Bosch Bosch Freestanding Multidoor Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

nl
40
nl Inhoud
nlMontage- en gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen . 41
Aanwijzingen over de afvoer ........................... 42
Omvang van de levering .................................. 43
Opstellen van het apparaat ............................. 43
Opstellingsafmetingen ...................................... 44
Openingshoek deur .......................................... 44
Apparaat horizontaal zetten ............................ 44
Deurgreepafdekkingen monteren .................. 45
Apparaat aansluiten .......................................... 46
Apparaatdeuren demonteren .......................... 46
Kennismaking met het apparaat .................... 47
Apparaat inschakelen ....................................... 49
Temperatuur instellen ....................................... 49
Alarm function .................................................... 49
Speciale functies ............................................... 50
Netto-inhoud ....................................................... 50
De diepvriesruimte ............................................ 51
Maximale invriescapaciteit ............................... 51
Verse levensmiddelen invriezen ..................... 51
Supervriezen ....................................................... 52
Ontdooien van diepvrieswaren ....................... 52
De koelruimte ..................................................... 52
Superkoelen ....................................................... 53
De verskoelhouder ............................................ 53
Uitvoering van de diepvriesruimte ................. 54
Variabele indeling van de binnenruimte ....... 54
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
54
Ontdooien ........................................................... 54
Schoonmaken van het apparaat .................... 55
Verlichting (LED) ................................................ 55
Energie besparen .............................................. 56
Bedrijfsgeluiden ................................................. 56
Kleine storingen zelf verhelpen ...................... 57
Zelftest apparaat ............................................... 58
Servicedienst ...................................................... 58
nl
41
m Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het
installatievoorschrift nauwkeurig door.
U vindt daarin belangrijke informatie over
plaatsing, gebruik en onderhoud van het
apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing niet in acht
worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het
montagevoorschrift voor later gebruik
of voor een eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Het apparaat bevat een geringe
hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar
brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat
de leidingen van het koelcircuit bij het
transport of de installatie niet beschadigd
worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit
kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen
uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende een paar minuten
goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekker uit
het stopcontact trekken;
Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,
des te groter moet de ruimte zijn waarin het
apparaat wordt opgesteld. In een te kleine
ruimte kan bij een lek een ontvlambaar
mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek
minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid
koelmiddel in uw apparaat vindt u op het
typeplaatje aan de binnenkant van het
apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat
beschadigd raakt, moet deze worden
vervangen door de fabrikant, de
klantenservice of een andere
gekwalificeerde persoon. Onvakkundige
installatie en reparaties kunnen groot
gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden
uitgevoerd door de fabrikant, de
klantenservice of een andere
gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van
de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij
deze onderdelen garandeert de fabrikant
dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel
mag uitsluitend via de klantenservice
worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het
apparaat gebruiken (bijv.
verwarmingsapparaten, elektrische
ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
Het apparaat nooit met een stoomreiniger
ontdooien of schoonmaken! De hete
stoom kan in de elektrische onderdelen
terechtkomen en kortsluiting veroorzaken.
Gevaar van elektrische schok!
Gebruik geen puntige en scherpe
voorwerpen om een laag ijs of rijp te
verwijderen. U kunt hierdoor de
koelleidingen beschadigen. Koelmiddel
dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot
oogletsel leiden.
Geen producten met brandbare
drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen
explosieve stoffen in het apparaat
opslaan. Explosiegevaar!
Plint, uittrekbare manden of laden, deuren
etc. niet als opstapje gebruiken of om op
te leunen.
Voor het reinigen de stekker uit het
stopcontact trekken of de zekering
uitschakelen. Altijd aan de stekker
trekken, nooit aan de aansluitkabel.
Dranken met een hoog
alcoholpercentage altijd goed afgesloten
en staand bewaren.
Geen olie of vet gebruiken op kunststof
onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen
poreus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het
apparaat nooit afdekken.
nl
42
Vermijden van risico's voor kinderen en
kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met
lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk
beperkingen, evenals personen die
onvoldoende kennis hebben over de
veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare
personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijke
persoon moet toezicht houden op
kinderen en kwetsbare personen bij het
apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat
laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht
houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat
spelen.
Flessen en blikjes met vloeistoffen –
vooral koolzuurhoudende dranken – niet
in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en
potten kunnen barsten!
Diepvrieswaren nadat u ze uit de
diepvriesruimte hebt gehaald, nooit
onmiddellijk in de mond nemen.
Kans op vrieswonden!
Vermijd langdurig contact van uw handen
met de diepvrieswaren, ijs of de
verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmateriaal en onderdelen
ervan zijn geen speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door opvouwbare
kartonnen dozen en folie!
Het apparaat is geen speelgoed voor
kinderen!
Bij een apparaat met deurslot:
sleutel buiten het bereik van kinderen
bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
voor het koelen en invriezen van
levensmiddelen,
voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik
in het huishouden en de huiselijke
omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU
richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid
gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan
de veiligheidsbepalingen voor elektrische
apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op
hoogten van maximaal 2.000 meter boven
zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
* Afvoeren van de verpakking van
uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen
transportschade. De gebruikte materialen zijn
onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw
worden gebruikt. Help daarom mee en zorg
dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst
in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat
en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat
kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke
verwerking.
* Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door
een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen worden teruggewonnen.
m Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker
verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen
om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat
spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie
gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het
oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer
mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment
van transport niet beschadigd worden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming
met de Europese richtlijn 2012/19/EU
betreffende afgedankte elektrische en
elektronische apparatuur (waste electrical and
electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU
geldige terugneming en verwerking van oude
apparaten.
nl
43
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op
eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het
apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparaat
Zakje met montagemateriaal
Uitrusting (modelafhankelijk)
Gebruiksaanwijzing
Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
Opstellen van het apparaat
Transport
Het toestel is zwaar. Bij het transport en bij de montage
beveiligen!.
Op grond van het gewicht en de afmetingen van het
apparaat en om het risico van letsel of schade aan het
apparaat te minimaliseren, zijn ten minste twee
personen nodig voor de veilige opstelling van het
apparaat.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare
vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast
een fornuis, verwarmingsradiator of een andere
warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een
warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van
een isolerende plaat of neem de volgende
minimumafstanden in acht:
Naast elektrische- of gasfornuizen: 3 cm.
Naast een CV-installatie 30 cm.
Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat
moet aan de zijkant ten minste 25 mm ruimte worden
opengelaten om het ontstaan van condenswater te
vermijden.
Wanneer er boven het apparaat een plank of een kast
wordt gemonteerd, dient men een opening van 30 mm
aan te houden, zodat het apparaat desgewenst uit de
nis kan worden getrokken.
De verwarmde lucht aan de achterkant van
het apparaat moet ongehinderd afgevoerd kunnen
worden.
Ondergrond
m Attentie
Het apparaat is erg zwaar.
Uitvoering: 158 kg
De vloer van de opstellocatie moet hiertegen bestand
zijn, en moet zo nodig worden versterkt.
