Pottinger LION 3030 MASTER Handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
Handleiding
8787.nl-NL.80Y.0
Vertaling van de oorspronkelijke
gebruiksaanwijzing
Rotorkopeg
LION 3030 Master
8787
Mach.nr.: +..00001
Technische wijzigingen
Omdat wij permanent werken aan de ontwikkeling van onze producten, kan deze handleiding
afwijken van het product. Er kunnen daarom geen rechten worden ontleend aan de gege-
vens, afbeeldingen en beschrijvingen. Bindende informatie omtrent bepaalde eigenschappen
van de machine dient bij de service-dealer te worden opgevraagd.
Juridische kennisgeving
Wij wijzen u erop dat alleen de Duitstalige gebruiksaanwijzing de originele gebruiksaanwij-
zing is in de zin van Richtlijn 2006/42/EG (machinerichtlijn). Gebruiksaanwijzingen in andere
talen dan Duits zijn vertalingen van de oorspronkelijke Duitse gebruiksaanwijzing.
Wij vragen om begrip voor het feit dat wijzigingen in de leveringsomvang, wat betreft de
vorm, uitrusting en techniek mogelijk zijn.
Nadruk, vertaling en kopieën in welke vorm dan ook, ook als samenvatting, zijn alleen toege-
staan met schriftelijke toestemming van PÖTTINGER Landtechnik GmbH.
Alle auteursrechten blijven PÖTTINGER Landtechnik GmbH uitdrukkelijk voorbehouden.
© PÖTTINGER Landtechnik GmbH
MyPÖTTINGER – Eenvoudig. Altijd. Overal.
QR-code van het typeplaatje scannen met smartphone / tablet of www.mypoettin-
ger.com invoeren op internet.
Reserveonderdelenlijsten zijn exclusief verkrijgbaar via MyPÖTTINGER.
Individuele informatie, zoals gebruiksaanwijzingen en onderhoudsinformatie voor uw
machines, is beschikbaar op MyPÖTTINGER in "Mijn machines" op elk gewenst mo-
ment na registratie.
2 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Geachte klant!
Kwaliteit is waarde die loont. Daarom hanteren wij de hoogste kwaliteitsnormen voor onze
producten. Deze worden door ons eigen kwaliteitsmanagement en door ons management
voortdurend gecontroleerd. Want veiligheid, probleemloos werking, hoogste kwaliteit en ab-
solute betrouwbaarheid van onze machines tijdens het gebruik vormen onze kerncompeten-
ties, waarvoor wij staan.
Met behulp van deze gebruiksaanwijzing kunt u de machine leren kennen. De gebruiksaan-
wijzing informeert u bovendien op een overzichtelijke manier over een veilig en juist gebruik,
verzorging en onderhoud. Het verdient daarom aanbeveling om de gebruiksaanwijzing te le-
zen.
De gebruiksaanwijzing maakt deel uit van de machine. De gebruiksaanwijzing moet tijdens
de levensduur van de machine op een geschikte plaats worden bewaard en op elk moment
voor het personeel toegankelijk zijn. Instructies over nationale voorschriften met betrekking
tot het voorkomen van ongevallen, wegenverkeerswet en milieubescherming moeten worden
aangevuld.
Alle mensen die de machine gebruiken, onderhouden of transporteren, moeten deze ge-
bruiksaanwijzing, met name de veiligheidsinstructies, hebben gelezen en begrepen, voordat
met de werkzaamheden wordt begonnen. Als deze gebruiksaanwijzing niet wordt nageleefd,
vervalt de aanspraak op garantie.
Neem bij vragen over de inhoud van deze gebruiksaanwijzing of andere vragen over deze
machine contact op met uw PÖTTINGER servicepartner.
Door tijdige en gewetensvolle verzorging en onderhoud volgens de voorgeschreven onder-
houdsintervallen, waarborgt u de bedrijfs- en verkeersveiligheid en de betrouwbaarheid van
uw machine.
Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen of reserveonderdelen en accessoires die zijn
vrijgegeven door PÖTTINGER Landtechnik GmbH. Alleen de door ons vrijgegeven originele
reserveonderdelen zijn door ons gecontroleerd en beschikken over de vereisten die nodig
zijn voor het gebruik van uw machine. Bij gebruik van niet vrijgegeven onderdelen kan geen
aanspraak meer worden gemaakt op de garantie. Ook na afloop van de garantieperiode ad-
viseren wij het gebruik van originele reserveonderdelen, om ervoor te zorgen dat de machine
goed blijft presteren.
De productaansprakelijkheidswetgeving verplicht de producent en de dealer bij de verkoop
van de machines een gebruiksaanwijzing mee te leveren en de klant bij de machine te instru-
eren over de veiligheids- bedienings- en onderhoudsvoorschriften. Ter controle van de goe-
de overdracht van de machine en de gebruiksaanwijzing is een bevestiging in de vorm van
een overdrachtsverklaring noodzakelijk. De overdrachtsverklaring wordt door de dealer elek-
tronisch ingevuld.
In de zin van de productaansprakelijkheid is elke zelfstandige en landbouwer ondernemer.
Bedrijfsschade in de zin van de productaansprakelijkheid valt daarom niet onder de aanspra-
kelijkheid van PÖTTINGER. Als materiële schade in de zin van de productaansprakelijkheid
geldt schade die door de machine ontstaat, maar niet aan de machine.
De gebruiksaanwijzing maakt deel uit van de machine; daarom moet deze worden doorgege-
ven aan een, indien nodig, volgende eigenaar van de machine. De volgende eigenaar moet
worden geïnstrueerd en op genoemde voorschriften worden gewezen.
Uw PÖTTINGER serviceteam wenst u veel succes.
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 3
Opmaakconventies
Deze paragraaf bevat uitleg voor een beter begrip van de in deze gebruiksaanwijzing ge-
bruikte afbeeldingen, veiligheidsinstructies en waarschuwingen en tekstuele beschrijvingen.
Veiligheidsinstructies / waarschuwingen
Veiligheidsinstructies met een algemeen karakter staan altijd aan het begin van een para-
graaf. Ze waarschuwen voor gevaren die tijdens het gebruik van de machine of bij voorberei-
dingen op werkzaamheden aan de machine kunnen ontstaan. Waarschuwingen waarschu-
wen voor gevaren die onmiddellijk bij een proces of werkstap op de machine kunnen ont-
staan. Waarschuwingen worden samen met de respectieve processen / werkstappen in de
instructietekst vermeld.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen worden als volgt weergegeven:
GEVAAR
Als de aanwijzingen in een dergelijke tekst niet worden opgevolgd, bestaat de kans
op een dodelijk of een levensbedreigend letsel.
Alle aanwijzingen in dergelijke teksten dienen absoluut te worden opgevolgd!
WAARSCHUWING
Als de aanwijzingen in een dergelijke tekst niet worden opgevolgd, bestaat de kans
op een ernstig letsel.
Alle aanwijzingen in dergelijke teksten dienen absoluut te worden opgevolgd!
VOORZICHTIG
Als de aanwijzingen in een dergelijke tekst niet worden opgevolgd, bestaat de kans
op een letsel.
Alle aanwijzingen in dergelijke teksten dienen absoluut te worden opgevolgd!
AANWIJZING
Als de aanwijzingen in een dergelijke tekst niet worden opgevolgd, bestaat de kans
op schade.
Alle aanwijzingen in dergelijke teksten dienen absoluut te worden opgevolgd!
TIP
Tekstdelen die op deze manier gemarkeerd zijn, bevatten aanbevelingen en adviezen over
het gebruik van de machine.
MILIEU
Dergelijke teksten bevatten adviezen met betrekking tot het thema milieubescherming.
Richtingsaanduidingen
Richtingsaanduidingen (zoals links, rechts, voor, achter) worden gegeven op basis van de
normale "werkrijrichting" van de machine.
4 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Oriëntatie-informatie voor een afbeelding van een machinedetail heeft betrekking op deze af-
beelding zelf en wordt slechts in sommige gevallen begrepen in relatie tot de rijrichting. De
betekenis van de oriëntatie-informatie (indien nodig) blijkt duidelijk uit de begeleidende tekst
zelf.
Aanduidingen
In deze gebruiksaanwijzing wordt de verwisselbare uitrusting voor landbouwvoertuigen (in de
zin van de Europese richtlijn 2006/42/EG) machine genoemd.
Voertuigen die bedoeld zijn voor de aandrijving van deze machine, worden tractor genoemd.
Uitrusting die als optie is aangeduid, wordt alleen aangeboden voor bepaalde machinever-
sies of alleen in bepaalde landen.
Onder persoonlijke beschermingsmiddelen worden veiligheidsbrillen, werkhandschoenen,
veiligheidsschoenen, nauwsluitende lange werkkleding, haarnetje bij lang haar, gehoorbe-
scherming en geschikte uitrustingen ter bescherming tegen stof van zaadbehandelingsmid-
delen (zoals stofmaskers enz.) verstaan. De volledige keuze van geschikte persoonlijke be-
schermingsmiddelen voor de betreffende toepassing blijft de verantwoordelijkheid van de ei-
genaar van de machine.
Verwijzingen
Verwijzingen naar een andere plaats in de gebruiksaanwijzing of een ander document staan
in de tekst, met vermelding van hoofdstuk en paragraaf of subparagraaf. De aanduiding van
paragraaf of subparagraaf staat tussen aanhalingstekens. (Voorbeeld: Alle bouten op de ma-
chine controleren op stevig vastzitten. Zie "Aandraaimomenten" op pagina xxx.) De subpara-
graaf of paragraaf vindt u in het document ook via een vermelding in de inhoudsopgave.
Actiestappen
Een pijl of opeenvolgende nummering geeft actiestappen aan die u moet uitvoeren.
Een zwart omrande, inspringende pijl of opeenvolgende inspringende nummering duidt
op tussenresultaten of tussenstappen die u moet uitvoeren.
Afbeeldingen
Afbeeldingen kunnen in detail afwijken van uw machine en moeten worden opgevat als prin-
cipeweergave/symbolische weergave.
Gebruik van kleuren
Afbeeldingen worden in dit door PÖTTINGER Landtechnik GmbH ter beschikking gestelde
afdrukdocument uitsluitend in grijstinten of zwart-wit weergegeven.
Afbeeldingen in elektronisch verspreidbare documenten (pdf's) worden ook in kleur weerge-
geven en kunnen desgewenst ook in kleur worden afgedrukt.
Gebruik van symbolen
Afbeeldingen kunnen ook ingevoegde symbolen, pijlen en andere lijnen bevatten, die dienen
om de begrijpelijkheid van de afbeeldingsinhoud te verbeteren of bedoeld zijn om de aan-
dacht te vestigen op een bepaald deel van de afbeelding.
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 5
Instructies voor de overdracht van machines
Wij verzoeken U de volgende punten i.v.m. de wet op de productaansprakelijkheid te contro-
leren.
Aankruisen hetgeen van toepassing is.
Machine aan de hand van de pakbon gecontroleerd. Alle bijgeleverde onderdelen
verwijderd, alle veiligheidsinrichtingen, cardanazs en bedieningselementen aanwe-
zig.
De bediening, de inbedrijfsstelling en het onderhoud van de machine resp. werktuig
aan de hand van de handleiding met de gebruiker besproken en uitgelegd.
Bandenspanning gecontroleerd.
Wielbouten en moeren op vastzitten gecontroleerd.
Op het juiste toerental en draairichting gewezen.
Aanpassing op de tractor uitgevoerd; driepuntsverstelling, disselhoogte, installatie
van de parkeerremhendel in de tractorcabine, bevestiging van de gedwongen be-
sturing ingesteld, compatibiliteit van alle benodigde elektrische, hydraulische en
pneumatische connectoren naar de tractor gecontroleerd en tot stand gebracht.
Informatie verstrekt over lengtebepaling van de aftakas.
Testloop van alle machinefuncties en de handrem en bedrijfsrem uitgevoerd en
geen onvolkomenheden vastgesteld.
Tijdens het proefdraaien de werking van de machine uitgelegd.
Het zwenken in werk- en transportstand uitgelegd.
Informatie verstrekt over optionele en extra uitrusting.
Er is gewezen op het belang van het bestuderen van de handleiding.
Ter controle van de juiste overdracht van de machine en de gebruiksaanwijzing is het ge-
wenst dat dit aan de fabrikant wordt bevestigd. Hiervoor hebt u een bevestigingsmail van
PÖTTINGER ontvangen. Als u deze mail niet heeft ontvangen, moet u contact opnemen met
uw verantwoordelijke dealer. Uw dealer kan de overdrachtsverklaring online invullen.
Oostenrijk
PÖTTINGER Landtechnik GmbH
Industriegelände 1
4710 Grieskirchen
Telefoon+43 7248 600-0
Fax+43 7248 600-2513
6 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Wijzigingsindex
Datum Index Reden voor wijziging Gewijzigd hoofdstuk
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 7
Vrachtwagen transport
Machine per kraan lossen................................................................................................. 12
Fabrieksnorm aandraaimomenten voor bouten
Schroefaandraai-draaimomenten...................................................................................... 13
Opbouw en functie
Functie-elementen............................................................................................................ 14
Meegeleverde accessoires............................................................................................... 17
Uitbreidingsprogramma..................................................................................................... 18
Overzicht
Kenmerk............................................................................................................................ 19
Typeplaatje.................................................................................................................. 19
Beschrijving
Conformiteitsverklaring..................................................................................................... 21
Beoogd gebruik................................................................................................................. 22
Gebruik niet in overeenstemming met de specificaties..................................................... 22
Technische gegevens
Afmetingen........................................................................................................................ 23
Toepassingsgrenzen bij gebruik als machinecombinatie.................................................. 24
Toepassingsgrenzen bij gebruik als solo-machine...................................................... 24
Hydrauliek......................................................................................................................... 24
Elektra............................................................................................................................... 25
Geluidsemissie.................................................................................................................. 25
Veiligheid en milieu
Veiligheidsinstructies......................................................................................................... 26
Kwalificatie van het personeel........................................................................................... 26
Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden...................................................................... 26
Organisatorische maatregelen.......................................................................................... 26
Handhaving van de bedrijfsveiligheid................................................................................ 27
Bijzondere gevaren........................................................................................................... 28
Inhoud
8 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Waarschuwingssymbool................................................................................................... 29
Bedrijfsafhankelijke gevarenzone..................................................................................... 33
Verkeerstechnische uitrusting........................................................................................... 34
Omgang met gevaarlijke stoffen....................................................................................... 38
Afvoer van de machine..................................................................................................... 39
Transportvergrendelingen
Spoormarkeur (optie)........................................................................................................ 41
Hydrolift (optie).................................................................................................................. 42
Hydraulische werkdiepteverstelling transportvergrendeling.............................................. 44
Handmatige werkdiepteverstelling transportvergrendeling............................................... 44
Bediening functionele elementen van de machine
Machine / machinecombinatie heffen of laten zakken...................................................... 47
Spoormarkeur (optie) - Bediening..................................................................................... 47
Hydrolift (optie) - Bediening............................................................................................... 49
Hydraulische topstang voor zaaimachines (optie) bediening / instelling........................... 52
Zijschilden - Bediening...................................................................................................... 52
Gebruik
Inbedrijfstelling.................................................................................................................. 56
Tractorballast.................................................................................................................... 56
Tractorballast bepalen door weegmethode................................................................. 58
Tractorballast berekenen............................................................................................. 60
Instelling / ombouw........................................................................................................... 61
Hefarmhaken - Instelling.............................................................................................. 62
Rotorkoptoerental - Instelling....................................................................................... 64
Aanpassing van het rotorkoptoerental met verwisselbare tandwielset............................. 64
Werkdiepte handmatig instellen.................................................................................. 67
Werkdiepte hydraulisch instellen................................................................................. 68
Zijschilden - Instellingen.............................................................................................. 69
Egalisatieplaten - Instelling werkdiepte....................................................................... 72
Hydrolift instellen......................................................................................................... 75
Slagbegrenzer (optie) afstellen......................................................................................... 77
Slagbegrenzer deactiveren / activeren.............................................................................. 80
Afstrijkplaten op de aandrukrol afstellen...................................................................... 82
Spoormarkeur (optie) instellen.................................................................................... 84
Inhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 9
Uitbreiding van de functie door extra machines.......................................................... 87
TEGOSEM tussengewaszaaimachine op de aandrukrol monteren.................................. 87
TEGOSEM tussengewaszaaimachine demonteren van de aandrukrol............................ 93
Zaaimachine monteren op het volgwerktuig..................................................................... 97
Zaaimachine demonteren van het volgwerktuig................................................................ 106
AEROSEM / VITASEM zaaimachine monteren op de hydrolift........................................ 110
AEROSEM / VITASEM zaaimachine van de hydrolift demonteren................................... 114
Verlichtingsdrager opnieuw monteren......................................................................... 118
Aankoppeling.................................................................................................................... 120
Machine / machinecombinatie aan de tractor aankoppelen........................................ 121
Hydraulische slangen op de tractor aansluiten............................................................ 125
Kabel op de tractor aansluiten..................................................................................... 126
Cardanas koppelen..................................................................................................... 126
Cardanas toepassingsgrenzen......................................................................................... 127
Gebruik.............................................................................................................................. 128
Transportrit.................................................................................................................. 129
Gebruik........................................................................................................................ 130
Loskoppelen...................................................................................................................... 134
Kabels loskoppelen..................................................................................................... 135
Hydraulische slangen loskoppelen.............................................................................. 135
Machine / machinecombinatie afkoppelen.................................................................. 136
Buitenbedrijfstelling van de machine aan het einde van het seizoen................................ 138
Onderhoud
Klaar voor gebruiken houden............................................................................................ 140
Algemene aanwijzingen.................................................................................................... 141
Cardanas........................................................................................................................... 142
Toestandgebaseerd onderhoud
Spoormarkeurs - Botsingsbeveiliging................................................................................ 144
Tanden vervangen............................................................................................................ 146
Periodiek onderhoud
Voor elk seizoen................................................................................................................ 149
Balksmering................................................................................................................. 149
Nokkenschakelkoppeling van de cardanas controleren.............................................. 150
Dagelijks onderhoud......................................................................................................... 151
Inhoud
10 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Hydraulische installatie controleren............................................................................. 151
Verlichting en lampen controleren / vervangen........................................................... 152
Waarschuwingsborden, waarschuwingsdriehoeken, waarschuwingsfolies controle-
ren / vervangen............................................................................................................ 153
Na de eerste 50 bedrijfsuren, vervolgens elke 100 bedrijfsuren....................................... 154
Ingaande transmissie - Olieverversing........................................................................ 154
Na elk seizoen (winterstalling).......................................................................................... 156
Machine reinigen / conserveren.................................................................................. 156
Om de 6 jaar..................................................................................................................... 157
Hydraulische slangen vervangen................................................................................ 157
Smeerschema................................................................................................................... 158
Smeermiddelen
Specificatie bedrijfsstof..................................................................................................... 160
Smeermiddelen en vulhoeveelheden................................................................................ 160
Raad en daad
verlichting.......................................................................................................................... 162
Blokkades.......................................................................................................................... 162
Cardanas-nokkenschakelkoppeling functie....................................................................... 163
Schema's
Elektrisch systeem............................................................................................................ 165
Aanvulling op de gebruiksaanwijzing VS / CANADA
Waarschuwingssymbool Engels VS / CANADA................................................................ 166
Veilig slepen van lasten.................................................................................................... 171
Inhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 11
Machine per kraan lossen
Voorwaarde
Technische gegevens (gewichten) in acht nemen!
Alleen hijsmiddelen gebruiken van voldoende grootte.
Let erop dat de vergrendelingspen aan het bovenste aanslagpunt van de rotorkopeg
correct wordt vastgezet.
Vergrendelingspen voor de werkdiepte zodanig geplaatst dat de aandrukrol niet naar
boven kan zwenken terwijl de machine wordt opgetild.
Aanslagpunten voor hijsmiddelen
L+R = hijsmiddel aan de linker- en de rechterzijde van de aandrukrol aanslaan.
Werkwijze
Hijsmiddelen zorgvuldig aan de aanslagpunten bevestigen en beveiligen.
VOORZICHTIG
Naar beneden vallen van de machine!
Niet onder de hangende last begeven!
Voldoende zijdelingse afstand tot de hangende last houden.
Bevestigingen van het laadoppervlak verwijderen.
Machine horizontaal van het laadoppervlak tillen
Machine parkeren op een vlakke en stabiele ondergrond en beveiligen tegen weg-
rollen.
Hijsmiddelen verwijderen.
Vrachtwagen transport
12 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Schroefaandraai-draaimomenten
Deze bedrijfsnorm geldt voor alle metrische schroeven waarbij geen specifiek aandraai-
draaimoment is aangegeven in de tekening/handleiding. De respectievelijke weerstandscate-
gorie is aangegeven op de schroefkop.
De aangegeven waarden zijn nominale waarden en gelden voor een kopwrijvingsfactor
van IJ=0,14 en een schroefdraadwrijvingskoppel van IJ=0,125. Er kunnen kleine afwij-
kingen van spankracht voorkomen door verschillende wrijvingsfactoren. De vermelde
waarden moeten worden aangehouden met een tolerantie van ± 10%.
Bij gebruik van de aangegeven aantrek-draaimomenten en bij de gebruikte wrijvingsfac-
toren wordt het schroefmateriaal voor 90% van de minimumtreksterkte volgens DIN ISO
898 belast.
Wanneer bij een schroefkoppeling een specifiek aantrek-draimoment wordt aangege-
ven, dan dienen al deze schroefkoppelingen te worden aangetrokken met een draaimo-
mentsleutel en het aangegeven aantrek-draaimoment.
Schroefdraad
metrisch Weerstandscategorie 8.8 Weerstandscategorie 10.9
Aandraaimoment Spankracht Aandraaimoment Spankracht
M 4 3,1 Nm 4000 N 4,4 Nm 5700 N
M 5 6,2 Nm 6600 N 8,7 Nm 9300 N
M 6 10,5 Nm 9300 N 15 Nm 13000 N
M 8 25 Nm 17000 N 36 Nm 24000 N
M 10 50 Nm 27000 N 70 Nm 38000 N
M 12 86 Nm 39500 N 121 Nm 56000 N
M 14 135 Nm 54000 N 195 Nm 76000 N
M 16 215 Nm 75000 N 300 Nm 105000 N
M 20 410 Nm 117000 N 580 Nm 164000 N
M 24 710 Nm 168000 N 1000 Nm 237000 N
M 30 1400 Nm 270000 N 2000 Nm 380000 N
M 8 x 1 27 Nm 18700 N 38 Nm 26500 N
M 10 x 1,25 53 Nm 29000 N 74 Nm 41000 N
M 12 x 1,25 95 Nm 44500 N 130 Nm 63000 N
M 14 x 1,5 150 Nm 60000 N 210 Nm 85000 N
M 16 x 1,5 230 Nm 81000 N 320 Nm 115000 N
M 20 x 1,5 460 Nm 134000 N 650 Nm 189000 N
M 24 x 2 780 Nm 188000 N 1090 Nm 265000 N
Fabrieksnorm aandraaimomenten voor bouten
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 13
Functie-elementen
Benaming en functie
Pos. Element Functie
1 Rechter zijschild Verhindert de zijdelingse uitworp van aarde uit het
zaaibed.
2 Rechter spoormarkeur
(optie)
Markeert het rijspoor.
3 Hydrolift (optie) Montage van Vitasem zaaimachines op de rotorkopeg
Het gewicht van de zaaimachine wordt in de kopakker-
positie / transportpositie verder naar voren naar de ro-
torkopeg verplaatst.
