Pioneer deh-p9600mp de handleiding

Categorie
Auto videosystemen
Type
de handleiding
DIN achterbevestiging
Installatie via de schroefgaten in de
zijkant van het apparaat (Afb. 5) (Afb. 6)
(Afb. 7)
1. Verwijder het frame.
8. Frame
9. Steek de verwijdersleutel in de opening aan de
onderkant van het frame en trek zo het frame los.
(Wanneer u het frame weer terugzet, dient u de
kant met de groef naar beneden te houden.)
2. Bevestigen van het apparaat aan de
radio-bevestigingsbeugel van de fab-
rikant.
10. Kies een positie waarin de schroefgaten in de
beugel en die in het apparaat met elkaar
overeenkomen (passen) en draai aan beide kanten
2 schroeven in. U kunt drukkingsschroeven (5 ×
6 mm) of schroeven met platte kop (5 × 6 mm)
gebruiken, afhankelijk van de vorm van de
schroefgaten in de beugel.
11. Schroef
12. Radio-bevestigingsbeugel van de fabrikant
13. Dashboard of console
Omschakelen van de DSP
instelmodus (Afb. 8)
Dit toestel heeft twee gebruiksinstellingen: de 3-
weg netwerkmodus (NW) en de standaardmodus
(STD). U kunt naar wens tussen beide
omschakelen. De standaardmodus (STD) is de
oorspronkelijke instelling voor de DSP.
Na het omschakelen moet de
microcomputer gereset worden.
(Raadpleeg de gebruiksaanwijzing.)
Gebruik een schroevendraaier met
een dun plat uiteinde om de DSP
schakelaar aan de onderkant van dit
toestel te verzetten.
Bevestigen van het voorpaneel
(Afb. 9)
Als u het voorpaneel niet wilt kunnen
verwijderen, kunt u de meegeleverde schroeven
gebruiken om het voorpaneel aan het toestel vast
te zetten.
14. Bevestigingsschroef
Opmerking:
Voor u het apparaat definitief installeert, is het
raadzaam eerst alle aansluitingen tijdelijk te
maken om te kontroleren of alles naar behoren
funktioneert, zodat u later niet voor verrassingen
komt te staan.
Gebruik voor het installeren uitsluitend de bij het
apparaat geleverde onderdelen. Toepassing van
andere dan de goedgekeurde onderdelen kan
leiden tot storing in de werking van het apparaat.
Raadpleeg uw dichtstbijzijnde dealer als het voor
het installeren van het apparaat nodig blijkt gaten
te boren, of andere wijzigingen aan te brengen
aan de auto.
Installeer het apparaat op een plaats waar het de
bestuurder niet in de weg kan zitten en waar het
ook bij een noodstop e.d. geen gevaar voor de
inzittenden kan opleveren.
De halfgeleider-laser in het apparaat is gevoelig
voor beschadiging door oververhitting, dus
installeer het apparaat niet te dicht in de buurt
van de autoverwarming of de warme luchtsroom
daarvan.
Als u het apparaat onder een al te steile hoek
installeert, d.w.z. meer dan 60° uit het horizontale
vlak, zal het niet naar behoren kunnen werken.
(Afb. 1)
DIN voor-/achterbevestiging
Dit apparaat kan op de juiste manier worden
bevestigd aan de “voorkant” (conventionele DIN
voorbevestiging) of aan de “achterkant” (DIN
achterbevestiging, via de drie schroefgaten in de
zijkant van het chassis van het apparaat). Voor
details dient u de afbeeldingen bij de
bevestigingsmethoden te raadplegen.
DIN voorbevestiging
Installatie met de rubber mof (Afb. 2)
1. Dashboard
2. Houder
Nadat u de houder in het dashboard hebt
geplaatst, kiest u de juiste lipjes voor de dikte
van het dashboard-materiaal en buigt u deze om.
(Plaats zo stevig als mogelijk met gebruik van de
boven- en onderlipjes. Buig de lipjes 90 graden
om te vergrendelen.)
3. Rubber mof
4. Schroef
Verwijderen van het apparaat (Afb. 3)
(Afb. 4)
5. Frame
6. Steek de verwijdersleutel in de opening aan de
onderkant van het frame en trek zo het frame los.
(Wanneer u het frame weer terugzet, dient u de
kant met de groef naar beneden te houden.)
7. Steek de bijgeleverde verwijdersleutels in het
apparaat, zoals in de afbeelding aangegeven, tot
ze op hun plaats vastklikken. Houd de sleutels
tegen de zijkanten van het apparaat aangedrukt
en trek het apparaat naar buiten.
Installeren <NEDERLANDS>
Montaggio DIN posteriore
Installazione per mezzo dei fori per vite
situati sui lati dell’unità (Fig. 5) (Fig. 6)
(Fig. 7)
1. Rimuovere il telaio.
8. Telaio
9. Inserire nel foro situato sul fondo del telaio l’at-
trezzo di rilascio a filo, quindi estraendolo in
modo da rimuovere il telaio stesso.
(Quando si rimonta il telaio, dirigerne verso il
basso il lato provvisto di scanalatura e quindi
procedere con il montaggio.)
2. Assicurare l’unità alla staffa di
montaggio radio.
10. Selezionare una posizione in cui i fori per vite
della staffa ed i fori per vite dell’unità principale
risultano allineati (si accoppiano) e quindi serrare
le viti nei 2 punti su ciascun lato.
Dipendentemente dalla forma dei fori per vite
presenti sulla staffa, utilizzare viti di fermo
(5 × 6 mm) oppure viti a testa piatta (5 × 6 mm).
11. Vite
12. Staffa di montahhio radio
13. Plancia o console
Commutazione del modo di
impostazione DSP (Fig. 8)
Questo prodotto ha due modi di funzionamento:
il modo di rete a 3 vie (NW) e il modo standard
(STD). E’ possibile passare da un modo all’altro
a proprio piacimento. Inizialmente l’im-
postazione DSP è sul modo standard (STD).
Dopo la commutazione, reimpostare
il microprocessore. (Consultare il
manuale di istruzioni.)
Usare un cacciavite sottile a punta
standard per commutare l’interrut-
tore DSP sul fondo del prodotto.
Fissaggio del pannello anteriore
(Fig. 9)
Nel caso in cui non si desideri utilizzare la possi-
bilità di applicare e rimuovere il pannello frontale
a piacimento, esso può essere mantenuto in
posizione fissa per mezzo delle viti di fissaggio
fornite in dotazione.
14. Vite di fissaggio
Nota:
Prima di installare definitivamente l’apparecchio,
collegare i fili temporaneamente e accertarsi che
tutti i collegamenti siano corretti e che l’apparec-
chio e il sistema funzionino correttamente.
Per un’installazione appropriata, usare soltanto i
pezzi in dotazione all’apparecchio. L’uso di pezzi
non autorizzati può causare problemi di funzion-
amento.
Rivolgersi al più vicino rivenditore se l’instal-
lazione richiede la trapanatura di fori o altre
modifiche del veicolo.