Om de deuren tot aan de aanslag te kunnen openen,
moeten bij opstelling in een hoek of nis aan de
zijkanten minimumafstanden worden aangehouden (zie
het hoofdstuk Opstelmaten).
Als de naburige keukeninrichting dieper dan 60 cm is,
moeten aan de zijkanten minimumafstanden worden
aangehouden om de volle deuropeningshoek te
kunnen gebruiken (zie het hoofdstuk
Deuropeningshoek).
Let op de omgevingstemperatuur en de
beluchting
Omgevingstemperatuur
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Deze geeft
aan binnen welke omgevingstemperaturen het
apparaat gebruikt kan worden. Het typeplaatje bevindt
zich rechts onderaan in de koelruimte.
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen
de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven
klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse
SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur,
kunnen beschadigingen aan het apparaat worden
uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
De beluchtings- en ontluchtingsopeningen in de
achterzijde van het apparaat in geen geval afdekken.
De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd
kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer
presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt.
Steek de afstandshouder op de daartoe bestemde
houder op de achterzijde van het apparaat. Hierdoor
wordt de minimumafstand tot de wand in acht
genomen.
Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur
SN +10 °C tot 32 °C
N +16 °C tot 32 °C
ST +16 °C tot 38 °C
T +16 °C tot 43 °C
nl
44
Opstellingsafmetingen
Openingshoek deur Apparaat horizontaal zetten
Het apparaat op de daarvoor bestemde plaats zetten
en stellen. Het apparaat moet waterpas en stevig op
de vloer staan. Oneffenheden in de vloer d.m.v.
de twee schroefvoetjes aan de voorkant opheffen. Om
de schroefvoetjes te verstellen een steeksleutel
gebruiken.
Aanwijzing
Het apparaat moet loodrecht staan. Zet het apparaat in
de juiste stand met behulp van een waterpas.
nl
45
Stellen van de deuren
Het apparaat beschikt over verstelbare deuraanslagen.
Hiermee kunnen de deuren worden gesteld.
1. Open de beide deuren van het koelcompartiment en
de bovenste schuiflade van het
diepvriescompartiment.
2. Onder de onderste scharnieren van de deuren van
het koelcompartiment bevindt zich telkens een
schroef.
Verstel de schroeven met een
kruiskopschroevendraaier om de deuren te stellen.
3. Telkens wanneer u een slag rechtsom maakt, wordt
de desbetreffende deur 1,5 mm hoger afgesteld.
De maximale hoogteverstelling bedraagt 3 mm.
Aanwijzing
Om de schroeven gemakkelijker te kunnen verdraaien,
dienen de deuren leeg te zijn. Daarnaast kunt u de
deurverstelling vergemakkelijken door de deur
enigszins op te tillen.
Deurgreepafdekkingen
monteren
Monteer de meegeleverde afdekkingen aan de
zijkanten van de deurgrepen. Daardoor voorkomt u dat
kinderen zich aan de randen kunnen verwonden.
nl
46
Apparaat aansluiten
Het apparaat door een vakman volgens bijgesloten
montagehandleiding laten plaatsen en aansluiten.
De transportbeveiligingen van de legplateaus en
de voorraadvakken pas na plaatsing van het apparaat
verwijderen.
Naast de wettelijk voorgeschreven nationale
voorschriften moeten ook de aansluitvoorwaarden van
het plaatselijke elektriciteitsleidingbedrijf in acht worden
genomen.
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1
uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt.
Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van
de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van
het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk
„Schoonmaken van het apparaat”).
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat
bevinden en ook na het opstellen van het apparaat
goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het
apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften
geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz
wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het
stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van
10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden
gebruikt op het typeplaatje controleren of
de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen
met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze
gegevens op het typeplaatje (zie hoofdstuk
„Servicedienst”).
m Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten
op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en
sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters
worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die
rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare
elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op
schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse
aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben,
moet een sinusinverter worden gebruikt.
Apparaatdeuren demonteren
Als het apparaat niet door de deur past, kunnen de
deuren van het apparaat worden afgeschroefd.
m Attentie
Het afschroeven van de deuren mag uitsluitend worden
uitgevoerd door de klantenservice.
nl
47
Kennismaking met het apparaat
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
* Niet bij alle modellen.

฀฀฀
฀฀฀
A Koelruimte
B Verskoelruimte
C Diepvriesruimte
1 Hoofdschakelaar Aan/Uit
2 Lichtschakelaar koelruimte
3 Boter en kaasvak
4 Verlichting koelruimte
5 Voorraadvak voor kleine flesjes
6 Deurafdichtingsklep
7 Vak voor grote flessen
8 Verskoellade
9 Diepvrieslade
10 Bedieningspaneel en display
11 Ventilator
12* Verstelbaar voorraadvak (EasyLift)
13 Glasplateau in de koelruimte
14 Flessenrek
15 Snack-Box
nl
48
Bedieningspaneel en display
Het bedieningspaneel en display op de deur bestaat uit een aanrakingspaneel.
Door een toetsenveld aan te raken wordt de betreffende functie ingeschakeld.
1 Keuzetoets Koelruimte
Maakt de instelling van de temperatuur
in de koelruimte mogelijk.
2 Indicatie koelruimte
Toont de actuele temperatuurinstelling voor
de koelruimte.
3 Selectietoets verskoelcompartiment
Stelt de temperatuur van het
verskoelcompartiment in.
4 Indicatie verskoellade
Toont de actuele temperatuurinstelling voor
de verskoellade.
5 Keuzetoets Diepvriesruimte
Maakt de temperatuurinstelling voor de
diepvriesruimte mogelijk.
6 Indicatie diepvriesruimte
Toont de actuele temperatuurinstelling voor
de diepvriesruimte.
7 Toets „mode”
Om speciale functies te kiezen. Zie hoofdstuk
„Speciale functies”.
8 Indicatie Speciale functies
Zie hoofdstuk „Speciale functies”.
9 Toets „timer”
Met deze functie kunt u een tijdverloop
instellen en wordt u door een akoestisch
signaal gewaarschuwd. Zie hoofdstuk „Speciale
functies”.
10 Display timer
Toont het tijdsverloop bij geactiveerde speciale
functie van de timer.
11 Insteltoetsen +/-
De toetsen dienen voor
het instellen van de temperaturen in de
verschillende koelzones.
het veranderen van de tijdinstelling van de
speciale functie Timer.
12 Toets „super”
Dient voor het inschakelen van de functies
superkoelen (koelruimte) en supervriezen
(vriesvak) (zie het hoofdstuk Superkoelen resp.
het hoofdstuk Supervriezen).
nl
49
Apparaat inschakelen
Schakel het apparaat in met de toets aan/uit 1.
Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie
diepvriescompartiment 6 en de indicatie alarm lichten
op.
Druk de toets alarm 14 in. Het alarmsignaal wordt
uitgeschakeld en de indicatie alarm stopt met
knipperen.
De temperatuurindicatie diepvriescompartiment 6 geeft
de ingestelde temperatuur aan.
De indicatie alarm dooft zodra het apparaat de
ingestelde temperatuur heeft bereikt.
De vooringestelde temperaturen worden na meerdere
uren bereikt. Leg pas daarna levensmiddelen in het
apparaat.
Temperatuur instellen
Ga als volgt te werk om instellingen op het apparaat op
te geven:
1. Selecteer met de selectietoetsen
koelcompartiment 1, verskoelcompartiment 3 of
diepvriescompartiment 5 het gewenste
compartiment.
2. Stel met de insteltoetsen +/- 11 de gewenste
temperatuur in.
Koelcompartiment
(van +2 °C tot +10 °C instelbaar)
Wij raden een instelling van +4 °C aan.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C
bewaren.
Verskoelcompartiment
(van 0 °C tot +8 °C instelbaar)
Wij raden een instelling van 0 °C aan.
Aanwijzing
Stel de temperatuur van het verskoelcompartiment
warmer in als er zich rijp op de gekoelde waren
optreedt!
Diepvriescompartiment
(van -16 °C tot -26 °C instelbaar)
Wij raden een instelling van -18 °C aan.
Alarm function
Door indrukken van de alarmtoets wordt het
alarmsignaal uitgeschakeld.
In de volgende gevallen kan het alarm afgaan:
Deuralarm
Als het apparaat langere tijd open staat, wordt het
deuralarm (continu signaal) ingeschakeld. Door de
deur te sluiten op op de toets alarm 14 te drukken,
wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het te
warm in het apparaat is en de levensmiddelen gevaar
lopen.
Als de levensmiddelen geen gevaar lopen, kan het
akoestische en optische signaal optreden bij:
Het in gebruik nemen van het apparaat.
Het laden van grote hoeveelheden verse
levensmiddelen.
In het desbetreffende display verschijnt “Alarm” en er
wordt een alarmsignaal weergegeven.
Als u de toets alarm indrukt, verschijnt in het
temperatuurindicatie gedurende enkele seconden de
warmste temperatuur die in het diepvriescompartiment
heeft geheerst. Daarna wordt weer de ingestelde
temperatuur weergegeven.
De indicatie “alarm” verdwijnt zodra de ingestelde
temperatuur weer is bereikt.
Aanwijzingen
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet
opnieuw invriezen.
Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht
(gekookt of gebraden), kan het opnieuw worden
ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Als het in het koelcompartiment te warm is
geworden, kunt u de warm geworden waren het
beste verhitten alvorens deze te consumeren. Rauwe
levensmiddelen in geval van twijfel niet meer
gebruiken.
13 Bevestigingstoets
Deze toets dient voor het bevestigen van de
geselecteerde speciale functies.
14 Toets alarm/lock
De toets dient voor het
uitschakelen van het alarmsignaal (zie het
hoofdstuk Alarmfunctie)
uitschakelen van de toetsvergrendeling (zie
het hoofdstuk Speciale functies).
nl
50
Speciale functies
[eco]
Met deze functie schakelt u het apparaat in de
energiebesparende stand om.
Het apparaat stelt automatisch de volgende
temperaturen in:
Koelcompartiment: + 6 °C
Verskoelcompartiment: 0 °C
Diepvriescompartiment: - 16 °C
[eco] in-/uitschakelen
1. Druk de toets mode 7 in.
2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het
display “eco” met een pijl is gemarkeerd.
3. Bevestig de selectie met de toets 13.
Als naast de selectie een balk verschijnt, is de
functie ingeschakeld.
[fresh]
Met de modus [fresh] blijven levensmiddelen nog
langer vers.
Het apparaat stelt automatisch de volgende
temperaturen in:
Koelcompartiment: 4 °C
Verskoelcompartiment: 0 °C
Diepvriescompartiment: - 18 °C
[fresh] in-/uitschakelen
1. Druk de toets mode 7 in.
2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het
display “fresh” met een pijl is gemarkeerd.
3. Bevestig de selectie met de toets 13.
Als naast de selectie een balk verschijnt, is de
functie ingeschakeld.
[vacation]
Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de
energiebesparende vakantiemodus schakelen.
m Attentie
Bewaar in deze tijd geen levensmiddelen in het
koelcompartiment!
Het apparaat stelt automatisch de volgende
temperaturen in:
Koelcompartiment: 14 °C
Verskoelcompartiment: 14 °C
Het diepvriescompartiment handhaaft de ingestelde
temperaturen.
[vacation] in-/uitschakelen
1. Druk de toets mode 7 in.
2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het
display “vacation” met een pijl is gemarkeerd.
3. Bevestig de selectie met de toets 13.
Als naast de selectie een balk verschijnt, is de
functie ingeschakeld.
[lock]
Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen
onbedoelde bediening beveiligen.
[lock] in-/uitschakelen
1. Druk de toets mode 7 in.
2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het
display “lock” met een pijl is gemarkeerd.
3. Bevestig de selectie met de toets 13.
Als naast de selectie een balk verschijnt, is de
functie ingeschakeld. Er zijn geen instellingen meer
via de toetsen mogelijk.
Druk 3 seconden de toets “Alarm/Lock” 14 in om de
functie weer uit te schakelen.
„timer”
Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99
minuten instellen. U wordt met een signaal eraan
herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd
uit het vak gehaald moeten worden.
In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten
ingesteld.
m Attentie
Flessen met dranken kunnen springen als ze langer
dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden
opgeslagen.
Timer instellen en starten
1. Druk de selectietoets timer 9 in.
2. Stel met de insteltoetsen +/- 11 het gewenste aantal
minuten in.
3. Bevestig de instelling met de bevestigingstoets 13en
start de timer.
In het display timer 10 wordt het resterende aantal
minuten weergegeven.
Na afloop van het ingestelde aantal minuten wordt
een alarmsignaal weergegeven.
4. Schakel het alarmsignaal uit met de toets “alarm/
lock” 14.
De timerfunctie is nu beëindigd.
Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het
typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk
„Servicedienst”).
nl
51
De diepvriesruimte
Het diepvriescompartiment gebruiken
Voor het opslaan van diepvriesproducten.
Voor het maken van ijsblokjes.
Voor het invriezen van levensmiddelen.
Aanwijzing
Let erop dat het diepvriescompartiment altijd gesloten
is! Als de deur open staat, ontdooien de
diepvriesproducten en treedt in het
diepvriescompartiment sterke rijpvorming op.
Bovendien: energieverspilling door een hoog
stroomverbruik!
Na het sluiten van het diepvriescompartiment ontstaat
er onderdruk, waardoor een zuigend geluid optreedt.
Wacht twee tot drie minuten tot de onderdruk zich heeft
geëgaliseerd.
Wij adviseren de ijsblokjesreservoir in het apparaat te
laten. Dit waarborgt een optimale temperatuurverdeling
in de vriesruimte.
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn.
Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C
of kouder zijn.
De diepvriesproducten liefst in een koeltas
transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen
24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het
hoofdstuk „Servicedienst”).
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo
goed mogelijk te behouden, dient groente
geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren.
Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is
blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de
boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog
in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte,
groente, fruit, kruiden, gepelde eieren,
melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide
gerechten en kliekjes zoals soep,
eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis,
aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten,
zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren,
wijndruiven, hele appels, peren en perziken,
hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure
room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet
uitdrogen of hun smaak verliezen.
1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie,
diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan,
vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-
lasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort
levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en
banket:
tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees:
tot 8 maanden.
Groente, fruit:
tot 12 maanden.
nl
52
Supervriezen
De levensmidelen zo snel mogelijk door en door
invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en
smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse
levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om
ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in
de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur
bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u
24 uur vóór het inladen van de verse waar het
supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg)
kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem
worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen
de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
1. Druk de selectietoets diepvriescompartiment 5 in.
Het display diepvriescompartiment 6 wordt
geactiveerd.
2. Druk de toets super 12 in.
Als in het display diepvriescompartiment 6 “Super”
en een temperatuurinstelling van -30 °C worden
weergegeven, is het supervriezen geactiveerd.
Het supervriezen wordt na ca. 2½ dagen automatisch
uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van
de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende
mogelijkheden:
bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder
heteluchtventilator
in de magnetron
m Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw
invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-
klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide
gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde
melk en harde kaas.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo
blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten
de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of
gebruiksdatum in acht nemen.
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt
inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren.
Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de
kunststof onderdelen in de koelruimte.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen
en pas daarna in het apparaat zetten.
Let op de koudezones in het
koelcompartiment
Door de luchtcirculatie in het koelcompartiment
ontstaan zones met een verschillende koude.
De koudste zones bevinden zich helemaal onder in het
koelcompartiment en in de opbergruimte voor grote
flessen.
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in
de deur.
Aanwijzingen
Bewaar in de warmste zone bijvoorbeeld harde kaas
en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas
beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst,
vlees in het verskoelcompartiment (zie het hoofdstuk
Verskoelcompartiment).
Deuren van het koelcompartiment openen
en sluiten
Aan de linker deur van het koelcompartiment bevindt
zich een afdichtingsklep. Deze afdichtingsklep dicht de
spleet tussen de deuren van het koelcompartiment af.
m Attentie
De afdichtingsklep wordt beschadigd als u de linker
deur van het koelcompartiment sluit terwijl de rechter
deur van het koelcompartiment reeds gesloten is.
Sluit daarom altijd eerst de linker deur van het
koelcompartiment.
nl
53
Superkoelen
Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur
zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch
omgeschakeld naar de vóór het superkoelen
ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
vóór het inladen van grote hoeveelheden
levensmiddelen.
om dranken snel te koelen.
Aanwijzing
Als het superkoelsysteem is ingeschakeld
kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
1. Druk de selectietoets koelcompartiment 1 in.
Het display koelcompartiment 2 wordt geactiveerd.
2. Druk de toets super 12 in.
Als in het display koelcompartiment 2 “Super” en
een temperatuurinstelling van +2 °C worden
weergegeven, is het superkoelen geactiveerd.
De verskoelhouder
De temperatuur in de verskoelhouder wordt nabij 0 °C
gehouden. De lage temperatuur, die op de bewaarde
waren kan worden afgestemd, biedt ideale
opslagomstandigheden voor verse levensmiddelen.
De levensmiddelen kunnen tot drie keer langer worden
bewaard dan in de normale koelzone - voor een nog
langere versheid, alsmede behoud van voedingsstoffen
en smaak.
In de verskoelhouder heersen lagere temperaturen dan
in het koelcompartiment. Bij de instelling van 0 °C
kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden.
De temperatuur dient op de bewaarde levensmiddelen
te worden afgestemd:
Vis en vlees, 0 °C
Melk en yoghurt, +2 °C
Fruit en groente, +4 °C
Vochtlade
De vochtlade aan de rechterkant van de
verskoelhouder wordt afgedekt door een speciaal filter
dat voor een optimaal behoud van de luchtvochtigheid
in het opbergvak zorgt. Daardoor heerst in de
vochtlade, afhankelijk van de belading, een
luchtvochtigheid van maximaal 95%. Dit opslagklimaat
biedt de ideale omstandigheden voor vers fruit, sla,
groente, kruiden of paddestoelen.
Aanwijzing
Afhankelijk van de hoeveelheid en het type van de
opgeslagen waren kan zich condenswater in de
vochtlade voordoen. Verwijder het condenswater met
een droge doek.
Geschikt om vers te koelen:
In principe alle levensmiddelen die vers zijn en nog
langer vers moeten blijven, bijv. vis, zeevruchten, vlees,
worstwaren, melkproducten en kant-en-klaargerechten.
Niet geschikt voor „verskoelen”:
Koudegevoelige fruit en groente (bijv. zuidvruchten
zoals ananas, bananen, papaja’s, citrusvruchten en
meloenen, evenals tomaten, aubergines, courgettes,
paprika’s, komkommers, aardappels).
De ideale plaats voor het bewaren van deze
levensmiddelen is de koelruimte.
Attentie bij het inkopen van
levensmiddelen:
Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid
op moment van inkoop”.
In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen zijn die
u bewaart in het apparaat, hoe langer ze vers blijven.
Let daarom bij de aankoop altijd op de mate van
versheid van de levensmiddelen.
Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de
door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of
gebruiksdatum in acht nemen.
Bewaartijden (bij 0 °C)
Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van
inkoop
Verse vis, zeevruchten max. 3 dagen
Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) max. 5 dagen
Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren
(broodbeleg)
max. 7 dagen
Gerookte vis, broccoli max. 14 dagen
Sla, venkel, abrikozen, pruimen max. 21 dagen
Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk,
bloemkool
max. 30 dagen
nl
54
Uitvoering van
de diepvriesruimte
(niet bij alle modellen)
Inzetbak voor de lade
De inzetbak kan eruit worden gehaald.
IJsbereider
1. Het ijsbakje verwijderen, voor ¾ vullen met
drinkwater en weer aanbrengen.
2. Als de ijsblokjes bevroren zijn de draaigrepen van
de ijsbakjes een aantal keren naar rechts draaien en
loslaten. De ijsblokjes laten los en vallen
in het voorraadbakje.
3. IJsblokjes uit het voorraadbakje halen.
Variabele indeling van
de binnenruimte
(niet bij alle modellen)
U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens
verplaatsen.
Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en
aan de zijkant uitzwenken.
De deurvakken kunnen in hoogte worden versteld
zonder te worden verwijderd.
Druk de knoppen aan de onderzijde van de
deurvakken tegelijkertijd omhoog om de deurvakken
omlaag te bewegen. De vakken kunnen zonder de
knoppen omhoog worden bewogen.
Voor het verwijderen: deurvak optillen en
verwijderen.
Apparaat uitschakelen en
buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Toets Aan/Uit indrukken.
Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering
losdraaien resp. uitschakelen.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.
Ontdooien
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft
de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Koelruimte
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een
verdampingsschaal aan de achterkant van
het apparaat.
nl
55
Schoonmaken van het apparaat
m Waarschuwing
Het apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen!
m Attentie
Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die
zand, chloride of zuren bevatten.
Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen
oppervlakken kan corrosie ontstaan.
De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in
de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen
vervormen!
Ga als volgt te werk:
1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering
uitschakelen.
3. Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een
koele plaats. Koude-accu (indien aanwezig) op
de levensmiddelen leggen.
4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en
lauw water met een scheutje pH neutraal
schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de
verlichting terechtkomen.
6. Deurafdichting alleen met schoon water
schoonmaken en grondig droogwrijven.
7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en
inschakelen.
8. Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele delen van het
apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Variabele
indeling van de binnenruimte)
Aanwijzing
Open de deuren volledig (90°) om de lades te
verwijderen en te reinigen.
Vochtfilter verwijderen
1. Verwijder eerst de rechter verskoelhouder. Trek
daarna het vochtfilter naar buiten.
2. Verwijder de filterafdekking, neem het filter uit, reinig
het in lauwwarm water, laat het drogen en zet alles
weer in elkaar.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED
verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de
Servicedienst of een erkend vakman worden
uitgevoerd.
nl
56
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte
plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de
buurt van een warmtebron plaatsen zoals een
verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat
nooit afdekken.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen,
daarna in het apparaat plaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te
ontdooien en de kou van de diepvrieswaren
gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed
gesloten is.
Indien aanwezig:
Wandafstandhouder monteren om de geplande
energieopname van het apparaat te bereiken (zie
„Opstellen van het apparaat”, „Beluchting”). Een
kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige
invloed op de werking van het apparaat.
Het energieverbruik kan dan iets hoger worden.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen
invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/
uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen.
Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder
het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of
apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast
wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden
en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
nl
57
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Voer een zelftest van het apparaat uit (zie hoofdstuk „Zelftest apparaat”).
U moet de kosten voor advies van de monteur van de Servicedienst zelf betalen ook in de garantietijd!
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
De temperatuur wijkt erg af van
de instelling.
In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat
gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of
de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag
de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld;
de stekker zit niet goed in het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is.
Controleer de zekeringen.
Er wordt een alarmsignaal
weergegeven.
De toets alarm 14 brandt.
Storing - het is te warm in het
diepvriescompartiment!
Druk de toets alarm 14 in om het alarmsignaal uit te
schakelen.
De deur is geopend. Sluit de deur.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Verwijder de afdekking.
Er zijn teveel levensmiddelen tegelijk in het
diepvriesvak gelegd.
Max. invriescapaciteit niet overschrijden.
Nadat de storing is verholpen, dooft de toets alarm na enige
tijd.
De verlichting functioneert niet. De lichtschakelaar klemt. Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit.
De verlichting is defect. (Zie hoofdstuk „Verlichting”.)
De bodem van de koelruimte is nat. De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie
„Schoonmaken van het apparaat”).
De zijwanden van het apparaat zijn
warm.
In de zijwanden lopen buizen die tijdens het
koelproces warm worden.
Dat is normaal voor het apparaat, en geen storing.
Het apparaat koelt niet.
De verlichting functioneert niet.
De indicatie brandt niet
Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit indrukken.
Stroomuitval. Controleren of er stroom is.
De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren.
De stekker zit niet goed in het stopcontact. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit.
De koelmachine wordt steeds vaker
en langer ingeschakeld.
De deur van het apparaat werd te vaak
geopend.
Deur van het apparaat niet onnodig openen.
De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere hoeveelheden verse
levensmiddelen.
Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
nl
58
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch
zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen
aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen
kunnen worden.
Zelftest starten
1. Schakel het apparaat uit en wacht 5 minuten.
2. Schakel het apparaat weer in.
3. Druk de toets mode 7 en de bevestigingstoets 13
5 seconden lang tegelijkertijd in.
Het zelftestprogramma start. Als op het display „E…”
verschijnt, dan gaat het om een storing. Neem contact
op met de klantenservice wanneer deze foutmelding
verschijnt.
Zelftest apparaat beëindigen
Druk de toets mode 7 en de bevestigingstoets 13
nogmaals 5 seconden lang tegelijkertijd in.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw
omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of
in de meegeleverde brochure met service-adressen.
Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.)
en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer
kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u
zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij
storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de
bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 088 424 4010
B 070 222 141

Documenttranscriptie

nl nl Inhoud nlMontage- en gebruiksa nwijzng Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen . 41 Aanwijzingen over de afvoer ........................... 42 Omvang van de levering .................................. 43 Opstellen van het apparaat ............................. 43 Opstellingsafmetingen ...................................... 44 Openingshoek deur .......................................... 44 Apparaat horizontaal zetten ............................ 44 Deurgreepafdekkingen monteren .................. 45 Apparaat aansluiten .......................................... 46 Apparaatdeuren demonteren .......................... 46 Kennismaking met het apparaat .................... 47 Apparaat inschakelen ....................................... 49 Temperatuur instellen ....................................... 49 Alarm function .................................................... 49 Speciale functies ............................................... 50 Netto-inhoud ....................................................... 50 De diepvriesruimte ............................................ 51 Maximale invriescapaciteit ............................... 51 Verse levensmiddelen invriezen ..................... 51 Supervriezen ....................................................... 52 Ontdooien van diepvrieswaren ....................... 52 De koelruimte ..................................................... 52 Superkoelen ....................................................... 53 De verskoelhouder ............................................ 53 Uitvoering van de diepvriesruimte ................. 54 Variabele indeling van de binnenruimte ....... 54 Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 54 Ontdooien ........................................................... 