Bauknecht GSF 5353 W-WS de handleiding

Type
de handleiding
24
NL INHOUDSOPGAVE
VOOR HET GEBRUIK VAN DE AFWASMACHINE
PAGINA
25
MILIEUTIPS
PAGINA
25
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN ADVIEZEN
PAGINA
25
AANSLUITINGEN
PAGINA
26
HET ZOUTRESERVOIR VULLEN
PAGINA
27
HET DOSEERBAKJE VAN HET
SPOELGLANSMIDDEL VULLEN
PAGINA
28
HET DOSEERBAKJE VAN HET AFWASMIDDEL VULLEN
PAGINA
29
REINIGING EN ONDERHOUD
PAGINA
30
Lees voor optimale afwasresultaten aandachtig de gebruiksaanwijzingen
en de beknopte handleiding.
25
1. Verwijderen van de verpakking en
controles
Controleer, nadat u de verpakking heeft
verwijderd, of de afwasmachine tijdens het
transport niet beschadigd is en of de deur
perfect sluit. Wend u in geval van twijfel tot
een vakman of tot de verkoper.
Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken
enz.) moet buiten het bereik van kinderen
gehouden worden, want het zou een bron
van gevaren kunnen vormen.
2. Aansluiting op het elektriciteitsnet en op
de waterleiding
Alle aansluitingen op de waterleiding en op
het elektriciteitsnet moeten worden
uitgevoerd door gekwalificeerd personeel,
aan de hand van de aanwijzingen van de
fabrikant en conform de geldende
plaatselijke veiligheidsvoorschriften (zie ook
de bijgevoegde installatieaanwijzingen).
Gebruik de afwasmachine uitsluitend in het
huishouden en voor de doeleinden waarvoor
ze bestemd is.
1. Verpakking
Het verpakkingsmateriaal is voor 100%
recyclebaar en draagt het recyclingsymbool .
2. Energie en water besparen
Spoel de vaat niet af onder stromend water.
Gebruik de afwasmachine uitsluitend wanneer
ze volledig beladen is of selecteer, als er
slechts
een
korf vol is, het afwasprogramma
met halve lading (indien beschikbaar).
Als er milieuvriendelijke energiebronnen ter
beschikking staan, zoals verwarming met
zonnepanelen, warmtepompen of centrale
verwarming, dient de afwasmachine te worden
aangesloten op de leiding voor warm water,
met een temperatuur van hoogstens 60° C.
Verzeker u ervan dat de watertoevoerleiding
van het juiste type is. Zie het hoofdstuk
“Aansluitingen” van deze Gebruiksaanwijzing.
3. Afdanken
Het apparaat is vervaardigd van recyclebaar
materiaal. Bij het afdanken van de machine
dienen de plaatselijke voorschriften voor
afvalverwerking te worden gevolgd.
Maak de afwasmachine in elk geval
onbruikbaar door de voedingskabel
door te snijden.
1. Kinderbeveiliging
Laat kinderen niet met de afwasmachine spelen.
Bewaar het afwasmiddel, het
spoelglansmiddel en het zout op een droge
plaats, buiten bereik van kinderen.
2. Algemene adviezen:
De geopende deur kan alleen het gewicht
van de uitgeschoven korf dragen, met
inbegrip van de vaat. Leun niet op de open
deur en ga er niet op zitten of staan:
de
afwasmachine zou kunnen kantelen!
Gebruik geen oplosmiddelen in de wasruimte:
dit veroorzaakt ontploffingsgevaar!
Gebruik uitsluitend afwasmiddelen,
spoelglansmiddelen en regenereerzouten die
specifiek bedoeld zijn voor afwasmachines.
Schakel het apparaat altijd uit voor reinigings-
of onderhoudswerkzaamheden en draai de
waterkraan dicht.
Doet er zich een storing voor, schakel de
afwasmachine dan uit en draai de
waterkraan dicht.
Als de kabel waarmee het apparaat op het
elektriciteitsnet is aangesloten, moet worden
vervangen, een soortgelijk exemplaar
gebruiken (verkrijgbaar bij de Servicedienst).
De kabel dient te worden vervangen door
een gespecialiseerd technicus.
Schakel aan het einde van het programma de
afwasmachine uit en draai de waterkraan dicht.
3. Alleen voor apparaten die voorzien zijn
van een waterstopsysteem:
In de watertoevoerslang en in de plastic doos
bevinden zich elektrische onderdelen. Snijd de
slang dus niet door en dompel de doos niet
onder in water. Als de slang kapot is, moet de
machine onmiddellijk uitgezet worden.
CE conformiteitsverklaring
Dit apparaat is ontworpen, vervaardigd en verkocht
in overeenstemming met de volgende richtlijnen:
73/23/EEG
89/336/EEG
93/68/EEG
Capaciteit: 12 couverts
.
VOOR HET GEBRUIK VAN DE AFWASMACHINE
MILIEUTIPS
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN ADVIEZEN
26
Gebruik de afwasmachine niet als zij
beschadigd is tijdens het transport. Wend u
tot de Servicedienst of tot de verkoper.
(zie de afzonderlijke installatieaanwijzingen)
Toevoer en afvoer van het water:
Neem de geldende voorschriften van het
waterleidingbedrijf in acht.
Controleer of de watertoevoer- en
afvoerslangen niet gevouwen of afgekneld zijn.
Als de slangen niet lang genoeg zijn, wend u
dan tot de Servicedienst of de verkoper.
De toevoerslang moet veilig en hermetisch
op de waterkraan worden aangesloten.
De temperatuur van het toegevoerde water is
afhankelijk van het model: toevoerslang met
de aanduiding: 25° C Max:
Maximumtemperatuur 25° C.
Alle andere modellen: maximumtemperatuur
60° C.
Vergewis u er op het moment van installatie
van dat het afvoerwater zonder problemen
weg kan stromen (verwijder indien nodig ook
het netje in de sifon van de wasbak).
Bevestig de afvoerslang aan de sifon met
een klembandje, zodat hij niet los kan raken.
Alleen voor apparaten met
waterstopsysteem: als de aanwijzingen voor
de installatie in acht worden genomen, kan
het waterstopsysteem voorkomen dat er
water uit de machine stroomt, dat schade zou
kunnen aanrichten in uw woning.
Elektrische aansluiting:
Neem de geldende normen van het
elektriciteitsbedrijf in acht.
De voedingsspanning staat vermeld op het
plaatje dat rechts op de binnenkant van de
deur is aangebracht.
De aarding van het apparaat is wettelijk
verplicht.
Gebruik geen verlengsnoeren of
meervoudige adapters.
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u
onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten.
De voedingskabel mag uitsluitend worden
vervangen door gekwalificeerde technici.
Voor Oostenrijk:
als er een
lekstroomschakelaar in serie met het
apparaat wordt geschakeld, moet deze
gevoelig zijn voor pulserende stroom.
AANSLUITINGEN
27
Als de hardheidsgraad van het water gelijk of hoger
dan 1-2 is (gemiddelde hardheid), dient u, voordat
u de afwasmachine gebruikt, het reservoir te vullen
met regenereerzout (vraag bij uw
waterleidingbedrijf naar de hardheid van het water
in uw omgeving of controleer de laatste
waterrekening).
Als de hardheidsgraad van het water niet
overeenkomt met stand 3 (instelling bij
aflevering) of als de waterhardheid veranderd is:
Draai de keuzeknop op de goede stand.
Stel de hardheidsgraad van het water in door de
keuzeknop (indien aanwezig) aan de binnenkant
van de deur (linksboven) met behulp van een
schroevendraaier op de goede stand te draaien.
Zet de keuzeknop op de stand die wordt
aangegeven in de volgende tabel:
Bij een waterhardheid van 1 (zacht) hoeft u geen zout
te gebruiken.
Het zoutreservoir vullen
Let op:
gebruik alleen zout voor afwasmachines!
Vullen van het zoutreservoir met ongeschikte
substanties, zoals afwasmiddel, heeft
onherstelbare schade voor het
onthardingssysteem tot gevolg.
1.
Trek de onderste korf naar buiten.
2.
Schroef de dop los door hem naar links te
draaien.
3.
Alleen voor het eerste gebruik van de
afwasmachine: vul het waterreservoir tot de
rand.
4.
Vul het zoutreservoir tot de rand (met de
trechter); gebruik de eerste keer min. 1,5 kg en
max. 2 kg en roer met de steel van een lepel.
5.
Schroef de dop vast door hem naar rechts te
draaien.
6.
Breng de onderste korf aan.
7.
Start onmiddellijk
na het vullen van het
zoutreservoir een afwasprogramma
(voorspoelen is niet voldoende), zodat de
naar buiten komende zoutoplossing meteen
wordt geëlimineerd.
Controleer regelmatig het niveau van het
regenereerzout.
Indicator van het zoutniveau
De afwasmachine is voorzien van een
elektrische indicator of een optische indicator
voor het zoutniveau (afhankelijk van het model).
Elektrische indicator:
Het controlelampje op het bedieningspaneel
gaat branden wanneer het zoutreservoir moet
worden gevuld.
Optische indicator:
Wanneer het zoutreservoir voldoende gevuld is,
is de vlotter goed zichtbaar in het venstertje van
de dop.
De vlotter daalt en is niet meer zichtbaar
wanneer het zoutreservoir moet worden gevuld.
HET ZOUTRESERVOIR VULLEN
Hardheids-
graad
Duitse
graden
°dH
Franse
graden
°fH
Stand
van de
keuzeknop
1 zacht 0 - 5 0 - 9 0
1 - 2 gemiddeld 6 - 10 10 - 18 1
2 gemiddeld 11 - 15 19 - 27 2
3 gemiddeld-
hard
16 - 21 28 - 37 3
4 hard 22 - 28 38 - 50 4
4 zeer hard 29 - 35 51 - 63 5
4 buitengewoon
hard
36 - 60 64 - 107 6
28
Het spoelglansmiddel bevordert het drogen van
de vaat door het water beter weg te laten
stromen, zodat er geen strepen of vlekken
achterblijven. Vul het doseerbakje voor het
eerste gebruik van de afwasmachine.
Het doseerbakje van het spoelglansmiddel
vullen:
Gebruik uitsluitend spoelglansmiddel voor
afwasmachines.
1. Druk op de toets
A
om de deksel te openen
(zie tekenig).
2. Giet het spoelglansmiddel in de opening tot
aan de stippellijn Max (ca. 100 ml).
Neem gemorst spoelglansmiddel
onmiddellijk af. Zodoende wordt vermeden
dat er te veel schuim ontstaat, waardoor
minder goed wordt afgewassen.
3. Sluit de deksel.
Controleer vervolgens regelmatig het niveau
van het spoelglansmiddel.
De hoeveelheid spoelglansmiddel
instellen:
Fabrieksinstelling: stand 4.
Als u niet tevreden bent over het afwas- of
droogresultaat, kunt u de dosis
spoelglansmiddel veranderen.
1. Druk op de toets
A
om de deksel te openen
(zie tekenig).
2. Als de vaat strepen vertoont, de dosis
spoelglansmiddel met een munt of een
dergelijk voorwerp lager zetten (stand 1-3).
Als de vaat niet helemaal droog is, de dosis
hoger zetten (stand 5-6).
3. Sluit de deksel.
Indicator van het
spoelglansmiddelniveau:
Optische indicator:
licht
= spoelglansmiddel toevoegen .
donker
= voldoende spoelglansmiddel .
Aanvullende elektrische indicator (indien
aanwezig):
Het controlelampje op het
bedieningspaneel gaat branden wanneer er
spoelglansmiddel moet worden toegevoegd.
HET DOSEERBAKJE VAN HET SPOELGLANSMIDDEL VULLEN
29
Voor het wasmiddel heeft de machine een klein
vak en een groot vak .
Gebruik niet meer wasmiddel dan wordt
aangegeven, om niet bij te dragen aan
milieuvervuiling. De benodigde hoeveelheid
product verschilt van merk tot merk.
Als er wasmiddelen in tabletten worden gebruik,
dient u zich nauwgezet te houden aan de
aanwijzingen die door de fabrikant worden
gegeven.
Wasmiddelen van de nieuwe generatie
bevatten enzymen en leveren de beste
resultaten op bij gebruik van de
bioprogrammas. Deze programmas zijn echter
ook geschikt voor alle andere afwasmiddelen.
Het doseerbakje van het afwasmiddel vullen:
Gebruik alleen wasmiddelen voor
afwasmachines.
Vul het doseerbakje van het afwasmiddel pas
vlak voordat u een afwasprogramma start.
1. Druk op de toets
A
om het deksel te openen.
2. Doe het wasmiddel in het doseerbakje.
Voor programma's met voorspoelen:
Giet 2/3 van de aanbevolen hoeveelheid in
het grote vak .
Giet 1/3 ervan in het kleine vak .
Voor programma's zonder voorspoelen:
Giet de hele hoeveelheid wasmiddel in het
grote vak. Als er op de verpakking doses
van meer dan 45 ml (maximumcapaciteit
van het grote vak) worden aangegeven,
moet de resterende hoeveelheid in het
kleine vak worden gedaan.
Voor programmas met de geactiveerde
extra functie
Halve lading
(indien
beschikbaar): gebruik een kleinere
hoeveelheid afwasmiddel.
3. Sluit de deksel.
HET DOSEERBAKJE VAN HET AFWASMIDDEL VULLEN
Klein vak
Groot vak
30
Schakel voordat u reinigings- of
onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten
het apparaat uit en draai de waterkraan dicht.
Reinigen van de buitenkant:
Gebruik voor het reinigen van de buitenkant
een vochtige doek en een neutraal
schoonmaakmiddel.
Gebruik geen schuurmiddelen.
Reinigen van de binnenkant van de
afwasmachine:
Maak regelmatig de afdichting en de
binnenkant van de deur schoon met een
vochtige doek, om eventuele voedselresten
te verwijderen.
Bovenste sproeiarm:
1. Draai de moer (
A
) los (door hem naar links
te draaien) en haal de sproeiarm weg door
hem omlaag te trekken (
B
).
2. Spoel de gaatjes af.
3. Monteer de sproeiarm terug door hem
midden op de pen van de rotor te zetten en
vast te klikken.
4. Draai de moer vast (door hem naar rechts te
draaien).
Controleer of de moer goed is vastgedraaid
(u dient een klik te horen).
De sproeiarm moet ongehinderd kunnen draaien.
Onderste sproeiarm:
1. Druk de twee klemmen waarmee de
sproeiarm is vastgezet naar binnen (
C
) en
haal de arm weg door hem op te tillen (
D
).
2. Spoel de gaatjes af.
3. Monteer de onderste sproeiarm terug door
hem midden op de pen van de rotor te zetten.
4. Druk de arm omlaag, totdat hij vast komt te
zitten.
5. Controleer of de klemmen goed op hun
plaats zitten (u moet een klik horen).
De sproeiarm moet ongehinderd kunnen draaien.
Reiniging van de zeven:
1. Draai de centrale, grove zeef naar links en
haal hem uit de bodem (
E
).
2. Draai de fijnmazige zeef helemaal los en
haal hem uit de centrale, grove zeef
(
F
); let
op de holten in de onderkant van de zeef.
3. Haal de fijnmazige zeef eruit (
G
).
4. Maak regelmatig alle zeven onder stromend
water schoon en controleer of er geen
onzuiverheden in de afwasmachine zijn
achtergebleven.
5. Monteren:
Schuif de fijnmazige zeef in de centrale,
grove zeef en bevestig hem. (let op de holten
in de onderkant van de zeef).
Breng de zeefgroep aan en bevestig hem
door hem naar rechts te draaien. Controleer
of de zeven goed zijn aangebracht.
Voor goede afwasresultaten is het
belangrijk dat de zeven goed worden
aangebracht.
REINIGING EN ONDERHOUD
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7

Bauknecht GSF 5353 W-WS de handleiding

Type
de handleiding