Installare l’apparecchio in un punto in cui esso
non intralci le manovre del conducente e in cui
non possa provocare lesioni ai passeggeri nel
caso dell’arresto improvviso del veicolo, come
nel caso di una frenata d’emergenza.
Il laser a semiconduttore subisce danni se si sur-
riscalda; pertanto, non installare l’apparecchio in
luoghi esposti al calore, come per esempio nei
pressi della bocca di efflusso dell’impianto di
riscaldamento.
Se l’angolo di installazione supera i 60° rispetto
alla posizione orizzontale, l’apparecchio potrebbe
non fornire prestazioni ottimali. (Fig. 1)
Montaggio DIN forntale/posteriore
Questa unità può essere adeguatamente installata
sia “frontalmente” (montaggio DIN frontale con-
venzionale) sia “posteriormente” (installazione a
montaggio DIN posteriore facendo utilizzo dei
fori filettati situati sui lati del telaio dell’unità).
Per informazioni in merito, fare riferimento alle
figure che seguono relative ai metodi di instal-
lazione.
Montaggio DIN frontale
Installazione con la boccola di gomma
(Fig. 2)
1. Cruscotto
2. Supporto
Dopo aver inserito il supporto nel cruscotto,
selezionare le linguette appropriate a seconda
dello spessore del materiale del cruscotto e pie-
garle.
(Installare quanto più saldamente possibile ser-
vendosi delle linguette superiore e inferiore. Per
fissare, piegare le linguette a 90 gradi.)
3. Boccola di gomma
4. Vite
Estrazione dell’unità (Fig. 3) (Fig. 4)
5. Telaio
6. Inserire nel foro situato sul fondo del telaio l’at-
trezzo di rilascio a filo, quindi estraendolo in
modo da rimuovere il telaio stesso.
(Quando si rimonta il telaio, dirigerne verso il
basso il lato provvisto di scanalatura e quindi
procedere con il montaggio.)
7. Inserire le chiavette di estrazione in dotazione
nell’apparecchio, come mostrato nella figura,
finché non scattano in posizione. Tenendo le chi-
avette premute contro i lati dell’apparecchio,
estrarre l’apparecchio.
Installazione <ITALIANO>
I cavi per questo apparecchio e quelli per altri
apparecchi possono avere colori diversi, pur
svolgendo la stessa funzione. Per il collegamento
di questo apparecchio ad un’altro, vedere i manuali
di entrambi gli apparecchi, e provvedere al
collegamento dei cavi aventi la stessa funzione.
Nota:
Questo apparecchio è per veicoli con una batteria da
12 volt e una messa a massa negativa. Prima di instal-
larlo in un veicolo sportivo, in un autocarro o in un
autobus, controllare la tensione della batteria.
Per evitare cortocircuiti nell’impianto elettrico, accer-
tarsi di scollegare il cavo della batteria prima di
iniziare l’installazione.
Fare riferimento al manuale di istruzioni per i dettagli
sul collegamento dell’amplificatore di potenza e di
altri apparecchi, quindi eseguire i collegamenti corret-
tamente.
Fissare i fili con dei fermacavi o del nastro adesivo.
Per proteggere i fili, avvolgervi attorno del
nastro adesivo nei punti in cui essi sono a contatto
con parti metalliche.
Disporre e fissare tutti i fili in modo tale che essi non
tocchino alcuna parte in movimento, come l’asta del
cambio, il freno a mano e le guide dei sedili. Non dis-
porre i fili in luoghi esposti al calore, come nei pressi
della bocca di efflusso dell’impianto di riscaldamento.
Se la guaina isolante dei fili si fonde o si lacera, c’è il
pericolo che i fili possano provocare cortocircuiti alla
carrozzeria del veicolo.
Non far passare il cavo giallo attraverso un foro per
inserirlo nel vano motore per collegare la batteria.
Questo danneggia la guaina isolante del cavo e può
causare un cortocircuito molto pericoloso.
Non accorciare i cavi. Se si accorciano i cavi, il cir-
cuito di protezione potrebbe non funzionare quando
invece dovrebe.
Non fornire mai alimentazione ad un altro apparec-
chio tagliando la guaina isolante del cavo di alimen-
tazione dell’apparecchio e collegando il cavo. La
capacità di corrente del cavo sarà superata causando
surriscaldamento.
Quando si sostituisce il fusibile, accertarsi di usare
soltanto un fusibile dai limiti di impiego indicati sul
portafusibili.
Poiché è impiegato un unico circuito BPTL, non
eseguire mai i collegamenti in modo tale che i fili
degli altoparlanti siano messi a massa direttamente o
in modo tale che i fili degli altoparlanti sinistro e
destro siano in comune.
Se gli spinotti a spillo RCA dell’unità non vengono
usati, non rimuovere i cappucci dall’estremità del
connettore.
I diffusori collegati a quest’unità devono essere di alta
potenza da almeno 50 W e da 4 a 8 ohm. Se si usano
diffusori con uscita e/o ingresso inferiori, questi pos-
sono prendere fuoco, emettere fumo o venir danneg-
giati in altro modo.
Attivando la sorgente di questo apparecchio, attraver-
so il cavo blu/bianco viene emesso un segnale di
comando. Collegare questo cavo al dispositivo di
comando a distanza di un sistema di amplificatore di
potenza esterno, o al terminale di comando del relais
dell’antenna ad alzo automatico (massimo 300 mA,
con corrente continua a 12 V). Se l’automobile
dispone di una antenna a vetro, collegare il cavo al
terminale di alimentazione del booster dell’antenna.
Quando si usa un amplificatore di potenza esterno
con questo sistema, accertarsi di non collegare il cavo
blu/bianco al terminale di alimentazione dell’amplifi-
catore. Allo stesso modo, non collegare il cavo
blu/bianco al terminale di alimentazione dell’antenna
automatica. Tale collegamento potrebbe causare un
consumo di corrente eccessivo e provocare problemi
di funzionamento.
Per evitare corti circuiti, coprire con nastro isolante il
cavo staccato. In particolare, devono assolutamente
essere ricoperti con nastro isolante i cavi non usati
degli altoparlanti. Se i cavi non vengono isolati
possono verificarsi dei pericolosi corti circuiti.
Per evitare un collegamento sbagliato, il lato di
ingresso del connettore IP-BUS è blu, mentre il lato
di uscita è nero. Collegare i connettori dello stesso
colore correttamente.
Se questo apparecchio viene installato in un veicolo
che non possiede una posizione ACC (accessoria)
sull’interruttore di accensione, il cavo rosso
dell’apparecchio deve essere collegato ad un
terminale accoppiato con le operazioni di accen-
sione/spegnimento dell’interruttore di accensione. Se
ciò non viene fatto, la batteria del veicolo può scari-
carsi quando si lascia il veicolo per alcune ore.
Il cavo nero è quello di messa a terra. Mettere a terra
questo cavo separatamente da quello di messa a terra
di apparecchi funzionanti con corrente a tensioni ele-
vate, quali gli amplificatori di potenza.
Se gli apparecchi si trovano messi a terra insieme, in
caso di distacco della messa a terra, possono verificar-
si incendi, o prodursi danni agli apparecchi.
Collegamento degli apparecchio <ITALIANO>
Posizione ACC presente
A
C
C
O
N
S
T
A
R
T
O
F
F
O
N
S
T
A
R
T
O
F
F
Posizione ACC assente
Schema di collegamento
Schema di collegamento per il modo
standard (Fig. 10)
Schema di collegamento per il modo di
rete a 3 vie (Fig. 11)
1. Terminale TEL (TEL)
Far riferimento al manuale d’istruzioni del tele-
fono a viva voce (venduto separatamente).
2. Terminal per antenna
3. Questo apparecchio
4. Interruttore DSP
Commutare l’interruttore DSP come indica l’il-
lustrazione qui sotto.
5. Ingresso IP-BUS (Blu)
6. Multilettore CD (venduto separatamente)
7. Cavo IP-BUS
8. Connettore del telecomando a filo (WIRED
REMOTE INPUT)
Consultare il manuale del telecomando a filo
(venduto separatamente).
9. Uscita del subwoofer (LOW/SUBWOOFER
OUTPUT)
10. Uscita posteriore (MID/REAR OUTPUT)
11. Uscita anteriore (HIGH/FRONT OUTPUT)
12. Nota:
A seconda del tipo di veicolo, la funzione di 3* e
5* potrebbe essere differente. In tal caso
collegare sempre 2* a 5* e 4* a 3*.
13. Collegare fra loro cavi di uguale colore.
14. Cappuccio (1*)
Se questo terminale non è in uso, non togliere il
cappuccio.
15. Giallo (3*)
Riserva (o accessoria)
16. Giallo (2*)
Al terminale constantemente alimentato,
qualunque sia la posizione della chiave
d’accensione.
17. Portafusibili
18. Rosso (5*)
Accessoria (o riserva)
19. Rosso (4*)
Collegare alla chiave d’avviamento ON/OFF
(con corrente continua a 12 V).
20. Resistenza fusibile
21. Arancione/bianco
Al terminale dell’interruttore di illuminazione.
22. Nero (massa)
Al telaio (parte metallica) dell’automobile.
23. Connettore ISO
Nota:
In alcuni veicoli, il connettore ISO potrebbe
essere diviso in due. In tal caso, non mancare di
connettere ambedue i connettori.
24. Giallo/nero
Se si usa un telefono cellulare, cellegarlo tramite
il cavo di silenziamento audio sul telefono cellu-
lare. In caso contrario, non collegare affatto il
cavo di selinziamento audio.
25. Cavi diffusore
Bianco : Anteriore sinistro +
Bianco/nero : Anteriore sinistro
Grigio : Anteriore destro +
Grigio/nero : Anteriore destro
Verde : Posteriore sinistro +
Verde/nero : Posteriore sinistro
Violetto : Posteriore destro +
Violetto/nero : Posteriore destro
26. Cavi di collegamento con spine a terminale RCA
(venduto separatamente)
27. Amplificatore (venduto separatamente)
28. Blu/bianco
Al terminale di comando del sistema
dell’amplificatore di potenza (massimo 300 mA,
con corrente continua a 12 V).
29. Comando a distanza del sistema
30. Blu/bianco (7*)
Al terminale di controllo del relè dell’antenna ad
alzo automatico (massimo 300 mA, con corrente
continua a 12 V).
31. Blu/bianco (6*)
32. La posizione dei poli del connettore ISO
differisce in relazione al tipo di veicolo. Se il
polo 5 è del tipo per il comando dell’antenna,
collegare 6* e 7*. Nei veicoli di altri tipi non
collegare mai 6* e 7*.
33. Sinistra
34. Destra
35. Diffusore anteriore
36. Diffusore posteriore
37. Subwoofer
38. Eseguire questi collegamenti nel caso in cui si
faccia uso di un amplificatore opzionale.
39. Uscita gamma bassi (LOW/SUBWOOFER OUT-
PUT)
40. Uscita gamma medi (MID/REAR OUTPUT)
41. Uscita gamma alti (HIGH/FRONT OUTPUT)
42. Cavi diffusore
Bianco :Gamma alti sinistra +
Bianco/nero:Gamma alti sinistra
Grigio :Gamma alti destra +
Grigio/nero :Gamma alti destra
Verde :Gamma medi sinistra +
Verde/nero :Gamma medi sinistra
Viola :Gamma medi destra +
Viola/nero :Gamma medi destra
43. Diffusore gamma alti
44. Diffusore gamma medi
45. Diffusore gamma bassi
46. Per il collegamento alla gamma bassi è neces-
sario un amplificatore esterno.
Snoeren voor dit product en overeenkomende
snoeren voor andere producten hebbern mogelijk
verschillende kleuren ookal is de functie van de
snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van
dit product met een ander product daarom de
handleiding van beide producten en verbind de
snoeren met dezelfde functie met elkaar.
Opmerking:
Dit apparaat is bestemd voor inbouw in voertuigen
met een negatief geaarde 12-volts accu. Alvorens u
het installeert in een auto, bus, vrachtwagen of ander
voer- of vaartuig, dient u eerst te kontroleren of de
accuspanning de juiste is.
Om kortsluiting te vermijden, dient u vooral voor het
installeren de negatieve
accukabel los te maken.
Zie voor het aansluiten van de eindversterker en
andere apparatuur de gebruiksaanwijzing en volg de
aanwijzingen nauwgezet op.
Houd de bedrading op zijn plaats met kabelklemmen
of met isolatieband. Wikkel ter bescherming ook iso-
latieband om de bedrading waar deze de metalen
oppervlakken van de auto raakt.
Leid de bedrading altijd zo dat deze niet in aanraking
kan komen met bewegende onderdelen zoals de ver-
snellingspook, de handrem en de geleiderails van de
stoelen. Zet de bedrading stevig vast en vermijd ook
plaatsen die warm worden, zoals bij een uitblaasopen-
ing van de autoverwarming. Als de isolatie smelt of
door beweging doorslijt, zou er kortsluiting kunnen
onstaan.
Leid de gele draad niet door het brandschot naar de
motorruimte voor aansluiting op de accu. Hierbij is de
kans groot op beschadiging van de isolatie en zeer
gevaarlijke kortsluiting.
Maak de bedrading niet korter. Bij inkorten van de
bedrading kan het beveiligingscircuit niet in werking
treden wanneer dat nodig is.
Tap geen stroom af van de bedrading door een stukje
isolatie te verwijderen en een andere draad aan de
kerndraad te verbinden. Hierdoor kan de maximale
stroomcapaciteit van de draad overschreden worden,
met als gevolg oververhitting.
Vervang een doorgebrande zekering altijd alleen door
een nieuwe zekering van hetzelfde type, zoals
aangegeven op de zekeringhouder.
Aangezien er gebruik is gemaakt van een uniek BPTL
circuit, mag u de luidsprekersnoeren nooit recht-
streeks met de aarde verbinden en mag u ook niet de
negatieve luidsprekerdraden gemeenschappelijk
aansluiten.
Verwijder de dopjes of kapjes niet van het uiteinde van
de stekkeraansluitingen indien u de RCA penaansluit-
ing van het toestel niet gebruikt.
Sluit op dit apparaat luidsprekers aan die een hoog
ingangsvermogen kunnen verwerken, van nominaal
tenminste 50 W, met een impedantie van 4 tot 8 Ohm.
Sluit u luidsprekers aan die niet aan deze eisen vol-
doen, dan bestaat er de kans dat de luidsprekers in
brand vliegen, beginnen te roken of anderszins
beschadigd raken.
Wanneer de signaalbron van dit product aan (ON)
staat, wordt er een controlesignaal geproduceerd via
de blauw/witte draad. Sluit deze aan op een systeem-
afstandsbediening van een externe power versterker,
of op de auto-antenne relais bedieningsaansluiting van
de auto zelf (max. 300 mA 12 Volt gelijkstroom). Als
de auto voorzien is van een glas-antenne, dient u de
aansluiting te maken op de aansluiting van de
stroomvoorziening van de antennebooster.
Als u met dit apparaat een externe eindversterker
gebruikt, let dan op dat u niet de blauw/witte draad
aansluit op de stroomvoorzieningsaansluiting van de
eindversterker. Sluit de blauw/witte draad ook niet
aan op de stroomaansluiting van de auto-antenne. Een
dergelijke aansluiting kan een te grote stroomafname
en daarmee storing veroorzaken.
Om kortsluiting te voorkomen dient u de losgekop-
pelde draad af te dekken met isolatieband. Vergeet
vooral niet de ongebruikte luidsprekerdraden te isol-
eren. Als de draden niet geïsoleerd zijn, bestaat er het
gevaar van kortsluiting.
Om vergissingen te voorkomen is de ingangskant van
de IP-BUS aansluiting blauw uitgevoerd en de uit-
gangskant zwart. Let op dat u bij het aansluiten deze
kleurcode volgt.
Bij inbouw van dit apparaat in een auto waarvan het
kontaktslot geen “ACC” stand heeft, dient u de rode
stroomdraad van dit apparaat aan te sluiten op een
aansluitpunt waarvan de stroom wordt in- en uit-
geschakeld door ON/OFF zetten van het kontakt-
sleuteltje. Als u deze stroomdraad aansluit op een
punt dat altijd stroom krijgt, kan de accu leegraken als
u de auto enkele uren ongebruikt laat.
De zwarte draad is de aardedraad. Aard deze draad
gescheiden van de aarde van toestellen met een hoog
vermogen, bijvoorbeeld eindversterkers.
De toestellen zouden namelijk mogelijk worden
beschadigd of er worde brand veroorzaakt indien u dit
toestel tezamen met andere toestellen aardt en de
aarde wordt ontkoppeld.
Aansluitschema
Aansluitingsschema standaardmodus
(Afb. 10)
Aansluitingsschema 3-weg
netwerkmodus (Afb. 11)
1. Naar de TEL aansluiting (TEL)
Zie bladzijde de handleiding van de Handsfree
telefoon (los verkrijgbaar).
2. Antenne-aansluiting
3. Dit product
4. DSP schakelaar
Zet de DSP schakelaar in de hieronder
afgebeelde stand.
5. IP-BUS ingangsaansluiting (Blauw)
6. Multi CD-wisselaar (los verkrijgbaar)
7. IP-BUS-kabel
8. Aansluiting voor de afstandsbediening met draad
(WIRED REMOTE INPUT)
Raadpleeg de handleiding van de
afstandsbediening met draad (los verkrijgbaar).
9. Subwoofer uitgang (LOW/SUBWOOFER OUT-
PUT)
10. Uitgang achter (MID/REAR OUTPUT)
11. Vooruitgang (HIGH/FRONT OUTPUT)
12. Opmerking:
De functie van 3* en 5* is mogelijk versc
hillend afhankelijk van het type auto. Indien dit
het geval is moet u 2* met 5* en 4* met 3*
verbinden.
13. Verbind de draden van dezelfde kleur met elkaar.
14. Dopje (1*)
Niet verwijderen indien u deze aansluiting niet
gebruikt.
15. Geel (3*)
Ondersteuning (of accessoire)
16. Geel (2*)
Naar de aansluiting die altijd van stroom
voorzien wordt onafhankelijk van de stand van
het kontact.
17. Zekeringhouder
18. Rood (5*)
Accessoire (of ondersteuning)
19. Rood (4*)
Naar de door het kontact (12 Volt gelijkstroom)
(ON/OFF) geregelde elektrische aansluiting.
20. Zekering
21. Oranje/wit
Naar lichtschakelaar-aansluiting.
22. Zwart (aarde)
Naar de (metalen) carrosserie van het voertuig.
23. ISO aansluiting
Opmerking:
In bepaalde auto’s is de ISO aansluiting mogelijk
in tweeën verdeeld. U moet in dat geval een
verbinding met beide aansluitingen maken.
24. Geel/zwart
Gebruikt u een cellulaire telefoon, sluit u deze
dan aan via de Audio Mute dempingsaansluiting
voor de cellulaire telefoon. Maakt u daarvan geen
gebruik, laat de Audio Mute dempingsaanslunit-
ing dan vrij, zonder hierop iets aan te sluiten.
25. Luidsprekerdraden
Wit : Linksvoor +
Wit/zwart : Linksvoor
Grijs : Rechtsvoor +
Grijs/zwart : Rechtsvoor
Groen : Linksachter +
Groen/zwart : Linksachter
Paars : Rechtsachter +
Paars/zwart : Rechtsachter
26. Aansluitsnoeren met RCA stekkers
(los verkrijgbaar)
27. Eindversterker (los verkrijgbaar)
28. Blauw/wit
Naar de systeembedieningsaansluiting van de
eindversterker (max. 300 mA 12 Volt
gelijkstroom).
29. Systeem-afstandsbediening
30. Blauw/wit (7*)
Naar auto-antenne relaisbedieningsaansluiting
(max. 300 mA 12 Volt gelijkstroom).
31. Blauw/wit (6*)
32. De penposities van de ISO stekker kunnen
verschillen afhankelijk van het soort voortuig.
Sluit 6* en 7* aan wanneer Pen 5 van het
antenne-bedieningstype is. In andersoortige
voortuigen mag u 6* en 7* nooit aansluiten.
33. Links
34. Rechts
35. Voor-luidspreker
36. Achterluidspreker
37. Subwoofer
38. Maak deze verbindingen wanneer u de los
verkrijgbare versterker gebruikt.