54 Schoonmaken van het apparaat .................... 55 Verlichting (LED) ................................................ 55 Energie besparen .............................................. 56 Bedrijfsgeluiden ................................................. 56 Kleine storingen zelf verhelpen ...................... 57 Zelftest apparaat ............................................... 58 Servicedienst ...................................................... 58 40 nl m Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken. Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. Bij het gebruik ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! Gebruik geen puntige en scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. Voor het reinigen de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. 41 nl ■ ■ ■ ■ Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden! Kinderen in het huishouden ■ ■ ■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. ■ 42 Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau. Aanwijzingen over de afvoer * Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten 1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen! 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. nl Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ Zakje met montagemateriaal ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Gebruiksaanwijzing ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden Opstellen van het apparaat Transport Het toestel is zwaar. Bij het transport en bij de montage beveiligen!. Op grond van het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van letsel of schade aan het apparaat te minimaliseren, zijn ten minste twee personen nodig voor de veilige opstelling van het apparaat. De juiste plaats Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht: Naast elektrische- of gasfornuizen: 3 cm. ■ Naast een CV-installatie 30 cm. Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 25 mm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condenswater te vermijden. Wanneer er boven het apparaat een plank of een kast wordt gemonteerd, dient men een opening van 30 mm aan te houden, zodat het apparaat desgewenst uit de nis kan worden getrokken. De verwarmde lucht aan de achterkant van het apparaat moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. ■ Om de deuren tot aan de aanslag te kunnen openen, moeten bij opstelling in een hoek of nis aan de zijkanten minimumafstanden worden aangehouden (zie het hoofdstuk Opstelmaten). Als de naburige keukeninrichting dieper dan 60 cm is, moeten aan de zijkanten minimumafstanden worden aangehouden om de volle deuropeningshoek te kunnen gebruiken (zie het hoofdstuk Deuropeningshoek). Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Omgevingstemperatuur De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Deze geeft aan binnen welke omgevingstemperaturen het apparaat gebruikt kan worden. Het typeplaatje bevindt zich rechts onderaan in de koelruimte. Klimaatklasse SN N ST T Toelaatbare omgevingstemperatuur +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +16 °C tot 38 °C +16 °C tot 43 °C Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Beluchting De beluchtings- en ontluchtingsopeningen in de achterzijde van het apparaat in geen geval afdekken. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. Steek de afstandshouder op de daartoe bestemde houder op de achterzijde van het apparaat. Hierdoor wordt de minimumafstand tot de wand in acht genomen. Ondergrond m Attentie Het apparaat is erg zwaar. Uitvoering: 158 kg De vloer van de opstellocatie moet hiertegen bestand zijn, en moet zo nodig worden versterkt. 43 nl Opstellingsafmetingen Openingshoek deur Apparaat horizontaal zetten Het apparaat op de daarvoor bestemde plaats zetten en stellen. Het apparaat moet waterpas en stevig op de vloer staan. Oneffenheden in de vloer d.m.v. de twee schroefvoetjes aan de voorkant opheffen. Om de schroefvoetjes te verstellen een steeksleutel gebruiken. Aanwijzing Het apparaat moet loodrecht staan. Zet het apparaat in de juiste stand met behulp van een waterpas. 44 nl Stellen van de deuren Het apparaat beschikt over verstelbare deuraanslagen. Hiermee kunnen de deuren worden gesteld. 1. Open de beide deuren van het koelcompartiment en de bovenste schuiflade van het diepvriescompartiment. 2. Onder de onderste scharnieren van de deuren van het koelcompartiment bevindt zich telkens een schroef. Verstel de schroeven met een kruiskopschroevendraaier om de deuren te stellen. 3. Telkens wanneer u een slag rechtsom maakt, wordt de desbetreffende deur 1,5 mm hoger afgesteld. De maximale hoogteverstelling bedraagt 3 mm. Deurgreepafdekkingen monteren Monteer de meegeleverde afdekkingen aan de zijkanten van de deurgrepen. Daardoor voorkomt u dat kinderen zich aan de randen kunnen verwonden. Aanwijzing Om de schroeven gemakkelijker te kunnen verdraaien, dienen de deuren leeg te zijn. Daarnaast kunt u de deurverstelling vergemakkelijken door de deur enigszins op te tillen. 45 nl Apparaat aansluiten Apparaatdeuren demonteren Het apparaat door een vakman volgens bijgesloten montagehandleiding laten plaatsen en aansluiten. De transportbeveiligingen van de legplateaus en de voorraadvakken pas na plaatsing van het apparaat verwijderen. Naast de wettelijk voorgeschreven nationale voorschriften moeten ook de aansluitvoorwaarden van het plaatselijke elektriciteitsleidingbedrijf in acht worden genomen. Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Als het apparaat niet door de deur past, kunnen de deuren van het apparaat worden afgeschroefd. Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje (zie hoofdstuk „Servicedienst”). m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt. 46 m Attentie Het afschroeven van de deuren mag uitsluitend worden uitgevoerd door de klantenservice. nl Kennismaking met het apparaat Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. ฀฀฀ * Niet bij alle modellen. A B C 1 2 3 4 5 6 7 Koelruimte Verskoelruimte Diepvriesruimte Hoofdschakelaar Aan/Uit Lichtschakelaar koelruimte Boter en kaasvak Verlichting koelruimte Voorraadvak voor kleine flesjes Deurafdichtingsklep Vak voor grote flessen 8 9 10 11 12* 13 14 15 Verskoellade Diepvrieslade Bedieningspaneel en display Ventilator Verstelbaar voorraadvak (EasyLift) Glasplateau in de koelruimte Flessenrek Snack-Box 47 nl Bedieningspaneel en display Het bedieningspaneel en display op de deur bestaat uit een aanrakingspaneel. Door een toetsenveld aan te raken wordt de betreffende functie ingeschakeld. 1 2 3 4 5 6 7 48 Keuzetoets Koelruimte Maakt de instelling van de temperatuur in de koelruimte mogelijk. Indicatie koelruimte Toont de actuele temperatuurinstelling voor de koelruimte. Selectietoets verskoelcompartiment Stelt de temperatuur van het verskoelcompartiment in. Indicatie verskoellade Toont de actuele temperatuurinstelling voor de verskoellade. Keuzetoets Diepvriesruimte Maakt de temperatuurinstelling voor de diepvriesruimte mogelijk. Indicatie diepvriesruimte Toont de actuele temperatuurinstelling voor de diepvriesruimte. Toets „mode” Om speciale functies te kiezen. Zie hoofdstuk „Speciale functies”. 8 9 10 11 Indicatie Speciale functies Zie hoofdstuk „Speciale functies”. Toets „timer” Met deze functie kunt u een tijdverloop instellen en wordt u door een akoestisch signaal gewaarschuwd. Zie hoofdstuk „Speciale functies”. Display timer Toont het tijdsverloop bij geactiveerde speciale functie van de timer. Insteltoetsen +/De toetsen dienen voor het instellen van de temperaturen in de verschillende koelzones. ■ het veranderen van de tijdinstelling van de speciale functie Timer. Toets „super” Dient voor het inschakelen van de functies superkoelen (koelruimte) en supervriezen (vriesvak) (zie het hoofdstuk Superkoelen resp. het hoofdstuk Supervriezen). ■ 12 nl 13 14 Bevestigingstoets Deze toets dient voor het bevestigen van de geselecteerde speciale functies. Toets alarm/lock De toets dient voor het ■ ■ uitschakelen van het alarmsignaal (zie het hoofdstuk Alarmfunctie) uitschakelen van de toetsvergrendeling (zie het hoofdstuk Speciale functies). Apparaat inschakelen Schakel het apparaat in met de toets aan/uit 1. Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie diepvriescompartiment 6 en de indicatie alarm lichten op. Druk de toets alarm 14 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld en de indicatie alarm stopt met knipperen. De temperatuurindicatie diepvriescompartiment 6 geeft de ingestelde temperatuur aan. De indicatie alarm dooft zodra het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt. De vooringestelde temperaturen worden na meerdere uren bereikt. Leg pas daarna levensmiddelen in het apparaat. Temperatuur instellen Ga als volgt te werk om instellingen op het apparaat op te geven: 1. Selecteer met de selectietoetsen koelcompartiment 1, verskoelcompartiment 3 of diepvriescompartiment 5 het gewenste compartiment. 2. Stel met de insteltoetsen +/- 11 de gewenste temperatuur in. Koelcompartiment (van +2 °C tot +10 °C instelbaar) Wij raden een instelling van +4 °C aan. Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren. Alarm function Door indrukken van de alarmtoets wordt het alarmsignaal uitgeschakeld. In de volgende gevallen kan het alarm afgaan: Deuralarm Als het apparaat langere tijd open staat, wordt het deuralarm (continu signaal) ingeschakeld. Door de deur te sluiten op op de toets alarm 14 te drukken, wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld. Temperatuuralarm Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het te warm in het apparaat is en de levensmiddelen gevaar lopen. Als de levensmiddelen geen gevaar lopen, kan het akoestische en optische signaal optreden bij: Het in gebruik nemen van het apparaat. Het laden van grote hoeveelheden verse levensmiddelen. In het desbetreffende display verschijnt “Alarm” en er wordt een alarmsignaal weergegeven. Als u de toets alarm indrukt, verschijnt in het temperatuurindicatie gedurende enkele seconden de warmste temperatuur die in het diepvriescompartiment heeft geheerst. Daarna wordt weer de ingestelde temperatuur weergegeven. De indicatie “alarm” verdwijnt zodra de ingestelde temperatuur weer is bereikt. ■ ■ Aanwijzingen ■ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kan het opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ■ Als het in het koelcompartiment te warm is geworden, kunt u de warm geworden waren het beste verhitten alvorens deze te consumeren. Rauwe levensmiddelen in geval van twijfel niet meer gebruiken. Verskoelcompartiment (van 0 °C tot +8 °C instelbaar) Wij raden een instelling van 0 °C aan. Aanwijzing Stel de temperatuur van het verskoelcompartiment warmer in als er zich rijp op de gekoelde waren optreedt! Diepvriescompartiment (van -16 °C tot -26 °C instelbaar) Wij raden een instelling van -18 °C aan. 49 nl Speciale functies [eco] Met deze functie schakelt u het apparaat in de energiebesparende stand om. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: + 6 °C ■ Verskoelcompartiment: 0 °C ■ Diepvriescompartiment: - 16 °C [eco] in-/uitschakelen 1. Druk de toets mode 7 in. 2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het display “eco” met een pijl is gemarkeerd. 3. Bevestig de selectie met de toets 13. Als naast de selectie een balk verschijnt, is de functie ingeschakeld. [lock] Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen onbedoelde bediening beveiligen. [lock] in-/uitschakelen 1. Druk de toets mode 7 in. 2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het display “lock” met een pijl is gemarkeerd. 3. Bevestig de selectie met de toets 13. Als naast de selectie een balk verschijnt, is de functie ingeschakeld. Er zijn geen instellingen meer via de toetsen mogelijk. Druk 3 seconden de toets “Alarm/Lock” 14 in om de functie weer uit te schakelen. „timer” [fresh] Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden. In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld. Met de modus [fresh] blijven levensmiddelen nog langer vers. m Attentie Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: 4 °C ■ Verskoelcompartiment: 0 °C ■ Diepvriescompartiment: - 18 °C Timer instellen en starten [fresh] in-/uitschakelen 1. Druk de toets mode 7 in. 2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het display “fresh” met een pijl is gemarkeerd. 3. Bevestig de selectie met de toets 13. Als naast de selectie een balk verschijnt, is de functie ingeschakeld. [vacation] Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen. m Attentie Bewaar in deze tijd geen levensmiddelen in het koelcompartiment! Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: 14 °C ■ Verskoelcompartiment: 14 °C Het diepvriescompartiment handhaaft de ingestelde temperaturen. [vacation] in-/uitschakelen 1. Druk de toets mode 7 in. 2. Druk de toets mode 7 net zo vaak in tot op het display “vacation” met een pijl is gemarkeerd. 3. Bevestig de selectie met de toets 13. Als naast de selectie een balk verschijnt, is de functie ingeschakeld. 50 Flessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen. 1. Druk de selectietoets timer 9 in. 2. Stel met de insteltoetsen +/- 11 het gewenste aantal minuten in. 3. Bevestig de instelling met de bevestigingstoets 13en start de timer. In het display timer 10 wordt het resterende aantal minuten weergegeven. Na afloop van het ingestelde aantal minuten wordt een alarmsignaal weergegeven. 4. Schakel het alarmsignaal uit met de toets “alarm/ lock” 14. De timerfunctie is nu beëindigd. Netto-inhoud De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). nl De diepvriesruimte Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. Het diepvriescompartiment gebruiken ■ ■ ■ ■ Voor het opslaan van diepvriesproducten. Voor het maken van ijsblokjes. Voor het invriezen van levensmiddelen. Aanwijzing Let erop dat het diepvriescompartiment altijd gesloten is! Als de deur open staat, ontdooien de diepvriesproducten en treedt in het diepvriescompartiment sterke rijpvorming op. Bovendien: energieverspilling door een hoog stroomverbruik! Na het sluiten van het diepvriescompartiment ontstaat er onderdruk, waardoor een zuigend geluid optreedt. Wacht twee tot drie minuten tot de onderdruk zich heeft geëgaliseerd. Wij adviseren de ijsblokjesreservoir in het apparaat te laten. Dit waarborgt een optimale temperatuurverdeling in de vriesruimte. Inkopen van diepvriesproducten ■ ■ ■ ■ De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. ■ Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen. 2. Lucht eruit drukken. 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien. 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum. Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. ■ Groente, fruit: tot 12 maanden. 51 nl Supervriezen De koelruimte De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven. Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende. Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas. Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen 1. Druk de selectietoets diepvriescompartiment 5 in. Het display diepvriescompartiment 6 wordt geactiveerd. 2. Druk de toets super 12 in. Als in het display diepvriescompartiment 6 “Super” en een temperatuurinstelling van -30 °C worden weergegeven, is het supervriezen geactiveerd. Het supervriezen wordt na ca. 2½ dagen automatisch uitgeschakeld. Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ■ ■ ■ ■ bij omgevingstemperatuur in de koelkast in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-enklaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. 52 In acht nemen bij het bewaren ■ ■ ■ ■ Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Let op de koudezones in het koelcompartiment Door de luchtcirculatie in het koelcompartiment ontstaan zones met een verschillende koude. De koudste zones bevinden zich helemaal onder in het koelcompartiment en in de opbergruimte voor grote flessen. De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzingen Bewaar in de warmste zone bijvoorbeeld harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. ■ Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst, vlees in het verskoelcompartiment (zie het hoofdstuk Verskoelcompartiment). ■ Deuren van het koelcompartiment openen en sluiten Aan de linker deur van het koelcompartiment bevindt zich een afdichtingsklep. Deze afdichtingsklep dicht de spleet tussen de deuren van het koelcompartiment af. m Attentie De afdichtingsklep wordt beschadigd als u de linker deur van het koelcompartiment sluit terwijl de rechter deur van het koelcompartiment reeds gesloten is. Sluit daarom altijd eerst de linker deur van het koelcompartiment. nl Superkoelen Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem inschakelen bijv. ■ ■ vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. om dranken snel te koelen. Aanwijzing Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen 1. Druk de selectietoets koelcompartiment 1 in. Het display koelcompartiment 2 wordt geactiveerd. 