4Montagebok Massieve koppeldriehoek voor aankoppeling van de
machine aan de tractor.
5 Aandrukrol Instelling van de werkdiepte van de rotorkopeg, fijnma-
ken van de bovenste laag akkergrond en egaliseren
van het zaaibed.
6 Spoormarkeur links
(optie)
Markeert het rijspoor.
7 Rechter zijschild Verhindert de zijdelingse uitworp van aarde uit het
zaaibed.
8 Egalisatieplaat aan de
voorzijde (optie)
Egaliseren van oneffenheden.
9 Rotorkop met tanden Losmaken en fijnmaken van de bovenste laag akker-
grond.
10 Ingaande transmissie Krachtoverbrenging van de tractor via de cardanas.
Zonder
afbeel-
ding
Egalisatieplaat aan de
achterzijde
Egaliseren van oneffenheden.
Opbouw en functie
14 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Opbouw en functie
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 15
Benaming en functie
Pos. Element Functie
11 Egalisatieplaat aan de
achterzijde
Egaliseren van oneffenheden.
12 Wielspoorwisser (optie) Losmaken van het tractorspoor (aantal en positie van de
wielspoorwissers naar behoefte). Niet bij machines met
egalisatieplaat aan voorzijde.
13 Hefbegrenzer (optie) Enkel samen met hydrolift; de instelling begrenst de hef-
hoogte van de hydrolift.
Benaming en functie
Pos. Element Functie
14 Hydraulische top-
stang (optie)
Afzonderlijk heffen van de aangekoppelde zaaimachine
op de kopakker of in de wegtransportpositie (vergelijk-
baar met hydrolift).
Instelling van de hellingshoek van de zaaimachine.
Zonder
afbeel-
ding
Handmatige top-
stang (optie)
Instelling van de hellingshoek van de zaaimachine.
15 Doorgaande aandrij-
ving (optie)
Aftakas voor cardanassen van aangekoppelde zaaima-
chines
Opbouw en functie
16 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Meegeleverde accessoires
• Gebruiksaanwijzing
Ratelringsleutel (1)
4x breekbouten voor de spoormarkeurs (optie)
Opbouw en functie
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 17
Uitbreidingsprogramma
Het uitbreidingsprogramma van PÖTTINGER Landtechnik GmbH biedt talloze uitbreidings-
mogelijkheden. Uw dealer kan u hierover informeren.
Opbouw en functie
18 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Kenmerk
Typeplaatje
T = positie van het typeplaatje
Typeplaatje
Voor algemene of technische vragen over de machine, informatie over het model en type af-
lezen van het typeplaatje en klaar houden. Het chassisnr. en/of het serienr. is absoluut
noodzakelijk voor het bestellen van reserveonderdelen.
Onmiddellijk na overname van de machine het volledige chassisnr. en / of serienr. op de titel-
pagina van deze gebruiksaanwijzing noteren, om deze gebruiksaanwijzing correct aan de
betreffende machine toe te kunnen wijzen.
CE-markering
De CE-markering op het typeplaatje bevestigt de overeenstemming van de machine met de
bepalingen van de versie van de Machinerichtlijn die geldig is op het moment van in de han-
del brengen van de machine.
Vermelde gegevens
De volgende gegevens kunnen worden afgelezen op het typeplaatje, afhankelijk van het ma-
chinetype en de uitvoering.
Gegevens Gegevens
Chassisnummer Bouwjaar
Model Modeljaar
Identificatienummer van het voertuig Aslasten per as
Type Belasting
Overzicht
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 19
Gegevens Gegevens
Serienummer Toelaatbaar totaal gewicht
Basisgewicht
Overzicht
20 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Conformiteitsverklaring
Beschrijving
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 21
Beoogd gebruik
De machine is ontworpen voor gebruik als solo-machine en voor gebruik als machine-
combinatie, samen met aanbouw-zaaimachines.
De machine mag alleen worden gebruikt voor de voorbereiding van de bovenste laag
van de akkergrond voor een daarop volgende inzaaiing.
Het beoogde gebruik houdt ook in dat alle inhoud van deze gebruiksaanwijzing wordt
opgevolgd en dat de waarschuwingssymbolen (pictogrammen) op de machine in acht
worden genomen.
Gebruik niet in overeenstemming met de
specificaties
Het volgende gebruik van de machine kan tot verlies van de wettelijke garantie leiden
Opslag en transport van zaad/meststof of andere materialen/stoffen op de machine.
Houden van dieren op de machine.
Bewerking van wegen en paden met de machine.
Indompeling van de machine in vloeistoffen bij transport, gebruik of opslag.
Gebruik van de machine als speelobject / klimtoestel.
Beschrijving
22 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afmetingen
Aanduiding LION 3030 MASTER
Type 8787
Lengte: met pakkerrol 1,4 m
met staafrol 1,2 m
Hoogte: standaard 1,3 m
met hydrolift 2,2 m
Werkbreedte: 3,0 m
Transportbreedte: < 3,0 m
Aantal rotorkoppen: 10
Werkdiepte / tandlengte: 24 cm / 34 cm
Aandrijftoerental: 1000 U/min
Gewicht Basismachine 1067 kg
Tandpackerrol ø 420 -
ø 500 510 kg
ø 550 550 kg
Kooirol ø 420 195 kg
ø 540 325 kg
Ringpackerrol ø 550 550 kg
Kruimelpackerrol ø 525 580 kg
Prismapackerrol ø 500/12,5 615 kg
ø 500/15 577 kg
ø 600/12,5 760 kg
ø 600/15 710 kg
Rubberen packerrol ø 590 635 kg
Hydrolift 200 kg
Egalisatieplaat voorzijde 45 kg
Benodigd vermogen < 132 kW
Aankoppelen CAT III / breedte II en III
TIP
Als uw machine is uitgerust met extra uitrustingsonderdelen, kan het opgegeven gewicht
afwijken!
Technische gegevens
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 23
Toepassingsgrenzen bij gebruik als
machinecombinatie
TIP
Samen met PÖTTINGER Vitasem / Aerosem / Tegosem zaaimachines.
Niveauverschil omlaag A max. 15 %
Niveauverschil omhoog B max. 15 %
Helling C max. 25 %
Toepassingsgrenzen bij gebruik als solo-machine
Op dit moment geen informatie beschikbaar.
Hydrauliek
AANWIJZING
Schade aan de hydrauliek door niet-compatibele hydraulische oliën!
Minerale oliën niet mengen met bio-oliën!
Compatibiliteit van de hydraulische olie controleren voor het aankoppelen van de ma-
chine aan de tractor.
Technische gegevens
24 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Hydraulische olie-specificatie DIN 51524 deel 1 en 2
Olietemperatuur max. 80 °C
Werkdruk 140 tot max. 200 bar
Aansluitingen enkelwerkende
regelkleppen op de tractor
1x stekker maat 3 - spoormarkeur (optie); grijze markering
1x stekker maat 3 - hydrolift (optie); blauwe markering
Aansluitingen dubbelwerken-
de regelkleppen op de tractor
2x stekker maat 3 - hydraulische werkdiepteverstelling
(optie); groene markering
2x stekker maat 3 - hydraulische topstang (optie) voor de
zaaimachine; blauwe markering
2x stekker - hydraulische topstang op de tractor (optie)
Elektra
Spanning 12 VDC
Aansluitingen 1x stekker 7-polig – volgens DIN ISO 1724
Geluidsemissie
Continu geluidsdrukniveau <70 dB (A)
Technische gegevens
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 25
Veiligheidsinstructies
De veiligheidsinstructies waarschuwen voor gevaren voor lichaam en leven en voor onjuist
gebruik van de machine. Lees voor ingebruikname en werkzaamheden met of aan de machi-
ne deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en de waarschuwingen op de machine in acht. Als de waarschuwingen in
deze gebruiksaanwijzing of op de machine niet in acht worden genomen, is de bediener van
de machine verantwoordelijk voor verwondingen en schade!
Kwalificatie van het personeel
Alleen personen die de wettelijke minimale leeftijd hebben bereikt, die psychisch en fy-
siek gezond zijn en die op de juiste manier zijn geïnstrueerd of geschoold, mogen met
de machine werken. Personeel dat nog geschoold of geïnstrueerd moet worden, of dat
momenteel een opleiding volgt, mag de machine alleen bedienen onder permanent toe-
zicht van een ervaren persoon.
Controle- en afstelwerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd en
gekwalificeerd personeel. Onder bevoegd en gekwalificeerd personeel worden personen
verstaan die geschoold zijn door PÖTTINGER Landtechnik GmbH of een PÖTTINGER
servicedealer.
Montage-, reparatie- en ombouwwerkzaamheden mogen alleen door gekwalificeerd per-
soneel worden uitgevoerd. Onder een gekwalificeerd persoon wordt een persoon ver-
staan die op grond van zijn of haar beroepsopleiding, kennis en ervaring in staat is de
hem of haar opgedragen taken te beoordelen en naar behoren uit te voeren. Daarbij
heeft de gekwalificeerde persoon kennis van alle relevante normen en gevaren in ver-
band met zijn of haar activiteit.
Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden
In deze handleiding zijn alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden beschre-
ven, die de gebruiker zelfstandig mag uitvoeren. Alle werkzaamheden die niet zijn be-
schreven, mogen alleen in een gespecialiseerde werkplaats door deskundig personeel
worden uitgevoerd.
Reparaties aan het elektrische of hydraulische systeem, aan voorgespannen veren, aan
druktanks enz. vereisen voldoende kennis en het gebruik van het juiste gereedschap, en
mogen daarom alleen worden uitgevoerd in een gespecialiseerde werkplaats door des-
kundig personeel.
Geschikt gereedschap en persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken.
Organisatorische maatregelen
Handleiding altijd bij de hand houden.
Voordat met de werkzaamheden wordt begonnen, moeten de functies van alle bedie-
ningsinrichtingen duidelijk zijn.
Veiligheid en milieu
26 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Naast de instructies in deze gebruiksaanwijzing moeten ook de nationale voorschriften
met betrekking tot arbeidsveiligheid en de algemeen geldende, wettelijke of andere bin-
dende voorschriften ter voorkoming van ongevallen in acht worden genomen. Dergelijke
verplichtingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het dragen van persoonlijke veiligheids-
uitrustingen of het naleven van voorschriften uit de wegenverkeerswet.
Voor het uitvoeren van controle-, afstel- en reparatiewerkzaamheden is een passende
werkplaatsuitrusting absoluut noodzakelijk.
Handhaving van de bedrijfsveiligheid
De machine alleen gebruiken als deze zich in technisch perfecte staat bevindt, in over-
eenstemming met het beoogde gebruik en op een veiligheidsbewuste en gevaarbewus-
te manier.
Alle gebreken die de veiligheid negatief beïnvloeden, dienen direct te worden verholpen,
evt. in een werkplaats door deskundig personeel.
Let op de waarschuwingsafbeeldingen op de machine.
De gebruiker moet ervoor zorgen dat alle waarschuwingsafbeeldingen altijd op de juiste
plaats zitten en leesbaar zijn.
Aan- en ombouwwerkzaamheden en veranderingen aan de machine mogen niet eigen-
handig worden uitgevoerd. Dit geldt ook voor het installeren en afstellen van veiligheids-
voorzieningen en voor lassen of boren aan dragende delen.
Reserveonderdelen en accessoires moeten ofwel originele reserveonderdelen van PÖT-
TINGER Landtechnik GmbH of uitdrukkelijk door PÖTTINGER goedgekeurde onderde-
len zijn. Van deze onderdelen is de betrouwbaarheid, veiligheid en geschiktheid voor
machines van PÖTTINGER vastgesteld. Voor andere producten kunnen wij dit niet be-
oordelen en we kunnen daarvoor ook niet instaan.
Onderhoudswerkzaamheden zoals in deze handleiding staan beschreven, moeten volle-
dig en in de voorgeschreven tijdsintervallen worden uitgevoerd, dan wel in een werk-
plaats door deskundig personeel worden uitgevoerd.
De software bij programmeerbare regelsystemen mag niet worden gewijzigd.
Veiligheid en milieu
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 27
Bijzondere gevaren
GEVAAR
Verpletteren en naar binnen te trekken van ledematen door aangedreven machineon-
derdelen!
Lang haar moet worden samengebonden, draag geen loszittende kleding. Voor zover
noodzakelijk of voor zover door regelingen voorgeschreven, dienen persoonlijke veilig-
heidsuitrustingen te worden gebruikt.
De machine alleen in gebruik nemen als alle beveiligingsinrichtingen goed zijn aange-
bracht, niet beschadigd zijn en zich in veiligheidspositie bevinden.
Tijdens de werking mogen zich geen personen binnen het bereik van bewegende ma-
chineonderdelen bevinden.
Ga niet vlakbij de uitgeschakelde machine staan voordat alle bewegende machineon-
derdelen tot stilstand zijn gekomen.
Verzorgings-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen uitvoeren wanneer de
aandrijving stilstaat. De machine moet altijd worden beveiligd tegen inschakelen, weg-
rollen en/of kantelen.
WAARSCHUWING
Schade aan de gezondheid door lawaai!
Bij een geluidsniveau vanaf 80 dB(A) wordt dringend gehoorbescherming aanbevolen.
Bij geluidsniveaus vanaf 85 dB(A) is het gebruik van gehoorbescherming verplicht.
WAARSCHUWING
Brand of explosie!
Verontreinigingen door brandbare stoffen in het gebied van de slijp- en laswerkzaamheden
kunnen ontbranden wanneer er vonken overspringen.
Vóór slijp- en laswerkzaamheden de machine en de omgeving reinigen van stof en
brandbare materialen en zorgen voor voldoende ventilatie.
Slijp- en laswerkzaamheden niet boven brandbare ondergrond uitvoeren.
WAARSCHUWING
Huid-, oog- of luchtwegirritatie!
Oliën, vetten, oplos- en reinigingsmiddelen kunnen de gezondheid schaden.
Let op de veiligheidsvoorschriften die gelden voor het betreffende product.
Zorg voor voldoende ventilatie.
Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals beschermende kleding, beschermende
handschoenen / veiligheidsbril gebruiken.
Veiligheid en milieu
28 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
WAARSCHUWING
Infecties door ontsnappende hydraulische olie!
Onder hoge druk ontsnappende hydraulische olie kan de huid binnendringen, in lichaams-
openingen binnendringen en ernstige infecties veroorzaken!
Voordat er onderhoudswerkzaamheden worden verricht, het hydraulische systeem
drukloos maken.
Bij alle werkzaamheden aan het hydraulische systeem persoonlijke beschermingsmid-
delen zoals veiligheidsbril en handschoenen dragen.
Voor iedere ingebruikname moet de hydrauliek worden gecontroleerd op slijtage en be-
schadigingen.
Zoek alleen met passende hulpmiddelen (bv. speciale spray voor vaststellen van lekka-
ges) naar lekkageplaatsen. De vastgestelde gebreken moeten direct worden hersteld in
een gespecialiseerde werkplaats door deskundig personeel.
Lekkages niet met de hand of andere lichaamsdelen afdichten.
In geval van letsel in samenhang met hydraulische olie onmiddellijk een arts raadple-
gen.
WAARSCHUWING
Uitworp van stenen en aarde!
Tijdens gebruik kunnen vreemde voorwerpen met hoge snelheid langs de beveiligingsin-
richtingen van de machine vliegen en grote afstanden overbruggen.
Bijzondere voorzichtigheid in acht nemen bij bedrijf in de buurt van gebouwen, weides
met dieren en omgevingen met mensenverkeer.
Afremmen, toerental van de aftakas verlagen en verder rijden met verlaagde snelheid
totdat de gevarenzone is verlaten.
In geval van twijfel stoppen en aftakas uitschakelen tot de gevaar voor gevaar kan wor-
den uitgesloten.
Waarschuwingssymbool
Vervolgens worden posities en betekenissen van alle gebruikte waarschuwingssymbolen
weergegeven.
TIP
Waarschuwingssymbool (pictogrammen) geven resterende gevaren aan en hoe deze te
vermijden.
Beschadigde of verloren gegane waarschuwingsafbeeldingen moeten worden vervangen.
Worden machinedelen met opgeplakte waarschuwingsafbeeldingen vervangen, dan moe-
ten op de nieuwe delen de juiste waarschuwingsafbeeldingen worden geplakt.
Veiligheid en milieu
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 29
TIP
VS / CANADA
Voor machines die in de VS / CANADA worden gebruikt, is een ombouwset met waarschu-
wingssymbolen (voor het aanpassen aan lokaal geldende voorschriften) naar keuze in het
Engels of Frans bij PÖTTINGER verkrijgbaar! Zie ook "Aanvulling op de gebruiksaanwijzing
VS / CANADA".
Aanzicht van linksvoor
Uitleg
Pos. Waarschuwingssymbool Betekenis
1 Gevaar voor het afsnijden van vingers. Nooit
de machine betreden zolang er delen kunnen
bewegen.
Veiligheid en milieu
30 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Pos. Waarschuwingssymbool Betekenis
2 Gevaar voor beknelling van de handen! Niet
in het gebied met beknellingsgevaar reiken
zolang er daar nog delen kunnen bewegen.
3 Voor ingebruikname gebruiksaanwijzing aan-
dachtig doorlezen.
4 Gevaar voor het afsnijden van vingers. Nooit
de machine betreden zolang er delen kunnen
bewegen.
5 Gevaar door weggeslingerde onderdelen bij
draaiende motor - veilige afstand aanhouden.
6 Gevaar voor beknelling van de handen! Niet
in het gebied met beknellingsgevaar reiken
zolang er daar nog delen kunnen bewegen.
Veiligheid en milieu
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 31
Pos. Waarschuwingssymbool Betekenis
7 Gevaar voor het afsnijden van vingers. Nooit
in het gevarengebied reiken zolang er nog
delen kunnen bewegen.
8 Gevaar voor naar binnen trekken en wegge-
slingerde delen wanneer de aftakas is inge-
schakeld. Zijschilden alleen heffen wanneer
de aftakas stilstaat.
9Gevaar door weggeslingerde onderdelen bij
draaiende motor - veilige afstand aanhouden.
Aanzicht van rechtsvoor
Veiligheid en milieu
32 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Uitleg
Pos. Waarschuwingssymbool Betekenis
10 Gevaar door weggeslingerde onderdelen bij
draaiende motor - veilige afstand aanhouden.
11 Gevaar voor naar binnen trekken en wegge-
slingerde delen wanneer de aftakas is inge-
schakeld. Zijschilden alleen heffen wanneer
de aftakas stilstaat.
12 Gevaar voor het afsnijden van vingers. Nooit
in het gevarengebied reiken zolang er nog
delen kunnen bewegen.
13 Gevaar voor beknelling van de handen! Niet
in het gebied met beknellingsgevaar reiken
zolang er daar nog delen kunnen bewegen.
14 Gevaar door weggeslingerde onderdelen bij
draaiende motor - veilige afstand aanhouden.
Bedrijfsafhankelijke gevarenzone
Het betreden van de gevarenzone terwijl de machine in werking is en / of de tractormotor
draait, is verboden!
Veiligheid en milieu
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 33
GEVAAR
Bekneld raken, intrekken en afsnijden van delen van het lichaam!
Bij het naderen van bewegende machinedelen kunnen kleding, haar en delen van het li-
chaam zo worden gegrepen dat ontsnappen niet mogelijk is zonder ernstig of dodelijk let-
sel.
Gevarenzone van de machine niet betreden zolang zich daar machinedelen kunnen be-
wegen.
Beschermingsvoorzieningen vóór de ingebruikname controleren op volledigheid en ge-
bruiksklare toestand.
Vóór de inbedrijfstelling en tijdens het gebruik iedereen wegsturen uit het gevarenge-
bied rond de machine.
Markering = De gevarenzone van de aangekoppelde / erop gebouwde zaaimachine (zie de
gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine) moet bij de gevarenzone van deze grondbewer-
kingsmachine worden opgeteld en in overeenstemming met de afmetingen van de zaaima-
chine moet hiermee rekening worden gehouden.
Verkeerstechnische uitrusting
De verkeerstechnische uitrusting is verplicht bij ritten over de openbare wegen. Dit kan per
land van bestemming verschillend zijn.
TIP
VS / CANADA
Voor machines die in de VS / CANADA worden gebruikt, is een ‘Flasher Control-module’
(voor het aanpassen van de knipperfrequentie van de richtingaanwijzers aan de momenteel
geldende voorschriften) verkrijgbaar!
Veiligheid en milieu
34 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Verlichting achterzijde “standaard”
Pos. Uitrusting
1 Oranje reflector aan beide zijden van de machine
2 Waarschuwingsbord aan beide zijden van de machine
3 Led-achterlicht / remlicht / knipperlicht aan beide zijden van de machine
Verlichting voorzijde “standaard”
Pos. Uitrusting
4 Oranje reflector aan beide zijden van de machine
Veiligheid en milieu
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 35
Pos. Uitrusting
5 Waarschuwingsbord aan beide zijden van de machine
6 Led-markeringslicht wit aan beide zijden van de machine
Verlichting voorzijde “Frankrijk”
Pos. Uitrusting
1 Waarschuwingsbord aan beide zijden van de machine
2 Oranje reflector aan beide zijden van de machine
3 Led-markeringslicht wit aan beide zijden van de machine
4 Waarschuwingsbord aan beide zijden van de machine
Veiligheid en milieu
36 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Verlichting achterzijde “Frankrijk”
Pos. Uitrusting
5 Waarschuwingsbord aan beide zijden van de machine
6 Led-achterlicht / remlicht / knipperlicht aan beide zijden van de machine
Verlichting achterzijde VS / CANADA
Pos. Uitrusting
1 Oranje reflector aan beide zijden van de machine
2 Reflecterende folie rood aan beide zijden van de machine
Veiligheid en milieu
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 37
Pos. Uitrusting
3 Waarschuwingsdriehoek (SMVI-embleem)
4 Led-achterlicht / remlicht rood aan beide zijden van de machine
5 Led-knipperlicht geel aan beide zijden van de machine
Verlichting voorzijde VS / CANADA
Pos. Uitrusting
6 Reflecterende folie rood aan beide zijden van de machine
7 Led-knipperlicht geel aan beide zijden van de machine
Omgang met gevaarlijke stoffen
Naast de aanwijzingen in deze handleiding dienen ook de algemeen geldende, wettelijke en
andere bindende voorschriften met betrekking tot de milieubescherming te worden nage-
leefd.
Veiligheid en milieu
38 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afvoer van de machine
MILIEU
Principieel moet de machine aan het einde van zijn levensduur volgens de nationale wette-
lijke voorschriften met betrekking tot afvalverwerking worden afgevoerd.
Drukvaten, schokdempers, gasveren enz.
Afhankelijk van het machinetype zijn hydraulische drukaccumulatoren ingebouwd. Deze
staan onder hoge gasdruk (stikstof) en moeten voor de vernietiging met behulp van een
geschikte voorziening worden geleegd.
Persluchttank van luchtremmen vóór de verwijdering drukloos maken via de condensaa-
tafvoer.
Gasveren, gasdrukdempers of oliedrukdempers staan onder hoge druk en moeten voor
de vernietiging van de machine worden verwijderd en, indien nodig, gescheiden van het
metaalschroot aan de afvalverwerking worden aangeleverd.
Smeermiddelen en bedrijfsvloeistoffen afvoeren
Smeermiddelen en hydraulische oliën weg laten lopen, opvangen en op correcte wijze
afvoeren.
Smeermiddelreservoirs van centrale smeerinstallaties legen en smeermiddelen op cor-
recte wijze afvoeren.
Elektrische en elektronische componenten afvoeren
Verlichtingsapparatuur, jobcomputer, sensoren en kabels verwijderen en apart aan de
afvalverwerking aanleveren
Kunststof onderdelen afvoeren
Kunststof componenten zijn voorzien van een markering met informatie over de materi-
aalsamenstelling. Daarmee kunnen kunststof onderdelen gesorteerd aan de recycling
worden aangeleverd.
Metalen onderdelen afvoeren
Alle metalen onderdelen moeten zoveel mogelijk gesorteerd aan het betreffende recy-
clingproces worden aangeleverd.
Componenten voor de sloop ontdoen van smeermiddelen als transmissieolie, hydrauli-
sche olie enz.
Rubberen onderdelen / banden afvoeren
Banden met en zonder velg en andere componenten van rubber moeten aan het betref-
fende recyclingstation worden aangeleverd.
Demontage van zware delen van de machine
Delen van de machine waarvan het gewicht groter is dan 25 kg, alleen met kraan of
vorkheftruck optillen.
Veiligheid en milieu
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 39
WAARSCHUWING
Schade aan de gezondheid door handmatig, zwaar tillen!
Delen van de machine die zwaarder zijn dan 25 kg niet handmatig tillen.
Voor het verwijderen, demonteren van deze delen een kraan, heftruck of iets der-
gelijks gebruiken.
Veiligheid en milieu
40 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Transportvergrendelingen zijn veiligheidsvoorzieningen op de machine die voorkomen dat
machineonderdelen tijdens transportritten onbedoeld in beweging komen.
Spoormarkeur (optie)
De spoormarkeurs moeten vóór het rijden op de openbare weg via lunspennen worden vast-
gezet, zoals hieronder beschreven.
Spoormarkeur transportvergrendeling verwijderen / aanbrengen
Voorwaarde
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Tractor en machine geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond en beveiligd te-
gen wegrollen.
Iedereen weggestuurd uit de gevarenzone.
Werkwijze
Transportvergrendeling verwijderen: Lunspennen (V) verwijderen aan beide zijden van
de machine en aanbrengen aan beide zijden van de machine in de parkeerpositie, zoals
afgebeeld.
Transportvergrendelingen
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 41
Voorbeeld rechter spoormarkeur: Luns-
pen (V) in de werkpositie
Voorbeeld rechter spoormarkeur: Luns-
pen (V) in de parkeerpositie
TIP
Als de lunspen niet kan worden verwijderd, de regeleenheid op de tractor instellen op
“Heffen” en vervolgens de lunspen verwijderen.
Transportvergrendeling aanbrengen: Regeleenheid op de tractor instellen op “Heffen”
en de neergelaten spoormarkeur tot aan de aanslag naar boven zwenken.
Lunspen (V) aan beide zijden van de machine verwijderen uit hun parkeerpositie en
aanbrengen aan beide zijden van de machine in de werkpositie, zoals afgebeeld.
Voorbeeld rechter spoormarkeur: Luns-
pen (V) in de parkeerpositie
Voorbeeld rechter spoormarkeur: Luns-
pen (V) in de werkpositie
Hydrolift (optie)
De hydrolift moet vóór het rijden op de openbare weg in de wegtransportpositie via de afsluit-
kraan buiten werking worden gesteld.
Afb.: Afsluitkraan (A) geopend
Transportvergrendelingen
42 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
WAARSCHUWING
Onbedoelde zwenkbewegingen van machineonderdelen!
Als transportvergrendelingen niet correct worden aangebracht / geactiveerd, kunnen onbe-
doelde zwenkbewegingen van machineonderdelen ontstaan.
Transportvergrendelingen vóór het rijden op de openbare weg altijd aanbrengen / acti-
veren zoals voorgeschreven.
Hydrolift transportvergrendeling activeren / deactiveren
Voorwaarde
Tractor en machine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond.
Hydrolift aangesloten op een enkelwerkende regelklep op de tractor.
Hydrolift in de wegtransportpositie geheven.
Werkwijze
Afsluitkraan (A) sluiten.
Afb.: Afsluitkraan (A) gesloten
Transportvergrendeling vóór de werkzaamheden deactiveren: afsluitkraan (A) openen.
Afb.: Afsluitkraan (A) geopend
Transportvergrendelingen
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 43
Hydraulische werkdiepteverstelling
transportvergrendeling
Om het ongecontroleerd naar boven en beneden zwenken van de aandrukrol tijdens het rij-
den in de wegtransportpositie te voorkomen, moet de transportvergrendeling van de aan-
drukrol zoals hieronder beschreven worden geactiveerd.
Transportvergrendeling activeren / deactiveren
Voorwaarden
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Tractor en machine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond
en beveiligd tegen wegrollen.
Vóór alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, aftakas uitge-
schakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
Regeleenheid op de tractor bedienen en de aandrukrol tot aan de aanslag laten zakken
naar de kleinst mogelijke werkdiepte volgens de schaal.
Afb.: Kleinst mogelijke werkdiepte volgens de schaal
Afsluitkraan op de hydraulische toevoerleiding sluiten (indien aanwezig) en regeleenheid
op de tractor indien mogelijk vergrendelen tegen onbedoelde inbedrijfstelling.
Transportvergrendeling deactiveren: Procedure uitvoeren in omgekeerde volgorde.
Handmatige werkdiepteverstelling
transportvergrendeling
Om het ongecontroleerd naar boven en beneden zwenken van de aandrukrol tijdens het rij-
den in de wegtransportpositie en het naar boven zwenken in de parkeerpositie te voorko-
men, moet de aandrukrol zoals hieronder beschreven worden vergrendeld.
Transportvergrendelingen
44 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Gatenplaat aan de linkerzijde van de machine
Transportvergrendeling activeren / deactiveren
Voorwaarden
Machine volledig gekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Tractor en machine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond
en beveiligd tegen wegrollen.
Vóór alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, aftakas uitge-
schakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
Achterhef bedienen en de machine zodanig heffen dat de aandrukrol volledig is neerge-
laten en handmatig vrij kan worden gedraaid.
Lunspen (1) en vergrendelingspen (2) verwijderen.
Vergrendelingspen (2) op de gatenplaat in gat [1] plaatsen en via lunspen (1) vastzetten,
zoals afgebeeld.
Transportvergrendelingen
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 45
Afb.: Gatenplaat gedeeltelijk opengewerkt weergegeven
Procedures aan beide zijden van de machine uitvoeren op dezelfde manier.
Transportvergrendeling deactiveren: Procedure uitvoeren in omgekeerde volgorde of
werkdiepte meteen instellen op de gewenste waarde. Zie "Werkdiepte handmatig instel-
len" pagina 67.
Transportvergrendelingen
46 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
WAARSCHUWING
Onduidelijke werkverdeling!
Als meer dan één persoon met en aan de machine werkt, kan er verwarring ontstaan over
de verantwoordelijkheidsgebieden, waardoor er voor alle betrokkenen gevaren kunnen ont-
staan.
Voordat er wordt begonnen met het werk aan en met de zaaimachine, de verantwoor-
delijkheidsgebieden van de aanwezige helpers duidelijk vastleggen en alle geplande
werkprocessen met elkaar afstemmen.
Als nieuwe helpers tijdens het werk worden ingeschakeld of van het werk worden terug-
getrokken, moeten de verantwoordelijkheidsgebieden van de aanwezige helpers op-
nieuw duidelijk worden gedefinieerd en moeten alle geplande werkprocessen met elk-
aar worden afgestemd.
WAARSCHUWING
Het niet dragen van de persoonlijke beschermingsmiddelen!
Persoonlijke beschermingsmiddelen (werkkleding, werkschoenen, handschoenen, vei-
ligheidsbril) gebruiken tijdens het omgaan met de machine.
Machine / machinecombinatie heffen of laten zakken
Functies worden uitgevoerd via de regeleenheid voor de achterhef.
Werkwijze
Machine / machinecombinatie naar de wegtransportpositie heffen: Achterhef instellen op
“Heffen”.
Machine / machinecombinatie in de werkpositie laten zakken: Regelklep achterhef in-
stellen op “Zakken” en de machinecombinatie voorzichtig op de grond zetten.
Spoormarkeur (optie) - Bediening
Voorwaarden
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Tractor en machine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond.
Bediening functionele elementen van de machine
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 47
Afb.: Werkpositie
Spoormarkeurs aangesloten op een enkelwerkende regeleenheid op de tractor.
Iedereen weggestuurd uit de gevarenzone van de machine.
Spoormarkeurs in de werkpositie brengen
Voorwaarde
Lunspen (V) op de transportvergrendeling van beide spoormarkeurs verwijderd.
Voorbeeld: rechter spoormarkeur lunspen (V) nog niet verwijderd.
Werkwijze
Regeleenheid op de tractor van de spoormarkeurs instellen op “Zakken”.
Een van beide spoormarkeurs wordt, afhankelijk van de momentele stand van de
wisselklep, neergelaten tot aan de aanslag.
Bediening functionele elementen van de machine
48 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
TIP
Indien de tegenovergestelde spoormarkeur als eerste nodig is: regeleenheid
op de tractor instellen op “Heffen” om de betreffende spoormarkeur te heffen tot
aan de aanslag. Vervolgens de regeleenheid op de tractor weer instellen op “Zak-
ken” om de benodigde spoormarkeur te laten zakken tot aan de aanslag.
Vervolgens regeleenheid op de tractor instellen op “Zweefpositie”.
Spoormarkeur in de wegtransportpositie brengen
Werkwijze
Regeleenheid op de tractor instellen op “Heffen” en de spoormarkeur die momenteel in
de werkpositie staat, heffen tot aan de aanslag.
De spoormarkeurs aan beide zijden van de machine vastzetten met lunspen (V).
Voorbeeld: rechter spoormarkeur vastgezet door middel van lunspen (V).
Vervolgens regeleenheid op de tractor instellen op “Zweefpositie”.
Hydrolift (optie) - Bediening
Voorwaarde
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Bediening functionele elementen van de machine
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 49
Tractor en machine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond.
Hydrolift in de wegtransportpositie / kopakkerpositie
Afb.: Werkpositie; hydrolift in de wegtransportpositie / kopakkerpositie
Afsluitkraan (A) op de hydrolift geopend, zoals afgebeeld.
Afb.: Afsluitkraan geopend [slagbegrenzer (optie) niet weergegeven]
Hydrolift aangesloten op een enkelwerkende regeleenheid op de tractor.
Iedereen weggestuurd uit de gevarenzone van de machine.
Werkwijze
Hydrolift in de werkpositie brengen
Werkwijze
Regeleenheid op de tractor instellen op “Zakken” en hydrolift laten zakken tot aan de
aanslag.
Bediening functionele elementen van de machine
50 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Hydrolift in de werkpositie
Hydrolift in de wegtransportpositie / kopakkerpositie brengen
Voorwaarde
Tractor en machine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond.
Hydrolift in de werkpositie.
Afb.: Hydrolift in de werkpositie
Werkwijze
Hydrolift naar de wegtransportpositie / kopakkerpositie heffen: Regeleenheid op de trac-
tor instellen op “Heffen”.
Het hefproces wordt gestopt bij de positie die is ingesteld op de optionele slagbe-
grenzer.
Bediening functionele elementen van de machine
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 51
Afb:. Hydrolift in de transportpositie
Hydraulische topstang voor zaaimachines (optie)
bediening / instelling
De hydraulische topstang dient om ...
... de zaaimachine zodanig naar voren te kunnen kantelen dat de zaaikouters geen con-
tact met de grond maken (= egbewerking zonder zaaien).
... de zaaimachine in de wegtransportpositie dichter bij de tractor te brengen om het
zwaartepunt verder naar voren te verplaatsen.
Voorwaarde
Topstang aangesloten op een dubbelwerkende regeleenheid op de tractor.
Iedereen weggestuurd uit de gevarenzone van de machine.
Topstang in de werkpositie brengen
Werkwijze
Regeleenheid op de tractor instellen op “Zakken” totdat de zaaimachine op de grond
rust.
Topstang in de wegtransportpositie / kopakkerpositie brengen
Werkwijze
Regeleenheid op de tractor instellen op “Heffen” en de zaaimachine heffen tot aan de
aanslag.
Zijschilden - Bediening
Indien nodig, kan in beide mogelijke posities van de zijschilden (werkpositie / wegtransport-
positie) met de zijschilden op het veld worden gewerkt.
TIP
De meest geschikte instelling moet tijdens het gebruik worden bepaald.
Bediening functionele elementen van de machine
52 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afhankelijk van de gewenste positie tijdens het werken op het veld moet de instelling van de
zijschilden worden gecontroleerd en, indien nodig, worden aangepast. Zie "Zijschilden - In-
stellingen" pagina 69.
Afb.: Zijschild rechts
1 = Zijschild
2 = Vergrendelingspen
In de werkpositie brengen
Werkwijze
Het veerbelaste zijschild met de handgreep iets naar buiten zwenken.
De veerbelaste vergrendelingspen naar voren trekken.
Vergrendelingspen 90 ° draaien en loslaten.
Bediening functionele elementen van de machine
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 53
Zijschild langzaam naar binnen zwenken en dan loslaten.
Het veerbelaste zijschild kan zo tijdens de bewerking naar buiten zwenken en wordt
naar binnen gestopt via de vergrendelingspen.
Afb.: Vergrendelingspen positie in standaardwerking
Procedure aan beide zijden van de machine uitvoeren op dezelfde manier.
In de wegtransportpositie brengen
De zijschilden (1) moeten vóór het rijden op de openbare weg aan beide zijden van de ma-
chine volledig worden ingeklapt en de vergrendelingspen (2) moet worden verwijderd en in
de wegtransportpositie worden vergrendeld.
Werkwijze
De veerbelaste vergrendelingspen (2) met de handgreep naar voren trekken.
Bediening functionele elementen van de machine
54 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Vergrendelingspen draaien en met de handgreep aan de platen aan beide zijden plaat-
sen, zoals hieronder afgebeeld.
Als de pen erg strak zit, het betreffende zijschild iets optillen om de vergrendelings-
pen gemakkelijker te kunnen bedienen.
Procedure aan beide zijden van de machine uitvoeren op dezelfde manier.
Bediening functionele elementen van de machine
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 55
Inbedrijfstelling
Voor inbedrijfstelling controleren of de tractor voor de werkzaamheden met de machine
geschikt is. De informatie vergelijken met de overeenkomstige informatie in de gebruiks-
aanwijzing voor de tractor.
Zorgen dat de eventueel aanwezige transportvergrendelingen verwijderd zijn.
Controleren of een eventueel erop gebouwde zaaimachine (met spoormarkeurs in de
transportpositie) tijdens het heffen de tractor en grondbewerkingsmachine niet raakt.
Zorgen dat de (meegeleverde) cardanas vóór inbedrijfstelling aan de tractor is aange-
past.
Tractorballast
VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen door ballastfouten!
Bij ballastfouten wordt de bestuurbaarheid en het remvermogen van de tractor aangetast.
Machines die in verschillende koppelingstoestanden als solo-machine of als machine-
combinatie kunnen worden gebruikt, moeten steeds in deze toestanden worden gewo-
gen.
Voor het wegen, de positie van de machine / machinecombinatie die het verst naar
achteren / naar voren steekt tot stand brengen.
Na succesvolle ballastplaatsing remtest uitvoeren.
Minstens 20% van het leeggewicht van de tractor moeten als voorasbelasting aanwezig zijn,
om de bestuurbaarheid en het remvermogen van de tractor te waarborgen. De asbelasting,
het totaalgewicht en het draagvermogen van de banden mogen hierbij niet worden over-
schreden.
Voor de correcte ballast van uw tractor zie ook de gebruiksaanwijzing voor de tractor.
Voor de bepaling van de benodigde ballast kunnen twee verschillende methodes worden
toegepast.
Methodes voor het bepalen van de tractorballast
Weegmethode
Met de weegmethode wordt het nauwkeurigste resultaat bereikt. Er wordt rekening ge-
houden met mogelijke afwijkingen van aangegeven gewichten.
Berekeningsmethode
De berekeningsmethode levert enkel de rekenkundige resultaten, op basis van de ge-
wichten in de technische gegevens van machine en tractor op het moment van levering.
Deze cijfers kunnen afwijken van het feitelijke gewicht, wegens latere technische wijzi-
gingen.
Gebruik
56 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
TIP
Indien mogelijk altijd kiezen voor de weegmethode!
De correcte ballast moet bij elke tractor- en machinewissel opnieuw worden bepaald.
In te vullen cijfertabel
daadwerkelijke waar-
de toegelaten waarde toegelaten draagver-
mogen van de banden
Minimale frontballast kg (GV min)- -
Totaalgewicht kg (Gwrk) ≤ kg (Gzul)-
Voorasbelasting kg (TV wrk) kg (TV tlb)≤ kg
Achterasbelasting kg (TH wrk) ≤ kg (TH zul)≤ kg
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 57
Tractorballast bepalen door weegmethode
Deze (voorkeurs-)methode kan worden gebruikt voor het controleren van de rekenkundig be-
paalde tractorballast. Zie "Tractorballast berekenen" pagina 60.
Werkwijze
Tractor wegen.
Eventueel gemonteerde machines en ballastgewichten van de tractor demonteren.
Tractor met voor- en achteras op de weegbrug rijden.
Gewicht als tractor-leeggewicht (TL) noteren en in de tabel invoeren.
Voorasbelasting wegen.
Machine aan de tractor koppelen en in transportpositie brengen.
De tractor met de vooras op de weegbrug rijden.
Gewicht als daadwerkelijke vooraslas (TV tat) noteren en in de tabel invoeren.
Berekenen of de daadwerkelijke voorasbelasting (TV wrk) nog minstens 20% van het leeg
gewicht van de tractor TL bedraagt. Ingeval de voorasbelasting te klein is, ballastgewich-
ten aanbrengen tot de daadwerkelijke voorasbelasting (TV tat) ten minste 20% van het le-
dig gewicht van de tractor (TL) bedraagt.
Controleren of de maximaal toelaatbare voorasbelasting (TV zul), rekening houdend met
het draagvermogen van de banden, niet wordt overschreden. Zie tractor-handleiding.
Totaalgewicht wegen
Tractor met machine in transportstand en met ballastgewichten met voor- en achteras
op de weegbrug rijden.
Gebruik
58 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Gewicht als totaalgewicht (Gtat) noteren en in de tabel invoeren.
Controleren of de gemeten waarde het maximaal toegelaten totaalgewicht (Gzul) van de
tractor overschrijdt. Zie tractor-handleiding.
Achterasbelasting wegen
Tractor met machine en met ballastgewichten met achteras op de weegbrug rijden.
Gewicht als daadwerkelijke achteraslas TH in de tabel invoeren.
Controleren of de gemeten waarde de maximaal toelaatbare achterasbelasting (TV zul),
rekening houdend met het draagvermogen van de banden, niet overschrijdt. Zie tractor-
handleiding.
Controleren of de technische gegevens van de banden en velgen overeenstemmen met
de voorschriften van de tractorfabrikant. Zie tractor-handleiding.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 59
Tractorballast berekenen
Werkwijze
Afstand (a) zwaartepunt voorballast (GV) tot midden vooras:
a = ......................... mm (zie handleiding tractor of meten)
Asafstand (b) tractor:
b = ......................... mm (zie handleiding tractor of meten)
Afstand (c) midden achteras tot koppelpunt:
c = ......................... mm (zie handleiding tractor of meten)
Afstand (d) achterste koppelpunt tot zwaartepunt (GH) machinecombinatie:
d = ......................... mm (meten)
Voorasbelasting onbelaste tractor (TV):
TV = ......................... kg (zie handleiding tractor)
Achterasbelasting onbelaste tractor (TH):
TH = ......................... kg (zie handleiding tractor)
Ledig gewicht tractor (TL):
TL = ......................... kg (zie handleiding tractor)
Minimale voorballast (GV min) berekenen en in de tabel invoeren:
GV min = (GH * (c + d) - TV * b + 0,2 * TL * b) / (a + b)
...........................................................................................................................................
Werkelijke voorasbelasting (TV wrk) berekenen en in de tabel invoeren:
TV wrk = GV * (a + b) + TV * b - GH * (c + d) / b
...........................................................................................................................................
De waarde voor de toelaatbare voorasbelasting (TV tlb) volgens de tractorgebruiksaanwij-
zing in de tabel invoeren.
Werkelijk totaal gewicht (Gwrk) berekenen en in de tabel invoeren:
Gwrk = GV + TL + GH
...........................................................................................................................................
De waarde voor het toelaatbare totale gewicht (Gtlb) volgens de tractorgebruiksaanwij-
zing in de tabel invoeren.
Werkelijke achterasbelasting (TH wrk) berekenen en in de tabel invoeren:
TH wrk = Gwrk - TV wrk
...........................................................................................................................................
De waarde voor de toelaatbare achterasbelasting (TH tlb) volgens de tractorgebruiksaan-
wijzing in de tabel invoeren.
Toegelaten draagvermogen van de banden volgens de gebruiksaanwijzing van de trac-
tor of uit de gegevens van de bandenproducent verdubbelen (twee banden per as) en in
de tabel invoeren.
Gebruik
60 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Instelling / ombouw
De onderstaande instel- en ombouwwerkzaamheden uitvoeren en de machine op correcte
instelling en uitrusting controleren, voordat er met het werk wordt begonnen.
TIP
Een zorgvuldige afstelling van de machine beschermt de machine / bodem en spaart
brandstof!
GEVAAR
Vangen en naar binnen trekken van het hele lichaam door bewegende machineon-
derdelen, bij alle werkzaamheden aan de machine.
Alle werkzaamheden alleen uitvoeren wanneer de aandrijving stilstaat.
Voor aanvang van alle werkzaamheden de machine beveiligen tegen inschakelen.
Tijdens het werken geen lang haar los / wijde kleding dragen.
Er mogen zich geen personen binnen het gevarengebied bevinden.
Machine alleen in gebruik nemen als alle beveiligingsinrichtingen correct gemonteerd
zijn, onbeschadigd zijn en zich in de beschermende positie bevinden.
Tijdens gebruik niemand de gevarenzone van bewegende machineonderdelen laten
betreden.
WAARSCHUWING
Kneuzen, snijden, bekneld raken en stoten van het hele lichaam!
Bij alle afstelwerkzaamheden bestaan gevaren door zware en deels onder veerdruk staan-
de machineonderdelen met scherpe randen.
Instelwerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door hiervoor gekwalificeerd
personeel.
Voor de werkzaamheden geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals werk-
handschoenen, veiligheidsbril enz.) dragen.
Bedrijfsveiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften in acht nemen.
Er mogen zich geen personen binnen het gevarengebied bevinden.
WAARSCHUWING
Gevaar voor brandletsel!
Tijdens gebruik kunnen machineonderdelen (zoals transmissie, lagers enz.) zeer heet
(>45 °C) worden en langere tijd heet blijven!
Tijdens en onmiddellijk na gebruik de transmissie en lagers enz. niet aanraken zonder
persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals handschoenen, lange werkkleding enz.).
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 61
Hefarmhaken - Instelling
Om de machine optimaal aan te passen aan de tractor, is de koppelbok uitgerust met ver-
stelbare hefarmhaken.
TIP
Om het zwaartepunt van de combinatie zo ver mogelijk naar voren te leggen, moet de
grondbewerkingsmachine zo dicht mogelijk aan de tractor worden aangekoppeld.
Optimale aanbouwpositie bepalen
Voorwaarde
Koppeling Cat. III, breedte II of III
Geschikt tractor (zie hoofdstuk Technische gegevens)
Hefarmen van de tractor beveiligd tegen zijdelings slingeren.
Machine geparkeerd op een vlakke, stabiele ondergrond.
Spoormarkeurs (optie) geheven en transportvergrendeling aangebracht.
Hydrolift (optie) geheven en transportvergrendeling geactiveerd.
Hydraulische topstang (zaaimachine) (optie) geheven en regeleenheid op de tractor be-
veiligd tegen onbedoelde inbedrijfstelling.
Werkwijze
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel door beknelling!
Iedereen wegsturen uit de gevarenzone tussen de tractor en de machine zolang de
tractor of machineonderdelen kunnen bewegen.
Topstang- en hefarmkogels aan de vergrendelingspen van topstang en hefarm inbou-
wen.
Topstang- en hefarmpennen vastzetten zoals voorgeschreven.
Tractor tot aan de machine rijden.
Hefarmen aan de hefarmhaken (1) bevestigen en beveiligen zoals voorgeschreven.
Gebruik
62 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Topstang bevestigen, beveiligen zoals voorgeschreven.
Machine / machinecombinatie iets heffen.
Topstang verstellen tot de machine / machinecombinatie horizontaal ten opzichte van de
bodem staat.
Machine langzaam verder heffen en controleren of machineonderdelen (vooral
scharnierende ramen) met de tractor kunnen botsen.
Controleren of de afstand tussen machine en tractor eventueel nog kan worden ver-
kleind zonder dat machineonderdelen met de tractor kunnen botsen.
Machine op de grond laten zakken, tractor volledig afkoppelen van de machine en weg-
rijden van de machine.
Vervolgens de hefarmhaken van de grondbewerkingsmachine instellen op het bereken-
de minimum.
Hefarmhaken instellen
De instelling wordt geïllustreerd aan de hand van het voorbeeld van de rechter hefarmhaak.
Lunspen (1) en vergrendelingspen (2) verwijderen.
De 4-voudig verstelbare hefarmhaak instellen op de eerder bepaalde afstand.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 63
1-4 = mogelijke vergrendelingsposities
Vergrendelingspen (1) weer aanbrengen en vastzetten met lunspen (2).
Instellingen aan beide zijden van de machine uitvoeren op dezelfde manier.
Rotorkoptoerental - Instelling
Het rotorkoptoerental wordt afhankelijk van tractorvermogen en bodemgesteldheid via het af-
takastoerental geselecteerd.
TIP
Aanbevolen aftakastoerental = 1000 U/min. Hierbij ontstaat het geringste koppel en worden
de aandrijfcomponenten gespaard.
Aanpassing van het rotorkoptoerental met verwisselbare tandwielset
Alleen bij ingaande transmissies die met een “doorgaande aandrijving” kunnen worden uitge-
rust (niet bij CLASSIC-transmissies), kan het rotorkoptoerental tevens door middel van een
tandwielset worden aangepast aan de persoonlijke behoeften.
Rotorkoptoerental wijzigen
Voorbereiding
Tandwielset naar behoefte
Poetspapier of iets dergelijks
Opvangbak voor afgewerkte olie
Gebruik
64 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Voorwaarden
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Eventueel aangekoppelde zaaimachine afgekoppeld van de rotorkopeg om aan de ach-
terzijde van de transmissie van de rotorkopeg te kunnen werken.
Hydrolift (indien aanwezig) opgeklapt naar de wegtransportpositie en vastgezet. Zie "Hy-
drolift (optie) - Bediening" pagina 49.
Afb.: Hydrolift in de wegtransportpositie
Machine iets naar voren gekanteld in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabi-
ele ondergrond en beveiligd tegen wegrollen.
Tractormotor uitgeschakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en op-
geborgen.
Cardanas losgekoppeld van de tractor.
Werkwijze
Verontreinigingen rond het transmissiedeksel verwijderen.
Opvangbak voor afgewerkte olie onder het transmissiedeksel plaatsen.
10x bouten (1) verwijderen op het transmissiedeksel en transmissiedeksel verwijderen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 65
Afdichting van het transmissiedeksel (2) onderwerpen aan een visuele inspectie.
Indien nodig, de afdichting vervangen door een nieuw onderdeel. Zie reserveonder-
delenlijst.
Tandwielen indien nodig verwijderen en vervangen door de passende tandwielen uit de
tandwielset. Zie sticker op het transmissiedeksel.
Afb.: Sticker op het transmissiedeksel
Z1 / Z2 = tandwiel 1 / 2
De getallen in de tandwielsymbolen geven het aantal tandwieltanden aan.
Transmissiedeksel weer aanbrengen, rekening houdend met de (indien nodig nieuwe)
dekselafdichting.
10x bouten (1) vastdraaien op het transmissiedeksel.
Gebruik
66 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
MILIEU
Afgewerkte olie / olieachtige verontreinigingen enz. verwijderen en afvoeren op de juis-
te manier.
Werkdiepte handmatig instellen
De werkdiepte van de rotorkopeg wordt bepaald door het slingergebied van de aangekoppel-
de aandrukrol. Het slingergebied wordt door vergrendelingspennen op de gatenplaat van het
frame naar boven begrensd.
Voorwaarde
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Eventueel aangekoppelde zaaimachine via de hydrolift of hydraulische topstang naar de
wegtransportpositie geheven en beveiligd.
Machine op een vlakke en stabiele ondergrond geparkeerd in de werkpositie en bevei-
ligd tegen wegrollen.
Verstelinrichting / gatenplaat indien nodig gereinigd.
Werkwijze
Machine met de achterhef zodanig heffen dat de aandrukrol vrij kan draaien.
Machine met geschikte steunen beveiligen tegen onverwacht zakken en op de steunen
rusten laten.
TIP
Machine op het frame of op de achterhef ondersteunen, niet op de aandrukrol!
Tractor parkeren, parkeerrem aantrekken, contactsleutel verwijderen en opbergen.
Vergrendelingspen (2) aan beide zijden van de machine op dezelfde gewenste werk-
diepte instellen op de gatenplaat en vastzetten met lunspen (1).
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 67
AANWIJZING
Schade aan de aandrukrol en de aanbouwdelen!
Als de werkdiepte niet aan beide zijden van de machine op dezelfde diepte wordt inge-
steld, kunnen de aandrukrolgeleidingen, en de bijbehorende houders op de grondbe-
werkingsmachine tijdens de werking beschadigd raken.
Aandrukrol aan beide zijden van de machine instellen op dezelfde werkdiepte.
Afb.: Voorbeeldinstelling hier op niveau [4] op de gatenplaat
De gatenplaat maakt de instelling mogelijk van de werkdiepte van de machine (be-
ginnend bij niveau [1] = kleinste werkdiepte tot niveau [9] = grootste werkdiepte) in
stappen van elk 25 mm.
Werkdiepte hydraulisch instellen
De werkdiepte van de rotorkopeg wordt bepaald door het pendelbereik van de aangekoppel-
de aandrukrol. Bij machines met hydraulische werkdiepteverstelling wordt het pendelbereik
vanaf de bestuurdersstoel ingesteld via de regeleenheid op de tractor. De weergave van de
ingestelde werkdiepte vindt plaats door een wijzer op de schaal aan de rechterzijde van de
machine.
WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling!
Tijdens het instellen van de werkdiepte moeten omstanders minstens 2 m afstand hou-
den van machine.
Schaal en wijzer
Gebruik
68 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Voorwaarde
Machine volledig gekoppeld aan een geschikte tractor en correct vastgezet.
Machine op een vlakke en stabiele ondergrond geparkeerd in de werkpositie.
Verstelinrichting indien nodig gereinigd.
Werkwijze
Regeleenheid op de tractor bedienen en de aandrukrol instellen op de gewenste waarde
volgens de wijzer op de schaal.
Wijzerpositie 1 = kleinste werkdiepte
Wijzerpositie 7 = grootste werkdiepte
Zijschilden - Instellingen
De zijschilden schermen in de werkpositie de toegang tot de buitenste rotorkopeenheden af
en ondersteunen de zaaibedbereiding.
TIP
De kalibratie moet op het veld gebeuren, omdat de werkdiepte van de zijschilden moet wor-
den aangepast aan de werkelijke werkdiepte van de grondbewerkingsmachine.
Afb.: 1 = Linker zijschild
Voorwaarde
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Machine op het veld in de werkpositie en in de geselecteerde werkdiepte.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 69
De machine moet zich op het veld bevinden en tijdens gebruik al in de gewenste werk-
diepte in de werkpositie staan.
TIP
Instelling op een zo vlak mogelijk stuk grond uitvoeren.
Zijschilden in de werkpositie. Zie "Zijschilden - Bediening" pagina 52.
Tractormotor uitgeschakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en op-
geborgen.
Werkdiepte instellen
Werkwijze
De bouten (2) losdraaien op het zijschild en de plaat (3) naar wens verticaal verstellen.
De basisinstelling van de zijschilden moet zodanig worden aangepast dat de onder-
rand van de zijschilden is ingesteld op een werkdiepte van ongeveer 20 mm.
Bouten (2) weer vastdraaien.
Gebruik
70 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afstelling van beide zijden van de machine uitvoeren op dezelfde manier.
Instelling op de eerste meters werk op het veld controleren en indien nodig instelproce-
dure herhalen.
Geleideplaat instellen
De geleideplaat (1) dient ter voorkoming van damvorming aan de randen van de aandrukrol,
is op de zijschilden horizontaal instelbaar en moet bij het wisselen van de aandrukrol hieraan
worden aangepast.
AANWIJZING
Schade aan geleideplaten, zijschilden en aandrukrollen!
Afstand van de geleideplaten tot de aandrukrol zodanig instellen dat de geleideplaten
niet met de aandrukrol kunnen botsen.
TIP
Hieronder wordt de afstelling van de geleideplaat als voorbeeld getoond, aan de linkerzijde
van de machine en aan de hand van een aandrukrol met pakkerrol.
Werkwijze
Bouten (2) losdraaien en geleideplaat (1) naar behoefte horizontaal verschuiven.
Geleideplaat zodanig verschuiven dat deze tijdens de werking niet met de aandruk-
rol botst!
Bouten (2) weer vastdraaien.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 71
Procedure aan beide zijden van de machine uitvoeren op dezelfde manier.
Egalisatieplaten - Instelling werkdiepte
De machine is af fabriek uitgerust met een egalisatieplaat achterzijde (egalisatieplaat voorzij-
de = optie). De egalisatieplaten zijn handmatig in hoogte verstelbaar in de gatenplaat (in
30 mm stappen).
TIP
De egalisatieplaat achterzijde dient om brokken aarde (kluiten) zo lang in het gebied van de
rotorkoppen te houden dat de brokken voldoende worden verbrokkeld.
De egalisatieplaat achterzijde moet wat betreft de werkdiepte zodanig worden ingesteld dat
de gewenste verkruimelingsgraad wordt bereikt en de egalisatie van de grond het aandrijf-
koppel op de aandrukrol zo klein mogelijk houdt.
TIP
De egalisatieplaat voorzijde dient om oneffenheden in de grond glad te strijken.
De egalisatieplaat voorzijde moet wat betreft de werkdiepte zodanig worden ingesteld dat
de plaat in het midden altijd een kleine grondwal voor zich uit schuift. Zo is er altijd materi-
aal beschikbaar voor het egaliseren van oneffenheden.
Egalisatieplaat achterzijde (standaard)
Gebruik
72 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
1 = Egalisatieplaat voorzijde (optie)
Niet samen met wielspoorwisser te gebruiken.
Voorwaarden
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Eventueel aangekoppelde zaaimachine naar de werkpositie gezwenkt.
De machine moet zich op het veld bevinden en tijdens gebruik al in de gewenste werk-
diepte in de werkpositie staan.
Instelling op een zo vlak mogelijk stuk grond uitvoeren.
Machine geparkeerd in de werkpositie en beveiligd tegen wegrollen en onbedoelde in-
bedrijfstelling.
Egalisatieplaatgeleidingen (F) aan beide zijden van de machine gereinigd. Dit verge-
makkelijkt het afstellen en zorgt dat ze niet klem komen te zitten.
Egalisatieplaten afstellen
TIP
Het afstellen van de egalisatieplaten wordt hieronder getoond als voorbeeld met de egali-
satieplaat voorzijde. Het afstellen van de egalisatieplaat achterzijde vindt op dezelfde wijze
plaats.
Werkwijze
Ratelringsleutel (1) verwijderen uit de parkeerpositie, lunspen opbergen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 73
Lunspen (2) verwijderen aan beide zijden van de machine.
Afb.: Voorbeeld egalisatieplaat voorzijde linkerzijde van de machine
Ratelringsleutel (1) plaatsen zoals afgebeeld en vasthouden met één hand.
Met de andere hand de vergrendelingspen (3) verwijderen.
Gebruik
74 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Als de vergrendelingspen niet kan worden verwijderd, de vergrendelingspen (3)
ontlasten door de egalisatieplaat met de ratelringsleutel (1) iets op te tillen.
Ratelringsleutel naar behoefte bedienen en de egalisatieplaat in kleine stapjes heffen /
laten zakken.
TIP
Als de egalisatieplaat in grote stappen wordt versteld, kan de plaat in de geleiding kan-
telen!
Vergrendelingspen op de gewenste positie plaatsen.
Ratelringsleutel verwijderen en het afstellen aan de tegenoverliggende zijde van de ma-
chine op dezelfde manier en op dezelfde vergrendelingshoogte herhalen.
Lunspen weer aanbrengen op de vergrendelingspen.
Nadat de afstelwerkzaamheden zijn voltooid, de ratelringsleutel weer aanbrengen op
zijn parkeerpositie en vastzetten met een lunspen.
Hydrolift instellen
Om botsingen van een erop gebouwde PÖTTINGER zaaimachine met de aandrukrol van de
rotorkopeg te voorkomen, kan de hydrolift worden aangepast aan de grondbewerkingsmachi-
ne en aan de momenteel gebruikte aandrukrol.
TIP
De instelling moet worden herhaald bij een vervanging van de aandrukrol of vervanging
van de zaaimachine.
Voorwaarde
Machine geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond en beveiligd tegen wegrol-
len.
Hydrolift naar de werkpositie neergelaten.
Zaaimachine (indien aanwezig) afgekoppeld.
Werkwijze
TIP
De gatafstanden aan de bovenste en de beide onderste draagarmen altijd gelijk instellen!
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 75
Hydrolift, op het weergegeven punt, door middel vam een strop of geschikte kriksteun
beveiligen tegen onbedoeld zakken tijdens de montagewerkzaamheden.
Afstanden zoals te zien op de afbeelding indien nodig wijzigen.
1 - 6b = Toewijzing van de gaten, zie tabel hieronder
Toewijzing van de gaten aan machines en aandrukrollen
Gat-
num-
mers
machine Type naloper Afmeting aandruk-
rol
1 LION / FOX Tine Tandpackerrol
Kooirol
Kooirol
420
420
540
3LION / FOX Tine Tandpackerrol
Ringpackerrol
Prismapackerrol
500
550
500
FOX Disc Tandpackerrol
Kooirol
Kooirol
420
420
540
Gebruik
76 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Gat-
num-
mers
machine Type naloper Afmeting aandruk-
rol
4 LION / FOX Tine Tandpackerrol
Kruimelpackerrol
550
525
5 LION / FOX Tine Rubberen packerrol 585
Prismapackerrol 600
FOX Disc Tandpackerrol
Ringpackerrol
Tandpackerrol
Prismapackerrol
Kruimelpackerrol
500
550
550
500
525
6a Bij alle hierboven
genoemde ma-
chines te gebrui-
ken
Bij alle hierboven genoemde aan-
drukrollen te gebruiken
Bij alle hierboven
genoemde afme-
tingen te gebrui-
ken
6b FOX Disc Tandpackerrol
Prismapackerrol
Kruimelpackerrol
550
500
525
LION Prismapackerrol 600
Bouten met behulp van een momentsleutel met 500 Nm vastdraaien.
Slagbegrenzer (optie) afstellen
De slagbegrenzer (H) maakt het mogelijk om de maximale slag van de hydrolift te beperken
tot een instelbaar bereik.
Voorwaarden
Machine geparkeerd in de werkpositie.
Hydrolift naar de werkpositie neergelaten.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 77
Machine beveiligd tegen wegrollen.
Hydrolift (optie) gemonteerd.
Slagbegrenzer (optie) gemonteerd.
Werkwijze
Afsluithendel (A) voor de transportvergrendeling sluiten.
Afb.: Afsluithendel gesloten
Lunspen (V) verwijderen.
Schijf (S) verwijderen.
Gebruik
78 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Ketting loshaken en één kettingschalm langer / korter weer vasthaken.
TIP
Hoe langer de ketting tussen de vergrendelingspositie en de klephendel, hoe later de
klep uitschakelt en hoe groter daardoor de hefhoogte van de hydrolift wordt.
Schijf (S) weer bijvoegen.
Lunspen (V) weer aanbrengen.
Afsluithendel (A) voor de transportvergrendeling openen en de instelling controleren tij-
dens het proefdraaien van de hydrolift.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 79
Afb.: Afsluithendel (A) geopend.
AANWIJZING
Botsing van machineonderdelen!
Proefdraaien langzaam uitvoeren en onder constante observatie van eventuele
botsingspunten.
Als er nog steeds mogelijke botsingspunten zijn, instelprocedure dienovereenkom-
stig herhalen.
Slagbegrenzer deactiveren / activeren
Om de slagbegrenzer te deactiveren, moet de ketting opnieuw worden bevestigd, zoals hier-
onder beschreven.
Afsluithendel (A) voor de transportvergrendeling sluiten.
Afb.: Afsluithendel gesloten
Lunspen (V) verwijderen
Gebruik
80 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Schijf (S) verwijderen.
Ketting loshaken en zodanig aan de haak (H) boven de slagbegrenzer bevestigen dat
de ketting niet kan loskomen en niet aan andere machineonderdelen kan blijven han-
gen.
Schijf (S) weer bijvoegen.
Lunspen (V) weer aanbrengen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 81
Afsluithendel (A) van de transportvergrendeling, indien nodig, weer openen.
Afb.: Afsluithendel geopend
Slagbegrenzer activeren: Procedure uitvoeren in omgekeerde volgorde.
Afstrijkplaten op de aandrukrol afstellen
Afstrijkplaten voorkomen dat er grond in de tussenruimtes van de rol blijft plakken.
De afstrijkplaten kunnen allemaal tegelijk of afzonderlijk per afstrijker worden ingesteld via
het verstelmechanisme aan de afstrijkerdwarsbalk.
1 = Afstrijker dwarsbalk
2 = houder afstrijker
3 = afstrijkplaat
Gebruik
82 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
TIP
Aanpassen wordt aanbevolen wanneer de reinigende werking van de afstrijkplaten zicht-
baar te wensen overlaat.
De afzonderlijke instelling van afstrijkplaten wordt gewoonlijk alleen gedaan als afzonderlijk
afstrijkplaten moeten worden vervangen.
Afstrijkerdwarsbalk afstellen
Voorwaarde
Machine aan een geschikte tractor aangekoppeld en correct beveiligd.
Eventueel aangekoppelde zaaimachine via de hydrolift of hydraulische topstang in
transportpositie geheven en beveiligd.
Eventueel erop gebouwde zaaimachine met handmatige topstang, van de grondbewer-
kingsmachine gedemonteerd.
Machine op een vlakke en stabiele ondergrond geparkeerd in de werkpositie en bevei-
ligd tegen wegrollen.
Werkwijze
Machine heffen met de achterhef.
Hierdoor wordt de aandrukrol ontlast en zakt hij naar beneden.
Machine zo heffen dat de aandrukrol vrij hangt en niet meer op de grond rust
Machine met geschikte steunen beveiligen tegen onverwacht zakken en op de steunen
rusten laten.
TIP
Machine ondersteunen aan het frame en niet de aandrukrol, anders kan de aandrukrol
mogelijk niet worden gedraaid om de afstelling te controleren.
Tractor parkeren, parkeerrem aantrekken, contactsleutel verwijderen en opbergen.
De schroeven (1) aan beide kanten van de machine losdraaien.
Borgmoeren (2) aan beide kanten van de aandrukrol losdraaien.
Stelmoeren aan beide zijden van de machine verdraaien en de gewenste (zo klein mo-
gelijke) afstand van de afstrijkplaten tot de rol tot stand brengen.
Rol ter controle doordraaien. De afstrijkplaten mogen niet tegen de rol schuren.
Indien nodig, de instelling corrigeren en nogmaals controleren.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 83
Is de instelling correct, dan borgmoeren (2) en de losgedraaide schroeven (1) weer vast-
draaien.
Afstrijkplaten afzonderlijk instellen
Werkwijze
1 Machine heffen en aandrukrol ontlasten tot deze niet meer op de grond rust.
2 Machine met geschikte steunen beveiligen tegen onverwacht zakken en op de steunen
rusten laten.
TIP
Machine ondersteunen aan het frame en niet de aandrukrol, anders kan de aandrukrol
mogelijk niet worden gedraaid om de afstelling te controleren.
3 Tractor parkeren, parkeerrem aantrekken, contactsleutel verwijderen en opbergen.
4 De schroef (1) aan de afstrijkplaat losdraaien.
Afstrijkplaten (2) op de kleinst mogelijke afstand tot de rol instellen zonder dat ze tegen
de rol schuren.
Symbolische weergave
5 Rol ter controle handmatig meerdere keren doordraaien. De afstrijkplaten mogen niet te-
gen de rol schuren.
6 Indien nodig, de instelling corrigeren en nogmaals controleren.
7 Afstelling correct: Schroeven (1) vastdraaien.
8 Procedure aan elke afstrijkplaat op dezelfde wijze uitvoeren.
Spoormarkeur (optie) instellen
Bij een verandering van zaad of omschakeling van rijenzaaien naar eenkorrelig zaad en om-
gekeerd kunnen aanpassingen nodig zijn.
Met de spoormarkeur (optie) wordt tijdens het zaaien afwisselend het volgende rijspoor ge-
markeerd.
Voor het instellen van de spoormarkeurs eerst de markeerafstand berekenen en vervolgens
de spoormarkeurs instellen op de vastgestelde maat.
Gebruik
84 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
TIP
Op de grondbewerkingsmachine gemonteerde spoormarkeurs (optie) dienen als vervan-
ging voor eventueel ontbrekende spoormarkeurs op de zaaimachine. Bij sologebruik van
de grondbewerkingsmachine zijn de spoormarkeurs gewoonlijk niet nodig / worden deze
niet gebruikt.
Spoormarkeur-Markeerafstand berekening
Markeerafstand op “Tractormidden”
Berekeningsvoorbeeld:
Instelafstand A = (B + R) / 2
Werkbreedte B = 300 cm
Rijafstand R = 12,5 cm
A = (300 + 12,5) / 2 = 156,25
De instelafstand A is ca. 156 cm
Spoormarkeur markeerafstand instellen
Voorwaarden
Machine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en beveiligd.
Tractor en machine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond
en beveiligd tegen wegrollen.
Een van de beide spoormarkeurs naar de werkpositie neergelaten.
Transportvergrendeling op beide spoormarkeurs gedeactiveerd.
Vóór alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, parkeerrem aan-
getrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
1 Transportvergrendeling verwijderen van beide spoormarkeurs.
2 De bevestigingsbouten (1) van de markeerschijf (2) losdraaien.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 85
Symbolische weergave
3 De markeerschijf (2) instellen op de berekende markeerafstand voor deze machinezijde.
4 Eerder losgedraaide bevestiging (1) weer vastdraaien.
5 Instelling bij de tegenoverliggende spoormarkeur op dezelfde manier uitvoeren.
Vervolgens kan het afschuifeffect van de markeerschijf worden aangepast aan de
bodemgesteldheid.
TIP
De meest geschikte instelling moet tijdens het gebruik worden bepaald.
Spoormarkeur markeerschijf instellen
Als het gemarkeerde spoor slecht zichtbaar is, de markeerschijf agressiever afstellen.
TIP
Door het verstellen van de markeerschijf wordt ook de te markeren spoorbreedte versteld.
Markeerafstand nameten en indien nodig corrigeren.
AANWIJZING
Botsing van machineonderdelen!
Bij zaaimachines met zaadtankopbouw kunnen bij bepaalde instellingen van de markeer-
schijf botsingen van de markeerschijf met de zaadtank ontstaan.
Bij het naar boven klappen van de spoormarkeurs op eventuele botsingen letten. Instel-
ling van de markeerschijf zodanig wijzigen dat de markeerschijf niet met de zaadtank-
opbouw kan botsen.
De markeerschijven zodanig afstellen dat ze in de wegtransportpositie / kopakkerpositie
niet tegen de zaadtank rusten.
Werkwijze
1 Bij een van beide spoormarkeurs de zeskantbouten (1) losdraaien.
Gebruik
86 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
2 Markeerschijf (2) naar behoefte verstellen.
3 Zeskantbouten (1) vastdraaien.
4 Afstelling van beide zijden van de machine uitvoeren op dezelfde manier.
TIP
De meest geschikte instelling moet tijdens het gebruik worden bepaald.
Uitbreiding van de functie door extra machines
Mogelijke extra machines in overeenstemming met de specificaties van de fabrikant monte-
ren.
AANWIJZING
Schade door overbelasting!
Machine niet overbelasten. In geval van twijfel, de klantenservice van PÖTTINGER
raadplegen.
Prestatiegrenzen van de gebruikte tractor in acht nemen.
TEGOSEM tussengewaszaaimachine op de aandrukrol monteren
Hieronder wordt de montage van een TEGOSEM zaaimachine (met handmatige topstang)
op een grondbewerkingsmachine met prismapackerrol beschreven.
De montage vindt bij alle typen PÖTTINGER aandrukrollen op dezelfde manier plaats.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 87
TIP
Voor de montage moet de voor de betreffende PÖTTINGER zaaimachine en de betreffen-
de diameter van de aandrukrol geschikte topstang worden gebruikt volgens de onderstaan-
de tabel.
Topstang mechanisch
Diameter van de aan-
drukrol
VITASEM AEROSEM TEGOSEM
LION tot 550 mm 452 mm - 680 mm 300 mm - 380 mm 452 mm - 680 mm
vanaf 560 mm 452 mm - 680 mm 300 mm - 380 mm
Zaaimachine monteren
Voorwaarden
Grondbewerkingsmachine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en vastge-
zet.
Hydraulische / mechanische topstang (optie) op de zaaimachine gemonteerd.
Tractor en grondbewerkingsmachine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en sta-
biele ondergrond en beveiligd tegen wegrollen.
Gebruik
88 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Bij alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, aftakasaandrijving
uitgeschakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Hulppen (voor sologebruik van de grondbewerkingsmachine zonder erop gebouwde AE-
ROSEM / VITASEM zaaimachine) aan beide zijden van de machine geplaatst en vast-
gezet met een lunspen, zoals afgebeeld.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Vergrendelingspen voor de topstang op de montagebok van de grondbewerkingsmachi-
ne geplaatst en vastgezet met een lunspen, zoals afgebeeld.
Bevestiging voor de zaaimachine aan beide zijden van de machine gemonteerd, zoals
afgebeeld.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 89
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Verlichting achterzijde (indien nodig) verwijderd van de grondbewerkingsmachine. Zie
"Verlichtingsdrager opnieuw monteren" pagina 118.
Werkwijze
1 Vergrendeling op de aandrukrol aan beide zijden van de machine openen: Lunspen (2)
en vergrendeling (1) verwijderen en bij de hand houden.
Vergrendeling gesloten Vergrendeling verwijderd
2 Lunspen (4) en vergrendelingspen voor de topstang (3) verwijderen van de montagebok
van de grondbewerkingsmachine en bij de hand houden.
3 Grondbewerkingsmachine iets heffen met de achterhef en naar de zaaimachine toe rij-
den, zoals afgebeeld.
Gebruik
90 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
4 Grondbewerkingsmachine, rekening houdend met mogelijke botsingen, langzaam onder
de zaaimachine rijden en de geleidepen op de zaaimachine met de geleidingsuitsparing
op de aandrukrol aan beide zijden van de machine laten samenvallen.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine.
Parkeersteunen van de zaaimachine niet weergegeven.
5 Grondbewerkingsmachine zodanig heffen met de achterhef dat de geleidepen van de
zaaimachine aan beide zijden van de machine volledig in de geleidingsuitsparing rust,
zoals hieronder afgebeeld.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
6 Pen (5) en lunspen (6) [meegeleverd met de zaaimachine], vergrendeling (7) en lunspen
(8) aanbrengen aan beide zijden van de machine, zoals afgebeeld.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 91
7 Topstang bevestigen op de zaaimachine, vergrendelingspen aanbrengen en vastzetten
met een lunspen, zoals afgebeeld.
Topstang bevestigen op de montagebok van de grondbewerkingsmachine, vergren-
delingspen (A) aanbrengen en vastzetten met lunspen (V), zoals afgebeeld.
8 Alle hydraulische, elektrische en mechanische verbindingen van de zaaimachine naar
de tractor en de grondbewerkingsmachine tot stand brengen. Zie de gebruiksaanwijzing
voor de zaaimachine.
9 Verlichting achterzijde aanbrengen op de zaaimachine. Zie "Verlichtingsdrager opnieuw
monteren" pagina 118.
10 Grondbewerkingsmachine met de achterhef / topstang van de tractor zodanig heffen dat
de parkeersteunen van de zaaimachine niet meer op de grond rusten.
11 Lunspen (V) verwijderen aan beide zijden van de machine om de parkeersteunen (A) te
kunnen verwijderen.
Gebruik
92 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
12 De parkeersteunen aan beide zijden van de machine zijdelings naar buiten trekken en
samen met de eerder verwijderde lunspennen opbergen.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Vervolgens kan de helling van de zaaimachine ten opzichte van de grondbewer-
kingsmachine via de topstang worden ingesteld. Zie de gebruiksaanwijzing voor de
zaaimachine.
TEGOSEM tussengewaszaaimachine demonteren van de aandrukrol
Hieronder wordt de demontage van een TEGOSEM zaaimachine (met handmatige topstang)
van een grondbewerkingsmachine met prismapackerrol beschreven.
De demontage vindt bij alle typen PÖTTINGER aandrukrollen op dezelfde manier plaats.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 93
Zaaimachine demonteren
Voorwaarden
Machinecombinatie volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en vastgezet.
Tractor en machinecombinatie in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele
ondergrond en beveiligd tegen wegrollen.
Hulppen (voor sologebruik van de grondbewerkingsmachine zonder erop gebouwde AE-
ROSEM / VITASEM zaaimachine) aan beide zijden van de machine geplaatst en vast-
gezet met een lunspen, zoals afgebeeld.
Gebruik
94 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Verlichting achterzijde (indien nodig) verwijderd van de zaaimachine. Zie "Verlichtings-
drager opnieuw monteren" pagina 118.
Bij alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, aftakasaandrijving
uitgeschakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
1 Machinecombinatie heffen met de achterhef.
2 Parkeersteunen aanbrengen aan beide zijden van de machine en vastzetten met een
lunspen.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
3 Achterhef / topstang van de tractor bedienen en de machinecombinatie op de parkeer-
steunen plaatsen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 95
4 Alle hydraulische, elektrische en mechanische verbindingen van de zaaimachine naar
de tractor en de grondbewerkingsmachine (bijv. cardanas) loskoppelen. Zie de gebruiks-
aanwijzing voor de zaaimachine.
5 Lunspen (6), pen (5) [meegeleverd met de zaaimachine], lunspen (8) vergrendeling (7)
verwijderen aan beide zijden van de machine, zoals afgebeeld.
TIP
Indien nodig, de machinecombinatie met de achterhef een klein stukje heffen om de
vergrendeling te ontlasten.
Voorbeeld linkerzijde van de machine
Voorbeeld linkerzijde van de machine
6 Topstang ontlasten, lunspen (V) en vergrendelingspen (A) verwijderen van de montage-
bok van de grondverwerkingsmachine en de topstang naar de zaaimachine zwenken.
7 Achterhef / topstang van de tractor bedienen en de grondbewerkingsmachine zodanig
laten zakken dat de geleidepennen van de zaaimachine aan beide zijden van de machi-
ne uit de geleidingsuitsparingen van de aandrukrol zijn losgemaakt.
Gebruik
96 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine.
Parkeersteunen van de zaaimachine niet weergegeven.
8 Rekening houdend met mogelijke botsingen wegrijden van de zaaimachine.
9 Lunspen (2) en vergrendeling (1), zoals afgebeeld, aan beide zijden van de machine
weer aanbrengen op de aandrukrol.
Vergrendeling verwijderd Vergrendeling gemonteerd
10 Verlichting achterzijde (indien nodig) aanbrengen op de grondbewerkingsmachine. Zie
"Verlichtingsdrager opnieuw monteren" pagina 118.
Zaaimachine monteren op het volgwerktuig
Hieronder wordt de montage van een Vitasem zaaimachine (met hydraulische topstang) op
een grondbewerkingsmachine met prismapackerrol beschreven.
TIP
De montage van zaaimachines van andere fabrikanten is bij deze montagemethode niet
voorzien.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 97
De montage vindt dienovereenkomstig plaats bij alle typen PÖTTINGER volgwerktuigen, met
alle voor deze montagemethode voorziene PÖTTINGER zaaimachines met mechanische of
hydraulische topstang.
TIP
We adviseren het gebruik van een hydraulische topstang tussen grondbewerkingsmachine
en zaaimachine!
Zaaimachine monteren
Voorwaarden
Grondbewerkingsmachine volledig aangekoppeld en vastgezet op een geschikte tractor.
Hydraulische / mechanische topstang (optie) op de zaaimachine gemonteerd.
Tractor en grondbewerkingsmachine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en sta-
biele ondergrond en beveiligd tegen wegrollen.
Bij alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, aftakasaandrijving
uitgeschakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Gebruik
98 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Hulppen (voor sologebruik van de grondbewerkingsmachine zonder erop gebouwde AE-
ROSEM / VITASEM zaaimachine) aan beide zijden van de machine geplaatst en vast-
gezet met een lunspen, zoals afgebeeld.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Vergrendelingspen voor de topstang op de montagebok van de grondbewerkingsmachi-
ne geplaatst en vastgezet met een lunspen, zoals afgebeeld.
Bevestiging voor de zaaimachine aan beide zijden van de machine gemonteerd, zoals
afgebeeld.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Verlichting achterzijde verwijderd van de grondbewerkingsmachine. Zie "Verlichtingsdra-
ger opnieuw monteren" pagina 118.
Werkwijze
1 Vergrendeling op de aandrukrol aan beide zijden van de machine openen: Lunspen (2)
en vergrendeling (1) verwijderen en bij de hand houden.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 99
Vergrendeling gesloten Vergrendeling geopend
2 Lunspen (4) en vergrendelingspen voor de topstang (3) (indien aanwezig) van de mon-
tagebok van de grondbewerkingsmachine verwijderen en bij de hand houden.
3 Grondbewerkingsmachine iets heffen met de achterhef en naar de zaaimachine toe rij-
den, zoals afgebeeld.
4 Grondbewerkingsmachine, rekening houdend met mogelijke botsingen, langzaam onder
de zaaimachine rijden en de geleidepennen op de zaaimachine met de geleidingsuitspa-
ringen op de aandrukrol aan beide zijden van de machine laten samenvallen.
Gebruik
100 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine.
Parkeersteunen van de zaaimachine niet weergegeven.
5 Grondbewerkingsmachine met de achterhef / topstang van de tractor zodanig heffen dat
de geleidepennen van de zaaimachine aan beide zijden van de machine volledig in de
geleidingsuitsparingen rusten, zoals hieronder afgebeeld.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
6 De achterste vergrendeling (1b) sluiten en lunspennen (aan beide zijden van de machi-
ne) weer aanbrengen, zoals hieronder afgebeeld.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
7 Lunspen (V) verwijderen aan beide zijden van de machine om de voorste parkeersteun
(VA) te kunnen verwijderen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 101
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Voorste parkeersteun (VA) aan beide zijden van de machine zijdelings eruit trekken
en opbergen.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
8 Achterhef / topstang van de tractor instellen op “Zakken” en de grondbewerkingsmachi-
ne laten zakken totdat de achterste parkeersteun op de grond staat.
9 Lunspen (5) en hulppen (6) verwijderen aan beide zijden van de machine en bij de hand
houden. Indien nodig, de pen door middel van de achterhef / topstang van de tractor
ontlasten om de pen te kunnen verwijderen.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
10 Achterhef / topstang van de tractor bedienen en de grondbewerkingsmachine heffen om
de voorste geleidepen op de zaaimachine volledig in de voorste geleidingsuitsparing op
de aandrukrol te laten rusten.
Gebruik
102 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
11 De voorste vergrendeling (1a) met de klaargelegde hulppennen (6) en lunspennen (5)
aanbrengen aan beide zijden van de machine en vastzetten met een lunspen, zoals
hieronder afgebeeld.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
12 Achterhef instellen op “Zakken” en de grondbewerkingsmachine laten zakken totdat de
topstang op de montagebok van de grondbewerkingsmachine kan worden gemonteerd.
TIP
De zaaimachine rust op de achterste parkeersteunen en de aandrukrol wordt hierdoor
naar boven gezwenkt.
Indien nodig, de regeleenheid op de tractor voor de topstang van de zaaimachine be-
dienen en de topstang uitschuiven / intrekken om de montage te vereenvoudigen of de
(eventueel aanwezige) mechanische topstang handmatig verstellen.
13 Topstang vasthouden met één hand, iets optillen en de topstanghouder (H) in de rich-
ting van de tractor trekken om de houder te ontgrendelen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 103
14 Topstang blijven vasthouden en de houder (H) naar beneden zwenken, zoals afgebeeld.
15 Topstang op de montagebok van de grondbewerkingsmachine naar binnen zwenken.
Vergrendelingspen (3) aanbrengen en vastzetten met lunspen (4).
16 Alle hydraulische, elektrische en mechanische verbindingen van de zaaimachine naar
de tractor en de grondbewerkingsmachine (bijv. cardanas) tot stand brengen. Zie de ge-
bruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
Gebruik
104 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
17 Verlichting achterzijde aanbrengen op de zaaimachine. Zie "Verlichtingsdrager opnieuw
monteren" pagina 118.
18 Grondbewerkingsmachine door middel van de achterhef / topstang van de tractor zoda-
nig heffen dat de achterste parkeersteun van de zaaimachine niet meer op de grond
rust.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
19 Lunspen (V) verwijderen aan beide zijden van de machine.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
20 De parkeersteunen aan beide zijden van de machine zijdelings eruit trekken en opber-
gen.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Tijdens gebruik op de uitlijning van de zaaimachine ten opzichte van de grondbe-
werkingsmachine letten. Hiervoor moet de stand van de wijzer (Z) op het zaaima-
chineframe worden gecontroleerd en de positie zodanig worden ingesteld dat de
wijzer precies naar de markering (M) wijst of net erachter ligt, wat een geringe hel-
lingshoek van de zaaimachine naar achteren oplevert.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 105
Meer gedetailleerde informatie, zie de gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
Zaaimachine demonteren van het volgwerktuig
Hieronder wordt de demontage van een Vitasem zaaimachine (met hydraulische topstang)
beschreven.
TIP
De demontage vindt dienovereenkomstig plaats bij alle typen PÖTTINGER volgwerktuigen,
met alle voor deze montagemethode voorziene PÖTTINGER zaaimachines met mechani-
sche of hydraulische topstang.
Zaaimachine demonteren
Voorwaarden
Grondbewerkingsmachine volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en vastge-
zet.
Gebruik
106 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Machinecombinatie in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond
en beveiligd tegen wegrollen.
Transportvergrendelingen op de zaaimachine volledig aangebracht en vastgezet. Zie de
gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
Verlichting achterzijde verwijderd van de zaaimachine. Zie "Verlichtingsdrager opnieuw
monteren" pagina 118.
Bij alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, aftakasaandrijving
uitgeschakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
Machinecombinatie heffen met de achterhef.
De achterste parkeersteunen aan beide zijden van de machine in de houder schuiven
en vastzetten met lunspen (V).
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Machinecombinatie door middel van de achterhef op de achterste parkeersteunen laten
zakken.
De topstang van de zaaimachine demonteren van de grondbewerkingsmachine. Indien
nodig, de achterhef / de regeleenheid op de tractor voor de hydraulische topstang of de
mechanische topstang bedienen om de topstang te ontlasten.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 107
Afb.: Voorbeeld hydraulische topstang
Vergrendelingspennen en lunspennen weer aanbrengen.
Topstang vasthouden met één hand, met de andere hand de topstanghouder naar
boven zwenken en naar achteren duwen totdat deze bij de schroef (S), zoals afge-
beeld, wordt vergrendeld
Zorgen dat de houder correct is vergrendeld en de topstang in de houder plaatsen.
Afb.: Voorbeeld hydraulische topstang
Gebruik
108 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
De voorste vergrendeling (1a) samen met de lunspen, lunspen (5) en pen (6) verwijde-
ren aan beide zijden van de machine.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Lunspen (5) en hulppen (6) aan beide zijden van de machine, zoals afgebeeld, aanbren-
gen. Indien nodig, de achterhef bedienen om de hulppen erin te kunnen schuiven.
Machinecombinatie heffen met de achterhef, de voorste parkeersteunen aanbrengen
aan beide zijden van de machine en vastzetten met een lunspen.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Achterhef bedienen en de machinecombinatie op de parkeersteunen plaatsen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 109
Hydraulische verbindingen tussen tractor en zaaimachine drukloos maken.
Alle elektrische en hydraulische verbindingen tussen grondbewerkingsmachine en
zaaimachine loskoppelen en slangen / leidingen in de slanghouder van de zaaima-
chine ( indien nodig opgerold) leggen.
Lunspen verwijderen en de achterste vergrendeling (1b) aan beide zijden van de machi-
ne openen.
Achterhef bedienen en de grondbewerkingsmachine laten zakken.
Vervolgens de grondbewerkingsmachine, rekening houdend met mogelijke botsingen,
onder de zaaimachine uit rijden.
Verlichting achterzijde op de grondbewerkingsmachine monteren. Zie "Verlichtingsdra-
ger opnieuw monteren" pagina 118.
AEROSEM / VITASEM zaaimachine monteren op de hydrolift
Hieronder wordt de montage van een Vitasem zaaimachine op de rotorkopeg beschreven.
Gebruik
110 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
TIP
De montage vindt bij alle typen PÖTTINGER zaaimachines die voor deze montagemethode
zijn bedoeld, op dezelfde manier plaats.
Als een zaaimachine van een ander fabricaat op de LION rotorkopeg moet worden gemon-
teerd, kan de hier beschreven procedure afwijken van de vereiste procedure voor de betref-
fende zaaimachine. In ieder geval moet de gebruiksaanwijzing voor de betreffende zaaima-
chine eveneens worden geraadpleegd om eventuele gevaren door de montage te voorko-
men.
TIP
Voor de montage moet de voor de betreffende PÖTTINGER zaaimachine en de betreffen-
de diameter van de aandrukrol geschikte topstang worden gebruikt volgens de onderstaan-
de tabel.
Topstang mechanisch
Diameter van de aan-
drukrol
VITASEM AEROSEM TEGOSEM
LION tot 550 mm 452 mm - 680 mm 300 mm - 380 mm 452 mm - 680 mm
vanaf 560 mm 452 mm - 680 mm 300 mm - 380 mm
Zaaimachine aankoppelen
Voorwaarden
Grondbewerkingsmachine volledig gekoppeld aan een geschikte tractor en vastgezet.
Hydrolift op de grondbewerkingsmachine gemonteerd en voor gebruik met de aandruk-
rol en de zaaimachine dienovereenkomstig aangepast. Zie "Hydrolift instellen" pagi-
na 75.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 111
Tractor en grondbewerkingsmachine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en sta-
biele ondergrond en beveiligd tegen wegrollen.
Afb.: Machine en hydrolift in de werkpositie
Bij alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, aftakasaandrijving
uitgeschakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Verlichting achterzijde verwijderd van de grondbewerkingsmachine. Zie "Verlichtingsdra-
ger opnieuw monteren" pagina 118.
Werkwijze
Grondbewerkingsmachine iets heffen met de achterhef en naar de zaaimachine toe rij-
den, zoals afgebeeld.
Lunspen (V) en vergrendelingspen (A) aan de vanghaken op de hydroliftonderstang
(aan beide zijden van de machine) verwijderen en bij de hand houden.
Lunspen (V) en vergrendelingspen (A) voor de topstang op de hydrolift verwijderen en
bij de hand houden.
Gebruik
112 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Met de grondbewerkingsmachine dichterbij rijden, achterhef bedienen, en de onder-
stang van de hydrolift op de onderstangpennen van de zaaimachine bevestigen.
Vergrendelingspen (A) en lunspen (V) aan beide zijden van de machine zodanig aan-
brengen dat de pen in de hefarmvanghaak niet kan bewegen. De te kiezen vergrende-
lingspositie (a of b) is afhankelijk van de pendiameter op de bevestigingsbok van de
zaaimachine.
Achterhef bedienen en de grondbewerkingsmachine op de grond plaatsen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 113
Topstang op de hydrolift doorhalen en vergrendelingspen (A) en lunspen (V) aanbren-
gen.
Alle hydraulische, elektrische en mechanische verbindingen van de zaaimachine naar
de tractor en de grondbewerkingsmachine (bijv. cardanas) tot stand brengen. Zie de ge-
bruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
Verlichting achterzijde van de grondbewerkingsmachine aanbrengen op de zaaimachi-
ne. Zie "Verlichtingsdrager opnieuw monteren" pagina 118.
Tijdens gebruik op de uitlijning van de zaaimachine ten opzichte van de grondbe-
werkingsmachine letten. Hiervoor moet de stand van de wijzer (Z) op het zaaima-
chineframe worden gecontroleerd en de positie zodanig worden ingesteld dat de
wijzer precies naar de markering (M) wijst of net erachter ligt, wat een geringe hel-
lingshoek van de zaaimachine naar achteren oplevert.
Meer gedetailleerde informatie, zie de gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
AEROSEM / VITASEM zaaimachine van de hydrolift demonteren
Hieronder wordt de demontage van een PÖTTINGER VITASEM zaaimachine beschreven.
TIP
De demontage vindt bij alle typen PÖTTINGER zaaimachines die voor deze montageme-
thode zijn bedoeld, op dezelfde manier plaats.
Als er een zaaimachine van een ander fabricaat moet worden gedemonteerd, kan de hier be-
schreven procedure afwijken van de vereiste procedure voor de betreffende zaaimachine. In
ieder geval moet de gebruiksaanwijzing voor de betreffende zaaimachine eveneens worden
geraadpleegd om eventuele gevaren door de demontage te voorkomen.
Gebruik
114 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Zaaimachine demonteren
Voorwaarden
Machinecombinatie volledig aangekoppeld aan een geschikte tractor en vastgezet.
Tractor en grondbewerkingsmachine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en sta-
biele ondergrond en beveiligd tegen wegrollen.
Verlichting achterzijde verwijderd van de zaaimachine. Zie "Verlichtingsdrager opnieuw
monteren" pagina 118.
Transportvergrendelingen op de zaaimachine volledig aangebracht en vastgezet. Zie de
gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
Bij alle werkzaamheden aan de machine tractormotor uitgeschakeld, aftakasaandrijving
uitgeschakeld, parkeerrem aangetrokken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
Alle elektrische, hydraulische en mechanische verbindingen naar de tractor en de
grondbewerkingsmachine loskoppelen. Zie de gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 115
Topstang demonteren. Hiervoor de topstang vasthouden met één hand, de lunspen (V)
en de vergrendelingspen (A) verwijderen en de topstang langzaam naar beneden, naar
de zaaimachine, zwenken.
Indien nodig, de topstang opnieuw afstellen om de vergrendelingspen te kunnen verwij-
deren.
Vergrendelingspen (A) en lunspen (V) weer aanbrengen.
Regeleenheid op de tractor bedienen en de hydrolift iets heffen om de vergrendelings-
haak in de hefarmvanghaken te ontlasten. De zaaimachine mag hierbij niet merkbaar
worden opgetild.
Lunspen (V) en vergrendelingspen (A) verwijderen aan beide zijden van de machine en
bij de hand houden.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
De verstelhendel voor de inwendige vergrendelingshaak aan beide zijden van de machi-
ne tot aan de aanslag naar boven duwen.
Gebruik
116 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Vergrendelingspen (A) en lunspen (V) weer aanbrengen om de vergrendelingshaak
aan beide zijden van de machine, zoals afgebeeld, in de geopende positie te ver-
grendelen.
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine; vanghaak gedeeltelijk opengewerkt
weergegeven
Regeleenheid op de tractor bedienen en de hydrolift volledig laten zakken.
Achterhef bedienen en de grondbewerkingsmachine iets heffen.
Rekening houdend met mogelijke botsingen wegrijden van de zaaimachine.
Lunspen (V) en vergrendelingspen (A) aan beide zijden van de machine weer aan-
brengen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 117
Afb.: Voorbeeld linkerzijde van de machine
Verlichtingsdrager opnieuw monteren
Als de verlichting achterzijde van de grondbewerkingsmachine (door een eventueel erop ge-
bouwde zaaimachine in de wegtransportpositie) geheel of gedeeltelijk wordt afgedekt moet
deze vóór het rijden op de openbare weg op de betreffende zaaimachine worden aange-
bracht, zoals hieronder beschreven.
TIP
De geschiktheid van zaaimachines van andere fabrikanten voor montage van PÖTTINGER
waarschuwingsborden met verlichting moet vóór de eerste rit op de openbare weg worden
gecontroleerd en, indien nodig tot stand worden gebracht of door een geautoriseerde servi-
cedealer in overeenstemming met de lokale wettelijke vereisten worden gerealiseerd.
Werkwijze
Bajonetstekker van de verlichtingskabel van de aansluiting op de grondbewerkingsma-
chine loskoppelen: hiervoor de bajonetsluiting aan de stekker tot aan de aanslag naar
links draaien en de stekker naar boven toe eraf trekken.
Gebruik
118 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Voorbeeld rechter achterste verlichtingsdrager (verlichting “standaard”).
Lunspen (V) verwijderen en opbergen.
Verlichtingsdrager naar boven trekken en verwijderen.
Verlichtingsdrager, in omgekeerde volgorde, op de zaaimachine aanbrengen.
TIP
Rechter verlichtingsdrager van de grondbewerkingsmachine aan de rechterzijde van
de zaaimachine aanbrengen, vastzetten met een lunspen en bajonetstekker erop ste-
ken.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 119
Afb.: Montagesituatie voorbeeld VITASEM
Procedure bij de tegenoverliggende verlichtingsdrager op dezelfde manier uitvoeren.
Test van de verlichting uitvoeren.
Als de verlichting werkt zoals voorgeschreven, is er geen verdere actie nodig.
Als de verlichting niet werkt zoals voorgeschreven, corrigerende actie voor de ver-
lichting uitvoeren of lichtbron / lamp vervangen. Zie "verlichting" pagina 162.Zie
"Verlichting en lampen controleren / vervangen" pagina 152.
Aankoppeling
AANWIJZING
Botsingen met andere weggebruikers!
Bij het rijden met machines waarvan de onderdelen niet in de wegtransportpositie zijn vast-
gezet, kunnen botsingen ontstaan met andere weggebruikers.
Vóór transportritten op de openbare weg, alle machineonderdelen in de wegtransport-
positie brengen en vastzetten zoals voorgeschreven.
Vóór het rijden in verkeersgebieden waar andere weggebruikers aanwezig zijn, de ma-
chine in de wegtransportpositie brengen.
GEVAAR
Intrekken en afrukken van ledematen!
Aftakasaandrijving beveiligen tegen onbedoeld inschakelen.
Gebruik
120 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
WAARSCHUWING
Beknellingsgevaar van het hele lichaam!
Het verblijf in het gevarengebied van tractor en machine is verboden, zolang de combinatie
niet is beveiligd tegen wegrollen en onbedoelde inbedrijfstelling.
1 Omstanders wegsturen uit het gevarengebied rondom de tractor en machine.
2 Zorgen dat niet-betrokken personen de gevarenzone niet betreden.
3 Machine alleen op een vlakke en stevige ondergrond parkeren.
4 Parkeerrem aantrekken.
5 Tractormotor uitschakelen, contactsleutel verwijderen en opbergen.
6 Wielblokken bij de tractor en de machine plaatsen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling voor het hele lichaam bij bediening van de hefinrichting!
Personen wegsturen uit het gevarengebied rondom de hefinrichting.
Bij bediening van de hefinrichting via externe toetsen niet tussen de tractor en machine
komen.
Machine / machinecombinatie aan de tractor aankoppelen
AANWIJZING
Materiële schade aan machineonderdelen tijdens het koppelen!
Let op vrije toegankelijkheid.
Slangen, kabels en kettingen altijd buiten het koppelingsgebied plaatsen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling!
Iedereen wegsturen uit de gevarenzone zolang de tractor of hydraulische functies in
beweging zijn.
Iedereen wegsturen uit de gevarenzone zolang de tractor niet is beveiligd tegen wegrol-
len.
VOORZICHTIG
Gevaar voor verpletteren en omverrijden!
Voordat de gevarenzone wordt betreden, zorgen dat de machine of tractor niet onver-
wacht door een andere persoon kan worden bediend.
Voorwaarden
Driepuntsophanging cat. II of cat. III.
Tractorballast volledig aangebracht.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 121
Machine / machinecombinatie in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele
ondergrond en beveiligd.
Afb.: Solo-machine in de werkpositie Afb.: Machinecombinatie in de werkpositie
Alle transportvergrendelingen correct geactiveerd / aangebracht.
Topstang- en hefarmkogels op de koppelpunten aangebracht en vergrendelingspen
vastgezet met een lunspen.
Aankoppeling van de grondbewerkingsmachine
De grondbewerkingsmachine kan aan een tractor worden aangekoppeld als solo-machine of
samen met geschikte zaaimachines als machinecombinatie.
TIP
Hieronder wordt de aankoppeling aan de tractor als solo-machine beschreven. Procedures
voor de aankoppeling aan een tractor die een eventueel aangekoppelde zaaimachine be-
treffen (zoals hydraulische aansluitingen enz.) zijn te vinden in de gebruiksaanwijzing voor
de zaaimachine.
Werkwijze
Lunspen (V) en vergrendelingspen (A) voor de topstang verwijderen.
Topstangkogel (K) in overeenstemming met de koppelingscategorie (CAT II / CAT III)
aanbrengen en vergrendelingspen (A) vastzetten met lunspen (V), zoals afgebeeld.
Gebruik
122 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Lunspen (V) en vergrendelingspen (A) op de hefarm verwijderen aan beide zijden.
Hefarmkogels in overeenstemming met de koppelingscategorie (CAT II / CAT III) aan
beide zijden van de machine op de hefarmconsoles aanbrengen en vergrendelingspen
(A) vastzetten met lunspen (V), zoals afgebeeld.
Zorgen dat de hefarmconsoles van de machine correct zijn afgesteld voor montage
op de betreffende tractor. Zie "Hefarmhaken - Instelling" pagina 62.
De tractor tot vlak voor de machine rijden.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 123
Hefarmen op de tractor instellen op de breedte en hoogte van de koppelinrichting.
De hefarmen van de tractor zodanig vastzetten dat de machine niet zijwaarts naar
buiten kan zwenken.
De tractor naar de machine rijden en de hefarmen van de tractor aan de hefarmkogels
hangen en vastzetten.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling!
Bij het koppelen / afkoppelen van de machine niet in het gebied met beknellingsge-
vaar reiken.
Afb.: Voorbeeld rechter hefarmconsole
Topstang aan de tractor hangen en vastzetten. Zie de gebruiksaanwijzing voor de trac-
tor.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling!
Bij het koppelen / afkoppelen van de machine niet in het gebied met beknellingsge-
vaar reiken.
Topstang aan de machine hangen en vastzetten.
Zorgen dat de topstang iets naar boven wijst.
Cardanas koppelen zoals in de gebruiksaanwijzing van de cardanasfabrikant voorge-
schreven.
Cardanashouder (G) in de werkpositie bevestigen, zoals afgebeeld.
Gebruik
124 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Afb.: Cardanashouder in de werkpositie.
Vervolgens kan het noodzakelijk zijn om de hydrauliek, de cardanas en het elektrische sys-
teem van de zaaimachine met de tractor / de grondbewerkingsmachine te verbinden. Zie de
gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
Hydraulische slangen op de tractor aansluiten
WAARSCHUWING
Hydraulische olie die onder hoge druk ontsnapt, kan de huid binnendringen en ern-
stige infecties veroorzaken!
Het hydraulische systeem moet zowel aan tractor- als machinezijde drukloos zijn.
Aan de machine gekoppelde hydraulische slangen moeten gemakkelijk kunnen meege-
ven bij alle bewegingen tussen de machine en tractor en mogen niet worden gespan-
nen, geknikt of schuren.
Bij verwondingen dient direct een arts te worden geraadpleegd.
WAARSCHUWING
Bekneld raken en afsnijden van delen van het lichaam wanneer de hydraulische
functie wordt omgekeerd!
Hydraulische aansluitingen zijn kleurgecodeerd en moeten bij het aansluiten correct
worden toegewezen.
MILIEU
Smeermiddelen en smeermiddelmengsels opvangen en op correcte wijze afvoeren.
Werkwijze
1 Een enkelwerkende regelklep voor elke functie selecteren en de regelklep instellen op
Neutraal.
Rijpadmarkeur (optie)
Hydrolift (optie)
2 Een dubbelwerkende regelklep selecteren voor elke functie en regelklep instellen op
zweefpositie.
Hydraulische topstang (optie).
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 125
Hydraulische werkdiepteverstelling (optie)
3 Hydraulische slang voor elke functie aansluiten.
1 Stekker van de drukleiding (aanduiding “P”, beschermkap “rood”) verwijderen uit de
slanghouder.
2 Beschermkappen op stekker en aansluiting van de geselecteerde regelklep ope-
nen.
3 Stekker en aansluiting reinigen met een pluisvrije doek.
4 Stekker in de aansluiting drukken totdat de aansluiting voelbaar vastklikt.
TIP
Hydraulische aansluitingen van een eventueel aangekoppelde zaaimachine aan de tractor
koppelen: zie de gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine!
Kabel op de tractor aansluiten
Werkwijze
1 Kabel verwijderen uit de slanghouder.
2 Beschermkappen verwijderen.
3 Kabel voor elke functie aansluiten op de tractor.
Cardanas koppelen
Zorgen dat de cardanas vóór inbedrijfstelling is aangepast op de tractor.
VOORZICHTIG
Weggeslingerde cardanasfragmenten!
Als de cardanas niet aan de tractor is aangepast, kan de cardanas tijdens gebruik worden
vernield.
Cardanas voor inbedrijfstelling door een bevoegde servicedealer laten aanpassen op
de tractor.
Bij een tractorwissel moet de geschiktheid van de cardanas opnieuw worden gecontro-
leerd en de cardanas indien nodig opnieuw worden aangepast.
AANWIJZING
Weggeslingerde delen van de cardanas!
Onjuiste koppeling van de cardanas kan ernstige schade aan de tractor, de machine en de
cardanas zelf veroorzaken.
Vóór het aankoppelen van de cardanas de gebruiksaanwijzing van de cardanasfabri-
kant lezen.
Gebruik
126 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Werkwijze
Cardanas, volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing van de cardanasfabrikant,
(met de zijde van de overbelastingskoppeling, indien aanwezig) op de aftakasstomp van
de ingaande transmissie van de machine aansluiten en volledig laten vastklikken.
Afhankelijk van de cardanasuitvoering klemschroef aanbrengen en vastdraaien.
Zorgen dat de verbinding van de aftakasstomp van de transmissie naar de carda-
nas stevig vastzit.
Veiligheidsketting (afhankelijk van de cardanasuitvoering) op een geschikte plaats (in de
buurt van het koppelpunt), rekening houdend met de maximale zwenkhoek van de car-
danas, bevestigen.
De veiligheidsketting mag niet om de afscherming worden gewikkeld, daarom de
ketting, rekening houdend met de mogelijke maximale zwenkhoek, passend maken.
Cardanas met de andere zijde op de tractor steken en volledig laten vastklikken.
Cardanashouder (indien aanwezig) naar de parkeerpositie brengen.
Afhankelijk van de cardanasuitvoering klemschroef aanbrengen en vastdraaien.
Zorgen dat de verbinding aftakasstomp van de transmissie naar de cardanas stevig
vastzit.
Veiligheidsketting (afhankelijk van de cardanasuitvoering) op een geschikte plaats (in de
buurt van het koppelpunt), rekening houdend met de maximale zwenkhoek van de car-
danas, bevestigen.
AANWIJZING
Schade aan beschermingselementen!
Te lange veiligheidskettingen kunnen zich tijdens het werk om de cardanas wikkelen en be-
schermingselementen beschadigen.
Veiligheidsketting niet aan de beschermkap van de transmissie bevestigen.
Veiligheidsketting, rekening houdend met de mogelijke maximale zwenkhoek, indien
nodig passend maken.
Cardanas toepassingsgrenzen
Bij het gebruik het toegestane aftakastoerental en de toegestane maximale hoek per koppe-
lingsuitvoering niet worden overschreden.
Bij stilstand van de aftakas mag ook de toegestane maximale hoek per koppelingsuitvoering
niet worden overschreden!
Maximaal toegestane hoek per koppelingsuitvoering
Koppelingsuitvoering Maximale hoek bij bedrijf Maximale hoek bij stilstand
Groothoekkoppeling 70 ° 70 °
Normale koppeling 35 ° 90 °
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 127
Gebruik
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Controleer de machine voor gebruik op geschiktheid voor gebruik in het verkeer en vei-
lige werking. Neem de machine alleen in gebruik als alle veiligheidsvoorzieningen cor-
rect zijn aangebracht en werken.
Machine voor gebruik correct en volledig aan de tractor koppelen.
Vóór het rijden met de machine ervoor zorgen dat zich niemand in de gevarenzone
voor en achter de machine bevindt. Indien nodig, door een tweede persoon die zich
buiten de gevarenzone bevindt, laten gidsen.
Er mogen zich geen personen binnen het gevarengebied bevinden.
Het rijgedrag wordt door ballastgewichten en door de grootte van aangekoppelde/
aangebouwde machines aanzienlijk beïnvloed. Vooral bij het rijden in bergachtig terrein
en bij dwars rijden op hellingen moeten snelle of plotselinge bochten wegens kantelge-
vaar worden vermeden.
Voordat de tractor wordt verlaten de handrem aantrekken, de motor afzetten en de con-
tactsleutel opbergen. Eventueel wielblokken gebruiken.
WAARSCHUWING
Schade aan de gezondheid door lawaai!
Bij een geluidsniveau vanaf 80 dB(A) wordt dringend gehoorbescherming aanbevolen.
Bij geluidsniveaus vanaf 85 dB(A) is het gebruik van gehoorbescherming verplicht.
Om het geluidsniveau verder te verlagen, kunt u de tractorcabine sluiten.
Gebruik
128 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
WAARSCHUWING
Weggeslingerd materiaal (bijv. stenen, klompen aarde...) kan personen raken en ver-
wonden!
Bijzondere voorzichtigheid is geboden op steenachtige velden en in de buurt van stra-
ten en wegen.
Beschermingsafdekkingen in transportpositie brengen.
Wanneer de motor loopt, afstand houden!
Tijdens het werk mogen er zich geen personen in het gevarengebied bevinden. Ieder-
een wegsturen uit het gevarengebied.
Tijdens het werk mogen zich geen personen bij het werktuig bevinden.
Aftakas uitschakelen en wachten op stilstand van de aandrijving voordat u de machine
heft.
AANWIJZING
Schade bij het rijden over obstakels!
Vooruitziend rijden.
Bekende obstakels indien mogelijk verwijderen voor het begin van het werk.
MILIEU
Vermijd onnodig keren! Vóór begin van het werk bedenken hoe het perceel het beste kan
worden bewerkt.
Transportrit
Transportritten zijn ritten van en naar de plaats van werkzaamheden over de openbare weg.
Hoogte, breedte en gewicht mogen de wettelijk toegelaten waarden van het land waar de
machine wordt gebruikt, niet overschrijden. De verlichting moet tijdens de transportrit in goe-
de staat en schoon zijn en verticaal ten opzichte van de rijbaan staan.
VOORZICHTIG
Zwenken van onbeveiligde machineonderdelen!
Als machineonderdelen vóór begin van de transportrit niet op de voorgeschreven wijze wor-
den vastgezet, kunnen deze onverwachts uitzwenken.
Alle borgbare onderdelen van de machine borgen zoals voorgeschreven.
AANWIJZING
Schade aan de machine door ongeborgde machineonderdelen!
Als machineonderdelen vóór begin van de transportrit niet op de voorgeschreven wijze wor-
den vastgezet, kunnen deze onverwachts uitzwenken.
Alle zwenkbare onderdelen van de machine beveiligen zoals voorgeschreven.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 129
Voorwaarde
Machine / machinecombinatie volledig gekoppeld aan een geschikte tractor en vastge-
zet. Zie "Machine / machinecombinatie aan de tractor aankoppelen" pagina 121.
Tractorballast volledig aangebracht. Zie "Tractorballast" pagina 56.
Aftakas uitgeschakeld.
Alle klapbare onderdelen van de machine / machinecombinatie naar de wegtransportpo-
sitie geklapt.
Alle transportvergrendelingen geactiveerd. Zie "Transportvergrendelingen" pagina 41.
Grove verontreinigingen verwijderd van de machine / machinecombinatie en alle aan-
bouwdelen.
Verkeerstechnische uitrusting in perfecte staat en volledig functioneel. Zie "Verlichtings-
drager opnieuw monteren" pagina 118.Zie "Verkeerstechnische uitrusting" pagina 34.
Werkwijze
1 Zijdelings slingergebied van de hefarmen van de tractor controleren. Indien nodig, zoda-
nig corrigeren dat de machine in geheven toestand niet kan slingeren.
2 Aangekoppelde zaaimachine via de hydrolift of hydraulische topstang naar de wegtrans-
portpositie heffen en transportvergrendelingen activeren.
3 Machine / machinecombinatie naar de wegtransportpositie heffen.
4 Verlichting inschakelen.
5 Transportrit uitvoeren.
Gebruik
GEVAAR
Bekneld raken, intrekken en afsnijden van delen van het lichaam!
Bij het naderen van bewegende machinedelen kunnen kleding, haar en delen van het li-
chaam zo worden gegrepen dat ontsnappen niet mogelijk is zonder ernstig of dodelijk let-
sel.
Gevarenzone van de machine niet betreden zolang zich daar machinedelen kunnen be-
wegen.
Beschermingsvoorzieningen vóór de ingebruikname controleren op volledigheid en ge-
bruiksklare toestand.
Vóór de inbedrijfstelling en tijdens het gebruik iedereen wegsturen uit het gevarenge-
bied rond de machine.
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel door rondvliegende vreemde voorwerpen met hoge snelheid!
Als de machine zonder aandrukrol wordt gebruikt, kunnen vreemde voorwerp zoals stenen
(vooral aan de achterzijde van de machine) met hoge snelheid en over grote afstanden er-
uit worden geslingerd.
De machine niet zonder aandrukrol gebruiken.
Gebruik
130 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Grondbewerking uitvoeren
Voorwaarde
Machine / machinecombinatie volledig gekoppeld aan een geschikte tractor en vastge-
zet.
Hefarmen van de tractor zodanig afgesteld dat de machine in de werkpositie zijdelings
kan bewegen zonder met tractoronderdelen te botsen.
Tractorballast volledig aangebracht.
Transportvergrendelingen verwijderd. Zie "Transportvergrendelingen" pagina 41.
Alle stappen voor gebruik van een eventueel aangekoppelde zaaimachine zoals vereist
uitgevoerd. Zie de gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
Zijschilden naar de werkpositie gezwenkt.
Werkwijze
1 Machine / machinecombinatie laten zakken tot vlak boven de grond.
Eventueel aangekoppelde zaaimachine door middel van hydraulische topstang / hy-
drolift naar de werkpositie laten zakken.
Alle werkstappen uitvoeren die nodig zijn voor gebruik van een eventueel aange-
koppelde zaaimachine (bijv. besturing inschakelen, ventilator inschakelen, enz.)
2 Aftakas inschakelen en op het gewenste toerental brengen. Zie sticker op de ingaande
transmissie.
3 Langzaam wegrijden met de tractor en de rotorkopeg op de ingestelde werkdiepte laten
zakken (aandrukrol rust op de grond).
De grondbewerkingsmachine door middel van de topstangen horizontaal ten op-
zichte van de grond of licht naar voren gekanteld instellen.
Hellingshoek van de eventueel aangekoppelde zaaimachine controleren en, indien
nodig, aanpassen. Zie de gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine.
4 Tractor versnellen tot werksnelheid en grondbewerking / zaaiwerkzaamheden uitvoeren.
5 Na een korte rijafstand de rotorkopeg naar de kopakkerpositie heffen en tractor stoppen
om het werkresultaat te controleren.
Aftakas uitschakelen.
Actieve functies van een eventueel aangekoppelde zaaimachine uitschakelen.
Tractormotor uitschakelen, contactsleutel verwijderen en opbergen, parkeerrem
aantrekken en tractor met behulp van wielblokken beveiligen tegen wegrollen.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 131
6 Werkresultaat controleren.
Als het werkresultaat niet naar wens is, instellingen van de machine afhankelijk van
het werkresultaat wijzigen.
Indien nodig, de afstelling van de zijschilden aanpassen aan de werkdiepte.
Zie "Zijschilden - Instellingen" pagina 69.
Indien nodig, het egalisatie-effect aanpassen via de afstelling van de egalisa-
tieplaat. Zie "Egalisatieplaten - Instelling werkdiepte" pagina 72.
Indien nodig, de werkdiepte aanpassen via de afstelling van de aandrukrol. Zie
"Werkdiepte handmatig instellen" pagina 67.Zie "Werkdiepte hydraulisch instel-
len" pagina 68.
Indien nodig, de afstelling van de spoormarkeurs aanpassen. Zie "Spoormar-
keur (optie) instellen" pagina 84.
Indien nodig, de afstelling van de zaaimachine aanpassen. Zie de gebruiks-
aanwijzing voor de zaaimachine.
7 Tractor weer in gebruik nemen.
8 Alle werkstappen uitvoeren die nodig zijn voor gebruik van een eventueel aangekoppel-
de zaaimachine (bijv. besturing inschakelen, ventilator inschakelen, enz.)
9 Machine/machinecombinatie laten zakken tot vlak boven de bodem.
10 Aftakas inschakelen en op het gewenste toerental brengen.
11 Langzaam wegrijden met de tractor en de rotorkopeg op de ingestelde werkdiepte laten
zakken (aandrukrol rust op de grond).
12 Tractor versnellen tot werksnelheid en grondbewerking / zaaiwerkzaamheden voortzet-
ten.
13 Om het werkresultaat opnieuw te controleren, na een korte rijafstand de rotorkopeg naar
de kopakkerpositie heffen en tractor stoppen.
Aftakas uitschakelen.
Actieve functies van een eventueel aangekoppelde zaaimachine uitschakelen.
Tractormotor uitschakelen, contactsleutel verwijderen en opbergen, parkeerrem
aantrekken en tractor met behulp van wielblokken beveiligen tegen wegrollen.
14 Werkresultaat opnieuw controleren.
Als het werkresultaat niet voldoet aan de vereisten, procedure herhalen vanaf punt
6.
Als het werkresultaat voldoet aan de vereisten, verdergaan met de volgende stap-
pen.
15 Tractor weer in gebruik nemen.
16 Alle werkstappen uitvoeren die nodig zijn voor gebruik van een eventueel aangekoppel-
de zaaimachine (bijv. besturing inschakelen, ventilator inschakelen, enz.)
17 Machine / machinecombinatie laten zakken tot vlak boven de grond.
18 Aftakas inschakelen en op het gewenste toerental brengen.
19 Langzaam wegrijden met de tractor en de rotorkopeg op de ingestelde werkdiepte laten
zakken (aandrukrol rust op de grond).
20 Tractor versnellen tot werksnelheid en grondbewerking / zaaiwerkzaamheden voortzet-
ten.
Gebruik
132 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Draaimanoeuvre uitvoeren
Tractorsnelheid verlagen en stoppen.
Aftakasaandrijving uitschakelen.
TIP
Wanneer de grondbewerkingsmachine slechts wordt geheven tot de tanden volledig
uit de grond zijn geheven, dan kan de aftakas onder bepaalde omstandigheden inge-
schakeld blijven.
Als er in geheven toestand trillingen of bijgeluiden aan de cardanas ontstaan, dan
moet de aftakas algemeen worden uitgeschakeld voor draaimanoeuvres.
Machine / machinecombinatie door middel van de achterhef naar de kopakkerpositie
heffen.
Draaimanoeuvre uitvoeren.
Alle werkstappen uitvoeren die nodig zijn voor gebruik van een eventueel aangekoppel-
de zaaimachine (bijv. besturing inschakelen, ventilator inschakelen, enz.)
Machine / machinecombinatie laten zakken tot vlak boven de grond.
Aftakas inschakelen en op het gewenste toerental brengen.
Langzaam wegrijden met de tractor en de rotorkopeg op de ingestelde werkdiepte laten
zakken (aandrukrol rust op de grond).
Tractor versnellen tot werksnelheid en grondbewerking / zaaiwerkzaamheden voortzet-
ten.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 133
Loskoppelen
GEVAAR
Gevaar voor kantelen door verkeerde bediening van steuninrichtingen!
Als steuninrichtingen zoals steunpoten / parkeersteunen niet worden gebruikt of niet wor-
den geborgd, kan de machine kantelen.
Machine alleen op een vlakke en stevige ondergrond parkeren.
Steunpoten of parkeersteunen gebruiken bij het parkeren van de machine.
Steunpoten of parkeersteunen borgen zoals voorgeschreven.
GEVAAR
Intrekken en afrukken van ledematen!
Aftakasaandrijving beveiligen tegen onbedoeld inschakelen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling voor het hele lichaam bij bediening van de hefinrichting!
Personen wegsturen uit het gevarengebied rondom de hefinrichting.
Bij bediening van de hefinrichting via externe toetsen niet tussen de tractor en machine
komen.
WAARSCHUWING
Beknellingsgevaar van het hele lichaam!
Het verblijf in het gevarengebied van tractor en machine is verboden, zolang de combinatie
niet is beveiligd tegen wegrollen en onbedoelde inbedrijfstelling.
1 Omstanders wegsturen uit het gevarengebied rondom de tractor en machine.
2 Zorgen dat niet-betrokken personen de gevarenzone niet betreden.
3 Machine alleen op een vlakke en stevige ondergrond parkeren.
4 Parkeerrem aantrekken.
5 Tractormotor uitschakelen, contactsleutel verwijderen en opbergen.
6 Wielblokken bij de tractor en de machine plaatsen.
WAARSCHUWING
Vallen door uitglijden / struikelen!
Het betreden van de geparkeerde machine kan tot ernstig letsel leiden.
De geparkeerde machine niet betreden.
Door passende maatregelen voorkomen dat kinderen de machine betreden.
Gebruik
134 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Kabels loskoppelen
Werkwijze
Kabels op tractor en machine / machinecombinatie voor elke functie loskoppelen.
Verlichtingsstekkers van de machine / machinecombinatie.
Andere stekkers (bijv. kabel van de besturing / de voeding) voor de erop gebouwde
zaaimachine.
Afdekkappen aanbrengen.
Kabels oprollen en, indien mogelijk, opbergen in de gereedschapskist, anders op de
slanghouder plaatsen.
Hydraulische slangen loskoppelen
WAARSCHUWING
Hydraulische olie die onder hoge druk ontsnapt, kan de huid binnendringen en ern-
stige infecties veroorzaken.
Vóór het aansluiten of loskoppelen van de hydraulische slangen het hydraulisch sys-
teem drukloos maken.
Voordat de hydraulische slangen worden losgemaakt, of voor onderhouds- en repara-
tiewerkzaamheden moet het hydraulische systeem drukloos worden gemaakt.
Bij verwondingen dient direct een arts te worden geraadpleegd.
MILIEU
Smeermiddelen en smeermiddelmengsels opvangen en op correcte wijze afvoeren.
Voorwaarde
Hydrauliek drukloos gemaakt, anders kunnen de insteekaansluitingen mogelijk niet wor-
den verwijderd.
Tractor en machine geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond en beveiligd te-
gen wegrollen.
Cardanas losgekoppeld van de tractor en in de cardanashouder geplaatst.
Tijdens het werken aan de machine tractormotor uitgeschakeld, parkeerrem aangetrok-
ken, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
Het bedieningselement van de regelklep op de tractor voor de volgende functies instel-
len op “Neutraal” of “Zweefpositie”.
Regelklep op de tractor voor de spoormarkeurs (optie) van de grondbewerkingsma-
chine.
Regelklep op de tractor voor de hydraulische werkdiepteverstelling van de grondbe-
werkingsmachine.
Regelklep op de tractor voor de hydrolift (optie).
Regelklep op de tractor voor de hydraulische topstang (optie) voor de zaaimachine.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 135
Regelklep op de tractor voor hydraulische zaaimachinefuncties. Zie de gebruiks-
aanwijzing voor de zaaimachine.
Regelklep op de tractor voor de hydraulische topstang (optie) voor de grondbewer-
kingsmachine.
Hydraulische slang voor de betreffende functie loskoppelen.
Stekker en aansluiting met een schone en pluisvrije doek van hydraulische olieresten
schoonmaken.
MILIEU
Olieresten niet in het milieu terecht laten komen maar afvoeren op de juiste manier.
Beschermkappen aanbrengen op de stekker en de bus.
Hydraulische slangen op de slanghouder (indien nodig opgerold) van de grondbewer-
kingsmachine of de zaaimachine leggen.
Machine / machinecombinatie afkoppelen
De grondbewerkingsmachine kan aan een tractor worden aangekoppeld als solo-machine, of
samen met geschikte zaaimachines als machinecombinatie.
Voorwaarden
Transportvergrendelingen correct en volledig aangebracht.
Tractor en machine / machinecombinatie geparkeerd in de werkpositie, zoals hieronder
afgebeeld, en beveiligd tegen wegrollen.
Afb.: Solo-machine (hier zonder spoor-
markeurs)
Afb.: Machinecombinatie LION met VITA-
SEM op hydrolift
Hydraulische slangen losgekoppeld.
Elektrische aansluitingen losgekoppeld.
Cardanas losgekoppeld van de tractor, in elkaar geschoven en in de cardanashouder
(G) geplaatst.
Gebruik
136 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Voorbereiding
Vlakke, stabiele en tegen weersinvloeden beschermde stalling.
Conserveringsmiddel voor kale machineonderdelen (zoals zuigerstangen van hydrauli-
sche cilinders) als de machine langere tijd moet worden geparkeerd.
Machine / machinecombinatie afkoppelen
Werkwijze
Grondbewerkingsmachine door middel van de achterhef tot op de grond laten zakken en
horizontaal op de tanden en de aandrukrol plaatsen, als dit nog niet is gebeurd.
Alle noodzakelijke stappen voor het parkeren van de zaaimachine in de werkpositie
uitvoeren, zoals in de gebruiksaanwijzing voor de zaaimachine beschreven, en de
zaaimachine tot aan de aanslag naar de werkpositie laten zakken.
Tractor parkeren, contactsleutel verwijderen en opbergen, parkeerrem aantrekken en
tractor beveiligen tegen wegrollen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling!
Bij het koppelen / afkoppelen van de machine niet in het gebied met beknellingsge-
vaar reiken.
Topstang ontlasten en loskoppelen.
Symbolische weergave
Hefarmen (1) ontlasten, loskoppelen en laten zakken door middel van de achterhef.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 137
VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling!
Bij het koppelen / afkoppelen van de machine niet in het gebied met beknellingsge-
vaar reiken.
Symbolische weergave
Tractor wegrijden van de grondbewerkingsmachine.
Hefarm- en topstangkogels indien nodig verwijderen.
Buitenbedrijfstelling van de machine aan het einde
van het seizoen
AANWIJZING
Schade door ongunstige opslagomstandigheden!
Machine gereinigd, beschermd tegen weersinvloeden, droog en niet in de buurt van
kunstmest of stallen parkeren.
Blanke machinedelen zoals zuigerstangen van hydraulische cilinders en dergelijke
voorzien van roestbescherming.
Cardanassen van de machine afkoppelen, in de lengte volledig inschuiven, beschermd
tegen weersinvloeden, droog en liggend opslaan.
Gebruik
138 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
WAARSCHUWING
Vallen door uitglijden / struikelen!
Het betreden van de geparkeerde machine kan tot ernstig letsel leiden.
De geparkeerde machine niet betreden.
Door passende maatregelen voorkomen dat kinderen de machine betreden.
Gebruik
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 139
GEVAAR
Grijpen, intrekken en afrukken van ledematen, evenals kneuzingen en overrijden van
het hele lichaam!
Tijdens het werk moet de gevarenzone tussen de tractor en de machine worden betreden.
Voor aanvang van de werkzaamheden aftakas uitschakelen, tractormotor uitschakelen,
parkeerrem aantrekken, contactsleutel verwijderen en opbergen.
Stilstand van alle machineonderdelen afwachten voordat de gevarenzone tussen trac-
tor en machine wordt betreden.
Bij onderhoudswerkzaamheden onder de machine kriksteunen gebruiken!
WAARSCHUWING
Roterende delen achter beschermkappen!
Roterende delen achter beschermkappen kunnen ongemerkt langere tijd blijven draaien!
Stilstand van alle roterende delen afwachten.
Zorgen dat de machine niet onbedoeld en niet door derden in beweging kan worden
gebracht.
Zorgen dat de tractor niet onbedoeld en niet door derden in beweging kan worden ge-
bracht.
WAARSCHUWING
Het niet dragen van de persoonlijke beschermingsmiddelen!
Persoonlijke beschermingsmiddelen (werkkleding, werkschoenen, handschoenen, vei-
ligheidsbril) gebruiken tijdens het omgaan met de machine.
Klaar voor gebruiken houden
Regelmatige verzorging en onderhoud is een basisvoorwaarde voor de goede en veilige
werking van de machine.
Onderhoud
140 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij werkzaamheden aan de machine!
Persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals veiligheidsbril, handschoenen enz. gebrui-
ken.
Machine parkeren op een vlakke, stevige ondergrond en beveiligen tegen wegrollen.
Tractormotor afzetten, parkeerrem aantrekken, contactsleutel verwijderen en opbergen.
Werkgebied zodanig beveiligen dat dit gebied niet door derden / onbevoegden kan wor-
den betreden.
Alle werkzaamheden alleen uitvoeren wanneer de aandrijving stilstaat.
Afsluitkraan op alle hydraulische leidingen sluiten voordat in de gevarenzone of aan hy-
draulisch gestuurde machineonderdelen wordt gewerkt.
Alle elektrische stekkerverbindingen tussen tractor en machine loskoppelen voordat
aan elektrisch aangedreven machineonderdelen wordt gewerkt.
Geschikte steunelementen tegen onbedoeld zakken / zwenken van hydraulisch ge-
stuurde machineonderdelen gebruiken.
Nadat de werkzaamheden zijn beëindigd, losgedraaide schroefverbindingen controle-
ren op stevig vastzitten en afschermingen / beschermende inrichtingen controleren op
correcte werking.
Algemene aanwijzingen
Na de eerste bedrijfsuren alle schroeven aantrekken!
Reserveonderdelen
Originele PÖTTINGER onderdelen en accessoires zijn speciaal voor de betreffende ma-
chines ontworpen.
Wij vestigen uw aandacht op het feit dat onderdelen en accessoires die niet door PÖTTIN-
GER geleverd zijn, niet voor gebruik op PÖTTINGER machines zijn vrijgegeven.
De inbouw en het gebruik van dergelijke producten kan de gespecificeerde eigenschappen
van uw machine beïnvloeden. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-
de ontstaan door het gebruik van niet-originele onderdelen en accessoires.
Eigenmachtige wijzigingen aan de machine, evenals het gebruik van componenten en aan-
bouwdelen die niet af fabriek tot de machine behoren, sluiten de aansprakelijkheid van de
fabrikant uit.
Besturingsterminals
Besturingsterminals vóór de winter demonteren en tegen vorst beschermd, droog en tegen
direct zonlicht beschermd opslaan. Accugevoede terminals vóór de winterstalling volledig op-
laden en accutoestand regelmatig controleren om te voorkomen dat de accu defect raakt
door volledige ontlading.
Onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 141
Cardanassen
Voor het onderhoud van cardanassen gelden in principe de instructies in deze gebruiksaan-
wijzing.
Als in deze gebruiksaanwijzing geen speciale instructies worden gegeven, gelden de instruc-
ties in de meegeleverde gebruiksaanwijzing voor de betreffende cardanasfabrikant.
Reparatielaswerk
Vóór alle laswerkzaamheden aan de tractor, als de machine is aangekoppeld, moeten de
connectoren worden losgekoppeld van de jobcomputer van de machine. Vóór laswerkzaam-
heden aan de machine zelf moeten de connectoren van de jobcomputer ook worden losge-
koppeld.
Procedures voor het opladen van accu's en voor starthulp
Wanneer de tractoraccu met een acculader wordt opgeladen terwijl de machine is aangekop-
peld, moeten van tevoren alle elektrische connectoren naar de machine worden losgekop-
peld.
Wanneer de tractoraccu met een starthulp moet worden gestart terwijl de machine is aange-
koppeld, moeten van tevoren alle elektrische connectoren naar de machine worden losge-
koppeld.
Cardanas
TIP
De smeerintervallen van de cardanas moeten in stoffige omstandigheden en bij bedrijfsge-
bonden grote hoeken worden aangepast of worden gehalveerd.
TIP
Voor volledige instructies voor reiniging en onderhoud voor de betreffende cardanas, moet
men de meegeleverde handleiding van de fabrikant van de cardanas in acht nemen.
Gebruik in de winter
Als de cardanas in de winter wordt gebruikt, moeten de beschermbuizen met universeel vet
bedrijfsstofindex (IV) conform de bedrijfsstofspecificatie worden ingevet, om het vastvriezen
van de beschermbuizen te voorkomen. Zie pagina 160.
Werkwijze
Cardanas zonder geïntegreerde beschermbuissmering uit elkaar trekken tot de maxi-
maal mogelijke lengte en de binnenste beschermbuis dun invetten met universeel vet.
Cardanas weer in elkaar schuiven.
Cardanas met geïntegreerde beschermbuissmering op de smeerpunten smeren volgens
de gebruiksaanwijzing van de cardanasfabrikant.
Onderhoud
142 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Cardanas reinigen en smeren
Werkwijze
Bij een geheel nieuwe cardanas en bij langere stilstand voor de eerste ingebruikname
reinigen en met universeel vet bedrijfsstofindex (IV) smeren, totdat er vet uit de lager-
punten treedt. Zie "Specificatie bedrijfsstof" pagina 160.
Symbolische weergave van de mogelijke smeerpunten
Vrijkomend smeermiddel afvoeren op de juiste manier.
Cardanas vervolgens regelmatig smeren, altijd volgens voorschrift van de fabrikant / vol-
gens het smeerschema.
Onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 143
De hieronder beschreven activiteiten worden uitgevoerd na de controle en beoordeling van
de toestand van bepaalde machinegebieden / machinedelen.
Spoormarkeurs - Botsingsbeveiliging
De spoormarkeurs zijn ter bescherming tegen schade uitgerust met een breekbout. De bout
moet worden vervangen wanneer de botsingsbeveiliging in werking is getreden.
Symbolische weergave rechter spoormarkeur
Breekbout vervangen
Op elke spoormarkeurgiek zijn 2 reserve-breekbouten gemonteerd.
Afb.: Voorbeeld LION linker giek
Werkwijze
Eventuele resten van de gebroken bout verwijderen.
Toestandgebaseerd onderhoud
144 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Spoormarkeur naar voren drukken.
AANWIJZING
Gevaar voor materiële schade!
Door inbouw van ongeschikte bouten zonder gedefinieerd breekpunt kan schade ont-
staan aan de spoormarkeurs wanneer de botsingsbeveiliging opnieuw in werking
treedt.
Alleen originele reserveonderdelen van PÖTTINGER gebruiken.
Symbolische weergave
Nieuwe schroef, moer aanbrengen en vastdraaien. Zie ook reserveonderdelenlijst.
Toestandgebaseerd onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 145
Tanden vervangen
1 = tanden
In geval van schade
Wanneer de slijtagegrens is bereikt
Tanden vervangen door standaardplaat (serie)
GEVAAR
Gevaar voor vangen en naar binnen trekken van kleding of lang haar van personen.
Eventueel aangekoppelde zaaimachines van de grondbewerkingsmachine afgekop-
peld.
Grondbewerkingsmachine gekoppeld aan een geschikte tractor.
Grondbewerkingsmachine iets opgetild, geparkeerd op een vlakke en stabiele onder-
grond, met geschikte steunen geborgd tegen onbedoeld zakken.
Tractormotor uitgeschakeld, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Voorbereiding
Schroefborg middelvast (bijv. Loctite 243)
Werkwijze
Schroeven verwijderen, plaat verwijderen en inbouwsituatie van de plaat onthouden.
Toestandgebaseerd onderhoud
146 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
WAARSCHUWING
Naar beneden vallen van machineonderdelen!
Bij het verwijderen van de plaat kunnen de tanden naar beneden vallen.
Plaat stapsgewijs losmaken.
Let erop dat beide tanden tegelijk met de plaat loskomen en samen met de schroe-
ven of bouten kunnen worden verwijderd.
Tanddrager, plaat en houdergedeelte (rond het gat) van de tanden reinigen.
Schroefborg op de schroefgang van de schroef aanbrengen (indien nodig nieuwe
schroeven gebruiken – zie reserveonderdelenlijst).
Tanden en plaat aanbrengen, rekening houden met de inbouwsituatie van de plaat
(zoals verwijderd).
Bouten weer terugplaatsen en met aandraaimoment 290Nm vastdraaien.
Tanden vervangen met snelwisselplaat (optie)
Voorwaarde
Eventueel aangekoppelde zaaimachines van de grondbewerkingsmachine afgekoppeld.
Grondbewerkingsmachine gekoppeld aan een geschikte tractor.
Grondbewerkingsmachine iets opgetild, geparkeerd op een vlakke en stabiele onder-
grond, met geschikte steunen geborgd tegen onbedoeld zakken.
Tractormotor uitgeschakeld, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
Lunspennen en bouten verwijderen, vervolgens de tanden zijwaarts eruit trekken.
Tussenruimtes tussen tanddragers, indien nodig, reinigen (uitborstelen, uitblazen).
Toestandgebaseerd onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 147
Tanden opnieuw monteren in omgekeerde volgorde en met lunspennen beveiligen.
Toestandgebaseerd onderhoud
148 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
De hieronder beschreven activiteiten worden op een bepaald tijdstip of met bepaalde tussen-
pozen uitgevoerd.
Voor elk seizoen
Balksmering
TIP
De balk bevat vloeibaar vet (specificatie DIN51825 KP2K-20).
Bij normaal gebruik is het tijdens de levensduur van de machine niet nodig om de vulling
van vloeibaar vet te vervangen.
Afb.: Vulopening voor vloeibaar vet
Vulniveau vloeibaar vet controleren
TIP
Wanneer geen duidelijk vetverlies vast te stellen is aan de balk, volstaat het om het vulni-
veau 1x per seizoen te controleren.
Vulniveaucontrole uitvoeren wanneer de machine op bedrijfstemperatuur is.
Voorwaarde
Machine in de werkpositie geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond.
Vulopening en omgeving van de vulopening gereinigd om te voorkomen dat er vreemde
elementen in de balkaandrijving terecht komen.
Sterk verhitte onderdelen van de machine, zoals de ingaande transmissie, laten afkoe-
len voordat deze onderdelen worden aangeraakt.
Persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals handschoenen, veiligheidsbril en bescher-
mende kleding) dragen.
Werkwijze
Vulopening openen en vulniveau van de vetvulling controleren.
Periodiek onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 149
Het vulniveau moet ongeveer tussen het midden van de tandwielen (MIN) en de boven-
rand (MAX) van de tandwielen liggen.
Afb.: Vulniveau minimum en maximum
Als de vetvulling niet meer tot aan de bovenrand van de tandwielen komt, vers
vloeibaar vet licht verwarmen om de stromingseigenschappen te verbeteren en
stap voor stap vullen totdat het vulniveau de bovenrand van de tandwielen bereikt.
AANWIJZING
Oververhitting van vet!
Als het vloeibare vet oververhit raakt, kunnen de smeereigenschappen ervan wor-
den aangetast.
Vloeibaar vet niet boven 35 °C verwarmen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor brandletsel door heet vet!
Vloeibaar vet niet boven 35 °C verwarmen.
Vulopening sluiten en dop vastdraaien.
Nokkenschakelkoppeling van de cardanas controleren
Eenmaal per jaar moet de nokkenschakelkoppeling van de cardanas worden gecontroleerd
(afgeperst). De controle is vooral belangrijk als deze in normaal bedrijf nooit reageert.
Periodiek onderhoud
150 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
AANWIJZING
Overbelasting in de aandrijflijn!
Als de nokkenschakelkoppeling tijdens bedrijf nooit wordt geactiveerd, kan het ontkoppe-
lingskoppel vanzelf aanzienlijk toenemen of kan de nokkenschakelkoppeling vastlopen.
Cardanas eenmaal per jaar bij een service-vakhandel laten afklemmen!
Een tolerantie van +/- 10% vanaf het activeringsmoment is toegestaan.
Wordt de grenswaarde over- of onderschreden, moet de cardanas worden vervangen.
TIP
Voor volledige instructies voor reiniging en onderhoud voor de betreffende cardanas, moet
men de meegeleverde handleiding van de fabrikant van de cardanas in acht nemen.
Dagelijks onderhoud
Het dagelijks onderhoud moet aan het begin van elke werkdag worden uitgevoerd, voordat
de machine wordt gebruikt.
Hydraulische installatie controleren
WAARSCHUWING
Infecties door ontsnappende hydraulische olie!
Onder hoge druk ontsnappende hydraulische olie kan de huid binnendringen, in lichaams-
openingen binnendringen en ernstige infecties veroorzaken!
Voordat er onderhoudswerkzaamheden worden verricht, het hydraulische systeem
drukloos maken.
Bij alle werkzaamheden aan het hydraulische systeem persoonlijke beschermingsmid-
delen zoals veiligheidsbril en handschoenen dragen.
Voor iedere ingebruikname moet de hydrauliek worden gecontroleerd op slijtage en be-
schadigingen.
Zoek alleen met passende hulpmiddelen (bv. speciale spray voor vaststellen van lekka-
ges) naar lekkageplaatsen. De vastgestelde gebreken moeten direct worden hersteld in
een gespecialiseerde werkplaats door deskundig personeel.
Lekkages niet met de hand of andere lichaamsdelen afdichten.
In geval van letsel in samenhang met hydraulische olie onmiddellijk een arts raadple-
gen.
Periodiek onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 151
Controle op schade en lekken
AANWIJZING
Breuk van oude hydraulische slangen
Hydraulische slangen die ouder zijn dan 6 jaar moeten worden vervangen. Alleen ver-
vangslangen met dezelfde specificatie gebruiken. Zie reserveonderdelenlijst.
Voorwaarde
Machine geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond en beveiligd tegen wegrol-
len.
Tractormotor uitgeschakeld, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Werkwijze
Hydraulisch systeem (bijv. hydraulische slangen, drukaccumulator...) controleren op be-
schadigingen en lekkages en indien nodig onderdelen vervangen (zie de reserveonder-
delenlijst).
TIP
Mogelijk schadebeeld aan hydraulische slangen
• Knikken
• Bellenvorming
Poreus of scheuren in slangoppervlak
Barsten en openliggend weefsel aan de ommanteling
In geval van lekkages bij de schroefverbinding de betreffende schroefverbinding, in-
dien mogelijk, opnieuw aandraaien. Als de lekkage hiermee niet kan worden verhol-
pen, moet het betreffende hydraulische onderdeel onmiddellijk worden vervangen.
Vóór alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de hydrauliek moet het hy-
draulische systeem drukloos worden gemaakt.
Hiervoor de regeleenheid van de tractor met uitgeschakelde hydraulische druktoe-
voer enkele keren tussen heffen en zakken heen en weer bewegen.
Verlichting en lampen controleren / vervangen
Defecte lampen of lichtbronnen moeten vóór het rijden op de openbare weg worden vervan-
gen (dit geldt niet voor werklampen).
TIP
Onderhoud van ledverlichting
Lichtbronnen kunnen bij ledverlichting niet worden vervangen!
Ledlampen in geval van een defect vervangen.
Periodiek onderhoud
152 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Waarschuwingsborden, waarschuwingsdriehoeken, waarschu-
wingsfolies controleren / vervangen
TIP
Waarschuwingsborden, waarschuwingsdriehoeken, waarschuwingsfolies bestaan uit een
drager (verschillende materialen) en een daarop aangebrachte laag lichtreflecterend mate-
riaal.
De uitvoering en de montageposities kunnen afhankelijk van de machine en het land van
bestemming verschillend zijn.
Symbolische weergave
1 = Waarschuwingsborden
2 = Waarschuwingsfolies (rood en geel)
3 = Waarschuwingsdriehoek (SMVI-embleem)
VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen door slecht zichtbare waarschuwingsinrichtingen.
Vervuilde waarschuwingsborden, waarschuwingsdriehoeken, waarschuwingsfolies rei-
nigen voordat met de machine op de openbare weg wordt gereden.
Beschadigde waarschuwingsborden, waarschuwingsdriehoeken, waarschuwingsfolies
vervangen voordat met de machine op de openbare weg wordt gereden.
Werkwijze
Waarschuwingsborden, waarschuwingsdriehoeken, waarschuwingsfolies controleren op
vervuiling.
Eventueel vuil volledig verwijderen met een zuur- en alcoholvrije reiniger, een zach-
te doek of spons en, indien mogelijk, met wat warm water.
Periodiek onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 153
Waarschuwingsborden, waarschuwingsdriehoeken, waarschuwingsfolies controleren op
schade.
Door weersinvloeden of door mechanische invloeden beschadigde waarschuwings-
borden, waarschuwingsdriehoeken, waarschuwingsfolies onmiddellijk vervangen
(zie reserveonderdelenlijst).
TIP
Bij het vervangen van waarschuwingsborden de richting van de balken in acht ne-
men!
Na de eerste 50 bedrijfsuren, vervolgens elke 100
bedrijfsuren
Ingaande transmissie - Olieverversing
WAARSCHUWING
Gevaar voor brandletsel door hete transmissieolie of hete transmissiebehuizing!
Door het gebruik van de machine kunnen transmissiebehuizing en transmissieolie heet zijn.
Transmissie laten afkoelen.
Oliedichte handschoenen en veiligheidsbril gebruiken.
TIP
Koude transmissieolie is dikker dan warme.
Olieverversing het best direct na gebruik uitvoeren, zo lang de transmissieolie nog relatief
goed vloeibaar is.
Voorwaarde
Eventueel aangekoppelde zaaimachine gedemonteerd.
Machine op een vlakke, stabiele ondergrond geplaatst.
De gebieden rond de te openen vulpluggen, vulniveaucontrolepluggen en vulpluggen
zijn gereinigd om binnendringen van vuil in de transmissie te voorkomen.
Voorbereiding
Opvangbak voor oude olie met inhoud van minstens 2 liter.
• Olievultrechter
Poetspapier of iets dergelijks.
Verse transmissieolie volgens bedrijfsstoffenlijst / smeerschema.
Nieuwe afdichtring van de olieaftapplug / de vulniveauplug / de vulplug (zie reserveon-
derdelenlijst).
Periodiek onderhoud
154 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Ingaande transmissie met doorgaande aandrijving / wisseltandwielen
1 = Olievulplug 2 = Olieaftapplug
Afb.: De toerentalsticker op de transmissiebehuizing geeft de verhouding aftakastoerental
(linkerkolom) tot rotorkoptoerental, afhankelijk van de gebruikte tandwielset, weer.
Werkwijze
Olievulplug (1) met oliepeilstok eruit schroeven, afvegen en oliebak onder de olieaftap-
plug plaatsen.
Olieaftapplug (2) eruit draaien.
Periodiek onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 155
Afgewerkte olie volledig aftappen.
Olieaftapplug (2) met nieuwe afdichtring (zie reserveonderdelenlijst) weer aanbrengen
en vastdraaien.
Verse transmissieolie volgens de tabel “Bedrijfsstoffen en vulhoeveelheden” stap voor
stap (met geringe hoeveelheden per stap) toevoegen. Zie "Smeermiddelen" pagina 160.
Na elke vulstap de vulplug volledig erin draaien maar niet vastdraaien en weer eruit
draaien om het vulniveau af te lezen op de peilstok.
Vervolgens de peilstok afvegen voor een nieuwe meting.
Transmissie niet overmatig vullen! Transmissieolie maximaal tot aan de bovenste
markering op de peilstok toevoegen.
Olievulplug (1) met nieuwe afdichtring (indien nodig) weer aanbrengen en vastdraaien.
Afgewerkte olie en vervuild poetspapier op de juiste manier afvoeren.
Na elk seizoen (winterstalling)
Bij machines die zonder geschikte roestbescherming worden geparkeerd, kan bij de herinbe-
drijfstelling aan het begin van het seizoen schade aan de machine ontstaan. Daarom moet
de machine beschermd tegen stofafzettingen (met name door kunstmest en zaadbehande-
lingsmiddel), niet in de buurt van stallen en beschermd tegen weersinvloeden worden gepar-
keerd.
AANWIJZING
Roestschade aan blanke machinedelen zonder roestbescherming!
Als blanke machinedelen niet worden geconserveerd, kunnen zij door roest worden aange-
tast wanneer de machine na langere stilstand (bijv. na de winterstalling) weer in bedrijf
wordt genomen.
Blanke zuigerstangen van hydraulische cilinders vóór de winterstalling van de machine
reinigen en conserveren met universeel vet.
Asstompen op transmissies en profielen van cardanassen vóór de winterstalling van de
machine reinigen en conserveren met universeel vet.
Alle smeerpunten volgens de onderhoudsinstructies smeren vóór de winterstalling.
Machine reinigen / conserveren
Voorwaarde
Machine geparkeerd op een vlakke en stabiele ondergrond en beveiligd tegen wegrol-
len.
Tractormotor uitgeschakeld, contactsleutel verwijderd en opgeborgen.
Voorbereiding
• Hogedrukreiniger
• Conserveringsolie
Periodiek onderhoud
156 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Werkwijze
1 Met hogedrukreiniger grondig reinigen.
VOORZICHTIG
Oogletsel door het gebruik van hogedrukreinigers!
Bij reinigingswerkzaamheden met hogedrukreinigers of perslucht, veiligheidsbril
dragen.
AANWIJZING
Machineonderdelen kunnen beschadigd raken door hogedrukreinigers.
Watertemperatuur maximaal 80 °C
Geen rondstraal-sproeiers, vuilfrezen of powerspuiters gebruiken.
Minimale afstand van ca. 30 cm tussen hogedrukspuit en oppervlak aanhouden.
Tijdens de reinigingsprocedure waterstraal altijd in beweging houden.
Waterstraal niet rechtstreeks op elektrische of hydraulische componenten, lagers,
aanzuigopeningen, cardanassen, stickers en banden richten.
2 Machine goed laten drogen na vochtig reinigen.
3 Repareer eventueel aanwezige lakschade.
4 Blanke machinedelen met conserveringsolie insmeren/inspuiten.
5 Waarschuwingsafbeelding controleren op volledigheid en eventueel vervangen.
Om de 6 jaar
Hydraulische slangen vervangen
WAARSCHUWING
Hydraulische olie die onder hoge druk ontsnapt, kan de huid binnendringen en ern-
stige infecties veroorzaken.
Vóór het aansluiten of loskoppelen van de hydraulische slangen het hydraulisch sys-
teem drukloos maken.
Voordat de hydraulische slangen worden losgemaakt, of voor onderhouds- en repara-
tiewerkzaamheden moet het hydraulische systeem drukloos worden gemaakt.
Bij verwondingen dient direct een arts te worden geraadpleegd.
Hydraulische slangen die ouder zijn dan 6 jaar moeten worden vervangen. Alleen reserve-
slangen met dezelfde specificatie gebruiken, en bevestigingspunten en bevestigingsmethode
van de ‘oude’ slangen overnemen of overbrengen op de nieuwe slangen. Zie ook reserveon-
derdelenlijst.
Periodiek onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 157
Smeerschema
Smeerschema - uitleg van de symbolen
Symbool Uitleg
Vet
Olie
Aantal en positie van de smeernippels
Romeinse cijfers tus-
sen ronde haakjes, bij-
voorbeeld (lll), (lV), enz.
Bedrijfsstofcode, zie hoofdstuk “Specificatie bedrijfsstoffen”; vul-
hoeveelheden zie hoofdstuk “Smeermiddelen en vulhoeveelhe-
den”
Gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht nemen
X hElke “X” bedrijfsuren smeren
_____ ononderbroken verbindingslijnen - standaard onderdeel
- - - - onderbroken verbindingslijnen - optioneel onderdeel
Periodiek onderhoud
158 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Periodiek onderhoud
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 159
Specificatie bedrijfsstof
TIP
Door PÖTTINGER Landtechnik G.m.b.H. voorgeschreven minimumkwaliteitsnormen voor
bedrijfsstoffen die op PÖTTINGER machines wordt gebruikt.
AANWIJZING
Gevaar voor materiële schade!
Als bedrijfsstoffen worden gebruikt met lagere kwaliteitsnormen dan voorgeschreven,
kan dit leiden tot schade aan de machine.
Bedrijfsstofco-
de
Volgens
smeerschema
Omschrijving Specificatie
I Hydraulische olie HLP 46 DIN 51524 deel 2
II Motorolie SAE 30 conform API CD/SF
III Transmissieolie SAE 90 of SAE 85W - 140 conform API-GL 4
of API-GL 5
IV Lithiumvet DIN 51 502, KP 2K
V Vloeibare transmissieolie DIN 51 502:GOH
VI Complex vet DIN 51 502:KP 1R
VII Transmissieolie SAE 90 of SAE 85W - 140 conform API-GL 5
VIII Transmissieolie SAE 75W - 90 volgens API-GL 5
IX Transmissieolie SAE 80W - 90 volgens API-GL 5
X Bio-smeerolie SAE 15W-40
XI Vloeibare transmissieolie DIN 51 825:KP2k-20
Smeermiddelen en vulhoeveelheden
Waar Smeermiddel-
kengetal
Volgens
smeerschema
Omschrijving Specificatie LION 3030
MASTER /
8787
Smeerplaatsen
(ook met
smeernippels)
(IV) Universeel li-
thiumvet
NLGI 12 Indien nodig
Balk (XI) vloeibaar vet Li- vet DIN 51825
KP2K-20
25 kg
Smeermiddelen
160 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Waar Smeermiddel-
kengetal
Volgens
smeerschema
Omschrijving Specificatie LION 3030
MASTER /
8787
Classic-trans-
missie
(III) Transmissie-
olie
SAE 90 resp. SAE 85W
- 140
Volgens API-GL 4 of
API-GL 5
4,5 l
Smeermiddelen
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 161
verlichting
Verlichting compleet zonder functie
Oorzaken en oplossing
Zekering defect.
Door zekering zelfde specificatie vervangen.
Er is een contactfout van de kabel.
De verlichting uit- en weer inschakelen.
Alle kabelstekkers controleren op correcte aansluiting.
Kabel defect Laten vervangen of repareren door service-werkplaats.
Verlichting deels zonder functie
Verlichting defect.
Door verlichting zelfde specificatie vervangen.
Bij LED-verlichting kunnen lampen misschien niet vervangen worden (bijv. contour-
verlichting). In dit geval verlichting laten vervangen door de dealer
Er is een contactfout van de kabel.
De verlichting uit- en weer inschakelen.
Alle kabelstekkers controleren op correcte aansluiting.
Kabel defect Laten vervangen of repareren door service-werkplaats.
Zekering defect.
Door zekering zelfde specificatie vervangen.
Relais defect. Laten vervangen door service-werkplaats.
Blokkades
De machine kan geblokkeerd raken door grote stenen of hout. Meestal wordt de blokkering
opgemerkt wanneer de overbelastingsbeveiliging van de cardanas reageert en (ook wanneer
het toerental van de aftakas daalt) niet opnieuw wordt ingeschakeld. In dit geval moet de af-
takasaandrijving onmiddellijk worden uitgeschakeld en de blokkering worden weggenomen.
Blokkeringen verhelpen
Werkwijze
1 Tractor stoppen en aftakas uitschakelen.
2 Achterhef bedienen en de machine / machinecombinatie naar de kopakkerpositie hef-
fen.
Als de blokkering door het heffen naar de kopakkerpositie niet kan worden verhol-
pen, verdergaan met volgende stap.
3 Tractor en machine / machinecombinatie naar vlakke / stabiele ondergrond verplaatsen.
Raad en daad
162 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
4 Machine / machinecombinatie door middel van de achterhef op geschikte parkeersteu-
nen plaatsen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling voor het hele lichaam!
Onverwacht bewegende machines / machineonderdelen kunnen ernstig letsel veroor-
zaken.
Geschikte parkeersteunen onder de achterhef plaatsen, voordat aan de geheven
machine / machinecombinatie wordt gewerkt.
Tractormotor uitschakelen, aftakasaandrijving uitschakelen, parkeerrem aantrek-
ken, contactsleutel verwijderen en opbergen.
Tractor en machine / machinecombinatie beveiligen tegen wegrollen.
5 Blokkering verwijderen en de machine via visuele controle inspecteren op eventueel
zichtbare schade.
Parkeersteunen verwijderen.
6 Machine / machinecombinatie weer in gebruik nemen: Procedure uitvoeren in omge-
keerde volgorde.
Het “gedrag” van de machine akoestisch en visueel op ongewone geluiden, trillin-
gen, lekkages, rookvorming en dergelijke bewaken.
Als ongewone geluiden, trillingen, lekkages, rookvorming en dergelijke ont-
staan, de machine onmiddellijk stoppen en op correcte werking van alle machi-
neonderdelen controleren / laten controleren.
Als geen ongewone geluiden, trillingen, lekkages, rookvorming en dergelijke
ontstaan, kan het werk op het veld worden voortgezet.
TIP
Voor instructies betreffende de functie van de overbelastingsbeveiliging van cardanassen,
zie de volgende hoofdstukken.
Cardanas-nokkenschakelkoppeling functie
De ratelkoppeling is een overbelastingskoppeling die het koppel bij een overbelasting volle-
dig scheidt. Er is dus geen koppeloverdracht op het moment van overbelasting. Voorwaarde
voor de beoogde werking is dat de cardanas wordt aangedreven met de overbelastingskop-
peling in de voorgeschreven draairichting en in de voorgeschreven inbouwpositie.
De ontkoppelde koppeling wordt automatisch weer ingeschakeld bij ongeveer 200 U/min
wanneer het toerental van de aftakas daalt, zonder dat de cardanas volledig tot stilstand
komt.
Raad en daad
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 163
TIP
Veelvuldig gebruik van de nokkenschakelkoppeling verkort de levensduur door sterkere slij-
tage.
Over het algemeen de nokkenschakelkoppeling niet langer dan 10 seconden laten door-
draaien.
Raad en daad
164 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Elektrisch systeem
Verlichting stekker toewijzing van de aansluitingen
Tractor aansluitstekker ISO 7-polig
R = Rechts bajonetstekker 5-polig groen
L = Links bajonetstekker 5-polig geel
Legenda
Nr. Adg. Kleur Functie
1 BL geel Richtingaanwijzer links
2 S - -
3 31 wit Massa
4 BL groen Richtingaanwijzer rechts
5 UR bruin Parkeerlicht rechts
6 BR rood Remlicht
7 UR zwart Parkeerlicht links
Schema's
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 165
Waarschuwingssymbool Engels VS / CANADA
Vervolgens worden posities en betekenissen van alle gebruikte waarschuwingssymbolen
weergegeven.
TIP
Waarschuwingssymbool (pictogrammen) geven resterende gevaren aan en hoe deze te
vermijden.
Beschadigde of verloren gegane waarschuwingsafbeeldingen moeten worden vervangen.
Worden machinedelen met opgeplakte waarschuwingsafbeeldingen vervangen, dan moe-
ten op de nieuwe delen de juiste waarschuwingsafbeeldingen worden geplakt.
TIP
VS / CANADA
Voor machines die in de VS / CANADA worden gebruikt, is een ombouwset met waarschu-
wingssymbolen (voor het aanpassen aan lokaal geldende voorschriften) naar keuze in het
Engels of Frans bij PÖTTINGER verkrijgbaar! Zie ook "Aanvulling op de gebruiksaanwijzing
VS / CANADA".
Aanvulling op de gebruiksaanwijzing VS / CANADA
166 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Waarschuwingssymbolen cardanas VS / CANADA
Aanvulling op de gebruiksaanwijzing VS / CANADA
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 167
Pos. Waarschuwingssymbool Pos. Waarschuwingssymbool
1 2
3 4
Aanvulling op de gebruiksaanwijzing VS / CANADA
168 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Pos. Waarschuwingssymbool Pos. Waarschuwingssymbool
5 6
Aanvulling op de gebruiksaanwijzing VS / CANADA
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 169
Pos. Waarschuwingssymbool Pos. Waarschuwingssymbool
7 8
9 10
11
Aanvulling op de gebruiksaanwijzing VS / CANADA
170 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
Veilig slepen van lasten
De remweg neemt toe met de snelheid en het gewicht van de getrokken lasten en op dalin-
gen. Getrokken, geremde of ongeremde lasten die voor de tractor te zwaar zijn of te snel
worden getrokken, kunnen leiden tot verlies van controle. Houd rekening met het totale ge-
wicht van het werktuig en de lading. Houd u aan deze aanbevolen maximumsnelheden op de
weg of aan de plaatselijke snelheidsbeperkingen, die lager kunnen zijn. Verlaag de snelheid
ook bij slechte wegomstandigheden of slecht weer.
Als het getrokken werktuig niet over remmen beschikt, rijdt u niet sneller dan 32 km/h en
trekt u geen lasten die zwaarder zijn dan het 1,5-voudige van het tractorgewicht.
Als het getrokken werktuig over een remsysteem met een bedieningsleiding en een
hulpleiding beschikt, rijdt u niet sneller dan 40 km/h en trekt u geen lasten die zwaarder
zijn dan het 4,5-voudige van het tractorgewicht.
Als het getrokken werktuig alleen over een remsysteem met een bedieningsleiding be-
schikt, rijdt u niet sneller dan 40 km/h en trekt u geen lasten die zwaarder zijn dan het
1,5-voudige van het tractorgewicht.
Als u niet weet over welk remsysteem het werktuig beschikt, raadpleeg dan de gebruiksaan-
wijzing of vraag het de eigenaar of uw dealer. Zolang u niet zeker bent van het type remsys-
teem, mag de getrokken last niet zwaarder zijn dan het 1,5-voudige van het tractorgewicht.
Zorg ervoor dat de lading de aanbevolen gewichtsverhouding niet overschrijdt. Voeg ballast
toe tot het voor de tractor aanbevolen maximum, verminder de lading of neem een zwaarder
trekkend voertuig. De tractor moet zwaar en krachtig genoeg zijn en over voldoende remver-
mogen voor de getrokken last beschikken. Wees bij het slepen van lasten in ongunstige bo-
demomstandigheden, bij het keren en over hellingen extra voorzichtig.
Aanvulling op de gebruiksaanwijzing VS / CANADA
8787.nl-NL.80Y.0 Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master | 171
Aanvulling op de gebruiksaanwijzing VS / CANADA
172 | Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing LION 3030 Master 8787.nl-NL.80Y.0
PÖTTINGER Servicepartner
Ons fijnmazige, wereldwijde net van service-vakhandelaren staat volledig tot uw beschikking.
Doordat er altijd een PÖTTINGER-dealer in de buurt is, bent u verzekerd van een snelle le-
vering van vervangende onderdelen. Bovendien wordt uw machine afgeleverd en ingesteld
door vakkundige medewerkers.
Onze service:
Regelmatige bijscholing zorgt voor vakkundig personeel
24 uur per dag "ORIGINAL INSIDE" onderdelen online bestellen.
Langdurige beschikbaarheid van vervangende onderdelen
en nog veel meer ...
Informeer bij uw service-vakhandelaar of ga naar www.poettinger.at.
8787.nl-NL.80Y.0
8787.nl-NL.80Y.0
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174

Pottinger LION 3030 MASTER Handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
Handleiding