39. Uitgang lage tonen (LOW/SUBWOOFER OUT-
PUT)
40. Uitgang middentonen (MID/REAR OUTPUT)
41. Uitgang hoge tonen (HIGH/FRONT OUTPUT)
42. Luidsprekerdraden
Wit : Hoge tonen links +
Wit/zwart : Hoge tonen links
Grijs : Hoge tonen rechts +
Grijs/zwart : Hoge tonen rechts
Groen : Middentonen links +
Groen/zwart : Middentonen links
Paars : Middentonen rechts +
Paars/zwart : Middentonen rechts
43. Hoge tonen luidspreker
44. Middentonen luidspreker
45. Lage tonen luidspreker
46. Een externe versterker is vereist om de lage
tonen luidspreker aan te kunnen sluiten.
Aansluiten van de apparatuur <NEDERLANDS>
ACC stand
A
C
C
O
N
S
T
A
R
T
O
F
F
O
N
S
T
A
R
T
O
F
F
Geen ACC stand

Documenttranscriptie

Installazione Nota: • • • • • • Prima di installare definitivamente l’apparecchio, collegare i fili temporaneamente e accertarsi che tutti i collegamenti siano corretti e che l’apparecchio e il sistema funzionino correttamente. Per un’installazione appropriata, usare soltanto i pezzi in dotazione all’apparecchio. L’uso di pezzi non autorizzati può causare problemi di funzionamento. Rivolgersi al più vicino rivenditore se l’installazione richiede la trapanatura di fori o altre modifiche del veicolo. Installare l’apparecchio in un punto in cui esso non intralci le manovre del conducente e in cui non possa provocare lesioni ai passeggeri nel caso dell’arresto improvviso del veicolo, come nel caso di una frenata d’emergenza. Il laser a semiconduttore subisce danni se si surriscalda; pertanto, non installare l’apparecchio in luoghi esposti al calore, come per esempio nei pressi della bocca di efflusso dell’impianto di riscaldamento. Se l’angolo di installazione supera i 60° rispetto alla posizione orizzontale, l’apparecchio potrebbe non fornire prestazioni ottimali. (Fig. 1) <ITALIANO> Montaggio DIN forntale/posteriore Questa unità può essere adeguatamente installata sia “frontalmente” (montaggio DIN frontale convenzionale) sia “posteriormente” (installazione a montaggio DIN posteriore facendo utilizzo dei fori filettati situati sui lati del telaio dell’unità). Per informazioni in merito, fare riferimento alle figure che seguono relative ai metodi di installazione. Montaggio DIN frontale Installazione con la boccola di gomma (Fig. 2) 1. Cruscotto 2. Supporto Dopo aver inserito il supporto nel cruscotto, selezionare le linguette appropriate a seconda dello spessore del materiale del cruscotto e piegarle. (Installare quanto più saldamente possibile servendosi delle linguette superiore e inferiore. Per fissare, piegare le linguette a 90 gradi.) 3. Boccola di gomma 4. Vite Estrazione dell’unità (Fig. 3) (Fig. 4) 5. Telaio 6. Inserire nel foro situato sul fondo del telaio l’attrezzo di rilascio a filo, quindi estraendolo in modo da rimuovere il telaio stesso. (Quando si rimonta il telaio, dirigerne verso il basso il lato provvisto di scanalatura e quindi procedere con il montaggio.) 7. Inserire le chiavette di estrazione in dotazione nell’apparecchio, come mostrato nella figura, finché non scattano in posizione. Tenendo le chiavette premute contro i lati dell’apparecchio, estrarre l’apparecchio. Montaggio DIN posteriore Installazione per mezzo dei fori per vite situati sui lati dell’unità (Fig. 5) (Fig. 6) (Fig. 7) 1. Rimuovere il telaio. 8. Telaio 9. Inserire nel foro situato sul fondo del telaio l’attrezzo di rilascio a filo, quindi estraendolo in modo da rimuovere il telaio stesso. (Quando si rimonta il telaio, dirigerne verso il basso il lato provvisto di scanalatura e quindi procedere con il montaggio.) 2. Assicurare l’unità alla staffa di montaggio radio. 10. Selezionare una posizione in cui i fori per vite della staffa ed i fori per vite dell’unità principale risultano allineati (si accoppiano) e quindi serrare le viti nei 2 punti su ciascun lato. Dipendentemente dalla forma dei fori per vite presenti sulla staffa, utilizzare viti di fermo (5 × 6 mm) oppure viti a testa piatta (5 × 6 mm). 11. Vite 12. Staffa di montahhio radio 13. Plancia o console Commutazione del modo di impostazione DSP (Fig. 8) Questo prodotto ha due modi di funzionamento: il modo di rete a 3 vie (NW) e il modo standard (STD). E’ possibile passare da un modo all’altro a proprio piacimento. Inizialmente l’impostazione DSP è sul modo standard (STD). • Dopo la commutazione, reimpostare il microprocessore. (Consultare il manuale di istruzioni.) • Usare un cacciavite sottile a punta standard per commutare l’interruttore DSP sul fondo del prodotto. Fissaggio del pannello anteriore (Fig. 9) Nel caso in cui non si desideri utilizzare la possibilità di applicare e rimuovere il pannello frontale a piacimento, esso può essere mantenuto in posizione fissa per mezzo delle viti di fissaggio fornite in dotazione. 14. Vite di fissaggio Installeren Opmerking: • • • • • • Voor u het apparaat definitief installeert, is het raadzaam eerst alle aansluitingen tijdelijk te maken om te kontroleren of alles naar behoren funktioneert, zodat u later niet voor verrassingen komt te staan. Gebruik voor het installeren uitsluitend de bij het apparaat geleverde onderdelen. Toepassing van andere dan de goedgekeurde onderdelen kan leiden tot storing in de werking van het apparaat. Raadpleeg uw dichtstbijzijnde dealer als het voor het installeren van het apparaat nodig blijkt gaten te boren, of andere wijzigingen aan te brengen aan de auto. Installeer het apparaat op een plaats waar het de bestuurder niet in de weg kan zitten en waar het ook bij een noodstop e.d. geen gevaar voor de inzittenden kan opleveren. De halfgeleider-laser in het apparaat is gevoelig voor beschadiging door oververhitting, dus installeer het apparaat niet te dicht in de buurt van de autoverwarming of de warme luchtsroom daarvan. Als u het apparaat onder een al te steile hoek installeert, d.w.z. meer dan 60° uit het horizontale vlak, zal het niet naar behoren kunnen werken. (Afb. 1) <NEDERLANDS> DIN voor-/achterbevestiging Dit apparaat kan op de juiste manier worden bevestigd aan de “voorkant” (conventionele DIN voorbevestiging) of aan de “achterkant” (DIN achterbevestiging, via de drie schroefgaten in de zijkant van het chassis van het apparaat). Voor details dient u de afbeeldingen bij de bevestigingsmethoden te raadplegen. DIN voorbevestiging Installatie met de rubber mof (Afb. 2) 1. Dashboard 2. Houder Nadat u de houder in het dashboard hebt geplaatst, kiest u de juiste lipjes voor de dikte van het dashboard-materiaal en buigt u deze om. (Plaats zo stevig als mogelijk met gebruik van de boven- en onderlipjes. Buig de lipjes 90 graden om te vergrendelen.) 3. Rubber mof 4. Schroef Verwijderen van het apparaat (Afb. 3) (Afb. 4) 5. Frame 6. Steek de verwijdersleutel in de opening aan de onderkant van het frame en trek zo het frame los. (Wanneer u het frame weer terugzet, dient u de kant met de groef naar beneden te houden.) 7. Steek de bijgeleverde verwijdersleutels in het apparaat, zoals in de afbeelding aangegeven, tot ze op hun plaats vastklikken. Houd de sleutels tegen de zijkanten van het apparaat aangedrukt en trek het apparaat naar buiten. DIN achterbevestiging Installatie via de schroefgaten in de zijkant van het apparaat (Afb. 5) (Afb. 6) (Afb. 7) 1. Verwijder het frame. 8. Frame 9. Steek de verwijdersleutel in de opening aan de onderkant van het frame en trek zo het frame los. (Wanneer u het frame weer terugzet, dient u de kant met de groef naar beneden te houden.) 2. Bevestigen van het apparaat aan de radio-bevestigingsbeugel van de fabrikant. 10. Kies een positie waarin de schroefgaten in de beugel en die in het apparaat met elkaar overeenkomen (passen) en draai aan beide kanten 2 schroeven in. U kunt drukkingsschroeven (5 × 6 mm) of schroeven met platte kop (5 × 6 mm) gebruiken, afhankelijk van de vorm van de schroefgaten in de beugel. 11. Schroef 12. Radio-bevestigingsbeugel van de fabrikant 13. Dashboard of console Omschakelen van de DSP instelmodus (Afb. 8) Dit toestel heeft twee gebruiksinstellingen: de 3weg netwerkmodus (NW) en de standaardmodus (STD). U kunt naar wens tussen beide omschakelen. De standaardmodus (STD) is de oorspronkelijke instelling voor de DSP. • Na het omschakelen moet de microcomputer gereset worden. (Raadpleeg de gebruiksaanwijzing.) • Gebruik een schroevendraaier met een dun plat uiteinde om de DSP schakelaar aan de onderkant van dit toestel te verzetten. Bevestigen van het voorpaneel (Afb. 9) Als u het voorpaneel niet wilt kunnen verwijderen, kunt u de meegeleverde schroeven gebruiken om het voorpaneel aan het toestel vast te zetten. 14. Bevestigingsschroef <ITALIANO> • I cavi per questo apparecchio e quelli per altri apparecchi possono avere colori diversi, pur svolgendo la stessa funzione. Per il collegamento di questo apparecchio ad un’altro, vedere i manuali di entrambi gli apparecchi, e provvedere al collegamento dei cavi aventi la stessa funzione. • • • • • • • • • • • • • • • Als u met dit apparaat een externe eindversterker gebruikt, let dan op dat u niet de blauw/witte draad aansluit op de stroomvoorzieningsaansluiting van de eindversterker. Sluit de blauw/witte draad ook niet aan op de stroomaansluiting van de auto-antenne. Een dergelijke aansluiting kan een te grote stroomafname en daarmee storing veroorzaken. Om kortsluiting te voorkomen dient u de losgekoppelde draad af te dekken met isolatieband. Vergeet vooral niet de ongebruikte luidsprekerdraden te isoleren. Als de draden niet geïsoleerd zijn, bestaat er het gevaar van kortsluiting. Om vergissingen te voorkomen is de ingangskant van de IP-BUS aansluiting blauw uitgevoerd en de uitgangskant zwart. Let op dat u bij het aansluiten deze kleurcode volgt. Bij inbouw van dit apparaat in een auto waarvan het kontaktslot geen “ACC” stand heeft, dient u de rode stroomdraad van dit apparaat aan te sluiten op een aansluitpunt waarvan de stroom wordt in- en uitgeschakeld door ON/OFF zetten van het kontaktsleuteltje. Als u deze stroomdraad aansluit op een punt dat altijd stroom krijgt, kan de accu leegraken als u de auto enkele uren ongebruikt laat. F AC C O ACC stand • F O STAR Il cavo nero è quello di messa a terra. Mettere a terra questo cavo separatamente da quello di messa a terra di apparecchi funzionanti con corrente a tensioni elevate, quali gli amplificatori di potenza. Se gli apparecchi si trovano messi a terra insieme, in caso di distacco della messa a terra, possono verificarsi incendi, o prodursi danni agli apparecchi. • Dit apparaat is bestemd voor inbouw in voertuigen met een negatief geaarde 12-volts accu. Alvorens u het installeert in een auto, bus, vrachtwagen of ander voer- of vaartuig, dient u eerst te kontroleren of de accuspanning de juiste is. Om kortsluiting te vermijden, dient u vooral voor het installeren de negatieve ≠ accukabel los te maken. Zie voor het aansluiten van de eindversterker en andere apparatuur de gebruiksaanwijzing en volg de aanwijzingen nauwgezet op. Houd de bedrading op zijn plaats met kabelklemmen of met isolatieband. Wikkel ter bescherming ook isolatieband om de bedrading waar deze de metalen oppervlakken van de auto raakt. Leid de bedrading altijd zo dat deze niet in aanraking kan komen met bewegende onderdelen zoals de versnellingspook, de handrem en de geleiderails van de stoelen. Zet de bedrading stevig vast en vermijd ook plaatsen die warm worden, zoals bij een uitblaasopening van de autoverwarming. Als de isolatie smelt of door beweging doorslijt, zou er kortsluiting kunnen onstaan. Leid de gele draad niet door het brandschot naar de motorruimte voor aansluiting op de accu. Hierbij is de kans groot op beschadiging van de isolatie en zeer gevaarlijke kortsluiting. Maak de bedrading niet korter. Bij inkorten van de bedrading kan het beveiligingscircuit niet in werking treden wanneer dat nodig is. Tap geen stroom af van de bedrading door een stukje isolatie te verwijderen en een andere draad aan de kerndraad te verbinden. Hierdoor kan de maximale stroomcapaciteit van de draad overschreden worden, met als gevolg oververhitting. Vervang een doorgebrande zekering altijd alleen door een nieuwe zekering van hetzelfde type, zoals aangegeven op de zekeringhouder. Aangezien er gebruik is gemaakt van een uniek BPTL circuit, mag u de luidsprekersnoeren nooit rechtstreeks met de aarde verbinden en mag u ook niet de negatieve ≠ luidsprekerdraden gemeenschappelijk aansluiten. Verwijder de dopjes of kapjes niet van het uiteinde van de stekkeraansluitingen indien u de RCA penaansluiting van het toestel niet gebruikt. Sluit op dit apparaat luidsprekers aan die een hoog ingangsvermogen kunnen verwerken, van nominaal tenminste 50 W, met een impedantie van 4 tot 8 Ohm. Sluit u luidsprekers aan die niet aan deze eisen voldoen, dan bestaat er de kans dat de luidsprekers in brand vliegen, beginnen te roken of anderszins beschadigd raken. Wanneer de signaalbron van dit product aan (ON) staat, wordt er een controlesignaal geproduceerd via de blauw/witte draad. Sluit deze aan op een systeemafstandsbediening van een externe power versterker, of op de auto-antenne relais bedieningsaansluiting van de auto zelf (max. 300 mA 12 Volt gelijkstroom). Als de auto voorzien is van een glas-antenne, dient u de aansluiting te maken op de aansluiting van de stroomvoorziening van de antennebooster. N • Posizione ACC assente 1. Terminale TEL (TEL) Far riferimento al manuale d’istruzioni del telefono a viva voce (venduto separatamente). 2. Terminal per antenna 3. Questo apparecchio 4. Interruttore DSP Commutare l’interruttore DSP come indica l’illustrazione qui sotto. 5. Ingresso IP-BUS (Blu) 6. Multilettore CD (venduto separatamente) 7. Cavo IP-BUS 8. Connettore del telecomando a filo (WIRED REMOTE INPUT) Consultare il manuale del telecomando a filo (venduto separatamente). 9. Uscita del subwoofer (LOW/SUBWOOFER OUTPUT) 10. Uscita posteriore (MID/REAR OUTPUT) 11. Uscita anteriore (HIGH/FRONT OUTPUT) 12. Nota: A seconda del tipo di veicolo, la funzione di 3* e 5* potrebbe essere differente. In tal caso collegare sempre 2* a 5* e 4* a 3*. 13. Collegare fra loro cavi di uguale colore. 14. Cappuccio (1*) Se questo terminale non è in uso, non togliere il cappuccio. 15. Giallo (3*) Riserva (o accessoria) 16. Giallo (2*) Al terminale constantemente alimentato, qualunque sia la posizione della chiave d’accensione. 17. Portafusibili 18. Rosso (5*) Accessoria (o riserva) 19. Rosso (4*) Collegare alla chiave d’avviamento ON/OFF (con corrente continua a 12 V). 20. Resistenza fusibile 21. Arancione/bianco Al terminale dell’interruttore di illuminazione. 22. Nero (massa) Al telaio (parte metallica) dell’automobile. 23. Connettore ISO Nota: In alcuni veicoli, il connettore ISO potrebbe essere diviso in due. In tal caso, non mancare di connettere ambedue i connettori. • STAR • • STAR • Posizione ACC presente F O N • STAR • O N • F AC C Schema di collegamento per il modo di rete a 3 vie (Fig. 11) Opmerking: N • • Schema di collegamento per il modo standard (Fig. 10) 24. Giallo/nero Se si usa un telefono cellulare, cellegarlo tramite il cavo di silenziamento audio sul telefono cellulare. In caso contrario, non collegare affatto il cavo di selinziamento audio. 25. Cavi diffusore Bianco : Anteriore sinistro + Bianco/nero : Anteriore sinistro ≠ Grigio : Anteriore destro + Grigio/nero : Anteriore destro ≠ Verde : Posteriore sinistro + Verde/nero : Posteriore sinistro ≠ Violetto : Posteriore destro + Violetto/nero : Posteriore destro ≠ 26. Cavi di collegamento con spine a terminale RCA (venduto separatamente) 27. Amplificatore (venduto separatamente) 28. Blu/bianco Al terminale di comando del sistema dell’amplificatore di potenza (massimo 300 mA, con corrente continua a 12 V). 29. Comando a distanza del sistema 30. Blu/bianco (7*) Al terminale di controllo del relè dell’antenna ad alzo automatico (massimo 300 mA, con corrente continua a 12 V). 31. Blu/bianco (6*) 32. La posizione dei poli del connettore ISO differisce in relazione al tipo di veicolo. Se il polo 5 è del tipo per il comando dell’antenna, collegare 6* e 7*. Nei veicoli di altri tipi non collegare mai 6* e 7*. 33. Sinistra 34. Destra 35. Diffusore anteriore 36. Diffusore posteriore 37. Subwoofer 38. Eseguire questi collegamenti nel caso in cui si faccia uso di un amplificatore opzionale. 39. Uscita gamma bassi (LOW/SUBWOOFER OUTPUT) 40. Uscita gamma medi (MID/REAR OUTPUT) 41. Uscita gamma alti (HIGH/FRONT OUTPUT) 42. Cavi diffusore Bianco :Gamma alti sinistra + Bianco/nero:Gamma alti sinistra ≠ Grigio :Gamma alti destra + Grigio/nero :Gamma alti destra ≠ Verde :Gamma medi sinistra + Verde/nero :Gamma medi sinistra ≠ Viola :Gamma medi destra + Viola/nero :Gamma medi destra ≠ 43. Diffusore gamma alti 44. Diffusore gamma medi 45. Diffusore gamma bassi 46. Per il collegamento alla gamma bassi è necessario un amplificatore esterno. OF • • Schema di collegamento OF • OF • • Quando si usa un amplificatore di potenza esterno con questo sistema, accertarsi di non collegare il cavo blu/bianco al terminale di alimentazione dell’amplificatore. Allo stesso modo, non collegare il cavo blu/bianco al terminale di alimentazione dell’antenna automatica. Tale collegamento potrebbe causare un consumo di corrente eccessivo e provocare problemi di funzionamento. Per evitare corti circuiti, coprire con nastro isolante il cavo staccato. In particolare, devono assolutamente essere ricoperti con nastro isolante i cavi non usati degli altoparlanti. Se i cavi non vengono isolati possono verificarsi dei pericolosi corti circuiti. Per evitare un collegamento sbagliato, il lato di ingresso del connettore IP-BUS è blu, mentre il lato di uscita è nero. Collegare i connettori dello stesso colore correttamente. Se questo apparecchio viene installato in un veicolo che non possiede una posizione ACC (accessoria) sull’interruttore di accensione, il cavo rosso dell’apparecchio deve essere collegato ad un terminale accoppiato con le operazioni di accensione/spegnimento dell’interruttore di accensione. Se ciò non viene fatto, la batteria del veicolo può scaricarsi quando si lascia il veicolo per alcune ore. OF • • T • Questo apparecchio è per veicoli con una batteria da 12 volt e una messa a massa negativa. Prima di installarlo in un veicolo sportivo, in un autocarro o in un autobus, controllare la tensione della batteria. Per evitare cortocircuiti nell’impianto elettrico, accertarsi di scollegare il cavo della batteria ≠ prima di iniziare l’installazione. Fare riferimento al manuale di istruzioni per i dettagli sul collegamento dell’amplificatore di potenza e di altri apparecchi, quindi eseguire i collegamenti correttamente. Fissare i fili con dei fermacavi o del nastro adesivo. Per proteggere i fili, avvolgervi attorno del nastro adesivo nei punti in cui essi sono a contatto con parti metalliche. Disporre e fissare tutti i fili in modo tale che essi non tocchino alcuna parte in movimento, come l’asta del cambio, il freno a mano e le guide dei sedili. Non disporre i fili in luoghi esposti al calore, come nei pressi della bocca di efflusso dell’impianto di riscaldamento. Se la guaina isolante dei fili si fonde o si lacera, c’è il pericolo che i fili possano provocare cortocircuiti alla carrozzeria del veicolo. Non far passare il cavo giallo attraverso un foro per inserirlo nel vano motore per collegare la batteria. Questo danneggia la guaina isolante del cavo e può causare un cortocircuito molto pericoloso. Non accorciare i cavi. Se si accorciano i cavi, il circuito di protezione potrebbe non funzionare quando invece dovrebe. Non fornire mai alimentazione ad un altro apparecchio tagliando la guaina isolante del cavo di alimentazione dell’apparecchio e collegando il cavo. La capacità di corrente del cavo sarà superata causando surriscaldamento. Quando si sostituisce il fusibile, accertarsi di usare soltanto un fusibile dai limiti di impiego indicati sul portafusibili. Poiché è impiegato un unico circuito BPTL, non eseguire mai i collegamenti in modo tale che i fili degli altoparlanti siano messi a massa direttamente o in modo tale che i fili degli altoparlanti sinistro e destro ≠ siano in comune. Se gli spinotti a spillo RCA dell’unità non vengono usati, non rimuovere i cappucci dall’estremità del connettore. I diffusori collegati a quest’unità devono essere di alta potenza da almeno 50 W e da 4 a 8 ohm. Se si usano diffusori con uscita e/o ingresso inferiori, questi possono prendere fuoco, emettere fumo o venir danneggiati in altro modo. Attivando la sorgente di questo apparecchio, attraverso il cavo blu/bianco viene emesso un segnale di comando. Collegare questo cavo al dispositivo di comando a distanza di un sistema di amplificatore di potenza esterno, o al terminale di comando del relais dell’antenna ad alzo automatico (massimo 300 mA, con corrente continua a 12 V). Se l’automobile dispone di una antenna a vetro, collegare il cavo al terminale di alimentazione del booster dell’antenna. T • <NEDERLANDS> T Nota: Aansluiten van de apparatuur T Collegamento degli apparecchio Geen ACC stand De zwarte draad is de aardedraad. Aard deze draad gescheiden van de aarde van toestellen met een hoog vermogen, bijvoorbeeld eindversterkers. De toestellen zouden namelijk mogelijk worden beschadigd of er worde brand veroorzaakt indien u dit toestel tezamen met andere toestellen aardt en de aarde wordt ontkoppeld. • Snoeren voor dit product en overeenkomende snoeren voor andere producten hebbern mogelijk verschillende kleuren ookal is de functie van de snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit product met een ander product daarom de handleiding van beide producten en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar. Aansluitschema Aansluitingsschema standaardmodus (Afb. 10) Aansluitingsschema 3-weg netwerkmodus (Afb. 11) 1. Naar de TEL aansluiting (TEL) Zie bladzijde de handleiding van de Handsfree telefoon (los verkrijgbaar). 2. Antenne-aansluiting 3. Dit product 4. DSP schakelaar Zet de DSP schakelaar in de hieronder afgebeelde stand. 5. IP-BUS ingangsaansluiting (Blauw) 6. Multi CD-wisselaar (los verkrijgbaar) 7. IP-BUS-kabel 8. Aansluiting voor de afstandsbediening met draad (WIRED REMOTE INPUT) Raadpleeg de handleiding van de afstandsbediening met draad (los verkrijgbaar). 9. Subwoofer uitgang (LOW/SUBWOOFER OUTPUT) 10. Uitgang achter (MID/REAR OUTPUT) 11. Vooruitgang (HIGH/FRONT OUTPUT) 12. Opmerking: De functie van 3* en 5* is mogelijk versc hillend afhankelijk van het type auto. Indien dit het geval is moet u 2* met 5* en 4* met 3* verbinden. 13. Verbind de draden van dezelfde kleur met elkaar. 14. Dopje (1*) Niet verwijderen indien u deze aansluiting niet gebruikt. 15. Geel (3*) Ondersteuning (of accessoire) 16. Geel (2*) Naar de aansluiting die altijd van stroom voorzien wordt onafhankelijk van de stand van het kontact. 17. Zekeringhouder 18. Rood (5*) Accessoire (of ondersteuning) 19. Rood (4*) Naar de door het kontact (12 Volt gelijkstroom) (ON/OFF) geregelde elektrische aansluiting. 20. Zekering 21. Oranje/wit Naar lichtschakelaar-aansluiting. 22. Zwart (aarde) Naar de (metalen) carrosserie van het voertuig. 23. ISO aansluiting Opmerking: In bepaalde auto’s is de ISO aansluiting mogelijk in tweeën verdeeld. U moet in dat geval een verbinding met beide aansluitingen maken. 24. Geel/zwart Gebruikt u een cellulaire telefoon, sluit u deze dan aan via de Audio Mute dempingsaansluiting voor de cellulaire telefoon. Maakt u daarvan geen gebruik, laat de Audio Mute dempingsaansluniting dan vrij, zonder hierop iets aan te sluiten. 25. Luidsprekerdraden Wit : Linksvoor + Wit/zwart : Linksvoor ≠ Grijs : Rechtsvoor + Grijs/zwart : Rechtsvoor ≠ Groen : Linksachter + Groen/zwart : Linksachter ≠ Paars : Rechtsachter + Paars/zwart : Rechtsachter ≠ 26. Aansluitsnoeren met RCA stekkers (los verkrijgbaar) 27. Eindversterker (los verkrijgbaar) 28. Blauw/wit Naar de systeembedieningsaansluiting van de eindversterker (max. 300 mA 12 Volt gelijkstroom). 29. Systeem-afstandsbediening 30. Blauw/wit (7*) Naar auto-antenne relaisbedieningsaansluiting (max. 300 mA 12 Volt gelijkstroom). 31. Blauw/wit (6*) 32. De penposities van de ISO stekker kunnen verschillen afhankelijk van het soort voortuig. Sluit 6* en 7* aan wanneer Pen 5 van het antenne-bedieningstype is. In andersoortige voortuigen mag u 6* en 7* nooit aansluiten. 33. Links 34. Rechts 35. Voor-luidspreker 36. Achterluidspreker 37. Subwoofer 38. Maak deze verbindingen wanneer u de los verkrijgbare versterker gebruikt. 39. Uitgang lage tonen (LOW/SUBWOOFER OUTPUT) 40. Uitgang middentonen (MID/REAR OUTPUT) 41. Uitgang hoge tonen (HIGH/FRONT OUTPUT) 42. Luidsprekerdraden Wit : Hoge tonen links + Wit/zwart : Hoge tonen links ≠ Grijs : Hoge tonen rechts + Grijs/zwart : Hoge tonen rechts ≠ Groen : Middentonen links + Groen/zwart : Middentonen links ≠ Paars : Middentonen rechts + Paars/zwart : Middentonen rechts ≠ 43. Hoge tonen luidspreker 44. Middentonen luidspreker 45. Lage tonen luidspreker 46. Een externe versterker is vereist om de lage tonen luidspreker aan te kunnen sluiten.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8

Pioneer deh-p9600mp de handleiding

Categorie
Auto videosystemen
Type
de handleiding