeschakeld.
De "Shock Freeze"-functie kan niettemin op elk
gewenst moment worden uitgeschakeld, door
kort op de knop op het bedieningspaneel
te drukken: het symbool gaat uit en de
ventilatoren worden uitgeschakeld.
Let op:
Incompatibiliteit met de “Fast Freeze”-functie
Om optimale prestaties te garanderen kunnen
de functies "Shock Freeze" en "Fast Freeze"
niet tegelijkertijd worden gebruikt. Als de "Fast
Freeze"- functie al ingeschakeld is, moet deze
eerst worden uitgeschakeld voordat u de "Shock
Freeze"-functie kunt activeren (en andersom).
Als de ventilatoren in het "Shock Freeze"-vak
niet beginnen te werken
Nadat de “Shock Freeze”-functie is geactiveerd,
kan het gebeuren dat het controlelampje
gaat
branden zoals verwacht, maar dat de ventilatoren
niet beginnen te werken. Dit is normaal; het
betekent dat de vriezer ontdooid wordt. Aan het
eind van de ontdooifase (maximale duur: 1,5 uur)
gaan de ventilatoren automatisch werken en begint
het "Shock Freeze"-proces op de normale manier.
Als het symbool
niet gaat branden.
Als nadat u op de knop hebt gedrukt het
symbool gaat branden, dan hebt u de knop
te lang ingedrukt gehouden. Om de “Shock
Freeze”-functie te activeren, raakt u de knop
eventjes aan, druk er niet langer dan 1 seconde op.
FAST FREEZE
De hoeveelheid verse levensmiddelen (in kg)
die in 24 uur kan worden ingevroren staat
aangegeven op het typeplaatje.
Voor optimale prestaties van het apparaat houdt u
de knop Shock Freeze/Fast Freeze
3 seconden
ingedrukt (tot het symbool Fast Freeze
gaat
branden) 24 uur voordat u verse levensmiddelen in de
vriezer legt (volgens de BEKNOPTE HANDLEIDING).
In het algemeen is ongeveer 24 uur snelvriezen
nadat het voedsel in de vriezer is gezet voldoende;
De functie Fast Freeze wordt na 50 uur automatisch
uitgeschakeld.
Let op: Om energie te besparen kan de
snelvriesfunctie na een paar uur worden
uitgeschakeld wanneer u kleine hoeveelheden
levensmiddelen invriest.
Incompatibiliteit met de “Shock Freeze”-
functie
Om optimale prestaties te garanderen kunnen
de functies "Shock Freeze" en "Fast Freeze" niet
tegelijkertijd worden gebruikt. Als de "Fast Freeze"-
functie al ingeschakeld is, moet deze eerst worden
uitgeschakeld voordat u de "Shock Freeze"-functie
kunt activeren (en andersom).
ECO NIGHT-FUNCTIE (NACHTTARIEF)
(NACHTTARIEF)
Met de Eco Night-functie kan het apparaat het
energieverbruik concentreren in de uren met het
lagere tarief (meestal 's nachts), wanneer er meer
elektriciteit beschikbaar is en deze minder kost dan
overdag (alleen in landen met een tijdgebaseerd
systeem met meerdere tarieven - vraag de
energietarieven op bij uw plaatselijke energiebedrijf).
Om de functie te activeren drukt u op de knop op
het tijdstip waarop het lagere tarief ingaat (afhankelijk
van het specifieke tarievenschema). Als het
gereduceerde tarief bijvoorbeeld om 20:00 uur start,
dan moet u op dat tijdstip op de knop drukken.
Wanneer het symbool Eco Night
AAN is, dan is
de functie ingeschakeld. Als de functie geactiveerd
is, dan past het apparaat het energieverbruik
automatisch aan de geselecteerde tijd aan, d.w.z. het
apparaat verbruikt dan overdag minder energie dan
's nachts.
