Miller MG162540U de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Lasstroombron
AlumaPower 450 MPa
OM-257219P/dut 201603
Processen
Beschrijving
www.MillerWelds.com
MIG/MAG lassen (GTAW)
Pulserende MIG (GMAW-P)
(400 Volt Modellen) CE
HANDLEIDING
Miller Electric maakt een complete lijn
lasapparaten en aanverwante
lasproducten. Wilt u meer informatie
over de andere kwaliteitsproducten van Miller, neem dan contact op met uw
Miller-leverancier. Hij heeft de nieuwste overzichtscatalogus en afzonderlijke
productleaflets voor u.
Bedankt en gefeliciteerd dat u voor Miller hebt gekozen. Nu kunt u aan de
slag en alles meteen goed doen. Wij weten dat u geen tijd heeft om het an-
ders dan meteen goed te doen.
Om die reden zorgde Niels Miller, toen hij in 1929 voor het eerst met het
bouwen van booglasapparatuur begon, er dan ook voor dat zijn producten
lang meegingen en van superieure kwaliteit waren. Net als u nu konden
zijn klanten toen zich geen mindere kwaliteit veroorloven. De producten
van Miller moesten het beste van het beste zijn. Zij moesten gewoon het
allerbeste zijn dat er te koop was.
Tegenwoordig zetten de mensen die Miller-producten bouwen en verkopen
die traditie voort. Ook zij zijn vastbesloten om apparatuur en service te
bieden die voldoet aan de hoge kwaliteits- en prestatiestandaards die in
1929 zijn vastgelegd.
Deze handleiding voor de eigenaar is gemaakt om u optimaal gebruik te
kunnen laten maken van uw Miller-producten. Neem even de tijd om de
veiligheidsvoorschriften door te lezen. Ze helpen u om uzelf te beschermen
tegen mogelijke gevaren op de werkplek. We hebben ervoor gezorgd, dat u
de apparatuur snel en gemakkelijk kunt installeren. Bij Miller kunt u reke-
nen op jarenlange betrouwbare service en goed
onderhoud. En mocht uw apparatuur om wat
voor reden dan ook ooit moeten worden gerepa-
reerd, dan kunt u in het hoofdstuk Onderhoud &
Storingen precies nagaan wat het probleem is.
Aan de hand van de onderdelenlijst kunt u bepa-
len welk onderdeel u precies nodig hebt om het
probleem te verhelpen. Ook vindt u de garantie
en de onderhoudsinformatie voor uw specifieke
model bijgesloten.
Miller was de allereerste
fabrikant van lasapparatuur in
de VS die het ISO 9001
kwaliteitscertificaat behaal-
de.
Elke krachtbron van Miller
gaat vergezeld de meest
probleemloze garantie in
onze bedrijfstak u werkt er
hard genoeg voor.
Van Miller voor u
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DIT VÓÓR GEBRUIK 1....................
1-1. De betekenis van de symbolen 1.........................................................
1-2. De risico’s van het booglassen 1.........................................................
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud 3.............................
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen 4..................................................
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften 5...................................................
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie) 5.........................
HOOFDSTUK 2 DEFINITIES 7...............................................................
2-1. Aanvullende veiligheidssymbolen en definities 7............................................
2-2. Diverse symbolen en definities 9.........................................................
HOOFDSTUK 3 INLEIDING 10................................................................
3-1. Kenmerken en voordelen 10..............................................................
3-2. Boogregelingen 10......................................................................
3-3. Locatie van typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens 10..............................
3-4. Technische gegevens 10.................................................................
3-5. Afmetingen en gewicht 10................................................................
3-6. Omstandigheden gebruik en opslag 11.....................................................
3-7. Inschakelduur en oververhitting 12........................................................
3-8. Statische uitgangskarakteristieken 12......................................................
HOOFDSTUK 4 INSTALLATIE 13..............................................................
4-1. Een locatie kiezen 13....................................................................
4-2. Keuze van kabeldiameters* 14............................................................
4-3. Klemmen lasuitgangen 14................................................................
4-4. De lasstroomkabels aansluiten 15.........................................................
4-5. Informatie over de 14-pens stekkerdoos 15.................................................
4-6. 115 V AC dubbele stekkerdoos en bijhorende beveiligingen 16.................................
4-7. Leidraad voor elektrotechnisch onderhoud 17...............................................
4-8. Het aansluiten van de netvoeding 18.......................................................
HOOFDSTUK 5 ALGEMENE WERKING 20.....................................................
5-1. Voorpaneel 20.........................................................................
5-2. Menu voor configuratieopties 21...........................................................
HOOFDSTUK 6 GMAW/GMAW-P/FCAW WERKING 23...........................................
6-1. Standaard aansluiting voor draadaanvoerapparaten met regeling voor GMAW/GMAW-P 23.........
6-2. MIG lasstand - GMAW-proces 24.........................................................
6-3. MIG - Keuzetabel draad- en gastype 25....................................................
6-4. Pulserend MIG lasstand - GMAW-P proces 26..............................................
6-5. Pulserend MIG - Keuzetabel draad- en gastype 27...........................................
6-6. Remote Process Select (Op afstand omschakelen van het lasproces) 28........................
HOOFDSTUK 7 ONDERHOUD & PROBLEMEN VERHELPEN 29..................................
7-1. Routineonderhoud 29...................................................................
7-2. De binnenzijde van het apparaat schoonblazen 29...........................................
7-3. De behuizing verwijderen en de spanning van de ingangscondensator meten (400 V modellen) 30...
7-4. Help-meldingen 31......................................................................
7-5. Storingen 31...........................................................................
HOOFDSTUK 8 ELECTRISCH SCHEMA 32.....................................................
GARANTIE
COMPLETE ONDERDELENLIJST - www.MillerWelds.com
VERKLARING VAN CONFORMITEIT
voor producten in de Europese Gemeenschap (gemarkeerd met EC).
MILLER Electric Mfg. Co., 1635 Spencer Street Appleton, WI 54914 VS verklaart dat het product
of de producten in deze verklaring voldoen aan de basisvereisten van de genoemde richtlijn(en)
en norm(en).
Product-/apparaatidentificatie:
Product
Serienummer
ALUMAPOWER 450 MPA 400V W/AUX POWER
(CE)
907526
Richtlijnen:
2006/95/EC Low Voltage
2004/108/EC Electromagnetic Compatibility
2011/65/EU Restriction of the use of certain Hazardous Substances in electrical and electronic equipment
Normen:
IEC 609741:2012 Arc welding equipment – Part 1: Welding power sources
IEC 6097410:2007 Arc welding equipment – Part 10: Electromagnetic compatibility (EMC) requirements
Ondertekenaar:
March 5, 2015
_____________________________________ ___________________________________________
David A. Werba
Datum van verklaring
MANAGER, PRODUCTONTWERPNALEVING
257861C
EMV-GEGEVENSBLAD VOOR LASSTROOMBRON
Product-/apparaatidentificatie
Product Serienummer
XMT 450 CC/CV 400V W/AUX POWER (CE) 907525
XMT 450 MPA 400V (CE) 907468
INVISION 450 MPA 400V W/AUX POWER (CE) 907524
ALUMAPOWER 450 MPA 400V W/AUX POWER (CE) 907526
Overzicht nalevingsinformatie
Toepasbare richtlijn Richtlijn 2014/35/EU
Referentielimieten Richtlijn 2013/35/EU, aanbeveling 1999/519/EG
Toepasselijke normen IEC 62822-1:2016, IEC 62822-2:2016
Bedoeld gebruik voor bedrijfsmatig gebruik voor gebruik door leken
Voor werkplekbeoordeling moet rekening worden gehouden met niet-thermische effecten JA NEE
Voor werkplekbeoordeling moet rekening worden gehouden met thermische effecten JA NEE
Gegevens zijn gebaseerd op maximaal voedingsvermogen (geldig tenzij firmware/hardware wordt gewijzigd)
Gegevens zijn gebaseerd op slechtste-gevalinstelling/-programma (alleen geldig tot instelopties/lasprogramma
s
worden gewijzigd)
Gegevens zijn gebaseerd op meerdere instellingen/-programma's (alleen geldig tot instelopties/lasprogramma
s
worden gewijzigd)
Beroepsmatige blootstelling is beneden de blootstellingsgrenswaarden (ELV's) JA NEE
voor gezondheidseffecten bij standaardconfiguraties (indien NEE gelden specifieke
vereiste minimale afstanden)
Beroepsmatige blootstelling is beneden de blootstellingsgrenswaarden (ELV's) n.v.t. JA NEE
voor sensorische effecten bij standaardconfiguraties (indien van toepassing en bij NEE zijn
specifieke maatregelen nodig)
Beroepsmatige blootstelling is beneden de n.v.t. JA NEE
actieniveaus (AL's) bij standaardconfiguraties (indien van toepassing en bij NEE zijn
specifieke waarschuwingsborden nodig)
EMV-gegevens voor niet-thermische effecten
Blootstellingsindices (EI's) en afstanden tot lasstroomkring (voor de diverse gebruiksmodi, voor zover van toepassing)
Hoofd
Romp
Ledematen
(handen)
Ledematen
(dijen)
Sensorische
effecten
Gezondheids
effecten
Genormeerde afstand 10 cm 10 cm 10 cm 3 cm 3 cm
ELV EI op genormeerde afstand 0,27 0,23 0,36 0,21 0,47
Vereiste minimumafstand
1 cm 1 cm 2 cm 1 cm 1 cm
Afstand waarop alle beroepsmatige ELV-blootstellingsindices vallen onder 0,20 (20%) 24 cm
Afstand waarop alle ELV-blootstellingsindices voor het algemene publiek vallen onder 1,00 (100 %) 317 cm
Getest door: Tony Samimi Datum van test: 2016-03-09
275642-A
OM-257219 Pagina 1
HOOFDSTUK 1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DIT VÓÓR
GEBRUIK
dut_som_201509
7
Bescherm uzelf en anderen tegen letsel — Lees deze belangrijke veiligheidsvoorzorgsmaatregelen en bedieningsinstructies, volg ze
op en bewaar ze.
1-1. De betekenis van de symbolen
GEVAAR! Duidt op een gevaarlijke situatie die moet
worden vermeden omdat hij anders leidt tot ernstig of
dodelijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond
met bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
Duidt op een gevaarlijke situatie die moet worden ver-
meden omdat hij anders kan leiden tot ernstig of dode-
lijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond met
bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
LET OP Aanduiding voor mededelingen die niet zijn gerelateerd aan
persoonlijk letsel.
. Aanduiding voor speciale instructies.
Deze groep symbolen duidt op Waarschuwing! Kijk uit! Gevaar voor/
van mogelijke ELEKTRISCHE SCHOK, BEWEGENDE ONDERDE-
LEN en HETE ONDERDELEN. Raadpleeg de symbolen en de bijbe-
horende instructies om deze risico’s te vermijden.
1-2. De risico’s van het booglassen
Onderstaande symbolen worden in de hele handleiding ge-
bruikt om u ergens op te attenderen en om mogelijke risico’s
aan te geven. Als u een dergelijk symbool ziet, wees dan voor-
zichtig en volg de bijbehorende instructies op om problemen
te voorkomen. De veiligheidsinformatie hieronder is slechts
een samenvatting van de veiligheidsvoorschriften in Sectie
1-5. Lees en volg alle veiligheidsvoorschriften.
Alleen bevoegde personen moeten dit onderdeel installeren,
bedienen, onderhouden en repareren.
Zorg dat iedereen, en vooral kinderen, uit de buurt blijven
tijdens het gebruik van dit apparaat.
Een ELEKTRISCHE SCHOK kan do-
delijk zijn
Het aanraken van onder stroom staande onderdelen
kan fatale schokken en ernstige brandwonden
veroorzaken. De elektrode en het werkstuk staan
onder stroom als de machine ingeschakeld is. Het
voedingsgedeelte en de interne circuits van de
machine staan eveneens onder stroom als het
apparaat aan staat. Bij semi-automatisch of au-
tomatisch draadlassen staat het draad, de spoel, de
ruimte waar het lasdraad zich in de machine bevindt
en alle metalen onderdelen die in aanraking zijn met
de lasdraad onder stroom. Verkeerd geïnstalleerde
of onvoldoende geaarde installaties kunnen geva-
ren opleveren.
D Raak onderdelen die onder stroom staan niet aan
D Draag droge, isolerende handschoenen en lichaamsbescherming
zonder gaten
D Isoleer u zelf van het werkstuk en de grond door droge isolatiema-
tjes of kleden te gebruiken die groot genoeg zijn om elk contact met
de grond of het werkstuk te voorkomen
D Gebruik geen wissel(AC) uitgangsspanning in een vochtige om-
geving, als u beperkte bewegingsvrijheid hebt of als het gevaar
bestaat dat u kunt vallen
D Gebruik ALLEEN wissel (AC) uitgangsspanning als het laspro-
ces dit vereist.
D Als er wissel (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
D Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig als zich een van de vol-
gende elektrisch gevaarlijke omstandigheden voordoet: op
vochtige locaties of als u natte kleding draagt; op metalen con-
structies zoals vloeren, roosters of steigers; in een verkrampte
lichaamshouding bijvoorbeeld als u zit, knielt of ligt; of wanneer het
risico van onvermijdelijk of toevallig contact met het werkstuk of de
aarde groot is. Gebruik onder deze omstandigheden de volgende
apparatuur in de aangegeven volgorde: 1) een semiautomatisch
gelijkstroom (draad) lasapparaat met constante spanning, 2) een
handbediend gelijkstroom (elektrode) lasapparaat, of 3) een wis-
selstroom lasapparaat met een lagere spanning en open circuit. In
de meeste gevallen wordt het gebruik van een gelijkstroom lasap-
paraat met lagere spanning aanbevolen. En werk niet alleen!
D Als er wissel (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
D Zet de hoofdstroom uit of stop de motor voordat u deze installatie
installeert of nakijkt. Zet de stroom uit volgens OSHA 29 CFR
1910.147 (zie de Veiligheidsvoorschriften)
D Installeer, aard en bedien deze installatie in overeenstemming met
de Handleiding voor gebruikers en landelijke of lokale voor-
schriften.
D Controleer altijd de aarding van de voeding en wees er zeker van
dat de aardingsgeleider van de voedingskabel goed aangesloten
is op de aansluitklem van het apparaat en dat de stekker van de
kabel aangesloten is op een correct geaarde contactdoos.
D Controleer de ingaande voedingskabel en de massakabel
regelmatig op beschadigingen of blootliggende bedrading en
vervang de kabel onmiddellijk als deze beschadigd is blootlig-
gende bedrading kan dodelijk zijn.
D Houd snoeren droog, vrij van olie en vet en bescherm deze tegen
heet metaal en vonken.
D Controleer de kabel regelmatig op beschadigingen of openliggen-
de bedrading en vervang de kabel onmiddellijk als deze
beschadigd is openliggende bedrading kan dodelijk zijn.
D Zet alles af als het apparaat niet gebruikt wordt.
D Gebruik geen versleten, beschadigde, te korte of slecht verbon-
den kabels.
D Draag de kabels niet op uw lichaam.
D Als het werkstuk geaard moet worden, doe dit dan met een aparte
kabel- gebruik niet de massaklem of massakabel.
D Raak de elektrode niet aan als u in contact staat met het werkstuk,
de grond of een andere elektrode van een ander apparaat.
D Gebruik alleen goed onderhouden installaties. Repareer of ver-
vang beschadigde onderdelen onmiddellijk. Onderhoud het
apparaat zoals beschreven staat in de handleiding.
D Draag een veiligheidsharnas als u boven grond-niveau werkt
D Houd alle panelen en afdekplaten veilig op hun plaats.
D Klem de massakabel zo dicht mogelijk bij de las met een goed me-
taal-op-metaalcontact op het werkstuk of werktafel.
D Isoleer de massaklem wanneer deze niet is aangesloten op het
werkstuk om contact met een metalen object te voorkomen
D Sluit niet meer dan één elektrode of massakabel aan op één enke-
le lasbron. Haal de kabel los voor het proces dat niet wordt
gebruikt.
D Maak gebruik van aardlekbescherming wanneer u hulpapparatuur
gebruikt in vochtige of natte locaties.
OM-257219 Pagina 2
Er staat ook NA het afsluiten van de
voedingsspanning nog een AANZIENLIJKE
GELIJKSPANNING op het voedingsgedeelte van de
inverter lasstroombronnen.
D Zet de gelijkstroom-wisselstroomomzetter uit, maak de voedings-
stekker los en ontlaad de invoercondensatoren overenkomstig de
aanwijzingen in de Sectie Onderhoud, voordat u enig onderdeeel
aanraakt.
Door HETE ONDERDELEN kunnen
brandwonden ontstaan.
D Hete onderdelen niet met blote handen aan-
raken
D Laat apparatuur altijd afkoelen, voor u eraan
gaat werken.
D Gebruik de juiste gereedschappen om hete onderdelen beet te
pakken en/of draag zware geïsoleerde lashandschoenen en
kleding om brandwonden te voorkomen.
ROOK EN GASSEN kunnen gevaarlijk
zijn.
Tijdens het lassen komen rook en gassen vrij. Het
inademen hiervan kan gevaarlijk zijn voor uw
gezondheid.
D Zorg ervoor dat u niet in de rook staat. Adem de rook niet in.
D Als u binnen last, ventileer de ruimte dan goed en/of zorg dat las-
rook en gassen afgezogen worden. De aanbevolen manier om te
bepalen of er voldoende ventilatie is, is monsters te nemen van de
dampen en gassen waaraan het personeel wordt blootgesteld en
deze te analyseren op samenstelling en hoeveelheid.
D Als er een slechte ventilatie is, gebruik dan een goedgekeurd gas-
masker.
D Lees de Materiaalveiligheidsinformatiebladen en de instructies
van de fabrikant voor hechtmiddelen, coatings, schoonmaak-
middelen, slijtdelen, koelmiddelen, ontvetters, fluxpoeder en
metalen en zorg dat u alles goed begrijpt.
D Werk alleen in een beslotenruimte als deze goed geventileerd
wordt. Of als u een beademingsapparaat draagt. Zorg ervoor dat
er altijd een ervaren persoon toekijkt. Lasdampen en gassen kun-
nen lucht verdringen en het zuurstofgehalte verlagen, wat
schadelijke invloed heeft op u lichaam en zelfs dodelijk kan zijn.
Zorg voor veilige ademlucht.
D Las niet in ruimtes waar dingen worden ontvet, schoongemaakt of
waar wordt gesproeid. De hitte en stralen van de boog kunnen rea-
geren met dampen en op deze manier zwaar vergiftigde en
irriterende gassen vormen
D Las geen beklede metalen zoals gegalvaniseerd of met lood-of
cadmium bedekt staal, tenzij de bekleding verwijderd wordt van
het gedeelte dat gelast moet worden, de ruimte goed geventileerd
wordt en u, indien nodig, een gasmasker draagt. De belkedingen
en metalen die deze elementen bevatten kunnen giftige dampen
produceren als ze gelast worden.
De STRALEN UIT DE BOOG kunnen
ogen en huid verbranden
Boogstralen van het lasproces produceren zichbare
en onzichtbare (ultraviolette en infrarood) stralen die
uw ogen en huid kunnen verbranden. Tijdens het
lassen vliegen lasspatten en vonken in het rond.
D Draag tijdens het lassen of toekijken tijdens het lassen een las-
helm voorzien van een lasglas met de juiste tint om uw gezicht en
ogen tegen boogstralen en vonken te beschermen. (zie ANSI
Z49.1 en Z87.1 in de Veiligheidsvoorschriften).
D Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen onder
uw helm
D Gebruik beschermende lasgordijnen of schermen om anderen te-
gen flitsen en verblindend licht te beschermen ; waarschuw
anderen om niet in de boog te kijken.
D Draag lichaamsbescherming die is gemaakt van duurzaam
vuurbestendig materiaal (leer, zware katoen, wol). Lichaamsbe-
scherming houdt ook olievrije kleding in zoals leren
handschoenen, een zwaar overhemd, een broek zonder omslag,
hoge schoenen en een pet.
LASSEN kan brand of explosies ver-
oorzaken
Als er gelast wordt aan gesloten vaten zoals tanks,
trommels of pijpen, kunnen deze opgeblazen
worden Er kunnen vonken van de lasboog afvliegen.
De rondvliegende vonken, de temperatuur van het
werkstuk en van het gereedschap kunnen brand en brandwonden
veroorzaken. Toevallig contact van een elektrode met metalen
voorwerpen kan vonken, explosies, oververhitting of brand ver-
oorzaken. Controleer eerst of de omgeving veilig is voordat u gaat
lassen.
D Verwijder alle brandbare materialen in een straal van 10 meter van
de lasboog. Als dit niet mogelijk is, dek ze dan goed af met brand-
werende materialen.
D Las niet op plaatsen waar rondvliegende vonken brandbaar mate-
riaal kunnen raken.
D Bescherm uzelf en anderen tegen rondvliegende vonken en heet
metaal.
D Wees erop attent dat vonken en hete materialen van het laswerk
gemakkelijk door kleine hoeken en gaten naar naastliggende ruim-
tes kunnen vliegen.
D Kijk goed uit voor brand en houd een brandblusser in de buurt
D Wees erop bedacht dat bij het lassen van plafonds, vloeren, schei-
dingswanden of tussenschotten brand kan ontstaan aan de
tegenovergestelde zijde
D Las niet aan containers waarin ooit brandbare stoffen zijn opgesla-
gen of aan besloten ruimtes zoals tanks, vaten of buizen tenzij ze
voldoende voorbereid zijn conform AWS F4.1 en AWS 6.0 (zie Vei-
ligheidsvoorschriften).
D Las nooit waar de lucht brandbaar stof, gas of vloeistofdamp (bij-
voorbeeld benzinedamp) kan bevatten.
D Verbind de massakabel met het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
plaats waar gelast moet worden, zodat de lasstroom een direkte
en korte weg aflegt en elektrische schokken en brandrisico’s ver-
meden kunnen worden
D Gebruik een lasapparaat niet om bevroren pijpen te ontdooien.
D Haal de elektrode uit de elektrodehouder of knip de lasdraad af aan
de contactbuis als niet gelast wordt.
D Draag lichaamsbescherming die is gemaakt van duurzaam
vuurbestendig materiaal (leer, zware katoen, wol). Lichaamsbe-
scherming houdt ook olievrije kleding in zoals leren
handschoenen, een zwaar overhemd, een broek zonder omslag,
hoge schoenen en een pet.
D Zorg ervoor dat u geen brandbare voorwerpen zoals aanstekers of
lucifers bij u draagt als u gaat lassen.
D Inspecteer de omgeving als u klaar bent met uw werk om er zeker
van te zijn dat er geen vonken, gloeiende sintels en vlammen zijn.
D Alleen de juiste zekeringen of contactverbrekers gebruiken; geen
zwaardere nemen of deze doorverbinden.
D Volg de vereisten in OSHA 1910.252 (a) (2) (iv) en NFPA 51B voor
werken met hoge temperaturen, zorg dat er een brandmelder aan-
wezig is en dat u een blusapparaat onder handbereik hebt.
D Lees de Materiaalveiligheidsinformatiebladen en de instructies
van de fabrikant voor hechtmiddelen, coatings, schoonmaak-
middelen, slijtdelen, koelmiddelen, ontvetters, fluxpoeder en
metalen en zorg dat u alles goed begrijpt.
OM-257219 Pagina 3
RONDVLIEGEND METAAL of STOF
kan de ogen verwonden.
D Door lassen, bikken, het gebruik van draadbor-
stels en slijpen kunnen vonken en rodvliegen-
de metaal-schilfers ontstaan. Als lasrupsen af-
koelen, kunnen er slakresten rondvliegen.
D Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen, zelfs
onder uw lashelm.
GASVORMING kan schadelijk voor
de gezondheid of zelfs dodelijk zijn
D Draai de persgastoevoer dicht, wanneer u
geen gas gebruikt.
D Zorg altijd voor ventilatie in enge ruimtes of ge-
bruik goedgekeurde beademingsapparatuur
ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE
VELDEN kunnen van invloed zijn op
geïmplanteerde medische apparatuur.
D Mensen die een pacemaker of een ander
geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten uit de buurt blijven.
D Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten hun arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen
voordat ze in de buurt komen van werkzaamheden met
booglassen, puntlassen, gutsen, plasmaboogsnijden of
inductieverwarmen.
LAWAAI kan het gehoor aantasten
Lawaai van bepaalde werkzaamheden of appara-
tuur kan uw gehoor aantasten
D Draag goedgekeurde gehoorbescherming als
het geluidsniveau te hoog is
GASFLESSEN kunnen exploderen
als ze beschadigd worden
Persgasflessen bevatten gas dat onder hoge druk
staat. Als een gasfles beschadigd wordt, kan deze
exploderen. Aangezien gasflessen normaal ge-
sproken een onderdeel uitmaken van het van het
lasproces moet u er voorzichtig mee omgaan.
D Bescherm gasflessen tegen hoge temperaturen, mechanische
schokken, slak, open vuur, vonken en vlambogen.
D Plaats de gasflessen rechtop in een rek of in de laskar zodat ze
niet kunnen vallen of omkantelen.
D Houd de flessen uit de buurt van alle las- of andere stroom-
kringen
D Hang nooit een elektrodehouder over een gasfles.
D Laat nooit een laselektrode in aanraking komen met een gasfles.
D Las nooit op een gasfles onder druk; een explosie zal het gevolg
zijn.
D Gebruik het juiste beschermgas, reduceerventielen, slangen en
hulpstukken die speciaal bedoeld zijn voor een bepaalde toe-
passing; onderhoud deze en bijhorende onderdelen goed.
D Draai uw gezicht weg van de uitgang van het ventiel wanneer u
het cilinderventiel opent. Niet vóór of achter de regelaar gaan
staan wanneer u het ventiel opent.
D Laat de beschermende kap over het ventiel over het ventiel zit-
ten behalve als de fles gebruikt wordt of aangesloten is voor ge-
bruik.
D Gebruik de juiste apparatuur, de juiste procedures en een vol-
doende aantal personen om gasflessen te tillen en verplaatsen
D Lees en volg de instructies op de flessen met gecomprimeerd
gas, bijbehorend materiaal en de CGA publikatie die in de Veilig-
heidsvoorschriften staat.
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR
D Installeer of plaats het apparaat niet op, boven
of vlakbij ontbrandbare oppervlakken.
D Het apparaat niet in de buurt van brandbare
stoffen installeren.
D Overbelast de bedrading van het gebouw niet- controleer of het
voedingsnet sterk genoeg is, goed beschermd is en dit apparaat
aan kan.
VALLENDE APPARATUUR kan letsel
veroorzaken.
D Gebruik alleen het hijsoog om het apparaat op
te tillen, en NIET de laskar, gasflessen of ande-
re accessoires.
D Gebruik gereedschap met voldoende capaciteit om het apparaat
op te tillen en te ondersteunen.
D Als u hefvorken gebruikt om het apparaat te verplaatsen, zorg er
dan voor dat de vorken zo lang zijn, dat ze aan de andere kant
onder het apparaat uitsteken.
D Let er bij het werken in de open lucht op dat kabels en snoeren
niet in aanraking kunnen komen met rijdende voertuigen.
D Volg bij het handmatig optillen van zware onderdelen of
apparatuur de Amerikaanse ARBOrichtlijn getiteld
Applications Manual for the Revised NIOSH Lifting Equation
(Publication No. 94–110).
TE LANGDURIG GEBRUIK kan leiden
tot OVERVERHITTING.
D Laat het apparaat goed afkoelen; houd u aan
de nominale inschakelduur.
D Verminder de stroomsterkte of de inschakel-
duur voordat u opnieuw begint met lassen.
D Blokkeer of filter de luchtaanvoer naar het apparaat niet.
RONDVLIEGENDE LASSPATTEN
kunnen letsel veroorzaken.
D Draag gezichtsbescherming om de ogen en
het gezicht te beschermen.
D Slijp de wolfraam elektrode alleen met een slijper die voorzien is
van de juiste beschermkast en op een veilige locatie. Draag hier-
bij de juiste gezichts-, hand- en lichaamsbescherming.
D Vonken kunnen brand veroorzaken brandbare stoffen uit de
buurt houden.
STATISCHE ELEKTRICITEIT kan PC-
kaarten beschadigen
D Doe een geaarde polsband om VOORDAT u
printplaten of onderdelen aanraakt.
D Gebruik goede anti-statische zakken of dozen
voor het opslaan, verplaatsen of transporteren
van PC-printplaten.
OM-257219 Pagina 4
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken.
D Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen
D Blijf uit de buurt van afknijppunten zoals aan-
drijfrollen.
LASDRAAD kan letsel veroorzaken
D Bedien de toortsschakelaar pas als u de aan-
wijzing krijgt om dat te doen.
D Richt het pistool niet op enig lichaamsdeel, an-
dere mensen of op enig materiaal als de draad
wordt ingevoerd.
ONTPLOFFEN VAN DE ACCU kan
letsel veroorzaken.
D Gebruik het lasapparaat niet om accu’s op te
laden of om voertuigen te starten tenzij het een
acculaadvoorziening heeft die hiervoor
speciaal is bedoeld.
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken
D Blijf uit de buurt van bewegende delen zoals
ventilatoren.
D Laat deuren, panelen, deksels en beschermplaten alleen ver-
wijderen door bevoegd personeel indien nodig voor onderhoud
en storingzoeken.
D Laat deuren, panelen, deksels en beschermplaten alleen ver-
wijderen door bevoegd personeel indien nodig voor onderhoud
en storingzoeken.
D Breng eerst deuren, panelen, deksels en beschermplaten weer
aan na afloop van het onderhoud en sluit pas dan de voeding
weer aan.
LEES DE INSTRUCTIES.
D Lees nauwkeurig de gebruikershandleiding en
alle waarschuwingslabels, voordat u de
machine installeert, gebruikt of er onderhoud
aan pleegt, en volg de aanwijzingen steeds op.
Lees de veiligheidsinformatie aan het begin
van de handleiding en in elk hoofdstuk.
D Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen van de fabri-
kant.
D Voer installatie, onderhoud en service uit in overeenstemming
met de gebruikershandleidingen, de industriële normen en de
landelijke en ter plekke geldende regelgeving.
H.F. STRALING kan storingen veroor-
zaken
D Hoog-frequente straling kan storing ver-
oorzaken bij radio-navigatie, veiligheidsdien-
sten, computers en communicatie-apparatuur.
D Laat alleen bevoegde personen die bekend zijn met elektroni-
sche apparatuur deze installatie uitvoeren.
D De gebruiker is verantwoordelijk voor onmiddellijk herstel door
een bevoegd elektricien bij storingsproblemen als gevolg van de
installatie
D Als u van overheidswege klachten krijgt over storingen, stop dan
onmiddellijk met het gebruik van de apparatuur.
D Laat de installatie regelmatig nakijken en onderhouden.
D Houd deuren en panelen van hoogfrequentbronnen stevig dicht,
houd de elektrodeafstand op de juiste instelling en zorg voor aar-
ding en afscherming om de mogelijkheid van storingen tot een
minimum te beperken.
BOOGLASSEN kan interferentie
veroorzaken.
D Elektromagnetische energie kan interferentie
veroorzaken bij gevoelige elektronische
apparatuur zoals computers en
computergestuurde apparatuur zoals robots.
D Zorg ervoor dat alle apparatuur in het lasgebied elektromagne-
tisch compatibel is.
D Om mogelijke interferentie te verminderen moet u de laskabels
zo kort mogelijk houden, dicht bij elkaar en laag, bijvoorbeeld op
de vloer.
D Voer de laswerkzaamheden uit op 100 meter afstand van
gevoelige elektronische apparatuur.
D Zorg ervoor dat dit lasapparaat conform de aanwijzingen in deze
handleiding wordt geïnstalleerd en geaard.
D Als er dan nog steeds interferentie optreedt, dient de gebruiker
extra maatregelen te nemen, zoals verplaatsing van het
lasapparaat, gebruik van afgeschermde kabels, gebruik van
lijnfilters of afscherming van het werkterrein.
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen
Las- en snijapparatuur produceert dampen of gassen die che-
micaliën bevatten waarvan het de Staat Californië bekend is
dat ze geboorteafwijkingen en, in sommige gevallen, kanker
veroorzaken. (California Health & Safety Code, sectie 25249.5
en volgend.)
Dit product bevat chemicaliën, waaronder lood waarvan het
de Staat Californië bekend is dat het kanker, geboorteafwij-
kingen of andere voortplantingsproblemen veroorzaakt. Was
na gebruik uw handen.
OM-257219 Pagina 5
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, ANSI Standard Z49.1,
is available as a free download from the American Welding Society at
http://www.aws.org or purchased from Global Engineering Documents
(phone: 1-877-413-5184, website: www.global.ihs.com).
Safe Practices for the Preparation of Containers and Piping for Welding
and Cutting, American Welding Society Standard AWS F4.1, from Glob-
al Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184, website:
www.global.ihs.com).
Safe Practices for Welding and Cutting Containers that have Held Com-
bustibles, American Welding Society Standard AWS A6.0, from Global
Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184,
website: www.global.ihs.com).
National Electrical Code, NFPA Standard 70, from National Fire Protec-
tion Association, Quincy, MA 02269 (phone: 1-800-344-3555, website:
www.nfpa.org and www. sparky.org).
Safe Handling of Compressed Gases in Cylinders, CGA Pamphlet P-1,
from Compressed Gas Association, 14501 George Carter Way, Suite
103, Chantilly, VA 20151 (phone: 703-788-2700, website:www.cga-
net.com).
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, CSA Standard
W117.2, from Canadian Standards Association, Standards Sales, 5060
Spectrum Way, Suite 100, Mississauga, Ontario, Canada L4W 5NS
(phone: 800-463-6727, website: www.csagroup.org).
Safe Practice For Occupational And Educational Eye And Face Protec-
tion, ANSI Standard Z87.1, from American National Standards Institute,
25 West 43rd Street, New York, NY 10036 (phone: 212-642-4900, web-
site: www.ansi.org).
Standard for Fire Prevention During Welding, Cutting, and Other Hot
Work, NFPA Standard 51B, from National Fire Protection Association,
Quincy, MA 02269 (phone: 1-800-344-3555, website: www.nfpa.org).
OSHA, Occupational Safety and Health Standards for General Indus-
try, Title 29, Code of Federal Regulations (CFR), Part 1910, Subpart Q,
and Part 1926, Subpart J, from U.S. Government Printing Office, Super-
intendent of Documents, P.O. Box 371954, Pittsburgh, PA 15250-7954
(phone: 1-866-512-1800) (there are 10 OSHA Regional Offices—
phone for Region 5, Chicago, is 312-353-2220, website:
www.osha.gov).
Applications Manual for the Revised NIOSH Lifting Equation, The Na-
tional Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH), 1600
Clifton Rd, Atlanta, GA 30329-4027 (phone: 1-800-232-4636, website:
www.cdc.gov/NIOSH).
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie)
Elektrische stroom die door een draad stroomt veroorzaakt plaatselijk
elektrische en magnetische velden (EMV). De stroom bij booglassen
(en verwante processen zoals puntlassen, gutsen, plasmasnijden
en inductieverwarmingsprocessen) zorgt voor een elektromagnetisch
veld rondom het lascircuit. Elektromagnetische velden (EMV) kunnen
invloed hebben op medische implantaten, zoals pacemakers. Voor per-
sonen die medische implantaten hebben moeten beschermende
maatregelen worden genomen, bijv. toegangsbeperking voor pas-
santen of een risicoanalyse voor iedere afzonderlijke lasser. Beperk
bijvoorbeeld de toegang voor omstanders of voer afzonderlijke risico-
beoordelingen uit voor lassers. Alle lassers moeten de volgende
procedures naleven om zo blootstelling aan elektromagneti-
schevelden van de lasstroomkring tot een minimum te beperken:
1. Houd kabels dicht bij elkaar door ze in elkaar te twisten of vast te
plakken of gebruik kabelbescherming.
2. Kom niet met uw lichaam tussen de laskabels. Leg de kabel aan
één kant en weg van de gebruiker.
3. Rol of hang de kabels niet rond of op uw lichaam.
4. Houd hoofd en romp zo ver mogelijk verwijderd van de
apparatuur in de lasstroomkring.
5. Monteer de massaklem aan het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
las.
6. Niet direct naast de lasstroombron werken, er niet op gaan zitten
en er niet op leunen.
7. Niet lassen terwijl u de lasstroombron of het
draadaanvoersysteem draagt.
Over geïmplanteerde medische apparatuur:
Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen, moeten hun
arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen voordat ze in de buurt
komen van werkzaamheden met booglassen, puntlassen, gutsen, pla-
smaboogsnijden of inductieverhitting. Bij toestemming van de arts
wordt geadviseerd om bovenstaande procedures te volgen.
OM-257219 Pagina 6
OM-257219 Pagina 9
HOOFDSTUK 2 DEFINITIES
2-1. Aanvullende veiligheidssymbolen en definities
. Bepaalde symbolen worden alleen aangetroffen op CE-producten.
Waarschuwing! Pas op! Kans op gevaar (zie de symbolen).
Safe1 2012-05
Het product niet meegeven met het gewone afval (waar van toepassing).
Hergebruik of recycle elektrische en elektronische apparatuur die niet langer wordt gebruikt (WEEE).
Voer het af naar een daarvoor inleverstation.
Neem contact op de gemeente of uw lokale dealer voor nadere informatie.
Safe37 2012-05
Draag droge, geïsoleerde handschoenen. De elektrode niet met de blote hand aanraken. Geen natte of kapotte
handschoenen dragen.
Safe2 2012-05
Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door uzelf te isoleren van het werk en de aarde.
Safe3 2012-05
Haal de stekker van de machine uit het stopcontact, voordat u aan de machine gaat werken.
Safe5 2012-05
Zorg ervoor dat u niet in de rook staat.
Safe6 2012-05
Gebruik actieve ventilatie of een afvoersysteem om de rookgassen van de werkplek af te voeren.
Safe8 2012-05
Gebruik een ventilator om de rookgassen af te voeren.
Safe10 2012-05
Houd brandbare stoffen uit de buurt van het laswerk. Niet lassen vlakbij brandbare stoffen.
Safe12 2012-05
Lasvonken kunnen brand veroorzaken. Zorg dat er een brandblusapparaat in de buurt is en zorg dat er een
toezichthouder is die klaarstaat om dit gebruiken.
Safe14 2012-05
OM-257219 Pagina 10
Niet op vaten of dichte containers e.d. lassen.
Safe16 2012-05
Verwijder het label niet; verf het ook niet over en dek het niet af.
Safe20 2012-05
Haal de stekker van de machine uit het stopcontact, voordat u aan de machine gaat werken.
Safe30 2012-05
Rondvliegende stukken van onderdelen kunnen letsel veroorzaken. Draag altijd een gezichtsscherm als u onderhoud
pleegt aan een apparaat.
Safe27 2012-05
Draag altijd lange mouwen en knoop uw kraag dicht, als u onderhoud pleegt aan een apparaat.
Safe28 2012-05
Nadat u de nodige voorzorgsmaatregelen hebt genomen, kunt u de machine aansluiten op de stroomvoorziening.
Safe29 2012-05
Het apparaat niet aan één handgreep optillen of ondersteunen.
Safe31 2012-05
?
V
?
A
Bekijk het label met de technische gegevens voor de vereiste ingangsspanning.
Safe34 2012-05
Raak bekend met de machine door de instructies door te lezen, voordat u aan de machine gaat werken.
Safe35 2012-05
Sluit eerst de groene of groengele aarddraad aan op de aardklem van de werkschakelaar.
Sluit de fasedraden (L1, L2, L3) aan op de faseklemmen.
Safe36 2012-05
OM-257219 Pagina 11
Draag een hoofddeksel en een veiligheidsbril. Bescherm uw oren en
knoop de kraag van uw overhemd dicht. Gebruik een lashelm met de
juiste filtersterkte. Draag bescherming voor uw hele lichaam.
Safe38 2012-05
Kasjf;laksf;lkasdf'l;aksdf;lkasd;flksadflkasd;lk
Kasjf;laksf;lkasdf'l;aksdf;lkasd;flksadflkasd;lk
Kasjf;laksf;lkasdf'l;aksdf;lkasd;flksadflkasd;lk
Begin uw opleiding door de handleiding door te lezen vooraleer het
werk aan te vatten of voor het lassen.
Safe40 2012-05
>5min
V
V
V
Nadat de stroom is uitgezet, blijft er gevaarlijke spanning staan op
de primaire condensatoren. Volledig geladen condensatoren niet
aanraken. Wacht altijd 5 minuten na het uitzetten van de stroom
voordat u gaat werken aan de machine OF controleer eerst de
spanning op de primaire condensator en zorg dat deze nagenoeg
0 volt is voordat u enig onderdeel aanraakt.
Safe43 2012-05
=
<
60°
Til het apparaat altijd aan beide handgrepen op en ondersteun het.
Houd de hoek van het heftoestel altijd kleiner dan 60 graden.
Gebruik een geschikt wielonderstel om het apparaat te verplaatsen.
Safe44 2012-05
2-2. Diverse symbolen en definities
A
Stroomsterkte
Uitgang
Uit
Gelijkstroom (DC)
Constante stroom
Boogkracht
U
0
Nominale
nullastspanning
(OCV)
Hz
Hertz
Pulserend
I
1max
Maximale nominale
netstroom
Paneel
Automatische
zekering
TIG lassen
Positief
Constante
spanning
Beklede
elektrode-lassen
U
1
Primaire spanning
IP
Beschermingsgraad
Lift-Arc triggering
met houdfunctie
(TIG)
I
1eff
Maximale
effectieve
netstroom
Wisselstroom (AC)
Afstandbediening
Negatief
Inductantie
Voetbediening
MIG/MAG lassen
U
2
Uitgangsspanning
belast
I
2
Nominale
lasstroom
Enkelfase
Verhogen
V
Spanning
Aan
Ingangsspanning
Aarding
Netaansluiting
Driefasen inverter
X
Inschakelduur
%
Percent
Driefasen
Lift-Arc (TIG)
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 12
HOOFDSTUK 3 INLEIDING
3-1. Kenmerken en voordelen
De LVCt lijnspanning-compensatie is een circuit dat het uitgangsvermogen van de stroombron constant houdt, ongeacht schommelingen in de
voeding.
De Windtunneltechnologiet blaast lucht over componenten die koeling nodig hebben, maar niet over elektronische print onderdelen, waardoor er
minder vervuiling optreedt en de betrouwbaarheid wordt verhoogd in zware lasomgevingen.
Het Fan-On-Demandt koelsysteem werkt alleen als het nodig is en vermindert het geluidsniveau, het energieverbruik en de hoeveelheid
verontreiniging die door de machine wordt aangezogen.
De thermische overbelastingsbeveiliging schakelt automatisch het apparaat uit, maar alleen om schade te voorkomen aan interne componenten
als de inschakelduur wordt overschreden of de luchtstroom of de koeling wordt beperkt (zie Hoofdstuk 3-7).
Auto Remote Sense zorgt dat het apparaat automatisch herkent wanneer een afstandsbediening is aangesloten.
Met Synergisch pulserend MIG kan de lasboog met één knop worden geregeld. Naarmate de draadaanvoersnelheid hoger of lager wordt, gaan ook
de pulsparameters omhoog of omlaag, waarbij de uitgaande spanning wordt aangepast aan de draadsnelheid (zie hoofdstuk 5-2).
3-2. Boogregelingen
De inductantie beïnvloedt de consistentie van de boog, de breedte en het uiterlijk van de lasnaad en de vloeibaarheid van het lasbad bij het
MIG-lassen (zie hoofdstuk 6-2).
SharpArct optimaliseert het formaat en de vorm van de boogkegel, de breedte en het uiterlijk van de lasnaad en de vloeibaarheid van het lasbad
bij Pulserend MIG-lassen (zie hoofdstuk 6-4).
3-3. Locatie van typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens
Het serienummer en de aansluitgegevens zijn bij dit product aan de voorzijde te vinden. Op het typeplaatje kunt u de elektrische spanning en het
vermogen aflezen dat de apparatuur nodig heeft, en welk vermogen het kan leveren. Wij raden aan het serienummer te noteren op de achterzijde van
deze handleiding, in het daarvoor bestemde vak, zodat u dit nummer altijd bij de hand hebt als u het in de toekomst nodig hebt.
3-4. Technische gegevens
. Gebruik niet de informatie in de tabel met specificaties voor de eenheid om de elektrische onderhoudsvereisten te bepalen. Zie hoofdstukken 4-7
en 4-8 voor meer informatie over het aansluiten van de ingangsspanning.
Net-
voe-
ding
Nominale lasstroom
en -spanning
Las-
stroom-
bereik
Span-
nings-
bereik
Maximum
open
spanning
DC
Stroomverbruik
bij een nominale
uitgangsbelasting,
50/60 Hz, driefasen
kVA kW
380 V 400 V 380 V 400 V 380 V 400 V
Drie-
fasen
450 A bij 36,5 V DC,
100% inschakelduur
15 - 600 10 - 38 90 31,8 (0,42*)
29,8
(0,47*)
21,0
(0,28*)
20,7
(0,32*)
18,4
(0,07*)
18,3
(0,07*)
* Onbelast met werkende ventilator
3-5. Afmetingen en gewicht
Gatmaten
C
D
A
G
14,5 inch
(368 mm)
26,8 inch
(681 mm)
17,2 inch
(437 mm)
B
Ref. 253 354-A / Ref. 252 026-A
F
E
A 8-11/16 inch (221 mm)
B 11-3/8 inch (289 mm)
C 15-3/4 inch (400 mm)
D 22-7/16 inch (570 mm)
E 2-3/4 inch (70 mm)
F
3-3/8 inch (86 mm)
diameter
G 1/4-20 UNC -2B draad
Gewicht
55,3 kg
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 13
3-6. Omstandigheden gebruik en opslag
A. IP graad
IP graad
IP23
Deze apparatuur is ontworpen voor buitengebruik. Opslag is toegestaan, maar buiten lassen bij regen of andere neerslag mag alleen onder
een afdak.
IP23 201406
B. Informatie over Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC)
! Deze Klasse A apparatuur is niet bedoeld voor gebruik op plaatsen in woongebieden waar de elektrische stroom afkomstig is van
het openbaar laagspanningsnetwerk. Op dergelijke plaatsen ontstaan er mogelijk problemen met de elektromagnetische
compatibiliteit als gevolg van storingen door geleiding en straling.
Deze apparatuur voldoet aan IEC 61000311 en IEC 61000312 en kan worden aangesloten op het openbare laagspanningsnet, op
voorwaarde dat dit net op het gemeenschappelijk koppelpunt een systeemimpedantie Z
max
heeft van minder dan 73,66 mW (of het
kortsluitvermogen S
sc
is groter dan 2 172 158 VA). Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of gebruiker van de apparatuur om, zo nodig
door raadpleging van de netwerkbeheerder, zeker te stellen dat de systeemimpedantie aan de eisen voldoet.
ceemc 1 2014-07
Aantekeningen
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 14
3-7. Inschakelduur en oververhitting
De inschakelduur is het percentage
van 10 minuten dat het apparaat kan
lassen met nominaal vermogen
zonder oververhit te raken.
Als het apparaat oververhit raakt, zorgt
een thermostaat (thermostaten) er
voor dat er geen uitgangsspanning
meer is en gaat de koelventilator
draaien. Wacht vijftien minuten om het
apparaat te laten afkoelen. Verlaag de
stroomsterkte of de inschakelduur
voor u weer gaat lassen.
LET OP Het overschrijden van
de inschakelduur kan het apparaat
beschadigen en de garantie vervalt
dan.
Oververhitting
0
15
A/V
OF
verminder de inschakelduur
minuten
duty1 4/95 - SA-181 560 / 250 541-A
Ononderbroken lassen
100% inschakelduur bij 450 ampère
60% inschakelduur bij 580 ampère
6 minuten lassen 4 minuten rusten
% INSCHAKELDUUR
DRIEFASEN-
VOEDING
LASSTROOM
3-8. Statische uitgangskarakteristieken
De statische uitgangskarakteristieken van de lasstroombron worden omschreven als vlak tijdens het GMAW-proces en als neergaand tijdens het
SMAW- en het GTAW proces. Statische karakteristieken worden ook beïnvloed door de afstellingen van de parameters (incl. software), elektrode,
beschermgas, te lassen materiaal en andere factoren. Neem contact op met de fabriek voor specifieke informatie over de statische karakteristieken
van de lasstroombron.
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 15
HOOFDSTUK 4 INSTALLATIE
! Mogelijk is een speciale in-
stallatie nodig, wanneer er benzi-
ne of vluchtige vloeistoffen aan-
wezig zijn zie NEC artikel 511 of
CEC sectie 20.
1 Hefvorken
Steek de vorken zo ver in, dat ze aan de
andere kant onder het apparaat uit-
steken.
2 Hefgrepen
Gebruik de hefgrepen om het apparaat
op te tillen.
3 Handkar
Gebruik een kar of een soortgelijk
vervoermiddel om het apparaat te
verplaatsen.
4 Lijnscheidingsmechanisme
Plaats het apparaat in de buurt van een
stroombron die de juiste voeding biedt.
4-1. Een locatie kiezen
4
18 inch
(460 mm)
18 in.ch
(460 mm)
OF
1
Locatie en luchtstroom
2
3
2
loc_med_dut 2015-04
Verplaatsing
! Verplaats het apparaat niet naar en gebruik
het niet op plaatsen waar het kan omvallen.
Aantekeningen
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 16
4-2. Keuze van kabeldiameters*
LET OP De totale kabellengte in het lascircuit (zie onderstaande tabel) is de gecombineerde lengte van beide laskabels. Als bijvoorbeeld de
stroombron is opgesteld op 30 meter van het werkstuk, dan is de totale kabellengte 60 meter (2 x 30 m). Gebruik dan die 60 meter voor het bepalen
van de kabelafmetingen.
Laskabeldikte** en totale lengte van de kabel (koper) in de lasstroomkring Niet langer dan***
30 m of minder 45 m 60 m 70 m 90 m 105 m 120 m
Lasstroom
(A)
10 - 60%
inschakel-
duur
AWG (mm
²)
60 - 100% in-
schakel-
duur
AWG (mm
²)
10 - 100% inschakelduur
AWG (mm
²)
100 4 (20) 4 (20) 4 (20) 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 1/0 (60)
150 3 (30) 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 3/0 (95)
200 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120) 4/0 (120)
250 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2 stuks 2x70
mm²
2 stuks 2x70
mm²
300 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2 stuks 2x70
mm²
2 stuks 2x95
mm²
2 stuks 2x95
mm²
350 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2 stuks 2x70
mm²
2 stuks 2x95
mm²
2 stuks 2x95
mm²
2 stuks
2x120 mm²
400 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2 stuks 2x70
mm²
2 stuks 2x95
mm²
2 stuks
2x120 mm²
2 stuks
2x120 mm²
500 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2 stuks 2x70
mm²
2 stuks 2x95
mm²
2 stuks
2x120 mm²
3 stuks 3x95
mm²
3 stuks 3x95
mm²
600 3/0 (95) 4/0 (120)
2 stuks 2x70
mm²
2 stuks 2x95
mm²
2 stuks
2x120 mm²
3 stuks 3x95
mm²
3 stuks
3x120 mm²
3 stuks
3x120 mm²
* Dit schema is een algemene richtlijn en is mogelijk niet geschikt voor alle toepassingen. Als de kabel oververhit raakt, gebruik dan een kabel
die één maat dikker is.
** Het laskabelformaat (AWG) is gebaseerd op een spanningsval van 4 volt of minder of een stroomdichtheid van minimaal 300 mils/A.
Bij metrische kabels gelden de kabeldoorsneden in vierkante millimeter.
*** Raadpleeg voor afstanden die langer zijn dan de afstanden in deze gids een vertegenwoordiger van de leverancier. De Amerikaanse
telefoonnummers zijn 920-735-4505 (Miller) en 1-800-332-3281 (Hobart).
Ref. S-0007-L 201502
1
2
4-3. Klemmen lasuitgangen
! Schakel de elektrische voeding uit vóór
aansluiting op de klemmen van de
lasuitgangen.
! Gebruik geen versleten, beschadigde, te
dunne of herstelde kabels.
1 Positieve (+) klem lasuitgang
2 Negatieve () klem lasuitgang
. Zie hoofdstuk 4-4 voor informatie over het
aansluiten van klemmen voor de
lasuitgangen en hoofdstuk 6-1 voor
schema’s met standaardaansluitingen.
output term1 201502
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 17
4-4. De lasstroomkabels aansluiten
803 778-B
! Schakel de voeding uit voordat
u de laskabels aansluit op de
laskoppelingen.
! Als u de laskabels niet goed
aansluit, kan dat sterke verhitting en
brand veroorzaken of uw machine
beschadigen.
1 Laskabelbout
2 Meegeleverde klemmoer
voor de laskabelbout
3 Kabelschoen van de laskabel
4 Koperen zitting
Haal de meegeleverde moer van de
aansluitbout voor de laskabel. Schuif de
kabelschoen op de aansluitbout en zet het
zodanig met de moer vast dat de
kabelschoen strak tegen hete koperen vlak
zit. Er mag niets tussen de kabelschoen
en het koperen vlak zitten. Zorg dat de
oppervlakken van de kabelschoen en
het koperen vlak schoon zijn.
Benodigde gereedschappen:
4
2
3
Niets tussen de
aansluitklem van
de laskabel en het
koperen vlak
plaatsen.
Onjuiste installatie
1
3/4 in. (19 mm)
4-5. Informatie over de 14-pens stekkerdoos
AJ
B
K
I
C
L
NH
D
M
G
E
F
Ref. 253 353-A
14-pens
aansluiting
Pen* Functie van de pennen
24 volt AC
UITGANG
VOOR
CONTACTOR
(activeren
uitgang)
A 24 volt AC voor hulpapparatuur, beveiligd
door CB2.
B Verbinding met contact A activeert het
uitgangsvermogen.
AFSTANDS-
BEDIENING
C Uitgangsspanning naar afstandsbediening:
+10 V DC bij MIG-lassen. 0 tot +10 V DC
bij andere lasmethoden.
D Nulleiding van de afstandsbediening.
E 0 tot +10 V DC inkomend stuursignaal vanaf
de afstandsbediening.
L 0 tot +10 V DC stuursignaal draadsnelheid
komend van draadaanvoerunit.
M CC/CV-instelling (constante stroom/spanning),
signaal 0 tot +10 volt DC.
N Nulleidingaansluiting voor signaal
draadaanvoersnelheid.
A/V
STROOM
SPANNING
F Stroomterugkoppeling; +1 volt DC
per 100 ampère.
H Spanningsterugkoppeling; +1 volt DC
per 10 boogspanning.
GND
G Gemeenschappelijke voor 24 V AC circuit.
K Massa van behuizing.
* De overige contacten worden niet gebruikt.
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 18
4-6. 115 V AC dubbele stekkerdoos en bijhorende beveiligingen
Ref. 257 348-A
1 115 V 7 A AC stekkerdoos
2 Beveiligingsautomaat CB1
3 Beveiligingsautomaat CB2
CB1 beschermt de duplex
contrastekker.
CB2 beveiligt de 24 volt AC van
de 14-pens stekkerdoos tegen
overbelasting.
Druk op de knop om de
apparatuurbeveiliging te resetten.
2
3
1
Aantekeningen
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 19
4-7. Leidraad voor elektrotechnisch onderhoud
Elec Serv 201401
LET OP ONJUISTE VOEDING kan deze lasstroombron beschadigen. Deze lasstroombron vereist een CONTINUE voeding met nominale
frequentie (+10%) en nominale spanning (+10%). De spanning tussen fase en nul mag niet meer bedragen dan +10% van de nominale
ingangsspanning. Gebruik voor de voeding van deze lasstroombron geen generator met een automatische stationairvoorziening (die de motor
stationair laat draaien bij onbelaste generator).
LET OP De werkelijke voedingsspanning (ingangs- spanning) mag niet lager of hoger zijn dan 10% t.o.v. de spanning zoals aangegeven in de tabel.
Als de werkelijke voedingsspanning buiten dit bereik is, kan er mogelijk geen uitgangsspanning zijn.
Het niet opvolgen van deze elektrische adviezen kan leiden tot elektrische schokken en brandgevaar. Deze adviezen gelden voor een
specifiek circuit ontworpen voor het nominale uitgangsvermogen en inschakelduur van de lasstroombron.
In specifieke circuits staat het Amerikaanse voorschrift de National Electrical Code (NEC) toe om lagere waardes voor stekkerdozen
en geleiders te gebruiken dan de waarde van de circuitbeveiliging. Alle onderdelen van het circuit moeten op elkaar zijn afgestemd.
Zie de NEC-artikelen 210.21, 630.11 en 630.12.
50/60 Hz driefasen
Voedingsspanning (V) 380 400
Stroomopname (A) bij nominaal uitgangsvermogen 31,8 29,8
Max. aanbevolen standaard zekering in ampères
1
Traag
2
35 35
Normaal
3
45 45
Min. draaddikte voedingskabel in AWG (10 AWG = 6 mm
2
)
4
8 10
Max. aanbevolen lengte invoergeleider in voet (meter) 289 (88) 213 (65)
Min. draaddikte aarddraad in AWG (10 AWG = 6 mm
2
)
4
10 10
Referentie: Amerikaanse National Electrical Code (NEC) voor 2014 (met inbegrip van artikel 630)
1 Als er een automatische zekering wordt gebruikt in plaats van een smeltzekering, gebruik dan een automatische zekering met een
tijd/stroomkromme die vergelijkbaar is met de aanbevolen smeltzekering.
2 De “trage” zekeringen zijn van klasse UL “RK5”. Zie UL 248.
3 De “normale” zekeringen zijn van klasse UL “K5” (t/m 60 A), en UL “H” (65 A en meer).
4 De kabel gegevens in dit hoofdstuk geven de doorsnede aan van de geleider (m.u.v. flexibel snoer of kabel) tussen de zekeringkast en de apparatuur
conform NEC Tabel 310.15(B)(16). Als er een flexibel snoer of kabel wordt gebruikt, moet de minimumdoorsnede van de geleider mogelijk groter zijn.
Zie NEC-tabel 400.5(A) voor de vereisten bij een snoer of kabel.
Aantekeningen
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 20
4-8. Het aansluiten van de netvoeding
3
8
1
4
9
7
10
11
L1
L2
L3
= GND/PE veiligheidsaarde
1
Input 2013-04 / Ref. 803 766-A / 257 348-A
2
4
3
6
5
7
L1
L2
L3
Benodigde gereedschappen:
5/16 inch
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 21
! Schakel de voeding van de
lasmachine uit en controleer vóór
u verder gaat eerst de spanning op de
ingangscondensatoren zoals staat
beschreven in hoofdstuk 7-3.
! De installatie moet voldoen aan alle
nationale en lokale regels en
voorschriften - alleen daartoe
bevoegde personen mogen deze
installatie uitvoeren.
! Ontkoppel en vergrendel/schakel uit de
netvoeding voordat u de voedingskabel
aansluit. Volg de gangbare procedures
voor wat betreft de installatie en
het verwijderen van vergrendel/
uitschakelapparaten.
! Monteer eerst de ingaande
stroomverbindingen naar de
lasstroombron.
! Sluit altijd eerst de groene of groengele
draad aan op een massaklem en nooit
op een netaansluitklem.
Kijk op het label op het apparaat voor
de stroomvereisten en controleer de
aansluitspanning die op de werkplek
beschikbaar is.
1 Ingaande stroomgeleiders
(snoer geleverd door klant)
Bepaal de afmeting en de lengte van de
geleiders aan de hand van hoofdstuk 4-2.
De geleiders moeten voldoen aan de nationale
en lokale regels en voorschriften met
betrekking tot elektriciteit. Gebruik indien nodig
aansluitpunten met de juiste stroomvoorziening
en de juiste gatafmetingen.
Ingaande stroomaansluitingen van
lasstroombron
2 Pakket voor trekontlasting 262913 (met
apparaat meegeleverd)
Monteer een trekontlasting die qua
afmetingen geschikt is voor het apparaat en
de kabels. Leid de kabels door de
trekontlasting en draai de schroeven vast.
3 Aansluiting veiligheidsaarde
van de lasstroombron.
4 Groene of groengele aarddraad
Sluit eerst de groene of groengele aarddraad
aan op de aardklem van de machine.
5 Netfilter
6 Fase aansluitklemmen
van de lasstroombron
7 Ingaande fasedraden L1, L2, L3
Sluit de fasedraden L1, L2 en L3 aan op
aansluitklemmen van de lasstroombron.
Breng het zijpaneel weer aan op de
lasstroombron.
Netaansluitpunten van de werkschakelaar
8 Werkschakelaar
(getekend in de UIT-stand)
9 Aarde-aansluitklem
van de werkschakelaar
10 Fase-aansluitklemmen
van de werkschakelaar
Sluit eerst de groene of groengele aarddraad
aan op de aardklem van de werkschakelaar.
Sluit vervolgens de drie fasedraden L1, L2 en
L3 aan op de daarvoor bestemde klemmen
van de werkschakelaar.
11 Maximale stroombeveiliging
Bepaal het type en de maat van de maximale
stoombeveiliging aan de hand van hoofdstuk
4-7 (afgebeeld: gezekerde werkschakelaar).
Sluit en vergrendel de behuizing van de
werkschakelaar. Volg de vastgelegde
vergrendelingsprocedures om het apparaat
in gebruik te nemen.
Input5 2013-04
4-8. Het aansluiten van de netvoeding (vervolg)
Aantekeningen
Werk als een
professional!
Professionals lassen
en snijden veilig.
Lees de
veiligheidsregels
aan het begin van
deze handleiding.
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 22
HOOFDSTUK 5 ALGEMENE WERKING
5-1. Voorpaneel
. De hoofdstukken over de werking van het
lasproces beschrijven de functie van
de betreffende onderdelen.
1 14-pens stekkerdoos
voor afstandsbediening
2 Uitgangsspanning AAN indicatielampje
3 Linker Scherm
4 Rechter Scherm
. De meters geven de werkelijke
lasuitgangswaarden aan nadat de boog
is gestart. Deze blijven nog circa drie
seconden getoond nadat de boog is
gedoofd.
5 Regelknop
6 Volt-indicator
7 Booglengte-indicator
8 Ampère-indicator
9 Setup-indicator
10 Proces-indicator
11 Boogregeling-indicator
12 Aan/uit schakelaar
13 Interface aansluiting
14 Setup-toets
15 Lasdraad/gas indicator
16 Klem lasuitgang ()
17 Klem lasuitgang (+)
252 024-A / 256 367-A
16
3
4
1
14
2
12
67 89
15
11
10
5
13
17
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 23
5-2. Menu voor configuratieopties
256 367-A
1 14-pens stekkerdoos
voor afstandsbediening
2 Linker Scherm
3 Rechter Scherm
4 Afstelregeling
5 Interface aansluiting
6 Setup-toets
Instellen
Het Menu voor configuratieopties biedt de
mogelijkheid om bepaalde machinefuncties
op maat in te stellen voor de gewenste
werking.
Houd om in het Menu voor configuratieopties
te komen de setup-toets ingedrukt tijdens het
aanzetten van het apparaat gedurende de tijd
dat op het linker en rechter scherm van het
apparaat 8888 te zien is. Het scherm geeft
even SET-UP aan.
De configuratieopties zijn op het linker
scherm aangegeven. De instellingen staan
op het rechter scherm. De instellingen
kunnen worden veranderd door de regelknop
te verdraaien. Als een bepaalde instelling niet
verandert als u de knop verdraait, dan kan
deze specifieke optie niet worden ingesteld.
Als u op de setup-toets drukt, gaat u naar de
volgende configuratieoptie.
SET
-UP
2
3
1
6
4
5
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 24
5-2 Menu configuratieopties (vervolg)
Regeling Pulserend MIG handbediening/automatisch
Met deze optie zet u de PULSEREND MIG-regeling op
handbediening (PULS MAN) of op automatisch (PULS
AUTO) Wanneer het apparaat op handbediening wordt
gezet moeten de instelling voor de booglengte op de
stroombron en de draadsnelheid op het draadaanvoer-
apperaat onafhankelijk worden afgesteld om de gewenste
booglengte te verkrijgen. Bij de automatische instelling hoeft
de waarde voor de booglengte als hij eenmaal is ingesteld
niet opnieuw te worden ingesteld als de draadaan-
voersnelheid verandert.
Met de AlumaPower 450 MPa en synergische
aanvoerapparaten kan de lasboog met één enkele knop
worden geregeld. Naarmate de draadaanvoersnelheid
hoger of lager wordt, gaan ook de pulsparameters
omhoog of omlaag, waarbij de uitgaande spanning wordt
aangepast aan de draadsnelheid.
. Automatisch werkt alleen in combinatie met
synergische draadaanvoerapparaten. Alle andere
draadaanvoerapparaten werken alleen op hand-
bediening. Zelfs als Auto wordt weergegeven op het
scherm, is de bediening toch handmatig als er een
ander draadaanvoerapparaat wordt aangesloten.
Zie de productliteratuur voor een lijst met geschikte
synergische draadaanvoerapparaten.
Afstelling pulserend MIG
Met deze optie kunt u het pulserend MIG-proces afstellen
op basis van eenheden van de booglengte (PULS ARC.L)
of vooringestelde spanning (PULS VOLT).
. Bij PULS AUTO kan alleen de booglengte worden
afgesteld.
Draadaanvoersnelheid en draaddiameter eenheden
WFS IPM:
Draadaanvoersnelheid (wire feed speed) in inch
per minuut
De diameter wordt weergegeven in inch
WFS MPM:
Draadaanvoersnelheid (wire feed speed) in meter
per minuut
De diameter wordt weergegeven in millimeter
Revisie-informatie
Deze optie verwijst naar de lasbibliotheek van het
apparaat (INFO LIB) en de revisie van de firmware
(INFO REV).
Druk op de setup-toets als er op de display INFO LIB
staat om de lasbibliotheek te bekijken.
Druk op de setup-toets als er op het scherm INFO REV
staat om te kijken wat het revisienummer van de
firmware is.
Als u op de setup-toets drukt als er op het scherm
INFO NO staat, gaat u naar de volgende
configuratieoptie.
Het Menu voor configuratieopties verlaten
Druk op de setup-toets als er op het scherm EXIT NO
staat om naar de eerste configuratieoptie terug te gaan.
Druk op de setup-toets als er op het scherm EXIT YES
staat om het Menu voor configuratieopties te verlaten.
. U kunt het menu voor configuratieopties op elk moment
verlaten door het apparaat uit te schakelen. Alleen
wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld nadat er
EXIT NO op het scherm is getoond, worden de
wijzigingen van de configuratieopties opgeslagen.
PULS
AUTO
INFO
NO
PULS
ARCL
EXIT
NO
WFS
IPM
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 25
HOOFDSTUK 6 GMAW/GMAW-P/FCAW WERKING
6-1. Standaard aansluiting voor draadaanvoerapparaten met regeling voor GMAW/GMAW-P
Ref. 252 026-A
! Schakel de stroom uit voordat
u de aansluitingen maakt.
1 Aansluiting voor 14-pens stekkerdoos
2 Positieve (+) lasuitgang
3 Negatieve () lasuitgang
4 Nulleiding naar het werkstuk
5 Werkstuk
6 Pistool
7 Draadaanvoerapparaat
8 Gasslang
9 Gascilinder
Het gebruik van beschermgas is
afhankelijk van de draadsoort.
3
4
5
6
7
8
9
1
2
6
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 26
6-2. MIG lasstand - GMAW-proces
256 367-A
! De lasklemmen komen onder
spanning door de afstandsbediening
in de MIG lasstand.
1 Volt-indicator
2 Linker Scherm
3 Rechter Scherm
4 Regelknop
5 Proces-indicator
6 Boogregeling-indicator
7 Setup-toets
8 Lasdraad/gas indicator
Instellen
Zie Hoofdstuk 6-1 voor standaard
systeemaansluitingen.
Druk tweemaal op de setup-toets.
De indicator van het lasproces licht op.
Verdraai de regelknop om MIG te kiezen.
Druk nog een keer op de setup-toets.
De indicator voor draad/gas licht op.
Het actieve draadtype wordt getoond in het
linker- en rechter scherm.
Verdraai de regelknop om de gewenste
draad te kiezen.
Druk nog een keer op de setup-toets.
De indicator voor draad/gas licht op.
Het actieve gastype wordt getoond in het
linker- en rechter scherm.
Verdraai de regelknop om het gewenste
gas te kiezen.
Druk op de setup-toets om de keuze te
bevestigen. Het apparaat geeft aan dat de
wijziging van de draad- en gasinformatie
goed is ontvangen door even PROG LOAD
op het scherm aan te geven.
. Kies voor de beste resultaten het juiste
draad- en gastype dat past bij de draad
en het gas dat wordt gebruikt. Zie de
tabel MIG - Draad- en gastype kiezen
voor de beschikbare draden en gassen
(zie Hoofdstuk 6-3).
Bediening
Terwijl de spanningsindicator oplicht onder
het linker scherm, wordt de afstelknop
gebruikt om de vooringestelde spanning bij
te regelen.
. De vooringestelde spanning kan op
afstand worden bijgesteld als het
draadaanvoerapparaat een spannings-
regeling heeft. Deze spanningsregeling
krijgt de voorkeur boven de regelknop op
de lasstroombron.
Als u op de setup-toets drukt, kunt u de
boogregeling, het draadtype, gassoort en
de vooringestelde spanning bij regelen.
Boogregeling (inductantie)
Druk enkele malen op de setup-toets tot de
indicator voor de boogregeling oplicht.
Er verschijnt INDU op het linkerscherm, en
de bijbehorende instelling van de inductantie
verschijnt op het rechterscherm.
Verdraai de regelknop om de gewenste
inductantie-instelling te kiezen van 0
tot 100. Gebruik de lagere inductantie-
instellingen om de boog harder te maken
en de vloeibaarheid van het lasbad te
verminderen. Gebruik de hogere
inductantie-instellingen om de boog
zachter te maken en de vloeibaarheid van
het lasbad te verhogen.
Zie MIG - Keuzetabel draad- en gastype
(zie hoofdstuk 6-3) voor aanbevolen
inductantie-instellingen voor de specifieke
draad en het specifieke gas dat wordt
gebruikt.
Druk op de setup-toets om weer terug
te gaan naar het instellen van de
vooringestelde spanning.
. Elke combinatie gas/draad heeft
eigen instellingen voor vooringestelde
spanning en inductantie. Deze
instellingen worden opgeslagen als het
apparaat wordt uitgeschakeld.
2
3
7
1
8
6
5
4
2
5. 0
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 27
6-3. MIG - Keuzetabel draad- en gastype
DRAADTYPES TYPE GAS
STANDAARD
INDUCTANTIE
Aluminium
0,035 (0,9) AL4X (4000-serie)
0,040 (1,0) AL4X (4000-serie)
3/64 (1,2) AL4X (4000-serie)
1/16 (1,6) AL4X (4000-serie)
0,035 (0,9) AL5X (5000-serie)
0,040 (1,0) AL5X (5000-serie)
3/64 (1,2) AL5X (5000-serie)
1/16 (1,6) AL5X (5000-serie)
ARGN (ARGON) 25
* Draaddiameter in inch (mm). Raadpleeg hoofdstuk 5-2 om de weergegeven eenheden te wijzigen.
Aantekeningen
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 28
6-4. Pulserend MIG lasstand - GMAW-P proces
Ref. 256 367-A
3
4
8
1
9
7
6
5
2
! De lasklemmen krijgen spanning
door de afstandsbediening in de
Pulserend MIG lasstand.
1 Volt-indicator
2 Booglengte-indicator
3 Linker Scherm
4 Rechter Scherm
5 Regelknop
6 Proces-indicator
7 Boogregeling-indicator
8 Setup-toets
9 Lasdraad/gas indicator
Instellen
Zie Hoofdstuk 6-1 voor standaard
systeemaansluitingen.
Druk tweemaal op de setup-toets.
De indicator van het lasproces licht op.
Verdraai de instelknop om PULS te kiezen.
Druk enkele malen op de setup-toets tot de
indicator voor draad-gastype oplicht.
Het actieve draadtype wordt getoond in het
linker- en rechter scherm.
Verdraai de regelknop om de gewenste
draad te kiezen.
Druk nog een keer op de setup-toets.
De indicator voor draad/gas licht op.
Het actieve gastype wordt getoond in het
linker- en rechter scherm.
Verdraai de regelknop om het gewenste
gas te kiezen.
Druk nogmaals op de setup-toets om de
keuze te bevestigen. Het apparaat geeft
aan dat de wijziging van de draad- en
gasinformatie is gewijzigd door even
PROG LOAD op het scherm aan te geven.
. Kies voor de beste resultaten het juiste
draad- en gastype dat past bij de draad
en het gas dat wordt gebruikt. Zie de
tabel Pulserend MIG - draad- en
gastype kiezen voor de beschikbare
draden en gassen (zie Hoofdstuk 6-5).
Bediening
Terwijl de indicator voor de booglengte
oplicht onder het linker scherm, wordt de
regelknop gebruikt om de gewenste
booglengte in te stellen.
. De booglengte wordt op het
draadaanvoerapparaat ingesteld als
deze een spanningsregeling heeft.
Deze spanningsregeling krijgt de
voorkeur boven de regelknop op de
lasstroombron.
Boogregeling (SharpArc)
Druk enkele malen op de setup-toets tot
de indicator voor de boogregeling oplicht.
Er verschijnt SHRP op het linker scherm,
en de bijbehorende SharpArc-instelling
verschijnt op het rechter scherm.
Verdraai de regelknop om de gewenste
SharpArc-instelling te kiezen van 0 tot 50,
de standaard instelling is 25. Door
aanpassing van de SharpArc-instelling
verandert ook de kegelvorm van de
lasboog. Een lagere instelling verbreedt de
kegelvorm, verhoogt de vloeibaarheid van
het lasbad en maakt de lasnaad qua uiterlijk
vlakker.
Een hogere instelling versmalt de
kegelvorm, vermindert de vloeibaarheid
van het lasbad en maakt de lasnaad qua
uiterlijk meer kroonvormig.
. Elke combinatie gas/draad heeft eigen
instellingen voor booglengte en
SharpArc. Deze instellingen worden
opgeslagen als het apparaat wordt
uitgeschakeld.
Booglengte - Pulserend MIG
handmatige regeling (zie hoofdstuk 5-1)
De booglengte is afhankelijk van de
hoeveelheid energie die nodig is om de
laselektrode af te branden. Naarmate de
draadsnelheid toeneemt, is ook een hogere
instelling voor de booglengte nodig om
extra draad af te branden. De instelling voor
de booglengte wordt weergegeven in het
linker scherm waarbij de indicator voor de
booglengte oplicht. De booglengte kan
worden afgesteld van 0 tot 100.
Nadat er spanning op de lasaansluitingen
staat, maar nog voordat er een boog is
gestart, wordt de letterR weergegeven op
het apparaat en een referentiedraadsnelheid
(IPM/MPM) op het rechterscherm.
De referentiedraadsnelheid kan als
uitgangspunt dienen voor de instelling van de
draadsnelheid op het draadaanvoerapparaat.
De draadsnelheid en de booglengte kunnen
verder worden ingesteld om de gewenste
booglengte te verkrijgen.
Het menu voor configuratieopties
(zie hoofdstuk 5-2)kan worden gebruikt om
de instelling voor de booglengte te wijzigen
(0 tot 100) op basis van de gemiddelde
boogspanning. De gemiddelde boog-
spanning kan worden gebruikt als
alternatieve methode om de lasboog bij
Pulserend MIG in te stellen met dezelfde
parameters (spanning en draadsnelheid)
als een conventionele MIG-boog. Lagere
spanningsinstellingen komen overeen
met nauwere booglengtes en hogere
spanningsinstellingen komen overeen
met langere booglengtes. Als de
spanningsfunctie wordt gekozen dat wordt
de vooringestelde gemiddelde spanning
weergegeven op het linker scherm, waarbij
de spanningsindicator oplicht.
Booglengte - Pulserend MIG
automatische regeling (zie hoofdstuk 5-1)
Op de Automatische stand is de instelling
voor de booglengte van 0 tot 100.
De programma’s zijn ontwikkeld op een
booglengte-instelling van 50. Door het
verhogen of verlagen van de
booglengte-instelling van 50 verandert de
booglengte. Het is niet nodig om de waarde
van de booglengte-instelling te wijzigen als
u de instellingen voor de draadaanvoer-
snelheid wijzigt.
. Automatische aanvoer werkt alleen met
synergische draadaanvoerapparaten.
Alle andere draadaanvoerapparaten
werken handmatig.
25. 0
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 29
6-5. Pulserend MIG - Keuzetabel draad- en gastype
DRAADTYPES GASTYPES
Aluminium
0,035 (0,9) AL4X (4000-serie)
0,040 (1,0) AL4X (4000-serie)
3/64 (1,2) AL4X (4000-serie)
1/16 (1,6) AL4X (4000-serie)
ARGN (ARGON)
0,035 (0,9) AL49 (4943)
0,040 (1,0) AL49 (4943)
3/64 (1,2) AL49 (4943)
1/16 (1,6) AL49 (4943)
0,035 (0,9) AL5X (5000-serie)
0,040 (1,0) AL5X (5000-serie)
3/64 (1,2) AL5X (5000-serie)
1/16 (1,6) AL5X (5000-serie)
ARGN (ARGON)
HE AR25 (HELIUM/ARGON)
* Draaddiameter in inch (mm). Raadpleeg hoofdstuk 5-2 om de weergegeven eenheden te wijzigen.
. Andere normale gasmengsels kunnen worden gebruikt door de booglengte e ‘sharp arc’ af te stellen. Gebruik het programma dat het dichtste
in de buurt komt van het gasmengsel, het draadtype en de draaddiameter zoals door u gebruikt.
Aantekeningen
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 30
6-6. Remote Process Select (Op afstand omschakelen van het lasproces)
Deze stroombron kan worden gebruikt met
draadaanvoerapparaten die het op afstand
omschakelen van het proces (Remote Process
Select) ondersteunen. Hiermee kan de gebruiker
op het draadaanvoerapparaat het actieve
lasproces schakelen tussen MIG en Pulserend
MIG. Om te bepalen of het lassysteem Remote
Process Select ondersteunt, moet u het
draadaanvoerapparaat aansluiten op de
stroombron en kijken of op het scherm van de
stroombron onderstaande varianten te zien zijn.
. Bij gebruik met een XMT stroombron, moet
de Process Select knop op Pulserend MIG
worden gezet om Remote Process Select
te kunnen activeren.
Schermweergave op stroombron -
draadaanvoersysteem met Remote
Process Select niet aangetroffen
Als het rechter scherm van de stroombron leeg
blijft, dan wordt er geen draadaanvoerapparaat
met Remote Process Select aangetroffen. Stel
het actieve lasproces in bij de stroombron.
Schermweergave op stroombron -
draadaanvoersysteem met Remote
Process Select aangetroffen
Als het rechter scherm van de stroombron
MIG aangeeft, dan wordt er een
draadaanvoerapparaat met Remote Process
Select aangetroffen en ingesteld op MIG.
Het actieve lasproces kan alleen op het
draadaanvoerapparaat worden gewijzigd.
Schermweergave op stroombron -
draadaanvoerapparaat met Remote
Process Select aangetroffen en ingesteld
op Pulserend MIG
Als het rechter scherm van de stroombron
PULS aangeeft, dan wordt er een
draadaanvoerapparaat met Remote Process
Select aangetroffen en ingesteld op Pulserend
MIG. Het actieve lasproces kan alleen op het
draadaanvoerapparaat worden gewijzigd.
Bij gebruik van een dubbel draadaanvoer-
systeem met Remote Process Select
Bij gebruik van een dubbel draadaanvoer-
apparaat met Remote Process Select kunnen
verschillende lasprogramma’s worden
gekozen voor de linker- en de rechterkant.
Het MIG-programma en het Pulserend
MIG-programma voor de linkerkant van het
draadaanvoerapparaat worden gekozen met
de linkerkant van het actieve draadaanvoer-
apparaat. Het MIG-programma en het
Pulserend MIG-programma voor de rechter-
kant van het draadaanvoerapparaat worden
gekozen met de rechterkant van het actieve
draadaanvoerapparaat. Als de rechterkant van
het draadaanvoerapparaat actief is, vertoont
het rechter scherm van de stroombron een
decimale punt rechtsonder in de hoek zoals
aangegeven op de afbeelding.
Schermweergave op stroombron - dubbel
draadaanvoerapparaat met actieve Remote
Process Select en ingesteld op MIG
Schermweergave op stroombron - dubbel
draadaanvoerapparaat met actieve Remote
Process Select en ingesteld op Pulserend
MIG
Decimale punt duidt erop dat
de rechterkant van het
draadaanvoerapparaat actief is.
Decimale punt duidt erop dat
de rechterkant van het
draadaanvoerapparaat actief is.
50
25.0
MIG
50
PULS
25.0
MIG.
50
PULS.
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 31
HOOFDSTUK 7 ONDERHOUD & PROBLEMEN
VERHELPEN
7-1. Routineonderhoud
. Geef vaker een onderhoudsbeurt als
het apparaat zwaar belast wordt.
! Verbreek de verbinding met
de netvoeding voordat u met
het onderhoud begint.
3 maanden
Vervang
beschadigde
of onleesbare
labels
Vervang
toortsbehuizing
waar scheurtjes
in zitten
Reparen of
vervangen
van kapotte
kabels
Repareer of
vervang kapotte
kabels en snoeren
Schoonmaken en
vastzetten van
lasverbindingen
6 maanden
De binnenzijde schoonblazen
7-2. De binnenzijde van het apparaat schoonblazen
! Om het inwendige van het apparaat
schoon te blazen hoeft de behuizing er
niet eerst af.
U blaast de lucht door de ventilatieroosters
aan de voor- en achterzijde. Zie de afbeelding.
Ref. 253 353-A / Ref. 252 026-A
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 32
7-3. De behuizing verwijderen en de spanning van de ingangscondensator meten
(400 V modellen)
! Schakel de lasstroombron uit
en verbreek de elektrische
verbinding met de netvoeding.
! Er kan een aanzienlijke
gelijkspanning achterblijven op de
condensatoren nadat het apparaat
is uitgeschakeld. Controleer
voordat u aan de slag gaat met het
onderhoud aan het apparaat altijd
de spanning op de afgebeelde
wijze om er zeker van te zijn
dat de ingangcondensatoren zich
hebben ontladen.
1 Rechterzijpaneel
Maak de bevestigingsbouten los om het
beschermpaneel van de rechterkant
van het apparaat af te kunnen halen.
2 Verbindings printplaat PC2
3 Voltmeter
Meet de DC spanning bij de afgebeelde
schroefklemmen op PC2, totdat de
spanning tot vlakbij 0 (nul) volt daalt.
. Als de condensatorspanning na
een paar minuten nog steeds niet
bijna nul is, moet de condensator
ontladen worden. Gebruik hiervoor
een weerstand van tussen de 25 en
1000 ohm, minstens 5 watt, en
geïsoleerde draden (geschikt voor
1000 volt gelijkspanning), diameter
1,5 mm
2
(16 AWG) of meer.
4 Voorbeeld van een
ontladingsweerstand
U ziet op deze pagina een voorbeeld van
een geschikte ontladingsweerstand.
Ga verder met uw werk in het apparaat.
Breng het rechterpaneel weer aan als u
klaar bent.
Benodigde gereedschappen:
5/16 inch
Ref. 252 026-A / Ref. 256 682-A
Voorbeeld van een
ontladingsweerstand
Weerstand 25 tot
1000 ohm, 5 watt
1,5 mm
2
, met isolatie voor
1000 V DC, lengte ca. 76 mm
4
1
2
3
Gevoed uit 400 V AC:
+ draad naar de onderste
klem; - draad naar de
bovenste klem
3
. Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM-257219 Pagina 33
7-4. Help-meldingen
. Alle richtingen zijn t.o.v. de voorzijde van het apparaat. Alle
schakelingen waarnaar wordt verwezen bevinden zich in het
apparaat.
Hulpscherm 1
Geeft een storing aan in de primaire stroomkring. Als dit scherm te zien
is, neem dan contact op met een door de fabrikant erkend
servicebedrijf.
Hulpscherm 2
Geeft een storing aan in het thermische beveiligingscircuit. Als dit
scherm te zien is, neem dan contact op met een door de fabrikant
erkend servicebedrijf.
Hulpscherm 3
Geeft aan dat de linkerkant van het apparaat oververhit is. Het apparaat
is gestopt om de ventilator de gelegenheid te geven om het af te koelen
(zie Hoofdstuk 3-7). Wanneer het apparaat is afgekoeld, kunt u verder
werken.
Hulpscherm 5
Geeft aan dat de rechterkant van het apparaat oververhit is. Het
apparaat is gestopt om de ventilator de gelegenheid te geven om het
af te koelen (zie Hoofdstuk 3-7). Wanneer het apparaat is afgekoeld,
kunt u verder werken.
Hulpscherm 6
Geeft een storing aan in het ingangscircuit van de machine. Als dit
scherm te zien is, neem dan contact op met een door de fabrikant
erkend servicebedrijf.
Hulpscherm 8
Duidt op een storing in de secundaire stroomkring van het apparaat. Als
dit scherm te zien is, neem dan contact op met een door de fabrikant
erkende serviceagent.
Hulpscherm 25
Geeft aan dat de machine de grenzen van de inschakelduur bereikt
heeft (zie hoofdstuk 3-7). De machine moet ingeschakeld blijven om de
koelventilator van voeding te voorzien. Nadat de machine is afgekoeld
kunt u verder.
HE.L
P-1
P-2
P-3
P-5
P-6
P-8
HE.L
HE.L
HE.L
HE.L
HE.L
P25
HE.L
7-5. Storingen
Probleem Oplossing
Geen lasuitgangsspanning;
het apparaat werkt totaal niet.
Zet de werkschakelaar aan (zie Hoofdstuk 4-8).
Controleer de netzekering(en) en vervang ze indien noodzakelijk; of reset de automatische zekering
(zie Hoofdstuk 4-8).
Controleer of de voeding goed is aangesloten (zie Hoofdstuk 4-8).
Geen lasuitgangsspanning; de meter
staat op ON.
De ingaande spanning is buiten het toegestane variatiebereik (zie hoofdstuk 4-7).
Kijk de afstandsbediening na, repareer hem of vervang hem.
Het apparaat is oververhit. Laat het apparaat afkoelen met de ventilator aan (zie hoofdstuk 3-7).
Onregelmatige of onjuiste
lasuitgangsspanning.
Gebruik een laskabel van het juiste formaat en type (zie hoofdstuk 4-2).
Reinig alle laskoppelingen en draai ze vast.
Controleer of de polariteit juist is.
Geen 115 V AC uitgangsspanning
bij de duplex contrastekker.
Reset beveiliging CB1 voor hulpapparatuur (zie hoofdstuk 4-6).
Geen 24 volt AC uitgangsspanning
bij de 14-pens stekkerdoos voor
de afstandsbediening.
Reset beveiliging CB2 voor hulpapparatuur (zie hoofdstuk 4-6).
OM-257219 Pagina 32
HOOFDSTUK 8 ELECTRISCH SCHEMA
Afbeelding 8-1. Stroomkringschema
OM-257219 Pagina 33
253 463-C
Aantekeningen
Geldig vanaf 1 januari 2016 (Installaties waarvan het serienummer begint met “MG” of nieuwer)
Deze beperkte garantie vervangt alle vorige Miller garanties en is exclusief zonder andere expliciete of impliciete waarborgen of garanties.
BEPERKTE GARANTIE Afhankelijk van de onderstaande bepalin-
gen en voorwaarden garandeert Miller Electric Mfg. Co., Appleton,
Wisconsin, zijn erkende verdeler dat nieuwe Miller installaties die ver-
kocht zijn na de geldende datum van deze beperkte garantie geen
materiaal- en/of fabricagefouten hebben. DEZE GARANTIE VER-
VANGT UITDRUKKELIJK ALLE ANDERE GARANTIES, EXPLICIET
OF IMPLICIET, VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID.
Binnen de onderstaande garantieperioden zal Miller alle onderdelen of
componenten die niet meer functioneren door dergelijke fabricage- en
materiaalfouten met garantie repareren of vervangen. Miller moet bin-
nen dertig (30) dagen schriftelijk op de hoogte worden gebracht van
een dergelijke fout of storing, waarop Miller instructies zal geven over
de garantieclaim-procedure die hierop volgt. Wanneer een melding
wordt ingediend als een online garantieclaim, moet de claim een gede-
tailleerde omschrijving bevatten van de storing en de stappen die zijn
genomen om de defecte onderdelen en de oorzaak van het defect te
identificeren.
In het geval van een dergelijke storing binnen de garantieperiode zal
Miller garantieclaims toestaan op installaties met garantie die hieron-
der zijn vermeld. Alle garantieperioden gelden vanaf de dag dat de in-
stallatie geleverd werd aan de erkende verdeler, of 18 maanden nadat
de installatie naar een internationale distributeur gezonden is.
1. 5 jaar onderdelen — 3 jaar arbeidsloon
* Originele gelijkrichters van de hoofdvoeding alleen
thyristoren, diodes en losse gelijkrichtcellen
2. 3 jaar — Onderdelen en arbeidsloon
* Automatisch verduisterende helmlenzen (uitgezonderd de
Classic-serie) (geen arbeidsloon)
* Lasapparaten/generatoren met motor
(OPMERKING: Motoren vallen onder een aparte garantie
van de motorfabrikant.)
* Voedingsbronnen van invertermachines (tenzij anders
aangegeven)
* Stroombronnen plasmasnijders
* Procesregelapparatuur
* Semi-automatische en automatische draadaanvoer-
systemen
* Transformator/gelijkrichter stroombronnen
3. 2 jaar — Onderdelen en arbeidsloon
* Automatisch verduisterende helmlenzen alleen
Classic-serie (geen arbeidsloon)
* Rookafzuigers Capture 5 Filtair 400 en Industrial
Collector-serie
4. 1 jaar — Onderdelen en arbeidsloon tenzij gespecificeerd
* Automatisch bewegende apparatuur
* CoolBelt en CoolBand blaasapparaten (geen arbeidsloon)
* Luchtdroogsysteem met droogmiddel
* Externe bewakingsapparatuur en sensoren
* Inbouwopties
(OPMERKING: Field Options zijn gedekt voor de
resterende garantieperiode van het product waarin ze in
geïnstalleerd zijn, of voor een minimum van één jaar —
afhankelijk van welke van de twee het langste duurt.)
* RFCS voetbedieningen (m.u.v. RFCS-RJ45)
* Rookafzuigers Filtair 130, MWX- en SWX-serie
* HF units
* ICE/XT plasmasnijdtoortsen (geen arbeidsloon)
* Stroombronnen voor inductieverwarming, koelers
(OPMERKING: Digitale recorders vallen onder aparte
garantie van de fabrikant.)
* Belastingsbanken
* Motoraangedreven pistolen (m.u.v. de Spoolmate pistolen)
* PAPR blaasunit (geen arbeidsloon)
* Positionerings- en regelapparatuur
* Rekken
* Wielonderstellen/trailers
* Puntlasapparatuur
* Draadaanvoer systemen voor onder poederdek lassen
* Waterkoelingssystemen
* TIG toortsen (geen arbeidsloon)
* Draadloze voet-/hand-afstandsbediening en ontvangers
* Werkstations/Lastafels (geen arbeidsloon)
* LiveArc- een computer las-help systeem
5. 6 maanden — op onderdelen
* Accu’s
* Bernard pistolen (geen arbeidsloon)
* Tregaskiss pistolen (geen arbeidsloon)
6. 90 dagen — op onderdelen
* Toebehoren (sets)
* Beschermzeilen
* Inductieverwarmingsspoelen en dekens, kabels en niet
elektronische regelapparatuur
*M
pistolen
* MIGtoortsen en Subarctoortsen (SAW)
* Afstandsbedieningen en RFCSRJ45
* Vervangende onderdelen (geen arbeidsloon)
* Roughneckpistolen
* Spoolmate pistolen
Millers True Blue® beperkte garantie geldt niet voor:
1. Slijtonderdelen zoals contacttips, snijmondstukken, mag-
neetschakelaars, koolborstels, relais, bovenbladen van
werkstations en lasgordijnen of andere onderdelen die niet
meer goed werken als gevolg van normale slijtage. (Uitzon-
dering: borstels en relais zijn wel gedekt bij alle motoraan-
gedreven producten.)
2. Onderdelen geleverd door Miller maar geproduceerd door ande-
ren, zoals motoren of handelsaccessoires. Deze onderdelen val-
len onder de eventuele garanties door de fabrikanten.
3. Installaties die veranderingen hebben ondergaan door andere
partijen dan Miller, of installaties die onjuist geïnstalleerd of ver-
keerd gebruikt zijn volgens industrierichtlijnen, of installaties die
geen redelijk en noodzakelijk onderhoud hebben gehad, of instal-
laties die gebruikt zijn voor andere dan de aangegeven toepas-
singen voor de installatie.
MILLER PRODUKTEN ZIJN BEDOELD VOOR VERKOOP EN GE-
BRUIK DOOR COMMERCIËLE/INDUSTRIËLE GEBRUIKERS EN
PERSONEN DIE OPGELEID ZIJN EN ERVARING HEBBEN MET
HET GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN LASINSTALLATIES.
In het geval van een garantieclaim gedekt door deze garantie, zullen
de exclusieve Miller-oplossingen zijn: (1) repareren; of (2) vervangen;
of, als dit schriftelijk door Miller is toegestaan in bepaalde gevallen, (3)
de redelijke kosten van repareren of vervangen bij een goedgekeurd
Miller onderhoudsbedrijf; of (4) krediet of betaling van de aankoopprijs
(redelijke waardevermindering op basis van het eigenlijke gebruik) bij
het retourneren van de goederen op risico en kosten van de klant.
Miller’s optie van repareren of vervangen zal f.o.b. zijn (met inbegrip
van vervoerskosten tot in de boot), naar de fabriek in Appleton,
Wisconsin of f.o.b. naar een door Miller goedgekeurd
onderhoudsbedrijf zoals bepaald is door Miller. Daarom zal er geen
compensatie of terugbetaling voor transportkosten worden
toegestaan.
VOOR ZOVER DE WET DIT TOESTAAT, STAAN ER GEEN ANDERE
VERHAALSMOGELIJKHEDEN OPEN DAN DEGENE DIE HIER
VOORZIEN ZIJN. IN GEEN GEVAL ZAL MILLER CONTRACTUEEL,
UIT ONRECHTMATIGE DAAD, OF ANDERSZINS, AAN-
SPRAKELIJK ZIJN VOOR RECHTSTREEKSE, ON-
RECHTSTREEKSE, BIJZONDERE, INCIDENTELE, OF
GEVOLGSCHADE (HIERIN BEGREPEN GEDERFDE WINST).
MILLER VERWERPT EN SLUIT, M.B.T. ALLE GEREEDSCHAP DAT
DOOR HAAR GELEVERD WORDT, ELKE UITDRUKKELIJKE
GARANTIE DIE HIER NIET VOORZIEN IS, EN ELKE
GEÏMPLICEERDE GARANTIE OF VERKLARING M.B.T.
PRESTATIE, EN ELK VERHAAL OP GROND VAN CONTRACTUELE
WANPRESTATIE, UIT ONRECHTMATIGE DAAD, OF DAT, WARE
DEZE BEPALING NIET OPGENOMEN, IMPLICIET, VAN
RECHTSWEGE, NAAR HANDELSGEWOONTE OF NAAR
AANLEIDING VAN DE CONCRETE OMSTANDIGHEDEN VAN DE
TRANSACTIE ZOU VOORTVLOEIEN UIT GELIJK WELKE ANDERE
RECHTSTHEORIE, HIERIN BEGREPEN ELKE GEÏMPLICEERDE
GARANTIE M.B.T. VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID
VOOR EEN BEPAALD GEBRUIK, UIT.
Sommige staten in de V.S. staan geen beperkingen toe met betrekking
tot de duur van de garantie, noch uitsluiting van bijkomende schade,
indirecte schade, speciale schade of gevolgschade, dus bovenstaan-
de beperking kan mogelijk niet van toepassing zijn voor u. Deze ga-
rantie biedt specifieke wettelijke rechten en er kunnen eventueel ook
andere rechten van toepassing zijn; deze kunnen echter per staat ver-
schillen.
In Canada biedt de wetgeving in enkele provincies bepaalde extra ga-
ranties of oplossingen die afwijken van de bepalingen die hierin zijn op-
genomen, en bovenstaande beperkingen en uitsluitingen zijn mogelijk
niet van toepassing, voorzover er niet van mag worden afgezien.
Deze Beperkte Garantie biedt specifieke wettelijke rechten en er kun-
nen eventueel ook andere rechten zijn; deze kunnen echter per pro-
vincie verschillen.
Deze originele garantie is in Engelse juridische begrippen ge-
schreven. Bij klachten of onenigheid heeft de betekenis van de
woorden in het Engels voorrang.
miller warr_dut 201601
Vertaling van de originele instructies UITGEGEVEN IN DE VS. © 2016 Miller Electric Mfg. Co 2016-01
Miller Electric Mfg. Co.
An Illinois Tool Works Company
1635 West Spencer Street
Appleton, WI 54914 USA
International HeadquartersUSA
USA Phone: 920-735-4505 Auto-attended
USA & Canada FAX: 920-735-4134
International FAX: 920-735-4125
Voor internationale vestigingen bezoek
website: www.MillerWelds.com
Naam van het model Serie-/typenumber
Aankoopdatum (datum waarop de apparatuur bij de oorspronkelijke klant werd bezorgd.)
Leverancier
Adres
Plaats
Staat Postcode
Volledig invullen en goed bewaren a.u.b.
Vermeld altijd de naam van het model en het serie-/typenummer
Ga naar uw leverancier voor:
Toebehoren en elektroden
Optionele apparatuur en accessoires
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Service en reparaties
Vervangende onderdelen
Trainingen en opleidingen (scholen, videos,
boeken)
Technische handboeken (onderhoudsinformatie
en onderdelen)
Stroomkringschema’s
Handboeken over lasprocessen
Wanneer u een dealer of servicebedrijf zoekt, ga naar
www.millerwelds.com of bel 18004AMiller
Neem contact op met het
vervoersbedrijf:
Service
Eigendomspapieren
Om een schadeclaim in te dienen bij verlies of
beschadiging tijdens transport.
Neem contact op met de transportafdeling van uw distribu-
teur en/of de fabrikant van de apparatuur voor hulp bij het
indienen en afhandelen van schadeclaims.
Neem contact op met een distributeur of servicebedrijf
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42

Miller MG162540U de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor