Genius SLIDY BIG SLIDY 115 Handleiding

Type
Handleiding
NEDERLANDS
26
INHOUD
CE-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING VOOR MACHINES pag.26
BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN pag.27
ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN pag.27
INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM pag.27
TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM pag.30
INBEDRIJFSTELLING pag.30
HANDBEDIENDE WERKING pag.30
BIJZONDERE TOEPASSINGEN pag.30
ONDERHOUD pag.30
REPARATIE pag.30
CE-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING VOOR MACHINES
(RICHTLIJN 98/37/EG)
Fabrikant: GENIUS S.p.A.
Adres: Via Padre Elzi, 32 - 24050 - Grassobbio BERGAMO - ITALIË
Verklaart dat:de aandrijving mod. SLIDY-115 V / BIG SLIDY-115 V
• gebouwd is voor opname in een machine of voor assemblage met andere machines, zodat er een machine gevormd wordt in
de zin van de Richtlijn 98/37/EG;
• in overeenstemming is met de fundamentele veiligheidseisen van de volgende andere EEG-richtlijnen:
73/23/EEG en latere wijziging 93/68/EEG.
89/336/EEG en latere wijzigingen 92/31/EEG en 93/68/EEG
en verklaart bovendien dat het niet toegestaan is de machine in bedrijf te stellen totdat de machine waarin hij zal worden
opgenomen of waarvan hij deel uit zal maken geïdentificeerd is, en in overeenstemming verklaard is met de Richtlijn 98/37/EG.
Grassobbio, 01-07-2005
De algemeen directeur
D.Gianantoni
NEDERLANDS
27
1) Aandrijving met ingebouwde elektrische apparatuur
(zorg voor een speciale funderingsplaat)
2) Fotocellen
3) Sleutelschakelaar
4) Waarschuwingslamp
5) Ontvanger
Opmerkingen:
1) Voor het plaatsen van de elektriciteitskabels moeten de
juiste stijve en/of buigzame leidingen worden gebruikt.
2) Houd de verbindingskabels van de accessoires op
laagspanning altijd gescheiden van de 115V~
voedingskabels. Om interferenties te vermijden dienen aparte
hulzen te worden gebruikt.
1 Beschermkap
2 Deksel voor drager
3 Drager elektronische apparatuur
4 Elektronische apparatuur
5 Gat voor kabeldoorgang
6 Ontgrendelmechanisme met slot
7 Onderste bevestigingsgaten kap (4 st.)
8 Uitsparingen voor bevestiging aandrijving
9 Sensor
10 Tandwiel
11 Elektromotor
12 Aarding van de aandrijving
AUTOMATISCH SYSTEEM SLIDY - BIG SLIDY
Het automatische systeem SLIDY voor schuifpoorten bij
woonhuizen is een elektromechanische aandrijving die de
vleugel laat bewegen via een tandwiel dat aan een tandheugel
gekoppeld is, en die op zijn beurt weer aan de poort bevestigd
is.
Het onomkeerbare systeem garandeert een mechanische
vergrendeling wanneer de motor niet in werking is, en het is dus
niet nodig een slot te installeren. Bij een stroomuitval of slechte
werking kan de poort door een gemakkelijke ontgrendeling toch
worden gemanoeuvreerd.
Deze aandrijving heeft geen mechanische koppeling, en er is
dus bedieningsapparatuur met een elektronische koppeling
nodig.
De elektronische bedieningsapparatuur van de SLIDY
aandrijvingen is opgenomen in de aandrijving zelf.
1. BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
Technische eigenschappen aandrijvingen
2. ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN
(standaard installatie)
3. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM
3.1. VOORBEREIDENDE CONTROLES
Voor een goede werking van het automatische systeem moet
de constructie van de al bestaande of nog te realiseren poort
aan de volgende eisen voldoen:
• gewicht van de poort niet groter dan 500 Kg voor het model
SLIDY en 1000 Kg voor het model BIG SLIDY;
• de constructie van de vleugel moet stevig en stijf zijn;
• de vleugel moet een glad oppervlak hebben (zonder
uitsteeksels);
• de vleugel moet zich regelmatig en gelijkmatig bewegen,
zonder wrijving over de hele slag;
• de vleugel mag geen zijdelingse schommelingen maken;
• de schuifsystemen aan de onder- en bovenzijde moeten in
optimale staat zijn. Het gebruik van een rail op de grond met
een afgeronde groef verdient te voorkeur, om zo laag
mogelijke wrijvingen te krijgen bij het verschuiven.
• er mogen slechts twee wieltjes aanwezig zijn;
• er dienen mechanische veiligheidsstops te zijn om te
voorkomen dat de poort uit de rails kan lopen; deze stops
moeten stevig aan de grond of aan een rail op de grond
worden bevestigd, ongeveer 2 cm voorbij de
eindaanslagpositie.
• er mogen geen mechanische sloten aanwezig zijn.
Het wordt aanbevolen eventuele smidswerkzaamheden uit te
voeren voordat het automatische systeem geïnstalleerd wordt.
De staat van de constructie is direct van invloed op de
betrouwbaarheid en de veiligheid van het automatische
systeem.
3.2. INSTALLATIE VAN DE AANDRIJVING
1) Assembleer de funderingsplaat zoals op fig. 3.
2) Graaf ruimte uit voor de funderingsplaat zoals op fig. 4. De
funderingsplaat moet worden geplaatst zoals op fig. 5 (sluiting
naar rechts) of fig. 6 (sluiting naar links) om te verzekeren dat
tandwiel en tandheugel goed in elkaar grijpen.
Nota bene: het is raadzaam de plaat op een ondergrond van
cement te plaatsen, ongeveer 50 mm van de grond (fig. 7).
3) Plaats de buigzame leidingen die nodig zijn om de
verbindingskabels tussen de motorvertraging, de accessoires
en de elektrische voeding door te voeren. De buigzame
leidingen moeten ongeveer 3 cm uit het gat in de plaat
steken (fig. 4).
ledoM V511ydilS
ydilSgiB
V511
gnideoV zH06~V511
negomrevnemonegpO W053W006
emanpomoortS A3A2.5
rotomortkele.nim/nereoT 0041
rotas
nednoC V004/Fµ03V004/Fµ05
gniduohrevsgnigartreV 52:1
leiwdnaT 61Z41Z
leguehdnaT 4oludom
leppok.xaM mN81mN42
thcark
wud.xaM Nad54Nad07
gnilekkiwedpognigilievebehcsimrehT C°041
eitneuqerfskiurbeG %03%04
ruutarepmetsgnivegmO C°5
5+C°02-
gnivjirdnaathciweG gK01gK11
daargsgnimrehcseB 44PI
troopthciweg.xaM gK005gK0001
troopdiehlenS nim/m41nim
/m21
etgneltroop.xaM m51
Fig. 1
Fig. 2
NEDERLANDS
28
4) Metsel de plaat perfect horizontaal in.
5) Wacht tot het cement in de uitgegraven ruimte gehard is.
6) Leg de elektriciteitskabels voor verbinding met de accessoires
en voor de elektrische voeding (paragraaf 2). Om de
elektrische aansluitingen op de elektronische apparatuur
gemakkelijk tot stand te brengen moeten de
elektriciteitskabels ongeveer 20 cm uit het gat in de
funderingsplaat steken.
7) Bevestig de aandrijving op de funderingsplaat met de
bijgeleverde schroeven en ringen, zoals op fig. 8. Op fig. 7
wordt aangegeven hoe de aandrijving moet worden
geplaatst. Leid de elektriciteitskabels hierbij door het daarvoor
bestemde gat (fig. 1 – ref. 5) in de basis van het huis van de
motorvertraging.
8) Voer de elektrische verbindingskabels door de opening in de
basis van de drager van de apparatuur (fig. 1 – ref. 3) met
behulp van de bijgeleverde kabelklem.
9) Maak de elektrische aansluitingen van de elektronische
bedieningsapparatuur volgens de aanwijzingen van de
apparatuur
Belangrijk:
1) Sluit de aardkabel van de installatie aan op de positie van
fig. 1 – ref. 12.
2) De aandrijving wordt geleverd voor installaties waarbij de
poort rechts van de aandrijving sluit (van binnenuit gezien).
Als sluiting naar links plaatsvindt, moet de verbinding van de
kabels op de motorklemmen worden verwisseld.
Nota bene: de maten op de afbeeldingen zijn uitgedrukt in
mm.
3.3. MONTAGE VAN DE TANDHEUGEL
1) Bereid de tandheugel (die op bestelling geleverd wordt)
voor met de bijgeleverde schroeven TE 8 x 25 en de
afstandstukken die gelast moeten worden, zoals op fig. 9.
Om niet op de poort te hoeven lassen zijn er passerende
verzinkte afstandstukken leverbaar met
bevestigingsschroeven TE 8 x 50.
Nota bene: het is raadzaam de bevestigingsschroeven van de
tandheugel aan te halen in het bovenste deel van de
uitsparing. In die positie kan de tandheugel naar boven
worden verplaatst wanneer de poort in de loop der tijd zal
zakken.
2) Ontgrendel de aandrijving (zie paragraaf 6).
Fig. 3
Fig. 4
Fig. 5
Fig. 6
Fig. 7
Fig. 8
NEDERLANDS
29
3) Breng de vleugel met de hand in geopende positie.
4) Leg het eerste tandheugelelement op het tandwiel, ter
hoogte van het eerste afstandstuk (fig. 10).
5) Zet het tandheugelelement aan de vleugel vast met een
klem (fig. 10).
6) Verschuif de vleugel met de hand naar gesloten positie,
totdat u ter hoogte van het derde afstandstuk van de
tandheugel komt, en zet hem vast met een laspunt.
7) Las de drie afstandstukken definitief op de poort. Ga als
volgt te werk om de andere tandheugelelementen die nodig
zijn om in gesloten positie te komen, correct vast te zetten:
8) Plaats een ander tandheugelelement tegen het laatste
element dat is vastgezet, gebruik makend van een stuk
tandheugel van ongeveer 150 mm, om de vertanding van
de twee elementen in fase te brengen (fig. 11).
9) Verschuif de poort met de hand naar gesloten positie, totdat
u met het derde afstandstuk van het element dat vastgezet
moet worden ter hoogte van het tandwiel komt (fig. 11).
Nota bene: controleer of alle tandheugelelementen op het
midden van de tanden van het tandwiel werken. Als dat
niet het geval is, moet de positie van de motorvertraging
worden aangepast.
10) Las de drie afstandstukken van het element (fig. 10).
Let op:
a) Las beslist geen tandheugelelementen aan de
afstandstukken of aan elkaar.
b) Gebruik beslist geen vet of andere smeermiddelen tussen
tandwiel en tandheugel.
11) Voor een goede speling tussen het tandwiel en de
tandheugel moet u de motorvertraging 1,5 mm laten dalen
door aan de steunmoeren van de funderingsplaat (fig. 12)
te draaien. Na de regeling moeten de bevestigingsmoeren
van de aandrijving goed worden aangehaald.
Let op: als de poort nieuw is, moet deze speling (fig. 13) enkele
maanden na de installatie worden gecontroleerd.
12) Controleer met de hand of de poort helemaal ongehinderd
open kan gaan, en of de beweging van de vleugel
regelmatig en zonder wrijvingen verloopt.
3.4. PLAATSING VAN DE EINDAANSLAGMAGNETEN
De aandrijving heeft een magnetische eindschakelaar, die de
beweging van de poort stopt op het moment dat de magneet
aan de bovenkant van de tandheugel de sensor activeert. De
magneten die bij de aandrijving worden geleverd zijn speciaal
gepolariseerd en schakelen maar één contact van de sensor
in, het contact voor sluiting of dat voor opening. Op de magneet
die het contact voor opening van de poort inschakelt staat
een open hangslot afgebeeld, terwijl op de magneet die het
contact voor sluiting van de poort inschakelt een gesloten
hangslot staat (zie fig. 14)
Ga als volgt te werk om de twee eindaanslagmagneten correct
te plaatsen:
1) Assembleer de twee magneten zoals op afbeelding 14.
Fig. 9
Fig. 10
Fig. 11
Fig. 12
Fig. 13
Fig. 14
NEDERLANDS
30
2) Stel de aandrijving in op handbediening, zie paragraaf 6, en
schakel het systeem in.
3) Breng de poort met de hand in geopende positie, op
ongeveer 40 mm afstand van de mechanische aanslag bij
opening.
4) Verschuif de magneet met het open hangslot in de
openingsrichting over de tandheugel, zie figuur 15. Zodra de
led van de openingseindschakelaar op de kaart uitgaat,
verplaatst u de magneet nog 10 mm en zet u hem voorlopig
vast met de daarvoor bestemde schroeven.
5) Herhaal de handelingen vanaf punt 3 voor de
sluitingsmagneet.
6) Vergrendel het systeem weer (zie paragraaf 6).
Belangrijk: alvorens een impuls te geven, dient u zich ervan te
vergewissen dat de poort niet met de hand kan worden
verplaatst.
7) Bedien een volledige cyclus, om na te gaan of de
eindschakelaars correct functioneren.
Let op:
- Om beschadiging van de aandrijving en/of onderbrekingen
in de werking van het automatische systeem te voorkomen,
moet een afstand van ongeveer 40 mm worden gelaten tot
de mechanische veiligheidsaanslagen.
- Controleer of de respectieve contacten aan het einde van de
manoeuvre, zowel bij het openen als het sluiten, geactiveerd
blijven (led uit).
8) Breng de nodige wijzigingen aan in de positie van de
magneten, en zet hen definitief vast.
4. INBEDRIJFSTELLING
1) Programmeer de elektronische apparatuur aan de hand
van de bijbehorende instructies in overeenstemming met uw
eisen.
2) Schakel het systeem in en controleer de status van de leds
aan de hand van de tabel in de instructies van de
elektronische apparatuur.
3) Bevestig de beschermkap op de aandrijving met de
bijgeleverde schroeven, na het automatische systeem te
hebben getest (par. 5), zoals op fig. 16.
5. TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM
Controleer de werking van het automatische systeem en alle
accessoires die ermee verbonden zijn zorgvuldig.
Overhandig de pagina “Handleiding voor de gebruiker” aan
de klant en leg uit hoe het automatische systeem correct werkt
en gebruikt wordt.
6. HANDBEDIENDE WERKING
Als het nodig is de poort met de hand aan te drijven (omdat de
stroom is uitgevallen of omdat het automatische systeem niet
goed werkt), moet het ontgrendelmechanisme (fig. 1 – ref. 6) als
volgt worden gebruikt:
- Gebruik een muntstuk om het slot met de klok mee te draaien
tot het niet verder kan (fig. 17 ref. 1)
- Trek de hendel uit zoals te zien op fig. 17 ref. 2
Ga als volgt te werk om de normale werking te hervatten:
- Schakel het systeem uit.
- Plaats de poort ongeveer halverwege de openingsbeweging
- Zet de ontgrendelhendel weer terug;
- Draai het slot met behulp van een munt tegen de klok in, tot
het niet verder kan;
- Schakel het systeem in.
Nota bene: bij terugkeer van de voedingsspanning moet een
complete openingscyclus worden bediend.
Belangrijk: alvorens een impuls te geven, dient u zich ervan te
vergewissen dat de poort niet met de hand kan worden
verplaatst.
7. BIJZONDERE TOEPASSINGEN
Er zijn geen bijzondere toepassingen voorzien.
8. ONDERHOUD
Om te verzekeren dat het apparaat goed blijft functioneren en
voldoende veilig is, is het wenselijk elke zes maanden een
algemene controle van de installatie te laten uitvoeren. In het
boekje “Handleiding voor de gebruiker” is een formulier te vinden
voor registratie van de ingrepen.
9. REPARATIE
Voor eventuele reparaties dient u contact op te nemen met
erkende reparatiecentra.
Fig. 15
Fig. 16
Fig. 17
ADVERTENCIAS PARA EL INSTALADOR
REGLAS GENERALES PARA LA SEGURIDAD
1) ¡ATENCION! Es sumamente importante para la seguridad de las personas seguir
atentamente las presentes instrucciones. Una instalación incorrecta o un uso impropio
del producto puede causar graves daños a las personas.
2) Lean detenidamente las instrucciones antes de instalar el producto.
3) Los materiales del embalaje (plástico, poliestireno, etc.) no deben dejarse al alcance
de los niños, ya que constituyen fuentes potenciales de peligro.
4) Guarden las instrucciones para futuras consultas.
5) Este producto ha sido proyectado y fabricado exclusivamente para la utilización
indicada en el presente manual. Cualquier uso diverso del previsto podría perjudicar el
funcionamiento del producto y/o representar fuente de peligro.
6) GENIUS declina cualquier responsabilidad derivada de un uso impropio o diverso del previsto.
7) No instalen el aparato en atmósfera explosiva: la presencia de gas o humos inflamables
constituye un grave peligro para la seguridad.
8) Los elementos constructivos mecánicos deben estar de acuerdo con lo establecido en
las Normas EN 12604 y EN 12605.
Para los países no pertenecientes a la CEE, además de las referencias normativas
nacionales, para obtener un nivel de seguridad adecuado, deben seguirse las Normas
arriba indicadas.
9) GENIUS no es responsable del incumplimiento de las buenas técnicas de fabricación de los
cierres que se han de motorizar, así como de las deformaciones que pudieran intervenir en la
utilización.
10) La instalación debe ser realizada de conformidad con las Normas EN 12453 y EN 12445.
El nivel de seguridad de la automación debe ser C+D.
11) Quiten la alimentación eléctrica y desconecten las baterías antes de efectuar cualquier
intervención en la instalación.
12) Coloquen en la red de alimentación de la automación un interruptor omnipolar con
distancia de apertura de los contactos igual o superior a 3 mm. Se aconseja usar un
magnetotérmico de 6A con interrupción omnipolar.
13) Comprueben que la instalación disponga línea arriba de un interruptor diferencial con
umbral de 0,03 A.
14) Verifiquen que la instalación de tierra esté correctamente realizada y conecten las
partes metálicas del cierre.
15) La automación dispone de un dispositivo de seguridad antiaplastamiento constituido
por un control de par. No obstante, es necesario comprobar el umbral de intervención
según lo previsto en las Normas indicadas en el punto 10.
16) Los dispositivos de seguridad (norma EN 12978) permiten proteger posibles áreas de
peligro de Riesgos mecánicos de movimiento, como por ej. aplastamiento, arrastre,
corte.
17) Para cada equipo se aconseja usar por lo menos una señalización luminosa así como
un cartel de señalización adecuadamente fijado a la estructura del bastidor, además
de los dispositivos indicados en el “16”.
18) GENIUS declina toda responsabilidad relativa a la seguridad y al buen funcionamiento de la
automación si se utilizan componentes de la instalación que no sean de producción GENIUS.
19) Para el mantenimiento utilicen exclusivamente piezas originales GENIUS
20) No efectúen ninguna modificación en los componentes que forman parte del sistema
de automación.
21) El instalador debe proporcionar todas las informaciones relativas al funcionamiento del
sistema en caso de emergencia y entregar al usuario del equipo el manual de
advertencias que se adjunta al producto.
22) No permitan que niños o personas se detengan en proximidad del producto durante su
funcionamiento.
23) Mantengan lejos del alcance los niños los telemandos o cualquier otro emisor de
impulso, para evitar que la automación pueda ser accionada involuntariamente.
24) Sólo puede transitarse entre las hojas si la cancela está completamente abierta.
25) El usuario no debe por ningún motivo intentar reparar o modificar el producto, debe
siempre dirigirse a personal cualificado.
26) Todo lo que no esté previsto expresamente en las presentes instrucciones debe
entenderse como no permitido
HINWEISE FÜR DEN INSTALLATIONSTECHNIKER
ALLGEMEINE SICHERHEITSVORSCHRIFTEN
1) ACHTUNG! Um die Sicherheit von Personen zu gewährleisten, sollte die Anleitung
aufmerksam befolgt werden. Eine falsche Installation oder ein fehlerhafter Betrieb des
Produktes können zu schwerwiegenden Personenschäden führen.
2) Bevor mit der Installation des Produktes begonnen wird, sollten die Anleitungen
aufmerksam gelesen werden.
3) Das Verpackungsmaterial (Kunststoff, Styropor, usw.) sollte nicht in Reichweite von
Kindern aufbewahrt werden, da es eine potentielle Gefahrenquelle darstellt.
4) Die Anleitung sollte aufbewahrt werden, um auch in Zukunft Bezug auf sie nehmen zu können.
5) Dieses Produkt wurde ausschließlich für den in diesen Unterlagen angegebenen Gebrauch
entwickelt und hergestellt. Jeder andere Gebrauch, der nicht ausdrücklich angegeben ist,
könnte die Unversehrtheit des Produktes beeinträchtigen und/oder eine Gefahrenquelle
darstellen.
6) Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung für Schäden, die durch unsachgemäßen oder
nicht bestimmungsgemäßen Gebrauch der Automatik verursacht werden, ab.
7) Das Gerät sollte nicht in explosionsgefährdeten Umgebungen installiert werden: das
Vorhandensein von entflammbaren Gasen oder Rauch stellt ein schwerwiegendes
Sicherheitsrisiko dar.
8) Die mechanischen Bauelemente müssen den Anforderungen der Normen EN 12604
und EN 12605 entsprechen.
Für Länder, die nicht der Europäischen Union angehören, sind für die Gewährleistung
eines entsprechenden Sicherheitsniveaus neben den nationalen gesetzlichen
Bezugsvorschriften die oben aufgeführten Normen zu beachten.
9) Die Firma GENIUS übernimmt keine Haftung im Falle von nicht fachgerechten
Ausführungen bei der Herstellung der anzutreibenden Schließvorrichtungen sowie bei
Deformationen, die eventuell beim Betrieb entstehen.
10) Die Installation muß unter Beachtung der Normen EN 12453 und EN 12445 erfolgen. Die
Sicherheitsstufe der Automatik sollte C+D sein.
11) Vor der Ausführung jeglicher Eingriffe auf der Anlage sind die elektrische Versorgung
und die Batterie abzunehmen.
12) Auf dem Versorgungsnetz der Automatik ist ein omnipolarer Schalter mit
Öffnungsabstand der Kontakte von über oder gleich 3 mm einzubauen. Darüber hinaus
wird der Einsatz eines Magnetschutzschalters mit 6A mit omnipolarer Abschaltung
empfohlen.
13) Es sollte überprüft werden, ob vor der Anlage ein Differentialschalter mit einer
Auslöseschwelle von 0,03 A zwischengeschaltet ist.
WAARSCHUWINGEN VOOR DE INSTALLATEUR
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
1) LET OP! Het is belangrijk voor de veiligheid dat deze hele instructie zorgvuldig wordt
opgevolgd. Een onjuiste installatie of foutief gebruik van het product kunnen ernstig
persoonlijk letsel veroorzaken.
2) Lees de instructies aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product.
3) De verpakkingsmaterialen (plastic, polystyreen, enz.) mogen niet binnen het bereik
van kinderen worden gelaten, want zij vormen een mogelijke bron van gevaar.
4) Bewaar de instructies voor raadpleging in de toekomst.
5) Dit product is uitsluitend ontworpen en gebouwd voor het doel dat in deze
documentatie wordt aangegeven. Elk ander gebruik, dat niet uitdrukkelijk wordt
vermeld, zou het product kunnen beschadigen en/of een bron van gevaar kunnen
vormen.
6) GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die ontstaat uit
oneigenlijk gebruik of ander gebruik dan waarvoor het automatische systeem is
bedoeld.
7) Installeer het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving: de aanwezigheid
van ontvlambare gassen of dampen vormt een ernstig gevaar voor de veiligheid.
8) De mechanische bouwelementen moeten in overeenstemming zijn met de
bepalingen van de normen EN 12604 en EN 12605.
Voor niet-EEG landen moeten, om een goed veiligheidsniveau te bereiken, behalve
de nationale voorschriften ook de bovenstaande normen in acht worden genomen.
9) GENIUS is niet aansprakelijk als de regels der goede techniek niet in acht genomen zijn
bij de bouw van het sluitwerk dat gemotoriseerd moet worden, noch voor vervormingen
die zouden kunnen ontstaan bij het gebruik.
10) De installatie dient te geschieden in overeenstemming met de normen EN 12453 en EN 12445.
Het veiligheidsniveau van het automatische systeem moet C+D zijn.
11) Alvorens ingrepen te gaan verrichten op de installatie moet de elektrische voeding
worden weggenomen en moeten de batterijen worden afgekoppeld.
12) Zorg op het voedingsnet van het automatische systeem voor een meerpolige
schakelaar met een opening tussen de contacten van 3 mm of meer. Het wordt
geadviseerd een magnetothermische schakelaar van 6A te gebruiken met meerpolige
onderbreking.
13) Controleer of er bovenstrooms van de installatie een differentieelschakelaar is geplaatst
met een limiet van 0,03 A.
14) Controleer of de aardingsinstallatie vakkundig is aangelegd en sluit er de metalen
delen van het sluitsysteem op aan.
15) Het automatische systeem beschikt over een intrinsieke beveiliging tegen inklemming,
bestaande uit een controle van het koppel. De inschakellimiet hiervan dient echter te worden
gecontroleerd volgens de bepalingen van de normen die worden vermeld onder punt 10.
16) De veiligheidsvoorzieningen (norm EN 12978) maken het mogelijk eventuele gevaarlijke
gebieden te beschermen tegen Mechanische gevaren door beweging, zoals
bijvoorbeeld inklemming, meesleuren of amputatie.
17) Het wordt voor elke installatie geadviseerd minstens één lichtsignaal te gebruiken
alsook een waarschuwingsbord dat goed op de constructie van het hang- en sluitwerk
dient te worden bevestigd, afgezien nog van de voorzieningen die genoemd zijn
onder punt “16”.
18) GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor wat betreft de veiligheid en de
goede werking van het automatische systeem, als er in de installatie gebruik gemaakt
wordt van componenten die niet door GENIUS zijn geproduceerd.
19) Gebruik voor het onderhoud uitsluitend originele GENIUS-onderdelen.
20) Verricht geen wijzigingen op componenten die deel uitmaken van het automatische
systeem.
21) De installateur dient alle informatie te verstrekken over de handbediening van het
systeem in noodgevallen, en moet de gebruiker van de installatie het bij het product
geleverde boekje met aanwijzingen overhandigen.
22) Sta het niet toe dat kinderen of volwassenen zich ophouden in de buurt van het
product terwijl dit in werking is.
23) Houd radio-afstandsbedieningen of alle andere impulsgevers buiten het bereik van
kinderen, om te voorkomen dat het automatische systeem onopzettelijk kan worden
aangedreven.
24) Ga alleen tussen de vleugels door als het hek helemaal geopend is.
25) De gebruiker mag geen pogingen tot reparatie doen of directe ingrepen plegen, en
dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd personeel.
26) Alles wat niet uitdrukkelijk in deze instructies wordt aangegeven, is niet toegestaan
14) Es sollte überprüft werden, ob die Erdungsanlage fachgerecht ausgeführt wurde. Die
Metallteile der Schließung sollten an diese Anlage angeschlossen werden.
15) Die Automation verfügt über eine eingebaute Sicherheitsvorrichtung für den Quetschschutz,
die aus einer Drehmomentkontrolle besteht. Es ist in jedem Falle erforderlich, deren
Eingriffsschwelle gemäß der Vorgaben der unter Punkt 10 angegebenen Vorschriften zu
überprüfen.
16) Die Sicherheitsvorrichtungen (Norm EN 12978) ermöglichen den Schutz eventueller
Gefahrenbereiche vor mechanischen Bewegungsrisiken, wie zum Beispiel
Quetschungen, Mitschleifen oder Schnittverletzungen.
17) Für jede Anlage wird der Einsatz von mindestens einem Leuchtsignal empfohlen sowie eines
Hinweisschildes, das über eine entsprechende Befestigung mit dem Aufbau des Tors verbunden
wird. Darüber hinaus sind die unter Punkt “16” erwähnten Vorrichtungen einzusetzen.
18) Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung hinsichtlich der Sicherheit und des störungsfreien
Betriebs der Automatik ab, soweit Komponenten auf der Anlage eingesetzt werden,
die nicht im Hause GENIUS hergestellt wurden.
19) Bei der Instandhaltung sollten ausschließlich Originalteile der Firma GENIUS verwendet werden.
20) Auf den Komponenten, die Teil des Automationssystems sind, sollten keine
Veränderungen vorgenommen werden.
21) Der Installateur sollte alle Informationen hinsichtlich des manuellen Betriebs des
Systems in Notfällen liefern und dem Betreiber der Anlage das Anleitungsbuch, das
dem Produkt beigelegt ist, übergeben.
22) Weder Kinder noch Erwachsene sollten sich während des Betriebs in der unmittelbaren
Nähe der Automation aufhalten.
23) Die Funksteuerungen und alle anderen Impulsgeber sollten außerhalb der Reichweite von
Kindern aufbewahrt werden, um ein versehentliches Aktivieren der Automation zu vermeiden.
24) Der Durchgang oder die Durchfahrt zwischen den Flügeln darf lediglich bei vollständig
geöffnetem Tor erfolgen.
25) Der Betreiber sollte keinerlei Reparaturen oder direkte Eingriffe auf der Automation
ausführen, sondern sich hierfür ausschließlich an qualifiziertes Fachpersonal wenden.
26) Alle Vorgehensweisen, die nicht ausdrücklich in der vorliegenden Anleitung
vorgesehen sind, sind nicht zulässig
Lees deze instructies aandachtig door alvorens het product te
gebruiken, en bewaar hen voor eventueel gebruik in de
toekomst
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Als het automatische syste SLIDY correct geïnstalleerd en gebruikt
wordt, garandeert het een hoge veiligheidsgraad. Verder
kunnen ongewenste storingen worden voorkomen door enkele
eenvoudige gedragregels:
NEDERLANDS
- Darauf achten, dass die Leuchtsignalsysteme stets
funktionstüchtig und gut sichtbar sind.
- Das Tor darf nur dann mit der Hand betätigt werden, wenn es
entriegelt wurde.
- Bei Betriebsstörungen das Tor entriegeln, um den Zugang zu
ermöglichen und technische Fachkräfte benachrichtigen.
- Wenn der Handbetrieb eingestellt ist, muss vor der
Wiederherstellung des Normalbetriebs die Stromzufuhr zur
Anlage unterbrochen werden.
- Keine Änderungen an den Bauteilen des Automationssystems
vornehmen.
- Keine Reparaturen oder direkten Arbeiten selbst ausführen
und sich nur an Fachkräfte wenden.
- Im Abstand von mindestens 6 Monaten die
Funktionstüchtigkeit der Automation, der
Sicherheitsvorrichtungen und der Erdung von Fachkräften
prüfen lassen.
BESCHREIBUNG
Die Automation SLIDY ist ideal für die Durchfahrtskontrolle in
Wohnbereichen.
Das Gerät SLIDY für Schiebetore ist ein elektromechanischer
Antrieb, der die Bewegung über ein Ritzel mit Zahnstange auf
den Flügel überträgt.
Für die detaillierte Betriebsweise des Schiebetors mit den
verschiedenen Betriebslogiken, wenden Sie sich an den mit der
Installation beauftragten Techniker.
Die Automationen enthalten Sicherheitsvorrichtungen
(Fotozellen), die das erneute Schließen des Tors verhindern, wenn
sich ein Hindernis in dem jeweiligen geschützten Bereich befindet.
Das System gewährleistet die mechanische Verriegelung, wenn
der Motor nicht läuft, daher muss kein Schloss eingebaut werden.
Die Öffnung per Hand ist daher nur mit Hilfe des entsprechenden
Entriegelungssystems möglich.
Der Getriebemotor ist für die sichere Verwendung der Automation
mit einer verstellbaren elektronischen Kupplung ausgerüstet.
Das elektronische Steuergerät ist im Getriebemotor eingebaut.
Durch eine praktische Entriegelung kann das Tor auch bei
Stromausfall oder Betriebsstörungen betätigt werden.
Das Leuchtsignal signalisiert die laufende Bewegung des Tors.
HANDBETRIEB
Sollte es aufgrund von Stromausfall oder Betriebsstörungen der
Automation erforderlich sein, das Tor mit der Hand zu betätigen,
sind folgende Maßnahmen an der Entriegelungsvorrichtung
vorzunehmen:
- Die Spannungsversorgung zur Anlage unterbrechen
- Das Schloss mit Hilfe einer Münze im Uhrzeigersinn bis zum
Anschlag drehen (Abb. 1 - Bez. 1)
- Den Hebel laut Angaben in Abb. 1 Bez. 2 ziehen
- Das Tor mit der Hand öffnen oder schließen.
WIEDERHERSTELLUNG DES NORMALBETRIEBS
- Die Stromzufuhr zum System unterbrechen
- Das Tor auf etwa die Hälfte des Öffnungslaufs fahren
- Den Entriegelungshebel in die Ausgangsposition stellen
- Das Schloss mit Hilfe einer Münze im Gegenuhrzeigersinn bis
zum Anschlag drehen
- Das System erneut mit Strom versorgen
Anmerkung: Bei der Wiederherstellung der
Versorgungsspannung einen vollständigen Öffnungszyklus
fahren.
Wichtig: Vor dem Senden eines Impulses sicherstellen, dass
das Tor nicht mit der Hand bewegt werden kann.
- Sta het niet toe dat kinderen, volwassenen of voorwerpen
zich in de buurt van het automatische systeem bevinden,
vooral tijdens de werking.
- Houd de radio-afstandsbediening en alle andere
impulsgevers waarmee het automatische systeem
onopzettelijk kan worden bediend, buiten het bereik van
kinderen.
- Sta het kinderen niet toe met het automatische systeem te
spelen.
- Houd de beweging van de poort niet opzettelijk tegen.
- Voorkom dat takken of struiken de beweging van de poort
kunnen hinderen.
- Houd de lichtsignaleringssystemen efficiënt en goed zichtbaar.
- Probeer de poort niet met de hand te bewegen als deze niet
eerst ontgrendeld is.
- Bij storingen moet de poort worden ontgrendeld om binnen te
kunnen gaan, en moet een technische ingreep door
gekwalificeerd personeel worden afgewacht.
- Nadat de handbediende werking is ingesteld, moet de
elektrische voeding naar het systeem worden weggenomen
alvorens de normale werking te hervatten.
- Voer geen wijzigingen uit op componenten die deel uitmaken
van het automatische systeem.
- Doe geen pogingen tot reparatie of andere directe ingrepen,
en wendt u zich uitsluitend tot gekwalificeerd personeel.
- Laat de werking van het automatische systeem, de
veiligheidsvoorzieningen en de aarding minstens eenmaal
per half jaar controleren door gekwalificeerd personeel.
BESCHRIJVING
Het automatische systeem SLIDY is ideaal voor controle op de
toegang van voertuigen bij woonhuizen.
SLIDY voor schuifpoorten is een elektromechanische aandrijving,
die de beweging op de vleugel overbrengt door middel van
een tandwiel met tandheugel.
Voor het gedetailleerde gedrag van de schuifpoort in de
verschillende bedrijfslogica’s, vraag de installatietechnicus.
Bij automatische systemen zijn veiligheidsvoorzieningen
(fotocellen) aanwezig die verhinderen dat de poort weer kan
sluiten wanneer er zich een obstakel in het door hun
beschermde gebied bevindt.
Het systeem garandeert mechanische vergrendeling wanneer
de motor niet in werking is, en het is dus niet nodig een slot te
installeren.
Handmatige opening is dus alleen mogelijk via het
desbetreffende ontgrendelsysteem.
De motorvertragingen hebben een regelbare elektronische
koppeling voor een veilig gebruik van het automatische systeem.
De elektronische apparatuur is in de motorvertraging
ingebouwd.
Bij een stroomuitval of slechte werking kan de poort door een
eenvoudige, handmatige ontgrendeling toch worden
gemanoeuvreerd.
De lamp geeft aan dat de poort een beweging aan het maken
is.
HANDBEDIENDE WERKING
Als het nodig is de poort met de hand aan te drijven omdat de
elektrische voeding is uitgevallen of omdat het automatische
systeem niet goed werkt, moet het ontgrendelmechanisme als
volgt worden gebruikt.
- Koppel de spanning naar de installatie af;
- Gebruik een muntstuk om het slot met de klok mee te draaien
tot het niet verder kan (fig. 1 ref. 1)
- Trek de hendel uit zoals te zien op fig. 1 ref. 2
- Voer de manoeuvre voor opening of sluiting van de poort met
de hand uit.
HERVATTING VAN DE NORMALE WERKING.
- Schakel het systeem uit.
- Plaats de poort ongeveer halverwege de openingsbeweging
- Zet de ontgrendelhendel weer terug;
- Draai het slot met behulp van een munt tegen de klok in, tot
het niet verder kan;
- Schakel het systeem in.
Nota bene: bij terugkeer van de voedingsspanning moet een
complete openingscyclus worden bediend.
Belangrijk: alvorens een impuls te geven, dient u zich ervan te
vergewissen dat de poort niet met de hand kan worden
verplaatst.

Documenttranscriptie

INHOUD CE-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING VOOR MACHINES pag.26 BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN pag.27 ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN pag.27 INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM pag.27 TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM pag.30 INBEDRIJFSTELLING pag.30 HANDBEDIENDE WERKING pag.30 BIJZONDERE TOEPASSINGEN pag.30 ONDERHOUD pag.30 REPARATIE pag.30 CE-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING VOOR MACHINES (RICHTLIJN 98/37/EG) Fabrikant: GENIUS S.p.A. Adres: Via Padre Elzi, 32 - 24050 - Grassobbio BERGAMO - ITALIË Verklaart dat:de aandrijving mod. SLIDY-115 V / BIG SLIDY-115 V NEDERLANDS • gebouwd is voor opname in een machine of voor assemblage met andere machines, zodat er een machine gevormd wordt in de zin van de Richtlijn 98/37/EG; • in overeenstemming is met de fundamentele veiligheidseisen van de volgende andere EEG-richtlijnen: 73/23/EEG en latere wijziging 93/68/EEG. 89/336/EEG en latere wijzigingen 92/31/EEG en 93/68/EEG en verklaart bovendien dat het niet toegestaan is de machine in bedrijf te stellen totdat de machine waarin hij zal worden opgenomen of waarvan hij deel uit zal maken geïdentificeerd is, en in overeenstemming verklaard is met de Richtlijn 98/37/EG. Grassobbio, 01-07-2005 De algemeen directeur D.Gianantoni 26 AUTOMATISCH SYSTEEM SLIDY - BIG SLIDY 2. ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN (standaard installatie) Het automatische systeem SLIDY voor schuifpoorten bij woonhuizen is een elektromechanische aandrijving die de vleugel laat bewegen via een tandwiel dat aan een tandheugel gekoppeld is, en die op zijn beurt weer aan de poort bevestigd is. Het onomkeerbare systeem garandeert een mechanische vergrendeling wanneer de motor niet in werking is, en het is dus niet nodig een slot te installeren. Bij een stroomuitval of slechte werking kan de poort door een gemakkelijke ontgrendeling toch worden gemanoeuvreerd. Deze aandrijving heeft geen mechanische koppeling, en er is dus bedieningsapparatuur met een elektronische koppeling nodig. De elektronische bedieningsapparatuur van de SLIDY aandrijvingen is opgenomen in de aandrijving zelf. Fig. 2 1. BESCHRIJVING EN TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN 1) 2) 3) 4) 5) Aandrijving met ingebouwde elektrische apparatuur (zorg voor een speciale funderingsplaat) Fotocellen Sleutelschakelaar Waarschuwingslamp Ontvanger Opmerkingen: 1) Voor het plaatsen van de elektriciteitskabels moeten de juiste stijve en/of buigzame leidingen worden gebruikt. 2) Houd de verbindingskabels van de accessoires op laagspanning altijd gescheiden van de 115V~ voedingskabels. Om interferenties te vermijden dienen aparte hulzen te worden gebruikt. 3. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Beschermkap Deksel voor drager Drager elektronische apparatuur Elektronische apparatuur Gat voor kabeldoorgang Ontgrendelmechanisme met slot Onderste bevestigingsgaten kap (4 st.) Uitsparingen voor bevestiging aandrijving Sensor Tandwiel Elektromotor Aarding van de aandrijving Fig. 1 Technische eigenschappen aandrijvingen Big Slidy 115V Voeding 115V~ 60Hz Opgenomen vermogen 350W 600W Stroomopname 3A 5.2A Toeren/min. elektromotor 1400 Condensator 30µ F / 400V 50µ F / 400V Vertragingsverhouding 1:25 Tandwiel Z 16 Z 14 Tandheugel modulo 4 Max. koppel 18 Nm 24 Nm Max. duwkracht 4 5 da N 7 0 da N Thermische beveiliging op de wikkeling 140°C Gebruiksfrequentie 30% 40% Omgevingstemperatuur -20°C +55°C Gewicht aandrijving 10 Kg 11 Kg Beschermingsgraad IP44 Max. gewicht poort 500 Kg 1000 Kg Snelheid poort 14 m/min 12 m/min Max. poortlengte 15 m Model Slidy 115V 3.2. INSTALLATIE VAN DE AANDRIJVING 1) Assembleer de funderingsplaat zoals op fig. 3. 2) Graaf ruimte uit voor de funderingsplaat zoals op fig. 4. De funderingsplaat moet worden geplaatst zoals op fig. 5 (sluiting naar rechts) of fig. 6 (sluiting naar links) om te verzekeren dat tandwiel en tandheugel goed in elkaar grijpen. Nota bene: het is raadzaam de plaat op een ondergrond van cement te plaatsen, ongeveer 50 mm van de grond (fig. 7). 3) Plaats de buigzame leidingen die nodig zijn om de verbindingskabels tussen de motorvertraging, de accessoires en de elektrische voeding door te voeren. De buigzame leidingen moeten ongeveer 3 cm uit het gat in de plaat steken (fig. 4). 27 NEDERLANDS 3.1. VOORBEREIDENDE CONTROLES Voor een goede werking van het automatische systeem moet de constructie van de al bestaande of nog te realiseren poort aan de volgende eisen voldoen: • gewicht van de poort niet groter dan 500 Kg voor het model SLIDY en 1000 Kg voor het model BIG SLIDY; • de constructie van de vleugel moet stevig en stijf zijn; • de vleugel moet een glad oppervlak hebben (zonder uitsteeksels); • de vleugel moet zich regelmatig en gelijkmatig bewegen, zonder wrijving over de hele slag; • de vleugel mag geen zijdelingse schommelingen maken; • de schuifsystemen aan de onder- en bovenzijde moeten in optimale staat zijn. Het gebruik van een rail op de grond met een afgeronde groef verdient te voorkeur, om zo laag mogelijke wrijvingen te krijgen bij het verschuiven. • er mogen slechts twee wieltjes aanwezig zijn; • er dienen mechanische veiligheidsstops te zijn om te voorkomen dat de poort uit de rails kan lopen; deze stops moeten stevig aan de grond of aan een rail op de grond worden bevestigd, ongeveer 2 cm voorbij de eindaanslagpositie. • er mogen geen mechanische sloten aanwezig zijn. Het wordt aanbevolen eventuele smidswerkzaamheden uit te voeren voordat het automatische systeem geïnstalleerd wordt. De staat van de constructie is direct van invloed op de betrouwbaarheid en de veiligheid van het automatische systeem. 4) Metsel de plaat perfect horizontaal in. 5) Wacht tot het cement in de uitgegraven ruimte gehard is. 6) Leg de elektriciteitskabels voor verbinding met de accessoires en voor de elektrische voeding (paragraaf 2). Om de elektrische aansluitingen op de elektronische apparatuur gemakkelijk tot stand te brengen moeten de elektriciteitskabels ongeveer 20 cm uit het gat in de funderingsplaat steken. 7) Bevestig de aandrijving op de funderingsplaat met de bijgeleverde schroeven en ringen, zoals op fig. 8. Op fig. 7 wordt aangegeven hoe de aandrijving moet worden geplaatst. Leid de elektriciteitskabels hierbij door het daarvoor bestemde gat (fig. 1 – ref. 5) in de basis van het huis van de motorvertraging. 8) Voer de elektrische verbindingskabels door de opening in de basis van de drager van de apparatuur (fig. 1 – ref. 3) met behulp van de bijgeleverde kabelklem. 9) Maak de elektrische aansluitingen van de elektronische bedieningsapparatuur volgens de aanwijzingen van de apparatuur Fig. 3 Belangrijk: 1) Sluit de aardkabel van de installatie aan op de positie van fig. 1 – ref. 12. 2) De aandrijving wordt geleverd voor installaties waarbij de poort rechts van de aandrijving sluit (van binnenuit gezien). Als sluiting naar links plaatsvindt, moet de verbinding van de kabels op de motorklemmen worden verwisseld. Fig. 4 NEDERLANDS Fig. 7 Fig. 5 Fig. 8 Nota bene: de maten op de afbeeldingen zijn uitgedrukt in mm. 3.3. MONTAGE VAN DE TANDHEUGEL 1) Bereid de tandheugel (die op bestelling geleverd wordt) voor met de bijgeleverde schroeven TE 8 x 25 en de afstandstukken die gelast moeten worden, zoals op fig. 9. Om niet op de poort te hoeven lassen zijn er passerende verzinkte afstandstukken leverbaar met bevestigingsschroeven TE 8 x 50. Nota bene: het is raadzaam de bevestigingsschroeven van de tandheugel aan te halen in het bovenste deel van de uitsparing. In die positie kan de tandheugel naar boven worden verplaatst wanneer de poort in de loop der tijd zal zakken. 2) Ontgrendel de aandrijving (zie paragraaf 6). Fig. 6 28 3) Breng de vleugel met de hand in geopende positie. 4) Leg het eerste tandheugelelement op het tandwiel, ter hoogte van het eerste afstandstuk (fig. 10). 5) Zet het tandheugelelement aan de vleugel vast met een klem (fig. 10). 11) Voor een goede speling tussen het tandwiel en de tandheugel moet u de motorvertraging 1,5 mm laten dalen door aan de steunmoeren van de funderingsplaat (fig. 12) te draaien. Na de regeling moeten de bevestigingsmoeren van de aandrijving goed worden aangehaald. Let op: als de poort nieuw is, moet deze speling (fig. 13) enkele maanden na de installatie worden gecontroleerd. 12) Controleer met de hand of de poort helemaal ongehinderd open kan gaan, en of de beweging van de vleugel regelmatig en zonder wrijvingen verloopt. Fig. 9 Fig. 12 Fig. 10 6) Verschuif de vleugel met de hand naar gesloten positie, totdat u ter hoogte van het derde afstandstuk van de tandheugel komt, en zet hem vast met een laspunt. 7) Las de drie afstandstukken definitief op de poort. Ga als volgt te werk om de andere tandheugelelementen die nodig zijn om in gesloten positie te komen, correct vast te zetten: 8) Plaats een ander tandheugelelement tegen het laatste element dat is vastgezet, gebruik makend van een stuk tandheugel van ongeveer 150 mm, om de vertanding van de twee elementen in fase te brengen (fig. 11). 9) Verschuif de poort met de hand naar gesloten positie, totdat u met het derde afstandstuk van het element dat vastgezet moet worden ter hoogte van het tandwiel komt (fig. 11). Nota bene: controleer of alle tandheugelelementen op het midden van de tanden van het tandwiel werken. Als dat niet het geval is, moet de positie van de motorvertraging worden aangepast. 10) Las de drie afstandstukken van het element (fig. 10). Fig. 13 De aandrijving heeft een magnetische eindschakelaar, die de beweging van de poort stopt op het moment dat de magneet aan de bovenkant van de tandheugel de sensor activeert. De magneten die bij de aandrijving worden geleverd zijn speciaal gepolariseerd en schakelen maar één contact van de sensor in, het contact voor sluiting of dat voor opening. Op de magneet die het contact voor opening van de poort inschakelt staat een open hangslot afgebeeld, terwijl op de magneet die het contact voor sluiting van de poort inschakelt een gesloten hangslot staat (zie fig. 14) Ga als volgt te werk om de twee eindaanslagmagneten correct te plaatsen: 1) Assembleer de twee magneten zoals op afbeelding 14. Let op: a) Las beslist geen tandheugelelementen aan de afstandstukken of aan elkaar. b) Gebruik beslist geen vet of andere smeermiddelen tussen tandwiel en tandheugel. Fig. 14 Fig. 11 29 NEDERLANDS 3.4. PLAATSING VAN DE EINDAANSLAGMAGNETEN 5. TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM 2) Stel de aandrijving in op handbediening, zie paragraaf 6, en schakel het systeem in. 3) Breng de poort met de hand in geopende positie, op ongeveer 40 mm afstand van de mechanische aanslag bij opening. 4) Verschuif de magneet met het open hangslot in de openingsrichting over de tandheugel, zie figuur 15. Zodra de led van de openingseindschakelaar op de kaart uitgaat, verplaatst u de magneet nog 10 mm en zet u hem voorlopig vast met de daarvoor bestemde schroeven. Controleer de werking van het automatische systeem en alle accessoires die ermee verbonden zijn zorgvuldig. Overhandig de pagina “Handleiding voor de gebruiker” aan de klant en leg uit hoe het automatische systeem correct werkt en gebruikt wordt. 6. HANDBEDIENDE WERKING Als het nodig is de poort met de hand aan te drijven (omdat de stroom is uitgevallen of omdat het automatische systeem niet goed werkt), moet het ontgrendelmechanisme (fig. 1 – ref. 6) als volgt worden gebruikt: - Gebruik een muntstuk om het slot met de klok mee te draaien tot het niet verder kan (fig. 17 ref. 1) - Trek de hendel uit zoals te zien op fig. 17 ref. 2 Ga als volgt te werk om de normale werking te hervatten: - Schakel het systeem uit. - Plaats de poort ongeveer halverwege de openingsbeweging - Zet de ontgrendelhendel weer terug; - Draai het slot met behulp van een munt tegen de klok in, tot het niet verder kan; - Schakel het systeem in. Nota bene: bij terugkeer van de voedingsspanning moet een complete openingscyclus worden bediend. Belangrijk: alvorens een impuls te geven, dient u zich ervan te vergewissen dat de poort niet met de hand kan worden verplaatst. Fig. 15 5) Herhaal de handelingen vanaf punt 3 voor de sluitingsmagneet. 6) Vergrendel het systeem weer (zie paragraaf 6). Belangrijk: alvorens een impuls te geven, dient u zich ervan te vergewissen dat de poort niet met de hand kan worden verplaatst. 7) Bedien een volledige cyclus, om na te gaan of de eindschakelaars correct functioneren. Let op: - Om beschadiging van de aandrijving en/of onderbrekingen in de werking van het automatische systeem te voorkomen, moet een afstand van ongeveer 40 mm worden gelaten tot de mechanische veiligheidsaanslagen. - Controleer of de respectieve contacten aan het einde van de manoeuvre, zowel bij het openen als het sluiten, geactiveerd blijven (led uit). Fig. 17 8) Breng de nodige wijzigingen aan in de positie van de magneten, en zet hen definitief vast. 7. BIJZONDERE TOEPASSINGEN NEDERLANDS 4. INBEDRIJFSTELLING Er zijn geen bijzondere toepassingen voorzien. 1) Programmeer de elektronische apparatuur aan de hand van de bijbehorende instructies in overeenstemming met uw eisen. 2) Schakel het systeem in en controleer de status van de leds aan de hand van de tabel in de instructies van de elektronische apparatuur. 3) Bevestig de beschermkap op de aandrijving met de bijgeleverde schroeven, na het automatische systeem te hebben getest (par. 5), zoals op fig. 16. 8. ONDERHOUD Om te verzekeren dat het apparaat goed blijft functioneren en voldoende veilig is, is het wenselijk elke zes maanden een algemene controle van de installatie te laten uitvoeren. In het boekje “Handleiding voor de gebruiker” is een formulier te vinden voor registratie van de ingrepen. 9. REPARATIE Voor eventuele reparaties dient u contact op te nemen met erkende reparatiecentra. Fig. 16 30 ADVERTENCIAS PARA EL INSTALADOR REGLAS GENERALES PARA LA SEGURIDAD 1) ¡ATENCION! Es sumamente importante para la seguridad de las personas seguir atentamente las presentes instrucciones. Una instalación incorrecta o un uso impropio del producto puede causar graves daños a las personas. 2) Lean detenidamente las instrucciones antes de instalar el producto. 3) Los materiales del embalaje (plástico, poliestireno, etc.) no deben dejarse al alcance de los niños, ya que constituyen fuentes potenciales de peligro. 4) Guarden las instrucciones para futuras consultas. 5) Este producto ha sido proyectado y fabricado exclusivamente para la utilización indicada en el presente manual. Cualquier uso diverso del previsto podría perjudicar el funcionamiento del producto y/o representar fuente de peligro. 6) GENIUS declina cualquier responsabilidad derivada de un uso impropio o diverso del previsto. 7) No instalen el aparato en atmósfera explosiva: la presencia de gas o humos inflamables constituye un grave peligro para la seguridad. 8) Los elementos constructivos mecánicos deben estar de acuerdo con lo establecido en las Normas EN 12604 y EN 12605. Para los países no pertenecientes a la CEE, además de las referencias normativas nacionales, para obtener un nivel de seguridad adecuado, deben seguirse las Normas arriba indicadas. 9) GENIUS no es responsable del incumplimiento de las buenas técnicas de fabricación de los cierres que se han de motorizar, así como de las deformaciones que pudieran intervenir en la utilización. 10) La instalación debe ser realizada de conformidad con las Normas EN 12453 y EN 12445. El nivel de seguridad de la automación debe ser C+D. 11) Quiten la alimentación eléctrica y desconecten las baterías antes de efectuar cualquier intervención en la instalación. 12) Coloquen en la red de alimentación de la automación un interruptor omnipolar con distancia de apertura de los contactos igual o superior a 3 mm. Se aconseja usar un magnetotérmico de 6A con interrupción omnipolar. 13) Comprueben que la instalación disponga línea arriba de un interruptor diferencial con umbral de 0,03 A. 14) Verifiquen que la instalación de tierra esté correctamente realizada y conecten las partes metálicas del cierre. 15) La automación dispone de un dispositivo de seguridad antiaplastamiento constituido por un control de par. No obstante, es necesario comprobar el umbral de intervención según lo previsto en las Normas indicadas en el punto 10. 16) Los dispositivos de seguridad (norma EN 12978) permiten proteger posibles áreas de peligro de Riesgos mecánicos de movimiento, como por ej. aplastamiento, arrastre, corte. 17) Para cada equipo se aconseja usar por lo menos una señalización luminosa así como un cartel de señalización adecuadamente fijado a la estructura del bastidor, además de los dispositivos indicados en el “16”. 18) GENIUS declina toda responsabilidad relativa a la seguridad y al buen funcionamiento de la automación si se utilizan componentes de la instalación que no sean de producción GENIUS. 19) Para el mantenimiento utilicen exclusivamente piezas originales GENIUS 20) No efectúen ninguna modificación en los componentes que forman parte del sistema de automación. 21) El instalador debe proporcionar todas las informaciones relativas al funcionamiento del sistema en caso de emergencia y entregar al usuario del equipo el manual de advertencias que se adjunta al producto. 22) No permitan que niños o personas se detengan en proximidad del producto durante su funcionamiento. 23) Mantengan lejos del alcance los niños los telemandos o cualquier otro emisor de impulso, para evitar que la automación pueda ser accionada involuntariamente. 24) Sólo puede transitarse entre las hojas si la cancela está completamente abierta. 25) El usuario no debe por ningún motivo intentar reparar o modificar el producto, debe siempre dirigirse a personal cualificado. 26) Todo lo que no esté previsto expresamente en las presentes instrucciones debe entenderse como no permitido HINWEISE FÜR DEN INSTALLATIONSTECHNIKER ALLGEMEINE SICHERHEITSVORSCHRIFTEN 1) ACHTUNG! Um die Sicherheit von Personen zu gewährleisten, sollte die Anleitung aufmerksam befolgt werden. Eine falsche Installation oder ein fehlerhafter Betrieb des Produktes können zu schwerwiegenden Personenschäden führen. 2) Bevor mit der Installation des Produktes begonnen wird, sollten die Anleitungen aufmerksam gelesen werden. 3) Das Verpackungsmaterial (Kunststoff, Styropor, usw.) sollte nicht in Reichweite von Kindern aufbewahrt werden, da es eine potentielle Gefahrenquelle darstellt. 4) Die Anleitung sollte aufbewahrt werden, um auch in Zukunft Bezug auf sie nehmen zu können. 5) Dieses Produkt wurde ausschließlich für den in diesen Unterlagen angegebenen Gebrauch entwickelt und hergestellt. Jeder andere Gebrauch, der nicht ausdrücklich angegeben ist, könnte die Unversehrtheit des Produktes beeinträchtigen und/oder eine Gefahrenquelle darstellen. 6) Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung für Schäden, die durch unsachgemäßen oder nicht bestimmungsgemäßen Gebrauch der Automatik verursacht werden, ab. 7) Das Gerät sollte nicht in explosionsgefährdeten Umgebungen installiert werden: das Vorhandensein von entflammbaren Gasen oder Rauch stellt ein schwerwiegendes Sicherheitsrisiko dar. 8) Die mechanischen Bauelemente müssen den Anforderungen der Normen EN 12604 und EN 12605 entsprechen. Für Länder, die nicht der Europäischen Union angehören, sind für die Gewährleistung eines entsprechenden Sicherheitsniveaus neben den nationalen gesetzlichen Bezugsvorschriften die oben aufgeführten Normen zu beachten. 9) Die Firma GENIUS übernimmt keine Haftung im Falle von nicht fachgerechten Ausführungen bei der Herstellung der anzutreibenden Schließvorrichtungen sowie bei Deformationen, die eventuell beim Betrieb entstehen. 10) Die Installation muß unter Beachtung der Normen EN 12453 und EN 12445 erfolgen. Die Sicherheitsstufe der Automatik sollte C+D sein. 11) Vor der Ausführung jeglicher Eingriffe auf der Anlage sind die elektrische Versorgung und die Batterie abzunehmen. 12) Auf dem Versorgungsnetz der Automatik ist ein omnipolarer Schalter mit Öffnungsabstand der Kontakte von über oder gleich 3 mm einzubauen. Darüber hinaus wird der Einsatz eines Magnetschutzschalters mit 6A mit omnipolarer Abschaltung empfohlen. 13) Es sollte überprüft werden, ob vor der Anlage ein Differentialschalter mit einer Auslöseschwelle von 0,03 A zwischengeschaltet ist. 14) Es sollte überprüft werden, ob die Erdungsanlage fachgerecht ausgeführt wurde. Die Metallteile der Schließung sollten an diese Anlage angeschlossen werden. 15) Die Automation verfügt über eine eingebaute Sicherheitsvorrichtung für den Quetschschutz, die aus einer Drehmomentkontrolle besteht. Es ist in jedem Falle erforderlich, deren Eingriffsschwelle gemäß der Vorgaben der unter Punkt 10 angegebenen Vorschriften zu überprüfen. 16) Die Sicherheitsvorrichtungen (Norm EN 12978) ermöglichen den Schutz eventueller Gefahrenbereiche vor mechanischen Bewegungsrisiken, wie zum Beispiel Quetschungen, Mitschleifen oder Schnittverletzungen. 17) Für jede Anlage wird der Einsatz von mindestens einem Leuchtsignal empfohlen sowie eines Hinweisschildes, das über eine entsprechende Befestigung mit dem Aufbau des Tors verbunden wird. Darüber hinaus sind die unter Punkt “16” erwähnten Vorrichtungen einzusetzen. 18) Die Firma GENIUS lehnt jede Haftung hinsichtlich der Sicherheit und des störungsfreien Betriebs der Automatik ab, soweit Komponenten auf der Anlage eingesetzt werden, die nicht im Hause GENIUS hergestellt wurden. 19) Bei der Instandhaltung sollten ausschließlich Originalteile der Firma GENIUS verwendet werden. 20) Auf den Komponenten, die Teil des Automationssystems sind, sollten keine Veränderungen vorgenommen werden. 21) Der Installateur sollte alle Informationen hinsichtlich des manuellen Betriebs des Systems in Notfällen liefern und dem Betreiber der Anlage das Anleitungsbuch, das dem Produkt beigelegt ist, übergeben. 22) Weder Kinder noch Erwachsene sollten sich während des Betriebs in der unmittelbaren Nähe der Automation aufhalten. 23) Die Funksteuerungen und alle anderen Impulsgeber sollten außerhalb der Reichweite von Kindern aufbewahrt werden, um ein versehentliches Aktivieren der Automation zu vermeiden. 24) Der Durchgang oder die Durchfahrt zwischen den Flügeln darf lediglich bei vollständig geöffnetem Tor erfolgen. 25) Der Betreiber sollte keinerlei Reparaturen oder direkte Eingriffe auf der Automation ausführen, sondern sich hierfür ausschließlich an qualifiziertes Fachpersonal wenden. 26) Alle Vorgehensweisen, die nicht ausdrücklich in der vorliegenden Anleitung vorgesehen sind, sind nicht zulässig WAARSCHUWINGEN VOOR DE INSTALLATEUR ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 1) LET OP! Het is belangrijk voor de veiligheid dat deze hele instructie zorgvuldig wordt opgevolgd. Een onjuiste installatie of foutief gebruik van het product kunnen ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. 2) Lees de instructies aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product. 3) De verpakkingsmaterialen (plastic, polystyreen, enz.) mogen niet binnen het bereik van kinderen worden gelaten, want zij vormen een mogelijke bron van gevaar. 4) Bewaar de instructies voor raadpleging in de toekomst. 5) Dit product is uitsluitend ontworpen en gebouwd voor het doel dat in deze documentatie wordt aangegeven. Elk ander gebruik, dat niet uitdrukkelijk wordt vermeld, zou het product kunnen beschadigen en/of een bron van gevaar kunnen vormen. 6) GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die ontstaat uit oneigenlijk gebruik of ander gebruik dan waarvoor het automatische systeem is bedoeld. 7) Installeer het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving: de aanwezigheid van ontvlambare gassen of dampen vormt een ernstig gevaar voor de veiligheid. 8) De mechanische bouwelementen moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van de normen EN 12604 en EN 12605. Voor niet-EEG landen moeten, om een goed veiligheidsniveau te bereiken, behalve de nationale voorschriften ook de bovenstaande normen in acht worden genomen. 9) GENIUS is niet aansprakelijk als de regels der goede techniek niet in acht genomen zijn bij de bouw van het sluitwerk dat gemotoriseerd moet worden, noch voor vervormingen die zouden kunnen ontstaan bij het gebruik. 10) De installatie dient te geschieden in overeenstemming met de normen EN 12453 en EN 12445. Het veiligheidsniveau van het automatische systeem moet C+D zijn. 11) Alvorens ingrepen te gaan verrichten op de installatie moet de elektrische voeding worden weggenomen en moeten de batterijen worden afgekoppeld. 12) Zorg op het voedingsnet van het automatische systeem voor een meerpolige schakelaar met een opening tussen de contacten van 3 mm of meer. Het wordt geadviseerd een magnetothermische schakelaar van 6A te gebruiken met meerpolige onderbreking. 13) Controleer of er bovenstrooms van de installatie een differentieelschakelaar is geplaatst met een limiet van 0,03 A. 14) Controleer of de aardingsinstallatie vakkundig is aangelegd en sluit er de metalen delen van het sluitsysteem op aan. 15) Het automatische systeem beschikt over een intrinsieke beveiliging tegen inklemming, bestaande uit een controle van het koppel. De inschakellimiet hiervan dient echter te worden gecontroleerd volgens de bepalingen van de normen die worden vermeld onder punt 10. 16) De veiligheidsvoorzieningen (norm EN 12978) maken het mogelijk eventuele gevaarlijke gebieden te beschermen tegen Mechanische gevaren door beweging, zoals bijvoorbeeld inklemming, meesleuren of amputatie. 17) Het wordt voor elke installatie geadviseerd minstens één lichtsignaal te gebruiken alsook een waarschuwingsbord dat goed op de constructie van het hang- en sluitwerk dient te worden bevestigd, afgezien nog van de voorzieningen die genoemd zijn onder punt “16”. 18) GENIUS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor wat betreft de veiligheid en de goede werking van het automatische systeem, als er in de installatie gebruik gemaakt wordt van componenten die niet door GENIUS zijn geproduceerd. 19) Gebruik voor het onderhoud uitsluitend originele GENIUS-onderdelen. 20) Verricht geen wijzigingen op componenten die deel uitmaken van het automatische systeem. 21) De installateur dient alle informatie te verstrekken over de handbediening van het systeem in noodgevallen, en moet de gebruiker van de installatie het bij het product geleverde boekje met aanwijzingen overhandigen. 22) Sta het niet toe dat kinderen of volwassenen zich ophouden in de buurt van het product terwijl dit in werking is. 23) Houd radio-afstandsbedieningen of alle andere impulsgevers buiten het bereik van kinderen, om te voorkomen dat het automatische systeem onopzettelijk kan worden aangedreven. 24) Ga alleen tussen de vleugels door als het hek helemaal geopend is. 25) De gebruiker mag geen pogingen tot reparatie doen of directe ingrepen plegen, en dient zich uitsluitend te wenden tot gekwalificeerd personeel. 26) Alles wat niet uitdrukkelijk in deze instructies wordt aangegeven, is niet toegestaan - Darauf achten, dass die Leuchtsignalsysteme stets funktionstüchtig und gut sichtbar sind. - Das Tor darf nur dann mit der Hand betätigt werden, wenn es entriegelt wurde. - Bei Betriebsstörungen das Tor entriegeln, um den Zugang zu ermöglichen und technische Fachkräfte benachrichtigen. - Wenn der Handbetrieb eingestellt ist, muss vor der Wiederherstellung des Normalbetriebs die Stromzufuhr zur Anlage unterbrochen werden. - Keine Änderungen an den Bauteilen des Automationssystems vornehmen. - Keine Reparaturen oder direkten Arbeiten selbst ausführen und sich nur an Fachkräfte wenden. - Im Abstand von mindestens 6 Monaten die Funktionstüchtigkeit der Automation, der Sicherheitsvorrichtungen und der Erdung von Fachkräften prüfen lassen. BESCHREIBUNG Die Automation SLIDY ist ideal für die Durchfahrtskontrolle in Wohnbereichen. Das Gerät SLIDY für Schiebetore ist ein elektromechanischer Antrieb, der die Bewegung über ein Ritzel mit Zahnstange auf den Flügel überträgt. Für die detaillierte Betriebsweise des Schiebetors mit den verschiedenen Betriebslogiken, wenden Sie sich an den mit der Installation beauftragten Techniker. Die Automationen enthalten Sicherheitsvorrichtungen (Fotozellen), die das erneute Schließen des Tors verhindern, wenn sich ein Hindernis in dem jeweiligen geschützten Bereich befindet. Das System gewährleistet die mechanische Verriegelung, wenn der Motor nicht läuft, daher muss kein Schloss eingebaut werden. Die Öffnung per Hand ist daher nur mit Hilfe des entsprechenden Entriegelungssystems möglich. Der Getriebemotor ist für die sichere Verwendung der Automation mit einer verstellbaren elektronischen Kupplung ausgerüstet. Das elektronische Steuergerät ist im Getriebemotor eingebaut. Durch eine praktische Entriegelung kann das Tor auch bei Stromausfall oder Betriebsstörungen betätigt werden. Das Leuchtsignal signalisiert die laufende Bewegung des Tors. HANDBETRIEB Sollte es aufgrund von Stromausfall oder Betriebsstörungen der Automation erforderlich sein, das Tor mit der Hand zu betätigen, sind folgende Maßnahmen an der Entriegelungsvorrichtung vorzunehmen: - Die Spannungsversorgung zur Anlage unterbrechen - Das Schloss mit Hilfe einer Münze im Uhrzeigersinn bis zum Anschlag drehen (Abb. 1 - Bez. 1) - Den Hebel laut Angaben in Abb. 1 Bez. 2 ziehen - Das Tor mit der Hand öffnen oder schließen. WIEDERHERSTELLUNG DES NORMALBETRIEBS - Die Stromzufuhr zum System unterbrechen Das Tor auf etwa die Hälfte des Öffnungslaufs fahren Den Entriegelungshebel in die Ausgangsposition stellen Das Schloss mit Hilfe einer Münze im Gegenuhrzeigersinn bis zum Anschlag drehen - Das System erneut mit Strom versorgen Anmerkung: Bei der Wiederherstellung der Versorgungsspannung einen vollständigen Öffnungszyklus fahren. Wichtig: Vor dem Senden eines Impulses sicherstellen, dass das Tor nicht mit der Hand bewegt werden kann. NEDERLANDS Lees deze instructies aandachtig door alvorens het product te gebruiken, en bewaar hen voor eventueel gebruik in de toekomst ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Als het automatische syste SLIDY correct geïnstalleerd en gebruikt wordt, garandeert het een hoge veiligheidsgraad. Verder kunnen ongewenste storingen worden voorkomen door enkele eenvoudige gedragregels: - Sta het niet toe dat kinderen, volwassenen of voorwerpen zich in de buurt van het automatische systeem bevinden, vooral tijdens de werking. - Houd de radio-afstandsbediening en alle andere impulsgevers waarmee het automatische systeem onopzettelijk kan worden bediend, buiten het bereik van kinderen. - Sta het kinderen niet toe met het automatische systeem te spelen. - Houd de beweging van de poort niet opzettelijk tegen. - Voorkom dat takken of struiken de beweging van de poort kunnen hinderen. - Houd de lichtsignaleringssystemen efficiënt en goed zichtbaar. - Probeer de poort niet met de hand te bewegen als deze niet eerst ontgrendeld is. - Bij storingen moet de poort worden ontgrendeld om binnen te kunnen gaan, en moet een technische ingreep door gekwalificeerd personeel worden afgewacht. - Nadat de handbediende werking is ingesteld, moet de elektrische voeding naar het systeem worden weggenomen alvorens de normale werking te hervatten. - Voer geen wijzigingen uit op componenten die deel uitmaken van het automatische systeem. - Doe geen pogingen tot reparatie of andere directe ingrepen, en wendt u zich uitsluitend tot gekwalificeerd personeel. - Laat de werking van het automatische systeem, de veiligheidsvoorzieningen en de aarding minstens eenmaal per half jaar controleren door gekwalificeerd personeel. BESCHRIJVING Het automatische systeem SLIDY is ideaal voor controle op de toegang van voertuigen bij woonhuizen. SLIDY voor schuifpoorten is een elektromechanische aandrijving, die de beweging op de vleugel overbrengt door middel van een tandwiel met tandheugel. Voor het gedetailleerde gedrag van de schuifpoort in de verschillende bedrijfslogica’s, vraag de installatietechnicus. Bij automatische systemen zijn veiligheidsvoorzieningen (fotocellen) aanwezig die verhinderen dat de poort weer kan sluiten wanneer er zich een obstakel in het door hun beschermde gebied bevindt. Het systeem garandeert mechanische vergrendeling wanneer de motor niet in werking is, en het is dus niet nodig een slot te installeren. Handmatige opening is dus alleen mogelijk via het desbetreffende ontgrendelsysteem. De motorvertragingen hebben een regelbare elektronische koppeling voor een veilig gebruik van het automatische systeem. De elektronische apparatuur is in de motorvertraging ingebouwd. Bij een stroomuitval of slechte werking kan de poort door een eenvoudige, handmatige ontgrendeling toch worden gemanoeuvreerd. De lamp geeft aan dat de poort een beweging aan het maken is. HANDBEDIENDE WERKING Als het nodig is de poort met de hand aan te drijven omdat de elektrische voeding is uitgevallen of omdat het automatische systeem niet goed werkt, moet het ontgrendelmechanisme als volgt worden gebruikt. - Koppel de spanning naar de installatie af; - Gebruik een muntstuk om het slot met de klok mee te draaien tot het niet verder kan (fig. 1 ref. 1) - Trek de hendel uit zoals te zien op fig. 1 ref. 2 - Voer de manoeuvre voor opening of sluiting van de poort met de hand uit. HERVATTING VAN DE NORMALE WERKING. - Schakel het systeem uit. - Plaats de poort ongeveer halverwege de openingsbeweging - Zet de ontgrendelhendel weer terug; - Draai het slot met behulp van een munt tegen de klok in, tot het niet verder kan; - Schakel het systeem in. Nota bene: bij terugkeer van de voedingsspanning moet een complete openingscyclus worden bediend. Belangrijk: alvorens een impuls te geven, dient u zich ervan te vergewissen dat de poort niet met de hand kan worden verplaatst.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18

Genius SLIDY BIG SLIDY 115 Handleiding

Type
Handleiding