BELANGRIJK: Voor een goede werking moet de
functie dag en nacht ingeschakeld zijn. De functie
blijft ingeschakeld tot deze uitgeschakeld wordt
(of uitgeschakeld wordt bij een stroomuitval of als
het apparaat wordt uitgezet). Om de functie uit te
schakelen drukt u nogmaals op de knop
. Wanneer
het symbool Eco Night UIT is, dan is de functie
uitgeschakeld.
Opmerking: Het energieverbruik van het apparaat
in de verklaring verwijst naar de werking met de
Eco Night-functie uitgeschakeld.
AUTOMATISCH ONTDOOIEN
Dit product is ontworpen om automatisch te
ontdooien volgens de gebruiksvoorwaarden en de
omgevingsvochtigheid.
10
TIPS VOOR HET INVRIEZEN EN OPSLAAN VAN
VERSE LEVENSMIDDELEN
Alvorens verse levensmiddelen in te vriezen
dient u het te wikkelen en verzegelen in:
aluminiumfolie, plastic folie, lucht- en waterdichte
plastic zakken, polytheen containers met deksel
of diepvriescontainers die geschikt zijn voor het
invriezen van verse levensmiddelen.
De levensmiddelen moeten vers, rijp en van een
zeer goede kwaliteit zijn.
Verse groenten en fruit zo mogelijk direct na
de oogst invriezen, om de voedingsstoffen, de
consistentie, de kleur en de smaak te behouden.
Enkele vleessoorten (vooral wild) moet worden
opgehangen voordat dit wordt ingevroren.
OPMERKING:
Laat warme levensmiddelen altijd afkoelen
voordat u ze in de vriezer legt.
Ontdooide of gedeeltelijk ontdooide
levensmiddelen moeten onmiddellijk worden
geconsumeerd. Vries ze niet opnieuw in,
tenzij het voedsel na het ontdooien gekookt is.
Nadat het gekookt is, mag het opnieuw worden
ingevroren.
Vries ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in.
Vrieselementen gebruiken
Vrieselementen helpen om de levensmiddelen
bevroren te houden bij een stroomstoring. Plaats
voor het beste gebruik de elementen op de
levensmiddelen die aan de bovenzijde van het vak
zijn opgeslagen.
Indeling van de ingevroren levensmiddelen
Leg de diepgevroren levensmiddelen in de vriezer
en label ze. Het is raadzaam om de invriesdatum op
de verpakking aan te geven, om te zorgen dat het
product tijdig geconsumeerd wordt.
Tips voor het bewaren van diepvriesproducten
Bij de aankoop van diepvriesproducten moet u op de
volgende punten letten:
Zorg dat de verpakking niet beschadigd is
(diepgevroren levensmiddelen in beschadigde
verpakkingen kan een verminderde kwaliteit
hebben). Indien de verpakking bol staat of
vochtplekken heeft, werd het mogelijk niet bij
optimale omstandigheden bewaard en het
ontdooien is mogelijk al begonnen.
Tijdens het winkelen dient u de aankopen van
diepgevroren levensmiddelen als laatste te
doen en u dient de producten in een thermisch
geïsoleerde koelzak te transporteren.
Bij thuiskomst het bevroren voedsel onmiddellijk
in de vriezer leggen.
Zelfs indien de levensmiddelen slechts
gedeeltelijk ontdooid zijn, mag u deze niet
opnieuw invriezen. Binnen 24 uur opeten.
Temperatuurschommelingen voorkomen
of tot een minimum beperken. De uiterste
houdbaarheidsdatum op de verpakking moet
worden gerespecteerd.
Houd steeds rekening met de opslaginformatie
op de verpakking.
Belangrijk:
In de tabel hiernaast wordt de aanbevolen
maximale opslagtijd voor diepgevroren verse
levensmiddelen aangegeven.
Alle beschreven functies verwijzen naar
de werking van het product zonder de
koudeaccu's, met uitzondering van de stijgtijd
van de temperatuur.