2. Druk de toets super 12 in. Als in het display koelcompartiment 2 “Super” en een temperatuurinstelling van +2 °C worden weergegeven, is het superkoelen geactiveerd. De verskoelhouder De temperatuur in de verskoelhouder wordt nabij 0 °C gehouden. De lage temperatuur, die op de bewaarde waren kan worden afgestemd, biedt ideale opslagomstandigheden voor verse levensmiddelen. De levensmiddelen kunnen tot drie keer langer worden bewaard dan in de normale koelzone - voor een nog langere versheid, alsmede behoud van voedingsstoffen en smaak. Vochtlade De vochtlade aan de rechterkant van de verskoelhouder wordt afgedekt door een speciaal filter dat voor een optimaal behoud van de luchtvochtigheid in het opbergvak zorgt. Daardoor heerst in de vochtlade, afhankelijk van de belading, een luchtvochtigheid van maximaal 95%. Dit opslagklimaat biedt de ideale omstandigheden voor vers fruit, sla, groente, kruiden of paddestoelen. Aanwijzing Afhankelijk van de hoeveelheid en het type van de opgeslagen waren kan zich condenswater in de vochtlade voordoen. Verwijder het condenswater met een droge doek. Geschikt om vers te koelen: In principe alle levensmiddelen die vers zijn en nog langer vers moeten blijven, bijv. vis, zeevruchten, vlees, worstwaren, melkproducten en kant-en-klaargerechten. Niet geschikt voor „verskoelen”: Koudegevoelige fruit en groente (bijv. zuidvruchten zoals ananas, bananen, papaja’s, citrusvruchten en meloenen, evenals tomaten, aubergines, courgettes, paprika’s, komkommers, aardappels). De ideale plaats voor het bewaren van deze levensmiddelen is de koelruimte. Attentie bij het inkopen van levensmiddelen: Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop”. In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen zijn die u bewaart in het apparaat, hoe langer ze vers blijven. Let daarom bij de aankoop altijd op de mate van versheid van de levensmiddelen. Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen. Bewaartijden (bij 0 °C) In de verskoelhouder heersen lagere temperaturen dan in het koelcompartiment. Bij de instelling van 0 °C kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden. De temperatuur dient op de bewaarde levensmiddelen te worden afgestemd: ■ ■ ■ Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop Verse vis, zeevruchten Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) Gerookte vis, broccoli Sla, venkel, abrikozen, pruimen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool max. 3 dagen max. 5 dagen max. 7 dagen max. 14 dagen max. 21 dagen max. 30 dagen Vis en vlees, 0 °C Melk en yoghurt, +2 °C Fruit en groente, +4 °C 53 nl Uitvoering van de diepvriesruimte (niet bij alle modellen) Inzetbak voor de lade De inzetbak kan eruit worden gehaald. ■ Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. ■ De deurvakken kunnen in hoogte worden versteld zonder te worden verwijderd. Druk de knoppen aan de onderzijde van de deurvakken tegelijkertijd omhoog om de deurvakken omlaag te bewegen. De vakken kunnen zonder de knoppen omhoog worden bewogen. Voor het verwijderen: deurvak optillen en verwijderen. IJsbereider Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaat Toets Aan/Uit indrukken. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat 1. Het ijsbakje verwijderen, voor ¾ vullen met drinkwater en weer aanbrengen. 2. Als de ijsblokjes bevroren zijn de draaigrepen van de ijsbakjes een aantal keren naar rechts draaien en loslaten. De ijsblokjes laten los en vallen in het voorraadbakje. 3. IJsblokjes uit het voorraadbakje halen. Variabele indeling van de binnenruimte (niet bij alle modellen) U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen. 54 Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt: 1. Uitschakelen van het apparaat. 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen. 3. Schoonmaken van het apparaat. 4. Deur van het apparat open laten. Ontdooien Diepvriesruimte Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. Koelruimte Het apparaat wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingsschaal aan de achterkant van het apparaat. nl Schoonmaken van het apparaat m Waarschuwing Het apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen! m Attentie ■ ■ ■ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! Uitvoering Voor het reinigen kunnen alle variabele delen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Variabele indeling van de binnenruimte) Aanwijzing Open de deuren volledig (90°) om de lades te verwijderen en te reinigen. Vochtfilter verwijderen 1. Verwijder eerst de rechter verskoelhouder. Trek daarna het vochtfilter naar buiten. 2. Verwijder de filterafdekking, neem het filter uit, reinig het in lauwwarm water, laat het drogen en zet alles weer in elkaar. Ga als volgt te werk: 1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen. 2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. 3. Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. Koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen. 4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid. 5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen. 6. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven. 7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen. 8. Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen. Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd. 55 nl Energie besparen ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie „Opstellen van het apparaat”, „Beluchting”). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat. Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/ uit. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten. 56 nl Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Voer een zelftest van het apparaat uit (zie hoofdstuk „Zelftest apparaat”). U moet de kosten voor advies van de monteur van de Servicedienst zelf betalen – ook in de garantietijd! Storing Eventuele oorzaak De temperatuur wijkt erg af van de instelling. Oplossing In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. Er wordt een alarmsignaal weergegeven. De toets alarm 14 brandt. Storing - het is te warm in het diepvriescompartiment! Druk de toets alarm 14 in om het alarmsignaal uit te schakelen. De deur is geopend. Sluit de deur. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Verwijder de afdekking. Er zijn teveel levensmiddelen tegelijk in het diepvriesvak gelegd. Max. invriescapaciteit niet overschrijden. Nadat de storing is verholpen, dooft de toets alarm na enige tijd. De verlichting functioneert niet. De lichtschakelaar klemt. Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. De verlichting is defect. (Zie hoofdstuk „Verlichting”.) De bodem van de koelruimte is nat. De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). De zijwanden van het apparaat zijn In de zijwanden lopen buizen die tijdens het warm. koelproces warm worden. Dat is normaal voor het apparaat, en geen storing. Het apparaat koelt niet. De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit indrukken. Stroomuitval. Controleren of er stroom is. De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. De koelmachine wordt steeds vaker De deur van het apparaat werd te vaak en langer ingeschakeld. geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. Max. invriescapacitiet niet overschrijden. 57 nl Zelftest apparaat Servicedienst Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Zelftest starten 1. Schakel het apparaat uit en wacht 5 minuten. 2. Schakel het apparaat weer in. 3. Druk de toets mode 7 en de bevestigingstoets 13 5 seconden lang tegelijkertijd in. Het zelftestprogramma start. Als op het display „E…” verschijnt, dan gaat het om een storing. Neem contact op met de klantenservice wanneer deze foutmelding verschijnt. Zelftest apparaat beëindigen Druk de toets mode 7 en de bevestigingstoets 13 nogmaals 5 seconden lang tegelijkertijd in. Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL B 58 088 424 4010 070 222 141
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97

Bosch Bosch Freestanding Multidoor Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor