HP Pavilion 17-e100 Notebook PC series Handleiding

Categorie
Notitieboekjes
Type
Handleiding
Gebruikershandleiding
© Copyright 2013 Hewlett-Packard
Development Company, L.P.
Bluetooth is een handelsmerk van de
desbetreffende eigenaar en wordt door
Hewlett-Packard Company onder licentie
gebruikt. Intel is een handelsmerk van Intel
Corporation in de Verenigde Staten en
andere landen. Microsoft en Windows zijn
in de Verenigde Staten gedeponeerde
handelsmerken van Microsoft Corporation.
Het SD-logo is een handelsmerk van de
desbetreffende eigenaar.
De informatie in deze documentatie kan
zonder kennisgeving worden gewijzigd. De
enige garanties voor HP producten en
diensten staan vermeld in de expliciete
garantievoorwaarden bij de betreffende
producten en diensten. Aan de informatie in
deze handleiding kunnen geen aanvullende
rechten worden ontleend. HP aanvaardt
geen aansprakelijkheid voor technische
fouten, drukfouten of weglatingen in deze
publicatie.
Tweede editie: april 2013
Eerste editie: april 2013
Artikelnummer van document: 718336-332
Kennisgeving over het product
In deze handleiding worden de
voorzieningen beschreven die op de
meeste modellen beschikbaar zijn. Mogelijk
zijn niet alle voorzieningen op uw computer
beschikbaar.
Softwarevoorwaarden
Door het installeren, kopiëren, downloaden
of anderszins gebruiken van een
softwareproduct dat vooraf op deze
computer is geïnstalleerd, bevestigt u dat u
gehouden bent aan de voorwaarden van de
HP EULA (End User License Agreement).
Als u niet akkoord gaat met deze
licentievoorwaarden, is uw enige
rechtsmogelijkheid om het volledige,
ongebruikte product (hardware en software)
binnen 14 dagen te retourneren en te
verzoeken om restitutie van het
aankoopbedrag op grond van het
restitutiebeleid dat op de plaats van
aankoop geldt.
Neem contact op met het lokale
verkooppunt (de verkoper) als u meer
informatie wilt of als u een verzoek om
volledige restitutie van het aankoopbedrag
van de computer wilt indienen.
Kennisgeving aangaande de veiligheid
WAARSCHUWING! U kunt het risico van letsel door verbranding of van oververhitting van de
computer beperken door de computer niet op schoot te nemen en de ventilatieopeningen van de
computer niet te blokkeren. Gebruik de computer alleen op een stevige, vlakke ondergrond. Zorg dat
de luchtcirculatie niet wordt geblokkeerd door een voorwerp van hard materiaal (zoals een optionele
printer naast de computer) of een voorwerp van zacht materiaal (zoals een kussen, een kleed of
kleding). Zorg er ook voor dat de netvoedingsadapter tijdens het gebruik niet in contact kan komen
met de huid of een voorwerp van zacht materiaal. De computer en de netvoedingsadapter voldoen
aan de temperatuurlimieten voor oppervlakken die voor de gebruiker toegankelijk zijn, zoals
gedefinieerd door de International Standard for Safety of Information Technology Equipment (IEC
60950).
iii
iv Kennisgeving aangaande de veiligheid
Inhoudsopgave
1 Direct aan de slag ........................................................................................................................................... 1
HP Quick Start (alleen bepaalde modellen) ......................................................................................... 1
Beste praktijken .................................................................................................................................... 1
Leuke dingen om te doen ..................................................................................................................... 1
Meer hulpmiddelen van HP .................................................................................................................. 3
2 Vertrouwd raken met de computer ................................................................................................................ 5
Informatie over hardware en software zoeken ..................................................................................... 5
Hardware vinden .................................................................................................................. 5
Software vinden ................................................................................................................... 5
Rechterzijde ......................................................................................................................................... 6
Linkerkant ............................................................................................................................................. 6
Beeldscherm ........................................................................................................................................ 8
Bovenkant .......................................................................................................................................... 10
Touchpad ........................................................................................................................... 10
Lampjes ............................................................................................................................. 11
Knoppen en luidsprekers ................................................................................................... 12
Toetsen .............................................................................................................................. 14
Onderkant ........................................................................................................................................... 15
Labels ................................................................................................................................................. 16
3 Verbinding maken met een netwerk ............................................................................................................ 18
Verbinding maken met een draadloos netwerk .................................................................................. 18
Bedieningselementen voor draadloze communicatie gebruiken ....................................... 18
Knop voor draadloze communicatie gebruiken ................................................. 18
Voorzieningen van het besturingssysteem gebruiken ....................................... 19
Een WLAN gebruiken ........................................................................................................ 20
Gebruikmaken van een internetprovider ........................................................... 20
Een WLAN instellen .......................................................................................... 21
Draadloze router configureren .......................................................................... 21
Uw WLAN beveiligen ........................................................................................ 21
Verbinding maken met een WLAN .................................................................... 22
Bluetooth-apparaten voor draadloze communicatie gebruiken (alleen bepaalde
modellen) ........................................................................................................................... 23
Verbinding maken met een bekabeld netwerk ................................................................................... 23
Verbinding maken met een lokaal netwerk (LAN) ............................................................. 23
v
4 Geniet van entertainmentvoorzieningen .................................................................................................... 25
De webcam gebruiken ........................................................................................................................ 26
Audio gebruiken ................................................................................................................................. 27
Luidsprekers aansluiten ..................................................................................................... 27
Hoofdtelefoons aansluiten ................................................................................................. 27
Een microfoon aansluiten .................................................................................................. 27
Het geluid controleren ........................................................................................................ 27
Video gebruiken ................................................................................................................................. 28
Een VGA-monitor of projector aansluiten .......................................................................... 28
Een HDMI-apparaat aansluiten ......................................................................................... 29
HDMI-audioinstellingen configureren ................................................................ 30
Intel Wireless Display en Wireless Music gebruiken (alleen bepaalde modellen) ............. 30
Uw audio- en videobestanden beheren .............................................................................................. 30
5 Navigeren met aanraakbewegingen, aanwijsapparaten en het toetsenbord .......................................... 31
Touchpad gebruiken ........................................................................................................................... 31
Touchpadbewegingen gebruiken ....................................................................................................... 31
Tikken ................................................................................................................................ 32
Schuiven ............................................................................................................................ 32
Knijpen/zoomen ................................................................................................................. 33
Draaien (alleen bepaalde modellen) .................................................................................. 33
Met twee vingers klikken (alleen bepaalde modellen) ....................................................... 34
Snel bewegen (alleen bepaalde modellen) ........................................................................ 34
Randveegbewegingen ....................................................................................................... 34
Rechterrandveegbeweging ............................................................................... 35
Bovenrandveegbeweging .................................................................................. 35
Linkerrandveegbeweging .................................................................................. 36
Toetsenbord en muis gebruiken ......................................................................................................... 36
De toetsen gebruiken ......................................................................................................... 36
Actietoetsen gebruiken ...................................................................................... 36
Sneltoetsen van Microsoft Windows 8 gebruiken ............................................. 38
Hotkeys gebruiken ............................................................................................ 38
Geïntegreerd numeriek toetsenblok gebruiken .................................................................. 38
6 Energiebeheer ............................................................................................................................................... 40
Slaapstand en sluimerstand activeren ............................................................................................... 40
Intel Rapid Start Technology (alleen bepaalde modellen) ................................................. 40
Slaapstand activeren en beëindigen .................................................................................. 41
De door de gebruiker geïnitialiseerde sluimerstand inschakelen en afsluiten ................... 41
Instelling wachtwoordbeveiliging op activeren ................................................................... 41
vi
Energiemeter en instellingen voor energiebeheer gebruiken ............................................................. 42
Accuvoeding ....................................................................................................................................... 42
Door de gebruiker vervangbare accu verwijderen ............................................................. 42
Accugegevens zoeken ....................................................................................................... 43
Accuvoeding besparen ...................................................................................................... 43
Lage acculading herkennen ............................................................................................... 44
Problemen met lage acculading verhelpen ........................................................................ 44
Lage acculading verhelpen wanneer een externe voedingsbron
beschikbaar is ................................................................................................... 44
Lage acculading verhelpen wanneer geen voedingsbron beschikbaar is ......... 44
Lage acculading verhelpen wanneer de computer de sluimerstand niet kan
beëindigen ......................................................................................................... 44
Door de gebruiker vervangbare accu opbergen ................................................................ 44
Door de gebruiker vervangbare accu afvoeren ................................................................. 45
Door de gebruiker vervangbare accu vervangen ............................................................... 45
Werkt op externe netvoeding ............................................................................................................. 45
Veelvoorkomende problemen met energiebeheer oplossen ............................................. 46
HP CoolSense (alleen bepaalde modellen) ....................................................................................... 46
Softwarecontent vernieuwen met Intel Smart Connect-technology (alleen bepaalde modellen) ....... 46
Computer afsluiten (uitschakelen) ...................................................................................................... 47
7 Gegevens beheren en delen ........................................................................................................................ 48
USB-apparaat gebruiken .................................................................................................................... 48
Een USB-apparaat aansluiten ........................................................................................... 48
Een USB-apparaat verwijderen ......................................................................................... 49
Digitale opslagkaart plaatsen en verwijderen ..................................................................................... 49
Optische-schijfeenheden gebruiken ................................................................................................... 50
Optische schijf plaatsen ..................................................................................................... 52
Lade .................................................................................................................. 52
Optische schijf verwijderen ................................................................................................ 52
Lade .................................................................................................................. 52
Als de lade normaal opengaat .......................................................... 52
Als de lade niet op de normale wijze opengaat ................................ 53
Gegevens en stations delen en software openen .............................................................. 54
8 De computer onderhouden .......................................................................................................................... 56
Prestaties verbeteren ......................................................................................................................... 56
Schijfeenheden hanteren ................................................................................................... 56
Een vaste schijf vervangen ................................................................................................ 57
HP 3D DriveGuard gebruiken (alleen bepaalde modellen) ................................................ 59
Disk Defragmenter gebruiken ............................................................................................ 59
vii
Disk Cleanup gebruiken ..................................................................................................... 60
Geheugenmodules toevoegen of vervangen ..................................................................... 60
Programma's en stations bijwerken ................................................................................................... 62
De computer schoonmaken ............................................................................................................... 63
Display, zijkanten en deksel schoonmaken ....................................................................... 63
Touchpad en toetsenbord reinigen .................................................................................... 63
Reizen met of transporteren van computer ........................................................................................ 63
9 De computer en gegevens beveiligen ......................................................................................................... 65
Wachtwoorden gebruiken ................................................................................................................... 65
Windows-wachtwoorden instellen ...................................................................................... 66
Wachtwoorden voor Setup Utility (BIOS) instellen ............................................................ 66
Internetbeveiligingssoftware gebruiken .............................................................................................. 67
Antivirussoftware gebruiken ............................................................................................... 67
Firewallsoftware gebruiken ................................................................................................ 67
Software-updates installeren .............................................................................................................. 67
Essentiële beveiligingsupdates installeren ........................................................................ 67
Software-updates van HP en derden installeren ............................................................... 68
Uw draadloze netwerk beveiligen ....................................................................................................... 68
Een back-up maken van uw software-applicaties en gegevens ......................................................... 68
Een optioneel beveiligingskabelslot gebruiken ................................................................................... 68
10 Setup Utility (BIOS) en System Diagnostics gebruiken .......................................................................... 70
Setup Utility (BIOS) starten ................................................................................................................ 70
BIOS-update uitvoeren ....................................................................................................................... 70
De BIOS-versie vaststellen ................................................................................................ 70
Een BIOS-update downloaden .......................................................................................... 71
System Diagnostics gebruiken ........................................................................................................... 72
11 Back-ups maken, herstellen en terugzetten ............................................................................................. 73
Herstelmedia en back-ups maken ...................................................................................................... 73
HP Herstelmedia maken .................................................................................................... 74
Herstellen ........................................................................................................................................... 75
Windows Vernieuwen gebruiken voor snel en eenvoudig herstel ..................................... 76
Alles verwijderen en Windows opnieuw installeren ........................................................... 76
Herstellen met HP Recovery Manager .............................................................................. 77
Wat u moet weten ............................................................................................. 78
U kunt met HP Herstelpartitie een geminimaliseerde installatiekopie
gebruiken (alleen bepaalde modellen) .............................................................. 78
HP Herstelmedia gebruiken om te herstellen .................................................... 79
viii
Opstartvolgorde van de computer wijzigen ....................................................... 79
HP herstelpartitie verwijderen ............................................................................................ 79
12 Specificaties ................................................................................................................................................ 80
Invoerstroom ...................................................................................................................................... 80
Werkomgeving ................................................................................................................................... 80
13 Elektrostatische ontlading ......................................................................................................................... 82
Index ................................................................................................................................................................... 83
ix
x
1 Direct aan de slag
Deze computer is een krachtig hulpmiddel dat ontworpen is om uw werk en plezier met de computer
te verbeteren. Lees dit hoofdstuk voor meer informatie over wat u na de configuratie moet doen en
waar u meer HP-bronnen kunt vinden. Hier leest u ook wat voor leuke dingen u allemaal met uw
computer kunt doen.
HP Quick Start (alleen bepaalde modellen)
Met HP Quick Start kunt u het vertrouwde Startmenu in het bureaublad van Windows gebruiken.
Quick Start werkt hetzelfde als het traditionele Startmenu van Windows. U kunt het gebruiken om
eenvoudig bestanden en programma's te openen vanaf het bureaublad van Windows.
Klik op het pictogram HP Quick Start op de taakbalk
om HP Quick Start vanaf het
bureaublad van Windows te openen.
Beste praktijken
Om optimaal te profiteren van uw investering, raden wij u aan na configuratie en registratie van de
computer de volgende stappen uit te voeren:
Als u dat nog niet heeft gedaan, verbindt u de computer met een bekabeld of draadloos netwerk.
Zie
Verbinding maken met een netwerk op pagina 18voor meer informatie.
Neem even de tijd om de gedrukte basishandleiding voor Windows 8 door te nemen en de
nieuwe Windows® 8-functies te bekijken.
TIP: Als u snel terug wilt navigeren naar het beginscherm van de computer vanuit een open
app of het bureaublad van Windows, drukt u op de Windows-toets
op het toetsenbord. Als
u nogmaals op de Windows-toets drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
Leer de hardware en software van de computer kennen. Raadpleeg
Vertrouwd raken met de
computer op pagina 5 en Geniet van entertainmentvoorzieningen op pagina 25 voor meer
informatie.
Update of koop antivirussoftware. Meer informatie vindt u in
Antivirussoftware gebruiken
op pagina 67.
Maak een back-up van uw vaste schijf door herstelschijven of een herstel-flashdrive te maken.
Zie
Back-ups maken, herstellen en terugzetten op pagina 73.
Leuke dingen om te doen
U weet dat u een YouTube-video op de computer kunt bekijken. Maar wist u ook dat u de
computer ook op een televisie of spelconsole kunt aansluiten? Zie
Een HDMI-apparaat
aansluiten op pagina 29 voor meer informatie.
U weet dat u muziek kunt luisteren op de computer. Maar wist u ook dat u radio-uitzendingen
live op de computer kunt streamen en naar muziek of praatprogramma's uit de hele wereld kunt
luisteren? Zie
Audio gebruiken op pagina 27.
HP Quick Start (alleen bepaalde modellen) 1
U weet dat u met Microsoft-applicaties een indrukwekkende presentatie kunt maken. Maar wist u
dat u de computer ook op een projector kunt aansluiten om uw ideeën met een groep te delen?
Zie
Een VGA-monitor of projector aansluiten op pagina 28.
Gebruik de TouchPad en de nieuwe aanraakbewegingen van Windows 8 voor een soepele
bediening van afbeeldingen en pagina's met tekst. Raadpleeg
Touchpad gebruiken
op pagina 31 en Touchpadbewegingen gebruiken op pagina 31.
2 Hoofdstuk 1 Direct aan de slag
Meer hulpmiddelen van HP
U hebt Installatie-instructies al gebruikt om de computer in te schakelen en deze handleiding op te
zoeken. Gebruik de volgende tabel voor productinformatie, instructies en meer.
Hulpmiddel Inhoudsopgave
Installatie-instructies
Overzicht van computerinstallatie en -functies
Basishandleiding voor Windows 8
Overzicht van het gebruik van en de navigatie met Windows®
8
Help en ondersteuning
Als u Help en ondersteuning wilt openen vanuit het
startscherm, typt u h en selecteert u Help en
ondersteuning. Voor ondersteuning in de VS gaat u
naar
http://www.hp.com/go/contactHP. Voor
wereldwijde ondersteuning gaat u naar
http://welcome.hp.com/country/us/en/
wwcontact_us.html.
Een breed aanbod van informatie over procedures en tips
voor het oplossen van problemen
Handleiding voor veiligheid en comfort
Om deze handleiding te openen, typt u in het
startscherm support, selecteert u de app HP
Support Assistant, selecteert u Deze computer en
selecteert u vervolgens Gebruikershandleidingen of
gaat u naar
http://www.hp.com/ergo.
Aanwijzingen voor een optimale werkplek
Richtlijnen voor houding en manier van werken voor meer
comfort en minder risico op lichamelijk letsel
Informatie over elektrische en mechanische veiligheid
Wereldwijde ondersteuning
Ga naar
http://welcome.hp.com/country/us/en/
wwcontact_us.html voor ondersteuning in uw taal.
Online chatten met een technicus van HP
Ondersteuning via e-mail
Telefoonnummers voor ondersteuning
Locaties HP Servicecentrum
Informatie over voorschriften, veiligheid en milieu
Om deze handleiding te openen, typt u in het
startscherm support, selecteert u de app HP
Support Assistant, selecteert u Deze computer en
selecteert u vervolgens Gebruikershandleidingen.
Belangrijke kennisgevingen over voorschriften, waaronder
informatie over het correct afvoeren van accu's
Meer hulpmiddelen van HP 3
Hulpmiddel Inhoudsopgave
Beperkte garantie*
Om deze handleiding te openen, typt u in het
startscherm support, selecteert u de app HP
Support Assistant, selecteert u Deze computer en
selecteert u vervolgens Garantie en diensten of gaat
u naar
http://www.hp.com/go/orderdocuments.
Specifieke garantiegegevens voor deze computer
*De specifiek toegekende HP beperkte garantie die van toepassing is op uw product, kunt u vinden in de elektronische
handleidingen op de computer en/of op de cd/dvd die is meegeleverd in de doos. In sommige landen of regio's wordt door
HP een gedrukte versie van de HP beperkte garantie meegeleverd in de doos. In landen of regio's waar de garantie niet in
drukvorm wordt verstrekt, kunt u een gedrukt exemplaar aanvragen. Ga naar
http://www.hp.com/go/orderdocuments of
schrijf naar:
Noord-Amerika: Hewlett-Packard, MS POD, 11311 Chinden Blvd., Boise, ID 83714, Verenigde Staten
Europa, Midden-Oosten, Afrika: Hewlett-Packard, POD, Via G. Di Vittorio, 9, 20063, Cernusco s/Naviglio (MI), Italië
Azië en Stille Oceaan: Hewlett-Packard, POD, P.O. Box 200, Alexandra Post Office, Singapore 911507
Wanneer u een gedrukt exemplaar van uw garantie aanvraagt, geef dan het productnummer, de garantieperiode (te vinden
op het servicelabel) en uw naam en postadres op.
BELANGRIJK: stuur uw HP product NIET terug naar de bovenstaande adressen. Voor ondersteuning in de VS gaat u
naar
http://www.hp.com/go/contactHP. Voor wereldwijde ondersteuning gaat u naar http://welcome.hp.com/country/us/en/
wwcontact_us.html.
4 Hoofdstuk 1 Direct aan de slag
2 Vertrouwd raken met de computer
Informatie over hardware en software zoeken
Hardware vinden
Ga als volgt te werk om te ontdekken welke hardware is geïnstalleerd op uw computer:
1. Typ c op het startscherm en selecteer daarna Configuratiescherm.
2. Selecteer Systeem en beveiliging en klik op Apparaatbeheer in het systeemvak.
U ziet een lijst met alle apparaten die zijn geïnstalleerd op de computer.
Software vinden
Om te weten te komen welke software geïnstalleerd is op uw computer klikt u rechts in het
Startscherm of u veegt met uw vinger over het Touchpad om de apps weer te geven, en daarna
selecteert u het pictogram Alle apps.
Informatie over hardware en software zoeken 5
Rechterzijde
Onderdeel Beschrijving
(1) Optischeschijfeenheid Leest van en (alleen bepaalde modellen) schrijft naar een
optische schijf.
(2) Uitwerpknop van de optische schijf Opent de schijflade.
(3)
USB 2.0-poort Hierop kunt u een optioneel USB-apparaat aansluiten.
OPMERKING: Zie USB-apparaat gebruiken
op pagina 48 voor informatie over de verschillende types
USB-poorten.
(4)
RJ-45-(netwerk)aansluiting Hierop sluit u een netwerkkabel aan.
(5)
Lampje netvoedingsadapter Wit: De netvoedingsadapter is aangesloten en de accu
is opgeladen.
Oranje: De netvoedingsadapter is aangesloten en de
accu wordt opgeladen.
Uit: De computer werkt op gelijkstroomvoeding.
(6) Voedingsconnector Hierop kunt u een netvoedingsadapter aansluiten.
(7)
Bevestigingspunt voor de beveiligingskabel Hiermee bevestigt u een als optie verkrijgbare
beveiligingskabel aan de computer.
OPMERKING: van de beveiligingskabel moet in de eerste
plaats een ontmoedigingseffect uitgaan. Deze voorziening
kan echter niet voorkomen dat de computer verkeerd wordt
gebruikt of wordt gestolen.
Linkerkant
6 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Onderdeel Beschrijving
(1)
Externemonitorpoort Hierop kunt u een optionele VGA-monitor of projector
aansluiten.
(2) Ventilatieopening Deze openingen zorgen voor luchtkoeling van de interne
onderdelen.
OPMERKING: de ventilator van de computer start
automatisch om interne onderdelen te koelen en
oververhitting te voorkomen. Het is normaal dat de interne
ventilator automatisch aan- en uitgaat terwijl u met de
computer werkt.
(3)
HDMI-poort Hiermee kunt u de computer aansluiten op een optioneel
video- of audioapparaat, zoals een high-definition televisie,
andere compatibele digitale apparatuur of audioapparatuur,
of een HDMI-apparaat met hoge snelheid.
(4)
USB 3.0-poorten (2 ) Hierop sluit u optionele USB 3.0-apparaten aan. Deze
poorten zorgen voor hogere USB-prestaties.
OPMERKING: zie
USB-apparaat gebruiken
op pagina 48 voor informatie over de verschillende types
USB-poorten.
(5)
Audio-uitgang (hoofdtelefoon)/Audio-ingang
(microfoon)
Hierop kunt u optionele stereoluidsprekers met eigen
voeding, een hoofdtelefoon, een oortelefoon, een headset
of een kabel van een televisietoestel aansluiten. Ook kunt u
hierop de microfoon van een optionele headset aansluiten.
Deze ingang biedt geen ondersteuning voor optionele
apparaten met uitsluitend een microfoon.
WAARSCHUWING! Zet het geluidsvolume laag voordat u
de hoofdtelefoon, oortelefoon of headset opzet. Zo beperkt
u het risico van gehoorbeschadiging. Raadpleeg Informatie
over voorschriften, veiligheid en milieu voor aanvullende
informatie over veiligheid. Om deze handleiding te openen,
typt u in het startscherm support, selecteert u de app HP
Support Assistant, selecteert u Deze computer en
selecteert u vervolgens Gebruikershandleidingen.
OPMERKING: wanneer u een apparaat aansluit op deze
connector, worden de computerluidsprekers uitgeschakeld.
OPMERKING: Zorg dat de apparaatkabel een connector
met vier pinnen heeft die zowel audio-uit (hoofdtelefoon)
als audio-in (microfoon) ondersteunt.
(6)
Mediakaartlezer Leest gegevens van en schrijft gegevens naar digitale
geheugenkaarten zoals Secure Digital (SD).
Linkerkant 7
Onderdeel Beschrijving
(7)
Harde schijf-lampje
Wit knipperend: Er wordt geschreven naar of gelezen
van de vaste schijf.
Oranje: HP 3D DriveGuard heeft tijdelijk de vaste
schijf geparkeerd.
OPMERKING: Raadpleeg
HP 3D DriveGuard
gebruiken (alleen bepaalde modellen)
op pagina 59voor informatie over HP 3D
DriveGuard.
(8)
Aan/uit-lampje
Wit: De computer is ingeschakeld.
Wit knipperend: De computer staat in de slaapstand,
een energiebesparingsmodus. Het beeldscherm en
andere niet-benodigde onderdelen worden
uitgeschakeld.
Uit: De computer is uitgeschakeld of staat in de
sluimerstand. De sluimerstand is een
energiebesparingsmodus waarin zo min mogelijk
energie wordt verbruikt.
OPMERKING: bij bepaalde modellen is de
voorziening Intel® Rapid Start Technology
ingeschakeld in de fabriek. Rapid Start Technology
stelt u in staat de computer snel opnieuw te activeren
als die zich in een inactieve toestand bevindt. Zie
Slaapstand en sluimerstand activeren op pagina 40
voor meer informatie.
Beeldscherm
8 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Onderdeel Beschrijving
(1) Interne beeldschermschakelaar Wanneer u het beeldscherm dichtdoet terwijl de computer aan
staat, wordt deze schakelaar ingedrukt. Daardoor wordt het
beeldscherm uitgeschakeld en de slaapstand geactiveerd.
OPMERKING: de interne beeldschermschakelaar is niet
zichtbaar aan de buitenkant van de computer.
(2) WLAN-antennes (2)* Via deze antennes worden draadloze signalen verzonden en
ontvangen om te communiceren met draadloze LAN's (WLAN's,
wireless local-area networks).
(3) Webcamlampje Aan: de webcam is in gebruik.
(4) Webcam Hiermee kunt u videobeelden vastleggen en foto's maken.
Als u de webcam wilt starten via het startscherm van de
computer, typt u c en selecteert u CyberLink YouCam in de
lijst met apps.
(5) Interne microfoon Hiermee kunt u geluid opnemen.
*De antennes zijn niet zichtbaar aan de buitenkant van de computer. Voor een optimale signaaloverdracht houdt u de directe
omgeving van de antennes vrij. Voor informatie over de voorschriften voor draadloze communicatie raadpleegt u het
gedeelte over uw land of regio in Informatie over voorschriften, veiligheid en milieu. Om deze handleiding te openen, typt u in
het startscherm support, selecteert u de app HP Support Assistant, selecteert u Deze computer en selecteert u
vervolgens Gebruikershandleidingen.
Beeldscherm 9
Bovenkant
Touchpad
Onderdeel Beschrijving
(1) Touchpad zone Hiermee kunt u de aanwijzer (cursor) op het scherm
verplaatsen en onderdelen op het scherm selecteren of
activeren.
OPMERKING: Het touchpad ondersteunt ook
randveegbewegingen. Zie
Randveegbewegingen
op pagina 34 voor meer informatie.
(2) LinkerTouchpad knop Deze knop heeft dezelfde functie als de linkerknop op een
externe muis.
(3) RechterTouchpad knop Deze knop heeft dezelfde functie als de rechterknop op een
externe muis.
10 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Lampjes
Onderdeel Beschrijving
(1)
Aan/uit-lampje
Wit: De computer is ingeschakeld.
Wit knipperend: De computer staat in de slaapstand,
een energiebesparingsmodus. Het beeldscherm en
andere niet-benodigde onderdelen worden
uitgeschakeld.
Uit: De computer is uitgeschakeld of staat in de
sluimerstand. De sluimerstand is een
energiebesparingsmodus waarin zo min mogelijk
energie wordt verbruikt.
OPMERKING: bij bepaalde modellen is de
voorziening Intel® Rapid Start Technology
ingeschakeld in de fabriek. Rapid Start Technology
stelt u in staat de computer snel opnieuw te activeren
als die zich in een inactieve toestand bevindt. Zie
Slaapstand en sluimerstand activeren op pagina 40
voor meer informatie.
(2)
Mutelampje Oranje: het geluid van de computer is uitgeschakeld.
Uit: het geluid van de computer is ingeschakeld.
Bovenkant 11
Onderdeel Beschrijving
(3)
Lampje voor de draadloze verbinding Aan: Een geïntegreerd apparaat voor draadloze
communicatie, zoals een draadloosnetwerkmodule en/of
een Bluetooth®-apparaat, is ingeschakeld.
OPMERKING: Bij sommige modellen brandt het lampje
voor draadloze communicatie oranje wanneer alle
apparaten voor draadloze communicatie uitgeschakeld zijn.
(4) Caps Lock-lampje Aan: Caps Lock is ingeschakeld. Met het toetsenbord kunt u
nu alleen hoofdletters typen.
Knoppen en luidsprekers
12 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Onderdeel Beschrijving
(1)
Aan/uit-knop
Als de computer is uitgeschakeld, drukt u op de aan/
uit-knop om de computer in te schakelen.
Als de computer is ingeschakeld, drukt u kort op de
aan/uit-knop om de slaapstand te activeren.
Als de computer in de slaapstand staat, drukt u kort op
de aan/uit-knop om de slaapstand te beëindigen.
Als de computer in de sluimerstand staat, drukt u kort
op de aan/uit-knop om de sluimerstand te beëindigen.
VOORZICHTIG: De aan/uit-knop ingedrukt houden,
resulteert in het verlies van niet-opgeslagen gegevens.
Als de computer niet meer reageert en de afsluitprocedures
van Microsoft® Windows® geen effect hebben, houdt u de
aan/uit-knop minstens vijf seconden ingedrukt om de
computer uit te schakelen.
OPMERKING: bij bepaalde modellen is de voorziening
Intel® Rapid Start Technology ingeschakeld in de fabriek.
Rapid Start Technology stelt u in staat de computer snel
opnieuw te activeren als die zich in een inactieve toestand
bevindt. Zie
Slaapstand en sluimerstand activeren
op pagina 40 voor meer informatie.
Raadpleeg uw energieopties voor meer informatie over uw
energie-instellingen. Typ energie op het startscherm,
selecteer Instellingen en selecteer daarna Energiebeheer.
(2) Luidsprekers (2 ) Hiermee wordt het computergeluid weergegeven.
Bovenkant 13
Toetsen
Onderdeel Beschrijving
(1) esc-toets Druk op deze toets in combinatie met de fn-toets om
systeeminformatie weer te geven.
(2) fn-toets Druk op deze toets in combinatie met de esc-toets om
systeeminformatie weer te geven.
(3)
Windows-toets Hiermee keert u terug naar het startscherm vanuit een
geopende app of het Windows-bureaublad.
OPMERKING: Als u nogmaals op de Windows-toets
drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
(4) Actietoetsen Hiermee voert u veelgebruikte systeemfuncties uit.
(5) Num Lock-toets Hiermee regelt u de werking van het geïntegreerde
numerieke toetsenblok. Druk op de toets om te schakelen
tussen de standaard numerieke functie op een extern
toetsenblok (deze functie is standaard ingeschakeld) en de
navigatiefunctie (aangeduid met pijlen op de toetsen).
OPMERKING: de toetsenblokfunctie die actief is op het
moment dat de computer wordt uitgeschakeld, wordt
opnieuw actief wanneer de computer weer wordt
ingeschakeld.
(6) Geïntegreerd numeriek toetsenblok In de fabriek ingesteld om te werken als een extern
numeriek toetsenblok. Druk op de num lock-toets om te
schakelen tussen deze numerieke functie en de
navigatiefunctie (aangeduid met de pijlen op de toetsen).
14 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Onderkant
Onderdeel Beschrijving
(1) Accuruimte Hierin bevindt zich de accu.
(2) Ventilatieopeningen (5) Deze openingen zorgen voor luchtkoeling van de
interne onderdelen.
OPMERKING: De ventilator van de computer start
automatisch om interne onderdelen te koelen en
oververhitting te voorkomen. Het is normaal dat de
interne ventilator automatisch aan- en uitgaat wanneer
u de computer gebruikt.
Onderkant 15
Onderdeel Beschrijving
(3)
Ontgrendeling van de accu Hiermee ontgrendelt u de accu uit de accuruimte.
(4)
Serviceklep Biedt toegang tot de vasteschijfruimte, het slot voor de
draadloze LAN (WLAN)-module en de
geheugenmoduleslots.
VOORZICHTIG: vervang de module voor draadloze
communicatie alleen door een module die is
goedgekeurd voor gebruik in de computer door de
overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de
regelgeving met betrekking tot apparatuur voor
draadloze communicatie in uw land. Zo voorkomt u
dat het systeem niet meer reageert. Als er na het
vervangen van de module een waarschuwing
verschijnt, verwijdert u de module om de functionaliteit
van de computer te herstellen. Neem vervolgens via
Help en ondersteuning contact op met de
ondersteuning. Typ op het startscherm h en selecteer
Help en ondersteuning.
Labels
De labels die zijn aangebracht op de computer, bieden informatie die u nodig kunt hebben wanneer u
problemen met het systeem probeert op te lossen of wanneer u de computer in het buitenland
gebruikt. De labels bevinden zich op eenvoudig toegankelijke locaties.
Servicelabel: bevat belangrijke informatie waaronder:
OPMERKING: Dit label kan er iets anders uitzien dan de hier afgebeelde label.
(1) Productnaam
(2) Serienummer
(3) Productnummer
(4) Garantieperiode
(5) Modelbeschrijving (alleen bepaalde modellen)
16 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
Houd deze gegevens bij de hand wanneer u contact opneemt met de ondersteuning. Het
servicelabel bevindt zich in de accuruimte.
Label met kennisgevingen: bevat kennisgevingen betreffende het gebruik van de computer. Het
label met kennisgevingen bevindt zich in de accuruimte.
Label(s) met keurmerk voor apparatuur voor draadloze communicatie: deze labels bevatten
informatie over optionele apparaten voor draadloze communicatie, en de keurmerken van een
aantal landen of regio's waarin deze apparaten zijn goedgekeurd voor gebruik. Als uw
computermodel is voorzien van een of meer apparaten voor draadloze communicatie, is de
computer voorzien van een of meer van deze certificeringslabels. U kunt deze informatie nodig
hebben wanneer u de computer in het buitenland gebruikt. Labels met keurmerk voor
apparatuur voor draadloze communicatie bevinden zich in de accuruimte.
Labels 17
3 Verbinding maken met een netwerk
U kunt de computer meenemen waarnaar u maar wilt. Maar ook thuis kunt u met de computer en een
bekabelde of draadloze netwerkverbinding de wereld verkennen en u toegang verschaffen tot
miljoenen websites. In dit hoofdstuk vindt u informatie over hoe u zich met die wereld in verbinding
kunt stellen.
Verbinding maken met een draadloos netwerk
Met technologie voor draadloze communicatie worden gegevens niet via kabels maar via radiogolven
doorgegeven. Uw computer beschikt mogelijk over een of meer van de volgende apparaten voor
draadloze communicatie:
Apparaat met draadloze netwerkverbinding (WLAN): met dit apparaat kunt u de computer
aansluiten op LAN-netwerken (doorgaans Wi-Fi-netwerken, draadloze netwerken (WLAN) of
WLAN’s genoemd) op kantoor, thuis en op openbare plekken, zoals luchthavens, restaurants,
cafés, hotels en universiteiten. In een draadloos netwerk communiceert de computer met een
draadloze router of een draadloos toegangspunt.
Bluetooth-apparaat (alleen bepaalde modellen)—Hiermee kunt u een persoonlijk netwerk
(Personal Area Network, PAN) opzetten om verbinding te maken met andere voor Bluetooth
geschikte apparaten zoals computers, telefoons, printers, headsets, luidsprekers en camera's.
Binnen een PAN communiceert elk apparaat direct met andere apparaten en moeten apparaten
zich op relatief korte afstand (doorgaans 10 meter) van elkaar bevinden.
Zie de informatie en koppelingen naar websites in Help en Ondersteuning voor meer informatie over
de technologie voor draadloze communicatie. Typ h op het startscherm en selecteer Help en
ondersteuning.
Bedieningselementen voor draadloze communicatie gebruiken
Met deze functies kunt u de apparaten voor draadloze communicatie in uw computer regelen:
Knop voor draadloze communicatie, schakelaar voor draadloze communicatie of toets voor
draadloze communicatie (in dit hoofdstuk ook wel knop voor draadloze communicatie genoemd).
Voorzieningen van het besturingssysteem
Knop voor draadloze communicatie gebruiken
De computer heeft een knop voor draadloze communicatie, een of meer draadloze apparaten en een
of twee lampjes voor draadloze communicatie, afhankelijk van het model. Standaard zijn alle
apparaten voor draadloze communicatie geactiveerd en brandt het lampje voor draadloze
communicatie (wit) wanneer u de computer aanzet.
Het lampje voor draadloze communicatie geeft niet de status van afzonderlijke apparaten voor
draadloze communicatie aan, maar de status van deze apparaten als groep. Wanneer het lampje
voor draadloze communicatie wit is, zijn een of meer apparaten voor draadloze communicatie
ingeschakeld. Wanneer het lampje voor draadloze communicatie uit is, zijn alle apparaten voor
draadloze communicatie uitgeschakeld.
OPMERKING: bij sommige modellen brandt het lampje voor draadloze communicatie oranje
wanneer alle apparaten voor draadloze communicatie zijn uitgeschakeld.
18 Hoofdstuk 3 Verbinding maken met een netwerk
Omdat alle apparaten voor draadloze communicatie standaard zijn ingeschakeld, kunt u de knop voor
draadloze communicatie gebruiken om alle apparatuur voor draadloze communicatie tegelijk in of uit
te schakelen.
Voorzieningen van het besturingssysteem gebruiken
Met het Netwerkcentrum kunt u een verbinding of netwerk tot stand brengen, verbinding maken met
een netwerk, draadloze netwerken beheren en netwerkproblemen diagnosticeren en verhelpen.
U gebruikt de bedieningselementen van het besturingssysteem als volgt:
1. Typ n op het startscherm en selecteer Instellingen.
2. Typ netwerken en delen in het zoekvak en selecteer daarna Netwerkcentrum.
Typ voor meer informatie op het startscherm h en selecteer daarna Help en ondersteuning.
Verbinding maken met een draadloos netwerk 19
Een WLAN gebruiken
Met een WLAN-apparaat kunt u toegang krijgen tot een draadloos LAN (WLAN). Een WLAN bestaat
uit andere computers en accessoires die met elkaar zijn verbonden met behulp van een draadloze
router of een draadloos toegangspunt.
OPMERKING: de begrippen draadloze router en draadloos toegangspunt worden vaak door elkaar
gebruikt.
Een grootschalig WLAN, zoals een bedrijfs-WLAN of openbaar WLAN, maakt gewoonlijk gebruik
van draadloze toegangspunten die ondersteuning bieden voor een groot aantal computers en
accessoires, en waarmee belangrijke netwerkfuncties van elkaar kunnen worden gescheiden.
Een privé-WLAN of een WLAN op een klein kantoor maakt gewoonlijk gebruik van een
draadloze router, waarmee een aantal draadloze en bekabelde computers een
internetverbinding, printer en bestanden kunnen delen zonder dat daarvoor extra hardware of
software nodig is.
Als u het WLAN-apparaat in de computer wilt gebruiken, moet u verbinding maken met een WLAN-
infrastructuur (van een serviceprovider, een openbaar netwerk of een bedrijfsnetwerk).
Gebruikmaken van een internetprovider
Als u thuis internet wilt gebruiken, moet u een account bij een internetprovider openen. Neem contact
op met een lokale internetprovider voor het aanschaffen van een internetservice en een modem. De
internetprovider helpt u bij het instellen van het modem, het installeren van een netwerkkabel
waarmee u de draadloze router aansluit op het modem, en het testen van de internetservice.
OPMERKING: Van uw internetprovider ontvangt u een gebruikers-id en wachtwoord voor toegang
tot internet. Noteer deze gegevens en bewaar ze op een veilige plek.
20 Hoofdstuk 3 Verbinding maken met een netwerk
Een WLAN instellen
Als u een WLAN wilt instellen en verbinding wilt maken met internet, hebt u de volgende apparatuur
nodig:
een breedbandmodem (DSL- of kabelmodem) (1) en een abonnement voor internet met hoge
snelheid via een internetprovider;
een (afzonderlijk aan te schaffen) draadloze router (2);
een computer met voorzieningen voor draadloze communicatie (3).
OPMERKING: sommige modems hebben een ingebouwde draadloze router. Vraag bij uw
internetprovider na wat voor type modem u hebt.
De volgende afbeelding toont een voorbeeld van een draadloze netwerkinstallatie die is aangesloten
op internet.
Naarmate het netwerk groeit, kunnen aanvullende draadloze en bekabelde computers op het netwerk
worden aangesloten om toegang tot internet te verkrijgen.
Als u hulp nodig heeft bij het installeren van een draadloos netwerk, raadpleegt u de informatie die de
routerfabrikant of uw internetprovider heeft verstrekt.
Draadloze router configureren
Als u hulp nodig hebt bij het installeren van een WLAN-netwerk, raadpleegt u de informatie die de
routerfabrikant of uw internetprovider heeft verstrekt.
OPMERKING: u wordt geadviseerd de nieuwe computer met voorzieningen voor draadloze
communicatie eerst aan te sluiten op de router, met behulp van de netwerkkabel die is geleverd bij de
router. Als de computer eenmaal verbinding heeft gemaakt met internet, kunt u de kabel loskoppelen
en vervolgens via uw draadloze netwerk toegang krijgen tot internet.
Uw WLAN beveiligen
Wanneer u een draadloos netwerk installeert of verbinding maakt met een bestaand draadloos
netwerk, is het altijd belangrijk de beveiligingsvoorzieningen in te schakelen om het netwerk te
beveiligen tegen onbevoegde toegang. Draadloze netwerken in openbare zones (hotspots), zoals
café's en luchthavens, zijn mogelijk helemaal niet beveiligd. Als u zich zorgen maakt over de
beveiliging van uw computer bij verbinding met een hotspot, beperkt u uw netwerkactiviteiten tot niet-
vertrouwelijke e-mail en eenvoudig surfen op internet.
Verbinding maken met een draadloos netwerk 21
Draadloze radiosignalen hebben bereik tot buiten het netwerk, zodat andere WLAN-apparaten
onbeveiligde signalen kunnen ontvangen. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen om uw WLAN te
beveiligen:
Gebruik een firewall.
Een firewall is een barrière die zowel gegevens als verzoeken om gegevens die naar uw
netwerk zijn verzonden, controleert en eventuele verdachte onderdelen verwijdert. Er zijn zowel
software- als hardwarematige firewalls beschikbaar. Sommige netwerken gebruiken een
combinatie van beide typen.
Gebruik versleuteling voor draadloze communicatie.
Codering voor draadloze communicatie maakt gebruik van beveiligingsinstellingen om gegevens
die via het netwerk worden verzonden, te versleutelen en ontsleutelen. Typ voor meer informatie
op het startscherm h en selecteer daarna Help en ondersteuning.
Verbinding maken met een WLAN
Ga als volgt te werk om de notebookcomputer op het draadloze netwerk aan te sluiten:
1. Controleer of het WLAN-apparaat is ingeschakeld. Als het apparaat ingeschakeld is, is het
lampje voor draadloze communicatie wit. Als het lampje voor draadloze communicatie uit is,
drukt u op de knop voor draadloze communicatie.
OPMERKING: Bij sommige modellen brandt het lampje voor draadloze communicatie oranje
wanneer alle apparaten voor draadloze communicatie uitgeschakeld zijn.
2. Tik of klik op het Windows-bureaublad op het netwerkstatuspictogram in het systeemvak aan de
rechterkant van de taakbalk.
3. Selecteer uw WLAN in de lijst.
4. Klik op Verbinding maken.
Als het draadloze netwerk een beveiligd WLAN is, wordt u gevraagd een
netwerkbeveiligingscode in te voeren. Voer de code in en klik vervolgens op OK om de
verbinding tot stand te brengen.
OPMERKING: Als er geen WLAN's worden weergegeven, bevindt u zich mogelijk buiten het
bereik van een draadloze router of toegangspunt.
OPMERKING: Als u het WLAN waarmee u verbinding wilt maken niet ziet, klikt u op het
Windows-bureaublad met de rechtermuisknop op het netwerkstatuspictogram en selecteert u
Netwerkcentrum openen. Klik op Een nieuwe verbinding of een nieuw netwerk instellen. Er
verschijnt een lijst met opties om handmatig te zoeken naar een netwerk en hier verbinding mee
te maken, of om een nieuwe netwerkverbinding te maken.
5. Volg de instructies op het scherm om de verbinding te voltooien.
Nadat de verbinding is gemaakt, beweegt u de muisaanwijzer over het netwerkstatuspictogram in het
systeemvak uiterst rechts op de taakbalk om de naam en status van de verbinding te controleren.
OPMERKING: Het effectieve bereik (de reikwijdte van de draadloze signalen) varieert al
naargelang de WLAN-implementatie, het merk router en interferentie van andere elektronische
apparatuur of vaste obstakels zoals wanden en vloeren.
22 Hoofdstuk 3 Verbinding maken met een netwerk
Bluetooth-apparaten voor draadloze communicatie gebruiken (alleen
bepaalde modellen)
Een Bluetooth-apparaat biedt draadloze communicatie binnen een klein bereik, ter vervanging van
fysieke kabelverbindingen waarmee de volgende elektronische apparaten vroeger werden
aangesloten:
Computers (desktopcomputer, notebookcomputer, PDA)
Telefoons (mobiele telefoon, draadloze telefoon, smartphone)
Weergaveapparaten (printer, camera)
Audioapparaten (headset, luidsprekers)
Muis
Bluetooth-apparaten maken peer-to-peer-communicatie mogelijk, waardoor u een PAN van
Bluetooth-apparaten kunt instellen. Raadpleeg de helpfunctie van de Bluetooth-software voor
informatie over de configuratie en het gebruik van Bluetooth-apparaten.
Verbinding maken met een bekabeld netwerk
Er zijn twee soorten bekabelde verbindingen: lokaal netwerk (LAN) en modemverbinding. Een LAN-
verbinding maakt gebruik van een netwerkkabel en is veel sneller dan een modemverbinding, waarbij
gebruik wordt gemaakt van een telefoonkabel. Beide kabels zijn afzonderlijk verkrijgbaar.
WAARSCHUWING! Om de kans op elektrische schokken, brand of beschadiging van de
apparatuur te beperken, mag u geen modemkabel of telefoonkabel in de RJ-45-netwerkconnector
steken.
Verbinding maken met een lokaal netwerk (LAN)
Gebruik een LAN-verbinding als u de computer direct op een router in uw huis (in plaats van
draadloos werken), of als u de computer op een bestaand netwerk in uw kantoor wilt aansluiten.
Als u verbinding wilt maken met een lokaal netwerk (LAN), hebt u een 8-pins RJ-45-netwerkkabel
nodig.
Ga als volgt te werk om de netwerkkabel aan te sluiten:
1. Sluit de netwerkkabel aan op de netwerkconnector (1) van de computer.
Verbinding maken met een bekabeld netwerk 23
2. Sluit het andere uiteinde van de netwerkkabel aan op een netwerkaansluiting in de wand (2) of
op een router.
OPMERKING: als de netwerkkabel een ruisonderdrukkingscircuit (3) bevat (dat voorkomt dat
de ontvangst van tv- en radiosignalen wordt gestoord), sluit u de kabel op de computer aan met
het uiteinde waar zich het ruisonderdrukkingscircuit bevindt.
24 Hoofdstuk 3 Verbinding maken met een netwerk
4Geniet van
entertainmentvoorzieningen
Gebruik uw HP-computer als entertainment-hub om via de webcam uw sociale contacten te
onderhouden, geniet van en beheer uw muziek en download en bekijk films. Of sluit externe
apparaten zoals een monitor, projector, tv, luidsprekers of een hoofdtelefoon aan om van de
computer een nog krachtiger entertainmentcentrum te maken.
Multimediavoorzieningen
Hieronder vindt u enkele entertainmentvoorzieningen die op uw computer aanwezig zijn.
Onderdeel Beschrijving
(1) Webcamlampje Aan: de webcam is in gebruik.
(2) Webcam Hiermee kunt u videobeelden vastleggen en foto's
maken.
Typ c op het startscherm en selecteer CyberLink
YouCam in de lijst met apps.
(3) Interne microfoon Hiermee kunt u geluid opnemen.
(4)
USB 2.0-poort Hierop kunt u een optioneel USB-apparaat
aansluiten.
OPMERKING: Zie
USB-apparaat gebruiken
op pagina 48 voor informatie over de verschillende
types USB-poorten.
25
Onderdeel Beschrijving
(5) Luidsprekers (2 ) Hiermee wordt het computergeluid weergegeven.
(6)
Audio-uitgang (hoofdtelefoon)/Audio-
ingang (microfoon)
Hierop kunt u optionele stereoluidsprekers met
eigen voeding, een hoofdtelefoon, een oortelefoon,
een headset of een kabel van een televisietoestel
aansluiten. Ook kunt u hierop de microfoon van een
optionele headset aansluiten. Deze ingang biedt
geen ondersteuning voor optionele apparaten met
uitsluitend een microfoon.
WAARSCHUWING! Zet het geluidsvolume laag
voordat u de hoofdtelefoon, oortelefoon of headset
opzet. Zo beperkt u het risico van
gehoorbeschadiging. Raadpleeg Informatie over
voorschriften, veiligheid en milieu voor aanvullende
informatie over veiligheid. Om deze handleiding te
openen, typt u in het startscherm support,
selecteert u de app HP Support Assistant,
selecteert u Deze computer en selecteert u
vervolgens Gebruikershandleidingen.
OPMERKING: wanneer u een apparaat aansluit
op deze connector, worden de computerluidsprekers
uitgeschakeld.
OPMERKING: Zorg dat de apparaatkabel een
connector met vier pinnen heeft die zowel audio-uit
(hoofdtelefoon) als audio-in (microfoon) ondersteunt.
(7)
USB 3.0-poorten (2 ) Hierop sluit u optionele USB 3.0-apparaten aan.
Deze poorten zorgen voor hogere USB-prestaties.
OPMERKING: zie
USB-apparaat gebruiken
op pagina 48 voor informatie over de verschillende
types USB-poorten.
(8)
HDMI-poort Hiermee kunt u de computer aansluiten op een
optioneel video- of audioapparaat, zoals een high-
definition televisie, andere compatibele digitale
apparatuur of audioapparatuur, of een HDMI-
apparaat met hoge snelheid.
(9)
Externemonitorpoort Hierop kunt u een optionele VGA-monitor of
projector aansluiten.
De webcam gebruiken
Uw computer heeft een geïntegreerde webcam, een krachtig sociaal netwerkhulpmiddel, waarmee u
met vrienden en collega´s bij u in de buurt of aan de andere kant van de wereld kunt communiceren.
Met de webcam kunt u met uw software voor expresberichten video streamen, video´s maken en
delen en foto´s maken.
Als u de webcam wilt starten via het startscherm, typt u c en selecteert u CyberLink YouCam in
de lijst met toepassingen.
Voor meer informatie over het gebruik van de webcam gaat u naar Help en ondersteuning. Typ h op
het startscherm en selecteer Help en ondersteuning.
26 Hoofdstuk 4 Geniet van entertainmentvoorzieningen
Audio gebruiken
Op uw computer kunt u muziek-cd’s afspelen, muziek downloaden en beluisteren, audio-inhoud van
internet (inclusief radio) streamen, audio opnemen, of audio en video mixen om multimedia te maken.
Om uw luisterervaring te verbeteren sluit u externe audioapparaten, zoals luidsprekers of
hoofdtelefoons, aan.
Luidsprekers aansluiten
U kunt bekabelde luidsprekers op de computer aansluiten door deze op een USB-poort of op de
audio-uitgang (van een hoofdtelefoon) op de computer of een dockingstation aan te sluiten.
Volg de apparaatinstructies van de fabrikant om draadloze luidsprekers aan te sluiten op de
computer. Zie
HDMI-audioinstellingen configureren op pagina 30 voor informatie over het
aansluiten van high-definition luidsprekers op de computer. Zet het geluid zachter voordat u de
luidsprekers aansluit.
Hoofdtelefoons aansluiten
U kunt bekabelde hoofdtelefoons aansluiten op de hoofdtelefoonconnector op de computer.
Volg de apparaatinstructies van de fabrikant om een draadloze hoofdtelefoon aan te sluiten op de
computer.
WAARSCHUWING! Zet het volume laag voordat u de hoofdtelefoon, oortelefoon of headset opzet.
Zo beperkt u het risico van gehoorbeschadiging. Zie Informatie over voorschriften, veiligheid en milieu
voor aanvullende informatie over veiligheid. Om deze handleiding te openen, typt u in het startscherm
support, selecteert u de app HP Support Assistant, selecteert u Deze computer en selecteert u
vervolgens Gebruikershandleidingen.
Een microfoon aansluiten
Sluit een microfoon aan op de microfoonconnector op de computer om audio op te nemen. Voor
optimale resultaten tijdens het opnemen spreekt u rechtstreeks in de microfoon en neemt u geluid op
in een omgeving die vrij is van achtergrondruis.
Het geluid controleren
U controleert de audiofuncties van de computer als volgt:
1. Typ c in het startscherm en selecteer Configuratiescherm in de lijst met apps.
2. Selecteer Hardware en geluiden en selecteer Geluid.
3. Wanneer het venster Geluid verschijnt, selecteert u het tabblad Geluiden. Selecteer onder
Programmagebeurtenissen de gewenste vorm van geluid, zoals een pieptoon of een
alarmsignaal, en klik daarna op Testen.
Als het goed is, hoort u het geluid door de luidsprekers of de aangesloten hoofdtelefoon.
U controleert de opnamefuncties van de computer als volgt:
1. Typ s in het startscherm en selecteer Geluidsrecorder.
2. Klik op Begin met opnemen en spreek in de microfoon.
3. Sla het bestand op het bureaublad op.
4. Open een multimediaprogramma en speel het opgenomen geluid af.
Audio gebruiken 27
U bevestigt of wijzigt de audio-instellingen als volgt op de computer:
1. Typ c in het startscherm en selecteer Configuratiescherm in de lijst met apps.
2. Selecteer Hardware en geluiden en selecteer Geluid.
Video gebruiken
Uw computer is een krachtig videoapparaat waarmee u streaming video van uw favoriete websites
kunt bekijken en video en films kunt downloaden om deze op uw computer te bekijken zonder dat u
een netwerkverbinding nodig hebt.
Om uw kijkgenot te verbeteren, gebruikt u een van de videopoorten op de computer om een externe
monitor, projector of tv aan te sluiten. De meeste computers hebben een VGA-poort (Video Graphics
Array) voor het aansluiten van analoge videoapparaten. Sommige computers beschikken ook over
een HDMI-poort (HDMI = High-Definition Multimedia Interface), waarop een high-definition monitor of
tv kan worden aangesloten.
BELANGRIJK: Zorg ervoor dat het externe apparaat met de juiste kabel is aangesloten op de juiste
poort van de computer. Raadpleeg hiertoe de instructies van de fabrikant van het apparaat.
Een VGA-monitor of projector aansluiten
Als u het schermbeeld op een externe VGA-monitor wilt weergeven of wilt projecteren (bijvoorbeeld
voor een presentatie), sluit u een monitor of projector aan op de VGA-poort van de computer.
Ga als volgt te werk om een monitor of projector aan te sluiten:
1. Sluit de VGA-kabel van de monitor of projector zoals aangeduid aan op de VGA-poort op de
computer.
2. Druk op f4 om te schakelen tussen vier weergavetoestanden:
PC screen only (Alleen computerscherm): hiermee wordt het beeld alleen weergegeven
op het beeldscherm van de computer.
Dupliceren: hiermee wordt het beeld gelijktijdig weergegeven op zowel de computer als
het externe apparaat.
28 Hoofdstuk 4 Geniet van entertainmentvoorzieningen
Uitspreiden: hiermee wordt het beeld uitgespreid weergegeven op de computer en het
externe apparaat.
Alleen tweede scherm: hiermee wordt het beeld alleen weergegeven op het externe
apparaat.
Telkens wanneer u op f4 drukt, verandert de weergave.
OPMERKING: Als u de optie 'Verlengen' kiest, zorg dan dat u de schermresolutie van het
externe apparaat aanpast. Typ c in het startscherm en selecteer Configuratiescherm in de lijst
met apps. Selecteer Vormgeving en persoonlijke instellingen. Selecteer onder Weergave
Schermresolutie aanpassen.
Een HDMI-apparaat aansluiten
OPMERKING: Om een HDMI-apparaat op de computer aan te sluiten, hebt u een apart aan te
schaffen HDMI-kabel nodig.
Om het beeld van het computerscherm op een high-definition televisie of monitor weer te geven, sluit
u het high-definition apparaat volgens de volgende instructies aan.
1. Sluit het ene uiteinde van de HDMI-kabel aan op de HDMI-poort van de computer.
2. Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de high-definition televisie of monitor.
3. Druk op f4 om te schakelen tussen vier weergaven:
Alleen computerscherm: hiermee wordt het beeld alleen weergegeven op het
beeldscherm van de computer.
Dupliceren: hiermee wordt het beeld gelijktijdig weergegeven op zowel de computer als
het externe apparaat.
Uitspreiden: hiermee wordt het beeld uitgespreid weergegeven op de computer en het
externe apparaat.
Alleen tweede scherm: hiermee wordt het beeld alleen weergegeven op het externe
apparaat.
Telkens wanneer u op f4 drukt, verandert de weergave.
Video gebruiken 29
OPMERKING: Als u de optie 'Verlengen' kiest, zorg dan dat u de schermresolutie van het
externe apparaat aanpast. Typ c in het startscherm en selecteer Configuratiescherm in de lijst
met apps. Selecteer Vormgeving en persoonlijke instellingen. Selecteer onder Weergave
Schermresolutie aanpassen.
HDMI-audioinstellingen configureren
HDMI is de enige video-interface die high-definition video en audio ondersteunt. Ga als volgt te werk
om HDMI-audio in te schakelen nadat u een HDMI-tv op de computer hebt aangesloten:
1. Klik op het Windows-bureaublad met de rechtermuisknop op het pictogram Luidsprekers in het
systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk. Selecteer daarna Afspeelapparaten.
2. Selecteer op het tabblad Afspelen de naam van het digitale uitvoerapparaat.
3. Klik op Als standaard instellen en vervolgens op OK.
Ga als volgt te werk om de audiostream weer via de luidsprekers van de computer weer te geven:
1. Klik op het Windows-bureaublad met de rechtermuisknop op het pictogram Luidsprekers in het
systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk. Klik vervolgens op Afspeelapparaten.
2. Klik op Luidsprekers en hoofdtelefoon op het tabblad Afspelen.
3. Klik op Als standaard instellen en vervolgens op OK.
Intel Wireless Display en Wireless Music gebruiken (alleen bepaalde
modellen)
Met Intel® Wireless Display en Intel Wireless Music kunt u inhoud van de computer draadloos
overbrengen naar een weergave- of ontvangstapparaat, zoals hd-tv, monitor, projector, gameconsole,
Blu-ray-speler of dvr, door gebruik te maken van een optionele (afzonderlijk aan te schaffen) adapter
voor draadloze weergave. Meer informatie over het gebruik van de adapter voor draadloze weergave
vindt u in de instructies van de fabrikant.
Als u Intel Wireless Display wilt openen, typt u w op het startscherm en selecteert u Intel WiDi.
OPMERKING: Controleer voordat u de voorziening voor draadloze weergave gaat gebruiken of het
draadloze apparaat is ingeschakeld.
Uw audio- en videobestanden beheren
CyberLink PowerDVD helpt u uw foto- en videoverzamelingen te beheren en bewerken.
Als u CyberLink PowerDVD wilt openen, typt u c in het startscherm en selecteert u vervolgens
CyberLink PowerDVD.
Zie de helpfunctie van de PowerDVD-software voor informatie over het gebruik van CyberLink
PowerDVD.
30 Hoofdstuk 4 Geniet van entertainmentvoorzieningen
5 Navigeren met aanraakbewegingen,
aanwijsapparaten en het toetsenbord
Op de computer kunt u niet alleen gebruikmaken van het toetsenbord en de muis, maar ook op het
scherm navigeren met aanraakbewegingen. U kunt het touchpad van uw computer gebruiken voor de
aanraakbewegingen.
OPMERKING: een externe USB-muis (afzonderlijk aan te schaffen) kan worden aangesloten op
een van de USB-poorten van de computer.
Bekijk de handleiding Windows 8 Basics die bij uw computer is meegeleverd. De handleiding biedt
informatie over gebruikelijke taken met TouchPad, het touchscreen of het toetsenbord.
Bepaalde computermodellen hebben speciale actietoetsen of hotkeyfuncties op het toetsenbord om
veelvoorkomende taken mee uit te kunnen voeren.
Sommige computermodellen zijn tevens voorzien van een geïntegreerd numeriek toetsenblok.
Touchpad gebruiken
Het touchpad stelt u in staat op de computer te navigeren met eenvoudige vingerbewegingen.
U kunt de aanraakbewegingen aanpassen door de instellingen, de configuraties van de knoppen, de
kliksnelheid en de opties voor de aanwijzer te wijzigen. Typ c in het startscherm en selecteer
achtereenvolgens Configuratiescherm en Hardware en geluiden. Onder Apparaten en printers,
selecteer Muis.
Touchpadbewegingen gebruiken
Op een touchpad kunt u met uw vingers de plaats van de aanwijzer op het scherm bepalen.
TIP: gebruik de linker- en rechterknop van het touchpad zoals u de corresponderende knoppen van
een externe muis zou gebruiken.
OPMERKING: Touchpadbewegingen worden niet in alle apps ondersteund.
Doe het volgende voor een demonstratie van elke touchpadbeweging:
1. Typ c in het startscherm en selecteer achtereenvolgens Configuratiescherm en Hardware en
geluiden.
2. Selecteer Synaptics TouchPad.
3. Klik op een beweging om de demonstratie te activeren.
U schakelt een beweging als volgt uit of in:
1. Selecteer of wis in het scherm Synaptics TouchPad het selectievak naast de beweging die u
wilt in- of uitschakelen.
2. Klik op Toepassen en daarna op OK.
Touchpad gebruiken 31
Tikken
Als u een selectie wilt maken op het scherm, gebruikt u de de tikfunctie op de TouchPad.
Wijs naar een item op het scherm en tik vervolgens met één vinger op de TouchPad om een
selectie te maken. Dubbeltik op een item om het te openen.
Schuiven
Schuiven kan worden gebruikt om op een pagina of in een afbeelding omhoog, omlaag of opzij te
bewegen.
Plaats twee vingers licht uit elkaar op de TouchPad en sleep ze omhoog, omlaag, naar links of
naar rechts.
32 Hoofdstuk 5 Navigeren met aanraakbewegingen, aanwijsapparaten en het toetsenbord
Knijpen/zoomen
Door te knijpen en te zoomen kunt u in- of uitzoomen op afbeeldingen of tekst.
Zoom in door twee vingers bij elkaar te houden op de TouchPad en ze daarna van elkaar af te
bewegen.
Zoom uit door twee vingers uit elkaar te houden op de TouchPad en ze daarna naar elkaar toe
te bewegen.
Draaien (alleen bepaalde modellen)
Met de draaifunctie kunt u items zoals foto's en pagina's draaien.
Wijs naar een object en zet de wijsvinger van uw linkerhand op de TouchPad. Schuif met de
wijsvinger van uw rechterhand in een draaiende beweging van twaalf uur naar drie uur. Om de
draaibeweging om te keren, beweegt u uw wijsvinger van drie uur naar twaalf uur.
OPMERKING: Draaien is bedoeld voor specifieke apps waarmee u een object of afbeelding kunt
manipuleren. Draaien werkt misschien niet bij alle apps.
Touchpadbewegingen gebruiken 33
Met twee vingers klikken (alleen bepaalde modellen)
Door met twee vingers te klikken kunt u menuselecties maken voor een object op het scherm.
Plaats twee vingers op de TouchPad en druk naar beneden om het optiemenu te openen voor
het geselecteerde object.
Snel bewegen (alleen bepaalde modellen)
Met een snelle beweging kunt u door schermen navigeren of snel door documenten bladeren.
Plaats drie vingers op de TouchPad en ga met uw vingers in een lichte en snelle beweging
omhoog, omlaag, naar links of naar rechts.
Randveegbewegingen
Met randveegbewegingen kunt u taken uitvoeren, zoals het wijzigen van instellingen en het vinden of
gebruiken van apps.
34 Hoofdstuk 5 Navigeren met aanraakbewegingen, aanwijsapparaten en het toetsenbord
Rechterrandveegbeweging
Met de rechterrandveegbeweging komen de charms tevoorschijn waarmee u kunt zoeken, kunt
delen, apps kunt starten, toegang kunt krijgen tot apparaten en instellingen kunt wijzigen.
Veeg uw vinger zachtjes vanaf de rechterrand om de charms weer te geven.
Bovenrandveegbeweging
Met de bovenrandveegbeweging krijgt u toegang tot Alle apps op het startscherm.
BELANGRIJK: Als een app actief is, varieert de bovenrandbeweging afhankelijk van de app.
Veeg uw vinger zachtjes vanaf de rechterrand om de charms weer te geven.
Touchpadbewegingen gebruiken 35
Linkerrandveegbeweging
Met de linkerrandveegbeweging krijgt u toegang tot de recent geopende apps, zodat u hier snel van
kunt wisselen.
Veeg uw vingers langzaam vanaf de linkerrand van het Touchpad om er snel tussen te
schakelen.
Toetsenbord en muis gebruiken
Het toetsenbord en de muis stellen u in staat te typen, items te selecteren, te schuiven en dezelfde
functies uit te voeren als bij gebruik van aanraakbewegingen. Met de actietoetsen en hotkeys op het
toetsenbord kunt u specifieke functies uitvoeren.
TIP: Met de Windows-toets op het toetsenbord kunt u snel terugkeren naar het startmenu
vanuit een geopende app of het bureaublad van Windows. Als u nogmaals op de Windows-toets
drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
OPMERKING: Afhankelijk van het land of de regio waarin u woont, is het mogelijk dat uw
toetsenbord andere toetsen en toetsenbordfuncties heeft dan de toetsen en functies die in dit
gedeelte worden beschreven.
De toetsen gebruiken
Op uw computer kunt u met bepaalde toetsen en combinaties van toetsen op verschillende manieren
toegang krijgen tot informatie of functies uitvoeren.
Actietoetsen gebruiken
Met een actietoets voert u de aan de toets toegewezen functie uit. Het pictogram op elk van de
toetsen f1 tot en met f4 en f6 tot en met f12 geeft de toegewezen functie voor die toets aan.
Om de functie van een actietoets uit te voeren, houdt u de toets ingedrukt.
De actietoetsvoorziening is standaard ingeschakeld. U kunt deze voorziening uitschakelen in Setup
Utility (BIOS). Zie
Setup Utility (BIOS) en System Diagnostics gebruiken op pagina 70 voor
36 Hoofdstuk 5 Navigeren met aanraakbewegingen, aanwijsapparaten en het toetsenbord
instructies voor het openen van Setup Utility (BIOS), en volg daarna de instructies onder aan het
scherm.
Om de toegewezen functie te activeren nadat u de actietoetsvoorziening hebt uitgeschakeld, moet de
fn-toets in combinatie met de juiste actietoets worden ingedrukt.
VOORZICHTIG: wees uiterst voorzichtig wanneer u wijzigingen aanbrengt in Setup Utility. Fouten
kunnen ertoe leiden dat de computer niet meer goed functioneert.
Pictogram Toets Beschrijving
f1 Hiermee opent u Help en ondersteuning, dat zelfstudieprogramma's, informatie over
het besturingssysteem Windows en de computer, antwoorden op vragen en updates
voor de computer bevat.
Help en ondersteuning voorziet ook in hulpmiddelen voor geautomatiseerde
probleemoplossing en toegang tot de ondersteuning.
f2 Zolang u deze toets ingedrukt houdt, wordt de helderheid van het scherm steeds
verder verlaagd.
f3 Zolang u deze toets ingedrukt houdt, wordt de helderheid van het scherm steeds
verder verhoogd.
f4 Hiermee schakelt u tussen de weergaveapparaten die op het systeem zijn
aangesloten. Als bijvoorbeeld een monitor op de computer is aangesloten, wordt
iedere keer dat u op deze toets drukt, geschakeld tussen weergave op het scherm
van de computer, weergave op de monitor en gelijktijdige weergave op het
computerscherm en de monitor.
De meeste externe monitoren maken gebruik van de externe-VGA-videostandaard
om videogegevens van de computer te ontvangen. Met deze actietoets kan de
weergave ook worden geschakeld van en naar andere apparaten die
weergavegegevens van de computer ontvangen.
f6 Hiermee schakelt u de geluidsweergave uit (en weer in).
f7 Zolang u deze toets ingedrukt houdt, wordt het geluidsvolume steeds verder verlaagd.
f8 Zolang u deze toets ingedrukt houdt, wordt het geluidsvolume steeds verder
verhoogd.
f9 Hiermee speelt u het vorige muziekstuk van een audio-cd of het vorige gedeelte van
een dvd of bd af.
f10 Hiermee kunt u een audio-cd, dvd of bd afspelen of het afspelen onderbreken of
hervatten.
f11 Hiermee speelt u het volgende muziekstuk van een audio-cd of het volgende gedeelte
van een dvd of bd af.
f12 Hiermee schakelt u de voorziening voor draadloze communicatie in of uit.
OPMERKING: er moet een draadloos netwerk zijn ingesteld voordat een draadloze
verbinding mogelijk is.
Toetsenbord en muis gebruiken 37
Sneltoetsen van Microsoft Windows 8 gebruiken
Microsoft Windows 8 biedt sneltoetsen om acties snel te kunnen uitvoeren. Druk tegelijkertijd op de
Windows-toets
en op de juiste toets om de actie uit te voeren.
Sneltoets Toets Beschrijving
Hiermee keert u terug naar het startscherm vanuit een geopende
app of het Windows-bureaublad.
OPMERKING: Als u nog eens op de toets drukt, keert u terug naar
het vorige scherm.
+ c Hiermee worden de charms weergegeven.
+ d Hiermee kunt u het Windows-bureaublad openen.
+ o Hiermee kunt u Automatisch draaien in- of uitschakelen.
+ tabblad Hiermee schakelt u tussen opstaande apps.
OPMERKING: Blijf deze toetscombinaties indrukken totdat de
gewenste app wordt weergegeven.
alt + f4 Hiermee sluit u een actieve app.
Raadpleeg Help en ondersteuning voor meer informatie over de sneltoetsen voor Windows 8. Typ
op het startscherm h en selecteer Help en ondersteuning.
Hotkeys gebruiken
Een hotkey is een combinatie van de fn-toets en de esc-toets.
U gebruikt een sneltoets als volgt:
Druk kort op de fn-toets en druk vervolgens kort op de tweede toets van de combinatie.
Functie Hotkey Beschrijving
Hiermee kunt u
systeeminformatie
weergeven.
fn+esc Hiermee geeft u informatie weer over de hardwareonderdelen van
het systeem en het versienummer van het systeem-BIOS.
Geïntegreerd numeriek toetsenblok gebruiken
De computer heeft een geïntegreerd numeriek toetsenblok en ondersteunt tevens een optioneel
extern numeriek toetsenblok of een optioneel extern toetsenbord met een numeriek toetsenblok.
38 Hoofdstuk 5 Navigeren met aanraakbewegingen, aanwijsapparaten en het toetsenbord
Onderdeel Beschrijving
Num Lock-toets Hiermee regelt u de werking van het geïntegreerde numerieke
toetsenblok. Druk op de toets om te schakelen tussen de
standaard numerieke functie op een extern toetsenblok (deze
functie is standaard ingeschakeld) en de navigatiefunctie
(aangeduid met pijlen op de toetsen).
OPMERKING: de toetsenblokfunctie die actief is op het
moment dat de computer wordt uitgeschakeld, wordt opnieuw
actief wanneer de computer weer wordt ingeschakeld.
Geïntegreerd numeriek toetsenblok In de fabriek ingesteld om te werken als een extern numeriek
toetsenblok. Druk op de num lock-toets om te schakelen tussen
deze numerieke functie en de navigatiefunctie (aangeduid met de
pijlen op de toetsen).
Toetsenbord en muis gebruiken 39
6 Energiebeheer
Uw computer werkt op accuvoeding of maakt gebruik van een externe voedingsbron. Wanneer de
computer alleen op accuvoeding werkt en er geen externe voedingsbron beschikbaar is om de accu
op te laden, is het belangrijk om de opgeladen accu te controleren en niet te gebruiken. De computer
ondersteunt energiebeheerschema’s waarmee ingesteld kan worden hoeveel stroom de computer
mag gebruiken en moet besparen. Op deze manier kunt u de computerprestaties instellen op het
besparen van energie.
Slaapstand en sluimerstand activeren
Microsoft® Windows kent twee energiebesparende standen, de slaapstand en de sluimerstand.
Slaapstand: de slaapstand wordt automatisch ingeschakeld na een periode van inactiviteit
wanneer de computer op accuvoeding of netvoeding werkt. Uw werk wordt opgeslagen in het
geheugen, zodat u uw werk snel kunt hervatten. U kunt de slaapstand ook handmatig initiëren.
Zie
Slaapstand activeren en beëindigen op pagina 41 voor meer informatie.
Sluimerstand: de sluimerstand wordt automatisch geactiveerd wanneer de accu een kritiek laag
ladingsniveau bereikt. Wanneer de sluimerstand wordt geactiveerd, wordt uw werk opgeslagen
in een sluimerstandbestand en wordt de computer uitgeschakeld.
OPMERKING: Als u de sluimerstand handmatig wilt initiëren, moet deze voorziening worden
ingeschakeld via Energiebeheer. Zie
De door de gebruiker geïnitialiseerde sluimerstand
inschakelen en afsluiten op pagina 41 voor meer informatie.
VOORZICHTIG: activeer de slaapstand niet terwijl er wordt gelezen van of geschreven naar een
schijf of een externe mediakaart. Zo voorkomt u mogelijke verslechtering van de audio- of
videokwaliteit, verlies van audio- of video-afspeelfunctionaliteit of verlies van gegevens.
OPMERKING: Wanneer de computer in de slaapstand of de sluimerstand staat, is het niet mogelijk
om netwerkverbindingen te maken of de computer te gebruiken.
Intel Rapid Start Technology (alleen bepaalde modellen)
Op bepaalde modellen is de functie Intel RST (Rapid Start Technology) standaard ingeschakeld.
Rapid Start Technology stelt u in staat de computer snel opnieuw te activeren als die zich in een
inactieve toestand bevindt.
Rapid Start Technology beheert uw energiebesparingsopties als volgt:
Slaapstand: Rapid Start Technology stelt u in staat de slaapstand te selecteren. Om de
slaapstand te beëindigen, drukt u op een willekeurige toets en activeert u het touchpad of drukt
u kort op de aan/uit-knop.
Sluimerstand—Met Rapid Start Technology wordt de sluimerstand geïnitieerd na een inactieve
periode in de slaapstand wanneer de computer op accuvoeding of een externe voedingsbron
werkt of wanneer de accu een kritiek niveau bereikt. Nadat de sluimerstand is geactiveerd, drukt
u op de aan/uit-knop om uw werk te hervatten.
40 Hoofdstuk 6 Energiebeheer
OPMERKING: U kunt Rapid Start Technology uitschakelen in Setup Utility (BIOS). Als u de
sluimerstand handmatig wilt kunnen initiëren, moet deze door de gebruiker geactiveerde sluimerstand
worden ingeschakeld via Energiebeheer. Zie
De door de gebruiker geïnitialiseerde sluimerstand
inschakelen en afsluiten op pagina 41.
Slaapstand activeren en beëindigen
Als de computer ingeschakeld is, kunt u als volgt de slaapstand activeren:
Sluit het beeldscherm.
Wijs de rechterbovenhoek of -benedenhoek van het startscherm aan om de charms weer te
geven. Klik op Instellingen, klik op het pictogram Energie en klik daarna op Slaapstand.
U beëindigt als volgt de slaapstand:
Druk kort op de aan/uit-knop.
Als het beeldscherm gesloten is, opent u het beeldscherm.
Druk op een toets op het toetsenbord.
Tik op of beweeg over het touchpad.
Wanneer de slaapstand wordt beëindigd, gaan de aan/uit-lampjes branden en wordt het scherm
weergegeven zoals dit was toen u stopte met werken en de slaapstand werd geactiveerd.
OPMERKING: Als u een wachtwoord op de computer hebt ingesteld voor het beëindigen van de
sluimerstand, dan moet u uw Windows-wachtwoord invoeren voordat de computer uw werk opnieuw
weergeeft.
De door de gebruiker geïnitialiseerde sluimerstand inschakelen en
afsluiten
U kunt gebruikers als volgt de sluimerstand handmatig laten activeren en energiebeheerinstellingen
en time-outs laten wijzigen via het onderdeel Energiebeheer.
1. Typ energie op het startscherm, selecteer Instellingen en selecteer daarna Energiebeheer.
2. Klik in het linkerdeelvenster op Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen.
3. Klik op Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn.
4. Selecteer bij Actie als ik op de aan/uit-knop druk de optie Sluimerstand.
5. Klik op Wijzigingen opslaan.
Als u de sluimerstand wilt beëindigen, drukt u kort op de aan/uit-knop. De aan/uit-lampjes gaan
branden en uw werk verschijnt op het scherm op het punt waar u was gestopt met werken.
OPMERKING: als u heeft ingesteld dat een wachtwoord nodig is om de slaapstand te beëindigen,
moet uw Windows-wachtwoord worden ingevoerd voordat uw werk weer op het scherm verschijnt.
Instelling wachtwoordbeveiliging op activeren
Ga als volgt te werk om in te stellen dat een wachtwoord moet worden opgegeven bij het beëindigen
van de slaapstand of de sluimerstand:
1. Typ energie op het startscherm, selecteer Instellingen en vervolgens Energiebeheer.
2. Klik in het linkerdeelvenster op Een wachtwoord vereisen bij uit slaapstand komen.
Slaapstand en sluimerstand activeren 41
3. Klik op Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn.
4. Klik op Een wachtwoord vereisen (aanbevolen).
OPMERKING: als u een wachtwoord voor een gebruikersaccount moet instellen of het huidige
wachtwoord voor uw gebruikersaccount wilt wijzigen, klikt u op Het wachtwoord voor uw
gebruikersaccount instellen of wijzigen en volgt u de instructies op het scherm. Als u geen
gebruikerswachtwoord hoeft te maken of te wijzigen, gaat u naar stap 5.
5. Klik op Wijzigingen opslaan.
Energiemeter en instellingen voor energiebeheer
gebruiken
De energiemeter bevindt zich op het Windows-bureaublad. Met behulp van de energiemeter krijgt u
snel toegang tot de instellingen van Energiebeheer en kunt u de resterende acculading bekijken.
Wijs op het Windows-bureaublad op het pictogram van de energiemeter om de acculading en
het huidige energiebeheerschema weer te geven.
Klik op het pictogram van de energiemeter en selecteer een item in de lijst om Energiebeheer te
gebruiken of om het energiebeheerschema te wijzigen. Op het startscherm kunt u ook energie
typen, Instellingen selecteren en vervolgens Energiebeheer selecteren.
Aan de verschillende pictogrammen kunt u zien of de computer op accuvoeding of op externe
netvoeding werkt. Als de accu een laag of kritiek laag ladingsniveau heeft bereikt, geeft het pictogram
ook een bericht weer.
Accuvoeding
Wanneer zich een opgeladen accu in de computer bevindt en de computer niet is aangesloten op
een externe voedingsbron, werkt de computer op accuvoeding. Als er in de computer een opgeladen
accu is geïnstalleerd en de netvoedingsadapter is losgekoppeld van de computer, schakelt de
computer automatisch over op accuvoeding en wordt de helderheid van het beeldscherm verlaagd
om accuvoeding te besparen. Een accu in de computer wordt langzaam ontladen wanneer de
computer is uitgeschakeld en niet is aangesloten op een externe voedingsbron.
De accuwerktijd van de accu van een computer kan verschillen, afhankelijk van de instellingen voor
energiebeheer, geopende programma's, de helderheid van het beeldscherm, externe apparatuur die
op de computer is aangesloten, en andere factoren.
Door de gebruiker vervangbare accu verwijderen
WAARSCHUWING! Gebruik om veiligheidsredenen alleen de bij de computer geleverde door de
gebruiker vervangbare accu, een door HP geleverde vervangende accu of een compatibele accu die
als accessoire is aangeschaft bij HP.
42 Hoofdstuk 6 Energiebeheer
VOORZICHTIG: Bij het verwijderen van een door de gebruiker te vervangen accu die de enige
beschikbare voedingsbron vormt, kunnen er gegevens verloren gaan. Sla uw werk op of schakel de
computer uit voordat u een accu verwijdert die de enige voedingsbron is. Zo voorkomt u dat er
gegevens verloren gaan.
1. Leg de computer ondersteboven op een vlakke ondergrond.
2. Verschuif de accuontgrendeling (1) om de accu los te koppelen.
OPMERKING: De accuvergrendeling keert automatisch terug naar haar oorspronkelijke stand.
3. Kantel de accu (2) omhoog en verwijder de accu uit de computer (3).
Accugegevens zoeken
Als u de status van de accu wilt bekijken, of als de accu leeg is, voert u Accucontrole uit in HP
Support Assistant. Voor informatie over de accu typt u support in het startscherm, selecteert u de
app HP Support Assistant en selecteert u vervolgens Accu en prestaties.
HP Support Assistant biedt de volgende hulpprogramma’s en informatie over de accu:
Accutest
informatie over soorten accu's, specificaties, levensduur en capaciteit.
Accuvoeding besparen
Tips om acculading te besparen en de levensduur van de accu te maximaliseren:
Verlaag de helderheid van het scherm.
Selecteer de instelling Energiespaarstand in Energiebeheer.
Verwijder een door de gebruiker te vervangen accu uit de computer als deze niet wordt gebruikt
of opgeladen.
Schakel draadloos uit wanneer u deze niet gebruikt.
Ontkoppel ongebruikte externe apparatuur die niet is aangesloten op een externe voedingsbron,
zoals een externe vaste schijf die op een USB-poort aangesloten is.
Zet alle optionele externe mediakaarten die u niet gebruikt, stop, schakel ze uit of verwijder ze.
Activeer de slaapstand of sluit de computer af zodra u stopt met werken.
Accuvoeding 43
Lage acculading herkennen
Als een accu de enige voedingsbron van de computer is en een laag of kritiek laag niveau bereikt,
gebeurt het volgende:
Het acculampje (alleen bepaalde modellen) geeft een laag of kritiek laag niveau van de
acculading aan.
– of –
Het energiemeterpictogram in het systeemvak geeft een lage of kritiek lage acculading aan.
OPMERKING: Raadpleeg Energiemeter en instellingen voor energiebeheer gebruiken
op pagina 42 voor meer informatie over de energiemeter.
Als de lage acculading kritiek wordt kan de computer het volgende doen:
Als de sluimerstandvoorziening is uitgeschakeld en de computer aan staat of in de slaapstand
staat, blijft de computer nog even in de slaapstand staan. Vervolgens wordt de computer
uitgeschakeld, waarbij niet-opgeslagen werk verloren gaat.
Als de sluimerstandvoorziening is ingeschakeld en de computer aan staat of in de slaapstand
staat, wordt de sluimerstand geactiveerd.
Problemen met lage acculading verhelpen
Lage acculading verhelpen wanneer een externe voedingsbron beschikbaar is
Sluit een netvoedingsadapter aan.
Sluit een optionele netvoedingsadapter die als accessoire bij HP is aangeschaft aan.
Lage acculading verhelpen wanneer geen voedingsbron beschikbaar is
Sla uw werk op en sluit de computer af.
Lage acculading verhelpen wanneer de computer de sluimerstand niet kan beëindigen
Als de computer niet voldoende acculading heeft om de sluimerstand te beëindigen, gaat u als volgt
te werk:
1. Vervang de lege, door de gebruiker vervangbare accu door een opgeladen accu of sluit de
netvoedingsadapter aan op de computer en op een externe voedingsbron.
2. Beëindig de sluimerstand door kort op de aan/uit-knop te drukken.
Door de gebruiker vervangbare accu opbergen
VOORZICHTIG: Stel een accu niet gedurende langere tijd bloot aan hoge temperaturen, om
beschadiging van de accu te voorkomen.
Verwijder de accu en bewaar deze apart op een koele, droge plaats als een computer meer dan twee
weken niet wordt gebruikt en niet is aangesloten op een externe voedingsbron. Zo bespaart u
acculading.
Een opgeborgen accu moet elke 6 maanden worden gecontroleerd. Wanneer de capaciteit minder is
dan 50 procent, laadt u de accu op voordat u de accu weer opbergt.
44 Hoofdstuk 6 Energiebeheer
Door de gebruiker vervangbare accu afvoeren
WAARSCHUWING! verminder het risico van brand of brandwonden: probeer de accu niet uit elkaar
te halen, te pletten of te doorboren; veroorzaak geen kortsluiting tussen de externe contactpunten;
laat de accu niet in aanraking komen met water of vuur.
Zie Informatie over voorschriften, veiligheid en milieu voor het correct afvoeren van afgedankte
accu's. Om deze handleiding te openen, typt u in het startscherm support, selecteert u de app HP
Support Assistant, selecteert u Deze computer en selecteert u vervolgens
Gebruikershandleidingen.
Door de gebruiker vervangbare accu vervangen
In Accucontrole in HP Support Assistant wordt aangegeven wanneer u de accu moet vervangen
omdat een accucel niet goed werkt, of omdat de accuconditie zover is afgenomen dat de capaciteit
zwak is geworden. Als de accu onder de garantievoorwaarden van HP valt, krijgt u ook informatie
over een garantie-id. Een bericht verwijst u naar de website van HP voor meer informatie over het
bestellen van een vervangende accu.
Werkt op externe netvoeding
Raadpleeg de poster Installatie-instructies, die u vindt in de doos van de computer, voor informatie
over het aansluiten van de computer op netvoeding.
De computer gebruikt geen accuvoeding wanneer de computer is aangesloten op een externe
netvoedingsbron via een goedgekeurde netvoedingsadapter of een optioneel docking- of
uitbreidingsapparaat.
WAARSCHUWING! Gebruik om veiligheidsredenen alleen de bij de computer geleverde
netvoedingsadapter, een door HP geleverde vervangende adapter of een door HP geleverde
compatibele adapter.
Sluit de computer aan op een externe netvoedingsbron in de volgende situaties:
WAARSCHUWING! Laad de accu van de computer niet op aan boord van een vliegtuig.
Wanneer u een accu oplaadt of kalibreert.
Wanneer u systeemsoftware installeert of aanpast.
Wanneer u informatie schrijft naar een schijf (alleen bepaalde modellen).
Wanneer u Schijfdefragmentatie uitvoert op computers met interne vaste schijven
Wanneer u een back-up of hersteltaak uitvoert.
Wanneer u de computer op een externe netvoedingsbron aansluit:
De accu wordt opgeladen.
De helderheid van het beeldscherm wordt verhoogd.
Het pictogram van de energiemeter op het Windows-bureaublad verandert van vorm.
Als u de computer loskoppelt van externe netvoeding, gebeurt het volgende:
De computer schakelt over naar accuvoeding.
De helderheid van het beeldscherm wordt automatisch verlaagd om accuvoeding te besparen.
Het pictogram van de energiemeter op het Windows-bureaublad verandert van vorm.
Werkt op externe netvoeding 45
Veelvoorkomende problemen met energiebeheer oplossen
Test de netvoedingsadapter als de computer een van de volgende symptomen vertoont nadat de
computer op de netvoeding aangesloten is:
De computer wordt niet ingeschakeld.
Het display wordt niet ingeschakeld.
De aan/uit-lampjes zijn uit.
Ga als volgt te werk om de netvoedingsadapter te testen:
1. Schakel de computer uit.
2. Verwijder de accu uit de computer.
3. Sluit de netvoedingsadapter op de computer aan en steek de stekker van de adapter vervolgens
in een stopcontact.
4. Schakel de computer in.
Als de aan/uit-lampjes aan gaan, werkt de netvoedingsadapter naar behoren.
Als de aan/uit-lampjes uit blijven, controleert u of de netvoedingsadapter op de juiste wijze
is aangesloten op de computer en op het stopcontact.
Als de netvoedingsadapter op de juiste wijze is aangesloten maar de aan/uit-lampjes toch
uit blijven, werkt de netvoedingsadapter niet en moet deze worden vervangen.
Neem contact op met de ondersteuning voor informatie over het verkrijgen van een vervangende
netvoedingsadapter.
HP CoolSense (alleen bepaalde modellen)
HP CoolSense detecteert automatisch wanneer de computer zich niet meer op een "vaste"
locatie bevindt. De prestaties en de ventilatorinstellingen worden zodanig aangepast dat de
temperatuur van de behuizing van de computer een optimaal comfortniveau houdt.
Als HP CoolSense is uitgeschakeld, wordt de positie van de computer niet gedetecteerd en blijven de
prestaties en de ventilatorinstellingen staan op de fabrieksinstelling. Daardoor kan de temperatuur
van de behuizing hoger oplopen dan het geval zou zijn met HP CoolSense aan.
U schakelt CoolSense als volgt in of uit:
Typ koelen op het startscherm, selecteer Instellingen en selecteer daarna HP CoolSense.
Softwarecontent vernieuwen met Intel Smart Connect-
technology (alleen bepaalde modellen)
Als de computer in de slaapstand staat, haalt de Intel® Smart Connect-technologie de computer van
tijd tot tijd uit de slaapstand. Smart Connect werkt vervolgens de inhoud van bepaalde geopende
apps bij. Dientengevolge is uw werk onmiddellijk beschikbaar zodra u de slaapstand beëindigt. U
hoeft niet te wachten terwijl de updates worden gedownload.
Als u deze voorziening wilt inschakelen of de instellingen handmatig wilt aanpassen, typt u
smart op het scherm Start en selecteert u Intel® Smart Connect Technology.
46 Hoofdstuk 6 Energiebeheer
Computer afsluiten (uitschakelen)
VOORZICHTIG: Wanneer u de computer uitschakelt, gaat alle informatie verloren die u niet hebt
opgeslagen. Zorg dat u uw werk opslaat voor u de computer uitschakelt.
Met de opdracht Afsluiten worden alle geopende programma's gesloten, inclusief het
besturingssysteem, en vervolgens het beeldscherm en de computer uitgeschakeld.
Schakel de computer in de volgende gevallen uit:
Als u de accu moet vervangen of toegang wilt tot onderdelen in de computer
Wanneer u externe hardware aansluit die niet op een USB- of videopoort kan worden
aangesloten.
Wanneer de computer lange tijd niet wordt gebruikt en de externe voedingsbron wordt
losgekoppeld
Hoewel u de computer kunt uitschakelen met de aan/uit-knop, is het aan te raden om de opdracht
Afsluiten van Windows te gebruiken:
OPMERKING: Als de computer in de slaap- of sluimerstand staat, moet u eerst de slaap- of
sluimerstand beëindigen door kort op de aan/uit-knop te drukken voordat u de computer kunt
uitschakelen.
1. Sla uw werk op en sluit alle geopende programma's af.
2. Wijs de rechterbovenhoek of -benedenhoek van het startscherm aan om de charms weer te
geven.
3. Klik op Instellingen, klik op het pictogram Energieen klik daarna op Afsluiten.
Als de computer niet reageert en het niet mogelijk is de hiervoor beschreven afsluitprocedures te
gebruiken, probeert u de volgende noodprocedures in de beschreven volgorde:
Druk op ctrl+alt+delete, klik op het pictogram Energie en selecteer vervolgens Uitschakelen.
Druk op de aan/uit-knop en houd deze minimaal vijf seconden ingedrukt.
Koppel de computer los van de externe voedingsbron.
Verwijder de accu (bij modellen met een door de gebruiker vervangbare accu).
Computer afsluiten (uitschakelen) 47
7 Gegevens beheren en delen
Schijfeenheden zijn digitale opslagapparaten waarop u gegevens kunt opslaan, beheren, delen en
openen. De computer heeft een interne vaste schijf of een solid-state drive waarop de software en
het besturingssysteem staan en waarop al uw persoonlijke bestanden worden opgeslagen. Sommige
computers beschikken over een optischeschijfeenheid waarmee u cd's, dvd's of Blu-ray-schijven (bd)
(op bepaalde modellen) kunt lezen of erop kunt schrijven.
Voor meer capaciteit of functionaliteit sluit u een externe vaste schijf aan (apart aan te schaffen) zoals
een optische schijf of vaste schijf, of plaatst u een digitale opslagkaart direct van uw telefoon of
camera. Via een op een USB-poort van de computer aangesloten USB-flashdrive kunnen gegevens
snel worden overgebracht. Sommige externe apparaten gebruiken de voeding van de computer;
andere apparaten beschikken over eigen voeding. Sommige apparaten zijn uitgerust met software die
geïnstalleerd moet worden.
OPMERKING: Raadpleeg Verbinding maken met een netwerk op pagina 18 voor meer informatie
over het aansluiten van externe apparaten voor draadloze communicatie.
OPMERKING: zie de instructies van de fabrikant voor meer informatie over de vereiste software en
stuurprogramma's en over de computerpoort die moet worden gebruikt.
USB-apparaat gebruiken
De meeste computers beschikken over meer dan een USB-poort omdat deze veelzijdige interface
gebruikt kan worden voor het op de computer aansluiten van verschillende typen externe apparaten
zoals een USB-toetsenbord, muis, externe schijf, printer, scanner of hub.
De computer heeft meer dan één type USB-poort. Raadpleeg
Vertrouwd raken met de computer
op pagina 5 voor meer informatie over de typen USB-poorten op de computer. Houd er rekening mee
apparaten te kopen die compatibel zijn met de computer.
Type Beschrijving
USB 2.0 Doorgeven van gegevens met een snelheid van 60 MB/s.
USB 3.0 Draagt gegevens over met een snelheid van 640 MB/s. USB
3.0-poorten, die ook wel SuperSpeed-poorten worden
genoemd, zijn ook compatibel met USB 1.0- en USB 2.0-
apparaten.
Een USB-apparaat aansluiten
VOORZICHTIG: Oefen zo min mogelijk kracht uit bij het aansluiten van het apparaat om
beschadiging van een USB-connector te voorkomen.
48 Hoofdstuk 7 Gegevens beheren en delen
Sluit de USB-kabel voor het apparaat aan op de USB-poort.
OPMERKING: De USB-poort op de computer kan er iets anders uitzien dan de in dit gedeelte
afgebeelde USB-poort.
Wanneer het apparaat is gedetecteerd, geeft het systeem dit aan met een geluidssignaal.
OPMERKING: De eerste keer dat u een USB-apparaat aansluit, verschijnt er een bericht op het
Windows-bureaublad en een pictogram in het systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk om
aan te geven dat het apparaat wordt herkend door de computer.
Een USB-apparaat verwijderen
VOORZICHTIG: Trek niet aan de kabel om het USB-apparaat los te koppelen, om beschadiging
van een USB-connector te voorkomen.
VOORZICHTIG: Gebruik de volgende procedure voor het veilig verwijderen van een USB-apparaat,
om te voorkomen dat gegevens verloren gaan of het systeem vastloopt.
1. Sla uw gegevens op en sluit alle applicaties die gebruikmaken van het apparaat.
2. Klik op het pictogram voor het verwijderen van hardware in het systeemvak aan de rechterkant
van de taakbalk van het Windows-bureaublad. Het bericht Hardware veilig verwijderen en
media uitwerpen wordt weergegeven. Volg de instructies op het scherm.
Digitale opslagkaart plaatsen en verwijderen
Ga als volgt te werk om een digitale opslagkaart te plaatsen:
VOORZICHTIG: Oefen zo min mogelijk kracht uit bij het plaatsen van een digitale kaart, om
beschadiging van de connectoren van de digitale kaart te voorkomen.
1. Houd de digitale kaart met het label naar boven, terwijl de connectoren naar de computer zijn
gericht.
Digitale opslagkaart plaatsen en verwijderen 49
2. Plaats de kaart in het digitale-opslagslot en druk de kaart naar binnen tot deze goed op zijn
plaats zit.
Wanneer het apparaat is gedetecteerd, geeft het systeem dit aan met een geluidssignaal.
Ga als volgt te werk om een digitale opslagkaart te verwijderen:
VOORZICHTIG: Gebruik de volgende procedure voor het veilig verwijderen van de digitale kaart,
om te voorkomen dat gegevens verloren gaan of het systeem vastloopt.
1. Sla uw gegevens op en sluit alle toepassingen af die gebruikmaken van de digitale kaart.
2. Klik in het bureaublad van Windows op het pictogram voor het verwijderen van hardware in het
systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk en volg de instructies op het scherm.
3. Druk de kaart iets naar binnen (1) en verwijder deze vervolgens uit het slot (2).
OPMERKING: Als de kaart niet uitgeworpen wordt, trek de kaart dan uit het slot.
Optische-schijfeenheden gebruiken
Een optische-schijfeenheid maakt gebruik van laserlicht om grote hoeveelheden gegevens te lezen
en op te slaan. Sommige schijfeenheden lezen alleen gegevens, andere kunnen ook gegevens op
een lege schijf schrijven (branden).
50 Hoofdstuk 7 Gegevens beheren en delen
Gebruik de volgende tips voor de beste prestaties van uw optische schijf:
Zorg ervoor dat de accu voldoende is opgeladen alvorens naar een medium te schrijven
wanneer de accu de enige voedingsbron is.
Gebruik het toetsenbord niet en verplaats de computer niet terwijl de optischeschijfeenheid naar
een schijf schrijft. Het schrijfproces is gevoelig voor trillingen.
Zorg ervoor dat u de nieuwste software-updates voor de schijf geïnstalleerd hebt.
Als de door u gebruikte schijf niet schoon is, veeg deze dan schoon met een droge, pluisvrije,
zachte doek.
Uw computer kan zijn voorzien van een optische-schijfeenheid die een of meer van de volgende
schijftechnologieën ondersteunt:
Cd: Op een compact disc worden gegevens opgeslagen die door een laser van de optische-
schijfeenheid gelezen worden. De volgende cd-indelingen zijn beschikbaar:
Cd-recordable (cd-r): de gegevens op deze schijf kunnen worden gelezen en er kunnen
slechts één keer gegevens op de cd worden gebrand. Als de gegevens eenmaal op de cd-
r-schijf zijn geschreven, kunnen deze niet meer worden gewijzigd of gewist; de gegevens
staan er permanent op.
Cd-Rewritable (cd-rw): de gegevens op deze schijf kunnen worden gelezen en er kunnen
meerdere keren gegevens op de cd worden gebrand. De gegevens op deze cd kunnen
worden gewist.
Dvd: een dvd is een optische schijf met een grote capaciteit. Op dit type schijf kunnen meer
gegevens worden opgeslagen dan op een cd. Op een dubbelzijdige dvd kan maximaal 17 GB
aan gegevens worden opgeslagen. De volgende dvd-indelingen zijn beschikbaar:
Dvd-recordable (dvd-r of dvd+r): de gegevens op deze schijf kunnen worden gelezen en er
kunnen slechts één keer gegevens op de dvd worden gebrand. Als de gegevens eenmaal
op de schijf zijn geschreven, kunnen deze niet meer worden gewijzigd of gewist; de
gegevens staan er permanent op. De dvd’s kunnen in dvd±r-stations worden gebruikt.
Dvd-re-writable (dvd-rw of dvd+rw) waarmee vele keren achter elkaar gegevens kunnen
worden gelezen en opgenomen. De gegevens op dit type schijf kunnen worden gewist. De
dvd’s kunnen in dvd±r-stations worden gebruikt.
Bd: een Blu-ray schijf kan meer gegevens bevatten dan andere optische schijven en kan worden
gebruikt voor het opnemen, opnieuw schrijven en afspelen van HD-video (high-definition video).
Houd bij het gebruiken van bd's rekening met het volgende:
Voor het afspelen van bd-films is CyberLink PowerDVD op de computer geïnstalleerd.
Als u een bd-film tegelijkertijd op het interne en op het externe scherm probeert af te spelen, kan
er een fout optreden. Speel een bd-film dus slechts op één scherm af.
Uit kopieerbeveiligingsoverwegingen zijn er in de computer AACS-keys (AACS = Advanced
Access Content System) geïntegreerd. AACS-keys moeten af en toe worden vernieuwd om het
afspelen van nieuwe bd-films mogelijk te maken. Als een dergelijke bd-film in het schijfstation
wordt geplaatst, vraagt het programma CyberLink PowerDVD om een update om door te kunnen
gaan met het afspelen van de film. Volg de instructies op het scherm om de update te
installeren.
Als er tijdens het kijken naar een bd strepen op het beeldscherm verschijnen, kunnen die
worden veroorzaakt door interferentie met het draadloze netwerk. Als u dit probleem wilt
oplossen, sluit u alle geopende applicaties en schakelt u de voorziening voor draadloze
communicatie uit.
Optische-schijfeenheden gebruiken 51
Optische schijf plaatsen
Lade
1. Schakel de computer in.
2. Druk op de ejectknop (1) op het voorpaneel van de schijfeenheid om de lade te openen.
3. Trek de lade uit (2).
4. Houd de schijf bij de randen vast om te voorkomen dat u het oppervlak aanraakt en plaats de
schijf op de as in de lade met het label naar boven.
OPMERKING: Als de lade niet volledig kan worden uitgetrokken, houdt u de schijf enigszins
schuin zodat u deze voorzichtig op de as kunt plaatsen.
5. Druk de schijf (3) voorzichtig op de as van de lade totdat de schijf vastklikt.
6. Sluit de lade.
OPMERKING: Nadat u een schijf hebt geplaatst, moet u even wachten. Als u geen mediaspeler
hebt geselecteerd, wordt het dialoogvenster Automatisch afspelen geopend. In dit venster kunt u
selecteren hoe u de inhoud van het medium wilt gebruiken.
Optische schijf verwijderen
Lade
Er zijn twee manieren om een schijf te verwijderen, afhankelijk van of de lade normaal opengaat of
niet.
Als de lade normaal opengaat
1. Druk op de ejectknop (1) op de schijfeenheid om de lade te ontgrendelen, en trek de lade (2)
voorzichtig zo ver mogelijk uit.
52 Hoofdstuk 7 Gegevens beheren en delen
2. Verwijder de schijf (3) uit de lade door voorzichtig op de as te drukken terwijl u de schijf aan de
randen optilt. Houd de schijf bij de randen vast en raak het oppervlak niet aan.
OPMERKING: Als de lade niet volledig kan worden uitgetrokken, houdt u de schijf voorzichtig
enigszins schuin bij het verwijderen.
3. Sluit de lade en berg de schijf op in het bijbehorende doosje.
Als de lade niet op de normale wijze opengaat
1. Steek het uiteinde van een paperclip (1) in de ontgrendelingsopening in het voorpaneel van de
schijfeenheid.
2. Druk voorzichtig op de paperclip om de lade te ontgrendelen en trek de lade vervolgens zo ver
mogelijk uit (2).
Optische-schijfeenheden gebruiken 53
3. Verwijder de schijf (3) uit de lade door voorzichtig op de as te drukken terwijl u de schijf aan de
randen optilt. Houd de schijf bij de randen vast en raak het oppervlak niet aan.
OPMERKING: als de lade niet volledig kan worden uitgetrokken, houdt u de schijf voorzichtig
enigszins schuin bij het verwijderen.
4. Sluit de lade en berg de schijf op in het bijbehorende doosje.
Gegevens en stations delen en software openen
Als uw computer deel van een netwerk is, bent u niet beperkt tot het gebruik van enkel de informatie
die op uw computer is opgeslagen. Op netwerkcomputers kunnen software en gegevens met elkaar
worden uitgewisseld.
OPMERKING: Als een schijf, zoals een film of spel op dvd, auteursrechtelijk beschermd is, kan die
niet worden gedeeld.
Ga als volgt te werk om mappen of bibliotheken op het netwerk te delen:
1. Open Bestandsverkenner op het bureaublad van Windows.
2. Klik op het menu Delen in het venster Bibliotheken en klik daarna op Specifieke personen
3. Typ een naam in het vak Bestanden delen en klik op Toevoegen.
4. Klik op Delen en volg de instructies op het scherm.
Voor het delen van informatie van uw lokale schijf:
1. Open Bestandsverkenner op het bureaublad van Windows.
2. Klik op Lokale schijf (C:) in het venster Bibliotheken.
3. Klik op het tabblad Delen en klik op Geavanceerd delen.
4. Op de lokale schijf (C:) het venster Eigenschappen, selecteer Geavanceerd delen.
5. Vink Deze map delen aan.
54 Hoofdstuk 7 Gegevens beheren en delen
Ga als volgt te werk om stations op het netwerk te delen:
1. Tik of klik met de rechtermuisknop op het Windows-bureaublad op het netwerkstatuspictogram
in het systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk.
2. Selecteer Netwerkcentrum openen.
3. Selecteer onder Uw actieve netwerken weergeven een actief netwerk.
4. Selecteer Instellingen geavanceerd delen wijzigen om opties voor delen in te stellen voor
privacy, netwerkdetectie, bestands- en printerdeling of andere netwerkopties.
Optische-schijfeenheden gebruiken 55
8 De computer onderhouden
Het is zeer belangrijk om de computer regelmatig te onderhouden, zodat deze optimaal blijft
functioneren. Dit hoofdstuk bevat informatie over het verbeteren van de prestaties van de computer
door de uitvoering van hulpprogramma's zoals Schijfdefragmentie en Schijfopruiming. Het biedt ook
informatie over het updaten van programma's en stuurprogramma's, instructies voor het reinigen van
de computer en tips voor het reizen met de computer.
Prestaties verbeteren
Iedereen wil een snelle computer. Door de computer regelmatig te onderhouden met
hulpprogramma's zoals Schijfdefragmentatie en Schijfopruiming, kunt u de prestaties van de
computer drastisch verbeteren. Naarmate de computer ouder wordt kunt u ook overwegen om
grotere schijven en meer geheugen te installeren.
Schijfeenheden hanteren
Neem deze voorzorgsmaatregelen in acht bij het hanteren van schijven:
Schakel de computer uit voordat u een schijfeenheid installeert of verwijdert. Als u niet zeker
weet of de computer is afgesloten of in de slaap- of hibernationstand staat, schakelt u de
computer in en vervolgens via het besturingssysteem weer uit.
Raak voordat u de schijfeenheid aanraakt, eerst het ongeverfde metalen oppervlak van de
schijfeenheid aan, zodat u niet statisch geladen bent.
Raak de connectorpinnen op een verwisselbare schijfeenheid of op de computer niet aan.
Gebruik niet te veel kracht wanneer u een schijfeenheid in een schijfruimte plaatst.
Zorg ervoor dat de accu voldoende is opgeladen alvorens naar een medium te schrijven
wanneer de accu de enige voedingsbron is.
Verzend een schijfeenheid in goed beschermend verpakkingsmateriaal, zoals noppenfolie.
Vermeld op de verpakking dat het om breekbare apparatuur gaat.
Stel schijfeenheden niet bloot aan magnetische velden. Voorbeelden van beveiligingsapparatuur
met magnetische velden zijn detectiepoortjes op vliegvelden en detectorstaven. In
beveiligingsapparatuur waarmee handbagage wordt gescand, worden ntgenstralen gebruikt in
plaats van magnetische velden. Deze beveiligingsapparatuur brengt geen schade toe aan
schijven.
Verwijder het medium uit een schijfeenheid alvorens de schijfeenheid uit de schijfruimte te
verwijderen, of voordat u een schijfeenheid meeneemt op reis, verzendt of opbergt.
Gebruik het toetsenbord niet en verplaats de computer niet terwijl de optischeschijfeenheid naar
een schijf schrijft. Het schrijfproces is gevoelig voor trillingen.
Activeer de slaapstand en wacht tot het scherm leeg is of koppel de externe vaste schijf los
voordat u een computer verplaatst die op een externe vaste schijf is aangesloten.
56 Hoofdstuk 8 De computer onderhouden
Een vaste schijf vervangen
VOORZICHTIG: schijfeenheden zijn kwetsbare computeronderdelen, die voorzichtig moeten
worden behandeld. Laat een schijf niet vallen, plaats er geen objecten op, of stel een schijf niet bloot
aan vloeistoffen of extreme temperaturen of vochtigheid. Raadpleeg
Schijfeenheden hanteren
op pagina 56 voor specifieke voorzorgsmaatregelen bij het hanteren van schijven.
VOORZICHTIG: neem de volgende richtlijnen in acht om te voorkomen dat gegevens verloren gaan
of het systeem vastloopt:
Schakel de computer uit voordat u een schijfeenheid installeert of verwijdert. Als u niet zeker weet of
de computer is afgesloten of in de slaap- of hibernationstand staat, schakelt u de computer in en
vervolgens via het besturingssysteem weer uit.
1. Sla uw werk op en sluit de computer af.
2. Ontkoppel alle externe apparaten die op de computer zijn aangesloten.
3. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
4. Leg de computer ondersteboven op een vlakke ondergrond.
5. Verwijder de accu uit de computer (zie
Door de gebruiker vervangbare accu verwijderen
op pagina 42.)
Vaste schijf verwijderen:
1. Draai de schroef van het onderpaneel (1) los en verwijder het onderpaneel (2).
2. Verwijder de 2 schroeven (1) uit de vaste schijf.
Prestaties verbeteren 57
3. Koppel de kabel van de vaste schijf (2) los van de computer.
4. Trek aan het lipje van de vasteschijfeenheid (1) en verwijder deze (2).
OPMERKING: na het verwijderen van de vaste schijf uit de computer verwijdert u de houder
van de vaste schijf om toegang te krijgen tot de vaste schijf.
5. Verwijder de 4 schroeven (1) uit de vaste schijf.
6. Verwijder de vasteschijfhoes (2) van de vaste schijf.
58 Hoofdstuk 8 De computer onderhouden
7. Koppel de vasteschijfkabel (3) los van de vaste schijf.
Om een vaste schijf te plaatsen, keert u deze procedure om.
HP 3D DriveGuard gebruiken (alleen bepaalde modellen)
HP 3D DriveGuard beschermt een vaste schijf door deze te parkeren en gegevensverzoeken tegen
te houden, wanneer zich de volgende gebeurtenissen voordoen:
U laat de computer vallen.
U verplaatst de computer met het beeldscherm gesloten terwijl de computer op accuvoeding
werkt.
Kort na deze gebeurtenissen wordt de normale werking van de vaste schijf door HP 3D DriveGuard
hersteld.
OPMERKING: Vaste schijven in de ruimte voor de primaire of secundaire vaste schijf worden
beschermd door HP 3D DriveGuard. Vaste schijven die zijn aangesloten op USB-poorten, worden
niet beschermd door HP 3D DriveGuard.
Zie de helpfunctie van de HP 3D DriveGuard software voor meer informatie.
Disk Defragmenter gebruiken
Wanneer u de computer lange tijd gebruikt, raken de bestanden op de vaste schijf gefragmenteerd.
Als een schijf gefragmenteerd is, betekent dit dat de gegevens op de schijf niet aaneengesloten
(opeenvolgend) opgeslagen zijn. Hierdoor moet de vaste schijf harder werken om bestanden te
zoeken, waardoor de computer dus langzamer wordt. Met Schijfdefragmentatie worden de
gefragmenteerde bestanden en mappen samengevoegd (of fysiek gereorganiseerd) op de vaste
schijf zodat het systeem efficiënter werkt.
OPMERKING: Schijfdefragmentatie hoeft niet te worden uitgevoerd voor SSD's.
Nadat u Schijfdefragmentatie hebt gestart, werkt het zelfstandig verder. Al naargelang de grootte van
de vaste schijf en het aantal gefragmenteerde bestanden kan de defragmentatie echter meer dan
een uur in beslag nemen.
HP adviseert u om de vaste schijf minstens één keer per maand te defragmenteren. U kunt instellen
dat Schijfdefragmentatie maandelijks wordt uitgevoerd, maar u kunt ook op elk gewenst moment
Schijfdefragmentatie handmatig starten.
Prestaties verbeteren 59
Ga als volgt te werk om een schijfdefragmentatie uit te voeren:
1. Sluit de computer op een netvoedingsbron aan.
2. Typ d op het startscherm en typ daarna schijf in het zoekvak. Selecteer Instellingen en
selecteer daarna De stations defragmenteren en optimaliseren.
3. Volg de instructies op het scherm.
Raadpleeg voor meer informatie de Help bij de Schijfdefragmentatie-software.
Disk Cleanup gebruiken
Met Schijfopruiming wordt er op de vaste schijf gezocht naar overbodige bestanden die u veilig kunt
verwijderen om schijfruimte vrij te maken, zodat de computer efficiënter werkt.
Ga als volgt te werk om een schijfopruiming uit te voeren:
1. Typ d op het startscherm en typ daarna schijf in het zoekvak. Selecteer Instellingen en
selecteer daarna Schijfruimte vrijmaken door onnodige bestanden te verwijderen
2. Volg de instructies op het scherm.
Geheugenmodules toevoegen of vervangen
Het toevoegen van geheugen zorgt ervoor dat de prestaties van de computer verbetert. U kunt de
computer vergelijken met een fysieke werkplek. De vaste schijf is de archiefkast waarin u uw werk
bewaart, en het geheugen is het bureau waaraan u werkt. Als het geheugen niet toereikend is om al
uw werk aan te kunnen, net zoals een bureau dat overvol ligt met werk, neemt uw productiviteit af.
Een goede oplossing om de prestaties te verbeteren is het uitbreiden van de hoeveelheid geheugen
op de computer.
De computer heeft twee geheugenmodulecompartimenten. De geheugenmoduleslots bevinden zich
aan de onderkant van de computer onder het onderpaneel. U kunt de capaciteit van de computer
vergroten door een geheugenmodule toe te voegen of de bestaande geheugenmodule in een van de
geheugenmoduleslots te vervangen.
WAARSCHUWING! Haal vóór het plaatsen van een geheugenmodule de stekker uit het
stopcontact en verwijder alle accu's om het risico van een elektrische schok, brand of schade aan de
apparatuur te beperken.
VOORZICHTIG: door elektrostatische ontlading kunnen elektronische onderdelen beschadigd
raken. Zorg dat u vrij bent van statische elektriciteit door een geaard metalen voorwerp aan te raken
voordat u een procedure start.
OPMERKING: Als u bij het toevoegen van een tweede geheugenmodule een tweekanaals
configuratie wilt gebruiken, moet u zorgen dat beide geheugenmodules gelijk zijn.
Ga als volgt te werk om een geheugenmodule toe te voegen of te vervangen:
VOORZICHTIG: neem de volgende richtlijnen in acht om te voorkomen dat gegevens verloren gaan
of het systeem vastloopt:
Zet de computer uit voordat u geheugenmodules toevoegt of vervangt. Verwijder een
geheugenmodule niet wanneer de computer aan staat of in de slaapstand of de sluimerstand staat.
Als u niet weet of de computer is uitgeschakeld of in de sluimerstand staat, zet u de computer aan
door op de aan/uit-knop te drukken. Sluit de computer vervolgens af via het besturingssysteem.
1. Sla uw werk op en sluit de computer af.
2. Ontkoppel alle externe apparaten die op de computer zijn aangesloten.
60 Hoofdstuk 8 De computer onderhouden
3. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
4. Leg de computer ondersteboven op een vlakke ondergrond.
5. Verwijder de accu uit de computer (zie
Door de gebruiker vervangbare accu verwijderen
op pagina 42.)
6. Verwijder het onderpaneel uit de computer.
7. Voor het vervangen van een geheugenmodule verwijdert u de bestaande geheugenmodule:
a. Trek de borgklemmetjes (1) aan beide zijden van de geheugenmodule weg.
De geheugenmodule komt omhoog.
b. Pak de geheugenmodule aan de rand vast (2) en trek de geheugenmodule voorzichtig uit
het geheugenmoduleslot.
VOORZICHTIG: houd de geheugenmodule alleen vast aan de randen, om schade aan de
module te voorkomen. Raak de onderdelen van de geheugenmodule niet aan.
OPMERKING: Bewaar verwijderde geheugenmodules in een antistatische verpakking om
de module te beschermen.
Prestaties verbeteren 61
8. Plaats een nieuwe geheugenmodule als volgt:
VOORZICHTIG: houd de geheugenmodule alleen vast aan de randen, om schade aan de
module te voorkomen. Raak de onderdelen van de geheugenmodule niet aan.
a. Breng de inkeping (1) in de geheugenmodule op één lijn met het nokje in het
geheugenmoduleslot.
b. Druk de module onder een hoek van 45 graden ten opzichte van het
geheugenmodulecompartiment in het geheugenmoduleslot (2), totdat de module goed op
zijn plaats zit.
c. Druk de geheugenmodule (3) voorzichtig naar beneden en oefen daarbij druk uit op zowel
de linker- als de rechterkant van de module, totdat de borgklemmetjes vastklikken.
VOORZICHTIG: zorg dat u de geheugenmodule niet buigt om schade aan de
geheugenmodule te voorkomen.
9. Plaats het onderpaneel terug.
10. Breng de accu opnieuw aan.
11. Keer de computer weer om en sluit de externe voeding en de externe apparaten weer aan.
12. Schakel de computer in.
Programma's en stations bijwerken
U wordt aangeraden regelmatig een update uit te voeren van uw programma's en stuurprogramma's.
Met updates worden problemen opgelost en worden nieuwe functies en opties op de computer
geïnstalleerd. De technologie wijzigt continu. Door programma’s en stuurprogramma’s te updaten,
62 Hoofdstuk 8 De computer onderhouden
maakt de computer gebruik van de nieuwste beschikbare technologie. Het is bijvoorbeeld mogelijk
dat oude grafische onderdelen niet meer correct werken met de nieuwste spelsoftware. Zonder het
nieuwste stuurprogramma zou u niet het beste halen uit uw apparatuur.
Ga naar
http://www.hp.com/support om de meest recente versie van programma's en
stuurprogramma's van HP te downloaden. U kunt u ook aanmelden voor het ontvangen van
automatische updateberichten wanneer nieuwe updates beschikbaar komen.
De computer schoonmaken
Als u de computer en externe apparaten schoonmaakt, blijven ze in een goede conditie. Als u de
computer niet reinigt, kan er stof en vuil in de computer terechtkomen.
VOORZICHTIG: gebruik geen van de volgende reinigingsproducten voor het schoonmaken van de
computer:
sterke oplosmiddelen zoals alcohol, aceton, ammoniumchloride, methyleenchloride en
koolwaterstoffen kunnen het oppervlak van de computer permanent beschadigen.
Display, zijkanten en deksel schoonmaken
Veeg het display met een zacht, pluisvrij en met een alcoholvrij glasreinigingsmiddel bevochtigd
doekje schoon. Laat het beeldscherm drogen voordat u het computerdeksel sluit.
Veeg de zijkanten en het deksel met een vochtig, kiemdodend doekje schoon. Materiaal met vezels,
zoals papieren doekjes, kunnen de computer bekrassen.
OPMERKING: Verwijder wanneer u het deksel van de computer reinigt, het vuil door ronddraaiende
bewegingen te maken.
Touchpad en toetsenbord reinigen
VOORZICHTIG: Zorg bij het schoonmaken van het toetsenbord dat er geen vloeistoffen tussen de
toetsen komen. Hierdoor kunnen er interne onderdelen beschadigd raken.
Als u het touchpad en het toetsenbord wilt schoonmaken en desinfecteren, gebruikt u een
zachte microvezeldoek of een antistatische doek zonder olie (zoals een zemen lap) die is
bevochtigd met een alcoholvrij glasreinigingsmiddel. U kunt ook een kiemdodend
wegwerpdoekje gebruiken.
Om te voorkomen dat de toetsen vast komen te zitten en om vuil, pluizen en vuildeeltjes te
verwijderen, gebruikt u een spuitbus met perslucht en een rietje.
WAARSCHUWING! Gebruik geen stofzuiger om het toetsenbord te reinigen, om het risico van
een elektrische schok of schade aan interne onderdelen te beperken. Een stofzuiger kan
stofdeeltjes op het oppervlak van het toetsenbord achterlaten.
Reizen met of transporteren van computer
Als u de computer wilt meenemen op reis of de computer wilt verzenden, neemt u de volgende tips in
acht om de apparatuur te beschermen.
Ga als volgt te werk om de computer gereed te maken voor transport:
Maak een back-up van uw gegevens op een externe schijfeenheid.
Verwijder alle schijven en alle externe mediakaarten, zoals digitale opslagkaarten, uit de
computer.
De computer schoonmaken 63
Schakel alle externe apparaten uit en koppel ze vervolgens los.
Zet de computer uit.
Neem een back-up van uw gegevens mee. Bewaar de back-up niet bij de computer.
Als u moet vliegen, neem de computer dan mee als handbagage; geef de computer niet af met
uw ruimbagage.
VOORZICHTIG: Stel schijfeenheden niet bloot aan magnetische velden. Voorbeelden van
beveiligingsapparatuur met magnetische velden zijn detectiepoortjes op vliegvelden en
detectorstaven. In beveiligingsapparatuur waarmee handbagage wordt gescand, worden
röntgenstralen gebruikt in plaats van magnetische velden. Deze beveiligingsapparatuur brengt
geen schade toe aan schijfeenheden.
Als u de computer tijdens een vlucht wilt gebruiken, luister dan naar dan naar mededelingen
tijdens de vlucht waarin wordt aangegeven wanneer u de computer mag gebruiken. Elke
maatschappij heeft eigen regels voor het gebruik van computers tijdens vluchten.
Verzend een computer of schijf in goed beschermend verpakkingsmateriaal. Vermeld op de
verpakking dat het om breekbare apparatuur gaat.
Als een draadloos apparaat op de computer aangesloten is, is het mogelijk dat deze apparaten
in sommige omgevingen beperkt werken. Dit kan het geval zijn aan boord van een vliegtuig, in
ziekenhuizen, in de buurt van explosieven en op gevaarlijke locaties. Als u niet zeker weet wat
het beleid is voor het gebruik van een bepaald apparaat, kunt u het beste vooraf toestemming
vragen voordat u de computer gebruikt.
Neem de volgende suggesties in acht als u de computer in het buitenland wilt gebruiken:
Informeer naar de douanebepalingen voor computers in de landen of regio’s die u gaat
bezoeken.
Controleer de netsnoer- en adaptervereisten voor elke locatie waar u de computer wilt
gebruiken. De netspanning, frequentie en stekkers kunnen verschillen per land/regio.
WAARSCHUWING! Gebruik voor de computer geen adaptersets die voor andere
apparaten zijn bedoeld, om het risico van een elektrische schok, brand of schade aan de
apparatuur te beperken.
64 Hoofdstuk 8 De computer onderhouden
9 De computer en gegevens beveiligen
Computerbeveiliging is essentieel om de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van uw
gegevens te waarborgen. Standaardbeveiligingsoplossingen die worden geboden door het
besturingssysteem Windows, applicaties van HP, Setup Utility (BIOS), dat geen deel uitmaakt van
Windows, en andere software van derden kunnen uw persoonlijke instellingen en gegevens
beschermen tegen uiteenlopende risico's, zoals virussen, wormen en andere soorten schadelijke
code.
BELANGRIJK: Mogelijk zijn niet alle in dit hoofdstuk genoemde beveiligingsvoorzieningen
beschikbaar op uw computer.
Computerrisico Beveiligingsvoorziening
Onbevoegd gebruik van de computer Opstartwachtwoord
Computervirussen Antivirussoftware
Onbevoegde toegang tot gegevens Firewallsoftware
Onbevoegde toegang tot Setup Utility (BIOS) en andere
systeemidentificatiegegevens
Beheerderswachtwoord
Doorlopende of toekomstige bedreigingen voor de computer Software-updates
Onbevoegde toegang tot een Windows-gebruikersaccount Gebruikerswachtwoord
Onbevoegd verwijderen van de computer Bevestigingskabelslot
Wachtwoorden gebruiken
Een wachtwoord is een groep tekens die u kiest om uw computergegevens en online transacties te
beveiligen. Er kunnen verschillende soorten wachtwoorden worden ingesteld. Toen u de computer
bijvoorbeeld voor de eerste keer inrichtte, werd u gevraagd om een gebruikerswachtwoord te maken
voor het beveiligen van de computer. In Windows of in Setup Utility (BIOS) van HP dat vooraf is
geïnstalleerd op de computer, kunnen aanvullende wachtwoorden worden ingesteld.
Het is misschien handig om hetzelfde wachtwoord te gebruiken voor een voorziening van Setup
Utility (BIOS) en een beveiligingsvoorziening van Windows.
Gebruik de volgende tips voor het maken en opslaan van wachtwoorden:
Om zoveel mogelijk te voorkomen dat u niet meer toegang kunt verkrijgen tot bepaalde
voorzieningen van de computer, moet u elk wachtwoord vastleggen en op een veilige plaats uit
de buurt van de computer bewaren. Sla wachtwoorden niet in een bestand op de computer op.
Volg tijdens het maken van wachtwoorden de door het programma ingestelde vereisten.
Wijzig uw wachtwoorden ten minste een keer per kwartaal.
Een ideaal wachtwoord is lang en bevat letters, interpunctie, symbolen en cijfers.
Voordat u uw computer verzendt voor reparatie, moet u back-ups maken van uw bestanden, alle
vertrouwelijke bestanden verwijderen en vervolgens alle wachtwoordinstellingen verwijderen.
Wachtwoorden gebruiken 65
Als u meer informatie wilt over Windows-wachtwoorden, zoals een wachtwoord voor
schermbeveiliging, typt u support in het startscherm en selecteert u de app HP Support Assistant.
Windows-wachtwoorden instellen
Wachtwoord Functie
Gebruikerswachtwoord Beveiligt de toegang tot een Windows-gebruikersaccount.
Beheerderswachtwoord Beveiligt toegang op beheerdersniveau van
computergegevens.
OPMERKING: Met dit wachtwoord kan geen toegang
worden verkregen tot de inhoud van Setup Utility (BIOS).
Wachtwoorden voor Setup Utility (BIOS) instellen
Wachtwoord Functie
Beheerderswachtwoord
Dit wachtwoord moet elke keer worden ingevoerd
wanneer u Setup Utility (BIOS) wilt openen.
Als u uw beheerderswachtwoord vergeten bent, kunt u
Setup Utility (BIOS) niet openen.
OPMERKING: Het beheerderswachtwoord kan worden
gebruikt in plaats van het opstartwachtwoord.
OPMERKING: Uw beheerderswachtwoord is niet
uitwisselbaar met een beheerderswachtwoord dat is
ingesteld in Windows en wordt niet getoond wanneer het
wordt ingesteld, ingevoerd, gewijzigd of verwijderd.
OPMERKING: Als u het opstartwachtwoord bij de eerste
wachtwoordcontrole invoert, moet u het
beheerderswachtwoord invoeren om Setup Utility (BIOS) te
openen.
Opstartwachtwoord Dit wachtwoord moet telkens worden ingevoerd
wanneer u de computer inschakelt of opnieuw opstart.
Als u het opstartwachtwoord vergeet, kunt u de
computer niet meer inschakelen of opnieuw opstarten.
OPMERKING: Het beheerderswachtwoord kan worden
gebruikt in plaats van het opstartwachtwoord.
OPMERKING: Een opstartwachtwoord wordt niet getoond
als het wordt ingesteld, ingevoerd, gewijzigd of verwijderd.
Ga als volgt te werk om een beheerders- of opstartwachtwoord in Setup Utility (BIOS) in te stellen, te
wijzigen of te verwijderen:
1. Om Setup Utility (BIOS) te starten, schakelt u de computer aan of start u die opnieuw. Druk snel
op esc en daarna op f10.
2. Selecteer met de pijltoetsen Security (Beveiliging) en volg de instructies op het scherm.
De voorkeursinstellingen zijn van kracht zodra de computer opnieuw is opgestart.
66 Hoofdstuk 9 De computer en gegevens beveiligen
Internetbeveiligingssoftware gebruiken
Wanneer u de computer gebruikt om toegang te krijgen tot e-mail, een netwerk of internet, kunt u
deze mogelijk blootstellen aan computervirussen, spyware en andere online bedreigingen. Om de
computer te beveiligen, is er mogelijk internetbeveiligingssoftware met antivirus- en
firewallvoorzieningen, een proefversie, op de computer geïnstalleerd. Het is noodzakelijk om
beveiligingssoftware regelmatig bij te werken, zodat deze ook bescherming biedt tegen pas ontdekte
virussen en andere beveiligingsrisico’s. Het wordt ten zeerste aanbevolen dat u de evaluatieversie
van de beveiligingssoftware omzet in een reguliere versie of dat u een programma naar keuze
aanschaft om uw computer volledig te beschermen.
Antivirussoftware gebruiken
Computervirussen kunnen het besturingssysteem, programma's en hulpprogramma's uitschakelen, of
de werking ervan verstoren. Met antivirussoftware kunnen de meeste virussen worden opgespoord
en vernietigd. In de meeste gevallen kan ook eventuele schade die door virussen is aangericht,
worden hersteld.
Het is noodzakelijk om antivirussoftware regelmatig bij te werken, zodat deze ook bescherming biedt
tegen pas ontdekte virussen.
Er is op uw computer mogelijk een antivirusprogramma vooraf geïnstalleerd. Wij raden u aan de door
u gewenste antivirussoftware te gebruiken om uw computer volledig te beveiligen.
Voor meer informatie over computervirussen typt u in het startscherm support en selecteert u de
app HP Support Assistant.
Firewallsoftware gebruiken
Firewalls zijn bedoeld om ongeoorloofde toegang tot een systeem of netwerk te voorkomen. Een
firewall kan een softwareprogramma zijn dat u op uw computer en/of netwerk installeert of het kan
een oplossing zijn die zowel uit hardware als software bestaat.
Er zijn twee soorten firewalls waaruit u kunt kiezen:
hostgebaseerde firewallsoftware die alleen de computer beschermt waarop deze is
geïnstalleerd;
netwerkgebaseerde firewalls die tussen het ADSL- of kabelmodem en uw thuisnetwerk worden
geïnstalleerd om alle computers in het netwerk te beschermen.
Wanneer een firewall is geïnstalleerd op een systeem, worden alle gegevens die vanaf en naar het
systeem worden verzonden, gecontroleerd en vergeleken met een reeks door de gebruiker
gedefinieerde beveiligingscriteria. Gegevens die niet aan deze criteria voldoen, worden geblokkeerd.
Software-updates installeren
Software van HP, Microsoft en derden die op de computer geïnstalleerd is, moet regelmatig
geüpdatet worden om beveiligingsproblemen te corrigeren en de prestaties van de software te
verbeteren. Zie
Programma's en stations bijwerken op pagina 62 voor meer informatie.
Essentiële beveiligingsupdates installeren
VOORZICHTIG: Microsoft® verstuurt waarschuwingsberichten over essentiële updates. Installeer
alle essentiële updates van Microsoft zodra u een waarschuwing ontvangt, om de computer te
beschermen tegen beveiligingslekken en computervirussen.
Internetbeveiligingssoftware gebruiken 67
U kunt ervoor kiezen of updates automatisch geïnstalleerd moeten worden. Als u de instellingen wilt
aanpassen, typt u c op het startscherm en selecteert u Configuratiescherm. Selecteer
achtereenvolgens Systeem en beveiliging, Windows Update en Instellingen wijzigen en volg de
instructies op het scherm.
Software-updates van HP en derden installeren
Het verdient aanbeveling periodiek een update uit te voeren van de software en stuurprogramma's
die oorspronkelijk op de computer waren geïnstalleerd. Ga naar
http://www.hp.com/go/contactHP om
de recentste versies te downloaden. Hier kunt u zich hier ook aanmelden voor het ontvangen van
automatische updateberichten zodra er nieuwe updates beschikbaar zijn.
Als u na de aanschaf van de computer software van derden geïnstalleerd hebt, update deze software
dan regelmatig. Softwarefabrikanten bieden software-updates van hun producten om
beveiligingsproblemen te corrigeren en de functionaliteit van de software te verbeteren.
Uw draadloze netwerk beveiligen
Schakel tijdens het instellen van het draadloze netwerk altijd de beveiligingsvoorzieningen in. Zie Uw
WLAN beveiligen op pagina 21 voor meer informatie.
Een back-up maken van uw software-applicaties en
gegevens
Maak regelmatig een back-up van uw software-applicaties en gegevens om deze te beveiligen tegen
permanent verlies of schade door een virusaanval of een software- of hardwarestoring. Zie
Back-ups
maken, herstellen en terugzetten op pagina 73 voor meer informatie.
Een optioneel beveiligingskabelslot gebruiken
Van het apart aan te schaffen beveiligingskabel moet in de eerste plaats een ontmoedigingseffect
uitgaan. Deze voorziening kan echter niet voorkomen dat de computer verkeerd wordt gebruikt of
wordt gestolen. Sloten voor beveiligingskabels vormen slechts één onderdeel van een volledige
beveiligingsoplossing die u moet implementeren om de kans op diefstal te minimaliseren.
Het bevestigingspunt voor de beveiligingskabel op de computer kan er iets anders uitzien dan op de
afbeelding in dit gedeelte. Zie
Vertrouwd raken met de computer op pagina 5 voor de plaats van het
bevestigingspunt voor de beveiligingskabel.
1. Plaats de beveiligingskabel rond een beveiligd object.
2. Steek de sleutel (1) in het beveiligingskabelslot (2).
68 Hoofdstuk 9 De computer en gegevens beveiligen
3. Steek het beveiligingskabelslot in het bevestigingspunt voor de beveiligingskabel op de
computer (3) en vergrendel het kabelslot met de sleutel.
4. Haal de sleutel uit het slot en bewaar deze op een veilige plaats.
Een optioneel beveiligingskabelslot gebruiken 69
10 Setup Utility (BIOS) en System
Diagnostics gebruiken
Setup Utility ofwel het BIOS (Basic Input/Output System) bevat instellingen voor de communicatie
tussen alle invoer- en uitvoerapparaten in het systeem (zoals de schijfeenheden, het scherm, het
toetsenbord, de muis en de printer). Setup Utility (BIOS) bevat ook instellingen voor de types
geïnstalleerde apparaten, de opstartvolgorde van de computer en de hoeveelheid systeemgeheugen
en uitgebreid geheugen.
Setup Utility (BIOS) starten
Om Setup Utility (BIOS) te starten, schakelt u de computer aan of start u die opnieuw. Druk snel op
esc en daarna op f10.
Informatie over navigeren in Setup Utility (BIOS) vindt u onder in het scherm.
OPMERKING: Wees zeer voorzichtig wanneer u wijzigingen aanbrengt in Setup Utility (BIOS).
Fouten kunnen ertoe leiden dat de computer niet meer goed functioneert.
BIOS-update uitvoeren
Geüpdate versies van het BIOS zijn beschikbaar via de website van HP.
De meeste BIOS-updates op de website van HP zijn verpakt in gecomprimeerde bestanden die
SoftPaq's worden genoemd.
Sommige downloadpakketten bevatten een bestand met de naam Readme.txt. Dit bestand bevat
informatie over de installatie en het oplossen van problemen.
De BIOS-versie vaststellen
Als u wilt vaststellen of er een recentere BIOS-versie beschikbaar is voor de computer, moet u weten
welke versie van het systeem-BIOS momenteel is geïnstalleerd.
Informatie over de BIOS-versie (ook wel ROM-datum of systeem-BIOS) genoemd) kunt u weergeven
door te drukken op fn+esc (als Windows al is gestart) of door Setup Utility (BIOS) te gebruiken.
1. Start Setup Utility (BIOS) (zie
Setup Utility (BIOS) starten op pagina 70.
2. Gebruik de pijltoetsen om Hoofd te selecteren en noteer uw huidige BIOS-versie.
3. Als u Setup Utility (BIOS) wilt afsluiten zonder uw wijzigingen op te slaan, gebruikt u de
pijltoetsen om Exit (Afsluiten) en Exit Discarding Changes (Afsluiten en wijzigingen
negeren) te selecteren. Druk vervolgens op enter.
4. Selecteer Ja.
70 Hoofdstuk 10 Setup Utility (BIOS) en System Diagnostics gebruiken
Een BIOS-update downloaden
VOORZICHTIG: om het risico van schade aan de computer of een mislukte installatie te beperken,
downloadt en installeert u een BIOS-update alleen terwijl de computer met de netvoedingsadapter is
aangesloten op een betrouwbare externe voedingsbron. Download of installeer een BIOS-update niet
wanneer de computer op accuvoeding werkt of wanneer de computer is aangesloten op een
optioneel dockingapparaat of een optionele voedingsbron. Volg de onderstaande instructies tijdens
het downloaden en installeren:
Schakel de stroomvoorziening van de computer niet uit door de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact te halen.
Zet de computer niet uit en activeer de slaapstand niet.
Zorg dat u geen apparaten, kabels of snoeren plaatst, verwijdert, aansluit of loskoppelt.
1. Typ support in het startscherm en selecteer de app HP Support Assistant.
2. Klik op Updates and tune-ups (Updates en verbeteringen) en klik vervolgens op Check for
HP updates now (Nu controleren op HP-updates).
3. Volg de instructies op het scherm.
4. Voer in de downloadsectie de volgende stappen uit:
a. Zoek de meest recente BIOS-update en vergelijk deze met de BIOS-versie die momenteel
op de computer is geïnstalleerd. Als de update recenter is dan het BIOS, noteert u de
datum, naam of een ander typerend kenmerk van de update. Aan de hand van deze
gegevens kunt u de update terugvinden nadat deze naar de harde schijf is gedownload.
b. Volg de instructies op het scherm om de selectie te downloaden naar de harde schijf.
Als de update recenter is dan uw BIOS, noteer het pad naar de locatie op uw vaste schijf
waar de BIOS update gedownload is. U hebt dit pad nodig wanneer u klaar bent om de
update te installeren.
OPMERKING: als de computer is aangesloten op een netwerk, raadpleegt u de
netwerkbeheerder voordat u software-updates installeert, vooral als het gaat om updates van
het systeem-BIOS.
De procedures voor de installatie van BIOS-updates kunnen verschillen. Volg de instructies die op
het scherm verschijnen nadat het downloaden is voltooid. Als er geen instructies verschijnen, gaat u
als volgt te werk:
1. Typ e in het startscherm en selecteer File Explorer.
2. Klik op de aanduiding voor de harde schijf. Dit is gewoonlijk Lokaal station (C:).
3. Maak gebruik van het eerder genoteerde pad en open de map op de harde schijf die de update
bevat.
4. Dubbelklik op het bestand met de extensie .exe (bijvoorbeeld bestandsnaam.exe).
De installatie van het BIOS begint.
5. Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.
OPMERKING: Nadat op het scherm is aangegeven dat de installatie is geslaagd, kunt u het
gedownloade bestand van de harde schijf verwijderen.
BIOS-update uitvoeren 71
System Diagnostics gebruiken
Met System Diagnostics kunt u diagnosetests uitvoeren om vast te stellen of de hardware van de
computer naar behoren werkt.
U start System Diagnostics als volgt:
1. Schakel de computer in of start de computer opnieuw op, druk snel op esc en druk vervolgens
op f2.
2. Klik op de diagnosetest die u wilt uitvoeren en volg de instructies op het scherm.
OPMERKING: Als u een diagnosetest wilt stoppen, drukt u op esc.
72 Hoofdstuk 10 Setup Utility (BIOS) en System Diagnostics gebruiken
11 Back-ups maken, herstellen en
terugzetten
De computer is voorzien van hulpmiddelen die HP en het besturingssysteem bieden om u te helpen
uw informatie te beschermen en indien nodig te herstellen. Met deze hulpmiddelen kunt u de
computer terugbrengen naar een goede werkende toestand of zelfs naar de oorspronkelijke
fabriekstoestand. Dit alles met eenvoudige stappen.
De volgende processen komen in dit hoofdstuk aan bod:
Herstelmedia en back-ups maken
Het systeem herstellen
OPMERKING: In deze handleiding staat een overzicht beschreven van opties voor het maken van
back-ups en het herstellen. Zie Help en ondersteuning voor meer details over de geboden
hulpmiddelen. Typ h op het startscherm en selecteer Help en ondersteuning.
Herstelmedia en back-ups maken
In het geval van een systeemfout kunt u het systeem enkel herstellen in de staat van de recentste
back-up.
1. Maak HP Recovery-media als u de computer hebt ingesteld. Met deze stap maakt u een back-
up van de HP Recovery-partitie op de computer. De back-up kan worden gebruikt om het
oorspronkelijke besturingssysteem opnieuw te installeren wanneer de harde schijf is beschadigd
of vervangen.
HP Recovery-media die u maakt bieden de volgende herstelopties:
Systeemherstel—Installeert het originele besturingssysteem opnieuw en de programma's
die in de fabriek zijn geïnstalleerd.
Herstel van geminimaliseerde kopie—Installeert het besturingssysteem en alle aan
hardware gerelateerde stuurprogramma's en software opnieuw, maar geen andere
softwaretoepassingen.
Herstel naar de fabrieksinstellingen: hiermee herstelt u de computer naar de
oorspronkelijke fabrieksinstellingen door alle gegevens van de harde schijf te verwijderen
en deze opnieuw te partitioneren. Vervolgens worden het besturingssysteem en de
software die in de fabriek is geïnstalleerd opnieuw geïnstalleerd.
Herstelmedia en back-ups maken 73
Zie HP Herstelmedia maken op pagina 74.
2. Maak systeemherstelpunten wanneer u hardware en softwareapplicaties toevoegt. Een
systeemherstelpunt is een 'momentopname' van de vaste schijf dat op een bepaald tijdstip door
Windows Systeemherstel wordt opgeslagen. Een systeemherstelpunt bevat informatie die
Windows gebruikt, zoals registerinstellingen. Windows maakt automatisch een
systeemherstelpunt tijdens een Windows-update en andere
systeemonderhoudswerkzaamheden (zoals een software-update, beveiligingsscans of
systeemdiagnoses). U kunt op elk gewenst moment handmatig een systeemherstelpunt maken.
Voor meer informatie en stappen om specifieke systeemherstelpunten te maken, zie Help en
Ondersteuning. Typ h in het startscherm en selecteer Help en ondersteuning.
3. Maak een back-up van uw persoonlijke bestanden wanneer u foto's, video's, muziek en andere
persoonlijke bestanden toevoegt. Windows Bestandsgeschiedenis kan zo worden ingesteld dat
er regelmatig en automatisch back-ups worden gemaakt van bibliotheken, het bureaublad,
contactpersonen en favorieten. Als u per ongeluk bestanden van de vaste schijf verwijderd en u
kunt deze bestanden niet meer uit de Prullenbak herstellen, of als bestanden beschadigd raken,
kunt u de bestanden waarvan u met Bestandsgeschiedenis een back-up hebt gemaakt
herstellen. Het herstellen van bestanden is ook zinvol wanneer u de computer opnieuw wilt
instellen door Windows opnieuw te installeren of als u het oorspronkelijke systeem wilt herstellen
met HP Recovery Manager.
OPMERKING: Bestandsgeschiedenis is standaard uitgeschakeld, dus moet de voorziening
worden ingeschakeld.
Zie Help en ondersteuning voor meer informatie over en de procedure voor het inschakelen van
Windows Bestandsgeschiedenis. Typ h op het startscherm en selecteer Help en
ondersteuning.
HP Herstelmedia maken
HP Recovery Manager is een softwareprogramma dat een manier biedt om herstelmedia te maken,
nadat u de computer hebt ingesteld. HP Recovery-media kunt u gebruiken om een
systeemherstelprocedure uit te voeren als de vaste schijf beschadigd raakt. Met Systeemherstel
installeert u het oorspronkelijke besturingssysteem en de programma's die in de fabriek zijn
geïnstalleerd en configureert u de instellingen van de programma's. HP Recovery-media kunnen ook
gebruikt worden om het systeem aan te passen of te helpen bij het vervangen van een harde schijf.
U kunt slechts één set HP Recovery-media maken. Wees voorzichtig met deze herstelmiddelen
en bewaar ze op een veilige plaats.
HP Recovery Manager onderzoekt de computer en bepaalt de benodigde opslagcapaciteit voor
de lege USB-flashdrive of het benodigde aantal lege dvd-schijven.
Om herstelschijven te maken, moet uw computer beschikken over een vaste schijf met de
mogelijkheid dvd's te schrijven, en dient u uitsluitend lege dvd-r, dvd+r, dvd-r dl of dvd+r dl-
schijven te gebruiken. Gebruik geen lees/schrijf-schijven zoals cd±rw, dvd±rw, dubbellaags dvd
±rw of bd-re (herschrijfbare Blu-ray-schijven); deze zijn niet compatibel met de HP Recovery
Manager software. U kunt echter ook een lege USB-flashdrive van hoge kwaliteit gebruiken.
Als de computer geen geïntegreerde optischeschijfeenheid met dvd-schrijfondersteuning heeft,
maar u wilt dvd-herstelmedia maken, kunt u een (afzonderlijk aan te schaffen) externe
optischeschijfeenheid gebruiken om herstelschijven te maken of kunt u herstelschijven voor de
computer aanvragen via de website van HP. Voor ondersteuning in de VS gaat u naar
http://www.hp.com/go/contactHP. Voor wereldwijde ondersteuning gaat u naar
http://welcome.hp.com/country/us/en/wwcontact_us.html. Als u een externe
optischeschijfeenheid gebruikt, moet die direct zijn aangesloten op een USB-poort op de
74 Hoofdstuk 11 Back-ups maken, herstellen en terugzetten
computer; het station kan niet worden aangesloten op een USB-poort op een extern apparaat,
zoals een USB-hub.
Zorg ervoor dat de computer is aangesloten op een netvoedingsbron voordat u de herstelmedia
maakt.
Dit proces kan een uur of langer duren. Onderbreek het proces niet.
U kunt het programma eventueel afsluiten voordat u klaar bent met het maken van alle herstel-
dvd's. HP Recovery Manager zal de huidige dvd branden. De volgende keer dat u HP Recovery
Manager start, wordt u verzocht door te gaan, waarna de resterende schijven worden gebrand.
HP Herstelmedia maken:
1. Typ herstel op het startscherm en selecteer HP Recovery Manager.
2. Selecteer Herstelmedia maken en volg daarna de instructies op het scherm.
Als u het systeem ooit moet herstellen, raadpleegt u
Herstellen met HP Recovery Manager
op pagina 77.
Herstellen
Er zijn verschillende opties om uw systeem te herstellen. Kies de methode die het beste bij uw
situatie en expertise past:
Als u uw persoonlijke bestanden en gegeven moet herstellen, kunt u Windows
Bestandsgeschiedenis gebruiken om uw gegevens te herstellen vanaf de back-ups die u hebt
gemaakt. Zie Help en ondersteuning voor meer informatie en de stappen voor het gebruik van
Bestandsgeschiedenis. Typ h in het startscherm en selecteer Help en ondersteuning.
Als u een probleem met een vooraf geïnstalleerd(e) toepassing of stuurprogramma moet
oplossen, gebruikt u de optie Stuurprogramma's en toepassingen opnieuw installeren van HP
Recovery Manager om de afzonderlijke toepassing of het afzonderlijke stuurprogramma
opnieuw te installeren.
Typ herstel op het startscherm, selecteer HP Herstelbeheer en selecteer daarna Stations en
toepassingen opnieuw installeren en volg de instructies op het scherm.
Als u het systeem wilt herstellen naar een vorige staat zonder persoonlijke gegevens te
verliezen, is Windows Systeemherstel een optie. Met Systeemherstel kunt u herstellen zonder
de vereisten van Windows Vernieuwen of het opnieuw installeren. Windows maakt automatisch
systeemherstelpunten tijdens een Windows-update en andere
systeemonderhoudsgebeurtenissen. Ook als u niet handmatig een herstelpunt hebt gemaakt,
kunt u ervoor kiezen te herstellen naar een vorig, automatisch gemaakt punt. Zie Help en
ondersteuning voor meer informatie en de stappen voor het gebruik van Windows
Systeemherstel. Typ h op het startscherm en selecteer Help en ondersteuning.
Als u het systeem snel en gemakkelijk wilt herstellen zonder uw persoonlijke gegevens,
instellingen of apps te verliezen die vooraf op uw computer waren geïnstalleerd of die u had
aangekocht in de Windows Store, kunt u Windows Vernieuwen in overweging nemen. Voor deze
optie hoeft er geen back-up van gegevens te worden gemaakt op een ander station. Zie
Windows Vernieuwen gebruiken voor snel en eenvoudig herstel op pagina 76.
Als u de computer weer in de oorspronkelijke toestand wilt brengen, biedt Windows u daarvoor
een eenvoudige methode waarbij alle persoonlijke gegevens, apps en instellingen van de
computer worden verwijderd en Windows opnieuw wordt geïnstalleerd.
Zie
Alles verwijderen en Windows opnieuw installeren op pagina 76 voor meer informatie.
Herstellen 75
Als u uw computer opnieuw wilt instellen met een geminimaliseerde afbeelding, kunt u de optie
HP Minimized Image Recovery kiezen uit de HP Recovery-partitie (alleen bepaalde modellen) of
HP Recovery-media. Met herstel van geminimaliseerde kopieën worden alleen
stuurprogramma's en hardware activerende toepassingen geïnstalleerd. Andere toepassingen in
de kopie blijven beschikbaar voor installatie via de optie Stuurprogramma's en toepassingen
opnieuw installeren in HP Recovery Manager.
Zie
Herstellen met HP Recovery Manager op pagina 77 voor meer informatie.
Als u de oorspronkelijke fabriekspartitionering en -inhoud van de computer wilt herstellen, kunt u
de optie Systeemherstel van de HP Recovery-media kiezen. Zie
Herstellen met HP Recovery
Manager op pagina 77 voor meer informatie.
Als u de harde schijf hebt vervangen, kunt u de optie Fabrieksinstellingen van HP Recovery-
media gebruiken om de fabriekskopie te herstellen op het vervangende station. Zie
Herstellen
met HP Recovery Manager op pagina 77 voor meer informatie.
Als u de herstelpartitie wilt verwijderen om vrije ruimte terug te winnen, biedt HP Recovery
Manager de optie Herstelpartitie verwijderen.
Zie
HP herstelpartitie verwijderen op pagina 79 voor meer informatie.
Windows Vernieuwen gebruiken voor snel en eenvoudig herstel
Als uw computer niet goed werkt en uw systeem moet opnieuw stabiel worden, kunt u de optie
Windows Vernieuwen starten om vernieuwd te starten en wat u belangrijk vindt te houden.
BELANGRIJK: Met Vernieuwen worden traditionele toepassingen verwijderd die in de fabriek
oorspronkelijk niet op het systeem waren geïnstalleerd.
OPMERKING: Tijdens Vernieuwen wordt een lijst met verwijderde traditionele toepassingen
opgeslagen, zodat u snel kunt zien wat u misschien opnieuw moet installeren. Zie Help en
ondersteuning voor instructies over het opnieuw installeren van traditionele toepassingen. Typ h op
het startscherm en selecteer Help en ondersteuning.
OPMERKING: Mogelijk wordt bij gebruik van Vernieuwen om uw toestemming of wachtwoord
gevraagd. Zie Help en ondersteuning voor meer informatie. Typ h op het startscherm en selecteer
Help en ondersteuning.
U start Vernieuwen als volgt:
1. Wijs de rechterbovenhoek of -benedenhoek van het startscherm aan om de charms weer te
geven.
2. Klik op Instellingen.
3. Klik op Pc-instellingen wijzigen in de hoek rechtsonder in het scherm en selecteer Algemeen
in het pc-instellingenscherm.
4. Schuif de opties aan de rechterkant naar beneden om Vernieuw de pc zonder dat dit van
invloed is op bestanden weer te geven.
5. Selecteer onder Vernieuw de pc zonder dat dit van invloed is op bestanden de optie Aan de
slag en volg de instructies op het scherm.
Alles verwijderen en Windows opnieuw installeren
Soms wilt u een gedetailleerde herformattering van de computer uitvoeren of wilt u persoonlijke
informatie verwijderen voordat u de computer wegdoet of recyclet. Het in dit gedeelte beschreven
proces biedt een snelle en eenvoudige manier om de oorspronkelijke toestand van de computer te
76 Hoofdstuk 11 Back-ups maken, herstellen en terugzetten
herstellen. Deze optie verwijdert alle persoonlijke gegevens, apps en instellingen van de computer en
installeert Windows opnieuw.
BELANGRIJK: Deze optie biedt geen back-ups van uw gegevens. Maak voor u deze optie gebruikt
back-ups van persoonlijke gegevens die u wilt behouden.
U kunt deze optie initiëren door gebruik te maken van de toets f11 of via het startscherm.
U gebruikt de toest f11 als volgt:
1. Druk op f11 terwijl de computer wordt opgestart.
– of –
Houd f11 ingedrukt als u op de aan/uit-knop drukt.
2. Kies de toetsenbordindeling.
3. Selecteer Probleemoplossing in het menu opstartopties.
4. Selecteer Fabrieksherstel uitvoeren en volg de instructies op het scherm.
U gebruikt het opstartscherm als volgt:
1. Wijs de rechterbovenhoek of -benedenhoek van het startscherm aan om de charms weer te
geven.
2. Klik op Instellingen.
3. Klik op Pc-instellingen wijzigen in de hoek rechtsonder in het scherm en selecteer Algemeen
in het pc-instellingenscherm.
4. Schuif de opties aan de rechterkant naar beneden om Alles verwijderen en Windows
opnieuw installeren.
5. Selecteer onder Alles verwijderen en Windows opnieuw installeren Aan de slag en volg de
instructies op het scherm.
Herstellen met HP Recovery Manager
Met HP Recovery Manager herstelt u de computer in de oorspronkelijke fabriekstoestand. Als u de
gemaakte HP-herstelmedia gebruikt, kunt u uit een van de volgende herstelopties kiezen:
Systeemherstel—Installeert het originele besturingssysteem opnieuw en configureert de
instellingen vervolgens voor de programma's die in de fabriek zijn geïnstalleerd.
Herstel van geminimaliseerde kopie—Installeert het besturingssysteem en alle aan hardware
gerelateerde stuurprogramma's en software opnieuw, maar geen andere softwaretoepassingen.
Herstel naar de fabrieksinstellingen: hiermee herstelt u de computer naar de oorspronkelijke
fabrieksinstellingen door alle gegevens van de harde schijf te verwijderen en deze opnieuw te
partitioneren. Vervolgens worden het besturingssysteem en de software die in de fabriek is
geïnstalleerd opnieuw geïnstalleerd.
Met de HP Recovery-partitie (alleen bepaalde modellen) is alleen herstel van geminimaliseerde
kopieën mogelijk.
Herstellen 77
Wat u moet weten
HP Recovery Manager herstelt alleen software die in de fabriek is geïnstalleerd. Voor software
die niet bij deze computer is meegeleverd, moet de software worden gedownload van de
website van de fabrikant of moet de software opnieuw worden geïnstalleerd vanaf de media die
door de fabrikant is geleverd.
Herstel met HP Recovery Manager moet worden gebruikt als laatste redmiddel om
computerproblemen op te lossen.
HP Recovery-media moeten gebruikt worden als de harde schijf van de computer niet werkt.
Om gebruik te maken van de opties Fabrieksinstellingen of Systeemherstel moet u HP
Recovery-media gebruiken.
Als de HR Recovery-media niet werken, kunt u herstelmedia voor uw systeem aanvragen op de
website van HP. Voor ondersteuning in de VS gaat u naar
http://www.hp.com/go/contactHP.
Voor wereldwijde ondersteuning gaat u naar
http://welcome.hp.com/country/us/en/
wwcontact_us.html.
BELANGRIJK: HP Recovery Manager maakt niet automatisch back-ups van uw persoonlijke
gegevens. Maak voor u gaat herstellen back-ups van persoonlijke gegevens die u wilt behouden.
U kunt met HP Herstelpartitie een geminimaliseerde installatiekopie gebruiken (alleen
bepaalde modellen)
Met de HP Recovery-partitie (alleen bepaalde modellen) kunt u een geminimaliseerde kopie
herstellen zonder dat u herstelschijven of een herstel-USB-flashdrive nodig heeft. Dit type herstelactie
kan alleen worden gebruikt als de vaste schijf nog werkt.
HP Recovery Manager via de HP herstelpartitie starten:
1. Druk op f11 terwijl de computer wordt opgestart.
– of –
Houd f11 ingedrukt als u op de aan/uit-knop drukt.
2. Kies de toetsenbordindeling.
3. Selecteer Probleemoplossing in het menu opstartopties.
4. Selecteer HP Recovery Manager en volg de instructies op het scherm.
78 Hoofdstuk 11 Back-ups maken, herstellen en terugzetten
HP Herstelmedia gebruiken om te herstellen
U kunt HP Recovery-media gebruiken om het originele systeem te herstellen. Deze methode kan
gebruikt worden als uw systeem geen HP Recovery-partitie heeft of als de harde schijf niet goed
werkt.
1. Maak indien mogelijk een back-up van al uw persoonlijke bestanden.
2. Plaats de eerste HP Recovery-schijf die u hebt gemaakt in de optische-schijfeenheid van de
computer of in een optionele externe optische-schijfeenheid en start de computer opnieuw op.
– of –
Plaats de HP Recovery-USB-flashdrive die u hebt gemaakt in een USB-poort van de computer
en start de computer opnieuw op.
OPMERKING: als de computer niet automatisch opnieuw opstart in HP Recovery Manager,
wijzigt u de opstartvolgorde van de computer. Zie
Opstartvolgorde van de computer wijzigen
op pagina 79.
3. Volg de instructies op het scherm.
Opstartvolgorde van de computer wijzigen
Als de computer niet opnieuw start in HP Recovery Manager kunt u de opstartvolgorde van de
computer wijzigen. Dat is de volgorde van in het BIOS vermelde apparaten waar de computer
opstartgegevens zoekt. U kunt de selectie wijzigen voor een optische schijf of een USB-flashdrive.
Voor het wijzigen van de opstartvolgorde:
1. Plaats de HP Recovery-media die u hebt gemaakt.
2. Start de computer opnieuw op, druk snel op esc en druk op f9 om de opstartopties weer te
geven.
3. Selecteer de optische schijf of de USB-flashdrive waar u vanaf wilt opstarten.
4. Volg de instructies op het scherm.
HP herstelpartitie verwijderen
Met HP Recovery Manager-software kunt u de HP Recovery-partitie verwijderen om schijfruimte vrij
te maken.
BELANGRIJK: Als u de HP Recovery-partitie verwijdert, kunt u niet langer gebruikmaken van
Windows Vernieuwen, de Windows-optie Alles verwijderen en Windows opnieuw installeren of de HP
Recovery Manager-optie om geminimaliseerde kopieën te herstellen. Maak HP Recovery-media voor
u de Recovery-partitie verwijdert om te zorgen dat u herstelopties hebt; zie
HP Herstelmedia maken
op pagina 74.
Volg de volgende stappen om de HP Recovery-partitie te verwijderen:
1. Typ herstel op het startscherm en selecteer HP Recovery Manager.
2. Selecteer Herstelpartitie verwijderen en volg daarna de instructies op het scherm.
Herstellen 79
12 Specificaties
Invoerstroom
De gegevens over elektrische voeding in dit gedeelte kunnen van pas komen als u internationaal wilt
reizen met de computer.
De computer werkt op gelijkstroom, die kan worden geleverd via netvoeding of via een voedingsbron
voor gelijkstroom. De netvoedingsbron moet 100-240 V, 50-60 Hz als nominale specificaties hebben.
Hoewel de computer kan worden gevoed via een aparte gelijkstroomvoedingsbron, wordt u dringend
aangeraden de computer alleen aan te sluiten via een netvoedingsadapter of een gelijkstroombron
die door HP is geleverd en goedgekeurd voor gebruik met deze computer.
De computer is geschikt voor gelijkstroom binnen de volgende specificaties. Bedrijfsnetspanning en
werkstroom variëren per platform.
Ingangsvermogen Capaciteit
Netspanning in bedrijf en werkstroom 19,5 V gelijkstroom bij 3,33 A - 65 W
19,5 V gelijkstroom bij 4,62 A - 90 W
Gelijkstroomstekker van externe HP
voeding
OPMERKING: dit product is ontworpen voor IT-elektriciteitsnetten in Noorwegen met een fase-
fasespanning van maximaal 240 V wisselspanning.
OPMERKING: de bedrijfsspanning en werkstroom van de computer vindt u op het label met
kennisgevingen.
Werkomgeving
Factor Metrisch VS
Temperatuur
In bedrijf 5°C tot 35°C 41°F tot 95°F
Buiten bedrijf -20°C tot 60°C -4°F tot 140°F
Relatieve luchtvochtigheid (zonder condensatie)
In bedrijf 10% tot 90% 10% tot 90%
Buiten bedrijf 5% tot 95% 5% tot 95%
Maximale hoogte (zonder drukcabine)
80 Hoofdstuk 12 Specificaties
In bedrijf -15 m tot 3048 m -50 ft tot 10.000 ft
Buiten bedrijf -15 m tot 12.192 m -50 ft tot 40.000 ft
Werkomgeving 81
13 Elektrostatische ontlading
Elektrostatische ontlading is het vrijkomen van statische elektriciteit wanneer twee objecten met
elkaar in aanraking komen, bijvoorbeeld de schok die u krijgt wanneer u over tapijt loopt en
vervolgens een metalen deurklink aanraakt.
Elektronische onderdelen kunnen worden beschadigd door de ontlading van statische elektriciteit
vanaf vingers of andere elektrostatische geleiders. Neem de volgende voorschriften in acht om het
risico van schade aan de computer of een schijfeenheid, of verlies van gegevens te beperken:
Als u de computer moet loskoppelen met het oog op instructies voor het verwijderen of
installeren van onderdelen, moet u voor een goede aarding zorgen voordat u de computer
loskoppelt. Pas daarna kunt u de behuizing openen.
Houd onderdelen in de antistatische verpakking totdat u klaar bent om ze te installeren.
Raak geen pinnen, aansluitingen en circuits aan. Zorg dat u elektronische onderdelen zo weinig
mogelijk hoeft aan te raken.
Gebruik niet-magnetische gereedschappen.
Raak voordat u de onderdelen aanraakt, een ongeverfd metalen oppervlak aan, zodat u niet
statisch geladen bent.
Als u een onderdeel verwijdert, plaatst u dit in een antistatische verpakking.
82 Hoofdstuk 13 Elektrostatische ontlading
Index
A
aan/uit-knop herkennen 13
aan/uit-lampjes herkennen 8, 11
aansluitingen
audio-uitgang (hoofdtelefoon)
7, 26
netwerk 6
RJ-45 (netwerk) 6
accu
afvoeren 45
lage acculading 44
ontladen 43
opbergen 44
vervangen 45
Accugegevens zoeken 43
accu opbergen 44
accutemperatuur 44
accuvoeding 42
actietoetsen
afspelen, onderbreken,
hervatten 37
draadloos 37
helderheid van het scherm
verhogen 37
helderheid van het scherm
verlagen 37
Help en ondersteuning 37
herkennen 14
schakelen tussen
schermweergaven 37
volgende track of sectie 37
volume dempen 37
volume omhoog 37
volume omlaag 37
vorige track of sectie 37
afsluiten 47
Alles verwijderen en Windows
opnieuw installeren 76
antivirussoftware, gebruiken 67
audiofuncties, controleren 27
audiofuncties controleren 27
audio-uitgangen (hoofdtelefoon)
7, 26
audio voor HDMI configureren 30
B
back-up
persoonlijke bestanden 74
back-up maken van software en
gegevens 68
back-ups 73
Batterijklep herkennen 15
bedieningselementen voor
draadloze communicatie
besturingssysteem 18
knop 18
software draadloze assistent
18
bedrijfs-WLAN-verbinding 22
beveiligingskabelslot, installeren
68
beveiliging voor draadloze
communicatie 21
bevestigingspunt voor de
beveiligingskabel herkennen 6
BIOS
bijwerken 70
een update downloaden 71
versie vaststellen 70
Bluetooth-apparaat 18, 23
Bluetooth-label 17
bovenkant
bovenkant 10
C
Caps Lock-lampje herkennen 12
certificeringlabel voor draadloze
communicatie 17
computer, reizen 44
computer opnieuw instellen 76
connector, netvoeding 6
CyberLink PowerDVD 30
D
de computer schoonmaken 63
de computer uitschakelen 47
digitale kaart
plaatsen 49
Disk Cleanup software 60
Disk Defragmenter software 59
draadloos netwerk (WLAN)
Bedrijfs-WLAN-verbinding 22
benodigde apparatuur 21
beveiliging 21
functioneel bereik 22
gebruiken 20
openbare WLAN-verbinding
22
verbinding maken 22
draadloze netwerk, beveiligen 68
E
elektrostatische ontlading 82
esc-toets herkennen 14
essentiële beveiligingsupdates
installeren 67
externe-monitorpoort 28
externemonitorpoort herkennen
7, 26
externe netvoeding gebruiken
45
F
Firewallsoftware 67
fn-toets herkennen 14, 38
G
geheugenmodule
herkennen 16
plaatsen 62
vervangen 60
verwijderen 61
geheugenmodule onderhoudsklep,
verwijderen 61
geïntegreerd numeriek toetsenblok
herkennen 14, 39
geminimaliseerde
installatiekopie 78
maken 77
H
harde schijf herkennen 16
harde schijf-lampje 8
HDMI
audio configureren 30
HDMI-poort, aansluiten 29
HDMI-poort herkennen 7, 26
herstel 75, 76
HP Recovery Manager 77
media 79
met HP herstelmedia 75
schijven 79
starten 78
systeem 77
USB-flashdrive 79
herstel-
ondersteunde schijven 74
schijven 74
herstellen
Windows
Bestandsgeschiedenis 75
herstelmedia
maken 74
maken met HP Recovery
Manager 75
herstelpartitie 78
verwijderen 79
high-definitionapparaten,
aansluiten 30
high-definitionapparatuur,
aansluiten 29
hoofdtelefoons, aansluiten 27
hotkeys
beschrijving 38
hotkeys op het toetsenbord
herkennen 38
HP 3D DriveGuard 59
HP herstelmedia
herstel 79
HP Herstelmedia
maken 74
HP herstelpartitie
verwijderen 79
HP Herstelpartitie 78
herstel 78
HP Recovery Manager 77
opstartproblemen herstellen
79
starten 78
hubs 48
I
indicator voor draadloze
communicatie 18
installeren
essentiële
beveiligingsupdates 67
optioneel
beveiligingskabelslot 68
Instelling wachtwoordbeveiliging
op activeren 41
Intel Wireless Display 30
Intel Wireless Music 30
interne beeldschermschakelaar
herkennen 9
interne microfoon herkennen 9,
25
Internetbeveiligingssoftware,
gebruiken 67
Internetverbinding instellen 21
invoerstroom 80
K
kabels
USB 49
knoppen
links Touchpad 10
rechts Touchpad 10
voeding 13
knop voor draadloze
communicatie 18
kritiek lage acculading 44
L
labels
Bluetooth 17
certificeringlabel voor draadloze
communicatie 17
serienummer 16
service 16
voorschriften 17
WLAN 17
lade 52
lage acculading 44
lampjes
aan/uit 8, 11
Caps Lock 12
draadloze verbinding 12
harde schijf 8
mute 11
Netvoedingsadapter 6
lampje voor de draadloze
verbinding 12
Leuke dingen om te doen 1
luchthavenbeveiligingsapparatuu
r56
luidsprekers, aansluiten 27
luidsprekers herkennen 13, 26
M
Mediasleuf herkennen 7
microfoon, aansluiten 27
muis, extern
Voorkeuren instellen 31
mutelampje herkennen 11
N
Netvoedingsadapter 6
netvoedingsadapter testen 46
netwerkaansluiting herkennen 6
Num Lock-toets herkennen 14,
39
O
onderdelen
linkerkant 6
rechterzijde 6
onderhoud
Disk Cleanup 60
Disk Defragmenter 59
onderkant 17
onderkant 15
ondersteunde schijven
herstel- 74
ontgrendeling accu 16
ontgrendeling van de accu 16
openbare WLAN-verbinding 22
opnieuw instellen
computer 75, 76
stappen 76
opstartvolgorde
HP Recovery Manager
aanpassen 79
optische schijf
plaatsen 52
verwijderen 52
optischeschijfeenheid
herkennen 6
origineel systeemherstel 77
P
poorten
externe monitor 7, 26, 28
HDMI 7, 26, 29
Intel Wireless Display 30
Intel Wireless Music 30
USB 2.0 6, 25
USB 3.0 7, 26
VGA 28
PowerDVD 30
productnaam en -nummer,
computer 16
R
recyclen
computer 75, 76
reizen met de computer 17, 44,
63
RJ-45-(netwerk)aansluiting
herkennen 6
S
schuivende Touchpadbeweging
32
serienummer 16
serienummer, computer 16
servicelabels
zoeken 16
Setup Utility (BIOS)
wachtwoorden 66
Slaapstand
activeren 41
beëindigen 41
sleuven
beveiligingskabel 6
Digitale media 7
sluimerstand
geactiveerd tijdens kritiek laag
niveau van de acculading 44
Sluimerstand
afsluiten 41
inschakelen 41
sneltoetsen
gebruiken 38
systeeminformatie
weergeven 38
sneltoets systeeminformatie 38
software
CyberLink PowerDVD 30
Disk Cleanup 60
Disk Defragmenter 59
software draadloze assistent 18
software-updates, installeren 67
software-updates van HP en
derden, installeren 68
systeemherstel 77
systeemherstelpunt
herstellen 75
maken 74
systeem reageert niet 47
T
temperatuur 44
toetsen
actie 14
esc 14
fn 14
Num Lock 14, 39
Windows-logo 14
Touchpad
knoppen 10
Touchpadbeweging draaien 33
Touchpadbewegingen
draaien 33
knijpen 33
schuiven 32
zoomen 33
Touchpadbeweging knijpen 33
Touchpadbeweging zoomen 33
Touchpad zone herkennen 10
transporteren van de computer
63
U
Uitwerpknop van de optische schijf
herkennen 6
USB 2.0-poorten herkennen 6,
25
USB 3.0-poorten herkennen 7,
26
USB-apparaten
aansluiten 48
omschrijving 48
verwijderen 49
USB-hubs 48
USB-kabel aansluiten 49
uw computer onderhouden 63
V
van het beeldscherm
beeldscherm 8
vaste schijf
HP 3D DriveGuard 59
ventilatieopeningen herkennen 7,
15
verbinding maken met een
WLAN 22
vernieuwen 76
computer 75
verwijderde bestanden
herstellen 75
VGA-poort, aansluiten 28
video 28
voeding
accu 42
voedingsconnector herkennen 6
W
wachtwoorden
Setup Utility (BIOS) 66
Windows 66
wachtwoorden gebruiken 65
webcam
gebruiken 26
herkennen 25
webcam herkennen 9, 25
webcamlampje, herkennen 25
webcamlampje herkennen 9
werkomgeving 80
wettelijke voorschriften
certificeringlabels voor
draadloze communicatie 17
voorschriftenlabel 17
Windows
back-up 74
bestanden herstellen 75
Bestandsgeschiedenis 74, 75
opnieuw installeren 75, 76
opnieuw instellen 76
optie Alles verwijderen en
opnieuw installeren 76
systeemherstelpunt 74, 75
Vernieuwen 75, 76
Windows-toets herkennen 14
Windows-wachtwoorden 66
WLAN-antennes herkennen 9
WLAN-apparaat 17, 20
WLAN instellen 21
WLAN-label 17
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95

HP Pavilion 17-e100 Notebook PC series Handleiding

Categorie
Notitieboekjes
Type
Handleiding