Metabo Antriebsmotor IK Handleiding

Categorie
Boormachines
Type
Handleiding
NEDERLANDSnl
18
Montagehandleiding
Wij verklaren onder onze exclusieve
verantwoordelijkheid dat: deze aandrijfmotoren,
geïdentificeerd door type en serienummer *1),
voldoen aan de ter zake geldende bepalingen van
de aangegeven richtlijnen (eventueel met
beperkingen) *2) en normen *3). Technische
documentatie bij *4) - zie pagina 3.
De inbedrijfstelling van bovenstaand product blijft
net zo lang verboden tot is vastgesteld dat het
gehele product (machine/ installatie) waarin het
bovenstaande product moet worden ingebouwd,
voldoet aan de bepalingen van de daarvoor
geldende EG-richtlijnen.
De producent is verplicht om de speciale
documentatie bij de onvolledige machine op
gemotiveerd verzoek elektronisch aan de instanties
in de afzonderlijke landen te doen toekomen.
De bij de machine horende speciale technische
documentatie volgens bijlage VII deel B is
geproduceerd.
De aandrijfmotor is bestemd voor de inbouw in een
machine / installatie.
De aandrijfmotor mag niet als handgeleid elektrisch
gereedschap worden gebruikt.
Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor schade
door oneigenlijk gebruik.
De algemeen erkende
ongevallenpreventievoorschriften en de
bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten in acht
worden genomen.
Neem de passages die zijn voorzien van
dit symbool voor uw veiligheid en die van
uw aanbouwmotor in acht!
WAARSCHUWING – Lees ter vermindering
van het risico van letsel de
inbouwverklaring.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en
aanwijzingen goed met het oog op toekomstig
gebruik.
Geef de aanbouwmotor alleen samen
met deze documenten aan anderen door.
WAARSCHUWING – Lees alle
veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Als
de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in
acht worden genomen, kan dit een elektrische
schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
3.1 Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed
verlicht. Een rommelige of onverlichte
werkomgeving kan tot ongevallen leiden.
b) Werk met de aanbouwmotor niet in een
explosieve omgeving waarin zich brandbare
vloeistoffen, gassen of stof bevinden.
Aanbouwmotoren veroorzaken vonken die het stof
of de dampen tot ontsteking kunnen brengen.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens
het gebruik van de aanbouwmotor uit de buurt.
3.2 Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van de aanbouwmotor
moet in het stopcontact passen. De stekker
mag in geen geval worden veranderd. Gebruik
geen adapterstekkers in combinatie met
geaarde aanbouwmotoren. Onveranderde
stekkers en passende stopcontacten verminderen
het risico van een elektrische schok.
b) Voorkom aanraking van het lichaam met
geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van
buizen, verwarmingen, fornuizen en
koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door
een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard
is.
c) Houd de aanbouwmotor uit de buurt van
regen en vocht. Het binnendringen van water in
een aanbouwmotor vergroot het risico van een
elektrische schok.
d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd
doel, om de aanbouwmotor te dragen of op te
hangen of om de stekker uit het stopcontact te
trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte,
olie, scherpe randen en bewegende
gereedschapsdelen. Beschadigde of in de war
geraakte kabels vergroten het risico van een
elektrische schok.
e) Wanneer het gebruik van de aanbouwmotor
in een vochtige omgeving niet te vermijden is,
dient u een aardlekschakelaar te gebruiken.
Het gebruik van een aardlekschakelaar beperkt het
risico van een elektrische schok.
3.3 Veiligheid van personen
a) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen
en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van
persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een
stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, een
veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk
van de aard en het gebruik van de aanbouwmotor,
vermindert het risico op letsel.
b) Voorkom per ongeluk inschakelen. Verzeker
u ervan dat de aanbouwmotor uitgeschakeld
is, voordat u deze op de stroomvoorziening
aansluit, oppakt of draagt.
c) Verwijder instelgereedschappen of
schroefsleutels voordat u de aanbouwmotor
inschakelt. Gereedschap of sleutels in een
draaiend deel van het apparaat kunnen tot
verwondingen leiden.