GERECHTMAANDEN
VOEDSEL OPSLAAN IN
HET APPARAAT
11
HET MAKEN VAN IJSBLOKJES
U kunt de volledige Twist Ice Maker verwijderen
(houd de hendel (1) aan de linkerkant ingedrukt
en duw hem (2) naar u toe) of u kunt alleen het
ijsblokjesbakje verwijderen door het naar u toe te
trekken (3).
of
Vul het bakje met drinkwater (tot maximaal 2/3 van
de inhoud vullen).
of
Plaats de Twist Ice Maker terug in het apparaat
of plaats het ijsblokjesbakje terug in de Twist Ice
Maker. Kijk uit dat u geen water morst.
Wacht tot de ijsblokjes bevroren zijn (geadviseerd
wordt om ongeveer 4 uur te wachten met de
snelvriesfunctie ingeschakeld).
OPMERKING: De Twist Ice Maker kan verwijderd
worden. Hij kan horizontaal overal in het vriesvak
worden geplaatst, of uit het apparaat worden
verwijderd als u geen ijsblokjes nodig heeft.
IJSBLOKJES UIT DE IJSMAKER HALEN
1. Zorg ervoor dat de opvangbak op zijn plaats zit
onder het ijsblokjesbakje. Schuif hem zo nodig
op zijn plaats.
2. Draai een van de hendels stevig naar rechts tot
het bakje licht kantelt. De ijsblokjes vallen in de
opvangbak.
3. Herhaal stap 2 voor de andere helft van
het bakje, indien nodig. U kunt ijsblokjes
maken (zie het hoofdstuk “HET MAKEN VAN
IJSBLOKJES”) en ze opslaan in het opslagvak
en het naar u toe trekken.
4. Om ijsblokjes te krijgen tilt u de opvangbak een
beetje op en trekt u hem naar u toe.
OPMERKING: als u wilt kunt u de gehele Twist
Ice Maker uit het apparaat verwijderen om de
ijsblokjes er op een handige plaats uit te halen
(bijvoorbeeld: direct aan tafel).
of
TWIST ICE
MAKER
12
Korte afwezigheid
De koelkast hoeft niet van het elektriciteitsnet te worden
afgekoppeld als u korter dan drie weken afwezig bent.
Consumeer de bederfelijke voedingsmiddelen en vries
de andere voedingsmiddelen in.
Lange afwezigheid
Verwijder alle levensmiddelen uit het apparaat als u drie
weken of langer afwezig bent.
1. Maak de ijsbak leeg.
Bevestig enkele houten of plastic blokken met plakband
aan het bovenste gedeelte van de twee deuren en
laat de deuren open staan, zodat in beide vakken
voldoende lucht kan circuleren. Op die manier worden
nare luchtjes en schimmelvorming voorkomen.
Verhuizen
1. Haal alle uitneembare elementen uit het apparaat.
2. Verpak ze zorgvuldig en zet ze aan elkaar vast met
plakband om te voorkomen dat ze tegen elkaar
klapperen of kwijtraken.
3. Schroef de stelvoetjes zodanig aan dat ze het
steunvlak niet raken.
4. Sluit beide deuren en plak ze met plakband dicht,
en plak ook de voedingskabel met plakband aan het
apparaat vast.
Stroomuitval
Als de stroom uitvalt dient u zich tot het plaatselijke
elektriciteitsbedrijf te wenden om te vragen hoe lang de
stroomuitval zal duren.
Opmerking: Houd er rekening mee dat een vol
vriesvak langer koud blijft dan een halfvol vak.
Als er op de voedingsmiddelen ijskristallen zichtbaar
zijn, kunnen ze zonder enig risico opnieuw worden
ingevroren, ook al zullen de smaak en het aroma
waarschijnlijk anders zijn.
Wanneer de levensmiddelen duidelijk in een slechte
staat verkeren, kunt u deze beter weggooien.
