V-ZUG 31114 Handleiding

Type
Handleiding
Bedieningshandleiding
CookTop V6000 I905
Inductiekookveld
Hartelijk dank dat u voor een van onze producten hebt gekozen. Uw toestel voldoet aan
de hoogste eisen en de bediening is eenvoudig. Neemt u niettemin de tijd om deze be-
dieningshandleiding te lezen. Op die manier raakt u vertrouwd met uw toestel en kunt u
het optimaal en zonder storingen gebruiken.
Neem de veiligheidsvoorschriften in acht.
Wijzigingen
Tekst, afbeeldingen en gegevens komen overeen met de technische conditie van het
toestel ten tijde van het ter perse gaan van deze bedieningshandleiding. Wijzigingen in
de zin van verdere ontwikkeling blijven voorbehouden.
Geldigheidsbereik
Deze handleiding geldt voor:
Modelnaam Modelnummer Type
CookTop V6000 I905 31114 CTI6T95MMSOLD
Afwijkingen tussen verschillende uitvoeringen worden in de tekst vermeld.
© V-ZUG Ltd, CH-6302 Zug, 2021
2
3
Inhoudsopgave
1 Veiligheidsaanwijzingen 4
1.1 Gebruikte symbolen .............................................. 4
1.2 Algemene veiligheidsvoorschriften..................... 4
1.3 Toestelspecifieke veiligheidsvoorschriften........ 5
1.4 Gebruiksaanwijzingen........................................... 5
2 Eerste ingebruikneming 8
3 Uw toestel 8
3.1 Toesteloverzicht ..................................................... 8
3.2 Bedienings- en display-elementen ..................... 8
3.3 Werking van inductiekookvelden........................ 9
3.4 Panherkenning ....................................................... 9
3.5 Flexibel koken ........................................................ 9
3.6 Kookgerei..............................................................10
3.7 OptiGlass...............................................................12
4 Bediening 12
4.1 Toestel in- en uitschakelen ................................12
4.2 Kookzone instellen ..............................................12
4.3 Kookzone uitschakelen ......................................12
4.4 Restwarmte-indicatie ...........................................12
4.5 Overzicht vermogensniveaus ............................13
4.6 Smeltfunctie ..........................................................13
4.7 Warmhoudfunctie.................................................13
4.8 Sudderfunctie .......................................................14
4.9 PowerPlus .............................................................14
4.10 Brugfunctie............................................................15
4.11 Automatische opkookfunctie .............................15
4.12 Inschakelduur .......................................................16
4.13 Timer ......................................................................17
4.14 Kinderbeveiliging .................................................18
4.15 Terugzetfunctie.....................................................18
4.16 Kookpauze ............................................................18
4.17 Veegbescherming ...............................................19
5 OptiLink 19
5.1 Kookveld met dampafzuiger verbinden ..........19
5.2 OptiLink deactiveren ...........................................19
6 Persoonlijke instellingen 20
6.1 Persoonlijke instellingen wijzigen ......................20
7 Onderhoud 21
7.1 Reinigingsmiddel ..................................................22
8 Storingen zelf verhelpen 23
8.1 Storingsmeldingen................................................23
8.2 Overige mogelijke problemen............................24
9 Technische gegevens 25
9.1 Gegevens van het product .................................25
10 Afvoer 26
11 Trefwoordenlijst 27
12 Notities 29
13 Service & Support 31
4
1 Veiligheidsaanwijzingen
1.1 Gebruikte symbolen
Geeft alle voorschriften aan die voor
de veiligheid belangrijk zijn.
Het niet in acht nemen van deze
aanwijzingen kan leiden tot verwon-
dingen, schade aan het apparaat of
aan de installatie!
Informatie en aanwijzingen waarop u
moet letten.
Informatie over de afvoer.
Informatie over de bedieningshand-
leiding.
Geeft de stappen aan die u in de aan-
gegeven volgorde moet uitvoeren.
Beschrijft de reactie van het appa-
raat op de uitgevoerde stap.
Duidt op een opsomming.
1.2 Algemene
veiligheidsvoorschriften
Neem het toestel pas in ge-
bruik na het lezen van de be-
dieningshandleiding.
Deze toestellen kunnen door
kinderen vanaf 8 jaar en door
personen met beperkte fysie-
ke, sensorische of geestelijke
capaciteiten of die de erva-
ring of kennis daarvoor ontbe-
ren, worden gebruikt als zij
onder toezicht staan of aan-
wijzingen hebben gekregen
hoe zij het toestel moeten ge-
bruiken en de daaruit voortko-
mende gevaren hebben be-
grepen. Kinderen mogen niet
met het toestel spelen. Reini-
ging of onderhoud door de
gebruiker mag niet door kin-
deren zonder toezicht worden
uitgevoerd.
Als het toestel niet is voorzien
van een aansluitkabel en een
stekker of van andere midde-
len voor het ontkoppelen van
het stroomnet, die aan elke
pool een contactopening met
een breedte overeenkomstig
de voorwaarden van over-
spanning categorie III voor
volledige scheiding heeft,
moet een scheidingssysteem
volgens de installatievoor-
schriften in de vaste bedra-
ding worden ingebouwd.
Als de aansluitkabel van het
toestel is beschadigd, moet
deze door de fabrikant, diens
service of een gelijk gekwalifi-
ceerd persoon worden ver-
vangen om gevaarlijke situa-
ties te voorkomen.
1 Veiligheidsaanwijzingen
5
1.3 Toestelspecifieke
veiligheidsvoorschriften
WAARSCHUWING: Is het op-
pervlak gebarsten, met een
beschadiging over de hele-
materiaaldikte, dan moet het
toestel worden uitgeschakeld
en van het stroomnet worden
losgekoppeld om een moge-
lijke elektrische schok te
voorkomen.
WAARSCHUWING: Tijdens
het gebruik worden het toe-
stel en de toegankelijke delen
heet. Wees voorzichtig om
aanraking van verhittingsele-
menten te vermijden.
Gebruik nooit een stoomreini-
ger.
Voorwerpen van metaal, zoals
messen, vorken, lepels, dek-
sels of aluminiumfolie, dienen
niet op het kookveld gelegd
te worden, omdat zij heet
kunnen worden.
Na het gebruik dient de kook-
plaat met de regel- en/of be-
sturingsinrichtingen en niet al-
leen door de panherkenning
te worden uitgeschakeld.
WAARSCHUWING: Koken op
het kookveld met vet of olie
kan gevaarlijk zijn en brand
veroorzaken, wanneer er
geen toezicht op wordt ge-
houden. Probeer NOOIT een
brand met water te blussen,
maar schakel het toestel uit
en dek vervolgens de vlam-
men voorzichtig af, bijvoor-
beeld met een deksel of blus-
deken.
WAARSCHUWING: Leg van-
wege het brandgevaar nooit
voorwerpen op het kookveld.
WAARSCHUWING: Houd het
kookproces voortdurend in
de gaten. Kortere kookpro-
cessen moeten gedurende de
gehele tijd in de gaten wor-
den gehouden.
Het toestel mag niet worden
gebruikt met een externe tijd-
schakelklok of een separaat
op afstand aansturend sys-
teem.
1.4 Gebruiksaanwijzingen
Vóór de eerste inbedrijfstelling
Het toestel mag uitsluitend volgens de
aparte installatiehandleiding ingebouwd
en op het stroomnet aangesloten wor-
den. De benodigde werkzaamheden
door een erkende installateur/elektri-
cien laten uitvoeren.
Reglementair gebruik
Het toestel is bedoeld voor het berei-
den van gerechten binnen het huishou-
den. Bij gebruik voor andere doelein-
den of verkeerde bediening kunnen wij
niet aansprakelijk worden gesteld voor
eventuele schade.
1 Veiligheidsaanwijzingen
6
Reparaties, wijzigingen of manipulaties
aan of in het toestel, in het bijzonder
aan stroomgeleidende onderdelen, mo-
gen uitsluitend door de fabrikant, diens
service of een vergelijkbaar gekwalifi-
ceerde persoon worden uitgevoerd. On-
deskundige reparaties kunnen zware
ongevallen, schade aan het toestel en
de inrichting alsmede storingen tot ge-
volg hebben. Neem bij een storing aan
het toestel of in geval van een reparatie-
opdracht de aanwijzingen in het hoofd-
stuk 'Service & Support' in acht. Neem
indien nodig contact op met onze servi-
ce.
Uitsluitend originele reserveonderdelen
gebruiken.
Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvul-
dig, zodat u deze te allen tijde kunt
raadplegen. Overhandig deze gebruiks-
aanwijzing en de installatiehandleiding
samen met het toestel, wanneer u het
toestel verkoopt of aan derden over-
draagt.
Het toestel voldoet aan de erkende re-
gels van de techniek en aan de gelden-
de veiligheidsvoorschriften. Om schade
en ongelukken te vermijden, is de cor-
recte omgang met het toestel een abso-
lute voorwaarde. Neem daarom de aan-
wijzingen in deze gebruiksaanwijzing in
acht.
Het verhitte oppervlak blijft ook na het
uitschakelen nog gedurende langere
tijd heet en koelt slechts langzaam tot
kamertemperatuur af. Wacht lang ge-
noeg voordat u bijvoorbeeld begint met
reinigen.
Over het gebruik
Tests hebben aangetoond dat er voor
dragers van pacemakers onder norma-
le omstandigheden geen risico's be-
staan. Wanneer u als drager van een
pacemaker (of van een gehoorapparaat
of een ander implantaat) absoluut zeker
wilt zijn dat de omgang met het toestel
voor u geen problemen oplevert, dient
u zich hierover door een daarvoor be-
voegde deskundige medische organisa-
tie uitvoerig te laten informeren.
Voorzichtig: gevaar voor verbranding
Oververhitte vetten en oliën kunnen ge-
makkelijk vlam vatten. Probeer nooit
brandende olie of brandend vet met wa-
ter te blussen. Explosiegevaar! Smoor
een brand met een brandblusdeken en
houd deuren en ramen gesloten.
Voorzichtig: gevaar voor letsel
Houd huisdieren uit de buurt van het
toestel.
Voorzichtig: levensgevaar
Delen van de verpakking, zoals folie of
piepschuim, kunnen voor kinderen en
dieren gevaarlijk zijn. Verstikkingsge-
vaar! Houd verpakkingsdelen buiten be-
reik van kinderen en dieren.
Schade aan het toestel voorkomen
De kookplaat bij oververhitting uitscha-
kelen en volledig laten afkoelen. Geen
kookgerei op de kookplaat zetten. In
geen geval met koud water laten schrik-
ken.
Niet op het toestel gaan staan.
Geen heet kookgerei op het frame zet-
ten om de siliconenvoegen niet te be-
schadigen.
Vermijd snijd- en voorbereidingswerk-
zaamheden op het oppervlak en laat er
geen harde voorwerpen op vallen. Trek
het kookgerei niet over het oppervlak.
1 Veiligheidsaanwijzingen
7
Zorg ervoor dat er geen suikerhouden-
de voedingsmiddelen of sap op de hete
kookzones komen. Het oppervlak kan
daardoor beschadigd raken. Als er toch
suikerhoudende voedingsmiddelen of
sap op hete kookzones komen, moeten
deze onmiddellijk met een schraper
voor glaskeramische oppervlakken wor-
den verwijderd (terwijl deze nog heet
zijn).
Pannen met een bodem van zuiver ko-
per of aluminium mogen niet worden
gebruikt, aangezien deze pannen spo-
ren achterlaten die moeilijk te verwijde-
ren zijn. Als de sporen niet direct na het
koken met een geschikt schoonmaak-
middel worden verwijderd, kunnen deze
blijvend inbranden en de optische in-
druk sterk nadelig beïnvloeden.
Als pannen en kookgerei op de glaske-
ramische plaat heen en weer worden
geschoven, ontstaan krassen. U kunt dit
grotendeels vermijden door de pannen
en het kookgerei tijdens het verplaatsen
op te tillen.
Het kookveld is een gebruiksvoorwerp:
gebruikssporen zoals krassen of zicht-
bare slijtage van pannen of kookgerei
zijn normaal. Bij intensief gebruik zijn de
gebruikssporen dienovereenkomstig
sterker. Het toestel functioneert correct
en geeft geen recht tot reclamatie. De
veiligheid is te allen tijde gegarandeerd.
Absoluut krasvast glas bestaat niet,
zelfs bij saffierglas dat bij horloges
wordt gebruikt, kunnen krassen ont-
staan. De gebruikte glaskeramische
plaat voldoet aan de beste verkrijgbare
kwaliteit.
2 Eerste ingebruikneming
Het toestel mag uitsluitend volgens de aparte installatiehandleiding worden ge-
monteerd en op de netstroom worden aangesloten. Laat de benodigde werkzaam-
heden uitvoeren door een erkende installateur/elektricien.
Alle stickers en etiketten op het toestel moeten vóór de eerste inbedrijfstelling ver-
wijderd worden.
Tijdens de eerste bedrijfsuren van een kookzone kunnen onaangename geuren
ontstaan. Dit is normaal bij fabrieksnieuwe toestellen. Let op een goede ventilatie
van de ruimte.
3 Uw toestel
3.1 Toesteloverzicht
1
Kookzone 18×20cm
1
2
1 1
1
2
Kookzone ø28cm
3.2 Bedienings- en display-elementen
Zet nooit voorwerpen op de bedieningselementen! Dit kan schade aan het toestel
veroorzaken en kan ongewenste bedieningsfouten tot gevolg hebben.
1 2 1094 765 83
131211
Toetsen
Multifunctionele toets Toestel AAN/UIT
Slider (instellen vermogensniveau) Veegbescherming/kookpauze
AAN/UIT
PowerPlus Timer/functie als min-toets
Persoonlijke instellingen opslaan Inschakeltijdsduur/functie als
plus-toets
8
3 Uw toestel
Weergaven
1
Vermogensniveau van de kookzone
8
Toewijzing slider aan kookzone
2
Inschakeltijdsduur geactiveerd
9
Timer geactiveerd
3
Brugfunctie geactiveerd
10
Inschakeltijdsduur/timer
4
Geactiveerde inschakeltijdsduur van
de kookzone
11
Pauze geactiveerd
5
Smeltfunctie geactiveerd
12
Kookveld ingeschakeld
6
Warmhoudfunctie geactiveerd
13
Veegbescherming geactiveerd/
herstelfunctie beschikbaar
7
Sudderfunctie geactiveerd
3.3 Werking van inductiekookvelden
Inductiekookvelden werken op een volledig andere manier dan conventionele kookvel-
den of kookplaten. De onder de glaskeramische plaat liggende inductiespoel wekt een
snel wisselend magnetisch veld op, dat de magnetiseerbare bodem van het kookgerei
direct verhit.
De glaskeramische plaat wordt alleen door het warme kookgerei opgewarmd. Als het
kookgerei van de kookzone wordt gehaald, wordt de vermogenstoevoer meteen onder-
broken.
Inductiekookvelden zijn:
zeer reactief energie-efficiënt
fijn instelbaar veilig
krachtig
Voorwaarde voor het werken met een inductiekookveld is het gebruik van kookge-
rei met een over het gehele vlak of volledig magnetiseerbare bodem.
3.4 Panherkenning
Iedere kookzone is voorzien van panherkenning. Deze herkent voor inductie geschikt
kookgerei met een magnetiseerbare bodem.
Als het kookgerei vóór gebruik op een kookzone wordt geplaatst, brandt op het bijbe-
horende display .
Als het kookgerei tijdens gebruik wordt verwijderd of als ongeschikt kookgerei wordt
gebruikt,
knippert het gekozen vermogensniveau afwisselend met .
Als bij een ingesteld vermogensniveau binnen 10 minuten geen kookgerei op de
kookzone wordt herkend,
wordt de kookzone uitgeschakeld.
wordt het toestel na 10 seconden uitgeschakeld als geen andere kookzone inge-
schakeld is.
3.5 Flexibel koken
Bij het flexibele koken zijn er geen gemarkeerde kookzones.
Pannen met verschillende diameters kunnen op elke zone worden geplaatst. Voor de
panherkenning moet echter bedekt zijn.
9
3 Uw toestel
Voor een gelijkmatig resultaat bij het braden moet de pan gecentreerd op wor-
den gezet. De diameter van de bodem van de pan mag niet groter zijn dan de dia-
meter van de kookzone.
Als een grote pan beide cirkels bedekt, kunnen beide verwarmingsgebieden met
de brugfunctie samengeschakeld worden.
3.6 Kookgerei
Geschikt kookgerei
Uitsluitend kookgerei met een magnetiseerbare bodem (ø12,5–22cm, in het midden
ø18–28cm) is geschikt voor het koken op een inductiekookveld.
De geschiktheid kan op de volgende manieren gecontroleerd worden:
Een magneet blijft aan ieder punt van de bodem van het kookgerei vastzitten.
Bij het kookveld brandt alleen het ingestelde vermogensniveau.
Geen ongeschikt kookgerei met behulp van hulpmiddelen zoals metalen schijven
e.d. verhitten. Dit kan het kookveld beschadigen.
Sandwichbodem
Capsulebodem
Materiaal
bestaande uit
meerdere lagen
Ingeperste
bodem
Gietijzer
Geëmailleerd
gietijzer
Geëmailleerd
staal
Legenda:
Warmteverdeling Staal
Reactiesnelheid Aluminium
Geluidsproductie Emaille
Verzorging Goed
Gewicht Bevredigend
Ongunstig
10
3 Uw toestel
Algemene aanwijzingen betreffende het kookgerei
Er moet op gelet worden dat de bo-
dem van het kookgerei indien moge-
lijk even groot is als het kookgerei.
Wij raden het gebruik van kookgerei
met een ingeperste bodem af, omdat
dit type niet op alle inductiekookvel-
den werkt.
Enkele inductiekookvelden beschik-
ken over de functies smelten, warm
houden of sudderen. Voor het gebruik
van deze functies raden wij aan kook-
gerei zonder uitsparing in de bodem
te gebruiken.
Slechte contactplekken aan de grepen en holle grepen kunnen voor harde fluittonen
zorgen.
Tijdens het gebruik daalt de hechtcapaciteit van het kookgerei. Daardoor kan het
kookgerei makkelijker verschuiven.
De dikke wanden van de pan dempen de trilling en verminderen de geluidsproductie.
Energiebesparend koken
Neem voor een zo efficiënt mogelijke energieopname en gelijkmatige warmteverdeling
het volgende in acht:
De bodem van het kookgerei moet schoon, droog en niet ruw zijn.
Plaats het kookgerei midden op de kookzone.
Gebruik een goed sluitende deksel.
Pas de diameter van het kookgerei aan het vulgewicht aan.
Gecoat kookgerei
Gecoat kookgerei mag alleen boven vermogensniveau «7» worden gebruikt als de bo-
dem geheel met vloeistof is bedekt.
De coating kan anders oververhit en beschadigd worden.
Voor het braden maximaal vermogensniveau «7» gebruiken.
Gecoate braadpannen nooit met PowerPlus gebruiken.
Geluiden tijdens het bedrijf
Het kookgerei kan tijdens het bedrijf geluiden voortbrengen. Dat duidt niet op een sto-
ring. De werking van het toestel wordt op geen enkele wijze nadelig beïnvloed.
De geluiden zijn afhankelijk van het gebruikte kookgerei. Bij sterk lawaai is het wel-
licht beter om van kookgerei te wisselen.
11
4 Bediening
3.7 OptiGlass
Bij kookvelden met OptiGlass beschikt het glazen oppervlak over een extra coating.
Deze coating is, vergeleken met niet-gecoate glazen oppervlakken, aanzienlijk harder,
bestendiger en minder gevoelig voor krassen. Verzorging en onderhoud in acht nemen.
Onder normale omstandigheden ontstaan bij het koken aanzienlijk minder krassen
op het glazen oppervlak. Door een zeer scherpe zandkorrel onder een pan kunnen
echter wel krassen ontstaan.
Verlichting
Voor de verlichting van kookvelden met OptiGlass-coating wordt het gebruik van halo-
geen- of LED-lampen aanbevolen.
Als kookvelden met OptiGlass-coating door middel van TL-buizen worden verlicht,
verschijnt het glasoppervlak in vele verschillende kleuren.
4 Bediening
4.1 Toestel in- en uitschakelen
Toestel inschakelen: de toets aantippen.
Het controlelampje van de toets gaat branden.
Op alle displays van de vermogensniveaus gaat kort branden.
Als kookgerei op een kookzone staat, brandt op het bijbehorende display van
het vermogensniveau.
Als verder niets wordt ingevoerd, wordt het toestel na 10 seconden om veiligheids-
redenen weer uitgeschakeld.
Toestel uitschakelen: de toets aantippen.
4.2 Kookzone instellen
De slider van de gewenste kookzone aantippen of een glijdende beweging er-
overheen maken om het vermogensniveau in te stellen.
4.3 Kookzone uitschakelen
Op de slider het vermogensniveau « » aantippen of naar « » glijden.
Als verder niets wordt ingevoerd en de andere kookzones uitgeschakeld zijn, wordt
het toestel na 10seconden uitgeschakeld.
4.4 Restwarmte-indicatie
Zolang gevaar voor verbranding bestaat, wordt na het uitschakelen op het display
weergegeven.
Als het kookveld ingeschakeld is,
schakelt het display om tussen en als zich kookgerei op de kookzone met
restwarmte-indicator bevindt.
brandt als zich geen kookgerei op de kookzone met restwarmte-indicator be-
vindt.
12
4 Bediening
4.5 Overzicht vermogensniveaus
Vermo-
gensniveau
Gaarproces Praktische toepassing
Smelten Boter, chocolade, gelatine, sauzen; ca. 40°C
Warmhouden Gerechten warmhouden, ca. 65°C
Sudderen Watertemperatuur blijft onder het kookpunt
Smelten, voorzichtig
regenereren
Boter, chocolade, gelatine, sauzen
Wellen Rijst
Doorkoken, inkoken,
stoven
Groente, aardappelen, sauzen, fruit, vis
Doorkoken, smoren Deegwaren, soepen, smoorvlees
Behoedzaam braden Rösti, omeletten, gepaneerde gerechten,
braadworsten
Braden, frituren Vlees, patates frites
Scherp braden Steaks
Snel verhitten Water aan de kook brengen
4.6 Smeltfunctie
Met de smeltfunctie kan bijv. boter, chocolade of honing op ca. 40°C behoedzaam
worden gesmolten.
Smeltfunctie inschakelen
De toets 1× aantippen.
Het symbool brandt.
Smeltfunctie uitschakelen
Met de slider een willekeurig vermogensniveau instellen of met « » uitscha-
kelen.
4.7 Warmhoudfunctie
De warmhoudfunctie houdt gegaarde gerechten bij ca. 65 °C warm.
Warmhoudfunctie inschakelen
De toets 2× aantippen.
Het symbool brandt.
In het display van het vermogensniveau brandt .
Warmhoudfunctie uitschakelen
Met de slider een willekeurig vermogensniveau instellen of met « » uitscha-
kelen.
13
4 Bediening
4.8 Sudderfunctie
Met de sudderfunctie kunnen bijv. worsten, knoedels of gevulde deegwaren in heet
water onder het kookpunt gaar sudderen.
De nauwkeurigheid van de sudderfunctie is sterk afhankelijk van de gebruikte
kookgerei. Zo kan worden voorkomen, dat het water begint te koken. In dit geval
adviseren wij u om de sudderfunctie zonder pandeksel te gebruiken.
Wanneer het toestel wordt gebruikt op meer dan 1500 m boven de zeespiegel, ge-
bruik dan de sudderfunctie zonder pandeksel.
Sudderfunctie inschakelen
De toets 3× aantippen.
Het symbool brandt.
Sudderfunctie uitschakelen
Met de slider een willekeurig vermogensniveau instellen of met « » uitscha-
kelen.
4.9 PowerPlus
Alle kookzones zijn voorzien van het krachtige PowerPlus.
Als Powerplus erbij is ingeschakeld, werkt de gekozen kookzone gedurende 10 minuten
met een extra hoog vermogen. Met PowerPlus kan bv. een grote hoeveelheid water snel
worden verhit.
PowerPlus inschakelen
PowerPlus « » aantippen.
In het display brandt .
Na 10minuten wordt het vermogensniveau automatisch naar teruggeschakeld.
Als het kookgerei wordt verwijderd, wordt PowerPlus onderbroken. PowerPlus
wordt voortgezet zodra het kookgerei weer op de kookzone geplaatst wordt.
PowerPlus voortijdig beëindigen
Tip op de slider het gewenste vermogensniveau aan.
Power Management
PowerPlus kan niet gelijktijdig bij beide
kookzones van een groep (A of B) worden
gebruikt. Als PowerPlus bij beide kookzo-
nes van een groep wordt geactiveerd,
wordt het vermogen van de als eerste in-
gestelde kookzone gereduceerd. Kookzo-
ne 5 kan onafhankelijk van groep A en B
met PowerPlus worden gebruikt.
A B
1
2 3
4
5
PowerPlus bij kookzone Groep A * PowerPlus bij kookzone Groep B*
1 2 3 4
1 3
2 4
*Maximaal beschikbaar vermogensniveau bij kookzones
14
4 Bediening
Als het vermogensniveau hoger dan de hierboven weergegeven waarden wordt in-
gesteld, wordt PowerPlus uitgeschakeld.
4.10 Brugfunctie
Met de brugfunctie kunnen twee afzonderlijke, achter elkaar gelegen kookzones samen-
geschakeld en geregeld worden.
Brugfunctie inschakelen
Beide sliders gelijktijdig aantippen.
brandt naast de vermogensniveaus.
Gewenst vermogensniveau instellen.
Als er bij het inschakelen van de brugfunctie al een kookzone in gebruik is, wor-
den het vermogensniveau en de inschakelduur van deze kookzone voor beide zo-
nes overgenomen. Als beide kookzones al in gebruik zijn, wordt de inschakelduur
gewist en knippert bij het vermogensdisplay.
Brugfunctie uitschakelen
Beide sliders gelijktijdig aantippen.
De voorafgaande instellingen worden voor beide kookzones overgenomen.
Elke kookzone kan weer apart geregeld worden.
4.11 Automatische opkookfunctie
Het gerecht tijdens de tijdsduur van de automatische opkookfunctie in de gaten
houden. Gevaar voor overkoken, aanbranden en ontsteken!
Alle kookzones zijn voorzien van een inschakelbare automatische opkookfunctie. Met de-
ze functie verwarmt een kookzone gedurende een bepaalde tijdsduur (zie tabel) met ver-
mogensniveau «9». Na deze tijdsduur wordt automatisch teruggeschakeld naar het inge-
stelde vermogensniveau.
De automatische opkookfunctie moet iedere keer bij inschakeling van een kookzo-
ne opnieuw worden geactiveerd.
Vermogensniveau
Opkookduur in min:s
0:40 1:15 2:00 3:00 4:15 7:15 2:00 3:15
Wordt tijdens de automatische opkookfunctie een hoger vermogensniveau gese-
lecteerd, dan is automatisch de nieuwe duur geldig.
Automatische opkookfunctie inschakelen
Op de slider het gewenste vermogensniveau 3 seconden ingedrukt houden.
Zolang de automatische opkookfunctie actief is, branden in het display afwisselend
en het vermogensniveau.
Na afloop van de opkookduur wordt het verwarmingsvermogen weer tot het gese-
lecteerde vermogensniveau verlaagd.
Automatische opkookfunctie voortijdig uitschakelen
Met de slider een lager vermogensniveau instellen.
15
4 Bediening
4.12 Inschakelduur
Houd het gerecht tijdens de inschakelduur in de gaten. Gevaar voor overkoken,
aanbranden en ontvlammen!
De inschakelduur maakt het mogelijk dat de Kookzone na een ingestelde duur (1 min. –
1 uur 59 min.) automatisch uitgeschakeld wordt.
Inschakelduur instellen
Gewenst vermogen op de kookzone instellen.
De toets aantippen.
In het display knippert .
De slider van de gewenste kookzone aantippen.
Het symbool van de gekozen kookzone gaat branden.
Het display van de gekozen kookzone gaat branden.
De inschakeltijdsduur met de toets verhogen of met de toets verlagen.
Na het eerste aantippen van de toets brandt in het display .
Na het eerste aantippen van de toets brandt in het display .
De standaardwaarde kan in de persoonlijke instellingen worden aangepast.
Inschakelduur wijzigen
De toets aantippen.
In het display knippert .
De slider van de gewenste kookzone aantippen.
De resterende inschakeltijdsduur van de geselecteerde kookzone wordt weergege-
ven.
Het display van de kookzonetoewijzing gaat branden.
De inschakeltijdsduur met de toets of wijzigen.
De inschakeltijdsduur kan snel worden gewijzigd door de toets of inge-
drukt te houden.
Als de instelling niet meer wordt gewijzigd, wordt deze na vijf seconden automatisch be-
vestigd. Als alternatief kan de instelling ook handmatig worden bevestigd. Hiervoor moet
de slider van de desbetreffende kookzone worden aangetipt.
Inschakelduur voortijdig uitschakelen
De toets aantippen.
De slider van de gewenste kookzone aantippen.
De toetsen en gelijktijdig aantippen.
In het display knippert .
De kookzone blijft verder in gebruik.
Inschakelduur afgelopen
Na afloop van de inschakeltijdsduur
wordt de toegewezen kookzone uitgeschakeld.
weerklinkt er een geluidssignaal.
knipperen en boven de slider.
Geluidssignaal en display door het aantippen van de toets of uitschakelen.
Als geen toets wordt ingedrukt, wordt het geluidssignaal na 1 minuut automatisch
uitgeschakeld.
16
4 Bediening
Meerdere inschakelduren
Als bij meerdere kookzones inschakeltijdsduren zijn ingesteld,
wordt de kortste inschakeltijdsduur weergegeven.
brandt het relevante controlelampje van de kookzonetoewijzing.
brandt het symbool voor elke kookzone met ingestelde inschakeltijdsduur.
Om een andere inschakeltijdsduur weer te geven:
De toets aantippen.
De slider van de gewenste kookzone aantippen.
De inschakeltijdsduur wordt weergegeven en kan gewijzigd worden.
4.13 Timer
De timer functioneert als een eierklok (1 min. – 9 uur 59 min.).
Deze kan altijd en onafhankelijk van alle andere functies worden gebruikt.
Timer instellen
Toestel inschakelen
De toets aantippen.
Het symbool brandt.
In het display knippert .
De timerduur met de toets verhogen of met de toets verlagen.
Na het eerste aantippen van de toets brandt in het display .
Na het eerste aantippen van de toets brandt in het display .
De standaardwaarde kan in de persoonlijke instellingen worden aangepast.
De timerduur kan snel worden gewijzigd door de toets of ingedrukt te
houden.
Timer wijzigen
Als geen Kookzone in gebruik is, eerst het toestel inschakelen.
De toets aantippen.
De resterende timerduur knippert.
De timerduur met de toets of wijzigen.
Timer voortijdig uitschakelen
Als geen Kookzone in gebruik is, eerst het toestel inschakelen.
De toets aantippen.
De toetsen en gelijktijdig aantippen.
In het display knippert .
Timer afgelopen
Geluidssignaal door aantippen van de toets of uitschakelen.
17
4 Bediening
4.14 Kinderbeveiliging
De kinderbeveiliging moet onbedoeld inschakelen verhinderen.
De timer kan ook worden gebruikt bij een actieve kinderbeveiliging.
Kinderbeveiliging inschakelen
Het toestel inschakelen.
Er mag geen kookzone in gebruik zijn.
De toetsen en gelijktijdig aantippen.
Er weerklinkt een geluidssignaal.
De toets nogmaals aantippen.
Er weerklinkt een geluidssignaal.
De kinderbeveiliging is nu ingeschakeld.
Op alle displays van de vermogensniveaus brandt .
Bediening bij geactiveerde kinderbeveiliging
Het toestel inschakelen.
De toetsen en gelijktijdig aantippen.
Er weerklinkt een geluidssignaal.
De kinderbeveiliging is gedeactiveerd. De verdere bediening kan zoals gewoonlijk
worden uitgevoerd.
1 minuut na uitschakeling van het kookveld wordt de kinderbeveiliging automatisch weer
geactiveerd.
Kinderbeveiliging uitschakelen
Het toestel inschakelen.
Er mag geen kookzone in gebruik zijn.
De toetsen en gelijktijdig aantippen.
Er weerklinkt een geluidssignaal.
De toets nogmaals aantippen.
Er weerklinkt een dubbel geluidssignaal.
De kinderbeveiliging is nu uitgeschakeld.
4.15 Terugzetfunctie
Indien het toestel onbedoeld met de toets werd uitgeschakeld, kunnen de instellingen
van het voorgaande gebruik binnen 6 seconden worden hersteld.
Het toestel inschakelen.
Het controlelampje van de toets knippert gedurende 5 seconden.
De toets aantippen zolang het controlelampje knippert.
4.16 Kookpauze
Het gebruik kan na een kookpauze met de voorafgaande instellingen worden voortgezet.
De toets gedurende 5seconden ingedrukt houden.
Het display brandt.
Het vermogensniveau van de ingeschakelde kookzone wordt gewijzigd in .
De inschakeltijdsduur wordt gepauzeerd.
De timer loopt verder.
Alle toetsen behalve en zijn inactief.
De toets nogmaals aantippen om verder te koken.
18
5 OptiLink
Als de kookpauze niet binnen 10minuten wordt beëindigd, wordt het toestel volle-
dig uitgeschakeld.
4.17 Veegbescherming
Deze functie voorkomt het onopzettelijk wijzigen van het vermogensniveau wanneer bijv.
met een doek over het bedieningsveld wordt geveegd.
De toets aantippen.
Het controlelampje van de toets gaat branden.
Door de toets opnieuw aan te tippen of automatisch na 30seconden wordt de
veegbescherming uitgeschakeld.
Door de toets aan te tippen kan het toestel op elk moment uitgeschakeld wor-
den.
5 OptiLink
5.1 Kookveld met dampafzuiger verbinden
Het kookveld kan alleen worden verbonden met een dampafzuiger met OptiLink-
functie.
Verbindingsmodus op het kookveld activeren:
Het kookveld uitschakelen.
De persoonlijke instellingen openen (zie pagina 20).
De persoonlijke instelling selecteren.
De instelling selecteren door slider 1 aan te tippen of eroverheen te glijden. Voer
verder geen handelingen uit.
Op de displays branden en de instelling .
Verbindingsmodus op de dampafzuiger activeren:
De instellingen overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de dampafzuiger ver-
richten.
Als de verbinding tussen kookveld en dampafzuiger succesvol tot stand is gebracht,
moet dit als volgt op het kookveld bevestigd worden:
De toets gedurende 2 seconden ingedrukt houden.
De instelling wordt opgeslagen en de persoonlijke instellingen worden gesloten.
De toestellen zijn met elkaar verbonden en OptiLink is actief.
5.2 OptiLink deactiveren
Verbinding tussen dampafzuiger en kookveld onderbreken:
De persoonlijke instellingen openen (zie pagina 20).
De persoonlijke instelling selecteren.
De instelling selecteren door slider 1 aan te tippen of eroverheen te glijden.
De toets gedurende 2 seconden ingedrukt houden.
De instelling wordt opgeslagen en de persoonlijke instellingen worden gesloten.
OptiLink is gedeactiveerd.
De gebruiksaanwijzing van de dampafzuiger raadplegen voor de noodzakelijke
stappen voor het beëindigen van OptiLink.
19
6 Persoonlijke instellingen
6 Persoonlijke instellingen
De volgende persoonlijke instellingen kunnen individueel verricht en opgeslagen worden:
Persoonlijke instelling Instelwaarde Fabrieksin-
stelling
Volume geluidssignaal Zacht
Middelhard
Hard
Geluidssignaal bij einde
inschakeltijdsduur/timer
Geen geluidssignaal
Na 10seconden automatisch uit
Na 1minuut automatisch uit
Inschakeltijd PowerPlus Einde na 5minuten
Einde na 10minuten
Einde na 15minuten
Automatische
opkookfunctie
Automatische modus uit
Automatische modus aan
Gewenste duur
inschakeltijdsduur/timer
Gewenste duur 0minuten
Trapsgewijs instelbaar van 10–90
minuten
Geluidssignaal bij
toetsenbediening
Geluidssignaal uit
Geluidssignaal aan
Veegbescherming
uitschakelen
Veegbescherming uitschakelen: de
toets aantippen
Na 30seconden automatisch uit
OptiLink OptiLink uit
OptiLink aan
Herstellen van de
fabrieksinstellingen
- Fabrieksinstellingen herstellen: de
toets gedurende 2seconden
ingedrukt houden.
6.1 Persoonlijke instellingen wijzigen
Bij een uitgeschakeld toestel de toetsen en gelijktijdig gedurende 2secon-
den ingedrukt houden.
Er weerklinkt een geluidssignaal.
De twee sliders links van het display 3 aantippen.
Er weerklinkt een geluidssignaal.
In het display 3 wordt de index van de persoonlijke instelling weergegeven, bijv.
.
In het display 2 wordt de actuele instelwaarde van de persoonlijke instelling weer-
gegeven.
20
7 Onderhoud
1 2 3
Met de toets wordt de volgende hogere en met de toets de volgende lagere
persoonlijke instelling geselecteerd.
Selecteer door aantippen van de linker- of rechterzijde van de actieve slider 1 een ho-
gere of lagere instelwaarde.
Invoer opslaan
De toets gedurende 2seconden ingedrukt houden.
Er weerklinkt een geluidssignaal.
De bedrijfsmodus «Persoonlijke instellingen» wordt beëindigd.
Persoonlijke instellingen voortijdig uitschakelen
De toets indrukken.
Gewijzigde instelwaarden worden niet opgeslagen.
De bedrijfsmodus «Persoonlijke instellingen» wordt beëindigd.
7 Onderhoud
Reinig het toestel bij voorkeur pas in koude toestand.
Risico op verbranding!
Reinig het kookveld na elk gebruik, zo wordt het inbranden van voedselresten vermeden.
Ingedroogd c.q. ingebrand vuil is moeilijker te reinigen.
Door een onjuiste behandeling bij de reiniging kunnen het decor of het oppervlak be-
schadigd raken.
Reinig het glaskeramische oppervlak in geen geval met schurende reinigingsmid-
delen, krassende multifunctionele schuursponsjes, staalwol, etc. Het oppervlak kan
daardoor beschadigd raken.
Gebruik uitsluitend een zachte doek of spons, water en een universeel handwasmid-
del voor het reinigen van alledaagse vervuilingen.
Verwijder sterke vuilkorsten bijv. van overgekookte melk in warme toestand met een
reinigingsschaaf voor glaskeramiek. Neem daarbij de aanwijzingen van de fabrikant
van de reinigingsschaaf voor glaskeramiek in acht.
Verwijder sterk suikerhoudend voedsel zoals jam in warme toestand met een reini-
gingsschaaf voor glaskeramiek. Anders kan het glaskeramische oppervlak bescha-
digd raken.
Verwijder gesmolten kunststof nog in warme toestand met een reinigingsschaaf voor
glaskeramiek. Anders kan het glaskeramische oppervlak beschadigd raken.
Verwijder kalkvlekken in afgekoelde toestand met kleine hoeveelheden milde azijnrei-
niger of citroensap. Wrijf vervolgens met een vochtige doek na.
Voor het reinigen van hardnekkig vervuilingen kan een hiervoor geschikt Reinigings-
middel (zie pagina 22) worden gebruikt.
21
7 Onderhoud
Reiniging
Neem de volgende reinigingsinstructies in acht voor een goed resultaat.
Verwijder voor een grondige reiniging eerst het grove vuil en etensresten met een rei-
nigingsschaaf of een speciale reinigingsspons voor glaskeramiek-kookplaten.
Breng enkele druppels van een geschikt Reinigingsmiddel (zie pagina 22) aan op de
afgekoelde kookplaat en wrijf deze in met een papieren handdoek of schone doek.
Wrijf de kookplaat vervolgens af met een vochtige doek en wis hem na met een scho-
ne doek of de zachte kant van een geschikte reinigingsspons.
7.1 Reinigingsmiddel
Glaskeramiek met OptiGlass
De coating kan worden beschadigd door het gebruik van een ongeschikt reini-
gingsmiddel.
Alleen de door ons aanbevolen reinigingsmiddelen en reini-
gingsmethoden voor glaskeramiek met OptiGlass (zie pagina
12) gebruiken.
22
8 Storingen zelf verhelpen
8 Storingen zelf verhelpen
De volgende storingen kunt u onder bepaalde omstandigheden zelf oplossen. Mocht dit
niet mogelijk zijn, noteer dan de complete storingsmelding (melding en E-nummer) en
neem telefonisch of online contact op met de klantenservice.
8.1 Storingsmeldingen
Display Mogelijke oorzaak Oplossing
knippert afwisselend
met het vermogensni-
veau
Kookgerei is niet geschikt
voor inductie.
Geschikt, magnetiseerbaar
kookgerei gebruiken (zie
pagina 10).
Kookgerei bevindt zich niet
op de kookzone.
Kookgerei is te klein voor de
geselecteerde kookzone.
Kookgerei aan de kookzo-
ne aanpassen.
brandt
De kinderbeveiliging is geac-
tiveerd.
Kinderbeveiliging uitscha-
kelen (zie pagina 18).
Continu signaal weer-
klinkt, knippert en de
kookzone wordt uitge-
schakeld
Een toets of slider werd lan-
ger dan 10seconden aange-
raakt.
Er is een voorwerp (braad-
pan, schotel enz.) op het be-
dieningsveld geplaatst.
Overgelopen kooksel op het
bedieningsveld.
Voorwerp of overgelopen
kooksel verwijderen.
Het toestel zoals gewoon-
lijk weer in gebruik ne-
men.
knippert
De overtemperatuurbeveili-
ging van een kookzone werd
geactiveerd.
Kookzone laten afkoelen.
Het koken op een andere
kookzone voortzetten.
Kookgerei controleren.
knippert
Onderbreking in de stroom-
toevoer.
De weergave bevestigen
door een willekeurige
toets aan te tippen.
Het toestel zoals gewoon-
lijk weer in gebruik ne-
men.
of en een cijfer
branden
Interne fout opgetreden. De complete storingsmel-
ding evenals het serie-
nummer (SN) van het toe-
stel noteren.
Contact opnemen met de
klantenservice.
23
8 Storingen zelf verhelpen
Display Mogelijke oorzaak Oplossing
en branden
Een voorwerp onder het
kookveld hindert de luchtaan-
zuiging, bijv. papier.
Voorwerpen uit de lade
onder het kookveld verwij-
deren.
Fout door het aantippen
van een willekeurige toets
bevestigen.
Het toestel na 10minuten
zoals gewoonlijk weer in
gebruik nemen.
Ventilatie defect. De complete storingsmel-
ding evenals het serie-
nummer (SN) van het toe-
stel noteren.
Contact opnemen met de
klantenservice.
en knipperen af-
wisselend
De automatische veiligheids-
uitschakeling werd geacti-
veerd.
De kookzone is heet en er
staat een pan op de kookzo-
ne.
De kookzone indien nodig
weer inschakelen.
Als een kookzone gedurende langere tijd in bedrijf is zonder dat instellingen gewij-
zigd worden, schakelt het toestel de kookzone automatisch uit. De uitschakeling
wordt uitgevoerd op basis van het ingestelde vermogensniveau.
Vermogensniveau/functie
Veiligheidsuitschakeling na h:min
2:00 8:36 6:42 5:18 4:18
3:30 2:18 2:18 1:48 1:30
8.2 Overige mogelijke problemen
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Toestel functioneert
niet en alle displays
zijn donker.
De zekering of de automati-
sche zekering van de woning
c.q. de huishoudelijke instal-
latie is defect.
Zekering vervangen.
Automatische zekering
weer inschakelen.
De zekering of de automati-
sche zekering wordt meer-
maals geactiveerd.
Serienummer (SN) van het
toestel noteren.
Contact opnemen met de
klantenservice.
Kookgerei is te klein voor de
geselecteerde kookzone.
Kookgerei aan de kookzo-
ne aanpassen.
24
9 Technische gegevens
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Toestel werkt niet en
alle displays zijn don-
ker.
De zekering of de automati-
sche zekering van de woning
c.q. de huishoudelijke instal-
latie is defect.
Zekering vervangen.
Automatische zekering
weer inschakelen.
De zekering of de automati-
sche zekering wordt meer-
maals geactiveerd.
Serienummer (SN) van het
toestel noteren.
Contact opnemen met de
klantenservice.
Kookgerei is te klein voor de
geselecteerde kookzone.
Kookgerei aan de kookzo-
ne aanpassen.
OptiLink functioneert
niet
Verbinding niet succesvol. OptiLink op kookveld en
dampafzuiger deactiveren.
Verbinding opnieuw tot
stand brengen.
Indien het probleem niet ver-
holpen kan worden.
Serienummer (SN) van het
toestel noteren.
Contact opnemen met de
klantenservice.
9 Technische gegevens
9.1 Gegevens van het product
Conform EU-verordening nr. 66/2014
Modelnummer GK 31114
Typeaanduiding GK CTI6T95MMS...
Aantal kookzones 5
Verwarmingstechnologie Inductiekookzone
Afmeting van de kookzone cm 18 × 20 18 × 20 ø28 18 × 20 18 × 20
Energieverbruik per
kookzone
Wh/kg 185,5 187,8 184,5 184,1 192,6
Energieverbruik van het
gehele kookveld EC
Wh/kg 186,9
25
10 Afvoer
10 Afvoer
10.1 Verpakking
Kinderen mogen in geen geval met verpakkingsmateriaal spelen omdat er letsel-
of verstikkingsgevaar bestaat. Berg verpakkingsmateriaal veilig op en gooi het op
een milieuvriendelijke manier weg.
10.2 Veiligheid
Het apparaat onbruikbaar maken om ongevallen door ondeskundig gebruik (bijv. door
spelende kinderen) te vermijden:
Het toestel loskoppelen van het stroomnet. Bij een vast geïnstalleerd toestel moet dit
door een erkende elektromonteur worden gedaan. De voedingskabel aan het toestel
afsnijden.
10.3 Afvoer
Het symbool «doorgestreepte vuilnisbak» verplicht tot een gescheiden afvoer van
elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Dergelijke apparaten kunnen gevaar-
lijk zijn en milieugevaarlijke stoffen bevatten.
Deze apparaten moeten worden ingeleverd bij een inzamelingspunt voor het recyclen
van elektrische en elektronische apparatuur en kunnen niet worden weggegooid in on-
gesorteerd huishoudelijk afval. Daarmee draagt u bij aan de bescherming van hulp-
bronnen en het milieu.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de lokale autoriteiten.
26
11 Trefwoordenlijst
A
Aansluitingsplaatje........................................... 31
Aanwijzingen bij gebruik.................................... 5
Afvoer................................................................. 26
Automatische opkookfunctie ......................... 15
Inschakelen................................................... 15
Voortijdig uitschakelen ............................... 15
B
Bedienings- en display-elementen................... 8
Toetsen .............................................................8
Weergaven.......................................................9
Brugfunctie........................................................ 15
Inschakelen................................................... 15
Uitschakelen ................................................. 15
E
Eerste inbedrijfstelling........................................ 8
Energiebesparend koken ............................... 11
G
Garantieverlenging .......................................... 31
Geldigheidsbereik............................................... 2
Geluiden tijdens het bedrijf ............................ 11
H
Herstelfunctie.................................................... 18
I
Inschakelduur ................................................... 16
Inschakeltijdsduur
Afgelopen...................................................... 16
Instellen ......................................................... 16
Meerdere inschakeltijdsduren ................... 17
Voortijdig uitschakelen ............................... 16
Wijzigen ......................................................... 16
K
Kinderbeveiliging ............................................. 18
Bediening bij geactiveerde
kinderbeveiliging.......................................... 18
Inschakelen................................................... 18
Uitschakelen ................................................. 18
Kookgerei
Geschikt kookgerei ..................................... 10
Kookpauze ........................................................ 18
Kookzone .......................................................... 12
M
Modelnaam .......................................................... 2
Modelnummer ..................................................... 2
N
Notities ............................................................... 29
O
OptiGlass........................................................... 12
Verlichting ..................................................... 12
OptiLink.............................................................. 19
deactiveren ................................................... 19
Kookveld met dampafzuiger verbinden
........................................................................ 19
Overzicht vermogensniveaus ........................ 13
P
Panherkenning .................................................... 9
Persoonlijke instellingen................................. 20
Voortijdig uitschakelen ............................... 21
Wijzigen ......................................................... 20
Power Management ........................................ 14
PowerPlus.......................................................... 14
Inschakelen................................................... 14
Voortijdig beëindigen .................................. 14
Problemen......................................................... 23
Productinformatieblad..................................... 25
R
Reinigingsmiddelen
OptiGlass....................................................... 22
Restwarmte-indicatie ....................................... 12
S
Serienummer (SN) ........................................... 31
Service & Support............................................ 31
Smeltfunctie ...................................................... 13
Inschakelen................................................... 13
Uitschakelen ................................................. 13
Storingen ........................................................... 23
Sudderfunctie.................................................... 14
Inschakelen................................................... 14
Uitschakelen ................................................. 14
Symbolen.............................................................. 4
T
Technische gegevens ..................................... 25
Technische vragen .......................................... 31
Timer .................................................................. 17
Afgelopen...................................................... 17
Instellen ......................................................... 17
Voortijdig beëindigen .................................. 17
Wijzigen ......................................................... 17
Toestel
In- en uitschakelen ...................................... 12
Toestel afvoeren............................................... 26
27
Toesteloverzicht .................................................. 8
Toestelspecifieke veiligheidsvoorschriften
........................................................................ 5
Type....................................................................... 2
V
Veegbescherming............................................ 19
Veiligheidsuitschakeling ................................. 24
Veiligheidsvoorschriften
Algemene .........................................................4
Vermogensniveaus .......................................... 14
Verzorging en onderhoud .............................. 21
W
Warmhoudfunctie............................................. 13
Inschakelen................................................... 13
Uitschakelen ................................................. 13
Werking van inductiekookvelden..................... 9
28
29
12 Notities
30
13 Service & Support
In het hoofdstuk «Storingen oplossen» vindt u nuttige informatie met betrekking tot
kleinere storingen. Zo hoeft u niet om een servicemonteur te vragen en vermijdt u
mogelijke kosten.
De V-ZUG-garantie-informatie vindt u op www.vzug.com →Service
→Garantie. Lees deze aandachtig door.
Registreer uw toestel per direct online via www.vzug.com →Service
→Garantieregistratie. Zo profiteert u in geval van een mogelijke storing reeds tijdens de
garantieperiode van het toestel van de beste ondersteuning. Voor de registratie hebt u
het serienummer (SN) en de aanduiding van het toestel nodig. Deze gegevens vindt u op
het typeplaatje van uw toestel.
Mijn toestel-informatie:
SN: __________________________ Toestel: __________________________________
Houd deze informatie altijd binnen handbereik als u met V-ZUG contact opneemt. Harte-
lijk dank.
Het typeplaatje en het aansluitingsplaatje bevinden zich aan de onderkant van het kook-
veld.
1
Typeplaatje met serienummer (SN)
1 2
2
Aansluitingsplaatje
Een tweede typeplaatje is bijgesloten en dient in het
inbouwmeubel onder het kookveld geplakt te wor-
den.
Uw reparatieopdracht
Onder www.vzug.com→Service→Service-Nummer vindt u het telefoonnummer van het
dichtstbijzijnde V‑ZUG-Service-center.
Technische vragen, toebehoren, garantieverlenging
V-ZUG helpt u ook graag bij algemene administratieve en technische aanvragen, neemt
uw bestellingen op voor toebehoren en vervangende onderdelen en informeert u over
onze vooruitstrevende servicecontracten.
31
Korte handleiding
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing!
Toestel inschakelen
De toets aantippen.
Kookzone instellen
De slider van de gewenste kookzone aantippen of een glijdende beweging
eroverheen maken om het vermogensniveau in te stellen.
Of:
De slider « » aantippen om grote hoeveelheden water snel op te warmen.
Kookzone uitschakelen
De slider « » aantippen.
Toestel uitschakelen
De toets aantippen.
V-ZUG Ltd, Industriestrasse 66, CH-6302 Zug
[email protected], www.vzug.com
1078199-05
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32

V-ZUG 31114 Handleiding

Type
Handleiding