1. EG-inbouwverklaring
2. Voorgeschreven gebruik van
het systeem
3. Algemene
veiligheidsvoorschriften
NEDERLANDS nl
19
d) Draag geschikte kleding. Draag geen
loshangende kleding of sieraden. Houd haren,
kleding en handschoenen uit de buurt van
bewegende delen. Loshangende kleding,
sieraden en lange haren kunnen door bewegende
delen worden meegenomen.
e) Wanneer stofafzuigings- of
stofopvangvoorzieningen kunnen worden
gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren
dat deze zijn aangesloten en juist worden
gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan het
gevaar door stof verminderen.
3.4 Gebruik en onderhoud van
aanbouwmotoren
a) Overbelast het apparaat niet. Werk met de
aanbouwmotor in het aangegeven
vermogensgebied.
b) Gebruik geen aanbouwmotor, waarvan de
schakelaar defect is. Een aanbouwmotor die niet
meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk
en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u
de apparaatinstellingen uitvoert of toebehoren
wisselt.
Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld
starten van de aanbouwmotor.
d) Bewaar ongebruikte aanbouwmotoren die
niet wordt gebruikt buiten bereik van kinderen.
Laat het apparaat niet gebruiken door
personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze
aanwijzingen niet hebben gelezen.
Aanbouwmotoren zijn gevaarlijk wanneer ze door
onervaren personen worden gebruikt.
e) Verzorg de aanbouwmotor zorgvuldig.
Controleer of bewegende onderdelen feilloos
functioneren en niet klem zitten, of onderdelen
gebroken of beschadigd zijn, of de werking van
de aanbouwmotor wordt belemmerd. Laat
beschadigde delen repareren voordat u het
apparaat gebruikt. Veel ongevallen worden
veroorzaakt door slecht onderhouden
aanbouwmotoren.
f) Gebruik de aanbouwmotor overeenkomstig
deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met
de werkomstandigheden. Het gebruik van
aanbouwmotoren voor andere dan de voorziene
toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
3.5 Service
a) Laat de aanbouwmotor alleen repareren
door gekwalificeerd en vakkundig personeel
en alleen met originele reserveonderdelen.
Hierdoor wordt gewaarborgd, dat de veiligheid van
de aanbouwmotor behouden blijft.
Deze aandrijfmotor mag alleen gebruikt
worden, als hij veilig in een machine / installatie
is ingebouwd en bevestigd.
Verlies van controle kan tot letsel leiden.
De aanbouwmotor mag niet als handgeleid
elektrisch gereedschap worden gebruikt.
Gebruik waarvoor de aanbouwmotor niet bestemd
is, kan leiden tot gevaarlijke situaties en lichamelijk
letsel.
De aanbouwmotor heeft geen
herstartbeveiliging. Voorkom onverhoeds
starten: de machine altijd uitschakelen wanneer de
stekker uit het stopcontact wordt gehaald of
wanneer zich een stroomonderbreking heeft
voorgedaan.
Het toelaatbare toerental van de aangedreven
machine / installatie dient minstens zo hoog te
zijn als het maximale toerental dat op de
aanbouwmotor staat aangegeven. Onderdelen
die sneller draaien dan toegestaan, kunnen breken
en in het rond vliegen.
De installatieproducent draagt zelf de
verantwoordelijkheid om een
gebruiksaanwijzing voor de installatie op te
stellen.
De installatieproducent draagt zelf de
verantwoordelijkheid om de veiligheid van de
installatie te garanderen.
Draag persoonlijke beschermingsmiddelen.
Draag afhankelijk van de toepassing volledige
gezichtsbescherming, oogbescherming of een
veiligheidsbril. Draag zo nodig een stofmasker,
gehoorbescherming,
veiligheidshandschoenen of een speciale
schort, die u bescherming bieden tegen kleine
slijp- en materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen
tegen rondvliegende deeltjes, die bij verschillende
toepassingen ontstaan, beschermd te worden.
Stof- of adembeschermingsmaskers dienen het
stof dat bij de toepassing ontstaat te filteren.
Wanneer u lang aan hard geluid wordt blootgesteld,
kan uw gehoor beschadigd raken.
Houd de aansluitkabel uit de buurt van
draaiende delen.
Draai na het wisselen van inzetgereedschap of
het wijzigen van instellingen aan het apparaat
de spantangmoer, de spankop of andere
bevestigingselementen goed vast. Losse
bevestigingselementen kunnen onverwacht van
plaats veranderen en tot verlies van controle leiden;
niet-bevestigde, draaiende componenten worden
met geweld naar buiten geslingerd.
Reinig regelmatig de ventilatiesleuven van uw
aanbouwmotor. De motorventilator trekt stof in de
behuizing en een sterke ophoping van metaalstof
kan elektrische gevaren veroorzaken.
4.1 Overige veiligheidsinstructies:
WAARSCHUWING – Draag altijd een
veiligheidsbril.
Pak de draaiende as niet beet!
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het
apparaat instelt, ombouwt, reinigt of er onderhoud
aan pleegt.
Het gebruik van een stationaire afzuiginstallatie
wordt aanbevolen. Schakel altijd een
4. Speciale
veiligheidsvoorschriften
NEDERLANDSnl
20
aardlekschakelaar (RCD) met een max.
inschakelstroom van 30 mA voor de machine.
Wanneer de machine door de FI-
veiligheidsschakelaar wordt uitgeschakeld, dient hij
gecontroleerd en gereinigd te worden. Zie
hoofdstuk 8. Reiniging.
De stofbelasting verminderen:
Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze
machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten
die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan
de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere
voortplantingsproblemen kunnen veroorzaken.
Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: lood
(in loodhoudende verf), mineraal stof (uit
bakstenen, beton e.d.), additieven voor de
behandeling van hout (chromaat,
houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten
(zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest.
Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de
gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de
stofbelasting worden blootgesteld.
Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam
terechtkomen.
Om de belasting met deze stoffen te verminderen:
zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en
draag geschikte beschermingsmiddelen, zoals bijv.
ademmaskers die in staat zijn om de
microscopische kleine stofdeeltjes uit de lucht te
filteren.
Neem de voor uw materiaal, personeel,
toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in
acht (bv. arbeidsveiligheidsbepalingen,
afvalbehandeling).
Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats
waar deze ontstaan, voorkom dat ze neerslaan in
de omgeving.
Gebruik voor speciale werkzaamheden geschikt
toebehoren. Daardoor komen slechts weinig
deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht.
Gebruik een geschikte stofafzuiging.
Verminder de stofbelasting door:
- de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren
luchtstroom van de machine niet op de gebruiker
zelf of in de buurt aanwezige personen of op
neergeslagen stof te richten,
- een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te
gebruiken,
- de werkplek goed te ventileren en door te
stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen
wervelt het stof op.
- Zuig of was de beschermende kleding. Niet
uitblazen, uitslaan of uitborstelen.
Zie pagina 2.
1Spantang
2 Spantangmoer
3 Spanhals (om te bevestigen in een houder)
4Schakelschuif
5 Stelknop voor toerentalinstelling
De aandrijfmotor op de spanhals (3) in een
geschikte houder inbouwen en bevestigen.
Vergelijk voor de ingebruikname of de op het
typeplaatje aangegeven spanning met de
netspanning overeenkomt.
Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD)
met een max. inschakelstroom van 30 mA
voor de machine.
7.1 Spantangen
De schachtdiameter van de aangedreven as
moet exact overeenkomen met het
spanboorgat van de spantang (1)!
Er bestaan spantangen voor verschillende
schachtdiameters.
A Spantangen (inclusief moeren)
Ø 3 mm = 6.31947
Ø 1/8" = 6.31948
Ø 6 mm = 6.31945
Ø 1/4" = 6.31949
Ø 8 mm = 6.31946
7.2 Inzetten van het gereedschap
Voor alle ombouwwerkzaamheden: stekker uit
het stopcontact halen. De machine moet
uitgeschakeld zijn en de as stilstaan.
Gebruik alleen aangedreven assen die
geschikt zijn voor het onbelast toerental van
de aanbouwmotor! Zie de technische gegevens.
De schachtdiameter van de aangedreven as
moet exact overeenkomen met het
spanboorgat van de spantang (1)!
De aangedreven as moet volledig in de
spantang (1) worden geplaatst.
Het "uitstekende" c.q. het vrijliggende deel
van de aangedreven as moet minimaal zijn.
Bij slijpstiften mag de door de fabrikant
aangegeven maximaal toelaatbare open
schachtlengte l
0
niet worden overschreden!
De maximaal toegestane schachtlengte is de som
van l
0
en de maximale insteekdiepte L
max
(zie
hoofdstuk 12.)
De aan te drijven as tot de aanslag in de spantang
(1) plaatsen.
De as met de meegeleverde 13-mm-steeksleutel
vasthouden.
De spantangmoer (2) met de 17/19-mm-
steeksleutel vastdraaien.
5. Overzicht
6. Ingebruikname
7. Gebruik
l
o
NEDERLANDS nl
21
Wanneer er geen gereedschap in de
spantang is geplaatst, deze niet met de sleutel
aantrekken maar met de hand vastschroeven!
7.3 In-/uitschakelen
Voorkom onverhoeds starten: de machine
altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het
stopcontact wordt gehaald of wanneer zich een
stroomonderbreking heeft voorgedaan.
Voorkom dat de machine stof en spaanders
opjaagt of naar binnen zuigt.
Machines met schakelschuif:
Inschakelen: schakelschuif (4) naar voren
schuiven. Voor een langdurige inschakeling
vervolgens naar beneden klappen tot hij vastklikt.
Uitschakelen: op het achterste uiteinde van de
schuifschakelaar (4) drukken en loslaten.
7.4 Toerental instellen
Met de stelknop (5) kan het toerental vooraf worden
ingesteld en traploos worden veranderd. Voor de
toerentallen, zie tabel op pagina 3.
Tijdens de bewerking kunnen stofdeeltjes in het
binnenste van de aanbouwmotor terechtkomen. Dit
heeft invloed op de koeling van de aanbouwmotor.
Geleidende afzettingen kunnen invloed hebben op
de veiligheidsisolatie van de aanbouwmotor en
elektrische gevaren veroorzaken.
De aanbouwmotor regelmatig, vaak en grondig
door alle voorste en achterste luchtsleuven
uitzuigen of met droge lucht uitblazen. Trek eerst de
stekker van de aanbouwmotor uit het stopcontact
en draag tijdens het schoonmaken veiligheidsbril
en stofmasker.
- Overbelastingsbeveiliging: het belast
toerental neemt STERK af. De
motortemperatuur is te hoog! De machine
onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld.
- Overbelastingsbeveiliging: het belast
toerental neemt LICHT af. De machine wordt
overbelast. Werk met minder belasting verder.
- Metabo S-automatic
veiligheidsuitschakeling: de machine is
automatisch UITGESCHAKELD. Bij een te hoge
stroomtoenamesnelheid (zoals bijvoorbeeld bij
een plotselinge blokkering of terugslag) wordt de
machine uitgeschakeld. Machine bij de
schakelschuif (4) uitschakelen. Vervolgens weer
inschakelen en normaal verder werken. Zorg
ervoor dat zich verder geen blokkeringen
voordoen.
Reparaties aan aanbouwmotoren mogen
alleen worden uitgevoerd door een
elektromonteur!
Neem voor aanbouwmotoren van Metabo die
gerepareerd dienen te worden contact op met uw
Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen
www.metabo.com.
Lijsten met reserveonderdelen kunt u bij Metabo
krijgen.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een
milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van
afgedankte machines, verpakkingen en
toebehoren.
Uitsluitend voor EU-landen: geef aanbouw-
motoren nooit met het huisvuil mee! Volgens
de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake
gebruikte elektrische en elektronische apparaten
en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving
dienen oude aanbouwmotoren gescheiden te
worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te
worden afgevoerd.
Toelichting op de gegevens van pagina 3.
Wijzigingen in het kader van technische
verbeteringen voorbehouden.
n =onbelast toerental (hoogste toerental)
n
V
=onbelast toerental (instelbaar)
n
1
=toerental onder belasting
P
1
=nominaal vermogen
P
2
=afgegeven vermogen
d =spanboorgat van de spantang
L
max
=maximale insteekdiepte
D =spanhalsdiameter
m =gewicht met de kleinste accu-pack/
gewicht zonder netsnoer
Meetgegevens vastgesteld volgens de norm
EN 60745.
Machine van beveiligingsklasse II
~ Wisselstroom
De vermelde technische gegevens zijn
tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende
geldige norm).
Emissiewaarden
Deze waarden maken een beoordeling van de
emissie van de aanbouwmotor en een vergelijking
van de verschillende aanbouwmotoren mogelijk.
Afhankelijk van het gebruik, de toestand van de
aanbouwmotor of het inzetgereedschap kan de
daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen.
Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met
een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op
basis van de overeenkomstig aangepaste
taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van
de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen.
8. Reiniging
9. Storingen verhelpen
0
I
6
10. Reparatie
11. Milieubescherming
12. Technische gegevens
NEDERLANDSnl
22
Totale trillingswaarde (vectorsom van drie
richtingen) vastgesteld conform EN 60745:
a
h, SG
=trillingsemissiewaarde
K
h,SG
=onzekerheid (trilling)
U
M
=onbalans
Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau
:
L
pA
=geluidsdrukniveau
L
WA
=geluidsvermogensniveau
K
pA
, K
WA
= onzekerheid
Tijdens het werken kan het geluidsniveau 80 dB(A)
overschrijden.
Draag gehoorbescherming!
Elektromagnetische storingen:
onder invloed van extreme elektromagnetische
storingen van buiten kunnen soms voorbijgaande
schommelingen van het toerental optreden of kan
de herstartbeveiliging worden geactiveerd. In dit
geval de machine uit- en weer inschakelen.

Documenttranscriptie

nl NEDERLANDS Montagehandleiding 1. EG-inbouwverklaring Wij verklaren onder onze exclusieve verantwoordelijkheid dat: deze aandrijfmotoren, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan de ter zake geldende bepalingen van de aangegeven richtlijnen (eventueel met beperkingen) *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 3. De inbedrijfstelling van bovenstaand product blijft net zo lang verboden tot is vastgesteld dat het gehele product (machine/ installatie) waarin het bovenstaande product moet worden ingebouwd, voldoet aan de bepalingen van de daarvoor geldende EG-richtlijnen. De producent is verplicht om de speciale documentatie bij de onvolledige machine op gemotiveerd verzoek elektronisch aan de instanties in de afzonderlijke landen te doen toekomen. De bij de machine horende speciale technische documentatie volgens bijlage VII deel B is geproduceerd. 2. Voorgeschreven gebruik van het systeem De aandrijfmotor is bestemd voor de inbouw in een machine / installatie. De aandrijfmotor mag niet als handgeleid elektrisch gereedschap worden gebruikt. Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor schade door oneigenlijk gebruik. De algemeen erkende ongevallenpreventievoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten in acht worden genomen. 3. Algemene veiligheidsvoorschriften Neem de passages die zijn voorzien van dit symbool voor uw veiligheid en die van uw aanbouwmotor in acht! WAARSCHUWING – Lees ter vermindering van het risico van letsel de inbouwverklaring. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Geef de aanbouwmotor alleen samen met deze documenten aan anderen door. WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Als de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. 18 3.1 Veiligheid op de werkplek a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk met de aanbouwmotor niet in een explosieve omgeving waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stof bevinden. Aanbouwmotoren veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van de aanbouwmotor uit de buurt. 3.2 Elektrische veiligheid a) De aansluitstekker van de aanbouwmotor moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde aanbouwmotoren. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd de aanbouwmotor uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in een aanbouwmotor vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om de aanbouwmotor te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapsdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer het gebruik van de aanbouwmotor in een vochtige omgeving niet te vermijden is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar beperkt het risico van een elektrische schok. 3.3 Veiligheid van personen a) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van de aanbouwmotor, vermindert het risico op letsel. b) Voorkom per ongeluk inschakelen. Verzeker u ervan dat de aanbouwmotor uitgeschakeld is, voordat u deze op de stroomvoorziening aansluit, oppakt of draagt. c) Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u de aanbouwmotor inschakelt. Gereedschap of sleutels in een draaiend deel van het apparaat kunnen tot verwondingen leiden. NEDERLANDS nl d) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden en lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen. e) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan het gevaar door stof verminderen. 3.4 Gebruik en onderhoud van aanbouwmotoren a) Overbelast het apparaat niet. Werk met de aanbouwmotor in het aangegeven vermogensgebied. b) Gebruik geen aanbouwmotor, waarvan de schakelaar defect is. Een aanbouwmotor die niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de apparaatinstellingen uitvoert of toebehoren wisselt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van de aanbouwmotor. d) Bewaar ongebruikte aanbouwmotoren die niet wordt gebruikt buiten bereik van kinderen. Laat het apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Aanbouwmotoren zijn gevaarlijk wanneer ze door onervaren personen worden gebruikt. e) Verzorg de aanbouwmotor zorgvuldig. Controleer of bewegende onderdelen feilloos functioneren en niet klem zitten, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, of de werking van de aanbouwmotor wordt belemmerd. Laat beschadigde delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden aanbouwmotoren. f) Gebruik de aanbouwmotor overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden. Het gebruik van aanbouwmotoren voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. 3.5 Service a) Laat de aanbouwmotor alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Hierdoor wordt gewaarborgd, dat de veiligheid van de aanbouwmotor behouden blijft. 4. Speciale veiligheidsvoorschriften Deze aandrijfmotor mag alleen gebruikt worden, als hij veilig in een machine / installatie is ingebouwd en bevestigd. Verlies van controle kan tot letsel leiden. De aanbouwmotor mag niet als handgeleid elektrisch gereedschap worden gebruikt. Gebruik waarvoor de aanbouwmotor niet bestemd is, kan leiden tot gevaarlijke situaties en lichamelijk letsel. De aanbouwmotor heeft geen herstartbeveiliging. Voorkom onverhoeds starten: de machine altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of wanneer zich een stroomonderbreking heeft voorgedaan. Het toelaatbare toerental van de aangedreven machine / installatie dient minstens zo hoog te zijn als het maximale toerental dat op de aanbouwmotor staat aangegeven. Onderdelen die sneller draaien dan toegestaan, kunnen breken en in het rond vliegen. De installatieproducent draagt zelf de verantwoordelijkheid om een gebruiksaanwijzing voor de installatie op te stellen. De installatieproducent draagt zelf de verantwoordelijkheid om de veiligheid van de installatie te garanderen. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag afhankelijk van de toepassing volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of een veiligheidsbril. Draag zo nodig een stofmasker, gehoorbescherming, veiligheidshandschoenen of een speciale schort, die u bescherming bieden tegen kleine slijp- en materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen tegen rondvliegende deeltjes, die bij verschillende toepassingen ontstaan, beschermd te worden. Stof- of adembeschermingsmaskers dienen het stof dat bij de toepassing ontstaat te filteren. Wanneer u lang aan hard geluid wordt blootgesteld, kan uw gehoor beschadigd raken. Houd de aansluitkabel uit de buurt van draaiende delen. Draai na het wisselen van inzetgereedschap of het wijzigen van instellingen aan het apparaat de spantangmoer, de spankop of andere bevestigingselementen goed vast. Losse bevestigingselementen kunnen onverwacht van plaats veranderen en tot verlies van controle leiden; niet-bevestigde, draaiende componenten worden met geweld naar buiten geslingerd. Reinig regelmatig de ventilatiesleuven van uw aanbouwmotor. De motorventilator trekt stof in de behuizing en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken. 4.1 Overige veiligheidsinstructies: WAARSCHUWING – Draag altijd een veiligheidsbril. Pak de draaiende as niet beet! Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat instelt, ombouwt, reinigt of er onderhoud aan pleegt. Het gebruik van een stationaire afzuiginstallatie wordt aanbevolen. Schakel altijd een 19 nl NEDERLANDS aardlekschakelaar (RCD) met een max. inschakelstroom van 30 mA voor de machine. Wanneer de machine door de FIveiligheidsschakelaar wordt uitgeschakeld, dient hij gecontroleerd en gereinigd te worden. Zie hoofdstuk 8. Reiniging. De stofbelasting verminderen: Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: lood (in loodhoudende verf), mineraal stof (uit bakstenen, beton e.d.), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de stofbelasting worden blootgesteld. Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen. Om de belasting met deze stoffen te verminderen: zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschermingsmiddelen, zoals bijv. ademmaskers die in staat zijn om de microscopische kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren. Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling). Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat ze neerslaan in de omgeving. Gebruik voor speciale werkzaamheden geschikt toebehoren. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Gebruik een geschikte stofafzuiging. Verminder de stofbelasting door: - de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten, - een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken, - de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op. - Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen. 5. Overzicht Zie pagina 2. 1 Spantang 2 Spantangmoer 3 Spanhals (om te bevestigen in een houder) 4 Schakelschuif 5 Stelknop voor toerentalinstelling 20 6. Ingebruikname De aandrijfmotor op de spanhals (3) in een geschikte houder inbouwen en bevestigen. Vergelijk voor de ingebruikname of de op het typeplaatje aangegeven spanning met de netspanning overeenkomt. Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. inschakelstroom van 30 mA voor de machine. 7. Gebruik 7.1 Spantangen De schachtdiameter van de aangedreven as moet exact overeenkomen met het spanboorgat van de spantang (1)! Er bestaan spantangen voor verschillende schachtdiameters. A Spantangen (inclusief moeren) Ø 3 mm = 6.31947 Ø 1/8" = 6.31948 Ø 6 mm = 6.31945 Ø 1/4" = 6.31949 Ø 8 mm = 6.31946 7.2 Inzetten van het gereedschap Voor alle ombouwwerkzaamheden: stekker uit het stopcontact halen. De machine moet uitgeschakeld zijn en de as stilstaan. Gebruik alleen aangedreven assen die geschikt zijn voor het onbelast toerental van de aanbouwmotor! Zie de technische gegevens. De schachtdiameter van de aangedreven as moet exact overeenkomen met het spanboorgat van de spantang (1)! De aangedreven as moet volledig in de spantang (1) worden geplaatst. Het "uitstekende" c.q. het vrijliggende deel van de aangedreven as moet minimaal zijn. Bij slijpstiften mag de door de fabrikant aangegeven maximaal toelaatbare open schachtlengte l0 niet worden overschreden! lo De maximaal toegestane schachtlengte is de som van l0 en de maximale insteekdiepte Lmax (zie hoofdstuk 12.) De aan te drijven as tot de aanslag in de spantang (1) plaatsen. De as met de meegeleverde 13-mm-steeksleutel vasthouden. De spantangmoer (2) met de 17/19-mmsteeksleutel vastdraaien. NEDERLANDS nl Wanneer er geen gereedschap in de spantang is geplaatst, deze niet met de sleutel aantrekken maar met de hand vastschroeven! 7.3 In-/uitschakelen Voorkom onverhoeds starten: de machine altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of wanneer zich een stroomonderbreking heeft voorgedaan. Voorkom dat de machine stof en spaanders opjaagt of naar binnen zuigt. Machines met schakelschuif: 0 6 I Inschakelen: schakelschuif (4) naar voren schuiven. Voor een langdurige inschakeling vervolgens naar beneden klappen tot hij vastklikt. Uitschakelen: op het achterste uiteinde van de schuifschakelaar (4) drukken en loslaten. 7.4 Toerental instellen Met de stelknop (5) kan het toerental vooraf worden ingesteld en traploos worden veranderd. Voor de toerentallen, zie tabel op pagina 3. 8. Reiniging Tijdens de bewerking kunnen stofdeeltjes in het binnenste van de aanbouwmotor terechtkomen. Dit heeft invloed op de koeling van de aanbouwmotor. Geleidende afzettingen kunnen invloed hebben op de veiligheidsisolatie van de aanbouwmotor en elektrische gevaren veroorzaken. De aanbouwmotor regelmatig, vaak en grondig door alle voorste en achterste luchtsleuven uitzuigen of met droge lucht uitblazen. Trek eerst de stekker van de aanbouwmotor uit het stopcontact en draag tijdens het schoonmaken veiligheidsbril en stofmasker. 9. Storingen verhelpen - Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt STERK af. De motortemperatuur is te hoog! De machine onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld. - Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt LICHT af. De machine wordt overbelast. Werk met minder belasting verder. - Metabo S-automatic veiligheidsuitschakeling: de machine is automatisch UITGESCHAKELD. Bij een te hoge stroomtoenamesnelheid (zoals bijvoorbeeld bij een plotselinge blokkering of terugslag) wordt de machine uitgeschakeld. Machine bij de schakelschuif (4) uitschakelen. Vervolgens weer inschakelen en normaal verder werken. Zorg ervoor dat zich verder geen blokkeringen voordoen. 10. Reparatie Reparaties aan aanbouwmotoren mogen alleen worden uitgevoerd door een elektromonteur! Neem voor aanbouwmotoren van Metabo die gerepareerd dienen te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u bij Metabo krijgen. 11. Milieubescherming Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Uitsluitend voor EU-landen: geef aanbouwmotoren nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oude aanbouwmotoren gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. 12. Technische gegevens Toelichting op de gegevens van pagina 3. Wijzigingen in het kader van technische verbeteringen voorbehouden. n = onbelast toerental (hoogste toerental) nV = onbelast toerental (instelbaar) n1 = toerental onder belasting P1 = nominaal vermogen P2 = afgegeven vermogen d = spanboorgat van de spantang Lmax = maximale insteekdiepte D = spanhalsdiameter m = gewicht met de kleinste accu-pack/ gewicht zonder netsnoer Meetgegevens vastgesteld volgens de norm EN 60745. Machine van beveiligingsklasse II ~ Wisselstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van de aanbouwmotor en een vergelijking van de verschillende aanbouwmotoren mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van de aanbouwmotor of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. 21 nl NEDERLANDS Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN 60745: ah, SG =trillingsemissiewaarde Kh,SG =onzekerheid (trilling) UM =onbalans Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau: LpA = geluidsdrukniveau LWA = geluidsvermogensniveau KpA, KWA= onzekerheid Tijdens het werken kan het geluidsniveau 80 dB(A) overschrijden. Draag gehoorbescherming! Elektromagnetische storingen: onder invloed van extreme elektromagnetische storingen van buiten kunnen soms voorbijgaande schommelingen van het toerental optreden of kan de herstartbeveiliging worden geactiveerd. In dit geval de machine uit- en weer inschakelen. 22
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76

Metabo Antriebsmotor IK Handleiding

Categorie
Boormachines
Type
Handleiding