Als de stroomuitval korter dan 24 uur duurt.
1. Houd beide deuren van het apparaat gesloten.
Op deze manier blijven de levensmiddelen in de
koelkast zo lang mogelijk koud.
Als de stroomuitval langer dan 24 uur duurt.
1. Haal alle bevroren levensmiddelen uit het vriesvak
en zet deze in een draagbare vriezer. Als dit
type vriezer niet voorhanden is en als er geen
pakken kunstijs beschikbaar zijn, probeer dan
de levensmiddelen die het snelst bederven te
consumeren.
2. Maak de ijsbak leeg.
AANBEVELINGEN WANNEER HET
APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKT
Installeer het apparaat in een droge, goed geventileerde ruimte, ver bij eventuele warmtebronnen vandaan
(bijv. radiator, fornuis, etc.) en op een plek die niet aan direct zonlicht wordt blootgesteld. Gebruik indien
nodig een isolatieplaat.
Om voor voldoende ventilatie te zorgen dient er aan beide zijkanten en aan de bovenkant van het apparaat
ruimte vrijgelaten te worden. De afstand tussen de achterzijde van het apparaat en de muur achter het
apparaat dient 50 mm te bedragen. Bij minder ruimte aan de achterzijde neemt het energieverbruik van
het product toe.
Door onvoldoende ventilatie aan de achterzijde van het product neemt het energieverbruik toe en neemt
de koeleciëntie af.
De binnentemperatuur van het apparaat kan beïnvloed worden door de omgevingstemperatuur, hoe vaak
de deur wordt geopend en de plaats van het apparaat. Bij het instellen van de temperatuur moet rekening
gehouden worden met deze factoren.
Laat warme gerechten en dranken eerst afkoelen voordat ze in het apparaat geplaatst worden.
Blokkeer de ventilator niet met levensmiddelen.
Nadat de levensmiddelen in het apparaat zijn geplaatst dient gecontroleerd te worden of de deuren van de
vakken goed sluiten, met name de deur van het vriesvak.
Beperk het openen van deuren tot een minimum.
Plaats diepgevroren etenswaar die u wilt ontdooien in de koelkast. De lage temperatuur van de diepgevroren
etenswaar koelt de etenswaar in de koelkast.
Bij apparaten met speciale vakken (vak voor verse etenswaar, nul graden-vak,…), kunnen de betreende
vakken verwijderd worden indien deze niet worden gebruikt.
De positionering van de platen in de koelkast heeft geen invloed op het eciënte energiegebruik. De
etenswaar dient zodanig op de platen geplaatst te worden om voor voldoende luchtcirculatie te zorgen (de
verschillende etenswaar dient elkaar niet te raken en de afstand tussen de etenswaar en de achterwand
moet behouden blijven).
U kunt de opbergruimte voor diepgevroren etenswaar vergroten door de klep en/of de opslagmand te
verwijderen (volgens het productblad) terwijl hetzelfde energieverbruik behouden blijft.
De condensor (de spoel in de achterzijde van het apparaat) dient regelmatig gereinigd te worden.
Een beschadigde of lekkende afdichting dient zo snel mogelijk vervangen te worden.
TIPS VOOR ENERGIEBESPARING
13
Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de
stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of
onderhoudswerkzaamheden begint.
Reinig het apparaat regelmatig met een doek en
een oplossing van lauw water en een neutraal
schoonmaakmiddel, speciaal voor de binnenkant
van koelkasten. Gebruik geen reinigings- of
schuurmiddelen. Maak de onderdelen van de
koelkast nooit schoon met licht ontvlambare
vloeistoffen. De dampen die hieruit voortkomen
kunnen brand of explosies veroorzaken. Reinig
regelmatig de buitenkant van het apparaat en de
deurafdichting met een vochtige doek en droog het
met een zachte doek.
Gebruik geen stoomreinigers.
Reinig de condensor (achterzijde van het apparaat)
met een stofzuiger als volgt: verwijder de voorste
plint en reinig de condensor.
Belangrijk:
De toetsen en het display van het
bedieningspaneel mogen niet gereinigd worden
met middelen op basis van alcohol of daarvan
afgeleide stoffen; gebruik in plaats daarvan een
droge doek.
De buizen van het koelsysteem zitten in de buurt
van de ontdooibak en kunnen heet worden. Maak
ze regelmatig schoon met een stofzuiger.
Verplaats het voorste deel van de glasplaat om
de aanslag voorbij te gaan en de glasplaat te
verwijderen of te plaatsen.
ONDERHOUD EN
REINIGING
Het verlichtingssysteem binnenin het vriesvak
maakt gebruik van LED-lampjes; dit zorgt niet
alleen voor een betere verlichting maar ook voor
een zeer laag energieverbruik. Als het systeem
met ledverlichting niet werkt, contact opnemen
met de Consumentenservice om het te laten
vervangen.
SYSTEEM MET LEDVERLICHTING
14
Voordat u contact opneemt met de consumentenservice.
De problemen bij het gebruik worden vaak veroorzaakt door kleinigheden die u zelf kunt opsporen en
verhelpen, zonder dat hiervoor gereedschap nodig is.
OPSPOREN VAN STORINGEN
Geluiden afkomstig van
het apparaat zijn normaal,
omdat er een aantal
ventilatoren en motoren
voor het regelen van
prestaties aanwezig zijn die
automatisch worden in- en
uitgeschakeld.
Een aantal functionele
geluiden kunnen worden
verminderd door middel van
- Waterpas zetten van het
apparaat en op een egaal
oppervlak installeren
- Scheiden en vermijden van
contact tussen het apparaat
en meubilair.
- Controleren of de interne
onderdelen correct zijn
geplaatst.
- Controleer of flessen en
verpakkingen niet met
elkaar in contact komen.
Een aantal functionele geluiden die u zou kunnen horen:
Een sisgeluid bij het voor de eerste keer of na een lange pauze
inschakelen van het apparaat.
Een borrelgeluid wanneer koelmiddel de leidingen instroomt.
Een zoemgeluid wanneer de waterklep of de ventilator begint te
werken.
Een krakend geluid als de compressor start of wanneer er ijs in
de ijsbak valt. Abrupte klikgeluiden wanneer de compressor in- of
uitschakelt.
Het apparaat werkt niet: Zit de stekker van de elektrische voedingskabel wel in een stopcontact
met de juiste spanning, en staat hier spanning op?
Zijn de beveiligingen en de stoppen van de elektrische installatie
gecontroleerd?
Water in de ontdooibak: Dit is normaal bij heet, vochtig weer. De bak kan zelfs tot halverwege
gevuld raken . Zorg ervoor dat het apparaat op niveau is, zodat het
water niet kan overlopen.
De randen van het apparaat
die in contact met de
deurafdichting komen zijn
warm bij aanraking:
Dit is normaal bij een warm klimaat en als de compressor in werking is.
Het lampje werkt niet: Zijn de beveiligingen en de stoppen van de elektrische installatie
gecontroleerd?
Zit de stekker van de elektrische voedingskabel wel in een stopcontact
met de juiste spanning, en staat hier spanning op?
Is het lampje doorgebrand?
De motor lijkt te lang in
werking te blijven:
Is de condensor (achterzijde van het apparaat) stof- en pluisvrij?
Zijn de deuren goed gesloten?
Sluiten de deurafdichtingen perfect af?
Op warme dagen of als het in de kamer warm is draait de motor
natuurlijk langer.
Als de deur van het apparaat een tijdje open is geweest of als er grote
hoeveelheden voedsel zijn opgeslagen zal de motor langer lopen, om
de binnenkant van het apparaat af te laten koelen..
De tijd dat de motor draait hangt van verschillende factoren af:
het aantal keren dat de deur wordt geopend, de hoeveelheid
levensmiddelen die in de koelkast wordt bewaard, de
kamertemperatuur en de instelling van de thermostaten.
15
Bedieningsalarmen
In het geval van bedieningsalarmen worden deze tevens weergegeven in de cijfer-Leds (bijvoorbeeld
Failure1, Failure 2 enz.). Neem contact op met de Consumentenservice en specificeer de alarmcode.
Het geluidsalarm klinkt, het alarmsymbool gaat branden en de letter F op de letterdisplay knippert
volgens de hieronder beschreven storingscode:
Storingscode Weergave
Error 2
Letter F knippert aan/uit per 0,5 seconden. Knippert
tweemaal AAN en blijft vervolgens 5 seconden uit. Het
patroon wordt herhaald.
x2
Error 3
Letter F knippert aan/uit per 0,5 seconden. Knippert
driemaal AAN en blijft vervolgens 5 seconden uit. Het
patroon wordt herhaald.
x3
Error 6
Letter F knippert aan/uit per 0,5 seconden. Knippert
zesmaal AAN n blijft vervolgens 5 seconden uit.. Het
patroon wordt herhaald.
x6
De temperatuur van het
apparaat is te hoog:
Zijn de bedieningen van het apparaat wel goed ingesteld?
Is er zojuist een grote hoeveelheid verse levensmiddelen in het
apparaat geplaatst?
Controleer of de deur niet te vaak geopend is.
Controleer of de deur goed gesloten is.
Controleer of de luchtopeningen in het vak niet verstopt zitten
waardoor de circulatie van koude lucht verhinderd wordt.
Er is te veel vochtophoping: Controleer of de luchtopeningen in het vak niet verstopt zitten
waardoor de circulatie van koude lucht verhinderd wordt.
Controleer of het voedsel goed is verpakt. Verwijder vocht op houders
en droog ze voordat u ze in het apparaat zet.
Let erop dat de deuren niet te vaak worden geopend. Door de deur
te openen gaat de vochtigheid die in de buitenlucht aanwezig is, het
apparaat binnen. Hoe vaker de deur geopend wordt, des te sneller zal
er vocht ontstaan, in het bijzonder als het vertrek zelf erg vochtig is.
Als het apparaat in een erg vochtig vertrek is geïnstalleerd, is het
normaal dat er zich vocht ophoopt in de koelkast.
De deuren gaan niet goed
open en dicht:
Controleer of de voedselpakketten niet de deur blokkeren.
Controleer of de interne onderdelen of de automatische ijsmaker niet
uit positie zijn.
Controleer of de deurafdichtingen niet vuil of kleverig zijn.
Controleer of het apparaat op niveau is.
16
Voordat u contact opneemt met de
Consumentenservice:
Schakel het apparaat opnieuw in en controleer of
het probleem is opgelost. Indien niet, koppelt u
het apparaat los van de stroomtoevoer en wacht
ongeveer een uur voordat u het opnieuw inschakelt.
Als uw apparaat, nadat u de controles onder het
kopje Opsporen van storingen hebt uitgevoerd en
nadat u het apparaat opnieuw hebt ingeschakeld
nog steeds niet goed werkt, neem dan contact op
met de consumentenservice en leg het probleem
uit.
Vermeld het volgende:
het model en het serienummer van het apparaat
(vermeld op het typeplaatje),
de aard van de storing,
het servicenummer (het nummer na het woord
SERVICE op het typeplaatje aan de binnenkant
van het apparaat),
uw volledige adres;
uw telefoonnummer en zonecode.
Opmerking:
De richting waarin de deur opengaat, kan worden
veranderd. Indien deze actie wordt uitgevoerd door
Consumentenservice valt dit niet onder de garantie.
CONSUMENTENSERVICE
19514430702
05/17
NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20

HOTPOINT/ARISTON U H TNF 7522 HW Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding