AEG 95751G-B Handleiding

Type
Handleiding
26
Waarschuwingen en belangrijke
adviezen
Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt
geacht ze gelezen te hebben, alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik
neemt.
Tijdens het gebruik
Het is uiterst belangrijk dat het bij het apparaat behorende instruktieboekje bewaard
blijft. Zou het apparaat door u aan iemand anders gegeven of verkocht worden, of zou
het apparaat in het huis van waaruit u verhuist achterblijven, dan dient de nieuwe
gebruik(st)er over het instuktieboekje en de daarin opgenomen waarschuwingen te
kunnen beschikken.
Dit apparaat is bedoeld voor het gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om kinderen het
apparaat te laten bedienen of als speelgoed te laten gebruiken.
Dit toestel werd enkel ontworpen voor culinaire niet professionele toepassingen en mag voor
geen andere doeleinden gebruikt worden.
Het is gevaarlijk om, in welke vorm dan ook, dit apparaat of eigenschappen daarvan te
veranderen.
Om hygienische- en veiligheidsredenen moet het apparaat altijd schoon worden gehouden. Vet-
en/of voedselresten kunnen brand veroorzaken.
Controleer steeds dat de bedieningsknoppen in de UIT stand staan, als de kookplat niet meer
wordt gebruikt.
Mocht er in de buurt van de kookplat een stopcontact zijn, waarop af en toe een ander
huishoudelijk apparaat wordt aangesloten, zorg er dan coor, dat het snoer niet contact komt met
hete delen van de kookplat.
Als de kookplat niet wordt gebruik, trek dan de steker van de vonkontsteking uit het stopcontact.
Trek altijd de steker van de vonkontsteking altijd uit het stopcontact bij het schoonmaken en
onderhoud van de kookplaat.
Zorg altijd voor voldoende ventilatie. Gebrek aan ventilatie kan gebrek aan zuurstof veroorzaken.
NEDERLANDS
27
Veiligheid van kinderen
Houd tijdens het in gebruik zijn van de kookplat kinderen uit de buurt. Ook na het uitzetten blijft het
apparaat lang heet. Let op dat kinderen de warme delen niet aanraken tijdens het afkoelen.
Installatie
Het installeren en aansluiten van het apparaat dient door een erkend vakman, bekend met de
daarvoor geldende voorschriften, aangesloten te worden.
Sluit het apparaat aan op het juiste type gas, zoals vermeldt op de sticker naast de gasaansluiting
van de kookplaat.
Tijdens het gebruik produceert de kookplat warmte en vocht. Zeker tijdens een
langdurig gebruik. Zet dan een raam open of zorg voor een goede ventilatie door een
afzuigkap te plaatsen of door een raam open te zetten.
Controleer het apparaat na het uitpakken op beschadigingen. Controleer het elektrische snoer
op beschadigingen. Mocht dat het geval zijn, neem dan contact op met uw leverancier.
De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid ten aanzien van schade of letsel af, indien
bovenstaande veiligheidsmaatregelen niet werden getroffen of in acht genomen.
Service
l Tracht in geval van een storing of een defekt dit apparaat niet zelf te repareren. Reparaties
welke door niet deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden.
l Laat inspektie- en/of herstelwerkzaamheden uitvoeren door de AEG Klantenservice. Alleen
originele AEG-onderdelen voldoen aan alle eisen.
Informatie m.b.t. het milieu
l Houd bij het weggooien van de verpakking rekening met de veiligheid en het milieu.
l Als u een oud apparaat afdankt, maak het dan onbruikbaar door het aansluitsnoer af te snijden.
{
Deze instructies gelden enkel voor de landen waarvan het indentificatiesymbool is
aangebracht op het titelblad van het instructieboekje en het apparaat zelf.
28
Inhoudsopgave
F
{
Over deze gebruiksanwijzing
Oderstaande symbolen vindt u in de tekst en hebben de voldende betekenis:
Aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
Aanwijzingen m.b.t. het gebruik
Adviezen en tips
Informatie m.b.t. het milieu
Aanwijzingen voor de Gebruik
Waarschuwingen en belangrijke adviezen .............................................................. 26
Over deze gebruiksanwijzing ................................................................................... 28
Uitvoering.................................................................................................................. 29
De bediening ............................................................................................................ 29
Onderhoud ............................................................................................................... 31
Aanwijzingen voor de Installateur
Waarschuwingen voor de installateur...................................................................... 32
Technische gegevens.............................................................................................. 33
Elektrische verbinding .............................................................................................. 34
Aanpassing aan verschillend gastype ..................................................................... 35
Inbouw ...................................................................................................................... 36
Inbouwmogllijkheden ............................................................................................... 37
Dit toestel voldoet aan de EG-richtlijn
89/336 EEG, 93/68 EEG, 90/396 EEG, 73/23 EEG, 90/683 EEG.
29
De bediening
De knoppen zijn voorzien van de volgende indicaties
=UIT
= maximum
= minimum
Integrale ontsteking
Ontsteek altijd de brander voordat U er een pan
opzet.
l Door de knop van de te gebruiken brander geheel in te drukken en op de hoogste stand te
draaien, zal de betreffende brander aangaan. Maar houdt vervolgens de knop nog 5
seconden geheel ingedrukt. Dat is nodig om de vlambeveiliging (Fig. 1 - C) in te schakelen.
De vlam beveiliging voorkomt, dat het gas blijft doorstromen, als de vlam uitwaait of uitgaat
door een storing in het gasnet. Zet vervolgens de knop in de gewenste stand.
l Bij de grote brander kunt u eventueel ook doordraaien naar de kleine stand. De
vonkontsteking zal ook als de brander aan is nog een paar maal navonken. Dat is normal.
Mocht na verschillende pogingen de brander niet aan gaan, controleer dan of de
branderdeksel (Fig. 1 - A) goed op hun plaats liggen.
Om de brander uit te zetten draait u de knop naar rechts op de UIT "l" stand.
Uitvoering
1. Kookplaat
2. Normaalbrander
3. Kleinbrander
4. Sterkbrander
5. Knoppen
1
2
2
5
2
3
4
Fig. 1
A - Branderdeksel
B - Vonkontsteking
C - Vlambeveiliging
F
30
TYPE BRANDER MIN. AFMETING MAX. AFMETING
STERK 160 mm 260 mm
NORMAAL 120 mm 220 mm
KLEIN 80 mm 160 mm
Zet altijd eerst de brander op de uitstand voordat u de pan van het gas neemt.
Optimaal rendement
Voor en optimaal rendement moet de diameter van de pan aangepast zijn aan de brander, zodat
de vlammen niet langs de zijkant uitslaan. Wij adviseren ook om de vlam lager te zetten zodra het
kookpunt bereikt is.
Gebruik alleen potten en pannen met een vlakke bodem.
Wees voorzichting met het bakken wanneer u olie of andere vetstoffen gebruikt
(zoals bij het frituren). Olie en vet ontbranden gemakkelijk bij oververhitting.
Tabel van de minimale en maximale diameters van de
pannen
31
Voordat u de kookplaat gaat reinigen moet eerst de stroomtoever van de
vonkontsteking worden afgesloten.
Voor het reinigen van de emaille delen mag nooit een
agressief middel gebruikt worden. Maak een sopje
van warm water met een afwasmiddel.
Maak zeer regelmatig de branders schoon,
verwijder voedselresten, maak de brander- ring en
deksel goed droog met een zacht doekje voor ze
weer terug te plaatsen.
De pannendragers zijn goed bestand tegen een
afewasmiddel.
Gebruik voor het verwijderen van lastige vlekken
nooit een pannenspons van staalwol, een agressief
poetsmiddel, of een pannenspots met een harde
laag. Gebruik voor het reinigen van hardnekkig vuil
de daarvoor in de handel zijnde schoonmaak
middelen zonder schurende werking.
De vonkontsteking, bestaand uit een elektrode gevat
in een keramisch omhulsel, moet vrij worden
gehouden van voetselresten en vocht, omdat enders
de ontsteking niet functioneert (Fig. 1 - B).
Controleer of de branderring poorten schoon
zijn. Voor het reinigen van de branderring,
ga als volgt te werk in Fig. 3.
Periodek onderhoud
Tracht in geval van een storing of een defekt dit
apparaat niet zelf te repareren. Reparaties welke door
niet deskundige personen uitgevoerd worden,
kunnen tot schade of letsel leiden.
Laat inspektie- en/of herstelwerkzaamheden uitvoeren door de AEG Klantenservice. Alleen originele
AEG-onderdelen voldoen aan alle eisen.
Onderhoud
Fig. 2
FO 2110
FO 2265
Fig. 3
32
Waarschuwingen voor de
installateur
l De hierna volgende instructies zijn bestemd voor de erkende installateurs, om ervoor
te zorgen dat installatie en onderhoud optimaal verlopen, volgens de geldende
normen. De installatie moet conform de norm NBN D 51.003 Installaties gevoed met
stoolgas lichter dan lucht worden uitgevoerd.
l De zijwanden van de meubels mogen niet hoger komen dat het werkvlak van het
toestel.
l Plaats het toestel niet in de buurt van ontvlambare materialen (zoals gordijnen,
handdoeken enz.).
l Ontkoppel het kookplateau van de stroomtoevoer. Ingeval het plateau op de
stroomtoevoer aangesloten moet blijven, moeten alle nodige voorzorgsmaatregelen
worden getroffen.
Aansluiting gas
Monteer een afsluitkraan die erkend is door de AGB. Starre aansluitingen verdienen de
voorkeur. Bij gebruik van een gasslang moet een door de AGB erkende slang met metalen
omhulsel worden gebruikt.
Bij het gebruiken van flexiebele vaste verbindingen moet men er op letten dat de pijpen niet kunnen
worden geplet of dichtgekneppen en niet in aanraking komen met bewegende delen. Let hier ook
op wanneer de kookplaat wordt gecombineerd met een oven.
Deze kookplateaus kunnen zowel worden gevoed met gas van Slochteren (G25) met een nominale
druk van 25 mbar als met aardgas (G20) met een nominale druk van 20 mbar. Om te werken met
deze twee soorten gas is geen extra afstelling nodig.
Alvorens de installatie uit te voeren moet u nagaan of de
gastoevoer volstaat voor de correcte voeding van het
plateau. Bij maximum verbruik mag de drukdaling
maximum 5% bedragen. Deze drukdaling is afhankelijk
van volgende factoren:
- maximum debiet van de gasmeter;
- diameter en lengte van de leidingen voor en achter
de meter;
- doorgangsopeningen van de verschillende kranen
in het circuit;
- diameter van de eventuele tussenstukken.
BELANGRIJK - Voor een correcte werking, een zuinig
verbruik en een grotere levensduur van het kookplateau
moet u ervoor zorgen dat de toevoerdruk overeenstemt
met de waarden in de tabel.
A - Aansluitpijp met wartel
B- Ringetje
C - Draaibare messing elleboog
FO 2365
Fig. 4
33
Aan het einde van de verstelbare pijp, waarop een GJ 1/2" draadmoer gemonteerd is, wordt de
elleboog zo gemonteerd dat de afdichtingsring zich tussen de onderdelen bevindt zoals aangegeven
in figuur 4. Schroef de onderdelen op elkaar zonder aan te spannen, draai de elleboog in de
gewenste richting en span dan aan.
BELANGRIJK - Om de installatie te voltooien, kijk altijd de perfecte dirchtheid van de verbindingsstukken
na door een zeepachtige oplossing te gebruiken, nooit een vlaam
Technische gegevens
Afmetingen in mm:
Kookplaat H x B x D 12x 740 x 520
Inbouwopening B x D 560 x 480
Categorie II 2E+3+
Apparaat Klasse 3
Koppeling gas G 1/2
Voeding gas Aardgas G20-G25 / 20-25 mbar
Voeding elektriciteit 230 V ~ 50 Hz
BRANDER
Kleinbrander 1 0,33 70 0,095 50 73 71
Normaalbrander
1,9 0,45 96 0,181 71 138 136
Aardgas :
Sterkbrander 2,9 0,65 119 0,276 86 196 193
LPG : 2,7
MAXIMALE
CALORISCH
DEBIET
kW
MAXIMALE CALORISCHDEBIET
AARDGAS
G 20 - 20 mbar
GAS LPG
28/37 mbar
Düsen
1/100
m
3
/h
g/h
G30 G31
Düsen
1/100
MINIMALE
CALORISCH
DEBIET
kW
Inspuitstukken
34
Het kookplateau is ontworpen om te werlen bij 230 V eenfasig. De aansluiting moet worden
uitgevoerd conform de voorwaarden en normen, voorgeschreven door de geldende wetgeving.
Alvorens aan te sluiten moet u nagaan of:
1) de elektrische voeding afgestemd is op het verbruik van het kookplateau (zie het
identificatieplaatje);
2) de bestaande elektrische toevoer voorzien is van een aarding conform de geldende
voorschriften;
3) de meerpolige stekker of de gebruikte schakelaar gemakkelijk bereikbaar zijn nadat het
kookplateau gelnstalleerd is.
Bevestig een stekker aan de kabel, aangepast aan de belasting, en sluit aan op een beveiligd
contact.. Als een directe aansluiting op het stroomnet vereist is, moet een meerpolige stekker worden
gebruikt met een minimum afstand tussen de contacten van 3 mm, aangepast aan de belasting en
geldende voorschriften. De bruine fasedraad (die aangesloten is op de L clip van het plateau)
moet altijd worden aangesloten op het fasecontact van het stroomnet.
De stroomkabel moet zo geplaatst worden dat de kabel niet heter kan worden dan 90° C.
Vervangen van de
stroomkabel
De verbindinq tussen stroomkabel en klemmenbord is
van het Y-type: de stroomkabel kan dus alleen worden
vervangen met behulp van een speciaal stuk
gereedschap waarmee de installateurs uitgerust zijn.
Wanneer de stroomkabel moet worden vervangen, mag
alleen type H05V2V2-F T90 worden gebruikt, en beide
types moeten aangepast zijn aan de belasting en de
temperatuur waarbij ze moeten functioneren. Bovendien
moet de groen/gele aardingsdraad zon 2 cm langer
zijn dan de fasedraad en de neutrale draad (fig 5).
Om de klep van het klemmenbord te openen en toegang
te krijgen tot de aansluitklemmen gaat u als volgt te werk:
l schuif het uiteinde van een schroevedraaier in de
uitsteeksels aan de zichtbare zijkant van het
klemmenbord;
l druk voorzichtig naar boven (Fig. 5-b)
Elektrische verbinding
Fig. 5
Fig.5-b
FO 0257
Neutraal
Aarde (groen/geel)
35
Vervanging van de
gasproeiers
Verwijder de roosters.
Neem het bovenste gedeelte en de gasontstekers.
Met een steeksleutel van 7 schroeft U de gassproeiers
los en neemt U ze weg (Fig. 6), om ze te vervangen
door diegene die overeenstemmen met het type
gas.
Hermonteer de delen door dezelfde handelingen te
volgen, in tegengestelde zin.
Vervang het indentificatieplaatje (geplaatst vlakbij de
gastoevoerpijp) door het plaatje dat oveneenstemt
met het nieuwe gastype. Dit identificatieplaatje vindt
u in de verpakking van het inspuitstuk meegeleverd
met het toestel.
Indien de gasdruk verschillend is (of variabel) van
dewelke voorzien, is het noodzakelijk een gepaste
drukregelaar te plaatsen op de inlaattube, conform aan
de normen.
Regeling minimum gaspitten
Ontsteek de brander.
Breng de toets op de positie van de kleinste vlam.
Verwijder de toets (Fig. 7).
Regel de bypass vijs - die zich in de as van de kraan
bevindt - met een dunne schroevendraaier. Bij het
omschakelen van aardgas naar butaangas dient de schroef
volledig in wijzerszin worden vastgedraaid tot er een kleine
regelmatige vlam wordt bekomen.
Controleer tenslotte of er geen uitdovingen van de gaspit zijn door
snel de toets van de maximale stand op de minimum stand te
draaien.
Aanpassing aan verschillend
gastype
Fig. 6
FO 0392
Fig. 7
FO 0239
Brander Ø By-pass
1/100 mm.
Kleinbrander 28
Normaalbrander 32
Sterkbrander 40
Diameters van by-pass
36
Deze kookplateaus zijn bestemd om te worden
ingebouwd in keukenmeublen met een diepte tussen
500 en 600 mm en angepaste kenmerken.
De afmetingen van de kookplaat worden
weergegeven in Fig. 8 - a.
De afstand tussen achterkant van de uitsnijmaat en
de keukenwand of achterzijde van het werkblad moet
minimaal 55 mm. zijn. De afstand tussen de zijkant en
een wand, links of rechts moet minimaal 150 mm zijn.
Zorg ervoor dat de onderzijde van een bovenkast
altijd minimal 650 mm. verwijderd is van de kookplaat.
Het plaatsen in het werkblad
De kookplateaus kunnen worden gemonteerd op
alle basismeublen met volgende openingen (Fig. 8 -
b). Het kookplateau wordt als volgt bevestigd aan het
basismeublen:
l plaats vervolgens de meegeleverde afdichting
rondom de uitsnijmaat (Fig. 9);
l zet het plateau precies op de juiste plaats;
l bevestig met de speciale meegeleverde
klemmen (Fig.9). De druk door het
vastschroeven volstaat om een groef aan te
brengen in de afdichtig, waarvan het teveel dan
gemakkelijk kan worden verwijderd.
De rand van het plateau vormt een dubbele
afdichting die een betrouwbare garantie vormt tegen
infiltratie van vloeistoffen.
740
520
560
150 min
480
55 min.
FO 2359
Fig. 8 - b
FO 2320
Fig. 8 - a
Inbouw
FO 2518
afdichting
Fig. 9
37
Inbouwmogllijkheden
Als het keukenmeubel een deur heeft.
Zorg er altijd voor, dat de onderzijde van de kookplaat minimaal 20 mm. verwijderd is van
onderliggende kastdelen of voorwerpen. De kookplaat moet in een open ruimte liggen om er voor
eventuele reparaties. Verwijder daarom de bovenkant van de kast of zorg ervoor dat een ovenkast
geleverd wordt (Fig. 10).
Boven een oven
Voor de inbouwopeningen, zie Fig. 11 en 12. Er zijn twee ventilatie-openingen vereist. Figuren 13
en 14 illustreren twee mogelijke oplossingen. De elektrische aansluiting voor de oven en het
kookplateau moeten toegankelijk blijven en afzonderlijk gelegd worden.
a) Verwijderbaar paneel
b) Eventuele ruimte voor de
aansluitingen
Fig.10
FO 1013
30
20 min
60
a
b
FO 0939
120 cm
2
180 cm
2
FO 0938
360 cm
2
50 cm
2
480
30
591
380
140
FO 2043
Fig. 12
FO 0947
550 min.
Fig. 11
Fig. 14Fig. 13
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12

AEG 95751G-B Handleiding

Type
Handleiding